I. Jeremias van de Schepper, trouwde NN
Kinderen:
a. Elisabeth Jeremias, geboren naar schatting ca. 1585, trouwde in 1609 Aelbert Jansz. Redervelt
a. Andries Jeremiasz, geboren naar schatting ca. 1590, volgt II
b. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1593
II. Andries Jeremiasz., van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1613), wagenmaker, trouwde NG Dordrecht 13 okt./3 nov. 1613 Lijsbeth Jan Benedictusdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1588, van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1613), dochter van Jan Benedictus en Magdaleen Geritsdr.
Kinderen:
a. Anneken, gedoopt NG Dordrecht aug. 1614
b. Andries, gedoopt NG Dordrecht juli 1619
c. Johannes Andriesz. van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624, volgt III
d. Jeremias Andriesz. van de Schepper, geboren naar schatting ca. 1625, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1645), wagenmaker, trouwde NG Dordrecht 7 mei 1645 (ondertrouw) Maeijcken Willems, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hil (1645)
ORA Dordrecht inv. 1621, f. 123: op 3 mei 1667 verkoopt Jacques Verdonck, als man van Golijna van der Fles, voor zichzelf en tevens vervangende Jan Outerman, als man van Maria van der Fles, kinderen en erfgenamen van Nicolaes Cornelisz. van der Fles, voor 845 gl. aan Jeremias Andriesz. van de Schepper, wagenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter Jansz. schoenmaker.
ORA Dordrecht inv. 1623, f. 134v: op 13 okt. 1671 verkoopt Maeijcken Willems, weduwe van Jeremias Andriesz. van de Schepper, voor 500 gl. aan Pieter Jansz. van Beest, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van Pieter Jansz. schoenmaker.
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 40: op 26 juni 1675 verkoopt Maeijcken Willems, weduwe van Jeremias van de Schepper, wagenmaker en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Pieter van der Werff, achtraad van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen de Breestraat en het huis van kapitein Jan van den Endt.
Kinderen (o.a.):
d-1. Willem, gedoopt NG Dordrecht 9 juni 1646
d-2. Joannes, gedoopt NG Dordrecht 19 april 1651
d-3. Andries van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1655
e. Gerrit, gedoopt NG Dordrecht febr. 1627
III. Johannes Andriesz. van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1648), schoenmaker, sedert 1654, koster van de Augustijnenkerk, trouwde NG Dordrecht 11/25 okt. 1648 (procl. te Gorinchem) Ida Aertsdr. van ’t Sandt, jonge dochter van Gorinchem, wonende bij de Grote Kerk (1648)
ONA Dordrecht inv. 229, f. 101: verklaring dd 7 mei 1665 door Teunis Cornelisz., voormalige koster van de Augustijnenkerk, 76 jaar, en Johannes van de Schepper, koster van de Augustijnenkerk, 40 jaar oud, op verzoek van Sacharias Gillisz. c.s., mede-erfgenamen van Sara van de Bremde, weduwe van Davidt Boone.
ORA Dordrecht inv. 1623, f. 40: op 28 juni 1670 verkopen Adriaen de Haen en Johannes Hellu, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van Hermen Kels, voor 4010 gl. aan Ida Aerts, weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis met een achterhuis, staande tegenover de Beurs tussen de Tolbrugstraat aan de poortzijde en het huis van de kinderen van Dirck van Herwijnen.
ONA Dordrecht inv. 335, f. 313: op 11 nov. 1671 verklaart Ida Aerts, weduwe van Johannes van de Schepper, dat haar zoon Adriaen van de Schepper met haar toestemming “inde sieckte ende genoechsaem opt uijterste vanden voorsz. haeren overleden man heeft bekomen het … kosterampt met de traktementen ende emolumenten van outs daer toe gestaen hebbende” en dat zij met haar zoon het kosterschap “met alle vlijt ende neersticheijt heeft waergenomen soodanich als off het … offitie met het overlijden van haeren voorn. man alleen op haer comparante was gesuccedeert”. Overwegende, dat haar zoon eerstdaags zal gaan trouwen, zijn moeder en zoon overeengekomen, dat Adriaen vanaf het moment, dat hij getrouwd zal zijn, met zijn moeder alle inkomsten van het kosterschap, “die van het setten van de stoelen inde … kercke sullen comen te vallen”, zal delen, elk voor de helft, maar dat zij geen recht zal hebben op de inkomsten van het luiden, het maken van graven, en anderszins.
ONA Dordrecht inv. 274, f. 332: op 31 aug. 1672 testeert Ida Aerts, weduwe van Johannes van de Schepper, koster van de Augustijnenkerk. Zij prelegateert aan haar jongste zoon Andries van de Schepper haar kast, die in het voorkamertje staat, en haar beste bed met beddengoed, boven hetgeen hem toekomt wegens zijn uitzet en vaderlijke goederen, die haar getrouwde kinderen ook van haar gekregen hebben, toen zij gingen trouwen.
ORA Dordrecht inv. 1624, f. 77v: op 20 dec. 1673 verkoopt Catharina Moset, weduwe van Willem Christiaensz. van Anholt, voor 825 gl. aan Ida Aertsdr., weduwe van Johannes de Schepper, een huis tegenover de Kleine Spuistraat, genaamd “de Calveren Dans”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Dirck van Calis en dat van Abraham van den Bende.
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 136ve.v.: op 24 aug. 1680: verkopen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, Elisabeth van Ravesteijn, de vrouw van schout Cornelis van de Graeff, Govert de Witt, als man van Maria van Ravesteijn, ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, als man van Jannetta van Ravesteijn, notaris Hugo van Dijck, als man van Adriana van Ravesteijn, Catharina van Ravesteijn, weduwe van Pieter Hackius, wonende te Leiden, en voornoemde mr. Jacob van Ravesteijn en Govert de Witt, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Clara van Ravesteijn, samen tevens vervangende Margarita van Wetten, dochter van Clara van Ravesteijn, allen erfgenamen van Aernout van Ravesteijn, resp. hun vader, behuwd vader en grootvader, voor 3375 gl. aan Yda Aertsdr., weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis binnen Dordrecht [sic: in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, en dat van kapitein Johannes Boogaert, met de tuin daarachter liggende “over de gracht”, en de huur ervan voor twintig jaar a 25 gl. per jaar, welke tuin eigendom is van de schutterij.
Kinderen (o.a.):
a. Adriaen van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1649, volgt IV
b. Elisabeth van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1651, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1671), trouwde NG Dordrecht 10/26 mei 1671 Gerhard van Berghloon, jongman van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat (1671), twijnder
ORA Dordrecht inv. 1631 (nieuw), f. 28v: op 27 mei 1687 verkoopt Adriaen van de Schepper, burger van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van zijn overleden zuster, Elisabeth van de Schepper [vrouw van Gerhard van Berghloon], voor 4000 gl. aan Adrijaen de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt], staande tussende Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Dudleij Jeris.
c. Andries van de Schepper, geboren ca. 1656
ONA Dordrecht inv. 274, f. 105, akte dd 23 juli 1672: testament van Andries van de Schepper, ongeveer 16 jaar oud, zoon van wijlen Johannes van de Schepper, koster van de Augustijnenkerk. Hij benoemt tot erfgenaam zijn moeder Ida Aerts.
IV. Adriaen van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1649, jongman van Dordrecht (1672), koster van de Augustijnenkerk, trouwde NG Dordrecht 24 april/10 mei 1672 Maria van Tricht, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1672)
ONA Dordrecht inv. 274, f. 181: op 25 jan. 1673 passeren Adriaen de Schepper, koster van de Augustijnenkerk, en zin vrouw Maria van Tricht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden. Die langstlevende zal gehouden zijn hun eventuele kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en moet als zij gaan trouwen hun een uitzet geven en onder hen allen een somma van 200 gl. Als de eerststervende van hen beiden komt te overlijden zonder kinderen na te laten, of wanneer hun kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, is de langstlevende gehouden dat bedrag van 200 gl. uit te keren aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende van hen beiden.
ONA Dordrecht inv. 276, f. 444: op 21 juni 1677 comp. Adriaen van de Schepper, koster van de Augustijnenkerk, en zijn vrouw Maria van Tricht. Zij bevestigen hun testament van 31 mei 1674, gebaseerd voor notaris H. van Dijck te Dordrecht, voor zover niet strijdig met het hetgeen hierna volgt. Tot voogd over hun minderjarige kinderen benoemen zij elkaar, samen met Gerart van Berchloon en Matthijs Bacxs, kooplieden te Dordrecht, [resp. hun zwager en neef].
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 mei 1689: twee maal luiden over de dochter van Adriaen van de Schepper koster van de Augustijnenkerk, in die kwaliteit vrijgesteld van het kerkengeld, betaalt alleen aan de Armen en de luiders 4 gl. 8 st.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Johannes (Jan) van de Schepper, 14 juli 1676, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1708), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 juli 1708 (ondertrouw, de bruid geassisteerd met haar vader) Elisabeth Keur, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuinen (1708)
Kinderen:
a-1. en a-2. Jacobus en Maria, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1710
a-3. Maria, gedoopt NG Dordrecht 3 mei 1712
b. Govert van de Schepper, 2 okt. 1679, trouwde Maria Bollier
Kind:
b-1. Maria Ida van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1718, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 dec. 1744 Roeland van Niewervaart
Kinderen:
b-1-1. Govert, gedoopt NG Dordrecht 8 jan. 1749
b-1-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1751
c. Gerhard (Gerard) van de Schepper, 8 sept. 1683, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, trouwde 1707 Catharina Lucea Halkett.
In 1735 vertrok hij met zijn gezin vanuit Bergen op Zoom naar Suriname, waar hij tot commandeur was benoemd. In 1738 werd hij gouverneur-genraal van Suriname. Van de Schepper was tevens administrateur van de diverse plantages van Stephanus Laurentius Neale (1688-1762), een van de rijkste kolonisten van Suriname, die al in 1728 naar Amsterdam was vertrokken, waarna hij zijn plantages liet beheren door diverse zaakwaarnemers. In 1757 werkten op zijn plantages 457 slaven.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 131v e.v.: op 28 juli 1714 verkoopt Gerard van de Schepper, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, voor zichzelf en als door het Gerecht van Dordrecht aangesteld voogd over IJda van de Schepper, zijn minderjarige zuster, erfgenaam ab intestato van Jan van de Schepper, zijn overleden broer, en nog als procuratie hebbende van zijn broer Govert van de Schepper, allen kinderen en erfgenamen van Adriaan van de Schepper, voor 5000 gl. aan Adriaan op de Camp, koopman te Dordrecht, een huis en “het regt van besit” van een tuin achter het huis, staande en gelegen in het Steegoversloot omtrent de St. Jorispoort tussen het huis van Jan Boogert, koopman te Dordrecht, en de weduwe Van Sunderen.
Gerard van de Schepper (Dordrecht, september 1683 – Onbekend, 28 april 1763) was commandeur (1737-1738) en gouverneur-generaal (1738-1742) van Suriname.
Van de Scheppers’ vader was koopman en koster van de Augustijnenkerk in Dordrecht. Gerard werd op 8 september 1683 aldaar gedoopt.
Gerard van de Schepper trouwde met Catharina Lucia Halkett, dochter van luitenant-kolonel Edward (of Everard) Halkett. Het echtpaar kreeg twee dochters, Elisabeth en Catharina. Elisabeth trouwde met Gerrit Pater, lid van het Hof van Politie en rechter voor criminele zaken in Paramaribo. Zijn broer Cornelis Pater trouwde met de jongere dochter Catharina.[ sic]
Van de Schepper werd eind 1735 in Nederland benoemd tot Commandeur van Suriname. Hij kreeg een geheime lastbrief waarin stond dat hij, indien gouverneur Breukelerwaard zou overlijden, waarnemend gouverneur zou worden. De gouverneur overleed op 11 augustus 1737 en Van de Schepper trad nog dezelfde dag als commandeur aan. De eerste maanden verliepen rustig maar daarna ontstond er onenigheid tussen hem en de raden van het hof van civiele justitie. Deze weigerden hem als voorzitter van hun vergaderingen te erkennen, waarop Van de Schepper verklaarde dat hun uitspraken ongeldig zouden zijn. Op 1 april 1738 werd hij als Gouverneur-Generaal ingehuldigd. Hij trad krachtig op en maakte meerdere vijanden. Op 15 oktober 1742 kwam Jan Jacob Mauricius in Suriname aan en op 17 oktober nam die zijn functie over.
In de laatste jaren van de 17de eeuw had het Aalmoezeniersweeshuis te Amsterdam regelmatig weeskinderen naar Paramaribo gestuurd om de kolonistenbevolking te laten groeien. In 1737 liet Van de Schepper Joodse kolonisten naar Suriname komen. Zijn opvolger Mauricius voelde er meer voor (andere) Europeanen over te laten komen en schafte de immigratie van Joden weer af. Veel immigranten stierven binnen enkele jaren door tropische ziekten en aanvallen van marrons.
Van de Schepper was administrateur van diverse plantages van Stephanus Laurentius Neale, een van de allerrijkste kolonisten door de introductie van de koffieteelt in de Suriname. Daarnaast werd Van de Schepper eigenaar van de suikerplantage La Jalousie aan de Kraskreek in Commewijne …
Echtgenote Catharina Lucia van de Schepper-Halkett overleed in Den Haag op 6 mei 1758. Ze werd begraven in de Kloosterkerk in Den Haag. Van de Schepper overleed op 28 april 1763 en werd in dezelfde kerk bijgezet op 4 mei 1763. Beide graven werden in de jaren vijftig van de 20ste eeuw geruimd. De grafstenen werden behouden.
(Wikipedia)
Kinderen:
c-1. Elisabeth van de Schepper, geboren Bergen op Zoom 14 dec. 1713, trouwde Gerrit Pater jr., raad in de Hoven van Politie en Criminele Justitie van Suriname, overleden in Suriname in april 1750, zoon van Gerrit Pater sr. en Anna Geertruida de Bruijn
Kind:
c-1-1. Gerrit Pater
c-2. Maria Cornelia van de Schepper, geboren Bergen op Zoom 3 juli 1725, overleden Suriname 5 nov. 1743 (vergiftigd door een slavin), trouwde Cornelis Pater (Dordrecht Monumenteel nr. 87, juli 2023, p. 24-25), overleden in Engeland ca. 1744, zoon van Gerrit Pater sr. en Anna Geertruida de Bruijn
NA Amsterdam inv. 12326, akte 23222: verklaring dd 23 sept. 1750 door kapitein Jan Smit, 50 jaar oud, en kapitein Douwe Feret, 43 jaar oud, beiden wonende te Amsterdam, ten behoeve van Gerard van de Schepper c.s., oud-gouverneur van Suriname, Anthonij Grill, Johannes Grill, en Nicolaas de Ruijter, als voogden over Gerrit Pater, enige nagelaten zoon en erfgenaam van Gerrit Pater en Elizabeth van de Schepper, en Anthonij en Johannes Grill nog als voogden over Catharina Lucia Pater, enige nagelaten dochter en erfgename van Cornelia Pater en Maria Cornelia van de Schepper, welke Gerrit en Cornelis Pater, enige nagelaten zoons en erfgenamen waren van Gerrit Pater en Anna Geertruida de Bruijn. De comparanten verklaren, dat zij hebben gevaren van Amsterdam naar Suriname en vice versa, Smit sedert 1713 en Feret seder 1720, en dat zij in Suriname jaren lang gekend hebben Gerrit Pater [sr.], raad in de Hoven van Politie en Criminele Justitie aldaar, diens vrouw en ook hun kinderen. Zij weten derhalve, dat eerst in Suriname is overleden de vrouw van Gerrit Pater, dat die niet hertrouwd is, maar als weduwnaar is overleden, voor zover zij zich kunnen herinneren in 1744, dat Gerrit alleen heeft nagelaten twee zoons, die in Suriname zijn getrouwd met de dochters van voornoemde Gerard van de Schepper en na hun overlijden niet zijn getrouwd. Zij verklaren voorts, dat de jongste zoon Cornelis Pater in 1744 naar Nederland is gekomen en in datzelfde jaar naar Engeland is vertrokken, vanwaar zij kort daarna hebben vernomen, dat hij is overleden, en dat hij alleen een dochter heeft nagelaten. De jongste zoon Gerrit Pater, die indertijd ook raad in de Hoven van Politie en Criminele Justitie in Suriname is geweest, is volgens hen, getuigen, in april 1750 in Suriname overleden en heeft alleen een zoon nagelaten.
NA Amsterdam inv. 12337, akte 29871: inventaris dd 28 mei 1756 van de boedel, die is nagelaten door Cornelis Pater, overleden te Londen op 28 dec. 1744, opgesteld door Anthoni Grill, koopman wonende te Amsterdam, die wegens het overlijden van Johannes Grill de enige overgebleven voogd is van Catharina Lucia Pater, enige dochter en erfgename van de overledene.
Baten (o.a.):
een levensgroot portret van Cornelis Pater, in een kist
kleding, sieraden en huisraad
een 2/30e part in het schip “Liesveld”
een 2/30e part in het schip “de Vrouw Elisabeth”
een 2/30e part in het schip “de Surinaamse Vriendschap”
de helft van een aantal obligaties, waarvan de wederhelft toebehoord heeft aan zijn broer Gerrit Pater, dei inmiddels ook overleden is
twee aandelen in de VOC (kamer Amsterdam), samen groot 6000 gl. oud kapitaal
Lasten:
Anthoni en Johannes Grill hadden per saldo van rekening courant te pretenderen een somma van 129.711 gl. 2 st.
NA Amsterdam inv. 12338, akte 23888: “ampliatie” dd 29 juli 1756 van de inventaris van de nalatenschap van Cornelis Pater, gedaan door Anthoni Grill, wonende te Amsterdam, als door Cornelis Pater in zijn testament van 27 mei 1744 ten overstaan van Philippe Camijn, gezworen klerk ter secretarie van Suriname, aangesteld, samen met Johannes Grill, tot voogd “hier te landen” over zijn enige nagelaten dochter en erfgename Catharina Lucia Pater, verwekt bij zijn vrouw Maria Cornelia van de Schepper.
Te weten:
de helft van zodanige somma als Anthoni en Johannes Grill aan Gerrit Pater sr. schuldig waren, nl. 66.047 gl. 1 st.
een pretentie ten laste van Nicolaas de Ruijter, nl. 43.464 gl. 2 st., die aan Anthoni Grill na het overlijden van Cornelis Pater is bekend geworden, derhalve pro memorie
een pretentie ten laste van Arent Hartjens, nl. 55.250 gl. 13 st. 8 penn., “en is over dezelve pretentie dispuut gevallen hetwelk tot nog toe niet heeft kunnen werden afgedaan”, derhalve pro memorie
een wisselbrief van 1360 gl.
okshoofden suiker en vaten koffie.
NA Amsterdam inv. 9247, akte 361146: op 4 okt. 1756 comp. Gerard van de Schepper, oud-gouverneur van Suriname, als gemachtigde van Dirck van Lijnden en diens vrouw Catharina Lucia Pater, heer en vrouwe van Zwanenburg, volgens procuratie gepasseerd voor de drossaard van de heerlijkheden Gendringen en Etten op 20 sept. 1756. De comparant verklaart, dat Arent Hartjens, kolonel van de burgerij en koopman te Amsterdam, aan hem, comparant heeft gedaan behoorlijke rekening van al hetgeen “concernerende … Cornelis Pater is voorgevallen” en door Hartjens is ontvangen en uitgegeven, “blijckende bij de nu laest gegeven reekening, dat per saldo”, ten behoeve van Cornelis Pater en zijn dochter en erfgename Catharina Lucia Pater onder Hartjens resteert en tegoed is een somma van 31.004 gl. 6 st., welke hij, comparant van Hartjens heeft ontvangen. Daarbij heeft hij nog van Hartjens ontvangen een somma van 1500 gl. wegens verlopen interest.
Kind:
c-2-1. Catharina Lucia Pater, geboren Suriname 1743, laatst gewoond hebbende in Den Haag, overleden Emmerik 1812, trouwde NG Gendringen 2/18 mei 1756 Dirk baron van Lijnden, heer van Zwanenburg
Dirk van Lijnden van Swanenburg, heer van Zwanenburg, geboren te Zutphen in 1735, overleden in mei 1792. “Hij werd 19 Sept. 1751 te Leiden student (ann. ac.); geadmitteerd in de ridderschap van Veluwe 11 Mei 1757; ambtsjonker van Voorst 12 Mei 1757; richter en dijkgraaf van Wageningen 30 April 1765; gecommitteerde ter generaliteit 1767-83; gecomm. in de generalit. rekenkamer 1783-86; gecomm. ter admiraliteit op de Maas 1786-87; in de Oost-Indische Compagnie 1788; monstercommissaris 1789, gedeputeerde 1789-92; extra-ordin. raad in Gelderland 1791. Hij huwde (ondertr. te ’s Gravenhage 2 Mei 1756) met Catharina Lucia Pater, bij wie hij maar één dochter won: Catharina Lucia van Lijnden. Zij werd in Juli 1776 geschaakt door, en huwde te Renkum 16 Aug. 1776 met Willem baron von Ungern-Sternberg, officier bij de garde. Dit huwelijk werd door echtscheiding ontbonden. Zij hertrouwde in 1795 met Andries van der Schroeff, bataafsch officier, en overleed te Koudekerk a.d. Rijn, waar zij 2 Januari 1799 in de kerk werd begraven.” (dbnl.org)
d. Rachel, 8 jan. 1697, jong overleden
e. Ida van de Schepper, 8 jan. 1697