Literatuur:
A. Balm-Kok, De bewoningsgeschiedenis van Wolwevershaven nr. 9 (Dordrecht z.j.), (https://www.dordtspatriciershuis.nl/wp…/Bewonersgeschiedenis-Wolwevershaven-9.pdf)
I. Jacob Reepmaker, weduwnaar van Amsterdam wonende op de Fluwelenburgwal (1644) trouwde 1e Susanna Gommers *, gedoopt NG Amsterdam 2 april 1606, dochter van Anthonis Gommaerts en Susanna Gommaerts, 2e NG Amsterdam 19 aug. 1644 (ondertrouw) Maria Trip, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 15 jan. 1617, van Dordrecht wonende ald. (1644), dochter van Jacob Trip en Margareta de Geer
* NG trouwboek Amsterdam 19 aug. 1627 (ondertrouw): Jacob Reepmaecker de jonge, van Amsterdam, 28 jaar oud, geassisteerd met zijn vader Jacob Reepmaecker, wonende in de Nieuwe Hoogstraat, en Susanne Gommaerts, van Amsterdam, ongeveer 20 jaar, geassisteerd met Anthonis Gommaerts en Susanna Gommaerts, haar ouders, wonende op de Herengracht
ORA Dordrecht inv. 1613, f. 40 e.v.: op 29 juni 1649 verkoopt de stad Dordrecht aan Jacob Trip de jonge, koopman en burger van Dordrecht, een erf, zijnde het laatste erf op de Drappierskade
Het huis (thans Wolwevershaven nr. 9) werd gebouwd op een perceel, dat in 1649 door Jacob Trip, ijzer- en wapenhandelaar, werd gekocht van de stad Dordrecht. Zijn weduwe Margareta de Geer erfde het in 1671. De volgende eigenaar was Johan Reepmaker (1673), die het naliet aan zijn vrouw Christina de Beveren (1686). Na haar overlijden was het eigendom (1728-1738) van haar zoon Willem Reepmaker, lid van de Achtraad, de Oudraad en de Veertigen te Dordrecht. (http://www.dordrechtmonumenteel.nl/qr/107/)

Wolwevershaven nr. 9 (foto: A.B. den Haan)
ONA Amsterdam inv. 2363, akte nr. 223097: op 3 dec. 1667 testeert Maria Trip, weduwe van Jacob Reepmaecker, poorteres van Amsterdam. Zij herroept een eerder testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 22 okt. 1664. Zij benoemt tot erfgenaam haar zoon Johannes Reepmaecker. Tot voogden stelt zij aan haar broer Louis Trip, wonende te Amsterdam, en haar zwager Johannes Neurenburch te Dordrecht. Gedaan ten huize van de testatrice op de Fluwelenburgwal bij het Herenlogement.
ONA Dordrecht inv. 183, f. 263: op 22 juli 1671 passeert Maria Trip, weduwe van Jacob Reepmaecker, wonende in Dordrecht, haar testament voor een Dordtse notaris. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 300 gl. en aan de Waalse huisarmen te Dordrecht een bedrag van 700 gl. Zij legateert aan haar zoon Johannes Reepmaecker een tuin, die zij heeft gekocht van de curators van de boedel van Geerit Barthoutsz. Bakker, en al haar huisraad, meubels en zilverwerk, alsmede haar haar kleren, juwelen, parels en “gesteenten” en zijn leven lang het vruchtgebruik van al haar overige goederen, de eigendom waarvan na zijn overlijden zal moeten komen aan zijn kinderen. Als hij met die bepaling geen genoegen neemt, benoemt zij hem tot haar erfgenaam in alleen de legitieme portie. Als hij geen kinderen zal nalaten, zal het vruchtgebruik van haar na te laten goederen komen aan haar moeder Margarita de Geer, en als die dan niet meer in leven is aan haar zusters Jenneken en Jacobmina Trip of de langstlevende van hen beiden en na hun overlijden aan haar overige zusters en broers of aan hun kinderen. Als haar zoon voor haar komt te overlijden, zal haar mans voorzoon Anthonij Reepmaker, na het overlijden van al haar overige erfgenamen, erfgenaam zijn, mits hij op zijn erfportie aanneemt de venen in Friesland. Tot executeurs-testamentair en voogden over har minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broer Louis Trip en haar zwager Louis van Neurenberch.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 31 juli 1672: een zwarte baar voor Marij Trip weduwe van Jacob Reepmaecker, vijf maal luiden, de late boete, 12 gl
ONA Dordrecht inv. 197, f. 279: inventaris dd 28 juli 1673 van de goederen, die zijn nagelaten door Maria Trip, weduwe van Jacob Reepmaecker, gemaakt op verzoek van Louis Trip en Johan Neurenberch, haar executeurs-testamentair, en haar zoon Johannes Reepmaecker.
Kinderen (ex 2):
a. Martina Reepmaeckers, gedoopt NG Amsterdam 6 aug. 1645, begraven Amsterdam 12 febr. 1664 (Herengracht)
b. Johan Reepmaker, geboren Amsterdam 20 jan. 1647, gedoopt NG Amsterdam 27 jan. 1647, volgt II
c. Jacoba, gedoopt NG Amsterdam 15 nov. 1648, jong overleden
d. Petrus, gedoopt NG Amsterdam 2 nov. 1650, jong overleden
II. Johan Reepmaker, geboren Amsterdam 20 jan. 1647, jongman van Amsterdam wonende op de Drappierskade te Dordrecht (1674), overleden tussen 10 sept. 1685 en 27 nov. 1688 (ONA Dordrecht inv. 379, f. 287), trouwde NG Dordrecht/Middelburg 1/25 april 1674 Christina de Beveren, jonge dochter van Middelburg en daar wonende (1674), weduwe wonende te ‘s-Gravendeel (1706), overleden 28 december 1728 in ’s Gravendeel, dochter van Willem de Beveren en Cornelia Schaep, trouwde 2e ‘s-Gravendeel 8 juli 1706 (gaarder, impost 30 gl.) Mighiel de Beveren, wonende te Zwijndrecht (1706)
ONA Amsterdam inv. 2359, akte nr. 203895: op 17 aug. 1661 testeren Martina Reepmaeckers, 16 jaar oud, en Johannes Reepmaecker, 15 1/2 jaar oud, kinderen van Jacob Reepmaecker, wonende te Amsterdam. In het geval hij of zij of beiden zonder kinderen na te laten komen te overlijden, benoemen zij tot erfgename hun moeder Maria Trip. Gedaan ten huize van Maria Trip op de Fluwelenburgwal.
7 nov. 1672: Margaretha de Geer, weduwe van Jacob Trip, testeert voor notaris A. van Neten te Dordrecht. Zij legateert het vruchtgebruik van de door haar van Jacob Trip aangekochte woningen op de Drappierskade [Wolwevershaven] aan haar kleinzoon Johannes Reepmaker, de eigendom waarvan na zijn overlijden zal overgaan op zijn erfgenamen. (Balm-Kok, Bewoningsgeschiedenis, p. 17).
ONA Dordrecht inv. 185, f. 342: op 15 mei 1675 verkoopt Johan Reepmaecker, zoon van wijlen Marija Trip, wonende te Dordrecht, aan Louis Trip, oud-burgemeester, thesaurier en raad van Amsterdam, Johanna Trip, de kinderen van Hendrik Trip, de kinderen van Elisabeth Trip en de kinderen van Margrieta Trip, resp. zijn oom en tante en de kinderen van zijn oom en tantes, elk voor een vijfde part, zijn zesde part in de huisraad, roerende goederen en inboedel, die Jacob Trip aan hem in 1673 heeft overgedragen, daarbij inbegrepen zilverwerk, lijnwaad, tin, koper, hout, ijzerwerk, bedden, dekens, kussens, schilderijen e.d., alsmede een zesde part in de huurpenningen van de landerijen in de Bovenpolder van Dubbeldam en Wieldrecht, en een zesde part in de kooppenningen van zeker fluitschip, genaamd “de Gouden Leeuw”.
ONA Dordrecht inv. 185, f. 335: op 30 april 1675 verklaart Johan Reepmaker, zoon van wijlen Maria Trip, weduwe van Jacob Reepmaeker, dat zijn oom Louijs Trip, burgemeester van Amsterdam, executeur-testamentair van Marija Trip, zijn, comparants, moeder, volgens contract tussen hem, Louijs Trip, en Johan van Neurenberch, oud-burgemeester van Dordrecht, comparants behuwd oom en mede executeur-testamentair van Marija Trip, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 29 juli 1673, onder zich genomen en beheerd heeft een somma van 43.825 gl., bestaande uit diverse obligaties.
ONA Dordrecht inv. 185, f. 336: op 30 april 1675 verklaart Johan Reepmaker, wonende te Dordrecht, zoon van wijlen Marija Trip en mede-erfgenaam van zijn grootmoeder van moederszijde Margrieta de Geer, weduwe van Jacob Trip, ontvangen te hebben van zijn oom Louijs Trip, burgemeester van Amsterdam, als executeur-testamentair van Jacob Trip en Margrieta de Geer, een somma van 233 gl. 6 st. 3 p., welke hem, Johan Reepmaker, bij de scheiding van de boedel van zijn grootouders uit de contante gelden is aanbedeeld “per reste vant gene hem tot supplement van sijnen cavel was competerende”.
ONA Dordrecht inv. 236, f. 339: op 24 okt. 1675 verkoopt jonkheer Geerart van Beveren, heer van Strevelshoek, voor 5712 gl. aan Johan Reepmaecker, wonende in Dordrecht, een hofstede, bestaande uit een huis, schuur, woning en keten, met alle verdere “timmeragie ende plantagie”, gelegen in de Strijense polder, waarvan de grond toebehoort aan de heren van de rekening van de Staten van Holland.
ONA Dordrecht inv. 197, f. 560: inventaris dd 15 febr. 1677 van de goederen, die toebehoren aan Johan Reepmaecker, beschreven ten overstaan van zijn vrouw Christina de Beveren.
Tot die goederen behoren: juwelen, goud en zilverwerk, meubels, huisraad en inboedel, wapens, een bijbel in folio met koperen sloten, en
Schilderijen: een schilderij met koning David, een landschap, twee portretten, een groot schilderij van Johan Reepmaecker te paard, een achtkanten schilderijtje, een groot schilderij met drie Cupido’s en een “fruijtagie”, een “scheepvaart”, een schilderij met schepen en soldaten, een schilderij met een arend, een bataille” zonder lijst, een “fruijtagie”, een boer met een gans, een boerin met een haan, drie kleine schilderijen, een portret van Maria Trip Reepmaecker, drie portretten van Jacob Reepmaecker en zijn broer en zuster, twee portretten van Jacob Reepmaecker en zijn vrouw, twee portreten van de vader en moeder van Jacob Reepmaecker, twee portretten van Jacob Trip en zijn vrouw, twee portretten van de oom en tante van Johan Reepmaecker, een schilderijen met Cerus, Bacchus en Vernus, een schilderij van een koe met een weitas, een groot landschap zonder lijst, twee hanen en een hen, een “fruijtagie”, een “scheepvaart”, nog vijf schilderijtjes.
10 sept. 1685: Gerrardt de Beveren verkoopt het poldertje Bevershoek, dat eigendom is geweest van zijn vader, aan zijn zwager Johan Reepmaecker en zijn zuster Christina de Beveren (ORA ‘s-Gravendeel inv. 5)
17 okt. 1698: Christina de Beveren, weduwe van Johan Reepmaecker, en Johanna Margarita de Beveren, ongehuwde meerderjarige persoon, wonende te ‘s-Gravendeel, verlenen procuratie aan Jacob Reepmaecker en Willem de Beveren, inzake hun vordering op Daniël en Johan Daniëlsz. Langeweg, beiden wonende onder Zevenbergen. (ONA ‘s-Gravendeel inv. 4587)
9 juni 1699: Christina de Beveren, weduwe van Johan Reepmaecker, wonende te ‘s-Gravendeel, verhuurt land aan Coos Arijensz. Swanevelt, echtgenoot van Metje Jansdr. van Nieuwel. (ORA ‘s-Gravendeel 87)
jan. 1706: Christina de Beveren, weduwe, wonende langs de Haven, vermeld als lidmaat van de NG gemeente te ‘s-Gravendeel (Archief NH gemeente ‘s-Gravendeel)
13 juli 1707: Christina de Beveren koopt van haar zoon, Willem Reepmaecker, een deel van de polder Bevershoek, gelegen ten zuiden van de Haven. (ORA ‘s-Gravendeel inv. 5)
26 juli 1706 te Dordrecht. De heer Michiel de Beveren, jongeman van Dordrecht, wonende onder Swijndreght met Mevrouw Christina de Beveren van Dordregt, weduwe van d’heer Johan Reepmaecker, wonende op s’Gravendeel.
Christina de Beveren maakt 30 juni 1727 een handgeschreven testament op, waarvan de akte van superscriptie diezelfde dag passeert voor notaris Sijmon van der Wall, residerend in ’s Gravendeel. Zij vernietigt in dit testament eerder gepasseerde akten van uiterste wil en benoemt tot haar erfgenamen, ieder voor de helft, haar zoon de heer Willem Reepmaecker en haar echtgenoot Michiel de Beveren en bij vooroverlijden van haar zoon, diens wettige erfgenaam.
Het is haar wens, dat zij zal worden begraven in het graf van haar vader in de Grote Kerk.
“Nog is mijne expresse begeerte dat mijn lichaem sal werden gedraegen door veertien getrouwde mans van mijn naeste buren, in mijn landeke en in het schip geset van Arie Ariense Stoocker en aen ijder drager werde vereert een rijxdaelder. En alle getroude mans in mijn polderke te begraeffenis werden versogt ende voorts mijn lichaem werde gebragt tot Dordregt om aldaer s’morgens met den dach in stilte te werde begraven in de Grote Kerk. Door twaelff bidders in het graft van mijn vader. Begerende niet dat eenige rouwwapens sullen werden gehangen.”(Balm-Kok, Bewoningsgeschiedenis, p. 19)
Kinderen:
a. mr. Jacob Reepmaker, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1675, advocaat voor het Gerecht en de Hove en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, OSP, begraven Dordrecht (Grote) Kerk 10 aug. 1705 (mr. Jacob Reepmaker op de Drappierskade, een wapenbord, het huis met rouw behangen, vier sleepmantels)
b. Willem Reepmaecker, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1681, volgt III
III. mr. Willem Reepmaecker, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1681, weduwnaar wonende te Dordrecht (1710), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 aug. 1738 (mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, laat kinderen na, met tien koetsen extra, een wapenbord), trouwde 1e Dordrecht 4 nov. 1704 Mondina Pompe van Slingelandt, overleden Dordrecht 12 aug. 1708, begraven ald. (Grote Kerk) 17 aug. 1708 (Mondina Pompe, de vrouw van mr. Willem Reepmaker, het huis met rouw behangen, een wapenbord, zes sleepmantels, acht koetsen extra, 24 flambouwen extra), 2e Gerecht/NG Dordrecht 1/17 juni 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn stiefvader Michiel van Beveren, de bruid met haar vader Adriaen op de Camp) Johanna op de Camp, van Dordrecht en daar wonende (1710), bergraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 mrt. 1761 (Johanna op de Camp, weduwe van mr. Willem Reepmaker, laat kinderen na, op de Wolwevershaven, met een wapenbord en tien koetsen extra, de hoogste boete)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 119: op 19 mei 1733 verkoopt Arnoldus van Well, burger van Dordrecht, [voor zichzelf en tevens] vervangende Pieter Buijs, als voogden over de minderjarige kinderen en mede-erfgenamen van Elisabeth Buijs, echtgenote van Matthijs de Stercke, en nog als procuratie hebbende van dezelfde Matthijs de Stercke en van Jacob Cock, als man van Maria de Stercke, dochter en mede-erfgename van Elisabeth Buijs, vervangende Barthout, Gerret en Leendert de Stercke, zoons en mede-erfgenamen van Elisabeth Buijs, voor 1230 gl. aan mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, schepen van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacoba van Gele.
ORA Dordrecht inv. 1663, f 158 e.v.: op 16 april 1762 verkopen mr. Gerard Beelaerts, als man van Johanna Wilhelmina Brandwijk van Blokland, Mattheus Rees, als man van Christina Reepmaker, en mr. Adriaan Reepmaker, voor zichzelf en nog als vervangende mr. Johan van Neurenberg, als man van Johanna Reepmaker en nog als vervangende Pieternella Elisabeth Reepmaker, samen erfgenamen van Ida Opdecamp, voor 2410 gl. aan Johannis Boonen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Adrianus Verster en dat van de weduwe van mr. Johan van Wageningen, alsmede voor 300 gl. aan Pieter Landmeter, burger van Dordrecht, een stal en koetshuis, staande in het Stek op grond van de Kloveniersdoelen naast de stal, die gehuurd wordt door mr. Jeronimus Karsseboom.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 175v: op 17 juni 1773 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., oud-burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als procuratie hebbende van Christina Reepmaker, de vrouw van Mattheus Rees, Petronella Elisabeth Reepmaker, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, Johanna Reepmaker, de vrouw van mr. Johan van Neurenberg, oud-burgemeester van Dordrecht, en van mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen en Sleeuwijk, oud-burgemeester van Rotterdam, allen kinderen en elk voor een vierde part erfgenaam van Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, en van Johanna op de Camp, voor 7150 gl. aan vice-admiraal Jan Hoeufft, wonende te Dordrecht, een huis met twee kelders eronder en een koetshuis en stal ernaast, staande op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug tussen het huis van de koper en dat van Gerrit Kasdorp, alsmede voor 4280 gl. aan vice-admiraal Jan Hoeufft een huis met twee kelders op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Aart van der Kaa, en voor 1070 gl. aan Gerrit Kasdorp een huis op de Wolwevershaven, staande tussen de stal van het huis van vice-admiraal Jan Hoeufft en het huis van Jacobus van Vliet.
Kinderen (ex 2; o.a.):
a. Johan, 25 jan. 1713
b. Adriana Petronella, 26 aug. 1714
c. Christina Reepmaker, 22 april 1716, van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 mei 1790 (Christina Reepmaker, weduwe van burgemeester Mattheus Rees, hoogste boete, met een wapenbord en tien koetsen extra, op de Voorstraat, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 aug./17 sept. 1743 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders Mattheus Rees en Cornelia Vingerhoet, de bruid met haar moeder Johanna op de Kamp, weduwe van mr. Willem Reepmaker) Mattheus Rees, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1743)
Dochter:
c-1. Emmerentia Christina Rees, trouwde Jacob Reepmaker (zie IVb)
d. Pieternel Elisabeth Reepmaker, 15 okt. 1717, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 mrt. 1781 (Pieternel Elisabeth Reepmaker, ongehuwd, op de Voorstraat, met tien koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete)
e. mr. Adriaan Reepmaker, 4 mrt. 1719, volgt IV
f. Willem Jacob Reepmaker, 21 april 1722, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 mrt. 1726
g. Johanna Reepmaker, 17 aug. 1723, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1749), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1809 (Johanna Reepmaker, weduwe van oud-burgemeester Johan van Neurenberg, op de Nieuwe Haven A:226, met de lijkkoets), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 mrt./15 april 1749 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders mr. Johan van Neurenberg en Rebecca Jacoba van der Voort, de bruid met haar moeder Johanna op de Kamp, weduwe van mr. Willem Reepmaker) mr. Johan van Neurenberg, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1749)
IV. mr. Adriaan Reepmaker van Strevelshoek, geboren Dordrecht 1 mrt. 1719, gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1719, poorter van Rotterdam 4 sept. 1742, burgemeester van Rotterdam, overleden Rotterdam 14 febr. 1780, begraven ald. 21 febr. 1780 (mr. Adriaen Reepmaker, heer van Strevelshoek, Waddinxveen en Sleewijk, liet na een meerderjarig kind, Franse kerk, 4 1/2 luiden), trouwde Rotterdam 1 april 1744 Jacoba Catharina van Belle
Trouwboek Rotterdam 1 april 1744: mr, Adriaen Reepmaker jongman van Dordrecht en Jacoba Catharina van Belle jonge dochter van Rotterdam zijn op attestatie van de NG kerk te Dordrecht en te Rotterdam van resp. 29 en 30 mrt. 1744 ten huize van de bruid getrouwd op 1 april 1744
Kinderen:
a. Johanna Wilhelmina, gedoopt NG Rotterdam 8 febr. 1746 (Leuvehaven, getuigen: Matheus Matheusz. Rees, Johanna op de Camp)
b. Jacob Reepmaker, gedoopt NG Rotterdam 30 juli 1748 (Leuvehaven, getuigen: Jacobus van Belle, Johanna op de Camp, weduwe van Willem Reepmaker), jongman geboren te Rotterdam (1772), trouwde Rotterdam 2 febr. 1772 (ondertrouw, 16 febr. 1772 attestatie gegeven om in Dordrecht te trouwen) Emmerentia Christina Rees, jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht (1772)

Leuvehaven Rotterdam ca. 1867
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 30 jan. 1772 (de geboden gaan te Rotterdam, aan huis, klasse van 30 gl.) mr. Jacob Reepmaker, jongman geboren en wonende te Rotterdam, schepen van Schieland, geassisteerd met mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen en Sleewijk, oud-burgemeester van Rotterdam, en Jacoba Catharina van Belle, zijn ouders, en Emmerentia Christina Rees, geboren te Dordrecht, wonende in de Voorstraat bij het stadhuis, geassisteerd met Mattheus Rees Mattheusz., regerend burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam) en Christina Reepmaker, haar ouders, getrouwd op 17 febr. 1772
c. Johanna Sara, gedoopt NG Rotterdam 16 mrt. 1760 (Leuvehaven, getuigen: Matheus Matheusz. Rees, Johanna op de Camp, weduwe van Willem Reepmaker, Willem Reepmaker)