Doot

I. Cornelis Joosten Doot, schiptimmerman, overleden voor 12 juli 1606, trouwde naar schatting ca. 1565 Geertruijt Michielsdr.

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 172: op 12 juli 1606 verkoopt Geertgen Michielsdr., weduwe van Cornelis Joosten Doot schiptimmerman, aan Cornelis Jansz. Both, thesaurier van de reparatiën, ten behoeve van de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 11 gl., verzekerd op een erf op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Corstiaen Stevensz. en dat Gerrit Vogel.

ORA Dordrecht inv. 1587 (nieuw), f. 51v: op 7 mei 1610 verkopen Joost Cornelisz. Doot, voor zichzelf, Jan Aertsz. blokmaker, als man van Euwoutken Cornelisdr., David Rensen de jonge zilversmid, als man van Neeltgen Cornelisdr., Cornelis Bastiaensz., namens zijn moeder Aechtken Cornelisdr. en tevens vervangende Jan Jacobsz. bosmaker, als man van Aeltken Cornelisdr., allen erfgenamen van Geertruijt Michielsdr., hun moeder resp. schoonmoeder, voor 1500 gl. aan Jan Allertsz., beitelschipper en burger van Culemborg, een erf op de Nieuwe Haven, liggende tussen het huis van Corstiaen Stevensz. schiptimmerman en dat van Geerit Vogel schiptimmerman. Waarborg David Rensen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1200 gl. Borg: Adriaen Theunisz. van Heusden huistimmerman.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 58: op 2 dec. 1634 verkopen Neeltgen en Aeltgen Cornelis Doots, samen voor drie vijfde parten, Jan Aertsz. blokmaker, als grootvader van het weeskind van Michiel Jansz. zilversmid, en Silvester Adriaensz., secretaris van Zwijndrecht, als voogd over de kinderen van Cornelis Bastiaensz. Hoogendijck, elk voor een vijfde part, aan Arent Pietersz., smid en burger van Dordrecht, een huis op St. Joost [Aardappelmarkt] omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Sijmon Warnier zilversmid en het huis, genaamd “den Ceulsen Dom”. Waarborg: Neeltgen Cornelis Doots. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 975 gl. Borg: Nellis Florisz., burger van Dordrecht.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Joost Cornelisz. Doot, geboren naar schatting ca. 1575, volgt II

b. Euwoutken Cornelis Joostendr., van Dordrecht (1593), trouwde NG Dordrecht 25 juli 1593 (ondertrouw) Jan Aertsz., van Dordrecht (1593), blokmaker

Kinderen:

b-1. Cornelis Jansz.

b-2. Aert Jansz.

b-3. Geertruijt Jansdr.

b-4. Michiel Jansz., zilversmid

b-5. Sebastiaen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1608, jong overleden

c. Neeltgen Cornelis Joostendr. Doot, van Dordrecht (1601), kinderloos overleden tussen 11 sept. 1636 en 3 mei 1642, trouwde NG Dordrecht 11 nov/ 11 dec. 1601 David Rensen (Reijns) Davidsz. de jonge, van Antwerpen (1601), goudsmid, zilversmid

ONA Dordrecht inv. 38, f. 18: op 14 jan. 1636 verklaart op verzoek van kolonel Broch Anthonij Henricxsz. van Ommeren, “assaijeur” in de Munt van Holland, dat op een vrijdag bij hem gekomen is Cornelis de Sperwer, wonende bij Neeltgen de Dood, weduwe van David Reijns, die hem een stuk gegoten goud toonde, dat hij,naar hij zei van gouden knoppen gesmolten had. Waarop hij, getuige, zei: “Wel ick come soo vuijt Den Haege [en] ick hoore datter tot den Collonel Broch huijsbraeck es gedaen ende dat aldaer gouden knoppen gestolen zijn.”

ONA Dordrecht inv. 80, f. 298: op 11 sept. 1636 testeert Neeltgen Cornelis Doots, weduwe van David Reijns de jonge zilversmid. Zij legateert aan Cornelis Jansz., Aert Jansz. en Geertruijt Jansdr., en de kinderen van Michiel Jansz., resp. de kinderen en kleinkinderen van Eeuwitje Cornelis Doots, elk voor een vierde part, samen een bedrag van 1100 gl. Als zij, testatrice aan iemand van genoemde personen in ziekte of anderszins enig geld geleend zal hebben of als borg voor hem of haar iets betaald zal hebben, moet dat aan zijn of haar deel van het legaat gekort worden. Zij legateert aan de kleinkinderen van haar zuster Aechgien Cornelis Doots, genaamd Bastiaen een Maeijcken Hoogendijck een somma van 1100 gl., t.w. aan Bastiaen 800 gl. en aan Maeijcken 300 gl. Als zij aan Bastiaen of Maeijcken enig geld zal verstrekken, of als zij voor hem of haar borg zal blijven en daarvoor iets moet betalen, zal dat aan hun resp. legaat moeten worden gekort. Indien Bastiaen, die bij haar in de kost inwoont, iets te kort zal komen aan zijn mondkosten, zo zal voor ieder jaar, “dat te betaelen soude mogen staen”, een bedrag van 100 gl. gekort moeten worden. Als Bastiaen en Maeijcken komen te overlijden, voordat zij gaan trouwen, moet het voornoemde legaat komen aan de hierna te noemen erfgenaam van de testatrice. Zij legateert aan de kinderen van haar broer Joost Cornelis Doots, genaamd Cornelis, Cornelia en Anneken Joosten of bij vooroverlijden hun kinderen, of indien zij geen kinderen nalaten zullen aan de langstlevende van hen drieën, samen een bedrag van 1100 gl., t.w. aan Cornelia 366 gl. 13 st. 4 p., aan Anneken 466 gl. 13 st. 4 p. en aan Cornelis 266 gl. 13 st. 4 p. De testatrice legateert aan Cornelis Sperwer, de zoon van haar zuster Aeltgen Cornelis Doots een bedrag van 1100 gl., indien hij tijdens haar leven niet gaat trouwen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Aeltgen Cornelis Doots of bij vooroverlijden Aeltgens zoon Cornelis Sperwer. Tot voogd over haar minderjarige legatarissen stelt zij aan haar neef Cornelis Sperwer.

d. Aechtken (Aelten) Cornelis Joostendr. Doot, van Dordrecht (1587), NG Dordrecht 26 juli/27 sept. 1587 Sebastiaen Lenartsz. (Hoogendijck), van Dordrecht (1587), schipper

ORA Dordrecht inv. 1584, f. 49: op 15 mei 1605 verkoopt Aechgen Cornelisdr., weduwe van kapitein Bastiaen Lenertsz., voor 1070 gl. aan Govert Aelbrechtsz. van Beaumont, smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Jan Aertsz. blokmaker en dat van [NN] pottenbakker. Waarborgen: David Reijns goudsmid en Joost Cornelisz. Doot timmerman. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 610 gl. Borgen: Aelbert Govertsz. van Beaumont smid en Pieter Aelbertsz. van Beaumont.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 566v: op 3 mei 1642 verklaren Sebastiaen Hogendijck, doctor in de medicijnen te Dordrecht, enerzijds, en zijn zuster Maria Hogendijck, meerderjarige ongehuwde persoon, geassisteerd met haar oom Jacob Schouten, anderzijds, dat zij onderling de goederen, die hun zijn aangekomen bij overlijden van Aechtken Cornelisdr. de Doot, hun grootmoeder, van hun ouders en van hun tante Neeltgen Cornelisdr. de Doot, van welke goederen gedurende hun minderjarigheid Silvester Adriaensz. en na diens dood hun neef Cornelis Sperwer het beheer hebben gehad.

Kinderen:

d-1. Cornelis Bastiaensz Hoogendijck, geboren naar schatting ca. 1588, overleden voor 2 dec. 1634, trouwde 28 sept. 1614 Elisabeth Adriaensdr. van Wijngaerden

Kinderen:

d-1-1. Sebastiaen Hogendijck, gedoopt NG Dordrecht aug. 1615, doctor in de medicijnen

d-1-2. Maria Hogendijck, geboren naar schatting ca. 1590

d-2. NN, gedoopt NG Dordrecht dec. 1591

d-3. NN, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1595

d-4. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1601

e. Aeltgen Cornelisdr. Doot, van Dordrecht (1607), trouwde NG Dordrecht 28 okt/18 nov. 1607 Jan Jacobsz. Sperwer, weduwnaar van Dordrecht (1607, busmaker

Kind:

e-1. Cornelis Sperwer

II. Joost Cornelisz. de Doot, geboren ca. 1574, van Dordrecht (1600), overleden tussen 6 dec. 1621 en 22 april 1622 (ORA Dordrecht inv. 1599, f. 24v), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 2/25 jan. 1600 Tanneken Davidsdr. Reijns, van Antwerpen (1600)

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 45: op 13 mei 1617 verkoopt Joost Cornelisz. de Doot, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Dirck Ottensz. Couwenhoven, kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Cors Geeritsz. viskoper en dat van de weduwe van Sander de lintwerker. Waarborgen: Jan Aertsz. blokmaker en Michiel Jansz. goudsmid, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 860 gl. Borgen: Jan Jansz. Morlet en Jasper Ariensz. kleermaker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 69v: op 27 juli 1617 verkoopt Hendrick Smits, burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Joost Cornelisz. Doot, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Gabriël de kuiper en dat van Dammis Dircxsz. metselaar. Waarborg: Cornelis Smits, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1300 gl. Borg: Michiel Jansz. goudsmid.

ONA Dordrecht inv. 23, f. 40: verklaring dd 27 jan. 1618 door o.a. Joost Cornelisz. de Doot, huistimmerman, 44 jaar oud.

ONA Dordrecht inv. 26, f. 416: op 6 dec. 1621 testeren Joost Cornelisz. de Doot huistimmerman en zijn vrouw Tanneken Davidsdr. Reijns, hij ziek in bed liggende. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden en, wanneer zij gaan trouwen, hun samen een somma van 50 gl. uit te keren. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zijn afstand doen van de helft van de boedel. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, alsmede hij van zijn kant Jan Aertsz. blokmaker en zij harerzijds Dirck Cornelisz. Bloesem.

Kinderen (o.a.):

a. Celia, gedoopt NG Dordrecht febr. 1601, jong overleden

b. Cornelia Joosten de Doot, geboren naar schatting ca. 1604, trouwde NG Dordrecht 26 okt. 1625 Arien (Adriaen) Hendricxsz.

Weeskamer Dordrecht inv, 21, f. 21: extract ingeschreven van het testament dat Adriaen Hendricxsz. en zijn vrouw Cornelia Joosten de Doot hebben gepasseerd ten overstaan van notaris P. van der Merck op 16 febr. 1647 en waarin zij de langstlevende van hen beiden hebben benoemd tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

ONA Dordrecht inv. 237, f. 280: op 3 aug. 1676 comp. Joost Arijensz. van Sloot, bakker wonende te Willemstad, Hendrick Arijensz. van Sloot en Cornelis Arijensz. van Sloot, roklijfmakers, en Maria Arijensdr. van Sloot, ongehuwde persoon, broers en zuster, burgers van Dordrecht, kinderen van Cornelia Joosten de Doot en erfgenamen ab intestato voor de helft van hun oom Cornelis Joosten de Doot, die in Dordrecht is overleden. De comparanten verklaren volledig te zijn “gecontenteert” door hun tante Anneken Joosten de Doot, de vrouw van Jan Jansz. de Vries, die voor de wederhelft erfgename is van Cornelis Joosten de Doot, van de goederen, die zij hebben geërfd van hun oom. Zij verklaren voorts geen aanspraak meer te maken op zeker huis in de Vriesestraat en een partij land in Barendrecht. Maria van Sloot heeft overigens nog recht op een somma van 500 gl.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

b-1. Jozua, mei 1629

b-2. Hendrick Arijensz. van Sloot, mrt. 1632

b-3. Josijntje, dec. 1634

b-4. Cornelis Arijensz. van Sloot, mrt. 1639, roklijfmaker

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 112: op 30 juni 1676 verkopen Anthonij en Geerit de Jager, burgers van Dordrecht, voor henzelf en tevens vervangende hun zuster Elijsabeth de Jager en Maria Cappendijck, weduwe van Aert de Jager, hun broer, voor de ene helft en Herman Anthonisz. Steenwijck en Joost Jansz. Fileboort, als man van Anneken Anthonisdr. Steenwijck, voor zichzelf en tevens vervangende hun overige zusters en broers, voor de andere helft, samen erfgenamen van Aelbert Hillebrantsz. van Swol en Neeltgen Anthonisdr., beiden te Dordrecht overleden, voor 1600 gl. aan Cornelis van Slooth, mr. roklijfmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Vriesestraat aan de havenzijde tegenover de voormalige brouwerij “de Valck”, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Jansz. Everaerts en dat van Aernout Marcel zilversmid.

b-5. Anneken, april 1641

b-6. Maria Arijensdr. van Sloot, 30 mrt. 1643

b-7. Joost Arijensz. van Sloot, bakker te Willemstad

c. NN, gedoopt NG Dordrecht mei 1605

d. Cornelis Joosten de Doot, gedoopt NG Dordrecht juli 1608, zilversmid, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 okt. 1658 (een baar bij de Pelserbrug voor Cornelis Joosten de Doodt zilversmid, “ens luijens”)

ONA Dordrecht inv. 76, f. 160v: op 19 nov. 1638 verkoopt Cornelis Joosten Doots, zilversmid en burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Hendrick Dircksen, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis, dat wordt bewoond door Jan Cornelisz. van de Grient, staande in de Vriesestraat tegenover de Nieuwe Breestraat tussen het huis van Jan Jacobsz. van Wesel en dat van de weduwe van Adriaen Gijsbrechtsz. appelkoper. Waarborgen: Cornelis Sperwer zilversmid, en Adriaen Hendricxsz. stiklijfmaker. (Cf. ORA Dordrecht inv. 1608, f. 31v, akte dd 20 mei 1639)

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 95v: op 11 mei 1644 verkoopt Jacob Havershouck chirurgijn, als man van Lijsbeth Claesdr., voor 600 gl. aan Cornelis Joosten Doot, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis voor in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. Put en dat van Pieter Fransz. Schoutet. Waarborg: Jan Thomasz., viskoper en burger van Dordrecht.

e. Geertruijt, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1616, jong overleden

f. David, gedoopt NG Dordrecht juni 1619, jong overleden

g. Anna Joosten de Doot, geboren naar schatting ca. 1620, van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1642), weduwe van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1660), trouwde 1e NG Dordrecht 9/25 febr. 1642 Cornelis Sperwer, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1642), zilversmid, 2e NG Dordrecht 11/29 april 1660 Jan Jansz. de Vries, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1660), ziekentrooster

ONA Dordrecht inv. 324, f. 293: op 7 mei 1678 maakt Jan Jansz. de Vries, ziekenbezoeker en burger van Dordrecht, zijn testament. Hij legateert aan zijn vrouw Anna Joosten de Doot een bedrag van 400 gl., op voorwaarde, dat zij hem “eerlijck ende borgerlijck” laat begraven en alle laste te dien einde alleen zal dragen. Zij zal niet mogen opeisen de somma van 100 gl., die verstrekt zijn aan de dekens van het zilversmedengilde. Hij legateert aan Jacobus Hackius, koopman te Leiden al zijn boeken, en aan zijn drie nichten, genaamd Anna Leendertsdr Catsvell, Janneken en Maijcken Joosten, elk een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Godefridus van der Keessel, wiens doopgetuige hij is geweest. Tot executeur van zijn testament en voogd stelt hij aan Dionisius van der Keessel, koopman te Dordrecht, zijn goede bekende vriend.

.

Kinderen: