Van den Honaert

Literatuur:

M. Balen, Beschryvinge van Dordrecht (Dordrecht 1677), p. 1273 e.v.

W.M.C. Regt, Genealogie van het geslacht Van den Honert, in De Nederlandsche Leeuw 1928, kol. 260-269

I. Rochus van Wesel Thomasz., trouwde Maria van Toll

Kinderen:

a. Thomas van Wesel gezegd van den Honert Rochusz., volgt IIa 

b. Pieter van den Honert Rochusz., volgt IIb

c. Maria van den Honaert Rochusdr., trouwde Blasius Brouwer Arentsz., schepen van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 1555, akte 538, dd 6 juni 1590)

IIa. Thomas van Wesel gezegd van den Honert Rochusz., trouwde Ida Willemsdr. de Jonge

ORA Dordrecht inv. 1555, akte 703: op 15 sept. 1590 transporteren Jan Gijsbertsz. in den Engel en Henrick Pietersz. van den Honaert, als man van Anneken Gijsbertsdr. in den Engel, aan Thomas van den Honaert Rochusz., ontvanger van de gemene middelen in het kwartier van Dordrecht en schepen in wette van Dordrecht, een rentebrief ten laste van de stad Dordrecht, hen aangekomen door overlijden van hun vader resp. schoonvader Gijsbert Jansz. in den Engel, thesaurier van Dordrecht. 

Kinderen:

b. Rochus van den Honert Thomasz., volgt IIIa

IIb. Pieter van den Honert Rochusz., trouwde Helena Mol Dirksz.

Kind: 

a. Thomas Pietersz. van den Honert, volgt IIIb

IIIa. Rochus van den Honert Thomasz., geboren Dordrecht 13 mrt. 1572, van Dordrecht (1600), overleden ‘s-Gravenhage 30 jan. 1638, trouwde NG Dordrecht 17 sept. 1600 (ondertrouw, door schrijven van ‘s-Gravenhage, op 8 okt. 1600 getuigenis gegeven om in Den Haag te trouwen) Margareta Hallincq gezegd Pauli, van Dordrecht (1600), dochter van Johan Hallincq gezegd Pauli en Elisabeth Hermansdr. van der Bies

“De bestuurder en diplomaat mr. Rochus van den Honert is een goed voorbeeld van een literair begaafde Dordtenaar die in zijn tijd om zijn dichtkunst in een groot netwerk van vrienden, collega’s en bekenden, een uitstekende reputatie genoot. Om zijn verstandige en gematigde politieke optreden werd hij breed gewaardeerd, maar hij heeft zelf relatief weinig gepubliceerd. Als liberaal regent zocht hij de publiciteit evenmin en heeft zich ook maar in beperkte mate in de godsdienstige twisten tussen gereformeerden en remonstranten willen mengen.

Na de Latijnse school in Dordrecht werd Rochus Honerdius op 31 augustus 1587 als student rechten ingeschreven aan de Leidse academie. Hij was daar kostleerling bij kanunnik Willem van Assendelft (circa 1540-1615). In 1591 vergezelde hij zijn docent, de befaamde hoogleraar in de letteren Justus Lipsius, en diens leerling Petrus Bertius (toekomstig hoogleraar ethica) op hun reis naar Duitsland. Beiden behoorden tot de religieus gematigde intellectuelen en werden op termijn (weer) katholiek. Op 9 oktober 1593 promoveerde Rochus aan de universiteit van Bazel tot licentiaat in het romeins en het kerkelijk recht, op dezelfde dag als zijn stadgenoot Jacobus ab Eynde, in wiens gezelschap hij die reis zal hebben gemaakt. Het jaar daarop werd hij beëdigd als advocaat voor het Hof van Holland en Zeeland.

Hij werd stadsadvocaat (pensionaris) van Dordecht in 1596, plaatsvervangend schepen in 1597, veertigraad in 1598, schepen in 1600. Gecommitteerd namens Dordrecht in de Rekenkamer van het Zuiderkwartier van Holland, 1598-1600, op een salaris van f 300; gecommitteerde raad in het Zuiderkwartier, 1601-1603. Daarna ging hij over naar de rechtspraak. Vanaf 17 november 1603 was hij raadsheer, vervolgens eerste raadsheer van de Hoge Raad van Holland en Zeeland, tot aan zijn overlijden. Hoofdingeland van Delfland 1618. Vanwege het gewest Holland was hij commissaris politiek op de nationale synode van Dordrecht, in 1618-1619, en vervolgens op de provinciale synodes van Hoorn 1623 en Enkhuizen 1624. In 1630 was hij vanwege zijn gematigde opvattingen in kerkelijke zaken een goede kandidaat om de overleden raadpensionaris van Holland Anthony Duyck op te volgen, maar het ambt ging naar Adriaen Pauw. In 1627 werd zijn vermogen in Den Haag geschat op f 50.000.

In 1627 werd hij door de Staten van Holland samen met de Amsterdamse burgemeester Andries Bicker, zijn neef Simon Govertsz van Beaumont en jonker Gijsbert van den Boetzelaer als gezant naar Zweden en Polen gezonden om te bemiddelen in de conflicten tussen de koningen van die twee landen en om enkele handelsvoorrechten voor Holland te bedingen. Gijsbert overleed al voor het vertrek, de drie anderen keerden in 1628 vrijwel onverrichterzake terug. Samen met Bicker wist Rochus in 1635 wel een verlenging van het bestand te bewerken dat de twee koningen in 1629 hadden gesloten. Daarom werd hij op 18 november 1635 door koningin Christina in de Zweedse ridderschap opgenomen. In 1632 publiceerde hij een geïllustreerd verslag van zijn reis.

Rochus van den Honert stond bekend als een vriendelijk mens met een aangenaam karakter. Hij was een gematigde gereformeerde en behoorde tot de liberale middengroepen in het openbaar bestuur. In zijn grote intellectueel netwerk bevonden zich vanaf het begin ook verscheidene geleerden die katholiek waren gebleven en hij stond zelf niet ver van de remonstranten, maar na de synode van Dordrecht sloot hij zich toch niet bij hen aan. Wel nam hij van 1619 tot 1626 aan de Leidse academie de plaats in van de remonstrantse curator Cornelis van der Myle, de schoonzoon van Johan van Oldenbarnevelt die toen op grond van een beschuldiging van hoogverraad gevangen was gezet. Op de synode van Dordrecht zelf stelde Van den Honert zich op het standpunt dat hij als rechter in de Hoge Raad voorrang moest krijgen op de edelen en de gedeputeerden van de steden. Toen dat niet werd gehonoreerd, weigerde hij aanvankelijk in de synodezaal te verschijnen. Op 13 november 1618 legde hij in een brief aan de raad van Dordrecht rekenschap af van zijn principes op dat gebied.

Hij gold in brede kringen als een uitstekende latinist, al verscheen van zijn hand maar weinig op dat gebied. Hij publiceerde te Leiden in 1611 twee Latijnse drama’s, de Bijbelse tragedie Thamara, in rederijkersstijl, en een over Mozes als wetgever, Moses de Tafelbreker. Volgens het voorwoord op Thamara had hij de Christus Patiens van Hugo de Groot en de Herodes Infanticida en Auriacus van Daniel Heinsius tot voorbeeld genomen, omdat die tragedies het beste beantwoorden aan de regels van het treurspel. Van zijn eigen Auriacus [= Oranje] is de tekst niet overgeleverd. Wel liet hij veel gedichten in handschrift na, waaronder een reeks Epigrammata die na zijn dood in allerlei privéverzamelingen terechtkwamen. Zijn literaire kwaliteiten werden vaak geroemd, bijvoorbeeld door Hugo de Groot, Caspar Barlaeus, Daniel Heinsius, Gerardus Joannes Vossius, Pieter Cornelisz Hooft en Constantijn Huygens, met wie hij ook correspondeerde. Voorafgaand aan de publicatie liet Hooft de tekst van zijn Nederlandsche Historiën door Van den Honert controleren.

Publicaties:

Thamara tragoedia (Leiden, Johannes Patius, 1611).
Moses legifer sive nomenclastes (Leiden, Johannes Patius, 1611).
Dachtafel van mijn eerste gezantschap (Utrecht, Abraham Boot, 1632).
Iournael, van de legatie, gedaen in den iaren 1627 en 1628 by de Heeren Rochus vanden Honert, Andries Bicker, ende Simon van Beaumont, te samen by de Heeren Staten-Generael afgesonden, op den vrede-handel tusschen de Coninghen van Polen ende Sweden (Amsterdam, Michiel Colijn, 1632).

Uitvoerige Latijnse bijdragen onder de naam Honardius in het album amicorum van Blasius Boucquet (1566-1591) te Leiden 1588-1591; en als Honerdius in het album amicorum van Ernst Brinck (1582-1649), burgemeester van Harderwijk en gezant, 8 oktober 1616. (Koninklijke Bibliotheek: KW 1900 A 145, f. 47r-48r (Album Boucquet) ; 133 M 87 (3), f. 46r (Album Brinck).

(regionaalarchiefdordrecht.nl)

Kind (o.a):

a. mr. Johan van den Honert, geboren ca. 1615, volgt IV 

IIIb. Thomas Pietersz. van den Honert, geboren naar schatting ca. 1570,  van Dordrecht (1593), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 april 1644 (een baar op het Marktveld voor Thomas Pietersz. van den Honaert, anderhalf graf), trouwde NG Dordrecht 14/30 nov. 1593 Grietke (Margareta) van de Loo Joost Pietersdr., “vande Soom bij Breda” (1593), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 okt. 1638 (een baar voor de vrouw van mijnheer Van den Honaert, op het Marktveld) 

Kinderen:

a. Pieter van den Honaert Thomasz., gedoopt NG Dordrecht mei 1604, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), commies stapelier, overleden tussen 1 april 1645 en 24 nov. 1648 (ONA Dordrecht inv. 44, f. 532),  trouwde NG Dordrecht 14/30 okt. 1640 Margareta Bordels,  gedoopt NG Dordrecht mei 1609, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1653), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 sept. 1681 (een zwarte baar voor Margrieta Bordels, weduwe van Cornelis van Esch, het blazoen met de kast), trouwde 2e NG Dordrecht 19 okt./4 nov. 1653 Cornelis van Esch, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1653), dochter van Johan Bordels en Rochia van Diemen (cf. ONA Dordrecht inv. 326, f. 278, akte dd 5 juni 1684) 

ONA Dordrecht inv. 67, f. 425: op 14 aug. 1641 testeren Pieter van den Honaert Thomasz. en zijn vrouw Marguarita Bordels, hij gezond, zij ziek in het kinderbed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen te Dordrecht een somma van 50 gl. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een uitzet te geven alsmede onder hen allen een bedrag van 3000 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 22, op 5 mei 1643 verkoopt Jan Jansz., wonende te Bommel, als procuratie hebbende van zijn vader Jan Cornelisz. grutter, voor 1900 gl. aan Pieter van den Honaert een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van Hendrick Wens en dat van de weduwe van Gerrit Walburch, strekkende van de straat tot aan de muur van Walburch en “springende achter de acht voeten erff” van het huis van Wens tot aan het erf van het huis, genaamd “den Nachtegael”, dat eveneens eigendom is van Hendrick Wens.   

ONA Dordrecht inv. 84, f. 329: op 1 april 1645 verkoopt Pieter van den Honaert, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van zijn vader Thomas van den Honaert, voor 1075 gl. aan Floris Cornelisz. van den Heuvel een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Mariken Theunisdr., weduwe van Aert Jansz. Kaes, en de gang van het pesthuis. 

ONA Dordrecht inv. 91, f. 61: op 14 febr. 1653 verkoopt Margarita Bordels, weduwe van Pieter van den Honaert, voor 1000 gl. aan Paulus van Visnich, waagknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat aan de waterzijde, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van de weduwe van Jasper Claesz. smid. De verkoopster behoudt in eigendom de gang, waarover het huis gebouwd is, op voorwaarde, dat de koper daardoor zijn waterloop mag maken.  

ONA Dordrecht inv. 91, f. 88: op 17 mrt. 1653 verkoopt Margarita Bordels, weduwe van Pieter van den Honaert, voor 1100 gl. aan Nelleken Jans, weduwe van Pieter Boeijen, een huis in de Tolbrugstraat aan de waterzijde, staande tussen het huis van Pauwels van Visnicht en het lege erf van de verkoopster. 

ONA Dordrecht inv. 69, f. 275: op 24 okt. 1653 comp. Marguarita Bordels, weduwe van Pieter van den Honaert Thomasz., geassisteerd met Cornelis van Esch, haar aanstaande bruidegom. Zij toont het testament, dat zij met haar overleden man heeft gepasseerd op 14 aug. 1641, waarbij zij verplicht is haar vier kinderen, m.n. Marguarita, 12 jaar oud, Sophia, 11 jaar oud, Thomas, 10 jaar oud en Geertruijt van den Honaert, 9 jaar oud, te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Na het bezien van haar tegenwoordige “staet”, die door het overlijden van haar man, van haar man en schoonmoeder aanzienlijk is verbeterd en “geaugmenteert”, heeft zij besloten  haar kinderen als hun vaderlijke goederen elk “begroot” te hebben een somma van 10.000 gl., uit te reiken als zij mondig worden of gaan trouwen, daarbij inbegrepen hun uitzet, die zij gehouden is aan hen te geven. 

ONA Dordrecht inv. 186, f. 259: op 4 juni 1677 verleent Margrieta Bordels, eerst weduwe van [Pieter] van den Honaert en laatst van Cornelis van Esch, procuratie aan Samuel van der Heijden, notaris te Dordrecht, om te transporteren aan de kinderen en erfgenamen van dr. Johan de Jongh, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] bij de Beurs op het Marktveld, staande tussen het huis en de brouwerij van Hendrick van den Santheuvel, genaamd “den Orangienboom”, en het huis van ds. Johannes Dibbetius, waar uithangt “de Nachtegael”. Het huis is verkocht aan dr. De Jongh voor 10.000 gl. 

ONA Dordrecht inv. 188, f. 334: op 24 mei 1681 testeert Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, burgeres van Dordrecht, redelijk gezond zijnde. Zij bevestigt het testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht op 23 aug. 1680. Zij legateert aan haar dienstmaagd Elisabeth Franckot, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een bedrag van 200 gl. en een “eerlijck” rouwkleed, aan Grietgen Schouten, die op de Arend Maartenshof woont, een jaarlijkse uitkering van 30 gl., aan Johanna Dibbets, oudste dochter van Sophia van den Honert, haar dochter, of bij vooroverlijden de volgende dochter, haar “paarlen bracelet”, vier dik, om de hand, en aan Geertruij van den Honert, de vrouw van burgemeester Willem Bollaert, haar dochter, haar parelsnoer, twee dik, om de hals, voor 700 gl. Voorwaarde bij dat laatste is, dat Sophia van den Honaert of bij vooroverlijden haar kinderen, en de kinderen van haar overleden dochter Margrieta van den Honaert ter compensatie uit de boedel van haar, testatrice, in contant geld een bedrag van 700 gl. zullen krijgen. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar dochters Sophia en Geertruijt of bij vooroverlijden hun kinderen, alsmede de drie kinderen van haar overleden dochter Margrieta. De testatrice wil, dat Petrus Stricken, de oudste zoon van Margrieta, van zijn erfportie alleen het vruchtgebruik zal hebben. De eigendom ervan zal komen aan zijn kinderen, of, indie hij geen kinderen nalaat, aan zijn halfbroer en -zuster of hun kinderen, of, indien zij geen kinderen zullen nalaten, aan de overige kinderen of kindskinderen van de testatrice. Zij wenst ook, dat de twee overige kinderen van haar dochter Margrieta, genaamd Johan en Elisabeth van Neurenberch, de goederen, die zij van haar of van hun halfbroer zullen erven, niet bij testament zullen wegmaken of vervreemden vóór hun 25e jaar of voordat zij gaan trouwen. Als zij echter daarvoor komen te overlijden moet hun erfdeel komen aan de overige kinderen of kindskinderen van de testatrice. In dat geval zal hun halfbroer Petrus Stricken van die goederen zijn leven lang het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar schoonzoons ds. Franciscus Dibbetius en Willem Bollaert. Zij wil niet, dat aan haar schoonzoon, Jacobus van Neurenberch, een inventaris van haar nalatenschap geleverd zal worden, “off dat hem wegens haren boedel off sijner kinderen goederen eenige openinge sal werden gedaen”.    

ONA Dordrecht n.198, f. 132, akte dd 1 okt. 1681: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, gemaakt op verzoek van ds. Franciscus Dibbetius, als man van Sophia van den Honaert, burgemeester Willem Bollaert, als man van Geertruijt van den Honaert, en de voogden van de kinderen van Margrita van den Honaert, samen kinderen en erfgenamen van Margrita Bordels.

Meubels, huisraad en inboedel.

Boeken:

– vijf boeken in folio met zwart leer, “bestaende in rechten”

– alle werken van [Jacob] Cats in folio

– Biblia latina in folio

– Acta sinodij nationalij in folio

– Johannes Scheijndewinus Instutionis in folio

– Joachimi Minsingeri Apotelisma in folio

– drie boeken in folio “in rechten”

– Minsingerus ad instituta in folio

– Jean de Bodin Anguin de la republice in folio

– Anthonius Gommesius de varijs resolutionibus in folio

– Nieuwe Kijsers Cronijck in folio

– Biblia Sacra, heel oud, in folio

– Franse Mercurius bestaande uit 11 stukken in octavo

–  20 boeken in het Latijn, Frans en Duits, in quarto, dik en dun

– Corpus juris in zes stukken, incompleet, in octavo

– Jean de Sevris in octavo drie delen

– nog 40 allerhande boeken

Schilderijen:

– een schilderij zijnde een altaarstuk met twee deuren voor de schoorsteen

– een landschap

– een nachtgezicht met twee oude mannen

– een schilderij van Juda en Tamar

Tamar is de schoondochter van Juda (een zoon van Jakob). Om te voorkomen dat ze alleen achterblijft zonder kinderen, verkleedt ze zich als prostituee. Ze raakt zwanger van Juda en baart een tweeling: Peres en Zerach.(Genesis 38:25)

School van Rembrandt, Juda en Tamar

– een schilderij met een naakt vrouwenbeeld

– een groot “gesteecke” schilderij

– een schilderij met een naakte geboeide man

– een scheepvaart met pen getekend

– een gezelschap

– een gezelschap wat kleiner

– een schilderij met Christus die de wisselaars de tempel uitdrijft 

– een schilderij waarin Jozef voor Potifar wordt gebracht

– een schilderij met twee “tronijen”

– een schilderij met pen getekend

– twee schilderijen met fruit

– twee landschappen

– twee schilderijen met beeldjes

– dertien “slechte” schilderijen en bordjes

Schilderijen, die zijn verkocht op een openbare veiling op 21 okt. 1681

– een schilderij van Juda en Tamar

– een bloempot van Basteijn

– het kleinste gezelschap van Jolis

– een scheepvaart van Vroon

– twee landschapjes in de gang

– twee landschappen met beelden

– een landschap door Van Geel in het achterkamertje

– een naakt vrouwenbeeld boven de kast

– een scheepvaart met de pen getekend op de voorkamer

– zeven schilderijtjes met het huis van Nassau

– twee ronde schilderijtjes van Vroon

– twee “postuerkens off tronien” in het zomerkamertje

– een bloempotje

– twee ronde schilderijtjes

– tien prenten van de prinsen van Oranje en het huis van Nassau

– drie oude schilderijen

– vijf oude “conterfeijtsels”

– twee schilderijen met eiken lijsten

– twee oude portretten

– tien schilderijtjes groot en klein

– een portret van Thomas van den Honaert

– een portret van Jacob Bordels

– een portret van Margrieta Bordels

– twee portretten van Johan Bordels en zijn vrouw

– een portret van Margrieta van den Honaert

– een groot schilderij met een boerenkermis van Molenaar

– een landschap van Knipbergen

– een schilderij met Pyramus en Thisbe

– twee achtkanten schilderijen, het ene met vis en het andere met fruit

– een klein landschap

– een scheepvaart van Vroon

– een naakt splintermannetje

– een bloempot

– een portret van een oude vrouw

– een schilderijtje van Petrus in de gevangenis

– een banketje voor de schoorsteen in het achterkamertje

Deze schilderijen hebben opgebracht 101 gl. 11 st.

ONA Dordrecht inv. 189, akte 104: op 29 jan. 1683 verkoopt Willem Bollaert, oud-burgemeester en thesaurier van de stad Tholen, als executeur-testamentair en voogd over de onmondige kinderen van Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, tevens vervangende zijn zwager en mede-executeur en voogd, ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Tholen, voor 9425 gl. aan ds. Henrick Francken, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Tolbrug, genaamd “de Lantscroon”, staande tussen het huis van Dudley Irish, Engels koopman, en dat van Abraham Cuijper, als man van de weduwe van Geeraert Vos. Het verkochte huis heeft achter een tuin, twee woningen en een uitgang naar de Varkenmarkt, alsmede een erf, dat verhuurd wordt en uitkomt in de Tolbrugstraat Waterzijde, (vanouds genaamd “de Coeijstalle]. Bij de koop is o.a. inbegrepen het goudleer in de achterkamer, en ledikanten, kasten, platen, een rustbank en andere losse goederen, die door schepenen zijn getaxeerd op 1542 gl. (ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26v, akte dd 22 juni 1683)

Kinderen:

a-1. Margarita van den Honaert, geboren ca. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Tolbrug (1660), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), trouwde 1e NG Dordrecht 29 febr./16 mrt. 1660 Johan Stricken, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1660), koopman, 2e NG Dordrecht 7/23 okt. 1668 Jacob van Neurenberch Johanz., jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), koopman  

ONA Dordrecht inv. 186, f. 256: op 1 juni 1670 comp. Jacob van Neurenberch, als vader en voogd van zijn twee onmondige kinderen, door hem verwekt bij Margrieta van den Honaert, genaamd Johan en Elisabeth van Neurenberch, enerzijds en Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, en ds. Franciscus Dibbetius, predikant in Tholen, als grootmoeder en aangetrouwde oom van moederszijde en testamentaire voogden over voornoemde kinderen,, anderzijds. De comparanten zijn met elkaar overeengekomen, dat Jacob van Neurenberch wegens het onderhouden van zijn kinderen sedert het overlijden van zijn vrouw tot heden niets zal mogen eisen ten laste van de kinderen, “bijaldien deselve off iemant van haer beijden soo lange int leven sijn, tot dat sijluijden gecomen sullen wesen tot mondigen daege off huwelijcken staten”. In dat geval zal hij zijn kinderen om niet blijven onderhouden, totdat hij het aan de voogden zal opzeggen. Maar indien de kinderen beiden voordien komen te overlijden, zal hij wegens het onderhouden van zijn kinderen uit hun moederlijke goederen, voor elk van hen beiden een somma van 150 gl. ontvangen. 

Kinderen:

Ex 1:

a-1-1. Pieter Stricken van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1660, jongman van Dordrecht (1682), trouwde NG Rotterdam 24 mei/8 juni 1682 Maria Biscop, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Wijnstraat ald. (1682)

a-1-2. Alijda Stricken, gedoopt NG Dordrecht 12 nov. 1661

a-1-3. Reijnier, gedoopt NG Dordrecht 24 okt. 1664

Ex 2:

a-1-4. Johannes van Neurenberch, gedoopt NG Dordrecht 13 sept. 1669

ONA Dordrecht inv. 193, f. 236: op 13 okt. 1694 comp. Johan van Neurenberch en Elisabeth van Neurenberch, wonende te Dordrecht, kinderen van wijlen Margrieta van den Honert, laatst echtgenote van Jacob van Neurenberch, die van de Staten van Holland op 19 april 1694 brieven van veniam aetatis verkregen hebben. De comparanten verklaren, dat Sophia van den Honert, weduwe van ds. Franciscus Dibbets, en Geertruijt van den Honert, eerst weduwe van burgemeester Willem Bollaert, en laatst van kapitein Anthonij van der Perre, hun tantes, zijnde Franciscus Dibbets en Willem Bollaert beiden geweest executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, hun grootmoeder van moederszijde, en Franciscus Dibbets alleen voogd van de goederen, die zijn nagelaten door Margrieta van den Honert en door Alida Stricken, hun halfzuster, aan hen hebben gedaan rekening van alle goederen, die hun zijn aanbestorven door overlijden van hun moeder, grootmoeder en halfzuster.   

a-1-5. Elisabeth van Neurenberch, gedoopt NG Dordrecht 10 juli 1671

a-1-6. Margarita, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1673, jong overleden 

a-2. Pieter, aug. 1641, jong overleden

a-3. Sophia van den Honaert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, trouwde NG Dordrecht 17 nov. 1658 ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Tholen (1655-1693)

a-4. Thomas van den Honaert, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1643, OSP

ONA Dordrecht inv. 329, f. 48: op 7 mrt. 1665 testeert Thomas van den Honaert, ongehuwd persoon, wonende in Dordrecht. Hij legateert aan Hans Smits, notaris in Dordrecht, of bij diens vooroverlijden zijn kinderen, een somma van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zuster Sophia van den Honaert, echtgenote van ds. Franciscus Dibbetius, predikant in Tholen, of bij vooroverlijden haar kinderen, voor een 1/3 part, zijn zuster Geertruijd van den Honaert, voor een 1/3 part, en de kinderen van zijn zuster Margarita van den Honaert, de vrouw van Johan Stricke, samen voor een 1/3 part. Dat alles op voorwaarde, dat zijn moeder, Margarita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, haar leven lang van die goederen het vruchtgebruik zal hebben. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zwagers Johan Stricke en ds. Franciscus Dibbetius.

a-5. Geertruijt van den Honaert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1665), weduwe wonende te Tholen (1687), trouwde 1e  NG Dordrecht (proclamatie te Tholen) Willem Bollaert, jongman van Bergen op Zoom (1665), arts, schepen en thesaurier van Tholen, burgemeester van Tholen, 2e kapitein Hulst/Koudekerke 19 juli/3 aug. 1687 kapitein Anthonij van der Perre, weduwnaar wonende te Hulst (1687), trouwde 1e Maria van Coolwijck 

b. Geertruijt van den Honaert Thomasdr., geboren naar schatting ca. 1610, trouwde NG Dordrecht 14 jan. 1629 Blasius van Haarlem Blasiusz. de jonge

Kinderen:

b-1. Jannette, gedoopt NG Dordrecht mei 1631

b-2. Margriet, gedoopt NG Dordrecht aug. 1632

b-3. Blasius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633

b-4. Josijna, gedoopt NG Dordrecht nov. 1636

c. Joost, gedoopt NG Dordrecht nov. 1611

IV. mr. Johan van den Honaert Rochusz., geboren naar schatting ca. 1615, jongman van Dordrecht wonende in Den Haag (1640), advocaat voor het Hof van Holland, overleden 14 april 1667, trouwde 4/20 nov. 1640 (proclamatie te ‘s-Gravenhage) Cornelia Hallincq Hermansdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640)

“[S]tudent te Leiden 14 februari 1635, promotie in de rechten te Orléans winter 1637/1638, advocaat voor het Hof van Holland 1638, raad van Dordrecht 1640-1641, schepen in 1647 en 1652, veertigraad 1650, gecommitteerde raad in de Staten van Holland 1657-1659, buitengewoon ambassadeur in Polen 1659, raadsheer in het Hof van Holland 1663, gehuwd te Dordrecht 4 november 1640 met zijn achternicht Cornelia Hallincq (1615-1681), dochter van mr. Herman Johansz Hallincq (circa 1583-circa 1638), advocaat, meermaals schepen van Dordrecht tussen 1614 en 1636, burgemeester van ‘s Heeren wege (aangesteld door de stadhouder) 1628, 1633, 1637, gecommitteerde in de Generaliteits Rekenkamer 1638), en van Anna de Jonge; uit dit huwelijk zeven kinderen”. (regionaalarchiefdordrecht.nl)

9 mei 1648: Arnoult van Ravesteijn, kleermaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van dijkgraaf Johan Sijmonsz. Indervelde, verkoopt aan mr. Johan van de Honaert, schepen in wette van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Schut en dat van Hendrick Jansz. Vrijmoet. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 85)

9 mei 1648: Anthonij Viveen, Johan de Meijer en Johan Michielsz. Deijlman, als procuratie van Adriana Cornelisdr., weduwe van Hendrick Jansz. Vrijmoet, verkoopt aan Johan van de Honaert, schepen in wette van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Dirck Jansz. de Both. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 85 e.v.)

7 mei 1669: Cornelia Hallings, weduwe van Johan van den Honaert, raad ordinairs in het Hof Provinciaal van Holland, geassisteerd met Rochus van den Honaert, advocaat voor het Hof Provinciaal van Holland, verkoopt voor 12.900 gl. aan Pieter de Langais, wonende te Rotterdam, een huis in het Steegoversloot, staande tegenover de St. Jorisdoelen tussen het huis van Willem de Ruijter en dat van de erfgenamen van De Both.  (ORA Dordrecht inv. 1622, f. 99)

22 dec. 1676: “hr. Johan vander Mast rentmr. vande Beijerlanden als Speciale laast ende procuratie hebbende van de heer mr. Willem Hallincg out magistraet” van Dordrecht, verkoopt voor 10.000 gl. aan Cornelia Hallincq, weduwe van Johan van den Honert, raad in het Hof Provinciaal van Holland, “Seeckere wooninge gelegen opde gront vande Meruwe inde Zuijtpolder van Dubbeldam groot int geheel hemelsbreet vijff en twintigh mergen dertien Roeden lants, waer van bedijckt is vijftien mergen ii xxxii roe, eene merge xxx roeden dijckstal wert voorsz. lant beplant met note Boomen, twee hondert een en ’t negentigh roeden sijnde den halve wech beplant met oppe boomen, acht mergen Roerden buijten gors gemeen in sestien mergen xx roede mitsgrs het huijs, schuijr, wagekeet, ende verdre Timmeragie en(de) plantagie appendentie ende dependentie vandien” (ORA Dordrecht inv. 1780, f. 84)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Anna, 1 okt. 1641

b. Rochus, 10 juli 1643

c.  mr. Herman van den Honert, geboren Dordrecht 2 aug. 1645, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1645, volgt V

d. Margareta, 14 juni 1647

e. Cornelia, 30 jan. 1651

f. Pieter, 17 mrt. 1653

g. Johan, 16 aug. 1655 

V. mr. Herman van den Honert, geboren Dordrecht 2 aug. 1645, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1645, jongman van Dordrecht (1675), doctor juris (Leiden 29 juni 1666), secretaris van Dordrecht, verscheidene malen burgemeester van Dordrecht tussen 1702 en 1727, overleden Dordrecht 6 aug. 1730, trouwde NG Dordrecht 14/30 juli 1675 Anna de Witt, geboren ‘s-Gravenhage 27 dec. 1655, jonge dochter van ‘s-Gravenhage wonende te Dordrecht (1675), overleden 26 nov. 1725, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 dec. 1725 (Anna de Witt, vrouw van burgemeester mr. Herman van den Honert, 10 koetsen extra, wapenbord voorgedragen, 5 sleepmantels), dochter van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, en Wendela Bicker (NNBW [internet])

Herman van den Honert

Anna de Witt

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 138 e.v.: op 15 mei 1698 verkoopt Francois Auxbrebis, koopman wonende te Amsterdam, als man van Elisabeth Pompe van Slingeland Michielsdr. en mede-erfgenaam van Elisabeth de Lange, weduwe van Michiel Pompe van Slingeland, lid van de Oudraad van Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van zijn vrouw, voor 8500 gl. aan mr. Herman van den Honert, lid van de Oudraad van Dordrecht, een groot “aensienlijck” huis in het Steegoversloot, staande tegenover de St. Jorisdoelen tussen het huis van Jacobus Beij en dat van Pieter Willemsz. van Venloo. 

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 134: op 9 sept. 1706 verkoopt Mattheus Sonnemans, muntmeester van de Munt, voor 650 gl. aan mr. Herman van den Honert, regerende burgemeester van Dordrecht, waardijn van de Munt en dijkgraaf  van de Alblasserwaard, etc., drie huisjes, “geappropieert” tot een stal. staande op de hoek van de Zakkendragersstraat in de Doelstraat.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 33: op 26 mei 1707 verkopen mr. Herman van den Honert, presiderende burgemeester van Dordrecht, en Simon Muijs van Holij, lid van de Oudraad te Dordrecht, als voogden over de kinderen van wijlen mr. Johan de Witt, heer van Hekendorp, secretaris te Dordrecht, voor 7500 gl. aan Jacob Keur, koopman te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt aan de landzijde, uitkomende met een vrije uitgang onder het pakhuis van Franchois de Coert, brouwer te Dordrecht, staande naast het huis van Elisabeth Taarlingh, eerder weduwe van kapitein Wierick Boeff en thans echtgenote van de heer Van Botland.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 19v: op 22 april 1727 verkoopt Pieter van Venrooij, burger van Dordrecht, voor 510 gl. aan mr. Herman van den Honert, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacob Telders.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. mr. Cornelis van den Honert, geboren naar schatting ca. 1685, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1727), schepen van Dordrecht, landdrost van Zuid-Holland, ontvanger van het Hollands konvooi te Middelburg, burgemeester van Dordrecht, lid van de Rekenkamer van de Staten van Holland, begraven Dordrecht (Grote Kerk), 10 april 1762 (mr. Cornelis van den Honert, overleden in Den Haag, met tien koetsen extra en een wapenbord, de hoogste boete, laat geen kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 mrt. 1727 (ondertrouw, volgens attestatie  van ondertrouw te Gorinchem dd 6 mrt. 1727, op 23 mrt. 1727 attestatie gegeven) Alida van der Does, weduwe geboren en wonende te Gorinchem (1727), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 juli 1743 (Alida van der Does, de vrouw van burgemeester Cornelis van den Honert, met 10 koetsen extra en een wapenbord, de hoogste boete, laat geen kinderen na),  trouwde 1e Johan van Grootveldt, raad van Gorinchem en gecommitteerde raad van de Staten van Holland

b. Cornelia Wendelina van den Honert , 2 jan 1686, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1754 (Cornelia Wendelina van den Honert, in het Steegoversloot, met zeven koetsen extra, de eerste boete) 

c. Maria van den Honert, geboren naar schatting ca. 1686, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 jan. 1712 (volgens attestatie van ondertrouw te ‘s-Gravenhage) Martinus Donius van Eversdijck, weduwnaar 

d. Johan, 24 febr. 1687

e. Anna, 19 dec. 1687

f. Agnita Jacoba van den Honert, 26 dec. 1691, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 jan. 1762 (Angenita Jacoba van den Honert, in het Steegoversloot, met zeven koetsen extra, de eerste boete)

g. Rochus, 18 april 1695

h. Catharina Wilhelmina van den Honert, 10 mrt. 1698, jonge dochter van Dordrecht (1718), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 jan. 1766 (Catharina Wilhelmina van den Honert, de vrouw van burgemeester Cornelis de Witt, tegenover de Nieuwbrug, met een wapenbord en 10 koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG 11/28 sept. 1718 (de bruidegom geassisteerd met Johan van Berckel, raad en vroedschap van Rotterdam, zijn voogd, en Johan de Witt, heer van Hekendorp, Snellerwaard, Zuid- en Noord-Lindschoten, ontvanger van de grafelijkheidstol van Geervliet, zijn broer, en de bruid met haar vader Herman van den Honert, burgemeester van Dordrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, curator van de Leidse Universiteit, waardijn van de Munt van Holand, en Martinus Donius van Eversdijk, commies van de “generaliteijts financie”, haar behuwd broer) Cornelis de Witt, geboren Dordrecht 14 mei 1696, jongman van Dordrecht (1718), burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 12 okt. 1769, zoon van Johan de Witt en Wilhelmina de Witt

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 62v: op 15 nov. 1763 verkoopt mr. Cornelis de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht, als man van Catharina Wilhelmina van den Honert, voor 375 gl. aan Gijsbert van Mourik, burger van Dordrecht, een stal en koetshuis in de Doelstraat, staande op de hoek van het Zakkendragersstraatje. 

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 122: op 29 mei 1770 verkoopt mr. Johan de Witt, vrijheer van Jaarsveld, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Herman Cornelis de Witt, baljuw van de Merwede en achtraad van Dordrecht, en van Anna Cornelia de Witt, wonende te Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van mr. Cornelis de Witt, burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Maria Hardus, weduwe van Willem Hardus, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Francois Baltz en de Stadsleenbank, alsmede een stal en koetshuis erachter, uitkomende op de haven. 

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht)

f-1. mr. Johan de Witt, 7 dec. 1720, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug (1742), vrijheer van Jaarsveld, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 april 1742 (ondertrouw, volgens attestatie van Leiden dd 3 mrt. 1742) Abigael Constantia Roos, gedoopt NG Amsterdam 23 sept. 1722, jonge dochter van Amsterdam wonende te Leiden (1742), dochter van Dirk Roos en Hester van Veen

NG trouwboek Leiden 3 mei 1742: mr. Johan de Witt, jongman van Dordrecht wonende aldaar, geassisteerd met Catarina Wilhelmina van den Honert, zijn moeder, en Abigail Constantia Roos, jonge dochter van Amsterdam wonende in de Haarlemstraat geassisteerd met Dirk Roos, haar vader, moet attestatie van Dordrecht overbrengen

ONA Amsterdam inv. 9226, akte 351933: op 31 jan. 1753 comp. Zacharias Zijlmans, suppoost van de Weeskamer te Amsterdam, die samen met mr. Cornelis de Witt, burgemeester van Dordrecht, is gemachtigd om waar te nemen het recht van Cornelis, Hester en Pieter Constantijn de Witt, de drie minderjarige kinderen van mr. Jan de Witt en Abigail Constantia Roos, ten aanzien van de nalatenschap van de oudtante van de kinderen, Petronella Anna van Veen, weduwe van Moses van Eijs. De comparant verklaart procuratie te verlenen aan Bernardus Sanderson, schout van Loenen en Nieuwersluis, om “aanbreng” te doen van zodanige effecten als de 20e penning in de provincie Utrecht subject zijn en aldaar betaald moeten worden door overlijden van Petronella Anna van Veen, die is overleden te Amsterdam op 25 nov. 1752, “van zodanige effecten in linea collaterale verschuld”.  

Kind:

f-1-1. Cornelis de Wit, vrijheer van Jaarsveld, geboren Dordrecht 20 aug. 1743, wonende in de Wijnstraat bij de Schrijversstraat (1784), veertigraad van Dordrecht, overleden Dordrecht 2 juni 1813 (Wijnstraat C:160 en 144), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 mrt. 1784 (ondertrouw, aan huis, getrouwd Jaarsveld 4 april 1784) Emmerentia van Renten, weduwe geboren te Leiden, wonende in het Steegoversloot (1784), overleden Dordrecht 11 mei 1820 (Wijnstraat B:160), dochter van Jan van Renten en Margaretha Vermaas

Regionaal Archief  Dordrecht, archief 34, inv. 3, f. 14, 18 juli 1813: overdracht van een huis in het Steegoversloot door Cornelis de Wit van Jaarsveld aan Arnoldus de Groot

f-1-2. Hester Constantia de Witt, gedoopt NG Dordrecht 5 jan. 1745, van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1766), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 mrt. 1770 (Hester Constantia de Witt, de vrouw van Henderik de Roo, op de Wolwevershaven, laat geen kinderen na, met een wapenbord en 10 koetsen extra, de hoogste boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 mei 1766 (ondertrouw, de geboden gaan te Leiden, de bruidegom geassisteerd met zijn ouders mr. Johan Hendrik de Roo, heer van de Westmaas, burgemeester van Dordrecht, en Johanna Onderwater, de bruid met haar vader mr. Jan de Witt, vrijheer van Jaarsveld, schepen van Dordrecht) mr. Hendrik de Roo, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1766), trouwde 2e Gerardina Maria van Eijsden (zie ook de genealogie De Roo op deze website)    

Hester Constantia de Witt

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 202: op 28 febr. 1771 verkoopt mr. Cornelis de Witt, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zwager mr. Hendrik de Roo, wonende te Dordrecht, “usufructuaire” erfgenaam van zijn vrouw Hester Constantia de Witt, voor 6500 gl. aan mr. Guilliam Balthazar Emants, pensionaris van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis, genaamd “Stokholm” en het huis van Arnoldus Lubbertus Rossijn. 

f-1-3. Pieter Constantijn, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1750

f-2. Anna Wilhelmina, 23 juni 1722

f-3. Wilhelmina Maria, 12 okt. 1723

f-4. Herman, 4 sept. 1725

f-5. mr. Herman Cornelis de Witt, 14 sept. 1728, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug (1761), begraven Dordrecht 30 jan. 1778 (mr. Herman Cornelis de Witt, hoofdofficier van Dordrecht en baljuw van de Merwede, met een wapenbord en tien koetsen extra, de hoogste boete, laat een kind na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mrt./7 april 1761 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader burgemeester Cornelis de Witt, de bruid met haar vader Otto Buck) Magdalena Cornelia Buck, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat naast de Munt (1761), trouwde 2e ds. Jacob van den Doorslag, predikant te Dordrecht

“Herman Cornelis de Witt geb. te Dordrecht 12 Sept. 1728, gest. ald. 23 Jan. 1778 …. Hij studeerde te Leiden in de rechten, waar hij 12 Juli 1746 ingeschreven werd (Album i.d.). In 1758 was hij lid van het college van de achten te Dordrecht en sedert 1761 baljuw en dijkgraaf van de Merwede. Hij huwde 7 April 1761 met Magdalena Cornelia Buck (die na zijn dood hertrouwde met J.H. van den Doorslag, predikant te Dordrecht). Uit dit huwelijk werd een zoon Cornelis geboren, die heel jong (12 Febr. 1773) stierf, en een dochter Maria. Deze laatste (geb. 19 April 1777, gest. 1 April 1861) was na het overlijden van haren neef Cornelis … de laatste afstammelinge van den raadpensionaris Johan … de Witt in de rechte lijn. Zij huwde 3 Sept. 1798 Mr. H.P. Hoog”. (NNBW [internet])

ORA Dordrecht inv. 1667, f. 139: op 23 febr. 1773 verkoopt Anthonij Balthazar van den Brandeler, schepen van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Sophia Repelaer, weduwe van mr. Franchois van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 15.000 gl. aan Herman Cornelis de Witt, hoofdofficier van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het Haringstraatje en het huis en de brouwerij van Cornelis Melchior van Nievervaart.

Kinderen:

f-5-1. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1772, jong overleden

f-5-2. Maria de Witt, gedoopt NG Dordrecht 23 april 1777, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij het stadhuis (1798), overleden Dordrecht 1 april 1861 (Voorstraat C:883), trouwde Gerecht Dordrecht 17 aug./3 sept. 1798 (de ouders van de bruidegom zijn overleden, de bruid geassisteerd met haar stiefvader ds. Jacob van den Doorslag en haar moeder Magdalena Cornelia Buck, eerder weduwe van mr. Herman Cornelis de Witt)mr. Hermanus Pieter Hoog, gedoopt NG Rotterdam 5 jan. 1769, jongman geboren te Rotterdam wonende in Den Haag (1798), lid van de Provinciale Staten en van de Raad van Dordrecht, ridder van de orde van de Nederlandse Leeuw, overleden Dordrecht 8 dec. 1847 (Groenmarkt A:293), zoon van Johannes Hoog en Catharina Hoogwerff

Maria de Witt, foto door F. Carlebur, fotograaf in Dordrecht (Foto: RA Dordrecht)


f-6. Anna Cornelia de Witt, 2 nov. 1729