I. Balthasar Bol, chirurgijn te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 sept. 1641 (een baar voor meester Balten in de Nieuwstraat), trouwde naar schatting ca. 1605 Tanneken Forts (Ferdinandes)
ORA Dordrecht inv. 1584, f. 121v: op 16 febr. 1606 verkoopt Dinge Jacobsdr. aan mr. Balthen [Bol] chirurgijn een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Vincent Jansz. Stopper en dat van Jan Jacobsz. knoopmaker. Waarborg voor verkoopster: Anthonis Thonisz. den Elinck.
ORA Dordrecht inv. 1588, f. 61 e.v.: op 29 april 1611 verkoopt IJsack Rooverts, burger van Dordrecht, aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een tuin en “betelinge” met een daarop staand huisje, samen 109 roeden groot, liggende buiten de St. Jorispoort van Dordrecht aan de weg aan het einde van de zestig roeden van de stadsvest, strekkende tot het erf van Jan Thielmansz. en belend door de boomgaard van Hugo Repelaer aan de ene en de “besloten wech” of laan aan de andere zijde, met alle gerechtigdheden zoals IJsack Roovers de tuin gekocht heeft van mr. Rombout Hoogerbouts, raad in de Hoge Raad van Holland. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 414 gl.
1626: mr. Balthasar Boll in de Hofstraat aangeslagen in de 1000e penning van Dordrecht voor een vermogen van 5000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1603, f. 8v: op 7 april 1628 verkopen Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Franchina Tassard, voor de ene helft, en Jenefaes Sandersz., als weduwnaar van Leonora Tassard, voor de andere helft, beiden kinderen en erfgenamen van kapitein Jan Tassard, aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Caron en dat van Mattheus Pauwelsz.. De koper is schuldig aan Franchina Tassard en Jenefaes Sandersz. elk een bedrag van 750 gl. Borg: mr. Adriaen Coens chirurgijn.
ORA Dordrecht inv. 1608, f. 36v e.v.: op 4 juni 1639 verkoopt mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Gerrit Willemsz. Maes, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het Hof en het huis van de weduwe van Jan Jacobsz. knoopmaker. Waarborg; mr. Jacob de Haen, chirurgijn en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1050 gl. Borg: Coenraet Hars, burger van Dordrecht.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Maeiken Boll, dec. 1606, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1638), trouwde NG Dordrecht 7/23 febr. 1638 Willem Willemsz. Ameland, jongman van Amsterdam en daar wonende (1638), chirurgijn
NG trouwregister Amsterdam 30 jan. 1638: Willem Willemsz. Amelant, van Amsterdam, chirurgijn, wonende in de Haarlemmerstraat, geassisteerd met zijn vader Willem Cornelisz. Amelant, overleggende akte onder de hand van J. Lydius, predikant te Dordrecht, van de intekening van hem, comparant, met Maria Bols te Dordrecht.
Kind:
a-1. Anna Ameland, geboren te Naarden ca. 1649 wonende op de Haarlemmerstraat in Amsterdam (1675), trouwde NG Amsterdam 29 mrt. 1675 (de geboden zijn in Naarden onverhinderd gegaan, akte verleend op 14 april 1675, de ouders van de bruidegom zijn overleden, hij wordt geassisteerd door zijn voogd Ferdinand Bol, de bruid door haar moeder Maria Bol) Lodewijck Vertangen, van Amsterdam wonende bij de Bank van Lening (1675), klerk van de penningmeesters van het “comptoir” ter Admiraliteit, begraven Amsterdam 11 okt. 1727 (Lodewijk Vertangen, op de Haarlemmerdijk bij de Eenhoornsluis, eigen graf, letter M nummer 31, de derde kist gestort, niet betaald)
b. NN, april 1609
c. Johannes Bol, juli 1611, volgt II
d. Martijnken, sept. 1613
e. Ferdinand(us) Bol, juni 1616, van Dordrecht (1653), weduwnaar van Amsterdam (1669), woont op de Fluwelenburgwal (1653, 1669), kunstschilder, overleden te Amsterdam in 1680, begraven in de Zuiderkerk ald. op 24 juli 1680, trouwde 1e NG Amsterdam 2 okt. 1653 (ondertrouw, de bruidegom heeft geen ouders meer, de bruid geassisteerd met haar vader Claes Dell) Lijsbet Dell, van Amsterdam woont op de Fluwelenburgwal (1653), 2e NG Amsterdam 10 okt. 1669 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Elbert Del) Anna van Erckel, van Amsterdam woont in de Warmoesstraat (1645), weduwe woont op de Oude Turfmarkt (1669), trouwde 1e NG Amsterdam 20 sept. 1645 (ondertrouw, de bruid heeft geen ouders meer en wordt geassisteerd door haar tante Clara van Vaelde) Erasmus Scharlaken, weduwnaar van Amsterdam wonende op de Koningsgracht (1645), trouwde 1e Martha Tassel
Ferdinand Bol, zelfportret
– 24 jan. 1652: Ferdinandus Boll, van Dordrecht, schilder, heeft zijn poorterseed gedaan en zijn poortersgeld betaald (Poorterboek Amsterdam)
“Ferdinand Bol werd in Dordrecht geboren als zoon van Tanneke en chirurgijn Balthasar Bol. In 1635, hij is dan 19 jaar, wordt hij voor het eerst als schilder vermeld in de archieven. Het vak leerde hij mogelijk van Jacob Cuyp, de vader van Albert Cuyp, in Dordrecht. Vast staat dat hij in 1637 in Amsterdam aan de slag was als leerling in het atelier van Rembrandt, die op dat moment een zeer populaire schilder was met een uitstekende reputatie.
Succesvol werd je als schilder in de zeventiende eeuw niet alleen dankzij de kwaliteit van je product, maar zeker zo belangrijk was het netwerk van vrienden en familie, omdat opdrachten bij voorkeur binnen de eigen kringen werden toebedeeld. Dat Bol voor een plek als leerling in de werkplaats van Rembrandt koos, terwijl dat een dure opleiding was, heeft hier alles mee te maken. Als jonge schilder uit Dordrecht, uit een bescheiden familie en zonder relaties in Amsterdam, verwachtte hij mee te kunnen liften op het succes van Rembrandt. Dat plan slaagde bijzonder goed. Bol werkte vanaf 1640 zelfstandig en verwierf door te schilderen in Rembrandts stijl en vooral door het maken van vele portretten in opdracht, een gevarieerd klantenbestand. Van enkelen van de geportretteerden is bekend dat zij verbonden waren aan de admiraliteit van Amsterdam. In 1653 trouwde Bol met Elisabeth Dell, dochter van een hoge functionaris bij de admiraliteit. Daaruit blijkt dat hij een goede reputatie had binnen deze kringen en door dit huwelijk zette hij een grote stap op de sociale ladder. Bol wist zich, anders dan Rembrandt, goed aan te passen aan de mores van de welgestelde Amsterdamse burgers.
Hij ontwikkelde nu ook zijn eigen stijl en zijn zakelijke succes en de productiviteit van zijn atelier namen gestaag toe. Bol had minimaal twee leerlingen en er was een schildersknecht in dienst. Hoe er op de werkplaats werd gewerkt is niet bekend, maar het is zeer waarschijnlijk dat de leerlingen hem assisteerden bij het maken van de schilderijen. Hij kreeg opdrachten van burgermeesters, de schutterij, regenten en van admiraals zoals Tromp. De laatste en grootste serie portretten die Bol maakte was een reeks van Michiel de Ruijter, in opdracht van de admiraliteiten van de Republiek.
Negen jaar na de dood van Elisabeth Dell in 1660 trouwde hij met de vermogende weduwe Anna van Erckel. In 1672 betrokken zij Keizersgracht 672, het huidige Museum van Loon. De economische crisis die was ontstaan door de inval van de Fransen en van Duitse troepen in de Republiek, leek hem niet te deren. Vele collega-kunstenaars leden onder de depressie en een aantal, zoals Willem van de Velde en zijn zoon, besloot naar Engeland te verhuizen. Zo niet Bol. Zijn fortuin, zijn kunstverzameling en zijn goede naam groeiden door. Hij stierf onverwacht op 16 juli 1680 en werd in de Zuiderkerk, in het hart van Amsterdam, begraven.” (www.hetscheepvaartmuseum.nl/collectie/artikelen/1548/het-portret-van-luitenant-admiraal-cornelis-tromp)
Kinderen (o.a.):
e-1. Cornelia, gedoopt NG Amsterdam 17 mrt. 1655
e-2. mr. Elbert Boll, gedoopt NG Amsterdam 3 okt. 1657, advocaat, begraven Amsterdam 13 juni 1709 (mr. Elbert Boll, advocaat, op de Keizersgracht bij de Utrechtsestraat, eigen graf, M nr. 31, 8 gl., geruimd)
SA Amsterdam archief 5062, inv. 71: op 2 juli 1694 verkoopt mr. Elbert Boll, advocaat, voor 2800 gl. aan Lodewijck Vertangen een huis in de Amstelkerkstraat te Amsterdam, tussen de Reguliersgracht en de Utrechtsestraat, staande tussen het huis van de verkoper aan de westzijde en het huis van Jacob en Maria Hore en deels dat van Jan Aertsz. van den Bergh aan de oostzijde, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis van de verkoper.
SA Amsterdam archief 5062, inv. 83: op 19 dec. 1709 comp. Balten Boll, mr. chirirugijn, Anna Boll, laatst weduwe van Joris van Castille, Elisabeth Bol, weduwe van Willem van Oort, Jacob van Dijck en zijn vrouw Maria Bol, Mels Walraven en zijn vrouw Catharina Bol, en Engeltje Bol, weduwe van Hendrik de Vos, allen wonende te Dordrecht, allen kinderen van wijlen Jan Bol, samen voor een zesde part, Balthasar Bol, wonende op de Hitsert in Groot-Zuid-Beijerland, zoon van wijlen Balthus Bol, voor een zesde part, Anna Ameland, de vrouw van Lodewijck Vertangen en dochter van wijlen Maria Bol, voor een zesde part, laatstgenoemde Jan, Balthus en Maria Bol geweest zijnde volle broers en zuster van Ferdinandus Bol, die vader was van mr. Elbert Bol, advocaat, Elbert Clermont, als procuratie hebbende van mr. Nicolaes Del, advocaat, voor een zesde part, dezelfde Elbert Clermont, zoon van wijlen Janneke Dell, voor een twaalfde part, en nog namens zijn vrouw Henriette Dell, de dochter van Elbert Del, voor een twaalfde part, Gerrit van Ruster, als gemachtigde van Cornelia Del, eveneens dochter van Elbert Del, voor een twaalfde part, zijnde mr. Nicolaes Del, advocaat, een broer en Janneke Dell en Elbert Dell een zuster en broer van Elisabeth Dell, [bij Ferdinandus Boll] moeder van mr. Elbert Boll, en derhalve de comparanten ooms- en tanteskinderen, zowel van vaderszijde als van moederszijde en erfgenamen ab intestato van mr. Elbert Boll. De comparanten verkopen voor 18.883 gl. 13 st. en 8 penn. aan ds. Abraham Boddens, predikant in de Waalse gemeente te Amsterdam, die namens zijn vrouw, Maria Clermont, dochter van Janneke Dell, voor het resterende twaalfde part erfgenaam van mr. Elbert Boll is, een huis met tuin erachter, staande en gelegen op de Keizersgracht aan de zuidzijde te Amsterdam, tussen de Utrechtsestraat en de Reguliersgracht, staande tussen het huis van de erfgenamen van professor Petrus Francius aan de oostzijde en het huis van Lodewijck Vertangen aan de westzijde, alsmede een stal en huis in de Amstelkerkstraat achter het voornoemde perceel, staande tussen het huis van Claes Burger aan de westzijde en dat van Lodewijck Vertangen aan de oostzijde.
e-3. Balthasar, gedoopt NG Amsterdam 24 mrt. 1660
f. Balthasar Boll, jan. 1619, trouwde NN
Kind:
f-1. Balthazar Boll, woonde anno 1709 in de Hitzert in Groot-Zuid-Beijerland
II. Johannes Baltensz. Bol, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1639), mr. chirurgijn, trouwde NG Dordrecht 3 juli 1639 (ondertrouw; met attestatie van Schiedam) Lijsbeth Kievits, jonge dochter van Schiedam en daar wonende (1639)
ORA Dordrecht inv. 1609, f. 74: op 21 mei 1642 verkoopt mr. Johan Bol, ordinaris chirurgijn van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Machtelt Thomasdr., weduwe van Gerrit Gijsbertsz. van Elten, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van Frans Baltensz. boekbinder en dat van Maerten Hendricxsz. kleermaker. Waarborg: Esias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Marinus van der Lisse.
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 35v: op 6 juni 1643 verkoopt Esias Cornelisz. Mesian, als vervangende Alid van de Berge, die procuratie heeft van haar man Hugo Jansz. van Raets, voor 2800 gl. aan mr. Johan Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Kruiskapel [Voorstraat bij de Munt], staande tussen het huis van Jaecques Levesque en dat van Gerrit Gerritsz. zwaardveger.
ONA Dordrecht inv. 68, f. 267: op 13 dec. 1645 testeren mr. Johan Bol, chirurgijn ordinaris te Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth Kievits Cornelisdr., burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij het bereiken van hun mondigheid of wanneer zij een huwelijk aangaan onder hen allen een bedrag van 400 gl. uit te keren.
ONA Dordrecht inv. 118, f. 170: op 25 april 1653 verklaren Willem Langleij, stadsarts te Dordrecht, mr. Johan Bol en mr. Henrijck van der Tuijnen, beiden ordinaris chirurgijns te Dordrecht, op verzoek van mr. Johan Borman, chirurgijn te Gorinchem, en eerst de twee laatstgenoemden, dat zij als chirurgijns “cureren alle de gequetsten ende verseerde die in het stads gasthuijs alhier werden ingebragt, om gecureert te werden” en dat zij daarvoor van de stad ontvangen 200 gl. per jaar en van iedere soldaat in actuele dienst bovendien twee stuivers, welverstaande, dat zij niet gehouden zijn iemand, die met de Spaanse pokken [syfilis] besmet is, te behandelen. Voorts verklaren zij, dat twee andere chirurgijns, die de arme huisgenoten behandelen, daarvoor van de diaconie te Dordrecht jaarlijks 90 gl. ontvangen.
ONA Dordrecht inv. 137, f. 108: op 10 juli 1658 legt o.a. mr. Johan Bol, 47 jaar oud, chirurgijn en burger van Dordrecht, een verklaring af op verzoek van Hubrecht de Kas, koopman en burger van Dordrecht,
ONA Dordrecht inv. 138, f. 607: op 12 nov. 1659 testeren mr. Johan Bol, chirurgijn ordinaris te Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth Kievits. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als de testateur de langstlevende is moet hij aan hun kinderen, als zij gaan trouwen, onder hen allen een bedrag van 3000 gl. uitreiken en aan hun dochters al de kleren van de testatrice. Als de testatrice de langstlevende is, moet zij aan hun kinderen onder hen allen een bedrag van 100 gl. uitkeren en aan hun zoons de kleren van hun vader en zijn chirurgijnswinkel. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, alsmede Ferdinandus Bol en Cornelis Kievit, hun resp. broers, en Thielman Abrahamsz. Zeebergen, hun goede vriend.
ONA Dordecht inv. 140, f. 227: op 28 april 1661 testeert Aeltgen Kievits, ongehuwde persoon. Zij legateert aan Adriaentgen Kievits, haar halfzuster, een bedrag van 25 gl., aan Cornelis Kievits, haar halfbroer, een bedrag van 50 gl., aan Maria Swaenswijck, de vrouw van haar broer Cornelis Kievits, haar grootste porseleinen schotel, aan Elisabeth Kievits, echtgenote van mr. Johan Bol, stadschirurgijn te Dordrecht, een gouden dubbele rosenobel, aan Anna Bol, dochter van haar zuster Elisabeth, haar scharlaken rok met koorden, zijnde beste op één na, aan Elisabeth Bol, Anna’s zuster, een zondagse rode rok. Zij legateert aan Trijntgen Bol en prelegateert aan Trijntgen Knols, dochters van haar zusters, ieder voor de helft het zilverwerk tot haar lijf behorende, incl. een paar messen met zilveren heften en ketting, prelegateert aan Lambertje Knols, een dochter van zuster Trijntgen Kievits, haar beste Turkse rok, aan Elisabeth Knols haar beste scharlaken rok, aan Josijntgen Knols een gouden “haij…” [gedeeltelijk onleesbaar]. Tot erfgenamen van haar overige goederen benoemt zij haar zuster Elisabeth Kievits voor de helft en de acht kinderen van wijlen haar zuster Trijntgen Kievits, bij haar verwekt door Wouter Knols, voor de wederhelft. Zij wenst, dat de helft van de huisraad, meubelen, zilverwerk, schilderijen etc, te erven door de kinderen van haar zuster Trijntgen Kievits, alleen zal komen aan de dochters van die zuster en niet aan de zoons. Aan de goederen, die haar neef Wouter Knols van haar zal erven, krijgt hij alleen zijn leven lang het vruchtgebruik. De drie dochters van Trijntgen Kievits, genaamd Lambertje, Elisabeth en Catalijntgen Knols zullen de vrije dispositie hebben van de goederen, die zij van testatrice zullen erven. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Hugo van Bleijswijck en Hubrecht van der Vecht, burgemeester en oud-schepen van Schiedam, en ds. Lucas Misteris, predikant aldaar.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 100v e.v.: 9 febr. 1696 verkopen Anna Boll, weduwe van Joris van Castielje, Willem van Oort, als man van Lijsbet Boll, Balte Bol, Jacobus van Dijck, als man van Marij Boll, Meltsart Walraven, als man van Trijntje Boll en Hendrick Vos, als man van Engeltje Boll, allen kinderen en erfgenamen van Lijsbet Kievits, weduwe van Jan Boll, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Pieter Wilmart, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Arent van Zeventer.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Anna Boll, 18 okt. 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1666), weduwe van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1677), trouwde 1e NG Dordrecht 12/28 sept. 1666 Willem Luijpert, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1666), chirurgijn, 2e NG Dordrecht 8/23 sept. 1677 (procl. te Schiedam) Joris van Castielje, weduwnaar wonende te Schiedam (1677), vleeshouwer te Schiedam
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 79v: op 5 okt. 1697 verkoopt Michiel Nicasius, tapper en burger van Dordrecht, als man van Margrita Dolee, laatst weduwe van Pieter Doreton, voor 1300 gl. aan Anna Bol, burgeres van Dordrecht, weduwe van Joris van Castielje, vleeshouwer te Schiedam, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van ds. Martinus Huijgens en dat van Jan Gijsbertsz.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 94: op 8 april 1710 verkoopt Elisabeth van Attenhoven, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 500 gl. aan Anna Boll, weduwe van Joris van Castiele, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug bij de Munt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Johannis Gijsbertsz. de Vrijer en dat van Anna Hoffman, weduwe van Pieter Wilmart.
b. Elisabeth (Lijsbeth) Boll, 12 dec. 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1670), trouwde NG Dordrecht 22 juni 1670 (ondertrouw) Willem van Oort, jongman van Bommel wonende bij de Nieuwbrug (1670), beenhakker
c. Catharina (Trijntje) Boll, 31 dec. 1646, jonge dochter van Dordrecht (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/19 april 1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Herman Crijn van de Rije, de bruid met haar zuster) Melsert Walraven, jongman van Dordrecht (1693)
d. Maria Boll, 2 juni 1648, jong overleden
e. Balthasar (Balthen) Bol, 21 jan. 1651, volgt III
g. Maria Bol, 17 okt. 1657, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1696), trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de bruidegom geassisteerd met zijn neef Cornelis van Castel, de bruid met haar schoonzuster Flipijna de Groot, de vrouw van Balte Bol) Jacobus van Dijck, weduwnaar van Sprang wonende in het Steegoversloot (1696)
h. Engeltge Boll, 28 mei 1663, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Nieuwbrug (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 okt./30 okt. 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Jacobus Vos, de bruid met haar schoonzuster Philippijna de Groot, de vrouw van Balte Bol) Hendrik Vos, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1695)
III. Balthasar (Balthen) Boll, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1651, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1682), weduwnaar van Dordrecht, wonende tegenover het Steegoversloot (1701), chirurgijn, trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 sept. 1682 Philippina (Lupina) de Groot, jonge dochter van Delft wonende in de Voorstraat te Dordrecht (1682), 2e Gerecht/NG Dordrecht 4/18 dec. 1701 (de bruid geassisteerd met haar vader) Jenneken Vervel, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1676, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1701), dochter van Pieter Vervel en Maria Caan
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 19v e.v.: op 22 april 1723 verkoopt Anthonij Vervel, apotheker te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Balte Bol en Jenneken Vervel, in hun leven echtelieden wonende te Dordrecht, voor 1220 gl. aan Anna Verbrugge, weduwe van Gerrit Kleijn, een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen het Gewet [Appelsteiger] en het huis van juffrouw Oulrij. De koopster is schuldig aan Corstiaan van de Graaf, inwoner van Dordrecht, een somma van 700 gl.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Lijsbeth, 25 aug. 1683
b. Johannes, 25 sept. 1686
c. Ferdinandus, 15 nov. 1694
d. Jacob, 8 jan. 1697
e. Elsje, 9 juli 1699
Ex 2:
f. Pieter, 12 dec. 1703
g. Maria, 23 mei 1710
h. Lijsbeth, 3 juni 1712
i. Balthazar, 25 aug. 1715