Sonnemans

I. Jacob Sonnemans, mogelijk geboren te Weert ca. 1566, zoutzieder en houtkoper te Dordrecht, ambachtsheer van Rijsoord, overleden ca. 1639, trouwde naar schatting ca. 1595 Elisabeth van Nederhoven, geboren naar schatting ca. 1570, dochter van Mattheus van Nederhoven en Magdalena van Winderbeeck (Genealogy Biesheuvel, in genealogieonline.nl)

Jacob Sonnemans, zoutzieder en houtkoper woonde van 1606 tot zijn dood in 1639 in het Koopmanshuis Nieuwehaven 32 te Dordrecht. Hij is geboren circa 1565/1566, hoogstwaarschijnlijk in Weert. In een notariele akte van 10 september 1605 is hij “out XXXIX jaren” en bij de doop van enkele van zijn kinderen staat achter zijn naam “van Weert”.

”Ter instantie van Hans Wagens, coopman tot Dordrecht, compareerde Jacob Sonnemans out xxxix (39) jaeren ende Jan Adriaen Beeck out 26 jaeren, beijde houtcoopers tot Dordrecht. Ende verclaerden bij haere manne waer gesijt in plaetse van eede waerachtich ende henluijen wel kennelicken te sijn dat den requirant den 10 october 1604 vercocht heeft aen Jan Joppen ende Marijke Cornelisdr. Boele beijde woenende ter Goude seecker pertijen van drije hondert sommers ofte meer.” (SAD 20.4 f 188)

Uit een in Dordrecht opgemaakte notariele akte van 13 juli 1616 blijkt dat Jacob een zoon is van Maertijn Sonnemans:

”Jacob Sonnemans verclaerde hem te constituren waerborge voor Maertijn Sonnemans, sijns vader zeven mergen lang gelegen onder de carspel van Elst inde Overbetue omtrent Nijmegen bij den voornoemde Maertijn Sonnemans verkocht aan Christina Bruijn, weduwe van Jacob Termaeth borger van Arnhem.” In de marge staat: ”daarvoor verbindende hij comparant special sijn huijs en erve cum suis staende en gelegen opte Nieuhaven tegens over de houte brugge binnen deser stede tusschen her erve van Jona Rochet aen d’eene en sHeren straet aen d’ander sijde.” (ORA Dordrecht inv. 1593, f. 68v)

Jacob koopt in 1612 het moederlijk erfdeel in een hofstede te Zierikzee en land te Rijsoord, waarmee hij ambachtsheer van Rijsoort wordt.

(Genealogie Blussé uit Dordrecht, in: genealogieonline.nl)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Govaert, juli 1596

b. Arent Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1600, volgt IIa

c. NN, okt. 1602

d. NN, okt. 1605

e. NN, juli 1607

f. Magdalena Sonnemans, jan. 1610, ongehuwd, begraven 29 mrt. 1672 (Maddeleena Sonneman, begraven in de Augustijnenkerk)

ONA Dordrecht inv. 336, f. 135: inventaris dd 30 mrt. 1672 van de goederen, die zijn nagelaten door Magdalena Sonnemaens, bejaarde ongehuwde persoon, gedaan op verzoek van haar erfgenamen.

Tot de boedel behoren o.a.:

huisraad, meubels, wapens

een portret van Jacob Sonnemaens

een portret van Maria Reveels, zonder lijst

twee portretten van een man en een vrouw

een landschap met eiken lijst

een oud portret van Mattheus van Nederhoven

een schilderij van het Avondmaal voor de schoorsteen

twee landschapjes van Lacourt

een schilderij van Droochsloot

nog vier schilderijen

vier oude portretten

een “slecht” stuk schilderij voor de schoorsteen

zes schilderijen

nog zes dito schilderijtjes

een grote bijbel

ONA Dordrecht inv. 338, f. 46: op 22 febr. 1674 verlenen Aernoldus Sonnemaens, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Jacob Sonnemaens, Jasper Hoflant, als man van Elisabeth Sonnemaens, voor zichzelf en tevens vervangende Johanna Sonnemaens, weduwe van Johan Hallingh, alsmede voor Hendrik van Tongeren, als man van Maria Sonnemans, ds. Johannes Le Roij, predikant te Rijsoord, als man van Catharina Sonnemaens, Jacob Sonnemaens, als man van Magdalena Sonnemaens, en Anna Maria Sonnemaens, meerderjarige ongehuwde persoon, allen erfgenamen ab intestato van hun tante Magdalena Sonnemaens, procuratie aan hun zuster Josina Sonnemaens, weduwe van Roeland de Carpentier, om samen met de overige erfgenamen van Magdalena Sonnemaens, “te procederen tot vorderinge” van de goederen, die hun tante heeft nagelaten.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 65v: op 2 dec. 1681 verklaart Pieter de Bruijn, ontvanger van de 200e penning te Dordrecht, dat hij gekocht heeft van de kinderen en erfgenamen van Arent Sonnemans en Catharina de Carpentier, heer en vrouwe van Rijsoord, als mede-erfgenamen van Magdalena Sonnemans 5/18e parten in een huis, staande op de hoek en tegenover de Lange Houten Brug aan de waterzijde, voor 1000 gl., alsmede van de kinderen van Johan Hardemee en Elisabeth Sonnemans 5/18e parten in het voornoemde huis voor 1000 gl., en van Jacob en Mattheus Sonnemans, zoons van Govert Sonnemans, 2/9 parten in het genoemde huis voor 416 gl.

f. Elisabeth Sonnemans, nov. 1611, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1639), trouwde NG Dordrecht 5 juni/31 juli 1639 (proclamatie te Zierikzee)Johan Hardemee, jongman van Nieuwerkerk in Duiveland wonende te Zierikzee (1639)

Kinderen:

f-1. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht dec. 1640

f-2. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1644

f-3. Johanna Hardemee, gedoopt NG Dordrecht 22 mei 1648, trouwde 7 nov. 1666 Arnoldus Sonnemans (= IIIa)

g. Govert Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1615, volgt IIb

h. mr. Matthijs Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1616, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 sept. 1670 (twee maal luiden over mr. Matthijs Sonnemans)

ONA Dordrecht inv. 231, f. 72: op 26 mrt. 1669 verlenen Jacob Sonnemaens, koopman en burger van Dordrecht, en Pieter de Bruijn, secretaris van Bodegraven, als man van Elisabeth Sonnemaens, procuratie aan Corstiaen Gijssen, koopman en burger van Dordrecht, om voor hen waar te nemen het proces, dat zij genoodzaakt zijn aan te spannen tegen mr. Matthijs Sonnemaens, hun oom en gewezen voogd, ten einde van hem te ontvangen “overleveringe, visie ende lectuere” van de boeken, rekeningen en anderszins, door hem ettelijke jaren geleden gehouden van zekere zoutketen op Zwijndrecht, die aan hen, hun minderjarige broer en zuster, alsmede aan Matthijs Sonnemaens in compagnie toehoren.

IIa. Arent Sonnemans, heer van Rijsoord, geboren naar schatting ca. 1600, houtkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 aug. 1661 (viertien maal luiden over Arent Sonnemans, heer van Rijsoord), trouwde naar schatting ca. 1625 Catelijntgen Jansdr. de Carpentier

ONA Dordrecht inv. 334, f. 289: testament dd 21 okt. 1673 van Catharina de Carpentier, vrouwe van Rijsoord, weduwe van Arent Sonnemans, heer van Rijsoord, wonende in Dordrecht, ziek zijnde. Zij herroept haar testament van 15 okt. 1667 en het codicil van 3 sept. 1670, beide gepasseerd ten overstaan van notaris M. Beeckman te ‘s-Gravenhage. Zij wenst, dat diegenen van haar kinderen, die bij haar overlijden nog niet hun vaderlijke of huwelijksgoederen hebben gekregen, zullen ontvangen een somma van 10.000 gl., welke haar getrouwde kinderen van haar reeds hebben gekregen, en dat haar ongetrouwde kinderen bij haar overlijden behouden zullen alle kleren, lijnwaad, goud, zilver en juwelen, “die tot ijders lichaam, gebruijck, ende cieraet behooren”. Haar dochters Maria, Elisabeth en Catharina zullen uit de gemeenschappelijke boedel krijgen zoveel “als de parelesnoere (aen haer andere dochters gegeven) haer testatrice hebben gekost”. Haar zoon Aernoldus en haar dochter Catharina zullen bij het verdelen van haar roerende goederen “soo lange moeten stille staen totdat haere andere kinderen uijt haere meubele goederen mede soo veel sullen hebben genoten” als zij Aernoldus en Catharina boven de genoemde 10.000 gl. aan uitzet heeft gegeven. Voorts wenst zij, dat samen met haar dochter Maria Sonnemans, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, na haar overlijden zullen blijven wonen in het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande aan de Sluispoort, haar ongetrouwde dochters Elisabeth en Anna Maria, zonder daarvoor huur te hoeven betalen, en dat zo lang als het contract met de Staten van Zeeland aangaande de leverantie van hout tot gebruik van het Land van Walcheren, zal bestaan. “[I]n welcke gemeenschap ende besit van huijs ende inboedel … Johanna Sonnemans, weduwe van zaliger Johan Dingemansz. Hallingh, haer outste dochter, mede sal mogen intreden”, indien Johanna dat zal goedvinden. Johanna en Maria Sonnemans en haar ongetrouwde zusters zullen het beheer hebben van al het hout en de koopmanschappen, die zij, testatrice, zal nalaten. Hendrick Thomasz. van Tongeren zal aan de gemeenschappelijke boedel jaarlijks moeten voldoen een somma van 200 gl., zo lang als hij met zijn vrouw samen met de andere dochters in “dese huijshoudinge verblijven sal”, waarin zij, testatrice, wenst, dat hij toegelaten zal worden zo lang zijn vrouw in leven is. Als iemand van haar ongetrouwde dochters zal trouwen, zal die dochter van het voornoemde beheer “ende bewoninge van het huijs ende onderhout afgescheijden ende gesecludeert sijn” en zal die in het geheel toekomen aan haar dochters Johanna en Maria, of aan Maria alleen, als Johanna daarin niet wenst toe te treden. “Tot bestieringe ende dienst vande voorsz. coopmanschap” zullen mede gebruikt worden het schip, de vlotschuiten en gereedschappen, die ertoe behoren. Haar andere erfgenamen of hun mannen moeten zich onthouden van het gebruiken van dat schip etc. “op pene” dat diegene, die dat zal doen of enige beletsel zal trachten te introduceren tegen hetgeen voorschreven staat, zal “vervallen vande erffenis waermede hij of sij soude mogen gebeneficeert sijn” en zich tevreden moeten stellen met slechts de legitieme portie. De testatrice wenst, dat als het voornoemde beheer voorbij zal zijn, haar huis aan de Sluispoort, zonder het lege erf ernaast gelegen, strekkende van de straat tot achter aan de planken heining onder de notenboom, met de huisraad, schilderijen, ledikanten, spreien, behangsel, koelvaten en stoffering, tot beide de saletten behorende, alsmede de stoelen, die nog niet opengeslagen zijn, gewaardeerd zullen worden op 10.000 gl. en aangenomen worden door haar oudste dochter. Na het beëindigen van het voornoemde beheer moeten de overige roerende goederen verdeeld worden, waarvan uitgezonderd zullen moeten worden het zilverwerk, goud, bedden, oorkussens en dekens, waarvan de testatrice wenst, dat die onder haar erfgenamen verdeeld zullen worden. De heerlijkheid Rijsoord, alsmede het nieuwe huis met het “getimmerte, de gerechticheijt van de Brugge, en het weijken [weitje] achter het huijs vanden Secretaris”, moeten in gemeenschappelijk bezit blijven van haar erfgenamen tot haar jongste dochter Anna Maria, en ingeval van haar “onwillicheijt”, haar oudste dochter Johanna, en indien die weigert, haar andere dochters, de oudste altijd voor de jongste, binnen twee jaar verklaard zal hebben of zij die heerlijkheid etc. wil aannemen voor een bedrag van 20.000 gl. De testatrice benoemt haar zoon Jacob Sonnemans of bij vooroverlijden diens kinderen tot erfgenaam in slechts de legitieme portie. Tot erfgenamen van haar overige goederen benoemt zij haar kinderen Johanna, Maria, Elisabeth, Josina, Catharina, Magdalena, Aernoldus, en Anna Maria Sonnemans. Zij wenst evenwel, dat het achtste part, dat toekomt aan Maria Sonnemans, zal blijven buiten de gemeenschap van goederen, die zij heeft met haar man Hednrick Thomasz. van Tongeren, zonder dat zij daarover bij testament ten gunste van haar man mag beschikken, “op pene” dat het achtste part zal vervallen aan de andere erfgenamen van de testatrice, waartoe Maria en Hendrick ook hun toestemming hebben gegeven.

ONA Dordrecht inv. 338, f. 335: op 6 dec. 1674 comp. dr. Johan de Jongh, als vader en voogd van zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij Cornelia van Esch, en ds. Grijphonius van Ravesteijn, predikant te Dordrecht, als man van Josina van Esch, samen kinderen en erfgenamen van Josina Carpentier, die een zuster was van wijlen Servaes Carpentier, Aernoldus Sonnemaens, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Jacob Sonnemaens Arentsz. en Jacob Sonnemaens Govertsz., achtraad te Dordrecht, als man van Magdalena Sonnemaens, en Josina Sonnemaens, weduwe van mr. Roelant Carpentier, voor zichzelf en tevens vervangende haar overige broers en zusters, samen kinderen en erfgenamen van Catharina Carpentier, vrouwe van Rijsoord, die mede een zuster was van Servaes Carpentier, en alle comparanten tevens vervangende de kinderen van Roelant Carpentier, die een broer was van Servaes Carpentier, allen erfgenamen van Servaes Carpentier, die laatst gewoond heeft “van dat hij sijne reijse naer Indien aenvongh” met zijn vrouw Agata Hamel te Utrecht, die daar ook is blijven wonen en er enige tijd tevoren overleden is. De comparanten verlenen procuratie aan Roeloff van Cuijlenburch, procureur te Utrecht, om de boedel van hun oom Servaes Carpentier te aanvaarden.

ONA Dordrecht inv. 339, f. 33: op 1 febr. 1675 comp. Johanna Sonnemaens, weduwe van Johan Hallingh Dingemansz., Maria Sonnemaens, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, en Anna Maria Sonnemaens, wonende te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Catharina de Carpentier, vrouwe van Rijsoord, weduwe van Arent Sonnemans, heer van Rijsoord, enerzijds en Aernoldus Sonnemaens, koopman te Dordrecht, anderzijds. De comparanten verklaren, dat tussen hen geschil was ontstaan aangaande het testament en de nalatenschap van hun moeder, in het bijzonder over het schip, dat hun moeder heeft gekocht en gebruikt voor de leverantie van hout aan de Staten van Zeeland en het Land van Walcheren. Zij zijn nu overeengekomen, dat Aernoldus aan zijn zusters rekening zal afleggen van de uitgaven en ontvangsten, die hij na het overlijden van zijn moeder aangaande haar boedel heeft gedaan en gehad, zonder daarvan provisie of salaris in rekening te brengen. Aernoldus zal het voornoemde schip mogen behouden, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 1200 gl. zal inbrengen en dat hij te zijnen laste zal nemen alle reparaties, die hij aan het schip heeft laten doen.

ONA Dordrecht inv. 309, f. 313: inventaris dd 12 juli 1681 van de goederen, die zijn opgegeven door Marija Sonnemans, de vrouw van Hendrik van Tongeren, brouwer te Rotterdam, als executrice van het testament van Catharijna de Carpentier, vrouwe van Rijsoord, haar moeder, in presentie van Josina Sonnemaens, weduwe van Roeland de Carpentier. Marija Sonnemans verklaart, de volgende goederen overgenomen te hebben:

meubels, huisraad, enige meubels, die toebehoren aan haar broer Jacob Sonnemaens Arentsz., een schilderij van Christus’ kruis, zeven schilderijen met gesneden vergulde lijsten en goudleer in de achterzaal.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Johanna Sonnemaens, mrt. 1626, jonge dochter van Dordrecht wonende ald. (1666), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 okt. 1692 (Johanna Sonnemans, vrouwe van Rijsoord, begraven in de Augustijnenkerk), trouwde NG Dordrecht 7 febr. 1666 (proclamatie te Rotterdam, getrouwd in Rijsoord) Johan Hallingh Dingemansz., weduwnaar van Rotterdam wonende ald. (1666), trouwde 1e Anna Jacobsdr. den Abt

ONA Rotterdam inv. 921, akte 284: op 7 dec. 1672 testeert Jan Dingemansz. Hallingh, brouwer in “de Posthoorn”. Hij bevestigt het codicil, dat hij ten gunste van zijn minderjarige kinderen, Maria en Jacobus Hallingh, heeft gepasseerd op 15 jan. 1666 ten overstaan van notaris I. Troost. Zijn vrouw Johanna Sonnemans krijgt een parelsnoer met gouden slot, juwelen en kleren. Tot erfgenamen benoemt hij zijn vrouw en de kinderen, die hij heeft verwekt bij zijn vorige vrouw Anna Jacobsdr. den Abt. Zijn huidige vrouw blijft de brouwerij beheren, totdat de kinderen volwassen zijn geworden. Van dit beheer worden Aletta Hallingh en haar man Abraham Gevers nadrukkelijk uitgesloten. Zijn vrouw krijgt het vruchtgebruik van de 10.000 gl., die zij ten huwelijk heeft ingebracht. Het testament, dat hij met zijn eerste vrouw heeft gepasseerd voor de Dordtse notaris D. Eelbo op 14 juni 1666, behelst onder meer het voogdijschap van Tieleman Verdonck korenkoper. Die zal echter nooit zijn schoonzoon Abraham Gevers tot voogd mogen aanstellen. De voogden zullen nooit de brouwerij mogen verhuren of verkopen. Testament opgemaakt ten huize van de testateur aan de westzijde van de Leuvehaven.

ONA Rotterdam inv. 922, akte 441: op 26 dec. 1676 testeert Johanna Sonnemaens, vrouwe van Rijsoord, weduwe van Jan Hallingh, brouwer in “de Posthoorn” te Rotterdam. Zij benoemt tot erfgenamen van al haar goederen en leengoederen haar twee zusters Maria Sonnemaens, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, en Anna Maria Sonnemaens, minderjarige ongehuwde persoon, of na vooroverlijden de langstlevende van hen beiden.

b. Maria Sonnemans, mei 1627, trouwde in 1672 Hendrik Thomasz. van Tongeren, koopman:

NG trouwboek Rotterdam/Dordrecht 15 mei 1672: Hendrik van Tongeren, koopman, weduwnaar wonende op de Blaak te Rotterdam en Maria Sonnemans, jonge dochter van Dordrecht wonende ald., op 29 mei 1672 attestatie gegeven om in Rijsoord te trouwen.

ONA Rotterdam inv. 1244, akte 65: op 23 mrt. 1697 verklaart Maria Sonnemans, weduwe van Hendrick Thomasz. van Tongeren, dat zij aan Abraham Stout heeft verkocht een brouwerij en azijnplaats, genaamd “de Posthoorn”. Abraham werkt al in de brouwerij en wil het daartoe behorende vaatwerk, paarden en “hoepen” op korte termijn getaxeerd worden. Maria Sonnemans wil daarentegen deze door Abraham de Back, brouwer en beste kuiper te Rotterdam, laten taxeren.

c. Elisabeth Sonnemaens april 1629, jonge dochter van Dordrecht (1673), trouwde NG Dordrecht 22 okt. 1673 (ondertrouw) Jasper Hoflant, jongman van Zevenhuizen (1673)

22 okt. 1676: attestatie gegeven aan Lijsbeth Sonnemans, de vrouw van Jasper Hoflandt, gewoond hebbende bij de Sluispoort, vertrokken naar Rotterdam (NG trouwboek Dordrecht)

d. Jacob Sonnemans Arentsz., dec. 1630, woonde in 1677 in Ments (Mainz) in Duitsland (ONA Dordrecht inv. 324, f. 140, akte dd 2 sept. 1677

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 145v: op 10 juni 1698 verklaart Jacob Sonneman, dat hij heeft gekocht van zijn zuster Maria van Tongeren, wonende te Rotterdam, een huis op het Slikveld, staande tussen de loods van de heer van Rijsoord en het huis van De Winter, “ende dat de selve onwillig was hem het transport daarvan te doen erlangen, soo heeft den selve om van alle calanges bevrijt te sijn betaalt d’XL penn. X st. duijts en oortjes van de volle cooppenn. bedragende [700] gl.”.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 129v: op 8 dec. 1699 verkoopt mr. Arend Roeland de Kerpentier, heer van Rijsoord, als procuratie hebbende van Maria Sonnemans, weduwe van Hendrik Tomasz. van Tongeren, volgens procuratie gepasseerd voor notaris O. van Voorst te Rotterdam op 30 jan. 1698, voor 700 gl. aan Jacob Sonneman een huisje op het Slikveld, staande tussen het huis van de weduwe Staas en dat van de verkoper.

e. Catharina Sonnemaens, aug. 1636, jonge dochter van Dordrecht (1667), trouwde NG Dordrecht 21 aug. 1667 (ondertrouw, procl. te Leiden en Rijsoord) Johannes Le Roij, jongman van Leiden (1667), predikant te Rijsoord

ONA Dordrecht inv. 333, f. 32: op 29 jan. 1669 testeert Catharina Sonnemans, de vrouw van ds. Johannes Laroij, predikant te Rijsoord. Zij herroept het testament, dat zij twee maanden tevoren samen met haar man heeft gepasseerd ten overstaan van notaris A. Verhagen te Leiden, en benoemt tot erfgenamen het kind of de kinderen, van wie zij op dat moment zwanger is, en de kinderen, die zij later nog zal krijgen. Als zij komt te overlijden zonder kinderen na te laten of als haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen komen te overlijden, benoemt zij tot haar erfgenamen haar erfgenamen ab intestato, op voorwaarde, dat die aan haar man een bedrag van 2000 gl. zullen uitkeren. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar man en haar zwagers mr. Roelant de Carpentier en Johan Halling, welke laatste in Rotterdam woont.

f. Magdalena Sonnemans, juli 1638, trouwde Jacob Sonnemans (= IIIa)

g. Josina Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende ald. (1665), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 jan. 1716 (Josina Sonnemaan, weduwe van mr. Roelant de Carpentier, bij de Sluispoort, de eerste boete, het huis met rouw behangen, een wapenbord, met vijf koetsen extra), trouwde NG Dordrecht 23 aug. 1665 (ondertrouw) mr. Roelandt de Carpentier, van Dordrecht wonende ald. (1665)

ONA Dordrecht inv. 340, f. 111: op 21 mrt. 1676 verleent Josina Sonnemaens, weduwe van mr. Roelant Carpentier, voor zichzelf en tevens vervangende haar broers en zusters, samen kinderen en erfgenamen van Catharina Carpentier, vrouwe van Rijsoord, die een zuster was van Servaes Carpentier, en derhalve erfgenamen van Servaes Carpentier, hun oom, procuratie aan [naam niet vermeld] om met de crediteuren van Servaes tot een overeenkomst te komen aangaande ” het contingent t’welck … Servaes Carpentier competeert uijt het millioen sout ofte het provenue van dien bij de Croon [van] Poortugael belooft aende particuliere geïnteresseerdens in Brasil.”

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 151V: op 7 nov. 1702 verklaart Josina Sonnemans, weduwe van mr. Roeland de Cerpentier, dat zij als donatie onder de levenden aan haar zoon mr. Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, heeft geschonken haar huis buiten de Vuilpoort, in welk huis zij thans woont, met een nieuw gebouwd pakhuis en wijnkelder erachter en een leeg erf, liggende naast het voornoemde huis, alsmede al haar meubels en huisraad, zoals porselein, zijde, wol, tin, koper, schilderijen en verder “haertwerck”, ongemunt goud en zilver, zoals zich dat in haar huis bevonden wordt. Voorwaarde daarbij is, dat zij van die goederen haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben en dat haar zoon tijdens haar leven die goederen niet zal verkopen of vervreemden.

Kinderen:

g-1. Maria, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1667

g-2. Amerentia, 11 jan. 1669

g-3. mr. Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1670

h. Helena Sonnemans, febr. 1641, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 april 1658 (een baar op het Marktveld voor Helena Sonnemans, “een vrijster”)

i. Arent (Arnoldus) Sonnemans, 15 juli 1643, volgt IIIa.

j. Anna Maria Sonnemans, 7 april 1645, jonge dochter van Dordrecht (1680), trouwde NG Dordrecht 13 okt. 1680 (ondertrouw, de geboden gaan te Woudrichem) Dirck ten Hagen, jongman van Woudrichem en wonende ald. (1680)

ONA Rotterdam inv. 923, akte 63: op 23 mei 1677 testeert Anna Maria Sonnemaens, ongehuwd, wonende te Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar twee zusters Johanna Sonnemaens, vrouwe van Rijsoord, weduwe van Jan Hallingh, brouwer in “de Posthoorn” te Rotterdam, en Maria Sonnemaens, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, onder beding dat dit deel van de erfenis buiten de gemeenschap van goederen blijft, die Maria met haar man heeft.

Kind:

j-1. Joanna Catharina, gedoopt NG Rotterdam 21 april 1682 (getuigen: Johan ten Haegen, Johanna Swaen, Joanna Sonnemans)

k. Johannes, aug. 1647

IIb. Govert Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1615, jongman van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1638), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 nov. 1666 (een baar op de Hoge Nieuwstraat voor Govert Sonnemaent [sic]), trouwde NG Dordrecht 16 mei/8 juni 1638 Maria van Ackerlaeck, jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover de Schrijversstraat (1638, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 okt. 1657 (een baar op de Hoge Nieuwstraat voor de vrouw van Govert Sonneman)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Elisabeth Sonnemaens, 18 april 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1668), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 mei 1713 (Elisabeth Sonneman, de vrouw van Pieter de Bruijn, bij de Lange Houten Brug, de eerste boete, met twee koetsen extra), trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1668 (ondertrouw, attestatie gegeven om in Rijsoord te trouwen) Pieter de Bruijn, jongman van Dordrecht wonende in Bodegraven (1668), secretaris van Bodegraven, ontvanger van de 200e penning te Dordrecht

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Johanna, 6 mrt. 1673

a-2. Jacoba, 6 jan. 1676

a-3. Jan, 8 april 1678

a-4. Govert, 5 april 1680

a-5. Elisabeth, 2 dec. 1683

b. Aletta en Maria, aug. 1642

c. Theodora Govertsdr. Sonnemaens, geboren naar schatting ca. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1670). trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1670 (ondertrouw, procl. te Bodegraven, op 27 sept. 1670 bescheid gegeven om in Den Haag of elders te mogen trouwen) Sijmon van Rottermont, gedoopt NG ‘s-Gravenhage 16 okt. 1620, weduwnaar wonende in de Munt (1670), essayeur-generaal der Verenigde Nederlanden, muntmeester van de Munt van Holland te Dordrecht, begraven Dordrecht 24 nov. 1678 (een zwarte baar voor de Roddermont [sic] muntmeester, bij het Steegoversloot), zoon van Adriaen Simonsz. Rottermont en Hester Willemsdr. Doncker

ONA Dordrecht inv. 335, f. 353: op 20 dec. 1671 testeren Sijmon Rottermont, muntmeester van de Munt van Holland, en zijn vrouw Theodora Sonnemaens. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en dan aan elk van hen uit te keren een somma van 200 gl. .

Kinderen:

c-1. Hester, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1671

c-2. Maria, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1673

c-3. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1675

d. Jacob Sonnemans, 3 febr. 1645, volgt IIIb

e. Mattheus Sonnemans, 21 nov. 1650, volgt IIIc

f. Pieternel Maria, 16 mrt. 1654

IIIa. Arnoldus Sonnemans, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1643, jongman van Dordrecht wonende bij de Sluispoort (1666), houtkoper, trouwde NG Dordrecht/Rijsoord 27 okt./7 nov. 1666 Johanna Hardemee (= IIa sub f-3), jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1666)

ONA Dordrecht inv. 338, f. 266: verklaring dd 14 okt. 1674 door Anna Jansdr., ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, op verzoek van Johanna Sonnemaens, vrouwe van Rijsoord, Maria Sonnemaens, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, en Anna Maria Sonnemaens. Zij getuigt, dat zij omtrent Pasen is gekomen ten huize van de rekwiranten, bij wie zij als dienstmaagd inwoont, waar zij de twee laatstgenoemde rekwiranten “seer schreijende heeft gevonden ende sij … naer de oorsaecke vandien vragende … heeft sij … de twee laetste requiranten hooren seggen dat haeren broeder Aernoldus Sonnemaens met seer groote force ende gewelt aldaer in huijs was comen vallen, ende de twee laetste requiranten seer vehement hadde geslagen”. Anna verklaart voorts dat zij ongeveer drie maanden tevoren “achteruijt de huijsinge van de requiranten gaende haer terselver tijt is ontmoet … Aernoldus Sonnemaens die de sijpoorte ingingh ende sij … een weijnich voortgaende is haer mede ontmoet de huijsvrouwe van … Aernoldus Sonnemaens die haer attestante seer verbaest sijnde aensprack ende vraechde off haeren man haer attestante niet en was ontmoet ende sij … daerop geantwoort hebbende van Jae seijde [de vrouw van Sonnemaens] … dat sij wederom ten rugge soude keeren, ende dattet t’haeren huijse met haeren man niet wel soude afloopen. Waeromme sij attestante aenstonts is geretireert ende binnens huijs gecomen sijnde heeft sij … gesien dat … Aernoldus Sonnemaens de eerste requirante seer vehement op haer hooft heeft geslagen, soodanich dat haere suster … Josina Sonnemaens ende sij attestante met grooten moeijten de eerste requirante uijt de handen van … Aernoldus Sonnemaens hebben moeten ontsetten, waerdoor ten selver tijt veel volck soo vande gebuijren als andere persoonen voor de huijsinge vande requiranten quaemen te vergaderen”.

ONA Dordrecht inv. 338, f. 270: verklaring dd 15 okt. 1674 door Anna Jans en Janneken Jamingh, beiden ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, op verzoek van Johanna Sonnemaens, vrouwe van Rijsoord, Maria Sonnemans, de vrouw van Hendrick Thomasz. van Tongeren, en Anna Maria Sonnemaens. Zij getuigen, dat de voorgaande avond ten huize van de rekwiranten, waar zij als dienstmaagden werken, is gekomen Aernoldus Sonnemaens, de broer van de rekwiranten, die “met een seer boos opset de requiranten mitsgaders … Jacob Sonnemaens ende … Josina Sonnemaens, zuster en zwager respectieve … van Aernoldus Sonnemaens seer groffelijck was iniurierende, met seer vele lasterlijcke scheltwoorden, niet alleen haer uijtmaeckende voor kaele honden, schelmen, hoeren ende meer andere diergelijcke scheltwoorden, maer oock seer lasterlijck was afgaende van den overleden vader van … Jacob Sonnemaens, soodanich dat zij attestanten genoech te doen hadden ten eijnde om … Aernoldus Sonnemaens vant lijff van … Jacob Sonnemaens te houden, ende waerdoor geschapen stonden groote onheijlen ende ongelucken ten waere de laetste attestante eenige vande gebuijren tot haeren hulpe ende assistentie hadde gaen versoecken, waerdoor sij eijntelijck … Aernoldus Sonnemaens ten huijse uijt hebben gekregen.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 73: op 15 nov. 1691 verkopen ds. Johannes La Roij, predikant te Rijsoord, als voogd over de minderjarige kinderen van Arnoldus Sonnemans en Johanna Hardemeer, beiden overleden, alsmede Arent Sonnemans, meerderjarige zoon van genoemd echtpaar, voor 4600 gl. aan Jacob Goverdsz. Sonnemans, die “bij vrouwe Johanna Sonnemans … vercl. tot coopere te nomineren” [sic], een huis met pakhuis erachter, alsmede een loods en stal, in welk huis thans Arnoldus de Witt woont, uitkomende achter op de Kalkhaven.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Arent Sonnemans, 6 jan. 1668

b. Johan, 9 april 1670

c. Catrina, 9 mei 1674

d. Johanna, 28 febr. 1676

e. Anna Maria, 21 april 1678

IIIb. Jacob Sonnemans, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1645, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1673), koopman, achtraad van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 nov. 1692 (eens luiden over Jacob Sonnemaen, achtraad van Dordrecht, begraven in de Augustijnenkerk), trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1673 (ondertrouw) Magdalena Sonnemans, gedoopt NG Dordrecht juli 1638 (= IIa sub b), jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Sluispoort (1673)

ONA Dordrecht inv. 217, f. 287v: op 14 aug. 1677 testeert Jacob Sonnemans, koopman te Dordrecht. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Wanneer hij geen kinderen nalaten zal, benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn broer Mateus Sonnemans en de kinderen van Elisabeth en Theodora Sonnemans, zijn zusters, op voorwaarde dat zij aan Hester Rottermont, oudste dochter van muntmeester Simon Rottermont, aan Geertruijt de Bruijn, oudste dochter van Pieter de Bruijn, ontvanger van de 200e penning, en aan het eerste kind van Maria van Clootwijck, bij haar te verwekken door haar man, Maerten van Leeuwen, dat naar hem, testateur, vernoemd zal worden, of anders aan Arnoldus van Leeuwen, zoon van Maerten van Leeuwen, elk een bedrag van 1000 gl. zullen uitkeren. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn vrouw Magdalena Sonnemans, de advocaat mr. Cornelis Hechtermans en Abraham Maes, koopman te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 309, f. 319: op 16 juli 1681 testeren Jacob Sonnemaans, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Magdalena Sonnemaans. Zij benoemen tot hun erfgenamen hun kinderen. Als die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid moeten de goederen van de eerststervende van de testateuren komen aan de langstlevende van hen beiden. Als de eerststervende komt te overlijden zonder kinderen na te laten moeten zijn of haar goederen komen aan de langstlevende. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, alsmede hun zwagers Hendrik van Tongeren, brouwer in “de Posthooren” te Rotterdam, en Dirk [sic] Tenhagen, oud-burgemeester van Woudrichem.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 83: op 2 mrt. 1688 verkopen Samuel Nachenius, “fabriek” (bouwmeester) van de stad Dordrecht, en Johannes Cansius, predikant te Dordrecht, als echtgenoot van Dingna Liens, ieder voor de helft, voor 4250 gl. aan Jacob Sonnemans, achtraad van Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de weduwe van Anthonij Buijs en dat van Cornelis Goederheijden.

ORA Dordrecht inv. 1749, f. 113v: op 31 mrt. 1693 verkoopt Willem van der Lisse, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Magdalena Sonnemans, weduwe van Jacob Sonnemans, achtraad van Dordrecht, een lakenraam in het Geldelozepad, staande tussen het raam van Adriaen van Beuren en de tuin of het raam van Pieter van Hemstede.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 56: op 15 okt. 1715 verkoopt Johan Borgart Metsger, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacob Sonneman, koopman te Dordrecht, voor 4250 gl. aan Nicolaas van Batenburg, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder en pakhuis op de Kalkhaven, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door Dirck van Oirschot, en de lege erven van de stad Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 56: op 15 okt. 1715 verkoopt Johan Borgart Metsger, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacob Sonneman, koopman te Dordrecht, voor 900 gl. aan de gemeente van de “onveranderde Augsburgse Geloofs Belijdenisse” te Dordrecht een huis in de Vriesestraat, staande tussen de Lutherse kerk en het huis van de weduwe Hoogstraten.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 57: op 16 okt. 1715 verkoopt Johan Borgart Metsger, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacob Sonneman, koopman te Dordrecht, voor 640 gl. aan mr. Arent Roelant d’Carpentier, heer van Rijsoord, een huis bestaande uit twee aparte woninkjes op het Slikveld, het ene bewoond door Aaltie Geurtsen, weduwe van Guiljam Poulusse, en het andere door Claas de Vries.

Kinderen:

a. Arent Sonneman, gedoopt NG Dordrecht 30 aug. 1676

b. Maria, gedoopt NG Dordrecht NG Dordrecht 5 okt. 1678

c. Catharina Johanna Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1690, geboren te Dordrecht (1717), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 febr. 1717 (ondertrouw, attestatie gegeven op 28 febr. 1717, aangegeven te Namen volgens missive van de kerkenraad ald. op 29 nov. 1716, de geboden afgekondigd te Dordrecht op 14 febr. 1717) Jaque Bougeaux, geboren te Revin in het keurvorstendom Trier (1717)

ORA Dordrecht inv. 1759, f. 23v: op 21 dec. 1728 verkoopt “Ewoudt Bosveld Majoor deser Stede in qualiteijt als Last en Procuratie hebbende van Jacob Bouseau ende Catharina Sonnemans deselvs huisvrouw woonende binnen dese Stadt, Erffgenaam van wijlen Arent Sonnemans in sijn Leven Coopman alhier, als zijnde de voorn: Catharina Sonnemans tot het passeren van dezelve procuratie voor soo veel des nood door den voorn: haaren man gequalificeert zijnde” voor 350 gl. aan Jan Simonsz. Schouten, mr. schiptimmerman te Dordrecht, een houten loods, staande buiten de Sluispoort naast de Twintighuizen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht) :

c-1. Jacob, 5 febr. 1718

c-2. Magdalena Maria, 19 aug. 1719

c-3. Jacoba Catharina, 7 jan. 1721

c-4. Jacob Nicolaas, 17 jan. 1722

IIIc. Mattheus Sonnemans, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1650, muntmeester van de Munt van Holland te Dordrecht, jongman van Dordrecht wonende in de Munt (1680), trouwde NG Dordrecht 20 okt. 1680 (ondertrouw) Anna Maria de Back, jonge dochter van Malakka wonende op de Nieuwe Haven (1680), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 juli 1709 (Marija de Back, de vrouw van Matteus Sonnemans, in de Munt, met vijf koetsen extra)

ONA Dordrecht inv. 238, f. 27: verklaring dd 21 jan. 1677 door Lodewijck de Coene, essayeur in de Munt, en Willem Dermoeije, schipper, burgers van Dordrecht, op verzoek van Mattheus Sonnemaens, burger van Dordrecht. Zij verklaren, dat zij de voorgaande avond, toen Sonnemaens op de stoep voor de Munt stond, zij gehoord en gezien hebben, dat Arijen van Driel, kuiper en burger van Dordrecht, ongeveer vanaf het huis van de heer Becius “den requirant overluijt en met groote Bitterheijt begonde uijt te schelden, roepende ghij schelm, rekel, vagebont en diergelijcke quade … woorden meer, deselve menichmael repeterende ende oock daer bij dreijgende met dese woorden, indien ick uw hier hadde ick soude uw van een slaen, en hebt ghij ’t hart comt buijten … met uwen degen, wijsende met de hant na den poort, ’t welck … bij den requirant met gedult … wiert verdragen, sonder ietwes anders te zeggen, als gaet henen Vent, ick heb met uw niet te doen”.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 161: op 9 nov. 1694 verkoopt Johan van Dalem, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Neeltje Pieterse, eerder weduwe van Jacobus Sijmonsz. van Driel, voor 500 gl. aan Mattheus Sonnemans, muntmeester van de Munt van Holland, een huis in de Doelstraat, staande tussen het Zakkendragersstraatje en het huis van Israel Couvijn schilder.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 134: op 9 sept. 1706 verkoopt Mattheus Sonnemans, muntmeester van de Munt van Holland, voor 650 gl. aan mr. Herman van den Honert, regerende burgemeester van Dordrecht, waardijn van de Munt van Holland, dijkgraaf van de Alblasserwaard, drie huisjes, “geapproprieert” tot een stal, staande in de Doelstraat op de hoek van de Zakkendragersstraat.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Govaerd Sonnemans, 23 sept. 1681, trouwde ‘s-Gravenhage 21 april 1709 Anna Sophia Grass

Kinderen (o.a.):

a-1. Anna Maria, gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1713

b. Anna, 26 april 1683

c. Maria, 7 dec. 1685

d. Jacoba, 18 febr. 1688

e. Anna Maria Sonnemans , 1 nov. 1689, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 mei 1706 (Anna Maria Sonneman, ongehuwd, in de Munt, met vijf koetsen extra)

f. Abraham, 28 mrt. 1692

f. Maria Jacoba, 17 febr. 1694