Van Wageningen

I. Frans Jansz., van Dordrecht (1591), munter, trouwde NG Dordrecht 29 sept./13 okt. 1591 Maricken Cornelis Daniëlsdr., van Dordrecht (1591)

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 51: op 12 mei 1592 verkopen Jan Reijersz. inde Schoppen, als man van Reijnsburch Laurensdr., voor de ene helft, en Pieter Willemsz. bakker en Ghijsbrecht Vrancken, als voogden van de weeskinderen van Willem Adriaensz. muntsnaar, voor de wederhelft, aan Frans Jansz., muntenaar te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen ’s herenstraat en het huis van Dirck Barentsz. boogmaker. De koper is schuldig aan Jan Reijersz. inde Schoppen een bedrag van 669 gl. 10 st. en aan de voogden van genoemde weeskinderen een gelijk bedrag. Borgen: Dirck Jansz. Clootwijck en Claes Maertensz. timmerman.

Kinderen:

a. Gerrit Fransz. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht juli 1598, volgt II

b. Francoijs, gedoopt NG Dordrecht jan. 1601

c. Jacomijntgen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1602

d. Salomon Fransz. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht okt. 1605, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1629), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1637), bakker, trouwde 1e NG Dordrecht 30 dec.1629/22 jan. 1630 Lijsbeth Harman Harmansz. van Weselsdr. van Dordrecht (1629), 2e NG Dordrecht 25 okt/10 nov. 1637 Elsken Michiels, jonge dochter van Venlo wonende bij de Munt (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 mrt. 1676 (een zwarte baar op het Maartensgat voor Elsie Michiels, weduwe van Saelmon France van Wageninge)

Kinderen (ex 2; o.a.):

d-1. Sara van Wageningen, gedoopt NG juni 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1661), trouwde NG Dordrecht 5/21 juni 1661 Hendrik van der Pijpen, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Grote Kerk (1661)

ONA Dordrecht inv. 246, f. 136: op 23 sept. 1660 benoemt Sara Salomonsdr. van Wageningen, ongehuwde persoon, tot erfgenaam haar moeder Elsken Michielsdr. Bij overlijden van haar moeder moeten al haar goederen in twee gelijke delen verdeeld worden onder de erfgenamen ab intestato van vaderszijde en van moederszijde van de testatrice .

ONA Dordrecht inv. 66, f. 223: op 25 febr. 1662 testeren Hendrick Maertensz. van der Pijpen houtkoper en zijn vrouw Sara Salomonsdr. van Wageningen, burgers van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen de langstlevende van hen beiden. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en, als zijn gaan trouwen, hun een uitzet te geven, alsmede onder hen allen een somma van 1000 gl. uit te reiken.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

d-1-1. Salomon, 4 febr. 1664

d-1-2. IJgje, 29 april 1666

d-1-2. Elsge, 7 aug. 1671

d-1-3. Hendrijck, 16 nov. 1672

d-1-4. Fransois, 27 sept. 1675

d-2. Maria, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1645

II. Gerrit Fransz. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht juli 1598, van Dordrecht wonende in het Steegoversloot bij Hendrick Jansz. timmerman (1622), bakker, munter, trouwde NG Dordrecht 28 aug./13 sept. 1622 Grietje Staes Pietersdr. van Kip, geboren ca. 1598, van Dordrecht wonende bij Augustijn de schilder (1622), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1639), weduwe van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1660), trouwde 2e NG Dordrecht 30 jan./15 febr. 1639 Geleijn Pietersz., weduwnaar van Dordrecht (1639), koster van de Nieuwkerk, 3e NG Dordrecht 13/27 juni 1660 Pieter Geleijnsz. Cool, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Schrijversstraat (1660), schipper, dochter van Staes Pietersz. en Clemensken Gillis

ONA Dordrecht inv. 94, f. 291: op 13 sept. 1658 testeert Grietgen Staessen, laatst weduwe van Geleijn Pietersz. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar zoon Johannes Geeritsz. van Wageningen of bij vooroverlijden zijn kinderen voor de helft, en Cornelia Staessen van Wageningen, dochtertje van haar overleden zoon Staes Geeritsz. van Wageningen, voor de wederhelft. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar zoon Johannes Geeritsz. van Wageningen en haar goede vriend Jan Huijgen van der Ent.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 326, akte dd 7 mei 1660: verklaring door o.a. Grietgen Staessen, eerst weduwe van Gerrit Fransz. van Wageningen munter, 62 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van de waardijn, provoosten een gezworenen van de Munt van Holland te Dordrecht. Zij verklaart, dat zolang zij weduwe is geweest tot aan haar tweede huwelijk, zij “uijt recht ende hoofde van haer eerste man zaliger als muntgesel, althoos gerustelijck genoten heeft vrijdom … van alle imposten consumptie ende exchijns geene vuijtgesondert soo wel die van s’ lants als stadtswegen oeijts sijn verpacht gewerden”.

ONA Dordrecht inv. 195, f. 371: inventaris dd 22 juni 1660 van de goederen, die in bezit zijn van Grietgen Staessen, laatst weduwe van Gleijn Pietersz., en die zij ten huwelijk brengen zal bij Pieter Gleijnen Cool, haar bruidegom. Tot de boedel behoren o.a.:

een groot schilderij van Maria en Jozef

een dito van Maria Magdalena

een schilderij met een “vrouwenbeeld”

vier “seevaertgens”

[een schilderij met] een herder en een herderin

twee “postuijrkens”

een schilderijtje van admiraal Tromp

een schilderij met een heer en een juffrouw

een schilderijtje van Hager

een schilderijtje waarin Christus de blinde ziende maakt

een schilderij van Abrahams offerande

tien schilderijtjes en “taeffereelen”

een bijbel in folio met koperen sloten

een martelaarsboek in folio met sloten

twaalf testamenten, psalmboekjes en andere boekjes.

ONA Dordrecht inv. 257, f. 492: op 30 dec. 1676 testeert Margarita Staessen van Wageningen, laatst weduwe van Pieter Geleijnsz. Cool, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Grietje van Wageningen, oudste dochter van haar zoon Johannes van Wageningen, een bedrag van 125 gl., en aan al zijn overige kinderen elk een bedrag van 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zijn haar zoon Johannes van Wageningen voor de ene helft en Cornelia van Wageningen, enige nagelaten dochter van haar zoon Staes van Wageningen, voor de andere helft, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als Cornelia zonder nakomelingen na te laten komt te overlijden, moet alle goederen, die zij van de testatrice zal erven, komen aan de erfgenamen ab intestato van de testatrice.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Mariken, nov. 1623

b. Staes Gerritsz. van Wageningen, mrt. 1626, volgt IIa

c. Francois, mrt. 1628

d. Clemensken, juni 1630

e. Johannes (Jan) van Wageningen, juli 1632, volgt IIb

IIa. Staes Gerritsz. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1626, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1649), bakker, munter, gezworene van de Munt van Holland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 april 1658 (een baar in de Nieuwstraat voor Staes Jacobse [sic] van Wageningh, bakker), trouwde NG Dordrecht 17 okt./2 nov. 1649 Christina Cock, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1649), dochter van Hendrick Cock en Cornelia Struijs

ONA Dordrecht inv. 138, f. 646: op 1 dec. 1659 comp. Arent Cock, Hillegont Cock, de vrouw van Nicolaes Manternach, Catharijna Cock, de vrouw van Joost van Sundert, die in het buitenland verblijft, Cristina Cock, weduwe van Staes Gerritsz. van Wageningen, voor zichzelf en tevens vervangende Hendrick Cock, Pieter Cock, Maerten van Santvoort, als man van Janneken Cock en Johannes de Winter, als man van Belia Cock, allen kinderen van wijlen Cornelia Struijs, die een dochter was van wijlen Catharijna Beens, de vrouw van wijlen Hendrick Struijs, hun grootouders. Zij verlenen procuratie aan hun broer Hugo Cock, wonende te Utrecht, om te vorderen “vanden genen diet behooren sal” een somma van 1000 gl., die na het overlijden van hun grootvader Hendrick Struijs aan hen uitgereikt moet worden wegens de nalatenschap van hun grootmoeder Catharijna Beens, de eerste vrouw van Hendrick Beens.

ONA Dordrecht inv. 140, f. 492: op 3 okt. 1660 benoemt Cristina Cocq, weduwe van Staes Gerritsz. van Wageningen, burgeres van Dordrecht, in geval van haar overlijden tot voogden over haar minderjarig kind haar broer Hendrick Cocq en haar zwager Johannes van Wageningen.

ONA Dordrecht inv. 334, f. 283: op 15 okt. 1670 leggen Bartholomeus van der Mandelen en Bartholomeus van Bracht, resp. gezworene en provoost van de Munt van Holland te Dordrecht, alsmede Arijen Schaeck, Jan Corstiaensz. van Wageningen, Isaack van den Brande en Matthijs Erasmus, knapen van de Munt, op verzoek van Thomas Rijckaerts, burger van Dordrecht, een verklaring af. De attestanten verklaren, dat zij zeer goed gekend hebben Staes Gerritsz. van Wageningen, de broer van Johannes Gerritsz. van Wageningen, dat Staes bediend heeft een vrije plaats in de Munt, op welke plaats als knaap ingeleid is Salomon van Wageningen, de oom van Staes, waarna door Staes op zijn muntersplaats is ingeleid voornoemde Johannes van Wageningen, zodat Staes op zijn muntersplaats tegelijkertijd heeft gehad twee knapen, hetwelk in strijd is met de privileges van de Munt. Zij verklaren voorts, dat aan Johannes van Wageningen, niettegenstaande het feit, dat hij voor en na het overlijden van zijn broer Staes niet anders is geweest dan knaap in de Munt, is toegestaan, in strijd met de privileges van de Munt, om in plaats van zijn broer zijn proef te doen en vervolgens als meester in plaats van knaap is toegelaten, “soo als hij alsnu het provoostampt inde … munte is bedienende, niettegenstaende … Staes van Wageningen een dochter heeft naergelaten welkers naesaten in tijde ende wijle volgens ordre ende privilegie vande … munte in plaetse van haer grootvader inde … munte als meester sullen moeten succederen. Gelijck oock mede soo als sij attestanten sijn bericht eenen Thijs Thijsz. op sijn mr. plaetse inde … munte tot knaep heeft ingeleijt eenen Arije Jansz. Kuijter die een volle oom is geweest van … Johannes van Wageningen onder dat den gemelten Kuijte … Thijs Thijsz. in eenige maechschap ofte bloede heeft bestaen”.

Kind:

a. Cornelia van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1652, trouwde 4 aug. 1675 Pieter Geleijnsz. Kool (zie genealogie Kool op deze website)

IIb. Johannes Gerritsz. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht juli 1632, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1655), koster van de Nieuwkerk, munter, provoost en boekhouder van het Serment van de Munt van Holland, trouwde 7 nov. 1655 Helena Adriaensdr. Boef alias Cuijter, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1655), dochter van Adriaen Jansz. Cuijter alias Boeff en Lijsbeth Wiericx

ONA Dordrecht inv. 136, f. 424: op 27 nov. 1657 comp. Job Jansz. Cuijter, Adriaen Jansz. Cuijter, Jacob Jansz. Cuijter, Willem Dircxsz. Stoop, als man van Adriaentgen Jansdr. Cuijter, Claes Otten, man van Adriaentgen Adriaensdr., Cornelis den Raven, als man van Maijken Adriaensdr., Wierick Adriaensz. en Johannes van Wageningen, als man van Helena Adriaensdr., alle vier mondige kinderen van Adriaen Jansz. Cuijter alias Boeff, en Dirck van Herwijnen, rentmeester van de Weeskamer, namens Gerrit, Neeltgen en Matthijs Adriaensz., alle drie onmondige kinderen van Adriaen Jansz. Cuijter, en nog namens de drie minderjarige kinderen van wijlen Janneken Jansdr. Cuijter, samen erfgenamen van Marcelis Jansz. Cuijter, voor de ene helft, en Dirck Otten, Claes Otten, en Job Jansz. Cuijter, allen erfgenamen van Trijntgen Jobs, enige dochter van Willemijntgen Otten, samen erfgenamen van Maijken Otten, in haar leven de vrouw van Marcelis Jansz. Cuijter, voor de andere helft. De comparanten verklaren, dat zij onderling de goederen, die Marcelis en zijn vrouw hebben nagelaten, verdeeld hebben.

ONA Dordrecht inv. 337, f. 394: op 13 nov. 1673 leggen Cornelis Waersman en Dirck van der Mandel, burgers van Dordrecht, op verzoek van de knapen en werklieden van de Munt van Holland te Dordrecht, een verklaring af. De attestanten verklaren, dat zij een maand of zes weken tevoren zijn geweest in het gezelschap van Johannes van Wageningen, provoost en boekhouder van het Serment van de Munt, en dat de tweede getuige toen aan Van Wageningen heeft gevraagd aangaande de twaalfde penning, die de knapen en werklieden over hun arbeidsloon telkens moeten betalen, of dat geld niet moest worden gebruikt “tot onderstant vande sulcke dewelcke sieckelijck ofte impotent quamen te werden”, waarop Van Wageningen zei “Jae”. De tweede comparant zei vervolgens, dat naar zijn mening het geld dan zou moeten toekomen aan Geerid Jansz. van Groeningen, knaap van de Munt, die een oude man en “ongevallich is, ende die sijn been ontheupt ofte gebroken hadde, ende die oock tot groote armoede was gekomen”. Van Wageningen zei daarop: “Hola dat komt geen knapen toe, maer alleen de meesters”.

Johan van Wageningen, provoost van de Munt (zittend in het midden) op het schilderij Het Serment van de Munt van Holland, door Samuel van Hoogstraten (1674).

ONA Dordrecht inv. 341, f. 3: op 1 jan. 1677 testeren Johannes van Wageningen en zijn vrouw Helena Adriaensdr. Bouff, burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en dan aan ieder van hen een somma van 300 gl. uit te keren en een “eerlijcke” uitzet, zoals zij ook aan hun dochter Margarita van Wageningen, die onlangs is getrouwd met Adriaen Hoevenaer, gegeven hebben. Zij benoemen elkaar tot voogd, alsmede Sijmon van Rottermunt, muntmeester en schepen in wette van Dordrecht, en Wierick Bouff, de broer van de testatrice.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 26v: op 10 juni 1677 verkoopt Arnoldina van Beaumont, weduwe van Alewijn van Halewijn, oud-magistraat en rentmeester van de kerkelijke goederen te Dordrecht, voor 525 gl. aan Johannes van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, een huis achter in de Nieuwkerkstraat omtrent het Nieuwkerkhof, staande tussen de Nieuwkerkstraat en een huis van de Heilige Geest ter Nieuwerkerk.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 125: op 4 sept. 1704 verkopen kapitein Adriaen van Wageningen en Francois van Wageningen, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als executeurs-testamentair van Helena Bouff, weduwe van Johannes van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, en als procuratie hebbende van Johan van Wageningen, Melsert Hagens, als man van Cristina van Wageningen en Jan Elkes, als man van Adriana van Wageningen, voor 980 gl. aan Jan Braams, mr. bakker te Dordrecht, een huis met een woninkje erachter in de Torenstraat, uitkomende aan het Nieuwkerkhof , staande tussen het huis van Cornelis Muijs en dat van de weduwe Van Wageningen.

ORA Dordrecht inv. 1751, f. 18: op 4 sept. 1704 verkopen “Cap.ns Adriaan en Franchois van Wageningen, woonende binnen dese Stad, Soo voor haar selven en nog in q.tn als Executeurs vanden Testamente van zal.r Helena Boef wed.e wijlen Johannis van Wageningen in sijn leven koster vande Nieukerck in dese Stad, mitsgrs. mede als last en procuratie hebbende van Johan van Wageningen, Melsert Hagens als in Huwel. hebbende Cristina van Wageningen en van Jan Ellekens als in egte hebbende Adriana van Wageningen”, voor 335 gl. aan de weduwe van Lammert van der Tack, burger van Dordrecht, een tuin met een tuinhuisje buiten de St. Jorispoort op de Bredeweg schuin tegenover het Steltenpad, staande naast het huis en de tuin van Johannes Mattheus.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Grietje van Wageningen, 6 sept. 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1676), trouwde NG Dordrecht 12/26 april 1676 Adriaen Hoevenaer, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1676)

ONA Dordrecht inv. 238, f. 223: op 22 juni 1677 testeren Arij Jansz. Hoevenaer schipper en zijn vrouw Grietje Jansdr. van Wageningen, burgers van Dordrecht. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan “uijt te setten gecleet ende gereed”, zoals het de langstlevende goeddunken zal, en hun bovendien uit te keren onder hen allen een somma van 100 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Luzia, 29 mrt. 1677

a-2. Johannes, 4 sept. 1678

a-3. Helena, 20 okt. 1681

a-4. Gerrit, 21 febr. 1683

a-5. Wierick, 10 sept. 1684

a-6. Sijchien, 23 dec. 1685

a-7. Anna, 14 dec. 1689

b. Johannes van Wageningen, geboren naar schatting ca. 1657,

c. Adriaan (Arien) van Wageningen, 18 dec. 1658, volgt III

d. Lijsbeth, 12 sept. 1660

e. Gerrit, 21 mrt. 1663

f. Fransois van Wageningen, 8 mei 1665, jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1687), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1689), trouwde 1e NG Dordrecht/Dubbeldam 16/30 nov. 1687 Catharina Sam, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1664, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1687), overleden 19 okt. 1688, dochter van Jan Sam Jansz. en Anna Schoorn, 2e NG Dordrecht 11/25 sept. 1689 Aletta van Hoogstraten, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1689)

ONA Dordrecht inv. 262, f. 89: op 19 juli 1689 comp. Franchois van Wageningen, burger van Dordrecht, als weduwnaar van Catharina Sam, dochter van Jan Sam Jansz. en Anna Schoorn, enerzijds, en Anna Schoorn, weduwe van Jan Sam Jansz., als moeder en voogdes van Anna en Clara Sam, beiden zusters van Catharina Sam en erfgenamen ab intestato van het kind, dat bij Catharina Sam is verwekt door de eerste comparant, en Abraham Sam, veertigraad van Dordrecht, die samen met notaris Adriaen Meijnaert door zijn moeder en overleden broer is aangesteld tot voogd over Anna en Clara Sam. De comparanten verklaren, dat Franchois van Wageningen en Catharina Sam in hun testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris J. de Bets te Dordrecht op 16 okt. 1688, elkaar tot hun erfgenaam hebben benoemd op voorwaarde, dat de langstlevende van hen beiden hun kinderen zou onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun zou uitreiken een somma van 2000 gl., maar dat bij overlijden van hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk al hetgeen zij aan hen hadden gelegateerd zou komen aan de langstlevende van hen beiden. Voorts verklaren zij, dat Catharina Sam op 19 okt. 1688 is overleden en het enige kind, dat zij heeft nagelaten, is overleden op 22 febr. 1689. De comparanten zijn nu overeengekomen, dat Van Wageningen alle goederen zal behouden, die zijn vrouw heeft nagelaten, maar dat hij gehouden blijft alle schulden van hun boedel te betalen en dat hij aan de tweede comparanten zal voldoen ten behoeve van Anna en Clara Sam eerstens een obligatie van 2000 gl. en de daarop verlopen interest, en tweedens een somma van 225 gl. en 10 st. Ten behoeve van Van Wageningen voor 2/3 parten en Anna en Clara Sam voor een 1/3 part blijft gereserveerd het erfdeel, dat Catharina Sam is aanbestorven door overlijden van Anna Sam, de vrouw van notaris Adriaen Meijnaert, om na het overlijden van de notaris aan hen uitgekeerd te worden. Van Wageningen zal te zijnen laste nemen de 200e penning wegens het erfdeel, dat zijn vrouw toekwam in de nalatenschap van haar grootmoeder, oom, tante en anderszins.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 4: op 21 jan. 1707 verkopen “Pieter van Talon, Tabackvercooper en borger alhier ende Jacob Franken, winkelier en(de) mede borger derselver Stede, als Last en procuratie hebbende van Martinus van Talon, Commissaris ter recherge tot S Hartogenbos blijkende bij de selve procuratie gepasseert voor den notaris Hugo van Dijk en sekere getuijgen binnen deser voorsz. Stede residerende opden 11 Maert 1704 ons Schepenen geexhibeert beijde eenige soonen en Erfgenamen van Louijs van Talon zal.r”, voor 3050 gl. aan kapitein Francois van Wageningen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Vriesestraatsteiger, waar vanouds uithangt “den Lantaren”, staande tussen het huis van de koper en dat van Johannes Asmaer.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 7v: op 21 febr. 1711 verkoopt Franchois van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Pieter Gelijnsz. Kool, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande op de hoek van het Popestraatje tussen het kisthuis en het huis van Anthonij de Vos zilversmid.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 8: op 3 febr. 1712 verkoopt Franchois van Wageningen, als man van Alletta van Hoogstraten, voor 750 gl. aan Abram Bosselaar mr. metselaar een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het pakhuis van Jeronimus Terwe en het huis van Jacobus van Rie.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 10: op 18 febr. 1712 verkoopt Franchois van Wageningen, burger van Dordrecht, als man van Alletta van Hoogstraten, dochter en erfgenamen van Cornelia van Drongelen, voor 195 gl. aan Cornelis Ardegaingh twee naast elkaar staande huisjes vooraan in het Loverstraatje [belenders niet vermeld], alsmede voor 52 gl. aan Jan Gerritsz. Valkenburg brouwersgast een huisje achter in hetzelfde straatje, komende achter brouwerij “de Schenckkan”.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 46v: op 2 juni 1712 verkoopt Casparus van Bemmel, wonende te Waalwijk, voor 5000 gl. aan Franchois van Wageningen, burger van Dordrecht, “Een koopmans Huijs met een pakhuijs ofte kelder daar agter, benevens een vrije achter wooning boven deselve kelder ofte pakhuijs met verschijde paksolders daar boven staande en gelegen ’t selve Huijs in de Wijnstraat binnen dese Stad, ontrent het Groot hooft, bewoont werdende bij Cristiaan Logeman, den Huijse van Sr. Gerrit van Bokkum aende eene, ende de Suijkerbakkerij van Fredrick Mulhoff ter andere zijde, komende het voorsz. Huijs van agteren uijt op de Have, naast pakhuijs van(de) Heer Huibert Borret aen(de) eene, ende de voorn. Suijkerbakkerij aen(de) andere zijde”.

ORA Dordrecht inv. 1646, 102v: op 22 aug. 1716 verkopen “Johan van Veenvelt, apothecaris alhier, als Last en procuratie hebbende van Jacob Spanseerder, Coopman tot Amsterdam in huwelijk hebbende Sara Sam, mitsgaders vervangende hem sterkmakende en rato Caverende voor Catharina Sam, wed.e Pieter vander Meulen mede wonende tot Amsterdam voorsz. volgens deselve procuratie gepasseert voor den Notaris Andries Kant en getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 14en Aug: 1716 mitsgaders Pieter Kant, mede Coopman alhier als procuratie hebbende van Maria Oudland wed.e Jan Sam, ingevolge de procuratie gepasseert voor den voorn: notaris Andries Kant en getuijgen in dato 20 Aug: 1716 voorsz. te samen kinderen van zal.r Jacob Sam en sulx voor een staak alsmede Jan Huttenus Coopman alhier, Jan van Helmont als Erfgen. van sijnen huijsv. Ida Huttenus, Steven Bordels in huwelijk hebbende Catharina Huttenus, den voorn. Pieter Kant getrouwt hebbende Catharina Huttenus, vervangende en hem sterkmakende voor Adriana Huttenis te samen kinderen en kints kinderen van wijlen Catharina Sam, wed.e Arent Huttenus voorde tweede staak, ende nog den voorn: Johan van Veenvelt als in huwelijk hebbende Anna Sam, ende Francois van Wageningen als Erfgen: van Sijne gewesene huijsvrouw Catharina Sam, kinderen van wijlen Jan Sam voor de derde staak, sijnde ook alle de Comparanten Erfgenamen vande heer Abraham Sam zal.r in sijn leven in ’t Collegeie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad voor den vierde staack Erfgenamen Ab intestato van Juffr. Anna Sam, in haer leven huijsvrouw vand’heer Adriaen Meijwaart, in sijn leven mede in ’t Collegie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad”, voor 550 gl. aan Adriaen Papegaeij, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Fredrik Wilkes en dat van Johan van Veenevelt.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 104: op 22 aug. 1716 verkopen “Johan van Veenvelt, apothecaris alhier, als Last en procuratie hebbende van Jacob Spanseerder, Coopman tot Amsterdam in huwelijk hebbende Sara Sam, mitsgaders vervangende hem sterkmakende en rato Caverende voor Catharina Sam, wed.e Pieter vander Meulen mede wonende tot Amsterdam voorsz. volgens deselve procuratie gepasseert voor den Notaris Andries Kant en getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 14en Aug: 1716 mitsgaders Pieter Kant, mede Coopman alhier als procuratie hebbende van Maria Oudland wed.e Jan Sam, ingevolge de procuratie gepasseert voor den voorn: notaris Andries Kant en getuijgen in dato 20 Aug: 1716 voorsz. te samen kinderen van zal.r Jacob Sam en sulx voor een staak alsmede Jan Huttenus Coopman alhier, Jan van Helmont als Erfgen. van sijnen huijsv. Ida Huttenus, Steven Bordels in huwelijk hebbende Catharina Huttenus, den voorn. Pieter Kant getrouwt hebbende Catharina Huttenus, vervangende en hem sterkmakende voor Adriana Huttenis te samen kinderen en kints kinderen van wijlen Catharina Sam, wed.e Arent Huttenus voorde tweede staak, ende nog den voorn: Johan van Veenvelt als in huwelijk hebbende Anna Sam, ende Francois van Wageningen als Erfgen: van Sijne gewesene huijsvrouw Catharina Sam, kinderen van wijlen Jan Sam voor de derde staak, sijnde ook alle de Comparanten Erfgenamen vande heer Abraham Sam zal.r in sijn leven in ’t Collegeie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad voor den vierde staack Erfgenamen Ab intestato van Juffr. Anna Sam, in haer leven huijsvrouw vand’heer Adriaen Meijwaart, in sijn leven mede in ’t Collegie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad”, voor 400 gl. aan Hendrik Josselet, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de haven bij de draaibrug aan de Kleine Vismarkt, staande tussen het pakhuis van Johan van Veenevelt en de raffinaderij van Fredrik Wilkes en Pieter van Malsem in compagnie.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 93: op 4 febr. 1719 verkoopt Franchois van Wageningen, wonende te Dordrecht, voor 675 gl. aan Tobias van Bienhoven, burger van Dordrecht, een “Huijs en Erve, staande ende gelegen in de Vriesestraat binnen dese Stad, en van agtere komende, op de agtersplaats van ’t naar te noemen Huijs van(de) verkooper (onder dese Conditie dat in den agtergevel van ’t voorsz. Huijs genoome het sloth, den kooper in vollen eijgendom toebehoorende, nu nogte ten eeuwigen dage geen de minste Ligten sullen mogen werden gebragt, sulx dat de achterplaats van het Huijs genaamt de Wijngaard den vercooper mede toebehorende van deselve lichten … voor althoos sal sijn, ende blijven bevrijd, dat verders het riool off waterloop van ’t voorsz. Huijs de Wij(n)gaard in en door het huijs vanden kooper loopende daar inne nu en ten eeuwige dage zal moeten sijn en blijven zoo ende gelijck het selve jegenwoordigh is, ende ofte gebeurde dat het voorschreve Riool ’t eeuwige tijd magte komen te verstoppen, off … aangebreken, sal de onkosten daar toe nodigh ten wedersijden werden gedagen en betaalt, alsmede dat de pottebank, en verder getimmert tegens den voors. agter gevel gemaakt daar sal moge blijven en bij vernieuwingh weder mogen werden opgemaakt)”, staande tussen het huis van mr. Pieter van Esch en dat van Ruth Vermaes.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 3: op 28 jan. 1727 verkoopt kapitein Francois van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 3300 gl. aan Adriaan Vervoorn, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een “huijs ende Erve genaamt de Lantaarn, staande ende geleegen Zuijdwaarts in de Voorstraat omtrent de Vriesestraat deezer Stad (onder conditie dat de westelijke zijde muur van het vercogte huijs de Lantaarn, staande teegens d’oostelijke zijde muur van het Huijs de Wijngaart de vercooper toebehoorende in het gemeen sal zijn soo ook de gront, Loode goed ende Muirplaat, streckende van voren vanden voorgevel, tot in off aan den agtergevel waarinne den vercooper en eijgenaar van het Huijs de Wingaart sal vermoogen te brengen ende leggen soo veel balken en anckers als denzelven sal coomen goet te vinden mits de anckers van binnen in het Huijs de Lantaarn inde muir intekassen des gelijxt sullen ook de ankers haare schieters en cnoppen die teegenwoordig in het Huijs de Lantaarn aande zijde van het Huijs de Weijngaart zijn, door den Cooper ingekast moeten werden”, staande oostwaarts het huis van Adriaan Spruijt en westwaarts het huis van de verkoper, genaamd “de Wijngaert”.

Kinderen:

Ex 1:

f-1. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1688, overleden 22 febr. 1689

Ex 2:

f-2. Soetje van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1691, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1713), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 sept. 1745 (Soeta van Wageningen, de vrouw van Franchois Beut, in de Wijnstraat, met 5 koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/27 sept. 1713 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Jan Beudt, de bruid met haar vader) Francois Beudt, jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1713)

g. Eustachius, 19 okt. 1667

h. Christina van Wageningen, 26 juli 1671, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1690), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 nov. 1727 (Cristina van Wageningen, weduwe van Melsart Hagens, op de hoek van de Nieuwkerksteiger, laar kinderen na), trouwde NG Dordrecht 5/19 mrt. 1690 Melsert Hagens, jongman van Dordrecht op de Hoge Nieuwstraat (1690), tingieter

Kinderen (o.a.; allen gedoopt NG Dordrecht):

h-1. Catharina, 4 febr. 1691

h-2. Johannes, 21 mrt. 1692

h-3. Helena, 25 sept. 1693

h-4. Maria, 5 dec. 1696

h-5. Elisabeth, 28 juni 1699

h-6. Margareta, 26 nov. 1700

h-7. Christina, 3 jan. 1703

h-8. Tieleman, 5 okt. 1704

h-9. Adriana, 25 mei 1706

h-10. Melsert, 26 sept. 1710

h-11. Adriaen, 21 juni 1713

h-12. Petronella, 28 febr. 1716

i. Ariaentje van Wageningen, 5 febr. 1676, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1699), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 23 sept. 1746 (Adriana van Wageningen, weduwe van Jan Hilkes, in de Torenstraat, laat kinderen na, met koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16/30 aug. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Willempie Barents, de bruid met haar moeder Helena Boeff) Jan Ellekens (Hillekens), jongman van Heerenveen wonende bij de Nieuwkerk (1699, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 dec. 1724 (Jan Hillekes, in het Torenstraatje, laat vier kinderen na)

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 70v: op 27 juli 1730 verkoopt Adriana van Wageningen, weduwe van Jan Hillekes, voor 450 gl. aan Michiel Versteegh, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat tegenover het Pompstraatje, staande tussen het huis van Huijbert van den Bosch en dat van Corstiaan Swart.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

i-1. Willemina, 15 sept. 1700

i-2. Johanna Hillekens, 20 jan. 1704, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1727), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 mei/2 juni 1727 (de bruidegom geassisteerd met Marijke de Leeuw, de vrouw van Hendrik van der Heijde, zijn nicht, de bruid met Adriana van Wageningen, weduwe van Jan Hillekens, haar moeder) Adrianus Schillemans, jongman van Willemstad wonende bij de Munt (1727)

i-3. Ilike, 28 nov. 1705

i-4. Helena, 19 febr. 1708

i-5. Christina, 4 okt. 1709

i-6. Elisabeth, 19 feb. 1713

i-7. Adriana Hillekens, geboren naar schatting ca. 1715, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1737), weduwe van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1746), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 28 mrt./14 april 1737 (de bruidegom geassisteerd met Ariaentie van Elst, de vrouw van Jan Elden, zijn nicht, de bruid met Adriana van Wageningen, weduwe van Jan Hillekes) Thomas Arentsz. van Elst, jongman van Wesel wonende bij het Groothoofd (1737), 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/27 mrt. 1746 (de bruidegom geassisteerd met Lijsbeth van den Empel, de vrouw van Huijbert van der Maas) Herman van der Maas, jongman van Poederoijen wonende in de Torenstraat (1746)

III. Adriaan van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht 18 dec. 1658, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwkerkstraat (1680), garentwijnder, lijkbidder en koster van de Nieuwkerk, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 mei 1723, trouwde NG Dordrecht 8/23 dec. 1680 Elisabeth van Hooghstraten, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Riedijkpoortje (1680), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 april 1743 (Elisabeth van Hoogstraten, weduwe van Adriaan van Wageningen, in de Vriesestraat, laat kinderen na, één koets extra)

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 128: op 7 nov. 1708 verkoopt Ariaentje Haer, weduwe van Dirk van der Haak, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 150 gl. aan Adriaan van Wageningen, koster van de Nieuwkerk en burger van Dordrecht, een huis aan het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Hendrik de Ridder en dat van de weduwe van Hendrik Jansz. van Buijl.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 30: op 6 mei 1727 verkoopt Lijsbeth van Hoogstraten, weduwe van Adriaan van Wageningen, voor 230 gl. aan Machiel Evenwel, burger van Dordrecht, een huis aan het Nieuwkerkhof, staande tussen het pakhuis van Jan van Esch en het huis van Joosje Hendriks.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 205v: op 28 april 1729 verkoopt Elisabeth van Hoogstraten, weduwe van Adriaan van Wageningen, voor 2000 gl. aan Cornelis Slegt, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Torenstraat, vanouds genaamd “het Groot Schaakbort”, staande tussen het huis van Nicolaas Schuemans en dat van de kinderen van Hasuerus van den Bergh.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 135v: op 27 febr. 1731 verkoopt Lijsbeth van Hoogstraten, weduwe van Adriaan van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, voor 130 gl. aan Aalbert van Ulft, ’s heren bode te Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de weduwe Kouwenhove en dat van de erfgenamen van Lidia Stabroek.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Elisabeth van Wageningen, 13 juni 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwkerkstraat (1712), weduwe van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1722), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 jan. 1762 (Elisabeth van Wageningen, de vrouw van Nicolaas Schatteling, in de Augustijnenkamp, laat geen kinderen na), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 7/21 aug. 1712 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader) Barent van Cappel, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1712), 2e Gerecht/NG Dordrecht 29 jan./15 febr. 1722 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Claesz. Schatteling, de bruid met haar vader Adriaen van Wageningen) Klaes Schatteling, jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1722)

b. Jacob, 14 jan. 1688

c. Johanna van Wageningen, 27 mrt. 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwkerkstraat (1720), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 april 1771 (Johanna van Wageningen, weduwe van Fred Zeverie, op de Lindengracht, laat kinderen na, met de “ordemare” koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/27 okt. 1720 (de bruidegom geassisteerd met Jacomijntie de Looij, weduwe van Jan Siffrie, zijn moeder, de bruid met Elisabeth van Hoogstraten en met mondeling consent van haar vader Adriaan van Wageningen) Fredrik Siffrie, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1720), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 27 juli 1751 (Fredrik Cifrie, op de Lindengracht, met de “ordinaire” koetsen, laat een [sic] kind na).

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 209v: op 31 okt. 1743 verkopen Cornelis van Nispen, koopman te Dordrecht, als voogd over zijn minderjarige in het buitenland verblijvende zoons Cornelis en Jan van Nispen, Jan Pion, mr. smid te Dordrecht, als man van Jacomina Cifferie, Frederik Cifferie, Jannetta Cifferie, meerderjarige ongehuwde persoon, Jan Cifferie, meerderjarige ongehuwde persoon, en Maaijke de Bondt, weduwe van Jan Cifferie, als voogdes van haar drie minderjarige kinderen, genaamd Jacomina, Berbera en Margarita Cifferie, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Jacomina de Loij, weduwe van Jan Cifferie, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 850 gl. aan Pieter Ackerman, burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug, staande tussen het huis van Jan van Hafften en dat van Pieter Bonten. De genoemde verkopers verkopen voor 750 gl. aan Pieter Bonten, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug, staande tussen het huis van Pieter Ackerman en dat van Geurt van Moelingen.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 9: op 4 april 1748 verkoopt Frederik Sifferie, burger van Dordrecht, voor 980 gl. aan Johannes Pothoff, distillateur te Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen de Nieuwe Breestraat en het huis van dr. Abraham Targier.

Kinderen:

c-1. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1722

c-2. Johannis. gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1724

c-3. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 25 dec. 1725

d. Helena, 10 febr. 1698

e. Johannis, 10 okt. 1700