Stamreeks I.
Bronnen:
Johan van Beverwijck, ’t Begin van Hollant in Dordrecht (Dordrecht 1640)
A. van der Heijden, Genealogie van de heren van Naaldwijk (Historisch Archief Westland 2014)
B. de Keijzer, Kwartierstaat De Keijzer-Eijkelenboom, in Kwartierstatenboek Prometheus XV (Delft 1988)
Dr. L.M.G. Kooperberg, Anna van Borssele, haar geslacht en haar omgeving (Middelburg 1938)
J.C. Kort, Repertorium op de grafelijke lenen in Rijnland, 1222-1650 [internet]
Simon van Leeuwen, Batavia Illustrata ofte Hollandsche Chronyk (‘s-Gravenhage 1685)
Kees Nieuwenhuijsen, De afstamming van de Hollandse graven (internet, zie bijlage)
Kees Nieuwenhuijsen, Strijd om West-Frisia, De ontstaansgeschiedenis van het graafschap Holland: 900-1100. (Utrecht 2016)
H. Obreen, Het geslacht van Borselen, in De Nederlandsche Leeuw 1927, kol. 294
I. Gerulf II, graaf van West-Frisia , overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
Dat de graven van Holland afstamden van de Friese koning Radbod (overleden in 719), die inmiddels tot filmheld is verheven, is een veronderstelling die door gebrek aan bewijzen vooralsnog naar het rijk der fabelen verwezen moet worden. (Nieuwenhuijsen, Afstamming)
II. Dirk I bis, graaf tot ca. 939, trouwde Geva, (zie J.M. van Winter, Dirk I bis, een nieuwe Hollandse graaf, in: Holland, regionaal-historisch tijdschrift 15 (1983), p. 185-198). Vervalt.
Hij nam misschien deel aan de opstand van de hertogen Giselbrecht van Lotharingen en Everard van Frankenland tegen het rijksgezag van koning Otto I in 939. Giselbrecht zelf verdronk tijdens de slag bij Andernach (okt. 939) in de Rijn. Mogelijk is ook Dirk tijdens deze veldslag gesneuveld of kort daarna aan zijn verwondingen bezweken. (De Winter, o.c. p. 190)
“Het idee van een tussengeneratie is in eerste instantie gestoeld op de gedachte dat Dirk I en Dirk II anders beiden zeer oud moeten zijn geworden, en extreem lang als graaf aan het bewind zouden zijn geweest. Echter, als we de gegevens nader bekijken, blijkt dat wel mee te vallen. … [Dirk I is vermoedelijk tussen 870 en 880 geboren en stierf rond 940]. We veronderstellen dat Dirk II tussen 920 en 930 is geboren. … Het is zeker dat hij stierf in 988. Vader en zoon zullen dus allebei 60 tot 70 jaar ziijn geworden. Een respectabele leeftijd, maar niet extreem oud. De belangrijkste pijler onder de Dirk I bis-hypothese valt daarmee weg. …[en] er [zijn] inmiddels vrijwel geen historici meer … die nog geloof hechten aan het bestaan van een Dirk I bis.” (Nieuwenhuijsen, Strijd, p. 210)
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen

Dirk II en zijn vrouw bieden het Evangelarium van Egmond aan (foto: Wikipedia)
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993
V. Dirk III, graaf 993-1039
VI. Floris I, graaf 1049-1061, opvolger van zijn broer Dirk IV
(R.A. van der Spiegel, “De herkomst van de naam van graaf Floris”, De Nederlandsche Leeuw 2018, nr. 2, p. 87 e.v.)
VII. Dirk V, graaf 1061-1091
VIII. Floris II de Vette, graaf 1091-1122
IX. Dirk VI, graaf 1122-1157, voor zijn afstamming van Karel de Grote zie Stamreeks VI
X. Floris III, graaf 1157-1190
XI. Willem I, graaf 1203-1222, opvolger van zijn broer Dirk VII
XII. Floris IV, graaf 1222-1234
XIII. Aleida van Holland (1228-1284), trouwde kort na 20-8-1246 (pauselijke bekrachtiging, met dispensatie, 25-10-1246) Jan I van Avesnes, geb. Houffalize april 1218, overl. Binche of Valenciennes 24-12-1257,
XIV. Jan II van Avesnes, geb. ca. 1247; graaf van Henegouwen (Jan I), graaf van Holland en Zeeland, overl. Valenciennes of Bergen (Mons) 11 of 12-9-1304, tr. 1270 of begin 1271 Philippine van Luxemburg, overl. 6-4-1311, dr. van Hendrik II ‘de Blonde’ van Luxemburg en Margaretha van Bar. Voor zijn afstamming van Karel de Grote zie Stamreeks IX.
Nakomelingen:
I. Willem III, graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland (ca. 1286- 1337)
II. Philippa van Henegouwen en Holland (1310 of 1315-1369), trouwde Eduard III van Engeland
III. Jan van Gent (1340-1399)
IV. Joan Beaufort (ca. 1377-1440) (buitenechtelijk, gewettigd in 1396), trouwde Ralph de Neville, graaf van Westmoreland
V. Cicely Neville (1415-1495), trouwde Richard, hertog van York
VI. Eduard IV, koning van Engeland (1442-1483)

Uit een relatie met een onbekende vrouw had Jan II een dochter:
XV. (bast.) Aleid van Henegouwen, overl. na 12-6-1351, tr. (1) ca. 1312 (met pauselijke dispensatie wegens 4e-graads verwantschap) Wolfert II van Borselen, heer van Veere en Zandenburg, ridder, overleden voor 6-4-1317, zoon van Wolfert I van Borselen en Sibylle (van Praet of van Randerode?), verzoent zich in 1308 met de graaf van Holland en krijgtin 1309met zijn broers een schadeloosstelling voor de moord op hun vader, Aleid tr.2e Otto, heer van Buren(NNBW; De Keijzer, o.c., p. 342-343)
“Heer Wolfaertvan Borselen, heer van Vere en Sandenburch. De juiste scheiding tusschen hem en zijn gelijknamigen zoon, voordien steeds als één persoon aangezien, is gemaakt door Mr. H. van Wijn in diens Onderzoek naar den tijd der regeering van Wolfaard den tweeden en derden, heeren van Vere, uit den huize van Borselen (Middelburg, 1837; geschreven in 1794. Ook opgenomen in Nieuwe Werken van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, le deel, 2° stuk). Hij wordt het eerst genoemd in het jaar 1303, wanneer hij, „Wolfard, zoon van wijlen heer Wolfard, heer van Zandenburgh, ridder,” een gift aan de abdij Eekhout bij Brugge goedkeurde; nog in ditzelfde jaar vindt men hem in het na te noemen testament van zijn broeder, heer Henric Wisse. In 1308 volgde ten slotte voor hem en zijn broeders de verzoening met den graaf van Holland en in 1309 de uitspraak over den dood zijns vaders; hij is dan ridder. Omstreeks 1312 huwde heer Wolfaert met Aleyd, een natuurlijke zuster van graaf Willem III van Holland, althans in dat jaar verleende de Paus daartoe dispensatie, hoewel zij elkaar in den vierden graad bestonden. Het huwelijk, zegt de pauselijke goedkeuring, vond plaats om een einde te maken aan de geschillen, die bestaan hadden tusschen heer Wolfaerts familie eenerzijds, graaf Willem en diens vader Jan, anderzijds. Heer Wolfaert werd door dit huwelijk zwager van den graaf en wordt dan ook als zoodanig door dezen betiteld. Op 30 Mei 1316 maakte hij met zijn broeders, heer Florens, Vranck en Clays, onder goedkeuring van den graaf, een overeenkomst in zake het leengoed, dat hun vader aan Wolfaert, als oudsten zoon, had nagelaten; ongelukkig geeft het stuk ons geen nader bericht, waar of de broeders gegoed waren; alleen van jaargelden wordt gewag gemaakt. Evengenoemd stuk is het laatste, waarin Wolfaert II gemeld wordt; hij was waarschijnlijk reeds dood op 6 April daaraanvolgend (1317), als de graaf beslist dat „ver Aleyt, vrouwe van der Vere, onse suster”, alle jaren een zekere som zal moeten betalen aan vrouw Beatrix, echtgenoote van heer Gherard van Heemskerk, zoolang Beatrix voogdes is over haar dochter Kateline, welke zij in eerste huwelijk gewonnen had bij heer Jan Mulart. Vrouw Aleyd hertrouwde met Otto, heer van Buren; zij komt in 1327 in een grafelijke uitspraak als vrouw van Zandenburgh en van Buren voor en nog in 1351, wanneer zij als weduwe van Otto en als vrouw van Buren het huis te Boesinghen, dat zij van het kapittel van St. Jan te Utrecht in leen hield, opdroeg ten behoeve van jcvr. Agniese Henryx wijf van der Weyde. Wij kennen uit het huwelijk van Wolfaert II en Aleyd slechts één kind: Wolfaert.” (Obreen, o.c., kol. 296 e.v.)
“Bovenstaande is – in hoofdzaak althans – ook in overeenstemming met H. van Wijn, “Onderzoek naar den tijd der regering van Wolfaard II en III, heeren van Vere, uit den huize van Borselle”, een studie, en veertig jaren nadat ze geschreven was, nog uitgegeven door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen” (Middelburg 1837) … Uit deze verhandeling bleken genoegzaam de moeilijkheden met die Wolfaards, door van Wijn aldus opgelost, dat hij, Wolfert II, zoon van den te Delft vermoorden Wolfert I en Catharina, weduwe van Albert, heer van Voorne, en zelf gehuwd met Aleida, bastaardzuster van Willem III, l in 1317 overleden was … En dat dan die Hadwich, door sommigen als vrouw (tweede of eerste) aan laatstbedoelden Wolfaard gegeven, eigenlijk gehuwd is geweest met diens zoon Wolfaard III, dood in 1345 (al dan niet door de Friezen verslagen). In 1351 en 1356 komt deze vrouwe van Veere – eigenlijk geheeten Hadwich Both van der Eem en nicht van Willem V als weduwe van Wolfaard III nog voor.En dan is de volgende Wolfaard, geheel overeenkomstig onzen bovenstaanden tekst de vierde van dien naam, welke zoon van Willem III [sic] en Hadwich op zijn beurt, eveneens blijkens de oude kronieken, in het huwelijk is getreden met Margriete van Arnemuiden. Vgl. ook de toegevoegde geslachtslijst ter opheldering van deze verhandeling over Wolfert III, interessant niet het minst voor de 9de generatie, bevattende, behalve Wolfert II, de 7 andere kinderen van het slachtoffer der Delftsche volksbeweging *en zijn eerste echtgenoote Sybille o.w. Claes, die hier heer van Brigdamme genoemd wordt en Vrank, heer van St. Maartensdijk, … Ter zelfder tijd bloeide ook de tak van Borssele-Cortgene. Als stamvader noemt Obreen Raes, voorkomende in het laatste decennium der 13de eeuw, bastaardbroeder van Wolfert I van Veere.” (Kooperberg, o.c., p. 15)
* “Bij een volksbeweging gevangen genomen, werd hij [Wolfert I van Borselen] 1 Aug. 1299 door de oproerige Delftenaars doodgeslagen.” (NNBW)
XVI. Wolfert III van Borselen, heer van Veere en Zandenburg, knaap 1336, ridder 1337, vermeld 1318-1350, lid van de Grafelijke raad 1337-1338, 1344, 1346-1348,overl.mei 1351 (aan een ziekte),tr. (2) Hadewich Both van der Eem, overleden tussen 1363 en 1371, begr. Utrecht (Domkerk) (De Keijzer, o.c., p. 341)
XVII. Aleida van Borselen, geb. ca. 1343, overl. na 26-8-1414, tr.1e in of voor 1363 Jan van Heenvliet, geb. ca. 1335, ridder, heer op Bleijdestein, vermeld 1351-63 , overl. voor 1377, zoon van Jan, heer van Heenvliet, en Elizabeth van Bosinchem, 2e Jan, heer van Cruijningen en Woensdrecht. (De Keijzer, o.c., p. 338-339)
In 1363 vermeld als echtgenote van Jan van Heenvliet, wanneer zij geld leent aan haar broers Wolfaert en Henric. Deze man is in 1387 overleden, wanneer Aleyd als zijn weduwe voorkomt met haar zoons Jan en Sweder van Heenvliet. Zij was toen reeds hertrouwd met Jan heer van Cruijningen. (Obreen, o.c., kol. 300)
Hieruit o.m.:
XVIII. Zweder van Heenvliet, heer van Blijdesteijn, geboren ca. 1362, overleden na 1418
* Jan van Heenvliet, beleend met Kattendijke en Stavenisse 19-4-1387, overl. na 20-7-1409, voor 16-11-1411, tr. Margaretha van de Coulster, overl. voor 23-4-1409. (dr. van domproost Willem van de Coulster?).
Jan van Heenvliet, geboren Heenvliet ca, 1365, overleden ca. 1411, werd op 19 april 1387 beleend met Kattendijke en Stavenisse, hij was ridder, Heer van Heenvliet, van Cattendijk, Hindelopen en Stavenisse, baljuw van Amstelland, admiraal en maarschalk van Zeeland, hij was een belangrijk Hoeks edelman, die ook aan het hof in Den Haag kwam, vervulde diverse functies, als getuige, baljuw, raad en collegelid om rekeningen van de rentmeester te controleren, in de jaren 1397 en 1398 was hij admiraal, was ook actief tijdens de Arkelse oorlogen, o.a. bij het beleg van Gorinchem in 1402, en in 1409 bij de Friese waddenkust, de Vecht en in Utrecht, op 20 okt. 1405 was hij betrokken bij het beleg van Hagenstein en Everstein. Hij trouwde in of vóór 1395 te Veere met Margaretha van den Coulster, overleden vóór 23 april 1419, dochter van Willem van den Coulster, die hij in 1395 lijftochtte met 100 Dordtse guldens per jaar. Op 16 nov. 1411 wees hertog Willem de voogdij over zijn minderjarige kinderen, aanvankelijk uitgeoefend door zijn broer Heer Zweder van Heenvliet, toe aan zijn zwager Laurens van Cats.
XIX. Maria van Heenvliet (mogelijk een bastaard), geboren ca. 1397 (26 jaar in 1423), overleden 2 april 1456, begraven in de kerk van Geervliet

Portret van Maria van Heenvliet.

Maria van Heenvliet, grafzerk in de kerk van Geervliet.
NB: zij wordt door sommigen beschouwd als dochter van Zweder van Heenvliet, de broer van Jan van Heenvliet. (Van der Heijden, o.c., p. 30 e.v.)
De Keijzer (o.c., p. 332 en 336) neemt eveneens aan, dat zij een dochter was van Zweder van Heenvliet, heer op Blijdestein, vermeld 1387-1418, baljuw van Texel, nam deel aan de eerste en tweede tocht tegen de Friezen, en van Elisabeth van Cattendijke
Maria trouwde Boudijn Willemsz. van Drenkwaert, overleden 25 nov. 1452, dijkgraaf en schout van Zuidland, leenman van Putten, schepen van Geervliet, beiden begraven onder een zerk in de kerk van Geervliet.
Van Beverwijck, o.c., p. 18: Boudewijn Willemsz. leefde 1430, in het land van Putten, bezat een hoeve of woning, genaamd “Drenckwaert”, liggende bij het dorp Zuidland, “waer van de nakomelingen haer ghenoemt hebben”.

Portret van Boudewijn Willemsz. van Drenckwaert.
XX. Willem Bouwensz. (van Drenckwaert), heer van Giessendam,kwam in Dordrecht wonen, leenman van Strijen, beleend 1461, schepen van Dordrecht 1473-1474, burgemeester ald. 1474-1485, overleden in 1488, trouwde Machtelt Pallaes Jansdr., overleden 24 febr. 1506, dochter van Jan Claesz. op’t Pallaes, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia Jansdr. van Riebeeck. (Van Beverwijck, o.c., p. 18; De Keijzer, o.c., p. 326 en 332)
XXI. Dignum (Digna) van Drenckwaert, geboren naar schatting ca. 1465, trouwde Adriaen Cornelisz. van Cleijburgh, baljuw van Voorne (vermeld 1494 en 1504,overleden tussen 1504en 20 nov. 1510 (Ons Voorgeslacht 1983, p. 193-194; Johan van Beverwijck, ’t Begin van Hollant in Dordrecht [Dordrecht 1640], p. 18-19: “Willem Bouwensz. … troude Machtelt Pallaes Iansdochter … Hadden te samen 22. kinderen [o.a.] Digna van Drencwaert, troude Adriaen van Cleyburgh, Cornelissz. in den Briel”)
20 nov. 1510: Cornelis Adriaen Cornelisz. beleend met 3 gemet land (in 1532 vermeld als “de Lange Meet”) onder Oostvoorne bij dode van zijn vader. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 414)
XXII. Heer Willem Adriaensz. van Cleijburg, geboren naar schatting ca. 1490, priester en kannunik te Dordrecht, later kannunik te Oostvoorne, overleden tussen 1566 en 1581
– 19 april 1543: Pieter Jansz. van Rotterdam verkoopt aan Heer Willem van Cleijenborch, priester en kanunnik van de Grote Kerk, een huis, erf, tuin en toebehoren in de Heer Mathijsstraat [Kolfstraat], staande en gelegen tussen de stadsgracht en ’s herenstraat. Borg: Herman van der Bies Henrixsz. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 12)
-5 en 21 aug. 1546: Heer Willem Cleijenborch, priester en kanunnik, cum tutore verleent procuratie aan Willem Vastartsz., zijn neef, om te transporteren aan Heer Cornelis Zass een huis en erf, staande en gelegen “in den elleboch van’t Manhuijsstraetge tegens dat Outmanhuijspoert over” tussen de vleesstal van Aert Govertsz. de vleeshouwer en het huis van Heer Jan de Basconter (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v). Koper kent schuldig aan verkoper 4 ponden 13 schellingen 4 deniers Vlaams. Waarborg voor verkoper: mr. Frans Willemsz. cum tutore (id., f 21v)
– 1563-1566 (lijfrenten): heer Willem van Cleijburch ten lijve van Cornelis, zijn natuurlijke zoon, een jaar rente. Idem ten lijve van Digna, zijn dochter en Ariaenken, zijn dochter. (Thesauriersrekeningen Brielle)
– 17 mei 1586: compareert Willem van Beaumont Fransz., als man en voogd van Digna Heijthoven Jacobsdr., als voor 1/3 deel in de helft erfgenaam van wijlen Willem van Cleijborch, enerzijds en Digna Willemsdr. van Cleijburch voor zichzelf en voor het kind van haar overleden broer met haar gekoren voogd, anderzijds.Zij verklaren met elkaar overeengekomen tezijn aangaande “alle de questiën ende gescillen die geresen sijn ende daerover processen sijn geweest so voor den gerechte van den Briel als voor den Hove van Hollant” tussen mr. Adriaen Vastertsz. voor de ene helft en mr. Adriaen Heijthoven, zijn broer Adriaen Heijthoven en voornoemde Willem van Beaumont in zijn voornoemde hoedanigheid, erfgenamen van heer Willem van Cleijborch, in zijn leven kanunnik te Oostvoorne, tegen Willem Heerman, als curator en “toesiender” van de nagelaten kinderen van heer Willem van Cleijborch, legatarissen bij testament van hun vader en wel als volgt: dat Willem van Beaumont “in volle voldoening van sijn aenpaert ende voor sijne quote sal transporteren ende overdragen aan de voorsz. Digna van Cleijburch” een rentebrief van 12 gl. jaarlijks en aan Digna en hetkind vanhaar overleden broer zal uitkeren een somma van 230 gl., te betalen de helftopKerstmis 1586 en de andere helft op Kerstmis 1587.(ORA Dordrecht inv. 738, f. 419r en v)
XXIII. (bastaard) Cornelis Willemsz. van Cleijburgh, geboren naar schatting ca. 1515, overleden ca. 1586 (vóór 17 mei 1586 [ORA Dordrecht inv. 738, f. 419 e.v.])
XXIV. Jacob Cornelisz. van Cleijburgh, geboren naar schatting ca. 1540, overleden tussen 3 febr. 1590 en 6 juni 1614, trouwde Anneke Adriaensdr.,overleden vóór 5 okt. 1575, dochter van Aren Jansz. in de Quack en Dingenom (Dingna)Bouwensdr. (Ons Voorgeslacht 2001, p. 566-567)
5 okt. 1575: comp. Pieter Pietersz. lijndraaier p.p. voor Jan Adriaensz. en Cornelis Adriaensz. Naters, voor zichzelf en voor hun moeder, Dingna Bouwensdr., en o.a. Jacob Cornelisz. Cleyburg, als vader [en voogd] van zijn weeskinderen, door hem verwekt bij Anneke Adriaensdr. (Ons Voorgeslacht 2001, p. 566-567)
3 febr. 1590: Jacob Kleiburg beleend met 3 gemet land, genaamd de Lange Meet, onder Oostvoorne, bij overdracht door mr. Otto van Arkel voor Ida van Bronkhorst, zijn vrouw. (Ons Vooorgeslacht 1978, p. 414)
6 juni 1614: Cornelis Kleiburg beleend met voornoemd land bij dode van Jacob zijn vader, waarna overdracht aan Jan Panser te Brielle. (Ibidem)
XXV. Cornelis Jacobsz. van Cleijburgh, geboren ca. 1562, schepen van Brielle en kapitein van Oostvoorne
XXVI. Huibrecht Cornelisz. Cleijburgh, geboren ca. 1600, schepen en schout van Oostvoorne,overleden ald. 6 april 1658, begraven in de kerk van Oostvoorne (zerk onder de preekstoel)
XXVII. Cornelia Huibrechtsdr. Cleijburg, gedoopt NG Oostvoorne 14 mrt. 1655, trouwde NG Oostvoorne 14 april 1680 Aren Leendertsz. Boelhouwer
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1029, akte dd 15 febr. 1703: Rekening van Abraham Steiaart over de goederen toekomende Tanneke Leenderts Jongejan over de periode 1692-1703, in handen van genoemde pupil, meerderjarige ongehuwde dochter te Brielle, geassisteerd met Arie Leenderts Boelhouwer, Jan-Andries Jongejan, Jan Jans Houvast in huwelijk hebbend Pleuntje Leenderts Jongejan en Kommer Jacobs van der Poel als in huwelijk hebbend Maartje Leenderts Jongejan, haar ooms en zwagers . Voor Tanneke werd een lijfrente van f 100 per jaar aangekocht. Zij was in de kost bij resp. Maarten Ariens de Valk, Leendert Lodder, Jan Dekker, wever in het Zuideinde, Lieven Jans Sneebal, Mees Jans Baars, Arie Kornelis Prooien, Lijsbeth Jans weduwe van Nicolaas Vermaat, Teunis Klaas Wanschaar (Wantschaar), Klaas Arens Komen en Jan Keiser, loodgieter. Verder ook bij diverse familieleden. Leveranties werden gedaan door Maartje Klaas (keurslijf), Bartholomeus de Haas (idem), Bastiaan Bastiaans Wil (schoenen), Willem van der Graaf (idem), Bartholomeus Meister (stoffen), Willem Lakenkoper (wanten), Maartje Ariens van der Vuist (linnen en kant) en Lijsbeth Sonneviel (stoffen). Lijsbeth Bastiaans, Arentje Donkers en Maartje Mantels ontvingen naailoon. Mr. Ieman Jongejan trad op als chirurgijn. De rekening is gedaan in de herberg De Prins van herbergier Roelof de Gier. Getuige Dr. Antonie de Haas.
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1029, akte dd 22 dec. 1703: Compareren enerzijds Grietje Leenderts Boelhouwer, weduwe van Michiel Arens Overheul wonend in de Nieuwe Goote, en anderzijds Kommer Jacobs van der Poel als in huwelijk hebbend Maartje Leenderts Jongejan, wonend te Brielle, Arie Leenderts Boelhouwer te Oostvoorne en Abraham Steiaart pp voor Jan Andries Jongejan als in huwelijk hebbend Neeltje Leenderts Boelhouwer. Allen zijn naaste verwanten van Tannetje Leenderts Jongejan, onlangs meerderjarig geworden, maar niet in staat voor zichzelf te zorgen. Destijds is voor haar een lijfrente van f 100 gekocht, die onvoldoende is gebleken. Voogd Abraham Steiaart heeft al een vordering die zal worden voldaan door de drie comparanten ter andere zijde. Eerste comparante neemt op zich voor het bedrag van de lijfrente Tannetje te onderhouden, mits haar boedel er na haar overlijden niet mee wordt belast.
XXVIII. Huibrecht Arendsz. Boelhouwer, gedoopt NG Oostvoorne 15 sept. 1686
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1031, testament dd 22 sept. 1719: Mutueel testament van Huibrecht Arens Boelhouwer en Annetje van den Bergh wonende Oostvoorne. Langstlevende zal kinderen opvoeden tot 25 jaar of eerder huwelijk en dan 25 gld uitkeren. Langstlevende voogd. Getuigen Arie Klos en Kornelis van ’t Wout.
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1040, testament dd 16 april 1730: Mutueel testament van Pieter Jans Jongejan schepen van Rockanje en Lena van den Bergh echtelieden wonende Rockanje. Langstlevende wordt benoemd tot voogd en executeur en moet de kinderen opvoeden tot 25 jr of eerder huwelijk en dan aan ieder uitkeren 1000 gld met seclusie van de weeskamer. Zij benoemen tot toeziende voogden Jan Leenderts de Baan schepen van St Annapolder en Huibrecht Boelhouwer wonende Oostvoorne. Getuigen Kommer Kornelis Kleijburg en Hendrik Knegteling.
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1049, akte dd 13 aug. 1740: Compareren enerzijds Johannes van Putten, weduwnaar van Annetje van den Berg, die eerder weduwe was van Huibert Boelhouwer, en Christoffel van Achthoven, schout en secretaris van Oostvoorne, Rugge en Oosterland, als namens het gerecht van Oostvoorne gesteld voogd over de minderjarig nagelaten kinderen van Huibrecht Boelhouwer; en anderzijds (vertegenwoordigers van) de vele schuldeisers in de boedel. Men heeft de boedel insolvent bevonden en stelt Van Achthoven voornoemd, Nicolaas Honig en Kornelis Manintveld aan tot redderaars. Getuige Paulus van der Voorden.
Streekarchief Voorne-Putten, not. archieven inv. 1059, akte dd 16 dec. 1748: Huibrecht Arens Boelhouwer en Annetje Arens van den Berg, in leven echtelieden gewoond hebbend en overleden in de polder van Oostvoorne, stelden bij testament van 27-2-1731 (voor gerecht van Oostvoorne) Kornelis Dirks Manintveld, leenman van Voorne wonend in Rugge en Pieter Sanders Jongejan, schepen van Rockanje aan tot voogden over hun minderjarige erfgenamen.Aangezien laatstgenoemde is overleden assumeert Manintveld Adam Floris van Toledo wonend onder Rugge en Sander Pieters Jongejan onder Rockanje in diens plaats. Beiden compareren mede en aanvaarden de voogdij. Getuige Pieter Stouchje (signeert Stougie)
XXIX. Dingenom Boelhouwer, gedoopt NG Oostvoorne 26 febr. 1730, trouwde Rockanje 9 okt. 1757 Abraham Smoor
XXX. Annetie Smoor, gedoopt NG Rockanje 2 juli 1758, trouwde Rockanje 30 nov. 1777 Cornelis Stolk
XXXI. Jacob Stolk, gedoopt Rockanje 12 april 1778, overleden ald. 7 sept. 1850
XXXII. Cornelis Stolk, geboren Rockanje 7 okt. 1799, overleden Oostvoorne 11 mei 1864
XXXIII. Jaapje Stolk, geboren Oostvoorne 15 april 1829, overleden 1919, trouwde Brielle 7 juli 1852 Jacob den Haan
XXXIV. Cornelis den Haan, geboren Rockanje 30 mei 1856, overleden Dubbeldam 23 dec. 1936
XXXV. Adrianus den Haan, geboren Numansdorp 17 nov. 1899, overleden Dordrecht 11 april 1996
XXXVI. Bastiaan den Haan, geboren Dordrecht 13 aug. 1921, overleden Dordrecht 20 juni 1999
XXXVII. Adrianus Barend (André) den Haan, geboren Dordrecht 27okt. 1954
Stamreeks II.
Bronnen:
Generatie It/m VIII: Gens Nostra 1990, p. 374-375
Generatie IX: Stamboom Leo van Kruining (internet)
Generatie X t/m XXX: kwartierstaat Noordermeer in Kwartierstatenboek Prometheus VII
Generatie XXXI e.v.: eigen onderzoek
I. Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt (zie hierboven)
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen *
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993
V. Dirk III, graaf 993-1039

Standbeeld van Dirk IV, graaf van Holland, die in 1049 sneuvelde bij Dordrecht. (Varkenmarkt Dordrecht, sept. 2011)
VI. Floris I, graaf 1049-1061, opvolger van zijn broer Dirk IV
VII. Dirk V, graaf 1061-1091
VIII. Floris II de Vette, graaf 1091-1121
IX. NN (Hadewich?) Florisdr. (buitenechtelijk), mogelijk identiek met Adewij van Vorensis, vermeld in een akte uit 1157,trouwde Hugo III van Voorne.
In oude stukken noemen de graven van Holland de heren van Voorne hun bloedverwanten. (De Nederlandsche Leeuw 1928, kol. 293)
Hugo de Vorne treedt op als getuige in twee oorkonden van bisschop Burchard van Utrecht uit het jaar 1108. In het eerste stuk komt hij voor onder de principes, d.w.z. edelen en vrijen, in het tweede onder degenen, die worden aangeduid alslaycos liberos, ter onderscheiding van de geestelijke heren en dienstlieden (servientes), die mede onder de getuigen voorkomen.Zijn opvolger als heer van Voorne was Florens, wiens land (terra) in 1156 als belending genoemd wordt van goederen,door graaf Dirk VI (1121-1157) aan de Luxemburgse abdij Echternach geschonken.Florens blijkt een vazal van de Hollandse graaf te zijn, met wie hij in 1167 bij het verdrag van Brugge met Vlaanderen en in 1173 te Ieperen als getuige optreedt. (De Nederlandsche Leeuw 1928, kol. 294)
X. Dirck van Voorne, overleden na 1189, trouwde NN, dochter of kleindochter van Unarch van Nadelwich
XI. Bartholomeus van Voorne van Maerlant (van Naaldwijck), overleden na 1203
XII. Hugo I van Naeldwijc van Voorne, overleden na 1261, trouwde NN, erfdochter van Velzen
XIII. Hugo II van Naeldwijc, overleden na 1263, erfmaarschalk van Holland
“In een Latijnsch, zeer aanmerkelijk, Charter van 28 April des Jaars 1255 … , leest men, dat koning Willem II [graaf van Holland en Duits koning] aan Hugo van Naaldwijk vergunde, het Ambagt van Velsen, (’t geen hij van dien Vorst, als Graave, te leen hieldt) aan Willem van Brederode te verkoopen, mits het regt tot den nakoop, geduurende eenigen tijd, aan den Koning bleeve … Ook vinde ik in de Latijnsche keur van Westkapel; gegeven ten jaare 1223, als mede in eenige Latijnsche Charteren van Heere Henrik, Heer van Voorne, op de jaaren 1230, 1248, 1249 en 1257, mede van Hugo van Naaldwijk gewag, zo als ook nog in den jaare 1261, daar hij Heer (teken van Ridderschap) Hugo en; zoals, elders, te meermalen; Bloedverwant (consanguineus) van den Heere van Voorne heet …[Het aannemelijkst acht ik het] dat de egtverbintenis met een Erfdogter uit het Huis van Velsen bij deezen Hugo, of een’ deezer Hugo’s moet gesogt worden, en dat dus het Maarschalkambt, even als de Ambagts-heerlijkheid van Velsen en, mooglijk, meerdere goederen, welke die Erfdogter bezat, vóór het midden der dertiende eeuw aan’t Geslagt van Naaldwijk zal zijn overgegaan … Heer Hugo van Naaldwijk, die, in het Charter des Heeren van Voorne, ten Jaare 1248 voorkomt, wordt aldaar reeds verondersteld, kinderen te hebben.” (H. van Wijn, Huiszittend Leeven, 1e deel, 1e stuk [Amsterdam 1801], Hoofdstuk III: Onderzoek, hoe en wanneer de Heeren van Naaldwijk Erfmaarschalken van Holland zijn geworden, p. 120-121.)
XIV. Boudewijn van Naeldwijc, overleden na 1296
XV. jonkvrouw Sophia Boudewijnsdr. van Naeldwijc, wordt getocht aan10 morgen land in Schipluiden op 12 aug. 1322,overleden na 1333, trouwde 10 aug. 1322 Jan Coppaerdsz. van Schipliede (alias van Dorp), woonde in 1323 te Schipluiden, overleden1350 of1351
– 22 jan. 1306: Jan Coppaertsz. beleend met 10 mrg. land in Maasland
– 19 aug. 1340: Jan Coppaertsz. beleend met Steenhuijsland
XVI. Coppaerd Jansz., overleden na 14 juni 1365
– 13 mrt. 1366: Ade, dochter van Coppaerd Jansz., doet afstand van land in het Nieuweland , door het gasthuis van den Zande vanCoppaerd gekocht, welke Ade als morgengift had. (Navorscher 1941, p. 4, noot 3)
XVII. NN Coppaertsdr. van Dorp, trouwde Meijns NN, beleend in 1342
XVIII. Coppaert Meijnsensz. van Vliet,testeert op 24 nov. 1380, trouwde Lijsbeth NN
XIX. Kerstant Coppaertsz., Heilige-Geestmeester van Naaldwijk(1402), welgeborene van De Lier,overleden De Lier 1424
– 1388: Kerstant Coppertsz. woont op het Opstalbij de Poelpolder in het Westland. (J.G. de Ridder, Uit de geschiedenis van het Westland [Den Haag 1979], p. 98 en 100.)
XX. Jan Coppaert Kerstantsz., overleden 24 mrt. 1425, trouwde Katrijn NN
XXI. Kerstant Janz. van der Vliet, overleden na 1483
– 1483: Kerstant Jansz. is leenman van de Hofstad Oud-Alkemade met land onder het ambacht Hazerswoude. (Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 348)
XXII. Jacob Kerstantsz. van der Vliet, Heilige-Geestmeester en kerkmeester van Naaldwijk (1470),overleden Naaldwijk7 april (Pasen) 1482, trouwde Machtelt NN
XXIII. Kerstant (Corstiaen) Jacobsz. van der Vliet, Heilige-Geestmeester van Naaldwijk (1497),woonde op de hofstedeHoge Werf 1495-1513,vermoedelijk overleden Naaldwijk 2 juli 1515, trouwde 1e Alijt, overleden 28 mrt. 1497, 2e Machteld Bartholomeusdr. van Dorp, overleden vermoedelijk Naaldwijk 11 okt. 1524
XXIV. Willem Corsz. van der Vliet, overleden Naaldwijk 22 jan. 1567, trouwde Pietertgen Amensdr. (Adamsdr.)
XXV. Neeltgen Willem Corssendr. van der Vliet,overleden 15 sept. 1606 (begraven in De Lier), trouwde Jan Arentsz. Tou(w) van der Burch, geboren ca. 1539, overleden ’t Woud 8 aug. 1595
XXVI. Jannitgen Jansdr. Tou van der Burch, begraven Naaldwijk 3 okt. 1638, trouwde, trouwde De Lier 7 aug. 1588 Pouwel Adriaensz. van Dijck van Adrichem, begraven Naaldwijk 10 nov. 1630
XXVII. Jan Pouwelsz. Touw van Dijck, overleden vóór 27 okt. 1658, trouwde Annetje Jacobsdr. van Vliet
XXVIII. Willem Jansz. Touw, geboren vóór 1637, overlijden aangegeven Abbenbroek 28 nov. 1705, trouwde Lijntje Hendriks
XXIX. Cornelis Willemsz. Touw, trouwde Oostvoorne 23 nov. 1716 Maartie Willemsdr. van Lugtenburg
XXX. Willem Cornelisz. Touw, 1718-vóór 1750, trouwde Teuntje Jansdr. Steenbakker
XXXI. Maartje Touw (1743-1807), trouwde Leendert Jansz. Noordermeer
XXXII. Adriana Noordermeer (1776-1818), trouwde Jacob Stolk
XXXIII. Cornelis Stolk (1799-1864)
XXXIV Jaapje Stolk (1829-1919), trouwde Jacob den Haan
XXXV. Cornelis den Haan (1856-1936)
XXXVI. Adrianus den Haan (1899-1996)
XXXVII. Bastiaan den Haan (1921-1999)
XXXVIII. Adrianus Barend den Haan (1954)
Stamreeks III.
Bronnen:
C. Sigmond en K.J. Slijkerman, De geslachten Cranendonck in Holland. ca. 1400-1700.(Rotterdam 1992)
C. Sigmond en K.J. Slijkerman, Drie verwante geslachten van Driel (Zuid-Hollandse Eilanden, ca. 1350-1650) (Rotterdam/Waarde 1998)
C. Sigmond en K.J. Slijkerman, De 14e eeuwse pastoor Roelof van Emmichoven (Emmikhoven) als stamvader van het geslacht Cranendonck in de Riederwaard, in Ons Voorgeslacht 2004, p. 233 e.v.
I, Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen *
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993
V. Dirk III, graaf 993-1039
VI. Floris I, graaf 1049-1061, opvolger van zijn broer Dirk IV
VII. Adelheid van Holland, overleden in 1085, trouwde Boudewijn van Guines, overleden in 1091
VIII. Gizela van Guines, overleden ca. 1140, trouwde Wenemar I van Gent, burggraaf van Gent
IX. Zeger Ivan Gent
X. Aleidis van Gent, overleden vóór 1154, trouwde 1e Hugo van Encre, 2e vóór 8 aug. 1145 Steppo van Viggezele
ex 2:
XI. Margaretha van Bornhem, trouwde Boudewijn van Altena, overleden in 1200
XII. Margaretha van Altena, overleden ca. 1245, trouwde 1e Otto II van Wickenrode, 2e Willem van Horne
ex 2:
XIII. Engelbert van Horne, trouwde Agnes van Wickenrode
XIV. Willem I van Cranendonck, overleden na 1282, trouwde Catharina NN, overleden na 1306
XV. Willem II van Cranendonck, overleden in 1321, trouwde Elisabeth van Steyn
XVI. Dirck van Cranendonck (ca. 1305, overleden vóór 20 juli 1343), heer van Cranendonck na het overlijden van zijn broer Willem III van Cranendonck ca. 1340, was vermoedelijk pastoor van Bindervelt in Limburg,kreeg vervolgens dispensatie voor een huwelijkmet zijn nicht Aleid van Horne, maar had uit dat huwelijk geen kinderen, hij had een relatie met NN, dochter van Roelof van Emmichoven, waaruit:
XVII. (bastaard) Roelof van Emmichoven, (geboren naar schatting ca. 1330, overleden ca. 1388), pastoor van de kerk van Maarheeze (onder Cranendonck) vanaf 1368, noemde zich in 1386 raadsheer van de heren van Horne, Altena en Kurtersem (Ons Voorgeslacht 2004, p. 238 e.v.)
XVIII. Jan Roelofsz. Cranendonck, geboren naar schatting ca. 1380, landpoorter van Dordrecht in de Riederwaard (vermeld 1445, 1446, 1450), beleend met 7 morgen land in de Spijk onder Emmikhoven bij dode van zijn broer Willem van Gennep (1411),bezat vijf en een halve morgen en zes morgenland in Nieuw-Reijerwaard, gelegen “after Slickerveer”, overleden na 1454 (Cranendonck, p. 17-18; Ons Voorgeslacht 2004, p. 239 e.v.)
De Spijk was een buurtschap in het oostelijke deel van Emmikhoven, tussen Veen en Wijk en Aalburg aan de Afgedamde Maas. (Ons Voorgeslacht 2004, p. 239)
XIX. RoelofJansz. Cranendonck, geboren naar schatting ca. 1420, landpoorter van Dordrecht in de Riederwaard (1445-1450),gezworenen en schout van Ridderkerk (resp. 1454 en 1459-1460), waarsman van Oud-Reijerwaard (1460, 1467-1470), overleden ca. 1483 (Cranendonck, p. 20; Ons Voorgeslacht 2004, p. 239)
XX. Gerrit Roelofsz. van Cranendonck, geboren naar schatting ca. 1435,overleden ca. 1514, begraven in de kerk van Ridderkerk, trouwde Beatrijs NN, overleden na 1514 (Cranendonck, p. 28 e.v.)
XXI. Gerrit Gerritsz. van Cranendonck, alias Gerrit Roelen, geboren naar schatting ca. 1460, landeigenaar in Oud-Reijerwaard, waasrman van Oud-Reijerwaard, Heilige-geestmeester van Ridderkerk (1513), overleden ca. 1529, trouwde Adriana Cleijsdr., overleden ca. 1557 (Cranendonck, p. 39 e.v.)
XXII. Lenert Gerritsz. van Cranendonck, geboren ca. 1511, eigenaar van land in Oud-Reijerwaard, gelegen achter de watermolen tegen de “opvliet”,heemraad van Ridderkerk, overleden na 1 juni 1581, trouwde Mariken Woutersdr., overleden na 1579 (Cranendonck, p. 58)
– 16 okt. 1569: Leendert Gheritsz. verkoopt Fop van Drijel Claesz. schout land in Oud-Reijerwaard. (id. p. 61)
– 16 okt. 1570: Leenaert Gheritsz. en Franchoeys Willemsz. die Boelere, procureur te Dordrecht, verkopen Fop van Drijel Claesz. schout land in het Oudeland van Ridderkerk. (ibid.)
XXIII. Grietje Lenertsdr. van Cranendonck, overleden vóór 1575, trouwde Fop Claesz. van Driel, geboren ca. 1523, heemraad en schout van Ridderkerk, overleden in 1590, die trouwde 2e Ridderkerk 20 april 1581 Magdalena Aartsdr., trouwde 1e Wijt Willemsz, 3e Ridderkerk 12 april 1593 Roeloff van Vreeswijk, van Deventer (Van Driel, p. 117 e.v.)
ex 1:
XXIV. Lenaert Foppen van Driel, geboren naar schatting ca. 1565, schout van Rijsoord en Strevelshoek, overleden Rijsoord 1 febr. 1635, trouwde Ridderkerk/Rijsoord 19 sept./31 okt. 1593Marijke Cornelis, dochter van Cornelis Thonisz., schout van Rijsoord, en NN, trouwde 2e Pleun Adriaensz.(Marijke waszuster van de moeder van Gerrit Jorisz. Cranendonck, NN Cornelisdr.Gerrit was de zoon vanJoris Gerritsz. Cranendonck alias Leenhouwer. (Cranendonck, p. 121; Van Driel, p. 164 e.v.)
XXV. Marijtge Leendertsdr. van Driel, gedoopt NG Rijsoord 16 jan. 1605, trouwde 1e Rijsoord 3 juli 1633Hendrik Joosten Verrijp, geboren ca. 1607, jongman van Cillaarshoek (1633), overleden ca. 1635, zoon van Joost Joosten Verrijp, bouwman in Bonaventura en schepen van ‘s-Gravendeel, en Lintghen Hendricksdr. (van Weeda), 2e Puttershoek 7 mrt. 1637 Cornelis Jacobsz. Capteijn, 3e Puttershoek 19 juni 1643 Pleun Ariensz. van der Swaen alias Swanegat, jongman van St. Anthoniepolder (1643), schepen van Puttershoek 1649-1658 (Van Driel, p. 165 e.v.)
Ex 1:
XXVI. Jan Hendriksz. Verrijp, geboren 1634
XXVII. Barber Jansdr. Verrijp, geboren 1675, trouwde Willem Cornelisz. Kuiper
XXVIII. Jan Willemsz. Kuiper, gedoopt NG Mijnsheerenland 18 dec. 1707
XXIX. Neeltje Kuiper, geboren 1735, trouwde Arij Arijensz. Schutter
XXX. Adriana Schutter, geboren ca. 1770, trouwde Cornelis Gijsbertsz. de Vos
XXXI. Cornelis Gijsbertsz. de Vos (1774-1832)
XXXII. Neeltje de Vos (1797-1859), trouwde Cornelis van der Hoeven
XXXIII. Bastiaan van der Hoeven (1829-1904)
XXXIV. Maria van der Hoeven (1863-1944), trouwde Cornelis den Haan
XXXV. Adrianus den Haan (1899-1996)
XXXVI. Bastiaan den Haan (1921-1999)
XXXVII. Adrianus Barend den Haan (1954)
* Afstamming van Hildegard van Vlaanderen van Karel de Grote:
I. Karel I de Grote (742 of 748- 28 jan. 814), keizer
II. Lodewijk I de Vrome (778-840), keizer
III. Karel II de Kale (823-877), keizer
IV. Judith van West-Francië (okt. 844-870), trouwde Auxerre 13 dec. 863 Boudewijn I met de IJzeren Arm, eerste graaf van Vlaanderen, overleden 2 jan. 879
V. Boudewijn II van Vlaanderen, overleden 10 sept. 918
VI. Arnulf I van Vlaanderen, overleden 27 mrt. 965
VII. Hildegard van Vlaanderen, overleden 10 april 990, trouwde Dirk II, graaf van Holland (zie hierboven: stamreeks I en II,generatie III)
Stamreeks IV.
I Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993, trouwde Lutgard
“988: dood van graaf Dirk II. Zijn zoon Arnulf volgde hem op, die … naar zijn wens een passende echtgenote had: Lutgard, de zuster van keizerin Theofanu, de moeder van keizer Otto … Arnulf kreeg uit Lutgard twee zonen Dirk en Sifrid, bijgenaamd Sicco.” (Annales Egmundenses [Hilversum 2007], p. 117 e.v.) Lutgard was in werkelijkheid de zuster van Cunigunde van Luxemburg, de vrouw van keizer Hendrik II.
V. Sifrid van Holland (Van Leeuwen, o.c., p. 1116)
VI. Simon van Teylingen, 1e heer van Teylingen (ibid.)
“Het Wapen van Teilingen is een Rode Leeuw op een Velt van Gout, doorsneden met een Baarnsteel van Silver.” (Van Leeuwen, o.c., p. 1120)
VII. Gerard van Teylingen, overleden 1100 (Van Leeuwen, o.c., p. 1116)
VIII. Gerrit van Teylingen, overleden 1164 (ibid.)
IX. Hugo van Teylingen, overleden 1172 (ibid.)
X. Willem van Teylingen, heer van Teylingen en “van der Lecke, wierd in den Oorlog tegen den Grave van Loon gevangen” (Van Leeuwen, o.c., p. 1116), trouwde 2e Agniese van Bentheim (zie Stamreeks V, generatie XI)
XI. Arend van Rijswijk van Teylingen, overleden in 1216, trouwde Halewijne van Egmont, dochter van Wouter van Egmont (Kwade Wouter)
XII. Bertha van Rijswijk van Teylingen, overleden in 1279, trouwde Dirk I van Wassenaar, burggraaf van Leiden, (Van Leeuwen, o.c., p. 1148), overleden in 1245
1233: het ambacht Wassenaar: Dirk van Wassenaar als leenheer vermeld en Berta, zijn vrouw, zal niet versterven (Kort, o.c., p. 128)
XIII. Philips II van Wassenaar, geboren in 1230, vermeld in 1248 en 1287 (Van Leeuwen, o.c., p. 1148)
3 okt. 1291 (het ambacht Wassenaar): Filips van Wassenaar, dienaar van de leenheer, als leenheer vermeld 1290-1295, met zijn goed en wat hem eventueel zal aankomen van Dirk, heer van Wassenaar, niet te versterven, bevestigd door Dirk, graaf van Kleef. (Kort, o.c., p. 128)
XIV. Dirk II van Wassenaar, geboren in 1260, (Van Leeuwen, o.c.), overleden ca. 1312
6 jan. 1300 (het ambacht Wassenaar): Dirk van Wassenaar, als leenheer vermeld tot 1312, met zijn goed zoals zijn vader en grootvader (Kort, o.c., p. 128)
XV. Philips III van Wassenaar, burggraaf van Leiden, (Van Leeuwen, o.c., p. 1148), overleden in 1348
1 april 1339 (het ambacht Wassenaar): Filips van Wassenaar, als leenheer vermeld vanaf 1320, krijgt 11 morgen achter de hof ten eigen (Kort, o.c., p. 128)
XVI. Dirk III van Wassenaar, burggraaf van Leiden, heer van Valkenburg, overleden in 1391 op het Huis te Sant aan de Rijn tussen Katwijk en Rijnsburg (Van Leeuwen, o.c., p. 1149)
XVII. Catharina van Wassenaar (bast.), geboren in 1350, trouwde ca. 1370 Dirk Zaij Gosewijns van der Lede (ibid.)
5 1⁄2 morgen land in Spirincshoec tussen de Zeedijk ende Oudedijk:
30-10-1370: Dirc Zay Goeswijnsz. tocht zijn vrouw Katherine, bastaarddochter van Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, aan dit land, waarnaast hij haar 75 pond hollands per jaar bewijst volgens de huwelijkse voorwaarden, onder bezegeling door zijn broer Jan Goeswijnsz. Haar vader zal haar 300 pond hollands geven als een rente van 30 pond, door de rent- meester van Wassenair uit te keren uit zijn domeinen, half op Vorscotenmarkt en half op Valckenburchmarkt, te lossen met 300 pond. Bij kinderloos overlijden van Katrine zal deze rente weer terugvallen aan de heer van Wassenair en zijn erfgenamen (AA, fol. 18 en 18v).
29-6-1371: Dirc Zay Goeswijnsz., zwager van de leenheer heer Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, ridder, na opdracht uit eigen (AA, fol. 56v en A, fol. 40).
30-9-1423: Adriaen Gooswijnsz. van der Leede, neef van de leenheer Heynric, heer van Wasse- nair en burggraaf van Leyden, bij dode van zijn vader Gooswijn van der Leede (A, fol. 40v).
Het huis te Sciedamme,waarin Jan Goeswijnsz. van der Leede woont, tussen Reynier Hughez. en Jan Aerntsz.:
5-10-1368: Jan Goeswijnsz. van der Leede na opdracht uit eigen (AA, fol. 41v en A, fol. 39v).
..-.-1…: Dirc Zaye Goeswijnsz. van der Leede, vermeld op 13-1-1416 (A, fol. 30).
10-11-1424: Baertout Dirc Zayenz., neef van de leenheer Heinrick, heer van Wassenair en burg- graaf van Leyden, bij dode van zijn vader Dirc Zaye (A, fol. 43v).
XVIII. Adriana Dierc Zaijens van der Lede, geboren in 1395, trouwde Pieter III, heer van Duijveland, Pendrecht en Rhoon (ibid.)
XIX. Pieter IV van Rhoon, overleden in 1509
XX. Pieter V van Rhoon, overleden in 1534
XXI. Gerrit van Rhoon, overleden in 1600
Hij had eenbuitenechtelijke relatie met Katrijna Clementsdr., overleden voor 10 mrt. 1559, dochter van Clement Aertsz. en Adriaentge Andriesdr., waaruit een natuurlijke dochter:
XXII. Helena Gerritsdr. van Rhoon (bastaard), geboren ca. 1544 waarschijnlijk in Den Haag, biersteekster, overleden Rhoonse veer voor 19 okt. 1623, trouwde naar schatting ca. 1565 Philips Cornelisz. (Vermaet), biersteker, schepen van Rhoon (1566), overleden tussen 1593 en 1600 vermoedelijk in Spijkenisse (Ons Voorgeslacht 1980, p. 490 en Ons Voorgeslacht 1999, p. 74). Zij trouwde 2e Jacob Mathijsen (Ons Voorgeslacht 1999, p. 74)
10 mrt. 1559: Aernt Clementsz. en Annetge Clementsdr. verklaren, dat Adriaentge Andriesdr., weduwe van Clement Aertsz., dezer wereld is overleden, achterlatende de beide comparanten met nog een natuurlijk kindskind, genaamd Helena Gerritsdr., “de welke een Gerijt van Roen geproceerd heeft bij saliger Katrijna Clementsdr., haar dochter”. Over Helena worden voogden aangesteld: zij is dan dus nog minderjarig. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 320-321)
XXIII. Philips Philipsz. (oude) Vermaet, geboren ca. 1567, schipper en biersteker te Rhoon
XXIV. Cornelis Philipsz. Vermaet, geboren Spijkenisse 1607, overleden in of vóór 1668
XXV. Philips Cornelisz.Vermaet, geboren ca. 1640, overleden Spijkenisse 11 mrt. 1684 (grafzerk in de kerk)
XXVI.Cornelis Philipsz. Vermaet (1668-na 1708), schipper op de Oude Tol onder Simonshaven
XXVII. Catalijntje Cornelisdr. Vermaet (ca. 1690-1743), trouwde voor 1714 Jacobus Hoekendijk (alias van Vendeloo)
XXVIII. Martijntje van Vendeloo (1733-1791), trouwde Jacob van der Blom
XXIX.Arentje van der Blom (1767-1830), trouwde Izak Roest
XXXJosina Roest (1794-1872), trouwde Cornelis Stolk
XXXI. Jaapje Stolk (1829-1919), trouwde Jacob den Haan (1819-1878)
XXXII.Cornelis den Haan (1856-1936)
XXXIII.Adrianus den Haan (1899-1996)

Adrianus den Haan (ca. 1925)
XXXIV. Bastiaan den Haan (1921-1999)

Bastiaan den Haan (ca. 1940)
XXXV. Adrianus Barend den Haan (1954)
Stamreeks V
I Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993, trouwde Lutgard
“988: dood van graaf Dirk II. Zijn zoon Arnulf volgde hem op, die … naar zijn wens een passende echtgenote had: Lutgard, de zuster van keizerin Theofanu, de moeder van keizer Otto … Arnulf kreeg uit Lutgard twee zonen Dirk en Sifrid, bijgenaamd Sicco.” (Annales Egmundenses [Hilversum 2007], p. 117 e.v.) Lutgard was in werkelijkheid de zuster van Cunigunde van Luxemburg, de vrouw van keizer Hendrik II.
V. Dirk III, graaf van Holland, overleden 27 mei 1039
VI. Floris I, graaf van Holland, overleden Nederhemert 28 juni 1061
VIi. Dirk V, graaf van Holland, overleden 17 juli 1091
VIII. Floris II, graaf van Holland, overleden 2 mrt. 1122
IX. Dirk VI, graaf van Holland, overleden bij Utrecht 5 aug. 1157
X. Otto, graaf van Bentheim, overleden in 1298 0f 1209
XI. Agniese van Bentheim, overleden in 1203, trouwde Willem van Teylingen en Brederode, vermeld 1174, vervolg zie Stamreeks IV, generatie X.
Stamreeks VI
I. Karel I de Grote (748-814)
II. Lodewijk I de Vrome (778-840)
III. Karel II de Kale (823-877)
IV. Lodewijk II de Stamelaar (846-879)
V. Karel III de Eenvoudige (879-929)
VI. Lodewijk IV van Overzee (921-954)
VII. Karel van Neder-Lotharingen (953-ca. 995)
VIII. Ermengarde, trouwde Albert I van Namen (overleden ca. 1011)
IX. Albert II van Namen (overleden 1067)
X. Hedwig van Namen, trouwde Gerard van Lotharingen (ca. 1030-1070)
XI. Dirk II van Lotharingen (overleden 1115)
XII. Gertrude van Lotharingen, trouwde Floris II van Holland, vervolg zie Stamreeks I, generatie IX
Stamreeks VII
I Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993, trouwde Lutgard
“988: dood van graaf Dirk II. Zijn zoon Arnulf volgde hem op, die … naar zijn wens een passende echtgenote had: Lutgard, de zuster van keizerin Theofanu, de moeder van keizer Otto … Arnulf kreeg uit Lutgard twee zonen Dirk en Sifrid, bijgenaamd Sicco.” (Annales Egmundenses [Hilversum 2007], p. 117 e.v.) Lutgard was in werkelijkheid de zuster van Cunigunde van Luxemburg, de vrouw van keizer Hendrik II.
V. Dirk III, graaf van Holland, overleden 27 mei 1039
VI. Floris I, graaf van Holland, overleden Nederhemert 28 juni 1061
VII. Dirk V, graaf van Holland, overleden 17 juli 1091
VIII. Floris II, graaf van Holland, overleden 2 mrt. 1122
IX. Dirk VI, graaf van Holland, overleden bij Utrecht 5 aug. 1157
X. Floris III, graaf van Holland, overleden tijdens de Derde Kruistocht op 1 aug. 1190 (begraven in Antiochië)
XI. Willem I, graaf van Holland, geboren 1168, nam deel aan de Vijfde Kruistocht (Portugal, Damiate in Egypte), overleden 4 febr. 1222
XII. Otto III, bisschop van Utrecht (gekozen 1233, gewijd 1245), geboren 1214, overleden 3 april 1249
XIII. Aleid van Holland (buitenechtelijk), trouwde 1 febr. 1270 Boudewijn van Noordwijk
1273: Floris V, graaf van Holland, schenkt hun het duingebied ten noorden van Noordwijkerhout.
XIV. Floris van den Boekhorst, Ridder, kasteelheer van de Boekhorst, baljuw van Delf- en Schieland (1319), overleden 1322
2 febr. 1311: Florens van den Boechorst ridder zegelt met een klimmende leeuw en een barnsteen met vijf hangers (Ons Voorgeslacht 1991, p. 218)
XV. Jan Florisz. van den Boekhorst, Ridder, geboren ca. 1305, baljuw van Rijnsburg, houtvester van de Haarlemmerhout, lid van het Hoeks verbond (1350), verbannen in 1351, overleden tussen 1351 en 6 mrt. 1357
XVI. Willem van den Boekhorst, geboren naar schatting ca. 1340
XVII. Katrijn van den Boekhorst, geboren naar schatting ca. 1395, trouwde ca. 1420 Claes van Adrichem van Hogendorp
XVIII. Thomas (Dammas) van Hogendorp, Ridder, heer van Spaarnwoude en Penninxveen, geboren ca. 1420, overleden mei 1457 (vermoord) in het Oge, begraven in de Grote Kerk te Haarlem 29 mei 1457
De door Reinoud I in 1388 ingevoerde regeling de door de landsheer aan de dorpen opgelegde beden en heffingen hoofdelijk en gelijkelijk over de bewoners van het Oge om te slaan, leidde in 1457 tot ernstige ongeregeldheden.
“De incassering van de beden liep via de rentmeester-generaal van Holland, Zeeland en West- Friesland. In mei 1457 werd een door hertog Filips opgelegde bede van 16 gouden schilden geïncasseerd door de in Haarlem zetelende Thomas van Hogendorp, die voor dit doel met zijn helper Jacob van Alkemade en een dienaar naar het Oge was gereisd en daar aan het werk gegaan.
De bevolking kwam heftig in opstand tegen de inning van de bede. In oplaaiend ongenoegen werd op 26 mei 1457 de gevluchte beambte Thomas van Hogendorp doodgeslagen. Hij werd na drie dagen begraven. De Oger bevolking weigerde later medewerking tot herbegraving in Haarlem totdat hertog Filips hiertoe bevel gaf.
Omdat Brederode het hoge gerecht op het Oge bezat, vond berechting plaats door de baljuw en leenmannen van Brederode op het Oge. Ondanks onderzoek bleken de daders in de gesloten bevolking onvindbaar. Tenslotte greep hertog Filips in 1461 op verzoek van de familie van Hogendorp zelf in, tot de zaak in 1464 met gevangenisstraf en hoge boetes tot oplossing kwam.” (Genealogy Richard Remmé, in genealogieonline.nl)
XIX. Albrecht van Hogendorp, geboren ca. 1450, begraven Haarlem 19 jan. 1510
XX. Margaretha van Hogendorp, geboren ca. 1506, overleden in 1585, trouwde Hans Colterman
XXI. Hans Hansz. Colterman, geboren ca. 1535, bierbrouwer in “die Oliphant” te Haarlem, overleden 1591
XXII. Johan Jansz. Colterman, geboren ca. 1565, heer van Callantsoog, raad en burgemeester van Haarlem, begraven Haarlem 25 mrt. 1616
XXIII. Johan Colterman, geboren Haarlem 20 okt. 1591, raad en burgemeester van Haarlem, rentmeester-generaal van Kennemerland en West-Friesland, begraven Haarlem 24 april 1649, trouwde NG Amsterdam 30 mrt. 1628 (ondertrouw) Anna Gerridsdr. van Schoonhoven, geboren te Middelburg naar schatting ca. 1609, dochter van Geraert van Schoonhoven en Anna Munnicx.
“Gerard van Schoonhoven (1566-1630) was geboren in Antwerpen en kwam als koopman naar de Noordelijke Nederlanden, eerst naar Middelburg en later naar Amsterdam. Bij de verlening van het octrooi van de VOC is hij vermeld als een van de bewindhebbers van de kamer Zeeland. Hij kocht kort voor zijn dood de hofstede Vogelenzang in de duinstreek. Na zijn dood bleven de Beemster landerijen in bezit van zijn weduwe Anna Munnicx, mogelijk een zuster van Sara, de vrouw van Jan van der Straten, hoofdingeland van de Beemster.” (Genealogy Richard Remmé, in genealogieonline.nl)

Portret van Anna van Schoonhoven door Johannes Cornelisz. Verspronck uit 1641 (collections.louvre.fr)
XXIV. Daniël Colterman, geboren Haarlem juni 1636, overleden juni 1672, trouwde 2e NG Haarlem 18 febr. 1659 Elisabeth des Hayes
XXV. Charlotte Susanna Colterman, gedoopt NG Haarlem 14 okt. 1668, van Haarlem wonende te Harderwijk (1698), begraven Harderwijk 15 mrt. 1725, trouwde Harderwijk 2 mei 1698 Lambert (de) Ridder, van Kampen wonende te Harderwijk (1698), muntmeester van Gelderland
XXVI. Helena Wilhelmina de Ridder, gedoopt NG Harderwijk 22 mei 1707, begraven Maarheeze 19 jan. 1784, trouwde Hierden 9 mei 1725 (ondertrouw) Johan Greve
XXVII. Carel Greve, gedoopt NG Groenlo 14 juni 1744, woonde ca. 1770 in Gestel, in 1787 vermoedelijk in Maarheeze, overleden in Breukelen 8 sept. 1808, trouwde NG Veldhoven 18 dec. 1762/2 jan. 1763 Pieternella van Braam, gedoopt NG Bergen op Zoom 4 juni 1730, overleden Maarheeze 24 april 1787, dochter van Gillis van Braam en Albertina Adriana van Rijssel.
XXVIII Maria Greve (1768-1819), trouwde Utrecht 3 nov. 1795 Hendrik Kropff
XXIX. Pieternella Kropff (1796-1870), trouwde Herwijnen 30 juli 1819 Andries Liebrecht
XXX. Hendrika Liebrecht (1826-1907), trouwde Rossum 3 sept. 1847 Gerrit Jacobus van Soomeren
XXXI. Gerrit Jacobus van Soomeren (1868-1951)
XXXII. Cornelia Gijsberta van Soomeren (1904-1991), trouwde Barend Haksteen
XXXIII. Geertrui Haksteen (1928-2016), trouwde Bastiaan den Haan
XXXIV. Adrianus Barend (André) den Haan (1954)
Stamreeks VIII
I Gerulf II, graaf van West-Frisia, overleden tussen 898 en 914
II. Dirk I, graaf, vermeld 916-928
II. Dirk I bis, vervalt
III. Dirk II, graaf ca. 939-988, trouwde 950 Hildegard van Vlaanderen
IV. Arnulf I van Gent, graaf 988- 993, trouwde Lutgard
“988: dood van graaf Dirk II. Zijn zoon Arnulf volgde hem op, die … naar zijn wens een passende echtgenote had: Lutgard, de zuster van keizerin Theofanu, de moeder van keizer Otto … Arnulf kreeg uit Lutgard twee zonen Dirk en Sifrid, bijgenaamd Sicco.” (Annales Egmundenses [Hilversum 2007], p. 117 e.v.) Lutgard was in werkelijkheid de zuster van Cunigunde van Luxemburg, de vrouw van keizer Hendrik II.
V. Dirk III, graaf van Holland, overleden 27 mei 1039
VI. Floris I, graaf van Holland, overleden Nederhemert 28 juni 1061
VII. Dirk V, graaf van Holland, overleden 17 juli 1091
VIII. Floris II, graaf van Holland, overleden 2 mrt. 1122
IX. Dirk VI, graaf van Holland, overleden bij Utrecht 5 aug. 1157
X. Floris III, graaf van Holland, overleden tijdens de Derde Kruistocht op 1 aug. 1190 (begraven in Antiochië)
XI. Margaretha van Holland, geboren ca. 1160, overleden Kleef 4 nov. 1203, trouwde Lisse 1182 Diederik III (V), graaf van Kleef
XII. Diederik VI, graaf van Kleef, geboren ca. 1185, overleden 13 mei of 26 juni 1260
XIII. Diederik Luf I van Kleef, geboren ca. 1228, graaf van Saarbrücken, overleden tussen 7 april en 20 juli 1277
XIV. Diederik Luf II van Kleef, graaf van Hülchrath, geboren ca. 1260, overleden voor 8 mei 1309
XV. Agnes van Kleef-Hülchrath, geboren ca. 1288, overleden Brussel 17 mei 1338, trouwde Rutger (Rogier) van Leefdael
XVI. Isabel van Leefdael, trouwde Willem, heer van Pietersheim, geboren ca. 1310, overleden 1350
XVII. Willem van Pietersheim, geboren naar schatting ca. 1340, kanunnik en rijproost van het kapittel van St. Servaas te Maastricht, overleden in of na 1423
XVIII. Lijsbeth van Pietersheim (natuurlijke dochter), geboren ca. 1395, overleden Oirschot 1477, trouwde Daniël van Vlierden
XIX. Daniël Daniëlsz. van Vlierden, geboren naar schatting ca. 1430, tussen 1463 en 1493 vele malen schepen van Oirschot, leefde nog op 9 febr. 1497
XX. Daniël van Vlierden, geboren ca. 1471, notaris te ‘s-Hertogenbosch, overleden aan de pest op 24 nov. 1546
XXI. Daniël van Vlierden, geboren ca. 1531, koopman, woonde tot ca. 1579 in ‘s-Hertogenbosch, daarna te Dordrecht, en vanaf ca. 1588 te Haarlem, begraven Haarlem mrt. 1603
XXII. Susanna Daniëlsdr. van Vlierden, geboren 1567, overleden 1616, trouwde 1588 Johan Colterman
XXIII. Johan Colterman, geboren Haarlem 1591, overleden Haarlem 1649
XXIV. Daniël Colterman, geboren 1636, overleden 1672
XXV. Charlotte Susanna Colterman, geboren 1668, overleden 1725, trouwde Lambert (de) Ridder
XXVI. Helena Wilhelmina de Ridder, gedoopt NG Harderwijk 22 mei 1707, begraven Maarheeze 19 jan. 1784, trouwde Hierden 9 mei 1725 (ondertrouw) Johan Greve
XXVII. Carel Greve, gedoopt NG Groenlo 14 juni 1744, woonde ca. 1770 in Gestel, in 1787 vermoedelijk in Maarheeze, overleden in Breukelen 8 sept. 1808, trouwde NG Veldhoven 18 dec. 1762/2 jan. 1763 Pieternella van Braam, gedoopt NG Bergen op Zoom 4 juni 1730, overleden Maarheeze 24 april 1787, dochter van Gillis van Braam en Albertina Adriana van Rijssel.
XXVIII Maria Greve (1768-1819), trouwde Utrecht 3 nov. 1795 Hendrik Kropff
XXIX. Pieternella Kropff (1796-1870), trouwde Herwijnen 30 juli 1819 Andries Liebrecht
XXX. Hendrika Liebrecht (1826-1907), trouwde Rossum 3 sept. 1847 Gerrit Jacobus van Soomeren
XXXI. Gerrit Jacobus van Soomeren (1868-1951)
XXXII. Cornelia Gijsberta van Soomeren (1904-1991), trouwde Barend Haksteen
XXXIII. Geertrui Haksteen (1928-2016), trouwde Bastiaan den Haan
XXXIV. Adrianus Barend (André) den Haan (1954)
Stamreeks IX
I. Karel de Grote (747-814)
II. Pepijn (773-810), koning van de Lombarden
III. Bernard (bastaard) (797-818), koning van de Lombarden
IV. Pepijn (ca. 818- na 850), graaf van Vermandois
V. Herbert I (850-900/907), graaf van Vermandois
VI. Herbert II (880-943), graaf van Vermandois
VII. Albert I de Vrome (ca. 931-987), graaf van Vermandois
VIII. Otto I van Chiny (ca. 955-987)
IX. Lodewijk I (overleden 1025), graaf van Chiny en Verdun
X. Lodewijk II (overleden ca. 1066), graaf van Chiny
XI. Arnold I (ca. 1045-1106), graaf van Chiny
XII. Otto II (ca. 1065-1131), graaf van Chiny
XIII. Ida van Chiny (overleden 1117), trouwde 1099 Godfried I met de Baard, graaf van Leuven
XIV. Godfried II (ca. 1105-1142), landgraaf van Brabant en hertog van Neder-Lotharingen
XV. Godfried III (ca. 1140-1190)
XVI. Hendrik I (ca. 1165-1235), hertog van Brabant en Nederland-Lotharingen
XVII. Mathilde van Brabant (ca. 1200-1267), trouwde in 1227 met Floris IV van Holland
XVIII. Aleid van Holland (1228-1284), trouwde Jan I van Avesnes
XIX. Jan II van Avesnes (ca. 1247-1304), graaf van Henegouwen en Holland
BIJLAGE
De afstamming van de Hollandse gravenDr. Kees Nieuwenhuijsen(1) Artikel gepubliceerd in De Nederlandsche Leeuw 126-2, 2009, p. 29 – 39. InleidingIn 1895 stelde de Duitse historicus Jaekel dat Dirk I, graaf van Holland, in een rechte lijn van de Friese koning Radbod afstamde.(2)De befaamde Friese vorst zou dus de stamvader van het Hollandse huis zijn. Jaekel’s werk is van meet af aan bekritiseerd, maar die kritiek ging niet veel verder dan de vaststelling dat de onderbouwing twijfelachtig was, zonder dat die argumentatie grondig werd geanalyseerd.(3)Wellicht heeft het ontbreken van zo’n analyse ertoe bijgedragen dat de idee van een directe lijn van Radbod naar de Gerulfingen nooit helemaal is verdwenen. Er is nog steeds te lezen dat de Hollandse graven misschien afstamden van Radbod,(4)of zelfs dat ‘algemeen wordt aangenomen dat zij behoorden tot het geslacht van de Friese koning Radbod’.(5) De genealogie volgens JaekelHet werk van Hugo Jaekel behandelt alle ons bekende heersers in Midden-Frisia (de huidige provincie Friesland) en in West-Frisia (het latere Holland) tot het begin van de 10de eeuw. Jaekel stelde dat de graven van die gebieden in de vroege Middeleeuwen allemaal tot dezelfde grote familie behoorden met de legendarische Friezenkoning Radbod als stamvader. De auteur baseerde zich op vroeg-middeleeuwse oorkonden en kronieken zoals de Codex Eberhardi, een lijst van schenkingen door Friese edelen aan de abdij van Fulda.(9)Familiebanden werden verondersteld op basis van overeenkomsten in persoonsnamen. Verder werd uitgegaan van vaste regels bij vernoemingen: de oudste zoon in een gezin werd altijd vernoemd naar de grootvader van vaderskant en de tweede naar de grootvader van moederskant. De volgende graaf was Gerulf I, de zoon van graaf Dirk. Deze trouwde met een dochter van Wala van Corbie en erfde, na de dood van zijn oom Nordalah, het graafschap Midden-Frisia. Een oorkonde uit 839 zegt dat hij de grafelijke waardigheid in Midden-Frisia die hem voorheen ontnomen was weer terug krijgt van keizer Lodewijk. Gerulf had enkele jaren eerder meegedaan aan een opstand tegen de keizer, en was daarom als graaf afgezet waarbij zijn eigen zoon Gerhard als zijn opvolger werd aangewezen. Gerulf I had verder nog twee zoons (Gunther, en Gerulf II) en een dochter (die de moeder van de Utrechtse bisschop Radbod zou worden). Tot zover de stellingen en de argumenten van Jaekel. Over zijn belangrijkste bron, de Codex Eberhardi, moet opgemerkt worden dat deze vele persoons- en plaatsnamen bevat, maar geen enkel jaartal. Dronke, die de codex in 1844 publiceerde, heeft de schenkingen bij benadering gedateerd.(15)Zijn dateringen werden door Jaekel gevolgd, maar zijn later ter discussie gesteld. Wat de overeenkomsten in persoonsnamen betreft legde de auteur nogal wat creativiteit aan de dag. Wanneer bij twee mannen een deel van de voornaam enigszins overeenkwam konden ze al als vader en zoon worden beschouwd. Verder zijn de beschikbare historische gegevens te mager om te kunnen vaststellen of de vroeg-middeleeuwse Friezen de veronderstelde vernoemingsregels inderdaad en zonder uitzondering toepasten.(17)Tegen deze achtergrond zullen we Jaekel’s conclusies bezien. De lijn van Audulfus via Aldgisl naar Radbod is uitsluitend gebaseerd op de naam-elementen Ad- en – wulf. Die elementen waren in de vroege Middeleeuwen erg populair en kunnen daarom niet dienen als bewijs voor een familierelatie.(18) Over de eerste graaf Dirk vertelt Einhard dat hij ‘propinquus regis’, een verwant van de koning (Karel de Grote) was. In 782 vocht hij tegen de Saksen, in 791 verdedigde hij de oostgrens van Karel’s rijk tegen de Avaren, en in 793 werd hij in Frisia door de Saksen verslagen.(26)Aangenomen wordt dat hij toen sneuvelde, want nadien lezen we zijn naam niet meer in de kronieken. Wellicht is hij dezelfde als de Theotheri wiens dood in het jaar 793 in Fulda werd geregistreerd.(27)Deze veldheer Dirk werd al in 782 aangeduid als ‘comes’, dus hij moet toen al ergens een graafschap hebben gehad. Waarschijnlijk lag dat niet in Frisia, want zijn eerste avonturen beleefde hij ver daar vandaan. Henstra suggereerde dat de optekening van Lex Frisionum, de Friese wet, rond het jaar 790, onder regie van deze Dirk is geschied.(28)Als dat zo is, dan zou Dirk gedurende zijn laatste jaren in Frisia (vooral Midden-Frisia) het bewind hebben gevoerd, en kunnen we hem in die periode wel als Friese graaf beschouwen. Er is in elk geval geen reden om aan te nemen dat hij een zoon van Abba was. Het lijkt er dus op dat het geslacht van Radbod al snel is uitgestorven. Of moet op grond van de Vita Radbodi toch worden aangenomen dat er meer nakomelingen zijn geweest? Enerzijds moeten we bedenken dat de auteurs van heiligenlevens hun hoofdpersoon zo interessant mogelijk wilden afschilderen, en daarin paste wel een kleurrijke voorouder. Als die niet echt bestond, dan werd er een verzonnen. Zo voerde Jocundus, de biograaf van de Maastrichtse Sint Servaes, zelfs een afstamming op die naar een tante van Jezus leidde. Het bewijs hiervoor luidde dat een zeer vroom en rechtvaardig man had gezegd dat het echt zo was.(42)Uit de latere Middeleeuwen komen fraaie voorbeelden van stambomen van allerlei adellijke geslachten.(43)Bisschop Radbod’s afstamming van koning Radbod zou een soortgelijk verdichtsel kunnen zijn. Anderzijds moeten we de mogelijkheid open houden dat de biograaf van de bisschop toch de feiten weergaf. Dat er uit de tussenliggende periode geen registraties van personen met de naam Radbod voorhanden zijn wil niet zeggen dat die personen niet hebben bestaan. Misschien zijn er via dochter Theutsinda of anderszins toch nakomelingen van koning Radbod geweest, waar uiteindelijk bisschop Radbod uit is voortgekomen. Echter, zelfs als we een link van koning naar bisschop Radbod aannemen, dan zijn er nog geen overtuigende argumenten voor een doorlopende afstammingsreeks van de Friese koning naar de graven van Holland. We kunnen concluderen dat Jaekel een indrukwekkend netwerk van familierelaties tussen machthebbers in Frisia construeerde. Hij deed dit op grond van contemporaine bronnen en toepassing van naamgevingsregels, maar ook met ongefundeerde aannames en twijfelachtige redeneringen. Een groot deel van zijn beweringen blijkt bij nadere beschouwing niet te kloppen. De verbanden die Jaekel in de 8ste eeuw zag moeten stuk voor stuk worden afgewezen: ze zijn niet bewezen of zelfs onwaarschijnlijk. De relaties die Jaekel in de 9de eeuw suggereerde zijn vaak wel plausibel. Dijkstra’s stamboom in beenIn 1991 publiceerde Dijkstra een intrigerend onderzoek over begraafplaatsen in Egmond, Rijnsburg en Middelburg.(50)Daar waren skeletresten gevonden die werden toeschreven aan leden van het Hollandse gravengeslacht. De twee oudste Rijnsburgse skeletten werden geïdentificeerd als de graven Gerulf II en Dirk I. Opmerkelijk was dat aan de hand van de botten werd vastgesteld dat Gerulf II een bochel had, en daarom kinderloos was gebleven. Dit impliceerde dat graven Dirk I en Waldger geen zoons van hem kunnen zijn geweest. De contemporaine bronnen zeggen dat ze dat wel waren, maar de auteur wist dit te verklaren door het Latijnse ‘filius’ te vertalen met ‘pleegzoon’. De jongens waren eigenlijk de kinderen van een prins Radbod en werden na diens vroegtijdige dood in 874 geadopteerd door hun oom Gerulf. De lijn begint met koning Aldgisl I. Rond 678 was er inderdaad een koning Aldgisl in Frisia, maar voor een de vader-zoon relatie met koning Radbod wordt geen enkel bewijs gegeven. Dijkstra stelde dat Radbod V trouwde met een zuster van de West-Friese graaf Gerulf II en berekende dat dit huwelijk een paar jaar voor Radbod’s dood in 874 werd gesloten. De twee zoons Waldger III en Dirk I waren dus nog erg jong toen hun vader stierf, en moesten daarom een pleegvader hebben. Dat werd hun oom Gerulf II, die zelf geen kinderen had. Waldger erfde Teisterbant, het graafschap van zijn biologische vader. De jongere zoon Dirk erfde het graafschap van zijn pleegvader: West-Frisia. De familierelaties en geboorte- en sterfjaren die Dijkstra opstelde zijn gebaseerd op vernoemings- en rekenregels, onjuiste archeologische gegevens, en veel creativiteit. In het onderzoek zijn de oorspronkelijke bronnen nauwelijks geraadpleegd maar is afgegaan op wat latere geschiedschrijvers hebben bedacht. Bij nadere beschouwing blijft er van de geschetste stamboom weinig overeind. Alleen voor wat de afstamming van Gerulf II betreft zou Dijkstra’s voorstelling, op wat details na, juist kunnen zijn. Overige studiesNaast Jaekel en Dijkstra hebben diverse andere onderzoekers zich, weliswaar minder uitgebreid, uitgelaten over de voorouders van de Hollandse graven en de afstamming van koning Radbod. Hieronder volgt een chronologisch overzicht. Nog voordat Jaekel zijn onderzoek deed, schreef Verwijs over de eerste Gerulfingen.(65)Hij analyseerde de vroegmiddeleeuwse oorkonden en kronieken, en ook wat latere geschiedschrijvers daarvan gemaakt hadden. In de 9de-eeuwse bronnen komt naast Gerulf ook regelmatig de naam Gerold voor, en sommigen meenden dat die twee namen identiek waren. Er was een Gerold die abt werd in Corvey en daar ook overleed, en dat zou dezelfde kunnen zijn als onze Gerulf I.(66)Dit werd door Verwijs echter resoluut van de hand gewezen, en het idee is in latere studies ook niet meer terug gekomen. In navolging van Verwijs zijn ook in de huidige studie alleen Gerulfen en Gerolfen beschouwd, en geen Gerolden. Toch moet de mogelijkheid worden opengehouden dat er wel eens een Gerulf als Gerold is geregistreerd, en dat er misschien meer over de Gerulfingen in de bronnen staat dan hier is weergegeven.(67) Van Winter deed onderzoek naar de herkomst van de naam Dirk in het Hollandse Huis.(70)Die naam zou afkomstig zijn uit het Saksische geslacht der Immedingen: een van hun een dochters zou getrouwd zijn met Gerulf II.(71)Uitgangspunt was, dat Dirk I de jongere zoon van Gerulf II was, en dus vernoemd moest zijn naar zijn grootvader van moederskant. Onder de Immedingen was Dirk de ‘Leitname’. Echter, hierboven zagen we al dat Dirk waarschijnlijk de oudste zoon van Gerulf was, en dat er dus geen noodzaak is om zijn naam vanuit moederskant te zoeken. Uit de bronnen is niets bekend over de echtgenote van Gerulf II of over zijn schoonvader. De naam Dirk kwam onder de Immedingen wel regelmatig voor, maar dat gold voor meer families uit die tijd. In de Immedinger generaties van voor Dirk I is overigens maar één Dirk aangetroffen, dus de kwalificatie ‘Leitname’ is in die tijd niet terecht.(72) In 1987 construeerde Cordfunke op grond van contemporaine bronnen een genealogie van de Hollandse graven vanaf Gerulf II. Over eerdere generaties was weinig te melden wegens gebrek aan bronnenmateriaal. Toch werd gesteld dat Gerulf II ‘met grote mate van waarschijnlijkheid uit een geslacht kwam, waarvan de afstamming teruggaat tot de legendarische Friese koning Radbod’. Als tussenstappen tussen Radbod en Gerulf werden een Diederik (vermeld 782 – 820) en Gerulf I (vermeld 834 – 839) gesuggereerd. Dit lijkt te zijn ingegeven door Jaekel’s werk.(74) Hugenholtz meende Gerulf’s afstamming van Radbod te lezen tussen de regels van de Rijmkroniek van Holland. De auteur zou wel geweten hebben dat zijn opdrachtgever Floris V rechtstreeks van koning Radbod afstamde, maar verzweeg dit omdat de Friezen de aartsvijanden van Holland waren.(75)Een soortgelijk idee was een eeuw eerder al gepostuleerd door Verwijs.(76)Het is echter niet plausibel: als men had geweten van die afstamming dan zou dat juist wel expliciet zijn vermeld, omdat daarmee de aanspraken van de Hollandse graven op Friesland zouden zijn gelegitimeerd.(77)Waarschijnlijker is, dat de auteur van de Rijmkroniek niet op de hoogte was van de bronnen betreffende Gerulf’s zoons.(78) ConclusiesEen kritische beschouwing van de studies van Jaekel en Dijkstra wijst uit dat veel van de veronderstelde relaties niet te bewijzen of zelfs onwaarschijnlijk zijn. Na dit afbreekwerk willen we bezien welke familiebanden dan wel aannemelijk zijn om ons zo een beeld te vormen van wie de voorouders van de Hollandse graven dan wel geweest kunnen zijn. Daarbij zullen sommige suggesties van Jaekel en Dijkstra toch van nut blijken. |
Noten
1 – Met dank aan Henk ’t Jong voor het kritisch doorlezen van het manuscript.(terug)
2 – H. Jaekel, Die Grafen von Mittelfriesland aus dem Geschlechte Konig Ratbods (Gotha, 1895).(terug)
3 – S.J. Fockema Andreae, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1896, 145; L. Vanderkindere, La formation territoriale des principautés Belges au Moyen Age, Tome II (Brussel, 1902), 286 – 288; H. Halbertsma, Frieslands oudheid (Utrecht, 2000), 186 en 251 – 252; K. Kuiken, Gerulfingen – Radbodingen?, De Nederlandsche Leeuw 119(2002) 139 – 144.(terug)
4 – J.M. van Winter, en H.P.H. Jansen, Adel, ministerialiteit en ridderschap 11de-14de eeuw, in: D.P. Blok e.a. (red.), Algemene geschiedenis der Nederlanden, deel 2: Middeleeuwen (Haarlem, 1982) 123 – 147; Halbertsma, Oudheid, 314; L. van der Tuuk en J.M. van Winter, Rondom Egmond, in: Holland, 39(2007) 276 – 298, aldaar p. 293.(terug)
5 – A. Janse, Een in zichzelf verdeeld rijk, in: T. de Nijs en E. Beukers (red.), Geschiedenis van Holland tot 1572 (Hilversum, 2002) 69 – 102, 71.(terug)
6 – B.K.S. Dijkstra, Een stamboom in been (Amsterdam, 1991).(terug)
7 – Bijvoorbeeld:www.genealogieonline.nl(zoek op ‘Radbod’ of ‘Gerulf’).(terug)
8 – De naam Radbod wordt in de middeleeuwse bronnen en in de moderne literatuur ook geschreven als Ratbod, Redbad of Radboud; Dirk ook als Diederik, Dietrich of Theoderic. In dit artikel is voor elke persoonsnaam één schrijfwijze gekozen en worden alternatieven alleen genoemd als dit voor het betoog van belang is.(terug)
9 – E.F.J. Dronke (red.), Traditiones et Antiquitates Fuldenses (Fulda, 1844).(terug)
10 – Vita Bonifatii auctore Willibaldo, MGH SRG LVII, 57.(terug)
11 – Einhardi Annales, MGH SS I (hierna: Einhard), 179.(terug)
12 – Dronke, Traditiones, 44.(terug)
13 – Annales Necrologici Fuldenses, MGH SS XIII, 161 – 218 (hierna: ANF), 170.(terug)
14 – Vita Radbodi episcopi Traiectensis, MGH SS XV-1, 568 – 571, 569.(terug)
15 – Dronke, Traditiones.(terug)
16 – A.F.C. Koch (red.), Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, I: eind van de 7e eeuw tot 1222 (’s-Gravenhage, 1970) (hierna: OHZ), 13.(terug)
17 – Zie ook Kuiken, Gerulfingen.(terug)
18 – K. Nieuwenhuijsen, Namen in de lage landen voor 1150,www.keesn.nl/names(2006). Zie ook Halbertsma, Oudheid, 84.(terug)
19 – Fredegarii Chronica, Monumenta MGH SRM II, 1 – 193, 176; Annales Mettenses, MGH SRG X (hierna: AM), 28.(terug)
20 – De Utrechtse bisschop Folcmar, 976 – 990, werd ook Poppo genoemd (Vita Bernwardi, MGH SS IV, 758; Vita Joh. Gorzendis, MGH SS IV, 358) evenals abt Wolcmar van Fulda, † 1018 (Thietmari Chronicon, R. Holtzmann (red.), Die Chronik des Bischofs Thietmar von Merseburg, MGH SRG N.S. 9 (München, 1935; herdruk 1980), 384 en 502).(terug)
21 – S. Muller en A.C. Bouman (red.), Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301, I: tot 1197, (Utrecht 1920), nrs. 106, 118, 135 en 149. Nummer 149 (AD 999) vermeldt Poppo; volgens OHZ nr. 64 dateert het oudste afschrift van die oorkonde uit het eind van de 12e eeuw.(terug)
22 – W.A. van Es, Dorestad centred, in: J.C. Besteman, J.M. Bos en H.A. Heidinga (red.), Medieval Archaeology in the Netherlands. Studies presented to H.H. van Regteren Altena (Assen/Maastricht, 1990) 151 – 182, 167; J. Bazelmans, M. Dijkstra en J. de Koning, Voorspel. Holland in het eerste millenium, in: T. de Nijs en E. Beukers (red.), Geschiedenis van Holland tot 1572 (Hilversum, 2002) 21 – 68, 30. Alleen de legende van Willibrord op Fositeland suggereert dat Radbod´s invloed tot de Deense grens reikte (Halbertsma, Oudheid, 229). Echter, het is twijfelachtig of Radbod daadwerkelijk hierbij betrokken is geweest (W. Krogmann, Die friesische Sage von der Findung des Rechts, ZRG GA 84(1967) 72 – 127, 119).(terug)
23 – J.F. Niermeyer, Het midden-nederlands rivierengebied in de Frankische tijd, Tijdschrift voor Geschiedenis 66(1953) 145 – 169.(terug)
24 – OBZH I, p. 15.(terug)
25 – Halbertsma, Oudheid, 187.(terug)
26 – Einhard, 163, 177 en 179.(terug)
27 – ANF, 168.(terug)
28 – D.J. Henstra, The Evolution of the Money Standard in Medieval Frisia (Groningen, 1999) 296 – 297.(terug)
29 – ANF, 171 vermeldt in het jaar 822 de dood van een Theotheri.(terug)
30 – Jaekel, Grafen; OHZ p. 13 – 15.(terug)
31 – Nieuwenhuijsen, Namen.(terug)
32 – Die Urkunden der Karolinger, 1. Band, MGH DD Kar. I, 216.(terug)
33 – Dirk II en zijn zoon Arnulf ondertekenden in 988 beiden als ‘comitis’ (OHZ nr. 59).(terug)
34 – Halbertsma, Oudheid, 185.(terug)
35 – ANF, 174. Het dodenboek geeft geen titel van deze Gerolf.(terug)
36 – H. Bruch (red.), Chronographia Johannis de Beke, ´s-Gravenhage (1973), 53; L. van der Tuuk, Gingen de Utrechtse bisschoppen Hunger, Odilbald en Radbod vanwege de Noormannen in ballingschap?, in: Jaarboek Oud-Utrecht 2003, 33 – 66, aldaar 36 – 37.(terug)
37 – Halbertsma, Oudheid, 85 en 303; E.H.P. Cordfunke, Gravinnen van Holland (Zutphen, 1987), 21.(terug)
38 – Vita Vulframni, MGH SRM V, 657 – 673, 664.(terug)
39 – Liber Historiae Francorum, MGH SRM II, 215 – 328 (hierna: LHF), aldaar 324 – 325.(terug)
40 – Grimoald had al voor zijn huwelijk bij een concubine een zoon Theodald (LHF, 324; AM, 19 – 20). Deze is abusievelijk ook aangeduid als zoon van Theutsinda (Monumenta Epternacensia, MGH SS XXIII, 11 – 72, 59).(terug)
41 – Nieuwenhuijsen, Namen. In de Duitse bronnen komt in 858 voor het eerst weer een Ratbodus voor (Karoli II. Capitularia, MGH LL I, 458).(terug)
42 – R. de la Haye, Sint Servaas volgens Jocundus (Maastricht, 2006), 71.(terug)
43 – F.W.N. Hugenholtz, Melis Stoke en de afkomst der Hollandse graven, in: E. Hattinga van ’t Sant (red.), Convivium (Hilversum, 1988), 11 – 20.(terug)
44 – Koch dateert de vermelding van Gerhard in de Codex Eberhardi op 822 tot 856; OBHZ I, p. 16.(terug)
45 – ANF, 178.(terug)
46 – R. Wilmans, Die Kaiserurkunden der Provinz Westfalen 777 – 1313, I. Band 777 – 900 (Münster, 1867), nr. 20; P. Wigand, Traditiones Corbeienses (Leipzig, 1843), 453; Verwijs, De abdij van Corvei en de kerk van Leeuwarden (Leeuwarden, 1864), 32; Nieuwenhuijsen, Namen.(terug)
47 – J.M. van Winter, Dirk I bis, een nieuwe Hollandse graaf, Holland 15(1983) 185 – 198, 190.(terug)
48 – Halbertsma, Oudheid, 186, houdt het ook op grootvader en kleinzoon.(terug)
49 – Reginonis Chronicon, MGH SS I, 537 – 612 (hierna: Regino), 608; Chronicon Egmundanum, M. Gumbert-Hepp, J.P. Gumbert en J.W.J. Burgers (red.), Annalen van Egmond (Hilversum, 2007), 94; Liber Sancti Adalberti, O. Oppermann (red.), Fontes Egmundenses (Utrecht, 1933), 66 – 94 (ook bekend als Gravenregister), 68.(terug)
50 – Dijkstra, Stamboom.(terug)
51 – Dijkstra, Stamboom, 117; Regino, 555.(terug)
52 – C. Cawley, Medieval Lands, A prosopography of medieval European noble and royal families,fmg.ac/Projects/MedLands, 2000 – 2008 (geraadpleegd: mei 2008).(terug)
53 – Verwijs, Corvei.(terug)
54 – E.M.C. van Houts, The Gesta Normannorum Ducum of William of Jumièges, Orderic Vitalis, and Robert of Torigny, Vol. I, (Oxford, 1992), 48 – 49. Dudo zegt overigens slechts dat Radbod op de vlucht sloeg.(terug)
55 – Over de betrouwbaarheid van Dudo en het bestaan van Rollo: R. Helmerichs, Rollo as Historical Figure,home.mm.com/user/rob/Rollo, 2002 (geraadpleegd mei 2008). Over Athelstan en Raginer: Van Houts, Gesta, 32 – 34.(terug)
56 – E.H.P. Cordfunke, K. Borg en G.J.R. Maat, De skeletten uit het grafmonument Rijnsburg: een hernieuwd onderzoek, in: Bulletin KNOB 97 (1998) 1 – 14.(terug)
57 – Regino, 608.(terug)
58 – J.W.J. Burgers, De Rijmkroniek van Holland en zijn auteurs (Hilversum 1999); J.W.J. Burgers (red.), Rijmkroniek van Holland (366-1305) (Den Haag, 2004).(terug)
59 – Dijkstra, Stamboom, 48.(terug)
60 – J.M. van Winter, Ansfried en Dirk, twee namen uit de Nederlandse geschiedenis van de 10e en 11e eeuw, Naamkunde 13 (1981) 39 – 74; Van Winter, Dirk I bis; Cordfunke, Gravinnen; Halbertsma, Oudheid; Kuiken, Gerulfingen; van der Tuuk en van Winter, Egmond.(terug)
61 – Liber Sancti Adalberti, 68 – 71.(terug)
62 – OBHZ I, nrs. 26, 27 en 29.(terug)
63 – Annales Fuldenses, MGH SRG VII, 94; Thietmar, 66.(terug)
64 – Zie Cawley, Medieval Lands.(terug)
65 – Verwijs, Corvei.(terug)
66 – Kluit en Falke, aangehaald in Verwijs, Corvei, 26.(terug)
67 – Verwijs (p. 64) merkt zelf op dat ook de naam Arnulf ook als Arnold of Arnoud wordt geschreven.(terug)
68 – Zie noot 45; OHZ, nr. 21.(terug)
69 – Verwijs, Corvei, 34; zie ook Van der Tuuk en van Winter, Egmond, 292.(terug)
70 – Van Winter, Ansfried en Dirk; Van Winter, Dirk I bis.(terug)
71 – Van Winter duidt Gerulf II aan als ‘Gerulf de Oude’ of ‘Gerulf sr.’. Haar onderzoek laat de nog oudere Gerulf I buiten beschouwing maar behandelt wel de Gerulf ‘iuvenis’ uit 928.(terug)
72 – Cawley, Medieval Lands.(terug)
73 – Van der Tuuk en van Winter, Egmond.(terug)
74 – Cordfunke, Gravinnen.(terug)
75 – Hugenholtz, Melis Stoke.(terug)
76 – Verwijs, Corvey, 34 – 36.(terug)
77 – Burgers, Rijmkroniek auteurs, 252.(terug)
78 – Zie noot 48 en 57.(terug)