1000e penning Dordrecht 1626

Laatst bijgewerkt op 11 april 2024.

De 1000e penning (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975) bevat de namen van degenen, van wie het geschatte vermogen 1000 ponden of meer bedroeg. Dat vermogen is te berekenen door het getal achter hun naam te vermenigvuldigen met 1000. De namen van degenen, die om wat voor reden dan ook – overleden, verhuisd, insolvent, etc. – niet meer in Dordrecht  belastingplichtig waren, zijn doorgehaald, maar nog wel leesbaar. Die doorgehaalde inschrijvingen zijn hieronder met cursieve letters weergegeven.

Dordrecht had in deze tijd ruim 18.000 inwoners [W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988), p. 77].

De 1000e penning van 1626 bevat naar schatting 1700 a 1800 inschrijvingen, waarvan sommige meerdere personen betreffen: het totale aantal belastingplichtigen zal ongeveer 2000 personen bedragen hebben, ofwel ruim 10 procent van de totale bevolking.

Met een geschat vermogen van 325.000 gulden was Arent Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en  stichter van de Arend Maartenshof in Dordrecht, verreweg de rijkste inwoner van de Merwestad. (Zie f. 10v.) *

* Ter vergelijking: in 1631 waren de vijf rijkste inwoners van Amsterdam:

(de erven van) Jacob Poppen 500.000 gl.

Guillermo Bartholotti 400.000 gl. 

Guillermo Bartolotti, door David Bailly


Balthasar Coymans 400.000 gl.

Adriaen Pietersz. Rap 354.000 gl.

Dirk Alewijn 325.000 gl.

(J. I. Israel, De Republiek 1477-1806 [Franeker 2001], p. 383)

1 pond = 1 gulden = 20 stuivers

nihil habet = bezit niets

Romeinse cijfers zijn omgezet naar arabische cijfersen het pondteken is vervangen door het woord pond of ponden

Aanvullende gegevens en toevoegingen staan tussen rechte haken.

De 1000e penning van Dordrecht (1626)

(Bron: SA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3 (1572-1795), inv. 3975, f. 1-137v)

Geraadpleegde literatuur:

M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht. (Hilversum 1992)

M. Balen, Beschryvinge van Dordrecht (Dordrecht 1677)

J.L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen(Dordrecht 1931/1936)

H. A. van Duijnen, C. Esseboom, I. Dewald (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. (hieronder aangehaald als Jaarboek Oud-Dordrecht 2007) (Dordrecht 2007)

C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003) (Dordrecht 2003)

W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (Zaltbommel 1974)

J. van de Maas, Het huis “De Gulden Os” (overdruk van twee artikelen in de Dordrechtsche Courant van 4 en 11 sept. 1920 [Bibliotheek RA Dordrecht, cat.nr. 10.186])

A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht (Sliedrecht 1998)

A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht. (Amsterdam 2006) [Hierna aan te halen als Hic Conditur.]

L. Panhuysen, De ware vrijheid: de levens van Johan en Cornelis de Witt (Amsterdam 2007)

Teerste quartier beginnende vande Groote Kerck inde Voorstraet [Grotekerksbuurt] tot aende Vischbrugge ende soo voort wederom aen d’andere zijde tot aende Groote Kerck, ende voorts opde Nieuwe Haven.

f. 1

In den eersten.

De weduwe van Jacob Frans Wittens 36 ponden

[Jacob de Witt Fransz., geboren 3 jan. 1548, burgemeester van Dordrecht (1601, 1602, 1615, 1616, 1619, 1620), overleden 14 dec. 1621, zoon van Frans de Wit Cornelisz. en Liduwi van Beveren Pietersdr., trouwde ca. 1574 Elisabeth Heijmans Andriesdr., overleden 1632, “woonden in’t Aal-oude Huys Cruyssenborch”. (Balen, o.c., deel II, p. 1330)

Kinderen (Balen, o.c., deel II, p. 1330 e.v.):

a. Frans de Witt Jacobsz., overleden 8 nov. 1610, trouwde Margrieta Rutgers Wijnandsdr., overleden 31 juni 1636

b. Lidia de Witt, trouwde Cornelis Ruijsch Nicolaasz. (zie hieronder)

c. Aletta de Witt, overleden 11 sept. 1607, trouwde 1e okt. 1597 Isaak van de Corput Henriksz., predikant te Breda, 2e 27 april 1603 Balthasar Lidius Martinusz., predikant te Dordrecht, overleden 20 jan. 1629

Kinderen:

ex 1:

c-1. Abrahamus van den Corput Isaaksz., predikant te Giessen-Nieuwkerk

ex 2:

c-2. ds. Isaak Lidius, geboren 1604

c-3. ds. Martinus Lidius, predikant te Breda

d. Sara de Witt, geboren 1591, overleden 1653, trouwde 5 april 1615 Jacob Focanus, geboren 1584, predikant te Vucht

e. Maria de Witt, OSP, trouwde Johan Nijssen, burgemeester van Dordrecht

f. Johanna de Witt, OSP, trouwde Daniël de la Vigne, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht

g. mr. Andries de Witt, OSP

h. Cornelia de Witt Jacobsdr., OSP 1654, trouwde NG Dordrecht 19 nov./10 dec. 1628 Thomas Boudicius (Boudicx), predikant in de Lindt en Heeroudelandsambacht, “wonende in’t Huys vanouds genoemd Cruijssenborg”. (Balen, o.c., deel II, p. 1332)

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 79 e.v.: op 25 jan. 1632 verklaren Lidia de With Jacobsdr., weduwe van Cornelis Ruijsch, ds. Thomas Boudicx, predikant, als man van Cornelia de With Jacobsdr., ds. Jacobus Vocanus, predikant te Bleskensgraaf, als man van Sara de With Jacobsdr., ds. Abrahamus van de Corput, predikant, en ds. Isaacus Lidius, predikant, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer ds. Martinus Lidius, predikant, en Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Andries de With, raad van het Hof van Holland, als voogd over de vier kinderen van Frans Jacobsz. Wittensz., allen kinderen, kleinkinderen en mede-erfgenamen van Jacob Frans Wittensz. en Elsken Andriesdr., dat zij de goederen, die dat echtpaar heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Daarbij is aan ds. Thomas Boudicx toegevallen een huis en houttuin, staande en liggende bij de Grote Kerk tussen het huis van Mattheus Rees aan de ene zijde en het huis, genaamd”de Vlas[s]ack” en het huis van Franchoijs Sijmonsz. in de Velde.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.]

De weduwe van Cornelis Ruijsch 12 ponden

[Cornelis Ruijsch Claesz. (Nikolaesz.), van Maastricht (1595), brouwer, weduwnaar van Maastricht (1606), trouwde 1e NG Dordrecht 17 sept./15 okt.1595 Lisbeth Bouwensdr. de Koninck, van Dordrecht (1595), 2e NG Dordrecht 2 april/7 mei 1606 Liedewij (Lidia) de Witt Jacobsdr., van Dordrecht (1606), dochter van Jacob de Witt Fransz. en Elisabeth Heijmans Andriesdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1331)

ONA Dordrecht inv. 11, f. 583: op 24 sept. 1615 testeren Cornelis Ruijsch Nicolaesz., koopman van wijnen en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Lidewij de Wit Jacobsdr. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden. Als hij als eerste van hen beiden komt te overlijden, zal zij als prelaat krijgen het beste bed met toebehoren en een somma van 800 gl., en zullen alle overige goederen voor de ene helft komen aan zijn vrouw en de andere helft aan zijn kinderen. Als al die kinderen voor hun huwelijk of andere “geapprobeerde” staat komen te overlijden, zal de testatrice uit zijn goederen ontvangen een somma van 1500 gl. en zijn overige goederen zullen dan komen aan zijn erfgenamen ab intestato, behalve zijn neef Nicolaes Ruijsch, die hij van zijn nalatenschap uitsluit. Als zij de eerststervende is, wenst zij dat haar man in het bezit zal blijven van alle goederen, die zij dan zullen bezitten met uitzondering van haar kleren, juwelen en kleinodieën, waarvan zij wenst, dat die verkocht zullen worden en waarvan de opbrengst door de hierna te noemen voogden belegd zal moeten worden ten behoeve van haar kinderen, aan wie zij bovendien een bedrag van 1600 gl. legateert. De testateur zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot zij 21 jaar zijn geworden, of tot wanneer zij gaan trouwen. Als die kinderen echter voordien komen te overlijden, zullen de opbrengst van haar kleren etc. en het legaat van 1600 gl. komen aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden en namens hem mr. Coenraet Ruijsch en Pieter Slingerburch en namens haar Jacob Frans Wittensz., haar vader, mr. Andries de Wit en mr. Franchois van der Burch.]

Jan Leendertsz. int Vlashuijs 6 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652), f. 1: Joost Jacobsz. van Houck int Vlashuijs betaalt 10 ponden]

f. 1v

De weduwe van Rogier Quirijnen [van de Wercken, schipper, koopman] 36 ponden

[I. Quirijn Zieren, geboren naar schatting ca. 1530, overleden voor 6 aug. 1607, trouwde naar schatting ca. 1555 Catilina Ockersdr.

ONA Dordrecht inv. 4, f. 264: op 6 aug. 1607 testeert Catilina Ockersdr., weduwe van Quirijn Zieren. Zij legateert aan de huisarmen te Dordrecht een somma van 25 gl. en aan de andere armen van Dordrecht eveneens 25 gl. Zij prelegateert aan haar beide ongehuwde dochters Marijken en Magdaleenken het huis, waarin zij en haar dochters wonen, met alle huisraad, inboedel, goud, zilver, linnen en wol, uitgezonderd haar kleren en juwelen. Zij prelegateert bovendien aan haar beide dochters elk een bedrag van 4000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij de kinderen van haar overleden zoon Cornelis Quirijnen voor een zesde part en haar overige kinderen Rogier, Bastiaen, Apollonia, Maria en Magdalena Quirijnen of bij vooroverlijden hun nakomelingen, elk voor een zesde part. Voorwaarde daarbij is, dat zij, behalve Marijken en Magdalena, daarvan alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zoons Rogier en Bastiaen Quirijnen en haar schoonzoon Francois Snoeck Geraerts.

Kinderen (volgorde willekeurig):

a. Marijken Quirijnen, ongehuwd

b. Magdaleenken Quirijnen, ongehuwd

c. Cornelis Quirijnen van de Wercken, geboren naar schatting ca. 1565, overleden voor 6 aug. 1607, trouwde NN

ONA Dordrecht inv. 60, f. 587: op 21 juni 1642 comp. Maria van de Wercken, weduwe van Hermanus Cochelijnus, wonende te Leiden, Abraham van de Wercken en Ocker van de Wercken, wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat tussen hen nog onverdeeld is gebleven drie vierde parten van een huis, genaamd “den Kleinen Beijtel”, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van Johan Willemsz. van Liesvelt en dat van Wijnant Jansz. Houtouw kleermaker, welk huis hun is aangekomen bij overlijden van hun vader Cornelis Quirijnen van de Wercken. Maria en Ocker hebben hun aandeel in het huis overgedragen aan hun broer Abraham.

Kinderen:

c-1. Maria van de Wercken, trouwde Hermanus Cochelijnus

c-2. Abraham van de Wercken

c-3. Ocker van de Wercken, geboren ca. 1600,  zilversmid

ONA Dordrecht inv. 77, f. 119v: verklaring dd 2 okt. 1639 door o.a. Ocker van de Wercken, zilversmid, ongeveer 39 jaar oud.

d. Rogier Quirijnen, geboren ca. 1557, volgt II

e. Sebastiaen Quirijnen, zie hieronder bij f. 28

f. Apollonia Quirijnen, geboren naar schatting ca. 1558, van Dordrecht (1586), trouwde NG Dordrecht 16 nov./dec. [zonder dagnummer] 1586 Frans Gerritsz. Snouck, van Dordrecht (1586), lakenkoper

II. Rogier Quirijnen van de Wercken, geboren ca. 1557, korenkoper, overleden tussen 24 juli 1624 en 14 nov. 1626, trouwde Janneken Claesdr.

NG trouwboek Dordrecht 11 jan. 1587: Rogijer Karijnen en Jennicken Claes Jansdr, beiden van Dordrecht, getrouwd 25 jan. 1587

ORA Dordrecht inv. 718, f. 282: op 22 aug. 1589 verkoopt Rogier Quirijnen aan mr. Pieter Pietersz. een jaarlijkse landcijns van 12 stuivers, verzekerd op een huis, “weesende twee woninghen” in de Grotekerksbuurt aan de Poortzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen Lijsgen van Muilwijck en dat van Jacques Halewijn. Rogier Quirijnen heeft dat huis gekocht van mr. Pieter Pietersz. “mette lasten” van 26 Rijnse gl. 5 st. jaarlijkse losrente “den penning sesthijen”.

ORA Dordrecht inv. 745, f. 123: op 21 okt. 1599 verklaart Jan Jansz. van Burick de oude zich te “constitueren contreborge ten behouve van Rogijer Quijrijnen voor alsulcken borgtocht bedraegende ter somma van zes hondert dertich k[arolus]guldens met de intereste vandien volgende d’obligatie als hij Rogijer Quijrijnen ten behouve van Thonis Thonisz. backer zal. voor Jan Jansz. Caesman den Jongen sijns comparants soo[n] gedaen ende gepresteert heeft”, daarvoor verbindende zijn huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd “de Bijbel” en het huis van Reijnijer de kousmaker.

ONA Dordrecht inv. 20, f. 6: verklaring dd 3 jan. 1614 door Rogier Quirijnen, wonende te Dordrecht, 57 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 1600, f. 58v: op 29 aug. 1623 verkoopt Pieter Ros, steenhouwer en burger van Dordrecht, aan Rogier Quirijnen, koopman en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 18 gl. en 15 st., verzekerd op een huis achter in de Nieuwkerkstraat.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 59v: op 24 juli 1624 verkoopt Marijcken Aerts, weduwe van Huijbrecht Cornelisz., aan Rogier Crijnen, een jaarlijkse losrente van 8 gl. en 15 st., verzekerd op een huis in de Nieuwe Breestraat.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 51: op 14 nov. 1626 verkoopt Grietken Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz., aan Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen,  een jaarlijkse losrente van 10 gl., verzekerd op een huis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Jan Lauwerensz. en de brouwerij “het Rijpland”.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 175 e.v.: op 13 juli 1628 compareert voor een Dordtse notaris Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen van de Wercken. Zij bevestigt de testamentaire dispositie, die zij met haar man., Rogier Quijrijnen, heeft gepassseerd op 21 april 1623 voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht, waarop zij echter de volgende de wijzigingen wil aanbrengen. In plaats van de helft van de somma van 250 gl., die zij met haar man gelegateerd heeft aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht, wil zij nu slechts een somma van 62 gl. legateren, aan de Heilige Geest ter Groter Kerk in plaats van de helft van 150 gl. slechts 37 gl. en aan het Weeshuis te Dordrecht in plaats van de helft van 150 gl. eveneens slechts 37 gl. Voorts wil zij, dat, in het geval haar dochter Magdalena Rogiers voor haar man Frans Symonsz. Indervelde komt te overlijden, laatstgenoemde tot aan zijn overlijden of tot wanneer hij gaat hertrouwen het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zij, testatrice, bij haar vorige testamentaire dispositie dd 21 april 1623 onder bepaling van fideï-commis heeft vermaakt, namelijk de gerechte helft van haar goederen. Zij geeft haar dochter Magdalena de vrije beschikking over de wederhelft van die goederen, zijnde de legitieme en de trebellianique portie. Tenslotte wenst de testatrice, dat haar broer Cornelis Claesz. en de broer van haar overleden man, Sebastiaen Quirijnen, er zorg voor zullen dragen, dat de door haar na te laten goederen en die van haar man, op welke de bepaling van fideï-commis betrekking heeft, naar behoren beheerd worden, zonder evenwel, dat zij zich hebben te bemoeien met de opvoeding van de kinderen van haar dochter, Magdalena Rogiers, welke voorbehouden zal zijn aan degenen, die Magdalena en haar man als voogden over de kinderen zullen aanstellen. Getuigen: mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat en diens zoon Maerten Oom. Testatrice tekent met haar naam.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 669: op 11 aug. 1661 verklaren Willem Pietersz. van Bergen en Hans Wagens, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Quirinus Inder Velden, wonende onder Hulsterambacht, dat zij zeer goed gekend hebben Rogier Quirijnen van de Wercken, koopman te Dordrecht, en dat hij heeft nagelaten drie dochters, m.n. Marija Rogiersdr. van de Wercken, non in het klooster St. Geertruijt te ‘s-Hertogenbosch en daar overleden, Catharijna Rogiersdr. van de Wercken, “geestelijcke dochter”, die te Antwerpen is overleden, en Magdaleena Rogiersdr. van de Wercken, die getrouwd is geweest met Franchois Inder Velden, koopman te Dordrecht, beiden aldaar overleden. De attestanten verklaren voorts, dat Franchois Inder Velden en Magdalena Rogiersdr. van de Wercken hebben nagelaten zes kinderen, t.w. Sijmon, Quirinus, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna Inder Velden, die erfgenamen ab intestato zijn geworden van Rogier Quirijnen van de Wercken.

Kinderen:

a. Marija Rogiersdr. van de Wercken, non te ‘s-Hertogenbosch

b. Catharijna Rogiersdr. van de Wercken, “geestelijke dochter”, overleden te Antwerpen

c. Magdalena Rogiersdr. van de Wercken, trouwde Gerecht Dordrecht 4/29 mei 1622 Franchois Indervelde, koopman te Dordrecht

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 4 mei 1622: aangetekend Franchoijs in der Velde jongman geassisteerd met Cornelis Jansz. zijn oom en Magdalena Rogiers [van de Wercken] jonge dochter geassisteerd met Janneken Claesdr. haar moeder en met schriftelijk consent van haar vader Rogier Quirijnen, getrouwd 29 mei 1622

Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, 3 april 1631: als gildebroeder in het Houtkopersgilde opgenomen Franscoijs Simonsz. in der Velden, heeft zes kinderen, t.w. Simon, Corijn, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna in der Velden, betaalt 7 1/2 gl.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 669 e.v.; op 11 aug. 1661 verklaren Willem Pietersz. van Bergen en Hans Wagens, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Quirinus Indervelden, wonende onder Hulsterambacht, dat zij zeer goed gekend hebben Rogier Quirinusz. van de Wercken, koopman te Dordrecht, die heeft nagelaten drie dochters, t.w. Marija, non in het klooster van St. Geertruijt te Den Bosch en daar overleden, Catharijna, geestelijke dochter, overleden te Antwerpen, en Magdhaleena Rogiers van de Wercken, die getrouwd was met Franchoijs Indervelden, koopman te Dordrecht, beiden aldaar overleden. Franchoijs en Magdalena hebben zes kinderen nagelaten, nl. Sijmon, Quirinus, Rogier, Johannes, Nicolaes en Anna Indervelde, die de enige erfgenamen ab intestato van Rogier Quirijnen van de Wercken zijn.]

Abraham Quirijnen, seijt woont tot Sevenberge 2 ponden

Pieter Sijmonsz. Crom 6 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 27 mrt. 1616 Pieter Simensz. Crom lakenbereider en Ermgert Jan Jansdr., beiden van Dordrecht, getr. 12 april 1616

Jan Adriaenssen steenhouder 2 ponden

Lijsbet Gerritsdr. 3 ponden

f. 2

Jan Henricxsz. [van Slingelant] laeckencooper

[NG trouwboek Dordrecht 4 nov. 1607: Jan Henricxsz. van Slingelant lakenkoper en Adriana van den Broeck Melchiorsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 25 nov. 1607

{ORA Dordrecht inv. 1594, f. 76 e.v.: op 14 aug. 1617 verklaren Sijmon Woutersz. van Duijnen, Janneken Woutersdr. van Duijnen, Aeltgen Woutersdr. van Duijnen, en Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Abraham Jansz. van Duijnen, zoon van wijlen Jan Woutersz. van Duijnen, samen vervangende Clara Woutersdr. van Duijnen, allen kinderen resp. kleinkind en erfgenamen van Wouter Jansz. van Duijnen en Neeltgen Jans, dat bij de boedelscheiding van hun ouders resp. grootouders aan Abraham Woutersz. van Duijnen is toebedeeld een huis, genaamd “Loosduijnen”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingeland en Jacob Jacobsz. timmerman. Abraham Woutersz. van Duijnen is schuldig aan Cornelis Adriaensz., burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 71v: op 17 mei 1629 verkoopt Jan Henricxsz. van Slingelant, burger van Dordrecht, aan Pieter van Dijck, burger van Dordrecht, een huis in de Groetkerksbuurt, staande tussen het huis van Willem Jansz. Wens en de Schuitnemakersstraat. Het huis heeft zijn hele muur tot aan het huis van Pieter van Diemen kuiper. Waarborgen: Melchior van den Brouck en Abraham van Slingelant, burgers van Dordrecht.]

Jaecques Jaecquesz. timmerman 6 ponden

Jacob Dionijsz. [Bisschop] cleermaker 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1616: Jacob Dionijsiusz. kleermaker van Dordrecht wonende tegenover het huis van Dibbetius en Anna van Beveren jonge dochter van Utrecht, per schrijven van daar, 10 sept. 1616 bescheid gegeven om te Utrecht te trouwen.

De naam Bisschop wordt vermeld bij de doop van zoon Joannes (NG doopregister Dordrecht juni 1618).]

Pieter Jacobsz. van Wesel [pondgaarder] 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 99: op 27 juli 1627 verkoopt Gerard Walen, burger van Dordrecht, aan Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, een half huis, erf en mouterij, staande en gelegen op de hoek van de Oudemannenstraat tussen het huis van Willem Jansz. kleermaker en voornoemde straat. De koper verkoopt met toestemming van de verkoper aan Margreta van Beverwijck een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op het door hem gekochte huis, erf en mouterij.

ORA Dordrecht inv. 769, f. 77: op 13 jan. 1633 verkoopt Pieter Jacobsz. van Wesel, pondgaarder en burger van Dordrecht, aan Govert Rocusz. van Wesel en Cornelis Evertsz. van Eijssel viskoper, burgers van Dordrecht, een oliemolen met een huisje daarnaast, staande achter aan ’s herenvest tussen het huis van Gerrit Walburch, genaamd “het Houten Been” en het huis van Adriaentgen Arijensdr.]

Jan Baltensz. schoenmaker, nihil habet 1 pond

f. 2v

Michiel Laurentsz. coperslager 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 10 pril 1605 Michiel Lauwrensz. koperslager van Dordrecht en Jennicken Jacob Jansdr., getr. 1 mei 1605

28 aug. 1609: Michiel Laurensz. koperslager, burger van Dordrecht, koopt een huis tegenover de “Ouden Mannen Steijgert”, genaamd “den Engel”, waarin hij tegenwoordig woont, staande tussen het huis van de weduwe van Coen Joosten en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)

ORA Dordrecht inv. 764, f. 84v e.v.: op 27 nov. 1623 verkopen Cornelis van Teresteijn heer Adriaensz. burgemeester en Jacob Anthonisz., oudraad van Dordrecht, als regenten van het Oudemannen- en vrouwenhuis te Dordrecht, voor 170 gl. aan Michiel Laurensz. koperslager een erf gelegen achter het huis van de koper tussen ’s herenstraat en het huis van Joost Henricxsz. fabriekmeester, met aan de noordzijde de gevel van het Oudemannenhuis, nu gekocht door Fictor Jansz. Bleijnckvliet, welke gevel de koper “ten halven” zal mogen gebruiken. De koper verkoopt aan de verkopers een jaarlijkse losrente van 10 gl. 18 st. en 12 penn., verzekerd op een huis en het voornoemde erf, staande en gelegen bij de Grote Kerk tussen het huis van Joost Hendricxsz. fabriekmeester en het huis van Maijken Teunis.]

Joost Henricxsz. [van Gouthoeven] fabrijcqmeester [stadsarchitect] 14 ponden

[Joost Hendriksz. van Gouthoeven, geboren ca. 1572, fabriekmeester van Dordrecht, trouwde ca. 20 okt. 1608 (huw. voorwaarden] Angnieta Cocx. Nicolaesdr.

ORA Dordrecht inv. 1599, f. 6: op 31 jan. 1622 verkopen Pompeus de Rovre schout, Cornelis Adriaensz. Teresteijn burgemeester en Johan Berck eerste raadpensionaris, als kerkmeesters van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Frans Wittensz. en Willem van Beveren, oud-burgemeesters, hun mede-kerkmeesters, krachtens de koopceel van 6 nov. 1611 en de daarop volgende toestemming van de Kamer Juditieel  van Dordrecht dd 12 april 1612, voor 3800 gl. aan Joost Hendricksz., fabrieksmeester van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk tegenover de Manhuissteiger, staande tussen het huis van Michiel Laurensz. koperslager ten dele aan de westzijde en dat van de erfgenamen van Arent van Woerden aan de oostzijde, met het achterhuis, staande tussen het huis van burgemeester Cornelis Frans Wittensz. en het Oudemannenhuis.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 722: testament dd 3 mei 1646 van Joost van Gouthouven Hendricksz., voormalig fabriekmeester van Dordrecht, en van zijn vrouw Angnieta Cocx Nicolaesdr. Zij legateren aan hun dienstmaagd Lijsbeth Gillisdr. een jaarlijkse lijfrente van 10 gl. Tot erfgenaam van de eerststervende benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Zij hebben hun jongste zoon Nicolaes van Gouthouven toen hij ging trouwen met Cornelia de Gelder Woutersdr. “eerlijck … vvtgesedt” en hem een zeker bedrag in geld uitgereikt. De langstlevende van hen beiden is derhalve gehouden hun oudste zoon mr. Hendrick van Gouthouven, als hij gaat trouwen, “eerlijck vvt te setten” en hem dan een aantal rentebrieven en obligaties te geven. Na overlijden van de langstlevende van de testateuren moet zoon Hendrick of bij vooroverlijden zijn nakomelingen aanbedeeld worden aan een stuk leenland in Bleskensgraaf, groot 12 morgen, een boomgaard in Zwijndrecht, het recht, dat zij testateuren hebben op landerijen in De Lindt en Ridderkerk, een rentebrief van 4000 gl., een lijfrente, staande op zijn naam, van 100 gl. jaarlijks, en al zijn boeken. Hun jongste zoon Nicolaes zal in mindering van zijn erfenis na overlijden van de langstlevende van de testateuren  aanbedeeld worden aan land in Snelrewaard buiten Oudewater, groot zeven morgen, het land genaamd ” de Ommeloop”, gelegen aan de Burgwal buiten Oudewater, een obligatie van 3200 gl., een obligatie van 200 gl. en een lijfrentebrief van 100 gl., staande op zijn naam. Tot erfgenamen van al de overige Doo de langstlevende van hen, testateuren, na te laten goederen benoemen zij hun zoons of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Het huis, waarin zij, testateuren, wonende, staande omtrent de Grote Kerk, zullen hun zoons niet mogen verkopen, belasten etc., maar zullen daarvan alleen het vruchtgebruik genieten. De eigendom ervan zal toekomen aan hun kinderen of verdere nakomelingen. Als hun zoon echter zonder kinderen na te laten komen te overlijden, of wanneer hun kinderen zullen overlijden voor hun mondigheid “ofte sonder valide gedisponeert te hebben”, moet de helft van de voornoemde “vaste ende subject goederen” voor de helft komen aan hun schoondochter Cornelia de Gelder, de vrouw van hun jongste zoon, en de wederhelft aan de erfgenamen ab intestato van de testateuren.

ONA Dordrecht inv. 43, f. 50v: op 19 mei 1646 leggen Joost Henricxsz. van Goudthoven, fabriekmeester, 74 jaar oud, en Samuel Barentsz. van der Heijden, kapitein van de burgerij, beiden te Dordrecht, op verzoek van Johan van der Loo, zoon van Dirck Potter van der Loo, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 230: op 16 sept. 1647 testeren Joost van Gouthoeve Hendricksz., voormalig fabriekmeester van Dordrecht, en zijn vrouw Angnieta Cocx Nicolaesdr., hij gezond en zij ziek in bed liggende. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden van 20 okt. 1608 en legateren aan hun dienstmeid Lijsbeth Gillisdr. een lijfrente van 10 gl. jaarlijks. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van het beiden. Toen hun jongste zoon, Nicolaes van Gouthoeven, ging trouwen met Cornelia van Gelder Woutersdr., hebben zij hem  “eerlijck … vvtgesedt” en hem een zekere somma geld gegeven. Ter compensatie daarvan zal de langstlevende gehouden zijn hun oudste zoon, mr. Hendrick van Gouthoeven, als hij gaat trouwen, eveneens “eerlijck” uit te zetten en hem dan een aantal rentebrieven en obligaties te geven. Als hij niet gaat trouwen, krijgt hij bij het overlijden van de langstlevende van de testateuren alleen voornoemde rentebrieven en obligaties.

ONA Dordrecht inv. 64, f. 282: op 6 nov. 1652 testeert Agneta Cocx, weduwe van Joost van Gouthoeven, fabriekmeester van Dordrecht. Zij wenst, dat alle goederen, zowel leen- als alluviale goederen, daaronder begrepen ongeveer 12 morgen leenland, genaamd de Gouthoeff, gelegen in Bleskensgraaf, verdeeld moeten worden onder de twee nagelaten zoons van haar overleden jongste zoon Nicolaes van Gouthoeven, genaamd Joost en Wouter van Gouthoeven, met dien verstande, dat indien de oudste van hen het leen de Gouthoeff of andere leengoederen of erfpachtlanden alleen mocht willen hebben, de jongste zoon “daer en tegens weder sal moeten werden begroot met andere goederen”.  De testatrice benoemt haar kleinzoons tot haar enige erfgenamen, op voorwaarde, dat hun moeder Cornelia van Gelder uit de inkomsten, die zij zullen erven van haar, testatrice, en bovendien uit de inkomsten uit het land in Ridderkerk, voor hun onderhoud zal krijgen voor elk van hen een somma van 200 gl. jaarlijks, totdat zij mondig worden of gaan trouwen. Zij legateert aan Cornelia de Gelder de meubelen, huisraad en inboedel, waarvan zij later een opgave zal maken. Zij legateert aan haar dienstmaagd een lijfrente van 10 gl. jaarlijks. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Cornelis Gerritsz. Schuijt, haar zwager, mr. Francois van Bom en Wouter de Gelder.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 162: op 6 aug. 1661 bevestigt Angneta Cocx, weduwe van Joost van Gouthoeven, haar testament van 6 nov. 1652, met uitzondering van de navolgende bepalingen. Als beide zoons van haar overleden zoon Nicolaes van Gouthoeven, verwekt bij Cornelia de Gelder, komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, legateert zij aan de zoon van haar zuster, Gijsbert van Praet, burgemeester van Oudewater, een somma van 5000 gl., aan diens broer Nicolaes van Praet 100 gl., aan haar nichten Berbera en Maijken Vlijm elk 100 gl. en aan haar neef Gijsbert Schijft 100 gl., of bij vooroverlijden aan hun nakomelingen. Zij wenst, dat haar schoondochter, Cornelia de Gelder, na haar overlijden haar huis en pakhuis, dat erachter staat, “in tochte” zal bewonen, welk huis door haar, testatrice, bewoond wordt, staande [in de Grotekerksbuurt] omtrent de Oudemannnensteiger, zonder dat Cornelia daarvoor huur moet betalen en totdat het moment, waarop haar beide zoons mondig zijn geworden of gaan trouwen. Als Cornelia echter gaat hertrouwen, moet zij aan huur een bedrag van 100 gl. betalen. Zij zal ook de goederen van haar beide kinderen moeten beheren en tot medevoogden over hen aanstellen zodanige bekwame personen, als haar goeddunken zal.

Kinderen:

a. mr. Hendrick van Goudthoeven, geboren naar schatting ca. 1615

b. Nicolaes van Goudthoeven, geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1644), trouwde NG Dordrecht 25 dec. 1644/17 jan. 1645 Cornelia de Gelder, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1644), trouwde 2e ds. Marcus van Es, predikant te Gorinchem, dochter van Wouter de Gelder en Agata Palm.

ONA Dordrecht inv. 330, f. 70: huwelijkse voorwaarden dd 16 april 1666 tussen ds. Marcus van Es, predikant te Gorinchem, weduwnaar, enerzijds en Cornelia de Gelder, weduwe van Nicolaes van Goudthoeven, geassisteerd met Agata Palm, weduwe van Wouter de Gelder en Abraham de Gelder, resp. haar moeder en broer, anderzijds.

Kinderen:

b-1. Joost van Goudthoeven, gedoopt NG Dordrecht 15 juni 1648

b-2. Wouter van Goudthoeven, gedoopt NG Dordrecht 10 jan.. 1652

De drije dochters ende soon van Arent van Woerden daer voocht van is Hendrick van Born 15 ponden

Jacob Jacobsz. van Wesel 6 ponden

Cornelia de With weduwe van Amelius van Hoogenveen 40 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 18 sept. 1605 (ondertrouw): Aemylius van Hoogeveen Geritsz. van Leiden en Cornelia de Witt Cornelisdr. van Dordrecht, door schrijven van Den Haag, na de 3e proclamatie bescheid gegeven om in Den Haag te trouwen.

Zij is begraven in de St. Catharinakapel van de Grote Kerk: “jofr. Cornelia de Wit weduwe van wylen de Heer Amelis van Hoogeveen in syn leven Borgemr. en tresaurier der stadt Leyden en ontfanger van de gemeene Middelen van Leyden en Rynlant sterft den 23 Martij ao. 1641 (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht [Dordrecht 1927], p. 84)]

Het “stamhuis van de De Witten” in de Grotekerksbuurt (foto A.B. den Haan, juli 2008)

Gedenksteen in het bovengenoemde huis.

[“Het pand Grotekerksbuurt 21/23, het derde huis van het Manhuisstraatje, is het aloude stamhuis van de familie De Witt. In de gevel is een eenvoudige, onopvallende gedenksteen aangebracht. Sedert 1519, toen Cornelis Wittenzoon lid van het houtkopersgilde werd, waren de De Witten houtkopers … Reeds in 1552 (andere bescheiden zijn er niet) woonde Frans Corneliszn. de Witt, houtkoper, in het huis. Het pand had een grote diepte en de houterven erachter liepen door tot de Houttuinen, terwijl ook het daartegenover gelegen erf tot de kade van de Nieuwe Haven ertoe behoorde. Uit de erfenis van Frans Cornelisz. de Witt kwam het familiehuis vóór 1580 aan zijn zoon Cornelis Fransz. de Witt, de grootvader, en vervolgens aan mr. Jacob de Witt, de vader van de gebroeders de Witt. Mr. Jacob de Witt had in 1633 het naastgelegen pand, namelijk het tweede huis van de Manhuisstraat af, tussen het huis van koper en Joost Hendrickszn. van Gouthoeven, erbij gekocht. Uit diens nalatenschap werden beide huizen in 1683 verkocht na meer dan een eeuw aan de familie De Witt te hebben toebehoord. Zoals reeds gezegd liepen de panden door tot de Houttuinen. Aan die zijde van het erf was eveneens een huis gebouwd [later afgebroken] en daarin woonde mr. Jacob de Witt na de dood van zijn vader, in 1622. Daar woonde hij volgens de belastingregisters ook in 1623, 1626, ja zelfs nog in 1633. Daar moeten dus ook zijn beide zoons, Cornelis en Johan de Witt, in 1623 en 1625 geboren zijn. Het pand aan de Grotekerksbuurt werd in 1623 bewoond door Joost de Witt, in 1626 door Cornelia de Witt, terwijl het in 1633 door Jacob de Witt verhuurd werd aan dominee Nicolaes Colvius. … Men moet dus wel een beetje reserve nemen als men zegt, dat het pand Grotekerksbuurt 21/23 het geboortehuis van mr. Johan de Witt is. Men mag aannemen dat hij binnen de muren van het tegenwoordige gebouw niet geboren is, omdat zijn vader er niet woonde … ” (Lips, deel I, p. 127-128)

ORA Dordrecht inv. 769, f. 96v: op 30 mei 1633 verkopen mr. Franchoijs van Born, advocaat voor het Hof van Holland, zowel voor zichzelf en als last en procuratie hebbende van Sara en Cornelia van Born, zijn zusters, samen kinderen en universele erfgenamen van Arent Claesz. van Born en Cornelia de Bulere, volgens de procuratie daarvan gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer op 30 mei 1633, voor 2700 gl. contant aan mr. Jacob de With, ontvanger van de gemene middelen, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van koper en dat van Joost Henricxsz. van Gouthouven, fabriekmeester [stadsarchitect] van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 189, f. 160 e.v.: voorwaarden, waarop Willem Hooft, secretaris van de stad Amsterdam, als echtgenoot van Marija de Witt, die mede-erfgename is van Jacob de Witt, oud-burgemeester en rekenmeester, op 8 dec. 1682 wil laten veilen een ” groot, schoon en wel doortimmert” huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van verkoper en het huis van kapitein Wouter van Gouthoeven, verdeeld zijnde in drie woningen, die elk apart verhuurd worden, uitkomende met een brede gang in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. De voorste woning wordt bewoond door de pensionaris mr. Nicolaes Vivien en het middelste huis is verhuurd aan de vrouwe van Alblasserdam, strekkende tot de gevel en plaats van het achterste huis. Het grote “achter salet” met het secreet en de kamers en zoldering daarboven zullen deel blijven uitmaken van het achterste huis. Het pand wordt op 10 dec. 1682 voor 8650 gl. verkocht aan mr. Nicolaes Vivien.]

f. 3

Johan van Diemen 16 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 35: op 9 juli 1626 verkoopt Pauwels de Coninck, als curator van de boedel van zijn vader, wijlen Cornelis Melsz. Coninck, aan Jan van Diemen een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Gijsbert de Jager en dat van de erfgenamen van Cornelis Frans Wittensz. De koper verkoopt aan de drie voorkinderen van Cornelis Melsz. Coninck, door hem verwekt bij zijn eerste vrouw, Catharina Adriaensdr., een jaarlijkse losrente van 50 gl. en is schuldig aan Ermken Jansdr. een somma van 1900 gl., verbindende het voornoemde huis.]

Gijsbert de Jager procureur 6 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 19 mrt. 1606 Gijsbrecht de Jager Geritsz. procureur en Maeijcken Sillenich [Vissenich] Lauwerentsdr., beiden van Dordrecht, getr. 9 april 1606]

Pieter van Beveren uijt de Achte 28 ponden

[ONA Dordrecht inv. 25, f. 169: verklaring dd 23 juni 1620 door Pieter van Beveren, koopman en burger van Dordrecht, 44 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 76: op 26 juli 1619 verkoopt Franchois Cornelisz. van Beaumont, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Elisabeth van Beveren en Pieter van Beveren Jacobsz. een huis, genaamd “den Passer”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Sijmon Sijmonsz. van Gesel en dat van Henrick Claesz. van Besoijen. Waarborg: Jan Jansz. Coopman, burger van Dordrecht.]

Reijnsburch van der Goes 12 ponden

[Reijnsburg van der Goes, gedoopt NG Dordrecht aug. 1606, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1631), begraven Leiden (Pieterskerk) 9 april 1655 (de vrouw van professor Gool, bij het Prinsehof), dochter van Matheus Andriesz. van der Goes en Alijt Jacobsdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 20 april/13 mei 1631 (procl. Leiden) Jacob Gool (Golius), jongman van ‘s-Gravenhage (1631), professor aan de Universiteit van Leiden (1631), rector magnificus van de Leidse Universiteit (1642)

Zijn belangrijkste werk is het Lexicon Arabico-Latinum, (Leiden, 1653), dat, gebaseerd op de Sihah van Al-Jauhari, pas opgevolgd werd door het werk van Freytag. Onder zijn eerdere werk zaten edities van verschillende Arabische teksten (Proverbia quaedam Alis, imperatoris Muslemici, et Carmen Tograipoetae doctissimi, necnon dissertatio quaedam Aben Synae, 1629; and Ahmedis Arabsiadae vitae et rerum gestarum Timuri, gui vulgo Tamer, lanes dicitur, historia, 1636). In 1656 publiceerde hij een nieuwe editie, met aanzienlijke aanvullingen, van het Grammatica Arabica van Erpenius. (Wikipedia)

Jacobus Gool

ORA Dordrecht inv. 773, f. 85: op 28 juli 1642 verkoopt Adriaen van de Graeff, notaris en procureur, als procuratie hebbende van Jacob Gool, rector magnificus van de Universiteit te Leiden, als man van Rheijnsburch van der Goes, enige erfgename van Pieter van Beveren, volgens procuratie op 17 mei 1642 gepasseerd voor notaris W. van Vredenburch te Leiden, voor 1500 gl. aan mr. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes Dibbets en dat van Gijsbert de Jager.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 95v: op 11 mei 1644 verkoopt Jacob Gool, professor aan de universiteit te Leiden, als man van Reijnsburch van der Goes, voor 2000 gl. aan Margreta Jansdr., weduwe van Gerrit Houben van Eijsden, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Jan Jansz. Schilthouwer zeilmaker en dat van Pieter Damasz. Korff.

Kinderen:

a. mr. Theodorus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 17 mrt. 1632 (getuigen: Jacob van der Goes, Pieter van Beveren, Sophia van Leuningen), schout van Leiden

b. Alitha (Alida) Gool, gedoopt NG Leiden (Hooglandse Kerk) 26 juli 1633 (getuigen: Carel van der Goes, Ewout Brant, Alitha van Barendrecht, Maria van der Goes), trouwde Pieter van Wouw

c. Anna, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 29 febr. 1636 (getuigen: Adriaen van der Mijl, Abraham van Beveren, Catharina van der Burch)

d. Dirck, gedoopt NG Leiden (Hoogl. Kerk) 5 juli 1637 (getuigen: Dirick Gool, Aernoud van Goes, Willem Paets, Elisabeth van Helsdingen)

e. Mattheus Gool, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 25 febr. 1639 (getuigen: Pieter de Rovue, Lazarus van Zoust, Adriana van Blyenburgh, Adriaen van der Goes), raadsheer in het Hof van Holland

f. Adriaen, gedoopt NG Leiden (Pieterskerk) 19 aug. 1644 (getuigen: Jacob van der Goes, Jacob van Beveren, Agneta van Couckelbergh, Catharina van der Meulen)]

De heer Cornelis van Beveren Jacobsz. 88 ponden

Cornelis van Beveren Jacobsz. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

[Cornelis van Beveren Jacobsz., geboren Dordrecht 16 aug. 1568, begraven Dordrecht 23 juli 1641, zoon van Jacob van Beveren Pietersz. en Reijnsburg van Driel, trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 Alida Arend Maertensdr, van Barendrecht, dochter van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Zwijndrecht en Kristina van Dijk]

Familiewapen Van Beveren (detail van de epitaaf van Pompejus de Rovere in de Grote Kerk)

Alida Arend Maertensdr. van Barendrecht (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Ongedateerde akte (ca. 1634?): dijkgraven en heemraden van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, voor zichzelf en tevens voor de ingelanden aldaar en Cornelis van Beveren, ambachtsheer van Oost-Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, als nomine uxoris erfgenaam van Arent Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht, zijn schoonvader, verlenen procuratie aan Willem van Ravesteijn, procureur voor het Hof van Holland en de Hoge Raad, om te procederen tegen een ieder en in het bijzonder tegen Peter van Duvelant, heer van Rhoon en Pendrecht. (ONA Dordrecht inv. 36, f. 5)

Kinderen:

a. Abraham van Beveren, geboren 1604, heer van Oost- en West-Barendrecht, schout van Dordrecht 1631-1643, burgemeester van Dordrecht 1643, 1644, 1660, OSP, liet het huis “de Onbeschaamde” in de Wijnstraat te Dordrecht bouwen, overleden Den Haag 25 aug. 1663. Hij trouwde 1e 1629 Susanna de Velare, overleden ca. 1630, 2e Elisabeth Ruijsch (Ruijssen), dochter van Koenraad Ruijsch, Ridder, burgemeester van Dordrecht (1653- 1654) en Maria van Beveren Willemsdr. (M. Balen, De beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677], p. 974)

Abraham van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Zijn erfgenamen worden in de navolgende akte vermeld:

Op 30 nov. 1697 compareren voor schepenen van Dordrecht Nicolaas van der Dussen, heer van Zouteveen, als man van Lidia van Beveren, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Alida van Beveren, samen “repesenterende de staack” van Jacob van Beveren, in zijn leven heer van Zwijndrecht, Jacob Paats, veertigraad te Leiden, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Gool, baljuw van het Land van Blois etc., als man van Elisabeth Paats, Casper van Kinschot, raadsheer in de Raad van Brabant, als man van Catharina van Leijden van Leeuwen, en ook nog vervangende de verdere kinderen en erfgenamen van Alida Paats, samen “representerende de staack” van Rinsburgh de Beveren, en tenslotte Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld en baljuw van Zuid-Holland, en Cornelis de Rovere, heer van West-Barendrecht en presiderende burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Sophia de Beveren, vrouwe van Hardinxveld, allen erfgenamen van Abraham van Beveren, in zijn leven heer van Oost- en West-Barendrecht. Zij verkopen voor 9225 gl. aan Cornelis de Boot, heer van Bingerskercke, Lodijck, Cadzand, Giessenburg etc., de helft van een huis, tuin, koetshuis en stalling daarachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnkraan tussen het huis, dat bewoond wordt door Johan Aartsz. de Gelder, en het huis van Pieter Kant, uitkomende op de Nieuwe Haven, in welk huis de heer en vrouwe van Barendrecht gewoond hebben en waarin de vrouwe van Barendrecht overleden is. De wederhelft behoort toe aan de erfgenamen van voornoemde vrouwe van Barendrecht, in wiens nalatenschap deze wederhelft is toebedeeld aan de koper nomine uxoris, als mede-erfgenaam van de vrouwe van Barendrecht. ORA Dordrecht inv. 800, f. 89v e.v.)

b. Reinsburg van Beveren, geboren Dordrecht 1608, jonge dochter van Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 27 okt./12 nov.1630 (NG Leiden 15 okt. 1630) mr. Willem Paets, geboren Leiden 1596, doctor in de beide rechten, schepen van Leiden (1630), burgemeester van Leiden, overleden Leiden 2 okt. 1669, zoon van Jacob Cornelisz. Paets en Lidewij Muijs van Holij, hij trouwde 1e Rotterdam 20 jan. 1621 Maria Heerman

Willem Paets, door A. Hanneman

Kind:

b-1. Alida Paets, geboren Leiden 1 juni 1635, overleden ald. op 4 mrt. 1673, trouwde ‘s-Gravenhage 18 okt. 1654 Diederik baron van Leijden, heer van Leeuwen, geboren Brielle 6 dec. 1628, burgemeester van Leiden, overleden in 1682, zoon van Pieter van Leijden en Maria de Moucheron

Diederik van Leijden van Leeuwen (in 1663)

c. Sophia van Beveren, gedoopt NG Dordrecht jan. 1611, was voogdes van het door haar grootvader van moederszijde gestichte Arent Maertenshof en Moeder van het Weeshuis te Dordrecht (1675), zij verdronk in 1682 “in de vijver op de Hofstede”. (De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132) en werd op 14 mrt. 1682 begraven. De inschrijving in het begraafboek van de Grote Kerk luidt: 14 maart 1682 is begonnen te luiden, den 15e een swarte baer gebracht over de Wijnbrugh voor mevrou Sophia de Beveren vrouwe van Hardincxvelt, weduwe van wijle den Ed. heer Pieter de Roover Baelliuwe van Zuit-Hollandt ende oudtraet deser stede, voor het blasoen met de kast 60 gulde, twintichmael luiens, de late boeten [d.w.z. wegens het ’s avonds begraven] 12 gulden. Zij trouwde NG Dordrecht 12 juni/11 juli 1633 mr. Pieter de Rovere, gedoopt NG Dordrecht nov. 1602, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland, overleden Dordrecht 17 sept. 1652

d. Jacob van Beveren, heer van Zwijndrecht, geboren Dordrecht 27 juni 1612, schepen, schout en burgemeester van Dordrecht, overleden ald. 30 jan. 1676, trouwde 9 juni 1637 Johanna de Witt, geboren Dordrecht 30 jan. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 april 1692 (een baar voor Johanna de Witt, vrouwe van Zwijndrecht, weduwe van Jacop van Beveren, burgemeester en kerkmeester), dochter van Jacob de Witt en Anna van de Corput

Jacob van Beveren (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Johanna de Witt (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Kinderen (o.a):

d-1. Lidia van Beveren, geboren Dordrecht 13 juli 1640, van Dordrecht en daar wonende (1662), overleden Dordrecht 11 nov. 1680, trouwde NG/Dordrecht 22 jan.7 febr. 1662 Cornelis Pompe van Meerdervoort, van Dordrecht en daar wonende (1662)

d-2. Alida van Beveren, geboren Dordrecht 26 okt. 1647, jonge dochter van Dordrecht (1665), overleden Delft 7 sept. 1702, trouwde NG/Dordrecht 24 mei/8 juni 1665 (proclamatie te Delft) Nicolaas van der Dussen, jongman van Delft en daar wonende (1665)]

Johannes Debets Predicant 7 ponden

[Johannes Debets (Dibbetius) Hendricksz., geboren Duisburg 1567, van Duisburg in het Land van Kleef (1602), predikant te Dordrecht 1597-1620, overleden ald. 1626, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1602 (ondertrouw, door schrijven van Arnhem, 2 juni 1602 bescheid gegeven om in Arnhem te trouwen) Fransken van Dans Jansdr., van Arnhem (1602)

Johannes Dibbetius, portret met 8-regelig vers, door Hendrick Dethier. (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 51v: op 13 juni 1624 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van Hendrick Nicolaesz. van Besoijen, aan Johannes Debets, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, genaamd “den Molensteen”, staande tussen het huis van Cornelis van Beveren en dat van Pieter van Beveren.

Kinderen (o.a.):

a. dr. Adam Dibbetius, gedoopt NG Dordrecht dec. 1613

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 18 e.v.: op 14 mei 1647 verkoopt Adriana de Beveren, vrouwe van Meerdervoort en het Cortambacht van Zwijndrecht, aan dr. Adam Dibbits, achtraad van Dordrecht, een huis tussen de Visbrug en de Tolbrug, genaamd “den Dolphijn en Brunswijck”, strekkende van de Voorstraat tot op de haven, aan de rechterzijde van voren belend door het huis van Adriaen Vinck de oude en van achteren door het huis van Helman van de Heuvel plateelbakker en aan de linkerzijde van voren en van achteren door het huis van mr. Dirck Berck.]

D’ongehouden soon van mr. Johan Boelen 110 ponden

[ONA Dordrecht inv. 17, f. 4v: op 1 jan. 1614 verklaart Herman Halling, licentiaat in beide rechten, wonende te Dordrecht, dat hij in het testament van Johan Boelen, advocaat voor het Hof van Holland in Den Haag, samen met Henrick Voets en Henrick Franssen is aangesteld als voogd over Boelens onmondige kinderen, door hem verwekt bij Catharina Paulij, “ende gemerckt den selven sterffhuijse tegenwoordich hoochnodich dient gereddert, soo est nochtans sulcx dat hij comparant mits sijne tegenwoordige siekte daartoe nijet wel en can vaceren”. Derhalve benoemt hij in zijn plaats mr. Rochus van den Honaert.

ONA Dordrecht inv. 20, f. 437: op 23 dec. 1614 verleent Cornelia Gijsbertsdr. van Haerlem, weduwe van Jan Geeritsz. in den Engel, geassisteerd met haar zoon Jan Jansz. van den Engel, achtraad van Dordrecht, procuratie aan Aert Mathijsz. Hoppel, schout van Heinenoord, om ten overstaan van het gerecht van Heinenoord te transporteren aan Henrick Voets, koopman wonende te Haarlem, mr. Herman Halling, advocaat en schepen in wette van Dordrecht, en Henrick Franssen, koopman wonende te Amsterdam, als voogden over de kinderen van wijlen mr. Johan Boelen, ten behoeve van die kinderen, 5 morgen 1 hond land aan de Westdijk in de polder van Heinenoord, eertijds genaamd “de Hooge Weerde”.

ONA Dordrecht inv. 11, f. 466v: op 9 mrt. 1615 verleent jonkheer Jacob de Jonge van Baerdtwijck, wonende op het huis te Harmelen in het Sticht van Utrecht, procuratie aan Lucas Pietersz. de Wit, wonende te Dordrecht, om te compareren voor het gerecht van Oud-Beijerland en daar te “constitueren” ten behoeve van Hendrick Voets, koopman te Haarlem, mr. Herman Hallinck, schepen in wette van Dordrecht, en Hendrick Breedehooff, koopman te Amsterdam, als testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen mr. Jan Boelen, door hem verwekt bij Chaterina Pauli, een jaarlijkse losrente van 75 gl., verzekerd op een derde part in twee “derdendelen” van 37 morgen land met het huis, dat erop staat, gelegen in Oud-Beijerland, waarvan bruiker is Bastiaen Oolen en hem, comparant, is aangekomen bij overlijden van Jasparina van Drinckwaert, zijn moeder.

ORA Dordrecht inv. 1600, f. 59v: op 7 sept. 1623 verkoopt Blasius van Haarlem, klerk van de Weeskamer te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pleun Adriaensz. de Wit en diens vrouw Jacobmina Baerthoutsdr., aan mr. Herman Halling, schepen in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 46 gl. 17 st. en 8 penn., verzekerd op een huis achter het stadhuis [in de Voorstraat], staande tussen het huis van Pauwels Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht, en dat van Jan van Dongen.]

De heer mr. Herman Halling Outraet 50 ponden

[Mr. Herman Hallincq Jansz., rekenmeester in de Rekenkamer van Holland, Heiligegeestmeester ter Groter Kerk, burgemeester van Dordrecht 1628, 1633, 1637, trouwde 13 mrt. 1612 Anna de Jonge Willemsdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1082)

ORA Dordrecht inv. 1590, f. 47 e.v.: op 6 mei 1613 verkopen mr. Francois van der Burch, Abraham van Leeuwen, als man van Sophia van der Burch, en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, voor 3050 gl. aan Herman Hallingh, een huis, vanouds genaamd “het St. Jacobshuijs”, staande in de Grotekerksbuurt, met nog een klein huis achter het grote huis, belend ten oosten door de gang van de verkopers, ten westen door het huis van Cornelis van Beverwijck en ten noorden door zeker portaal of gang, die de verkopers voor zichzelf behouden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1850 gl.]

Louijs Saulmon, is vertrokken 20 ponden

[Louijs Saulmon, koopman te Dordrecht, krijgt op 10 sept. 1632 van de Staten Generaal octrooi op molens om koren te malen, lakens te vollen en water te lichten.

Op 21 april 1636 draagt Louijs Saulmon, wonende te Utrecht, de gerechtheid van een volmolen te Dordrecht over aan Jean Jarde, wonende te Dordrecht. (www.de-wit.net)

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 73v: op 29 mei 1629 verkoopt Maricken Damis, vrouw van Evert Schrevelsz. van Eijssel, aan Louijs Saulmon en Jaecques Canioncle een tuin met de daarop staande beteling, bepoting, bomen en planten, liggende achter in de Kolfstraat tussen de tuin van Jaecques Canioncle end de erven van de huizen in de Stoofstraat.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 82v: op 19 febr. 1633 verkoopt mr. Jacob van Dijck, licentiaat in de rechten, als procuratie hebbende van Louijs Saulmon, voor 300 gl. aan Adriaen Willemsz. Baenwijck, viskoper en burger van Dordrecht, een erf achter het huis van de koper, dat staat in de Stoofstraat, strekkende van de gracht tot aan de stijl, staande in de helft van de muur van het huis van Cornelis Roelantsz. Schou, in welk huis nu woont Wouter Jacobsz. de knoopmaker. Bij de koop is inbegrepen al hetgeen, dat op het erf staat, met uitzondering van alles wat tot de molen behoort, die Saulmon erop heeft laten zetten.]

f. 3v

Jan Willemsz. moutmaker 2 ponden

De weduwe van Dirck Jansz. Constabel 1 pond

Mr. Gerrit Schaep 120 ponden

Gerard Schaep, kopie naar D. Mytens I

[Gerard Schaep, geboren Amsterdam 1599, vestigde zich ca. 1624 in Dordrecht, vroedschap en schepen ald., vertrok ca. 1629 weer naar Amsterdam, vroedschap en schepen ald., ambassadeur in Engeland, overleden 1654, zoon van Pieter Schaep en Margaretha Hallingh, trouwde NG Dordrecht 1/17 okt. 1623 Johanna de Visschere (Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden)

NG trouwboek Dordrecht 1 okt. 1623: mr. Geraert Schaep jong gezel geboren te Amsterdam en Johanna Visschers Johansdr. jonge dochter van Zevenbergen wonende te Dordrecht, getrouwd op 17 okt. 1623

ORA Dordrecht inv. 765, f. 41: op 7 mei 1624 verkoopt mr. Mathijs Berck, licentiaat in de rechten, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Johan Berck, ridder, ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek Venetië, schepen in wette van Dordrecht, als man en voogd van Maria Buijsen, voor 10.000 gl. aan mr. Gerardt Schaep, licentiaat in de rechten, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Johan Govertsz. van Beaumont en dat van de weduwe van Dierick Jansz. Constabel, met een mouterij, het huisje, waarin de moutmaker woont, en de tuin en het erf daarachter en alle bijbehorende “gerechtigdheden”, zoals uitgangen ter weerszijden van het huis van mr. Herman Halling en achter door de houttuin van Dierick Pietersz. van de Honaert, alsmede “gotieren, waterloopen” etc.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 30v e.v.: op 7 juli 1628 verkoopt Geertruijt Pauli, weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., aan Jan Lambertsz. Heijmans schoolmeester een huis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Pompeus de Rovre, baljuw van Zuid-Holland en het huis van mr. Gerard Schaep, schepen van Dordrecht. Waarborg: mr. Gerard Schaep. De koper is met goedkeuring van de verkoopster schuldig aan mr. Gerard Schaep een somma van 1600 gl. Borgen: Willem Dingmansz. van Bergen en Goovert Jansz. Heijmans.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 66v e.v.: op 21 april 1629 verkoopt mr. Gerrit Schaep, licentiaat in de rechten, aan Maria Buijsen, weduwe van Johan Berck, ridder, in zijn leven ambassadeur van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Republiek Venetië, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Lambertsz. schoolmeester en de weduwe van Dirck Jansz. Constapel. Koopster is schuldig aan verkoper een bedrag van 10.000 gl.

Kinderen:

a.  Pieter, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627

b. Cornelia Schaep, gedoopt NG Dordrecht mei 1628, trouwde Willem de Bevere Cornelisz., heer van West-IJsselmonde, raad en rentmeester- generaal van Zuid-Holland.]

De weduwe van joncheer Diarrangieres [Harraugiere, d’Heraugieren] 50 ponden

[ONA Dordrecht inv. 55, f. 44: op 28 dec. 1618 compareert voor notaris A. Cloots jonkheer Maurits d’Herangieren, tegenwoordig verblijf houdende te Dordrecht. Hij transporteert aan mr. Johan van de Wolde, licentiaat in de rechten, “alsulcken recht actie ende toeseggen als hem comparant es competerende op” Bastiaen Cornelisz., zijn pachter van de “Hooge Heuvelen”, gelegen “inden Werckhoven” in het Sticht Utrecht, nl. een jaar pacht, vervallen op St. Maarten 1618, bedragende 240 gl. en een jaar pacht van 320 gl., te verschijnen op St. Maarten 1619.

Maurits de Heraugiere trouwde met Johanna van Sijpesteijn. Hij was de zoon van Charles de Heraugiere, die in 1590 Breda innam. (NNWB)]

De heer Pompeus de Rovre schout der stadt Dordrecht ende bailliu van Suijthollant 120 ponden

f. 4

De weduwe van Jacob Henricxsz. kleermaker 2 ponden

De erfgenamen van Cornelis Joppen [Loijcx] wagenmaker 5 ponden

[11 okt. 1658: Adriana Cornelisdr. Loijcx, bejaarde vrouw, en Adriaen van Drijel, apotheker, Aert van Drijel, kuiper, en Cornelia van Drijel, meerderjarige dochter, kinderen van wijlen Cornelia Cornelisz. Loijcx, bij haar verwekt door Cornelis van Drijel, samen erfgenamen ab intestato van Cornelis Joppen Loijcx, resp. hun vader en grootvader van moederszijde, verlenen procuratie aan J. Schoormans, notaris te Dordrecht, om te verkopen een huis, staande tegenover de Lombardbrug tussen Adriaen van Dorsten en Franchoijs de Roovre. Adriana Cornelisdr. Loijcx en Cornelia van Drijel verlenen tevens procuratie aan notaris Schoormans om te vorderen van Marinus van der Lisse en Arent Dichter, als executeurs-testamentair van Marichien Joppen Loijcx, weduwe van Franchoijs Rochusz. van Wesel, resp. hun tante en oudtante, hetgeen hun nog toekomt van de door haar nagelaten goederen. (ONA Dordrecht inv. 178) Het huis aan de Groenmarkt wordt op 29 jan. 1659 voor 2720 gl. verkocht aan Jan Huijbertsz. Neeff. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 28 e.v.)]

Cornelis Adriaensz. van Driel 3 ponden

Cornelis Adriaensz. laeckencooper 15 ponden

Adriaen Cornelisz. van Dorpen  27 ponden

De heer Sijmon Govertsz. van Beaumont Raet 20 ponden

[Sijmon van Beaumont Govertsz., jongman van Dordrecht (1620), burgemeester van Dordrecht, zoon van Govert van Beaumont en Reijnsburg van Slingeland (Balen, o.c., p. 932), trouwde NG Dordrecht 18 okt./8 nov. 1620 (per schrijven van Delft) Hester Jansdr. van Dijck, geboren ca. 1603 (Weeskamer Delft inv. 72.347, f. 193, akte dd 20 dec. 1614), dochter van Jan Claesz., bostelkoper [bostel = overblijfsel na bierbereiding] te Delft, en Haesgen Huijgen (ONA Delft inv. 161.1766, f. 330, akte dd 19 okt. 1614)

ONA Dordrecht inv. 83, f. 105: op 12 okt. 1641 verleent Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, als erfgename van Haesgen Huijgen en Huijchie Huijgen, resp. haar moeder en tante, procuratie aan haar zwager Gijsbrecht van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, om voor schepenen van Delft over te dragen [naam van de koper niet vermeld] een huis in Delft, staande bij de Haagpoort, “met Culck belent”.

ONA Dordrecht inv. 83, f. 129: op 20 nov. 1641 verleent Hester Jansdr. van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, procuratie aan haar zwager Ghijsbrecht van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, om voor de weeskamer van Delft te verklaren, dat zij volledig voldaan is van een somma van 1200 gl., welke wijlen Haesgen Huijgen, haar moeder, over haar vaders erfenis “ter voorsz. weeskamer heeft geregistreert ende bewesen”.

ONA Dordrecht inv. 83, f. 290: op 25 juli 1642 testeert Sara van Dijck, ongehuwd persoon wonende te Dordrecht. Zij maakt aan haar zuster Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, een rentebrief van 1000 gl. kapitaal, aan haar geprelegateerd door haar tante Huijchien Huijgen, vier morgen zaailand in Niemansgors in Klaaswaal, een somma van 1500 gl., te voldoen met obligaties of rentebrieven, al haar potpenningen, gouden en zilveren sieraden, zilverwerk, kleren van linnen, wol of zijde, en al haar huisraad, die zich bevindt in het huis van haar zuster, maar met uitzondering van haar rentebrieven en obligaties, die zij nalaat aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Michiel Feltrum, gecommitteerde raad ter admiraliteit te Rotterdam, en Dierick Berck, secretaris van de weeskamer te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 5: op 12 jan. 1644 testeert Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot erfgenamen haar kinderen of hun nakomelingen. Als zijn komt te overlijden voor haar kinderen mondig zijn geworden of zijn gaan trouwen, mag geen van haar roerende goederen, huisraad, zilverwerk, potpenningen, juwelen etc. verkocht worden. Tot voogden benoemt zij mr. Abraham van Beveren, burgemeester van Dordrecht, heer van Barendrecht, en notaris Johan Schoormans.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 155: op 23 aug. 1644 verklaren Hester van Dijck, weduwe van burgemeester Sijmon van Beaumont, en Sara van Dijck, “bejaerde” ongehuwde persoon, als erfgenamen van Haesgen Huijgen en Huijchgen Huijgen, resp. hun moeder en tante, dat aan Gijsbrecht van Beaumont, als man van Elisabeth van Dijck, hun zuster, overgeleverd zijn in de erfenis van zijn vrouw uit de boedel, die is nagelaten door hun moeder en tante, twee rentebrieven en een obligatie.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 630: op 23 juni 1654 verleent Sara van Dijck, “bejaarde” ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, procuratie aan Damas van Slingelandt Baerthoutsz., haar neef, om “waer te nemen haer comparantes saecke ende pretentie … op ende jegens den boedel” van wijlen Simon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, haar zwager, alsmede om tegen de kinderen en erfgenamen van Sijmon van Beaumont “te sustineren ende debatteren”.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Reijmborch (Reijnsburch) van Beaumont Simonsdr., nov. 1621, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1654), trouwde NG Dordrecht 18 jan./3 febr. 1654 (proclamatie Bilt) Jacob Tentenier, weduwnaar van Utrecht wonende op De Bilt (1654)

ONA Dordrecht inv. 91, f. 333: verklaring dd 22 sept. 1653 door Reijnsborch van Beaumont, 31 jaar oud, op verzoek van Jan Arijensz. Ooms, brouwer en burger van Dordrecht. Zij verklaart, dat tijdens het leven van haar vader altijd “affschepinge” gedaan is van het bier uit de brouwerij “de Vijer Aijmijnskinderen” “over ’t erf daerachter sijnde”.

b. Johannes, mrt. 1623

c. Govaert, juni 1624

d. Marten, mei 1625

e. Joanna, okt. 1627

f. Hugo, sept. 1628

g. Simon, sept. 1629]

f. 4v

Adriaen Henricxsz. laeckencooper 6 ponden

Jan Govertsz. ijsercooper 24 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 136: op 28 april 1606 verkoopt Gerrit van Nispen Cornelisz. aan Jan Govertsz. smid een huis, genaamd “het Groot Hert”, met het huisje dat aan de oostzijde  ernaast staat, staande tegenover het stadhuis tussen het huis van Henrick de Velaere en dat van Henrick Jansz. Put. Waarborg: Anthonis van Haerlem Gijsbrechtsz.]

Henricxken Gabriëls 1 pond

Henrick Jansz. Put, insolvent 6 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 71: huwelijkse voorwaarden dd 17 mei 1623 tussen Henrick Put, lakenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar van Anneken Davitsdr, en Jacomijntgen Dircxdr., weduwe van Gillis Gerritsz., burgemeester van de Klundert.]

Henrick Jansz. van Loon, is vertrokken naar Breda 8 ponden

f. 5

De weduwe van Claes Thonisz. meecooper, is vertrokken naar Middelharnis 42 ponden

Willem Reijers couckebacker 4 ponden

Franchoijs Boels 4 ponden

Aert Coenen cruijdenier 1 pond

Leendert Pietersz. van Dijck 2 ponden

[I. Lenaert Pietersz. van Dijck, jong gezel van Dordrecht (1620), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 9/31 aug. 1620 (per schrijven van Gorinchem) Hilleken (Hillegont) Mattheus, jonge dochter van Schelluinen, wonende te Gorinchem (1620)

2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797 (oud), f. 142v

Kinderen (o.a.)

a. Beatrijs van Dijck

b. Sara van Dijck

c. Abraham van Dijck, geboren naar schatting ca. 1635, kunstschilder, leerling van Rembrandt van Rijn, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 aug. 1680 (een zwarte baar in het Steegoversloot tegenover de poort van het Hof voor Abram van Dijk, ongehuwd, drie maal luiden)

Abraham van Dijck, portret van een meisje

d. Helena van Dijck

e. Hugo van Dijck, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, volgt II

II. Hugo van Dijck. gedoopt NG Dordrecht juni 1640, notaris te Dordrecht (geadmitteerd 19 aug. 1660), trouwde 28 sept. 1660 Adriana van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, dochter van mr. Aernoudt van Ravesteijn en Monica van der Eijk

Kind

a. Mondina van Dijck, gedoopt NG Dordrecht 5 mrt. 1663, trouwde Johannes Maes]

f. 5v

Jan Jansz. Coninck [viskoper] 20 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 27 juni 1604: Jan Jansz. Coninck viskoper en Mariken Jan Jansdr., beiden van Dordrecht, wonende bij Jan Jaspersz., zijn vader, in “den Seebot”, getr. op 11 juli 1604]

Adriaen Cornelisz. bakker 6 ponden in toecomende te houden jegens 3 Carolus gl. alsoo hij zijn zoon Cornelis Ariens backer uijtghehuwelickt heeft

Cornelis Adriaensz. bakker 1 pond

Adriaen Willemsz. cooperslager met sijn kinderen 3 ponden

De erfgenamen van mr. Dierck chirurgijn 4 ponden

f. 6

Emer Emertsz. beenhacker 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 13 juli 1614: Emer Emersz. beenhouwer en Bastiaenken Adriaen Cornelisdr., beiden van Dordrecht, getr. op 10 aug. 1614.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 94v: op 29 juli 1638 verklaart Bastiaenken Arijensdr., weduwe van Emer Emersz. beenhakker schuldig te zijn aan Marijcken Cornelisdr. een somma van 400 gl., verbindende een huis staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Arijen Willemsz. koperslager.]

Lambert Hulsthout laeckencooper  27 ponden

[Lambrecht, zoon van Lambrecht Hulsthout de oude en Lijsbet Bramaker, gedoopt NG Dordrecht juni 1597, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1667 (een zwarte baar naast de Munt voor Lambert Hulsthoudt, twee maal luiden).

NG trouwboek Dordrecht 11 nov. 1618: Lambert Hulshout de jonge jong gezel wonende bij zijn vader en Mariken van Balen Martensdr. wonende naast de Munt beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 dec. 1618.

NG trouwboek Dordrecht 13 mrt. 1622: Lambrecht Hulshout de jonge pletsverkoper weduwnaar van Dordrecht en Helena Veraack Jansdr. van Dordrecht getrouwd op 3 april 1622.

NG trouwboek Dordrecht 12 dec. 1632: (ondertrouw, per schrijven van Bommel) Lambrecht Hulshout weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug en Margrieta van Haren jonge dochter van Zaltbommel en daar wonende.

NG trouwboek Dordrecht 12 aug. 1646: Lambrecht Hulsthout de jonge weduwnaar wonende naast de Munt en Maria Stoop weduwe van Jeremias van der Heijden wonende naast het stadhuis beiden van Dordrecht, getrouwd op 28 aug. 1646

NG trouwboek Dordrecht 19 aug. 1657: Lambrecht Hulsthout weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Munt en Elisabeth van Machere van Middelburg weduwe van Dirck Jacobsz. van Griet wonende bij Mijnsherenherberg, getrouwd in St. Anthoniepoleder op 2 sept. 1657

ONA Dordrecht inv. 57, f. 431: op 1 mei 1631 verklaart Lambrecht Hulshout de jonge, koopman en burger van Dordrecht, dat hij volgens het testament, dat hij samen met zijn inmiddels overleden vrouw Helena Verraeck Jansdr. ten overstaan van notaris A. Cop op 21 mei 1625 heeft gemaakt, als de langstlevende van hen beiden gehouden is aan hun kinderen, m.n. Joannes en Pieter Hulshout, als zij mondig zijn geworden, als hun moederlijke goederen uit te keren samen een somma van 1500 gl. en dat bovenop het onderhoud etc. van zijn beide kinderen. Uit ” vaderlijcke lieffde” wil hij hun nog eens een somma van 500 gl. uitkeren, als zij mondig worden of gaan trouwen. Wanneer zij gaan trouwen, zal hij hun uitzetten “gecleet ende gereet naar sijn staet” of hun elk in plaats daarvan nog eens een somma van 500 gl. uitreiken. Als hij voor zijn kinderen komt te overlijden, zullen zij beiden als hun moederlijke goederen uit de gemeenschappelijke boedel ontvangen een somma van 3000 gl. Als beide kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal hetgeen hiervoor aan hen gelegateerd is, weer toekomen aan hem, comparant, zonder dat de erfgenamen ab intestato daarvan iets zullen mogen opeisen.

ONA Dordrecht inv. 72, f. 203v: op 30 dec. 1633 leggen Arent Waelen en Lambrecht Hulshout de oud, lakenkopers en dekens van het Lakenkopersgilde te Dordrecht, op verzoek van Aert Michielsz. de Hulter, als procuratie hebbende van Pouwels Wijnantsz., lakenkoper te ‘s-Hertogenbosch, c.s. een verklaring af. Zij getuigen, “dat dagelijks … binnen Dordrecht werden geveild ende bij de laeckencoopers gecocht verscheijden soo inlantsche als uijtlantsche laeckenen buijten de laeckenhalle deser Stede, ende sonder dat [de] selve alvoorens ter halle zijn gebracht, mits dat deselve werden gemeten bijden geswooren meter”, die daarvoor van de lakenkopers ontvangt twee stuivers van ieder stuk laken.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 484: op 2 aug. 1634 testeert Marguarita van Haren, de vrouw van Lambrecht Hulsthout de jonge lakenkoper. Zij herroept al haar vorige testamenten, codicillen etc. Tot erfgenamen benoemt zij de kinderen, die zij zal nalaten. Indien zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden of indien die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, benoemt zij tot haar erfgenamen haar verwanten van vaders- en moederszijde, op voorwaarde, dat die erfgenamen aan haar man zullen uitreiken haar juwelen, kleinodiën en “properheden”, die hij haar bij het aangaan van hun huwelijk als morgengift heeft geschonken. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar man en haar broer Jacob van Haren.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 596: op 17 dec. 1637 testeert Marguarita van Haren van Zaltbommel, de vrouw van Lambrecht Hulshout de jonge. Zij herroept eerdere testamenten e.d. Zij legateert aan haar man alle huisraad, meubelen, inboedel, kleren, juwelen, zilverwerk en al hetgeen zij bij het aangaan van hun huwelijk ingebracht heeft, op voorwaarde, dat hij na haar overlijden aan hun kinderen een somma van 1000 gl. zal uitkeren. Tot erfgenamen van alle overige goederen, nl. huis, hof, boomgaard, hop, bos en zaailand, die haar aanbestorven zijn bij overlijden van haar vader, Nicolaes van Haren, gelegen in Zuilichem omtrent Zaltbommel en een somma van 1000 gl., benoemt zij haar kinderen. Haar man zal van die goederen het vruchtgebruik hebben, totdat haar kinderen de mondigheid hebben bereikt of tot zij gaan trouwen. Haar man zal hun kinderen onderhouden etc. tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan uitzetten ”naer zijn discretie”. Als haar kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal haar man de voornoemde 1000 gl. in eigendom behouden, alsmede 15 hont bos en zaailand, die zij heeft liggen in het Gericht van Bruechem in de St. Antoniusstraat. Wat haar overige na te laten goederen betreft, wil zij, dat die na haar overlijden komen aan haar broer Jacob van Haren. Hij zal daarvan evenwel alleen het vruchtgebruik hebben en de eigendom ervan zal na zijn overlijden komen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan of bij vooroverlijden van die kinderen aan haar erfgenamen ab intestato van moederszijde. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man en haar neef Govert van Aldenhove en als toeziend voogd haar broer Jacob van Haren.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 406v: op 7 mei 1645 verklaren Lambrecht Hulsthout de oude, lakenkoper en burger van Dordrecht, als man van Jacomijntgen Jansdr., dochter van Jan Cornelisz. vleeshouwer, enerzijds en Jacob Arijensz., zoon en mede-erfgenaam van Adriaen Lenertsz., wonende op Maasdam, anderzijds, dat zijn gemeen hebben liggen zeker stuk weiland, genaamd “Dockercamp”, liggende in de ambachtsheerlijkheid Maasdam, groot ongeveer 5 morgen 56 roeden 8 voeten, welk land zij nu gegrondkaveld hebben. Aangezien Jacob daarbij meer land is toebedeeld dan Lambrecht, zal hij aan Lambrecht een somma van 300 gl. betalen.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 454: op 4 juli 1645 verleent Lambrecht Hulsthout de oude, als vader van zijn onmondige erfgenamen en kinderen, door hem verwekt bij Elisabeth Braemaecker, procuratie aan Gerrit de Roodere, procureur voor het Provinciale Hof en de Hoge Raad van Holland, om hem te vertegenwoordigen in alle zaken, die hij voor het Hof en de Raad heeft uitstaan of nog krijgen zal, in het bijzonder contra Damas Henloo, lakenkoper in de Klundert.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 710v: op 21 april 1646 verlenen Lambrecht Hulsthout de oude, Lambrecht Hulsthout de jonge, Coenraet Hars, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Nering, Hendrick Bos, namens zijn moeder Judith Bramakers, en Paulus Gerritsz. drappier, voor zichzelf en tevens vervangende Hermanus Botbergen, allen kooplieden en winkeliers te Dordrecht, procuratie aan Jan Pauwelsen, drappier en burger van Dordrecht, om in te vorderen hetgeen de “geabandonneerde” van Samuel Thomasz. Ottenbij, die gewoond heeft in Somerdijck, aan hen schuldig is wegens geleverde “koopmanschappen” en winkelwaren, nl. aan Lambrecht Hulsthout de oude een somma van 200 gl. en aan Lambrecht Hulsthout de jonge 147 gl.

ONA Dordrecht inv. 69, f. 272: op 15 mrt. 1653 testeert Maria Stoop, de vrouw van Lambrecht Hulsthout, koopman te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan haar man het eiken linnenkastje, dat in het voorhuis staat. Aan Catharina Hulsthout, de voordochter van haar man, legateert zij een gouden haar naald en een neusdoek, aan Maria Stoop, Cornelia Stoop,  Nicolaes Stoop en Henrica Stoop, allen getrouwde kinderen van haar broer Jacob Stoop, legateert zij een paar brede slaaplakens, aan Catharina Stoop een oude zilveren rijksdaalder en aan Abraham Stoop een gouden robijnringetje, beiden eveneens kinderen van broer Jacob Stoop. Zij legateert aan Wijnant van Nieuwstadt, de zoon van haar zuster, de beste diamanten ring, gekomen van haar eerste man, en aan zijn broer Dirck van Nieuwstadt een gouden kettinkje. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Cornelia Stoop, weduwe van Pieter van Nieuwstadt, of bij vooroverlijden haar zoons Wijnant en Dirck van Nieuwstadt of hun nakomelingen.

ONA Dordrecht inv. 64, f. 490: op 20 juli 1653 testeert Lambrecht Hulsthout de jonge, koopman en burger van Dordrecht. Hij herroept al zijn eerdere testamenten en prelegateert aan zijn twee jongste dochters Catharijna en Petronella Hulsthout, door hem verwekt bij Marguarita van Haren, zijn derde, inmiddels overleden vrouw, samen een somma van 2000 gl. Als zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zal die 2000 gl. toekomen aan zijn overige kinderen of nakomelingen. Hij prelegateert aan zijn zoon Pieter Hulsthout, verwekt bij zijn tweede vrouw Helena Verraeck Jansdr., boven zijn moederlijke goederen een bedrag van 1500 gl. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen Elisabeth Hulsthout, de vrouw van Anthonij van Meningh, Maerten Hulsthout, verwekt bij zijn eerste vrouw, Maijken van Balen, Pieter Hulsthout, Catharina Hulsthout en Petronella Hulsthout, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Tot voogden over zijn onmondige kinderen benoemt hij zijn broer Johan Hulsthout en zijn aangetrouwde neef Dirck van Herwijnen.

ONA Dordrecht inv. 48, f. 125: op 23 sept. 1656 testeert Lambert Hulsthout, lakenkoper en burger van Dordrecht. Hij verklaart “de moederlijke goederen van Pieter Hulsthout sijnen soon t’samen in alles te begrooten tot een somma van [3000] gul. … daarmede ook cesseeren zal eenige voorgaende belooffde uijtsettinge”. Hij begroot de moederlijke goederen van zijn dochter Catharijna Hulsthout op een somma van 2000 gl., welke bij het testament van haar moeder niet meer is geweest dan 1000 gl., evenals hij de moederlijke goederen van zijn dochter Petronella Hulsthout begroot op een somma van 3000 gl., die bij het testament van haar moeder niet meer is geweest dan 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vijf kinderen, m.n. Elisabeth, Maerten, Pieter, Catharijna en Petronella Hulsthout. Voorwaarde daarbij is, dat zijn kinderen van de helft van hun te erven goederen niet meer zullen hebben dan het vruchtgebruik en dat de eigendom van die helft zal toekomen aan hun kinderen. Indien Catharijna en Petronella zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zullen hun moederlijke goederen vererven op de verwanten van hun vader  en niet die van hun moeder of iemand anders. Tot voogden en executeurs van zijn testament benoemt de testateur zijn broer Jan Hulsthout en zijn neef Dirck van Herwijnen.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 85: op 20 okt. 1660 testeert Lambrecht Hulsthout, koopman en burger van Dordrecht. Hij herroept eerdere testamenten en bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die hij heeft gemaakt met zijn vrouw Elisabeth van Machele. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 500 gl. Hij prelegateert aan zijn zoon Pieter Hulsthout of bij diens vooroverlijden zijn nakomelingen zijn kleren en wapens, alsmede de portretten van hem, testateur, en zijn moeder, geschilderd door Cuijp [sic], en het huis, waarin hij, testateur, woont, staande [in de Voorstraat] tussen de Munt van Holland en het huis van Thomas Fransen lakenbereider, op voorwaarde, dat zijn zoon of diens nakomelingen het huis niet zullen verkopen of vervreemden binnen 25 jaar na zijn, testateurs, overlijden. Hij legateert aan Lambrecht Hulsthout de jonge, de zoon van Pieter, een lakenraam buiten de St. Jorispoort, mits hij of zij gehouden zijn de erfpachten en andere lasten ervan te betalen. Als zijn kleinzoon komt te overlijden voor zijn mondigheid of huwelijk, moet het lakenraam of bij verkoping  de opbrengst ervan komen aan de overige kinderen van Pieter Hulsthout. De testateur prelegateert aan zijn dochter Petronella wegens haar moederlijke goederen een somma van 4000 gl. en daarenboven een huis, hof, boomgaard, hop-, bos- en weiland en zaailanden, gelegen in Zuilichem bij Zaltbommel, gekomen van haar grootvader Nicolaes van Haeren, alsmede een huis, staande voor het Bagijnhof, bewoond door kapitein-luitenant Johan Maurice de Castilleios, op voorwaarde, dat zij ervan alleen het vruchtgebruik zal hebben. Hij prelegateert aan de kinderen van zijn dochter Elisabeth Hulsthout het huis, genaamd “den Goutwagen”, staande op de Groenmarkt, en een somma van 1500 gl. ” omme daer mede d’selve  huijsinge te verbeteren ende vernieuwen indien zeer verout ende reparatie nootich heeft”, alsmede een huis voor het Bagijnhof, naast het huis, dat hij heeft geprelagateerd aan Petronella, op voorwaarde, dat het huis niet verkocht of vervreemd zal worden binnen 20 jaar na zijn overlijden. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen Pieter, Elisabeth en Petronella Hulsthout of bij vooroverlijden hun kinderen, op voorwaarde, dat “soo veel vaste brieven [en dergelijke] … onder handen vande voogden sullen moeten verblijven waervvt … zijn huijsvrouw haere jaerlijkse beloofde douarie … alle jaeren sal connen becomen ende ontfangen”. Hij stelt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen aan zijn zoon Pieter Hulsthout en zijn aangetrouwde neef Dirck van Herwijnen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht)

Ex 1:

a. Elisabeth Hulsthout, aug. 1619, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1646), weduwe van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1660), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 mei 1646 Anthonij Dirksz. van Menningh, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), 2e NG Dordrecht/St. Anthoniepolder 25 april/9 mei 1660 Adriaen Verheij, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1660))

b. Marten Hulsthout, febr. 1621

Ex 2:

c. Pieter Hulsthout, aug. 1627, jongman van Dordrecht wonende naast de Munt (1657), trouwde NG Dordrecht 17 juni 1657 (op 5 juli 1657 bescheid gegeven om in Middelburg te trouwen) Elisabeth Robberts, weduwe van Dordrecht wonende in Middelburg (1657), trouwde 1e Pieter Nachtegael

ONA Dordrecht inv. 62, f. 764: op 2 april 1649 testeert Pieter Hulsthout, jongman, maar oud genoeg om te mogen testeren, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot zijn erfgenaam zijn vader Lambrecht Hulsthout de jonge.

d. Johannes Hulsthout, geboren naar schatting ca. 1630, jong overleden

Ex 3:

e. Catrijntje Hulsthout, jan. 1635, jong overleden (tussen 23 sept. 1656 en 20 okt. 1660)

f. Pieternella Hulshout, 20 juli 1645]

Claes Janssen Bolenbeek [kousenmaker] 30 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 30 okt. 1588: Claes Jansz. Bolenbeeck kousenmaker van Breda en Susannicken Joeris Petersdr. van Gent, getr. 13 nov. 1588,

NG trouwboek Dordrecht 28 sept. 1614: Claes Jansz. weduwnaar lakenkoper van Breda en  Aeltken Fijnemans Jansdr. van Dordrecht, getrouwd 19 okt. 1614

ONA Dordrecht inv. 60, f. 153: op 10 aug. 1640 testeren Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck, koopman en burger van Dordrecht, [ziek] in een stoel zittende, en zijn vrouw Aeltgen Fijnemans. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie een bedrag van 100 gl. Hij wil, dat zijn vrouw uit de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 600 gl. zal krijgen, alsmede al haar kleren, juwelen, zilverwerk, het eiken buffet in de voorkamer  en een kindsgedeelte in alle overige goederen. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen en kindskinderen. De dochter van zijn dochter, Machelt Fijnemans, zal zich echter moeten tevreden stellen met een somma van 600 gl., waarvan zij alleen het vruchtgebruik zal hebben en de eigendom ervan naar haar kinderen zal gaan. De testateur wil voorts, dat de weeskinderen van zijn overleden dochter Magdalena van Bolenbeeck, bij haar verwekt door Reijnier Fijnemans, niet zullen delen in de door hem, testateur, na te laten meubelen, huisraad, inboedel, lijnwaat en ongemunt zilverwerk, maar dat zij alleen recht zullen hebben op hun aandeel in de overige goederen. De testateur prelegateert aan Susanna en Johannes Fijnemans elk een zilveren schaal “tot een gedagtenisse”. Hij wenst, dat zijn kinderen van de goederen, die zij van hem zullen erven, ten behoeve van hun kinderen, voor een bedrag van 1500 gl., niets zullen verkopen of vervreemden. Zij zullen daarvan alleen het vruchtgebruik genieten tot hun kinderen mondig worden of gaan trouwen. Zijn zoon Gerrard van Bolenbeeck zal op het huis, waarin hij woont en dat eigendom van de testateur is, aan zijn kinderen een bedrag van 1500 gl. moeten “bewijsen”. De testateur wenst, dat zijn dochter Susanna van Bolenbeeck, als vrouw van Dionisius van der Dack, op haar erfportie aangekaveld zal worden het huis, waarin de testateur woont, genaamd “’t Vergulde Brantijser”, mits zij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel inbrengt een somma van 4300 gl. Als de testatrice voor de testateur komt te overlijden, legateert zij aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 100 gl. Tot erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar man, op voorwaarde, dat hij aan haar erfgenamen ab intestato zal uitreiken al haar kleren, juwelen, zilverwerk en een bedrag van 600 gl. De testateur benoemt tot executeurs van zijn testament en voogden over zijn minderjarige erfgenamen Jan Claesz. van Bolenbeeck, Cornelis Claesz. van Bolenbeeck, Jan Evertsz. van Schaermont en Gerrard Maes.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 232: op 22 mei 1642 comp. voor een Dordtse notaris Aeltgen Fijneman, weduwe van Nicolaes Jansz. Bolenbeeck, geassisteerd met haar broer Reijnier Fijneman, die tevens vervangt zijn meerderjarige kinderen, Cornelis van Bolenbeeck, Anthoni Jonctijs, als man van Maria van Bolenbeeck, Dionijs van der Dack, als man van Susanna van Bolenbeeck, Cornelis van Bolenbeeck, Johan Evertsz. en Dionijs van der Dack nog als voogden van de kinderen van  wijlen Jan Claesz. van Bolenbeeck, door hem verwekt bij zijn vrouw Anneken Jansdr. Coninck, die mede compareert en haar meerderjarige kinderen vervangt, en Cornelis van Bolenbeeck, Johan Evertsz. en Dionijs van der Dack tevens als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Magdalena van Bolenbeeck, bij haar verwekt door Reijnier Fijneman, allen erfgenamen van Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck. De comparanten verklaren “elcx met sijne aengecavelde partijen hen wel te vergenoegen ende voor gecontenteert te houden”

ONA Dordrecht inv. 90, f. 344: op 7 nov. 1651 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Anneken Jans, weduwe van Jan Claesz. van Bollenbeeck, een bedrag van 200 gl., aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack, 200 gl., aan Margareta Herman Claesdr. [dochter van Herman Claesz. en Elisabeth Fijnemans *] 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz., 50 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermans 100 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van 500 gl., waarvan ” het capitael … aende [hierna te noemen] erfgenamen [zal] blijven”, en aan hem tevens het vruchtgebruik van 300 gl., die na zijn overlijden zal verdeeld worden onder de na te noemen erfgenamen en hun nakomelingen en onder Margareta Herman Claesdr. en de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr., aan de kinderen van Catharina Herman Claesdr. 200 gl., aan Aelbert Herman Claesdr. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen 800 gl. en haar inboedel, welke zij “bij inventaris onder haer eijgen hant sal stellen”, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 800 gl., aan de NG huisarmen te Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster, wonende in de Vriesestraat 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [zijn vrouw] IJda Herman Claesdr. of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz. Maes of bij vooroverlijden diens oudste zoon Abraham Maes.

Kinderen van Claes Jansz. van Bolenbeeck en Susannicken Joeris Petersdr. :

a. Jan Claesz. van Bolenbeeck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1589, trouwde Anneken Janssdr. Coninck

Kind:

a-1. Jan van Bolenbeeck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1619

ONA Dordrecht inv. 61, f. 2v: op 22 jan. 1644 verklaart Jan van Bolenbeeck, zoon van wijlen Jan Claesz. van Bolenbeeck, wonende te Dordrecht, dat hij van zijn oom en voogd Cornelis van Bolenbeeck, ten overstaan van zijn mede-voogd en aangetrouwde oom Johan Evertsz., ontvangen heeft een somma van 1182 gl. 14 st., welke hij geërfd heeft van zijn grootvader Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck.

b. Magdalena van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht aug. 1591, van Dordrecht (1617),  trouwde NG Dordrecht 11 juni/2 juli 1617 (proclamatie in de Waalse Kerk) Reijnier Fijneman, van Dordrecht (1617), houtkoper

ONA Dordrecht inv. 28, f. 303: op 29 nov. 1624 verklaren Reijnier Fijneman, weduwnaar van Magdalena van Bolenbeecq Nicolaesdr., enerzijds en Nicolaas Jansz. van Bolenbeecq lakenkoper, als grootvader en testamentaire voogd van de kinderen van Reijnier Fijneman en Magdalena Claesdr., anderzijds, dat zij zijn overeengekomen, dat Fijneman i.p.v. de twee maal 200 gl. nu gehouden zal zijn aan zijn kinderen te geven een somma van 600 gl.

c. Joris, gedoopt NG Dordrecht april 1594

d. Maeijcken van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht juli 1596, jonge dochter van Dordrecht wonende in “’t Brantijser” bij de Visbrug (1629), trouwde NG Dordrecht 22 juli/7 aug. 1629 Anthonij Jonctijs Euwoutsz., jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1629)

e. Cornelis Claesz. van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1597

f. Gerrard van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1598, trouwde Maria Geerartsdr.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 258: extract van het testament van Geerardt van Bolenbeeck koopman en zijn vrouw Maria Geerartsdr., gepasseerd op 15 juni 1633 ten overstaan van notaris D.S. Coplaer te Dordrecht. De testateur heeft tot voogden benoemd zijn vader Nicolaes Jansz. van Bolenbeeck en zijn goede bekende Cornelis Roelantsz. Schou. Gecollationeerd op 24 nov. 1643.

g. Susanna van Bolenbeeck, geboren naar schatting ca. 1600, trouwde NG Dordrecht 3 dec. 1634 Dionisius van der Dack]

De weduwe van Evert Henricxsz. [Hermansz.] cousmaker 2 ponden

Juffr. Lucretia Ooms 25 ponden

[ONA Dordrecht inv. 55, f 535: op 16 sept. 1626 maakt Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis van Scharlaecken, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 200 gl. en aan haar dienstmaagd Janneken Lamberts een gelijk bedrag van 200 gl. Aan haar beide dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken prelegateert zij haar meubelen, inboedel, ongemunt verguld en zilverwerk, kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk en aan de kinderen van haar overleden zoon Pieter van Scharlaecken een somma van 600 gl. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, alsmede de kinderen van Pieter van Scharlaecken, op voorwaarde, dat de goederen, die de kinderen van Pieter van haar zullen erven, zullen blijven “subject fideï-commis” tot zij gaan trouwen. Als die kinderen voordien komen te overlijden, zullen die goederen komen aan de erfgenamen ab intestato van haar, testatrice. Als haar dochters voor haar komen te overlijden, zullen de goederen, die hun kinderen van haar erven, blijven “subject fideï-commis”, evenzo als dat bepaald is ten aanzien van de kinderen van haar zoon. Tot voogden benoemt zijn Johannes Bocardus en Simon van Beaumont Govertsz. Als die voogden weigeren de voogdij te aanvaarden of voor haar, testatrice, zullen overlijden, mogen haar dochters, samen of de langstlevende van hen beiden, nieuwe voogden aanstellen.]

f. 6v

De weduwe van Jacob van Meeuwen 30 ponden

[Jacob van Meeuwen Johansz., raad in wette 1624, gecommitteerde ten beleide 1625, overleden 29 aug. 1625, trouwde 6 mei 1601 Machteld van Scharlaken, overleden 13 mei 1638 (Balen, o.c., deel II, p. 1128). Hij werd in 1612 eigenaar van het huis “de Gulden Os” aan de Groenmarkt, dat voordien eigendom geweest was van zijn schoonmoeder, Lucretia Ooms, en haar kinderen. (Van de Maas, o.c., p. 13)

Het huis “de Gulden Osch” aan de Groenmarkt (foto: A.B. den Haan, okt. 2011)

I. Pieter van Scharlaken Gerardsz.., trouwde 17 april 1510 Petronella Dew Gijsbertsdr., overleden 19 mrt. 1557

Kinderen:

a. Willem

b. Maria

c. Kornelia

d. Kornelis van Scharlaken Pietersz., trouwde Kornelia van Stapel (overleden zonder nakomelingen)

e. Gerard, volgt IIa

f. Elisabeth

g. Gijsbert, volgt IIb

h. Pieter van Scharlaken, trouwde Maria Huybrecht Stouten (overleden zonder nakomelingen)

i. Elisabeth van Scharlaken,  trouwde 1e Johan van Polanen, 2e Pieter van Teylingen

j. Alid vanScharlaken, trouwde Jan van der Steen, “te Antwerpen”

IIa. Gerard van Scharlaken Pietersz., trouwde Margareta Heymans Jansdr.

Kinderen:

a. Jan van Scharlaken , trouwde Susanna Laurensdr. (overleden zonder nakomelingen)

b. Pieter van Scharlaken, trouwde Geertruyd Hallincg Okkersdr.

c. Elisabeth van Scharlaken, trouwde Frans van Bonkelwaard

Kind:

c-1. Gerard van Bonkelwaard Fransz.

d. Janneken van Scharlaken, trouwde Jan de Backere Gijsbertsz.

Kind:

d-1. Gijsbert de Backere Jansz.

IIb. Gijsbert van Scharlaken Pietersz., trouwde Adriana van Slingeland Jan Pieter Henriksdr.

Kinderen:

a. Janneken van Scharlaken, trouwde Francoijs Coulhijs, van Antwerpen (overleden zonder nakomelingen)

b. Kornelis, volgt III

c. Jan van Scharlaken, geestelijke te Antwerpen

d. Adriana van Scharlaken, overleden tussen 13 febr. 1617 en 17 aug. 1617,  trouwde Thomas de Witt Willemsz., schepen en oudraad van Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 22, f. 57: op 13 febr. 1617 verleent Adriana van Scharlaken, wonende te Dordrecht, weduwe van Tomas Willemsz. de Wit, gecommitteerde raad van de Staten van Holland, procuratie aan haar neef Gijsbert van Scharlaken, koopman van greinen, om voor haar te verkopen 2 morgen 23 roeden 8 voeten en 7 duim zaailand in Nieuw-Cromstrijen.

ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1626 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, als stiefvader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.

e. Mr. Pieter van Scharlaken

f. Jakobmina van Scharlaken, trouwde Nikolaas van Honkoop Matthijsz, tresorier te Gorinchem

g. Maria van Scharlaken, overleden te Mechelen

h. Klara van Scharlaken, ongehuwd

i. Josina van Scharlaken, trouwde Emanuel van den Burch, “te Delft”

j. Gijsbert, overleden 15 april 1553

k. Gerard, overleden 7 sept. 1556

l. Pieter, overleden 19 aug. 1557

m. Gijsbert, overleden 15 aug. 1557

III. Kornelis van Scharlaken Gijsbertsz., schepen van Dordrecht, baljuw en dijkgraaf van het Land van Strien, trouwde 1574 Lucretia Oem (Luijtgart Jacobsdr. Ooms), dochter van Jakob Oem Jakobsz. en Magteld Heerman 

ONA Dordrecht inv. 16, f. 327: op 5 dec. 1612 comp. Adriana van Scharlaken, weduwe van Thomas Willemsz. de With, Gijsbert van Scharlaken en Jacob van Meeuwen, als man van Machtelt van Scharlaken, allen wonende te Dordrecht, Gijsbert van Scharlaken en Jacob van Meeuwen tevens vervangende hun broers en zwager en Emanuel Cornelisz. van der Burch, wonende te Delft, Anna van Housen, wonende te Antwerpen, en de erfgenamen van Claes Tijssen van Honcoop. Comp. tevens Nicolaes de Bruijn, wonende te Dordrecht, als man van de weduwe van Johan van Polanen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Dirk Claesz. van Seventer lakenkoper, voogd van de onmondige kinderen van Johan van Polanen. De comparanten verklaren procuratie te verlenen aan mr. Adriaen Dircxsz. de Jonge den diens zoon Jan Adriaensz. de Jonge, procureurs voor het Hof en Leenhof van Holland, om voor die hoven en andere gerechtshoven hun zaken te verdedigen.

ONA Dordrecht inv. 55, f 535: op 16 sept. 1626 maakt Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis van Scharlaecken, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 200 gl. en aan haar dienstmaagd Janneken Lamberts een gelijk bedrag van 200 gl. Aan haar beide dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken prelegateert zij haar meubelen, inboedel, ongemunt verguld en zilverwerk, kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk en aan de kinderen van haar overleden zoon Pieter van Scharlaecken een somma van 600 gl. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar dochters Machtelt en Jannette van Scharlaecken, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, alsmede de kinderen van Pieter van Scharlaecken, op voorwaarde, dat de goederen, die de kinderen van Pieter van haar zullen erven, zullen blijven “subject fideï-commis” tot zij gaan trouwen. Als die kinderen voordien komen te overlijden, zullen die goederen komen aan de erfgenamen ab intestato van haar, testatrice. Als haar dochters voor haar komen te overlijden, zullen de goederen, die hun kinderen van haar erven, blijven “subject fideï-commis”, evenzo als dat bepaald is ten aanzien van de kinderen van haar zoon. Tot voogden benoemt zijn Johannes Bocardus en Simon van Beaumont Govertsz. Als die voogden weigeren de voogdij te aanvaarden of voor haar, testatrice, zullen overlijden, mogen haar dochters, samen of de langstlevende van hen beiden, nieuwe voogden aanstellen.

Kinderen:

a. Machteld van Scharlaken, geboren naar schatting ca. 1575, trouwde 6 mei 1601 Jakob van Mewen Jakobsz.

b. Gijsbert van Scharlaken, trouwde Maria Cornelis

ONA Dordrecht inv. 55, f. 637v: op 8 jan. 1627 comp. Maria Cornelis, weduwe van Ghijsbert van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, Maria Rijsers, weduwe van Petrus van Scharlaken, allen erfgenamen van voorn. Ghijsbrecht van Scharlaken, alsmede Aert Jansz. van Nes, beenhakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Aelbert Willemsz., slotenmaker, als man van Soetgen Jansdr., Maijken Jansdr., ongehwde persoon, en Jan Janssen, wonende te Amsterdam, gepasseerd voor notaris E. Cocq op 4 dec. 1625. De comparanten verkopen aan Govert Adriaensz., beenhakker en burger van Dordrecht, een huis bij de Kruiskapel [Voorstraat, schuin tegenover de Nieuwbrug], genaamd “den Sabel”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Maria van der Poel en dat van Andries Hermansz. boekverkoper. De koper betaalt 1950 gl.

c. Johanna van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 14 jan. 1580, trouwde Kornelis [Simonsz.] van Gesel (Geselius), predikant te Rotterdam, later te Edam

[Cf. ORA Dordrecht inv. 764, f. 7 e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: Anthoni van Gesel, Simon van Ghesel, Pieter de Wit, als man van zijn [niet met naam en toenaam genoemde] vrouw [nl. Judith Simonsdr. van Gesel], voor zichzelf en Anthoni en Simon van Gesel nog als voogden over de minderjarige kinderen van Elizabet van Gesel, bij haar verwekt door mr. Barthout van Ackerlack, alsmede over de minderjarige kinderen van Cornelis van Gesel, door hem verwekt bij Janneken van Scharlaecken, verkopen aan Pieter Wiericx, burger van Dordrecht, een erfje, gelegen achter diens huis, dat staat op de Nieuwe Haven in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Claes Ariensz. en dat van Wouter Bastiaensz., strekkende van het kookhuisje, dat staat achter het genoemde huis, tot achter aan ’s herenveste toe.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 8v e.v., transportakte dd 31 jan. 1623: dezelfde comparanten verkopen aan Claes Ariensz., burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Wiericx en dat van de erfgenamen van Adriaen Repelaer Thonisz., en strekkende voor van ’s herenstraat tot achter aan de stadsvest toe. Koper is schuldig aan Jan Jansz. koopman een bedrag van 800 gl. Borgen: Jan Pietersz. Ramp en Michiel Anthonisz. van Middelhoven, houtkopers en burgers van Dordrecht.]

Kinderen:

c-1. Lucretia van Gesel

c-2. Adriana van Gesel, trouwde ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem

c-3. Catherijna (Catalijna) van Gesel Cornelisdr., van Rotterdam, wonende in de Wijnstraat te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 8 sept./1 okt. 1630 (procl. te Culemborg en Everdingen) ds. Adrianus de Man, jongman van Culemborg, predikant te Everdingen (1630)

– 2 sept. 1670: Lucretia de Man en Johanna de Man, meerderjarige, ongehuwde personen, en ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater, als man van Elisabeth de Man, samen kinderen van Catherijna van Gesel en erfgenamen van Johanna van Scharlaecken, weduwe van Cornelis van Gesel, hun grootmoeder van moederszijde, en tevens erfgenamen van hun tante Lucretia van Gesel, verlenen procuratie aan hun neef Jacob Casteleijn, koopman te Rotterdam, om te compareren voor de Kamer Rotterdam van de VOC en daar op naam van ds Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem, als echtgenoot van Adriana van Gesel, mede-erfgename van Johanna van Scharlaecken en Lucretia van Gesel (zonder dat er nog andere erfgenamen van laatstgenoemden in leven zijn), over te boeken een actie van 300 gl. kapitaal, die stond op naam van wijlen Johanna van Scharlaecken. (ONA Dordrecht inv. 183, f. 117 e.v.)

Kinderen:

c-3-1. Lucretia de Man

c-3-2. Johanna de Man

c-3-3. Elisabeth de Man, trouwde ds. Theodorus Ab Eerst, predikant te Oudewater

d. Jakob van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1581, zonder nakomelingen overleden voor 16 okt. 1617

ONA Dordrecht inv. 22, f. 341: op 16 okt. 1617 verleent Gijsbert van Scharlaken, kapitein van de burgerwacht en koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zusters, erfgenamen ab intestato van Jacob van Scharlaken, opperkoopman op het schip “Hollandia”, uitgevaren met de vloot van admiraal Steven van der Haegen, procuratie aan Ephraim Lemmens, boekhouder van de VOC te Amsterdam, om te ontvangen van Jan Diricxsz. van Dordrecht een somma van 100 gl., van Jacob Marcusz., ziekentrooster, 46 gl., van Hans Rutenburch, kwartiermeester, 20 realen van achten in specie, allen uitgevaren op het schip “Hollandia” , van Lambert Plaijsant van Luik, uitgevaren op het schip “Gouda”, 56 gl. ,van Sijmon Claesz. van Gesell Mikhout, uitgevaren als schieman op het schip “China” en daarna schipper op het jacht “Delft”, 80 stukken van achten van 47 stuivers het stuk, van Claes Outsiers, smid van Acxwick, 127 gl. 10 st. en van Pieter Bowet, opperkoopman op het schip “Amsterdam”, 192 gl.  

ONA Dordrecht inv. 24, f. 328: op 17 aug. 1619 verlenen Gijsbert van Scharlaken, koopman en burger van Dordrecht, en Pieter van Scharlaken, predikant te Strijen, erfgenamen van hun broer Jacob van Scharlaken, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van Meeuwen, als man van Machtelt van Scharlaken, Jannette van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, predikant te Rotterdam en Edam en Jan van Scharlaken, gevangene in de Manijltjes [?], samen mede-erfgenamen van Jacob van Scharlaken, procuratie aan Gijsbert Trijsens, notaris te Middelburg, om in ontvangst te nemen hetgeen wijlen Pieter Bahuet aan hen schuldig over de koop van een gouden “crits” [kris], door hem te Banda gekocht uit het sterfhuis van Jacob van Scharlaken.

e. mr. Pieter van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 10 mei 1583, licentiaat in beide rechten en vervolgens in de theologie, predikant te Strijen en Papendrecht, overleden voor 16 sept. 1626, trouwde Maria Rijsers, dochter van Cornelis Rijser en Maria van Beveren Cornelisdr.

Kind:

e-1. Alida Pietersdr. van Scharlaken, geboren ca. 1616, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1636),  trouwde NG Dordrecht 16 mrt./8 april 1636 Reijnier Strick, geboren ca. 1600, jongman van IJsselstein, wonende te Amsterdam (1636), koopman


Paulus Lesire, portret van Alida van Scharlaken

Paulus Lesire, portret van Reijnier Strick

ONA Dordrecht inv. 67, f. 89: op 14 mrt. 1636 passeren huwelijkse voorwaarden Reijnier Stricke, jongman, koopman te Amsterdam, geassisteerd met Jan Gerritsz. Maijen, zijn neef, en Gerrit Rosenboom, secretaris van Amsterdam, enerzijds, en Alida van Scharlaken, geassisteerd met Maria Rijsers, weduwe van Petrus van Scharlaken, haar moeder, en mr. Cornelis van Beveren Willemsz., heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, haar bloed- en testamentaire voogd, anderzijds.

ONA Amsterdam inv. 1624, f. 185: verklaring dd 27 sept. 1639 door Reinier Stricke, burger van Dordrecht, 39 jaar oud.

e-2. Jacob, gedoopt NG Dordrecht april 1621

f. Michiel van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1584, ongehuwd overleden op 28 febr. 1601

g. Jan van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1586, ongehuwd overleden

h. Tielman van Scharlaken, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1588, overleden op 28 febr. 1595

(Balen, o.c., deel II, p. 1213-1216)

ORA Dordrecht inv. 746, f. 227 e.v.: op 5 april 1603 compareren Cornelis Spotten Pietersz., als mede-erfgenaam van Cornelia Stapels enerzijds en Adriana van Scharlaecken, weduwe van Thomas de With Willemsz., Pieter Geeritsz. van Scharlaecken voor zichzelf en tevens vervangende Jan Geeritsz. van Scharlaecken, Frans van Bonckelwaert, weduwnaar van Lijsbet Geeritsz. van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende zijn kinderen, door hem bij zijn overleden vrouw verwekt, Jan Ghijsbertsz. als man en voogd van Janneken Geeritsz. van Scharlaecken, Nicolaes van Honcop Mathijsz. als echtgenoot van Jacobmina van Scharlaecken,  voor zichzelf en van wege zijn kinderen, door hem bij genoemde Jacobmina verwekt, en tevens vervangende Emanuel van de Borch, als man en voogd van Josina van Scharlaecken, Ghijsbert van Scharlaecken  en Jacob van Meuwen als man en voogd van Machtelt van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende hun moeder en andere zusters en broeder, Baelken Cornelisdr., weduwe van Jan van Polaenen, voor zichzelf en haar kinderen, geassisteerd met Dirick Claesz. van Sevener, als haar gekoren voogd, en Anna van Steen, weduwe van Casper van Longe, geassisteerd met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en diens vrouw Cornelia Stapels. Comparanten verklaren, dat door Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en Cornelis Spotten “proces geïnstitueert es geweest ende naer des voornoemde Cornelis van Schaerlaeckens overlijden bij de voorsz. Spotten alleen vervolcht es tegens de erffgenaemen van Aelwijn Aelwijnsz. zaliger om seeckere rente van hondert [karolus]guldens siaers spreeckende op de stadt van Bergen opten Zoom” en dat zij nu overeengekomen zijn “dat den voorsz. Spotten alleen tot sijnen pericule sal vervolgen ’t voorsz. proces met conditie soo hij quaeme te triumpheren dat tselve alleen sall comen tot sijnen proffijte, ende soo hij quame te succumberen dat hij alleen sal draegen, de costen ende schaeden van de processe”. Spotten verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis in de Lombardstraat, staande op de hoek van de Breestraat en naast het huis van de weduwe van Jan van Polaenen.]

De weduwe van Johan de With Wilmsz. 20 ponden

[Jacobmina van Baresteijn, geboren 13 juli 1572, overleden 11 jan. 1656, dochter van Jan van Baresteijn Bartholomeusz. en Jacokmina Louff, trouwde 18 febr. 1590 Johan de Wit Willemsz., ontvanger generaal van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625. (Balen, o.c., deel II, p. 1306)

ORA Dordrecht inv. 1598, f. 115: op 26 nov. 1619 verkoopt Pieter Cornelisz. Swanenburch, koopman en burger van Dordrecht, voor 5200 gl. aan Johan de With Willemsz., oud-thesaurier en schepen in wette van Dordrecht, een huis in het opgaan van de Visbrug, genaamd “den IJseren Man”, staande tussen het huis van Jopke Sijmons en de haven. Waarborg: Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen en schepen in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 3700 gl. Borg: zijn zoon Johan de With Jansz.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 813: op 9 juni 1643 testeert Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Jacobmijna Jansdr., weduwe van Johan Willemsz. de With, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de With een somma van 300 gl.]

Arent Halling 8 ponden

Jan Jansz. wielmaker 2 ponden

f. 7

Cornelis Roelantsz. Schou 100 ponden

[ONA Dordrecht inv. 58, f. 127: op 1 juni 1633 leggen Hendricxe Jansdr., Elisabeth Dircxdr., Aechtgen Jorisdr., Elisabeth Jansdr. en Anneken Gerritsdr., allen ongehuwde dienstmaagden, wonende ” ten huijse ende inde gebuijrte” van Cornelis Schouw in Dordrecht, alsmede Aechtgen Jansdr., die werkt op de hofstede van de heer Schouw, gelegen buiten de Spuipoort, op verzoek van Maerten Theunisz., bouwknecht op genoemde hofstede, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 356: op 16 mrt. 1634 verleent Ocker Baen, koopman en burger te Dordrecht, zo voor zichzelf als tevens vervangende zijn zwager Cornelis Schouw, procuratie aan Govert Jacobsz., mandenmaker en burger van Zierikzee.]

De weduwe van Cornelis Cornelisz. inde Bellen 8 ponden

Dirck van Slingelant appoteecquer 6 ponden

Gijsbert Jacobsz. dekencooper 3 ponden

Joost Jansz. cruijdenier ende sijn suster 8 ponden

De weduwe van Andries Reijersz. bouckbinder 2 ponden

f. 7v

Hendrick van de Lidt twinder 3 ponden

Claes Pietersz. zijdecramer 8 ponden

Bartholomeus Hendricxsz. 3 ponden

Jacob Govertsz. smith, nihil habet 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 764: op 10 febr. 1623 verklaart Jacob Govertsz., burger van Dordrecht, tot “verzekering” van de borgtocht ter somma van 1600 gl., die Cornelis Roelantsz. voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Grietken Cornelisdr., verbonden te hebben een huis omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. en dat van Jan Claesz. van Bolenbeeck]

Govert Jansz. wagenmaker, nihil habet 3 ponden

f. 8

Jan Claesz. laeckencooper 4 ponden

De weduwe van Dirck Gerbrantsz. Stoop, obijt nijet naerlatende 3 ponden

[Dirk Gerbrantsz. Stoop (1552-1616) trouwde 1e Maria de Wit Fransdr., trouwde 2e Hendrikske Jacobsdr. Tiongen. (Zie Balen, o.c., deel II, p. 1245-1246.)]

Jeremias Lauwerensz. procureur 2 ponden

Abel Jacobsz. meelcooper 5 ponden

Jacob Geubels maeldenier 3 ponden

f. 8v

Jannegien Cnollen 1 pond

De erfgenamen van Joris de Gelder, obijt sonder verder verhael naer te laeten 10 ponden

[11 jan. 1623: Adriaen Cornelisz. Roch, burger van Dordrecht, is schuldig aan Johannes van de Noortsij 200 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis bij de Lombardbrug, staande tussen het huis van Willem Bilaert en dat van Joris de Gelder. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 3)]

Willem van Bijlaert 10 ponden

[Willem van Bijlaert Gerritsz., van Dordrecht (1613),koopman en juwelier, trouwde NG Dordrecht 16 juni 1613 Maria van Nispen Hendriksdr., van Dordrecht (1613)

Kinderen:

a. Maria, gedoopt NG Dordrecht okt. 1623]

David Adriaensz. glaesmaecker 1 pond

Hans Robbertsz. pontgaerder 7 ponden

f. 9

Adriaen Cornelisz. Boonen 20 ponden

Jan Pietersz. Vekemans 1 pond

Willem Sieren pontgaerder 18 ponden

Machtel Henricxdr. 4 ponden

Mels Gijsbertsz. coorncooper 18 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 28 mei 1620 zijn aangetekend de trouwbeloften tussen Mels Gijsbertsz. jongman burger van Dordrecht geassisteerd met Arien Cornelisz. en Anneken Dircxdr. jonge dochter wonende te Dordrecht geassisteerd met Grietken Mels vrouw van voornoemde Arien Cornelisz.

Mels Gijsbertsz., geboren ca. 1595, was vanaf 8 aug. 1632 (bevestigd Pinksteren 1635), oudste van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht. Hij overleed op 19 juni 1648.

– 28 febr. 1624: Adriaen Cornelisz. Boene, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4200 gl., aan Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Roggeblom”, staande omtrent de Grote Kerk [in de Grotekerksbuurt] tussen het huis van Joost Daniëlsz. kleermaker en dat van Lievinus Nering. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 3500 gl. In margine: op 27 april 1635 compareert Mels Gijsbertsz. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 765, f. 8 e.v.)

– 2 juli 1647: testeren voor notaris J. Schoormans te Dordrecht Mels Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht en zijn vrouw Anneken Dircxdr., beiden gezond. Zij legateren aan het Weeshuis te Dordrecht een bedrag van 100 gl. en aan de Armen van de diaconie van de Nederduits Gereformeerde gemeente te Dordrecht eveneens 100 gl. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende van hen beiden is gehouden hun gezamenlijke kinderen te onderhouden, alimenteren, te laten leren etc. en die kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk, mits dat huwelijk met toestemming van de langstlevende wordt gesloten, “vuijt [te] setten in cleedinge, reedinge ende anders, mitsgaders soo veele in penn[ingen] daeraen off mede [te] geven, sulcx den langstlevenden goetvinden ende gelieven sal”. Als de langstlevende gaat hertrouwen, zal hij of zij uit de gemeenschappelijke boedel slechts een legaat krijgen, nl. het huis, waarin zij, testateuren, wonen, staande omtrent de Grote Kerk [Grotekerksbuurt] aan de havenzijde, welk huis is genaamd “de Rogge bloemen ende St. Jacob”, voorts alle meubels, huisraad en ongemunt goud en zilver, [welke zich in dat huis bevinden] en een boomgaard of tuin, liggende buiten de Spuipoort aan het einde van de straatweg. Indien de langstlevende gaat hertrouwen, zullen de goederen, die hij of zij op dat moment bezit, voor de ene helft aan de langstlevende zelf en voor de andere helft aan hun kinderen toekomen. In dat geval zal de langstlevende ook verder ontheven zijn van de verplichting tot onderhoud, alimentatie etc. van de kinderen, welke dan vervolgens bekostigd zullen worden uit de helft van de nalatenschap, die toekomt aan de kinderen. Testateuren benoemen elkaar tot voogd. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 86, f. 205v e.v.)

– 20 juni 1648: een baar voor Mels Gijsbertsz. korenkoper bij de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 3 sept. 1648: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Mels Gijsbertsz. en zijn vrouw Anneken Dircksdr., gepasseerd op 2 juli 1647 voor notaris J. Schoormans te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 47v)

– 29 jan. 1649: Anneken Dircxdr., weduwe van Mels Gijsbrechtsz., in zijn leven koopman te Dordrecht, verleent procuratie aan Mattijs Dircxsz. van Gent, notaris en procureur te Heusden, om te vorderen van Geertruijt van Beurderen, weduwe van Barent Willemsz. van de Guldenhoeck, wonende te Heusden, al hetgeen zij aan comparante schuldig is. Getuigen: Gijsbert Melsz. van Eegt en Johannes Melanen. (ONA Dordrecht inv. 88, f. 29)

– 3 nov. 1649: een baar voor de weduwe van Mels Gijsbertsz. korenkoper op de hoek van de Oudemanhuissteiger omtrent de Grote Kerk (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 6 april 1650: Jop Huijbrechtsz. Ackerman koopman machtigt Johannes Boenes te Dordrecht, “zwager” [schoonzoon] van wijlen Mels Gijsbertsz., om eigendom te eisen van land, dat hij met Mels Gijsbertsz. heeft gekocht van Jan Willemsz., koopman wonende in De Doel. Het land is gelegen onder Calloo, St. Anna, Kieldrecht en Beveren.(ONA Rotterdam inv. 311, akte 266)

Bij zijn vrouw Anna Dircxdr. had Mels Gijsbertsz.de volgende kinderen (volgorde onzeker):

a. Gijsberto Mels, geboren Dordrecht 1622, koopman en commissaris van de Admiraliteit van Amsterdam in Spanje.

b. Anna Mels, trouwde Dordrecht (Doopsgezind) 25 okt. 1648 Jan Jacobsz. Boenes

c. Elisabeth Mels, trouwde Pieter de Ruijsschen

d. Barbara Mels, trouwde Paulus Maeshouck

e. Dirck Mels, jongman wonende te Amsterdam (1664), trouwde Rotterdam (Stadstrouw) 22 mrt./16 april 1664 Martha (Matta) van de Vult, geboren vermoedelijk in Rotterdam naar schatting ca. 1640, jonge dochter wonende te Rotterdam (1664), dochter van Cornelis Harmensz. van der Vult en Catharina van Hoorn

– 21 mrt. 1664: huwelijkse voorwaarden tussen Dirck Mels, geassisteerd met zijn zwagers Johan Boenes, Pieter de Ruijsscher en Paulus Maeshoeck, enerzijds en Matta van der Vult, minderjarige dochter, geassisteerd met Catharina van Hoorn, vrouw van Pieter Punt, haar moeder, Dirck van der Veen, raad en vroedschap van Rotterdam, haar zwager, Pieter van der Vult, haar broer en Adriaen Paets en Harman Cock, haar neven en voogden, anderzijds. (ONA Rotterdam inv. 919, akte 38)

f. Adriaen Mels, brouwer in “het Witte Ancker” te Dordrecht, trouwde Helena Deijlmans

g. Johanna Mels

h. Margaretha Mels, dichteres en musicienne, ongehuwd overleden Dordrecht juli 1682 in brouwerij “Den Witten Ancker” in de Voorstraat (bij de Lombardstraat)

(E. Groenenboom-Draai, Margaretha Mels, “Tweede Parel” van Dordrecht (1), in Oud-Dordrecht 2008, nr. 2, p. 86 e.v.)]

f. 9v

Arijen Jansz. 3 ponden

Liedewij Cornelis weduwe van Wouter Ditert 80 ponden

[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 8: Lidewij Diters -34 ponden.

ONA Dordrecht inv. 67, f. 23: testament dd 19 aug. 1634 van Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Jansz. van Dijter, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan het weeshuis te Dordrecht 300 gl. en aan het Vrouwenhuis ald. 200 gl. Zij legateert aan Geertgen Joppen  150 gl. en aan haar dienstbode, die bij haar overlijden nog bij haar inwoont 350 gl. Aan Job van Slingeland Dammasz., haar neef of bij zijn vooroverlijden aan zijn zusters legateert zij een somma van 2000 gl. en het huis aan de havenzijde in de Grotekerksbuurt, waarin zijn woont, aan Adriana van Slingelandt Damasdr. of bij haar vooroverlijden aan haar zusters, Elisabeth en Cornelia van Slingelandt Dammasdrs. of de langstlevende van hen beiden 400 gl. en haar beste “bouratten” huik, aan Geertruijdt van Beaumondt Govertsdr, de vrouw van Barthout van Slingelandt, haar neef, haar “bouratten vlieger met fluwijne bonte opslagen”, aan haar neef Jan Adriaensz. Vervooren 100 gl., aan Adriana Vervooren, haar nicht, 200 gl., aan Dammas van Slingelandt, haar neef, 100 gl., aan Grietgen Willems, binnenmoeder van het weeshuis te Dordrecht, 100 gl., en aan Pieter Jansz., wonende te Noordwijk, zoon van Claertgen Michielsdr., haar overleden tante, 21.000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, van welke rentebrieven Pieter alleen het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na zijn overlijden zal toekomen aan zijn zoon Jan Pietersz., die van genoemd bedrag slechts voor 5000 gl. het vrije gebruik zal hebben en van de overige 16.000 gl. het vruchtgebruik, welk bedrag na zijn overlijden zal toekomen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan aan de hierna te noemen erfgenamen. Zijn vrouw zal dan van 1000 gl. het jaarlijkse vruchtgebruik hebben. Aan de kinderen van wijlen Mariken Simonsdr., bij haar verwekt door Jan Doncker, legateert de testatrice 10.000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan Hillegondt Simonsdr., dochter van Simon Corstiaens, 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, waarvan zij alleen het vruchtgebruik zal krijgen en die na haar kinderloos overlijden of bij vooroverlijden zullen toekomen aan Reijer Corstiaensz., aan Aechtgen Adriaensdr., dochter van Adriaen Corstiaensz., 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan Abraham Dircxsz., wonende te Delft, zoon van Dirck Engbrechtsz., 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, waarvan hij alleen het vruchtgebruik zal hebben en die, indien hij kinderloos komt te overlijden, zullen toekomen aan Cornelis Dircxsz. en zijn zuster Adriana Dircxsdr., elk voor de helft, aan Adriana Dircxsdr. nog 5000 gl. aan rentebrieven ten laste van de stad Delft, aan de drie nagelaten kinderen van Aechtgen Simonsdr., haar nicht, bij haar verwekt door Cornelis Ghijsbertsz., genaamd Ghijsbrecht, Simon en Trijntgen Cornelis, 20.000 gl. aan obligaties op het gemeneland van Holland, aan Trijntgen Cornelisdr., die bij haar inwoont, een rentebrief van 36 gl. 12 st. 8 penn. jaarlijks, en aan notaris Johan van Slingelandt een rentebrief van 727 gl. Tot erfgenamen van al  haar overige na te laten goederen stelt zij aan haar neef Reijer Corstiaensz., zoon van Corstiaen Engebrechtsz., en haar neef Cornelis Dircxsz., zoon van Dirck Engebrechtsz. Als executeurs-testamentair benoemt zij haar neven Cornelis van Beveren Jacobsz., heer van Barendrecht, en Job Dammasz. van Slingelandt.

Weeskamer Dordrecht inv. 464: op 1 sept. 1646 comp. voor schout en schepenen van Westmaas Dirck Crijnen van der Tass, schepen in wette van Westmaas, als procuratie hebbende van Vrederick van Cooltwijck, raad en schepen van Delft, die schuldig is aan Vincent de Knuit, wonende te Delft, als echtgenoot van Janneken Reijersdr. van Outhouck en in die hoedanigheid mede-erfgenaam van wijlen Lidia Diters, een somma van 3605 gl. wegens de koop van 5 morgen 65 roeden zaailand in het Nieuwe Land van Westmaas.]

De weduwe van Joost de With 15 ponden

Victor [Jansz.] van Blinckvliet 10 ponden

f. 10

De weduwe van mr. Johan van de Wolde 60 ponden

Cornelis Jansz. Molder 2 ponden

Jan Diercxsz. Constabel 1 pond

Joost Daniëlsz. cleermaker 1 pond

Lieven Nering coorncooper 8 ponden

De weduwe van Jaecques Nauwaerts 4 ponden

f. 10v

De weduwe van Cornelis Goossensz. vischcooper 5 ponden

Willem Jansz. cleermaker 1 pond

[ONA Dordrecht inv. 14, f. 280 e.v.: op 15 nov. 1626 testeert Rutgeert Schoemans, jongman van Ratingen, bakker wonende te Dordrecht, “wat sieckelijk inden lichame”. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht 100 gl., aan zijn broer Jan Schoemans al zijn kleren en “al sijn geweer”, aan Willem Jansz. van Ratingen, kleermaker te Dordrecht, twee rosenobels, aan Oloff Willemsz., bakker te Dordrecht, één rosenobel, vier “bakkers schortekleden” en al “sijn sacke [zaken] tot het voors. backersampt behoorende”, en aan Thomas Govertsz. Coemen, bij wie hij inwoont, zijn bed met enig beddegoed. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn broer Jan Schoemans en zijn zuster Fijken Schoemans. Hij tekent met zijn naam.

ONA Dordrecht inv. 38, f. 415, akte dd 16 okt. 1636: Willem Jansz., kleermaker wonende in de Grotekerksbuurt, maakt zijn testament. Hij legateert aan zijn knecht Herman Koenen* een bedrag van 25 gl. en aan David Vereel kleermaker eveneens 25 gl.

* ONA Dordrecht inv. 56, f. 432 e.v.: testament dd 27 juni 1628 van Nelleken Gerritsdr., weduwe van Willem Pietersz., wonende te Streefkerk. Getuige: Herman Coenraets, kleermaker en burger van Dordrecht. (Hij tekent met zijn naam).]

De heer Johan Pijl Jansz. 40 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 16: in de verponding van 1620 betaalt Jan Pijl 20 ponden voor zijn huis in de Grotekerksbuurt.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 36v e.v.: op 10 mei 1632 verkoopt Elijsabeth Paulij, weduwe van Johan Pijl, voor 5000 gl. aan Pieter Sijmonsz. Crom, pondgaarder en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Arent Maertensz. en dat van de weduwe van Cornelis Goossensz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 3000 gl.]

De ambachtsheer Arent Maertensz. 325 ponden

Arend Maartensz. in 1627 (foto: RA Dordrecht)

[Arend Maartensz., geboren ca. 1555, zoon van een priester en zijn bijzit, gewettigd door de Staten van Holland op 3 jan. 1596, weduwnaar van Dordrecht (1618), stichtte in 1624 de Arend Maartenshof, ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandsambacht (Zwijndrecht), schepen van Dordrecht, overleden in 1629, trouwde 1e Kristina van Dijk (Corsken Geeritsdr.), geboren ca. 1545, overleden na 18 juli 1600 , 2e NG Dordrecht 8 juli 1618 (ondertrouw, per schrijven van Den Haag) Hortensia Swerius (Sweerts), jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage (1618), begraven Dordrecht maart 1621 (SA Dordrecht, archief 28, inv. 1696, f. 27v: drie maal luiden over de vrouw van de heer ambachtsheer Aert Maertensz. – 12 gl.), 3e NG Dordrecht 7/30 mei 1623 Clementia van Beaumont, vrouwe van De Lind, dochter van Adriaen van Beaumont en Alette van Beveren. Zij overleed kinderloos. (Balen, o.c., deel II, p. 930; Lips, o.c., p. 472 e.v.; NNBW [internet])

De bovengevels van het huis van Arend Maartensz. in de Grote Kerksbuurt, genaamd “Den Salamander”. Het werd samengevoegd met het huis “Den Spiegel”, links op de foto. Hierdoor ontstond er een groot dubbel woonhuis, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen. Beide gevels werden gesloopt in 1871. (Tekening van J. Rutten uit 1871 in de Beeldbank van het Regionaal Archief Dordrecht.)

Gevelsteen van het huis “Den Salamander” met het jaartal 1576. (Beeldbank van het RAD.)

“Het eigendom van de heerlijkheid Schobbelands-Ambacht verwierf hij op 14 okt. 1603 op niet zo’n fraaie manier. In 1599 overleed de Dordtse burgemeester Adriaan van Blijenburgh, heer van Schobbelands-Ambacht. Zijn weduwe Alijdt Wijntgis raakte hierna diep in de schulden. Op onderpand van haar huisraad leende ze geld bij de Dordtse Bank van Lening, waar Arend een van de grootse aandeelhouders van was. Hierdoor had hij goed zicht op het wel en wee van de clientele van de bank. De weduwe Van Blijenburgh had meer geld nodig om het hoofd boven water te houden. Ze sloot bij bij Arend privé een lening af van 1150,00 gulden, in die tijd een bedrag waar je een behoorlijk huis voor kon kopen. De lening moest al na een halfjaar worden terugbetaald, inclusief een rente van 6,25 procent. … [Arend] had zijn zinnen gezet op de van haar man geërfde ambachtsheerlijkheid Schobbelands-Ambacht, dat als onderpand voor de lening diende. De weduwe Van Blijenburgh restte een halfjaar later dan ook geen andere keus dan afstand te doen van het ambacht ten behoeve van de inhalige geldschieter.” (Dordrecht Monumenteel nr. 89, p. 20-21)

Hortensia Sweerts

Clementia van Beaumont

Arend Maartensz. werd door de kerkenraad van de NG gemeente te Dordrecht gecensureerd wegens het verstrekken van leningen tegen woekerrente. (Zie pagina Acta Dordrecht 1600-1670 van deze website.)

Uit het eerste huwelijk had Arend Maartensz. een dochter, Alida Arent Maertensdr. van Barendrecht, geboren naar schatting ca. 1580 (jongste kind geboren in 1622), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 nov. 1638 (een baar voor mevrouw van Barendrecht, is vrij van kerkenrecht). Zij trouwde NG Dordrecht 17 mei/7 juni 1598 (beiden van Dordrecht) Cornelis van Beveren Jacobsz.

Alida van Barendrecht, de dochter van Arent Maertensz. (foto: Erfgoedcentrum DiEP)

ORA Dordrecht, inv. 738, f. 236v: verklaring dd 14 sept. 1585 op verzoek van Janneken Cornelisdr. door Arent Maertensz., ongeveer 30 jaar oud. Hij verklaart “bij sijnen eede int stuck van sijnder offitie gedaen”, dat ongeveer vier maanden tevoren bij hem is gekomen “opt comptoir vande Rentmeester van Suijthollant” Marijcken Fransdr., weduwe van Jan Cornelisz. Pourdoos, “seggende… hoe dat ten selvendage van wegen Janneken Cornelisdr. Jan de Pourdoes suster seeckere insinuatie was gedaen bij eenen colfdrager van Suijthollant aen haer persoene ten eijnde sij soude compareren voorde vierschare van Suijthollant omme te aenhooren alsulcken eijsch ende conclusie als men ten daege durende jegens haer soude willen nemen.”

ORA Dordrecht, inv. 741, f. 183v: op 25 febr. 1591 transporteert Dirck Gerbrantsz. Stoop aan Arent Maertensz., als voogd van Willem Cornelisz., nagelaten weeskind van Cornelis Ariensz. stadsbode, een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, verleden door Joost Adriaensz. van Schoonhoven op 28 april 1541

ORA Dordecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Aernt Maertensz., 45 jaar oud, een verklaring af ten behoeve van Hans Segersz. brouwer, die procuratie heeft van zijn schoonvader, Hans van der Spijckt.

ORA Dordrecht inv. 897: op 18 juli 1600 legt Corsken Geeritsdr., vrouw van Arnt Maertensz., 55 jaar oud, een verklaring af op verzoek van dezelfde rekwirant.

– 19 febr. 1603: een leen te Zwijndrecht (één zestiende deel van het ambacht Zwijndrecht) verpand voor Arnout Maartensz., koopman te Dordrecht, voor 1150 gl. en voor Gerard Neuye, koopman te Dordrecht, voor 786 gl. wegens koop van wijn door Jacob Meerhout, procureur voor Aleid Wijntges, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

– 14 okt. 1603: Arnout Maartensz., secretaris van de tresorier te Dordrecht, beleend met het hierboven genoemde leen bij overdracht door Paulus Stolck, burger van Leiden, en Bartholomeus Lantinge voor Aleid Wijntjes, weduwe. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

– 12 dec. 1629: Cornelis van Beveren Jacobsz., dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen voor Aleid Arnoutsdr., zijn vrouw, bij overlijden van Arnout Maartensz., haar vader. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

– 24 okt. 1641: Jacob van Beveren, dijkgraaf van de Alblasserwaard, beleend met het voornoemde leen, bij overlijden van Aleid Arnoutsdr. en Cornelis van Beveren, oud-burgemeester van Dordrecht, zijn ouders. (Ons Voorgeslacht 1987, p. 71-72)

ORA Dordrecht inv. 899 (geen folionrs.): op 14 nov. 1603 legt Aernt Maertensz., secretaris van de thesaurie te Dordrecht, een verklaring af t.b.v. Maeijken de Clerck, weduwe van Melchior Blommert.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 35, akte dd 3 juli 1604: “Wij … schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat voor ons quam Elbert Pijetersz. Caen, borger tot Amsterdam ende bekende vercocht te hebben Arent Maertensz., secretaris van de Camere ende Thesaurie deser Stede, een geheel huijs ende erffve met allen sijnen toebehooren, genaempt den Salemander, hebbende voor twee gevels, staende ende gelegen ontrent de Groote Kerck aende havenzijde binnen deser Stede tusschen Laurens de Gelder maeckelaers huijs aen d’een zijde ende den huijse van Assuerus van Blocklandt aen d’andere zijde, met alsulcke vrijdommen ende servituijten van muijren ende anders als d’oude brijeven daervan zijnde tselve vermelden ende uijtwijsen ende volgens de scheijtbrijeff tusschen hem comparant ende Cornelis van Blocklandt gemaeckt in date den XIIe Meij anno [1601], den voorsz. Arent Maertensz. overgelevert. Ende bekende daervan betaelt te sijn den eersten penninck metten laetsten … [Het huis etc.] nijet belast zijnde soo hij comparant verclaerde met renthen nochte lantchijns.”

SA Dordrecht, archief 128, 25 okt. 1604: Aernt Maertensz., burger van Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Pieter Pietersz. Can [koopman van zijden lakens wonende in “de Gulden Lavoor”] te Amsterdam de somma van 3000 gl. “ende dat uijt saecke ende in reste vande cooppenningen” van het huis, waarin hij, Aernt Maertensz., woont, door hem gekocht van Elbert Pietersz. Arent Maertensz.. zal de schuld voldoen aan Cans broer, voornoemde Pieter Pietersz. Can, met jaarlijkse termijnen van 600 gl.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 35 akte dd 13 juni 1607: “Wij … schepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat Aernt Maertensz. Ambachtsheer van Schobbelantsambacht verboden heeft met allen recht int jaergedinghe, dat men besat den XIIIen dach Junij int jaer Ons Heeren [1607], dat geheel huijs ende erve met allen sijnen toebehooren daer de brieve off inhouden die deursteecken sijn met desen brieve. Voorts kennen wij dat ElbertPietersz. Caen vuijt desen geheelen huijse ende erve met allen sijnen toebehooren voorsz. met eenen vareeban [= vredeban] gebannen is ende Aernt Maertensz. voornoemt daer weder in met allen recht.”

SA Dordrecht, archief 128, inv. 37, akte dd 13 juli 1609: “Opte questiën ende geschillen geresen tusschen Arent Maertensz. ambachtsheer van Schobbelantsambacht ter eenre ende Johan Pijl ter andere zijden, beroerende de bancke staende tusschen beijde henluijder erve, wijen de selve is competerende, hebben Cornelis Cornelisz. Backer, Adriaen Cornelisz. Thooft, Cornelis Jansz. van Nes ende Herman Aertsz. Wor, geswooren reetreckers binnen Dordrecht … verclaert … dat het hooftstuck vande banck jegenwoordich staende partijen tsaemen is toebehoorende ende soo wanneer ijemant van beijde partijen de bancke sullen comen te veranderen, sullen partijen alsdan elck een banck setten opt gescheij van henluijder erven, welck gescheij is opten eg van het hol vant borduijr naerde Groote Kerck toe …[w.g.] W. van den Brouck”.

Na het overlijden van Arent Maertensz. (1629), bleef zijn weduwe Clementia van Beaumont in het huis “de Salamander” in de Grotekerksbuurt wonen. In 1650 werd het door de erfgenamen van Cornelis van Beveren, echtgenoot van Arents enige dochter Alida, verkocht aan Isaack van den Biesheuvel.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd “de Salmander”, staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld één of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.

SA Dordrecht, archief 128, inv. 42, akte dd 1 mei 1650: Verponding, volgens het Redres Generael, vervallen op 1 mei 1650. “Juffr. Clementia van Beaumont sal terstont betalen de somme van [24 ponden] daer [zij door de Staten van Holland] ten behouve van den selven Lande by het redres van de Verpondinge over de Stadt Dordrecht op gestelt is, over des selfs huys, staende by de Groote Kerck … De boven geschreven somme van [24 ponden] bekenne ick ondergeschreven ontfangen te hebben door handen van d’heer van Hardinsvelt [Pieter de Rovere heer van Hardinxveld, gehuwd met een kleindochter van Arent Maertensz.: zie de pagina “Pompejus de Rovere” van deze website]”, w.g. J. de Vries [ontvanger van de verponding].

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 146v: op 10 mei 1606 verkoopt Arent Maertensz. aan Herman Rutgersz. een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de Mannensteiger en het huis van Cornelis Goossensz. viskoper. Waarborg: Cornelis van Beveren Jacobsz., raad in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. Borgen: Jacob Thonisz. en Jan Willemsz. de With brouwer.

ORA Dordrecht 1601, f. 43: op 13 mei 1624 verkopen Heijndrick Cornelisz. Camp, Aert Jansz. Halling, als man van Aefken Cornelisdr. Camp, en Cornelis Fransz. Rotteval, als man van IJeffken Cornelisdr. Camp, allen erfgenamen van Cornelis Heijndricxsz. Camp, hun vader resp. schoonvader, aan Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht en Schobbelantsambacht genaamd Zwijndrecht, een leeg erf en tuin, genaamd “Jerusalemsvelt”, gelegen aan ’s herenvest, strekkende van de Nieuwstraat tot de Kolfstraat en wederom van ’s herenvest tot aan het erf van Heijndrick Cornelisz. Camp, zijnde een leen van het Huis van Holland.

Op dit erf stichtte Arent Maertensz. in 1624 een hof. “Het bestaat uit 38 woningen gebouwd in een rechthoek met vier blinde muren, rondom een tuin met bomen, bleekveld en waterput.” Het zandstenen poortje, vermoedelijk het werk van de beeldhouwer Gillis Huppe, draagt het opschrift “Naeckt kom ick, naeckt scheyde ick” en de spreuk “Vita Vapor” (het leven is een damp). … De stichter verkreeg tot encouragement van zijn voorgenomen werk, vrijdom van de 40e penning van het gekochte erf, en van de impost van “de grove waren, alleen tot opmaekinge van’t voorsegde Godshuijs te gebruijcken”. Met de gemeente sloot hij kort daarop een overeenkomst, waarin hij beloofde binnen 4 of 5 jaar een som van f. 23.097:12 te beleggen. In hetzelfde jaar nog stortte hij de f. 13.497: 12 en het volgende nog f. 9.600 tot steun van behoeftige studenten in de theologie.” (Dordrecht Monumenteel, nr. 68, juli 2018, p. 5 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, “also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende”, op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.

Idem: op 19 dec. 1625 wordt Arend Maertensz. “als ordinaris gecommitteerde ten beleijde deser stede saecken gestelt sijn leven lang geduurende … ter oorsaecke van sijne meriten over sijnen langen welgetrouwe diensten in qualiteijt als clerck, ende anders in’t comptoir vande Thesaurie mitsgrs. omme sijne sonderlinge genegenthijd, ende affectie tot deser stede welvaert, ende welstand derselver finantien”.

ORA Dordrecht inv. 10, f. 37 e.v.: op 7 febr. 1626 kiest het Gerecht van Dordrecht tot bewindhebbers van de WIC Johan van der Mast Hermansz., schepen in wette, en Arend Maertensz. ambachtsheer van Oost-Barendrecht.

ONA Dordrecht inv. 71, f. 19 e.v.: verklaring dd 4 jan. 1630 door Ingen Adriaensz., wonende aan de Reedijk, op verzoek van Clementia van Beaumont, ambachtsvrouw van de Lindt, weduwe van Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 202 e.v.: op 4 mrt. 1630 testeert Clementia van Beaumont Adriaensdr., ambachtsvrouwe van de Kleine Lindt, weduwe van Arend Maertensz., ambachtsheer van Oost-Barendrecht en Schobbelandtsambacht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris H. van Naerden Jansz. te Dordrecht op 8 jan. 1625. Zij legateert o.a. aan de 38 oude vrouwen “wonende int gebouwe [Arend Maartenshof] dat den voorsz. haeren overleden man zaliger ten dienste, behouve ende gebruijck van de voorseijde oude vrouwen in sijnen leven heeft doen maecken tusschen de St. Joris- ende de Mennebrugspoorten binnen desen stede, ende waer van den eersten steen is geleijt op [28 okt. 1624]” elk een schelling of 8 stuivers per week en op de hoogtijdagen van Pasen en Kerstmis dubbel geld.]

Gevelsteen van de Arend Maartenshof met de wapens van de naamgever en diens tweede vrouw (www.gevelstenen.net)

Regentenkamer van de Arend Maartenshof

Wouter de Gelder 3 ponden

[Wouter de Gelder, zoon van Laurens Cornelisz. de Gelder, en Neeltje Simon Claesdr. van der Mijl, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1597

NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1623: Wouter de Gelder Laurentsz. jong gezel wonende bij heer Arien Martensz. en Aechte van Palm Abrahamsdr. wonende op de hoek van de Pelserbrug, beiden van Dordrecht, getr. 5 dec. 1623

ONA Dordrecht inv. 57, f. 635v: op 12 febr. 1632 verleent Wouter de Gelder, secretaris en ontvanger van de krijgsraad en rentmeester te Dordrecht, procuratie aan Bastiaen Coenen om te kavelen, ten overstaan en met goedkeuring van Johannes Corcelis, met Filiberto Vernattij, ridder en edelman extraordinaris van de privékamer van de koning van Groot-Britannië, honderd akkers of gemeten land, als hij, comparant, in gemeenschappelijk bezit heeft met Vernattij, liggende in de ” dijckagie” van Hatfield Chase ” inde vierde cavel van de partije landen van Dordrecht”, en mede procuratie  om te aanvaarden zijn, comparants, aandeel van alle paarden, beesten, wagens en landbouwgereedschappen, die bij genoemde landerijen behoren, alsmede het huisje en huisraad, waarin heeft gewoond Ghijsbert Elants, en al het zaad en overige vruchten, die nog op die landerijen te velde staan.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 34: op 30 mei 1643 verkoopt Wouter de Gelder aan Hendrick Jansz. van Bijgaert [van Bijgaerden], schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Boschman en dat van wijlen Arent Maertensz., heer van Barendrecht.

ORA Dordrecht inv. 61, f. 201v e.v. rekest dd 31 juli 1652: Hendrick van Bijgaerden, schoolmeester te Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk tegenover de Schuitenmakersstraat, tussen het huis van Isaack van den Biesheuvel en het huis genaamd “den Witten Arent”, verzoekt de regeerders van de stad Dordrecht om een werfje, dat achter zijn huis ligt en wat vervallen is, te mogen repareren, zodat hij dat weer kan gebruiken. Het Gerecht van Dordrecht ordonneert Van Bijgaerden, dat hij “sijn werck sal intrecken drie voeten”.]

Gerrit Jansz. pontgaerder 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 26v e.v.: op 15 mei 1630 verkoopt Gijsbrecht van Haerlem, burger van Dordrecht, voor 2600 gl. aan Jan Dircxsz. Boschman, bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Wouter de Gelder en dat van Pieter Jaspersz. Bengelroe. Waarborg: Anthonis Jansz. van Beaumont. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl. Borgen: Dirck Gerritsz. visser en Adriaen Marcelisz. pondgaarder, burgers van Dordrecht.]

Pieter Jaspersz. [Bengelroe] backer 12 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1610: Pieter Jaspersz. Bengelroij bakker weduwnaar wonende bij de Grote Kerk in “de Werelt opt Eijndt” en Anneken Lenaert Jansdr. wonende in hetzelfde huis, beiden van Dordrecht, getrouwd 26 sept. 1610]

f. 11

Adriaen Marcelisz. backer 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 16 e.v.: Adriaen Marchellisz. pondgaarder “eijgen” betaalt in de verponding van 1633 10 gl. 10 st. Belenders: Pieter Jaspersz. Bengelroe en Samuel Jansz. bakker.]

Samuel Jansz. backer 3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 27 sept. 1609: Samuel Jansz. bakker van de Noortzij wonende te Dordrecht voor in de Vriesestraat in “de Spaerpot” en Geertruijt Jan Aertsdr. wonende in de Botgensstraat, beiden van Dordrecht]

Claes Aertsz. backer 2 ponden

Frans Reijersz. 4 ponden

De weduwe van Theunis Henricxsz. twijnder 4 ponden

f. 11v

Adriaen Rochusz. Back wagenmaker 2 ponden

Wilm Ghijsbertsz. pontgaerder 3 ponden

Opde Nieu Haven

Dirck Joosten steenhouder 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 juni 1618: Dirck Joosten weduwnaar molensteenhouwer van Nedermennich in Duitsland wonende op het hoekje van de Grote Kerk en Aeltken Joosten Driessendr. van Tiel wonende bij Dirck Joosten, getrouwd op 10 juli 1618

ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.

Kinderen:

a. Neeltken (Cornelia) Dirck Joostensdr. van Mennich (van Meeningen), gedoopt NG Dordrecht dec. 1622, van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1640 Willem Wens Cornelisz., jongman van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1640)

b. Anthoni Dircxsz.. van Meninge (van Mennick], jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), trouwde NG Dordrecht 13/29 mei 1646 Elisabeth Hulshout jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1646)]

Abraham Henricxsz. van Slingelant 8 ponden

Frans Maertensz. hordemaker 1 pond

De Houttuinen (aug. 2011)

f. 12

De weduwe van Corstiaen Govertsz. houtcooper 12 ponden

De erfgenamen van Antonis van Haerlem 18 ponden

De weduwe van Cornelis de With 4 ponden

De weduwe van Franchoijs Clements [houtkoper] 15 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 3 april 1583: Frans Clementsz. van Rijssel en Claesken Ghijsbrechtsdr. van Dordrecht weduwe van Frans Rochusz., getrouwd op 10 mei 1583

ONA Dordrecht inv. 22, f. 185: op 12 juni 1617 verleent Claesien van Haerlem Gijsbertsdr., weduwe van Franchoijs Clements, houtkoper te Dordrecht, procuratie aan Pieter Rees, koopman wonende te Middelburg, om ten behoeve van Boudewijn van der Goes te transporteren de helft van zekere “etdijck” en schor, liggende aan Aerntdijck, strekkende van het huis op het Gadt van de Middelburgse haven benoorden de heerweg van Laurens Pieter Claeszoons huis.]

Mathijs Rees 8 ponden

[I. Mattheus Rees Gillisz., trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1596 Cornelia van Wesel Fransdr., begraven Dordrecht 28 mei 1644 (Balen, o.c., deel II, p. 1277)

Mattheus Rees

Kinderen (o.a.):

a. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), volgt II

II. Rochus Rees, geboren ca. 1619 (3 jaar in 1622), jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 21 jan./4 febr. 1652 Elisabeth Ooms Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1652)

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, alsmede de kade en overige toebehoren.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 47 e.v.: op 4 febr. 1701 comp. voor notaris J. de Bets te Dordrecht, Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, wonende te Dordrecht, die verklaart, dat zij aan haar dochters Elisabeth en Maria Rees, elk voor de helft, al geruime tijd geleden in volle eigendom heeft overgedragen twee huizen, resp. genaamd “Groot Kruijssenburgh” en “Klein Kruijssenburgh”, staande omtrent de Grote Kerk, het ene strekkende van de straat, genaamd Grotekerksbuurt, af, en het ander voor van het plein van het kerkhof van de Grote Kerk af, en beide met de erven en kaden tot aan de stadshaven, inclusief alle bijbehorende pakhuizen, erven, loodsen, kaden etc., en dat alles ter voldoening van hetgeen haar dochters tegoed hadden van hun vaderlijk erfdeel en huwelijksgoed, en ter compensatie van hetgeen de andere kinderen van de comparante gekregen hebben, inzonderheid het pakhuis met houttuin, erf en kade, staande en gelegen op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd, en tot “egalisatie” van hetgeen Mattheus Rees, de zoon van de comparante zal krijgen ingevolge de akte, die daarvan is gepasseerd op 13 aug. 1699 ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht. De comparante verklaart daarmee met haar dochter Elisabeth Rees en haar man Pieter van Dorsten, en haar dochter Maria Rees en haar man Johan Rees “geliquideert ende effen te zijn”. Mocht later, buiten verwachting evenwel, blijken, dat zij haar dochters hiermee niettemin te kort heeft gedaan, dan zal zij dat met hen vereffenen.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 79v e.v.: op 31 okt. 1701 verkopen Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, Pieter van Dorsten, als man van Elisabeth Rees, en Johan Roels, als echtgenoot van Maria Rees, aan equipagemeester Govert van Wesel, veertigraad en koopman te Dordrecht, 1e voor 11.000 gl. een huis aan het kerkhof van de Grote Kerk, staande achter het huis, genaamd “de Oude Lommert”, in welk huis Gillis Rees woont, met loods, houttuin en kade, 2e voor 6000 gl. een huis, genaamd “Klein Cruissenberg”, staande aan het kerkhof van de Grote Kerk, strekkende van voren van het plein van het kerkhof tot achter aan de kade, en 3e voor 1600 gl. een huis genaamd “Groot Kruijssenberg” of “d’Oude Lombaert”, staande in de Grotekerksbuurt bij de Grote Kerk tussen ’s herenstraat en het huis van Pieter van Vianen grutter, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis, waarin Gillis Rees woont. De drie huizen zijn “in plaats van waarborge gelevert bij willich decreet deser stad”.

Rochus Rees, 3 jaar oud (in 1622).

Kinderen (o.a.):

a. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, volgt III

III. Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1674 (ondertrouw, getrouwd in de Grote Kerk op 1 nov. 1674) Petronella Backus Jansdr., geboren ca. 1655, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674)

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53v e.v.: op 23 nov. 1683 verkoopt Cornelis van Someren, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Cappel, als man van de weduwe van Jan Dircxsz. Claer.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 93, akte dd 14 aug. 1699: ingevolge de akte, die op 13 aug. 1699 is gepasseerd ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht, blijkt, dat aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, uit de boedel van zijn vader o.a. is toebedeeld een pakhuis en kade “daarvoor regt doorgaande” tot op de haven, staande en gelegen tussen de Catarijnepoort en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen, alsmede een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47 e.v.: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader, Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de Witt, koopman te Dordrecht, een huis met houttuin en kade voor de deur, strekkende voor tot aan de haven, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Rochus Rees, 15 jan. 1676

b. Jielis (Gillis) Rees, 5 juli 1686]

f. 12v

Michiel Antonisz. houtcooper 24 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in “den Noortschen Boer”, procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622

ORA Dordrecht inv. 779, f. 66 e.v.: op 16 dec. 1653 verkoopt Michiel Anthonisz. van Middelhoven, zoon en erfgenaam van Anthonij Michielsz. van Middelhoven, aan Jerefaes Francken, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de “Nieugegraven Haven”, staande tussen het huis van Hans Boor en de toren van de heer Van Slingelant, “treckende het water met eene pompe uijt den put van de huijse van Hans Boor”. Waarborg: Johannes Bosch, burger van Dordrecht.]

De weduwe van Sijmon van Gelder 2 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 4 e.v.: op 2 maart 1625 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Sijmon de Gelder, pondgaarder en burger van Dordrecht, gepasseerd op 30 dec. 1624 voor notaris G. de Jager. Hij heeft tot voogden over zijn kinderen benoemd Frans Rocusz., Frans Govertsz. van de Velde en Wouter de Gelder. (zie ook hieronder bij f. 130)]

De weduwe van Daniël Oom [houtkoper] 36 ponden

[Daniël Oem Johansz., geboren ca. 1574, overleden in 1618. Hij trouwde in 1603 met Maria Bouquet. Zie Balen, o.c., deel II, p. 179.

ONA Dordrecht inv. 10, f. 1058 (oud): verklaring dd 28 juni 1612 door Michiel Anthonisz., ongeveer 42 jaar oud, Andries van Vorst, ongeveer 42 jaar, Daniël Oom, ongeveer 38 jaar, Herman Oom Jansz., ongeveer 35 jaar, en Matthijs van Nederhoven, ongeveer 33 jaar, allen houtkopers en burgers van Dordrecht.]

Inde Schuijtmakersstraet

Adriaen Joppen 4 ponden

Steven Cornelisz. inden Arent 2 ponden

f. 13

Antonis Michielsz. houtcooper 30 ponden

Cornelis Pietersz. [van Mispelshoef] houtcooper 10 ponden

[Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 79v: op 20 jan. 1614 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas – of Houtkopersgilde geworden Cornelis Pietersz. van Mispeltshoeck [van Mispelshoef], is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en heeft betaald een halve gulden.]

De weduwe van Willem Bongert 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 12 e.v.: op 10 febr. 1620 verkopen Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht, Hermen Bongaert, Arent Bongaert, Anneken Bongaert en Neelken Bongaert, weduwe van Maerten Sijmonsz. schoenmaker, Pauwels Warijn, doctor in de medicijnen, als man van Anthonia Bongaert, Cornelis Sijmonsz., predikant in Niervaart, als mede-erfgenaam en executeur-testamentair van zijn broer Maerten Sijmonsz., en als administrateur van de goederen van de weeskinderen vanJan Bongaert, houtkoper en burger van Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Johan [Jan] Bongaert, voor 2700 gl. aan Cornelis Pietersz. [Mispelshoeff], houtkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “den Mastboom”, met een leeg erf daartegenover liggende, staande en liggende tussen de gang van het Oudemannenhuis en de houttuin van Cornelis Claesz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2700 gl. Borg: Jacob Coenen lakenkoper.]

Schuitenmakersstraat (sept. 2014)

De heer mr. Jacob de With schepen 36 ponden

[Jacob de Witt, burgemeester van Dordrecht, trouwde 9 okt. 1616 met Anna van de Corput. Zij waren de ouders van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland en Cornelis de Witt, ruwaard van Putten, beiden in Den Haag vermoord op 20 aug. 1672.

Zie Balen, o.c., deel II, p. 1323-1324

“Over de geboorteplaats van Johan de Witt is heel wat strijd geweest. Men heeft namelijk in het doopboek van de [Nederduits Gereformeerde] kerk vergeten de doop van de latere raadpensionaris in te schrijven. Het doopboek werd echter in die tijd zeer slecht bijgehouden, de gehele maand november 1632 ontbreekt zelfs. … Twijfel behoeft er geenszins te bestaan. In alle andere bronnen, onder andere bij Balen, Wicquevoort, De Thou, enzovoort, wordt Dordrecht als geboorteplaats genoemd. De meeste waarde heeft evenwel de getuigenis van De Witts oudste dochter, Anna, in 1673. Zij zegt namelijk, dat haar vader geboren is te Dordrecht op 24 september 1625 na de middag tussen één en twee uren en gedoopt op 5 okt. 1625 …” (Lips, o.c., p. 131)

Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 75: op 22 mei 1608 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas – of Houtkopersgilde geworden Jacob de With Cornelisz., hij is zoon van een gildebroeder en nog ongehuwd, heeft betaald een halve gulden.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3979 (200e penning van Dordrecht anno 1652), f. 3: oud-burgemeester Jacob de With betaalt 360 ponden.

In het voorjaar van 1650 beraamde stadhouder Willem II een staatsgreep. De Vrede van Munster (1648) en de afdanking der troepen, die daar uit voortvloeide, waren hem een doorn in het oog. Daar kwam nog bij dat hij nul op het rekest kreeg, toen hij in 1649, na de onthoofding van zijn Engelse schoonvader Karel I, aandrong op een militaire interventie ten gunste van de Stuarts.De ‘bezending’ langs de Hollandse steden was voor de stadhouder op een fiasco uitgelopen. Hij kwam tot de conclusie, dat alleen een greep naar de macht het voor hem en zijn dynastieke belangen ongunstige tij kon doen keren. “De eerste klap was een daalder waard, daarom zou hij eerst een aantal van de leidende regenten gevangennemen. Op het lijstje dat hij opstelde, kwamen vier Amsterdamse burgemeesters voor, onder wie Andries en Cornelis Bicker. Uit Dordrecht had hij Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, genomineerd. … In de ochtend van 30 juli 1650 was Jacob [de Witt] goed en wel door zijn knecht gekleed, toen rond achten de hellebaardier van de prins zich meldde bij het Logement van de Heren van Dordrecht [De Witt was in Den Haag, omdat hij zitting had in een commissie die zich boog over de uitvoering van de bezuinigingen op het leger.] Die vroeg beleefd of Jacob over een halfuur bij de prins wilde verschijnen. … Stipt halfnegen diende Jacob zich aan bij het Stadhouderlijke Kwartier op het Binnenhof, alwaar niet de prins hem ontving maar Kuik van Meteren, luitenant-kolonel van ’s prinsens lijfwacht. Van Meteren zei dat hij bevel had hem gevangen te nemen. Jacob werd naar de bovenkamer van het Hof van Holland gebracht en verbleef daar twee dagen, zonder iets te weten te komen. Vijf andere regenten ondergingen hetzelfde lot [de burgemeester en pensionaris van Haarlem, de burgemeester van Delft en de pensionarissen van Hoorn en Medemblik.] … Er zat niet één Amsterdammer tussen, ook Cornelis van Beveren ontbrak. Willem had de personen uitgekozen die toevallig voorhanden waren, maar die hij niettemin identificeerde met de recalcitrante steden van Holland. Hij nam Jacob de Witt diens scherpe weerwoord op de eerste dag van de bezending kwalijk. … [Op 2 aug. 1650 werden de gevangenen overgebracht naar slot Loevestein, dat staat aan de Waal tegenover Woudrichem. Zij werden weer vrijgelaten (19 aug.), toen de Staten van Holland zich naar de Staten-Generaal begaven om daar voor de prins te capituleren. Zij gaven te kennen zich neer te leggen bij de militaire begroting die was vastgesteld op 15 juli 1650. De Witt deed officieel afstand van zijn zetel in de Dordtse Oudraad en verloor ook het lidmaatschap van de Gecommiteerde Raden. Willems geplande aanslag op Amsterdam mislukte door een toevallige samenloop van omstandigheden en enkele maanden daarna (6 nov. 1650) stierf hij aan de kinderpokken, nauwelijks 24 jaar oud. Hij liet een weduwe na, die zwanger was van de kort daarop geboren prins Willem III. De regenten hadden spoedig de teugels van de macht, die hun even dreigden ontnomen te worden, weer stevig in handen. Jacob de Witt, een van de voormannen van wat de ‘Loevensteinse factie’ ging heten, werd door de Oudraad in vrijwel al zijn functies hersteld.” (Panhuysen, o.c., p. 96-108)]

Jacob de With en Anna van de Corput

Het familiewapen van het geslacht De Witt (detail grafzerk van Ocker Gevaerts in de Grote Kerk), door Matthijs Balen beschreven als “een Groen Veld, beladen met een Haas, Hasewind, en een Brack, van eene grootte, alle van Zilver”.

Het monument voor Johan en Cornelis de Witt op de Visbrug (april 2012).

De heer Philips Apersz. van Beverwijck 18 ponden

[In de 200e penning van 1638 werd hij opnieuw aangeslagen voor een vermogen van 18.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10).Zie ook genealogie Van den Brande I op deze website.]

Henrick Claesz. 4 ponden

D’ongehoude kinderen van Claes Henricxsz., niet gebleven 5 ponden

f. 13v

Frans Govertsz. van de Velde 8 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 46 e.v.: op 6 mei 1613 verkoopt Francois Govertsz. van der Velde, houtkoper te Dordrecht, aan Philips Apersz. [van Beverwijck] en Abraham van Leeuwen 50 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis, houttuin en leeg erf op de Nieuwe Haven, waar tegenwoordig uithangt “de Drie Lammeren”, staande en gelegen tussen de houttuin en ten dele het huis van Dirck Pietersz. van den Honaert ten oosten en de houttuin en het huis van Jacob Hendricxsz. in Rurmonde ten westen.]

Hendrick van Beaumont [houtkoper] 10 ponden

[ORA Dordrecht inv. 76, f. 50v e.v.: op 2 sept. 1624 verkoopt Dirck Pietersz. van den Honaert, raad in wette van Dordrecht, aan Hendrick van Beaumont, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 5800 gl. een huis en houttuin, genaamd “Capraven” [Kaprave = dakspar], staande op de Nieuwe Haven tussen de gang van de brouwerij “de Vijer Heemskinderen” en het huis en de houttuin van Frans Govertsz. van de Velde, inclusief de plaats tegenover de houttuin gelegen tot aan de haven toe, zoals het door de verkoper is gekocht van Phillips Apersz. met alle gerechtigheden, die het huis en de houttuin hebben t.b.v. het huis van Pompeus de Roovre, schout van Dordrecht, het huis van mr. Gerart Schaep, licentiaat in de rechten, en andere huizen. Waarborg: Thomas Pietersz. van de Honaert, oudraad van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borg: Jacob Coenen.]

De weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont 25 ponden

[Jan Govertsz. van Beaumont, trouwde Adriana van Bladegem, dochter van Tielman van Bladegem en Elisabeth Corstiaensdr. van Moermont

ONA Dordrecht inv. 14, f. 29v: op 17 mrt. 1624 testeren Elisabeth van Beaumont, Berbera van Beaumont en Maria van Beaumont, ongehuwde personen. Als een van hen of zij samen komen te overlijden zonder kinderen na te laten, benoemen zijn hun moeder Adriana van Bladegem, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, tot hun erfgenaam. Hun moeder zal dan gehouden zijn hun broers en zusters of bij vooroverlijden hun nakomelingen een bedrag van 6 gl. uit te keren.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970 (verponding van 1626): de weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont betaalt 22 ponden voor haar huis op de Nieuwe Haven (“is bij mijn Ed. heeren geremitteert den 6 Martij 1630”), belenders: Jan Ariensz. metselaar en de Vleeshouwersstraat.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 663: op 9 aug. 1661 comp. Berbera van Beaumont, Marija van Beaumont, weduwe van Cornelis Dionijsz., en Johannes van Woensel, als man van Geertruit van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis de Beveren, als man van Adriana van Wouw, samen erfgenamen van Adriana van Bladegom, weduwe van Jan van Beaumont, en van Geerit van Bladegom en Hendrick van Bladegom, resp. hun moeder en ooms, die kinderen en erfgenamen waren van Elisabeth Corstiaens, enerzijds en Catharijna Bor, weduwe en erfgename van kapitein Willem Pietersz. Schaep, geassisteerd met Henricus van Rhenen, predikant te Jutphaas, haar zoon, anderzijds, De comparanten verklaren, dat tussen hen geschil was ontstaan over de eigendom van de helft van een huis, genaamd “het Claverbladt”, staande op de Nieuwe Haven, welk huis is nagelaten door Geertruijdt Willems. Geertruida heeft het vruchtgebruik ervan gemaakt aan Willem Pietersz. Schaep en de eigendom bij zijn overlijden aan zijn kinderen. Als Willem zou overlijden zonder kinderen na te laten zou de eigendom van het huis komen aan Elisabeth Corstiaens, de grootmoeder van de eerstgenoemde comparanten. Om nu verdere problemen te voorkomen zijn de comparanten overeengekomen, dat de eerstgenoemde comparanten de helft van het huis zullen behouden en dat zij aan Catharina Bor zullen uitkeren een somma van 100 gl. “tot een recognitie”.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Geertruijd van Beaumont, juni 1596, trouwde Johannes van Woensel

b. Elisabeth van Beaumont, febr. 1602

c. Berbera van Beaumont, juni 1605

d. Maria van Beaumont Jansdr., dec. 1606, van Dordrecht (1628), trouwde NG Dordrecht 30 juli/20 aug. 1628 (door schrijven van de Waalse kerk) Cornelis Dionijsz., weduwnaar van Dordrecht (1628), trouwde 1e Marguarita van Nispen Hendricxsdr.

e. Abraham, dec. 1610

Adriaen Cornelisz. Cruijskercken 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 767, f. 67: op 14 jan. 1627 verkopen Johan Berck, secretaris van de Weeskamer, oudraad en vader van het Weeshuis te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de overige vaders van het Weeshuis, voor de ene helft en Adriaen Cornelisz. Cruijskercken, houtkoper en burger van Dordrecht, als bloedvoogd van Hercules Ottensz., zoon van Oth Herculesz., voor de andere helft, aan Gerrit Willemsz., bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Crijn Segersz. slijkwerker en dat van Willem Pietersz. Waarborg: Adriaen Cornelisz. Cruijskercken voor de helft. Berck verbindt in plaats van een waarborg alle goederen van het Weeshuis. Koper is schuldig aan de vaders van het Weeshuis een bedrag van 657 gl. Borgen: Pieter Robbertsz. en Hendrick Woutersz., bierdragers te Dordrecht.

200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 10)]

Inde Vleeshoudersstraet

Pieter Evertsz. waechknecht 1 pond

f. 14

Pieterken Wilmsdr. wollenaijster, obijt nijets naerlatende 1 pond

Aelbert Janssen [Redervelt] backer 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 11 okt. 1609: “sijn opt schrijven van SGravenhage aengaende de drie vvtroepingen getrouwt Albrecht Jansz. ende Elizabeth Jeremiasdr.

ONA Dordrecht inv. , 1 mei 1640: boedelscheiding tussen Jan Aelbertsz. Redervelt, Jeremias Aelbertsz. Redervelt en de voogden van Abraham Aelbertsz. Redervelt (genaamd Andries Jeremiasz. en Coenraet Damasz. [van der Linden]), kinderen van Aelbert Jansz. Redervelt en Elisabeth Jeremiasdr., beiden zaliger. Jan Aelbertsz. krijgt het huis, waarin zijn ouders zijn overleden, staande in de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Jan Govertsz. ijzerkoper en dat van Aert Coenen van Isenbroeck koekenbakker. Jan zal aan zijn broers daarvoor elk een bedrag van 1300 gl. betalen.]

Pieter IJmants cramer 6 ponden

Aen d’ander zijde

De weduwe van Jan van Elmpt 2 ponden

f. 14v

Mr. Jacob [de Haen] chirurgijn 4 ponden

[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: mr. Jacob chirurgijn, in de Vleeshouwersstraat – 9 ponden

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: mr. Jacob de Haen chirurgijn, zijn vrouw en één knecht – 5 ponden.

ORA Dordrecht inv. 781, f. 21 e.v.: op 26 april 1657 verkopen Johannes Heemstede, predikant in de heerlijkheid Rhoon, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francijntge de Vrient, weduwe van Allart de Vrient, wonende te Leiden, en Gerrebrant van Santen, wonende te Leiden, voor zichzelf en vervangende zijn zuster, Dingena van Santen, samen erfgenamen van mr. Jacob de Haen en Janneken Goossens, aan Johannes Heijdelblock, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, genaamd “St. Joris”, staande tussen het huis van voornoemde erfgenamen, waarin nu woont Nijs Willemsz. schipper, en het huis van Lowijs Lowijs. Koper is schuldig aan verkopers 1000 gl.]

Pieter Janssen glaesmaker 2 ponden [zie Genealogische Sprokkels s.v. Pieter Jansz. glasmaker]

Guillaum Anoset [koopman] 1 pond

[Verponding Dordrecht anno 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968), f. 26v: Guillaume Anose “coemen”, in de Vleeshouwersstraat – 30 sch.

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 16v: Guilliam Hennoset, zijn vrouw en één kind – 4 ponden.]

Bastiaen Coenen backer 1 pond

Daniël Wilmsz. schiptimmerman 1 pond

f. 15

Staes Staesz. backer 2 ponden

Henrick Jansz. timmerman, nihil habet 1 pond

Inde Hooge Nieustraet

Andries van Vorst houtcooper, nihil habet 20 ponden 

De weduwe van Arent Bongert [koopman] 2 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 4 e.v.: op 1 mrt. 1625 extract ingeschreven van het testament van Arent Bongert, koopman en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende, en zijn vrouw Janneken de Boijs Jansdr., gepasseerd voor notaris J. van der Heijden op 20 febr. 1624. Zij hebben de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam benoemd. De langstlevende zal gehouden zijn aan de naaste verwanten van de eerstoverlijdende een bedrag van 100 gl. uit te keren.]

f. 15v

Pieter Oliviersz., nihil habet 2 ponden

[20 jan. 1626: Pieter Oliviers, kettingmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Geurt Faesz. van Elslo een huis op het Nieuwe Werck, staande omtrent de Houten Brug tussen het huis van Folpert Reijersz. en dat van Leendert Gerritsz. zoutmeter.]

De weduwe van Lenaert Sijmonsz. van de Hatert met haer zoon 25 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Leendert Sijbertsz. [sic] van de Hatert op de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 11

17 jan. 1641: Govert Pietersz. Nierharen, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Cornelis Pietersdr., verkoopt aan Pieter Fransz., steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, zijnde het hoekhuis aan de Blauwpoort, staande tussen ’s herenstraat en het huis van de weduwe van de thesaurier Leonart Sijbertsz. van de Hatert. Het huis is belast met een recognitie van 2 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht wegens het pothuis sprekende heeft. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1200 gl. (ORA 800, f. 2 e.v.)]

Aen d’ander zijde

Gillis Janssen [houtkoper] met sijn vrouwen weeskint 40 ponden

[I. Gillis Jansz. van der Hulck, weduwnaar van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), houtkoper, trouwde 1e NN,  2e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1624 Geertruijd Leendert Sijbertsdr. van de Hatert, van Dordrecht (1616), weduwe van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624),  trouwde 1e NG Dordrecht 22 mei/19 juni 1616 Wouter Martensz. de Boefkens, dochter van Lenard van den Hatert Sijbertsz. en Anthonia Roerom Adriaensdr. (zie ook hieronder bij f.  127v en Balen, o.c., p. 1211 e.v. )

ONA Dordrecht inv. 62, f. 729: op 8 mrt. 1649 testeert Geertruijt van den Hatert Lendertsdr., weduwe van Gillis Jansz. van de Hulck, houtkoper en burger van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar acht kinderen, bij haar verwekt door Gillis Jansz. van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen en drie kinderen van haar overleden voordochter Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis block. Zij prelegateert aan haar minderjarige kinderen elk een uitkering van 150 gl. jaarlijks, totdat zij de mondigheid bereiken of gaan trouwen. Als de kinderen van Clara voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moet hun erfportie vererven op de overige kinderen of nakomelingen van de testatrice. Zij wenst, dat het huis, dat haar man heeft laten bouwen, waarin zij woont en dat staat bij de Blauwpoort, na haar overlijden niet verkocht wordt dan voor een door haar later te bepalen prijs. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broer Sijbert Lenertsz. van de Hatert, koopman te Dordrecht. Zij verleent machtiging aan haar oudste zoons Johannes en Leendert Gillisz. van de Hatert om samen met de voogd de uitstaande schulden in te vorderen.

ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareren voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen [genaamd “het Varken”], staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle “volaerdeturff” en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 159: op 6 juni 1657 testeert Geertruijt van den Hatert Lenaertsdr., laatst weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck, houtkoper te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar zoon Lenaert van der Hulck een bedrag van 4000 [?, moeilijk leesbaar] gl., en aan haar dochters Adriana en Geertruijt van der Hulck al de kleren van haarzelf en die van haar moeder. Zij heeft haar twee dochters Catharina van der Hulck, de vrouw van Joannes de Moor, en Marguarita van der Hulck, de vrouw van Francois van de Graeff, toen zij gingen trouwen, “uitgezet” in feesten, kleding etc., elk voor 3000 gl. en hun bovendien elk een bedrag van 5000 gl. ten huwelijk gegeven. Derhalve zal zij haar ongetrouwde kinderen bij het aangaan van hun huwelijk eveneens 8000 gl. geven. Haar kinderen en kleinkinderen, die nog ongetrouwd zijn en jonger dan 25 jaar oud, zullen elk een jaarlijkse uitkering van 150 gl. ontvangen tot zij 25 jaar worden of gaan trouwen. De testatrice wenst, dat het huis, waarin zij woont, staande bij de Blauwpoort na haar overlijden voor 100 gl. per jaar door een van haar getrouwde of meerderjarige kinderen bewoond zal worden tot het moment, waarop het huis verkocht wordt. Zij wil, dat na haar overlijden al haar na te laten goederen “nevens het genoten houwelijcx goed van haere twee alreeds getrouwde kinderen … alsamen gebracht werden sal onder eender massa”, en dat de helft daarvan zal komen aan haar nakinderen, zodanig dat haar dan nog ongehuwde kinderen als huwelijksgoed zullen ontvangen een somma van 8000 gl. De wederhelft ervan moet dan komen aan haar nakinderen en de drie kinderen van haar voordochter wijlen Clara de Boefkens. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt zij haar zoons Joannes en Lenaert  van der Hulck en haar broer Sijbert Lenaertsz. van den Hatert.

– 29 mrt. 1659: overeenkomst tussen Maria van Bercheijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hulter, als eigenares van het huis “den Haes”, staande in de Kannenkopersbuurt, en Johannes van der Hulck, als gemachtigde van zijn moeder Geertruijt [Leendertsdr.] van den Hatert, weduwe van [Gillis Jansz.] van der Hulck, als eigenares van het huis, dat staat naast het huis “den Haes”. De overeenkomst betreft de zijmuur tussen beide huizen. (Dordrecht Monumenteel nr. 58, jan. 2016, p. 33 [internet])

Kinderen:

Kind van Wouter de Boefkens en Geertruij van de Hatert

a. Clara de Boefkens, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, trouwde 5 juli 1637 Cornelis Blok, burgemeester van Geertruidenberg

Kind :

a-1. Digna Blok, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1643, trouwde Hendrik van Dortmont

Kinderen:

a-1-1. Johanna Clara van Dortmont

a-1-2. Geertruijd Justina van Dortmont

a-1-3. Baldina Cornelia van Dortmont

Kinderen van Gillis van der Hulck en Geertruijd van de Hatert (o.a.):

a. Joannes van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, ongehuwd, burgemeester van de gemeente te Dordrecht 1676, overleden 1 aug. 1676

ONA Dordrecht inv. 47, f. 100: op 21 sept. 1654 verklaart Lambert Lambinon, ca. 56 jaar oud, op verzoek van Johannes van der Hulck houtkoper, dat hij 12 of 13 dagen eerder is geweest op de begrafenis van Steven Fransz. Roos, en dat hij toen “bij de persoon van Jacob Rens ondersocht heeft in wat manijere dattet krackeel ende gevecht ontstaen was tusschen de requirant ende Pieter Arijensz. van der Werff, daarop … Jacob Rens seijde dat sij beijde ende oock hij getuijge tsamen inde camer off keucken om laeg inde doele taback hadden sitten drincken ende dat sij beijde vuijt gingen nae boven in de ganck, aldaer hij getuijge volgde ende doen sach … dat sij aen malcanderen handtsgemeen waren sonder daer van  ijet meer te weten, daer op hij getuijge doen noch vraechde … soo hoor ick dan dat sij al aen malcanderen waeren doen gij inde gangh quaemt, seijde … Rens doen wederomme Jae sij waeren doen al aen malcanderen ende doen schoot ick toe om haer te scheijden ende scheijde haer oock”.

b. Leendert van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht dec. 1626, ongehuwd

c. Adriaen van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1628, vermoedelijk jong overleden

d. Catharina van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629, trouwde Johannes de Moor Aarnoudsz., vroedschap en schepen van Hoorn

e. Adriana van der Hulck Gillisdr., geboren naar schatting ca. 1630, volgt IIa

f. Margreta van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631, volgt IIb

g. Cornelis van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1633, ongehuwd

h. Jilis van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht juli 1635, vermoedelijk jong overleden

i. Geertruijt van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht juni 1642, jonge dochter wonende bij de Blauwpoort (1667), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1732 (Geertruij van der Hulck, weduwe van Hendrk Franke, met 9 koetsen extra, laat geen kinderen na, de hoogste boete), trouwde NG Dordrecht 25 dec. 1667/8 jan. 1668 Hendrick Francken Genefaesz., weduwnaar wonende in het Steegoversloot (1667), koopman

ONA Dordrecht inv. 65, f. 423: op 12 juni 1658 testeert Geertruijt van de Hulck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de kinderen van haar halfzuster, wijlen Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis Block, samen een somma van 300 gl. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broers Joannes, Leendert en Cornelis van de Hulck en haar zusters Catharijna, Marguarita en Adriana van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Voorwaarde daarbij is dat Cornelis, Catharijna en Marguarita van de door hen te erven goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben . Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Joannes en Leonart van de Hulck en haar oom Sijbert Lenaertsz. van de Hatert.

IIa. Adriana van der Hulck Gillisdr., geboren naar schatting ca. 1630, trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1659 Gerard Francken Genefaesz.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 41: op 12 juni 1658 testeert Adriana van de Hulck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Als zij ongehuwd komt te overlijden, legateert zij aan de kinderen van haar halfzuster, wijlen Clara de Boefkens, bij haar verwekt door Cornelis Block, samen een somma van 300 gl. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broers Joannes, Leendert en Cornelis van de Hulck en haar zusters Catharijna, Marguarita en Geertruijt van de Hulck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Voorwaarde daarbij is dat Cornelis, Catharijna en Marguarita van de door hen te erven goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Joannes en Leonart van de Hulck en haar oom Sijbert Lenaertsz. van de Hatert.

Kinderen:

a. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1661, volgt III

b. Geertruid Franken Gerardsdr., gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1672, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Overschie 19 april 1693 (de bruidegom geassisteerd met mr. Willem Brandwijk vrijheer van Blokland, oud-burgemeester van Dordrecht en dijkgraaf van de Alblasserwaard, zijn oom, en de bruid met Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, haar moeder) mr. Pieter Brandwijk van Blokland, gedoopt NG Dordrecht 2 aug. 1665, jongman van Dordrecht en daar wonende (1693), dijkgraaf van Oud-Beijerland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1751 (mr. Pieter Brandwijk van Blokland, in de Wijnstraat, laat kinderen na, dijkgraaf van Oud-Beijerland, met een wapenbord, grote boete, 9 koetsen extra), zoon van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, burgemeester van Dordrecht, en Maria Strick van Scharlaken (zie genealogie Brandwijk van Blokland op deze website).

IIb. Margreta van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1650), trouwde 19 juni/5 juli 1650 Francois van de Graef Sebastiaensz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1650), koopman, postmeester te Dordrecht 1676, 1677, zoon van Sebastiaen van de Graef en Agneta Bacx

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Agneta van de Graaff, 24 jan. 1652, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1674), trouwde NG Dordrecht 8/24 juli 1674 Cornelis van Helmont, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1674), koopman

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht)

a-1. Gillis, 22 mrt. 1676

b-2. Margreta, 12 nov. 1683

b-3. Francois, 23 mei 1686

b. Gillis, 7 mrt. 1653

c. Theuntjen (Anthonia) van de Graeff, 4 mei 1654, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1677),trouwde NG Dordrecht 20 juni 1677 (ondertrouw) Simon de Vries de jonge, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1653,jongman wonende in de Wijnstraat (1677), zoon van Anthonij de Vries en Johanna van Feltrum

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

c-1. Johanna, 21 sept. 1679

c-2. Margrieta, 1 mei 1680

c-2. Anthoni de Vries, 8 febr. 1682

c-4. Simon Adriaan de Vries, 25 mrt. 1686

d. Bastiaen, 6 sept. 1655

e. Clara van de Graeff Francoisdr., 4dec. 1656, jonge dochter van Dordrecht (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 mei 1743 (Clara van de Graaf, weduwe van Govert van Wesel, raad en vroedschap van Dordrecht, laat kinderen na, 9 koetsen extra, een wapen voorgedragen),trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 19 dec. 1688/3 jan. 1689Govert van Wesel, weduwnaar van Dordrecht (1688), koopman en equipagemeester

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-1. Rochus, 26 aug. 1689

e-2. Clara Margrieta,23 mei 1691

e-3. Anthonia, 21 febr. 1693

e-4. Geertruij, 29 okt. 1695

e-5. Maria, 26 dec. 1696

f. Adriaen, 13 juli 1659

g. Jacob, 5 aug. 1661

III. Elisabeth Francken Gerardsdr., gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1661, jonge dochter van Dordrecht (1680), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 okt. 1680 Mattheus (Matthijs Abram) van der Burgh Johansz., jongman van Dordrecht (1680),2e Mattheus van de Broucke

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Johan van der Burgh, 8 aug. 1681

b. Gerard, 7 aug. 1682

c. Willem, 17 sept. 1683

d. Margaretha van der Burgh, 17 sept. 1683, trouwde Theodorus Bernardus van der Steegen Brucking.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 103 e.v.: op 14 april 1733 verkoopt mr. Johan van den Brouck, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Theodorus Bernhardus van der Steegen, genaamd Bruckingh, inwoner van Dordrecht, als man van Margarita van der Burgh, voor 3720 gl. aan Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot achter tegen het Stek en staande tussen het huis van mr. Nicolaas Stoop en dat van Willem Zaijmans.

e. Johan, 27 okt. 1684

f. Adriana, 11 okt. 1686

g. Johanna Elisabeth, 18 mrt. 1688

h. Geertruij, 9 mei 1689

i. Johan, 20 dec. 1690]

Jacob Joosten, nihil habet 2 ponden

Pieter Boije 4 ponden

[21 jan. 1606: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Thonisz. Bosch en zijn vrouw Neeltgen Maertensdr., tussen Jan Joosten schiptimmerman voor zichzelf, enerzijds, en Jan Jansz. de Haen, als weduwnaar van Alit Jansdr. [Bosch], voor zichzelf en tevens als vader en voogd van Anneken Jansdr., verwekt bij Alit Jansdr. Bosch, enbovendien als testamentaire voogd, naast Jan Corsse glasmaker, die mede compareert, van Engel Aertsz. Vaeck, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, anderzijds.

20 mei 1621: Engel Aertsz. Vaeck, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Jan Jansz. Bosch, verkoopt aan Pieter Boijen een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Blauwpoort tussen het huis van Gillis Jansz. houtkoper en dat van Staes Jacobsz. (Achter de Blauwpoort nr. 6, p. 15 [internet])

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 sept. 1641: een baar voor Pieter Boije, een pondgraf, in de Tolbrugstraat Waterzijde.]

f. 16

Hermen Cleijsz. schuijtenaer 3 ponden

Herman Janssen de Haen[schiptimmerman] 3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 16 april 1606: Herman Jansz. schiptimmerman en Agneta Cornelis Floerisdr., beiden van Dordrecht, getrouwd in de Grote Kerk op 7 mei 1606

Agniete, dochter van Cornelis Florisz. en Janneken Alberts, gedoopt NG Dordrecht febr. 1588

ORA Dordrecht inv. 754, f. 66 e.v.: op 4 juni 1613 verkoopt mr. Herman Halling aan Herman Jansz. de Haen een erf met een loods daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Cornelis Tielen en het huis van Herbert Jacobsz. hordenmaker, “[zo]als tvoorsz. erfue bij den Gerechte deser stede vercocht is volgens den brieve daer van zijnde”, voor 1771 gl. Waarborg: Dirck Pietersz. van de Honaert. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 1187 gl. en 10 st. Borgen: Jan Ariensz. de Haen, burger van Dordrecht en Cornelis Florisz. van den Heuvel. De koper verlijdt tevens aan Maria de Jonge, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 24 gl. en 10 st., verzekerd op het voornoemde erf.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10v: op 4 april 1626 verkoopt Herman Jansz. de Haen, schiptimmerman en burger van Dordrecht, aan Maricken Bastiaensdr. van de Wercke, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Hermen de hordenmaker en dat van de weduwe van Cornelis Centen.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 8 e.v.: op 24 dec. 1629 verklaart Jan Samuelsz., als procuratie hebbende van Herman Jansz. de Haen schiptimmerman, zijn oom, dat hij t.b.v. Samuel Barentsz. en Jan Maertensz., resp. zijn, comparants, vader en oom, wegens zodanige somma van 600 gl., die zijn vader enoom hebben geleend aan Herman Jansz. de Haen, verbonden te hebben het huis van Herman Jansz. de Haen op de Nieuwe Haven, staande op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Matgen Schoncken en dat van Herber Jacobsz.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 27: op 16 mei 1630 verkoopt Samuel Barentsz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Jansz. de Haen, timmerman van “de gemeenelants scheepsbrugge”, blijkens procuratie gepasseerd voor een niet met name vermelde notaris te Emmerich op 30 april 1630, aan Pieter Gijsbertsz., timmerman en burger van Dordrecht, een huis, loods en erf daarnaast gelegen, staande ophet Nieuwe Wercktussen het huis van de weduwe van Cornelis Centen aan de ene zijde en het huis van Metgen Schoncken, mitsgaders het huis en erf van Herber Jacobsz. hordenmaker aan de andere zijde, voor een somma van 2200 gl. Waarborgen: Samuel Barentsz. in zijn privé en Jan Maertensz., wonende in Den Briel.]

Metken Schoncken 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 752, f. 149: op 3 okt. 1611 verkoopt Cornelis Cornelisz. Backer huistimmerman aan Metgen Segersdr. een huis met een gang daarnaast, samen breed 8 hond voeten, staande en gelegenin de Hoge Nieuwstraat op het Nieuwe Werk tegenover het “Bourgoens Cruijs”, belend het huis van Leendert Gerritsz. arbeider bij de straat aan de ene zijde enhet huisvan de kinderen en erfgenamen van burgemeester Willem de Jong aan de andere zijde. Waarborg: Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam.]

Leendert Gerritsz. Coomen 1 pond

Opde Cade aende Blaeupoort beginnende

Cors Claesz. Capiteijn 4 ponden

[Zie kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

f. 16v

D’erffgenamen van Michiel Conincx 2 ponden

Aert Sonnemans 4 ponden

De weduwe van Cornelis Centen schipper,nihil habet 1 pond

Nicolaes Boumans

De weduwe van Zeger de Moor met haer soon 14 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 11v: op 15 febr. 1620 verkoopt Jan Joosten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, aan Lijdewij Jansdr., weduwe van IJsbrant Sas, een jaarlijkse losrente van 37 gl. 10 st., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Bastiaenken Jans, weduwe van Seger de Moor, en de loods van de erfgenamen van Claes Sijmonsz. Vaer.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 49 e.v.: op 9 juli 1632 verkoopt Willem Joppen, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Catrina Jansdr., weduwe van Melchior Dircxsz. , een huis, genaamd”den Aembeelt”,met eenloods achter op de plaats staande, alsmede een gang, die uitkomt in de Hoge Nieuwstraat, staande en gelegen op het Nieuwe Werck tussen het huis van Arnoult de Moor en de gang, die eertijds toebehoorde aan Claes Sijmonsz. Vaer. Waarborg: Pieter Schepens, notaris te Dordrecht. De koopster is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl. Borg: Aert Hillen, koopman en burger van Dordrecht.]

f. 17

Dionijs de Hasque 8 ponden

Folpert Reijersz. van Asperen 8 ponden

[Folpert Reijersz. van Asperen, geboren naar schatting ca. 1570, waarschijnlijk in Gorinchem, Commissaris van de Recherche te Rotterdam, zoon van Reijer van Asperen Geritsz., brouwer te Gorinchem, en NN, trouwde NG Dordrecht 2/16 april 1595 Lijnken (Lijntje) Adriaensdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 76]

Somma van’t eerste quartier 2413 gl. 10 st.

f. 17v

Tweede quartier beginnende vande Vischbrug tot aende Gravestraet endesoo voort aende d’ander zijde tot wederom aende Vischbrug

Michiel [Jacobsz.] Cotermans brouwer[in “het Hert”] 100 ponden

[ORA Dordrecht inv. 899: op 28 sept. 1605 legt Michiel Cotermans, brouwer in “het Hert”, burger van Dordrecht, 37 jaar oud, een verklaring af ten verzoeke van Boudewijn Coninck Gijsbertsz., schepen in wette van Dordrecht.]

Abraham van Asch 3 ponden

Cornelis Matthijssen Balen 12 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 6v: op 20 febr. 1626 verkoopt Casper Beeck Pietersz., als procuratie hebbende van Sara Beijen, weduwe van Carel Carelsz. loodgieter, nu getrouwd met Seger van Achtevelt, procureur voor het Hof van Holland, aan Cornelis Matthijsz. Baelen, zijdelakenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis “de Jhesus” en het huis “de Gouden Reael”. Waarborgen: Jaecques Leveque en Pieter Willemsz. Schepens, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan de minderjarige kinderen van Carel Carelsz. loodgieter, verwekt bij Metken Cornelis, een somma van 4000 gl. Borg: Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht.

200e penning Dordrecht anno 1638: Cornelis Mathijsz. Balen 60 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)]

Pieter Dircxsz. [Codde, Codeus] twijnder 4 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: Pieter Dircxsz. Codde twijnder 20 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 12v)

f. 18

Anthonij Repelaer brouwer buijtendien onder de heeren Achte 27 ponden

[Anthonis Repelaer, geboren Dordrecht dec. 1591, brouwer, schepen, raad en burgemeester (1642-1644) van Dordrecht, overleden Dordrecht 21 okt. 1652, zoon van Hugo Repelaer, brouwer in “de Sleutel”en Margaretha Jansdr. Brouwer,trouwde NG Dordrecht 7 febr. 1616 Emerentia van Driel, geboren Dordrecht 19 dec. 1598, overleden Dordrecht 19 mei 1660, dochter van Johan Dirksz. van Driel, brouwer in “de Ruijt”en Lucia (Sijtgen) Goossensdr.Schilperoort. (Zie kwartierstaat Van Schothorst (internet), kwartier 11094, sub b-1.) Anthonij Repelaer werd in de 200e penning van 1638 eveneens aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Kinderen (o.a.):

a. Lucia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, trouwde NG Dordrecht 30 aug. 1648 Walterus (Gualtherus, Wouter) Johansz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1618, zoon van Johan Cools en Margriet Dirrickx

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Jan Cools, 18 juni 1651

a-2. Anthonia Cools, 24 nov. 1652, trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1680 Cornelis van Beveren Cornelisz.

a-3. Walteria Cools, 27 febr. 1654, trouwde NG Dordrecht 12 febr. 1673 Diederick Bressij

b. Margareta Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1661),trouwde NG Dordrecht 6 nov. 1661 (ondertrouw) Paulus Eelbo, koopman te Dordrecht]

Anthonis Repelaer, door Jacob Gerritsz. Cuyp (1647)

Emerentia van Driel door Jacob Gerritsz. Cuyp (foto H.A. van Duinen; publicatie alleen toegestaanmet voorafgaande toestemming van de maker)

Claes Aertsz 8 ponden

Adriaen Vinck 8 ponden

De weduwe van d’heer Thesaurier Pompen als boelhouster 150 ponden

De grafzerk van Michiel Pompe van Meerdervoort in de Grote Kerk.

[Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, geboren ca. 1578,was van 1623 tot 1625 thesaurier van de stad Dordrecht. Hij overleed op 27 aug. 1625. Zijn weduwe was Maria Sasbout Matthysdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1184), die trouwde 2e Cornelis van Alderwerelt.

ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 1 juli 1605 op verzoekvan Ooloff Bankens twijnverkoper door Michiel Pompe, 27 jaar oud en Willem Pietersz., eveneens 27 jaar oud, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 97 e.v.: op 24 juli 1610 verkoopt Abel Willemsz., burger van Dordrecht, koopman te Dordrecht, aan Michiel Pompe, koopman te Dordrecht, de helft van twee huizen, genaamd “Bruijnswijck” en “den Dolphijn”, aan hem nagelaten door Neeltgen Abelsdr., staande op de Groenmarkt tussen het huis van Nicolaes Jansz. Cruijdenier en dat van de weduwe en kinderen van Adriaen Adriaensz. Vinck de oude, met een pakhuis en erf erachter, uitkomende op de straat aan de Nieuwe Haven.

De zoon van genoemd echtpaar, Michiel Pompe, heer van Meerdervoort, schildknaap (1613-1639) en diens vrouw Adriana van Beveren Cornelisdr. waren de stichters van de Meerdervoortskapel in de Grote Kerk. (J.L. van Dalen, De Groote Kerk te Dordrecht (Dordrecht 1927), p. 100 e.v.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk

Michiel Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren hadden twee zoons: Michiel Pompe van Meerdervoort (1638-1653) en Cornelis Pompe van Meedervoort (1639-1680).

Michiel(links) enCornelis Pompe van Meerdervoort (midden) met hunhuisleraar en een knecht,ca. 1650 geschilderd door Aelbert Cuijp.]

Jan Gijsbertsz. wijncooper 1 pond

f. 18 v

Jacob Henricxsz. appelcooper 1 pond

D’heer Cornelis Nicolaesz. schepen ende thesaurier 30 ponden

De weduwe ende erffgenaemen van Frans van Bonckelwaert, insolvent 20 ponden

[Francoijs van Bonckelwaert Adriaensz., geboren ca. 1555, weduwnaar van Dordrecht (1603), trouwde 1e naar schatting ca. 1580 Lijsbeth van Scharlaken Gerritsdr., 2e NG Dordrecht 28 sept./10 okt. 1603 Catelijne (Lijntgen) Woutersdr., weduwe van Antwerpen (1603), overleden ca. 1627, trouwde 1e Anthoni Henricxsz. (Vogelesangh)

ORA Dordrecht inv. 746, f. 227 e.v.: op 5 april 1603 compareren Cornelis Spotten Pietersz., als mede-erfgenaam van Cornelia Stapels enerzijds en Adriana van Scharlaecken, weduwe van Thomas de With Willemsz., Pieter Geeritsz. van Scharlaecken voor zichzelf en tevens vervangende Jan Geeritsz. van Scharlaecken, Frans van Bonckelwaert, weduwnaar van Lijsbet Geeritsz. van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende zijn kinderen, door hem bij zijn overleden vrouw verwekt, Jan Ghijsbertsz. als man en voogd van Janneken Geeritsz. van Scharlaecken, Nicolaes van Honcop Mathijsz. als echtgenoot van Jacobmina van Scharlaecken,  voor zichzelf en van wege zijn kinderen, door hem bij genoemde Jacobmina verwekt, en tevens vervangende Emanuel van de Borch, als man en voogd van Josina van Scharlaecken, Ghijsbert van Scharlaecken  en Jacob van Meuwen als man en voogd van Machtelt van Scharlaecken, voor zichzelf en vervangende hun moeder en andere zusters en broeder, Baelken Cornelisdr., weduwe van Jan van Polaenen, voor zichzelf en haar kinderen, geassisteerd met Dirick Claesz. van Sevener, als haar gekoren voogd, en Anna van Steen, weduwe van Casper van Longe, geassisteerd met haar gekoren voogd, allen erfgenamen van Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en diens vrouw Cornelia Stapels. Comparanten verklaren, dat door Cornelis Pietersz. van Scharlaecken en Cornelis Spotten “proces geïnstitueert es geweest ende naer des voornoemde Cornelis van Schaerlaeckens overlijden bij de voorsz. Spotten alleen vervolcht es tegens de erffgenaemen van Aelwijn Aelwijnsz. zaliger om seeckere rente van hondert [karolus]guldens siaers spreeckende op de stadt van Bergen opten Zoom” en dat zij nu overeengekomen zijn “dat den voorsz. Spotten alleen tot sijnen pericule sal vervolgen ’t voorsz. proces met conditie soo hij quaeme te triumpheren dat tselve alleen sall comen tot sijnen proffijte, ende soo hij quame te succumberen dat hij alleen sal draegen, de costen ende schaeden van de processe”. Spotten verbindt voor de nakoming daarvan zijn huis in de Lombardstraat, staande op de hoek van de Breestraat en naast het huis van de weduwe van Jan van Polaenen.

26 aug. 1615: verklaring door Franchoijs van Bonckelwaert, 60 jaar oud en Willem Jansz. Bijl, 54 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 17, f. 236)

Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 5v: op 16 mrt. 1628 gecollationeerd het testament, dat Lijntgen Woutersdr., weduwe van Frans van Bonckelwaert op 18 nov. 1627 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Vekemans te Dordrecht. Zij heeft daarin tot voogden benoemd haar zoon Guiljam Vogelzang, bij haar verwekt door Anthonij Vogelesangh, en Geridt van Bonckelwaert, de zoon van haar tweede man.

Kinderen:

Ex !:

a. Gerrit van Bonckelwaert

b. Janneken van Bonckelwaert, trouwde Jan de Backere Gijsbertsz.

Ex 2:

c. Elisabeth , gedoopt NG Dordrecht april 1606

d. Wouter, gedoopt NG Dordrecht mei 1607

e. Lijncken, gedoopt NG Dordrecht juli 1607

f. Aelken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1610

g. NN, gedoopt NG Dordrecht dec. 1612]

Guilliam Antonisz. 2 ponden

Willem Aertsz. Brantwijck 45 ponden

[Willem Aertsz. Brantwijck korenkoper was getrouwd met Geertruijt Pieterdr. Caseler. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346)

200e penning Dordrecht anno 1638: Willem Aertsz. Brantwijck 225 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Zie ook de genealogie Brandwijk (van Blokland) op deze website.]

Adriaen Willemsz. beenhacker 30 ponden

f. 19

Jan Jacobsz. Cotermans 30 ponden

Joachim Wtewael, de Groentevrouw (Centraal Museum Utrecht)

Ocker Brantwijck 12 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: Ocker Brantwijck 60 ponden(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Pieter van Deuren 16 ponden

Dirck Gerritsz. coomen 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 17 mrt. 1626 verkoopt Marijcken Geeritsdr. van Ophemert, ongehuwde persoon, aan haar broer, Dirck Gerritsz. van Ophemert, de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van mr. Cornelis van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en het huis “de Rooden Schilt”.]

D’heer mr. Cornelis van Beveren Borgemeester Rentmeester Generael van Zuijthollant 60 ponden

Gegraveerd portret van Cornelis Willemsz van Beveren door J. Suyderhoef uit Matthijs Balen, Beschrijvinge der stad Dordrecht, 1677, met drieregelig vers (foto: Regionaal Archief Dordrecht).

Juffr. Lievina Verbooms 60 ponden

D’heer mr. Digman de Vries Outraet 40 ponden

f. 19v

De weduwe van Cornelis Jansz. Mes 12 ponden

Jan Bordels met zijn kinderen 60 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1622: Johan Bordels weduwnaar en Elisabet Pauli dochter van Johan Pauli in zijn leven raad en meester van de rekeningen van Holland, per schrijven van [ds.] Lavigne]

Herbert van Diemen 15 ponden

[ONA Dordrecht inv. 3, f. 421: op 30 mrt. 1606 stelt Jacob van Diemen, oud-burgemeester van ’s herenwege van Dordrecht, ziek in bed liggende, tot voogden over zijn minderjarige kinderen en over zijn zoon Herbert van Diemen aan Johan Bordels, zijn schoonzoon, Huijch Repelaar brouwer en Jan van Diemen Gijsbertsz., zijn neef.]

Franchoijs van Ackerlack 16 ponden

Barent Gerritsz. met zijn dochter 45 ponden

[Barent Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1550, overleden tussen 12 april 1627 en 3 juli 1631 (ONA Dordrecht inv. 57, f. 493v), (trouwde NG Dordrecht  jan. 1575 Marike Adriaensdr.?)

ONA Dordrecht inv. 56, f. 65v: op 12 april 1627 testeert Berrent Gerritsz., burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht eveneens 100 gl. Tot erfgenaam benoemt hij zijn enige dochter Elisabeth Barents, weduwe van Hans Gevaertsz. de jonge.

Kind:

a. Elisabeth Barentsdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1600), trouwde NG Dordrecht 30 jan./26 febr. 1600 Hans Gevaerts Jansz.  de jonge, geboren te Nuijs (1600)

ONA Dordrecht inv. 62, f. 880: op 23 juli 1649 comp. Johan Gevaerts, Cornelia Gevaerts, Beatricx Gevaerts en Petronella Gevaerts, ongehuwde “dochteren”, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter de Langhe, koopman te Rotterdam, als man van Maria Gevaerts, hun zuster, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Barentsdr., weduwe van Hans Gevaerts de jonge, die de enige dochter en erfgename was van Barent Gerritsz. Zij verlenen procuratie aan Louis Victors, koopmansbode van Amsterdam op Dordrecht, om te transporteren aan Jacob Reepmaker, koopman te Amsterdam, een somma van 300 gl.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 905: op 4 aug. 1649 verklaren Boudewijn Taeijaert, circa 70 jaar oud, Crispijn van Outgaerden, ongeveer 52 jaar oud, kooplieden te Dordrecht, en Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben wijlen Barent Gerritsz., burger van Dordrecht, die alleen een dochter, genaamd Elisabeth Barents, heeft nagelaten, weduwe van Hans Gevaerts de jonge, welke Elisabeth op haar beurt heeft nagelaten een zoon en vier dochters, genaamd Johan, Cornelia, Beatricx, Petronella en Maria Gevaerts, welke laatstgenoemde getrouwd is met Pieter de Langhe, wonende te Rotterdam. De getuigen geven voor reden van wetenschap, dat zij lange tijd in de buurt van genoemde personen gewoond hebben.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 1063v: op 4 jan. 1650 verlenen Johan Gevaerts, kapitein Willem van Santen, als man van Beatricx Gevaerts, Cornelia Gevaerts en Petronella Gevaerts, ongehuwde “dochteren”, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter de Lange, koopman te Rotterdam, als man van Maria Gevaerts, procuratie aan Herman Theunisz. Blijcker, koopman te Amsterdam, om in ontvangst te nemen van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) een “vvtgifte van twintich ten hondert in gelde” en dat over een aandeel van 900 gl.

Kinderen:

a-1. Cornelia Gevaerts, geboren naar schatting ca. 1601

a-2. Beatricx Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht juli 1605, van Dordrecht wonende op het Marktveld (1649), trouwde NG Dordrecht 7/23 nov. 1649 kapitein Willem van Santen, weduwnaar wonende op de Nieuwe Haven (1649)

a-3. Johan Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht gedoopt nov. 1608

a-4. Willem, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, vermoedelijk jong overleden

a-5. Petronella Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1613

a-6. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht jan. 1616, vermoedelijk jong overleden

a-7. Maria Gevaerts Hansdr., gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, van Dordrecht wonende op het Marktveld (1644), trouwde NG Dordrecht 23 okt. 1644 (ondertrouw, procl. te Rotterdam) Pieter Adriaensz. de Langhe, weduwnaar van Rotterdam en daar wonende (1644), koopman te Rotterdam]

f. 20

Boudewijn Zegersz. Taijaert [koopman]  9 ponden

[Boudewijn Zegersz. Taijaert, geboren ca. 1579 (ONA Dordrecht inv. 62, f. 905, akte dd 4 aug. 1649), Zie ook de pagina doopsgezinde huwelijken op deze website, bij 1603]

D’heer Thomas Pietersz. van den Honaert Outraet 20 ponden

[I. Thomas Pietersz. van den Honaert (van den Honert), van Dordrecht (1593), schepen van Dordrecht, commies-stapelier van het gemenelandsmagazijn te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 april 1644 (een baar op het Marktveld voor Thomas Pietersz. van den Honaert, anderhalf graf), trouwde 14//30 nov. 1593 Margareta Joost Pietersdr. van der Loo, van Loon bij Breda (1593)

Kinderen:

a. Helena (Heijlken) van den Honert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1594, van Dordrecht (1619), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1637), trouwde 1e NG Dordrecht 24 nov. 1619 (ondertrouw, “bij authorizatie van den magistraet” van Dordrecht, bescheid gegeven om in Zwijndrecht te trouwen op 8 dec. 1619) Arnoud de Vries, geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht (1619), kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, zoon van Cornelis Willemsz. de Vries en Levina Dingemans, 2e NG Dordrecht 13/29 dec. 1637 Cornelis van Esch Samuelsz., weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1637), trouwde 1e Josijna de Carpentier

ONA Dordrecht inv. 59, f. 660: op 4 mei 1638 testeert Helena van den Honaert Thomasdr., de vrouw van Cornelis van Esch, “commis ten comptoire” van Zuid-Holland in Dordrecht, ziek in bed liggende. Tot haar erfgenamen benoemt zij haar voorkinderen, bij haar verwekt door kapitein Arnoldus de Vries. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man Cornelis van Esch, haar vader Thomas van den Honaert en haar broer Pieter van den Honaert.

Kinderen (ex 1)

a-1. Thomas, gedoopt NG Dordrecht juli 1620

a-2. Lievina, gedoopt NG Dordrecht jan. 1624

a-3. Margareta, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1626

a-4. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht mei 1632

b. Maria van den Honert, gedoopt NG Dordrecht mei 1598, ongehuwd

c. Emerentia van de Honaert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1605, ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 62, f. 322: op 20 dec. 1647 testeren Maria en Emerentia van den Honaert, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Hetgeen de langstlevende zal nalaten moet komen aan de kinderen en nakomelingen van wijlen Pieter van den Honaert, hun broer, de kinderen en nakomelingen van hun zuster Helena van de Honaert, de vrouw van Cornelis van Esch, en de kinderen en nakomelingen van Geertruijt van den Honaert, bij haar verwekt door Blasius van Haerlem. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen stellen zij aan hun zwagers Cornelis van Esch en Blasius van Haerlem.

d. Geertruijd van den Honaert, geboren naar schatting ca. 1606, van Dordrecht (1629), trouwde NG Dordrecht 14 jan./6 febr. 1629  Blasius van Haarlem Blasiusz. de jonge, weduwnaar van Dordrecht (1629), penningmeester van Bonaventura

Kinderen:

d-1. Jannette, gedoopt NG Dordrecht mei 1631

d-2. Margriet, gedoopt NG Dordrecht aug. 1632

d-3.  Blasius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633

d-4. Josijna, gedoopt NG Dordrecht nov. 1636

e. Pieter van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 12 mei 1608, volgt II

II. Pieter van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 12 mei 1608, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), raad in wette van Dordrecht, commies-stapelier, trouwde NG  14 okt. 1640 Margarita Bordels, gedoopt NG Dordrecht mei 1609, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1653), trouwde 2e NG Dordrecht 19 okt./4 nov. 1653 Cornelis van Esch, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1653),dochter van Jan Bordels en Rochia van Diemen

ONA Dordrecht inv. 69, f. 275: op 24 okt. 1653 comp. Marguarita Bordels, weduwe van Pieter van den Honaert, geassisteerd met Cornelis van Esch, magistraat van Dordrecht, “daer mede d’voorsz. comparante tegenwoordich is staende in belofte van houwelijcke”. Zij toont het testament, dat zij met haar eerste man heeft gepasseerd voor notaris D. Eelbo op 14 aug. 1641, waarbij zij, als zij de langstlevende zou zijn, gehouden is aan haar kinderen, m.n. Marguarita, 12 jaar oud, Sophia, 11 jaar oud, Thomas, 10 jaar oud, en Geertruijt van den Honaert, 9 jaar oud, “eerlijck” te onderhouden tot zij mondig zijn geworden of gaan trouwen, en hen bij hun huwelijk naar haar discretie “uit te zetten in feesten en kleding” en hun dan samen een somma van 3000 gl. te geven. Aangezien haar financiële positie sedertdien aanmerkelijk is verbeterd, wil zij nu aan haar kinderen elk een bedrag van 10.000 gl. schenken als zij mondig worden of gaan trouwen. Daarbij zal dan inbegrepen hetgeen zij gehouden is aan haar kinderen te geven bij wijze van “uitzetting van feesten en kleding” bij het aangaan van hun huwelijk. Als haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal die somma van 10.000 gl. weer komen aan haar, comparante, zonder dat de naaste verwanten van vaderswege van de kinderen “daer van eenich genot ofte voordeel sullen comen te genieten”.

ONA Dordrecht inv. 185, f. 45 e.v.: op 30 april 1674 testeert Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar dienstmaagd Trijntgen Corsen een bedrag van 200 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan haar dienstmaagd Lijsbeth Franckot een bedrag van 100 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan Grietgen Schouten, die op de Arend Maartenshof in Dordrecht woont, haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 30 gl., aan Johanna Dibbets, oudste dochter van haar dochter Sophija van den Honaert, of bij vooroverlijden aan de andere dochters van Sophia, haar “paerlen bracelet om den hand”, en aan Geertruijt van den Honaert, de vrouw van dr. Willem Bollaert, haar parelsnoer om de hals, voor 700 gl., op voorwaarde dat haar dochter Sophija van den Honaert of bij vooroverlijden haar kinderen en de kinderen van haar overleden dochter Margrieta van den Honaert uit haar nalatenschap ieder een somma van 700 gl. zullen ontvangen. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar dochters Sophija en Geertruijt en de vier kinderen van haar overleden dochter Margrieta. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar schoonzoons ds. Franciscus Dibbetius en dr. Willem Bollaert. Zij sluit haar derde schoonzoon, Jacob van Neurenberch, uit van het beheer van haar nalatenschap.

ONA Dordrecht inv. 188, f 334: op 24 mei 1681 testeert Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, redelijk gezond zijnde. Zij legateert aan Elisabeth Franckot, haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een bedrag van 200 gl. en een fatsoenlijk rouwkleed, aan Grietgen Schouten, wonende op de Arend Maartenshof een uitkering van 30 gl. per jaar, aan Johanna Dibbets, de oudste dochter van Sophia van den Honaert, haar dochter, of bij vooroverlijden aan een andere dochter van Sophia, haar paarlen “bracelet … om de handt”, en aan Geertruijt van den Honaert, de vrouw van burgemeester Willem Bollaert, haar parelsnoer om de hals, voor 700 gl. Voorwaarde daarbij is, dat Sophia of bij vooroverlijden haar kinderen en de kinderen van Margrieta van de Honaert, haar, testatrice’s, overleden dochter, elk in contant geld zullen krijgen een somma van 700 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij voornoemde Sophia van den Honaert, Geertruijt van den Honaert en de kinderen van wijlen Margrieta van den Honaert. Petrus Stricken, de zoon van Margrieta van den Honaert, zal van zijn erfportie alleen het vruchtgebruik krijgen. De eigendom ervan zal na zijn overlijden komen aan zijn kinderen of bij ontbreken daarvan aan zijn halfbroer en halfzuster. De twee overige kinderen van Margrieta, Johan en Elisabeth van Neurenburch zullen voor hun 25e jaar of huwelijk niet mogen “disponeren” van de goederen, die zij zullen erven van de testatrice en van hun halfbroer, Petrus Stricken. Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt de testatrice haar schoonzoons ds. Franciscus Dibbetius en burgemeester Willem Bollaert.

ONA Dordrecht inv. 189, f. 174 e.v.: voorwaarden, waarop ds. Franciscus Dibbetius, als man van Sophia van den Honert, en burgemeester Willem Bollaert, als man van Geertruijt van den Honert, voor zichzelf en als executeurs-testamentair en voogden over de twee onmondige kinderen van wijlen Margrieta van den Honert, “ten overstaan van” mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, samen kinderen, kleinkinderen  en erfgenamen van Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, willen verkopen een hofstede, bestaande uit een groot huis, bouwhuis, schuur, wagenhuis, berging, keet, boomgaard, tuin, een “heerlijcke plantagie van ype boomen” en 19 morgen 172 roeden wei- en zaailand, staande en gelegen in Nieuw-Bonaventura onder ‘s-Gravendeel, belend: oost de Strijense dijk, west de kruisweg, noord de Langen dam, zuid de woning van Mattheus Havermaet, welke verpacht is aan Pieter Pietersz. Verkerck.

Op 21 dec. 1682 komen de voornoemde comparanten overeen, dat de heer Bollaert en ds. Dibbetius de hofstede met toebehoren zullen aanvaarden op de erfportie van hun echtgenotes voor 360 gl. de morgen.

Kinderen:

a. Margarita van den Honert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1660), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), trouwde 1e NG Dordrecht 29 febr./16 mrt. 1660 (procl. in de Waalse kerk) Johannes Strick(en) van Scharlaecken,  jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1660), koopman, 2e NG Dordrecht 7/23 okt. 1668 Jacob van Neurenburg Johansz., jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), koopman

ONA Dordrecht inv. 193, f. 236 e.v.: op 13 okt. 1694 verklaren Johan van Neurenberch en Elisabeth van Neurenberch, wonende te Dordrecht, kinderen van wijlen Margrieta van den Honaert, laatst weduwe van Jacob van Neurenberch, lid van de Oudraad van Dordrecht, die van de Staten van Holland op 19 april 1694 brieven van veniam aetatis verkregen hebben, dat Sophia van den Honaert, weduwe van ds. Franciscus Dibbetius, en Geertruijt van den Honaert, eerder weduwe van burgemeester Willem Bollaert en laatst weduwe van kapitein Anthonij van de Perre, hun tantes van moederszijde, zijnde de heer Bollaert en ds. Dibbetius gewezen voogden over de onmondige kinderen van hun grootmoeder van moederszijde Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, en ds. Dibbetius alleen voogd wegens de goederen, die zij geërfd hebben van Margrieta van den Honaert, hun moeder, en van Alida Stricken, hun halfzuster, rekening gedaan hebben van al hetgeen hun aanbestorven is van hun voornoemde moeder, grootmoeder en halfzuster.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

Ex 1:

a-1. mr. Pieter (Petrus) Stricken van Scharlaecken, 26 okt. 1660, jongman van Dordrecht (1682), trouwde NG Rotterdam 24 mei/8 juni 1682 Maria Bisschop, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Wijnstraat (1682)

ONA Dordrecht inv. 193, f. 362: op 6 sept. 1695 verklaart mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, wonende in Voorburg bij ‘s-Gravenhage, dat hij als mede-erfgenaam van zijn moeder Margrieta van den Honert en van zijn grootmoeder van moederszijde Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, krachtens een “mandement van arrest mette clausule van Edicte”, die hem is verleend op 26 nov. 1688 door het Hof van Holland contra ds. Franciscus Dibbets en Geertruijd van den Honert, weduwe van burgemeester Willem Bollaert, zijn aangetrouwde ooms een gewezen voogden, op 1 mrt. 1689 heeft doen dagvaarden voor het Hof van Holland  ds. Franciscus Dibbets, ten einde die hem zou afleggen rekening van zijn moederlijke en grootmoederlijke goederen, en dat hij op 9 mrt. 1689 ten overstaan van de schepenen van ‘s-Gravendeel van Geertruijd van den Honert in arrest heeft doen nemen een stuk land van 8 morgen, liggende onder ‘s-Gravendeel. Aangezien hij inmiddels van zijn ooms heeft “ontfangen alle behoorlijcke satisfactie ende contentement soo verclaerde hij mits desen van de voorsz. citatie gerenunchieert ende t’ voorsz. arrest ontslagen te hebben mitsgaders oock van de proceduren dewelcke voorden … Hove van Hollandt daarover sijn geresulteert … t’ eenemail te desisteren”.

a-2. Alijda Stricken, 12 nov. 1661, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 aug. 1679 (een zwarte baar tegenover de Beurs voor Alida Stricke, ongehuwde persoon, vier maal luiden, “een wapen sijnde een ruijt”)

a-3. Reinier, 24 okt. 1664

Ex 2:

a-4. Joannes van Neurenberg, 13 sept. 1669

a-5. Elisabeth van Neurenberg, 10 juli 1671

a-6. Margarita, 3 mrt. 1673

b. Sophia van den Honert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1658), begraven Tholen 26 april 1707, trouwde NG 17 nov. 1658 (ondertrouw, procl. in Tholen) ds. Franciscus Dibbets, weduwnaar van Dordrecht (1658), predikant te Tholen

c. Thomas van den Honert, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1643

ONA Dordrecht inv. 329, f. 48: op 7 mrt. 1665 testeert Thomas van den Honaert, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Hij legateert aan Hans Smits, notaris te Dordrecht, of bij vooroverlijden zijn kinderen een bedrag van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen, benoemt hij zijn zuster Sophia van den Honaert, de vrouw van Franciscus Dibbetius, predikant in Tholen, of bij vooroverlijden haar kinderen, Geertruijd van den Honaert, zijn zuster, en de kinderen van Margarita van den Honaert, de vrouw van Johan Stricke, zijn zuster. Voorwaarde daarbij is, dat zijn moeder Margarita Bordels, weduwe van Cornelis van Esch, gedurende haar leven, het vruchtgebruik van die goederen zal hebben. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zwagers Johan Stricke en ds. Franciscus Dibbetius.

d. Geertruijdt van den Honert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1665), weduwe wonende te Tholen (1687), trouwde 1e NG Dordrecht 29 mrt./14 april 1665 (procl. te Tholen) dr. Willem Bollaert, gedoopt NG Bergen op Zoom 19 okt. 1629, jongman van Bergen op Zoom (1665), doctor in de medicijnen, schepen en thesaurier van Tholen, burgemeester, zoon van Cornelis Bollaert en Petronella van Oosten, 2e NG Hulst 19 juli 1687 (ondertrouwd te Tholen door ds. Franciscus Dibbets, 3 aug. 1687 attestatie gegeven om in Koudekerke te trouwen, daar getrouwd) kapitein Anthonij van der Perre, weduwnaar wonende te Hulst (1687)

Kind (ex 1):

d-1. Margaretha Bollaert, gedoopt NG Tholen 14 dec. 1668, trouwde 1e Tholen 25 mei 1698 Willem Frederik van Lichtenbergh, 2e Tholen 7 april 1709 Jacobus van Vrijberghe]

Gerrit Gerritsz. [Walborch] brouwer 7 ponden

[14 okt. 1617: Herman Heerman, weduwnaar van Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., Sijmon van Beaumondt, eerste raadpensionaris van Middelburg en Anthoni van Beaumondt, koopman te Amsterdam, ook namens Cornelis Heerman, verkopen voor 14.250 gl. aan Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij, en “huijsinge”, uitkomende in het Tolbrugstraatje, met mouterij, molen, stookhoek, bierkelders, een erf achter de Waag “ende voorts het geheele erfve soo breet ende lang ’t selve es, streckende van voor van de straete tot achter op de Nieuwehaven toe”. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88) De koper is schuldig aan verkopers een somma van 10.000 gl. Borgen: Willem Pietersz. ziekenbezoeker en Anthonij Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 91 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 761, f. 54 e.v., akte dd 7 aug. 1621: Jacob de Wit, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Hans van de Water, brouwer te Dordrecht, een brouwerij en mouterij, genaamd “den Ouden Gecroonden Bock”, meteen huisje achter het huis van Boudewijn Segersz. Taijert, staande op het Marktveld tussen de brouwerij van Geerard Geerardsz.Walborch en het huis van Jan Pietersz. Waarborgen: Jan Bom van Craenenborch brouwer en Anthonij van Valckenborch zijdenlakenkoper, burgers van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 8371 gl. Borgen: Abraham van de Water kruidenier en Geerard Houben, burgers van Dordrecht.

NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1622: Jan Gerartsz. Walburgh jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn vader brouwer in “den Bock” en Willemijntgen van Heec Jan Matthijsdr. jonge dochter van Dordrecht getrouwd op 31 mei 1622

27 juli 1624: Geerit Walburch, brouwer in “den Bock” op het Marktveld, verkoopt aan Balten Baltensz. van Horick azijnmaker een leeg erf, gelegen achter het huis en erf van de verkoper en uitkomende op de Nieuwe Haven, tussen het huis van Joris Wernaertsz. brandewijnmaker en het huis van de koper, strekkende van ’s herenstraat tot de paardenstal van de brouwerij. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88)

20 jan. 1627: Gerrit Gerritsz. Houben, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Tolbrugstraat, genaamd “den Gecroonden Bock”, staande tussen het huis van Barent Gerritsz. en dat van Gerrit Walburch. Koper is schuldig aan de voogden van het weeskind van wijlen Roelant Eeckholt [Susanna Eeckholt] 2000 gl. en aan Willem Sieren pondgaarder 700 gl. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 68v e.v.)

4 mei 1644: Gijsbertgen Jans, weduwe van Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer verkoopt aan Adriaen Blanckert en Marcus van Dijk, samen voor de ene helft en Cornelis van den Hoogenboom voor de andere helft, een huis op het Marktveld en een brouwerij eneen huis in de Tolbrugstraat, waar uithangt “den Trommel”. Borgen: Jan Geeritsz. Walburch en Jan Gijsbertsz. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 88-89)]

De weduwe van Cornelis Goversz. van Beaumont 40 ponden

Willem Jansz. Wens 4 ponden

Adriana van Blijenborch 6 ponden

f. 20v

Jacob ende Maria van der Goes, Jacob is doot over 2 jaeren ende heeft geen billet dese reijs gehadt 4 ponden [8 ponden doorgehaald]

De weduwe ende kinderen van Cornelis van Gesel 15 ponden

Floris Jacobsz. schrijnwercker 1 pond

Dirck van de Wal 4 ponden

De dochters van Thomas Geurtsz. 4 ponden

f. 21

Cornelis Woutersz. 6 ponden

Antonij van Gesel 18 ponden

D’heer Arent Walen Outraet 6 ponden

Anneken de Bramaker 1 pond

De weduwe van Cornelis Oom met haer kinderen 6 ponden

Jan van Slingerlant 18 ponden

f. 21v

Mr. Willem Boucquet 26 ponden

De voordochter vande voorsz. Boucquet 5 ponden

Warnaert Thielmansz. 2 ponden

Barent Janssen cuijper, niet quotisabel 2 ponden

Ida Walen 2 ponden

f. 22

Jan Matthijssen schoenmaker 1 pond

Sijbert Roerom [koopman] 10 ponden

[Sijbert Roerom Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1592, van Dordrecht (1614), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de nieuwe kraan (1620), wijnkuiper, koopman, zoon van Cornelis Roerom en Elisabeth Wor Cornelisdr. (Balen, o.c., p. 1208), trouwde 1e NG Dordrecht 9/25 febr. 1614 Maeijken Seraerts Nicolaesdr., van Dordrecht (1614), 2e NG Dordrecht 2/18 aug. 1620 Geertruijd van Liesveld Willemsdr., weduwe van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1620), trouwde 1e Jan van Honthorst wijnkoper

ONA Dordrecht inv. 11, f. 432: op 2 jan. 1615 testeren Sibrecht Cornelisz. Roerom, koopman en burger van Dordrecht,en zijn vrouw Maria Nicolaesdr. Tzerrarts, inwoners van Dordrecht. Zij legateren aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 200 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot zij twintig jaar zijn geworden en hun bij het aangaan van hun huwelijk aan beiden een somma van 1000 gl. uit te keren. Als hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal de testatrice gehouden zijn aan zijn naaste verwanten ab intestato een bepaald bedrag uit te keren, nl.  aan zijn verwanten van vaderszijde t.w. Elisabeth, Teuntgen en Neeltken Roeroms 6 gl.,  aan zijn tante Volcxken 6 gl.,, aan de kinderen van Jan Leenders 6 gl., en aan zijn verwanten van moederszijde, nl. zijn oom Reijer 18 gl., aan zijn tante Bastiaenken 18 gl. en aan zijn tante Maria de bakster 6 gl. Als de testatrice zal eerste komt te overlijden moet de testateur aan haar vader of bij vooroverlijden haar broers en zusters uitkeren een bedrag van 300 gl. en haar kleren, met uitzondering van haar juwelen en kleinodiën en de “kinder luer corff”, die haar man zal mogen houden. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, haar vader Nicolaes Tzerrarts en Wouter Maertensz. de Bouffkens.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 83v: op 24 sept. 1617 verklaart Roelandt Eecholt, als medevoogd van de weeskinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, schuldig te zijn aan Marijgen Cornelisdr. een somma van 2800 gl., gevende als onderpand een schepenenschuldbrief van 2800 gl., verleden door Sijbert Cornelisz. Roerom. Roerom stelt als borg een huis tegenover de Wijnkoperskapel, genaamd “Groot Vranckrijck”, staande tussen het huis van Sijmon Wael en dat van Jacob Trip, koopman en burgervan Dordrecht.]

Jacob Trip coopman 45 ponden

[Jacob Trip, broer van Elias Trip, trouwde in 1603 met Margaretha de Geer. Beiden zijn geschilderd door Rembrandt van Rijn]

Rembrandt, Jacob Trip

Rembrandt, Margaretha de Geer

Warnaert Adriaensz. bode 8 ponden

Sijbert Janssen schoenmaker 2 ponden

D’heer mr. Coenraet Ruijsch Outraet 50 ponden

[Coenraet Ruijsch, op 19 april 1649 door Ferdinand III van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk tot ridder verheven, rentmeester van de prins van Oranje, burgemeester van Dordrecht 1653 en 1654, trouwde Maria van Beveren Willemsdr., geboren 1585, dochter van Willem van Beveren Cornelisz. en Emerentia van den Eynde

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 112 e.v. (akte niet gepasseerd): op 2 nov. 1617 verkoopt mr. Coenraet Ruijsch, licentiaat in de rechten, lid van de Oudraad van Dordrecht, aan mr. Herman Halling, licentiaat in de rechten, lid van de Oudraad van Dordrecht, de helft van zijn helft in de landen, gorsen en slikken, welke hij, Ruijsch, in de heerlijkheid van de Merwede in gemeenschappelijk bezit heeft samen met de erfgenamen van Boudewijn de Coninck, groot ca. 25 morgen”, “mette ratie portie vant huijs ende aencleven vandien daerop staende”, zoals wijlen Nicolaes Ruijsch, verkopers vader, het samen met Boudewijn de Coninck van de heer van de Merwede in eeuwige erfpacht gehad heeft. Het land etc. wordt ten westen belend door de gorsen en bedijkte landen van mr. Justinus de Beijer, nu eigendom van Michiel Pompen, ten noorden “den diepe”, ten oosten de gorsen enlanden van Dubbeldam, gescheiden van de heerlijkheid van de Merwede “mette paije van Billersteech”, en ten zuiden de gorsen van Dubbeldam.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 49v: op 28 dec. 1628 verkoopt Jan Matthijsz. Balen, brouwer en burger van Dordrecht, aan mr. Coenraet Ruijsch, raad in het College ter Admiraliteit te Rotterdam, een huis in het Aert Loijenstraatje [’s Heer Boeijenstraat], staande tussen het erf van Abraham Coterman en dat van de koper.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 26: op 26 jan. 1633 benoemt Maria van Beveren Willemsdr., vrouw van mr. Coenraet Ruijsch, tot voogden over haar minderjarige kinderen aan haar man en haar broers mr. Cornelis van Beveren en Carel van Beveren.

Kinderen (o.a.):

a. Emerentia Ruijsch, gedoopt NG Dordrecht okt. 1614, van Dordrecht en daar wonende (1641), trouwde NG Dordrecht 15 sept./29 okt. 1641 (procl. te Philippine)jonker Matthijs Droste (Drost, Drossaert), kapitein in garnizoen te Philippine, weduwnaar (1641), kolonel van een regiment voetknechten in dienst van de Republiek, gouverneur van Heusden

Kinderen:

a-1. Coenraad Droste, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, overleden ca. 1734

a-2. Emerentia Droste, trouwde Johan van Meeuwen [zie Stamboom Van Meeuwen op deze website]

a-3. Elisabeth Droste, trouwde Adriaen van Blijenburg

a-4. Johanna Droste, trouwde Severijn Paludaan, overleden ca. 1700

– 14 mrt. 1698: Severijn Paludan beleend met “die alinge graefschap, heerlickheyt ende landt van Daelhem [Dalem], neffens ofte binnen den lande van Arckel bij den stadt Gorinchem gelegen”

– 5 april 1700: Maria Hansdr. Paludan, erfgename van haar broer, Severijn Paludan, met voornoemd leen beleend

– 1 jan. 1701: Albertus le Grand als gevolmachtigde van de erfgenamen van Johanna Droste, in haar leven echtgenote van Severijn Paludan, ook van Maria Hansdr. Paludan en andere erfgenamen van Severijn Paludan, draagt het leen over aan Cornelis de Jonge van Ellemeet. (mr. J.J. Baron Sloet en dr. J.S. van Veen, Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Leenen buiten Gelderland. [Arnhem 1912], p. 63-64)

a-5. Maria Heusdina Droste, trouwde NG Dubbeldam 9 dec. 1691jonkheer Charles Loncque

b. mr. Nicolaas Ruijsch, raadpensionaris van Dordrecht 1640-1670, trouwde Maria Paats

c. Lucretia Ruijsch, trouwde mr. Johan Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht.

(Balen, o.c., deel II, p. 960 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 908, f. 6: op 11 dec. 1636 verklaart Frans Alewijnsz. wijnkoper, 76 jaar oud, op verzoek van Jan Matthijsz. Balen, burger van Dordrecht, dat het huisje in het Cerboijenstraatje [Ciborie- of ’s Heer Boeijenstraat *], staande achter het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, altijd toebehoord heeft aan de eigenaar van het huis, dat nu eigendom is van mr. Ruijsch en eertijds van Willem Anthonisz. wijnkuiper.

ORA Dordrecht inv. 909, akte dd 12 sept. 1643: op verzoek vanJacob Trip, koopman te Dordrecht, verklaart mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, dat zijn ouders zaliger eigenaars zijn geweest van het huis, dat vanouds is genaamd “Cerboijen”, staande tegenover de Wijnkoperskapel, welk huis nu eigendom is vande rekwirant.Ruijsch heeft zijn ouders meermalen horen zeggen, dat er tussen hen en Herman Cleijn, inmiddels eveneens overleden, een overeenkomst is gesloten, die inhield, dat Herman Cleijn achter door het erf van het huis “Cerboije” een vrije doorgang zou hebben naar het Cerborijstraatje, in ruil waarvoor Nicolaes Ruijsch, deposants vader,water zou mogenhalen uitde put op het erf van Herman Cleijn.

* De ’s Heer Boeijenstraat (ook: Serborie- of Ciboriestraat) was vroeger een smal straatje tussen Wijnstraat en Varkenmarkt, vermoedelijk genoemd naar het reeds in 1507 huis “Cerboyen”, dat op de westelijke hoek met de Wijnstraat stond. “Dat het een onaanzienlijk straatje was, spreekt uit de naam ‘Schijtstraetken’. Het werd ook Rozemarijnstraat genoemd, wat misschien een ironische tegenhanger van Schijtstraatje was. (Van Baarsel, o.c., p. 49-50)

f. 22v

Jan Balen brouwer met zijn weeskinderen 12 ponden

[ONA Dordrecht inv. 24, f. 428 e.v.: op 24 nov. 1619 verkopen Johanette Andriesdr., weduwe van Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard en mr. Franchoijs van der Burch, gecommitteerde Raad van Holland en West-Friesland, als man en voogd van Dingna de Both Cornelisdr., aan Johan Mathijsz. Balen, een huis, brouwerij en mouterij, waar tegenwoordig uithangt “den Osch”, staande tegenover de Kleine Kraansteiger [Wijnstraat bij het ’s Heerboeijenstraatje] tussen het huis van Dammis Woutersz. van de Sandeling en dat van Frans Evertsz. wijnkoper, voor 8000 gl.

ONA Dordrecht inv. 25, f. 21 e.v.: op 29 jan. 1620 testeren Jan Matthijsz. Balen, brouwer in “de Osch” en zijn vrouw Elijsabeth Carelsdr. [van Bokstaal]. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn hun kinderen een somma van 2000 gl. uit te keren.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622). f. 29: Jan Balen, brouwer, zijn vrouw en kinderen (7 ponden), “de suster” (2 ponden), 3 knechts (3 ponden)en een dienstmaagd (20 stuivers), op 28 juli 1623 ontvangen 13 ponden (= 13 gl.)

ORA Dordrecht inv. 767, f. 42: op 13 okt. 1628 verkoopt Jan Mathijsz. Balen, brouwer en burger van Dordrecht, aan Abraham Cotermans een huis, brouwerij, rosmolen en alle bedsteden, die in het huis staan,met alle overige toebehoren en gereedschappen, maarmet uitzondering van de brandewijnketels. De brouwerij is genaamd “de Osch” en staat tegenover de Kleine Kraan [in de Wijnstraat bij het ’s Heer Boeijenstraatje] tussen het huis van mr. Coenraet Ruijs en dat van Evert Willemsz. Prins. Het huis enbrouwerijetc. zijn belast met een rentebriefvan 4000 gl., die de erfgenamen van Cornelis Jansz. Both daar op sprekende hebben en die koper te zijnen laste neemt.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 95v: op 8 sept. 1635 verklaart Cornelis Matthijsz. Balen, zijdelakenverkoper en burger van Dordrecht, dat hij zich borg stelt voor het huis, de brouwerij, de mouterij ende rosmolen, staande tegenover deKleine Kraan, genaamd “den Hengst”, staande tussen het huis van mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, en het huis van Evert Willemsz. Prins, welk huis, brouwerij etc. Jan Mattijsz. Balen aan Abraham Cotermans brouwer heeft verkocht op 13 okt. 1628.]

Jan van Bijlaert 12 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 102: op 15 mei 1625 verkoopt Warnart Arentsz., bode op Amsterdam, voor 3000 gl. aan Jan van Bilaer, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Evert Willemsz. Prins en dat van Jan Matthijsz. Balen, De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.]

Evert Willemsz. Prins wijncooper 32 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 96v: op 7 juli 1627 verkoopt Jan van Bijlaer, koopman en burger van Dordrecht, aan Evert Willemsz. Prins, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van de koper en de brouwerij “de Gecroonden Os”. Waarborgen: Warnaert Arijensz., bode op Amsterdam, en Boudewijn Zegersz. Taijaert, koopman, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Warnaert Arijensz, bode op Amsterdam, een somma van 1872 gl. Borgen: Michiel Feltrum, achtraad, en Hendrick Maertensz. de Boeffkens, burger van Dordrecht.]

Abraham van der Mijl [predikant] 34 ponden

[ds. Abraham van der Mijl, geboren ’s Heerenberg 13 febr. 1563, predikant te Vlissingen en Papendrecht, dichter en prozaschrijver, verdacht van arminianisme, ambteloos te Dordrecht sedert 1619 (www.dbnl.nl), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 mrt. 1637 (een baar voor de heer Van der Mijl bij de Gravenstraat, een graf gekocht), trouwde Agneta van Duijnen

ONA Dordrecht inv. 179, f. 275 e.v.: op 28 febr. 1670 verklaren op verzoek van Maurits Herman Ripperda, heer te Vorde etc., ds. Andreas Colvius, predikant van de Waalse gemeente in Dordrecht, als man van Anna van der Mijl, en Cristina van der Mijl, “bejaerde persoon”, samen kinderen en mede-erfgenamen van ds. Abraham van der Mijl, dat uit het staatboek van de middelen en goederen van ds. Van der Mijl, hun schoonvader resp. vader, is genomen een uittreksel, waaruit blijk, dat in 1621 door Van der Mijl is gehypothekeerd een bedrag van 6000 gl. aan “Baron van Elderen Renede Renesse” op een stuk land, genaamd Oud- en Nieuw-Engeland, liggende in Heenvliet, welke hypotheek op 10 juni 1623 door baron Van Elderen is afgelost. De comparenten geven derhalve hun toestemming, dat de betreffende hypotheekbrief ten overstaan van de Leenkamer van de Grafelijkheid van Holland, waar het genoemde stuk land in leen wordt gehouden, wordt geroyeerd.

Kinderen:

a. Dingna (Digna) van der Mijle, geboren naar schatting ca. 1605, jonge dochter van Vlissingen wonende bij haar vader ds. Abrahamus Mylius (1626), trouwde NG Dordrecht 8/24 febr. 1626 Aernoud de Moor, koopman van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1626)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Zegher, dec. 1626

a-2. Christina, sept. 1629

a-3. Maria, febr. 1631

a-4. Johannes, mei 1634

a-5. Abraham, okt. 1639

b. Anna van der Mijl Abrahamsdr., geboren naar schatting ca. 1610, van Vlissingen wonende te Dordrecht (1630), trouwde NG Dordrecht 3/19 mrt. 1630 ds. Andreas Colvius, jongman van Dordrecht, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht (1630)

Andreas Colvius (noemde zich Kolf/Colvius naar zijn grootmoeder Alid Kolff), geboren te Dordrecht ca. 1594, predikant te Rijsoord (1619), hofprediker van de ridder Johan Berck 1620-1623,predikant in de Waalse gemeentevan Dordrecht1629-1666 (emer.), overleden 1 juli 1671, zoon van Nicolaas Heymans en Maria van Slingeland (Van Dalen, o.c., deel II, p. 797-798, Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [internet])

Ds. Andreas Colvius, portret door Salomon Savery, naar Aelbert Cuyp (1646)

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 18 e.v.: op 1 mei 1643 verkopen ds. Franciscus Rijsbergen en ds. Theodorus Rijsbergen, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Adriana Rijsbergen, aan ds. Andreas Colvius, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis Pieter Theunisz. leestmaker en dat van Cornelis de With.

ONA Dordrecht inv. 183, f. 161 e.v.: op 30 dec. 1670 testeert ds. Andreas Colvius, predikant in de Waals gemeente van Dordrecht, redelijk gezond zijnde. Hij prelegateert aan zijn zoon ds. Nicolaes Colvius, Waals predikant te Amsterdam, al zijn manuscripten, een vergulde zilveren kop met deksel en een bedrag van 600 gl., aan zijn dochter Angnieta Colvius, de vrouw van ds. Jacobus Roelandus, een huis in de Nieuwstraat, waarin hij, testateur, woont, staande tussen het huis van het weeskind van Dirck de Sont en dat van Nicolaes de Vries boekdrukker. Hij legateert aan de huisarmen van de Waalse diaconie een bedrag van 100 gl., aan Lijdia Huijsers, zijn dienstmaagd, die bij hem inwoont, eveneens 100 gl., aan zijn nicht Maria Abrahamsdr. van der Mijl 12 gl., aan Maria van Immerseel, zijn gewezen dienstmaagd, 12 gl. en aan Catharijna Pieters, zijn dienstmaagd, 12 gl.

Kinderen:

b-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht juli 1632, vermoedelijk jong overleden.

b-2. ds. Nicolaes Colvius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, Waals predikant te Dordrecht en Amsterdam, overleden 1717

ds. Nicolaes Colvius

b-3. Agnieta Colvius, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1637, trouwde ds. Jacobus Roelandus (Rolandus)

c. Christina van der Mijl, ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 177, f. 316 e.v.: op 30 sept. 1655 testeert Christina van der Mijl, oude ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij wenst, dat “haer een eerlijcke begraefnisse sal werden aengedaen ende dat haer doot lichaem op een swarte baer gedragen en mette groote kerck overluijt sal werden”. Prelegaten voor haar broer Davidt van der Mijl, zijn dochtertje Angnieta, en haar zuster Anna van der Mijl. Zij legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius o.a. de portretten van haar ouders. Legaten voorhaar nicht Angnieta Abrahamsdr. van der Mijl, haar nicht Marija Abrahamsdr. van der Mijl, Angnieta Davidsdr. van der Mijl, haar neef Abraham van der Mijl Abramsz., Emmerensie van der Mijl Abrahamsdr., haar neef Abraham Davidsz. van der Mijl en aan Jochum Davidsz. van der Mijl. Aan de dochters van haar overleden broer Abraham van der Mijl en de dochters van haar broer David van der Mijl legateert zij al haar kleren, en aan de kinderen van Abraham van der Mijl en David van der Mijl, haar broers, al haar huisraad en roerende goederen. Aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht legateert zij 80 gl., aan de huisarmen van de Waalse gemeente te Dordrecht 20 gl., aan Abraham de Moor 200 gl., en aan de kinderen van haar broer Abraham van der Mijl 1400 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Anna van der Mijl, haar broer David van der Mijl, of bij vooroverlijden hun kinderen. David zal van de door hem te erven goederen alleen het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Davidt van der Mijl, haar broer, en ds. Andreas Colvius, haar zwager, of bij zijn vooroverlijden haar neef ds. Nicolaes Colvius.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 202 e.v.: op 13 okt. 1657 testeert Christina van der Mijl, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht. Zij herroept haar eerdere testament, gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 30 sept. 1655. Zij prelegateert aan de kinderen en kindskinderen van haar overleden broer Abraham van der Mijleen bedrag van 50 gl., aan de kinderen en kindskinderen van haar nog in leven zijnde broer Davidt van der Mijl eveneens 50 gl. en aan Angenieta Davits van der Mijl haar bed en toebehoren. De testarice legateert aan haar neef ds. Nicolaes Colvius de portretten van haar ouders, en aan Abraham de Moor, haar neef, een somma van 200 gl. “tot een gedachtenisse”. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Anna van der Mijl, haar zuster, of bij vooroverlijden haar kinderen of kindskinderen, voor een derde part, de kinderen of kindskinderen van haar broer Abraham van der Mijl, voor het tweede derde part, en de kinderen of kindskinderen van haar broer Davidt van der Mijl, voor het laatste derde part, van welke goederen Davidt en zijn vrouw, Cleijsken Claesdr., het vruchtgebruik zal hebben. Dat alles met uitsluiting, om gewichtige redenen de testatrice daartoe moverende, van haar zuster Dingna van der Mijl en haar nakomelingen. Tot voogd benoemt zij haar neef ds. Nicolaes Colvius.

d. Abraham van der Mijl, overleden vóór 13 okt. 1657

e. Samuel, gedoopt NG Dordrecht april 1611

f. Anthoni, mei 1613

g. David van der Mijl, trouwde Cleijsken Claesdr.

h. Agnietken, mei 1618

i. Judith, mrt. 1620]

De weduwe van Jacob van Casteren [wijnkoper] 80 ponden

[Jacob van Casteren, geboren ca. 1558 (ONA Dordrecht inv. 11. f. 672v, akte dd 21 mrt. 1616), trouwde naar schatting ca. 1597 Elisabeth Fransdr., geboren te Keulen ca. 1576, vermoedelijk overleden tussen 19 dec. 1652 en 3 mrt. 1654 (ONA Dordrecht inv. 91, f. 500v, akte dd 3 mrt. 1654)

ONA Dordrecht inv. 11, f. 85v: op 28 mei 1613 comp. Jacob van Casteren, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Franchois van Casteren, volgens procuratie, gepasseerd voor notaris Claes Cornelisz. in Oud-Beijerland op 24 febr. 1613, tevens namens Hendrick van Casteren, zoon van wijlen Jacob van Casteren, Hendrick, Gilliam en Gerard, zoons van wijlen Goijart Gijsselen, verwekt bij zijn vrouw Weijndelken, dochter van wijlen Jacob van Casteren, Marcelis van Casteren, Hendrick van Casteren, Jan Gijsselen en Guilliam Vos, als voogden van de onmondige kinderen van Goijart Gijsselen en diens vrouw Wendelken [van Casteren], Hendrijck Cuijsten, zoon van wijlen Ghijsbrecht Kuijsten en diens vrouw Zusanna, dochter van wijlen Jacob van Casteren, Daniël van Hamel, als man van Gertruijt Kuijsten, voor zichzelf en namens de overige kinderen van Gijsbrecht Kuijsten en Zusanna van Casteren, in gevolge van een procuratie, gepasseerd voor schepenen van ‘s-Hertogenbosch op 17 dec. 1612. De comparant verleent procuratie aan Adriaen de Jonge Diricxsz., procureur voor het Hof van Holland, om voor hem, comparant, voor een vijfde part, voor zijn broer Francois van Casteren voor een vijfde part, en voor alle overige genoemde personen voor drie vijfde parten “te vervolgen de betalinge … van alsulcke schulden”, die aan hem en alle overige genoemde personen wegens het sterfhuis van Wendelken,, weduwe van Jacob van Casteren, resp. hun moeder en grootmoeder, schuldig is de weduwe van jonkheer Giellis Scellart, ambachtsheer te Steewijck. In de marge van deze akte staat: “dese procuratie gecasseert” en vervangen [door de hierna volgende akte].

ONA Dordrecht inv. 11, f. 89v: op 29 mei 1613 comp. Jacob van Casteren, koopman en burger van Dordrecht, en Franchois van Casteren, zijn broer, koopman wonende te Oud-Beijerland, voor zichzelf en vervangende Daniël van Hamel en de overige erfgenamen van Jacob van Casteren en Wendelken Spijkers, hun ouders. Zij verlenen procuratie aan Adriaen de Jonge Diricxsz., procureur voor het Hof van Holland, om te ” procederen tot Recouvrement” van alle goederen, die hun ouders hebben nagelaten, “mitsgaders alle ’t gene voor datum deser tegens Pieter Thomasz. van Stabrenbroeck gedaan ende behandelt is ende noch sall werden”.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 500v: op 19 dec. 1652 maakt Elisabeth Fransdr., weduwe van Jacob van Casteren, geboren te Keulen, 76 jaar oud, haar testament. Zij benoemt tot haar erfgenamen de drie kinderen van haar overleden dochter Jacomijna van Casteren, bij haar verwekt door Sebastiaen Francken. Zij legateert aan het jongste kind, Roeloff Francken, “ten aensien van sijnne lamme hant en arm”, een somma van 6700 gl. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 600 gl. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Jacop Hendrijcsz. van Casteren, de zoon van haar zwager, Dirck van Cattenberch, zijn zwager, wonende te ‘s-Hertogenbosch, en haar neef Cornelis Evertsz. van Eijssel, wonende te Dordrecht. Onder aan deze akte staat: “alsof cosijn Cattenberch is onlancx overleden soo stel ick [testatrice] weder in sijn plaets cosijn Aerth Michielsen de Hultere als medevoogt”.

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht dec. 1597

b. Jacomijna, gedoopt NG Dordrecht april 1600, trouwde Sebastiaen Francken (zie hieronder bij f. 45v)

f. 23

Ruth Mathijsz. [Cool ] cleermaker 4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 9 aug. 1626: Ruth Matthijsz. Cool kleermaker uit Gelderland weduwnaar en Bartge Jans weduwe van Willem Pietersz. ziekenbezoeker van Nijmegen beiden wonende te Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1626

Dordrecht inv. 908: verklaring dd 22 mrt. 1638 op verzoek van Jan Mom kuiper door Rut Matthijsz. kleermaker, 62 jaar oud en Jan Gijsbertsz. wijnkoper, 62 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 779, f. 4v: op 9 jan. 1653 verklaart Ruth Mathijsz. kleermaker schuldig te zijn aan Lijsbeth Cornelis een bedrag van 300 gl., daarvoor verbindende twee huizen, het ene staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe van Jacob van Casteren en de Gravenstraat en het andere in de Nieuwe Breestraat tussen het huis van Gerrit Fransz. en dat van Laurens van Duijnen.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 346: op 18 juni 1658 verleent Sijchien Rutten Cool, weduwe van Jan Henckel, enige dochter en erfgename van wijlen Ruth Matthijsz. Cool, procuratie aan Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, om aan Pieter van Consten, bakker en burger van Dordrecht, te transporteren een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Van Casteren en de Gravenstraat.]

Aen d’andere zijde

De kinderen van Jan van Leeuwen,sijn absent in Spaengien 4 ponden

Frans Gerritsz. zedelaeckencooper 5 ponden

De weduwe van Coenraet van Dortmont 8 ponden

Jacobmina de With 6 ponden

f. 23v

Franchoijs de Meer 20 ponden

Frans Willemsz. 24 ponden

De weduwe van Aert Adriaensz. Brantwijck 40 ponden

Michiel Feltrum [koopman] 16 ponden

[I. Michiel Aertsz. (Adriaensz.) Feltrum, van Dordrecht (1590), zeilmaker, trouwde NG Dordrecht 6 mei 1590 (ondertrouw) Aachten Jansdr. de Boeffkens van Dordrecht (1590)

ONA Dordrecht inv. 4, f. 246: op 30 sept. 1606 comp. Maerten Cornelisz. de Bouffkens, als oom en in het testament van Aechgen Jansdr. aangestelde voogd, Aert Cornelisz. Cool, als in het testament van Grietgen Laurensdr., de moeder van Aechgen Jansdr., aangestelde voogd, en Evert Willemsz. Prins, als oom van Jacobmijntgen Machiels en Machiel Feltrum, onmondige kinderen van Aechgen Jansdr., bij haar verwekt door Michiel Aertsz. Feltrum. Zij verklaren, dat zij door Baen Cornelisz., korenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar van Aechtgen Jansdr., voldaan en betaald te zijn van een somma van 350 gl.

Kinderen:

a. Jacobmijntgen Feltrum Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht (1613), trouwde NG Dordrecht/de Klundert 11 aug./1 sept. 1613 (procl. in de Klundert) Cornelis Simensz., van Dordrecht (1613). predikant in de Klundert

b. Machiel Feltrum, volgt II

II. Michiel Feltrum, jongman van Dordrecht (1624), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 7 april 1624 Johanna van Beaumont, geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht (1624), begraven Dordrecht 25 okt. 1652, dochter van Govert van Beaumont en Reijnsburg van Slingelandt

ONA Dordrecht inv. 71, f. 1: op 22 sept. 1629 verleent Michiel Feltrum, burger van Dordrecht, koopman van wijnen, voor zichzelf en als naaste bloedvoogd van de onmondige kinderen van wijlen Jacobmijna Feltrum, zijn zuster, resp. kinderen en kleinkinderen van Michiel Aertsz. Feltrum en Aechtgen Jansdr. de Bouffkens, procuratie aan Jacob van den Ancker, procureur voor het Hof van Holland, om hem te vertegenwoordigen in alle processen, die hij nog hangende heeft voor het Hof van Holland of die hij nog zal krijgen.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 15 e.v.: op 27 mrt. 1663 verklaart mr. Michiel van Feltrum, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Raphel Bressij, Engels koopman te Dordrecht, een bedrag van 6000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Blasius van Haerlem de jonge en dat van de erfgenamen van Willem van de Broeck, alsmede twee pakhuizen en een woonhuis, staande op de Nieuwe Haven achter het huis in de Wijnstraat en naast het huis “Londen”, welke panden bewoond en gebruikt worden door Raphel Bressij, mr. Johan Smith, Thomas Keth en de weduwe en kinderen van Pieter Jaspersz. Leijsten.]

Pieter Beije

[ONA Dordrecht inv. 57, f. 700: verklaring dd 18 april 1632 door o.a. Pieter Beijer, wijnkoper en burger van Dordrecht, ongeveer 29 jaar oud.]

Reijnier Fijneman [houtkoper] 4 ponden

[Zie ook hierboven bij Claes Jansz. Bolenbeeck (f. 6).

I. Jan Fijneman, houtkoper, overleden tussen 1 juli 1595 en 27 jan. 1605, trouwde Machtelt Westermans

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 351v: op 1 juli 1595 verkoopt Johan Fineman houtkoper aan Dirck Hendricxsz. hordenmaker de helft van een leeg erf alsmede een ander erf, beiden liggende op het Nieuwe Werk, het laatstgenoemde erf tussen het huis van Dirck Jansz. timmerman aan de westzijde en het erf van de koper aan de andere zijde. De koper is schuldig wegens de koop van de helft van het ene erf en het andere erf een somma van 1250 gl.

ORA Dordrecht inv. 1589, f. 8v: op 27 jan. 1605 verkoopt Machtelt Westermans, weduwe van Jan Fijneman, aan Daniël Daniëlsz. en Geerit Mathijsz., als executeurs-testamentair van Marigen Hermansdr., een jaarlijkse losrente van 70 gl., verzekerd op een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis van Henrick Vervorst en het erf van de verkoopster.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Lijsbeth Jansdr. Fijneman, geboren naar schatting ca. 1570,van Roermond (1588), trouwde NG Dordrecht 13 nov./17 nov. 1588 Herman Claesz., van Ravesteijn

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. IJda Herman Claesdr., 24 nov. 1592, van Dordrecht (1619), trouwde NG Dordrecht 24 nov./15 dec. 1619 Gerrit Willemsz. Maes., jongman van Ravesteijn, wonende bij Gisbrecht Lenardsz. schoenmaker bij de Grote Kerk (1619)

a- 2. NN, aug. 1594

a-3. NN, mrt. 1596

a–4. Willem Hermansz., aug. 1599

a-5. Margrieta Hermans Claesdr., dec. 1602

ONA Dordrecht inv. 231, f. 281: op 29 nov. 1669 verlenen Machtelt van Ammersom, bejaarde ongehuwde persoon, wonende in Nijmegen, kapitein Johannes van Ravesteijn, Gerrit Maes, als man van IJda Hermansdr. van Ravesteijn, burgers van Dordrecht, Aelbert Hermansz. van Ravesteijn, wonende in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, samen, “benevens de twee susters van de eerste comparante”, erfgenamen van Margaretha Hermansdr. van Ravesteijn, die is overleden te Nijmegen, procuratie aan Johan Aertsz., schepen in wette aldaar, om te transporteren voor schepenen van Nijmegen aan de kinderen en erfgenamen van de ontvanger Benjamin Singeldonck een rentebrief van 16 gl. jaarlijks, welke de comparanten is aangekomen bij overlijden van Margaretha Hermansdr. van Ravesteijn.

a-6. Reijnier Hermansz., mei 1604

a-7. Joannes Hermansz., nov. 1606

a-8. Hermannus, april 1608

a-9. Govert Herman Claesz., juni 1611

a-10. Catharina Herman Claesdr.

a-11. Aelbert Herman Claesz.

b. Aeltgen Fijnemans, geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1614), trouwde NG Dordrecht 28 sept./19 okt. 1614 Claes Jansz. van Bolenbeeck [zie hierboven bij f. 6]

ONA Dordrecht inv. 90, f. 344: op 7 nov. 1651 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Anneken Jans, weduwe van Jan Claesz. van Bollenbeeck, een bedrag van 200 gl., aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack, 200 gl., aan Margareta Herman Claesdr. [dochter van Herman Claesz. en Elisabeth Fijnemans] 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz., 50 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermans 100 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van 500 gl., waarvan ” het capitael … aende [hierna te noemen] erfgenamen [zal] blijven”, en aan hem tevens het vruchtgebruik van 300 gl., die na zijn overlijden zal verdeeld worden onder de na te noemen erfgenamen en hun nakomelingen en onder Margareta Herman Claesdr. en de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr., aan de kinderen van Catharina Herman Claesdr. 200 gl., aan Aelbert Herman Claesdr. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen 800 gl. en haar inboedel, welke zij “bij inventaris onder haer eijgen hant sal stellen”, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 800 gl., aan de NG huisarmen te Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster, wonende in de Vriesestraat, 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [zijn vrouw] IJda Herman Claesdr. of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz. Maes of bij vooroverlijden diens oudste zoon Abraham Maes.

ONA Dordrecht inv. 92, f. 143: op 10 sept. 1654 testeert Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bolenbeeck , wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Susanna van Bollenbeeck, de vrouw van Dionisius van der Dack 200 gl., aan Margaretha Herman Claesdr. 500 gl., aan Johannes Guilliaume, zoon van Guilliaume Hermansz. 25 gl., aan Willem Reiniersz., zoon van Reijnier Hermansz. 25 gl., aan Govert Herman Claesz. het vruchtgebruik van een somma van 350 gl. en het vruchtgebruik van een somma van 450 gl., aan de kinderen van wijlen Catharina Herman Claesdr. 150 gl., aan Aelbrecht Herman Claesz. 300 gl., aan Reijnier de Fijneman, haar broer, of bij vooroverlijden zijn kinderen, 700 gl. en zekere nader door te beschrijven  inboedel, aan de kinderen van wijlen Govert de Fijneman, haar broer, 1100 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 200 gl. en aan Anneken Pieters waster in de Vriesestraat 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Geerit Willemsz. Maes en [diens vrouw] IJda Herman Claesdr., of de langstlevende van hen beiden en bij vooroverlijden hun kinderen. Tot executeur van haar testament en voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Geerit Willemsz.. Maes of bij vooroverlijden zij oudste zoon Abraham Maes.

c. Reijnier Fijneman, geboren naar schatting ca. 1585,, volgt II

d. Govert Fijneman

II. Reijnier Fijneman, geboren naar schatting ca. 1585,  van Dordrecht (1617), weduwnaar (1626), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven  (1645), houtkoper, trouwde 1e NG Dordrecht 11 juni/2 juli 1617 (proclamatie in de Waalse Kerk) Magdalena van Bolenbeeck Claesdr., gedoopt NG Dordrecht aug. 1591, van Dordrecht (1617), dochter van Claes Jansz. Bolenbeeck en Susanneken Jorisdr., trouwde 2e NG Dordrecht 29 mrt./21 april 1626 (per schrijven van De Lavigne) Elisabeth Rijcke Maertensdr., van Dordrecht (1626), trouwde  3e NG Dordrecht 24 sept. 1645 (per schrijven van de Waalse kerk) Anneken Wilms (Guiliaume), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1645), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 sept. 1668 (een baar voor het Bagijnhof voor Anneken Willems de weduwe van Reijnier Fijneman), trouwde 1e Jan Struijs

ONA Dordrecht inv. 28, f. 303: op 29 nov. 1624 comp. Reijnier Fijneman, weduwnaar van Magdalena van Bolenbeecq Nijclaesdr., enerzijds en Nijcolaes Jansz. van Bolebeeccq lakenkoper, als grootvader van de drie onmondige kinderen van Magdalena Claesdr., bij haar verwekt door Reijnier Fijneman, anderzijds. Zij zijn overeengekomen, dat Reijnier Fijneman zijn kinderen in plaats van de twee maal 200 gl., die vermeld staan in zeker testament, hun nu zal geven een somma van 600 gl.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 1047v: op 3 dec. 1639 legt Machiel Jacobsz. Cotermans, gewezen brouwer en burger van Dordrecht, circa 72 jaar oud, op verzoek van Reijnier de Fijneman, burger van Dordrecht, een verklaring af. hij getuigt, dat hij dertig jaar lang gekend heeft Gerrit Pietersz., korenmeter en laatst provenier van het Oudemannenhuis in Dordrecht, waar Gerrit ongeveer een maand eerder is overleden. De getuige heeft Gerrit Pietersz. ongeveer anderhalf jaar eerder gevraagd of hij geen verwanten had en wie na zijn dood zijn goederen zou erven. Gerrit heeft daarop geantwoord, “dat hij anders geene vrunden of erfgenamen was kennende als Reijnier Fijneman, denoterende den requirant”.

Weeskamer Dordrecht inv. 23, f. 247: summiere staat en inventaris dd 8 april 1658 van de boedel, die is nagelaten door Reijnier de Fineman, houtkoper en burger van Dordrecht:

Baten:

– alle meubelen zijn aangenomen door Johannes de Fineman en Jacob Nieuwenhuijse, als man van Machtelt de Fineman, bij taxatie door de vrouw van Abraham van Diepenbeeck, uitdraagster, voor 128 gl., 19 st.

– obligaties, schepenenbrieven en contant geld

– Reijnier de Fineman heeft zijn innocente dochter Susanna de Fineman onderhouden “in cost ende creëren … daer voor den selven heeft genoten de vruchten ofte interesten van sijne … dochters goederen ter weeskamer berustende”: 55 gl. 1 st. 8 penn.

– Susanna de Fineman komt nog toe een lijfrente van 50 gl. jaarlijks: memorie

Somma van de baten: 1428 gl. 19 st.

Lasten:

– de weesmeesters, gehoord hebbende de weduwe van Reijnier de Fineman, en ingezien hebbende de huwelijkse voorwaarden, ook mede gehoord hebbende de kinderen van Reijnier de Fineman, verklaren, dat de weduwe toekomt een somma van 300 gl. in geld of of obligaties, dat zij mag behouden al haar meubelen en kleren, en dat ten aanzien van haar verkochte en “vermiste” meubelen haar toekomt een bedrag van 72 gl.

– doodschulden en begrafeniskosten, door Johannes de Fineman en Jacob Nieuwenhuijse betaald, bedragen 145 gl. 10 st.

– diverse kleinere posten

Totale lasten bedragen 752 gl. 12 st. 8 penn., afgetrokken van de baten resteert 676 gl. 6 st. 8 penn., die verdeeld onder de drie kinderen bedraagt voor elk  225 gl. 8 st. 13 1/3 penn.

De administrateur Dirck van Herwijnen ontvangt 200 gl.

Op 18 april 1658 verklaart Anneken Wilms, weduwe van Reijnier de Fineman, geassisteerd met haar broer mr. Gijsbert Onder de Linde, ontvangen te hebben een bedrag van 372 gl., nl. 300 gl., die door haar bij het aangaan van het huwelijk zijn ingebracht, en 72 gl. wegens verkochte en “vermiste” meubelen.

Kinderen:

a. Machtelt Fijneman, geboren ca. 1618,  weduwe van Dordrecht en daar wonende (1637),  trouwde 1e NG Dordrecht/Onderschie 26 april/17 mei 1637 (per schrijven van Amsterdam) Ambrosius Rogier van Mechelen, weduwnaar te Amsterdam (1637), 2e ca. 1655 Jacob Nieuwehuijse

NG trouwboek Amsterdam 18 april 1637 (de geboden gaan mede te Dordrecht): Ambrosius Rogier van Mechelen [hij tekent met “Ambrosius Rogerius Arents Pennequin”] tabaksverkoper 29 jaar oud, geen ouders meer hebbende, wonende op het “Uijterse” Veer, en Machtelt Fijnemans van Dordrecht, 19 jaar oud, vertonende akte van haar vaders consent, wonende te Dordrecht

b. Aalke, gedoopt NG Dordrecht juni 1621,  overleden voor 8 april 1658

c. Johannes Fijneman, gedoopt NG Dordrecht jan. 1624, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1645), trouwde NG Dordrecht 22 jan./12 febr. 1645 Aerjaentje Jansdr. van der Hope, jonge dochter van Breda wonende omtrent de Grote Kerk (1626)

ONA Dordrecht inv. 64, f. 108v: op 1 april 1652 verklaart Jan de Fijneman, twijnder en burger van Dordrecht, wegens huishuur schuldig te zijn aan Pieter Wilmaer, kuiper en burger van Dordrecht, een bedrag van 177 gl. en 8 st., verbindende hetgeen hij zal komen te erven van zijn vader Reijnier de Fijneman, zijn tante Aeltgen Fijneman, weduwe van Claes Jansz. van Bolenbeeck, of iemand anders.

d. Susanna Fijneman, innocent, geboren naar schatting ca. 1625, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 nov. 1675 (een baar voor Susanna Fineman, “tot” Pouwels Jansz. Hulstman)]

Mr. Dirck van de Borcht 6 ponden

D’heer Jacob van de Corput Outraet 24 ponden

[Jacob van de Corput Hendriksz., geboren 1 mrt. 1574, uit de Palts (1602), weduwnaar geboren in de Palts (1606), schutmeester van de schutterij van de Kloveniers (ONA Dordrecht inv. 90, f. 547v, akte dd 4 mei 1652), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 febr. 1658 (twee maal luiden over Jacob van de Corput), zoon van Hendrik van de Corput, predikant te Hochum in de Palts, Frankenthal en Dordrecht (Wikipedia) en van Adrienne van Aerts (alias van Bregt), Jacob trouwde 1e NG Dordrecht 27 jan./9 febr. 1602 Judith Ruijs Claesdr., van Dordrecht (1602), 2e NG Dordrecht 21 mei/6 juni 1606 Judith Berck Dirksdr, van Dordrecht (1601, 1606), trouwde 1e NG Dordrecht 14 jan./13 febr. 1601 Cornelis van de Burcht Immanuelsz., van Delft (1601)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 304v: op 28 nov. 1625 comp. jonkheer Johan van de Werve, heer van Urk en Emmeloord, jonkheer Boudewijn van Bekesteijn, voor zichzelf en tevens vervangende de vrouwe van Giessenburg en de overige erfgenamen van wijlen mr. Boudewijn van Drenckwaert, burgemeester van Dordrecht en rentmeester van Zuid-Holland, en Adriaen van Beaumont, als rentmeester van jonkheer Charles van Bruxelles, heer van Grangrein, namens zijn zoon Jacob van Bruxelles,  door hem verwekt bij Catharina de Jonge, samen voor de helft, en Maerten van Blocklandt, grote waarsman van het Land van Arkel, Simon van Beaumon, raad in wette van Dordrecht, beiden als testamentaire voogden over de boedel van Adriana van Scharlaken, Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, als stiefvader van Dirck van de Burcht, voor een vierde part, en Herman Gotschalcxse, equipagemeester van de WIC, voor zichzelf en tevens vervangende Anthonij Willemsz. en zijn broers en zusters, als erfgenamen van hun vader Willem Jan Vrancken, samen voor het resterende vierde part. De comparant verklaren, dat zij hebben “gesmalcavelt” in twee delen de 9e kavel hoofdland, gelegen aan de oost- en westzijde van de haven van Klaaswaal, groot 71 morgen 10 roeden, en de 4e kavel volgerland, groot 26 morgen 500 roeden, gelegen in de nieuwe “dijckagie” van Groot Cromstrijen. Het hoofdland ten westen van de haven is toegevallen bij blinde loting aan Maerten van Blocklandt c.s. en het hoofdland ten oosten van de haven met de rest van het volgerland aan Johan van de Werve c.s.

ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1626 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, als stiefvader vader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.

ONA Dordrecht inv. 71, f. 170: op 9 nov. 1631 verkoopt Jacob van de Corput, raad ter admiraliteit te Rotterdam, voor 3195 gl. aan Willem Reijersz., koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het stadhuis, genaamd “het Rootlaecken”, staande tussen het huis van Aert Coenen koekenbakker en dat van Jan Govertsz. ijzerkoper.

ONA Dordrecht inv. 81, f. 135: op 15 jan. 1638 comp. o.a. Jacob van de Corput, namens zijn stiefdochter, juffrouw Van de Burch. Hij verleent procuratie aan Johan Pietersz. Veeckemans, procureur van de Kamer Juditieel van Dordrecht, om namens hem te vervolgen het proces, dat vanwege de crediteuren van Claes Pietersz. van Ree tegen de erfgenamen van Cornelis Claesz. van Ree is hangende voor de Kamer Juditieel.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 1001: op 8 sept. 1639 testeren Jacob van de Corput, lid van de Oudraad van Dordrecht, en zijn vrouw Judith Bercxdr. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van beiden, mits dat die langstlevende alle schulden zal voldoen “buijten laste van henlieden kinderen”, met uitzondering van de rouwkleren, die de kinderen zelf moeten betalen. Bovendien zal de langstlevende gehouden zijn elk van hun kinderen, m.n. Johan, Emerentia en Henrick van de Corput, of hun nakomelingen uit te reiken de goederen, die staan beschreven in zeker handschrift, dat door testateuren is ondertekend. “Met dien verstande soo iemand van henlieden … kinderen daer van in cas van houwelijck of andersins sal oft sullen sijn voldaen, ofte de weerde der selven goederen bijt leven van hen comparanten sal oft sullen ontfangen … hebben dat ’t selve kindt oft kinderen ofte derselver wettige descendenten in sulcken gevalle niet meer vanden langstlevende sal oft sullen hebben te vorderen … dan inden selfden staet gespecificeert … is staende”.

ONA Dordrecht inv. 85, f. 10: op 25 jan. 1646 verklaren Jacob van de Corput, als man van Judith Berck, Johan en Geridt Berck, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van der Goes, als man van Emmerentia Berck, mede-erfgenamen van Hubrecht Berck ridder, benoemd bij diens testament gepasseerd voor notaris A. van de Graef op 17 mei 1645, dat Matthijs Berck, hun broer resp. zwager, weigert aan hen, comparanten, te leveren een inventaris van de boedel, die is nagelaten door Hubrecht Berck.

ONA Dordrecht inv. 94, f. 66: op 7 juni 1657 testeert Jacob van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht. Hij bevestigt het testament, dat hij heeft gemaakt met zijn vrouw zaliger [geen datum vermeld]. Hij legateert aan het kind van Fijken Jansdr., genaamd Maijken, een somma van 6000 gl. aan obligaties ten laste van het gemeneland van Holland en een “eerlijck” rouwkleed voor zondag en doordeweeks. Als Maijken komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten de obligaties komen aan testateurs erfgenamen ab intestato. Hij legateert aan het weeshuis en de NG huisarmen van Dordrecht elk 100 gl., bovenop de 300 gl. die hij in het voornoemde testament heeft gemaakt. Aan Elsken Jans, zijn dienstmaagd, als die tot zijn overlijden nog bij hem blijft, maakt hij 100 gl., bovenop de 300 gl. die hij in zijn voornoemde testament aan haar heeft gelegateerd. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan Franchoijs van den Born, raad ordinaris in de Hoge Raad in Holland, zijn schoonzoon, en Johan Halling, baljuw van de Merwede, zijn aangetrouwde neef.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Jacob van de Corput, ongeveer 69 jaar oud.

Kinderen (o.a.; ex 2; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Henric van de Corput, mrt. 1608

b. mr. Joannes van de Corput, okt. 1609, jongman van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636), licentiaat in de rechten, trouwde NG Dordrecht 25 mei/10 juni mei 1636 Cornelia Boschman, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636), weduwe van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1658), trouwde 2e NG Dordrecht 14/30 juli 1658 Albert Cuijp, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwbrug (1658)

Kinderen:

b-1. Jacob, gedoopt NG Dordrecht okt. 1638

b-2. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 8 jan. 1646

c. Adriaentken, jan. 1611

d. Abraham, juni 1612

e. Emerentia van de Corput, nov. 1613, jonge dochter van Dordrecht wonende naast de Waag (1638), trouwde NG Dordrecht 30 mei 1638 (ondertrouw, procl. in Den Haag) mr. Franchoijs van den Born, van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage (1638), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Munt (1649),  advocaat voor het Hof van Holland,  doctor in de rechten, trouwde 2e NG Dordrecht 12 sept./5 okt. 1649 Aletta van Hoogeveen, jonge dochter van Leiden wonende op de Nieuwe Haven (1649)

f. NN, mei 1615]

f. 24

Henrick Cornelis Boudewijns 4 ponden

De weduwe van Lowijs de Geer met haer dochter 35 ponden

[200e penning Dordrecht anno 1638: de weduwe van Louijs de Geer 175 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 18)]

Matheus Bordels

Wouter Cornelisz. mercktschipper 8 ponden

Cornelis Willemsz. Wens 2 ponden

f. 24v

Barent van Lubecq, nihil habet 3 ponden

De weduwe van Jan Govertsz. stadthouder 6 ponden

Wouter Pietersz. asijnmaker 2 ponden

Henrick van Bladegom met zijn broeder 8 ponden

Jasper Troijen den Ouden 12 ponden

[Jasper Troijen de oude, trouwde NN

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 20v e.v.: op 11 april 1630 verklaren Jasper Troijen, Margreta Troijen, weduwe van Jan Baltensz., geassisteerd met Steven Baltensz., Jasper Goris en Lijsbeth Goris, geassisteerd met Jasper Goris, haar broer, kinderen van Hans Goris en Maria Troijen, allen kinderen en kindskinderen van wijlen Jasper Troijen de oude, dat bij de scheiding van de goederen, die door Jasper Troijen zijn nagelaten, aan Jasper en Lijsbeth Goris is toegevallen een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Gulden Griffioen”, staande tussen het huis van Henrick van Bladegom en dat van de erfgenamen van Arent Dammert.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jasper Troijen de jonge, trouwde Josijntgen Hubrecht Adriaensdr.

NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1608: Jasper Troijen Jaspersz. van Antwerpen en Josijntgen Hubrecht Adriaensdr. van Dordrecht, getrouwd op 24 febr. 1608

b. Margreta Troijen, trouwde Jan Baltensz.

c. Maria Troijen, trouwde Hans Goris

Kinderen:

c-1. Jasper Goris

c-2. Lijsbeth Goris]

f. 25

De weduwe van Arent Dammert 60 ponden

[Arent Dammert Ariaensz., van Dordrecht (1585), schepen in wette van Dordrecht,  trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1585/5 jan. 1586 Diricxken Jop Nijssendr., van Dordrecht (1585)

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 17v: op 19 april 1621 verkoopt Anthoni van Ghesel koopman en burger van Dordrecht, voor 4500 gl. aan de weduwe en erfgenamen van Arent Dammert, schepen in wette van Dordrecht, een huis, genaamd “Middelborch”, staande aan  de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug aan de havenzijde tussen het huis van Jaspar Troijen de oude en dat van Cornelis Melsbakker. Waarborgen: Jan Cornelisz. van Ghesel en Simon van Ghesel de jonge, brouwer in “’t Cleverblat”, burgers van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 1064: op 21 okt. 1639 verleent Dirck Dammert, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia Dammerts, weduwe van Samuel Everwijn, beiden erfgenamen ab intestato van Maria en Sophia Dammerts, hun tantes van vaderszijde, procuratie aan Adriaen Pietersz. de Goede, notaris te Brielle, om te verkopen twee huizen, staande naast elkaar aan het zuideinde van Brielle, genaamd “de Drije Coningen”, en om te vorderen hetgeen men hem en zijn zuster schuldig is in Brielle, Oudenhoorn en Nieuwenhoorn, Rockanje, Helvoet en elders.

Kinderen (o.a.; volgorde onzeker):

a. Dirck Dammert, schepen in wette van Dordrecht

b. Maria Arent Dammert (zie hieronder bij f. 111v)

c. Sophia Arent Dammert (zie hieronder bij f. 111v)

d. Cornelia Dammert, trouwde 18 juli 1627 Samuel Everwijn]

De weduwe van Cornelis Mels backer 2 ponden

Bartholomeus Gillis caescooper 10 ponden

Jan Jacobs cramer 1 pond

De weduwe van Gerrit le Bruijn, insolvent 6 ponden

f. 25v

Gerrit van Bonckelwaert 12 ponden

[Gerrit Fransz. van Bonckelwaert, geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1606), zoon van Francois van Bonckelwaert en Lijsbet van Scharlaken Gerritsdr., trouwde NG Dordrecht 19 nov./10 dec. 1606 Catelijne Francoijs Wolfaertsdr., van Dordrecht (1606)

Kinderen:

a. Francoijs van Bonckelwaert Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1608, jongman van Dordrecht wonende bij de Waag (1632), trouwde NG Dordrecht 23 mei/8 juni 1632 (procl. te Rotterdam) Antonetta de Wit Jansdr.,  jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1632)

b. Arien, gedoopt NG Dordrecht jan. 1610

c. Jacob, gedoopt NG Dordrecht dec. 1614

d. Dirck van Bonckelwaert, geboren naar schatting ca. 1615

ONA Dordrecht inv. 58, f. 522: op 28 sept. 1634 testeert Dirck van Bonckelwaert, jongman, geboren te Dordrecht, “geresolveert wesende voor eenigen tijdt lanck te reijsen ende residentie te houden” buiten Nederland, en “considerende de menichfuldige periculen [aan welke] hij op sijne voorgenomen reijse onderworpen is”. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenamen van zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vader Gerrit van Bonckelwaert voor de ene helft en zijn broer Francoijs van Bonckelwaert of zijn nakomelingen voor de wederhelft.

e. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621]

De weduwe van Jan Adriaens coorncooper 18 ponden

Johan Geijen den Jongen 12 ponden

Jan de Theer 6 ponden

Laurens Adriaens appoteecquer 3 ponden

f. 26

De weduwe van Baeckemans 2 ponden

Christoffel Lucas caescooper 1 pond

Maria Rommers 36 ponden

Opte Tollebrugge

Adriaen Aerts tinnegieter 2 ponden

Jan Wierts, Damis Jaspers ende Huijbrecht Aerts 3 ponden

f. 26v

Gillis Gillis coperslager 6 ponden

[28 jan. 1628: Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Jan Houbraecken, koperslager en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Jansz. Mesian en de Tolbrug, strekkende van voren van de straat tot achter met een kelder aan de bovenkant tot op de haven en aan de onderkant tot aan de zijmuur van het huis van Huijbrecht Aertsz. Waarborg: Jacob de Meijer, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 14)]

Jan Houbraecken 4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]

Cornelis Adriaens caescooper 3 ponden [doorgehaald: “15 ponden” en “staet maer volgens billet op 3 ponden”]

Bartholomeus Tresiers 6 ponden

Adriaen de Jong appoteecquer 10 ponden

f. 27

Jan Adriaens caescooper 3 ponden

Hendrick Mol appoteecquer 3 ponden

Cornelis Damman backer 1 pond

Abraham Leenderts wielmaker 1 pond

Philips Terwe 4 ponden

f. 27v

Abraham Bosch 4 ponden

Gerrit Gerrits coperslager 1 pond

Joost Lievens craenkint 2 ponden

Thomas Cornelis wielmaker 10 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 6 e.v.: op 28 jan. 1621 verkoopt Neeltgen Willemsdr., weduwe van Aernt Cornelisz. wielmaker, geassisteerd met notaris Henrick van Naerden, voor 4400 gl. aan Thomas Cornelisz., ijzerkramer en wielmaker, een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Houtwagen”, staande tussen het huis van Machtelt Willems, weduwe van Willem Adriaensz. beenhakker, en dat van Joost Lievensz. kraankind. Waarborg: notaris Henrick van Naerden. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 3200 gl. Borg: Gillis Pietersz. kaaskoper.]

De weduwe van Willem Adriaens beenhacker met haer kinderen 8 ponden

f. 28

Balten Jacobs [kousenmaker] 4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 dec. 1606: Balten Jacobsz. kousenmaker van Antwerpen en Josijnten Cornelis Jansdr. van Dordrecht, getr. op 9 jan. 1607]

Willem Bos laeckencooper, heeft niet 4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 17 juli 1616 (ondertrouw): Willem Bosch jong gezel en Maria Michielsdr. Middelhoven beiden van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 765, f. 60 e.v.: op 26 juli 1624 verkopen de erfgenamen van wijlen Elijsabeth Pietersdr. aan Willem Bos, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Nicolaes Jansz. Raijen en dat van Balten Jacobsz. kousmaker. Koper kent schuldig aan Hendrick Jansz. van Naerden, notaris te Dordrecht, een bedrag van 1600 gl. en aan Dirck Adriaensz. Fluwelen een somma van 700 gl. Hij verkoopt aan Pieter Robbert een jaarlijkse losrente van 37 gl., verzekerd op het genoemde huis.

ONA Dordrecht inv. 73, f. 90 e.v.: Magdalena Bosch, weduwe van Johan Bosch, wonende te Dordrecht, verklaart, dat zij haar zoon Willem Bosch, in zijn leven lakenkoper te Dordrecht, een bedrag van 1500 gl. heeft geleend, boven hetgeen hij, evenals haar andere twee zoons [Hendrick en Abraham Bosch], bij het aangaan van zijn huwelijk heeft gehad, van welk geleend geld zij nooit een stuiver heeft teruggekregen.]

Claes Janssen Raijen 12 ponden

[ORA Dordrecht inv. 761, f. 100v: op 4 aug. 1620 comp. Pieterken Aelbrechtsdr., jonge dochter, voor haarzelf en procuratie hebbende van Mariken Rutten, weduwe van Aelbrecht Aelbrechtsz. kraankind. Zij zijn schuldig aan Nicolaes Jansz. Raije, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., daarvoor verbindende een huis, staande tegenover brouwerij “de Valck”, tussen het huis, waarin Henrick Roelen woont en het huis van Joost Joostens tingieter.]

Reijnier de Vries cousmaker 3 ponden

Bastiaen Quirijnen 26 ponden

[Bastiaen Quirijnen van de Wercken, geboren naar schatting ca. 1560, trouwde NN

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 133v: op 17 nov. 1625 verkopen Evert Willemsz. Prins, Pieter Cornelisz. Swanenberch en Jacob Stoop, als curators van de boedel van Gerrit Helling, voor 5500 gl. aan Bastiaen Quirijnen een huis bij de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van Wouter Cornelisz. van der Neth en dat van Gijsbert van Haerlem. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 3520 gl. Borg: Rogier Quirijnen.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21v: op 25 mei 1626 verkoopt Bastiaen Quijrijnen, burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Jan Dionijsz. en dat van Maijken Henricx, weduwe van Gerrit Cornelisz. kaaskoper. Waarborg: Frans Snoeck lakenkoper. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 125 gl., verzekerd op het gekochte huis. Borgen: Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 175 e.v.: op 13 juli 1628 compareert voor een Dordtse notaris Janneken Claesdr., weduwe van Rogier Quirijnen van de Wercken. Zij bevestigt de testamentaire dispositie, die zij met haar man, Rogier Quijrijnen, heeft gepassseerd op 21 april 1623 voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht, waarop zij echter de volgende de wijzigingen wil aanbrengen. In plaats van de helft van de somma van 250 gl., die zij met haar man gelegateerd heeft aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht, wil zij nu slechts een somma van 62 gl. legateren, aan de Heilige Geest ter Groter Kerk in plaats van de helft van 150 gl. slechts 37 gl. en aan het Weeshuis te Dordrecht in plaats van de helft van 150 gl. eveneens slechts 37 gl. Voorts wil zij, dat, in het geval haar dochter Magdalena Rogiers voor haar man Frans Symonsz. Indervelde komt te overlijden, laatstgenoemde tot aan zijn overlijden of tot wanneer hij gaat hertrouwen het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zij, testatrice, bij haar vorige testamentaire dispositie dd 21 april 1623 onder bepaling van fideï-commis heeft vermaakt, namelijk de gerechte helft van haar goederen. Zij geeft haar dochter Magdalena de vrije beschikking over de wederhelft van die goederen, zijnde de legitieme en de trebellianique portie. Tenslotte wenst de testatrice, dat haar broer Cornelis Claesz. en de broer van haar overleden man, Sebastiaen Quirijnen, er zorg voor zullen dragen, dat de door haar na te laten goederen en die van haar man, op welke de bepaling van fideï-commis betrekking heeft, naar behoren beheerd worden, zonder evenwel, dat zij zich hebben te bemoeien met de opvoeding van de kinderen van haar dochter, Magdalena Rogiers, welke voorbehouden zal zijn aan degenen, die Magdalena en haar man als voogden over de kinderen zullen aanstellen. Getuigen: mr. Viglius Oom, licentiaat in de rechten en advocaat en diens zoon Maerten Oom. Testatrice tekent met haar naam.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 98: op 25 juni 1631 verkoopt Bastiaen Quirijnen, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Sijmon Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op Sint Joost [Aardappelmarkt], staande tussen het huis van de erfgenamen van Joost de Doot en dat van Jan Jacobsz. Sam.

Kind:

a. Abraham Bastiaensz. van de Wercken

ONA Dordrecht inv. 61, f. 687: op 26 mrt. 1646 testeert Abraham van de Wercken Bastiaensz., jongman, burger van Dordrecht, tamelijk gezond. Hij benoemt tot erfgenaam zijn vader Bastiaen Quirijnen van de Wercken, met dien verstande, dat na zijn vaders dood uit diens na te laten goederen zullen worden uitgekeerd de navolgende legaten: aan Maria Coenen van Streeflandt, de vrouw van Hendrick Wens, de nicht van moederszijde van de testateur 4000 gl., aan de kinderen en nakomelingen van zijn overleden nicht Janneken Joosten, bij haar verwekt door Gillis Pietersz. Boedonck, onder hen allen een somma van 2000 gl., aan Pieter Block wijnkoper en zijn zusters of hun nakomelingen samen 1000 gl., aan Jan de Wael en zijn vrouw Belijcken Arijensdr., wonende te Dordrecht, samen of de langstlevende van hen beiden, het vruchtgebruik van een somma van 2000 gl., waarvan de eigendom na hun dood zal komen aan de halfzuster van Belijcken, Maria Claes, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, aan de kinderen van wijlen Gerard Jansz. de Haen of hun nakomelingen samen 2000 gl., aangezien die kinderen wonen en onderhouden worden in het weeshuis van Dordrecht, wil de testateur dat die 2000 gl. ten behoeve van die kinderen belegd worden, totdat zij mondig worden of gaan trouwen. Hij aan Maria Jansdr., de vrouw van Gerrit van Steijn, wonende te Gorinchem, het vruchtgebruik van een somma van 2000 gl., na haar dood te komen aan haar zuster en broer “van halven bedde”, die wonen in Gorinchem, of bij hun vooroverlijden aan hun nakomelingen. Hij legateertaan Grietgen [NN], de vrouw van Jan Willemsz. de Raedt, wonende te Rotterdam, of bij vooroverlijden hun nakomelingen een bedrag van 2000 gl., aan Pieter de Cuijper, die twee maal in Ooost-Indïe is geweest en die in Rotterdam woont, of aan zijn nakomelingen, aan Anneken de Vijmen, dienstmaagd van zijn vader, 100 gl. Hij legateert na het overlijden van zijn vader “tot bewooninge van arme persoonen ende familie” een gang met vijf huisjes, namelijk voor een huisje en achter vier huisjes, staande in de Vriesestraat, vanouds genaamd Pimpelgang, met nog 1000 gl., met de opbrengsten waarvan de huisjes onderhouden en gerepareerd moeten worden. Als een van zijn verwanten tot armoede zal vervallen, moet hij of zij “totte bewooning van voorsz. huijskens voor vremden althoos geprefereert wesen”. “Ghifters ende opsienders vande selve huijskens” zullen na zijn overlijden en dat van zijn vader zijn zijn nichten Maria Snoecken Fransdr. en Maria Koenen van Streeflandt en na hun overlijden de oudste en bekwaamste van zijn verwanten. Indien niemand van hen bekwaam daartoe zal zijn, zal het vergeven en het toezicht van de huisjes toevallen aan de consistorie of de kerkenraad van Dordrecht.]

f. 28v

De weduwe van Gerrit Cornelis caescooper 6 ponden

Salomon Janssen cleermaker 3 ponden

Frederick Mulder, insolvent 4 ponden

De weduwe van mr. Wemmer [Despinoij] apoteecquer 10 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 37: huwelijkse voorwaarden dd 8 aug. 1619 tussen Paulus Simonsz., weduwnaar van Marguarita van de Velde, chirurgijn wonende te Middelburg, en Elisabeth Despinoij, jonge dochter, geassisteerd met Wemmer Pietersz. Despinoij en Neeltgen Kegelaers Laurensdr., haar ouders, wonende in Dordrecht.]

De weduwe van Claes Adriaens caescooper 2 ponden

f. 29

Aert Cornelis beenhacker 12 ponden

Jacob Janssen 6 ponden

Hans du Bois cousmaecker 8 ponden

De weduwe van Mathijs Cornelis [Balen] sijdelaeckencooper met haer kinderen 50 ponden

Op de Nieu Haven beginnende op den houck van Vleeschouderstraet

Mr. Adriaen chirurgijn 1 pond

f. 29v

Jacob Fransz int Molenijser 2 ponden

Cornelis Gerritsz schiptimmerman 4 ponden

Michiel Cornelis timmerman 3 ponden

T weeskint van Jacob Gerritsz van den Heuvel 12 ponden

D’vrouwen moeder van Jacob Gerritsz van den Heuvel 4 ponden

f. 30

Helman Gerritsz 3 ponden

Jan Janssen timmerman 3 ponden

De weduwe van mr. Pieter van Schaerlaecken 3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 63: op 20 aug. 1624 verkoopt mr. Daniël Waterrijck, Franse schoolmeester te Dordrecht, aan Jan Jansz. een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Pieter van Scharlaecken predikant en brouwerij “‘t Haentgen”.]

Leendert van Mastricht 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding van Dordrecht anno 1633), f. 32: in de Tolbrugstraat – de weduwe van Leendert van Mastricht.]

Jacob Adriaensz. timmerman 1 pond

f. 30v

Jan Janssen houfsmith, insolvent 5 ponden

Aen de Houte Brugge [de Lange Houten Brug over de Nieuwe Haven bevond zich op dezelfde plaats waar nu de Lange IJzeren Brug ligt. (Van Baarsel, o.c., p. 69-70)]

De Nieuwe Haven met in het midden de Lange Houten Brug. Ten noorden daarvan de straat, die nu Nieuwe Haven heet en ten noorden daarvan de Hoge Nieuwstraat. (Kaart van J. Blaeu uit 1649)

Cornelis Willems blockmaecker 4 ponden

Jan Jacobs backer 1 pond

Willem Thonisz Verelst 16 ponden

Dirck Cronenborch 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 14 mei 1626 verkoopt Anneken Jans, weduwe van Dirck van Cronenborch, aan Joachim Adriaensz., smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Willem Thonisz. Verelst en dat van de weduwe van Hendrick Hage. Waarborg: Thomas Henricxsz. Lambo. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 200 gl. Borgen: Jasper Claesz. smid en Jan van der Straten.]

f. 31

Jan van der Straten [biersteker] 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 7v: op 11 dec. 1629 verklaart Jan van der Straten, biersteker en burger van Dordrecht, wegens leverantie van bier schuldig te zijn aan Alewijn van der Woert, brouwer in Geertruidenberg, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “Maeseijck”, strekkende voor van de straat tot achter op de haven en staande tussen het huis van Henrick schipper [sic] en dat van Adriaen Repelaer, raad in wette van Dordrecht.]

D’heer Adriaen Repelaer Raet 36 ponden

T weeskint van Goossen Jansz Boschman 21 ponden

Pieter Mathijsz 15 ponden

Janneken Cops 2 ponden

f. 31v

Thonis Blonck [schipper] 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1591, f. 34v e.v.: op 21 mrt. 1614 verklaart Thonis Cornelisz. Blonck, schipper en burger van Dordrecht, dat hij tot “verzekering” van de borgtocht, die zijn schoonvader, Mathijs Pietersz., kaaskoper en burger van Dordrecht, voor hem gedaan heeft, alsmede voor hetgeen hij zijn schoonvader schuldig is, verbonden te hebben een derde part van een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Floris Cornelisz. brandewijnmaker en de gang, die toebehoort aan de brouwer in “het Haentgen”, een vierde part van een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis “de Paeu” en het huis “de Lantscroon”, en nog een zesde part van in totaal 11 1/2 morgen land in Barendrecht en de vrijdom van IJsselmonde, hem, Blonck, aangekomen bij overlijden van zijn schoonmoeder.]

Thonis Damasz schipper, nihil habet 2 ponden

De weduwe van Wouter Rochusz 2 ponden

Willem Mathijsz, nihil habet 6 ponden

De weduwe van Cornelis Floris brandewijnman, insolvent 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 769, f. 110: op 3 sept. 1633 verkoopt Jan Matthijsz. van Balen aan Cornelis Matthijsz. Balen een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “Jerusalem”, staande tussen het huis van Huijbrecht van Hocht en dat van Willem Mathijsz. Kent betaald, promittit quitare. Niet belast.]

f. 32

Embrecht van Hocht 22 ponden 10 s.

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 29: op 21 april 1616 verklaart Hubrecht van Hocht, koopman en burger van Dordrecht, als man van Petronella Werckmans, dochter en mede-erfgename voor een vijfde deel van Otto Werckmans, wijnkoper en burger van Dordrecht, dat hij tot onderpand gesteld heeft twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Cornelis Florisz. brandewijnmaker en dat van Arij Geeritsz. kuiper.]

In de Tollebrugstraet [Waterzijde]

De weduwe van Willem Fransz 1 pond

Gerrit Houben, nihil habet 3 ponden

Thomas Gerritsz schiptimmerman 3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 109: op 15 aug. 1633 verklaart Thomas Gerritsz. schiptimmerman schuldig te zijn aan Anneken Jansdr. een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Dirck Kelderman en dat van Jan Teller.]

Gerrit Thonisz schiptimmerman 1 pond

f. 32v

Gerrit Gerritsz [Cuyp] glaesmaker 1 pond

[“Vermoedelijk afkomstig uit Venlo en aldaar geboren. Als glazenmaker, glasschilder, grof- en fijnschilder sinds 19 januari 1585 lid van het Sint-Lucasgilde te Dordrecht. Op 15 mei 1644 begraven in de Grote Kerk te Dordrecht. Eerste huwelijk met Geerten Matthijsdr., weduwe van Bernaert Pelgrims, op 3 februari 1585. Geerten stierf in 1601”. Hij trouwde 2e 30 juni 1602 EverijnkenAlbertsdr., weduwe van Herman Janse hellebaardier, overleden 22 april 1622, 3e 3 juli 1623 Haesgen Henrick Lauwerensdr., wonende in de Grote Spuistraat, begraven juli 1624 in de Augustijnenkerk te Dordrecht, 4e 3 dec. 1624 Aegken Ariaens, weduwe van Jan Pietersz. Blom schipper, begraven dec. 1624 in de Grote Kerk van Dordrecht, 5e nov. 1625 Anneken Tielmansdr. van Bracht, weduwe van Gerrit Stoffels

Kinderen ex 1 (o.a.):

1. Maritke Gerritsdr., gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1585, tr. NG Zwijndrecht 28 okt. 1612 Pieter Willemsz. kleermaker

2. Abraham Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1588, glazenmaker/glasschilder, overleden vóór 15 juni 1631, trouwde 1e 12 juni 1612 Janneken Tonis Janssensdr., 2e 26 dec. 1627 Neeltgen Cornelisdr. (Beut), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1631),tr. 1e Leenaert Adriaensz. schipper, tr. 3e NG Dordrecht15/29 juni 1631 Hessel Turcks, jongman van Bolsward, pottenbakker wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1631)

– 11 okt. 1612: “is in’t glasmakersgilde gecomen Abraham Geritsz. voor 10 st. alsoo hij een gildtbroers soon is en sonder kinderen”. (Oud-Dordrecht2004, nr. 3, p. 17)

– 3 okt. 1619: Abraham Gerritsz. glaesmaecker koopt van Lambert Cornelisz. Post metselaar een huis, staande [aan het Vlak op het Nieuwe Werk] tussen het huis van Maerten van Baelen en dat van Anthoni Lam. Koper betaalde met een schuldbrief van 450 gl. Borg: zijn vader Gerrit Gerritsz. Cuijp. (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 19)

– 30 juni 1651: Neeltie Cornelis, weduwe van Abraham Gerritsz. Cuijp, verkoopt aan Anna van Lantschot een jaarlijkse losrente van 10 gl. op een huis op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis vanArijen van Houven en dat van Sijmon Corstiaensz. schuitenvoerder. (ORA Dordrecht inv.778, f. 49)

3. Jacob Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1594, van Dordrecht wonende op de hoek van de Schrijversstraat (1618),kunstschilder, wonende overleden in 1651 (na 17 juni) of 1652, trouwde NG Dordrecht 28 okt./13 nov. 1618 (procl. in de Waalse kerk) Aertken Cornelisdr. van Cooten, van Utrecht wonende bij Goossen van Veersen (1618)

– 1620: Jacob Gerritsz. schilder, aan de kade bij de Blauwpoort “den houck omme”, betaalt 9 ponden in de verponding. In 1620 woonde Cuijp in het huis “de Cleijne Nagtegael”, het westelijke gedeelte van het tegenwoordige pand Nieuwe Haven 23-24. Hij verhuisde in 1622/1623 naar het huis “Samson” aan de Nieuwbrug. (Zie hieronder f. 79.) (Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20-21)

– 17 juni 1651: Willem Andriesz., kleermaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Gerritsz. Cuijp een jaarlijkse losrente van 15 gl. op een huis aan de Vogelmarkt tussen Claes Jansz. Raijen en Leendert Abrahams. (ORA 778, f. 44)

Kind:

3-a. Aelbert Jacobsz. Cuyp, geboren Dordrecht okt. 1620 (vermoedelijk in het huis “de Cleijne Nachtegael” aan de Nieuwe Haven [Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20]), kunstschilder, diaken, ouderling, regent van het Heilig Geest- en Pesthuis ter Grooter Kerk, lid van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, woonde sinds 1663 in een huis in de Wijnstraat bij de Wijnkoperskapel, begraven Dordrecht 15 nov. 1691 (in de Augustijnenkerk, als er al een zerk heeft bestaan, is die niet bewaard gebleven), trouwde 1658 Cornelia Boschman, weduwe van Johan van den Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, overleden in 1689

Zie ook Dordrecht Monumenteel nr. 77 (jan. 2021), p. 49 e.v.

Aelbert Cuijp, zelfportret

– 29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug [het huis, dat hij van zijn ouders heeft geërfd], staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)

Kind:

3-a-1. Arendina Cuijp, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1659, jonge dochter van Dordrecht (1690), trouwde NG Dordrecht 19 nov. 1690 (ondertrouw) Pieter Onderwater, weduwnaar van Maria van den Brandelaer, van Amsterdam (1690), brouwer te Dordrecht (vermeld 1691)

– 15 dec. 1691: mr. Adriaen van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, als man van Adriana van de Corput, en Pieter Onderwater, brouwer te Dordrecht, als man van Arendina Cuijp, beiden dochters van wijlen Cornelia Boschman, eerst weduwe van mr. Johan van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, en laatst echtgenote van wijlen Aelbert Cuijp, verkopen voor 525 gl. aan Adriaen van Wageningen, burger van Dordrecht, een tuin met tuinhuis, staande en gelegen op stadsgrond aan de westzijde van het Matena’s paadje tussen het huis van Van Malsen en de tuin van de weduwe Gelsdorp. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 91 e.v.)

Kinderen ex 2 (o.a.):

4. Gerrit Gerritsz. Cuyp, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht april/mei 1603, glazenmaker en schilder, secretaris van het polderbestuur van St. Anthoniepolder (vanaf 1644), begraven Dordrecht 2 nov. 1651, trouwde Bellijntje Tielmans Pleunisdr. van Bracht.

5. Benjamin Gerritsz. Cuyp, gedoopt NG Dordrecht dec. 1612, kunstschilder, overleden op 28 dec. 1652, ongehuwd.

(W. Veerman e.a., Aelbert Cuyp en zijn familie, schilders te Dordrecht [Dordrecht 1977], passim.)]

Opt Nieuwerck op de Hoogenieustraet

Dirck Hooft coopman 60 ponden

[Diederick Hoeufft, geboren Aken 1571, kwam einde 1601 van Luik naar Dordrecht, overleden ald. op 9 jan. 1634, zoon van Johan Hoeufft, houthandelaar te Luik en Catharina van Wessem, trouwde Maaseyck (huw. voorw. 5 okt.) 1596 Anna Luls, geboren Londen 17 april 1578, overleden Dordrecht na 7 okt. 1655, dochter van Mattheus Luls en Johanna van Hove. (bron: www.genwiki.nl)

Jacob Gerritsz. Cuijp, portret van Anna Luls

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170v: op 7 juli 1606 verkoopt Sophia Manternach Claesdr., geassisteerd met Cornelis Molen Adriaensz., burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, aan Dirck Thooft, koopman te Dordrecht, een tuin en erf met een huis en “getimmer” daarop staande, zijnde drie erven, elk anderhalve roede breed en zes roeden acht voeten lang, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het erf of de tuin van de weduwe van Cornelis Aertsz. timmerman en Corstiaen Bouwensz. Waarborg: Cornelis Molen Adriaensz.

In een pand aan de Wolwevershaven, thans nr. 44, werd in 1614 door Diederick Hoeufft een koperhuis gesticht. “Hoeufft was een van de vele protestantse vluchtelingen uit Limburg. Eerst had hij enkele jaren in Aken vertoefd en daar kennis gemaakt met de inheemse koperindustrie. Toen hij zich later in Dordrecht gevestigd had, richtte hij een fabriek op voor het gieten van koperen voorwerpen en het maken van geslagen koperen huishoudelijke artikelen. Deze fabriek kreeg de naam van “Het Koperhuis”. De stad gaf aan de stichter de grond in eeuwige huur, terwijl de arbeiders, die vrijwel zonder uitzondering uit Aken afkomstig waren, vrijdom van tocht en wacht kregen. Hoeufft werkte een tijd lang met Joris Houbraecken [zie f. 51] als compagnon, doch de samenwerking vlotte op den duur niet en nadat zij eerst het Koperhuis in tweeën gedeeld hadden, werd later Hoefft weer alleen eigenaar. Zijn erfgenamen verkochten het pand aan Dirck Aeldertsen de Veer, die het fraaie pand liet bouwen, dat [dateert van 1658 en]… wordt toegeschreven aan bouwmeester Pieter Post, die ook het huis “de Onbeschaamde” en misschien ook “het Bever-Schaep” ontwierp. (Lips, o.c., deel I, p. 224-225; zie ook Frijhoff, o.c., p. 42-43)

– 1622: hoofdgeld Dordrecht: Wolwevershaven, in het Koperhuis 9 knechten, 15 ponden (www.dordtenazoeker.nl, wijk 3, nr. 177)

– 20 nov. 1627: het Gerecht, de Oudraad en de Goede Lieden van de Achten van Dordrecht geven, ter bevordering van de nijverheid in de stad, vergunning aan Dirck Heuft en zijn compagnons, om “sijne gietwercken, meulenwercken, draetwercken, slaen van ketels, Schotse pannen, ende alles wes daer van dependeert, daer toe gebruijckende hamers, blaesbakken, ende wes daer toe is gerequireert, als sijnde een hantwerck nieuw hier in de Stad gepractiseert, vrij ongemolesteert, ende sonder contradictie van eenige gilden … [te] mogen gebruijcken, ende exerceren, ende willende hen luijden, noch daer en boven beneficieren,… octroijeren [zij] bij desen hunne arbeijders tot het voors. werck gebruijckt werdende vrijdommen van alle tochten, ende wachten, Bevelende alle capiteijnen, ende officieren van de wachten hen dese … gunste ende exemptie te laeten genieten”. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 111v e.v.)

– 12 okt. 1632: Jan en Ysaack Houbraecken, erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van hun vader zaliger, Joris Houbraecken, verkopen voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werk aan de vest tussen het ovenhuis van Heuft en het huis van Jan Jansz. de Haen. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 64v)

– 1638: de weduwe van Dirck Hooft in de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 60.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 23v)

ORA Dordrecht inv. 1618 (nieuw), f. 142 e.v.: op 10 nov. 1661 verkopen mr. Johan de Vallee, als man van Maria Hoeufft, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Matthijs en Diederich Hoeuft en Thomas Cletcher, als man van Anna Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Martin Beeckman in Den Haag op 10 mei 1659, en tevens procuratie hebbende van Johan Hoeuft, Andries Manichet, als man van Elisabet Hoeuft, en Catarina en Sara Hoeuft, voor zichzelf en tevens vervangende Gabriel de Paulmier van St. Andree, als man van Barbera Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gerrit Houtman te Utrecht op 7 aug. 1660, allen erfgenamen van Diederich Hoeuft, voor 6000 gl. aan Dierick Allertsz. de Veer, twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, vanouds genaamd “het Cooperhuijs”, belast met een rente van 15 gl. jaarlijks en een rente van 10 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht erop sprekende heeft, welke renten Isaac van de Mal, als procuratie hebbende van Dirck Allertsz. de Veer, verklaart te zijnen laste te nemen. Van de Mal verklaart, dat de koper schuldig is aan verkopers een somma van 5000 gl.

Kinderen:

a. Johan Hoeuft, geboren 1601

b.Mattheus Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht mei 1606

c. Anna Hoeufft, gedoop NG Dordrecht nov. 1608, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1642), overleden in 1654, trouwde Den Haag (Kloosterkerk)/NG Dordrecht 23 mrt./16 april 1642 Thomas Cletcher, geboren ca. 1598, weduwnaar van ‘s-Gravenhage, wonende ald. (1642), zilversmid en juwelier, burgemeester van Den Haag 1652-1657, overleden Amersfoort 2 juni 1666, trouwde 1e 1625 Anna Ghijsberti, 2e 1639 Adriana van der Willigen, zoon van Thomas Cletcher en Tanneken van Breen.

Thomas Cletcher

d. Dirck Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht juli 1611

e. Elisabeth Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616, trouwde Andries Manichet

f. Maria Hoeft, gedoopt NG Dordrecht mei 1619, trouwde Johan de Vallee

g. Sara Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht sept. 1623

Zie ook: http://tacotichelaar.nl/wordpress/jean-hoeufft/]

Matthijs de Lares 6 ponden

[Matthijs de Laresse, trouwde Catharina Mibais (Mubais, Hibays)

Kinderen (o.a.):

a. commandeur Hubrecht de Laresse, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622 [zie Lantarengeld Dordrecht ca. 1693 op deze website]

Thomas Boudicx 3 ponden

De schoonzuster van Thomas Boudicx 2 ponden

f. 33

Daniël de Meester predicant 7 ponden

[Daniël Demetrius Andriesz. (de Meester), van Groote- en Kleine Lindt, beroepen juni 1609, overleden 28 aug. 1627]

De weduwe van Cors van Attenhoven 3 ponden

Laurens Posson 8 ponden

Michiel Henricxs tijckwercker 1 pond

Aen de haven

Jacob Sonnemans [houtkoper] 50 ponden

[Jacob Sonneman, geboren ca. 1566 trouwde ca. 1595 Elisabeth van Nederhoven

ONA Dordrecht inv. 4, f. 188: verklaring dd 10 sept. 1605 door o.a. Jacob Sonneman, houtkoper te Dordrecht, 39 jaar oud, op verzoek van Hans Wagens, koopman te Dordrecht.

13 juli 1616: Jacob Sonnemans, burger van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn vader, Maertijn Sonnemans, voor de eventuele lasten, die zullen vallen op 7 morgen land, gelegen onder de karspel van Elst in de Over-Betuwe omtrent Nijmegen, welk land op 3 april 1613 door Maertijn Sonnemans is verkocht aan Cristina Bruijn, weduwe van Jacob Termaeten, burger van Arnhem, verbindende een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Houten Brug, staande tussen het erf van Jona Rochet en ’s herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 1593, f.. 68v e.v.)

21 mei 1638: mr. Herman Halling, schepen in wette van Dordrecht, vervangende Jacob van de Graeff, wonende te Delft, voor 1/3 part, en Govert Sonnemaens, als procuratie hebbende van Jacob Sonnemaens, heer van Rijsoord, voor 2/3 parten, verkopen aan Lambert Lambi[n]on, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Piron Lambinon en dat van Grietge Veris. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 675 gl. (ORA Dordrecht inv. 7, f. 76v e.v.)]

f. 33v

Geerloff Fransz 2 ponden

Aert Hillen [schipper] 8 ponden

[Aert Hillen, een Maasschipper afkomstig uit Wessem in Limburg, was van 1619 tot 1658 eigenaar van “’t Huys te Hemert” aan de Nieuwe Haven, dat tegenwoordig aan de rechterzijde belend wordt door Museum Simon van Gijn. (Oud-Dordrecht, 2003, nr. 1, p. 41-42)

ONA Dordrecht inv. 134, f. 442: testament van Ida van de Camp, de weduwe van Arent Hillen, burgeres van Dordrecht.]

Jan Janssen [de Haen] pottebacker, nihil habet 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v e.v.: op 7 jan. 1626 verkoopt Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, aan Luijtgen [Lijntgen] Ariens, jonge dochter, een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op de helft in een huis en pottenbakkerij, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Aert Hillen en dat Guilliam van Norenburch.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 63 e.v.: op 13 mrt. 1629 verklaart Jan Jansz. de Haen, pottenbakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Arijensdr. een somma van 1300 gl., verbindende een huis en pottenbakkerij op de Nieuwe Haven, staande tussen het Koperhuis van Dirck Heuft en de stadsvest.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 4v: op 10 febr. 1634 verkoopt mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als “sequestrerende” de goederen van Janneken Arijensdr., weduwe van Jan Jansz. de Haen pottenbakker, aan Claes van Houdaen, een huis omtrent de Vuilpoort, genaamd “den Cleijnen IJserman”, staande tussen het huis van Thijs Crijnenen dat van Lambert Hulsthout.]

De weduwe van Cornelis Jacobs pottebacker, nihil habet 3 ponden

Guilliam van Norenburch [Willem van Neurenberg] 20 ponden

[Zie ook Genealogie Van Neurenburg op deze website.

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 14 e.v.: op 31 mrt. 1621 verkopen Carel Merchenier, als man van Maria van Neurenburch, en Pieter Adriaensz. van Delft, als man van Anneken van Neurenburch, voor 2400 gl. aan Guillaume van Neurenburch, koopman en burger van Dordrecht, hun zwager, elk een vijfde part in een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Jan Jansz. pottenbakker en dat van Frans Lebuwijnsz. steenhouwer.]

f. 34

Ghilbert Henricxs 4 ponden

De weduwe van Roloff Fransz 1 pond

Piron Lambinon 1 pond 10 s.

[Een oorspronkelijk uit Luik afkomstige handelaar in ijzer. (Frijhoff, o.c., p. 42)

– 12 okt 1610: Piron Lambinon koopman koopt voor 3600 gl. een huis op het Nieuwe Werk, waar tegenwoordig uithangt “Venlo”, staande tussen ’s herendwarsstraat en het huis van Matthijs Volgraven, met alle vrijdommen, zoals de verkoper het huis op 30 april 1608 van Mathijs Vulgraven gekocht heeft. (ORA Dordrecht inv. 751, f. 118)

Hij is overleden ca. 1636: hij benoemde in zijn testament tot voogden over zijn onmondige erfgenamen Salomon Specx, koopman te Luik, en Louijs de Geer en Johan de Thier, kooplieden te Dordrecht. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 33, extract dd 13 mrt. 1636.)]

Bastiaen Woutersz schipper 2 ponden

[Zie Kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

Cornelis Florisz Nellis, is nijet quotisabel 10 ponden

[29 mrt. 1588: Cornelis Florisz. schipper verkoopt aan Adriaen Cornelisz. Roerom de helft van de “zijdelmuere” van zijn huis en de grond, waarop die muur staat, liggende naast het erf van Adriaen Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 79v)

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 6 e.v.: op 29 jan. 1616 verkoopt Cornelis Florisz. Nellis, schipper en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Herman Bongert, koopman en burger van Dordrecht, een huis op het Nieuwe Werck, strekkende van de straat tot achter op de stadsvest,staande tussen het huis van de koper en het erf en de huisjes, die toebehoren aan Jan Sandra, koopman wonendete Amsterdam. Waarborg: Corstiaen Stevensz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 600 gl.]

f. 34v

Corstiaen Stevensz.[Cramerheijn] 6 ponden

Gerrit Vogel 4 ponden

Geurt Geurtsz [van Tricht] 10 ponden

Arent Janssen Vogel 6 ponden

De weduwe van Sip Severijnsz 8 ponden

T tweede quartier somma 2287 gl.

f. 35

Derde quartier van Gravestraet tot aent Groote Hooft ende van daer wederom tot aende zelve straete

Hendrick van Dilsen 20 ponden

Heijltge Zegers 2 ponden

Pieter de Carpentier 12 ponden

[ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Pieter de Carpentier, circa 62 jaar oud.]

Antonis Anthonisz schrijnwercker 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 61v e.v.: op 25 mei 1613 verkopen Franchoijs van Bonckelwaert en Engeltgen Gijsbrechts, weduwe van Rocus Jansz., geassisteerd met Gijsbrecht Roockusz., haar zoon, aan Anthoni Anthonisz. schrijnwerker een huis genaamd “het Paradijs”, staande omtrent de Nieuwbrug aan de poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis genaamd “Beaumont”, toebehorende aan verkopers en het huis van de erfgenamen van Henrick Hiesvelt. Waarborgen: Geerit Geeritsz. Walborch brouwer en Jan Jansz. Slijp, burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkopers een somma van 2024 gl. Borgen: Cornelis Florisz. en Cornelis Francken, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 41v: op 23 aug. 1630 verklaart Anthonis Anthoniz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Jacobsz. een bedrag van 400 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Cornelis Mathijsz. en dat van de erfgenamen van Ossenburch.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 875v: op 14 dec. 1632 compareert Anthonis Anthonisz. schijnwerker, als echtgenoot van Maria Claphouwers, die eerder gehuwd was met Joos Boots, in zijn leven inwoner van Antwerpen.]

f. 35v

Ocker Cornelis van de Wercken, is vertrocken 5 ponden

Adriana Anthonisdr. 3 ponden

Elisabeth Willems weduwe van Abraham Wouters[van Duijnen] 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 764, f. 33: op 16 mei 1623 verkoopt Elizabet Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen voor 4000 gl. aan Willem Jansz. Wens, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingelant en dat van Jaecques Bornwater. Waarborg: Herman Dircxsz. van Wijngaerden. Koper is schuldig aan verkoopster een jaarlijkse losrente van 31 gl. 5 st. Koper is tevens schuldig aan Maria Boucquet, weduwe van Daniël Oems, een somma van 3000 gl. Borg: Dirck Joosten, molensteenhouwer en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 55, f. 84v: op 14 dec. 1624 verkoopt Elisabeth Willemsdr., weduwe van Abraham Woutersz. van Duijnen, steenhouwer en burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Gerrit Pietersz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Roeloff Dircxsz. van Deuren en dat van Lodewijck Pietersz. kleermaker.]

Oth Janssen tinnegieter 1 pond

Jaecques Braem 6 ponden

f. 36

Aen dander zijde

Jan Janssen Morlet schoenmaker 10 ponden

De weduwe van Jan van Cuijckhoven 12 ponden

Maria Rijsers 7 ponden

Cornelis Dircxsz Praem 35 ponden

[Cornelis Dircxsz. Praem, van Dordrecht (1589), weduwnaar van Dordrecht (1605), overleden tussen 15 mrt. 1623 en 30 jan. 1629, trouwde 1e NG Dordrecht 18 juni/2 juli 1589 Aachten van Beemondt Willemsdr, weduwe van Dordrecht (1589), trouwde 1e Jacob Govaertsz. van Eijck, Cornelis trouwde 2e NG Dordrecht 11 sept. 1605 (ondertrouw, per schrijven van Brielle, bescheid gegeven om ald. te trouwen op 27 sept. 1605) Maria Arent Dammersdr., weduwe van Dordrecht wonende in Brielle (1605), trouwde 1e Mathijs Geritsz. Rijsbergen

ONA Dordrecht inv. 13, f. 408: op 15 mrt. 1623 testeert Cornelis Dircxsz. Praem. Hij bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn vrouw Maria Dammert Arentsdr. heeft gepasseerd ook 3 sept. 1605, alsmede het codicil, dat zij hebben gepasseerd voor notaris H. Balis op 18 juli 1620. Hij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 120 gl., aan zijn neef Adriaen Praem, die hij verder uitsluit van zijn nalatenschap, een gouden rijder van 11 gl. en 6 st., en aan zijn vrouw een somma van 1000 gl., al hun huisraad, al haar spaar- of potpenningen van goud en zilver, al haar juwelen en kleinodiën, haar kleren, en al het ongemunt en verguld zilverwerk. Tot erfgenamen van al zij overige na te laten goederen benoemt hij zijn verwanten ab intestato, met uitzondering van zijn neef Adriaen Praem.

ONA Dordrecht inv. 14, f. 344: op 30 jan. 1629 testeren Maria Arent Dammersdr., weduwe van Cornelis Dircxksz. Praem, en Sophia Arent Dammersdr., ongehuwde persoon, zusters wonende te Dordrecht, Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht 200 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van beiden een somma van 200 gl. uit te keren. Gedaan ten huize van Maria Dammers, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 645: op 1 mei 1629 verklaart Maria Dammert, weduwe van Cornelis Dircxsz. Praem, dat ongeveer twee jaar eerder kwestie is ontstaan aangaande de “geute”, liggende tussen haar huis, genaamd “de Drije Coningen”, staande in Brielle in het Zuideinde en het huis van Jan Theunisz. houtkoper, waar uithangt “het Vergulden Hecken”. De comparante verklaart, dat zij op haar kosten de “geute” voortaan zal onderhouden.

Cornelis Rijser wijncooper 4 ponden

[Cornelis Cornelisz. Rijser(s), wijnkoper van Dordrecht, zoon van Cornelis Laureijsz. Rijser en Maria Cornelisdr. van Beveren, trouwde NG Dordrecht 1 okt. 1617 (per schrijven van Den Haag, getrouwd na het derde gebod in Den Haag) Maria [van] Strijen Claesdr., van de Westmaas, wonende in Den Haag. Haar vader, Nicolaes (Claes) Adriaensz. van Strijen, was o.a. schout en dijkgraaf van Westmaas. Cornelis’ moeder was de dochter van de eerste hervormde burgemeester van Dordrecht, Cornelis Pietersz. van Beveren. (R. Kappers en K.J. Slijkerman, Van Strijen. De polderpatriciërstak in de Hoeksche Waard van een uit Leiden afkomstig geslacht. [Schoonhoven/Rotterdam 1984], p. 39-41; Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 66-67.

10 jan. 1623: Jacob de Witte, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Cornelis Rijser, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen het huis van Cornelis Dircxsz. Praem en dat van Geerit Neuij. Waarborg: Johan Bom van Cranenborch, brouwer en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 3500 gl. Borg: Jan van Cuijckhoven, koopman en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 1 e.v.)]

f. 36v

Jan van Dalen 8 ponden

Pauwels Elbo notaris 4 ponden

Jasper Troijen den Jongen 1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 28 aug. 1616: Jasper Troijen boekverkoper weduwnaar van Mechelen en Lijsbet Sculpers van Gent weduwe van mr. Pieter Rogiers, getrouwd op 25 sept. 1616]

Jan Jacobsz van Vlijmen, woont t’Sevenbergen 2 ponden

De weduwe van Dirck Pion met haeren zoon 30 ponden

f. 37

De weduwe van Willem Stoffelsz 9 ponden

Hans Vaens backer 25 ponden

[Hans Vaens Jansz., van Antwerpen (1595), bakker, en Elisabeth Cornelis Cornelisdr., van Dordrecht (1595)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Willem, febr. 1597

b. Pauls, sept. 1599

c. Cornelis Vaens, jan. 1601, zie de pagina Lantaarngeld op deze website (f. 84)

d. Heijltgen, febr. 1603]

Gijsbert van Haerlem 20 ponden

[Gijsbert van Haerlem Rochusz., geboren ca. 1579, trouwde 1e Liedewij van Diemen, 2e Anna Paiguijet, trouwde 1e Jan Sijbertsz. Wor

ONA Dordrecht inv. 24, f. 390: verklaring dd 27 okt. 1619 door Gijsbert van Haerlem Rochusz., 40 jaar oud, wonende te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 93v: op 3 nov. 1624 testeren Ghijsbert van Haerlem en zijn vrouw Liedewij van Diemen, wonende te Dordrecht, beiden ziek te bed liggende. Hij legateert aan de armen te Dordrecht een somma van 200 gl., aan Anthonij van Beaumont, zijn zwager zij “caffe fluwelen” kleren en aan Cornelis Melchiorsz. Coninck, zijn zwager, al zijn hemden en kragen. Zij legateert aan haar dochter Cornelia van Haerlem haar diamanten ring en vergulde ketting en al het zilver “tot haeren lijve behoirende”. In alle overige goederen, die zij zullen nalaten, benoemen zij tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, mits dat hij of zij gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden etc. tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een behoorlijke uitzet te geven en daarenboven elk een somma van 2000 gl. Tot voogden benoemen zij naast de langstlevende van hen beiden Jan van Haerlem en Cornelis van Diemen, resp. hun broer en zwager, en Herman Oem Jansz., hun neef.

9 jan. 1627: comp. Ghijsbert van Haerlem, koopman en burger van Dordrecht, weduwnaar van Lidewij van Diemen, enerzijds en Anna Paignijet [Panij], weduwe van Jan Sijbertsz. Wor, geassisteerd met haar tante Alidt van Beverwijck Dircksdr., weduwe van Dominicus Boot, anderzijds, om huwelijkse voorwaarden te maken. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 127)

26 mei 1646: Johan van Galen, secretaris van de Lopikerwaard, als man van Liedewijna van Haerlem, en Arent Dichter, als man van Anthonetta van Haerlem *, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Panij, weduwe van Gijsbert van Haerlem, en Cornelia van Haerlem, resp. hun behuwd moeder en zuster, alsmede Johan van Haerlem, oudraad van Dordrecht, als voogd van de onmondige zoon van Gijsbert van Haerlem, verkopen aan Marcelis de Haen, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee gevels, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van verkopers en dat van Cornelis Vaens. Koper is schuldig aan Marchelis Anthonisz. een somma van 2800 gl. In de marge van deze akte staat: ” [Op 27 mei 1649] Compareerde voor d’heer Mr. Cornelis van de Loo schepen in Dordrecht Marcelis Anthonisz. ende verclaerde dat alsoo Marcelis de Haen een gedeelte vande huijse int witte geroert, te weten den gevel aende sijde vande huijse van de heere Thesaurier Corn. Vaens vercocht ende opgedragen heeft aen … Jacob Beeck, derhalven tselve hypotheecq bijden voors. Beeck gecocht te ontslaen vande verbintenisse inden selven brieve geroert … “(ORA 775, f. 112 e.v.)

* Anthonetta van Haerlem, geboren Dordrecht naar schatting ca. 1610, dochter van Gijsbert van Haerlem Rochusz. en Liduwi van Diemen Gijsbertsdr. (M. Balen, Beschryvinge der Stad Dordrecht [Dordrecht 1677], deel II, p. 1076), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 12/28 aug. 1638 Arnoult Dichter(s), jongman van Luik, zoon van Nicolaes Dichter(s) en NN]

Jan van Haerlem 5 ponden

Cornelis van Diemen 6 ponden

f. 37v

Pieter Willemsz wijncooper 4 ponden

Willem Beeck [wijnkoper] 40 ponden

[Willem Beeck, geboren ca. 1582, van Dordrecht (1609), koopman van Rijnse wijnen, overleden tussen 7 aug. 1638 en 20 jan. 1639 (ONA Dordrecht inv. 59, f. 714v en 835v), zoon van Caspar Beeck en Martha Engelbrecht, trouwde NG Dordrecht 18 okt. 1609 (ondertrouw, per schrijven van Amsterdam) Anneke Martensdr. Hoefijser, van Amsterdam (1609), OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 juni 1674 (twee maal luiden over Anna Houffijser weduwe van Willem Beeck, is in de Augustijnenkerk begraven), dochter van Marten Jansz. Hoefijser en Catharijna Thijmonsdr.

NG trouwboek Amsterdam 12 okt. 1609: Willem Beeck van Dordrecht koopman van Rijnse wijnen 27 jaar oud wonende te Dordrecht geassisteerd met Caspar Beeck en Martha Engelbrecht zijn ouders en Anneken Houfijsers Martensdr. 16 jaar oud wonende in “de convoij” geassisteerd met Marten Jansz. Houffijser en Trijntgen Tijmonsdr. haar ouders.

ONA Dordrecht inv. 11, f. 741: verklaring dd 27 juli 1616 door Caspar Beeck, ongeveer 80 jaar oud, en Willem Beeck, 33 jaar oud, vader en zoon, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Pieter Beeck, burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 257v: op 11 juni 1618 kopen Willem Beeck wijnkoper en Hendrick Wijnantsz. metselaar, burgers van Dordrecht, elk voor de helft de huizen van Cornelis Alberts. waagknecht en Andries Jansz. “grachtdieper”, staande in de Mariënbornstraat tussen de gracht en het huis van Hendrick Wijnants.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 468: op 29 aug. 1619 verklaren Caspar en Willem Beeck, vader en zoon, kooplieden van wijnen, burgers van Dordrecht, dat zij gedurende enige jaren in compagnie met Pieter van de Cruise hebben gehandeld in Rijnse wijnen, elk voor een derde part, en dat na het overlijden van Pieter van de Cruijce de compagnie is “gescheiden ende gesepareert”.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 590: op 24 juni 1620 transporteert Willem Beeck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, als man van Anna Hoefijzers, aan zijn zwager Pieter Houffijser, ontvanger-generaal van de konvooien te Amsterdam, zijn portie in een aandeel in de VOC, welke hem aangekomen is bij overlijden van Anneken Cornelis, weduwe van Arnoldus Cornelis, predikant te Delft, de tante van zijn vrouw.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 714v: op 7 aug. 1638 verleent Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, als man van Anna Houffijser, dochter en erfgenamen van Maerten Jansz. Houffijser en Catharina Thijmonsdr., procuratie aan Hendrick Jansz., beeldhouwer te Amsterdam, en diens vrouw Aeltgen Sanders, om te vorderen van Hendrick Jacobsz. Hoochcamer of diens vader Jacob Pietersz. Hoochcamer als borg een somma van 4500 gl.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 491: op 12 jan. 1642 verklaart Anna Hoeffijser, weduwe van Willem Beeck, dat zij vernomen heeft, dat de curators namens de crediteuren van haar broer Pieter Hoeffijser, gewezen ontvanger van de konvooien en licenten te Amsterdam, buiten haar kennis te koop gezet hebben het huis, dat is nagelaten door haar moeder Catharina Thijmensz. van Opmes, weduwe van Martinus Jansz. Hoeffijser, staande op de Zeedijk tegenover het kantoor van konvooien en licenten, verhuurd aan Hendrick Sticke. De comparante verleent procuratie aan Laurentius Lambertius, notaris te Amsterdam, om genoemde curators “gerechtelijk te doen interdiceren”, dat zij haar aandeel in het huis niet mogen verkopen.

ONA Dordrecht inv. 64, f. 284: op 3 jan. 1654 maakt Anna Houffijser, weduwe van Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij herroept het testament, dat zij op 28 jan. 1653 gepasseerd heeft voor notaris D. Eelbo te Dordrecht. Tot haar erfgenamen benoemt zij de twee dochters van wijlen Jannetta Hoeffijser, dochter van haar broer wijlen Pieter Hoeffijser, ontvanger van de konvooien en licenten te Amsterdam, bij haar verwekt door Mauritius Bacx, ritmeester in Nederlandse dienst, genaamd Anna Catharijna Bacx en Geertruijt Bacx,  of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Indien een van haar beide erfgenamen komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, benoemt zij tot mede-erfgenaam hun broer Johan Bacx of bij vooroverlijden zijn nakomelingen. Indien echter al haar voornoemde erfgenamen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, benoemt zij tot haar erfgenamen de nakomelingen van Thimon Corten, Martinus Corten, Jacobus Corten en Isaack Corten, de zoons van haar zuster Bartha Hoeffijser, bij haar verwekt door wijlen Jan Corten. “Ende int regart van haere schilderijen, als oordelende d’ selve van importantie, ende bij oude experte vermaerde meesters gedaan te zijn, daervan sal de vercoopinge geschieden ende gedaen moeten werden met voorgaende affixie van billietten soo binnen dese als andere nabuijrige steden te affigeren, daer des van noode … werden zal, opdat d’selve daerdeur des te beter tot haere weerde vercocht … soude mogen werden”. Tot executeurs van haar testament stelt zij aan mr. Johan Moens, raadpensionaris van Rotterdam, Henricus Diabeticus, predikant te Dordrecht, Jean Jarde en Johan van Woensel, resp. haar neef en goede vrienden.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 610: op 28 nov. 1659 testeert Anna Hoeffijser, weduwe van Willem Beeck, koopman van Rijnse wijnen, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Selijken Dircxdr., haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een obligatie van 600 gl. Tot haar erfgenamen benoemt zij de nakomelingen van Hendrick Hoeffijser, de zoon van haar overleden broer Pieter Hoeffijser, voor de eerste staak. Hendrick zal van de goederen, die zij aan zijn nakomelingen nalaat het vruchtgebruik hebben. Voor de tweede staak benoemt zij tot haar erfgename Geertruijt Bacx, dochter van haar overleden zuster Jannetta Hoeffijser, dochter van haar broer Pieter Hoeffijser, bij haar verwekt door Mauritius Bacx, ritmeester in het Nederlandse leger, op voorwaarde, dat uit de goederen, die Geertruijt van haar zal erven, aan haar zuster Anna Catharijna Bacx of haar nakomelinge zodanige somma zal uitreiken, als zij, testatrice schriftelijk zal verklaren. Zij benoemt tot erfgenamen voor de derde en vierde staak resp. de zoons van haar zuster [Bartha Hoeffijser], genaamd Isaack en Thijmon Corten, op voorwaarde, dat Thijmon van de door hem te erven goederen alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de eigendom ervan na zijn dood zal komen aan zijn nakomelingen. Zij benoemt de kinderen van wijlen Jacobus Corten tot erfgenamen voor de vijfde staak en de kinderen van Martinus Corten voor de zesde staak, op voorwaarde, dat Martinus van de goederen, die zij van haar zullen erven, het vruchtgebruik krijgt. Indien Martinus Corten voor zijn vrouw komt te overlijden, zal zij het vruchtgebruik krijgen van de goederen, die haar kinderen van de testatrice zullen erven, tot het moment, waarop zij gaat hertrouwen of anders tot haar overlijden, zoals ook de weduwe van Jacobus Corten het vruchtgebruik zal hebben van hetgeen haar kinderen van de testatrice zullen erven. Evenals de kinderen van Jacobus zullen haar overige erfgenamen ook moeten delen in de erfenis van haar overleden broer Dirck Hoeffijser. Van die goederen zal de weduwe van Jacobus, Anna van Hoorn, ook het vruchtgebruik hebben. Tot executeurs van haar testament benoemt zij Hermanus Dibbetius, predikant te Dordrecht, en haar neef Isaac Corten. De goederen, die zij nalaat aan haar minderjarige erfgenamen en die “met tochte beswaert” zijn, zullen beheerd moeten worden door de weesmeesters te Amsterdam, aangezien de meeste van haar erfgenamen in die stad wonen.]

Mr. Johan van Teijlingen 2 ponden

Jan van der Plancken 5 ponden

Corstiaen Coenraets wijncooper 2 ponden

f. 38

Hans Coperts coopman 80 ponden

De weduwe van Staes Reijniersz 3 ponden

[NG trouwboek 24 april 1594: Staes Reijniersz. wijnkuipersgezel van Ameroijen bij Bommel en Gritten [Grietgen] Evert Heijndricxdr. van Dordrecht getrouwd op 10 mei 1594]

Gerrit Thijns met zijn moeder en zuster 60 ponden

[Gerrit Gerritsz.  Thiens, van Aken (1616), weduwnaar van Aken (1621), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mei/3 juni 1616 (door schrijven van Daniel de la Vigne) Anna Cornput Hendricxsdr., van Dordrecht (1616), 2e NG Dordrecht 25 april 1621 (door schrijven van La Vigne) Barbara Blommers, weduwe van Maaseik (1621), trouwde 1e Adriaen van Berckel

ONA Dordrecht inv. 56, f. 275: op 29 nov. 1627 verlenen Diderich Heufft, voor een achtste part, en Gerart Thiens voor twee achtste parten, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Marcellis Thiens, voor een half achtste part, beiden kooplieden en burgers van Dordrecht, procuratie aan Anthonij Monier, wonende te Stockholm, samen met Samuel Blommaert, voor een half achtste part, Anthonij Monier zelf voor een achtste part en Abraham Melis en Abraham Weerden, elk voor anderhalf achtste part, hun resp. aandelen in de koperwerken te Nacken bij Stockholm, om bekend te maken aan de koning van Zweden en zijn rijksraden “dat bij d’ aflijvicheijt van d’een of d’ander de voorsz. constituanten hare erven, ofte actie hebbende daer inne mogen geërfd ende bekent wesen”.

Kinderen:

Ex 1:

a. Gerart, gedoopt NG Dordrecht febr. 1618

b. Hijlwich, gedoopt NG Dordrecht juni 1619

Ex 2:

c. Geraert. gedoopt NG Dordrecht febr. 1622

d. Johanna en Johannes, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625

e. Samuel, gedoopt NG Dordrecht juni 1629]

Dr. Beverwijck 15 ponden

[Johan van Beverwijck, geboren Dordrecht 17 nov. 1594, overleden ald. 19 jan. 1647, zoon van Bartholomeus Beverwijk Dirksz. en Maria Boot van Wezel. Promoveerde als doctor in de medicijnen te Padua op 30 mei 1616, vestigde zich ca. 1618 als arts te Dordrecht, op 8 nov. 1625 benoemd tot stadsmedicus, was schepen en veertigraad van Dordrecht. Auteur van o.a.: Kort bericht om de pest te voorkomen (Dordrecht 1636), Schat der Gesontheijt (Dordrecht 1636), Het begin van Hollandt in Dordrecht (Dordrecht 1640), Heil-konste (1645). Zie ook Balen, o.c. deel II, p. 982-983.

Doctor Jan Beverwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 16 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 59

8 nov. 1625: de Oudraad van Dordrecht benoemt met eenparigheid van stemmen tot stadsdoctor Johannes van Beverwijck, als opvolger van de overleden stadsmedicus dr. Jordaen Foreest. Dr. Cornelis van Someren heeft na het overlijden van dr. Foreest in zijn ééntje de plaats van beide stadsdoctoren waargenomen. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 29)

NG trouwboek Dordrecht 24 mrt. 1620: Johannes van Beverwijck doctor in de medicijnen van Dordrecht en Anna van Duverden van Voort van Amersfoort, door schrijven van Amersfoort, proclamatio in Gallico templo

ONA Dordrecht inv. 16, f. 91: op 20 aug. 1624 overhandigt Johan van Beverwijck, doctor in de medicijnen te Dordrecht, aan Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, het besloten testament van zijn overleden echtgenote Anna van Duverden [van Voort], gepasseerd voor notaris H. van Naerden op 14 okt. 1619. Het testament wordt geopend en voorgelezen ten huize van Van Beverwijk in aanwezigheid van Dirck en Willem van Duverden van Voort, Johan Saell vvtten Engh, oud-burgemeester van Amersfoort, Odilia van Duverden van Voort, resp. de broers, zuster en zwager van Anna van Duverden, alsmede van Daniël de la Vigne, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, Philips Apersz. van Beverwijk en mr. Maximiliaen Bouman stadschirurgijn. Het testament luidt als volgt: Anna van Duverden, echtgenote van Johan van Beverwijk, benoemt hem, als zij zonder kinderen komt na te laten, tot haar enige erfgenaam.

Hij trouwde 2e 2 dec. 1626 Elisabeth de Backer, dochter van Willem de Backer, thesaurier van Zierikzee, en Jacobmina de Witte (Gens Nostra 1968, p. 300)

Zie ook Dordrecht Monumenteel nr. 77 (jan. 2021), p. 8 e.v.

Ex 2:

a. Maria van Beverwijck, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1642, begraven Dordrecht 3 dec. 1687, trouwde NG Dordrecht 20 aug. 1659 Blasius van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht, begraven Dordrecht 1 jan. 1672, zoon van Blasius van Haerlem en Geertruid van den Honaert]

Dr. Johan van Beverwijck

Truijcken Bouwens weduwe van Hendrick Stierman 9 ponden

f. 38v

Adriaen Claesz Jager 1 pond

De weduwe van Willem Joosten van der Loo [wijnkoper] 80 ponden

[Willem Joosten van der Loo, jong gezel van Geertruidenberg (1588) trouwde NG Dordrecht 25 sept./9 okt. 1588 Maria Cornelisdr. Moelen (Molens), van Dordrecht (1588)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 56v: op 10 okt. 1624 verlenen Maria Molens, weduwe van Willem van der Loo, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar zoon mr. Adrianus van der Loo, licentiaat in de rechten, en Pieter Rijckers, beitelschipper en burger van Nijmegen, procuratie aan Frederick de Man, procureur te Culemborg, om te vorderen van de boedel van Henrick Spoor en zijn vrouw, gewoond hebbende te Culemborg,  hetgeen die boedel schuldig is aan comparanten wegens leverantie van wijn.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 45: op 15 mrt. 1627 verleent Maria Meulens, weduwe van Willem van Loo, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Pieter Brantwijck, heer van Blocklandt, haar zwager, procuratie aan Willem Dircxsz. Romeijn, wonende in Heinenoord, om te transporteren aan Haecht Jans, weduwe van Arijen Willemsz. Best, haar, comparanten, huis, berging, schuur en erf, staande en gelegen in het Noordse Zomerland.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 575v: op 11 jan. 1629 verleent Maria Meulen, weduwe van Willem van der Loo, geassisteerd met mr. Cornelis van der Loo, haar zoon, procuratie aan Jan Kuijsten, koopman te Amsterdam, om in ontvangst te nemen van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) de uitgifte van “XXV ten honderd” over een bedrag van 400 Vlaamse ponden.]

Joost van Selen Jacobsz 4 ponden

Gillis Pietersz Tiong 8 ponden

D’heer Franchoijs Alewijnsz 25 ponden

Bastiaen Manternach met sijn susters 12 ponden

f. 39

Leendert Franssen backer, nihil habet 1 pond

Hans van Limborch 16 ponden

Dierck Pijl [koopman] 46 ponden

[Dirck Pijl Gijsbrechtsz., van Schoonhoven wonende ald, (1617), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1647 (een baar voor Dirck Pijl omtrent brouwerij “de Beer”, twee maal luiden), trouwde NG Dordrecht 21 mei/13 juni 1617 (procl. Schoonhoven) Catharina Claes Jansdr., van Dordrecht (1617)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 186: op 15 aug. 1629 testeren Dirck Pijl Ghijsbertsz, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Catharina Nicolaesdr. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de kleren, juwelen en kleinodiën van de eerststervende zullen toekomen aan hun kinderen.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 513: testament van Machtelt Fredericxsdr., weduwe van Hendrick van Naerden Jansz., notaris te Dordrecht, gepasseerd op 7 aug. 1631. Zij benoemt tot executeur-testamentair Dirck Pijl Ghijsbertsz., haar neef, die voor “sijne moijte” uit de boedel zal krijgen een zilveren schaal of 10 Vlaamse ponden in geld.

ONA Dordrecht inv. 67, f. 95: op 16 mei 1636 testeren Dirck Pijl, koopman, en zijn vrouw Catharina Nicolai, burgers van Dordrecht, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen “eerlijck” zal onderhouden tot mondigheid of huwelijk. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij afstand doen ten behoeve van de kinderen van de helft van de boedel. De langstlevende zal dan uit de helft van de gemeenschappelijke boedel ontvangen een kindsgedeelte, alsmede alle inboedel, huisraad, zilverwerk en juwelen, met uitzondering van gemunt zilver en goud, mits hij of zij in de boedel zal inbrengen een somma van 3000 gl. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van beiden en Adriaen Joosten Pijl, schepen en vroedschap van Gorinchem, zijn neef, en Cornelis Nicolai, thesaurier van Dordrecht, haar broer.

ONA Dordrecht inv. 39, f. 232: op 22 febr. 1639 verklaart Dirck Pijll, koopman en burger van Dordrecht, dat hij met toestemming van Arien Bastiaensz., wonende onder Ooltgensplaat, en Cornelis Ariensz. Binck, wonende in Mijnsheerenland van Moerkerken, aan Willem van Overstege, raad in wette van Dordrecht, heeft overgedragen een huis, staande op de Westdijk in Mijnsheerenland. Het huis is eerder eigendom geweest van Cornelis Binck, die het gekocht heeft van Arien Bastiaensz, die het op zijn beurt weer gekocht heeft van wijlen Nijclaes Jansz. kruidenier, zonder dat genoemde personen “oijt opdracht hebben gehad”, dan wel, dat hij, comparant als mede-erfgenaam nomine uxoris van Nijclaes Jansz. van de kooppenningen van het huis is betaald.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 35: op 10 mrt. 1640 legateert Machtelt Fredericxsdr. van der Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, aan haar neef Dirck Pijll of bij vooroverlijden zijn nakomelingen een bedrag van 1000 gl.

Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 33v: extract uit het testament van Dirck Pijl dd 29 dec. 1645. Hij heeft tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemd zijn oudste zoon Gijsbert Pijl, Adriaen Joosten Pijl, thesaurier van Gorinchem, en mr. Hermanus van der Hagen, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, zijn beide neven.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 769: op 7 april 1649 verklaart Machtelt Fredericxdr. van den Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, dat zij teniet doet het aandeel van Herbert Pijll en zijn nakomelingen in het legaat, dat zij heeft gemaakt aan de nakomelingen van haar overleden neef Dirck Pijll en dat dat aandeel zal toekomen aan zijn broers en zusters of hun nakomelingen.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Gijsbrecht Pijl, april 1618

b. Cornelia, sept. 1619

c. Herbert Pijl Dirkcsz., dec. 1625, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Nieuwbrug (1648), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 febr. 1654 (een baar voor Herbert Pijl omtrent de dijk), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 25 okt./8 nov. 1648 Tanneken Schut Gerritsdr., van Dordrecht wonende in de Houttuin (1648)

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 202v: op 4 mrt. 1688 testeert Tanneken Schut, weduwe van Herbert Pijl, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Beatris Cleermont, “haer oude vrundinne bij den anderen woonachtig” een somma van 50 gl. met een stuk katoenen lijnwaat, aan haar zuster Petronella Schut, weduwe van Gerrit Sweers, wonende te Lillo, 200 gl. met een gouden dukaton, een zilveren haarijzer met gouden stukken, en aan haar kinderen onder han allen 800 gl., aan Petronella’s oudste dochter, genaamd Machtelt Sweers, het zilverwerk op zijde, nl. drie kettingen, een schaartje en een kussentje aan een koker, aan Maria Schut, weduwe van de majoor constabel, wonende op de Noordschans, 100 gl., een gouden dukaton, een testament en een psalmboek met een zilveren ketting eraan, een gouden “houprinck”, en aan haar enige dochter 500 gl. in geld, aan haar halfzuster Elisabeth Schut, de vrouw van Dirck van Lingen, commies in de Klundert, 100 gl. en gouden dukaton, en aan haar kinderen onder hen allen 600 gl., aan Pieter Schut, getrouwde zoon van haar overleden broer Sijbert Schut, 100 gl., aan de vijf overige kinderen van Sijbert Schut ieder 50 gl., en aan Anthonij Schut, de enige zoon van haar overleden broer Jacob Schut, door hem verwekt bij Metgen Bastiaens, 400 gl. Als de legatarissen voor de testatrice komen te overlijden zullen hun resp. legaten gaan hun kinderen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jacoba Hoinck, dochter van haar overleden zuster Jennneken Schut en vrouw van Govert Scheij, of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot executeur-testamentair benoemt zij Elias van den Brouck, bij wie zij inwoont, of bij vooroverlijden zijn zoon Mattheus van den Brouck.

Kind:

c-1. Dirck Pijl, gedoopt NG Dordrecht 30 aug. 1651

ONA Dordrecht inv. 296, f. 40: op 7 nov. 1665 benoemt Dirck Pijl, jongman wonende te Dordrecht, tot zijn erfgenaam zijn moeder Tanneken Schut, op voorwaarde, dat zij zal uitreiken aan zijn erfgenamen ab intestato van vaderszijde een bedrag van 2 Vlaamse ponden.

d. Margareta, aug. 1627

e. Catharina, febr. 1632

f. Dirck, febr. 1634

g. Cristina, mei 1635]

De weduwe van Gijsbert van Schaerlaecken 28 ponden

Jan Elberts wijncuijper, is vertrocken 2 ponden

f. 39v

Jan Janssen coopman 12 ponden

De weduwe van Henrick Rijcken, insolvent 4 ponden

Gerrit Mauritsz tinnegieter, nihil habet 1 pond

Corstiaen Hermans hopcooper 8 ponden

Lijsbeth Jans 4 ponden

De weduwe van Cornelis Dieratsen 26 ponden

f. 40

Cornelis Adriaens Treurniet 2 ponden

[Cornelis Adriaensz. Treurniet, trouwde Marijken Willemsdr.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 112: op 26 febr. 1636 verkoopt mr. Dirck Berck, secretaris van de Weeskamer van Dordrecht, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Cornelis Adriaensz. Treurniet, postmeester van Dordrecht op Keulen, Luik en Aken, een huis in het opgaan van de Boom aan de waterzijde, staande tussen het huis van [NN] van Eijck zaliger en dat van Walterus Levesque. Waarborgen: de weesmeesters van de Weeskamer te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 68, f. 140: op 8 mrt. 1644 testeren Cornelis Adriaensz. Treurniet postmeester en zijn vrouw Marijken Willemsdr., hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 15 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam, voor zolang die langstlevende ongetrouwd zal blijven. Aangezien zij hun drie dochters bij hun huwelijk “uitgezet” hebben in feest, kleding etc., wensen zij dat datgene aan hen aangerekend zal worden als voldoening van hun legitieme portie. Als de testatrice de eerststervende van hen beiden is, legateert zijn aan hun dochters al haar kleren van linnen en wol en het zilverwerk ” tot haren lijve behorende”. Indien de langstlevende van beiden gaat hertrouwen, moet hij of zij afstand doen t.b.v. hun kinderen van de helft van hun gemeenschappelijke boedel.

ONA Dordrecht inv. 68, f. 339: op 30 okt. 1646 testeert Cornelis Adriaensz. Treurniet, postmeester en burger van Dordrecht, ziek bij de haard zittende. Hij legateert aan het Heiligegeesthuis ter Nieuwkerk een bedrag van 15 gl., aan zijn dienstmaagden Neeltgen Cornelis en Belijken Thijssen elk 25 gl. en aan Jasper Spriet, zijn zwager, zijn beste rouwmantel. Aangezien hij zijn drie kinderen bij hun huwelijk ” eerlijcken vvtgesedt” heeft, wenst hij, dat al datgene aan één van die kinderen aangerekend zal worden ter voldoening van hun moederlijke goederen. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen zijn beide dochters Maijken en Elisabeth Cornelis, alsmede de kinderen van zijn dochter Hendricxken Cornelis, echtgenote van Pieter Loijmans boekverkoper, op voorwaarde, dat Hendricxken van de goederen, die haar kinderen van hem zullen erven, haar leven lang het jaarlijkse vruchtgebruik zal hebben. De testateur wenst voorts, dat Elisabeth Treurniet, of haar man Cornelis van Slingelandt, voor 3600 gl. zal aannemen het huis, waarin hij, testateur, woont, staande op de Boom. Tot executeurs-testamentair benoemt hij Machiel Feltrum en notaris Daniël Eelbo.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Elisabeth Treurniet(s) Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht wonende op de Boom (1639), trouwde NG Dordrecht 3/19 juli 1639 Cornelis van Slingelandt Sijbertsz., jongman van Dordrecht, wonende aan het Groothoofd (1639), wijnverlater, postmeester te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 jan. 1674 (een baar [in de Voorstraat] bij de Mariënbornstraat voor postmeester Cornelis van Slingelant)

kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Sijbert, 1 okt. 1640

a-2. Adriaen van Slingelandt,geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1667), postmeester te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5/21 juni Johanna van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 29 mrt. 1650 [zie genealogie Van der Linden op deze website]

a-3. Maria van Slingelandt, geboren naar schatting ca. 1640, trouwde mr. Thomas de Vries, advocaat voor de Hoven van Justitie in Holland

a-3. Christina, 18 april 1646

a-4. Cornelis, 16 juli 1653

a-5. Willem van Slingelandt, 14 okt. 1654

b. Henrica (Hendricksje) Treurniet Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1620, van Dordrecht wonende op de Boom (1640), trouwde NG Dordrecht 2/12 dec. 1640 Pieter Loijmans, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Kannekopersbuurt (1640), boekverkoper te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 14 juni 1626 (ondertrouw) Janneken Willemsdr. van Dalen

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Arien, 1 sept. 1641

b-2. Maria Loijmans, 23 mrt. 1643, trouwde Cornelis Turckens

b-3. Treurniet Loijmans, 13 nov. 1644

c. Maria Treurniet, trouwde Blasius van Haerlem de oude]

Jaepken Stevens 2 ponden

Stoffel Cornelis inde Paeu 3 ponden

Maerten van Tholl 2 ponden

Jan Brouwer Cornelisz 4 ponden

f. 40v

De weduwe van Jan Elantsz 10 ponden

Grietken Loije 16 ponden

Jan Joosten bouckbinder 1 pond

Willem van Bergen schipper 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 11: op 7 febr. 1618 verkopen Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, voor zichzelf en tevens vervangende zijn “swaeger” Jan Gillis van der Horst,Jacob Ariensz., huistimmerman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zusters, Cornelis Willemsz. blokmaker, voor zichzelf, en Jacob Ariensz. huistimmerman en Cornelis Willemsz. blokmaker nog als bloedvoogden van de weeskinderen van Marijcken Willemsdr., verwekt door Daniël Willemsz., allen erfgenamen van Arien Cornelisz. Pecklap, voor 1685 gl. aan Willem Dingmansz. van Bergen, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis genaamd “Hemert” en het huis waar uithangt “Nijmegen”. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1085 gl. Borg: Cornelis Willemsz. blokmaker.]

Henrick Jansse backer en sijn zoon, stont maer12 ponden [“13 ponden” doorgehaald]

f. 41

De weduwe van Maerten van Balen 8 ponden

Cornelis Franssen schipper 1 pond

Reijer Geerbrants backer 1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 19 dec. 1610: Reijer Geerbrantsz. bakker wonende in de Nieuwstraat en Neeltgen Jacobsdr. weduwe van Arien Vastersz., beiden van Dordrecht, wonende in “de Leijhamer” bij de Boom, getrouwd 16 jan. 1611]

Aen d’ander zijde

Wouter Vassen 3 ponden

De weduwe van Adriaen Huijbertsz in den Monnick 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd “’t Wapen van Monickendam”, bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.

NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603]

f. 41v

Willem Molen Philipsz 8 ponden

Dirck Jacobs zeijlmaker 8 ponden

[ONA Dordrecht inv. 57, f. 428v: op 28 mrt. 1631 comp. Dirck Jacobsz., zeilmaker en burger van Dordrecht. Hij verklaart, dat hij met Janneken Crijnen Louf, zijn inmiddels overleden vrouw, op 3 okt. 1620 voor notaris H. Balis een testament heeft gemaakt, waarin zij elkaar tot erfgenaam hebben benoemd, mits hij of zij aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden zou uitkeren een somma van 2000 gl. Hij verklaart voorts, dat hun boedel toen “soo sterck ende suffisant niet en is geweest als tegenwoordich. Hij wenst, dat na zijn dood al zijn na te laten goederen verdeeld zullen worden tussen zijn erfgenamen en de erfgenamen ab intestato van zijn overleden vrouw. Zijn erfgenamen zullen daarbij zijn kleren krijgen en de zusters van zijn vrouw en hun kinderen al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Daarmee zal de voornoemde uitkering van 2000 gl. teniet zijn gedaan. De erfgenamen ab intestato van zijn vrouw moeten na zijn overlijden aan mr. Blasius van Haerlem een bedrag van 200 gl. uitkeren. Mariche Crijnen Louf, weduwe van Apert Arijensz. Saijer, Willem Jacobsz. Bol, als man van Angnietgen Crijnen Louff [zie hieronder bij f. 127], en Dirck van Slingelangdt, als voogd van zijn zoon Jan van Slingelandt, door hem verwekt bij Dingna Crijnen Louff [schoonzuster en zwagers van Dirck Jacobsz.], allen erfgenamen ab intestato van Janneken Crijnen Louff, doen afstand van hun aanspraak op voornoemde 2000 gl., op voorwaarde, dat hiermee vernietigd zal zijn het fideï-commis van de goederen, die zijn gekomen uit de boedel van Reijer Bastiaensz., waarvan de overleden vrouw van de comparant het vruchtgebruik heeft gehad, en op voorwaarde, dat de jaarlijkse uitkering van 66 gl. 13 st. 5 penn., welke de comparant was gehouden uit te keren aan zijn neef Willem Adriaensz. van der Burch na zijn, comparants, overlijden zal uitgereikt worden door zijn erfgenamen en de erfgenamen ab intestato van zijn vrouw, elk voor de helft.]

De erffgenamen van Adriaen Huijbrechtsz 10 ponden

Jan Blom hopcooper 7 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 128v: op 1 nov. 1620 verkoopt Reijnier Adriaensz., brouwer en burger van Dordrecht, voor 2900 gl. aan Jan Blom, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “Gorinchem”, staande naast het huis van Adriaen Huijbertsz. Waarborgen: mr. Jacob van der Eijck, licentiaat in de rechten en secretaris van de Vierschaar van Zuid-Holland, en Wouter Vastersz. De koper is schuldig aan Magdalena Crijnen, burgeres van Dordrecht, een somma van 1900 gl. Borg: Frans Lebuijnsz., steenhouwer en burger van Dordrecht.]

f. 42

De weduwe van Jan Matthijsz ende haeren swager 8 ponden

Hendrick van Rietbeeck bode1 pond

[ORA Dordrecht inv. 764, f. 19 e.v.: op 31 jan. 1623 verkopen Pieter Schepen, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van Pieter van Beamont en als administrateur van de goederen van Jacob van Beaumont en het weeskind van Alidt van Beaumont, bij haar verwekt door Dirck Jansz. van Hoorn, en Anthonis van Schulenborch, als man van Anna van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Beaumont en Clementia van Beaumont, allen erfgenamen van wijlen Adriaen van Beaumont, resp. hun vader en grootvader, aan Hendrick van Rijbeeck een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Oloff Boudewijnen en de Grafelijkheidstol. Koper is schuldig aan Willem Digmansz. schipper een bedrag van 744 gl. Borgen: Jan Mercusz. schrijnwerker en Damas van Riebeeck, burgers van Dordrecht.]

Leon Crasbeeck maijor 13 ponden

Gijsbert Pieters cleermaker 2 ponden

Mr. Adriaen van Meusienbrouck 24 ponden

[ONA Dordrecht inv. 2, f. 1: op 2 jan. 1602 vervoegt Hubrecht Balis, notaris te Dordrecht, zich samen met Adriaenken Adriaensdr., ongehuwde dochter van mr. Adriaen van Moesienbrouck, aan het sterfhuis van Hubrecht Zieren en zijn erfgenamen ab intestato, en heeft hen verboden de boedel van Hubrecht Zieren te “roeren” voor en aleer God beschikt heeft over Adriaenken Adriaensdr., die ziek in bed ligt.

ONA Dordrecht inv. 2, f. 6: op 8, 9 en 10 jan. 1602 heeft Hubrecht Balis, notaris te Dordrecht, zich op verzoek van Dierick Jansz., koopman van wollen lakens te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaen van Moesienbroeck, als erfgenaam van Adriaenken Adriaensdr., vervoegd achter aan de Vest in het sterfhuis en heeft daar inventaris gemaakt van de goederen, die zij nagelaten heeft, o.a. het huis en de hof daaraan liggende oostwaarts aan de Stadsvest, in welk huis Adriaenken is overleden.

ONA Dordrecht inv. 10, f. 1238: op 19 dec. 1612 belooft Jan Benninck, wonende te Mijnsheerenland, te betalen interest de penning 16 aan Evert Willemsz. Prins, voor zichzelf en vanwege zijn mede-erfgenamen van Jan Cornelisz. de Bofkens en aan mr. Adriaen van Meusienbrouck, voor zichzelf en vanwege zijn mede-erfgenamen van Adriaen van Meusienbrouck Govertsz., zodanig aandeel als hun toekomt in de penningen, die hij hun schuldig is wegens de koop van een hofstede van Claes Jansz. Vinck.

ONA Dordrecht inv. 11, f. 287v: op 4 mrt. 1614 verklaart Cornelis van Hemelsvelt, dat zijn neef mr. Adriaen van Moesienbrouck, voor hem opgenomen heeft een somma van 600 gl., waarvoor hij, Van Hemelsvelt, verbonden heeft zijn aandeel in de nalatenschap van wijlen Adriaen van Moesienbrouck Govertsz. en van Godefroij en Herman van Moesienbrouck, resp. zijn overgrootvader en oudooms, alsmede zijn landerijen in Oudenbosch.

f. 42v

De suster van den voorn. Meusienbrouck 18 ponden

Catharina Nieustadt 4 ponden

Wijnant Janssen cleermaker 1 pond

D’erffgenamen van Maria Paets 20 ponden

Bartholomeus Dammasz schipper 3 ponden

f. 43

Maria van Wesel weduwe van Bartholomeus Dircxs [van Beverwijck] 24 ponden

[Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, trouwde Maria van Wesel

ONA Dordrecht inv. 16, f. 105: op 27 aug. 1625 testeert Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij bevestigt het testament en het codicil, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris D. Eelbo, resp. op 24 jan. 1625 en 11 aug. 1625. Om haar oudste zoon doctor Johannes van Beverwijck en haar oudste dochter Dorothea van Beverwijck “in redelijckheijt te begrooten tegens de prelegaten die zij haere andere kinderen” in haar voorgaande testament en codicil heeft gemaakt, prelegateert zij aan hen een somma van 600 gl.

Kinderen:

a. dr. Johan van Beverwijck, zie hierboven f. 38)

b. Dominicus van Beverwijck

ONA Dordrecht inv. 16, f. 229: op 30 juni 1631 testeert Dominicus van Beverwijck, ongehuwde persoon, geboren te Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot erfgenaam zijn moeder Maria van Wesel, weduwe van Bartholomeus Dirksz. van Beverwijck, op voorwaarde, dat zij aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. zal uitkeren.

c. Dorothea van Beverwijck Bartholomeusdr., van Dordrecht (1624), trouwde NG Dordrecht 26 mei/11 juni 1624 Adriaen de Jonge Eeuwoutsz., weduwnaar van Hoorn (1624)]

Goossen van Versen [koopman] 16 ponden

[Goossen van Veerssen, geboren naar schatting ca. 1560, koopman, overleden ca. 1630, trouwde NN

ONA Dordrecht, inv. 55, f. 507: op 31 juli 1626 verleent Gooswijn van Verssen, koopman en burger van Dordrecht, als grootvader en voogd van de twee onmondige kinderen van Hendrick Hoefslager, koopman te Amsterdam, door hem verwekt aan Anna van Verssen, beiden overleden, procuratie aan Jacob van Beeck en Dirck van Wisselt, kooplieden en burgers van Amsterdam, om te vorderen hetgeen men de kinderen in Amsterdam of elders schuldig mag zijn.

Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 153v: op 30 juni 1631 gecollationeerd het testament van Goossen van Verssen, gepasseerd voor notaris J. Veekemans te Dordrecht op 29 aug. 1629, waarin hij tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen heeft benoemd Wouter de Gelder, zijn goede bekende.

Kinderen:

a. Anna Goossensdr. van Veerssen, geboren naar schatting ca. 1590, van Venlo wonende te Dordrecht (1612), trouwde Amsterdam 10 febr. 1612 (ondertrouw) Hendrick Hoefslager Korstiaensz., van Dordrecht wonende op de Nieuwezijds Achterburgwal te Amsterdam (1612)

Kinderen:

a-1. Gosuinus Hoefslager, jongman van Amsterdam wonende omtrent de Nieuwbrug (1643), weduwnaar van Amsterdam wonende te Dordrecht (1655), lid van de Oudraad van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 nov. 1690 (een maal luiden over Gosuinus Hoeffslager, oud-schepen, is in de Augustijnenkerk begraven), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mrt./14 april 1643 Maria de Wit,  jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1643), 2e  NG Amsterdam 11 mrt. 1655 (ondertrouw)  Agnes Schellinger, van Amsterdam wonende op de Koningsgracht (1655), trouwde 1e Abram van de Burgh

a-2. Emmerentia (Armgard) Hoefslager, geboren Amsterdam 13 jan. 1614, van Amsterdam wonende aan het Groothoofd te Dordrecht (1631), overleden Amsterdam 22 april 1673, trouwde NG Dordrecht 2/25 nov. 1631 Louis Trip, gedoopt NG Dordrecht 11 mei 1605, van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1631), burgemeester van Amsterdam, wapenhandelaar, bewindhebber van de VOC, stichter van het Trippenhuis te Amsterdam, begraven Amsterdam (Westerkerk) 20 juli 1684, zoon van Jacob Trip en Margareta de Geer (greetsgenealogie.nl)]

Louis Trip, door Ferdinand Bol

De weeskinderen van Houffslager, seggen betalen tot Amsterdam, moeten betalen 10 ponden

De weduwe van Wouter van Gouthoven met haer kinderen 22 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): getrouwd op 11 mei 1614 Waltherus van Gouthouven geassisteerd met Arent Woutersz. van Gouthouven zijn vader en Maria van Beaumont Cornelisdr. [sic: moet zijn Jansdr.] geassisteerd met Neeltgen Gheens haar moeder (register is beschadigd)]

Elisabeth Cornelis seijlmaeckster 3 ponden

f. 43v

Clara Wouters [Houwelinc] weduwe van Balten [Balthasar(Simonsz.)] Walen 7 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 3 febr. 1608: Balten Walen Simonsz. wijnkoper weduwnaar en Claerken Houwelinx Woutersdr., beiden van Dordrecht, getr. 24 febr. 1608]

Abraham Struijs [koopman] 15 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 44: op 17 mei 1616 verkoopt Henrick Brouwer, burger van Dordrecht, voor 4100 gl. aan Abraham Struijs, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Anthonisz. wijnkoper en dat van de weduwe van Wouter Cornelisz., met alle gerechtigheden en servituten, die Anthonis den Elinck tijdens zijn leven bezeten heeft. Waarborg: Jan Dircxsz. Verkerck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2900 gl.

ONA Dordrecht inv. 39, f. 388: op 22 febr. 1640 verleent Abraham Struijs, ” gaande voor politijcque Raed na Brasil”, procuratie aan Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, om te verkopen het huis, waarin hij, comparant, woont, staande in de buurt van het Groothoofd tussen het huis van Claes Crull en het huis “’t Ossenhooft”, en tevens om in ontvangst te nemen het maandelijkse tractement, dat hij bij de WIC als politieke raad zal verdienen.]

Thomas de With 10 ponden

Aert Janssen 2 ponden

De weduwe van Cornelis Struijs 8 ponden

f. 44

Willem van Burick wijncooper 32 ponden

Abraham Bijben [koopman] 36 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 42 e.v.: op 14 mei 1616 verkoopt Sijmon van der Stel, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Pouwels van Asperen, lid van de Hoge Raad, voor 6200 gl. aan Abraham Bijben, koopman van “bombasijden” en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “den IJseren Hoet”, staande tussen de erfgenamen van Arent Beijen en dat van Herman Christiaensz., met alle gerechtigheden en servituten zoals Matthijs van Nederhoven die tijdens zijn leven bezeten heeft. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4238 gl.

ORA Dordrecht inv. 1593 f. 119: op 11 dec. 1616 verklaren Abraham Bijben, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Thombech, dat zij “tot voldoeninge … van alsulcke somme van penningen”, als aan Jacob Romberch, Geertruijts voorzoon, bij haar verwekt door Pieter Romberch, haar eerste man zaliger, wegens zijn vaderlijk erfdeel toekomt, waarvan Abraham Bijben voor een deel het beheer heeft, verbonden te hebben een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Arent Beijen en dat van Herman Corstiaensz. hopkoper.

ONA Dordrecht inv. 26, f. 83: op 13 febr. 1621 verklaart Abraham Bijben, koopman en burger van Dordrecht, 45 jaar oud, op verzoek van Anthonij de Haplare, koopman te Dordrecht, dat hij, getuige, voor ongeveer drie jaar gehuurd heeft de kelder onder het achterdeel van het huis, genaamd ” den Keulsche Kraen”, toebehorende aan de kinderen van wijlen juffrouw. Backle, weduwe van Arent Beij.

ORA Dordrecht inv. 767, f. 18 e.v.: op 11 mei 1628 verkoopt Abraham Bijben, koopman te Dordrecht, aan Michiel Feltrum, achtraad van Dordrecht, een huis genaamd “den IJseren Hoet”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Willem van de Brouck en dat van Gerrit Vijerboom, strekkende voor van ’s herenstraat af tot achter aan de stadshaven. Waarborg: Jacob Ranbruch, voor zichzelf en procuratie hebbende van Henrick Bijben. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 3800 gl. Borgen: Sijmon van Beaumont Govertsz., burgemeester van Dordrecht en Evert Willemsz. Prins, wijnkoper en burger van Dordrecht. In margine: schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1640.]

Gillis van den Bossche 12 ponden

[10 jan. 1630: Gillis van den Bossche, burger van Dordrecht, verkoopt voor 2100 gl., waarvan 1200 gl. contant, aan dr. Johan van Beverwijck, oudraad van Dordrecht, een huis genaamd “Sint Eeuwout”, het “voorste huijs” bij het Groothoofd, staande tussen het huis van koper en het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. Waarborg: Diderich Heuft, koopman en burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 900 gl. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 10v)

6 okt. 1660: Elisabeth de Backere, weduwe van dr. Johan van Beverwijck, wonende te Werkendam, verleent procuratie aan haar “behuwt soone” Blasius van Haerlem de Jonge, om te verkopen een huis omtrent het Groothoofd, staande tegenover de Arijen Joppensteiger tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Michiel van Feltrum en dat van Anthonij de Vries brouwer. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 437 e.v.)]

Anthonij Jaspersz. Kint [koopman, handelaar in stenen kannen] 30 ponden

[Anthonij Jaspersz. Kindt, overleden kort voor 27 mei 1627, trouwde Sara Struijs Pietersdr.

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 237v: extract van het testament, dat Anthonij Jaspersz. Kindt heeft gepasseerd voor notaris H. van Naerden op 6 sept. 1616, waarin hij zijn vrouw Sara Struijs Pietersdr. heeft benoemd tot zijn erfgenaam. Gecollationeerd op 27 mei 1627.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 502: op 28 aug. 1634 comp. Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en handelaar in stenen kannen en burger van Dordrecht, en Sara Struijs Pietersdr., weduwe en erfgename van Anthonij Jaspersz. Kindt, koopman en handelaar in stenen kannen, “samen gedaen hebbende in compagnie”, de weduwe geassisteerd met haar voornoemde zwager. zij verklaren elk voor de helft getransporteerd te hebben aan hun neef Pieter Leijsten, koopman te Londen, alzulke penningen als Jan Koppens en Jasper Koppens, burgers van Duinkerken, aan hen schuldig zijn wegens leverantie van stenen kannen en glazen.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 36: op 29 febr. 1636 testeert Sara Struijs Pietersdr., weduwe van Anthonij Jaspersz. Kindt, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht 300 gl., aan haar nicht Elisabeth Leijsten, dochter van haar zuster Geertruijt Struijs 4000 gl. aan rentebrieven of obligaties, twee zilveren schalen, haar beste bed met toebehoren, de helft van al haar lijnwaat, gesneden en ongesneden, aan Sara Leijsten 4000 gl. en de helft van haar lijnwaat, twee zilveren schalen, en het volgende beste bed met toebehoren, aan haar neef Anthonij Leijsten 6000 gl., en een gouden potpenning, aan Geertruijt Leijsten 3000 gl., aan Agatha Leijsten 3000 gl. aan rentebrieven of obligaties, aan de vijf voornoemde kinderen [van haar zuster] al haar ongemunt en gemaakt goud en zilver, verguld zilverwerk, juwelen en kleinodiën, aan haar neef Adriaen Embrechts een “tapijt” deken, twee zilveren bierbekers, en een vergulde druifkop, aan Geertruijt Reijnaerts in Amsterdam 200 gl., aan Anthonij Jeremias 200 gl., aan Anthonij Kindt in Brussel 100 gl., aan Anthonij Verbrackel 100 gl., aan haar dienstmeid Marie een boratten rok met vier koorden, een zilveren onderriem met een meskoker en een zilveren ketting erin, en aan Adriaentgen Thomasdr. een zilveren sleutelriem en een van haar rokken. De testatrice wenst, dat, als een van de genoemde kinderen van haar zuster komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, al hetgeen zij aan hem of haar gelegateerd heeft zal komen op hun andere volle broer en zusters. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zuster Geertruijt Struijs of bij vooroverlijden haar kinderen. Tot voogd stelt zij aan de vader van de kinderen hun vader Pieter Jaspersz. Leijsten en hun moeder Geertruijt Struijs. ]

Pieter Jasperssen [Leijsten, koopman, handelaar in stenen kannen] 40 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 mei 1615: Pieter Leisten Jaspersz. jongman van Keulen en Geertruijd Struijs Pietersdr. van Dordrecht, getrouwd op 9 juni 1615

12 sept. 1625: vermeld wordt Pieter Jaspartsz. Lijsten, koopman te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 14, f. 387)

1 nov. 1653: Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Maria Pietersdr. een somma van 7000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, uitkomende op de haven, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Johan van Beverwijck en brouwerij “de Swaen”. (ORA Dordrecht inv. 1615, f. 62 e.v.)

27 jan. 1634: Abraham Struijs verkoopt voor 1600 gl. aan Pieter Jaspersz. Leijsten koopman drie naast elkaar staande  huisjes op de Gevolde Gracht.

1659: de curatoren van de desolate boedel van Pieter Jaspersz. van Leijsten transporteren aan Anthonij de Vries het huis “Londen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van dr. Johan van Beverwijck en het pakhuis “Sint Ewout” aan de ene zijde en de brouwerij [“den Beer”] van koper aan de andere zijde. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Walburch, febr. 1617

b. Elisabeth Leijsten, okt. 1619

c. Sara Leijsten, okt. 1620

d. Eva, dec. 1624

e. Anthoni Leijsten, mei 1628

f. Geertruid Leijsten, dec. 1629

g. Pieter, sept. 1631

h. Agata Leijsten, april 1633

i. Walbrecht, dec. 1636]

f. 44v

Eeuwout Schut brouwer met zijn vrouwen kinderen 20 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 10 juni 1618: Eewout Aertsz. Schut en Elske [Willemsdr.] van Liesvelt weduwe van Hendrick Franszen brouwer, beiden van Dordrecht, getrouwd 1 juli 1618

Eeuwout Aertsz. Schut (geboren 1580, overleden in of na 1651) was, vermoedelijk vanaf zijn huwelijk met Elske van Liesvelt, weduwe van brouwer Hendrick Franssen, brouwer in “den Beer” in de Wijnstraat, staande bij het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 366 e.v.)

– 1635: Eeuwout Aertsz. Schut draagt over aan Josijna Maes, weduwe van Bitter van Reydt, de halve muur tussen brouwerij “den Beer” en het huis “Groot Groene Poort”, thans genaamd “de Vergulden Ancker”.

In 1651 verkocht Schut de brouwerij aan Sijmon de Vries, brouwer in “het Hardt” en Anthonij de Vries. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 80)

7 febr. 1615: Eeuwoudt Schut brouwer verkoopt voor 11.450 gl.aan Sijmon de Vries, brouwer in “’t Hardt”, en Anthonij de Vries een huis, brouwerij en mouterij, genaamd “den Ouden Beer”, staande omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten aan de ene en dat van Hendrick van Reth (van Reit) aan de andere zijde. (Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 367)

ORA Dordrecht inv. 778: op 21 mrt. 1651 verkoopt Eeuwout Schut, brouwer te Dordrecht aan Sijmon Cornelisz. de Vries en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers te Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij, vanouds genaamd “den Ouden Beer”, staande in de Wijnstraat, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter op de haven, belend door het huis van Pieter Jaspersz. van Leijsten aan de ene zijde en dat van Hendrick van Reet aan de andere zijde. Waarborgen: Aert Eeuwoutsz. Schut, wijnkoper te Rotterdam en Arent Hendricxsz. Schouttet, wijnkoper te Dordrecht.]

Hans Michiels 3 ponden

Bitter van Ree [van Reijdt] 8 ponden

[Bitter van Reijt, geboren ca. 1577, jong gezel van Wesel wonende te Dordrecht (1605), trouwde NG Dordrecht 9 okt. 1605 (per schrijven van Rotterdam, 30 okt. 1605 bescheid gegeven naar Rotterdam) Josijnken Maes Henricksdr., van Turnhout, wonende te Rotterdam (1605)

ONA Dordrecht inv. 15, f. 107: op 10 mrt. 1612 leggen Evert Henddricxsz., ca. 53 jaar oud, en Bitter van Rijdt, ca. 35 jaar oud, wijnkopers en burgers van Dordrecht, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 28: op 13 mei 1621 verkopen Floris Pietersz. huistimmerman, als man van Marijcken Cornelisdr., Adriaen Lucasz. bakker, als man van Anneken Cornelisdr., Henrick Jansz. zwaardveger, als man van Cornelia Cornelisdr., en Cornelis Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende Geertruijt Cornelisdr. en Jacob Cornelisz., hun zuster en broer, allen kinderen van wijlen Cornelis Thielen, voor 3400 gl. aan Bitter van Rhee, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Groene Poort”, staande tussen het huis van Herman van de Wolde en dat van Euwout Schut, brouwer in “de Beer”. De koper is schuldig aan [naam niet vermeld] een somma van 1660 gl. Borg: Henrick Pietersz. Sterrenborch.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 24: op 7 mei 1649 verklaren Hendrick van Reet, Dionijs van der Poel, als man van Anna van Reet, en Geertruijt van Reet,”bejaerde ongehuwde dochter”, kinderen en erfgenamen van Josina Maes, weduwe van Bitter van Reet, dat zij de goederen, die hun moeder heeft nagelaten, onderling hebben verdeeld en dat daarbij aan Hendrick van Reet is toebedeeld een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Eeuwout Schut en dat van Arent Schouttete.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, sept. 1606

b. Geertruijdt van Reijt, okt. 1608

c. NN, dec. 1610

d. Johannes, juni 1612

e. Anna van Reijt, juli 1614, van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1640),trouwde NG Dordrecht 22 juli/6 aug. 1640 Dionijs van der Poel, van Dordrecht wonende op de Riedijk (1640) wijnkoper

f. Henrijck van Reijt, mrt. 1616, trouwde Maria van Riebeek]

De weduwe van Hermen van der Wolde 15 ponden

[Herman van de Wolden betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 21 ponden en 6 sch. (Stadsarchief Dordrecht inv. 3969, f. 59)]

De erffgenamen van Damis Barthoutsz van Zandeling, voor 2/3, de rest betaald tot Schiedam, moet betalen ’t regt 40 ponden]

f. 45

Johannes Bocardus 80 ponden

[Johannes Bocardus, geboren 1578, overleden 22 juni 1645, NG predikant achtereenvolgens te Kage (1608), Dordrecht (1609), Hendrik-Ido-Ambacht (1620) en Dubbeldam. Nadat hij te Hendrik-Ido-Ambacht werd beroepen, bleef hij in Dordrecht wonen. (internet: NNBW)

– 1 okt. 1633: Pieter Anthonisz., steenhouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 2370 gl. aan Johannes Bocardus, predikant [te Dubbeldam], een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en het huis van Augustijn Lesier, met nog een erfje, waarop een huisje staat, gelegen achter het voornoemde huis en het huis van Lesier, ten dele strekkende van het huis van de koper en ten dele aan het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten. De verkoper draagt tevens over aan de koper de eigendom van een gang tussen het huis van verkoper en het huis van Pieter Jaspersz., uitkomende in de Augustijnenkamp. (ORA Dordrecht inv. f. 116 e.v.)]

D’heer Pieter Brantwijck heere van Blocklant outraet 40 ponden

[Pieter Aertsz. Brantwijck betaalde in de verponding van 1620 voor zijn huis in de Wijnstraat 25 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr 3, inv. 3969, f. 59). In de verponding van 1626 wordt de naam van dit huis vermeld: Pieter Brantwijck heer van Blokland “inden Druijff”. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46)]

D’heer Pensionaris [Jacob] Cats 150 ponden

[De dichter/politicus/jurist Jacob Cats was pensionaris van Dordrecht van 1623 tot 1636, als opvolger van Johan Berck, die in 1622 als ambassadeur van de Republiek naar Venetië was vertrokken. Cats legde op 13 april 1623 in handen van de schout de eed af. Als pensionaris van Dordrecht ontving hij een jaartractement van 1600 ponden (= gulden), aanzienlijk meer dus dan de ongeveer 900 ponden, die hij als pensionaris van Middelburg had verdiend. (H. Smilde, Jacob Cats in Dordrecht. Leven en werken gedurende de jaren 1623-1636 [Groningen-Batavia, 1938], p. 11 en 13)

Hij bewoonde in 1626 een huis in de Wijnstraat, waarvoor hij in de verponding van dat jaar 56 ponden 13 sch. 6 d. betaalde. Belenders: de weduwe van Adriaen Augustijnsz. (10 ponden) en Pieter Slingerberch (30 ponden) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 46v). In 1633 huurde hij van een zekere Vervorst een huis in de Hoge Nieuwstraat, waarvoor hij in verponding 18 ponden betaalde. Belenders: de luitenant van de compagnie van de heer van Bleskensgraaf, die huurde van Gillis Stierman en kapitein Willem Willemsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 [verponding Dordrecht 1633], f . 42) Uit een akte in ORA Dordrecht blijkt, dat de eigenaar van het huis Andries Vervorst (of Van Vorst: zie f. 15) heette. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 122v, akte dd 9 nov. 1633.]

Jacob Cats

Cats bood in 1655 het stadsbestuur van Dordrecht een gesigneerd exemplaar van zijn verzameld werk aan. (SA Dordrecht, Archiefbibliotheek)

Pieter Slingerborgh, nihil habet 6 ponden [“15 ponden” en “werdt bevonden niet hooger quotiseert sijn als tegenVI [ponden]” doorgehaald]

Aert Stappers 2 ponden

[Aert Stappers koekenbakker (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 41: op 9 mei 1617 verkoopt Aert Mennesz. Veer, busmaker en burger van Dordrecht, [getrouwd met Deliana Rochusdr. Praem, dochter van Rochus Cornelisz. Praem en Aelken Cornelis], voor 2800 gl. aan Aert Stapperts, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, waar uithangt “de Stadt van Haerlem”, staande tussen het huis van Evert Henricxsz. wijnkoopman en de Schrijversstraat. Waarborgen: Rochus Praem Cornelisz. en Willem Bosschaert Lodewijcxsz., burgers van Dordrecht.]

De weduwe van Hermen Gruijser, is vertrocken 5 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 85: huwelijkse voorwaarden dd 10 juni 1624 tussen Herman Gruijsen, jongman, geassisteerd met Dirck Heufft, koopman en burger van Dordrecht en Geertruijt Manternach, jonge dochter, geassisteerd met haar oom Sebastiaen Manternach, haar grootmoeder Joanna de Neij, weduwe van Loijs de Geer, haar oom en voogd Elijas Trip en haar oom van moederszijde Bartholomeus Grouwels.]

Pieter Beijen 6 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 8 sept. 1624: Pieter Beijen Arentsz. wijnkoper jong gezel en Catharina Cops Jansdr. beiden van Dordrecht, zij wonende bij Herman Minnesanck [cf. f. 68 hieronder], getrouwd op 24 sept. 1624.

Pieter Beijen wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 46v

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 11v: op 17 jan. 1630 verkoopt Jacob Stoop, als curator van de boedel van wijlen Evert Henricxsz., voor 2600 gl. aan Pieter Beijen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Anthonij de Hooch, burgemeester van Gorinchem, en dat van Aert Stappaerts. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. Borg: Jaecques Levesque, burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 140, f. 289 e.v.: op 27 mei 1661 verklaart Johan van der Sprangh, kapitein van de nachtwacht te Haarlem, weduwnaar en erfgenaam van Susanna Beijen, dat hem met zijn zwagers en schoonzusters, kinderen en erfgenamen van wijlen Pieter Beijen, koopman te Dordrecht, aangekomen is 1/6 part in een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Kraan[steiger] tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten Vijleboort, in welk huis zijn schoonvader, Pieter Beijen, overleden is. De comparant is genegen zijn 1/6 part over te dragen aan zijn zwager, Aernout Beijen, koopman te Dordrecht, “omme alsoo t voorsz. huijs zoo veel mogelijcken is te houden … onder het geslacht van de voorn. Pieter Beijen za. volgens desselfs vvtterste wille ende begeerte”. Hij is voor zijn 1/6 part en het daartoe behorende huisje, dat uitkomt in de Schrijversstraat, door zijn zwager volledig betaald en voldaan.]

f. 45v

Jan Weller wijncooper 10 ponden

Willemina van Meusienbrouck en haer soon 25 ponden

[ORA Dordrecht, inv. 764, 39v e.v.: op 2 juni 1623 mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, als vader en voogd van zijn onmondige dochter, verkoopt voor 4036 gl. aan Willemina van Meusienbrouck, weduwe van Pieter Aelwijns, de helft van een huis [in de Wijnstraat], genaamd “den Blauwen Gevel”, staande aan de noordzijde tegenover de Costverlorenskraan, strekkende van voren tot achteren “bijden haeve muer, inde Nieuhaven”, tussen het huis genaamd “Duijsburch”, eertijds toegekomen hebbende aanschout Johan van Drenckwaert en het huis “den Grooten Davidt”, toebehorende aan Roedolff Francken, schepen in wette. De koopster, die geassisteerd wordt door haar zoon, mr. Cornelis Aelwijns, licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, verklaart schuldig te zijn aan mr. Geerard van Buijtenwech, een somma van 3033 gl.]

D’heer Roeloff Francken outraet 50 ponden

[Roelof Francken Dirksz., burgemeester, schepen van Dordrecht, vader van het Wees- en Leprooshuis ald., overleden 19 april 1643, trouwde NG Dordrecht 1590 Elisabeth van Weresteijn, overleden 13 dec. 1639

De zerk van Roelof Francken en Elisabeth van Werestein (foto: RA Dordrecht)

Roeloff Francken wijnkoper (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47]

Kinderen (o.a., volgorde onzeker, cf. ORA Dordrecht inv. 777, f. 145v e.v.)

a. Margreta Francken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1592, trouwde David van Bernage

b. Johannette Francken, trouwde Adriaen van Beaumont

c. Geertruijd Francken, trouwde Johan van Haerlem

d. Sebastiaen Francken, gedoopt NG Dordrecht 27 mei 1597, van Dordrecht, doctor in de rechten, wonende bij zijn vader (1626), raadsheer in het Hof van Holland, lid van de Confrerie Rijnse wijnkopers (1630), schepen van Dordrecht (1633,1637), trouwde NG Dordrecht 30 aug./22 sept. 1626 Jacomijna van Kasteren Jacopsdr., van Dordrecht, wonende bij haar moeder (1626)

Zeegezicht met het gezin van Sebastiaen Francken en Jacomijna van Casteren, op het strand van Scheveningen, door Pieter Codde

ORA Dordrecht inv. 10, f. 20: op 19 dec. 1625 benoemt de Oudraad van Dordrecht mr. Sebastiaen Francken tot klerk van de Thesaurie en tot administrateur van de penningen van de Oorlogszaken, in plaats van Arend Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, “also hij hem door sijnen hoogen ouderdom vande voors. functien was excuserende”, op voorwaarde, dat, zolang Francken de genoemde functies zal uitoefenen, hij niet gekwalificeerd zal zijn om tot lid van de Magistraat benoemd te worden.

ONA Dordrecht inv. 97, f. 61: op 18 aug. 1664 comp. Elisabeth Sebastiaensdr. Francken, weduwe van Philippus Deodatus en Roeloff Sebastiaensz. Francken, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van mr. Sebastiaen Francken, raad ordinairs in het Hof van Holland, mede erfgenamen van Elisabeth Fransdr., weduwe van Elisabeth Fransdr., weduwe van Jacob van Casteren, hun grootmoeder van moederszijde, die mede-erfgename is geweest van haar zoon Cornelis van Casteren. De comparanten verlenen procuratie aan hun broer mr. Jacob Sebastiaensz. Francken om voor hen te verkopen een aandeel in de WIC (Kamer Amsterdam), staande op naam van raadsheer mr. Sebastiaen Francken, Jacob Sebastiaensz., Lijsbeth Sebastiaensdr., Roelof Sebastians., de weduwe van Jacob van Casteren, en de erfgenamen van Cornelis van Casteren, alsmede een aandeel van 2200 gl. in de Kamer van de Mase te Dordrecht, staande op naam van Jacob Sebastiaensz. en een aandeel van 900 gl. in de Kamer van de Mase te Dordrecht, staande op naam van de erfgenamen van Cornelis van Casteren.

Kinderen (o.a.):

d-1. mr. Jacob Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1627

d-2. Elisabeth Francken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629, trouwde 1e 1654 ds. Philippus Deodatus (Diodati), 2e 1668 Thomas Rijckers

NG trouwboek Dordrecht 8 mrt. 1654: ds. Philippus Deodatus predikant in de Franse kerk te Leiden jongman van Géneve en Elisabeth Francken heer Sebastiaensdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage, procl. te Leiden en Den Haag, getr. Dordrecht 7 april 1654

NG trouwboek Dordrecht8 april 1668: Thomas Rijckers koopman jongman van Roeroort en Elysabeth Francken weduwe van ds. Philippus Diodati wonende bij de Gravenstraat, getrouwd op 1 mei 1668

ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren o.a.:

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar

– de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de “camer vant voorsz. Groothuijs” en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar

– een derde part in een woning met 7 1/2 morgen land, zowel boomgaard, tuin, als moesland, gelegen tussen de “Geest- ende Thollebregge” in het ambacht Voorburg bij ‘s-Gravenhage, naast de vaart van Delft naar Den Haag en de hofstede van de heer Lodesteijn. Met Dirck Francken is overeengekomen, dat hij de tuin en boomgaard met het eerste stuk land van [grootte niet vermeld] zal onderhouden en de vruchten daarvan zal verkopen, voor een periode van twee jaar, ingaande op St.Petri ad Cathedram 1677, mits hij daarvan zal genieten een somma van 235 gl. jaarlijks en een derde van de opbrengst der verkochte vruchten. Het moesland is in gedeelten verhuurd aan resp. Geerit Halverhout, Jan Leenderts en Leendert Quirincx

– een vogelkooi, bestaande uit tien pijpen met een kooihuis in de heerlijkheid Craeijesteijn onder Sliedrecht, door verscheidene personen aan Thomas Rijckers verpacht

– Roeloff Francken is aan de boedel schuldig een somma van 4333 gl. 4 st. 3 penn. “over verschene montcosten van hem ende sijn dienaer” en wegens gedane reparatie aan de huizen in Dordrecht en de woningen tuin te Voorburg.

NG trouwboek Dordrecht 17 mrt. 1680: Johan Diodati koopman jongman van Leiden en Aldegonda Trouwers jonge dochter van Middelburg wonende in de Nieuwstraat, procl. in de Franse kerk te Dordrecht en te ‘s-Gravenhage.

Drie kinderen van Sebastiaen Francken, door Jacob Gerritsz. Cuijp (1635) (vermoedelijk Cornelia, Elisabeth en Jacob Francken)

d-3. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633

d-4. Roelof Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1635

– 12 mei 1663: Roeloff Francken, jongman wonende te Dordrecht, maakt zijn testament. Hij benoemt tot erfgenaam zijn zuster Elisabeth Francke, weduwe van Philippe Deodatij, of bij vooroverlijden haar kinderen. Voorwaarde daarbij is, dat zijn zuster of haar kinderen ieder jaar aan zijn broer mr. Jacob Francken zal uitkeren een somma van 500 gl., alsmede een bedrag van 300 gl. jaarlijks voor een lijfrente. Als de kinderen van zijn zuster komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zullen de goederen, die zijn van hem zullen erven, komen aan zij erfgenamen ab intestato van vaders- en moederszijde. Hij legateert aan de armen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 300 gl. Tot voogden stelt hij aan zijn aangetrouwde oom Johan van Haerlem en zijn neef Jacob van Casteren, oud-president van ‘s-Hertogenbosch of bij vooroverlijden degenen, die zijn zuster als voogden over haar kinderen heeft benoemd. (ONA Dordrecht inv. 96, f. 360v)

– 8 aug. 1682: Roeloff Francken, burger van Dordrecht, zittende “aen een quaet been” op een stoel, testeert ten overstaan van notaris J. Melanen. Hij legateert aan zijn neef Philippus Diodathi het portret van zijn, testateurs broer, mr. Jacob Francken, met een schilderij van een zeestrandje, waarin testateurs ouders en familie staan afgebeeld, en een schilderijtje met “naeckte beeldekens” van Poelenburch [van Cornelis van Poelenburgh (1594-1667) zijn enkele landschappen met naakte figuren bekend, zie afbeelding hieronder]. Voorwaarde is dat Philippus hiervoor aan de na te laten boedel een somma van 500 gl. betaalt. Aan zijn neef Johan Diodathi legateert de testateur de portretten van zijn vader en moeder zaliger en van zijn grootvader Francken en grootmoeder Van Casteren, aan zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers legateert hij al zijn huislinnen, een kastje van cederhout en enkele gesneden Cupidootjes, aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 600 gl., aan het dochtertje van Johan Diodathi, genaamd Marija Elisabeth, wiens peetvader hij is, een pillegift van 200 gl., aan zijn zwager, kapitein Thomas Rijckers, zijn zakhorloge met een gouden “casse”, en aan Jenneken, de dienstmaagd van zijn hospita, juffrouw Van Braemen, een rouwkleed, met één van de bedden en een hoofdkussen en oorkussen, die zich bevindenop de tuin in Voorburg. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn neven mr. Philippus, Johan en Roeloff Diodathi en zijn nichten Jacobmina, Agatha en Anna Rijckers, de nagelaten kinderen van zijn overleden zuster Elisabeth Francken, elk van hen in een zesde deel, op voorwaarde evenwel, dat Roeloff Francken van zijn erfdeel alleen het vruchtgebruik zal mogen genieten, waarvan de eigendom na diens overlijden zal toekomen aan zijn eventuele kinderen of bij ontbreken daarvan aan de overige erfgenamen van de testateur. Voorwaarde is ook, dat Johan Diodathi uit het erfdeel van Roeloff Diodathi na het overlijden van de testateur een somma van 3000 gl. zal ontvangen. Tot voogden benoemt hij Johan Diodathi en Thomas Rijckers. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 52)

Cornelis van Poelenburgh, Landschap met Diana en Callisto

– 7 okt. 1685: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Roeloff Francken, overleden te Dordrecht. Tot de boedel behoren o.a.:

– een hofstede of woning “ende huijs van plaisance”, met ongeveer 8 morgen tuin, boomgaard en warmoesland, gelegen in het ambacht Voorburg op de Burcht omtrent ‘s-Gravenhage aan de Delftse Vaart. De tuin en de boomgaard heeft Roeloff Francken door Dirck Francken tuinman “als bedrijff selfs doen cultiveren”. Het warmoesland is verpacht.

– een schepenenschuldbrief van 300 gl., die is verleden door Wijnant Jansz. van Houten kleermaker en is verzekerd op een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Kraan en het huis van de weduwe van Hendrick Rietbeeck

– een landschap van Jan van Goijen

– een groot schilderij “van den Moorman” [of Meerman?] door Aelbrecht [Albert] Cuijp

– schilderij van Albert Cuijp, zijnde een landschap met een sater en een vluchtende nimf

– een landschap van Jan van Goijen

– een stukje met naakte “beeldekens”van N. Poelenburch met een rood zijden gordijntje ervoor.

(ONA Dordrecht)

d-4. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636]

T’weeskind van Roelant Eeckholt 20 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 8v e.v., akte dd 20 febr. 1621: vermeld worden Anthonij la Place, koopman te Dordrecht, Roelant Eeckholt, getrouwd met Cornelia Beijen, Jaecques Levesque, getrouw met Janneken Beijen, beiden erfgenamen van Aernt Beijen.

NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1621(ondertrouw): Roelant Eeckhout wijnkoper weduwnaar van Warmoeskercken wonende te Dordrecht en Maria van der Hagen van Keulen weduwe van Aert Theunisz. van Gameren hopkoper.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 75 e.v.: op 8 nov. 1624 verklaart Huijbrecht Roosboom, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Christiaen van de Graeff op 7 nov. 1624, schuldig te zijn aan Susanna Eeckholt, nagelaten weeskind van Roelant Eeckholt, een bedrag van 543 gl. 12 st. wegens de leverantie van wijnen, voor de aflossing daarvan verbindende een huis in het opgaan van de Boom, staande tussen het huis van Sijmon Warnier zilversmid en dat van Bartholomeus Reijniers.]

D’erffgenamen van de weduwe van Hendrick Wouters cleermaker 5 ponden

Evert Henricxs[wijnkuiper] 12 ponden

f. 46

Lodewijck van der Stel 8 ponden

Noch een soon van Sijmon van der Stel, is in Oost Indien, te maenen Le Res als voocht 7 ponden

Thomas Teller [brouwer] 25 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1595, f. 67: op 22 aug. 1618 verkoopt Janneken Claesdr., ongehuwde persoon, geassisteerd met haar oom Jan Segersz., voor 900 gl. aan Thomas Teller en Carel Bordels een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Grietken Pietersdr. en het huis van de weduwe van Jan Philipsz.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 85 e.v.: Thomas Taijller, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt op 6 jan. 1625 aan Hans Vaens, bakker en burger van Dordrecht, een huis met de mouterij daartoe behorende, staande in de Schrijversstraat tussen de “looge” van het huis van Slingerburch en de poort van de erfgenamen van wijlen Willem van Drenckwaert. Waarborgen: Pieter Slingerburch wijnkoper en Jan Tailler zilversmid, beiden burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig een bedrag van 3000 gl. Borg: Cornelis Evertsz., koopman en burger van Dordrecht. Op 24 nov. 1628 verklaart Elijsabeth Cornelisdr., weduwe van Hans Vaens, dat de schuld volledig is voldaan.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 85v e.v.: op 6 jan. 1625 verklaren Thomas Teller en Pieter Slingerburch, burgers van Dordrecht, dat zij van Lidewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Diter Jansz., voor de ene helft en van Franchoijs van Hoochstraeten, voor zichzelf en procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelisz. van Hoogewegen, voor 1/5 part, Meijnsken Philipsdr., Willem Philipsz. Molen en zich sterk makende voor Lijntken Willemsdr., weduwe van Damis Philipsz. en nog procuratie hebbende van Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, voor 1/5 part,Pieter Aelbrechtsz. en voornoemde Willem Molen, Meijnsken Philipsdr. en Lijntken Willemsdr., samen voor 1/5 part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor 1/5 part enOtto Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Cornelia Molen, voor 1/5 part in de andere helft, gekocht hebben en op naam van Thomas Teller op 18 dec. 1608 hebben laten transporteren een huis en mouterij met drie huisjes daarachter staande, eertijds toebehoord hebbende aan Cornelis Moelen, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat, welk huisetc. zij sindsdien in gemeenschappelijke eigendom gehad hebben. Zij zijn overeengekomen, dat aan Pieter van Slingerburch wordt toebedeeld het huis in de Wijnstraat tot aan de gevel van de mouterij en aan Teller de mouterij met alle toebehoren en de drie huisjes daarachter, op voorwaarde, dat Slingerburch aan Teller een somma van 950 gl. zal uitkeren.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 40 e.v: op 2 aug. 1630 verkopen Johan Tailler Thomasz. en Johan Tailler Jansz., als executeurs-testamentair van Thomas Tailler, brouwer en burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Gerrit Fransz., burger van Dordrecht, een vrije visstal op de Grote Vismarkt.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 314: op 5 dec. 1647 verkoopt Adriaen de Wit, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Thomas Tailler en zijn vrouw Maria van Noord, voor 1050 gl. aan Hendrick Luijcasz., trompetter op de toren van het stadhuis van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Joris Hendricxsz. Tavernier en dat van Jan Fransz. Facxman schipper.]

Franchoijs van Casteren 21 ponden

[Francois van Casteren, geboren ca. 1569, koopman, trouwde Cleijsken Hendriksdr. van der Eijck

Franchois van Casteren kocht in 1619 het huis “Beverenburch” van de erfgenamen van Barbara de Baliochij, weduwe van Pieter van Beeck, ambachtsheer van Cromstrijen. Na het overlijden van Van Casteren, [in 1635] …, werd zijn weduwe, Cleysken Hendricksdr., eigenaresse van “Beverenburch” (tot 1643). (Oud-Dordrecht 2007, nr. 3, p. 14-15)]

Het huis “Beverenburch” in de Wijnstraat (middelste huis). (foto: wikipedia)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 417: op 25 april 1626 verklaart Francois van Casteren, burger van Dordrecht, dat Hendrick Schalcxen van jongs af aan ongeveer “ses ’t halff ” jaar op zijn volmolen in Beijerland, eerst als knecht en later als meester-knecht heeft gewerkt.

ONA Dordrecht inv. 55, f. 621: op 24 dec. 1626 verklaren Francois van Casteren, 57 jaar oud, en Wernaert Ariensz. van Huttenis, 47 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Jan Govertsz. van Blaerten, wonende bij Eindhoven, dat Bartholomeus Peetersz. en Jenneken Peetersdr., broer en zuster, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen zijn van Peeter Serves. en Bartholomea van Amerongen en beiden zijn geboren in ‘s-Hertogenbosch.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 609v: op 31 jan. 1635 testeren Francois van Casteren en zijn vrouw Cleijsgen Hendricxdr., burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een somma van 50 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, zolang die niet gaat hertrouwen. Voorwaarde daarbij is, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als de kinderen gaan trouwen, moet de langstlevende hun dan een uitzet geven en een bedrag van 1200 gl. uitkeren, zoals ook hun overleden zoon van hen heeft gekregen. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij t.b.v. hun kinderen afstand doen van de helft van hun gemeenschappelijke boedel. Tot voogden benoemen zij de langstlevende, Hendrick van Casteren, zijn in ‘s-Hertogenbosch wonende broer, alsmede mr. Cornelis van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en mr. Sebastiaen Francken, schepen in wette van Dordrecht, hun resp. neven.

ONA Dordrecht inv. 80, f. 293: op 21 aug. 1636 verklaren Adriana en Maria van Casteren, meerderjarige ongehuwde personen, dochters van wijlen Francois van Casteren, dat Samuel Mercelisz. Berckenbosch schadeloos houden van een borgtocht, die zij op 30 juli 1636 hebben gepresteerd voor hun moeder Cleijsken van der Eijck, voor de “waernisse ende alle naermaninge”, van een huis met een kaatsbaan erachter, staande in de Tolbrugstraat Landzijde tussen het huis van hun moeder en dat van Teunis Jansz Stoel, welk huis en kaatsbaan door Berckenbosch op genoemde datum is overgedragen aan de tollenaar Johan de Witt Jansz. krachtens een procuratie gepasseerd door hun moeder op 10 juli 1636.

ONA Dordrecht inv. 81, f. 60: op 20 juni 1637 verlenen Cleijsken van Eijck Henricxdr., weduwe van Francois van Casteren, en Adriana en Maria van Casteren, voor zichzelf en tevens vervangende hun minderjarige dochter resp. zuster Alidt Fransdr., en Bastiaen Francken als voogd van hun minderjarige zuster, procuratie aan Jacob Herweijer, wonende onder Beijerland, om voor schout en gerecht van Nieuw-Beijerland te transporteren aan Herman Thielmansz. t.b.v. mer Johan Lemmens een hofstede met 25 morgen en ettelijke roeden land, staande en gelegen in Nieuw-Beijerland, hun aangekomen bij overlijden van Maria Backx.

Kinderen:

a. Adriana van Casteren, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1649),  trouwde NG Dordrecht 17 okt./2 nov. 1649 Cornelis Evertsz. van Eijssel, weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Tolbrug (1628), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Pelserburg (1649), koopman, trouwde 2e (?) NG Dordrecht 2/16 juli 1628 Jenneken Jansdr. van Aertrijck, jonge dochter van Breda wonende bij de Vuilpoort tegenover “het Klaverblad” (1628)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 119: op 24 juni 1626 testeert Jenneken Jansdr. van Eertrijck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenaam haar moeder Josijna Hagens of bij vooroverlijden haar kinderen, op voorwaarde, dat zij aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. zal uitkeren, aan het weeshuis te Dordrecht 50 gl. en aan haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde onder hen allen eveneens 50 gl.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 368: op 14 dec. 1651 testeert Adriana van Casteren [Francoisdr.], de vrouw van Cornelis Evertsz. van Eijssel. Zij legateert aan haar man een parelsnoer. Als zij geen kinderen zal nalaten of als haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, benoemt zij tot erfgename de dochter van haar zuster, Anna Maria de Namur, en als die komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten al haar goederen vererven aan de nakomelingen van haar oom wijlen mr. Jacob van der Eijck voor de helft en aan haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde voor de andere helft. Die laatsten zullen gehouden zijn aan haar man of aan zijn nakomelingen een somma van 1000 gl. uit te reiken en aan het kind van Willem van de Roer en Catharina van der Eijck, haar nicht, genaamd Jacob van de Roer een bedrag van 100 gl. Tot voogden benoemt de testatrice haar man Cornelis Evertsz. van Eijssel en haar neef Jacob van Casteren, wonende te ‘s-Hertogenbosch.

b. Maria van Casteren, trouwde Jehan de Namur

c. Alidt van Casteren, geboren ca. 1615]

D’heer Willem van Beveren outburgemeester 70 ponden

Mr. Johan van de Graeff [Franse schoolmeester, in het huis “De Drie Coningen”] 4 ponden

[14 mrt. 1612: Sijmon Muijs, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Cornelis Thonisz., kuiper en burger van Dordrecht, een huisje op de Nieuwe Haven, staande achter het huis genaamd “de Drie Coningen” [in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug], toebehorende aan Sijmon Muijs, tussen het erf van Willem van Beveren en dat van Pauwels Weijts. Het huisje en erf zijn 45 stadsvoeten en 8 1/2 duim lang, elke voet is 12 duimen lang. Waarborgen: dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland en Jan de Vries. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.. te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl. Borg: Sijmon Cornelisz. van Gesel, oudraad in wette van Dordrecht voor de ene helft en Pieter Jansz. houthaker voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 24v)

Johan van de Graeff hield school te Dordrecht van 1605 tot 1643, aanvankelijk op de Groenmarkt (in “de Twijnmolen”) en later in de Wijnstraat (in “de Drie Coningen” tegenover de Nieuwbrug). “In het laatstgenoemde pand huisvestte hij ook tientallen kostleerlingen.” (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena. 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), [Dordrecht 2003], p. 162)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 190: op 3 okt. 1629 verklaart Jan van de Graeff, Franse schoolmeester te Dordrecht, dat hij in het testament, dat hij samen met zijn vrouw Madalena Salomonsdr. Waterijck heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 25 juni 1613 door haar is benoemd tot haar universele erfgenaam, met de verplichting om hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, hen dan “uit te zetten” en hun daarenboven onder hen allen een somma van 300 gl. uit te reiken. Hij legateert aan zijn kinderen als zij gaan trouwen een somma van 300 gl.

13 nov. 1643: Mr. Johan van der Graeff, “fransois schoolmeester”, verkoopt aan Damas Verlou, koopman, een achterhuis “ofte spijcker”, met het daarbij horende erf, strekkende van “den Egh af van het coockhuijs” van het huis van verkoper, vanouds genaamd “De Drije Coningen” [aan de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug. Achter gaat het erf door tot het erf van het huis van Cornelis Theunisz. kuiper en dan voorts met een vrije gang tot op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] toe. (Oud-Dordrecht 2010, nr. 3, p. 92, noot 1)]

f. 45v

De weduwe van Pauwels Weijts, nihil habet 2 ponden

[Pauwels Weyts de Oude, kunstschilder, geboren te Brugge, overleden te Dordrecht in 1618, zoon van Franchoys Weyts en NN, kwam in 1585 als weduwnaar met vier kinderen naar Dordrecht, trouwde 2e NG Dordrecht 14/28 april 1585 Truycken Cornelis Mertensdr., van Antwerpen (Geertruyd Cornelisdr. van Davendonck), geboren ca. 1567, overleden vóór dec. 1631. Hij trad in 1588 toe tot het St. Lucasgilde, waarvan hij later meermalen deken of boekhouder was. Hij woonde in het huis “de Vier Winden” in de Wijnstraat tegenover herberg “de Pauw”, later in “de Clock” tegenover de Nieuwbrug, terwijl hij het eerste huis verhuurde aan Pieter de Vos. “Veel schilderwerk is van Pouwels Weyts niet bekend.” (Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel IV, kolom 1449-1450). NNBW vermeldt ten onrechte, dat het schilderij, voorstellende een zitting vande Nationale Synode, uit 1621, van de hand van Pauwels Weijts de Oude is. Dit is onmogelijk, daar hij reeds in 1618 overleed. Het werk is waarschijnlijk geschilderd door zijn zoon Pauwels Weijts de Jonge, die daarvoor van het stadsbestuur van Dordrecht 84 ponden ontving.

ONA Dordrecht inv. 11, f. 213v: op 12 nov. 1613 verklaren Pauwels Weijts en Jan Tzeerarts, beiden schilders wonende te Dordrecht,, op verzoek van Jacob Antheunisz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij in zijn huis gezien hebben drie schilderijen, t.w. twee “Jeronimussen” [St. Hiëronymus, een van de kerkvaders van het Christendom, overleden in 420] en een “Mariabeeldt”, waarvan zij menen, dat die samen 118 gl. waard zijn, nl. de ene “Jeronimus” 60 gl., de andere 50 gl. en het “Mariabeeldt” 8 gl.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 296 e.v.: op 21 sept. 1618 testeren Pouwels Weijts schilder en zijn vrouw Geertruijt Cornelisdr., hij ziek en zij gezond. Zij legateren aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht 6 gl. Als hij de eerststervende is, legateert hij aan zijn vrouw het huis, waarin zij wonen, staandevoor de Nieuwbrug, waar uithangt “de Vier Winden”, belend door het huis van Jan Brouwer aan de ene zijde en het huis “de Drie Coningen” aan de andere zijde en voorts al het goud en zilver, gemunt en ongemunt, al haar kleren enlijfsieraden. Al zijn overige na telaten goederen zullen voor de ene helft toekomen aan zijn vrouw en voor de andere helft aan zijn voor- en nakinderen, op grond van het feit, dat “alle de goederen in haeren testateuren gemeijnen boedel jegenwoordich zijnde van haer testatrice zijde zijn gecomen en weijnige ofte egeenen conquesten staende haerlieden beijde houwelijk gevallen zijn” en om andere redenen hem, testateur, moverende. Voorwaarde is evenwel, dat de testatrice hun gezamenlijke kinderen zal alimenteren tot hun mondigheid of huwelijk. Als zij de eerstoverlijdende is, legateert zij aan haar kinderen al haar kleren en lijfsieraden en aan haar man het vruchtgebruik van al haar overige na te laten goederen, tot hij gaat hertrouwen of anders tot zijn overlijden, mits hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Na het overlijden van de testateur zullen hun kinderen hetvoornoemde huis krijgen en al het goud en zilver. In al haar overige na te laten goederen benoemt de testatrice tot erfgenamen hun gezamenlijke kinderen voor de ene helft en Jacobmijna Weijts, voordochter van de testateur, voor de andere helft. Zij benoemen elkaar tot voogd. Getuigen: Nicolaes Antora van Antwerpen, schilder en Daniël Paulij, inwoner van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 615v: op 3 aug. 1620 verkoopt Guillaume van den Berghe, waard in “St. Joris”, aan Geertruij van Davendonck, weduwe van Pauwels Weijts, de helft van een muur, staande tussen tussen het huis “St. Joris” en het huis “de Vier Winden”, welk laatstgenoemde huis toebehoort aan Geertruij van Davendonck.

ONA Dordrecht inv. 13, f. 1v: verklaring dd 4 jan. 1621 door Geertruijt van Davendonck, weduwe van Pauwels Weijts, 54 jaar oud, wonende in het achterhuis van “de Vier Winden” bij de Nieuwbrug, Hendrick Claesz. zijdenlakenkoper, 33 jaar oud, wonende in het huis “de Vier Winden”, en Hendrick Matthijsz. klapperman, 40 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van Aelbrecht de Vrede, kleermakersknecht te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 104: op 8 aug. 1625 testeert Geertruij van Davendonck, weduwe van Paulus Weijts de oude. Zij wenst, dat haar na te laten goederen na haar dood verdeeld worden onder haar kinderen en kindskinderen ab intestato.

ORA Dordrecht inv. 766, f. 67 e.v.: op 14 jan. 1627 verklaart Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts de Oude, dat “vermogens zekere appostille gestelt in margine van zekere requeste bij haer comparante aende Camere Justitie[e]l deser Stede gepresenteert”, gedateerd 7 jan. 1627, in het Weeshuis van Dordrecht opgenomen zijn twee kinderen, genaamd Geertruijt en Catalina Jansdr., dochters van wijlen Catalina Weijts en kleinkinderen van de comparante. Zij is aan hetWeeshuis schuldig een bedrag van 300 gl. wegens de alimentatie van de kinderen door de vaders van het Weeshuis, welke 300 gl. na het overlijden van de comparante voldaan zullen worden uit haar “gereetste” na te laten goederen, “tsij de voorsz. kinderen tot haer comparantes sterfdach in levenden lijve zijn dan niet”. Als onderpand verbindt zij haar huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis “Sint Joris” en het huis “de Drije Coningen”.

ORA Dordrecht inv. 769, f. 53: op 22 juli 1632 verkoopt Blasius van Haerlem, als gemachtigde van de Weesmeesters van Dordrecht, aan Pieter Vos, kramer en burger van Dordrecht, een huis, dat toebehoort aan de erfgenamen van Geertruijt van Bavendoncq [sic], weduwe van Pauwels Weijts, staandetegenover de Nieuwbrug tussen het huis van mr. Johan van de Graeff en het huis “Sint Joris”.

Kinderen:

Ex 1:

a. Jacobmijntgen Weijts, trouwde Pieter Dauxi, kousenmaker te Brugge

ONA Dordrecht inv. 12, f. 339v e.v.: op 27 nov. 1618 verklaart Pieter Daux, kousenmaker te Brugge, als man van Jacobmijntgen Weijts, dat hij volkomen betaald en voldaan is door Gertruijt Cornelisdr. van Davendonck, weduwe van Pouwels Weijts, zijn schoonvader zaliger, van hetgeen zijn vrouw geërfd heeft van Pouwels Weijts en diens eerste vrouw, haar vader en moeder zaliger. Getuigen: Joos Jansz., kleermaker en burger van Dordrecht en Herman Meijnertsz., schilder van Hoorn, wonende te Dordrecht.

Ex 2:

b. Pouwels Weijts, schilder wonende te Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 18 nov. 1618 (ondertrouw; door schrijven van Delft) Fijken Jansdr., jonge dochter, wonende te Delft (1618)

c. Gerrart Weijts (vermeld ONA Dordrecht inv. 11, f. 655v)

d. Catalina Weijts]

Guilliam van de Berch [in het huis “Sint Joris”] 9 ponden

[ONA Dordrecht inv. 12, f. 526: op 7 jan. 1620 verkoopt Maria van Wels, weduwe van Johan Brouwer, gecommitteerde raad in het Collegie ter Admiraliteit te Rotterdam, voor 8000 gl. aan Guillam van den Berghe, wonende te Schoonhoven, een huis tegovenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Pauwels Weijts, genaamd “de Vier Winden”, en het huis van Hans Gevaerts de jonge.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 70: op 29 april  1623 testeren Guilliaume van den Berch, waard in “St. Joris”, en Marijken Adriaensdr. van Rutevelt, hij ziek, zij gezond. Zij herroepen het testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris G. Fockestar [plaats niet vermeld] op 4 okt. 1617. De testateur verklaart, dat hij zijn voorzoons Andries Willemsz. en Adriaen Willemsz. en zijn voordochter Jacomina Willemsdr. “meer als ten vollen” voldaan heeft van hun moederlijke goederen, alsmede aanzienlijke kosten heeft gehad om hen tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden en “eerlijck vuijt te setten”. Hij wenst, dat die kosten in mindering gebracht worden aan hun vaderlijke goederen. Hij legateert aan  Adriaen Willemsz. en de kinderen van Andries Willemsz. en die van Jacomina Willemsdr. elk 200 gl. of samen 600 gl. Tot erfgenamen benoemt hij de kinderen, door hem verwekt bij Marijken Adriaensdr., zijn huidige echtgenote, genaamd Adriana, Geraert, Maria, Willemina, Adriaen, Aleijd en Cornelis. Zijn vrouw zal van de goederen, die zij komen te erven haar leven lang het vruchtgebruik hebben, op voorwaarde, dat zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. De testatrice benoemt tot erfgenaam haar man Guilliaume van den Berch, op voorwaarde, dat hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan zal uitkeren een bedrag van 200 gl. “boven een eerlijcke vuijtsettinge”. Als voogd over hun minderjarige erfgenamen stellen zij aan de langstlevende van hen beiden.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 256: huwelijkse voorwaarden dd 1 april 1632 tussen Willem Jansz. Wens, geassisteerd met Cornelis Wens, zijn zoon, en Maria Adriaensdr. van Rutevelt, weduwe van Guilliam van de Berghem geassisteerd met Simon Pouwelsz. van Granaten.]

T weeskint van Cornelis van Casteren 20 ponden

Jan Franssen cleermaker 3 ponden

Pieter de Witt vuijten achte 20 ponden

[Pieter de With in Allemaengien (Stadsarchief Dordrecht nr.3, inv. 3970 [verponding Dordrecht 1626], f. 47v]

Thomas Turquet [Trucquet] taeffelhouder, betaelt tot Schoonhoven 100 ponden

[ORA Dordrecht inv. 749, f. 46v e.v.: op 13 juli 1607 verkopen Aernt Maertensz., ambachtsheer van Schobbelantsambacht en Jan Govertsz. van de Haghe aan Gabriël Vernat en Thomas Truket, tafelhouders van de Bank van Lening te Dordrecht, de helft van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] vóór de Nieuwbrug, waar tegenwoordig de Lombard of “Taeffele van Leening” gehouden wordt, staande tussen het huis van Wouter van Craeijesteijn, heer van Wulven en het huis genaamd “Allemangie”, waarvan de wederhelft toebehoort aan Casper Beeck wijnkoopman en dat verkopers gekocht hebben bij decreet van de stad Dordrecht. Thomas Truket voor zichzelf , Jan Boonbrouwer en Jan Govertsz. van Beaumont als procuratie hebbende van Gabriël Vernat, tafelhouder te Dordrecht, zijn schuldig aan Aernt Maertensz. een bedrag van 2900 gl. Op 26 nov. 1613 toont Thomas Turcquet( sic) aan, dat de schuld volledig is voldaan en wordt de schuldbrief geroyeerd.

Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 52v: Thomas Turquet tafelhouder – 35 ponden, vijf dienstboden van Thomas Trucquet – 5 ponden, 7 aug. 1625 ontvangen voor 5 knechten van Thomas Trucquet – 5 ponden.

In de huizen Roodenburch en ’t Schaeck – in 1594 samengevoegd tot één huis (thans Wijnstraat 153) – was sinds datzelfde jaar een Bank van Lening (“Lombert”) gevestigd. Thomas Turcquet was daar sinds ca. 1607 “tafelhouder”. In 1617 kreeg hij (samen met Gabriël Vernat) van het stadsbestuur voor 4800 ponden het octrooi van de lommerd, dat na 1619 zou worden verlengd tot 1639. Het gebouw (waar thans het pand Wijnstraat 129/131 staat) brandde in 1879 af. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 36-37; C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 48).

Thomas Trucquet  tafelhouder wordt in 1621 vermeld als eigenaar van graf nr. 81 in de Augustijnenkerk te Dordrecht. Zijn niet met naam en toenaam aangeduide vrouw werd daarin begraven op 1 jan. 1623 en hijzelf in okt. 1626. (Nelemans, o.c., p. 68)

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 102v: op 3 sept. 1627 comp. Philibert Vernat, ridder, voor zichzelf, Barneij Reijms, als man van Anna Vernat, voor zichzelf, jonkheer Gabriel Vernat en Pieter Vernat, voor zichzelf, Johan en Jacob van Cranenborch, die samen met Philibert Vernat en Barneij Reijms executeurs-testamentair zijn van Gabriel Vernat, die in zijn leven gewoond heeft te Delft, en tevens als voogden van de onmondige kinderen van Gabriel Vernat, allen kinderen en erfgenamen van Gabriel Vernat. De comparanten verklaren, dat “sij … inde qualiteijt als vooren tegenwoordich waren ende voor desen geweest hadden in … compagnie inde taeffele van leeninge [te Dordrecht] … met Thomas Turcquet zaliger ende nu met sijnne erfgenamen ende niet vorder haer geraden vinden omme inde gemeenschap vandien mette erfgenamen vande voorn. Turcquet te continueren”. Zij zijn derhalve overeengekomen met Sara Turcquet, dochter en enige erfgename van Thomas Turcquet, geassisteerd met Jasper Baron als haar “gekoren” voogd en als moeder en voogdes van Maria, Johannes, Thomas en Nicolaes van Mercken, haar kinderen, bij haar verwekt door Nicolaes van Mercken, die inmiddels overleden is, ten behoeve van die kinderen, dat zij behouden zal de helft van een huis omtrent de Nieuwbrug in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van oud-burgemeester Wouter van Craeijesteijn en het huis ” Cleijn Aelmaengien”. De comparanten verklaren eveneens, dat zij met Sara Turquet, de weduwe Van Mercken, overeengekomen zij, dat zij alleen behouden zal de inkomsten van de Tafel van Lening, zoals Vervat en Turquet die in bezit gehad hebben volgens octrooi aan hen verleend door het bestuur van de stad Dordrecht op 10 nov. 1617. Voorwaarde daarbij is, dat zij te haren laste zal nemen alle kosten en schaden “tsij bij forme van panden die niet wel beleent waren”, als gevolg van brand, de kosten aan de ” cassiers dienaars” en alle overige kosten.]

De weduwe van Jacob van Casteren 40 ponden

D’heer dr. Michiel van Craeijsteijn schepen 50 ponden

[Zoon van Wouter van Oudshoorn, heer van Craeijesteijn en Wulven (Wouter van Craeijesteijn), burgemeester van Dordrecht en Lidia van Beveren Michielsdr. Michiel erfde bij het overlijden van zijn vader in 1624 het huis “Henegouwen” in de Wijnstraat, op de hoek van de Gravenstraat. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 2, p. 38-39)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 97: op 10 juni 1625 testeert Michiel van Craijesteijn, heer van Craijesteijn. Hij wenst, dat zijn goederen, zowel lenen als allodiale goederen, [na zijn dood] verdeeld zullen worden onder zijn zusters en hun kinderen, mits dat de portie, die zal komen aan het kind van zijn zuster Diliana van Craijesteijn, bij haar verwekt door zijn zwager Laurens van Landschodt, genaamd Wouter van Landschodt,  na zijn overlijden zonder kinderen na te laten zal vereven op zijn, testateurs, overige zusters of hun kinderen. Hij legateert aan zijn zuster Adriana van Craijesteijn of bij vooroverlijden haar kinderen de beide heerlijkheden Craijesteijn, het ene gelegen in Sliedrecht en het ander in Bergambacht onder Schoonhoven, hem verleend bij octrooi van de Staten van Holland op 25 mrt. 1625 en het Hof van Utrecht op 10 mei 1625. Hij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 800 gl. ,aan zijn dienstmaagd Meijntgen Winten, als die nog bij hem woont, 100 gl. en aan zijn knecht Johannes de Milij 50 gl. en een behoorlijk rouwkleed. Tot executeurs van zijn testament benoemt hij zijn zwagers Bartholomeus van Segwaert, Jan van Landschodt en Andries Boccaert [getrouwd met Machtelt van Craeijesteijn].

NG trouwboek Dordrecht 30 mei 1621: Andries Bocard koopman wonende te Middelburg en Machteldis van Crayesteijn dochter van Wouter heer van Wulven en Craeyesteijn van Dordrecht, procl. te Middelburg, getrouwd op 22 juni 1621]

D’heer mr. Bartholomeus van Segwaert outraet 19 ponden

[Bartholomeus van Segwaert, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1613 Adriana van Craeijesteijn

f. 47

Op de Nieu Haven aende Tollebrugstraet [Waterzijde] beginnende

Jan Aerts pompmaker 1 pond

Jasper Claesz smith 6 ponden

Roeloff Adriaens brandewijnman 1 pond

Thomas de Wael 4 ponden

Arijen Cornelis soone van Thomas de Wael 1 pond

f. 47v

Cornelis Aerts pompmaker 1 pond

Stoffel Baltens backer 4 ponden

Aen d’ander zijde

Adriaen Janssen backer 3 ponden

Balten Baltensz cruijdenier 2 ponden

De weduwe van Cornelis Schoth 1 pond

f. 48

Pieter Schiff van Aecken 2 ponden

1620 (verpondingsregister Dordrecht): in het Seborijstraatje [’s Heer Boeijenstraat]: Ariaen Apersz.’ weduwe – 11 ponden 5 sch. (ontvangen 3 aug. 1621), belenders: Pieter Schiff van Aken en Michiel Pauwelsz. in den Moriaen (Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 3969, f. 70)

– ORA Dordrecht inv. 1604, f. 39v: op 25 juli 1630 verkopen Anneken Cornelisdr., de vrouw van kapitein Pieter Pietersz. van Allevrunden, als procuratie hebbende van haar man, voor de ene helft, en Adolff Florisz. glasmaker, als vader en Daniël Eelbo als voogd van Cornelis Adolffsz., de zoon van wijlen Neeltgen Cornelisdr., voor 1750 gl. aan Pieter Schiff koffermaker een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Schots en de gang van het huis van wijlen Cornelis Ruijsch. Waarborg: Grietgen Claes, weduwe van Cornelis Cornelisz. Schots. De koper is schuldig aan kapitein Van Allevrunden een somma van 725 gl. (borg: Servaes Willemsz., burger van Dordrecht) en aan Cornelis Adolffsz. een gelijk bedrag van 725 gl.

– 13 mrt. 1631: Isaac Adriaensz. kuiper en Jacob Adriaensz. huistimmerman, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Willemsz., als man van Brechtgen Adriaensdr., en Geertruijt en Janneken Adriaensdr., en nog als ooms en voogden van de weeskinderen van Mariken Adriaensdr., resp. hun zwager en zusters, allen kinderen en kleinkinderen van Grietken Hermansdr., verkopen voor 1800 gl. aan Pieter Schiff, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis met een daarnaast staande loods op de Varkenmarkt, strekkende voor van ’s herenstraat tot aan het huis van de weduwe van Jan van Hingen, staande tussen het huis genaamd “het Moriaenshooft” en het huis van de verkopers. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Grietgen Hermansdr. een somma van 1000 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz., burgers van Dordrecht. De koper verkoopt aan Cornelis Willemsz., Geertruijt Adriaensdr., Janneken Adriaensdr. en de weeskinderen van Mariken Adriaensdr. een jaarlijkse losrente van 25 gl. Borgen: Pieter Schiff de Oude en Servaes Leendertsz. In margine: comp. Dionijs Smack namens de weduwe van Pieter Schiff en toont de originele brief. Hij verklaart de schuld volledig te hebben afgelost, hetgeen ook blijkt uit een kwitantie, die is gedateerd 7 mei 1672 en ondertekend door Catarina van der Heijden, de vrouw van Aper van den Brande. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 3 nov. 1672. (ORA Dordrecht inv. 768, f. 74 e.v.)]

De weduwe van Adriaen Apersz [Grietken Hermansdr.], obijt ende is verdeijlt buijte de Stadt 4 ponden

[14 mei 1598: Adriaen Cornelisz schipper als man en voogd van Marijcken Apersdr., voor zichzelf en zich sterk makende voor Brechtgen Aertsdr. [sic], zijn vrouws zuster, verkoopt aan Grietgen Hermansdr., weduwe van Adriaen Apersz., 2/3 delen van een huis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Huijbert Balis en het erf van koopster. Aan koopster komt het resterende 1/3 deel van het door haar gekochte huis toe. Zij kent schuldig aan verkoper een somma van 533 gl. 6 st. en 20 penn., te betalen met 83 gl. 6 st.. en 5 penn. alle jaren op meidag. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 265v)

1620 (verpondingsregister Dordrecht): in het Seborijstraatje [’s Heer Boeijenstraat]: Ariaen Apersz.’ weduwe – 11 ponden 5 sch. (ontvangen 3 aug. 1621), belenders: Pieter Schiff van Aken en Michiel Pauwelsz. in den Moriaen (Stadsarchief Dordrecht inv. 3, inv. 3969, f. 70)]

De weduwe van Michiel Pauwelsz [in den Moriaen] 2 ponden

Moriaen, gevelversiering in Tiel (foto: detielenaar.nl)


In de Gravestraet

De weduwe van Jan van Ingen [Jan van Hingen/van Engen, wijnkoper] 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 127v e.v.: op 1 nov. 1620 verkoopt Jan Corsse de oude, burger van Dordrecht, aan Jan van Ingen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Boudewijn Sijbertsz. en dat van Abraham Hermansz. kleermaker. Waarborg: Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan Gerardt Vedder, ijzerkramer en burger van Dordrecht, een somma van 2100 gl. Borg: Willem Bongaert, achtraad van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 108: op 5 sept. 1625 testeren Jan van Engen, wijnkoper, ziek in bed liggende, en Cornelia Wijnantsdr., zijn vrouw, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan hun resp. moeders elk een somma van 200 gl. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de helft van hun na te laten goederen zal komen aan de erfgenamen ab intestato van de testateur en de andere helft aan de erfgenamen ab intestato van de testatrice.

Verponding Dordrecht 1626: de weduwe van Jan van Ingen betaalt 15 ponden voor haar huis in de Gravenstraat, belenders: Abraham Hermansz. kleermaker en Carel Bordels (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 53v)

Verponding Dordrecht 1633: de weduwe van Jan van Ingen betaalt 15 ponden voor haar huis in de Gravenstraat, belenders: Jan Pietersz. pontgast, die huurt van Abraham Hermansz. kleermaker, en Jan Pietersz. Roijen.]

Carel Bordels, insolvent 8 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 31v: op 4 juni 1630 verkoopt Jan Pietersz. Vekemans, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van wijlen Carel Bordels, voor 2988 gl. aan Jan Pietersz. Roijen, koopman wonende te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, genaamd “de Clock”, staande tussen het huis van Jan Elbertsz. en dat van de weduwe van Jan van Hingen. De koper is schuldig aan Jan Daniëlsz. een bedrag van 1988 gl. Borgen: Melchior van de Broeck, lid van de Oudraad van Dordrecht, en Andries Vervorst, burger van Dordrecht.]

f. 48v

De weduwe van Matheus van de Brouck den Jongen, insolvent 4 ponden

[Matheus van den Brouck, overleden ca. 1624, trouwde Catharina Hubrechtsdr.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 655v: op 27 nov. 1620 testeert Catharina Hubrechtsdr., weduwe van Matheus van den Broucke de jonge, koopman en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Tot erfgenaam benoemt zij haar man, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een bedrag van 400 gl. uit te keren. Als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zullen hun erfgenamen ab intestato slechts een somma van 400 gl. ontvangen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar man en haar zwager Isack Sanders.

Kinderen:

a. Elias, gedoopt NG Dordrecht mei 1617

b. Matheus, gedoopt NG Dordrecht mei 1620

c. Sophia, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621

d. Huijbrecht, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1624]

Mr. Isaac chirurgijn 2 ponden

De weduwe van Pieter Adriaens 2 ponden

Aen d’ander zijde

Pieter Bartholomeus wijncooper 27 ponden

[Pieter Bartholomeusz., van Duijsburg (1598), weduwnaar van Duijsberg (1607), wijnkuiper, wijnkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 nov. 1639 (een baar voor Pieter Bartholomeusz. wijnkoper, in de “Grauwe Straat” [= Gravenstraat]) trouwde 1e NG Dordrecht 26 juli/9 aug. 1598 Mariken Jan van der Haertsdr., van Dordrecht (1598), 2e NG Dordrecht 18 mrt./17 april 1607 Mensken Willem Meulensdr., van Dordrecht (1607), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1637 (een baar voor de vrouw van Pieter Bartholomeusz. wijnkoper, in de “Grauwe Straat”)

ONA Dordrecht inv. 14, f. 481: op 17 aug. 1617 comp. Simon van Beaumont, raad in wette van Dordrecht, als testamentaire voogd van de onmondige erfgenamen van Adriana van Scharlaken, Machtelt van Scharlaken, weduwe van Jacob van Meuwen, Johanna van Scharlaken, weduwe van Cornelis van Gesel, en Jacob van de Corput, als schoonvader van Dirick van der Beurcht Cornelisz. Zij verkopen voor 9600 gl. aan Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Lombardbrug, genaamd “den Grooten Meulensteen”, belend door brouwerij “de Croon”, toebehorende aan Cornelis Cornelisz. van Cleff, de Pickelstraat [Haringstraat] en het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Jansz. bierdrager, aan de ene zijde, en het huis van de weduwe van Jan Hermansz. kruidenier en de Lombardstraat aan de andere zijde, alsmede vier woninkjes in de Pickelstraat en een schuur in de Breestraat, zoals dat alles toebehoord heeft aan Adriana van Scharlaken. Bij de koop is niet inbegrepen het huis in de Lombardstraat, staande tegen het lege erf van het verkochte huis aan de ene zijde en naast het huis van Laurens Jansz. smid aan de andere zijde.

ONA Dordrecht inv. 57, 700: op 18 april 1632 verklaren Jacques Levecque, circa 50 jaar oud, en Pieter Beijen, circa 29 jaar oud, wijnkopers en burgers op verzoek van Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij in januari 1632 van de rekwirant gekocht hebben 15 pijpen “verdroncken” en bedorven Franse wijn, namelijk 12 pijpen voor 42 gl. het vat en drie pijpen voor 32 gl. het vat.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 303v: op 27 jan. 1634 verklaren Pieter Bartholomeusz. en Dirick Schijvelberch, kooplieden en burgers van Dordrecht, dat van Katwijk in Dordrecht zijn aangekomen 37 pijpen Franse wijn en twee okshoofden brandewijn, gekomen van Nantes in Frankrijk in het schip “de Liefde”, gevoerd door schipper Gerrit Aelbertsz. Poij van Amsterdam, welk schip is gestrand omtrent Katwijk. De vaten zij uit het water gevist of komen aandrijven en bevonden is, dat zij “ganch waren met zeewater vermengt”.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 716v: op 24 april 1646 verklaren Dirck Schijvelberch, als man van Maria Pietersdr., en Roeloff Bremken, weduwnaar van Catharina Pietersdr., kooplieden en burgers van Dordrecht, kinderen en enige erfgenamen van Pieter Bartholomeusz., wijnkoper en burger van Dordrecht, dat zij de nalatenschap van hun schoonvader onderling verdeeld hebben. Daarbij is aan Dirck Schijvelberch aanbedeeld een aandeel van 1000 gl. in de WIC (kamer Amsterdam), staande op naam van Pieter Bartholomeusz., en aan Roeloff Bremken andere goederen uit de nalatenschap. Schijvelberch verleent procuratie aan Daniël Lestevenon, koopman en burger van Amsterdam, om van de bewindhebbers van de WIC (kamer Amsterdam) in ontvangst te nemen een “vvtgifte” van 6 % van genoemd aandeel, welke is uitgedeeld op 1 aug. 1643.

Kinderen:

a. Mariken Pietersdr. (van Pesen), gedoopt NG Dordrecht febr. 1609, trouwde NG Dordrecht 13/29 sept. 1626 Dirck Schijvelberch, wijnkoper (zie genealogie Schijvelberg op deze website)

ONA Dordrecht inv. 62, f. 465: op 26 mei 1648 testeert Elisabeth Meulens Willemsdr., weduwe van Cornelis Aertsz. Waterman, burgeres van Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenaam Meijnsken van Angeren, dochter van haar enige dochter Machtelt Cornelisdr., bij haar verwekt door Adriaen Dircxsz. van Angeren. Als haar kleindochter komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten de goederen, die zij van de testatrice zou erven, komen aan de kinderen en nakomelingen van haar zusters dochter Maria Pietersdr. van Pesen, de vrouw van Dirck Schijvelberch. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar schoonzoon Adriaen Dircxsz. van Angeren en Dirck Schijvelberch, haar aangetrouwde neef.

b. Catharina Pieter Bartholomeusdr., mogelijk gedoopt NG Dordrecht juni 1610, van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk (1640), trouwde NG Dordrecht 28 okt./20 nov. 1640 Roeloff Bremken, jongman van Wesel wonende op het Nieuwe Werk (1640)]

Aper Ariensz 1 pond

f. 49

Pieter Aelberts smith 1 pond

Hendrick van Naerden notaris 16 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 35: testament dd 18 okt. 1618 van Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht, en zijn vrouw Machtelt van der Houven Fredericxsdr. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Hij wil, dat, als hij de eerststervende zal zijn, na het overlijden van zijn vrouw aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht uitgekeerd zal worden een somma van 3000 gl. Als zij de eerststervende zal zijn, moet na het overlijden van haar man aan haar zuster Judith van der Houven Fredericxdr. of bij haar vooroverlijden aan Jan Aertsz. en Anna Aertsdr., de kinderen van haar overleden zuster Mariken van der Houven Fredericxdr. of bij  hun overlijden aan hun kinderen en kleinkinderen een bedrag van 7000 gl. uitgekeerd worden, op voorwaarde, dat uit die 7000 gl. een somma van 600 gl. betaald zal worden aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht. De testatrice wil, dat de goederen, die Jan Aertsz. en Anna Aertsdr. van haar zullen erven, zullen blijven “subject restitutie” en dat Judith ervan het vruchtgebruik zal hebben of bij haar vooroverlijden Jan Aertsz. en Anna Aertsdr. ervan het vruchtgebruik zullen hebben of bij hun vooroverlijden hun nakomelingen. Als er geen nakomelingen zullen zijn, moeten die goederen komen aan de huisarmen te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 81: op 24 april 1624 testeert Machtelt van der Houven Fredericxsdr., de vrouw van Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht. Als zij voor haar man komt te overlijden, benoemt zij hem tot haar enige erfgenaam, op voorwaarde, dat hij aan haar nicht Elisabeth Vinck Lucasdr. al haar kleren zal overhandigen. Na het overlijden van haar man zal aan Elisabeth betaald moeten worden een somma van 10.000 gl. Elisabeth Vinck zal dan gehouden zijn aan de kinderen van Anna Aertsdr. jaarlijks een somma van 200 gl. uit te keren. Als die kinderen voordat zij gaan trouwen komen te overlijden, zal dat bedrag bedrag weer komen aan Elisabeth Vinck of haar nakomelingen. De testatrice legateert aan haar nicht Mariken Stevensdr., wonende in Delft, een somma van 200 gl. en aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht, een gelijke somma van 200 gl., en aan haar nicht Hadewij Aertsdr. een lijfrente van 200 gl., welke drie legaten door Elisabeth Vinck na het overlijden van de man van de testatrice betaald zullen moeten worden. Als haar man voor haar, testatrice, zal overlijden, benoemt zij tot erfgename Elisabeth Vinck, mits zij voornoemde legaten uit hetgeen zij van de testatrice komt te erven zal voldoen. Zij wil, dat de helft van de door Elisabeth te erven goederen zal blijven “subject fideïcommis”, dat zij ervan alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de helft van die goederen na het overlijden van Elisabeth zal komen aan haar nakomelingen of bij ontbreken daarvan aan de nakomelingen van Anna Aertsz. of bij gebreke daarvan aan de erfgenamen ab intestato van de testatrice. Tot voogden over Elisabeth Vinck benoemt zij Cornelis Vermeij Herbertsz. en Dirck Pijl, haar neven.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 125: op 23 okt. 1626 testeert Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 300 gl., en benoemt tot zijn enige erfgename zijn vrouw Machtelt van der Hoeven.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 108: op 13 mei 1633  testeert Machtelt Fredericxdr. van der Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden Jansz., notaris te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 1000 gl., aan Haddewij Aertsdr., haar nicht, wonende in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, 2400 gl., aan Jan Cingel en zijn vrouw Anna Aertsdr.,haar nicht, wonende te Dordrecht, aan Jan Aertsz. de Bommelaer, haar neef,  1200 gl., aan de kinderen van Jaepken Fransdr., bij haar verwekt door Jan Hallinck lakenbereider, onder hen allen 600 gl., aan Maijken Stevensdr., haar nicht, 400 gl., aan de twee zoons van haar neef Joos Hendricksz. van Gouthouve, elk 150 gl. “tot een silvere schael”, aan Catharina Woutersdr. 500 gl., aan haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, 25 gl., en aan de “gemeene gebuijren”, op voorwaarde, dat die gehouden zullen zijn  haar, testatrice, “eerlijcken ter eerden te dragen”, 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar nicht Elisabeth Lucasdr., de vrouw van Aert Michielsz. de Hultere, of bij vooroverlijden haar kinderen. Van de huizen en de rentebrieven, die zij nalaten zal, wenst zij, dat haar erfgenamen ervan alleen het vruchtgebruik zullen hebben. Als Elisabeth Lucasdr. zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of wanneer haar kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen sterven, zullen voornoemde huizen en rentebrieven komen aan de nakomelingen van Anna Aertsdr., bij haar verwekt door Jan Singel, aan de nakomelingen van Jan Aertsz. en aan Hadewij Aertsdr., elk voor een derde deel. Tot executeurs-testamentair benoemt de testatrice Aert Michielsz. de Hultere, haar aangetrouwde neef, en Dirck Pijll, haar neef, aan wie zij als vergoeding voor hun te verrichten moeite zij een bedrag van 500 gl. legateert.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 769: op 7 april 1649 verklaart Machtelt Fredericxdr. van den Hoeven, weduwe van Hendrick van Naerden, notaris te Dordrecht, dat zij teniet doet het aandeel van Herbert Pijll en zijn nakomelingen in het legaat, dat zij heeft gemaakt aan de nakomelingen van haar overleden neef Dirck Pijll en dat dat aandeel zal toekomen aan zijn broers en zusters of hun nakomelingen. Zij vernietigt eveneens hetgeen zij gelegateerd heeft aan Janneken Jans en haar kinderen en aan Anna Aerts, haar nicht. Het legaat van Janneken moet komen aan haar overige erfgenamen en het legaat van Anna Aerts moet komen aan Hadewij Aerts, “als willende d’selve Anna Aertsdr. geensins meer vermits haer faute ende misbruijck voor hare nicht ofte verwantschap houden”.]

Jan van Wetten wijncooper, nihil habet 3 ponden

De weduwe van Maerten Rijcken, insolvent 2 ponden

Jan Boonen, nihil habet 3 ponden

f. 49v

Opten Nieuwen Opslach [de kade aan de noordwestzijde van de Wolwevershaven. (Van Baarsel, o.c., p. 127)]

Jan Goossens van Cuijlenborch [schipper], vertrocken insolvent 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 14: op 14 febr. 1626 verkoopt Johan Goossensz. van Cuijlenborch is schuldig aan Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen voor St. Joost, belend door het huis van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot aan de ene zijde en ’s herenstraat aan de andere.

Idem, f. 23v: op 28 mei 1626 verklaart Jan Goossensz. van Culenborch, schipper en burger van Dordrecht, tot “naerder versekeringe” van een obligatie van 900 gl. ten behoeve van Arijen Bastiaensz., huistimmerman te Nijmegen, en van een olbigatie van 300 gl. ten behoeve van Wouter Jansz. Keeskes te Tiel, te verbinden een huis op de hoek van St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en ’s herenstraat.]

Idem, f. 25: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Goossensz. van Cuijlenburch, schipper en burger van Dordrecht,aan Marijcken Thonis een jaarlijkse losrente van 18 gl. en 15 st., verzekerd op een huis voor St. Joost, staande tussen zijn, comparants, huis en dat van de erfgenamen van Gijsbert Joosten de Doot.]

De weduwe van Bastiaen Cornelisz, nihil habet 2 ponden

Hermen van Wijngaerden 4 ponden

Cornelis Thonis cuijper 1 pond

T’huijs van Lens Hermansz. [van Elsloo, Maasschipper] 2 ponden

[Lens Hermansz. van Elsloo, trouwde 1e Mariken Dirxdr., 2e Janneken Pietersdr.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 106: op 30 aug. 1625 testeert Lens Hermansz. van Elsloo, burger te Bommel, ziek in een stoel zittende. Hij prelegateert aan zijn jongste dochter Susanneken, ongeveer 13 jaar oud, een bedrag van 300 gl., aan zijn dochter Heiltgen, ongeveer 15 jaar oud, een bedrag van 600 gl., en aan zijn dochter Jenneken, ongeveer 17 jaar oud, een bedrag van 400 gl., en dat in plaats van hun alimentatie, die hem is opgedragen in het testament van zijn overleden vrouw Mariken Dircken, gepasseerd voor notaris D. Eelbo in Dordrecht op 23 aug. 1625. Hij prelegateert aan zijn drie jongste dochters de kleren en het zilverwerk van zijn overleden vrouw. Hij prelegateert aan zijn jongste zoon Herman Lensen en zijn dochter Aeltgen alle kleren, die toebehoord hebben aan zijn overleden zoon Dirck Lensen, met dien verstande, dat “de belastinge van de selve cleederen van wegen sekere wedding”, bedragende ongeveer 80 rijksdaalders, betaald moeten worden uit de gemeenschappelijke boedel. Hij prelegateert aan zij beide zoons Lens en Herman zijn kleren, aan zijn getrouwde dochter Maijken een dubbele dukaat van 17 gl. “tot een gedachtenisse” van haar moeder en “tot een gedachtenisse” van hem eveneens een dubbele dukaat, en aan zijn getrouwde dochter Anneken “tot een gedachtenisse” van haar vader en moeder twee dubbele dukaten. Hij prelegateert aan zijn zoon Lens een bedrag van 400 gl. en aan zijn zoon Herman een bedrag van 100 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn acht kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zijn ongehuwde kinderen zullen elk krijgen hetgeen zijn getrouwde kinderen hebben gekregen en daarenboven een somma van 400 gl. Tot voogden over zijn onmondige kinderen benoemt hij zijn broer Herman Ghijsen en Pieter Mathijsz., koopman en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 151: op 17 okt. 1627 maken Lens Hermansz. van Elsloo, geassisteerd met zijn broer Herman Ghijsen, enerzijds, en Janneken Pietersdr., geassisteerd met Hendrick van Steenes, Pieter Slingberch en Jan Arijensz., resp. haar zwager, oom en neef, anderzijds, hun huwelijkse voorwaarden.

Kinderen:

a. Dirck Lensen

b. Herman Lensen

c. Lens Lensen

d. Maijken Lensen

e. Aeltgen Lensen

f. Anneken Lensen, gedoopt NG Dordrecht mei 1602

g. Jenneken Lensen, geboren ca. 1608

h. Heiltgen Lensen. gedoopt NG Dordrecht okt. 1609

i. Susanna Lensen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1612]

f. 50

In de Schrijverstraet

Jan Calcker schipper 1 pond

De weduwe van Henrick Claesz 3 ponden

Henrick Cock, insolvent 5 ponden

Maerten Cornelis schipper, nihil habet 1 pond

Aernoult Cools 21 ponden

[ONA Dordrecht inv. 26, f. 75: op 8 febr. 1621 verklaart Arnoldus Cools, wonende te Dordrecht, 31 jaar oud, op verzoek van Anthonij de la Place, koopman ten burger van Dordrecht, dat hij, getuige, al negen jaar woont in het achterste deel van het huis “de Keulsche Kraen”, staande bij het Groothoofd, van welk huis het voorste deel bewoond wordt door de rekwirant.]

Noch als erffgenaem van sijn huijsvrouwen moeder 8 ponden (t’samen 29 ponden)

f. 50v

Lijntgen Cornelisdr. 3 ponden

Lambert Paets 6 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 89: op 13 juni 1624 verklaart Marijke Cornelisdr., weduwe van Matthijs Paes, burgeres van Dordrecht, geassisteerd met Lambrecht Paes, haar zoon, geschonken te hebben aan Matthijs Luens, olieslager te Eijsden, haar neef, een derde part in een huis, staande op de “groot gracht” te Maastricht, genaamd “de Hollantsen Thuijn”, staande tussen het huis van Jan van Cam en dat van Jan van Eijck kleermaker.]

Wouter Bastiaens schipper 2 ponden

Capiteijn Claes 2 ponden

Wouter Gerrits Coomen 1 pond

f. 51

Grietken Hermans 4 ponden

Opde Cade van’t Nieuwerck

Johan de With tollenaer[“wijncooper” is doorgehaald] 10 ponden

Joris Houbraecken 4 ponden [zie genealogie Houbraken op deze website]

Cornelis van Nes 14 ponden

Opden Boom over de Haven

De weduwe van Gerrit Stouten,is overleden insolvent 2 ponden

f. 51v

Cornelis Aerts Lonnevaerder 3 ponden

De weduwe van Cornelis Schoth 1 pond

Somma van het derde quartier:2113 ponden

f. 52

Vierde quartier beginnende inden Houthuijn [de Oude Houttuin= Voorstraat tussen Nieuwkerkstraaten Riedijk (Van Baarsel, o.c., p. 55)], ende vandaer voorts naer den Rietdijck aen wederzijde

Jacob de Kets Lonnevaerder 4 ponden

[Een kind van Jacob de Kets werd begraven in graf 77 in de Nieuwkerk te Dordrecht in juni 1619. Jacob de Kets werd in hetzelfde graf begraven in sept. 1626. (Hic conditur, p. 82)] Graf 77 wordt in 1690 beschreven als een ongemetseld graf met een zerk van Jan Jacobsz. de Kets, “hoort nu toe Annigje de Kets, wed. van Jan Pieterse Sneuw”. De zerk draagt het opschrift “Hier leyt begraven Jan Jacobs de Kets schipper hij sterf 1603.” De auteur van het boek Hic conditur, de heer A. Nelemans, heeft ontdekt, dat de grafzerk in de jaren 1980 is verwijderd en in 1994 is geplaatst in de Schrijverskapel van de Augustijnenkerk, omdat men toen niet meer wist, dat de steen uit de Nieuwkerk afkomstig was. (Hic conditur, p. 182-183.)]

De weduwe van Cornelis Willems houtcooper, is niet te geven 2 ponden

Jan Aerts Hallinck 1 pond

Catharina van Esch 6 ponden

f. 52v

Aert Jansse laeckencooper 15 ponden

Frans de Kets Lonnevaerder 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 77: op 14 aug. 1617 verkopen Cornelis Willemsz., houtkoper en burger van Dordrecht, als man van Marijgen Jans, eerder gehuwd met Jacob Henricxsz. schiptimmerman, Jan Jansz. de Haen pottenbakker, voor zichzelf en als voogd van de kinderen van wijlen Henricxken Jacobsdr. en tevens vervangende Lambert Leendertsz. schuitenmaker en Henrick Jacobsz., zijn medevoogden, voor 1500 gl. aan Meeus Reijniersz.. schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jan Woutersz. bakker en dat van de erfgenamen van Marijgen van der Lindt. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 900 gl. Borg: Marijgen Jacobs, weduwe van Jacob Pieters.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 3 e.v.: op 16 jan. 1620 verkoopt Sara Jacobsdr. de Vos, als procuratie hebbende van haar man Bartholomeus Reijniersz. Londenvaarder, voor 2000 gl. aan Frans Jansz. de Kets Londenvaarder, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tegenover de [Nieuw]Kerkstraat, staande tussen het huis vande erfgenamen van Mariken van de Lint en dat van de weduwe van Jan Woutersz. bakker. Waarborgen: Nicolaes Aertsz. en Carel Chieraet, burgers van Dordrecht.]

Frans Baltens bouckebinder, nota int billlet stont 10 ponden

D’erffgenamen van Jan Wouters backer 4 ponden

Jan Oom houtcooper 10 ponden

f. 53

De nicht van Gerrit Vedder 22 ponden

[ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 24 aug. 1600: verklaring door o.a. Geerit Veder, ijzerkramer, ongeveer 32 jaar oud

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 91v: op 28 sept. 1616 verkoopt Abraham Huijbrechtsz. blauwverver, voor 1550 gl. aan Gerrit Vedder, een huis bij het Stadhuis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Claes Pietersz. en dat van Andries Reijersz. Waarborgen: Gielis de Pré en Henrick Barentsz., burgers van Dordrecht.]

Jan Claesse Jager schipper 4 ponden

Maerten Henricxecleermaker 1 pond

De weduwe van Hans Boussen [van Bouijssel] scheijmaker 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1589, f. 51v: op 10 mei 1612 verkopen Dirck Jansz., Jan Claesz. Jager en Jan Huijgen van de Crab voor 2400 gl. aan Jan van Bousel scheimaker een huis in de Houttuin, staande tussen het huis “het Blaeu Lam” en het huis van Jan Willemsz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1600 gl.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 61, akte dd 6 juli 1624: Maerten Henricxsz. kleermaker koopt een huis op de Boom, aan één zijde belend door het huis van Hans van Bouijssel scheijdemaker]

Bastiaen Aerts [van Houwelingen] munter 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 753, f. 103: op8 sept. 1612 verkoopt Hendrik Pietersz. Starrenborch aan Bastiaen Aertsz. muntenaar een huis en erf in de Oude Houttuin omtrent de Boom, belend door het huis van Geerit Gijsbertsz., waar uithangt “Delft”]

f. 53v

Gerrit Ghijsberts [van Elten]backer 6 ponden

[I. Ghijsbrecht Gerijtsz., geboren naar schatting ca. 1555, kleermakersgezel van Nederwormpter [bij Elten in Duitsland ?] (1582), kleermaker, deken van het St. Jans (kleermakers)- gilde te Dordrecht (1616), overleden ca. 1617, trouwde 1e NG Dordrecht 11/29 nov. 1582 (sponsus zal bescheiden bekomen van zijn moeders consent) Mariken Claes Jansdr., van Dordrecht (1582), overleden in of na 1587, hij trouwde2e Pieterken Pietersdr., overleden vóór 5 juli 1618

– 19 mei 1611: het huis van de erfgenamen van Adriaentgen Aertsdr., laatst weduwe van Willem Vinck, staande in de Grotekerksbuurt bij het Manhuisstraatje, wordt aan één zijde belend door het huis van Gijsbrecht Geeritsz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 82)

– 24 nov. 1616: Gijsbrecht Geeritsz. e.a., als dekens van het St. Jansgilde te Dordrecht, verkopen een huis. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 90)

– 5 juli 1618: comp. Geerit Gijsbertsz. bakker, burger van Dordrecht, als mede-erfgenaam van Gijsbert Geeritsz. kleermaker, zijn vader zaliger, voor zichzelf en procuratie hebbende van zijn broer Niclaes Gijsbertsz. , wonende in Den Haag en zijn overigemede-erfgenamen, volgens procuratie gepasseerd op 7 nov. 1617 voor notaris Pieter de Hantschoewercker te Den Haag, voor de ene helft en Henrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Adriaensz. bakker, wonende te Geertruidenberg, als man en voogd van Maeijcken Adriaensdr., Cornelis Cornelisz., wonende “ten Houte”, voor zichzelf en Adriana Beniamijnsdr., Henrick van Lunenborch , soldaat onder de compagnie van kapitein Uldrick, in garnizoen liggende te Breda,, als man en voogd van Susanna Beniamijnsdr., genoemde Cornelis Cornelisz. als oom en genoemde Henrick van Lunenborch als behuwd zwager tevens vervangende Maeijcken en Frans Beniamijnskinderen, dochter en zoon van Heijlken Cornelisdr., Pieter Willemsz. Visser, wonende te “Drummelen”, voor zichzelf en als voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Jaecques de Bode, van wie moeder was Heijltken Adriaensdr. en in die hoedanigheid erfgenamen van wijlen Pieterken Pietersdr., hun tante resp. oudtante, weduwe van Gijsbert Geeritsz., blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Laurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft. Comparanten transporteren aan Herman Dirksz. uit Wijngaarden een huis in de Voorstraat, staande omtrent de Vismarkt tussen het huis van Sijbert van Welij en dat van Engelken Gijsbertsdr., weduwe van Rochus Jansz. afslager. Koper kent schuldig aan Marijcken Cornelisdr. wegens de koop van dit huis een bedrag van 3260 gl. Borgen: Melchior van den Brouck, schepen in wette van Dordrecht en Cornelis Pietersz. Mispelshouff, houtkoper te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 56 e.v.)

– 5 juli 1618: Geerit Gijsbertsz. en Henrick van Naerdenverkopen aan Janneken Aertsdr. van de Corput, weduwe van Wouter Cools, een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van de erfgenamen van Willem Vinck bakker, voor een bedrag van 1760 gl. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 57)

– 31 dec. 1618: Nicolaes Gijsbertsz. en Geerit Gijsbertsz. bakker, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van wijlen Gijsbrecht Geeritsz., voor de ene helft en Hendrick van Naerden, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van wijlen Pietertgen Pietersdr., huisvrouw van Gijsbrecht Geeritsz., volgens procuratie gepasseerd voor notarisLaurens van den Kieboom te Geertruidenberg op 5 mrt. 1618, voor de andere helft, transporteren aan Jan Cornelisz. molenaar, burger van Dordrecht een korenwindmolen, genaamd “de Buijserinne”, staande buiten de Spuipoort[sic *]. De grond, waarop de molen staat,behoort toe aan de stad Dordrecht. Waarborg: voor de ene helft: Hendrick Jansz. van Naerden. In plaats van waarborg voor de andere helft verbindt Geerit Gijsbertsz. zijn huis op de hoek van de Boom.Koper kent met consent van Nicolaes enGeerit Gijsbersz. schuldig aan Johan Berck, substituut-secretaris van Dordrecht,een somma van 1017 gl. en aan Hendrick van Naerden eveneens een somma van 1017 gl. Borgen: voor de ene helft Nicolaes en Geerit Gijsbertsz.en voor de andere helft Jacob Carelsz., molenaar op “de Wolff” in Amsterdam en Adriaen de Cater, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 101 e.v.)

* Deze molen stond buiten de Sluispoort aan de Molendijk (Sluisweg) in de buurt van het huidige Geldeloze Pad. Vermoedelijkomdat de Sluispoort pas kort tevoren was gebouwd of nog in aanbouw was (zie Van der Stede Muere, Jaarboek 2000 van de Vereniging Oud-Dordrecht, p. 44), wordtin deze akte nog als plaatsaanduidingde dichtstbijzijnde poort gebruikt, nl. de iets verder naar het oosten gelegen Spuipoort. “De Buijserinne” staat afgebeeld op de kaarten van Symon en Cornelis Jansz. uit 1592 en dievan Blaeu uit 1649. (W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken [Zwolle 1995], p. 92 en 105.)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerit, 11 dec. 1582,volgt II

b. Claes (Niclaes) Gijsbertsz., april 1585, woonde in 1618 in Den Haag, overleden na 1618

c. Gerijtken, april 1587, overleden vóór 5 juli 1618

II. Gerrit Gysbrechtsz. (van Elten), gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1582, “van Dordrecht” (1610), overleden tussen 9 mrt. 1631 en 6 sept. 1632, trouwdeNG Dordrecht 25 april/9 mei 1610, Machtelt Thomas Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591, “van Dordrecht” (1610), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 jan. 1664 (een baar bij de Boom voor Machtelt Cornelisdr., weduwe van Geerit Thomassen [sic] van Elte bakker, één maal luiden), dochter van Thomas Cornelisz. en Jenneken Adriaen Laurentsdr.]

Opten Boom

D’erffgenamen van Adriaen Leenderts Lonnevaerder nihil habet

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 95v: de weduwe van AdriaenLeendertsz. Londenvaarder, eigen, 8 ponden 10 sch.]

Willem van Celen twijnder, insolvent 20 ponden

[ORA Dordrecht inv. 38v: op 28 sept. 1628 verkoopt Willem van Zelen, burger van Dordrecht, aan Cornelis van Peursum een losrente van 40 gl., gehypothekeerd op een huis op de hoek van de Boom, staande tussen het huis van Gillis Langle en de monding van de haven.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 96v: Abraham Fransz. tapper, huurt van de kinderen van Willem van Zeelen, 15 ponden]

Gillis Langle 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Gillis Langle “toebackverkoper”, eigen – 15 ponden]

Sijmon Warnier silversmith 1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Sijmon Warnier zilversmid, eigen, 13 ponden 10 sch.]

f. 54

Franck Schoormans,nihil habet 1 pond

Jan Gillisse Verhorst 6 ponden

[I. Matthijs Mattheeusz., geboren ca. 1532, brouwer, overleden na 2 jan. 1597

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 56v e.v., akte dd 9 mei 1592: Matthijs Matheeusz. brouwer is borg voor Jan Cornelisz., kapitein van en burgervendel, die een huis op de Riedijk koopt, genaamd “de Swaen”.

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 105v e.v., verklaring dd 7 juli 1592 op verzoek van de burgemeester en thesaurier van Dordrecht door o.a. Mathijs Matheeusz. brouwer, ongeveer 60 jaar oud, burger van Dordrecht.

1594: Mathijs Matheusz. brouwer betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 37 gl. Belenders: Floris Ariaensz. inden Salm en Michiel Mathijsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 66, akte dd 30 mei 1596: Matthijs Matheeusz. brouwer is Heilige-Geestmeester te Nieuwerkerk.

ORA Dordrecht inv. 1580, 129: op 2 jan. 1597 verkoopt Aernt Jansz. kleermaker een losrente aan Matthijs Matheeusz. brouwer.

Zoon:

II. Michiel Matthijsz. (Thijsz.), geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1592), brouwer, overleden tussen 1594 en 5 febr. 1603, trouwde NG Dordrecht Trijntgen Jacobsdr. (Katharina Jacob Jansdr.), van Dordrecht (1592)

1594: MichielMathijsz. betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel 15 gl. Belenders: Mathijs Matheeusz. brouwer en Cornelis Adriaensz. kruidenier.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 93v)

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 210 e.v.: op 5 febr. 1603 verklaart Magdaleentgen Claesdr., weduwe van Geurt Geeritsz., schuldig te zijn aan Trijntgen Jacobsdr., weduwe van Michiel Thijsz., 170 gl., verbindende een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van Herri Loge in “Londen” en dat van Lambert Ariaensz. bakker.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Neelken, dec. 1592

b. Jacob, juni 1594

c. Maeijken Michielsdr. trouwde NG Dordrecht 28 april 1613 Jan Gillisz. van der Horst

Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv.765, f. 75, akte dd 8 nov. 1624)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Jan Jacobsz. wijnkoper, huurt van Jan Gillisz. Verhorst, 12 ponden 10 sch.]

c. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, volgt III

III. Petronella Michiel Matthijsdr., geboren naar schatting ca. 1595, trouwde NG Dordrecht 1617 ds. Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, trouwde 1e NN, 3e Maria Cool

Kinderen:

a. Johannes Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 16 juni 1619 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Francina Hacke)

b. Sara Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 29 nov. 1620 (getuigen: Jan Gillisz. van der Horst, Cornelia Koils), trouwde Arijen Arijensz. Brantwijck

c. Jacobus Gijsius

d. Abigail Gijsius, gedoopt NG Streefkerk 26 febr. 1623 (getuigen: ds. Johannes Bocardus, Maritge Michiels), trouwde 1e NG Dordrecht 6 aug. 1651 Gijsbert den Dekker, 2e Nicolaas Coesveld)

e. Franchina Gijsius, trouwde Johannes de Vries]

Walterus Levesque 7 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97: Waltherus Lavecq, eigen, 13 ponden 10 sch.]

Weduwe [sic] met haer drie dochters, is nijet ten besten soo Kools seijt 10 ponden

Pieter Pieters brandewijnman 1 pond

f. 54v

Mr. Adriaen Plaetman 8 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 97v: het huis van mr. Adriaen Plaetman operateur, staat leeg, 13 ponden 10 sch.

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 108 e.v.: op 8 juni 1640 verkoopt Adriana Adriaensdr., de vrouw van mr. Adriaen Plaetman, breuksnijder [chirurgijn] en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, aan Johannes Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Thonis Philips en dat van Adam Leenderts. Zij stelt als waarborg een huis op de Boom, staande tussen het huis van Ocker Banen en het huis “de Rooden Leeuw”. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl. Borg: Abraham Fonck, zilversmid en burger van Dordrecht.]

Job Huijberts ende Huijbert Cornelis 15 ponden

Jan Dircxe Verkerck 25 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: de weduwe van Jan Diricxsz. Verkerck, eigen, 20 ponden]

Henrick Cornelisse brouwer 8 ponden

Thomas Willems hopcooper 12 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Thomas Willemsz. van Orten, eigen, 16 ponden 15 sch.]

f. 55

De weduwe van Cornelis Banen 20 ponden

Ocker Cornelisz. Banen, te sien naer sijn billet 30 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 1 juli 1618 [ondertrouw]: Ocker Baen Cornelisz. en Cornelia Repelaers Huijgensdr., beiden van Dordrecht

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Ocker Baen, eigen, 20 ponden]

Baerthout van Slingelandt 15 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98: Baerthout van Slingelant, met pakhuis “ofte spijcker”, 21 ponden 5 sch.]

T weeskint vande dochter van Henrick Sijmonsz. van Slingelant 50 ponden

Jacob Pieters seijlmaecker 2 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Jacob Pietersz. zeilmaker, eigen, 13 ponden, 15 sch.

De vrouw van Jacob Pietersz. Costerus, zeilmaker in “de Drie Zeylmakers” bij het Nieuwpoortje, genaamd Cornelia Jan Coenraadsdr. beviel omstreeks 9 juni 1621 van een vierling, drie meisjes en een jongen. Eén kind stierf kort na de bevalling, de andere drie werden “met Groote Staci en Plechtelikheyd” gedoopt in de Augustijnenkerk. (M. Balen) De kinderen, inclusief de overleden Elizabet, werden door een onbekende schilder vereeuwigd op een olieverfpaneel, dat thans (2018) in het Hof van Holland hangt. (AD Drechtsteden 3 jan. 2018, p. 12)]

De Dordtse Vierling

f. 55v

De weduwe van Abraham Wouters schoenmaecker 5 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: de weduwe van Abraham Woutersz. schoenmaker, eigen, 21 ponden 5 sch.]

Arent Praem 14 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Arent Praem lakenkoper, eigen, 21 ponden 5 sch.]

Pieter Pieters Boer 3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 98v: Pieter Pietersz. Boer, eigen, 15 ponden]

De weduwe van Jan Wouters 1 pond

D’heer Thomas Cornelis outraet 6 ponden

Mathijs Dircxe oude cleercooper 2 ponden

f. 56

Jan Carel lademaecker 6 ponden

Ghijsbert Bastiaensse 8 ponden

Maerten Adriaens laeckenbereijder 1 pond

Frans Jans stoeldraeijer 6 ponden

Leendert Rogier, insolvent 1 pond

f. 56v

Henrick Schouten swaertveger 8 ponden [geboren ca. 1557 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)]

Barent Gerrits in de Son 3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: de weduwe van Barent Woutersz. in de Son, eigen, 13 ponden 2 sch. 6 d.]

Jan van Campen busmaecker 2 ponden

Coenraet Dammas [van der Linde] harnasmaker 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 100v: Coenraet Damasz. harnasmaker, eigen, 10 ponden 17 sch. 6 d. (zie Genealogie Van der Linden op deze website).]

Aert Cornelisse Dansser, obijt insolvent 2 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 438: Inventaris van de goederen nagelaten door Aert Cornelisz. Danser schipper en zijn vrouw Marijken Cornelisdr., beschreven door Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer, ten overstaan van de kinderen van voornoemd echtpaar, m.n. Pieter Aertsz. Danser, die inmiddels is getrouwd, Aeltge Aertsdr. Danser en het jongste kind Hilleken Aertsdr. Danser, geassisteerd met hun ooms en tantes, op 14 en 15 nov. 1625. De tantes zijn Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Dirck Huijbertsz. en Pieterken Ariens, vrouw van Thijs Cornelisz. Danser. Tot de boedel behoort een huis op de Riedijk, genaamd “de Wilde Zee”, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Hendrick Bierkercke en het huis van Hendrick de Wael, genaamd “de Twee Duijffkens”, belast met een hypotheek van 600 gl. Het wordt op 17 jan. 1626 verkocht aan Jonas Philipsz. harnasmaker voor 2000 gl., waarvan 1200 gl. contant. Verder zijn er twee kromstevenschuiten van resp. 12 en 6 lasten, waarvan het laatste wordt aangenomen door Pieter Aertsz. Danser voor 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 19 e.v.: op 19 mei 1626 transporteert Blasius van Haerlem de jonge, als gemachtigde van de weesmeesters van Dordrecht, aan Jonas Philpsz. harnasmaker een huis op de Riedijk, staande tussen het huis “de Twee Duijffkens” en het huis “den Dubbelden Arent”. De koper is schuldig aan de kinderen van Aert Cornelisz. Danser een somma van 800 gl.]

f. 57

De vierwercker in de Arent, is vertrocken naer Engelandt 12 ponden [inschrijving doorgehaald, maar later weer bijgeschreven, “vertrocken naer Engelandt” heeft misschien betrekking op een andere persoon]

[Vuurwerker: iemand die munitie vervaardigt of gereedmaakt.

De genoemde “vierwercker” is misschien Christoffel Wittinger, die in 1623 als zodanig wordt vermeld. Hij verhuurde zijn huis in 1633 aan Joost Bisbinck, die eveneens vuurwerker was.

[NG trouwboek Dordrecht 10 sept. 1623: Christoffel Wittinger jongman vierwercker wonende te Breda en Cornelia Reijniers weduwe van mr. Henric, kapitein van de Canoniers, wonende te Dordrecht, door schrijven van Breda

NG trouwboek Dordrecht 6 febr. 1622: Joost Bisbinck Barentszoon canonier uit het graafschap Lippe [doorgehaald: liggende in garnizoen binnen Bommel] en Neelke Gerrit Jansdr., van Dordrecht wonende in “de Roskam” op de Riedijk, getr. 8 mrt. 1622

Uit dit huwelijk:

a. Barend Bisbinck, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, schilder wonende op de Boom (1654,) kunstschilder, leerling van Jan Both, trouwde NG Dordrecht 13/29 dec.1654 Maria van Diemen, jonge dochter wonende bij het Groothoofd (1654)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 101v: mr. Joost Bisbinck vierwerker, huurt van mr. Cristoffel Wittinger, betaalt 14 ponden.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning Dordrecht 1638), f. 54v: mr. Joost Bisbinck vuurwerker in het Steegoversloot aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. en mr. Frederick Bisbinck eveneens voor een vermogen van 4000 gl.]

Gillis Steens spiesmaecker 8 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Gielis Steens, eigen, betaalt 15 ponden]

De weduwe van Willem Dircxe van Angeren 1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Thonis Jacobsz. kleermaker huurt van de weduwe van Willem van Angeren, betaalt 8 ponden 10 schellingen]

Jan Schooneman schipper 2 ponden

f. 57v

De weduwe van Pieter Manderstons 1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: de weduwe van Pieter Manderston, eigen, betaalt 16 ponden]

De weduwe van Damas Marchelisse 2 ponden

Govert Willems [Bijl] waert in de Engel 3 ponden

[16 juni 1627: Jacob Cornelisz. Cuijper, schipper, ongeveer 36 jaar oud en Mariken Adriaensdr., vrouw van Jan Joppen schipper, ongeveer 41 jaar oud, wonende te Dordrecht, leggen op verzoek van Janneken Mercelis, laatst weduwe van Govert Willemsz. Bijl, in zijn leven waard in “de Engel” bij de Riedijkspoort, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij omstreeks Vastenavond twee jaar tevoren zijn geweest in “de Engel”, waar toen mede aanwezig waren Govert Willemsz. Bijl, zijn vrouw, de rekwirante en Willem Jansz. Bijl, Goverts vader. Zij hebben toen gehoord, dat Govert tegen zijn vader zei: “Vader ick hebbe verstaen dat U jegen diversche persoonen gesegt hebt dat ick U wel vijffthien hondert guldens soude schuldich zijn, is suclx waer.” Waarop Willem antwoordde, dat hij dat nooit gezegd had “ofte dat het qualijck was verstaen”. (ONA Dordrecht inv. 14, f. 529.]

Aen d’ander zijde

Isbrant Gerrits, woont tot Rotterdam 3 ponden

Davidt Davids 1 pond

f. 58

De weduwe van Jan Jansse brouwersknecht, nihil habet 1 pond

Thonis Aerts Groen 2 ponden

Wouter Cornelisse backer 3 ponden

Jan Blandeauw, nihil habet 2 ponden [Jan Blandeau later opnieuw ingeschreven, maar weer doorgehaald met de toevoeging “ïnsolvent”]

[NG trouwboek Dordrecht 25 april 1604: Jan Blandauw Fransman “knopmaker” weduwnaar en Lisbeth Jacob Laurentsdr. van Dordrecht wonende op de Nieuwe Gracht tegenover de “Besiet U Selven”, getrouwd op 16 mei 1604

ORA Dordrecht inv. 766, f. 68; op 19 jan. 1627 comp. Catharina Gooswijn, echtgenote van Hubrecht Bordels, geassisteerd met haar man. Zij stelt zich borg voor Jan Blandaeu, burger van Dordrecht.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht 1633), f. 102: Jan Blandeau, eigen, betaalt 18 ponden]

De weduwe ende erffgenamen van Pieter Leenderts cruijdenier, obijt, insolvent 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 79v: op 7 aug. 1617 verkoopt Pieter Leendertsz. Wietemans, pletsverkoper en burger van Dordrecht, aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 8 gl. 4 st., verzekerd op een huis op de Riedijk, genaamd “de Gulden Kettingh”, staande tussen het huis van Willem Jaspersz. Kels en dat van Jan Blandeau.]

f. 58v

Henrick van de Steen wijncooper 3 ponden

De dochter van Pieter Thonisse 2 ponden

Dionijs Mattheeus [van de Poele] harnasmaker 7 ponden [geboren ca. 1580 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 181v, attestatie dd 29 mei 1625)

ORA Dordrecht inv. 1598, f. 66: op 18 sept. 1621 verklaart Dionijs van de Poel, “harnasslager” te Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Adriaen van Meusijenbrouck, licentiaat in de rechten en advocaat te Dordrecht, voor hemzelf en namens zijn mede-erfgenamen van Adriaen van Moeijsijenbroeck Govertsz., zijn grootvader, een somma van 2650 gl. wegens de koop van het huis, genaamd “den Groenen Schilt” [op de Riedijk], dat op diezelfde dag door Daniël Coenraedtsz. aan hem is overgedragen. Borgen: Hendrick Otten en Reverdt Jaspersz.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 92v: op 4 mrt. 1625 verkoopt Dionijs van de Poel, harnasmaker en burger van Dordrecht, voor 1850 gl. aan Pieter de Groot, bosmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van de erfgenamen van Philips Roeloffs en dat van de erfgenamen van Cornelis Buijs. In plaats van waarborg verbindt de verkoper een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Sander Hermen Jenefaesz. en dat van Elmert Godel Engelsman. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1550 gl. Borg: Gijsbert Corstiaensz.]

Sander Hermansse 4 ponden

Willem van der Elst 4 ponden

[De verponding van Dordrecht uit 1633 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 125) vermeldt de oliemolen van Willem van der Elst (in de Torentraat, eigen, belender: de weduwe van Michiel Spranger)]

f. 59

Jan Hermans van Essen [ziekenbezoeker] 1 pond

Elmer Godel [zwaardveger] 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 juni 1620: Elmer Godeel, Engelsman zwaarveger jong gezel wonende in “de Roos” op de Riedijk en Maijken Tonisdr., van Gouda weduwe van Willem Willemsz. lademaker wonende in “de Roos”, procl. te Amsterdam, getrouwd in Zwijndrecht op 2 aug. 1620.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 82v: op 16 dec. 1624 verkopen Adriaen Gerritsz., Marijcken Gerritsdr. en Joost Bisbinck, als man van Neeltgen Gerritsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Lambert Gerritsz., kinderen en erfgenamen van Geraerdt Janssen en Marijcken Joosten, voor 1800 gl. aan Elmar Godel, zwaardveger en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Abraham Dircxsz. en dat van Aelken Buijsen, weduwe van Cornelis Buijs. De koper is schuldig aan de verkopers en bedrag van 1800 gl., verbindende het voornoemde huis, alsmede een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Arijen Govertsz. en het huis, waar uithangt “de Luijpert”.]

Neeltgen Joosten caescoopster 8 ponden

Lambrecht, Adriaen ende Mariken Gerrits 3 ponden

Jacob Cornelis timmerman 4 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 13 mrt. 1605: Jacob Cornelisz. huistimmerman weduwnaar wonende op de Riedijk bij Jeremias Reijns en Adriaenken Aert (Jacobsdr.) weduwe van Jacob Cornelisz. metselaar, beiden van Dordrecht, getr. 27 mrt. 1605.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 96v en 97: Jacob Cornelisz. timmerman betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis op de Riedijk 8 ponden 10 sch. Belenders: de Kapel van de Schippers en Joris Jansz. schipper.]

f. 59v

Joris Jansse caeijwercker 1 pond

Abraham Gerrits swaertveger 3 ponden

Cornelis Cornelisse backer 13 ponden

Jan Matheus meester seijlmaker 1 pond

Carel van Aertrijck brouwer [in “de Hoorn” op de Riedijk] 6 ponden

[ONA Dordrecht inv. 7, f. 234: verklaring dd 2 febr. 1616 door o.a. Carel van Aertrijck, brouwer, 50 jaar oud.]

f. 60

Abel van Nispen 9 ponden

Abraham Bartholomeus couckebacker 3 ponden

Willem Louff couckebacker 3 ponden

Jacob Aerts corencooper 6 ponden

Matheus Cornelis backer 6 ponden

f. 60v

Govert Sijmons schoenmaecker 5 ponden

De weduwe van Adriaen Jansse Comen 2 ponden

Adriaen Gerrits van Eijck 5 ponden

Willem Bosschaert 12 ponden

[Willem Bosschaert betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat 25 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)

Jacob van Landen 4 ponden

f. 61

Herman Thielmans laeckencooper 4 ponden

Maeijken Meeus, is doot en de erffgen. nijet quotisabel 1 pond 10 s.

D’erffgenamen in Pauwesteijn 5 ponden

[Het huis “Pauwesteijn” stond in de Oude Houttuin, d.i. de Voorstraat tussen Riedijk en Nieuwkerkstraat.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 94v: (verponding van 1594; Oude Houttuin) de erfgenamen in “Pauwesteijn”, “ende verhuijrt Claes Jansz. de Haen den wijnckel”, betalen 22 ponden en 10 s. Belenders: Rochus Praem en Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn).

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99v: (verponding van 1620; Oude Houttuin) de erfgenamen in “Pauwesteijn” betalen 22 ponden en 10 s. Belender: de weduwe van Rocus Praem.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: (verponding van 1633; Oude Houttuin) Herman Thielemansz. lakenkoper huurt een huis van de erfgenamen van Pauwesteijn en betaalt 22 ponden en 10 s.

ORA Dordrecht inv. 771, f. 31 e.v.: op 8 aug. 1637 verkopen Catharina Arijensdr., weduwe van Franchoijs van der Velde, voor de helft, David Leschevijn, munter te Middelburg en zijn vrouw Adriaentken Jansdr., voor 1/4/ part en Heijltgen Gerritsdr. [Stouten], weduwe van Claes Jansz. Pauwesteijn, voor 1/4 part aan Herman Thielmansz. lakenkoper een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd “Groot Pauwesteijn”, aan één zijde belend door het huis van Willem Bosschaert. Comparanten verkopen tevens aan Abraham Claesz. de Haen het daarnaast staande huis “Klein Pauwesteijn”, aan de andere zijde belend door het huis “de Drie Oranje Appelen”. Waarborgen (voor verkopers): Govert Rocusz. van Wesel houtkoper en Mathijs van de Velde voor de ene helft en Gerrit Aertsz. Schut kuiper voor de andere helft.

I. Jan Claesz. Pauwesteijn, overleden vóór 21 mrt. 1617, trouwde Lijntgen Schrijver Henricxdr.

ORA Dordrecht inv. 758, f. 24v: op 21 mrt. 1617 verklaart Adriaen Carelsz., schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijntgen Schrijver Henricxsdr., weduwe van Jan Claesz. Paeuwesteijn, een bedrag van 242 gl., gehypothekeerd op een huis in de Torenstraat.

Uit dit huwelijk (vermoedelijk):

II. Claes Jansz. Pauwesteijn, geboren naar schatting 1590, overleden tussen ca. 1630 en 8 aug. 1637, trouwde naar schatting ca. 1615 Heijltien Gerritsdr. Stouten

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Heijlken, okt. 1619

b. Jan, juli 1621

c. Grietken, dec. 1626

d. Catelijntien, mei 1630]

Walraven Claessen 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 95: Hans van Nimegen in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1594 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Jan Claesz. (huurt van Pauwesteijn) en Sijmon Wiltens coomen.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 94: Jan Ariaensz. in de 3 Oranien [Appelen] betaalt in de verponding van 1606 voor zijn huis in de Oude Houttuin 30 ponden. Belenders: Bastiaen Aertsz. koekenbakker en Jan Ariaensz. de jonge Leutering.

ORA Dordrecht inv. 749 f. 34 e.v.: op 22 mei 1607 verbindt Jan Ariensz. van Gilsen, burger van Dordrecht, als onderpand zijn huis “de Drije Oraengien Appelen”, staande tussen het huis genaamd “den Ossenhuijt” en het huis genaamd “Pauwesteijn”.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 99 e.v.: Walraven Claesz. in de 3 Oranien Appelen betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden en 10 s. Belenders: Gijsbert Geridsz. wielmaker en Jan Ariaensz. Loteringh.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v: Walraven Claesz. betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat (Oude Houttuin) 24 ponden.

ORA Dordrecht inv. 771, f. 7v: op 4 mrt. 1637 verkoopt Walraven Claesz., burger van Dordrecht, aan Gerrit Noeij wijnkoper een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis in de [Oude] Houttuin, genaamd “de Drie Oranje Appelen”, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Arijensz. Leutering en dat van Abraham Claesz. de Haen.]

De weduwe van Jan Adriaens Leutering 35 ponden

[De weduwe van Jan Ariensz. Leutering betaalt in de verponding van 1633 voor haar huis in de Voorstraat 21 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 107v)]

f. 61v

De weduwe van Herman Oom 30 ponden

[Herman Oem Hermansz., geboren ca. 1562, overleden in 1623, trouwde in 1595 met Katharina Boucquet Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178)

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 11 juni 1595 getrouwd Herman Oom Hermansz. jong gezel en Catrina Boucket jonge dochter geassisteerd met haar vader en haar tante Maria Willemsdr. Boucquet.

ONA Dordrecht inv. 4, f. 45: verklaring dd 8 jan. 1603 door dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland, en Hermen Oem Hermansz., 41 jaar oud, op verzoek van Engeltken van de Lindt, eerder weduwe van Dammis Mes en nu vrouw van dr. Johan van Brouckhuijsen. Zij verklaren, dat Engeltken omtrent twee jaar tevoren van Gouda is komen wonen bij haar zusters, “wetende … besocht van een swaer accident in haer hooft, door de continuele en geduijrige pijnen van welck accident [zij] … soo miserabel elendich ende cativich is datse haer gesicht ende gehoor soo seer heeft verlooren datse geheel blint ende somwijlen doof is ende doorgaens heel hardt hoorende is soo datse continuelijck haer camer ende meestal het bedde moet houden”. De getuigen geven voor redenen van wetenschap, dat zij buren zijn van de zusters van Engeltken en dat zij haar nooit uit hebben zien gaan, dat haar zuster Marijken van de Linde het hen verscheidene malen heeft verteld en dat de buren en andere personen, die Engeltken “in haere sieckte gewoon sijn te besoucken” het dagelijks hebben gehoord. ]

Johan van de Steen 10 ponden

Gerrit Nuij 20 ponden

Belia Geijen 12 ponden

D’heer Hugo Muijs van Holij oud borgemeester 100 ponden

Aert Hermans oudecleercooper 1 pond

f. 62

Henrick Gerrits Vermeij 3 ponden

Cornelis van Bijwaert 25 ponden

Aen de Vest op den Riedijck

Carel Chiraet 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1594, f. 42 e.v.: op 10 mei 1617 verkopen Floris Pietersz. huistimmerman, als man van Marijcken Cornelisdr., Adriaen Lucasz. bakker, als man van Anneken Cornelisdr., voor zichzelf en tevens vervangende Geertruijt Cornelisdr. en Cornelia Cornelisdr., allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Thielen, voor 760 gl. aan Carel Siraets, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijk aan de stadsvest, staande tussen het huis van Lauwerens Jansz. schipper en het poortje van Gillis Bouwensz.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 109: op 22 nov. 1617 verkoopt Charles Chieraet, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Johan Swijting, adelborst in de compagnie van kapitein Thibault, garnizoen houdende te Dordrecht, een huis op de Bleijenhoek, staande tussen het huis van Jan Thonisz. leemplakker en dat van Neveling [sic] arbeider aan de straat. De koper is schuldig aan de verkoper 500 gl. In margine: op 2 aug. 1641 verklaart Jan Chieraet, erfgenaam van Carel Chieraet, zijn oom, dat hij niet weet of deze schuldbrief, die verloren is gegaan, geheel afbetaald is, en dat hij derhalve het huis ontslaat van genoemde hypotheek.

ORA Dordrecht inv. 764, f.: op 10 febr. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de Weeskamer te Dordrecht, als gemachtigde van de Weesmeesters, aan Carel Cherer, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijk aan ’s herenvest, staande tussen het sluisje en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 113: op 16 juni 1625 verkopen de erfgenamen van Willem Pietersz. aan Carel Cheraet een huis op de Riedijk, genaamd “het Poortken”, staande tussen het huis van Frans Egbertsz. bakker en dat van de weduwe van Arent Henriksz.]

Laurens Jansse [schipper], nihil habet 2 ponden

Int Rietdijckstraetken

De weduwe van Jan Joppen uijt Papendrecht 1 pond

f. 62v

In de Thorestraet

Bruijn Meijnderts 2 ponden

Sijer Jacobs 3 ponden

Wouter Wouters corencoopers weduwe, insolvent 2 ponden

Frans Jansse schipper

[NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1603: Frans Jansz. schipper weduwnaar en Huberten Adriaen Hubrechtsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 5 sept. 1603

Frans, zoon van Jan Fransz. en Jannicken Sanders, gedoopt NG Dordrecht febr. 1580

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 89v: op 10 juni 1627 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Janneken Sanders, weduwe van Jan Fransz., aan de erfgenamen van Cornelis Francken een jaarlijkse losrente van 12 gl. 10 st. op een huis in het Torenstraatje, staande tussen de oliemolen van de erfgenamen van Pieter Aelbertsz. en de dwarsgang, die loopt naar de gracht.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 14v: op 1 mei 1628 verkoopt Jacob Stoop, als administrateur van de boedel van wijlen Jan Arijensz. van Geer, gezworen koopmansbode op Luik, aan Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both bakker en dat van Coenraet Woutersz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 606 gl. Borgen: mr. Adriaen Plaetman “breucksnijder” [chirurgijn] en Arijen Jacobsz. Wijcken, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 31: op 5 april 1632 verklaren Frans Jansz. de Bouff, als man van Hubertgen Ariensdr., en mr. Adriaen Plaetman, als man van Adriaentgen Ariensdr., dat het huis, dat is nagelaten door Marijken Sanders, weduwe van Adriaen Huberts, hun schoonmoeder, genaamd “’t Wapen van Monickendam”, bij kaveling is toegevallen aan Aechtge Ariensdr., weduwe van kapitein Claes Adriaensz., op voorwaarde, dat Adriaentgen Ariensdr. haar leven lang er het vruchtgebruik van zal hebben, zoals bepaald is in het testament van Marijcken Sanders, gepasseerd op 13 jan. 1626.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 1: op 3 jan. 1637 verkoopt Frans Jansz., schipper en burger van Dordrecht, aan Dirck van Slingelant, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen de oliemolen van notaris Willem van der Elst en de gang van de het huis genaamd “’t Houffijser”. De verkoper stelt als waarborg: een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Both en dat van Koen Woutersz. van der Neth.]

De weduwe van Aelbert Sijmons [Braet] 1 pond

[Zie genealogie Braat op deze website.]

f. 63

Adriaen Jansse pachter 2 ponden

Jan Cornelisse backer 5 ponden

Huijch Cornelis [van den Endt] cleermaker 2 ponden

[Huijch Cornelisz. van der Endt, kleermaker, trouwde Katalina Petersdr. de Hooch

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, mei 1601

b. Catrina, dec. 1602

c. Annen, juli 1605

d. Jan Huijgen van der Endt, jan. 1611, trouwde NG Dordrecht 25 mrt. 1635 Janneken Adriaensdr. van Leeuwen

Kinderen:

d-1. Hillegondt van der Endt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1637, trouwde Gillis Wilmart

d-2. Maijcken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1639

e. Tanneken, april 1614

f. Adriaen, april 1617]

Lambrecht Buijs laeckencooper 3 ponden

Aen de ander zijde

Pieter Cornelisse timmerman

f. 63v

Huijbert Thijsse schipper, nijet quotisabel 1 pond

Leendert Jacobs schipper, nihil habet 1 pond

De weduwe van Jan Fransse, insolvent 1 pond

Thonis de Ronden schipper 1 pond

In de Wijngaertstraet

Cornelis Thonis Oudeboter 1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968 (verponding Dordrecht 1619), f. 121: Cornelis Thonisz. Ouboter betaalt 3 gl. 15 st. voor zijn huis in de Wijngaardstraat. Belenders: de erfgenamen van Claes Jacobsz. en Willem Ariaensz. schipper.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 386v: op 8 mrt. 1619 verkoopt Adriaen Willemsz., schipper en burger van Dordrecht aan Cornelis Thonisz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Willem Adriaensz. en dat van Grietgen Teeuwen. Koper is schuldig aan verkoper 1010 gl., te betalen met 150 gl. op meidag 1619 en voorts 100 gl. ieder jaar op meidag. Gepasseerd in aanwezigheid van Pauwels Eelbo, notaris te Dordrecht en Frans Jansz. en Albert Sijmonsz. Braet, schippers en burgers van Dordrecht, als getuigen. Transportakte gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 18 april 1619 (ORA Dordrecht inv. 760, f. 23 e.v.). Koopsom is 1010 gl. Waarborg voor verkoper: Albrecht Sijmonsz. Braet, schipper en burger van Dordrecht. Koper is schuldig 860 gl.Borgen: Jan Ariensz. timmerman en Frans Jansz. schipper, burgers van Dordrecht.]

f. 64

Michiel Pieters schipper 1 pond

In de Nieukerckstraet

Sweer Jansse smith 2 ponden

Opt Nieukerckhoff

Pouwels Luijcas thuijnman 2 ponden

De Nieuwkerk (bij het Nieuwkerksplein)

T vierde quartier bedraacht ter somme van 818 ponden

f. 64v

Vijffde Quartier beginnende opten houck van de Houtsteijger in de Cannecoopersbuijrt [Voorstraat tussen Nieuwbrug en Nieuwkerkstraat (Van Baarsel, o.c., p. 58)] tot in de Houttuijn aen weder zijde

Marchelis Berckenbosch bode 1 pond

IJsaack de Coninck goudtsmith 4 ponden

Jan Thonisse Verelst 6 ponden

Herman Gerrits bandeliermaker 1 pond

Jan Jansse van Halteren 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 100: op 12 mei 1625 verkoopt mr. Thomas Laurens, inwoner van Leiden, aan Jan Jansz. van Halteren, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Isaac de Coninck en de Houtsteiger, voor een bedrag van 2500 gl. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 200 gl. In margine: Jan Jansz. van Halteren toont op 23 juli 1638 de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is betaald.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 (verponding Dordrecht anno 1633), f. 90: Voorstraat bij de Nieuwbrug – Jan Jansz. van Halteren (eigen)- 16 ponden en 5 stuivers.

Hij was een zoon van Hans van Halteren en Annicken Lambrechtsdr. (Herings) en werd na het overlijden van zijn vader gedoopt (NG Dordrecht april 1588).

NG trouwboek Dordrecht 6/27 nov. 1583: Hans van Halteren van Bergen op Zoom en Annicken Lambrechtsdr. van ‘s-Hertogenbosch.]

f. 65

Pieter Wissels 3 ponden

Davidt Jansse wijncooper 10 ponden

Claes Schelling 1 pond

Willem van Beaumont 7 ponden

Dr. Cornelis van Someren 18 ponden

[NG trouwboek 1 okt. 1617: Cornelis van Someren ordinaris doctor in de medicijnen der stad Dordrecht en Anna Blocken Adriaensdr. van de Westmaas, per schrijven van Westmaas, getrouwd 28 okt. 1618 [sic]

Anna Blocken, geboren naar schatting ca. 1595 vermoedelijk te Westmaas, dochter van Adriaen Bastiaensz. Blocken Margrieta Anthonisdr., dochter van Anthonis Cleijsz. Spruijt en Hilleken Jacobsdr. (welke laatstgenoemde eerder gehuwd was met Jacob Dirksz.)

ORA Westmaas inv. 1: op 23 juni 1616 de 30e penning ontvangen over de landerijen, die zijn geërfd door het laatste overlevende kind (van de drie nagelaten kinderen) van wijlen Adriaen Bastiaensz. Block en diens eveneens overleden vrouw Margareta Anthonisdr., t.w. 2 1/2 morgen in het Oudeland van Strijen, getaxeerd te Strijen op 15 juni 1615 op 350 gl. de morgen, 5 morgen land in de 9e kavel van Nieuw-Beijerland, getaxeerd aldaar op 12 juli 1616 [sic: moet zijn 1615] op 2000 gl. in totaal, en 4 1/2 morgen in het Oude Moenickelant, getaxeerd te Westmaas op 23 juni 1616 op 1125 gl. in totaal.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 316: op 5 okt. 1617 compareren Jacob Claesz. Lem, wonende in Mijnsheerenland van Moerkerken en Dirck Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam. Zij verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz., burger en inwoner van Dordrecht, dat zij op maandag laatstleden geweest zijn in Westmaas ten huize van Hilleken Jacobsdr., hun grootmoeder, en haar toen hebben horen zeggen, dat zij graag zou willen, dat de nicht van de comparanten, Anneken Blocken, zou trouwen met Job van Beaumont Jansz. “ende dat sij tselve liever soude sien van den requirant als met den persoon van Cornelis van Someren”. De deposanten verklaren voorts, dat zij elk een zusterszoon zijn van de moeder van Annecken Blocken. Zij stemmen toe in het huwelijk van Annecken met Job van Beaumont, maar zijn tegen een huwelijk met Van Someren.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 318: op 5 okt. 1617 compareren Arien Claesz. en Claes Claesz. Lem, wonende in Strijen, Cornelis Lenertsz. [Cappendijck], wonende op Dubbeldam, allen “moeijen kinderen” van moederszijde van Anneken Blocken, Pieter Tomisz. Hoogewerff, wonende in Beijerland, als behuwd neef van moederszijde van Anneken Blocken en Arien Jansz. [Spruijt], als man van Anneken Jacobsdr., wonende in de Group, als behuwd oom van Anneken Blocken, zijnde zijn echtgenote een zuster van de moeder van Anneken Blocken. De comparanten verklaren op verzoek van Job van Beaumont Jansz. goed te weten, dat de rekwirant “grooten toeganck tot dvoorsz. Anneken Blocken heeft gehadt, mitsgaders dat sijluijden oock int huwelijck van de voorsz. Anneken Blocken met den requirant bewilligen ende volcomelijck consenteren bij desen, sonder eenigsints te advoijeren den voortganck vande geboden, veel min het huwelijck met den persoon van dr. Cornelis van Someren, als sulcx sijnde tegen haren wille ende vuijterste begeerte.”

ORA Dordrecht inv. 68, f. 29, rekest dd20 sept. 1670: “Geeft … te kennen Anna Blocke weduwe van de heer Cornelis van Someren in sijn leven uijtten Outraet ende Thesaurier deser Stede, hoe dat U Ed. Achtb. [burgemeester en regeerders van de stad Dordrecht] naer het overlijden van … haeren man goetgevonden hebben hebben haer suppliante te begunstigen met de Concherge vanden Stadthuijse alhier, waermede deselve nu soo verre gecomen is, dat sij alle haere kinderen gealimenteert ende tot hunnen meerderjaricheijt gebracht heeft ende sulcx dat sij supplte. als nu alleen wesende ende tot hoogen ouderdom gecomen is, naer overleggen van haere saecken goetgevonden heeft met permissie van U Ed. Agtb. de bedieninge vande voors. Concherge te verlaten … Stond voor apostille: fiat ut petitum.”

Kinderen van dr. Cornelis van Someren en Anna Blocken (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Margaretha, febr. 1619

b. Margareta, okt. 1620

c.mr. Johan van Soomeren,geboren 3 juli 1622, gedoopt juli 1622, griffier van de Chambre de mi partie [een in Dordrecht vergaderende commissie van Nederlandse en Spaanse diplomaten, die onderhandelden over kwesties, die voortvloeiden uithet Verdrag van Munster van 1648], o.a. waterschepen te Dordrecht (1647), hoogdijkheemraad van Oud-Beijerland “wegens de Group” (1650), raadpensionaris van de stad Nijmegen (1655), griffier van de Chambre mi partie (1666) (Balen, o.c., deel II, p. 1241)]

ONA Dordrecht inv. 47, f. 109: op 11 okt. 1654 verklaart Bastiaen Jacobsz., wonende op de hofstede van de advocaat mr. Johan van Someren onder de jurisdictie van De Group, dat hij voor zeven achtereenvolgende jaren van Anna Blocke, weduwe van Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, heeft overgenomen de bruikweer van 16 morgen 4 hont land, zowel wei- als zaailand, waarvan eigenaars zijn de kinderen van de heer Brusellis zaliger. Bastiaen Jacobsz. zal Anna Blocke daarvoor 750 gl. betalen. Jacob Jacobsz., wonende te Dubbeldam, stelt zich borg voor de comparant.

d. dr. Adriaen van Someren Cornelisz., geboren 16 nov. 1624, gedoopt nov. 1624, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1652), doctor ordinaris in de medicijnen van de stad Dordrecht (1652), overleden 19 mei 1663, trouwde NG Dordrecht 12/28 mei 1652 met Klara Mispelshoeff Kornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Nieuwe Haven (1652), dochter van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff, houtkoper te Dordrecht (zie f. 13).

Kind:

d-1. Kornelis van Someren Adriaensz., geboren 2 juni 1654 (Balen, o.c., deel II, p. 1240).]

e. Cornelis van Someren, geboren 23 febr. 1627, gedoopt mrt. 1627, notaris en procureur te Dordrecht, waarsman van den Lande van Strijen, overleden 19 febr. 1673 (Balen, o.c., deel II, p. 1240)]

f. Antonij van Someren, geboren 1 febr. 1629, gedoopt febr. 1629, schepen van Hulst en Hulsterambacht (1657), ongehuwd overleden in 1672 (Balen, o.c., deel II, p. 1240), overleden in Oost-Indië.

ONA Dordrecht inv. 176, f. 291 e.v.: op 3 maart 1661 testeert voor notaris E. Vinck Anthonij van Someren, jongman, op zijn vertrek staande om met het schip “de Beurs van Amsterdam” naar Oost-Indië te varen. Hij vermaakt aan zijn moeder Anna Blocke het vruchtgebruik van de helft van zijn na te laten goederen. De wederhelft daarvan legateert hij aan o.a. de kinderen van Johan van der Hal, verwekt bij Margriet van Someren.

ONA Dordrecht inv. 413, akte dd 4 dec. 1673: de erfgenamen van Anthonij van Someren, overleden op het eiland Dingdingh in Oost-Indië, verlenen procuratie aan P. van Leeuwen, notaris te Batavia, om te vorderen alle goederen, die Anthonij heeft nagelaten, van degenen onder wie die goederen berusten.

g. Willem van Someren, geboren 22 jan. 1631, gedoopt febr. 1631, kapitein-luitenant van een compagnie Guardes van de Keurvorst van Brandenburg (1657) (Balen, o.c., deel II, p. 1240-1241).]

h. Margrieta van Someren,geboren 6 jan. 1633, gedoopt febr. 1633, trouwdeJohan van Hal (Balen, o.c., deel II, p. 1241 vermeldt alleen: “Joffr. Margareta van Someren, Heeren Kornelisdochter, geboren den 6. Februarij 1633, overleden.”)

i. Lidia van Someren, geboren 15 juni 1635, gedoopt juni 1635, trouwde in 1655 met Johan Boon (Boonen), luitenant van een compagnie infanterie ten dienste van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij stierf op 15 mrt. 1671, “nalatende kinderen”. (Balen, o.c., deel II, p. 1241). Lidia van Someren, weduwe wonende bij de Grote Kerk, trouwde 2e NG Dordrecht/Bleskensgraaf 20 juli/2 aug. 1681 Johan van Bijwaart, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1681), notaris te Dordrecht

NG trouwboek Dordrecht 26 sept. 1655: Joannes Boonen jongman wonende omtrent de Vuilpoort en Lijdia van Someren heer Cornelisdr. wonende op de Nieuwe Haven, beiden van Dordrecht, getrouwd 17 okt. 1655 (Cf. Acta van de NG Kerkenraad van Dordrechtvan 4 aug. 1656 [SA Dordrecht, archief 27 inv. 7, f. 2v]: “Ds. Dibbetius heeft gerapporteert, dat Sijne Edelheid met mijnheer Coopman hadde geweest bij Boone, de man vande dochter van d’Heer Someren, ende dat deselve klagende over het onlijdelick tractement ten huijse van zijn schoonmoeder, hadde henselven verclaert, bereijdt te sijn tot een behoorlijcke bijwooninghe, bij sijn huijsvrouw voornoemt, bij aldien die door goede tusschenspraeck conde te wege gebracht werden.”)

j. Jacob van Someren, geboren 18 aug. 1636, gedoopt aug. 1636, trouwde 22 sept. 1669 Katharina Taghoen, weduwe eerst van Johan van Valkenburg, professor in de medicijnen te Leidenen ten tweede van Salomon van Delmanhorst (Balen, o.c., deel II, p. 1241).]

k. Pieter (Petrus) van Someren, geboren 13 jan. 1642, gedoopt 22 jan. 1622, trouwde Anna de Rouw (Balen, o.c., deel II, p. 1241).]

f. 65v

[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 49v e.v.: op 6 juni 1624 verklaren Hermen Godschalcxsz., Frans Aertsz., Sebastiaen Aertsz. en Willem Aertsz., voor zichzelf en de laatste drie genoemden tevens vervangende hun zuster, Janneken Aertsdr., samen erfgenamen ex testamento van Aeltken van Beaumont, de vrouw van Hermen Godschalcxsz. en moeder van de vier voornoemde kinderen, dat zij de goederen, die Aeltken heeft nagelaten hebben verdeeld, waarbij aan Willem o.a. is toegevallen een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “’t Joppenvat”, staande tussen het huis van dr. Cornelis van Someren en dat van Jan Henricxsz. Bot. Willem is schuldig aan Hermen een somma van 2520 gl. en aan zijn broers en zuster een bedrag van 1680 gl.]

De weduwe van Jan Henricxe Bodt backer 3 ponden

Hans Verhage verwer 1 pond

De weduwe van Barent Marcusse goutsmit 4 ponden

Aert Schut brouwer 40 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4 e.v.: op 28 jan. 1637 verkoopt Arent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan David Decker, burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de verkoper en dat van de kinderen en erfgenamen van Barent Marcusse, alsmede zijn, verkopers, aandeel in een windkorenmolen, staande op het Nieuwe Werck. Waarborgen: Eeuwout Aertsz. Schut brouwer en Johannes Prins, koopman, beiden burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 8700 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Adriaen Jansz. Oems, burgers van Dordrecht. In margine: Aelbert van Hoogeveen toont op 30 nov. 1648 de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.]

Herman Jacobs cleermaker 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1603, f. 31: op 10 juli 1628 verkoopt Marinus van de Lisse, deurwaarder van de “Comptoire” van domeinen van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Venditius Riccen, rekenmeester van de Grafelijkheid van Holland, als man van Helena Cool, en mr. Fredrick Riccen, als man van Catharina van Muijlwijck, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Vosmere in Den Haag op 27 mei 1625, aan Hermen Jacobsz., kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin tegenover “de Cleijne Swaen”, staande tussen het huis van Aert Schut brouwer en dat van Henrick Pietersz. Starrenburch.]

f. 66

Adriaen Cornelisse metselaer 1 pond

Aelbrecht Leenderts 6 ponden

Joris Hendrickse cleermaker 1 pond

Mr. Abraham chirurgijn 1 pond

Mr. Viglius Ooms advocaat 18 ponden

[Mr. Viglius Oem, doctor in de beide rechten, trouwde Josina Meysters Maartensdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1178).

Zoon:

Martinus Oom, jongman geboren te Utrecht (1629), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 23 aug./11 sept. 1629 (de bruidegom geassisteerd met mr. Viglius Oom, zijn vader, en de bruid met haar oom en voogd Herman Oom) Margrieta Boucquet, jonge dochter van Dordrecht (1629)]

f. 66v

De weduwe van Joost van der Elst met haer zoon 9 ponden

Jan Vogel, nihil habet 2 ponden

De weduwe van Gerit van Nispen, vermindert op 6 ponden 6 ponden [“9 ponden” doorgehaald]

Willem Barendts wijncooper 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 25v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Jarde, burger van Dordrecht, aan Willem Barentsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “de Stadt Camerick”, staande tussen het huis van Isaack Canijn en dat van de weduwe van mr. Willem Smits. Verkoper stelt geen waarborg. De koper is schuldig aan verkoper 2600 gl. Borgen: Barent Jansz. en Isaack Jansz. Caning.]

Gerrit Dircxe Lonnevaerder 5 ponden

D’heer Johan van der Mast Hermans schepenen [sic] 70 ponden

f. 67

Jonge dochters Repelaers 45 ponden

[Agatha Repelaer en Adriana Repelaer, dochters van Hugo Repelaer, brouwer in “de Sleutel” en Margaretha Jansdr. Brouwer. Hun zuster Johanna Repelaer trouwde met Johan van der Mast Hermansz (f. 66v). Zie Kwartierstaat Van Schothorst (internet), kw. 11094.]

De weduwe van Aert Cool 8 ponden

De weduwe van Adriaen Repelaer, betaelt tot Schoonhoven 8 ponden

Jan Wouters scheijmaecker 3 ponden

Aen d’ander zijde

Isaac Caning hopcooper 22 ponden

f. 67v

De weduwe van Hugo van Berckel blauverwer 2 ponden

Matheeus van de Brouck [koopman] 8 ponden

[Matheus van den Broeck, geboren ca. 1566, trouwde NN

ONA Dordrecht inv. 12, f. 22v: verklaring dd 17 febr. 1617 door Matheus van den Broek, koopman en burger van Dordrecht, 51 jaar oud.

ONA Dordrecht inv. 12, f. 284v: op 6 aug. 1618 verklaren Matheus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht, en Jaspart Baron, kassier van de Tafel van Lening te Dordrecht, dat zij tot een overeenkomst zijn gekomen aangaande het huwelijksgoed en geld, dat Van den Brouck aan Baron en wijlen zijn dochter Janneken van den Brouck heeft beloofd, alsmede betreffende zulke “actie” als Van den Brouck en zijn vrouw toekomt krachtens het testament dat Baron en zijn vrouw, Janneken van den Brouck hebben gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 7 sept. 1617, aangezien het kind van Baron en zijn vrouw binnen een jaar na haar geboorte is gestorven. Beiden verklaren hiervan volledig voldaan en betaald te zijn.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 133: huwelijkse voorwaarden dd 21 mrt. 1627 tussen Bartholomeus van den Broucke, jongman, geassisteerd met zijn vader Matheus van den Broucke, en Catharina de Hooch, jonge dochter, geassisteerd met haar oom en voogd Adriaen Antheunisz. en haar zwager Aelbrecht van Jonckholt.

Kinderen;

a. Janneken van den Brouck, trouwde NG Dordrecht 26 febr. 1617 Jasper Baron, kassier van de Tafel van Lening te Dordrecht

Kind:

a-1. Catharina, gedoopt NG Dordrecht dec. 1617

b. Bartolomeus van den Brouck, trouwde Catharina de Hooch

c. Matheus van de Brouck de jonge, trouwde Catharina Hubrechtsdr.: zie f. 48v]

Jan Aertsse silversmith 3 ponden

Jan Adriaensse Vervoren 1 pond

De weduwe van Cornelis Adriaens Vervoren 1 pond

f. 68

De weduwe van Joachum Aertsse schrijnwercker 2 ponden

Maria van Wissel 22 ponden

Jeremias Reijns 1 pond

De weduwe van Henrick Jobs van Slingelandt 30 ponden

Herman Minnesang wijncooper 9 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 10 juli 1618: Herman Minnesanck weduwnaar wijnkoper van Wesel wonende in de [Oude] Houttuin bij de Mariënbornstraat en Mariken Jans van Dordrecht weduwe van Jan Kop wijnkoper wonende in den Roomer]

D’erffgenamen van sijn huijsvrou zaliger 4 ponden

f. 68v

Gillis Pieters caescooper 22 ponden

Pieter Vinck laeckencooper 15 ponden

Claes Adriaens backer 3 ponden

Jan Bres sijn huijsvrou 2 ponden

D’heer Adriaen Hoogeveen 22 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 110: in de verponding van 1633 betaalt Adriaen van Hoogeveen voor zijn huis in de Voorstraat 50 ponden, belenders: Cornelis Fransz. van Bredenhoff, die huurt van Van Hoogeveen (betaalt 21-10) en kapitein Frans Jansz.]

Frans Jansse capteijn [“twinder” doorgehaald] 30 ponden

f. 69

Herman Oom Jans houtcooper 60 ponden

[Herman Oem Jansz., overleden 20 aug. 1634, trouwde 1 mei 1605 Kornelia Anthonis Jordensdr. de Zee, overleden 7 juni 1645. (Balen, o.c., deel II, p. 1180)]

Cornelis Dionijs wijncooper, te sien quitantie 20 ponden

[Cornelis Dionijsz., weduwnaar van Dordrecht (1628), trouwde 1e Marguarita van Nispen Hendriksdr., 2e NG Dordrecht 30 juli/20 aug. 1628 ( door schrijven van de Waalse kerk) Maria van Beaumont Jansdr., van Dordrecht (1628)

ONA Dordrecht inv. 13, f. 269: op 19 juni 1622 testeren Cornelis Denijsz., koopman van wijnen en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Marguarita van Nispen Hendricksdr., hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Die langstlevende zal gehouden zijn hun dochter Digna te onderhouden tot zij 22 jaar is geworden of tot zij gaat trouwen en haar dan uit te zetten in “feeste ende cleedinge” en bovendien een somma van 3000 gl. uit te reiken. Als hun dochter voordien komt te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende onder hen allen een bedrag van 1500 gl. uitreiken. Tot voogden over hun dochter stellen zij aan zijn broer Johan Denijsse en haar zwager Willem van Bijlaert.

Kind (ex 1):

a. Digna, geboren naar schatting ca. 1620]

Jouffrou Pas 8 ponden

Jouffrou van der Heijden Maria [sic] 30 ponden

Abraham Rutgers 5 ponden

f. 69v

Guilliam van Oversteech 14 ponden

Govert Adriaens vleijshouder 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4: op 19 jan. 1621 verkoopt Pieter Nicasius, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 180 gl. aan Govert Ariensz., vleeshouwer en burger van Dordrecht, de helft van een erf, liggende achter het huis van de verkoper omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob Jaspersz. en dat van Marijcken de Vries, op welk erf door de koper inmiddels is gebouwd, strekkende voor van de Weeshuisstraat tot aan de Zakkendragersstraat. De wederhelft is door verkoper voor 100 gl. verkocht aan Jan Anthonisz. Verelst, burger van Dordrecht. Waarborg: Hubrecht van Sevender.]

Jan Jacobs wijncooper 3 ponden

De twee dochters van Jan Nijssen [“nae billiet te sien” doorgehaald] 16 ponden

Jacob Beeck wijncooper 20 ponden

[Jacob Beeck, trouwde NG Dordrecht 10 mei 1598 Anneken Cornelisdr.

ONA Dordrecht inv. 43, f. 3: op 4 jan. 1646 verklaren Balten Baltensz. Salibosch zilversmid en Huijbert Willemsz., Abraham Sijeren, Balten Aertsz., Aert Sijmonsz, Claes Aertsz. en Jacob Wiilemsz., schippers en burgers van Dordrecht, op verzoek van Jacob Beeck, burger van Dordrecht, dat zij ongeveer 8 dagen tevoren in de herberg “den Houthaeck” gehoord hebben, dat Cornelis Geeritsz. Romp aan Beeck voor 1200 gl. verkocht heeft zijn schip en het keukengerei, maar met uitzondering van zijn plunje en bultzak.

Kinderen (o.a.):

a. Antheunis (Anthonij) Beeck gedoopt NG Dordrecht dec. 1599

b. Cornelis Beeck, gedoopt NG Dordrecht juli 1606

ONA Dordrecht inv. 16, f. 165: op 10 mrt. 1628 testeert Cornelis Beeck Jacobsz., ongehuwd, burger van Dordrecht. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Mariche Aerts, zijn vaders dienstmaagd, een bedrag van 24 gl. en aan zijn vader Jacob Beeck 200 Vlaamse ponden. Voorwaarde bij dat laatste is, dat als zijn vader gaat hertrouwen en uit dat tweede huwelijk kinderen geboren worden, zijn vader van die 200 Vlaamse ponden alleen het vruchtgebruik zal krijgen, en dat na zijn overlijden dat geld zal komen aan testateurs broer Anthonij Beeck of bij vooroverlijden diens nakomelingen. In alle overige door hem na te laten goederen benoemt hij tot zijn erfgenaam zijn broer Anthonij Beeck of bij vooroverlijden diens nakomelingen.

c. Govaert, gedoopt NG Dordrecht mei 1614]

f. 70

Berckhuijsius schoolmeester 2 ponden

[Vermoedelijk Johannes Berckhuijsen, die in 1626 werd aangesteld tot schrijfmeester aan de Latijnse school te Dordrecht en tot 1646 als zodanig in dienst bleef. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 136 en 148)]

Staes Jacobs lijndraijer 5 ponden

In de Wees[huis]straat

Gerrit Oosterman biersteecker 1 pond

Jan Cornelisse schipper 1 pond

In den Dwarsgang bij den Oijevaer [gang bij de Ooievaar, een huis dat in de Voorstraat stond tussen de Boomstraat en het Melkpoortje. (Van Baarsel, o.c., p. 86)]

Jan Celen 8 ponden

f. 70v

De weduwe van Lambert Sanders predicant 2 ponden

In den Hermanshuijsstraet [Heer Heymansuysstraat]

De weduwe van Corstiaen Thonis cruijdenier, insolvent 1 pond

Adriaen Jansse spelmaecker 2 ponden

De weduwe van Cornelis Robberts, is vertrocken 1 pond

Adriaen Smith coomen 4 ponden

f. 71

Hendrick Otten spelmaker 2 ponden

Jan Barents brandewijnbrander 6 ponden

Jacob Alevenwel metselaer 1 pond

[Gildenarchieven Dordrecht inv. 669, juni 1592: Jacob Pietersz. Evenwel metselaar opgenomen in het Metselaars- en Steenhouwersgilde van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 899: verklaring dd 7 okt. 1603 op verzoek van Yken Jansdr. door o.a. Jacob Pietersz. Evenwel, 35 jaar oud, metselaar en burger van Dordrecht.]

Aen d’ander sijde van de straet over de brugge

De weduwe van Adriaen Jansse slijckwercker, nihil habet 1 pond

Cornelis Teeuwen 1 pond

[Hoofdgeld Dordrecht anno 1622 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974), f. 93v: Cornelis Teeuwen drager en zijn vrouw – 2 ponden.]

f. 71v

Huijbert Jansse wever 1 pond

Jan van Hameren coordewercker 1 pond

Adriaen Diemans schipper, insolvent 1 pond

Gerrit Jacobs backer 2 ponden

De weduwe van Jacob Lammen schipper, nihil habet 3 ponden

f. 72

Bij den Houthaeck [Doelstraat. (Van Baarsel, p. 30). Den Houthaeck (1614): huis in de Dwarsgang bij de Doelstraat. (Nelemans, Hic conditur, p. 334)]

De weduwe van Pieter Adriaens in de Houthaeck 1 pond

In de Mariënbornstraet

Jan Hendricxe schoenmaecker 1 pond

Adriaen Jans backer 6 ponden

Abraham Jansse slenaer, insolvent 1 pond

Dirck Jansse schipper 6 ponden

f. 72v

De weduwe van Aelbert Jansse busmaecker 3 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 269: op 12 aug. 1632 testeert Machtelt Pouwelsdr., weduwe van Aelbert Jansz. bussenmaker, burgeres van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan Pouwels Jansz. en Arijen Jansz., haar neven, samen 6 gl., aan Jan Dolle, haar knecht “de sael met een swagie daaraen”, aan Herman Hermansz., koster en voorlezer van de Augustijnenkerk, een zilveren bierbeker, aan de vrouw van Herman Hermansz. haar spinnewiel, aan Trijntgen Reijniersdr., de vrouw van Jan van Essche, haar beste grofgreinen rok met een zwarte kaffa borst. Alle overige goederen maakt zij aan de huisarmen van Dordrecht voor de helft en aan Jan van Essche en Nicolaes Senten samen voor de wederhelft, mits laatstgenoemden gehouden zullen zijn haar boedel te “redderen” zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen.]

Aen d’ander zijde

De weduwe van Jacob Claptas metselaer, insolvent 1 pond

Thonis Pieters smith, insolvent 1 pond

Achter ’t Weeshuijs

Dirck Jacob cruijdenier, insolvent 2 ponden

Jan Pauwels verckenslager 1 pond

f. 73

Jan Cornelisse Coomen 2 ponden

Voor in de Marïënbornstraet

Cornelis Fransse verckenslager 2 ponden

Abraham Willems backer, nihil habet 1 pond

Servaes Jorisse schrijnwercker 1 pond

De weduwe van Jan Bastiaens schipper, nihil habet 2 ponden

f. 73v

Aert van de Beeck den Ouden 1 pond

Jacob Jansse backer 1 pond

Diewertgen Joppen, niet te vinden 4 ponden

T Vijffde Quartier bedraegende ter somme van 523 ponden

f. 74

Seste Quartier beginnende in de Willem Oskenstraet [Weeshuisstraat] aen de Voorstraet tot aen [het] Steechoversloot

Steven Baltens 2 ponden 10 s.

Claes de Haen [“Claes” is doorgehaald en vervangen door “d’erfgenamen van Pauls”] 6 ponden

Adam Pietersse schipper 3 ponden

Pieter Nicasius wijncooper 3 ponden

f.74v

Adriaen Jansse pasteijbacker 8 ponden

Adriaen Cornelisz. Belliaert 4 ponden

Roelant Dircxe van Deuren 42 ponden

[ONA Dordrecht inv. 11, f. 133: verklaring dd 3 aug. 1613 door o.a. Roelof Dircxsz. van Dueren, koopman en burger van Dordrecht, 54 jaar oud.]

Henrick Starrenburch, is onder de heeren uijtten Achten 30 ponden

Aert Jansse beenhacker 12 ponden

f. 75

Gerrit Joppen 7 ponden

[Gerrit Joppen varkenslager, geboren naar schatting ca. 1550, overleden in of na 1626.

Genealogie:

I. Jacob Adriaensz. varkenslager, overleden vóór 2 april 1577, trouwde NN

2 april 1577: scheiding van de goederen, nagelaten door Jacob Adriaensz. varkenslager tussen Geerit Joppesz. voor zichzelf, Pieter Dionijsz., als man van Joetgen Willemsdr. en tevens als oom en voogd van Dircxken Joppen, Maricken Joppen, Willem Joppesz. en Lijsken Joppen, onmondige kinderen van wijlen Jop Jacobsz. varkenslager, verwekt bij wijlen Grietgen Willemsdr., enerzijds en Huijch Cornelisz. molenaar, voor zichzelf en uit naam van Adriaen Cornelisz., Jacob Cornelisz. landmeter, als oom van de beide kinderen van Cornelis Jacobsz., verwekt bij Marijcken Cornelisdr., anderzijds, samen erfgenamen van Jacob Adriaensz. varkenslager, hun grootvader. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 4 e.v.)

Kinderen:

a. Jop Jacobsz., volgt II

b. Cornelis Jacobsz., overleden vóór 2 april 1577, trouwde Marijcken Cornelisdr.

II. Jop Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1520, varkenslager, “schalietelder” te Dordrecht, overleden ca. 1572, trouwde 1e Elisabeth Barthoutsdr., zuster van mr. Niclaes Barthoutsz. en 2e ca. 1565 Grietgen Willemsdr., vermoedelijk zuster van Joetgen Willemsdr., echtgenote van Pieter Dionijsz.

1 april 1573 (na Pasen): comp. voor schepenen van Dordrecht Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz. varkenslager, enerzijds en Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen en erfgenamen van Job Jacobsz., verwekt bij Elijsabeth Barthoutsdr. zaliger, anderzijds. Zij verdelen onderling de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 232v)

1 april 1573 (na Pasen): Jan Jobsz., Gerrit Jobsz. en Adriaen Scrijver Jobsz., allen kinderen van Job Jacobsz. varkenslager, verwekt bij Elijsabeth Jacobsdr. (sic), hun moeder zaliger, verklaren volledig betaald en voldaan te zijn door Margriete Willemsdr., weduwe van Job Jacobsz., hun stiefmoeder, van alle goederen, die hun zijn aanbestorven door overlijden van Job Jacobsz. en Elijsabet Barthoutsdr., hun vader en moeder zaliger. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 233)

23 dec. 1574: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Job Jacobsz. “schalietelder”, door zijn weduwe Grietken Willemsdr., enerzijds en Cornelis Jacobsz. “boechmaecker”, als gemachtigd door Jan Ariensz. Cattendijck, wonende te Rotterdam, “als van de naeste vrunden” en voogd van Dircxken Joppen, 9 jaar oud, Marichgen Joppen, 7 jaar oud, Willem Joppen, 6 jaar oud en Lijsken Joppen, 4 jaar oud, weeskinderen van Jop Jacobsz., verwekt bij Grietken Willemsdr., anderzijds. Het betreft een “sobere” boedel. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 157 e.v.)

16 jan. 1578: Grietken Willemsdr., weduwe van Jop Jacobsz. varkenslager, verkoopt aan Arien Fransz. de Jonge een jaarlijkse losrente van 3 gl., verzekerd op een huis in de Dwarsgang [vermoedelijk gelegen tussen de Weeshuisstraat en de Zakkerdragersstraat], staande tegenover de poort van het Weeshuis [het Weeshuis was sinds 1575 gevestigd in het voormalige Mariënbornklooster en stond tussen de Weeshuisstraat en de Mariënbornstraat (Van Baarsel, o.c., p. 126)] tussen de gang van het Weeshuis en het huis van Arien Lenertsz.] (ORA Dordrecht inv. 712, f. 204)

Kinderen:

Ex 1 (volgorde onzeker):

a. Jan Jobsz.

b. Geerit Joppen, volgt III

c. Adriaen Scrijver Jobsz.

Ex 2:

b. Dircxken Joppen, geboren ca. 1565

c. Maricken Joppen, geboren ca. 1567

d. Willem Joppen, geboren ca. 1568

e. Lijsken Joppen, geboren ca. 1570

III. Geerit Joppen, geboren naar schatting ca. 1550, varkenslager te Dordrecht, trouwde naar schatting ca. 1575 Heilken Willemsdr.

11 mrt. 1599: Gerrit Jobsz., burger van Dordrecht, verklaart zich borg te stellen “voor de onbekende belastingen die souden mogen staen” op een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Jan de Buijs en dat van Pieter de molenaar, welk huis door Gijsbert Cornelisz. pasteibakker op 13 april 1595 is gekocht van Egbert Ariensz. “gortmaecker” en dat voor een bedrag van 132 gl., “in begrootinge van gelijcke somme die [aan] den voorsz. Gerrit Jobssoen”, als voogd van de weeskinderen van Willem Rhijsberch zaliger, verwekt bij Mariken Willemsdr., overgedragen is. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 56 e.v.)

6 nov. 1602: mr. Niclaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen, als erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Bartholomeus Willemsz. [tingieter] en Adriaen Apersz., als man van Claerken Willemsdr. en als gemachtigde van zijn zwager Schrevel Willemsz., Arent Andriesz. voor zichzelf en vervangende Aelken en Marijken Andriesdochters, kinderen van wijlen Aeffken Willemsdr., voor zichzelf en samen vervangende Willem Jacobsz., zoon van wijlen Jacob Willemsz., allen erfgenamen van Catharina Willemsdr., die echtgenote was van voornoemde Barthout Barthoutsz.*, verkopen aan Jacob Moleschot, koopman te Dordrecht, een huis, dat staat tussen de Vriesestraat aan de ene zijde en het huis van Marijken de pasteibakster aan de andere zijde. Waarborgen: mr. Nicolaes Barthoutsz. en Geerit Jobpen. De koopsom bedraagt 3100 gl., waarvan koper 800 gl. contant betaalt en de rest in jaarlijkse termijnen van 216 gl. Koper is wegens de koop van 1/4 part van het voornoemde huis schuldig aan Nicolaes Barthoutsz. een somma van 575 gl. (In margine: comp. Geerit Joppen varkenslager, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn oom Nicolaes Barthoutsz., die in Delft woont. Hij verklaart, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 17 juli 1614.) (ORA Dordrecht inv. 746, f. 178v en 179)

* 18 aug. 1592: Bartholomeus Willemsz. tingieter en Barthout Barthoutsz. kruidenier, getrouwd met Catharina Willemsdr, als ooms en voogden van de weeskinderen van Aefgen Willemsdr., transporteren aan Aert Cornelisz. een rentebrief van 9 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 119v)

31 mei 1602: testeert voor notaris W. van den Brouck Barthout Barthoutsz. kruidenier, ziek te bed liggende. Hij bevestigt het testament, dat hij op 21 nov. 1594 met zijn inmiddels overleden vrouw Trijnken Willemsdr. heeft gemaakt voor notaris B. van de Corput. Na zijn overlijden zal de ene helft van zijn na te laten goederen toekomen aan zijn erfgenamen ab intestato en de andere helft aan die van zijn vrouw. Tot executeurs-testamentair benoemt hij zijn broer mr. Nicolaes Barthoutsz. en Jacob Spaen, licentiaat in de rechten. (ONA Dordrecht inv. 4, f. 3 e.v.)

6 juni 1602: inventaris van alle goederen, die zijn nagelaten door Barthout Barthoutsz., opgemaakt door W. van den Brouck, notaris te Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Barthout Barthoutsz. en Trijnken Willemsdr. Tot de boedel behoort o.a. een huis op de hoek van de Vriesestraat. Op f. 146v van de inventaris staat: “den gemeen[en] boedel is schuldich aen mr. Claes Barthoutsz., den broeder vanden voorsz. Barthout Barthoutsz. de somme van hondert gul.” (ONA Dordrecht inv. 3, f. 145 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elizabeth, okt. 1575 (naam van de vader Gerlich Joppen, van de moeder Heiltgen)

b. Gouken, 20 febr. 1578

c. Jopken, 21 mrt. 1580

d. Diericxken, 23 okt. 1583]

Maerten Jansse 1 pond

Jaecques van Santvliet 2 ponden

Hendrick Terwen sijdecramer 25 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 128: op 25 jan. 1627 verklaart Sebilla Verbeeck, laatst weduwe van Hendrick Terwe, wonende te Dordrecht, dat, hoewel zij gehouden is aan haar voorkinderen, bij haar verwekt door Daniël van Mollem, haar eerste man, niet meer uit te keren wegens hun vaderlijke goederen dan de helft van een somma van 13.304 gl. 5 st. Hollands geld en de helft van de inboedel, bedragende een somma van 1600 gl. Hollands geld, zij nu aan haar voorkinderen voor hun vaderlijke goederen wil uitreiken een somma van 15.829 gl. 12 st. 8 pen., zijnde de helft van haar goederen, zoals die waren toen zij ging trouwen met haar tweede man. Zij bewijst aan haar kinderen de helft van hetgeen men haar schuldig is in het Land van Kleef, hetwelk zij begroot op 3698 gl. 4 st. 4 pen. Zij bewijst haar voorkinderen nog in mindering van hun vaderlijke goederen een somma van 3150 gl. over het kapitaal van vijf lijfrenten, staande op naam van haar vijf voorkinderen, ten laste van de Staten en het Land van Utrecht, bedragende voor elk kind 70 gl. Hetgeen haar voorkinderen tekort komen aan de 15.829 gl. 12 st. 8 pen. belooft zij aan hen uit te keren, zodra zij gaan trouwen. Zij behoudt echter het vruchtgebruik haar leven lang gedurende van een somma van 14.101 gl. 5 st. en houdt nog onder zich een somma van 1967 gl. 13 st., die haar kinderen aankomt uit de goederen van hun grootmoeder en van hun spaarpot, die zij haar kinderen belooft uit te keren, wanneer zij gaan trouwen.]

Isaac Goverts Roovers 30 ponden

f. 75v

Claes Jansse Verschaech 1 pond

De weduwe van Maerten van Balen 40 ponden

Jouffrou Noiret in de Munt 20 ponden

Aert Verbeeck de Jonge 1 pond

Anthonij Henricxe assaieur 2 ponden

f. 76

De weduwe van Jan van Bencken muntmeester 40 ponden

[Jan Bencken de jonge, trouwde naar schatting ca. 1620 Sara Trucquet, weduwe van Amsterdam (1627), trouwde 1e Nicolaes van Marche,  3e NG Dordrecht 19 dec. 1627 (ondertrouw, proclamatie in Utrecht) jonkheer Lowijs Malepert van Bergen in Henegouwen, heer te Jutphaas, wonende op Plettenberch in Jutphaas (1627)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 247: op 10 sept. 1625 verklaart Thomas Trucquet, tafelhouder van lening te Dordrecht, dat hij zich op 31 aug. 1620 ten behoeve van de Heren van de Rekening van de Grafelijkheid van Holland borg gesteld heeft voor een somma van 3000 ponden, die Johan Bencken de jonge, meester particulier van de Munt van Holland te Dordrecht, gehouden was stellen voor een periode van drie jaar of voor zolang hij het ambt van muntmeester zou mogen bedienen. Aangezien Johan Bencken de jonge inmiddels overleden is en zijn weduwe Sara Trucquet, dochter van de comparant, van de voornoemde Heren van de Rekening toestemming heeft gekregen “de Munte bij haer gecontinueerd ende bedient te werden met eenen bequamen assistent”, verklaart Trucquet de borgtocht van 3000 ponden voor zijn dochter te willen vernieuwen voor zolang zij de Munt zal mogen blijven bedienen”.

ONA Dordrecht inv. 55, f. 250: op 11 sept. 1625 verklaart Sara Trucquet, weduwe van Johan Bencke de jonge, dat zij tot haar assistent in de bediening van de Munt van Holland te Dordrecht heeft benoemd haar aangetrouwde oom Jacob Bencken.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 130: op 20 mrt. 1627 testeert Sara de Trucquet, laatst weduwe van Johan Bencke de jonge, muntmeester particulier van de Munt van Holland, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een somma van 300 gl., aan de huisarmen te Schoonhoven een somma van 100 gl. en aan de huisarmen van Sneek een somma van 150 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen, bij haar verwekt door Nicolaes van Marche en Johan Beecke de jonge, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Dat alles op voorwaarde, dat haar kinderen van die goederen alleen het vruchtgebruik zullen hebben en de eigendom ervan zal komen aan haar kleinkinderen en verdere nakomelingen. Als haar kinderen allen komen te overlijden zonder kinderen na te laten, zullen die goederen komen aan hun erfgenamen ab intestato van moederszijde.

Kinderen:

a. Hendrick Bencken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1621

b. Magdalena, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625]

Anthonij Bastiaens 2 ponden

D’heer Cornelis Adriaensse Teresteijn out borgemeester 80 ponden

[Cornelis van Teresteijn Adriaensz., geboren ca. 1580, o.a. thesaurier en burgemeester van Dordrecht, overleden op 22 mrt. 1643, begraven in de Grote Kerk (zerk), begraafboek Grote Kerk 23 mrt. 1643: een baar voor burgemeester Teresteijn.

ORA Dordrecht inv. 1596, f. 86v: op 25 okt. 1618 verklaart Cornelis Adriaensz. Teresteijn, thesaurier van Dordrecht, dat hij op 9 febr. 1618 van “die van de rekeninge des Graeffelikheijts van Hollandt” voor 11.550 Vlaamse ponden gekocht heeft een huis [in de Voorstraat] naast de Munt, eertijds eigendom van Jan Damen.

Op 25 okt. 1618 compareerde dr. Johan Basius, rekenmeester in de kamer van de rekeningen van Holland, als procuratie hebbende van zijn medebroeders in dat college, gepasseerd in voornoemde kamer op 19 april 1618 en ondertekend door H. van Luchtenburch, luidende als volgt:
De leden van de Rekenkamer van Holland hebbende volgens autorisatie van de Staten van Holland door Johan Basius op 9 febr. 1618 laten verkopen een huis, staande naast de Munt te Dordrecht, eertijds eigendom geweest van Jan Damen, en hebben Basius gemachtigd om voor het gerecht aldaar aan Cornelis Adriaensz. Terersteijn, thesaurier van Dordrecht, het voornoemde huis te transporteren op de volgende voorwaarden:
1. Aan de koper zal volgen het sementeerhuis [betekenis mij onbekend] en het bleekveld ter breedte van “het hoff”, strekkende van achteren van de zuidzijde van de poort tot aan het sementeerhuis, te weten in de breedte aan het sementeerhuis 35 voet, achter aan de poort 32 voet en in het midden van het kruispad, waar een paaltje is geslagen, 31 voet, alle voeten gemeten met de Luikse houtvoet en wel 11 duimen de voet,
2. De koper zal gehouden zijn op zijn eigen kosten op zijn eigen grond te maken een stenen scheimuur, tenminste anderhalve steen dik met een hoogte van tenminste 9 voet, welke muur en het onderhoud ervan voortaan voor de helft zal toebehoren aan de koper en voor de wederhelft aan de Munt,
3. Al het water, zowel hemel- als huiswater zal lopen en geloosd worden, alleen over het erf van de koper en niet over het erf van de Munt, met dien verstande, dat de koper op zijn kosten zal mogen leggen een loden goot langs zijn muur van de bovenplaats af tot aan het einde van het sementeerhuis, zonder dat men die goot om de achtergevel van het sementeerhuis zal mogen leiden, maar zal het water binnen genoemde gevel op de grond van de koper geleid worden.
4. De waterput zal door de koper en door de Munt gebruikt worden “halff ende halff”.
5. De koper zal mede hebben het gebruik van de regenbak, die staat op de plaats van de Munt, nl. om alleen door een pomp het water komende van het huis van de koper daaruit boven op de plaats van kopers huis te trekken. Het onderhoud van de regenbak blijft altijd ten laste van de koper, hoewel de eigendom ervan blijft toebehoren aan de Munt. Doch indien de koper de regenbak niet wil gebruiken, “maer op sijnen eigen gront selffs eenen te vinden sal”, zal hij niet gehouden zijn tot het onderhoud ervan te betalen,
6. De koper zal gehouden zijn de deur van zijn bierkelder op zijn kosten dicht te metselen, maar beide lichten, die in de kelder staan, zullen daar blijven staan, mits de koper daarin laat stellen staande glazen en ijzeren spijlen “nare costume deser stede”,
7. De lichten in de bovenkeuken van kopers huis zal de koper moeten vervangen door staande lichten ter hoogte van 7 voeten uit de vloer van die keuken en daarin laten stellen staande glazen en ijzeren spijlen,
8. De koper zal gehouden zijn de deur van de wijnkelder, komende op de plaats van de Munt, op zijn kosten te laten dicht te doen metselen, en alleen behouden het licht, dat tegenwoordig naast de deur staat, verzorgd met een glas en ijzeren spijlen,
9. De koper zal gehouden zijn de deuren en lichten van het sementeerhuis met steen dicht te doen stoppen en blind te maken en alleen zijn licht mogen “vinden ende scheppen” in de zijmuur van het sementeerhuis aan de zijde van het bleekveld, zonder dat hij enige lichten zal mogen stellen, “responderende” op het erf van de Munt,
10. De kozijnen van het sementeerhuis zullen blijven toebehoren aan de Munt en de muur van de achtergevel van het sementeerhuis zal zijn “halff en de halff” en het secreet daarachter zal tot gemeenschappelijk gebruik en de kosten ervan zullen eveneens gemeenschappelijk blijven,
11. De uitgang, waarmee men boven uit de Munt komt op de plaats van de Munt zal eigendom blijven van de Munt, zulks dat de deur van kopers huis op die uitgang “responderende” door de koper op zijn kosten toegemetseld zal moeten worden,
12. Alle lichten, die kopers huis “schept”, zowel op het erf van de ijzersnijder als in kopers achterkeuken, zullen niet door de Munt belemmerd mogen worden,
13. Aan de koper zal mede volgen de hele muur aan de zijde van het huis, genaamd “den Ring”, van voren tot achteren, maar aan de zijde van de Munt zullen de muren zijn “halff ende halff”,
14. Aan de koper zullen volgen alle bedsteden, banken en dergelijke meubelen meer, die in het voornoemde huis aanwezig zijn, voor zover die aan de Munt toebehoren, alsmede de gemaakte kozijnen en dat alles volgens het contract van 9 febr. 1618.
Compareerde mede mr. Cornelis van Beveren, raad en rentmeester van Zuid-Holland, en bekende in die hoedanigheid volledig voldaan te zijn met een schepenenschuldbrief, door koper op heden gepasseerd.
In margine: schuldbrief gecasseerd op 13 dec. 1621.
Op 9 febr. 1618 verklaart Cornelis Adriaensz. Teresteijn, thesaurier van Dordrecht, van de heren van de Rekeningen van Holland gekocht te hebben een huis naast te Munt, eertijds eigendom geweest van Jan Damen, voor een somma van 11.550 ponden van 40 groten het pond, boven het rantsoen van 3 groten op iedere gulden, af te lossen in vier termijnen, te betalen op iedere meidag 2887 ponden 10 schellingen, waarvan de koper de eerste termijn aan mr. Cornelis van Beveren t.b.v. de grafelijkheid reeds voldaan heeft.
(Vriendelijke mededeling van de heer K. van der Vaart te Dordrecht.)]

Elisabet Pieters ’t Jong 10 ponden

Wouter Boquet 20 ponden

[ONA Dordrecht inv. 91, f. 543: verklaring dd 14 april 1654 door o.a. Wouter Boucquet, 70 jaar oud.

ONA Dordrecht inv. 27, f. 185: op 29 juni 1622 verklaart Gijsbert de Jager, notaris te Dordrecht, op verzoek van [NN] Brederode, wonende in Den Haag, dat Blasius van Haerlem, kamerbewaarder van Dordrecht, “volgens dordinantie vande Christelicke kercke” in Dordrecht is getrouwd met Cornelia Jansdr. van den Engel, de dochter van zijn vaders zuster en zulks de dochter van zijn tante, dat Wouter Boucquet zijdenlakenkoper getrouwd is met de dochter van zijn vaders zuster, dat Jan Jacobsz. van Wesel in de kerk te Dordrecht is getrouwd met de dochter van zijn moeders zuster, en voorts dat hij zeer goed kent Henrijck Lenertsz. Besemer, die eertijds woonde in Mijnsheerenland en thans in de Borstel in het Land van Goes en dat Henrijck, nadat zijn vrouw overleden is, bij wie hij vele kinderen heeft verwekt, getrouwd is met de zuster van zijn overleden vrouw.]

Pieter Pieters lootgieter 15 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 13: op 21 jan. 1630 verklaart Nijs Jansz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Pietersz. loodgieter, volgens procuratie gepasseerd voor schout, burgemeester, schepenen en raad van Culemborg op 28 dec. 1629, tot “versekertheijt” van Catarina Pietersdr., de onmondige dochter van Pieter Pietersz., verbonden te hebben een huis voor het Bagijnhof, genaamd “den Salamander”, alsmede zijn aandeel in een huis op de hoek van de Houtsteiger, genaamd “de Drije Schabellen”, opdat men daaraan kan verhalen de somma van 1000 gl., welke Catarina Pietersdr. toekomt wegens haar moederlijk erfdeel. Jan Aertsz. glasmaker, burger van Dordrecht, als man van Janneken Pietersdr., verklaart, dat aan hem betaald is hetgeen zijn vrouw toekomt wegens haar moederlijk erfdeel. Hij bevrijdt derhalve het huis omtrent de Munt van de hypotheek, waarmee het wegens dat moederlijk erfdeel belast is. Catarina Pietersdr., geassisteerd met haar oom en voogd Nijs Jansz., verklaart het huis, dat gekocht is door de heer Van den Brouck, ontslagen te hebben van genoemde hypotheek.]

f. 76v

Henrick Wijnants cleermaker 5 ponden

Cornelis Pieters ’t Jong 12 ponden

Catharina van de Steen weduwe van Johan de Lange, te sien naer billet 15 ponden

Pieter Gaeduijts met sijn kinderen 36 ponden

De vier ongehoude kinderen van Franchoijs Fransse 30 ponden

f. 77

Cornelis Fransse [van Kerckesant] backer 3 ponden

[Cornelis, zoon van Frans Egbertsz. bakker en Maricken Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht 1584

ORA Dordrecht inv. 769, f. 3v, akte dd 4 sept. 1631: Cornelis Fransz. van Kerckesant bakker is wegens de koop van een huis bij de Munt een bedrag van 650 gl. schuldig. Hij verbindt daarvoor een huis bij het Steegoversloot genaamd “den Vergulden Ram”, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Aert Wesselsz.

ORA Dordrecht inv. 774, f. 133v: op 31 okt. 1644 verkoopt Joris Jorisz. zager, burger van Dordrecht aan Cornelis Fransz. van Kerckesant, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Johannes Hardij en dat van Jan Pietersz. kleermaker.]

Aert Wessels [metselaar] 1 pond

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3971, f. 114v en 115: de weduwe van Aert Wesselsz. metselaar betaalt in de verponding van 1633 8 ponden 15 sch. voor haar huis in de Voorstraat (bij de Augustijnenkerk). Belenders: Cornelis Fransz. bakker en Geerit Thomasz. (van der Tuijnen) chirurgijn.]

Pieter Ghijsbers timmerman 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 38: op 12 mei 1632 verkoopt Pieter Gijsbertsz., houtkoper en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan mr. Geerard van der Thuijnen, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis aan de Landzijde op de hoek van het Steegoversloot, belend door het huis van Aert Wesselsz. en ’s herenstraat aan de voorzijde en het huis van Jasper Willemsz. aan de achterzijde. Waarborg: Gijsbert Pietersz., de vader van de verkoper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl. Borg: Goovert Jansz., huikmaker en burger van Dordrecht.]

De weduwe van Meus Aerts 2 ponden

[ORA Dordrecht inv.756, f. 102 e.v.: op 26 nov. 1615 verkoopt Trijntken Jacobsdr., weduwe van Meeus Aertsz., aan Dirck Henricx peltier een huis vóór in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Jansz. en het huis van verkoopster. Voorwaarde is, dat als verkoopster of haar erfgenamen, zolang zij eigenaren zijn van het huis op de hoek van het Steegoversloot, het huis daarnaast, staande in de Voorstraat, waarin Jacob Ewoutsz. schipper woont, kopen, “dat in dien gevalle tvoorsz. vercofte huijs mede volgen sall de helfte vande muijre vande selven huijse tegens tvoorsz. vercofte huijs streckende”. Waarborg: Dirck Henricx, burger van Dordrecht.]

Henrick Hendricxe backer 1 pond

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 153: op 23 okt. 1627 testeert Hendrick Hendricxsz., broodbakker en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij prelegateert aan zijn zoon Gerrard Hendricxsz. al het gereedschap “totte backerie” behorende, alle “brant ende turff”, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel zal inbrengen een somma van 50 gl., voorts als zijn lijnwaat en zijn zondagse mantel. Aan zijn dochter Beatricx Hendricksdr., de vrouw van Jan Jansz. bakker, prelegateert hij twee Vlaamse ponden. Hij scheldt haar ook kwijt de vier zakken rogge en een zak meel, die hij haar of haar man geleend heeft en dat ter compensatie van de laken vlieger, die hij aan zijn dochter Stijntgen Hendricksdr. bij het aangaan van haar huwelijk heeft geschonken. Hij legateert aan zijn dienstmaagd Anneken Aerts een grofgreinen rok met fluwelen lijf en een doordeweekse Amsterdamse huik, die aan zijn overleden vrouw heeft toebehoord. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen Gerrart, Beatricx en Stijntgen Hendricx. of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Hij wenst,, dat zijn zoon Gerrart in het huis, waarin hij, testateur, woont, staande op de hoek van het Steegoversloot voor drie jaar na zijn overlijden zal blijven bewonen voor 13 Vlaamse ponden per jaar.]

f. 77v

Aen d’ander zijde beginnende aen de steijgert

Herman Jenefaessen 10 ponden

Antony van de Biesheuvel 4 ponden

[I. Anthony van den Biesheuvel, geboren naar schatting ca. 1585, waarschijnlijk in het Land van Heusden en Altena, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 mei 1658, zoon van Willem van den Biesheuvel en Lijsbeth Ariensdr., trouwde naar schatting ca. 1615 Thoentken Gijsbrechtsdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1649, dochter van Gijsbert Francken en Claerken Dircksdr.

Met zijn vrouw testeerde hij op 20 aug. 1620 voor notaris P. Eelbo te Dordrecht.

– 9 jan. 1620: Reijnier Adriaensz. van Wel, brouwer en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4500 gl. aan Anthoni Willemsz. van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Altena”, staande [in de Voorstraat] omtrent het Steegoversloot tussen het huis van Herman Genefaesz. en dat van Adriaen Coenen lakenkoper. Waarborgen: mr. Jacob van der Eijck, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland en Wouter Vastersz., burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Grietken Cornelis een somma van 3000 gl. Borg: Matthijs Sandersz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1596, f. 2 e.v.)

– 6 mei 1645: Jochum Liens, wonende in Klundert, verkoopt Anthonij van den Biesheuvel, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. van Bergen, bode van Dordrecht op Haarlem, en dat van Aelbert Hillebrantsz. van Swol. Waarborgen: Laurens van Valckenburch en Abraham van der Wal, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 24)

Zoon:

a. Isaac, volgt II

II. Isaac van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht jan. 1622, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1655), koopman in granen en korenmeter, veertigraad en schepen van Dordrecht (resp. 1673 en 1677), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 dec. 1679, trouwde 1e NG Dordrecht 13 april 1649 Pieternella Jansdr. Hulshout, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 okt. 1653, 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 5/25 sept. 1655 (bescheid gegeven om op Dubbeldam te trouwen 25 sept. 1655) Geertruijd Heerinck (Harinckx), gedoopt NG Dordrecht jan. 1621, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1655), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 nov. 1686, dochter van Gijsbert Harinx en Elisabeth van Deuren

SA Dordrecht, archief 128, inv. 41, akte dd 13 jan. 1650: Voorwaarden, waarop de erfgenamen van wijlen Cornelis van Beveren, heer van Barendrecht, oud-burgemeester van Dordrecht, van mening zijn in het openbaar te verkopen het huis genaamd “de Salmander”, staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter Sijmonsz. Crom en het huis van Hendrick van Bijgaerden [schoolmeester]. Men zal het huis verkopen met alle vrijdommen, servituten en gerechtigdheden en al hetgeen daarin aard- en nagelvast is, behalve de tapijten. De koper moet tenminste 1/3 deel van de koopsom contant betalen bij de overdracht en de rest mag hij betalen in twee jaarlijkse termijnen met een interest van 5 % per jaar. De koper moet voor deze schuld één of meer personen als borg stellen. Op alle voornoemde voorwaarden is het huis ingezet door Maerten van der Nath, burger van Dordrecht, voor 5650 gl. In het openbaar gemijnd door Isaack van den Biesheuvel voor 6250 gl.

Kinderen (ex 2):

a. Anthonij van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1663

– 23 dec. 1682: Anthonij van de Biesheuvel, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijt Herinx, weduwe van Isaack van de Biesheuvel, schepen in wette van Dordrecht, voor 1000 gl. contant aan Jan Jansz. Pluijm, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan Bosman bakker en dat van de kinderen van Marcelis Bacx. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 153v e.v.)

b. Roelof, volgt III

III. Roelof van den Biesheuvel, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1663, koopman en bankier te Brussel, overleden ald., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 aug. 1713, trouwde Dordrecht 14 nov. 1700 Elisabeth Herinkx, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 aug. 1732

(J. S. Biesheuvel en A. Biesheuvel, Genealogie van het geslacht Biesheuvel vanaf 1500 [2e druk, Heemstede/Dordrecht 1982], p. 37 e.v.)]

Adriaen Cooenen [sic] laeckencooper 15 ponden

Josijna Wielants met haeren dochter 90 ponden

Cornelis Vermeij laeckencooper 40 ponden

[16 april 1626: Cornelis Herbertsz. Vermeij lakenkoper verkoopt aan Sara en Machtelt Willem Wolffraetsdrs. een lijfrente van 75 gl. jaarlijks, verbindende een huis, genaamd “den Blinden Eesel”, staande [in de Voorstraat] tegenover de Munt tussen het huis van hem, comparant, en dat van Maricken Huijgendr.]

f. 78

Berbera Nijssen, is niet te haelen 6 ponden

[ORA Dordrecht inv. 735, 97v e.v.: op 22 juni 1579 comp. Barbara Dionijsdr., weduwe van Jan Adriaensz. in de Kelck, schipper te Dordrecht, enerzijds en Thonis Adriaensz. en Pieter Adriaensz. schippers, als ooms en voogden van Dionijs Jansz., ongeveer 3 jaar oud en Lijsbeth Jansdr., iets meer dan een jaar oud, beiden weeskinderen van Jan Adriaensz., verwekt bij Berbera Dionijsdr. Zij treffen een overeenkomst betreffende de verdeling van de boedel, die is nagelaten door Jan Adriaensz. Berbera krijgt alle goederen, die haar overleden man heeft nagelaten, in ruil waarvoor zij haar kinderen belooft schadeloos te houden van de uitschulden, die tot de boedel behoren, de kinderen te onderhouden en op te voeden tot hun achttiende jaar en hun dan “eerlijk vuijt te setten naer haer staet”. Zij verbindt voor de nakoming hiervan haar huis, staande in de Voorstraat tegenover de Munt tussen het huis, genaamd “de Blaue Pan”, en het huis van Cors Jan Smitten.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 29v e.v.: op 1 mei 1623 verkoopt Berber Dionijs, weduwe van Jan Jansz. inden Kelck, aan haar zwager Pieter Thonisz., tingieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, genaamd “de Swaen”, staande tegenover de Grafelijksheidsmunt tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck en dat van Pieter Pietersz. Bot. Koper is schuldig aan Henrick van Naerden, notaris te Dordrecht, een somma van 1700 gl. Borg: Pieter Pietersz. Bot.

ORA Dordrecht inv. 765, f. 1 e.v.: op 11 jan. 1624 verkoopt Pieter Thonis, tingieter en burger van Dordrecht, aan Michiel Pompen Pietersz., thesaurier van Dordrecht, ten behoeve van de stad Dordrecht, een huis, genaamd “het Swaentgen”, staande bij de Munt  [in de Voorstraat] tussen het huis van Jacob Dircxsz. Clootwijck zilversmid en dat van Pieter Pietersz. Both loodgieter. Waarborg: Thonis Pietersz. loodgieter. De koper in zijn voornoemde hoedanigheid is schuldig aan verkoper een bedrag van 1800 ponden van 40 groten het pond.]

Maricken Huijgen 3 ponden

De weduwe van Gerrit Embrechtse ende haeren zoon 36 ponden

Jeronimus Terwe coopman 16 ponden

Jacob Dircxe Clootwijck uijtten Achten 12 ponden

Jan Hulshout 8 ponden

f. 78v

Barent Gerrits cannecooper 6 ponden

[Barent Gerritsz. (Hecker), geboren naar schatting ca. 1565, van Düsseldorf (1591), weduwnaar van Düsseldorf  wonende bij de Kruiskapel [in de Voorstraat] (1621), schoenmaker (1591), kannenkoper, brandewijnverkoper, overleden tussen 15 sept. 1627 en 4 jan. 1630, trouwde 1e NG Dordrecht 8 sept./6 okt. 1591 Marijken Maerten Claesdr., van Sliedrecht (1591), 2e NG Dordrecht 7/23 nov. 1621 Angnietken Bastiaen Gijsbrechtsdr., geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht (1615), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1621), weduwe van Dordrecht wonende op de Wijnbrug (1634), overleden tussen 4 mrt. 1641 en 25 juni 1641, trouwde 1e NG Dordrecht 17 mei 1615 (ondertrouw, procl. te Oud-Beijerland) Roeland Brouwhuijs, weduwnaar van Goch (1615), schoolmeester te Oud-Beijerland, trouwde 3e NG Dordrecht 28 mei/13 juni 1634 Bastiaen Cornelisz., jongman van Stratum in Brabant wonende in het Steegoversloot (1634), bakker, dochter van Bastiaen Gijsbrechtsz. en Haesken Jansdr.

ONA Dordrecht inv. 28, f. 249: verklaring dd 24 sept. 1624 door Jan Geeritsz., appeltonder en burger van Dordrecht, 45 jaar oud, op verzoek van Barent Geeritsz. kannenkoper. De getuige verklaart, dat hij ongeveer drie weken eerder, toen hij achter het huis van de rekwirant in een appelschip aan het werken was, gezien heeft, dat de rekwirant, “die achter boven uijtte veijnster van sijne camer” lag, “kijffelijcke woorden hadde met Maerten van Balen die staende was achter op sijn speelhuijs ende dat den requirant in sijne handen was hebbende een sekere hout ontrent de groote van een bedstock, ende dat den requirant stack naer … Maerten van Balen doch dat den requirant … Maerten van Balen niet en heeft geraeckt ofte oock niet en conde raecken … dat Maerten van Balen ijets poochde op te rapen om den requirant daermede te werpen ofte te smijten [en dat] … Maerten van Balen seijde tegen den requirant Ghij schelm ende rabaut”

ONA Dordrecht inv. 28, f. 252: verklaring dd 30 sept. 1624 door Commer Arijensz. huistimmerman, ongeveer 40 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van Barent Gerritsz., kannenkoper en burger van Dordrecht. De getuige verklaart, dat hij ongeveer een maand eerder is geweest ten huize van Barent Gerritsz. “om aldaer op sijn werff een seker heijnich te maken ten eijnde den requirant bevrijt mochte sijn om in sijn keucken niet van sijn gebueren gesijen te werden, doch dat Maerten van Balen ’t selve heeft soucken te beletten, ende hem getuijge verboden heeft met het werck voort te gaen, waer op de requirant seijde laet hem wercken ende verbiet hem, gelijck als ick uwe arbeijders ’t selve verboden hebbe, ’t welck … van Balen seijde niet te willen doen, in vougen dat den requirant ende … van Balen seer heftich te samen hebben gekeven, ende … van Balen nemende hem getuijge bij sijn mouwe om hem alsoo vande solder (daer hij getuijge met sijn voeten op was staende) aff te stooten, heeft de requirant sekere stock, ontrent de lengte ende groote van eenen bedstock genomen, op dat hij requirant in sulcker vougen … Maerten van Balen van hem getuijge mocht keeren, die hem getuijge anders boven van de solder soude gestooten hebben, sonder dat den requirant … van Balen heeft geraeckt”.

ONA Dordrecht inv. 71, f. 41v: op 11 april 1630 verlenen Jan Bastiaensz. schrijnwerker en Daniël Eelbo, notaris te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Barent Geeritsz. Hecker, brandewijnverkoper te Dordrecht, procuratie aan Herman Jansz. Spaen, burger van Dordrecht, om te vorderen van diverse personen te Steenbergen of daaromtrent hetgeen zij aan de kinderen en erfgenamen van Barent Geeritsz. Hecker schuldig zijn.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 183: op 4 mrt. 1641 verklaart Angnietken Bastiaensdr., de vrouw van Bastiaen Cornelisz., bakker en burger van Dordrecht, tot voogd over haar minderjarige voorkind, bij haar verwekt door Barent Gerritsz. Hecker, te stellen haar broer Hugo Bastiaensz. Gecollationeerd ter weeskamer op 25 juni 1641.

Kinderen:

Ex !:

a. Willemken Heckers Barentsdr., gedoopt NG Dordrecht jan. 1591, jonge dochter van Dordrecht wonende in “de Drij Zomers” bij de Nieuwbrug (1623), weduwe van Dordrecht wonende tegenover de Vleeskapel (1626), overleden ca. 1626, trouwde NG Dordrecht 17 sept./1 okt. 1623 Dirck Matthijsz., jongman van Dordrecht wonende in de Spuistraat bij “de Grote Turc” (1623), bakker, overleden ca. 1624, trouwde 2e NG Dordrecht 8 mrt. 1626 (ondertrouw) Jan Rutgersz. van Dalen, weduwnaar van Roermond wonende buiten de Vuilpoort in “den Nobel” (1626), brandewijnmaker

ONA Dordrecht inv. 55, f. 145v: op 21 mrt. 1625 verklaren Steven Gerritsz. ziekenbezoeker, ongeveer 56 jaar oud, en Goris Meesters kleermaker, ongeveer 43 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Beerent Gerritsz., kruikenverkoper en burger van Dordrecht, dat zij op diezelfde dag geweest zijn bij Willemtgen Beerentsdr., de dochter van Beerent Gerritsz., weduwe van Dirck Mathijsz. bakker, die ziek “vande contajeuse sieckte” in bed lag. Zij verklaarde haar testament te willen maken. Als haar enig kind, bij haar door haar man zaliger verwekt, komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, benoemt zij haar vader, Barent Gerritsz., tot erfgenaam van al haar na te laten goederen, op voorwaarde, dat hij aan haar naaste verwanten van moederszijde een bedrag van 2 gl zal uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 55, f. 279: op 24 mei 1625 comp. Willemtgen Barentsdr., weduwe van Dirck Mathijsz., bakker en burger van Dordrecht, geassisteerd met haar vader Barents Geeritsz., enerzijds en Cornelis Mathijsz. en Arijen Mathijsz., wonende op Zwijndrecht, Jacob Mathijsz., Lijntgen Mathijsdr., de vrouw van Hendrick Lambertsz. klankdrager, geassisteerd wegens de absentie van haar man met voornoemde Cornelis Mathijsz., haar broer, beiden wonende te Dordrecht, Jan Mathijsz., wonende te Rotterdam, broers en zusters van Dirck Mathijsz., samen vervangende Pieter Mathijsz., die is uitgevaren naar West-Indië, en de drie onmondige kinderen van wijlen Heiltgen Mathijsdr., bij haar verwekt door Jan Arijensz. Lammen, allen erfgenamen ab intestato van Dirck Mathijsz., anderzijds. De comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de goederen, die Dirck Mathijsz. heeft nagelaten. De weduwe zal alle goederen behouden, mits zij aan de erfgenamen van haar man een bedrag van 135 gl. zal uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 55, f. 179v: op 13 mrt. 1626 verklaart Willemken Barentsdr., weduwe van Dirck Mathijsz. bakker, wonende te Dordrecht, voorgelezen zijnde het testament van haar moeder Marijken Maertensdr., dat zij heeft gepasseerd samen met haar man Barent Gerritsz. voor notaris N. van de Mijlle Simonsz. op 14 okt. 1601, dat zij door haar vader volledig voldaan en betaald is van haar moederlijke goederen.

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 245v: op 15 sept. 1627 comp. Jan van Dalen, brandewijnmaker, weduwnaar van Willemken Barentsdr., geassisteerd met Jan de Brouwer, schoenmaker, verklarende dat zijn vrouw heeft nagelaten twee kinderen “van eender dracht”, ongeveer 9 maanden oud, enerzijds, en Barent Gerritsz. kannenkoper als grootvader van die kinderen, anderzijds. Zij verklaren, dat zij na “examinatie” van de boedel, die is nagelaten door Willemken Barentsdr., ten overstaan van de weesmeesters van Dordrecht, overeengekomen zijn, dat Jan van Dalen zal behouden alle goederen, op voorwaarde, dat hij zijn kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan elk een somma van 6 gl. zal uitkeren. Als Jan van Dalen komt te overlijden, voordat zijn kinderen hun mondigheid hebben bereikt of gaan trouwen, zal zijn nalatenschap niet belast zijn of blijven, maar zullen zijn kinderen de eigendom ervan erven volgens de oude rechten van Zuid-Holland. Voor de nakoming hiervan verbindt Jan van Dalen zijn huis buiten de Vuilpoort, waar uithangt “de Gecroonden Rosenobel”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Carel Carelsz. loodgieter en dat van Aelbert Pietersz. schiptimmerman.

Kind:

a-1. Maijken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1624

Ex 2:

b. Geertruidt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624]

Andries Hermans bouckebinder 3 ponden

Jan Walen Nijssen 6 ponden

Jacques Levecq goudsmith 12 ponden

[I. Jacques NN

Kinderen:

a. Jacques L’Evesque Jacquesz., volgt II

b. Margrieta Levesque Jaquesdr., van Geertruidenberg (1618), trouwde NG Dordrecht 1/6 juli 1618 (getrouwd op bescheid van Geertruidenberg) Wouter Pietersz. Bouquett jongman van Geertruidenberg (1618)

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 13: op 2 mei 1637 verkopen Gillis Pietersz. Boedoncq, voor de ene helft, en Jaecques Levesque, en Wouter Boucquet, als man van Margrita Levesque, erfgenamen van Lijsbeth Levesque, voor de wederhelft, aan Roeloff Bacx ontvanger een huis in de [Oude] Houttuin, staande tussen het huis van Jan Philipsz. Daelman en dat van Pieter Anthonisz. Binck, genaamd ” het Gulden Hooft”.

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 258 e.v.: op 30 nov. 1662 compareert voor notaris J. Schoormans Margarieta Lavecq, de vrouw van Wouter Boucquet, burgeres van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Zij bevestigt het testament, dat zij met haar man heeft gemaakt voor dezelfde notaris op 28 febr. 1661 en ontslaat het erfdeel van haar neef Jacobus Lavecq, aangezien hij mondig is geworden en “hem wel comporteert”, van het fideïcommis, waarmee zij het heeft belast in haar voorgaande testament. Zij heeft aan haar man verzocht ten behoeve van haar neef Arnoldus Lavecq een somma van 3000 gl. te beleggen in lijfrentebrieven.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 32v e.v.: op 19 mei 1668 verkoopt mr. Gerard Paeuw, administrateur van de weeskamer te Dordrecht, als beheerder over de goederen van wijlen Wouter Boucquet en Margreta Levesque, voor 2000 gl. aan Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd “den Ring”, staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Roeland Teerling. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 267: rekest dd 18 sept. 1675 aan de bestuurders van Dordrecht door Jan Muijs, stadsbode van Dordrecht, en zijn vrouw Margrieta Lavecq. Zij verklaren, dat haar tante Margrieta Lavecq, vrouw van Wouter Boucquet, bij testament haar, Margrieta Lavecq, vrouw van Jan Muijs, alsmede haar twee inmiddels overleden broers Aernout en Jacobus Lavecq en haar zuster Catharina Lavecq tot erfgenamen benoemd heeft. Aangezien Aernout, Jacobus en Catharina zijn komen te overlijden zonder kinderen na te laten, en zij, rekestrante, nu ongeveer 45 jaar oud is, nooit kinderen heeft gehad en ook niet meer verwacht die te zullen krijgen, verzoekt zij, als enige overgebleven erfgename, te mogen ontvangen uit handen van de weesmeesters van Dordrecht een somma van 4000 gl. van wege haar tante en een bedrag van 1600 gl. van wege haar Arnoldus Lavecq.

II. Jacques L’Evesque Jacquesz., geboren ca. 1582, van Geertruidenberg (1613), weduwnaar (1626), overleden Dordrecht 15 juni 1660, trouwde 1e NG Dordrecht 30 juni/13 juli 1613 (procl. in de Waalse kerk) Janneken Aert Beijensdr., van Dordrecht (1613), 2e NG Dordrecht 25 jan. 1626 (ondertrouw; procl. in de Waalse kerk)/15 febr. 1626 Soetge van Haerlem Antheunisdr., van Dordrecht (1626), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mrt. 1656 (een baar voor de vrouw van Jacques Laveck, omtrent de Nieuwbrug, één maal luiden), dochter van Anthonis van Haarlem Gijsbertsz. en Margrieta Boon Klaasdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1066)

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 48v e.v.: op 13 okt. 1626 verkopen Pieter Beijen, koopman van wijnen te Dordrecht, en Jaecques Levesque koopman, als weduwnaar van Janneken Beijen, voor zichzelf en als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Janneken Beijen, samen vervangende Jan Pisset, koopman te Rotterdam, als man van Maria Beijen, en Sara Beijen, Jaecques Levesque tevens vervangende Sijbert Roerom Cornelisz., beiden voogden over Susanna Eeckholt, dochter van Cornelia Beijen, allen erfgenamen van Arent Beijen, koopman te Dordrecht, aan Willem van den Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een huis genaamd “de Ceulse Craen”, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Abraham Bijben en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 38v: op 26 sept. 1628 verkoopt Franck Schoormans, burger van Dordrecht, aan Jaecques Levecque, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Tobias Aertsz. plankdrager en dat van Willem Pietersz. timmerman.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 58v: op 27 jan. 1629 verkoopt Jaecques Levecq, burger van Dordrecht, aan Lambert Hulsthout, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog. Belenders als boven. Waarborg: Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 700: verklaring dd 18 april 1632 door o.a. Jacques Levecque, wijnkoper, ongeveer 50 jaar oud.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1 (o.a.):

a. Aernout (Arnoldus) Lavecq, febr. 1617, ongehuwd, begraven Dordrecht 29 jan. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Aernoldus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)

ONA Dordrecht inv. 153, f. 177 e.v.: testament van Arnout Levesque, jongman wonende te Dordrecht. Hij legateert aan Emmerentia Jansdr. van Binckhoven een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen benoemt hij zijn broer Jacobus Levesque. Hij tekent met zijn naam.

Ex 2

a. Anthoni, dec. 1626, jong overleden

b. Lijnke (Catharina) Lavecq, april 1628, OSP, overleden 5 okt. 1666, trouwde Jan Vervoorn (Balen, o.c., deel II, p. 1066)

c. Margarita Lavecq, okt. 1630, trouwde Jan Muijs Pietersz., stadsbode van Dordrecht

d. Jacques Levecque, okt. 1634, volgt III

III. Jacques Levecque, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634, kunstschilder, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 sept. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor Jacobus Leveck, jongman, gezonken, 30 gl.)

“Jakob Lavecq … was Jongman en hield huis met twee meiden, wyl hy nog een halven broeder, die blint was, hadde op te passen. Zyne Ouders hadden hem een fraai kapitaal naergelaten, maar na’t my [t]oescheen (dewyl hy meer van gezelschap als van schilderen hield) was het met zyn reis in Vrankryk [hij verbleef o.m. in Sedan] vry wat gesmolten. Hy had de Konst by Rembrant geleert, maar in zyne reize die handeling laten varen en zedert zig geheel tot het schilderen van pourtretten, vry wel zwemende naar die van de Baan, begeven.” (A. Houbraken, De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, deel I (2e druk, ‘s-Gravenhage 1753), p. 154 e.v.)

Jacques Levecque, zelfportret

Cornelis Imbrechtse [mandenmaker] 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1601, f. 126 e.v.: op 30 sept. 1625 verkopen Clementia Corstiaensdr., weduwe mr. Maximiliaen Bouman, ordinaris chirurgijn van Dordrecht, voor zichzelf en namens haar vier minderjarige kinderen, verwekt door Maximiliaen Bouman, voor vijf achtste delen, Franchois Boels boekbinder, als man van Sara Boumans, en Henrick van Lith, als man van Elisabet Boumans, voor zichzelf en tevens vervangende hun zwager Isaac Boumans, kinderen en mede-erfgenamen van Maximiliaen Bouman, voor drie achtste delen, voor 2840 gl. aan Cornelis Engbrechtsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jaecques Lavesque en dat van Lambert Hulsthout de jonge. Waarborgen: Henrick Pietersz. Starrenburch en Franchois Boelis. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1840 gl. Borgen: Jacob Jansz. bakker en Frans Maertensz. hordenmaker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 24v e.v.: op 5 april 1661 verklaart Sijmon Cornelisz., dat zijn vader Cornelis Embrechtsz. schuldig is aan Henrick Pietersz. van den Bosch een somma van 1000 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwbrug tegenover de Kruiskapel, staande tussen het huis van postmeester Slingelant en dat van de erfgenamen van Jaecques Levesque.]

f. 79

Lambrecht Hulshout 10 ponden

Anthonij van de Winter cramer 2 ponden

Anthonij de Sont twijnder 4 ponden

[Genealogie:

I. Anthonis Pietersz. de Sont, koopman van Vlissingen wonende te Gorinchem (1618), trouwde NG Dordrecht 8/24april 1618 (procl. te Gorinchem, getrouwd op het bescheid van Gorinchem) Ariaenke Dirrick Rochusdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende bij Sterrenburch omtrent de Nieuwbrug (1618)

Kinderen:

a. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, volgt II

b. Petronella de Sont, gedoopt NG Dordrecht juli 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende in Hendrik-Ido-Ambacht (1665), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 mei 1665 (ondertrouw, per schrijven van Hendrik-Ido-Ambacht) Corstiaen Gijsen, weduwnaar van Elsloo wonende op de Nieuwe Haven (1665), schepen in wette van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 26v e.v.: op 13 mei 1683 verkoopt Dirck Munter, burgemeester te Oudewater, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Aernout van Leeuwen, koopman te Nijmegen, samen als executeurs-testamentair van Corstiaen Gijsen, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 6250 gl. aan Corstiaen Bachus, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Venlostraatje en het huis van Johannes van der Linden.

Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 83 e.v.: op 8 juni 1701 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Petronella de Sont, weduwe van Corstiaen Gijsen, schepen in wette van Dordrecht, dat zij heeft verleden ten overstaan van notaris A. van Neten te Dordrecht op 3 nov. 1689. Zij heeft tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemd haar neven Anthonij de Sont en Anthonij Coenen.

c. Anna, gedoopt NG Dordrecht nov. 1621

d. Dirck Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, trouwde NG Dordrecht 26 sept. 1655 Maria van Neurenborg

Kinderen:

d-1. Antonij de Sont, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1656

d-2. Willem, gedoopt NG Dordrecht 5 mei 1662

e. Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), trouwde NG Dordrecht 23 okt./15 nov. 1650 Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), zoon van Jacob Coenen en Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr.

Kinderen:

c-1. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651

c-2. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653

f. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626

g. Sara, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1628

II. Pieter Anthonisz. de Sont, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, trouwde NG Dordrecht 8 april 1653 Margareta Trip

Kinderen:

a. Adriana de Sont, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1674), begraven Dordrecht 31 okt. 1727, trouwde NG Dordrecht 9/25 sept. 1674 Johan van Neurenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1655, jongman van Dordrecht (1674), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1693 en 1718, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1719 (Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, een wapenbord en drie paar sleepmantels) (zie Genealogie Van Neurenburg op deze website)

b. Margarita de Sont, gedoopt NG Dordrecht 26 jan. 1657, trouwde Roeloff Eelbo

c. Johanna de Sont, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1677), trouwde Gerecht/NG 24 jan./9 febr. 1677 (per schrijven van de Waalse kerk) Jonas de Jong, jongman van Brielle wonende aldaar (1677), koopman te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 68v: op 22 april 1684 verkoopt Renson Martijn, koopman te Dordrecht, voor 650 gl. aan Jonas de Jongh en Anthonij de Sont, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen verkoper en het huis van Hendrick van de Santheuvel, genaamd “het Hoeffijser”.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 143v e.v., akte dd 2 dec. 1692: mr. Roeloff Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, en Johan van Neurenburgh, schepen in wette en thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en procuratie hebbende van Matthias Trip te Amsterdam, samen executeurs-testamentair van Johanna Trip en in die hoedangheid nog procuratie hebbende van Johan Munter, raadsheer in het Hof van Holland, als man van Margrieta Trip, Jacob en Louis Trip, Nicolaes Kalckoen, als man van Margrita Trip, en Louis en Trip en Nicolaes Kalckoen tevens vervangende Johanna en Cicilia Trip, alsmede Jacob Trip Samuelsz., Christina van Beveren, weduwe van Johan Reepmaker, Margrieta en Louis van Neurenburgh en Dirck van Nooij, als man van Johanna van Neurenburgh, Jonas de Jongh, vervangende de twee kinderen van Jacob van Neurenburgh zaliger, en Anthonij de Sondt, en dezelfde Jonas de Jongh, als man van Johanna de Sont, Johan van der Voort, als man Anna Jacoba Valckenier, tevens vervangende Nicolaes Six, als man van Emerentia Valckenier, en nog als nader procuratie hebbende van de weesmeesters te Amsterdam, als oppervoogden over de kinderen van wijlen Margrieta Trip, idem van Anna Maria Trip, en idem van Johan Reepmaker, volgens procuratie dd 7 okt. 1692, verkopen voor 4700 gl. aan Johan Op de Beecq, koopman te Dordrecht, een huis met een woonhuis en een grote wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat tegenover de IJzeren Waag tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Roerom en het Siboriestraatje [’s Heer Boeijenstraatje.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 124v: op 18 juni 1694 verkoopt Margarita Bale, weduwe van Abraham Terwe, wonende te Utrecht, voor 9000 gl. aan Jonas de Jongh, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, genaamd “het Hof van Brussel”, staande tussen het huis van Sebastiaan van de Graaf en dat van mr. Gerard van Brantwijck.

Op de Nieubrugge

Marijcken Thijssen 20 ponden

Jacob Gerrits [Cuijp] schilder 4 ponden

[De kunstschilder Jacob Gerritsz. Cuijp woonde sedert 1622/1623 in het huis genaamd “’t Lant van Belofte” (later “Samson“) aan de Nieuwbrug. (Oud-Dordrecht, 2004, nr. 3, p. 21)]

f. 79v

Roelant Tairlinx 1 pond

De weduwe van Pieter van de Brouck 2 ponden

Adriaen van Beaumont 16 ponden

Jan Willems Hachgens, obijt insolvent 1 pond

Claes Pauwels laeckencooper 24 ponden

f. 80

De weeskindere van Pouwels Jacobs laeckencooper 8 ponden

Cornelis Schiltman schipper 1 pond

Achter den Doel [Doelstraat]

Maerten Jansse cuijper 1 pond

Gommer Frans glaesmaecker 1 pond

Jan van Aecken 2 ponden

f. 80v

Int Steechoversloot

Jan Otten cleermaecker 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 23 juni 1579: Jan Ottensz. kleermaker van Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.

ORA Dordrecht inv. 709, f. 30: op 28 jan. 1570 verklaart Jan Otten kleermaker, dat hij volledig voldaan en betaald is door zijn broer Hubrecht Otten, wonende te “Ballegoeij” bij Grave, van alle goederen, erfenis en besterfenis, hem comparant aangekomen bij overlijden van zijn vader Oth Hubertsz.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 115v: e.v.op 11 okt. 1593 verkopen Neeltge en Trijntge Jacobsdrs., erfgenamen van Lijsgen Gerritsdr., hun oudtante, aan Jan Ottensz. kleermaker, hun oom, de helft van een huis in de Vriesestraat, staande tegenover de dwarsgang van het Blindeliedengasthuis tussen de “Cameren van de Slingelanden” en de huizen van de Minnebroeders, waarvan de anderen helft toekomt aan Jan Ottensz. Koper kent schuldig aan verkoopsters een bedrag van 500 gl.]

Joost Joostens pasteijbacker 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 90v: op 11 juni 1627 verkoopt Joost Joostensz. pasteibakker aan Frans Mathijsz. Dicke kleermaker een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en het huis van Jan Otten. Waarborg: Maijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas van der Thuijnen. De koper verkoopt aan Floris Gerritsz. van Dessel en Elijsabet Gerritsdr. van Dessel een jaarlijkse losrente van 35 gl., verzekerd op het voornoemde huis. Nicolaes Aertsz. verklaart namens Joost Joostensz. op 7 febr. 1631, dat deze hypotheek volledig is afgelost.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 23: op 1 mei 1630 verkoopt Frans Matthijsz. Dicke, kleermaker en burger van Dordrecht, voor 1250 gl. aan Joost Joostensz. van Nieuwenhove, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Gaduijts en dat van Jan Otten kleermaker. Waarborg: Jaecques van Wassenhoven, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan Nicolaes Aertsz.een bedrag van 500 gl., verbindende het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 54 e.v.: op 2 nov. 1630 verkoopt Pieter Gaduijts aan Joost Joostensz. van Nieuwenhoven een huis in het Steegoversloot, staande naast het huis van Maeijken Jan [Ottendr.], weduwe van mr. Thomas chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 57: op 29 nov. 1634 verkoopt Maeijken Jansdr., weduwe van Joost Joostensz. van Nieuwenhoven aan Willem van der Wal een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Thomas van der Tuijnen en dat van Jan Otten]

De weduwe van mr. Thomas [Gerritsz. van der Tuijnen chirurgijn], niet quotisabel 1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 31 mrt. 1604: Thomas Gerritsz., van Leeuwarden chirurgijnsgezel en Mariken Jan Ottendr., van Dordrecht wonende in het Steegoversloot, getr. 4 mei 1604

Mariken Jan Ottendr., gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1581, dochter van Jan Ottensz., kleermaker te Dordrecht en Heijlke Henrick Jacobsdr.

ORA Dordrecht inv. 719, f. 71v: op 15 febr. 1590 verkopen Jan Ottensz. kleermaker en Arien Ariensz. harnasveger aan Jacob van Eijnde een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks, die comparanten is aangekomen door overlijden van hun tante Christina Dircxdr.

ONA Dordrecht inv. 226, f. 30: op 27 mei 1658 verkopen Hendrick van der Thuijnen en Thomas Thomasz. van der Thuijnen, chirurgijns te Dordrecht, als executeurs-testamentair en mede-erfgenamen van wijlen Geertruijt Jan [Ottendr.], weduwe van Hendrick Hendricksz., voor 760 gl. aan Jan van Gele, houtkoper te Dordrecht, een huis vóór in het Steegoversloot, staande tussen het huis van koper en dat van Isaacq van der Wal.]

Govert Jansse huijckmaker met sijn kindere 3 ponden

Jouffrou Helbriene, woont int Sticht 18 ponden

f. 81

De kindere van de heer ontfanger Alewijn Pieters 25 ponden

De weduwe ende boelhouster van Alewijn Pieters ontfanger, is insolvent gestorven 78 ponden

Wilhelmina Alewijns 3 ponden

Herman Godtschalcxe met sijn huijsvrouwen kinderen 17 ponden

[Herman Godschalcksz., geboren ca. 1563 (ONA Dordrecht inv. 26, f. 70, akte dd 2 febr. 1621) equipagemeester van de WIC (ONA Dordrecht inv. 55, f. 332v, akte dd 13 jan. 1626), overleden tussen 1635 en 1644, trouwde 1e Aeltgen van Beaumont, 2e Adriana van Slingelandt

NG trouwboek 31 dec. 1589: Herman Schalken schipper van Dordrecht en Aeltgen van Beaumont Willemsdr. van Dordrecht, weduwe van Aert Bastiaensz.

NG trouwboek 20 juni 1627: Harmen Godtschalcksz. weduwnaar en Adriana van Slingelandt Damisdr. beiden van Dordrecht en wonende in het Steegoversloot, getrouwd op 6 juli 1627

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 49v e.v.: op 6 juni 1624 verklaren Hermen Godschalcxsz., Frans Aertsz., Sebastiaen Aertsz. en Willem Aertsz., voor zichzelf en de laatste drie genoemden tevens vervangende hun zuster, Janneken Aertsdr., samen erfgenamen ex testamento van Aeltken van Beaumont, de vrouw van Hermen Godschalcxsz. en moeder van de vier voornoemde kinderen, dat zij de goederen, die Aeltken heeft nagelaten hebben verdeeld, waarbij aan Willem o.a. is toegevallen een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “’t Joppenvat”, staande tussen het huis van dr. Cornelis van Someren en dat van Jan Henricxsz. Bot. Willem is schuldig aan Hermen een somma van 2520 gl. en aan zijn broers en zuster een bedrag van 1680 gl.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 258: op 18 juni 1632 testeert Herman Godschalcxse, burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 25 gl. Hij legateert aan Adriana van Slingleandt Damasdr., zijn echtgenote, een vijftiende part in de ambachtsheerlijkheid Dubbeldam, dat hij heeft gekocht van de Maria van Loo, een somma van 1500 gl. in geld of obligaties, 6 morgen en enige roeden land in Groot Cromstrijen, waarvan gebruiker is Pieter Simonsz. int Velt, en 5 morgen 4 hout land in de Zuidpolder van Dubbeldam, waarvan gebruiker is Leendert Ariensz. Spruijt, van welke percelen land zijn vrouw het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na haar overlijden zal komen aan zijn erfgenamen ab intestato. Hij prelegateert tevens aan zijn vrouw alle huisraad, meubelen, en inboedel, alsmede het gereed geld en het gemunt en ongemunt goud en zilver en zijn kleren, op voorwaarde, dat zij na zijn overlijden zal uitkeren aan de kinderen  van zijn overleden zusters Anneken en Maria Jansdr. een somma van 400 gl. Hij prelegateert aan zijn nicht Anneken Jansdr., die bij hem inwoont omtrent “sesthallf” morgen zaailand in Nieuw-Beijerland, waarvan gebruikers zijn Andries Cornelisz. en Fijtgen Stevensdr. Hij prelegateert aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden zuster Anneken Jansdr. een stukje zaailand, meer als een morgen groot, liggende in Klein Cromstrijen, waarvan gebruikers zijn Andries Cornelisz. en Fijtgen Stevensdr., en een somma van 1000 gl. Hij prelegateert aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden zuster Marijken Jansdr., uitgezonderd voornoemde Anneken Jansdr., een hofstede, boomgaard, schuren, keten, etc. en ongeveer 12 morgen 150 roeden land in Godschalksoord, waarvan gebruiker is Pieter Simonsz. int Velt. Hij legateert aan Leendert en Jacob Verloeff elk een somma van 50 gl., aan Dirck Verlouff 200 gl. en aan Willem van Beaumont 1000 gl., en dat in mindering van een custingbrief van 2520 gl., verzekerd op zijn huis “het Joppenvadt”. Hij legateert aan Aeltgen Willemsdr., dochter van Willem van Beaumont en Aechtgen Bastiaensdr. van Houwelingen onder hen beiden drie achtste parten in een gors in St. Elisabethpolder, gelegen te Dirksland, dei hem aangekaveld zijn bij overlijden van zijn vorige echtgenote. Hij legateert aan Anthonia van Slingelandt Barthoutsdr., bij wiens doop hij getuige is geweest een rentebrief van 4 gl. jaarlijks, welke hij sprekende heeft op zekere “jut” tuin in Oud-Beijerland. Hij legateert aan zijn zwager Job Damasz. van Slingelandt zijn “bonten nachttabbaert”. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vrouw Adriana van Slingelandt voor de helft, zijn neef Jacob Jansz. Back of bij vooroverlijden zijn nakomelingen voor een vierde part, en de kinderen en kindskinderen van zijn overleden zusters Anneken en Mariken Jansdr., daarbij inbegrepen zijn nicht Anneken Jansdr., samen voor een vierde part, op voorwaarde, dat de goederen, die de  kinderen en kindskinderen van zijn overleden zusters  van hem zullen erven, ” subject fideï-commis” zullen blijven en dat de eigendom ervan zal komen aan hun nakomelingen. Tot executeurs-testamentair benoemt hij zijn zwagers Job Damasz. van Slingelandt en Baerthout van Slingelandt.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 871V: op 21 dec. 1635 verkopen Bastiaen en Willem Aertsz. van Beaumont, broers, burgers van Dordrecht, aan hun stiefvader Herman Godschalcxe, burger van Dordrecht, hun twee vijfde deel in de helft, makende samen een vijfde deel, in de ” buiten gortige” en aanwas, genaamd “Numansgors”, liggende in Cromstrijen, hun aangekomen bij overlijden van hun moeder Aeltgen van Beaumont, laatst echtgenote van Herman Godschalcxe.

ONA Dordrecht inv. 81, f. 194: op 17 april 1638 leggen Aert Hermansz. van Wor, burger van Dordrecht, ongeveer 63 jaar oud, en Bastiaen Arijensz. Maescant, wonende onder Mijnheerenland, ongeveer 62 jaar oud, op verzoek van Willem Aertsz. van Beaumont, burger van Dordrecht, een verklaring af. Van Wor getuigt, dat hij in 1611 met zijn vrouw is geweest ten huize van Elisabeth van Beaumont, weduwe van Hendrick van der Steegen, waar ook aanwezig waren Franchoijs Beens en Harmen Godschalcxsz. met hun vrouwen en andere personen, “ofte maeltijt van haeren geboortendach” en dat Elisabeth aan Harmen Godschalcxsz. heeft verhuurd haar hofstede, die “Lou Jacobsz. aldaer was gebruijckende”, groot ongeveer 25 morgen, voor 150 gl. per jaar.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 4v: op 24 jan. 1644 comp. Job Damasz. van Slingelandt, oud-magistraat van Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Marijken Jansdr., Adriaen Jansz. Vermeulen, Jacob Lambertsz., als man van Marijken Jacobsdr., Jan Cornelisz. van de Grient, als man van Marijken Willemsdr., Adriaen Abrahamsz., als man van Neeltgen Wiillemsdr., en Herman Cornelisz., als man van Marijken Jansdr., allen wonende te Dordrecht en mede-erfgenamen van Herman Gootschalcx. De comparanten verlenen procuratie aan Jan Jacobsz., hun mede-erfgenaam, en Adriaen Jansz. van der Wiel, burger van Dordrecht, om namens hen en de Heilige-Geestmeesters van Vlaardingen te procederen voor het Hof van Holland tegen Johan Verboom, heer van Godschalksoord.

ONA Dordrecht inv. 92, f. 140: op 9 sept. 1654 comp. Teunis Lambertsz, als man van Janneken Bastiaensdr. van Houwelingen, voor zichzelf en tevens vervangende Johannes Bastiaensz. van Houwelingen, zijn zwager, enerzijds, en Aeltgen van Beaumont, weduwe van Jan Lesou, Elisabeth van Beaumont, weduwe van Willem Simonsz. Romeijn, voor zichzelf en tevens vervangende Anna van Beaumont, weduwe van Adam Gerbrantsz., haar zuster, wonende te Leiden, anderzijds. Zij verklaren, dat door het overlijden van Frans Aertsz. van Houwelingen, resp. hun oom en aangetrouwde oom, aan hen toegevallen zijn de goederen, die door wijlen Aeltgen van Beaumont, laatst echtgenote van Herman Gootschalcxs, hun grootmoeder, die aan hen gelegateerd zijn met de bepaling van “fideï-commis”, volgens haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 3 dec. 1623, “onder de welke mede is, en noch in Wesen”, anderhalve morgen land onder Heinenoord, dat gebruikt wordt door Pieter Leendertsz. int Velt, en dat hun “van wedersijden half ende half” toekomt volgens de kavelceel, die door hun ouders is gemaakt. Aangezien het hun ongelegen komt het land in gemeenschappelijk bezit te houden hebben zij met elkaar gekaveld, t.w. dat aan Teunis Lambertsz. en zijn zwager Johannes Bastiaensz. van Houwelingen samen toebedeeld is anderhalve morgen land en dat Aeltgen en Elisabeth van Beaumont, voor zichzelf en voor hun zuster Anna van Beaumont, daarvoor zijn gecompenseerd met anderen goederen en geld.

ONA Dordrecht inv. 92, f. 141: op 9 sept. 1654 verlenen Aeltgen van Beaumont, weduwe van Jan Lesou, en Elisabeth van Beaumont, weduwe van Willem Sijmonsz, Romeijn, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Anna van Beaumont, weduwe van Adam Gerbrantsz., wonende in Leiden, procuratie aan Teunis Lambertsz. om te vorderen, alle zodanige sommen geld, landerijen, huizen, renten etc., die hun toekomen uit de goederen van wijlen Willem Fransz. van Beaumont en diens dochters Elisabeth van Beaumont, weduwe van Hendrick Verstegen, en Aeltgen van Beaumont, weduwe van Herman Godschalcxsz., die aan hen zijn gelegateerd met de bepaling van “fideï-commis”.]

De weduwe van Jaques Coenraetsse 7 ponden

f. 81v

De weduwe van Henrick Pieters van de Honaert met haer dochters 4 ponden

De kindere van Dirck Pieters van den Honaert 7 ponden

Pieter Henricxe van de Honaert 2 ponden

De weduwe van Sijbet [sic] van Slingelandt, nihil habet 10 ponden

De weduwe van Herry Logge 4 ponden

[Herry Loge (vele varianten o.a. Lots, Loots, Lodge), koopman van Londen (1589, 1603), trouwde 1e NG Dordrecht 15 okt./5 nov. 1589 Janneken Adriaen Jansdr. (Cant), van Dordrecht (1589), trouwde 2e NG Dordrecht 6/20 april 1603 Sara Heussaert Balthasar Fransdr., van Dordrecht (1603)

– 17 mei 1614: comp. o.a. Henrij Loge, als weduwnaar van Janneken Adriaen Cantendr., voor zichzelf en namens zijn twee onmondige kinderen, die hij bij haar heeft verwekt, mede-erfgenamen van Jacob van Wels en diens vrouw Dircxken Barthoutsdr., in hun leven wonende te Dordrecht, de grootouders van comparants overleden echtgenote. (ORA Dordrecht inv. 1591, f. 56v e.v.)

– 22 mei 1625: extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Hendrick Looge, Engelsman, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Sara Huijzaert Balthazarsdr., gepasseerd voor notaris P. Eelbo te Dordrecht op 23 mei 1623. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 29v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

ex 1:

a. Edmondt, dec. 1589

b. Edmondt, jan. 1590

c. Edmondt, okt. 1593

d. NN, juli 1595

e. Susanna, aug. 1597

f. Adrianken, dec. 1598

ex 2:

g. Maria, mrt. 1604

h. Agatha, nov. 1605

i. Cornelia, nov. 1607

j. Sara, jan. 1610

k. Cornelia Lodge Henricksdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1613, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1647), trouwde NG Dordrecht 7/22 april 1647 Caspar van Beeck, jongman van Duisburg wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1647), schoenmaker

l. Sara Loge, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1653), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./15 april 1653 (procl. te Emmerich en Heusden) Hendrick van Beeck, jongman van Duisburg, wonende te Duisburg (1653), chirurgijn]

f. 82

Daniël Lavigne 6 ponden

Abraham Jansse cuijper, nihil habet 1 pond

Aelbrecht Jonckbloet met sijn kinderen 10 ponden

Jan Bastiaensse schrijnwercker 2 ponden

Truijken Jansdr. 5 ponden

f. 82v

Elber Daemen wijncooper 3 ponden

Jan Sijmonsse in de Velde 50 ponden

Jan Boom 74 ponden

Sebastiaen van de Graeff [notaris] 6 ponden

[I. Sebastiaen van de Graeff Adriaensz., van Bleskensgraaf wonende te Dordrecht (1615), trouwde NG Dordrecht 2/24 febr. 1615 Agnieta Bacx Cornelisdr., van Dordrecht (1615)

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 40v e.v.: op 25 juni 1621 verkoopt Willem van de Brouck, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Jan Sijmonsz. Indervelden landmeter. Van de koopsom is “getogen 800 gl. die vande Graef seijt dat inde coop bedongen sijn voor eenigen huijsraet met het huijs geen gemeenschap hebbende”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 139 e.v.: op 16 okt. 1646 verkoopt Cornelis van de Graeff, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen en Jacob van de Graeff, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Franchois van de Graeff, aan Cornelis Adolffsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Joridoelen en het huis van Leendert van Dijck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2050 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adriaen van de Graeff, dec. 1615, volgt IIa

b. Jacob van de Graeff, okt. 1617, volgt IIb

c. Anna, jan. 1619

d. Cornelis van de Graeff, aug. 1620

e. NN, okt. 1621

f. Francois van de Graeff, mrt. 1627, trouwde Margarita van der Hulck

g. Nicolaas, okt. 1630

IIa. Adriaen van de Graef, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), trouwde NG Dordrecht 10/26 jan. 1638 Maria Stoop Jacobsdr., van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1638)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria, 1 okt. 1640

b. Sebastiaen, 28 febr. 1642

c. Jacob, 21 mrt. 1644

d. Adriaen, 19 febr. 1652

IIb. Jacob Bastiaensz. van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1640), koopman, trouwde NG Dordrecht 2/24 sept. 1640 Elisabeth van Druinen (van Drunen), jonge dochter van ‘s-Hertogenbosch wonende ald. (1640)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria van de Graeff, 22 febr. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1662), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1702 (Maria van de Graaff, vrouw van Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), trouwde 1e NG Dordrecht 20 aug./5 sept. 1662 Adriaen Braets, 2e Dordrecht 9 april 1684 Hendrik Terwen

b. Balthazar, 5 nov. 1645

c. Sebastiaen, 24 april 1647

d. Adriaen, 31 jan. 1649

e. Angniet (Agnita) van de Graeff, 10 april 1650, trouwde NG Dordrecht 8 juli 1674 Cornelis van Helmont

f. Jacomina, 6 juni 1655]

Govert van Wessem [schoolmeester in de Latijnse School] 4 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 16: extract dd 4 sept. 1635 van het testament van Govert van Wessem, schoolmeester in de Latijnse School te Dordrecht, en zijn vrouw Lijsbeth Henricksdr. Stiermans, gepasseerd voor notaris J. Vekemans te Dordrecht op 17 mei 1634. Hij heeft daarin tot voogd benoemd zijn aangetrouwde neef Geerardt Thiens, koopman wonende te Amersfoort, en zij haar zwager Adriaen Cornelisz. Cruijskercken houtkoper.]

D’heer Adriaen van Blijenburg outraet 36 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 1v e.v.: op 25 aug. 1631 verkopen mr. Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, Gerrit de Pelgrum, schout van Breda, Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld, mr. Pieter de Rovre, baljuw van Zuid-Holland, en mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, als voogden van de kinderen van wijlen Adriaen van Blijenburch, ridder, schout van Dordrecht, voor 6800 gl. aan Cornelis Vaens, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis, gekocht door Maximiliaen Milaen, en dat van Theunis Schut. Idem verkopen aan Maximiliaen Milaen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Vaens en dat van Nanning van Foreest. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1025 gl.]

f. 83

Thonis Schuth cuijper 5 ponden

D’erffgenamen van de weduwe van Elias van Walscappel 24 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 6 e.v.:op 10 jan. 1618 verkoopt Sara Verhaegen, weduwe van Jacob Canijn boekdrukker, voor 2850 gl. aan Sophia Cornelisdr., weduwe van Elijas van Walscappel, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis Otto Willemsz. en dat van Thonis Geeritsz. Waarborgen: Susanna Verhaegen, weduwe van Anthonij de Lengiers, en Thonis Jansz. wijnkoper.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 61v e.v.: op 29 sept. 1632 verkopen Jan Geeritsz. van Eck, als man van Jenneken Eliasdr. van Walscappel, Francina van Walscappel Eliasdr., weduwe van Huijbert Claesz., Adriaen Vinck, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Aeltgen van Walscappel Eliasdr., en Adriaen Adriaensz. Vinck de jonge, allen erfgenamen van Sophia Cornelisdr., weduwe van Elias van Walscappel, aan ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “Rosbeijert”, staande tussen het huis van Theunis Geeritsz. speldenmaker en dat van Oth Willemsz. speldenmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2350 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. Swanenburch en Pieter Gillisz. Boedoncq, burgers van Dordrecht.]

Franchijna Elias [van Walscappel] 6 ponden

Thonis Gerrits speldemaker 2 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 34: huwelijkse voorwaarden dd 23 aug. 1618 tussen Theunis Gerritsz., speldenmaker en burger van Dordrecht, weduwnaar van Metgen Adriaensdr., geassisteerd met Denijs Jansz. Vlaminck, zijn zwager, en Mariche Jansdr., weduwe van Jan Gerritsz. kleermaker, geassisteerd met Abraham Gerritsz. kleermaker, haar zwager.]

Ds. Gosewinus Buijtendijck 4 ponden

[Gosuinus Buytendijck Hendrixsz. weduwnaar van Utrecht (1621), predikant te Dordrecht, beroepen 10 sept. 1620, overleden 4 juli 1661, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 24 okt./16 nov. 1621 (procl. te Goeree) Juliana Beeck Pietersdr., jonge dochter van Dordrecht (1621)

ONA Dordrecht inv. 8, f. 78: huwelijkse voorwaarden dd 19 okt. 1621 tussen ds. Gosuinus Buijtendijck, predikant te Dordrecht, weduwnaar geassisteerd met zijn vader Hendrick van Buijtendijck, en Juliana Beeck, jonge dochter, geassisteerd met Casper Beeck, haar grootvader, en Jacob en Willem Beeck, haar ooms en bloedvoogden.]

Ds. Gosuinus a Buijtendijck (foto:  Regionaal Archief Dordrecht)

f. 83v

[ORA Dordrecht inv. 1595, f. 81: op 16 okt. 1618 verkoopt Jacob Jansz. de Swart, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan kapitein Philips Caron, garnizoen houdende te Ravestein, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Jan Tassaert en dat van Lucas Pietersz.. Waarborg: Philips Apersz., brouwer en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 83: op 18 mei 1624 testeert Philips Caron, zoon van Jan Caron, geboren te Coomene (Comines) op Rijsel, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst. Hij bevestigt het testament, dat hij gemaakt ten overstaan van schepenen van Grave op 27 nov. 1617. Hij benoemt zijn voorkinderen tot zijn mede-erfgenamen.]

Jenefaes Sandersse [van de Lemp] 4 ponden

[Dorothe Leij, weduwe uit het land van Luxemburg, wonende in het Steegoversloot naast Matthijs Pouwelsz. (1624), trouwde 1e kapitein Jan Tassar (Tassaert), 2e NG Dordrecht 7 juli 1624 (21 juli 1624 bescheid gegeven om in Oud-Beijerland te trouwen) Artus van den Velde, Franse schoolmeester in de heerlijkheid Oud-Beijerland, weduwnaar van Antwerpen (1624)

Jenefaes Sander Hermansz. van de Lemp, geboren naar schatting ca. 1602, van Dordrecht, wonende in de oliemolen op de Riedijk, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij Herman Jenefaesz. (1627), zoon van Sander Herman Genefaesz., kuiper te Dordrecht en Sara Anthonis Adriaensdr., trouwde 1e NG Dordrecht 18 jan./10 febr. 1626 Linora (Leonora) Jansdr. Tassart, van de Klundert, wonende te Dordrecht (1626), overleden in 1627, 2e NG Dordrecht 5/21 sept. 1627 Janneken Marten Jansdr., van Dordrecht, eveneens wonende bij Herman Jenefaesz. (1627)

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 8v: op 7 april 1628 verkopen Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Franchina Tassard, voor de ene helft, en Jenefaes Sandersz., als weduwnaar van Leonora Tassard, voor de andere helft, beiden kinderen en erfgenamen van kapitein Jan Tassard, aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht *, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein Caron en dat van Mattheus Pauwelsz.. De koper is schuldig aan Franchina Tassard en Jenefaes Sandersz. elk een bedrag van 750 gl. Borg: mr. Adriaen Coens chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 36v: op 22 juni 1630 verkopen Jobgen Maertensdr., weduwe van Herman Jenefaesz., voor de ene helft en Jenefaes Sandersz., mondige zoon van Sander Hermansz., Jan Jansz. Coninck en Gerrit Fransz. van Bonckelwaert, als voogden van de twee onmondige kinderen van Sander Hermansz., samen voor de andere helft, aan Bastiaan Cornelisz., bakker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Mennebrug in de Vriesestraat, staande tussen die brug en het huis van Henrick Bonten.

Kind het eerste huwelijk:

a. Herman, gedoopt NG Dordrecht jan. 1627

Kinderen uit het tweede huwelijk:

a. Jopken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1631

b. Jopken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632

c. Sandrina, gedoopt NG Dordrecht nov. 1635

* Balthasar Bol, chirurgijn te Dordrecht, overleden ald. in 1641, en zijn vrouw Tanneken Bols (Forts, Fernandes) waren de ouders van de kunstschilder Ferdinand Bol, gedoopt NG Dordrecht juli 1616.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 195v: extract van het mutuele testament van mr. Balthasar Bol, chirurgijn, en zijn vrouw Tanneke Fernandes, gepasseerd voor notaris George Guerard Manrique te Dordrecht op 5 juli 1641. Gecollationeerd op 12 juli 1641.

Kinderen:

a. mr. Jan (Johannes) Bol, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, jongman van Dordrecht, wonende bij de Boom (1639), chirurgijn, trouwde NG Dordrecht 3/19 juli 1639 (per schrijven van Schiedam) Elisabeth Kijvits (Kievits), jonge dochter van Schiedam en daar wonende (1639)

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 75, extract dd 3 mrt. 1665 van het testament van mr. Jan Bol en zijn vrouw Elisabeth Kievits, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 12 nov. 1659. Gecollationeerd op 29 juli 1664. De testateuren hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen benoemd en tot medevoogden hun resp. broers Ferdinandus Bol en Cornelis Kievit, alsmede hun goede vriend Tielman Abrahamsz. Zeebergen.]

Matheeus Pauwels 40 ponden

Gijsbert Hering coopman 22 ponden

Jan van Deuren 6 ponden

Goosen Jacobs [Erkelens] verwer 1 pond

[I. Gosen Jacobsz., verver van Erkelens (1607), trouwde NG Dordrecht 23 sept./9 okt.1607 Digna (Dingenten) Jan Bouwensdr., geboren naar schatting ca. 1588, van Dordrecht (1607)

ONA Rotterdam inv. 154, akte nr. 210: op 7 april 1649 testeert Dingna Jans, weduwe van Goosen Jacobsz. Erckelens te Dordrecht. Zij sluit de weeskamer uit en benoemt tot voogden over haar twee onmondige kinderen haar twee oudste zonen.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, juli 1608

b. Cornelis Erkelens, nov. 1611

Kind:

b-1. Gosewijnus Erckelens

c. Janneke Erkelens, dec. 1613, trouwde Henrik van Lottum

ONA Rotterdam inv. 601, f. 43 e.v.: op 8 mrt. 1658 testeren Henrik van Lottum wijnkoper en zijn vrouw Jannetgen Goossens Erkens [zij tekent met “Janneken Erckelens”], wonende aan de zuidzijde van de Lombertstraat. Zij blijven bij het testament, dat zij op 2 april 1649 hebben gemaakt ten overstaan van notaris A. Kieboom, met uitzondering van de regelingen omtrent hun kinderen, die zijn aangepast.

ONA Rotterdam inv. 369, f. 518 e.v.: op 31 mrt. 1663 verhuren Lambrecht en Anthonij Erckelens, als voogden van de onmondige kinderen van Janneken Erckelens, weduwe van Heindrick Lottum, voor 1 jaar voor 270 gl. aan Dirck Tinthoff wijnkoper een huis en pakhuis, genaamd “de Rijnse Wijnkelder”, staande aan de oostzijde van de Lombertstraat.

Kinderen:

c-1. Goossen Lottums

c-2. Hendrina Lottums

d. Hendrik, febr. 1620, vermoedelijk jong overleden

e. Marten, dec. 1621, vermoedelijk jong overleden

f. Boudewijn Erkelens, febr. 1626, lakenverver te Dordrecht

– 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt voor een periode van 12 jaar aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat bij de brug, genaamd “de Clander Molen”, staande tussen het huis van Oth Jansz. en ’s herengracht. De huurprijs bedraagt 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

g. Jan Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II

h. Jacob Erkelens

i. Lambert Erkelens

j. Marija Erkelens

k. Anthonij Erkelens

ONA Rotterdam inv. 397, f. 162 e.v.: op 13 nov. 1663 verklaren Adriaen van de Graeff gerechtsbode en Eijmbert van der Castelle, exploitier van de gemene middelen te Rotterdam, op verzoek van Jan van Hetsroij en Jean Levith, impostmeesters en pachters van de impost op de wijn voor de lopende termijn, dat zij op 9 nov. 1663 met Joan Levith deling van wijn zijn gaan doen en daarbij op de Spaanse Kaai bij het Oude Hoofd, ongeveer bij het huis, waar nu “het Sint Jans Hooft” uitsteekt, 12 halve amen wijn gevonden hebben, uitgeslagen door Anthonij Erkelens, wijnkoper aan de Nieuwe Haven op de hoek van de Koestraat. De wijn is niet aangegeven of door de kraankinderen uitgewerkt, maar door het volk van Erckelens. Erckelens is daarvoor bekeurd volgens last van Van Hetsroij en Levith voor Van de Casteele. De boete is overenkomstig het generaal plakkaat.

l. Elisabeth (Lijsbeth) Erkelens, mei 1627

ONA Dordrecht inv. 179, f. 115 e.v.: op 3 juli 1659 testeert Elisabeth Erckelens, jonge dochter wonende in Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar broers en zusters Jacob Erckelens, Jan Erckelens, Jannichien Erkelens, Lambert Erckelens, Boudewijn Erckelens, Anthonij Erckelens en Sara Erckelens, alsmede Gosewijnus Erckelens, zoon van haar overleden broer Cornelis Erckelens. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broers Jacob en Jan Erckelens.

m. Sara Erckelens,juni 1633

ONA Rotterdam inv. 360, akte 106: op 12 okt. 1657 testeren de zusters Dina Erckelens en Sara Erckelens, beiden ongehuwd, geboren te Dordrecht, wonende in de Hoofdsteeg te Rotterdam. Dina is ziek. Testament op de langstlevende. Legaten voor hun zuster Maria Erckelens en voor Goossen Lottums, de zoon van hun zuster Janneken Erckelens. Hendrina Lottums, de dochter van hun laatstgenoemde zusters, krijgt het zilverwerk van Dina, twee kettingen en een “sleutelraecx”.

II. Jan Goossensz. Erkelens, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1656), verver, trouwde NG Dordrecht 14/30 mei 1656 Maria van Bracht Hermansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1656), trouwde 2e Gerrit van Eijsden

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Hermanus Erkelens, 18 mei 1661, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1681 Maria van Eijsden

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juli 1690: een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot

Kind:

a-1. Maria Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1682

b. Dina Erkelens, 25 jan. 1664

c. Gosuinus Erkelens, 19 mrt. 1668, volgt III

d. Jacobus Erkelens, 26 april 1669

e. Maria, 3 april 1671

III. Gosuinus Erkelens, gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1668, jongman van Dordrecht (1693), koopman van Dordrecht, equipagemeester te Hellevoetsluis, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 sept. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van Bracht, weduwe van Gerrit van Eijsden, de bruid met haar vader) Ida Hacken, jonge dochter van Dordrecht (1693)

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 124 e.v.: op 2 jan. 1717 verkopen Ida Hacke, weduwe van Gosewinus Erkelens, equipagemeester te Hellevoetsluis, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Gosewinus Erkelens, en Maria Erkelens, meerderjarige dochter van wijlen Herman Erkelens, koopman te Dordrecht, beiden erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van Jacob Erkelens, resp. hun oom en zwager, en Maria Erkelens nog “in haar privé”, voor 3500 gl. aan Rutger Erkelens, burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbell.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joan, 24 juli 1694

b. Barbera, 10 juli 1696

c. Maria, 12 mrt. 1704]

f. 84

Gerrit van Veen 2 ponden

Jacob Willems timmerman 1 pond

Beniamijn Adriaens [Troost] timmerman 1 pond

[Cf. ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v, akte dd 6 juni 1626.

Benjamin Adriaensz. Troost, geboren ca. 1570, hellebaardier van de schout van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1590), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 23 sept./7 okt. 1590 Hilleken Evert Jansdr., van Dordrecht (1590, 2e Anneken Theunis (Gens Nostra 1979, p. 310)

ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]

Elisabeth van Zeelen 10 ponden

Nicolaes Reijders 10 ponden

f. 84v

De weduwe van de heere Groenevelt 15 ponden

Abraham Jans metselaer 1 pond

D’erffgenamen van Neeltgen Beenen 40 ponden

De kindere van de luijtenant Van Lokeren, seggen van de Staeten quijt sijn gescholden 5 ponden

 De Nieulindestraet
[ De Museumstraat, die loopt van Steegoversloot naar de Kolfstraat, is kort vóór 1612 aangelegd als straat langs de binnengracht. Andere namen waren: Middelgracht, Lindengracht, Lindenstraat en – naar de Witte Nonnen van het St. Agnesklooster – ook wel Nonnenstraat. Op verzoek van het bestuur van het Dordrechts Museum werd de inmiddels gedempte gracht in 1907 Museumstraat genoemd.(Van Baarsel, o.c., p. 80)]

De Nonnentoren of Kuiperstoren stond aan de Vest bij de huidige Museumstraat en werd in 1918 afgebroken.

Adam Leenderts cleermaecker 1 pond

f. 85

D’erffgenamen van de weduwe Schoris, vertrocken [naar] Zeelandt 2 ponden

Jan Matheeus [Wens] metselaer 4 ponden

[12 okt. 1628: Mariken Jacobsdr., vrouw van Jan Carelsz., geassisteerd met Reijer Geerbrantsz. bakker, verkoopt aan Abraham Hermansz. van Elderen een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Jan Matheusz. metselaar en de gang of poort van het Heilige-Geesthuis. De koper is schuldig aan verkoopster 700 gl. Borg: Hermen Hermensz. van Elderen, kleermaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 767, f. 41v)

17 juni 1634: Jan Matheeusz. Wens, burger van Dordrecht, verkoopt aan Elijsabeth Gijsbrechtsdr., weduwe van Jacob Adriaensz., een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Abraham Hermansz. [van Elderen] conrector en dat van de erfgenamen van Jasper Jansz. Koopster is schuldig aan verkoper 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 28v e.v.)]

Mr. Jacob Kindt schermmeester 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1617: Jacobus Kindt Thomasz., van Zierikzee, schermmeester binnen Dordrecht en Hillegond Cornelis Praemsdr., van Dordrecht, wonende bij Henricxken de beddenmaakster naast het Suijkerhuis, procl. Zierikzee, getr. 5 dec. 1617 (Suikerhuis: Wijnstraat hoek Wijnbrug (Van Dalen, o.c., deel II, p. 650). Hilleken (Hillegond), gedoopt NG Dordrecht juni 1597, dochter van Cornelis Pietersz. Praem en Adriaenken Jansdr.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 25: op 30 jan. 1632 verkopen mr. Jacob Kindt, schermmeester te Rotterdam, en Damas Verloof kruidenier, voor de ene helft, en Adriaen Cornelisz. Roch en Jan Adriaensz. Roch, voor zichzelf en tevens vervangende Maeijken Adriaensdr., resp. hun dochter en zuster, voor de andere helft, samen erfgenamen van Cornelis Claesz. en Lijntgen Jansdr. de Heer, voor 500 gl. aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, burger van Dordrecht, een vrije visstal op de Grote Vismarkt.

ONA Dordrecht inv. 35, f. 147: op 20 mei 1632 verleent mr. Jacob Kint, schermmeester te Rotterdam, als nomine uxoris erfgenaam van Lijntgen Jansdr. [weduwe van Cornelis Claasz. de Heer (ONA Dordrecht inv. 35, f. 146)], procuratie aan zijn zwager Damis Verlou, wonende te Dordrecht, om voor het gerecht van Dordrecht te transporteren aan Antonij Jonctijs, wonende te Dordrecht, te transporteren de helft van een huis bij de Wijnbrug, genaamd “de Vlaston”, welk huis hem en zijn zwager zijn aangekomen bij overlijden van Lijntgen Jansdr.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 445: op 22 juni 1645 verklaren mr. Thibout de Lange, vrij schermmeester te Utrecht, en mr. Andries van Brandenburch, vrij schermmeester te Emmerik, op verzoek van Reijnier Schaerdenberch, geboren te Zutphen en wonende in Dordrecht, dat zij samen met mr. Jacob kind, schermmeester te Rotterdam, met toestemming van de burgemeester van Dordrecht, “opde Cloveniers Doele alhier nae voorgaende trommelslach [op 20 juni 1645] deur de ganse stadt gedaen gehouden hebben gehadt publijcke exercitie van schermen met [al hun] … geweer ofte wapenen … [en dat] Reijnier Schaerdenberch den welcken na gedaene preuve ende exercitie der selve wapenen sich selven soodanich voor alle personen aldaar vergadert wesende … gedefendeert heeft gehad dat sijlieden attestanten nevens … mr. Jacob Kindt dezelve Reijnier Schaerdenburch erkent ende aengenomen hebben gehadt voor vrij ende openbaer schermmeester  … [en is hij] door den … mr. Thibout de Lange met het lange sweert meester als vooren geslagen … omme d’selve exercitie voortaen alomme en tot allen pla[a]tsen als vrij meester te mogen doen”.]

Reijnier Adriaens timmerman, nihil habet 1 pond

Reijnier Gerrits 1 pond

f. 85v

Jan Adriaens collecteur 9 ponden

Jan Willems timmerman, nihil habet 2 ponden

De weduwe van Pieter Adriaens Mes 1 pond

De weduwe van Corstiaen Boermans 9 ponden

Abraham Hermans [van Elderen] conrector 4 ponden

[Hij was tot aan zijn overlijden in 1637 conrector van de Latijnse School. Van Elderen was één van de vele slachtoffers van de in 1636-1637 te Dordrecht heersende pestepidemie.[Esseboom/Dodde, o.c., p. 158.]

f. 86

Henrick van Born 6 ponden

In de Augustinencamp

Goosen Matheus wever, nihil habet 1 pond

Franchoijs Beens 30 ponden

Thonis Hermansse, nihil habet 1 pond

Weder int Steechoversloot

Sijmon Geemans [schoenmaker] 3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 3 jan. 1593: Simon Geemansz., van Geertruidenberg (1593), schoenmaker, en Borchten Evertsdr. van Dordrecht, weduwe van Adriaen Lenartsz., getrouwd op 17 jan. 1593

NG trouwboek Dordrecht 27 jan. 1600: Simon Geemansz., weduwnaar uit de Langstraat van Capelle (1600), schoenmaker, en Jacomijntken Cornelisdr., van ‘s-Hertogenbosch (1600), weduwe van Jan Petersz.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 120: huwelijkse voorwaarden dd 8 juli 1626 tussen Jacob Jansz. Keppel, kapitein op een oorlogsschip in Nederlandse dienst, wonende te Dordrecht, een Aelken Schots Jansdr., jonge dochter, geassisteerd met haar “schoonvader” Simon Geemansz. en haar moeder Jacobmijnke Cornelisdr.]

f. 86v

Pieter Pieters de Both 2 ponden

Dr. Huijbertus de Bie 12 ponden

Jacob Stoop Dircxe 21 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 35v: op 2 mei 1616 verkoopt Cornelis Adriaensz. van der Laer, burger van Dordrecht, aan Jacob Stoop Dircxsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes Bocardus, predikant te Dordrecht, en dat van Johan Berck, substituut secretaris van Dordrecht.]

D’erffgenamen van Franchoijs Werckman [geen bedrag vermeld]

D’heer Johan Berck Dircxe outraet 30 ponden

[Johan Berk, geboren naar schatting ca. 1580, zoon van Dirk Berk Henriksz. en Erkenraad van Berkenroede, burgemeester 1650 en 1651, schepen 1622, substituut secretaris 1607, secretaris van de Weeskamer 1622, thesaurier 1633, griffier van de Munt van Holland 1613, trouwde 15 mei 1607 Johanna van Diemen, dochter van Jacob van Diemen en Margareta van Beaumont Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 941)]

Job Damasse van Slingelandt met d’ongehoude kinderen 20 ponden

f.87

Jan Schut cuijper 2 ponden

Cornelis Jansse met zijn twee nichten 50 ponden

Dirck Jansse Both backer 3 ponden

Hendrick Jansse backer 1 pond

Maria Spaens 24 ponden

f. 87v

Willem Joppen beenhacker 16 ponden

Pieter Schepens 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 11 april 1621 (ondertrouw): Pieter Willemsz. Schepens jong gezel notaris en procureur te Dordrecht wonende in het Steegoversloot en Elizabet Willem Jopsdr. jonge dochter wonende in de Voorstraat beiden van Dordrecht]

De minderjarige kinderen van Pieter Beeck 12 ponden

Steven Claesse 1 pond

Aeltgen Meulens 3 ponden

f. 88

De weduwe van Balten Willems 2 ponden

Aernolt de Vries 6 ponden

Arent Cop procureur 5 ponden

Clement Pieters Danser 10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 7 juli 1624: Clement Pietersz. weduwnaar van Klaaswaal wonende in het Steegoversloot en Urselken Claes Torselendr. van bij Maaseik wonende bij Clement voorschreven, getrouwd 23 juli 1624]

Gabriël Ghijsberts 7 ponden

T seste quartier … bedraacht … ter somma van 1616 gl. 10 st.

f. 88v

Sevenste Quartier beginnende van de steijger over ’t Steechoversloot tot aen’t Mertvelt [Marktveld, tegenwoordig Scheffersplein.(Van Baarsel, p. 98)] aen wederzijds

Pieter Struijs cannecooper 40 ponden

[Peter Struijs, trouwde NG Dordrecht 11 juni 1579 (ondertrouw) Aechtgen van Rijcbeeck

ONA Dordrecht inv. 55, f. 330v: op 11 jan. 1626 verlenen Pieter Struijs en Jan Jeremiasz., zoon van wijlen Marichgen Struijs, beiden kannenkopers en burgers van Dordrecht, als erfgenamen, elk voor een zesde part, van Aelken Struijs, de vrouw van Theunis Verbraecken, die gewoond heeft in Budel omtrent Weert, resp. hun zuster en tante, procuratie aan Corstiaan Verbraecken, kannenkoper wonende te Antwerpen, zoon van Theunis Verbraecken, om te verkopen hun aandeel in de landerijen, die Aelken nagelaten heeft, liggende omtrent Budel.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 247: op 5 febr. 1632 testeren Pieter Struijs koopman, ziek te bed liggende, en zijn vrouw Aechtgen van Riebeeck, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de Armen en het weeshuis van Dordrecht een bedrag van 400 gl. Zij legateren aan hun oudste dochter Sara Struijs een van hun twee beste bedden met toebehoren, aan Elisabeth, de oudste dochter van hun dochter Geertruijt Struijs, een van hun beste bedden, en aan de kinderen van Geertruijt Struijs, daarbij inbegrepen Elisabeth, het nieuwe huis van hen, testateurs, staande in de Augustijnenkamp, op voorwaarde, dat hun dochter Geertruijt het huis mag verkopen en de opbrengst ervan zal moeten beleggen t.b.v. haar kinderen. Zij legateren aan hun dienstmaagd Maijken Meertens een somma van 30 gl. Zij maken aan de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik van alle goederen, die de eerststervende van hen beiden zal nalaten, de eigendom waarvan zij maken aan hun beide kinderen, Sara en Geertruijt Struijs, of bij vooroverlijden hun nakomelingen .

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86v: Cornelia de With, die huurt van de erfgenamen van Pieter Struijs, betaalt in de verponding van 1633 voor haar huis in de Voorstraat 22 ponden 2 sch. 6 d., belender: Dirck Jansz. Tegelberch, die huurt van de weduwe van Abraham Woutersz.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 186: op 14 okt. 1640 verleent Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht,  als man van Geertruijt Struijs, enige dochter en erfgename van Pieter Struijs, koopman en burger van Dordrecht, procuratie aan Anthonij Henricxsz., koopman te Amsterdam, om te compareren voor de kamer van de WIC aldaar en daar op naam van de comparant te doen stellen “soodanige nieuwe gedane verhooginge van duisent car. gul. kapitaal, waer mede … Pr. Struijs … inde voors. compagnie ter camera vande Maese [te Dordrecht] … te herideren placht”.

Kinderen:

a. Wijnant, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1581

b. Toenis, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1587

c. Sara Struijs, gedoopt NG Dordrecht 9 juni 1591, trouwde Anthonij Jaspersz. Kindt (zie hierboven f. 44)

d. Geertruijt Struijs, geboren naar schatting ca. 1595, trouwde Pieter Jaspersz. Leijsten (zie hierboven f. 44)]

Willem Pieters twijnder 3 ponden

De moeder van voorn. Willem Pieters 2 ponden

Jaeques Terwe zijdecramer 5 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86 e.v.: Jaecques Terwe zijdewerker betaalt in de verponding van 1633 voor zijn huis in de Voorstraat 22 p. 10 sch., belenders: de weduwe van Mathijs Saverij en Willem Claesz. Kilsdonck beenhakker]

De weduwe van Mathijs Saverij 14 ponden

[Beatrix van Wassenhoven (van Nassenhoven) Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1584, van Brussel (1605), begraven Dordrecht 26 juni 1628 (Beatrijs Wassenhoven, [weduwe] van Mattheus Saverij, graf 20 in de Augustijnenkerk [Nelemans, o.c. p. 16]), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./13 april 1605 Matthijs Paschier Severijnsz. (Saverij), van Luik (1605), moutmaker te Dordrecht (1605)

– 31 mrt. 1621: testament van Beatrix van Wassenhoven, weduwe van Matthijs Saverij, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan de arme huisgenoten van de NG gemeente 100 gl., aan de armen van de Franse (Waalse) gemeente 150 gl., aan de Franse arme huisgenoten 50 gl., aan het Arme Weeshuis 100 gl., aan het Heilige-Geesthuis 50 gl., aan het Gasthuis 50 gl., aan de Oude Mannen 25 gl., aan behoeftige theologie-studenten 50 gl., aan de krankzinnige mensen 25 gl., aan de leprozen 20 gl. Voorts maakt zij aan haar neef Henrijck van Wassenhoven vier hemden, een zwart lakens “cleet”, een rouwmantel van vier ellen lang en in geld een somma van 20 gl., aan haar behoeftige verwanten, die in Brussel wonen, 60 gl., aan haar zuster Catalina van Wassenhoven haar beste kleren, een aantal kettingen en haar beste diamanten ring, aan haar nicht Barbara van Wassenhoven een gouden kettinkje “om het hooft” en een diamanten ring, gekomen van haar moeder zaliger, aan Jaques Lamet en zijn vrouw lijnwaad en laken, ter waarde van 40 gl., “tot cleederen van haer en haer kind”, aan haar neef Michiel van Wassenhoven haar trouwring en een zilveren “reijslepel”, aan haar neef Johannes van Wassenhoven haar geëmailleerde trouwring en een zilveren gaffel [vork], aan haar neef Jeremias van Wassenhoven een “mariagie”, te weten een gouden diamanten en robijnen ring en een zilveren gaffel, aan haar nicht Susanna van Wassenhoven haar sleutel- en onderrriem met een paar zilveren messen en een zilveren ketting, aan haar nicht Lijsbet van Wassenhoven een gouden parelring met een kleine zilveren onderriem, aan het kind, waarvan haar zuster binnenkort zal bevallen, een paar zilveren zoutvaten, aan de kinderen, “die sij onder haer geslachte heeft geheven” of bij de doop van welke zij getuige was, elk een stuk goud, zoals zij in een door haar zelf op te stellen brief nader zal beschrijven, aan haar neef Mattheus van de Brouck een zilveren gaffel en aan haar neef Bastiaen Huijgen een zilveren gaffel. Aan haar zuster Kathalina of bij vooroverlijden haar kinderen laat zij de eigendom van het huis genaamd “Hoochstraten” na en als die zuster komt te overlijden zonder kinderen na te laten aan de kinderen en kindskinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven of aan het kind van Pieter van de Brouck. In dat geval echter zal de man van Kathalina zijn leven lang het vruchtgebruik van dat huis houden. Aan haar neefje Mathijs van de Brouck vermaakt zij hetzij een bedrag van 2000 gl. of het hoekhuis van de Nieuwbrug, staande naast “de Ster”, waarbij de keuze tussen beide zal voorbehouden zijn aan haar zuster Kathalina. Als Mathijs gaat trouwen zal dit legaat vererven op de kinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven en de kinderen van haar zwager Pieter van Nes. Aan haar neefje Bastijaen Huijgen, zoon van Adriana van Wassenhoven legateert zij 1000 gl. of het huis in de Augustijnenkamp, waar uithangt “Sint Truijen”. Als hij ongehuwd of kinderloos komt te overlijden zal dat geldbedrag of dat huis vererven op de kinderen van haar broer Jacques en de kinderen van haar zuster Katalina. Aan die zuster en de kinderen van haar voornoemde broer vermaakt zij haar tuin met het huis daarop staande en aan de weduwe [sic] van haar broer, Sara de Braijmaker, als zij niet gaat hertrouwen, een rouwkleed. Aan de vrouw van Abraham van Nes, Jael Savarij, vermaakt zij zoveel laken als zij tot “een vlijeger [vrouwenmanteltje of jakje] en rock” nodig hebben zal, tot 8 gl. de el. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar voornoemde broer Jacques voor de ene helft en haar voornoemde zuster Katalina of bij vooroverlijden haar kinderen voor de andere helft. Tot executeurs en voogden benoemt zij Wouter Boucquet, Anthonij van de Bijesheuvel, haar zwager Pieter van Nes, haar neef Michiel van Wassenhoven en Cornelis Pietersz., haar goede bekende. Zij wenst, dat Hugo Bastiaensz. zich niet zal bemoeien met de voogdij over de kinderen van zijn overleden vrouw Adrijana van Wassenhoven. Zij sluit de Weeskamer uit van haar na te laten boedel. Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 26, f. 135 e.v.)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86 e.v.: in de verponding van 1633 betaalt de weduwe van Mathijs Saverij voor haar huis in de Voorstraat 21 ponden 15 sch., belenders Henrick Barentsz. blauwverver en Jaecques Terwe.]

f. 89

De suster van Mathijs Saverij, nijet quotisabel 4 ponden

Henrick Barents [de Haen] verwer 6 ponden

[Zie genealogie De Haan I op deze website.]

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86: in de verponding van 1633 betaalt Henrick Barentsz. blauwverver voor zijn huis in de Voorstraat 18 p. 7 sch. 6 d., belenders: de weduwe van Jan Abrahamsz. schoenmaker, die huurt van Geerit Jansz. Vreen in Gorcum, en de weduwe van Mathijs Saverij.]

Jan de Loutre [zijdenlakenkoper] 10 ponden

[Jan de Loutre (de Louter) Janz., van Dordrecht (1595), trouwde 1e NG Dordrecht 20 aug. 1595 (ondertrouw) Aechtgen Baltazarsdr., van Dordrecht (1595), 2e naar schatting ca. 1605 Cornelia van Clootwijck Dirksdr.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 4: op 8 sept. 1631 verkoopt Jan de Loutre, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Gillis Jansz., houtkoper en burger van Dordrecht, een volmolen en een huisje, staande bij het Wilgenbos op stadsgrond. Waarborg: Jacob Lambertsz. van de Rat, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1599, f. 19v: op 8 april 1622 verkopen Pieter Clootwijck Dircxsz. en Johan de Loutre, als procuratie hebbende van Grietgen Henricxdr., weduwe van Dirck Jacobsz. van Clootwijck, voor 2050 gl. aan Cristoffel Molenschot en Thomas van den Bosch, burgers van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jan speldenmaker en ’s herengracht. De kopers zijn schuldig aan verkoopster een somma van 1250 gl.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 86: Jan de Loutre zijdenlakenkoper betaalt voor zijn huis in de Voorstraat in de verponding van 1633 21 ponden, belenders: Jan van Doren op de Wijnbrug, die huurt van Jan de Loutre (betaalt 17 ponden 5 sch.) en de weduwe van Jan Abrahamsz. schoenmaker, die huurt van Geerit Jansz. Vreen in Gorcum.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978 (200e penning 1638), f. 57: Jan de Loutre aangeslagen voor een vermogen van 6000 gl.

Begraafboek Dordrecht Grote Kerk 25 aug. 1638: een baar voor Jan de Louijter op de hoek van de Wijnbrug, één maal luiden.]

Cornelis Adriaens cruijdenier 5 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v e.v.: in de verponding van 1633 betaalt Cornelis Adriaensz. kruidenier 21 ponden voor zijn huis in de Voorstraat, belenders: Anthoni Jonchthijs lijwatier en Jan van Doren op de Wijnbrug, die huurt van Jan de Loutre.]

De weduwe van Cornelis Claesse de Heer 6 ponden

f. 89v

Cornelis de Wolff 8 ponden

Davit Decker [lijwatier] 10 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v: in de verponding van 1633 betaalt David Decker lijwatier voor zijn huis in de Voorstraat 25 ponden, belenders: Dirick van Clootwijck en Anthoni Jonckthijs.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4v: op 28 jan. 1637 verkoopt David de Decker, burger van Dordrecht, aan Arent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Saeijer”, staande tussen het huis van Dirck Dircksz. Clootwijck en dat van Anthonij Jonckthijs. Waarborgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Arijen Jansz. Ooms, burgers van Dordrecht.]

Den selve als regerende den boedel van Cornelis Jansse sijdecramer 3 ponden

D’erffgenamen van de weduwe van Dirck Jacobs van Klootwijck, sijn maer geset op 6 ponden ergo 6 ponden [16 ponden doorgehaald]

Dirck Clootwijck 16 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85v: in de verponding van 1633 betaalt Dirick van Clootwijck 21 ponden voor zijn huis in de Voorstraat, belenders: Adriaen Goossensz. tingieter en David Decker lijwatier.]

f. 90

De kinderen van Dirck Lamberts 7 ponden 10 s.

Adriaen Adriaensse tinnegieter 3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1608, f. 44v e.v.: op 28 juni 1639 verkopen Jacob de Leeuw, als man van Jenneken Arijensz., en Michiel Macalij, als man van Barber Arijensdr., kinderen en erfgenamen van Adriaen Goossensz. tingieter, voor 1760 gl. aan Abraham Rens, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het huis van Dirck van Clootwijck en dat Michiel van der Beeck. Waarborgen: Adriaen Jansz. en Willem Pietersz. Schaep, beiden burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1000 gl. Borgen: Adriaen Barentsz. Storm en Lodewijck Lamberts, burgers van Dordrecht.]

Michiel van de Beecq bontwercker 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 27 mrt. 1626 verkopen Joost Jansz. Covens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anthonij Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Willem van Galen op 8 mrt. 1626, alsmede Jan Joosten, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer, Abraham Joosten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van Dorth te Sluis op 23 mrt. 1626, aan Michiel van de Beeck, peltier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van koper en dat van Mattheeus van de Mijl.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 85 e.v.: in de verponding van 1633 betaalt Michiel van der Beek betaalt voor zijn huis in de Voorstraat bij het Marktveld 15 ponden 15 sch., belender: Adriaen Goossensz. tingieter.]

Matheus van de Mijl 2 ponden

Herman Jansse sijdecramer, obijt insolvent 2 ponden

f. 90v

Jeremias Decker, insolvent 2 ponden

Ghijsbe[r]t Jansse van Aeckeren 4 ponden

Deze vrouw, op een portret uit ca. 1630, draagt een met bont afgezette vlieger.

[ONA Dordrecht inv. 182, akte 100, dd 10 sept. 1668: ten overstaan van de Dordtse notaris J. Melanen herroept Jenneken Jansdr. Huijskens, weduwe van Gijsbert Jansz. van Aeckeren, wonende te Dordrecht, ziek zijnde, een eerder codicil of akte van donatie, welke zij “onder haer eijgen hant gemaeckt ende behandicht heeft” aan haar nicht Anna van der Reijt op 21 mrt. 1656, en alle andere testamentaire disposities e.d., die zij voor deze gemaakt of verleden heeft. Zij legateert nu aan Lijsbeth Raets, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, een losrentebrief ten laste van de provincie Holland ten comptoire van Dordrecht, staande op naam van haar, testatrice, en inhoudende 400 gl. kapitaal, [datum van de brief niet vermeld], aan Silla Jans, dochter van Anneken Jansdr. Huijskens, haar overleden zuster, een bedrag van 50 gl. en haar “bouratten vlieger”, en aan Geertruijt Fockers, dochter van Nelleken Raets, haar overleden nicht, eveneens 50 gl. Zij prelegateert aan Nelleken Jaspers [sic] Huijskens, haar nicht, haar bed met toebehoren en aan voornoemde Nelleken Jansdr. [sic] Huijskens en Anneken Jansdr. Huijskens al haar kleren, huisraad en onroerende goederen, die bij haar overlijden bevonden zullen worden. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Willem Jansz. Huijskens, Anneken Jansdr. Huijskens en Nelleken Jansdr. Huijskens, haar neef en nichten, kinderen van Jasper [sic] Jansz. Huijskens, haar broer, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij stelt aan tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Johan Hillen en Hendrick Willemsz. van Ven, haar goede bekende vrienden.

Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek ca. 4 juni 1669 (Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 303)

Geertruijt, dochter van Anthonij Aertsz. Focker en Nelleken Reijniersdr. Raets, gedoopt NG Dordrecht 1653

NG Dordrecht 30 sept. 1629: Jasper Jansz. [Huijskens] jongman van Venlo varend gezel wonende te Dordrecht op de Nieuwe Haven en Trijntghe Meeusens [Booms] van Eisden mede wonende te Dordrecht in de Paradijsappel, getrouwd op 21 okt. 1629

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Anneken Jaspersdr. Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1631, trouwde Pieter Jansz. Roij

b. Willem Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1633, trouwde Anna Heijndrichs

c. Nelleken (Neeltje) Huijskens, gedoopt NG Dordrecht 1637, trouwde Bartholomeus Labeen]

Laurens van Buijtendijck 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Laurentius Buijtendijck Hendricxsz. jong gezel van Utrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg en Margareta van Middelhoven Michielsdr. wonende op de Nieuwe Haven in “den Noortschen Boer”, procl. te Utrecht, getrouwd op 10 april 1622]

Gerrit Maes [koopman, zeepzieder] 2 ponden

[Hij was de vader van de kunstschilder Nicolaes Maes.

Gerrit Maes Willemsz., jongman van Ravesteijn, wonende bij Gisbrecht Lenardsz. schoenmaker bij de Grote Kerk (1619), trouwde NG Dordrecht 24 nov./15 dec. 1619 Ida Herman Claesdr., gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1592, van Dordrecht (1619), dochter van Herman Claesz. van Ravesteijn en Elijsabeth Fijnemans.

– 27 mei 1626: Sara Damius, weduwe van Gerrit Woutersz. schoenmaker verkoopt aan Gerrit Maes, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Joost Lievensz. kramer en dat van de weduwe van Claes Oosten naaldenmaker. Waarborg: Gijsbert van Dalen, burger van Dordrecht, als daartoe gemachtigd zijnde door Johan Damius, schepen van Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 22v)

– 30 april 1643: Gerrit Maes, burger van Dordrecht, verkoopt aan Willem Jansz. Walen, burger van Dordrecht, het huis, waarin hij, verkoper, woont, staande in de Hofstraat tussen de Heelhaaksdoelen en het huis van Jan Claesz. metselaar. Waarborg: Herman Huijbertsz. van Ravesteijn, burger van Dordrecht.(ORA Dordrecht inv. 1610, f. 17v e.v.)

– 15 aug. 1643: Pieter van Consen, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3500 gl. aan Gerrit Willemsz. Maes, solliciteur en burger van Dordrecht, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat], waarin hij, koper, thans woont, staande tussen het huis van Jan Ros naaldenmaker en dat van Isaac van de Graeff. Waarborg: Jan Ros, naaldenmaker en burger van Dordrecht. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 62 gl. Borg: Coenraet Hars, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. Borg: idem. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 50v e.v.)

– 11 sept. 1646: Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Govert van Bergen brouwer en Gerrit Willemsz. Maes, burgers van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Thomas Sleij schoolmeester en de gang van Ambrosius van Gerven. Waarborg: Bartholomeus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht. De comparant verbindt als contrawaarborg een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Anthonij Repelaer en dat van Matthijs van Balen. (ORA Dordrecht inv. 1611, f. 136)

– 6 mei 1648: Gerrit Maes en kapitein Govert van Bergen, burgers van Dordrecht, verkopen Willem Willemsz. Oudeman, burger van Dordrecht, een pakhuis, bestaande uit onder een wijnkelder en boven korenzolders, genaamd “de Blauwen Cuijp”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van mr. Thomas Sleij schoolmeester en de gang van het huis van De Haen. Waarborg: Leendert van Dijck, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 84)

– 15 mei 1649: Gerrit Maes, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johannes van Eijsden, burger van Dordrecht, een huis bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Herman Moulaert “maeldenier” en het huis van de verkoper, strekkende voor van de straat tot aan de muur van de grote achterkeuken tegen het pakhuis van de verkoper. Waarborgen: Jan Ros naaldenmaker en Andries Willemsz. van Dinslaecken, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 28 e.v.)

7 april 1655: Geerit Willemsz. Maes, zeepzieder en burger van Dordrecht, als man van Ida Herman Claesdr., samen erfgenamen van Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck, volgens Aeltgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654, verklaart schuldig te zijn aan Reijnier de Fijneman een somma van 700 gl. en aan de kinderen van Govert de Fijneman een somma van 1100 gl., aan hen gelegateerd in het genoemde testament. Maes verbindt hiervoor zijn huis en zeepmakerij, genaamd “de Drie Witte Leeukens” staande bij Mijnsherenherberg. Borg: zijn zoon Abraham Maes, burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 225 e.v.)

5 mrt. 1657: Dirck de Keijser, koopman te Amsterdam, als man van Philippijna Govertsdr. Fijneman, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Sena, koopman te Amsterdam, als man van Louise Govertsdr. Fijneman, en van Loaen [?] de Fijneman, Jean Morgan en Anne Fijneman, wonende in Frankrijk, en van Abraham Becx, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Charlotte de Fijneman, wonende in Stokholm, en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Govert de Fijneman, verklaart ontvangen te hebben van Geerit Willemsz. Maes, burger van Dordrecht, als erfgenaam van Aeltgen de Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. Bollenbeeck, die is overleden te Dordrecht, een somma van 1100 gl., welk bedrag door Aeltgen de Fijnemans is gelegateerd aan de kinderen en erfgenamen van haar broer, Govert de Fijneman, in haar testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 44)

Kinderen (o.a.):

a. Henricxken (Henrica) Maes, gedoopt NG Dordrecht nov. 1624

b. Abraham Maes, gedoopt NG Dordrecht juni 1631.

c. Nicolaes Maes, gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, schilder, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij Mijnsherenherberg, trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1653/13 jan. 1654 Adriana Joostendr. Brouwers, van Dordrecht, weduwe van ds. Arnoldus de Gelder, predikant te Wijngaarden, wonende in de Gravenstraat

Nicolaes Maes, zelfportret (Dordrechts Museum)

– 6 mei 1672: Giel Jansz. van Buijl, Emmeken Jansdr. van Buijl, Janneken Coenraetsdr. van Buijl, en Cornelis Jaspersz. Outlant, als man van Geertruijt Govertsdr. van Buijl, allen erfgenamen ab intestato van wijlen kapitein Johan van Buijl, koopman te Dordrecht, verkopen voor 1800 gl. contant aan Nicolaes Maes, schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Maximiliaen Melanen. (ORA Dordrecht 788, f. 23v)

– 16 dec. 1682: Johanna Straselius, weduwe van Johannes Toebast, wonende te Dordrecht, verleent procuratie aan Johannes van Houten, wonende te Amsterdam, om voor schepenen aldaar te transporteren aan Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, een schuldbrief van 5000 gl., welke is verleden voor schepenen van Amsterdam op 17 nov. 1670 door Johannes Sipels, koopman te Amsterdam, ten behoeve van Johanna Straselius en verzekerd op een huis in de Molsteeg te Amsterdam, belend aan de noordzijde door het huis, waar “de Vergulde Leeuw” in de gevel staat, aan de oostzijde door het huis van Gerrit Bartholomeeusz. Smit en aan de westzijde door het huis van mr. Pieter chirurgijn. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 82)

– 2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 142v)]

De weduwe van Claes Osten naeldemaecker 1 pond

f. 91

De weduwe van Jacob Henricxe schoenmaecker 3 ponden

D’erffgenamen van Jacob Alewijns viscooper 7 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 111: op 30 okt. 1627 verkopen Franchoijs Alewijnsz., lid van de Oudraad te Dordrecht, en mr. Cornelis Alewijnsz., licentiaat in de rechten en advocaat, voor zichzelf en als testamentaire voogden over de kinderen van wijlen Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, en Sebastiaen van de Graeff, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Alewijn Alewijnsz., wonende te Bremen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Pieter Aelbrechtsz. Brouwer te Bommel, als man van Maria Alewijnsdr., en van Digna Alewijnsdr., resp. zijn zwager en zuster, allen erfgenamen van Jacob Alewijnsz., viskoper te Dordrecht, resp. hun oom en oudoom, aan Michiel van der Beeck, bontwerker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van Corstiaen Leendertsz. en dat van Jacob Henricxsz. schoenmaker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1940 gl. Borgen: Dirck van Clootwijck en Pieter Pietersz. Both, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 117v: op 20 nov. 1627 verkopen bovengemelde comparanten aan Cleijsken Gijsbertsz. van Haarlem, weduwe van Franchois Clements, de helft van een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Gerrit Goossens viskoper en het huis, waar uithangt ” den Bruijnvisch”. Waarborgen: Franchoijs Alewijnsz. en mr. Cornelis Alewijnsz. Matheus Rees en Frans Rocusz. van Wesel, als procuratie hebbende van de koopster, zijn schuldig aan Digna Alewijnsdr. een somma van 325 gl. ]

Corstiaen Leenderts seemcoper 4 ponden

Aen d’ander sijde beginnende van [het] Steechoversloot

Maerten van Dilsen [hoedenstofferder, zijdenlakenkoper] 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1611: Marten van Dilsen Jansz. hoedenstoffeerder en Eva van Nerem Vijtendr. [Fijten] beiden van Dordrecht, getrouwd op 30 aug. 1611

NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1631: Marten van Dilsen hoedenstoffeerder weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk en Beliken Jacob Martensdr. van Zevenbergen wonende bij de Visbrug, getrouwd op 4 nov. 1631

NG trouwboek Dordrecht 21 okt. 1635: Maerten van Dilsen Jansz. zijdenlakenkoper weduwnaar wonende omtrent de Augustijnenkerk en Burchje den Bot jonge dochter weduwe van Daniël Meertensen wonende in de Kannenkopersbuurt beiden van Dordrecht, procl. te ‘s-Gravenhage, getrouwd op 4 nov. 1635

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 95 e.v.: op 29 juli 1638 verkopen Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, namens de kinderen van wijlen Maerten van Dilsen, en Dirck Jansz. Both, bakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Burchien de Both Jansdr., weduwe van Maerten van Dilsen, aan Baerthout Arijensz. Mesian, burger van Dordrecht, een huis bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Gabrielsz. en dat van Henrick Henricxsz. bakker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1325 gl. Borg: Marijcken Baerthouts, weduwe van Jan Arijensz. munter.]

Jacob Gabriëls cramer 4 ponden

D’heer Johan Berck Ridder 200 ponden [Johan Berck woonde in het huis de Berckepoort.]

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 18: op 7 mei 1626 compareren Herman Halling, Oudraad van Dordrecht, voor de ene helft en Jacob van de Corput, Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Berck Ridder, ambassadeur van de Hoogmogende Heren Staten Generaal der Verenigde Nederlanden bij de Serenissime Republiek van Venetië, als getrouwd hebbende Maria Buijsen, voor de andere helft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Pieter Willemsz. Schepens op 25 sept. 1622. Zij verkopen aan Jan Jansz. korenkoper een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Sieren en dat van Liedewij Diters Cornelisdr. Kennen betaald. Promittit quitare.]

f. 91v

Pieter Verhagen met sijn huisvrouwen dochter 10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 26 aug. 1618: Pieter Verhagen boekdrukker weduwnaar van Antwepen en Maike Claesdr. geboren van Wesel weduwe van Cors Geritsz. viskoper woont in de Vriesestraat tegenover de molen, getrouwd 9 sept. 1618

22 aug. 1618: huwelijkse voorwaarden tussen Pieter Verhaghen, boekdrukker en burger van Dordrecht, weduwnaar van Mariken Claesdr. van Scheurwijck, en Mariken Claesdr., weduwe van Corstiaen Gerritsz., viskoper en burger van Dordrecht, geassisteerd met Revert Jaspersz. Kels broodbakker, haar zwager, en Trijntgen Claesdr., haar zuster. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 33)

2 jan. 1626: Pieter Verhagen, boekdrukker en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij op verzoek van mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, “uijt sonderlinge vrient ende beurschap” getransporteerd heeft aan Johan Berck, ambassadeur van de Verenigde Nederlanden in Venetië, Matthijs Bercks vader, het recht van “naestinge” op Verhagens huis in de Voorstraat, staande tussen de plaats of poort van het huis van Berck [de Berckepoort] en het huis van Herman Jenefaesz., zodat Berck of zijn erfgenamen, wanneer hij, Verhagen, zijn huis gaat verkopen, de koop daarvan mag c.q. mogen naderen “sonder contradictie ofte tegenspreken van ijmanden”. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 1)

21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heer van Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 57 e.v.)

NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1648: Dirck Tegelberg zilversmid jongman wonende voor het Bagijnhof en Pieternella Meschian jonge dochter wonende bij de Augustijnenkerk, beiden van Dordrecht, getr. 23 juni 1648 (zie Ons Voorgeslacht mei 2011, p. 176)

idem 29 mei 1650: Ritzart Farrington schilder jongman van Leicester wonende bij de Vismarkt en Anna Meschan jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg [in de Voorstraat], getr. 14 juni 1650

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 juni 1665: een kinderbaar achter in de Kolfstraat voor een kind van Ritsser Farenton “tot Dirck Tegelburgh”]

Andries Adriaens 2 ponden

De weduwe van Aert Schoor 1 pond

Henrick Jaspers Staeckman 2 ponden

De weduwe van Gillis Nering met haer kinderen 15 ponden

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 10 jan. 1631 zijn aangetekend Isaack Gillisz. Nering jongman van Dordrecht geassisteerd met Geertruijt Jans zijn moeder en Leentgen Victors [van Blenckvliet] jonge dochter geassisteerd met Victor Jansz. haar vader (getrouwdDoopsgezind Dordrecht 9 mrt. 1631)

ORA Dordrecht inv. 771, f. 38v e.v.: op 21 okt. 1637 verkopen Victor Jansz. van Blenckvliet en Jacob Nering, grootvader en oom resp. voogden over het kind, nagelaten door wijlen Isaack Neering en Helena van Blenckvliet, aan Aeltgen Dirxdr., weduwe Jacob Cornelisz. Boene, een huis omtrent de Wijnbrug, waar uithangt “het Casteel van Gent”, staande tussen het huis van het Sint Jansgasthuis en het huis van het voornoemde weeskind. Koopster kent schuldig aan verkopers een somma van 2900 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. en Arijen Jansz. Ooms.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 118: op 20 aug. 1640 verkopen Victor Jansz. van Bleinckvliet en Jacob Nering, kooplieden en burgers van Dordrecht, als voogden over het nagelaten weeskind van Isaack Nering, aan Willem Aertsz. twijnder, burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwstraat, staande tussen “het Kasteel van Gent” en het huis van de koper.

In een akte dd. 28 juli 1650 (ORA Dordrecht inv. 777, f. 135 e.v.) is sprake van twee huizen van Willem Aertsz. twijnder, staande omtrent het St. Jansgasthuis (in de Voorstraat), belend door het huis van Jacob Nering en het huis waar uithangt “het Kasteel van Gent”.]

f. 92

De weduwe van Anthonij Leniers 7 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 28 okt. 1618: Abraham Lenier Antonisz. jong gezel van Dordrecht wonende bij zijn moeder in “’t Gulden Spellewerck” en Catalina Huge Jeronijmusdr. jonge dochter van Middelburg wonende bij Mattheeus van de Mijlen tegenover de bruidegom, getrouwd op 4 dec. 1618

NG trouwboek Dordrecht 18 aug. 1621: Philips Kegelaer jong gezel van Breda wonende aldaar en Susanna Verhaghen weduwe van Anthonie Lenier van Breda wonende in “’t Goude Spellewerck” bij Mijnsherenherberg, procl. te Breda

ORA Dordrecht inv. 770, f. 77v e.v.: op 8 mei 1635 verkoopt Abraham Leniers, burger van Dordrecht, als gemachtigde van Susanna Verhagen, weduwe van Anthonij Leniers, zijn moeder, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Cornelis Strick te Nijmegen op 20 april 1635, aan Clara de Bramaecker en Henrick Bosch een losrente van 25 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis en erf bij Mijnsherenherberg [in de Voorstraat bij de Nieuwstraat, thans nr. 244], genaamd “het Gouden Speldewerck”, staande tussen het huis van Willem Pietersz. ’t Schaep en het huis, waar uithangt “’t Casteel van Gent”.]

D’heer Cornelis Back Jacobs outraet 10 ponden

De weduwe van Emanuel van der Steen met haer kinderen 24 ponden

Blasius van Haerlem den Jongen 4 ponden

Sijmon Wiltens backer 3 ponden

De weduwe van Jan Pietersse couckebacker met haer dochter 4 ponden

f. 92v

Abraham Back apoteecker 3 ponden

D’erffgenamen van Jan Daniëls seepsieder 15 ponden

[ONA Dordrecht inv. 11, f. 325: verklaring dd 6 mei 1614 door o.a. Jan Daniëlsz. zeepzieder, ongeveer 49 jaar oud, burger van Dordrecht.]

De weduwe van Baen Cornelisse met haer kinderen 12 ponden

Inde Hoffstraet

Balthaser Lidius predicant 4 ponden

[Balthazar Lydius, geboren Umstadt (Palts, Duitsland) 13 aug. 1576, studeerde theologie te Franeker en Leiden, predikant te ’s Hertogenbosch tot nov. 1602, predikant te Dordrecht 1602-1629, gedeputeerde op de Nationale Synode van Dordrecht 1618/1619, overleden 20 jan. 1629, begraven in een familiegraf in de Nieuwkerk, trouwde 1e NG Dordrecht 5/27 april 1603 Aletta de Witt, weduwe van Isaac Henricksz. van den Corput, predikant te Breda, begraven in het genoemde familiegraf in 1607, dochter van Jacob Fransz. de Witt en Elisabeth Andriesdr. Heijmans, 2e NG Dordrecht 29 juni/15 juli 1608 Anneke Jacobsdr. Mijlius (van der Mijle), begraven in het genoemde familiegraf in 1630, weduwe van Cornelis Mattheeusz. (Gens Nostra 2009, p. 285; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v)

Kinderen (o.a.):

ex 1:

a. Isaac Lydius, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1604, predikant te Papendrecht (1632) en Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1660, trouwde NG Haarlem 18 aug./10 sept. 1641 (met attestatie van Dordrecht) Johanna Joije, gedoopt NG Haarlem 29 aug. 1621, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 aug. 1677, dochter van Matheus Joije en Marie Tiebouts (Gens Nostra 209, p. 287)

– 16 febr. 1645: Johan Sijmonsz. in der Velde verkoopt voor 3400 gl. aan Isaac Lidius, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Matthijsz. Stoop en dat van de erfgenamen van Hendrick van Dilssen. Waarborg (voor de verkoper): Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 9v)

– 6 okt. 1645: Maria van Dilssen, echtgenote van mr. Willem de Bont, “hooch schout” van Leiden, verkoopt voor 2600 gl. aan ds. Isacus Lidius, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande aan de havenzijde tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Consen bakker. (ORA 775, f. 63v e.v.)

– 27 mei 1684: Mattheeus Lidius, predikant te Cillaarshoek, Josina Lidius, weduwe van ds. Thomas Baen, en Hendrick van Hoesen, als man van Maria Lidius, voor zichzelf en tevens vervangende Aletta en Jacoba Lidius, kinderen en erfgenamen van ds. Isaack Lidius en Johanna Joije, verkopen voor 1330 gl. aan Ruth de Ridder, pachter van verscheidene gemenelandsimposten, een huis in Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Aernout van Campen. (ORA Dordrecht inv. 793, f. 82 e.v.)

– 2 juni 1689: Hendrik van Hoesen, als man van Maria Lijdius, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Josina Lijdius, weduwe van ds. Tomas Baen, predikant te Heinenoord, ds. Thomas Chapman, predikant te Cillaarshoek, als man van Aletta Lijdius, en ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet, als man van Jacoba Lijdius, volgens procuratie, gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijck te Dordrecht op 31 mrt. 1689, allen kinderen en erfgenamen van Johanna Joije, weduwe van ds. Isaacus Lijdius, predikant te Dordrecht, verkopen voor 2600 gl. aan Hermannus Neuspitzer, rector te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Rut de Ridder en dat van de weduwe van Jacob Ouzeel. (ORA Dordrecht inv. 796, f. 30 e.v.)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Mattheus Lidius, 1643, predikant te Cillaarshoek

a-2. Josina Lidius, 1649, overleden 17 dec. 1699, trouwde ds. Thomas Baen, predikant te Heinenoord

a-3. Maria Lidius, 1650, trouwde Hendrick van Hoesen

a-4. Alette Lidius, 1652, overleden3 okt. 1721, trouwde ds. Thomas Chapman, 1685 predikant te Cillaarshoek, 1690 predikant te Dubbeldam, 1722 emeritus, beoefenaar der Latijnse dichtkunst, overleden in 1727

Grafzerk van Josina en Aletta Lidius bij de NH kerk te Dubbeldam. (foto: A.B. den Haan)

a-5. Jacomina (Jacoba) Lijdius, 1653, trouwde ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet

a-6. Johanna, 1660

b. Martinus Lydius, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1607, predikant te Aalburg, Heusden, en daarna Breda (Gens Nostra 2009, p. 288)

ex 2:

c. Jacobus Lydius, gedoopt NG Dordrecht mei 1610, predikant te Bleskensgraaf, later (vanaf 1637) te Dordrecht, benoemd tot leraar bij het buitengewoon Gezantschap in Engeland (1643-1645), begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk te Dordrecht 19 sept. 1679, hij liet een grote bibliotheek na, die door zijn zwager, ds. Cornelis Schalcke, rector van de Latijnse School, werd beheerd, trouwde 1e NG Dordrecht/Middelburg 13/25 aug. 1651 Maria Amia, jonge dochter van Aken, wonende te Middelburg, (1651), 2e NG Dordrecht/Haarlem 7/30 mei 1656 Josina Joije, gedoopt NG Haarlem 10 febr. 1617, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1669 (een zwarte baar naast de Munt voor Jozijnna Joije vrouw van ds. Jacobus Lijdies), weduwe van Johan Govertsz. van Marees, dochter van Matheus Joije en Maria Tiebouts (Gens Nostra 2009, p. 288; Nelemans, Hic Conditur, p. 174 e.v. )

– 26 dec. 1674: een zwarte baar “tot” ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 16 e.v.: op 2 april 1681 verkopen Cornelis Schalcken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Abraham Leonardis en Henric Lijdius, predikanten resp. te Dordrecht en Maasdam, als testamentaire voogden over het weeskind van wijlen Balthasar Schalcken, tevens procuratie hebbende van ds. Johannes Schalcken, predikant te Charlois, en Godefridus Schalcken, en van Berbera, Maria en Aletta Schalcken, zijn broers en zusters, allen, samen met wijlen Anna Schalcken, erfgenamen van ds. Jacobus Lydius, predikant te Dordrecht, en tevens erfgenamen ab intestato van voornoemde Anna Schalcken, voor 6149 gl. 10 st. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, als man van Jacoba de Marees, en aan Elisabeth en Josina de Marees, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, de helft van een huis met daaronder twee grote wijnkelders en erachter een tuin, alsmede een huisje daarachter in de Doelstraat, welk grote huis is genaamd “Oostenrijck” en staat in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, strekkende voor van de Voorstraat tot achter in de Doelstraat, belend door de Munt aan de ene zijde en het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad, aan de andere zijde. De wederhelft van het huis etc. is eigendom van verkopers.

d. Aletta Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1612, trouwde Cornelis Schalcken, geboren naar schatting ca. 1610 te Heusden, predikant te Eethen en Drongelen, Made en Drimmelen en 1654-1674 rector van de Latijnse School te Dordrecht, overleden in 1674 (Gens Nostra 2009, p. 286)

Godfried Schalken, portret van zijn vader (1676)

Kinderen (volgorde willekeurig):

d-1. Godfried Schalcken, geboren Made 1643, kunstschilder, overleden Den Haag 16 nov. 1706, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1679 Francoise van Diemen, dochter van Christoffel van Diemen en Cornelia Beens (dochter van Laurens Cornelis Fransz. Beens en Cornelia Peetersdr. de Ras)

– 31 dec. 1682: Helman van de Heuvel, koopman te Rotterdam, enige zoon en erfgenaam van Gerrit van de Heuvel, verkoopt voor 2024 gl. contant geld aan Godefridus Schalcken, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Gijsbert van de Kemp en dat van de erfgenamen van Jan Joosten Filiboort. (ORA Dordrecht inv. 792, f. 154v e.v.)

– 1 dec. 1685: Godefridus Schalcken, “expert constich schilder”, en zijn vrouw Fransoijse van Diemen, wonende te Dordrecht, verlenen procuratie aan Adriaen Beens, secretaris te Ginneken in de Baronie van Breda, hun neef, om aan de koper [die niet met naam en toenaam in deze akte wordt vermeld] te transporteren ongeveer één bunder land aldaar, welke Fransoijse van Diemen is aanbedeeld uit de nalatenschap van haar grootmoeder Cornelia de Ras, weduwe van Laurens Beens. De kooppenningen bedragen 610 gl. (ONA Dordrecht inv. 171, f. 459)

Francoise van Diemen, geportretteerd door haar man.

Zelfportret van Godfried Schalcken (1694)

d-2. Marija Schalcken, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom(1682), schilderes van interieurs en landschappen, overleden tussen 23 febr. 1685 en 1700, trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 26 juli/11 aug. 1682 Severijn van Bracht, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1682)

Kinderen (beiden NG gedoopt te Dordrecht):

d-2-1. Anna, 17 mei 1683

d-2-2. Cornelis, 23 febr. 1685

d-3. Barbara Schalcken, ongehuwd

ONA Rotterdam inv. 1577, akte 53: op 11 juni 1709 testeert ten overstaan van notaris Johan ten Bergh te Rotterdam Barbara Schalcke, “bejaerde ongetroude dogter”, wonende ten huize van ds. Johannis Schalke, predikant te Charlois. Legaten voor haar broer, ds. Johannis Schalke, haar nicht Aletta Schalke en haar nicht Petronella Schalke. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar broer, ds. Johannis Schalke, of bij vooroverlijden diens kinderen, voor een vijfde part, Johan Schalke, zoon van haar overleden broer Balthasar Schalke, in zijn leven predikant te Pernis, voor een vijfde part, Francoisa Schalke, dochter van haar overleden broer Godefridus Schalke, voor een vijfde part, de kinderen van haar overleden broer Cornelis Schalke, in zijn leven schout en rentmeester van Cromstrijen, voor een vijfde part, en de kinderen van haar overleden zuster Aletta Schalke, weduwe van Willem [Jacobsz.] Verschoor, voor een vijfde part. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en tot administrateurs van haar boedel benoemt de testatrice haar broer Johannis Schalke en haar neef Johan Schalke Balthasarsz.

d-4. ds. Johannis Schalke, NG predikant te Charlois

d-5.ds. Balthasar Schalke, gedoopt NG Heusden 3 juli 1637, jongman (1674), NG predikant te Pernis, overleden ald. 16 aug. 1679 (zerk in de NH kerk te Pernis: zie De Nederlandsche Leeuw 1925, p. 217), trouwde NG Pernis 20 mrt. 1674 Maria van Marees, jonge dochter van Haarlem, wonende te Dordrecht (1674)

– 26 dec. 1674: een zwarte baar “tot” ds. Jacobus Lijdies voor Maria van Marees, de vrouw van ds. Balthasar Schalcke (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

d-6. Cornelis Schalke, schout en rentmeester van Cromstrijen

d-7. Aletta Schalke, gedoopt NG Dordrecht 1654, trouwde Willem Jacobsz. Verschoor

e. Samuel Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1617, predikant te Heinenoord en Dubbeldam, trouwde NG Dordrecht 20/24 aug. 1641 Cornelia Jansdr. van Wijngaarden (Gens Nostra 2009, p. 286)]

Adriaen Cornelisse wijncooper 4 ponden

f. 93

Anneken Frans Wittens weduwe [geen bedrag vermeld]

Aen d’ander zijde

Mr. Balthaser Boll [chirurgijn] 5 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1588, f. 61 e.v.: op 29 april 1611 verkoopt IJsak Rooverts, burger van Dordrecht aan mr. Balthasar Bol, chirurgijn en burger van Dordrecht, een tuin met een huisje daarop staande, samen groot 109 roeden land, gelegen buiten de St. Jorispoort aan de weg “t’eijnde” de 60 roeden van de stadsvest, strekkende tot aan het erf van Jan Thielmansz. en belend door de boomgaard van Hugo Repelaer aan de ene zijde en de besloten weg of laan aan de andere zijde, met alle servituten etc., zoals verkoper de tuin etc. heeft gekocht van mr. Rombout Hoogerbeets, raad in de Hoge Raad van Holland. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 414 gl.]

Inde Nieustraet

Abraham Mortier 4 ponden

Herber Jans backer 2 ponden

De weduwe van Jacob Dorste 2 ponden

f. 93v

Corstiaen Jansse glaesmaecker 3 ponden

Baerthout Pieters backer 6 ponden

De weduwe van Johannes Betius 7 ponden

[Johannes Becius, NG predikant te Dordrecht, van Antwerpen naar Emden gevlucht, vandaar beroepen okt. 1586, overleden 26 jan. 1626.]

Dr. Bor rector 3 ponden

[Gerard Bor (Borraeu) was van 1612 tot 1619 conrector en van 1619 tot aan zijn overlijden op 2 okt. 1626 rector van de Latijnse School te Dordrecht. (C. Esseboom en N.L. Dodde, Minerva Dordracena, 750 jaar klassiek onderwijs in Dordrecht (1253-2003), Dordrecht 2003, p. 158 en 171); Gerardus Bor of Borraeus, geboren Vlaardingen, mogelijk in 1591, zoon van Cornelis Bor, baljuw van Vlaardingen, neef van de geschiedschrijver Pieter Bor, werd na het vertrek Antonius Aemilius naar Utrecht (1619) rector van de Latijnse School te Dordrecht. Vroeger was hij, evenals Vossius, alumnus van de Stad Dordrecht geweest in het Staten-college te Leiden. In het Leidse Album Stud. staat hij ingeschreven op 1 dec. 1609, 18 jaar oud en studerende in de letteren. Hij was een verdienstelijk man, “als nederlandsch dichter en schrijver eener Grieksche spraakkunst niet onbekend”. Hij overleed op op 10 okt. 1626 en werd opgevolgd door Isaac Beeckman. (Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV [Leiden 1918], kol. 221

NG trouwboek Dordrecht 27 okt. 1619: Gerardus Borraeus, van Vlaardingen, rector van de Latijnse School, en Maria Becius Johannisdr., van Dordrecht, getr. 12 nov. 1619]

Marcijs Sijs 3 ponden

f. 94

Aen d’ander zijde

Joost Jansse naeldemaecker 5 ponden

Wessem [Wessel] Lamberts [messenmaker] 1 pond

[15 juni 1620: Gijsbrecht de Jager, notaris en procureur te Dordrecht, door het Gerecht te Dordrecht aangesteld als curator van de boedel van Goris Jacobsz. loodgieter, verkoopt aan Jacob Pietersz. [Beeckman], hoedenkramer en burger van Dordrecht, een huis met nog twee woningen daarachter, genaamd de “Schenckkan”, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en het huis, dat diezelfde dag is opgedragen aan Wessel Lambrechtsz. [messenmaker], belast met een rente van 1000 gl. kapitaal, de helft waarvan de koper te zijnen laste neemt. Koper is schuldig aan verkoper 400 gl. Borgen: mr. Lambrecht Heijmans en Cornelis Jansz. metselaar, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 81 e.v.)

3 juli 1626: Goovert Jansz. Heijmans en Cornelis Gijsbrechtsz., als bloedvoogden over de onmondige weeskinderen van Jacob Pietersz. [Beeckman] hoedenmaker, mitsgaders autorisatie hebbende van het Gerecht volgens apostille, gesteld in margine van zeker rekest dd 2 juli verkopen aan Goris Pietersz, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis met twee huisjes en een loods, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Franchoijs Beens en dat van Wessel Lambertsz. Waarborg: voornoemde Goovert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 33)

1626: Wessel Lambertsz. mesmaker betaalt in de verponding 7 ponden 10 sch. voor zijn huis in de Nieuwstraat.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 128v)]

Govert Pieters cuijper 6 ponden

Claes Jansse cleermaker 1 pond

Henrick Frans cleermaker 1 pond

f. 94v

D’erffgenamen van Cornelis Reijers 1 pond

Jan Carel besemmaker 1 pond

Goris Jacobs [Ronaer] deurwaerder 2 ponden

Adriaen Frans schrijnwerker 2 ponden

D’erffgenamen van Jan Gerrits brandewijnman, obijt insolvent 2 ponden

f. 95

Inde Steenstraet [tussen Kolfstraat en Nieuwstraat (Van Baarsel, o.c., p. 109)]

Jan Teller goutsmith 3 ponden

Pieter Jacobs wielmaecker, obijt insolvent 2 ponden

[7 jan. 1626: Blasius van Haerlem de jonge, als procuratie hebbende van Elijsabet van Driel, weduwe van Emanuel van de Steen, zijn schoonmoeder, verkoopt aan Pieter Jacobsz., wielmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Steenstraat, staande tussen het huis van voornoemde Elijsabet van Driel en dat van Jan Teller. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 1v)]

Adriaen van Damme ende sijn nichte 3 ponden

Aernout Teller 1 pond

Jan Jansse Salier, insolvent 1 pond

f. 95v

Weder inde Nieustraet

D’erffgenamen van Adriaen Jacobs Buijs 3 ponden

De weduwe van Henrick Claesse, nijet quotisabel 2 ponden

Rijck Henricxe witstockmaecker 1 pond

Inde Heer Mathijsstraet [Kolfstraat]

Jan Jansse Fiot in de Colff 2 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 1 mei 1622: Jan Jansz. Fyot de jonge wijnkuiper wonende in de Kolfstraat en Cornelia van Gelder Laurentsdr. wonende bij  de Pelserbrug beiden van Dordrecht, getrouwd op 24 mei 1622]

Adriaen Claesse schipper 1 pond

f. 96

De weduwe van Jacob Jansse cramer 2 ponden

Cornelis Woutersse mertschipper 1 pond

De weduwe van Aper Fransse backer, obijt insolvent 1 pond

Cornelis Adriaens timmerman 1 pond

Herman Jansse Spank 5 ponden

f. 96v

De weduwe van Hans Bos laeckencooper 3 ponden

Jan Gerrits twijnder 1 pond

Willem Robberts verwer 1 pond

Steven Aerts coomen 6 ponden

Frans Jans verckenslager 1 pond

f. 97

Thonis Jans cuijper, insolvent 1 pond

Jan de Zij provoost, niet quotisabel 2 ponden

Claes Claess van Bommel 1 pond

De weduwe van Cornelis Jacobs lijndraeijer, nota: billet hout maer 1 pond, is par modo 1 pond

Jan Adriaens appelcooper 1 pond

f. 97v

Aert Jans metselaer 1 pond

De weduwe van Jan Jansse metselaer, nijet quotisabel 1 pond

Willem Pieters schoenmaker 1 pond

De weduwe van Dirck Jans wever 2 ponden

Frans Everts wijncooper 2 ponden

T sevende quartier somma 593 gl. 10 s.

f. 98

Achtste quartier beginnende vande He[e]rmathijs[s]traet [Kolfstraat] tot aende Vriesestraet aen wedersijden aende Voorstraet

De heer Jacob Coenen 6 ponden

[Jacob Coenen Adriaensz., jongman van Geertruidenberg (1615), trouwde NG Dordrecht 8 febr./8 mrt. 1615 Elisabeth van Wijngaerden Dirksdr., van Dordrecht (1615)

Kind:

a. Adriaen Coenen, gedoopt NG Dordrecht april 1617, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Tolbrug (1644), weduwnaar van Dordrecht, wonende aan het Marktveld (1650), trouwde 1e NG Dordrecht 2/18 okt. 1644 Adriana Aertsdr. Schut, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1644), 2e NG Dordrecht 23 okt. 1650 Maria Anthonisdr. de Sont, gedoopt NG Dordrecht dec. 1624, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1650), dochter van Anthonij Pietersz. de Sont en Ariaenke Dirxdr.

Kinderen:

Ex 1:

a-1. Lijdia Coenen, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1646

a-2. Clara (Adriana) Coenen, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1648, trouwde NG Dordrecht 17 dec. 1673 Willem van Claveren

ORA Dordrecht inv. 812, f. 23v e.v.: op 7 en 9 april 1718 compareren voor schepenen van Dordrecht Johan van Neurenberg, regerende burgemeester van Dordrecht, zowel voor zichzelf nomine uxoris [nl. Adriana de Sont], als procuratie hebbende van enige mede-erfgenamen van wijlen Anthonij de Sond [de Sont], in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, die ook erfgename is van haar zuster Lidia Coenen, beiden erfgenamen van wijlen Anthonij Coenen, die eveneens een erfgenaam was van Anthonij de Sond. De comparant en comparante verkopen voor 1250 gl. aan Martinus van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Simon Germain en dat van Adolff Lantman.

Ex 2:

a-3. Jacob Coenen, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1651

a-4. Anthonij Coenen, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1653]

Jan Gerrits Walburch 2 ponden

De weduwe van Jan Mathijs brouwer, obijt insolvent 5 ponden

De weduwe van Cornelis Cra 12 ponden

Cornelis Beliaert laeckencooper 18 ponden

f. 98v

D’erfgenamen van Jan den Bramaecker den jongen, dese boel is lange verdeelt ende ider verhoocht 20 ponden

[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.]

Aert Stapper 2 ponden

Gillis van Luffelen cooman 20 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 159: op 9 sept. 1627 Gillis van Luffele, wonende te Dordrecht, gezien zijn hoge leeftijd redelijk gezond, maakt een codicil. Hij bevestigt de testamenten, die hij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris P. Eelbo op [dagnummer onleesbaar] mrt. en 25 juni 1624. Hij wenst, dat van de weduwe van zijn zoon Gillis van Luffele de jonge niets gevorderd wordt van de 1600 gl., die hij aan zijn zoon heeft geleend.]

Tannen de beddemaeckster 6 ponden

Jaecques van Wassenhoven 9 ponden

[Zie Genealogische Sprokkels s.v. Van Wassenhoven.]

f. 99

De weduwe in de Bonten Mantel 1 pond

Sacharias Jochims bouckbinder 5 ponden

Marinus van de Lisse 4 ponden

Dirck van Zeventer 7 ponden

De weduwe van Aert Jacobs twinder 7 ponden

f. 99v

Jacob de Meijer sijdelaeckencooper 4 ponden

Pieter Clootwijck 4 ponden

Cornelis Everts Schrevel [van Eijssel] viscooper 4 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 173: huwelijkse voorwaarden dd 29 juni 1628 tussen Cornelis Evertsz. van Eijssel, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, weduwnaar, geassisteerd met zijn vader Evert Schrevelsz. van Eijssel, enerzijds en Jenneken Jans, jonge dochter, geassisteerd met haar moeder Josijna Hagaerts, weduwe van Christoffel van Kampen, en haar neef Christoffel Cornelisz. Buijs, anderzijds.]

Arent Servaes 6 ponden

Pieter Frans Schoutet brouwer [in “de Valck”] 30 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 21: op 25 mei 1626 verkoopt Blasius van Haerlem de jonge, als door de Camere Judiciële van Dordrecht aangestelde curator van de boedel van Jaecques Nouwaerts, aan Dirck Jacobsz. een huis bij de Tolbrug, staande tussen het huis van Pieter Jansz. en dat van Cornelis Claesz. brouwer. De koper zal moeten gedogen, dat Pieter Fransz. Schoutet, brouwer in “de Valck”, onder het gekochte huis een “gotier” heeft, waarvoor Schoutet aan Dirck Jacobsz. ieder jaar een bedrag van 15 gl. zal betalen.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 155: op 3 nov. 1627 testeren Pieter Fransz. Schoutette brouwer en zijn vrouw Catharina Crooswijk, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de weeskinderen van Herman Crooswijck een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam van al hun overige goederen en als voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Voorwaarde daarbij is, dat die langstlevende hun zoon Francois Schoutette, als hij gaat trouwen, zal uitzetten “geplet ende gereed” en hem dan een somma van 2000 gl. zal uitkeren en dat ter vergoeding van hetgeen zij aan hun dochter Martijntgen Schoutette, toen zij ging trouwen met Willem Hermansz. van Ravesteijn, hebben gegeven. Als hun kinderen zonder nakomelingen na te laten komen te overlijden, moet hetgeen van de voornoemde uitreiking zal overschieten komen aan de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden een somma van 300 gl. zal uitreiken.]

f. 100

Jacob Jacobs in de Schoppen 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1611, f. 12v: op 9 mrt. 1645 verkoopt Jacob Jacobsz. Legrant, burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 16 gl. 10 st., verzekerd op een huis omtrent de Tolbrug, waar uithangt “de Drije Schoppen”, staande tussen brouwerij “de Valck” en het huis, waar uithangt “Tertholen”.]

Jan Adriaens pasteijbacker 2 ponden

De weduwe van Cornelis Spriet 5 ponden

Aen d’ander sijde op de Tollebrugge

Abraham de Roo cramer 3 ponden

Leendert Corstiaens seemcooper 6 ponden

f. 100v

Aeltgen Corstiaens 1 pond

Joris Staerlincx maeldenier 6 ponden

Jacob Damissen van de Poel 1 pond

Joost Joostens tinnegieter 4 ponden[

[ORA Dordrecht inv. 764: op 6 febr. 1623 verkoopt Joost Joostensz., tingieter en burger van Dordrecht, aan de kinderen van wijlen Cornelia Adriaens, bij haar verwekt door Alewijn Pietersz. ontvanger, een jaarlijkse losrente van 37 gl. en 10 st. op een huis, genaamd “de Roogans”, staande bij de Tolbrug tussen het huis van Dirck Lambertsz. kruidenier en dat van de weduwe van Mattheus Lievensz.]

Corstiaen Jans 4 ponden

f. 101

Abraham Leniers, is inde krijch, insolvent 3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 137: op 1 dec. 1625 verklaart Abraham Leniers, twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Hugo, wonende te Amsterdam, een bedrag van 900 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis bij de Tolbrug, staande tegenover brouwerij “de Valck” tussen het huis van Corstiaen Jansz. en dat van de erfgenamen van Jaecques Nouwaerts. In margine: compareerde Aelbert Hillebrantsz., eigenaar van deze schuldbrief en verklaarde, dat de schuld volledig was voldaan. Derhalve geroyeerd op 26 april 1629.]

De weduwe van Crijn Gijsbertsen 5 ponden

D’erffgenamen van Leendert Stercken 10 ponden

Jan Jansz. schoenmaecker 2 ponden

Samuel Barents hoedecramer 12 ponden

f. 101

Inde Tollebrugstraet [Landzijde]

De weduwe van Jan Aerts hoedemaecker 1 pond

Jan Abrahams, nihil habet 1 pond

Daniël Goosens munter 2 ponden

Maijken ’t saetwijff 3 ponden

Inden Crommen Ellebooch

Jan Cornelis coomen 2 ponden

f. 102

Aert Hendricxs, nihil habet 1 pond

Pieter Stevens Verponten 1 pond

Adriaen Pieters Vinck backer 5 ponden

Jan Jans leertouwer, nihil habet 1 pond

Jan Jans 1 pond

f. 102v

Opde Gevolde Gracht [gracht in het verlengde van de Tolbrugstraat Landzijde (Van Baarsel, o.c., p. 41)]

De weduwe van Daniël Jans backer 2 ponden

Michiel Jans backer, nihil habet 2 ponden

Gillis Sanders, nihil habet 1 pond

De weduwe van Gerrit Brouwer cleermaecker 1 pond

f. 103

Samuel Follair 4 ponden

Cornelis Jeroensen caescooper 3 ponden

Inde Vriesestraet

Mr. Pieter chirurgijn, nihil habet soo Kools seijt 2 ponden

Jan Jacobs corencooper 2 ponden

Jan Willems schoenmaecker 1 pond

f. 103v

Claes Cluijter 2 ponden

Jacob Jacobs verwer 1 pond

Willem Jans Bijl 4 ponden

De weduwe van Aert Crispijns 6 ponden

Balten van Herick in de Harders 1 pond 10 s.

f. 104

Ysaack Gerrits cadewercker 1 pond

Jan Gillis 12 ponden

Hendrick Nout vischcooper 2 ponden

T achtste quartier, somma 269 gl. 10 s.

f. 104v

Negenste Quartier beginnende inde Voorstraet van de Vriesestraet aff tot opde Vischmerckt aen wedersijden

Hendrick Bos sijdelaeckencooper 10 ponden

[Hendrick Bos Hansz., zijdenlakenkoper van Antwerpen (1610), trouwde NG Dordrecht 25 juli/17 aug. 1610 Judith de Bramaecker Jansdr., geboren naar schatting ca. 1584 vermoedelijk te Londen, van Londen (1610), (Zie Genealogische Sprokkels s.v. Bramaker.)]

Marijcken ende Emmeken Snoucken 10 ponden

Adriaen Laurens 1 pond

Frans Gerrits Snouck [lakenkoper] 25 ponden

[Frans Gerritsz. Snouck, geboren ca. 1559, lakenkoper, trouwde 16 nov. 1586 Amplonia Crijns

Kinderen (o.a.):

a. Maria, gedoopt NG Dordrecht dec. 1588

b. Gerijt, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1591

c. Franchoijs, gedoopt NG Dordrecht sept. 1599]

f. 105

Jan Pieters backer 1 pond

Lowijs Molenschot 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 770, f. 75 e.v.: op 28 april 1635 verkoopt Jan Willemsz. Bijl, zoon en enige erfgenaam van Willem Jansz. Bijl, aan Lowijs Moleschot, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Johan de With en het huis van de weduwe van Huijch Cornelisz. Nout.]

De weduwe van Rochus Jans met haer kinderen 24 ponden

Sijbert van Welij vischcooper 12 ponden

[Sibert van Welij, viskoper, van Nijmegen, overleden tussen 25 april 1627 (ONA Dordrecht inv. 56, f. 75) en 9 juli 1632, trouwde 1e 1590  Anna Cornelisdr., 2e 1623 Digna Thomasdr. de Bije, overleden ca. 1643

NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1590: Sijbrecht van Welij Maessenssoon van Nijmegen schipper en Anneke Cornelisdr. weduwe van Goessen Geritsdr. viskoper van Dordrecht, getrouwd 1 april 1590

NG trouwboek Dordrecht 30 april 1623: Sibert van Weli weduwnaar viskoper wonende in “De Drij Hammen” en Digna Tomas [de Bije] weduwe van Adriaen de Caeter wonende bij de Grote Kerk tegenover Cornelis van Beveren

ONA Dordrecht inv. 11, f. 130: op 24 juli 1613 verklaren Mariken Pietersdr., ongeveer 34 jaar oud, Joos Jansz. kleermaker, ongeveer 23 jaar oud, en diens vrouw Elisabeth Mercusdr., ongeveer 27 jaar oud, op verzoek van Sibert van Welij, viskoper te Dordrecht, “van zijn requirants huijsvrouwen voordochter dat d’selve heeft gepleecht ende gedaan onbehoorlijke dingen tegen haer ouders”.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 428: op 26 nov. 1617 verkoopt Dammis Jacobsz., wonende op Klaaswaal of Nieuw-Cromstrijen, voor 291 gl. aan Sijbert van Welij, Samuel Lievensz. en Geerardt Goossensz. een zesde part van een kooi of “vogelrije”, liggende op grond van Nieuw-Cromstrijen, waarvan de kopers reeds een derde part bezitten, alsmede het gebruik van de “gorsingen slijken ende platen”, die de verkoper van de ambachtsheer huurt, en het huisje, dat bij de vogelkooi staat.

ONA Dordrecht inv. 29, f. 55: op 25 febr. 1625 leggen Joosken Jacobsdr., de vrouw van Aert Govertsz. kuiper, ongeveer 40 jaar oud, en Willemken Jacobsdr., de vrouw van Jan de Bout, 46 jaar oud, beiden wonende in Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Anna Cornelisdr., toen zij leefde vrouw van Sijbert van Welij. een verklaring af. Joosken verklaart, dat zij in nov. 1623 van Cornelis Treurtniet kleermaker, wonende te Dordrecht, gehuurd heeft een huis in de Visstraat, genaamd “de Ell” voor 17 gl. voor een half jaar.

ONA Dordrecht inv. 30, f. 16: op 14 jan. 1626 verklaart Sijbert van Welij, viskoper en burger van Dordrecht, “nijet van meeninge te wesen te aenvaerden den last om te executeren den testamente” van Neeltgen Melssen, weduwe van Arien Ariensz. van Bueren, aangezien hij “mits sijnen ouderdom ende andere verhindernissen sich daer toe nijet te konnen schicken”. Hij verzoekt dit bekend te maken ter secretarie van Dordrecht en aan Geerid Goossensz. en Claes Goossensz.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 743: op 23 mei 1632 testeert Dingna de Bije Thomasdr., laatst weduwe van Sijbert van Welij, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan Willem Jacobsz. Stercke, wonende in Gouda, 150 gl., aan Adriaentgen Gerrits, dochter van Geerart Beijse, 150 gl., aan Stijntgen Andriesdr. en Andries Andriesz., kinderen van wijlen Andries de Bije, elk 50 gl., of bij vooroverlijden hun nakomelingen, aan de kinderen van Jacob Pietersz., gezegd Coppe Pieters, samen 50 gl., aan de kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. Stercke, samen 50 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 600 gl., aan Dingentgen Cornelisdr., die bij haar inwoont, 400 gl., aan Maijken Willemsdr., de vrouw van Marcelis Adriaensz. pondgaarder 800 gl., aan haar zoon Adriaen Marcelisz., als hij mondig wordt of gaat trouwen, 400 gl., en aan de kinderen van Willem Jansz. Louff onder hen allen 1200 gl., mits Willem daarvan het vruchtgebruik zal hebben. Als Willems kinderen komen te overlijden zonder nakomelingen na te laten, zullen die 1200 gl. vererven aan haar hierna te noemen erfgenamen. Zij legateert ook nog aan haar dienstmaagd Metgen Floris, mits die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een bedrag van 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Marijke Crijnen, Angenietgen Crijnen en het weeskind van wijlen Dingna Crijnen, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, met uitzondering van de kinderen van Willem Jansz. Louff, die zich met het voornoemde legaat “sullen moeten laten contenteren”. Tot executeurs van haar testament stelt de testatrice aan ds. Joannes Westerburch, predikant te Dordrecht, Willem Jacobsz. Boll en Dirck van Slingelandt.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 246v: op 30 aug. 1636 bevestigt Dingna de Bije, laatst weduwe van Sijbert van Welij, wonende te Dordrecht, haar vorige testament, behoudens dat zij aan Maijken Willemsdr., de vrouw van Marcelis Adriaensz. pondgaarder boven op de 800 gl. aan haar nog een bedrag van 400 gl. legateert. op voorwaarde, dat Maijken van dat bedrag van 1200 gl. alleen het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na haar overlijden zal komen aan haar nakomelingen. De zoon van Maijken, Adriaen Marcelisz., zal van die 1200 gl. een bedrag van 200 krijgen.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 50: op 9 juli 1632 verkoopt mr. Vigilius Oem, licentiaat in de rechten en advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Digna Thomasdr. de Bije, weduwe van Sijbert van Welij, aan Herman Botbergen, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Jan van Bilaer en dat van Barent van Lubeecq c.s. Waarborgen: Willem Jacobsz. Bol en Dirck van Slingelant apotheker, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Dirck Jacobsz. een somma van 1950 gl. Borgen: Gerrit Govertsz. Botbergen hoedenkramer, Jan Evertsz. en Pieter Vos kramer.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 261: extract van het testament van Digna de Bije, laatst weduwe van Sijbert van Welij, gepasseerd voor notaris J. Vekemans te Dordrecht op 1 sept. 1643. Gecollationeerd op 19 jan. 1644. Tot voogden en executeurs van haar testament heeft zij benoemd haar aangetrouwde neef Dirck van Slingelant apotheker en Marcelis Adriaensz., haar goede bekende.]

D’erffgenamen van Gerrit Goossens 10 ponden

f. 105v

Elias Tack, insolvent 2 ponden

Jan Joosten in Tilburch 1 pond

De weduwe van Herman Sensis 7 ponden

Claes Centen bouckbinder 5 ponden

Eeuwout Thomas cramer 12 ponden

f. 106

Dirck Kelderman 3 ponden

[I. Dirck Jansz. Kelderman, van Dordrecht wonende bij Evert Schrevelsz. van Eijssel op de hoek van de Visstraat (1625), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 23 mrt./8 april 1625 Neeltgen (Cornelia) Evertsdr. van Eijssel, van Dordrecht wonende bij haar vader Evert Schrevelsz. van Eijssel op de hoek van de Visstraat (1625), weduwe van Dordrecht wonende aan de Vismarkt (1637), trouwde 2e NG Dordrecht 1/15 febr. 1637 Geraert Sijmonsz. van Duijnen, jongman van Dordrecht wonende aan de Vismarkt (1637), viskoper

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 10 e.v.: op 10 jan. 1630 verkoopt Gerrit Thomasz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor 625 gl. aan Dirck Kelderman, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van Thomas Gerritsz. en het huis, dat toebehoord heeft aan Neeltgen Boijen.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 42: op 23 aug. 1630 verklaren Schrevel Evertsz. van Eijssel, Cornelis Evertsz. van Eijssel, Govert Rochusz. van Wesel, als man van Elisabeth Evertsdr., en Dirck Kelderman, als man van Neeltgen Evertsdr. van Eijssel, kinderen en erfgenamen van wijlen Evert Schrevelsz. van Eijssel, dat zij de goederen, die hun vader heeft nagelaten, onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Dirck Kelderman toebedeeld een visstal op de Grote Vismarkt.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 35: op 29 juni 1636 verklaart Neeltgen Evertsdr., weduwe van Dick Kelderman, voor een bepaald bedrag aan geld, welke zij gehouden is uit te reiken aan de kinderen, bij haar verwekt door Dirck Kelderman, verbonden te hebben een huis op de hoek van de Visstraat, staande tussen die straat en het huis van Gerrit Roelen. Borgen: Cornelis Evertsz. van Eijssel en Govert Rocusz. van Wesel.

Kinderen:

a. Aeltgen Kelderman, gedoopt NG Dordrecht aug. 1627

b. Johannes Kelderman, gedoopt NG Dordrecht juli 1629

c. Evert Kelderman, gedoopt NG Dordrecht okt. 1632, volgt II

II. Evert Kelderman, gedoopt NG Dordrecht okt. 1632, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1655), trouwde NG Dordrecht 21 mrt./6 april 1655 Geertruijd Beijen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1655)

ONA Dordrecht inv. 190, f. 400 e.v.: op 24 april 1686 verklaren Abraham Maes en Jacobus Beijen, burgers van Dordrecht, op verzoek van Willem de Voocht, als secretaris van de polder en heerlijkheid Wieldrecht, dat zij voogden geweest zijn van de 8 weeskinderen van wijlen Evert Kelderman en Geertruijt Beijen, genaamd Pieter, Dirck, Cornelia, Jannetta, Hermen, Johannes, Arent en Adriana Keldermans, en dat de rekwirant hun heeft verzocht betaling van een somma van 25 gl., die de erfgenamen van Evert Keldermans schuldig zijn voor de helft van de 40e penning wegens overdracht van een schuldbrief van 2000 gl., die is verleden door Johan Cop, verzekerd op de elfde kavel in het derde pand van de polder Wieldrecht, en die op 5 juni 1670 door Evert Keldermans is getransporteerd aan Maerten Willemsz. Voornoemde Maes en Beijen verklaren voorts, dat Pieter Keldermans soldaat in ’s lands dienst is, Dirck Keldermans naar Oost-Indië is gevaren, Cornelia Keldermans door de Armen onderhouden wordt, Jannetta Keldermans in armoede leeft, en Hermen en Johannes Keldermans in Oost-Indië overleden zijn, zodat van geen van hen iets te vorderen valt. De comparanten hebben derhalve van genoemde 25 gl. niets meer kunnen betalen dan de twee achtste parten, gekomen uit de erfportie van Arent en Adriana Keldermans, nl. samen 6 gl. 5 st., alhoewel Arent wegens armoede naar Guinee gegaan is en Adriana door de “vrunden” van haar moeder onderhouden wordt.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Dirck Kelderman, 24 jan. 1656, in dienst van de VOC (vermeld 1685, 1686)

ONA Dordrecht inv. 190, f. 198 e.v.: staatje dd 12 jan. 1685 van hetgeen Dirck Keldermans toekomt in de nalatenschap van zijn ouders Evert Keldermans en Geertruijt Beijen. Zijn erfdeel bedraagt 1354 gl. 5 st., waarvan afgetrokken moet worden hetgeen voor zijn onderhoud is betaald, nl. 1022 gl. 11 st. 8 penn. Resteert derhalve 331 gl. 13 st. 8 penn., waarbij opgeteld moeten worden de maandgelden, die voor hem zijn ontvangen door zijn voogd Abraham Maes. Maakt samen 399 gl. 9 st. 8 penn. Dirck Keldermans, burger van Dordrecht, laatst gekomen uit Oost-Indië, verklaart, dat zijn voogden Abraham Maes en Jacobus Beijen, kooplieden en burgers van Dordrecht, hem betaald en voldaan hebben van hetgeen hem toekomt in de nalatenschap van zijn ouders, alsmede van hetgeen hem toekomt in de maandgelden van zijn in Oost-Indië overleden broer Hermanus Keldermans.

b. Pieter Keldermans, 9 sept. 1657, soldaat in Nederlandse dienst

c. Cornelia Keldermans, 5 sept. 1659, trouwde Anthonij Wessels

d. Johannes Kelderman, 8 jan. 1662, in of vóór 1686 in Oost-Indië overleden

e. Hermannus Keldermans, 20 sept. 1663, vóór 12 jan. 1685 in Oost-Indië overleden

ONA Dordrecht inv. 190, f. 327 e.v.:verdeling dd 29 okt. 1685 van de goederen, die zijn nagelaten door Hermanus Keldermans, overleden in Oost-Indië, onder zijn erfgenamen ab intestato, t.w. Pieter Keldermans, Dirck Keldermans, Anthonij Wessels, als man van Cornelia Keldermans, Johannes Keldermans, Aletta [sic] Keldermans, Arent Keldermans en Adriana Keldermans. De boedel bestaat uit o.a.:

– de erfportie van de overledene in de nalatenschap van zijn ouders: 316 gl. 4 st. 14 penn.

– hetgeen uit de nalatenschap van zijn ouders voor zijn onderhoud is betaald: 103 gl. 7 st.

– hetgeen hij aan maandgelden tot eind aug. 1682 tegoed had van de VOC, verminderd met een bedrag van 5 gl., dat aan de suppoosten van de VOC is betaald: 96 gl. 16 st.

Het totaal bedraagt iets meer dan 535 gl. Na aftrek van de lasten resteert een bedrag van iets meer dan 462 gl., welk bedrag verdeeld moet worden onder de bovengenoemde erfgenamen ab intestato.

f. Janette Keldermans, 22 mrt. 1665

g. Adriana Keldermans en Anna Maria Keldermans, 23 aug. 1669, laatstgenoemde jong overleden

h. Arent Keldermans, gaat in of vóór 1686 naar Guinee.]

Evert Schrevels [van Eijssel] viscooper 10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 18 febr. 1624: Evert Schrevelsz. van Eijssen [van Eijssel] viskoper weduwnaar van Dordrecht wonende op de hoek van de Visstraat en Maeijken Damis van Antwerpen weduwe van Andries Adriaensz. suikerbakker wonende in het Suijkerhuijs, getrouwd op 5 mrt. 1624

ONA Dordrecht inv. 16, f. 64: op 10 jan. 1622 testeert Marijken Damas Jansdr., weduwe van Andries Adriaensz., wonende te Dordrecht. Zij herroept haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 8 aug. 1614. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een somma van 25 gl., aan haar [jongste] zoon Andries Adriaensz. [sic] een somma van 400 gl., een ronde ring en de diamanten ring, gekomen van haar vader, en aan haar oudste zoon Cornelis Adriaensz. een zilveren schaal met het wapen van grootvader. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zoon Cornelis Adriaensz. en Andries Adriaensz. en haar dochter Elisabeth Adriaens of bij vooroverlijden hun kinderen, alsmede de kinderen van Maijken Adriaens, bij haar verwekt door Steven Henricxsz. van Buerden, op voorwaarde, dat van het erfdeel van laatstgenoemde kinderen afgetrokken zal worden een somma van 300 gl., die hun vader schuldig is aan Adriaen Adriaensz., de zwager van de testatrice, en ook hetgeen Steven en zijn vrouw aan de testatrice schuldig zijn. Van de resterende goederen zal Maijken Adriaens alleen het vruchtgebruik hebben. Als executeurs van haar testament stelt de testatrice aan Johannes Betius de oude, Pieter Gaduijts en Evert Willemsz. Prins. Tot voogden over haar zoon Andries Adriaensz., als die bij haar overlijden nog onmondig is, benoemt zij haar zwager Adriaen Adriaensz., haar zoon Cornelis Adriaensz. en Pieter Gaduijts.

NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1586 (ondertrouw) Andries Adriaensz. jong gezel van Antwerpen en Maricken Damisdr. van Antwerpen

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelis, juni 1588

b. Maijken Andries Adriaensdr., mei 1594, van Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 14 jan./13 febr. 1618 (procl. Heusden) Steven Henricxsz. van Buerden (van Beurden), jongman van Heusden (1618)

c. Janneken en Elisabeth Adriaens, nov. 1598

d. Andries, 14 mei 1601

e. Johannes, aug. 1603

f. Adriaen, sept. 1608]

Gerrit Roelen [de Hert] viscooper 8 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 264: op 29 juli 1632 testeert Adriaentgen van Bijwaert Cornelisdr. *, de vrouw van Gerrit Roelantsz. de Hert viskoper, burgeres van Dordrecht. Zij herroept haar eerdere testamenten e.d., met uitzondering van de donatie inter vivos, die zij heeft gemaakt t.b.v. haar zuster Janneken van Bijwaert op 23 mrt. 1632. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Catharina van der Meulen, haar nicht, een somma van 100 gl., haar beste vlieger, beste rok, beste “borst” en een van haar beste gouden ringen, aan Elisabeth Vermeulen haar zilveren sleutelriem met zilveren onderriem, aan Machtelt Vermeulen de beste “bonte mandelie met de beste saaie heuijcke”, aan Elisabeth Pietersdr. Bisschop, een vlieger, rok, “borst”, en zilveren ketting, aan Machtelt Bisschop een dubbele gouden hoepring, aan Cornelia Bisschop, haar nicht, haar beste laken huik, aan Maijken Bisschop haar beste rode “siele”, aan Aeltgen Bisschop twee gouden ringen, “zijnde een mariageken”, en aan Elisabeth Vermeulen Jacobsdr. een gouden ringetje, “zijnde een puntgen van een diamant”. Haar overige kleren legateert de testatrice aan de dochters van Elisabeth en Janneken van Bijwaert, haar zusters. Zij legateert aan Pieter Bisschop en Adriaen Vermeulen, haar zwagers, elk een somma van 200 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zusters Janneken van Bijwaert en Cornelia van Bijwaert, haar broer Rutgert van Bijwaert, en de kinderen van haar overleden zuster Elisabeth van Bijwaert, bij haar verwekt door Adriaen Vermeulen, op voorwaarde, dat Rutgert en Cornelia van de goederen, die zijn van de testatrice komen te erven alleen het vruchtgebruik zullen hebben en dat de eigendom ervan moet komen aan haar zuster Janneken of bij vooroverlijden haar nakomelingen en aan de kinderen en nakomelingen van haar overleden zuster Elisabeth.

* Cornelis van Bijwaert Rutgartsz., overleden in 1631, trouwde Elisabeth Ghijsbrechtsdr. van Haerlem

ONA Dordrecht inv. 57, f. 419v: op  10 april 1631 verklaart Clara Bacx, 48 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van de erfgenamen van Cornelis van Bijwaert, dat zij ongeveer drie maanden tevoren is geweest ten huize van Cornelis van Bijwaert in zeker achterkamertje en dat hij haar toen getoond heeft een inventaris van de goederen, die hij geërfd had van zijn zuster Machtelt van Bijwaert, en dat hij haar verteld heeft, dat hij en zijn kinderen van die goederen alleen het vruchtgebruik heeft gehad en dat zij uiteindelijk moesten komen aan zijn kleinkinderen.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 470v: op 14 juni 1631 verklaart Adriaentgen Crijnen, de vrouw van Pieter Cornelisz. schipper, burgeres van Dordrecht, 30 jaar oud, op verzoek van Janneken van Bijwaert Cornelisdr., de vrouw van Pieter Pietersz. Bisschop, wonende op Maaslandsluis, dat zij ongeveer 8 of 9 jaar dienstmaagd is geweest ten huize van Cornelis van Bijwaert, de vader van de rekwirante, en dat zij hem meermalen heeft horen zeggen, dat de goederen, die hij van zijn zuster Machtelt van Bijwaert geërfd had waren “subject fideïcommis” en dat die goederen na zijn overlijden moesten komen aan zijn kleinkinderen.

Kinderen:

a. Elisabeth van Bijwaert, gedoopt NG Dordrecht 13 april 1581, van Dordrecht (1605), trouwde NG Dordrecht 1 mei/15 juni 1605 Adriaen Jacobsz. van der Meulen (Vermeulen), lakenverver van Den Bosch (1605)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Metken, april 1606

a-2. Jacob, april 1607

a-3. Catharine, juli 1608

a-4. Cornelis van der Meulen, geboren naar schatting ca. 1610

a-5. Mechtel van der Meulen, nov. 1614, trouwde Hendrick Jacobsz. van den Berch

ONA Dordrecht inv. 58, f. 785v: op 10 okt. 1635 verklaart Hendrik Jacobsz. van den Berch, bakker en burger van Dordrecht, als man van Machtelt van der Meulen Adriaensdr., dat hij door Pieter Bisschop, zijn aangetrouwde oom, volledig voldaan en betaald is van hetgeen zijn vrouw geërfd heeft van Cornelis van Bijwaert en Machtelt van Bijwaert, haar grootvader en tante.

a-6. Adriaen, april 1617

a-7. NN, okt. 1619

a-8. Elisabeth van der Meulen, aug. 1621

b. Janneken van Bijwaert, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1583, van Dordrecht (1607), trouwde NG Dordrecht 29 april/13 mei 1607 (procl. Vlaardingen) Pieter Pietersz. Bisschop, van Vlaardingen (1607), zeilmaker

ONA Dordrecht inv. 4, f. 270: op 24 april 1607 comp. Pieter Pietersz. Bisschop, jongman wonende te Vlaardingen, geassisteerd met Christiaen Huijgensz. van Norden, wonende mede te Vlaardingen, zijn zwager, enerzijds, en Janneken van Bijwaert Cornelisdr., geassisteerd met haar ouders Cornelis van Bijwaert en Elisabeth van Haerlem Ghijsbrechtsdr., haar zwager Adriaen Jacobsz. Vermoelen en haar ooms Anthonis van Haerlem Ghijsbrechtsz. en Adriaen Mes Jansz., anderzijds om huwelijkse voorwaarden te maken.

c. Cornelia (Neeltgen) van Bijwaert Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende bij de Spuipoort (1626),  trouwde NG Dordrecht 7 juni 1626 (ondertrouw) mr. Hendrick Ambrosiusz. van Gerwen, weduwnaar van ‘s- Hertogenbosch wonende op de Hil (1626), luitenist

d. Rutgaert van Bijwaert, geboren naar schatting ca. 1595, van Dordrecht wonende op Maaslandsluis (1619), zeilmaker, trouwde NG Dordrecht (procl. Maaslandsluis) 24 mrt./21 april 1619 Alijt Fransdr. van Beaumont, van Dordrecht (1619)

e. Katharina, gedoopt NG Dordrecht april 1596

f. Adriaenken van Bijwaert, geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht (1623), weduwe van Dordrecht (1627), trouwde 1e NG Dordrecht 10/26 sept. 1623 Cornelis Adriaensz. van Dorst(en), weduwnaar van Dordrecht (1623), 2e NG Dordrecht 30 mei 1627 (ondertrouw) Gerrit Roelandsz. de Hert, van Dordrecht (1608), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Vismarkt (1627), viskoper, trouwde 1e NG Dordrecht 8/29 juni 1608 Heijlten Simonsdr. Cannassa

ONA Dordrecht inv. 30, f. 99: op 16 april 1626 testeert Adriana van Bijwaert Cornelisdr., weduwe van Cornelis Ariensz. van Dorsten, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot erfgenamen haar zusters Elisabeth en Janneken van Bijwaert Cornelisdrs. of bij vooroverlijden hun kinderen, op voorwaarde, dat zij aan Cornelis Rutgertsz. van Bijwaert, zoon van Rutgert van Bijwaert zullen uitreiken een somma van 600 gl., die aan haar, testatrice, is gemaakt door haar tante Machel van Bijwaert. Aangezien aan haar vader het vruchtgebruik van die 600 gl. is gemaakt, zal de uitkering aan Cornelis niet plaatsvinden voordat haar vader overleden is. Haar erfgenamen zullen gehouden zijn aan Neeltgen van Bijwaert, haar zuster, een bedrag van 6 gl. uit te keren. Voorts legateert zij aan de NG huisarmen van Dordrecht 50 gl., aan de Heilige Geest ter Nieuwkerk 50 gl., aan de voorkinderen van haar overleden man elk 100 gl. en aan elk nog een gouden ring, “zijnde een mariagie [met] een diamant ende robijn”, aan Elisabeth Cornelisdr., haar zuster, haar beste huik, beste rode “zijel” en een gouden “houpring”, aan Janneken Cornelisdr., haar zuster, haar beste Amsterdamse huik en boratten vlieger met ruitjesfluweel gevoerd, aan Cornelia Pietersdr. Bisschop haar “gebeelde” vlieger met een rode “zijel” en een gekleurde borst, aan Lijsbeth Bisschop haar rok en twee fluwelen borsten [?, moeilijk leesbaar] en een satijnen borst, aan Catharina Adriaensdr. van der Molen haar beste vlieger en beste rok, de beste satijnen borst met gouden “clijncant”. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Adriaen van der Molen en Pieter Pietersz. Bisschop [haar zwagers].

ONA Dordrecht inv. 59, f. 1053: op 2 okt. 1639 testeert Adriana van Bijwaert, de vrouw van Gerrit Roelantsz. de Hert, wonende in Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan Anneken Quirijnen van der Ladt, haar dienstmaagd, mits die bij haar overlijden nog bij haar woont, 50 gl., een “eerlijck” rouwkleed en al haar doordeweekse kleren, aan haar zwager Pieter Bisschop of bij vooroverlijden zijn nakomelingen 600 gl., aan haar nicht Elisabeth Bisschop, die bij haar inwoont, 400 gl., de beste vlieger, een zwarte “almosijne” rok met de borst “daernaan dienende”, een caffa bont manteltje, de beste Amsterdamse huik, zes van de beste hemden, zes nachthalsdoeken, zes neusdoeken met kant, zes neusdoeken, zes beste witte schortekleden, een testamentboek met zilver beslagen en al haar juwelen en zilverwerk, aan haar nicht Machtelt Bisschop een dubbele gouden “hoepring”, zes van de beste hemden, en een kameelharen vlieger met borst, aan Elisabeth van der Meulen Adriaensdr. een boratten vlieger, een kameelharen rok, een boratten huik en hoed en een boratten rok, aan Aeltgen Bisschop haar beste rode “siele” met een café manteltje, en aan Maijke Bisschop een zondagse Amsterdamse huik, een bont boratten manteltje en vier van de beste “lobben”.  Al haar overige kleren prelegateert zij aan de kinderen van haar zuster wijlen Janneken van Bijwaert. Tot haar erfgenamen benoemt zij de kinderen van haar zuster Janneken van Bijwaert, de kinderen van haar zuster Elisabeth van Bijwaert en de kinderen van haar broer Rutgert van Bijwaert, op voorwaarde, dat hij van de goederen, die zijn kinderen van hem zullen erven, het vruchtgebruik zal hebben. Als het weeskind van Machtelt van der Meulen, bij haar verwekt door Hendrick Jacobsz. van den Berch komt te overlijden voor mondigheid of huwelijk, zullen de goederen, die het kind van haar zal erven, wederom komen aan de overige nakomelingen van Elisabeth van Bijwaert. Tot voogden benoemt de testatrice haar man, haar zwager Pieter Bisschop en haar neef Cornelis van der Meulen.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 85: op 25 april 1644 testeert Adriana van Bijwaert Cornelisdr., de vrouw van Gerrit Roelants. de Hert viskoper, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot haar erfgenamen benoemt zij de kinderen van haar overleden zuster Janneken van Bijwaert, bij haar verwekt door Pieter Bisschop, de kinderen van haar overleden zuster Elisabeth van Bijwaert, bij haar verwekt door Adriaen van der Meulen, en de kinderen van haar broer Rutgert van Bijwaert, die van de goederen, die zijn kinderen van haar zullen erven, het vruchtgebruik zal hebben. Tot voogden stelt zij aan haar man, Pieter Bisschop, haar zwager, en Cornelis van der Meulen, haar neef. ]

De weduwe van Willem Adriaens 8 ponden

Adriaen Roeloffs beenhacker 1 pond

f. 106v

Aen dander sijde beginnende van de steijger

Hermen Jans Verelst 4 ponden

Dirck van de Hagen sijdelaeckencooper 20 ponden

[Dirck van der Haegen, wonende te Dordrecht (1610), zijdenlakenkoper, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 24 okt. 1610 (ondertrouw, per schrijven van Haarlem) Geertruijdt Everwijn Ghijsbrechtsdr., wonende te Haarlem (1610)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 109: op 16 sept. 1625 testeren Dirck van der Haegen en zijn vrouw Geertruijt Everwijn, wonende te Dordrecht. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 25 gl. Zij maken aan de langstlevende van hen beiden het vruchtgebruik van de goederen, die de eerststervende zal nalaten. De eigendom ervan zal komen aan hun kinderen. Het land en de akker, gelegen in de heerlijkheid de Merwede en het “camp lants”, liggende in Oeffel, zullen na het overlijden van de langstlevende komen aan hun kinderen of kindskinderen, of, indien die allen komen te overlijden voor de langstlevende zonder kinderen na te laten, aan de naaste verwanten van de testateur. Voorwaarde is, dat de langstlevende hun kinderen zal onderhouden etc. tot zij gaan trouwen en hun dan zal geven een behoorlijke uitzet aan kleren en bovendien een somma van 2000 gl. Als zij, testatrice, zonder kinderen na te laten komt te overlijden, benoemt zij tot erfgenamen haar naaste verwanten, o.w. haar neef Ghijsbert van Eck in plaats van zijn moeder. Als Ghijsbert echter zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal hetgeen hij van haar, testatrice, zal erven wederom komen aan haar erfgenamen ab intestato. Tot voogden benoemen zij Herman van der Haegen, doctor in de medicijnen, zijn broer, Adriaen Fransz. van Bergen, zijn zwager, Reinier Everwijn, burgemeester van Arnhem, haar broer, en dr. Laurens de Fille, fiscaal van de Staten-Generaal, haar zwager.

ONA Dordrecht inv. 16, f. 192: op 4 okt. 1629 testeren Dirck van der Haegen, bewindhebber van de WIC en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruidt Everwijn. Zij herroepen hun testament van 16 sept. 1625. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 25 gl. Er zal tussen hen gemeenschap van goederen zijn. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun zoon te onderhouden tot zijn mondigheid of huwelijk. Als de testateur de eerstoverlijdende zal zijn en hun zoon niet meer in leven is, moet zijn vrouw aan de erfgenamen ab intestato van de testateur overdragen zekere percelen land in de heerlijkheid van de Merwede, hem, testateur, aangekomen bij overlijden van zijn vader Herman van der Haegen, samen groot “soo water als landt” tussen de 50 en 60 morgen, alsmede in geld een somma van 2000 gl., op voorwaarde, dat zijn vrouw daarvan het vruchtgebruik zal hebben. Als zij de eerststervende zal zijn en hun zoon dan reeds overleden is, moet de testateur aan haar erfgenamen ab intestato een bedrag van 2000 gl. uitkeren, waarvan hij dan het vruchtgebruik zal hebben. Tot executeurs-testamentair en voogden over hun zoon benoemen zij Cornelis van Teresteijn, oud-burgemeester van Dordrecht, en Johan van der Mast, schepen van Dordrecht, beiden bewindhebbers van de WIC te Dordrecht.

Zoon:

a. mr. Herman van der Haegen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1615, van Dordrecht (1639), doctor in de beide rechten, bewindhebber van de WIC te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 1/17 mei 1639 Ida Nicolai Cornelisdr., van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1639)

Kinderen:

a-1. Margareta, gedoopt NG Dordrecht sept. 1641

a-2. Geertruijt, gedoopt NG Dordrecht 4 sept. 1643]

Pieter Thonis [Both] tinnegieter 8 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 26v: op 15 mei 1630 verkoopt Lijsbeth Jansdr., echtgenote van Pieter Thonisz. Both, tingieter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, voor 900 gl. aan Cornelis Fransz., schipper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Boom, staande tussen het huis van Aert Pietersz. Croos en een loods van de stad Dordrecht. In plaats van waarborg verbindt Both een huis omtrent de Vriesestraat, staande tussen het huis van Dirck Verhagen en dat van Jan Evertsz.]

Jan Everts cousmaecker 6 ponden

Jan Adriaens munter 6 ponden

f. 107

Schrevel Everts [van Eijssel] 5 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 24 jan. 1621: Screvel Evertsz. van Eijssel jong gezel van Dordrecht en Godefrida van Tol beiden van Dordrecht zij woont in Gouda, door schrijven van Gouda, bescheid gegeven om daar te trouwen op 8 febr. 1621]

Gerrit Gooverts hoedemaecker, niet quotisabel 1 pond

De weduwe van Jan Gerrits [Tilkijn] hoedecramer 3 ponden

[ONA Dordrecht inv. 55, f. 16v: op 3 aug. 1624 verkoopt Anthonijntgen Reijnouts, weduwe van Jan Gerritsz. Tilkijn, strohoedenmaker, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Isaack Hendricxsz. de Coninck, zilversmid en burger van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Ariaen de Jonge, wonende te Hoorn, een huis, genaamd “de Verkeerde Werelt”, staande op de Groenmarkt tussen het huis van Hubrecht van Seventer en dat van Dirck Pijl.]

Adriaen Barents cleermaecker 3 ponden

Aert Jans van Elmpt 4 ponden

f. 107v

Joris Waters maeldenier 6 ponden

Belicken sijdelaeckencoopster met haer suster 3 ponden

De weduwe van Cornelis Adriaens laeckencooper 8 ponden

Sijmon Wouters tinnegieter 1 pond

Claes Rutten vlascooper inde Gou 1 pond

f. 108

Inde Vriesestraet

De dochter van Jaecques van de Hucht 2 ponden

Wouter Pieterssen woonende int huijs van Judick Molenschot 2 ponden

Evert Jacobs Keijser metselaer, nihil habet 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 9: op 7 mrt. 1626 verkoopt Leendert Gillisz., huistimmerman te Dordrecht, aan Evert Jacobsz. Keijser een huis in de Vriesestraat, genaamd “den Lodder”, staande tussen het huis van Adriaentgen Jansdr. en dat van Servaes van Meeuwen bakker. Waarborg: een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Quintijn Pietersz. [van der Velde] bakker en dat van Roelant Dircxsz. brandewijnbrander. Koper is schuldig aan Aechgen Repelaersdr. en Adriaentgen Repelaersdr., jonge dochters, een bedrag van 1030 gl. Borgen: Hendrick Centen brandewijnbrander en Servaes Jacobsz. van Meeuwen.]

Jan Jans cleermaecker 1 pond

Hendrick Centen brandewijnman 2 ponden

f. 108v

Servaes Jacobs [van Meeuwen] backer 2 ponden

Mr. Johan Heijmans 1 pond

Wouter Aerts metselaer 6 ponden

Maerten Thonis cuijper 1 pond

Frans Cors molenaer 1 pond

f. 109

Goris Pieters hoedemaecker 3 ponden

[NG Dordrecht 27 okt. 1585: Goris Pietersz. hoedenmakersgezel en Beertken [Baertgen] Cornelis Henricxsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd nov. [sic] 1585]

De weduwe van Hendrick Bellier 1 pond

Jan Willems Muts coomen [drapenier] 1 pond

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de ander zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]

Inde Vischstraet

De weduwe van Huijch Cornelisz. Nout 4 ponden

[ONA Dordrecht inv. 73, f. 36 e.v., akte dd 1 mei 1634: Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijgh Nout viskoper, is eigenares van een huis in de Visstraat, staande naast herberg “de Zeehond”.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 82 e.v.: op 16 mei 1635 verkoopt Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijch Cornelisz. Nout viskoper aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis “de Zeehond” en het huis “het Cromhout”.]

Gerrit Goossens vischcooper 20 ponden

[Gerit Goossensz., geboren naar schatting ca. 1575, zoon van Goossen Gerritsz. (en Anneken Cornelisdr.?), trouwde 1e 1597 Willemken Loeff Lauwerensdr., 2e 1627 Janneke Dubois

NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1597: Gerardt Goossensz., van Dordrecht,  lakenbereider en Willemken Loeff Lauwerensdr., van Dordrecht, getrouwd op 22 juni 1597

NG trouwboek Dordrecht 7 mrt. 1627: Gerrit Goossensz. Ham viskoper, weduwnaar van Dordrecht, en Janneke Duboijs, van Dordrecht, weduwe van Arent Bongart, getrouwd op 21 mrt. 1627

ONA Dordrecht inv. 18, f. 83: op 22 mrt. 1612 verklaren Willem Ariensz., 60 jaar oud, en Pieter Cornelisz., 30 jaar oud, beiden vissers wonende in Sliedrecht, op verzoek van Sijbert van Welij, Evert Schrevelsz. en Geridt Goossensz., viskopers wonende te Dordrecht, rekwiranten, dat zij “in compagnie gebruickende sijn met de requiranten … seeckere visscherij genaempt tlang ambacht, twelck bij Geridt Goossensz. … met kennisse van henluijden allen vande Graeffelickheijt van Holland is gehuijrt geweest”.

ONA Dordrecht inv. 23, f. 66: op 13 mrt. 1618 verkoopt de weduwe van Willem Jansz. de Gruijter, voor 3400 gl. aan Geerardt Goossensz. viskoper een huis in de Visstraat, genaamd “Sint Pieter”, staande tussen het huis van Andries Thijsz. en dat van Jacob Alewijnsz. viskoper. Bij de koop is inbegrepen een grote kast in de achterbenedenkamer.

ONA Dordrecht inv. 25, f. 86: op 30 mrt. 1620 benoemt Claes Goossensz., eertijds viskoper, tot zijn erfgenaam Geridt Goossensz. viskoper, zijn broer, “uijt oorsake dat … Geeridt Goossensz.  hem comparant dese sijn aanstaende reijse heeft uijtgevoert in cleedinge, reedinge als andersints” en om andere redenen hem daartoe moverende.

ONA Dordrecht inv. 28, f. 238: op 16 sept. 1624 testeert Willemken Louffven, de vrouw Gerardt Goossensz. viskoper, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij bevestigt het testament, dat zij samen met haar man heeft gepasseerd voor notaris G. de Jager te Dordrecht op 6 juli 1622.

ONA Dordrecht inv. 14, f. 375 e.v.: op 26 aug. 1625 testeert voor notaris P. Eelbo Geerit Goossensz., viskoper en burger van Dordrecht. Hij legateert o.a. aan Frans Rutten en diens vrouw Janneken Lenaertsdr., of de langstlevende van beiden, het recht om “haer leven lanck te bewoonen ofte mogen verhuijren het huijs van hem testateur gestaen in de Visschstraete alhier naest het Cromhout met conditie dat d’selve sullen nemen tot haren laste de rente van sesendertich gl. jaerl[ijks] mitsgaders de verpondinge ende reparatie vant voorsz. huijs”. De eigendom van het huis zal na hun overlijden toekomen aan testateurs erfgenamen, t.w. zijn broer Niclaes Goossensz., zijn zusters Bastiaentgen Goossensdr. en Josijntgen Goossensdr., echtgenote van Berent van Lubeeck en de kinderen van zijn overleden broer Cornelis Goossensz.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 224v: op 11 dec. 1640 verlenen Jannette du Bois, weduwe van Gerrit Goossensz. Colster, en Gillis Pietersz. ’t Jongh, als man van Magdalena du Bois, kinderen en enige erfgenamen van Hans du Bois, procuratie aan Johan Hagens, koopman te Amsterdam, om ten overstaan van de bewindhebbers van de WIC (kamer Amsterdam) over te dragen aan Johan Warnaerts, notaris te Amsterdam, een somma van 626 gl. 13 st. 8 penn.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 15v: op 23 april 1643 verkoopt Janneken Dubois, weduwe van Gerrit Goossensz. Colster, voor 650 gl. aan Lieven Pietersz., metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, genaamd “het Venetiaens banquet”, staande tussen het huis van Jan de Wacker en het huis genaamd “de El”.]

f. 109v

Ysaack Pieters vischknecht, nihil habet 2 ponden

Aen d’ander sijde

Frans in de Velde lantmeter 15 ponden

Dr. van Aecken int huijs van Jan Eggerts 6 ponden

Dr. Willem van Asperen 3 ponden

f. 110

Inde Nieubreestraet

Pieter Anthonis houtkensmaker 4 ponden

Thonis Meeus backer 3 ponden

Aen d’ander sijde

Jan Adriaens Mes 2 ponden

Robbert Thielemans 2 ponden

Cornelis Pieters mesmaecker 2 ponden

f. 110v

De weduwe van Willem Pieters sieckentrooster 1 pond

Vincent Jans huijckmaecker, insolvent 2 ponden

De houck omme naer ’t Bagijnhoff

De vader van Corstiaen Geerits Vermij backer, obijt insolvent 2 ponden

Egbert Jans cleermaecker 1 pond

Aert Henricxs de Wilde 1 pond

f. 111

De weduwe van za. Boudewijn Coninck 20 ponden

[Boudewijn Coninck, brouwer, schepen in wette van Dordrecht, overleden voor 11 mrt. 1612, trouwde naar schatting ca. 1570 Dircxken Jansdr., overleden tussen 19 mrt. 1626 en 14 dec. 1629

ONA Dordrecht inv. 18, f. 70: op 11 mrt. 1612 comp. Michiel Coterman  brouwer, als eigenaar voor een derde part van een korenwindmolen, staande op het Nieuwe Werck, en Gijsbert de Coninck brouwer, Johan Matheusz. brouwer, en Abraham Henricxsz. van Slingelandt korenkoper, voor zichzelf en tevens vervangende Dircxken Jansdr., resp. hun moeder en schoonmoeder, erfgenamen van Boudewijn de Coninck, brouwer te Dordrecht, Pieter en Henrick Fransz., voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-erfgenamen van Franchois Schoutet, hun vader, samen voor de overige twee derde parten van voornoemd molen. Zij verklaren, dat tussen hen geschil is ontstaan over het gebruik van de molen, en dat zij nu zijn overeengekomen, dat Coterman “van nu voortaen gehouden sall wesen op den … molen soo veel coren te laeten breken … als een vande eijgenaers vande andere twee derde parten is doende”, nl. zoveel als Johan Matheusz. of Henrick Fransz. Schoutet laat doen.

ONA Dordrecht inv. 23, f. 224: op 5 juni 1618 comp. Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn De Coninck, schepen in wette van Dordrecht, geassisteerd met haar schoonzoon Abraham Henricxsz. van Slingelandt. Zij verklaart als donatie inter vivos geschonken te hebben aan haar schoonzoon Johan Matheeusz. Onderwater een derde part in een korenwindmolen op het Nieuwe Werck met een derde part in het huis, dat daarbij staat.

ONA Dordrecht inv. 8,f. 143: op 19 mrt. 1626 testeert Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn de Coninck. Zij legateert aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht 50 gl., aan het Oudevrouwenhuis te Dordrecht een rentebrief van 3 Vlaamse ponden jaarlijks, aan haar oudste dochter Marijken Bouduwijnsdr. een somma van 2000 gl., haar beste bonten vlieger, haar cypressen kist met de portretten van haarzelf en haar man, en aan Janneken Boudewijnsdr., haar jongste dochter, haar “vuijtttreckende” tafel met een Parijse bank, een somma van 1000 gl., een grofgreinen vlieger, aan haar beide dochters al haar kleren, juwelen en kleinodiën, aan Bouduwijn van Onderwater Jansz. een bedrag van 600 gl., en aan Bouduwijn en Dircxken Abrahams van Slingelandt elk een somma van 3000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar beide dochters Marijken en Janneken Bouduwijnsdrs., op voorwaarde, dat die gehouden zullen zijn aan Catharina Ruijs, dochter van wijlen Lijsbet Bouduwijnsdr., haar dochter, voor haar onderhoud jaarlijks uit te reiken een somma van 200 gl. “ten aensien de voorn. Catarina Ruijs mits haar innocentie ende cleijn begrip” niet in staat is om de goederen, die zij van haar, testatrice, ab intestato zou geërfd hebben, zelf te beheren. Zij wenst dat die 200 gl. na het overlijden van Catarina zal komen aan haar beide dochters. Tot administrateur van Catarina’s goederen benoemt zij Abraham Henricxsz. van Slingelandt, die naast hemzelf een andere administrateur mag aanstellen.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 91: op 14 dec. 1629 comp. Maria de Coninck Bouduwijnsdr., weduwe van Jan Matheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelijen” te Dordrecht, enerzijds, en Abraham van Slingelant Henricxsz., als man van Jannette de Coninck Bouduwijnsdr., samen kinderen en erfgenamen van Dircxken Jansdr., weduwe van Bouduwijn de Coninck Gijsbrechtsz., anderzijds. De comparanten verklaren, dat zij na inzage van de huurceel en koopceel van het huis en brouwerij “de Drije Lelijen”, die tussen Dircxken Jansdr. en Jan Matheusz. Onderwater zijn gepasseerd op 28 nov. 1611 ten overstaan van notaris S. Muijs, verdeeld hebben de goederen, die door Dircxken Jansdr. zijn nagelaten. Daarbij is aan Maria de Coninck aanbedeeld een huis en brouwerij met alle zich daarin bevindende gereedschappen. staande op de hoek van de Lombardstraat, een weer land, gelegen in Sliedrecht, een stuk land aan de noordzijde van de Molenweg in het Oudeland van Strijen, een rentebrief en de helft van alle inboedel, zilverwerk en juwelen, die Dircxken heeft nagelaten. Aan Abraham van Slingeland is nomine uxoris toebedeeld een weer land met schuur, berging, boomgaard en “betelinge ende beplantinge”, genaamd “den Engel”, liggende in Sliedrecht met nog twee “griendekens”, gelegen in Craeijensteijn tegenover “de Engel”, 5 morgen land aan de zuidzijde van de Hoekseweg in het Oudeland van Strijen, een somma van 5625 gl., een boomgaard en griendingen, gelegen buitendijks in Zwijndrecht bij de zoutketen van burgemeester Cornelis Adriaensz. Teresteijn met een rente, verzekerd op genoemde zoutketen, een rente van 6 gl. per jaar ten laste van de wagenmaker in Ridderkerk, alsmede de wederhelft van voornoemde inboedel, zilverwerk en juwelen. De comparanten houden in gemeenschappelijk bezit een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis “de Vergulde Druijff” en het huis van ds. Johannes Bocardus, “stellende deselve ten onderpande omme daeraen te verhaelen” een somma van 200 gl. per jaar, die Dircxken Jansdr. heeft gelegateerd aan Catharijna Ruijs, het weeskind van wijlen Elijsabeth de Coninck Bouduwijnsdr., en nog een somma van 12 gl. jaarlijks, die wijlen Pieter Boudewijns. de Coninck heeft gelegateerd aan Catharina Ruijs.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 213: inventaris dd 18 juli 1633 van de goederen, die zijn nagelaten door Dircxken Jansdr., weduwe van Bouduwijn de Coninck. Tot de boedel behoren o.a. een schilderij van de verloren zoon, een schilderij van Bouduwijn de Coninck en Dircxken Jans, een banket, een portret van de koning van Frankrijk, een portret van prins Willem van Oranje, een portret van Lijsbeth Bouduwijnsdr., een schilderij van Heemskerck, een “zeevaart”, een huis en brouwerij “de Drije Lelijen” op de hoek van de Lombardstraat, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis “de Vergulde Druijff” en het huis van ds. Johannes Bocardus, landerijen in het Oudeland van Strijen en Sliedrecht.

Kinderen:

a. Gijsbert de Coninck, brouwer

b. Lijsbet Bouwensdr. de Coninck, geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1595), overleden voor 19 mrt. 1626, trouwde NG Dordrecht 24 sept./15 okt. Cornelis Ruijs Claesz., van Maastricht (1595)

Kind:

b-1. Catharina Ruijs, “innocent”

c. Marijken Boudewijnsdr., trouwde Jan Matheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelijen”

d. Janneken Boudewijnsdr., trouwde Abraham Hendriksz. van Slingeland

e. Pieter Boudewijnsz. de Coninck, overleden voor 19 mrt. 1626]

Steven Ariens Scheij 1 pond

Thonis Dircxs schipper 1 pond

De weduwe van Claes Jacobs timmerman, nijet quotisabel 2 ponden

Gillis de leertouwer 1 pond

f. 111v

Pieter Cornelis Swanenborch met sijn huijsvrou broeder ende suster 30 ponden

[Pieter Cornelisz. Swanenborch, huidenvetter, mede-eigenaar van een runmolen buiten de Sluispoort (ONA Dordrecht inv. 59, f. 24v, akte dd 16 febr. 1636), overleden tussen 8 aug. 1639 en 9 juni 1643, trouwde Emerentia Jan Ambrosiusdr, geboren naar schatting ca. 1583, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1661 (een baar voor de weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburgh, vier maal luiden, een pondgraf en een wapen), dochter van Jan Ambrosiusz. (van Gerwen) en Marichgen Stevensdr. Rijsberch.

ORA Dordrecht inv. 1598, f. 115: op 26 nov. 1619 verkoopt Pieter Cornelisz. Swanenburch, koopman en burger van Dordrecht, voor 5200 gl. aan Johan de With Willemsz., oud-thesaurier en schepen in wette van Dordrecht, een huis in het opgaan van de Visbrug, genaamd “den IJseren Man”, staande tussen het huis van Jopke Sijmons en de haven. Waarborg: Alewijn Pietersz., ontvanger van de gemene middelen en schepen in wette van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 3700 gl. Borg: zijn zoon Johan de With Jansz.

ONA Dordrecht inv. 67, f. 282: op 8 aug. 1639 testeert Maria Joosten van Rommerswael, ongehuwde persoon wonende in Dordrecht. Zij herroept het testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer te Dordrecht op 5 nov. 1635. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl., en aan Adriaentgen Jan Ambrosiusdr. een somma van 1000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen, inclusief die haar aangekomen zijn bij overlijden van haar ouders en van haar grootouders, indien zij ongehuwd komt te overlijden haar oom en aangetrouwde tante Pieter Cornelisz. Swanenburch en Emerentia Jansdr., samen of de langstlevende van hen beiden. Zij wenst, dat haar oom en tante na haar overlijden worden vergoed van het onderhoud, dat zij gedurende twintig jaar van hen heeft genoten, toen zij bij hen inwoonde.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 812v, akte dd 9 juni 1643: testament van Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl., aan de kinderen van wijlen Neeltgen Theunisdr., de vrouw van Machiel Jacobsz. Cotermans, samen 800 gl., aan de dochter van wijlen Engeltgen Theunisdr., bij haar verwekt door wijlen Abraham Govertsz., 200 gl., aan het kind van wijlen Theunis Theunisz. 10 gl., aan de nakomelingen van haar overleden halfzuster Jannekn Jansdr. samen 1000 gl., aan Jacobmijna Jansdr., weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit 300 gl., aan Adriana Dircxsdr. van Wijngaerden, de vrouw van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff houtkoper 300 gl., aan de nakomelingen van Jan Matthijsz. Balen samen 400 gl., aan Jan Matthijsz. Balen en zijn vrouw het vruchtgebruik van die 400 gl., aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde persoon, 50 gl., aan haar nicht Maria van Rommerswaele, de vrouw van Goodtschalck van der Hulst, al haar kleren, juwelen en zilverwerk en de bewoning van het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande voor het Bagijnhof, aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, eveneens Maria genaamd, 200 gl., aan de twee dochters van Maria van Rommerswaele, die zij nog zal krijgen en die door haar  Emerentia genoemd worden naar haarzelf en Adriana naar haar overleden zuster, elk 200 gl., en aan haar “innocente” broer Jan Jansz. hetgeen hij nodig zal hebben voor zijn onderhoud. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen, inclusief het voornoemde huis,  benoemt de testatrice haar neef Johan de Wit Johansz, ontvanger-generaal van Grafelijkheidstollen van Geervliet, of bij vooroverlijden zijn oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland. Tot executeurs van haar testament stelt zij aan haar voornoemde erfgenaam en Cornelis Pietersz. Mispelshoeff.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 848: op 6 okt. 1646 testeert Emerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht 100 gl. en aan de huisarmen van de Waalse kerk van Dordrecht eveneens 100 gl. Zij legateert aan Abraham Cotermans, haar neef, of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, 200 gl., aan de dochter van Adriana Cotermans, bij verwekt door [Jacob] Droochbroot, 100 gl., aan de kinderen van wijlen Jacob Cotermans samen 150 gl., aan het weeskind van Jaepken Abrahamsdr. 200 gl., aan het weeskind van wijlen Theunis Theunisz. 10 gl., aan Boudewijn en Cornelis Matthijsz. Balen, of bij vooroverlijden van een van hen beiden zijn nakomelingen, elk 250 gl., aan Catharina van Bijlaer, de vrouw van Jacob Savrij, of bij vooroverlijden haar kinderen 250 gl., aan Jacomijna Jansdr., de weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit 300 gl., aan Adriaen de Wit Jansz. de oude 200 gl., aan Jannette de Wit 200 gl., aan Adriana Dircxsdr. van Wijngaerden, echtgenote van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff, of bij vooroverlijden haar nakomelingen 300 gl., aan Weijntgen, dochter van wijlen de predikant Joannes Westerburch 100 gl., aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde persoon, 50 gl., aan haar nicht Maria van Rommerswaele, de vrouw van Gootschalck van der Hulst, al haar kleren, juwelen, kleinodiën en zilverwerk, uitgezonderd hetgeen, dat zij naderhand aan anderen zal legateren of bij leven zal weggeven. Aan Maria van Rommerswaele legateert zij voorts de bewoning van het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande op het Bagijnhof, dat zij niet mag verhuren dan met toestemming van haar hierna te noemen erfgenamen. Aan Maria van Rommerswaele legateert zij ook een bedrag van 600 gl. krachtens een contract, dat zij heeft gemaakt op 17 jan. 1640, en aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, eveneens Maria geheten, een somma van 200 gl., te beleggen tot haar mondigheid of tot wanneer zij gaat trouwen. De testatrice legateert aan de twee dochters van Maria van Rommerswaele, “soo zij naer desen noch soude mogen te comen procreeren ende bij haer inde Christelijcke doop benaempt werdende Emerentia” naar haarzelf en Adriana naar haar overleden zuster, elk 200 gl., en aan Maria’s  toekomstige zoons, mits die Pieter en Jan genoemd worden naar haar man en broer, 200 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen en tot executeurs van haar testament benoemt zij haar neef Johan de Wit Jansz., ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstollen van Geervliet, en diens oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland.

ONA Dordrecht inv. 62, 478: op 22 juni 1648 verleent Emmerentia Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, burgeres van Dordrecht, procuratie aan Dirck van Baersenburch, rentmeester van de domeinen van de prins van Oranje in Willemstad en Fijnaart, om te eisen van Jan Jacobsen Bats, Pieter Jacobsz. Bats en Dirck Fransen, schoenmakers wonende in “de Plaete”, betaling van hetgeen zij aan de comparante schuldig zijn wegens leverantie van leer.

ONA Dordrecht inv. 45, f. 67: op 16 mrt. 1649 verleent Emmerentia Ambrosius, weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, procuratie aan mr. Johan de With, raad in wette van Dordrecht, om te transporteren aan Michiel Pietersz. de Clerck oudeschoenenmaker een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jan Willemsz. Bijll en dat van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Jacob le Blom.]

Arent Geleijnen 2 ponden

Marijken Willems meesterse 1 pond

Sophia Dammerts 10 ponden

[ONA Dordrecht inv. 14, f. 344: op 30 jan. 1629 testeren Maria Arent Dammersdr., weduwe van Cornelis Dircxksz. Praem, en Sophia Arent Dammersdr., ongehuwde persoon, zusters wonende te Dordrecht, Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. en aan het weeshuis van Dordrecht 200 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van beiden een somma van 200 gl. uit te keren. Gedaan ten huize van Maria Dammers, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug.]

Fijken Gerritsdr. 6 ponden

De dochter van Lijnken Schils 18 ponden

f. 112

Dangentgen Cornelisdr. met haer kinderen 2 ponden

Adriaen Vermolen verwer 6 ponden

Pieter Jans calckmeter, nihil habet 2 ponden

T negende quartier, somma 415 ponden

f. 112v

Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne Vischmerckt [= Riviervismarkt in de Voorstraat tussen Visbrug en stadhuis (Van Baarsel, o.c., p. 96)] tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren [ook: Sevenstar, brouwerij bij de Botgensstraat (Van Baarsel, o.c., p. 38)] aen wedersijden vande Voorstraet

[NB:Uit het bovenstaande blijkt, dat het Viskopershuis niet hetzelfde is als het huis “de Crimpert Salm” in de Visstraat, zoals door sommige auteurs ten onrechte wordt aangenomen ten gevolge van een verkeerde interpretatie van M. Balen (o.c.), die vermeld dat het Viskopersgilde bijeenkwam in het huis “de Salm” (ABdH)]

Arent van de Hagen laeckenbereijder 2 ponden

De weduwe van Hendrick de mandemaecker 2 ponden

Jan Bom [brouwer] met sijn kinderen 36 ponden

[Jan Pietersz. Bom van Cranenborch, jong gezel van Delft (1604), weduwnaar van Delft (1610), brouwer in “het Gulden Vlies” te Dordrecht, overleden ca. 1629, trouwde 1e NG Dordrecht 18 jan./8 febr. 1604 (procl. te Delft) Elisabeth Jan Lambrechtsdr., weduwe van Jan Stockman, brouwer in “het Vlies”, 2e NG Dordrecht 7/30 nov. 1610 Susanna van Genegen Pietersdr., van Dordrecht (1610)

ONA Dordrecht inv. 23, f. 222: testament dd 30 juni 1618 van Johan Bom van Cranenburch, brouwer in “het Vlijes”,  en zijn vrouw Susanna van Genegen Pietersdr., die ziek in bed ligt. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, en hun dan een somma van 10.000 gl. moet uitkeren. Als hij als eerste komt te overlijden, moet zijn vrouw aan zijn voordochter Anneken Bom een somma van 5000 gl. uitkeren. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, Pieter Bom, Jacob Bom van Cranenburch, Thomas Teller brouwer en Geerard Helling.

ONA Dordrecht inv. 24, f. 147: op 11 mrt. 1619 verleent Hendrick Geij, burger van Dordrecht, als testamentaire voogd van Arendt Stockman en Anneken Bom van Craenenburch, procuratie aan Geerit Nenij, wijnkoper en burger van Dordrecht, om met Jan Bom van Craenenburch, brouwer in “het Vlies”, en de overige kinderen van Elijsabeth Jan Lambrechtsdr. over te gaan tot scheiding van de goederen, w.o. de brouwerij “het Vlies”, die nog tussen hen onverdeeld zijn gebleven.

Kinderen:

Ex 1:

a. Anneken Bom, gedoopt NG Dordrecht dec. 1604, overleden in ‘s-Hertogenbosch aan de pest trouwde NG Dordrecht 16 april 1630 Ghijsbrecht Hamel, ontvanger van de contributies, beden en middelen van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, overleden ‘s-Hertogenbosch aan de pest 23 juli 1636, trouwde 1e Christina Gerardsdr. Bruynicx (www.nikhef.nl/~louk/BOMVC/generation4.html)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 210: op 25 mrt. 1630 passeren huwelijkse voorwaarden Ghijsbrecht Hamel, ontvanger van de contributies, beden en middelen van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, geassisteerd met mr. Johan IJpelaer, licentiaat in de beide rechten en rentmeester van de heer prelaat van St. Truien, en Gerrart Fockestaert, rentmeester van de domeinen en het Land van Heusden, enerzijds en Anna Bom, dochter van wijlen Johan Bom van Cranenborch, geassisteerd met Johan de With Jansz., ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, Jacob Bom, oudraad van Utrecht, en Gerrart Hoije, wijnkoopman te Dordrecht, en mr. Machiel Bom, advocaat voor het Hof van Holland, resp. haar zwager, ooms en neef, anderzijds.

Ex 2:

b. Petronella, gedoopt NG Dordrecht nov. 1611, overleden 1673, trouwde Johan de Witt, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, zoon van Johan Cornelisz. de Witt en Adriana van Hedickhuiyzen

c. mr. Jan Bom van Cranenburch, gedoopt NG Dordrecht sept. 1616, advocaat, overleden Dordrecht 6 april 1664 (begraven in de St. Hubertuskapel van de Grote Kerk)]

D’erfgenamen van Abraham Henricxs opperbrouwer, sijn hijer nijet woonachtich 4 ponden

f. 113

Jacob Henrickxs nestelmaecker 6 ponden

De weduwe van Jonas Cruijs vischcooper 3 ponden

Jan Heijlgers [Wacker] vischcooper 3 ponden

De weduwe van Cornelis van de Bogert 6 ponden

Bartholomeus Adriaens [Ansems] brouwer 5 ponden

[Bartholomeus Adriaensz. Ansems werd op 8 okt. 1629 eigenaar van brouwerij “de Schenckkan”, die stond in de Voorstraat tussen de Lombardstraat en de Visstraat, tegenover het stadhuis (oudste vermelding 1623). Hij was de stamvader van het geslacht Van den Santheuvel, welke naam hij alleen op zijn grafzerk gebruikte. Zijn vrouw was Johanna Hendriksdr. Maas. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 90 en 186)

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 3 e.v.: op 8 okt. 1629 verkopen Pieter en Cornelis Jaspersz. Bengelroe, burgers van Dordrecht, voor 8000 gl. aan Bartholomeus Adriaensz. Ansems, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, staande achter het stadhuis [in de Voorstraat] tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Pauwels Adriaensz. en het huis, genaamd “de Meermin”. Waarborgen: Esaias Cornelisz. Mesian, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Henrick Jansz. van Naerden, notaris te Dordrecht. De koper is schuldig aan Pieter en Cornelis Jaspersz. Bengelroe elk een somma van 3000 gl. Borg: Hans Robbertsz. pondgaarder. Pieter Cornelisz., de zoon van Cornelis Jaspersz., en Pieter Jaspersz., als oom van de onmondige weeskinderen van Cornelis Jaspersz., verklaren op 2 sept. 1636, dat de hypotheek volledig is afgelost.]

f. 113v

Lijsbeth Jans, leeft van de Armen 2 ponden

De weduwe van Pauwels Adriaens, is bevonden bijde scheijding maer 3 ponden [12 ponden doorgehaald]

Jan van Dongen 8 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1604, f. 38v e.v.: op 22 juli 1630 verkoopt Jan Jansz. van Dongen, burger van Dordrecht, aan de weeskinderen van Johan Bom van Cranenburch, een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op een huis omtrent de Vismarkt, genaamd “Breda”, staande tussen het huis van Jacob Henricxsz. kramer en de brouwerij “het Vlies”.]

De voordochter van Jan van Dongen 3 ponden

De weduwe van Pleun Adriaens [de Wit] 3 ponden

[ORA Dordrecht inv. 764, f.: op juni 1623 verkopen Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Barthoutsdr. aan mr. Herman Halling heer Jansz., schepen in wette van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Cornelis Pietersz. Viskil, door hem verwekt bij Anneken Jansdr. van den Engel, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 53 gl. 2 st. 8 penn. op een huis [achter] het Stadhuis, staande aan de Landzijde [Voorstraat] tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette, en dat van Jan van Dongen.

ORA Dordrecht inv. 764, f. 59v e.v.: op 7 sept. 1623 verkoopt Blasius van Haerlem, klerk van de weeskamer te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Baerthoutsdr., aan mr. Herman Halling, schepen in wette te Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van mr. Johan Boelen, een jaarlijkse losrente van 46 gl. 17 st., verzekerd op een huis, staande achter het stadhuis tussen het huis van Pauwels heer Adriaensz., schepen in wette van Dordrecht en het huis van Jan van Dongen.]

De erffgenamen van Cornelis Janssen van Breda 10 ponden

f. 114

Hendrick van Valckenborch 4 ponden

De weduwe van Jan Matheeus Onderwater [brouwer] 30 ponden

[“Op de oosthoek van de Lombardstraat en Voorstraat bevond zich voorheen het huis “De Drie Leliën”, vanouds een brouwerij … In de zestiende eeuw was deze in bezit van Boudewijn de Conincq, een broer van de watergeus Gijsbert Jansz. de Conincq, wiens dochter gehuwd was met Jan Mattheusz. Onderwater. Deze kreeg in 1611 de brouwerij in huur en sedertdien werd deze meer en meer uitgebreid, totdat vrijwel de gehele oostkant van de Lombardstraat er bijbehoorde. Voor aan de straat was het deftige herenhuis, dat in 1926 geheel afgebroken werd en daarachter waren de brouwhuizen, moutmakerij, rosmolen en bierkelders, terwijl een moutmolen op de hoek van de Spuiweg en Cornelis de Wittstraat het bedrijf voltooide.” (Lips, o.c., deel II, p. 346)

Johan Mattheusz. Onderwater, wonende te Delft (1605), trouwde NG Dordrecht 27 mrt./17 april  1605 Maria de Coninck Boudewijndr., van Dordrecht (1605), dochter van Boudewijn de Coninck Gijsbertsz. en Dircxken Jansdr.

ONA Dordrecht inv. 21, f. 117: op 11 mrt. 1615 verklaren Michiel Coterman, brouwer in “het Hart”, voor zichzelf, Johan Mattheusz. Onderwater, brouwer in “de Drije Lelien”, vanwege de weduwe van Boudewijn de Coninck, zijn schoonvader, en Henrick Fransz. Schoutet, brouwer van “de Beer”, vanwege Johan Gillisz. Poppen, zijn zwager, allen eigenaars van het huis, dat staat op de grond, waarop vroeger de papiermolen gestaan heeft, enerzijds en Claes Jansz. koperwerker, eigenaar van het huis ernaast, dat zij een overeenkomst hebben gesloten aangaande een muur tussen beide huizen.

ONA Dordrecht inv. 22, f. 67; op  27 febr. 1617 verklaart Dircxken Jansdr., weduwe van Boudewijn de Coninck Ghijsbertsz., schepen in wette van Dordrecht, dat zij in of voor 1612 als donatie inter vivos gegeven heeft aan Johan Matheusz. Onderwater, als man van Maria de Coninck Boudewijnsdr., en Abraham Henricxsz. van Slingelandt, als man van Janneken de Coninck Boudewijnsdr., elk een vierde part in 25 morgen uitergorsen, liggende buiten Dordrecht in de heerlijkheid de Merwede, gemeen met andere 25 morgen, toebehorende aan de erfgenamen van Claes Ruijs. De comparante heeft de wederhelft ervan aan zoons Gijsbert en Pieter de Coninck geschonken. Onderwater en Van Slingelandt mogen met de schenking doen naar hun believen en “sonder dat tselve henluijden int regardt van het weeskindt van Lijsbet Boudewijnsdr. in tijden ende wijlen in affcortinge van haerlieder aenstaende erffenisse sal werden geïnstitueert”.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 525: op 2 okt. 1634 verleent Maria Koninck Boudewijnsdr., weduwe van Jan Matheusz. Onderwater, procuratie aan haar zoon Boudewijn Onderwater, o.a. om haar uitstaande schulden in te vorderen.

Kinderen (o.a.)

a. Pieter, gedoopt NG Dordrecht juli 1608

b. Diricxken, gedoopt NG Dordrecht juli 1610

c. Boudewijn Onderwater, geboren naar schatting ca. 1611

d. Mattheus, gedoopt NG Dordrecht nov. 1613

e. Johannes, gedoopt NG Dordrecht nov. 1615]

De weduwe van Jan Hermans cruijdenier 7 ponden

D’erfgenamen van Jouffvrou Adriana van Schaerlaecken 5 ponden

D’erfgenamen van Jan de Gronen 4 ponden

f. 114v

Thomas Jacobs Cotermans 8 ponden

[Zie Doopsgezinde huwelijken Dordrecht. NG trouwboek Dordrecht 21 april 1613 Frantzoijs Frantzsz. Dermoeij wed., glaesemaker van Middelburg wonende in het Vleeshouwersstraatje in het midden en Neelken Cornelis Pauwelsdr., van Dordrecht wonende bij Tomas Jacopsz. bij de Lombardbrug.]

Gerrit Mathijs coorencooper 8 ponden

Frans Adriaens sijdelaeckencooper met Jacob Frans sijnen soon 20 ponden

[ONA Dordrecht inv. 60, f. 953: op 31 dec. 1643 bevestigt Grietgen Cotermans Jacobsdr., weduwe van Francois Adriaensz., zijdenlakenkoper te Dordrecht, het testament, dat zij heeft gepasseerd op 27 nov. 1593 ten overstaan van notaris N. van de Corput en het codicil, dat zij heeft gepasseerd op 18 nov. 1620 ten overstaan van notaris A. Cloots. Zij prelegatert aan haar ongehuwde zoon Jacob Fransz. een somma van 2000 gl. en aan haar dochter Anneken Fransdr. een lijfrente van 100 gl. jaarlijks. Zij wenst, dat na haar overlijden een somma van 2000 gl. belegd zal worden, waaruit de lijfrente van 100 gl. betaald moet worden. Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige kinderen benoemt zij haar zoons Jan en Cornelis Fransz. van Dorsten.]

Den soon vande voorsz. Frans Adriaens 4 ponden

Cornelis Jans asijnmaecker 26 ponden

f. 115

De weduwe van Hendrick van Bree, nihil habet 3 ponden

Hendrick van Riet, nihil habet 1 pond

Jan Cornelis cruijdenier 2 ponden

Joost Pieters 2 ponden

De weduwe van de heer Cornelis Jans Both [dijkgraaf van de Alblasserwaard] 80 ponden

[[ONA Dordrecht inv. 24, f. 428 e.v.: op 24 nov. 1619 verkopen Johanette Andriesdr., weduwe van Cornelis Jansz. Both, dijkgraaf van de Alblasserwaard en mr. Franchoijs van der Burch, gecommitteerde Raad van Holland en West-Friesland, als man en voogd van Dingna de Both Cornelisdr., aan Johan Mathijsz. Balen, een huis, brouwerij en mouterij, waar tegenwoordig uithangt “den Osch”, staande tegenover de Kleine Kraansteiger [Wijnstraat bij het ’s Heerboeijenstraatje] tussen het huis van Dammis Woutersz. van de Sandeling en dat van Frans Evertsz. wijnkoper, voor 8000 gl.]

f. 115v

De kinderen van mr. Franchoijs van de Burch 30 ponden

[mr. Frans van der Burch Jansz., van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 22 okt./12 nov. 1606 Digna de Both Cornelisdr., van Dordrecht (1606)

ONA Dordrecht inv. 67, f. 372: op 23 okt. 1640 testeert Geraert Marcellus, echtgenoot van Catharina van der Burch. Hij legateert aan zijn enige zoon, Francois Marcellus, het vruchtgebruik van zijn na te laten goederen. Tot erfgenamen van die goederen benoemt hij de kinderen van Franchoijs van der Burch en zijn vrouw Digna de Both, op voorwaarde dat, als zijn zoon als hij 25 jaar wordt of gaat trouwen, al die goederen aan hem zullen overdragen. Tot voogden over zijn zoon stelt hij aan Johan van der Burch, Johan van Meeuwen en Cornelis Hoogeveen

Kinderen:

a. Jan, gedoopt NG Dordrecht mei 1608

b. Alith, gedoopt NG Dordrecht aug. 1616

c. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht aug. 1620].

Aeltgen Claes jonge dochter 3 ponden

Dirck Jacobs Absou brouwer 25 ponden

[Absou was brouwer in “De Engel”. Deze brouwerij stond in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraat. (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 179)

Dirk Jacobsz. Absou, brouwer, zoon van Jacob Dirksz. Abou en Christina van Wesel Jansdr. (Balen, o.c., p. 1265), trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1602/12 febr. 1603 Neelken (Cornelia ) Pietersdr. van den Honaert, dochter van Pieter Rochusz. van den Honaert en Helena Dirksdr. Mol (Balen, o.c., p. 1281)

– 13 juli 1616: Blasius van Haerlem, kamerbewaarder van Dordrecht, transporteert aan zijn zwager, Dirck Jacobsz. Absou, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij en rosmolen, staande in de Spuistraat tussen het huis van Cornelis Jansz. Bot, dijkgraaf van de Alblasserwaard en schepen in wette van Dordrecht, en het huis en de brouwerij van Cornelis Beljaert. (ORA Dordrecht inv. 1593, f. 69v)

– 21 jan. 1621: Thomas Tailler, brouwer in Dordrecht, voor zichzelf, en Johan Bom, brouwer in “’t Vlies”, als vader en voogd van zijn onmondige kinderen, door hem verwekt bij Susanna van Genegen, tevens vervangende de overige erfgenamen van Maria van Oorden, verkopen voor 2400 gl. aan Dirck Jacobsz. Absou, brouwer te Dordrecht, een korenwindmolen met paard, kar, zeilen en andere gereedschappen, staande buiten de Spuipoort, alsmede een tuin, gelegen in de buurt van de molen. De koper is schuldig aan Hans Stockman een bedrag van 2400 gl. (ORA Dordrecht inv. 1597, f. 4v e.v.)

– 27 mei 1626: Dirck Jacobsz. Absou brouwer en Jacob Jacobsz. van Wesel pondgaarder, burgers van Dordrecht, als mede-erfgenamen van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, weduwe van Jan Thomasz. van Wesel, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van van Marijcken Jacobsdr. van Telshout, verkopen aan Abraham Adriaensz., huistimmerman en burger van Dordrecht, zes naast elkaar staande huizen omtrent de Spuipoort, staande tussen het huis van Bartholomeus Henricxsz. ten ZW en ’s herensteiger ten NO. De koper verkoopt aan verkopers een jaarlijkse losrente van 55 gl. 10 st. In margine: op 28 juni 1643 verklaart Judith Jorisdr., weduwe van Abraham Adriaensz. van Heusden, dat de schuld volledig is afgelost. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 23.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Hendrick Absou, aug. 1604, weduwnaar van Dordrecht, wonende omtrent de Botgensstraat (1631), schepen, raad en veertig van Dordrecht, trouwde 1e Kristina Walen Balthasarsdr., OSP, 2e NG Dordrecht 7 sept. 1631 (ondertrouw) Digna van den Broek(e) Willemsdr., van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1631), 3e Elisabeth Lachers, OSP, 4e Johanna Koning Jansdr., OSP (Balen, o.c., p. 1266)

b. Heilken (Helena) Absou, juli 1607, van Dordrecht woont in brouwerij “de Engel” (1627), trouwde NG Dordrecht 1/17 aug. 1627 Cornelis Belliaert, jongman van Dordrecht woont in brouwerij “de Belle” (1620), weduwnaar van Dordrecht woont in “de Belle” (1627), zoon van Cornelis Belliaert en Cornelia van den Corput Cornelisdr., trouwde 1e NG Dordrecht 9/25 febr. 1620 Barbera Braeijmakers, jonge dochter van Brussel (1620)

ONA Dordrecht inv. 8, f. 208: op 25 mei 1633 testeren Cornelis Beljaerts, brouwer in “de Bel”, en zijn vrouw Helena Absou Dircxsdr., hij ziek in bed liggende en zij gezond. Zij benoemen tot hun erfgenamen de langstlevende van hen beiden en hun kinderen. Tot voogden stellen zij aan zijn broer Cornelis Beljaerts en haar vader Dirck Absou Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 195, f. 255 e.v.: inventaris dd 12 mei 1659 en enige volgende dagen van de goederen, die zijn nagelaten door Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaerts, beschreven op verzoek van Cornelis Belliaerts en Cornelis de Vries, echtgenoot van Elisabeth Belliaerts, haar kinderen en erfgenamen.

Tot de nalatenschap behoren o.a.:

– een huis aan de Vest omtrent de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Hendrick Absouw en dat van Pauwels Hendricxsz. houtzager, aan Helena Absouw toebedeeld uit de boedel van wijlen Dirck Absouw op 3 febr. 1656, verhuurd aan Jan Lauwen kuiper,

– een vierde part in een windkorenmolen en woonhuis buiten de Spuipoort, in gemeenschappelijk bezit met de overige erfgenamen van Dirck Absouw,

– de portretten van Cornelis Belliaerts en Helena Absouw

– de portretten van de vader en moeder van Cornelis Belliaerts

– een boerenkermis van Droochsloot

– een groot landschap van Knipbergen

– een groot schilderij van Rebecca

– 5 landschapjes

– drie schilderijen met fruit

– een veldslag

– een schilderij van Jozef

– een “batalie” van Tegelberch

– schilderij van Maria Boodschap.

Kinderen:

b-1. Cornelis Cornelisz. Belliaerts, geboren naar schatting ca. 1628

b-2. Elisabeth Belliaerts, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629, trouwde Cornelis de Vries

c. Dirxken, juli 1607

d. Mariken Absou, nov. 1611, trouwde Francois Rees

e. Geertruijt Absou, geboren naar schatting ca. 1615, trouwde Pieter Adriaensz. van der Werff

– 16 juni 1623: Dirck Jacobsz. Absou brouwer, Wouter Pietersz. van Wijngaerden, als man van Stijnken Jacobsdr. van Absou, Hendrick Jansz., als man van Maijken van Absou, Dirck Willemsz., als man van Maijken Bachrachs, Blasius van Haerlem de Jonge, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia van Haerlem, samen vervangende hun andere zusters, verkopen aan Lijsbeth Cornelisdr., weduwe van Jochum Jansz., een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Maijken Tosijn en de gang van Cornelis Jansz. Both. De koopster, geassisteerd met haar zoon Cornelis Jochumsz., kent met “bewilliging” van verkopers schuldig aan Elisabeth Welincx een bedrag van 500 gl. Borg: Cornelis Joachumsz. kuiper, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 44 e.v.)

– 12 nov. 1652: Pieter van der Werff, als man van Geertruijt Absouw en Cornelis Belliaert, namens zijn moeder, Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, voor zichzelf en vervangende Hendrick Absouw en Franchois Rees, echtgenoot van Maria Absouw, hun zwagers resp. ooms, samen erfgenamen van Dirck Absouw, verkopen aan Dirck Damasz. Claptas een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkopers en de gracht. Koper is schuldig aan de erfgenamen van Dirck Absou een bedrag van 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 146v)]

De weduwe van Cornelis Belliaert [Neelken Cornelisdr. van de Corput] ende haren zoon 20 ponden

[Cornelis Beljaerts, van Breda, brouwer in “De Bel” in de Kleine Spuistraat, doorlopend tot aan de Voorstraat (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007, p. 84). Hij overleed voor 2 jan. 1620 (ONA Dordrecht inv. 25, f. 1).

NG trouwboek Dordrecht 10 juli 1594: Cornelis Beljaerts Cornelisz. brouwer weduwnaar van Breda en Neelken van de Corput Cornelisdr. van de Lage Zwaluwe. Opgehouden eer de geboden gegaan zijn, “maer heeft daerna noch voortganck gehadt”. Bescheid gegeven om te Arnhem te trouwen op 27 juli 1594. Getrouwd op 21 aug. 1594.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 708: op 11 aug. 1629 legateert Cornelia van de Corput, weduwe van Cornelis Belliaerts, burgeres van Dordrecht, aan Anneken Belaerts, voordochter van haar overleden man een somma van 600 gl., een bed met hoofdkussen met kleine strepen, een “heeresaije” huik, een zilveren sleutelriem en een kerkstoel, die de comparante is gebruikende. Van genoemde somma van 600 gl. zal Anneken haar leven lang het vruchtgebruik krijgen en zal de eigendom ervan na haar dood komen aan de nakomelingen van haar volle broers en zuster Adriaen, Dingna en Cornelis Belliaerts.

ONA Dordrecht inv. 57, f. 819: op 6 okt. 1632 testeert Cornelia van de Corput, weduwe van Cornelis Belliaerts, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 50 gl. en aan Anneken Belliaerts, voordochter van haar overleden man, een somma van 600 gl., een bed met een hoofdkussen met kleine strepen, een “heeresaije” Dordrechtse huik, haar sleutelriem en haar kerkstoel, en aan haar kleinzoon Cornelis Belliaerts, de oudste zoon van haar zoon Cornelis Belliaerts, door hem verwekt bij Helena Absou, ” in consideratie van sijne impotenticheijt” een portugalois van 42 gl. en een somma van 1000 gl. die overlijden voor zijn mondigheid of huwelijk moet komen aan zijn vader. Zij legateert voorts aan de kinderen van haar zoon Cornelis Belliaerts onder hen allen  een somma van 10.000 gl., waarvan haar zoon het vruchtgebruik zal hebben. Als echter zijn vrouw Helena Absou voor hem komt te overlijden, moet genoemde somma van 10.000 gl. aan hem in volledige eigendom toekomen. Als zijn vrouw na hem komt te overlijden, zal die 10.000 gl. komen aan hun kinderen en zal Helena daarvan het vruchtgebruik krijgen gedurende twee jaar. Als zij echter gaat hertrouwen, dan zal het vruchtgebruik ervan komen aan haar kinderen. Tot erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar zoon Cornelis Belliaert. Als executeurs van haar testament stelt zij aan Anthonij van den Brouck, predikant te Steenbergen, en Willem van den broek, haar goede bekenden.

ONA Dordrecht inv. 31, f. 22: op 16 jan. 1633 verleent Cornelia van de Corput, brouwster in “de Bel”, procuratie aan haar zoon Cornelis Belliaert om te innen hetgeen Adriaen Veen en Cornelis Lodewijcxsz., wonende te Amsterdam, aan haar schuldig zijn.

Kind:

a. Cornelis Belliaert, geboren naar schatting ca. 1595, zie hierboven]

Anneken Cornelis Belliaerts 2 ponden

f. 116

Jacob Jans Beverwijck 33 ponden

[ONA Dordrecht inv. 67, f. 233: testament dd 30 aug. 1638 van Anna de Raet Cornelisdr. ongehuwde persoon. Zij heeft geërfd van haar neef Jacob Jansz. van Beverwijck.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 913: op 7 mei 1639 verklaren Phlips Apersz. van Beverwijck, Rutgert Tulckens, als man van Fransijna de Leeuw, Grietgen Crijnen, ongehuwde “bejaarde” persoon, en Apert Matheusz. van Beverwijck, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Jan Matheusz. van Beverwijck, samen erfgenamen van Jacob Jansz. van Beverwijck, hun neef, dat zij de goederen, die hij hun heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Elk van hen krijgt een somma van 1839 gl. 5 st. 14 penn. Aan Phlips van Beverwijck is o.a. toebedeeld een huis in het Steegoversloot, staande naast Arnoldus Cools, waarvan de waarde is geschat op 1050 gl.]

De weduwe van Jacob Hendricxs van de Eijck met haer kinderen 12 ponden

[I. Jacob van der Eijk Henriksz., geboren 26 april 1574, licentiaat in de beide rechten, secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, trouwde 1e Clara Jacobsz. van Sevenbergen, 2e Sara van Wel Reijniersdr. (Balen, deel II, p. 928)

Kinderen ex 2:

a. Hendrik, NG gedoopt Dordrecht febr. 1620

b. Helena, NG gedoopt Dordrecht sept. 1621

c. Reinier, NG gedoopt Dordrecht sept. 1623

d. Maria van der Eijck, NG gedoopt Dordrecht jan. 1626, volgt II

e. Elisabeth, NG gedoopt Dordrecht mrt. 1628

II. Maria van der Eijck, gedoopt NG Dordrecht jan. 1626, trouwde NG Dordrecht 8 sept. 1657 Mattheus van Nispen

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 163: op 23 dec. 1717 verkopen Mattheus de Vries, zoon van Sara van Nispen, bij haar verwekt door Abel de Vries, en Mattheus en Willem Kluijt. alsmede Johan Kluijt de oude, vervangende zijn zoon Jan Kluijt en als procuratie hebbende van zijn in het buitenland verblijvende zoon Adriaan Kluijt, kinderen van Hendrijna van Nispen, bij haar verwekt door Johan Kluijt de oude en Johan Kluijt de oude nog als procuratie hebbende van David van Hoogstraten en David van Hoogstraten nog als voogd over de minderjarige kinderen van Maria van Nispen, bij haar verwekt door David van Hoogstraten, allen erfgenamen ex testamento van Mattheus van Nispen, landmeter van de Grafelijkheid in Zuid-Holland, burger van Dordrecht, voor 420 gl. aan Jan van Hoorn, molenaar wonende buiten de Sluispoort, een huis op de Luiersdijk buiten de Sluispoort, zijnde het achttiende huisje en staande tussen het huis van Herman Boonen en dat van de weduwe van Hendrik Roelen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Sara van Nispen, 13 mrt. 1658, volgt III

b. Henrica van Nispen, 16 febr. 1660, trouwde Johan Kluijt

c. Maria van Nispen, 30 nov. 1663, trouwde David van Hoogstraten

d. Jacob, 2 april 1666

III. Sara van Nispen, gedoopt NG Dordrecht 13 mrt. 1658, trouwde NG Dordrecht 24 febr. 1680 Abel de Vries, geboren okt. 1652, beëdigd als landmeter op 26 juni 1674, overleden 6 mei 1732, zoon van Nicolaas de Vries en Pieternella Hardings, trouwde 2e 10 april 1685 Maria van der Heijden

Kind:

IV. Mattheus de Vries, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1681, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 dec. 1702 Sara Stabroeck

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Abel, 23 mei 1703

b. Machelina, 12 febr. 1706

c. Pieternella 20 juni 1707

d. Hendrik, 6 aug. 1709

e. Nicolaas, 6 okt. 1710

f. Cornelis, 5 aug. 1712

g. Jan, 2 mrt. 1714

h. Matthijs, 10 april 1716

i. Sara, 2 juni 1719]

Damas Verlooff 3 ponden

De weduwe van Willem van Crooswijck 14 ponden

Dingeman Paulij 20 ponden

f. 116v

Herman Jans meelcooper 3 ponden

De weduwe van Pieter Willems backer, obijt ende is buijten de Stadt verdeelt 6 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1593, f. 68 e.v.: op 11 juli 1616 verklaren Jacob Beeck, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Anna van Slingelant Cornelisdr., Willem van den Brouck, notaris te Dordrecht, als man van Cornelia van Slingelant Cornelisdr., en Cristoffel Cornelisz. van Slingelant, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Sijbrechtsz. van Slingelant, schepen in wette van Dordrecht, en van Adriana Cristoffelsdr., dat bij de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, aan Sijbrecht Cornelisz. van Slingelant, brouwer in de “Sevensterre”, is toebedeeld een huis, brouwerij [genaamd “de Sevensterre”], rosmolen en een steiger tegenover de brouwerij

ORA Dordrecht inv. 765, f. 93: op 12 mrt. 1625 verkoopt Sijbert Cornelisz. van Slingelant, raad in wette van Dordrecht, aan Cornelia Jacobsdr. een jaarlijkse losrente van 150 gl., verzekerd op een huis en brouwerij, genaamd “de Zevenstar”, waar tegenwoordig uithangt “het Anckertgen”, staande omtrent de Botgensstraat tussen het huis van de weduwe van Pieter Willemsz. bakker en dat van Arijen Reijersz. koekenbakker, tevens verzekerd op twee naast elkaar staande huizen aan ’s herenvest achter genoemde brouwerij, aan één zijde belend door het huis van Gerrit de Wael.]

Willem Pieters backer 3 ponden

Leendert Bastiaens ende Maerten Pieters 10 ponden

Aen d’ander sijde beginnende mede van de Vischmerckt als vooren

De weduwe van Pauwels Bouwens  2 ponden

f. 117

Lauwerens [Anthonisz.] van Valckenborch 3 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 26 juni 1611: Laurens Antonisz. van Valckenborch van Dordrecht wonende bij de Vismarkt in de Olijfboom en Pieterken Govaert Stevensdr. van Rotterdam wonende in St. Lucas bij Boriënstraat [?]

NG trouwboek Dordrecht 12 jan. 1620: Laurens van Valckenburgh weduwnaar wonende bij zijn broer Antonij van Valckenburgh en Dircxken van Wels Jansdr. jonge dochter beiden van Dordrecht woont naast de bruidegom, getrouwd 26 jan. 1620.

Kinderen (ex 1)

a. Neeltien, gedoopt NG Dordrecht mei 1612

b. Aechtgen van Valckenburch, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht nov. 1613

ONA Dordrecht inv. 16, f. 171: op 15 mei 1628 testeert Aechtgen van Valckenburch Laurensdr., dochter van Pietertgen Goverts, ongeveer 15 jaar oud en wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 25 gl. Als zij komt te overlijden zonder kinderen na te laten, benoemt zij haar vader Laurens van Valckenburch of bij vooroverlijden haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde tot erfgenaam van al haar na te laten goederen. Voorwaarde daarbij is, dat zijn huidige vrouw Dircxken Jansdr., als die bij haar overlijden nog in leven is, “geen actie ofte pretensie van eijgendom ofte erffenisse sal mogen pretenderen”, na het overlijden van haar vader, op de goederen, die de testatrice zal nalaten. Zij legateert aan haar stiefmoeder een jaarlijkse uitkering van 25 gl.]

T voorkint van Lauwerens van Valckenborch 3 ponden

Anthonij van Valckenborch 14 ponden

[ORA Dordrecht inv. 424: op 19 juli 1652 eist Antonij van Valckenburch brouwer van Logier Marijnisz. schipper betaling van 21 gl. wegens geleverde bieren, door Maeijcken inden Engel, de moeder van zijn vrouw, gehaald, “voor welcke voorsz. somme den voorn. Logier Marinusz. ende sijn huijsvrouw naer overlijden van haere moeder als oock te vooren belooft hebben sullen betaelen”.]

Blasius van Haerlem, nihil habet soo Kools seijt 4 ponden

Crijn Crijns hoedemaecker 2 ponden

f. 117v

Abraham de schopmaecker 1 pond

De dochter van Pauwels Jochums, nihil habet 3 ponden

Hendrick de Leeu 1 pond

Jan Aerts cleermaecker 2 ponden

Cornelis Claes smith 3 ponden

f. 118

Arijen Frans sijdelaeckencooper 5 ponden

Wouter Wouters cramer 3 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 196v en 197: Wouter Woutersz. kramer betaalt in de verponding van 1619 voor zijn huis “op de Visbrug” [= Voorstraat bij de Visbrug] 15 ponden. Belenders: Henderick Henderixsz. van Bree en Matheus Henderix kleermaker.]

Isaack Philps 10 ponden 10 s.

De weduwe van Anthonij Jacobs 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 32v: op 7 mei 1618 verkoopt Damas Sieren, kruidenier en burger van Dordrecht, voor 2300 gl. aan Anthonij Jacobsz., schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Mattheus Henricksz. kleermaker en dat van Jacob Lowijsz. twijnder. Waarborg: Willem Sieren. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1700 gl. Borgen: Anthonis Jansz. van Rije en Sijbert Sijbertsz. Wor.]

Jaecques Loijs verwer 3 ponden

f. 118v

D’erffgenamen van Jan Aerts 5 ponden

Tanneken Teunisdr., nihil habet 2 ponden

Andries den cruijdenier 1 pond

Joost Lamberts 1 pond 10 s.

Anthonij Jans cousmaker, is insolvent 2 ponden

f. 119

De weduwe van Adriaen Reijers, is vertrocken 6 ponden

Frans Philps cousmaecker 2 ponden

Hermen Hermans cleermaecker 8 ponden

Inde Breestraet

Hendrick Jans [Rootmardinck] huijckmaecker 3 ponden

[Gens Nostra 1992, p. 208]

Hendrick Jans schrijnwercker 4 ponden

f. 119v

Jan Rommers cleermaecker, nichil habet 1 pond

Cornelis Henricxs cnoopmaecker, nihil habet 1 pond

Joris Damis cuijper 3 ponden

De weduwe van Theunis Frans cuijper 4 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 283 (verponding Dordrecht 1633): Henrick Cornelis sledenaar huurt een huis in de Breestraat van de weduwe van Thonis Fransz. kuiper.]

Dirck Otten cuijper, nihil habet 1 pond

f. 120

De weduwe van Jacob Aerts Vos 2 ponden

I. Jacob Aertsz. (de Vos), geboren naar schatting ca. 1560, huistimmerman uit de Langstraat (1590), overleden tussen 1609 en 1626, trouwde NG Dordrecht 12 aug./9 sept. 1590 (de bruidegom woont al 18 jaar in Dordrecht, de ouders van de bruid zijn van Dordrecht, de bruid heeft van jongs af aan daar gewoond) Toenten Crijnen Toenisdr., van Brouwershaven (1590)

– 30 mrt. 1632: codicil van Theuntgen Crijnendr., weduwe van Jacob Aertsz. Vosch, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Crijn Jacobsz. Vosch een bed met hoofdpeluw en een rouwmantel van haar overleden man. Getuigen: Robbrecht Thielmans kleermaker en Adriaen Adriaensz. kleermakersgezel, inwoners van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 72, f. 10v e.v.)

– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz. Vosch huistimmerman, wonende buiten de St. Jorispoort van Dordrecht, verklaart door haar zoon Crijn Jacobsz. Vossch volledig betaald te zijn wegens de inboedel en huisraad van tin, koper en ijzerwerk, alsmede de schilderijen, die zij, comparante, toen zij bij haar zoon kwam inwonen, heeft meegebracht, uitgezonderd haar kleren, een geschrijnwerkte kast en een bed met toebehoren, die zij voor zichzelf behoudt. Getuigen: Pieter Goossensz. en Corstiaen Jacobsz., blekers wonende buiten de St. Jorispoort. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 69 e.v.)

– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz., verklaart, dat haar twee kleinkinderen, t.w. Jacob Jansz. Bosman, zoon van haar overleden dochter Pieterken Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt door Jan Jansz. Bosman de jonge, en Lijsbeth Theunisdr., dochter van haar eveneens overleden dochter Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt, de goederen, die zij van haar, comparante, zullen erven, niet zullen mogen aanvaarden voor hun mondigheid of huwelijk. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 70 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, aug. 1591

b. Judit, april 1601

c. Crijn Jacobsz. de Vos, juni 1603, volgt II

d. Teunis Jacobsz. de Vos [zie Kwartierstaat De Vos op deze website, kwartier 8]

e. Aert, dec. 1604

f. Aert, febr. 1605

g. NN, juni 1606

h. NN, sept. 1608

i. NN, nov. 1609

j. Pieterken Jacobsdr. Vosch, trouwde Jan Jansz. Bosman de jonge

k. Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, trouwde Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt

II. Crijn Jacobsz. de Vos, gedoopt NG Dordrecht juni 1603, jongman van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1630), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 26 mei/11 juni 1630 Willempien (Willemken) Arien Ariensdr., van Cappel in de Langstraat, wonende bij de Sluispoort (1630)

Kinderen:

a. Henrick, gedoopt NG Dordrecht juni 1631

b. Dirck Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht jan. 1633, volgt III

c. Ariaen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1634

d. Tuentjen, gedoopt NG Dordrecht jan. 1638

e. Matheus Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1643

III. Dirck Crijnen de Vos, gedoopt NG Dordrecht jan. 1633, jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam (1660), commies te Grol [Groenlo], trouwde NG Dordrecht/Rijsoord 6/27 juni 1660 Maria van Ravensteijn, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1630), 2e ca. 1672 Johanna Stürz

Kinderen:

ex 1:

a. Arnoldus, gedoopt NG Dordrecht juli 1661

b. Jacobus de Vos, geboren te Groenlo naar schatting ca. 1665, jongman van Groenlo wonende in de Wijnstraat te Dordrecht (1686), apotheker, trouwde NG Dordrecht/Krimpen 10/24 mrt. 1686 Sibilla Heijbloem, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1686), dochter van Abraham Heijblom en Emmerentia op de Camp

ex 2:

c. Wouter de Vos, gedoopt NG Groenlo febr. 1686, in 1705 soldaat in dienst van de VOC, ontvangt ontslag in 1713, heemraad van Drakenstein 1720 en Stellenbosch 1724 in Zuid-Afrika, koopt in 1722 de boerderij “Libertas” bij Stellenbosch uit de boedel van Adam Tas, was ook eigenaar van een boerderij bij Riebeeck Casteel, genaamd “Dassenheuvel”, vermeld in de inventaris opgemaakt na zijn overlijden in okt. en nov. 1731, overleden ca. 1731, trouwde 1e Stellenbosch 12 sept. 1717 Maria Sophia van der Bijl, overleden ca. 1726, dochter van Pieter van der Bijl en Anna Sophia Bosch, 2e 5 sept. 1728 Elizabeth Morkel, dochter van Philip Morkel en Maria Biebouw]

De boerderij “Libertas” in Zuid-Afrika (foto: André Pretorius).

De weduwe van Frans Meeus, nihil habet 1 pond 10 s.

Marijcken Wouters 9 ponden

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971 f. 283: Marijcken Wouters in de Ramshoorn betaalt in de verponding van 1633 voor twee huizen in de Breestraat, belender: Thonis Ariensz. van Oosterhout timmerman]

Teunis Jans metselaer 2 ponden

Hendrick Cornelis metselaer, nihil habet 1 pond

f. 120v

Pieter Jacobs schrijnwercker, nihil habet 1 pond

Janneken van Diest, nihil habet 2 ponden

De weduwe van Jan Huijgen inde Fonteijn, nihil habet 2 ponden

Jacob Tonis Wijcken 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 754, f. 71: op 11 juni 1613 verkoopt Joris Waters, boekdrukker en burger van Dordrecht, aan Jacob Anthonisz. Wijcken, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Anneken Maertens, ten behoeve van die kinderen, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op twee naast elkaar staande huizen op de Vismarkt, belend door het Vishuis en het huis van de weduwe van Jan van Campen.]

De weduwe van Jan Jaspers Coninck 6 ponden

f. 121

Willem Adriaens lapper 1 pond

D’erfgenamen van Cornelis Willems houtcooper 8 ponden

Gijsbert Bastiaens molenaer, nihil habet 4 ponden

Jaecques Plattebeurs 1 pond

Joost Stoffels smith 2 ponden

f. 121v

Inde Lombaer[t]straet

Aert Cornelis slenaer, nihil habet 1 pond

De weduwe van Aert Cornelis wielmaecker 8 ponden

Marijcken Dircxsen 4 ponden

Jan Jans Fiot 1 pond

Sander Hermans schrijnwercker 2 ponden

f. 122

Laurens Jans egwercker 2 ponden

Aen d’ander sijde

De weduwe van Jan Jans in de Roosenboom, nihil habet 4 ponden

De weduwe van Jan Schalcken, obijt ende is niet[s] gebleeven 2 ponden

D’erfgenamen van Jacob Joosten verwer 1 pond

De weduwe van Daniël Coenen leijdecker, nihil habet 1 pond

f. 122v

Rom[bout Jansz.] den boormaecker 1 pond

Nicolaes de Bruijn 6 ponden

Weder in de Breestraat

Gerrit Pieters bierdrager 1 pond

Quintijn Pieters [van der Velde] backer 4 ponden

[Quintijn Pietersz. (van der Velde), geboren naar schatting ca. 1570, bakkersgezel van Bergen in Henegouwen (1589), bakker, weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende te Rotterdam (1597), weduwnaar van Bergen in Henegouwen wonende in de Oude Breestraat (1628), trouwde 1e NG Dordrecht 24 sept./8 okt. 1589 Machtelt Gerit Geerlincxdr., van Dordrecht (1589), 2e NG Dordrecht 13 april 1597 (ondertrouw, procl. te Rotterdam) Caterijnken Meeuws Willemsdr., van Dordrecht (1597), 3e NG Dordrecht 21 mei/4 juni 1628 (procl. in de Waalse kerk) Emmeke Meus, van Dordrecht, weduwe van Lambrecht Buijs, wonende in de Torenstraat (1628)

ONA Dordrecht inv. 70, f. 64 e.v.: op 2 sept. 1627 leggen ten behoeve van Pouwels Geeritsz. drappenier een aantal bewoners van de Gasthuisbuurt [omgeving Visstraat], o.w. Quintijn Pietersz. bakker, overman, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 768, akte dd 9 febr. 1630: Quintijn Pietersz. vermeldt als belender van een huis in het Loverstraatje, dat op die dag is verkocht aan Jeremias Copijn.

ORA Dordrecht inv. 772, f. 17v: op 7 mei 1639 verkopen Pieter en Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Franchoijs van Tangeren, als man van Catarina Quintijnsz. van der Velde, voor 1200 gl. aan Jan Danckertsz. van Drongelen, pasteibakker te Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Henrick Willemsz. Pastraet bierdrager en dat van Leendert Gillisz. huistimmerman, met nog een woninkje, staande achter het huis van Pastraet en uitkomende in het Loverstraatje. De koper verkoopt aan Pieter Quintijnsz. een jaarlijkse losrente van 25 gl. 15 st. en 10 pen., gehypothekeerd op het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 908, akte dd 6 jan. 1642: op verzoek van Emmeken Meus, weduwe van Quintijn van de Velde, verklaart Jaepken Leendertsdr., weduwe van Silvester Adriaensz., in zijn leven secretaris van Zwijndrecht, dat Silvester enige tijd vóór zijn overlijden ten behoeve van de rekwirante een bedrag van 50 gl. tegen interest heeft uitgezet. Dat bedrag is geleend aan Josep Huijgen te Zwijndrecht.

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter Quintijnsz. van der Velde, juli 1598

ORA Dordrecht inv. 769, 52v: op 21 juli 1632 verklaart Pieter Quintijnsz. van de Velde schuldig te zijn aan Johan Woutersz. een bedrag van 400 gl., te betalen over een jaar met 7 % interest, waarvoor hij verbindt twee gehele huizen, het ene staande in de Oude Breestraat tussen het huis van Marijcken Gillisdr. en het Loverstraatje en het andere in de Vriesestraat tussen het huis van Sijmon [sic] en dat van [naam niet vermeld]. Borg: Quintijn Pietersz. van de Velde, burger van Dordrecht. De schuldbrief is geroyeerd op 2 sept. 1634.

b. Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, aug. 1600, trouwde Janneke Willems

c. Katalina (Catelijntien) Quintijnsdr. van der Velden, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Oude Breestraat (1632), trouwde NG Dordrecht 18 juli 1632 (ondertrouw, in margine: “differatur ad tertiam proclamationem, sed impedimentum ablatum”) Franciscus van Tangeren, jongman van Leiden, “opperateur” (1632)

– 19 juli 1634: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde, als procuratie hebbende van Franciscus van Tangeren “operateur”, als man van Catharina Quintijnsdr. van der Velde, blijkens procuratie op 22 mrt. 1633 gepasseerd voor notaris Silvester Adriaensz., residerende op Zwijndrecht, verkoopt voor 345 gl. aan Jan Jansz., leertouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Claes Thonisz. en dat van de weduwe van Leendert den Tuinman. Waarborgen: Bartholomeus Quintijnsz. van der Velde en Quintijn Pietersz.van der Velde. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 38v)]

De weduwe van Pieter Jans coomen, nihil habet 1 pond

f. 123

Jacob Pieters brouwersknecht, nihil habet 1 pond

Leendert Gillis timmerman 5 ponden

Michiel Jans smith, insolvent gestorven 3 ponden

Inde Spuijstraet

Thonis Goverts slootmaecker 2 ponden

Aernout Philps coomen, is overmidts aermoede gegaen int oude manhuijs 1 pond

f. 123v

De weduwe van Sijmon inde Seijlen 2 ponden

De weduwe van Floris Dircxs cleermaker 1 pond

De weduwe van Cornelis Henricxs backer 2 ponden

Gillis Gerrits cuijper 2 ponden

Frederick Bartholemeus slootmaecker 1 pond

f. 124

De Spuij cappel, niet quotisabel 3 ponden

Sijmon Jans spickermaecker, nihil habet 2 ponden

Steven Stevens smith 6 ponden

Aen d’ander sijde

De weduwe van Johan Lucas, nihil habet 3 ponden

D’erfgenamen van Adriaen Gillis, is niet ten besten 3 ponden

f. 124v

De weduwe van Jan Bouwens schipper 5 ponden

De weduwe van Jacob Andries backer 4 ponden

Pieter Willems glaesmaecker, nihil habet 4 ponden

De weduwe van Adriaen van de Eijnde 2 ponden

Pieter Cornelis cleermaecker 1 pond

f. 125

Abraham Ariens timmerman, obijt nijet naerlatende 1 pond

De weduwe van Floris Dircxs cleermaecker 1 pond

Jan Cors schoenmaecker 3 ponden

Job Willems 6 ponden

Inde Elffhuijsen

Nijsden schuijtenaer [geen bedrag vermeld]

f. 125v

Mr. Hendrick luijtenist 1 pond

Hans Ruwel verwer 3 ponden

Claes Teunis timmerman 1 pond

Willem Claes lintwercker 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 765, f. 66: op 16 sept. 1624 verkoopt Maritgen Lenertsdr., echtgenote van Hans Adriaensz., wonende te Londen in Engeland, als procuratie hebbende van Hans Adriaensz., volgens akte gepasseerd voor notaris Joachum Matheus te Londen op 12 juli 1624 (O.S.), aan Bitter van Reijd de helft van een huis aan de Elfhuizen bij de Spuipoort op de Hil, genaamd “de Posthoorn”, waarvan de wederhelft toebehoort aan Willem Claesz. “lintwercker”.]

Aende Spuijpoort [tegenwoordig Spuiplein]

Cornelis Schalcxs 16 ponden

f. 126

De weduwe van Cornelis van Diemen 2 ponden

Sander den molenaer, nihil habet 1 pond

Thiende quartier, somma 814 ponden

f. 126v

Elffde quartier beginnende vande Vuijlpoort tot aende Seven Sterren [bij de Botgensstraat] aen wedersijden inde Voorstraet

De weduwe van Jacob Staes steenhouder, nichil habet 2 ponden

Claes Pauwels Cramerheijn 4 ponden

T weeskint van Maria van Asperen 12 ponden

Willem Willems coomen 40 ponden

f. 127

Willem Jacobs Bol 18 ponden

[Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) 5 okt. 1617 aangetekend Willem Jacobsz. Bol jongman geassisteerd met Willem Willemsz. en Agnietge Crijnsdr. Louff jonge dochter geassisteerd met Marijge Willems haar tante, getrouwd op 5 nov. 1617

ONA Dordrecht inv. 58, f. 221v: op 1 okt. 1633 comp. Janneken Aertsdr. van Houwelingen, Frans Aertsz. van Houwelingen en Bastiaen Aertsz. van Houwelingen en Willem Aertsz. van Houwelingen, allen kinderen van Aert Bastiaensz., enerzijds en Dirck Jacobsz. zeilmaker, weduwnaar van Janneken Crijnen Louff, Mariche Crijnen Louff, weduwe van Apert Arijensz. Saijer, geassisteerd met haar zwager Dirck Jacobsz., Willem Jacobsz. Bol, als man van Angnietken Crijnen [Louff] en Dirck van Slingelandt, als vader en voogd van Jan van Slingelandt, door hem verwekt bij Dingna Crijnen Louff, allen kinderen van wijlen Grietgen Bastiaensdr. De comparanten verklaren, dat tussen hen nog onverdeeld zijn gebleven zekere goederen, gekomen uit de boedel van wijlen Reijer Bastiaensz., hun oom, waarvan het vruchtgebruik heeft toebehoord aan Dirck Bastiaensz., hun oom, te weten enkele rentebrieven, de helft van 6 morgen 48 roeden land in Klaaswaal, verkocht aan Cornelis van der Hooch in ‘s-Gravenhage voor 920 gl., 90 roeden land in Nieuw-Bonaventura, geschat op 80 gl., en een zesennegentigste deel van gorzen, gelegen aan de Dussen in Raamsdonk, geschat op 60 gl., samen bedragende 2214 gl. 10 st. of voor elke partij 1107 gl. 5 st.

ONA Dordrecht inv. 40, f. 62: op 31 juli 1641 comp. Annitgen van Ganswijck, weduwe van Philps Laurensz., wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Maritgen Pieters. dochter van Pieter Cornelisz. de Meij, gepasseerd voor notaris B. van Eck te Utrecht op 12 juli 1641 (Oude Stijl). De comparante heeft ontvangen van Angenita Crijnen, weduwe van Willem Jacobsz. Bol, wonende te Dordrecht, een somma van 400 gl., gekomen als rest van zeker legaat, dat Maritgen Pietersdr. is aangekomen door overlijden van Willem Willemsz. en Willem Jacobsz. Bol.

ONA Dordrecht inv. 46, f. 175: op 21 juni 1651 verklaart Jan Stevens, wonende te Amersfoort, voor zichzelf en als weduwnaar van Maeijcken Bol en als voogd over zijn vier onmondige kinderen, over te dragen aan Herman van Bornbergen, brouwer wonende te Amersfoort, hetgeen hem en zijn vrouw is aangekomen bij overlijden van Willem Bol Jacobsz., die gewoond heeft in Dordrecht, volgens het besloten testament, dat Bol en zijn vrouw hebben verleden voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 2 febr. 1630. Aan dat erfdeel moeten verhaald worden een somma van 273 gl., hetgeen hij, Jan Stevensz., schuldig is wegens leverantie van bieren en nog een bedrag van 172 gl., waarvoor Bornbergen zich borg gesteld heeft, ten behoeve van ds. Henricus de Bruijn predikant wegens verschenen huishuur.]

De weduwe van Evert Cornelis coomen 6 ponden

Cornelis Everts 12 ponden

Jacob Jans backer 6 ponden

Frans Geemans 4 ponden

f. 127v

Jan Geemans seijlmaecker 1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 20 mrt. 1622: Jan Geementsz. jong gezel en Maeijke Mattijs Meesters jonge dochter beiden van Dordrecht wonen bij Wouter Martensz. de Boefkens, getrouwd op 3 april 1622]

D’heer Melchior van de Brouck 15 ponden

[Melchior van den Brouck, geboren ca. 1567, weduwnaar (1600), trouwde 2e NG Dordrecht 25 juni/9 juli 1600 Anneken Wielant Jansdr., van Dordrecht (1600)

ONA Dordrecht inv. 11, f. 457v: verklaring dd 18 febr. 1615 door o.a. Melchior van den Brouck, lakenkoper en burger van Dordrecht, 48 jaar oud.

ONA Dordrecht inv. 80, f. 100: verklaring dd 6 okt. 1622 door o.a. Melchior van den Brouck, schepen in wette van Dordrecht, 55 jaar oud, op verzoek van Charles de la Ruelle.]

D’heer Maerten de Boeffkens 20 ponden

[Maerten Cornelisz. de Bouffkens, weduwnaar (1584), weduwnaar van Dordrecht (1598), zeilmaker,  schepen in wette van Dordrecht, trouwde 1e NN (Clara ?), 2e NG Dordrecht 4 nov. 1584 (ondertrouw) Mariken de Jong Jansdr., van Dordrecht (1584), 3e NG Dordrecht 4/18 okt. 1598 Stijntken Jansdr., van Dordrecht (1598)

ONA Dordrecht inv. 8, f. 96: op 3 aug. 1622 verklaren Maerten Cornelisz. de Bouffkens en zijn vrouw Stijntken Jansdr., dat zij aan Wouter en  Henrick Maertensz. de Bouffkens bij het aangaan van hun huwelijk elk een bedrag van 1500 gl. gegeven hebben. Voor Henrick hebben zij bij zijn huwelijk 400 gl. aan wijn,  aan  juwelen en zilverwerk voor zijn bruid ongeveer 225 gl., voor zijn bruidegomskleren ongeveer 350 gl., voor bruidegomshemden en lijnwaad 224 gl. en voor banketsuiker ongeveer 45 gl. De uitgaven voor het bruilofsfeest van Wouter beliepen eerder meer dan minder dan die voor Henrick. Zij hebben aan Cornelis Maertensz. de Bouffkens, de tweede zoon van Maerten Cornelisz. de Bouffkens, “tot bevorderinge van zijne coopmanschappe” ongeveer 1000 gl. verstrekt en aan mondkosten voor hem ten minste 150 gl. per jaar. Samen bedragen die uitgaven 9488 gl., waarmee hij, comparant, zijn drie voorkinderen “ten vollen jae tover” toebedeeld heeft de 8000 gl., die hij bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn vrouw heeft gepasseerd, beloofd heeft.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 26 mrt. 1629: Maerten Cornelisz. de Bouffkens testeert. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn zoon Henrick Maertensz. de Bouffkens en Clara Woutersdr. de Bouffkens, de enige nagelaten dochter van zijn overleden zoon Wouter de Bouffkens. [Diens weduwe] Geertruijt Lenertsdr. van de Hatert zal gehouden zijn Clara te onderhouden tot zij mondig is geworden. Indien Clara ongehuwd komt te overlijden, zullen de door haar te erven goederen komen aan testateurs zoon Henrick of bij vooroverlijden aan zijn nakomelingen. Als Henrick en Clara komen te overlijden zonder kinderen na te laten, zullen de door hen te erven goederen komen aan de kinderen of nakomelingen van testateurs broer. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zoon Henrick en zijn neef Michiel Feltrum.

ONA Dordrecht inv. 8, f. 188: op 10 juni 1629 bevestigt Maerten de Bouffkens, ziek in bed liggende, het testament van 26 mrt. 1629, met de volgende wijziging: hij wenst, dat zijn zoon Henrick Maertensz. de Bouffkens behouden zal het huis, waarin hij, comparant, woont met alle kasten, banken en tafels, die zich daarin bevinden, waarvoor hij moet inbrengen in de gemeenschappelijke boedel een somma van 5000 gl. Als hij, comparant, komt te overlijden binnen een jaar, nadat zijn zoon in het huis is komen wonen, moet hij, de zoon, voor dat jaar huur betalen.

Kinderen (ex 1, volgorde onzeker):

a. Henrick Maertensz. de Bouffkens, van Dordrecht (1613), zeilmaker, raad in wette van Dordrecht,  trouwde NG Dordrecht  30 juni/21 juli 1613 Janneke Jacob Jaspersdr., van Dordrecht (1613)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 496v: op 18 juli 1626 verklaren Hendrick Maertensz. de Boefkens en Gillis Jansz., de man van Geertruijt Leendertsdr. van de Hatert, eerder weduwe van Wouter Maertensz. de Boefkens, wonende te Dordrecht, dat zij van Gerrit Willemsz. Vredenburch, factoor te Amsterdam, ontvangen hebben een bedrag van 85 gl. wegens de leverantie van honing, die wijlen Cornelis Maertensz. de Boefkens, resp. hun broer en zwager, aan Vredenburch verkocht heeft.

ONA Dordrecht inv. 63, f. 159: op 15 juni 1650 passeert Janneken Jacobsdr., weduwe van Hendrick Maertensz. de Boefkens, raad in wette van Dordrecht. Zij prelegateert aan haar jongste dochter Janneken de Boefkens een somma van 2000 gl., die haar getrouwde kinderen Jacob de Boefkens en Clara de Boefkens bij het aangaan van hun huwelijk ook van haar gekregen hebben, alsmede een nieuw bed met toebehoren en bovendien voor haar uitzet, bruilofsfeest en kleding een somma van 1200 gl. Zij prelegateert aan Janneken ook haar kleren, juwelen en zilverwerk. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar drie kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen en tot voogden over haar jongste dochter stelt zij aan haar neef Machiel Feltrum, haar zoon Jacob de Boefkens en haar zwager Wouterus Cools.

ONA Dordrecht inv. 63, f. 454: op 3 mei 1651 bevestigt Janneken Jacobsdr., weduwe van Hendrick Maertensz. de Boefkens, het testament, dat zij heeft gemaakt samen met haar man ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht op 18 sept. 1645, voor zover niet strijdig met het navolgende. Met betrekking tot de helft van ongeveer 9 morgen leenland in de Nes te Alblasserdam, waarvan de wederhelft toebehoort aan Machtelt Feltrum, wenst zij, dat het onder haar drie kinderen verdeeld wordt, ofwel dat haar dochters Clara en Janneke of bij vooroverlijden hun nakomelingen daarvoor uit de gemeenschappelijke boedel gecompenseerd worden. Als haar zoon hiertegen bezwaar maakt, prelegateert zij aan haar dochters elk een somma van 600 gl.

Kinderen (volgorde onzeker):

a-1. Jacob de Boefkens

a-2. Clara de Boefkens

a-3. Janneken de Boefkens

a-4. Martijnke, gedoopt NG Dordrecht juni 1628

b. Cornelis Maertensz. de Bouffkens, geboren ca. 1580, koopman in greinen, overleden tussen 3 aug. 1622 en 18 juli 1626

ONA Dordrecht inv. 22, f. 450: verklaring dd 15 dec. 1617 door o.a. Cornelis Mertensz. de Bouffkens, 37 jaar oud, koopman in greinen en burger van Dordrecht.

c. Wouter Maertensz. de Bouffkens, van Dordrecht (1605), weduwnaar van Dordrecht (1616), zeilmaker, overleden tussen okt. 1622 en 28 juli 1624, trouwde 1e NG Dordrecht 27 mrt./24 april 1605 Claerken Jan Lenaertszdr., van Dordrecht (1605), 2e NG Dordrecht  22 mei/19 juni 1616 Geertruijd Lenaert Sibertsdr. van de Hatert, van Dordrecht (1616), weduwe van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), trouwde 2e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1624 Gillis Jansz. (van der Hulck), weduwnaar van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk bij de Blauwpoort (1624), houtkoper

Kinderen (o.a.):

c-1. Claertgen de Bouffkens, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, trouwde Cornelis Block, burgemeester van Geertruidenberg

c-2. Lenaert, gedoopt NG Dordrecht okt. 1622, jong overleden]

Sijbert Sijberts Wor 4 ponden

Frans Dircxs Wijcke 8 ponden

[NG trouwboek 13 mei 1607: Frans Dirksz. Wijcke schipper aan de Vuilpoort op het hoekhuis en Henricxken Henric Cornelisdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 12 juni 1607]

Damas Sieren cruijdenier 4 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 6v e.v.: op 30 jan. 1621 verklaart Damas Sieren, burger van Dordrecht, tot “indemniteijt” van de borgtocht, die Adriaen Sieren en mr. Adriaen van Meusienbroeck voor hem ten behoeve van Catharina Cornelisdr. gepresteerd hebben, verbonden te hebben een huis omtrent de Vuilpoort, waar uithangt “’t Soutschip”, staande tussen het huis van Nicolaes Willemsz. de Wit, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Henrick Maertensz. de Bouffgens.

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 7v e.v.: op 18 febr. 1621 verkoopt Folpart Crom, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Damas Sieren, koekenbakker en burger van Dordrecht, een oliemolen, staande achter het erf van de koper, en een leeg erfje. liggende naast het erf van de oliemolen en komende achter het huis van Henrick de Bouffkens zeilmaker. Waarborgen: Anthonij van den Biesheuvel en Henrick van Bree.]

Goossen Gerrits Cranendoncq 4 ponden

f. 128

De weduwe van de heer Nicolaes Willems de With 30 ponden

[Nicolaes Willemsz. de Wit, van Dordrecht (1584), schepen in wette van Dordrecht,  trouwde NG Dordrecht 11/25 nov. 1584 Michielken Joostdr. van Loon

ONA Dordrecht inv. 29, f. 132: op 10 juni 1625 testeert Michala Joosten van Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit, schepen in wette van Dordrecht, wat ziekelijk zijnde. Zij legateert aan het “ermegasthuijs” van Dordrecht een somma van 300 gl., aan Emerens Dircxsdr., haar nicht, een bedrag van 400 gl., en aan haar dochter Maria de Wit, de vrouw van Pieter de Carpentier, haar kleren, goud en zilver en juwelen, zes zitkussens en twee rabatten, die door haar dochter zijn gemaakt, of bij vooroverlijden aan haar dochters. Zij prelegateert aan haar jongste zoon Willem de Wit een somma van 2700 gl. [?, moeilijk leesbaar] en zijn wenst, dat Willem zijn eigen voogd zal zijn. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen en kindskinderen en tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Thomas de Wit, Pieter de Carpentier en Willem de Wit, zodra hij mondig is geworden of gaat trouwen.

ONA Dordrecht inv. 29, f. 170: codicil bij het voorgaande testament van 10 juni 1625. De testatrice wil, dat de goederen, die de kinderen van Joost de With, haar zoon, van haar zullen erven na het overlijden van beide kinderen zonder dat zij kinderen nalaten of dat die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of voordat zij gaan trouwen, zullen komen “aen de sijde van haer comparante”.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 745: op 3 mrt. 1643 verklaren Thomas de Wit Nicolaesz. en Pieter de Carpentier, magistraten te Dordrecht, als executeurs van het testament van Michale Joosten de Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit, resp. hun moeder en schoonmoeder, dat Alidt de Wit, enige dochter van wijlen Joos de Wit, die mede een zoon was van Michale de Loon, bij de scheiding van de goederen van haar grootmoeder, Michale de Loon, is aanbedeeld een aantal rentebrieven.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 714: op 24 april 1646 comp. Pieter de Carpentier, schepen in wette van Dordrecht, als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij wijlen Maria de Wit, Jacomina Thibouts Francoisdr., weduwe van Thomas de Wit, en Herbert van der Meijde, landdrost tussen de Lek en de Zuiderzee, als man van Alidt de Wit, de dochter van Joost de Wit, door hem verwekt bij Maria van Meuwen, allen kinderen en erfgenamen van Machela Joosten de Loon, weduwe van Nicolaes Willemsz. de Wit. De comparanten verklaren de goederen, die hun schoonmoeder resp. grootmoeder heeft nagelaten onderling verdeeld te hebben. Daarbij is aan Pieter de Carpentier o.a. aanbedeeld een aandeel in de WIC (kamer Dordrecht) van 900 gl., aan Jacomina Thibouts een aandeel in de VOC (kamer Amsterdam van 600 gl. en aan Herbert van der Meijde nomine uxoris een derde part met nog een vierde part in een derde part van 17 morgen griendingen, gelegen in Backerskil in jurisdictie van de Werken in het ressort van Werkendam.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Joost de Wit, 21 mrt. 1586, trouwde Maria van Meuwen

ONA Dordrecht inv. 13, f. 135: op 28 sept. 1625 heeft notaris Pauwels Eelbo zich op verzoek van Barbara Martini, de vrouw van Jan de Lus, zich vervoegd bij Joos de Wit, koopman en burger van Dordrecht, en aan hem verzocht kopie te leveren van de “wederroepinge” van een contract gemaakt tussen de moeder van wijlen kapitein De Loon, die de eerste man van Barbara Martini is geweest “ende De Loon selffs daer als voocht over gestaen heeft Adriaen Jacobsz. van Sprang, gemaeckt tot Oosterhout, geleden omtrent echte ofte negen jaren sijnde onder meer andere pampieren ende munumenten in seker cofferken onder … Joos de Wit berustende”. De Wit gaf daarop als antwoord, dat hij het koffertje niet had of ooit gehad heeft, maar dat er een koffertje was ten huize van zijn vader Claes Willemsz. de Wit, waarin zich zekere papieren en andere zaken bevonden betreffende Barbara Martini en de voorkinderen van kapitein Van Loon, en dat hij Barbara Martini niet kon helpen aan voornoemde kopie.

Dochter:

a-1. Alidt de Wit, trouwde Herbert van der Meijde, landdrost tussen de Lek en de Zuiderzee

b. Johannes, okt. 1590

c. NN, okt. 1597

d. Thomas de Wit, koopman, trouwde Jacomina Thibouts Francoisdr.

e. Willem de Wit, nov. 1602

f. en g. Cornelia en Helena, dec. 1604

h. Maria de Wit, trouwde Pieter de Carpentier, schepen in wette van Dordrecht.]

Dirck Bastiaens 50 ponden

[ONA Dordrecht inv. 16, f. 139 e.v.: op 6 juli 1627 comp. Dirck Jacobsz., zoon van Jacob Willemsz en Grietgen van Eijnde, enerzijds, Willemtgen Fransdr., weduwe van Ghijsbert Back, dochter van wijlen Frans Willemsz., geassisteerd met Sebastiaen van de Graeff, Frans Willemsz., zeilmaker, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Willemsz., zijn onmondige broer, beiden kinderen van Dingentgen Fransdr., die een dochter was van Frans Willemsz., ter tweede zijde, en Pieter Pietersz. Both, als man van Dingentgen Pietersdr., Jan Pietersz. bakker, Elbert Damen als man van Janneken Pietersdr., voornoemde Dirck Jacobsz. en Willem Jacobsz. Bol, als testamentaire voogden van het weeskind van Neeltgen Pietersdr., bij haar verwekt door Aert Nicasius, Francoijs Philipsz. van de Graeff, als man van Willemtgen Pietersdr., Cornelis Cornelisz. Keijser, als man van Sara Pietersdr., en Dirck Damen, als man van Aeltgen Pietersdr., allen kinderen en kindskinderen van Pieter Willemsz., ter derde zijde. De comparenten zijn samen erfgenamen van Mariken Willemsdr., die echtgenote was van Dirck Bastiaensz. De comparanten verklaren, dat zij de goederen die zij en de erfgenamen van Dirck Bastiaensz. geërfd hebben, onderling bij blinde loting verdeeld hebben. Er zijn drie kavels gemaakt, A, B. en C., waarvan aan Dirck Jacobsz. is toebedeeld kavel A,  nl. o.a. land in Strijen, een huis aan de Vuilpoort, in welk huis Dirck Bastiaensz. en Marichgen Willemsdr. overleden zijn, genaamd “de Drije Hoefijsers”, en een aantal obligaties. Kavel B is toegevallen aan de erfgenamen van Frans Willemsz. en omvat o.a. land in Klaaswaal, land in Heinenoord, land in Nieuw-Bonaventura, de helft van een huis achter in de Vriesestraat, en een aantal obligaties. Kavel C is toebedeeld aan de kinderen en kindskinderen van Pieter Willemsz. en omvat o.a. land in Hendrik-Ido-Ambacht, land in Sandelingenambacht, nog meer land in Hendrik-Ido-Ambacht, land te Lekkerkerk in Schouwacht, een huis in de Dolhuisstraat, en de helft van land aan de Dussen. De comparanten verklaren in gemeenschappelijk bezit te houden zeker land aan de Dussen en te Raamsdonk, eertijds gekomen van wijlen Reijer Jacobsz., alsmede de helft van een obligatie, sprekende op Dirck Jansz. in Hofwegen. Elk van genoemde partijen blijft gehouden aan Arije Starcken uit te reiken in geld of obligaties een somma van 1066 gl. 13 st. en 8 penn., uit de inkomsten waarvan Starcken moet betalen aan Willem Arijensz. van der Burch, zoon van Neeltgen Willemsdr., bij haar verwekt door wijlen Arijen Willemsz. van der Burch, jaarlijks tot aan zijn overlijden een bedrag van 200 gl., overeenkomstig het testament van Marijken Willemsdr. Dat bedrag zal na het overlijden van Willem Arijensz. van der Burch wederom toekomen aan Arije Starcken.]

De weduwe van Aper Adriaens 2 ponden

Gerrit Gerrits Walburch 1 pond

Jan Dircxs van Driel [ brouwer in “de Ruijt”] 30 ponden

[Jan Dirxcsz. van Driel, geboren ca. 1552, brouwer in “de Ruijt”.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 520: verklaring dd 6 sept. 1645 door o.a. Johan van Driel, gewezen brouwer in “de Ruijt”, burger van Dordrecht, ongeveer 75 jaar oud. Hij verklaart, dat Maijken Pieters, dochter van Pieter Snel, schipper wonende in Strijen, ongehuwde persoon in mei 1636 als dienstmaagd bij hem is komen wonen, en dat voor zover hij weet Maijken geen kind “bij manden geteelt … heeft gehadt”. ]

f. 128v

Jacob van Wesel 4 ponden

De weduwe van Jan Huijgen olijslager 20 ponden

Frans Roeckus [van Wesel] houtcooper 8 ponden

[ONA Dordrecht inv. 30, f.1: op 14 jan. 1626 testeren Frans Rocusz. van Wesel houtkoper en zijn vrouw Maricken Joppen, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat na diens overlijden zijn of haar goederen verdeeld moeten worden onder de erfgenamen van de testateur voor de ene helft en de erfgenamen van de testatrice voor de wederhelft. Als de testatrice als eerste komt te overlijden en de testateur gaat hertrouwen en hij bij zijn tweede vrouw kinderen verwekt, die in leven zullen blijven tot aan zijn overlijden, wenst zij, testatrice, dat die kinderen uit haar goederen een somma van 2000 gl. zullen krijgen. Zij wil tevens, dat haar twee broers, Cornelis Joppen de jonge en Jan Joppen, en haar zuster Aeltgen Joppen, het vruchtgebruik zullen hebben van al haar na te laten goederen, indien zij de laatststervende zal zijn, en dat de eigendom van die goederen zullen komen aan de kinderen van Cornelis Joppen de oude, de kinderen van Bastiaentgen Joppen en de kinderen van Soetgen Joppen. De testateur legateert nog aan de zoon van zijn zuster, genaamd Rocus de Gelder, een somma van 300 gl. Tot voogd en executeur-testamentair benoemen zij Francoijs Govertsz. van der Velde.

ONA Dordrecht inv. 35, f. 397: op 29 juli 1633 comp. Frans Rocusz. van Wesel, als man van Marijken Joppen, enerzijds, Cornelis van Drijel, als man van Neeltgen Cornelisdr. en tevens vervangende Adrijana en Soetgen Cornelisdrs., ten tweede zijde, en Reijnijer Aertsz., voor zichzelf en Adriaan Spierincx, als man van Aeltgen Aertsdr., samen vervangende Adrijaen Aerts, ten derde zijde, samen erfgenamen van Jan Joppen, resp. hun oom, broer en oom. De comparanten verklaren de nalatenschap van Jan Joppen onderling verdeeld te hebben. Daarbij is aan Frans Rocusz. van Wesel toegevallen het huis, waarin Jan Joppen is overleden, genaamd “het Vergulde Rad”, staande omtrent de Vuilpoort tussen het huis van Abraham Coopman en dat van Sijmon van Gesel brouwer. Jan Corsz. Pincx is namens zijn vrouw “over langen tijt” voldaan wegens zijn aandeel in de nalatenschap van Jan Joppen. Voorts dient geweten te zijn, dat het voornoemde huis belast blijft met een somma van 800 gl., waarvoor Frans Rocusz. van Wesel aan Adriaentgen Cornelisdr., gewezen dienstmaagd en nicht van Jan Joppen, jaarlijks als interest uitkeren zal een somma van 50 gl. Het bedrag van 800 gl. zal na haar dood onder de comparanten worden verdeeld, te weten aan Frans Rocusz. van Wesel een derde part, aan Cornelis van Drijel met de zusters van zijn vrouw een derde deel, en aan Reijnijer Aertsz. met zijn broer en zuster het laatste derde part.]

Quirijn Everts 5 ponden

De weduwe van Emer Jans beenhacker 9 ponden

[ONA Dordrecht inv. 19, f. 82: op 12 juni 1615 verklaart Emer Jansz., beenhakker en inwoner van Dordrecht, als eigenaar van het huis, genaamd “den Cleijnen Osch”, staande tegenover de Visbrug aan de waterzijde tussen de brouwerij “’t Hart”, toebehorende aan Michiel Coterman brouwer en het huis van Lucretia Ooms, weduwe van Cornelis Pietersz. van Scharlaken, dat hem door Coterman “bij provisie” is toegestaan een deur te laten zetten achter de stal van zijn huis “beneffens sijns comparants buijstelback … responderende op de buijstelcuijp van … Coterman”, en dat alles opdat hij, comparant, door die deur gemakkelijk de buistel [bostel = restproduct van de bierbrouwerij, gebruikt als veevoer] uit de brouwerij zou kunnen brengen naar zijn buistelbak, “daer hij andersints genootdruckt was eenen anderen ongelegene tech te moeten kijesen”. De toestemming is echter niet anders dan een “provisionele vergunninge”, zodat Coterman of diens erfgenamen die vergunning altijd weer kunnen intrekken.]

f. 129

Willem Jans Palm 14 ponden

[I. Willem Jansz. Palm, kaaskoper van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 26 mrt. 1603 (ondertrouw) Aertken Wijken Dirksdr., van Dordrecht (1606)

25 jan. 1658: voorwaarden, waarop de kinderen en de voogd van de minderjarige kleinkinderen en erfgenamen van wijlen Aertgen Wijcken, weduwe van Willem Jansz. Palm, willen verkopen een huis, genaamd “het Boterhuijs”, staande omtrent de Vuilpoort bij de Ruitenstraat tussen het huis van Willem Willemsz. Palm en het huis van Adriaen Spierincx, met een vrije uitgang op de stadsvest, alsmede een stal of huisje, dat erachter staat. Op 28 jan. 1658 zijn kapitein Johan Palm, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchoijs Palm, als medevoogd over de kinderen van wijlen Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, Dirck Palm, Jacob Lambertsz. van der Radt, als man van Pieternella Palms, Adriaen van Wingaerden, als man van Aechien Palms, en Dorothea Palms, meerderjarige ongehuwde dochter, enerzijds en Willem Palm, anderzijds, overeengekomen, dat Willem Palm het huis voor 8046 gl. 5 st. op zijn erfportie zal aannemen. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 257 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johan Willemsz. Palm, geboren naar schatting ca. 1606, OSP, trouwde 2e Margrieta de Rouw

5 mrt. 1665: codicil van Johan Palm Willemsz., koopman en burger van Dordrecht, ziek in een stoel zittende. Hij bevestigt het testament, dat hij heeft gepasseerd voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 23 sept. 1655. Hij wenst, dat zijn broer Willem Palm van het geld, dat hij volgens het voornoemde testament is gehouden “van sijne naertelaten goederen, onder te nemen, tot het gaende houden van den Olijmeulen”, niet meer aan interest zal betalen dan 4 % jaarlijks. Hetgeen testateurs broer Willem Palm en zuster Dorothea Palms van hem zullen erven, zullen zij “liber en vrij sonder eenige subjectie” mogen bezitten, maar de erfporties van zijn overige broers en zusters zullen “subject fideïcommis” moeten blijven. De erfportie van de kinderen van zijn overleden zuster Anna Palms, bij haar verwekt door Isaack Nachtegael, zal eveneens “subject fideïcommis” moeten  blijven. De testateur wenst, dat zijn zwager Jacob Lambertsz. van der Radt het beheer zal houden over de goederen, die hij aan diens vrouw en kinderen heeft gelegateerd, totdat die kinderen mondig worden. Hij legateert aan Johan Palm, het zoontje van zijn broer Willem Palm, van wie hij peetvader is, een bedrag van 150 gl. en aan Hendricxken Hendricx een jaarlijkse uitkering van 15 gl. Zijn huidige vrouw Margrieta de Rouw zal, zo lang het haar gelieven zal, mogen blijven wonen in zijn huis op de hoek van de Pelserbrug, mits daarvoor betalende een somma van 26 ponden groten Vlaams per jaar en een derde deel van de verponding. Zij zal na zijn overlijden voor 1300 gl. mogen overnemen zijn tuin, liggende aan de weg tussen de Vriese- en de Spuipoort, belend door de tuin of blekerij van De Sont aan de ene en de tuin van Anthonij Vivien aan de andere zijde. Hij benoemt in de plaats van zijn broer Dirck Palm tot executeur-testamentair en voogd over zijn minderjarige erfgenamen (met uitzondering van de kinderen van Jacob Lambertsz. van der Radt) zijn broer Willem Palm. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 39 e.v.)

b. Pieternella Palm, geboren naar schatting ca. 1607, trouwde Jacob Lambertsz. van der Radt

c. Aagke Palm, okt. 1608, trouwde NG Dordrecht 17 juli 1639 Adriaen van Wingaerden

d. Lisebet, april 1617, vermoedelijk jong overleden

e. Dorotea Palm, febr. 1619, ongehuwd, overleden in of na 1658

f. Dirck Palm, nov. 1620

g. en h. Willem Palm en Francoijs Palm, okt. 1622

i. Anna Palm(s), geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1649), trouwde NG Dordrecht 4 juli (2e gebod)/20 juli 1649 Isaac Nachtegaal, jongman van Middelburg (1649)

7 sept. 1657: voorwaarden, waarop Johan Palm en dr. Johan de Jongh, als voogden over de weeskinderen van Isaack Nachtegaal en Anna Palms, beiden overleden, willen verkopen een huis met een brouwerij, genaamd “den Eenhoorn”, staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Marinus van der Lisse en dat van Jan Mattheusz. van Beverwijck. Het huis en de brouwerij worden op een openbare verkoping voor 12.620 gl. verkocht aan kapitein Gillis van Hemert en Geerit van Beaumont. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 181 e.v.)]

Sijmon van Gesel brouwer [in “het Claverblat”]  24 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 22 april 1612: Simon Simonsz. van Gesel en Helena van de Grave Willemsdr., beiden van Dordrecht, getrouwd in mei [sic] 1612.

ONA Dordrecht inv. 18, f. 176: op 9 juni 1612 verlenen Henrick Willemsz. van de Graeff, koopman te Rotterdam, voor zichzelf, en Adriaen Pietersz. de Wijer, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Willem Gerritsz. verver, mede vervangende Sijmon van Gesel, als man van Helena Willemsdr., procuratie aan Job Damisz. van Slingelant om voor hen te transporteren een visstal [op de Vismarkt te Dordrecht].

ONA Dordrecht inv. 21, f. 37: op 21 jan. 1615 verkoopt Lambert Cornelisz. de Post metselaar aan Sijmon Cornelisz. van Gesel, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Johan Bongaert houtkoper en het huis van de verkoper, en “heeft den cooper sijnne keure welck van twee der voorsz. huijsen hij Cooper nemen sall”.

ORA Dordrecht inv. 1593, f. 66v e.v.: op 11 juli 1616 verklaart Floris van Cuijl, brouwer en burger van Dordrecht, dat hij “tot verseeckeringe ende indemniteijt van alsulcken acte van condemnatie van garant” als Pieter Aertsz. Brantwijck, heer van Blokland, op hem, comparant, op 15 sept. 1614 heeft verkregen om gegarandeerd te zijn van zekere obligatie van 600 gl. ten behoeve van wijlen Sijmon Cornelisz. van Gesel, verbonden heeft een huis en brouwerij omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Adriaen den Groenen en dat van Jop Cornelisz. wagenmaker.

ONA Dordrecht inv. 35, f. 430: op 31 aug. 1633 verleent Sijmon van Gesel, brouwer in “’t Claverblat”, procuratie aan een niet met naam en toenaam vermelde persoon om te vorderen van Pieter Leijnsz. alias Pier van Brugge betaling van een somma van 58 gl. 10 st. wegens leverantie van bier en lege vaten.]

D’erfgenamen van Job Cornelis wagemaker 10 ponden

D’heer Abraham Jans coopman 24 ponden

Goovert Roeckus [van Wesel houtkoper] 5 ponden

[16 april 1626: Jan Henricxsz. van Slingerlant, Abraham Henricxsz. van Slingerlant, Pieter Claesz. van Hensberch, als man van Maddaleentge Henricxdr. van Slingerlant, en Jacob Stoop Dircxsz., als man van Henricxken Nicolaes Coltsensdr., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zuster, verkopen aan Govert Roechusz. van Wesel, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Aefken Henricx, weduwe van Roechus Fransz. van Wesel, en dat van Gerrit Schut. De koper is schuldig aan Maria Bouwensdr. van Bercheijck een somma 4100 gl. Borgen: Evert Schrevelsz. van Eijssel en Schrevel Evertsz. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 11v)]

De weduwe van Roeckus Frans [van Wesel] 6 ponden

f. 129v

Gerrit Aerts Schut 3 ponden

De weduwe van Dirck Henricxs 4 ponden

Jacob van de Eijck laeckencooper 6 ponden

De weduwe van Adriaen Hermans brouwer met haer ongehoude kinderen 40 ponden

[Adriaen Hermans was brouwer in “het Rijpland” (in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug). Hij werd in 1603 lid van het Grootkoopmansgilde. Hij werd geboren ca. 1562 en overleed tussen 9 juli 1610 en 25 sept. 1614 (ONA Dordrecht inv. 20, f. 317). Hij trouwde met Marike Gisbers.

ONA Dordrecht inv. 17, f. 35: op 9 juli 1610 comp. Pieter Aertsz. van Derek molenaar, 43 jaar oud, en Adriaen Hermansz., brouwer in “’t Rijplandt”, 48 jaar oud. Zij verklaren op verzoek van Jan Vassen, dat zij enige tijd geleden geweest zijn in de herberg “de Samson”, waar mede aanwezig waren de weduwe van mr. Barent Hermansz., scherprechter te Dordrecht, en de vrouw van Jan Vassen, om o.a. te spreken over de betaling van het meesterloon van de wond, die Jan Vassen mr. Barent had toegebracht. Door tussenspraak van de deposanten zijn beide vrouwen toen overeengekomen, dat Jan Vassen zou betalen aan de doktoren, apothekers en chirurgijns de kosten van de behandeling van de wond van mr. Barent.]

ONA Dordrecht inv. 19, f. 89: op 9 mei 1615 verklaart Cornelis Cornelisz. Couck, biersteker te Vianen, schuldig te zijn aan Marike Gisbers, weduwe van Adriaen Hermansz., brouwer in “het Rijplant”, een somma van 708 gl. wegens de leverantie van bier. ]

Pieter van Dijck 6 ponden

f. 130

De weduwe van Teunis Cornelis asijnmaecker 6 ponden

Cornelis Dircxs asijnmaecker 2 ponden

Laurens de Gelder [makelaar] 20 ponden

[Laurens Cornelisz. de Gelder, geboren naar schatting ca. 1570, makelaar te Dordrecht, overleden tussen 6 mei 1624 [ORA Dordrecht inv. 1601, f. 40] en 1 juli 1627

NG trouwboek Dordrecht 10 jan. 1593: Laurens Cornelisz. van Gelder van Breda en Neeltje Simon Niclaesdr. van de Mijl, getrouwd op 31 jan. 1593

NG trouwboek Dordrecht 20 nov. 1616 Laurens de Gelder Cornelisz. weduwnaar van Breda en Adriana Ariensdr. weduwe van Adriaen Stevensz. van Dordrecht, getrouwd op 11 dec. 1616

Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 17 dec. 1655: een baar op de hoek van de Dolhuisstraat voor Adrijana Ariens, weduwe van Laurens de Gelder, vier maal luiden.

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 261: op 1 juli 1627 compareren ter weeskamer Adriaentgen Ariensdr., laatst weduwe van Laurens Cornelisz. de Gelder, geassisteerd met haar vader Adriaen Willemsz. Ou[de]man, enerzijds en Willem Jansz. Louff, als man van Maria de Gelder, Abraham van de Mijle, als ” bloetvrient” en vrijwillige voogd van Francoijs de Gelder en Janetta de Gelder, Francois Govertsz. van de Velde en Frans Rochusz. van Wesel, als voogden van de weeskinderen van wijlen Simon de Gelder, allen kinderen van Laurens Cornelisz. de Gelder, door hem verwekt bij Neelken Sijmonsdr. van der Mijle, en Abraham Jansz. Palm en Wouter de Gelder, als voogden van Cornelis de Gelder en Neeltgen de Gelder, kinderen van Laurens Cornelisz. de Gelder, door hem verwekt bij zijn tweede vrouw Adriaentgen Adriaensdr., anderzijds. De comparanten zijn, “nae voorgaende inspectie vande huwelijckxe voorwaerden”, die  tussen Laurens de Gelder en Adriaentgen Adriaensdr. op 19 nov. 1616 zijn gemaakt, alsmede van de inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Laurens de Gelder, overeengekomen door tussenspraak van Melchior van den Broucke, burgemeester van ’s herenwege van Dordrecht, en van voornoemde Adriaen Willemsz. Ouweman, overeengekomen aangaande de verdeling van de goederen, die door Laurens de Gelder zijn nagelaten, dat zijn weduwe alleen zal behouden alle voornoemde goederen, mits zij op zich zal nemen alle lasten uitschulden, waarmee de boedel is belast of nog belast zal worden te voldoen. Daartegen Wouter de Gelder, Willem Jansz. Loeff en voornoemde voogden zullen aanbedeeld blijven aan een somma van 1500 gl. , die Adriaentgen Adriaensdr. gehouden zal zijn aan elk van voornoemde kinderen en kindskinderen uit te reiken. Bovendien zal zij aan allen moeten uitdelen de kleren van wol en linnen en de wapens, die aan haar overleden man toebehoord hebben, alsmede aan elk een ” vereeringe” van zilverwerk en moeten uitreiken hetgeen Laurens de Gelder is aanbestorven bij overlijden van zijn nicht Grietken Jacobsdr. Schots, bedragende ongeveer vier of vijfhonderd gl. Adriaentgen zal bovendien aan Francoijs de Gelder en Jannette de Gelder betalen in plaats van hun moederlijke goederen ieder een somma van 1000 gl., overeenkomstig het testament van Laurens de Gelder en zijn eerste vrouw, gepasseerd op 9 april 1614 ten overstaan van notaris H. van Naerden. Adriaentgen zal voorts gehouden zijn haar twee kinderen Cornelis en Neeltgen [Cornelia] te onderhouden etc. tot zij twintig jaar zijn geworden of gaan trouwen, mits zij daarvoor het jaarlijkse inkomen van de door hen te erven goederen krijgt.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 115v: op 18 nov. 1627 verklaart Adriaentgen Arijensdr., laatst weduwe van Laurens Cornelisz. de Gelder, volgens een akte van scheiding, die zij en de erfgenamen van haar overleden man hebben gepasseerd op 1 juli 1627, te transporteren aan Wouter de Gelder, zoon en mede-erfgenaam van Laurens de Gelder, een huis omtrent de Grote Kerk, genaamd “Manna” en staande tussen het huis van Arent Maertensz., ambachtsheer van Barendrecht, en het huis “den Witten Arent”.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 562: op 22 sept. 1648 testeert Adriaentgen Arijensz., laatst weduwe van Laurens de Gelder, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een bedrag van 200 gl., aan het weeshuis t.b.v de arme wezen 100 gl., aan het krankzinnigenhuis 100 gl.,  aan haar beide ongetrouwde nakinderen Cornelia en Cornelis de Gelder, bij haar verwekt door Laurens de Gelder, voor hun huwelijksgoed, zoals feesten en kleding, “mitsgaders ’t versterff”  van hun halfbroer  wijlen Jacob Arijensz., elk een bedrag van 6000 gl. met een bed,, beddengoed, twee dozijn servetten, zes tafellakens en twee zilveren zoutvaten. Aan Cornelis de Gelder legateert zij nog een nieuwe eiken blok- of linnenkast en dat alles ter vergelijking van hetgeen haar beide getrouwde voorkinderen, m.n. Govert en Maijken Arijens Braets, bij haar verwekt door haar eerste man Adriaen Stevensz. Braets, van haar, testatrice, reeds gehad hebben. Zij legateert aan haar dochters Maijken Braets en Cornelia de Gelder elk een somma van 3000 gl. en benoemt tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen haar kinderen Govert, Maijken en Cornelia elk voor ene vierde part of bij vooroverlijden hun nakomelingen. In het vruchtgebruik van het overige vierde part benoemt zij haar haar zoon Cornelis de Gelder, van welk vierde part de eigendom zal toekomen aan zijn kinderen of bij ontbreken of vooroverlijden  van die kinderen haar overige kinderen en nakomelingen. Als haar zoon daarmee geen genoegen neemt, dan zal hij met zijn legitieme portie “moeten affstaen”. Haar oudste zoon Govert Braets zal op zijn erfportie aanbedeeld worden aan de helft van ongeveer 24 morgen land [waar dat land zich bevindt wordt niet vermeld], waarvan bruiker is Arijen Arijensz., met de helft van het huis, dat erop staat, voor een somma van 8500 gl.  (de wederhelft van dit land komt toe aan de kinderen en erfgenamen van haar overleden zuster Machtelt Arijensdr.), met ook het huis, genaamd ” de Drije Aschtonnen”, staande omtrent de Pelserbrug, waarin haar zoon tegenwoordig woont, met het huis, staande achter het voorgaande huis aan de Vest over de gracht, samen voor ene somma van 6600 gl. Haar dochter Maijken Braets, weduwe van Abraham Jansz. Palm, zal aanbedeeld worden voor een bedrag van 9500 gl. aan de helft van ongeveer 27 morgen land, gelegen in vier onderscheidene partijen in Mijnsheerenland van Moerkerken, waarvan de wederhelft toekomt aan de kinderen van haar overleden zuster. Haar dochter Cornelia de Gelder zal voor 9500 gl. aanbedeeld worden aan de helft van een hofstede met een huis, boomgaard en landerijen, liggende in Kijfhoek, samen groot ongeveer 22 morgen en liggende gemeen met het land van de kinderen van haar overleden zuster.  Haar zoon Cornelis de Gelder zal aanbedeeld worden voor 10.500 gl.  aan 14 morgen 37 roeden land, liggende in of omtrent de Mookhoek in twee partijen. Tot executeurs van haar testament benoemt de testatrice haar neef Johan Dionijssen, magistraat en oud-thesaurier van Dordrecht, en Wouter de Gelder, haar “behout sone”.

(NB: deze akte is doorgehaald. In de marge ervan staat: “den 17en Martij 1656 dit testament bij akte gepasseerd voor notaris Arent van Neten bijde kinderen geannuleert ende dienvolgens alhier geroijeert”) *

ONA Dordrecht inv. 63, f. 394: op 10 febr. 1651 verklaren Pieter de Carpentier en Louis Molenschot, enerzijds en Adriaen Jansz. Backelarus, Govert Ariensz. Braet, als procuratie hebbende van zijn moeder Adriaentgen Ariensdr., laatst weduwe van Laurens de Gelder, en Willem Willemsz. Oudeman c.s., anderzijds, dat zijn onderling gekaveld hebben zeker slijk, genaamd ” het Boerengors”, liggende onder Fijnaart voor de Blaak, bestaande uit ongeveer 84 morgen binnenbedijkt land.

* ONA Dordrecht inv. 135, f. 64: op 17 mrt. 1656 comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Govert Adriaensz. Braet koopman en Maria Adriaensdr. Braet, weduwe van Johan Palm, broer en zuster wonende in Dordrecht, enige erfgenamen van Adriaentgen Arijensdr. Oudemans, weduwe van Laurens de Gelder, hun moeder. zij verklaren, dat hun moeder ongeveer drie maanden eerder is overleden en dat zijn in haar sterfhuis hebben gevonden een testament, dat zij heeft verleden voor notaris D. Eelbo op 22 sept. 1648 en dat zij nu willen annuleren. Zij verklaren hun moeders goederen “halff en de halff”. te zullen verdelen.

Kinderen (o.a.):

Ex 1:

a. Simon de Gelder, geboren naar schatting ca. 1594, trouwde NG Dordrecht 30 dec. 1618 Claasken Rochusdr. van Wesel (zie ook hierboven bij f. 12v)

ONA Dordrecht inv. 64, f. 476v:op 20 juni 1653 verklaart Cleijsken Rochusdr., weduwe van Simon de Gelder, burgeres van Dordrecht, aan Samuel Beijer, pachter van de slagroede,  zich borg gesteld te hebben voor de betaling van zodanige percelen van goederen, als Sent Hendricxsz. Schoppens en zijn vrouw Cornelia de Gelder, burgers van Dordrecht, in zekere erfhuizen gekocht hebben en nog zullen kopen voor de tijd, waarin Samuel Beijer de slagroede in pacht zal hebben.

Kinderen:

a-1. NN, gedoopt NG Dordrecht juli 1619

a-2. Rokus, gedoopt NG Dordrecht  jan. 1621

a-3. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht mei 1622

a-4. Maeijke, gedoopt NG Dordrecht aug. 1624

b. Maria de Gelder, gedoopt NG Dordrecht april 1595, van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort in ” de Aschtonnen” (1626), trouwde Willem Jansz. Louff, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Riedijk bij het Nieuwpoortje (1626), kruidenier

c. Wouter de Gelder, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1597 (zie hierboven bij f. 10v)

d. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht juli 1599

e. Francois de Gelder, gedoopt NG Dordrecht nov. 1603

f. Jannetta de Gelder, gedoopt NG Dordrecht jan. 1606, van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1636), trouwde NG Dordrecht (ondertrouw) Cornelis van der Wercken Sebastiaensz., van Dordrecht wonende bij de IJzeren Waag (1636)

g. Henricxken, gedoopt NG Dordrecht dec. 1608

Ex 2:

f. NN, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617

h. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620

i. Cornelis de Gelder, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621

j. Neeltgen (Cornelia) de Gelder], geboren naar schatting ca, 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Schuitnemakersstraat (1646), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./2 april 1646 Vincent (Sent) Hendricsxsz. Schoppens, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1646), wijnkuiper]

Steven Arijens 2 ponden

Jan Pieters backer 2 ponden

f. 130v

Cornelis Jochims cuijper 1 pond

Gerrit ende Abraham Walen, insolvent 6 ponden

Cornelis Frans cruijdenier 10 ponden

Adriaen Jans backer ende sijne kinderen 30 ponden

Aen d’ander sijde beginnende van de steijger over de Seven Sterren [bij de Botgensstraat]

Hendrick Jans Bercheijck 7 ponden

T weeskint van Jan Jans Bercheijck 6 ponden

f. 131

Anthonij de Clerck cleermaecker 1 pond

Cornelis Henricxs greelmaecker 3 ponden

T weeskint van Raphel van Allendrop 8 ponden

Gijsbert Claes de Roch [schipper], obijt insolvent 5 ponden

[Gijsbert Claesz. de Roch, schipper van Dordrecht (1602, 1608), weduwnaar (1608), overleden in 1627, trouwde 1e NG Dordrecht 14 april/19 mei 1602 Josijnken Adam Mertensdr., van Breda (1602), overleden in 1608, 2e Weijnken Dirk Adriaensdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Schoonhoven (1608)

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 237: op 10 juni 1627 extract ingeschreven van het testament gepasseerd voor notaris J.P. Vekemans te Dordrecht op 30 mrt. 1627 door Gijsbrecht Claesz. Roch, burger van Dordrecht. Hij heeft tot voogden en executeurs-testamentair benoemd zijn broer Adriaen Claesz. Roch, zijn zwager Staes Staesz. bakker en zijn neef Jacob Andriesz. mette Penning.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Catalina, nov. 1604

b. Claes, jan. 1608

Ex 2:

c. Josijntgen Gijsbrechtsdr. de Roch, geboren naar schatting ca. 1610, trouwde 1e NG Dordrecht 30 jan. 1628 Jasper Leendertsz. (de Leeuw), 2e ca. 1645 Cornelis Hendriksz.Smack, brandewijnbrander, trouwde 1e NG Dordrecht 21 sept/7 okt. 1636 Neeltgen Jan Wiertsdr.

d. Dirksken Gijsbrechtsdr. de Roch, trouwde NN Cool

e. NN, jan. 1609

f. NN, mrt. 1612

g. NN, okt. 1616

h. NN, juni 1618

i. NN, juni 1621]

D’heer Abraham Palm 12 ponden

De weduwe van Adriaen Jans houtvletter 5 ponden

f. 131v

Pieter Adriaens caescooper 2 ponden

De weduwe van David Rens den jongen 4 ponden

Michiel Jans goutsmith 3 ponden

Claes Houdaen cruijdenier 2 ponden

[ORA Dordrecht inv. 766, f. 26v: op 6 juni 1626 verkoopt Jan Pietersz. Veeckemans, als geordonneerde curator van de boedel van Dirck Jansz. lakenkoper, door het Gerecht van Dordrecht daartoe gemachtigd, aan Claes Houdaen, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Vergulde Ploech”, staande tussen het huis genaamd “Sinte Michiel” en het huis, waar uithangt “de Roode Poort”, welk huis Houdaen van Dirck Jansz. gekocht heeft volgens een koopcedul, die op 8 jan. 1624 is verleden voor notaris A. Cop te Dordrecht. Waarborgen: Benjamijn Adriaensz. Troost huistimmerman en Jan Willemsz. Muts drapenier. Eerstgenoemde verbindt hiervoor zijn huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Lijsbeth van Zeelen en dat van Jacob Willemsz. van Ommeren en de andere waarborg zijn huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Goris Pietersz. hoedenmaker en dat van Geerit [sic]. Koper is wegens deze koop schuldig aan het weeskind van Geerit Geeritsz. een bedrag van 2450 gl. Borgen: Adriaen Foppen en Jacob Damasz. van de Poel muntenaar.]

Maerten Bartholemeus [van der Nath] 2 ponden

[Maerten Bartholomeusz., trouwde NN (Hendrixgen?)

ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 24: op 30 mei 1626 verkoopt Damis Zieren, burger van Dordrecht, aan Maerten Bartholomeusz., burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Anthonij van de Graeff. Waarborg: Willem Zieren pondgaarder.

20 febr. 1655: Quirijen en Jan Saeijers, als executeurs-testamentair van wijlen Digna Saeijers, hun tante, verkopen aan Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug tussen Cornelis Fransz. van Dorsten en het huis van de koper. (ORA Dordrecht inv. 1616, f. 8v)

Kinderen:

a. Josijna van der Nath Maertensdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1619, van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1639), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1651),trouwde 1e NG Dordrecht 21 aug./4 sept. 1639 Jacob van Wijngaertstraeten Abrahamsz., jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1639), 2e NG Dordrecht 2/25 juli 1651 (procl. Bergen op Zoom) Huijbert Schalck, jongman van Bergen op Zoom (1651), blikslager

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 67 e.v.: op 28 mrt. 1684 verkopen Belia van Wijngaertstraeten, weduwe van Adriaen Vinck, Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, als voogden over Gerardt van der Thuijnen, minderjarige zoon van Magtalina van Wijngaertstraeten, bij haar verwekt door Willem van der Thuijnen, samen erfgenamen van Johanna [Josina] van der Nath, in haar leven laatst weduwe van Huijbrecht Schalck, voor 3525 gl. aan Johannes van der Hoff, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de Tolbrug en het huis van Geeman van Cappel.

Kinderen (ex 1)

a-1. Hendricksien, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1640

a-2. Machtelt (Machelina) van Wijngaertstraeten, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1645, trouwde Willem van der Thuijnen, chirurgijn te Dordrecht

a-3. Belia van Wijngaertstraeten, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Adriaen Vinck, koopman van wijnen

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 59v: op 20 juli 1673 verkoopt Nicolaes van Herff, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, voor 5975 gl. aan Arent Boonen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diderich Hoeufft en dat Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.

b. Maria van der Nat, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1638), trouwde NG Dordrecht 23 mei/13 juni1638 Simon van Herff Nicolaesz., jongman van Nijmegen wonende omtrent het Marktveld (1638), twijnder

Kinderen (o.a.):

b-1. Hendrixgen, gedoopt NG Dordrecht sept. 1640

b-2. Nicolaes van Herff, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1668), proponent, trouwde NG Dordrecht 15 juli 1668 (ondertrouw, procl. Rosendael, getrouwd in Dordrecht) Margarita van Feltrum, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, weduwe van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1668), dochter van Michiel van Feltrum en Johanna van Beaumont, trouwde 1e NG Roosendaal 18 mei 1662 Johan Simonides

b-3. Martinus, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1650

b. Paulus van der Nath, gedoopt NG Dordrecht juni 1621

1 mei 1652: Maria van der Eijck, weduwe van Dirck van Slingelant, verkoopt aan Pauwels van der Nath een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen Jan Jansz. Hutten en Jan Cornelisz. bakker. Waarborg: Nicolaes van der Eijck en Hermanus van der Eijck, burger van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper 2050 gl. Borgen: Michiel Feltrum, ontvanger van de gemene middelen en Maerten Bartholomeusz. van der Nath, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 102)]

f. 132

T weeskint van Gerrit Egberts 2 ponden

Claes Dircxs Abspeuij 4 ponden

Cornelis Cornelis caescooper 3 ponden

Tijs Crijnen schipper 2 ponden

De weduwe van Jan Teunis laeckencooper 2 ponden

f. 132v

Willem Michiels backer 3 ponden

Arent Henricxs in de Molen 3 ponden

De weduwe van Claes Claesz.  lademaker 1 pond

Cornelis Jaspers seijlmaecker 8 ponden

Jan Stoffels 2 ponden

Johan Cools uitten Achten 29 ponden

f. 133

Damas Pieters caescooper, corrigatur op 12 ponden [“13 ponden” is doorgehaald]

Buijten de Vuijlpoort

Engel Aerts inde Hullick, nihil habet 2 ponden

[Engel Aertsz. Vaeck, van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort bij de molen (1613), schiptimmerman, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, trouwde NG Dordrecht 3 nov./24 nov. 1613 Neesken Schalck Joosten, gedoopt Dordrecht nov. 1593, wonende te Dordrecht naast de korenmolen (1613), dochter van Schalck Joosten en Geertje Goosen de With (Ons Voorgeslacht 2005, p. 353 e.v.)

21 jan. 1606: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Jan Thonisz. Bosch en zijn vrouw Neeltgen Maertensdr., tussen Jan Joosten schiptimmerman voor zichzelf, enerzijds, en Jan Jansz. de Haen, als weduwnaar van Alit Jansdr. [Bosch], voor zichzelf en tevens als vader en voogd van Anneken Jansdr., verwekt bij Alit Jansdr. Bosch, en bovendien als testamentaire voogd, naast Jan Corsse glasmaker, die mede compareert, van Engel Aertsz. Vaeck, zoon van Aert Jansz. Vaeck en Alit Jansdr. Bosch, anderzijds.

20 mei 1621: Engel Aertsz. Vaeck, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Jan Jansz. Bosch, verkoopt aan Pieter Boijen een huis op de Nieuwe Haven, staande bij de Blauwpoort tussen het huis van Gillis Jansz. houtkoper en dat van Staes Jacobsz. (Achter de Blauwpoort nr. 6, p. 15 [internet])

20 jan. 1624: vermeld wordt het huis van Engel Aertsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, genaamd “den Hulck”, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Pieter Witten en het huis van Guiliam van Oversteech. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 355).

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 63 e.v.: op 27 sept. 1661 verklaart Jan Cornelisz. Copsoete, als man van Aeltje Engelen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Engelen en Aert Engelen, kinderen van Engel Aertsz. Vaeck en Neeltje Schalcken, dat hij en zijn zwagers, als erfgenamen van Neeltje Schalcken en bij wijze van donatie inter vivos, aangenomen hebbende alle goederen van hun vader, de goederen, die hun ouders hebben nagelaten gescheiden te hebben, en dat daarbij bij blinde loting aan Aert Engelen toegevallen is een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “den Hulck”, staande tussen het huis van Gijsbert Janssen en dat van Hendrick van den Bos.

Kinderen:

a. Aeltje Engelen, trouwde Jan Cornelisz. Copsoete

b. Jan Engelen

c. Aert Engelen]

Jacob Huijgen inde Hullick, nihil habet 2 ponden

De weduwe van Floris Jans houtvletter, obijt insolvent

[Floeris Jansz. Bosman, houtvletter van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 29 mei 1588 Maricken Hendrick Engelendr., van Dordrecht. In 1609 wordt hij vermeld als waard in “den Hulck” buiten de Vuilpoort. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 346.]

Claes Cornelis houtvletter 1 pond

f. 133v

De weduwe van Jan Jans van Breda, insolvent 2 ponden

Anthonij Arents brouwer van Breda 3 ponden

Philps Meeus 1 pond

Dirck Crijnen Nobel 2 ponden

Willem Willems caerdewercker 1 pond

f. 134

Jacob Cornelisz Bol schipper 6 ponden

Jan Huijgen schiptimmerman 1 pond

Bartholemeus Quintijns [van de Velde] backer, nihil habet 1 pond

Dirck Gerrits coomen 3 ponden

[Jan Jansz. Garnou] de capitein vande ponten, nota: verclaert hier geweest sijnde sonder gedoleert hebben 20 ponden

[ORA Dordrecht inv. 1602, f. 18 e.v.: op 8 mei 1626 verkoopt Elisabeth van Haerlem, weduwe van Cornelis de With *, geassisteerd met Pieter de With achtraad en Jaecques Lavecq, haar zwagers, aan Jan Jansz. Garnou, kapitein van de ponten en “slansbrugge” van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis “den Romeijn” en de stadsvest. Waarborgen: genoemde heren De With en Lavecq. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2355 gl. Borgen: Steven Stevensz. smid en Nicolaes Pauwelsz. Cramerheijn, burgers van Dordrecht.

* Cornelis de Wit Cornelisz., van Dordrecht (1609), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 1/15 febr. 1609 Elisabeth van Haerlem Thonisdr.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Gisbert de With, gedoopt NG Dordrecht juli 1611

ONA Dordrecht inv. 16, f. 236: op 30 aug. 1631 testeert Nelleken Dircxdr. van Hecht, weduwe van Hubert Jansz. Gernau, kapitein van generaliteitsbruggen, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 200 gl., aan het weeshuis 200 gl. en aan het Oudevrouwenhuis, staande op het Bagijnhof eveneens 200 gl. Aan haar “innocente” zoon Jan Hubertsz. legateert zij een somma van 12.000 gl. Tot erfgename van al haar overige goederen benoemt zij haar dochter Maria Hubertsdr. of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot voogden over haar zoon benoemt zij haar schoonzoon kapitein Willem Willemsz. de Veer, haar “behuwd broeder” Jan Jansz. Gernau, ds. Petrus Wassenburch en Cornelis van Someren, doctor ordinaris te Dordrecht, haar goede bekende.]

f. 134v

Aen d’ander sijde

Jan Jans Bosman houtvletter 2 ponden

D’heer Johan Nijssen, dit met voornoemde te liquideren ende t selve met sijn broeder ende moijen 20 ponden

De weduwe van Dirck den Fluweelen 4 ponden

Gijsbert van Dalen 4 ponden

Cornelis Sijmons [de Vries] 16 ponden

Sijmon Cornelis [de Vries] 8 ponden

[18 april 1626: Jacob Arijensz., timmerman en burger van Dordrecht, verkoopt Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, een huis met het daartoe behorende achterhuis, staande bij de Vuilpoort, waarvan het voorhuis wordt belend door het huis van Cornelis Sijmonsz. de Vries aan de ene zijde en dat van Aelbert Pietersz. aan de andere. Het achterhuis wordt belend door het huis van Gillis Henricsz. Stierman aan de ene zijde en dat van Aert Reijniersz. bakker aan de andere. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 12v)

I. Sijmon Cornelisz. de Vries, weduwnaar van Puttershoek wonende buiten de Vuilpoort (1630), korenkoper te Dordrecht, trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 16 juni/9 juli 1630 Maria Walen Baltusdr., van Dordrecht wonende op de hoek van de Wijnbrug (1630), dochter van Balthazar Simonsz. Walen en Clara Woutersdr. Houwelinc

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, april 1631

b. Clara de Vries, april 1634

c. Maria de Vries, mei 1635, trouwde ds. Cornelis Stratenus

d. Cristina de Vries, 9 april 1640, trouwde 1e Willem van de Weteringe Hubertsz., 2e NG Rotterdam/Delfshaven 3/19juni 1674 Hendrick van Melisdijck

e. Anna, 13 mrt. 1643

f. Elisabeth, 19 febr. 1648

g. Simon de Vries, 16 jan. 1651]

f. 135

Gillis Hendricxs Stierman 10 ponden

[NG trouwboek Dordrecht 1 febr. 1626: Gillis Hendricksz. Stierman weduwnaar wonende buiten de Vuilpoort en Judith Berens van Kleef weduwe van Jan Leijsten koopman wonende in “de Halve Maen”, getrouwd op 17 febr. 1626]

Steven Anthonis int Hart 3 ponden

Leendert Jans den Braber 6 ponden

Pieter Hermans backer 2 ponden

Inde Botkensstraet

Adriaen Cornelis van Oosterhout 1 pond

[Verponding Dordrecht 1619 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, 264r en 264v): Ariaen Cornelisz. van Oesterhout betaalt voor zijn huis in de Botgensstraat 5 ponden (ontvangen op 31 juli 1620), belenders: Lodewijck Mathijsz. smid en de erfgenamen van Gertgen den Roch.]

f. 135v

Jacob Adriaens den zoon van capitein Andries, is vertrocken 8 ponden

Thonis Adriaens timmerman 1 pond

[NG trouwboek Dordrecht 29 mei 1605: Theunis Adriaensz. timmerman en Dignelken [Digna] Pieter Andriesdr., beiden van Dordrecht en wonende in de Botgensstraat, getrouwd in de Linde op 19 juni 1605.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969 (verponding Dordrecht 1620), f. 264v en 265: Thonis Ariaensz. timmerman betaalt 6 ponden 12 sch. 6 d. voor zijn huis in de Botgensstraat. Belenders: Ploen Geritsz. slikwerker en Jan Jansz. bezemmaker.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974 (hoofdgeld Dordrecht 1622), f. 280: Thonis Ariensz. timmerman in de Botgensstraat, 6 kinderen, betaalt 6 ponden. Belenders: Arien Geeritsz. en Pleun Gerritsz.

ORA Dordrecht inv. 768, f. 33v: op 11 juni 1630 verkoopt Theunis Adriaensz. van Heusden, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Jacob Andriesz. mette Penningen een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Pleun Geeritsz. en dat van Lambert Hulshout, tot waarborg daarvoor verbindende een huis in de Botgensstraat, genaamd “de Passer”, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Willemsz. de With en het erf van Jacob Jansz.]

Warnaert Schrijvers, nihil habet 3 ponden

[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 220 e.v.: op 5 mrt. 1627 comp. voor de weesmeesters van Dordrecht Warnardt Schrijvers, als man van Grietken Pieters, voor een vierde part, voornoemde weesmeesters voor de drie kinderen van Jan Pietersz. en voor de twee oudste kinderen van Jan Thonisz., verwekt bij Lijntgen Pieters, en Job Damisz. van Slingelant, als rentmeester van het weeshuis te Dordrecht, voor de twee jongste kinderen van Jan Thonisz., samen voor een vierde part, en Reijnier Andriesz., als procuratie hebbende van Cornelis Pietersz. bleker, volgens procuratie gepasseerd voor de weeskamer te Dordrecht op 7 juli 1626, voor een vierde part, allen erfgenamen van moederszijde van Catharina Pietersdr., verwekt door Pieter Jansz. Humble. De comparanten verklaren, dat zij met Anneken Cuijper Jansdr., weduwe van Pieter Jansz. Humble, aangaande het erfdeel en de legitieme portie, die Catharina Pietersdr. toekwamen in de boedel van haar vader, voornoemde Pieter Jansz., overeengekomen zijn, dat Anneken Cuijper daarvoor aan de comparanten zal betalen een somma van 362 gl. 14 st. 2 penn.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 202: Warnaert Schrijvers schilder betaalt in de verponding van 1626 voor zijn huis in de Botgensstraat 2 ponden 12 sch. 6 d. Belenders: de weduwe van Hendrick Borgers en de brug.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 73 e.v., akte dd 29 april 1629: Warnaert Schrijvers, schilder en burger van Dordrecht, is waarborg voor de erfgenamen van Pieter La Croij de oude.]

Cornelis Pieters cnoopmaecker, nihil habet

Inde Pelserstraet

De weduwe van Cornelis Jans in Hoboecken 2 ponden

f. 136

De Pelserstraat (febr. 2013)

Sijer Cornelis schipper 1 pond

Int Suijckerstraetken

Cors Barents houpsnijder

Aert Reijniers moutmaecker, insolvent 6 ponden

Elias Wessels schipper, nihil habet en dient op de ponten 2 ponden

Aende Vest

Cornelis Willems houtvletter 2 ponden

f. 136v

Pieter Stoffels baeckemeester 1 pond

Buijten de Vuijlpoort

Schalck Joosten 6 ponden

[Schalck (Godschalck) Joosten (van de Arent), geboren ca. 1567, scheepstimmerman, deken van het Scheepmakersgilde en “hellingmeester”, houthandelaar, incidenteel vermeld als schipper, trouwde Geerytgen Goossens de With. (Ons Voorgeslacht 2005, p. 353; id. 2009, p. 237)]

Jacob Lamberts 3 ponden

Arijen Pieren 5 ponden

Aelbert Pieters schiptimmerman 2 ponden

f. 137

Jacob Pieters 1 pond

Jacob Meeus, nichil habet 2 ponden

Job Adriaens 1 pond

Cornelis Jans met sijn schoonmoeder 2 ponden

De weduwe van Bastiaen de Visser 1 pond

f. 137v

Jan Adrijaens backer, nihil habet

T elffde quartier [somma] 793 ponden