f. 70
In de Wees[huis]straat
Gerrit Oosterman biersteecker 1 pond
Jan Cornelisse schipper 1 pond
In den Dwarsgang bij den Oijevaer [gang bij de Ooievaar, een huis dat in de Voorstraat stond tussen de Boomstraat en het Melkpoortje. (Van Baarsel, o.c., p. 86)]
Jan Celen 8 ponden
f. 70v
De weduwe van Lambert Sanders predicant 2 ponden
In den Hermanshuijsstraet [Heer Heymansuysstraat]
De weduwe van Corstiaen Thonis cruijdenier, insolvent 1 pond
Adriaen Jansse spelmaecker 2 ponden
De weduwe van Cornelis Robberts, is vertrocken 1 pond
Adriaen Smith coomen 4 ponden
f. 71
Hendrick Otten spelmaker 2 ponden
Jan Barents brandewijnbrander 6 ponden
[ONA Dordrecht inv. 8, f. 19: verklaring dd 3 mei 1620 door o.a. Jan Barentsz., brandewijnbrander en burger van Dordrecht]
Jacob Alevenwel metselaer 1 pond
[Gildenarchieven Dordrecht inv. 669, juni 1592: Jacob Pietersz. Evenwel metselaar opgenomen in het Metselaars- en Steenhouwersgilde van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 7 okt. 1603 op verzoek van Yken Jansdr. door o.a. Jacob Pietersz. Evenwel, 35 jaar oud, metselaar en burger van Dordrecht.]
Aen d’ander sijde van de straet over de brugge
De weduwe van Adriaen Jansse slijckwercker, nihil habet 1 pond
Cornelis Teeuwen 1 pond
[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 93v: Cornelis Teeuwen drager en zijn vrouw – 2 ponden.]
f. 71v
Huijbert Jansse wever 1 pond
Jan van Hameren coordewercker 1 pond
Adriaen Diemans schipper, insolvent 1 pond
Gerrit Jacobs backer 2 ponden
De weduwe van Jacob Lammen schipper, nihil habet 3 ponden
f. 72
Bij den Houthaeck [Doelstraat. (Van Baarsel, p. 30). Den Houthaeck (1614): huis in de Dwarsgang bij de Doelstraat. (Nelemans, Hic conditur, p. 334)]
De weduwe van Pieter Adriaens in de Houthaeck 1 pond
In de Mariënbornstraet
Jan Hendricxe schoenmaecker 1 pond
Adriaen Jans backer 6 ponden
Abraham Jansse slenaer, insolvent 1 pond
Dirck Jansse schipper 6 ponden
f. 72v
De weduwe van Aelbert Jansse busmaecker 3 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 269: op 12 aug. 1632 testeert Machtelt Pouwelsdr., weduwe van Aelbert Jansz. bussenmaker, burgeres van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan Pouwels Jansz. en Arijen Jansz., haar neven, samen 6 gl., aan Jan Dolle, haar knecht “de sael met een swagie daaraen”, aan Herman Hermansz., koster en voorlezer van de Augustijnenkerk, een zilveren bierbeker, aan de vrouw van Herman Hermansz. haar spinnewiel, aan Trijntgen Reijniersdr., de vrouw van Jan van Essche, haar beste grofgreinen rok met een zwarte kaffa borst. Alle overige goederen maakt zij aan de huisarmen van Dordrecht voor de helft en aan Jan van Essche en Nicolaes Senten samen voor de wederhelft, mits laatstgenoemden gehouden zullen zijn haar boedel te “redderen” zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen.]
Aen d’ander zijde
De weduwe van Jacob Claptas metselaer, insolvent 1 pond
Thonis Pieters smith, insolvent 1 pond
Achter ’t Weeshuijs
Dirck Jacob cruijdenier, insolvent 2 ponden
Jan Pauwels verckenslager 1 pond
f. 73
Jan Cornelisse Coomen 2 ponden
Voor in de Marïënbornstraet
Cornelis Fransse verckenslager 2 ponden
Abraham Willems backer, nihil habet 1 pond
Servaes Jorisse schrijnwercker 1 pond
De weduwe van Jan Bastiaens schipper, nihil habet 2 ponden
f. 73v
Aert van de Beeck den Ouden 1 pond
Jacob Jansse backer 1 pond
Diewertgen Joppen, niet te vinden 4 ponden
T Vijffde Quartier bedraegende ter somme van 523 ponden
f. 74
Seste Quartier beginnende in de Willem Oskenstraet [Weeshuisstraat] aen de Voorstraet tot aen [het] Steechoversloot
Steven Baltens 2 ponden 10 s.
Claes de Haen [“Claes” is doorgehaald en vervangen door “d’erfgenamen van Pauls”] 6 ponden
Adam Pietersse schipper 3 ponden
Pieter Nicasius [van Greveraet: ONA Dordrecht inv. 79, f. 64v, akte dd 16 aug. 1641] wijncooper 3 ponden
[Pieter Nicasius, geboren naar schatting ca. 1585, zoon van Nicasius Pietersz. (en Hendriksje NN ?)
NG trouwboek Dordrecht 19 juni 1611 Pieter Nicasius jong gezel van Dordrecht en Elisabet Geritsdr. van Houten van Antwerpen wonende in Oud-Beijerland, per schrijven van daar.. Op 9 juli 1611 bescheid gegeven om in Beijerland te trouwen.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 157v: op 14 nov. 1617 testeren Pieter, zoon van Nicasius Pietersz., wijnkuiper en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth Gerritsdr. van Houte. Zij prelegateren aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 25 gl. Tot erfgenaam van al hun overige na te laten goederen en tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Die zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot zij 20 jaar zijn geworden en als zij gaan trouwen hen “uijt te setten in feeste ende cleedinge”. Als de eerstoverlijdende van hen beiden komt te sterven zonder kinderen na te laten, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende al diens kleren uitreiken, alsmede een somma van 25 gl.
ONA Dordrecht inv. 36, f. 89: op 5 mrt. 1634 verklaren Claertgen Jacobsdr., weduwe van Aert Nicasius bakker, die gewoond heeft in Brielle, geassisteerd met Herman Dominicus, schipper wonende te Brielle, haar toekomstige man, enerzijds en Pieter Nicasius, wijnkoper wonende te Dordrecht, als oom en bloedvoogd van vaderszijde over de twee kinderen van Aert Nicasius, t.w. Pieter Aertsz., 20 jaar oud, zoon van Cornelia Pietersdr., en Henrijcxken Aertsdr., ongeveer 4 jaar oud, dochter van Claertgen Jacobsdr., anderzijds, dat zij een overeenkomst hebben gesloten aangaande de verdeling van de goederen, die Aert Nicasius heeft nagelaten. De weduwe zal alle goederen behouden en belooft daarvoor aan Pieter Aertsz. te zullen overhandigen een grote kantoortafel met een grote “leije”. Zij zal haar jongste kind onderhouden totdat zij “gecomen sall wesen tot [haar ] jaren dattet [haar] cost bequamelijck sall connen winnen” en haar bovendien, als zij mondig wordt of gaat trouwen een somma van 20 gl. zal uitkeren. Pieter Nicasius belooft de weduwe en haar twee kinderen vrij te houden van alle schulden en lasten van hun vader.]
f.74v
Adriaen Jansse pasteijbacker 8 ponden
Adriaen Cornelisz. Belliaert 4 ponden
Roelant Dircxe van Deuren 42 ponden
[ONA Dordrecht inv. 11, f. 133: verklaring dd 3 aug. 1613 door o.a. Roelof Dircxsz. van Dueren, koopman en burger van Dordrecht, 54 jaar oud.]
Henrick Starrenburch, is onder de heeren uijtten Achten 30 ponden
[Hendrik Pietersz. Sterrenburg, geboren ca. 1570, koopman, trouwde Maria Rochusdr. *
ONA Dordrecht inv. 5, f. 46v: op 3 aug. 1612 verklaren Henrick Pietersz. Sterenburch, koopman, Anneken Adriaensdr., weduwe van Aert Cornelisz. Cools, Jacob Jansz. de Kets en Frans Jansz. de Kets, beiden Londenvaarders en burger van Dordrecht, dat zij eigenaars zijn, elk voor een vierde deel, van twee schepen, nl. een boeier, genaamd “den Griffoen”, en een rond karveelschip, genaamd “den Valck”.
ONA Dordrecht inv. 5, f. 98: verklaring dd 24 april 1613 door o.a. Hendrick Pietersz. Sterrenburch, koopman te Dordrecht, 43 jaar oud.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 212v: inventaris van de goederen van wijlen Hendrick Sterrenburch en diens vrouw, opgesteld op 1 dec. 1641.
De inventaris bevat o.a.:
-obligaties
– een aandeel in de WIC (kamer Dordrecht) van 1200 gl. en een in de WIC (kamer Amsterdam) van 400 ponden
– een huis, genaamd “het Wapen van Hamborch, in welk huis Sterrenburch is overleden en waarin zijn weduwe mag blijven wonen tot aan haar overlijden. Na haar dood moet het huis verdeeld worden tussen haar erfgenamen en die van haar overleden man, elk voor de helft
– een huis, genaamd “de Drie Haringen”, staande op de hoek van de Nieuwkerksteiger, getaxeerd op 1550 gl.
– een huis erachter, staande in de Steigerstraat, getaxeerd op 360 gl.
– een huisje in voornoemde steiger, staande op de hoek van het plankier, getaxeerd op 340 gl.
– een huis aan de overzijde van genoemde steiger, staande achter het huis van Hendrick Vermeij, getaxeerd op 400 gl.
– een huisje, staande naast het voornoemde huis, bewoond door Marijken Huijbert, getaxeerd op 350 gl.
– een huis, staande naast het voorgaande op de hoek van de haven, getaxeerd op 300 gl.
– een huis in Schiedam, getaxeerd op 1300 gl.
– zilverwerk, getaxeerd op 5110 ponden, aangenomen door de weduwe
– potgeld
Totaal van de baten 20.752 gl. 12 st. 8 penn.
Totaal van de lasten 274 gl. 11 st. 8 penn.
Resteert 20.478 gl. 1 st. 0 penn.
Welk bedrag moet worden verdeeld tussen de weduwe Sterrenburch voor de ene helft en de erfgenamen van haar overleden man, m.n. Thomas Gevin Schotsman, als man van Maria Sterrenburch, de weeskinderen van D’Espinoij en de weeskinderen van Claes en Willem de Jaeger *, voor de andere helft, nl. voor elk 10.239 gl. 0 st. 8 penn. Van de andere helft moet afgetrokken worden t.b.v. de doodschulden een bedrag van 223 gl. 11 st. 0 penn. en een bedrag van 50 gl. wegens een donatie inter vivos, gedaan door Sterrenburch en zijn vrouw aan de buurt of de Confrerie van de Kruiskapel.
* Vermoedelijk kinderen van Cornelis Claesz. de Jager, van Dordrecht, en Maricke Pietersdr. Sterrenborch van Schiedam (trouwden NG Dordrecht 24 febr. 1591 [ondertrouw]).
Resteert voor de tweede helft 9965 gl. 9 st. 8 penn., welke onder de erfgenamen van Sterrenburch verdeeld moet worden, nl. in drie delen ofwel 3321 gl. 16 st. 10 penn. voor elk.
Op 24 dec. 1641 comp. Maria Starrenburch, als procuratie hebbende van haar man Thomas Gevin, Janneken Jacobs, als moeder van haar kind, bij haar verwekt door Claes de Jager, en Anthonij de Sondt, namens Maria Rochus, zijn aangetrouwde tante, die verklaren, dat zij met bovengenoemde scheiding volkomen genoegen nemen.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 658: op 9 okt. 1642 testeert Maria Rochus, weduwe van Hendrick Pietersz. Starrenburch, raad in wette van Dordrecht. Zij herroept haar testament van 1 juni 1640, gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl., aan de beide kinderen van Angenieta Pietersdr. of bij vooroverlijden haar nakomelingen samen een somma van 400 gl., aan Pieterken Damasdr., weduwe van Jacob de Kets, een jaarlijkse lijfrente van 6 Vlaamse ponden, en aan haar nicht Maria de Sont Anthonisdr. een somma van 900 gl. en aan de andere kinderen van haar nicht Adriana Panssers Dircxsdr., bij haar verwekt door Anthonij de Sondt, elk een somma van 100 gl. Zij prelegateert aan haar neef Hendrick Dircxsz. Pansser twee zilveren vergulde schroeven. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar nicht Adriana Panssers en haar neef Hendrick Pansser of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zij herroept het legaat van 50 gl., dat zij en haar man hebben gemaakt aan de buren van de Kruiskapel, waartoe zij, testatrice, heeft behoort.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 673v: op 2 nov. 1642 bevestigt Maria Rochusdr., weduwe van Hendrick Pietersz. Starrenburch, haar testament van 9 okt. 1642, voor zover niet strijdig met hetgeen hierna volgt. Als haar neef en nicht Hendrick Pansser en Adriana Pansser samen of een van hen beiden komen te overlijden, moeten de goederen, die zij van haar zullen hebben geërfd, komen aan de langstlevende van hen beiden of bij hun overlijden aan hun nakomelingen of bij ontbreken daarvan aan de erfgenamen ab intestato van vaderszijde van haar, testatrice.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 431: op 9 juni 1645 transporteert Maria Starrenburch Jacobsdr., de vrouw van Thomas Gijween, wonende te Edinburg in Schotland, als procuratie hebbende van haar man en geassisteerd met haar zoon Michiel Gewen, aan Cornelis Nieuwkercken en Engeltgen Michielsdr., zijn vrouw, die in Rotterdam wonen, haar zesde deel van een somma van 3725 gl., die haar schuldig is Aert Michielsz. de Hulter, wijnkoper te Dordrecht, wegens de koop van een huis in de Kannenkopersbuurt, dat is nagelaten door haar oom Hendrick Pietersz. Starrenburch en diens echtgenote Maria Rochus.
* Rochus Cornelisz., trouwde NN
Kinderen:
a. Maria Rochus Cornelisdr., van Dordrecht (1592), trouwde NG Dordrecht 3 mei 1592 (ondertrouw) Hendrick Pietersz. Sterrenburch, van Schiedam (1592)
b. Dick Rochusz., trouwde NN
Kinderen:
b-1. Adriaenke Dirck Rochusdr. Panssers, van Dordrecht wonende bij Sterrenburch omtrent de Nieuwbrug (1618), trouwde NG Dordrecht 8/24 april 1618 (procl. te Gorinchem, op het bescheid van Gorinchem getrouwd op 24 april 1618) Anthonij Pietersz. de Sondt, van Vlissingen wonende te Gorinchem (1618), koopman
b-2. Hendrick Dircksz. Panser, geboren ca. 1597, van Dordrecht (1626), weduwnaar van Dordrecht (1628), twijnder, trouwde 1e NG Amsterdam 26 mrt. 1626 (ondertrouw, de bruidegom heeft geen ouders meer, is 29 jaar oud, geassisteerd met zijn neef Jacob de Vijselaer, woont in Dordrecht, waar de geboden mede gaan, de bruid wordt geassisteerd met haar vader Cornelis Leendertsz., woont op de Rozengracht) Lijsbeth Cornelis, van Amsterdam (1626), trouwde 2e NG Amsterdam 6 jan. 1628 (de bruidegom wonende in de Hartestraat, de bruid voor het Dolhuis, is 28 jaar oud, geassisteerd met haar ouders Gerrit Willemsz. Vredenborch en Aeltie Cornelis) Annetie Vredenborg, van Dordrecht (1628)]
Aert Jansse beenhacker 12 ponden
f. 75
Gerrit Joppen 7 ponden
[Gerrit Joppen varkenslager, geboren naar schatting ca. 1550, overleden in of na 1626.
Genealogie:
I. Jacob Adriaensz. varkenslager, overleden vóór 2 april 1577, trouwde NN
2 april 1577: scheiding van de goederen, nagelaten door Jacob Adriaensz. varkenslager tussen Geerit Joppesz. voor zichzelf, Pieter Dionijsz., als man van Joetgen Willemsdr. en tevens als oom en voogd van Dircxken Joppen, Maricken Joppen, Willem Joppesz. en Lijsken Joppen, onmondige kinderen van wijlen Jop Jacobsz. varkenslager, verwekt bij wijlen Grietgen Willemsdr., enerzijds en Huijch Cornelisz. molenaar, voor zichzelf en uit naam van Adriaen Cornelisz., Jacob Cornelisz. landmeter, als oom van de beide kinderen van Cornelis Jacobsz., verwekt bij Marijcken Cornelisdr., anderzijds, samen erfgenamen van Jacob Adriaensz. varkenslager, hun grootvader. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 4 e.v.)
Kinderen:
a. Jop Jacobsz., volgt II
b. Cornelis Jacobsz., overleden vóór 2 april 1577, trouwde Marijcken Cornelisdr.
II. Jop Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1520, varkenslager, “schalietelder” te Dordrecht, overleden ca. 1572, trouwde 1e Elisabeth Barthoutsdr., zuster van mr. Niclaes Barthoutsz. en 2e ca. 1565 Grietgen Willemsdr., vermoedelijk zuster van Joetgen Willemsdr., echtgenote van Pieter Dionijsz.
1 april 1573 (na Pasen): comp. voor schepenen van Dordrecht Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz. varkenslager, enerzijds en Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen en erfgenamen van Job Jacobsz., verwekt bij Elijsabeth Barthoutsdr. zaliger, anderzijds. Zij verdelen onderling de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 232v)
1 april 1573 (na Pasen): Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen van Job Jacobsz. varkenslager, verwekt bij Elijsabeth Jacobsdr. (sic), hun moeder zaliger, verklaren volledig betaald en voldaan te zijn door Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz., hun stiefmoeder, van alle goederen, die hun zijn aanbestorven door overlijden van Job Jacobsz. en Elijsabet Barthoutsdr., hun vader en moeder zaliger. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 233)
23 dec. 1574: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. “schalietelder”, door zijn weduwe Grietken Willemsdr., enerzijds en Cornelis Jacobsz. “boechmaecker”, als gemachtigd door Jan Ariensz. Cattendijck, wonende te Rotterdam, “als van de naeste vrunden” en voogd van Dircxken Joppen, 9 jaar oud, Marichgen Joppen, 7 jaar oud, Willem Joppen, 6 jaar oud en Lijsken Joppen, 4 jaar oud, weeskinderen van Jop Jacobsz., verwekt bij Grietken Willemsdr., anderzijds. Het betreft een “sobere” boedel. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 157 e.v.)
16 jan. 1578: Grietken Willemsdr., weduwe van Jop Jacobsz. varkenslager, verkoopt aan Arien Fransz. de Jonge een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Dwarsgang [vermoedelijk gelegen tussen de Weeshuisstraat en de Zakkerdragersstraat], staande tegenover de poort van het Weeshuis [het Weeshuis was sinds 1575 gevestigd in het voormalige Mariënbornklooster en stond tussen de Weeshuisstraat en de Mariënbornstraat (Van Baarsel, o.c., p. 126)] tussen de gang van het Weeshuis en het huis van Arien Lenertsz.] (ORA Dordrecht inv. 712, f. 204)
Kinderen:
Ex 1 (volgorde onzeker):
a. Jan Jobsz.
b. Geerit Joppen, volgt III
c. Adriaen Scrijver Jobsz.
Ex 2:
b. Dircxken Joppen, geboren ca. 1565
c. Maricken Joppen, geboren ca. 1567
d. Willem Joppen, geboren ca. 1568
e. Lijsken Joppen, geboren ca. 1570
III. Geerit Joppen, geboren naar schatting ca. 1550, varkenslager te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1575 Heilken Willemsdr.
11 mrt. 1599: Gerrit Jobsz., burger van Dordrecht, verklaart zich borg te stellen “voor de onbekende belastingen die souden mogen staen” op een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Jan de Buijs en dat van Pieter de molenaar, welk huis door Gijsbert Cornelisz. pasteibakker op 13 april 1595 is gekocht van Egbert Ariensz. “gortmaecker” en dat voor een bedrag van 132 gl., “in begrootinge van gelijcke somme die [aan] den voorsz. Gerrit Jobssoen”, als voogd van de weeskinderen van Willem Rhijsberch zaliger, verwekt bij Mariken Willemsdr., overgedragen is. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 56 e.v.)
6 nov. 1602: mr. Niclaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen, als erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Bartholomeus Willemsz. [tingieter] en Adriaen Apersz., als man van Claerken Willemsdr. en als gemachtigde van zijn zwager Schrevel Willemsz., Arent Andriesz. voor zichzelf en vervangende Aelken en Marijken Andriesdochters, kinderen van wijlen Aeffken Willemsdr., voor zichzelf en samen vervangende Willem Jacobsz., zoon van wijlen Jacob Willemsz., allen erfgenamen van Catharina Willemsdr., die echtgenote was van voornoemde Barthout Barthoutsz.*, verkopen aan Jacob Moleschot, koopman te Dordrecht, een huis, dat staat tussen de Vriesestraat aan de ene zijde en het huis van Marijken de pasteibakster aan de andere zijde. Waarborgen: mr. Nicolaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen. De koopsom bedraagt 3100 gl., waarvan koper 800 gl. contant betaalt en de rest in jaarlijkse termijnen van 216 gl. Koper is wegens de koop van 1/4 part van het voornoemde huis schuldig aan Nicolaes Barthoutsz. een somma van 575 gl. (In margine: comp. Geerit Joppen varkenslager, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn oom Nicolaes Barthoutsz., die in Delft woont. Hij verklaart, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 17 juli 1614.) (ORA Dordrecht inv. 746, f. 178v en 179)
* 18 aug. 1592: Bartholomeus Willemsz. tingieter en Barthout Barthoutsz. kruidenier, getrouwd met Catharina Willemsdr, als ooms en voogden van de weeskinderen van Aefgen Willemsdr., transporteren aan Aert Cornelisz. een rentebrief van 9 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 119v)
31 mei 1602: testeert voor notaris W. van den Brouck Barthout Barthoutsz. kruidenier, ziek te bed liggende. Hij bevestigt het testament, dat hij op 21 nov. 1594 met zijn inmiddels overleden vrouw Trijnken Willemsdr. heeft gemaakt voor notaris B. van de Corput. Na zijn overlijden zal de ene helft van zijn na te laten goederen toekomen aan zijn erfgenamen ab intestato en de andere helft aan die van zijn vrouw. Tot executeurs-testamentair benoemt hij zijn broer mr. Nicolaes Barthoutsz. en Jacob Spaen, licentiaat in de rechten. (ONA Dordrecht inv. 4, f. 3 e.v.)
6 juni 1602: inventaris van alle goederen, die zijn nagelaten door Barthout Barthoutsz., opgemaakt door W. van den Brouck, notaris te Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Trijnken Willemsdr. Tot de boedel behoort o.a. een huis op de hoek van de Vriesestraat. Op f. 146v van de inventaris staat: “den gemeen[en] boedel is schuldich aen mr. Claes Barthoutsz., den broeder vanden voorsz. Barthout Barthoutsz. de somme van hondert gul.” (ONA Dordrecht inv. 3, f. 145 e.v.)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Elizabeth, okt. 1575 (naam van de vader Gerlich Joppen, van de moeder Heiltgen)
b. Gouken, 20 febr. 1578
c. Jopken, 21 mrt. 1580
d. Diericxken, 23 okt. 1583]
Maerten Jansse 1 pond
Jaecques van Santvliet 2 ponden
Hendrick Terwen sijdecramer 25 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 128: op 25 jan. 1627 verklaart Sebilla Verbeeck, laatst weduwe van Hendrick Terwe, wonende te Dordrecht, dat, hoewel zij gehouden is aan haar voorkinderen, bij haar verwekt door Daniël van Mollem, haar eerste man, niet meer uit te keren wegens hun vaderlijke goederen dan de helft van een somma van 13.304 gl. 5 st. Hollands geld en de helft van de inboedel, bedragende een somma van 1600 gl. Hollands geld, zij nu aan haar voorkinderen voor hun vaderlijke goederen wil uitreiken een somma van 15.829 gl. 12 st. 8 pen., zijnde de helft van haar goederen, zoals die waren toen zij ging trouwen met haar tweede man. Zij bewijst aan haar kinderen de helft van hetgeen men haar schuldig is in het Land van Kleef, hetwelk zij begroot op 3698 gl. 4 st. 4 pen. Zij bewijst haar voorkinderen nog in mindering van hun vaderlijke goederen een somma van 3150 gl. over het kapitaal van vijf lijfrenten, staande op naam van haar vijf voorkinderen, ten laste van de Staten en het Land van Utrecht, bedragende voor elk kind 70 gl. Hetgeen haar voorkinderen tekort komen aan de 15.829 gl. 12 st. 8 pen. belooft zij aan hen uit te keren, zodra zij gaan trouwen. Zij behoudt echter het vruchtgebruik haar leven lang gedurende van een somma van 14.101 gl. 5 st. en houdt nog onder zich een somma van 1967 gl. 13 st., die haar kinderen aankomt uit de goederen van hun grootmoeder en van hun spaarpot, die zij haar kinderen belooft uit te keren, wanneer zij gaan trouwen.]
Isaac Goverts Roovers [koopman] 30 ponden
[Isaack Govertsz. Roovers, weduwnaar van Emmerick wonende in de Munt (1625), korenkoper, koopman van greinen, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 20 juli/3 aug. 1625 Maria Brantwijck Willemsdr., van Dordrecht wonende tegenover de Karnemelksteiger [steiger aan de Groenmarkt tegenover de Vriesesteiger] (1625)
ONA Dordrecht inv. 58, f. 27: op 9 febr. 1633 verkoopt Isaack Govertsz. Rovers, koopman en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jacob Neringh, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Matheus Pauwelsz. de Hultere en dat van kapitein Caron.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 919: testament dd 19 nov. 1643 van Isaack Govertsz. Roovers, koopman van greinen, en zijn vrouw Maria Brantwijck, burgers van Dordrecht. De testateur legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 150 gl., aan zijn zoon Willem Roovers een lijfrentebrief van jaarlijks 50 gl., “geaffecteert opt comptoir” van de ontvanger Van der Goes in Brielle, en aan zijn vrouw alle huisraad, meubelen en inboedel, haar kleren, juwelen en zilverwerk, op voorwaarde, dat zij in de gemeenschappelijke boedel zal inbrengen een somma van 1500 gl. en aan zijn kinderen zal overdragen al zijn kleren en de helft van zijn “geprente” boeken. Aan zijn broer Jacob Govertsz. Roovers legateert hij een jaarlijkse lijfrente van 110 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen benoemt hij zijn drie kinderen Cornelia Roovers, Maria Roovers en Willem Roovers, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Op hetgeen Cornelia van hem zal erven moet in mindering gebracht worden hetgeen zij tijdens zijn leven al van hem heeft gekregen. Van het overige zal zij alleen het vruchtgebruik hebben en na haar overlijden moet de eigendom van haar erfdeel komen aan haar kinderen of als die kinderen zonder nakomelingen komen te overlijden aan zijn, testateurs, naaste bloedverwanten. Als de testatrice voor haar man komt te overlijden, legateert zij aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 150 gl. Zij benoemt haar zoon Willem Roovers tot erfgenaam van al haar na te laten goederen. Daarvan zal haar man zijn leven lang het vruchtgebruik hebben, mits hij “in minderinge vandien” aan haar zoon zal uitreiken zodanige somma geld als zij bij het aangaan van hun huwelijk heeft ingebracht, alsmede hetgeen zij van haar vader [Willem Brantwijck] en haar broer Pieter Brantwijck heeft geërfd en dat met 9 morgen en ettelijke roeden land in de Zuidpolder van Dubbeldam, getaxeerd op 8400 gl. en de rest met geld of obligaties “tot keuze ende optie” van haar man, en verder nog een lijfrente van jaarlijks 50 gl. en al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Als haar zoon ongehuwd voor zijn vader komt te overlijden, mag haar man behouden het vruchtgebruik van al haar na te laten goederen. In dat geval moeten haar naaste bloedverwanten na het overlijden van haar echtgenoot uit haar na te laten goederen aan de kinderen van Cornelia Roovers een somma van 5000 gl. uitkeren en aan de kinderen van Maria Roovers een bedrag van 2500 gl. Voorwaarde bij dat laatste is dat Cornelia en Maria daarvan het vruchtgebruik zullen hebben. De langstlevende van hen testateuren zal aanbedeeld worden aan het grote huis, waarin zij wonen, vanouds genaamd “Groot Treijer”, staande omtrent de Munt van Holland. Daarbij zal echter niet inbegrepen zijn het pakhuis, dat de testateur gekocht heeft van de kinderen en erfgenamen van Maerten van Balen, met het erf, daarbij behorende, met de bollen van bloemen en tulpen in de tuin, achter het voornoemde huis staande en liggende. Degene, die het huis op zijn erfdeel aanvaardt, zal gehouden zijn in de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 8000 gl. in contant geld in te brengen. De testatrice zal, als zij de langstlevende is, de voornoemde ruim 9 morgen land in de Zuidpolder van Dubbeldam mogen aannemen, mits zij in de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 8400 gl. inbrengt. Tot voogden over haar minderjarige zoon, Willem, stellen de testateuren aan de langstlevende van hen beiden, en Ocker Brantwijck en Arent van der Goes, resp. de broer en zwager van de testatrice. De testateur benoemt tot administrateurs over de goederen van zijn dochter, Cornelia Roovers, en haar kinderen, zijn schoonzoon Jasper Coninck, en zijn goede vriend Balten Baltensz. azijnmaker.
Kinderen:
Ex 1:
a. Cornelia Roovers
b. Maria Roovers, geboren naar schatting ca. 1610, van Dordrecht wonende bij de Munt (1635), trouwde NG Dordrecht 30 dec./15 jan. 1636 Jasper Coninck, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1635)
Ex 2:
c. Govert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1627, jong overleden
d. Willem Roovers, gedoopt NG Dordrecht dec. 1628]
f. 75v
Claes Jansse Verschaech 1 pond
De weduwe van Maerten van Balen [lakenkoper] 40 ponden
[Maerten van Balen, geboren ca. 1570, koopman, overleden kort voor 22 april 1625, trouwde Hester Willemsdr. Predons
ONA Dordrecht inv. 12, f. 566: verklaring dd 16 april 1620 door o.a Maerten van Balen, ongeveer 50 jaar oud, lakenkoper en burger van Dordrecht.
Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 27: op 22 april 1625 gecollationeerd het testament van Maerten van Balen, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Hester Willems, gepasseerd voor notaris H. Balis te Dordrecht op 22 april 1625. In margine: op 27 april 1625 verklaart Isack Canijn, koopman en burger van Dordrecht, de voogdij te aanvaarden.]
Jouffrou Noiret in de Munt 20 ponden
[ONA Dordrecht inv. 56, f. 308v: op 11 jan. 1628 verleent Hester van Eeckeren, weduwe van Johan Noiret, wonende te Dordrecht, procuratie aan Abraham Boots, zoon van haar overleden dochter Catharina Noiret, om te annuleren het huurcontract of de erfpacht van een halve kavel land in Prinsenland, groot omtrent 35 gemeten, welk land zij op 24 april 1615 aan haar inmiddels overleden zoon Jaques Noiret heeft verpacht, en om te vorderen van de weduwe en en erfgenamen van Jaques Noiret hetgeen zij aan hem geleend heeft en dat geld weer uit te lenen aan haar zoon Melchior Noiret, die in Venetië woont.]
Aert Verbeeck de Jonge 1 pond
Anthonij Henricxe assaieur 2 ponden
f. 76
De weduwe van Jan van Bencken muntmeester 40 ponden
[Jan Bencken de jonge, trouwde naar schatting ca. 1620 Sara Trucquet, weduwe van Amsterdam (1627), trouwde 1e Nicolaes van Marche, 3e NG Dordrecht 19 dec. 1627 (ondertrouw, proclamatie in Utrecht) jonkheer Lowijs Malepert van Bergen in Henegouwen, heer te Jutphaas, wonende op Plettenberch in Jutphaas (1627)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 247: op 10 sept. 1625 verklaart Thomas Trucquet, tafelhouder van lening te Dordrecht, dat hij zich op 31 aug. 1620 ten behoeve van de Heren van de Rekening van de Grafelijkheid van Holland borg gesteld heeft voor een somma van 3000 ponden, die Johan Bencken de jonge, meester particulier van de Munt van Holland te Dordrecht, gehouden was stellen voor een periode van drie jaar of voor zolang hij het ambt van muntmeester zou mogen bedienen. Aangezien Johan Bencken de jonge inmiddels overleden is en zijn weduwe Sara Trucquet, dochter van de comparant, van de voornoemde Heren van de Rekening toestemming heeft gekregen “de Munte bij haer gecontinueerd ende bedient te werden met eenen bequamen assistent”, verklaart Trucquet de borgtocht van 3000 ponden voor zijn dochter te willen vernieuwen voor zolang zij de Munt zal mogen blijven bedienen”.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 250: op 11 sept. 1625 verklaart Sara Trucquet, weduwe van Johan Bencke de jonge, dat zij tot haar assistent in de bediening van de Munt van Holland te Dordrecht heeft benoemd haar aangetrouwde oom Jacob Bencken.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 130: op 20 mrt. 1627 testeert Sara de Trucquet, laatst weduwe van Johan Bencke de jonge, muntmeester particulier van de Munt van Holland, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een somma van 300 gl., aan de huisarmen te Schoonhoven een somma van 100 gl. en aan de huisarmen van Sneek een somma van 150 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen, bij haar verwekt door Nicolaes van Marche en Johan Beecke de jonge, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Dat alles op voorwaarde, dat haar kinderen van die goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben en de eigendom ervan zal komen aan haar kleinkinderen en verdere nakomelingen. Als haar kinderen allen komen te overlijden zonder kinderen na te laten, zullen die goederen komen aan hun erfgenamen ab intestato van moederszijde.
Kinderen:
a. Hendrick Bencken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1621
b. Magdalena, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625]
Anthonij Bastiaens 2 ponden
D’heer Cornelis Adriaensse Teresteijn out borgemeester 80 ponden
[Cornelis van Teresteijn Adriaensz., geboren ca. 1580, o.a. thesaurier en burgemeester van Dordrecht, overleden op 22 mrt. 1643, begraven in de Grote Kerk (zerk), begraafboek Grote Kerk 23 mrt. 1643: een baar voor burgemeester Teresteijn.
ORA Dordrecht inv. 1596, f. 86v: op 25 okt. 1618 verklaart Cornelis Adriaensz. Teresteijn, thesaurier van Dordrecht, dat hij op 9 febr. 1618 van “die van de rekeninge des Graeffelikheijts van Hollandt” voor 11.550 Vlaamse ponden gekocht heeft een huis [in de Voorstraat] naast de Munt, eertijds eigendom van Jan Damen.Op 25 okt. 1618 compareerde dr. Johan Basius, rekenmeester in de kamer van de rekeningen van Holland, als procuratie hebbende van zijn medebroeders in dat college, gepasseerd in voornoemde kamer op 19 april 1618 en ondertekend door H. van Luchtenburch, luidende als volgt:De leden van de Rekenkamer van Holland hebbende volgens autorisatie van de Staten van Holland door Johan Basius op 9 febr. 1618 laten verkopen een huis, staande naast de Munt te Dordrecht, eertijds eigendom geweest van Jan Damen, en hebben Basius gemachtigd om voor het gerecht aldaar aan Cornelis Adriaensz. Terersteijn, thesaurier van Dordrecht, het voornoemde huis te transporteren op de volgende voorwaarden:1. Aan de koper zal volgen het sementeerhuis [betekenis mij onbekend] en het bleekveld ter breedte van “het hoff”, strekkende van achteren van de zuidzijde van de poort tot aan het sementeerhuis, te weten in de breedte aan het sementeerhuis 35 voet, achter aan de poort 32 voet en in het midden van het kruispad, waar een paaltje is geslagen, 31 voet, alle voeten gemeten met de Luikse houtvoet en wel 11 duimen de voet,2. De koper zal gehouden zijn op zijn eigen kosten op zijn eigen grond te maken een stenen scheimuur, tenminste anderhalve steen dik met een hoogte van tenminste 9 voet, welke muur en het onderhoud ervan voortaan voor de helft zal toebehoren aan de koper en voor de wederhelft aan de Munt, 3. Al het water, zowel hemel- als huiswater zal lopen en geloosd worden, alleen over het erf van de koper en niet over het erf van de Munt, met dien verstande, dat de koper op zijn kosten zal mogen leggen een loden goot langs zijn muur van de bovenplaats af tot aan het einde van het sementeerhuis, zonder dat men die goot om de achtergevel van het sementeerhuis zal mogen leiden, maar zal het water binnen genoemde gevel op de grond van de koper geleid worden.4. De waterput zal door de koper en door de Munt gebruikt worden “halff ende halff”. 5. De koper zal mede hebben het gebruik van de regenbak, die staat op de plaats van de Munt, nl. om alleen door een pomp het water komende van het huis van de koper daaruit boven op de plaats van kopers huis te trekken. Het onderhoud van de regenbak blijft altijd ten laste van de koper, hoewel de eigendom ervan blijft toebehoren aan de Munt. Doch indien de koper de regenbak niet wil gebruiken, “maer op sijnen eigen gront selffs eenen te vinden sal”, zal hij niet gehouden zijn tot het onderhoud ervan te betalen,6. De koper zal gehouden zijn de deur van zijn bierkelder op zijn kosten dicht te metselen, maar beide lichten, die in de kelder staan, zullen daar blijven staan, mits de koper daarin laat stellen staande glazen en ijzeren spijlen “nare costume deser stede”,7. De lichten in de bovenkeuken van kopers huis zal de koper moeten vervangen door staande lichten ter hoogte van 7 voeten uit de vloer van die keuken en daarin laten stellen staande glazen en ijzeren spijlen,8. De koper zal gehouden zijn de deur van de wijnkelder, komende op de plaats van de Munt, op zijn kosten te laten dicht te doen metselen, en alleen behouden het licht, dat tegenwoordig naast de deur staat, verzorgd met een glas en ijzeren spijlen, 9. De koper zal gehouden zijn de deuren en lichten van het sementeerhuis met steen dicht te doen stoppen en blind te maken en alleen zijn licht mogen “vinden ende scheppen” in de zijmuur van het sementeerhuis aan de zijde van het bleekveld, zonder dat hij enige lichten zal mogen stellen, “responderende” op het erf van de Munt,10. De kozijnen van het sementeerhuis zullen blijven toebehoren aan de Munt en de muur van de achtergevel van het sementeerhuis zal zijn “halff en de halff” en het secreet daarachter zal tot gemeenschappelijk gebruik en de kosten ervan zullen eveneens gemeenschappelijk blijven,11. De uitgang, waarmee men boven uit de Munt komt op de plaats van de Munt zal eigendom blijven van de Munt, zulks dat de deur van kopers huis op die uitgang “responderende” door de koper op zijn kosten toegemetseld zal moeten worden,12. Alle lichten, die kopers huis “schept”, zowel op het erf van de ijzersnijder als in kopers achterkeuken, zullen niet door de Munt belemmerd mogen worden,13. Aan de koper zal mede volgen de hele muur aan de zijde van het huis, genaamd “den Ring”, van voren tot achteren, maar aan de zijde van de Munt zullen de muren zijn “halff ende halff”,14. Aan de koper zullen volgen alle bedsteden, banken en dergelijke meubelen meer, die in het voornoemde huis aanwezig zijn, voor zover die aan de Munt toebehoren, alsmede de gemaakte kozijnen en dat alles volgens het contract van 9 febr. 1618.Compareerde mede mr. Cornelis van Beveren, raad en rentmeester van Zuid-Holland, en bekende in die hoedanigheid volledig voldaan te zijn met een schepenenschuldbrief, door koper op heden gepasseerd.In margine: schuldbrief gecasseerd op 13 dec. 1621.Op 9 febr. 1618 verklaart Cornelis Adriaensz. Teresteijn, thesaurier van Dordrecht, van de heren van de Rekeningen van Holland gekocht te hebben een huis naast te Munt, eertijds eigendom geweest van Jan Damen, voor een somma van 11.550 ponden van 40 groten het pond, boven het rantsoen van 3 groten op iedere gulden, af te lossen in vier termijnen, te betalen op iedere meidag 2887 ponden 10 schellingen, waarvan de koper de eerste termijn aan mr. Cornelis van Beveren t.b.v. de grafelijkheid reeds voldaan heeft.(Vriendelijke mededeling van de heer K. van der Vaart te Dordrecht.)]
Elisabet Pieters ’t Jong 10 ponden
Wouter Boquet 20 ponden
[ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Wouter Boucquet, 70 jaar oud.
ONA Dordrecht inv. 27, f. 185: op 29 juni 1622 verklaart Gijsbert de Jager, notaris te Dordrecht, op verzoek van [NN] Brederode, wonende in Den Haag, dat Blasius van Haerlem, kamerbewaarder van Dordrecht, “volgens dordinantie vande Christelicke kercke” in Dordrecht is getrouwd met Cornelia Jansdr. van den Engel, de dochter van zijn vaders zuster en zulks de dochter van zijn tante, dat Wouter Boucquet zijdenlakenkoper getrouwd is met de dochter van zijn vaders zuster, dat Jan Jacobsz. van Wesel in de kerk te Dordrecht is getrouwd met de dochter van zijn moeders zuster, en voorts dat hij zeer goed kent Henrijck Lenertsz. Besemer, die eertijds woonde in Mijnsheerenland en thans in de Borstel in het Land van Goes en dat Henrijck, nadat zijn vrouw overleden is, bij wie hij vele kinderen heeft verwekt, getrouwd is met de zuster van zijn overleden vrouw.]
Pieter Pieters lootgieter 15 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 13: op 21 jan. 1630 verklaart Nijs Jansz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Pietersz. loodgieter, volgens procuratie gepasseerd voor schout, burgemeester, schepenen en raad van Culemborg op 28 dec. 1629, tot “versekertheijt” van Catarina Pietersdr., de onmondige dochter van Pieter Pietersz., verbonden te hebben een huis voor het Bagijnhof, genaamd “den Salamander”, alsmede zijn aandeel in een huis op de hoek van de Houtsteiger, genaamd “de Drije Schabellen”, opdat men daaraan kan verhalen de somma van 1000 gl., welke Catarina Pietersdr. toekomt wegens haar moederlijk erfdeel. Jan Aertsz. glasmaker, burger van Dordrecht, als man van Janneken Pietersdr., verklaart, dat aan hem betaald is hetgeen zijn vrouw toekomt wegens haar moederlijk erfdeel. Hij bevrijdt derhalve het huis omtrent de Munt van de hypotheek, waarmee het wegens dat moederlijk erfdeel belast is. Catarina Pietersdr., geassisteerd met haar oom en voogd Nijs Jansz., verklaart het huis, dat gekocht is door de heer Van den Brouck, ontslagen te hebben van genoemde hypotheek.]
f. 76v
Henrick Wijnants cleermaker 5 ponden
Cornelis Pieters ’t Jong 12 ponden
Catharina van de Steen weduwe van Johan de Lange, te sien naer billet 15 ponden
Pieter Gaeduijts [zijdenlakenkoper] met sijn kinderen 36 ponden
De vier ongehoude kinderen van Franchoijs Fransse 30 ponden
f. 77
Cornelis Fransse [van Kerckesant] backer 3 ponden
[Cornelis, zoon van Frans Egbertsz. bakker en Maricken Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht 1584
ORA Dordrecht inv. 769, f. 3v, akte dd 4 sept. 1631: Cornelis Fransz. van Kerckesant bakker is wegens de koop van een huis bij de Munt een bedrag van 650 gl. schuldig. Hij verbindt daarvoor een huis bij het Steegoversloot genaamd “den Vergulden Ram”, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Aert Wesselsz.
ORA Dordrecht inv. 774, f. 133v: op 31 okt. 1644 verkoopt Joris Jorisz. zager, burger van Dordrecht aan Cornelis Fransz. van Kerckesant, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Johannes Hardij en dat van Jan Pietersz. kleermaker.]
Aert Wessels [metselaar] 1 pond
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3971, f. 114v en 115: de weduwe van Aert Wesselsz. metselaar betaalt in de verponding van 1633 8 ponden 15 sch. voor haar huis in de Voorstraat (bij de Augustijnenkerk). Belenders: Cornelis Fransz. bakker en Geerit Thomasz. (van der Tuijnen) chirurgijn.]
Pieter Ghijsbers timmerman 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 38: op 12 mei 1632 verkoopt Pieter Gijsbertsz., houtkoper en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan mr. Geerard van der Thuijnen, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis aan de Landzijde op de hoek van het Steegoversloot, belend door het huis van Aert Wesselsz. en ’s herenstraat aan de voorzijde en het huis van Jasper Willemsz. aan de achterzijde. Waarborg: Gijsbert Pietersz., de vader van de verkoper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl. Borg: Goovert Jansz., huikmaker en burger van Dordrecht.]
De weduwe van Meus Aerts 2 ponden
[ORA Dordrecht inv.756, f. 102 e.v.: op 26 nov. 1615 verkoopt Trijntken Jacobsdr., weduwe van Meeus Aertsz., aan Dirck Henricx peltier een huis vóór in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Jansz. en het huis van verkoopster. Voorwaarde is, dat als verkoopster of haar erfgenamen, zolang zij eigenaren zijn van het huis op de hoek van het Steegoversloot, het huis daarnaast, staande in de Voorstraat, waarin Jacob Ewoutsz. schipper woont, kopen, “dat in dien gevalle tvoorsz. vercofte huijs mede volgen sall de helfte vande muijre vande selven huijse tegens tvoorsz. vercofte huijs streckende”. Waarborg: Dirck Henricx, burger van Dordrecht.]
Henrick Hendricxe backer 1 pond
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 153: op 23 okt. 1627 testeert Hendrick Hendricxsz., broodbakker en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij prelegateert aan zijn zoon Gerrard Hendricxsz. al het gereedschap “totte backerie” behorende, alle “brant ende turff”, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel zal inbrengen een somma van 50 gl., voorts als zijn lijnwaat en zijn zondagse mantel. Aan zijn dochter Beatricx Hendricksdr., de vrouw van Jan Jansz. bakker, prelegateert hij twee Vlaamse ponden. Hij scheldt haar ook kwijt de vier zakken rogge en een zak meel, die hij haar of haar man geleend heeft en dat ter compensatie van de laken vlieger, die hij aan zijn dochter Stijntgen Hendricksdr. bij het aangaan van haar huwelijk heeft geschonken. Hij legateert aan zijn dienstmaagd Anneken Aerts een grofgreinen rok met fluwelen lijf en een doordeweekse Amsterdamse huik, die aan zijn overleden vrouw heeft toebehoord. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen Gerrart, Beatricx en Stijntgen Hendricx. of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Hij wenst,, dat zijn zoon Gerrart in het huis, waarin hij, testateur, woont, staande op de hoek van het Steegoversloot voor drie jaar na zijn overlijden zal blijven bewonen voor 13 Vlaamse ponden per jaar.]
f. 77v
Aen d’ander zijde beginnende aen de steijgert
Herman Jenefaessen 10 ponden
Antony van de Biesheuvel 4 ponden
[I. Anthony van den Biesheuvel, geboren naar schatting ca. 1585, waarschijnlijk in het Land van Heusden en Altena, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 mei 1658, zoon van Willem van den Biesheuvel en Lijsbeth Ariensdr., trouwde naar schatting ca. 1615 Thoentken Gijsbrechtsdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1649, dochter van Gijsbert Francken en Claerken Dircksdr.
Met zijn vrouw testeerde hij op 20 aug. 1620 voor notaris P. Eelbo te Dordrecht.
– 9 jan. 1620: Reijnier Adriaensz. van Wel, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4500 gl. aan Anthoni Willemsz. van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Altena”, staande [in de Voorstraat] omtrent het Steegoversloot tussen het huis van Herman Genefaesz. en dat van Adriaen Coenen lakenkoper. Waarborgen: mr. Jacob van der Eijck, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland en Wouter Vastersz., burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Grietken Cornelis een somma van 3000 gl. Borg: Matthijs Sandersz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1596, f. 2 e.v.)
– 6 mei 1645: Jochum Liens, wonende in Klundert, verkoopt Anthonij van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. van Bergen, bode van Dordrecht op Haarlem, en dat van Aelbert Hillebrantsz. van Swol. Waarborgen: Laurens van Valckenburch en Abraham van der Wal, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 24)
Zoon:
a. Isaac, volgt II
II. Isaac van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht jan. 1622, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1655), koopman in granen en korenmeter, veertigraad en schepen van Dordrecht (resp. 1673 en 1677), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 dec. 1679, trouwde 1e NG Dordrecht 13 april 1649 Pieternella Jansdr. Hulshout, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 okt. 1653, 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 5/25 sept. 1655 (bescheid gegeven om op Dubbeldam te trouwen 25 sept. 1655) Geertruijd Heerinck (Harinckx), gedoopt NG Dordrecht jan. 1621, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1655), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 nov. 1686, dochter van Gijsbert Harinx en Elisabeth van Deuren
SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd “de Salmander”, staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld één of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.
Kinderen (ex 2):
a. Anthonij van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1663
– 23 dec. 1682: Anthonij van de Biesheuvel, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijt Herinx, weduwe van Isaack van de Biesheuvel, schepen in wette van Dordrecht, voor 1000 gl. contant aan Jan Jansz. Pluijm, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan Bosman bakker en dat van de kinderen van Marcelis Bacx. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 153v e.v.)
b. Roelof, volgt III
III. Roelof van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1663, koopman en bankier te Brussel, overleden ald., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 aug. 1713, trouwde Dordrecht 14 nov. 1700 Elisabeth Herinkx, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 aug. 1732
(J. S. Biesheuvel en A. Biesheuvel, Genealogie van het geslacht Biesheuvel vanaf 1500 [2e druk, Heemstede/Dordrecht 1982], p. 37 e.v.)]
Adriaen Cooenen [sic] laeckencooper 15 ponden
Josijna Wielants met haeren dochter 90 ponden
Cornelis Vermeij laeckencooper 40 ponden
[16 april 1626: Cornelis Herbertsz. Vermeij lakenkoper verkoopt aan Sara en Machtelt Willem Wolffraetsdrs. een lijfrente van 75 gl. jaarlijks, verbindende een huis, genaamd “den Blinden Eesel”, staande [in de Voorstraat] tegenover de Munt tussen het huis van hem, comparant, en dat van Maricken Huijgendr.]
f. 78
Berbera Nijssen, is niet te haelen 6 ponden
[ORA Dordrecht inv. 735, 97v e.v.: op 22 juni 1579 comp. Barbara Dionijsdr., weduwe van Jan Adriaensz. in de Kelck, schipper te Dordrecht, enerzijds en Thonis Adriaensz. en Pieter Adriaensz. schippers, als ooms en voogden van Dionijs Jansz., ongeveer 3 jaar oud en Lijsbeth Jansdr., iets meer dan een jaar oud, beiden weeskinderen van Jan Adriaensz., verwekt bij Berbera Dionijsdr. Zij treffen een overeenkomst betreffende de verdeling van de boedel, die is nagelaten door Jan Adriaensz. Berbera krijgt alle goederen, die haar overleden man heeft nagelaten, in ruil waarvoor zij haar kinderen belooft schadeloos te houden van de uitschulden, die tot de boedel behoren, de kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun achttiende jaar en hun dan “eerlijk vuijt te setten naer haer staet”. Zij verbindt voor de nakoming hiervan haar huis, staande in de Voorstraat tegenover de Munt tussen het huis, genaamd “de Blaue Pan”, en het huis van Cors Jan Smitten.
ORA Dordrecht inv. 764, f. 29v e.v.: op 1 mei 1623 verkoopt Berber Dionijs, weduwe van Jan Jansz. inden Kelck, aan haar zwager Pieter Thonisz., tingieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, genaamd “de Swaen”, staande tegenover de Grafelijksheidsmunt tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck en dat van Pieter Pietersz. Bot. Koper is schuldig aan Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht, een somma van 1700 gl. Borg: Pieter Pietersz. Bot.
ORA Dordrecht inv. 765, f. 1 e.v.: op 11 jan. 1624 verkoopt Pieter Thonis, tingieter en burger van Dordrecht, aan Michiel Pompen Pietersz., thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht, een huis, genaamd “het Swaentgen”, staande bij de Munt [in de Voorstraat] tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck zilversmid en dat van Pieter Pietersz. Both loodgieter. Waarborg: Thonis Pietersz. loodgieter. De koper in zijn voornoemde hoedanigheid is schuldig aan verkoper een bedrag van 1800 ponden van 40 groten het pond.]
Maricken Huijgen 3 ponden
De weduwe van Gerrit Embrechtse ende haeren zoon 36 ponden
Jeronimus Terwe coopman 16 ponden
Jacob Dircxe Clootwijck uijtten Achten 12 ponden
Jan Hulshout 8 ponden
f. 78v
Barent Gerrits cannecooper 6 ponden
[Barent Gerritsz. (Hecker), geboren naar schatting ca. 1565, van Düsseldorf (1591), weduwnaar van Düsseldorf wonende bij de Kruiskapel [in de Voorstraat] (1621), schoenmaker (1591), kannenkoper, brandewijnverkoper, overleden tussen 15 sept. 1627 en 4 jan. 1630, trouwde 1e NG Dordrecht 8 sept./6 okt. 1591 Marijken Maerten Claesdr., van Sliedrecht (1591), 2e NG Dordrecht 7/23 nov. 1621 Angnietken Bastiaen Gijsbrechtsdr., geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht (1615), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1621), weduwe van Dordrecht wonende op de Wijnbrug (1634), overleden tussen 4 mrt. 1641 en 25 juni 1641, trouwde 1e NG Dordrecht 17 mei 1615 (ondertrouw, procl. te Oud-Beijerland) Roeland Brouwhuijs, weduwnaar van Goch (1615), schoolmeester te Oud-Beijerland, trouwde 3e NG Dordrecht 28 mei/13 juni 1634 Bastiaen Cornelisz., jongman van Stratum in Brabant wonende in het Steegoversloot (1634), bakker, dochter van Bastiaen Gijsbrechtsz. en Haesken Jansdr.
ONA Dordrecht inv. 28, f. 249: verklaring dd 24 sept. 1624 door Jan Geeritsz., appeltonder en burger van Dordrecht, 45 jaar oud, op verzoek van Barent Geeritsz. kannenkoper. De getuige verklaart, dat hij ongeveer drie weken eerder, toen hij achter het huis van de rekwirant in een appelschip aan het werken was, gezien heeft, dat de rekwirant, “die achter boven uijtte veijnster van sijne camer” lag, “kijffelijcke woorden hadde met Maerten van Balen die staende was achter op sijn speelhuijs ende dat den requirant in sijne handen was hebbende een sekere hout ontrent de groote van een bedstock, ende dat den requirant stack naer … Maerten van Balen doch dat den requirant … Maerten van Balen niet en heeft geraeckt ofte oock niet en conde raecken … dat Maerten van Balen ijets poochde op te rapen om den requirant daermede te werpen ofte te smijten [en dat] … Maerten van Balen seijde tegen den requirant Ghij schelm ende rabaut”
ONA Dordrecht inv. 28, f. 252: verklaring dd 30 sept. 1624 door Commer Arijensz. huistimmerman, ongeveer 40 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van Barent Gerritsz., kannenkoper en burger van Dordrecht. De getuige verklaart, dat hij ongeveer een maand eerder is geweest ten huize van Barent Gerritsz. “om aldaer op sijn werff een seker heijnich te maken ten eijnde den requirant bevrijt mochte sijn om in sijn keucken niet van sijn gebueren gesijen te werden, doch dat Maerten van Balen ’t selve heeft soucken te beletten, ende hem getuijge verboden heeft met het werck voort te gaen, waer op de requirant seijde laet hem wercken ende verbiet hem, gelijck als ick uwe arbeijders ’t selve verboden hebbe, ’t welck … van Balen seijde niet te willen doen, in vougen dat den requirant ende … van Balen seer heftich te samen hebben gekeven, ende … van Balen nemende hem getuijge bij sijn mouwe om hem alsoo vande solder (daer hij getuijge met sijn voeten op was staende) aff te stooten, heeft de requirant sekere stock, ontrent de lengte ende groote van eenen bedstock genomen, op dat hij requirant in sulcker vougen … Maerten van Balen van hem getuijge mocht keeren, die hem getuijge anders boven van de solder soude gestooten hebben, sonder dat den requirant … van Balen heeft geraeckt”.
ONA Dordrecht inv. 71, f. 41v: op 11 april 1630 verlenen Jan Bastiaensz. schrijnwerker en Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Barent Geeritsz. Hecker, brandewijnverkoper te Dordrecht, procuratie aan Herman Jansz. Spaen, burger van Dordrecht, om te vorderen van diverse personen te Steenbergen of daaromtrent hetgeen zij aan de kinderen en erfgenamen van Barent Geeritsz. Hecker schuldig zijn.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 183: op 4 mrt. 1641 verklaart Angnietken Bastiaensdr., de vrouw van Bastiaen Cornelisz., bakker en burger van Dordrecht, tot voogd over haar minderjarige voorkind, bij haar verwekt door Barent Gerritsz. Hecker, te stellen haar broer Hugo Bastiaensz. Gecollationeerd ter weeskamer op 25 juni 1641.
Kinderen:
Ex !:
a. Willemken Heckers Barentsdr., gedoopt NG Dordrecht jan. 1591, jonge dochter van Dordrecht wonende in “de Drij Zomers” bij de Nieuwbrug (1623), weduwe van Dordrecht wonende tegenover de Vleeskapel (1626), overleden ca. 1626, trouwde NG Dordrecht 17 sept./1 okt. 1623 Dirck Matthijsz., jongman van Dordrecht wonende in de Spuistraat bij “de Grote Turc” (1623), bakker, overleden ca. 1624, trouwde 2e NG Dordrecht 8 mrt. 1626 (ondertrouw) Jan Rutgersz. van Dalen, weduwnaar van Roermond wonende buiten de Vuilpoort in “den Nobel” (1626), brandewijnmaker
ONA Dordrecht inv. 55, f. 145v: op 21 mrt. 1625 verklaren Steven Gerritsz. ziekenbezoeker, ongeveer 56 jaar oud, en Goris Meesters kleermaker, ongeveer 43 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Beerent Gerritsz., kruikenverkoper en burger van Dordrecht, dat zij op diezelfde dag geweest zijn bij Willemtgen Beerentsdr., de dochter van Beerent Gerritsz., weduwe van Dirck Mathijsz. bakker, die ziek “vande contajeuse sieckte” in bed lag. Zij verklaarde haar testament te willen maken. Als haar enig kind, bij haar door haar man zaliger verwekt, komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, benoemt zij haar vader, Barent Gerritsz., tot erfgenaam van al haar na te laten goederen, op voorwaarde, dat hij aan haar naaste verwanten van moederszijde een bedrag van 2 gl zal uitkeren.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 279: op 24 mei 1625 comp. Willemtgen Barentsdr., weduwe van Dirck Mathijsz., bakker en burger van Dordrecht, geassisteerd met haar vader Barents Geeritsz., enerzijds en Cornelis Mathijsz. en Arijen Mathijsz., wonende op Zwijndrecht, Jacob Mathijsz., Lijntgen Mathijsdr., de vrouw van Hendrick Lambertsz. klankdrager, geassisteerd wegens de absentie van haar man met voornoemde Cornelis Mathijsz., haar broer, beiden wonende te Dordrecht, Jan Mathijsz., wonende te Rotterdam, broers en zusters van Dirck Mathijsz., samen vervangende Pieter Mathijsz., die is uitgevaren naar West-Indië, en de drie onmondige kinderen van wijlen Heiltgen Mathijsdr., bij haar verwekt door Jan Arijensz. Lammen, allen erfgenamen ab intestato van Dirck Mathijsz., anderzijds. De comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de goederen, die Dirck Mathijsz. heeft nagelaten. De weduwe zal alle goederen behouden, mits zij aan de erfgenamen van haar man een bedrag van 135 gl. zal uitkeren.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 179v: op 13 mrt. 1626 verklaart Willemken Barentsdr., weduwe van Dirck Mathijsz. bakker, wonende te Dordrecht, voorgelezen zijnde het testament van haar moeder Marijken Maertensdr., dat zij heeft gepasseerd samen met haar man Barent Gerritsz. voor notaris N. van de Mijlle Simonsz. op 14 okt. 1601, dat zij door haar vader volledig voldaan en betaald is van haar moederlijke goederen.
Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 245v: op 15 sept. 1627 comp. Jan van Dalen, brandewijnmaker, weduwnaar van Willemken Barentsdr., geassisteerd met Jan de Brouwer, schoenmaker, verklarende dat zijn vrouw heeft nagelaten twee kinderen “van eender dracht”, ongeveer 9 maanden oud, enerzijds, en Barent Gerritsz. kannenkoper als grootvader van die kinderen, anderzijds. Zij verklaren, dat zij na “examinatie” van de boedel, die is nagelaten door Willemken Barentsdr., ten overstaan van de weesmeesters van Dordrecht, overeengekomen zijn, dat Jan van Dalen zal behouden alle goederen, op voorwaarde, dat hij zijn kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan elk een somma van 6 gl. zal uitkeren. Als Jan van Dalen komt te overlijden, voordat zijn kinderen hun mondigheid hebben bereikt of gaan trouwen, zal zijn nalatenschap niet belast zijn of blijven, maar zullen zijn kinderen de eigendom ervan erven volgens de oude rechten van Zuid-Holland. Voor de nakoming hiervan verbindt Jan van Dalen zijn huis buiten de Vuilpoort, waar uithangt “de Gecroonden Rosenobel”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Carel Carelsz. loodgieter en dat van Aelbert Pietersz. schiptimmerman.
Kind:
a-1. Maijken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1624
Ex 2:
b. Geertruidt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624]
Andries Hermans bouckebinder 3 ponden
Jan Walen Nijssen 6 ponden
Jacques Levecq goudsmith 12 ponden
[I. Jacques NN
Kinderen:
a. Jacques L’Evesque Jacquesz., volgt II
b. Margrieta Levesque Jaquesdr., van Geertruidenberg (1618), trouwde NG Dordrecht 1/6 juli 1618 (getrouwd op bescheid van Geertruidenberg) Wouter Pietersz. Bouquett jongman van Geertruidenberg (1618)
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 13: op 2 mei 1637 verkopen Gillis Pietersz. Boedoncq, voor de ene helft, en Jaecques Levesque, en Wouter Boucquet, als man van Margrita Levesque, erfgenamen van Lijsbeth Levesque, voor de wederhelft, aan Roeloff Bacx ontvanger een huis in de [Oude] Houttuin, staande tussen het huis van Jan Philipsz. Daelman en dat van Pieter Anthonisz. Binck, genaamd ” het Gulden Hooft”.
Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 258 e.v.: op 30 nov. 1662 compareert voor notaris J. Schoormans Margarieta Lavecq, de vrouw van Wouter Boucquet, burgeres van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Zij bevestigt het testament, dat zij met haar man heeft gemaakt voor dezelfde notaris op 28 febr. 1661 en ontslaat het erfdeel van haar neef Jacobus Lavecq, aangezien hij mondig is geworden en “hem wel comporteert”, van het fideïcommis, waarmee zij het heeft belast in haar voorgaande testament. Zij heeft aan haar man verzocht ten behoeve van haar neef Arnoldus Lavecq een somma van 3000 gl. te beleggen in lijfrentebrieven.
ORA Dordrecht inv. 1622, f. 32v e.v.: op 19 mei 1668 verkoopt mr. Gerard Paeuw, administrateur van de weeskamer te Dordrecht, als beheerder over de goederen van wijlen Wouter Boucquet en Margreta Levesque, voor 2000 gl. aan Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd “den Ring”, staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Roeland Teerling. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.
Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 267: rekest dd 18 sept. 1675 aan de bestuurders van Dordrecht door Jan Muijs, stadsbode van Dordrecht, en zijn vrouw Margrieta Lavecq. Zij verklaren, dat haar tante Margrieta Lavecq, vrouw van Wouter Boucquet, bij testament haar, Margrieta Lavecq, vrouw van Jan Muijs, alsmede haar twee inmiddels overleden broers Aernout en Jacobus Lavecq en haar zuster Catharina Lavecq tot erfgenamen benoemd heeft. Aangezien Aernout, Jacobus en Catharina zijn komen te overlijden zonder kinderen na te laten, en zij, rekestrante, nu ongeveer 45 jaar oud is, nooit kinderen heeft gehad en ook niet meer verwacht die te zullen krijgen, verzoekt zij, als enige overgebleven erfgename, te mogen ontvangen uit handen van de weesmeesters van Dordrecht een somma van 4000 gl. van wege haar tante en een bedrag van 1600 gl. van wege haar Arnoldus Lavecq.
II. Jacques L’Evesque Jacquesz., geboren ca. 1582, van Geertruidenberg (1613), weduwnaar (1626), overleden Dordrecht 15 juni 1660, trouwde 1e NG Dordrecht 30 juni/13 juli 1613 (procl. in de Waalse kerk) Janneken Aert Beijensdr., van Dordrecht (1613), 2e NG Dordrecht 25 jan. 1626 (ondertrouw; procl. in de Waalse kerk)/15 febr. 1626 Soetge van Haerlem Antheunisdr., van Dordrecht (1626), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mrt. 1656 (een baar voor de vrouw van Jacques Laveck, omtrent de Nieuwbrug, één maal luiden), dochter van Anthonis van Haarlem Gijsbertsz. en Margrieta Boon Klaasdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1066)
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 48v e.v.: op 13 okt. 1626 verkopen Pieter Beijen, koopman van wijnen te Dordrecht, en Jaecques Levesque koopman, als weduwnaar van Janneken Beijen, voor zichzelf en als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Janneken Beijen, samen vervangende Jan Pisset, koopman te Rotterdam, als man van Maria Beijen, en Sara Beijen, Jaecques Levesque tevens vervangende Sijbert Roerom Cornelisz., beiden voogden over Susanna Eeckholt, dochter van Cornelia Beijen, allen erfgenamen van Arent Beijen, koopman te Dordrecht, aan Willem van den Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een huis genaamd “de Ceulse Craen”, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Abraham Bijben en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 38v: op 26 sept. 1628 verkoopt Franck Schoormans, burger van Dordrecht, aan Jaecques Levecque, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Tobias Aertsz. plankdrager en dat van Willem Pietersz. timmerman.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 58v: op 27 jan. 1629 verkoopt Jaecques Levecq, burger van Dordrecht, aan Lambert Hulsthout, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog. Belenders als boven. Waarborg: Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 700: verklaring dd 18 april 1632 door o.a. Jacques Levecque, wijnkoper, ongeveer 50 jaar oud.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1 (o.a.):
a. Aernout (Arnoldus) Lavecq, febr. 1617, ongehuwd, begraven Dordrecht 29 jan. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Aernoldus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)
ONA Dordrecht inv. 153, f. 177 e.v.: testament van Arnout Levesque, jongman wonende te Dordrecht. Hij legateert aan Emmerentia Jansdr. van Binckhoven een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen benoemt hij zijn broer Jacobus Levesque. Hij tekent met zijn naam.
Ex 2
a. Anthoni, dec. 1626, jong overleden
b. Lijnke (Catharina) Lavecq, april 1628, OSP, overleden 5 okt. 1666, trouwde Jan Vervoorn (Balen, o.c., deel II, p. 1066)
c. Margarita Lavecq, okt. 1630, trouwde Jan Muijs Pietersz., stadsbode van Dordrecht
d. Jacques Levecque, okt. 1634, volgt III
III. Jacques Levecque, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634, kunstschilder, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 sept. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Jacobus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)
“Jakob Lavecq … was Jongman en hield huis met twee meiden, wyl hy nog een halven broeder, die blint was, hadde op te passen. Zyne Ouders hadden hem een fraai kapitaal naergelaten, maar na’t my [t]oescheen (dewyl hy meer van gezelschap als van schilderen hield) was het met zyn reis in Vrankryk [hij verbleef o.m. in Sedan] vry wat gesmolten. Hy had de Konst by Rembrant geleert, maar in zyne reize die handeling laten varen en zedert zig geheel tot het schilderen van pourtretten, vry wel zwemende naar die van de Baan, begeven.” (A. Houbraken, De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel I (2e druk, ‘s-Gravenhage 1753), p. 154 e.v.)

Jacques Levecque, zelfportret
Cornelis Imbrechtse [mandenmaker] 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 126 e.v.: op 30 sept. 1625 verkopen Clementia Corstiaensdr., weduwe mr. Maximiliaen Bouman, ordinaris chirurgijn van Dordrecht, voor zichzelf en namens haar vier minderjarige kinderen, verwekt door Maximiliaen Bouman, voor vijf achtste delen, Franchois Boels boekbinder, als man van Sara Boumans, en Henrick van Lith, als man van Elisabet Boumans, voor zichzelf en tevens vervangende hun zwager Isaac Boumans, kinderen en mede-erfgenamen van Maximiliaen Bouman, voor drie achtste delen, voor 2840 gl. aan Cornelis Engbrechtsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jaecques Lavesque en dat van Lambert Hulsthout de jonge. Waarborgen: Henrick Pietersz. Starrenburch en Franchois Boelis. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1840 gl. Borgen: Jacob Jansz. bakker en Frans Maertensz. hordenmaker, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1619, f. 24v e.v.: op 5 april 1661 verklaart Sijmon Cornelisz., dat zijn vader Cornelis Embrechtsz. schuldig is aan Henrick Pietersz. van den Bosch een somma van 1000 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van postmeester Slingelant en dat van de erfgenamen van Jaecques Levesque.]
f. 79
Lambrecht Hulshout 10 ponden
Anthonij van de Winter cramer 2 ponden
Anthonij de Sont twijnder 4 ponden
[Genealogie:
I. Anthonis Pietersz. de Sont, koopman van Vlissingen wonende te Gorinchem (1618), trouwde NG Dordrecht 8/24april 1618 (procl. te Gorinchem, getrouwd op het bescheid van Gorinchem) Ariaenke Dirrick Rochusdr. (Pansser), geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende bij Sterrenburch omtrent de Nieuwbrug (1618)
Kinderen:
a. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, volgt II
b. Petronella de Sont, gedoopt NG Dordrecht juli 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende in Hendrik-Ido-Ambacht (1665), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 mei 1665 (ondertrouw, per schrijven van Hendrik-Ido-Ambacht) Corstiaen Gijsen, weduwnaar van Elsloo wonende op de Nieuwe Haven (1665), schepen in wette van Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 26v e.v.: op 13 mei 1683 verkoopt Dirck Munter, burgemeester te Oudewater, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Aernout van Leeuwen, koopman te Nijmegen, samen als executeurs-testamentair van Corstiaen Gijsen, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 6250 gl. aan Corstiaen Bachus, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Venlostraatje en het huis van Johannes van der Linden.
Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 83 e.v.: op 8 juni 1701 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Petronella de Sont, weduwe van Corstiaen Gijsen, schepen in wette van Dordrecht, dat zij heeft verleden ten overstaan van notaris A. van Neten te Dordrecht op 3 nov. 1689. Zij heeft tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemd haar neven Anthonij de Sont en Anthonij Coenen.
c. Anna, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621
d. Dirck Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, trouwde NG Dordrecht 26 sept. 1655 Maria van Neurenborg
Kinderen:
d-1. Antonij de Sont, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1656
d-2. Willem, gedoopt NG Dordrecht 5 mei 1662
e. Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), trouwde NG Dordrecht 23 okt./15 nov. 1650 Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), zoon van Jacob Coenen en Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr.
ONA Dordrecht inv. 193, f. 216: op 31 aug. 1694 verleent Marija de Sondt, weduwe van Adriaen Coenen, procuratie aan mr. Adriaen van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, om te compareren voor stadhouder en leenmannen van Holland en daar op te dragen aan Anthonij de Sont, enige zoon van haar broer wijlen Dirck de Sont, de helft van een hofstede, gelegen in Zwijndrecht, waarin Henrick Iden in het laatst van zijn leven te wonen placht, nu genaamd “het Huis te Boquet”, met “vierd’halff” morgen boomgaard, welke hofstede haar is aangekomen bij overlijden van haar vader Anthonij de Sont, blijkens de brieven daarvan zijnde, gedateerd 1 aug. 1663. Zij behoudt de andere helft van de hofstede in eigendom.
Kinderen:
e-1. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651
e-2. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653
f. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626
g. Sara, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1628
h. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht dec. 1628
II. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1653), koopman, trouwde NG Dordrecht 24 aug./9 sept. 1653 (per schrijven van de Waalse kerk) Margareta Trip, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653)
Kinderen:
a. Adriana de Sont, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1674), begraven Dordrecht 31 okt. 1727, trouwde NG Dordrecht 9/25 sept. 1674 Johan van Neurenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1655, jongman van Dordrecht (1674), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1693 en 1718, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1719 (Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, een wapenbord en drie paar sleepmantels) (zie Genealogie Van Neurenburg op deze website)
b. Margarita de Sont, gedoopt NG Dordrecht 26 jan. 1657, trouwde Roeloff Eelbo
c. Johanna de Sont, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1677), trouwde Gerecht/NG 24 jan./9 febr. 1677 (per schrijven van de Waalse kerk) Jonas de Jong, jongman van Brielle wonende aldaar (1677), koopman te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 68v: op 22 april 1684 verkoopt Renson Martijn, koopman te Dordrecht, voor 650 gl. aan Jonas de Jongh en Anthonij de Sont, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen verkoper en het huis van Hendrick van de Santheuvel, genaamd “het Hoeffijser”.
ORA Dordrecht inv. 797, f. 143v e.v., akte dd 2 dec. 1692: mr. Roeloff Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, en Johan van Neurenburgh, schepen in wette en thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en procuratie hebbende van Matthias Trip te Amsterdam, samen executeurs-testamentair van Johanna Trip en in die hoedangheid nog procuratie hebbende van Johan Munter, raadsheer in het Hof van Holland, als man van Margrieta Trip, Jacob en Louis Trip, Nicolaes Kalckoen, als man van Margrita Trip, en Louis en Trip en Nicolaes Kalckoen tevens vervangende Johanna en Cicilia Trip, alsmede Jacob Trip Samuelsz., Christina van Beveren, weduwe van Johan Reepmaker, Margrieta en Louis van Neurenburgh en Dirck van Nooij, als man van Johanna van Neurenburgh, Jonas de Jongh, vervangende de twee kinderen van Jacob van Neurenburgh zaliger, en Anthonij de Sondt, en dezelfde Jonas de Jongh, als man van Johanna de Sont, Johan van der Voort, als man Anna Jacoba Valckenier, tevens vervangende Nicolaes Six, als man van Emerentia Valckenier, en nog als nader procuratie hebbende van de weesmeesters te Amsterdam, als oppervoogden over de kinderen van wijlen Margrieta Trip, idem van Anna Maria Trip, en idem van Johan Reepmaker, volgens procuratie dd 7 okt. 1692, verkopen voor 4700 gl. aan Johan Op de Beecq, koopman te Dordrecht, een huis met een woonhuis en een grote wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat tegenover de IJzeren Waag tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Roerom en het Siboriestraatje [’s Heer Boeijenstraatje.
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 124v: op 18 juni 1694 verkoopt Margarita Bale, weduwe van Abraham Terwe, wonende te Utrecht, voor 9000 gl. aan Jonas de Jongh, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, genaamd “het Hof van Brussel”, staande tussen het huis van Sebastiaan van de Graaf en dat van mr. Gerard van Brantwijck.
Op de Nieubrugge
Marijcken Thijssen 20 ponden
Jacob Gerrits [Cuijp] schilder 4 ponden
[De kunstschilder Jacob Gerritsz. Cuijp woonde sedert 1622/1623 in het huis genaamd “’t Lant van Belofte” (later “Samson“) aan de Nieuwbrug. (Oud-Dordrecht, 2004, nr. 3, p. 21)
Jacob Gerritsz. Cuijp, geboren dec. 1594, van Dordrecht wonende op de hoek van de Schrijversstraat (1618), kunstschilder, ouderling van de Waalse gemeente (ONA Dordrecht inv. 84, f. 78, akte dd 19 april 1644), overleden 1652, trouwde NG Dordrecht 28 okt./13 nov. 1618 (procl.. in de Waalse kerk) Aertgen Cornelisdr. van Cooten, van Utrecht wonend bij Goossen van Veerssen (1618)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 6v: op 10 juli 1624 testeren Jacob Gerritsz. Cuijp, schilder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Aertgen Cornelis, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 20 gl. Tot erfgenaam van al hun na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kind [Albert Cuijp] te onderhouden. Als dat kind mondig wordt of gaat trouwen, moet de langstlevende de kleren, het zilverwerk en de kleinodiën van de eerststervende van hen beiden verkopen en de opbrengst daarvan beleggen ten behoeve van dat kind en hem dan uitkeren een somma van 600 gl. Als het kind komt te overlijden voor zijn mondigheid of huwelijk, zal hetgeen hij van de eerststervende zal erven, komen aan de langstlevende, die dan is verplicht aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende een bedrag van 400 gl. uit te keren.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 638v: overeenkomst dd 12 mrt. 1632 tussen Hugo Bastiaensz., eigenaar van het huis, genaamd “de Gecroonde Star”, staande omtrent de Nieuwbrug, en Jacob Gerritsz. Cuijp, eigenaar van het huis, genaamd “’t Lant van Beloften”, staande op de Nieuwbrug, aangaande een kookhuis, dat Cuijp bezig is te bouwen “inde achter sijdtmuer” van het huis “de Gecroonde Star”.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 161: op 21 juni 1636 testeren Jacob Gerritsz. Cuijp, schilder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Aertgen Cornelis. Zij legateren aan de armen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die hun zoon, Aelbert Jacobsz. Cuijp, zal onderhouden tot aan zijn mondigheid of huwelijk. Als de testateur de langstlevende zal zijn, moet hij, als hun zoon gaat trouwen, hem een somma van 3000 gl. uitkeren, alsmede de kleren, juwelen en het zilverwerk van de testatrice. Als de testatrice de langstlevende zal zijn, moet zij aan hun zoon, als die gaat trouwen, een bedrag van 1200 gl. uitkeren, alsmede de kleren van de testateur.
Kind:
a. Aelbert Cuijp, gedoopt NG Dordrecht okt. 1620, kunstschilder]
f. 79v
Roelant Tairlinx 1 pond
De weduwe van Pieter van de Brouck 2 ponden
Adriaen van Beaumont 16 ponden
Jan Willems Hachgens, obijt insolvent 1 pond
Claes Pauwels laeckencooper 24 ponden
f. 80
De weeskindere van Pouwels Jacobs laeckencooper 8 ponden
Cornelis Schiltman schipper 1 pond
Achter den Doel [Doelstraat]
Maerten Jansse cuijper 1 pond
Gommer Frans glaesmaecker 1 pond
Jan van Aecken 2 ponden
f. 80v
Int Steechoversloot
Jan Otten cleermaecker 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 23 juni 1579: Jan Ottensz. kleermaker van Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.
ORA Dordrecht inv. 709, f. 30: op 28 jan. 1570 verklaart Jan Otten kleermaker, dat hij volledig voldaan en betaald is door zijn broer Hubrecht Otten, wonende te “Ballegoeij” bij Grave, van alle goederen, erfenis en besterfenis, hem comparant aangekomen bij overlijden van zijn vader Oth Hubertsz.
ORA Dordrecht inv. 743, f. 115v: e.v.op 11 okt. 1593 verkopen Neeltge en Trijntge Jacobsdrs., erfgenamen van Lijsgen Gerritsdr., hun oudtante, aan Jan Ottensz. kleermaker, hun oom, de helft van een huis in de Vriesestraat, staande tegenover de dwarsgang van het Blindeliedengasthuis tussen de “Cameren van de Slingelanden” en de huizen van de Minnebroeders, waarvan de anderen helft toekomt aan Jan Ottensz. Koper kent schuldig aan verkoopsters een bedrag van 500 gl.]
Joost Joostens pasteijbacker 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 90v: op 11 juni 1627 verkoopt Joost Joostensz. pasteibakker aan Frans Mathijsz. Dicke kleermaker een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en het huis van Jan Otten. Waarborg: Maijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas van der Thuijnen. De koper verkoopt aan Floris Gerritsz. van Dessel en Elijsabet Gerritsdr. van Dessel een jaarlijkse losrente van 35 gl., verzekerd op het voornoemde huis. Nicolaes Aertsz. verklaart namens Joost Joostensz. op 7 febr. 1631, dat deze hypotheek volledig is afgelost.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 23: op 1 mei 1630 verkoopt Frans Matthijsz. Dicke, kleermaker en burger van Dordrecht, voor 1250 gl. aan Joost Joostensz. van Nieuwenhove, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Jan Otten kleermaker. Waarborg: Jaecques van Wassenhoven, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan Nicolaes Aertsz.een bedrag van 500 gl., verbindende het voornoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 768, f. 54 e.v.: op 2 nov. 1630 verkoopt Pieter Gaduijts aan Joost Joostensz. van Nieuwenhoven een huis in het Steegoversloot, staande naast het huis van Maeijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas chirurgijn.
ORA Dordrecht inv. 770, f. 57: op 29 nov. 1634 verkoopt Maeijken Jansdr., weduwe van Joost Joostensz. van Nieuwenhoven aan Willem van der Wal een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Thomas van der Tuijnen en dat van Jan Otten]
De weduwe van mr. Thomas [Gerritsz. van der Tuijnen chirurgijn], niet quotisabel 1 pond
[NG trouwboek Dordrecht 31 mrt. 1604: Thomas Gerritsz., van Leeuwarden chirurgijnsgezel en Mariken Jan Ottendr., van Dordrecht wonende in het Steegoversloot, getr. 4 mei 1604
Mariken Jan Ottendr., gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1581, dochter van Jan Ottensz., kleermaker te Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.
ORA Dordrecht inv. 719, f. 71v: op 15 febr. 1590 verkopen Jan Ottensz. kleermaker en Arien Ariensz. harnasveger aan Jacob van Eijnde een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks, die comparanten is aangekomen door overlijden van hun tante Christina Dircxdr.
ONA Dordrecht inv. 226, f. 30: op 27 mei 1658 verkopen Hendrick van der Thuijnen en Thomas Thomasz. van der Thuijnen, chirurgijns te Dordrecht, als executeurs-testamentair en mede-erfgenamen van wijlen Geertruijt Jan [Ottendr.], weduwe van Hendrick Hendricksz., voor 760 gl. aan Jan van Gele, houtkoper te Dordrecht, een huis vóór in het Steegoversloot, staande tussen het huis van koper en dat van Isaacq van der Wal.]
Govert Jansse huijckmaker met sijn kindere 3 ponden
Jouffrou Helbriene, woont int Sticht 18 ponden
f. 81
De kindere van de heer ontfanger Alewijn Pieters 25 ponden
[ONA Dordrecht inv. 12, f. 624: op 20 aug. 1620 verleent Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen wonende te Dordrecht, als vader en voogd van zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij wijlen Cornelia Adriaensdr., procuratie aan mr. Adriaen van Moesijenbroeck, advocaat te Dordrecht, om met Clement van Baesdorp, gecommitteerde raad in de Raad van State van Verenigde Nederlanden, tot een overeenkomst te komen wegens de erfenis, die de verwanten van moederszijde “haer zijn sustinerende te competeren” door overlijden van het kind, dat door Baesdorp is verwekt bij wijlen Maria Adriaensdr.]
De weduwe ende boelhouster van Alewijn Pieters ontfanger, is insolvent gestorven 78 ponden
Wilhelmina Alewijns 3 ponden
Herman Godtschalcxe met sijn huijsvrouwen kinderen 17 ponden
[Herman Godschalcksz., geboren ca. 1563 (ONA Dordrecht inv. 26, f. 70, akte dd 2 febr. 1621) equipagemeester van de WIC (ONA Dordrecht inv. 55, f. 332v, akte dd 13 jan. 1626), overleden tussen 1635 en 1644, trouwde 1e Aeltgen van Beaumont, 2e Adriana van Slingelandt
NG trouwboek 31 dec. 1589: Herman Schalken schipper van Dordrecht en Aeltgen van Beaumont Willemsdr. van Dordrecht, weduwe van Aert Bastiaensz.
NG trouwboek 20 juni 1627: Harmen Godtschalcksz. weduwnaar en Adriana van Slingelandt Damisdr. beiden van Dordrecht en wonende in het Steegoversloot, getrouwd op 6 juli 1627
ORA Dordrecht inv. 1601, f. 49v e.v.: op 6 juni 1624 verklaren Hermen Godschalcxsz., Frans Aertsz., Sebastiaen Aertsz. en Willem Aertsz., voor zichzelf en de laatste drie genoemden tevens vervangende hun zuster, Janneken Aertsdr., samen erfgenamen ex testamento van Aeltken van Beaumont, de vrouw van Hermen Godschalcxsz. en moeder van de vier voornoemde kinderen, dat zij de goederen, die Aeltken heeft nagelaten hebben verdeeld, waarbij aan Willem o.a. is toegevallen een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “’t Joppenvat”, staande tussen het huis van dr. Cornelis van Someren en dat van Jan Henricxsz. Bot. Willem is schuldig aan Hermen een somma van 2520 gl. en aan zijn broers en zuster een bedrag van 1680 gl.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 258: op 18 juni 1632 testeert Herman Godschalcxse, burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 25 gl. Hij legateert aan Adriana van Slingleandt Damasdr., zijn echtgenote, een vijftiende part in de ambachtsheerlijkheid Dubbeldam, dat hij heeft gekocht van de Maria van Loo, een somma van 1500 gl. in geld of obligaties, 6 morgen en enige roeden land in Groot Cromstrijen, waarvan gebruiker is Pieter Simonsz. int Velt, en 5 morgen 4 hout land in de Zuidpolder van Dubbeldam, waarvan gebruiker is Leendert Ariensz. Spruijt, van welke percelen land zijn vrouw het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na haar overlijden zal komen aan zijn erfgenamen ab intestato. Hij prelegateert tevens aan zijn vrouw alle huisraad, meubelen, en inboedel, alsmede het gereed geld en het gemunt en ongemunt goud en zilver en zijn kleren, op voorwaarde, dat zij na zijn overlijden zal uitkeren aan de kinderen van zijn overleden zusters Anneken en Maria Jansdr. een somma van 400 gl. Hij prelegateert aan zijn nicht Anneken Jansdr., die bij hem inwoont omtrent “sesthallf” morgen zaailand in Nieuw-Beijerland, waarvan gebruikers zijn Andries Cornelisz. en Fijtgen Stevensdr. Hij prelegateert aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden zuster Anneken Jansdr. een stukje zaailand, meer als een morgen groot, liggende in Klein Cromstrijen, waarvan gebruikers zijn Andries Cornelisz. en Fijtgen Stevensdr., en een somma van 1000 gl. Hij prelegateert aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden zuster Marijken Jansdr., uitgezonderd voornoemde Anneken Jansdr., een hofstede, boomgaard, schuren, keten, etc. en ongeveer 12 morgen 150 roeden land in Godschalksoord, waarvan gebruiker is Pieter Simonsz. int Velt. Hij legateert aan Leendert en Jacob Verloeff elk een somma van 50 gl., aan Dirck Verlouff 200 gl. en aan Willem van Beaumont 1000 gl., en dat in mindering van een custingbrief van 2520 gl., verzekerd op zijn huis “het Joppenvadt”. Hij legateert aan Aeltgen Willemsdr., dochter van Willem van Beaumont en Aechtgen Bastiaensdr. van Houwelingen onder hen beiden drie achtste parten in een gors in St. Elisabethpolder, gelegen te Dirksland, dei hem aangekaveld zijn bij overlijden van zijn vorige echtgenote. Hij legateert aan Anthonia van Slingelandt Barthoutsdr., bij wiens doop hij getuige is geweest een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, welke hij sprekende heeft op zekere “jut” tuin in Oud-Beijerland. Hij legateert aan zijn zwager Job Damasz. van Slingelandt zijn “bonten nachttabbaert”. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vrouw Adriana van Slingelandt voor de helft, zijn neef Jacob Jansz. Back of bij vooroverlijden zijn nakomelingen voor een vierde part, en de kinderen en kindskinderen van zijn overleden zusters Anneken en Mariken Jansdr., daarbij inbegrepen zijn nicht Anneken Jansdr., samen voor een vierde part, op voorwaarde, dat de goederen, die de kinderen en kindskinderen van zijn overleden zusters van hem zullen erven, ” subject fideï-commis” zullen blijven en dat de eigendom ervan zal komen aan hun nakomelingen. Tot executeurs-testamentair benoemt hij zijn zwagers Job Damasz. van Slingelandt en Baerthout van Slingelandt.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 871V: op 21 dec. 1635 verkopen Bastiaen en Willem Aertsz. van Beaumont, broers, burgers van Dordrecht, aan hun stiefvader Herman Godschalcxe, burger van Dordrecht, hun twee vijfde deel in de helft, makende samen een vijfde deel, in de ” buiten gortige” en aanwas, genaamd “Numansgors”, liggende in Cromstrijen, hun aangekomen bij overlijden van hun moeder Aeltgen van Beaumont, laatst echtgenote van Herman Godschalcxe.
ONA Dordrecht inv. 81, f. 194: op 17 april 1638 leggen Aert Hermansz. van Wor, burger van Dordrecht, ongeveer 63 jaar oud, en Bastiaen Arijensz. Maescant, wonende onder Mijnheerenland, ongeveer 62 jaar oud, op verzoek van Willem Aertsz. van Beaumont, burger van Dordrecht, een verklaring af. Van Wor getuigt, dat hij in 1611 met zijn vrouw is geweest ten huize van Elisabeth van Beaumont, weduwe van Hendrick van der Steegen, waar ook aanwezig waren Franchoijs Beens en Harmen Godschalcxsz. met hun vrouwen en andere personen, “ofte maeltijt van haeren geboortendach” en dat Elisabeth aan Harmen Godschalcxsz. heeft verhuurd haar hofstede, die “Lou Jacobsz. aldaer was gebruijckende”, groot ongeveer 25 morgen, voor 150 gl. per jaar.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 4v: op 24 jan. 1644 comp. Job Damasz. van Slingelandt, oud-magistraat van Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Marijken Jansdr., Adriaen Jansz. Vermeulen, Jacob Lambertsz., als man van Marijken Jacobsdr., Jan Cornelisz. van de Grient, als man van Marijken Willemsdr., Adriaen Abrahamsz., als man van Neeltgen Wiillemsdr., en Herman Cornelisz., als man van Marijken Jansdr., allen wonende te Dordrecht en mede-erfgenamen van Herman Gootschalcx. De comparanten verlenen procuratie aan Jan Jacobsz., hun mede-erfgenaam, en Adriaen Jansz. van der Wiel, burger van Dordrecht, om namens hen en de Heilige-Geestmeesters van Vlaardingen te procederen voor het Hof van Holland tegen Johan Verboom, heer van Godschalksoord.
ONA Dordrecht inv. 92, f. 140: op 9 sept. 1654 comp. Teunis Lambertsz, als man van Janneken Bastiaensdr. van Houwelingen, voor zichzelf en tevens vervangende Johannes Bastiaensz. van Houwelingen, zijn zwager, enerzijds, en Aeltgen van Beaumont, weduwe van Jan Lesou, Elisabeth van Beaumont, weduwe van Willem Simonsz. Romeijn, voor zichzelf en tevens vervangende Anna van Beaumont, weduwe van Adam Gerbrantsz., haar zuster, wonende te Leiden, anderzijds. Zij verklaren, dat door het overlijden van Frans Aertsz. van Houwelingen, resp. hun oom en aangetrouwde oom, aan hen toegevallen zijn de goederen, die door wijlen Aeltgen van Beaumont, laatst echtgenote van Herman Gootschalcxs, hun grootmoeder, die aan hen gelegateerd zijn met de bepaling van “fideï-commis”, volgens haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 3 dec. 1623, “onder de welke mede is, en noch in Wesen”, anderhalve morgen land onder Heinenoord, dat gebruikt wordt door Pieter Leendertsz. int Velt, en dat hun “van wedersijden half ende half” toekomt volgens de kavelceel, die door hun ouders is gemaakt. Aangezien het hun ongelegen komt het land in gemeenschappelijk bezit te houden hebben zij met elkaar gekaveld, t.w. dat aan Teunis Lambertsz. en zijn zwager Johannes Bastiaensz. van Houwelingen samen toebedeeld is anderhalve morgen land en dat Aeltgen en Elisabeth van Beaumont, voor zichzelf en voor hun zuster Anna van Beaumont, daarvoor zijn gecompenseerd met anderen goederen en geld.
ONA Dordrecht inv. 92, f. 141: op 9 sept. 1654 verlenen Aeltgen van Beaumont, weduwe van Jan Lesou, en Elisabeth van Beaumont, weduwe van Willem Sijmonsz, Romeijn, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Anna van Beaumont, weduwe van Adam Gerbrantsz., wonende in Leiden, procuratie aan Teunis Lambertsz. om te vorderen, alle zodanige sommen geld, landerijen, huizen, renten etc., die hun toekomen uit de goederen van wijlen Willem Fransz. van Beaumont en diens dochters Elisabeth van Beaumont, weduwe van Hendrick Verstegen, en Aeltgen van Beaumont, weduwe van Herman Godschalcxsz., die aan hen zijn gelegateerd met de bepaling van “fideï-commis”.]
De weduwe van Jaques Coenraetsse 7 ponden
f. 81v
De weduwe van Henrick Pieters van de Honaert met haer dochters 4 ponden
De kindere van Dirck Pieters van den Honaert 7 ponden
Pieter Henricxe van de Honaert 2 ponden
De weduwe van Sijbet [sic] van Slingelandt, nihil habet 10 ponden
De weduwe van Herry Logge 4 ponden
[Herry Loge (vele varianten o.a. Lots, Loots, Lodge), koopman van Londen (1589, 1603), trouwde 1e NG Dordrecht 15 okt./5 nov. 1589 Janneken Adriaen Jansdr. (Cant), van Dordrecht (1589), trouwde 2e NG Dordrecht 6/20 april 1603 Sara Heussaert Balthasar Fransdr., van Dordrecht (1603)
– 17 mei 1614: comp. o.a. Henrij Loge, als weduwnaar van Janneken Adriaen Cantendr., voor zichzelf en namens zijn twee onmondige kinderen, die hij bij haar heeft verwekt, mede-erfgenamen van Jacob van Wels en diens vrouw Dircxken Barthoutsdr., in hun leven wonende te Dordrecht, de grootouders van comparants overleden echtgenote. (ORA Dordrecht inv. 1591, f. 56v e.v.)
– 22 mei 1625: extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Hendrick Looge, Engelsman, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Sara Huijzaert Balthazarsdr., gepasseerd voor notaris P. Eelbo te Dordrecht op 23 mei 1623. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 29v e.v.)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
ex 1:
a. Edmondt, dec. 1589
b. Edmondt, jan. 1590
c. Edmondt, okt. 1593
d. NN, juli 1595
e. Susanna, aug. 1597
f. Adrianken, dec. 1598
ex 2:
g. Maria, mrt. 1604
h. Agatha, nov. 1605
i. Cornelia, nov. 1607
j. Sara, jan. 1610
k. Cornelia Lodge Henricksdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1613, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1647), trouwde NG Dordrecht 7/22 april 1647 Caspar van Beeck, jongman van Duisburg wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1647), schoenmaker
l. Sara Loge, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1653), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./15 april 1653 (procl. te Emmerich en Heusden) Hendrick van Beeck, jongman van Duisburg, wonende te Duisburg (1653), chirurgijn]
f. 82
Daniël Lavigne 6 ponden
Abraham Jansse cuijper, nihil habet 1 pond
Aelbrecht Jonckbloet met sijn kinderen 10 ponden
Jan Bastiaensse schrijnwercker 2 ponden
Truijken Jansdr. 5 ponden
f. 82v
Elber Daemen wijncooper 3 ponden
Jan Sijmonsse in de Velde 50 ponden
Jan Boom 74 ponden
Sebastiaen van de Graeff [notaris] 6 ponden
[I. Sebastiaen van de Graeff Adriaensz., van Bleskensgraaf wonende te Dordrecht (1615), trouwde NG Dordrecht 2/24 febr. 1615 Agnieta Bacx Cornelisdr., van Dordrecht (1615)
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 40v e.v.: op 25 juni 1621 verkoopt Willem van de Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Jan Sijmonsz. Indervelden landmeter. Van de koopsom is “getogen 800 gl. die vande Graef seijt dat inde coop bedongen sijn voor eenigen huijsraet met het huijs geen gemeenschap hebbende”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1700 gl.
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 139 e.v.: op 16 okt. 1646 verkoopt Cornelis van de Graeff, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen en Jacob van de Graeff, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Franchois van de Graeff, aan Cornelis Adolffsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Leendert van Dijck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2050 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Adriaen van de Graeff, dec. 1615, volgt IIa
b. Jacob van de Graeff, okt. 1617, volgt IIb
c. Anna, jan. 1619
d. Cornelis van de Graeff, aug. 1620
e. NN, okt. 1621
f. Francois van de Graeff, mrt. 1627, trouwde Margarita van der Hulck
g. Nicolaas, okt. 1630
IIa. Adriaen van de Graef, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), trouwde NG Dordrecht 10/26 jan. 1638 Maria Stoop Jacobsdr., van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1638)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Maria, 1 okt. 1640
b. Sebastiaen, 28 febr. 1642
c. Jacob, 21 mrt. 1644
d. Adriaen, 19 febr. 1652
IIb. Jacob Bastiaensz. van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1640), koopman, trouwde NG Dordrecht 2/24 sept. 1640 Elisabeth van Druinen (van Drunen), jonge dochter van ‘s-Hertogenbosch wonende ald. (1640)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Maria van de Graeff, 22 febr. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1662), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1702 (Maria van de Graaff, vrouw van Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), trouwde 1e NG Dordrecht 20 aug./5 sept. 1662 Adriaen Braets, 2e Dordrecht 9 april 1684 Hendrik Terwen
b. Balthazar, 5 nov. 1645
c. Sebastiaen, 24 april 1647
d. Adriaen, 31 jan. 1649
e. Angniet (Agnita) van de Graeff, 10 april 1650, trouwde NG Dordrecht 8 juli 1674 Cornelis van Helmont
f. Jacomina, 6 juni 1655]
Govert van Wessem [schoolmeester in de Latijnse School] 4 ponden
[Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 16: extract dd 4 sept. 1635 van het testament van Govert van Wessem, schoolmeester in de Latijnse School te Dordrecht, en zijn vrouw Lijsbeth Henricksdr. Stiermans, gepasseerd voor notaris J. Vekemans te Dordrecht op 17 mei 1634. Hij heeft daarin tot voogd benoemd zijn aangetrouwde neef Geerardt Thiens, koopman wonende te Amersfoort, en zij haar zwager Adriaen Cornelisz. Cruijskercken houtkoper.]
D’heer Adriaen van Blijenburg outraet 36 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 1v e.v.: op 25 aug. 1631 verkopen mr. Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, Gerrit de Pelgrum, schout van Breda, Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld, mr. Pieter de Rovre, baljuw van Zuid-Holland, en mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als voogden van de kinderen van wijlen Adriaen van Blijenburch, ridder, schout van Dordrecht, voor 6800 gl. aan Cornelis Vaens, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis, gekocht door Maximiliaen Milaen, en dat van Theunis Schut. Idem verkopen aan Maximiliaen Milaen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Vaens en dat van Nanning van Foreest. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1025 gl.]
f. 83
Thonis Schuth cuijper 5 ponden
D’erffgenamen van de weduwe van Elias van Walscappel 24 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 6 e.v.:op 10 jan. 1618 verkoopt Sara Verhaegen, weduwe van Jacob Canijn boekdrukker, voor 2850 gl. aan Sophia Cornelisdr., weduwe van Elijas van Walscappel, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis Otto Willemsz. en dat van Thonis Geeritsz. Waarborgen: Susanna Verhaegen, weduwe van Anthonij de Lengiers, en Thonis Jansz. wijnkoper.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 61v e.v.: op 29 sept. 1632 verkopen Jan Geeritsz. van Eck, als man van Jenneken Eliasdr. van Walscappel, Francina van Walscappel Eliasdr., weduwe van Huijbert Claesz., Adriaen Vinck, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Aeltgen van Walscappel Eliasdr., en Adriaen Adriaensz. Vinck de jonge, allen erfgenamen van Sophia Cornelisdr., weduwe van Elias van Walscappel, aan ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “Rosbeijert”, staande tussen het huis van Theunis Geeritsz. speldenmaker en dat van Oth Willemsz. speldenmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2350 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. Swanenburch en Pieter Gillisz. Boedoncq, burgers van Dordrecht.]
Franchijna Elias [van Walscappel] 6 ponden
Thonis Gerrits speldemaker 2 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 34: huwelijkse voorwaarden dd 23 aug. 1618 tussen Theunis Gerritsz., speldenmaker en burger van Dordrecht, weduwnaar van Metgen Adriaensdr., geassisteerd met Denijs Jansz. Vlaminck, zijn zwager, en Mariche Jansdr., weduwe van Jan Gerritsz. kleermaker, geassisteerd met Abraham Gerritsz. kleermaker, haar zwager.]
Ds. Gosewinus Buijtendijck 4 ponden
[Gosuinus Buytendijck Hendrixsz. weduwnaar van Utrecht (1621), predikant te Dordrecht, beroepen 10 sept. 1620, overleden 4 juli 1661, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 24 okt./16 nov. 1621 (procl. te Goeree) Juliana Beeck Pietersdr., jonge dochter van Dordrecht (1621)
ONA Dordrecht inv. 8, f. 78: huwelijkse voorwaarden dd 19 okt. 1621 tussen ds. Gosuinus Buijtendijck, predikant te Dordrecht, weduwnaar geassisteerd met zijn vader Hendrick van Buijtendijck, en Juliana Beeck, jonge dochter, geassisteerd met Casper Beeck, haar grootvader, en Jacob en Willem Beeck, haar ooms en bloedvoogden.]

Ds. Gosuinus a Buijtendijck (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
f. 83v
[ORA Dordrecht inv. 1595, f. 81: op 16 okt. 1618 verkoopt Jacob Jansz. de Swart, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan kapitein Philips Caron, garnizoen houdende te Ravestein, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Jan Tassaert en dat van Lucas Pietersz.. Waarborg: Philips Apersz., brouwer en burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 83: op 18 mei 1624 testeert Philips Caron, zoon van Jan Caron, geboren te Coomene (Comines) op Rijsel, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst. Hij bevestigt het testament, dat hij gemaakt ten overstaan van schepenen van Grave op 27 nov. 1617. Hij benoemt zijn voorkinderen tot zijn mede-erfgenamen.]
Jenefaes Sandersse [van de Lemp] 4 ponden
[Dorothe Leij, weduwe uit het land van Luxemburg, wonende in het Steegoversloot naast Matthijs Pouwelsz. (1624), trouwde 1e kapitein Jan Tassar (Tassaert), 2e NG Dordrecht 7 juli 1624 (21 juli 1624 bescheid gegeven om in Oud-Beijerland te trouwen) Artus van den Velde, Franse schoolmeester in de heerlijkheid Oud-Beijerland, weduwnaar van Antwerpen (1624)
Jenefaes Sander Hermansz. van de Lemp, geboren naar schatting ca. 1602, van Dordrecht, wonende in de oliemolen op de Riedijk, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij Herman Jenefaesz. (1627), zoon van Sander Herman Genefaesz., kuiper te Dordrecht en Sara Anthonis Adriaensdr., trouwde 1e NG Dordrecht 18 jan./10 febr. 1626 Linora (Leonora) Jansdr. Tassart, van de Klundert, wonende te Dordrecht (1626), overleden in 1627, 2e NG Dordrecht 5/21 sept. 1627 Janneken Marten Jansdr., van Dordrecht, eveneens wonende bij Herman Jenefaesz. (1627)
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 8v: op 7 april 1628 verkopen Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Franchina Tassard, voor de ene helft, en Jenefaes Sandersz., als weduwnaar van Leonora Tassard, voor de andere helft, beiden kinderen en erfgenamen van kapitein Jan Tassard, aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht *, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Caron en dat van Mattheus Pauwelsz.. De koper is schuldig aan Franchina Tassard en Jenefaes Sandersz. elk een bedrag van 750 gl. Borg: mr. Adriaen Coens chirurgijn.
ORA Dordrecht inv. 768, f. 36v: op 22 juni 1630 verkopen Jobgen Maertensdr., weduwe van Herman Jenefaesz., voor de ene helft en Jenefaes Sandersz., mondige zoon van Sander Hermansz., Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert, als voogden van de twee onmondige kinderen van Sander Hermansz., samen voor de andere helft, aan Bastiaan Cornelisz., bakker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Mennebrug in de Vriesestraat, staande tussen die brug en het huis van Henrick Bonten.
Kind het eerste huwelijk:
a. Herman, gedoopt NG Dordrecht jan. 1627
Kinderen uit het tweede huwelijk:
a. Jopken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1631
b. Jopken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632
c. Sandrina, gedoopt NG Dordrecht nov. 1635
* Balthasar Bol, chirurgijn te Dordrecht, overleden ald. in 1641, en zijn vrouw Tanneken Bols (Forts, Fernandes) waren de ouders van de kunstschilder Ferdinand Bol, gedoopt NG Dordrecht juli 1616.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 195v: extract van het mutuele testament van mr. Balthasar Bol, chirurgijn, en zijn vrouw Tanneke Fernandes, gepasseerd voor notaris George Guerard Manrique te Dordrecht op 5 juli 1641. Gecollationeerd op 12 juli 1641.
Kinderen:
a. mr. Jan (Johannes) Bol, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, jongman van Dordrecht, wonende bij de Boom (1639), chirurgijn, trouwde NG Dordrecht 3/19 juli 1639 (per schrijven van Schiedam) Elisabeth Kijvits (Kievits), jonge dochter van Schiedam en daar wonende (1639)
Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 75, extract dd 3 mrt. 1665 van het testament van mr. Jan Bol en zijn vrouw Elisabeth Kievits, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 12 nov. 1659. Gecollationeerd op 29 juli 1664. De testateuren hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen benoemd en tot medevoogden hun resp. broers Ferdinandus Bol en Cornelis Kievit, alsmede hun goede vriend Tielman Abrahamsz. Zeebergen.]
Matheeus Pauwels 40 ponden
Gijsbert Hering coopman 22 ponden
Jan van Deuren 6 ponden
Goosen Jacobs [Erkelens] verwer 1 pond
[I. Gosen Jacobsz., verver van Erkelens (1607), trouwde NG Dordrecht 23 sept./9 okt.1607 Digna (Dingenten) Jan Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1588, van Dordrecht (1607)
ONA Rotterdam inv. 154, akte nr. 210: op 7 april 1649 testeert Dingna Jans, weduwe van Goosen Jacobsz. Erckelens te Dordrecht. Zij sluit de weeskamer uit en benoemt tot voogden over haar twee onmondige kinderen haar twee oudste zonen.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. NN, juli 1608
b. Cornelis Erkelens, nov. 1611
Kind:
b-1. Gosewijnus Erckelens
c. Janneke Erkelens, dec. 1613, trouwde Henrik van Lottum
ONA Rotterdam inv. 601, f. 43 e.v.: op 8 mrt. 1658 testeren Henrik van Lottum wijnkoper en zijn vrouw Jannetgen Goossens Erkens [zij tekent met “Janneken Erckelens”], wonende aan de zuidzijde van de Lombertstraat. Zij blijven bij het testament, dat zij op 2 april 1649 hebben gemaakt ten overstaan van notaris A. Kieboom, met uitzondering van de regelingen omtrent hun kinderen, die zijn aangepast.
ONA Rotterdam inv. 369, f. 518 e.v.: op 31 mrt. 1663 verhuren Lambrecht en Anthonij Erckelens, als voogden van de onmondige kinderen van Janneken Erckelens, weduwe van Heindrick Lottum, voor 1 jaar voor 270 gl. aan Dirck Tinthoff wijnkoper een huis en pakhuis, genaamd “de Rijnse Wijnkelder”, staande aan de oostzijde van de Lombertstraat.
Kinderen:
c-1. Goossen Lottums
c-2. Hendrina Lottums
d. Hendrik, febr. 1620, vermoedelijk jong overleden
e. Marten, dec. 1621, vermoedelijk jong overleden
f. Boudewijn Erkelens, febr. 1626, lakenverver te Dordrecht
– 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt voor een periode van 12 jaar aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat bij de brug, genaamd “de Clander Molen”, staande tussen het huis van Oth Jansz. en ’s herengracht. De huurprijs bedraagt 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)
g. Jan Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II
h. Jacob Erkelens
i. Lambert Erkelens
j. Marija Erkelens
k. Anthonij Erkelens
ONA Rotterdam inv. 397, f. 162 e.v.: op 13 nov. 1663 verklaren Adriaen van de Graeff gerechtsbode en Eijmbert van der Castelle, exploitier van de gemene middelen te Rotterdam, op verzoek van Jan van Hetsroij en Jean Levith, impostmeesters en pachters van de impost op de wijn voor de lopende termijn, dat zij op 9 nov. 1663 met Joan Levith deling van wijn zijn gaan doen en daarbij op de Spaanse Kaai bij het Oude Hoofd, ongeveer bij het huis, waar nu “het Sint Jans Hooft” uitsteekt, 12 halve amen wijn gevonden hebben, uitgeslagen door Anthonij Erkelens, wijnkoper aan de Nieuwe Haven op de hoek van de Koestraat. De wijn is niet aangegeven of door de kraankinderen uitgewerkt, maar door het volk van Erckelens. Erckelens is daarvoor bekeurd volgens last van Van Hetsroij en Levith voor Van de Casteele. De boete is overenkomstig het generaal plakkaat.
l. Elisabeth (Lijsbeth) Erkelens, mei 1627
ONA Dordrecht inv. 179, f. 115 e.v.: op 3 juli 1659 testeert Elisabeth Erckelens, jonge dochter wonende in Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar broers en zusters Jacob Erckelens, Jan Erckelens, Jannichien Erkelens, Lambert Erckelens, Boudewijn Erckelens, Anthonij Erckelens en Sara Erckelens, alsmede Gosewijnus Erckelens, zoon van haar overleden broer Cornelis Erckelens. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Jacob en Jan Erckelens.
m. Sara Erckelens,juni 1633
ONA Rotterdam inv. 360, akte 106: op 12 okt. 1657 testeren de zusters Dina Erckelens en Sara Erckelens, beiden ongehuwd, geboren te Dordrecht, wonende in de Hoofdsteeg te Rotterdam. Dina is ziek. Testament op de langstlevende. Legaten voor hun zuster Maria Erckelens en voor Goossen Lottums, de zoon van hun zuster Janneken Erckelens. Hendrina Lottums, de dochter van hun laatstgenoemde zusters, krijgt het zilverwerk van Dina, twee kettingen en een “sleutelraecx”.
II. Jan Goossensz. Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1656), verver, trouwde NG Dordrecht 14/30 mei 1656 Maria van Bracht Hermansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1656), trouwde 2e Gerrit van Eijsden
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Hermanus Erkelens, 18 mei 1661, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1681 Maria van Eijsden
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juli 1690: een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot
Kind:
a-1. Maria Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1682
b. Dina Erkelens, 25 jan. 1664
c. Gosuinus Erkelens, 19 mrt. 1668, volgt III
d. Jacobus Erkelens, 26 april 1669
e. Maria, 3 april 1671
III. Gosuinus Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1668, jongman van Dordrecht (1693), koopman van Dordrecht, equipagemeester te Hellevoetsluis, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 sept. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Bracht, weduwe van Gerrit van Eijsden, de bruid met haar vader) Ida Hacken, jonge dochter van Dordrecht (1693)
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 124 e.v.: op 2 jan. 1717 verkopen Ida Hacke, weduwe van Gosewinus Erkelens, equipagemeester te Hellevoetsluis, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Gosewinus Erkelens, en Maria Erkelens, meerderjarige dochter van wijlen Herman Erkelens, koopman te Dordrecht, beiden erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van Jacob Erkelens, resp. hun oom en zwager, en Maria Erkelens nog “in haar privé”, voor 3500 gl. aan Rutger Erkelens, burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbell.
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Joan, 24 juli 1694
b. Barbera, 10 juli 1696
c. Maria, 12 mrt. 1704]
f. 84
Gerrit van Veen 2 ponden
Jacob Willems timmerman 1 pond
Beniamijn Adriaens [Troost] timmerman 1 pond
[Cf. ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v, akte dd 6 juni 1626.
Benjamin Adriaensz. Troost, geboren ca. 1570, hellebaardier van de schout van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1590), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 23 sept./7 okt. 1590 Hilleken Evert Jansdr., van Dordrecht (1590, 2e Anneken Theunis (Gens Nostra 1979, p. 310)
ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]
Elisabeth van Zeelen 10 ponden
Nicolaes Reijders 10 ponden
f. 84v
De weduwe van de heere Groenevelt 15 ponden
Abraham Jans metselaer 1 pond
D’erffgenamen van Neeltgen Beenen 40 ponden
De kindere van de luijtenant Van Lokeren, seggen van de Staeten quijt sijn gescholden 5 ponden
De Nieulindestraet
[ De Museumstraat, die loopt van Steegoversloot naar de Kolfstraat, is kort vóór 1612 aangelegd als straat langs de binnengracht. Andere namen waren: Middelgracht, Lindengracht, Lindenstraat en – naar de Witte Nonnen van het St. Agnesklooster – ook wel Nonnenstraat. Op verzoek van het bestuur van het Dordrechts Museum werd de inmiddels gedempte gracht in 1907 Museumstraat genoemd.(Van Baarsel, o.c., p. 80)]

De Nonnentoren of Kuiperstoren stond aan de Vest bij de huidige Museumstraat en werd in 1918 afgebroken.
Adam Leenderts cleermaecker 1 pond
f. 85
D’erffgenamen van de weduwe Schoris, vertrocken [naar] Zeelandt 2 ponden
Jan Matheeus [Wens] metselaer 4 ponden
[12 okt. 1628: Mariken Jacobsdr., vrouw van Jan Carelsz., geassisteerd met Reijer Geerbrantsz. bakker, verkoopt aan Abraham Hermansz. van Elderen een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Jan Matheusz. metselaar en de gang of poort van het Heilige-Geesthuis. De koper is schuldig aan verkoopster 700 gl. Borg: Hermen Hermensz. van Elderen, kleermaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 767, f. 41v)
17 juni 1634: Jan Matheeusz. Wens, burger van Dordrecht, verkoopt aan Elijsabeth Gijsbrechtsdr., weduwe van Jacob Adriaensz., een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Abraham Hermansz. [van Elderen] conrector en dat van de erfgenamen van Jasper Jansz. Koopster is schuldig aan verkoper 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 28v e.v.)]
Mr. Jacob Kindt schermmeester 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1617: Jacobus Kindt Thomasz., van Zierikzee, schermmeester binnen Dordrecht en Hillegond Cornelis Praemsdr., van Dordrecht, wonende bij Henricxken de beddenmaakster naast het Suijkerhuis, procl. Zierikzee, getr. 5 dec. 1617 (Suikerhuis: Wijnstraat hoek Wijnbrug (Van Dalen, o.c., deel II, p. 650). Hilleken (Hillegond), gedoopt NG Dordrecht juni 1597, dochter van Cornelis Pietersz. Praem en Adriaenken Jansdr.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 25: op 30 jan. 1632 verkopen mr. Jacob Kindt, schermmeester te Rotterdam, en Damas Verloof kruidenier, voor de ene helft, en Adriaen Cornelisz. Roch en Jan Adriaensz. Roch, voor zichzelf en tevens vervangende Maeijken Adriaensdr., resp. hun dochter en zuster, voor de andere helft, samen erfgenamen van Cornelis Claesz. en Lijntgen Jansdr. de Heer, voor 500 gl. aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, burger van Dordrecht, een vrije visstal op de Grote Vismarkt.
ONA Dordrecht inv. 35, f. 147: op 20 mei 1632 verleent mr. Jacob Kint, schermmeester te Rotterdam, als nomine uxoris erfgenaam van Lijntgen Jansdr. [weduwe van Cornelis Claasz. de Heer (ONA Dordrecht inv. 35, f. 146)], procuratie aan zijn zwager Damis Verlou, wonende te Dordrecht, om voor het gerecht van Dordrecht te transporteren aan Antonij Jonctijs, wonende te Dordrecht, te transporteren de helft van een huis bij de Wijnbrug, genaamd “de Vlaston”, welk huis hem en zijn zwager zijn aangekomen bij overlijden van Lijntgen Jansdr.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 445: op 22 juni 1645 verklaren mr. Thibout de Lange, vrij schermmeester te Utrecht, en mr. Andries van Brandenburch, vrij schermmeester te Emmerik, op verzoek van Reijnier Schaerdenberch, geboren te Zutphen en wonende in Dordrecht, dat zij samen met mr. Jacob kind, schermmeester te Rotterdam, met toestemming van de burgemeester van Dordrecht, “opde Cloveniers Doele alhier nae voorgaende trommelslach [op 20 juni 1645] deur de ganse stadt gedaen gehouden hebben gehadt publijcke exercitie van schermen met [al hun] … geweer ofte wapenen … [en dat] Reijnier Schaerdenberch den welcken na gedaene preuve ende exercitie der selve wapenen sich selven soodanich voor alle personen aldaar vergadert wesende … gedefendeert heeft gehad dat sijlieden attestanten nevens … mr. Jacob Kindt dezelve Reijnier Schaerdenburch erkent ende aengenomen hebben gehadt voor vrij ende openbaer schermmeester … [en is hij] door den … mr. Thibout de Lange met het lange sweert meester als vooren geslagen … omme d’selve exercitie voortaen alomme en tot allen pla[a]tsen als vrij meester te mogen doen”.]
Reijnier Adriaens timmerman, nihil habet 1 pond
Reijnier Gerrits 1 pond
f. 85v
Jan Adriaens collecteur 9 ponden
Jan Willems timmerman, nihil habet 2 ponden
De weduwe van Pieter Adriaens Mes 1 pond
De weduwe van Corstiaen Boermans 9 ponden
Abraham Hermans [van Elderen] conrector 4 ponden
[Hij was tot aan zijn overlijden in 1637 conrector van de Latijnse School. Van Elderen was één van de vele slachtoffers van de in 1636-1637 te Dordrecht heersende pestepidemie.[Esseboom/Dodde, o.c., p. 158.]
f. 86
Henrick van Born 6 ponden
In de Augustinencamp
Goosen Matheus wever, nihil habet 1 pond
Franchoijs Beens 30 ponden
Thonis Hermansse, nihil habet 1 pond
Weder int Steechoversloot
Sijmon Geemans [schoenmaker] 3 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 3 jan. 1593: Simon Geemansz., van Geertruidenberg (1593), schoenmaker, en Borchten Evertsdr. van Dordrecht, weduwe van Adriaen Lenartsz., getrouwd op 17 jan. 1593
NG trouwboek Dordrecht 27 jan. 1600: Simon Geemansz., weduwnaar uit de Langstraat van Capelle (1600), schoenmaker, en Jacomijntken Cornelisdr., van ‘s-Hertogenbosch (1600), weduwe van Jan Petersz.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 120: huwelijkse voorwaarden dd 8 juli 1626 tussen Jacob Jansz. Keppel, kapitein op een oorlogsschip in Nederlandse dienst, wonende te Dordrecht, een Aelken Schots Jansdr., jonge dochter, geassisteerd met haar “schoonvader” Simon Geemansz. en haar moeder Jacobmijnke Cornelisdr.]
f. 86v
Pieter Pieters de Both 2 ponden
Dr. Huijbertus de Bie 12 ponden
Jacob Stoop Dircxe 21 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 35v: op 2 mei 1616 verkoopt Cornelis Adriaensz. van der Laer, burger van Dordrecht, aan Jacob Stoop Dircxsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes Bocardus, predikant te Dordrecht, en dat van Johan Berck, substituut secretaris van Dordrecht.]
D’erffgenamen van Franchoijs Werckman [geen bedrag vermeld]
D’heer Johan Berck Dircxe outraet 30 ponden
[Johan Berk, geboren naar schatting ca. 1580, zoon van Dirk Berk Henriksz. en Erkenraad van Berkenroede, burgemeester 1650 en 1651, schepen 1622, substituut secretaris 1607, secretaris van de Weeskamer 1622, thesaurier 1633, griffier van de Munt van Holland 1613, trouwde 15 mei 1607 Johanna van Diemen, dochter van Jacob van Diemen en Margareta van Beaumont Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 941)]
Job Damasse van Slingelandt met d’ongehoude kinderen 20 ponden
f.87
Jan Schut cuijper 2 ponden
Cornelis Jansse met zijn twee nichten 50 ponden
Dirck Jansse Both backer 3 ponden
Hendrick Jansse backer 1 pond
Maria Spaens 24 ponden
f. 87v
Willem Joppen beenhacker 16 ponden
Pieter Schepens 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 11 april 1621 (ondertrouw): Pieter Willemsz. Schepens jong gezel notaris en procureur te Dordrecht wonende in het Steegoversloot en Elizabet Willem Jopsdr. jonge dochter wonende in de Voorstraat beiden van Dordrecht]
De minderjarige kinderen van Pieter Beeck 12 ponden
Steven Claesse 1 pond
Aeltgen Meulens 3 ponden
f. 88
De weduwe van Balten Willems 2 ponden
Aernolt de Vries 6 ponden
Arent Cop procureur 5 ponden
Clement Pieters Danser 10 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 7 juli 1624: Clement Pietersz. weduwnaar van Klaaswaal wonende in het Steegoversloot en Urselken Claes Torselendr. van bij Maaseik wonende bij Clement voorschreven, getrouwd 23 juli 1624]
Gabriël Ghijsberts 7 ponden
T seste quartier … bedraacht … ter somma van 1616 gl. 10 st.
f. 88v
Sevenste Quartier beginnende van de steijger over ’t Steechoversloot tot aen’t Mertvelt [Marktveld, tegenwoordig Scheffersplein.(Van Baarsel, p. 98)] aen wederzijds
Pieter Struijs cannecooper 40 ponden
[Peter Struijs, trouwde NG Dordrecht 11 juni 1579 (ondertrouw) Aechtgen van Rijcbeeck
ONA Dordrecht inv. 55, f. 330v: op 11 jan. 1626 verlenen Pieter Struijs en Jan Jeremiasz., zoon van wijlen Marichgen Struijs, beiden kannenkopers en burgers van Dordrecht, als erfgenamen, elk voor een zesde part, van Aelken Struijs, de vrouw van Theunis Verbraecken, die gewoond heeft in Budel omtrent Weert, resp. hun zuster en tante, procuratie aan Corstiaan Verbraecken, kannenkoper wonende te Antwerpen, zoon van Theunis Verbraecken, om te verkopen hun aandeel in de landerijen, die Aelken nagelaten heeft, liggende omtrent Budel.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 247: op 5 febr. 1632 testeren Pieter Struijs koopman, ziek te bed liggende, en zijn vrouw Aechtgen van Riebeeck, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de Armen en het weeshuis van Dordrecht een bedrag van 400 gl. Zij legateren aan hun oudste dochter Sara Struijs een van hun twee beste bedden met toebehoren, aan Elisabeth, de oudste dochter van hun dochter Geertruijt Struijs, een van hun beste bedden, en aan de kinderen van Geertruijt Struijs, daarbij inbegrepen Elisabeth, het nieuwe huis van hen, testateurs, staande in de Augustijnenkamp, op voorwaarde, dat hun dochter Geertruijt het huis mag verkopen en de opbrengst ervan zal moeten beleggen t.b.v. haar kinderen. Zij legateren aan hun dienstmaagd Maijken Meertens een somma van 30 gl. Zij maken aan de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik van alle goederen, die de eerststervende van hen beiden zal nalaten, de eigendom waarvan zij maken aan hun beide kinderen, Sara en Geertruijt Struijs, of bij vooroverlijden hun nakomelingen .
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86v: Cornelia de With, die huurt van de erfgenamen van Pieter Struijs, betaalt in de verponding van 1633 voor haar huis in de Voorstraat 22 ponden 2 sch. 6 d., belender: Dirck Jansz. Tegelberch, die huurt van de weduwe van Abraham Woutersz.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 186: op 14 okt. 1640 verleent Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, als man van Geertruijt Struijs, enige dochter en erfgename van Pieter Struijs, koopman en burger van Dordrecht, procuratie aan Anthonij Henricxsz., koopman te Amsterdam, om te compareren voor de kamer van de WIC aldaar en daar op naam van de comparant te doen stellen “soodanige nieuwe gedane verhooginge van duisent car. gul. kapitaal, waer mede … Pr. Struijs … inde voors. compagnie ter camera vande Maese [te Dordrecht] … te herideren placht”.
Kinderen:
a. Wijnant, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1581
b. Toenis, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1587
c. Sara Struijs, gedoopt NG Dordrecht 9 juni 1591, trouwde Anthonij Jaspersz. Kindt (zie hierboven f. 44)
d. Geertruijt Struijs, geboren naar schatting ca. 1595, trouwde Pieter Jaspersz. Leijsten (zie hierboven f. 44)]
Willem Pieters twijnder 3 ponden
De moeder van voorn. Willem Pieters 2 ponden
Jaeques Terwe zijdecramer 5 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86 e.v.: Jaecques Terwe zijdewerker betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat 22 p. 10 sch., belenders: de weduwe van Mathijs Saverij en Willem Claesz. Kilsdonck beenhakker]
De weduwe van Mathijs Saverij 14 ponden
[Beatrix van Wassenhoven (van Nassenhoven) Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1584, van Brussel (1605), begraven Dordrecht 26 juni 1628 (Beatrijs Wassenhoven, [weduwe] van Mattheus Saverij, graf 20 in de Augustijnenkerk [Nelemans, o.c. p. 16]), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./13 april 1605 Matthijs Paschier Severijnsz. (Saverij), van Luik (1605), moutmaker te Dordrecht (1605)
– 31 mrt. 1621: testament van Beatrix van Wassenhoven, weduwe van Matthijs Saverij, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan de arme huisgenoten van de NG gemeente 100 gl., aan de armen van de Franse (Waalse) gemeente 150 gl., aan de Franse arme huisgenoten 50 gl., aan het Arme Weeshuis 100 gl., aan het Heilige-Geesthuis 50 gl., aan het Gasthuis 50 gl., aan de Oude Mannen 25 gl., aan behoeftige theologie-studenten 50 gl., aan de krankzinnige mensen 25 gl., aan de leprozen 20 gl. Voorts maakt zij aan haar neef Henrijck van Wassenhoven vier hemden, een zwart lakens “cleet”, een rouwmantel van vier ellen lang en in geld een somma van 20 gl., aan haar behoeftige verwanten, die in Brussel wonen, 60 gl., aan haar zuster Catalina van Wassenhoven haar beste kleren, een aantal kettingen en haar beste diamanten ring, aan haar nicht Barbara van Wassenhoven een gouden kettinkje “om het hooft” en een diamanten ring, gekomen van haar moeder zaliger, aan Jaques Lamet en zijn vrouw lijnwaad en laken, ter waarde van 40 gl., “tot cleederen van haer en haer kind”, aan haar neef Michiel van Wassenhoven haar trouwring en een zilveren “reijslepel”, aan haar neef Johannes van Wassenhoven haar geëmailleerde trouwring en een zilveren gaffel [vork], aan haar neef Jeremias van Wassenhoven een “mariagie”, te weten een gouden diamanten en robijnen ring en een zilveren gaffel, aan haar nicht Susanna van Wassenhoven haar sleutel- en onderrriem met een paar zilveren messen en een zilveren ketting, aan haar nicht Lijsbet van Wassenhoven een gouden parelring met een kleine zilveren onderriem, aan het kind, waarvan haar zuster binnenkort zal bevallen, een paar zilveren zoutvaten, aan de kinderen, “die sij onder haer geslachte heeft geheven” of bij de doop van welke zij getuige was, elk een stuk goud, zoals zij in een door haar zelf op te stellen brief nader zal beschrijven, aan haar neef Mattheus van de Brouck een zilveren gaffel en aan haar neef Bastiaen Huijgen een zilveren gaffel. Aan haar zuster Kathalina of bij vooroverlijden haar kinderen laat zij de eigendom van het huis genaamd “Hoochstraten” na en als die zuster komt te overlijden zonder kinderen na te laten aan de kinderen en kindskinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven of aan het kind van Pieter van de Brouck. In dat geval echter zal de man van Kathalina zijn leven lang het vruchtgebruik van dat huis houden. Aan haar neefje Mathijs van de Brouck vermaakt zij hetzij een bedrag van 2000 gl. of het hoekhuis van de Nieuwbrug, staande naast “de Ster”, waarbij de keuze tussen beide zal voorbehouden zijn aan haar zuster Kathalina. Als Mathijs gaat trouwen zal dit legaat vererven op de kinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven en de kinderen van haar zwager Pieter van Nes. Aan haar neefje Bastijaen Huijgen, zoon van Adriana van Wassenhoven legateert zij 1000 gl. of het huis in de Augustijnenkamp, waar uithangt “Sint Truijen”. Als hij ongehuwd of kinderloos komt te overlijden zal dat geldbedrag of dat huis vererven op de kinderen van haar broer Jacques en de kinderen van haar zuster Katalina. Aan die zuster en de kinderen van haar voornoemde broer vermaakt zij haar tuin met het huis daarop staande en aan de weduwe [sic] van haar broer, Sara de Braijmaker, als zij niet gaat hertrouwen, een rouwkleed. Aan de vrouw van Abraham van Nes, Jael Savarij, vermaakt zij zoveel laken als zij tot “een vlijeger [vrouwenmanteltje of jakje] en rock” nodig hebben zal, tot 8 gl. de el. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar voornoemde broer Jacques voor de ene helft en haar voornoemde zuster Katalina of bij vooroverlijden haar kinderen voor de andere helft. Tot executeurs en voogden benoemt zij Wouter Boucquet, Anthonij van de Bijesheuvel, haar zwager Pieter van Nes, haar neef Michiel van Wassenhoven en Cornelis Pietersz., haar goede bekende. Zij wenst, dat Hugo Bastiaensz. zich niet zal bemoeien met de voogdij over de kinderen van zijn overleden vrouw Adrijana van Wassenhoven. Zij sluit de Weeskamer uit van haar na te laten boedel. Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 26, f. 135 e.v.)
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86 e.v.: in de verponding van 1633 betaalt de weduwe van Mathijs Saverij voor haar huis in de Voorstraat 21 ponden 15 sch., belenders Henrick Barentsz. blauwverver en Jaecques Terwe.]
f. 89
De suster van Mathijs Saverij, nijet quotisabel 4 ponden
Henrick Barents [de Haen] verwer 6 ponden
[Zie genealogie De Haan I op deze website.]
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86: in de verponding van 1633 betaalt Henrick Barentsz. blauwverver voor zijn huis in de Voorstraat 18 p. 7 sch. 6 d., belenders: de weduwe van Jan Abrahamsz. schoenmaker, die huurt van Geerit Jansz. Vreen in Gorcum, en de weduwe van Mathijs Saverij.]
Jan de Loutre [zijdenlakenkoper] 10 ponden
[Jan de Loutre (de Louter) Janz., van Dordrecht (1595), trouwde 1e NG Dordrecht 20 aug. 1595 (ondertrouw) Aechtgen Baltazarsdr., van Dordrecht (1595), 2e naar schatting ca. 1605 Cornelia van Clootwijck Dirksdr.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 4: op 8 sept. 1631 verkoopt Jan de Loutre, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Gillis Jansz., houtkoper en burger van Dordrecht, een volmolen en een huisje, staande bij het Wilgenbos op stadsgrond. Waarborg: Jacob Lambertsz. van de Rat, burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1599, f. 19v: op 8 april 1622 verkopen Pieter Clootwijck Dircxsz. en Johan de Loutre, als procuratie hebbende van Grietgen Henricxdr., weduwe van Dirck Jacobsz. van Clootwijck, voor 2050 gl. aan Cristoffel Molenschot en Thomas van den Bosch, burgers van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jan speldenmaker en ’s herengracht. De kopers zijn schuldig aan verkoopster een somma van 1250 gl.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86: Jan de Loutre zijdenlakenkoper betaalt voor zijn huis in de Voorstraat in de verponding van 1633 21 ponden, belenders: Jan van Doren op de Wijnbrug, die huurt van Jan de Loutre (betaalt 17 ponden 5 sch.) en de weduwe van Jan Abrahamsz. schoenmaker, die huurt van Geerit Jansz. Vreen in Gorcum.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning 1638), f. 57: Jan de Loutre aangeslagen voor een vermogen van 6000 gl.
Begraafboek Dordrecht Grote Kerk 25 aug. 1638: een baar voor Jan de Louijter op de hoek van de Wijnbrug, één maal luiden.]
Cornelis Adriaens cruijdenier 5 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v e.v.: in de verponding van 1633 betaalt Cornelis Adriaensz. kruidenier 21 ponden voor zijn huis in de Voorstraat, belenders: Anthoni Jonchthijs lijwatier en Jan van Doren op de Wijnbrug, die huurt van Jan de Loutre.]
De weduwe van Cornelis Claesse de Heer 6 ponden
f. 89v
Cornelis de Wolff 8 ponden
Davit Decker [lijwatier] 10 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v: in de verponding van 1633 betaalt David Decker lijwatier voor zijn huis in de Voorstraat 25 ponden, belenders: Dirick van Clootwijck en Anthoni Jonckthijs.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4v: op 28 jan. 1637 verkoopt David de Decker, burger van Dordrecht, aan Arent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Saeijer”, staande tussen het huis van Dirck Dircksz. Clootwijck en dat van Anthonij Jonckthijs. Waarborgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Arijen Jansz. Ooms, burgers van Dordrecht.]
Den selve als regerende den boedel van Cornelis Jansse sijdecramer 3 ponden
D’erffgenamen van de weduwe van Dirck Jacobs van Klootwijck, sijn maer geset op 6 ponden ergo 6 ponden [16 ponden doorgehaald]
Dirck Clootwijck 16 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v: in de verponding van 1633 betaalt Dirick van Clootwijck 21 ponden voor zijn huis in de Voorstraat, belenders: Adriaen Goossensz. tingieter en David Decker lijwatier.]
f. 90
De kinderen van Dirck Lamberts 7 ponden 10 s.
Adriaen Adriaensse tinnegieter 3 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1608, f. 44v e.v.: op 28 juni 1639 verkopen Jacob de Leeuw, als man van Jenneken Arijensz., en Michiel Macalij, als man van Barber Arijensdr., kinderen en erfgenamen van Adriaen Goossensz. tingieter, voor 1760 gl. aan Abraham Rens, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het huis van Dirck van Clootwijck en dat Michiel van der Beeck. Waarborgen: Adriaen Jansz. en Willem Pietersz. Schaep, beiden burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1000 gl. Borgen: Adriaen Barentsz. Storm en Lodewijck Lamberts, burgers van Dordrecht.]
Michiel van de Beecq bontwercker 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 27 mrt. 1626 verkopen Joost Jansz. Covens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anthonij Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Willem van Galen op 8 mrt. 1626, alsmede Jan Joosten, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer, Abraham Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van Dorth te Sluis op 23 mrt. 1626, aan Michiel van de Beeck, peltier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van koper en dat van Mattheeus van de Mijl.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85 e.v.: in de verponding van 1633 betaalt Michiel van der Beek betaalt voor zijn huis in de Voorstraat bij het Marktveld 15 ponden 15 sch., belender: Adriaen Goossensz. tingieter.]
Matheus van de Mijl 2 ponden
Herman Jansse sijdecramer, obijt insolvent 2 ponden
f. 90v
Jeremias Decker, insolvent 2 ponden
Ghijsbe[r]t Jansse van Aeckeren 4 ponden

Deze vrouw, op een portret uit ca. 1630, draagt een met bont afgezette vlieger.
[ONA Dordrecht inv. 182, akte 100, dd 10 sept. 1668: ten overstaan van de Dordtse notaris J. Melanen herroept Jenneken Jansdr. Huijskens, weduwe van Gijsbert Jansz. van Aeckeren, wonende te Dordrecht, ziek zijnde, een eerder codicil of akte van donatie, welke zij “onder haer eijgen hant gemaeckt ende behandicht heeft” aan haar nicht Anna van der Reijt op 21 mrt. 1656, en alle andere testamentaire disposities e.d., die zij voor deze gemaakt of verleden heeft. Zij legateert nu aan Lijsbeth Raets, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, een losrentebrief ten laste van de provincie Holland ten comptoire van Dordrecht, staande op naam van haar, testatrice, en inhoudende 400 gl. kapitaal, [datum van de brief niet vermeld], aan Silla Jans, dochter van Anneken Jansdr. Huijskens, haar overleden zuster, een bedrag van 50 gl. en haar “bouratten vlieger”, en aan Geertruijt Fockers, dochter van Nelleken Raets, haar overleden nicht, eveneens 50 gl. Zij prelegateert aan Nelleken Jaspers [sic] Huijskens, haar nicht, haar bed met toebehoren en aan voornoemde Nelleken Jansdr. [sic] Huijskens en Anneken Jansdr. Huijskens al haar kleren, huisraad en onroerende goederen, die bij haar overlijden bevonden zullen worden. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem Jansz. Huijskens, Anneken Jansdr. Huijskens en Nelleken Jansdr. Huijskens, haar neef en nichten, kinderen van Jasper [sic] Jansz. Huijskens, haar broer, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij stelt aan tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Johan Hillen en Hendrick Willemsz. van Ven, haar goede bekende vrienden.
Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek ca. 4 juni 1669 (Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 303)
Geertruijt, dochter van Anthonij Aertsz. Focker en Nelleken Reijniersdr. Raets, gedoopt NG Dordrecht 1653
NG Dordrecht 30 sept. 1629: Jasper Jansz. [Huijskens] jongman van Venlo varend gezel wonende te Dordrecht op de Nieuwe Haven en Trijntghe Meeusens [Booms] van Eisden mede wonende te Dordrecht in de Paradijsappel, getrouwd op 21 okt. 1629
Kinderen uit dit huwelijk:
a. Anneken Jaspersdr. Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1631, trouwde Pieter Jansz. Roij
b. Willem Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1633, trouwde Anna Heijndrichs
c. Nelleken (Neeltje) Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1637, trouwde Bartholomeus Labeen]
Laurens van Buijtendijck 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in “den Noortschen Boer”, procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622]
Gerrit Maes [koopman, zeepzieder] 2 ponden
[Hij was de vader van de kunstschilder Nicolaes Maes.
Gerrit Maes Willemsz., jongman van Ravesteijn, wonende bij Gisbrecht Lenardsz. schoenmaker bij de Grote Kerk (1619), trouwde NG Dordrecht 24 nov./15 dec. 1619 Ida Herman Claesdr., gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1592, van Dordrecht (1619), dochter van Herman Claesz. van Ravesteijn en Elijsabeth Fijnemans.
– 27 mei 1626: Sara Damius, weduwe van Gerrit Woutersz. schoenmaker verkoopt aan Gerrit Maes, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Joost Lievensz. kramer en dat van de weduwe van Claes Oosten naaldenmaker. Waarborg: Gijsbert van Dalen, burger van Dordrecht, als daartoe gemachtigd zijnde door Johan Damius, schepen van Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 22v)
– 30 april 1643: Gerrit Maes, burger van Dordrecht, verkoopt aan Willem Jansz. Walen, burger van Dordrecht, het huis, waarin hij, verkoper, woont, staande in de Hofstraat tussen de Heelhaaksdoelen en het huis van Jan Claesz. metselaar. Waarborg: Herman Huijbertsz. van Ravesteijn, burger van Dordrecht.(ORA Dordrecht inv. 1610, f. 17v e.v.)
– 15 aug. 1643: Pieter van Consen, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3500 gl. aan Gerrit Willemsz. Maes, solliciteur en burger van Dordrecht, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat], waarin hij, koper, thans woont, staande tussen het huis van Jan Ros naaldenmaker en dat van Isaac van de Graeff. Waarborg: Jan Ros, naaldenmaker en burger van Dordrecht. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 62 gl. Borg: Coenraet Hars, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. Borg: idem. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 50v e.v.)
– 11 sept. 1646: Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Govert van Bergen brouwer en Gerrit Willemsz. Maes, burgers van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Thomas Sleij schoolmeester en de gang van Ambrosius van Gerven. Waarborg: Bartholomeus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht. De comparant verbindt als contrawaarborg een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Anthonij Repelaer en dat van Matthijs van Balen. (ORA Dordrecht inv. 1611, f. 136)
– 6 mei 1648: Gerrit Maes en kapitein Govert van Bergen, burgers van Dordrecht, verkopen Willem Willemsz. Oudeman, burger van Dordrecht, een pakhuis, bestaande uit onder een wijnkelder en boven korenzolders, genaamd “de Blauwen Cuijp”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van mr. Thomas Sleij schoolmeester en de gang van het huis van De Haen. Waarborg: Leendert van Dijck, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 84)
– 15 mei 1649: Gerrit Maes, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johannes van Eijsden, burger van Dordrecht, een huis bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Herman Moulaert “maeldenier” en het huis van de verkoper, strekkende voor van de straat tot aan de muur van de grote achterkeuken tegen het pakhuis van de verkoper. Waarborgen: Jan Ros naaldenmaker en Andries Willemsz. van Dinslaecken, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 28 e.v.)
7 april 1655: Geerit Willemsz. Maes, zeepzieder en burger van Dordrecht, als man van Ida Herman Claesdr., samen erfgenamen van Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck, volgens Aeltgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654, verklaart schuldig te zijn aan Reijnier de Fijneman een somma van 700 gl. en aan de kinderen van Govert de Fijneman een somma van 1100 gl., aan hen gelegateerd in het genoemde testament. Maes verbindt hiervoor zijn huis en zeepmakerij, genaamd “de Drie Witte Leeukens” staande bij Mijnsherenherberg. Borg: zijn zoon Abraham Maes, burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 225 e.v.)
5 mrt. 1657: Dirck de Keijser, koopman te Amsterdam, als man van Philippijna Govertsdr. Fijneman, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Sena, koopman te Amsterdam, als man van Louise Govertsdr. Fijneman, en van Loaen [?] de Fijneman, Jean Morgan en Anne Fijneman, wonende in Frankrijk, en van Abraham Becx, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Charlotte de Fijneman, wonende in Stokholm, en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Govert de Fijneman, verklaart ontvangen te hebben van Geerit Willemsz. Maes, burger van Dordrecht, als erfgenaam van Aeltgen de Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. Bollenbeeck, die is overleden te Dordrecht, een somma van 1100 gl., welk bedrag door Aeltgen de Fijnemans is gelegateerd aan de kinderen en erfgenamen van haar broer, Govert de Fijneman, in haar testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 44)
Kinderen (o.a.):
a. Henricxken (Henrica) Maes, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624
b. Abraham Maes, gedoopt NG Dordrecht juni 1631.
c. Nicolaes Maes, gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, schilder, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij Mijnsherenherberg, trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1653/13 jan. 1654 Adriana Joostendr. Brouwers, van Dordrecht, weduwe van ds. Arnoldus de Gelder, predikant te Wijngaarden, wonende in de Gravenstraat

Nicolaes Maes, zelfportret (Dordrechts Museum)
– 6 mei 1672: Giel Jansz. van Buijl, Emmeken Jansdr. van Buijl, Janneken Coenraetsdr. van Buijl, en Cornelis Jaspersz. Outlant, als man van Geertruijt Govertsdr. van Buijl, allen erfgenamen ab intestato van wijlen kapitein Johan van Buijl, koopman te Dordrecht, verkopen voor 1800 gl. contant aan Nicolaes Maes, schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Maximiliaen Melanen. (ORA Dordrecht 788, f. 23v)
– 16 dec. 1682: Johanna Straselius, weduwe van Johannes Toebast, wonende te Dordrecht, verleent procuratie aan Johannes van Houten, wonende te Amsterdam, om voor schepenen aldaar te transporteren aan Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, een schuldbrief van 5000 gl., welke is verleden voor schepenen van Amsterdam op 17 nov. 1670 door Johannes Sipels, koopman te Amsterdam, ten behoeve van Johanna Straselius en verzekerd op een huis in de Molsteeg te Amsterdam, belend aan de noordzijde door het huis, waar “de Vergulde Leeuw” in de gevel staat, aan de oostzijde door het huis van Gerrit Bartholomeeusz. Smit en aan de westzijde door het huis van mr. Pieter chirurgijn. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 82)
– 2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 142v)]
De weduwe van Claes Osten naeldemaecker 1 pond
f. 91
De weduwe van Jacob Henricxe schoenmaecker 3 ponden
D’erffgenamen van Jacob Alewijns viscooper 7 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 111: op 30 okt. 1627 verkopen Franchoijs Alewijnsz., lid van de Oudraad te Dordrecht, en mr. Cornelis Alewijnsz., licentiaat in de rechten en advocaat, voor zichzelf en als testamentaire voogden over de kinderen van wijlen Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, en Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Alewijn Alewijnsz., wonende te Bremen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Pieter Aelbrechtsz. Brouwer te Bommel, als man van Maria Alewijnsdr., en van Digna Alewijnsdr., resp. zijn zwager en zuster, allen erfgenamen van Jacob Alewijnsz., viskoper te Dordrecht, resp. hun oom en oudoom, aan Michiel van der Beeck, bontwerker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van Corstiaen Leendertsz. en dat van Jacob Henricxsz. schoenmaker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1940 gl. Borgen: Dirck van Clootwijck en Pieter Pietersz. Both, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 117v: op 20 nov. 1627 verkopen bovengemelde comparanten aan Cleijsken Gijsbertsz. van Haarlem, weduwe van Franchois Clements, de helft van een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Gerrit Goossens viskoper en het huis, waar uithangt ” den Bruijnvisch”. Waarborgen: Franchoijs Alewijnsz. en mr. Cornelis Alewijnsz. Matheus Rees en Frans Rocusz. van Wesel, als procuratie hebbende van de koopster, zijn schuldig aan Digna Alewijnsdr. een somma van 325 gl. ]
Corstiaen Leenderts seemcoper 4 ponden
Aen d’ander sijde beginnende van [het] Steechoversloot
Maerten van Dilsen [hoedenstofferder, zijdenlakenkoper] 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1611: Marten van Dilsen Jansz. hoedenstoffeerder en Eva van Nerem Vijtendr. [Fijten] beiden van Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1611
NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1631: Marten van Dilsen hoedenstoffeerder weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk en Beliken Jacob Martensdr. van Zevenbergen wonende bij de Visbrug, getrouwd op 4 nov. 1631
NG trouwboek Dordrecht 21 okt. 1635: Maerten van Dilsen Jansz. zijdenlakenkoper weduwnaar wonende omtrent de Augustijnenkerk en Burchje den Bot jonge dochter weduwe van Daniël Meertensen wonende in de Kannenkopersbuurt beiden van Dordrecht, procl. te ‘s-Gravenhage, getrouwd op 4 nov. 1635
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 95 e.v.: op 29 juli 1638 verkopen Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, namens de kinderen van wijlen Maerten van Dilsen, en Dirck Jansz. Both, bakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Burchien de Both Jansdr., weduwe van Maerten van Dilsen, aan Baerthout Arijensz. Mesian, burger van Dordrecht, een huis bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Gabrielsz. en dat van Henrick Henricxsz. bakker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1325 gl. Borg: Marijcken Baerthouts, weduwe van Jan Arijensz. munter.]
Jacob Gabriëls cramer 4 ponden
D’heer Johan Berck Ridder 200 ponden [Johan Berck woonde in het huis de Berckepoort.]
[ORA Dordrecht inv. 766, f. 18: op 7 mei 1626 compareren Herman Halling, Oudraad van Dordrecht, voor de ene helft en Jacob van de Corput, Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Berck Ridder, ambassadeur van de Hoogmogende Heren Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Serenissime Republiek van Venetië, als getrouwd hebbende Maria Buijsen, voor de andere helft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Pieter Willemsz. Schepens op 25 sept. 1622. Zij verkopen aan Jan Jansz. korenkoper een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Sieren en dat van Liedewij Diters Cornelisdr. Kennen betaald. Promittit quitare.]
f. 91v
Pieter Verhagen met sijn huisvrouwen dochter 10 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 26 aug. 1618: Pieter Verhagen boekdrukker weduwnaar van Antwepen en Maike Claesdr. geboren van Wesel weduwe van Cors Geritsz. viskoper woont in de Vriesestraat tegenover de molen, getrouwd 9 sept. 1618
22 aug. 1618: huwelijkse voorwaarden tussen Pieter Verhaghen, boekdrukker en burger van Dordrecht, weduwnaar van Mariken Claesdr. van Scheurwijck, en Mariken Claesdr., weduwe van Corstiaen Gerritsz., viskoper en burger van Dordrecht, geassisteerd met Revert Jaspersz. Kels broodbakker, haar zwager, en Trijntgen Claesdr., haar zuster. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 33)
2 jan. 1626: Pieter Verhagen, boekdrukker en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij op verzoek van mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, “uijt sonderlinge vrient ende beurschap” getransporteerd heeft aan Johan Berck, ambassadeur van de Verenigde Nederlanden in Venetië, Matthijs Bercks vader, het recht van “naestinge” op Verhagens huis in de Voorstraat, staande tussen de plaats of poort van het huis van Berck [de Berckepoort] en het huis van Herman Jenefaesz., zodat Berck of zijn erfgenamen, wanneer hij, Verhagen, zijn huis gaat verkopen, de koop daarvan mag c.q. mogen naderen “sonder contradictie ofte tegenspreken van ijmanden”. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 1)
21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heer van Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 57 e.v.)
NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1648: Dirck Tegelberg zilversmid jongman wonende voor het Bagijnhof en Pieternella Meschian jonge dochter wonende bij de Augustijnenkerk, beiden van Dordrecht, getr. 23 juni 1648 (zie Ons Voorgeslacht mei 2011, p. 176)
idem 29 mei 1650: Ritzart Farrington schilder jongman van Leicester wonende bij de Vismarkt en Anna Meschan jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg [in de Voorstraat], getr. 14 juni 1650
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 juni 1665: een kinderbaar achter in de Kolfstraat voor een kind van Ritsser Farenton “tot Dirck Tegelburgh”]
Andries Adriaens 2 ponden
De weduwe van Aert Schoor 1 pond
Henrick Jaspers Staeckman 2 ponden
De weduwe van Gillis Nering met haer kinderen 15 ponden
[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 10 jan. 1631 zijn aangetekend Isaack Gillisz. Nering jongman van Dordrecht geassisteerd met Geertruijt Jans zijn moeder en Leentgen Victors [van Blenckvliet] jonge dochter geassisteerd met Victor Jansz. haar vader (getrouwdDoopsgezind Dordrecht 9 mrt. 1631)
ORA Dordrecht inv. 771, f. 38v e.v.: op 21 okt. 1637 verkopen Victor Jansz. van Blenckvliet en Jacob Nering, grootvader en oom resp. voogden over het kind, nagelaten door wijlen Isaack Neering en Helena van Blenckvliet, aan Aeltgen Dirxdr., weduwe Jacob Cornelisz. Boene, een huis omtrent de Wijnbrug, waar uithangt “het Casteel van Gent”, staande tussen het huis van het Sint Jansgasthuis en het huis van het voornoemde weeskind. Koopster kent schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. en Arijen Jansz. Ooms.
ORA Dordrecht inv. 772, f. 118: op 20 aug. 1640 verkopen Victor Jansz. van Bleinckvliet en Jacob Nering, kooplieden en burgers van Dordrecht, als voogden over het nagelaten weeskind van Isaack Nering, aan Willem Aertsz. twijnder, burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwstraat, staande tussen “het Kasteel van Gent” en het huis van de koper.
In een akte dd. 28 juli 1650 (ORA Dordrecht inv. 777, f. 135 e.v.) is sprake van twee huizen van Willem Aertsz. twijnder, staande omtrent het St. Jansgasthuis (in de Voorstraat), belend door het huis van Jacob Nering en het huis waar uithangt “het Kasteel van Gent”.]
f. 92
De weduwe van Anthonij Leniers 7 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 28 okt. 1618: Abraham Lenier Antonisz. jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn moeder in “’t Gulden Spellewerck” en Catalina Huge Jeronijmusdr. jonge dochter van Middelburg wonende bij Mattheeus van de Mijlen tegenover de bruidegom, getrouwd op 4 dec. 1618
NG trouwboek Dordrecht 18 aug. 1621: Philips Kegelaer jong gezel van Breda wonende aldaar en Susanna Verhaghen weduwe van Anthonie Lenier van Breda wonende in “’t Goude Spellewerck” bij Mijnsherenherberg, procl. te Breda
ORA Dordrecht inv. 770, f. 77v e.v.: op 8 mei 1635 verkoopt Abraham Leniers, burger van Dordrecht, als gemachtigde van Susanna Verhagen, weduwe van Anthonij Leniers, zijn moeder, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Cornelis Strick te Nijmegen op 20 april 1635, aan Clara de Bramaecker en Henrick Bosch een losrente van 25 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis en erf bij Mijnsherenherberg [in de Voorstraat bij de Nieuwstraat, thans nr. 244], genaamd “het Gouden Speldewerck”, staande tussen het huis van Willem Pietersz. ’t Schaep en het huis, waar uithangt “’t Casteel van Gent”.]
D’heer Cornelis Back Jacobs outraet 10 ponden
De weduwe van Emanuel van der Steen met haer kinderen 24 ponden
Blasius van Haerlem den Jongen 4 ponden
Sijmon Wiltens backer 3 ponden
De weduwe van Jan Pietersse couckebacker met haer dochter 4 ponden
f. 92v
Abraham Back apoteecker 3 ponden
D’erffgenamen van Jan Daniëls seepsieder 15 ponden
[ONA Dordrecht inv. 11, f. 325: verklaring dd 6 mei 1614 door o.a. Jan Daniëlsz. zeepzieder, ongeveer 49 jaar oud, burger van Dordrecht.]
De weduwe van Baen Cornelisse met haer kinderen 12 ponden
Inde Hoffstraet
Balthaser Lidius predicant 4 ponden

[Balthazar Lydius, geboren Umstadt (Palts, Duitsland) 13 aug. 1576, studeerde theologie te Franeker en Leiden, predikant te ’s Hertogenbosch tot nov. 1602, predikant te Dordrecht 1602-1629, gedeputeerde op de Nationale Synode van Dordrecht 1618/1619, overleden 20 jan. 1629, begraven in een familiegraf in de Nieuwkerk, trouwde 1e NG Dordrecht 5/27 april 1603 Aletta de Witt, weduwe van Isaac Henricksz. van den Corput, predikant te Breda, begraven in het genoemde familiegraf in 1607, dochter van Jacob Fransz. de Witt en Elisabeth Andriesdr. Heijmans, 2e NG Dordrecht 29 juni/15 juli 1608 Anneke Jacobsdr. Mijlius (van der Mijle), begraven in het genoemde familiegraf in 1630, weduwe van Cornelis Mattheeusz. (Gens Nostra 2009, p. 285; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v)
Kinderen (o.a.):
ex 1:
a. Isaac Lydius, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1604, predikant te Papendrecht (1632) en Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1660, trouwde NG Haarlem 18 aug./10 sept. 1641 (met attestatie van Dordrecht) Johanna Joije, gedoopt NG Haarlem 29 aug. 1621, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 aug. 1677, dochter van Matheus Joije en Marie Tiebouts (Gens Nostra 209, p. 287)
– 16 febr. 1645: Johan Sijmonsz. in der Velde verkoopt voor 3400 gl. aan Isaac Lidius, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Matthijsz. Stoop en dat van de erfgenamen van Hendrick van Dilssen. Waarborg (voor de verkoper): Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 9v)
– 6 okt. 1645: Maria van Dilssen, echtgenote van mr. Willem de Bont, “hooch schout” van Leiden, verkoopt voor 2600 gl. aan ds. Isacus Lidius, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande aan de havenzijde tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Consen bakker. (ORA 775, f. 63v e.v.)
– 27 mei 1684: Mattheeus Lidius, predikant te Cillaarshoek, Josina Lidius, weduwe van ds. Thomas Baen, en Hendrick van Hoesen, als man van Maria Lidius, voor zichzelf en tevens vervangende Aletta en Jacoba Lidius, kinderen en erfgenamen van ds. Isaack Lidius en Johanna Joije, verkopen voor 1330 gl. aan Ruth de Ridder, pachter van verscheidene gemenelandsimposten, een huis in Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Aernout van Campen. (ORA Dordrecht inv. 793, f. 82 e.v.)
– 2 juni 1689: Hendrik van Hoesen, als man van Maria Lijdius, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Josina Lijdius, weduwe van ds. Tomas Baen, predikant te Heinenoord, ds. Thomas Chapman, predikant te Cillaarshoek, als man van Aletta Lijdius, en ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet, als man van Jacoba Lijdius, volgens procuratie, gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijck te Dordrecht op 31 mrt. 1689, allen kinderen en erfgenamen van Johanna Joije, weduwe van ds. Isaacus Lijdius, predikant te Dordrecht, verkopen voor 2600 gl. aan Hermannus Neuspitzer, rector te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Rut de Ridder en dat van de weduwe van Jacob Ouzeel. (ORA Dordrecht inv. 796, f. 30 e.v.)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Mattheus Lidius, 1643, predikant te Cillaarshoek
a-2. Josina Lidius, 1649, overleden 17 dec. 1699, trouwde ds. Thomas Baen, predikant te Heinenoord
a-3. Maria Lidius, 1650, trouwde Hendrick van Hoesen
a-4. Alette Lidius, 1652, overleden3 okt. 1721, trouwde ds. Thomas Chapman, 1685 predikant te Cillaarshoek, 1690 predikant te Dubbeldam, 1722 emeritus, beoefenaar der Latijnse dichtkunst, overleden in 1727

Grafzerk van Josina en Aletta Lidius bij de NH kerk te Dubbeldam. (foto: A.B. den Haan)
a-5. Jacomina (Jacoba) Lijdius, 1653, trouwde ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet
a-6. Johanna, 1660
b. Martinus Lydius, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1607, predikant te Aalburg, Heusden, en daarna Breda (Gens Nostra 2009, p. 288)
ex 2:
c. Jacobus Lydius, gedoopt NG Dordrecht mei 1610, predikant te Bleskensgraaf, later (vanaf 1637) te Dordrecht, benoemd tot leraar bij het buitengewoon Gezantschap in Engeland (1643-1645), begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk te Dordrecht 19 sept. 1679, hij liet een grote bibliotheek na, die door zijn zwager, ds. Cornelis Schalcke, rector van de Latijnse School, werd beheerd, trouwde 1e NG Dordrecht/Middelburg 13/25 aug. 1651 Maria Amia, jonge dochter van Aken, wonende te Middelburg, (1651), 2e NG Dordrecht/Haarlem 7/30 mei 1656 Josina Joije, gedoopt NG Haarlem 10 febr. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1669 (een zwarte baar naast de Munt voor Jozijnna Joije vrouw van ds. Jacobus Lijdies), weduwe van Johan Govertsz. van Marees, dochter van Matheus Joije en Maria Tiebouts (Gens Nostra 2009, p. 288; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v. )
– 26 dec. 1674: een zwarte baar “tot” ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)
ORA Dordrecht inv. 1628, f. 16 e.v.: op 2 april 1681 verkopen Cornelis Schalcken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Abraham Leonardis en Henric Lijdius, predikanten resp. te Dordrecht en Maasdam, als testamentaire voogden over het weeskind van wijlen Balthasar Schalcken, tevens procuratie hebbende van ds. Johannes Schalcken, predikant te Charlois, en Godefridus Schalcken, en van Berbera, Maria en Aletta Schalcken, zijn broers en zusters, allen, samen met wijlen Anna Schalcken, erfgenamen van ds. Jacobus Lydius, predikant te Dordrecht, en tevens erfgenamen ab intestato van voornoemde Anna Schalcken, voor 6149 gl. 10 st. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, als man van Jacoba de Marees, en aan Elisabeth en Josina de Marees, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, de helft van een huis met daaronder twee grote wijnkelders en erachter een tuin, alsmede een huisje daarachter in de Doelstraat, welk grote huis is genaamd “Oostenrijck” en staat in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, strekkende voor van de Voorstraat tot achter in de Doelstraat, belend door de Munt aan de ene zijde en het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad, aan de andere zijde. De wederhelft van het huis etc. is eigendom van verkopers.
d. Aletta Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1612, trouwde Cornelis Schalcken, geboren naar schatting ca. 1610 te Heusden, predikant te Eethen en Drongelen, Made en Drimmelen en 1654-1674 rector van de Latijnse School te Dordrecht, overleden in 1674 (Gens Nostra 2009, p. 286)

Godfried Schalken, portret van zijn vader (1676)
Kinderen (volgorde willekeurig):
d-1. Godfried Schalcken, geboren Made 1643, kunstschilder, overleden Den Haag 16 nov. 1706, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1679 Francoise van Diemen, dochter van Christoffel van Diemen en Cornelia Beens (dochter van Laurens Cornelis Fransz. Beens en Cornelia Peetersdr. de Ras)
– 31 dec. 1682: Helman van de Heuvel, koopman te Rotterdam, enige zoon en erfgenaam van Gerrit van de Heuvel, verkoopt voor 2024 gl. contant geld aan Godefridus Schalcken, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Gijsbert van de Kemp en dat van de erfgenamen van Jan Joosten Filiboort. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 154v e.v.)
– 1 dec. 1685: Godefridus Schalcken, “expert constich schilder”, en zijn vrouw Fransoijse van Diemen, wonende te Dordrecht, verlenen procuratie aan Adriaen Beens, secretaris te Ginneken in de Baronie van Breda, hun neef, om aan de koper [die niet met naam en toenaam in deze akte wordt vermeld] te transporteren ongeveer één bunder land aldaar, welke Fransoijse van Diemen is aanbedeeld uit de nalatenschap van haar grootmoeder Cornelia de Ras, weduwe van Laurens Beens. De kooppenningen bedragen 610 gl. (ONA Dordrecht inv. 171, f. 459)

Francoise van Diemen, geportretteerd door haar man.

Zelfportret van Godfried Schalcken (1694)
d-2. Marija Schalcken, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom(1682), schilderes van interieurs en landschappen, overleden tussen 23 febr. 1685 en 1700, trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 26 juli/11 aug. 1682 Severijn van Bracht, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1682)
Kinderen (beiden NG gedoopt te Dordrecht):
d-2-1. Anna, 17 mei 1683
d-2-2. Cornelis, 23 febr. 1685
d-3. Barbara Schalcken, ongehuwd
ONA Rotterdam inv. 1577, akte 53: op 11 juni 1709 testeert ten overstaan van notaris Johan ten Bergh te Rotterdam Barbara Schalcke, “bejaerde ongetroude dogter”, wonende ten huize van ds. Johannis Schalke, predikant te Charlois. Legaten voor haar broer, ds. Johannis Schalke, haar nicht Aletta Schalke en haar nicht Petronella Schalke. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broer, ds. Johannis Schalke, of bij vooroverlijden diens kinderen, voor een vijfde part, Johan Schalke, zoon van haar overleden broer Balthasar Schalke, in zijn leven predikant te Pernis, voor een vijfde part, Francoisa Schalke, dochter van haar overleden broer Godefridus Schalke, voor een vijfde part, de kinderen van haar overleden broer Cornelis Schalke, in zijn leven schout en rentmeester van Cromstrijen, voor een vijfde part, en de kinderen van haar overleden zuster Aletta Schalke, weduwe van Willem [Jacobsz.] Verschoor, voor een vijfde part. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en tot administrateurs van haar boedel benoemt de testatrice haar broer Johannis Schalke en haar neef Johan Schalke Balthasarsz.
d-4. ds. Johannis Schalke, NG predikant te Charlois
d-5.ds. Balthasar Schalke, gedoopt NG Heusden 3 juli 1637, jongman (1674), NG predikant te Pernis, overleden ald. 16 aug. 1679 (zerk in de NH kerk te Pernis: zie De Nederlandsche Leeuw 1925, p. 217), trouwde NG Pernis 20 mrt. 1674 Maria van Marees, jonge dochter van Haarlem, wonende te Dordrecht (1674)
– 26 dec. 1674: een zwarte baar “tot” ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)
d-6. Cornelis Schalke, schout en rentmeester van Cromstrijen
d-7. Aletta Schalke, gedoopt NG Dordrecht 1654, trouwde Willem Jacobsz. Verschoor
e. Samuel Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1617, predikant te Heinenoord en Dubbeldam, trouwde NG Dordrecht 20/24 aug. 1641 Cornelia Jansdr. van Wijngaarden (Gens Nostra 2009, p. 286)]
Adriaen Cornelisse wijncooper 4 ponden
f. 93
Anneken Frans Wittens weduwe [geen bedrag vermeld]
Aen d’ander zijde
Mr. Balthaser Boll [chirurgijn] 5 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1588, f. 61 e.v.: op 29 april 1611 verkoopt IJsak Rooverts, burger van Dordrecht aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een tuin met een huisje daarop staande, samen groot 109 roeden land, gelegen buiten de St. Jorispoort aan de weg “t’eijnde” de 60 roeden van de stadsvest, strekkende tot aan het erf van Jan Thielmansz. en belend door de boomgaard van Hugo Repelaer aan de ene zijde en de besloten weg of laan aan de andere zijde, met alle servituten etc., zoals verkoper de tuin etc. heeft gekocht van mr. Rombout Hoogerbeets, raad in de Hoge Raad van Holland. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 414 gl.]
Inde Nieustraet
Abraham Mortier 4 ponden
Herber Jans backer 2 ponden
De weduwe van Jacob Dorste 2 ponden
f. 93v
Corstiaen Jansse glaesmaecker 3 ponden
Baerthout Pieters backer 6 ponden
De weduwe van Johannes Betius 7 ponden
[Johannes Becius, NG predikant te Dordrecht, van Antwerpen naar Emden gevlucht, vandaar beroepen okt. 1586, overleden 26 jan. 1626.]
Dr. Bor rector 3 ponden
[Gerard Bor (Borraeu) was van 1612 tot 1619 conrector en van 1619 tot aan zijn overlijden op 2 okt. 1626 rector van de Latijnse School te Dordrecht. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 158 en 171); Gerardus Bor of Borraeus, geboren Vlaardingen, mogelijk in 1591, zoon van Cornelis Bor, baljuw van Vlaardingen, neef van de geschiedschrijver Pieter Bor, werd na het vertrek Antonius Aemilius naar Utrecht (1619) rector van de Latijnse School te Dordrecht. Vroeger was hij, evenals Vossius, alumnus van de Stad Dordrecht geweest in het Staten-college te Leiden. In het Leidse Album Stud. staat hij ingeschreven op 1 dec. 1609, 18 jaar oud en studerende in de letteren. Hij was een verdienstelijk man, “als nederlandsch dichter en schrijver eener Grieksche spraakkunst niet onbekend”. Hij overleed op op 10 okt. 1626 en werd opgevolgd door Isaac Beeckman. (Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV [Leiden 1918], kol. 221
NG trouwboek Dordrecht 27 okt. 1619: Gerardus Borraeus, van Vlaardingen, rector van de Latijnse School, en Maria Becius Johannisdr., van Dordrecht, getr. 12 nov. 1619
Isaack Beeckman, geboren Middelburg in 1588, theoloog, arts, natuurkundige, ingenieur en meteoroloog, leerling van Simon Stevin, studeerde letterkunde, theologie en filosofie in Leiden, promoveerde in 1618 in de geneeskunde in Caen, trouwde ca. 1620 Catalijna de Cerf, rector van de Lartijnse School te Dordrecht in 1627, ging wonen met zijn gezin in de Nieuwstraat op de hoek van de Nieuwstraat en de Augustijnenkamp, op Beeckmans verzoek liet het Dordtse stadsbestuur in 1628 een torentje bouwen op de school, met een onderzoeksruimte eronder, van waaruit Beeckman waarnemingen verrichtte op natuurkundig, meteorologisch en astronomisch gebied, overleed in mei 1637 aan de tuberculose. “Beeckman had internationale contacten, zoals zijn vriend René Descartes, de geleerde Franse minderbroeder Marin Mersenne en filosoof, wetenschapper, wiskundige Pierre Gassendi, zij kwamen naar Dordrecht … Veertien eerder dan Galileo Galilei beschreef Beeckman al de valwetten. De wetten van botsing die Descartes in 1644 publiceerde, had Beeckman al in 1619 geformuleerd. Wat Toricelli over de luchtdruk ontdekt, was bij Beeckman al dertig jaar eerder bekend.” [Dordt Eigen-Aardig in AD Drechtsteden van 7 aug. 2024.].
Marcijs Sijs 3 ponden
f. 94
Aen d’ander zijde
Joost Jansse naeldemaecker 5 ponden
Wessem [Wessel] Lamberts [messenmaker] 1 pond
[15 juni 1620: Gijsbrecht de Jager, notaris en procureur te Dordrecht, door het Gerecht te Dordrecht aangesteld als curator van de boedel van Goris Jacobsz. loodgieter, verkoopt aan Jacob Pietersz. [Beeckman], hoedenkramer en burger van Dordrecht, een huis met nog twee woningen daarachter, genaamd de “Schenckkan”, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en het huis, dat diezelfde dag is opgedragen aan Wessel Lambrechtsz. [messenmaker], belast met een rente van 1000 gl. kapitaal, de helft waarvan de koper te zijnen laste neemt. Koper is schuldig aan verkoper 400 gl. Borgen: mr. Lambrecht Heijmans en Cornelis Jansz. metselaar, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 81 e.v.)
3 juli 1626: Goovert Jansz. Heijmans en Cornelis Gijsbrechtsz., als bloedvoogden over de onmondige weeskinderen van Jacob Pietersz. [Beeckman] hoedenmaker, mitsgaders autorisatie hebbende van het Gerecht volgens apostille, gesteld in margine van zeker rekest dd 2 juli verkopen aan Goris Pietersz, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis met twee huisjes en een loods, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en dat van Wessel Lambertsz. Waarborg: voornoemde Goovert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 33)
1626: Wessel Lambertsz. mesmaker betaalt in de verponding 7 ponden 10 sch. voor zijn huis in de Nieuwstraat.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 128v)]
Govert Pieters cuijper 6 ponden
Claes Jansse cleermaker 1 pond
Henrick Frans cleermaker 1 pond
f. 94v
D’erffgenamen van Cornelis Reijers 1 pond
Jan Carel besemmaker 1 pond
Goris Jacobs [Ronaer] deurwaerder 2 ponden
Adriaen Frans schrijnwerker 2 ponden
D’erffgenamen van Jan Gerrits brandewijnman, obijt insolvent 2 ponden
f. 95
Inde Steenstraet [tussen Kolfstraat en Nieuwstraat (Van Baarsel, o.c., p. 109)]
Jan Teller goutsmith 3 ponden
Pieter Jacobs wielmaecker, obijt insolvent 2 ponden
[7 jan. 1626: Blasius van Haerlem de jonge, als procuratie hebbende van Elijsabet van Driel, weduwe van Emanuel van de Steen, zijn schoonmoeder, verkoopt aan Pieter Jacobsz., wielmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van voornoemde Elijsabet van Driel en dat van Jan Teller. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v)]
Adriaen van Damme ende sijn nichte 3 ponden
Aernout Teller 1 pond
Jan Jansse Salier, insolvent 1 pond
f. 95v
Weder inde Nieustraet
D’erffgenamen van Adriaen Jacobs Buijs 3 ponden
De weduwe van Henrick Claesse, nijet quotisabel 2 ponden
Rijck Henricxe witstockmaecker 1 pond
Inde Heer Mathijsstraet [Kolfstraat]
Jan Jansse Fiot in de Colff 2 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 1 mei 1622: Jan Jansz. Fyot de jonge wijnkuiper wonende in de Kolfstraat en Cornelia van Gelder Laurentsdr. wonende bij de Pelserbrug beiden van Dordrecht, getrouwd op 24 mei 1622]
Adriaen Claesse schipper 1 pond
f. 96
De weduwe van Jacob Jansse cramer 2 ponden
Cornelis Woutersse mertschipper 1 pond
De weduwe van Aper Fransse backer, obijt insolvent 1 pond
Cornelis Adriaens timmerman 1 pond
Herman Jansse Spank 5 ponden
f. 96v
De weduwe van Hans Bos laeckencooper 3 ponden
Jan Gerrits twijnder 1 pond
Willem Robberts verwer 1 pond
Steven Aerts coomen 6 ponden
Frans Jans verckenslager 1 pond
f. 97
Thonis Jans cuijper, insolvent 1 pond
Jan de Zij provoost, niet quotisabel 2 ponden
Claes Claess van Bommel 1 pond
De weduwe van Cornelis Jacobs lijndraeijer, nota: billet hout maer 1 pond, is par modo 1 pond
Jan Adriaens appelcooper 1 pond
f. 97v
Aert Jans metselaer 1 pond
De weduwe van Jan Jansse metselaer, nijet quotisabel 1 pond
Willem Pieters schoenmaker 1 pond
De weduwe van Dirck Jans wever 2 ponden
Frans Everts wijncooper 2 ponden
T sevende quartier somma 593 gl. 10 s.
f. 98
Achtste quartier beginnende vande He[e]rmathijs[s]traet [Kolfstraat] tot aende Vriesestraet aen wedersijden aende Voorstraet
De heer Jacob Coenen 6 ponden
[Jacob Coenen Adriaensz., jongman van Geertruidenberg (1615), trouwde NG Dordrecht 8 febr./8 mrt. 1615 Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr., van Dordrecht (1615)
Kind:
a. Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Tolbrug (1644), weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), trouwde 1e NG Dordrecht 2/18 okt. 1644 Adriana Aertsdr. Schut, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1644), 2e NG Dordrecht 23 okt. 1650 Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), dochter van Anthonij Pietersz. de Sont en Ariaenke Dirxdr.
Kinderen:
Ex 1:
a-1. Lijdia Coenen, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1646
a-2. Clara (Adriana) Coenen, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1648, trouwde NG Dordrecht 17 dec. 1673 Willem van ClaverenORA Dordrecht inv. 812, f. 23v e.v.: op 7 en 9 april 1718 compareren voor schepenen van Dordrecht Johan van Neurenberg, regerende burgemeester van Dordrecht, zowel voor zichzelf nomine uxoris [nl. Adriana de Sont], als procuratie hebbende van enige mede-erfgenamen van wijlen Anthonij de Sond [de Sont], in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, die ook erfgename is van haar zuster Lidia Coenen, beiden erfgenamen van wijlen Anthonij Coenen, die eveneens een erfgenaam was van Anthonij de Sond. De comparant en comparante verkopen voor 1250 gl. aan Martinus van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Simon Germain en dat van Adolff Lantman.
Ex 2:
a-3. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651
a-4. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653]
Jan Gerrits Walburch 2 ponden
De weduwe van Jan Mathijs brouwer, obijt insolvent 5 ponden
De weduwe van Cornelis Cra 12 ponden
Cornelis Beliaert laeckencooper 18 ponden
f. 98v
D’erfgenamen van Jan den Bramaecker den jongen, dese boel is lange verdeelt ende ider verhoocht 20 ponden
[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.]
Aert Stapper 2 ponden
Gillis van Luffelen cooman 20 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 159: op 9 sept. 1627 Gillis van Luffele, wonende te Dordrecht, gezien zijn hoge leeftijd redelijk gezond, maakt een codicil. Hij bevestigt de testamenten, die hij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris P. Eelbo op [dagnummer onleesbaar] mrt. en 25 juni 1624. Hij wenst, dat van de weduwe van zijn zoon Gillis van Luffele de jonge niets gevorderd wordt van de 1600 gl., die hij aan zijn zoon heeft geleend.]
Tannen de beddemaeckster 6 ponden
Jaecques van Wassenhoven 9 ponden
[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Van Wassenhoven.]
f. 99
De weduwe in de Bonten Mantel 1 pond
Sacharias Jochims bouckbinder 5 ponden
Marinus van de Lisse 4 ponden
Dirck van Zeventer 7 ponden
De weduwe van Aert Jacobs twinder 7 ponden
f. 99v
Jacob de Meijer sijdelaeckencooper 4 ponden
Pieter Clootwijck 4 ponden
Cornelis Everts Schrevel [van Eijssel] viscooper 4 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 173: huwelijkse voorwaarden dd 29 juni 1628 tussen Cornelis Evertsz. van Eijssel, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar, geassisteerd met zijn vader Evert Schrevelsz. van Eijssel, enerzijds en Jenneken Jans, jonge dochter, geassisteerd met haar moeder Josijna Hagaerts, weduwe van Christoffel van Kampen, en haar neef Christoffel Cornelisz. Buijs, anderzijds.]
Arent Servaes 6 ponden
Pieter Frans Schoutet brouwer [in “de Valck”] 30 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21: op 25 mei 1626 verkoopt Blasius van Haerlem de jonge, als door de Camere Judiciële van Dordrecht aangestelde curator van de boedel van Jaecques Nouwaerts, aan Dirck Jacobsz. een huis bij de Tolbrug, staande tussen het huis van Pieter Jansz. en dat van Cornelis Claesz. brouwer. De koper zal moeten gedogen, dat Pieter Fransz. Schoutet, brouwer in “de Valck”, onder het gekochte huis een “gotier” heeft, waarvoor Schoutet aan Dirck Jacobsz. ieder jaar een bedrag van 15 gl. zal betalen.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 155: op 3 nov. 1627 testeren Pieter Fransz. Schoutette brouwer en zijn vrouw Catharina Crooswijk, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de weeskinderen van Herman Crooswijck een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al hun overige goederen en als voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Voorwaarde daarbij is, dat die langstlevende hun zoon Francois Schoutette, als hij gaat trouwen, zal uitzetten “geplet ende gereed” en hem dan een somma van 2000 gl. zal uitkeren en dat ter vergoeding van hetgeen zij aan hun dochter Martijntgen Schoutette, toen zij ging trouwen met Willem Hermansz. van Ravesteijn, hebben gegeven. Als hun kinderen zonder nakomelingen na te laten komen te overlijden, moet hetgeen van de voornoemde uitreiking zal overschieten komen aan de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden een somma van 300 gl. zal uitreiken.]
f. 100
Jacob Jacobs in de Schoppen 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1611, f. 12v: op 9 mrt. 1645 verkoopt Jacob Jacobsz. Legrant, burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 16 gl. 10 st., verzekerd op een huis omtrent de Tolbrug, waar uithangt “de Drije Schoppen”, staande tussen brouwerij “de Valck” en het huis, waar uithangt “Tertholen”.]
Jan Adriaens pasteijbacker 2 ponden
De weduwe van Cornelis Spriet 5 ponden
Aen d’ander sijde op de Tollebrugge
Abraham de Roo cramer 3 ponden
Leendert Corstiaens seemcooper 6 ponden
f. 100v
Aeltgen Corstiaens 1 pond
Joris Staerlincx maeldenier 6 ponden
Jacob Damissen van de Poel 1 pond
Joost Joostens tinnegieter 4 ponden[
[ORA Dordrecht inv. 764: op 6 febr. 1623 verkoopt Joost Joostensz., tingieter en burger van Dordrecht, aan de kinderen van wijlen Cornelia Adriaens, bij haar verwekt door Alewijn Pietersz. ontvanger, een jaarlijkse losrente van 37 gl. en 10 st. op een huis, genaamd “de Roogans”, staande bij de Tolbrug tussen het huis van Dirck Lambertsz. kruidenier en dat van de weduwe van Mattheus Lievensz.]
Corstiaen Jans 4 ponden
f. 101
Abraham Leniers, is inde krijch, insolvent 3 ponden
[ORA Dordrecht inv. 765, f. 137: op 1 dec. 1625 verklaart Abraham Leniers, twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Hugo, wonende te Amsterdam, een bedrag van 900 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis bij de Tolbrug, staande tegenover brouwerij “de Valck” tussen het huis van Corstiaen Jansz. en dat van de erfgenamen van Jaecques Nouwaerts. In margine: compareerde Aelbert Hillebrantsz., eigenaar van deze schuldbrief en verklaarde, dat de schuld volledig was voldaan. Derhalve geroyeerd op 26 april 1629.]
De weduwe van Crijn Gijsbertsen 5 ponden
D’erffgenamen van Leendert Stercken 10 ponden
Jan Jansz. schoenmaecker 2 ponden
Samuel Barents hoedecramer 12 ponden
f. 101
Inde Tollebrugstraet [Landzijde]
De weduwe van Jan Aerts hoedemaecker 1 pond
Jan Abrahams, nihil habet 1 pond
Daniël Goosens munter 2 ponden
Maijken ’t saetwijff 3 ponden
Inden Crommen Ellebooch
Jan Cornelis coomen 2 ponden
f. 102
Aert Hendricxs, nihil habet 1 pond
Pieter Stevens Verponten 1 pond
Adriaen Pieters Vinck backer 5 ponden
Jan Jans leertouwer, nihil habet 1 pond
Jan Jans 1 pond
f. 102v
Opde Gevolde Gracht [gracht in het verlengde van de Tolbrugstraat Landzijde (Van Baarsel, o.c., p. 41)]
De weduwe van Daniël Jans backer 2 ponden
Michiel Jans backer, nihil habet 2 ponden
Gillis Sanders, nihil habet 1 pond
De weduwe van Gerrit Brouwer cleermaecker 1 pond
f. 103
Samuel Follair 4 ponden
Cornelis Jeroensen caescooper 3 ponden
Inde Vriesestraet
Mr. Pieter chirurgijn, nihil habet soo Kools seijt 2 ponden
Jan Jacobs corencooper 2 ponden
Jan Willems schoenmaecker 1 pond
f. 103v
Claes Cluijter 2 ponden
Jacob Jacobs verwer 1 pond
Willem Jans Bijl 4 ponden
De weduwe van Aert Crispijns 6 ponden
Balten van Herick in de Harders 1 pond 10 s.
f. 104
Ysaack Gerrits cadewercker 1 pond
Jan Gillis 12 ponden
Hendrick Nout vischcooper 2 ponden
T achtste quartier, somma 269 gl. 10 s.
f. 104v
Negenste Quartier beginnende inde Voorstraet van de Vriesestraet aff tot opde Vischmerckt aen wedersijden
Hendrick Bos sijdelaeckencooper 10 ponden
[Hendrick Bos Hansz., zijdenlakenkoper van Antwerpen (1610), trouwde NG Dordrecht 25 juli/17 aug. 1610 Judith de Bramaecker Jansdr., geboren naar schatting ca. 1584 vermoedelijk te Londen, van Londen (1610), (Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.)]
Marijcken ende Emmeken Snoucken 10 ponden
Adriaen Laurens 1 pond
Frans Gerrits Snouck [lakenkoper] 25 ponden
[Frans Gerritsz. Snouck, geboren ca. 1559, lakenkoper, trouwde 16 nov. 1586 Amplonia Crijns
Kinderen (o.a.):
a. Maria, gedoopt NG Dordrecht dec. 1588
b. Gerijt, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591
c. Franchoijs, gedoopt NG Dordrecht sept. 1599]
f. 105
Jan Pieters backer 1 pond
Lowijs Molenschot 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 770, f. 75 e.v.: op 28 april 1635 verkoopt Jan Willemsz. Bijl, zoon en enige erfgenaam van Willem Jansz. Bijl, aan Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Johan de With en het huis van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout.]
De weduwe van Rochus Jans met haer kinderen 24 ponden
Sijbert van Welij vischcooper 12 ponden
[Sibert van Welij, viskoper, van Nijmegen, overleden tussen 25 april 1627 (ONA Dordrecht inv. 56, f. 75) en 9 juli 1632, trouwde 1e 1590 Anna Cornelisdr., 2e 1623 Digna Thomasdr. de Bije, overleden ca. 1643
NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1590: Sijbrecht van Welij Maessenssoon van Nijmegen schipper en Anneke Cornelisdr. weduwe van Goessen Geritsdr. viskoper van Dordrecht, getrouwd 1 april 1590
NG trouwboek Dordrecht 30 april 1623: Sibert van Weli weduwnaar viskoper wonende in “De Drij Hammen” en Digna Tomas [de Bije] weduwe van Adriaen de Caeter wonende bij de Grote Kerk tegenover Cornelis van Beveren
ONA Dordrecht inv. 11, f. 130: op 24 juli 1613 verklaren Mariken Pietersdr., ongeveer 34 jaar oud, Joos Jansz. kleermaker, ongeveer 23 jaar oud, en diens vrouw Elisabeth Mercusdr., ongeveer 27 jaar oud, op verzoek van Sibert van Welij, viskoper te Dordrecht, “van zijn requirants huijsvrouwen voordochter dat d’selve heeft gepleecht ende gedaan onbehoorlijke dingen tegen haer ouders”.
ONA Dordrecht inv. 22, f. 428: op 26 nov. 1617 verkoopt Dammis Jacobsz., wonende op Klaaswaal of Nieuw-Cromstrijen, voor 291 gl. aan Sijbert van Welij, Samuel Lievensz. en Geerardt Goossensz. een zesde part van een kooi of “vogelrije”, liggende op grond van Nieuw-Cromstrijen, waarvan de kopers reeds een derde part bezitten, alsmede het gebruik van de “gorsingen slijken ende platen”, die de verkoper van de ambachtsheer huurt, en het huisje, dat bij de vogelkooi staat.
ONA Dordrecht inv. 29, f. 55: op 25 febr. 1625 leggen Joosken Jacobsdr., de vrouw van Aert Govertsz. kuiper, ongeveer 40 jaar oud, en Willemken Jacobsdr., de vrouw van Jan de Bout, 46 jaar oud, beiden wonende in Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Anna Cornelisdr., toen zij leefde vrouw van Sijbert van Welij. een verklaring af. Joosken verklaart, dat zij in nov. 1623 van Cornelis Treurtniet kleermaker, wonende te Dordrecht, gehuurd heeft een huis in de Visstraat, genaamd “de Ell” voor 17 gl. voor een half jaar.
ONA Dordrecht inv. 30, f. 16: op 14 jan. 1626 verklaart Sijbert van Welij, viskoper en burger van Dordrecht, “nijet van meeninge te wesen te aenvaerden den last om te executeren den testamente” van Neeltgen Melssen, weduwe van Arien Ariensz. van Bueren, aangezien hij “mits sijnen ouderdom ende andere verhindernissen sich daer toe nijet te konnen schicken”. Hij verzoekt dit bekend te maken ter secretarie van Dordrecht en aan Geerid Goossensz. en Claes Goossensz.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 743: op 23 mei 1632 testeert Dingna de Bije Thomasdr., laatst weduwe van Sijbert van Welij, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan Willem Jacobsz. Stercke, wonende in Gouda, 150 gl., aan Adriaentgen Gerrits, dochter van Geerart Beijse, 150 gl., aan Stijntgen Andriesdr. en Andries Andriesz., kinderen van wijlen Andries de Bije, elk 50 gl., of bij vooroverlijden hun nakomelingen, aan de kinderen van Jacob Pietersz., gezegd Coppe Pieters, samen 50 gl., aan de kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. Stercke, samen 50 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 600 gl., aan Dingentgen Cornelisdr., die bij haar inwoont, 400 gl., aan Maijken Willemsdr., de vrouw van Marcelis Adriaensz. pondgaarder 800 gl., aan haar zoon Adriaen Marcelisz., als hij mondig wordt of gaat trouwen, 400 gl., en aan de kinderen van Willem Jansz. Louff onder hen allen 1200 gl., mits Willem daarvan het vruchtgebruik zal hebben. Als Willems kinderen komen te overlijden zonder nakomelingen na te laten, zullen die 1200 gl. vererven aan haar hierna te noemen erfgenamen. Zij legateert ook nog aan haar dienstmaagd Metgen Floris, mits die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een bedrag van 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Marijke Crijnen, Angenietgen Crijnen en het weeskind van wijlen Dingna Crijnen, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, met uitzondering van de kinderen van Willem Jansz. Louff, die zich met het voornoemde legaat “sullen moeten laten contenteren”. Tot executeurs van haar testament stelt de testatrice aan ds. Joannes Westerburch, predikant te Dordrecht, Willem Jacobsz. Boll en Dirck van Slingelandt.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 246v: op 30 aug. 1636 bevestigt Dingna de Bije, laatst weduwe van Sijbert van Welij, wonende te Dordrecht, haar vorige testament, behoudens dat zij aan Maijken Willemsdr., de vrouw van Marcelis Adriaensz. pondgaarder boven op de 800 gl. aan haar nog een bedrag van 400 gl. legateert. op voorwaarde, dat Maijken van dat bedrag van 1200 gl. alleen het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na haar overlijden zal komen aan haar nakomelingen. De zoon van Maijken, Adriaen Marcelisz., zal van die 1200 gl. een bedrag van 200 krijgen.
ORA Dordrecht inv. 1605, f. 50: op 9 juli 1632 verkoopt mr. Vigilius Oem, licentiaat in de rechten en advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Digna Thomasdr. de Bije, weduwe van Sijbert van Welij, aan Herman Botbergen, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Jan van Bilaer en dat van Barent van Lubeecq c.s. Waarborgen: Willem Jacobsz. Bol en Dirck van Slingelant apotheker, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Dirck Jacobsz. een somma van 1950 gl. Borgen: Gerrit Govertsz. Botbergen hoedenkramer, Jan Evertsz. en Pieter Vos kramer.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 261: extract van het testament van Digna de Bije, laatst weduwe van Sijbert van Welij, gepasseerd voor notaris J. Vekemans te Dordrecht op 1 sept. 1643. Gecollationeerd op 19 jan. 1644. Tot voogden en executeurs van haar testament heeft zij benoemd haar aangetrouwde neef Dirck van Slingelant apotheker en Marcelis Adriaensz., haar goede bekende.]
D’erffgenamen van Gerrit Goossens 10 ponden
f. 105v
Elias Tack, insolvent 2 ponden
Jan Joosten in Tilburch 1 pond
De weduwe van Herman Sensis 7 ponden
Claes Centen bouckbinder 5 ponden
Eeuwout Thomas cramer 12 ponden
f. 106
Dirck Kelderman 3 ponden
[I. Dirck Jansz. Kelderman, van Dordrecht wonende bij Evert Schrevelsz. van Eijssel op de hoek van de Visstraat (1625), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 23 mrt./8 april 1625 Neeltgen (Cornelia) Evertsdr. van Eijssel, van Dordrecht wonende bij haar vader Evert Schrevelsz. van Eijssel op de hoek van de Visstraat (1625), weduwe van Dordrecht wonende aan de Vismarkt (1637), trouwde 2e NG Dordrecht 1/15 febr. 1637 Geraert Sijmonsz. van Duijnen, jongman van Dordrecht wonende aan de Vismarkt (1637), viskoper
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 10 e.v.: op 10 jan. 1630 verkoopt Gerrit Thomasz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor 625 gl. aan Dirck Kelderman, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van Thomas Gerritsz. en het huis, dat toebehoord heeft aan Neeltgen Boijen.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 42: op 23 aug. 1630 verklaren Schrevel Evertsz. van Eijssel, Cornelis Evertsz. van Eijssel, Govert Rochusz. van Wesel, als man van Elisabeth Evertsdr., en Dirck Kelderman, als man van Neeltgen Evertsdr. van Eijssel, kinderen en erfgenamen van wijlen Evert Schrevelsz. van Eijssel, dat zij de goederen, die hun vader heeft nagelaten, onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Dirck Kelderman toebedeeld een visstal op de Grote Vismarkt.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 35: op 29 juni 1636 verklaart Neeltgen Evertsdr., weduwe van Dick Kelderman, voor een bepaald bedrag aan geld, welke zij gehouden is uit te reiken aan de kinderen, bij haar verwekt door Dirck Kelderman, verbonden te hebben een huis op de hoek van de Visstraat, staande tussen die straat en het huis van Gerrit Roelen. Borgen: Cornelis Evertsz. van Eijssel en Govert Rocusz. van Wesel.
Kinderen:
a. Aeltgen Kelderman, gedoopt NG Dordrecht aug. 1627
b. Johannes Kelderman, gedoopt NG Dordrecht juli 1629
c. Evert Kelderman, gedoopt NG Dordrecht okt. 1632, volgt II
II. Evert Kelderman, gedoopt NG Dordrecht okt. 1632, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1655), trouwde NG Dordrecht 21 mrt./6 april 1655 Geertruijd Beijen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1655)
ONA Dordrecht inv. 190, f. 400 e.v.: op 24 april 1686 verklaren Abraham Maes en Jacobus Beijen, burgers van Dordrecht, op verzoek van Willem de Voocht, als secretaris van de polder en heerlijkheid Wieldrecht, dat zij voogden geweest zijn van de 8 weeskinderen van wijlen Evert Kelderman en Geertruijt Beijen, genaamd Pieter, Dirck, Cornelia, Jannetta, Hermen, Johannes, Arent en Adriana Keldermans, en dat de rekwirant hun heeft verzocht betaling van een somma van 25 gl., die de erfgenamen van Evert Keldermans schuldig zijn voor de helft van de 40e penning wegens overdracht van een schuldbrief van 2000 gl., die is verleden door Johan Cop, verzekerd op de elfde kavel in het derde pand van de polder Wieldrecht, en die op 5 juni 1670 door Evert Keldermans is getransporteerd aan Maerten Willemsz. Voornoemde Maes en Beijen verklaren voorts, dat Pieter Keldermans soldaat in ’s lands dienst is, Dirck Keldermans naar Oost-Indië is gevaren, Cornelia Keldermans door de Armen onderhouden wordt, Jannetta Keldermans in armoede leeft, en Hermen en Johannes Keldermans in Oost-Indië overleden zijn, zodat van geen van hen iets te vorderen valt. De comparanten hebben derhalve van genoemde 25 gl. niets meer kunnen betalen dan de twee achtste parten, gekomen uit de erfportie van Arent en Adriana Keldermans, nl. samen 6 gl. 5 st., alhoewel Arent wegens armoede naar Guinee gegaan is en Adriana door de “vrunden” van haar moeder onderhouden wordt.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Dirck Kelderman, 24 jan. 1656, in dienst van de VOC (vermeld 1685, 1686)
ONA Dordrecht inv. 190, f. 198 e.v.: staatje dd 12 jan. 1685 van hetgeen Dirck Keldermans toekomt in de nalatenschap van zijn ouders Evert Keldermans en Geertruijt Beijen. Zijn erfdeel bedraagt 1354 gl. 5 st., waarvan afgetrokken moet worden hetgeen voor zijn onderhoud is betaald, nl. 1022 gl. 11 st. 8 penn. Resteert derhalve 331 gl. 13 st. 8 penn., waarbij opgeteld moeten worden de maandgelden, die voor hem zijn ontvangen door zijn voogd Abraham Maes. Maakt samen 399 gl. 9 st. 8 penn. Dirck Keldermans, burger van Dordrecht, laatst gekomen uit Oost-Indië, verklaart, dat zijn voogden Abraham Maes en Jacobus Beijen, kooplieden en burgers van Dordrecht, hem betaald en voldaan hebben van hetgeen hem toekomt in de nalatenschap van zijn ouders, alsmede van hetgeen hem toekomt in de maandgelden van zijn in Oost-Indië overleden broer Hermanus Keldermans.
b. Pieter Keldermans, 9 sept. 1657, soldaat in Nederlandse dienst
c. Cornelia Keldermans, 5 sept. 1659, trouwde Anthonij Wessels
d. Johannes Kelderman, 8 jan. 1662, in of vóór 1686 in Oost-Indië overleden
e. Hermannus Keldermans, 20 sept. 1663, vóór 12 jan. 1685 in Oost-Indië overleden
ONA Dordrecht inv. 190, f. 327 e.v.:verdeling dd 29 okt. 1685 van de goederen, die zijn nagelaten door Hermanus Keldermans, overleden in Oost-Indië, onder zijn erfgenamen ab intestato, t.w. Pieter Keldermans, Dirck Keldermans, Anthonij Wessels, als man van Cornelia Keldermans, Johannes Keldermans, Aletta [sic] Keldermans, Arent Keldermans en Adriana Keldermans. De boedel bestaat uit o.a.:
– de erfportie van de overledene in de nalatenschap van zijn ouders: 316 gl. 4 st. 14 penn.
– hetgeen uit de nalatenschap van zijn ouders voor zijn onderhoud is betaald: 103 gl. 7 st.
– hetgeen hij aan maandgelden tot eind aug. 1682 tegoed had van de VOC, verminderd met een bedrag van 5 gl., dat aan de suppoosten van de VOC is betaald: 96 gl. 16 st.
Het totaal bedraagt iets meer dan 535 gl. Na aftrek van de lasten resteert een bedrag van iets meer dan 462 gl., welk bedrag verdeeld moet worden onder de bovengenoemde erfgenamen ab intestato.
f. Janette Keldermans, 22 mrt. 1665
g. Adriana Keldermans en Anna Maria Keldermans, 23 aug. 1669, laatstgenoemde jong overleden
h. Arent Keldermans, gaat in of vóór 1686 naar Guinee.]
Evert Schrevels [van Eijssel] viscooper 10 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 18 febr. 1624: Evert Schrevelsz. van Eijssen [van Eijssel] viskoper weduwnaar van Dordrecht wonende op de hoek van de Visstraat en Maeijken Damis van Antwerpen weduwe van Andries Adriaensz. suikerbakker wonende in het Suijkerhuijs, getrouwd op 5 mrt. 1624
ONA Dordrecht inv. 16, f. 64: op 10 jan. 1622 testeert Marijken Damas Jansdr., weduwe van Andries Adriaensz., wonende te Dordrecht. Zij herroept haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 8 aug. 1614. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 25 gl., aan haar [jongste] zoon Andries Adriaensz. [sic] een somma van 400 gl., een ronde ring en de diamanten ring, gekomen van haar vader, en aan haar oudste zoon Cornelis Adriaensz. een zilveren schaal met het wapen van grootvader. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zoon Cornelis Adriaensz. en Andries Adriaensz. en haar dochter Elisabeth Adriaens of bij vooroverlijden hun kinderen, alsmede de kinderen van Maijken Adriaens, bij haar verwekt door Steven Henricxsz. van Buerden, op voorwaarde, dat van het erfdeel van laatstgenoemde kinderen afgetrokken zal worden een somma van 300 gl., die hun vader schuldig is aan Adriaen Adriaensz., de zwager van de testatrice, en ook hetgeen Steven en zijn vrouw aan de testatrice schuldig zijn. Van de resterende goederen zal Maijken Adriaens alleen het vruchtgebruik hebben. Als executeurs van haar testament stelt de testatrice aan Johannes Betius de oude, Pieter Gaduijts en Evert Willemsz. Prins. Tot voogden over haar zoon Andries Adriaensz., als die bij haar overlijden nog onmondig is, benoemt zij haar zwager Adriaen Adriaensz., haar zoon Cornelis Adriaensz. en Pieter Gaduijts.
NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1586 (ondertrouw) Andries Adriaensz. jong gezel van Antwerpen en Maricken Damisdr. van Antwerpen
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Cornelis, juni 1588
b. Maijken Andries Adriaensdr., mei 1594, van Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 14 jan./13 febr. 1618 (procl. Heusden) Steven Henricxsz. van Buerden (van Beurden), jongman van Heusden (1618)
c. Janneken en Elisabeth Adriaens, nov. 1598
d. Andries, 14 mei 1601
e. Johannes, aug. 1603
f. Adriaen, sept. 1608]
Gerrit Roelen [de Hert] viscooper 8 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 264: op 29 juli 1632 testeert Adriaentgen van Bijwaert Cornelisdr. *, de vrouw van Gerrit Roelantsz. de Hert viskoper, burgeres van Dordrecht. Zij herroept haar eerdere testamenten e.d., met uitzondering van de donatie inter vivos, die zij heeft gemaakt t.b.v. haar zuster Janneken van Bijwaert op 23 mrt. 1632. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Catharina van der Meulen, haar nicht, een somma van 100 gl., haar beste vlieger, beste rok, beste “borst” en een van haar beste gouden ringen, aan Elisabeth Vermeulen haar zilveren sleutelriem met zilveren onderriem, aan Machtelt Vermeulen de beste “bonte mandelie met de beste saaie heuijcke”, aan Elisabeth Pietersdr. Bisschop, een vlieger, rok, “borst”, en zilveren ketting, aan Machtelt Bisschop een dubbele gouden hoepring, aan Cornelia Bisschop, haar nicht, haar beste laken huik, aan Maijken Bisschop haar beste rode “siele”, aan Aeltgen Bisschop twee gouden ringen, “zijnde een mariageken”, en aan Elisabeth Vermeulen Jacobsdr. een gouden ringetje, “zijnde een puntgen van een diamant”. Haar overige kleren legateert de testatrice aan de dochters van Elisabeth en Janneken van Bijwaert, haar zusters. Zij legateert aan Pieter Bisschop en Adriaen Vermeulen, haar zwagers, elk een somma van 200 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zusters Janneken van Bijwaert en Cornelia van Bijwaert, haar broer Rutgert van Bijwaert, en de kinderen van haar overleden zuster Elisabeth van Bijwaert, bij haar verwekt door Adriaen Vermeulen, op voorwaarde, dat Rutgert en Cornelia van de goederen, die zijn van de testatrice komen te erven alleen het vruchtgebruik zullen hebben en dat de eigendom ervan moet komen aan haar zuster Janneken of bij vooroverlijden haar nakomelingen en aan de kinderen en nakomelingen van haar overleden zuster Elisabeth.
* Cornelis van Bijwaert Rutgartsz., overleden in 1631, trouwde Elisabeth Ghijsbrechtsdr. van Haerlem
ONA Dordrecht inv. 57, f. 419v: op 10 april 1631 verklaart Clara Bacx, 48 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Cornelis van Bijwaert, dat zij ongeveer drie maanden tevoren is geweest ten huize van Cornelis van Bijwaert in zeker achterkamertje en dat hij haar toen getoond heeft een inventaris van de goederen, die hij geërfd had van zijn zuster Machtelt van Bijwaert, en dat hij haar verteld heeft, dat hij en zijn kinderen van die goederen alleen het vruchtgebruik heeft gehad en dat zij uiteindelijk moesten komen aan zijn kleinkinderen.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 470v: op 14 juni 1631 verklaart Adriaentgen Crijnen, de vrouw van Pieter Cornelisz. schipper, burgeres van Dordrecht, 30 jaar oud, op verzoek van Janneken van Bijwaert Cornelisdr., de vrouw van Pieter Pietersz. Bisschop, wonende op Maaslandsluis, dat zij ongeveer 8 of 9 jaar dienstmaagd is geweest ten huize van Cornelis van Bijwaert, de vader van de rekwirante, en dat zij hem meermalen heeft horen zeggen, dat de goederen, die hij van zijn zuster Machtelt van Bijwaert geërfd had waren “subject fideïcommis” en dat die goederen na zijn overlijden moesten komen aan zijn kleinkinderen.
Kinderen:
a. Elisabeth van Bijwaert, gedoopt NG Dordrecht 13 april 1581, van Dordrecht (1605), trouwde NG Dordrecht 1 mei/15 juni 1605 Adriaen Jacobsz. van der Meulen (Vermeulen), lakenverver van Den Bosch (1605)
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Metken, april 1606
a-2. Jacob, april 1607
a-3. Catharine, juli 1608
a-4. Cornelis van der Meulen, geboren naar schatting ca. 1610
a-5. Mechtel van der Meulen, nov. 1614, trouwde Hendrick Jacobsz. van den Berch
ONA Dordrecht inv. 58, f. 785v: op 10 okt. 1635 verklaart Hendrik Jacobsz. van den Berch, bakker en burger van Dordrecht, als man van Machtelt van der Meulen Adriaensdr., dat hij door Pieter Bisschop, zijn aangetrouwde oom, volledig voldaan en betaald is van hetgeen zijn vrouw geërfd heeft van Cornelis van Bijwaert en Machtelt van Bijwaert, haar grootvader en tante.
a-6. Adriaen, april 1617
a-7. NN, okt. 1619
a-8. Elisabeth van der Meulen, aug. 1621
b. Janneken van Bijwaert, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1583, van Dordrecht (1607), trouwde NG Dordrecht 29 april/13 mei 1607 (procl. Vlaardingen) Pieter Pietersz. Bisschop, van Vlaardingen (1607), zeilmaker
ONA Dordrecht inv. 4, f. 270: op 24 april 1607 comp. Pieter Pietersz. Bisschop, jongman wonende te Vlaardingen, geassisteerd met Christiaen Huijgensz. van Norden, wonende mede te Vlaardingen, zijn zwager, enerzijds, en Janneken van Bijwaert Cornelisdr., geassisteerd met haar ouders Cornelis van Bijwaert en Elisabeth van Haerlem Ghijsbrechtsdr., haar zwager Adriaen Jacobsz. Vermoelen en haar ooms Anthonis van Haerlem Ghijsbrechtsz. en Adriaen Mes Jansz., anderzijds om huwelijkse voorwaarden te maken.
c. Cornelia (Neeltgen) van Bijwaert Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende bij de Spuipoort (1626), trouwde NG Dordrecht 7 juni 1626 (ondertrouw) mr. Hendrick Ambrosiusz. van Gerwen, weduwnaar van ‘s- Hertogenbosch wonende op de Hil (1626), luitenist
d. Rutgaert van Bijwaert, geboren naar schatting ca. 1595, van Dordrecht wonende op Maaslandsluis (1619), zeilmaker, trouwde NG Dordrecht (procl. Maaslandsluis) 24 mrt./21 april 1619 Alijt Fransdr. van Beaumont, van Dordrecht (1619)
e. Katharina, gedoopt NG Dordrecht april 1596
f. Adriaenken van Bijwaert, geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht (1623), weduwe van Dordrecht (1627), trouwde 1e NG Dordrecht 10/26 sept. 1623 Cornelis Adriaensz. van Dorst(en), weduwnaar van Dordrecht (1623), 2e NG Dordrecht 30 mei 1627 (ondertrouw) Gerrit Roelandsz. de Hert, van Dordrecht (1608), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Vismarkt (1627), viskoper, trouwde 1e NG Dordrecht 8/29 juni 1608 Heijlten Simonsdr. Cannassa
ONA Dordrecht inv. 30, f. 99: op 16 april 1626 testeert Adriana van Bijwaert Cornelisdr., weduwe van Cornelis Ariensz. van Dorsten, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot erfgenamen haar zusters Elisabeth en Janneken van Bijwaert Cornelisdrs. of bij vooroverlijden hun kinderen, op voorwaarde, dat zij aan Cornelis Rutgertsz. van Bijwaert, zoon van Rutgert van Bijwaert zullen uitreiken een somma van 600 gl., die aan haar, testatrice, is gemaakt door haar tante Machel van Bijwaert. Aangezien aan haar vader het vruchtgebruik van die 600 gl. is gemaakt, zal de uitkering aan Cornelis niet plaatsvinden voordat haar vader overleden is. Haar erfgenamen zullen gehouden zijn aan Neeltgen van Bijwaert, haar zuster, een bedrag van 6 gl. uit te keren. Voorts legateert zij aan de NG huisarmen van Dordrecht 50 gl., aan de Heilige Geest ter Nieuwkerk 50 gl., aan de voorkinderen van haar overleden man elk 100 gl. en aan elk nog een gouden ring, “zijnde een mariagie [met] een diamant ende robijn”, aan Elisabeth Cornelisdr., haar zuster, haar beste huik, beste rode “zijel” en een gouden “houpring”, aan Janneken Cornelisdr., haar zuster, haar beste Amsterdamse huik en boratten vlieger met ruitjesfluweel gevoerd, aan Cornelia Pietersdr. Bisschop haar “gebeelde” vlieger met een rode “zijel” en een gekleurde borst, aan Lijsbeth Bisschop haar rok en twee fluwelen borsten [?, moeilijk leesbaar] en een satijnen borst, aan Catharina Adriaensdr. van der Molen haar beste vlieger en beste rok, de beste satijnen borst met gouden “clijncant”. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Adriaen van der Molen en Pieter Pietersz. Bisschop [haar zwagers].
ONA Dordrecht inv. 59, f. 1053: op 2 okt. 1639 testeert Adriana van Bijwaert, de vrouw van Gerrit Roelantsz. de Hert, wonende in Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Anneken Quirijnen van der Ladt, haar dienstmaagd, mits die bij haar overlijden nog bij haar woont, 50 gl., een “eerlijck” rouwkleed en al haar doordeweekse kleren, aan haar zwager Pieter Bisschop of bij vooroverlijden zijn nakomelingen 600 gl., aan haar nicht Elisabeth Bisschop, die bij haar inwoont, 400 gl., de beste vlieger, een zwarte “almosijne” rok met de borst “daernaan dienende”, een caffa bont manteltje, de beste Amsterdamse huik, zes van de beste hemden, zes nachthalsdoeken, zes neusdoeken met kant, zes neusdoeken, zes beste witte schortekleden, een testamentboek met zilver beslagen en al haar juwelen en zilverwerk, aan haar nicht Machtelt Bisschop een dubbele gouden “hoepring”, zes van de beste hemden, en een kameelharen vlieger met borst, aan Elisabeth van der Meulen Adriaensdr. een boratten vlieger, een kameelharen rok, een boratten huik en hoed en een boratten rok, aan Aeltgen Bisschop haar beste rode “siele” met een café manteltje, en aan Maijke Bisschop een zondagse Amsterdamse huik, een bont boratten manteltje en vier van de beste “lobben”. Al haar overige kleren prelegateert zij aan de kinderen van haar zuster wijlen Janneken van Bijwaert. Tot haar erfgenamen benoemt zij de kinderen van haar zuster Janneken van Bijwaert, de kinderen van haar zuster Elisabeth van Bijwaert en de kinderen van haar broer Rutgert van Bijwaert, op voorwaarde, dat hij van de goederen, die zijn kinderen van hem zullen erven, het vruchtgebruik zal hebben. Als het weeskind van Machtelt van der Meulen, bij haar verwekt door Hendrick Jacobsz. van den Berch komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, zullen de goederen, die het kind van haar zal erven, wederom komen aan de overige nakomelingen van Elisabeth van Bijwaert. Tot voogden benoemt de testatrice haar man, haar zwager Pieter Bisschop en haar neef Cornelis van der Meulen.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 85: op 25 april 1644 testeert Adriana van Bijwaert Cornelisdr., de vrouw van Gerrit Roelants. de Hert viskoper, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot haar erfgenamen benoemt zij de kinderen van haar overleden zuster Janneken van Bijwaert, bij haar verwekt door Pieter Bisschop, de kinderen van haar overleden zuster Elisabeth van Bijwaert, bij haar verwekt door Adriaen van der Meulen, en de kinderen van haar broer Rutgert van Bijwaert, die van de goederen, die zijn kinderen van haar zullen erven, het vruchtgebruik zal hebben. Tot voogden stelt zij aan haar man, Pieter Bisschop, haar zwager, en Cornelis van der Meulen, haar neef. ]
De weduwe van Willem Adriaens 8 ponden
Adriaen Roeloffs beenhacker 1 pond
f. 106v
Aen dander sijde beginnende van de steijger
Hermen Jans Verelst 4 ponden
Dirck van de Hagen sijdelaeckencooper 20 ponden
[Dirck van der Haegen, wonende te Dordrecht (1610), zijdenlakenkoper, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 24 okt. 1610 (ondertrouw, per schrijven van Haarlem) Geertruijdt Everwijn Ghijsbrechtsdr., wonende te Haarlem (1610)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 109: op 16 sept. 1625 testeren Dirck van der Haegen en zijn vrouw Geertruijt Everwijn, wonende te Dordrecht. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 25 gl. Zij maken aan de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik van de goederen, die de eerststervende zal nalaten. De eigendom ervan zal komen aan hun kinderen. Het land en de akker, gelegen in de heerlijkheid de Merwede en het “camp lants”, liggende in Oeffel, zullen na het overlijden van de langstlevende komen aan hun kinderen of kindskinderen, of, indien die allen komen te overlijden voor de langstlevende zonder kinderen na te laten, aan de naaste verwanten van de testateur. Voorwaarde is, dat de langstlevende hun kinderen zal onderhouden etc. tot zij gaan trouwen en hun dan zal geven een behoorlijke uitzet aan kleren en bovendien een somma van 2000 gl. Als zij, testatrice, zonder kinderen na te laten komt te overlijden, benoemt zij tot erfgenamen haar naaste verwanten, o.w. haar neef Ghijsbert van Eck in plaats van zijn moeder. Als Ghijsbert echter zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal hetgeen hij van haar, testatrice, zal erven wederom komen aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden benoemen zij Herman van der Haegen, doctor in de medicijnen, zijn broer, Adriaen Fransz. van Bergen, zijn zwager, Reinier Everwijn, burgemeester van Arnhem, haar broer, en dr. Laurens de Fille, fiscaal van de Staten-Generaal, haar zwager.
ONA Dordrecht inv. 16, f. 192: op 4 okt. 1629 testeren Dirck van der Haegen, bewindhebber van de WIC en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruidt Everwijn. Zij herroepen hun testament van 16 sept. 1625. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 25 gl. Er zal tussen hen gemeenschap van goederen zijn. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun zoon te onderhouden tot zijn mondigheid of huwelijk. Als de testateur de eerstoverlijdende zal zijn en hun zoon niet meer in leven is, moet zijn vrouw aan de erfgenamen ab intestato van de testateur overdragen zekere percelen land in de heerlijkheid van de Merwede, hem, testateur, aangekomen bij overlijden van zijn vader Herman van der Haegen, samen groot “soo water als landt” tussen de 50 en 60 morgen, alsmede in geld een somma van 2000 gl., op voorwaarde, dat zijn vrouw daarvan het vruchtgebruik zal hebben. Als zij de eerststervende zal zijn en hun zoon dan reeds overleden is, moet de testateur aan haar erfgenamen ab intestato een bedrag van 2000 gl. uitkeren, waarvan hij dan het vruchtgebruik zal hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden over hun zoon benoemen zij Cornelis van Teresteijn, oud-burgemeester van Dordrecht, en Johan van der Mast, schepen van Dordrecht, beiden bewindhebbers van de WIC te Dordrecht.
Zoon:
a. mr. Herman van der Haegen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1615, van Dordrecht (1639), doctor in de beide rechten, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 1/17 mei 1639 Ida Nicolai Cornelisdr., van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1639)
Kinderen:
a-1. Margareta, gedoopt NG Dordrecht sept. 1641
a-2. Geertruijt, gedoopt NG Dordrecht 4 sept. 1643]
Pieter Thonis [Both] tinnegieter 8 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 26v: op 15 mei 1630 verkoopt Lijsbeth Jansdr., echtgenote van Pieter Thonisz. Both, tingieter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, voor 900 gl. aan Cornelis Fransz., schipper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Boom, staande tussen het huis van Aert Pietersz. Croos en een loods van de stad Dordrecht. In plaats van waarborg verbindt Both een huis omtrent de Vriesestraat, staande tussen het huis van Dirck Verhagen en dat van Jan Evertsz.]
Jan Everts cousmaecker 6 ponden
Jan Adriaens munter 6 ponden
f. 107
Schrevel Everts [van Eijssel] 5 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 24 jan. 1621: Screvel Evertsz. van Eijssel jong gezel van Dordrecht en Godefrida van Tol beiden van Dordrecht zij woont in Gouda, door schrijven van Gouda, bescheid gegeven om daar te trouwen op 8 febr. 1621]
Gerrit Gooverts hoedemaecker, niet quotisabel 1 pond
De weduwe van Jan Gerrits [Tilkijn] hoedecramer 3 ponden
[ONA Dordrecht inv. 55, f. 16v: op 3 aug. 1624 verkoopt Anthonijntgen Reijnouts, weduwe van Jan Gerritsz. Tilkijn, strohoedenmaker, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Isaack Hendricxsz. de Coninck, zilversmid en burger van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Ariaen de Jonge, wonende te Hoorn, een huis, genaamd “de Verkeerde Werelt”, staande op de Groenmarkt tussen het huis van Hubrecht van Seventer en dat van Dirck Pijl.]
Adriaen Barents cleermaecker 3 ponden
Aert Jans van Elmpt 4 ponden
f. 107v
Joris Waters maeldenier 6 ponden
Belicken sijdelaeckencoopster met haer suster 3 ponden
De weduwe van Cornelis Adriaens laeckencooper 8 ponden
Sijmon Wouters tinnegieter 1 pond
Claes Rutten vlascooper inde Gou 1 pond
f. 108
Inde Vriesestraet
De dochter van Jaecques van de Hucht 2 ponden
Wouter Pieterssen woonende int huijs van Judick Molenschot 2 ponden
Evert Jacobs Keijser metselaer, nihil habet 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 766, f. 9: op 7 mrt. 1626 verkoopt Leendert Gillisz., huistimmerman te Dordrecht, aan Evert Jacobsz. Keijser een huis in de Vriesestraat, genaamd “den Lodder”, staande tussen het huis van Adriaentgen Jansdr. en dat van Servaes van Meeuwen bakker. Waarborg: een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Quintijn Pietersz. [van der Velde] bakker en dat van Roelant Dircxsz. brandewijnbrander. Koper is schuldig aan Aechgen Repelaersdr. en Adriaentgen Repelaersdr., jonge dochters, een bedrag van 1030 gl. Borgen: Hendrick Centen brandewijnbrander en Servaes Jacobsz. van Meeuwen.]
Jan Jans cleermaecker 1 pond
Hendrick Centen brandewijnman 2 ponden
f. 108v
Servaes Jacobs [van Meeuwen] backer 2 ponden
Mr. Johan Heijmans 1 pond
Wouter Aerts metselaer 6 ponden
Maerten Thonis cuijper 1 pond
Frans Cors molenaer 1 pond
f. 109
Goris Pieters hoedemaecker 3 ponden
[NG Dordrecht 27 okt. 1585: Goris Pietersz. hoedenmakersgezel en Beertken [Baertgen] Cornelis Henricxsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd nov. [sic] 1585]
De weduwe van Hendrick Bellier 1 pond
Jan Willems Muts coomen [drapenier] 1 pond
[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]
Inde Vischstraet
De weduwe van Huijch Cornelisz. Nout 4 ponden
[ONA Dordrecht inv. 73, f. 36 e.v., akte dd 1 mei 1634: Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijgh Nout viskoper, is eigenares van een huis in de Visstraat, staande naast herberg “de Zeehond”.
ORA Dordrecht inv. 770, f. 82 e.v.: op 16 mei 1635 verkoopt Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijch Cornelisz. Nout viskoper aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis “de Zeehond” en het huis “het Cromhout”.]
Gerrit Goossens vischcooper 20 ponden
[Gerit Goossensz., geboren naar schatting ca. 1575, zoon van Goossen Gerritsz. (en Anneken Cornelisdr.?), trouwde 1e 1597 Willemken Loeff Lauwerensdr., 2e 1627 Janneke Dubois
NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1597: Gerardt Goossensz., van Dordrecht, lakenbereider en Willemken Loeff Lauwerensdr., van Dordrecht, getrouwd op 22 juni 1597
NG trouwboek Dordrecht 7 mrt. 1627: Gerrit Goossensz. Ham viskoper, weduwnaar van Dordrecht, en Janneke Duboijs, van Dordrecht, weduwe van Arent Bongart, getrouwd op 21 mrt. 1627
ONA Dordrecht inv. 18, f. 83: op 22 mrt. 1612 verklaren Willem Ariensz., 60 jaar oud, en Pieter Cornelisz., 30 jaar oud, beiden vissers wonende in Sliedrecht, op verzoek van Sijbert van Welij, Evert Schrevelsz. en Geridt Goossensz., viskopers wonende te Dordrecht, rekwiranten, dat zij “in compagnie gebruickende sijn met de requiranten … seeckere visscherij genaempt tlang ambacht, twelck bij Geridt Goossensz. … met kennisse van henluijden allen vande Graeffelickheijt van Holland is gehuijrt geweest”.
ONA Dordrecht inv. 23, f. 66: op 13 mrt. 1618 verkoopt de weduwe van Willem Jansz. de Gruijter, voor 3400 gl. aan Geerardt Goossensz. viskoper een huis in de Visstraat, genaamd “Sint Pieter”, staande tussen het huis van Andries Thijsz. en dat van Jacob Alewijnsz. viskoper. Bij de koop is inbegrepen een grote kast in de achterbenedenkamer.
ONA Dordrecht inv. 25, f. 86: op 30 mrt. 1620 benoemt Claes Goossensz., eertijds viskoper, tot zijn erfgenaam Geridt Goossensz. viskoper, zijn broer, “uijt oorsake dat … Geeridt Goossensz. hem comparant dese sijn aanstaende reijse heeft uijtgevoert in cleedinge, reedinge als andersints” en om andere redenen hem daartoe moverende.
ONA Dordrecht inv. 28, f. 238: op 16 sept. 1624 testeert Willemken Louffven, de vrouw Gerardt Goossensz. viskoper, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij bevestigt het testament, dat zij samen met haar man heeft gepasseerd voor notaris G. de Jager te Dordrecht op 6 juli 1622.
ONA Dordrecht inv. 14, f. 375 e.v.: op 26 aug. 1625 testeert voor notaris P. Eelbo Geerit Goossensz., viskoper en burger van Dordrecht. Hij legateert o.a. aan Frans Rutten en diens vrouw Janneken Lenaertsdr., of de langstlevende van beiden, het recht om “haer leven lanck te bewoonen ofte mogen verhuijren het huijs van hem testateur gestaen in de Visschstraete alhier naest het Cromhout met conditie dat d’selve sullen nemen tot haren laste de rente van sesendertich gl. jaerl[ijks] mitsgaders de verpondinge ende reparatie vant voorsz. huijs”. De eigendom van het huis zal na hun overlijden toekomen aan testateurs erfgenamen, t.w. zijn broer Niclaes Goossensz., zijn zusters Bastiaentgen Goossensdr. en Josijntgen Goossensdr., echtgenote van Berent van Lubeeck en de kinderen van zijn overleden broer Cornelis Goossensz.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 224v: op 11 dec. 1640 verlenen Jannette du Bois, weduwe van Gerrit Goossensz. Colster, en Gillis Pietersz. ’t Jongh, als man van Magdalena du Bois, kinderen en enige erfgenamen van Hans du Bois, procuratie aan Johan Hagens, koopman te Amsterdam, om ten overstaan van de bewindhebbers van de WIC (kamer Amsterdam) over te dragen aan Johan Warnaerts, notaris te Amsterdam, een somma van 626 gl. 13 st. 8 penn.
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 15v: op 23 april 1643 verkoopt Janneken Dubois, weduwe van Gerrit Goossensz. Colster, voor 650 gl. aan Lieven Pietersz., metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, genaamd “het Venetiaens banquet”, staande tussen het huis van Jan de Wacker en het huis genaamd “de El”.]
f. 109v
Ysaack Pieters vischknecht, nihil habet 2 ponden
Aen d’ander sijde
Frans in de Velde lantmeter 15 ponden
Dr. van Aecken int huijs van Jan Eggerts 6 ponden
Dr. Willem van Asperen 3 ponden
f. 110
Inde Nieubreestraet
Pieter Anthonis houtkensmaker 4 ponden
Thonis Meeus backer 3 ponden
Aen d’ander sijde
Jan Adriaens Mes 2 ponden
Robbert Thielemans 2 ponden
Cornelis Pieters mesmaecker 2 ponden
f. 110v
De weduwe van Willem Pieters sieckentrooster 1 pond
Vincent Jans huijckmaecker, insolvent 2 ponden
De houck omme naer ’t Bagijnhoff
De vader van Corstiaen Geerits Vermij backer, obijt insolvent 2 ponden
Egbert Jans cleermaecker 1 pond
Aert Henricxs de Wilde 1 pond
f. 111
De weduwe van za. Boudewijn Coninck 20 ponden
[Boudewijn Coninck, brouwer, schepen in wette van Dordrecht, overleden voor 11 mrt. 1612, trouwde naar schatting ca. 1570 Dircxken Jansdr., overleden tussen 19 mrt. 1626 en 14 dec. 1629
ONA Dordrecht inv. 18, f. 70: op 11 mrt. 1612 comp. Michiel Coterman brouwer, als eigenaar voor een derde part van een korenwindmolen, staande op het Nieuwe Werck, en Gijsbert de Coninck brouwer, Johan Matheusz. brouwer, en Abraham Henricxsz. van Slingelandt korenkoper, voor zichzelf en tevens vervangende Dircxken Jansdr., resp. hun moeder en schoonmoeder, erfgenamen van Boudewijn de Coninck, brouwer te Dordrecht, Pieter en Henrick Fransz., voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-erfgenamen van Franchois Schoutet, hun vader, samen voor de overige twee derde parten van voornoemd molen. Zij verklaren, dat tussen hen geschil is ontstaan over het gebruik van de molen, en dat zij nu zijn overeengekomen, dat Coterman “van nu voortaen gehouden sall wesen op den … molen soo veel coren te laeten breken … als een vande eijgenaers vande andere twee derde parten is doende”, nl. zoveel als Johan Matheusz. of Henrick Fransz. Schoutet laat doen.
ONA Dordrecht inv. 23, f. 224: op 5 juni 1618 comp. Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn De Coninck, schepen in wette van Dordrecht, geassisteerd met haar schoonzoon Abraham Henricxsz. van Slingelandt. Zij verklaart als donatie inter vivos geschonken te hebben aan haar schoonzoon Johan Matheeusz. Onderwater een derde part in een korenwindmolen op het Nieuwe Werck met een derde part in het huis, dat daarbij staat.
ONA Dordrecht inv. 8,f. 143: op 19 mrt. 1626 testeert Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn de Coninck. Zij legateert aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht 50 gl., aan het Oudevrouwenhuis te Dordrecht een rentebrief van 3 Vlaamse ponden jaarlijks, aan haar oudste dochter Marijken Bouduwijnsdr. een somma van 2000 gl., haar beste bonten vlieger, haar cypressen kist met de portretten van haarzelf en haar man, en aan Janneken Boudewijnsdr., haar jongste dochter, haar “vuijtttreckende” tafel met een Parijse bank, een somma van 1000 gl., een grofgreinen vlieger, aan haar beide dochters al haar kleren, juwelen en kleinodiën, aan Bouduwijn van Onderwater Jansz. een bedrag van 600 gl., en aan Bouduwijn en Dircxken Abrahams van Slingelandt elk een somma van 3000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar beide dochters Marijken en Janneken Bouduwijnsdrs., op voorwaarde, dat die gehouden zullen zijn aan Catharina Ruijs, dochter van wijlen Lijsbet Bouduwijnsdr., haar dochter, voor haar onderhoud jaarlijks uit te reiken een somma van 200 gl. “ten aensien de voorn. Catarina Ruijs mits haar innocentie ende cleijn begrip” niet in staat is om de goederen, die zij van haar, testatrice, ab intestato zou geërfd hebben, zelf te beheren. Zij wenst dat die 200 gl. na het overlijden van Catarina zal komen aan haar beide dochters. Tot administrateur van Catarina’s goederen benoemt zij Abraham Henricxsz. van Slingelandt, die naast hemzelf een andere administrateur mag aanstellen.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 91: op 14 dec. 1629 comp. Maria de Coninck Bouduwijnsdr., weduwe van Jan Matheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelijen” te Dordrecht, enerzijds, en Abraham van Slingelant Henricxsz., als man van Jannette de Coninck Bouduwijnsdr., samen kinderen en erfgenamen van Dircxken Jansdr., weduwe van Bouduwijn de Coninck Gijsbrechtsz., anderzijds. De comparanten verklaren, dat zij na inzage van de huurceel en koopceel van het huis en brouwerij “de Drije Lelijen”, die tussen Dircxken Jansdr. en Jan Matheusz. Onderwater zijn gepasseerd op 28 nov. 1611 ten overstaan van notaris S. Muijs, verdeeld hebben de goederen, die door Dircxken Jansdr. zijn nagelaten. Daarbij is aan Maria de Coninck aanbedeeld een huis en brouwerij met alle zich daarin bevindende gereedschappen. staande op de hoek van de Lombardstraat, een weer land, gelegen in Sliedrecht, een stuk land aan de noordzijde van de Molenweg in het Oudeland van Strijen, een rentebrief en de helft van alle inboedel, zilverwerk en juwelen, die Dircxken heeft nagelaten. Aan Abraham van Slingeland is nomine uxoris toebedeeld een weer land met schuur, berging, boomgaard en “betelinge ende beplantinge”, genaamd “den Engel”, liggende in Sliedrecht met nog twee “griendekens”, gelegen in Craeijensteijn tegenover “de Engel”, 5 morgen land aan de zuidzijde van de Hoekseweg in het Oudeland van Strijen, een somma van 5625 gl., een boomgaard en griendingen, gelegen buitendijks in Zwijndrecht bij de zoutketen van burgemeester Cornelis Adriaensz. Teresteijn met een rente, verzekerd op genoemde zoutketen, een rente van 6 gl. per jaar ten laste van de wagenmaker in Ridderkerk, alsmede de wederhelft van voornoemde inboedel, zilverwerk en juwelen. De comparanten houden in gemeenschappelijk bezit een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis “de Vergulde Druijff” en het huis van ds. Johannes Bocardus, “stellende deselve ten onderpande omme daeraen te verhaelen” een somma van 200 gl. per jaar, die Dircxken Jansdr. heeft gelegateerd aan Catharijna Ruijs, het weeskind van wijlen Elijsabeth de Coninck Bouduwijnsdr., en nog een somma van 12 gl. jaarlijks, die wijlen Pieter Boudewijns. de Coninck heeft gelegateerd aan Catharina Ruijs.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 213: inventaris dd 18 juli 1633 van de goederen, die zijn nagelaten door Dircxken Jansdr., weduwe van Bouduwijn de Coninck. Tot de boedel behoren o.a. een schilderij van de verloren zoon, een schilderij van Bouduwijn de Coninck en Dircxken Jans, een banket, een portret van de koning van Frankrijk, een portret van prins Willem van Oranje, een portret van Lijsbeth Bouduwijnsdr., een schilderij van Heemskerck, een “zeevaart”, een huis en brouwerij “de Drije Lelijen” op de hoek van de Lombardstraat, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis “de Vergulde Druijff” en het huis van ds. Johannes Bocardus, landerijen in het Oudeland van Strijen en Sliedrecht.
Kinderen:
a. Gijsbert de Coninck, brouwer
b. Lijsbet Bouwensdr. de Coninck, geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1595), overleden voor 19 mrt. 1626, trouwde NG Dordrecht 24 sept./15 okt. Cornelis Ruijs Claesz., van Maastricht (1595)
Kind:
b-1. Catharina Ruijs, “innocent”
c. Marijken Boudewijnsdr., trouwde Jan Matheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelijen”
d. Janneken Boudewijnsdr., trouwde Abraham Hendriksz. van Slingeland
e. Pieter Boudewijnsz. de Coninck, overleden voor 19 mrt. 1626]
Steven Ariens Scheij 1 pond
Thonis Dircxs schipper 1 pond
De weduwe van Claes Jacobs timmerman, nijet quotisabel 2 ponden
Gillis de leertouwer 1 pond
f. 111v
Pieter Cornelis Swanenborch met sijn huijsvrou broeder ende suster 30 ponden
[Pieter Cornelisz. Swanenborch, huidenvetter, mede-eigenaar van een runmolen buiten de Sluispoort (ONA Dordrecht inv. 59, f. 24v, akte dd 16 febr. 1636), overleden tussen 8 aug. 1639 en 9 juni 1643, trouwde Emerentia Jan Ambrosiusdr, geboren naar schatting ca. 1583, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1661 (een baar voor de weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburgh, vier maal luiden, een pondgraf en een wapen), dochter van Jan Ambrosiusz. (van Gerwen) en Marichgen Stevensdr. Rijsberch.
ORA Dordrecht inv. 1598, f. 115: op 26 nov. 1619 verkoopt Pieter Cornelisz. Swanenburch, koopman en burger van Dordrecht, voor 5200 gl. aan Johan de With Willemsz., oud-thesaurier en schepen in wette van Dordrecht, een huis in het opgaan van de Visbrug, genaamd “den IJseren Man”, staande tussen het huis van Jopke Sijmons en de haven. Waarborg: Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen en schepen in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 3700 gl. Borg: zijn zoon Johan de With Jansz.
ONA Dordrecht inv. 67, f. 282: op 8 aug. 1639 testeert Maria Joosten van Rommerswael, ongehuwde persoon wonende in Dordrecht. Zij herroept het testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer te Dordrecht op 5 nov. 1635. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl., en aan Adriaentgen Jan Ambrosiusdr. een somma van 1000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen, inclusief die haar aangekomen zijn bij overlijden van haar ouders en van haar grootouders, indien zij ongehuwd komt te overlijden haar oom en aangetrouwde tante Pieter Cornelisz. Swanenburch en Emerentia Jansdr., samen of de langstlevende van hen beiden. Zij wenst, dat haar oom en tante na haar overlijden worden vergoed van het onderhoud, dat zij gedurende twintig jaar van hen heeft genoten, toen zij bij hen inwoonde.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 812v, akte dd 9 juni 1643: testament van Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl., aan de kinderen van wijlen Neeltgen Theunisdr., de vrouw van Machiel Jacobsz. Cotermans, samen 800 gl., aan de dochter van wijlen Engeltgen Theunisdr., bij haar verwekt door wijlen Abraham Govertsz., 200 gl., aan het kind van wijlen Theunis Theunisz. 10 gl., aan de nakomelingen van haar overleden halfzuster Jannekn Jansdr. samen 1000 gl., aan Jacobmijna Jansdr., weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit 300 gl., aan Adriana Dircxsdr. van Wijngaerden, de vrouw van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff houtkoper 300 gl., aan de nakomelingen van Jan Matthijsz. Balen samen 400 gl., aan Jan Matthijsz. Balen en zijn vrouw het vruchtgebruik van die 400 gl., aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde persoon, 50 gl., aan haar nicht Maria van Rommerswaele, de vrouw van Goodtschalck van der Hulst, al haar kleren, juwelen en zilverwerk en de bewoning van het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande voor het Bagijnhof, aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, eveneens Maria genaamd, 200 gl., aan de twee dochters van Maria van Rommerswaele, die zij nog zal krijgen en die door haar Emerentia genoemd worden naar haarzelf en Adriana naar haar overleden zuster, elk 200 gl., en aan haar “innocente” broer Jan Jansz. hetgeen hij nodig zal hebben voor zijn onderhoud. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen, inclusief het voornoemde huis, benoemt de testatrice haar neef Johan de Wit Johansz, ontvanger-generaal van Grafelijkheidstollen van Geervliet, of bij vooroverlijden zijn oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland. Tot executeurs van haar testament stelt zij aan haar voornoemde erfgenaam en Cornelis Pietersz. Mispelshoeff.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 848: op 6 okt. 1646 testeert Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht 100 gl. en aan de huisarmen van de Waalse kerk van Dordrecht eveneens 100 gl. Zij legateert aan Abraham Cotermans, haar neef, of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, 200 gl., aan de dochter van Adriana Cotermans, bij verwekt door [Jacob] Droochbroot, 100 gl., aan de kinderen van wijlen Jacob Cotermans samen 150 gl., aan het weeskind van Jaepken Abrahamsdr. 200 gl., aan het weeskind van wijlen Theunis Theunisz. 10 gl., aan Boudewijn en Cornelis Matthijsz. Balen, of bij vooroverlijden van een van hen beiden zijn nakomelingen, elk 250 gl., aan Catharina van Bijlaer, de vrouw van Jacob Savrij, of bij vooroverlijden haar kinderen 250 gl., aan Jacomijna Jansdr., de weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit 300 gl., aan Adriaen de Wit Jansz. de oude 200 gl., aan Jannette de Wit 200 gl., aan Adriana Dircxsdr. van Wijngaerden, echtgenote van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff, of bij vooroverlijden haar nakomelingen 300 gl., aan Weijntgen, dochter van wijlen de predikant Joannes Westerburch 100 gl., aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde persoon, 50 gl., aan haar nicht Maria van Rommerswaele, de vrouw van Gootschalck van der Hulst, al haar kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk, uitgezonderd hetgeen, dat zij naderhand aan anderen zal legateren of bij leven zal weggeven. Aan Maria van Rommerswaele legateert zij voorts de bewoning van het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande op het Bagijnhof, dat zij niet mag verhuren dan met toestemming van haar hierna te noemen erfgenamen. Aan Maria van Rommerswaele legateert zij ook een bedrag van 600 gl. krachtens een contract, dat zij heeft gemaakt op 17 jan. 1640, en aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, eveneens Maria geheten, een somma van 200 gl., te beleggen tot haar mondigheid of tot wanneer zij gaat trouwen. De testatrice legateert aan de twee dochters van Maria van Rommerswaele, “soo zij naer desen noch soude mogen te comen procreeren ende bij haer inde Christelijcke doop benaempt werdende Emerentia” naar haarzelf en Adriana naar haar overleden zuster, elk 200 gl., en aan Maria’s toekomstige zoons, mits die Pieter en Jan genoemd worden naar haar man en broer, 200 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen en tot executeurs van haar testament benoemt zij haar neef Johan de Wit Jansz., ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstollen van Geervliet, en diens oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland.
ONA Dordrecht inv. 62, 478: op 22 juni 1648 verleent Emmerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht, procuratie aan Dirck van Baersenburch, rentmeester van de domeinen van de prins van Oranje in Willemstad en Fijnaart, om te eisen van Jan Jacobsen Bats, Pieter Jacobsz. Bats en Dirck Fransen, schoenmakers wonende in “de Plaete”, betaling van hetgeen zij aan de comparante schuldig zijn wegens leverantie van leer.
ONA Dordrecht inv. 45, f. 67: op 16 mrt. 1649 verleent Emmerentia Ambrosius, weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, procuratie aan mr. Johan de With, raad in wette van Dordrecht, om te transporteren aan Michiel Pietersz. de Clerck oudeschoenenmaker een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jan Willemsz. Bijll en dat van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Jacob le Blom.]
Arent Geleijnen 2 ponden
Marijken Willems meesterse 1 pond
Sophia Dammerts 10 ponden
[ONA Dordrecht inv. 14, f. 344: op 30 jan. 1629 testeren Maria Arent Dammersdr., weduwe van Cornelis Dircxksz. Praem, en Sophia Arent Dammersdr., ongehuwde persoon, zusters wonende te Dordrecht, Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht 200 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van beiden een somma van 200 gl. uit te keren. Gedaan ten huize van Maria Dammers, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug.]
Fijken Gerritsdr. 6 ponden
De dochter van Lijnken Schils 18 ponden
f. 112
Dangentgen Cornelisdr. met haer kinderen 2 ponden
Adriaen Vermolen verwer 6 ponden
Pieter Jans calckmeter, nihil habet 2 ponden
T negende quartier, somma 415 ponden
f. 112v
Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne Vischmerckt [= Riviervismarkt in de Voorstraat tussen Visbrug en stadhuis (Van Baarsel, o.c., p. 96)] tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren [ook: Sevenstar, brouwerij bij de Botgensstraat (Van Baarsel, o.c., p. 38)] aen wedersijden vande Voorstraet
[NB:Uit het bovenstaande blijkt, dat het Viskopershuis niet hetzelfde is als het huis “de Crimpert Salm” in de Visstraat, zoals door sommige auteurs ten onrechte wordt aangenomen ten gevolge van een verkeerde interpretatie van M. Balen (o.c.), die vermeld dat het Viskopersgilde bijeenkwam in het huis “de Salm” (ABdH)]
Arent van de Hagen laeckenbereijder 2 ponden
De weduwe van Hendrick de mandemaecker 2 ponden
Jan Bom [brouwer] met sijn kinderen 36 ponden
[Jan Pietersz. Bom van Cranenborch, jong gezel van Delft (1604), weduwnaar van Delft (1610), brouwer in “het Gulden Vlies” te Dordrecht, overleden ca. 1629, trouwde 1e NG Dordrecht 18 jan./8 febr. 1604 (procl. te Delft) Elisabeth Jan Lambrechtsdr., weduwe van Jan Stockman, brouwer in “het Vlies”, 2e NG Dordrecht 7/30 nov. 1610 Susanna van Genegen Pietersdr., van Dordrecht (1610)
ONA Dordrecht inv. 23, f. 222: testament dd 30 juni 1618 van Johan Bom van Cranenburch, brouwer in “het Vlijes”, en zijn vrouw Susanna van Genegen Pietersdr., die ziek in bed ligt. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, en hun dan een somma van 10.000 gl. moet uitkeren. Als hij als eerste komt te overlijden, moet zijn vrouw aan zijn voordochter Anneken Bom een somma van 5000 gl. uitkeren. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, Pieter Bom, Jacob Bom van Cranenburch, Thomas Teller brouwer en Geerard Helling.
ONA Dordrecht inv. 24, f. 147: op 11 mrt. 1619 verleent Hendrick Geij, burger van Dordrecht, als testamentaire voogd van Arendt Stockman en Anneken Bom van Craenenburch, procuratie aan Geerit Nenij, wijnkoper en burger van Dordrecht, om met Jan Bom van Craenenburch, brouwer in “het Vlies”, en de overige kinderen van Elijsabeth Jan Lambrechtsdr. over te gaan tot scheiding van de goederen, w.o. de brouwerij “het Vlies”, die nog tussen hen onverdeeld zijn gebleven.
Kinderen:
Ex 1:
a. Anneken Bom, gedoopt NG Dordrecht dec. 1604, overleden in ‘s-Hertogenbosch aan de pest trouwde NG Dordrecht 16 april 1630 Ghijsbrecht Hamel, ontvanger van de contributies, beden en middelen van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, overleden ‘s-Hertogenbosch aan de pest 23 juli 1636, trouwde 1e Christina Gerardsdr. Bruynicx (www.nikhef.nl/~louk/BOMVC/generation4.html)
ONA Dordrecht inv. 16, f. 210: op 25 mrt. 1630 passeren huwelijkse voorwaarden Ghijsbrecht Hamel, ontvanger van de contributies, beden en middelen van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, geassisteerd met mr. Johan IJpelaer, licentiaat in de beide rechten en rentmeester van de heer prelaat van St. Truien, en Gerrart Fockestaert, rentmeester van de domeinen en het Land van Heusden, enerzijds en Anna Bom, dochter van wijlen Johan Bom van Cranenborch, geassisteerd met Johan de With Jansz., ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, Jacob Bom, oudraad van Utrecht, en Gerrart Hoije, wijnkoopman te Dordrecht, en mr. Machiel Bom, advocaat voor het Hof van Holland, resp. haar zwager, ooms en neef, anderzijds.
Ex 2:
b. Petronella, gedoopt NG Dordrecht nov. 1611, overleden 1673, trouwde Johan de Witt, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, zoon van Johan Cornelisz. de Witt en Adriana van Hedickhuiyzen
c. mr. Jan Bom van Cranenburch, gedoopt NG Dordrecht sept. 1616, advocaat, overleden Dordrecht 6 april 1664 (begraven in de St. Hubertuskapel van de Grote Kerk)]
D’erfgenamen van Abraham Henricxs opperbrouwer, sijn hijer nijet woonachtich 4 ponden
f. 113
Jacob Henrickxs nestelmaecker 6 ponden
De weduwe van Jonas Cruijs vischcooper 3 ponden
Jan Heijlgers [Wacker] vischcooper 3 ponden
De weduwe van Cornelis van de Bogert 6 ponden
Bartholomeus Adriaens [Ansems] brouwer 5 ponden
[Bartholomeus Adriaensz. Ansems werd op 8 okt. 1629 eigenaar van brouwerij “de Schenckkan”, die stond in de Voorstraat tussen de Lombardstraat en de Visstraat, tegenover het stadhuis (oudste vermelding 1623). Hij was de stamvader van het geslacht Van den Santheuvel, welke naam hij alleen op zijn grafzerk gebruikte. Zijn vrouw was Johanna Hendriksdr. Maas. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 90 en 186)
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 3 e.v.: op 8 okt. 1629 verkopen Pieter en Cornelis Jaspersz. Bengelroe, burgers van Dordrecht, voor 8000 gl. aan Bartholomeus Adriaensz. Ansems, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, staande achter het stadhuis [in de Voorstraat] tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Pauwels Adriaensz. en het huis, genaamd “de Meermin”. Waarborgen: Esaias Cornelisz. Mesian, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Henrick Jansz. van Naerden, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan Pieter en Cornelis Jaspersz. Bengelroe elk een somma van 3000 gl. Borg: Hans Robbertsz. pondgaarder. Pieter Cornelisz., de zoon van Cornelis Jaspersz., en Pieter Jaspersz., als oom van de onmondige weeskinderen van Cornelis Jaspersz., verklaren op 2 sept. 1636, dat de hypotheek volledig is afgelost.]
f. 113v
Lijsbeth Jans, leeft van de Armen 2 ponden
De weduwe van Pauwels Adriaens, is bevonden bijde scheijding maer 3 ponden [12 ponden doorgehaald]
Jan van Dongen 8 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 38v e.v.: op 22 juli 1630 verkoopt Jan Jansz. van Dongen, burger van Dordrecht, aan de weeskinderen van Johan Bom van Cranenburch, een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op een huis omtrent de Vismarkt, genaamd “Breda”, staande tussen het huis van Jacob Henricxsz. kramer en de brouwerij “het Vlies”.]
De voordochter van Jan van Dongen 3 ponden
De weduwe van Pleun Adriaens [de Wit] 3 ponden
[ORA Dordrecht inv. 764, f.: op juni 1623 verkopen Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Barthoutsdr. aan mr. Herman Halling heer Jansz., schepen in wette van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Cornelis Pietersz. Viskil, door hem verwekt bij Anneken Jansdr. van den Engel, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 53 gl. 2 st. 8 penn. op een huis [achter] het Stadhuis, staande aan de Landzijde [Voorstraat] tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette, en dat van Jan van Dongen.
ORA Dordrecht inv. 764, f. 59v e.v.: op 7 sept. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de weeskamer te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Baerthoutsdr., aan mr. Herman Halling, schepen in wette te Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 46 gl. 17 st., verzekerd op een huis, staande achter het stadhuis tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht en het huis van Jan van Dongen.]
De erffgenamen van Cornelis Janssen van Breda 10 ponden
f. 114
Hendrick van Valckenborch 4 ponden
De weduwe van Jan Matheeus Onderwater [brouwer] 30 ponden
[“Op de oosthoek van de Lombardstraat en Voorstraat bevond zich voorheen het huis “De Drie Leliën”, vanouds een brouwerij … In de zestiende eeuw was deze in bezit van Boudewijn de Conincq, een broer van de watergeus Gijsbert Jansz. de Conincq, wiens dochter gehuwd was met Jan Mattheusz. Onderwater. Deze kreeg in 1611 de brouwerij in huur en sedertdien werd deze meer en meer uitgebreid, totdat vrijwel de gehele oostkant van de Lombardstraat er bijbehoorde. Voor aan de straat was het deftige herenhuis, dat in 1926 geheel afgebroken werd en daarachter waren de brouwhuizen, moutmakerij, rosmolen en bierkelders, terwijl een moutmolen op de hoek van de Spuiweg en Cornelis de Wittstraat het bedrijf voltooide.” (Lips, o.c., deel II, p. 346)
Johan Mattheusz. Onderwater, wonende te Delft (1605), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./17 april 1605 Maria de Coninck Boudewijndr., van Dordrecht (1605), dochter van Boudewijn de Coninck Gijsbertsz. en Dircxken Jansdr.
ONA Dordrecht inv. 21, f. 117: op 11 mrt. 1615 verklaren Michiel Coterman, brouwer in “het Hart”, voor zichzelf, Johan Mattheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelien”, vanwege de weduwe van Boudewijn de Coninck, zijn schoonvader, en Henrick Fransz. Schoutet, brouwer van “de Beer”, vanwege Johan Gillisz. Poppen, zijn zwager, allen eigenaars van het huis, dat staat op de grond, waarop vroeger de papiermolen gestaan heeft, enerzijds en Claes Jansz. koperwerker, eigenaar van het huis ernaast, dat zij een overeenkomst hebben gesloten aangaande een muur tussen beide huizen.
ONA Dordrecht inv. 22, f. 67; op 27 febr. 1617 verklaart Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn de Coninck Ghijsbertsz., schepen in wette van Dordrecht, dat zij in of voor 1612 als donatie inter vivos gegeven heeft aan Johan Matheusz. Onderwater, als man van Maria de Coninck Boudewijnsdr., en Abraham Henricxsz. van Slingelandt, als man van Janneken de Coninck Boudewijnsdr., elk een vierde part in 25 morgen uitergorsen, liggende buiten Dordrecht in de heerlijkheid de Merwede, gemeen met andere 25 morgen, toebehorende aan de erfgenamen van Claes Ruijs. De comparante heeft de wederhelft ervan aan zoons Gijsbert en Pieter de Coninck geschonken. Onderwater en Van Slingelandt mogen met de schenking doen naar hun believen en “sonder dat tselve henluijden int regardt van het weeskindt van Lijsbet Boudewijnsdr. in tijden ende wijlen in affcortinge van haerlieder aenstaende erffenisse sal werden geïnstitueert”.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 525: op 2 okt. 1634 verleent Maria Koninck Boudewijnsdr., weduwe van Jan Matheusz. Onderwater, procuratie aan haar zoon Boudewijn Onderwater, o.a. om haar uitstaande schulden in te vorderen.
Kinderen (o.a.)
a. Pieter, gedoopt NG Dordrecht juli 1608
b. Diricxken, gedoopt NG Dordrecht juli 1610
c. Boudewijn Onderwater, geboren naar schatting ca. 1611
d. Mattheus, gedoopt NG Dordrecht nov. 1613
e. Johannes, gedoopt NG Dordrecht nov. 1615]
De weduwe van Jan Hermans cruijdenier 7 ponden
D’erfgenamen van Jouffvrou Adriana van Schaerlaecken 5 ponden
D’erfgenamen van Jan de Gronen 4 ponden
f. 114v
Thomas Jacobs Cotermans 8 ponden
[Zie Doopsgezinde huwelijken Dordrecht. NG trouwboek Dordrecht 21 april 1613 Frantzoijs Frantzsz. Dermoeij wed., glaesemaker van Middelburg wonende in het Vleeshouwersstraatje in het midden en Neelken Cornelis Pauwelsdr., van Dordrecht wonende bij Tomas Jacopsz. bij de Lombardbrug.]
Gerrit Mathijs coorencooper 8 ponden
Frans Adriaens sijdelaeckencooper met Jacob Frans sijnen soon 20 ponden
[ONA Dordrecht inv. 60, f. 953: op 31 dec. 1643 bevestigt Grietgen Cotermans Jacobsdr., weduwe van Francois Adriaensz., zijdenlakenkoper te Dordrecht, het testament, dat zij heeft gepasseerd op 27 nov. 1593 ten overstaan van notaris N. van de Corput en het codicil, dat zij heeft gepasseerd op 18 nov. 1620 ten overstaan van notaris A. Cloots. Zij prelegatert aan haar ongehuwde zoon Jacob Fransz. een somma van 2000 gl. en aan haar dochter Anneken Fransdr. een lijfrente van 100 gl. jaarlijks. Zij wenst, dat na haar overlijden een somma van 2000 gl. belegd zal worden, waaruit de lijfrente van 100 gl. betaald moet worden. Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige kinderen benoemt zij haar zoons Jan en Cornelis Fransz. van Dorsten.]
Den soon vande voorsz. Frans Adriaens 4 ponden
Cornelis Jans asijnmaecker 26 ponden
f. 115
De weduwe van Hendrick van Bree, nihil habet 3 ponden
Hendrick van Riet, nihil habet 1 pond
Jan Cornelis cruijdenier 2 ponden
Joost Pieters 2 ponden
De weduwe van de heer Cornelis Jans Both [dijkgraaf van de Alblasserwaard] 80 ponden
[[ONA Dordrecht inv. 24, f. 428 e.v.: op 24 nov. 1619 verkopen Johanette Andriesdr., weduwe van Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard en mr. Franchoijs van der Burch, gecommitteerde Raad van Holland en West-Friesland, als man en voogd van Dingna de Both Cornelisdr., aan Johan Mathijsz. Balen, een huis, brouwerij en mouterij, waar tegenwoordig uithangt “den Osch”, staande tegenover de Kleine Kraansteiger [Wijnstraat bij het ’s Heerboeijenstraatje] tussen het huis van Dammis Woutersz. van de Sandeling en dat van Frans Evertsz. wijnkoper, voor 8000 gl.]
f. 115v
De kinderen van mr. Franchoijs van de Burch 30 ponden
[mr. Frans van der Burch Jansz., van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 22 okt./12 nov. 1606 Digna de Both Cornelisdr., van Dordrecht (1606)
ONA Dordrecht inv. 67, f. 372: op 23 okt. 1640 testeert Geraert Marcellus, echtgenoot van Catharina van der Burch. Hij legateert aan zijn enige zoon, Francois Marcellus, het vruchtgebruik van zijn na te laten goederen. Tot erfgenamen van die goederen benoemt hij de kinderen van Franchoijs van der Burch en zijn vrouw Digna de Both, op voorwaarde dat, als zijn zoon als hij 25 jaar wordt of gaat trouwen, al die goederen aan hem zullen overdragen. Tot voogden over zijn zoon stelt hij aan Johan van der Burch, Johan van Meeuwen en Cornelis Hoogeveen
Kinderen:
a. Jan, gedoopt NG Dordrecht mei 1608
b. Alith, gedoopt NG Dordrecht aug. 1616
c. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht aug. 1620].
Aeltgen Claes jonge dochter 3 ponden
Dirck Jacobs Absou brouwer 25 ponden
[Absou was brouwer in “De Engel”. Deze brouwerij stond in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraat. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 179)
Dirk Jacobsz. Absou, brouwer, zoon van Jacob Dirksz. Abou en Christina van Wesel Jansdr. (Balen, o.c., p. 1265), trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1602/12 febr. 1603 Neelken (Cornelia ) Pietersdr. van den Honaert, dochter van Pieter Rochusz. van den Honaert en Helena Dirksdr. Mol (Balen, o.c., p. 1281)
– 13 juli 1616: Blasius van Haerlem, kamerbewaarder van Dordrecht, transporteert aan zijn zwager, Dirck Jacobsz. Absou, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij en rosmolen, staande in de Spuistraat tussen het huis van Cornelis Jansz. Bot, dijkgraaf van de Alblasserwaard en schepen in wette van Dordrecht, en het huis en de brouwerij van Cornelis Beljaert. (ORA Dordrecht inv. 1593, f. 69v)
– 21 jan. 1621: Thomas Tailler, brouwer in Dordrecht, voor zichzelf, en Johan Bom, brouwer in “’t Vlies”, als vader en voogd van zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij Susanna van Genegen, tevens vervangende de overige erfgenamen van Maria van Oorden, verkopen voor 2400 gl. aan Dirck Jacobsz. Absou, brouwer te Dordrecht, een korenwindmolen met paard, kar, zeilen en andere gereedschappen, staande buiten de Spuipoort, alsmede een tuin, gelegen in de buurt van de molen. De koper is schuldig aan Hans Stockman een bedrag van 2400 gl. (ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4v e.v.)
– 27 mei 1626: Dirck Jacobsz. Absou brouwer en Jacob Jacobsz. van Wesel pondgaarder, burgers van Dordrecht, als mede-erfgenamen van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, weduwe van Jan Thomasz. van Wesel, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, verkopen aan Abraham Adriaensz., huistimmerman en burger van Dordrecht, zes naast elkaar staande huizen omtrent de Spuipoort, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. ten ZW en ’s herensteiger ten NO. De koper verkoopt aan verkopers een jaarlijkse losrente van 55 gl. 10 st. In margine: op 28 juni 1643 verklaart Judith Jorisdr., weduwe van Abraham Adriaensz. van Heusden, dat de schuld volledig is afgelost. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 23.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Hendrick Absou, aug. 1604, weduwnaar van Dordrecht, wonende omtrent de Botgensstraat (1631), schepen, raad en veertig van Dordrecht, trouwde 1e Kristina Walen Balthasarsdr., OSP, 2e NG Dordrecht 7 sept. 1631 (ondertrouw) Digna van den Broek(e) Willemsdr., van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1631), 3e Elisabeth Lachers, OSP, 4e Johanna Koning Jansdr., OSP (Balen, o.c., p. 1266)
b. Heilken (Helena) Absou, juli 1607, van Dordrecht woont in brouwerij “de Engel” (1627), trouwde NG Dordrecht 1/17 aug. 1627 Cornelis Belliaert, jongman van Dordrecht woont in brouwerij “de Belle” (1620), weduwnaar van Dordrecht woont in “de Belle” (1627), zoon van Cornelis Belliaert en Cornelia van den Corput Cornelisdr., trouwde 1e NG Dordrecht 9/25 febr. 1620 Barbera Braeijmakers, jonge dochter van Brussel (1620)
ONA Dordrecht inv. 8, f. 208: op 25 mei 1633 testeren Cornelis Beljaerts, brouwer in “de Bel”, en zijn vrouw Helena Absou Dircxsdr., hij ziek in bed liggende en zij gezond. Zij benoemen tot hun erfgenamen de langstlevende van hen beiden en hun kinderen. Tot voogden stellen zij aan zijn broer Cornelis Beljaerts en haar vader Dirck Absou Jacobsz.
ONA Dordrecht inv. 195, f. 255 e.v.: inventaris dd 12 mei 1659 en enige volgende dagen van de goederen, die zijn nagelaten door Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaerts, beschreven op verzoek van Cornelis Belliaerts en Cornelis de Vries, echtgenoot van Elisabeth Belliaerts, haar kinderen en erfgenamen.
Tot de nalatenschap behoren o.a.:
– een huis aan de Vest omtrent de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Hendrick Absouw en dat van Pauwels Hendricxsz. houtzager, aan Helena Absouw toebedeeld uit de boedel van wijlen Dirck Absouw op 3 febr. 1656, verhuurd aan Jan Lauwen kuiper,
– een vierde part in een windkorenmolen en woonhuis buiten de Spuipoort, in gemeenschappelijk bezit met de overige erfgenamen van Dirck Absouw,
– de portretten van Cornelis Belliaerts en Helena Absouw
– de portretten van de vader en moeder van Cornelis Belliaerts
– een boerenkermis van Droochsloot
– een groot landschap van Knipbergen
– een groot schilderij van Rebecca
– 5 landschapjes
– drie schilderijen met fruit
– een veldslag
– een schilderij van Jozef
– een “batalie” van Tegelberch
– schilderij van Maria Boodschap.
Kinderen:
b-1. Cornelis Cornelisz. Belliaerts, geboren naar schatting ca. 1628
b-2. Elisabeth Belliaerts, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629, trouwde Cornelis de Vries
c. Dirxken, juli 1607
d. Mariken Absou, nov. 1611, trouwde Francois Rees
e. Geertruijt Absou, geboren naar schatting ca. 1615, trouwde Pieter Adriaensz. van der Werff
– 16 juni 1623: Dirck Jacobsz. Absou brouwer, Wouter Pietersz. van Wijngaerden, als man van Stijnken Jacobsdr. van Absou, Hendrick Jansz., als man van Maijken van Absou, Dirck Willemsz., als man van Maijken Bachrachs, Blasius van Haerlem de Jonge, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia van Haerlem, samen vervangende hun andere zusters, verkopen aan Lijsbeth Cornelisdr., weduwe van Jochum Jansz., een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Maijken Tosijn en de gang van Cornelis Jansz. Both. De koopster, geassisteerd met haar zoon Cornelis Jochumsz., kent met “bewilliging” van verkopers schuldig aan Elisabeth Welincx een bedrag van 500 gl. Borg: Cornelis Joachumsz. kuiper, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 44 e.v.)
– 12 nov. 1652: Pieter van der Werff, als man van Geertruijt Absouw en Cornelis Belliaert, namens zijn moeder, Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, voor zichzelf en vervangende Hendrick Absouw en Franchois Rees, echtgenoot van Maria Absouw, hun zwagers resp. ooms, samen erfgenamen van Dirck Absouw, verkopen aan Dirck Damasz. Claptas een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkopers en de gracht. Koper is schuldig aan de erfgenamen van Dirck Absou een bedrag van 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 146v)]
De weduwe van Cornelis Belliaert [Neelken Cornelisdr. van de Corput] ende haren zoon 20 ponden
[Cornelis Beljaerts, van Breda, brouwer in “De Bel” in de Kleine Spuistraat, doorlopend tot aan de Voorstraat (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 84). Hij overleed voor 2 jan. 1620 (ONA Dordrecht inv. 25, f. 1).
NG trouwboek Dordrecht 10 juli 1594: Cornelis Beljaerts Cornelisz. brouwer weduwnaar van Breda en Neelken van de Corput Cornelisdr. van de Lage Zwaluwe. Opgehouden eer de geboden gegaan zijn, “maer heeft daerna noch voortganck gehadt”. Bescheid gegeven om te Arnhem te trouwen op 27 juli 1594. Getrouwd op 21 aug. 1594.
ONA Dordrecht inv. 56, f. 708: op 11 aug. 1629 legateert Cornelia van de Corput, weduwe van Cornelis Belliaerts, burgeres van Dordrecht, aan Anneken Belaerts, voordochter van haar overleden man een somma van 600 gl., een bed met hoofdkussen met kleine strepen, een “heeresaije” huik, een zilveren sleutelriem en een kerkstoel, die de comparante is gebruikende. Van genoemde somma van 600 gl. zal Anneken haar leven lang het vruchtgebruik krijgen en zal de eigendom ervan na haar dood komen aan de nakomelingen van haar volle broers en zuster Adriaen, Dingna en Cornelis Belliaerts.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 819: op 6 okt. 1632 testeert Cornelia van de Corput, weduwe van Cornelis Belliaerts, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 50 gl. en aan Anneken Belliaerts, voordochter van haar overleden man, een somma van 600 gl., een bed met een hoofdkussen met kleine strepen, een “heeresaije” Dordrechtse huik, haar sleutelriem en haar kerkstoel, en aan haar kleinzoon Cornelis Belliaerts, de oudste zoon van haar zoon Cornelis Belliaerts, door hem verwekt bij Helena Absou, ” in consideratie van sijne impotenticheijt” een portugalois van 42 gl. en een somma van 1000 gl. die overlijden voor zijn mondigheid of huwelijk moet komen aan zijn vader. Zij legateert voorts aan de kinderen van haar zoon Cornelis Belliaerts onder hen allen een somma van 10.000 gl., waarvan haar zoon het vruchtgebruik zal hebben. Als echter zijn vrouw Helena Absou voor hem komt te overlijden, moet genoemde somma van 10.000 gl. aan hem in volledige eigendom toekomen. Als zijn vrouw na hem komt te overlijden, zal die 10.000 gl. komen aan hun kinderen en zal Helena daarvan het vruchtgebruik krijgen gedurende twee jaar. Als zij echter gaat hertrouwen, dan zal het vruchtgebruik ervan komen aan haar kinderen. Tot erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar zoon Cornelis Belliaert. Als executeurs van haar testament stelt zij aan Anthonij van den Brouck, predikant te Steenbergen, en Willem van den broek, haar goede bekenden.
ONA Dordrecht inv. 31, f. 22: op 16 jan. 1633 verleent Cornelia van de Corput, brouwster in “de Bel”, procuratie aan haar zoon Cornelis Belliaert om te innen hetgeen Adriaen Veen en Cornelis Lodewijcxsz., wonende te Amsterdam, aan haar schuldig zijn.
Kind:
a. Cornelis Belliaert, geboren naar schatting ca. 1595, zie hierboven]
Anneken Cornelis Belliaerts 2 ponden
f. 116
Jacob Jans Beverwijck 33 ponden
[ONA Dordrecht inv. 67, f. 233: testament dd 30 aug. 1638 van Anna de Raet Cornelisdr. ongehuwde persoon. Zij heeft geërfd van haar neef Jacob Jansz. van Beverwijck.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 913: op 7 mei 1639 verklaren Phlips Apersz. van Beverwijck, Rutgert Tulckens, als man van Fransijna de Leeuw, Grietgen Crijnen, ongehuwde “bejaarde” persoon, en Apert Matheusz. van Beverwijck, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Jan Matheusz. van Beverwijck, samen erfgenamen van Jacob Jansz. van Beverwijck, hun neef, dat zij de goederen, die hij hun heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Elk van hen krijgt een somma van 1839 gl. 5 st. 14 penn. Aan Phlips van Beverwijck is o.a. toebedeeld een huis in het Steegoversloot, staande naast Arnoldus Cools, waarvan de waarde is geschat op 1050 gl.]
De weduwe van Jacob Hendricxs van de Eijck met haer kinderen 12 ponden
[I. Jacob van der Eijk Henriksz., geboren 26 april 1574, licentiaat in de beide rechten, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, trouwde 1e Clara Jacobsz. van Sevenbergen, 2e Sara van Wel Reijniersdr. (Balen, deel II, p. 928)
Kinderen ex 2:
a. Hendrik, NG gedoopt Dordrecht febr. 1620
b. Helena, NG gedoopt Dordrecht sept. 1621
c. Reinier, NG gedoopt Dordrecht sept. 1623
d. Maria van der Eijck, NG gedoopt Dordrecht jan. 1626, volgt II
e. Elisabeth, NG gedoopt Dordrecht mrt. 1628
II. Maria van der Eijck, gedoopt NG Dordrecht jan. 1626, trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1657 Mattheus van Nispen
ORA Dordrecht inv. 1752, f. 163: op 23 dec. 1717 verkopen Mattheus de Vries, zoon van Sara van Nispen, bij haar verwekt door Abel de Vries, en Mattheus en Willem Kluijt. alsmede Johan Kluijt de oude, vervangende zijn zoon Jan Kluijt en als procuratie hebbende van zijn in het buitenland verblijvende zoon Adriaan Kluijt, kinderen van Hendrijna van Nispen, bij haar verwekt door Johan Kluijt de oude en Johan Kluijt de oude nog als procuratie hebbende van David van Hoogstraten en David van Hoogstraten nog als voogd over de minderjarige kinderen van Maria van Nispen, bij haar verwekt door David van Hoogstraten, allen erfgenamen ex testamento van Mattheus van Nispen, landmeter van de Grafelijkheid in Zuid-Holland, burger van Dordrecht, voor 420 gl. aan Jan van Hoorn, molenaar wonende buiten de Sluispoort, een huis op de Luiersdijk buiten de Sluispoort, zijnde het achttiende huisje en staande tussen het huis van Herman Boonen en dat van de weduwe van Hendrik Roelen.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Sara van Nispen, 13 mrt. 1658, volgt III
b. Henrica van Nispen, 16 febr. 1660, trouwde Johan Kluijt
c. Maria van Nispen, 30 nov. 1663, trouwde David van Hoogstraten
d. Jacob, 2 april 1666
III. Sara van Nispen, gedoopt NG Dordrecht 13 mrt. 1658, trouwde NG Dordrecht 24 febr. 1680 Abel de Vries, geboren okt. 1652, beëdigd als landmeter op 26 juni 1674, overleden 6 mei 1732, zoon van Nicolaas de Vries en Pieternella Hardings, trouwde 2e 10 april 1685 Maria van der Heijden
Kind:
IV. Mattheus de Vries, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1681, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 dec. 1702 Sara Stabroeck
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Abel, 23 mei 1703
b. Machelina, 12 febr. 1706
c. Pieternella 20 juni 1707
d. Hendrik, 6 aug. 1709
e. Nicolaas, 6 okt. 1710
f. Cornelis, 5 aug. 1712
g. Jan, 2 mrt. 1714
h. Matthijs, 10 april 1716
i. Sara, 2 juni 1719]
Damas Verlooff 3 ponden
De weduwe van Willem van Crooswijck 14 ponden
Dingeman Paulij 20 ponden
f. 116v
Herman Jans meelcooper 3 ponden
De weduwe van Pieter Willems backer, obijt ende is buijten de Stadt verdeelt 6 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 68 e.v.: op 11 juli 1616 verklaren Jacob Beeck, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Anna van Slingelant Cornelisdr., Willem van den Brouck, notaris te Dordrecht, als man van Cornelia van Slingelant Cornelisdr., en Cristoffel Cornelisz. van Slingelant, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Sijbrechtsz. van Slingelant, schepen in wette van Dordrecht, en van Adriana Cristoffelsdr., dat bij de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, aan Sijbrecht Cornelisz. van Slingelant, brouwer in de “Sevensterre”, is toebedeeld een huis, brouwerij [genaamd “de Sevensterre”], rosmolen en een steiger tegenover de brouwerij
ORA Dordrecht inv. 765, f. 93: op 12 mrt. 1625 verkoopt Sijbert Cornelisz. van Slingelant, raad in wette van Dordrecht, aan Cornelia Jacobsdr. een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op een huis en brouwerij, genaamd “de Zevenstar”, waar tegenwoordig uithangt “het Anckertgen”, staande omtrent de Botgensstraat tussen het huis van de weduwe van Pieter Willemsz. bakker en dat van Arijen Reijersz. koekenbakker, tevens verzekerd op twee naast elkaar staande huizen aan ’s herenvest achter genoemde brouwerij, aan één zijde belend door het huis van Gerrit de Wael.]
Willem Pieters backer 3 ponden
Leendert Bastiaens ende Maerten Pieters 10 ponden
Aen d’ander sijde beginnende mede van de Vischmerckt als vooren
De weduwe van Pauwels Bouwens 2 ponden
f. 117
Lauwerens [Anthonisz.] van Valckenborch 3 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 26 juni 1611: Laurens Antonisz. van Valckenborch van Dordrecht wonende bij de Vismarkt in de Olijfboom en Pieterken Govaert Stevensdr. van Rotterdam wonende in St. Lucas bij Boriënstraat [?]
NG trouwboek Dordrecht 12 jan. 1620: Laurens van Valckenburgh weduwnaar wonende bij zijn broer Antonij van Valckenburgh en Dircxken van Wels Jansdr. jonge dochter beiden van Dordrecht woont naast de bruidegom, getrouwd 26 jan. 1620.
Kinderen (ex 1)
a. Neeltien, gedoopt NG Dordrecht mei 1612
b. Aechtgen van Valckenburch, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht nov. 1613
ONA Dordrecht inv. 16, f. 171: op 15 mei 1628 testeert Aechtgen van Valckenburch Laurensdr., dochter van Pietertgen Goverts, ongeveer 15 jaar oud en wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 25 gl. Als zij komt te overlijden zonder kinderen na te laten, benoemt zij haar vader Laurens van Valckenburch of bij vooroverlijden haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde tot erfgenaam van al haar na te laten goederen. Voorwaarde daarbij is, dat zijn huidige vrouw Dircxken Jansdr., als die bij haar overlijden nog in leven is, “geen actie ofte pretensie van eijgendom ofte erffenisse sal mogen pretenderen”, na het overlijden van haar vader, op de goederen, die de testatrice zal nalaten. Zij legateert aan haar stiefmoeder een jaarlijkse uitkering van 25 gl.]
T voorkint van Lauwerens van Valckenborch 3 ponden
Anthonij van Valckenborch 14 ponden
[ORA Dordrecht inv. 424: op 19 juli 1652 eist Antonij van Valckenburch brouwer van Logier Marijnisz. schipper betaling van 21 gl. wegens geleverde bieren, door Maeijcken inden Engel, de moeder van zijn vrouw, gehaald, “voor welcke voorsz. somme den voorn. Logier Marinusz. ende sijn huijsvrouw naer overlijden van haere moeder als oock te vooren belooft hebben sullen betaelen”.]
Blasius van Haerlem, nihil habet soo Kools seijt 4 ponden
Crijn Crijns hoedemaecker 2 ponden
f. 117v
Abraham de schopmaecker 1 pond
De dochter van Pauwels Jochums, nihil habet 3 ponden
Hendrick de Leeu 1 pond
Jan Aerts cleermaecker 2 ponden
Cornelis Claes smith 3 ponden
f. 118
Arijen Frans sijdelaeckencooper 5 ponden
Wouter Wouters cramer 3 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 196v en 197: Wouter Woutersz. kramer betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis “op de Visbrug” [= Voorstraat bij de Visbrug] 15 ponden. Belenders: Henderick Henderixsz. van Bree en Matheus Henderix kleermaker.]
Isaack Philps 10 ponden 10 s.
De weduwe van Anthonij Jacobs 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 32v: op 7 mei 1618 verkoopt Damas Sieren, kruidenier en burger van Dordrecht, voor 2300 gl. aan Anthonij Jacobsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Mattheus Henricksz. kleermaker en dat van Jacob Lowijsz. twijnder. Waarborg: Willem Sieren. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1700 gl. Borgen: Anthonis Jansz. van Rije en Sijbert Sijbertsz. Wor.]
Jaecques Loijs verwer 3 ponden
f. 118v
D’erffgenamen van Jan Aerts 5 ponden
Tanneken Teunisdr., nihil habet 2 ponden
Andries den cruijdenier 1 pond
Joost Lamberts 1 pond 10 s.
Anthonij Jans cousmaker, is insolvent 2 ponden
f. 119
De weduwe van Adriaen Reijers, is vertrocken 6 ponden
Frans Philps cousmaecker 2 ponden
Hermen Hermans cleermaecker 8 ponden
Inde Breestraet
Hendrick Jans [Rootmardinck] huijckmaecker 3 ponden
[Gens Nostra 1992, p. 208]
Hendrick Jans schrijnwercker 4 ponden
f. 119v
Jan Rommers cleermaecker, nichil habet 1 pond
Cornelis Henricxs cnoopmaecker, nihil habet 1 pond
Joris Damis cuijper 3 ponden
De weduwe van Theunis Frans cuijper 4 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 283 (verponding Dordrecht 1633): Henrick Cornelis sledenaar huurt een huis in de Breestraat van de weduwe van Thonis Fransz. kuiper.]
Dirck Otten cuijper, nihil habet 1 pond
f. 120
De weduwe van Jacob Aerts Vos 2 ponden
I. Jacob Aertsz. (de Vos), geboren naar schatting ca. 1560, huistimmerman uit de Langstraat (1590), overleden tussen 1609 en 1626, trouwde NG Dordrecht 12 aug./9 sept. 1590 (de bruidegom woont al 18 jaar in Dordrecht, de ouders van de bruid zijn van Dordrecht, de bruid heeft van jongs af aan daar gewoond) Toenten Crijnen Toenisdr., van Brouwershaven (1590)
– 30 mrt. 1632: codicil van Theuntgen Crijnendr., weduwe van Jacob Aertsz. Vosch, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Crijn Jacobsz. Vosch een bed met hoofdpeluw en een rouwmantel van haar overleden man. Getuigen: Robbrecht Thielmans kleermaker en Adriaen Adriaensz. kleermakersgezel, inwoners van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 72, f. 10v e.v.)
– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz. Vosch huistimmerman, wonende buiten de St. Jorispoort van Dordrecht, verklaart door haar zoon Crijn Jacobsz. Vossch volledig betaald te zijn wegens de inboedel en huisraad van tin, koper en ijzerwerk, alsmede de schilderijen, die zij, comparante, toen zij bij haar zoon kwam inwonen, heeft meegebracht, uitgezonderd haar kleren, een geschrijnwerkte kast en een bed met toebehoren, die zij voor zichzelf behoudt. Getuigen: Pieter Goossensz. en Corstiaen Jacobsz., blekers wonende buiten de St. Jorispoort. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 69 e.v.)
– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz., verklaart, dat haar twee kleinkinderen, t.w. Jacob Jansz. Bosman, zoon van haar overleden dochter Pieterken Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt door Jan Jansz. Bosman de jonge, en Lijsbeth Theunisdr., dochter van haar eveneens overleden dochter Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt, de goederen, die zij van haar, comparante, zullen erven, niet zullen mogen aanvaarden voor hun mondigheid of huwelijk. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 70 e.v.)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. NN, aug. 1591
b. Judit, april 1601
c. Crijn Jacobsz. de Vos, juni 1603, volgt II
d. Teunis Jacobsz. de Vos [zie Kwartierstaat De Vos op deze website, kwartier 8]
e. Aert, dec. 1604
f. Aert, febr. 1605
g. NN, juni 1606
h. NN, sept. 1608
i. NN, nov. 1609
j. Pieterken Jacobsdr. Vosch, trouwde Jan Jansz. Bosman de jonge
k. Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, trouwde Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt
II. Crijn Jacobsz. de Vos, gedoopt NG Dordrecht juni 1603, jongman van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1630), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 26 mei/11 juni 1630 Willempien (Willemken) Arien Ariensdr., van Cappel in de Langstraat, wonende bij de Sluispoort (1630)
Kinderen:
a. Henrick, gedoopt NG Dordrecht juni 1631
b. Dirck Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht jan. 1633, volgt III
c. Ariaen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1634
d. Tuentjen, gedoopt NG Dordrecht jan. 1638
e. Matheus Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1643
III. Dirck Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht jan. 1633, jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam (1660), commies te Grol [Groenlo], trouwde NG Dordrecht/Rijsoord 6/27 juni 1660 Maria van Ravensteijn, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1630), 2e ca. 1672 Johanna Stürz
Kinderen:
ex 1:
a. Arnoldus, gedoopt NG Dordrecht juli 1661
b. Jacobus de Vos, geboren te Groenlo naar schatting ca. 1665, jongman van Groenlo wonende in de Wijnstraat te Dordrecht (1686), apotheker, trouwde NG Dordrecht/Krimpen 10/24 mrt. 1686 Sibilla Heijbloem, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1686), dochter van Abraham Heijblom en Emmerentia op de Camp
ex 2:
c. Wouter de Vos, gedoopt NG Groenlo febr. 1686, in 1705 soldaat in dienst van de VOC, ontvangt ontslag in 1713, heemraad van Drakenstein 1720 en Stellenbosch 1724 in Zuid-Afrika, koopt in 1722 de boerderij “Libertas” bij Stellenbosch uit de boedel van Adam Tas, was ook eigenaar van een boerderij bij Riebeeck Casteel, genaamd “Dassenheuvel”, vermeld in de inventaris opgemaakt na zijn overlijden in okt. en nov. 1731, overleden ca. 1731, trouwde 1e Stellenbosch 12 sept. 1717 Maria Sophia van der Bijl, overleden ca. 1726, dochter van Pieter van der Bijl en Anna Sophia Bosch, 2e 5 sept. 1728 Elizabeth Morkel, dochter van Philip Morkel en Maria Biebouw]

De boerderij “Libertas” in Zuid-Afrika (foto: André Pretorius).
De weduwe van Frans Meeus, nihil habet 1 pond 10 s.
Marijcken Wouters 9 ponden
[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 f. 283: Marijcken Wouters in de Ramshoorn betaalt in de verponding van 1633 voor twee huizen in de Breestraat, belender: Thonis Ariensz. van Oosterhout timmerman]
Teunis Jans metselaer 2 ponden
Hendrick Cornelis metselaer, nihil habet 1 pond
f. 120v
Pieter Jacobs schrijnwercker, nihil habet 1 pond
Janneken van Diest, nihil habet 2 ponden
De weduwe van Jan Huijgen inde Fonteijn, nihil habet 2 ponden
Jacob Tonis Wijcken 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 754, f. 71: op 11 juni 1613 verkoopt Joris Waters, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Jacob Anthonisz. Wijcken, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Anneken Maertens, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Vismarkt, belend door het Vishuis en het huis van de weduwe van Jan van Campen.]
De weduwe van Jan Jaspers Coninck 6 ponden
f. 121
Willem Adriaens lapper 1 pond
D’erfgenamen van Cornelis Willems houtcooper 8 ponden
Gijsbert Bastiaens molenaer, nihil habet 4 ponden
Jaecques Plattebeurs 1 pond
Joost Stoffels smith 2 ponden
f. 121v
Inde Lombaer[t]straet
Aert Cornelis slenaer, nihil habet 1 pond
De weduwe van Aert Cornelis wielmaecker 8 ponden
Marijcken Dircxsen 4 ponden
Jan Jans Fiot 1 pond
Sander Hermans schrijnwercker 2 ponden
f. 122
Laurens Jans egwercker 2 ponden
Aen d’ander sijde
De weduwe van Jan Jans in de Roosenboom, nihil habet 4 ponden
De weduwe van Jan Schalcken, obijt ende is niet[s] gebleeven 2 ponden
D’erfgenamen van Jacob Joosten verwer 1 pond
De weduwe van Daniël Coenen leijdecker, nihil habet 1 pond
f. 122v
Rom[bout Jansz.] den boormaecker 1 pond
Nicolaes de Bruijn 6 ponden
Weder in de Breestraat
Gerrit Pieters bierdrager 1 pond
Quintijn Pieters [van der Velde] backer 4 ponden
[Quintijn Pietersz. (van der Velde), geboren naar schatting ca. 1570, bakkersgezel van Bergen in Henegouwen (1589), bakker, weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende te Rotterdam (1597), weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende in de Oude Breestraat (1628), trouwde 1e NG Dordrecht 24 sept./8 okt. 1589 Machtelt Gerit Geerlincxdr., van Dordrecht (1589), 2e NG Dordrecht 13 april 1597 (ondertrouw, procl. te Rotterdam) Caterijnken Meeuws Willemsdr., van Dordrecht (1597), 3e NG Dordrecht 21 mei/4 juni 1628 (procl. in de Waalse kerk) Emmeke Meus, van Dordrecht, weduwe van Lambrecht Buijs, wonende in de Torenstraat (1628)
ONA Dordrecht inv. 70, f. 64 e.v.: op 2 sept. 1627 leggen ten behoeve van Pouwels Geeritsz. drappenier een aantal bewoners van de Gasthuisbuurt [omgeving Visstraat], o.w. Quintijn Pietersz. bakker, overman, een verklaring af.
ORA Dordrecht inv. 768, akte dd 9 febr. 1630: Quintijn Pietersz. vermeldt als belender van een huis in het Loverstraatje, dat op die dag is verkocht aan Jeremias Copijn.
ORA Dordrecht inv. 772, f. 17v: op 7 mei 1639 verkopen Pieter en Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Franchoijs van Tangeren, als man van Catarina Quintijnsz. van der Velde, voor 1200 gl. aan Jan Danckertsz. van Drongelen, pasteibakker te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Henrick Willemsz. Pastraet bierdrager en dat van Leendert Gillisz. huistimmerman, met nog een woninkje, staande achter het huis van Pastraet en uitkomende in het Loverstraatje. De koper verkoopt aan Pieter Quintijnsz. een jaarlijkse losrente van 25 gl. 15 st. en 10 pen., gehypothekeerd op het voornoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 908, akte dd 6 jan. 1642: op verzoek van Emmeken Meus, weduwe van Quintijn van de Velde, verklaart Jaepken Leendertsdr., weduwe van Silvester Adriaensz., in zijn leven secretaris van Zwijndrecht, dat Silvester enige tijd vóór zijn overlijden ten behoeve van de rekwirante een bedrag van 50 gl. tegen interest heeft uitgezet. Dat bedrag is geleend aan Josep Huijgen te Zwijndrecht.
Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Pieter Quintijnsz. van der Velde, juli 1598
ORA Dordrecht inv. 769, 52v: op 21 juli 1632 verklaart Pieter Quintijnsz. van de Velde schuldig te zijn aan Johan Woutersz. een bedrag van 400 gl., te betalen over een jaar met 7 % interest, waarvoor hij verbindt twee gehele huizen, het ene staande in de Oude Breestraat tussen het huis van Marijcken Gillisdr. en het Loverstraatje en het andere in de Vriesestraat tussen het huis van Sijmon [sic] en dat van [naam niet vermeld]. Borg: Quintijn Pietersz. van de Velde, burger van Dordrecht. De schuldbrief is geroyeerd op 2 sept. 1634.
b. Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, aug. 1600, trouwde Janneke Willems
c. Katalina (Catelijntien) Quintijnsdr. van der Velden, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Oude Breestraat (1632), trouwde NG Dordrecht 18 juli 1632 (ondertrouw, in margine: “differatur ad tertiam proclamationem, sed impedimentum ablatum”) Franciscus van Tangeren, jongman van Leiden, “opperateur” (1632)
– 19 juli 1634: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, als procuratie hebbende van Franciscus van Tangeren “operateur”, als man van Catharina Quintijnsdr. van der Velde, blijkens procuratie op 22 mrt. 1633 gepasseerd voor notaris Silvester Adriaensz., residerende op Zwijndrecht, verkoopt voor 345 gl. aan Jan Jansz., leertouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Claes Thonisz. en dat van de weduwe van Leendert den Tuinman. Waarborgen: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Quintijn Pietersz.van der Velde. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 38v)]
De weduwe van Pieter Jans coomen, nihil habet 1 pond
f. 123
Jacob Pieters brouwersknecht, nihil habet 1 pond
Leendert Gillis timmerman 5 ponden
Michiel Jans smith, insolvent gestorven 3 ponden
Inde Spuijstraet
Thonis Goverts slootmaecker 2 ponden
Aernout Philps coomen, is overmidts aermoede gegaen int oude manhuijs 1 pond
f. 123v
De weduwe van Sijmon inde Seijlen 2 ponden
De weduwe van Floris Dircxs cleermaker 1 pond
De weduwe van Cornelis Henricxs backer 2 ponden
Gillis Gerrits cuijper 2 ponden
Frederick Bartholemeus slootmaecker 1 pond
f. 124
De Spuij cappel, niet quotisabel 3 ponden
Sijmon Jans spickermaecker, nihil habet 2 ponden
Steven Stevens smith 6 ponden
Aen d’ander sijde
De weduwe van Johan Lucas, nihil habet 3 ponden
D’erfgenamen van Adriaen Gillis, is niet ten besten 3 ponden
f. 124v
De weduwe van Jan Bouwens schipper 5 ponden
De weduwe van Jacob Andries backer 4 ponden
Pieter Willems glaesmaecker, nihil habet 4 ponden
De weduwe van Adriaen van de Eijnde 2 ponden
Pieter Cornelis cleermaecker 1 pond
f. 125
Abraham Ariens timmerman, obijt nijet naerlatende 1 pond
De weduwe van Floris Dircxs cleermaecker 1 pond
Jan Cors schoenmaecker 3 ponden
Job Willems 6 ponden
Inde Elffhuijsen
Nijsden schuijtenaer [geen bedrag vermeld]
f. 125v
Mr. Hendrick luijtenist 1 pond
Hans Ruwel verwer 3 ponden
Claes Teunis timmerman 1 pond
Willem Claes lintwercker 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 765, f. 66: op 16 sept. 1624 verkoopt Maritgen Lenertsdr., echtgenote van Hans Adriaensz., wonende te Londen in Engeland, als procuratie hebbende van Hans Adriaensz., volgens akte gepasseerd voor notaris Joachum Matheus te Londen op 12 juli 1624 (O.S.), aan Bitter van Reijd de helft van een huis aan de Elfhuizen bij de Spuipoort op de Hil, genaamd “de Posthoorn”, waarvan de wederhelft toebehoort aan Willem Claesz. “lintwercker”.]
Aende Spuijpoort [tegenwoordig Spuiplein]
Cornelis Schalcxs 16 ponden
f. 126
De weduwe van Cornelis van Diemen 2 ponden
Sander den molenaer, nihil habet 1 pond
Thiende quartier, somma 814 ponden
f. 126v
Elffde quartier beginnende vande Vuijlpoort tot aende Seven Sterren [bij de Botgensstraat] aen wedersijden inde Voorstraet
De weduwe van Jacob Staes steenhouder, nichil habet 2 ponden
Claes Pauwels Cramerheijn 4 ponden
T weeskint van Maria van Asperen 12 ponden
Willem Willems coomen 40 ponden
f. 127
Willem Jacobs Bol 18 ponden
[Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) 5 okt. 1617 aangetekend Willem Jacobsz. Bol jongman geassisteerd met Willem Willemsz. en Agnietge Crijnsdr. Louff jonge dochter geassisteerd met Marijge Willems haar tante, getrouwd op 5 nov. 1617
ONA Dordrecht inv. 58, f. 221v: op 1 okt. 1633 comp. Janneken Aertsdr. van Houwelingen, Frans Aertsz. van Houwelingen en Bastiaen Aertsz. van Houwelingen en Willem Aertsz. van Houwelingen, allen kinderen van Aert Bastiaensz., enerzijds en Dirck Jacobsz. zeilmaker, weduwnaar van Janneken Crijnen Louff, Mariche Crijnen Louff, weduwe van Apert Arijensz. Saijer, geassisteerd met haar zwager Dirck Jacobsz., Willem Jacobsz. Bol, als man van Angnietken Crijnen [Louff] en Dirck van Slingelandt, als vader en voogd van Jan van Slingelandt, door hem verwekt bij Dingna Crijnen Louff, allen kinderen van wijlen Grietgen Bastiaensdr. De comparanten verklaren, dat tussen hen nog onverdeeld zijn gebleven zekere goederen, gekomen uit de boedel van wijlen Reijer Bastiaensz., hun oom, waarvan het vruchtgebruik heeft toebehoord aan Dirck Bastiaensz., hun oom, te weten enkele rentebrieven, de helft van 6 morgen 48 roeden land in Klaaswaal, verkocht aan Cornelis van der Hooch in ‘s-Gravenhage voor 920 gl., 90 roeden land in Nieuw-Bonaventura, geschat op 80 gl., en een zesennegentigste deel van gorzen, gelegen aan de Dussen in Raamsdonk, geschat op 60 gl., samen bedragende 2214 gl. 10 st. of voor elke partij 1107 gl. 5 st.
ONA Dordrecht inv. 40, f. 62: op 31 juli 1641 comp. Annitgen van Ganswijck, weduwe van Philps Laurensz., wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Maritgen Pieters. dochter van Pieter Cornelisz. de Meij, gepasseerd voor notaris B. van Eck te Utrecht op 12 juli 1641 (Oude Stijl). De comparante heeft ontvangen van Angenita Crijnen, weduwe van Willem Jacobsz. Bol, wonende te Dordrecht, een somma van 400 gl., gekomen als rest van zeker legaat, dat Maritgen Pietersdr. is aangekomen door overlijden van Willem Willemsz. en Willem Jacobsz. Bol.
ONA Dordrecht inv. 46, f. 175: op 21 juni 1651 verklaart Jan Stevens, wonende te Amersfoort, voor zichzelf en als weduwnaar van Maeijcken Bol en als voogd over zijn vier onmondige kinderen, over te dragen aan Herman van Bornbergen, brouwer wonende te Amersfoort, hetgeen hem en zijn vrouw is aangekomen bij overlijden van Willem Bol Jacobsz., die gewoond heeft in Dordrecht, volgens het besloten testament, dat Bol en zijn vrouw hebben verleden voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 2 febr. 1630. Aan dat erfdeel moeten verhaald worden een somma van 273 gl., hetgeen hij, Jan Stevensz., schuldig is wegens leverantie van bieren en nog een bedrag van 172 gl., waarvoor Bornbergen zich borg gesteld heeft, ten behoeve van ds. Henricus de Bruijn predikant wegens verschenen huishuur.]
De weduwe van Evert Cornelis coomen 6 ponden
Cornelis Everts 12 ponden
Jacob Jans backer 6 ponden
Frans Geemans 4 ponden
f. 127v
Jan Geemans seijlmaecker 1 pond
[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Jan Geementsz. jong gezel en Maeijke Mattijs Meesters jonge dochter beiden van Dordrecht wonen bij Wouter Martensz. de Boefkens, getrouwd op 3 april 1622]
D’heer Melchior van de Brouck 15 ponden
[Melchior van den Brouck, geboren ca. 1567, weduwnaar (1600), trouwde 2e NG Dordrecht 25 juni/9 juli 1600 Anneken Wielant Jansdr., van Dordrecht (1600)
ONA Dordrecht inv. 11, f. 457v: verklaring dd 18 febr. 1615 door o.a. Melchior van den Brouck, lakenkoper en burger van Dordrecht, 48 jaar oud.
ONA Dordrecht inv. 80, f. 100: verklaring dd 6 okt. 1622 door o.a. Melchior van den Brouck, schepen in wette van Dordrecht, 55 jaar oud, op verzoek van Charles de la Ruelle.]
D’heer Maerten de Boeffkens 20 ponden
[Maerten Cornelisz. de Bouffkens, weduwnaar (1584), weduwnaar van Dordrecht (1598), zeilmaker, schepen in wette van Dordrecht, trouwde 1e NN (Clara ?), 2e NG Dordrecht 4 nov. 1584 (ondertrouw) Mariken de Jong Jansdr., van Dordrecht (1584), 3e NG Dordrecht 4/18 okt. 1598 Stijntken Jansdr., van Dordrecht (1598)
ONA Dordrecht inv. 8, f. 96: op 3 aug. 1622 verklaren Maerten Cornelisz. de Bouffkens en zijn vrouw Stijntken Jansdr., dat zij aan Wouter en Henrick Maertensz. de Bouffkens bij het aangaan van hun huwelijk elk een bedrag van 1500 gl. gegeven hebben. Voor Henrick hebben zij bij zijn huwelijk 400 gl. aan wijn, aan juwelen en zilverwerk voor zijn bruid ongeveer 225 gl., voor zijn bruidegomskleren ongeveer 350 gl., voor bruidegomshemden en lijnwaad 224 gl. en voor banketsuiker ongeveer 45 gl. De uitgaven voor het bruilofsfeest van Wouter beliepen eerder meer dan minder dan die voor Henrick. Zij hebben aan Cornelis Maertensz. de Bouffkens, de tweede zoon van Maerten Cornelisz. de Bouffkens, “tot bevorderinge van zijne coopmanschappe” ongeveer 1000 gl. verstrekt en aan mondkosten voor hem ten minste 150 gl. per jaar. Samen bedragen die uitgaven 9488 gl., waarmee hij, comparant, zijn drie voorkinderen “ten vollen jae tover” toebedeeld heeft de 8000 gl., die hij bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn vrouw heeft gepasseerd, beloofd heeft.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 26 mrt. 1629: Maerten Cornelisz. de Bouffkens testeert. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn zoon Henrick Maertensz. de Bouffkens en Clara Woutersdr. de Bouffkens, de enige nagelaten dochter van zijn overleden zoon Wouter de Bouffkens. [Diens weduwe] Geertruijt Lenertsdr. van de Hatert zal gehouden zijn Clara te onderhouden tot zij mondig is geworden. Indien Clara ongehuwd komt te overlijden, zullen de door haar te erven goederen komen aan testateurs zoon Henrick of bij vooroverlijden aan zijn nakomelingen. Als Henrick en Clara komen te overlijden zonder kinderen na te laten, zullen de door hen te erven goederen komen aan de kinderen of nakomelingen van testateurs broer. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zoon Henrick en zijn neef Michiel Feltrum.
ONA Dordrecht inv. 8, f. 188: op 10 juni 1629 bevestigt Maerten de Bouffkens, ziek in bed liggende, het testament van 26 mrt. 1629, met de volgende wijziging: hij wenst, dat zijn zoon Henrick Maertensz. de Bouffkens behouden zal het huis, waarin hij, comparant, woont met alle kasten, banken en tafels, die zich daarin bevinden, waarvoor hij moet inbrengen in de gemeenschappelijke boedel een somma van 5000 gl. Als hij, comparant, komt te overlijden binnen een jaar, nadat zijn zoon in het huis is komen wonen, moet hij, de zoon, voor dat jaar huur betalen.
Kinderen (ex 1, volgorde onzeker):
a. Henrick Maertensz. de Bouffkens, van Dordrecht (1613), zeilmaker, raad in wette van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 30 juni/21 juli 1613 Janneke Jacob Jaspersdr., van Dordrecht (1613)
ONA Dordrecht inv. 55, f. 496v: op 18 juli 1626 verklaren Hendrick Maertensz. de Boefkens en Gillis Jansz., de man van Geertruijt Leendertsdr. van de Hatert, eerder weduwe van Wouter Maertensz. de Boefkens, wonende te Dordrecht, dat zij van Gerrit Willemsz. Vredenburch, factoor te Amsterdam, ontvangen hebben een bedrag van 85 gl. wegens de leverantie van honing, die wijlen Cornelis Maertensz. de Boefkens, resp. hun broer en zwager, aan Vredenburch verkocht heeft.
ONA Dordrecht inv. 63, f. 159: op 15 juni 1650 passeert Janneken Jacobsdr., weduwe van Hendrick Maertensz. de Boefkens, raad in wette van Dordrecht. Zij prelegateert aan haar jongste dochter Janneken de Boefkens een somma van 2000 gl., die haar getrouwde kinderen Jacob de Boefkens en Clara de Boefkens bij het aangaan van hun huwelijk ook van haar gekregen hebben, alsmede een nieuw bed met toebehoren en bovendien voor haar uitzet, bruilofsfeest en kleding een somma van 1200 gl. Zij prelegateert aan Janneken ook haar kleren, juwelen en zilverwerk. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar drie kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen en tot voogden over haar jongste dochter stelt zij aan haar neef Machiel Feltrum, haar zoon Jacob de Boefkens en haar zwager Wouterus Cools.
ONA Dordrecht inv. 63, f. 454: op 3 mei 1651 bevestigt Janneken Jacobsdr., weduwe van Hendrick Maertensz. de Boefkens, het testament, dat zij heeft gemaakt samen met haar man ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht op 18 sept. 1645, voor zover niet strijdig met het navolgende. Met betrekking tot de helft van ongeveer 9 morgen leenland in de Nes te Alblasserdam, waarvan de wederhelft toebehoort aan Machtelt Feltrum, wenst zij, dat het onder haar drie kinderen verdeeld wordt, ofwel dat haar dochters Clara en Janneke of bij vooroverlijden hun nakomelingen daarvoor uit de gemeenschappelijke boedel gecompenseerd worden. Als haar zoon hiertegen bezwaar maakt, prelegateert zij aan haar dochters elk een somma van 600 gl.
Kinderen (volgorde onzeker):
a-1. Jacob de Boefkens
a-2. Clara de Boefkens
a-3. Janneken de Boefkens
a-4. Martijnke, gedoopt NG Dordrecht juni 1628
b. Cornelis Maertensz. de Bouffkens, geboren ca. 1580, koopman in greinen, overleden tussen 3 aug. 1622 en 18 juli 1626
ONA Dordrecht inv. 22, f. 450: verklaring dd 15 dec. 1617 door o.a. Cornelis Mertensz. de Bouffkens, 37 jaar oud, koopman in greinen en burger van Dordrecht.
c. Wouter Maertensz. de Bouffkens, van Dordrecht (1605), weduwnaar van Dordrecht (1616), zeilmaker, overleden tussen okt. 1622 en 28 juli 1624, trouwde 1e NG Dordrecht 27 mrt./24 april 1605 Claerken Jan Lenaertszdr., van Dordrecht (1605), 2e NG Dordrecht 22 mei/19 juni 1616 Geertruijd Lenaert Sibertsdr. van de Hatert, van Dordrecht (1616), weduwe van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), trouwde 2e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1624 Gillis Jansz. (van der Hulck), weduwnaar van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), houtkoper
Kinderen (o.a.):
c-1. Claertgen de Bouffkens, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, trouwde Cornelis Block, burgemeester van Geertruidenberg
c-2. Lenaert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1622, jong overleden]
Sijbert Sijberts Wor 4 ponden
Frans Dircxs Wijcke 8 ponden
[NG trouwboek 13 mei 1607: Frans Dirksz. Wijcke schipper aan de Vuilpoort op het hoekhuis en Henricxken Henric Cornelisdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 12 juni 1607]
Damas Sieren cruijdenier 4 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 6v e.v.: op 30 jan. 1621 verklaart Damas Sieren, burger van Dordrecht, tot “indemniteijt” van de borgtocht, die Adriaen Sieren en mr. Adriaen van Meusienbroeck voor hem ten behoeve van Catharina Cornelisdr. gepresteerd hebben, verbonden te hebben een huis omtrent de Vuilpoort, waar uithangt “’t Soutschip”, staande tussen het huis van Nicolaes Willemsz. de Wit, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Henrick Maertensz. de Bouffgens.
ORA Dordrecht inv. 1597, f. 7v e.v.: op 18 febr. 1621 verkoopt Folpart Crom, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Damas Sieren, koekenbakker en burger van Dordrecht, een oliemolen, staande achter het erf van de koper, en een leeg erfje. liggende naast het erf van de oliemolen en komende achter het huis van Henrick de Bouffkens zeilmaker. Waarborgen: Anthonij van den Biesheuvel en Henrick van Bree.]
Goossen Gerrits Cranendoncq 4 ponden
f. 128
De weduwe van de heer Nicolaes Willems de With 30 ponden
[Nicolaes Willemsz. de Wit, van Dordrecht (1584), schepen in wette van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 11/25 nov. 1584 Michielken Joostdr. van Loon
ONA Dordrecht inv. 29, f. 132: op 10 juni 1625 testeert Michala Joosten van Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit, schepen in wette van Dordrecht, wat ziekelijk zijnde. Zij legateert aan het “ermegasthuijs” van Dordrecht een somma van 300 gl., aan Emerens Dircxsdr., haar nicht, een bedrag van 400 gl., en aan haar dochter Maria de Wit, de vrouw van Pieter de Carpentier, haar kleren, goud en zilver en juwelen, zes zitkussens en twee rabatten, die door haar dochter zijn gemaakt, of bij vooroverlijden aan haar dochters. Zij prelegateert aan haar jongste zoon Willem de Wit een somma van 2700 gl. [?, moeilijk leesbaar] en zijn wenst, dat Willem zijn eigen voogd zal zijn. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen en kindskinderen en tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Thomas de Wit, Pieter de Carpentier en Willem de Wit, zodra hij mondig is geworden of gaat trouwen.
ONA Dordrecht inv. 29, f. 170: codicil bij het voorgaande testament van 10 juni 1625. De testatrice wil, dat de goederen, die de kinderen van Joost de With, haar zoon, van haar zullen erven na het overlijden van beide kinderen zonder dat zij kinderen nalaten of dat die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of voordat zij gaan trouwen, zullen komen “aen de sijde van haer comparante”.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 745: op 3 mrt. 1643 verklaren Thomas de Wit Nicolaesz. en Pieter de Carpentier, magistraten te Dordrecht, als executeurs van het testament van Michale Joosten de Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit, resp. hun moeder en schoonmoeder, dat Alidt de Wit, enige dochter van wijlen Joos de Wit, die mede een zoon was van Michale de Loon, bij de scheiding van de goederen van haar grootmoeder, Michale de Loon, is aanbedeeld een aantal rentebrieven.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 714: op 24 april 1646 comp. Pieter de Carpentier, schepen in wette van Dordrecht, als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij wijlen Maria de Wit, Jacomina Thibouts Francoisdr., weduwe van Thomas de Wit, en Herbert van der Meijde, landdrost tussen de Lek en de Zuiderzee, als man van Alidt de Wit, de dochter van Joost de Wit, door hem verwekt bij Maria van Meuwen, allen kinderen en erfgenamen van Machela Joosten de Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit. De comparanten verklaren de goederen, die hun schoonmoeder resp. grootmoeder heeft nagelaten onderling verdeeld te hebben. Daarbij is aan Pieter de Carpentier o.a. aanbedeeld een aandeel in de WIC (kamer Dordrecht) van 900 gl., aan Jacomina Thibouts een aandeel in de VOC (kamer Amsterdam van 600 gl. en aan Herbert van der Meijde nomine uxoris een derde part met nog een vierde part in een derde part van 17 morgen griendingen, gelegen in Backerskil in jurisdictie van de Werken in het ressort van Werkendam.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Joost de Wit, 21 mrt. 1586, trouwde Maria van Meuwen
ONA Dordrecht inv. 13, f. 135: op 28 sept. 1625 heeft notaris Pauwels Eelbo zich op verzoek van Barbara Martini, de vrouw van Jan de Lus, zich vervoegd bij Joos de Wit, koopman en burger van Dordrecht, en aan hem verzocht kopie te leveren van de “wederroepinge” van een contract gemaakt tussen de moeder van wijlen kapitein De Loon, die de eerste man van Barbara Martini is geweest “ende De Loon selffs daer als voocht over gestaen heeft Adriaen Jacobsz. van Sprang, gemaeckt tot Oosterhout, geleden omtrent echte ofte negen jaren sijnde onder meer andere pampieren ende munumenten in seker cofferken onder … Joos de Wit berustende”. De Wit gaf daarop als antwoord, dat hij het koffertje niet had of ooit gehad heeft, maar dat er een koffertje was ten huize van zijn vader Claes Willemsz. de Wit, waarin zich zekere papieren en andere zaken bevonden betreffende Barbara Martini en de voorkinderen van kapitein Van Loon, en dat hij Barbara Martini niet kon helpen aan voornoemde kopie.
Dochter:
a-1. Alidt de Wit, trouwde Herbert van der Meijde, landdrost tussen de Lek en de Zuiderzee
b. Johannes, okt. 1590
c. NN, okt. 1597
d. Thomas de Wit, koopman, trouwde Jacomina Thibouts Francoisdr.
e. Willem de Wit, nov. 1602
f. en g. Cornelia en Helena, dec. 1604
h. Maria de Wit, trouwde Pieter de Carpentier, schepen in wette van Dordrecht.]
Dirck Bastiaens 50 ponden
[ONA Dordrecht inv. 16, f. 139 e.v.: op 6 juli 1627 comp. Dirck Jacobsz., zoon van Jacob Willemsz en Grietgen van Eijnde, enerzijds, Willemtgen Fransdr., weduwe van Ghijsbert Back, dochter van wijlen Frans Willemsz., geassisteerd met Sebastiaen van de Graeff, Frans Willemsz., zeilmaker, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Willemsz., zijn onmondige broer, beiden kinderen van Dingentgen Fransdr., die een dochter was van Frans Willemsz., ter tweede zijde, en Pieter Pietersz. Both, als man van Dingentgen Pietersdr., Jan Pietersz. bakker, Elbert Damen als man van Janneken Pietersdr., voornoemde Dirck Jacobsz. en Willem Jacobsz. Bol, als testamentaire voogden van het weeskind van Neeltgen Pietersdr., bij haar verwekt door Aert Nicasius, Francoijs Philipsz. van de Graeff, als man van Willemtgen Pietersdr., Cornelis Cornelisz. Keijser, als man van Sara Pietersdr., en Dirck Damen, als man van Aeltgen Pietersdr., allen kinderen en kindskinderen van Pieter Willemsz., ter derde zijde. De comparenten zijn samen erfgenamen van Mariken Willemsdr., die echtgenote was van Dirck Bastiaensz. De comparanten verklaren, dat zij de goederen die zij en de erfgenamen van Dirck Bastiaensz. geërfd hebben, onderling bij blinde loting verdeeld hebben. Er zijn drie kavels gemaakt, A, B. en C., waarvan aan Dirck Jacobsz. is toebedeeld kavel A, nl. o.a. land in Strijen, een huis aan de Vuilpoort, in welk huis Dirck Bastiaensz. en Marichgen Willemsdr. overleden zijn, genaamd “de Drije Hoefijsers”, en een aantal obligaties. Kavel B is toegevallen aan de erfgenamen van Frans Willemsz. en omvat o.a. land in Klaaswaal, land in Heinenoord, land in Nieuw-Bonaventura, de helft van een huis achter in de Vriesestraat, en een aantal obligaties. Kavel C is toebedeeld aan de kinderen en kindskinderen van Pieter Willemsz. en omvat o.a. land in Hendrik-Ido-Ambacht, land in Sandelingenambacht, nog meer land in Hendrik-Ido-Ambacht, land te Lekkerkerk in Schouwacht, een huis in de Dolhuisstraat, en de helft van land aan de Dussen. De comparanten verklaren in gemeenschappelijk bezit te houden zeker land aan de Dussen en te Raamsdonk, eertijds gekomen van wijlen Reijer Jacobsz., alsmede de helft van een obligatie, sprekende op Dirck Jansz. in Hofwegen. Elk van genoemde partijen blijft gehouden aan Arije Starcken uit te reiken in geld of obligaties een somma van 1066 gl. 13 st. en 8 penn., uit de inkomsten waarvan Starcken moet betalen aan Willem Arijensz. van der Burch, zoon van Neeltgen Willemsdr., bij haar verwekt door wijlen Arijen Willemsz. van der Burch, jaarlijks tot aan zijn overlijden een bedrag van 200 gl., overeenkomstig het testament van Marijken Willemsdr. Dat bedrag zal na het overlijden van Willem Arijensz. van der Burch wederom toekomen aan Arije Starcken.]
De weduwe van Aper Adriaens 2 ponden
Gerrit Gerrits Walburch 1 pond
Jan Dircxs van Driel [ brouwer in “de Ruijt”] 30 ponden
[Jan Dirxcsz. van Driel, geboren ca. 1552, brouwer in “de Ruijt”.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 520: verklaring dd 6 sept. 1645 door o.a. Johan van Driel, gewezen brouwer in “de Ruijt”, burger van Dordrecht, ongeveer 75 jaar oud. Hij verklaart, dat Maijken Pieters, dochter van Pieter Snel, schipper wonende in Strijen, ongehuwde persoon in mei 1636 als dienstmaagd bij hem is komen wonen, en dat voor zover hij weet Maijken geen kind “bij manden geteelt … heeft gehadt”. ]
f. 128v
Jacob van Wesel 4 ponden
De weduwe van Jan Huijgen olijslager 20 ponden
Frans Roeckus [van Wesel] houtcooper 8 ponden
[ONA Dordrecht inv. 30, f.1: op 14 jan. 1626 testeren Frans Rocusz. van Wesel houtkoper en zijn vrouw Maricken Joppen, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat na diens overlijden zijn of haar goederen verdeeld moeten worden onder de erfgenamen van de testateur voor de ene helft en de erfgenamen van de testatrice voor de wederhelft. Als de testatrice als eerste komt te overlijden en de testateur gaat hertrouwen en hij bij zijn tweede vrouw kinderen verwekt, die in leven zullen blijven tot aan zijn overlijden, wenst zij, testatrice, dat die kinderen uit haar goederen een somma van 2000 gl. zullen krijgen. Zij wil tevens, dat haar twee broers, Cornelis Joppen de jonge en Jan Joppen, en haar zuster Aeltgen Joppen, het vruchtgebruik zullen hebben van al haar na te laten goederen, indien zij de laatststervende zal zijn, en dat de eigendom van die goederen zullen komen aan de kinderen van Cornelis Joppen de oude, de kinderen van Bastiaentgen Joppen en de kinderen van Soetgen Joppen. De testateur legateert nog aan de zoon van zijn zuster, genaamd Rocus de Gelder, een somma van 300 gl. Tot voogd en executeur-testamentair benoemen zij Francoijs Govertsz. van der Velde.
ONA Dordrecht inv. 35, f. 397: op 29 juli 1633 comp. Frans Rocusz. van Wesel, als man van Marijken Joppen, enerzijds, Cornelis van Drijel, als man van Neeltgen Cornelisdr. en tevens vervangende Adrijana en Soetgen Cornelisdrs., ten tweede zijde, en Reijnijer Aertsz., voor zichzelf en Adriaan Spierincx, als man van Aeltgen Aertsdr., samen vervangende Adrijaen Aerts, ten derde zijde, samen erfgenamen van Jan Joppen, resp. hun oom, broer en oom. De comparanten verklaren de nalatenschap van Jan Joppen onderling verdeeld te hebben. Daarbij is aan Frans Rocusz. van Wesel toegevallen het huis, waarin Jan Joppen is overleden, genaamd “het Vergulde Rad”, staande omtrent de Vuilpoort tussen het huis van Abraham Coopman en dat van Sijmon van Gesel brouwer. Jan Corsz. Pincx is namens zijn vrouw “over langen tijt” voldaan wegens zijn aandeel in de nalatenschap van Jan Joppen. Voorts dient geweten te zijn, dat het voornoemde huis belast blijft met een somma van 800 gl., waarvoor Frans Rocusz. van Wesel aan Adriaentgen Cornelisdr., gewezen dienstmaagd en nicht van Jan Joppen, jaarlijks als interest uitkeren zal een somma van 50 gl. Het bedrag van 800 gl. zal na haar dood onder de comparanten worden verdeeld, te weten aan Frans Rocusz. van Wesel een derde part, aan Cornelis van Drijel met de zusters van zijn vrouw een derde deel, en aan Reijnijer Aertsz. met zijn broer en zuster het laatste derde part.]
Quirijn Everts 5 ponden
De weduwe van Emer Jans beenhacker 9 ponden
[ONA Dordrecht inv. 19, f. 82: op 12 juni 1615 verklaart Emer Jansz., beenhakker en inwoner van Dordrecht, als eigenaar van het huis, genaamd “den Cleijnen Osch”, staande tegenover de Visbrug aan de waterzijde tussen de brouwerij “’t Hart”, toebehorende aan Michiel Coterman brouwer en het huis van Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis Pietersz. van Scharlaken, dat hem door Coterman “bij provisie” is toegestaan een deur te laten zetten achter de stal van zijn huis “beneffens sijns comparants buijstelback … responderende op de buijstelcuijp van … Coterman”, en dat alles opdat hij, comparant, door die deur gemakkelijk de buistel [bostel = restproduct van de bierbrouwerij, gebruikt als veevoer] uit de brouwerij zou kunnen brengen naar zijn buistelbak, “daer hij andersints genootdruckt was eenen anderen ongelegene tech te moeten kijesen”. De toestemming is echter niet anders dan een “provisionele vergunninge”, zodat Coterman of diens erfgenamen die vergunning altijd weer kunnen intrekken.]
f. 129
Willem Jans Palm 14 ponden
[I. Willem Jansz. Palm, kaaskoper van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 26 mrt. 1603 (ondertrouw) Aertken Wijken Dirksdr., van Dordrecht (1606)
25 jan. 1658: voorwaarden, waarop de kinderen en de voogd van de minderjarige kleinkinderen en erfgenamen van wijlen Aertgen Wijcken, weduwe van Willem Jansz. Palm, willen verkopen een huis, genaamd “het Boterhuijs”, staande omtrent de Vuilpoort bij de Ruitenstraat tussen het huis van Willem Willemsz. Palm en het huis van Adriaen Spierincx, met een vrije uitgang op de stadsvest, alsmede een stal of huisje, dat erachter staat. Op 28 jan. 1658 zijn kapitein Johan Palm, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchoijs Palm, als medevoogd over de kinderen van wijlen Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, Dirck Palm, Jacob Lambertsz. van der Radt, als man van Pieternella Palms, Adriaen van Wingaerden, als man van Aechien Palms, en Dorothea Palms, meerderjarige ongehuwde dochter, enerzijds en Willem Palm, anderzijds, overeengekomen, dat Willem Palm het huis voor 8046 gl. 5 st. op zijn erfportie zal aannemen. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 257 e.v.)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Johan Willemsz. Palm, geboren naar schatting ca. 1606, OSP, trouwde 2e Margrieta de Rouw
5 mrt. 1665: codicil van Johan Palm Willemsz., koopman en burger van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Hij bevestigt het testament, dat hij heeft gepasseerd voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 23 sept. 1655. Hij wenst, dat zijn broer Willem Palm van het geld, dat hij volgens het voornoemde testament is gehouden “van sijne naertelaten goederen, onder te nemen, tot het gaende houden van den Olijmeulen”, niet meer aan interest zal betalen dan 4 % jaarlijks. Hetgeen testateurs broer Willem Palm en zuster Dorothea Palms van hem zullen erven, zullen zij “liber en vrij sonder eenige subjectie” mogen bezitten, maar de erfporties van zijn overige broers en zusters zullen “subject fideïcommis” moeten blijven. De erfportie van de kinderen van zijn overleden zuster Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, zal eveneens “subject fideïcommis” moeten blijven. De testateur wenst, dat zijn zwager Jacob Lambertsz. van der Radt het beheer zal houden over de goederen, die hij aan diens vrouw en kinderen heeft gelegateerd, totdat die kinderen mondig worden. Hij legateert aan Johan Palm, het zoontje van zijn broer Willem Palm, van wie hij peetvader is, een bedrag van 150 gl. en aan Hendricxken Hendricx een jaarlijkse uitkering van 15 gl. Zijn huidige vrouw Margrieta de Rouw zal, zo lang het haar gelieven zal, mogen blijven wonen in zijn huis op de hoek van de Pelserbrug, mits daarvoor betalende een somma van 26 ponden groten Vlaams per jaar en een derde deel van de verponding. Zij zal na zijn overlijden voor 1300 gl. mogen overnemen zijn tuin, liggende aan de weg tussen de Vriese- en de Spuipoort, belend door de tuin of blekerij van De Sont aan de ene en de tuin van Anthonij Vivien aan de andere zijde. Hij benoemt in de plaats van zijn broer Dirck Palm tot executeur-testamentair en voogd over zijn minderjarige erfgenamen (met uitzondering van de kinderen van Jacob Lambertsz. van der Radt) zijn broer Willem Palm. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 39 e.v.)
b. Pieternella Palm, geboren naar schatting ca. 1607, trouwde Jacob Lambertsz. van der Radt
c. Aagke Palm, okt. 1608, trouwde NG Dordrecht 17 juli 1639 Adriaen van Wingaerden
d. Lisebet, april 1617, vermoedelijk jong overleden
e. Dorotea Palm, febr. 1619, ongehuwd, overleden in of na 1658
f. Dirck Palm, nov. 1620
g. en h. Willem Palm en Francoijs Palm, okt. 1622
i. Anna Palm(s), geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1649), trouwde NG Dordrecht 4 juli (2e gebod)/20 juli 1649 Isaac Nachtegaal, jongman van Middelburg (1649)
7 sept. 1657: voorwaarden, waarop Johan Palm en dr. Johan de Jongh, als voogden over de weeskinderen van Isaack Nachtegaal en Anna Palms, beiden overleden, willen verkopen een huis met een brouwerij, genaamd “den Eenhoorn”, staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Marinus van der Lisse en dat van Jan Mattheusz. van Beverwijck. Het huis en de brouwerij worden op een openbare verkoping voor 12.620 gl. verkocht aan kapitein Gillis van Hemert en Geerit van Beaumont. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 181 e.v.)]
Sijmon van Gesel brouwer [in “het Claverblat”] 24 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 22 april 1612: Simon Simonsz. van Gesel en Helena van de Grave Willemsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd in mei [sic] 1612.
ONA Dordrecht inv. 18, f. 176: op 9 juni 1612 verlenen Henrick Willemsz. van de Graeff, koopman te Rotterdam, voor zichzelf, en Adriaen Pietersz. de Wijer, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Willem Gerritsz. verver, mede vervangende Sijmon van Gesel, als man van Helena Willemsdr., procuratie aan Job Damisz. van Slingelant om voor hen te transporteren een visstal [op de Vismarkt te Dordrecht].
ONA Dordrecht inv. 21, f. 37: op 21 jan. 1615 verkoopt Lambert Cornelisz. de Post metselaar aan Sijmon Cornelisz. van Gesel, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Johan Bongaert houtkoper en het huis van de verkoper, en “heeft den cooper sijnne keure welck van twee der voorsz. huijsen hij Cooper nemen sall”.
ORA Dordrecht inv. 1593, f. 66v e.v.: op 11 juli 1616 verklaart Floris van Cuijl, brouwer en burger van Dordrecht, dat hij “tot verseeckeringe ende indemniteijt van alsulcken acte van condemnatie van garant” als Pieter Aertsz. Brantwijck, heer van Blokland, op hem, comparant, op 15 sept. 1614 heeft verkregen om gegarandeerd te zijn van zekere obligatie van 600 gl. ten behoeve van wijlen Sijmon Cornelisz. van Gesel, verbonden heeft een huis en brouwerij omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Adriaen den Groenen en dat van Jop Cornelisz. wagenmaker.
ONA Dordrecht inv. 35, f. 430: op 31 aug. 1633 verleent Sijmon van Gesel, brouwer in “’t Claverblat”, procuratie aan een niet met naam en toenaam vermelde persoon om te vorderen van Pieter Leijnsz. alias Pier van Brugge betaling van een somma van 58 gl. 10 st. wegens leverantie van bier en lege vaten.]
D’erfgenamen van Job Cornelis wagemaker 10 ponden
D’heer Abraham Jans coopman 24 ponden
Goovert Roeckus [van Wesel houtkoper] 5 ponden
[16 april 1626: Jan Henricxsz. van Slingerlant, Abraham Henricxsz. van Slingerlant, Pieter Claesz. van Hensberch, als man van Maddaleentge Henricxdr. van Slingerlant, en Jacob Stoop Dircxsz., als man van Henricxken Nicolaes Coltsensdr., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zuster, verkopen aan Govert Roechusz. van Wesel, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Aefken Henricx, weduwe van Roechus Fransz. van Wesel, en dat van Gerrit Schut. De koper is schuldig aan Maria Bouwensdr. van Bercheijck een somma 4100 gl. Borgen: Evert Schrevelsz. van Eijssel en Schrevel Evertsz. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 11v)]
De weduwe van Roeckus Frans [van Wesel] 6 ponden
f. 129v
Gerrit Aerts Schut 3 ponden
De weduwe van Dirck Henricxs 4 ponden
Jacob van de Eijck laeckencooper 6 ponden
De weduwe van Adriaen Hermans brouwer met haer ongehoude kinderen 40 ponden
[Adriaen Hermans was brouwer in “het Rijpland” (in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug). Hij werd in 1603 lid van het Grootkoopmansgilde. Hij werd geboren ca. 1562 en overleed tussen 9 juli 1610 en 25 sept. 1614 (ONA Dordrecht inv. 20, f. 317). Hij trouwde met Marike Gisbers.
ONA Dordrecht inv. 17, f. 35: op 9 juli 1610 comp. Pieter Aertsz. van Derek molenaar, 43 jaar oud, en Adriaen Hermansz., brouwer in “’t Rijplandt”, 48 jaar oud. Zij verklaren op verzoek van Jan Vassen, dat zij enige tijd geleden geweest zijn in de herberg “de Samson”, waar mede aanwezig waren de weduwe van mr. Barent Hermansz., scherprechter te Dordrecht, en de vrouw van Jan Vassen, om o.a. te spreken over de betaling van het meesterloon van de wond, die Jan Vassen mr. Barent had toegebracht. Door tussenspraak van de deposanten zijn beide vrouwen toen overeengekomen, dat Jan Vassen zou betalen aan de doktoren, apothekers en chirurgijns de kosten van de behandeling van de wond van mr. Barent.]
ONA Dordrecht inv. 19, f. 89: op 9 mei 1615 verklaart Cornelis Cornelisz. Couck, biersteker te Vianen, schuldig te zijn aan Marike Gisbers, weduwe van Adriaen Hermansz., brouwer in “het Rijplant”, een somma van 708 gl. wegens de leverantie van bier. ]
Pieter van Dijck 6 ponden
f. 130
De weduwe van Teunis Cornelis asijnmaecker 6 ponden
Cornelis Dircxs asijnmaecker 2 ponden
Laurens de Gelder [makelaar] 20 ponden
[Laurens Cornelisz. de Gelder, geboren naar schatting ca. 1570, makelaar te Dordrecht, overleden tussen 6 mei 1624 [ORA Dordrecht inv. 1601, f. 40] en 1 juli 1627
NG trouwboek Dordrecht 10 jan. 1593: Laurens Cornelisz. van Gelder van Breda en Neeltje Simon Niclaesdr. van de Mijl, getrouwd op 31 jan. 1593
NG trouwboek Dordrecht 20 nov. 1616 Laurens de Gelder Cornelisz. weduwnaar van Breda en Adriana Ariensdr. weduwe van Adriaen Stevensz. van Dordrecht, getrouwd op 11 dec. 1616
Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 17 dec. 1655: een baar op de hoek van de Dolhuisstraat voor Adrijana Ariens, weduwe van Laurens de Gelder, vier maal luiden.
Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 261: op 1 juli 1627 compareren ter weeskamer Adriaentgen Ariensdr., laatst weduwe van Laurens Cornelisz. de Gelder, geassisteerd met haar vader Adriaen Willemsz. Ou[de]man, enerzijds en Willem Jansz. Louff, als man van Maria de Gelder, Abraham van de Mijle, als ” bloetvrient” en vrijwillige voogd van Francoijs de Gelder en Janetta de Gelder, Francois Govertsz. van de Velde en Frans Rochusz. van Wesel, als voogden van de weeskinderen van wijlen Simon de Gelder, allen kinderen van Laurens Cornelisz. de Gelder, door hem verwekt bij Neelken Sijmonsdr. van der Mijle, en Abraham Jansz. Palm en Wouter de Gelder, als voogden van Cornelis de Gelder en Neeltgen de Gelder, kinderen van Laurens Cornelisz. de Gelder, door hem verwekt bij zijn tweede vrouw Adriaentgen Adriaensdr., anderzijds. De comparanten zijn, “nae voorgaende inspectie vande huwelijckxe voorwaerden”, die tussen Laurens de Gelder en Adriaentgen Adriaensdr. op 19 nov. 1616 zijn gemaakt, alsmede van de inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Laurens de Gelder, overeengekomen door tussenspraak van Melchior van den Broucke, burgemeester van ’s herenwege van Dordrecht, en van voornoemde Adriaen Willemsz. Ouweman, overeengekomen aangaande de verdeling van de goederen, die door Laurens de Gelder zijn nagelaten, dat zijn weduwe alleen zal behouden alle voornoemde goederen, mits zij op zich zal nemen alle lasten uitschulden, waarmee de boedel is belast of nog belast zal worden te voldoen. Daartegen Wouter de Gelder, Willem Jansz. Loeff en voornoemde voogden zullen aanbedeeld blijven aan een somma van 1500 gl. , die Adriaentgen Adriaensdr. gehouden zal zijn aan elk van voornoemde kinderen en kindskinderen uit te reiken. Bovendien zal zij aan allen moeten uitdelen de kleren van wol en linnen en de wapens, die aan haar overleden man toebehoord hebben, alsmede aan elk een ” vereeringe” van zilverwerk en moeten uitreiken hetgeen Laurens de Gelder is aanbestorven bij overlijden van zijn nicht Grietken Jacobsdr. Schots, bedragende ongeveer vier of vijfhonderd gl. Adriaentgen zal bovendien aan Francoijs de Gelder en Jannette de Gelder betalen in plaats van hun moederlijke goederen ieder een somma van 1000 gl., overeenkomstig het testament van Laurens de Gelder en zijn eerste vrouw, gepasseerd op 9 april 1614 ten overstaan van notaris H. van Naerden. Adriaentgen zal voorts gehouden zijn haar twee kinderen Cornelis en Neeltgen [Cornelia] te onderhouden etc. tot zij twintig jaar zijn geworden of gaan trouwen, mits zij daarvoor het jaarlijkse inkomen van de door hen te erven goederen krijgt.
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 115v: op 18 nov. 1627 verklaart Adriaentgen Arijensdr., laatst weduwe van Laurens Cornelisz. de Gelder, volgens een akte van scheiding, die zij en de erfgenamen van haar overleden man hebben gepasseerd op 1 juli 1627, te transporteren aan Wouter de Gelder, zoon en mede-erfgenaam van Laurens de Gelder, een huis omtrent de Grote Kerk, genaamd “Manna” en staande tussen het huis van Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, en het huis “den Witten Arent”.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 562: op 22 sept. 1648 testeert Adriaentgen Arijensz., laatst weduwe van Laurens de Gelder, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan het weeshuis t.b.v de arme wezen 100 gl., aan het krankzinnigenhuis 100 gl., aan haar beide ongetrouwde nakinderen Cornelia en Cornelis de Gelder, bij haar verwekt door Laurens de Gelder, voor hun huwelijksgoed, zoals feesten en kleding, “mitsgaders ’t versterff” van hun halfbroer wijlen Jacob Arijensz., elk een bedrag van 6000 gl. met een bed,, beddengoed, twee dozijn servetten, zes tafellakens en twee zilveren zoutvaten. Aan Cornelis de Gelder legateert zij nog een nieuwe eiken blok- of linnenkast en dat alles ter vergelijking van hetgeen haar beide getrouwde voorkinderen, m.n. Govert en Maijken Arijens Braets, bij haar verwekt door haar eerste man Adriaen Stevensz. Braets, van haar, testatrice, reeds gehad hebben. Zij legateert aan haar dochters Maijken Braets en Cornelia de Gelder elk een somma van 3000 gl. en benoemt tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen haar kinderen Govert, Maijken en Cornelia elk voor ene vierde part of bij vooroverlijden hun nakomelingen. In het vruchtgebruik van het overige vierde part benoemt zij haar haar zoon Cornelis de Gelder, van welk vierde part de eigendom zal toekomen aan zijn kinderen of bij ontbreken of vooroverlijden van die kinderen haar overige kinderen en nakomelingen. Als haar zoon daarmee geen genoegen neemt, dan zal hij met zijn legitieme portie “moeten affstaen”. Haar oudste zoon Govert Braets zal op zijn erfportie aanbedeeld worden aan de helft van ongeveer 24 morgen land [waar dat land zich bevindt wordt niet vermeld], waarvan bruiker is Arijen Arijensz., met de helft van het huis, dat erop staat, voor een somma van 8500 gl. (de wederhelft van dit land komt toe aan de kinderen en erfgenamen van haar overleden zuster Machtelt Arijensdr.), met ook het huis, genaamd ” de Drije Aschtonnen”, staande omtrent de Pelserbrug, waarin haar zoon tegenwoordig woont, met het huis, staande achter het voorgaande huis aan de Vest over de gracht, samen voor ene somma van 6600 gl. Haar dochter Maijken Braets, weduwe van Abraham Jansz. Palm, zal aanbedeeld worden voor een bedrag van 9500 gl. aan de helft van ongeveer 27 morgen land, gelegen in vier onderscheidene partijen in Mijnsheerenland van Moerkerken, waarvan de wederhelft toekomt aan de kinderen van haar overleden zuster. Haar dochter Cornelia de Gelder zal voor 9500 gl. aanbedeeld worden aan de helft van een hofstede met een huis, boomgaard en landerijen, liggende in Kijfhoek, samen groot ongeveer 22 morgen en liggende gemeen met het land van de kinderen van haar overleden zuster. Haar zoon Cornelis de Gelder zal aanbedeeld worden voor 10.500 gl. aan 14 morgen 37 roeden land, liggende in of omtrent de Mookhoek in twee partijen. Tot executeurs van haar testament benoemt de testatrice haar neef Johan Dionijssen, magistraat en oud-thesaurier van Dordrecht, en Wouter de Gelder, haar “behout sone”.
(NB: deze akte is doorgehaald. In de marge ervan staat: “den 17en Martij 1656 dit testament bij akte gepasseerd voor notaris Arent van Neten bijde kinderen geannuleert ende dienvolgens alhier geroijeert”) *
ONA Dordrecht inv. 63, f. 394: op 10 febr. 1651 verklaren Pieter de Carpentier en Louis Molenschot, enerzijds en Adriaen Jansz. Backelarus, Govert Ariensz. Braet, als procuratie hebbende van zijn moeder Adriaentgen Ariensdr., laatst weduwe van Laurens de Gelder, en Willem Willemsz. Oudeman c.s., anderzijds, dat zijn onderling gekaveld hebben zeker slijk, genaamd ” het Boerengors”, liggende onder Fijnaart voor de Blaak, bestaande uit ongeveer 84 morgen binnenbedijkt land.
* ONA Dordrecht inv. 135, f. 64: op 17 mrt. 1656 comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Govert Adriaensz. Braet koopman en Maria Adriaensdr. Braet, weduwe van Johan Palm, broer en zuster wonende in Dordrecht, enige erfgenamen van Adriaentgen Arijensdr. Oudemans, weduwe van Laurens de Gelder, hun moeder. zij verklaren, dat hun moeder ongeveer drie maanden eerder is overleden en dat zijn in haar sterfhuis hebben gevonden een testament, dat zij heeft verleden voor notaris D. Eelbo op 22 sept. 1648 en dat zij nu willen annuleren. Zij verklaren hun moeders goederen “halff en de halff”. te zullen verdelen.
Kinderen (o.a.):
Ex 1:
a. Simon de Gelder, geboren naar schatting ca. 1594, trouwde NG Dordrecht 30 dec. 1618 Claasken Rochusdr. van Wesel (zie ook hierboven bij f. 12v)
ONA Dordrecht inv. 64, f. 476v:op 20 juni 1653 verklaart Cleijsken Rochusdr., weduwe van Simon de Gelder, burgeres van Dordrecht, aan Samuel Beijer, pachter van de slagroede, zich borg gesteld te hebben voor de betaling van zodanige percelen van goederen, als Sent Hendricxsz. Schoppens en zijn vrouw Cornelia de Gelder, burgers van Dordrecht, in zekere erfhuizen gekocht hebben en nog zullen kopen voor de tijd, waarin Samuel Beijer de slagroede in pacht zal hebben.
Kinderen:
a-1. NN, gedoopt NG Dordrecht juli 1619
a-2. Rokus, gedoopt NG Dordrecht jan. 1621
a-3. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht mei 1622
a-4. Maeijke, gedoopt NG Dordrecht aug. 1624
b. Maria de Gelder, gedoopt NG Dordrecht april 1595, van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort in ” de Aschtonnen” (1626), trouwde Willem Jansz. Louff, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Riedijk bij het Nieuwpoortje (1626), kruidenier
c. Wouter de Gelder, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1597 (zie hierboven bij f. 10v)
d. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht juli 1599
e. Francois de Gelder, gedoopt NG Dordrecht nov. 1603
f. Jannetta de Gelder, gedoopt NG Dordrecht jan. 1606, van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1636), trouwde NG Dordrecht (ondertrouw) Cornelis van der Wercken Sebastiaensz., van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636)
g. Henricxken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1608
Ex 2:
f. NN, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617
h. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620
i. Cornelis de Gelder, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621
j. Neeltgen (Cornelia) de Gelder], geboren naar schatting ca, 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Schuitnemakersstraat (1646), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./2 april 1646 Vincent (Sent) Hendricsxsz. Schoppens, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1646), wijnkuiper]
Steven Arijens 2 ponden
Jan Pieters backer 2 ponden
f. 130v
Cornelis Jochims cuijper 1 pond
Gerrit ende Abraham Walen, insolvent 6 ponden
Cornelis Frans cruijdenier 10 ponden
Adriaen Jans backer ende sijne kinderen 30 ponden
Aen d’ander sijde beginnende van de steijger over de Seven Sterren [bij de Botgensstraat]
Hendrick Jans Bercheijck 7 ponden
T weeskint van Jan Jans Bercheijck 6 ponden
f. 131
Anthonij de Clerck cleermaecker 1 pond
Cornelis Henricxs greelmaecker 3 ponden
T weeskint van Raphel van Allendrop 8 ponden
Gijsbert Claes de Roch [schipper], obijt insolvent 5 ponden
[Gijsbert Claesz. de Roch, schipper van Dordrecht (1602, 1608), weduwnaar (1608), overleden in 1627, trouwde 1e NG Dordrecht 14 april/19 mei 1602 Josijnken Adam Mertensdr., van Breda (1602), overleden in 1608, 2e Weijnken Dirk Adriaensdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Schoonhoven (1608)
Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 237: op 10 juni 1627 extract ingeschreven van het testament gepasseerd voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht op 30 mrt. 1627 door Gijsbrecht Claesz. Roch, burger van Dordrecht. Hij heeft tot voogden en executeurs-testamentair benoemd zijn broer Adriaen Claesz. Roch, zijn zwager Staes Staesz. bakker en zijn neef Jacob Andriesz. mette Penning.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Catalina, nov. 1604
b. Claes, jan. 1608
Ex 2:
c. Josijntgen Gijsbrechtsdr. de Roch, geboren naar schatting ca. 1610, trouwde 1e NG Dordrecht 30 jan. 1628 Jasper Leendertsz. (de Leeuw), 2e ca. 1645 Cornelis Hendriksz.Smack, brandewijnbrander, trouwde 1e NG Dordrecht 21 sept/7 okt. 1636 Neeltgen Jan Wiertsdr.
d. Dirksken Gijsbrechtsdr. de Roch, trouwde NN Cool
e. NN, jan. 1609
f. NN, mrt. 1612
g. NN, okt. 1616
h. NN, juni 1618
i. NN, juni 1621]
D’heer Abraham Palm 12 ponden
De weduwe van Adriaen Jans houtvletter 5 ponden
f. 131v
Pieter Adriaens caescooper 2 ponden
De weduwe van David Rens den jongen 4 ponden
Michiel Jans goutsmith 3 ponden
Claes Houdaen cruijdenier 2 ponden
[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de andere waarborg zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]
Maerten Bartholemeus [van der Nath] 2 ponden
[Maerten Bartholomeusz., trouwde NN (Hendrixgen?)
ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 24: op 30 mei 1626 verkoopt Damis Zieren, burger van Dordrecht, aan Maerten Bartholomeusz., burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Anthonij van de Graeff. Waarborg: Willem Zieren pondgaarder.
20 febr. 1655: Quirijen en Jan Saeijers, als executeurs-testamentair van wijlen Digna Saeijers, hun tante, verkopen aan Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug tussen Cornelis Fransz. van Dorsten en het huis van de koper. (ORA Dordrecht inv. 1616, f. 8v)
Kinderen:
a. Josijna van der Nath Maertensdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1639), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1651),trouwde 1e NG Dordrecht 21 aug./4 sept. 1639 Jacob van Wijngaertstraeten Abrahamsz., jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1639), 2e NG Dordrecht 2/25 juli 1651 (procl. Bergen op Zoom) Huijbert Schalck, jongman van Bergen op Zoom (1651), blikslager
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 67 e.v.: op 28 mrt. 1684 verkopen Belia van Wijngaertstraeten, weduwe van Adriaen Vinck, Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, als voogden over Gerardt van der Thuijnen, minderjarige zoon van Magtalina van Wijngaertstraeten, bij haar verwekt door Willem van der Thuijnen, samen erfgenamen van Johanna [Josina] van der Nath, in haar leven laatst weduwe van Huijbrecht Schalck, voor 3525 gl. aan Johannes van der Hoff, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de Tolbrug en het huis van Geeman van Cappel.
Kinderen (ex 1)
a-1. Hendricksien, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1640
a-2. Machtelt (Machelina) van Wijngaertstraeten, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1645, trouwde Willem van der Thuijnen, chirurgijn te Dordrecht
a-3. Belia van Wijngaertstraeten, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Adriaen Vinck, koopman van wijnen
ORA Dordrecht inv. 1624, f. 59v: op 20 juli 1673 verkoopt Nicolaes van Herff, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, voor 5975 gl. aan Arent Boonen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diderich Hoeufft en dat Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.
b. Maria van der Nat, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1638), trouwde NG Dordrecht 23 mei/13 juni1638 Simon van Herff Nicolaesz., jongman van Nijmegen wonende omtrent het Marktveld (1638), twijnder
Kinderen (o.a.):
b-1. Hendrixgen, gedoopt NG Dordrecht sept. 1640
b-2. Nicolaes van Herff, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1668), proponent, trouwde NG Dordrecht 15 juli 1668 (ondertrouw, procl. Rosendael, getrouwd in Dordrecht) Margarita van Feltrum, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, weduwe van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1668), dochter van Michiel van Feltrum en Johanna van Beaumont, trouwde 1e NG Roosendaal 18 mei 1662 Johan Simonides
b-3. Martinus, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1650
b. Paulus van der Nath, gedoopt NG Dordrecht juni 1621
1 mei 1652: Maria van der Eijck, weduwe van Dirck van Slingelant, verkoopt aan Pauwels van der Nath een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen Jan Jansz. Hutten en Jan Cornelisz. bakker. Waarborg: Nicolaes van der Eijck en Hermanus van der Eijck, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 2050 gl. Borgen: Michiel Feltrum, ontvanger van de gemene middelen en Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 102)]
f. 132
T weeskint van Gerrit Egberts 2 ponden
Claes Dircxs Abspeuij 4 ponden
Cornelis Cornelis caescooper 3 ponden
Tijs Crijnen schipper 2 ponden
De weduwe van Jan Teunis laeckencooper 2 ponden
f. 132v
Willem Michiels backer 3 ponden
Arent Henricxs in de Molen 3 ponden
De weduwe van Claes Claesz. lademaker 1 pond
Cornelis Jaspers seijlmaecker 8 ponden
Jan Stoffels 2 ponden
Johan Cools uitten Achten 29 ponden
f. 133
Damas Pieters caescooper, corrigatur op 12 ponden [“13 ponden” is doorgehaald]
Buijten de Vuijlpoort
Engel Aerts inde Hullick, nihil habet 2 ponden
[Engel Aertsz. Vaeck, van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort bij de molen (1613), schiptimmerman, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, trouwde NG Dordrecht 3 nov./24 nov. 1613 Neesken Schalck Joosten, gedoopt Dordrecht nov. 1593, wonende te Dordrecht naast de korenmolen (1613), dochter van Schalck Joosten en Geertje Goosen de With (Ons Voorgeslacht 2005, p. 353 e.v.)
21 jan. 1606: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Thonisz. Bosch en zijn vrouw Neeltgen Maertensdr., tussen Jan Joosten schiptimmerman voor zichzelf, enerzijds, en Jan Jansz. de Haen, als weduwnaar van Alit Jansdr. [Bosch], voor zichzelf en tevens als vader en voogd van Anneken Jansdr., verwekt bij Alit Jansdr. Bosch, en bovendien als testamentaire voogd, naast Jan Corsse glasmaker, die mede compareert, van Engel Aertsz. Vaeck, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, anderzijds.
20 mei 1621: Engel Aertsz. Vaeck, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Jan Jansz. Bosch, verkoopt aan Pieter Boijen een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Blauwpoort tussen het huis van Gillis Jansz. houtkoper en dat van Staes Jacobsz. (Achter de Blauwpoort nr. 6, p. 15 [internet])
20 jan. 1624: vermeld wordt het huis van Engel Aertsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, genaamd “den Hulck”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Pieter Witten en het huis van Guiliam van Oversteech. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 355).
ORA Dordrecht inv. 1619, f. 63 e.v.: op 27 sept. 1661 verklaart Jan Cornelisz. Copsoete, als man van Aeltje Engelen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Engelen en Aert Engelen, kinderen van Engel Aertsz. Vaeck en Neeltje Schalcken, dat hij en zijn zwagers, als erfgenamen van Neeltje Schalcken en bij wijze van donatie inter vivos, aangenomen hebbende alle goederen van hun vader, de goederen, die hun ouders hebben nagelaten gescheiden te hebben, en dat daarbij bij blinde loting aan Aert Engelen toegevallen is een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “den Hulck”, staande tussen het huis van Gijsbert Janssen en dat van Hendrick van den Bos.
Kinderen:
a. Aeltje Engelen, trouwde Jan Cornelisz. Copsoete
b. Jan Engelen
c. Aert Engelen]
Jacob Huijgen inde Hullick, nihil habet 2 ponden
De weduwe van Floris Jans houtvletter, obijt insolvent
[Floeris Jansz. Bosman, houtvletter van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 29 mei 1588 Maricken Hendrick Engelendr., van Dordrecht. In 1609 wordt hij vermeld als waard in “den Hulck” buiten de Vuilpoort. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346.]
Claes Cornelis houtvletter 1 pond
f. 133v
De weduwe van Jan Jans van Breda, insolvent 2 ponden
Anthonij Arents brouwer van Breda 3 ponden
Philps Meeus 1 pond
Dirck Crijnen Nobel 2 ponden
Willem Willems caerdewercker 1 pond
f. 134
Jacob Cornelisz Bol schipper 6 ponden
Jan Huijgen schiptimmerman 1 pond
Bartholemeus Quintijns [van de Velde] backer, nihil habet 1 pond
Dirck Gerrits coomen 3 ponden
[Jan Jansz. Garnou] de capitein vande ponten, nota: verclaert hier geweest sijnde sonder gedoleert hebben 20 ponden
[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 18 e.v.: op 8 mei 1626 verkoopt Elisabeth van Haerlem, weduwe van Cornelis de With *, geassisteerd met Pieter de With achtraad en Jaecques Lavecq, haar zwagers, aan Jan Jansz. Garnou, kapitein van de ponten en “slansbrugge” van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis “den Romeijn” en de stadsvest. Waarborgen: genoemde heren De With en Lavecq. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2355 gl. Borgen: Steven Stevensz. smid en Nicolaes Pauwelsz. Cramerheijn, burgers van Dordrecht.
* Cornelis de Wit Cornelisz., van Dordrecht (1609), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 1/15 febr. 1609 Elisabeth van Haerlem Thonisdr.
Uit dit huwelijk (o.a.):
a. Gisbert de With, gedoopt NG Dordrecht juli 1611
ONA Dordrecht inv. 16, f. 236: op 30 aug. 1631 testeert Nelleken Dircxdr. van Hecht, weduwe van Hubert Jansz. Gernau, kapitein van generaliteitsbruggen, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 200 gl., aan het weeshuis 200 gl. en aan het Oudevrouwenhuis, staande op het Bagijnhof eveneens 200 gl. Aan haar “innocente” zoon Jan Hubertsz. legateert zij een somma van 12.000 gl. Tot erfgename van al haar overige goederen benoemt zij haar dochter Maria Hubertsdr. of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot voogden over haar zoon benoemt zij haar schoonzoon kapitein Willem Willemsz. de Veer, haar “behuwd broeder” Jan Jansz. Gernau, ds. Petrus Wassenburch en Cornelis van Someren, doctor ordinaris te Dordrecht, haar goede bekende.]
f. 134v
Aen d’ander sijde
Jan Jans Bosman houtvletter 2 ponden
D’heer Johan Nijssen, dit met voornoemde te liquideren ende t selve met sijn broeder ende moijen 20 ponden
De weduwe van Dirck den Fluweelen 4 ponden
Gijsbert van Dalen 4 ponden
Cornelis Sijmons [de Vries] 16 ponden
Sijmon Cornelis [de Vries] 8 ponden
[18 april 1626: Jacob Arijensz., timmerman en burger van Dordrecht, verkoopt Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, een huis met het daartoe behorende achterhuis, staande bij de Vuilpoort, waarvan het voorhuis wordt belend door het huis van Cornelis Sijmonsz. de Vries aan de ene zijde en dat van Aelbert Pietersz. aan de andere. Het achterhuis wordt belend door het huis van Gillis Henricsz. Stierman aan de ene zijde en dat van Aert Reijniersz. bakker aan de andere. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 12v)
I. Sijmon Cornelisz. de Vries, weduwnaar van Puttershoek wonende buiten de Vuilpoort (1630), korenkoper te Dordrecht, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 16 juni/9 juli 1630 Maria Walen Baltusdr., van Dordrecht wonende op de hoek van de Wijnbrug (1630), dochter van Balthazar Simonsz. Walen en Clara Woutersdr. Houwelinc
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Cornelis, april 1631
b. Clara de Vries, april 1634
c. Maria de Vries, mei 1635, trouwde ds. Cornelis Stratenus
d. Cristina de Vries, 9 april 1640, trouwde 1e Willem van de Weteringe Hubertsz., 2e NG Rotterdam/Delfshaven 3/19juni 1674 Hendrick van Melisdijck
e. Anna, 13 mrt. 1643
f. Elisabeth, 19 febr. 1648
g. Simon de Vries, 16 jan. 1651]
f. 135
Gillis Hendricxs Stierman 10 ponden
[NG trouwboek Dordrecht 1 febr. 1626: Gillis Hendricksz. Stierman weduwnaar wonende buiten de Vuilpoort en Judith Berens van Kleef weduwe van Jan Leijsten koopman wonende in “de Halve Maen”, getrouwd op 17 febr. 1626]
Steven Anthonis int Hart 3 ponden
Leendert Jans den Braber 6 ponden
Pieter Hermans backer 2 ponden
Inde Botkensstraet
Adriaen Cornelis van Oosterhout 1 pond
[Verponding Dordrecht 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, 264r en 264v): Ariaen Cornelisz. van Oesterhout betaalt voor zijn huis in de Botgensstraat 5 ponden (ontvangen op 31 juli 1620), belenders: Lodewijck Mathijsz. smid en de erfgenamen van Gertgen den Roch.]
f. 135v
Jacob Adriaens den zoon van capitein Andries, is vertrocken 8 ponden
Thonis Adriaens timmerman 1 pond
[NG trouwboek Dordrecht 29 mei 1605: Theunis Adriaensz. timmerman en Dignelken [Digna] Pieter Andriesdr., beiden van Dordrecht en wonende in de Botgensstraat, getrouwd in de Linde op 19 juni 1605.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969 (verponding Dordrecht 1620), f. 264v en 265: Thonis Ariaensz. timmerman betaalt 6 ponden 12 sch. 6 d. voor zijn huis in de Botgensstraat. Belenders: Ploen Geritsz. slikwerker en Jan Jansz. bezemmaker.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622), f. 280: Thonis Ariensz. timmerman in de Botgensstraat, 6 kinderen, betaalt 6 ponden. Belenders: Arien Geeritsz. en Pleun Gerritsz.
ORA Dordrecht inv. 768, f. 33v: op 11 juni 1630 verkoopt Theunis Adriaensz. van Heusden, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Jacob Andriesz. mette Penningen een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Pleun Geeritsz. en dat van Lambert Hulshout, tot waarborg daarvoor verbindende een huis in de Botgensstraat, genaamd “de Passer”, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Willemsz. de With en het erf van Jacob Jansz.]
Warnaert Schrijvers, nihil habet 3 ponden
[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 220 e.v.: op 5 mrt. 1627 comp. voor de weesmeesters van Dordrecht Warnardt Schrijvers, als man van Grietken Pieters, voor een vierde part, voornoemde weesmeesters voor de drie kinderen van Jan Pietersz. en voor de twee oudste kinderen van Jan Thonisz., verwekt bij Lijntgen Pieters, en Job Damisz. van Slingelant, als rentmeester van het weeshuis te Dordrecht, voor de twee jongste kinderen van Jan Thonisz., samen voor een vierde part, en Reijnier Andriesz., als procuratie hebbende van Cornelis Pietersz. bleker, volgens procuratie gepasseerd voor de weeskamer te Dordrecht op 7 juli 1626, voor een vierde part, allen erfgenamen van moederszijde van Catharina Pietersdr., verwekt door Pieter Jansz. Humble. De comparanten verklaren, dat zij met Anneken Cuijper Jansdr., weduwe van Pieter Jansz. Humble, aangaande het erfdeel en de legitieme portie, die Catharina Pietersdr. toekwamen in de boedel van haar vader, voornoemde Pieter Jansz., overeengekomen zijn, dat Anneken Cuijper daarvoor aan de comparanten zal betalen een somma van 362 gl. 14 st. 2 penn.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 202: Warnaert Schrijvers schilder betaalt in de verponding van 1626 voor zijn huis in de Botgensstraat 2 ponden 12 sch. 6 d. Belenders: de weduwe van Hendrick Borgers en de brug.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 73 e.v., akte dd 29 april 1629: Warnaert Schrijvers, schilder en burger van Dordrecht, is waarborg voor de erfgenamen van Pieter La Croij de oude.]
Cornelis Pieters cnoopmaecker, nihil habet
Inde Pelserstraet
De weduwe van Cornelis Jans in Hoboecken 2 ponden
f. 136

De Pelserstraat (febr. 2013)
Sijer Cornelis schipper 1 pond
Int Suijckerstraetken
Cors Barents houpsnijder
Aert Reijniers moutmaecker, insolvent 6 ponden
Elias Wessels schipper, nihil habet en dient op de ponten 2 ponden
Aende Vest
Cornelis Willems houtvletter 2 ponden
f. 136v
Pieter Stoffels baeckemeester 1 pond
Buijten de Vuijlpoort
Schalck Joosten 6 ponden
[Schalck (Godschalck) Joosten (van de Arent), geboren ca. 1567, scheepstimmerman, deken van het Scheepmakersgilde en “hellingmeester”, houthandelaar, incidenteel vermeld als schipper, trouwde Geerytgen Goossens de With. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 353; id. 2009, p. 237)]
Jacob Lamberts 3 ponden
Arijen Pieren 5 ponden
Aelbert Pieters schiptimmerman 2 ponden
f. 137
Jacob Pieters 1 pond
Jacob Meeus, nichil habet 2 ponden
Job Adriaens 1 pond
Cornelis Jans met sijn schoonmoeder 2 ponden
De weduwe van Bastiaen de Visser 1 pond
f. 137v
Jan Adrijaens backer, nihil habet
T elffde quartier [somma] 793 ponden