65536. Pauwels Petersz. die Haen, kerkmeester van Oosterwijk, overleden na 4 mrt. 1510 (RA Gorinchem 1510)
71170. Kerstant Jacobsz. van der Vliet, geboren ca. 1470, overleden 2 juli 1515, trouwde
71171. Machtelt Bartholomeusdr. van Dorp, geboren ca. 1475, overleden 11 okt. 1524
71192. Jacob Kerstantsz. (van de Vliet), Heilige-Geestmeester te Naaldwijk en kerkmeester ald. (1470), overleden Pasen (7 april) 1482, trouwde
71193. Machtelt NN
71276. Arnould van de Werve, Ridder, heer van Hovorst en Giessen-Oudekerk, overleden Bergen op Zoom 7 jan. 1520, trouwde
71277. Bertha van Loon van Kijfhoek
71278. Andries van Bronckhorst, Ridder, lid van het Hof van Holland, baljuw van Voorne en Brielle, kastelein van Oostvoorne, heer van Stad aan ’t Haringvliet en Schoot, overleden voor 1548, trouwde 2e Wendelmoet van Boschuijsen te Alkmaar, 1e
71279. Maria Dirksdr. Sonck
Batavia Illustrata:
“Andries van Bronkhorst, Ridder, soone van Willem van Bronkhorst, raad in den Hove van Holland, anno 1540 te voren Balliu van den Briel, anno 1527 doe hy de Stad by de Plate dede bedijken; kogt de goederen vander Schoot by der Goude, hadde eerst getrout Maria Sonke te Delft, daar na Wendelmont, dochter van Claas Corf van Boschuysen tot Alkmaar…”
Wendelmont van Boschuysen verklaarde in de codicil dat ze wou begraven worden in de Grote Kerk in Den Briel bij haar man Andries van Bronckhorst. Op 1/11/1692 maakte notaris Kerss een kopie op van het testament en de codicil (Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg – Ambachtsarchief van Hekelingen en Vriesland, nrs. 658 en 660).
Andries van Bronckhorst (circa 1478[1] – 1547/48), ridder, was lid van de Raad van Holland en baljuw van Voorne en Den Briel. Daarnaast was hij heer van Stad aan ’t Haringvliet en de heerlijkheid Schoot.
Andries was een zoon van Willem van Bronckhorst en Ewoud Laurensdochter en een broer van Joost van Bronckhorst, heer van Bleiswijk.
Van 1525 tot 1547 was Andries onbezoldigd raadsheer van het Hof van Holland.
Op 17 juli 1526 kwamen de regulieren van het klooster Sint-Elisabeth te Rugge nabij Den Briel en heer Andries van Bronckhorst overeen dat heer Andries de helft van het gors De Stad zal kopen voor het bedrag van 850 pond. Van keizer Karel V krijgt Andries vervolgens de heerlijke rechten over het gebied. Dat was voor hem de aanleiding tot het bedijken van het gors. De lammertienden op het gors werden gedeeld: de regulieren een helft en heer Andries een helft. Het gebied werd pas in 1527 uitgegeven door de grensgeschillen met de heren van Sommelsdijk en Middelharnis.
Hij trouwde (1) met Maria Soncken uit Delft en had met haar twee kinderen:
Laurens van Bronckhorst en Machteld van Bronckhorst Na haar overlijden trouwde hij (2) met Wendelmoed van Boshuysen, weduwe van Reinier de Jongh, heer van Baardwijk, en dochter van Willem van Boshuijsen, “baljuw van Woerden” (-1516) en Elisabeth Jacobse van Noorde. Uit het huwelijk van Andries en Wendelmoed zijn vijf kinderen geboren:
Nicolaas I van Bronckhorst (ovl. voor 1550), heer van Stad aan ’t Haringvliet. Hij trouwde in 1544 met Jacomina van Poelgeest (-1574), dochter van Gerrit V van Poelgeest (1490-1549) en Sibylla van Edingen. Gijsbert van Bronckhorst (1525 – 23 juli 1576), ridder, heer van Schoot. Hij trouwde met Levine van Briarde (11 juli 1528 – 2 april 1557) Andriesje van Bronckhorst Pieter van Bronckhorst. Hij trouwde (1) met Geertruid van Sonnevelt en trouwde (2) met Maria van Heerjansdam. Wilhelmina van Bronckhorst, trouwde met (1) Alexis van Nassau-Corroy, (2) Jan van Lannoy en (3) Jan van Casembroot
Onbezoldigd raadsheer Andries van Bronkhorst was in de zestiende eeuw bijvoorbeeld weinig actief op het gebied van rechtspraak, maar maakte zich wel nuttig als baljuw in het strategisch gelegen Den Briel.
Andries van Bronckhorst, heer van Abbenbroeck, raad in den Hove van Holland (die X Wendelmoet Claes Corffsdr.; hij geeft voor hem zelf en als curator van Franchois en Cornelia van Heemstede machtiging op 10 September 1534, nog eens 4 September 1544. Zijn weduwe, Vrouwe Wendelmoet van Boshuysen, machtigt hem samen met haar zoon Pieter van Bronchorst op 10 Maart 1550)
(genealogieonline.nl)
Andries van Bronckhorst (circa 1478 – † 1547) was een expert inzake dijkbeheer en waterhuishouding, zowel in de praktijk als in de kennis van het dijkrecht. Hij was onder meer baljuw van Voorne en Den Briel. Van internationaal belang voor de scheepvaart was zijn ontwerp van het eerste prototype van de schutsluis en van de puntdeuren voor sluizen. Tijdens zijn leven verwierf hij onder andere de hoge heerlijkheid Schoot bij Gouda en heerlijkheid over de Stad aan ’t Haringvliet, alsook een groot gedeelte van het eiland Putten, dat hij en enkele financiers redde van de ondergang. Hij woonde in Den Briel.
Andries van Bronckhorst stamde uit het oude adellijk geslacht baanderheren van Bronckhorst uit Gelderland, uit een jongere tak die zich in de tweede helft van de vijftiende eeuw op het eiland Voorne in Zeeland had gevestigd. Andries was een zoon van Willem van Bronckhorst en Ewoud Laurensdochter. Zijn broer Joost van Bronckhorst was heer van Bleiswijk.
Andries van Bronckhorst was van 1504 tot 1541 baljuw van het eiland Voorne en van de stad Den Briel. Na zijn tussenkomst op het buureiland Putten werd hij vanaf 1536 kastelein van Oostvoorne en in 1538 baljuw en dijkgraaf van Putten. Door zijn autoriteit als deskundige in waterbeheer deed het Hof van Holland tussen 1525 en 1547 dikwijls beroep op hem om als extern raadsheer te zetelen bij geschillen die met waterhuishouding te maken hadden.
Van Bronckhorst was baljuw van het eiland Voorne, maar op het buureiland Putten wordt hij vooral herinnerd vanwege zijn inspanningen om dit eiland te behoeden voor de ondergang in zee na hevige overstromingen. Putten werd tijdens de Sint-Felixvloed van 5 november 1530 zwaar getroffen. In april 1531 werd Andries van Bronckhorst betrokken bij het herstel van de dijken. Hij adviseerde onder andere om het ambacht van Putten (het toenmalige dorp, in de uiterste oosthoek van het eiland, waar nu de Wolvenpolder en de Oude en Nieuwe Uitslag van Putten liggen) buiten de herstelde ringdijk te laten omdat dat volgens hem de enige mogelijkheid was om de overige Putse polders weer droog te krijgen. Dat advies werd toen niet opgevolgd.
Twee jaar later, in de nacht van 1 op 2 november 1532, sloeg de nog hevigere Allerheiligenvloed opnieuw grote stukken dijk weg. Direct daarna stuurde Bronckhorst enkele van zijn mensen naar Putten om poolshoogte te nemen. Wat zij hem rapporteerden, was alleen maar trieste narigheid. Het water stond nog 60 cm hoger dan tijdens de vorige vloed en het had vrij spel. De nog maar net herstelde ringdijk was op talrijke plaatsen weggespoeld. Het vee was grotendeels verdronken, de verarmde bevolking zag geen kans meer om de dijken te herstellen. Men overwoog zelfs om de gronden aan het water prijs te geven. Op 7 en 8 november ging hij zelf op inspectie, om met eigen ogen de ravage te overzien. Toen bleek ook dat de baljuw en dijkgraaf van Putten ziek waren; de laatste vroeg zelfs om ontheffing uit zijn ambt. Daardoor oefende niemand meer toezicht uit in het gebied van Putten. Tevens was er een groot gebrek aan arbeidskracht. Kortom, er was “niets dan verdriet en armoede in ’t lant”, zoals Bronckhorst zelf schreef aan zijn Haagse neef Joost Sasbout. Die was eveneens raadsheer van Holland en destijds de belangrijkste grondeigenaar in het land van Putten.
Vervolgens werd Andries benoemd tot buitengewoon dijkgraaf van Putten. Hij werd samen met de rentmeester van Zuid-Holland Crispijn van Boschuyzen (zijn zwager) en Anthonis van der Noot belast met het dijkherstel. Samen met hen en met Joos Sasbout zorgde hij voor de financiering ervan. Andries van Bronckhorst ging zeer voortvarend te werk. Zo liet hij in Dordrecht allerlei dijkhout en kruiwagens halen en in het voorjaar van 1533 werden meer dan 700 schepen ingezet bij het halen van klei uit de Egmondse gorzen (de latere Beijerlanden in de Hoeksche Waard). Er werd een nieuwe dijk aangelegd tussen de Hekelingse Toldijk en de Spijkenisser schenkeldijk, de latere Gaddijk. Alle gronden ten oosten van die nieuwe dijk werden “uitgeslagen”: dus voorlopig niet herbedijkt. Hierdoor kwam alsnog het ambacht van Putten buitendijks te liggen en werd het bekend als het Verdronken Land van Putten.
Zo was het aan het doortastend optreden van Andries Van Bronckhorst en de hulp van de financiers te danken dat de polders van Putten herbedijkt werden, met uitzondering van het oude ambacht Putten. In Spijkenisse zijn straten naar deze vier heren vernoemd.

Na de herdijking, in 1534, verbeterde Andries ook de waterafvoer op Putten door de introductie van zes watermolens, “die voir den indundatie noyt dair in ’t lant geweest en hebben“. Nadat in 1535 zijn werk als tijdelijk dijkgraaf was voltooid, bleef hij hoogheemraadvan Putten tot zijn dood.
Andries van Bronckhorst liet zijn erfgenamen een groot deel van het land op Putten na. Volgens een meting in 1617 bedroeg de totale oppervlakte van het binnen de ringdijk gelegen land 5.445 gemeten en 244 roeden. Hiervan waren 1.633 gemeten en 220 roeden bezit van de erfgenamen Bronckhorst en ruim 45 gemeten hadden deze erfgenamen met andere eigenaars gemeen. De andere hoofdingelanden hadden tezamen niet eens zoveel land als de erfgenamen Bronckhorst alleen bezaten. Zijn nakomelingen erfden niet alleen dit land, maar ook de functie van hoogheemraad. Het hoogheemraadschap werd erfelijk in het geslacht Van Bronckhorst; tot 1699 bekleedden zij een zetel in het hoogheemraadschap. Zij bewaarden een van de drie sleutels, waarmee de landskist, de oudste eigen archiefbewaarplaats van de ring, werd afgesloten.
Op 5 juli 1544 kreeg Andries vanwege de keizer de opdracht om samen met Adriaan Stalpaert van de Wiele de kusten van Noord-Holland en West-Friesland te gaan inspecteren. Talrijke binnenmeren stonden er in open verbinding met de zee en het zeewater spoelde daar steeds meer land weg. Tijdens hun tocht organiseerden ze op diverse plaatsen hoorzittingen om de klachten en de meningen van de bevolking te aanhoren. In hun inspectieverslag gaven de twee commissarissen de ongelukkige toestanden weer die ze hadden vastgesteld. De verklaringen van de afgevaardigden der ingelanden waren vrijwel eensluidend. Er moesten dringend maatregelen getroffen worden om het verlies van vaste grond stop te zetten. De inwoners wensten verandering van de bestaande sluizen zoals die in Edam en Nieuwendam, door nieuwe bouwwerken die wel uitwatering mogelijk maakten, maar de instroom van zeewater verhinderden. Andries van Bronckhorst en Adriaan Stalpaert adviseerden daarop om alle schotten, duikers en andere waterwegen die op de zee uitkwamen af te sluiten. Voor de afwatering van het binnenland en voor de scheepvaart voorzagen ze een grote nieuw te bouwen stenen sluis in de Grote Dam die de rivier de Zaan afsloot van het IJ in Zaandam.
De keizer keurde op 17 december 1544 dit plan goed. De commissarissen namen de leiding over de aanleg van de Zaandamsluis in eigen handen. Adriaan Stalpaert was rentmeester van Kennemerland en West-Friesland en hij nam de logistiek voor zijn rekening. Andries van Bronckhorst zorgde voor de technische kant. Ze stelden twee uiterst gedetailleerde bestekken op, een voor de stenen bouwwerken en een voor het houtwerk.
De werken vingen aan in 1546 en de sluis werd in gebruik genomen op 12 november 1547. De sluis werd later gekend als de Grote Sluis of de Hondsbossche Sluis van Zaandam.
Andries had een totaal nieuw type sluis ontworpen. De sluiskom kon aan beide kanten afzonderlijk worden afgesloten, ze was 5 meter breed en 25,75 meter lang, groot genoeg om enkele schepen te versassen. De waterstand in de kom kon geregeld worden door kleppen in de deuren, waardoor de schepen het verschil tussen het zeeniveau en de binnenwaters gecontroleerd konden overbruggen. De deuren scharnierden verticaal en ze sloten op een punt, gericht naar zee, puntdeuren zoals ze heden genoemd worden. Dankzij slagdrempels op de bodem openden en sloten ze automatisch door de wisselende stroomrichting naargelang eb en vloed: zulcx dat die dueren bequamelick zullen moghen sluten metter vloet, weder met het vutgaen van den water open gaen. Dit eerste type schutsluis was nog overwelfd door een vaste brug. Andries’ zoon Gijsbrecht van Bronckhorst ontwikkelde dit model verder tot het gekende type schutsluis zonder bovenbouw, dat bovendien schepen in staat stelde om hoogteverschillen in het reliëf te overbruggen.
(Wikipedia)
73480. Pieter IV van Roden, heer van Rhoon, trouwde voor 23 mei 1474
73481. Margriet Gerrit Stormsdr.
73776. Doen Beijensz. de Jonge (= kwartier 35502), trouwt
73777. Haesken NN (= kwartier 35503)
75320. Pieter Corsz. (Corstiaensz.), overleden voor 1500, trouwde
75321. Maritgen NN, overleden voor 4 juni 1542, trouwde 2e Jan Jacobsz. Meijnaert (geb. ca. 1476, boer te Mijnsheerenland, schepen, heemraad van Mijnsheerenland, heemraad van het Oudeland van Moerkerken, overl. tussen 22-11-1540 en 4-6-1542, zoon van Jacob Meijnertsz., boer te Mijnsheerenland, en Hillegont N.N., stichters van een memorie in de kerk te Mijnsheerenland).
Het is mogelijk dat Pieter zelf ook al in Mijnsheerenland boerde, al valt dit door gebrek aan bronnen niet meer vast te stellen. In ieder geval hadden zijn beide zoons in hun jonge volwassenheid, en dus gedurende het leven van hun moeder, al grond in het Oudeland van Moerkerken in eigendom.
Als Maritge Jan Jacopsz. weduwe komt zij nog voor in het 10e penningkohier van Mijnsheerenland over 1542 en moet zij in hetzelfde jaar zijn overleden. Voor haar en haar tweede man werd jaarlijks in de kerk te Mijnsheerenland een memoriedienst gehouden, die gefundeerd was door zijn ouders.
6 juni 1539: Jan Meijnertsz. heeft van de prior van het klooster Vredendaal in Amersfoort 28 morgen land in bruik in Westmaas-Nieuwland. In deze akte wordt ook genoemd Cors Pietersz., die 37 morgen en 300 roeden bouwland aldaar in huur heeft van voornoemd convent. [O Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 126ve].
1543: Maritge, Jan Meijnarts weduwe, staat aangeslagen in het kohier van de 10e penning 1543 mit 3 morgen 300 roeden bouwland [Kohier 10e penning Mijnsheerenland]
14 dec. 1548: Lenert Pietersz., broer van Cors Pietersz., draagt over aan Pieter Jansz. (‘zijn zusters man’ is doorgestreept), wonend aan de Strijense Oudelandse Westdijk, 1 morgen land in Westmaas-Nieuwland, hem aanbestorven van zijn moeder Maritge, weduwe van Jan Jacob Meijnertsz. Deze ene morgen is gelegen in het broek (drassig land) van de vrouwe van Moerkercken, ten noorden van de Bouwensweg [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 4, fol. 99ve (1544-1583)].
1 juni 1551: Kors Pietersz. is aangeërft van zijn overleden moeder Maritge, Jan Jacob Meijnertsz. weduwe, een bouwstede, timmerage, huizen, keten, bergen, wagens, ploegen, eggen, wagentouw, borninge, tuinen, glinten, horden en bomen in Westmaas Nieuwland in de hoek van de Bouwensweg en de Oudelandse Westdijk [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 127ve (1532-1552)].
14-03-1555: Anna Pieters, oud 19 jaar, machtigt haar broer Pieter Pietersz. om alzulk land te verkopen dat haar aangekomen is van haar grootmoeder Maritge Meijnerts.
Nota: Op 22 maart 1555 heeft Pieter Pietersz. voor hem en als gemachtigde van Anna Pieters, zijn zuster, Kors Pietersz. gifte gegeven en nog mede gifte gegeven Yeman Adriaensz. [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, fol. 111ve (1532-1552)]
76160. Gielis Herweijer (Serwaeyers) fs Jans, geboren naar schatting ca. 1440, kleermaker, eigenaar van de helft van twee steengelagen (afgravingen en steenbakkerijen) in Hemiksem (B., provincie Antwerpen), eigenaar van een hofstede op de hoek van de Oeverstraat in Rupelmonde, overleden voor 1494, trouwde
76161. Katline van Doerne, overleden voor 1496
– 13 mei 1494: Jan en Claus de Waeyer “cousmakers”, wettige zoons van Gielis de Waeyer kleermaker en Katline van Doerne, verkochten [sic] Claus Gielis, Peter Bertels, Cornelis van Leyden en Jacop van der Geest, als regeerders van het Sinter Clausgilde in de Onze Lieve Vrouwekerk van Antwerpen t.b.v dat gilde een jaarlijkse rente van 20 Brabantse stuivers, verzekerd op een huis, staande op het Vleemincxveld tussen de kamer van Jan van den Brande en de kamer van Jan Spasteijbacker, komende achter aan het erf van “den Zwerten Pot”.
(J.J. Herweyer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 69-70 en 73)
77924. Gerrit Gerritsz. Cranendonck, geboren ca. 1460, landbouwer in Ridderkerk, overleden Ridderkerk voor 1530, trouwde
77925. Adriana Cleijs, overleden 1557
85600. Snoeij Gerritsz., woonde in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, huurt land 1466, treedt op als voogd van de prior op het klooster Den Donk (Brandwijk) 1477, testeert met zijn vrouw Ouderkerk a/d IJssel 21 febr. 1502 en 8 mei 1521, heemraad 1484, 1491, 1493, 1495, 1510, overleden voor 1525,
85601. Mariken (Maritgen) Hoenendr.
(Prometheus XV, p. 307)
Hij is geld schuldig 1476, 1479, 1482, 1485, 1487 en treedt in 1477 op als voogd voor de prior van den Donc (klooster bij Brandwijk).
Op 08-02-1495 is er sprake van een rentebrief, die zijn voorkinderen hebben, sprekende op het land waar hun vader nu woont.
Met zijn vrouw Marken koopt hij op 21-02-1507 2 1/2 morgen 1 1/2 hond in de Geer t.b.v. hun 2 jongste kinderen Kersien en Merken.
Hij is op 26-10-1514 geld schuldig aan zijn zoon Gerrit en eveneens in 1517 samen met zijn zoon Hoen aan zijn andere zoons Gerrit en Jan.
Hij schenkt op 08-05-1521 samen met zijn vrouw Maritghe aan hun dochter Machel, Adriaen en Kers hun zonen, ieder 7 hond land voor hun arbeidsloon dat zij verdiend hebben.
In 1526 is er sprake van de erfgenamen van Snoeyen. Snoey’s zoon Jan uit het eerste huwelijk wordt vermeld in 1526 als welgeboren man.
(genealogieonline.nl)
85608. Cors Meusz., geboren ca. 1475, overleden 1553, trouwde
85609. NN Cornelisdr.
(janbakker.org)
86104 = 75320.
86106. Willem Corsz., geboren naar schatting ca. 1470, trouwde
86107. Claertie NN, trouwde 2e Wouter Hermansz.
(genealogieonline.nl)
89086. Jacob Aert Hendricksz., geboren naar schatting ca. 1490, wonende tegenover de Manhuissteiger te Dordrecht, overleden tussen ca. 1520 en 5 juni 1527, trouwde naar schatting ca. 1515
89087. Neelken (Cornelia) Jansdr. van Slingelant, geboren naar schatting ca. 1490, overleden 20 aug. 1587
1552: compareren te Dordrecht Cornelis van Driel, schepen in wette, als man van Grietken Jacobsdr., Jan Wenssen, mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland, Aert Wenssen en Cornelis de Jonge, als man van Hillegont Jacobsdr., tezamen erfgenamen van Jacob Aertsz.
(De Nederlandsche Leeuw 2001, nr. 7/8, kol. 573)
Cornelia Jansdr van Slingeland:
Onmondig 29 april 1495 te Dordrecht, overleden 20 augustus 1587 ‘seer out’ aldaar.
Dochter van Jan Jansz Slingeland en Hillegond Arents Willemsdr van Crayestein.
Jacob Aertsz. overleed vroeg. Dat wordt verklaard in het handschrift Schaep: “hij werde op Swijndrecht deursteken, in flore aetatis [in de bloei van zijn leven].” Verder vermeldt het handschrift Schaep dat Jacob Aertsz. “woonde over de oude Mannen Steijgert, daer ’t wapen in (den) stoepen gehouden staet”. (Ons Voorgeslacht 2001, p. 654)
Cornelia van Slingeland bezat een huis aan de Nieuwe Haven te Dordrecht (1543), wellicht staande bij het Manhuisstraatje (1544). Zij was samen met haar dochter Grietgen Wenssen eigenaresse van 3 morgen land in Nieuw-Reijerwaard (1557/1561) (Ons Voorgeslacht 1997, p. 750)
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Aernt Wenssen Jacobsz.
– 25 mrt. 1551: Aernt Wenssen Jacobsz. verleent procuratie aan zijn moeder Neelken van Slingelant, weduwe van Jacob Aertsz., om zekere landerijen te mogen verhuren. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 399)
b. Grietgen Wenssen, geboren ca. 1518
c. mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland
– 12 aug. 1553: Cornelis van Driel Claesz., schepen in wette van Dordrecht, als man van Grietgen Jacopsdr., Jan Wenssen, mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland, Aert Wenssen, elk voor zichzelf, en Cornelis de Jonge als man van Hillegont Jacopsdr., verklaren, dat mr. Aert van de Leede Staesz. en Adriaen van Nispen Gerritsz., als executeurs-testamentair van Antonia Joest Jan Wenssendr., hen, comparanten, volledig voldaan en betaald hebben van al hetgeen hun aanbestorven is bij overlijden van voornoemde Anthonia Wenssen. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 32 e.v.)
d. Jan Wenssen, geboren ca. 1520, kamerbewaarder te Dordrecht, trouwde 1e Aerjaentgen van Megen, 2e Fijcken Cornelisdr.
– 7 mei 1568: verklaring door Jan Wensen Jacobsz., gezworen kamerbewaarder te Dordrecht, 48 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 20)
– ORA Dordrecht inv. 1548 (nieuw), akte 290: op 6 mei 1577 verklaren Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wensen, Damas Jobsz. [van Slingeland], als man van Thoentgen Wensen, Baertgen Wensen en Hillegond Wensen, allen voorkinderen van Jan Wenssen, verwekt bij Adriana van Meghen, dat zij volledig betaald en voldaan zijn door Cornelis Evertsz., lid van de Oudraad van Dordrecht, hun oom, als man van Aechtgen Stoopen, van een bedrag van 16 Vlaamse ponden, welke hun “bij voerghaende submissie thoegeseijt waeren bij zeeckere arbiters vvt crachte van zeeckere testamente haer comparanten ghemaect bij Fransken Cornelisdr.”, hun tante.
– ORA Dordrecht inv. 736, f. 189v: op 3 juni 1581 verkopen Fijcken Cornelisdr., weduwe van Jan Wensen Jacobsz., voor de ene helft, en Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wenssen, Damas Jobsz. [van Slingeland], als man van Thoontgen Wenssen, en Jacob Simonsz. de oude, als man van Aerjaentgen Wensen, allen voor zichzelf en samen tevens vervangende Adriaen Jacobsz., als man van Baertgen Wensen, alsmede de overige kinderen van wijlen Jan Wensen, verwekt zowel bij Aerjaentgen van Megen als bij voornoemde Fijcken Cornelisdr., [voor de andere helft], aan Claes Apersz. schipper een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Henrick Jansz. kleermaker en dat van Jacob Willemsz. vleeshouwer. Waarborgen: Pieter Jansz. kuiper en Jacob Simonsz. de oude voor de helft van de weduwe, en Damas Jobsz. en dezelfde Jacob Simonsz. voor de helft van de kinderen. De koper is schuldig aan verkopers 1440 gl. Borgen: Jan Philipsz. en Trijntge Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz.
Kinderen (volgorde onzeker):
ex 1:
d-1. Machteld Wensen, trouwde Thomas Thomasz.
d-2. Baertgen Wensen, trouwde Adriaen Jacobsz.
d-3. Thoentgen (Anthonia) Wensen, trouwde Damas Jobsz. van Slingeland
Nakomelingen:
I. Anthonia Jansdr. Wenssen, trouwde Damas Jobsz. van Slingeland
ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 141: op 5 mei 1606 verkoopt Anthonia Wenssen Jansdr., weduwe van Damas Jobsz. van Slingelandt, geassisteerd met haar zoon Job van Slingelandt Damasz., aan Jan Jansz., huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johannes Poliander, predikant te Dordrecht, en dat van Guilliam van de Waerde, strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsgracht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 775 gl. In margine: op 8 mei 1659 verklaart Nicolaes Maes schilder, dat de schuld volledig is afgelost.
Kinderen:
a. Job van Slingeland
b. Barthout Damisz. van Slingeland, volgt II
II. Barthout Damisz. van Slingeland, geboren Dordrecht 28 juli 1590, van Dordrecht (1618), overleden Dordrecht 31 jan. 1638, trouwde NG Dordrecht 14 okt./4 nov. 1618 Geertruijt Govertsdr. van Beaumont, van Dordrecht (1618)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Damis (Damas) Barthoutsz. van Slingeland, april 1621, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1649 Cornelia Gijsbrechtsdr. van Beaumont
b. Govert van Slingeland, 12 jan. 1623, volgt III
c. Bartholomeus, sept. 1624
d. Simon, mei 1626
e. Anthonia, aug. 1628
f. Reijmburg, sept. 1630
III. mr. Govert van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1623, pensionaris van Dordrecht, overleden Den Haag 3 juli 1690, trouwde 1e Christina van Beveren, 2e NG Dordrecht/Den Haag 4/29 sept. 1661 (per schrijven van Den Haag) Arnoudina van Beaumont, gedoopt NG Dordrecht april 1635, trouwde 1e Roelant Schou, dochter van Herbert van Beaumont en Elisabeth de Jonge
Kinderen (ex 2):
a. Herber, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1662
b. Simon van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. , raadpensionaris van Holland 1727-1736, overleden Den Haag 1 dec. 1736, trouwde 1e 31 juli 1690 Susanna de Wildt, 2e 1726 Johanna van Coesvelt (zijn huishoudster).

Simon van Slingelandt (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
d-4. Hillegond Wensen
ex 2:
d-5. Adriaentgen Wensen, geboren ca. 1560, trouwde Jacob Sijmonsz, de oude
ORA Dordrecht inv. 1555, akte 174: verklaring dd 10 jan. 1590 door Adriaentgen Wensen Jansdr., de vrouw van Jacob Sijmonsz. de oude, 30 jaar oud, op verzoek van Pieter Bouwensz. en Willem Boucquet Blasiusz.
e. Hillegond Wenssen, geboren naar schatting ca. 1525, trouwde 1e Cornelis de Jonge Willemsz., 2e 19 juni 1569 Cornelis Hendriksz. van Slingeland, burgemeester van Dordrecht (1572-1577), weduwnaar van Catrijn Brouwer Jansdr. (De Nederlandsche Leeuw 2001, kol. 578-579)
92456. Gijsbert (Gijsbrecht) Besemer Heijndriksz., geboren 1462/1463, heemraad in Sandelingenambacht, overleden na 12 mrt. 1542 (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 301-302), trouwde NN
Kinderen:
a. Cornelis Gijsbertsz. Besemer
b. Jacob Gijsbrechtsz. Besemer (ca. 1500-1542)
b-1. Ploentgen Jacobsdr. Besemer, geboren naar schatting ca. 1535, trouwde Goossen Adriaensdr. Schilperoort
b-1-1. Sijtgen (Lucia) Goossendr. Schilperoort, geboren naar schatting ca. 1570, trouwde Johan van Driel
b-1-1-1. Emmerentia van Driel (1598-1660), trouwde Anthonij Huigensz. Repelaer, brouwer te Dordrecht

Emmerentia van Driel, door Jacob Gerritsz. Cuijp (foto: H.A. van Duinen)
96972. Dirk Coossen den Roonaert van Riede, overleden na 1526, trouwde
96973. Baertje NN
96974. Willem Doen Beijensz. van Driel, trouwde
96975. Ida Jansdr.
99306. Pieter van Bree, trouwde
99307. Neeltgen van Bree
– 5 nov. 1556: Jacob Bucket Blasiusz. verleent procuratie aan Aert van Gheel om aan de erfgenamen van Aernt Brouwer te transporteren zijn aandeel in alzulke moeren als hem aanbestorven zijn bij overlijden van Pieter van Bree en Neeltgen van Bree, zijn grootouders, en die hij verkocht heeft aan wijlen Aernt Brouwer. (ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw), akte 344)
13798. Gerrit Pietersz. Luijt , wonende Ouderkerk a/d IJssel, waard en biertapper, begraven Ouderkerk a/d IJssel 6 sept. 1637, hij heeft een zoon Dirck, verwekt bij Gooltje Cornelisdr., die een broer Jasper Cornelisz. heeft, Gerrit heeft een broer Joost Pietersz. Luijt. (Ons Voorgeslacht 1980, p. 214), hij trouwde 1e Gooltje Cornelisdr., overleden 1613/1620, 2e
13799. Barber Pietersdr., overleden voor 1666, trouwde 2e Cornelis Gerritsz. Weerten (Waert)
4 nov. 1609: transport van twee delen van een erf, belast met een rente van 20 st. t.b.v. Dirck Pietersz. en Willem Ariensz., met bepalingen over het recht van de aanbesteding. van Dijk, aan Gerrit Pietersz.
20 april 1625: verkoop aan Gerrit Pietersz. Luijt en Krijn Jansz. steenbakker een huis en erf in het dorp Ouderkerk, van de herenstoep of herenweg af tot achter aan de Heilige-Geestwerf, voor 580 gl.
28 febr. 1626: Jasper Cornelisz., Gerrit Pietersz. Luijt, en Jasper Cornelisz. tevens als voogd over de weeskinderen van Gooltje Cornelis, allen wonende te Ouderkerk a/d IJssel , Pieter Fransz. Fuick, wonende te Nieuwerkerk a/d IJssel, getrouwd met Ariaentgen Cornelis, Wijllmken Cornelis, weduwe van Krijn Jansz., geassisteerd met Jasper Cornelisz., haar broer, en Krijn Hermansz., als voogd van de weeskinderen van Krijn Jansz., samen erfgenamen van Cornelis Jaspersz., hun vader resp. grootvader verkopen aan Anthonis Meeuwesen voor de helft en aan Aeriaen Sente voor de wederhelft 1 morgen 3 hout 15 schaft land in twee weren in de Zijde voor 915 gl. plus een obligatie. (vriendelijke mededeling van de heer A. Th. Polet te Oud-Beijerland).
31 mei 1633: hypotheek op een huis en erf: Gerrit Pietersz. biertapper
(Ons Voorgeslacht 1980, p. 287)
13802. Cent Commersz., wonende te Ouderkerk a/d IJssel op het dorp, smid, begraven Ouderkerk a/d IJssel 1 april 1641, trouwde
13803. Aeltgen Aertsdr., overleden 1645/1649
(Prometheus XV, p. 147)
Kinderen:
a. Neeltje Centen, overleden SP voor 19 sept. 1707, trouwde Cornelis Cornelisse kleermaker
b. Ariaentje Centen, jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel, wonende Rotterdam (1676) ,overleden SP Ouderkerk a/d IJssel 30 juni 1716, trouwde Gouderak 7 mei 1676 Theunis Cornelisz. Volkert, weduwnaar wonende te Gouderak (1676)
c. Adriaen Centen
d. Trijntje Centen, trouwde Huijch Centen
e. Trijntje Centen de jonge, overleden na 1710, trouwde Jan Cornelisz. Beelde (Prometheus XV, p. 49)
f. Willmpje Centen
g. Gerrit Centen, overleden voor 18 juni 1677, trouwde Berber Davits
h. Jan Centen, overleden voor 18 juni 1677
(Ons Voorgeslacht 1980, p. 66 en 120)
14050. Adriaen Willemsz., schipper, overleden voor 22 dec. 1620, had een buitenechtelijke relatie met
14051. Aeriaenken Laurensdr. (Kegelaar), dochter van Laurens Laurensz. en Lijsbeth Aertsdr. [kwartieren 15318 en 15319], overleden voor 22 dec. 1620
ORA Dordrecht inv. 758 (oud), f. 88v, akte 2 okt. 1617: NN is schuldig aan Marijgen Ariensdro., dochter van Adriaentgen Lauwerens, een stoma van 100 gl., wegens geleende penningen.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 345: op 1 dec. 1618 benoemt Adriaentgen Laurensdr. Kegeleers, wonende te Dordrecht, tot haar erfgenamen haar natuurlijke dochter Mariken, haar zuster Neeltgen Laurensdr. Kegeleers en de kinderen van haar overleden broer Govert Laurensz. Kegeleers.
ORA Dordrecht inv. 761 (oud), f. 144v, akte dd 22 dec. 1620: vermeldt worden de onmondige kinderen van Govert Laurensz. Kegelaar en van Ariaenken Laurensdr., weduwe van Adriaen Willemsz.
ORA Dordrecht inv. 762 (oud), f. 29: op 15 mei 1621 comp. o.a. Jacob Stoop als administrateur van de goederen van het weeskind van Adriaenken Laurensdr., bij haar verwekt door Adriaen Willemsz. schipper.
14626. Dielis (of Gielis) Lambrechtsz., blokmaker, klompenmaker (de kinderen van zijn zoon Balthasar/Balten noemen zich later van de Noort), trouwde NN
14630. Antonis Jansz. Bressers
14646. Adriaen Peetersz. Rutten, overleden voor 4 febr. 1609
15680. mogelijk: Wouter Jansz., metselaar, overleden Dordrecht voor 5 april 1605, trouwde (ondertrouw) NG Dordrecht
15681. Neeltie Barent Hendriksdr.
15716. mr. Pieter Jacobsz. Despinoij, geboren ca. 1537, apotheker te Dordrecht, overleden in of na 1612, trouwde Geertgen Jansdr., overleden voor 2 juli 1588
Uit dir huwelijk:
a. Jacobmina Espinoijs Pietersdr., geboren ca. 1562, trouwde Hubrecht Eeuwoutsz.
ORA Dordrecht inv. 718, f. 106v: op 2 juli 1588 verklaart Jacobmina Espinoijs Pietersdr., ongeveer 26 jaar oud, ten volle vergenoegd en betaald te zijn door haar vader Pieter Espinoij van alle goederen, die zij geërfd heeft van haar moeder.
Uit dit of een ander huwelijk:
b. Wemmer [= kwartier 7858], geboren naar schatting ca . 1565
c. Daniël
d. Immanuel
[ONA Dordrecht inv. 62, f. 830, akte dd 10 juni 1649]
ORA Dordrecht inv. 712 (oud) f. 75: op 29 april 1577 koopt Pieter Jacobsz. de Spinoije apotheker een huis bij de Nieuwbrug aan de Landzijde (Voorstraat), staande naast het huis, genaamd “de Wijnberch”.
ORA Dordrecht inv. 738 (oud), f. 97v, akte dd 10 jan. 1585: Pieter Jacobsz. apotheker is ongeveer 48 jaar oud.
Archief Kerkvoogdij Dordrecht (archief 27), inv. 1 (acta), dd 28 sept. 1600: “Andries de Meester ende Caspar Beeck sullen mr. Pieter Spinola aenspreken om hem te vermanen zijne voordochter wat meerder bijstant te doen”.
ONA Dordrecht inv. 15; op 17 juli 1612 wordt vermeld mr. Pieter Jacobsz. Despinoij apotheker, wonende bij de Nieuwbrug.
15718. Laurens Laurensz., geboren ca. 1532, vleeshouwer te Dordrecht, overleden 1590/1593, trouwde naar schatting ca. 1560
15719. Lijsbeth Aertsdr.
ORA Dordrecht inv. 735 (oud), f. 25v: op 18 febr. 1579 comp. Laurens Laurensz. vleeshouwer voor zichzelf en tevens vervangende Steven Cornelisz., als man van Neeltgen Aertsdr., Jan Aertsz. bierdrager voor zichzelf, en Aert Geleijne in deze vervangende Laurens Pietersz., de broer van zijn vrouw, allen mede-erfgenamen van Heijltgen Jansdr., hun nicht. Zij transporteren aan Adriaen Louffen en Willemken Adriaensdr., onmondige weeskinderen van wijlen Louff Laurensz., door hem verwekt bij Marijcken Hermansdr., mede-erfgenamen van Heiligen Jansdr. een rentebrief van 6 gl. jaarlijkse losrente.
ORA Dordrecht inv. 735 (oud), f. 213v: op 6 febr. 1580 comp. Laurens Laurensz., Pieter Nan Aertsz. en Pieter Segersz., vleeshouwers te Dordrecht. Laurens Laurensz. verklaart, dat hem nog toekomt van Huijbrecht Bordincx., vleeshouwer te Antwerpen, een somma van 10 Vlaamse ponden en 10 sch. wegens levering van twee ossen. Comp. mede Huijbrecht Jongh Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht, en Willem Cornelisz., vleeshouwer te Dordrecht, die verklaren, dat Laurens “is belast met vijff kinderen ende een groot huijsgesinne”.
ORA Dordrecht inv. 735 (oud), f. 270v: op 9 mei 1580 comp. Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer voor de ene helft, en mr. Eeuwout Aertsz., voor hemzelf en tevens vervangende Cornelis Egbertsz., Laurens Laurensz. vleeshouwer en Pieter Nan Aertsz., als voogden van Adriaen Adriaensz., nagelaten weeskind van wijlen Adriaen Aertsz., hun broer, voor de andere helft. Zij verkoper aan Steven Willemsz. vleeshouwer een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis “de Grote Os” en het huis “het Lam”. Borg: mr. Eeuwout Aertsz. De koper kent schuldig aan de verkopers een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 714 (oud), f. 77: op 27 juni 1580 comp. Geertruijt Claesdr., weduwe van Lauris Pietersz. schipper, enerzijds en Laurens Laurensz. vleeshouwer, als oudoom en Aert Geleijne, man van Aeltke Pietersdr., als oom en voogd van Marijke Laurisdr., die aanstaande St. Jacob 2 jaar wordt en Lauris Laurisz. een half jaar oud, weeskinderen van Lauris Pietersz. en Geertruidt Claesdr. Volgt de boedelscheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Lauris Pietersz.
ORA Dordrecht inv. 719 (oud), f. 248v: akte dd 21 nov. 1590: verklaring door o.a. Laurens Laurensz., 58 jaar oud, vleeshouwer en burger van Dordrecht, “dat zij deposanten zeer wel kennen de contreijen wegen ende toepaden van de dorpen Chillershouck, St. Anthonispolder, Westmaes, Cromstrijen ende de Group [en]… dat zij lieden dickwils twee ofte drijemael ter weecke in de voorsz. quartieren reijsen om heurluijder affairen [te doen] ende dat zij deposanten nijet minder vrees en hebben voor heurluider persoonen ende beesten als voor date van’t maken ende leggen van de … schantsche van Strijen”.
ORA Dordrecht inv. 743 (oud), f. 39v: op 3 mei 1593 verkoopt Damas Jobsz. van Slingelant, als curator van het sterfhuis van Laurens Laurensz. vleeshouwer, aam Carel Jacobsz. hoedenmaker een huis omtrent de Visbrug aan de Poortzijde tussen het huis van Roelant Henricxsz. tingieter en dat van Pieter Segersz. vleeshouwer. Waarborgen: mr. Eeuwout Aertsz. en Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer, inwoners van Dordrecht. De koper is schuldig 2104 gl.
ORA Dordrecht inv. 743 (oud): op 23 sep.t 1593 verkoopt Damas Jobsz. van Slingelant, als curator van de boedel van Laurens Laurensz. vleeshouwer, aan Emer Jansz. vleeshouwer een huis tegenover de Visbrug aan de Landzijde (Voorstraat), staande tussen het huis van Adriana van Slingelant en dat van Rochus Joosten vleeshouwer. Waarborgen: mr. Eeuwout Aertsz. en Pieter Nan Aertsz., achtraad van Dordrecht.
Kinderen:
a. Claesken Lauwerens Lauwerensdr., geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1584), trouwde NG Dordrecht 30 dec. 1584/15 jan. 1585 Emer Jansz., vleeshouwer van Leiden (1584)
b. Neeltgen Laurensdr. Kegelaer, trouwde Wemmer Pietersz. D’Espinoij
c. Mariken Laurensdr. Kegelaer, van Dordrecht (1599), trouwde NG Dordrecht 16 febr. 1599 David Pietersz. Spinois, van Dordrecht (1599), chirurgijn
d. Govert Laurensz. Kegelaer, overleden voor 22 dec. 1622
e. Ariaenken Laurensdr. [= kwartier 14051]
31436. Aert Jansz., vleeshouwer, overleden voor 28 nov. 1572, trouwde
31437. Marijcken Lonnen
ORA Dordrecht inv. 729 (oud): op 28 nov. 1572 verkoopt Marijcken Lonnen, weduwe van Aert Jansz. vleeshouwer, aan haar [schoon]zoon Laurens Laurens, een huis onder de Vleeshal, staande tussen het huis van Neeltgen Lonnen en dat van Cornelis den Bergenaer tingieter.
ORA Dordrecht inv. 731 (oud), f. 206: akte dd 25 mei 1575 roerende de dood van Marijcken Willemsdr., weduwe van Aert Govertsz.. vleeshouwer en van Willem Aertsz. comp. Euwout Aertsz. voor zichzelf, Cornelis Egbertsz. schoenmaker, als man van Marijcken Aertsdr., en Laurens Laurensz., als man van Lijsgen Aertsdr., enerzijds en Pieter Nan Aertsz. en Aert Adriaensz., voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Adriaensz., zijn onmondige broer, anderzijds, allen erfgenamen van Marijcken Willemsdr. en Willem Aertsz. Zij verdelen de goederen die beiden hebben nagelaten. Aan Eeuwout Aertsz., Cornelis Egbertsz., en Laurens Laurensz. is o.a. toebedeeld een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis “de Osch” en dat van de weduwe van Evert Ariensz.
103.036. Daniël Jansz. van Tetrode, geboren ca. 1500, overleden voor 19 aug. 1541, trouwde Maria NN
– 16 mei 1528: Daniël Jansz. van Tetrode, Jan Jansz. van Tetrode, Frans Heynricsz. van Tetrode, Dirc Jansz., als man van Machteld van Tetrode en Quirijn van Bergen als man van Heynricen Heynricksdr. van Tetrode, verklaren voor schepenen van Leiden het testament van hun “oude vader” Willem Arentsz. van Tetrode van Wassenaar te zullen nakomen.
– 19 aug. 1541: Marie, weduwe van Daniël Jansz. van Tetrode, koopt een huis op de Middelste Gracht te Leiden.
http://members.home.nl/mtettero/Genealogie.html#7
103.038. Geryt Huygensz. van der Meer, geboren ca. 1475, overleden ca. 1541, trouwde
103.039. Jannetgen Huijgendr., overleden ca. 1563
103.108. Claes Dirck Jansz., geboren ca. 1470, bouwman aan de ’s Gravendijk in Noordwijk, overleden ca. 1543
106.736. Willem Jacobsz., geboren ca. 1465, leenman van de Hofstad van der Wateringe, overleden tussen 22 mrt. 1508 en 12 dec. 1512, trouwde
106.737. Griet NN, overleden in of na 1526/1527
(Morien, o.c., p. 2)
110408. Vop Floren, wonende in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, vermeld (met zijn kinderen) in 1498, vermeld in de kerfcedulle 1507 (Prometheus XV, p. 297)
111.120. Ariaen Joostensz., geboren ca. 1480, landgebruiker te Heerjansdam (1543), schout van Heerjansdam en Kleine Lindt (1543/1544), overleden tussen 1544 en 1557, trouwde
111.121. NN
(Ons Voorgeslacht 2008, p. 130).