Erkelens

I. Gosen Jacobsz., verver van Erkelens (1607), trouwde NG Dordrecht 23 sept./9 okt.1607 Digna (Dingenten) Jan Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1588, van Dordrecht (1607)

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 41: op 3 aug. 1634 verkoopt Christoffel Buijs, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Christiaen Swaens voor 2/3 parten en mr. Willem Hanecops, advocaat en licentiaat in de rechten, voor 1/3 part, volgens procuratie gepasseerd voor Thomas Thomasz. Nuijts, notaris in de Vrijheid van Roosendaal op 1 mei 1634, aan Goossen Jacobsz. [Erkelens], verver en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “het Blaeulaken”, staande tussen het huis van [NN] Claptas en ’s herengracht. Waarborgen: voornoemde Suaens en Hanecops en ds. Cornelius Hanecopius, predikant te Amsterdam. De koper is schuldig aan ds. Cornelius Hanecopius een somma van 1600 gl.

ONA Rotterdam inv. 154, akte nr. 210: op 7 april 1649 testeert Dingna Jans, weduwe van Goosen Jacobsz. Erckelens te Dordrecht. Zij sluit de weeskamer uit en benoemt tot voogden over haar twee onmondige kinderen haar twee oudste zonen.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, juli 1608

b. Cornelis Erkelens, nov. 1611, trouwde NN

Kind:

b-1. Gosewijnus Erckelens

c. Janneke Erkelens, dec. 1613, trouwde Henrik van Lottum

ONA Rotterdam inv. 601, f. 43 e.v.: op 8 mrt. 1658 testeren Henrik van Lottum wijnkoper en zijn vrouw Jannetgen Goossens Erkens [zij tekent met “Janneken Erckelens”], wonende aan de zuidzijde van de Lombertstraat. Zij blijven bij het testament, dat zij op 2 april 1649 hebben gemaakt ten overstaan van notaris A. Kieboom, met uitzondering van de regelingen omtrent hun kinderen, die zijn aangepast.

ONA Rotterdam inv. 369, f. 518 e.v.: op 31 mrt. 1663 verhuren Lambrecht en Anthonij Erckelens, als voogden van de onmondige kinderen van Janneken Erckelens, weduwe van Heindrick Lottum, voor 1 jaar voor 270 gl. aan Dirck Tinthoff wijnkoper een huis en pakhuis, genaamd “de Rijnse Wijnkelder”, staande aan de oostzijde van de Lombertstraat.

Kinderen:

c-1. Goossen Lottums

c-2. Hendrina Lottums

d. Hendrik, febr. 1620, vermoedelijk jong overleden

e. Marten, dec. 1621, vermoedelijk jong overleden

f. Boudewijn Erkelens, febr. 1626, jongman van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1671), lakenverver, koopman te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 31 mei/18 juni 1671 Anna Johansdr. Visschers, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1671)

– 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt voor een periode van 12 jaar aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat bij de brug, genaamd “de Clander Molen”, staande tussen het huis van Oth Jansz. en ’s herengracht. De huurprijs bedraagt 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 139v: op 19 juni 1664 verkoopt Hendrick Haring, koopman en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Boudewijn Erckelens verver een huis en ververij, genaamd “de Blauwe Hant”, staande in de Raamstraat tussen het huis van Johan van de Graeff en dat van de erfgenamen van Crijn Segersz.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 80v: op 7 dec. 1679 verkoopt Jacob Terwe, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zusters, samen erfgenamen van Jaecques Terwe, koopman en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Boudewijn Erckelens, een azijnplaats en twee “annexe” woonhuizen, staande in de Raamstraat tegenover het huis, waar uithangt “de Blauwe Handt”, en tussen het huis van Pauwesteijn en dat van Johannes van Stabrouck.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 55v: op 16 dec. 1683 verkoopt notaris Johan van der Hoop, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 440 gl. aan Boudewijn Erckelens, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Anthonij Terwe en de gemeenschappelijke gang.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 61: op 19 febr. 1684 verkopen Lijsbeth Ariens, weduwe van Thomas Maertensz. Druijff, en Bastiaen Marcusz., als erfgenamen van Sara Crijnen, weduwe van Maerten Thomasz., voor 300 gl. aan Boudewijn Erckelens, burger van Dordrecht, een huisje in de Raamstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis Veheul [sic].

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 98: op 11 jan. 1698 verkoopt Boudewijn Erckelens, koopman en burger van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Jacobus Exters, mr. chirurgijn te Rotterdam, een huis en ververij in de Raamstraat, genaamd “de Blauwe Handt”, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Jan Ariensz. de Creeff. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 89v (akte niet gepasseerd !): op 22 febr. 1714 verkoopt “Jan Beudt, geswoore Camerbewaarder binnen dese Stad, in qualitijt ende uijt kragte vande Executorie in date den 14en Novemb. 1713 verleent op seeckere provisionele Condemnatie, van de Camere Judicieel deser Stad, in dato den 31en October 1713 ten versoecke van Johan Proons, Coopman tot Rotterdam, ende verclaarde in die qualitijt ten overstaan vande Heeren Johan Cletcher en mr. Matthijs Belaarts Schepenen” van Dordrecht, voor 1850 gl. aan de weduwe van Boudewijn Erkelens, die door de stadhouder Hendrick Witting tot koopster is benoemd, een huis en ververij, genaamd “de Blauwe Hand”, staande in de Raamstraat, “toegecomen hebbende Theophilus D’Exter gecondemneerde en geëxecuteerde”, staande tussen het huis van kapitein Damas Hooglander en dat van de weduwe van Boudewijn Erkelens.

Kinderen:

f-1. Dina Erckelens, gedoopt NG Dordrecht 22 aug. 1672, trouwde Johan Immendorf

f-2. Gossuinus, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1675

f-3. Jan, gedoopt NG Dordrecht 26 nov. 1677

g. Jan Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II

h. Jacob Erkelens

i. Lambert Erkelens

j. Marija Erkelens

k. Anthonij Erkelens

ONA Rotterdam inv. 397, f. 162 e.v.: op 13 nov. 1663 verklaren Adriaen van de Graeff gerechtsbode en Eijmbert van der Castelle, exploitier van de gemene middelen te Rotterdam, op verzoek van Jan van Hetsroij en Jean Levith, impostmeesters en pachters van de impost op de wijn voor de lopende termijn, dat zij op 9 nov. 1663 met Joan Levith deling van wijn zijn gaan doen en daarbij op de Spaanse Kaai bij het Oude Hoofd, ongeveer bij het huis, waar nu “het Sint Jans Hooft” uitsteekt, 12 halve amen wijn gevonden hebben, uitgeslagen door Anthonij Erkelens, wijnkoper aan de Nieuwe Haven op de hoek van de Koestraat. De wijn is niet aangegeven of door de kraankinderen uitgewerkt, maar door het volk van Erckelens. Erckelens is daarvoor bekeurd volgens last van Van Hetsroij en Levith voor Van de Casteele. De boete is overenkomstig het generaal plakkaat.

l. Elisabeth (Lijsbeth) Erkelens, mei 1627.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 115 e.v.: op 3 juli 1659 testeert Elisabeth Erckelens, jonge dochter wonende in Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar broers en zusters Jacob Erckelens, Jan Erckelens, Jannichien Erkelens, Lambert Erckelens, Boudewijn Erckelens, Anthonij Erckelens en Sara Erckelens, alsmede Gosewijnus Erckelens, zoon van haar overleden broer Cornelis Erckelens. Als één van haar broers of zusters ongehuwd komt te overlijden of als haar neef Gosewijnus Erckelens, voordat hij gaat trouwen komt te overlijden, moet zijn of haar erfdeel vererven op haar andere ongetrouwde broers en zusters, of bij ontbreken van dien haar getrouwde broers en zusters of kun kinderen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Jacob en Jan Erckelens.

m. Sara Erckelens, juni 1633, trouwde Anthonij van Muijlwijck

ONA Rotterdam inv. 360, akte 106: op 12 okt. 1657 testeren de zusters Dina Erckelens en Sara Erckelens, beiden ongehuwd, geboren te Dordrecht, wonende in de Hoofdsteeg te Rotterdam. Dina is ziek. Testament op de langstlevende. Legaten voor hun zuster Maria Erckelens en voor Goossen Lottums, de zoon van hun zuster Janneken Erckelens. Hendrina Lottums, de dochter van hun laatstgenoemde zusters, krijgt het zilverwerk van Dina, twee kettingen en een “sleutelraecx”.

II. Jan Goossensz. Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1656), lakenverver, koopman, trouwde NG Dordrecht 14/30 mei 1656 Maria van Bracht Hermansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1656), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1676), trouwde 2e NG Dordrecht/Heinenoord 6 sept. 1676/20 sept. 1677 [sic] Gerrit van Eijsden, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1676), koopman

ONA Dordrecht inv. 248, f. 23: op 20 febr. 1668 verhuren Samuel Trip en Hendrick van Neurenberg, koopman te Dordrecht, voor 280 gl. aan Jan Goossensz. Erckelens en Helman van Bracht, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade ende ververij “sijnde het onderste vant huijs daer nevens staende”, alsmede het gebruik van de verfketel.

ONA Dordrecht inv. 182, f. 239: op 13 mrt. 1669 verhuren Abraham Stoop en mr. Jacob van Meeuwen, als voogden over de weeskinderen van wijlen Johan Stricken van Scharlaecken, voor 450 gl. per jaar Johan Goossensz. Erckelens, Adriaen Braets en Hendrik Terwen, kooplieden en burgers van Dordrecht, twee zoutpannen met hun “dennen selhuijsen”, turfhoek en verdere toebehoren, gelegen aan de westelijke zoutketen onder Zwijndrecht, gemeen met Pieter Brantwijck van Blocklandt [en doorgehaald: de erfgenamen van juffrouw Raeijen].

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 95, akte dd 26 jan. 1702: Maria van Bragt, laatst weduwe van Gerrit van Eijsden, koopman te Dordrecht, is schuldig aan Maria de Schepper een somma van 5000 gl., verbindende een huis en ververij in het Steegoversloot, staande tussen de gracht en het huis, genaamd “de Klaptas”. Herman en Jacob Erckelens, kooplieden te Dordrecht, stellen zich borg.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 90v: op 9 febr. 1706 verkoopt “Bruste van Keppel, mr. schoenmaker borger deser Stad, als Last en Procuratie hebbende van Juffr: Maria van Bragt, bevorens wed.e van Sr. Jan Erkelens ende Laest van Cap.n Gerrard van Eijsden”, voor 500 gl. aan Maria van Bragt, weduwe van Gerrit van Keppel, “het voorste gedeelte van sekere huijsinge en Erve met de open plaets daer agter staende en gelegen in de Voorstraet ontrent de Nieuwekerckstraet hier ter Steden aende watersijden genaempt offte daer uijthangt den Blaauwen Voet”, staande tussen het huis van Aernout van der Beeck en dat van Jan de Ruijter, alsmede voor 300 gl. aan Leendert Schouman “het agsterste gedeelte vant voorsz. huijs aen Maria van Bragt getransp.t staende en gelegen op de kaaij van den Kerckstijger deser Stad streckende voor vande selve kaaij tot aen de plaets vant voortste gedeelte deser huijsinge”, staande tussen het huis van Tieleman Pleunen en dat van de weduwe van Jan Jaspersz. Snel.  

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Hermanus Erkelens, 18 mei 1661, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1681), trouwde NG Dordrecht 20 juli/5 aug. 1681 Maria van Eijsden, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Schrijversstraat (1681)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juli 1690: een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot

ORA Dordrecht inv, 1749, f. 28: op 7 okt. 1688 verkopen “Davidt Hoffmans en Bartholomeus Tarsier, beijde borgers deser Stede als Executeur vande Testamente ende voogden over de minderjarigen Erffgenamen van zal.r Pieter van Braght”, voor 350 gl. aan Herman Erckelens een lakenraam, staande tussen de Vriesepoort en de St. Jorispoort op stadsgrond, belend door “de thuijn van Isaack van Bellen aende eene, en den raempt van Coorman aen(de) andere zijde, van voren sijnen Inganck hebbende jegen over t’Meepaetje, ende van achter uijtcomende op het pad van Casper de bleijcker”.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 149: op 30 juni 1701 verkoopt Leendert Coreman voor 170 gl. aan Herman Erckelens een lakenraam buiten de St. Jorispoort, “inden eerste pat aende regter hand daar van de gront de Stad Dordt. competeert”, staande tussen het lakenraam van de koper en dat van de weduwe van Dirck Cruijsselbergh.

Kind:

a-1. Maria Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1682

b. Dina Erkelens, 25 jan. 1664

c. Gosuinus Erkelens, 19 mrt. 1668, volgt III

d. Jacobus Erkelens, 26 april 1669

e. Maria, 3 april 1671

III. Gosuinus Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1668, jongman van Dordrecht (1693), koopman van Dordrecht, equipagemeester te Hellevoetsluis, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 sept. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Bracht, weduwe van Gerrit van Eijsden, de bruid met haar vader) Ida Hacken, jonge dochter van Dordrecht (1693)

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 33v: op 7 mei 1697 verkopen Gerrit van Eijsden, voor zichzelf en Arnoldus ’t Hooft, voor zichzelf en samen met Jan van Wetten voogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Margrita van Wetten, bij haar verwekt door Cornelis ’t Hooft, haar eerste man zaliger, voor 2700 gl. aan Gosewinus Erckelens, koopman te Dordrecht, een mouterij en wasserij in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van Pieter de viskoper en dat van de weduwe Noteman.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 9: op 10 febr. 1707 verkoopt “Gosewinus Erkelens, equipagemr. van ’t Ed. Mog. Collegie ter Admiralitijt op de Maze, woonende tot Hellevoetsluijs, volgens deselve procuratie gepasseert voor Pr. Steijaaert nots. tot nieuw Hellevoetsluijs residerende in date den 10en Aug. 1706”, voor 2125 gl. aan Jan Wetten, pondgaarder te Dordrecht, een mouterij en wasserij in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van de weduwe Noteman en dat van Antonij Kraneman.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 35: op 11 mei 1712 verkopen “Ida Hakke wed.e wijlen Gosewinus Erkelens als moeder en voogdesse van haare minderjarige kinderen ende Maria Erkelens dogter van Hermen Erkelens zal.r Erffgenamen onder benefitie van invent. van zal.r Jacob Erkelens kaarsnijder oom en behoud broeder was respe: ende nog van(de) voorsz. Maria Erkelens in haar privee mede als Erfgen. onder benefitie van Invent. van Maria van Bragt haare grootmoeder zal.r”, voor 1900 gl. aan Sebastiaan Onder de Wingert, garentwijnder en koopman te Dordrecht, een huis tussen de St. Jorispoort en de stal van Gerrit van Bokkum op ’s herenvest.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 124 e.v.: op 2 jan. 1717 verkopen Ida Hacke, weduwe van Gosewinus Erkelens, equipagemeester te Hellevoetsluis, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Gosewinus Erkelens, en Maria Erkelens, meerderjarige dochter van wijlen Herman Erkelens, koopman te Dordrecht, beiden erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van Jacob Erkelens, resp. hun oom en zwager, en Maria Erkelens nog “in haar privé”, voor 3500 gl. aan Rutger Erkelens, burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbell.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joan, 24 juli 1694

b. Barbera, 10 juli 1696

c. Maria, 12 mrt. 1704