Van der Mandelen I

I. Jacob Joosten, geboren ca. 1555, linnenwever te Dordrecht, legde op 14 nov. 1592 ten behoeve van zijn minderjarige zoon Dirck, die van zijn grootvader Dirck Ockersz. de derde mr.-muntersplaats geërfd had, de eed af, overleden tussen 1621 en 1626, tr. vóór 1579 Geertruydt Dircks, overleden 1609/1610, dochter van Dirck Ockersz., meester-munter te Dordrecht, en N.N.

4 okt. 1590: Compareerden voor schepenen van Dordrecht Jasper Pietersz, als man van Barbara Pietersdr, die eerder weduwe was van Jacques Woutersz. van de Mandele, schoenmaker, enerzijds en Jacob Joosten en Daniël Joosten, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Woutersz. van der Mandele, als voogden en naaste verwanten van NeeltgenJacobsdr., het zeven jaar oude weeskind van Jacques Woutersz, anderzijds. Aan Jasper Pietersz, in zijn voorn. hoedanigheid, is toebedeeld alle goederen die Jacques Woutersz, schoenmaker te Dordrecht, heeft nagelaten, uitgezonderd de goederen die in Vlaanderen bevonden zullen worden. Het weeskind zal uit de nalatenschap onderhouden worden tot haar achttiende jaar en dan een bedrag van 6 gld. uitgekeerd krijgen. (ORA Dordrecht inv.nr. 741 (oud), fol. 1440

1 sept. 1604: Op verzoek van Neeltgen Vermanden verklaren Jacob Joosten, 59 jaar, en Daniël Joosten, 51 jaar oud, beiden linnenwevers en burgers van Dordrecht, dat zij goed gekend hebben Jacques Vermand[en], geboren van “Veuren” in Vlaanderen en Barbara Mestach, dochter van mr. Pieter Mestach van Ronsbrugge, die bij elkaar te Dordrecht verwekt hebben twee dochters, t.w. de rekwirante en haar zuster Jacobmijntgen Vermanden, voorts dat Jacques Vermanden te Dordrecht is overleden en Barbara in Beijerland is gestorven op “Sinte Maerte laetsledene jaar”. Jacobmijntgen Vermanden is volgens de deposanten 14 of 15 jaar eerder in Dordrecht overleden, zodat van Jacques Vermanden en zijn vrouw geen andere kinderen meer in leven zijn dan de requirante. (ORA Dordrecht (oud), inv.nr. 899)

Kind:

a. Dirck Jacobsz. (van der Mandele), geboren Dordrecht ca. 1579, volgt II

II. Dirck Jacobsz. (van der Mandele), geboren Dordrecht ca. 1579, van Dordrecht wonende bij zijn vader Jacob Joosten wever in de Lombardstraat (1604), meester-munter en gezworene van de Munt van Holland, overleden Dordrecht kort na 1 jan. 1613, trouwde NG Dordrecht 11/25 juli 1604 Adriaenken Jan Simonsdr., van Antwerpen (1604)

Kinderen:

a. Jacob Dircksz. van der Mandele, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1605, volgt III

b. Abraham Dircxsz., gedoopt NG Dordrecht mei 1606

8 sept. 1633: “Alsoo Abram Dircksen als knaep [van de Munt van Holland] is ingeleijt van Jacob Dircksen sijnen broeder ende bij aflijffijcheijt soo heeft hij andermael sijnen broeder Isaak Dircksen als knaep ingeleijt ende heeft zijn behoorlijcken gelooften gedaen in kennissen van provoosten.” (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel V (1951), p. 133)

c. Isaack van der Mandele, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1608, munter, trouwde NG Dordrecht 17 nov./3 dec. 1641 Maijken Aertsdr. Smits (Zie Kwartierstaat Johanna van der Spoor op deze website, kwartier 24)

ONA Dordrecht inv. 60, f. 618: op 2 aug. 1642 testeren Isaack Dircxsz. van der Mandel, munter, en zijn vrouw Maeijken Aertsdr., burgers van Dordrecht. Als hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of indien zijn kinderen zullen overlijden binnen twee jaar na zijn eigen dood, legateert hij aan zijn broer Jacob Dircxsz. van der Mandel of bij vooroverlijden zijn nakomelingen al zijn kleren.

d. Jan, gedoopt NG Dordrecht mei 1609

e. Geertruidt, gedoopt NG Dordrecht sept. 1612

III. Jacob Dircksz. van der Mandele, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1605, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1642), munter, garentwijnder, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 mrt. 1679 (een baar achter het Weeshuis voor Jacobus van der Mandelen, munter), trouwde 1e ca. 1630 Jacomijntgen Bartholmeus, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 mei 1642 (een baar in de Kolfstraat voor de vrouw van Jacob Dircxsz. munter), 2e NG Dordrecht 21 sept./7 okt. 1642 Agnietje Hendricks, jonge dochter van Aken wonende in de Nieuwstraat (1642)

Kinderen:

Ex 1:

a. Elijsabeth, gedoopt NG Dordrecht okt. 1630

b. Dirck, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1633

c. Ariaentgen, gedoopt NG Dordrecht juli 1635

d. Bartholomeus Jacobsz. van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht jan. 1638, volgt IV

e. Geertruijd, febr. 1640

Ex 2:

f. Catharina, febr. 1644

IV. Bartholomeus (Bartel) Jacobsz. van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht jan. 1638, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1664), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Beurs (1673), kuiper, munter, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 aug. 1706 (Bartel Jacobs, in de Munt), trouwde 1e NG Dordrecht 10 dec. 1664 (ondertrouw) Maria Willems, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover de Vriesestraat (1664), dochter van Willem Macxwel en Lijntgen Dircxdr. Lacroij, 2e NG Dordrecht/De Lindt 25 juni/9 juli 1673 Stijntje Aertsdr. Pel alias Schouten, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Augstijnenkamp (1673), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 febr. 1704 (Stincken Aerts, de vrouw van Bartel van der Mandelen, in de Munt)

Bartholomeus van der Mandele (onderste rij, tweede van links) op het schilderij Het Serment van de Munt van Holland door Samuel van Hoogstraten (1674/1679)

ONA Dordrecht inv. 329, f. 208: op 12 sept. 1665 testeert Lijntgen Dircxdr. Lacroij, “stadsvroemoer” te Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar vier kinderen, t.w. Jenneken Jans, de vrouw van Ruth van Niewael, bij haar verwekt door Jan Jansz. van der Snouck, haar eerste man, en Anna, Isabella en Maria Willems, de vrouw van Bartholomeus van der Mandele, bij haar verwekt door haar tweede man Willem Macxwel, of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broer Aernout Lacroij.

ONA Dordrecht inv. 336, f. 468: op 27 dec. 1672 testeren Bartel Jacobsz. van de Mandel en zijn vrouw Marijcken Willemsdr., burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een somma van 200 gl. zal uitkeren, waarvan hun jongste kind Jacobmijna van de Mandel de helft zal krijgen en hun twee andere kinderen elk 50 gl.

ONA Dordrecht inv. 290, f. 116: op 10 aug. 1703 testeert Stijntien Aertsdr. Pel, de vrouw van Bartholomeus van der Mandel, burger van Dordrecht, wat ziekelijk zijnde. Zij benoemt tot haar erfgenamen de zes kinderen van haar overleden zuster Susanneken Aertsdr. Pel, bij haar verwekt door Aelbert Schel, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, op voorwaarde, dat die kinderen aan haar erfgenamen ab intestato onder hen allen zullen uitkeren een somma van 25 gl.

ONA Dordrecht inv. 1640, f. 91: op 13 mrt. 1704 verkopen Bartel Jacobsz. van der Mandelen, voor de helft erfgenaam van zijn vrouw Stijntie Schouten, Leendert Schel en Maarten van Bronswijck, als man van Jacomijntie Schel, tevens vervangende Arnoldus Schell, Hendrick de Ruijter, [de man van] Pieternella Schel, Daniël Lucas, als man van Sara Schel, en Martinus van Dorsten, als man van Jannitie Schel, allen mede-erfgenamen van Stijntie Schouten, voor 300 gl. aan Matthijs du Hen, timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Mandelen en dat van Jan Diere.

Kinderen (o.a.):

a. Jacobus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1665, volgt V

b. Willem van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1668, jongman van Dordrecht (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 dec. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn vader) de bruid geassisteerd met haar voogd Gijsbertus van Dalem) Maria van Dalem, jonge dochter van Ooltgensplaat (1693)

Kind:

b-1. Geertruijd, gedoopt NG Dordrecht 25 aug. 1700

c. Jacomina Bartelsdr. van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Munt (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/28 nov. 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer, de bruid met haar moeder) Laurens Cornelisz. Maes, jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1695)

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 134: op 25 juli 1719 verkoopt Jacomijntie van der Mandelen, weduwe van Lourens Maas, voor 100 gl. aan Lijsbet Koopmans, wonende in de Tolbrugstraat Landzijde, een huisje, staande in genoemde straat tussen de poort van Borgers en het huis van de weduwe Immerseel.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 82v: op 27 jan. 1724 verkopen “Jan Bonten, Borger dese Stad, pro portione Erfgen. van Bastiaantie de Kooningh en nogh als last en procuratie hebbende van Maaijke de Koningh wed.e van Jan Buijs soo voor haar selven als vervangende haar sterkmakende en rato Caverende voor Roeland Leendertse Swartouw, woonende in Zeeland, en voor Bastiaan Cornelisse de Kooninck woonende tot Amsterdam, wonende de Comptn: hier ter Stede, en Bartell van der Elst wonagtigh tot Haarlem, Jacomijntie van(der) Elst wed.e van Pieter Watlee, woonende binnen dese Stad, Jacomijntie van(de) Mandele wed.e Lourens Maes wonagtig tot Puttershoek, Sophia van(de) Mandele woonende tot Rotterdam, Dina van(de) Mandelen woonende alhier, Jacomijntie Steen, woonende binnen dese Stad, te Samen Erfgenamen ab intestato van Bastiaantie de Kooningh, in haar leven wed.e Seger van Bergen volgens d’selve procuratie gepasseert voorden nots. Roelant Nolthenius en seekere get. in dese Stad residerende in dato den 25 Jan. 1724”, voor 325 gl. aan Pietertie Boos, bejaarde ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, twee huisjes, staande naast elkaar in de Kolfstraat tussen het huis van Jan Gardenier en dat van ds. Van Aarden.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 15v: op 13 mrt. 1727 verkoopt Huijbert de Bruijn, metselaarsknecht wonende in Dordrecht, voor 200 gl. aan Jacomijna van der Mandelen, weduwe van Laurens Maas, wonende te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, het tweede huis vanaf de Augustijnenkamp, staande tussen het hoekhuis en het huis van Jannetje Troost.

V. Jacobus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1665, jongman van Dordrecht (1691), kuiper, trouwde NG Dordrecht 4/18 mrt. 1691 Geertruijt Aerdemans, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Varkenmarkt (1691), dochter van Jacob Aardemans en Catarina Dassen

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 175: op 2 okt. 1696 verkopen Arnoldus Aardemans, Hendrick Verlouw, als man van Adriana Aardemans, Jacobus van der Mandelen, als man van Geertruij Aardemans, Abraham van der Steen, als man van Margrita Aardemans, en Jacobus van Dongen en Jan Vermeer, als voogden over Geertruij en Jacoba Aardemans, samen kinderen van Catarina Dassen, weduwe van Jacob Aardemans, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Hendrick Verlouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, 4/5 delen van een huis, waarvan het resterende 1/5 part toekomt aan de koper, staande [aan de Varkenmarkt] op de hoek van de Vleeshouwersstraat tegenover de Lange Houten Brug en tussen genoemde straat en het huis van Daniël Kilsdonck.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 48v: op 21 mei 1711 verkoopt Maaijcke Kant, weduwe van Franchoijs Fenex, voor 500 gl. aan Geertruij Aardemans, weduwe van Jacobus van der Mandelen, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Arie van Driel en dat van Wouter van Lil.

Kinderen (o.a.):

a. Bartholomeus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1691, volgt VIa

b. Maria, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1693

c. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1694

d. Jacobus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 16 mei 1697, volgt VIb

VIa. Bartholomeus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1691, jongman van Dordrecht wonende inde Vleeshouwersstraat (1710), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 juli 1726 (Bartolomeeuwis van der Mandele, in de Doelstraat, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG 23 nov./7 dec. 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid heeft schriftelijk consent van haar vader) Johanna Scheffer, jonge dochter geboortig van Geldermalsen wonende omtrent het Steegoversloot (1710), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 dec. 1734 (Johanna Scheffers, weduwe van Bartholomeus van der Mandelen, voor in de Nieuwstraat, laat kinderen na)

Kinderen:

a. Barbara, gedoopt NG Dordrecht 13 febr. 1713

b. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1715

c. Geertruij, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1718

VIb. Jacobus van der Mandelen, gedoopt NG Dordrecht 16 mei 1697, jongman van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1715), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 aug. 1715 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Geertruij Aerdemans, weduwe van Jacobus van der Mandelen, de bruid met haar zuster Aagje van der Saal, de vrouw van Leendert Spruijt) Geertruij van der Sael, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1715)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Barbara van der Mandele, geboren naar schatting ca. 1715, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1738), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 april/11 mei 1738 (de bruid geassisteerd met haar moeder Geertruij van der Sael, weduwe van Jacobus van der Mandelen) Johannes van Linschoten, jongman van ‘s-Gravenhage wonende op de Groenmarkt (1738)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Arij, 8 okt. 1739

a-2. Sophia, 8 dec. 1741

a-3. Johanna, 9 aug. 1744

a-4. Adriana, 28 aug. 1746

b. Geertruij van der Mandelen, 29 juli 1716, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Schuitenmakersstraat (1741), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11 mei/6 juni 1741 (de geboden gaan te Middelburg, de bruid geassisteerd met haar zuster Berbera van der Mandelen, de vrouw van Johannes van Lindschoten) Cornelis Raakmans, jongman van Dordrecht wonende te Middelburg (1741)

c. Jacobus, 15 mei 1718

d. Cornelis, 26 sept. 1719

e. Abigael van der Mandelen, 4 febr. 1721, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1747), overleden 25 juli 1811, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 juli 1811 (Abigael van der Mande, weduwe van Abraham [sic] van Marktwijk, op de Arend Maartenshof, 91 jaar oud, laat een kind na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 april/ 7 mei 1747 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn ouders Jacobus van Martwijk en Johanna Robijn, de bruid geassisteerd met haar moeder Geertruij van der Saal, weduwe van Jacobus van der Mandelen) Adriaen van Martwijk, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1725, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1747), zoon van Jacobus van Martwijk en Johanna Robijn

Kinderen:

e-1. Johanna Catharina, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1748

e-2. Geertruij, gedoopt NG Dordrecht 19 april 1750

e-3. Jacoba, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1752

f. Jacoba van der Mandelen, 6 okt. 1724, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 sept. 1797 (Jacoba van der Mandelen, ongehuwd, op de Arend Maartenshof, 73 jaar oud, met de “ordinaare” koetsen)