Rolandus

Literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

L. Lapikás, Fragment Genealogie Rolandus, versie 1.1., Muiden 2014 (in nikhef.nl [internet])

I. ds. Jacob Rolandus, geboren te Buiksloot op 7 okt. 1632, predikant te Rijsoord en later te Dordrecht, trouwde 1e Agneta Colvius, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1637, dochter van Andreas Colvius Nicolaasz., predikant in de Waalse gemeente te Dordrecht, en Anna van der Myle Abrahamsdr. (Balen, o.c., p. 1088 e.v.), 2e Everdina van Wesel

NG trouwboek Dordrecht 16 juli 1656: ds. Jacobus Rolandus predikant in Rijsoord jongman en Agneta Colvius jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat, per schrijven van de Franse kerk, getrouwd op 1 aug. 1656 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 27 juli 1672: een zwarte baar in de Nieuwstraat voor juffrouw Colfius de vrouw van ds. Jacobus Roelandus 

NG trouwboek Dordrecht 31 mrt.1675: ds. Jacobus Rolandus weduwnaar predikant te Dordrecht en Everdina van Wesel jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, getrouwd op 16 april 1675 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 17 juni 1686: een zwarte baar voor ds. Roelandus predikant in de Kannenkopersbuurt 

OMA Dordrecht inv. 272, f. 205: op 15 nov. 1669 comp. ds. Jacobus Rolandus, predikant te Dordrecht, als man van Angnieta Colvius, en Nicolaes Colvius, predikant in de Waalse kerk te Amsterdam, voor de ene helft en Angenieta van de Mijl, ongehuwde mondige persoon, voor zichzelf en tevens vervangende haar broers Abraham van de Mijl en Jochem van de Mijl, samen voor de wederhelft erfgenamen van Cristina van de Mijl, hun tante resp. aangetrouwde tante. De comparanten verklaren, dat zij de boedel van Cristina onderling verdeeld te hebben, waarbij aan Nicolaes Colvius is toegevallen twee losrentebrieven.

ONA Dordrecht inv. 183, f. 161: codicil dd 30 dec. 1670 van ds. Andries Colvius, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht. Hij prelegateert aan zijn zoon ds. Nicolaes Colvius, predikant van de Waalse gemeente te Amsterdam, als zijn, comparants, manuscripten, een zilveren vergulden kop met deksel en een somma van 600 gl., en aan Angenieta Colvius, de vrouw van ds. Jacobus Roelandus, zijn dochter, het huis in de Nieuwstraat, waarin hij woont, staande tussen het weeskind van Dirck de Sont en dat van Nicolaes de Vries, boekdrukker. Hij legateert o.a. aan zijn nicht Marija Abrahamsdr. van de Mijl, zijn nicht, een bedrag van 12 gl.

ONA Dordrecht inv. 184, f. 214: op 27 april 1673 stelt ds. Jacobus Rolandus, predikant te Dordrecht, tot voogden over zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij Angnieta Colvius, aan ds. Nicolaes Colvius, predikant van de Waalse gemeente te Amsterdam, zijn zwager, ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet, en ds. Thomas Dolegius Rolandus, predikant te Waarder, zijn broers.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 112 e.v.: op 8 nov. 1678 verkopen Beatris, Johannes, Abraham, Sara en Helena van Dijck, allen meerderjarige, ongehuwde kinderen en erfgenamen Leonard van Dijck, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van hun overleden vader, voor 5200 gl. aan ds. Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Philips Daelman en dat van Maerten Sandertsz. [de Bont], alsmede een woninkje achter het verkochte huis, staande in de Mariënbornstraat. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 4000 gl. 

ONA Dordrecht inv. 190, f. 444 e.v.: op 12 juni 1686 testeert Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Hij prelegateert aan Everdina van Wesel, zijn vrouw, de portretten van hem en zijn vrouw, geschilderd door Nicolaes Maes, aan zijn oudste zoon, Andreas Roelandus de portretten van hem, testateur, en zijn eerste vrouw, Angnieta Colvius, alsmede de portretten van ds. Andreas Colvius en diens vrouw, de beschrijving van het leven van ds. Jacobus Roelandus, tetateurs grootvader, door hemzelf geschreven, met testateurs grote bijbel en al zijn theologische geschriften en die van wijlen ds. Daniël Roelandus, zijn vader, aan Anna Roelandus, zijn oudste dochter, de portretten van ds. Andreas Roelandus en zijn vrouw en het portret van wijlen Agneta Colvius door Vaillant, welke al aan Anna zijn overgedragen, het portret van Nicolaes Colvius en dat van mevrouw Nieupoort, testateurs overleden nicht, aan Marija Roelandus, zijn dochter, het schilderij met alle kinderen van ds. Daniël Roelandus, aan zijn zoon Daniël Roelandus het portret van ds. Thomas Doelegius, zijn oom zaliger, aan Jacob Roelandus, testateurs zoon, het portret van ds. Jacobus Roelandus, testateurs grootvader, aan Rochus Roelandus, testateurs zoon, de portretten van ds. Daniël Roelandus en zijn vrouw, en tenslotte aan Simeon Roelandus, zijn jongste zoontje, het portret van Marija Roelandus, zijn overleden dochter. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen benoemt hij Everdina van Wesel, zijn vrouw, zijn voorkinderen, Andreas Roelandus en Anna Roelandus, de vrouw van Evert van Wesel, en zijn vijf nakinderen, verwekt bij Everdina van Wesel. Tot voogden over zijn onmondige erfgenamen benoemt hij Everdina van Wesel, Pieter van Son, zijn zwager, en mr. Hugo Baen, zijn neef. 

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 9: op 15 mrt. 1687 verkopen Everdina van Wesel, weduwe van ds. Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, voor zichzelf en als voogdes van haar minderjarige kinderen, bij haar verwekt door ds. Jacobus Roelandus, en mr. Hugo Baen, oud-thesaurier van Dordrecht, als voogd van Andries Roelandus, voorzoon van ds. Jacobus Rolandus, voor zichzelf in genoemde hoedanigheid en nog vervangende Evert van Wesel, controlleur te Panderen, als man van Anna Roelandus, voordochter van ds. Jacobus Roelandus, voor 1800 gl. aan Simon Germain, mr. fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Anthonij de Sont en dat van Nicolaes de Vries. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 1700 gl.

ONA Dordrecht inv. 451, akte 32: op 13 april 1696 compareren ten overstaan van notaris P. van Son Daniël Rolandus, predikant te Geervliet, Thomas Dolegius Rolandus, predikant te Waarder, Everdina van Wesel, weduwe van Jacobus Rolandus, predikant te Dordrecht, als moeder en voogdes van Rocus, Daniël en Jacobus Rolandus, en Johan de Wijs, apotheker te Dordrecht, als man van Maria Rolandus, dochter van genoemde Jacobus Rolandus, allen naaste verwanten van Maria Rolandus Daniëlsdr., die kort daarvoor te Dordrecht is overleden. Comparanten verklaren voornemens te zijn het lijk van Maria Rolandus naar Geervliet te laten vervoeren, opdat zij daar begraven kan worden. * Zij verklaren tevens afstand te doen van haar nalatenschap.

* 17 april 1696: de zuster van wijlen ds. Roelandus “vervoert naer [sic] om aldaer begrave te werden … is gestorven beijde weduwe van Roelandus”. 

Idem, akte 33: inventaris van de nalatenschap van Maria Rolandus, op 11 april 1696 overleden, waarvan de lasten meer bedragen dan de baten. De inventaris is opgemaakt op 30 april 1696 op verzoek van de in de voorgaande akte genoemde comparanten,die mede vervangen Everhard van Wesel, man van Anna Rolandus. De nalatenschap omvat naast kleren, sieraden, inboedel enzovoort o.a. een aantal schilderijen, die hangen op de kamer van de overledene, nl.: de Bloedraad van “Ducq-dalff” [de hertog van Alva], “een fruijtagie”, drie landschapjes, een Maria-Boodschap, het portret van haar moeder, een gedicht in een eiken lijstje en een Almanaksprentje “in een glaasje”, en een aantal boeken, waaronder de “Metamorfosen” van Ovidius en “Joseph” van Vondel. De begrafeniskosten bedragen 136 gl. 9 st. De overledene was schuldig wegens een kwartaal huur van de kamer, waarin zij overleden is, 6 gl. 5 st. 

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 75 e.v.: op 31 juli 1700 verklaart Rochus Roelandus, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Johannes Cantius, predikant te Dordrecht, een somma van 4000 gl. Compareert mede Johan van Herff, “makelaar ter beurse” te Dordrecht, die verklaart, dat Everdina van Wesel, weduwe van Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, als onderpand voor gneoemde schuld heeft verbonden een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Johannes van Haerlem apotheker en dat van Mattheus van den Broeke, lid van de Oudraad van Dordrecht. 

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht): 

ex 1: 

a. Anna Maria, 2 juli 1657 

b. Maria, 20 okt. 1665 

c. Anna Roelandus, 1 mrt. 1668, trouwde Evert van Wesel 

d. Andreas Roelandus, 20 april 1669 

e. Maria, 25 juni 1672 

ex 2: 

f. Maria Rolandus, 24 nov. 1675, trouwde Johan de Wijs, apotheker te Dordrecht 

g. Margareta, 7 juni 1677, jong overleden 

h. Rochus Roelandus, 5 dec. 1678, koopman te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 jan. 1702 Cornelia Stratenus

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 122: op 4 mei 1702 verkoopt Jannetta Vermandel, de vrouw van Abram de Rad, als procuratie hebbende van haar man, voor 3600 gl. aan Rochus Roelandus, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de apotheker Johan Becius en dat van Francois Verstraete.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 106: op 7 juni 1704 verkoopt Rochus Roelandus, burger en inwoner van Dordrecht voor 3600 gl. aan Maria de Vries, weduwe van ds. Cornelis Stratenus, predikant te Arnhem, een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de apotheker Becius en dat van Frans Verstaten vleeshouwer.

Kind:

h-1. Jacobus Rolandus, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1702, was. in 1724-1728 in dienst van de VOC, begraven 11 jan. 1773

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 79: op 21 jan. 1749 verkoopt Jacobus Rolandus, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Clara, Ida en Anthonia Stratenus, gezusters wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Willem Pieter Figter, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gijsbert Becius en dat van Christoffel Dermoeij. De koper is schuldig aan de verkoopsters een bedrag van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 37v: op 9 mei 1769 verkoopt Jacobus Rolandus, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Nicolaas Stratenus, predikant te Breda, en diens zuster Johanna Stratenus, weduwe van Adriaan Pla, wonende te IJsselstein, erfgenamen ab intestato van hun tante Anthonia Margrita Stratenus, die in Dordrecht is overleden, voor 400 gl. aan Aalbert de Boef, huistimmermansbaas te Dordrecht, drie huisjes, in de verponding aangeslagen als vier panden, staande achter in de Nieuwstraat tussen de gracht en het huis van Gillis Koebergen. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 400 gl.

i. Daniël Roelandus, 2 sept. 1681, volgt II

 j. Jacobus Roelandus, 7 juli 1683

k. Simon Roelandus, 11 april 1686, mogelijk begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 juli 1691 (een kind van de weduwe van ds. Jacobus Roelandus bij de Mariënbornstraat, boven de 4 jaar)

II. Daniël Roelandus, gedoopt NG Dordrecht 2 sept. 1681, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1713), koopman, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 mrt. 1713 (volgens attestatie van ondertrouw te Brielle) Antonia Steijaert, jonge dochter geboren en wonende in Brielle (1713)

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 72: op 13 okt. 1712 verkopen ” mr. Johan de Gelder advoct. voor den Ed: Hove van Hollt. als last en procuratie hebbende van(de) Heer Govert van Wesel, in den Oudraad ende out schepen deser Stad, Soo voor sijn Ed. selve, en als voogd o(ver) Juffr. Margrita Nolthenius, dogter van(de) heer Corn. Nolthenius, verwekt bij Juffr. Agatha van Wesell, Petrus van Son nots. en procur. binnen dese Stad, als in Huwelijck hebbende Juffr. Elisabeth van Wesel, ende nog doende de Sake voor Martien Schenk, als in Huwel. hebbende Juffr. Cornelia van Wesel, item Juffr. Anna van Wesel wed.e van zal.r de Heer Hendrik Taaij, Juffr. Anna van Bree, Huijsv: vande Heer Anthonij van Wesel, en als procur. vanden selven hebbende nog de Heer Jacob van Wezell in t Collegie van d’Agten deser Stad, Messr.s Johan de Wijs, apothequer, als in Huwel. hebbende Juffr. Maria Roelandus, en Daniel Roelandus Coopman mede alhier, bijde kinderen van heer Jacobus Roelandus, verweckt bij Juffr. Everdina van Wesel, alle broeders, susters, swagers, susters nevens en nigten mitsgrs. Erfgen: abintestato van zal.r. Juffr. Maria van Wesel”, voor 330 gl. aan Pieter Dormaal, kruidenier en burger van Dordrecht, voor 330 gl. een pakhuis op de stadsvest, staande achter het huis van Adriaan van Claveren.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 82: op 11 nov. 1712 verkopen “mr. Johan de Gelder, advoct. voor den Hove van Holland als last en procuratie hebbende van d’heer Govert van Wesel, in den Oud Raad en Oud Schepen deser Stad, Soo voor sijn Ed. selve, ende als voogd over Juffr. Margareta Nolthenius, dogter van heer Cornelis Nolthenius, verwekt bij Juffr. Agatha van Wesell, beijde zal.r, Petrus van Son, mede nots. en procureur binnen dese Stad, als in Huwel. hebbende Juffr. Elisabeth van Wesell, en nog doende de Sake van Martinus Schenck, als in Huwelijck hebbende Juffr. Cornelia van Wesell, Item Juffr. Anna van Wesell, wed.e van za: d’Heer Hendrick Taaij, Anna van Bree, Huijsv. van Anthonij van Wesell, en als procuratie hebbende van den selven d’Hr Jacob van Wesell in ’t Collegie van Mannen van Agten deser Stad, Messr.s Johan de Wijs, apothequer, als in Huwel. hebbende Juffr. Maria Roelandus, en Daniell Roelandus, Coopman mede alhier, bijde kinderen van heer Jacobus Roelandus, verwekt bij Everdina van Wesel mede beijde zal.r, alle broeders, susters, swagers, susters, neven en nigten mitsgrs. Erfgen: abintestato van zal.r. Juffr. Maria van Wesell, binnen Leijden o(ver)leden”, voor 1510 gl. aan Lijsbeth van Driel, dochter van Arij van Driel, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande ten oosten de huizen van de erfgenamen van Johannis Beije en ten westen het huis van Arij van Driel, strekkende tot achter aan de plaats en het grote huis, dat voornoemde Maria van Wesell heeft laten bouwen.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 138v: op 20 sept. 1714 verkoopt Daniël Roelandus, koopman te Dordrecht, voor 330 gl. aan Sara van de Graaf, bejaarde ongehuwde persoon, een huis achter het Bagijnhof, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Arij van der Saan.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 135v: op 28 aug. 1719 verkoopt Daniël Roelandus, koopman te Dordrecht, als zoon en mede-erfgenaam van Everdina van Wesell, weduwe van ds. Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Govert van Wesell, schepen in wette van Dordrecht, twee huisjes met een tuin erachter, staande en gelegen achter het Bagijnhof.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 38v: op 8 mei 1738 verkopen Pieternella en Philips Beijs, zuster en broer, burgers van Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen ex testamento van Jacomina van Koijck, weduwe van Arnold Beijs, voor 3000 gl. aan Anthonia Steijaert, weduwe van Daniël Rolandus, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat schuin tegenover de Pelserbrug, staande tussen het huis van Nicolaas de Bondt en dat van de weduwe van Jacob Braats.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Everdina, 24 jan. 1714

b. Abraham Rolandus, 10 mrt. 1715, volgt III

c. Govert, 19 febr. 1719

d. Jacobus, 18 juli 1721

e. Daniël, 21 nov. 1723

III. Abraham Rolandus, gedoopt NG Dordrecht 10 mrt. 1715, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Pelserstraat (1746), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 juli/14 aug. 1746 Anna Maria Rolandus, gedoopt NG Hulst 5 juni 1711, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1746), dochter van ds. Wilhelmus Rolandus, predikant te Hulst, en Catharina Nacken

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 13: op 8 mrt. 1763 verkoopt Abraham Rolandus, burger van Dordrecht, voor 3300 gl. aan Johannes Leijendekker, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Pelserstraat, staande tussen het huis van Jan Smaesen en dat van de weduwe van Arij Lugten.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Catharina, 8 okt. 1748

b. Daniël Wilhelmus Rolandus, 19 juli 1750

c. Antonij Steijaert, 25 mei 1752