Voor oudere generaties zie Stamboom De Ridder/Wolterbeek en aanverwante geslachten in genealogieonline.nl.
I. Job Hendriksz. van Slingelandt, geboren naar schatting ca. 1510, overleden Dordrecht 7 juni 1559, trouwde Adriana van Goudoever.
Kind:
a. Damas Jobsz. van Slingeland, geboren Dordrecht 22 okt. 1553, volgt II
II. Damas Jobsz. van Slingeland, geboren Dordrecht 22 okt. 1553, rentmeester van het weeshuis en secretaris van de weeskamer, overleden Dordrecht 10 mrt. 1606, trouwde Anthonia Jansdr. Wenssen, overleden in of na 1606
– ORA Dordrecht inv. 736, f. 189v: op 3 juni 1581 verkopen Fijcken Cornelisdr., weduwe van Jan Wensen Jacobsz., voor de ene helft, en Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wenssen, Damas Jobsz., als man van Thoontgen Wenssen, en Jacob Simonsz. de oude, als man van Aerjaentgen Wensen, allen voor zichzelf en samen tevens vervangende Adriaen Jacobsz., als man van Baertgen Wensen, alsmede de overige kinderen van wijlen Jan Wensen, verwekt zowel bij Aerjaentgen van Megen als bij voornoemde Fijcken Cornelisdr., [voor de andere helft], aan Claes Apersz. schipper een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Henrick Jansz. kleermaker en dat van Jacob Willemsz. vleeshouwer. Waarborgen: Pieter Jansz. kuiper en Jacob Simonsz. de oude voor de helft van de weduwe, en Damas Jobsz. en dezelfde Jacob Simonsz. voor de helft van de kinderen. De koper is schuldig aan verkopers 1440 gl. Borgen: Jan Philipsz. en Trijntge Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz.
ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 141: op 5 mei 1606 verkoopt Anthonia Wenssen Jansdr., weduwe van Damas Jobsz. van Slingelandt, geassisteerd met haar zoon Job van Slingelandt Damasz., aan Jan Jansz., huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johannes Poliander, predikant te Dordrecht, en dat van Guilliam van de Waerde, strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsgracht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 775 gl. In margine: op 8 mei 1659 verklaart Nicolaes Maes schilder, dat de schuld volledig is afgelost.
RA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1, f. 182: op 3 juni 1606 verkoopt Anthonia Wensen, weduwe van Damis Jobsz. van Slingelant, secretaris van de Weeskamer van Dordrecht, geassisteerd met Jop Dammisz. van Slingelant, haar zoon, aan Nicolaes Jansz. Cruijdenier te Dordrecht een boomgaard van 244 roeden, liggende in Schilmanskinderenambacht.
Kinderen:
a. Job Damisz.van Slingeland. gedoopt NG Dordrecht 20 okt. 1580
b. Jan, gedoopt NG Dordrecht 6 dec. 1582
c. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1584
d. Barthout Damisz. van Slingeland, geboren Dordrecht 28 juli 1590, volgt III
III. Barthout Damisz. van Slingeland, geboren Dordrecht 28 juli 1590, van Dordrecht (1618), overleden Dordrecht 31 jan. 1638, trouwde NG Dordrecht 14 okt./4 nov.1618 Geertruijt Govertsdr. van Beaumont, van Dordrecht (1618)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Damis (Damas) Barthoutsz.van Slingeland, april 1621, volgt IVa
b. Govert van Slingeland, 12 jan. 1623, volgt IVb
c. Bartholomeus, sept. 1624
d. Simon van Slingeland, mei 1626, trouwde NG Dordrecht 21 juni 1654 Jacomina Vaens, dochter van Cornelis Vaens en Agatha Paulusdr. Driesman
ONA Dordrecht inv. 330, f. 3: op 4 jan. 1666 comp. Cornelis Vaens, ziek in bede liggende. Hij benoemt tot administrateurs van zijn na te laten boedel mr. Johan van der Burg en zijn zoon Paulus Vaens. Aangezien zijn dochter Jacomina Vaens, weduwe van Sijmon van Slingeland zowel met hetgeen zij bij het aangaan van haar huwelijk gekregen heeft van haar grootvader Paulus Melsz. Driesman, als met hetgeen zij van hem, testateur, aan uitzet en anderszins heeft gekregen ver over de 6000 gl. ontvangen heeft, wenst de testateur, dat zijn overige drie kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen na zijn overlijden elk een gelijk bedrag van 6000 gl. zullen krijgen. Omdat hij aan zijn schoonzoon Jacob Hoochlander schuldig is een somma van 3000 gl., wil hij, dat na zijn overlijden die lening aan hem terugbetaald wordt. Hij wenst ook, dat na zijn overlijden in het huis, waarin hij thans woont, één van zijn drie kinderen zal gaan wonen en daar zijn vrouw en hun zoon Johannes Vaens, hun beider leven lang zal onderhouden, waarvoor hij of zij zal ontvangen de huur van het voornoemde huis. Wegens zij ziekte kan de testateur de akte zelf niet ondertekenen.
Jacomina Vaens, weduwe van Simon van Slingeland, woonde in 1666 in Londen. (ONA Dordrecht inv. 270, f. 280, akte dd 28 sept. 1666)
Kinderen:
d-1. Barthout, gedoopt NG Dordrecht 15 mei 1655
d-2. Govert van Slingeland,
e. Anthonia van Slingeland, aug. 1628, trouwde 4 aug. 1647 Hendrick Labeen
ONA Dordrecht inv. 270, f. 104: op 11 juli 1665 verklaren Damas van Slingeland, ontvanger van de gemene middelen over het kwartier van Dordrecht, en Hendrick Labeen, als man van Anthonia van Slingeland, beiden mede-erfgenamen van ds. Thomas Boudicxius, dat zij door intercessie van Damas van Slingeland Jansz. tot een overeenkomst zijn gekomen aangaande hun erfportie, zijnde een negende part in de goederen, die zijn nagelaten door ds. Boudicxius. Labeen en zijn vrouw zullen hun erfdeel overdragen aan ontvanger van Slingeland en daarvoor ontvangen van van Slingeland een somma van 250 gl. en nog eens 523 gl. 16 st.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
e-1. Lambert, 24 febr. 1648
e-2. Anna, 31 juli 1652
e-3. Johannes, 2 jan. 1654
e-4. Henrica, 30 juli 1657
e-5. Anthonia, 5 sept. 1658
e-6. Henricus, 11 april 1661.
f. Reijmburg, sept. 1630.
IVa. Damis (Damas) Barthoutsz. van Slingeland, april 1621, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1649 Cornelia Gijsbrechtsdr. van Beaumont
ONA Dordrecht inv. 272, f. 218: op 21 dec. 1669 passeert Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingeland, redelijk gezond, haar testament. Zij prelegateert aan haar twee zoons of de langstlevende van en alle kleren van haar man en aan haar drie dochters of de langstlevende van hen al haar kleren, juwelen, kleinodiën, goud en zilverwerk. Zij wenst, dat al het “kinderraet” voor haar kinderen zal worden bewaard, totdat zij mondig zijn geworden of gaar trouwen. Tot voogden over haar minderjarige kinderen benoemt zij haar zwager mr. Govert van Slingeland, secretaris van de Raad van State, en haar neef Arent Muis van Holij, secretaris van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 274, f. 149: op 31 okt. 1672 benoemen Baerthout, Ghijsbert, Elisabeth en Geertruijt van Slingeland, broers en zusters, kinderen van wijlen Damas van Slingeland, tot erfgenaam van de goederen, die hen zijn opgekomen bij overlijden van hun vader en hun oudtante Sara van Dijck, alsmede alle andere goederen, die de eerste, tweede, derde en laatststervende van hen testateuren zullen nalaten, hun moeder Cornelia van Beaumont of bij vooroverlijden de langstlevende van hen testateuren.
ONA Dordrecht inv. 277, f. 170: scheiding dd 20 jan. 1679 van de goederen, die zijn nagelaten door Cornelia van Gouthoeven, bejaarde ongehuwde persoon. De vijf kinderen van Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingeland, t.w. Baerthout, Elisabeth, Geertruijt, Ghijsbert, en de kinderen van Antonia van Slingeland krijgen elk 4088 gl. 11 st.
ONA Dordrecht inv. 278, f. 157: op nov. 1680 comp. Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingeland, voor zichzelf en tevens vervangende haar kinderen, enerzijds en Joost van Stabroek, twijnder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Elizabeth van Beaumont, anderzijds. Zij verklaren, dat de laatstgenoemde comparanten de eerste comparante “in rechten geciteert hebben” voor het Gerecht van Dordrecht aangaande de fideï-commissionaire erfenis, die Elizabeth van Beaumont voor een twaalfde part is aangekomen door overlijden van haar nicht Cornelia van Gouthouven, die in Leiden is overleden, volgens haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris M. de Keijser te Haarlem op 12 okt. 1674. Door intercessie van Arent Muijs van Holij, regerende burgemeester van Dordrecht, en notaris Gillis van Hemert, de grootvader van moederszijde van Elizabeth van Beaumont, zijn de comparanten overeengekomen, dat Joost van Stabroek en zijn vrouw zullen afzien van de “instantie voor … den Gerechte alhier geïntenteert”, dat zij de akte, die Cornelia van Gouthouven op 18 jan. 1678 onderhands heeft geschreven en ondertekend voor “nulliter, doot, cragteloos ende van onweerden” zullen houden en dat zij het voornoemde testament van Cornelia van Gouthouven zonder meer zullen aanvaarden. Bij het overlijden van Elizabeth van Beaumont zonder kinderen na te laten zal de eigendom van het aan haar gemaakte twaalfde part in de nalatenschap van Cornelis van Goudhoeven komen aan de kinderen en nakomelingen van Cornelia van Beaumont. Daarbij is voorwaarde, dat de tweede comparanten zullen krijgen twee renten ten laste van de provincie Holland, welke twee renten zij voor 432 gl. hebben verkocht aan Barthout van Slingeland.
ONA Dordrecht inv. 278, f. 278: op 14 mei 1681 comp. Maria van Slingeland, weduwe van Emanuel van de Steen *, Baerthout van Slingeland, rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oosterwijk en kapitein Dirck van Noij, koopman te Dordrecht, allen als executeurs-testamentair van Cornelia van Gouthoeven. De comparante verklaren, dat de goederen, die zijn nagelaten door Cornelia van Gouthoeven in het kohier van de 200e penning is aangeslagen voor 12.000 gl. Bij “overschrijving” onder haar erfgenamen moet dat bedrag verdeeld worden als volgt: Maria van Slingeland moet betalen 1000 gl., Cornelia van Beaumont, weduwe van de ontvanger Damas van Slingeland, moeder van Baerthout van Slingeland, 5000 gl., kapitein Dirck van Nooij 1000 gl., zijn zwager Willem Nachtegael 1000 gl., Elisabeth van Beaumont, de vrouw van Joost van Stabroeck 1000 gl., de kinderen van Cornelis Boucquet 1000 gl. en Wilhelmus Boucquet, wonende te Leiden 1000 gl. Comp. mede Cornelia van Beaumont, Catrina van de Steen en Willem Nachtegael, die verklaren de voornoemde verdeling goed te keuren.
* Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, vermoedelijk katholiek) 30 okt./18 nov. 1653 Emanuel van de Steen jongman van Dordrecht geassisteerd met zijn vader Johan van de Steen, en Maria van Slingeland Dircxdr. jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met haar broer Johan van Slingeland.
ONA Dordrecht inv. 281, f. 218: op 29 nov. 1686 passeert Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingeland, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, haar testament. Zij verklaart, dat zij haar inmiddels overleden dochter Anthonia van Slingeland, ten tijde van haar huwelijk met Govert van Wesel, equipagemeester te Dordrecht, boven haar vaderlijke goederen heeft “vvgeset in cleedinge ende reedinge, Bruijloftsfeeste als anders”, hetwelk haar aanzienlijk veel geld heeft gekost, maar dat zij nochtans aan de twee kinderen van Anthonia, bij haar verwekt door Govert van Wesel of hun nakomelingen, wil nalaten twee morgen … [sic] roeden weiland, gelegen aan de oostzijde van de Groeneweg onder het Oudeland van Strijen. Zij prelegateert aan haar ongetrouwde dochters Elisabeth en Geertruijt van Slingeland, samen of de langstlevende van hen beiden, al haar kleren, juwelen, goud- en zilverwerk, huisraad, meubelen en inboedel, daarbij inbegrepen de schilderijen en het goudleer, alsmede aan elk een jaarlijkse rente van 250 gl., ingaande met haar sterfdag en lopende tot de trouwdag of sterfdag van haar dochters. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Barthout van Slingeland, rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oosterwijk, haar twee dochters Elisabeth en Geertruijt van Slingeland en haar zoon Ghijsbert van Slingeland, ontvanger van de verponding over Breda, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, elk voor een vierde part. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar zoons Barthout en Ghijsbert van Slingeland.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Anthonia van Slingeland, 18 sept. 1650,, trouwde 25 okt. 1671 Govert van Wesel
Kinderen:
a-1. Damas, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1671
a-2. Margareta, gedoopt NG Dordrecht 29 nov. 1673
b. Elisabeth van Slingeland, geboren naar schatting ca. 1653
c. Barthout Damasz. van Slingelandt, 3 mrt. 1655, volgt V
d. Geertruijt van Slingeland 9 febr. 1657, trouwde 5 dec. 1688 Gerard Vingerhoet, geboren naar schatting ca. 1655, trouwde 1e 14 jan. 1680 Elisabeth de Hulter, zoon van Herman Vingerhoet en Lijsbeth Corstiaensdr. Helligers
ONA Dordrecht inv. 283, f. 53: op 18 mrt. 1690 testeren Gerrard Vingerhoet, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt van Slingeland. Hij bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn vrouw heeft gepasseerd, voor zover niet strijdig met hetgeen hierna volgt. Als hij de eerstoverlijdende van hen beiden zal zijn, benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn twee voorkinderen, genaamd Maria en Elisabeth Vingerhoet, die hij heeft verwekt bij zijn eerste vrouw Elisabeth de Hulter, het kind of de kinderen, verwekt bij zijn tweede vrouw Geertruijd van Slingeland, en zijn huidige vrouw voor een kindsgedeelte, in plaats van de douarie, die hij haar heeft beloofd in de huwelijkse voorwaarden. Voorwaarde bij dat laatste is, dat zijn vrouw van de goederen, die hun kinderen van hem zullen erven, het vruchtgebruik zal hebben, totdat de kinderen mondig zijn geworden of gaan trouwen en dat zijn vrouw hun kinderen tot dan zal onderhouden. Voorwaarde is voorts, dat na zijn overlijden zijn twee kinderen bij zijn vrouw zullen mogen inwonen en door haar onderhouden zullen worden tot hun mondigheid of huwelijk. Daarvoor zal zij voor ieder kind jaarlijks een bedrag van 300 gl. ontvangen, boven op hetgeen die kinderen haar zullen kosten aan “cleedinge ende reedinge”. De testatrice verklaart de voornoemde huwelijkse voorwaarden te herroepen en benoemt haar man tot haar universele erfgenaam, op voorwaarde, dat hij hun beider kind of kinderen tot hun mondigheid of huwelijk zal onderhouden. Hij moet hen dan uitzetten in “cleedinge, reedinge ende Bruijloftfeeste” en hun dan een uitkering geven, zoveel als het hem goeddunken zal. Als zij zonder kinderen, door haar man verwekt, na te laten zal komen te overlijden, of dat zie kinderen na haar dood allen zullen sterven voor hun mondigheid of huwelijk, zal haar man alleen gehouden zijn aan haar zuster Elisabeth van Slingeland uit te reiken een bedrag van 1000 gl. en al haar kleren. De testateur wenst, dat, indien zijn voorkinderen en nakinderen na hem zullen komen te overlijden, zonder dat zij bij uiterste wil beschikt hebben over de goederen, die zij van hem geërfd zullen hebben, al die goederen zullen komen aan zijn vrouw Geertruijd van Slingeland. Tot voogd over hun minderjarige kinderen benoemen zij de langstlevende van hen beiden en als medevoogd Herman Vingerhoet, zijn vader, en Baerthout van Slingeland, haar broer. Hij benoemt tot voogden over zijn voorkinderen zijn vader Herman Vingerhoet en zijn zwager Abraham Sam.
ONA Dordrecht inv, 194, f. 116: op 22 okt. 1696 benoemen Gerard Vingerhoet en zijn vrouw Geertruijt van Slingeland, burgers van Dordrecht, als voogden over hun minderjarige kinderen de langstlevende van hen beiden. Hij benoemt tevens als voogden over zijn twee voorkinderen, door hem verwekt bij Elisabeth de Hultre, zijn eerste vrouw, Baerthout van Slingeland Damisz., resp. hun zwager en broer, en Baerthout van Slingeland Govertsz., burgemeester van Dordrecht, hun neef.
Kinderen:
d-1. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1690
d-2. Hermanus, gedoopt NG Dordrecht 27 nov. 1692
e. Gijsbrecht van Slingeland, 16 juni 1659, ontvanger van de verponding van de stad en het “resort” van Breda, waagmeester te Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 280, f. 353: op 26 sept. 1685 maakt Gijsbert van Slingeland, meerderjarige ongehuwde persoon, ontvanger van de verponding over het kwartier van Breda, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende, zijn testament. Hij benoemt tot erfgenaam van al zijn na te laten goederen, inclusief de goederen, die hem zijn aangekomen door overlijden van zijn vader, zijn oudtante Hester van Dijck en Cornelia van Goudhoeven, zijn moeder Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingeland.
ONA Dordrecht inv. 282, f. 61: op 9 april 1688 testeert Ghijsbert van Slingeland, ongehuwde persoon, ontvanger van de verponding over het kwartier van Breda, wonende te Dordrecht. hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn ongetrouwde zusters Elisabeth en Geertruijt van Slingeland of de langstlevende van beiden. Voorwaarde daarbij is, dat, als één van beiden gaat trouwen, alle goederen, die zij van hem geërfd zal hebben, zal komen aan de andere ongetrouwde zuster of bij vooroverlijden aan zijn broer Baerthout van Slingeland of diens nakomelingen voor een derde part, aan zijn andere getrouwde zuster voor een derde part en aan de kinderen van wijlen Anthonia van Slingeland, zijn zuster, voor een derde part. Als echter zijn beide ongetrouwde zusters zullen gaan trouwen, zullen zijn twee zusters, zijn broer Baerthout van Slingeland en de twee kinderen van zijn zuster Antonia van Slingeland, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, elk voor een vierde part zijn nagelaten goederen erven. Tot executeur-testamentair en voogd over zijn minderjarige erfgenamen benoemt de testateur zijn broer Baerthout van Slingeland.
ONA Dordrecht inv. 290, f. 200: op 5 mrt. 1704 verklaart Johan Heijcoop, dat Ghijsbert van Slingeland, waagmeester te Dordrecht, als zijn substituut in de waag heeft aangesteld zijn, comparants, zwager Bernardus Oirschot en dat hij zich voor hem borg heeft gesteld ter somma van 5000 gl. Aangezien Bernardus Oirschot inmiddels is overleden is deze akte van borgtocht op 7 dec. 1709 geroyeerd.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 137: op 4 okt. 1704 verkoopt Gijsbert van Slingeland, ontvanger van de verponding van de stad en het “resort” van Breda, voor 3000 gl. aan zijn broer Barthout van Slingeland Damasz., oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin [deel van de Voorstraat], zoals dat hem aanbedeeld is uit de boedel van zijn vader, strekkende tot achter aan de Wijngaardstraat en staande tussen het huis van Isaac Kanin en dat de heer Daalman.
f. Cornelia van Slingeland, 27 mrt. 1663
g Govert, 17 aug. 1664
h. Simon, 4 nov. 1668.
IVb. mr. Govert van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1623, pensionaris van Dordrecht, overleden Den Haag 3 juli 1690, trouwde 1e Christina van Beveren, 2e NG Dordrecht/Den Haag 4/29 sept. 1661 (per schrijven van Den Haag) Arnoudina van Beaumont, gedoopt NG Dordrecht april 1635, trouwde 1e Roelant Schou, dochter van Herbert van Beaumont en Elisabeth de Jonge
Govert van Slingeland was heer van Dubbeldam, pensionaris van Dordrecht, secretaris van de raad van State, ambassadeur in Polen en Zweden, ambassadeur in Denemarken (genealogieonline.nl).

Govert van Slingeland, zijn eerste vrouw Christina van Beveren en hun beiden kinderen, door Johannes Mijtens (1657)
Kinderen:
Ex 1:
a. Barthout van Slingeland, geboren Den Haag 18 dec. 1654, door keizer Leopold I in 1702 verheven tot Baron van het Heilige Roomse Rijk, burgemeester van Dordrecht, overleden Den Haag 5 nov. 1711, trouwde Pijnacker 4 jan. 1684 Elisabeth van Bleijswijck Hendriksdr.
Barthout van Slingeland was vrijheer van Slingelandt (door koop van zijn nicht Isabella Jacoba Pompe), raad van Dordrecht en schepen ald., gedeputeerde in de Staten van Holland, raad en generaal rentmeester der Verenigde Nederlanden, gecommitteerde ter Admiraliteit, raad en rentmeester generaal van Zuid-Holland, extra ordinaris afgezant bij de keurvorst van de Palts en de koning van Pruisen, bewindhebber van de WIC, burgemeester van Dordrecht, ontvanger van Breda, gecommitteerde in de Raad van State, generaal meester van de Munt (genealogieonline.nl, Wikipedia).
ONA Dordrecht inv. 280, f. 110: op 26 juli 1684 testeren mr. Barthout van Slingeland, schepen in wette van Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth van Bleijswijck, zij ziekelijk zijnde. Zij legateren aan het Arme-weeshuis te Dordrecht een bedrag van 1000 gl. en aan de NG huisarmen van Dordrecht eveneens 1000 gl. Zij legateren aan de langstlevende van hen beiden al hun huisraad, meubelen, inboedel, contant geld, potpenningen, ongemunt goud- en zilverwerk, koetsen, speelwagens, paarden en alle kleren, wapens, juwelen, kleinodiën, parels, diamanten, goud- en zilverwerk, alsmede het vruchtgebruik van all hun overige goederen. De eigendom ervan zal komen aan hun kind of kinderen. Als de eerststervende van hen beiden echter komt te overlijden zonder kinderen na te laten, of als al die kinderen na de dood van de eerststervende allen komen te overlijden, benoemen zij tot hun erfgenaam zijn of haar vader of bij vooroverlijden van hun vaders de erfgenamen ab intestato van de eerststervende, met dien verstaande, dat de testateur dan tot zijn erfgenamen ab intestato benoemt zijn halfbroers en halfzusters of bij vooroverlijden hun nakomelingen. De langstlevende van de testatueren belooft hun kinderen te overhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan naar zijn of haar discretie een uitkering te geven.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 114v: op 13 april 1702 verkoopt Johan Troije, als man van Jacoba Catharina van der Staeij a Kolibrant, voor 17.750 gl. aan Barthout van Slingeland Govertsz., oud-burgemeester van Dordrecht en namens de stad Dordrecht gecommitteerde in de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden en raad en rentmeester van de Grafelijkheidsdomeinen van Zuid-Holland etc., een huis op de Drappierskade [Wolwevershaven], achter uitkomende tegen de Maas, met twee zeer fraaie, grote wijnkelders, staande tussen het huis van Mattheus van den Brouck en dat van Dirck Aaldertsz. de Veer, alsmede voor 560 gl. een stal en koetshuis op de Walevest, staande tussen het huis van de heer Van Santen en de teerstoof van Hoogstraten.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 128v: op 6 sept. 1704 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht en de Kamer Juditieel van Dordrecht, voor 2360 gl. aan Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, generaal van de Munt van de Verenigde Nederlanden, een huis, bestaande uit twee woningen in de Voorstraat omtrent de Nieuwpoort, staande tussen het huis van Pieter van Wingerden en dat van kapitein Staas van Hoogstraten. Het huis is laatst eigendom geweest van Job Lacroij.
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 33: op 7 mei 1705 verkopen “Jordaen Damasz Verstappe, ende Jacob Weller, beijde borgers deser Stede als executeurs vanden testamente van Pieter van Beaumont, mr. smit ende Geertruij van Leen egteluijden blijkende bij denselven Testamente gepasseert voorden nots: Jacob van Dijk ende seekere getuijgen in dato den 8 December Laastleden 1704” voor 1240 gl. aan Barthout van Slingeland Govertsz., oud-burgemeester van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van de Grafelijkheidsdomeinen van Zuid-Holland, generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden, een huis op de Hoge Nieuwstraat met een huis erachter, “en sulx vierkant komende voor uijt de voorn. hoogenieustraet tot agter op de Stadts Veste of nieuwe uijtlegging”, belend zuid en west mevrouw Van der Meer, noord Matthijs Menting, oost Johannes Gront,
ORA Dordrecht inv. 1781, f. 146: op 6 febr. 1712 verkoopt “Jan de Bond, als last en procuratie hebbende van Vrouwe Elisabeth van Blijswijck wed.e wijlen de heer mr. Barthout van Sling.t [Slingelant] in sijn leven vrij Heer van Slingeland Borgermr. deser Stad”, voor 200 gl. aan Cristiaan Logeman, koopman te Dordrecht, “Een partij dijckettinge [recht tot beweiding van een dijk] vanden Noorden dijck met het gors daar aan behoorende, ofte wel een geregt negende part in sestig gul. jaarlijx incomen vandien jegenwoordigh in Huere gebruijkt werdende bij Jan jansz Meijboom, beginnende vande Schenkel van(de) Suijtpolder noortwaarts op tot de molen vliet toe, [en] Nog een partij dijkkettinge van den voorsz dijck met het daar aan behorende gors ofte wel de helfte van dertig gl jaarl. Incomen vandien jengewoordig gebruijkt werdende bij Huijbert Gerritse Duijn beginnende van(de) banck of omdraaij van(de) Heer Borgermr. Franken tot de volmolen en Staketsel bij de Stad gestelt en van daar voorts, voorbij de voorsz. volmolen tot de Schijpale tuschen Hartman en Kuijkhoven, off so veel min of meer als bij verkiezinge daar van soude mogen komen, en sulx soo en in dervoegen als het den Compts principale gepossideert en beseten heeft en gevolglijck met alle de prerogative, als het sijn Compt. principaal als voren gesegt gepossideert heeft”.
ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 10v: op 1 mrt. 1712 verkoopt “Jan de Bond, borger deser Stad, als last en procuratie hebbende van Vrouwe Elisabeth van Blijswijck, Vrouwe van Slingeland, wed.e en boedelhouster van wijlen den Ed.e Agtb. heer Barthout van Slingelandt zal.r die in sijn Edts. leven was, Vrij Heer van Slingeland, Oud Borgermr. en Vroedschap deser Stad etc. etc. mitsgrs. nogh als particuliere authorisatie hebbende Specialijck tot het transporteren van het naar te noeme huijs en Erve bij opgem.e Vrouwe van Slingelt. geteekent den 1e Maart 1712,” voor 100 gl. aan Arnoldus, Jan en Dingena Lacrooij, inwoners van Dordrecht, een huis tegenover het Melkpoortje, genaamd “den Hoorn”, staande tussen het huis van Pieter van Wingerden en dat van kapitein Staas van Hoogstraten.
Kinderen:
a-1. Christina Elisabeth van Slingeland, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1685, wonende in Dordrecht (1705), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/20 okt. 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Louise van Common, weduwe van Ernst Pieter van Wevort, raad ordinairs in de Raad en het Leenhof van Brabant, en mr. Willem Buijs, raadpensionaris van Amsterdam, beiden zijn voogden, de bruid met haar ouders Barthoudt van Slingelandt, heer van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en Elisabeth van Blijswijck Hendricxdr.) Johan Marin van Wevort van Ossenbergh, heer van Hoedekenskerke, jongman geboren in ‘s-Gravernhage wonende in Dordrecht (1705)
ORA Dordrecht inv. 1754, f. 164: op 1 dec. 1735 verkoopt “Govert van Slingeland Vrij Heer van Slingeland, Oud-Burgermr. deser Stad, Raad en Generaalmeester vande Munten deser vereenigde Nederlanden &c &c So in qualitijt als testamentaire mede voogd over de drie minderjarige kinderen en eenige Erffgenamen van wijlen Vrouwe Christina Elisabeth van Slingeland in Haar Ed. leven wed. van den Wel Ed. Geb. Heer Johan Marin van Wevort van Ossenberg in leven uijt den Oud-raad deser Stad &c, ende nog als last en procuratie hebbende vande Wel Ed. geb: Heer Francois Louis van Wevort van Ossenberg wegens de Stad Goes gecommiteert ter Graaffelijkheijts Rekenkamer van Zeeland &c &c insgelijk mede voogt over de voorsz. kinderen”, voor 217 gl. aan Clement Kever, burger van Dordrecht, een tuin met een tuinhuis, staande en gelegen even buiten de Kleine Sluispoort tussen de tuin van Huijbert van de Grient en het huis van Arij Gijse Barendrecht.


Johan van Wevort en Christina Elisabeth van Slingeland, door Mattheus Verheyden, ca. 1732 (foto: Museum de Lakenhal in Leiden)
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 194: op 29 juli 1743 verkoopt mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchois Louis van Wevort van Ossenbergh, namens de stad Goes gecommitteerde in de Grafelijkheids Rekenkamer van Zeeland, en nog als procuratie hebbende van Barthout van Slingeland, veertigraad en oud-schepen van Delft, en van Hendrik van Slingeland, burgemeester van ‘s-Gravenhage, voor 36.300 gl. aan Adriaan Braats, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert etc., een huis met een tuin en tuinhuis, alsmede een koetshuis en stal, die uitkomen in de Gravenstraat, staande en gelegen in de Wijnstraat omtrent de Gravenstraat tussen het huis van Gerrit Feijssen en dat van juffr. De Vries.
Kinderen (o.a.):
a-1-1. Barthout, gedoopt NG Dordrecht 15 nov. 1715
a-1-2. Ernest Pieter, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1725
a-2. Philippina Margareta, gedoopt NG Dordrecht 15 aug. 1688
a-3. Arnoudina, gedoopt NG Dordrecht 28 febr. 1691
a-4. mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1692, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 mei 1722 Adriana Pompe van Meerdervoort
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 150: op 17 april 1731 verkoopt mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, voor 600 gl. aan Cornelis Nierharen een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Govert van Oort.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 147v: op 15 jan. 1737 verkoopt mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, presiderende burgemeester van Dordrecht, voor 850 gl. aan Jannetta van der Poel, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Dirk Goris endar van de erfgenamen van Abraham Targier. De koopster is schuldig aan de verkoper een somma van 550 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 187v: op 9 sept. 1763 verkoopt Govert van Boven, koopman te Dordrecht, als enige erfgenaam van Aletta de Veer, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 3100 gl. aan mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, en Johan Gevaerts, resp. regerende en presiderende burgemeester van Dordrecht, een huis vooraan de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de eerste koper en dat van de tweede koper.
Kinderen:
a-4-1. Elisabeth Philippina van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 7 okt. 1724, trouwde 30 aug. 1750 Johannes Dierkens
a-4-2. Christina Adriana van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1737, ongehuwd, overleden Dordrecht 9 okt. 1784
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 34: op 8 mrt. 1785 verkopen “Arnoldus Kolster, Eerste -, en Pieter Papillon, gezwore Klerk ter Secretarie, en wonende binnen deze Stad, als last en procuratie hebbende van de Wel Geboren Heer Mr. Barthout van Slingelandt, vrijheer van Slingelandt en Goidschalksoort in den Oudraad &:&: en wonende binnen deze Stad, als bij Testament den 8: februarij 1783 voor Pieter Roos Ltzn en twee getuigen verleden, door wijlen de Wel Geboren Jonkvrouwe Christina Adriana van Slingelandt, in leven bejaart en ongehuwd, gewoont hebbende en den 9e: October 1784 overleden binnen dese Stad, aangestelde Executeur van wijlen den overleden uitersten wille”, voor 36.100 gl. aan mr. Jacob Kersseboom, secretaris van Dordrecht, “Een Huis en Erf met een Tuin daar agter, en Een Stenen Koepel in dezelve, en twee grote wijnkelders, onder ’t Huis, staande en gelegen op de Drappiers of Wollewevershaven, binnen dese Stad, en van agter uitkomende aan de Rivier de Merwede, [staande tussen het huis van de douariere Roest en het navolgende huis], als mede een Koetshuis en Stallinge voor vijf Paarden, en verdere gevolgen, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat, en uitkomende op de Stads Binnenveste of ’t zogenaamde Nieuwewerk binnen deze Stad, [belend van voren door het huis van de erfgenamen van Jan van der Linden van Slingeland aan ene zijde en dat van de gezusters Janssen aan de andere zijde], En nog de helft in een Huis en Erve met deszelfs Paksolders boven en Pakhuis van onderen en verdere gevolgen, staande en gelegen naast bovengemelt Huis aan de eene [en dat van Abraham Hendrik Onderwater, oud-burgemeester van Dordrecht, aan wie de wederhelft van het genoemde huis toebehoort, aan de andere zijde], (invoegen dezelve panden bij openbare verkoopinge den 30e december 1784 ten overstaan van voorn: Notaris Roos en twee getuigen binnen dese Stad gehouden, in Enen koop zijn verkogt)”
a-5. Barthout van Slingeland, geboren 8 jan. 1694
a-6. Hendrik van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1702, overleden Den Haag 7 okt. 1759, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 juli 1730 Maria Catharina van de Burgh
“Mr Hendrik van Slingelandt, des H.R. Rijksbaron van Slingelandt, heer van Slingelandt (1702–1759) was wisselend schepen en burgemeester van Den Haag. Hij was bovendien een befaamd genealoog en kunstkenner.
Van Slingelandt werd in Dordrecht geboren en stamde af van een regentenfamilie.
Hij woonde op de buitenplaats Zuijdwind in ‘s-Gravenzande voordat hij in 1735 voor 40.000 gulden het huis op de Korte Vijverberg 3 in Den Haag kocht nadat de vorige eigenaar, Johan van Schuylenburg, was overleden. Deze had het huis in 1711 gekocht en in 1724 laten verbouwen in de stijl van Daniël Marot.
Op de eerste verdieping richtte Van Slingelandt een bibliotheek in, waar Dirk Dalens al in 1725 allegorische voorstellingen op het behang had geschilderd. Hij liet Aert Schouman in 1758 twee vogeltaferelen schilderen, die boven de deuren van de kamer hingen waar men toen pruikentoilet maakte.
Hij had een grote verzameling prenten en tekeningen. Hij had ook zeven in perkament ingebonden aantekenboekjes uit de nalatenschap van genealoog Pieter van Brederode van Wieringen (1631-1697) gekocht. Hierin stond onder meer een lijst van antiquiteiten die Rembrandt bezat toen hij in 1669 overleed.
In 1761 overleed zijn echtgenote. Ze hadden twee dochters. Hun dochter Agatha (1732-1775) trouwde in 1762 met Willem Bentinck, heer van Bevervoorde, Hoikink en Nijenhuis (1721-1784) en zij bleven er wonen tot 1775. Hun zoon Adolf Carel (1764-1836) erfde het huis en verhuurde het totdat hij het in 1876 aan W baron Sirtema van Grovestins verkocht. In 1880 betrok de Haagse rechtbank het pand.” (Wikisage)”. Sedert 1914 is er het Kabinet van de Koningin resp. de Koning in gevestigd.

Hendrik van Slingeland (1727)

Het huis aan de Korte Vijverberg nr. 3 in Den Haag.
a-6-1. Barthout van Slingeland, geboren Den Haag 1 juni 1731, geboren en wonende in Den Haag (1758), raad en muntmeester, overleden Den Haag 2 juni 1798, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/25 juli 1758 (de geboden gaan in Den Haag, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Hendrik van Slingeland) Margareta Berk van Godschalksoord, geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat bij de Nieuwbrug (1758)
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 130v: op 27 okt. 1761 verkoopt Mels van de Griend, knaap in de Munt van Holland te Dordrecht, voor 780 gl. aan mr. Barthoud van Slingeland, vrijheer van Godschalksoord, een huis in de Doelstraat, staande tussen de stal en het koetshuis van de koper en het huis van Otto van Blokland.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 19v: op 29 mrt. 1763 verkoopt Gerarda Levermans, weduwe van Jacobus Smits, voor 2500 gl. aan mr. Barthout van Slingeland, vrijheer van Godschalksoord, schepen in wette van Dordrecht, een huis op de Voorstraat even voorbij de Munt, staande tussen het huis van de koper en dat van Adrianus Geij.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 252v: op 4 juli 1771 verkoopt Cornelis Papegaaij, als procuratie hebbende van mr. Barthoudt van Slingeland, heer van Godschalksoord, raad in de vroedschap van Dordrecht, als man van Margareta Berck, voor 17.000 gl. aan mr. Arnoldus Adrianus van Tets, pensionaris honorair van Goes, een huis met een woonhuis ernaast, staande in de Voorstraat bij de Munt tussen het huis van de weduwe van Samuel Onderwater en dat van Hendrik Kever, alsmede een koetshuis en stal erachter, staande in de Doelstraat.
Ex 2 (kinderen van Govert van Slingeland en Arnoudina van Beaumont):
b. Herber, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1662
c. Simon van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1664, van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage (1690), secretaris van de Raad van State, raadpensionaris van Holland 1727-1736, overleden Den Haag 1 dec. 1736, trouwde 1e NG Amsterdam 15 juli 1690 (ondertrouw; de bruidegom heeft consent van zijn moeder, de bruid geassisteerd met haar vader Hiob de Wildt, secretaris van het College ter Admiraliteit te Amsterdam) Susanna de Wildt, van Amsterdam wonende op de Nieuwe Herengracht (1690), 2e 1726 Johanna van Coesvelt (zijn huishoudster).
“Simon van Slingelandt werd in 1664 in Dordrecht geboren, waar hij de Latijnse school bezocht. Hij studeerde onder andere rechten te Leiden en werd in 1690 als opvolger van zijn vader Govert van Slingelandt tot secretaris van de Raad van State benoemd. Slingelandt was een sterke persoonlijkheid, zeer intelligent en buitengewoon kundig. Hij was niet alleen een groot rechtsgeleerde en kenner van de staatsinstellingen, maar ook een bekwaan financier. Zijn invloed op de binnen- en buitenlandse politiek was groot en nam met de jaren nog aanzienlijk toe. Hij wist een zaak snel tot in haar kern te doorgronden, maar was een realist, die gericht bleef op wat in de politiek haalbaar was.” (F. Jagtenberg, Willem IV. Stadhouder in roerige tijden 1711-1751 [Nijmegen 2018], p. 38. In 1726 wist hij “vriend en vijand … te verbazen door zijn ‘extravagante’ gedrag in de privésfeer, waardoor sommigen zelfs een ogenblik aan zijn verstandelijke vermogens begonnen te twijfelen. Enkele jaren na de dood van zijn eerste vrouw Susanna de Wildt kondigde hij aan in september 1726 met zijn huishoudster Johanna van Coesveld in het huwelijk te zullen treden, een afkeurenswaardig besluit in de ogen van zijn vriend Goslinga, die hem deze stap dan ook ten zeerste, zij het tevergeefs, ontried. … Het jaar daarop was iedereen het voorval alweer vergeten. … ” Op 17 juli 1727 werd Van Slingelandt tot raadpensionaris van Holland benoemd. (Idem, p. 180-181)

Simon van Slingeland, door Philip van Dijk (1728), foto: wikipedia
Kind:
c-1. mr. Govert van Slingeland, gedoopt NG Den Haag 30 juni 1694, jongman geboren te ‘s-Gravenhage (1719), weduwnaar van ‘s-Gravenhage (1724), achtraad en veertigraad van Dordrecht, drossaard van de stad en de baronie Breda, overleden Aken 2 nov. 1767, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 5/20 nov. 1719 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Simon van Slingeland, secretaris van de Raad van State, de bruid met haar vader Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht) Ernestina Geertruida de Bevere, vrouwe van De Lindt, jonge dochter geboren te Dordrecht (1719), 2e Gerecht/NG Dordrecht/Sloterdijk 21 jan./11 febr. 1724 (volgens attestatie van ondertrouw te Amsterdam op 20 jan. 1724) Agatha Huijdekoper, weduwe van Amsterdam (1724), trouwde 1e Gillis Sautijn
11 febr. 1724: getrouwd in Sloterdijk Govert van Slingeland en Agatha Huijdekoper, met een koets, boete: 100 gl. (buiten trouwen: Stadsarchief Amsterdam)
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 91: op 1 mei 1721 verkopen “Jacob Paradijs, Coopman binnen dese Stad, ende Albertus van Nievelt nots. en procur. als in Huwelijck hebbende Juffr. Aletta Paradijs voor haar selve ende nog als last en procuratie hebbende van Juffr. Catrina Paradijs, meerderjarige ongehuwde dogter mede woonende binnen dese Stad, volgens d’selve procuratie op den 30e April 1721 gepasseert voor den nots. Bartholomeus van(der) Star, en seekere getuijgen in dese Stad residerende daar van sijnde ons Schepenen vertoont; Sijnde de voorn. Jacob Paradijs nevens Juffr. Aletta en Catarina Paradijs, eenige kinderen en Erfgenamen van wijlen de heer Martinus Paradijs in sijn leven mede Coopman binnen dese Stad”, voor 10.000 gl. aan mr. Govert van Slingeland, heer van de Lindt, veertigraad van Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Cloens en dat van de kinderen en erfgenamen van Dirk Aaldertsz. de Veer.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 43v: op 15 juli 1727 verkoopt Hendrik Neeringh, koopman te Dordrecht, voor 200 gl. aan mr. Govert van Slingeland Simonsz., heer van de Lindt, “het voorste gedeelte van en Huijs en Erve (ende sulx voor van ’s Heeren Strate tot den Eersten agtergevel toe) staande ende geleegen in de Hogenieuwstraat binnen deeze Stad, behoudende den vercooper (aan wie het agterste gedeelte van het Huijs nog is competeerende) nu ende ten Eeuwigen dage den Vrije uijtgangh en gebruijk vande gangh die neevens off door het voorsz. voorste Huijs is gaande”, staande tussen het huis van de weduwe Stoop en het koetshuis van mevrouw Van Wezel.
ORA Dordrecht inv.. 1653, f. 184v: op 1 juni 1734 comp. voor schepenen van Dordrecht mr. Johan Herman Hallincg, baljuw van Zuid-Holland, schepen van Dordrecht, voor zichzelf en samen met Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. procuratie hebbende van zijn zuster Margareta Johanna Hallincg, kinderen van wijlen mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en van Elisabeth Beljaerts, samen voor een derde part, voornoemde Hendrik van den Santheuvel voor zichzelf en samen met de eerste comparant procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, en mr. Adriaan van den Santheuvel Anthonisz., advocaat voor de Hoven van Justitie in Holland, en nog van mr. Adriaan van den Santheuvel “bij substitutie wegens” zijn broer Johan van den Santheuvel, kapitein in Nederlandse dienst, garnizoen houdende te Grave, en nog van Johanna en Emmerentia van de Santheuvel Anthonisdrs., alsmede de tweede comparant tevens vervangende zijn in het buitenland verblijvende broer Diderik van den Santheuvel Anthonisz., Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Hartel, weduwe van kapitein Cornelis van den Santheuvel Anthonisz., als voogdes over haar twee kinderen, door Cornelis van den Santheuvel bij haar verwekt, allen kinderen en kindskinderen van Anthonij van den Santheuvel en van Helena Beljaerts, voor een derde part, en Johan Hermen Hallincq en Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. nog als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingeland, heer van de Lindt en ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende in Den Haag, als vader en voogd van Susanna van Slingeland, vrouwe van West-IJsselmonde, door hem verwekt bij Ernestina [Geertruida] de Bevere, dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde, burgemeester van Dordrecht, en van Geertruijd Beljaerts, voor het laatste derde part, samen erfgenamen van Cornelia Beljaerts, weduwe van Isaack Bernaerts. De comparanten verkopen voor 5010 gl. aan Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, voornoemde mr. Adriaen van den Santheuvel en Johanna en Emmerentia van den Santheuvel, ieder voor een vierde part, een woonhuis en een brouwerij erachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen en stallen, rosmolen, azijnplaats, mouterij etc., staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen het huis, dat wordt bewoond door Jacob van de Graaff, hoofdofficier van Dordrecht, en dat van [NN] Smits, strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsvest.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 153v: op 24 jan. 1737 verkoopt Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingeland, heer van de Lindt, ontvanger-generaal van de provincie Holland, en nog procuratie hebbende van dezelfde mr. Govert van Slingeland, als voogd over zijn minderjarige dochter, door hem verwekt bij Ernestina Geertruijda de Bevere, voor 675 gl. aan Alida, Pieter en Jacob Gaté, wonende te Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob van Volckum en dat van Willem Walraven.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 116: op 12 mei 1739 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingeland, heer van de Lindt, ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende te ‘s-Gravenhage, voor 21.500 gl. aan mr. Joan Gevaerts een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jan de Veer en dat van Arnold Kloens.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 28: op 2 mei 1741 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingeland, heer van de Lindt, ontvanger-generaal van de gemenelandsmiddelen over provincie Holland, als vader en voogd van zijn minderjarige dochter Susanna van Slingeland, door hem verwekt bij Geertruijd de Bevere, enige dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Govert van Boven, koopman te Dordrecht, een huis op het Maartensgat of de Nieuwe Vergroting, staande tussen het pakhuis van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van Ida Bernardina van der Pijpen.
Kinderen (o.a.):
Ex 1:
c-1-1. Susanna van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 6 jan. 1722
Ex 2:
c-1-2. Agatha, gedoopt NG Dordrecht 3 sept. 1726
c-1-3. Susanna Arnoldina, van Slingeland gedoopt NG Dordrecht 5 april 1729, overleden juni 1769, trouwde ‘s-Gravenhage 16 okt. 1757 Philip Jacob van der Goes
d. Govert Johan van Slingeland, geboren Den Haag 20 febr. 1665
e. Geertruida Herbertina, geboren Den Haag 23 mrt. 1670
f. Elisabeth, geboren Den Haag 21 juni 1671
V. Barthout Damasz. van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1655, burgemeester van Dordrecht, trouwde 27 mei 1685 Emerentia Repelaer

Barthout van Slingeland, door Godfried Schalcken (1682)
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 78: op 11 febr. 1688 verkoopt Baarthout van Slingeland Damasz., rentmeester van de geestelijke goederen in het Kwartier Oosterwijk in de Meierij van ”s-Hertogenbosch, als echtgenoot van Emmerentia Repelaer Huijgensdr., voor 2100 gl. aan Pieter van Vianen, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Vlassack”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van de weduwe van Rochus Rees en dat van Johannes van Wesel. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 1900 gl.
ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 90 e.v.: op 18 mrt. 1694 verkoopt Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 5333 gl. 6 st. 10 p. aan Hugo Repelaer en Baerthout van Slingeland, 1/3 part in de helft van brouwerij “de Sleutel” op de Vogelmarkt [Groenmarkt], en 1/3 part in de helft van de bovengenoemde losse goederen, volgens de koopceel gepasseerd voor notaris J. van Bijwaert te Dordrecht op 19 dec. 1693. De losse goederen zijn door schepenen van Dordrecht getaxeerd op 2319 gl. 15 st.

De voormalige brouwerij “de Sleutel” (met de rode luiken) op de Groenmarkt (foto: Wikipedia)
ORA Dordrecht inv. 815, f. 59v e.v.: op 16 sept. 1727 verkopen Ocker Repelaer, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Hester Cooijmans, weduwe van Antonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, Marija Gevaerts, weduwe van Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en mr. Damas van Slingeland, oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Johan van Hogeveen, als man van Margarita van Slingeland, beiden kinderen en erfgenamen van Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor 11.500 gl. aan Philippus van Haarlem, koopman te Dordrecht, een brouwerij genaamd “de Sleutel” met bijbehorende bierkelders, koren- en moutzolders, een rosmolen met twee paar stenen en verdere gereedschappen, voorts een pakhuis achter en naast de brouwerij staande, met diverse zolders, een koetshuis en een stal voor zeven paarden, alsmede een woonhuis, dat bij de brouwerij hoort en nog een huis staande naast de brouwerij, dat wordt bewoond door Johan Hebert, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van Mattheus Codeus en het pakhuis van Hendrik de Saive.
ORA Dordrecht inv. 1781, f. 86v: op 12 nov. 1703 verkopen “Christina Pompe wed.e en Boedelhouster vande heer outburgemeester Pieter Belaarts zal.r, d’heer en mr. Matthijs Pomppen heer van Dortsmonde Nieuwerkerck etc d’heer Pieter Pompe, d’heer Pieter de Bruijn Ontvanger vande 100 penn en(de) Secretaris vande weescamer binnen dese Stad, als Last en procuratie hebbende vand’hr Francois Auxbrebis Coopman in huwelijck hebbende Juffr. Elisabet Pomp wijders Juffr. Mondina Pompe meerderjarige dogter woonende tot Amsterdam kinderen en Erfgen. van(de) heer Michiel Pompe, volgens deselve procuratie gepasseert voorden Notaris Samuel Wijmer, en seeckere getuijgen tot Amsterdam residerende in dato den 9 November 1703 daar van sijnde, ende d’heer en mr. Iman Mogge Baanderheere van Haemstede etc als het regt Soo voor hem selve als oock voorde gesamentelijke vrienden en Erfgen. van Smoeders sijde vanden heer Carel Pompe zal.r voorde welcke sijn wel Ed. de rato caverende ende obligeert bij desen, vercregen hebbende van vrouw Elisabeth Jacoba Pompe douariere de Brakel, volgens de acte van coop en transport gepass.t voorden Nots: Hermanus Berkhout en sekere getuijgen resideren:(de) binnen S Hage in dato den 4e Novemb: 1694 neffens de procuratie hier vorengem:t alhier ten prothocolle geregistreert niet te min den voorn. hr en mr. Iman Mogge in sijn prive sig selve in desen voor die voorn: vrouwe Elisabet Jacoba Pompe sterckmakende en verobligeert, alle Erfgen. van s’vaders zijde van wijlen de heer Carel Pompen in sijn Ed. leven oock heer van Dortsmonde Nieuwerkerk etc.”, voor 10.000 gl. aan Barthout van Slingeland Damasz., regerende burgemeester van Drodrecht, “Eerstel. een woninge bestaande inde huijsinge, schuer, berg, wagekeet en werven, vijvers, Bogaarden mitsgaders saeij en weijlanden gelegen opde gront vande Merwede met het Oude land van Dubbeldam bedijkt samen groot volgens de caart daar van sijnde 12 mergen 440 Roede als mede de dijk om het voorsz. Land gelegen beginnende van den reeweg en eijndigende aant hecke staande opden noorde dijck beplant met esse, eijppe note en willige boomen groot volgens de voorsz. caarte twee mergen 305 Roeden, en nog het plantsoen vanden halve reeweg, ten zuijden voor het voormelte Land gelegen, Item nog een Stuck weijlant gelegen inden Zuijtpolder van Dubbeldam opden voorsz. Merwede gront, groot drie mergen 451 Roeden met een beplant boske ten zuijtwesten daar aangelegen groot 94 1/2 Roeden, alsmede nog een Erfken ten noorden aande voorsz. weijde gelegen groot 60 1/4 Roede in Erfpagt uitgegeve om 6 gl sjaers, als mede verdere plantagie tot de voorsz. hofste en Landen behorende, Eijndel. nog een buijte gors, ten noorden vande voors. woninge en Landen gelegen opde gront vande merwede voorn.t groot 17 mergen 287 Roeden, [liggende tussen de “rainge” van de voorn. woning en landerijen ten oosten en ten westen,] wordende de laatste partije in Erfpagt beseten en daar voor Jaarlijx ten behoeve der Stad Dordt betaelt tien gul. sestien st. alle de voorsz. partije van Landen soo groot als deselve bevonden sullen werden sonder dat de heeren vercoopers en cooper in eenige onder ofte overmaat sullen sijn gehouden als het selve stootende mette voet”.
Kinderen:
a. Margareta van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1686, trouwde mr. Johan van Hogeveen
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 25v: op 3 mei 1735 verkopen Jan de Bruijn, achtraad, Philips van Haarlem, veertigraad, en Mattheus Rees, als executeurs-testamentair en voogden van de minderjarige kinderen van Gerard Vingerhoed, oud-veertigraad en koopman te Dordrecht, voor 515 gl. aan Margareta van Slingeland, weduwe van mr. Johan van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, de helft van een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Barthout van Slingeland en dat van mr. Caspar Balthasar Dol van Ourijck.
b. mr. Damas van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1688, wonende te Dordrecht (1724), burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 mei 1771 (mr. Damas van Slingelandt, oud-burgemeester van Dordrecht, laat geen kinderen na, 9 koetsen extra, de hoogste boete, met een wapenbord, ’s middags 2 1/2 uur luiden door de schutterij), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 17 aug. 1724 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Wateringen dd 16 mei 1724, op 3 sept. 1724 attestatie gegeven) Catharina Alida van der Dussen, gedoopt Dordrecht 23 aug. 1690, wonende te Dordrecht (1724), overleden te Culemborg 1745 (begraven ald.), 2e 18 aug. 1751 (otr. Gerecht Dordrecht, getrouwd NG Dordrecht op 7 sept. 1751) met Cornelia Vingerhoet, weduwe van Mattheus Rees, oudraad van Dordrecht. Cornelia Vingerhoet werd op 7 april 1690 NG gedoopt te Dordrecht, als dochter van Gerrit Vingerhoed en Geertruijd van Slingeland.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 14v: op 17 mrt. 1763 verkoopt mr. Damas van Slingeland, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van mr. Pieter Meerman, secretaris van Rotterdam, als man van Johanna Rees, voor 4000 gl. aan Bakker, Hardus en Co., kooplieden te Dordrecht, een huis, genaamd “den Toelast”, uitkomende met een gang op de Kleine Vismarkt, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van de weduwe van Hendrik van den Sandheuvel en de erfgenamen van Cornelia van Kraneburgh, weduwe De Jager.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 270v: op 9 sept. 1771 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., raad en regerende burgemeester van Dordrecht, bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als executeur-testamentair van mr. Damas van Slingeland, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, voor 7100 gl. aan Cornelis Pijl, schout van Alblasserdam, een huis met een open plaats en tuin erachter en een koetshuis en stal, staande in de Voorstraat tussen de Nieuwkerkstraat en het hierna volgende huis en dat van burgemeester Van Ourijk, strekkende tot achter aan de Wijngaardstraat, alsmede voor 1000 gl. aan dezelfde koper een huis, staande tussen het voorgaande huis en het huis van burgemeester Van Ourijk.
Het huwelijk Van Slingeland en Van der Dussen was niet bepaald gelukkig. Dat blijkt uit een aantal voor een Dordtse notaris afgelegde verklaringen:
ONA Dordrecht inv. 916, f. 35 e.v.: verklaring dd 9 juli 1726 door Pieter Hoekseweg, jongman van ongeveer 32 jaar oud en gewoond hebbende als koetsier bij mr. Jacob van der Dussen, oud-burgemeester van Dordrecht. Op verzoek van Catharina Alida van der Dussen getuigt hij gezien en gehoord te hebben, dat haar man, die lid van de Oudraad van Dordrecht is, zodra hij met haar was getrouwd, “verscheijde maalen binnens camers continuele rusiën van woorden tegens [haar] gemaakt heefft en dat hij attestand ook wel heeft bevonden dat het tusschen [hen beiden] in de huijshoudinge niet en ging soo het wel tusschen man en vrouw behoord.” Van Slingeland is omtrent Nieuwjaarsdag 1725 zeer beschonken thuis gekomen, heeft zich aan tafel gezet bij zijn vrouw en haar broer, en is daarna zonder een woord met hen te wisselen naar boven gegaan, naar zijn kamer, “als wanneer den voornoemde attestand van de mijden ook heeft gehoort dat den gemelde Heer Van Slingeland deselve camer ten eenemael hadde ondergespoogen tot voor zijn rustbank.” Hoekseweg weet ook nog te vertellen, dat Van Slingeland tegen zijn vrouw “hooge woorden heeft gemaekt” en dat hij vele malen heeft gehoord, dat zij hevige ruzie hadden, maar dat, zodra hijzelf of andere bedienden boven kwamen, alles stil werd gehouden. Deswege kan hij geen nadere bijzonderheden vermelden. De getuigenis van Hoekseweg wordt bevestigd door de verklaringen van Gerrit Reumelaar, voormalig dienstknecht van Jacob van der Dussen en die van Jan Hoekseweg en Cornelis de Vogel, knecht en koetsier van Jacob van der Dussen. (ONA Dordrecht inv. 916, resp. f. 31 e.v. en f. 33v, akte dd 22 mei 1726)
ORA Dordrecht inv. 1756, f. 101v: op 10 mei 1759 verkopen “Mattheus Rees, inden Oud-Raad en Rochus Rees, inden Veertigen resp: binnen dese Stad, Item de Heer Gerard de Bevere, inden Agten deser voorsz. Stad en Bailliuw en Dijkgraaff vanden Lande van Strijen als in Huwelijk hebbende Vrouwe Petronella Rees, ende laatstelijk nog den voorn: Heer Mattheus Rees als last en Procuratie hebbende vande Heer Pieter Meerman Johansz:, Oud-commissaris van het Zeerecht te Rotterdam, en van Vrouwe Johanna Rees, Egteluijden, volgens deselve Procuratie daervan sijnde gepasseert voorden Notaris Jan Theodore Friscarode en getuijgen te Rotterdam in dato den 2 Meij 1759, … zijnde de voorn: Heeren Mattheus en Rochus Rees, en Vrouwen Petronella en Johanna Rees de eenige nagelatene kinderen mitsgrs. geinstitueerde Erffgenamen van wijlen Vrouwe Cornelia Vingerhoed in Haar Ed. leve eerst wed. en Boedelhouster vande Heer Mattheus Rees inden Oud-Raad, en laatst Huijsvrouw vande Heer Mr: Damas van Slingeland, Raad en Oud Burgemeester deser Stad,” voor 2530 gl. aan Adam Stratenus, koopman te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Resenburg”, staande op de Kalkhaven buiten de Grote Sluispoort tussen het pakhuis van Jan van Eijck en het gemenelandserf of -werf.

De regenten van het Armhuis te Dordrecht in 1732. De zittende persoon in het midden zou Damas van Slingeland zijn.
In de laatste jaren van hun huwelijk leefden Van Slingeland en Catharina Alida gescheiden. Zij ging alleen wonen in Culemborg, waar zij in 1745 overleed en werd begraven. (Vriendelijke mededeling van mevr. C. Coppee)
Haar witmarmeren graftombe (door I. Bollino, met een putto van L.F. Maes, 1746) bevindt zich op het koor van de Grote of St. Barbarakerk (NH)te Culemborg. (Kunstreisboek voor Nederland [Amsterdam 1965], p. 203)


De graftombe van Catharina Alida van der Dussen in de St. Barbarakerk te Culemborg (gebruik van deze foto’s alleen toegestaan met voorafgaande toestemming van de maakster, mevr. Cobie Eigenraam)
ONA Dordrecht inv. 926, f. 489 e.v.: op 30 juli 1745 comp. voor notaris G. Verveer Jacob van der Dussen, heer van Zouteveen en Middelharnis, veertigraad van Delft, Nicolaas van der Dussen, heer van Barendrecht, oudraad en schepen van Dordrecht en mr. Gerard van Vredenburg, ontvanger-generaal van “Hun Edel Grootmogenden Kerkelijke goederen en inkomsten”, wonende te Delft en echtgenoot van Agatha Corvina van der Dussen. Zij verlenen procuratie aan de in Dordrecht gevestigde advocaat mr. Gerard van Haerlem om zich te vervoegen ten sterfhuize van hun tante Catharina Alida van der Dussen, overleden te Culemborg, kopie te verzoeken van haar testament en, indien zij mochten blijken erfgenamen ab intestato of ex testamento van hun tante te zijn, te vorderen en te doen, wat in hun belang zal zijn.
ONA Dordrecht inv. 926, f. 545 e.v.: op 25 aug. 1745 comp. voor notaris G. Verveer mr. Jacob van der Dussen, Lijdia Catharina van der Dussen, weduwe van mr. Jacob Pompe van Meerdervoort, wonende te Leiden en Nicolaas van der Dussen, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht. Zij verlenen procuratie aan mr. Gerard van Haerlem, advocaat te Dordrecht, om zich te vervoegen ten sterfhuize van hun tante Catharina Alida van der Dussen en daar Ernst Fredrik Jongbloet, notaris te Culemborg en executeur van haar testament, te assisteren bij het opmaken van de boedelinventaris.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 142v e.v.: op 20 mei 1746 verkopen mr. Nicolaas van der Dussen, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Lidia Maria van der Dussen, weduwe van mr. Willem Gerard Paats, wonende te Dordrecht, en mr. Herman Franciscus Ketelanus, achtraad van Dordrecht, secretaris en administrateur van de Weeskamer aldaar, als voogden over Margarita Berk en Pieter Teding van Berkhout, beiden minderjarig, die samen met voornoemde Nicolaas van der Dussen en Lidia Maria van der Dussen erfgenaam zijn van Catharina Alida van der Dussen, voor 14.700 gl. aan Ocker Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, 1e een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Johan Herman Hallincg, lid van de Oudraad te Dordrecht, en het onder 3 te noemen huis, 2e een stal en koetshuis tegenover het onder 1 genoemde huis, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Schaak en dat van Pieter Steenbus, 3e een huis, staande tussen het onder 1 genoemde grote huis en het onder 4 te noemen huis, en 4e een huis, staande tussen het onder 3 genoemde huis en dat van Arnold van Beusecom.