I. Gijsbrecht Onder de Linde, geboren naar schatting ca. 1600, binnenvader in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 dec. 1663 (een baar in het Heilige-Geesthuis voor mr. Gijsbert Onder de Linde), trouwde Brechje Willems, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1681 (een baar voor de weduwe van mr. Gijsbert Onder de Linde bij de Vismarkt)
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Gerrit Gijsbrechtsz. Onder de Linde, trouwde Stijntje Jans
b. Maria Onder de Linde, trouwde Adriaen Blootelingh, metselaar te ‘s-Gravenhage (1684)
c. Sijmon Gijsbrechtsz. Onder de Linde, geboren naar schatting ca. 1640, volgt II
II. Sijmon Gijsbrechtsz. Onder de Linden, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1665), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1680), boekdrukker, trouwde 1e NG Dordrecht 22 febr./10 mrt. 1665 Johanna Kerckhof, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1665), 2e NG Dordrecht 14 juli 1680 (ondertrouw) Rachel van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1653, weduwe van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1680), trouwde 1e Willem van Brame, dochter van Johannes van Eijsden en Rachel Telmans
12 nov. 1669: Sijmon Onder de Linde, boekdrukker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Isaac van de Brande, timmerman en burger van Dordrecht, een huis met de woninkjes daarachter, staande achter in de Nieuwstraat, genaamd “de Schenckkan”, belend door het huis van Aert Evertsz. Troost aan de ene zijde en dat van de erfgenamen van Staes van Wageningen aan de andere zijde, voor 500 gl., betaald deelsin contant geld endeelsmet hetovernemen van een schuldbrief van 300 gl. kapitaal. (ORA Dordrecht inv. 786 (oud), f. 132v)
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 56v: op 5 nov. 1675 verklaart Sijmon Onder de Linden, boekdrukker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Brechje Willems, weduwe van Gijsbrecht Onder de Linden, binnenvader in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, dat zijn moeder schuldig is aan Elijsabeth de Both, weduwe van Samuel Roelants, wonende te Dordrecht, een somma van 1100 gl., verbindende een huis omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Joris van Bellen kleermaker en dat van Leendert de Clauw glazenmaker, genaamd “de Drie Tassen”.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 97v: op 13 juli 1684 verkoopt Sijmon Onder de Linde, boekdrukker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager Adriaen Blootelingh, mr. metselaar in ‘s-Gravenhage, als man van Maria Onder de Linde, beiden kinderen en erfgenamen van Brechie Willems, weduwe van Gijsbert Onder de Linde, voor 1300 gl. aan Pieter Vrijbergen, Franse schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Vismarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Joris van Bellen en dat van Arnoldus Duijrkant. Waarborg: Rutgerus Schouwhamer, lakenkoper en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1630, f. 105: op 30 juli 1686 verkoopt Margarita van Dongen, laatst weduwe van Joost Braem, burgeres van Dordrecht, voor 3800 gl. aan Sijmon Onder de Linde, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee voorgevels, vanouds genaamd “het Vergulde Vlies”, staande in de Visstraat tussen het huis van Jan Flonck en de wijnkelder van verkoopster. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2600 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
Ex 1:
a. Gijsbert, 1 jan. 1670
b. Maria, 21 mrt. 1672
Ex 2:
c. Brechie, 30 mrt. 1681
d. Gerrit, 9 dec. 1682
e. Adrianus (Adriaan) Onder de Linden, 12 sept. 1684, volgt III
f. Theodorus, 26 febr. 1686
fg Wilhelmus, 29 mrt. 1688
h. Rachel, 4 jan. 1690
i. Simon, 22 aug. 1691
j. Samuel, 31 aug. 1693
III. Adrianus (Adriaan) Onder de Linden, gedoopt NG Dordrecht 12 sept. 1684, koopman, trouwde 12 mrt. 1713 Antonia Verhoef
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 48v: op 19 juni 1717 verkopen “Casper Koebergh en borger deser Stad, mitsgaders Henderik van Wel als getrouwt hebbende Judith Coebergh, ende Pieter Koerberg te samen kinderen en Erffgenamen van wijlen Geertruij Roderkerken in haer leven wed:e wijlen Henderik Coeberg, ende nog als voogden over de nog minderjarige kinderen en mede Erffgen: van(de): voorn: Geertruij Roderkerke”, voor 550 gl. aan de heren Onderdelinden en Vriesendorp een pakhuis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de weduwe Beut en dat van de weduwe van Aert Servaert.
ORA Dordrecht inv. 1782, f. 29v: op 2 juli 1722 verkoopt “Barthout van Sligneland, Regeerende Borgermeester deser Stad vervangende en sig sterkmakende voor de heer Damas van Slingeland schepen en inde Oudraad mede binnen dese Stad in qaulitijt als voogden over d’minderjarige dogter van wijlen d’Heer Damas van Wesell in sijn leven Ontfanger van(de) Gemeene Middelen tot Bergen op Zoom en koopman binnen dese Stad”, voor 12.310 gl. aan Adriaan Onder de Linden, voor de helft, en Gijsbert en Willem van Rijsoort, kooplieden te Dordrecht, voor de wederhelft een achtkanten windzaagmolen met loodsen, huis, erf en alle gereedschappen, staande aan de Noordendijk buitendijks.
ORA Dordrecht inv. 1753, f. 48v: op 2 juli 1722 verkopen “Barthout van Slingeland, Regeerende Borgermeester deser Stad vervangende en sig sterkmakende voor de heer Damas van Slingeland schepen en inde Oudraad mede binnen dese Stad in qaulitijt als voogden over d’minderjarige dogter van wijlen d’Heer Damas van Wesell in sijn leven Ontfanger van(de) Gemeene Middelen tot Bergen op Zoom en koopman” te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Adriaan Onder de Linde, voor de helft, en Gijsbert en Willem van Rijsoort, voor de wederhelft, een werf, loodsen, en tuin met de tuinhuisjes, staande op het stadserf even buiten de Kleine Sluispoort aan de Noordendijk, strekkende van de sluis of de Noordendijk tot aan de weg langs de blekerij en van de dijk langs de weg tot aan het erf van Gillis Holaart, koopman te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 144v: op 15 juli 1728 verkoopt Aletta Melanen, laatst weduwe van Hendrik Vriesendorp, voor zichzelf en als voogdes over haar twee minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Hendrik Vriesendorp, voor de helft voor 5700 gl. aan Adriaan Onderdelinde, “(volgens gemaakt Contract van Sositeijt onderdehant Articul 7 van dato den 27 Januarij 1712 tusschen haar man zar: ende voorn. Adriaan Onderdelinde aangegaan”, 1e twee huizen, genaamd “de Raapkoek” en “de Wildeman”, staande naast elkaar in de Voorstraat omtrent de Boomstraat tussen het huis van Gerard van Duijnen en dat van Frans der Moeij, 2e een huis, genaamd “de Roos”, staande tegenover voornoemde twee huizen tussen het huis van Govert Staalsmid en dat van Pieter van der Burg, 3e een huis, genaamd “de Melkmijd”, staande vooraan in de Torenstraat tussen het huis van Frans Jacobsz. en dat van Neeltje Dura, de vrouw van David van der Kloet, 4e een pakhuis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van notaris Jacob Beud en dat van Jenneke Mouthaan, de vrouw van Aart Savart, en 5e een pakhuis eveneens in de Nieuwkerkstraat aan de linkerzijde bij het inkomen van de straat, staande tussen het huis van Jacob van Duijnen en dat van Adriaan van Allen.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 210: op 3 mei 1729 verkoopt “Tanneke Nierhare wed:e van Barent Regters, wonende binnen deeze Stad, geinstitueerde Erffgenaam van Sr: Adriaan van den Branden, gewoont hebbende en overleeden binnen deeze Stad”, voor 1400 gl. aan Adriaan Onderdelinde, koopman te Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen de ingang naar het Bolwerk en het huis van Marija de Hoogh.
ORA Dordrecht inv. 1782, f. 85: op 22 jan. 1732 verkopen “Johannis Barnevelt, woonende buijten de Vriesepoort deser Stadt, als in huwelijk hebbende Willemina van Westenrijk die geinstitueerde Erffgename is van wijlen haaren Eersten man Willem van Rijsoort, als mede deselve Willemina van Westenrijk als ten desen door haaren man Johannis Barnevelt specialijk geadsisteert ende geauthoriseert sijnde”, voor 3000 gl. aan Adriaan Onderdelinden en Gijsbert van Rijsoort, kooplieden te Dordrecht, elk een vierde part in een achtkanten windzaagmolen, genaamd “de Fortuijn”, met alle bijbehorende gereedschappen, loodsen, huis en werf, staande aan de Noordendijk buitendijks op grond van de Merwede.
ORA Dordrecht inv. 818 (oud), f. 165v e.v.: op 5 mrt. 1737 verkopen Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk van de secretarie te Dordrecht, door het Gerecht en de Kamer Judicieel aangesteld tot curatoren over de insolvente boedel van Jan Anthonij Bruijn, gewezen suikerraffinadeur te Dordrecht, en diens vrouw Maria van Asperen, volgens besluit van de Kamer Judicieel dd 20 dec. 1736, aan Adriaan Onderdelinde, koopman te Dordrecht, een suikerraffinaderij genaamd “Stokholm”, staande op de Nieuwe Haven of Drappierskade [Wolwevershaven] tussen het huis van Jacob van der Waijen, afgevaardigde in de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden wegens de provincie Friesland, en dat van de weduwe van Johan van den Santheuvel. De koopsom bedraagt 17.220 gl. De koper betaalt tevens een rantsoen van 430 gl. 10 st.
ORA Dordrecht inv. 1782, f. 143v: op 3 sept. 1743 verkoopt Adriaan Onderdelinden, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Dirk en Jan Kalis, molenaars te Dordrecht, vijf achtste parten van een windzaagmolen, genaamd “het Fortuijn”, staande aan de Noordendijk buitendijks op grond van de Merwede, van welke molen de resterende drie achtste parten toebehoren aan Gijsbert van Rijsoort, belend door de molen van Van Duijnen aan de ene zijde en de volmolen van Willem van der Koogh.
ONA Dordrecht inv. 981, akte 128: op 9 nov. 1754 verkopen Adriaan Onder de Linden en Egbertus van der Sweth, kooplieden te Dordrecht, voor 9150 gl. aan de erven van Fredrik Wilkens, Johannes Balthus en Co., de weduwe Willem Bruijn en zonen, de weduwe Jan Rens, Bakker en Van der Elst, Rens en Van de Wall, Mijer en Van Volkom, Den Ouden en Van de Broek, elk voor 1/8 part, een suikerrafinaderij, genaamd “Stokholm”, “inden jaere 1730 uijt de grond opnieuw opgetimmert en tot suijker Raffinage aengelegt”, met een grote bok en een vuilnisbak op de kade, staande en gelegen op de Wolweverskade en uitkomende aan de rivier, belend aan de ene zijde door het huis van mevrouw Van der Waaij en aan de andere zijde door het huis van Ruben van Hoven.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Simon, 9 febr. 1714
b. Cornelis, 6 febr. 1716
c. Rachel, 14 sept.. 1720
d. Hubert, 19 febr. 1724