Dermoeijen

I. Fransois Fransz. Dermoeije (Dermoije, Dermoijs, Dermeieijn), geboren ca. 1581, van Middelburg wonende in het Vleeshouwersstraatje (1611), weduwnaar van Middelburg wonende in het Vleeshouwersstraatje in het midden (1613), glazenmaker, deurwaarder van de gemenelandsmiddelen (1637), overleden in of na 1637, trouwde 1e NG Dordrecht 18 dec. 1611/8 jan. 1612 Anneken Aert Adriaensdr., van Dordrecht wonende in het Vleeshouwersstraatje naast “het Wapen van Luijc”, 2e NG Dordrecht 21 april/7 mei 1613 Neelken Cornelis Pauwelsdr., van Dordrecht wonende bij Tomas Jacopsen [Cotermans] bij de Lombardbrug (1613)
– 1622 (kohier van het hoofdgeld van Dordrecht): Franchoijs Dermoeijen, zijn vrouw en vier kinderen: vier ponden (RAD, archief nr. 3, inv. 3974, f. 202v)
– 15 mei 1637: verklaring door Franchoijs der Moeijen, ongeveer 56 jaar oud, deurwaarder van de gemenelandsmiddelen. (ONA Dordrecht inv. 81, f. 47)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht)
Ex 1:
a. Fransois, dec. 1612, jong overleden
Ex 2:
b. Cornelis Dermoeij, mei 1614, volgt IIa
c. Susanna, sept. 1615
d. Willem Fransz. Dermoeij, april 1617, volgt IIb
e. Francois, sept. 1618
f. Maeijken, febr. 1622
g. Lijsbeth, juli 1628
IIa. Cornelis Dermoeijen, gedoopt NG Dordrecht mei 1614, kaarsenmaker, trouwde Josijntje Jans
ORA Dordrecht inv. 1624, f. 34v: op 25 juli 1672 verkopen Cornelis Dermoeijen en Adriaen den Broeder, als voogden over de kinderen van Willem Pasman en Anneken Henricx, beiden overleden, voor 2600 gl. aan Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Aelbert Kuijp en de Hengstensteiger of de Kleine Kraan.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 109v e.v.: op 12 sept. 1684 verklaren Franchois, Johannes, Cornelia en Machtelt Dermoeijen, kinderen en erfgenamen van Cornelis Dermoeijen en Josijntgen Jans, wonende te Dordrecht, dat zij onderling verdeeld hebben de goederen, die hun ouders hebben nagelaten, waarbij aan Johannes Dermoeijen toebedeeld is een huis in de Visstraat tegenover de ingang van het Gasthuis, in welk huis hun ouders tot aan hun overlijden gewoond hebben, staande tussen het pakhuis en rookhuis van de erfgenamen van Gerardt van Duijnen en het huis, genaamd “de El”, dat toebehoort aan de Doopsgezinde gemeente.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Cornelia Dermoeij, 1 juli 1639, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Visstraat (1671), trouwde NG Dordrecht/Rijsoord 6/20 sept. 1671 Jacob Vileboort, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1671), bakker
Kind:
a-1. Aagje, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1672
b. Francois Dermoeij, 18 okt. 1642
c. Johannes Dermoeij, geboren naar schatting ca. 1645, volgt IIIa
d.  Pieternel, 25 juli 1646, vermoedelijk jong overleden
e. Gerridt, 14 okt. 1648, vermoedelijk jong overleden
f. Machtelt Dermoeij, 30 aug. 1653
IIb. Willem Fransz. Dermoeij, gedoopt NG Dordrecht april 1617, jongman van Dordrecht wonende in de Visstraat (1642), schiptimmerman (1642), viskoper (1652), azijnmaker (1660),overleden ca. 1661, trouwde NG Dordrecht 18 mei 1642 (ondertrouw) Burgje Teunis Jansdr. (de Leutering), geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht wonende in het Weeshuisstraatje (1642), overleden in of na 1701, dochter van Teunis Jansz. (Leutering), zeilmaker te Dordrecht, en Marike Adriaen Leenaertsdr.
ORA Dordrecht inv. 776, f. 22: op 23 mei 1647 verkoopt Balten Salibos aan Jan Thonisz. Loteringh, burger van Dordrecht een huis in de Wijngaardstraat. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 500 gl. Borg: Willem Fransz. Dermoeijen, schiptimmerman en burger van Dordrecht.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 27 juli 1647: een kind onder de arm van Willem Fransz. Der Moeijen in de Augustijnenkamp.
ORA Dordrecht inv. 778, f. 108: op 16 mei 1652 verkoopt Willem Fransz. Dermoeije viskoper aan Jacob Adriaensz. Turck, schipper te Dordrecht, een huis in de Breestraat omtrent de brug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Anna van Landschoth en dat van Jan Cornelisz. bakker.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 jan. 1653: een kind onder de arm van Willem Fransz. Dermoeijen viskoper in de Weeshuisstraat.
ORA Dordrecht inv. 779, f. 103v e.v.: op 16 mei 1654 verkoopt Dirck van Herwijnen, door de weesmeesters van Dordrecht gemachtigd tot de verkoop van het hierna beschreven huis van Gijsbert van Dalen, voor 700 gl. (te betalen alle jaren met 100 gl.)aan Willem Fransz. Dermoeijen viskoper een huis in de Willem Oskensstraat [Weeshuisstraat], staande naast het huis van Herman Govertsz. kleermaker, en een wijnkelder met erf en toebehoren in het Mazelaarsstraatje [Zakkendragersstraat] naast het huis van Anneken Reijniers, uitkomende met een gang onder het huis van Herman Govertsz. kleermaker in de Willem Oskensstraat. In margine: compareert Burghjen Teunis, weduwe van Willem Fransz. Dermoeijen en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 20 juni 1675.
ORA Dordrecht inv. 782, f. 132v e.v.: op 14 sept. 1660 bekent Willem Fransz. Der Moeijen, azijnmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anneken Jansdr. een somma van 600 gl. wegens geleende penningen, af te lossen met 200 gl. per jaar, daarvoor verbindende zijn huis in de Weeshuisstraat, genaamd “de Mosterpot”, staande tussen het huis van Jan Abrahamsz. kuiper en dat van de erfgenamen van Marijken Rommers.
Weeskamer Dordrecht inv. 24, f. 171v: op 11 jan. 1662 ingeschreven in het weesboek een extract van het testament van Willem Fransz. Dermoeijen en zijn vrouw Burchgien Teunis, gepasseerd op 16 aug. 1645 voor D. Eelbo, notaris te Dordrecht. Gecollationeerd op 3 jan. 1662
.
ORA Dordrecht inv. 789, f. 39 e.v.: op 20 juni 1675 bekent Burghje Teunis, weduwe en erfgename van Willem Fransz. Dermoeijen viskoper, schuldig te zijn aan Anna de Meijer, weduwe van Isaack Crassen, een bedrag van 400 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in het Weeshuisstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Herman Goverts kleermaker en dat van de kinderen van Hans Verhagen.
– 23 aug. 1687: Burchtgen Theunis, weduwe van Willem Dermoeijen, en Ida Bordels, echtgenote van Johannes Rens, stellen zich borg voor Johannes Rens en Theunis Dermoeijen, resp. hun man en zoon, “wegens zoodanigen pacht van fruijt, als d’selve Rens ende Dermoeijen, van dese stadt wegen hebben gepacht ende aengenoome voor den tijt ende termijn van drije achtereenvolgende jaeren”. Burgje Theunis tekent met een merk, Ida Bordels met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 548)
– 13 jan. 1701: comp. voor notaris S. de Moraaz Burgie Teunis, weduwe van Willem Fransz. der Moeije. Zij benoemt tot voogdes over haar minderjarige erfgenamen haar schoondochter Metje van Outheusden, weduwe van haar zoon Teunis Dermoeijen. Tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 640, akte 6, f. 15 e.v.)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Maeijken, 21 juli 1645, jong overleden
b. Theunis Dermoeij, 24 aug. 1648, volgt IIIb
c. Francoeijs Dermoeij, 2 mrt. 1650, commissaris van de schepen van Delft, Gouda, Den Haag en Utrecht (RA Dordrecht, archief 3, inv. 1911, f. 91, akte de 1 sept. 1690), trouwde Antonia van Asperen, dochter van Jan Otten van Asperen, tingieter, en Stijntgen Theunisdr. Rijcken
ONA Dordrecht inv. 323, f. 230: op 29 juli 1674 verklaart Steijntgen Theunis, weduwe van Jan Otten van Asperen, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan NN een bedrag van 200 gl. Maeijken van Asperen, Catharina van Asperen, Franchoijs Dermoeijen en Willem van Coeuverden, burgers van Dordrecht, stellen zich borg voor Steijntgen Theunis, resp. hun moeder en schoonmoeder.
ONA Dordrecht inv. 324, f. 67: op 23 juni 1677 testeert Stijntgen Theunis, weduwe van Jan Otten van Asperen, tingieter en burger van Dordrecht. Zij prelegateert aan haar ongehuwde dochter, het beste bed met toebehoren, het paarse “behangen” en tafelkleed, vier paar slaaplakens, vier paar “fluwijnen” servetten, twee tafellakens en het zilverwerk, dat zij dagelijks “op haer sijde is dragende”, een somma van 400 gl., de grote portretten van haar overleden man, het fijne porselein en een grote zilveren beker, en dat alles omdat haar voornoemde oudste dochter niet alleen de boedel heeft helpen vermeerderen, maar ook omdat haar andere kinderen een uitzetting hebben gehad en om andere redenen haar daartoe moverende. Zij prelegateert aan haar dochter Janna van Asperen een somma van 100 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Maeijken, Anthonia, Catharina, Janna [en Otto van Asperen] of bij vooroverlijden hun kinderen. Als haar zoon zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal zijn erfportie komen aan zijn zusters of hun kinderen. Gedurende zijn verblijf in het buitenland zal zijn erfportie berusten onder zijn oudste zwager, Franchois Dermoeijen. De testatrice wenst, dat haar dochter Anthonia de 200 gl., die zij boven haar uitzet ten huwelijk heeft gekregen, weer in de boedel zal inbrengen, evenals Otto van Asperen de 100 gl., die hij aan gereedschap heeft gekregen, weer in de boedel zal inbrengen en Janna de 100 gl., die zij heeft gekregen, weer in de boedel zal  inbrengen. Haar dochters mogen onder elkaar verdelen al hetgeen “tot haer testatrices lijve ende rugge is behoorende”. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Willem van Blijenbergh, thesaurier en achtraad van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1634 (nieuw), f. 166 e..v.: op 11 nov. 1694 verkopen Anthonij Dormaal, als man van Catarina van Asperen, Willem van Coeverden, als man van Janna van Asperen, voor zichzelf en tevens vervangende Otto van Asperen, die in Oost-Indië verblijft, en Antonia van Asperen, weduwe van Francois Dermoeij, wonende te Middelharnis, samen kinderen en mede-erfgenamen van Stijntje Teunisdr. Rijcken, weduwe van Jan Otto van Asperen, voor 1200 gl. aan Johannes Sterck, burger van Dordrecht, als man van Maeijcken van Asperen, mede dochter en erfgename van Stijntje Teunisdr. Rijcken, vier vijfde parten van een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob van der Wel en dat van Jillis Jansz. kaaskoper.
d. Johannes, 5 juni 1652
e. Willem Willemsz. Dermoeijen, 25 mrt. 1654, schippersgezel
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 135v e.v.: op 26 nov. 1676 verkoopt notaris Samuel van der Heijden, als procuratie hebbende van Paulus van der Heijden, wonende te Amsterdam, voor 2100 gl. aan Willem Willemsz. Dermoeijen, schippersgezel en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Pieter Cras en dat van Pieter Gonné. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400 gl.
f. Maeijken, 31 jan. 1657
IIIa. Johannes Dermoeijen, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende in de Visstraat (1676), viskoper, trouwde NG Dordrecht/’s-Gravendeel 10/25 mei 1676 Jannichje Claesdr. van Lotteringen, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1676)
ONA Dordrecht inv. 326, f. 32: op 28 april 1681 maken Johannes Dermoeijen, viskoper, en zijn vrouw Janneken van Loteringe, burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende, hun testament. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden en, als zij mondig worden of gaan trouwen, hun elk een bedrag van 6 gl. uit te keren.
Kinderen (o.a.):
a. Josina, gedoopt NG Dordrecht 5 sept. 1677
b. Cornelis Dermoeij, gedoopt NG Dordrecht 23 april 1684, zilversmid
c. Nicolaes Dermoeijen, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1686, volgt IV
d. Gerrijt, gedoopt NG Dordrecht 27 juli 1689
IIIb. Theunis Dermoeij, gedoopt NG Dordrecht 24 aug. 1648, jongman wonende in de Weeshuisstraat, trouwde NG Dordrecht 25 mrt. 1683 Metje van Outheusden, jonge dochter wonende in de Visstraat, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 okt. 1712 (Mettie Dermoeij in de Weeshuisstraat), dochter van Aert Heijmansz, van Outheusden en Ida Bordels
ONA Dordrecht inv. 323, f. 48: op 16 dec. 1671 leggen Willem Jansz. van der Beeck, ongeveer 20 jaar oud, en Jan Michiels, 19 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Jacobus Walraven, burger van Dordrecht, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij op maandavond omstreeks 10 uur de rekwirant hebben zien gaan voor het Bagijnhof en dat omtrent het huis van ds. La Noij hem zijn tegemoet gekomen Jacobus de Raven en Theunis Dermoeij, “hebbende alle beijde bloote messen inde handt waer mede sij seer braveerden, ende voor de voeten van de requirant seer schrapten soo dat den requirant moste achterwaerts deijnsen sonder dat den requirant int minste eenich tegenweer heeft gedaen”.
– 4 febr. 1699: Teunis Dermoeij en Metje van Oudheusden, echtelieden, beiden gezond, testeren ten overstaan van notaris J. de Jongh te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam en tot voogd, welke langstlevende gehouden zal zijn aan hun drie jongste kinderen, nl. Margrita, Francois en Stoffel Der Moeije, samen een bedrag van 1000 gl. uit te keren. Zij verklaren, dat “dewijle haer oudste soon Willem Dermoeije [door de burgemeesters ofwel de thesaurier van Dordrecht] … is gegratificeert met een ballast slijkschuijt, ende dat sij testateuren ter dier oorsaake meerder hebben gesussisteert als aen d’ander sijde is geassigneert, dat in plaetse van uijtreijkinge aen den selven, sij … de albereijts verstreckte penningen ter saecke voorsz. aen hem assigneeren voor sijn portie in de nalatenschap van de eerststervende, ende dat … Willem deselve penningen niet gehouden sal sijn, inden gemeenen boedel in cas van deelinge in te brengen”. Akte door beiden ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 593, akte 16,f. 477 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 145: op 13 dec. 1710 verkopen Metje van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeij, voor zichzelf en tevens vervangende haar broer Jan van Outheusden, en Heijmen van Outheusden, viskoper, kinderen en erfgenamen van Ida Bordels, laatst weduwe van Jan Rens, voor 1703 gl. aan Antonij Doorn, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Joh. van Bebron, kruidenier ten noorden en het huis van de verkopers ten zuiden.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 145v: op 13 dec. 1710 verkopen Metje van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeij, voor zichzelf en tevens vervangende haar broer Jan van Outheusden, en Heijmen van Outheusden, viskoper, kinderen en erfgenamen van Ida Bordels, laatst weduwe van Jan Rens, voor 1100 gl. aan Joh. van der Lint, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis aan de zuidzijde van de Varkenmarkt, vanouds genaamd “de Lants Kroon”, staande tussen ten westen de gang en het pakhuis van burgemeester Hugo Eelbo en ten oosten de stal van de heer van de Lind.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 56v: op 21 mei 1711 verkopen “Metje van Outheusden laast wed.e van Theunis Dermoeije mitsgaders Heijme van Outheusden vischkooper binnen deser Stadt, en Jan van Outheusden mede borger alhier, alle kinderen en Erffgenamen van Ida Bordels, in haar leven laast wed.e van Jan Rens Ende verclaarden de twee eersten Comp.ten aanden derden Compt. den voorn. Jan van Outheusden” voor 250 gl. (excl. de lasten) een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, door de koper bewoond, staande tussen het huis van Jan van Nieuburgh en dat van Jan den Romeijn.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 23: op 11 mei 1713 verkopen “Heijmen van Outheusden, viscooper, Willem Dermoeij, koopman binnen dese Stad, soo voor sijn selven als last ende procuratie hebbende van Jan van Outheusden varensgesell volgens den procuratie gepasst. voor den nots. Petrus van Son en seekere getuijgen in date den 31en decemb. 1712 daar van sijnde, Jacob Quintingh, als in Huwelijck hebbende Johanna Margareta Dermoeij, Frans der Moeij, en nog den voorn. Willem Dermoeije en Jacob Quinting als aengestelde voogden o(ver) Christoffel der Moeije, te samen kinderen kintskinderen mitsgrs. Erffgen. van IJda Bordels laast wed.e in haar leven van Jan Rens”, voor 1800 gl. aan Abraham Hordijck, mr. loodgieter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Geerling en dat van Adriaan van Aspere.
ONA Dordrecht inv. 675, f. 194 e.v.: op 24 juli 1713 verkopen Willem Dermoeij, Frans Dermoeij, Christofffel Dermoeij en Jacob Quinting, man van Johanna Margareta Dermoeij, kinderen en erfgenamen van wijlen Metje van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeij, aan Aernout Wijnties, mr.-bakker te Dordrecht, drie naast elkaar staande huisjes, met een stuk erf achter één van die huisjes, ter breedte van 6 1/2 voet “en diepte volgens afteeckeninge op de gront gemaeckt”, staande en gelegen in het Weeshuisstraatje tussen het huis van de erfgenamen van Michiel van Aensorgh en het huis van Jan Gardenier. De koopsom bedraagt 1000 gl., waarvan de koper zes maanden na de overdracht 200 gl. zal betalen.
ONA Dordrecht inv. 675, f. 196 e.v.: op 16 dec.1713 verkopen bovengenoemde verkopers voor 140 gl. aan Jan Bossi een pakhuis, staande in het Mazelaarsstraatje tussen het huis van de erfgenamen van Michiel van Aensorgh en het huis van Catharina de Roo.
ORA Dordrecht inv. 809, f. 78v: op 11 jan. 1714 transporteren bovengenoemde erfgenamen aan Johannes Bossij, kuiper en burger van Dordrecht, een pakhuis in het Mazelaarsstraatje, hebbende een vrije uitgang in het Weeshuisstraatje en staande tussen het huis van Jan Schuttel en dat van Catarina de Roo.
ORA Dordrecht inv. 809, f. 97 e.v.: op12 april 1714 comp. Heijman van Outheusden, Jacob Quinting, meester-zilversmid te Dordrecht, getrouwd met Johanna Margrita Dermoeij, als last en procuratie hebbende van Willem Dermoeij, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht op 10 april 1714 en procuratie hebbende van Jan van Outheusden, volgens procuratie gepasseerd voor de Dordtse notaris P. van Son op 31 dec. 1712, en Frans Dermoeij en Stoffel Dermoeij, allen kinderen en kleinkinderen van IJda Bordels, in haar leven weduwe van Jan Rens. Comparanten transporteren aan Govert Gravendijk, commandant van de “stads slikschuijten” en viskoper te Dordrecht een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Antonij van Dooren en het huis bewoond door Joghem Vreempt. Gravendijk betaalt voor het huis 720 gl. contant. Hij verkocht het tien jaar later aan de hoedenmaker Matthijs van der Vloet.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Wilhelm Dermoeij, 20 dec. 1683, jongman van Dordrecht (1711), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 jan. 1711 (volgens attestatie van ondertrouw van Waalwijk) Elisabeth de Gester, jonge dochter van Waalwijk en wonende aldaar (1711)
b. Johanna Margrietje Dermoeij, 19 nov. 1685, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 dec. 1740 (Johanna Margareta der Moeij, de vrouw van Jacob Quinting, in de Voorstraat bij de Beurs, met gewone koetsen), trouwde Jacob Quinting
c. Franssoijs Dermoeij, 31 mrt. 1687, jongman van Dordrecht wonende in het Weeshuisstraatje (1711), wijkmeester (RA Dordrecht archief 3, inv. 1916, f. 200v, akte dd 21 aug. 1730), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8 mrt. 1711 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder) Dijna Naijen, jonge dochter geboortig van Andel (1711)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
c-1. Teunis, 30 dec. 1711
c-2. Dirk der Moeij, 7 april 1714, jongman van Dordrecht wonende bij de Boomstraat (1746), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9 april/8 mei 1746 (de geboden gaan in de Waalse kerk; de bruidegom geassisteerd met zijn vader Francois der Moeij*) Cornelia Verster, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boomstraat (1746)
* “Alsoo de ouders van de bruijd met naame de Heer Adrianus Verster en juffrouw Cornelia Rees, weijgerden te consenteeren in het voorz. voorgenoomene huwelijk van haar dogter, dewelke over de 23 jaaren oud is, soo zijn deselve ingevolge het 3e art. vande Politique Ordonnantie, op heden door de Camerb. daar van kennisse gegeven ende geïnsinueert. Dewijle de voorn. ouders niet zijn opgekomen nogte eenige wettige redenen hebben ingebragt, soo zijn de voorn. persoonen alhier getrout op den 8e meij 1746 … in de France kerk”.
c-3. Metje, 7 april 1720
c-4. Adriana Dermoeij, 12 febr. 1723, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 juli 1763 (Adriana Dermoeij, dochter van Fransois Dermoeij, bij het Melkpoortje, met drie koetsen extra)
c-5. Antonia Dermoeij, 10 juni 1725, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 6 juli 1725 (het kind van Frans Dermoeij, genaamd Anthonia, op de Voorstraat, in de kerk begraven, beide ouders leven)
c-6. Antonij Dermoeij, 21 aug. 1729
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 25v: op 1 mei 1766 verkoopt Cornelis Tukkers, burger van Dordrecht, voor 85 gl. aan Antonij Dermoeij, koopman te Dordrecht, een huisje in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en het huis van P. Nieuwenhuijse.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 323: op 1 febr. 1803 verkoopt Anthonij Dermoeijen, wonende in Den Haag, voor 3720 gl. aan Stoop en Van Rijndorp, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Boomstraat en het Melkpoortje, getekend C:179, staande tussen het huis van de grutter Noteman en de suikerraffinaderij van de kopers.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 323v: op 1 febr. 1803 verkoopt Anthonij Dermoeijen, wonende in Den Haag, voor 635 gl. aan Hendrik Francois Decourt, wonende te Dordrecht, een stal en koetshuis, staande in de Nieuwkerkstraat tussen het het pakhuis van de koper en het erf van Gerrit Steenbus.
c-7. Johanna Margrita Dermoeij, 8 juni 1736, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1766), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 nov. 1766 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Aalburg, 30 nov. 1766 attestatie gegeven) ds. Franciscus Sterk, jongman (1766), predikant te Aalburg en Heesbeen
d. Stoffel, 26 april 1689, jong overleden
e. Christoffel (Stoffel) Dermoeij, 15 mrt. 1690
f. Burgje, 1 juni 1691, jong overleden
IV. Nicolaas Dermoeijen, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1686, controleur van de inmeester van de vis (RA Dordrecht archief 3, inv. 77, akte dd 17 juni 1718), zoutmeter (doet afstand van dat ambt: RA Dordrecht archief 3, inv. 1916, f. 83v, akte dd 13 febr. 1719), trouwde Anna van der Gans
ORA Dordrecht inv. 816, f. 192v: op 11 okt. 1731 verklaart Nicolaas Dermoeij, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Claas Wels, burger van Dordrecht, een bedrag van 800 gl., verbindende een huis met een pakhuis of kaarsenmakerij daarnaast, staande in de Visstraat tussen het huis van Jacobus Callé en de gang van de Doopsgezinde gemeente.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 148v: op 12 febr. 1743 verkoopt Nicolaas Dermoeij, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Abraham Kools, schipper en burger van Dordrecht, en Cornelia Carlebur, weduwe van Johannes Langenhoff, wonende te Dordrecht, een pakhuis of kaarsenmakerij, staande in de Visstraat tussen het huis van de verkoper en dat van Petrus Bonnet.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 111v: op 10 juni 1755 verkoopt Cornelis Dermoeij, viskoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Anna van der Gans, weduwe van Nicolaas Dermoeij, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Bernardus Schingels, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Aart van der Snik en dat van Jan Langenhoff. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 400 gl.
Kinderen (o.a.):
a. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1711
b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1714, volgt V
c. Francoijs, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1729
V. Cornelis Dermoeijen, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1714, jongman van Dordrecht wonende in de Visstraat (1737), viskoper, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/16  juni 1737 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Nicolaas Der Moeijen, de bruid met haar vader Jacob Quintingh) Johanna (Anna) Quintingh, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1737)
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 173v: op 22 nov. 1753 verkoopt Cornelis Dermoeijen, viskoper en burger van Dordrecht, als enige erfgenaam van Teunis Amerooij, voor 350 gl. aan Johannes Crollius, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis Ouboter en dat van Gerrit Kruijsselberg.
Kinderen:
a. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1739
b. Johanna Margaretha, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1741
c. Nicolaas, gedoopt NG Dordrecht 31 mrt. 1745
d. Metje Dermoeijen, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1747, ongehuwd, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 11 jan. 1806 (overleden op 7 jan. 1806, Steegoversloot C:1300)
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 18v: op 13 mrt. 1800 verkoopt Metje Dermoeijen, wonende te Dordrecht, voor 1225 gl. aan Hermanus Smak Gregoor en Andries Ambrosius, beiden wonende in Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, uitkomende aan de stadsgracht, getekend C:1508 en staande tussen het huis van Cornelis de Koning en dat van Joost van Keppelen.
e. Clasina Dermoeijen, geboren naar schatting ca. 1750, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1774), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/27 nov. 1774 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Heije, de bruid met haar vader Cornelis Dermoeijen) Hendrik Heije, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Wijnbrug (1774)
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 211v: op 2 sept. 1788 verklaart Clasina Dermoeijen, weduwe van Hendrik Heije, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan haar zuster Metje Dermoeijen, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Convent en dat van Jan Anthonij van Stuijvenberg.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 70: op 1 nov. 1796 verkoopt Clasina Dermoeijen, weduwe van Hendrik Heije, wonende te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Govert Kamermans, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, met de grote toonbank, voetbank, vier tonnen, platen en kleerstokken, maar met uitzondering van de winkelplanken, de kleine toonbank etc., staande tussen het huis van ds. Carp en dat van Jan Stuijvenbergh.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
e-1. Cornelis, 22 aug. 1777
e-2. Jan, 14 aug. 1779
e-3. Nikolaas, 15 dec. 1781
e-4. Geertruida, 19 nov. 1783
e-5. Anna Cornelia, 25 mrt. 1786
e-6. Petrus Johannes, 26 jan. 1788