Literatuur: Kwartierstaat van Joke Hendriks (genealogieonline.nl)
I. Cornelis Sasbout, geboren naar schatting ca. 1570, chirurgijn, breuksnijder, steensnijder, wordt poorter van Amsterdam in mrt. 1610, overleden Amsterdam 27 jan. 1642, trouwde 1e naar schatting ca. 1595 Maritje Adriaens, 2e Amsterdam 8 dec. 1616 Roelofje van Elst, 3e Amsterdam 22 juli 1634 Elisabeth Bogaerts

Jan Steen, de Keisnijder ca. 1675
Poorterboek Amsterdam mrt. 1610: Cornelis Sasbout betaalt 5 gl. aan de stad en 3 gl. voor de weeskinderen.
Ondertrouwregister Amsterdam 8 dec. 1616: mr. Cornelis Sasbout van Gouda weduwnaar van Maritgen Adriaens van Dordrecht wonende op de Herengracht en Roelofjen van Elst van Emmerik 21 jaar oud geassisteerd met haar oom Jan van Els wonende in de Warmoesstraat die verklaart dat haar moeder in het huwelijk toestemt
Ondertrouwregister Amsterdam 22 juli 1634: mr. Cornelis Sasbout van St. Thomas breuksnijder weduwnaar van Roeloffge van Els wonende in de Kalverstraat en Elisabeth Bogaerts van Amsterdam weduwe van Daniël Sauchel wonende in de Kalverstraat, verklaart 3 1/2 jaar weduwe te zijn geweest.
ONA Amsterdam inv. 432, akte 133757: op 20 aug. 1615 verkoopt mr. Cornelis Sasbout aan Aert Koninck een erf op de Herengracht, gelegen tussen het huis van verkoper met een gemeenschappelijke muur aan de westzijde en verkopers erf aan de zuidzijde.
ONA Amsterdam inv. 461, akte 675952: op 29 mrt. 1619 verkoopt mr. Cornelis Sasbout voor 3200 gl. aan Thomas Robberts een huis op de Keizersgracht, staande naast de suikerbakkerij van Gielis van de Bogaert.
Kwijtscheldingen Amsterdam inv. 26: op 15 mrt. 1619 verkoopt Aeltgen Henricxdr., weduwe Dirck Hermansz.,, geassisteerd met Jan de Vos, haar vriend, Gabriel de la Haye en Hans Pietersz., haar neven, aan mr. Cornelis Sasbout, een erf achter zijn huis op de Prinsengracht, strekkende tot aan de muur van Dirck Hermansz. voorbij de gang.
Kwijtscheldingen Amsterdam inv. 26: op 24 mei 1619 verkoopt mr. Cornelis Sasbout aan Jan Rieuwertsz. garentwijnder een erf op de Leliegracht, liggende tussen Dirck Adriaensz. van Delft aan de oostzijde en Jan Pietersz. du Bien aan de westzijde, alsmede aan Dirck Adriaensz. van Delft steenhouwer een erf op de Leliegracht, liggende tussen mr. Jacob van der Does, secretaris van Amsterdam aan de oostzijde en Jan Rieuwertsz. garentwijnder aan de westzijde.
ONA Amsterdam inv. 607, akte 447212: op 9 april 1623 verklaren Abel Tamminga, 40 jaar oud, en Pieter Albertsz. Wieringen, 26 jaar ud, poorters van Amsterdam, op verzoek van mr. Cornelis asbout, steensnijder te Amsterdam, dat zij mr. Guiliaem Mallet van Leiden hebben horen zeggen, dat ongeveer 5 jaar tevoren mr. Sasbout op zekere tijd in de Keizersstraat tegenover de Nieuwmarkt aangenomen heeft een jongen van 4 of 5 jaar oud te snijden en dat Sasbout, de jongen in aanwezigheid van overlieden onder handen hebbende, gezegd heeft, dat de steen te hoog en boven vast zat en dat men derhalve moest proberen de jongen met dranken te genezen “en alsoo t voorsz. kind … verlaten heeft”. Mr. Mallett heeft daarna het kind in aanwezigheid van enige van voornoemde overlieden “zelfs van de steen gesneden”.
ONA Amsterdam inv. 483, akte 305689: op 12 febr. 1626 verleent mr. Cornelis Sasbout, steen- en breuksnijder te Amsterdam, procuratie aan Willem Laekens, wonende te Emmerik, om daar te verhuren of te verkopen een half huis, genaamd “de Fortuijn”.
ONA Amsterdam inv. 483, akte 269572: Inventaris dd 13 mei 1635 van de goederen, die toebehoren aan Lijsbeth Bogaerts, de vrouw van Cornelis Sasbout, en “die sij met hem in huwelijk gebracht heeft”, o.a.:
een bed met peluw en beddenkleed, getaxeerd op 72 gl.
een schilderij van een bloempot 6 gl.
een portret van de prins van Oranje 5 gl.
twee kleine schilderijtjes
drie prentjes met ebbenhouten lijstjes, zijnde de portretten van predikanten
een bijbel gedrukt door Jan Evertsz. Cloppenburch en een martelaarsboek 6 gl.
een tarseniele [gladde zijden stof uit Tours] vlieger, een tarseniele rok met een paar tarseniele mouwen en een tarseniele borst. 150 gl.
een lakense huik. 40 gl.

Vrouw met een huik, Pieter Brueghel, detail van de Volkstelling in Bethlehem, Museum van Schone Kunsten in Brussel
een bijbeltje met zilveren beslag en een zilveren ketting erin
ONA Amsterdam inv. 523, akte 211293: op 7 nov. 1639 verkoopt mr. Cornelis Sasbout voor 800 gl. aan Niesgen Cornelis, weduwe van Arent Pietersen schipper, geassisteerd met Jan Doedesz. sleper, een erf met “getimmerte” erop, gelegen en staande buiten de ST. Antheunispoort achter in een slopje, waar op de hoek “St. Jacob” uithangt en de verkoper een vrije overgang heeft over zijn brug, tussen Bartelt de schuitenvoerder aan de oostzijde en een sloot aan de westzijde.
ONA Amsterdam inv. 483, akte 306860: inventaris dd 4 jan. 1642 van de goederen, die mr. Cornelis Sasbout door zijn vrouw heeft laten inventariseren, o.a.:
een testament, een gebedsboekje en een psalmboekje 1 gl. 10 st.
een schilderij van Bethlehem. 4 gl.
een schilderij van een landschap 3 gl.
een schilderij met de Verwijzing van Christus. 5 gl.
twee kleine schilderijtjes
een schilderij van Amsterdam
een schilderij van Jephta
twee triktrakborden

Jan Olis, triktrakspelers (Museum van Schone Kunsten, Brussel)
een schilderij van een scheepje
Kind (o.a.):
Ex 1:
II. mr. Sasbout Cornelisz. Souburgh, geboren ca. 1597 (20 jaar oud in 1617), volgt II
II. mr. Sasbout Cornelisz. Souburgh, geboren ca. 1597 (20 jaar oud in 1617), van Dordrecht wonende op de Herengracht in Amsterdam (1617), steensnijder te Amsterdam, operateur te Delft, begraven Dordrecht 6 okt. 1653, trouwde Amsterdam 8 juli 1617 (ondertrouw) Sara Cornelisdr. de Heusde, wonende te Delft (1617), begraven Dordrecht 21 dec. 1671 (een zwarte baar op het Bagijnhof), dochter van Cornelis de Heusde en Josijna Anthonis Thijlen (ONA Delft 1533, f. 52, akte dd 9 juli 1624)
ONA Amsterdam inv. 594, akte 267895: op 15 okt. 1632 legt Loeffther Heggen van Lubeck, 26 jaar oud, op verzoek van mr. Michiel de Vries, steensnijder wonende te Amsterdam, een verklaring af. Hij getuigt, dat hij zeer goed kent mr. Sasbout Cornelisz., steensnijder, die gewoond heeft in Amsterdam op de Kolk, en de vrouw van de rekwirant, Maritgen Cornelis Struijs, “hebbende een silveren plaet aen haer mondt”. Hij zegt, dat hij omtrent tien weken tevoren Sasbout Cornelisz. en Maritgen Cornelis Struijs “heeft metten anderen sien gaen binnen … Lubeck over straet zij aen zij gelijck als man en wijfken tot inde herberch genaemt de Vergulde Leeuw achter de faecke op de Hoijmerckt tot Philip Elderman”.
Kwijtscheldingen Amsterdam inv. 41: op 31 jan. 1646 transporteren dr. Sasbout Cornelisz. Souburgh en Elisabeth Bogers, weduwe van mr. Cornelis Sasbout, geassisteerd met Abraham Potter, Jan Eggers, postmeester, Joost van de Ven, notaris te Amsterdam, en Abraham Potter nog als voogd van Cornelia Sasbout, het dochtertje van mr. Cornelis Sasbout en Elisabeth Bogers, aan Pieter Jansz. Schuijl, kruidenier, een huis op de Prinsengracht.
Weeskamer Dordrecht inv. 22, f. 245: extract van het testament van Sasbout Cornelisz. Souburch en zijn vrouw Sara de Heusde, gepasseerd op 4 juni 1653 en gecollationeerd door notaris J. van Nuijssenborch op 14 jan. 1654. De testateuren hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd.
ONA Dordrecht inv. 301, f. 95: op 13 dec. 1670 verleent Sara Cornelisdr. de Heusde, weduwe van Sasbout Souburgh., procuratie ad negotia aan haar zoon Jacob Souburgh, burger van Dordrecht. Zij benoemt haar zoon tevens tot voogd over haar minderjarige erfgenamen en executeur van haar testament.
ONA Delft inv. 2122, f. 117, akte dd 19 dec. 1670: voorwaarden, waarop [Jacob] Sasbout Souburgh, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Zara de Heusde, voor 600 gl. koopt van Pouwels Reijmers en diens vrouw Marija Sasbout de helft van een huis aan de noordzijde van de Voldersgracht, genaamd “de Bruijnvisch” [tegenwoordig Voldersgracht nr. 5], de helft van een huis aan de zuidzijde van de Gasthuislaan en een huisje oostwaarts ernaast staande in een poort, alle staande in Delft.

Het huis “de Bruijnvisch” op de Voldersgracht in Delft.
ONA Delft inv. 2122, f. 120: op 7 jan. 1671 verhuurt Jacob Sasbout Souburgh, operateur wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Sara van Heusden, voor 130 gl. per jaar aan Johannes Wijgans, koekenbakker, zijn moeders huis, genaamd “de Bruijnvisch”, staande aan de Voldersgracht te Delft.
ONA Dordrecht inv. 302, f. 30: op 22 nov. 1671, verleent Sara de Heusde, weduwe van Sasbout Souburgh, procuratie aan haar zoon Jacob Souburgh, burger van Dordrecht, om in ontvangst te nemen van [NN] Versteegh, boedelmeester te Delft, de kooppenningen, die zijn gekomen van de openbare verkoping in mrt. 1671 van haar roerende goederen en inboedel.
ONA Dordrecht inv. 307, f. 168: op 15 aug. 1676 wordt door Jacob Souburgh, als executeur-testamentair van zijn moeder Sara de Heusde, weduwe van Sasbout Souburgh, rekening gedaan van zijn moeders boedel. De rendant heeft de rekening overgebracht aan Benedictus Haen, predikant van de Lutherse gemeente te Delft, die procuratie heeft van mr. Poulus Reijmers, wonende te Delft.
Ontvangsten (o.a.):
de pendant heeft ontvangen van Henrick Regters, pachter van de slagroede te Dordrecht een somma van 1338 gl. 19 st., gekomen van de roerende goederen en inboedel, die zijn nagelaten door zijn moeder
de rendant heeft voor 2000 gl. verkocht aan zijn zwager Paulus Reijmers, de man van Marija Souburgh, het huis genaamd “de Bruijnvisch”, staande in Delft, waarvan Reijmers reeds betaald een bedrag van 1000 gl.
een schepenenschuldbrief
een diamanten ring
de boedel komt toe van Sophia Souburgh een somma van 100 gl. wegens hetgeen de overledene voor haar betaald heeft aan Willemijna Souburgh
een custingbrief
huishuur
Totaal van de ontvangsten: 4178 gl. 13 st.
Uitgaven (o.a.):
doodschulden 185 gl.
negen wegen kostgeld door Sara de Heusde en zijn zuster Willemijna te zijnen huize “verteert” 72 gl
betaald aan de vrouw , die de moeder van de rendant gedurende 14 dagen tijdens haar ziekte heeft bijgestaan. 14 gl.
betaald aan de apotheker Van der Velden wegens geleverde medicamenten 1 gl. 13 st.
aan dr. De Jonghe wegens doktersbezoeken 3 gl. 12 st.
aan notaris Waltherij wegens het opstellen van diverse akten. 8 gl.
aan de schilder Maes wegens het maken van een kopie van het portret van de rendants vader 14 gl.
aan de goudsmid Francoijs Leernmans wegens enige gouden “stickies”, door de rendant van hem gekocht. 8 gl. 18 st.
aan de pachter van de slagroede. 12 gl.
aan de organist over het drie keer stellen van het klavecimbel 1 gl. 16 st.
aan de omroepers, die het erfhuis hebben omgeroepen 1 gl. 4 st.
de rendant heeft tijdens het erfhuis verscheidene van de erfgenamen en de twee vrouwen, die het erfhuis hebben bediend, te zijnen huize “getracteert” 30 gl.
aan die vrouwen wegens het door hen daarbij verdiende salaris 5 gl.
de rendant is op 13 febr. 1672 naar Delft gereisd om daar het huis “de Bruijnvisch” te verkopen of te verhuren en met zijn zuster Marija Souburgh over een te komen voor het lichten uit de consignatie van de stad Delft het geld, dat hun moeder daar heeft ondergebracht. 9 gl.
voor reis- en “teerkosten”, waaronder “extraordinaris wagenvragt gerekent, sijnde in de winter” 13 gl.
aan de brandemmermeester van Delft 2 gl. 12 st.
aan de glasmaker over reparatie van de glazen van het huis “de Bruijnvisch” 12 gl. 8 st.
op 2 sept. 1673 betaald aan apotheker Guldemont te Leiden wegens geleverde medicamenten 16 gl. 19 st.
Totaal van de uitgaven: 1019 gl. 13 st. 10 penn.
Resteert: 3159 gl.
Dit bedrag moet verdeeld worden onder Poulus Reijmers, de weduwnaar van Maria Souburgh, Sophia Souburgh, Willemijna Souburgh, Anna Souburgh, Cornelia Souburgh, Josijna Souburgh, Abraham Souburgh, de kinderen van IJaacq Souburgh en Jacob Souburgh. Derhalve bedraagt ieders portie 351 gl. Poulus Reijmers heeft uit de boedel gekocht goederen ter waarde van 168 gl. 15 st. 6 penn.
Op 26 aug. 1676 verklaart Johan van der Vorst, als man van Catharijna IJsaaxdr. Souwburgh, als mede-erfgename van haar broer Sasbout Souwburgh, uit handen van Jacob Souburgh, de oom van zijn vrouw, ontvangen te hebben een somma van 351 gl., met dien verstande, dat onder de rendant gebleven is een somma van 33 gl. 6 st. 11 penn., welke toekomt aan de twee halfzusters van Sasbout Souwburgh, als mede-erfgenamen.
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Maria Souburgh, gedoopt NG Delft 13 juli 1628, jonge dochter van Rotterdam wonende in het Hang (1635), trouwde NG Rotterdam/Overschie 26 aug./9 sept. 1635 Paulus Reijmers, jong gezel van Staeden bij Hamburg (1635)
ONA Amsterdam inv. 1922, akte 374793: op 12 okt. 1657 komen mr. Paulus Remmers en Sacharias van Vordingen, overeen, dat Remmers aan Van Vordingen overdragen zal een tijger, een haasje, “die konstelijck op de trommel slaet”, een aap, die vele kunstjes kan, en een beertje, met welke vier beesten Sacharias “zal vermoogen op alle marcten te trecken, waer hem … duncken zal de beste proffijten te kunnen maecken, ende zal de zelve Sacharias vvt de penningen die vande kijckers komen de zelve beesten met de knechts ende zijn zelven van alle mondt kosten versorgen vlacxten, ende alle andere onkosten betaelen die daer oorspronkelijck sullen zijn”.
ONA Amsterdam inv. 3607, akte 117455: op 27 sept. 1668 leggen Jan Simson, 66 jaar oud, wonende in de St. Pietersdwarsstraat, Jan van Putten, ongeveer 40 jaar oud, “opsiender van een spelle”, Anneken Thomas, ongeveer 44 jaar oud, dienstmaagd ten huize van Jan Simson, en Denijs Jacobsz., ongeveer 22 jaar oud, “springer in een spelle”, op verzoek van Maria Sasbout, de vrouw van Poulus Reijmers, “staende met een koordedanssersspelle”, een verklaring af. Zij getuigen, dat op 26 sept. 1668 ’s avonds omtrent 8 uur een zekere Claes, “spelende voor geck int spel” van de rekwiranten, gekomen is ten huize van de eerste getuige in de St. Pietersdwarsstraat, “alweer hij per force inde opcamer wilde sijn omdat hij aldaer een vrouwspersoon sagh vragende wat die vrouwspersoon aldaer dede, daerop sij attestanten ende den requirante hem antwoorde, dat sijpelden hem daervan geen rekenschap behoeffden te doen … Vliegende daerop hij Claes tegens de requarante haer lijff op ende stootende haer seer vehementlijk ende trock haer bij haer schorteldoeck dat sij bijna van alle de trappen soude gevallen hebben en hij Claes sijende dat … hij sijn wille niet en conde krijgen om haer van de trappen aff te trecken hebben sij drij eerste getuijgen gesien, dat Claes sijn mes uijt de schede trock, seggende tegens des requirantes man voorn. comt oude schelm, comt daaruijt met meer andere dreijgementen. Vorders siende dat hij mede sijn wil niet en conde volbrengen, gingh hij uijt den huijse op de straet, scheldende den requirante ende haer man … met vele … scheltwoorden”, zonder dat de rekwirante, haar man of iemand anders hem daartoe enige aanleiding gegeven heeft.
ONA Dordrecht inv. 303, f. 149: op 20 nov. 1674 verklaren Jacob Souburgh, burger van Dordrecht, voor zichzelf en als executeur van het testament van zijn moeder, Sara de Heusde, enerzijds, en Poulus Reijmers, als man van Maria Souburgh, wonende te Delft, anderzijds verkocht resp. gekocht te hebben voor 2000 gl. twee huizen op de Voldersgracht te Delft, genaamd “de Bruijnvisch”, laatst eigendom geweest van Sara de Heusde.
b. Sofija Souburgh, gedoopt NG Amsterdam 5 mrt. 1620, van Amsterdam wonende in de Koestraat (1641), trouwde NG Amsterdam 10 mei 1641 (ondertrouw, de ouders van de bruidegom zijn overleden, de bruid geasssiteerd met haar vader Sasbout Cornelisz.) Harmen Meijer, van Hamburg, geboren ca. 1610, wonende op de Oude Schans (1641)
c. Willemijna Souburg, gedoopt NG Delft 9 febr. 1622, van Amsterdam wonende in de Koestraat (1641), trouwde Amsterdam 15 dec. 1641 (ondertrouw, de bruidegom heeft nog ouders in Den Haag, hij geassisteerd met zijn zwager Sacharias van Vorsdingen, de bruid geassisteerd met Saertie Cornelisdr. van Heusde, haar moeder) Cornelis van Groenevelt, geboren ca. 1616, van ‘s-Gravenhage wonende in de Koestraat (1641)
d. Maria, gedoopt NG Leiden 30 mei 1624
e. Josijna Souburg, gedoopt NG Delft 31 okt. 1628, jonge dochter van Amsterdam wonende op de Riedijk (1649), trouwde 1e NG Dordrecht/Dubbeldam 3/17 jan. 1649 (mogen niet trouwen voordat zij voor de kerkenraad verschenen zijn, factum) Arnoldus Verhagen, jongman van Leiden wonende in de Gravenstraat (1649), blokmaker, 2e Hermanus Bartholomeusz. Boekhoff
ONA Dordrecht inv. 303, f. 174: op 29 dec. 1672 verklaren Jacob Souburgh, als executeur van het testament van zijn moeder, Sara de Heusde, enerzijds en Josijna Souburgh, zijn zuster, dochter en erfgename van Sara de Heusde, geassisteerd met haar man Hermanus Bartholomeusz. Boekhoff, anderzijds, dat Josijna’s man en zijzelf wegens haar vaderlijke en moederlijke erfenis volkomen voldaan zijn van een bepaalde, in de akte niet vermelde somma. Zij hebben ook gekregen een obligatie van 150 gl., verleden door Josijna ten behoeve van haar neef Cornelis Reijmers of diens moeder. Jacob zal beide te zijnen laste nemen, op voorwaarde, dat aan hem zal toevallen de erfportie van Josijna, die haar toekomt van haar vaders en moeders wege en die nog onverdeeld is.
Kinderen:
e-1. Sasbout, gedoopt NG Dordrecht 22 mrt. 1649
e-2. Maria, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1650
f. Cornelia Souburg, gedoopt NG Delft 20 mei 1629, jonge dochter van Amsterdam wonende op de Riedijk (1649), trouwde NG Dordrecht 7 mrt./4 april 1649 Johannes Ruijsscher (Rausscher), jongman van Franeker wonende op de Riedijk (1649), kunstschilder
Johannes Ruijsscher “Etcher, draughtsman and painter. Born in Franeker. His drawings suggest that he may have studied with Rembrandt in the mid-1640s, as they resemble the flat landscapes of other Rembrandt pupils of this period, such as Philips Koninck and Abraham Furnerius. He was also influenced by Hercules Segers, and was dubbed the ‘Young Hercules’. From 1649 -the year of his first dated works, which are etchings- until 1657 he lived in Dordrecht. Appointed painter to the court at Cleves in 1652, he travelled to Germany in 1657, working for the Elector of Brandenburg until 1661, and from 1662 to 1675 for the Elector of Saxony”. [Source: British Musuem website].
(www.royalacademy.org.uk/art-artists/name/johannes-ruisscher)

Gezicht op Rhenen, door Johannes Ruijsscher.
ONA Dordrecht inv. 303, f. 115: op 1 sept. 1672 verklaren Cornelia Souburgh, de vrouw van Johannes Ruijsser, wonende te Dresden in Saksen, en haar broer Jacob Souburgh, wonende te Dordrecht, aangaande Cornelia’s erfenis van haar vader en moeder, dat Cornelia ontvangen heeft van haar broer al hetgeen zij daarvan bedongen heeft en aan haar beloofd is.
g Abraham Sasbout Souburgh, gedoopt NG Delft 7 okt. 1632, jongman wonende op de Lindengracht te Dordrecht (1655), “operateur” te Groningen, trouwde NG Dordrecht 19 sept. 1655 (ondertrouw, per schrijven van Nieuwpoort) Janneken van Roijen, jonge dochter wonende te Nieuwpoort (1655)
ONA Dordrecht inv. 303, f. 54: op 4 mei 1672 verklaart Abraham Souburgh, operateur te Groningen, dat hij “bij forme van transactie ende uwtcoop” voldaan is door zijn broer Jacob Souburgh, executeur van de boedel, die is nagelaten door zijn moeder, van een somma van 300 gl. en nog van het portret van zijn vader zaliger, en twee schilderijen, geschilderd door Jacob Verhagen, het ene voorstellende Lazarus’ Opwekking en het tweede Christus’ Graflegging.
ONA Dordrecht inv. 310, f. 379: op 17 nov. 1683 verleent Abraham Souburgh, arts, wonende in Groningen, procuratie aan Jacob Souburgh, arts, wonende in Dordrecht, om van de VOC (kamer Zeeland) in ontvangst te nemen de maandgelden, die zijn verdiend door zijn zoon IJsaacq Abrahamsz. Souwburgh.
Zoon:
g-1. IJsaacq Abrahamsz. Souburgh
h. Anna Souburgh
i. IJsaack Souburgh, gedoopt NG Amsterdam 20 aug. 1634, jongman wonende aan de Voldersgracht (1654), overleden in 1660, trouwde NG Delft 25 juli 1654 (attestatie op Zwijndrecht gegeven op 13 aug. 1654) Geertruijd Huijck, jonge dochter van Nijmegen wonende mede aldaar (1654)
ONA Dordrecht inv. 295, f. 267: op 3 mrt. 1664 verklaart Jacobus Sasbout van Souburgh, operateur te Dordrecht, als voogd over de kinderen van zijn overleden broer, Isaac Sasbout, operateur te Utrecht, dat hem bekend geworden is, dat de weduwe van zijn broer, Geertruijd Huijck, wonende te Nijmegen, voornemens is eerstdaags te gaan hertrouwen, zonder dat zij behoorlijke vertichting t.b.v. haar kinderen, bij haar door Isaac Sasbout verwekt, heeft gedaan. Hij verzoekt derhalve aan de kerkenraad van Nijmegen de kerkelijke proclamaties en de voltrekking van het huwelijk tegen te houden, totdat Geertruijd Huijck behoorlijke vertichting aan haar kinderen heeft gedaan.
Kinderen:
i-1. Sasbout Souburgh, gedoopt NG Utrecht 16 mrt. 1656
i. 2. Catharijna Souburgh, gedoopt Utrecht 5 aug. 1657, trouwde 1e Lent (Gelderland) 2 april 1676 Johan van der Vorst, 2e Lent 17 april 1696 Hendrik Westervelt
j. Jacob Sasbout Souburgh, gedoopt NG Leiden 15 mrt. 1637, volgt III
III. Jacob Sasbout Souburgh, gedoopt NG Leiden 15 mrt. 1637, arts, operateur te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 dec. 1694, trouwde naar schatting ca. 1659 Emmerentia van Velsen

Jacob Sasbout Souburg, door Arnoldus Houbraken
SOUBURG (Jacob Sasbout), geb. te Middelburg, overl. te Dordrecht 26 Dec. 1694, was de zoon van Mr. Sasbout Souburg en Sara Cornelisdr. de Heusde. Sedert Nov. 1661 was hij stadsoperateur te Dordrecht in plaats van Barend Schrader op een jaarwedde van f 100. Tevens stond hij bekend als een vermaard steensnijder. Hij was gehuwd met Emmerentia van Velzen. Zijn zoon Sasbout was evenals zijn vader chirurgijn; zijn dochter Sara, geb. 26 Mei 1662, huwde met den beroemden schilder Arnoldus Houbraken. Van Mr. Jacob moet bestaan hebben een portret in olieverf door J. de Baen, waarnaar Arnoldus Houbraken een ets maakte, met 6-regelig lat. vers door J. Targier en dito holl. vers door D. van Hoogstraten. Een schilderij, geheel met dit zeldzame blad overeenkomende, staat op naam van Nicolaes Maes, en bevindt zich in het Augusteum (het Groot-Hert. Museum te Oldenburg). (dbnl.org)
ONA Dordrecht inv. 293, f. 123: op 8 juli 1661 testeren Jacobus Sasbout Souburch en zijn vrouw Emmerentia van Velsen, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. Die langstlevende zal gehouden zijn hun zoon te onderhouden tot zijn mondigheid of huwelijk en hem dan een uitzet te geven en een somma van 500 gl. Als hun zoon echter voordien komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moet dat bedrag van 500 gl. komen aan de langstlevende van hen, testateuren., op voorwaarde, dat die na het overlijden van hun zoon aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden een bedrag van 250 gl. zal uitkeren.
ONA Dordrecht inv. 300, f. 278: verklaring dd 6 mrt. 1669 door Dirck Corstiaensz., burger van Dordrecht, Susanna Pietersdr., de vrouw van Henrik Oers, en Digna Trijnen, de vrouw van Jacob Lambertsz. de Jong, allen wonende te Dordrecht, op verzoek van Jacob Sasbout Souburgh, operateur te Dordrecht, en diens vrouw. Zij getuigen, dat zij gezien hebben op 4 mrt. 1669, dat voor het huis van de rekwiranten gekomen is Francijntje Maertens, de vrouw van Jan Malefoij, leertouwer, en dat zij gehoord hebben, dat Francijntje “met volle mond ten aenhoren van veele ommestanders” tegen de vrouw van Souburgh riep “jou hoer jou droncke hoer jou allemans hoer … gij popt met andre getrouwde mans”, zonder dat de rekwirante haar daartoe aanleiding heeft gegeven. De twee laatstgenoemde getuigen verklaren nog, dat zij Francijntje hebben horen zeggen, dat zij met stenen de ruiten van de rekwirante zou ingooien, daarbij voegende “hoeren en boeven hebben het meeste te seggen”.
ONA Dordrecht inv. 301, f. 113: op 20 juli 1670 testeren Jacob Sasbout Souburgh, operateur, en zijn vrouw Emmerentia van Velsen, hij gezond, zij in het kraambed liggende. Tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een somma van 1000 gl uit te reiken. Als hun kinderen voor hun meerderjarigheid komen te overlijden, zal die somma van 1000 gl. komen aan de langstlevende van hen beiden, die dan gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van hun kinderen een bedrag van 250 gl uit te keren.
ONA Delft inv. 2123, f. 27: op 24 mrt. 1672 verhuurt Jacob Sasbout Souburch, operateur wonende in Dordrecht, voor 100 gl. per jaar aan Pieter van Pollinghoven, wijnkoper, een huis, genaamd “de Bruijnvisch”, staande aan de Voldersgracht in Delft, belend west het huis van Lodewijk van Pollinghoven en oost dat van Daniël Bogart.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Sasbout Souburgh, 14 sept. 1659, volgt III
b. Elisabeth en Sara Souburgh, 26 mei 1662, Sara Souburgh trouwde Arnoldus Houbraken (zie de genealogie Houbraken op deze website), Elisabeth Souburgh, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1709), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/18 aug. 1709 Gerhard Kerper, weduwenaar geboren te Morten in Zwitserland wonende in de Voorstraat (1709)
c. Maria, 10 april 1665
d. Emerentia Souburgh, 18 juli 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1701), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 jan./13 febr. 1701 (de bruidegom geassisteerd met zijn “schoonvader” Johannes Wijckenburgh, de bruid met haar moeder) Petrus de Schepper, weduwnaar van Schoonhoven wonende bij de Wijnburg (1701)
e. Nicolaes, 26 jan. 1675
III. Sasbout Souburgh, gedoopt NG Dordrecht 14 sept. 1659, jongman van Dordrecht wonende op de Boom (1682), mr. chirurgijn te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht/Alblasserdam 8/22 mrt. 1682 Anthonia (Antonina) Mol, gedoopt NG Dordrecht 6 mei 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1682), dochter van Johannes Mol en Clara Temmickhof
ORA Dordrecht inv. 1628, f. 92: op 12 mei 1682 verkopen Adriaen de Veer, bakker en burger van Dordrecht, als man van Maria van der Thuijnen, Janneke van der Thuijnen en Machteltge van der Thuijnen, mondige ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Marijke Gerritsdr. van Elten, weduwe van Hendrick van der Thuijnen, stadschirurgijn te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Sasbout Souburgh, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boom, staande tussen het huis van de weduwe of kinderen van Hendrick Jansz. Mets en dat van de erfgenamen van Govert van Wessem.
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 61: op 15 dec. 1689 verkoopt kapitein Sasbout Souburgh, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacob Souburgh, operateur en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin (Voorstraat) omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Jacob van Steenwijk en dat van Jan de Ruijter.
Kind:
a. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1683