Crom

I. Simon NN

Kinderen:

a. Govert Simonsz. Crom, trouwde Mariken Daniëlsdr.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 250: op 2 sept. 1636 comp. Mariken Daniëlsdr., weduwe van Govert Simonsz. Crom, burgeres van Dordrecht. Zij bevestigt haar testament, dat zij op 10 nov. 1627 heeft gepasseerd voor notaris H. Balis te Rotterdam, voor zover niet strijdig met de navolgende bepalingen. Zij legateert aan Pieter Simonsz. Crom, de halfbroer van haar man of bij vooroverlijden diens kinderen een somma van 550 gl. en aan de kinderen van Erck Govertsdr., de halfzuster van haar man eveneens een somma van 550 gl., op voorwaarde, dat Erck daarvan tot aan haar overlijden het vruchtgebruik zal hebben, Zij legateert aan de kinderen van Jan Sijbertsz. Wordt een bedrag van 3 Vlaamse ponden. Wegens het vertrek van Job Huberts, koopman van greinen, uit Dordrecht benoemt zij in zijn plaats, samen met Pieter Simonsz. Crom, tot executeur-testamentair Cornelis Schalcxen, haar neef.

b. Pieter Simonsz. Crom, volgt II

II. Pieter Simonsz. Crom, van Dordrecht (1616), lakenbereider, pondgaarder, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 juni 1651 (een baar bij de Schuitenmakersstraat voor Pieter Sijmonsz. Crom), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./12 april 1616 Ermgart Jan Jansdr.(Koopmans), gedoopt NG Dordrecht nov. 1590, van Dordrecht (1616), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mrt. 1659 (een baar bij de Schuitenmakersstraat voor Ermgert Koopmans, weduwe van Pieter Sijmensz. Crom), dochter van Jan Jansz. en Beatrix Mertensdr. van Beaumont

ONA Dordrecht inv. 35, f. 44: op 4 mrt. 1632 verkoopt Elijsabet Pauwlij, weduwe van Johan Pijl, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Pieter Sijmonsz. Crom, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Aert Mertensz. en dat van Adriaentgen Jacobsdr., weduwe van Cornelis Goossensz.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 189: op 29 juli 1647 testeert Abraham Coopmans, magistraat van Dordrecht en bewindhebber van de WIC. Hij benoemt tot voogden over de minderjarige kinderen van zijn overleden dochter, Heijltgen Coopmans, zijn zoon Corstiaan Coopman en zijn “behuwd broeder” Pieter Sijmonsz. Crom of bij diens vooroverlijden of “incapiciteijt” zijn zoon Sijmon Pietersz. Crom.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 357: op 28 nov. 1651 testeert Ermgart Jansdr., weduwe van Pieter Sijmonsz. Crom, pondgaarder te Dordrecht. Zij legateert aan haar dochter Adriana Pietersdr. Crom voor haar vaderlijke goederen in plaats van hetgeen zij en haar man aan haar hebben gemaakt in het testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris D. Eelbo op 10 aug. 1643, het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande bij de Grote Kerk aan de havenzijde met het huis ernaast, alle inboedel, kleren, goud en zilver, juwelen en twee obligaties van elk 3200 gl., het ene staande op naam van Marie Daniëls en het andere op naam van haarzelf. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Adriana en Sijmon Pietersz. Crom of bij vooroverlijden hun kinderen of, indien zij geen kinderen zullen nalaten, de langstlevende van hen beiden. Als voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar neef Christiaan Coopmans en haar zoon Sijmon Pietersz. Crom.

ONA Dordrecht inv. 95, f. 5: op 19 jan. 1659 verklaart Ermgaert Jansdr., weduwe van Pieter Sijmonsz. Crom, burgeres van Dordrecht, ziek te bed liggende, dat zij haar testament van 28 nov. 1659 bevestigt. Zij wenst tevens nog, dat de helft van de goederen, die haar zoon Sijmon Crom en dochter Adriana Crom van haar zullen erven (boven hetgeen haar zoon van haar ten huwelijk gekregen heeft en hetgeen zij aan haar dochter heeft gelegateerd) zal blijven subject fideï-commis en na hun overlijden zal moeten komen aan hun kinderen en, indien zij geen kinderen zullen nalaten, aan de langstlevende van hen beiden. De wederhelft van die goederen zal na het overlijden van de langstlevende van hen beiden, indien de eerststervende zal komen te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten vererven op de kinderen die de langstlevende zal nalaten. Indien die langstlevende kinderloos zal komen te overlijden, moeten die goederen komen aan de erfgenamen ab intestato van haar, testatrice.

Kinderen:

a. Simon Pietersz. Crom, gedoopt NG Dordrecht febr. 1620, volgt III

b. Beatris, gedoopt NG Dordrecht juli 1631, jong overleden

c. Adriana Pietersdr. Crom

III. Simon Pietersz. Crom, gedoopt NG Dordrecht febr. 1620, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1651), koopman, trouwde NG Dordrecht 18 juni/11 juli 1651 Adriana van Beaumont Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1651)

ONA Dordrecht inv. 134, f. 415: op 28 okt. 1655 benoemt Machtelt Ras, bejaarde ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, tot executeurs van haar testament en tot voogden over haar minderjarige erfgenamen haar neven Simon Crom en Johannes van Eijsden.

ONA Dordrecht inv. 138, f. 282: op 21 mei 1659 passeert Sijmon Crom, koopman wonende te Dordrecht, zijn testament. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn twee kinderen, door hem verwekt bij zijn vrouw, wijlen Adriana van Beaumont, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Indien zijn kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, moeten zijn na te laten goederen komen aan zijn erfgenamen ab intestato. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan Otto van Flodrop, Arent van Gouthouven, Hendrik Herincx, Damas van Slingelant Barthoutsz. en Johannes Coopmans.

ONA Dordrecht inv. 269, f. 172: op 3 nov. 1663 verklaart Simon Crom, dat zijn schoonvader Adriaen van Beaumont zaliger in diens laatste testament tot medevoogd over zijn, Croms, kinderen, door hem verwekt bij Adriana van Beaumont, heeft benoemd Ottho van Flodrop. Aangezien Van Flodrop inmiddels is overleden en diens weduwe, Jannetta van Bredehoff, hem heeft verzocht van deze voogdij ontslagen te mogen worden, heeft Crom haar daarvan ontheven. Borg: Damas van Slingelant, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 171: op 30 dec. 1667 verkoopt Cornelia Sijmonsdr. Coningh, weduwe van Jacob Pietersz. Costerus, burgeres van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Damas van Slingelant Barthoutsz., ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht e.o., Arent van Gouthouven, Cornelia van Gouthoeven en Sijmon Crom, elk voor een vierde part, een huis omtrent de Nieuwpoort, staande tussen het huis van kapitein Gijsbert van Botlant en het huis, dat is nagelaten door Pieter Baan. Voorwaarden voor de koop zijn ten eerste, dat de verkoopster haar leven lang in het huis mag blijven wonen zonder daarvoor huur te betalen, en ten tweede, dat haar zoon Pieter Costerus het huis na haar overlijden zal mogen kopen voor een gelijke somma van 2400 gl.

Kinderen:

a. Anna Crom, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1651, volgt IVa

b. Beatris Crom, gedoopt NG Dordrecht 14 mei 1654, volgt IVb

c. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1655, jong overleden

IVa. Anna Crom, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1651, jonge dochter van Dordrecht (1673), overleden ca. 1680, trouwde NG Dordrecht 3 dec. 1673 (ondertrouw) Dirk van Noij, weduwnaar van Utrecht (1673), weduwnaar geboortig van Utrecht (1683), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juli 1719 (Dirck van Noij, veertigraad van Dordrecht, met acht koetsen extra, het huis met rouw behangen), trouwde 3e NG Dordrecht 19 dec. 1683/5 jan. 1684 Johanna van Neurenberg, jonge dochter van Dordrecht (1683), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 nov. 1717 (Johanna van Neurenburg, de vrouw van Dirck van Noij, veertigraad van Dordrecht, met acht koetsen extra, het huis met rouw behangen)

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 49: op 3 okt. 1720 verkoopt “Elias Venloo Secrets: vant watergeregt en Huijbert van den Burggraaff Coopman resp:e binnen dese Stadt in q.tijt als Executeurs vanden testamente van wijlen d’hr. Dirk van Nooij in sijn leven uijt de Veertigen deser Stadt, Ende nog den voorn. Huijsvr. vanden Burggraaff alleen, als voor Soo veel des noots, Specialijk last en procuratie hebbende van sijne huijsv: Juffr. Jacoba T’hooft * sijnde voor een vijfde staak vrije erfgenaem ex testamento van opgem. hr. Dirk van Nooij”, voor 6050 gl. aan Mattheus Heckenhoek, burger van Dordrecht, een huis met twee wijnkelders in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van juffr. Van Cappel en dat van de heer Van Driel.

* Jacoba ’t Hooft, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1689, dochter van Willem ’t Hooft en Maria van Noije

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 50: op 3 okt. 1720 verkoopt “Elias Venloo Secrets: vant watergeregt en Huijbert van den Burggraaff Coopman resp:e binnen dese Stadt in q.tijt als Executeurs vanden testamente van wijlen d’hr. Dirk van Nooij in sijn leven uijt de Veertigen deser Stadt, Ende nog den voorn. Huijsvr. vanden Burggraaff alleen, als voor Soo veel des noots, Specialijk last en procuratie hebbende van sijne huijsv: Juffr. Jacoba T’hooft sijnde voor een vijfde staak vrije erfgenaem ex testamento van opgem. hr. Dirk van Nooij, ende uijt dien hoofde bij schijdinge van dessselfs boedel, den 29e: Maert deses jaers 1720 gepasst: voor den nots: Pr. Venloo ende selver getuijgen binnen dese Stat residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande naervolgende huijsinge bij den voorn. hr: van Nooij naergelaten, sijnde deselve procuratie gepasst. op den 30e: der verleden maent voorden voorn: Elias Venloo als nots. ende sekere getuijgen, ons Schepenen vertoont wesende de voorsz. huijsinge (voor soo veel des noots) bij haar Ed: groot Mog: d’hren Staaten van Hollandt ende Westvrieslant, op den 26e Julij 1720 uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen … ende nog de voorn. Venloo alleen als Speciale last en procuratie hebbende van Juffr. Anna Nagtegael wed.e wijlen den Commies Johan Smits sijnde voor een vijfde staak vrij erfgenaem ex textamento van opgemelten hr. Dirk van Nooij ende uijt dien hoofde bij schijdinge van desselfs boedel den 29e maert deses jaers 1720 gepasst. voor den nots. Pr. Venloo en sekere getuijgen binnen dese Stadt residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande volgende Stalling en koethuijs bij den voorn. hr. van Nooij naergelaten sijnde procuratie op den 30e der voorlede maant ook gepasst. voor den voorn. hr. Venloo en getuijgen ons Schepenen vertoont, wesende de voors. Stalling en koethuijs bij haar Ed: groot Mog: d’heren Staaten van Holland ende Westvrieslant op den 26: Julij 1720 (voor soo veel desnoots) uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen” voor 615 gl. aan Levina Terwen, weduwe van Lodewijk Terwen, een stal en koetshuis op de hoek van de Spuistraat aan de Vest, voor 175 gl. aan Casper van Reijs, maselaar, een huis staande tussen de Mariënbornstraat en het huis van Jan Koek, voor 315 gl. aan Jan Koeck, mr. timmerman, twee naast elkaar staande huizen aan de Vest bij de Mariënbornstraat, staande naast het het huis van Casper van Reijs, voor 245 gl. aan Teunis van Houwelinge een huis in het midden van de Mariënbornstraat [belenders niet vermeld], en voor 210 gl. aan Willem van Wesell, koopman in Den Haag, een huis in de Mariënbornstraat, staande achter de huizen van Kasper van Reijs en Jan Koeck.

Kinderen:

a. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht 2 mei 1675

b. Sijmon, gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1677

c. Pieter, gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1679

IVb. Beatris Crom, gedoopt NG Dordrecht 14 mei 1654, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1677), trouwde NG Dordrecht 2/18 mei 1677 Willem Nachtegael, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1677), koopman

ONA Dordrecht inv. 277, f. 180: op 20 jan. 1679 comp. Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, als moeder, grootmoeder en voogdes over haar kinderen en kleinkinderen, Maria van Slingelant, weduwe van Emanuel van den Steen, als voogdes over haar twee minderjarige zoons, Jacobus van Colen, als man van Maria Johanna van den Steen, dochter van voornoemde Emanuel van den Steen, Catarina van den Steen, bejaarde ongehuwde persoon, kapitein Dirck van Noij, als man van Ann Crom, Willem Nachtegaal, als man van Beatris Crom, Joost van Stabroeck, als man van Elisabeth van Beaumont Gerritsdr., Cornelis Boucquet en Hugo van Dijck, als procuratie hebbende van Jan de Bije, boterkoper te Leiden, allen erfgenamen van Cornelia van Gouthouven, bejaarde ongehuwde persoon, volgens haar testament gepasseerd voor notaris M. de Keijser te Haarlem op 12 okt. 1674 en het codicil, gepasseerd voor notaris C. de Haes te Leiden op 9 febr. 1678. De comparanten verklaren onderling de goederen, die Cornelia van Beaumont heeft nagelaten, verdeeld te hebben.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 73v: op 13 nov. 1679 verkopen “Cornelia van Beaumont weduwe wijlen dhr. Damas van Slingelandt in sijn leven uijtte Oud Raadt en ontfanger van(de) gemeene middelen binnen deser Stede, Srs. Dirck van Noij en Willem Nachtegaal coopluijden alhier soo voor daer selve als Last ende Procuratie hebbende van hr. Nicolaes de Lobell, raadt ende rentm: der Stadt s hertogenbosch als testamentaire momboir over de onmondige naergelaete kinderen van Jouff.w Loijsa de Lobell sijne suster aen haer verweckt bij Pieter Costerus”, voor 1510 gl. aan Joris Roelantsz., Londenvaarder wonende te Dordrecht, een huis omtrent het Nieuwpoortje, waar uithangt “de Drie Seijldraijers”, staande tussen het huis van kapitein Van Botland en dat van de kinderen van [NN] Banen.

Kinderen:

a. Isaac, gedoopt NG Dordrecht 11 juni 1678

b. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1680

c. Anna Nagtegaal, gedoopt NG Dordrecht 16 mrt. 1681, trouwde Johan Smits