Kwartierstaat A.B. den Haan deel 5

1.166.126.188. Albert III, graaf van Namen, geboren ca. 1035, overleden 22 juni 1102, trouwde

1.166.126.189. Ida van Saksen, overleden 31 juli 1102, trouwde 1e Frederik van Luxemburg

1.459.519.510. Hendrik IX de Zwarte, hertog van Beieren, geboren 1075, overleden Ravensburg 13 dec. 1126, begraven in de abdij Weingarten, trouwde 

1.459.519.511. Wulfhilde van Saksen, geboren ca. 1075, overleden Altdorf 29 dec. 1126, begraven in de abdij Weingarten.

2.332.252.376. Albert II, graaf van Namen, geboren ca. 1000, overleden ca. 1064, trouwde

2.332.252.377. Regelindis van Lotharingen

2.919.039.020. Welf IV van Beieren, hertog van Beieren, geboren ca. 1035, nam deel aan de Kruisvaart van 1101, overleden Paphos (Cyprus) 9 nov. 1101, begraven in de abdij Weingarten, trouwde 1e Ethelinde van Northeim (door hem verstoten in 1070), 2e 1071

2.919.039.021. Judith van Vlaanderen, geboren 1028, overleden 5 mrt. 1094, trouwde 1e 1051 Tostig Godwinson, graaf van Northumberland

2.919.039.022. Magnus van Saksen, geboren ca. 1045, overleden 23 aug. 1106, trouwde ca. 1070

2.919.039.023. Sophia van Hongarije, geboren ca. 1044, overleden 18 juni 1095, begraven in de St. Michaeliskathedraal te Lüneburg, trouwde 1e Ulrich I van Weimar

4.664.504.752. Albert I, graaf van Namen, geboren ca. 975, overleden soort voor 1011, trouwde

4.664.504.753. Ermengarde van Neder-Lotharingen, geboren ca. 975, overleden 1012

5.838.078.042. Boudewijn IV met de Baard, graaf van Vlaanderen, geboren ca. 980, overleden 30 mrt. 1035, trouwde 1e 1012 Otgiva van Luxemburg, 2e 1028

5.838.078.043. Eleonora van Normandië

5.838.078.040. Albert Azzo II van Este, overleden ca. 1097, graaf van Luni, Genua, Tortona, markgraaf van Milaan, graaf van Lunigiana, Padua en Rovigo, heer van Monfelice en Montagrane, trouwde 2e Gersenda van Maine, trouwde 1e Theobald III van Blois, 1e 1036

5.838.078.041. Cunigonde van Altdorf, overleden in 1054

5.838.078.046. Bela I, koning van Hongarije 1061-1063, geboren 1016, overleden 10 sept. 1063, trouwde

5.838.078.047. Richezza van Polen, geboren 1018, overleden na 1059

9.329.009.506. Karel, hertog van Neder-Lotharingen, geboren 953, Orléans 22 juni 991 (herbegraven in 1001 in de crypte van de St. Servaasbasiliek in Maastricht), trouwde

9..320.009.507. Agnes of Adelheid (van Meaux?)

11.676.156.082. Welf II, graaf van Altdorf en Lechrain, geboren ca. 955, overleden 10 mrt. 1030, trouwde

11.676.156.083. Irmentrude van Luxemburg, geboren ca. 987, overleden 21 aug. na 1055

11.756.156.094. Mieszko II Lambert, koning van Polen, geboren ca. 990, overleden 10 mei 1034, trouwde 1013

11.756.156.095. Richezza van Lotharingen, geboren ca. 1000, overleden 21 mrt. 1063

18.658.019.012. Lodewijk IV van Overzee, koning van West-Francië, geboren Laon 11 sept. 920, overleden Sens 10 sept. 954, trouwde 939

18.658.019.013. Gerberga van Saksen, geboren ca. 913, overleden Reims 3 febr. tussen 969 en 984. trouwde 1e Giselbert II, hertog van Lotharingen

23.352.312.166. Frederik van Luxemburg, graaf van de Moezelgouw, geboren ca. 965, overleden 6 okt. 1019, trouwde

23.352.312.167. Irmentrude van de Wetterau, geboren ca. 967, overleden ca. 1020 

23.512.312.190. Ezzo. paltsgraaf van Lotharingen, geboren ca. 955, overleden 21 mrt. 1034, trouwde 

23.512.312.191. Mathilde van Duitsland, geboren 979, overleden Echtz 4 nov. 1025

23.512.312.188. Boleslav I de Koene, hertog later koning van Polen, geboren 966/7, overleden 17 juni 1025, trouwde 4e

23.512.312.189. Emnilda Slowianska, geboren ca. 970, overleden 1017

47.024.624.376. Mieszko I, hertog der Polanen, geboren ca. 935, overleden 25 mei 992, trouwde 

47.024.624.377. Dubrawka van Bohemen, geboren voor 931, overleden 977

47.024.624.378. Otto II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, geboren ca. 955, overleden Rome 7 dec. 983, trouwde Rome 14 april 972

47.024.624.379. Theophanu van het Byzantijnse Rijk (aangetrouwde nicht van de Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes) geboren ca. 960, overleden Nijmegen 15 juni 991

47.024.642.380. Herman de Zwakke, paltsgraaf van Lotharingen, geboren ca. 920, overleden 16 juli 996, nam de een aan de Slag op het Lerchfeld in 955

De Slag op het Lechveld, die plaatsvond aan de Lech bij het Zuid-Duitse Augsburg, maakte in 955 een eind aan meer dan een halve eeuw van Hongaarse strooptochten in Europa. Hier hadden vooral Duitsland en Noord-Italië last van, maar ook Frankrijk, Zuid-Italië en zelfs Spanje waren niet veilig voor de gevreesde bereden boogschutters.
Otto I bracht de Hongaren een zo grote nederlaag toe dat er volgens de legende niet meer dan zeven Hongaren van het slagveld terugkeerden. De nomadische Hongaren gingen zich vanaf dat moment aan hun Europese omgeving aanpassen.

In 953 waren de Hongaren door Duitse opstandelingen te hulp gevraagd en de Hongaren waren maar al te graag bereid deze hulp te bieden om tegelijkertijd plundertochten te houden in Duitsland. In 954 boden deze plundertochten Otto echter al de gelegenheid de adel achter zich te verenigen en de opstand te onderdrukken. Toen de Hongaren doorgingen met hun plundertochten, die in snel tempo zich uitbreidden van Duitsland tot zelfs Italië, Frankrijk en Noord-Spanje, besloot Otto definitief met ze af te rekenen. In het verleden was al gebleken dat de oversteekplaats van de Lech, bij het Lechveld in Augsburg, een geschikte plaats was om terugkerende Hongaren te verslaan: doordat de heuvels daar dicht aan de rivier liggen was daar geen ruimte voor de Hongaren om hun gevreesde lichte cavalerie te laten manoeuvreren – en als die zich niet snel kon verplaatsen waren ze geen partij voor de Duitse zware cavalerie. Daarbij kwam nog het voordeel dat een terugkerend leger was verzwakt door de plundertocht, was beladen met buit, vermoedelijk minder gedisciplineerd was en bovenal zich niet eenvoudig kon terugtrekken: de weg naar het veilige thuisland werd immers door de tegenstander bezet.

De Hongaren moesten de Duitsers dus uit hun tent lokken en tot een beslissende slag dwingen op een terrein dat door hen zelf werd gekozen. Om dit te bereiken belegerden ze Augsburg, een bisschopstad onder leiding van bisschop Ulrich. Otto I verzamelde terzelfder tijd zijn troepen te Ulm. De Hongaren hoorden dat de koning onderweg was en reden hun tegenstanders tegemoet. In het beboste gebied ten zuidwesten van Augsburg, het Rauherforst, waren de Duitsers (redelijk) veilig voor de Hongaarse pijlen maar was hun gezichtsveld zeer beperkt.

Otto bereidde de veldslag zorgvuldig voor en posteerde bovendien troepen langs alle vluchtroutes, met opdracht om vluchtende Hongaren aan te vallen en zo veel mogelijk te doden. Over het verloop van de slag is niet veel bekend. De Hongaren zouden de Duitse achterhoede hebben overvallen en de Boheemse en Zwabische troepen daar hebben verjaagd. Ze verzuimden echter de aanval door te zetten maar begonnen de Duitse voorraden te plunderen. Dit gaf Koenraad de Rode [hertog van Lotharingen] de gelegenheid een tegenaanval uit te voeren en de Hongaren terug te drijven. Tijdens een gevechtspauze zou Koenraad zijn helm hebben afgezet, en toen door een pijl zijn gedood. De veldslag moet kort maar bloedig zijn geweest. Veel historici denken dat de Hongaren de kapitale fout maakten om zich niet te verplaatsen en de zware ruiterij der Duitsers op zich hebben laten afkomen. De vlucht van de Hongaren over de Lech naar het westen was nog zo massaal dat de inwoners van Augsburg dachten dat hun stad werd aangevallen.

In de volgende dagen werden in de wijde omgeving nog kleine groepen van Hongaren stelselmatig gedood. Volgens de monnik Widukind van Corvey en de geestelijke Gerhard van Augsburg vonden in de dagen na de eigenlijke slag de meeste (vluchtende) Hongaren de dood en moet de vernietiging van dit leger gezien worden over meerdere dagen. De Hongaarse edelen en aanvoerders werden gevangengenomen en in Regensburg tijdens een massa-executie gedood.

De Hongaarse kroniekschrijver Simon De Keza schreef eeuwen later dat Otto I de slag gewonnen had omdat het regende. Op zich geen onaannemelijke gedachte daar bereden boogschutters bij koud en nat weer niet op hun best waren; de verschillende delen van hun (gelijmde) bogen kwamen dan los.” (Wikipedia)

94.049.248.754. Boleslav I de Verschrikkelijke, geboren ca. 910, overleden 15 juli 972, hertog van Bohemen, trouwde

94.049.248.755. Biagota, geboren 901, overleden na. 957

94.049.248.756. Otto I de Grote, geboren 23 nov. 912, koning van Duitsland, keizer (962), overleden 7 mei 973, trouwde 1e Editha van Wessex, 2e 951

94.049.248.757. Adelheid van Opper-Bourgondië, geboren 931, overleden 16 dec. 999, trouwde 1e Lotharius van Lombardije. 

188.098.497.508. Vratislav I hertog van Bohemen, geboren ca. 888, overleden 13 febr. 921, trouwde 

188.098.497.509.Drahomira, prinses van de Havelii, geboren ca. 900, overleden 953. 

188.098.497.512. Hendrik I de Vogelaar, hertog van Saksen, koning van Duitsland, geboren 876, overleden 2 juli 936, trouwde 909

188.098.497.513. Mathilde van Ringelheim

376.196.995.016. Bořivoj I, hertog van Bohemen, geboren ca. 850, overleden 888/889, beheerde zich ca. 883 samen met zijn vrouw tot het Christendom, trouwde 873

376.196.995.017. St. Ludmilla, geboren ca. 860, overleden Tetin nov. 921 (vermoord)

“Na de dood van Bořivoj trok Ludmilla zich terug in Tetín en besteeg haar zoon Spytihněv I de Boheemse troon. Spytihněv werd in 915 opgevolgd door zijn broer Vratislav I en toen die in 921 overleed, kwam diens zoon Wenceslaus de Heilige aan de macht. Het was hoofdzakelijk Ludmilla die Wenceslaus had opgevoed en na diens troonsbestijging fungeerde ze als regentes voor haar kleinzoon.

Wenceslaus’ moeder Drahomíra werd jaloers op de invloed die Ludmilla op haar zoon had. Ze gaf twee edelen, Tunna en Gommon, de opdracht om haar te vermoorden in het kasteel van Tetín. In november 921 werd de moord gepleegd, waarbij Ludmilla naar verluidt met haar eigen sluier werd gewurgd. Na haar overlijden werd ze aanvankelijk bijgezet in de Sint-Michaëlkerk van Tetín.

Ludmilla werd al kort na haar overlijden vereerd als heilige. Als onderdeel van haar canonisatieproces liet haar kleinzoon Wenceslaus in 925 haar stoffelijke resten overbrengen naar de Sint-Jorisbasiliek in Praag. Ze wordt vereerd als patroonheilige van Bohemen”

(Wikipedia)

376.196.995.024. Otto I de Illustere, hertog van Saksen, geboren ca. 850, overleden 30 nov. 912, trouwde 

376.196.995.025. Hedwig van Babenberg, geboren ca. 856, overleden 24 dec. 903

752. 393.990.050. Hendrik van Babenberg, geboren ca. 820, overleden 28 aug. 886, trouwde

752.393.990.051. Ingeltrudis van Friuli, geboren 837, overleden 867

1.504.787.980.102. Eberhard, hertog van Friuli, geboren ca. 820, overleden 16 dec. 866

1.504.787.980.103. Gisela van de Franken, geboren ca. 820, overleden 5 juli 874

3.009.575.960.204. Unruoch II van Ternois, geboren ca. 780, overleden 13 nov. 853, trouwde

3.009.575,960.205. Engeltrude van Parijs (geboren ca. 795) 

3.009.575.960.206. Lodewijk I de Vrome, geboren 778, overleden Ingelheim am Rhein 20 juni 840, koning de Franken, keizer 813, trouwde

3.009.575.960.207. Judith van Beieren, geboren ca. 800, overleden Tours 19 april 843

6.019.151.920.410. Bego van Toulouse, graaf van Parijs, geboren ca. 765, overleden 28 okt. 816, trouwde 2e Alpeidis, buitenechtelijke dochter van Lodewijk de Vrome, 1e NN

12.038.303.840.820. Gerard I, graaf van Parijs, geboren ca. 728, overleden 779, trouwde

12.038.303.840.821. Rotrude, geboren naar schatting ca. 735

24.076.607.681.642. Karloman, hofmeier van het Frankische rijk, geboren 713, overleden 4 dec. 755, werd in 747 monnik

48.153.215.363.284. Karel Martel, hofmeier van Austrasië, geboren 20 aug. 689, overleden Quierzy 22 okt. 741, trouwde

48.153.215.363.285. Rotrude van Trier, geboren ca. 690, overleden 724

“Karel Martel staat het meest bekend om zijn overwinning in de Slag bij Poitiers in 732, die traditioneel wordt gezien als de ‘redding van Europa van de Arabieren‘. Tegenwoordig wordt de betekenis van deze veldslag genuanceerd: het was vermoedelijk niet meer dan een van de militaire acties in de grensconflicten tussen de Arabieren en het hertogdom Aquitanië die toen geregeld plaatsvonden. Het was daarnaast niet de eerste keer dat de Arabieren werden verslagen door de Franken (in 721 had Odo van Aquitanië hen bij een verrassingsaanval verslagen tijdens het beleg van Toulouse). Het was ook niet hun noordelijkste expeditie – in 725 hadden ze Autun geplunderd en zonder succes Sens belegerd – en evenmin het einde van hun activiteiten in het Frankenrijk. Odo had een bondgenootschap gesloten met de emir van Catalonië, maar toen die in opstand kwam tegen de emir van Andalusië, kwam die in de problemen. Nadat de opstand was onderdrukt, viel een Andalusisch leger Aquitanië binnen, veroverde Bordeaux en versloeg Odo bij de Garonne. De Arabieren trokken al plunderend naar Tours. Odo vroeg Karel om hulp maar in ruil daarvoor vroeg die de onderwerping van Aquitanië aan zijn gezag.

Karel stelde zijn leger (zware infanterie) op in een defensieve positie op een beboste heuvel tussen Poitiers en Tours. Karels plan was om de Arabieren te laten aanvallen omdat hun cavalerie-charge tegen de helling op in een bos veel van zijn kracht zou verliezen. De Franken waren goed voorzien en warm gekleed (het was oktober) en konden hun positie lang volhouden. Na een week van afwachten viel de Arabische cavalerie aan. De slag zou twee dagen hebben geduurd zonder een duidelijke uitkomst. De volgende dag waren de Moren weggetrokken, omdat ze bang waren dat de Franken hun buit zouden roven.” 

(Wikipedia)