Geraadpleegde literatuur.
A. Balm, E. Delwel, J. W. Boezeman, De Wolwevershaven. Een historisch overzicht. (Dordrecht 2024), hierna aangehaald als Wolwevershaven.
J. W. Boezeman en E. Delwel, De Visstraat. (Dordrecht 2025), hierna aangehaald als Visstraat.
Tolbrug
de weduwe Ciffrie
idem
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 5: op 26 febr. 1697 verkoopt Johannes Telder, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, als man van Maria Borgonjon, voor 1600 gl. aan Johan Ciffrij, mr. knoopmaker, een huis op de Tolbrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Bastiaan van Wageningen.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 28v e.v.: op 6 mei 1727 verkoopt Bastiaan van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 1330 gl. aan Anna de Haan, vrouw van Johan van Haften, burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Sifferie en dat van de weduwe van Pieter Brouwer.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 71: op 19 aug. 1730 verklaart Jacomijntje van Looij, weduwe van Jan Ciffrie, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieter Keur, koopman te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende twee huizen op de Tolbrug, staande tussen het huis van Anna de Haan en dat van Marcelis van der Heijden. Comp. mede Jan Pion, mr. smid te Dordrecht, die verklaart zich borg te stellen voor zijn schoonmoeder.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 3 juni 1714: Johannis Pion jongman van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat geassisteerd met zijn vader Thomas Pion en Jacobmina Ciffrie [Sijffrie] jonge dochter van Dordrecht wonende op de Tolbrug geassisteerd met haar vader Jan Ciffrie, getrouwd 17 juni 1714]
Visstraat
het Gasthuis, het innershuisje van de Vismarkt en 31 visstallen (eigenaar: de Stad Dordrecht)
Visstraat 50 (schuin tegenover de Loverstraat: “In 1910 werd een in 1880 gebouwde school [voor lager onderwijs] verbouwd tot een bioscoop {“Luxor”] met een bovenwoning.” (Visstraat, p. 55) In 1986 kreeg de bioscoop de naam Euro Cinema. “De laatste filmvoorstelling vond plaats op 7 sept. 2006”. (Wikipedia)

Gevelversiering van de voormalige bioscoop Luxor (drie vrouwen met maskers).
[vervolgens aan de overzijde, beginnende bij de Lange Breestraat tot aan de Voorstraat:]
Nicolaas Sliep [Slijp, mr. metselaar]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 103: op 25 april 1714 verkopen Jan van de Grient Bartholomeusz., koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan Spruijt, als man van Judick van de Grient, Sara, Agata en Maria van de Grient, samen kinderen en erfgenamen van Jan van de Grient Bartholomeusz., voor de ene helft eigenaars van het hierna te noemen huis, en voorts nog procuratie hebbende van Martinus van Wessum, koopman te Dordrecht, en Maria van Wessum, meerderjarige ongehuwde persoon, alsmede Theodora Brouwers, vrouw van Jan van Holverda, erfgenaam van zijn eerste vrouw Agatha van Wessum, samen kinderen en erfgenamen van Hermanus van Wessum, eigenaars van de wederhelft van het na te noemen huis, voor 850 gl. aan Johannis Kint, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen de Oude Breestraat en het huis van Pleuntie de Ridder.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 118v: op 8 april 1728 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, vervangende mr. Jacobus van Vechoven, pensionaris van Gorinchem, als door de Kamer Juditieel van Dordrecht gemachtigd tot het beheer over de nagelaten goederen van Arend de Gelder * te Dordrecht overleden, voor 620 gl. aan Nicolaas Sliep, mr. metselaar te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen de Oude Breestraat en het huis van de Doopsgezinde gemeente.
* Arent de Gelder, gedoopt NG Dordrecht 11 nov. 1645, kunstschilder, ongehuwd, leerling van Samuel van Hoogstraten en Rembrandt, schilderde Bijbelse onderwerpen, portretten en een paar genrestukken. Hij overleed op 27 aug. 1727 in Dordrecht. (Wikipedia)

Arent de Gelder, zelfportret als de Griekse schilder Zeuxis.
In 1763 werd dit huis eigendom van Johanna Schotel, weduwe van Nicolaas Slijp. (Visstraat, p. 50)
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 186: op 2 mei 1765 verkopen Adriaan de Regt, als man van Johanna Slijp, Adriana Slijp, meerderjarige ongehuwde persoon, Gijsbert Slijp en Pieter Struijk, als man van Elisabeth Slijp, allen wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Johanna Schotel, weduwe van Nicolaas Slijp, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 350 gl. aan Joost Kers, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Aart van der Snik en de Oude Breestraat.
“Op een perceel waar oorspronkelijk zes panden hebben gestaan, verrees in 1919/1920 [het] kolossale modehuis van de familie Busch in de Art Deco stijl. Het pand staat op de hoek van de Visstraat met de Lange Breestraat. … Sinds 2012 is de in 1977 te Amersfoort door Jacques Hense opgerichte modewinkel Jac Hense in het pand gekomen.” (Visstraat, p. 44-46)]

een huis van de Doopsgezinde Armen
[Vanaf ca. 1666 tot 1754 was dit huis eigendom van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht. (Visstraat, p. p. 48) “In dit pand is in 1839 het vooraanstaand Nederlandse bedrijf Penn & Bauduin gestart. Oorspronkelijk was het een ijzergieterij, later groeide het aan de ‘s-Gravendeelsedijk uit tot een machinefabriek en constructie-werkplaats. De wortels van Penn & Bauduin liggen in het samenwerkingsverband dat in 1839 werd aangegaan door Hendricus Jodocus Penn en Franciscus Dominicus Andreas Bauduin met de metaalgieter Gerardus Jacobus Molenaar … Er werden onder meer bronzen gaskranen en koperwerk voor schepen geproduceerd. Na de ontbinding van Molenaar & Penn in 1843 zetten Penn en Bauduin de activiteit voort als H.J. Penn & Co. … In 1847 verhuisde het bedrijf naar de ‘s-Gravendeelsedijk in Dordrecht en maakte het een periode van groei door. … De naam Penn & Bauduin ontstond in 1866”, toen de gebroeders Penn en hun neef J.J. Bauduin een vennootschap aangingen. (Visstraat, p. 48-49)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 47: op 10 sept. 1754 verkoopt Abraham Bosselaar, metselaar en burger van Dordrecht, als diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, voor 200 gl. aan Aart van der Snik, metselaarsknecht wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Dermoeijen en dat van de weduwe Sliep.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 349v: op 10 aug. 1787 verklaren Aart van der Snik en zijn vrouw Elisabeth Romijn, wonende te Dordrecht, dat zij als donatie inter vivo aan hun schoonzoon Jan Bolland, als man van hun dochter Wijntje van der Snik, schenken o.a. een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Joost Kers en dat van Bart Davits.]
Nicolaas Dermoeij [viskoper]
[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 109v: op 12 sept. 1684 verklaren Franchoijs, Johannes, Cornelia en Machtelt Dermoeijen, kinderen en erfgenamen van Cornelis Dermoeijen en Josijntgen Jans, wonende te Dordrecht, dat zij de goederen, die zijn nagelaten door hun moeder onderling verdeeld hebben en dat daarbij aan hun broer Johannes Dermoeijen is aanbedeeld een huis in de Visstraat tegenover de ingang van het Gasthuis, in welk huis hun moeder heeft gewoond, staande tussen het pakhuis en rookhuis van de erfgenamen van Geerardt van Duijnen en het huis, genaamd “de El”, toebehorende aan de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht. Het huis is belast met een somma van 650 gl. ten behoeve van Pieter Hulsthout.
Het huis wordt in 1714 eigendom van Nicolaas Jansz. Dermoeij viskoper. (Visstraat, p. 47)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 111v: op 10 juni 1755 verkoopt Cornelis Dermoeij, viskoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Anna van der Gans, weduwe van Nicolaas Dermoeij, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Bernardus Schingel, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Aart van der Snik en dat van Jan Langenhoff.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 88: op 26 juni 1783 verkoopt Catharina Wijers, weduwe van Bernardus van Singel, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Lambert Davids, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat tegenover het Sacramentsgasthuis, staande tussen het pakhuis van Cornelis Melchior van Nievervaart en het huis van Aart van der Snik.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 11: op 21 jan. 1700 verkoopt Rombout van Hees, tingieter en burger van Dordrecht, voor 840 gl. aan Johannes Dermoeijen en Adriaan Pot een “pack roockhuijs” in de Visstraat, staande tussen het huis van Dermoeijen en dat van Pot, welk huis door hem enige dagen tevoren is gekocht van Leendert van Coeverden, gewezen pachter van diverse gemenelandsmiddelen, “’t welck bij de … coopers in tween met een Brant gevel ofte scheidsmuur staat gesepareerd te werden”, van welk huis de voorste helft, uitkomende in de Visstraat, zal komen aan Dermoeijen en de achterste helft met het rookhuis, komende achter of de plaats of het erf van het huis, dat door Pot is gekocht, zal komen aan Pot.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 192v: op 11 okt. 1731 verklaart Nicolaas Dermoeij, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Claas Wels, burger van Dordrecht, een bedrag van 800 gl., verbindende een huis met een pakhuis of kaarsenmakerij daarnaast, staande in de Visstraat tussen het huis van Jacobus Callé en de gang van de Doopsgezinde gemeente.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 148v: op 12 febr. 1743 verkoopt Nicolaas Dermoeij, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Abraham Kools, schipper en burger van Dordrecht, en aan Cornelia Carlebur, weduwe van Johannes Langenhoff, wonende te Dordrecht, een pakhuis of kaarsenmakerij in de Visstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat Petrus Bonnet.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 230 e.v.: op 13 juli 1747 verklaart Abraham Kools, wonende te Dordrecht, volgens akte van overgift, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 6 juli 1747, voor 200 gl. aan Jan Langenhoff, meerderjarige ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, overgedragen te hebben de helft van een huis, gebruikt als kaarsenmakerij, staande in de Visstraat tussen het huis van Nicolaas Dermoeij en dat van Pieter Bonnet. De wederhelft van het huis is volgens dezelfde akte van overgift door Cornelia Carlebur, weduwe van Jan Langenhoff, aan haar zoon Jan Langenhoff getransporteerd ter voldoening van zijn vaderlijk erfdeel.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 18v: op 3 april 1760 verkopen Cornelis Papegaaij en Pieter Millart, als gemachtigden van de diakenen van de NG gemeente te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan van Nivervaart, brouwer en koopman te Dordrecht, een kaarsenmakerij in de Visstraat, welke eigendom is geweest van Jan Langenhoff, staande tussen het huis van ds. Petrus Bonnet en dat van Barnardus van Cingel.
In 1768 werd het huis eigendom van Cornelis Melchior van Nievervaart, heer van Asten, mouter, schepen en secretaris van het watergerecht. (Visstraat, p. 42)
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 111: op 4 okt. 1785 verkoopt Cornelis Melchior van Nievervaart, koopman te Dordrecht, voor 700 gl. aan Gillis Olivier, koopman te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande naast het huis van de weduwe Backer.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 199: op 24 mei 1798 verkoopt Gillis Olivier, koopman te Dordrecht, voor 800 gl. aan Abraham Romijn, koopman te Dordrecht, een pakhuis in de Visstraat, getekend D:817, staande tussen het huis van Bart Davids en dat van Johannis Backer.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 210: op 5 juli 1798 verkoopt Abraham Romijn, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan zijn zoon Johannes Romijn, wonende te Dordrecht, een huis in de. Vriesestraat en een pakhuis in de Visstraat, getekend D:815, staande tussen het huis van Bakker en dat van Bart Davids.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 241v: op 18 mei 1802 verkoopt Abraham Romijn, als procuratie hebbende van zijn schoondochter Elisabeth Jacoba Falck, weduwe van Johannes Romijn Abrahamsz., wonende te Dordrecht, aan Adrianus Zwang, wonende te Dordrecht, o.a. een pakhuis in de Visstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen Bakker en dat van Bart Davids, getekend D:815.]
Jacobus Kallee [scherprechter (stadsbeul)]
[ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 63 e.v.: op 15 juni 1730 verkoopt Pieter van Well, notaris en kamerbewaarder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaan Pot, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Anna van Trigt, weduwe van Adriaan Heckenhouck, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Willem Colder aan de ene zijde en voor het pakhuis en achter het woonhuis van Nicolaas der Moeij viskoper aan de andere zijde. Het huis heeft een achteruitgang in het Loverstraatje.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 75 e.v.: op 5 sept. 1730 verkoopt Mattheus Heckenhouck, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Anna van Trigt, weduwe van Adriaan Heckenhouck *, wonende te Dordrecht, voor 1325 gl. aan Jan Fredrik Bough, stadhouder van de schout van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Willem Colder aan de ene zijde en voor het pakhuis en achter het woonhuis van Nicolaas der Moeij aan de andere zijde.
* Begraafboek Grote Kerk 22 april 1743: Anna van Trigt, weduwe van Adriaan Heckenhoek, bij de Vismarkt, laat kinderen na, 6 koetsen extra, de eerste boete.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 110v e.v.: op 2 nov. 1730 verkoopt Jan Fredrik Bough, stadhouder van de schout van Dordrecht, voor 1350 gl. 2 st. en 8 p. aan Jacobus Callee, scherprechter van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Willem Colder aan de ene zijde en voor het pakhuis en achter het woonhuis van Nicolaas der Moeij aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 150 e.v.: op 5 nov. 1733 verkoopt Willem de Groot, als procuratie hebbende van Johanna van Aanhoudt, weduwe van Jacobus Callé, van Johannes Snijders, als man van Rebecca Callé, van Johannes van Aanhout, als man van Susanna Callé, en nog van Johannes van Aanhout, als procuratie hebbende van Henricus Callé, volgens procuratie gepasseerd voor de stadhouder van de heerlijkheid Westervoort op 17 okt. 1733, samen weduwe en erfgenamen van Jacobus Callé, voor 1275 g. aan Pieter Bonnet, preceptor in de Latijnse School te Dordrecht, een huis in de Visstraat, uitkomende in het Loverstraatje en staande tussen het huis van Nicolaas Dermoeije en dat van Willem Colders.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 165: op 10 jan. 1765 verkoopt Dina Bellaert, weduwe en enige erfgename van ds. Petrus Bonnet, voor 1325 gl. aan Cornelis Vernimmen, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat tegenover het gasthuis staande tussen het huis van Jan van Nievervaert en dat van de weduwe van Jan van Sluijsdam.]
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 179: op 13 sept. 1769 verkoopt Pieter Vernimmen, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Cornelis Vernimmen, die in Dordrecht is overleden, voor 1500 gl. aan Pieter van Olivier, wonende in Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan van Sluijsdam en het pakhuis van de erfgenamen van Jan van Nievervaert.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 20v: op 3 mrt. 1772 verkoopt Pieter van Olivier, wonende te Dordrecht, voor 1590 gl. aan Helmert en Johannes Backer, burgers van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe Sluisdam en het pakhuis van Cornelis Melchior van Nievervaart.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 88v: op 16 dec. 1800 verkoopt Christoffel Fredrik Backer, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en namens de erfgenamen van Johannes Backer, die in Dordrecht is overleden, voor 1800 gl. aan Petrus Keuls, [stadsvroedmeester, chirurgijn], wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen de pakhuizen van Mattheus van der Horst en het pakhuis van Romijn.]
Willem Kulders [knecht van het Viskopersgilde]
[ORA Dordrecht inv/ 1650, f. 197v: op 8 nov. 1725 verkopen Jan Doelant sledenaar, als man van Willemina Boesert, tevens vervangende Adriana Bouwen, weduwe van Jan Boeser, voor 320 gl. aan Dirk den Rogge en Hendrik boers, viskopers te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het Loverstraatje en het huis van Gijsbert Pot.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 207v: op 10 jan. 1726 verkopen Dirk den Rogge en Hendrik Boers, viskopers te Dordrecht, voor 325 gl. aan Willem Kulder, gildeknecht van het Viskopersgilde, een huis in de Visstraat, staande tussen het Loverstraatje en het huis van Arij Gijsbertsz. Pot.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 167v: op 16 febr. 1740 verkopen Seijgje den Nieuweboer, weduwe van Willem Kulder de oude, wonende te Dordrecht, voor de ene helft, en Willem Kulder, wonende te Dordrecht, en Fob Kroeseling, wonende te Rotterdam, als vader en voogd van Boudewijntje Kroeseling, door hem verwekt bij wijlen Anna Maria Kulder, voor de wederhelft, voor 450 gl. aan Jan van Sluijsdam, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het Loverstraatje en het huis van ds. Petrus Bonnet.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 168v: op 5 sept. 1775 verkopen “Jacobus van Trigt zilversmit en Fredrik van den Berg, Koopman beide binnen deze Stad, in qualiteit als Executeurs in den boedel van wijlen Elizabet Warnier in leven wed:e van Jan van Sluisdam”, voor 690 gl. aan de erfgenamen van de weduwe van Hendrik Kooijmans een huis in de Visstraat, staande tussen het Loverstraatje en het huis van Helmer Backer.
“Op het perceel stonden oorspronkelijk vier zestiende-eeuwse panden, waarvan een in de Loverstraat. Het meest zuidelijk staande pand aan de Visstraat had een voorerf, waar de openbare veilingen plaatsvonden. Het was in de tijd verplicht om de openbare verkopingen in de buitenlucht te houden. Deze locatie kon makkelijk met een zeil naar de openbare weg worden afgescheiden en was gedurende de veiling direct toegankelijk.” Van 1839 tot 2015 was hier het veilinghuis Mak van Waay gevestigd. (Visstraat, p. 40)

De Visstraat (mrt. 2014)
[het Loverstraatje]
Barent Petrees [brouwer]
[1731: brouwerij
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 29 dec. 1709: Barent Petres jongman van Verne in Hessen en Johanna van Helmont jonge dochter van Dordrecht, beiden wonende in de Visstraat, getrouwd op 12 jan. 1710
ORA Dordrecht inv. 812, f. 24v e.v.: op 29 mrt. 1718 verklaart Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, dat Elisabeth van Helmont, meerderjarige ongehuwde persoon, Barent Petrees, brouwer en diens vrouw Johanna van Helmont, allen wonende te Dordrecht, schuldig zijn aan Wouter Michaut, pondgaarder, een somma van 2000 gl., verbindende de brouwerij “het Vlies”, staande in de Visstraat tussen het huis en de herberg, eveneens genaamd “het Vlies”, toebehorende aan kapitein Van Drongelen, en het Loverstraatje, met het huis en erf daarachter, alsmede alle toebehoren, zoals ketels, kuipen en bakken, en daarenboven nog een huis in de Voorstraat, genaamd “de Valck”, staande tussen het huis van notaris Aeldert Blanckert en dat van Joost van Antwerpen, met de daarbij horende branderij en alle toebehoren.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 196: op 2 nov. 1775 verkopen mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, achtraad te Dordrecht, en Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als executeurs van de boedel van Sophia Petraeus, in haar leven weduwe van David Cherix, gewoond hebbende en op 26 jan. 1775 te Dordrecht overleden, voor 13.700 gl. aan de erfgenamen van de weduwe Koijmans, een huis en brouwerij, genaamd “het Vlies”, met de mouterij en overige toebehoren, staande in de Visstraat tussen het huis van Barent Memeringh en het Loverstraatje, alsmede een huis met een kelder eronder, staande in de Voorstraat omtrent het stadhuis tussen het huis van Hendrik van Buul en dat van Gerrit van der Kop.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 109v: op 9 aug. 1783 verkoopt Hendrik Koijmans, koopman te Dordrecht, voor 15.000 gl. aan de firma Nierhof en Co. een huis en brouwerij, genaamd “het Vlies”, met de mouterij en verdere toebehoren, staande in de Visstraat tussen het Loverstraatje en het pakhuis van de erven Memering, alsmede een huis, dat is geschikt gemaakt als koetshuis of stal, tussen het Loverstraatje en het huis van de weduwe Bakker, een huis in het Loverstraatje, staande tussen het achterste deel van laatstgenoemd huis en het volgende huis, en een huis in het Loverstraatje, staande tussen het voorgaande huis en de uitgang van het huis van de weduwe Bakker.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 124: op 17 nov. 1785 verkopen Pieter Papillon, klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Nierhof, voor drie vierde parten eigenaar, en Arnoldus Noteman Jansz. voor zijn firma Gerrit van Hoogstraaten en Zoon, voor een vierde part eigenaar van brouwerij “het Vlies”, wonende te Dordrecht, voor 14.000 gl. aan mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, presiderende burgemeester, Barthout van Ourijk, regerende schepen, Hendrik Francois de Court, achtraad van Dordrecht, Adriaan Lacosta, Adriaan ’t Hooft Wz. en mr. Cornelis Vrolikhert, als man van Pieternella van Haarlem, de gezamenlijke bierbrouwers te Dordrecht, de bierbrouwerij “het Vlies” met mouterij, korenzolders, denningen [moutzolders], woonhuis etc., staande in de Visstraat tussen het pakhuis van de weduwe De Loos en het Loverstraatje, alsmede een koetshuis en kelder erachter, staande aan de overzijde van het Loverstraatje tussen dat straatje en het huis van de weduwe Bakker.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 176v: op 30 mrt. 1786 verkopen mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, brouwer in “de Bel”, Barthout van Ourijk, brouwer in “de Leliën”, Hendrik Francois de Court, brouwer in “’t Kruis”, Adriaan La Costa, brouwer in “’t Lam”, Adriaan ’t Hooft Willemsz., brouwer in “den Orangenboom”, en mr. Cornelis Vrolijkhert, als man van Petronella van Haarlem, brouwer in “de Sleutel”, allen wonende te Dordrecht, voor 4910 gl. aan Mattheus van der Horst, koopman in wijnen te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande in de Visstraat aan de noordzijde van het Loverstraatje tussen dat straatje en het pakhuis van de weduwe De Loots, alsmede een koetshuis en pakhuis, staande naast elkaar in de Visstraat aan de zuidzijde van het Loverstraatje tussen dat straatje en de uitgang van de weduwe Bakker.
Van 1899 tot 1973 was in dit pand de boekhandel Morks en Geuze gevestigd. (Visstraat, p. 39)]
Matteus van Elst [herbergier]
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 72: op 22 sept. 1711 verkoopt Maria van Haagh, laatst weduwe van Cristoffel van Alsem, burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Cornelis Starrenburgh, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, bestaande uit twee gevels, vanouds genaamd “d’Herreberg van het Vlies”, staande tussen brouwerij “het Vlies” en het huis van de weduwe van Teunis Jansz. Smith. Het huis is belast met een schepenenschuldbrief van 800 gl. ten behoeve van Willem de Voogd, secretaris van ‘s-Gravendeel, hem aangekomen bij scheiding van de boedel van zijn vader Leendert de Voogd, en met een schuldbrief van 800 gl. ten behoeve van Jacob Meesters garentwijnder.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 93: op 28 nov. 1711 verkoopt Cornelis Starrenburg, burger van Dordrecht, voor 825 gl. aan kapitein Zeger van Drongelen, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, bestaande uit twee gevels, vanouds genaamd “de Herreberg van ’t Vlies”, staande tussen brouwerij “het Vlies” en het huis van de weduwe van Theunis Jansz. Smith.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 140: op 16 jan. 1725 verkoopt Pieter van der Kemp, als procuratie hebbende van zijn schoonvader Segert van Drongelen, voor 3000 gl. aan Mattheus van der Elst, [herbergier], burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, vanouds genaamd “’t Gulde Vlies”, staande naast de brouwerij “’t Vlies”.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 231v e.v.: op 13 dec. 1740 verkopen Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste secretaris te secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Mattheus van der Elst, gewezen herbergier te Dordrecht, voor 1290 gl. aan Barent Memeringh, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, vanouds genaamd “het Gulde Vlies”, staande tussen de brouwerij “’t Vergulde Vlies” en het huis van Jan Bambre.
In 1779 werd het huis eigendom van Clara Memering. (Visstraat, p. 36)
Vanaf 2004 tot heden is in dit pand de herenmodezaak Alexander Roodfeld gevestigd. (Visstraat, p. 35]

Jan Lambrik
[ORA Dordrecht inv. 1650 (nieuw), f. 264v e.v.: op 2 nov. 1726 verkoopt Adriaan Wor, vendumeester te Dordrecht, als voogd over Johan van der Flonck, voor 570 gl. aan Matthijs van der Vloet, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen herberg “het Vlies” en het huis van Pieter van Hambeek.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 30 e.v.: op 30 mrt. 1730 verkoopt Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker, voor 585 gl. aan Jan Bambree, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Mattheus van der Elst en dat van Pieter van Hambeek.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 83: op 10 nov. 1750 verkoopt Jan Santifoort, wonende te Amsterdam, voor zichzelf en als man van Cresina van der Schaar, samen testamentaire erfgenamen van Maureijntje Gelappé, weduwe van Jan Bambre, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 370 gl. aan Adriaan Spiering, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Mels Spa en dat van Barent Memering. De koper is schuldig aan ds. Petrus Bonnet, preceptor in de Latijnse school te Dordrecht, een bedrag van 300 gl.
In 1754 werd het huis eigendom van Adriana Spiering, echtgenote van Jacobus de Man, confituremaker. (Visstraat, p. 33)]
Pieter Hambeek [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 51v: op 16 okt. 1709 verkopen Dirk van Evelingen, mr. huistimmerman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna van Evelingen, weduwe van Nicolaas Binck, wonende te Dordrecht, Clasia Oosterbaan, vrouw van Jan van Evelingen, wonende te Delfshaven, als procuratie hebbende van haar man, volgens akte gepasseerd op 12 juli 1709 ten overstaan van notaris J. Verhoeff te Delfshaven, Adriaen van Evelingen, wonende te Schoonhoven, en Adriaen van Evelingen, makelaar ter beurze te Rotterdam, zoon van Teunis van Evelingen, allen meerderjarige kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Jan van Evelingen, mr. timmerman te Dordrecht, voor 400 gl. aan Josina Rijke, laatst weduwe van Louis van Toulon, de helft in een huis in de Visstraat, genaamd “de Oude Zeehondt”. Belenders niet vermeld.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 161 e.v.: op 4 juni 1722 verkoopt Franchois van Schie, preceptor in de Latijnse School, als executeur-testamentair van Anna de Vlugt, de vrouw van Boudewijn van Sevenum, en vervangende Jacob Kuijper en Cristiaan Logeman, kooplieden resp. te Dordrecht en Delft, als voogden over de kinderen van Anna de Vlugt, voor 400 gl. aan Pieter van Hambeek, koopman te Dordrecht, een huis in de Visstraat, vanouds genaamd “de Zeehond”, staande tussen het huis van Herman Groenendaal en dat van Isack van der Flonck.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 220v: op 24 dec. 1734 verkoopt Pieter van Hambeek, burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Govert van der Linden, “fabriek” [bouwmeester] van de Grafelijkheid, en Jan van der Linden, mr. metselaar te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe Groenendaal en dat van Matthijs van der Vloet.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 232: op 13 dec. 1740 verkopen Govert van der Linden, “fabrijk” van de Grafelijkheid, en Jan van der Linden, mr. metselaar te Dordrecht, voor 980 gl. aan Pieter Fra[n]ckin, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Jan van Dalen en dat van Jan Bambre.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 96v: op 3 april 1749 verkoopt Cornelia Sliep, weduwe van Pieter Frackin, wonende te Dordrecht, voor 900 gl. aan Pieter Spaan, twijndersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Bambre en dat van Jan van Dalen.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 11v: op 28 febr. 1754 verkoopt Pieter Spaan, twijndersknecht en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Hermanus van Well, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, aan weerszijden belend door de huizen van de weduwe van Pieter Spiering.
Het huis werd in 1770 eigendom van Josina de Kuizer, weduwe van Hermanus van Well. (Visstraat, p. 32)
[ORA Dordrecht inv. 1677, f. 197v: op 23 dec. 1794 verkopen Gerrit van Werkhoven en Abraham van Werkhoven, beiden wonende te Dordrecht, enige erfgenamen van Josina de Kuizer, weduwe van Hermanus van Wel, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 2055 gl. aan Casper Boshoven, schoenmakersbaas te Dordrecht, een huis in de Visstraat nabij de Voorstraat, staande tussen het huis van Isaak Kuip en dat van Jacob de Man.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 143v: op 28 sept. 1797 verkoopt Casparus Boshoven, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Adrianus van Eijsbergen, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat bij de Voorstraat, staande tussen het het pakhuis van Jacobus de Man en het huis van Coenraad Brand.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 144: op 28 sept. 1797 verkoopt Adrianus van Eijsbergen, burger van Dordrecht, voor 1790 gl. aan Jan Fredrik Noak, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat bij de Voorstraat, staande tussen het pakhuis van Jacobus de Man en het huis van Coenraad Brand.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 3032v: op 18 juni 1799 verkoopt Johan Fredrik Noak, koopman te Rotterdam, voor 1400 gl. aan Coenraad Meijer, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het pakhuis van Jacobus de Man en het huis van Coenraad Brand.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 105v: op 12 febr. 1801 verkoopt Coenraad Meijer, wonende te Rotterdam, voor 1600 gl. aan Dirk Johannes Breetveld, goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het pakhuis van De Man en het huis van de weduwe Janssen.
Van 1909 tot 1971 was in dit pand kruidenier De Gruyter gevestigd. (Visstraat, p. 29 en 32)
“Tegenwoordig is de winkelketen Nedgame in het pand gevestigd. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de verkoop van videogames, spelcomputers en accessoires.” In de winkelruimte bevinden zich nog tegeltableaus van de vroegere kruidenier De Gruyter, voorstellende een straatgezicht in een Arabische omgeving, een rijstplantage, een Chinese vrouw met een snaarinstrument en een Nederlands interieur met een theedrinkende dame. (Visstraat, p. 30-31)]
Hermanus Groenendaal [mr. bakker]
[19 sept. 1719: Gillis Herreweijer, inwoner van Dordrecht, verkoopt voor 150 gl. aan Hermanus Groenendaal, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis genaamd “den Zeehont” en het huis van Louies Toelon, alsmede een huis in de Raamstraat, staande naast de kloostergang. (ORA Dordrecht inv. 812 (oud), f. 142)
15 jan. 1732: Johanna Op de Camp, weduwe van Hermanus van Groenendael, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 575 gl. aan Jan van Dalen viskoper een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Pieter van Hambeek en dat van Matthijs van der Vloet. (ORA Dordrecht inv. 817 (oud), f. 4)
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 3: op 20 jan. 1750 verkopen Jacob van Duijnen, mr. munter in de Munt van Holland te Dordrecht, en Willem van Maarseveen, mr. bakker te Dordrecht, als voogden van Josina van Dalen, enige nagelaten minderjarige dochter van Johannes van Dalen, die in Dordrecht is overleden, voor 590 gl. aan Adriaan Spiering, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Matthijs van der Vloet en dat van Pieter Spaan. De koper is schuldig aan ds. Petrus Bonnet een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 84: op 16 febr. 1764 verkoopt Elisabeth Veltmans, weduwe van Adriaan Spiering, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Jan Flamme, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Adriaan van Well en dat van Clara van Leuven [van Leeuwen].
ORA Dordrecht inv. 1677. f. 150v: op 22 mei 1794 verkoopt Jan Hendrik Flamme, winkelier te Dordrecht, voor 800 gl. aan Izaak Kuip, omroeper te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe Van Wel en dat van de erfgenamen van Barend Memering.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 199: op 23 dec. 1794 verkoopt Izaak Kuip, omroeper te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Koenraad Brand, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe Memering en dat van Caspar Boshoven.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 16: op 27 febr. 1800 verkoopt Coenraad Brand, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Hendrik Janssen, winkelier te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Coenraad Meijer en dat van de weduwe Loos.]
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 235v: op 25 febr. 1806 verkoopt Johannes Jansse, wonende te Dordrecht, voor 975 gl. aan Pieter de Keukelaar, wonende te Dordrecht, een huis in de Visstraat, getekend D:788, staande tussen het pakhuis van de erfgenamen De Loos en dat van Dirk Johannes Breedveld.]
Matthijs van der Vloet [mr. hoedenmaker]
[“de Crimpert Salm”
ORA Dordrecht inv. 809, f. 97 e.v.: op 12 april 1714 compareren Heijman van Outheusden, Jacob Quinting, meester-zilversmid te Dordrecht, getrouwd met Johanna Margrita Dermoeij, als last en procuratie hebbende van Willem Dermoeij, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht op 10 april 1714 en procuratie hebbende van Jan van Outheusden, volgens procuratie gepasseerd voor de Dordtse notaris P. van Son op 31 dec. 1712 en Frans Dermoeij en Stoffel Dermoeij, allen kinderen en kleinkinderen van IJda Bordels, in haar leven weduwe van Jan Rens. Comparanten transporteren aan Govert Gravendijk, commandant van de “stads slikschuijten” en viskoper te Dordrecht een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Antonij van Dooren en het huis bewoond door Joghem Vreempt. Gravendijk betaalde voor het huis 720 gl. contant. Hij verkocht het tien jaar later aan de hoedenmaker Matthijs van der Vloet. (NB: de naam “Crimpert Salm” wordt in de achttiende-eeuwse transportakten niet meer vermeld. Dat het hier inderdaad om het huis “de Crimpert Salm” gaat, blijkt uit de hierboven aangehaalde aantekening in de marge van de transportakte dd 14 juni 1657.)
ORA Dordrecht inv. 814, f. 92v: op 25 april 1724 verkoopt Govert Gravendijk, burger van Dordrecht, aan Matthijs van der Vloet, hoedenmaker, een huis en erf in de Visstraat, staande en gelegen tussen het huis van Hermanus Groenendael en dat van de weduwe van [Antonij] van Doorn, [genaamd Maria Pitten], voor 460 gl. contant.
Matthijs van der Vloet, geboren te Oudewater naar schatting ca. 1665, burger van Dordrecht 21 febr. 1715 (komende van Gouda), hoedenmaker te Dordrecht, overleden ald. 15 mei 1758, begraven Dordrecht 22 mei 1758, zoon van Frans Jacobsz. van der Vloet en Marigje Harmens, trouwde Gouda 1/16 mei 1701 Catharina Jansdr. van Metvoort, jonge dochter van Gouda, begraven Dordrecht 24 juni 1749
7 mrt. 1741: Matthijs van der Vloet, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Johannes van Kronenburgh, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het “stadshuijs”, dat wordt bewoond door de opziener van de “assijkarren”, en het huis van N. van Sorgen. De koper is schuldig aan Cornelis van der Walk, wonende te Dordrecht, een bedrag van 600 gl. (ORA Dordrecht inv. 1656, f. 12v e.v.)
5 mrt. 1751: voor notaris G. Verveer testeert Matthijs van der Vloet, meester-hoedenmaker te Dordrecht. Hij legateert aan zijn nicht Clara van Leeuwen, “bejaard” en ongehuwd persoon, die bij hem inwoont, drie obligaties van resp. 1600, 1000 en 1000 gl., alle ten laste van de provincie Holland “ten comptoire” van de ontvanger van de provincie Holland in Den Haag, een grenen kast, die op de bovenvoorkamer staat, met al het linnen en wollen goed en goud en zilverwerk, dat zich daarin bevindt. Aan zijn neef Theunis Spille, wonende te Gouda, legateert hij 200 gl., aan zijn neef Herman Metfort, wonende te Gouda, 200 gl., aan zijn neef Steven van der Vloet, wonende te Oudewater, 200 gl., aan zijn neef Johannes van der Vloet, wonende te Oudewater, 200 gl., aan zijn nicht Lijsbet van der Vloet, wonende in de Agtersloot onder Utrecht, 200 gl. en aan zijn neef Cornelis Versee, wonende te Gouda, 100 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij de twee kinderen van zijn overleden zoon Willem van der Vloet, genaamd Catharina en Adriaan van der Vloet. Hij stelt tot executeurs-testamentair aan Jan van Nieuwervaart, koopman te Dordrecht, Cornelis van der Werff, bovenmeester in het Heilige-Geesthuis ter Groterkerk te Dordrecht en zijn nicht Clara van Leeuwen. De testateur tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 932, akte 32)
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 178: op 2 april 1765 verkopen Cornelis van der Werff en Cornelis Noordegraaff, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Clara van Leeuwen, ongehuwde persoon, overleden te Dordrecht, voor 910 gl. aan Barend Memering, koopman [tabakverkoper] te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Jan van Leeuwen en dat van Jan Flamme.
Het huis wordt in 1779 eigendom van Clara Memering, echtgenote van Cornelis Hendrikus de Loos. (Visstraat, p. 27)]
Marija Pitte weduwe van Antonij Dooren [viskoper]
[ORA Dordrecht inv. 807, f. 145: op 13 dec. 1710 verkopen Mettie van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeij voor haarzelf en als procuratie hebbende van haar broer Jan van Outheusden en Heijmen van Outheusden viskoper, allen kinderen en erfgenamen van Ida Bordels, weduwe van Jan Rens, voor 1703 gl. aan Anthonij Doorn viskoper een huis vooraan in de Visstraat, staande tussen het huis van Johannes van Bebron kruidenier ten noorden en het huis van transportanten [“de Crimpert Salm”] ten zuiden.
6 mei 1732: Maria Pitte, weduwe van Anthonij Dore, verkoopt voor 835 gl. aan Adriaan Spierings een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Hendrik Boers en dat van Matthijs van der Vloet. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 600 gl. (ORA Dordrecht inv. 817, akte 2, f. 36 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 54: op 17 okt. 1754 verkoopt Elisabeth Veltman, weduwe van Adriaan Spiering, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Jan van Leeuwen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Hendrik Boers en dat van Matthijs van der Vloet.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 250: op 23 juli 1795 verkoopt Jan van Leeuwen, viskoper te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Pieter Haassis, viskoper te Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Bernardus de Loos en dat van Elias Ketting.
Leendert van Dam
Vlak (Dwarskade)
de heer Van der Waijden
[1731: koetshuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 29v: op 10 mei 1757 verkoopt mr. Ocker Gevaerts, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Catharina van der Waijen, weduwe van mr. Anthonij van der Heijm, raadpensionaris, grootzegelbewaarder, stadhouder en registermeester van de lenen van Holland, wonende in Den Haag, voor 450 gl. aan Jan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, een koetshuis en stal op het Vlak, staande naast de passage naar de Walevest en naast het huis van Pieter Goutsmit.
Jacob van der Waeijen, gedeputeerde van Friesland in de Staten-Generaal, begraven Dordrecht 10 jan. 1743, trouwde NG Dordrecht 18 sept. 1690 Herbertina de Witt
Kind:
a. Catharina van der Waeijen, gedoopt Koudum 6 nov. 1694, overleden ‘s-Gravenhage 30 nov. 1763, begraven Delft 6 dec. 1763, trouwde NG ‘s-Gravenhage 25 mei 1721 Anthonie van der Helm, raadpensionaris van Holland 1737-1746.]
Pieter van Kasteel
[ORA Dordrecht inv. 817, f. 177 e.v.: op 15 april 1734 verkopen mr. Gerard Aemilius van Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, als rentmeester van het Armhuis, mr. Johan van Wageningen, als boekhouder van de NG diaconie te Dordrecht, en Willem van den Bergh, koopman te Dordrecht, door wie, als diaken van het 10e Kwartier, gealimenteerd worden Elizabeth van Casteel, weduwe van Gillis Monnai, en een kind, voor 620 gl. aan Philippus Borgers, burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskaai bij de Roobrug, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Hendrik te Honte en de stal of het koetshuis van Jacob van der Waijen.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 25v e.v., akte dd 20 april 1741: Philippus Borgers, burger van Dordrecht, is schuldig aan Pieter Goudsmedingh, appeltonder en burger van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Dwarskade voor de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Christiaan Kloens en het huis of de stal van Jacob van der Waijen.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 115v: op 6 juli 1758 verkoopt Pieter Goudsmeden, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Hendrik van Laar, stuurman op de Rijn, wonende te Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen het huis van Hendrik te Hoonte en dat van burgemeester Govert van Slingeland. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 500 gl.]
Pieter van Kasteel
[ORA Dordrecht inv. 817, f. 177: op 15 april 1734 verkopen mr. Gerard Aemilius van Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, als rentmeester van het Armhuis, mr. Johan van Wageningen, als boekhouder van de NG diaconie te Dordrecht, en Willem van den Bergh, koopman te Dordrecht, door wie, als diaken van het 10e Kwartier, gealimenteerd worden Elizabeth van Casteel, weduwe van Gillis Monnai, en een kind, voor 910 gl. aan Hendrik te Honte [te Hoonte], mr. smid te Dordrecht, een huis op de Dwarskaai bij de Roobrug, staande tussen het huis van Nicolaas Cool, koopman te Dordrecht, en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Philippus Borgers.]
Nicolaus Kool [koopman]
[1731: woonhuis en pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 154 e.v.: op 23 dec. 1704 verkoopt Simon Jansz. Horrier, burger van Dordrecht, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zwager Isaack Dircksz. de Bas, burger van Dordrecht, weduwnaar van Ariaantie Teunisdr. de Bie, voor 1040 gl. aan Nicolaes Kool, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskaai, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Casteel.]
idem
[Zie genealogie Kool op deze website.]

Herenhuis aan het Vlak (nr. 2/3) op de hoek van de Hoge Nieuwstraat, bijgenaamd “Vader Tijd”.
[Het huis “werd in 1728 gebouwd door Nicolaas Cool, op de plaats waar hij tevoren drie naast elkaar staande huisjes had staan. “Hij wilde daar hij, hoewel eerst schipper, thans koopman geworden, zich een fraai huis bouwen, en verzocht aan Burgemeesteren bij request van 10 Februari 1728 ‘om, waar alvorens van de stad is gekocht een breedte van drie voet en 8 voet ter lengte … voeten, [hem] te vergunnen, om op die breedte te mogen een muur recht op doen trekken; dan zou hij zijn drie volgende huysen tesamen onder één gevel doen brengen, dat niet onaangenaam voor’t gezigt zoude voorkomen’”. Cool verkreeg de gevraagde vergunning op 18 mrt. 1728. Hij overleed op 31 okt. 1737. Zijn weduwe, Neeltje Schouten, verkocht 2/3 parten van het huis op 18 nov. 1738 aan Christiaan (Corstiaan) Kloens, en op 30 april 1739, het resterende deel (dat op de hoek) aan Jacob van der Kamp.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 121 e.v.: op 20 april 1728 verkoopt Magdalena Cool, weduwe van Johannes Gront, voor 1110 gl. 10 st. aan Nicolaas Cool, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 79v e.v.: op 13 nov. 1738 verkoopt Cornelis van der Werff, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Neeltje Schoute, weduwe en erfgename van Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 5110 gl. aan Christiaan Kloens, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskaai, staande tussen het huis, dat door Neeltje Schoute is verkocht aan Jacob van de Kamp, en het huis van Hendrik Te Hoonte.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 111 e.v.: op 30 april 1739 verkoopt Cornelis van der Werff, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Neeltje Schoute, weduwe en erfgename van Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Jacob van den Kamp, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Christiaan Kloens.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 108v e.v.: op 13 febr. 1753 verkoopt Jacob van den Camp, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Egbert Harsevoort, raffinadeur en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Christiaan Kloens. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 11 dec. 1766: Corstiaen Kloens, ongehuwd, met zeven koetsen extra, de hoogste boete, op de Dwarskade.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 87 e.v.: op 1 april 1767 verkopen Willem Kloens, koopman, Mattheus Rees Gillisz., raad en vroedschap van Dordrecht, Jan van der Star, als executeur-testamentair van Corstiaan [Christiaan] Kloens, overleden te Dordrecht, en Mattheus Rees Mattheusz., raad en vroedschap te Dordrecht, mede executeur-testamentair van Corstiaan Kloens, voor 6400 gl. en een rantsoen van 160 gl. aan Jan Elikink, wijnkoopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskade omtrent de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Gerard Haantjes en dat Jan Ponssen.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 mei 1767: Jan Elikink jongman en Magdalena Besemer jonge dochter beiden van Papendrecht, volgens attestatie van ondertrouw van Papendrecht dd 29 mei 1767, op 14 juni 1767 attestatie gegeven.
Op 17 dec. 1771 werd Elikinks weduwe eigenares van het huis.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 20 nov. 1773: Nicolaas van Meeteren weduwnaar van Aletta van Sendorp geboren te Dordrecht wonende in de Hoge Nieuwstraat en Margareta Besemer weduwe van Jan Elikink geboren te Papendrecht wonende op de Dwarskade bij de Hoge Nieuwstraat, hebben bewijs gedaan aan hun kinderen ten overstaan van notaris A. Bax te Dordrecht, getrouwd in Dordrecht op 6 dec. 1773.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 61: op 2 juli 1776 verkoopt Nicolaas van Meeteren, koopman te Dordrecht, als man van Margareta Besemer, eerder weduwe van Jan Elikink, voor 10.000 gl. aan ds. Henrikus van Hiltrop, predikant te Dordrecht, een huis op de Dwarskade voor de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Sibilla Barbara, Elisabeth en Cornelia Magdalena Janse en dat van Adriaan Bemolt.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 185: op 10 sept. 1805 verkopen Lodewijk van Loon en Jacob Boon, wonende te Dordrecht, en Helmert van Dam, notaris te Utrecht, bij akte van 19 febr. 1800 door Henrikus van Hiltrop, in zijn leven rustend predikant van de NG gemeente te Dordrecht, aangesteld tot executeurs van zijn testament, voor 6380 gl. aan Francois Brooshooft, wonende te Dordrecht, een huis op het Vlak voor de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jan Olivier van Batenburg en dat van Pieter Kraaijeveld, getekend A:544.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 494: op 15 dec. 1807 verkoopt Andries Brooshooft, pondgaarder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Bartholomina van der Star, weduwe en erfgename van Francois Brooshooft, wonende te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Dirk Storm van ’s Gravensande, predikant te Zwijndrecht, een huis op het Vlak of Dwarskade, getekend A:544, staande tussen het huis van Paulus Hegner en dat van [NN] Kraijeveld.
[Het huis] werd vervolgens op 10 sept. 1805 verkocht aan Francois Brooshooft, gehuwd met Bartholomina van der Star, die het reeds in 1807 voor 6000 gl. verkocht aan ds. Dirk Storm van ‘s-Gravezande, predikant te Zwijndrecht 1791-1808, die er op 22 dec. 1825 overleed. Daarna stond het huis voor enige tijd leeg, maar in 1854 wordt als bewoner vermeld B. van der Elst van Bleskensgraaf, van 1860-1897 jhr. J.G.C.P. Vrijthoff, 1899 jhr. F.L. Valck, administrateur van het Kroondomein en tot juni 1903 mr. A.C. Crena de Iongh, in 1904 werd het gekocht door de heren H. en H.W. van Wel, kleermaker. (J.L. van Dalen, Het pand Vlak 2 [Dordrecht z.j.], aanwezig in de bibliotheek van Erfgoedcentrum DiEP, cat. nr. 40.002)]


Vader Tijd (gevelsteen, Vlak nr. 2/3).
“In de Franse Tijd werden familiewapens op gevels en grafstenen op hoog bevel … glad gehakt. Bouwheer had op zijn pand zijn familiewapen en dat van zijn vrouw laten plaatsen en die moesten in de Franse Tijd dus ook verdwijnen. Pas bij de restauratie van het beeld [van Vader Tijd] in 1963 bleek dat men de Fransen om de tuin had geleid. De familiewapens van Schouten en Kool waren niet plat gehakt, maar men had het reliëf eenvoudig met stopverf en plamuur opgevuld. Na een grondige schoonmaakbeurt konden de oorspronkelijke vormen geheel worden teruggevonden.” (Dordrecht Monumenteel, april 2025, nr. 96, p. 36)
“In 1728 kocht Nicolaas Kool, een schipper, later koopman, vier huisjes op het Vlak. Ter plaatse liet hij “tot sieraad van de stad” het herenhuis Vlak nr. 2/3 “verrijzen dat zo geweldig groot gebouwd werd dat reeds in 1738 het hoekhuis van de Hoge Nieuwstraat werd afgenomen. In het tympan ziet men vader tijd met zijn attributen zeis [sic] en zandloper, die de wapenschilden van de familie vasthoudt. In 1795 werden de familiewapens op hoog bevel weggehakt. Het pand werd rond 1960 gerestaureerd en het hoekhuis er weer bijgetrokken.” (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 214)]
Voorstraat van
Voorstraat tussen Scheffersplein en Wijnbrug
Lodewijk Faessen
de weduwe van Pieter Brouwer
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 30Bv: op 2 juli 1744 verkoopt Catharina van Buuren, weduwe van Pieter Brouwer, wonende te Dordrecht, voor 150 gl. aan Christiaan van der Sande, timmermansknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van Lodewijk Faassen en dat van Jan Pluijm.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 123v: op 2 mrt. 1775 verkoopt Corstiaan van der Zanden, timmermansknecht en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Thomas Walpot, koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van Fredrik Noak en de steiger.]
Huijbert Collaert
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 133v: op 18 sept. 1704 verkopen Johannes Beijen en Hendrik Cumsius, als executeurs-testamentair van Anna Pisset, weduwe van Abraham Maes, voor 1120 gl. aan Huijbert Collaert, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, waar uithangt “het Nieuw Fransmodise Rocklijff”, staande tussen het huis en de zeperij van de weduwe Maas en het huis van Dionisius van der Kesel.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 221: op 10 dec. 1743 verkoopt Pieter van Gelsdorp, als executeur-testamentair van Huijbert Kollaert, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 1410 gl. aan Jan Pluijm, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe Brouwer en dat van de erfgenamen van Huijbert Kollaert.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 299v: op 14 dec. 1771 verkoopt Jan Pluijm, burger van Dordrecht, voor 1570 gl. aan Fredrik Noak, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Christiaan van der Sanden en dat van Cornelis Giltaij.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 88: op 19 dec. 1793 verkoopt Fredrik Noak, bontwerker te Dordrecht, voor 3900 gl. aan Pieter Vredevelt, goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde bij de Beurs, staande tussen het huis van Pouwels en dat van Hendrik Giltaij Czn.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 107: op 1 mei 1749 verkoopt Mattheus Lemkens, broodbakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebben van Adriana Collaert, weduwe van Adriaan Lemkens, voor 1275 gl. aan Cornelis Giltaij, mr. goudsmid te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van majoor Ewout Bosveld en dat van Jan Pluijm.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 180: op 10 febr. 1784 verkopen “Hendrik Giltaaij, Jan Giltaaij, en Katharina Giltaai, Jongedogter alle drie meerderjarige nagelaten kinderen van Cornelis Giltaaij, gewoont hebbende en den 29 September 1783 alhier overleden, en nog bovengenoemde Hendrik Giltaij, en Pieter Giltaaij als voogden over Dingena Giltaaij, meerderjarige Dogter zijnde dezelve Hendrik, Jan, Catharina, en Dingena Giltaaij de vier eenige natelaten kinderen en Erfgenamen van bovengem. Cornelis Giltaaij allen wonende” te Dordrecht voor 1410 gl. aan Stephanus de Bruijn, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de “exploiteur” Teunis Colijn en dat van de koper.]
Gerrit de Meij [timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 96: op 13 mei 1721 verkopen “Lodewijk Faassen, als in huwelijk hebbende Willemijntje Haasterlee, Casparus Brouwers als getrouwt met Aagje Haasterlee en Cornelis van Vliet, als in huwelijk hebbende Johanna Haasterlee te zamen kinderen en erfgenamen van Jannigje Nelsing in haar leven wed:e van Frans Haasterlee”, voor 100 gl. aan Gerrit de Meij een huis op de Voorstraat, staande tussen het huis van Huijbert Kollaert en dat van Mattheus Verlaar.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 171v: op 22 sept. 1722 verkoopt Gerrit de Meij, timmerman en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen het huis van Huijbert Kollaert en dat van Matthijs Verlaar.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 201: op 24 sept. 1743 verkopen Pieter van Gelsdorp, procureur te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de boedel van Johannes Tak en diens vrouw Maria van der Vorst, voor 1200 gl. aan voornoemde Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Kolfstraat en de Nieuwstraat aan de havenzijde, genaamd “den Spaansen Bogaart”, staande tussen het huis van Huijbert Collaart en dat van Johannes Verhoeve.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 29v: op 11 april 1769 verkoopt Maria van Gilst, weduwe van Ewout Bosvelt, wonende te Dordrecht, voor 1270 gl. aan Abraham van der Koogh, steenhouwer te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande aan de havenzijde tussen het huis van Jan Verhoeven en dat van de zilversmid Giltaij.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 33v: op 25 febr. 1808 verkoopt Aletta van der Koogh, weduwe van Jan Vervel, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Dirk van Dijl, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, getekend C:4, staande tussen het huis van de koper en dat van Hendrik Giltaij Cornelisz.]
Jan Verhoeven [stadsbidder]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 115: op 23 sept. 1721 verkoopt Anna de Pon, weduwe van Matthijs Verlaar, voor 600 gl. aan Nicolaas van der Valk, mr. schoenmaker, een huis in de Voorstraat tegenover Mijnsherenherberg, waar uithangt “Puttershoek”, staande tussen het huis van de weduwe Van Gewas en dat van De Meij.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 147: op 14 april 1722 verkoopt Nicolaas van der Valk, mr. schoenmaker, voor 600 gl. aan Jan Verhoeven, stadsbidder, een huis op de Voorstraat schuin tegenover Mijnsherenherberg, waar uithangt “Puttershoek”, staande tussen het huis van Gerrit de Meij en dat van de weduwe Van Gewas.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 24v: op 18 febr. 1783 verkoopt “Jeremias Schoenmakers, apothecar[is] en wonende binnen deze Stad, als daar toe bij volmagt den 1e: februarij 1783 voor de Notaris Abraham Adrianus van den Oever, en twee getuigen verleden, gevolmagtigt van Catharina Verhoeven, Maria Verhoeven en Cornelia Verhoeven, alle drie meerderjarig en ongehuwd, en wonende op den Heer [Arent] Maartensen Hoff”, voor 1430 gl. aan Teunis Colijn, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van Cornelis Giltaaij en dat van de steenhouwer Abraham van der Koogh.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 90: op 4 nov. 1790 verkoopt Teunis Colijn, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan zijn zoon Jan Colijn, witwerker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Stephanus de Bruijn en dat van [NN] van der Koog.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 8: op 21 jan. 1808 verkoopt Jan Colijn, wonende even buiten Dordrecht, voor 2600 gl. aan Dirk van Dijl, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde tussen de Beurs en de Wijnbrug, getekend C:5, staande tussen het huis van de erfgenamen van Stephanus de Bruijn en dat van [NN] van der Koogh.]
Nicolaes van der Valk [mr. schoenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 2: op 7 jan. 1738 verkoopt Nicolaas van der Valk, burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Hendrik van der Meulen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Nicolaas de Bondt en dat van Jan van der Hoeve.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 16v: op 22 mrt. 1763 verkoopt dr. Carel Borcherd Voet, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zuster Johanna Sophia Voet, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1050 gl. aan Jacobus Heulen, chirurgijn te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, belend door het huis van Jan Verhoeven aan de ene zijde en dat van Judik Kroon aan de andere. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl.]
Nicolaes de Bont
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 84v: op 1 febr. 1770 verkoopt Johannes van Lune, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende in Den Haag, enig kleinkind en erfgenaam ab intestato van zijn grootmoeder van moederszijde, Judik Kroon, laatst gehuwd met Francois Kruger en eerder weduwe en enige erfgename van Nicolaas de Bondt, voor 1060 gl. aan Stephanus de Bruijn, beursknecht te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Kloens en dat van Jacobus Heule.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 297: op 9 sept. 1806 verkopen “Guillaume Michaux als in huwelijk hebbende Lucretia de Bruijn, wonende te Brussel, doch zich thans alhier te Dordrecht bevindende, & Fredrik Gerrit van Ingen, wonende alhier te Dordrecht als generale last en procuratie hebbende van Elisabeth de Bruijn, meerderjarig en ongehuwd wonende alhier te Dordrecht, welke Elisabet en Lucretia de Bruijn, zijn nagelaten Dochters van Elisabeth Scholten, in leven weduwe en gestelde Erfgename of Boedelhouderesse van Stefanus de Bruijn”, voor 1200 gl. aan Johan Christiaan Heck de Bruijn, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde tussen de Beurs en de Donkere Steiger, getekend C:6, staande tussen het huis van Johannes Smits en dat van [NN] van Dijl.]
Willem Cloens
[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 47v: op 2 juni 1780 verkopen “Mattheus Rees, in den Oudraad en oud Burgemeester dezer Stad &a en de Wel Ed. gebore Vrouwe Christina Reepmaker door voorm: haren man geadsisteert en ten dezen geauthoriseert, zijnde gemelde Vrouwe Christina Reepmaker fideicommissaire Erfgename van wijlen Josina Kloens in leven huisvrouw van wijlen Willem Kloens”, voor 2070 gl. aan Pieter Smits en Barend van der Vorm, burgers van Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de waterzijde tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen Van der Kop en dat van Stephanus de Bruijn.]
de erfgenamen van ds. Hamerus
[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 19: op 25 febr. 1700 verkoopt Cristina Hamer, weduwe van Adam van Tiell, voor 2100 gl. aan ds. Petrus Hamerus, predikant te Numansdorp, een huis in de Voorstraat tegenover Mijnsherenherberg, waar uithangt “t Casteel van Breda” [belenders niet vermeld.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 29: op 15 mei 1766 comp. Herman van der Star, arts te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna Hamer, de vrouw van Nicolaas Cloppenburg, predikant te ‘s-Gravenmoer, en van Nicolaas Cloppenburg zelf, Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Petrus Hamer, predikant te Kruiningen op het eiland Zuid-Beveland, en van Catharina Hamer, wonende te Kruisingen, en Jan van der Star nog als procuratie hebbende van Petrus en Dirk Hendrik Hamer, wonende te Vlissingen, welke Johanna, Petrus, Catharina, Petrus en Dirk Hendrik Hamer, samen erfgenamen zijn van hun grootmoeder Helena van Thiel, weduwe van ds. Petrus Hamer, en van Abraham Hamer, hun oom en broer. De comparanten verkopen voor 810 gl. aan Reijnier van de Kop, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Kloens en dat van de weduwe Vermeulen.]
Maria Hovius
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 214: op 29 jan. 1726 verkoopt Jan van de Rijk, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Maria Hovius een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Petrus Hamerus en dat van Willem van der Poel.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 228: op 16 okt. 1788 verkoopt Beatrix van der Meulen, vrouw van Martijnis van As, voor 1000 gl. aan Hendrik van Ree, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van Krijnis van der Kop en dat van de verkoopster.]
Jannetta van der Poel
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 90v: op 25 april 1721 verkoopt ” Sijmon Korsten, schipper van Oosterhout als last en procuratie hebbende van den Eerwaarden Heer Alexander van Erffrenten predicant in Kruijslant soo voor sijn selven als in qt als voogt over sijne minderjarige suster Juffr. Willemina van Erffrenten eenige ende universeele Erffgenamen van haren vader ende moeder de Eerwaarde Heer Willem van Erffrenten en Juffr. Elisabeth Bellaerts volgens den testamenten gepasseert voor mij notaris ende sekere getuijgen alhier in dato den 11e: October 1720 volgens deselve procuratie voor Pieter van Gent openbaar nots. bij den Ed: Mog: Rade van Brabant in s’Hage geadmitteert binnen de Vrijheijt Oosterhoud residerende in dato den 10 April 1721″ voor 600 gl. aan Jannetta van der Poel een huis omtrent de Kolfstraat tegenover Mijnsherenherberg, staande naast het huis van de hoedenmaker Grisson.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 208: op 28 juli 1740 verkoopt Jannetta van der Poel, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Hendrik van der Meulen, mr. bakker en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Voorstraat omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Dijna Greson en dat van Hendrik Hamer.]
Dijna en Anthonij Grison
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 86v: op 17 nov. 1717 verkoopt Willem Greson, mr. hoedenmaker te Dordrecht, voor 500 gl. aan zijn zoon Antonij Greson en dochter Dijna Greson, een huis in de Voorstraat schuin tegenover Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van ds. Erfrenten en dat van Renaut.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 156v: op 27 mrt. 1777 verkoopt “Jan Hendrik Schultz van Haegen Notaris en Procureur binnen deze Stadt als gequalificeerd zijnde van de Wel Ed. Heren Vaders en Regenten van het Heilige Geest en Pesthuis ter Groote Kerk alhier als alimenterende in het zelve huis Aletta van de Graaf en van de Wel Ed: Heeren vaders en Regenten van het Arme Weeshuis als alimenteerende in het zelve huijs Jan en Margareta van de Graaf, mitsgaders van de Wel Ed. Heeren vaders en Regenten van het Nieuwe Armhuis als alimenterende in het zelve huijs Corstiaan van de Graaf, en dat respective binnen dze Stad, te zamen representerende de voorn: nagelaten Kinderen van wijlen Joost van de Graaf,” voor 1510 gl. aan Wouter van der Elst, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Hendrik Diepenbruggen en dat van Martinus van As.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 193: op 18 mei 1786 verkopen Metje Visser, gescheiden echtgenote van Wouter van der Elst, en Hendrik Visser, metselaarsbaas, wonende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Johannes de Haan, broodbakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Donkere Steiger en het huis van de blikslager Jan van Breda.]
de weduwe van Mattheus Renaut [schoolmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 49: op 19 mei 1700 verkoopt Hendrik Taeffelmaker, burger van Dordrecht, voor 2150 gl. aan Mattheus Renaut, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Nieuwstraat en de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Segert Blanckaert en dat van Willem Grijsin. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 775 gl.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 195v: op 29 juli 1734 verkoopt Cornelia Becius, weduwe van Mattheus Renaut, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Magtelina van Vianen, weduwe van Jacob Hellu, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Nieuwstraat aan de waterzijde, staande tussen het huis van Anthonij Greson en dat van Van Sevenom.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 182v: op 20 juni 1743 verkoopt Magtelina van Vianen, weduwe van Jacob Hallu, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Pieter Vink, bode van de Nederwaard, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Bollensteiger [Donkere Steiger], staande naast het huis van Gerard Hops.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 16: op 1 april 1760 verkoopt Pieter Vink, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Joost van de Graaff, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de koper en dat van Gerrit Hops. De koper is schuldig aan de de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 156: op 27 mrt. 1777 verkoopt “Jan Hendrik Schultz van Haegen Notaris en Procureur binnen deze Stadt als gequalificeerd zijnde van de Wel Ed. Heren Vaders en Regenten van het Heilige Geest en Pesthuis ter Groote Kerk alhier als alimenterende in het zelve huis Aletta van de Graaf en van de Wel Ed: Heeren vaders en Regenten van het Arme Weeshuis als alimenteerende in het zelve huijs Jan en Margareta van de Graaf, mitsgaders van de Wel Ed. Heeren vaders en Regenten van het Nieuwe Armhuis als alimenterende in het zelve huijs Corstiaan van de Graaf, en dat respective binnen deze Stad, te zamen representerende de voorn: nagelaten Kinderen van wijlen Joost van de Graaf”, voor 2250 gl. aan Hendrik Diepenbruggen, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Wouter van der Elst en dat van Gerrit Hops.]
Anthonij van Sevenom
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 13v: op 21 mrt. 1720 verkoopt “mr. Johan d’Roover Inden Oud-Raad deser Stad als administrerende Voogd over d’minderjarige kints kinderen van Zeger Blankert, in zijn leven Vleeshouder binnen dese Stad hem sterkmakende en rato Caverende van den Toesiende voogd Quirijnis vander Heijs, mede vleeshouder”, voor 670 gl. aan Poulus IJssenbroek, koolmeter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Mattheus Renaut en dat van Hordijck mr. loodgieter.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 110: op 26 febr. 1728 verkopen Arij van de Grient en Servaas van den Berge, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige dochter van wijlen Paulus IJssenbrok, burger van Dordrecht, voor 520 gl. aan Anthonij van Sevenom een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Nieuwstraat, staande tussen het huis, waarin Govert Broekhuijsen woont, en dat van Abraham Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 124: op 2 okt. 1742 verkopen Hendrik van Ardennen, koopman, en Pieter van Gelsdorp, procureur voor de Kamer Juditieel van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieter van Sevenom, koopman te Dordrecht, voor 600 gl. aan Gerrit Hops, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Abraham Hordijk en dat van de weduwe van Jacob Hellu.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 12: op 5 febr. 1778 verkoopt “Francois van der Elst als in huwelijk hebbende Helena van Hamelenberg, wonende alhier ter Steede, welke Helena van Hamelenberg voor de helft Erfgenaame abintestato is van wijlen haere Grootmoeder Helena van Hamelenberg in leven wed:e Gerrard Hops binnen dese Stad overleden”, voor 900 gl. aan Martijnis van Hamelenberg, wonende te Dordrecht, de helft van een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Wijnbrug, van welk huis de koper, als erfgenaam ab intestato van zijn voornoemde grootmoeder de wederhelft bezit, staande tussen het huis van de metselaar De Visser en dat van Hendrik Diepenbruggen.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 80v: op 5 juni 1783 verkoopt Dirk Willem Nibbelink, als procuratie hebbende van Dirkje Hulstman, weduwe en erfgenamen van Martinus van Hamelenburg, wonende te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Jan van Breda, blikslager te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de metselaar De Visser en dat van Hendrik Diepenbruggen.]
Voorstraat tussen Donkere Steiger [schuin tegenover Nieuwstraat] en Grote Appelsteiger
Abraham Hordijk
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 111v e.v.: op 16 nov. 1745 verkoopt Hendrik Hordijk, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, als procutatie hebbende van zijn vader Abraham Hordijk, voor 1700 gl. aan Pieter Evenwel, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Bollensteiger [Donkere Steiger] en het huis van Gerret Hops.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 79 e.v.: op 2 nov. 1752 verkoopt Pieter Evenwel, mr. metselaar en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Hendrik de Visser, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Donkere Steiger en het huis van Jacobus van Hamelenberg. De koper is schuldig aan Gerard Lares, koopman te Dordrecht, een bedrag van 1400 gl.]
Jacobus de Leeuw [spekslager]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 118v: op 4 mei 1719 verkoopt Adriaan van Clavere, koopman te Dordrecht, als erfgenaam van zijn moeder Adriana Coene, weduwe van Willem van Clavere, voor 1100 gl. aan Jacobus de Leeuw, spekverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Nieuwstraat, tegenwoordig bewoond door Jacob Rating, staande naast de Donkere Steiger.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 94 e.v.: op 17 dec. 1750 verkoopt Jacobus de Leeuw, spekslager en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Margareta van den Bergh, weduwe van Corstiaan van de Graaff, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Wijnbrug, belend door het huis van de weduwe van Willem Verschuur aan de ene zijde en van onderen de Bollensteiger [Donkere Steiger] en boven het huis van Pieter Evenwel aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 190: op 7 mei 1765 verkoopt Corstiaan van de Graaf, wonende te Dordrecht, voor 2510 gl. aan Johannes de Haan, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jan Heij en de Donkere Steiger.]
Catharina Houb
[ORA Dordrecht inv. 93v: op 24 april 1755 verkoopt Catharina Hoebée, weduwe en enige erfgename van Willem Verschueren, wonende te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Jan Heije, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Margarita van den Berg, weduwe van Corstiaan van de Graaff, en dat van Catharina van Poeteren, weduwe van Jan van der Ent.]
Daniël Becol [winkelier, koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 139v:op 10 febr. 1722 verkoopt Nicolaas de Haan, wonende te Rotterdam, als man van Pieternella Hordijck, dochter van Neeltie de Leeuw en mede-erfgename van Dirck de Leeuw, voor 1600 gl. aan Daniël Bekoll, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, zijn vrouw aangekomen uit de nalatenschap van Dirck de Leeuw, staande tussen de Wijnbrug en het huis van de weduwe Verschuur.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 165 e.v.: op 25 april 1743 verkoopt Daniël Becol, koopman te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Jan Eusebius Voet, arts te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van Catharina Hobbe, weduwe van Willem Verschuuren. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 138v e.v.: op 3 mei 1746 verkoopt Johannes Eusebius Voet, arts te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Catharina van Poeteren, weduwe van Jan van der Hent, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van Catharina Hobbe, weduwe van Willem Verschueren.]
[Wijnbrug:] Jan Dam
[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 176v e.v.: op 16 dec. 1694 verkoopt Johannes Gijsbertsz. van Rossum, wonende te Rotterdam, voor 625 gl. aan Nicolaas Proon, burger van Dordrecht, een huis op de Wijnbrug, waar uithangt “het Belegh van Alckmaar”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. : op 1 aug. 1718 verklaart Nicolaas Proone, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina Hoebee, weduwe van Willem Verschure, een somma van 700 gl., verbindende een huis op de Wijnburg, genaamd “het Beleg van Alkmaar”, komende recht achter het huis van Abraham Vos en naast de trap van de Wijnbrug.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 167: op 1 mei 1725 verkoopt Nicolaas Proonen, burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Jan Dam, tavernier en burger van Dordrecht, een huis op de Wijnbrug, staande naast de trap aldaar en komende tegens het huis van Abraham Vos. Het huis was vanouds genaamd “het Beleg van Alkmaar” en thans “de Paauw”. (NB: niet te verwarren met het huis “de Pauw” in de Wijnstraat. Zie: C. Esseboom, Johan Willem Friso (2), teruggevonden in Oranjewoud, in Oud-Dordrecht 2002, nr. 1, p. 24 e.v.))]
Jan Dam
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 47v: op 2 mei 1730 verkopen Josina en Cornelia Vos, “bejaarde dogters”, als procuratie hebbende van hun moeder Anna Maria Paats, weduwe van Abraham Vos, en tevens vervangende hun zuster Martina Vos, voor 2000 gl. aan Jan Dam, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van Jenneke Brants en Elisabeth Maartens.]
Jenneke Brants en Lijsbet Maertens
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 178v: op 5 nov. 1722 verkoopt Antonij van Sevenom, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Lammert van der Tack, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Jenneke Brants en Elisabet Maartens, ongehuwde personen wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Abram de Vos en dat van Abram van Nispen.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 30 mrt. 1743: Elisabeth Maartens, ongehuwd, in de Voorstraat bij de Wijnbrug, met de”ordinare” koetsen.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 162: op 18 april 1743 verkoopt Anthonij Kisselius, predikant van de Lutherse gemeente te Dordrecht, als executeur-testamentair van Lijsbeth Maartens, “bejaarde”, ongehuwde persoon, gewoonde hebbende en overleden te Dordrecht, voor 660 gl. aan Clement Kever, “confiturier” en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jan Dam en dat van Abraham van Nispen.]
Abraham van Nispen [mr. metselaar]
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 82v: op 3 nov. 1711 verkoopt Hermanus Visbagh, wonende te Utrecht, voor 1200 gl. aan Abraham van Nispen, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Oostrum en dat van de weduwe Van de Tak, thans getrouwd met Joh. de Raat.]
Wilhelmina en Catharina van Oostrum
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 105: op 21 april 1733 verkopen Wilhelmina Maria en Adriana van Oostrum, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Cornelia Adriana Roels een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Abraham van Nispen en dat van Cornelis Bercks, mr. blikslager.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 145v e.v.: op 16 febr. 1762 verkopen Abraham Blussé, boekhandelaar, en Roeloff Arents, mr. chirurgijn, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Cornelia Roels, weduwe van Adolph Blussé, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 4475 gl. aan Leendert van de Camp, koopman te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Berckepoort, staande tussen het huis van Abram van Nispen en dat van Jan Heij, met een vrije uitgang op de steiger.]
Cornelis Berks [mr. loodgieter, mr. blikslager]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 14: op 2 mrt. 1723 verkopen Anna, Helena en Johanna Stappers, burgeressen van Dordrecht, zusters en erfgenamen van Christina Stappers, weduwe van Francois de Clercq, voor 1710 gl. aan Cornelis Bercks, mr. loodgieter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van ds. Van Oostrum en het huis, dat door de zusters op diezelfde dag is getransporteerd aan Abraham Zijpers. De koper is schuldig aan Jacob Cunsius, wonende op de lijnbaan even buiten de stad, een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 33 e.v.: op 16 mei 1741 verkoopt Catharina van Hattem, weduwe van Cornelis Bercx, voor 1900 gl. aan Adolff Blusse, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Heusden. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 95v e.v.: op 7 april 1761 verkoopt Cornelia Roels, weduwe van Adolph Blusze, wonende te Dordrecht, voor 1125 gl. aan Jan Heij, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van verkoopster en dat van Anthonij van Beusecom.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 118v: op 14 febr. 1775 verkoopt Jan Heije, kleermakersbaas te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Hendrik Janse, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de erfgenamen van Leendert van den Camp en dat van Arnoldus van Beusekom.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 95: op 21 febr. 1797 verkoopt Hendrik Jansse, winkelier en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johan Andries van Eijs, winkelier te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Jacob en Leendert van den Camp en dat van de weduwe van Arnoldus van Beusekom.]
Abraham Sijbertse [knoopmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 41: op 24 mei 1712 verkoopt Anna Valentijn, weduwe van Pieter Quinting, voor 1400 gl. aan Franchois de Clercq, mr. blikslager, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Gillis van de Berg en dat van Maria Duijm.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 14v: op 2 mrt. 1723 verkopen Anna, Helena en Johanna Stappers, burgeressen van Dordrecht, zusters en erfgenamen van Christina Stappers, weduwe van Francois de Clercq, voor 730 gl. aan Abraham Ceijpersse, knoopmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Cornelis Bercks en dat van Arent Duijm.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 38: op 8 mei 1732 verkopen mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als rentmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, Dijna Sijbertse en Jan van der Haar, als man van Johanna Seijbertse, wonende te Dordrecht, samen vervangende hun zuster Hendrikje Sijbertse, wonende te Rotterdam, en Jan van der Haar en Huijbert Germain, als voogden over de kinderen en erfgenamen van Abraham Sijbertse, die is overleden te Dordrecht, voor 990 gl. aan Jan van Heusde, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Cornelis Berks en dat van de weduwe Schulders.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 150v e.v.: op 13 febr. 1759 verkoopt Jan van Heusden, mr. koperslager en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Arnoldus van Beusecom, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe Pus en dat van Adolph Bluszee. De koper is schuldig aan Pieter van Well een somma van 800 gl.]
Maeijken Aernouts
[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 63: op 15 jan. 1686 verklaart Henrij Lempreur, wonende te Leiden, als procuratie hebbende van Theunis van Augustijn en diens vrouw Maijken Ariensdr., wonende te Dordrecht, zijnde laatstgenoemde mede-erfgename van Maijke Aernouts, die is overleden in Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. de Fries te Leiden op 31 dec. 1685, dat zijn principalen “tot meeder verseeckertheijt” van de borgtocht, die Jonathan Pique, wijnkoper te Leiden, samen met Theunis van Augustijn heeft gepasseerd ten behoeve Cornelis van Leeuwen, brouwer in “de Roscam” te Leiden, ter somma van 400 gl., welke zijn verstrekt aan Arijen Theunisz. van Augustijn, de zoon van voornoemde Theunis van Augustijn, verbonden hebben een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Josina Sonnemaens, weduwe van mr. Roelant de Carpentier, en dat mr. Quinting kleermaker.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 84 e.v.: op 23 dec. 1732 verkopen Adriana van Augustijn, Jacob Koene, als man van Marijtje van Augustijn, Huijbert van Augustijn, Aegje Banke, weduwe van Jan van Augustijn, als moeder en voogdes van Neeltje Jansdr. van Augustijn. Jan Boekwijt en mr. Jacob Pla, als regenten van het Arme-Weeshuis te Leiden, waar gealimenteerd wordt Anthonij van Augustijn, Willem Boon en Clement Swanenburgh, als regenten van het Arme-Kinderhuis te Leiden, waar gealimenteerd worden Alida van Augustijn en Susanna van Augustijn, allen kinderen en kleinkind en erfgenamen van Adrianus van Augustijn, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P.H. Pla te Leiden op 24 juni 1730, voor 120 gl. aan Hendrik Pus, heer van Op- en Neerandel, een huisje in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Emmerentia de Carpentier, echtgenote van voornoemde Hendrik Pus, en dat van Jan van Heusden.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 195: op 12 febr. 1771 verkopen Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, als man van Johanna de Back, en Samuel de Back, voor zichzelf en tevens vervangende zijn neef en en nicht George en Johanna de Back, kinderen van zijn broer Cornelis de Back, samen enige erfgenamen ab intestato van hun broer Jan de Back, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 640 gl. aan Dingena Lukwel, weduwe van Arij de Bruijn, een huis op de Voorstraat, staande tussen het huis van Arnoldus van Beusekom en dat van Gijsbert van Mourik.]
Emmerentia de Carpentier
[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 79v: op 7 mrt. 1676 verkoopt Arent van Neten, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht daartoe geautoriseerd zijnde, voor 1200 gl. aan Josina Sonnemaen, weduwe van Roelant Carpentier, een huis tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de koopster en dat van Maeijken Aernouts, welk huis laatst eigendom is geweest van Pieter Blusse, koopmans bode van Dordrecht op Haarlem.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 92 e.v.: op 15 dec. 1750 verkopen Sara Isabella van Lith de Jeude, weduwe van mr. Willem Blankert, wonende te Dordrecht, Belia Adriana van de Graaff, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar broer Jacob van de Graaff, majoor van het regiment cavalerie van luitenant-generaal de graaf van Nassau La Lecq, in garnizoen te Den Bosch, en van Sara Lucia van de Graaff, wonende te Dordrecht, Sebastiaan van de Graaff, majoor in Nederlandse dienst, wonende te Leiden, en Hendrik en Cornelis van de Graaff, allen legatarissen van Emmerentia de Carpentier, laatst weduwe van Hendrik Pus, voor 810 gl. aan Jan Kerkkering, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Isabella Maria Nolthenius en de erfgenamen van Anthonij Pus aan de ene zijde en het huis, dat wordt bewoond door Jan van de Wall en dat toebedeeld zal worden aan Sara Isabella van Lith de Jeude.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 72v: op 22 dec. 1757 verkoopt Jan Kerkering, viskoper en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Gijsbert van Mourijck, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Isabella Maria Nolthenius, vrouwe van Rijsoord, en dat van Johannes Decker.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 235v: op 11 nov. 1756 verkoopt Sara Isabella van Lidt de Jeude, weduwe van mr. Willem Blanckaert, raad ordinaris van de Kamer van Justitie van de stad en het land van Vianen en Ameijden, voor 3700 gl. aan Johannes Decker, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Johannes Kerkering en dat van Aert van Cappel.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 93.: op 15 dec. 1750 verkopen Sara Isabella van Lith de Jeude, weduwe van mr. Willem Blankert, wonende te Dordrecht, Belia Adriana van de Graaff, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar broer Jacob van de Graaff, majoor van het regiment cavallerie van luitenant-generaal de graaf van Nassau La Lecq, in garnizoen te Den Bosch, en van Sara Lucia van de Graaff, wonende te Dordrecht, Sebastiaan van de Graaff, majoor in Nederlandse dienst, wonende te Leiden, en Hendrik en Cornelis van de Graaff, allen legatarissen van Emmerentia de Carpentier, laatst weduwe van Hendrik Pus, voor 770 gl. aan Aart van Cappel, knaap in de Munt van Holland, een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen de [Grote Appel]steiger en het huis van Sara Isabella van Lith de Jeude.]
Voorstraat tussen Grote Appelsteiger en Nieuwbrug
[de weduwe van] Geerard Clijn
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 19v: op 15 april 1723 verkoopt Anthonij Vervell , apotheker te Dordrecht, als voogd over de twee weeskinderen van Balte Bol en Jenneke Vervel, echtelieden te Dordrecht, voor 1220 gl. aan Anna Terbrugge, weduwe van Gerrit Kleijn, een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen het Gewet [Grote Appelsteiger] en het huis van juffrouw Oulrij.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 142v: op 19 sept. 1749 comp. voor notaris B. van der Star te Dordrecht, Cornelis van Nispen, executeur-testamentair van Cornelis Terbrugge, die mede-erfgenaam was voor een derde part van zijn zuster Anna Terbrugge, weduwe van Gerrit Kleijn, en als procuratie hebbende van zijn mede-executeur Jan Loots, wonende te Middelburg, alsmede Cornelia Terbrugge, wonende op het Koningshofje te Dordrecht, eveneens voor een derde part erfgename, en Hermina Terbrugge en Pieternella Terbrugge , meerderjarige ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, samen voor een derde part erfgenamen van Anna Terbrugge, weduwe van Gerrit Kleijn, die gewoond heeft en in april 1749 te Dordrecht is overleden. De comparanten verklaren, dat bij het leven van Cornelis Terbrugge, door hem en Cornelia Terbrugge, Hermijna en Pieternella Terbrugge onderling verdeeld zijn de goederen, die Anna Terbrugge heeft nagelaten, doch dat onder hen in gemeenschappelijk bezit is gebleven een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen het Gewet [Grote Appelsteiger] of de Steegoverslootsteiger en het huis van Cornelis van Nispen, dat door Hermina Terbrugge is aangenomen voor een somma van 1000 gl. Na aftrek van de lasten schoot over een somma van 1551 gl. 7 st. 14 penn., oftewel voor Cornelis en Cornelia elk 517 gl. 2 st., en voor Hermina en Pieternella elk 258 gl. 11 st. 5 penn.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 253: op 13 nov. 1781 verkopen “Jacobus Hoevenaar, en Willem de Bruijn Adriaansz., wonende alhier, in qualiteit als Executeurs van den testamente van wijlen Hermijna Terbrugge, en voogden over de minderjarige daar in geregtigd”, voor 2300 gl. aan Laurens Bouwe timmermansbaas een huis in de Voorstraat, staande tussen het Gewedt of de Steegoverslootsteiger en het huis van de apotheker Abraham Visser.
Johannes Abrahamsz. Terbrugge, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Kleine Vismarkt (1680), schippersgast, trouwde 20 okt. 1680 (ondertrouw) Hermina Cornelisdr. Moerkerken, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1680)
Kinderen:
a. Abraham, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1681
b. Cornelis Terbrugge, gedoopt NG Dordrecht 4 juni 1683
c. Anna Terbrugge (Verbrugge), gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1720), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 april/12 mei 1720 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Cleijn, de bruid met haar tante Emmerentie Moerkerken, de vrouw van Willem Korthals) Geerit Klein, jongman van St. Anthoniepolder wonende op de Visbrug (1720)
Kind:
c-1. Maria, gedoopt NG Dordrecht 2 mrt. 1721
d. Cornelia Terbrugge, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1692, ongehuwd]
de erfgenamen van Tomas Olrie
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 158v: op 14 mrt. 1743 verkoopt Petronella Oulrij, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1500 gl. aan Cornelis van Nispen, apotheker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacob van Rating en dat van de weduwe van Gerard Klijn.]
Jacob van Ratinge [winkelier]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 183v: op 8 dec. 1722 verkoopt Cornelis Leest, als door de magistraat van Stad en Land van Niervaart samen met Jacob van Ratingh aangesteld tot curator over de boedel van wijlen Jan Groenewegen, die gewoond heeft in de Klundert, voor 750 gl. aan Jacob van Ratingh een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van juffr. Oulrij en dat van Bluse.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 158v: op 29 juni 1775 verkoopt Jacob van der Elst, koopman en suikerraffinadeur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna ’t Hooft, weduwe van Jacob van Rating, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Willem van Helden, twijnhandelaar te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Baalen en dat van de weduwe van Jan van der Haar.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 28: op 11 april 1780 verkoopt Willem van Helden, wonende te Dordrecht, voor 1850 gl. aan Barent van Eijsden, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Balen en dat van de weduwe Van der Haar.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 380v: op 13 sept. 1803 verkoopt Nicolaas van Eijsden, boekdrukker wonende te Dordrecht, voor 1435 gl. aan Govert IJpelaar, koopman te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde schuin tegenover de Munt, getekend C:34, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Balen en dat van de erfgenamen van de weduwe Verhaar.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 75: op 14 dec. 1723 verkoopt Pieter Blusee, burger van Dordrecht, als man van Elisabeth van Hattum, dochter en erfgename van Rudolph van Hattum, loodgieter te Dordrecht, voor 450 gl. aan Jacob van Ratingen, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Cristoffel van der Heijden.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 64v e.v.: op 12 dec. 1748 verkoopt Jacob van Rating, burger van Dordrecht, voor 3200 gl. aan Johan Baalen, makelaar “ter beurse” te Dordrecht, een huis met een gedeelte van een ander huis van de verkoper, daarnaast staande, hetwelk door de verkoper aan dit huis is getrokken, staande op de Voorstraat aan de havenzijde schuin tegenover de Munt, belend van voren door het voornoemde huis van de verkoper, strekkende tot achter tegen het huis van Jan van der Haar, aan de ene zijde en het huis van Cornelis van Nispen aan de andere. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 1600 gl., gedateerd 4 juli 1729, die Hendrik Keur, als erfgenaam van zijn moeder Cornelia de Groot, weduwe van Pieter Keur, op het huis sprekende heeft.]
Cornelis Meulendijk [appeltonder]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 105v e.v.: op 7 juni 1704 verkoopt Catarina van Esch, weduwe van ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Christoffel van der Heijden, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot aan de waterzijde, staande tussen de weduwe Marcel en de weduwe Van Hattum. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 147: op 22 juli 1728 verkopen Adriana Romers, weduwe van Christoffel van der Heijden, en Pieter Vernimmen, koopman in garens, beiden wonende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Cornelis Meulendijck, appeltonder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, waaruithangt “de Stad Thiel”, staande tussen het huis van de kruidenier Jacob van Ratingh en dat van de zilversmid Marchel.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 30v: op 2 juli 1744 verkoopt mr. Hendrik Franken, advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Molendijk, appeltonder en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Catharina Maria Franken, echtgenote van Willem Lodewijk Pilat, predikant te Zaltbommel, een huis in de Voorstraat, staande schuin tegenover het Steeogoversloot tussen het huis van Jan Mijs en dat van Jan Marcel.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 84v e.v.: op 1 juni 1745 verkoopt mr. Hendrik Franken, advocaat voor de Hoven van Justitie, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Wilhelmus Lodewijk Pielat, predikant te Zaltbommel, en van diens vrouw Catharina Maria Franken, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Zaltbommel op 7 april 1745, voor 900 gl. aan Jan van der Haar, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Johannes Marcel en dat van Jacob van Rating. De koper is schuldig aan Jacobus Evenwel, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 6v e.v.: op 8 febr. 1763 verklaart Johanna Sijberse, weduwe van Jan van der Haar, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacobus de Man, banketbakker en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Voorstraat tegenover het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacob van Rating en dat van Elisabeth Marcel, alsmede een stal in het Stek, staande op grond van de Kloveniersdoelen, en twee vleesstallen in de Vleeshal, het ene staande op naam van de weduwe van Jan van der Haar en het andere op naam van Cornelis van der Haar.]
de erfgenamen van Paulis Marzel [zilversmid]
[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 135v: op 26 nov. 1676 verkoopt Paulus van der Heijden, wonende te Amsterdam, voor 2100 gl. aan Willem Willemsz. Dermoeijen, schippersgezel en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, staande tussen het huis van Pieter Cras en dat van Pieter Gonne.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 77: op 16 mei 1684 verkoopt Sijcken Theunis, weduwe van Willem Willemsz. Dermoeijen, burger van Dordrecht, voor 1625 gl. aan Pauwels Marsel, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, staande tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van de weduwe van Pieter Gonne. Waarborgen: Gijsbert Ariensz. Poth en Marijke Adriaensdr. Poth, de vrouw van Theunis van Augustijn]
Barent van Asperen [timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 239: op 26 juni 1726 verkopen Johannis van den Burgers, muzikant te Dordrecht, als man van Berbera van Bree, Maria van Bree, meerderjarige ongehuwde persoon, ds. Sebastiaen van der Eijcke, Nederduits kapellaan van de koning van Groot-Brittannië aan het hof van St. James in het graafschap Middlesex, als man van Henrietta van Bree, zijnde Berbera en Maria van Bree kinderen en erfgenamen van Anna Passchiers, weduwe van Lammert van Bree, “bij overgifte acceptatie en opgevolgde Condemnatie van [de Kamere Juditieel te Dordrecht] … van dato den 14e: meij 1726 van Johanna van Saan, weduwe en boedelhouster van Pieter Blussé woonende binnen dese Stad als eigenaresse van ’t naete noeme huijs, waerop den voors. boedel van Lammert van Bree en Anna Passchiers als actie en transport bekomen hebbende vande erffgenamen van Ariaantie vanden Nadort dat den 7e Maart 1699 staad gehijpotheequeert met een Schultbrieff van f. 2000 dato 5 Julij 1695 gequalificeert sijnde tot het publijck vijlen verkoopen en transporteren van ’t selve huijs”, voor 900 gl. aan Barent van Asperen, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, bewoond wordende door Pieter Aarsse en staande tussen het huis van Johannes Marcel zilversmid en dat van Arijen Kool.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 86: op 19 nov. 1750 verkopen Arij van Asperen, mr. huistimmerman, Cornelis van Asperen, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Paulus Hes, als man van Anna van Asperen, wonende te Amsterdam, en van Maarten van der Koog en diens vrouw Neeltje van Asperen, wonende te Utrecht, en Cornelis van Asperen en Elisabeth Meesters, weduwe van Anthonij van Asperen, als voogden over de minderjarige kinderen van Elisabeth Meesters, bij haar verwekt door Anthonij van Asperen, samen kinderen en kleinkinderen en enige erfgenamen ab intestato van Maaijke Vogels, weduwe van Barent van Asperen, te Dordrecht overleden, voor 1900 gl. aan Egbert Westervoort, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Adriaen ’t Hooft en dat van juffrouw Marcel.
Genealogie:
I. Adriaen Barentsz. (van Asperen), jongman van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1659), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 27 april/11 mei 1659 Anneke Cornelis, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1659)
Kinderen:
a. Susanna, gedoopt NG Dordrecht 15 mei 1660
b. Aechie, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1662
c. Barent van Asperen, gedoopt NG Dordrecht 22 juli 1667, volgt II
II. Barent van Asperen, gedoopt NG Dordrecht 22 juli 1667, jongman van Dordrecht (1692), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 aug. 1692 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met Andries van der Thuijnen, de bruid met haar moeder) Maijcke Vogels, jonge dochter van Dordrecht (1692)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Adriaen (Arij) van Asperen, 27 juni 1693, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1720), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/24 mrt. 1720 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Barent van Asperen, de bruid met Jacob Jansz. Kalis, haar broer) Grietje Kalis, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1720)
b. Antoni van Asperen, 11 febr. 1695, volgt IIIa
c. Anna (Johanna) van Asperen, 24 aug. 1699, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1729), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 mei/6 juni 1729 (de geboden gaan in Amsterdam, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem Hes, de bruid met haar vader Barent van Asperen) Paulus Hes, jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam (1729), arbeider of veemgast in het Geelhoedenveem te Amsterdam (NA Amsterdam inv. 9122, aktenummer 139713 dd 9 april 1735)
d. Neeltie van Asperen, 25 juni 1707, trouwde Maarten van der Koog
e. Cornelis van Asperen, 5 okt. 1712, volgt IIIb
IIIa. Antonie van Asperen, trouwde Elisabeth Meesters
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Barent, 6 okt. 1726
b. Antonia, 3 nov. 1728
c. Gorijna, 14 nov. 1731
d. Johanna, 24 juni 1733
e. Goris, 21 okt. 1735
f. Neeltje, 27 juli 1740
g. Elisabeth, 5 aug. 1744
IIIb. Cornelis van Asperen, trouwde Elisabeth Schuiten
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Barent, 25 nov. 1740
b. Huijbert, 27 febr. 1743
c. Adriaen, 7 juni 1745
d. Anna, 6 okt. 1747
e. Paulus, 6 mrt. 1750
f. Cornelia, 8 juli 1752
g. Antonij, 10 april 1754
h. Cornelis, 14 nov. 1756]
de weduwe van Willem van der Lis
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 283v: op 24 nov. 1729 verkopen Sijmon Steur, mr. scheepmaker te Bleiswijk, als man van Aaltje de Wit, Cornelis Blom, mr. kuiper te Delfshaven, als man van Catarina de Witt, en Herman Gravendijck, spekslager te Dordrecht, als man van Elisabeth de Visser, dochter van wijlen Martijntje de Witt, samen enige erfgenamen ab intestato van hun zuster resp. tante Geertruijd de Witt, in haar leven laatst weduwe van Arij Kool, overleden te Dordrecht, voor 1970 gl. aan Aaltje van der Heij, weduwe van Willem van der Lisse, een huis, waar uithangt “de Kelck”, staande in de Voorstraat tegenover de Munt tussen het huis van de loodgieter Abraham Hordijck en dat van de timmerman Barent van Asperen.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 28v e.v.: op 30 juli 1748 verkopen Jan Zaijer, koopman te Dordrecht, als man van Anna van der Lisse, dochter en voor een vijfde part mede-erfgename van Aaltje van der Heij, weduwe van Willem van der Lisse, overleden te Dordrecht, verkoopt aan Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, Frans van der Lisse, Willem van der Lisse en Stephanus Heijne, als man van Maria van der Lisse, voor 600 gl. een vijfde part in een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Adriaan ’t Hooft en dat van de erfgenamen van Barent van Asperen, alsmede een vijfde in een huis in de Voorstraat, staande tussen de Munt en het huis van Frans van der Lisse.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 54 e.v.: op 5 nov. 1748 verkopen Franchois van der Lisse, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Willem van der Lisse, koopman te Rotterdam, en Stephanus Heijnen, koopman te Rotterdam, als man van Maria van der Lisse, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Schadée te Rotterdam op 31 okt. 1748, alsmede Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Adriaan ’t Hooft, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van de koper en dat van Barent van Asperen.]
Abraham Hordijk [loodgieter]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 181v: op 13 mei 1734 verkoopt Abraham Hordijk, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Hendrik van der Meulen, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “de Vergulde Appelton”, staande in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Willem van der Lisse en dat van Evert van Asperen, schout van Giessendam.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 210v: op 2 nov. 1734 verkoopt Hendrik van der Meulen, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Adriaan ’t Hooft Hendriksz., burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Vergulde Appelton”, staande in de Voorstraat tegenover de Munt tussen het huis van de weduwe van Willem van der Lisse en dat van Evert van Asperen, schout van Giessendam. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 116: op 10 dec. 1778 verkoopt Maria Catharina La Tour, weduwe van Adriaan ’t Hooft, wonende te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Adriaan van der Voore, loodgietersbaas te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde schuin tegenover de Munt, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van Gijsbert van Mourik.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 32v: op 12 mei 1796 verkoopt Jozina van Nieuvervaart, weduwe van Adrianus van Voore, wonende te Dordrecht, voor 2090 gl. aan Hendrik Janse, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe van Adriaan ’t Hooft en dat van Willem van Mourik.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 88: op 2 febr. 1797 verkopen ” Margrita, en Johanna van Laren bejaard en ongehuwd, als mede … Pieter Morjé, en Isaac de Kuijser als bij Acte den 4e februarij 1792 voor den Notaris Pieter Roos Lz en getuigen binnen dese Stad door wijlen Francina Morjé, weduwe Jodocus van Laren, gepasseerd, aangestelde voogden over de minderjarigen in haare nalatenschap geregtigd, en alzoo ’t intrest waarnemende voor haare gezamentlijke kinderen en Erfgnamen wonende binnen dese Stad”, voor 2540 gl. aan Jacob Kever, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Munt aan de havenzijde, strekkende van de straat tot achter op de haven, getekend C:37, staande tussen het huis van Van Mourik en dat van de erfgenamen van de weduwe Van der Haar.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 137v: op 12 mei 1801 verkoopt Jacob Kever, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Arnoldus de Hart, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, getekend C:37, staande tussen de Steegoverslootsteiger en de Appelsteiger, belend door het huis van Willem van Mourik aan de ene zijde en dat van de erfgenamen van D’Haar aan de andere.]
Arij van Asperen [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1680, f. 408: op 16 april 1807 verkoopt Willem van Mourik, wonende te Dordrecht, voor 3750 gl. aan [NN] Klerk en Voogd, kooplieden te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt aan de havenzijde, getekend C:38, staande tussen het huis van Johannes Janse en dat van Arnoldus de Hart.]
Hendrik van der Meulen [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 79: op 23 dec. 1723 verkoopt “Jan de Bruijn in de Achte [van Dordrecht] … in qualitijt als administrateur van de weeskamer deser Stad en bij heeren weesmrn: daar toe gequalificeert sijnde, nogh de heer mr. Johan Becius, advocaat [te Dordrecht] … , als Executeur, van(de) testamente van wijlen Hendrik van Oort, en wijders als last en procuratie hebbende van(de) meerderjarige mede Erfgenamen van Altie Govertsz van Sonneeren”, voor 120 gl. aan Barent Klimpt, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande naast het huis van Arij van Asperen.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 89: op 14 mrt. 1724 verkoopt Barent Klimpt, burger van Dordrecht, voor 100 gl. aan Hendrik van der Meulen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Arij van Asperen mr. bakker en dat van Barent van Asperen timmerman.]
Barent van Asperen [timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 109: op 1 mei 1749 verkoopt Cornelis van Asperen, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, als curator ad lites over de persoon van zijn moeder Maria Vogel, weduwe van Barent van Asperen, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Pieter van Arendonck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen de steiger en het huis van Hendrik van der Meulen.]
Aart van Engelen
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 1v: op 4 jan. 1718 verkoopt Petrus van Son, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen van Coenraat Gonne, voor 1200 gl. aan Aart van Engelen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kruiskapel [bij de Nieuwbrug], genaamd “de Goude Fortuijn”, staande tussen het huis van mevrouw Hoogeveen aan de oostzijde en de Appelsteiger aan de westzijde.]
de weduwe van burgemeester Adriaan van Hogeveen
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 172: op 27 mei 1762 verkoopt mr. Hugo Repelaer, schepen in wette van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agatha en Maria Arnaudina van Hoogeveen, wonende te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Adriaan van Werkhoven, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Klok”, staande in de Voorstraat omtrent de Munt tussen het huis van de weduwe van Aart van Engelen en dat van Pieter Visser.]
Pieter en Lijsbet de Vrijers
[ORA Dordrecht inv. 1654, f.. 87: op 10 april 1736 verkoopt Joris Telders, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Elisabeth de Vrijer, voor 910 gl. aan Pieter de Visser, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Van Hoogeveen en het huis van {NN] Kaptijn.]
Aart Capteijn
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 128v: op 4 mei 1728 verkoopt “Geertruij van Breda wed. van Nicolaas Hooglander in sijn leven mr. huijstimmerman binnen dese Stad So in haar privé en nog in qualitijt als moeder en voogdesse over haare drie minderjarige kinderen bijden voors. Nicolaas Hooglander verweckt, Nogh Willem en Pieter Hooglander borgers deser Stad als voogden over de twee minderjarige voorkinderen vanden voors. Hooglander”, voor 730 gl. aan Jacob de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen de huizen van Pieter en Lijsbeth de Vrijer aan weerszijden.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 88: op 14 sept. 1730 verkoopt Jacobus de Bruijn, wonende te Rotterdam, voor 540 gl. aan Belia Margarita Olinckhoff, de vrouw van Aart Captijn, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Munt, staande tussen de huizen van Pieter en Lijsbeth de Vrijer aan weerszijden.]
Pieter en Elisabeth de Vrijers
[ORA Dordrecht inv. 86v: op 10 april 1736 verkoopt Joris Telders, als executeur-testamentair van Elisabeth de Vrijer, voor 650 gl. aan Jeremijas van Laar, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande het huis van Arnoldus Noteman en dat van [NN] Captijn.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 109: op 2 nov. 1780 verkoopt Jodocus van Laeren, apotheker wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jeremias van Laeren, voor 1000 gl. aan Jordaan de Haan, timmermansbaas te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de loodgieter Hendrik Grondhout en dat van de bakker Werkhoven.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 10v: op 8 mrt. 1796 verkopen “Abraham van Hamelenberg, en Pieter van der Vijlen beide wonende binnen dese Stad in qualiteit als bij Testamente den 7e October 1794 voor den Notaris Anthonij de Fockert en twee getuigen binnen dese Stadt verleden, aangestelde Executeurs in den boedel en nalatenschap van wijlen Jordaan de Haan, gewoond hebbende en overleden binnen deze Stad”, voor 3650 gl. aan Philibertus Huijsman, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwbrug in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Jan Crans en dat van Dirk van Ewijk.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 11: op 8 mrt. 1796 verkoopt Philibertus Huijsman, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Gerard Joseph Masjon, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwbrug in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Jan Crans en dat van Dirk Ewijk.]
Aarnoldus Notemans
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 298v: op 24 dec. 1771 verkoopt Nicolaas Noteman, wonende te Dordrecht, voor zichzelf voor de helft, en tevens als procuratie hebben van Jan Noteman, zijn broer, die in Amsterdam woont, voor de wederhelft, voor 1600 gl. aan Adrianus van Werkhoven, broodbakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe Van den Berg en dat van Jeremias van Laar.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 204v: op 21 juni 1798 verkoopt Abraham van Werkhoven, broodbakker wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan zijn broer Gerrit van Werkhoven, zilversmid te Dordrecht, de helft van een huis, dat door de koper wordt bewoond, staande op de Voorstraat bij de Nieuwbrug aan de havenzijde tussen het huis van Dirk van Ewijk en de erfgenamen van De Haan. Het huis is de broers aanbedeeld uit de nalatenschap van hun vader Adrianus van Werkhoven.]
de weduwe van Warnaart Roos
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 35v: op 1 mei 1738 verkoopt Jenneke van As, weduwe van Warnard Roos, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Hendrik van den Bergh, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Herme van der Star en dat van Arnoldus Noteman. De koper is schuldig aan burgemeester mr. Pieter Eelbo een somma van 1000 gl.]
Harmen van der Star [beurtschipper van Dordrecht op Antwerpen]
[1731: verhuurd aan Bartholomeus van der Star]
Hendrik Schuermans [mr. schoenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 37v: op 9 juli 1720 verkopen “Bartholomeus van der Star nots. binnen dese Stad Dordregt als last ende procuratie hebbende vande Heer Jan de Bruijn, in den Achte en Secretaris vande Weeskamer alhier als ten desen gelast ende geauthoriseert sijnde vande Ed: Heeren Weesmeesteren deser Stad in qt. als oppervoogden over de twee minderjarige kinderen van Anthonia van Well met name Martijntie en Jacobus Evenwel, aan haar verweckt door Cornelis Evenwel, mr. metselaar binnen dese Stad, eenige Erfgenaam ab intestato van Gijsbert van Well ende nog van Debora JonkHeer wed.e Joris Jang soo voor haar selve ende nog als instaande ende rato Caverende voor Huijbert Heijbeek in Huwelijk hebbende Angenita Jonkheer, Jan vande Graaft in Huwelijk hebben(de) Anna Jonkheer, sijnde de voorn. Debora, Angenita en Anna Jonkheer te Samen kindren van Grietje Stevens in haar leven wed:e van Krijn Dircksz, ende nog van Steve van Dorser, Jan en Hermen van Dorser, Arij van Drongelen in Huwelijk hebben(de) Neeltje Schouten, Bartholomeus van der Star Bartholomeussz in Huwelijk hebben(de) Belia Schouten voor sig selve en nog als sig sterk makende Ende de rato Caverende voor Abram van Vugt in Huwelijk hebben:(de) Angenita Schouten en nog den gemelte heer De Bruijn in qt. als boven voor Hermen Krijnen te samen kindren en kints kinderen van Neeltje Stevens in haar leven wed.e van Hermen Theunisse van Dorser, welke voorn. Grietje en Neeltje Stevens in haar leven geweest sijn susters van Adriaantje Stevens in die qt. alle Erffgenamen vande selve Adriaantje Stevens, sijnde de voorn: Gijsbert van Well, en Adriaantje Stevens in haar leven geweest egte luijden,” voor 180 gl. aan Hermanus Schuermans, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hermen van der Star, beurtschipper van Dordrecht op Antwerpen, en dat van Jacob Smits.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 175v: op 12 april 1740 verkoopt Christina Smits, weduwe van Hermanus Schuurmans, voor 900 gl. aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hermen van der Star en dat van Jeremias van Laar.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 100: op 22 april 1749 verkoopt Aart van Cappel, knaap in de Munt, voor 1300 gl. aan Wilem Visser, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van notaris Bartholomeus van der Star en dat van Jeremias van Laar. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.]
Jerijmus van Laar
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 20v: op 22 april 1711 verkopen Bartholomeus Targier, als procuratie hebbende van Pieter Terwe, koopman te Middelburg, en Johannes Kopijn, als executeurs-testamentair van Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe, voor 1150 gl. aan Jacob Smits, winkelier te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Adolph Hordijck verver en dat van Willem van Buere.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 78v: op 21 nov. 1793 verkoopt “Pieter Papillon, Kamerbewaarder alhier, als Last en Procuratie hebbende van Jufvrouwen Margarita en Johanna van Laren, gezusters, meerderjarig en ongehuwt, wonende binnen deze Stad, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen, binnen deze Stad residerende in dato den 19 dezer”, voor 4000 gl. aan Johanna de Vos, weduwe van ds. Johannes Roering, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van David Hordijk en dat van de weduwe van Dirk Krans.]
Adolf Hordijk [verver]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 137v: op 4 okt. 1704 verkopen Johannes Bijen en Hendrik Kuntsius, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Pisset, weduwe van Abraham Maas, voor 1130 gl. aan Adolf Hordijk, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de impostmeester Gijsbert van Aalst en dat van de weduwe van Antonij Terwe.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 151: op 3 juni 1794 verkopen Adolf Hordijk en Willem Hordijk, kooplieden te Dordrecht, als enige nagelaten kinderen en erfgenamen van David Hordijk, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 5075 gl. aan Gerard van Kamen, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Johanna de Vos, weduwe van ds. Johannes Roering, en dat van Hendrik van der Vorm.]
Gijsbert van Aalst [impostmeester]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 30v: op 29 april 1732 verkoopt Gijsbert van Aalst, inwoner van Dordrecht, voor 300 gl. aan Petrus van Thiel Anthonisz., arts te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, zijnde het tweede huis van de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Philips Mom en dat van Adolff Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 136: op 20 mrt. 1794 verkoopt “Hendrik Verbeek wonende binnen deze stad, in qualiteit als door wijlen Mejufvrouw Anna Catharina van Thiel, onlangs alhier overleden, aangestelt tot Executeur in haar Boedel bij Testament op den 12 September 1786, voor den Notaris Jan van der Star en getuigen binnen deze Stad gepasseert”, voor 1600 gl. aan Hendrik van der Vorm, metselaarsbaas, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van David Hordijk en dat van de erfgenamen van Laren en Van Thiel.]
Flip Mom [mr. twijnmolenaar]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 66: op 16 nov. 1723 verkoopt Anna Beens, weduwe van Isaacq Broeders, voor 1100 gl. aan Philippus Mom, mr. twijnmolenaar, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Nieuwbrug en het huis van Gijsbert van Aalst.]
Voorstraat tussen Houtsteiger en Turfsteiger
Willem Loendersloot
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 43v: op 26 mei 1712 verkoopt Gieljam Keijmer, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Josias Loendersloot, burger van Dordrecht, een huis op de Houtsteiger, staande achter en annex het huis “de Halve Maan” en komende van achteren tegen het huis van de kinderen van Abraham de Heer.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 164v e.v.: op 30 juni 1722 verklaart Jesaias Loendersloot, burger van ‘Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina Leenderse, weduwe van Willem Schouman, een somma van 300 gl., verbindende een huis op de Houtsteiger, staande tussen het achterste gedeelte van het huis “de Halve Maan” en het achterste deel van het huis van Van Hoogstraten. In margine: Willem Loendersloot, als erfgenaam van Pieternella Wagenaars, die volgens een testament, dat is gepasseerd voor notaris B. van der Star te Dordrecht op 30 jan. 1729, is benoemd als erfgename van haar zuster Catharina Leendertsdr. Wagenaar, weduwe van Willem Schouman, dat hij volledig voldaan en betaald is van deze schuld. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 21 mrt. 1729.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 201v e.v.: op 22 mrt. 1729 verklaart Willem van Loendersloot schuldig te zijn aan Pieter Keur, koopman te Dordrecht, een somma van 200 gl. ,verbindende een huis op de Houtsteiger, staande tussen het achterste deel van het huis, genaamd “de Halve Maan” en het achterste deel van het huis van Jan van Hoogstraten.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 148: op 23 jan. 1759 verkopen notaris Pieter van Gelsdorp en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Willem Loendersloot, voor 210 gl. aan Cornelis Waalboer, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Houtsteiger omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het achterste deel van het huis van de koper en het huis van Frans Verstraaten.]
Abram de Kuijser
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 137v e.v.: op 17 juni 1728 verkoopt Francois van der Lisse, wijnkoper en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacomina van Bergen, overleden te Dordrecht, voor 720 gl. aan Abram de Kuijser een huis, staande tussen het huis van Johannes Gips en de Houtsteiger.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 233v e.v.: op 7 mei 1771 verkopen Ida Valet, weduwe van Abraham de Kuijser, voor de ene helft en als mede-erfgename van haar man voor een kindsgedeelte, en Adrianus van Werkhoven, als man van Hester de Kuijser, en Josina de Kuijser, weduwe van Hermanus van Well, beiden dochters van Abraham de Kuijser, allen in genoemde hoedanigheid erfgenamen voor de wederhelft van Abraham de Kuijser, voor 1655 gl. aan Huibert Klauwaart, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Weeshuisstraat, strekkende voor van de straat tot achter tegen de stadskade aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jacob ’t Hart en de Houtsteiger. De koper is schuldig aan Catharina en Jacoba Muts, bejaarde en ongehuwde zusters, een somma van 800 gl.]
Johannes Gibs [mr. twijnder]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 28 e.v.: op 4 juni 1709 verkoopt Joris Roelantse, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Johannes Gips, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande aan de havenzijde tegenover de Weeshuisstraat naast het huis van Govert van der Burgh. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 63v e.v.: op 12 nov. 1754 verkoopt Paulus Gips, als enige erfgenaam ex testamento van dr. Gijsbert Gips, voor 1700 gl. aan Cornelia van Mouwerik, weduwe van Willem van Nispen, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Abraham de Kuijser en dat van Cornelis Noteman.]
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 50: op 2 okt. 1766 verkoopt Cornelia van Mourik, weduwe van Willem van Nispen, voor 1300 gl. aan Jacob de Hart, schipper op Antwerpen, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, uitkomende aan de Houtsteiger, staande tussen het huis van Abraham de Kuijser en dat van Cornelis Waalboer.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 264v: op 3 sept. 1771 verkoopt Arij Rietschoten, schrijnwerkersbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn “behuwd” vader Jacob de Hart, schipper op Antwerpen, voor 1400 gl. aan Leendert van Koten, schipper op Antwerpen, een huis in de Voorstraat, uitkomende op de Houtsteiger en staande tussen het huis van Huibert Klauwaart en dat van Cornelis Waalboer. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 1400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 142: op 23 febr. 1773 verkoopt Leendert van Kooten, schipper op Antwerpen en burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Adriaan de Vogel, glasmaker, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, uitkomende op de Houtsteiger, staande tussen het huis van Huijbert Klauwaert en dat van Cornelis Waalboer. De koper is schuldig aan Gerrit Struijkmans, broodbakker te Dordrecht, een somma van 800 gl.]
Johan van Hooghstraten
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 39: op 13 mei 1712 verkoopt Henricus van der Burgh, koopman te Leiden, als procuratie hebbende van Govert van der Burgh en Anna Karnakel, burgers van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Jan Hoogstraten, schipper op Antwerpen, een huis in de Voorstraat schuin tegenover het Weeshuisstraatje, strekkende van ’s herenstraat tot achter op de Houtsteiger, met een vrije uitgang tot achter op de Houtsteiger, staande tussen het huis van de kinderen van Abraham de Heer en dat van Johannes Gips mr. twijnder.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 61 e.v.: op 19 nov. 1748 verkopen Arij Dura Visser, burger van Dordrecht, als man van Elisabeth van Hoogstraten, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Hoogstraten, beurtschipper van Delft op Antwerpen, als testamentaire voogden van Anthonij, Jan en Caatje Hoek, kinderen van Anthonij Hoek en Cornelia van Hoogstraten, Maria van Hoogstraten, weduwe van Cornelis van den Bosch, Willem van den Bergh, schipper en burger van Dordrecht, als man van Tanneke van Hoogstraten, en Jan Noteman, als man van Goverijna van Hoogstraten, dochter van Govert van Hoogstraten, samen vervangende Jacobus van Hoogstraten, wonende te Medemblik, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Johannes van Hoogstraten, overleden te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Cornelis Noteman, knaap in de Munt van Holland te Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, genaamd “de Halve Maan”, staande tussen het huis van Frans van der Straten en dat van dr. Gijsbert Gips.
ORA Dordrecht inv.. 1680, f. 19: op 6 mrt. 1804 verkoopt Arij van den Berg, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Jacob Schaarman, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, uitkomende op de Houtsteiger, getekend C:75, en staande tussen het huis van Adriaan de Vogel en dat van Joost Schalk, alsmede een huis erachter, staande aan de Houtsteiger tussen het voornoemde huis en dat van Joost Schalk. ]
Frans van der Straten [vleeshouwer]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 86 e.v.: op 4 dec. 1727 verklaren Frans van der Straten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, en zijn vrouw, Ida Baars, schuldig te zijn aan George Gaaij, wonende te Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een vleesstal en een huis op de Voorstraat omtrent de Weeshuisstraat aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan van Hoogstraten en dat van de weduwe van Joris Verbeek.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 202 e.v.: op 16 sept. 1734 verklaren Frans van der Straten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, en zijn vrouw, Ida Baars, schuldig te zijn aan Hasia van Akeren, weduwe van Johan Armiger, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Voorstraat tegenover de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Jannetta Wassenburgh, laatst weduwe van Joris van der Beek, en dat van Jan van Hoogstraten.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 33v e.v.: op 9 juni 1763 verkopen Johannes Leijendekker, koopman te Dordrecht, en Aart van der Straten, vleeshouwer te Dordrecht, als door Ida Baars, weduwe van Frans van der Straten “bij den verbaale geslooten ten overstaan van Heeren Schepenen Commissarissen van de Desolate Boedels” te Dordrecht op 22 april 1763 “behoorlijk gequalificeert sijnde”, voor 650 gl. aan Johannes Lauwerensse, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Cornelis Waalboer en dat van de weduwe Baars.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 175: op 20 sept. 1791 verkopen Geertruij van der Valk, weduwe van Jan Lauwerende, en Hendrik van der Kloet, als man van Anna Lauwerense, dochter van Jan Lauwerense, voor 900 gl. aan Joseph Schalk, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Weeshuisstraat, staande aan de havenzijde tussen het huis van Adriaan van den Ent en dat van Arij van den Berg.]
de weduwe van Joris van der Beek
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 32: op 12 mei 1735 verkoopt Jannetta van Wassenburg, weduwe van Joris van der Beeck, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Johan Baars, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenober de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Frans van der Straten en dat van Johannes Maiden.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 209v: op 14 mrt. 1771 verkoopt Elisabeth Gravendijk, weduwe van Jan Baars, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan haar schoonzoon Adriaeen van der Ent, loodgieter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Jan Laurense en dat van de weduwe De Roo.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 436: op 30 juni 1807 verkoopt Maria van Geenhuizen, weduwe van Jan der Ent, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Dirk van der Velden, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde bij het Weeshuisstraatje, getekend C:77, staande tussen het huis van Hendrik Jekel en dat van Jan Schalk.]
Cornelia Helena en Elisabeth Roos
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 89: op 12 april 1736 comp. Johannes Maijden, arts wonende te Alkmaar, voor twee derde parten, en Gerrit de Roos, broer “van helen bedde” van Johannes de Roos, die in Dordrecht is overleden, Jan de Roos, broer van “helen bedde” van Johannes de Roos, voor zichzelf en tevens procuratie hebbende van Reijmert de Roos en Willem de Roos, kinderen van wijlen Timon de Roos, broer van Johannes de Roos, van Adriaantje de Roos, samen met Jan de Roos enige kinderen van Willem de Roos, broer “van helen bedde” van Johannes de Roos, van Geertje de Roos, weduwe van Arnout Verhagen, van Johannes de Roos en Reijmetje de Roos, “zich sterk makende voor” haar man Jan Huijser, die op zee is, van Andries de Roos en Schalk Baris, als man Adriaantje de Roos, en Arij de Roos, samen kinderen van wijlen Jan de Roos, halfbroer van Johannes de Roos, allen enige erfgenamen van Johannes de Roos, wonende in Charlois en Schoonderlo, voor het resterende derde deel. De comparanten verkopen voor 480 gl. aan Cornelis van den Bos, marktschipper van Dordrecht op Den Haag, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Willem van Otterloo en dat van Jan Baars.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 104v: op 11 jan. 1791 verkoopt Maria van Hoogstraten, eerst weduwe van Cornelis van de Bos en laatst weduwe van Jan den Rooije, wonende te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Margareta van der Horst, weduwe van Jacobus de Jongh, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Weeshuisstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Otto de Kat en dat van Adriaan van der Ent.]
de weduwe van Dirk van Derlaes
[ORA Dordrecht inv. 1669, f. 172v: op 29 april 1777 verkoopt Johannes van den Bos, broodbakker te Dordrecht, voor 2475 gl. aan Otto de Kat, marktschipper van Dordrecht op Den Haag, een huis in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis van den Bos en dat van de weduwe van Paulus Olivier.]
Willem Otterloo
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 142v: op 7 juni 1753 verkopen Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de “geabandonneerden” boedel van Dirk van Otterlo, gewezen wijnkoper te Dordrecht, voor 1010 gl. aan Jan Falentijn, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Cornelis Waalboer en dat van Fredrik Damen.]
Steven en Mattijs Hopman
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 68v e.v.: op 1 dec. 1735 verkopen Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, koopman te Dordrecht, voor de ene helft, en Matthijs Kakouw, mr. kuiper in Heusden, als procuratie hebbende van Hendrik Hopman, Adriaan Hegters, als man van Margareta Hopman, Jan Veltman, als man van Johanna Hopman, Steven Hopman, Catharina Hopman, meerderjarige ongehuwde persoon, allen wonende te Dordrecht, Jan Hopman, wonende te Rotterdam, en Franchois van der Lisse, koopman te Dordrecht, als voogd van Adriana Hopman, zijn voornoemde Hendrik, Margareta, Johanna, Steven, Catharina en Adriana Hopman kinderen van wijlen Gerrit Hopman, alsmede Bernardus Brouwers, Hendrik Brouwers en Matthijs Brouwers, kinderen van wijlen Elisabeth Hopman, bij haar verwekt door Cornelis Brouwers, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Beudt te Dordrecht op 27 sept. 1735, voor de wederhelft, voor 750 gl. aan Pieter Damen, burger van Dordrecht, een huis met wijnkelder in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Willem van der Ruijt en dat van NN Otterloo. De koper is schuldig aan Francois Dermoeij, koopman te Dordrecht, een somma van 500 gl.]
de weduwe van Johannes Corens
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 74 e.v.: op 5 okt. 1717 Jacobus van der Straten en Hendrick van Bragt, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacobus van der Straten en zijn vrouw Agnita Cardinel, beiden overleden te Dordrecht, verkopen voor 860 gl. aan Johannes Corens, burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt omtrent brouwerij “de Dissel”, staande tussen het huis van juffrouw Van der Steen en dat van juffrouw Daelman.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 174v: op 4 mei 1734 verkopen Pieter Korens en Ruth Schouten, als executeurs-testamentair van Catharina Schouten, weduwe van Johannes Korens, en tevens als procuratie hebbende van Algonde Backhoven, weduwe van Johannes Lemmes, volgens procuratie gepasseerd voor twee getuigen en de secretaris van Stevenswaart op 25 jan. 1734, en nog als procuratie hebbende van Aaltje Schouten, weduwe van Joost Bornwater, Hendrik Schouten, Pieter Condé, als man van Barbara Schouten, Hendrik Spoor, als man van Margareta Schouten, en Catharina en Maria Schouten, meerderjarige ongehuwde personen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris W. Boon te Rotterdam op 17 febr. 1734, voor 1700 gl. aan Ida de Ruijt, jonge dochter, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Willem Kouwen en dat van [NN] Hopman.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 34: op 16 mei 1741 verkoopt Arnold Hoogvliet, wonende te Vlaardingen, als man van Ida van der Ruijt, voor 1500 gl. aan Metta van Dorpen en haar zuster Elisabeth van Dorpen, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Couwes en dat van de kinderen van Gerrit Hopman.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 35: op 15 juni 1754 verkoopt Metje van Dorpen, wonende te Dordrecht, aan Goverijna van Hoogstraten, de vrouw van Johannes Noteman, wonende te Dordrecht, de helft van een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Willem Kouwens en dat van Pieter Dame, alsmede de helft van een schepenenschuldbrief, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 15 mrt. 1742 door Jacobus Lelievelt ten behoeve van haar overleden zuster Elisabeth van Dorpen, weduwe van Govert van Hoogstraten, groot 300 gl., waarvan de wederhelften toebehoren aan Goverijna van Hoogstraten, als enige erfgename ab intestato van haar moeder Elisabeth van Dorpen, weduwe van Hoogstraten. Voor de helft van het huis betaalt de koper 600 gl. en voor de helft van de schuldbrief 150 gl. ]
Willem Couwens
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 129: op 11 nov. 1724 verkoopt Philips van Haarlem, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Huijbert van Eijck, raad en oud-burgemeester van Gouda, samen executeurs-testamentair en voogden over de kinderen van wijlen Helena van Haarlem, bij haar verwekt door mr. Franco de Vrije, raad en vroedschap van Gouda, laatst weduwe van Georgius Boudens, raad en burgemeester van Gouda, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Timmers te Gouda op 21 okt. 1724, voor 1950 gl. aan Willem Couwens een huis in de Kannenkopersbuurt, vanouds genaamd “het Joppenvat”, staande tussen het huis van Jacobus van Lier en dat van NN Korens.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 144v e.v.: op 19 dec. 1758 verkopen Johannes en Willem Kouwens en Andries van Duren, als man van Adriana Kouwens, tevens vervangende David de Vos, als man van Anna Kouwens, en Jan en Willem Kouwens, als voogden over de kinderen van wijlen Nicolaas Kouwens, kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Cornelia Aberdaan, weduwe van Willem Kouwens, voor 1900 gl. aan Pieter Schippers, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van N. Noteman. De koper is schuldig aan Franchois Bongers een somma van 1500 gl.]
Jacobus van Lier
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 51v: op 4 sept. 1760 verkoopt Geertruij van Ree, weduwe van Jacobus van Lier, voor 625 gl. aan Cornelis de Prée, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Distelsteiger en het huis van Pieter Schippers.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 65v: op 14 okt. 1760 verkoopt Cornelis de Pree, burger van Dordrecht, voor 850 gl. aan Maria van Obstat, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Distelsteiger en het huis van Pieter Schippers.]
[Distelsteiger]
Gijsbert Sliep [mr. metselaar]
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 6v: op 27 febr. 1697 verkoopt Johannes Gardenier, tingieter en burger van Dordrecht, als man van Geertruij Verhagen, erfgename van Johannes Verhagen, blauwverver en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Adriaan van Rijendam, kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Distelsteiger en het huis van kapitein Hendricus van Besoijen. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 300 gl.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 142: op 4 okt. 1714 verkopen “Johannis van Rijendam, meerderjarige zoon van Adriaan van Rijendam, soo voor sig selven mitsgrs. als last en procuratie hebbende van Catarina Vos wed.e van(de) gemelte Adriaan van Rijendam, en Cornelia van Rijendam, meerderjarige ongehoude dogter van Adriaan van Rijendam voorsz., deselve procuratie gepasseert op den 3e Octob. 1714 voor den nots. Thomas van Swieten en seekere getuijgen in ’s Hage ons Schepenen vertoont; Item Hendrik Kelderman, woonende tot Rotterdam, als in Huwelijck hebbende Maria van Rijendam en Arij van Hoorn, getrouwt met Elisabeth van Rijendam” voor 550 gl. aan ds. Bartholomeus van Aarden, preceptor in de Latijnse school te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de St. Annasteiger en het huis van kapitein Van Besooijen.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 15v: op 12 mrt. 1718 verkoopt ds. Bartholomeus van Aarden, preceptor in de Latijnse school te Dordrecht, voor 650 gl. aan Ariaantje Spriet, de vrouw van Gijsbert Sliep, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Distelsteiger en het huis van kapitein Besoijen.]
de weduwe van Hendrik Besooyen
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 63: op 12 nov. 1754 verkoopt Arnoldus Cumsius, koopman te Dordrecht, die samen met Johannes Sterk, predikant te Heeze in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, executeur-testamentair is van Anna Maria Trellecatius, weduwe van Hendrik Besoijen, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, tevens als procuratie hebbende van voornoemde Johannes Sterk, gepasseerd voor schepenen van Heeze, Leende en de Zes Gehuchten op 1 nov. 1754, voor 955 gl. aan Agatha van Hoogeveen, Maria Arnoldina van Hoogeveen en mr. Gerard Amilius van Hoogeveen, raad en vroedschap van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de kopers en dat van Christoffel Montre.]
Magdalena Gevaers, weduwe van burgemeester Adriaan van Hoogeveen
[1731: brouwerij en kantoor, brouwerij “de Dissel”. De brouwerij werd in 1740 afgebroken. Ervoor in de plaats kwam een groot patriciërshuis, thans genummerd Voorstraat 125.

Voorstraat 125
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 44v: op 2 sept. 1766 verkopen mr. Paulus Gevaerts, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, en Hugo Repelaar, lid van de Oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Maria Arnoudina van Hoogeveen, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 30.000 gl. aan mr. Jacob Adriaan Braats, veertigraad van Dordrecht, een “groot en modern” huis in de Voorstraat tegenover de Mariënbornstraat, een huis aan de zuidzijde van dat huis, een huis aan de noordzijde ervan, een huis daarnaast en een stal en koetshuis in de Mariënbornstraat.
mr. Jacob Adriaen Braets, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1732, OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk)3 aug. 1780 (mr. Jacob Adriaan Braats, hoogste boete, met wapenbord en tien koetsen extra, laat geen kinderen na, luiden: ’s morgens een half uur, ’s middags van elf [sic] uur tot half twee), trouwde Sophia van den Brandeler, overleden Dordrecht 11 dec. 1783
Na het overlijden van Sophia van den Brandeler gingen de huizen van Jacob Adriaan Braets, volgens testament, gepasseerd voor notaris A. Bax op 21 febr. 1778, naarzijn erfgenamen, de kinderen van zijn nicht, Henrica Francoise Braets, echtgenote van Ocker Gevaerts, t.w. Paulus Gevaerts, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert etc., Johan Gevaerts, Leonard Robbert Gevaerts, Maria Jacoba Gevaerts,Johan Repelaer, als man van Adriana Alida Gevaerts, Margaretha Hendrika Gevaerts, weduwe van Cypriaan Gerard van de Wall en Arnold Willem Nicolaasvan Tets van Goudriaan,als man van Cornelia Gevaerts. Bij akte van boedelscheiding dd 29 jan. 1808 werden de huizen toebedeeld aan Paulus Gevaerts. Het betrof de panden C:88 (een huis in de Voorstraat tegenover de Mariënbornstraat), op datmoment bewoond door Paulus Gevaerts zelf en voorheen, ten tijde van zijn overlijden, door Jacob Adriaan Braets, drie huisjes daarnaast staande (C: 87, 89 en 90), een stal en koetshuis in de Mariënbornstraat (C:839) en een huisjein de Voorstraat op de hoek van de Mariënbornstraat (C:833).(ORA Dordrecht inv. 1681, f. 55 e.v., akte dd 5 april 1808)]
idem
de kinderen van Adriaan van Hoogeveen
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 38v e.v.: op 8 juli 1760 verkopen Gerard van Kamen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan van Kamen en Martinus den Ouden, als man van Anna van Kamen, wonende te Dordrecht, en van Jurriaan Grootjaen, als man van Grietje van Kamen, wonende te Rotterdam, allen kinderen en erfgenamen van Gerard van Kamen, overleden te Dordrecht, voor 1510 gl. aan Cornelis van Eijk, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt schuin tegenover de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe van burgemeester Hoogeveen en dat van [Cornelis] de Pree.]
de weduwe van Adriaan van Appeldoorn
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 113v: op 28 mrt. 1702 verkoopt Petrus van Son, notaris te Dordrecht, als curator van de insolvente boedel van Antonij Swijger, garentwijnder en burger van Dordrecht, voor 2450 gl. aan kapitein Adriaan Appeldoorn een huis op de Voorstraat omtrent de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Jan van der Sluijs en dat van de koper, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven.
ORA Dordrecht 1663, f. 151v e.v.: op 13 febr. 1759 verkopen Dirck van Aerdenbroeck, wonende in het Oudemannenhuis van Dordrecht, als curator van de persoon en de goederen van Cornelis van der Klock, voor de ene helft, en Arij Esselbrugge en Johan Lauwerense, als man van Adriana Cools, als enige erfgenamen van Johanna Appeldoorn, in haar leven echtgenote van Cornelis van der Klock, volgens testament gepasseerd voor notaris P. van Gelsdorp te Dordrecht op 12 sept. 1758, voor de werderhelft, voor 3220 gl. aan Cornelis de Pree, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover brouwerij “het Kruijs”, staande tussen het huis van juffrouw Van Aken en het volgende huis, alsmede een huis met vrije uitgang en een pakhuis erachter, staande in de Voorstraat tussen het voorgaande huis en dat van N. van Kame.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 166v e.v.: op 6 mei 1773 verkoopt Cornelis de Pree, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Robbert de Wit, vleeshouwer en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de weduwe van Cornelis van Eijck en dat van juffrouw Van Aaken. De koper is schuldig aan verkoper 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 188: op 22 dec. 1801 verkopen “Gerrardus Telders, Notaris en Procureur, en Pieter Papillon, gezwore Klerk ter Secretarie beide binnen Dordrecht als bij appointement van de Kamer Judicieel der Stad Dordrecht en Merwede van den 8e: September 1801 angestelde Curateurs in den Insolventen boedel van Robbertus de Witt”, voor 1315 gl. aan Samuel van Eijck, wonende te Dordrecht, een huis met een vrije uitgang ernaast en een pakhuis erachter, staande en gelegen op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, getekend C:92, belend door het huis van secretaris Gevaerts en dat van de koper, alsmede voor 1600 gl. aan mr. Paulus Gevaerts, secretaris van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, getekend C:93, staande tussen het huis van Pieter Koijmans en dat van Samuel van Eijck.]
idem
de weduwe van Simon den Beste [kamerbewaarder]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 81: op 17 febr. 1721 verkoopt Jan van der Sluijs, twijnder en burger van Dordrecht, voor 1355 gl. aan Simon den Beste, kamerbewaarder van de burgemeester, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van de weduwe Appeldoorn en Willem van Bergen.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 23 e.v.: op 18 mrt. 1738 verkoopt Paulus den Beste, wonende te ‘s-Hertogenbosch, als procuratie hebbende van zijn moeder, Anna van Hoven, weduwe van Simon den Beste, voor 1500 gl. aan Wilhelmina Ambrosia van Poelwijk en Johanna van Aacken, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Appeldoorn en dat van Adriaan van Attenhoven.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 261: op 1 sept. 1795 verkoopt Roeland Leonard van Dam, als executeur-testamentair van Johanna van Aken, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 2600 gl. aan Pieter Kooijmans, loodgietersbaas wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de vleeshouwer Robbert de Wit en dat van de verkoper. ]
de weduwe van Willem van Bergen
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 37v: op 9 mei 1697 verkoopt Hendrick van Rhijnen aan Willem van Bergen, mr. bakker, een huis in de Voorstraat in de Oude Houttuin tegenover brouwerij “’t Cruijs”, staande tussen het huis van Jan van der Sluijs en dat van de erfgenamen van juffr. [naam niet vermeld].
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 38:op 9 mei 1697 verklaart Willem van Bergen, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Berbera Melsen een somma van 900 gl., verbindende een huis op de Voorstraat in de Houttuin tegenover brouwerij “’t Cruijs”, staande tussen het huis van Jan van der Sluijs en dat van de erfgenamen van juffr. [naam niet vermeld].
Jacob Leijten en Mels Schep [branders]
[1731: woonhuis en branderij, de branderij opzij uitkomend op de Turfsteiger
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 75: op 12 jan. 1704 verkoopt Jacob van Wesel, koopman te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Jacob Leijten, burger van Dordrecht, een huis in de Turfsteiger, van achteren uitkomende op de haven, met aan de voorkant een uitgang op de Voorstraat met een gang, uitgezonderd het gedeelte, dat gekocht is en bewoond wordt door Cornelis van der Lis, staande tussen het huis van Van Bergen bakker en de Turfsteiger.
ORA Dordrecht, inv. 1643, f. 113v: op 3 juli 1710 verkoopt Jacob Leijten, brandewijnstoker en brander te Dordrecht, aan voor 550 gl. aan Mels van der Schep, burger van Dordrecht, de helft van een huis en een branderij, daarnaast en erachter staande, uitkomende op de Turfsteiger, staande in de Kannenkopersbuurt tegenover brouwerij “’t Cruijs” tussen het huis van Willem van Bergen en dat van Jacob Legger [sic].
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 50: op 27 mei 1732 verkopen Abraham Voerman, wonende in Den Haag, en Pieter Crijnen, als testamentaire voogden van de minderjarige erfgenamen van Jacob Leijten, rouwstoker te Dordrecht voor 1150 gl. aan Mels van der Schep, rouwstoker en burger van Dordrecht, de helft van een huis en branderij, staande in de Voorstraat tegenover brouwerij “het Kruijs” tussen het huis van Adriaan van Attenhoven en dat van de weduwe van Jacob Logger, en voor 120 gl. de helft van een pakhuis in de Mariënbornstraat, staande tussen het koetshuis van de weduwe van burgemeester Adriaan van Hogeveen, waarvan de wederhelft aan de koper toebehoort.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 50v e.v.: op 27 mei 1732 verklaart Mels van der Schep, rouwstoker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert van Well Anthonisz., burger van Dordrecht, een somma van 1600 gl., verbindende een huis en branderij, staande in de Voorstraat tegenover brouwerij “het Kruijs” tussen het huis van Adriaan van Attenhoven en dat van de weduwe van Jacob Logger, een pakhuis in de Mariënbornstraat, staande het huis van de weduwe van burgemeester Adriaan van Hogeveen en dat van de weduwe van Adriaan de Koningh, de helftvan een stenen molen, staande aan de Noordendijk even buiten de stad tegenover de Breestraatweg, en een huis tegenover die molen, staande benedendijks naast het erf van Leendert Willemsz. Kivit.]
de weduwe van Jakob Loggeren [bierdrager]
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 155v: op 19 mei 1702 verkoopt Jacob van Wesel, wonende te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Jacob Logger, bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt in de Oude Houttuin, staande tussen de Turfsteiger en de ingang van het achterhuis van de verkoper, komende van achteren met een vrije uitgang in de Turfsteiger.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 62 e.v.: op 13 juni 1730 verklaart Dirkje Bosvogel, weduwe van Jacob Logger, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieter Copper, koopman te Rotterdam, een somma van 250 gl., verbindende een huis op de Voorstraat, waarin zij woont, staande schuin tegenover brouwerij “’t Kruijs” tussen de steiger en het huis van [naam niet vermeld].
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 171v: op 2 april 1737 verkoopt Dirkje Bosvogel, weduwe van Jacob Logger, voor 975 gl. aan Jan Schout, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Turfsteiger en het huis en de branderij van Mels Schep.]
Voorstraat tussen Turfsteiger en Kerksteiger
Anna Palesteijn
Hendrik van Meteren [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f.79: op 8 febr. 1742 verkoopt Hendrik van Meteren, koopman te Dordrecht, voor 330 gl. aan Pieter Breetveld, turfschipper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Turfsteiger en het huis “van agteren toebehoorende” Jan van Pelt.]
Samuel van Asperen
Fransoos Benderman [mr. kaarsmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 89v: op 24 april 1721 verkopen “Johannis vander Kind, mr. Timmerman soo voor sig selven als Voogd vande minderjarige kinderen van Matthijs Hoevenaar in Huwelijck gehad hebbende Magdalena van(de) Kind, Judik vander Kind getrout met IJsaack de Laat, edogh bij Huwel. verzwaarde gesecludeert gemeenschap van goederen; ende Hendrick Verstraten, in Huwelijck gehad hebbende Pieternella van der Kind, mitsgrs. haar sterkmakende en rato Caverende voor Anna van der Kind, te samen kinderen en Erfgenamen van Andries Pietersz vander Kind, in sijn leven mr. Timmerman”, voor 1200 gl. aan Franchois Benderman, mr. kaarsmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Heer Heymansuysstraat, staande tussen de Turfsteiger en het huis van Van der Hum.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 140: op 1 sept. 1755 verkoopt Cornelia de Cramer, weduwe van Francois Benerman [sic], wonende te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Heijltje de Hart, weduwe van Pieter van Nerum, burgeres van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Turfsteiger en het huis van Johannes van Pelt, van achteren komende tot het huis van Pieter Breedvelt. De koopster is schuldig aan Martinus Backus, koopman te Dordrecht, een somma van 1000 gl.]
Matthijs van der Vloet [mr. hoedenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 24: op 29 april 1727 verkoopt Evert Buijtenheck, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Matthijs van der Vloet, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Johan Hesmar en dat van Benjerman.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 187: op 6 juli 1734 verkoopt Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Johannes de Kuijser, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Johannes Kuijter en dat van Francois Benjermans. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 211: op 17 okt. 1737 verkoopt Johannes de Kuijser, burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Turfsteiger, staande tussen het huis van Johannes Kuijter en Francois Benjermans.]
Johannes Hesmer
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 224: op 17 dec. 1743 verkopen Leendert de Regt, wonende in Nieuw-Beijerland, als man van Martijntje Hesmer, en Dirk Broekhoff, wonende te Dordrecht, als man van Francijntje Hesmer, voor 1100 gl. aan Willem Kouwens, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Jan van Pelt en dat van Arij Dura.
ORA Dordrecht inv. 1658, 53v: op 31 okt. 1748 verkoopt Willem Kouwens, schipper en burger van Dordrecht, voor 850 gl. aan Abraham de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Johannes van Pelt en dat van Arij Dura.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 142: op 5 juni 1753 verkoopt Abraham de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Filibert Huijsman, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, het derde huis van de Turfsteiger, staande tussen het huis van Jan van Pelt en dat van Jan Vlok. De koper is schuldig aan Arij Lugte, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.]
Claas van der Sluijs [schippper]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 91: op 2 dec. 1717 verkopen Samuel de Moraaz en Andries Cant, notarissen te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Johanna Kilsdonck, weduwe van Dionijs Hesmer, wonende te Dordrecht, voor 1520 gl. aan Claas van der Sluijs, schipper, een huis in de Kannenkopersbuurt schuin tegenover brouwerij “het Kruijs”, staande tussen het huis van Johan Herman Halling en dat van Cornelis Evenwel.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 9: op 18 febr. 1744 verkoopt Nicolaas van der Sluijs de jonge, als procuratie hebbende van zijn vader Nicolaas van der Sluijs, schipper en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Arij Dura, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat schuin tegenover de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Willem Kouwens en dat van Jacobus Evenwel.
[ORA Dordrecht inv. 1660, f. 53v: op 13 juli 1752 verkopen Johannes Dura en Johannes Noteman, als executeurs-testamentair en voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Elisabeth van Hoogstraten, weduwe van Arij Dura, overleden in Dordrecht, voor 900 gl. aan Johannes Flokker, wijnpeiler en wijnroeier te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Heer Heymansuysstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jacobus Evenwel en dat van Abraham de Voogt. De koper is schuldig aan Willem van Eijl, tabaksverkoper en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.]
Cornelis Evenwel
Bastiaan van Gelder
Johannes Kuijter
[1731: houttuin en pakhuis
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 121v: op 30 juni 1739 verkoopt Johannes Kuijter, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Simon de Laat, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen en erven, “geapproprieert” tot een houttuin in de Voorstraat in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Bastiaan de Gelder en dat van burgemeester Hallincg.]
Adriaan Hallingh burgemeester
idem
[1731: verhuurd]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 194v: op 30 okt. 1725 verkoopt “Nicolaas Rittinghuijsen, borger binnen dese Stad, voor een derde ende nog als last en procuratie hebbende van sijn Broeder Adriaan Rittinghuijsen wonende tot Amsterdam mede voor een derde part, volgens de selve procuratie gepasseert voor den nots. Leonard Noblet en seekere getuijngen tot Amsterdam residerende in dato de 15e Octob. 1725, mitsgrs. nog als last ende procuratie hebbende van sijnen swager Corn. van Canegies woonende in ’s Hage als Vader en Voogd van sijnen minderjarige kinderen verwekt bij wijlen Juffr. Maria Rittinghuijsen mede voor een derde part, volgens d’selve procuratie gepasst. voor den nots. Hugo van Rijck, en seekere getuijgen in ’s Hage residerende in dato den 15e Octob. 1725, … te samen kinderen, kintskinderen en eenige Erfgenamen van wijlen Juffr. Clasina Ridders, in haar leven wed.e wijlen Nicolaas Rittinghuijsen in sijn leven Coopman” te Dordrecht, voor 2930 gl. aan Johanna van der Mast, weduwe van mr. Herman Hallincq, vroedschap en secretaris van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde omtrent de Nieuwkerksteiger, waar uithangt “de Papieren Molen”, staande tussen het huis van Nicolaes Slijp en dat van voornoemde mevr. Hallincq.]
Claas Sliep
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 51v: op 10 sept. 1715 verkoopt Wouter Korthals, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Maria Ariensdr. Vink, weduwe van Hendrik Hendrikse, burgeres van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin omtrent de Nieuwkerksteiger, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus van der Star en dat van [NN] Rittinghuijsen.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 7: op 6 febr. 1723 verkoopt Maria Vink, weduwe van Hendrik Veltman, voor 500 gl. aan Claas Sliep een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraatsteiger, staande tussen het huis van de weduwe van Nicolaas Rittinghuijsen en dat van de weduwe van Bartholomeus van der Star.]
Bartelmeeuwis van der Star [beurtschipper op Amsterdam]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 242: op 4 juli 1726: “Herman vander Star, beurtschipper van dese Stadt op Antwerpen Soo voor hem selven ende nog als last ende Procuratie hebbende van Anna van Aensurg wed.e Theunis Snel, Item van Jacobus ende Herman vander Star, marckt schipper op s’Bos Soo voor hun selven als voogden benevens hun broeder Bartholomeus vander Star over hunnen nog minderjarige Suster Maeijcke vander Star, mitsgaders nog van Jannetta vander Star, meerderjarige Jonge dogter alle woonende binnen dese Stadt te Samen met den voorn: Bartholomeus vander Star eenige geinsitureerde Erffgenamen van wijlen hunnen moeder ende grootmoeder Jannette Hermans in haer leven wed.e Bartholomeus van der Star overleden” te Dordrecht, voor 800 gl. aan Bartholomeus van der Star Bartholomeusz., beurtschipper van Dordrecht op Amsterdam, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerksteiger aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan van Kamen boekverkoper en dat van Nicolaes Slijp.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 196: op 26 okt. 1762 verkopen Adriana Raats, weduwe en erfgename in een kindsgedeelte van Bartholomeus van der Star, beurtschipper van Dordrecht op Antwerpen, en nog als moeder en voogdes van haar minderjarige zoontje, genaamd Bartholomeus van der Star, alsmede Jacob de Hart, beurtschipper van Dordrecht op Antwerpen, als man van Elsken van der Star, en Belia van der Star, meerderjarige ongehuwde persoon, samen kinderen en erfgenamen van Bartholomeus van der Star, voor 825 gl. aan Jan de Visser, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de havenzijde bij de Nieuwkerksteiger, staande tussen het huis van Jan van Kaamen en dat van Nicolaas Slijp.]
Jan van Caem [boekverkoper]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 116: op 5 sept. 1724 verkoopt “Pieter Doogen, nots. binnen dese Stad als last en procuratie hebbende van Ruben van Hoven en Jan Tandon in Huwelijk hebbende Constantina van Hoven, en voor soo veel des noots van(de) selve Constantina van Hoven sijnde de gemelte procuratie gepasseert voor den nots: Adriaan Baars en sekere get. tot Amsterdam residerende in dato den 30e Aug. 1724”, voor 1450 gl. aan Jan van Kamen, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus van der Star en dat van Maria en Cornelia van Mourik.]
[hoek Nieuwkerksteiger]
Voorstraat tussen Torenstraat en Weeshuisstraat
Cornelis Korthals
[1731: komt opzij uit in de Torenstraat
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 200 e.v.: op 5 okt. 1773 verkoopt Cornelis Korthals Hendriksz. voor 300 gl. aan Jan Bottelier Hendriksz., wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Torenstraat en het huis van Van Duuren.
ORA Dordrecht inv. 266, f. 266: op 12 juli 1793 verkoopt Johanna Bottelier, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan de Haan, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Boomstraat, staande tussen de Torenstraat en het huis van de erfgenamen Van Duuren.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 227v: op 16 mrt. 1802 verkoopt Jan de Haan, burger te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Abraham Isaaks, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Torenstraat en het huis van de erfgenamen Van Duren.]
Claes Schuurmans
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 180; op 5 nov. 1722 verkoopt Johanna van de Waart, weduwe en erfgename van Stoffel van Meijs, mr. zeilmaker, voor 300 gl. aan Nicolaas Schuurmans, kleermaker, en diens vrouw Johanna Staalsmith een huis op de Voorstraat, staande tussen de Torenstraat en het huis van de koster Van Wageningen.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 181v: op 31 juli 1731 verkoopt Pieter van der Burgh, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Anna van Duiren, ongehuwde persoon, een huis in de Voorstraat, het tweede huis van de Torenstraat, staande tussen het pakhuis van Adriaan Onder de Linden en het huis van Cornelis Corthals.]
Cornelis Slegt
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 205v e.v.: op 28 april 1729 verkoopt Elisabeth van Hoogstraten, weduwe van Adriaan van Wageningen, voor 2000 gl. aan Cornelis Slegt, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Torenstraat, vanouds genaamd “het Groot Schaakbort”, staande tussen het huis van Nicolaas Schuemans [sic] en dat van de kinderen van Hasuerus van den Bergh.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 100v: op 13 sept. 1785 verkoopt Jannetje Maarseveen, weduwe van Jan Spruit jr., voor 3000 gl. aan Jacob van Koten, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Boomstraat, uitkomende in de Torenstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Nicolaas van der Krab.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 277v: op 9 april 1799 verkoopt Jacob van Kooten, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Willem van Son, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, uitkomende in de Torenstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Pieter Lekkerkerk.]
Asueros van den Berg
[gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 40v: op 1 juni 1718 verkoopt Geertruij van den Bergh, weduwe van Lourens Mutsert, voor 1600 gl. aan Hasuwerus van den Bergh, burger te Dordrecht, een huis, genaamd “het Vergulde Comptoir”, staande in de Oude Houttuin omtrent de Torenstraat tussen het huis van de grutter Castendijck en dat van Adriaan van Wageningen.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 234 e.v.: op 5 sept. 1747 verkoopt Frans Carlebur, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Johannes Griesma, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Boomstraat, genaamd “het Verguld Cantoor”, staande tussen het huis van N. Castendijk en dat van N. Slegt. De koper is schuldig aan Gerret van Duijnen, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 36v: op 28 febr. 1782 verkoopt Nolleke Reijsen, weduwnaar van Aagje Griesma, voor 2300 gl. aan Nicolaas van der Krap, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Torenstraat, genaamd “’t Verguld Comptoir”, bestaande uit diverse woningen, staande tussen het huis van De Haan en dat van Jan Spruijt.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 166v: op 7 mrt. 1786 verkoopt Nicolaas van de Crap voor 3020 gl. aan Pieter Lekkerkerk een huis bestaande uit diverse woningen, vanouds genaamd “’t Verguld Comptoir”, staande op de Voorstraat omtrent de Torenstraat met een vrije uitgang in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Jordaan de Haan en dat van Jacob van Koten.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 172v: op op 21 mrt. 1786 verkoopt Cornelis Pijl, watergraaf in de Nederwaard, baljuw en rentmeester van de Lek, wonende te Alblasserdam, voor 6000 gl. aan mr. Johan Rijnier van der Gronden, wonende te Dordrecht, een huis met een wijnkelder, alsmede een open plaats en tuin erachter, strekkende voor van de straat tot aan het koetshuis en de stal van Johan Herman Willemsen en staande tussen de Nieuwkerkstraat en het huis van Joost Visser.]
de weduwe van Gerrit Castendijk
[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 103v: op 3 mei 1692 verkoopt Clara van Bellen, weduwe van Bartholomeus van Bracht, burgeres van Dordrecht, voor 1950 gl. aan kapitein Gerard Castendijck, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Abraham Claesz. de Haen en dat van Bert Mutsaert timmerman, van achteren uitkomende in de Wijngaardstraat.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 122 e.v.: op 15 mrt. 1753 verkopen Johan en Gerard Castendijk, kooplieden te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun zusters Lucia en Margarita Castendijk, samen erfgenamen ab intestato van hun broer Isaacq Castendijk, die in Dordrecht is overleden, voor 2200 gl. aan Jan de Haan, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, vanouds genaamd “Paauwesteijn”, staande tussen het pakhuis van Agnes van Wessem, weduwe van Jan de Rave, en het huis genaamd “het Gulden Comptoir”, met het achterhuis daarnaast, staande in de Wijngaardstraat.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 171v: op 21 mrt. 1786 verkoopt Cornelis Pijl, watergraaf in de Nederwaard, baljuw en rentmeester van de Lek, wonende te Alblasserdam, voor 2460 gl. aan Joost Visser, makelaar te Dordrecht, een huis met een kelder, staande in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van mr. Johan Rijnier van der Gronden en dat van de weduwe van burgemeester Van der Pot.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 199v: op 24 mei 1798 verkoopt Catharina van de Werken, weduwe en erfgenaam van Jordaan de Haan, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Bartholomeus Vervel, burger en grutter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, vanouds genaamd “Paauwesteijn”, met een achterhuis ernaast, staande in de Wijngaardstraat tussen het huis van de weduwe van Van der Mijlen en het huis “het Verguld Comptoir”.]
Arnoldus van Wessum [koopman]
[1731: voorzijde pakhuis, achterzijde staken en een tuintje
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 130: op 18 juli 1714 transporteert Jacobus Caspersz. Lookemeijer mr. timmerman, als procuratie hebbende van Heijltie de Rouw, weduwe van Nicolaas de Haan, aan Arnoldus van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Boom en de [Nieuw]Kerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Castendijk.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 1v: op 15 jan. 1760 verkoopt Isaacq Morje, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnes van Wessem, laatst weduwe van Johan den Raven, voor 1200 gl. aan Dirk Veen, burger van Dordrecht, twee huizen, staande naast elkaar, “tot een woninge geapproprieert”, staande op de Voorstraat omtrent de Boomstraat tussen het huis van Jan Heijblom en dat van [NN] de Haan, strekkende met uitgangen tot in de Wijngaardstraat.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 237: op 26 okt. 1774 verkoopt Barthout van Ourijck, regerende schepen van Dordrecht, voor 5400 gl. aan Geertruida Onderwater, weduwe van Jacobus van der Pot, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, alsmede een tuin erachter, die uitkomt in de Wijngaardstraat, staande en gelegen tussen het huis van Cornelis Pijl en dat van de erfgenamen Heijblom.]
Arnoldus van Wessum
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 101v: op 9 april 1739 verkopen Johan de Raven, koopman te Dordrecht, als man van Agnes van Wessem, en Anna van Wessem, enige nagelaten kinderen en erfgenamen van Arnold van Wessem, koopman te Dordrecht, voor 2050 gl. aan Cornelia Maria Vastrik, weduwe van notaris Jan de Bedts, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Johan de Raven en dat van mr. Casper Balthazar Doll van Ourijk.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 183v: op 20 dec. 1746 verkoopt Johannes de Coert, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Cornelia Maria Vastrik, laatst weduwe van notaris Jan de Bedts, voor 1810 gl en 10 st. aan Johannes Heijblom, rijsschipper wonende te Dordrecht, een huis schuin tegenover de Boomstraat, staande tussen het huis van mr. Casper Balthazar Doll van Ourijck en dat van Agnes van Wessem, weduwe van Joan de Rave.]
Arnoldus van Wessum
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 26: op 7 april 1718 verkoopt Martin van Wessum, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Arnold van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de heer Van Wesel.]
de erfgenamen van Damas van Wezel [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 52: op 23 sept. 1713 verkoopt Johan van Werf, makelaar ter beurze, als procuratie hebbende van Maria Johanna van der Steen, weduwe Pieter Jacques van Heijdenrijck, raadsheer in de Grote Raad te Mechelen, voor 1300 gl. aan Damas van Wezel, ontvanger van de gemene middelen te Bergen op Zoom en koopman te Dordrecht, een huis met voor- en achterwoning, staande in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, het tweede huis van die straat, vanouds genaamd “de Gulden Hoorn”, strekkende van de Voorstraat tot achter op de Wijngaardstraat, met een vrije uitgang, [belenders niet vermeld].]
Gerrit Vingerhoed en de weduwe en erfgenamen van Hugo van Dijk
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 25v: op 3 mei 1735 verkopen Jan de Bruijn, Philips van Haarlem en Mattheus Rees, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Gerard Vingerhoed, veertigraad en koopman te Dordrecht, voor 515 gl. aan Margareta van Slingeland, weduwe van mr. Johan van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, de helft van een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van burgemeester Barthout van Slingeland en dat van mr. Casper Balthazar Dol van Ourijck.]
burgemeester Johan van Hoogeveen zaliger
[1731: woonhuis, stal en koetshuis]
de weduwe van Gillis Beut [Curina Swaen]
[ORA Dordrecht inv. 1669, f. 94v: op 29 okt. 1776 verkoopt Pieter Tarsier, meerderjarige jongman, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaan Bosbaan, wonende alhier, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zuster Commerina Bosbaan, meerderjarige ongehuwde persoon, en nog als procuratie hebbende van zijn broer Gillis Bosbaan en van Quirina Bosbaan, weduwe van Abraham Tarsier, arts te Dordrecht, allen enige nagelaten kinderen van Helena Beudt, weduwe van Jan Bosbaan, die enige dochter en erfgename ab intestato was van de weduwe van Gillis Beudt, voor 1130 gl. aan Pieter Quinting een huis in de Voorstraat, staande tussen de Nieuwkerkstraat en het huis van de erfgenamen van Boet.
I. Gillis Beudt (Beut), trouwde NG Dubbeldam 16 mrt. 1687 Cuniera Swaen
Kind:
a. Helena Beudt, geboren naar schatting ca. 1690, volgt II
II. Helena Beudt, geboren naar schatting ca. 1690,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1713), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 febr./12 mrt. 1713 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Bos, de bruid met haar vaderkapitein Gillis Beudt) Jan Bos-Baan, gedoopt NG Dordrecht 2 sept. 1674, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1713), kamerbewaarder te Dordrecht, zoon van Jan Bos en Commertje Swaen
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Adriaan Bosbaan, 9 dec. 1713
b. Quirina Bosbaan, geboren naar schatting ca. 1715, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerstraat (1740),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 juni/10 juli 1740 (de bruid met schriftelijk consent van haar moeder Helena Beut, weduwe van Jan Bosbaan)Abraham Tarsier (Tersier), jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1740)
c. Commerina Bosbaan, 4 juni 1717
d. Gillis Bosbaan, 18 okt. 1721
e. Jan Bosbaan, 26 mrt. 1726]
Jacobus Tentenier [mr. bakker]
[1731: komt opzij uit in de Nieuwkerkstraat
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 218v e.v.: op 17 mei 1729 verkoopt Adriaan Tempelaar, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jacobus Tenteni, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Aart Hopman en dat van de weduwe van Gillis Beut. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 159v e.v.: op 22 dec. 1739 verkoopt Elisabeth Melot, weduwe van Jacobus Tentenie, voor de helft, en Adriaan Tempelaer en Adriaan van Lier, als voogden over de minderjarige kinderen en enige erfgenamen ab intestato van Jacobus Tentenie, voor de wederhelft, voor 2880 gl. aan Jan Boet, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat schuin tegenover de Nieuwkerksteiger, van achteren uitkomende in de Nieuwkerkstraat en staande tussen het huis van Cornelis Spijkers en dat van de weduwe van Gillis Beudt.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 115: op 2 sept. 1783 verkoopt “Geertruij Boet, meerderjarig en ongehuwd, wonende binnen dese Stad, gevolmagtigt van haar broeder Dirk Boet, bij een Generale Volmagt, op den 12 Julij 1783 voor Rechter en assessores der Stadt Gerechts in Neustad bij Dresden in ’t hoogduitsch gepasseert, waar van ’t Translaat door Johannes Holtrop geswore Translateur der hoog en Nederduitsche Talen in deze Stad, op den 13 Augs. 1783 getekent”, voor 7000 gl. aan Teunis van der Hoogt, bakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, dicht bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van De Quint en dat van Arij Roest.]
Ida Bernardina van der Pijpen
[1731: 2 huizen, 1 verhuurd en 1 staat leeg
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 77: op 29 april 1745 verkoopt Goverd van Boven, als man van Ida Bernardina van der Pijpen en als procuratie hebbende van zijn zwager Simon van Son, heer van Raamsdonk, als vader en voogd van Anna Elisabeth Geertruijd van Son, door hem verwekt bij Anna van der Pijpen, voor 3260 gl. aan James John Melvill, kapitein in het regiment van generaal-majoor Gadailliere, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Michiel Versteeg en dat van Thomas van Hoogstraten, met een gang uitkomende in de Wijngaardstraat, alsmede twee bij het voornoemde huis behorende huizen in de Wijngaardstraat.
James John Melvill, jongman van Tiel in garnizoen te Bergen op Zoom (1737), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mei 1751 (James Melvill, majoor in het regiment van veldmaarschalk de prins van Brunswijk-Wolffenbuttel, in de Kannenkopersbuurt, met zeven koetsen extra, de eerste boete, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 okt./5 nov. 1737 (de geboden gaan te Bergen op Zoom, Breda en Tiel, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Helena Roijer, weduwe van John Melvill, de bruid met haar behuwd broer Gerrardus Philippus Pus) Maria Velsenaar, jonge dochter van Hendrik-Ido-Ambacht wonende in het Steegoversloot (1737)

James Melvill

Maria Velsenaar
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 213 e.v.: op 16 april 1771 verkoopt mr. Jan Melvill, raad en vroedschap van Brielle, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria Velsenaar, weduwe van James Melvill, major militair in Nedrlandse dienst, voor 8000 gl. aan Anna Nagtegaal, weduwe van Johan Smith, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de timmerman Van der Steen en dat van Michiel Versteeg, met de erachter liggende tuin, uitkomende in de Wijngaardstraat, zijnde in vier posten wegens de gewone verponding aangeslagen.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 178v: op 3 april 1781 verkopen “Barthout van Ourijk Raad in de vroedschap, en Regerend Schepen binnen dese Stad, in qualiteit [als procuratie hebbende] van wijlen Willem Smith op den 4e: Augustus 1774 voor den alhier geresideert hebbende Notaris Gerardus Verveer en getuigen gepasseert, en Frank van der Schoor, en Everhardus Kelderman Kooplieden binnen dese Stad, in qualiteit als Executeurs van den testamente van wijlen Johanna, en Simon Smith op den 5e Junij 1774 mede voor voorn: Notaris Gerardus Verveer en getuigen verleden, welke Johanna en Willem en Simon Smith alhier zijn overleden, en in hun leven geweest de Eenige Kinderen en Erfgenamen abintestato van wijlen Anna Nagtegaal wed:e Jan Smith mede binnen dese Stad overleden”, voor 6500 gl. aan Christina en Lucretia van Convent, wonende te Dordrecht, een huis met twee tuinkamers erachter, staande op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Hendrik Heije en dat van Johannes van der Steen.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 53: op 16 juli 1793 verkoopt “Jan van der Star, in den Oudraad Regerend Schepen, en Notaris te Dordrecht, als bij acte door wijlen Jufvrouwen Christina en Lucretia van Convent op den 23 Januari 1788 voor den Notaris Francois Pistorius en getuigen binnen deze voorm. Stad gepasseert alhier aangestelde administreerende Executeur van der Langstlevende uitterste Wil mitsgaders administrateur van derzelver Boedel en welke langstlevende is geweest voornoemde Jufvrouw Christina van Convent, op den 7 April 179[1?] alhier ter Steede overleden”, voor 6200 gl. aan Abraham Carp, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, uitkomende met een tuin in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de weduwe Heije en dat van de weduwe Van der Steen.]
de weduwe van Teunis Zelderbech
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 73v e.v.: op 9 jan. 1742 verkoopt Anna van Aansurg, weduwe van Theunis Snel, wonende te Dordrecht, voor 450 gl. aan Thomas van Hoogstraten, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerksteiger, staande tussen het huis van Leendert Plomp en dat juffrouw Van der Pijpen. De koper is schuldig aan Arnoldus, Jan en Dingena Lacroij een somma van 450 gl.]
Leendert Plomp
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 8v: op 4 febr. 1723 verkoopt Leonardus van Dam, burger van Dordrecht, voor 725 gl. aan Leendert Plomp, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Leendert de Laat en dat van de weduwe van Bartholomeeus van der Star.]
de weduwe van Leendert de Laat
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 86v: op 4 mrt. 1755 verkopen Cornelia, Simon en Leendert de Laat, broers en zuster, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Johannes Steenhuijsen, schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Nieuwkerkstraat en de Heer Heymansuysstraat, genaamd “de Nieuwe Blaauwe Voet”, staande tussen het koetshuis en de stal van mr. Jacob Stoop en het huis van Leendert Plomp. De koper is schuldig aan Dirk Krans, “assayeur” in de Munt te Dordrecht, een somma van 600 gl.]
Abraham Tresier [Targier]
[1731: woonhuis en grutterij
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 253v: op 4 okt. 1729 verkoopt Abraham Bosschage, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Adriaantje Swaan, weduwe van Leendert de Laat, en dat van Willem de Bruijn, garentwijnder te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 147: op 5 febr. 1743 verkopen Bartholomeus en Geertruij Targier, inwoners van Dordrecht, voor 1100 gl. aan mr. Jacob Stoop Jacobsz., ontvanger van de “penningen gedestineert ten Oorloge” in Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat met een uitgang in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem de Bruijn en dat van Adriana Swaan, weduwe van Leendert de Laat.]
Willem de Bruijn [koopman in garens]
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 8: op 26 febr. 1711 verkopen ”Samuel Kanin, Bedienaar des goodd: woorts tot Hendrickidenambagt, Soo voor sijn selven ende als last ende procuratie hebbende van Adriaan van Nimwegen, Coopman tot Rotterdam als in Huwelijck hebbende Juffr. Hester Kanin, ende voor Soo veel des noots deselve Jufr. Hester Canin, en Juffr. Adriana Canin, mede woonende tot Rotterdam, kinderen ende Erfgen. vande heer Isaacq Kanin, volgens d’selve procuratie gepasseert binnen de voorsz. Stad Rotterdam voor den nots. Francois Waarts, en seekere getuijgen in date den 25en novemb. 1710,” voor 2400 gl. aan Willem de Bruijn, koopman te Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin met een vrije uitgang achter in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van burgemeester Barthout van Slingeland en dat Salomon Bosgasie.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 174 e.v.: op 9 mei 1743 verkopen Hermanus de Bruijn, David Hordijk, als man van Elisabeth de Bruijn, voor zichzelf en tevens vervangende hun zwager Jan Hayingh, wonende te Amsterdam, als man van Josina de Bruijn, allen kinderen en erfgenamen van Willem de Bruijn, in zijn leven koopman in garens te Dordrecht, voor 4400 gl. aan Gerardus Anthonij Piper, kapitein in het regiment van kolonel Smissaart in Nederlandse dienst, een huis staande in de Voorstraat tussen de Heer Heymansuysstraat en de Nieuwkerkstraat met aan de achterzijde een vrije uitgang in de Wijngaardstraat, belend aan de ene zijde door het huis van burgemeester Barthout van Slingeland en dat van mr. Jacob Stoop Jacobsz. aan de andere.
I. Herman Willemsz. de Bruijn, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuinen (1679), trouwde NG Dordrecht 8/22 jan. 1679 Neeltje Jorisdr. Millaerdt, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1679)
Kind:
a. Wilhelm (Willem) de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 27 okt. 1679, volgt II
II. Wilhelm (Willem) de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 27 okt. 1679, trouwde Gerecht/NG 14 nov. 1700 Maria van Driel
Kinderen:
a. Hermanus de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 14 aug. 1701
b. Elisabeth de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1707, trouwde David Hordijk
c. Josina de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1714, trouwde NG Amsterdam/Dordrecht9/25 dec. 1735 Jan Hayingh
NG trouwboek Amsterdam 9 dec. 1735 (akte verleend om op 25 dec. 1735 in Dordrecht te trouwen) Jan Haijingh jongman wonende in de Warmoesstraat en Josina de Bruijn jonge dochter van Dordrecht wonende ald.]
Margrieta van Slingelant, weduwe van burgemeester Johan van Hoogeveen en burgemeester mr. Damas van Slingelant
[1731: verhuurd, achterhuis staat leeg

Aart Schouman, Voorstraat hoek Nieuwkerkstraat (1727)
Afgebeeld is het huis van burgemeester Barthout van Slingeland, thans Voorstraat nr. 54. Het poortje (of de deur) in de zijkant gaf toegang tot de tuin. De poort werd in 1970 overgebracht naar de overkant van de Nieuwkerkstraat. (Dordt Eigenaardig in het AD van 24 mei 2024)

Voorstraat nr. 54 (foto: Wikimedia)
Damas Baerthoutsz. van Slingeland, jongman van Dordrecht wonende bij de Kerkstraat (1649), trouwde 31 okt/23 nov. 1649 Cornelia Gijsbrechtsdr. van Beaumont, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Kerkstraat (1649)
kinderen (o.a.):
a. Barthout van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1655, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 april 1727 (Barthout van Slingeland, regerende burgemeester van Dordrecht, met drie paar slepen, een wapenbord vooruit, laat kinderen na, de hoogste boete), trouwde 27 mei 1685 Emerentia Repelaer
Kinderen:
a-1. Margareta van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1686, jong dochter van Dordrecht (1722), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/26 april 1722 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Magdalena Gevaerts, weduwe van Adriaen van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, de bruid met haar vader Barthout van Slingeland, regerende burgemeester van Dordrecht) Johan van Hoogeveen, jongman van Dordrecht (1722), schepen in wette van Dordrecht
a-2. mr. Damas van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1688, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 mei 1771 (mr. Damas van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht, laat geen kinderen na, negen koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete), trouwde 1e Catharina Alida van der Dussen, 2e Cornelia Vingerhoet [zie genealogie Van der Dussen op deze website)
b. Gijsbrecht van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 16 juni 1659
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 137: op 1 okt. 1704 verkoopt Gijsbert van Slingelant, ontvanger van de verponding over de stad en het ressort van Breda, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan zijn broer Barthout van Slingelant Damasz., een huis in de Oude Houttuin, zoals hem, verkoper, dat aanbedeeld is uit de nalatenschap van zijn vader, strekkende voor van de Voorstraat tot achter aan de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Isaac Canin en dat van [NN] Daalman.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 270v: op 9 sept. 1771 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., regerende burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als executeur-testamentair van mr. Damas van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht, voor resp. 7100 gl. en 1000 gl. aan Cornelis Pijl, schout te Alblasserdam, ten eerste een huis met een open plaats erachter, alsmede een koetshuis en stal, staande in de Voorstraat op de hoek van de Nieuwkerkstraat, strekkende tot achter aan de Wijngaardstraat, en ten tweede een huis ernaast, staande naast het huis van burgemeester Van Ourijk.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 171v: op 21 mrt. 1786 verkoopt “Cornelis Pijl, watergraaff in den Nederwaard, Bailliuw en Rentmeester van de Lecq &a wonende te Alblasserdam”, voor 2060 gl. aan Joost Visser, makelaar te Dordrecht, een huis met een kelder eronder, staande op de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van mr. Johan Reijnier van der Gronden en dat van de weduwe van burgemeester Van der Pot.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 172v: op 21 mrt. 1786 verkoopt Cornelis Pijl, watergraaf in de Nederwaard, baljuw en rentmeester van de Lek, wonende te Alblasserdam, voor 6000 gl. aan mr. Johan Reijnier van der Gronden, “een Huis en Erf, met deszelfs wijnkelder daar onder, als mede open plaats en thuin daar agter, staande ende gelegen op de Voorstraat op den hoek van de Nieuwkerkstraat binnen dese Stad, strekkende voor van de straat, tot aan de Schijmuur van het Koetshuis, Stalling en Erve getransporteert aan Johan Herman Willemszen (invoegen het zelve aan hem, op de voorwaarden bij openbare verkoping den 9-1-1786 ten overstaan … binnen dese Stad gehouden is verkogt, uit de hand), staande tussen de Nieuwkerkstraat en het huis van Joost Visser.]
Philippus van Haarlem
[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 133: op 22 dec. 1699 verkoopt Isaack van Bellen, wonende te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Johan Daalman, koopman te Dordrecht, ene huis met een tuintje erachter, uitkomende in de Wijngaardstraat, staande omtrent de brouwerij “’t Kruijs” tussen het huis van Gijsbert van Slingeland en dat van Gillis Gossij.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 162 e.v.: op 19 jan. 1740 verkoopt Philips van Haarlem, achtraad van Dordrecht, voor 2100 gl. aan Pieter ’t Hooft, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin bij de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Barthout van Slingeland en dat van Jacob Visser.]
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 216: op 21 nov. 1765 verkoopt Pieter ’t Hooft, mr. munter te Dordrecht, voor 1450 gl. aan Johannes de Quint, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat, uitkomende in de Wijngaardstraat en staande tussen het huis van mr. Damas van Slingeland en dat van Gerrit Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 60v: op 20 nov. 1766 verkoopt Johannes de Quint, burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jorge Junker, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat, uitkomende in de Wijngaardstraat en staande tussen het huis van mr. Damas van Slingeland en dat van Gerrit Hordijk.]
Cornelis van Ringen [apotheker]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 87v: op 27 febr. 1704 verkoopt Gillis Gossij voor 2500 gl. aan Catarina van Esch, weduwe van ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, waar uithangt “den Block”, van achteren uitkomende in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de weduwe Hacke en dat van Johan Daalman.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 180: op 5 nov. 1722 verkoopt mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, postulerende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina van Esch, weduwe van Henricus Francken, predikant te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Cornelis van Ringen, apotheker en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “den Block”, staande in de Voorstraat omtrent de [Oude] Houttuin tussen het huis van Philip van Haerlem en dat van de weduwe Hacke, beginnende aan de straat en uitkomende in de Wijngaardstraat.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 220v: op 18 mei 1784 verkoopt Gerard Hordijk, grutter te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Jacob Beenhakker, als voogd van zijn minderjarige zoon Aart Beenhakker, t.b.v. die zoon, een huis op de Voorstraat omtrent de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Joost Pieter Court en dat van Jurrij Jonker, alsmede drie pakhuizen, staande naast elkaar in de Heer Heymansuysstraat tussen het huis van Pieter de Rauwe en het erf van de Roomse kerk.]
weduwe Hakke
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 48v e.v.: op 27 mei 1732 verkoopt Catharina van Halen, weduwe van Hendrik Hacke, voor 550 gl. aan Cornelis van Ringen, apotheker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Oude Houttuin voorbij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter Keur.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 195v: op 4 mei 1756 verkoopt Susanna Casteleijn, weduwe van Jacob Visser, wonende in Den Haag, die met haar man enige erfgename is geweest van haar nicht Anna van Ringen, die de enige erfgename ab intestato was van haar broer Cornelis van Ringen, beiden gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 600 gl. aan Johannes Adolph Pieter Flocken, tabaksverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, het derde huis van de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Gerrit Hordijk en dat van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Jacob Keur.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 29v: op 17 mei 1763 verkoopt Jan Flocken, wijnroeier en burger van Dordrecht, voor 605 gl. aan Joost Pieter Coert, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Mariënbornstraat aan de landzijde, staande tussen het huis van [NN] Hordijk en dat van de erfgename van de weduwe van Jacob Keur.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 160v: op 24 April 1788 verkoopt Joost Pieter Koert, viskoper te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Willem van Lexmond, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Pieter Beenhakker en het huis van de Roomse kerk.
ORA Dordrecht inv.. 1678, f. 250: op 20 nov. 1798 verkoopt Willem van Lexmondt, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Cornelis Hackert, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt bij de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van de Roomse kerk “aan’t Kruis” en dat van Aart Beenhakker.]
Pieter Cuer [Keur]
[1731: via achterhuisje en keuken uitkomend in zijstraat
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 33: op 26 mei 1707 verkopen “Mrs. Herman van den Honert, presiderende Borgermr. en Simon Muijs van Holij, in de Oudraad bijde deser Stad, in qt. als voogden o(ver) de naargelaten kinderen van wijlen den Ed. Hr Mr. Johan de Witt zal.r in sijn leven Heere van Hekendorp Secrets. deser Stad”, voor 7500 gl., waarbij inbegrepen zijn enige losse goederen, die getaxeerd zijn op 400 gl., aan Jacob Keur, koopman te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt aan de Landzijde, achter uitkomende met een vrije uitgang onder het pakhuis van Francois de Coert, brouwer te Dordrecht, staande naast het huis van Elisabeth Taarlingh, eerst weduwe van kapitein Wierick Boeff en nu echtgenote van de heer Van Botland.
Jacob Keur, koopman, boekdrukker, trouwde 28 aug. 1667 Elisabeth van Duijvelandt.
Kind (o.a):
a. Pieter Keur, gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1668, volgt II
II. Pieter Keur, gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1668, boekdrukker, trouwde 26 juni 1712 Cornelia de Groot
Kind (o.a.):
a. Jacob Keur, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1713, volgt III
III. Jacob Keur, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1713, trouwde Cornelia Maria Rijnders
Kinderen (o.a.):
a. Catharina Maria Keur, gedoopt NG Dordrecht 5 aug. 1740, trouwde Daniël Jan Graswinkel
b. Dirk Hendrik Keur, gedoopt NG Dordrecht 11 aug. 1742
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 40: op 15 juli 1766 verkopen Daniël Jan Graswinkel, als man van Catharina Keur, Catharina Keur zelf, en Dirk Hendrik Keur, voor 1730 gl. aan de RK Armen, behorende tot de pastorie naast brouwerij “het Kruijs”, een huis in de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Carel de Graaff en dat van Joost Hendrikse [en] Pieter de Court.
De volgende eigenaren waren:
1817: Johannes Constantinus Smits, confituremaker, suikerbakker, banketbakker
1819: Jan Fredrik Noak, brander en likeurstoker
1838: Willem de Jongh, brander en likeurstoker
1842: Hendrik de Jongh, brander en likeurstoker
1882: Firma de Jongh (firmanten Willem Hendriksz. de Jongh, distillateur en wijnkoper, Henri Dijkmans, kassier)
1890: Willem Hendriksz. de Jongh, distillateur en wijnkoper)
1893: Wilhelmina Louisa Landmeter, weduwe van Willem Hendriksz. de Jongh)
1895: Bastiaan Schuitemaker, distillateur en wijnkoper
1902: Bastiaan Schuitemaker en Johan Adriaan Cornelis Bremekamp, distillateurs en wijnkopers)
1918: Johan Adriaan Cornelis Bremekamp, distillateur en wijnkoper
1958: Hendrik Adriaan Schuitemaker, leraar en Johanna Maria Schuitemaker
1976: Gemeente Dordrecht
1981: Maasveste BV
1981: Vereniging van Eigenaren gebouw Voorstraat 102, 102a en 104
(Dordrecht Monumenteel, jan. 2026, nr. 99, p. 24)
Gijsbert Beudt
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 155v: op 22 nov. 1714 verkoopt “Adriaan Boeff, apothecaris binnen dese Stad als hier toe bij mijn Ed.e Heeren van geregte vol. appt. van date den 26 junij 1714 geauthoriseert wesende in plaatse van sijne aangehuwde vader Jacobus van Botland, ende sijne moeder Elisabeth Taarling die bevorens wed.e was van Wierick Boeff”, voor 1860 gl. aan Gijsbert Beudt een huis, vanouds genaamd “de Wijnpers”, staande tussen de Heer Heymansuysstraat en het huis van Pieter Keur.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 21 e.v.: op 1 april 1732 verkoopt Jacob Beudt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Gijsbert Beudt, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Hermanus de Bruijn wijnkoper een huis in de Voorstraat, staande tussen de Heer Heymansuysstraat en het huis van Pieter Keur. De koper is schuldig aan verkoper een somma 1200 gl.]
hoek Voorstraat/Heer Heymansuysstraat
de weduwe van Johannes Couwenhoven
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 1: op 6 jan. 1707 verkoopt Hendrick van der Hoep, burger van Dordrecht, voor 1390 gl. aan Johannis van Kouwenhoven en Jacobus Casper Lokemijer een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van de koper en de Heer Heymansuysstraat.]
idem
Francois de Coert
[1731: bouwvallig
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 53: op 30 juli 1718 verkoopt “Jacobus van(der) Wiell als executeur van den Testamente van Maritie Moll wed.e van(de) heer Lourens vander Wiell, in sijn leven in de Vroetschap der Stad Schiedam mitsgrs. Nicolaas Wortell, mede woonende tot Schiedam als last en procuratie hebbende van Michiell Lerij, in qt. als mede Executeur van(de) voorsz. Testamente volgens deselve procuratie gepasseert voor den nots. Simon Knappert ende seekere getuijgen in de voorsz. Stad Schiedam residerende in dato den 26 Julij 1718”, voor 650 gl. aan Franchois de Coert, koopman en brouwer te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande naast brouwerij “het Kruijs”. ]
Francois de Coert
[1731: brouwerij “’t Kruijs”.
– 4 sept. 1753: comp. Johan de Court, koopman en brouwer te Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Francois de Court, in zijn leven brouwer te Dordrecht en aldaar overleden in het jaar 1751, enerzijds en Anna Catharina de Court, meerderjarige ongehuwde juffrouw, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van haar schoonzuster Madelon de Court, weduwe van Jacob de Court, koopvrouw wonende te Bordeaux, dochter en mede-erfgename van voornoemde Francois de Court, volgens procuratie op 9 aug. 1753 gepasseerd voor de heren Pallotte en Guij, koninklijke notarissen te Bordeaux. Comparanten verklaren genegen te zijn om de nalatenschap van hun vader onderling te verdelen. Aan Johan de Court wordt toebedeeld de brouwerij “het Kruijs”, met het woonhuis, pakhuisen andere toebehoren, staande zowel in de Voorstraat als in de Heer Heymansuysstraat, welke volgens de taxatie gedaan door Hermanus Boet meester-metselaar en Cornelis van Asperen en Jan van der Linden Govertsz. meester-timmerlieden, 4300 gl. waard zijn. Tevens krijgt Johan een huis op de Riedijkse Vest, staande tussen het huis van Jasper van der Sluijs en dat van de weduwe van Maarten Veen, getaxeerd op 100 gl. en een schepenenschuldbrief van 1000 gl. ten laste van Johannes van Lochem, verzekerd op een huis, dat staat naast de brouwerij “het Kruijs”. Aan Madelon de Court zijn toebedeeld goederen en uitstaande boekschulden ter waarde van in totaal 22.077 gl. 10 st. 3 penn.(ONA Dordrecht inv. 876, akte 78)]
Cornelis Hallingh
[1731: 2 huizen, klein huis komt achter uit in de Wijngaardstraat]
Oud-Katholieke kerk
[1731: kerk en woonhuis, eigenaar Cornelis Hooyingh]
Antonie van Oudheusden
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 231: op 1 mei 1726 verkopen “Juffr. Maria vander Lisse, dogter en mede Erfgenaam van Bastiaan vander Lisse, den oude, Soo voor haar selven en als last, en Procuratie hebbende van Angelica vander Lisse en Sr. Bastiaan van der Lisse, meerderjarige kinderen en Erfgenamen van(de) voornd: Bastiaan van der Lisse en Nogh den voornd: Bastiaan vander Lise als Voogt over de minderjarige Erfgenamen, Sr. Matthijs Hopman in huwelijk hebbende Corenlia van der Lisse, Sr. Frans van der Lisse Soo voor sijn selve als voor Pieter Hijnen getrouwt met Anna vander Lis en Maria van der Lis, kinderen van zal.r Willem vander Lis, haar alle sterckmakende voor Marinus vander Lisse uitjlandig, alle te samen kinderen kintskinderen en mede Erfgenamen vande voornd: Bastiaan vander Lisse, volgens deselve procuratie gepasseert voor den Nots. Samuel de Moraaz en sekere getuijgen in dese Stad residerende in dato den 30 April deses jaars 1726 daar van sijnde, ons Schepenen vertoont Item Nogh Sr. Jan Saaijer, Coopman binnen dese Stad Soo voor sijn selven als kintskind en Nogh alsmede voogd over de voors. minderjarige Erfgenamen, en(de) Nogh als ten desen approbatie hebbende van(de) Camere Juditieel deser Stad, in ’t reguard vande minderjarige daar bij geinteresseert volgens app. in dato den 12 Maart 1726 daar van sijnde mede ons Schepene verthoont, in haar prive, en in qualiteijt en nogh de voornd: Juffr. Maria van der Lisse als procuratie hebbende van Juffr. Jacomina van Bergen (voor soo veel als haar is competerende twee derde in het naarvolgende Huijs”, voor 810 gl. aan Anthonij van Outheusden, heer van Zevenhuizen, die door Hendrik Boers tot koper is benoemd, een huis in de Voorstraat, het tweede huis van brouwerij “’t Kruijs” en staande naast de Katholieke kerk.]
Catharina en Isabella van der Steen, erfgenamen van Jan van der Steen
[1731: bewonen het voorhuis, achterhuis en kelder verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 21: op 2 april 1718 verkoopt Rutgerus Heghuijsen, koopman te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Catarina Maria van den Steen en haar zuster Isabella Maria van den Steen een huis in de Voorstraat in de Oude Houttuin, strekkende van de straat tot achter aan de Wijngaardstraat, met een vrije uitgang, staande tussen het huis van Pieter Aberdaan en dat van Jacomina van Bergen.]
Adriaan de Koningh [grutter]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 26v: op 11 mei 1707 verkoopt Salomon van Till professor in de godgeleerdheid aan de universiteit van Leiden, voor 3000 gl. aan Pieter Abberdaan, koopman te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, uitkomende in de Mariënbornstraat en staande tussen het huis van Cornelis van Someren en dat van Arnoldus van Houwelingen.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 195v: op 30 okt. 1725 verkoopt Marija van der Linden, weduwe van Pieter Abberdaan, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Adriaan de Koningh, grutter en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Catharina en Maria van der Steen en dat van Paulus van Geel.]
Paulus van Geel [mr. pruikmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 93v: op 6 mei 1721 verkoopt Samuel de Moraaz, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 170 gl. aan Poulus van Geell, mr. pruikmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van juffr. Feij en dat van Pieter Abberdaan wijnkoper.]
Agata Feij en de kinderen van Mat. Hakke
[1731: woonhuis en kelder verhuurd]
[Mariënbornstraat]
Barent Voskamp [mr. schoenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 157: op 31 jan. 1737 verkoopt Barendt Voskamp, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 540 gl. aan Jurrie Haver, kraankind en burger van Dordrecht, staande in de Voorstraat tussen de Mariënbornstraat en het huis van Aart van Malsem.]

Kraankinderen in de grote stadskraan te Brugge in 1525. De techniek is twee honderd jaar later niet veranderd. Kraankinderen waren degenen, die de kraan bedienden door te lopen in een groot rad. Ik ben in de bronnen alleen kraankinderen tegengekomen, die al volwassen waren.
Aart van Malsem
Philippus van Haarlem, tevens als voogd over de kinderen van Helena van Haarlem
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 206: op 30 sept. 1734 verkoopt Philips van Haarlem, veertigraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Amilius, predikant te Haastrecht, als man van Anna Philippina de Vrije, voor 1150 gl. aan Maria Lobse, weduwe van Blasius van Slingeland, wonende te Dordrecht, een huis, genaamd “de Ringdraat”, staande in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt bij de Mariënbornstraat tussen het huis van juffr. Van der Linden en dat van Aart van Malsem, met nog een huisje, dat vast zit aan het voornoemde huis en van achteren uitkomt in de Mariënbornstraat.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 240: p 30 okt. 1777 verkoopt Cornelis van Slingeland, apotheker te Dordrecht, voor 4200 gl. aan Gillis Schotel Jansz., garentwijnder te Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Millart en dat van Adriaan van Malsem, alsmede een pakhuisje in de Mariënbornstraat, staande naast het achterste deel van het voornoemde huis.]
Catharina van der Linde
[- 10 okt. 1746: voorwaarden, waarop de erfgenamen van Margarita van der Linden willen verkopen een groot, welgelegen, hecht en “sterk doortimmert” huis met verscheidene behangen vertrekken, staande op de Voorstraat aan de landzijde tegenover de Mariënbornsteiger tussen het huis van Cornelis van Slingelandt en dat van Dirck Kleijkluijt, strekkende van voren van de Voorstraat tot achter tegen het erf van Theodorus Bernhardus van der Stegen, genaamd “Brucking”, enuitkomende in de Mariënbornstraat. Koper is Adriaan Hoogenhoedt, commies ter recherche te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 927 (oud), akte 126)
– 27 okt. 1746: Ewout Bosveld. eerste klerk van de secretarie te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan van der Linde van Slingeland, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende zijn zusters Catharina en Anna Margarita van der Linden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 25 okt. 1746 en Jan de Coert, voor zichzelf en vervangende zijn zuster Magdalena de Coert en zijn tante Agatha van der Linden, allen erfgenamen ab intestato van wijlen Margarita van der Linden, resp. hun tante en zuster, die gewoond heeft en overleden is te Dordrecht, verkopen voor 2875 gl. aan Jan van Chastelet en Anthonij van den Streng, burgers van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Mariënbornsteiger tussen het huis van Cornelis van Slingeland en dat van Huijbert van Waaij. Het huis wordt op dezelfde dag door genoemde kopers voor 3146 gl. 17 st. en 8 penn. doorverkocht aan Adriaan Hogenhoet, commies ter recherche te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 821 (oud), f. 171 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 61: op 5 nov. 1754 verkoopt Cornelia Hoogenhoed, weduwe van Thomas Boogmaker, wonende te Dordrecht, voor 3800 gl. aan Pieter Millaert, koopman te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Slingeland en dat van Huijbert van Waaij.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 270v: op 12 mrt. 1799 verkoopt Willem Nicolaas Kouwens, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriana Willemina Kouwens, laatst weduwe van dr. Jacob Korthals, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Petrus Johannes van Steenbergen, notaris te Dordrecht, “Een geheel Huis en Erf staande ende gelegen binnen dese Stad op de Voorstraat bij de Marienbornstraat, gequoteerd La: C No. 982, hebbende een vrijen uitgang in de Marienbornstraat, met alle het geene daar in aart en nagelvast is, als mede met de Tuinbeelden, Pedestallen, Bank, Stoeltjes, Stokken en verdere thuincieradien, en latten thuindeur, als mede de Horretjes voor de glasen in ’t Salet, en losse planken in de kasten, kelder en Schoorsteenen,” staande tussen het huis van Gillis Schotel Jansz. en dat van de broodbakker Van Waaij.]
Dirk Kleijkluijt
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 170: op 25 okt. 1746 verkoopt Dirk Kleijkluijt, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Huijbert van Waaij, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Adriaan Hoogenhoet en dat van Theodorus Bernardus Brucking.]
Theodorus Brochem [Brucking]
[1731: woonhuis en koetshuis, komt opzij uit in de Marïenbornstraat]
de weduwe van Joris van der Beek
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 46: op 1 sept. 1735 verkoopt Jannetta van Wassenburgh, laatst weduwe van Joris van der Beek, wonende te Dordrecht, voor 2750 gl. aan Johan van der Hoeven, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder, vanouds genaamd “den Haas”, staande in de Voorstraat bij de Weeshuisstraat tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Mattheus van den Broeke en dat van [NN] de Kuijser mr. smid.]
Johan Kluijt
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 97v e.v.: op 26 mrt. 1733 verkopen Mattheus en Willem Kluijt, zoons en erfgenamen van Jan Kluijt, die in Dordrecht is overleden, voor 1000 gl. aan Samuel de Kuijser, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt met een vrije uitgang in het Weeshuisstraatje, staande tussen het huis van Joris van der Beek en dat van Jacob van den Kamp. Het weeshuis heeft eveneens het recht van uitgang door voornoemde gang.]
Jacob van den Kamp [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 158v e.v.: op 17 dec. 1739 verkoopt Jacob van den Camp, koopman te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Anthonij Hulstman, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Rosenhoedt”, staande in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Hester Lesier en dat van Samuel de Kuijser. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 210: op 26 mrt. 1771 verkoopt Sara Hardels, weduwe van Anthonij Hulstman, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Arij Rietschoten, schrijnwerker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Weeshuisstraat, genaamd “den Rosenhoed”, staande tussen het huis van de weduwe Van Eijsden en dat de weduwe De Kuijser.]
Cornelis van Castel [glas- en kaarsenmaker]
[Dirck Lesier, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1645, jongman vanDordrecht (1682),kaarsenmaker, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 april 1693 (Dirck Lesier kaarsenmaker bij het Weeshuisstraatje), trouwde NG Dordrecht 16 aug. 1682 Cornelia van Eck, jonge dochter van Schoonhoven (1682), dochter van Johannes van Eck, meester-hoefsmid te Schoonhoven en NN, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 6 aug. 1727 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (graf 37 in de Nieuwkerk) 7 aug. 1727 (Cornelia van Eck op de hoek van het Weeshuisstraatje, laat kinderen na, met de “ordinare” koetsen [A. Nelemans, Hic conditur, De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht (Amsterdam 2006), p. 107]). Zij trouwde 2e Gerecht Dordrecht21 mrt./11 april 1694 Cornelis van Castel, jongman van ‘s-Gravenhage (1694), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 8 sept. 1731. Zij leefden gescheiden sinds ca. 1708.
– 27 jan. 1687: Dirck Lesier, koopman te Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Adriaen Hechters, distelateur” te Dordrecht een bedrag van 400 gl. met een jaarlijkse interest van 4%. Borgen: zijn schoonvader Johannes van Eck, meester-hoefsmid te Schoonhoven en Roelant van Gleden, meester-slotenmaker te Dordrecht, zijn zwager. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 548)
– 20 febr. 1687: testeren voor notaris F. Beudt te Dordrecht Dirck Lesier koopman en zijn vrouw Cornelia van Eck, burgers van Dordrecht, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn dekinderen op te voeden, te onderhouden etc. en wanneer die kinderen gaan trouwen hun 100 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. Linksboven in de marge staat: “Exhibitum ter weescamere binnen Dordrecht op den 6en Junij 1693 in kennisse van mij. D. Haerlem.”
– 16 dec. 1694: Cornelis van Castel, glas- en kaarsenmaker en Cornelia van Eck, hij gezond, zij “sieckelijck in barensnoot te bedde liggende”, testeren. Hij benoemt haar tot universeel erfgenaam op voorwaarde, dat zij hun toekomstige kinderen zal onderhouden en opvoeden en hun bij hun huwelijk een somma van 100 gl. zal uitreiken, te versterven van het ene kind op het andere. Als zij de eerststervende is, benoemt zij haar kinderen, bij haar door haar eerste man verwekt, haar toekomstige kinderen en haar huidige man tot erfgenamen, ieder in een kindsgedeelte. Testateuren benoemen elkaar tot voogd over huneventuele kinderen en de testatrice stelt haar man en haar vader Jan van Eck aan tot voogden over haar voorkinderen. Akte door beiden ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 555)
– 5 mei 1708: inventaris van de boedel en goederen van Cornelis van Castel en Cornelia van Eck, echtelieden, beschreven door notaris Johan van den Brande. De boedel bevat o.a. een huis en erf naast het Weeshuisstraatje,in welk huis de comparanten wonen en kredieten wegens geleverde kaarsen. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 736, f. 67-75)
– 27 mrt. 1710: acta van de kerkenraad van de NG gemeente te Dordrecht: “Cornelis van Kastel, die van sijn huijsvrouw is gesepareert, en onder geen goed gerugte, hebbende door een derde doen versoecken kerckelike attestatie. Is het geven daarvan uijtgestelt, tot dat selfs in persoon verschijne, en nader worde gehoord, om alsdan na bevind van saken daarontrent te disponeren.” (Stadsarchief Dordrecht, Archief 27)
Kinderen van Dirck Lesier en Cornelia van Eck:
a. Hester Lesier, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1683, ongehuwd, begravenDordrecht (Augustijnenkerk) 2 mrt. 1762 (Hester Lesier, ongehuwd,aan het Weeshuisstraatje, met de gewonen koetsen, 3/4 uur luiden)
– 19 juni 1761: Hester Lezier, “bejaarde en ongehuwde dochter” wonende te Dordrecht, testeert voor notaris P. van Gelsdorp. Zij prelegateert aan haar nicht Cornelia Lezier, die bij haar in woont, al haar kleren, goud en zilver “ten lijve van haar testatrice … behoorende”. Tot universele erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij de zes nagelaten kinderen van haar broer Johan Lezier, alsmede de nagelaten zoon en dochter van wijlen haar zuster Magdalena Lezier, in huwelijk verwekt door Pieter Bouman. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Jan Baale, makelaar te Dordrecht.(ONA Dordrecht inv. 1040)
b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 13 sept. 1684
c. Nicolaas, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1686
d. Magdalena Lesier, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1687, trouwde Pieter Bouman
e. Dirrick, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1689
f. Nicolaes, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1690
g. Jan Lesier, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1692]
Voorstraat tussen Weeshuisstraat en Steegoversloot
de weduwe van Aarnout Wijnties
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 21v: op 30 april 1697 verkoopt Jacob de Jongh, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Matthijs Engellbregt, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Arnold Wijntjes, bakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Weeshuisstraat en het huis van Govert van der Burgh.]
Jan Bootsman
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 32: op 2 mei 1712 verkopen Rogier en Hendricus van der Burgh, wonende te Leiden, als procuratie hebbende van Govert van der Burgh en diens vrouw Anna Karnakel, burgers van Dordrecht, voor 1225 gl. aan Jan Bootsman, burger van Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, waar uithangt “de Drie Amandel Balen”, staande in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van Leendert de Koningh en dat van mr. bakker Winties.]
Jacob de Coninck
[ORA Dordrecht inv. 1669, f. 245v: op 25 nov. 1777 verkoopt Jacob de Koning, burger van Dordrecht, voor 4450 gl. aan Janna Bootsman, de vrouw van Dionisius van Eijsden, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, uitkomende in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van de koopster en dat van de wijnkoopman Willem Kramers.]
Willem Oeberg
[1731: woonhuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 146v: op 17 sept. 1739 verkoopt Wilhelmus Obergh voor 2950 gl. aan Johannes Kramers, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis met een wijnkelder eronder, staande in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob de Konink en dat van Hendrik van der Meulen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 23v: op 8 mrt. 1774 verkoopt Cornelia Veen, weduwe van Johannes Kramers, wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Willem Kramers, wijnkoper te Dordrecht, een huis met een wijnkelder eronder, staande in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Jacob de Koning en dat van Van Kamen, uitkomende in het Zakkendragersstraatje.]
Hendrik Vermeulen [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 58: op 11 sept. 1727 verkoopt Catharina de Rooij, jonge dochter, voor 100 gl. aan Hendrik van der Meulen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Willem Obergh en dat van Johannes de Kramer.]
de weduwe van Johannes Cramers
[op de hoek van de Zakkendragersstraat]
Adriaan Verveer [suikerbakker]
[op de hoek van de Zakkendragersstraat
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 72v: op 10 nov. 1705 verkoopt Abel Ouboter, schipper en burger van Dordrecht, voor 1450 gl. aan Willem Verloven, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een huis, staande tegenover de Nieuwbrug tussen het Zakkendragersstraatje en het huis, dat laatst eigendom is geweest van Jan van der Meer en eerstdaags aan Jacob van den Camp, koopman te Dordrecht, zal worden overgedragen.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 51: op 21 sept. 1723 verkoopt Willem Verloven, burger van Dordrecht, voor 820 gl. aan Adriaan Verveer, suikerbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen de Zakkendragersstraat en het huis van Jacobus van de Camp.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 180v: op 20 sept. 1768 verkoopt Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Verveer, drossaard van de Hoge en Vrije Heerlijkheid Jaarsveld, en Apolonia Verveer, meerderjarige persoon, enige nagelaten kinderen van Adriaan Verveer en Cornelia van Poeteren, beiden overleden te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jonas Verdu, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande recht tegenover de Nieuwbrug tussen het Zakkendragersstraatje en het huis van Boudewijn de Roo, heer van Wulverhorst.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 105: op 7 nov. 1776 verkoopt Daniël van der Linden, broodbakker te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Elizabet Paf, weduwe van Jonas Verdu, wonende te Dordrecht, en nog als man van Huiberdina Verdu, voor 1600 gl. aan Pieter van der Velden, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het Zakkendragersstraatje en het huis van Boudewijn de Roo.]
Jacob van den Camp [mr. twijnder]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 77v: op 14 nov. 1705 verkoopt Mattheus van der Elst, mr. schrijnwerker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannis van der Meer endiens vrouw Maaijke Lacrooij, laatst gewoond hebbende te Geertruidenberg, voor 2300 gl. aan Jacob van de Kamp, mr. twijnder, een huis met loods erachter, staande in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van de erfgenamen van mr Roelof Eelbo, burgemeester van Dordrecht, en dat van Willem Verloven, loodgieter, met een vrije uitgang in het Zakkendragersstraatje.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 143v: op 4 mei 1762 verkoopt Leendert van den Camp, koopman te Dordrecht, voor 2750 gl. aan Adriana Geertruid Eelbo, weduwe van Diderik van den Sandheuvel, een huis op de Voorstraat schuin tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de koopster en dat van de weduwe van Adriaan Verveer. Het huis is de verkoper aangekomen als prelegaat van zijn vader Jacob van den Camp.]
de erfgenamen van burgemeester Roelof Eelbo
[1731: woonhuis, komt achter met stal en koetshuis uit in de Doelstraat, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 35v e.v.: op 15 juni 1723 verkoopt Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, als procuratie hebbende van Daniël Eelbo Roelofsz., wonende te Woerden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C.A. Cantier te Rotterdam op 17 mei 1723 voor 3000 gl. aan mr. Pieter Eelbo, secretaris van Dordrecht, Roeloff Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht, en Antonij Eelbo, koopman te Dordrecht, broers van Daniël Eelbo, een vijfde part in een huis, stal en koetshuis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen de stal in de Doelstraat en de “daar annexe” wijnkelders en korenzolders, alsmede twee huisjes in de Zakkendragersstraat.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 90v: op 27 jan. 1739 verkoopt Jacoba du Bois, vrouwe van Molenaarsgraaf, weduwe en enige erfgename van Roeloff Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, wonende op haar buitenplaats omtrent Wassenaar, voor 5000 gl. en 10.000 gl. samen aan Pieter Eelbo, burgemeester van Dordrecht, twee derde parten in een huis met koetshuis, stal en zolders erachter, staande op de Voorstraat bij de Nieuwbrug, alsmede twee pakhuizen met zolders en kelders en twee kleine woonhuizen, staande naast het ene pakhuis in de Zakkendragersstraat, waarvan aan de koper het resterende derde part toebehoort.]
Johan van Neurdenborg
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 168: op 31 mei 1731 verkoopt mr. Johan van Neurenburgh voor 4350 gl. aan Jan van der Linden, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis met pakhuis ernaast, staande in de Voorstraat bij de Nieuwbrug tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Roeloff Eelbo en dat van Pieter Pluijm.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 70v: op 6 dec. 1735 verkoopt Jan van der Linden, burger van Dordrecht, voor 6650 gl. aan Margareta Johanna Hallincq twee naast elkaar staande huizen in de Voorstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van mr. Pieter Eelbo, burgemeester van Dordrecht, en dat van Pieter Pluijm.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 41: op 3 nov. 1744 verkoopt mr. Johan Herman Hallincq voor 7340 gl. aan Bartholomeus van de Wall, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van mr. Pieter Eelbo, burgemeester van Dordrecht, en dat van Pieter Pluijm.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 191v: op 24 juni 1779 verkoopt “Everhard van de Wal, Koopman wonende binnen deze Stad als bij Procuratie den 27e April 1779 voor Peter Theodor Carp, zijner Koninglijke Majesteit van Pruijssen etc etc etc: Director en Rechter van de Fransche Justitie in het Hertogdom Cleve, verleden, gevolmagtigt van 1e Vrouwe Gertruit Elizabeth Nunnickhaven, eerste weduwe van de Heer Bartholomeus van de Wall, en thans weduwe van wijlen den Heer Hermannus Franciscus Ketelanus 2. de Heer Luitenant Jan Hendrik van de Wall, voor zig, ende rato caverende voor zijnen absenten broeder den Heer Lieutenant Arnold Bernard van de Wall, en 3e Vrouwe Emilia Elizabeth van de Wall, huisvrouw van den Heer Hendrik Godefried van de Wall, de eerste door den laatsten tot ’t passeren dezes geauthoriseert en geassisteert, en allen van competenten Ouderdom”, voor 4400 gl. aan Hendrik ’t Hooft, koopman wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Munt en de Nieuwbrug. staande tussen het huis van mr. Boudewijn de Roo en dat van Adrianus van Volkom.]
Johan van Neurdenborg
[ORA Dordrecht inv. 1670, f. 193: op 24 juni 1779 verkoopt “Everhard van de Wal, Koopman wonende binnen deze Stad als bij Procuratie den 27e April 1779 voor Peter Theodor Carp, zijner Koninglijke Majesteit van Pruijssen etc etc etc: Director en Rechter van de Fransche Justitie in het Hertogdom Cleve, verleden, gevolmagtigt van 1e Vrouwe Gertruit Elizabeth Nunnickhaven, eerste weduwe van de Heer Bartholomeus van de Wall, en thans weduwe van wijlen den Heer Hermannus Franciscus Ketelanus 2. de Heer Luitenant Jan Hendrik van de Wall, voor zig, ende rato caverende voor zijnen absenten broeder den Heer Lieutenant Arnold Bernard van de Wall, en 3e Vrouwe Emilia Elizabeth van de Wall, huisvrouw van den Heer Hendrik Godefried van de Wall, de eerste door den laatsten tot ’t passeren dezes geauthoriseert en geassisteert, en allen van competenten Ouderdom” voor 2500 gl. aan Adrianus van Volkom, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Munt en de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hendrik ’t Hooft en dat van mr. Hendrik Onderwater.]
Pieter Pluijm
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 173v: op 19 febr. 1765 verkoopt Willem Pluijm, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Cornelia van den Sandheuvel, weduwe van mr. Samuel Onderwater, een huis op de Voorstraat tussen het Steegoversloot en de Nieuwbrug, vanouds genaamd “de Groene Weij”, staande tussen het huis van de koopster en dat van de weduwe Ketelanus.]
Johan Herman Halling
[1731: woonhuis, stal en koetshuis aan de Doelstraat]
Pieter Copper
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 75v: op 12 nov. 1705 verkoopt Corstiaen Backus, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Pieter Bernards, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis omtrent de Munt, staande tussen het huis van burgemeester Johan Halling en dat van Mattijs Berck, vrijheer van Godschalkoord.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 50v: op 21 sept. 1723 verkoopt notaris Samuel de Moraaz, als curator over de insolvente boedel van Maria Boelee, weduwe van Pieter Bernardt, voor 1000 gl. aan Sophia van Beaumont, wonende te Rotterdam, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van burgemeester Johan Hallincq en dat van de heer van Godschalkoord.
11 febr. 1734: Pieter Kopper, koopman te Rotterdam, echtgenoot van Sophia van Beaumont, verkoopt aan mr. Johan Herman Hallincg voor 1400 gl. een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Matthijs Berk, vrijheer van Goidschalkoort, en het huis van de koper. (ORA Dordrecht inv. 1653, f. 166v)
Mr. Johan Herman Hallingh, werd op 1 jan. 1706 geboren als zoon van mr. Johan Halling(Hallincq), burgemeester en schout van Dordrecht, en Elisabeth Beljaerts Cornelisdr. Johan Herman werd schepen van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland. Op 2 febr. 1729 trouwde hij in Dordrecht met Cornelia van den Santheuvel, dochter van Adriaen van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, en Alida Everwijn. Hij overleed, zonder kinderen na te laten, op 9 april 1753 en werd op 16 april 1753 begraven.
Johan Herman Hallingh kocht in 1734 het huis, dat naast zijn ouderlijk huis, “de Groene Weijde”, stond en in 1742 een gedeelte van een naastliggend erf achter een andere woning. In 1742 kon hij eindelijk overgaan tot de stichting van zijn prachtige woning. Op 31 mei 1745 verzocht hij de Thesauriers en Achten van Dordrecht hem toestemming te verlenen om voor dat huis, ter weerszijden van het deurkozijn, “regt vooruijt, zamen drie hartsteenen dorpels met eenen hartsteenen zerk” te laten leggen, alsmede een nieuw stenen riool, dwars door de straat en recht vooruit door de Kleine Appelsteiger tot in de oude haven. Die toestemming werd hem gegeven op 10 juni 1745, mits hij een bepaald bedrag aan de stad Dordrecht betaalde. (Balm, De Groene Weijde, p.8 e.v.)
Cornelia van den Santheuvel, Hallinghs weduwe, hertrouwde op 10 nov. 1754 met de weduwnaar mr. Samuel Onderwater. Zij overleed op 29 mei 1773. In hun testament van 7 april 1751 hadden Johan Herman Hallingh en zijn vrouw tot erfgenamen vande langstlevende van hen beiden benoemd de kinderen van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn voor de ene helft en de kinderen van Samuel Everwijn en Maria Onderwater voor de andere helft. Het huis in de Voorstraat werd door de erfgenamen op 13 en 17 juli 1773 publiekelijk geveild. Het wordt dan beschreven als een”extraordinaris, groot, nieuwgebouwt en wel-doortimmert dubbelt huijs”, met daarin “behangen kamers, behalve de kabinetten en kleinere appartementen”, met een mooie tuin, een stal voor 4 paarden en koetshuis daarachter, uitkomende in de Doelstraat, belend (in de Voorstraat) door het huis van Arnoldus Adrianus van Tets, raad en schepen van Dordrecht, en de weduwe De Koning aan de ene zijde en het huis van de verkopers aan de andere zijde. Dat laatste huis werd op genoemde datum eveneens te koop aangeboden en was aan de andere zijde belend door het huis van de erfgenamen van de heer Van der Wall. Beide panden werden op de veiling niet verkocht. “De Groene Weijde” werd vervolgens voor een somma van 23.538 gl. en 18 st.door één der erfgenamen op zijn erfportie aangenomen, nl. mr. Hendrik Onderwater Hendriksz., een kleinzoon van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn.De nieuwe eigenaar was op 7 april 1771 in ondertrouw gegaan met Sophia Adriana Hoeufft, de dochter van Pieter Hoeufft en Adriana van den Brouke. (Balm, De Groene Weijde, p. 16 e.v.)]
Het huis “de Groene Weijde” in de Voorstraat (aug. 2015)
Het wordt in een lijst van monumentale panden in Dordrecht uit 1900 beschreven als: [gebouwd ca. 1745 door mr. Johan Herman Hallingh (1706-1753), schepen van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland], Voorstraat 140 [de oude nummering, omstreeks 1955 gewijzigd in 178]. Groot dubbel herenhuis met groot en rijk versierd middentravée (hout), waarin de portiek met gewelfd fronton, gedragen door vlakke pilasters, met rijk georneerde kapitelen eindigend op pilasters met guirlandes; de zijvleugels van dit travée eindigen in voluten en zijn rijk met festoenen versierd. Op de portiek gesmeed ijzeren balconhek aan de 1e verdieping. Travée, geflankeerd door 2 meer dan levensgrote vrouwen figuren boven het venster der 2e verdieping eindigt in palmet vormig hoofdgestel met festoenen en vruchten. Gevellijst met 6 rijke kapitelen, waarin gevleugelde adelaars. Bordes en stoephek intact. [De stoep met zijn rijk gesmeed rococohek is sedertdien verloren gegaan bij straatophoging en trottoir-aanleg.] Overig gedeelte van de gevel zeer eenvoudig. Interieur: rijk stucwerk met figuren.” Het huis is gebouwd door Hubert de Haen, het beeldhouwwerk is van Anthonij Driessche. (Balm, De Groene Weijde, p. 6)
Matthijs Berk
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 285v e.v.: op 4 juli 1771 verkoopt Barthout van Slingelandt, heer van Godschalksoord, raad en vroedschap van Dordrecht, als man van Margrita Berck, voor 17.000 gl. aan mr. Arnoldus Adrianus van Tets, pensionaris honorair van Goes, een huis met woonhuis in de Voorstraat nabij de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Samuel Onderwater [Cornelia van den Santheuvel] en dat van Hendrik Kever, alsmede een koetshuis en stal in de Doelstraat achter voornoemde huizen.]
Fransoos van de Lis
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 195v: op 15 febr. 1729 verkoopt Anthonij Vervel, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Rudolph van Rhijn, apotheker te ‘s-Hertogenbosch, voor 1030 gl. aan Frans en Willem van der Lisse, kooplieden te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Matthijs Berk en het huis van de weduwe Van der Lisse.]
de weduwe van Willem van de Lis
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 28v e.v.: op 30 juli 1748 verkopen Jan Zaijer, koopman te Dordrecht, als man van Anna van der Lisse, dochter en voor een vijfde part mede-erfgename van Aaltje van der Heij, weduwe van Willem van der Lisse, overleden te Dordrecht, verkoopt aan Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, Frans van der Lisse, Willem van der Lisse en Stephanus Heijne, als man van Maria van der Lisse, voor 600 gl. een vijfde part in een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Adriaan ’t Hooft en dat van de erfgenamen van Barent van Asperen, alsmede een huis in de Voorstraat, staande tussen de Munt en het huis van Frans van der Lisse.]
de Munt van Holland

De Munt van Holland
de erfgenamen van Johan Cloens
[1731: twee huizen en twee kelders
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 116v: op 15 april 1751 verkoopt mr. Casper Doll van Ourijk, samen met George Willem Allongius, officier van Rosendaal wonende te Breda, executeur-testamentair van Jan Kloen, koopman te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Willem Kloens, als man van Josina Kloens, en van Simon Adriaan de Vries, hoofdofficier en kastelein van de vrijheid Oosterhout, als man van Elisabeth Kloens, voor 8500 gl. aan Ottho Buck , muntmeester van Holland te Dordrecht, een huis met een grote tuin erachter, een koetshuis en paardenstal in de Voorstraat, uitkomende in de Doelstraat, staande tussen de Munt en het huis van mr. Joan Besius en verscheidene andere erven.]
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 90: op 28 juli 1785 verkoopt mr. Wouter Buck, president-schepen van het Watergerecht te Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria Sixti, weduwe van Otto Buck, voor 22.000 gl. aan Abraham Adriaan Stoop, schepen van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Munt met een koetshuis en stal erachter, staande tussen het huis van de stempelsnijder van de Munt en het volgende huis, en een huis, staande als voren tussen het voorgaande huis en dat van de weduwe van Huibert Collaert, alsmede een pakhuis met bovenwoning in de Doelstraat, staande tussen het koetshuis en de stal van Anthonij Hoos.]
Johan Besius [advocaat]
[ORA Dordrecht inv. 1674, f. 232v: op 10 okt. 1786 verkoopt Maaijke Kalis, weduwe van Huijbert Collaert, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Arnoldus de Hart, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van Abraham Adriaan Stoop en dat van de weduwe van Adriaan de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 173v: op 13 okt. 1801 verkoopt Arnoldus de Hart, wonende te Dordrecht, voor 1050 gl. aan Francois Louis Martin, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de Landzijde, getekend C:1074, staande tussen het huis van Abraham Adriaan Stoop en dat van Willem de Bruijn.]
Cristiaan Stuijvers [mr. mandenmaker]
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 108v e.v.: op19 aug.1721 verkopen Matthijs Kluijt, als man van Johanna Taerlingh, dochter van wijlen Roelant Taerlingh de jonge, voor een vijfde part, Gerrard de Haan, notaris te Dordrecht, als gesubstitueerde van Cornelia Roscam, weduwe van Abraham Taerlingh, die procuratie heeft van haar dochters Agnita en Maria Taerlingh, volgens procuratie gepasseerd voor een notaris J. Tresenier te Middelburg op 12 juni 1721, Jan Kluijt de oude en Johan Gijben, als voogden over Roelant Taerlingh, samen kinderen van voornoemde Abraham Taerlingh, voor een vijfde part, Hendrik Taerlingh, en genoemde Johan Kluijt en Johan Gijben als voogden over Maria Taerlingh, kinderen van wijlen Johannis Taerlingh, mede voor een vijfde part, Johan Kluijt, voor zichzelf voor een vijfde part, en Jan Kluijt, als procuratie hebbende van Jan, Roelant en Maria van der A., volgens procuratie gepasseerd voor notaris Antonij van Borrendam te Zierikzee op 25 april 1721, samen kinderen van wijlen Johanna Kluijt en voor een vijfde part erfgenamen van wijlen Roelant Taerlingh,overleden te Dordrecht, volgenstestament gepasseerdvoor notaris Arnoldus Misterus te Rotterdam op 3 april 1702, voor 1470 gl. aan Christiaan Stijvers, mr. mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van burgemeester Daniël Eelbo en dat van de advocaat mr. Joan Becius.]
[1731: gedeeltelijk verhuurd]
[de zoon van ?] Daniël Eelbo burgemeester
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 106v e.v.: op 31 juli 1721 verkopen Matthijs Kluijt, als man van Johanna Taerlingh, dochter van wijlen Roelant Taerlingh de jonge, voor een vijfde part, Gerrard de Haan, notaris te Dordrecht, als gesubstitueerde van Cornelia Roscam, weduwe van Abraham Taerlingh, die procuratie heeft van haar dochters Agnita en Maria Taerlingh, volgens procuratie gepasseerd voor een notaris J. Tresenier te Middelburg op 12 juni 1721, Jan Kluijt de oude en Johan Gijben, als voogden over Roelant Taerlingh,samen kinderen van voornoemde Abraham Taerlingh,voor een vijfde part, Hendrik Taerlingh, engenoemde Johan Kluijt en Johan Gijben als voogden over Maria Taerlingh, kinderen van wijlen Johannis Taerlingh, mede voor een vijfde part, Johan Kluijt, voor zichzelf voor een vijfde part, en Jan Kluijt, als procuratie hebbende van Jan, Roelant en Maria van der A., volgens procuratie gepasseerd voor notaris Antonij van Borrendamte Zierikzee op 25 april 1721, samen kinderen van wijlen Johanna Kluijt en voor een vijfde part erfgenamen van wijlen Roelant Taerlingh,overleden te Dordrecht, volgenstestament gepasseerd voor notaris Arnoldus Misterus te Rotterdam op 3 april 1702, voor 660 gl. aan Daniël Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en het huis, dat is gekocht door … [sic] Stijvers mandenmaker.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 152 e.v.: op 26 febr. 1743 verkopen Johan Eelbo, ontvanger van de Grafelijksheidstol te Gorinchem, en mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester en lid van de Oudraad te Dordrecht, enige broers en erfgenamen ab intestato van Emmerentia Eelbo, die in Dordrecht is overleden, voor 1250 gl. aan Adriaan de Bruijn, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is verkocht aan mr. Pieter Brandwijk van Blokland, en het huis van Cornelia en Josinade Vos.]
de juffrouwen Emmerenzia en Geertruij Eelbo
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 151v e.v.: op 26 febr. 1743 verkopen Johan Eelbo, ontvanger van de Grafelijksheidstol te Gorinchem, en mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester en lid van de Oudraad te Dordrecht, als enige broers en erfgenamen ab intestato van Emmerentia Eelbo, die is overleden te Dordrecht, voor 6200 gl. aan mr. Pieter Brandwijk van Blokland, veertigraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, met van achteren een vrije uitgang in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Gerret Schroot en dat van Adriaan de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 29v e.v.: op 18 april 1752 verkopen mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, en mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, lid van de Oudraad te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen ab intestato van Maria Brandwijk van Blokland, weduwe van mr. Abraham Brandwijk van Blokland, voor 5000 gl. aan mr. Jan de Back, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan de Bruijn en dat van Gerrit Schroot. Het huis heeft vanachteren een vrije uitgang in het Steegoversloot.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 194: op 17 febr. 1771 verkopen Gerard Verveer, notaris te Dordrecht, als man van Johanna de Back, en Samuel de Back, wonende te ‘s-Hertogenbosch, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van zijn neef en nicht, George en Johanna de Back, kinderen van zijn overleden broer Cornelis de Back, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Fr. Dankaarts te Hapert op 1 nov. 1770, samen enige erfgenamen ab intestato van hun broer mr. Jan de Back, voor 8000 gl. aan Johannes denBandt, emer. predikant van Voorschoten, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij het Steegoversloot met eenvrije uitgang in het Steegoversloot en staande tussen het huis van Adriaan de Bruijn en dat van Gerrit Schroot, alsmede een huis achter het voorgaande huis naast voornoemde gang in het Steegoversloot , dat geschikt is gemaakt om te dienen als kantoor.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 74: op 3 sept. 1776 verkoopt ds. Johannes den Bandt, emer. predikant van Voorschoten, wonende te Dordrecht, voor 12.500 gl. aan Hendrik Boonen, wonende even buiten Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij het Steegoversloot met een vrije uitgang in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaan de Bruijn en dat van Gerrit Schroot, alsmede een huis achter het voorgaande huis, staande naast de gang in het Steegoversloot, geschikt gemaakt om te dienen als kantoor.]
Cornelis de Vos [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 171 e.v.: op 15 april 1734 verkoopt Cornelis Vos, koopman te Dordrecht, enige zoon en erfgenaam van Anthonij Vos, voor 1240 gl. aan Gerard Schroot, stadsbode te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen het huis van Emmerentia Eelbo en dat van Maria van Haarlem.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 18: op 24 febr. 1778 verkoopt Gerard Schroot, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Jan Seppevelt en Johannes van Buul, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrik Boonen en dat van Hermanus Baggerman.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 259v: op 27 nov. 1781 verkopen Johannes van Buul, metselaarsbaas, en Jan Seppevelt, commissaris van het Riedijkse veer, beiden te Dordreccht, voor 2200 gl. aan Gerrit Knosses, loodgietersbaas te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen het Steegoversloot en de Munt, staande tussen het huis van de weduwe Boonen en dat van Cornelis van Eijsbergen.]
Marija van Haarlem
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 149v: op 29 juli 1728 verkoopt Jan Harders, schipper en koopman op de Rijn, zoon en erfgenaam van Jenneken de Bruijn, weduwe van Gerrit Harders, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Jenneken de Bruijn, voor 300 gl. aan Maria van Haarlem (Hoogstraten), meerderjarige ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, genaamd “den Appelboom”, staande tussen het huis van Cornelis Vos, koopman te Dordrecht, en dat van Calison.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 144v: op 12 jan. 1786 verkoopt Teuntje Baggerman, weduwe van Cornelis van Eijsbergen, wonende even buiten Dordrecht, voor 800 gl. aan Engeltje en Grietje Bouman, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van Carel Kroes en dat van Gerrit Knodses.]
Pieter Samuel Calison
[op de hoek van het Steegoversloot
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 57v e.v.: op 18 okt. 1735 verkopen mr. Hendrik Jan van Minnebeeke, Justus Theophilus van Minnebeeke en Jasper van Minnebeeke, wonende te Utrecht, kinderen en erfgenamen van Maria Coxius, echtgenote van mr. Cornelis van Minnebeeke, voor 500 gl. aan Pierre Samuel Calliachon, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug. De koper is schuldig aan mr. Jacob Stoop, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 550 gl., verbindende het gekochte huis in de Wijnstraat, alsmede een huis, staande tussen het Steegoversloot en het huis van Maria van Haarlem.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 1v e.v.: op 12 jan. 1741 verkoopt Catarina Valei, weduwe van Pierre Samuel Calliason, voor 780 gl. aan Marija van Haarlem, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het Steegoversloot en het huis van de koopster. De koopster is schuldig aan Jean de Court, koopman te Dordrecht, een somma van 400 gl.]
Voorstraat tussen Steegoversloot en Kolfstraat
Anthonij van Trigt [mandenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 52v: op 10 mei 1730 verkopen Huijg van Eijsderen, Willem van Eijsderen en Jan Hagen, als man van Ariaantje van Eijseren, allen wonende te Asperen, samen erfgenamen van hun tante Neeltje Sprongh, weduwe van Johannes Haarlingh, gewoond hebben en overleden te Asperen, voor 925 gl. aan Anthonij van Trigt, mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen het Steegoversloot en de Augustijnenkerk, aan één zijde belend door het huis van Cornelis van der Kaa.]
Cornelis van der Kaa
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 149: op 12 april 1731 verkoopt Cathrina Meesters, weduwe van Cornelis van der Kaa, burgeres van Dordrecht, voor 800 gl. aan Hendrik Rijks, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen de ingang van het Hof en het huis van Van Trigt.
ORA Dordrecht 1657, f. 233v: op 5 sept. 1747 verkopen Martinus den Ouden, commies “ten comptoire” van de gemene middelen te Dordrecht, en Hermanus van der Star, arts te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Hendrik Willem Rijkers, burger van Dordrecht, voor 925 gl. aan Jan van der Rijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de ingang van het Hof en het huis van Anthonij van Trigt.
ORA Dordrecht inv. 1669, inv. 15: op 29 febr. 1776 verkoopt Catharina Nuij, weduwe van Jan van der Rijck, wonende te Dordrecht, voor 1900 gl. aan Willem Pruijssen, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de ingang van het Hof, staande tussen de woning van de Augustijnenkerk en het huis van Anthonij van Trigt.]
de Augustijnenkerk en een woning
Jacob Stoop hoofdofficier
idem
idem [Berckepoort]
[1731: eigen woonhuis, verhuurt vier kelders]
Anthonij van Sevenom
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 123v e.v.: op 2 okt. 1742 verkopen Hendrik van Ardenne koopman en Pieter van Gelsdorp, procureur voor de Kamer Judicieel van Dordrecht, als executeurs van het testament van Pieter van Sevenom, voor 2160 gl. aan Huijbert Germain, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort van mr. Jacob Stoop, regerende burgemeester van Dordrecht, en dat van Willem de Bondt.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 103: op 23 febr. 1801 verkoopt Geertruij Buijteweg, weduwe van Govert Germain, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Huibert van Santen, vleeshouwer te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Berckepoort en het huis van Barent van der Vorm.]
Willem de Bond [confiturier]
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 22 e.v.: op 5 mei 1744 verkoopt Willem de Bond, confiturier en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Nicolaas de Rouw, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Huijbert Germain en dat van Jan van de Crab. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 200: op 25 nov. 1762 verkoopt Hester van Santschelt, meerderjarige ongehuwde persoon, als procuratie hebbende van Nicolaas de Rouw, voor 550 gl. aan Cornelis Kemp, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Nieuwstraat en de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Huijbert Germain en dat van Jan van der Krab.]
de weduwe van Jan Moria
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 109 en 112 e.v.: op 1 juli 1704 verkopen Jacob Pompe, heer van de Oostendam, en Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Pieter Nolthenius, gewezen koopman te Dordrecht, voor 1240 gl. aan Jan Moria, mr. draaier en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Wijnbrugin de omgeving van de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter van Beaumont en dat van Johannis Sandifort. De koper is schuldig aan mr. Gerrard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, een somma van 1000 gl. Borg: zijn schoonvader Elias Boom, winkelier in Gouda.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 60v e.v.: op 1 nov. 1735 verkoopt Geertruijd Boom, weduwe van Jan Moria, voor 1000 g. aan Maria van den Bos en Johanna de Vos, meerderjarige, ongehuwde personen, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Willem de Bondt en dat van Gerret Crap.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 64v: op 16 juli 1776 verkopen Isaac van der Crab en Jan van den Bosch, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs van het testament van Jan van der Crab en diens vrouw Maria van den Bosch, voor 1085 gl. aan Abraham Wattie, commies ter recherche te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Barent van der Vorm en dat van Cornelis Weijmans.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 42: op 12 mrt. 1782 verkoopt Abraham Wattie, commies ter recherche te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Gerrit van Dalen, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Barend van der Vorm en dat van Cornelis Weijmans.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 33v: op 29 april 1790 verkoopt Gerrit van Dalen, mazelaar te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Steven Nunnninchoven, keurslijfmaker, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug bij de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe van Dirk Weijmans en dat van Barent van der Vorm.]
Gerrit Crab [mr. bakker]
[op de hoek van de Nieuwstraat
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 7v e.v.: op 25 jan. 1741 verkoopt Gerrit Crab, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 695 gl. aan Maria van Dorsser, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Nieuwstraat en het huis vanJan van deKrab, alsmede een huis daarachter, belend door het achterste deel van het voornoemde huis en het huis van Otto Ruijmers.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 29v: op 23 febr. 1808 verkopen Arnoldus de Leeuw, burger van Dordrecht, weduwnaar van Adriana Korsse, die in Dordrecht is overleden, voor de helft en Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, die door de Kamer Juditieel van Dordrecht op 27 okt. 1807is gemachtigd tot het verkopen van na te noemen huizen, voor 2600 gl. aan Albert de Jongh, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Steven Nunnikhovenen de Nieuwstraat, alsmede een pakhuis in de Nieuwstraat, staande tussen het voorgaande huis en dat van B. Westerhuis.]
Ernst Willem Kooningh
[Op de hoek van de Nieuwstraat.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 166: op 2 juli 1722 verkoopt Nicolaas de Vries, zoon en mede-erfgenaam van Maria de Munnick, weduwe van Barent de Vries, aan Ernst Wilhelm Kooning een huis in de Voorstraat, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van de weduwe Hoogstraten.
de weduwe van Anthonij van Bavel
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 45v: op 17 juli 1727 verkopen Nicolaas de Jong en Anthonij van Sevenom, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Adriana de Graaff, laatst weduwe van Philip van Hoogstraten en eerder weduwe van Johannes van Limburg, voor 2200 gl. aan Elijsabeth Beijer, weduwe van Anthonij van Bavel, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Johan van Wageningen en dat van Ernst Willem de Kooning, alsmede een huis vooraan in de Nieuwstraat tussen het huis van Ernst Willem de Kooning en dat van de weduwe Laban.]
Johan van Wageningen
[1731: komt met kelder uit in Nieuwstraat
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 33v: op 1 mei 1732 verkoopt mr. Johan van Wageningen, als gemachtigd tot het verkopen van de goederen van zijn vader Johan van Wageningen, voor 3530 gl. aan Leendert de Voogt Nicolaasz., vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Bollensteiger, staande tussen het St. Jansgildehuis of het huis van Hermanus van der Knijjf en dat van de weduwe Van Bavel.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 174v e.v.: op 18 april 1737 verkopen Pieter Faessen, Martinus den Ouden, Abraham de Voogt en Jacob de Voogt, allen wonende te Dordrecht, als gemachtigd “bijden verbale”, die tussen Leendert de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, en zijn crediteuren voor schepenen-commissarissen van de “desolate boedels” is afgelegd, voor 2900 gl. aan Dirk van den Andel, impostmeester te Dordrecht, een huis met stal, pakhuis en bovenwoning erachter, staande in de Voorstraat bij de Nieuwstraat tussen het huis van Hermanus van der Knijff en dat van de weduwe van Anthonij van Bavel, strekkende voor van de straat en van achteren naast de stal, met een vrije doorgang ondergenoemde bovenwoning, die uitkomt in de Nieuwstraat.]
Hermanus van der Knijff
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 52v: op 22 sept. 1763 verkoopt Johannes van der Knijff, burger van Dordrecht, voor 3250 gl. aan Joost Schoenmakers, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis en grutmolen op de Voorstraat, uitkomende in de Steenstraat, met een huis erachter in de Steenstraat, van voren belend door het huis van de weduwe van Abram van der Elst aan de ene zijden en dat van de weduwe van Dirk van Andel aan de andere.]
Johanna van Hattum
Anna Maria en Catharina den Otter
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 108: op 2 mei 1719 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen van Casparus van Bemmel, voor 380 gl. aan Anna Maria, Catharina en Aalbert de Otter een huis omtrent Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Lammert Vermaze en dat van de weduwe van Gerrard Muijs.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 156: op 8 dec. 1733 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de huizen, waarvan de eigenaren in gebreke blijven de verponding en andere lasten te voldoen, voor 750 gl. aan Mattheus Kluijt, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, laatst eigendom geweest van Anna Maria en Catharina den Otter, staande tussen het huis van de erfgenamen van Gerard Muijs en dat van Anna van Hattem.]
de erfgenamen van Gerard Muijs
de erfgenamen van Johan van der Steen
[ORA Dordrecht inv. 820, f. 51 e.v.: op 3 okt. 1741 verkoopt Jan Matthe, tuinman wonende onder Puttershoek, als procuratie hebbende van Johan de Witt, raadsheer van de Raad van State en president van de beide Rekenkamers van de Oostenrijkse Nederlanden, als aangestelde voogd van zijn minderjarige kinderen, Johan en Maria Wilhelmina de Witt, verwekt bij Maria Catharina van Heijdenrijck, volgens testament van Johan Ferdinand van Heijdenrijck, [halfbroer van Maria Catharina van Heijdenrijck], in zijn leven thesaurier van de stad Mechelen, gepasseerd voor notaris Gasper Mars te Brussel op 8 juni 1740, volgens procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris op 25 sept. 1741, voor 2400 gl. aan Jan Eusebius Voet, medicinae doctor te Dordrecht, een geheel huis, genaamd “Mijnsherenherberg”, staande op de Voorstraat, strekkende voor van de straat tot achter tegen de Steenstraat, met een gang uitkomende in de Steenstraat, belend aande enezijde door het huis van de erfgenamen van Gerard Muijs en aan de andere door het huis van Pieter de Vos. De koper betaalt deels contant en deels met het verlijden van een schuldbrief van 1300 gl.
I. Carel Borchard Voet, geboren Zwolle 22 juni 1671, kunstschilder, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 9 april 1743 (Carel Borgart Voet, in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, met twee koetsen extra, de eerste boete, trouwde Heino (Overijssel) 30 aug. 1696 Jacomina Berg, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 dec. 1746 (IJakomina Berg, weduwe van Karel Voet, bij de Kolfstraat, laat kinderen na, met twee koetsen extra)

Portret van Carel Borchard Voet

Bloemen op een stenen richel, door Carel Borchard Voet
Uit dit huwelijk:
a. Jan Eusebius, gedoopt NG Dordrecht 15 nov. 1704
b. Jan Eusebius Voet, gedoopt Dordrecht 24 jan. 1706, volgt II
c. Egbert, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1708
II. Jan Eusebius Voet, geboren Dordrecht 24 jan. 1706, arts, dichter, overleden Den Haag 28 sept. 1778, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 2 okt. 1778 (inspecteur Johan Esebius Voet, uit Den Haag, alhier bijgezet, ’s avonds om half tien, met acht flambouwen, stil begraven), trouwde 1e 1725 Sara van Outshoorn, 2e 1749 Elisabeth Ghijben, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 29 aug. 1778 (Elizabet Gijben, de vrouw van inspecteur Johan Esebius Voet, van ‘s-Gravenhage, alhier ’s avonds voor negen uur met acht flambouwen bijgezet, stil begraven).

Jan Eusebius Voet (geboren Dordrecht 24 jan. 1706, arts en dichter van stichtelijke gezangen, overleden Dordrecht 28 sept. 1778)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 20 juli 1725: Jan Eusebius Voet, jongman van Zwolle, medicinae doctor, wonende te Dordrecht, en Sara van Outshoorn, jonge dochter van Leiden, volgens attestatie van ondertrouw aldaar van 19 juli 1725, attestatie gegeven op 5 aug. 1725 Uit het eerste huwelijk (o.a.): a. Johanna Maria Voet, gedoopt NG Dordrecht 16 aug. 1727 ORA Dordrecht inv. 1664, f. 15v e.v.: op 22 mrt. 1763 verkoopt dr. Carel Borchard Voet, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zuster Johanna Sophia Voet, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 3750 gl. aan Simon Schoenmakers, grutter te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Kolfstraat en het huis van Catharina Jacoba van den Brandeler, alsmede voor 1050 gl. aan Jacobus Heulen, chirurgijn te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jan Verhoeven en dat van Judik Kroon. Jacobus Heulen is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl. b. Carel Burchart Voet, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1728, volgt II c. Dirk Voet, gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1732, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9 sept. 1762 Adriana Maria van Velzen III. Carel Burchart Voet, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1728, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1754), arts te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 aug. 1754 (ondertrouw, volgens attestatie van Zwijndrecht, attestatie gegeven op 1 sept. 1754) Adriana van Sorgen, jonge dochter geboren en wonende te Hendrik-Ido-Ambacht (1754)
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 122v: op 24 dec. 1778 verkoopt Carel Borchart Voet, inspecteur van de comptoiren van ’s landsmiddelen en rechten bij collecte in het Zuiderkwartier van Holland, wonende te Dordrecht, voor 7000 gl. aan Abraham Blussé, boekhandelaar wonende te Dordrecht, een huis met koetshuis erachter, vanouds genaamd “Mijnsherenherberg”, staande op de Voorstraat tussen de Nieuwstraat en Kolfstraat, belend door het huis van Willem Kloens aan de ene zijde en dat van Pieter Smits aan de andere.
“Johannes Eusebius Voet werd 24 januari 1706 in Dordrecht geboren en overleed 28 september 1778 in Den Haag. Hij was de zoon van Carel Borchardt Voet (Zwolle 1671-Dordrecht 1743), kunstschilder, hofschilder van graaf Bentinck (1704-1774), commies en entomoloog, en Jacomina Berg (1676-Dordrecht 1746). Johannes trouwde op5 augustus 1725 in Dordrecht met Sara van Outshoorn (Leiden 10 september 1706-Dordrecht 11 februari 1748), dochter van Christiaan van Outshoorn (Leiden 1679-Leiden 1713), geneesheer, en Maria van Elsen. Uit dit huwelijk werden 14 kinderen geboren.
Op 16 februari 1749 hertrouwde hij in Dordrecht met Elisabeth Ghyben, ook Ghijben (Dordrecht 28 november 1706-Dordrecht 24 augustus 1778), dochter van Jan Ghyben (van Maasbommel) en Cornelia van Hagen (van Dordrecht). Elisabeth was de zuster van de bekende Dordtse dichteres Klara Ghyben (Dordrecht 1708-Vlaardingen 1747). Het tweede huwelijk bleef kinderloos.
Hoewel Voet werd opgeleid tot geneesheer, kwam dat beroep danig op de achtergrond. Zijn leven werd beheerst door het schrijven van religieuze gedichten en nieuwe berijmingen van psalmen. Zijn gedichten hadden meestal een verhalend maar toch een objectief karakter. Voet was een groot voorstander van gezangen in de hervormde kerken en probeerde dat te bevorderen. Een groot oeuvre aan gezangen was er het resultaat van. Voet beschouwde zich zelf als gematigd orthodox en keerde zich tegen een ieder die elke godsdienst afwees of een natuurlijke leer aanhield. Voet probeerde in zijn geschriften andersdenkenden te overtuigen van de juistheid van de gereformeerde geloofsleer.
Johannes groeide op in een welvarend hervormd gezin. Hij bezocht in Dordrecht de Latijnse school. Na enkele jaren noteerde rector Matthias Bax (1679-1739) in het leerlingenboek dat Janus Voet in 1720 naar Deventer was vertrokken. Zijn verdere klassieke vorming ontving hij daar van 1720 tot 1723 op het Atheneum Illustre. Hierna volgde op 6 april 1723 zijn inschrijving als student geneeskunde aan de Leidse universiteit onder het rectoraat van Willem Jacob ’s Gravensande (1688-1742). Hij rondde die studie in 1725 op 18 juli af met de graad van doctor in de medicijnen op het proefschriftDissertatio medica inauguralis de ozaena(Inaugurale medische verhandeling over infectie van de neus) bij promotor Hermannus Oosterdijk Schacht (1672-1744). Een maand na zijn promotie trouwde hij in augustus met de Leidse Sara van Outshoorn. Het echtpaar vestigde zich in Dordrecht waar Voet zich als geneesheer had laten inschrijven. Er waren tot dan vier geneesheren werkzaam in de stad. Dat aantal nam sterk toe, want via tien in 1736 en dertien in 1750 blijken er in 1757 zestien geneesheren ingeschreven te zijn. In 1750 was daar de zoon van Johannes, Carel Borchart Voet (1728-1798), als arts bijgekomen.
Per 30 december 1726 werd Johannes ingelijfd bij de elf burgercompagnieën die de stad telde. Deze zorgden voor de orde in de stad, vooral ‘s nachts, en verdedigden Dordrecht zo nodig tegen vijandelijke elementen. Voet werd benoemd tot luitenant, plaatsvervangend commandant, van het IVe vendel met als standplaats de Rietdijk. Hij vervulde die functie, eenmaal per elf dagen 24 uur dienst doen, tot en met 1734. Voet had ook zijn verdienste voor de hervormde gemeente waarvoor hij in 1735 en 1736 diaken was. In de jaren veertig en vijftig was hij nog zeven jaar ouderling.
Johannes Voet was niet alleen arts, maar ook inspecteur van ’s lands gemene middelen en rechten (diverse belastingen en accijnzen) voor het gebied Holland Zuid. Het was een lucratieve maar tijdrovende bezigheid. Voet klaagde vaak dat dit werk naast zijn artsenpraktijk hem weinig tijd liet voor zijn passie: het dichten. Ook daarin zag hij voor zichzelf een taak: God verheerlijken met lofzang, want vooral stichtelijke poëzie had zijn interesse. Een predikant met wie Voet bevriend raakte, Rutger Schutte (1708-1784) die van 1742 tot 1745 in Dordrecht werkte, stimuleerde hem tot dichten. Het leidde tot de bundel Stichtelijke gedichten en gezangen die in 1744 verscheen en uitgegeven werd door de Dordtse boekhandelaar Joannes van Braam (1677-1751). In 1745 werd Schutte beroepen in Amsterdam, maar het contact tussen hem en Voet bleef bestaan. De Stichtelijke gedichten en de bundel Stichtelijke gezangen die in 1754 waren verschenen, ontlokten de dichter Jacobus Bellamy (1757-1786) de uitspraak dat Voet ‘onder de hedendaagse dichters, in het vak der stichtelijke poëzij, mogelijk wel den eersten rang bekleedt’.
Wanneer Voet in 1760 vanwege zijn belastingactiviteiten naar Den Haag vertrekt, houdt hij zijn huis in Dordrecht aan. Het is een kapitaal huis op de Voorstraat tussen de Kolfstraat en de Nieuwstraat dat bekend staat als Mijnsherenherberg. Voet kocht de woning met stalling en koetshuis in april 1737 voor 2.000 gulden. Drie maanden na zijn dood verkocht zoon Carel Borchart Voet het pand voor 7.000 gulden aan Abraham Blussé (1726-1808), boekhandelaar en dichter. Ooit een grafelijk onderkomen in de 15de en 16de eeuw, later een woning voor de Dordtse elite. Toen Johannes Dordrecht verliet, hield hij niet alleen zijn woning aan, maar ook zijn praktijk als geneesheer. Hij bleef van 1760 tot zijn overlijden als zodanig ingeschreven staan. Dit doet vermoeden dat zijn praktijk wellicht alleen nog op papier bestond. Gezien de omvangrijke tekstuele productie die Voet in Den Haag realiseerde, zal hij zich daar tot het belastingwerk hebben beperkt; voor een artsenpraktijk restte hem weinig tijd.
Voet voelde er ook voor psalmen te gaan berijmen en in 1758 stuurde hij een drietal bevriende predikanten, onder wie Schutte, de eerste zes psalmen ter beoordeling. In 1762 resulteerde dat in een proefbundel van de psalmen 1 t/m 41 die samengesteld was door Voet, Schutte en een aantal theologen. De gehele bundel was in 1764 gereed:Het boek der psalmen, nevens de gezangen, by de Hervormde Kerk in gebruik; allen volgens de gewone zangwyzen opnieuw in dichtmaat gebragt door Johannes Eusebius Voet.De nieuwe bundel werd goed ontvangen, maar niet integraal ingevoerd in de hervormde Kerk, want de synode van Noord-Holland was tegen. Besloten werd een selectie te maken uit de bundels van Voet, Hendrik Ghijsen en het Amsterdamse genootschap ‘Laus Deo Salus Populo’ (‘Lof aan God, heil voor het volk’). Van Voet werden 82 psalmen gekozen, Ghijsen leverde 10 psalmen en het genootschap 58. De keuze van de 150 psalmen werd gemaakt door negen predikanten en kenners van poëzie, onder wie de Dordtenaar Ahasverus van den Berg (1733-1807), predikant in Barneveld. De nieuwe psalmberijming was oorspronkelijk een opdracht van de Staten-Generaal en werd in alle gewesten voorgeschreven, wat in vele steden, zoals Vlaardingen, Maassluis, Arnemuiden en Westkapelle, met tegenwerking en rellen gepaard ging. Dit ‘psalmenoproer’ kon niet voorkomen dat de officiële in gebruikstelling inging per 1 januari 1775.
Toen de Maatschappij der Nederlandse letterkunde in 1766 werd opgericht, werd Voet gevraagd lid te worden. Dat accepteerde hij, maar zijn lidmaatschap was van korte duur. Wel was hij geruime tijd honorair lid van het Haagse genootschap ‘Kunstliefde spaart geen vlijt’. Voet maakte ook naam met gelegenheidspoëzie. Na zijn dood werden die gedichten gebundeld uitgegeven door dit Haagse genootschap. De waardering van de leden van het genootschap voor deze poëzie was groot, want Voet had volgens hen de platgetreden paden op het terrein van huwelijks-, verjaardags- en lijkgedichten ‘op eenen nieuwen en verrukkenden leest (weten) te schoeien’.
Een geheel andere interesse van Voet gold de entomologie. Zijn vader beoefende die hobby eveneens. In 1769 was Voet begonnen aan een boek over kevers, de coleoptera, dat een catalogus moest worden van alle kevers die hij kende uit de collecties van liefhebbers van natuurlijke historie. Het boek zou verschijnen in het Nederlands, Frans en Latijn. Het manuscript kwam gereed, evenals een prospectus voor intekenaars, maar toen Voet overleed, moest nog een groot gedeelte persklaar worden gemaakt. Pas na zijn dood werden de twee delen in 1806 uitgegeven. De twee delen gaven een systematische namenlijst van meer dan 700 kevers, vereeuwigd in 105 ingekleurde kopergravures.
Voet overleed 28 september 1778 in Den Haag, maar zijn wens was begraven te worden bij zijn eerste echtgenote in de Dordtse Grote Kerk. De begrafenis vond plaats op de avond van 2 oktober onder het licht van acht flambouwen. De zerk vermeldt heel summier: ‘Het graf van Dr: I:E: Voet en S:V: Outshoorn’. Hoewel Voets tweede vrouw al in augustus van dat jaar in dezelfde kerk werd begraven, ontbreekt van haar elk spoor.
Enkele publicaties
Stichtelyke gedichten en gezangen(Dordrecht 1744).
Stichtelyke gedichten,twee delen (Dordrecht 1754).
Het boek der psalmen volgens de gewone zangwijzen op nieuw in dichtmaat gebragt met de Kant-psalmen(Den Haag 1764).
De leer der verzoening tusschen God en de menschen(Utrecht 1773).
De redelijkheit van den geestelijken godsdienst overwogen(Utrecht 1775).
Systematische naamlijst van dat geslacht van insecten, dat men torren noemt, twee delen (postuum Den Haag 1806).” (RA Dordrecht)
Pieter de Vos
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 126v: op 4 mei 1728 verkopen “Anthonia van Sevenom, ende Joost van Sevenom beijde borger en inwoonders deser voorschreve Stadt: Te kennen gevende dat wijlen Jacob Moelaert in sijn leven gewoont hebbende ende overleden sijnde binnen dese Stadt tot Executeur van sijnen Testamente so op den 24e November 1725 verleden voor den notaris Jan de Bedts en getuijgen alhier heeft genomineert ende gesteldt Jan Visch ende dat met alsulcken Magt Authoriteijt ende gesagh als een Executeur na Regten en usantie eenigsints Competeere, en wel met verdere magt omme een of meer bequame persoonen benevens hem, ofte ook in sijn plaetse te mogen aanstellen dat den voorn. Jan Visser uijt kragte van ’t voors: Testament Eerstelijck benevens hem ende na sijn overlijden in desselfs plaetse tot mede Executeur heeft gestelt geassumeert ende gesurrogeert den Eersten Comparant Anthonij van Sevenom volgens de acte van Assumptie en Surrogatie deswegen gepasseert voor den Notaris Bartholomeus van der Star en getuijgen op den 12e Augustus 1727 dat wijders den voorn. Jan Visser met den eersten comparant Anthonij van Sevenom, Nog benevens haar tot Executeur hebben geassumeerd ende na overlijden in haere plaetse gesurrogeert den voorn: Joost van Zevenom tweede Compt: in desen almede volgens een acte daer van voor den voorn: Notaris Bartholomeus van der Star en getuijgen verleden op den 21 Augustus 1727 en alsoo den voorn. Jan Visser deser werelt is komen te overlijden Sulcx de twee voorn: Comparanten uijt kragte vande twee voorsz: agtens sijn geworden uijtvoerders der uijtterste wille vanden voorn: Jacob Moelaert”, voor 1450 gl. aan Pieter de Vos, burger van Dordrecht , een huis, waar uithangt “de Brabantsche El”, op de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis, vanouds genaamd “Mijnsherenherberg” en het huis en de zeepziederij van Lambertus Vermasen.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 23v e.v.: op 30 april 1754 verkoopt Jan Looft, mr. metselaar en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter de Vos, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Pieter Smits, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van dr. Johannes Eusebius Voet en dat van David Brugerre. De koper is schuldig aan Pieter de Vos een bedrag van 1500 gl.]
Elisabeth Maas
[1731: onlangs gekocht van Lammert Vermase.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 65v: op 6 juli 1730 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van wijlen Lambertus Vermasen, zeepzieder te Dordrecht, voor 5050 gl. aan Elisabeth Maas, weduwe van Martinus van Campen, wonende te Dordrecht,”Een Extraordinaire schoone hegt en stercke Seepsiedereije van outs genaamt de Klock, met een ketel daerin benevens agt groote gemetselde Backen alle op een reij staande, met een woonhuijs daer voor alsmede een packhuijs, kuijphuijs en Thuin daer agter, mitsgaders nog en huijs daer agter hebbende sijn ingangh inde Steenstraat, staande ende gelegen ’t voors. woonhuijs inde Voorstraat omtrent mijnsheeren Herbergh” tussen het huis van Pieter de Vos en dat van Huijbert Kollaert, strekkende tot achter in de Steenstraat.]
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 4 e.v.: op 30 jan. 1744 verkopen Jan der Putte, koopman te Dordrecht, ds. Isaac van Hoesen, predikant te Simonshaven en Biert, en Hugo Maas, wonende te Leerdam, als executeurs-testamentair van Elisabeth Maas, weduwe van Martijnus van Campen, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht,voor 3500 gl. aan David Brugiere, Franse schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat, strekkende voor van de straat tot achter in de Steenstraat, belend door het huis van Pieter de Vos aan de ene zijde en het huis van Cornelia Struijk aan de andere, alsmede een huisje in de Steenstraat, staande naast het voorgaande huis. De koper is schuldig aan Abraham Kolster, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 301 e.v.: op 24 dec. 1771 verkoopt Elias van der Bank, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van David Brugiere, Franse kostschoolhouder te Dordrecht, voor 3730 gl. aan Pieter van Lier, viskoper te Dordrecht, twee huizen, het ene staande in de Voorstraat tussen de Nieuwstraat en Kolfstraat, aan de voorzijde belend door het huis van Pieter Smits aan de ene zijde en dat van Hester van Santschel aan de andere, en het andere huis staande in de Steenstraat naast het voorgaande huis, belend door het erf “van ’t zelve” aan de ene zijdeen de erven van de huizen, die toebehoren aan de Roomse kerk in de Hoge Nieuwstraat aan de andere zijde.]
Huijbert Collaert
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 133v: op 18 sept. 1704 Johannes Beijen en Hendrik Kuntzius, kooplieden van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Pisset, weduwe van Abraham Maes, voor 1120 gl. aan Huijbert Collaert, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, waar uithangt “het Nieuw Fransmodisch Rocklijff”, staande tussen het huis en de zeperij en het huis van Dionijs van der Kesel.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 mei 1743: Sara de Geer, vrouw van Huijbert Collaart in de Voorstraat bij de Kolfstraat, met “ordinaire”koetsen, laat geen kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 221v e.v.: op 10 dec. 1743 verkoopt Pieter van Gelsdorp, procureur te Dordrecht, als executeur-testamentair van Huijbert Kollaert, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 1010 gl. aan Cornelia Struijk, burgeres van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe Van Keppel en dat van Thomas Walpot.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 61v e.v.: op 2 juli 1772 verklaart Hester van Zantschel, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, erfgename van Cornelia Struijk,schuldig te zijn aan Thomas Walpot, koperslager te Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis op de Voorstraat tussen de Kolfstraat en de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Thomas Walpot en dat van Pieter van Lier.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 239v: op 28 okt. 1777 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Hester van Zandschel, voor 1620 gl. aan Adriaan van Werkhoven, wonende te Alblasserdam, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Thomas Walpot en het huis van Pieter van Lier.]
Voorstraat tussen Kolfstraat en Tolbrugstraat Landzijde
Jacob Quinting [mr. zilversmid]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 143v: op 25 jan. 1725 verkopen Gillis van der Beek, pondgaarder te Dordrecht, en Maria van der Beeck, samen erfgenamen van Maria de Graaff, weduwe van Gillis van Helmond,voor 2000 gl. aan Jacob Quinting, mr. zilversmid te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Kolfstraat en het huis van mr. Johan van den Brandeler, burgemeester van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 20 e.v.: op 11 april 1741 verkoopt Jan Faasse, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Quintingh, wonende te Bergen op Zoom, voor 2000 gl. aan Adriaan van den Bergh, koopman te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Beurs, staande tussen de Kolfstraat en het huis van oud-burgemeester Johan van den Brandeler. De koper is schuldig aan Jacob van de Camp, koopman te Dordrecht, een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 51v e.v.: op 28 juli 1757 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaan van den Bergh, koopman te Utrecht, volgens procuratie gepasseerdvoor notaris A. van Goudoever te Utrecht op 20 juni 1757, voor 4500 gl. aan Johanna Sophia Voet c.s., kinderen van Jan Euzebius Voet, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Kolfstraat en het huis van de erfgenamen van burgemeester Johan van denBrandeler.]
Johan van den Brandeler burgemeester
idem
Jan Troeljart
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 65: op 11 nov. 1723 verkoopt Martinus Bosschaert, predikant te Dordrecht, als executeur-testamentair van Adriana van der Ent, die in Dordrecht is overleden, voor 8000 gl. aan Johan Trouillart en Helena Smunnix, burgers van Dordrecht, een huis in de Voorstraat met twee achterwoninkjes erachter, staande tussen het huis van mr. Johan van de Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van mr. Matthijs Beelaerts, lid van de Oudraad.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 133 e.v.: op 20 aug. 1733 verkoopt Helena Smunnix, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, aan Jan Troulla, koopman te Dordrecht, en diens vrouw Anna Smunnincx, voor 600 gl. de helft in een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van mr. Johan van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van mr. Mattheus Beelaerts, lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede voor 200 gl. de helft in een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Jan Venevelt en dat van Van Dijck, waarvan de wederhelft toebehoort aan de kopers.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 198v: op 18 okt. 1759 verkoopt Jan Troelja, wonende te Dordrecht, die ingevolge de akte van repudiatie van Ambrosius van Roijesteijn, koopman wonende te Rotterdam, als man van Adriana Troelja, en gelijke akte van repudiatie van Jan Troelja, als voogd over de minderjarige kinderen van wijlen dr. Dirk Troelja, de enige erfgenaam is geworden van zijn moeder Anna Smunnix, weduwe van Jan Troelja de oude, voor 3020 gl. aan mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Vleeshal, uitkomende in het Duivelsaarsgat [gang tussen Kolfstraat en de Kromme Elleboog], staande tussen het huis van de koper en dat van mr. Jacob Stoop.]
mr. Matthijs Belaart
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 37 e.v.: op 6 okt. 1744 verkopen mr. Gerard Beelaerts, vrijheer van Blokland, heer van Wieldrecht en Dordtsmonde etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en als executeur-testamentair van Adriana Beelaerts, en Pieter van Well, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik van Convent, arts en achtraad van Dordrecht, als man van Christina Beelaerts, Christina Beelaerts zelf, mr. Nicolaas Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemenelandsmiddelen, als man van Susanna Adriana Beelaerts, en Susanna Adriana Beelaerts zelf, voor 4300 gl. aan Christina Beelaerts, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van de koopster en dat van Trouillard.
-13 juni 1758: Pieter van Well, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Gerard Beelaerts, vrijheer van Blokland, heer van Wieldrecht en Dordsmonde, oud-vroedschap van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Abraham Husson in Den Haag op 25 mei 1758, verkoopt voor 25.500 gl. aan mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad te Dordrecht, een groot, modern huis met koetshuis en stal erachter, staande in de Voorstraat tegenover de Beurs tussen het huis van Andries de Bruijn en dat van de weduwe van Dirk Troilja. (ORA Dordrecht inv. 1662, f. 109v e.v.)]
idem
[1731: woonhuis met daarachter een stal en koetshuis, uitkomend in de Kromme Elleboog]
Jan de Rooje
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 105v e.v.: op 5 juni 1755 verkoopt Adriaan de Koning, burger van Dordrecht, voor 5050 gl. aan Margareta van Wijk, weduwe van Andries de Bruijn, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Beurs, met de pakhuis erachter, uitkomende in de Tolbrugstraat, staande tussen het huis van juffrouw Beelaerts en dat van Abraham Blussé.]
Pieter Hordijk [banketbakker]
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 40: op 2 juli 1715 verkoopt Magtelt Nering, weduwe van Adriaan van de End, burgeres van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Lodewijck Faasse, mr. borstelmaker en witwerker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Beurs, vanouds genaamd “de Witte End”, staande tussen het huis van Jan den Rooijen mr. bakker en dat van Adriaen Borgers mr. zilversmid.
ORA Dordrecht inv 1650, f. 243v: op 4 juli 1726 verkoopt Lodewijk Faasse, borstelmaker en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Pieter Hordijk, banketbakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van de zilversmid Adriaan Borger en dat van Jan den Rooijen mr. bakker.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 88 e.v.: op 20 juli 1745 verkoopt Pieter Hordijk, banketbakker en burger van Dordrecht, voor 2210 gl. aan Abraham Blussé, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Adriaan Borgers en dat van Jan van der Rijk. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 1100 gl.]
Adriaan Borgers [mr. zilversmid]
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 40v e.v.: op 7 mei 1701 verkoopt Leendert van Dijll, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Adriaan Borgers, mr. zilversmid te Dordrecht, een huis in de Voorstraat recht tegenover de Beurs, genaamd “de Drie Groote Moren”, staande tussen het hus van Adriaan Groen en dat van Adriaan van der End. De koper betaalt deels met het overnemen van een schuldbrief van 2000 gl.]
de weduwe van Adriaan Groen
Johan van der Maden
Voorstraat tussen Visstraat en Vriesestraat
De Waalse Kerk


De Waalse Kerk
de erfgenamen van Wouter de Jongh
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 88: op 28 febr. 1704 verklaart kapitein Abraham de Jong, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van de zijn zusters Sara de Jong, bejaarde ongehuwde persoon, Johanna de Jong, weduwe van Seijbrecht Wens, en Maria de Jong, bejaar ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Wouter de Jong, veertigraad van Dordrecht, dat zij “tot meerder vastigheijt” van twee obligaties door hun vader verleden t.b.v. Dirk Spruijt, inhoudende elk 1500 gl., gepasseerd op resp. 8 nov. 1678 en 7 april 1679, verbonden hebben een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen de Waalse Kerk en het huis van Pieter Schiltman.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 23v: op 17 april 1750 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen, van welke de eigenaren in gebreke blijven de gemenelands- en stadslasten te voldoen, voor 820 gl. aan Abraham de Voogt, vleeshouwer te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen de Waalse kerk en het huis van Fredrik Ribbe, welk verkochte huis laatst eigendom is geweest van Abraham, Jan, Matthijs en Maria Catharina Wensch.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 129: op 4 mrt. 1794 verkoopt Petrus Johannes van Steenbergen, secretaris van het watergerecht te Dordrecht, voor 7260 gl. aan Anthonij de Fockert, notaris te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Waalse Kerk en het huis van Joost Kourt.]
Pieter Schiltman
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 166v: op 13 okt. 1746 verkoopt Catharina Schilleman, bejaarde ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 625 gl. aan Frederik Ribbe, suikerbakkersknecht en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Dirk Wor en dat van Wens. De koper is schuldig aan Catharina Riemsdijk, weduwe van Lambert Bellaert, een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 242v: op 29 juli 1784 verkoopt Alexander van Woopster, broodbakker te Dordrecht, voor 1780 gl. aan Arij van Asperen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Zeevismarkt, staande tussen het huis van [NN] Romijn en dat van P.J. van Steenbergen.]
Adriaan Wor
[I. Johannes Wor, jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1670), viskoper, trouwde NG Dordrecht 30 nov./14 dec. 1670 Annetje Rechters, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1670)
ORA Dordrecht inv. 1637, f. 46v e.v.: op 30 april 1699 verkoopt Johannes Wor, viskoper en burger van Dordrecht, voor 2700 gl. aan Berbera van Trigt, weduwe van ds. Guilhelmus van der Poel, predikant te Streefkerk, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van kapitein Herman van Erp en dat van Cornelis van Nispen mr. metselaar.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Adriaen Wor, 15 febr. 1672, volgt II
b. Maeijken Wor, 26 dec. 1673, “innocent”
c. Johannis, 17 juni 1675
d. Anna, 30 juli 1676
e. Johannes Wor, 13 april 1678, woonde in Rotterdam
II. Adriaen Wor, gedoopt NG Dordrecht 15 febr. 1672, jongman van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1695), mr. zilversmid, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 april 1695 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Gorinchem) Dirckie van Dam, jonge dochter van Gorinchem (1695)
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 24: op 5 mei 1707 verkoopt Johannis Couwenhoven, burger van Dordrecht, voor 2700 gl. aan Adriaan Wor, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Vismarkt, staande tussen het huis van Johannis Venevelt apotheker en dat van Pieter Schiltman.
ORA Dordrecht inv. 1752, f. 184: op 15 nov. 1718 verkoopt Adriaan Wor, mr. zilversmid, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Johannes Wor, die in Rotterdam woont, kinderen en erfgenamen van hun vader Johannes Wor, en Adriaan Wor nog samen met zijn broer voogd over hun “innocente” zuster Maijken Wor, voor 600 gl. aan Hendrick van der Burgh, visstal nr. 43, staandeop de Grote Vismarkt.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 233: op 15 okt. 1740 verkoopt Dirksje van Dam, weduwe van Adriaan Wor, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Jochem Vrempt, borstelmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt aan de havenzijde, zijnde het derde huis van de Visbrug, staande tussen het huis van Cornelis Paradijs en dat van de erfgenamen van Caatje Regel.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 36v: op 25 april 1752 verkoopt Lambertus van IJzendoorn, als procuratie hebbende van Dirksje van Dam, weduwe van Adriaan Wor, wonende te Dordrecht, voor375 gl. aan Anna Meulemans, burgeres van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het het huis van Bart Smits en dat van Pieter Kletton
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 48: op 17 sept. 1754 verkoopt Lambertus van IJssendoorn, mr. chirurgijn te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan Wor, boekverkoper wonende te Amsterdam, samen executeurs-testamentair van Dirckje van Dam, weduwe van Adriaan Wor, zilversmid te Dordrecht, en voogden over haar kleinkind en erfgenaam, voor 2650 gl. aan Anna van Biesum, weduwe van Dirk Wor, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Vismarkt, staande tussen het huis van Melchior van Tilburg en dat van Fredrik Ribbe.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Dirck Wor, gedoopt NG Dordrecht 10 febr. 1696, goud- en zilversmid te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 nov. 1745 (Dirk Wor, wonende in de Voorstraat bij de Vismarkt, met twee koetsen extra, laat een zoon na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 okt. 1737 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Rotterdam dd. 10 okt. 1737, op 27 okt. attestatie gegeven) Anna van Biesum, jonge dochter van Rotterdam (1737)

Het gouden avondmaalstel van de Grote Kerk, vervaardigd ca. 1734 door Dirk Wor.
“Het [gouden avondmaalstel van de Grote Kerk] werd vervaardigd door de goudsmid Dirk Wor en] werd bekostigd uit een legaat van de koopman Philippe Diodati. Hij werd geboren in Dordrecht op 19 sept. 1686 als zoon van de koopman Jean Didodati en Aldegonda Trouwers. Het gezin vertrok in 1697 naar Batavia, waar Philippe werd opgeleid tot koopman. Later werd hij eerste administrateur van het graanmagazijn aldaar. Zijn exacte overlijdensdatum is niet bekend, maar het zal in januari of februari van het jaar 1734 zijn geweest. Hij liet een aanzienlijk vermogen na, dat, aangezien hij geen kinderen had, volgens testamentaire wilsbeschikking dd 26 jan. 1733, behoudens een aantal legaten, o.a. ten behoeve van zijn broer Salomon Didodati,toekwam aan zijn zuster, Johanna Aldegonda Diodati, echtgenote van mr. Johan Francois de Witte van Schooten, raad van Nederlands-Indië. Van al die legaten is, vanuit cultuur-historisch oogpunt bezien, het belangrijkste het legaat van 15.000 Rijksdaalders aan de Grote Kerk te Dordrecht,waarbij hij “ootmoedig” aan het stadsbestuur van zijn geboortestad verzocht, dat daarvan gemaakt mochten worden gouden schotels en bekers, bestemd tot het uitdelen van des Heren Heilig Avondmaal in de Grote Kerk. Later, in december 1733, maakt Diodati, als erfgenaam van Isabella Cornelia Diodati, nog eens een bedrag van 400 Rijksdaalders over aan de kerk in Dordrecht.Het stads- en kerkbestuurwilligde het verzoek in, en naar ontwerp van de kunstschilder Aart Schouman, werd door de goudsmid Dirk Woreen avondmaalsservies vervaardigd, bestaande uiteen aantal gouden bekers, één grote eneen paarkleine schalen. Er schoot nog een flink bedrag over, waarvan twee zilveren serviezen werden gemaakt, het ene bestemd voor de Augustijnenkerk en het andere voor de Nieuwkerk.”(H.A. van Duinen, Dordrecht, Dordtse Canon en het geslacht Diodati, Oud Dordrecht 2008, nr. 1, p. 18 e.v.)].
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 48: op 17 sept. 1754 verkoopt Lambertus van IJsendoorn, mr. chirurgijn te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan Wor, boekverkoper wonende te Amsterdam, als executeurs-testamentair en voogden over het minderjarige kleinkind en erfgenaam van Dirkje van Dam, weduwe van Adriaan Wor, mr. zilversmid te Dordrecht, voor 2650 gl. aan Anna van Biesum, weduwe van Dirk Wor, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Vismarkt, staande tussen het huis van Melchior van Tilburg en dat van Fredrik Ribbe.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 112: op 29 juni 1756 verkopen Adriaan Bakvis, koopman te Rotterdam, en Aert Kuijter, koopman te Dordrecht, die door Anna van Biesum, in haar leven weduwe van Dirk Wor, tot voogden zijn aangesteld over haar minderjarige zoon en erfgenaam, voor 1850 gl. aan Jacob van Pelt, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Zeevismarkt, staande tussen het huis van Melchior van Tilburg en dat van Fredrik Ribben.
Zoon:
a-1. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht 28 jan. 1739
b. Johannes, 1 jan. 1698
c. Trijntje, 14 juli 1700
d. Adriaan, 29 nov. 1702
e. Anna, 15 nov. 1705
f. Cornelis, 21 dec. 1708
g. Hubertus, 28 sept. 1709
h. Huberta, 18 nov. 1715
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 46: op 4 sept. 1766 verkoopt David Crena, als procuratie hebbende van Anna de Meijer, weduwe van Jacobus van Pelt, wonende te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Nicolaas de Rouw Pietersz., wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Waalse Kerk en de Vriesestraat, staande tussen het huis van Melchior van Tilburg en dat van Frederik Ribbe.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 123v: op 17 sept. 1782 verkoopt Nicolaas de Rouw Pietersz. voor 2000gl. aan Johannis Romijn, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van Alexander van Woopster en dat van Reijnardus Haentjes.]
Francijntje en Jenneke Hardera
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 10: op 25 febr. 1744 verkopen Bartholomeus en Abraham van der Hill, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Nicolaas Tak, mr. zeilmaker wonende te Middelburg, als man van Adriana van der Hill, ieder voor een derde part, als erfgenamen van Francijntje Hardera, volgens haar testament, gepasseerd voor notaris Gelsdorp te Dordrecht op 2 okt. 1739, voor 2500 gl. aan Melchior van Tilburgh, apotheker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Dirk Wor en dat van de weduwe Troulja. De koper is schuldig aan Abraham van der Hill een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 67v: op 1 aug. 1780 verkoopt Jacobus Johannes Schrijver, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Melchior van Tilburgh, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Reijnardus Haentjes, apotheker te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Vismarkt, staande tussen het huis van Jacobus de Man en dat van Nicolaas de Rouw.]
Leena en Anna Smunniks
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 65: op 11 nov. 1723 verkoopt Martinus Bosschaert, predikant te Dordrecht, als testateur-testamentair van Adriana van der Ent, die in Dordrecht is overleden, voor 8000 gl. aan Jan Trouillaert en Helena Smunnix, burgers van Dordrecht, een huis in de Voorstraat met twee achterwoninkjes, staan tussen het huis van Johan van Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van Matthijs Beelaerts.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 199: op 18 okt. 1759 verkoopt Jan Troelja, wonende te Dordrecht, die volgens zekere akte van repudiatie van Ambrosius van Roijesteijn, koopman wonende te Rotterdam, als man van Adriana Troelja, en een akte van repudiatie van Jan Troelja, als voogd over de minderjarige kinderen van wijlen dr. Dirk Troelja, enige erfgenaam is geworden van zijn moeder Anna Smunnix, voor 780 gl. aan Jacobus de Man, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Melchior van Tilburg en dat van Gerret van Onna.]
Aart van Dijk
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 88: op 11 april 1758 verkoopt Jacob Victoor, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Gerardus van Onna, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van notaris Gerardus Verveer en dat van de weduwe Troulja.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 126: op 1 okt. 1761 verkoopt Gerret van Onna, viskoper en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Hendrik Logger, mr. zilversmid te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Zeevismarkt en de Vriesestraat, staande tussen het huis van notaris Gerardus Verveer en dat van Jacob de Man.]
de weduwe van [dr.]Arnoldus van Eijsden
[ORA Dordrecht inv. 1675, f. 298v: op 30 juli 1789 verkoopt Jan van der Star, schepen van Dordrecht, als mede-executeur van de boedel van Gerardus Verveer, die in Dordrecht is overleden, voor 3750 gl. aan Abraham van Strij, kunstschilder wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van [NN] Logger en dat van de spekslager Schei.]
de weduwe van Adriaan Heckenhoek
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 141v: op 16 sept. 1702 verkopen Arnoldus van Eijsden, apotheker te Dordrecht, en Hermanus Erkelens, koopman te Dordrecht, als voogden over de weeskinderen van wijlen kapitein Simon onder de Linden en van Raegeltie van Eijsden, en Johannes van Braam, stadsdrukker van het kleine zegel te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Adriaen Heckenhoeck, notaris te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de landzijde tussen de Vriesestraat en de Grote Vismarkt, vanouds genaamd “de Lindeboom”, staande tussen het huis van Pieter van der Werff en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 31: op 14 juli 1744 verkoopt Maria Heckenhoek, weduwe van Gijsbert van Aalst, als executrice-testamentair van haar moeder Anna van Trigt, weduwe van Adriaan Heckenhoek, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Coenraad Welborn, impostmeester te Dordrecht, 1e een huis op de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Arnoldus van Eijsden en het volgende huis, en 2e een huis, staande als voren tussen het voorgaande huis en dat van de erfgenamen van Pieter van der Werff.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 114v: op 6 april 1751 verkoopt Coenraad Welborn, burger van Dordrecht, voor 4100 gl. aan Jacobus van Hoogstraten, boekdrukker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Waalse kerk, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Arnoldus van Eijsden en het volgende huis, alsmede een huis, staande tussen het voorgaande huis en dat van Johanna Maria van der Werff. Het eerstgenoemde huis heeft een uitgang door het Oudemannenhuis. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 160: op 27 mrt. 1759 verkopen Jolle Jolles en Johannes Rietvelt, wonende te Amsterdam, als curators over de insolvente boedel van Jacobus van Hoogstraten, voor 1525 gl. aan Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Waalse kerk en de Vriesestraat, met van achteren een uitgang door het Oudemannenhuis, belend door het huis van Theodorus Hillenaar aan de ene zijde en dat van Jan Ruijmers aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 255v: op 11 juli 1771 verkopen dr. Johannes Becius, “electeur”, wonende te Schoonhoven, zijn vrouw Maria Johanna Patron, voor 5500 gl. aan Hermanus Waarsman, winkelier te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Rozijnkorf”, staande op de Voorstraat tussen de Vriesestraat en de Waalse kerk, belend aan de ene zijde door het huis van Theodorus Hillenaar en aan de andere zijde door het huis van [NN] Immerseel. De koper is schuldig aan Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, een somma van 3000 gl.]

Het huis “de Rozijnkorf” in de Voorstraat.
idem
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 142: op 29 juli 1751 verkoopt Jacobus van Hoogstraten, boekverkoper en burger van Dordrecht, voor 1570 gl. aan Theodorus Hillenaar, mr. koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vriesestraat, staande tussen het huis van Maria van der Werff en dat van de verkoper.]
de erfgenamen van Pieter van der Werff
Willem van der Knijff [mr. schrijnwerker]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 176: op 6 mei 1734 verkoopt Willem van der Knijff, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, voor 1130 gl. aan Abraham Kools, knaap in de Munt van Holland, een huis in de Voorstraat omtrent de Vriesestraat, staande tussen het huis van Cornelis van Groeningen en dat van de erfgenamen van Pieter van der Werff. De koper is schuldig aan Jacobus van der Elst, drappier en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 40: op 9 juni 1750 verkopen Pieter van Well en Ewoud Bosveld, resp. notaris en eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Abraham Kools, burger van Dordrecht, voor 1010 gl. aan Jacob Immerseel, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Vriesestraat en de Waalse kerk, staande tussen het huis van Jan van der Werff en dat van Cornelis Schuijten.]
Cornelis en Helena Groeningen
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 32: op 5 mei 1711 verkoopt Hendrik van Swindregt, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Cornelis en Lena van Groeningen, wonende Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vriesestraat, staande tussen het huis van Francois van Wageningen en dat van Van de Knijff.]
Francois van Wageningen
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 52: op 1 juli 1732 verkoopt Francois van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Huijbert van Riemsdijk, pasteibakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Vriesestraatssteiger, vanouds genaamd “de Wijngaard”, staande tussen het hus van Adriaan Vervoorn en dat van Helena van Groeningen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 138: op 12 jan. 1762 verkoopt Johannes van Riemsdijk, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Cornelia van Eijck, weduwe van Huijbert van Riemsdijk, wonende te Dordrecht, voor 2075 gl. aan Johannes Libert, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Visbrug, staande tussen het huis van Adriaan Vervoorn en dat van Cornelis Schuijten.]
Adriaan Vervooren
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 4: op 20 jan. 1707 verkopen “Pieter van Talon, Tabackvercooper en borger alhier ende Jacob Franken, winkelier en(de) mede borger derselver Stede, als Last en procuratie hebbende van Martinus van Talon, Commissaris ter recherge tot S Hartogenbos blijkende bij de selve procuratie gepasseert voor den notaris Hugo van Dijk en sekere getuijgen binnen deser voorsz. Stede residerende opden 11 Maert 1704 ons Schepenen geexhibeert beijde eenige soonen en Erfgenamen van Louijs van Talon zal.r [Toulon]”, voor 3050 gl. aan kapitein Francois van Wageningen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Vriesestraatssteiger, vanouds genaamd “de Lantaren”, staande tussen het huis van de koper en dat van Johannes Asmaer.]
Willem Spruijt [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 25: op 25 mei 1723 verkoopt Johan Asmaer, mr. glasmaker te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Willem Spruijt, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Vriesestraat met een achterhuis, uitkomende in de Vriesestraat, staande tussen het huis van kapitein Van Wageningen en dat van Anna van Somergem.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 45: op 16 juni 1750 verkoopt Catharina van Sevenom, weduwe van Willem Spruijt, wonende te Dordrecht, voor 2300 gl. aan Pieter Spruijt Jansz., burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Grote Vismarkt en de Beurs, staande tussen het huis van Adriaan van der Vooren en dat van juffr. Van Somergum. De koper is schuldig aan Gijsbert Monier, wonende te Rotterdam, een somma van 1600 gl.]
Laurens van Somergem
Voorstraat tussen Prinsenstraat en Botgensstraat
Cornelis van Aspere
[1731: woonhuis/grutterij]
de weduwe van Hendrik Coeberge
[1731: gehuurd door Adriaan Saijers
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 135: op 4 jan. 1725 “Aart Roos, Stadhouder van den Heer bailliuw vande Merwede, in qt: als benevens d’Hr: Ludovicus de Lacoste en Adriaen Pot aengestelt tot Executeur vanden testamente van wijlen Captn. Leendt: Roos en nog als Last en procuratie hebbende vanden voorn. Hr: Ludovicus de la Coste en Adriaen Pot” verkopen voor 1100 gl. aan Pieternella Zaijer, weduwe van Hendrik Koebergen, Adriaen en Nicolaas Zaijer, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van de erfgenamen van Imand ’t Hooft en dat van Samuel de Jager.]
Pieter Spruijt
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 52v e.v.: op 3 juli 1738 verkoopt Willem Spruijt, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van zijn moeder, Jenneken Gatthé, weduwe van Pieter Spruijt, voor 1600 gl. aan Aagje van der Saal, weduwe van Leendert Spruijt, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort aan de landzijde, staande tussen het huis van Jan Tiel en dat van Adriaan en Nicolaas Zaijers.]
Jan van Tiel
[1731: huis en zeepziederij]
Jan van Wageninge
Pieter van Ameronge
[hoek Molenstraat]
de weduwe Kruijskerke
[1731: gehuurd door Pieter Nugteren]
Cornelis de Soete [koopman, mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 212: op 3 mei 1729 verkoopt Hendrik Geerlingh, burger van Dordrecht, voor 2987 gl. en 8 st. aan Cornelis de Soete, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Vuilpport, staande tussen de zeepziederij van Jan van de Putte en het huis van Jan Spuijt.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 39 e.v.: op 6 juli 1741 verklaart Cornelis Zoeten, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob van der Camp, koopman te Dordrecht, een somma van 2500 gl., verbindende een huis, pakhuis en kelder in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis en de zeperij van Jan van der Putte en het huis, dat wordt bewoond door Pieter Nugteren.]
Jan van der Putte [zeepzieder]
[1731: woonhuis en zeperij
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 146 e.v.: op 14 juni 1746 verkopen Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie, en Jan van der Star, procureur te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van wijlen Jan van der Putte, zeepzieder te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Pieter van Boven, koopman te Dordrecht, een huis met zeepziederij en een pakhuis ernaast, vanouds genaamd “den Olijphant”, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort tussen het huis van de weduwe De Soete en dat van Cornelis Soeten, met een vrije uitgang in het Molenstraatje.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 173 e.v.: op 8 nov. 1746 verkoopt Pieter van Boven, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Hendrik van Maanen, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, genaamd “den Olijphant”, staande tussen het huis van de weduwe Soete en dat van Cornelis Soeten. De verkoper behoudt de zeepziederij, die bij dit huis hoort. De koper is aan hem schuldig een bedrag van 3000 gl. Dirk Jacob Ponsse, wonende te Krimpen aan de IJssel, stelt zich borg voor Hendrik van Maanen, die zijn zwager is.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 76 e.v.: op 26 okt. 1752 verklaart Hendrik van Maanen, mr. grutter en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Dirk Jacob Ponse, koopman wonende aan de Noordendijk, een somma van 1000 gl., verbindende twee pakhuizen met een paardenstal, staande naast elkaar in de Dolhuisstraat tussen het huis van Adriaan de Raat en de Vest, met een grutmolen, die in het pakhuis staat, alsmede een huis, genaamd “den Olijphant”, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort tussen het huis van de weduwe De Soete en dat van Pieter de Vries.]
de weduwe De Soete
Jan Spruijt
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 212v: op 3 mei 1729 verkoopt Hendrik Geerlingh, burger van Dordrecht, voor 1700 gl. aan Jan Spruijt, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van Willem Ravesteijn en dat van Cornelis de Zoete.]
de erfgenamen van Johan van Ravesteijn
[hoek Dolhuisstraat]
de erfgenamen van Anthonij Buijs
Anthonij de Vos
Gillis van Helmont [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 39v: op 17 juni 1727 toont Gillis van Helmont, koopman te Dordrecht, zekere akte van scheiding, die hij met zijn broers en zusters op 1 aug. 1709 heeft gepasseerd voor notaris J. van Dijk te Dordrecht, waaruit blijkt dat hem is toebedeeld een huis omtrent de Vuilpoort met het daartoe behorende achterhuis.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 40: op 18 juni 1727 verklaart Gillis van Helmont schuldig te zijn aan Aletta van Rijn, weduwe van Jesaias Dalibert, koopvrouw wonende te Dordrecht, een somma van 1600 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Francois en Adriaan Braats en het huis van N. de Vos.]
Adriaen Braets
de weduwe van J. Paradijs
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 150v e.v.: op 19 april 1731 verklaart notaris Bartholomeus van der Star dat Maria van Os, weduwe van Jacob Paradijs, koopman te Dordrecht, schuldig is aan Aletta, Adriana en Jacoba de Bruijn een somma van 4000 gl., verbindende een huis, dat vanouds is genaamd “de Drie Stokvissen”, alsmede een huis erachter, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort tussen het huis en de brouwerij van de weduwe van burgemeester Hugo Repelaer en het huis van Adriaan Braats.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 203 e.v.: op 22 nov. 1731 verkoopt David Paradijs arts, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria van Os, weduwe van Jacob Paradijs, koopman te Dordrecht, voor 700 gl. aan Jacobus Boet mr. bakker en Cornelis de Haan mr. bakker, burgers van Dordrecht, een pakhuis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes van Diest en dat van Aart Pell.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 212 e.v.: op 20 dec. 1731 verkoopt Andries de Bruijn, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van Os, weduwe van Jacob Paradijs en voogdes over haar onmondige kinderen krachtens het testament gepasseerd op 1 nov. 1723 ten overstaan van notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Jacob Mortier, koopman te Dordrecht,een huis met een huisje daarachter, staande op de Voorstraatbij de Vuilpoort tussende huizen van de erfgenamen van burgemeester Hugo Repelaar en het huis van Adriaan Braats.De procuratie is gepasseerd voor notaris J. Ardinois te Amsterdam op 15 dec. 1731.]
mevrouw Repelaer
[1731: brouwerij (“de Ruijt”) met pakhuis in de Ruitenstraat aan de andere zijde.

Gevelsteen in de Ruitenstraat (foto: L. van Dijk-Ros)
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 sept. 1731: Maria Gevaerts, weduwe van burgemeester Hugo Repelaer, met 9 koetsen extra, een wapenbord, laat kinderen na.
In een akte uit 1738 is sprake van de “gewezen” brouwerij “de Ruijt”: op 8 mei 1738 verkoopt Ocker Repelaer, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Anthonij Repelaer, oud-burgemeester, raad en vroedschap van Dordrecht, en gecommitteerde in de Admiraliteit op de Maze, en van Ida en Maria Emmerentia Repelaer, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, een stal en mouterij of pakhuis in de Ruitenstraat, staande tussen het pakhuis van de koper en het pakhuis van Anthonij Balen, “zullende de gewesene brouwerije de Ruit werden ontlast mettien guldens jaarlijks inde verponding”, welke de koper te zijnen laste zal nemen, alsmede het straat- en klapgeld tot 1 gl. 11 st. en het lantarengeld met 17 st. (ORA Dordrecht inv. 1655, f. 37v e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 12 e.v.: op 30 april 1748 verkopen Pieter van Well, notaris te Dordrecht, een Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie te Dordrecht], als curators van de “gerepudieerden” boedel van wijlen Anthonij Repelaer, voor 1300 gl. aan Jacobus de Haas, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen de Ruitenstraat en het huis van Jacob Mortier.]
[hoek Ruitenstraat]
Anthonij Balen
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 57v e.v.: op 28 okt. 1723 verkoopt Isack van Oesden, predikant te Simonshaven, *als man van Maria van den Sande en als procuratie hebbende van Arnoldus van den Sande, wonende te Zevenaar in het Land van Kleef, Hendrik Heijnen, wonende te Diem in Gelderland, alsweduwnaar en erfgenaam van Johanna van den Sande, en Wijnant Pole, wonende te ‘s-Hertogenbosch, als man van Jacomijn van den Sanden, allen kinderen en erfgenamen van Arnoldus van den Sanden, koopman en factoor te Dordrecht, voor 750 gl. aan Anna van Putten, vrouw van Anthonij Baelen, winkelier te Dordrecht, die krachtens de huwelijksvoorwaarden, die zij met haar man heeft gemaakt ten overstaan van notaris C. van Aensurgh te Dordrecht op 8 nov. 1709, aan haar behouden heeft het beheer over haar eigen goederen, een huis met pakhuis en kelder erachter, genaamd “de Swaen”, staande tussen de Ruitenstraat en het huis van Simon Mugge. De koopster is schuldig aan Johanna de Caesteker een somma van 750 gl.
* ds. Isaak van Hoesen, overleden te Brielle op27 aug. 1750 (Streekarchief Voorne Putten Rozenburg, toegang 110, inv. 1106, akte 40 dd 30 aug. 1750)]
Simon Mugge
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 107v e.v.: op 22 april 1719 verkopen Johannis de Gilde, Cornelis Stratenus, als man van Machelina de Gilde, Debora de Gilde, meerderjarige ongehuwde persoon, en Jan van As, als man van Catharina de Gilde, allen kinderen en erfgenamen vanMaria de Schepper, weduwe van Adam de Gilde, voor 1550 gl. aan Simon Mugge, wonende op Meerdervoort, een huis met pakhuis daarachter in de Voorstraat omtrent de Ruitenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Lodewijck Terwe en het huis van Aart van Santen.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 18 e.v.: op 18 febr. 1738 verklaart Marija van Drongelen, weduwe van Simon Mugge, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieternella Kool, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Ruitenstraat, staande tussen het huis van Anna van de Putte en dat van Willem van Nievelt.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 154 e.v.: op 19 juli 1746 verkoopt Maria van Drongelen, weduwe van Simon Mugge, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Christoffel Gebauer, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Ruitenstraat, staande tussen het huis van Wilhelmus van Nievelt en dat van Johan Asdorff. De koper is schuldig aan Pieternella Kool, burgeres van Dordrecht, een somma van 150 gl.]
de weduwe van Lodewijk Terwe
[1731: bewoond door de weduwe en de erfgenamen
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 162v e.v.: op 22 mei 1731 verkoopt Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zusters Elizabeth, Susanna en Segerina Terwen, wonende te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Levina Terwen, weduwe van Lodewijk Terwe voor 3300 gl. aan Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Ruitenstraat, staande tussen het huis van apotheker Willem Kluijt en dat van de weduwe van Simon Mugge.]
Willem Kluijt [apotheker]
[1731: woonhuis en pakhuisje
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 108v e.v.: op 30 mei 1724 verkopen Hendrick Bacx en Pieter de Bruijn, koopman te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Jan Bacx, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 3000 gl. aan Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Rooden Os”, met een tuin en pakhuis erachter, van achter uitkomende op de stadsvest, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort en van voren aan beide zijden belend doorde huizen van de weduwe van Lodewijk Terwe en van achteren door het huis van de heer Braats aan de ene en het huis van Pieter Spruijt aan de andere zijde.]
W. Struijk [grutter]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 77v: op 23 dec. 1723 verkoopt Christiaan Verbroek, burger van Dordrecht, voor 1480 gl. aan de weduwe en erfgenamen van Lodewijk Terwen, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Adriaan en mr. Sebastiaan Braats en dat van Jan Bacx. De koopsom zal afgeschreven worden in mindering van een schepenenschuldbrief van 2400 gl.,welke de verkoper op 16 jan. 1703 heeft gepasseerd ten behoeve van Lodewijk Terwe en Johanna Terwe, laatst weduwe vanAlewijn van Vollenhoven, gehypothekeerd op hetzelfde huis.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 1v e.v.: op 23 jan. 1727 Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Levina Terwen, weduwe van Lodewijk Terwen, koopman te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Wouter Struijck, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Ruitenstraat, staande tussen het huis van Adriaan Braats en het huis van de apotheker Kluijt. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 6v e.v.: op 25 jan. 1741 verkoopt Adriana van Heijst, weduwe van Wouter Struijck, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Jacob van Oldenburg, haar behuwd zoon, mr. witwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Ruitenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adriaan Braats en het huis van apotheker Willem Kluijt. De koper is schuldig aan Franchois van der Heijst, koopman te Dordrecht, een somma van 1400 gl., verbindende het voornoemde huis.]
Adriaen Braets
[1731: gehuurd door G. de Haen
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 56 e.v.: op 19 okt. 1741 verkoopt Margareta Eelbo, weduwe van mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse, Braband, Nieuw-Beijerland, Hekelingen, Vrieslant etc., schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 3100 gl. aan Albert de Jongh, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis met een tuin in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, strekkende voor van de straat tot achter op de stadsvest, staande tussen het huis van Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, en dat van de weduwe van Wouter Struijk, alsmede een huis op de stadsvest, staande tussen de stal van het voornoemde huis en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Steven van de Werken.
Albert (Aalbert)de Jong (de Jonck), gedoopt NG Dordrecht 3 mei 1714, jongman van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1739),kunstschilder te Dordrecht, zoon van Willem de Jong, schilder te Dordrecht,en Celia (Belia) Sellen *, trouwdeGerecht/NG Dordrecht 28 febr./15 mrt.1739 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem de Jonck, de bruid met haar vader Johannes Verpoorten) Maria Verpoorten, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1739)
* Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 20 april 1704: Willem de Jongh jongman van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat geassisteerd met zijn vader en Celia Selle jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat geassisteerd met haar moeder, getrouwd op 4 mei 1704
Celia, dochter van Aelbert Sellen en Grietie Hermans, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1678

Albert de Jong, zijn vrouw en hun zoontje Willem (1746), Dordrechts Museum
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Willem, 16 mei 1745
b. Johannes, 12 april 1747]
de weduwe van Jan van der Made
[1731: bewoond door de weduwe en haar zoon
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 41 e.v.: op 13 mei 1738 verkoopt Jan Heijnen, mr. bakker te Dordrecht, als Aletta van der Maade, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager, Adriaan van der Maade, en nog als testamentaire voogd over diens minderjarige kind, samen kinderen en erfgenamen van Maria van Hombergen, weduwe van Jan van der Maade, voor 1760 gl. aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, een huis bij de Vuilpoort in de Voorstraat, staande tussen het huis van mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, en het huis van koopster.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 165 e.v.: op 11 okt. 1746 verkoopt Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braets, wonende te Dordrecht, voor 1320 gl. aan Olijfier Houtsagers ten behoeve van zijn dochter Elisabeth Houtsagers een huis in de Voorstraat tussen de Pelserstraat en de Ruitenstraat, staande tussen het huis van Johannes van Riemsdijk en dat van Albert de Jongh. Elisabeth Houtsagers is schuldig aan Elisabeth Blaauwesteijn, weduwe van Matthijs Backus, een somma van 600 gl.]
de weduwe van Jacob Braets
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 164v e.v.: op 6 okt. 1746 verkoopt Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braets, wonende te Dordrecht, voor 4400 gl. aan Johannes van Riemsdijk, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Pelserstraat en Ruitenstraat, uitkomende op de stadsvest en staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Rolandus en huis, dat door Susanna Terwen verkocht is aan Olifier Houtsagers. De koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 2000 gl.]
de erfgenamen van de weduwe Kunsius
F. van de Velde
[1731: gehuurd door L. de Voogt
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 196 e.v.: op 30 okt. 1731 verkoopt Francois van der Velde, wonende te Utrecht, voor 2400 gl. aan Claas de Bont, mr. goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis met pakhuis en tuin daarachter, vanouds genaamd “den Hemel”, strekkende van de Voorstraat tot achter op de stadsvest en staande tussen het huis van Hendrik Teerlingh en dat van Dirk Cumsius.]
Hendrick Teerlingh
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 39v e.v.: op 8 mei 1738 verkopen Pieternella Beijs en Philip Beijs, zuster en broer, burgers van Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Jacomina van Koijck, weduwe van Arnold Beijs, volgens testament gepasseerd voor notaris R. Nolthenius te Dordrecht op 18 mei 1733, voor 3000 gl. aan Anthonia Steijaert, weduwe van Daniël Rolandus, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug, staande tussen het huis van Nicolaas de Bondt en dat van de weduwe Jacob Braats.
Daniël Rolandus, gedoopt NG Dordrecht 4 sept. 1681, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1713), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 nov. 1725, zoon van ds. Daniël Rolandus, predikant te Dordrecht (1662-1686), en Everdina van Wesel, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 mrt. 1713 (ondertrouw, getr. Brielle 11 april 1713) Antonia Steijaart, jonge dochter geboren en wonende Brielle (1713), begraven Dordrecht 29 april 1746]
de weduwe van Jan Neringh
C. de Wit
[hoek Pelserstraat]
Matteus Codeus
[1731: gehuurd door Anthonij de Vos]
A. de Vos
[1731: brouwerij “de Son”, zeer vervallen, wordt verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 40: op 9 mei 1705 verkopen Melchior Mels, brouwer in “de Son”, en zijn vrouw Anna Catarina Kelder voor 10.200 gl. aan Anthonij Wesell, koopman en burger van Dordrecht, staande tussen het huis van Johan van Druijnen en dat van Mattheus Coddeus.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 127v: op 13 sept. 1710 verkoopt Anthonij van Wesel, brouwer in “de Son”, voor 6000 gl. aan Govert van Wesel, schepen in wette van Dordrecht, “de geheele Brouwerij genaampt de Son, met het woonhuijs daar annex mouterij en Erve met alle t’gunt daar inne aart en nagelvast is, met alle ap en dependentie vandien niets uijtgesondert, staande en gelegen op de Voorstraat o(ver) de Pelsebrug”, staande tussen het huis van Jan van Druijnen en dat van Mattheus Coddeus.
ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 30: op 2 mei 1712 verkoopt Govert van Wesell voor 8800 gl. aan Anthonij de Vos Jacobsz., koopman te Dordrecht, “Een geheele Brouwerije, genaampt de Son met het woonhuijs daar annex, mouterij ende Erve, met alle ’t gunt daar inne aart ende nagelvast is, met alle ap en dependentie vandien niet uijtgesondert, staande en gelegen op de Voorstraat ontrent de Pelsebrug”, staande tussen het huis van Jan Druijnen en dat van Mattheus Coddeus.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 159v: op 6 mrt. 1731 verkoopt Anthonij de Vos, eigenaar van brouwerij “de Son”, staande tegenover de Pelserbrug, voor 380 gl. aan Anthonia de Groot, weduwe van Jan van Druijnen, wijnkoopster wonende naast brouwerij “de Son”, een slop, dat toebehoort aan zijn, verkopers, brouwerij.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 42v: op 22 juli 1760 verkoopt Elias Mauritz, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina Mauritz, laatst weduwe van Pieter van Booven, wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Josua en Pieter Stempels, burgers van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, genaamd “de Brouwerij van de Son”, staande tussen het huis van Dirk Roelen en dat van Laurens de Groot
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 177v: op 22 jan. 1784 verkoopt Elizabet Hooglander, weduwe van Jozua Stempels, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Pieter Stempels, wonende te Dordrecht, de helft van een huis in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug, vanouds genaamd “de Zon”, staande tussen het huis van [NN] Vermeulen en dat van Dirk Roelen.]
J. van Druijnen
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 237v e.v.: op 9 dec. 1756 verklaart Gijsbert Pott, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anthonia de Groot, weduwe van Jan van Druijnen, wonende te Dordrecht, dat Anthonia de Groot schuldig is aan Laurens de Groot, drossaert van Heukelom, een somma van 3000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis en de zeperij van “de Drie Astonnen” en de gewezen brouwerij “de Zon”, alsmede een tuintje, erf en pakhuis of kelder achter het huis in de Voorstraat, uitkomende op de stadsvest, vanouds genaamd “de Smoorpot”, liggende en staande tussen het erf van het huis in de Voorstraat en het achterste deel van het erf van de voormalige brouwerij “de Zon”.
Stadarchief Dordrecht nr. 3, inv. 4772, deel 6, f. 12v: op 27 mei 1762 verkoopt Laurens de Groot aan Joost Vermeulen voor 2162 gl. 15 st. een huis in de Voorstraat bij de Pelserbrug.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 57: op 30 juli 1793 verkoopt Jozua Vermeulen, wonende te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Johan Godloop Loos, vleeshouwer wonende te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter, staande schuin tegenover de Pelserbrug tussen het huis van de weduwe Mauritz en dat van Jan Stempels. ]
Willem de Bod
[1731: zeepziederij, tevens door hem bewoond
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 42: op 22 juli 1760 verkoopt Elias Mauritz, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina Mauritz, laatst weduwe van Pieter van Booven, wonende te Dordrecht, voor 6000 gl. aan zichzelf een huis met zeepziederij op de Voorstraat tussen het huis van Laurens de Groot en het volgende huis, een huis op de Voorstraat, staande tussen het voorgaande huis en het huis van de weduwe van Otto Ruijmers, een pakhuis op ’s herenvest, staande achter en behorende tot de zeepziederij, staande tussen het huis van Steven van de Werken en dat van de weduwe De Bot, een pakhuis, staande als voren, mede behorende tot de zeepziederij, en een pakhuis, staande naast het voorgaande pakhuis en behorende tot de zeepziederij, aan één zijde belend door het pakhuis van Laurens de Groot.]
de weduwe Santschel
Otto Ruijmers [spekverkoper]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 54v: op 4 juli 1705 verkopen Cornelis de Witt, bakker, als man van Catarina van Bergen, en Cornelis van Asperen, grutter, als man van Ida van Bergen, burgers van Dordrecht, kinderen en mede-erfgenamen van Josina Moets, weduwe van Johannes van Bergen, bakker en burger van Dordrecht, alsmede Jochem Moets, wonende te Leiden, als voogd over de vier minderjarige kinderen van Josina Moets, voor 1365 gl. aan Frans Chartron, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Hendrik van Santschel en dat van Johannes de Gilde.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 15 juli 1708: Francois Catteron weduwnaar geboortig van Gorinchem en Catharina van der Donck jonge dochter van “Duusburgh” beiden wonende omtrent de Pelserbrug, de bruid geassisteerd met haar nicht Elisabeth Kulaarts de vrouw van Andries Mannees, getrouwd op 29 juli 1708.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 79v e.v.: op 20 nov. 1727 verkoopt Jan Bos Baan, kamerbewaarder te Dordrecht, krachtens zekere “executorie” van de Kamer Judicieel van Dordrecht dd 24 juli 1727, verleend op zekere “condemnatie” van dezelfde Kamer dd 3 april 1727 ten verzoeke van Jacoba van de Graeff, weduwe van Govert Braats, lid van de Oudraad en koopman te Dordrecht, voor 1080 gl. aan Ottho Ruijmers, spekverkoper te Dordrecht, een huisin de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van de weduwe Gelsing en dat van Johannes ’t Hooft. Hetverkochte huis is eigendom geweest van Frans Cattron, vleeshouwer te Dordrecht.
I. Otto Ruijmers, jongman van Rees (1726), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten)11/27 april 1726 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Frans Pitten, de bruid met Margrita Pitten, vrouw van Adriaan van Hall, eerder weduwe van Casper van der Linden) Casperina van der Linden, jonge dochter van Dordrecht (1726)
II. Casparus Ruijmers, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1761), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) 10/24 april 1761* (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Casperina van der Linden, weduwe van Otto Ruijmers) Dorothea Maria Veltman, jonge dochter van Dordrecht woont bij het Groothoofd (1761), overleden 20 sept. 1783
* Deze trouwinschrijving is voorzien van de volgende aantekeningen:
“Also het briefje van consent onder de hand is door Kolster aan de moeder vernomen of sij consent gaff, en heeft geantwoort Jae”.
“Also de bruijt Maria Veltman door haar vader nog moeder Jan Veltman en Anna Hopman niet en was geadsisteert, ofte van deselve eenig consent heeft becomen tot het aangaan van het voors. huwelijk, soo heeft den geswore clercq Arnoldus Kolster op ordre en uijt naam van Heeren Commissarissen in gevolge van het 3 articul van de Politique ordonnantie zig vervoegt aan … Jan Veltman en Anna Hopman en aan deselve kennis gegeven van het … voorgenome huwelijk van haar gemelde dogter en deselve geïnsinueert, zoo zijn daar tegens eenige reedenen hadden in te brengen, deselve binnen 14 dagen aan opgemelde Heerenn Commissarissen te komen bekent maken, off dat anders hun stilswijgen sal werden gehouden voor consent”.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 144: op 11 nov. 1783 verkoopt “Arnoldus Kolster, Eerste Klerk ter Secretarie wonende binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van Franciscus Dominicus Bauduin, med.a Dr. en Gerrit Veltman, beide wonende binnen deze Stad, als bij Acte van den 3e Julij 1778 voor Leendert van der Horst als Notaris binnen dese Stad, en twee getuigen verleden, door wijlen Dorothea Maria Veltman in leven weduwe en boedelhoudster van wijlen Casparus Ruijmers, gewoont hebbende, en den 20 Septem(ber) 1783 overleden binnen dese Stad, aangesteldt voogden over de minderjarigen an andere Toesigt behoevenden, in haar en haar voorn: overleden mans nalatenschap geregtigt, en mitsdien voogden over Casparina Martina Ruijmers, Anna Maria Ruijmers, en Otto Ruijmers, met hun drien de Eenige Kinderen door wijlen opgemelte Casparus Ruijmers aan de overledene verwekt, en door haar allen nog minderjarig nagelaten en dienvolgende alzo te zamen de Enige en al geheele Erfgenamen bij versterf van wijlen meergemelte overledene”, voor 3550 gl. aan Samuel Crena, achtraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Pelserbrug, van achteren uitkomende op de stadsgracht, staande tussen het huis van de koper en dat van Elias Mauritz.
Johannes ’t Hooft [boekdrukker]
[1731: eigen woning, verhuurt aan de achterzijde twee zolders
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 193 e.v.: op 30 okt. 1725 verkoopt Elisabeth van Breda, weduwe van Johannis de Gilde, burger van Dordrecht, voor 3150 gl aan Johannis ’t Hooft, boekdrukker te Dordrecht, een huis met een tuin en pakhuis erachter, staande in de Voorstraat schuin tegenover de Pelserbrug tussen het huis van Frans Catron spekslager en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1000 gl. In margine: op 4 sept. 1749 toont Johan Wittig, als man van de weduwe van Joh. ’t Hooft, de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 75: op 14 sept. 1780 verkoopt Jacomina ’t Hooft, enige dochter van wijlen Johannes ’t Hooft, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Samuel Crena, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter in de Voorstraat tussen de Pelser- en Botgensstraat, staande tussen het huis van David Crena en dat van de weduwe Ruimers. ]
A. de Vos
[1731: eigen woning, verhuurt twee zolders
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 8v e.v.: op 28 jan. 1738 verkoopt notaris Pieter Venlo, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 2140 aan David Crena, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, laatst eigendom geweest van Anthonij de Vos Jacobsz. en staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Van Hoogeveen en dat van de weduwe van Johannes ’tHooft.]
Adriaen Boeff [apotheker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 45v e.v.: op 29 juli 1723 verklaren Adriaan Boeff apotheker en zijn vrouw Geertruij van Kooijck, schuldig te zijn aan Cristiaan van Pelt mr. koperslager een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Anthonij de Vos en dat van de weduwe Komans.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 154v e.v.: op 29 jan. 1737 verkoopt Adriaan Boeff, apotheker en burger van Dordrecht, voor 1834 gl. 8 st. en 14 penn. aan Magdalena Gevaerts, weduwe van oud-burgemeester Adriaan van Hoogeveen, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug met aan de achterzijde een vrije uitgang op de stadsvest, staande tussen het huis van Anthonij de Vos en dat van de erfgenamen van CornelisCoomans.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 164v e.v.: op 25 april 1743 verkopen Albert van Hoogeveen, kapitein ter zee, en mr. Gerard Aemilius van Hoogeveen, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer Adriaan van Hoogeveen, en zijn zusters Magdalena, Agatha en Maria Arnoudina van Hoogeveen, voor 2250 gl. aan David Crena, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, strekkende voor van de straat tot achter op de stadsvest en staande tussen het huis van de koper en dat van Van Toll.]
Joghem Timmers
Huijbert en Jan de Haen [mr. timmerlieden]
[1731: gehuurd door E. de Cerf
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 85v: op 15 febr. 1724 transporteren Johan de Bruijn, achtraad van Dordrecht, en Philip van Haarlem, koopman te Dordrecht, aan Huibert en Jan de Haan, mr. timmerlieden, een erf, waarop gestaan heeft een oud, bouwvallig en vervallen huis, staande tegenover “het Seven Gestar” aan de havenzijde.]
Voorstraat tussen Pelserstraat en Lombardstraat
Hendrick Neering
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 229v: op 1 mei 1726 verkopen “Maria vander Lisse, dogter en mede Erfgenaam van Bastiaan vander Lisse, den oude, Soo voor haar selven en als last, en Procuratie hebbende van Angelica vander Lisse en Sr. Bastiaan van der Lisse, meerderjarige kinderen en Erfgenamen van(de) voornd: Bastiaan van der Lisse en Nogh den voornd: Bastiaan vander Lise als Voogt over de minderjarige Erfgenamen, Sr. Matthijs Hopman in huwelijk hebbende Corenlia van der Lisse, Sr. Frans van der Lisse Soo voor sijn selve als voor Pieter Hijnen getrouwt met Anna vander Lis en Maria van der Lis, kinderen van zal.r Willem vander Lis, haar alle sterckmakende voor Marinus vander Lisse uitjlandig, alle te samen kinderen kintskinderen en mede Erfgenamen vande voornd: Bastiaan vander Lisse, volgens deselve procuratie gepasseert voor den Nots. Samuel de Moraaz en sekere getuijgen in dese Stad residerende in dato den 30 April deses jaars 1726 daar van sijnde, ons Schepenen vertoont Item Nogh Sr. Jan Saaijer, Coopman binnen dese Stad Soo voor sijn selven als kintskind en Nogh alsmede voogd over de voors. minderjarige Erfgenamen”, voor 2050 gl. aan Johannes van Diest, winkelier en burger van Dordrecht, een huis, pakhuis en grutmolen in de Voorstraat, vanouds genaamd “’t Seven Gestar”, strekkende van de straat to achter op de stadsvest, met pakzolders, paardenstal en hooizolder, met twee uitgangen, vanouds genaamd Papengang, staande tussen het huis van de weduwe Kooijmans en dat van Huijbert Vermeulen.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 77v e.v.: op 12 nov. 1727 verkoopt Johannes van Diest, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Hendrik Neeringh, koopman te Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, staande in de Voorstraat tussen de Pelser- en Botgensstraat, vanouds genaamd “het Seve Gestar”, van achteren met een gang uitkomende op de stadsvest, en belend door het huis van de weduwe Cooijmans aan de ene en dat van Huijbert Vermeulen aan de andere zijde. Bij de koop zijn inbegrepen alle in het huis aanwezige losse en vaste platen, het uithangbord en de overige losse goederen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1200 gl.]
Jan van der Meule
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 124: op 29 juni 1706 verkoopt Cornelia van Bergen, wonende te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Jan Rombout, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Spuistraat en de Pelserbrug aan de Landzijde, staande tussen het huis van Cornelis Cleverskerken en dat van Bastiaan van der Lis.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 37v: op 12 mei 1711 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als curator van de insolvente boedel van Jan Rombouts, mr. broodbakker te Dordrecht, voor 1150 gl. aan Huijbert van der Meulen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Bastiaan van der Lis en dat van Corstiaan van Pelt.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 29 e.v.: op 1 april 1738 verklaart Elisabeth van der Meulen, weduwe van Johannes van der Meulen, schuldig te zijn aan Jacob van der Kamp, koopman te Dordrecht, een somma van 900 gl., verbindende een huis in de Voorstraat aan de landzijde omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Hendrik Nering en dat van Corstiaan van Pelt.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 111 e.v.: op 13 febr. 1753 verkoopt Jacob van den Camp, als procuratie hebbende van Hubertus van der Meulen, mr. bakker te Dordrecht, voor 1215 gl. aan Adriaan Lugten en Maarten Lippies, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Botgensstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik Boers en dat van de weduwe van Johannes Smits.]
Corstiaen van Pelt [mr. koperslager]
[ORA Dordrecht inv, 1643, f. 6v: op 12 mrt. 1709 verkoopt Cornelis van Cleverkerke, koopman te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Corstiaan van Pelt, mr. koperslager te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent Botgensstraat aan de Landzijde, staande het huis van Hermanus van Groenendaal mr. bakker en dat van Jan Rombout.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 178v: op 28 mei 1743 verkopen Jacob van Pelt, Gerard van Pelt, Jan van Pelt, Hendrik van Pelt, en Cornelis van Gerven, als man van Anna van Pelt, allen kinderen en erfgenamen van Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, voor 1010 gl. aan Jan Smith, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Botgensstraat, staande tussen het huis van Huijbert van der Meulen en dat van Jacob de Voogt.]
de weduwe Groenendaal
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 4v e.v.: op 15 jan. 1732 verkoopt Johanna Op de Camp, weduwe van Hermanus Groenendaal, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Jacobus van Bavel, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Botgensstraat, staande tussen het huis van Christiaan van Pelt en dat van de weduwe van Joost Meeuwisse. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1100 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 171 e.v.: op 22 mrt. 1740 verkoopt Neeltje Botbijl, weduwe van Jacobus van Bavel, wonende te Dordrecht, voor 2025 gl. aan Barent Bodeker, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat, staande tussen het huis van Christiaan van Pelt en dat van de weduwe van Evert Meeuwisse.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 221v: op 18 okt. 1740 verkopen Barent Bodeker en Maria van der Heijde, gesepareerde man en vrouw, wonende te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Jacob de Voogt, koopman en garentwijnder, een huis in de Voorstraat bij de Botgensstraat, staande tussen het huis van Christiaan van Pelt en dat van de weduwe van Evert Meeuwisse. De koper neemt te zijnen laste een custingbrief dd 15 jan. 1732 van 1100 gl., die Jenneke Opdecamp, in haar leven weduwe van Hermanus Groenendaal op het huis sprekende heeft.]
de weduwe Meeuwisse
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 216: op 16 nov. 1734 verklaart Adriana Geervliet, weduwe van Evert Meeuwisse, schuldig te zijn aan Pieter Keur, koopman te Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Voorstraat bij de Botgensstraat, staande tussen het huis van Adriana Coddeus en dat van de weduwe Groenendaal.]
de heer Koddius
idem
[Botgensstraat]
Justus de Wit
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 106v e.v.: op 23 april 1739 verkoopt Elisabeth Toelemonde, weduwe van Justus de Witt, voor 2000 gl. aan Herme van der Kloet, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Botgensstraat en het huis van de weduwe Smits. De koper is schuldig aan Cornelia Cooijmans, de vrouw van Pieter van Tholl, wonende te Dordrecht, een bedrag van 1400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 143v e.v.: op 4 mrt. 1773 verkoopt Neeltje van der Crab, weduwe van Hermanus van der Kloet, voor 2750 gl. aan Everhardus Kelderman, drogist te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, met een stal en erf uitkomende in de Botgensstraat, staande tussen de Botgensstraat en het huis van de koper.]
Christiaan Logeman [koopman]
[1731: woonhuis en pakhuis, verhuurd, het pakhuis komt uit in de Botgensstraat
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 2 e.v.: op 12 febr. 1709 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als curator over de boedel van Adriaan van Beest, grutter te Dordrecht, tevens vervangende zijn mede-curator notaris Adriaan Hagoort de oude, voor 1600 gl. aan Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Lombardbrug en Pelserbrug, vanouds genaamd “de Grutterij van den Ancker”, staande tussen het huis van de weduwe van de heer Bernars en dat van Eduard de Cerf.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 1 e.v.: op 7 jan. 1738 verkoopt Jan van der Werff, secretaris van de krijgsraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 2300 gl. aan Willem Smits, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter, uitkomende in de Botgensstraat, staande in de Voorstraat tussen brouwerij “de Bel” en het huis van de weduwe van Justus de Witt, genaamd “de Nieuwe Vijgeboom”, met nog een stalletje, staande in de Botgensstraat naast het genoemde pakhuis.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 9: op 15 febr. 1763 verkoopt Simon Smith, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Willem Smith, wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Everardus Kelderman, burger van Dordrecht, een huis met pakhuis erachter en ernaast, staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen brouwerij “de Bell” en het huis van Hermanus van der Knoet [van der Kloet]]
mevrouw Bernarts
[1731: brouwerij [“de Bel”]
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 90 e.v.: op 9 aug. 1745 verkoopt mr. Adriaan van den Santheuvel, raad in de Hoge Raad van Holland, voor 1286 gl. aan Bartholomeus van den Sandheuvel, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, en Johanna en Emerentia van den Sandheuvel, een vierde part in woonhuis met brouwerij daarachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen, stal, rosmolen, azijnplaats, mouterij etc., staande inde Voorstraat omtrent de Botgenstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door de juffrouwen Van de Graaff, en het huis van de weduwe Smits, strekkende van ’s herenstraat tot achter aan de stadsvest. De kopers bezitten de overige drie vierde parten van dit huis, brouwerij etc.]
mr. Pompeus de Roover
[1731: verhuurd
ORA 1661, f. 96 e.v.: op 29 april 1755 verkopen mr. Hugo Repelaar, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaar, wonende te Dordrecht, mr. Pieter van den Santheuvel, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Quirijn van Strijen, als man van zijn zuster Cornelia van den Sandheuvel, wonende in Den Haag, en nog voor zijn broer en zuster mr. Bartholomeus van den Santheuvel en Hendrica van den Santheuvel, samen enige kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrik van den Sandheuvel en Franchoise Maglina Everwijn, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, welke Cornelia Everwijn en Franchoise Maghlina Everwijn zijn geweest de enige erfgenamen ab intestato van de raadsheer mr. Pompejus de Roovere, voor 2800 gl. aan Hendrik Prinse, apotheker te Dordrecht, een huis met een pakhuis of stalerachter, staande in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraat, met een stal uitkomende in de Kleine Spuistraat, belend van voren door het huis en de brouwerij van de juffrouwen Van den Sandheuvel aan de ene en het huis van Aart van der Straaten aan de andere.]
Adriaen Op de Camp [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 183v: op 3 mei 1740 verkoopt Adriaan Opdecamp, koopman te Dordrecht, voor 2270 gl. aan Cornelis ’t Hooft, apotheker te Dordrecht, een huis, genaamd “den Vijgenboom”, staande in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat enhet huis van Pompejus de Roovere.
ORA Dordrecht inv. 1661 e.v.: op 15 april 1755 verkoopt Cornelis ’t Hooft, garenbleker en burger van Dordrecht, voor 2600 gl. aan Aart van der Straten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Kleine Spuistraat en het huis van Hendrik Prince. De koper is schuldig aan Cornelis de Pree, uitdrager en burger van Dordrecht, een somma van 2000 gl. Hij belooft gedurende de looptijd van de hypotheek in het voornoemde huis geen stal of vetsmelterij te doen maken.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 19v: op 5 febr. 1782 verkoopt Jacobus Johannes Schrijver, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Aart van der Straten, wonende te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Johan Michael Schmidt, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Kleine Spuistraat en het huis van de weduwe Prinse.]
[Kleine Spuistraat]
Cornelis van Nispen
[1731: verhuurt bovenkamer
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 210v e.v.: op 28 mrt. 1771 verkoopt Cornelia van Nispen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan van der Swet, als man van Margareta van Nispen, en Margareta van Nispen zelf, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Coijmans te Amsterdam op 16 mrt. 1771, voor 4000 gl. aan Abraham Blussé, boekverkoper te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en het huis van Hendrik Florijn, welk huis afkomstig is van wijlen Cornelis van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 157: op 1 april 1779 verkoopt Abraham Blussé, boekhandelaar te Dordrecht, voor 4200 gl. aan Anthonij van Meurs, koopman wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Kleine Spuistraat en het huis van Hendrik Florijn.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 675: op 18 juli 1809 verkoopt Anthonij van Meurs, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Bastiaan van Asperen, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, getekend D:484 en 449, staande tussen de Kleine Spuistraat en het huis van de weduwe Rozendaal.]
de weduwe Florijn
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 24v: op 29 mrt. 1738 toont Hendrik Florijn, mr. glazenmaker, een rekening, gesloten voor schepenen als commissarissen van Dordrecht op 5 aug. 1737, waaruit blijkt, dat hij voor 700 gl. op zijn erfportie heeft aangenomen, volgens het testament dat zijn tante Elisabeth Florijn heeft gepasseerd voor notaris A. Kant te Dordrecht op 16 jan. 1736, o.a. een huis in de Voorstraat omtrent de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Jan Kerckeringh en dat van Cornelis van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 219: op 14 jan. 1806 verkoopt Cornelis Spaan, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Jan van Roozendaal Jansz., wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Grote en Kleine Spuistraat, getekend D:485, staande tussen het huis van Jan Pikee en dat van Anthonij van Meurs. Het huis is reeds in 1805 verkocht.]
de weduwe Turijn
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 181 e.v.: 2 mei 1737 verkoopt Magdalena Blenken, weduwe van Johannes Turijn, wonende te Dordrecht, voor 950 gl. aan Jan Kerkring, viskoper en burger van Dordrecht, een in de Voorstraat “op het Spui”, staande tussen het huis van David Krena en dat van Elisabeth Floreijn. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 950 gl.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 158: op 7 febr. 1786 verkoopt Arnoldus Kolster, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Barbara Kerkring, vrouw van Johannes Hopman, wonende te Dordrecht, voor 2425 gl. aan Jan Pickée, loodgieter te Dordrecht, een huis bestaande uit twee woningen, staande in de Voorstraat omtrent de Spuistraat tussen het huis van Hendrik Trumpi en dat van Hendrik Florijn.]
Adriaen van Bueren
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 11v e.v.: op 30 jan. 1738 verkoopt David Crena, koopman te Dordrecht, als man van Adriana van Buren, voor 2450 gl. aan Willem Maarseveen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Grote Spuistraat en het huis van Jan Kerkering. De koper is schuldig aan Arien van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 97 e.v.: op 11 juni 1767 schenkt bij donatie inter vivos Willem van Maarseveen, broodbakker te Dordrecht, aan zijn zoon Hendrik Maarseveen, een huis op de Voorstraat tussen de Grote Spuistraat en het huis van de weduwe van Jan Kerkring, met al hetgeen tot de bakkerswinkel behoort en alle gereedschappen, die tot de bakkerij behoren.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 242: op 27 juli 1784 verkoopt Maria van Eijk, weduwe van Hendrik van Maarzeveen, wonende te Dordrecht, voor 3725 gl. aan Hendrik Trumphi, broodbakker te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Grote Spuistraat en het huis van Elizabeth Kerkring, komende van achter tegen het huis van Willem Hussen.]
[Grote Spuistraat]
Mels van der Spae
[ORA Dordrecht inv, 1657, f. 199v e.v.: op 28 febr. 1747 verkoopt Leendert van Driel, burger van Dordrecht, voor 1550 gl. aan Cornelis van Martwijck, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Grote Spuistraat en het huis van Willem van Eijl. De koper is schuldig aan Jan van Chastelet, burger van Dordrecht, een bedrag van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 96v e.v.: op 12 jan. 1751 verkoopt Cornelis van Martwijck, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Leendert van Driel, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Grote Spuistraat en het huis van Willem van Eijl. De koper is schuldig aan Matthijs van der Vloet, burger van Dordrecht, een bedrag van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 97v: op 9 jan. 1753 verkoopt Leendert van Driel, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Willem van Eijl, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Grote Spuistraat en het huis van de koper.]
Jan van Son
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 166v: op 25 april 1743 verkopen Petrus van Gilst, predikant te Breda, Jacobus de Leeuw en Dingeman Ouboter, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan van Son en diens vrouw Catharina Stevensen, die in Dordrecht zijn overleden, en de twee laatstgenoemde comparanten nog als voogden over de minderjarige erfgenamen van Jan van Son, voor 1675 gl. aan Willem van Eijl, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de landzijde, staande tussen het huis van juffrouw Deun en dat van Leendert van Driel.]
de weduwe Deun
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 22 april 1730: Cornelis van Bueren jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug geassisteerd met zijn vader Samuel van Bueren en Catharina Deun jonge dochter van Amsterdam wonende bij de Spuistraat geassisteerd met haar moeder Willemijna Wiggers weduwe van Jacobus Deun, op 7 mei 1730te Dordrecht getrouwd.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 8 jan. 1766: Catarina Deun, de vrouw van Cornelis van Buuren, “aen ’t Haringstraat”, met twee koetsen extra, laat geen kinderen na, de eerste boete.
Weeskamer Dordrecht inv. 36, f. 236v: extract ingeschreven van het testament van Cornelis van Buuren en diens vrouw Catharina Deun, gepasseerd voor notaris L. van der Horst op 21 dec. 1765, tot erfgenamen zijn aangesteld de meerderjarigen.]
idem
[Haringstraat]
de erfgenamen van de heer Hooynk
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 94: op 24 jan. 1702 verkoopt Abraham Obbens, koopman te Amsterdam, als man van Sara Heckman, die erfgename is van Johan Langswaert, oud-burgerkapitein van Dordrecht, overeenkomstig het testament op 5 jan. 1701 gepasseerd voor notaris A. Hagoort de oude te Dordrecht, voor 6500 gl. aan mr. Johan Hoijnck van Papendrecht een huis met kelders, alsmede een pakhuis met wijnkeldertje erachter, vanouds genaamd “de Kroon” en nu “den Haring”, staande in de Voorstraat tegenover de Lombardburg tussen brouwerij “den Ancker” en het Haringstraatje, welk huis in huur gebruikt wordt voor 25 gl. per jaar door Adriaan Mels, brouwer in “den Ancker”, zijnde één van de nakomelingen van wijlen Elisabet de Guldehoef, weduwe van Jan Michielsz. Deijlman, volgens testament op 21 febr. 1672 gepasseerd voor notaris H. Smits te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 152 e.v.: op 22 jan. 1737 verkoopt mr. Rijnier Hoijnck van Papendrecht, advocaat voor de respectieve Hoven van Justitie in Holland, wonende in Den Haag, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers Cornelis en Thieleman Hoijnck van Papendrecht, samen erfgenamen ab intestato van hun vader mr. Johan Hoijnck van Papendrecht, advocaat gewoonde hebbende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan mr. Franchoijs van den Brandeler, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het Haringstraatje en brouwerij “den Anker”.]
Mattheus Onderwater
[1731: brouwerij “’t Anker”]
burgemeester Anthonij Repelaer
Voorstraat tussen Lombardstraat en Visstraat
Mattheus Onderwater
[1731: brouwerij
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 33: op 16 april 1778 verkopen Abraham Hendrik Onderwater, lid van de Oudraad en regerende burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van Dordrecht, als man van Maria Onderwater, Geertruid Onderwater, weduwe van Jacobus van der Pot, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, mr. Mattheeus Onderwater, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van van Dordrecht, en mr. Jacob Karsseboom, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, als weduwnaar van Adriana Johanna Onderwater, en zulks als vader en voogd over de drie minderjarige kinderen bij haar verwekt, zijnde de voornoemde Maria, Geertruij en Mattheeus Onderwater, en Abraham Hendrik Onderwater de enige kinderen en met de drie nagelaten kinderen van Adriana Johanna Onderwater, verwekt door Jacob Karsseboom, erfgenamen van Adriana Brandwijk van Blokland, weduwe van Mattheus Onderwater, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, voor 21.700 gl. aan Barthoudt van Ourijk, lid van de Oudraad te Dordrecht, en Francois Vermeulen, wonende te Dordrecht, een brouwerij, genaamd “de Lelij”, staande in de Voorstraat op de hoek van de Lombardstraat, bestaande voor aan de straat uit een dubbel woonhuis, met daarachter de brouwerij en mouterij, inclusief alle vaste en losse gereedschappen, alsmede een stal en koetshuis achter de brouwerij en een huis naast de stal, welke gebruikt wordt als opslag voor bier, belend door de Lombardstraat aan de ene en het huis van Adriaan Walpot aan de andere zijde. Tevens verkopen zij aan genoemde kopers voor 1500 gl. eenpakhuis en kelder, genaamd “Tergoes”, staande in de Lombardstraat tussen brouwerij “den Anker” en het huis van Willem van Eijl, alsmede voor 24.280 gl. pakhuis en kelder in de Breestraat, staande tussen de Doopsgezinde kerk en het huis van Arij Meloen
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 60: op 3 mei 1785 verkoopt Francois Vermeulen, wonende te Dordrecht, voor 11.000 gl. aan Barthout van Ourijk, lid van de Oudraad van Dordrecht, de helft van de in de voorgaande akte genoemde objecten.]
Jan Helmigh [mr. loodgieter]
[1731: woonhuis en kelder, verhuurt twee kamers en de kelder
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 118v: op 29 mei 1714 verkoopt Geertruij Moree, de vrouw van Hendrik de Leeuw, “exploitier” van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, voor 2900 gl. aan Arnoldus van Eijsden, arts te Dordrecht, die door Adriaan Ramse tot koper is aangewezen, een huis met tuin en pakhuis erachter, uitkomende met een gemeenschappelijke in de Breestraat, staande in de Voorstraat achter het Stadhuis tussenbrouwerij “de Lelij” en het huis dat bewoond wordt door de bontwerker Adriaan Ramse.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 14: op 3 mrt. 1718 verkoopt Adriana van Dijck, als weduwe van Arnoldus van Eijsde, arts gewoond hebbende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Willem Pasman, notaris te Dordrecht, een huis en pakhuis, met een tuinhuisje en pakhuis erachter, staande in de Voorstraat achter het Stadhuis omtrent de Lombardbrug, uitkomende van achteren door een gemeenschappelijke gang in de Oude Breestraat, staande tussen brouwerij “de Leliën” en het huis van de bontwerker Adriaan Ramse.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 112 e.v.: op 27 febr. 1728 verkoopt Willem van der Houp, secretaris te Hendrik-Ido-Ambacht, als procuratie hebbende van Cornelia Sandeling, weduwe van Willem Pasman, notaris te Dordrecht, voor 2020 gl. aan Jan Helmigh, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een huis met een tuintje en pakhuis daarachter, staande en gelegen in de Voorstraat tegenover het stadhuis tussen het huis en de brouwerij van Pieter Onderwater, lid van de Oudraad van Dordrecht en het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van Adriaan Ramse.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 37v e.v.: op 24 juni 1766 verkoopt Johan David Benjamin Vez, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Leendert Hubertus van der Herp, arts wonende te Rotterdam, een huis op de Voorstraat omtrent het Stadhuis, van achteren uitkomende in een gang, staande tussen brouwerij “de Lelie” en het huis van Hendrik Walpot.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 112: op 1 febr. 1791 verkoopt Leendert Hubertus van der Herp, wonende even buiten de stad doch binnen de jurisdictie van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Adriaan Walpot, boekhandelaar te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van Leendert Hoogwinkel en dat van Barthout van Ourijk.]
Roedolph Swerts [apotheker]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 98v e.v.: op 3 okt. 1730 verkopen Berbera van der Heijden, laatst weduwe van Gerret van Bockum, en Bartholomeus van Schellebeeck, arts te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Johan van Campen, procureur voor de Hoven van Justitie in Den Haag, en Margarita van Campen, wonende te Den Haag, voor 800 gl. aan Hermen Rudolff Swarts, apotheker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij het stadhuis, staande tussen het huis van de kamerbewaarder Pieter van Well en dat van Jan Helmigh. De koper is schuldig aan Dirk van den Boogaert, “commis ten comptoire van de gemeene middelen”, een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 208 e.v.: op 11 dec. 1731 verklaart Herman Rudolff Swarts, apotheker te Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelis van Nispen, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat achter het stadhuis, staande tussen het huis van notaris Pieter van Well en dat van Jan Helmig, alsmede een tuin in het Geldeloze Pad, liggende tussen de tuin van Justus van Driel en de tuin van Willem Walraven.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 35v e.v.: op 6 mei 1732 verkopen Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Hermen Rudolff Swarts, gewezen apotheker te Dordrecht, voor 2020 gl. aan Hendrik Waalpot, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat achter het Stadhuis, staande tussen het huis van de kamerbewaarder Pieter van Well en dat van Jan Helmich mr. loodgieter. De koper is schuldig aan Johannes Hoffman, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 38: op 3 juli 1766 verkoopt Hendrik Waalpot, wonende te Breda, voor 2250 gl. aan Jan Hoogwinkel, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van notaris Pieter van Well en dat van dr. Leendert Hubertus van der Herp.]
Pieter van Well [kamerbewaarder, notaris]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 20: op 24 april 1727 verkopen Jacobus van Buuren, koopman te Dordrecht, en Nicolaas van Wetten, koopman te Dordrecht, als man van Maria van Buuren, beiden mede-erfgenamen van Johanna van der Monden, weduwe van Adriaan van Buuren, beiden overleden te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als voogden over de twee minderjarige kinderen van wijlen Lauwerens van Buuren, en nog als procuratie hebbende van Nicolaas van Peenen, koopman te Leiden, als man van Jacoba van Buuren, die een dochter is van Laurens van Buuren, benevens haar twee voornoemde zusters mede-erfgename van Johanna van der Monden, voor 2100 gl. aan Pieter van Well, notaris en kamerbewaarder te Dordrecht, een huis in de Voorstraat achter het Stadhuis, staande tussen het huis van de heer Van den Santheuvel en het huis, dat bewoond wordt door de weduwe van Adriaan Ramse.]
Adriaen van den Santheuvel
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 60: op 9 juli 1701 verkopen Bastiaan Gerritsz. van Gilst, als man van Maria van de Water, dochter en mede-erfgename van Aart Engelen van de Water, Abraham de Jong en Nicolaas van der Spoor, oud-burgerkapitein, als voogden over de twee minderjarige zoons en mede-erfgenamen van Aart Engelen van de Water, en Maria Joosten, behuwd moeder van de voornoemde kinderen en laatst weduwe van Aart Engelen van de Water, voor 800 gl. aan Hendrik van den Santheuvel, oud-magistraat van Dordrecht, staande omtrent brouwerij “de Schenckan” bij het Stadhuis tussen het huis van Johannes Sickinga en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 29 e.v.: op 9 mei 1741 verkoopt Adriaan van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, voor 900 gl. aan mr. Abraham van den Santheuvel, lid van de Oudraad, en Emmerentia en Hendrika Sophia van den Santheuvel, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat achter het Stadhuis, staande tussen het huis van de heer en juffrouwen kopers en dat van Pieter van Well.]
de erfgenamen Van den Santheuvel
[1731: woonhuis en pakhuis, voorheen brouwerij “de Schenkkan”, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 74v e.v.: op 22 dec. 1735 verkopen Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad, en mr. Adriaan van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, voor zichzelf en als medevoogd over de kinderen van wijlen Cornelis van den Santheuvel, kapitein van een compagnie dragonders in Nederlandse dienst, en van Johanna en Emmerentia van den Santheuvel, meerderjarige ongehuwde personen wonende te Dordrecht, kinderen en kindskinderen en mede-erfgenamen van Helena Beljaart, weduwe van Anthonij van den Santheuvel, raad en vroedschap te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Diderick van den Santheuvel, wonende te Batavia in Nederlands-Indië, zoon en erfgenaam van voornoemde Helena Beljaart,volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Dobbelaar te Batavia op 18 sept. 1731, en Adriaan van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, aan Hendrica Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, wonende te Dordrecht, de twee eerstgenoemde comparanten zeven achtste delen in twee vijfde parten en de tweede comparanten een vijfde part in een huis, genaamd “de Schenckan”, staande in de Voorstraat tegenover het Stadhuis, met pakhuizen en een stal erachter, uitkomende in het Loverstraatje, met nog een huisje en pakhuisje in het Loverstraatje, waarvan het voornoemde huis “de Schenkkan” staat tussen het huis van Adriaan van den Santheuvel en het huis van de koopster en waarvan de resterende twee vijfde parten aan de koopster toebehoren. De twee eerstgenoemde verkopers zijn daarvan betaald met een somma van 1750 gl. en de tweede comparanten met een somma van 900 gl. en derhalve samen 2650 gl.]
mevrouw Van den Santheuvel
Hendrik van den Santheuvel
Caetie van den Camp
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 54v: op 17 juli 1717 verkopen Elias Verhoeven en Cornelis van Diemen, als executeurs-testamentair van Johannis Sickinga, koopman en burger van Dordrecht, alsmede Johan Sickinga, vervangende Daniël Sickinga, en Isaacq Sickinga en Olivier van de Kloeke, als man van Susanna Sikkinga, kleinkinderen en erfgenamen van wijlen Johannis Sickinga, voor 1000 gl. aan Cornelis van Aansurgh, notaris en burger van Dordrecht, een huis achter het Stadhuis, vanouds genaamd “de Bruijnvis”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Hendrik van de Zantheuvel en dat van Alewijn van den Bergh.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 18v: op 21 april 1744 verkoopt Jacob van den Camp, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn zuster Catharina van den Camp, bejaarde ongehuwde persoon, overleden te Dordrecht, voor 1010 gl. aan Jan van Oosten, schipper en burger van Dordrecht, een huis met houten loods daarachter in de Voorstraat achter het stadhuis aan de landzijde, vanouds genaamd “de Bruijnvis”, staande tussen het huis van mr. Abraham van den Santheuvel, schepen in wette van Dordrecht, c.s. en dat van Alewijn van den Bergh.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 164v e.v.: op 26 okt. 1751 verkoopt Jan van Oosten, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacob Rivier, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van burgemeester Abraham van den Sandheuvel en dat van Alewijn van den Bergh. De koper is schuldig aan verkoper ene somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv 1666, f. 111 e.v.: op 1 mei 1770 verkoopt Stephen van Asperen, burger van Dordrecht, als man van Anna van der Velde, die eerder weduwe en erfgenamewas van Jacob Rivier, voor 1450 gl. aan Adriaan Schouten, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat nabij het Stadhuis, staande tussen het huis van Gerrit van de Kop en dat van de jonkvrouwen Santheuvel. De koper is schuldig aan Jacobus Laban, viskoper te Dordrecht, een somma van 1400 gl.]
Alewijn van den Bergh [geelgieter]
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 198 e.v.: op 16 okt. 1759 verkopen Johannes van den Bergh, knaap in de Munt van Holland, en Jacob Spaan, blokmaker, als man van Maria van den Bergh, beiden wonende te Dordrecht, en Johannes van den Bergh en Jacob Spaan nog als procuratie hebbende van Cornelis van Gerwen en diens vrouw Catharina van den Bergh, wonende te Sommelsdijk, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen aldaar op 1 okt. 1759, en Aletta van den Bergh, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Alewijn van den Bergh, geelgieter te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Gerrit van der Kop, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen het Stadhuis en de Grote Vismarkt aan de landzijde, staande tussen het huis van David Cherix en dat van de weduwe van Jacobus Rivier.]
Hendrik Puts
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 225 e.v.: op 16 sept. 1756 verkopen Jan Jurrij Snel, gepensioneerd vaandrig van een compagnie dragonders in Nederlandse dienst, voor zichzelf en als door Anthonij Pus, heer van Op- en Neerandel in diens testament, dat op 14 dec. 1748 is gepasseerd voor schout en schepenen van Andel, samen met Johannes Lambertus Scherping aangesteld tot voogdover diens minderjarige erfgenamen, alsmede Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina Schriba, voor zichzelf en als erfgename van haar zuster Elisabet Schriba, de vrouw van Adriaan Bolten, notaris te Alkmaar, volgens haar testament gepasseerd voor notaris J. van Bodegom te Alkmaar op 9 jan. 1749, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. de Lange te Alkmaar op 28 jan. 1752, en nog van Willem Frederik Scherping, sous-luitenant in het regiment van generaal Smitsaardt Wallon, enige zoon van wijlen Susanna Schriba, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F.N. van Engele te Bergen op Zoomop 17 jan. 1752, alsmede van Jan Schriba te Giessen, Christiaan Hakman, als man van Susanna Schriba, te Rotterdam, Anthonij Leijten, als man van Elisabeth Scriba, te Gorinchem, Willem Berm, als man van Willemina Scriba, en Claas Kieboom, als man van Theodora Scriba te Woudrichem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Gorinchem op 18 jan. 1752, en laatstelijk nog van Anthonetta van der Vin, meerderjarige ongehuwde persoon, en van Govert van Houck met diens vrouw Theodora Francoisa van der Vin, wonende te Almkerk, zijnde Anthonetta en Theordora Francoisa van der Vin beiden kinderen van Gerard van der Vin en van Maria Schriba, die een dochter was van Theodorus Schriba, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. Kuijpers te Almkerk op 20 juli 1756, welke voornoemde personen door het overlijden van Judith van der Drept gerechtigd zijn in de nalatenschap van voornoemde Anthonij Pus, voor 5300 gl. aan David Cherix, brouwer in “het Vlies” te Dordrecht, een huis met een kelder eronder en een stal en mouterij of pakhuis erachter, in de Voorstraat, uitkomende in het Loverstraatje en staande tussen het huis van Alewijn van den Berg en dat van de weduwe van Arnoldus van Tilburg.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 196: op 2 nov. 1775 verkopen mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, achtraad van Dordrecht, en Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als executeurs van de nalatenschap van Sophia Petraeus, weduwe van David Cherix, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht op 26 jan. 1775, voor 13.700 gl. aan de erfgenamen van de weduwe Koijmans een huis met brouwerij “het Vlies”, staande in de Visstraat, alsmede een huis met kelder, staande in de Voorstraat omtrent het Stadhuis tussen het huis van Hendrik van Buul en dat van Gerrit van der Kop.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 80v: op 15 aug. 1778 verkoopt Hendrik Koijmans, koopman wonende te Dordrecht, voor 7300 gl. aan Mattheus Rees, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van Hendrik van Buul en dat van Gerrit van der Kop.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 711: op 27 juli 1809 verkoopt Herman Pieter Rees, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Christina Reepmaker, weduwe van Mattheus Rees, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 7750 gl. aan Fredrik Jan Haver Droeze, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat achter het Stadhuis, getekend D:779 en D:725, staande tussen het huis van Coenraat Buttner en dat van Pleun Blom.]
Arnoldus van Tilburgh
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 118: op 3 juni 1706 verkopen Pieter Warnier, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, als man van Catarina de Ridder, Catarina de Ridder zelf en Jan de Ridder, koopman te Dordrecht, als voogd over Cornelia de Ridder, kinderen Rut de Ridder en Sophia van Cleeff, voor 1300 gl. aan Arnoldus van Tilburgh, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen het huis van mr. Hubert van der Hoop advocaat en dat van Johannis Balen.
ORA Dordrecht inv. 1665, 34 e.v.: op 5 juni 1766 verkopen Melchior van Tilburg, apotheker te Dordrecht, en Arnoldus van Tilburg, predikant te Grootenbroek, als executeurs-testamentair van hun moeder Odilia van Eterson, weduwe van Arnoldus van Tilburg, die te Dordrecht is overleden, voor 1600 gl. aan Hendrik van Buul, goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent het Stadhuis aan de landzijde, staande tussen het huis van David Cherix en dat van Jacob Immerseel. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 82: op 5 okt. 1790 verkoopt Laurens Heijnen, koopman wonende te Dordrecht, door wijlen Hendrik van Buul, weduwnaar van Hendrina Heijnen, aangesteld tot voogd over diens vier minderjarige kinderen, voor 3020 gl. aan Hermanus van den Kieboom, goud- en zilversmid wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, genaamd “de Goude Klater”, staande tussen de Visstraat en de Lombardstraat, belend aan de ene zijde door het huis van de erfgenamen van weduwe van burgemeester Rees en dat van Jacob Immerseel aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 595: op 27 juni 1809 verkoopt Cornelia van Rietschoten, weduwe van Hermanus van den Kieboom, wonende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Pleun Blom Gerritsz., wonende te Dordrecht, een huis, genaamd “de Goude Klater”, staande in de Voorstraat nabij het Stadhuis, getekend D:780 en 726, belend aan de ene zijde door het huis van Jacob Immerzeel en dat van de erfgenamen Rees.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 448: op 11 sept. 1810 verkopen Jan Stempels Pzn. en Gerardus Telders, notaris, beiden wonende te Dordrecht, als aangesteld over de persoon en goederenvan Pleun Blom, voor 3000 gl. aan Gillis van Overbeek Jacobsz., geassisteerd met zijn moeder en voogdes, weduwe van Jacob van Overbeek, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, getekendD:780 en 726, staande tussen het huis van der heer Haver Droeze en dat van de weduwe Immerzeel.]
Jan Baelen
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 197 e.v.: op 16 febr. 1747 verkopen Matthijs Baalen koopman en Johan Baalen, makelaar wonende in Dordrecht, als executeurs-testamentair van Johan Baalen, burger van Dordrecht, resp. hun vader en grootvader, voor 1100 gl. aan Jacob Immerseel, mr. twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Arnoldus van Tilburgh en dat van Adolph vanHattum.]
Arent van Hattum
[ORA Dordrecht inv. 1673, f. 163v: op 21 jan. 1784 verkoopt Abraham Blussé, burger van Dordrecht, als enige erfgenaam van Adolph van Hattem, voor 2900 gl. aan Johannis van Eijk, loodgietersbaas te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van Jacob Immerzeel en het Viskopershuis.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 290: op 30 juni 1789 verkoopt Johannes van Eik, loodgieter en glazenmaker te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Barent duHen, blikslagersbaas te Dordrecht,een huis in deVoorstraat bij de Vismarkt, staande tussen het Viskopersgildehuis enhet huis van Jacob Immerseel.]
Viskopersgildehuis
Matthijs van der Vloet [mr. hoedenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 74v e.v.: op 14 okt. 1717 verkoopt Mattheus van der Elst, mr. zilversmid, enige zoon en erfgenaam van wijlen Matthijs van der Elst, schrijnwerker te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van notaris Cornelis van Aansurg en het huis van het Viskopersgilde.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 208v: op 13 dec. 1768 verkoopt Pieter Maaskant, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Johan Adam Jonker, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen het Viskopersgildehuis en het huis van Barent Memering. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2750 gl.]
Leendert van Dam
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 6 e.v.: op 30 jan. 1727 verklaren Adriaan Kroon en Nicoletta van Brienen, echtelieden wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van den Steen, weduwe van Johan Oem, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Matthijs van der Vloet en dat van Hendrik Boers.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 84v e.v.: op 9 dec. 1727 verklaren Adriaan Croon en zijn vrouw Nicolette van Brienen, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Leonardus van Dam een somma van 1200 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Jacobus [sic] Boers en dat van Matthijs van der Vloet.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 240v: op 21 juli 1729 verkoopt Adriaan Kroon, burger van Dordrecht, voor 1750 gl. aan Leonardus van Dam, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van Hendrik Boers en dat van Matthijs van der Vloet.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 23: op 3 april 1732 verkoopt Leonardus van Dam, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Barent Memeringh, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van Matthijs van der Vloet en dat van Pieter Boers. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.]
Voorstraat tussen Visbrug en Lombardbrug
Jan Verhop
Dirk den Rogge
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 135: op 27 jan. 1722 verkopen Franchois Crillaarts, burger van Dordrecht, en Maaijke Krillaarts, kinderen en erfgenamen van Jan Krillaart, voor 450 gl. aan Dirk den Rogge, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen het stadhuis en de Vismarkt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Theodorus van den Bergh en dat van Joh. Verhoop.]
Cornelis van der Walk
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 188: op 27 sept. 1725 verkoopt Neeltie Maartensdr. Vogel, weduwe van Dirk van den Bergh, voor 1700 gl. aan Cornelis van der Walk, een huis omtrent de Vismarkt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Pieter van Esch mr. chirurgijn en dat van Dirk den Rogge.]
Pieter van Esch [mr. chirurgijn]
Dirk den Rogge [viskoper]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 264v e.v.: op 8 nov. 1729 verkoopt Jan Stempels, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrikje Stempels, weduwe van Barent van Luijnen, voor 305 gl. aan Dirk den Rogge, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de waterzijde omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Pieter van Esch en het huis van het minderjarige zoontje van Jan Ossevoort.]
de erfgenamen van Jan van Hasevoort
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 205 e.v.: op 12 sept. 1737 verklaart Egbert Harssevoort, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anthonia Clara de Vries, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Voorstraat, genaamd “de Zeeman”, staande tussen de Stadhuissteiger en het huis van Dirk den Rogge.
Egbert Harssevoort, zoon van Jan Hasevoort [sic] en Maria van Santen, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1715, jongman van Dordrecht wonende in de Augusitjnenkamp (1736),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 okt./4 nov. 1736 (de geboden gaan in Amsterdam, de bruidegom met schriftelijk consent van zijn voogd Adriaen Nicolaes van Schaij, de bruid geassisteerd met haar vader Adrianus Beenhakker) Judik Beenhakker, jonge dochter van Dordrecht wonende inde Augustijnenkamp (1736)]
het stadhuis
het cipiershuis (hoort bij het stadhuis)
Pieter Frankin
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 156: op 19 mei 1722 verkoopt Franchois van Schie, preceptor van de Latijnse School te Dordrecht, als executeur-testamentair van Anna de Vlugt, echtgenote van Boudewijn van Sevenum, vervangende Jacob Cuijper en Christiaan Logeman, kooplieden te Delft, als voogden over de minderjarige kinderen van Anna de Vlugt, voor 500 gl. aan Pieter Franckin, mr. smid te Dordrecht, een huis achter het stadhuis tegenover de brouwerij “de Drie Leliën”, staande tussen het huis van de koper en dat van stadscipier Elias Verhoeven.]
idem
Voorstraat aan de havenzijde tussen Pelserstraat en Leuvebrug
Gijsbert Sliep [mr. metselaar]
[1731: verhuurd aan B. Noordegraaf
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 27v: op 7 me 1720 verkoopt Geertruij Bergijck, weduwe van Cornelis Bacx, voor 577 gl. aan Gijsbert Sliep, mr. metselaar, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug, vanouds genaamd “de Drie Strikken”, staande tussen het huis van Jan de Bruijn en dat van de weduwe van Jan Rabat.]
Jan Kemp
[1731: verhuurd aan P. van der Tack
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 100: op 26 april 1742 verkopen Dirk Brouwers, als man van Maria Mouwens, en Hermanus Rabat, voor henzelf en tevens als testamentaire voogden over het kind van Adriaan Mouwens, en Catharina Rabat, allen wonende te Dordrecht, samen erfgenamen van hun moeder en de grootmoeder van het voornoemde kind, Catharina Brouwers, weduwe van Jan Kemp, voor 890 gl. aan Steven van de Werken, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Pelserbrug, staande tussen het huis van Christiaan van Pelt en dat van Nicolaas Bonquet.]
de weduwe van G. van Driel
[1731: verhuurd aan H. van Beest
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 112: op 5 mei 1733 verkopen Boudewijn Bornwater en Gerrit van Herberge als executeurs-testamentair van Catharina Mes, weduwe van Gijsbert van Driel, wonende te Dordrecht, en Gerrit Tegelaer, mr. bakker te Leiden, als man van Marija Vijgh, enige erfgename ex testamento van Gijsbert van Driel, voor 1500 gl. aan Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Hermanus van Beest en dat van Jan Kemp.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 179: op 28 mei 1743 verkopen Jacob van Pelt, Gerard van Pelt, Jan van Pelt, Hendrik van Pelt en Cornelis van Gerven, als man van Anna van Pelt, samen kinderen een mede-erfgenamen van Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, voor 1420 gl. aan Pieter van der Tack, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Pelserbrug en de Botgensstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Hermanus van Beest en dat van Steven van de Werken. De koper is schuldig aan Willem de Jongh, mr. schilder en burger van Dordrecht, een bedrag van 2000 gl ,verbindende o.a. het voornoemde huis.]
Jan van Diest
Jan van Diest
[1731: verhuurd aan H. van Vliet]
J. Besius [apotheker]
[1731: verhuurd aan Angenieta Besius
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 84: op 12 sept. 1730 verkoopt “Sr. Adriaan van der Schep, Coopman binnen dese Stad als last en Procuratie hebbende van sijn behoutmoeder Juffrouw Cornelia Becius wed.e wijle Sr: Mattheus Renaut woonende binnen dese Stad,” voor 500 gl. aan Johannes Becius, apotheker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug aan de havenzijde, vanouds genaamd “de Brandemmer”, staande tussenhet huis van Johannes van Diest en het huis van Cornelis Mortier.]
Cornelis Mortier [loodgieter]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 254: op 17 sept. 1726 verkoopt “Pieter van Well, Camerbewaarder binnen dese Stad, … in die qualitijt uijt kragte vande Executoire vande Camere Juditieel deser Stad van dato den 9 Julij 1726 gedecerneert op seeckere Condemnatie der voors. Camere mede van dato voors. ten versoecke van Leonardus van Dam Borger deser Stad, Executant, tot lasten van Elisabet van Rijerdam geexecuteerde,” voor 400 gl. aan Cornelis Mortier, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserbrug aan de waterzijde, staande tussen het huis van Barent Claraad een dat van Mattheus Renaut.]
B. Calraet
de weuwe van J. van der Gans
S. van Beure
H. Geerlingh
[1731: verhuurd aan H. Hordijk]
L. de Schoone
Pieter Dormaal
C. van Es
[1731: verhuurd aan de weduwe Roelandus]
De Brouwer
Evert van Belle
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 74: op 26 febr. 1716 verkoopt Miggiel Schuijte, garentwijnder en burger van Dordrecht, een huisin de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staandetussen het huis van Jan Wens mr. bakker en dat van de weduwe van Gabriel [NN]]
Egarius Arent [mr. schoenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 198: op 13 nov. 1725 verkopen Huijbert van Wetten en Gerard de Haan, notarissen te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van wijlen Jan Wens, bakker en burger van Dordrecht, voor 830 gl. aan Egarius Arent, schoenmaker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de brouwerij “de Ruijt”, staande tussen het huis van Evert van Belle en dat van de weduwe van Lammert Vermeer.]
de weduwe van B. Spaan
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 7: op 30 jan. 1727 verkoopt Maria du Prae, laatst weduwe van Lambert Vermeer, voor 335 gl. aan Geertruij Rens, weduwe van Bartel Spaan, eem huis in de Voorstraat omtrent de Ruijtestraat, staande naast het huis van Wouter van Bavel.]
Willem van Bavel
[1731: verhuurd aan J. Bukers]
Willem van Bavel
M. Ravestijn
[1731: verhuurd aan Adam van Tiel]
Jan van Diest [maillenier]
[ORA Dordrecht inv. 143, f. 18v: op 10 mei 1709 verkopen ” Johan de Vries Simonsz: brouwer inde brouwerije vant Roothart binnen deser Stede, als last en procuratie hebbende van sijn moeder ende behout moeije Juffr. Elisabeth de Graaff wed:e en boedelhouster vande heer Simon de Vries, in sijn leven uijtte Veertige alhier, en(de) Juffr. jacomina de Graaff, wed:e ende mede boedelhouster vande heer Johan de Graaft, in sijn leven Cassier inde Wisselbanck der Stad Rotterdam,” voor 910 gl. aan Johannes van Diest, maillenier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tegenover brouwerij “de Ruijt” en tussen het huis van Johan van Ravestijn en dat van de erfgenamen van Jan Boon.]
Vermase
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 188: op 27 sept. 1725 verkoopt Pieter de Ridder, als executeur-testamentair van Appolonia van Drongelen, laatst weduwe van Jan Boon, voor 800 gl. aan Andries, Maria en Pieternella Vermase een huis aan de Vuilpoort, staande tussen het huis van de weduwe van Lieve Poortermans en dat van Joh. van Diest.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 198v: op 1 nov. 1731 verkoopt Andries Vermasen, burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan zijn zusters Maria en Pieternella Vermazen, wonende te Dordrecht, een derde part in een huis aan de Vuilpoort, waarvan de overige twee 1/3 parten eigendom zijn van de koopsters, staande tussen het huis van de weduwe van Lieve Poortemans en dat van Johannes van Diest.]
de erfgenamen van L. Poortemans
T. van Hespel
B. Marchal [mr. draaier]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 69: op 19 jan. 1708 verkoopt Appolonia van Drongelen, laatst weduwe van Jan Boon, koopvrouw te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Boudewijn Marchal, mr. draaier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Rijnier Raats en dat van Johannes van Breda.]
de erfgenamen van Ab. Raets
[1731: laatst verhuurd aan M Troost
ORA Dordrecht inv. 141, f. 84v: op 10 dec. 1705 verkopen “Sr. Dirck den Exter, en Corelis Bossert wijnkuijper als in Hiwelijk hebbende Jenneke de Exter en Susanna de Exter, alle meerderjarige kinderen ende mede erfgenamen van wijlen haaren vader zal.r Adriaan den Exter, in sijn leven mr. Chirurgijn binnen dese Stad mitsgrs. Lijsbeth de Exter, wed.e van Jan Rutten, ende laastel. Maria de Exter, als last ende procuratie hebbende van haare man Adriaan van Meurdingen, mr. koekebacker tot [Zierikzee] volgens de procuratie gepasst. voor den nots. Willem Onias en seekere get. te Z:Zee residerende in date den 14en Octob. 1705 ]”, voor 850 gl. aan Rijnier Raats, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Lijsbeth Berkhuijsen en dat van de weduwe van kapitein Boon.]
de weduwe van J. Volmaer
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 71v: op 30 okt. 1727 verkopen “Christoffel Berkhuijsen en Hendriksje Berkhuijsen, woonende beijde tot Orsou in Brandenburgsland, in qualiteijt als meede Erffgenamen van hare Compts. Suster Lijsbeth Berkhuijsen, overleeden binnen deeze Stad, en uijt dien hoofde eijgenaars van het naartenoeme huijs”, voor 1100 gl. aan Joris Volma, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Dolhuissteiger en het huis van de weduwe Raats.]
[Dolhuissteiger]
Arie Gelderblom
C. Verhorst [kruidenier]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 237v: op 12 juni 1726 verkopen “mr. Hendrik vander Staal, out Borgermeester der Stad Rotterdam, en(de) als in Huwelijck gehad hebbende Vrouwe Johanna Maria Hegtermans, ende heer Claas Biechon oud Schepen der voorsz. stad Rotterdam in Huwelijck (gehad) hebbende vrouwe Corenlis Hendrietta Hegtersmans Erfgenamen abintestato van Juffr. Helena Braats” voor 1200 gl. aan Cornelis Verhorst, kruidenier te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe Groenendaal en dat van Adriaan Gelderblom.]

Willem van Mieris, de kruidenierswinkel, 1717
de weduwe Groenedael
[1731: verhuurd aan C. Nihaert
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 3: op 14 jan. 1723 verkoopt “Huijbert van Wetten nots binnen dese Stad als bij d’Ed.e groot agtb. heere vanden geregte deser Stede volgens den appte: van dato den 8e Septemb. den voorleden jaars 1722 behoorlijck gequalificeert sijnde tot het vercoopen en beneficeren van d’effecten en geoederen van Willem Roemans en sijn overledene Huijsv. Sophia Vilerius die bevorens wed.e en Boedelhouster was van Cornelis Schipper” voor 1650 gl. aan Hermanus Groenendaal, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “de Grutterij van de Schippers”, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort tussen het huis van Hendrik van de Staal, oud-hoofdofficier van Rotterdam, en dat van Okker van Wesel.]
C. van der Horst
[1731: verhuurd aan J. van Helden]
Cornelis Olivier
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 247: op 5 sept. 1726 verkoopt “Ocker van Wezel, borger deser Stad, So voor sig selven, ende nog als last en procuratie hebbende van Willem en Caatje van Wezel woonedne in s’Hage volgens deselve Procuratie daervan sijnde gepasseert voorden Notaris Eduward van Velsen en sekere getuijgen in S’Hage residerende in dato den 29 April 1726 ons Schepenen vethoont, ende nog Sig sterkmakende en de Rato Caverende voor sijnen Broeder Gerrit van Wezel te samen kindren en Erfgenamen van Jan Willemse van Wezel binnen dese Stad overleden”, voor 500 gl. aan Jacob Olivier, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Cornelis van der Horst en dat van de weduwe van Jacobus van der Heijden.]
de weduwe van Jacob van der Heijden
Johannes Verpoorte
Johannes Visser
de weuwe van Jacob Spaen
Jacob ’t Hooft
de weduwe van Hendri Coeberge
[1731: verhuurd aan de weduwe Boeurs
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 135: op 4 jan. 1725 verkoopt “Aart Roos, Stadhouder van den Heer bailliuw vande Merwede, in qt: als benevens d’Hr: Ludovicus de Lacoste en Adriaen Pot aengestelt tot Executeur vanden testamente van wijlen Captn. Leendt: Roos en nog als Last en procuratie hebbende vanden voorn. Hr: Ludovicus de la Coste en Adriaen Pot in hare voorsz. qt.” aan Pieternella Zaijer, weduwe van Hendrik Koebergen, Adriaen en Nicolaes Zaijer een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van de erfgenamen van Iman ’t Hooft en dat van Samuel de Jager.]
Samuel de Jaeger
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 102: op 24 mei 1708 verkoopt Theodorus van den Bergh, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Samuell de Jager, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de Vuilpoort, staande tussen het huis van Isaacq Wiltens en dat van kapitein Roos.]
Cornelis Wiltens
[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 137v: op 16 jan. 1781 verkopen “Mr: Coenraad Brander a Brandis advocaat en notaris &: alhier, als last en procuratie hebbende van Geertrui van Eeten, wonende binnen dese Stad weduwe en eenige gestelde Erfgename van Isak Wiltens alhier overleden, met welke zij in gemeenschap van goederen is getrouwt geweest, en welke een nagelate zoon was van Cornelis Wiltens [die] in October 1779 alhier, met agterlatinge van den kinderen, te weten dezelve Isak, Willem, en Catharina Wiltens huisvrouw van Ds. Johannes Adrianus du Bois, Predikant in den Bommel over Flakke, en Hendrika Wiltens, dan, zonder eenige uiterste wille gemaakt te hebben,[is] overleden en gemelte Hendrika Wiltens, bejaart en ongehuwd, beide wonende binnen dese Stad, dezelve Geertruij van Eeten, weduwe Isak Wiltens en Hendrika Wiltens ingevolgen Acte en verdrag, door hen, met bovengenoemde Ds: Johannes Adrianus du Bois, en Huisvrouw aangegaan den Eerste Augustus 1780 voor den notaris Bax, en voor Pieter Roos Ltzn mede Notaris alhier en getuigen verleden, de boedel en nalatenschap aan hun vader en schoonvader Cornelis Wiltens hebbende aanvaart, en hen ieder voor de helfte als Erfgenamen van denzelven gedragen”, aan Corstiaan Groenenberg, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde, staande tussen de Leuvebrug en het huis van Jan van Hek.]
de weduwe van Bart. van den Santheuvel
[1731: woning verhuurd aan W. van Dijk
[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 210: op 26 juni 1781 verkopen ” Mr: Pieter van den Santheuvel in den Oudraad en Ontvanger van des Gemenelands Middelen &:&: alhier, als nevens de Wel Ed. Gestr: Heer Mr: Bartholomeus van den Santheuvel, Burgemeester mede in den Oudraad van, en wonende binnen deze Stad, als mede Bailluw van Zuidholland &a:&: Executeur van den Jonkvrouwe Hendrika Sophia van den Santheuvel, gewoont hebbende en overleden alhier, met magt, om vaste en andere goederen te mogen verkopen en overdragen, ingevolgen denzelven Testamente, den 30 december 1776 voor Anthonij Bax, als Notaris binnen dese Stad, en twee getuigen verleden; En nog zo voor zig zelve, als vermogens Testament, den 8e februarij 1773 verleden voorgemelte Notaris Bax, en getuigen mede geregtigt, dan, als nevens zijn broeder welgemelte Heer Mr: Bartholomeus van den Santheuvel zo bij volmagten den 17e: April 1781, voor Hendrik In de weij, notaris in s Hage en getuigen verleden, en den 19 april 1781 verleden voor meergem: notaris Bax en getuigen, ieder in ’t bijzonder gevolmagtigt van de verdere Geregtigden nevens bovengemelte wijlen Jonkvr. Hendrika Sophia van den Santheuvel tot de vaste en onroerende goederen in de Provincie van Holland, door de Wel Ed. Geb. Jonkvrouwe Emmerentia van den Santheuvel mede gewoont hebbende en overleden alhier nagelaten; En als daar toe door meergemelte Heer Mr Bartholomeus van den Santheuvel, in deszelfs bovengemelte hoedanigheden bij volmagt den 16 Juni 1781 voor meergem. Notaris Bax en getuigen verlijden gevolmagtigt”, voor 2510 gl. aan Tobias Vernes, timmermansbaas wonende te Dordrecht, een huis, staande beneden naast de Gevangenpoort en boven naast of tegen het huis van Michault aan de ene zijde en de Leuvebrug of monding van de haven aan de andere zijde.]
Vriesestraat
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 62 v: de vaders en regenten van het Oudemannen- en vrouwenhuis te Dordrecht, verkopen voor 5200 gl. aan de stad Dordrecht het Oudemannenhuis, staande in de Vriesestraat tegenover de Lutherse kerk.
Walevest
Adriaan Wittert
[1731: van eenige huijsies die affgebrant sijn, nu de Roomse [Oud-Katholieke] kerk gemaakt”.
Katholieke statie Maria Minor (de Eikenboom), locatie: Hoge Nieuwstraat (achter de huizen Hoge Nieuwstraat 67-77 en Binnen Walevest 56-62). Mogelijk ontstaan in 1695. Er waren ook twee huisjes en enige panden, waarin de pastorie was ondergebracht. Na een brand op 28 juli 1729, waarbij alle huisjes op de Walevest verloren gingen, werd een nieuwe kerk gebouwd onder leiding van pastoor G. Kenens. Deze kerk werd op 29 sept. 1730 ingezegend door de aartsbisschop van Utrecht. De parochie werd in 1812 opgeheven. De percelen, waarop de kerk etc. gestaan had, werden verkocht aan de familie Vriesendorp. (Van Lieburg, o.c. p. 124)
Oorspronkelijk stond de Oud-Katholieke kerk (parochie Maria Minor) aan de Hoge Nieuwstraat, maar ca. 1730 werd er een nieuwe kerk gebouwd aan de Walevest op de plaats, waar vijf kleine huisjes hadden gestaan, die blijkbaar waren afgebrand. Eén en ander blijkt uit een verklaring van Adriaan Wittert uit 1736:
RA Dordrecht, archief 800, inv. 273: verklaring door Adriaan Wittert: “Ik ondergeschreven bekenne en verzeekere geen de minste pretentie of regt te hebben tot de onerstaande huijzen nogte op de selve met eenen pennink geschoten, maar dat zij toebehoren aen de pastorij op de Hooge Nieuwstraat tot Dordt, hebbende den pastor, door zijn Hoogwaarde den Aardsbisschop van Uijtert [Utrecht] of door het Uijterse Capittel aldaar gezonden, den vollen eijgendom van de selven. Maar om des lands Regten niet te frauderen hebbe ik ondergeschreven wel willen toestaen, dat deese huijsen op mijnen naam zoude getransporteert en gezet worden, en bij gevolg, dat nog ik nog mijne erfgenamen eenige pretentie op de selve konnen of zullen maaken”, t.w.:
2 huizen op de Hoge Nieuwstraat, die toebehoord hebben aan Jacob Jacobse,
2 huizen op de Walevest, staande achter de voorgaande, waarvan het ene toebehoort aan de erfgenamen van Hoogstraten en het andere aan de stadsdienaar,
een huis op de Hoge Nieuwstraat, dat toebehoord heeft aan Van der Togt,
2 huizen op de Walevest, achter het laatstgenoemde, het ene toebehoord hebbende aan Van Hoogstraten en het andere aan juffrouw De Bruijn,
nog een huis op de Walevest, achter het huis van de erfgenamen van Hermannus van de Eijke,
Deze laatste vier huizen zijn op 29 april gezet op naam van Geertruij van Heijmenbergh, weduwe van Adriaan Wittert, en thans op naam van ondergetekende, en de vier eerstgenoemde zijn op 8 okt. 1726 [sic] gezet op naam van ondergetekende.
Actum Den Haag 16 okt. 1736
w.g. Adriaan Wittert.
Op de achterzijde van deze akte staat: “Ranversaal van de 3 huijsen op de Hooge Nieuwstr. naast de Ouwde kerk en van 5 klijne op de Waalevest in welkers plaads nu de Nieuwe kerk staat”.
RA Dordrecht, archief 800, akte 280: verklaring door Adriaan Wittert dd 10 april 1742: “Alsoo de juffrouwe Catharina Maria en haere suster Isabella Maria van den Steen twee huijskens gekoft hebbe staende op de Hooge Nieustraet tot Dordrecht naes een, en op een na bij de brouwerij vant Lam, sijnde getransporteert den 8 febriwarij 1742 op den naem van den Wel EEd. Heer Adriaen Witters, soo ist dat ick bij deze bekenne, daer geen Eijgendom aen te hebbe, noch eenig gelt daer … toe gegeven heb, maer dat die toe behooren aen den arme, onder hoorende onder de gemeente vande Pastorij op de Hooge Nieuw Straet, sijnde Pastoor van den Hooh Waerden Heer den Aers Bisschop van Uijtrecht, om de Revenue ent geen boven de Reparatie, van de huere over is, aen den voornoemde arme uijtterijke, soo als opt kercke boeck sal geschreve werden”.
Uit de plattegrond van I. Tirion uit 1742 (zie hierboven bij Hoge Nieuwstraat) blijkt, dat de kerk twee ingangen had, één aan de Walevest en één aan de Hoge Nieuwstraat.
RA Dordrecht, archief 800, inv. 260: op 29 april 1718 verkoopt Jacobus Coenraets, drossaard van de vrije heerlijkheid Oirschot en Hilvarenbeek, als man van Maria de Bruijn, voor 100 gl. aan Geertruijt van Heijmenberg, weduwe van Arien Wittert *, wonende in Den Haag, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de koopster aan weerszijden.
RA Dordrecht, archief 800, inv. 261: op 29 april 1718 verkoopt Cornelis van der Togt, mr. bakker te Rotterdam, als man van Maria Gileklak #, die eerder weduwe was van Johannes Teunisz. van der Strengen, in zijn leven wijnsleper en burger van Dordrecht, en zulks enige erfgenaam van Johannes van der Strengen, volgens testament gepasseerd op 7 mrt. 1707 ten overstaan van notaris C. van Aansurgen te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Geertruij van Heijmenbergh, weduwe van Adriaen Wittert, in zijn leven koopman te Rotterdam, een huis op de Hoge Nieuwstraat, hebbende zijn vrije uitgang door de “gang apart opde … Walevest”, staande tussen het huis van de koopster en het huis van de Katholieke kerk.
RA Dordrecht, archief 800, inv. 268: op 8 okt. 1727 verkoopt Hendrick Neringh, wonende te Dordrecht, voor 150 gl. aan Adriaan Wittert, een huis op de Walevest, staande tussen het huisje, dat op diezelfde dag aan de koper is getransporteerd, en het huis van Reijnier de Monsieur.
RA Dordrecht, archief 800, inv. 271: op 8 okt. 1727 verkoopt Jan Morang voor 95 gl. aan Adriaan Wittert een huisje op de Walevest, staande tussen het huis van Hendrik Neering en het huis van Geertruij van Heijmenberg.
“Ter hoogte van het huis [Hoge Nieuwstraat] nummer 79 stond voor 1812 een kerkgebouw der “Oud-Bisschopelijke Clerezy” [de Oud-Katholieke kerk]. Het jaartal van de stichting van dit kerkgebouw is onzeker. [Het doopboek begint in 1690, niet zoals Lips schrijft in 1695.] … In de zeventiende eeuw was het het kerkgebouw van de rooms-katholieke parochie Maria Minor. Voordien was het een der vier roomse schuilkerken. Dat deze juist achter de huizen van de Hoge Nieuwstraat gelegen was, zal wel zijn oorzaak gevonden hebben in het feit dat op de Walevest veel Walen woonden en dat velen van hen rooms-katholiek waren. In 1712 bleef de kerk, bij het toenmalige schisma [tussen Rooms- en Oud-Katholieken], aan de Oud-Bisschoppelijke Clerezy. In 1730 werd ter plaatse een nieuw kerkgebouw gesticht, doch na het overlijden van pastoor Willebrordus Bonifacius Copper in 1792, werden beide parochies [Maria Maior in de Voorstraat en Maria Minor aan de Hoge Nieuwstraat/Walevest] verenigd. In augustus 1811 vroeg de pastoor van de Oud-Bisschoppelijke Clerezy verlof om de kerk te verkopen wegens de slechte staat van het gebouw, waarna het in 1816 werd gedoopt. [In de volksmond werd de kerk ook de Jansenistenkerk genoemd, evenwel ten onrechte, aangezien zij zich geenszins aansloot bij de leer van Jansenius.] (Lips, o.c., p. 214)
* Stadstrouwboek Rotterdam 14 mei 1688 Adriaan Wittert de Jonge weduwnaar van Rotterdam koopman wonende aldaar en Geertruijda van Heijmenbergh jonge dochter van Rotterdam, getrouwd 31 mei 1688.
Zij laten o.a. dopen (Kath. Rotterdam): Adriaen, gedoopt 2 juli 1689.
# NG trouwboek Rotterdam 13 okt. 1709: Cornelis van der Togt jongman van Rotterdam wonende Korte Leeuwestraat en Maria Gileklack weduwe van Dordrecht, wonende aldaar, getrouwd op 5 nov. 1709]
Roelant Kuijter
[1731: drie houtloodsen]
Bernhart van Santen agent [van de koning van Pruisen]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 199v e.v.: op 30 juni 1740 verkoopt mr. Abraham van den Santheuvel, raad en vroedschap van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Tieleman van Zeebergh, burgemeester van Gouda, als executeurs-testamentair van wijlen Bernard van Santen, raad en agent van de koning van Pruisen, en als voogden over diens minderjarige erfgenamen, voor 10.750 gl. aan Jan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, een huis met een tuin erachter en een tuin ernaast, staande en gelegen op de Walevest “of wel vooraan op de Drappierskade [Wolwevershaven]” tussen ’s herenweg en de stal en het koetshuis van mevrouw Van de Graaff, alsmede voor 1230 gl. aan mr. Johan Gevaerts, raad en vroedschap van Dordrecht, een stal en koetshuis op de Walevest, staande tussen de tuin van Balthazar Repelaer en ’s herenweg.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 136v: op 8 nov. 1742 verkopen mr. Franchois van den Brandeler, schepen in wette van Dordrecht, als man van Anna Sophia Repelaer, mr. Philippus van den Brandeler, als man van Anthonia Repelaer, en mr. Jacob Stoop, ontvangen “vande penningen gedessineerd ten oorloge” te Dordrecht, als man van Clasina Pieternella Repelaer, enige kinderen en erfgenamen van mr. Balthasar Repelaer, voor 160 gl. aan Dirk van Eeten, wonende te Dordrecht, een tuin op de Walevest, liggende tussen de stal en het koetshuis van mr. Johan Gevaerts, burgemeester van Dordrecht, en de tuin van Johan Hubert.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 203v: op 8 okt. 1743 verkoopt Dirk van Eeten, wonende te Dordrecht, voor 50 gl. aan Obbe de Heer, schipper en burger van Dordrecht, een tuin op de Walevest, liggende tussen de stal en het koetshuis van burgemeester Johan Gevaerts en de tuin van Johan Hubert.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 34: op 17 sept. 1744 verkoopt Obbe de Heer, schipper en burger van Dordrecht, voor 100 gl. aan Petrus Hering, apotheker te Dordrecht, een tuin, gelegen op de Walevest tussen de stal en het koetshuis van burgemeester mr. Johan Gevaerts en de tuin van Johan Hubert.
[Een tuin]
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 198: op 13 mei 1756 verkopen Jacob Hubert, gewezen predikant in Puttershoek, en Gerard Hubert, meerderjarige ongehuwde zoon van wijlen Jan Hubert, voor 440 gl. aan Joost Schoenmakers, mr. grutter en burger van Dordrecht, een tuin op de Walevest, gelegen tussen de tuin van Catharina Dusart en die van de weduwe van Petrus Haring.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 13v: op 10 mrt. 1763 verkoopt Joost Schoenmakers, mr. grutter en burger van Dordrecht, voor 550 gl aan Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, een tuin met een huis op de Walevest, gelegen en staande tussen de tuin van Adriaan Mels en de tuin van de weduwe Harings.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 34v: op 2 april 1772 verkoopt Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, voor 1000 gl. aan mr. Arnoldus Adrianus van Tets, schepen van Dordrecht, een tuin met een huis, gelegen en staande tussen de tuin van Adriaan Mels en de tuin van de weduwe Harings.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 258: op 16 dec. 1779 verkoopt mr. Arnoldus Adriaan van Tets, vrijheer van beide Goudrianen en Langerak bezuiden de Lek, voor 1500 gl. aan dr. Bartholomeus van Schellebeek een tuin met een huis op de Walevest, gelegen en staande tussen de tuin van Adriaan Lacoste en de tuin van de erfgenamen van de weduwe Harings.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 249: op 15 mei 1792 verkopen Frederik Willem van der Leeuw, als echtgenoot van Maria Huberta van Schellebeek, Maria Huberta van Schellebeek zelf en Anna Catharina van Schellebeek, meerderjarige persoon, allen wonende in Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Joanna Maria Lentfrink, weduwe van Bartholomeus van Schellebeek, schepen van Dordrecht, voor 2650 gl. aan Jan Hendrik van Meteren, schepen van het watergerecht en koopman te Dordrecht, een tuin met een tuinhuis en keuken, gelegen en staande op de Binnenvest en uitkomende op de Walevest, belend van voren en van achteren door de tuin van Hendrik Hering aan de ene zijde en de tuin van Adriaan Lacoste aan de andere.]
idem [Bernard van Santen]
[1731: koetshuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 199v e.v.: op 30 juni 1740 verkoopt mr. Abraham van den Santheuvel, raad en vroedschap van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Tieleman van Zeebergh, burgemeester van Gouda, als executeurs-testamentair van wijlen Bernard van Santen, raad en agent van de koning van Pruisen, en als voogden over diens minderjarige erfgenamen, voor 10.750 gl. aan Jan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, een huis met een tuin erachter en een tuin ernaast, staande en gelegen op de Walevest “of wel vooraan op de Drappierskade [Wolwevershaven]” tussen ’s herenweg en de stal en het koetshuis van mevrouw Van de Graaff, alsmede voor 1230 gl. aan mr. Johan Gevaerts, raad en vroedschap van Dordrecht, een stal en koetshuis op de Walevest, staande tussen de tuin van Balthazar Repelaer en ’s herenweg.
Mr. Johan Gevaerts, jongman (1730), schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, zoon van Ocker Gevaerts Johansz. en Maria Arnoudina Briel, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 14 april 1730 (ondertrouw, op 30 april 1730 attestatie gegeven om elders te trouwen, de bruidegom geassisteerd met zijn broer mr. Paulus Gevaerts, de bruid met haar ouders Jacob van der Waeijen, afgevaardigde naar de Staten-Generaal, en Hebertina de Witt) Cornelia van der Waeijen, jonge dochter van Dordrecht (1730), 2e Gerecht/NG Dordrecht 26 sept. 1732 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te ‘s-Gravenhage dd 26 sept. 1732, op 12 okt. 1732 attestatie gegeven) Susanna Sluijsken
Kinderen:
ex 1:
a. Ocker, gedoopt NG Dordrecht 28 febr. 1731
ex 2:
b. Maria Arnaudina, gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1734
c. Maria Adriana, gedoopt NG Dordrecht 14 april 1736
d. Antonia Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1737
e. Alida Margareta, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1739
f. Willem, gedoopt NG Dordrecht 3 sept. 1740]
de erfgenamen van Mattijs Dussaar
[1731: pakhuisje]
de erfgenamen van Willem van der Linden
[1731: pakhuis, opslag van gereedschap, kalk, steen en pannen]
Roelant Kuijter
[1731: drie houten loodsen, gebruikt voor de houtkoperij
ORA Dordrecht inv. 1655, f.170v: op 1 mrt. 1740 verkoopt Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, als man van Margareta Staalsmith, eerder weduwe van Roelant Kuijter, voor 2200 gl. aan Isaac Morjé en Hendrik Vriesendorp, kooplieden te Dordrecht, twee houttuinen of loodsen,, staande naast elkaar op de Walevest tussen ’s Landsmagazijn aan de ene en het open erf van kolonel Van Broekhuijsen “tusschen bijde en de loods van Jan van der Linde aan de andere zijde”.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 73v: op 17 jan. 1758 verkoopt Isaac Morjé, koopman te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht de helft van twee naast elkaar staande houttuinen of loodsen, staande op de Walevest tussen het ’s Landsmagazijn en het open erf van mevrouw Snellen “tusschen bijde” en de loods van Jan van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 230v: op 11 sept. 1781 verkoopt Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Jacob Vriesendorp, koopman te Dordrecht, de helft van twee houttuinen of loodsen, staande naast elkaar op de Walevest tussen ’s Landsmagazijn en het erf van de juffrouwen Snellen “tusschen beiden” en de loodsen van Dirk Vos Cornelisz. ]
de erfgenamen van Willem van der Linden
de erfgenamen van Willem van der Linden
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 55v: op 21 mei 1772 verkopen Dirk van der Linden, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Willem van der Linden, steenbakker te Dubbeldam, voor 274 gl. aan Arnoldus Vallas, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de koper en dat van Adriaan Mels.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 183v: op 18 mei 1779 verkoopt Maria Brinkman, weduwe van Johannis Uijtterlimmigen, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Dirk Vos Cornelisz., een pakhuis op de Binnen Walevest, uitkomende met het erachter zijnde erf aan de Buiten Walevest, staande tussen de houttuin van Vriesendorp en Kool en de tuin van de weduwe van Adriaan Mels.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 192: op 9 mrt. 1784 verkoopt Dirk Vos Cornelisz., koopman wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Hendrik Vriesendorp en Zoon, kooplieden te Dordrecht een loods op de Walevest, uitkomende met een erf achter op de Buiten [Wale]vest, staande tussen de tuin van Adriaan La Coste en de loods van de kopers.]
de weduwe van Joan Spina
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 10: op 10 mrt. 1757 verkopen Maria Spina, weduwe van Marijnis Kissenburg, en Elisabeth Spina, meerderjarige ongehuwde persoon, beiden enige kinderen en erfgenamen van wijlen Maria Gregoor, weduwe van Jan Spina, voor 130 gl. aan Adriaan Mels, koopman te Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 186: op 15 mei 1777 verkoopt Arnoldus Koster, eerste klerk in de secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Dusart, wonende te Dordrecht, weduwe en enige erfgename van Adriaan Mels, die gewoond heeft en zonder nakomelingen na te laten te Dordrecht is overleden, aan Adriaan Lacoste, wonende te Dordrecht, o.a. een tuin en huis op de Walevest, gelegen en staande achter brouwerij “het Lam” in de Hoge Nieuwstraat.]
Baltasar Repelaar kwartierschout
[1731: koetshuis]
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 72: op 27 sept. 1717 verkoopt Aart Pelt, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Balthasar Repelaer, kwartierschout van Peelland, Meierij van ‘s-Hertogenbosch, en mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de weduwe Meusel en dat van Sara Rip.].
(aan de andere zijde van de Walevest:)
Maria Rips
Maria Rips
Maria Rips
[1731: verhuurt huisje]
Sander Backe
[1731: verhuurt huisje]
Barent Klimpt
Lourensje Bakermat
[1731: verhuurt huisje]
idem
[1731: verhuurt huisje]
Wolwevershaven (Drappierskade; tussen Damiatebrug en Vlak)

De Damiatebrug (okt. 2014). De naam “Damiate” herinnert misschien aan het beleg van Damietta, een stad in de Nijldelta in Egypte, die na een ruim 16 maanden durende belegering door de kruisvaarders, onder wie ook Hollandse en Friese ridders, die werden aangevoerd door graaf Willem I van Holland, werd veroverd (1219, Vijfde Kruistocht). Een belangrijk moment hierbij was de inname van een toren op een eiland, van waaruit een ketting liep, die de enige bevaarbare geul in de Nijl, en daarmee de scheepvaartroute naar Caïro, versperde. De herinnering aan dit wapenfeit leefde in het bijzonder in Haarlem, waar de klokken van de Grote Kerk nog steeds Damiaatjes genoemd worden, en misschien ook in Dordrecht voort. Het is, hoewel zeer speculatief, toch niet ondenkbaar, dat het bolwerk aan de Wolwevershaven, bekend onder de naam het Blauwe Bolwerk, maar ook als Damiatenbolwerk, zijn benaming dankt aan het beleg van een stad in Egypte. Er zijn in ieder geval twee punten van overeenkomst: een verdedigingswerk en de toegang tot een vaarwater bij een stad. De naam Damiatenbolwerk bestond overigens al in de zeventiende eeuw, en, als we tenminste Balen mogen geloven, werd die reeds vanaf de aanleg van de Wolwevershaven (1609) gebruikt. Op p. 64 van zijn Beschrijvinge der Stad Dordrecht (1677) vermeldt hij: “doende opte mond van die haven ten oosten 1609 een steene Bolwerk leggen, noemende ’t zelve Damiaten”. Balen is niet altijd een zo betrouwbare bron, als we ons zouden wensen, maar in dit geval kan hij wel gelijk hebben, want bij de aanbesteding van de stenen muur achter de huizen van de Wolwevershaven (1644) wordt al gesproken van het Bolwerck van Damiaten. Matthijs Pompe, die in 1649 bij het Bolwerk een huis liet bouwen, en er een houtkoperij stichtte, noemde dat ook “Damiate”. (Lips, o.c., p. 231)

De plattegrond van Blaeu (uitgegeven in 1649) toont het Blauwe Bolwerk (rode B), voordat Matthijs Pompe er zijn huis bouwde. Er was kennelijk al wel een houtopslag. De houtkoperij werd eveneens “Damiate” genoemd. Deze was in 1756 nog in gebruik, maar in 1771 werd er geen melding meer van gemaakt. (Wolwevershaven, p. 10)
de erfgenamen van Joan van Gelei
[1731: woonhuis met afdak en kantoortje
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 169v: op 17 febr. 1756 verkopen Elisabeth Vingerhoed, weduwe van Herman van Gelé, wonende te Rotterdam, voor een vierde part, Johanna van Gelé, weduwe van Anthonij de Vries en Jacoba Catharina van Gelé, meerderjarige ongehuwde persoon, beiden wonende te Dordrecht, elk voor een vierde part, en Jacoba Catharina van Gelé nog voor een vierde part voor 2730 gl. aan Gillis van der Beeck, koopman te Dordrecht, een huis met een houttuin ernaast , genaamd “Damiaten”, staande aan het einde van de Wolwevershaven tegenover de Riviervismarkt tussen de mond van de Nieuwe Haven en het huis van de weduwe van Willem Reepmaker.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 7 e.v.: op 28 jan. 1772 verkopen David Hordijk, Gerrard Castendijk, mr. Jasper Perduijn en Paulus Knogh, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Gillis van der Beek, voor 5075 gl. aan Jacobus van Vliet, koopman te Dordrecht, een huis met een koetshuis en een ruim erf daarnaast, staande op de Wolwevershaven tegenover de Damiatebrug tussen het huis van de erfgenamen Reepmaker aan de ene zijde en de monding van de Nieuwe Haven aan de oostzijde.
Jacobus van Vliet, jongman geboren te Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1755), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juni 1803 (Jacobus van Vliet, op de Wolwevershaven, laat kinderen na, met de lijkkoets, ’s morgens om 10 uur, 88 jaar oud, verval van krachten), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 nov. 1755 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Haastrecht dd 27 nov. 1755, op 14 dec. 1755 attestatie gegeven) Maria Drost, jonge dochter geboren en wonende te Haastrecht (1755)
Kinderen (o.a.):
a. Anna Maria van Vliet, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1759
b. Maria Engelina van Vliet, gedoopt NG Dordrecht 14 febr. 1761
c. Jacobus Dammis van Vliet, 3 juni 1772]
Mattijs de Sterke
[Matthijs Baardhoudtsz. Sterk, jongman van Dordrecht (1697), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 okt. 1697 (volgens attestatie van ondertrouw te Gorinchem) Lijsbeth Gerritsdr. Buijs, jonge dochter van Gorinchem (1697)
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 13 febr. 1733: Lijsbeth Buijs, de vrouw van Matthijs de Stercke, op het eind van de Drappierskade, laat kinderen na
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Barthout de Sterke, 1 dec. 1698
b. Gerrit de Stercke, 1 dec. 1700
c. Maria de Stercke, 6 mei 1703, trouwde Jacob Cock
d. Leendert de Stercke, 29 sept. 1706
e. Gijsbert, 27 mrt. 1708
f. Aerdina, 8 sept. 1709
g. Mettie, 15 febr. 1712
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 119 e.v.: op 19 mei 1733 verkoopt Arnoldus van Well, burger van Dordrecht, vervangende Pieter Buijs, beiden voogden over de minderjarige kinderen en mede-erfgenamen van Elisabeth Buijs, de vrouw van Matthijs de Stercke, en als procuratie hebbende van Matthijs de Stercke, en van Jacob Cock, als man van Maria de Stercke, dochter en mede-erfgename van Elisabeth Buijs, tevens vervangende Barthout de Stercke, Gerret de Stercke en Leendert de Stercke, zoons en mede-erfgenamen van Elisabeth Buijs, voor 1230 gl. aan mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, schepen en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacoba van Gele.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 175 e.v.: op 17 juni 1773 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., raad en oud-burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als procuratie hebbende van zijn echtgenoteChristina Reepmaker, en van Petronella Elisabeth Reepmaker, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, en van Johanna Reepmaker, echtgenote van mr. Johan van Neurenberg, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, elk van hen voor een vierde part erfgenaam van mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, raad en vroedschap van Dordrecht, en diens echtgenote Johanna Op de Camp, en de heer Rees tevens als procuratie hebbende van mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen, Sleeuwijk etc.,raad en oud-burgemeester van Rotterdam, zoon en mede-erfgenaam voor een vierde part van Willem Reepmaker en Johanna Op de Camp, voor 1070 gl. aan Gerrit Kasdorp een huis op de Wolwevershaven, staande tussen de stal van het huis van Jan Hoeufft en het huis van Jacobus van Vliet.]
[Willem] Reepmaker, heer van Strevelshoek
[1731: woonhuis met stal en koetshuis
Zie ook: http://cms.dordrecht.nl/Dordrecht/up/ZykzdxsIkL_1105_rapport_definitief.pdf en A.Balm-Kok, Wolwevershaven 9
Mr. Willem Reepmaker, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1681, jongman van Dordrecht (1704), weduwnaar van Dordrecht (1710), achtraad, veertigraad en schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 aug. 1738 (mr. Willem Reepmaker heer van Strevelshoek, laat kinderen na, 10 koetsen extra, een wapenbord, zoon van Johan Reepmaker en Christina van Beveren, trouwde 1e Gerecht/NG 19 okt./4 nov. 1704 (de bruidegom geassisteerd met Christina de Bevere, zijn moeder, de bruid met mr. Pieter Pompe, haar broer, en mr. Matthijs Pompe, heer van Dortsmonde, Nieuwkercke etc., en Adriaan de Lange, oud-schepen van Schieland, haar ooms) Mondina Pompe van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1678, dochter van Michiel Pompe van Slingelandt en Elisabeth de Lange, 2e Gerecht/NG Dordrecht 1/17 juni 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn behuwd vader Michiel van Beveren, de bruid met haar vader Adriaen opde Camp) Johanna Op de Camp. gedoopt NG Dordrecht 15 sept. 1685, jonge dochter van Dordrecht, overleden 11 mrt. 1761, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 mrt. 1761 (Johanna Op de Camp, weduwe van mr. Willem Reepmaker, raad en vroedschap van Dordrecht, op de Drappierskade, met wapenbord en tien koetsen extra, de hoogste boete), dochter van Adriaan Op de Camp en Pieternella Cloens.
Kinderen (ex 2; o.a.):
a. Adriana Petronella, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1714
b. Christina Reepmaker, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1716, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 aug. 1743 Mattheus Rees
Kind:
b-1. Emmerentia Christina Rees, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1751, trouwde Jacob Reepmaker (zie hieronder bij d-1)
c. Pieternel Elizabeth, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1717
d. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen, Sleeuwijk etc., gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1719,raad en burgemeester van Rotterdam, begraven Rotterdam (Franse Kerk) 21 febr. 1780 (Adriaan Reepmaker, liet na één meerderjarig kind, raad in de vroedschap en oud-burgemeester van Rotterdam), trouwde NG Rotterdam 15 mrt. 1744 (ondertrouw) Jacoba Catharina van Belle, begraven Rotterdam (Franse Kerk) 16 april 1798 (Jacoba Catharina van Belle, liet na één meerderjarig kind)
Kind:
d-1. Jacob Reepmaker, gedoopt NG Rotterdam 30 juli 1748, jongman geboren en wonende te Rotterdam (1772), schepen van Schieland trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 jan./17 febr.1772 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders mr. Adriaan Reepmaker, oud-burgemeester van Rotterdam, de bruid geassisteerd met haar ouders Mattheus Rees Mattheusz., regerend burgemeester en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam, en Christina Reepmaker) Emmerentia Christina Rees, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1751, begraven Rotterdam (Franse Kerk) 26 juli 1810 (Emmerentia Christina Rees, echtgenote van Jacob Reepmaker, liet na vijf meerderjarige kinderen, Leuvehaven C:293)(zie hierboven b-1)

Jacob Reepmaker, portret toegeschreven aan John Parker

Emmerentia Christina Rees, portret toegeschreven aan John Parker
e. Willem Jacob, gedoopt NG Dordrecht 21 april 1722
f. Johanna Reepmaker, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1723, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 mrt. 1749 Johan van Neurenburg
Willem Reepmaker was van 1728 tot 1738 eigenaar van het huis, dat tegenwoordig het “Museum aan de Maas” genoemd wordt (Wolwevershaven nr. 9).
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 175 e.v.: op 17 juni 1773 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., raad en oud-burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als procuratie hebbende van zijn echtgenote Christina Reepmaker, en van Petronella Elisabeth Reepmaker, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, en van Johanna Reepmaker, echtgenote van mr. Johan van Neurenberg, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, elk van hen voor een vierde part erfgenaam van mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, raad en vroedschap van Dordrecht, en diens echtgenote Johanna Op de Camp, en de heer Rees tevens als procuratie hebbende van mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen, Sleeuwijk etc.,raad en oud-burgemeester van Rotterdam, zoon en mede-erfgenaam voor een vierde part van Willem Reepmaker en Johanna Op de Camp, volgens procuratie gepasseerd op 10 mei 1773 ten overstaan van notaris P. J. de Superville te Rotterdam, voor 7150 gl. aan vice-admiraal Jan Hoeufft, wonende te Dordrecht, een huis met kelder, koetshuis en stal, staande op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug tussen het huis van de koper en dat van Gerrit Kasdorp.

Wolwevershaven nr. 9. Het Museum Het Dordtse Patriciërshuis. “De eerste verdieping, de kap en de symmetrische voorgevel met empire-schuiframen stammen uit de achttiende eeuw. De laatste grote verbouwing, die invloed had op het aangezicht van de woning, vond plaats in 1780, met de bouw van een prachtige kamer aan de achterzijde van het huis. … In 2011 is het een museum geworden …” (Wolwevershaven, p. 38)
Jan Hoeufft, geboren Dordrecht 3 dec. 1709, gedoopt NG Dordrecht 24 dec. 1709, overleden ald. 19 febr. 1793, zoon van Jacob Hoeufft en Sophia Everwijn. “Reeds op jeugdigen leeftijd trad hij in zeedienst en werd in 1736 kapitein-ter-zee in dienst der Vereen. Nederl. In het volgend jaar was hij bevelhebber op het fregat ‘Zeepaard’, met 24 stukken, met welk schip hij zich op de reede van Salee terdege tegen de barbarijsche zeeroovers weerde en 19 Nov. 1737 twee marokkaansche roofschepen veroverde en verbrandde. In 1739 ontweldigde hij aan een kaper een fransch koopvaardijschip en noodzaakte een anderen een hollandsch schip, dat veroverd was, te doen zinken. 24 Juni 1739 werd Jan Hoeufft, oud 29 jaar, student te Leiden (Mat: Hon: c:). In 1743 voerde hij het bevel op de ‘Dolphijn’, die weder bestemd was op de barbarijsche kust te kruisen ter beveiliging van onze koopvaardijschepen; hij deed toen aan de Staten 9 Juli 1743 zijn beklag, dat de officieren van gezondheid te Cadix hem in quarantaine lieten liggen, omdat er in Ceuta een besmettelijke ziekte heerschte, niettegenstaande hij verklaard had, dat hij deze haven in het geheel niet had aangedaan. De Staten-Generaal besloten 6 Aug. 1743 daarover hun beklag te doen bij het Hof van Spanje. Als kapitein-luitenant ter zee diende Hoeufft onder den luitenant-admiraal Cornelis Schrijver (V, kol. 705); het blijkt, dat de goede gezindheid tusschen deze beiden veel te wenschen overliet. Vooral rezen de geschillen hoog in 1761 door het verongelukken op het Gom van ’s lands schip van oorlog ‘de Meermin’, gecommandeerd geweest door den kapitein Bisdom. Schrijver beschuldigt Hoeufft zijn functiën slecht waar te nemen en de belangen der V.N. niet te behartigen, waarop Hoeufft zich verontschuldigt en zich tegen die beschuldigingen verdedigt. Bij resol. van 25 Nov. 1761 besluiten de Staten-Generaal de admiraliteit van Amsterdam te machtigen om in die geschillen te beslissen, wat evenwel in Juli 1763 nog niet had plaats gevonden. Het schijnt, dat Hoeufft in het gelijk is gesteld: was hij in 1762 bevorderd tot kapitein-commandeur, in 1766 werd hij schout-bijnacht, in 1768 vice-admiraal en 8 Maart 1773 luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland, ressorteerende onder de admiraliteit van Amsterdam. In 1781 werd hij nog kolonel van het eerste of lijfregiment mariniers van prins Willem V. Hij maakte zijn testament 1 Jan. 1781 voor Jan van der Star, notaris te Dordrecht, maakte zijn zoon tot universeel erfgenaam en werd in de Augustijnerkerk te Dordrecht met 8 kw. begraven.
Jan Hoeufft huwde te Kleef in Maart 1755 met Louisa Margaretha von Diest (1733-1758), dochter van Hendrik en van Maria Margaretha von Steinberg. “Uit dit huwelijk sproot slechts één zoon Mr. Jacob Hendrik Hoeufft, wiens biografie in dl. III, kol. 595 voorkomt.” (www.dbnl.nl)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 8 mrt. 1755: Jan Hoeuft kapitein ter zee in dienst van de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden jongman van Dordrecht wonende aldaar en Louisa Maria van Diest wonende te Kleef, volgens attestatie van ondertrouw van Kleef dd 11 mrt. 1755, 6 april 1755 attestatie gegeven.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 13 e.v.: op 31 mrt. 1757 verkoopt Jan Hoeuft, kapitein ter zee voor het College van de Admiraliteit te Amsterdam, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Alida Hoeuft, wonende te Dordrecht,een zesde part in een huis met stal, koetshuis, hooizolders en kelder, staande in de Wijnstraat op de Groenmarkt tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe Van Bragt.
14 dec. 1775: lt.admiraal Jan Hoeufft, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 4750 gl. aan mr. Pompejus Hoeufft, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een huis met twee kelders, staande op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug tussen het huis van verkoper en dat van Aart van der Kaa. (A. Balm-Kok, Wolwevershaven 9, p. 40)
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 25 febr. 1793: Jan Hoeuft luitenant admiraal van Holland en Westfriesland, op de Wolwevershaven, laat kinderen na, met een wapenbord en 10 koetsen extra, de hoogste boete, luiden van elf uur tot half twee.
Zoon:
a. Jacob Hendrik Hoeufft, geboren Dordrecht 29 juli 1756

Jacob Hendrik Hoeufft
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 5 nov. 1784: Anthonij van de Santheuvel Hendriksz., jongman geboren te Willemstad wonende in de Kannenkopersbuurt schepen van Dordrecht en Anna de Coningh weduwe van Pompejus Hoeuft secretaris van Dordrecht geboren te Vlaardingen en wonende op de Wolwevershaven, getrouwd op 21 nov. 1784
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 151v e.v.: op 3 juni 1794 transporteert Hendrik Lodewijk van den Santheuvel, secretaris van de burgemeesters van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Jacob van Nek, wonende te Leiden, als door Anthonij van den Santheuvel Hendriksz., in zijn leven oud-burgemeester van Dordrecht, en diens echtgenote Anna de Coning, bij hun testament, dat zij hebben gepasseerd op 22 febr. 1792 voor notaris J.H. Schultz van Haegen te Dordrecht, aangesteld tot executeur-testamentair, en Assendelft de Coning, heer van Mijnsheerenland van Moerkerken, wonende te Vlaardingen, als mede-executeur, aan mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, lid van de Oudraad van Dordrecht, een dubbel herenhuis, staande op de Wolwevershaven, van achteren uitkomende aan de rivier, belend door het huis van mr. Jacob Hendrik Hoeufft aan de ene zijde en het huis van de weduwe van Aart van der Kaa aan de andere zijde, alsmede een koetshuis en stal, staande op de stadsbinnenvest of het zogenaamde Nieuwe Werk tussen het koetshuis van mr. Adolf Herbert van de Meij van der Linden en het huis van de erfgenamen van Caspar Bremkes. Voor het herenhuis is betaald 17.400 gl, voor een aantal roerende goederen en voor de stal en het koetshuis 2600 gl.]
Michiel de Beveren
[1731: woonhuis en kelder, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 175 e.v.: op 17 juni 1773 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., raad en oud-burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Rotterdam), als procuratie hebbende van zijn echtgenote Christina Reepmaker, en van Petronella Elisabeth Reepmaker, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, en van Johanna Reepmaker, echtgenote van mr. Johan van Neurenberg, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, elk van hen voor een vierde part erfgenaam van mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, raad en vroedschap van Dordrecht, en diens echtgenote Johanna Op de Camp, en de heer Rees tevens als procuratie hebbende van mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen, Sleeuwijk etc., raad en oud-burgemeester van Rotterdam, zoon en mede-erfgenaam voor een vierde part van Willem Reepmaker en Johanna Op de Camp, voor 4280 gl. aan lt. admiraal Jan Hoeufft, wonende te Dordrecht, een huis met kelder op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de koper en dat Aart van der Kaa.]
de weduwe van Gerrit Hubert
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 135v: op 1 sept. 1739 verkoopt Jan Hubert, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Elisabeth Toussain, weduwe van Gerard Hubert, koopman te Dordrecht, voor 1730 gl. aan Martinus Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven of Drappierskade, staande tussen het huis van de koper en dat van Michiel de Beveren.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 188v e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Aart van der Kaa, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Willem Hardus en dat van Johanna Opdecamp, weduwe van mr. Willem Reepmaker.
Aart van der Kaa, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 juni 1739 Heijltje van der Matten
Kinderen (o.a.):
a. Jan, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1744
b. Bastiaan, gedoopt NG Dordrecht 25 april 1751
c. Hendrica Maria van der Kaa, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1754
d. Jacoba van der Kaa, gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1759]
de weduwe van Corstiaan Backus [koopman, lid van het Groot Schippersgilde, reder en zoutzieder]
[1731: verhuurd
Corstiaen (Christiaen) Backus, trouwde NG Dordrecht 30 mei 1683 Margareta Plucke
Kind:
a. Martinus Backus, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1703
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 38v: op 9 mei 1705 verkoopt “Adriaen Burger, mr. silversmith, en borger deser Stad in Huwelijk hebbende Anna Remacke, mitsgrs. nog als last ende procuratie hebbende van Mattheus Remacke, Coopman woonende tot Amsterdam in qt. als oom paternell ende bij de Camere Judicieel deser Stad aengestelde voogt o(ver) Maria Remacke na gelate dogter van Sara Renson aen haar verwekt bij Daniel Remake in sijn leven Coopman binnen deser Stede”, voor 4066 gl. aan Corstiaan Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, strekkende vierkant voor van de kade tot achter aan de Merwede, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Gerard Horret en dat van Gerrardus Hubert.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 187v e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Willem Hardus, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Willem Kouwens en dat van Aart van der Kaa.
I. Gerrit Hardes, jongman van Dordrecht wonende scheep (1675), trouwde NG Dordrecht 10/24 febr. 1675 (Grote Kerk) Jenneken Dircxdr.de Bruyn, geboren naar schatting ca. 1650,jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Catharijnepoort (1675), dochter van Dirck Lambrechtsz. de Bruijn en Hester Cornelisdr. Ranck
NG trouwboek Dordrecht 6 mrt. 1650: Dirck Lambrechtsz. de Bruijn Maasschipper weduwnaar van Grave en daar wonende en Hester Cornelisdr. Ranck, jonge dochter van Delft wonende op de Nieuwe Haven, procl. Grave, getrouwd in Papendrecht op 27 mrt. 1650
NG trouwboek Dordrecht 24 okt. 1660: Carel Thijssen schipper jongman van Bommel wonende aldaar en Hester Cornelisdr. Ranck weduwe van Delft wonende in de Nieuwstraat, procl. Bommel, getrouwd op 9 nov. 1660
ONA Dordrecht inv. 236, f. 169 e.v.: op 24 april 1675 testeren Geerit Hardus, koopman en Maasschipper, zijn vrouw Jenneken Dircxdr. de Bruyn, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 65 e.v.: op 18 mrt. 1684 transporteert notaris Johannes de Bedts, als procuratie hebbende van Matthijs Vermasen en Elisabeth Hardus, echtelieden wonende te Nijmegen, volgens procuratie gepasseerd op 1 mrt. 1684 ten overstaan van notaris J. van Pavort te Nijmegen, aan Gerardt Hardus en diens vrouw Jenneken de Bruijn, wonende te Dordrecht, een vierde part van een huis, genaamd “den Cleijnen Appelboom”, staande omtrent het Steegoversloot tussen het huis van de erfgenamen van Geerit van der Thuijnen en dat van Van Gijbelant. De koopsom bedraagt 150 gl.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 66v: op 2 dec. 1687 verkopen Corstiaen en Matthijs Hardijs, schippers, samen erfgenamen van hun broer, Johannes Hardijs, voor 300 gl. aan Gerard Hardijs, schipper en burger van Dordrecht, de helft van een huis in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen van Gerard van der Thuijnen en dat van de weduwe van Johannes van Gijbelant. De wederhelft van het huis behoort toe aan de koper.
1723: testeert Jenneken de Bruyn weduwe Gerrit Hardes; zij herroept een testament door haar met haar man 26 Juli 1713 gemaakt en een door haar alleen 16 Febr. 1723 gepasseerd, beide voor nots J. de Bets te Dordrecht. Zij vermeldt erin haar broeder Jan Hardes, haar dochter Anna Hardes weduwe Cool en haar zonen Carel en Gerard Hardes (De Nederlandsche Leeuw 1920, kol. 257)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Dirck, 29 april 1676
b. Petrus, 2 sept. 1678
c. Elisabeth, 12 jan. 1681
d. Jan, 28 febr. 1688
e. Hester, 4 juli 1690
f. Anna Hardes, geboren naar schatting ca. 1690, trouwde Geleijn Kool
g. Gerhardus, 9 febr. 1695
h. Carel Hardus,volgt II
II. Carel Hardus, trouwde Anna Margareta de Haan
Maart 1725 testeren Carel Hardes en Anna Margaretha de Haen, echtelieden, zij benoemen elkander wederkerig tot hun erfgenaam. (De Nederlandsche Leeuw 1920, kol. 257)
Kinderen:
a. Willem Hardus, jongman wonende te Nijmegen (1751), trouwde Maria Hardus
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 5 nov. 1751: Willem Hardus jongman wonende te Nijmegen geassisteerd met zijn moeder Margarita de Haan weduwe van Carel Hardus en Maria Hardus jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat geassisteerd met haar vader Jan Hardus, de geboden gaan te Nijmegen, getrouwd op 23 nov. 1751
b. Elisabeth Hardus, jonge dochtergeboren te Tiel wonende op de Wolwevershaven (1762), trouwde Johannes Boonen
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 17 mrt. 1762: Johannis Boonen jongman geboren te Dordrecht wonende op de Noordendijk geassisteerd met zijn vader Hendrik Boonen en Elisabeth Hardus jonge dochter geboren te Tiel wonende op de Wolwevershaven geaasisteerd met haar broeder Willem Hardus, de geboden gaan te Nijmegen in de Waalse kerk, getrouwd op 5 april 1762
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 30 aug. 1766: Willem Hardus, laat geen kinderen na, acht koetsen extra, hoogste boete, op de haven, ’s morgens een kwartier luiden, ’s middags een kwartier luiden)
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 166v: op 23 okt. 1770 verkoopt Jan Jacob Hardus, als procuratie hebbende van Maria Hardus, weduwe van Willem Hardus, wonende te Dordrecht, voor 5200 gl. aan Isaak Morjé, koopman wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Aart van der Kaa en dat van Willem Kouwens.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 230: op 6 sept. 1781 verkoopt “Jan van Andel, wonende alhier, als last en procuratie hebbende van zijne zuster Jufvr. Sophia Cornelia van Andel wed:e wijlen Isaac Morjé, mede wonende alhier,” voor 7500 gl. aan Jonas Andries Repelaar, wonende te Dordrecht [lid van de Veertigen, hoogheemraad van de Alblasserwaard, mansman in het Hof en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, Advies Meester op de Zeehaven, directeur en voorzitter van het Dordrechtsche departement van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (Wolwevershaven, p. 42)] een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Aart van der Kaa en dat van Willem Kouwens.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 15 febr. 1800: Jonas Andries Repelaar, op de Wolwevershaven, laat geen kinderen na, met de “ordinaire” koetsen, 67 jaar oud, verval van krachten.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 697: op 27 juli 1809 verkoopt Woltherus Knollaardt, als man van Johanna Wilhelmina Rees, eerder weduwe van Jonas Andries Repelaar, voor 4400 gl. aan Cornelis Alblas, [schipper] wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:325 en 308, staande tussen het huis van Willem Nicolaas Kouwens en dat van de erfgenamen van Aart van der Kaa.]
Jacob Herpell [wijnkoper]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 4: op 20 jan. 1705 verkoopt “Bartholomeus van Gelsdorp nots. en procur. binnen dese Stad, als bij Mijn Ed. Heere van(de) geregte en Camere Judisieel deser Stede geauthoriseert sijnde tot het vercopen en beneficeren van(de) goederen naargelaten bij Agnita Nicasius, in haar leven wed.e wijle Gerret Hurret [wijnkoper], voor 4900 gl. aan Jacob Herpel, koopman te Dordrecht, een huis met een wijnkelder op de Nieuwe Haven [sic], staande tussen het huis van Emerentia van de Kemp en het huis, dat wordt bewoond door Dirck Fiool.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 25 e.v.: op 2 juli 1748 verkoopt Leendert van der Camp, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Geertruij Kuijpers, weduwe van Jacob Herpel, voor 2600 gl. aan Willem Kouwens, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Martinus Backus en dat van Adriaan Turffcloot.]
Adriaan Torfcloot [koopman en zoutzieder]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 21: op 2 april 1705 verkoopt Emmerentia van der Kemp, de vrouw van Johannes Debetius, predikant te Dordrecht, voor 3020 gl. aan Hester van Bergen, weduwe van ds. Abrahamus Leonardts, predikant te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Margareta Remak en dat van Jacob Herpel.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 sept. 1714: Hester van Berge, weduwe van Abraham de Leonard, op de Wolwevershaven, met drie koetsen extra, de eerste boete.
ORA Dordrecht inv. 810 (oud), f. 3: op 22 jan. 1715 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hester de Leonards, meerderjarige ongehuwde persoon wonende in Den Haag, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Willem Roseboom, advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in ‘s-Gravenhage, als man van Catharina d’Leonardts, enige kinderen en erfgenamen van hun moeder zaliger Hester van Bergen, weduwe van ds. Abrahamus de Leonardts, predikant te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Francois Valentijn, voormalig predikant op Ambon, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jacob Herpel wijnkoper en dat van Hendrick Le Pla koopman.

Ds. Francois Valentijn, ca. 1723 (foto: Wikipedia)
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 144v: op 10 okt. 1719 verkoopt Francois Valentijn, predikant te Dordrecht, voor 2700 gl. aan Adriaan Turffkloot een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Hendrik Lepla en dat van Jacob Herpel.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 juli 1753: Adriaan Turffkloot, op de Wolwevershaven, laat kinderen na, met twee koetsen extra.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 29: op 1 mei 1760 verkoopt Nicolaas Turffkloot, [zoutkeetmeester] wonende te Dordrecht, voor 3520 gl. aan Cornelis van Hombroek, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Willem Kouwens en dat van Gilllis van de Sande.
Hendrik Lepla [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 27v: op 3 mei 1757 verkoopt Gerard Hubert, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Margarita Hubert, weduwe van mr. Hendrik Lepla, wonende te Dordrecht, voor 2290 gl. aan Gillis van den Sanden, burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, achter uitkomende op de rivier, staande tussen het huis van Adriaan Turffkloot en het huis van Jacob van der Kaa.]
idem
[1731: woonhuis
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 27v: op 3 mei 1757 verkoopt Gerard Hubert, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Margarita Hubert, weduwe van mr. Hendrik Lepla, wonende te Dordrecht, voor 880 gl. aan Jacob van der Kaa, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, uitkomende op de rivier, staande tussen het huis van Gillis van den Sande en dat van Matthijs inde Betouw.]
de weduwe van Jan in de Betou
[Jan in de Betou (in de Betuwe),jongman van Nijmegen wonende ald. (1677), koopman,[Maasschipper], trouwde NG Dordrecht/Albasserdam 2/23 mei 1677 Adriana Karis jonge dochter van Venlo wonende op de Nieuwe Haven (1677)
Kinderen:
a. Hester, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1682
b. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 26 juli 1696
c. Matthijs in de Betou, gedoopt NG Dordrecht 25 okt. 1698]
Mattijs Toussijn [koopman]
[Matthijs Toussijn, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1722), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 aug. 1750 (Mattijs Touzijn, op de Drappierskaai, laat geen kinderen na, met twee koetsen extra), vermoedelijk zoon van Toussein Lambert en Anne Mathijs, trouwde1e NN, 2e Gerecht/NG Dordrecht11/27 sept. 1722 (de bruid is weduwe van Johan Meerman) Margrietie van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1672, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1702), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1722), overleden Dordrecht 25 febr. 1746, dochter van Johan Adolfsz. van der Linden en Catharijntje Ruijtenburg, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 9/25 juli 1702 (de bruid geassisteerd met haar zuster Catharina van der Linden) Johannes Meerman, weduwnaar geboren en wonende te Breda (1702), brouwer, overleden ca. 1703
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 76v: op 8 dec. 1701 verkoopt Elisabeth van der Meulen, [koopvrouw], de vrouw van Pieter Tame. koopman wonende in Den Haag, eerder weduwe en enige erfgename van Poulus de Bruijn, koopman te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Matthijs Toussain, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Wijnant Pelser en dat van Jan in Betou.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 103: op 28 jan. 1751 verkoopt Jan Hubert, koopman te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn oom Matthijs Toussaint, voor 2320 gl. aan Johanna Renson, weduwe van Isack Hubert, wonende te Rotterdam, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Elisabeth Vermase, de vrouw van Abraham Adriaan de Mist, en dat van Matthijs in de Betouw.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 157: op 18 dec. 1755 verkopen Jacob Hubert, gewezen predikant te Puttershoek. Philippus Klock en Hendrik Lepla, beiden kooplieden, allen wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Hubert, en als voogden over Geerdijna Jacoba Hubert, thans over de 24 jaar zijnde, door haar moeder wijlen Johanna Renson, weduwe van Isaacq Hubert Gerardsz. , als zodanig aangesteld, voor 4000 gl. aan Jesse de Heer, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Matthijs in de Betouw en dat van Anna Elisabeth Vermaze, de vrouw van Abraham Adriaan de Mist.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 65: op 5 april 1787 verkoopt Gerrit de Heer Jessesz., koopman te Dordrecht, als door zijn vader in diens testament aangesteld tot executeur van zijn vader boedel, voor 2600 gl. aan Jan Lugten, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, oud-burgemeester van Dordrecht en dat van Arij den Hartog.]
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 266: op 21 febr. 1799 verkoopt Jan Lugten Jansz., schipper en burger van Dordrecht, voor 3160 gl. aan Johan Hendrik Blomker, commies ter recherche te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:331, staande tussen het huis van Arij den Hartig en dat van de weduwe Prinsen.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 24: op 8 april 1800 verkoopt Johan Hendrik Blomker, commies ter recherche te Dordrecht, voor 5600 gl. aan Cornelis Theodorus Hoevenaar, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:331, staande tussen het huis van Arij den Hartig en dat van de weduwe Prinsen
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 51v: op 5 juni 1804 verkoopt Cornelis Theodorus Hoevenaar, voor 7500 gl. aan Jacobus Thehof, wonende te Vlissingen, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:331, staande tussen het huis van A. den Hartig en dat van Lodewijk van Loon.
Lodewijk van Loon [koopman in kruidenierswaren]
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 42v: op 17 juli 1715 verkoopt Magdalena Kool, weduwe van Johannis Gront, voor 1025 gl. aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, de helft van een huis op de Drappierskade op de haven, staande tussen het huis van de weduwe Van Ratinge en dat van de heer Tousin.
17 febr. 1722: Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 2300 gl. aan Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, een huis met pakhuis daaronder, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Matthijs du Saar en dat van Matthijs Toussijn.
Dit huis heet thans “de Meerminnen”. Overigens ten onrechte, want met meerminnen hebben de gevelversieringen niets te maken.
(A. Balm-Kok, Huis “de Meerminnen”. Wolwevershaven 21 te Dordrecht (Dordrecht 2010), p. 26-27).]


Het huis “de Meerminnen”, Wolwevershaven nr. 21 (mrt. 2014).
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 185: op 3 mei 1740 verkoopt Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Pieter Vermaesen, koopman te Dordrecht, [rijdende commies van de convooien en licenten], een huis op de Drappierskade, strekkende tot achter aan de rivier, staande tussen het huis van Hubert du Sart en dat van Matthijs Toussaint.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 255v: op 14 sept. 1784 verkoopt Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna Elisabeth de Mist, voor 13.700 gl. aan mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht en oud-burgemeester van Dordrecht, een huis op de Drappierskade.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 9v: op 26 jan. 1808 verkoopt mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, voor 15.000 gl. aan Adriana Onderwater, wonende in Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de heer Theehof en dat van de heer Vermande.]
Mattijs Dusaar
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 58: op 24 okt. 1754 verkoopt Adriaan Mels, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina du Sart, voor 2300 gl. aan Francois Beudt, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Elizabet Vermase, de vrouw van Abraham Adriaan de Mist, en het huis van [NN] Heijblom.]
Joan de Roo
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 138v: op 24 mei 1753 verkoopt mr. Johan Hendrik de Roo, heer van Westmaas, Groep, Wulverhorst etc., voor 4000 gl. aan Johannes Heijblom, burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jan Hubert en dat van Huijbert du Sairt.
ORA Dordrecht inv. 344v: op 23 dec. 1806 verkopen “Justus de Bruin Ouboter, en Otto de Kat, mitsgaders de Heer Hendrik Vriesendorp, alle wonende alhier te Dordrecht, de twee Eerste volgens dispositie van de Kamer Judicieel dezer Stad Dordrecht, en van de Merwede, van dato 11 Maart 1806, als Sequesters, en de laatstegemelde uit kragte eenen Speciale Procuratie van vrouwe Geertruida Willemszen weduwe en deliberende Erfgename van wijlen Aart van der Kaa gequalificeert tot de directie in de boedel van wijlen voorn. Aart van der Kaa”, voor 13.900 gl. aan Francois de Roo van Westmaas, schepen van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:334 en staande tussen het huis van David du Bois en dat van Jan Vermande.]
Johan Hubert [wijnkoper]
[ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 112 e.v.: op 7 nov. 1730 verkoopt Ludovicus La Coste, predikant te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Gerard van Brandwijk, heer van Bleskensgraaf, raad en secretaris van Gouda, volgens procuratie gepasseerd voor A. Timmers, notaris te Gouda, op 9 mei 1728, voor 2400 gl. aan Jan Hubert, koopman te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “het Westindisch Huis” [NB: niet te verwarren met het gelijknamige huis in de Wijnstraat], staande op de Wolwevershaven tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe van Johan van Dorren en dat van Johan de Roo, strekkende voor van de straat “tot agter inde Revier”.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 3v e.v., akte dd 18 jan. 1741: Jan Hubert, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Catharina Pinxternakel zijn schuldig aan mr. Hugo Eelbo, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 5000 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Johan de Roo en dat van Maria van Dorren.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 197v: op 13 mei 1756 verkopen Jacob Hubert, gewezen predikant op Puttershoek, en Gerard Hubert, meerderjarige ongehuwde zoon van Jan Hubert, wonende te Dordrecht, als door Jan Hubert aangesteld tot zijn executeurs-testamentair, verkopen aan Maria de Vlugt, weduwe van Franchois Dura, koopvrouw te Dordrecht, voor 7450 gl. een huis op de Wolwevershaven of Drappierskade, staande tussen het huis van Johannes Kouwens en dat van Jan Heijblom.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 196: op 15 mei 1781 verkoopt Arij Dura, koopman te Dordrecht, voor 14.750 gl. aan mr. Mattheus Onderwater, gecommitteerde in het College ter Admiraliteit op de Maze, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door ds. Van Rijn, en het huis van Willem Kouwens.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 328: op 11 nov. 1806 verkoopt mr. Mattheus Onderwater Mattheusz., oud-burgemeester van Dordrecht, voor 26.100 gl. aan David du Bois, [koopman] wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van wijlen Aart van der Kaa en het huis van ds. Vrijthof.]
Joan van Dorren
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 138 e.v.: op 9 sept. 1755 verkoopt mr. Philip van den Brandeler, burgemeester van Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria van Dorre, voor 3760 gl. aan Johannes Kouwens, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Maria van Beest, weduwe van Adolph Standert en dat van Jan Hubert.].
Adolff Stander
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 260v e.v.: op 18 okt. 1729 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van Dorren, wonende te Dordrecht, voor haarzelf en tevens vervangende haar zuster Johanna van Dorren, voor 4500 gl. aan Adolph Standert, koopman te Dordrecht, [achtman en deken van het Kuipersgilde], een huis op de Drappiershaven [sic], strekkende voor van de straat tot achter op de rivier en staande tussen het huis van Balthazar Repelaer en dat van de erfgenamen van Sara Heussen, weduwe van Johan van Dorren.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 206v e.v.: op 8 dec. 1768 verkopen Leendert de Voogdt en Isaac Morje de oude, als executeurs-testamentair van Maria van Beest, weduwe van Adolf Standert, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Jacobus van Vliet Jacobsz., koopman wonende te Dordrecht, een huis met een wijnkelder eronder, staande op de Wolwevershaven, strekkende van de straat tot achter op de rivier de Maas, belend door het huis van Arnoldus Lubbertus Rossijn aan de ene zijde en dat van Jan Kouwens aan de andere.]
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 67v: op 7 sept. 1790 verkoopt Jacobus van Vliet, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan ds. Nicolaas Hendrik Vrijthof, rustend predikant van Vught, thans wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, van achteren uitkomende aan de rivier en staande tussen het huis van Mattheus Onderwater en dat van Isaac Spaan.]
Baltasar Repelaar kwartierschout
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 102 e.v.: op 31 juli 1716 verkoopt Otto van Munster, conrector in de Latijnse School te Dordrecht, als man van Wilhelmina Franken, voor zichzelf en procuratie hebbende van Anna en Elisabeth Franken, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, en Johan Franken, koopman te Delft, samen enige kinderen en erfgenamen van Elisabet de Karnakel, weduwe van Francois Franken, voor 5050 gl. aan mr. Balthasar Repelaer, kwartierschout van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, een huis met een wijnkelder daaronder, staande op de Wolwevershaven tussen het huis, dat verkopers op die dag hebben verkocht aan Johanna Cloens, en het huis van Johan van Dorren.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 35 e.v.: op 14 mei 1750 verkoopt mr. Philip van den Brandeler, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 7010 gl. aan Johan Borret, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw Franken en dat van Maria van Beest, weduwe van Adolph Standert. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 7000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 182v e.v.: op 16 dec. 1751 verkoopt mr. Philip van den Brandeler, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 5600 gl. aan Arnoldus Lubbertus Rossijn, predikant te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Ruben van Hove en dat van Maria van Beest, weduwe van Adolph Stander.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 158v: op 27 mrt. 1777 verkoopt Arnoldus Lubbertus Rossijn, rustend predikant van de NG gemeente te Dordrecht, thans wonende te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Hendrik Spaan, wonende te Dordrecht, een huis met wijnkelder eronder, staande en gelegen op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jan van Wageningen en dat van Jacobus van Vliet.]
de weduwe Van den Santheuvel
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 101 e.v.: op 31 juli 1716 verkoopt Otto van Munster, conrector in de Latijnse School te Dordrecht, als man van Wilhelmina Franken, voor zichzelf en procuratie hebbende van Anna en Elisabeth Franken, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, en Johan Franken, koopman te Delft, samen enige kinderen en erfgenamen van Elisabet de Karnakel, weduwe van Francois Franken, voor 5200 gl. aan Johanna Cloens, echtgenote van Johan van den Santheuvel, een huis met een wijnkelder daaronder, staande op de Wolwevershaven tussen de gang van Cristiaen Logeman en het huis, dat verkopers op die dag hebben overgedragen aan Balthasar Repelaer.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 6 april 1743: Johanna Cloens, weduwe van Johan van den Santheuvel, op de Drappierskade, laat een kind na, 10 koetsen extra, de grote boete.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 222v e.v.: op 10 dec. 1743 verkopen Willem Kloens en mr. Johan van Wageningen, als procuratie hebbende van Elisabeth opde Camp, weduwe van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, heer van Blokland etc., Ida opde Camp, Johanna opde Camp, weduwe van mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek etc., wonende te Dordrecht, samen enige kinderen van wijlen Pieterenella Kloens, verwekt door Adriaan opde Camp, en tevens procuratie hebbende van Pieter Kloens, wonende te Dordrecht, Wilem Kloens, wonende te Dordrecht, als man van Josina Kloens, en van Simon Adriaan de Vries, schout en kastelein van de vrije heerlijkheid Oosterhout, als man van Elisabeth Kloens, samen enige kinderen van wijlen Jan Kloens, allen erfgenamen van Johanna Kloens, laatst weduwe van Johan van den Santheuvel, en tevenserfgenamen van Elisabeth Kloens, voor 6140 gl. aan Anna van Cleverskerken, weduwe van ds. Aegidius Franken, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van mr. Philip van den Brandeler, lid van de Oudraad, en de raffinaderij van de heren Onderdelinde en Van der Sweth.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 100v e.v.: op 22 jan. 1751 verkoopt mr. Hendrick Franken, lid van de Oudraad en baljuw van de Merwede etc., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Lodewijk Pilat, predikant te Den Haag, als man van Catharina Maria Franken, en van Catharina Maria Franken zelf, samen erfgenamen ab intestato van hun moeder Anna van Kleverskerken, weduwe van de predikant Aegidius Franken, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Cortebrant te ‘s-Gravenhage op 18 jan. 1751, voor 6000 gl. aan Ruben van Hoven, wonende te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen de raffinaderij “Stokholm” en het huis van Johan Borret.
Trouwboek ‘s-Hertogenbosch 1 april 1746 (derde procl. op 17 april 1746) Ruben van Hoven jongman geboren te Dordrecht en Johanna van den Dungen jonge dochter geboren te Driel wonende te ‘s-Hertogenbosch
Johanna van den Dungen (van den Dongen), dochter van Arien van den Dungen en Aaltje Coensen, gedoopt Driel 22 nov. 1722
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 19 jan. 1764: Gijsbert Westerouen van Meeteren, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Vleeshouwerstraat, geassisteerd met zijn vader Mattheus van Meeteren en Maria Dina van Hoven, jonge dochter geboren te ‘s-Hertogenbosch wonende op de Wolwevershaven, geassisteerd met haar moeder Johanna van den Dungen, weduwe van Ruben van Hoven, haar voogden mr. J. Beudt en mr. Jasper Parduijn hebben hun mondeling consent gegeven aan de commissaris W. M. Onderwater, getrouwd op 9 febr. 1764
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 1 dec. 1764: dr. Johannes Kisselius jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug geassisteerd met zijn moeder Anna Maria Akerhooven weduwe van ds. Anthonij Kisselius en Johanna van den Dongen weduwe van Ruben van Hoven geboren te Driel in Gelderland wonende op de Wolwevershaven, getrouwd 17 dec. 1764
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 112v e.v.: op 12 juni 1755 verkoopt Ruben van Hoven, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Dirk Roos, vice-admiraal van Holland en West-Friesland, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen de voormalige raffinaderij “Stokholm” en het huis van ds. Arnoldus Lubbertus Rossijn, predikant te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 202 e.v.: op 28 febr. 1771 verkoopt mr. Cornelis de Witt, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van zijn zwager mr. Hendrik de Roo, wonende te Dordrecht, als usufructuaire erfgenaam van zijn vrouw Hester Constantia de Witt, voor 6500 gl. aan mr. Guilliam Balthazar Emants, pensionaris van Delft, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis “Stokholm” en het huis van ds. Arnoldus Lubbertus Rossijn.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 133 e.v.: op 9 febr. 1773 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht,als procuratie hebbende van mr. Guilliam Balthazar Emants, raad en pensionaris van Delft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Onderdewijngaart te Delft op 31 jan. 1773, voor 5100 gl. aan Jan van Wageningen, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van ds. Arnoldus Lubbertus Rossijn en het huis “Stokholm”.
Trouwboek Delft 7 mei 1785: mr. Guilliam Balthazar Emants weduwnaar te Delft en Christina Cornelia Vockestaert jonge dochter te Delft, getrouwd op 22 mei 1785
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 326v: op 26 nov. 1789 “Jan Hendrik Schultz van Haegen Notaris en Procureur binnen deze Stad, als Last en Procuratie hebbende van Dirk Willem van Dam als in huwelijk hebbende vrouwe Maria Aletta van Wageningen, Heere en Vrouwe in Brakel, en werdende zij vrouwe Maria Alletta van Wageningen door den voorn. haren Man speciaal geauthoriseert en geadsisteert, en zijnde zij vrouwe Maria Alletta van Wageningen, eene nagelatene dogter en voor de helfte geinstitueerde Erfgename van wijlen haren Vader Jan van Wageningen, gewoont hebbende en op den Eersten Juli 1789 overleden binnen deze Stad, ingevolge zijne Testamentaire dispositie verleden voor den Comparant als Notaris in dato den 18 april 1781, wonende binnen Rotterdam en zijnde de zelve Procuratie verleden voor den Notaris Woutherus de Pril te Rotterdam residerende en zekere getuigen in dato den 21 Juli 1789 ons Schepenen vertoont; En nog den voorn: Jan Hendrik Schultz van Haegen als bij opgemelde Procuratie door den voorn. Dirk Willem Dam gequalificeert en zijnde hij Dirk Willem van Dam benevens de Heren Jan Hooft Damasz in den Oudraad dezer Stad, en Dr. Jacob van Wageningen Oud-Acht alhier, ten dezen mede Comparerende bij opgemelde Testamentaire dispositie gestelde voogden over Johan Theodorus Wilkens nagelaten zoon van wijlen Vrouwe Johanna Agatha van Wageningen, in huwelijk verwekt bij Johan Theodorus Wilkens Junior, Heere van Brakel, en welke vrouwe Johanna Agatha van Wageningen is geweest een natelatene Dogter van wijlen voorn. Jan van Wageningen en zijnde hij Johan Theodorus Wilkens voor de helft mede bij opgemelde Testamentaire dispositie gestelde Erfgenaam van wijlen voorn: Jan van Wageningen;” voor 5630 gl. aan Hendrik van Lidt de Jeude, wonende te Dordrecht, een huis met een wijnkelder, staande en gelegen op de Wolwevershaven tussen het huis van Isaac Spaan en het pakhuis “Stokholm”.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 344: op 28 nov. 1799 verkoopt Hendrik van Lidt de Jeude, koopman te Dordrecht, voor 6500 gl. aan Arnoldus van Tilburg, [predikant] wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:339 en staande tussen het huis van Isaac Spaan en het pakhuis “Stokholm”.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 348: op 17 mei 1803 verkoopt Arnoldus van Tilburg, wonende te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Pieter de Kanter, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:339, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Spaan en het pakhuis “Stokholm”.]
Joan Bruijn
[1731: twee pakhuizen, die zijn samengevoegd tot een suikerraffinaderij. (Het huis “Stokholm”.)
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 115v e.v.: op 17 juli 1710 verkoopt Pieter van Zeebergen, wonende te Dordrecht, als man van Anna Cornelia Schijvelberg *, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johan van Zanten, wonende te Dordrecht, als man van Maria Schijvelberg, Thieleman Becker, wonende te Rees, als man van Catarina Schijvelberg, Jan Adolff Baghman, wonende te Kalkar, als man van Geertruijt Schijvelberg, allen erfgenamen van Maria Peesen, weduwe van Dirck Schijvelberg, voor 2750 gl. aan Cristiaen Logeman, koopman te Dordrecht, een pakhuis met de huisjes en het open erf daarnaast, genaamd “Vosmeer”, staandeen gelegen op de Wolwevershaven tussen het pakhuis, dat door Logeman is gekocht van Isaacq Aubrebis “ende daar agter langs de Revier springende” aan de ene zijde en het huis van Franchois Francken aan de andere zijde.
* Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 25 april 1743: Anna Cornelia Schijvelbergh, weduwe van Pieter van Zeebergen, overleden te Gorinchem, alhier bijgezet ’s avonds om 10 uur (zwarte baar, laat kinderen na, stil begraven.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 90 e.v.: op 15 mrt. 1710 verkoopt Gosewijnus van Beest, wijnkoopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isacq Aux Brebis, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Schabaalje te Amsterdam op 4 dec. 1709, voor 1100 gl. aan Kristiaan Logeman, wijnkoopman te Dordrecht, een pakhuis of wijnkelder op de Wolwevershaven, staande naast het huis van Catarina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, oudraad van Dordrecht, en daarachter belend door het huis van Pieter van Zeeberg c.s, dat eerstdaags mede aan Logeman getransporteerd zal worden.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 191: op 8 febr. 1729 verkoopt Jan van der Werff, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Christiaan Logeman, koopman te Delft, voor 3500 gl. aan ds. Petrus Franken twee pakhuizen met huisjes en een open erf, genaamd “Vosmeer”, staande en liggende naast elkaar op de Wolwevershaven tussen het huis van de weduwe van Jan van den Santheuvel en het huis van de weduwe van burgemeester De Witt.

Het huis “Stokholm” (mrt. 2014)
Trouwboek Lutherse gemeente Dordrecht 2 mei 1723: Jan Anthoni Bruijn jongman van Stockholm en Maria van Asperen jonge dochter van Dordrecht
“Eén van de suikerraffinadeurs, die zich die zich vanaf het einde van de zeventiende eeuw in Dordrecht vestigden was Johan Anthony Bruyn. “Waarschijnlijk leerde hij het vak in de raffinaderij van zijn oom Willem Bruyn, die hier reeds vroeger gevestigd was op de Nieuwehaven. Johan Anthony Bruyn kocht op 2 maart 1730 een tweetal pakhuizen op de Drappierskade of Wollewevershaven 30. Hij liet de oude pakhuizen afbreken en stichtte ter plaatse het kolossale pand dat hij naar zijn geboortestad “Stockholm” noemde. De bouw was reeds op 3 oktober 1730 afgelopen, want toen nam hij f. 6000,- hypotheek die hij binnen zes jaar moest aflossen. Na in de gehele achttiende eeuw als suikerraffinaderij te hebben dienst gedaan, werd het pand in de negentiende eerst vrij entrepot en daarna graan- en zaadpakhuis.” (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 228)
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 22v: op 2 mrt. 1730 verkoopt Jan van der Werff, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Petrus Francken, wonende te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Johan Anthonij Bruijn, koopman te Dordrecht, twee pakhuizen met huisjes en een open erf ernaast, genaamd “Vosmaar”, staande en gelegen op de Drappierskade tussen het huis van de weduwe van burgemeester De Witt en dat van de weduwe van Johan van de Santheuvel.
“De bouw van het pakhuis was al op 3 oktober 1730 afgelopen. De zaken gingen verkeerd. De bouw van Stokholm was een te grote aanslag op het bedrijfskapitaal geweest. Bruijn kon zijn schulden en belastingen niet betalen, en de hypotheek en de rente niet aflossen. … In september 1737 werd de suikerraffinaderij wegens dreigend faillissement voor 17.200 gulden verkocht. Het pand kwam in handen van andere suikerhandelaren die de naam Stokholm bleven gebruiken. Na een paar keer van eigenaar gewisseld te zijn, werd Stokholm omstreeks 1766 een graanpakhuis. Dat bleef het bijna anderhalve eeuw. In 1908 werd het een opslagplaats voor ijzer en staal”, in 1925 werd en vergunning voor de opslag en verwerking van lompen en metalen aangevraagd, zeer tegen de zin van de overige bewoners van de Wolwevershaven, al in 1927 werd het een opslagplaats voor groente en fruit, in 1933 sloeg de firma Overwater er graan en peulvruchten op, in 1989 werd het ingericht tot kantoorcomplex. (Dordt Eigen-Aardig in AD Drechtsteden van 26 mei 2021) Aan het eind van 1989 werd medegedeeld, dat het pand zou worden gerestaureerd. “In juni 1991 was de restauratie van het pand voltooid en was het omgebouwd tot een gedeeld kantoorgebouw.” (Wolwevershaven, p. 92)
ORA Dordrecht inv. 818, f. 165v e.v.: op 5 mrt. 1737 verkopen Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk van de secretarie te Dordrecht, door het Gerecht en de Kamer Judicieel aangesteld tot curatoren over de insolvente boedel van Jan Anthonij Bruijn, gewezen suikerraffinadeur te Dordrecht, en diens vrouw Maria van Asperen, volgens besluit van de Kamer Judicieel dd 20 dec. 1736, aan Adriaan Onderdelinde, koopman te Dordrecht, een suikerraffinaderij genaamd “Stokholm”, staande op de Nieuwe Haven of Drappierskade [Wolwevershaven] tussen het huis van Jacob van der Waijen, afgevaardigde in de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden wegens de provincie Friesland, en dat van de weduwe van Johan van den Santheuvel. De koopsom bedraagt 17.220 gl. De koper betaalt tevens een rantsoen van 430 gl. 10 st.
ONA Dordrecht inv. 981, akte 128: op 9 nov. 1754 verkopen Adriaan Onder de Linden en Egbertus van der Sweth, kooplieden te Dordrecht, voor 9150 gl. aan de erven van Fredrik Wilkens, Johannes Balthus en Co., de weduwe Willem Bruijn en zonen, de weduwe Jan Rens, Bakker en Van der Elst, Rens en Van de Wall, Mijer en Van Volkom, Den Ouden en Van de Broek, elk voor 1/8 part, een suikerrafinaderij, genaamd “Stokholm”, “inden jaere 1730 uijt de grond opnieuw opgetimmert en tot suijker Raffinage aengelegt”, met een grote bok en een vuilnisbak op de kade, staande en gelegen op de Wolwevershaven en uitkomende aan de rivier, belend aan de ene zijde door het huis van mevrouw Van der Waaij en aan de andere zijde door het huis van Ruben van Hoven.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 165: op 22 april 1777 verkoopt Abraham Selis, wonende te Dordrecht, voor zijn maatschappij, genaamd Balthus en Co., voor een 1/8 part, en nog als gemachtigde van de erfgenamen van Fredrik Wilkens, Jan Rens Jzn., als het recht verkregen hebbende van wijlen zijn moeder, de weduwe van Jan Rens, Rens, Van de Wall, Bakker en Van der Elst en Meijer en Van Volkom, elk voor een 1/8 part, en nog als gevolmachtigde van de representanten van de weduwe van Willem de Bruijn en Zonen, volgens procuratie verleden voor notaris P. Huntum te Amsterdam op 10 april 1777, voor een 1/8 part, en als gevolmachtigde van Hendrik van Ourijk, wonende te Schiedam, volgens procuratie verleden voor notaris P. Nuijsink te Schiedam op 11 april 1777, voor een 1/8 part, voor 11.000 gl. aan Pieter van Esch Cornelisz., wonende te Dordrecht, een pakhuis, zijnde de gewezen suikerraffinaderij “Stokholm”, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Paulus Batenburg en dat van Jan van Wageningen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 5000 gl. en aan Geertruij van Groenendaal, weduwe van Arnold van Poelien, wonende te Dordrecht, een bedrag van 6000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 203v: op 27 juli 1779 verkopen notaris Anthonij Bax en Arnoldus Kolster, eerste klerk in de secretarie van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Pieter van Es Cornelisz., voor 10.500 gl. aan Anthonij Stratenus, regerende schepen van Dordrecht, en Gerrit van Hoogstraten en Zoon, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, zijnde de voormalige suikerraffinaderij “Stokholm”, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Paulus Batenburg en dat van Jan van Wageningen.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 129v: op 29 mrt. 1791 verkoopt Jacob Staats van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, voor zijn firma Gerrit van Hoogstraten en Zoon, voor 6500 gl. aan Anthonij Stratenus Adamsz. de helft van een pakhuis, voorheen de suikerraffinaderij “Stokholm”, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Paulus Batenburg en dat van Hendrik van Lidt de Jeude.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 324v: op 8 febr. 1803 verkoopt Arend van Heck, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adam Anthonij Stratenus, wonende te Amsterdam, voor 18.000 gl. aan Van der Werff en Co., kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “Stokholm”, staande op de Wolwevershaven, [getekend B:340], staande tussen het huis van Batenburg en dat van Van Tilburg.]

Het pand Stokholm in 1960 (foto: Erfgoedcentrum DiEP).
de heer Van der Waijden
[Jacob van der Waaijen, geboren te Leeuwarden op 25 april 1666, jongman van Leeuwarden (1690), studeerde rechten in Franeker vanaf 1681, doctor in de rechten, burgemeester van Franeker, secretaris van het College ter Admiraliteit te Harlingen, ordinaris gedeputeerde in de Staten Generaal wegens de provincie Friesland, vanaf 1688 grietman van Hemelummer Oldephaert en Noordwoude, groot aanhanger van het huis van Oranje, overleden 10 jan. 1743, zoon van de hoogleraar Johannes van der Waaijen en Aletta Hoffland, trouwde NG Leiden 30 aug. 1690 (ondertrouw, de bruidegom residerende te ‘s-Gravenhage, moet attestatie van Koudum en ‘s-Gravenhage overbrengen, geassisteerd met zijn vader Johannes van der Waeijen, geheimraad van de prins van Nassau en professor in de theologie te Franeker, de bruid geassisteerd met Catharina van Beaumont, weduwe van Johan de Wit, haar moeder) Herbertina de Witt, geboren Dordrecht 15 okt. 1670 jonge dochter van Dordrecht wonende op het Rapenburg te Leiden (1690), overleden 14 febr. 1755, dochter van Johan de Wit Johansz. en Catharina van Beaumont.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 29: op 10 mei 1757 verkoopt Ocker Gevaerts, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina van der Waijen, weduwe van mr. Anthonij van der Heijm, raadpensionaris, grootzegelbewaarder en registermeester van de lenen van de provincie Holland, wonende in Den Haag, voor 2100 gl. aan Paulus Batenburg, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de verkoopster en het pakhuis “Stokholm”.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 21: op 11 febr. 1808 verkoopt Cornelia Schalk, weduwe van Paulus Batenburg, wonende te Dordrecht, voor 9000 gl. aan Adriaan van de Werff van Zuidland, vroedschap van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Johannes van der Elst en het pakhuis, vanouds genaamd “Stokholm”.]
idem
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 134: op 7 nov. 1758 verkoopt Catharina van der Waaijen, weduwe van mr. Anthonij van der Heijm, voor 5996 gl. 5 st. aan mr. Mattheus Onderwater een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Ruben van Hoven en dat van Paulus Batenburg.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 218v: op 10 juli 1781 verkoopt mr. Mattheus Onderwater, oud-burgemeester van Dordrecht en gecommitteerde in het College ter Admiraliteit op de Maze, voor 13.500 gl. aan Elizabeth Dierkens, de vrouw van Pompejus Onderwater, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland en het Land van Heusden, een huis op de Wolwevershaven, belend aan de voorzijde door het huis van de kleermaker Bemolt en aan de achterzijde door het huis van de weduwe Kisselius aan de ene zijde en het huis van Paulus Batenburg aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 75v: op 22 nov. 1796 verkopen mr. Johan Jacob van den Brandeler en Mattheus Onderwater, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elisabeth Dierkens, [eerder weduwe van Willem van der Burgh en] laatst weduwe van Pompejus Onderwater, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 10250 gl. aan Johannes van der Elst, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Paulus Batenburg en dat van de kleermaker Bemolt.]
Johan Diderigh van Slingerlant
[1731: benedenwoning is verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 26v e.v.: op 28 mrt. 1752 verkoopt Cornelis Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Johan Diderik van Slingeland, raad ordinaris in het Hof van Holland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Kortebrand te Den Haag op 18 jan. 1751, voor 560 gl. aan Egbertus van der Sweth, koopman te Dordrecht, een huis aan de noordzijde van de Wolwevershaven, belend aan de oostzijde door het huis van Herbertina de Witt, weduwe van de heer Van der Waijen en aan de westzijde door het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan de koper. Het huis is Johan Diderik van Slingeland aangekomen uit de boedel van zijn grootmoeder van moederszijde, Geertruijd Schijvelbergh, weduwe van mr. Johan van der Meer.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 94v: op 24 april 1755 verkoopt Egbertus van der Sweth, wonende te Dordrecht voor 585 gl. aan Ruben van Hoven, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw Van der Waijen en het huis van mr. Jacob Roest en mr. Herman Franciscus Ketelanus.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 202v: op 28 febr. 1771 verkoopt dr. Johannes Kisselius, als man van Johanna van den Dungen, [eerder weduwe van Ruben van Hoven], voor 1000 gl. aan Adriaan Bemolt, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven aan de noordzijde, staande tussen het huis van Elisabeth Oem van Moesienbroek, weduwe Roest, en dat van mr. Mattheus Onderwater.]
Govert van Slingerlant
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 25v e.v.: op 28 mrt. 1752 verkoopt Cornelis Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Margareta van der Muijden, weduwe van mr. Govert van Slingeland, ontvanger-generaal van de bede in het Land van Overmase, wonende te Utrecht, als moeder en voogdes over haar drie minderjarige kinderen, bij haar door Govert van Slingeland verwekt, en als bij akte van Hof van Holland aangestelde voogdes over haar genomde kinderen m.b.t. de goederen, die zij hebben geërfd van hun grootmoeder van vaderskant, Maria van der Meer, die getrouwd was met mr. Goverd Johan van Slingeland, raad ordinaris in het Hof van Holland, tot welke goederen ook het na te noemen huis behoorde, alles volgens procuratie gepasseerd voor notaris Luijt van der Pauw te Utrecht op 18 jan. 1751, voor 550 gl. aan Egbertus van der Sweth, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de koper en het huis, dat op dezelfde dag aan hem is getransporteerd.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 95: op 24 april 1755 verkoopt Egbertus van der Sweth, voor 710 gl. aan mr. Jacob Roest en mr. Herman Franciscus Ketelanus, burgemeester van de Achten te Dordrecht, een huis, dat wordt belend aan weerszijden door de huizen van Ruben van Hoven.]
Arnout Cloenis
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 22v e.v.: op 7 mei 1744 verkoopt Willem Kloens, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van mr. Arnold Kloens, oud-achtraad van Dordrecht, en tevens als procuratie hebbende van zijn mede-executeur mr. Adriaan Reepmaker, heer van Strevelshoek, voor 8070 gl. aan Egbert van der Sweth, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, van achteren uitkomende aan de rivier, met het pakhuis daarnaast, staande tussen het huis van mr. Johan Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van de erfgenamen van mr. Govert van Slingeland.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 94: op 24 april 1755 verkoopt Egbertus van der Sweth, wonende te Dordrecht, voor 9010 gl. aan Ruben van Hoven, wonende te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van mr. Johan Gevaerts, regerende burgemeester van Dordrecht, en het huis van mr. Jacob Roest en mr. Herman Franciscus Ketelanus.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 100: op 29 juli 1783 verkoopt Jacobus Johannes Schrijver, als procuratie hebbende van Johanna van den Dungen, eerst weduwe van Ruben van Hoven, en laatst van dr. Johannis Kisselius, kanunnik van het Domkapittel te Utrecht, wonende in Den Haag, voor 6080 gl. aan Abraham Hendrik Onderwater, burgemeester van Dordrecht, een dubbel huis met een open plaats en tuintje, van achteren uitzicht hebbende op de Maas, met een pakhuis en wijnkelder ernaast, staande en gelegen op de Wolwevershaven tussen het huis van de koper en dat van de weduwe Roest.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 252: op 24 mei 1792 verkoopt Abraham Hendrik Onderwater, burgemeester van Dordrecht, voor 6200 gl. aan Arnoldus Prinse van Houwerton, achtraad van Dordrecht, “Een Huis en Erf staande en gelegen op de Wollewevershaven of Drappiers-Kade binnen deze Stad Dordrecht … [op voorwaarde] dat het voorn. getransporteerde Huis en Erf en de daaronder zijnde kelder nimmer zal mogen worden gebruikt of geapproprieert tot een Branderij, Brouwerij, Rafinnaderij, Smederij of andere fabriek of Trafiek, ook niet mogen werden geemploijeert of geappropieert tot pakhuis ter Berging van eenige waren of Koopmanschappen hoe ook genaamt maar altoos tot woonhuis moeten werde gehouden op poene van indien daar aan niet wierde voldaan men ’t regt behoud van zulks immediaet door den Possesseur van ’t voorn. getransporteerde Huis en Erf mitsgaders Kelder te doen amoveeren met vergoeding van alle kosten, deswegens te vallen, die door den gezegde Possesseur zonder tegenspraak zullen moeten werden betaalt, en dat wijders de verdere bedingen en stipulatien, in de voorwaarden van verkoping in dato 30 April en 5 Mei 1792 waar op ’t voorn. Huis Publiek is geveilt geexpresseert, zullen moeten worden nagekomen”. Belenders: het pakhuis van de verkoper en het huis van Bemolt.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 266v: op 15 sept. 1795 verkoopt Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van Arnoldus Prinse van Houwerton, voor 5760 gl. aan Albertus van Epenhuijzen, [vroedmeester en chirurgijn], wonende te Dordrecht een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis van Abraham Hendrik Onderwater en het huis van Bemolt.]
idem
[1731: pakhuis]
Govert van Slingerlant ontvanger generaal [van de provincie Holland]
[1731: woonhuis en koetshuis, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 91: op 1 mei 1721 verkopen “Jacob Paradijs, Coopman binnen dese Stad, ende Albertus van Nievelt nots. en procur. als in Huwelijck hebbende Juffr. Aletta Paradijs voor haar selve ende nog als last en procuratie hebbende van Juffr. Catrina Paradijs, meerderjarige ongehuwde dogter mede woonende binnen dese Stad, volgens d’selve procuratie op den 30e April 1721 gepasseert voor den nots. Bartholomeus van(der) Star, en seekere getuijgen in dese Stad residerende daar van sijnde ons Schepenen vertoont; Sijnde de voorn. Jacob Paradijs nevens Juffr. Aletta en Catarina Paradijs, eenige kinderen en Erfgenamen van wijlen de heer Martinus Paradijs in sijn leven mede Coopman binnen dese Stad”, voor 10.000 gl. aan mr. Govert van Slingeland, heer van de Lind, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van de heer Cloens en dat van de kinderen en erfgenamen van Dirk Aalders de Veer.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 116: op 12 mei 1739 verkoopt mr. Govert van Slingelandt, heer van de Lindt, ontvanger generaal van Holland, wonende in ‘s-Gravenhage, voor 21.500 gl. aan Joan Gevaerts een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jan de Veer en dat van Arnold Kloens.
Johan Gevaerts, geboren Brielle 4 april 1694, burgemeester van Dordrecht, muntmeester van de Grafelijkheidmunt van Holland te Dordrecht, overleden Dordrecht 20 sept. 1777, zoon van Ocker Johansz. Gevaerts en Maria Arnoudina Briel, trouwde Gerecht/NG 26 sept. 1732 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te ‘s-Gravenhage dd 26 sept. 1732, attestatie gegeven op 12 okt. 1732) Susanna Sluijsken, geboren Den Haag 10 juni 1706
Kind:
a. Maria Arnoudina Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1734, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1756), overleden Dordrecht 31 okt. 1796, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 sept./12 okt. 1756 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Adriana Brandwijk van Blokland,, weduwe van burgemeester Mattheus Onderwater, de bruid met haar vader burgemeester mr. Johan Gevaerts) Abraham Hendrik Onderwater, geboren Dordrecht 10 april 1729,jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug (1756), burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 13 nov. 1817, zoon van Mattheus Onderwater en Adriaan Brandwijk van Blokland
Kind:
a. Johanna Onderwater, geboren Dordrecht 17 okt. 1759, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende op de Wolwevershaven (1783), overleden Dordrecht 28 nov. 1831, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 aug./14 sept. 1783 (de bruid geassisteerd met haar ouders Abraham Hendrik Onderwater, burgemeester van Dordrecht, en Maria Arnoudina Gevaerts) Abraham Adriaan Stoop, geboren Dordrecht 8 mei 1755, jongman geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt (1783), schepen van Dordrecht, overleden Dordrecht 21 okt. 1811, zoon van Jacob Stoop en Clasina Petronella Repelaer.
(genealogieonline.nl)]
de erfgenamen van Dirk Aaldertsz. de Veer [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 187v: op 9 sept. 1762 verkoopt Govert van Boven, koopman te Dordrecht, als enige erfgenaam van Aletta de Veer, die gewoond heeft en in Dordrecht is overleden, voor 3100 gl. aan mr. Govert van Slingelandt, vrijheer van Slingeland, en mr. Johan Gevaerts, regerende en presiderende burgemeesters van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de eerste koper en dat van de tweede koper.]
Govert van Slingerlant
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 114v: op 13 april 1702 verkoopt Johan Troije, raadsheer in de Soevereine Raad van Brabant, als man van Jacoba Catharina van der Staeij a Colibrant, voor 17.750 gl. aan Barthout van Slingerland Govertsz., oud-burgemeester van Dordrecht, wegens de stad Dordrecht gecommitteerde in de Staten Generaal en raad en rentmeester van de grafelijkheid domeinen van Zuid-Holland, een huis op de Drappierskade, uitkomende van achteren tot aan de Maas, met twee schone, grote wijnkelders, staande tussen het huis van mr. Mattheus van den Brouck en dat van Dirck Aaldertsz. de Veer.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 34: op 8 mrt. 1785 verkoopt mr. Barthout van Slingeland, vrijheer van Slingeland en Godschalksoord, wonende te Dordrecht, als in het testament van Christina Adriana van Slingeland, bejaarde en ongehuwde persoon, gewoond hebbende en op 9 okt. 1784 in Dordrecht overleden, in haar testament, dat zij heeft verleden voor notaris P. Roos in Dordrecht op 8 febr. 1783, tot executeur van haar boedel benoemd, voor 36.100 gl. aan mr. Jacob Kersseboom, secretaris van Dordrecht, een huis met een tuin erachter en een stenen koepel in die tuin, staande op de Wolwevershaven en van achteren uitkomende op de rivier de Merwede, staande tussen het huis van de weduwe Roest en het navolgende huis, alsmede de helft van een huis met pakzolders erboven en een pakhuis eronder, staande op de Wolwevershaven tussen het voorgaande huis en dat van Abraham Hendrik Onderwater, oud-burgemeester van Dordrecht, aan wie de wederhelft van het huis toebehoort, en tenslotte een koetshuis met een stal voor vijf paarden, staande op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de stadsbinnenvest, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van der Linden van Slingeland en dat van de gezusters Janssen.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 126: op 27 juli 1809 verkopen “Francois Pistorius, Koninklijk Notaris en Procureur te Dordrecht, als Last en Procuratie hebben van de Heeren Cornelis Henricus Verster en Daniel Jacob Erbervelt, beide wonende te Rotterdam als met en benevens den Wel Eerw. heer Jan Louis Verster, bij appointement van de Kamer Judicieel der Stad Dordrecht en van de Merwede, in dato 25 Julij 1805, aangesteld zijnde tot Curateurs over de Persoon en goederen van Vrouwe Catharina Florentia Verster weduwe van den Wel Geb. Heer Jacob Karsseboom, welke voorn: Vrouwe Catharina Florentia Verster, voor vijf agtste Parten, mitsgaders de Heer Mr. Jeronimus Mattheus Karsseboom en Jonkvrouwe Jacoba Johanna Karsseboom, te samen, voor de resterende drie agtsten Parten zijn eigenaren van na te melden Panden”, voor 24.500 gl. aan Willem Knollaardt, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, getekend B:349 en 332, staande tussen het huis van mr. Lambert Pieter van Tets en het hierna volgende huis, alsmede de helft van een huis op de Wolwevershaven, getekend B:348 en 331, staande tussen het voorgaande huis en dat van Abraham Hendrik Onderwater.]

Wolwevershaven: de huizen van vrijheer en ontvanger-generaal Van Slingelandt, door A. Schouman, anno 1729. Het grote pand links op de tekening, nu Wolwevershaven 41, werd gebouwd in 1658 en mogelijk ontworpen door Pieter Post. Van dit huis werd ca. 1906 het rechtergedeelte afgenomen. Al eerder, in ca. 1887, toen het Gereformeerd Weeshuis “Bethel” in het huis werd gevestigd, werd het timpaan met de naakte putti gesloopt. (Dordt Eigen-Aardig, in AD van 1 mrt. 2023.
Adriaan Brouers
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 95 e.v.: op 25 april 1710 verkopen Johan de Haan en Steven Pasman, makelaars te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Mattheeus van den Broucke, lid van de Oudraad te Dordrecht en bewindhebber van de VOC te Rotterdam, aan Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 13.000 gl. een huis met wijnkelder op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Barthout van Slingeland, vrijheer van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis, dat door Van den Broucke is verkocht aan Govert Braats, achtraad en koopman te Dordrecht, alsmede een pakhuis met zolders en wijnkelder, staande op de Wolwevershaven tussen het pakhuis van Govert Braats en het huis, dat door Van den Broucke is verkocht aan de heer Borret, zulks als het getransporteerde eigendom is geweest van de verkoper en is gebouwd door Mattheeus van den Broecke, in zijn leven burgemeester van Dordrecht. Het huis wordt bewoond door Willem Bosschaart, die het heeft gehuurd. De kelder is verhuurd aan Jacob Jacobsz. en het pakhuis aan burgemeester Daniël Eelbo.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 93: op 20 mrt. 1714 verkoopt Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 9500 gl. aan Adriaan Snoeck, wonende te Dordecht, een huis met een wijnkelder, staande en gelegen op de Nieuwe Haven [Wolwevershaven] tussen het huis van Govert Braats, schepen in wette van Dordrecht, en het huis van de weduwe Van Slingeland.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 268 e.v.: op 5 nov. 1726 verkopen Jan Louis van Hardenbroeck, kapitein van het College ter Admiraliteit te Amsterdam, als man van Adriana Alida Pompe van Meerdervoort, eerder weduwe van Adriaan Snouck, achtraad van Dordrecht, mr. Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort en de Oostendam, als voogd over het zoontje en mede-erfgenaam van Adriaan Snouck, verwekt bij Adriana Alida Pompe van Meerdervoort, Goduard Casembroot, heer van Craijestijn, en Cornelis Vrolikhart, predikant te Dordrecht, als voogden over de dochter en mede-erfgename van Adriaan Snouck, verwekt bij Cornelia Maria Zuijtlant, voor 8120 gl. aan Adriaan Brouwer, koopman te Rotterdam, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Elisabeth van Bleijswijck, weduwe van mr. Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, en dat van Jacoba Maria van de Graaff, weduwe van Govert Braats, lid van de Oudraad te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 74v e.v.: op 13 okt. 1750 verkoopt Cornelis Martin Brouwer, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaan Brouwer van der Werff, raad en vroedschap van Gorinchem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Groinchem op 29 sept. 1750, en als procuratie hebbende van Arnout Gevers, oud-schepen van Rotterdam, als man van Margareta Maria Brouwer, en van Hendrik van Beefting, oud-schepen van Rotterdam, als man van Adriana Martina Brouwer, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. van Lier te Rotterdam op 6 okt. 1750, samen enige kinderen en erfgenamen van Adriaan Brouwer, overleden te Dordrecht, voor 8400 gl. aan Jacob Roest van Moesenbroek [meester munter] een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het hus van mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, en dat van de erfgenamen van Jacoba Maria van de Graaff, weduwe van Govert Braats.
Trouwboek gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 23 aug. 1746: Jacob Roest jongman geboren en wonende te Amsterdam hebbende schriftelijk consent van zijn ouders Dirk Roest en Geertrudis Dutrij en Elisabeth Oem van Moesenbroek jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht geassisteerd met haar oom en voogd Cornelis Oem, getrouwd op 12 sept. 1746
RK trouwboek Dordrecht 13 sept. 1746: praenobilis dominus Jacobus Roest en praenobilis domicella Elisabetha Oem van Moesenbroek
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 juli 1767: mr. Jacob Roest van Moesenbroek, op de Wolwevershaven, ’s avonds om half 10 bijgezet, met wapenbord, zal gemaakt worden, met 6 flambouwen boven het getal, laat kinderen na, stil begraven, zonder volk.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 25 mrt. 1785: Elisabeth Maria Cornelia Oem van Moesenbroek, weduwe Roest van Alkemade, van haar buitenplaats buiten Haarlem, ’s avonds voor 10 uur hier bijgezet, met 6 flambouwen extra, een wapenbord, laat kinderen na, stil begraven.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 243v: op 9 dec. 1788 verkoopt “Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris en Procureur alhier als last en Procuratie hebbende van den Wel Edele Geboore Heer Franciscus Johannes de Wijkersloot, als in huwelijk hebbende vrouwe Maria Elisabeth Roest ten dezen door haren voorn. man geauthoriseert en geadsisteert wonende onder Overveen, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan Schouten en zekere getuigen te Haerlem residerende in dato den 13 November 1788”, voor 15.700 gl. aan mr. Lambert Pieter Tets [van Langerak, baljuw van Zuid-Holland en Wieldrecht, wethouder en burgemeester van Dordrecht, lid van de Provinciale Staten], regerende schepen van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Boudewijn Onderwater en dat van de weduwe van mr. Jacob Karsseboom.]
Adriaan Govertsz. Braats
[1731: woonhuis en koetshuis
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 96v e.v.: op 25 april 1710 verkopen Johan de Haan en Steven Pasman, makelaars te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Mattheeus van den Broucke, lid van de Oudraad te Dordrecht en bewindhebber van de VOC te Rotterdam, voor 14.000 gl. aan Govert Braats, achtraad en burger van Dordrecht, een huis met wijnkelder en het gehele erf “van buijten en binnen de stadsmuer komende van agtere’t voorn. huijs tot aan het erf van … Bernard van Santen”, staande en gelegenop de Wolwevershaven tussen het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Cristiaan Logeman en het hierna volgende pakhuis,dat bij de koop is inbegrepen, zijnde een pakhuis met zolders en wijnkelder op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van Logeman, en nog een stal, koetshuis en gang op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis, dat door Van den Broucke is verkocht aan Huijbert Borret, koopman te Dordrecht, en het huis van Bernard van Santen.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 97v e.v.: op 25 april 1710 verkopen Johan de Haan en Steven Pasman, makelaars te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Mattheeus van den Broucke, lid van de Oudraad te Dordrecht en bewindhebber van de VOC te Rotterdam, voor 4000 gl. aan Huijbert Borret, koopman te Dordrecht, een pakhuis met zolders en wijnkelder op de Wolwevershaven, staande tussen het pakhuis van Cristiaen Logeman en de stal, die op diezelfde dag is getransporteerd aan Govert Braats.
Govert Braets, gedoopt NG Dordrecht 1666, jongman van Dordrecht (1711), wijnkoper, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april/22 mei 1711 (de bruidegom geassisteerd met mr. Hugo Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, zijn neef, de bruid met Jacoba van de Graaff, weduwe van Adriaan van de Graeff, haar moeder) Jacoba Maria van de Graeff, jonge dochter van Dordrecht (1711)
– 20 april 1711: huwelijkse voorwaarden tussen Govert Braats, achtraad te Dordrecht, meerderjarig jongman, enerzijds, en Jacoba Maria van de Graaff, jonge juffrouw, geassisteerd met haar moeder Jacoba van de Graaff, weduwe van mr. Adriaan van de Graaff, in zijn leven veertigraad en president van het Watergerecht te Dordrecht, anderzijds. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als de aanstaande bruidegom als eerste komt te overlijden, zal de aanstaande bruid uit zijn na te alten goederen een somma van 12.000 gl. ontvangen, en als zij de eerststervende van hen beiden zal zijn, krijgt hij uit haar goederen een bedrag van 6000 gl. (RA Dordrecht, archief 1074, inv. 162)
– 26 mei 1723: testeert voor notaris B. van Gelsdorp Govert Braats, lid van de Oudraad te Dordrecht. Hij herroept het testament, dat hij heeft gemaakt met zijn vrouw, Jacoba Maria van de Graaff, op 8 juni 1713 en het testament, dat hij heeft gepasseerd voor notaris E. Venlo te Dordrecht op 16 jan. 1719, maar bevestigt de huwelijkse voorwaarden van 20 april 1711. Hij legateert aan zijn vrouw, Jacoba Maria van de Graaff, al hun huisraad, linnen, juwelen, goud en zilver, en het vruchtgebruik van al zijn overige na te laten goederen. Als zij na zijn overlijden gaat hertrouwen, krijgt zij het vruchtgebruik van slechts de helft van die goederen. De eigendom van de wederhelft ervan zal toekomen aan hun kinderen, wanneer zij mondig worden of gaan trouwen. Als zijn vrouw niet gaat hertrouwen, moet zij aan de kinderen bij hun mondigheid of huwelijk “onder hen allen” een somma van 40.000 gl. uitkeren. Hij benoemt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen zijn vrouw, zijn broer mr. Sebastiaen Braats, en zijn zwagers Jacob Stoop en Jacob van de Graaff Adriaansz., lid van de Oudraad te Dordrecht. De testateur wil niet, “om groote redenen hem daartoe moverende”, dat zijn schoonmoeder, Jacoba van de Graaff, “oijt int minste sal mogen hebben eenige bewint van sijn … naarlatenschap”. (RA Dordrecht, archief 1074, inv. 164)
– 4 juni 1723 (codicil bij het testament van 26 mei 1723): “Alsoo mij ondergesz. Govert Braats is ter ooren gecomen dat mijnen broeder mr. Sebastiaen Braats, dewelcke ick tot mede vooght in mijnen voorsz. testamente over mijne minderjarige nae te latene kint of kinderen hadde aengestelt, geen vooght wil sijn, … en ick ondergesz. geen displaisier oft misnoegen aenden selve mijnen broeder wil geven, soo verclaare ick ondergesz. … mijnen broeder vande voorsz. vooghdije bij desen te ontslaan … Verders wil ende begere ick ondergesz. dat nae het maacken van staat en inventaris, mijne huijsvrouw vrouwe Jacoba Maria vande Graaff niet genegen moghte wesen, mijne wijnen aenstonts int becken te vercoopen, maar deselve liever door de tijt wilde vercoopen in dier vougen ick altijts heb gedaan, sal ’t selve soodanigh mogen doen als sij sal te raade werven sonder eenige tegenspraack van ijmant”. (RA Dordrecht, archief 1074, inv. 164)
Begraafboek GroteKerk Dordrecht 5 okt. 1730: Jacoba Maria van de Graaff, weduwe van Govert Braats, in zijn leven lid van de Oudraad, op de Wolwevershaven, laat één zoon na, met tien koetsen extra, een wapenbord en twee paar slepen, de hoogste boete
Kinderen (o.a.):
a. Adriaen Braets, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1716, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 febr. 1732 (Adriaan Braets, zoon van wijlen Govert Braats, moeder is ook overleden, op de Wolwevershaven, met een wapenbord en tien koetsen extra, de grote boete)
b. Jacob Braets, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1720, jong overleden
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 42v: op 20 juni 1769 verkoopt mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, voor 12.000 gl. aan Boudewijn Onderwater, luitenant-generaal en kolonel van een regiment infanterie in Nederlandse dienst, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Roest en het navolgende koetshuis, alsmede een koetshuis, staande op de Wolwevershaven tussen het voornoemde huis en het huis van juffr. In de Betou, en een stal of koetshuis op de Wolwevershaven tussen het pakhuis van Johan Stephen Rueb en het huis van Jan van der Linden van Slingeland.]
idem
[1731: pakhuis en kelder]
Nicolaus Kool [koopman]
[1731: pakhuis en kelder
ORA Dordrecht inv. 1646: op 10 dec. 1715 verkoopt Cristiaan Logeman, koopman te Dordrecht, aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 2800 gl. een pakhuis of wijnkelder met drie korenzolders erboven, staande op de Drappierskade tussen het pakhuis van Govert Braats, lid van de Oudraad te Dordrecht, en het pakhuis van Hubert Borret.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 111v e.v.: op 30 april 1739 verkoopt Cornelis van der Werff, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Neeltje Schoute, weduwe en erfgename van Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Matthijs in de Betouw, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Drappierskade bij de Walevest, staande tussen het huis van de erfgenamen van Govert Braats en het pakhuis van Jacob Borret.]
Jacob Bouret [Borret, koopman]
[1731: pakhuis en kelder
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 97v: op 25 april 1710 verkoopt mr. Mattheus van den Brouke, bewindhebber van de VOC te Rotterdam, voor 4000 gl. aan Huijbert Borret, koopman te Dordrecht, een pakhuis met zolders en wijnkelder, staande en gelegen op de Wolwevershaven tussen het pakhuis van Cristiaan Logeman, koopman te Dordrecht en de stal van Govert Braats.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 69: op 12 dec. 1748 verkoopt Jacob Borret, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan zijn zoon, Johannes Borret, eveneens koopman te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Van den Broek”, staande op de Drappierskade “nade Walevest” tussen pakhuis van Matthijs inde Betouw en de stal van Jacob van de Graeff.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 37v e.v.: op 14 mei 1750 verkoopt Johannes Borret, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Johan Stephanus Rueb, koopman te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Van den Broeck”, staande op de Wolwevershaven naar de Walevest tussen het pakhuis van Matthijs inde Betouw en de stal van Jacob van de Graaf.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 250: op 20 jan. 1789 verkopen notaris Jan Hendrik Schultz van Hagen en Adolf Stephanus Rueb, koopman, beiden wonende te Dordrecht, voor 3580 gl. aan luitenant-generaal Boudewijn Onderwater, wonende te Dordrecht, “Een Pakhuis en Erf, genaamt van den Broek, bestaande in een wijnkelder of Pakhuis van onder, en van boven Drie Pakzolders boven den anderen, staande en gelegen op de Drappierskade na bij de Walevest, in de doorgang van de Walevest naar de Wollewevershaven binnen deze Stad (invoegen ’t zelve Pakhuis en Erv bij openbare verkopinge den 9 Meij 1788 ten overstaan van J.H. Schultz van Haegen en Pieter Roos Ltzn als notarissen en twee getuigen binnen deze Stad gehouden is verkogt door voorengenoemden Adolp Stephanus Rueb als daar toe gevolmagtigd door nu wijlen Johan Stephanus Rueb in leven koopman, gewoont hebbende en den 20sten Julij 1788 overleden binnen deze Stad,” staande tussen de pakhuizen van de koper.].
Wijnstraat (westzijde, tussen Groothoofd en Tolbrugstraat Waterzijde)

De Wijnstraat en omgeving in 1742 (plattegrond van I. Tirion). C is het Groothoofd met de Groothoofdspoort, 14 de Engelse Kerk, 5 de Waag, S de Schrijversstraat, G de Gravenstraat, K de Grote Kraan, de linkse R de Katholieke kerk in de Hoge Nieuwstraat, de rechtse R de Katholieke kerk aan de Kuipershaven. Onder de Engelse kerk ligt de Wijnbrug. De Nieuwbrug bevindt zich schuin tegenover de Gravenstraat.
De weduwe van Nicolaus Westerhoven (Elisabeth Waalpot, in “de Rode Leeuw”)
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 4 e.v.: op 24 jan. 1711 verklaren Nicolaes Westerhoven tavernier en zijn vrouw Elisabeth Waalpot, burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Adriaen van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende twee huizen aan het Groothoofd,genaamd “de Roode Leeuw”, staande op de hoek van de Groothoofdspoort en naast het huis van bakker Van Wijck.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 151v e.v.: op 19 april 1731 verklaart Elisabeth Waalpot, laatst weduwe van Nicolaas Westerhoven, wonende te Dordrecht, dat zij “uijt een liberale gifte” geschonken heeft aan haar behuwd zoon Bartholomeus de Toetlemonde, burger van Dordrecht, haar huis genaamd “den Roo Leeuw”, staande omtrent Groothoofd in de Wijnstraat tussen de Palingstraat en het huis van Hendrik van Bentem, op voorwaarde evenwel, dat De Toutlemonde zal overnemen een schepenenschuldbrief van 500 gl., die de erfgenamen van Laurens de Jongh op het huis sprekende hebben, een schuldbrief van 800 gl., die de weduwe van burgemeester Adriaan van Hoogeveen erop sprekende heeft, gedateerd 24 jan. 1711, een dito van 1200 gl., die de erfgenamen van Cornelia Toetlemonde, weduwe van Jacob de Jongh erop sprekende hebben, gedateerd 11 mei 1712, en een dito van 500 gl., die Dirk Marchal ofwel Johan van Gemert erop sprekende heeft, gepasseerd op 6 juli 1712. Bartholomeus de Toutlemonde verklaart, dat hij het huis op de genoemde voorwaarde aanvaardt.
Maria Raets, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 nov./12 dec. 1723 (de bruidegommet schriftelijk consent van zijn vader Adriaen Tout le Monde, de bruid geassisteerd met Elisabeth Waelpot, eerst weduwe van Reijnier Raets en laatst weduwe van Nicolaes Westerhoven)Bartholomeus (de) Tout le Monde, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1692, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1723), weduwnaar van Dordrecht, wonende bij het Groothoofd (1740),zoon van Adriaen Tout le Monde en Margreta Duijffkens *,trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 13/28 febr. 1740 Metje Quinting, geboren naar schatting ca. 1705, weduwe van Dordrechtwonende bij de Beurs (1740), trouwde 1e Willem de Groot, dochter van Jacob Quinting en Johanna (Anna) Margareta Dermoeij
* Trouwboek NG Dordrecht 12 aug. 1691 (ondertrouw): Adriaen Toutlemonde jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat en Margrieta Duijffkens jonge dochter van Amsterdam, met attestatie van Amsterdam
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 161v: op 11 april 1743 verklaart Bartholomeus de Toutlemonde, als voogd over zijn vier minderjarige kinderen, door hem verwekt bij Maaijke Raets, tot “gerustheijt” zijn medevoogd, Johan van Gelsdorp, en ten behoeve van zijn kinderen, voor zijn administratie van zodanige somma van penningen en de verdere legaten, die aanzijn kinderen toekomen in de nalatenschap van hun grootmoeder, Elisabeth Waalpot, weduwe Westerhove, te verbinden zijn huis, genaamd “den Rooden Leeuw”, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd op de hoek van de Palingstraat, zodat, indien “aen sijn voorsz. administratie ietwes mogte kome te manqueren”, dat aan hem, zijn huis of zijn overige goederen verhaald zal kunnen worden.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 179v e.v.: op 24 nov. 1746 verkopen Franchois der Moeij en Cornelis Wiltens, als voogden over de drie voorkinderen en mede-erfgenamen van Bartholomeus de Toutlemonde, in eerder huwelijk verwekt bij Maria Raats, en Metje Quinting, weduwe en mede-erfgename van Bartholomeus de Toutlemonde, en nog als voogdes over haar kind, bij haar verwekt door Bartholomeus de Toutlemonde, voor 4800 gl. aan voornoemde Metje Quinting vier vijfde parten in een huis, genaamd “de Roode Leeuw”, staande bij het Groothoofd, belend door het huis van Hendrik van Bentem aan de ene zijde, ’s herenstraat aan de andere zijde en het huis van Roeland Tak aan de achterzijde. De koopster bezit reeds als mede-erfgename voor een kindsgedeelte van haar overleden man een vijfde part van dit huis. Zij is schuldig aan de voogden van de voorkinderen van Bartholomeus de Toutlemonde een somma van 6000 gl., waarvan 3600 gl. wegens de koop van de vier vijfde parten van het huis en de rest wegens geleend geld.
– 19 jan. 1764: Casper van der Meer, garenbleker even buiten Dordrecht, en Anthonij Quinting, wonende te Brielle, executeurs-testamentair van Metje Quinting, verkopen voor 5400 gl. aan Juriaen de Swart een huis, vanouds genaamd “de Roode Leuw”, staande in de Wijnstraat aan het Groothoofd tegenover de Groothoofdspoort, belend door het huis van Hendrik van Bentem aan de ene zijde en de Palingstraat aan de andere. (Megens, o.c., p. 40)
Jurriaan de Swart, weduwnaar geboren van Gorinchem en wonende in de Wijnstraat bij het Groothoofd (1789), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 okt. 1792 (Juriaan de Swart in de Wijnstraat bij het Groothoofd, twee koetsen extra, laat geen kinderen na, begraven in dekerk, 3/4 uur luiden door de schutterij),trouwde 1e Johanna van Dort, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 29 dec. 1788 (Johanna van Dort, vrouw van Jurrianis de Swart in “de Roode Leeuw”, twee koetsen extra, luiden), 2e Gerecht/NG Dordrecht 31 jan./17 febr. 1789 (de bruid heeft “bewijs”van haar kinderen volgens akte gepasseerd voor notaris B. van der Star te Dordrecht) Metje (Mettha) van Asperen, gedoopt NG Dordrecht 17 febr. 1743, weduwe geboren te Dordrecht en wonende op de Sintjorispoortsweg (1789),overleden Dordrecht 15 mei 1813 (Mettha van Asperen, laatst weduwe van Jurrianus de Zwart, “cabarietere”, 70 jaar oud, dochter van Willem van Asperen en Berbera Biesheuvel [sic], in Wijnstraat B:125&111), trouwde 1e Pieter Breedvelt, dochter van Willem van Asperen en Barbara de Jong.
Op 1 aug. 1799 biedt Metje van Asperenmiddels een advertentie in “de Dordrechtse Courant” het huis “de Rode Leeuw” te huur aan. (Megens, o.c., p. 42)]
Wijnstraat bij de Palingstraat
Hendrik van Benten [bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 263 e.v.: op 31 okt. 1726 verkoopt Jenneken Opdecamp, weduwe van Hermanus Groenendaal, burgeres van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Hendrik van Bentum, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “den Hopsack” en staande naast de herberg “de Roode Leeuw”, van achteren uitkomende in de Palingstraat.
1751: Hendrik van Bentem bakker neemt een hypotheek op zijn huis “de Hopzak”bij het Groothoofd tussen de weduwe de Haan en de weduwe van Bartholomeusde Toutlemonde]
Willem [van] de Graaf
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 220 e.v.: op 3 dec. 1743 verkopen Hermanus de Bruijn, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn “behoudvader” Willem de Graaff, burger van Dordrecht, als eigenaar van ene helft van het hierna te noemen huis, en Catharina Roelands, weduwe van Jan Schouten, burgeres van Dordrecht, en voornoemde Hermanus de Bruijn, als man van Wilhlemina Roelands, met hun beide kinderen, enigeerfgenamen ab intestato van Sijtje Hilkens, vrouw van Willem de Graaff, samen voor de andere helft, voor 1500 gl. aan Jesse de Heer, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, van achteren uitkomende op de Nieuwe Kade of Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Rijer van Sprangh en dat van Nolke Hania.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 118v e.v.: op 8 febr. 1746 verkoopt Jan Vijand voor 700 gl. aan Marijke Denijsdr. van Rooij, weduwe van Obbe Obbesz. de Heer, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan van Sprang en dat van Hendrik van Bentink.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 121v e.v.: op 8 mrt. 1746 verkoopt Marijke Denijsdr. van Rooij, weduwe van Obbe Obbesz. de Heer, voor 821 gl. aan Jan de Haan Boudewijnsz., knaap in de Munt van Holland, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan van Sprang en dat van Hendrik van Bentink. De koper is schuldig aan Aart van Cappel, knaap in de Munt van Holland en burger van Dordrecht, een somma van 800 gl.
I. Obbe Tjeerdts (de Heer), trouwde Geertje Lolles
Kinderen (allen NG gedoopt teDordrecht):
a. Lolle, 7 aug. 1691
b. Jeltie, 7 aug. 1692
c. Lolle, 21 nov. 1694
d. Lolle, 11 aug. 1696
e. Arent, 26 juli 1698
f. Namkjen, 24 jan. 1700
g. Obbe Obbesz. de Heer, 29 juli 1701, volgt II
vermoedelijk ook: h. Geerit Obbes (de Heer), geboren naar schatting ca. 1685
Gerecht/NG Dordrecht 29 jan. 1708: Geeret Obbes jongman geassisteerd met Nolleke Nolles en Ulcke Sickes zijn ooms en voogden en Ante Jetses jonge dochter beiden van Jouwer in Friesland en wonende aan het Groothoofd geassisteerd met Grietie Oulkes haar tante, getr. op 12 febr. 1708
II. Obbe Obbesz. de Heer, gedoopt NG Dordrecht 29 juli 1701, jongman van Dordrecht wonende bij Groothoofd (1724), trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de bruidegom geassisteerd met zijn oom en voogd Ige Fredriks, de bruid met haar nicht Berber van der Sluijs vrouw van Jan Valkhoff) Maria Nijssen van Rooij, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Kleine Vismarkt [Palingstraat] (1724)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Obbe, 4 nov. 1725
b. Geertje (Geertruij) Obbes de Heer, 15 aug. 1728, trouwde Pieter Pietersz. Tijsse
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 30 mei 1748: Pieter Pietersz. Tijsse jongman wonende in de Torenstraat geassisteerd met zijn moeder Helena Nolke weduwe van Pieter Tijsse en Geertruij Obbes de Heer jonge dochter wonende bij het Groothoofd beiden van Dordrecht geassisteerd met haar moeder Marijke Denisse van Rooij weduwe van Obbe Obbes de Heer, getrouwd op 9 juni 1748
c. Nijs, 18 febr. 1731
d. Denijs, 26 nov. 1732
e. Gerrit, 11 mrt. 1736
f. Grietje, 4 febr. 1739]

Wijnstraat bij het Groothoofd
Steven en Mattijs Hopman
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 104e.v.: op 5 juni 1708 verkopen Adriaan Hagoort en Albertus van Nievelt, beiden notaris te Dordrecht, als daartoe gemachtigd door het Gerecht aldaar, voor 2020 gl. aan Barent Hopman een huis in de Wijnstraat dicht bij het Groothoofd, waar uithangt “den Soeten Invall”, staande tussen het huis van Arien Engelen en dat van Jan Ophemert, en thans bewoond door Gerrit Aerenbergh.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 133 e.v.: op 6 nov. 1736 verkopen Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, koopman te Dordrecht, voor de ene helft, en Matthijs Kakouw, mr. kuiper te Heusden, als procuratie hebbende van Hendrik Hopman, Adriaan Hegters, als man van Margareta Hopman, Jan Veltman, als man van Johanna Hopman, Steven Hopman en Catharina Hopman, meerderjarige ongehuwde persoon, allen wonende te Dordrecht, alsmede Jan Hopman, wonende te Rotterdam, Franchois van der Lisse, koopman te Dordrecht, als voogd van Adriana Hopman, minderjarige persoon, zijnde voornoemde Hendrik, Margareta, Johanna, Steven, Catharina, Jan en Adriana Hopman, kinderen van wijlen Gerrit Hopman, en Bernardus Brouwers, Hendrik Brouwers en Matthijs Brouwers, kinderen van wijlen Elisabeth Hopman, verwekt door Cornelis Brouwers, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Beudt te Dordrecht op 27 sept. 1735, samen voor de wederhelft, voor 2430 gl. aan Jan van Sprangh, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Willem van de Graaff en dat van Willem van Ophemert. Het huis heeft aan de achterzijde een wijnkelder en bovenwoning en een uitgang in de Palingstraat.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 76 e.v.: op 25 jan. 1742 verklaart Jan van Sprangh, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een somma van 3000 gl., verbindende het in de voorgaande akte genoemde huis, staande tussen het huis van Willem van de Graaff en dat van Willem van Ophemert.]
Willem van Ophemert [schrijnwerker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 176: op 4 juni 1725 is ter secretarie voorgelegd door notaris Pieter van Wel een akte van donatie inter vivos dd 6 mei 1725, waaruit bleek, dat Johannes van Ophemert mr. schrijnwerker aan zijn zoon Willem van Ophemert schrijnwerker heeft geschonken een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het Schippershuis en het huis van Matthijs Hopman.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 135 e.v.: op 8 mei 1753 verkoopt Willem van Ophemert, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Helena van der Sluijs, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “den Witten Helm” en staande tussen het Grootschippershuis en het huis van Jan van Sprang.]
een huis van het Grootschippersgilde
het Gildehuis van het Grootschippersgilde
Gerrit Hopman
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 66v e.v.: op 11 juli 1730 verklaart Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, als procuratie hebbende van Gerrit Hopman, koopman te Dordrecht, als weduwnaar van Dorothea Weijers, en van Steven en Anna Hopman, meerderjarige zoon en dochter van Gerrit Hopman, Gerrit en Steven Hopman nog als testamentaire voogden over de minderjarige kinderen van Dorothea Weijers, en Ewout Bosveld tevens vervangende Adriaan Hegters, als man van Margarita Hopman, datde constituanten schuldig zijn aan Jan Cool, koopmansbode op Zeeland, een somma van 1400 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat aan het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achter in de Palingstraat, staande tussen het huis van Jan van Well en het Grootschippershuis.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 51 e.v.: op 27 juni 1752 verkoopt Steven Hopman, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Rijer van Sprang, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achter in de Palingstraat en staande tussen het Grootschippershuis en het huis van de weduwe van Obbe de Heer.
I. Geerit Hopman, jongman geboortig van Scoost in Brandenburgerland (1687), koopman, burger van Dordrecht, weduwnaar (1693), trouwde 1e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 13/30 nov. 1687 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede bekende Arijen Geeritsz. Koijman, de bruid met Engeltje Pluijm, de vrouw van Barent Hopman, haar “swagerin”) Chatarina Hendriksdr. van den Ende, geboortig van Oudenbosch (1687), 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 22 sept. 1693 (ondertrouw; de bruid geassisteerd met haar neef Jan Wesselsz. Groen) Theodora (Dorothea, Dirkje) Weijers (Waijers), jonge dochter van Rotterdam (1693)
– 1 dec. 1735: Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, koopman te Dordrecht, voor de ene helft, en Matthijs Kakouw, mr. kuiper te Heusden, als procuratie hebbende van Hendrik Hopman, Adriaan Hegters, als man van Margareta Hopman, Jan Veltman, als man van Johanna Hopman, Steven Hopman, Catharina Hopman, meerderjarige ongehuwde persoon, allen wonende te Dordrecht, Jan Hopman, wonende te Rotterdam, en Franchois van der Lisse, als voogd over Adrianan Hopman, minderjarige persoon, allen kinderen van wijlen Gerrit Hopman, en Bernardus Brouwers, Hendrik Brouwers en Matthijs Brouwers, kinderen van Elisabeth Hopman, verwekt door Cornelis Brouwers, wonende te Rotterdam, voor de andere helft, verkopen voor 900 gl. aan Jan Veltman, mr. bakker te Dordrecht, een huis aan het Groothoofd, staande tussen de Groothoofdspoort en het huis van de heer De Bruijn. (ORA Dordrecht inv. 818, f. 68 e.v.)
Kinderen (allen Kath. gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Stephanus, 14 febr. 1692 (get.: Barent Hopman), jong overleden
Ex 2 (?):
b. Hendrik Hopman, geboren naar schatting ca. 1695, trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 1/23 febr. 1726 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerrit Hopman, de bruid met haar zuster Catarina Brouwers, vrouw van Jan Kemp) Tanneke Brouwers, jonge dochter (1726), weduwe van Hendrik Hopman, geboren te Dordrecht en wonende buitende Vuilpoort(1737), trouwde 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 31 mei/20 juni 1737 Thomas Boshuijsen, weduwnaar geboren te Gouda, wonende te Rotterdam (1737)
RK trouwboek Dordrecht 24 febr. 1726: Henricus Hopman en Tanneken Brouwers
RK trouwboek Dordrecht 20 juni 1737: Thomas Boshuijsen en Anna Brouwers
Ex 2:
c. Maria Geertrudis Hopman, 20 sept. 1694 (get.: Jillis Huijbertse, Jacoba van Oij), jonge dochter van Dordrecht (1719), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 27 jan./12 febr. 1719 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Gerrit Hopman, de bruid met haar moeder Dorothea Wijers) Matthijs Hopman, jongman van Dordrecht (1719), weduwnaar van Dordrecht (1722), trouwde 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 16 april/3 mei 1722 (de bruid geassisteerd met Aaltje van der Heij, weduwe van Willem van der Lis) Cornelia van der Lis(se), jonge dochter (1722)
RK trouwboek Dordrecht 12 febr. 1719: Matthias Hopman en Maria Hopman (met dispensatie van de internuntius te Brussel wegens bloedverwantschap in de tweede graad)
RK trouwboek Dordrecht 2 mei 1722: D. Matthias Hopman en Dlla. Cornelia van der Lisse
d. Joannes, 27 aug. 1696 (get.: Joannes de Mulder, Elisabetha Mulder), jong overleden
e. Catharina Hopman, 31 mrt. 1698 (get.: Walterus van Dongen, Catharina de Logie), ongehuwd
f. Margrita Hopman, 18 juli 1699 (get.: Cornelis Brouwers, Engel Hopman), jonge dochter van Dordrecht (1728), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 16 april/1 mei 1728(de bruid geassisteerd met haar vader Gerrit Hopman) Adriaan Hegters, weduwnaar van Dordrecht (1728), gedoopt Kath. Dordrecht 14 sept. 1692 (get.: Adriaan Heghter, Claesje Truçon), zoon van Pieter Heghters en Jennet Truçon
RK trouwboek Dordrecht 9 mei 1728: [Adriaan] Hechters en Margareta Hopman
g. Joanna (Anna) Hopman, 11 mei 1701 (get.: Conrardus Gonet, Joanna Raman), trouwde Jan Veltman
h. Engeltije, 16 febr. 1703 (get.: Marrijte [sic])
i. Steven Hopman, volgt II
j. Joannes Hopman, 2 april 1708 (get.: Jan Hopman, Lijsbet Hopman), woonde in 1735 in Rotterdam
k. Maria Jacoba, 23 mei 1710 (get.: Jacobus van den Bergh, Joanna Maria Hopman)
l. Adriana Hopman, 10 jan. 1712 (get.: Adriana van Nispe, Steven Hopman)
II. Steven (Stephanus) Hopman, gedoopt Kath. Dordrecht 2 febr. 1704 (get.: Hendrick Hopman, Anna Margarita Hopman), jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1741), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 26 mei/17 juni1741Hendrica Johanna van der Leeuw, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Vuilpoort (1741)
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 26 mei 1741: “N: Also de bruijt Hendrica Johanna van der Leeuw door haar vader Jacobus van der Leeuw niet en was geadsisteert ofte eenig consent van denselve heeft become tot het aangaan van het voorsz. huwelijk, so heeft den Clercq Kimijsen op ordre van opgemelte Heeren Commissarissen [Nicolaas Stoop en Cornelis de Witt, vervangende Paulus Gevaarts], ingevolge het derde articul van de politique ordonnantie sig vervoegt aande voorn. Van der Leeuw, ende denselve kennisse gegeve dat sijn voorsz. dogter in ondertrouw was opgenomen met Stephanus Hopman, waarop hij tot antwoort gaff ’t is wel. Vermits door de vader vande bruijt Jacobus van der Leeuw binnen de behoorlijke tijt geen inspraak off verhinderinge en was gedaan, so hebben de geboden op sijn tijt haar voortgang gehadt, ende sijn de voorsz. persoonen getrout … op den 17den junij 1741”.
RK trouwboek Dordrecht 17 juni 1741: Steven Hopman en Hendrica Joanna van der Leeuw]
Johan van Well
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 11: op 16 febr. 1723 verkoopt Jan van Wel, mr. zeilmaker, voor zichzelf en als erfgenaam van zijn vrouw Tanneken van Hoogstraten, voor 600 gl. aan Jan Hardus, schipper en koopman op de Rijn, een huis op het Groothoofd, “bij hem bewoond werdende” [belenders niet vermeld].
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 40: op 20 juli 1741 verkoopt Jan Hardus, koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Cornelis Veth, viskoper te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Steven Hopman en dat van de weduwe van Matthijs Hopman en van achteren uitkomende in de Palingstraat.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 26v: op 11 juli 1748 verkoopt mr. Hermman Franciscus Ketelanus, achtraad en secretaris van de Weeskamer te Dordrecht, als geautoriseerd zijnde door de weesmeester tot de verkoop van de goederen van wijlen Cornelis Vet ten behoeve van diens minderjarige zoon en enige erfgenaam, voor 1220 gl. aan Marijke Denijsdr. van Roon, weduwe van Obbe de Heer, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, van achteren uitkomende in de Palingstraat en staande tussen het huis van Stephanus Hopman en dat van Willem Rijkers.]
Steven en Mattijs Hopman
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 164 e.v.: op 12 okt. 1728 verklaart Cornelia van der Lisse, als procuratie hebbende van haar man Matthijs Hopman, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Francois van der Lisse, koopman te Dordrecht, een somma van 700 gl., verbindende een huis aan het Groothoofd, van achteren uitkomende in de Palingstraat en staande tussen het huis van Jan van Wel en dat van de weduwe Sprinkhuijsen.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 135v e.v.: op 28 april 1746 verkoopt Franchois van der Lisse, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zuster Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, wonende te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Willem Rijkers, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Maarten Veen en dat van Cornelis Vet. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 600 gl.]
Maarten Veen
[ORA inv. 1644A, f. 63: op 13 sept. 1712 verkopen Jan Kool, beurtschipper van Dordrecht op Veere, , namens zijn vrouw mede-erfgenaam van Catarina Vaans, weduwe van Jan van der Schaar, voor zichzelf en als executeur van de boedel van Catarina Vaans, en als voogd over haar minderjarige zoon, en nog als procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar en Jan van der Krab, als man van Trijntje van der Schaar, allen kinderen en erfgenamen van Catarina Vaans, en Cornelis Bax, als man van Berbera van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, voor zichzelf en als procuratie hebbende van hun broer resp. zwager Teunis van Drongelen, als man van Henrica van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, voor 1375 gl. aan Jan Sprinkhuijsen, commies van de Grafelijkheidstol, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. F. van Bockhoven en het huis van mr. Douw chirurgijn.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 81v e.v.: op 7 sept. 1730 verkoopt Bartholomeus van Gelsdorp, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nathan Fockens, secretaris van het “Krijgsgericht” van de stad Groningen, als enige erfgenaam van zijn vrouw Anna Wendelina Sprinkhuijsen, voor 1050 gl. aan Maarten Veen, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter in de Palingstraat, staande tussen het huis van mr. Francois van Bockhoven, raadsheer in het Hof van Holland, en dat van Matthijs Hopman.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 28v: op 19 mrt. 1772 verkoopt Willem Kramers, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 1340 gl. aan Melchior de Glindt, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover het logement “het Swijnshoofd” aan het Groothoofd met een uitgang in de Palingstraat, staande tussen het huis van Willem Rijkers en dat van Jan Egternach. Het huis is de verkoper aangekomen uit de nalatenschap van zijn grootmoeder Eva Bussels, weduwe van Maarten Veen.]

Het huis “Bordeaux” in de Wijnstraat (mrt. 2014)
Fransois van Boekhoven [raadsheer in het Hof van Holland]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 126v e.v.: op 18 jan. 1731 verkoopt Rijer van Sprangh, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Francois van Bochoven, raadsheer in het Hof van Holland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Reijnard te ‘s-Gravenhage op 13 jan. 1731, voor 750 gl. aan Gerret Obbes, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande naast het grote huis van mr. Francois van Bochoven en komende achter tegen “hetselve huijs tot aan de middel scheijdmuur tusschen de twee binneplaatsjes”.
I. Gerrit Obbes (de Heer), trouwde Ante Jetses (Jessens)
Gerecht/NG Dordrecht 29 jan. 1708: Geeret Obbes jongman geassisteerd met Nolleke Nolles en Ulcke Sickes zijn ooms en voogden en Ante Jetses jonge dochter beiden van Jouwer in Friesland en wonende aan het Groothoofd geassisteerd met Grietie Oulkes haar tante, getr. op 12 febr. 1708
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 27v e.v.: op 10 mei 1763 verkopen Obbe de Heer, Jesse de Heer en Johannes van der Hoeven, als man van Geertruij de Heer, kinderen en erfgenamen van Anna Jessens, weduwe van Gerrit Obbe de Heer, overleden te Dordrecht, voor 1550 gl. aan Johannes Echternach, koolmeter en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Gillis van der Beek en dat van de weduwe van Maarten Veen.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Obbes de Heer, 12 jan. 1712
b. Jetse de Heer, 14 juli 1715
c. Geertje (Geertruij) de Heer, 21 sept. 1717, trouwde Johannes van der Hoeven
d. Laurens, 14 juli 1720, vermoedelijk jong overleden
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 313v: op 25 juli 1799 verkopen Jacob Beenhakker en Jan Hendrik Blomker, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Johan Coenraad Echternach, die onlangs in Dordrecht is overleden, voor 2000 gl. aan Johannes Krim, commies ter recherche te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. Hugo Repelaar en dat van De Glindt.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 165v: op 25 april 1743 verkopen Leonard van Sonsbeek, luitenant in het Regiment guardes te paard in Nederlandse dienst, als man van Anna Wilhelmina van Bochoven, tevens procuratie hebbende van Maria Jacoba van Bochoven, meerderjarige persoon, beiden wonende in Den Haag, samen enige erfgenamen ab intestato van hun vader, de raadsheer Franchois van Bochoven, en hun broer, mr. Willem van Bochoven, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Mijné te Den Haag op 15 mrt. 1743, voor 5020 gl. aan Simon Taaij van Campen, koopman te Dordrecht, een huis met stal en twee koetshuizen, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende van de Wijnstraat tot achter in de Palingstraat of Kleine Vismarkt, van voren belend door het huis van Denijs de Raat aan de ene zijde en dat van Gerret Obbes de Heer aan de andere, en in de Palingstraat staande naast het huis van Maarten Veen. Eén van beide koetshuizen komt naast of achter de Grafelijkheidstol van Geervliet en bezijden de rivier
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 15 e.v.: op 29 febr. 1752 verkoopt Maria Jacoba Lepla, weduwe van Simon Taaij van Campen, wonende te Dordrecht, voor 4800 gl. aan Gillis van der Beek, koopman te Dordrecht een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achter in de Palingstraat of Kleine Vismarkt, met een pakhuis ernaast en een koetshuis in de Palingstraat. Het huis wordt belend door het huis van Marcelis de Raat aan de ene zijde en dat van Gerrit Obbes aan de andere en van achteren door het huis van Maarten Veen. Het koetshuis wordt belend door de Geervlietse Tol.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 6v e.v.: op 28 jan. 1772 verkopen David Hordijk, Gerard Castendijk, mr. Jasper Perduijn en Paulus Knogh, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Gillis van der Beek, koopman te Dordrecht, voor 7020 gl. aan mr. Hugo Repelaer, hoofdofficier en raad van Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, staande in de Wijnstraat aan het Groothoofd tegenover het logement “het Swijnshoofd”, strekkende voor van de straat en achter tot in de Palingstraat. Het wordt aan de voorkant belend door het huis van Marcelis de Raadt aan de ene zijdeen het huis van Jan Coenraad Echternach aan de andere en aan de achterzijde door het pakhuis van de weduwe van Maarten Veen, dat is verkocht aan NN Molenkamp aan de oostzijde.].
Denijs de Raat
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 16 april 1702: Denijs de Raat weduwnaar van Gorinchem wonende aan de Kleine Vismarkt en Angenieta van Vloeijestijn jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd geassisteerd met Maddaleentje van Vloeijestijn haar zuster, getrouwd op 30 april 1702
id. 23 okt. 1707: Denijs de Raat weduwnaar van Gorinchem wonende op de Dwarskaai en Maria Gruijters jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwbrug geassisteerd met Cornelia Verstege de vrouw van Jan Beuckelaar haar nicht, getrouwd op 6 nov. 1707
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 233: op 7 mei 1726 verkopen Maarten Jacobsz. Veen, wonende te Dordrecht, als medevoogd over de minderjarige kinderen en kleinkind van Maria Govertsdr. van Roij, en als procuratie hebbende van Jan Govertsz. Rooij, loods en burger van Dordrecht, voor een derde part, idem van zijn vader Jacob Maartensz. Veen, als voogd over voornoemde minderjarigen, en Jan Govertsz. Rooij met Jan van der Wael tevens vervangende Jacob Borra, wonende te Utrecht, en Dionijs Borra, wonende in Den Haag, meerderjarige kinderen van Maria Govertsdr. van Rooij, voor het tweede derde part, idem van Jan van der Wael, huistimmerman te Dordrecht, als man van Catarina van Rooij, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager Obbe Obbens, als man van Maria van Rooij, zijnde Catarina en Maria van Rooij kinderen van wijlen Denijs Govertsz. van Roij, voor het laatste derde part, samen erfgenamen van hun vader, grootvader en overgrootvader Govert Denijsz. van Roij, in zijn leven viskoper en burger van Dordrecht, volgens het testament gepasseerd voor notaris B. van der Star op 21 juli 1718, voor 1320 gl. aan Denijs de Raat, viskoper en burger te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende van achteren tot aan de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van mr. Franchois van Bochoven, achtraad van Dordrecht, en het huis van Nicolaas van der Sluijs aan de voorzijde en dat van Jasper de Visser aan de achterzijde.
Uit hethuwelijk met Maria Gruijters:
Marcelis de Raet, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1708
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 16 aug. 1738: Marcelis de Raet jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd geassisteerd met zijn vader Denijs deRaet en Helena Veen jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd geassisteerd met haar moeder Berber van der Sluijs weduwe van Dirk Veen, getr. op 31 aug. 1738.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 171: op 19 mei 1773 verkopen Johannes Heijmans en Jan de Bruijn, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Marcelis de Raadt, die in Dordrechtgewoond heeft, voor 1800 gl. aan Jan Korthals, zeilmakersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. Hugo Repelaer en het pakhuis van Gerrit Ponsen.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 770: op 22 dec. 1810 verkopen Hendrika, Maria en Hendrik Korthals, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Jan Korthals, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 3000 gl. aan Mijndert Pot, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, getekend B: 139 oud en B:124 nieuw, belend van voren door het huis van Paulus Repelaer van Spijkenisse aan de ene zijdeen dat van Simon Basjouw en Bastiaan de Visser aan de andere zijde, en van achteren door genoemde Repelaer van Spijkenisse aan de ene zijde en dat van Vogels aan de anderezijde.]
Herman Peppinghuijsen [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 227v: op 18 april 1726 verkoopt Jan Broekman, burger van Dordrecht, voor 1010 gl. aan Nicolaas van der Sluijs, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Gerrard Vingerhoet, veertigraad te Dordrecht, en dat van Jan Govertsz. d’Nijs.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 76 e.v.: op 5 sept. 1730 verkoopt Nicolaas van der Sluijs, schipper en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Hermanus Pippinghuijsen, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Herman Vingerhoet en dat van Arij Dura viskoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 700 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 15v e.v.: op 4 febr. 1738 verkoopt Hermanus Pippinghuijsen, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Denijs de Raat, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van kapitein Willem Bijen en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 171: op 18 mei 1773 verkopen Johannes Heijmans en Jan de Bruin, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Marcelis de Raadt, die in Dordrecht gewoond heeft, voor 700 gl. aan Gerrit Ponsen, schipper en burger van Dordrecht, een pakhuis met kamers erboven en een woning erachter, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd tussen het huis van Jan Korthals en dat van de erfgenamen van de weduwe van Hendrik van den Santheuvel.]
Gerhart Vingerhoet [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 818, f. 25 e.v.: op 3 mei 1735 verkopen Jan de Bruijn, achtraad, Philips van Haarlem, veertigraad, en Mattheus Rees, oudraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van wijlen Gerard Vingerhoed, veertigraad en koopman te Dordrecht, voor 10.150 gl. aan Willem Bijen, kapitein ter zee in Nederlandse dienst, een huis met een huisje of aparte woning daarnaast, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, van achteren uitkomende op de Kleine Vismarkt, aan de ene zijde belend door het huis van Hermanus Pippinghuisenen aan de andere zijde door het pakhuis, dat eveneens is nagelaten door Gerard Vingerhoed. Dezelfde comparanten in hun genoemde hoedanigheid verkopen voor 515 gl. aan Margarita van Slingeland,weduwe van burgemeester Johan van Hoogeveen, de helft van een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van deerfgenamen van burgemeester Barthout van Slingeland en dat van mr. Caspar Balthazar Dol van Ourijck.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 10 mei 1727: Geertruijdt van Slingelant, de vrouw van Geerard Vingerhoet, laat kinderen na, met elf koetsen extra
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 18 e.v.: op 28 nov. 1741 verkopen notaris Huijbert van Wetten, mr. Paulus Gevaerts, vrijheer van Gansoijen etc., Abraham van den Santheuvel en Ocker Repelaer, als executeurs-testamentair van Willem Beijen, kapitein ter zee in de Admiraliteit op de Maas, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 8120 gl. aan Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis met een huisje of aparte woning daarnaast, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, van achteren uitkomende op de Riviervismarkt en van voren belend door het pakhuis van Mattheus Rees en dat van Marcelis de Raad.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 208: op 9 febr. 1802 verkoopt Willem Mattheus van den Santheuvel, als benevens Mattheus Hendrik van Oosterzee, wonende in Willemstad, executeur in de boedel van wijlen Johanna Diderica van den Santheuvel, overleden te Heijningen, en van Agnita Sabina van den Santheuvel, overleden te Dordrecht, tevens vervangende Sabina Hendrika van den Santheuvel, weduwe Van Oosterzee, wonende in Willemstad, en nog als procuratie hebbende van Cathalina Adriana van den Santheuvel, weduwe van mr. Jacob van Neck, wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van den Broek te Leiden op 2 jan. 1802, voor zichzelf en als instaande voor zijn zusters en schoonzuster, allen erfgenamen van hun vader Willem Bartholomeus van den Santheuvel, voor 5500 gl. aan Nicolaas Willem van Duuren een huis in de Wijnstraat nabij het Groothoofd, van achterenuitkomende op de Boerenvismarkt, staande tussen het huis van Willem Basjouw en het volgende huis, alsmede een huis daarnaast, staande tussen het voorgaande huis en de raffinaderij van de gebroeders Van Meeteren.]
idem
pakhuis van idem
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 14v e.v.: op 27 mrt. 1760 verkopen Mattheus Rees, lid van de Oudraad, Rochus Rees, veertigraad, Gerard de Bevere, achtraad van Dordrecht en baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen, als man van Petronella Rees, en voornoemde comparanten nog vervangende hun zuster, Johanna Rees, de vrouw van Pieter Meerman Johansz., wonende te Rotterdam, samen kinderen en erfgenamen van Cornelia Vingerhoed, in haar leven eerst weduwe van Mattheus Rees, lid van de Oudraad van Dordrecht, en daarna echtgenote van mr. Damas van Slingeland, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, voor 1800 gl. aan mr. Damas van Slingeland voor de ene helft en aan Pieter Meerman Johansz., secretaris van Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Kool, etc., voor de andere helft een groot, hecht en sterk pakhuis met wijnkelder daaronder en een plaats daarachter, komende met een gang uit op de Kleine Vismarkt, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van de weduwe van Hendrik van den Sandheuvel en het huis van de erfgenamen van Cornelia van Kranenburgh, weduwe van Hendrik de Jager.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 14v e.v.: op 17 mrt. 1763 verkoopt mr. Damas van Slingeland, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Pieter Meerman, secretaris van Rotterdam, als man van Johanna Rees, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van der Looij te Rotterdam op 5 mrt. 1763, voor 4000 gl. aan de firma Bakker, Hardus en Co., kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “den Toelast”, uitkomende met een gang op de Kleine Vismarkt, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd tussen het huis van de weduwe van Hendrik van den Sandheuvel en dat van de erfgenamen van Cornelia van Kranenburgh, weduwe De Jager.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 259v: op 30 juli 1771 verkoopt Helmer Bakker, wonende te Dordrecht, voor 4918 gl. 8 st. aan de firma Hardus, Dam en Co. een vierde part in een raffinaderij, alsmede een vierde part in het ernaast staande woonhuis, staande in de Wijnstraat.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 195v: op 3 juli 1777 verkoopt Gerrit Hardus, wonende te Nijmegen, mede gerechtigd in de suikerraffinaderij, die op naam staat van Hardus, Dam en co., voor 4918 gl. 8 st. aan Jan Jacob Hardus, koopman wonende te Dordrecht, een vierde part in genoemde suikerraffinaderij, alsmede een vierde part in de woning, die ernaast staat, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd
ORA Dordrecht inv. 1672: op 24 dec. 1782 verkopen Samuel Crena en Adolph Stephanus Rueb, beiden wonende te Dordrecht, als gevolmachtigden van Maria Hardus, weduwe van eerst van Willem Hardus en laatst van Jacob van Doeveren, van Maria Catharina Dorges, weduwe van Jan Melchior van Dam, en van Maria Geertruida van Hees, weduwe van Jan Jacob Hardus, allen wonende te Dordrecht, tevens van Gerrit Hardus, wonende te Nijmegen, en van Maurits Lodewijk van Ossenbergh, wonende te IJsselstein, de drie laatstgenoemden als executrice en executeurs van het testament van Jan Jacob Hardus, die op 2 aug. 1781 is overleden, voor 14.100 gl. aan Margrita van Galen, weduwe van Hilmar Bakker, Isaac de Kuijser en Jacob Meijer jr. een suikerraffinaderij “van drie zietpannen”, genaamd “den Toelast”, met het daarnaast staande pakhuis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel en dat van de schrijnwerker Van Gorrsen.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 177v: op 6 mrt. 1798 verkopen Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, en Pieter Papillon, gezworen klerk te secretarie van Dordrecht, als curatoren in de gerepudieerde boedel van wijlen Jacob Meijer, en nog als procuratie hebbende van Johannes Bakker, enige erfgenaam van Margareta van Galen, weduwe van Hilmer Bakker, en van Isaac Kuijser, beiden wonende te Dordrecht, voor 15.750 gl. aan Nicolaas van Meeteren, Dirk Wilhelmus van Meeteren en Jan Hendrik van Meeteren een suikerraffinaderij “van drie zietpannen”, genaamd “de Toelast”, met het daarbij horende pakhuis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Van den Santheuvel en het huis van de schrijnwerker Van Efferen.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 210: op 12 dec. 1805 verkoopt Nicolaas van Meeteren Mattheusz., wonende te Dordrecht, voor 5530 gl. aan Mattheus van Meeteren Dirk Wilhelmusz., wonende te Dordrecht, een derde in de raffinaderij “den Toelast”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Willem Nicolaas van Duuren en dat van de weduwe van de schrijnwerker Van Efferen.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 317: op 23 okt. 1806 verkopen Antoinetta Kouwens, weduwe van Dirk Willem van Meeteren, Jan Hendrik van Meeteren en Mattheus van Meeteren DWz., allen wonende te Dordrecht, aan Hilmar Johan Backer, wonende te Dordrecht, een suikerraffinaderij, genaamd “de Toelast”, met de daarbij behorende gereedschappen, alsmede een pakhuis ernaast, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd, uitkomende op de Boerenvismarkt, getekend B:143 en 144, op de Wijnstraat belend aan één zijde door het huis van W.N. van Duuren.
“In 1802 blokkeerde Engeland, in oorlog met Frankrijk, de invoer van rietsuiker naar Europa waardoor de suikerraffinaderijen nagenoeg stil kwamen te liggen. De Dordtse suikerfabriek de Toelast was in okt. 1810 de eerste in Nederland die begon met suiker maken uit suikerbieten (beetwortels) in plaats van suikerriet. Per keizerlijk decreet dwong Napoleon in 1812 dat voortaan … in Frankrijk en in bezette gebieden zoals Nederland suiker [alleen] uit beetwortels gehaald zou moeten worden. Nagenoeg alle Dordtse raffinaderijen schakelden over.” (Dordt-Eigenaardig in AD de Drechtsteden, 14 dec. 2022)
de weduwe van Hendrik de Jager
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 153v: op 4 dec. 1704 verkoopt Maria van Wingerden, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 900 gl. aan Hendrick de Jager, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Abel Ouboter en het huis van mr. Gerrard Vingerhoet, dat is ingericht als wijnkelder en pakhuis.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 38v: op 24 sept. 1748 verkoopt Cornelia van Kranenburg, weduwe van Hendrik de Jager, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Jesaias van Bentem, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Obbe de Heer en het pakhuis van Mattheus Rees.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 104v: op 19 april 1764 verkoopt Josias van Bentem, burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Bakker, Hardus en Co., suikerraffinadeurs te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen de raffinaderij van de kopers en het huis van Obbe de Heer.]
Johan van Gemert [stadsbode]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 72v: op 10 nov. 1705 verkoopt Abel Ouboter, schipper en burger van Dordrecht, voor 1425 gl. aan Hermanis de Bruijn, bevarende de marktschuit van Dordrecht op Rotterdam, een huis, genaamd “de Hen”, staande omtrent het Groothoofd schuin tegenover de Mattensteiger tussen het huis van Jacob Maartensz. Veen en het huis van De Jager mr. kuiper.
ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 89: op 3 dec. 1712 verkoopt Herman de Bruijn, burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Johannis van Gemert stadsbode een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “het Henneken”, staande tussen het huis van Hendrick de Jager en het huis van Jacob Maartensz. Veen.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 70: op 9 okt. 1738 verkoopt Johannes van Gemert, bode van Dordrecht, voor 1575 gl. aan Pieter Egter, horlogemaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Jacob Maartensz. Veen en dat van de weduwe van Hendrik de Jager.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 105v: op 10 mei 1742 verkoopt Pieter Egter, mr. horlogemaker en burger van Dordrecht, voor 1060 gl. aan Obbe Gerritsz. de Heer, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Maarten Veen en dat van de weduwe De Jager.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 39: op 9 april 1772 verkoopt Obbe de Heer Gerritsz., schipper en burger van Dordrecht, voor 2300 gl. aan Huijbert van der Gorssen, schrijnwerkersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Willem Kramers en dat van Dam en Hardus.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 269: op 17 juli 1792 verkoopt Huibert van der Gorssen, burger van Dordrecht, voor 3600 gl. aan Hugo van Efferen, schrijnwerker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat nabij het Groothoofd, tussen het huis van de weduwe Kramers en de raffinaderij van Kuijser en co.]
Joan Martensz. Veen
[Jacob Maertensz. Veen, trouwde naar schatting ca. 1675 Petronella Dionijs van Roij
Kind:
a. Maerten Veen, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1681, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 dec. 1706 Eva Bussels, overleden tussen 17 mrt. en 19 mrt. 1772 (Weeskamer Dordrecht inv. 36, f. 316v: extract ingeschreven van het testament van Eva Bussels, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris P. van Gelsdorp op 17 mrt. 1772)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 21 nov. 1706: Maerten Veen jongman van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd geassisteerd met zijn vader Jacob Veen en Eva Bussels jonge dochter van Dordrecht wonende in de Lombardstraat geassisteerd met haar moeder Cornelia Nickels, getr. op 5 dec. 1706
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 28: op 19 mrt. 1772 verklaart Willem Kramers, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 1620 gl. uit de nalatenschap van zijn grootmoeder Eva Bussels, weduwe van Maarten Veen, overgenomen te hebben een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, genaamd “den Theeboom”, uitkomende in de Boerenvismarkt en staande tussen het huis van Jan Dam en dat van Obbe de Heer.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 249v: op 21 nov. 1786 verkoopt Willem Kramers, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Margareta Kramers, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, uitkomende op de Boerenvismarkt en staande tussen het huis van de weduwe van Jan Dam en dat van Huibert van der Gorssen.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 103v: op 11 april 1797 verkopen Jan Hendrik Schultz van Hagen, notaris, en Pieter Papillon, gezworen klerk ter secretarie, als curators in de insolventeboedel van Margarita Kramers, voor 785 gl. aan Johannes Ponsen, beurtschipper van Dordrecht op Middelburg, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, uitkomende op de Boerenmarkt en staande tussen het huis van de weduwe van Jan Dam en het huis van Otto van Efferen.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 503: op 8 juni 1809 verkoopt Neeltje Bosman, weduwe en erfgename van Johannes Ponsen, wonende te Dordrecht, voor 900 gl. aan Nicolaas van Bunnigen, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, getekend B:146 en B:131, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johan Dam en dat van de weduwe van Otto van Efferen.]
Jacoba en Catarina van Gele
[1731: woonhuis en drie pakhuizen
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 161v: op 20 jan. 1756 verkopen Elisabeth Vingerhoet, weduwe van Herman van Gelder, wonende te Rotterdam, voor een vierde part, Johanna van Gelé, weduwe van Anthonij de Vries, en Jacoba Catharina van Gelé, meerderjarige ongehuwde persoon, beiden wonende te Dordrecht, ieder voor een vierde part, en Jacoba Catharina van Gelé nog voor het laatste vierde part, voor 2800 gl. aan Jan Dam, koopman te Dordrecht, een huis, met wijnkelder eronderen pakhuis met verscheidene zolders erachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, van achteren uitkomende op de Boerenvismarkt, van voren belend door het huis van de weduwe van Jan van Gelsdorp aan de ene en dat van Maarten Veen aan de andere en van achteren staande naast het huis van Marcelis de Raat.]
Johan van Gelsdorp [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 143 e.v.: op 10 mrt. 1722 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als ouderling, Huijbert van de Burggraaff, als boekhouder, Cornelis Vereijck en Andries Cant, beiden als diakenen, vervangende ds. Johannes Wittebol, als predikant te Dordrecht, samen als gemachtigden van de Grote Kerkenraad van Dordrecht, voor 5450 gl. aan Dingena de Haan, weduwe van Johan van Gelsdorp, koopvrouw te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, staande tussen de erfgenamen van Jan van Eijsden en dat van Adriaan Papegaaij, alsmede een pakhuis op de Nieuwe Haven bij de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van Eijsden en het pakhuis van Hendrick Joslet.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 240v:op 4 nov. 1777 verkoopt Pieter Pompejus Repelaer, heer van Spijkenisse, lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Margrieta Backus, eerder weduwe en enige erfgename van mr. Johan Christiaan van Gelsdorp, enige zoon en erfgenaam van Johanna Backus, weduwe van Johanvan Gelsdorp, die zonder verdere kinderen dan alleen Johan Christiaan van Gelsdorp na te laten is overleden in Dordrecht, voor 12.150 gl. aan Adolph Stephanus Rueb, wonende te Dordrecht, een huis met een kelder of pakhuis daaronder, staande in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger en van achteren uitkomende op de haven omtrent de Damiatebrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Dam,alsmede een pakhuis en stal- of koetshuis, beide staande achter het voornoemde huis.]
Adriaan Papegaij
[ORA Dordrecht inv. 1646 (nieuw), f. 102v e.v.: op 22 aug. 1716 compareren Johan van Veenvelt, apotheker, als procuratie hebbende van Jacob Spanseerder, koopman te Amsterdam, echtgenoot van Sara Sam, en tevens vervangende Catharina Sam, weduwe van Pieter van der Meulen, wonende te Amsterdam, en Pieter Kant, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Oudland, weduwe van Jan Sam, samen kinderen van wijlen Jacob Sam, voor de eerste staak, Jan Huttenus, koopman te Dordrecht, Jan Helmont, als erfgenaam van zijn vrouw Ida Huttenus, Steven Bordels, als man van Catharina Huttenus, voornoemde Pieter Kant, als man van Catharina Huttenus, vervangende Adriana Huttenus, samen kinderen en kindskinderen van wijlen Catharina Sam, weduwe van Arent Huttenus, voor de tweede staak, en voornoemde Johan van Veenvelt, als man van Anna Sam, Francois van Wageningen, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Catharina Sam, kinderen van wijlen Jan Sam, voor de derde staak, zijnde alle comparanten ook erfgenamenvan Abraham Sam, veertigraad te Dordrecht, voor de vierde staak, erfgenamen ab intestato van Anna Sam, vrouw van wijlen Adriaen Meijnaert, veertigraad te Dordrecht. De comparanten verkopen voor 550 gl. aan Adriaen Papegaeij, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Frederik Wilkes en dat van Johan van Veenevelt.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 197 e.v.: op 30 okt. 1731 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, voor 2750 gl. aan Johan van Gelsdorp, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Fredrik Willekens.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 33v: op 21 febr. 1782 verkoopt Pieter Pompejus Repelaer, vrijheer van Waerle en Valkenswaard, heer van Spijkenisse, Braband en Vriesland etc., regerend schepen van Dordrecht, als man van Margareta Backus, eerder weduwe en erfgename van Johan van Gelsdorp, te Dordrecht overleden, voor 2400 gl. aan Fredrik Bemolt, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Jan Theodorus Wilkens en dat van Stephen Rueb.]

Wijnstraat tussen Schrijversstraat en Palingstraat met in het midden het zgn. West-Indisch Huis.
Frederik Willekes
[1731: woonhuis ten dele diendende tot raffinaderij
[In 1623 huurde de stad Dordrecht voor het opslaan van koopwaren van de in 1621 opgerichte West-Indische Compagnie een huis in de Wijnstraat (thans nr. 87), dat sedertdien het West-Indisch Huis heette.*Omdat de handel van de WIC vanaf het midden van de zeventiende eeuw (vooral na het verlies van Brazilië in 1661) achteruitging, moest er een verkleining toegepast worden en zo verkocht het stadsbestuur in 1698 het West-Indisch Huis aan de firma Vingerhoet, Van Eijsden en Mühlhoff, die in het pand en het ernaast staande huis “het Ossenhoofd” een suikerraffinaderij vestigde. De raffinaderij en de huizen (inclusief het naast het West-Indisch Huis” en “het Ossenhoofd” staande huis “den Hoorn”) waren in 1724 eigendom van Frederik Wilkens, die het bedrijf in 1735 verplaatste naar de achtergelegen panden op deKuipershaven
. Hij liet in dat jaar de panden aan de Wijnstraat afbreken en daarvoor in de plaats een herenhuis met een fraaie gevel neerzetten met als gevelsteen het hieronder afgebeelde, in blauw “papier” verpakte suikerbrood.(C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 34; J. Koonings, Dordrecht en de West-Indische Compagnie (1621-1791), Oud-Dordrecht 2006, nr. 3, p. 77 e.v.)

De ORA Dordrecht inv. 1642, f. 68v e.v.: op 19 jan. 1708 verkoopt Jan de Ridder, koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige erfgenamen van Johan van Eijsden, arts te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, voor zichzelf en als voogd over de minderjarige erfgenamen van Johan van Eijsden, arts en koopman te Dordrecht, en tevens als procuratie hebbende van Elisabeth en Johanna van Gelle [van Gelé], meerderjarige erfgenamen van voornoemde Johan van Eijsden, voor 7500 gl. aan de eigenaren van het West-Indisch Huijs, een huis met een grote wijnkelder daaronder eneen grote plaats en een kuiphuis erachter, staande en gelegen in de Wijnstraat bij het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven, aan één zijde belend door het huis van de erfgenamen van Anna Sam [andere belender wordt niet vermeld].

De pakhuizen van het West-Indisch Huis aan de Kuipershaven
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 88: op 1 mrt. 1724 verkoopt notaris Jacob Beud, als procuratie hebbende van Maria Kalraat, voor 475 gl. aan Fredrick Willikens, raffinadeur en koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen de raffinaderij van de koper en diens woonhuis.]
idem
[1731: raffinaderij
ORA Dordrecht inv. 810, f. 8 e.v.: op 19 febr. 1715 verkoopt Ruben van Hoven, boekhouder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Gerrard Vingerhoet, veertigraad van Dordrecht, Elisabeth en Jacoba Catharina van Gelé en Anthonij de Vries, brouwer te Dordrecht, als man Johanna van Gelé, vervangende Jacob Vingerhoet, koopman te Dordrecht, eigenaars van twee derde parten in de huizen, vanouds genaamd “het West-Indisch Huis” en “het Ossenhooft”, staande in de Wijnstraat, voor 5332 gl. twee derde parten in voornoemde huizen aan Frederick Mulhoff, raffinadeur te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 109: op 23 okt. 1716 verkopen Hendrik Kerker, koopman te Rotterdam, als man van Maria Mulhof, Jacobus Sprong, als man van Sibilla Willekens, Hendrik Sprong, schout te ‘s-Gravendeel, als man van Susanna Willekens, en Fredrik Willekens, kind, kleinkinderen en erfgenamen van Fredrik Mulhof, raffinadeur te Dordrecht, voor 2666 gl. aan Pieter van Melsem raffinadeur de helft in twee huizen, het ene genaamd “het Westindische Huijs” en het andere “’t Ossenhooft”, waarvan een huis “geapproprieert” is tot een raffinaderij.

Het West-Indisch Huis, Wijnstraat nr. 87 (mrt. 2014)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 267v: op 5 sept. 1771 verkoopt Johannes Theodorus Wilkens, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Jacob Wilkens, wonende te Amsterdam, die bij familiescheiding op 30 mei 1767 voor een vierde part gerechtigd is inde hierna te noemen raffinaderij en het huis, dat wordt bewoond door de comparant, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. de Bruijn te Amsterdam op 9 juli 1771, voor 6000 gl. aan Johan Goll een vierde part in een raffinaderij en huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van ds. Petrus Brouwer en dat van P.P. Repelaer nomine uxoris.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 98v: op 1 okt. 1778 verkoopt Johann Goll van Frankenstein, wonende te Amsterdam, voor 6000 gl. aan Johannes Theodorus Wilkens, suikerraffinadeur te Dordrecht, een vierde part in een suikerraffinaderij en huis in de Wijnstraat, waarvan de koper reeds voor drie vierde parten eigenaar is.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 100v: op 23 dec. 1790 verkoopt Johan Theodorus Wilkens, koopman te Dordrecht, voor 40.000 gl. aan Johannes Bakker, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, met de pakhuizen, “geapproprieerd” tot een suikerraffinaderij, staande achter het huis op deKuipershaven
. Het huis wordt belend dor het huis van Nicolaas de Rouw aan de ene zijde en dat van de kleermaker Bemolt aan de andere zijde, en de pakhuizen door het huis van Segert Valkhoff aan de ene zijde en de stal of koetshuis van Johan Stephanus Rueb aan de andere.
“Aan de Wijnstraat 87… woonden tot 1900 zeer vooraanstaande families. Daarna kwam het verval: schilderstukken verdwenen uit de schouwen, wandtapijten en zelfs kostbaar goudleerbehang gingen verloren. Toen drukker Scheffer het complex in 1951 kocht, overdekte hij de binnentuin. Ook sloopte hij de achtergevel op de begane grond van het West-Indisch huis. Zo ontstond er één gebouwencomplex dat doorliep van de Wijnstraat tot aan deKuipershaven
. De voormalige binnenplaats was nu een werkplaats waar de drukpersen stonden. De deftige kamers van het herenhuis waren kantoorruimtes geworden. in de jaren 90 vertrok de drukkerij en begon [TV-presentator Victor] DeConinck met wat zijn levenswerk genoemd mag worden: de restauratie van de panden en de opbouw van zijn galerie [De Compagnie]. Een meevaller was, dat achter veel wand- en plafondbetimmeringen uit de drukkerijperiode nog heel wat origineels bleek te zitten.” DeConinck bood in 2017 het West-Indisch Huis te koop aan. (AD/De Dordtenaar 7 april 2017)
Frans van Wageninge
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 46v: op 2 juni 1712 verkoopt Casparus van Bemmel, wonende te Waalwijk, voor 5000 gl. aan Franchois van Wageningen, burger van Dordrecht, een koopmanshuis met pakhuis of kelder daarachter, benevens een vrije woning boven dat pakhuis of kelder met verscheidene pakzolders daarboven, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, bewoond door Cristiaan Logeman, tussen het huis van Gerrit van Bokkum en de suikerbakkerij van Fredrick Mulhoff en komende van achteren uit op de haven tussen het pakhuis van Huibert Borret en de voornoemde suikerbakkerij.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 14v: op 18 mrt. 1766 verkoopt Franchois Beudt, koopman te Dordrecht, samen met dr. Gijsbert Beudt, achtraad van Dordrecht, en Albert Sijderveld, schout van Nieuw-Beijerland en wonende ald., voogd over het minderjarige kind van mr. Johan Beudt en Appolonia Sijdervelt, voor 3975 gl. aan Petrus Brouwer Bz., predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Johan Wilkens en dat van Christoffel Veeger.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 89: op 24 dec. 1793 verkopen Francois Cornelis van Kessel, wonende even buiten Dordrecht, en dr. Nicolaas Rovers, wonende te Dordrecht, als door wijlen Nicolaas de Rouw Pz., gewoond hebbende en op 6 okt. 1793 overleden te Dordrecht, bij testament, verleden voor notaris J.H. Schultz van Haegen te Dordrecht op 4 okt.1793, aangesteld tot zijn executeurs-testamentair, voor 4175 gl. aan Abraham Henricus Brouwer, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij Groothoofd, staande tussen beide huizen van Johannes Backer.]
Bartholomeus van Schellebeek
[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 77 e.v.: op 13 okt. 1701 verkoopt Dirck Rijcke, koopman te Dordrecht, voor 3650 gl. aan Gerrit van Bockum, burger van Dordrecht, een huis met wijnkelder, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Simon de Vries, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Louis van der Putten.
2 juni 1722: Jan van Bockum, koopman te Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Gerrit van Bockum, zijn vader, en mr. Pieter van Wingerden en Huijbert Kuijpers, als voogden over de nagelaten dochtersdochter en mede-erfgename van Gerrit van Bockum, verkopen voor 3000 gl. aan Bartholomeus van Schellebeecq, medicinae doctor te Dordrecht, een huis met wijnkelder in de Wijnstraat, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door Elisabeth de Vries, en dat van Franchois van Wageningen. (ORA Dordrecht inv. 813, 165v e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 19v e.v.: op 11 april 1760 verkopen mr. Paulus Bosveld, advocaat voor de Hoven van Justitie in DenHaag, en Bartholomeus van Schellebeeck, arts en veertigraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair vanAnna Catharina Walraven, weduwe van Bartholomeus van Schellebeeck, arts en achtraad van Dordrecht, voor 1600 gl. aan mr. Johan Beudt, advocaat te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Hoogwinkel, idem voor 2845 gl. aan Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug,met een vrije uitgang ernaast, staande tussen de pakhuizen van dr. Cornelis van Braam nomine uxoris en het pakhuis, dat op diezelfde dag werd getransporteerd aan Jan Ranck, idem voor298 gl. aan Jan Ranck, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen de gang en huis, dat op diezelfde dag werd getransporteerd aan Adriaan van Loon, en het huis van Hendrik Adams, idem voor 675 gl. aan Denijs van Dongen, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het erf van het huis, dat op diezelfde dag werd getransporteerd aan Adriaan van Loon, en het huis, dat op diezelfde dag werd getransporteerd aan Jan Engels, en idem voor 266 gl. aan Jan Engels, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag werd getransporteerd aan Denijs van Dongen, en het pakhuis van Hendrik Adams.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 15: op 18 mrt. 1766 verkoopt Franchois Beudt, koopman te Dordrecht, samen met dr. Gijsbert Beudt, achtraad van Dordrecht, en Albert Sijderveld, schout van Nieuw-Beijerland en wonende ald., voogd over het minderjarige kind van mr. Johan Beudt en Appolonia Sijdervelt, voor 1520 gl. aan Christoffel Veeger, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van ds. Petrus Brouwer en dat van Jan Hoogwinkel.]
Martijnus van Eik [pasteibakker]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 43: op 27 april 1730 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Francois de Vries, oud-schepen van Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Coxius van den Abeele op 27 mrt. 1730, voor 3000 gl. aan Martinus van Eijck, mr. kok of pasteibakker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Bartholomeus van Schellebeek, arts, en het huis genaamd “Londen”, “nevens en met de Brouwerij van de Swaen”, toebehorende aan de weduwe van Thomas van Volbergen.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 194v: op 10 mei 1781 verkopen Martinus Johannes van Eijck en Samuel van Eijck, beiden wonende te Dordrecht, voor 2350 gl. aan Augustinus Josephus Fagot, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Wijnsteiger, staande tussen het huis van mr. Daniël de Jongh en dat van Christoffel Veger. ]
de weduwe van Tomas Volbergen
[1731: woonhuis en bierkelder voor de brouwerij (“de Swaen”)]
idem
[1731: brouwerij (“de Swaen”)
5 nov. 1726: Ewout van Bosveld, als procuratie hebbende vanJohanna van Gele,weduwe van Anthonij de Vries, verkoopt voor 8000 gl. aan mr. Thomas van Volbergen en diens vrouw Elisabeth Maria Duricant de brouwerij”de Swaen” met woning en twee huizen aan weerszijden van de brouwerij, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger bij het Groothoofd tussen het huis van Francois de Vries, schepen van Rotterdam, en dat van Jordaan de Haan huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 266v)
27 nov. 1736: Elisabeth Maria Duircant, weduwe van mr. Thomas van Volbergen, wonende te Dordrecht, is schuldig aan Wouter Michault, koopman te Dordrecht, een somma van 3000 gl., verbindende de brouwerij “de Swaan”, de daarbij horende huizen en woningen, de achterwoning, die uitkomt op de haven, en de twee huizen aan weerszijden van de brouwerij, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger bij het Groothoofd tussen het huis van Martinus van Eijck en dat van Pieter de Haan, alsmede een huis in de Voorstraat omtrent de Vismarkt, staande tussen het huis van N. de Bie en dat van Pieter Buseus. (ORA Dordrecht inv. 1654, f. 136 e.v.)
29 nov. 1763: Elizabeth Maria Duircant, weduwe van mr. Thomas van Volbergen, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 8600 gl. aan mr. Daniël de Jongh, “contraroleur” van de konvooien en licenten wegens de stad Hoorn “ten comptoire binnen” Dordrecht, brouwerij “de Swaan” met de daarbij horende huizen en woningen, alsmede de twee huizen aan weerszijden van de brouwerij, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger bij het Groothoofd tussen het huis van Pieter de Haan en dat van Johannes Hoogwinkel, strekkende van de straat tot achter aan de haven. Bij de brouwerij hoort nog een aparte woning, die verhuurd is aan Jacob Koek. (ORA Dordrecht inv. 1667, f. 67 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 63v: op 23 april 1782 verkoopt Hendrik de Jongh, koopman wonende te Dordrecht, als gemachtigde van zijn vader mr. Daniël de Jongh, oud-schepen van Hoorn en voor die stad “contrarolleur” van de konvooien en licenten, wonende te Dordrecht, voor 15.000 gl. aan mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, regerende schepen en lid van de Oudraad, Bartout van Ourijk oud-schepen en lid van de Oudraad, Hendrik Koijmans, Hendrik Francois de Court,Adriaan La Coste, Adriaan ’t Hooft Willemsz. en mr. Cornelis Vrolikhert, als man van Petronella van Haarlem, allen bierbrouwers te Dordrecht, de brouwerij “de Zwaan”, met bijhorende mouterij, rosmolen, korenzolder, “denningen”, woonhuis en knechtenhuis, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger bij het Groothoofd en uitkomende op de haven, belend door het huis van Jacobus La Riviere aan de ene zijde en hetvolgende huis aan de andere zijde, alsmede een huis, genaamd “Londen”, staande naast de voornoemde brouwerij en het huis van Augustinus Josephus Fagot.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 64: op 23 april 1782 verkopen de”Wel Ed. Heer Mr. Philips Vrolikhert, in den Agten &a wonende binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van de Wel Ed. Gestr. Heeren Mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, Regerend Schepen en in den Oudraad &a &a, Barthout van Ourijk, oud schepen en in den Oudraad dezer Stad &a &a, en de Heeren Hendrik Koijmans, Hendrik Francois de Court, Adriaan La Coste, Adriaan ’t Hooft Willemszoon, als mede de Wel Ed. Heer Mr. Cornelis Vrolikhert, als in Huwelijk hebbende vrouwe Petronella van Haarlem, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Pieter Roos Ltzn en zekere getuigen binnen dese Stad residerende in dato den 19e dezer” allen bierbrouwers wonende te Dordrecht, voor 14.000 gl. aan Dirk Vos Cornelisz., koopman wonende te Dordrecht, (1) “de Brouwerij de Zwaan, met deszelds mouterij, Rosmolen, Koornzolder, Denningen, woonhuis, en voorts Knegts Huis, van voren daar aan of nevens, met alle de vaste gereedschappen daar in zijnde, staande en gelegen in de Wijnstraat, over de Wijnsteiger bij het Groothooft, en uitkomende van de oude Haven binnen dese Stad”, staande tussen het huis van Jacobus La Riviere en het volgende huis, en (2) “een Huis en Erf genaamt Londen, staande” tussen voornoemde brouwerij en het huis van Augustinus Josephus Fagot, “(Invoegen dezelve Panden aan de Heeren zijne Principalen, door of van wegens de Heer Mr. Daniel de Jongh, oud schepen der Stad Hoorn, en wegens die Stad, Contrarolleur van de Convoijen, en wonende binnen dese Stad op heden is op en overgedragen en voorts onder uitdrukkelijk beding, dat den kooper, verpligt zal zijn, om binnen ses maanden, na den derden april 1782, de vorengemelte Brouwerij, in zo verre te vernietigen door het uitbreken van de ketels, werk, en geel-kuip of kuipen, dat dezelve daar door, tot het Brouwen van Bier, wert buiten staat gestelt, En dat alle het zelve nooit wederom zal mogen werden herstelt, maar ten Eeuwige dage, moeten vernietigt blijven, invoegen dat van stonden aan, en ten Eeuwigen Dage, het Brouwen van Bier of Exerceren van de Bier neringe daar in nog door dezelve kooper, nog door deszelfs successeuren, of imant van hunnen s wegen, of wie het zoude mogen zijn, zal mogen werden gedaan alles ingevolge acte van koop den 3-4-1782 voor L. v.d. Horst als Notaris binnen dese Stad en twee getuigen verleden. En waar toe de Heeren zijne Principalen zig, zo in ’t bizonder met betrekking tot dit beding, als in ’t algemeen ten aanzien der andere bedingen daar in vervat, verder gedragen)”.
Pieter de Haan
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 163: op 1 mei 1725 verkoopt Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Caspar Balthasar Doll van Ourik advocaat, als man van Anthonia van Wesell, dochter en universele erfgename van Damas van Wesell, wonende in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H.F. van Sande te Den Haag op 17 okt. 1724, voor 1060 gl. aan Pieter de Haan mr. huistimmerman een huis, dat vanouds is genaamd “de Groote Groene Poort”, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger tussen het huis van Anthonij de Vries en dat van juffrouw Schuller.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 68: op 23 april 1782 verkopen Martinus den Ouden en Paulus Knogh en Jordaan de Haan, allenwonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieter de Haan, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 943 gl. aan Jacobus La Riviere, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, staande tussen het huis van mr. Adriaan Bout en brouwerij “de Zwaan”.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 83: op 3 mei 1787 verkoopt Jacobus La Riviere de oude, thans wonende te “Koukerk”, voor 1700 gl. aan Jan van Oossanen timmermansbaas een huis in Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, van achteren uitkomende op de haven en staande tussen het huis van Dirk Vos Cornelisz. en het huis gekocht door dr. Nicolaas Rovers.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 71: op 31 juli 1804 verkoopt Jan van Ossanen, timmerman wonende te Dordrecht, voor 1900 gl. aan Adrianus Bémolt Frederikszn., wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Rovers en dat van Dirk Vos Czn.]
Helena Schulder
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 182: op 13 mei 1734: verkoopt notaris Pieter de Ruijter, als procuratie hebbende van Jacob van Dijck, als executeur-testamentair van Helena Schuller, voor 1220 gl. aan Willemijna Walen, burgeres van Dordrecht, een huisin de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, staandetussen het huis van Pieter de Haan en dat van kolonel De Vilatte.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 31 e.v.: op 17 april 1738 verkoopt Gerard Waalen, koopman te Dordrecht, als erfgenaam van zijn zuster Willemina Waalen, voor 1000 gl. aan mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris van de Weeskamer, een huis met wijnkelder in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, met een vrije uitgang op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter de Haan.]
kolonel [Hendrick de] Vilatte
[1731: woonhuis en pakhuis erachter
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 265 e.v.: op 2 nov. 1726 verkopen Thomas van Volbergen en zijn vrouw Elisabeth Maria Duircant, inwoners van Dordrecht, voor 6500 gl. aan Hendrick van Vilatte, kapitein van een compagnie “guardes” in Nederlandse dienst, een huis met een pakhuis daarachter in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mevrouw Van de Graaff en het huis van kapitein Schulder. Het huis heeft een vrije uitgang op de Nieuwe Haven.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 30 e.v: op 10 april 1738 verkoopt mr. Cornelis de Witt, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik de Vilatte, heer van Gendt, kolonel in Staatse dienst, en zijn vrouw Elisabeth van Eck van Panthaleon, volgens procuratie, gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Nijmegen op 8 mrt. 1738, voor 4500 gl. aan mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris van de Weeskamer te Dordrecht, een huismet pakhuis daarachter (“welk pakhuijs nu tot een camer geapproprieert”), hebbende een vrije uitgang op de Nieuwe Haven, staande in de Wijnstraat tussen het huis van mevrouw Van de Graaff en dat van de erfgenamen van kapitein Schulder.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 150v: op 11 mrt. 1763 verkopen Pieter van Well, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de “gerepudieerde” boedel van wijlen mr. Herman Franciscus Ketelanus, voor 10.150 gl. aan Adriaan Bout, vrijheer van Lieshout, heer van Krimpen a/d IJssel, schepen in wette van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, alsmede een pakhuis, koetshuis en paardenstal en nog een woonhuis ernaast, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, strekkende voor van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, waar het huis een koepel heeft, staande tussen het huis van Pieter de Haan en dat van juffrouw Vernimmen.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 111: op 4 sept. 1787 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Bout, douairiere van Willem Jan Grave van Hoogendorp, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Tjaart Adriaan Gerlachius, heer van Stedum en onderhorige dorpen, Gerrit Jan Baron van Hochepied, als man van Sara Anna Gerlachius, van mr. Joan Aarnout Gallas, als man van Anna Adriana Sophia Gerlachius, erfgenamen van mr. Adriaan Bout, heer van Lieshout, oud-burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Deel in ‘s-Gravenhage op 9 febr. 1787, voor 9500 gl. aan dr. Nicolaas Rovers, een huis met een pakhuis erachter en een woonhuis ernaast, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger, strekkende voor van de straat tot achter op de Nieuwe Haven, waar het huis een koepel heeft, staande tussen het huis van juffrouw Volbergen en dat van Jacobus La Riviere.]
mevrouw Van de Graaf
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 131v e.v.: op 26 okt. 1758 verkoopt mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Maria Anna van de Graaff, weduwe van mr. Jacob Stoop, burgemeester van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Anna Maria Vernimmen, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van mr. Johan de Witt, heer van Jaarsveld, en dat van mr. Herman Franciscus Ketelanus.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 67v: op 1 dec. 1763 verkoopt Hendrik Walpot, koopman te Dordrecht, als man van Anna Vernimmen, voor 2700 gl. aan Elizabeth Duircant, weduwe van mr. Thomas van Volbergen, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. Johan de Witt, heer van Jaarsveld en dat van mr. Adriaan Bout, heer vrijheer van Lieshout.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 179: op 8 aug. 1805 verkoopt Ebbo Willem van Volbergen Kiers, wonende te Bergen op Zoom, als enige erfgenaam van zijn oom Anthonij Johan van Volbergen, kolonel en kapitein ter zee, die gewoond heeft en op 31 mei 1805 te Dordrecht is overleden, aan Johannes van Eijck, wonende te Dordrecht, een huis met een tin erachter, staande en gelegen in de Wijnstraat, getekend B:159, staande tussen het huis van mr. Cornelis de Wit van Jaarsveld en dat van dr. Nicolaas Rovers.]
Jan de Bruijn ontvanger
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 16 e.v.: op 12 mrt. 1754 verkopen Pieter Franchois Verster, kapitein in het regiment dragonders van generaal Massain, als man van Cornelia Philippina de Bruijn, en als procuratie hebbende van zijn vrouw volgens akte gepasseerd voor notaris. Thielen te Maastricht op 6 mrt. 1754, en Pieter Jan van Erp, kapitein van de infanterie in Nederlandse dienst, als man van Hermina de Bruijn, en als procuratie hebbende van zijn vrouw volgens akte gepasseerd voor notaris H. Leuftink Hendriksz. te Breda op 6 mrt. 1754, voor 13.000 gl. aan mr. Johan de Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mr. Jacob Stoop nomine uxoris, en het huis van Van Dongen, met een pakhuis, vanouds genaamd “Drenckwaarts Toren”, en een koetshuis en paardenstal achter het voorgaande huis, uitkomende op de Nieuwe of Wolwevershaven [Kuipershaven] en daar belend ten oosten door het huis van Obbe de Heer, ten westen het pakhuis van de erfgenamen van de heer Hijkoop, ten zuiden het voornoemde huis en ten noorden ’s herenstraat.]
Elisabeth Heicoop
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 126 e.v.: op 3 okt. 1758 verkopen Wouter van Oirschot, wonende te Amsterdam, mr. Adriaan Heckenhoeck, advocaat en Den Haag, en Coenraad Welborn, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Heijkoop, wonende te Leerdam, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Heukelom op 23 jan. 1756, ten eerste voor 1525 gl. aan mr. Johan de Witt, vrijheer van Jaarsveld en lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis met twee wijnkelders en een tuin, koetshuis en stal erachter, staande en gelegen in de Wijnstraat, zijnde het tweede huis van de Schrijversstraat, belend door het huis van Arij en Franchois Dura aan de ene zijde en het volgende huis aan de andere, en ten tweede aan dezelfde koper voor 560 gl. een huis in de Wijnstraat, staande tussen het voorgaande huis en het huis van de koper.]
idem
[1731: woonhuis en koetshuis, op de hoek Wijnstraat/Schrijversstraat]
Dirk Rombout [koopman]
[1731: woonhuis met kelders
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 68: op 29 nov. 1735 verkoopt Dirk Rombouts, koopman te West-Zaandam, voor 9750 gl. aan Jacobus van de Wal, predikant te Dordrecht, een huis met twee wijnkelders daaronder en een stal en koetshuis ernaast, alsmede een huisje in de Schrijversstraat, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Pieter van der Kemp en de Schrijversstraat.]
Bartholomeus van Segwaert
[Het huis “de Blauwe Gevel”.
Bartholomeus van Segwaert, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1658, zoon van Meijndert van Seghwaert en Willemijna Tullekens.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 5 okt. 1731: mr. Bartholomeus van Segwaert, raad en vroedschap van Dordrecht, tien koetsen extra, een wapen voorgedragen.
4 nov. 1732: Adriaen Papegaaij en Anthonij Vervel, als executeurs-testamentair van wijlen mr. Bartholomeus van Segwaert, oudraad van Dordrecht, verkopen aan Pieter van der Kemp, koopman te Dordrecht, voor 9000 gl. een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Kraan, tussen het huis van de weduwe van mr. Samuel Everwijn en het huis van Dirk Rombouts. (ORA Dordrecht inv. 817, f. 72v e.v.)
22 juni 1747: Franchois Dura, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter van der Kemp, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 7000 gl. aan Maria de Vlugt, weduwe van Franchois Dura, koopvrouw te Dordrecht, een huis met wijnkelder, staande in de Wijnstraat tegenover de Kraan tussen het huis van mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, en dat van Jacob van de Wal. (ORA Dordrecht inv. 1657, f. 224v e.v.)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 29 juni 1710 : Francois Dura jongman met mondeling consent van zijn moeder en Maria de Vlugt jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende aan de Noordendijk geassisteerd met Susanna de Vlugt haar zuster, getrouwd in juli [sic] 1710
Kinderen (o.a.):
a. Arij Dura, gedoopt NG Dordrecht 15 sept. 1717
b. Francois Dura, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1720]

Wijnstraat bij het huis de Onbeschaamde, ca. 1908
Samuel Everwijn
[1731: woonhuis en koetshuis (“de Onbeschaamde”)
14 mrt. 1720: Cornelia Droste, douairiere de Boodt, vrijvrouwe van Giessenburg en Giessen-Nieuwkerk, transporteert aan mr. Samuel Everwijn, oudraad van Dordrecht, “een seer extraordinaris groot aensienlijck sterck doo[r]timmert ende welgelegen huis en erve, voorsien met considerable groote en schoone kamers en vertrecken alsmede een groote en seer playsante thuijn”, benevens een zeer grote stal en extra groot koetshuis en remise voor diverse koetsen, hebbende de stal en het koetshuis boven mede diverse kamers en vertrekken en een tuin erachter, komende tegen het voornoemde huis of de tuin van dat huis, staande in de Wijnstraat, tegenover de Kraan [Kraansteiger] bij de Schrijversstraat, tussen het huis van mr. Bartholomeus van Segwaert, oudraad van Dordrecht en dat van Pieter Cant, koopman te Dordrecht, strekkende het huis van voren van genoemde straat en uitkomende met de stal en het koetshuis achter op de Nieuwe Haven [Kuipershaven]. De koopprijs bedraagt 14.867 gl. 12 st. en 8 penn. (ORA Dordrecht inv. 813, f. 10v e.v.)]
Pieter Cant [koopman, “Beverenburch”]
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 15 nov. 1732: Catarijna Huttenus, de vrouw van Pieter Cant, in de Wijnstraat, laat kinderen na, zes koetsen extra.
24 mrt. 1757: Pieter van der Well, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Cloot, weduwe van notaris Andries Cant, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 2000 gl. aan mr. Adriaen Stoop Jacobsz., heer van Brandwijk en Gijbeland, raad en vroedschap van Dordrecht, als echtgenoot van Johanna Everwijn, het huis “Dit is in Beverenburch”, staande [naast het huis “de Onbeschaamde”] in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de koper en het huis, “geapproprieert” tot een stadsleenbank.(ORA Dordrecht inv. 826, f. 12v; Van Heiningen, o.c., p. 35)]
de erfgenamen van mevrouw Everwijn, vrouwe van Brandwijk etc.
[1731: woonhuis en kelder
ORA Dordrecht inv. 1662, f., 27v e.v.: op 5 mei 1757 comp. voor schepenen van Dordrecht Johannes Pistorius, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Jacob Vermeren, commissaris van Amsterdam, als man van Constancia Catharina Balde, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L.W. Kramp te Amsterdam op 26 mrt. 1757, en tevens als procuratie hebbende van Arend Willem van Kerchem, heer van Baarland, Oudeland etc., en diens vrouw Susanna Catharina Vermeren, enige dochter en erfgename van Johanna Geertruijd Balde, verwekt door Abraham Vermeeren, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris L. de Touw te Goes op 9 mrt. 1757, zijnde Constancia Catharina Balde en Susanna Catharina Vermeren samen enig kind en kleinkind van wijlen Pieter Balde en zulks enige erfgenamen van Jacob Balde, resp. hun oom en oudoom.De erfgenamen verkopen voor 2000 gl.aan Johan Frans Baltz, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis met een tuin, staande in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van de weduwe Palm en dat van oud-burgemeester mr. Cornelis de Witt.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 135: op 11 jan. 1781 verkoopt Johan Fransz. Baltz, koopman te Dordrecht, voor 6500 gl. aan Hermanus van Beest, koopman te Dordrecht, een huis met tuin en pakhuis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe Van Doeveren en dat van Anthonij Kisselius.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 287v: op 25 april 1799 verkoopt Pieter van Beest, koopman in wijnen, voor 5500 gl. aan Pieter Blussé, boekhandelaar te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Nicolaas van Meeteren en dat van Anthonij Kisselius.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 251v: op 24 juni 1802 verkoopt Pieter Blussé, wonende te Dordrecht, voor 7500 gl. aan Rosier Udemans, wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis, staande in de Wijnstraat, getekend B:182, belend door het huis van N van Meeteren aan de ene zijde en dat van A. Kisselius aan de ander zijde.]
Cornelis de Witt
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 122 e.v.: op 29 mei 1770 verkopen mr. Johan de Witt, vrijheer van Jaarsveld, lid van de Oudraad te Dordrecht, mr. Herman Cornelis de Witt, baljuw van de Merwede, en Anna Cornelia de Witt, wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van mr. Cornelis de Witt, in zijn leven raad en burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Maria Hardus, weduwe van Willem Hardus, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Francois Baltz en de Stadsleenbank, alsmede de bijbehorende stal en het koetshuis uitkomende op de haven.]
de erven van mevrouw Van Mewen
[1731: woonhuis en koetshuis
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 40 e.v.: op 15 juli 1760 comp. voor schepenen van Dordrecht, Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als bij procuratie op 7 juli 1760 gepasseerd voor notaris P. Well te Dordrecht, gesubstitueerd door Willem Hendrik Ravens, auditeur-militair van de krijgsraad van het garnizoen te Maastricht, als door die krijgsraad aangesteld tot curator van de boedel van wijlen Christiaan Abram Palm, majoor in het regiment dragonders van generaal-majoor Van Massauw, overleden te Maastricht. Notaris van der Star is krachtens genoemde procuratie gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die aan majoor Palm bij akte van donatie gepasseerd voor notaris Waalwijk te Breda op 8 jan. 1751 zijn geschonken door wijlen Amaranta Elisabeth van Mewen van Hijnsbrig, weduwe van Jacob Hardemee Palm, kolonel in Nederlandse dienst. Hij verkoopt voor 830 gl. aan Balthazar van den Broek, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis met koetshuis, wijnkelder en tuin, staande en gelegen in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Gijsbert Beudt en dat van Jan Baltz.]
de weduwe van Cornelis Sam
[1731: woonhuis en kelders.
[Het betreft hier het huis “Roodenburch en ’t Schaeck” in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, dat sedert 1594 gebruikt werd als bank van lening (lommerd). Isaac de Coninck kocht het pand in 1679 voor 8000 gl. van Maria Post, de weduwe van Thomas van der Marck, vrijheer van de Leur en burgemeester van Schoonhoven. De Coninck was toen al tien jaar tafelhouder van de lommerd. Zijn weduwe, Margaretha Kiela, hertrouwde in 1699 met Cornelis Sam. Door hem in zijn testament tot enige erfgenaam benoemd, verwierf zij het octrooi om, met uitsluiting van alle anderen, een bank van lening te houden. In 1727 verklaarde Margaretha, dat zij wegens haar hoge ouderdom (zij was toen ca. 83 jaar) het octrooi wilde overdragen aan haar zoon Willem de Coninck, op voorwaarde dat hij haar hiervoor zou vergoeden met een jaarlijkse uitkering van 3600 gl. Na het overlijden van zijn moeder werd Willem in 1732 de enige eigenaar van het pand en voerde daarna nog ruim 20 jaar de lommerd. In 1757 nam de stad Dordrecht de bank van lening in eigen hand en verplaatste die naar de huizen “Cleyn Jerusalem” en “De Drie Coningen”, die iets verder in de Wijnstraat stonden, naast het huis “Beverenburch”. (E. van Heiningen en K. Sigmond, De huizen Roodenburch en Henegouwen, in: Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 31 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 58: op 15 sept. 1679 verkoopt Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Pots, vrouwe van de Leur en weduwe van Thomas van der Marck, vrijheer van de Leur en oud-burgemeester van Schoonhoven, voor 8000 gl. aan Isaack de Coninck, boekhouder in de Bank van Lening te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, waar de Bank van Lening gehouden wordt, staande tussen het huis van mr. Hendrick Onderwater, heer van Puttershoek, en dat van mevrouw Van Mewen c.s., genaamd “Almaengen”.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 130: op 26 jan. 1779 verkopen Francos Beudt Francoisz. koopman, voor zichzelf en als door de Kamer Juditieel van Dordrecht op 26 juni 1777 aangesteld tot voogd en als procuratie hebbende van zijn moeder Elizabet Maria van Ruijnen, weduwe van Francois Beudt, als voogdes en mr. Coenraad Brender a Brandis notaris, als toeziende voogd over de vijf minderjarige kinderen van Elizabet Maria van Ruijnen, bij haar verwekt door Francois Beudt, met name Jacoba Gijsberta, Soeta Anna, Gerard, Anna Margarita en Gijsbert Willem Beudt, allen wonende te Dordrecht, en nog voornoemde Francois Beudt en Coenraad Brander a Brandis als voogden over Maria Blom, kleindochter van Elizabet Maria van Ruijnen en Francois Beudt, idem voornoemde Francois Beudt als bij procuratie mede gekwalificeerd door Soeta Beudt, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, alsmede Pieter Roos Ltzn., notaris te Dordrecht, als bij volmacht of substitutie op 10 nov. 1778 door I. Pool, notaris te Amsterdam, gevolmachtigd door Dirk Luden, koopman wonende te Amsterdam, als gevolmachtigde van Melchior Beudt, wonende aan Paramaribo, ingevolge mutueel besloten testament op 18 dec. 1774 voor de provinciale gezworen klerk D.G. Schlik aan Paramaribo gesloten, enige erfgenaam van zijn vrouw Elizabet Beudt, die op 15 febr. 1778 aan Paramaribo is overleden, zijnde Soeta Beudt en Elizabet Beudt beiden enige nagelaten kinderen van Aleida Beudt, bij haar verwekt door Francois Beudt Gijsbertsz., en Jasper Perduijn, regerende schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht, als voogd van Johanna Apolonia Beudt, enige dochter van mr. Johan Beudt, samen erfgenamen van hun oom resp. oudoom Gijsbert Beudt, achtraad en arts te Dordrecht, verkopen voor 12.200 gl. aan Paulus Bosveld, predikant van de NG gemeente te Dordrecht, een huis met twee grote “verwulfde” kelders, alsmede een tuin en tuinhuis, met een vrije uitgang in de Gravenstraat, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Pompejus Onderwater, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en dat van Anthonij Kisselius.]

Wijnstraat bij de Gravenstraat (mrt. 2016)
[de Gravenstraat]
Pieter van Anraij
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 9: op 11 febr. 1717 verkoopt Pieter Regel, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Pieter van Anraaij, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Gravenstraat en het huis van de kinderen en erfgenamen van Beatris van Eijssel.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 176v: op 29 juni 1762 verkoopt Cornelia Koenen, weduwe van Pieter van Anraij, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Berbera en Jan Bogaarts, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Gravenstraat en het huis van Maria Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braats.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 29v: op 1 mrt. 1785 verkoopt Dingeman Bogers, timmermansbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn nicht Barbera Bogers, meerderjarige en ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, aan zijn broer Jan Bogers, timmermansbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Gillis Schotel en de Gravenstraat, waarvan de wederhelft aan de koper toebehoort.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 120: op 14 febr. 1805 verkoopt notaris J.D. Schultz van Haegen, als procuratie hebbende van Pieter Bogers, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J.P. Beijerman te Rotterdam op 8 febr. 1805, voor 1550 gl. aan Hendrik Trumpi, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, getekend B:207, staande tussen de Gravenstraat en het huis van mr. Ocker Gevaerts.]
Maria de Vries
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 144: op 7 okt. 1755 verkoopt Johan de Ridder jr., als executeur-testamentair van Anna de Vriese, en nog als procuratie hebbende van Jan de Ridder, predikant in ruste van Heerjansdam, voor 2125 gl. aan Maria Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braats, heer van Geervliet etc., regerend burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Gravenstraat, staande tussen het huis van koopster en dat van de weduwe van Pieter van Anraaij.]
mr. Johan Marin van Wevoort van Ossenburg
[Dit huis is waarschijnlijk gebouwd door Johan Marin van Wevort van Ossenburg tussen 1721 en 1731, gelet op het feit, dat het in 1743 voor 36.300 gl. werd verkocht en Van Wevort van Ossenburg voor beide huizen, die voorheen op dezelfde plaats stonden, in 1721 maar 7550 gl. betaalde. Dat het er in 1731 al stond blijkt uit het relatief hoge bedrag, dat de eigenaar in dat jaar in de verponding betaalde, nl. 550 gl. (Ter vergelijking: voor andere grote huizen in dezelfde buurt, nl. “de Onbeschaamde” en “Henegouwen” moest in de verponding van 1731 resp. 556 en 625 gl. worden betaald.) [ABdH]. De website rijksmonumenten.info geeft als datering: tweede kwart van de 18de eeuw.
Mr. Johan Marin van Wevort van Ossenburg, heer van Hoedekenskerke, geboren Den Haag 4 nov. 1683, jongman geboren in Den Haag, wonende te Dordrecht (1705), raad en generaal meester van de Munt der Verenigde Nederlanden, bewindhebber van de WIC ter kamer op de Maze, vroedschap van Dordecht 1730-1734,overleden Dordrecht 25 okt. 1734, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 nov. 1734 (mr. Johan Marin van Wevort van Ossenberg, heer van Hoedekenskerke, schepen in wette van Dordrecht, generaal meester van de Muntder Verenigde Nederlanden, bewindhebber der W.I.C. te kamer op de Maze, laat kinderen na, met tien koetsen boven het getal, een wapenbord voorgedragen), zoon van Ernst Pieter Wevort van Ossenbergh, raad ordinaris in de Raad en het Leenhof van Brabant, en Louise van Common, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/20 okt. 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn beide voogden, Louise van Common, weduwe van Ernst Pieter Wevort van Ossenbergh, raad ordinaris in de Raad en het Leenhof van Brabant, zijn moeder, en mr. Willem Buijs, raadpensionaris van Amsterdam, de bruid met haar ouders Barthout van Slingelandt, heer van Slingelandt, burgemeester van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en Elisabeth van Blijswijck Hendriksdr.) Christina Elisabeth van Slingelandt, geboren mrt. 1686, geboren en wonende te Dordrecht (1705), dochter Barthout van Slingeland en Elisabeth van Bleiswijk.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 69: op 28 jan. 1716 verkopen Johanna de Ruijter, weduwe van Steven van Malsem,wonende te Dordrecht, Abraham Joons, wonende te Amsterdam, als procuratie hebbende van Hillegonda de Ruijter, weduwe van Andries Havercamp, Adolf Schram, predikant te Wesel, en zijn vrouw Catharina de Ruijter, Elisabet de Ruijter, wonende te Dordrecht, en Andries de Ruijter, brouwer in “de Gecroonde P.” te Delft, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de minderjarige kinderen van Hendrik de Ruijter, koopman te Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van Wessel de Ruijter, achtraad en veertigraad van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Adriana Pompen van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad, een huis, genaamd “Klein Middelburg”, met “verwulfde” wijnkelder, dwarskelder en open plaatsje, “corresponderende agter het annexe huijs”, staande in de Wijnstraat omtrent de Gravenstraat tegenover de Hengstensteiger tussen het huis van de koopster en dat van Jan de Ridder.
Wessel de Ruijter, jongman van Wesel, wonende op de Nieuwe Haven (1652), wijnverlater, trouwde NG Dordrecht 18 aug. 1652 (ondertrouw, per schrijven van Bommel) Geertruijd van den Broeck, jonge dochter van Bommel, wonende aldaar
Kinderen:
a. Christina, gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1657
b. Hillegont de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade (1680),trouwde NG Dordrecht 14 jan. 1680 (attestatie gegeven naar Wesel 24 jan. 1680)Andries Havercamp, jongman van Wesel en daar wonende (1680), koopman
c. Johanna de Ruijter, trouwde Steven van Malsem
d. Catharina de Ruijter, jonge dochter van Dordrecht,trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/21okt. 1697 Johan Adolf Schram, jongman, predikant te Wesel
e. Elisabeth de Ruijter
f. Andries de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 26 juni 1670, brouwer in “de Gecroonde P.” te Delft
g. Hendrijck de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 20 aug. 1671
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 112v e.v.: op 11 sept. 1721 verkoopt Jan de Ridder, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Johan Marin van Wevort van Ossenborgh twee huizen, het ene huis staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van Jacob Stoop en dat van de erfgenamen van Thomas Rijckers, met een wijnkelder daaronder en een tuin erachter, met een uitgang in de Gravenstraat, en het andere huis komende in de Gravenstraat tot aan het erf van het eerstgenoemde huis, staande tussen het huis van juffrouw Van Bergen en dat van Pieter Regel.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 113 e.v.: op 13 sept. 1721 verkoopt Hendrik Witting, stadhouder van de schout van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, voor 1550 gl. aan Johan Marin van Wevort van Ossenburgh een huis in de Wijnstraat, aan de noordzijde belend door het huis van de koper en aan de zuidzijde het huis van verkoopster.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 194 e.v.: op 29 juli 1743 verkopen mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchois Louis van Wevoort van Ossenborgh, gecommitteerde namens de stad Goes in de Rekenkamer van Zeeland, en als procuratie hebbende van Barthout van Slingeland, veertigraad en oud-schepen van Delft, en Hendrik van Slingeland, burgemeester van ‘s-Gravenhage, voor 36.300 gl. aan Adriaan Braats, heer van Geervliet etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, tuin, tuinhuis, koetshuis en stal, staande naast elkaar in de Wijnstraat bij de Gravenstraat (koetshuis en stal komen uit in de Gravenstraat), belend door het huis van Gerret Teijssen aan de ene en het huis van juffrouw De Vries aan de andere.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 24 jan. 1743: jonkheer Alexander Cornelis van Wevort van Ossenberg, te Leiden overleden, ongehuwd, ’s avonds alhier bijgezet, 14 flambouwen, een wapen.]


Johan Marin van Wevort van Ossenberg en zijn vrouw Christina Elisabeth van Slingelandt, door Mattheus Verheijden
de weduwe van Jacob Stoop
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 9v e.v.: op 1 febr. 1701 verkoopt mr. Mattheus van den Broucke, lid van de Oudraad van Dordrecht en bewindhebber van de VOC te Rotterdam, voor 9000 gl. aan Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw Droste endat van Wessel de Ruijter. Het grootste van beide huizen is genaamd “den Hengst” en wordt bewoond door mevrouw Piper. Het kleinste wordt bewoond door de zadelmaker Arent van Bommel.
ORA Dordrecht inv. 818 (= 1654 nieuw), f. 218 e.v.: op 19 nov. 1737 verkopen Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, lid van de Oudraad, en Nicolaas Stoop, lid van de Oudraad, als executeurs-testamentair van Adriana Pompe van Meerdervoort, in haar leven weduwe van Jacob Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, voor 7600 gl. aan Geerard Thijssen, koopman, een huis met stal etc.in de Wijnstraat, genaamd “de Hengst”, met een huisdaarnaast, het eerste huis bewoond geweest door AdrianaPompe van Meerdervoort en het tweede “gebruijkt door diversche”,staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw Droste en dat van de erfgenamen van de heer Van Ossenburgh. Dezelfde verkopers in hun voornoemde hoedanigheid verkopen voor 1101 gl. aan Jan Heijnen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, deels gebruikt als koetshuis en deels als woning, van achteren uitkomende op de Knolhaven en staande tussen het huis van de erfgenamen van Laurens Heijnen en het huis van Berber Heussen.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 106v: op 2 mei 1764 verkoopt Gerrit Teijssen, wonende te Gouda, voor 10.000 gl. aan mr. Pieter Matthijs Beelaerts, heer van Emmikhoven etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Hengst”, met stal en verdere “timmerage” daartoe behorende, alsmede een huis ernaast, dat wordt gebruikt als wijnkelder of pakhuis, beide staande in de Wijnstraat schuin tegenover de Engelse kerk tussen het huis van mevrouw De Vrije en dat van de weduwe van burgemeester Braats.]
de weduwe van Jacob Stoop
[Adriana Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1664, dochter van Cornelis Pompe van Meerdervoort en Aleida van Beveren, trouwde mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad te Dordrecht]

De Wijnstraat bij de Gravenstraat (mrt. 2016)
de weduwe Van Meeuwe van Alversbergh
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 183 e.v.: op 3 mei 1740 verkoopt Willem van Nispen, kanunnik van St. Jan te Utrecht, als procuratie hebbende van Jan van Mewen van Hensberg, wonende te Kleef, en Amaranta Elisabeth van Mewen van Hensberg, weduwe van Jacob Hardeme Palm, gouverneur van Heusden en kolonel in het Nederlandse leger, wonende te Dordrecht, doch verblijvende te Kleef, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. W, van Renesse te Kleef op 29 dec. 1739, voor 1100 gl. aan ds. Samuel Masson, predikant in de Engelse kerk te Dordrecht, een huis met wijnkelder en tuin, staande en gelegen in de Wijnstraat schuin tegenover de Hengstensteiger, belend door het huis van Gerret Thijsse aan de ene zijde en dat van Christiaan van Wisten aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 1656, f. 134v e.v.: op 1 nov. 1742 verkoopt Louisa de Benn, weduwe van Samuel Masson, predikant in de Engelse gemeente te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Samuel Jaij, predikant in de Engelse gemeente te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Gerret Tijssen en dat van Christiaan van Wisten.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 185v,: op 23 dec. 1751 verkoopt Henrij Gabriel Certon, predikant in de Waalse gemeente te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Des Reaux, weduwe van Samuel Jaij, predikant in de Engelse kerk te Dordrecht, voor 1990 gl. aan Anna Noteman, weduwe van Nicolaas de Vrije, burgemeester en raad van Hoorn, een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de IJzerwaag tussen het huis van Gerrard Teijssen en dat van Johannes Decker.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 103v e.v.: op 1 mei 1770 verkopen David Crena, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Daniël de Jongh, als man van Philippina Crena, en van Philippina Crena zelf, enige erfgename van hun moeder Anna Noteman, laatst weduwe van Nicolaas de Vrij, raad en burgemeester van Hoorn, voor 8600 gl. aan Christina van Attenhoven, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, met wijnkelder eronder en pakhuis erachter, staande tussen het huis van mr. Pieter Matthijs Beelaerts, heer van Emmikhoven, en dat van Johannes Dekker.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 27v: op 20 mrt. 1804 verkoopt Pieter Anthonij Knogh voor 10.000 gl. aan Nicolaas Westerouen van Meeteren, wonende te Dordrecht, een huis met wijnkelder, tuin en pakhuis erachter, uitkomende in het Siboriestraatje en staande in de Wijnstraat nabij de Wijnbrug en tegenover de IJzerwaag, getekend B: 212, belend door het huis van Henrietta Adriana van Vredenburch, weduwe van M.P.M. Belaerts van Emmikhoven, aan de ene en het huis van de erfgenamen van Johannes Dekker aan de andere zijde.]
Christiaan van Wisten
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 29 april 1729: Christiaen van Wisten jongman van Spijk wonende bij het Steegoversloot met schriftelijk consent van Geertie A. de Swart weduwe van Anthonij van Wisten zijn moeder en Margrita van de Grient jonge dochter van Orsouw wonende bij het Steegoversloot, getrouwd op 15 mei 1729
ORA Dordrecht inv. 816, f. 13 e.v.: op 7 febr. 1730 verkoopt Sixtus Staalsmit, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Roeland Kuijter, koopman te Dordrecht, als man van Margarita Staalsmit, samen kinderen en erfgenamen van Metje van Rhijnen, weduwe van Govert Staalsmit, voor 850 gl. aan Christiaan van Wisten, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van mevrouw Van Meeuwen en het huis van de kinderen van Jacobus Rendels.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 209v: op 10 dec. 1805 verkoopt Gerardus Rijnard Johannes Haantjes, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes Dekker en Christiaan Dekker, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun vader, Johannes Dekker, voor 1750 gl. aan Nicolaas van Westerouen van Meeteren, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, getekend B:213, belend aan weerszijden door de huizen van de koper.]
de erfgenamen van Jan Rendels
[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 11: op 14 mrt. 1691 verklaart Jacobus Rendels, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catarina Hermanz, meerderjarige ongehuwde persoon, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mevrouw Drost en het Siboristraatje [’s Heer Boeijenstraat].
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 65e.v.: op 26 nov. 1754 verkoopt Pieter de Haan, mr. huistimmerman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Francina Agatha, Lidia en Sara Rendels, gezusters wonende te Dordrecht, voor 671 gl. aan mr. Johan Hendrik de Roo, heer van Westmaas en Groep etc., raad en vroedschap van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes Decker en het Siboristraatje [’s Heer Boeijenstraat]
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 196: op 19 jan. 1802 verkopen Abraham Hendrik Onderwater en mr. Johan Repelaer, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, gewoond hebbende en in dec. 1800 te Dordrecht overleden, voor 1975 gl. aan Pieter Anthonij Knogh, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het Siboriestraatje en het huis van Johannes Dekker.
[’s Heer Boeijenstraat (Siboriestraat)]
Johan de Roo
[ORA Dordrecht inv. 1677, f. 123v: op 18 febr. 1794 verkopen mr. Hendrik de Roo, heer van Wulvenhorst, Abraham Hendrik Onderwater, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van Dordrecht, en Marcus Moree, commies op het “comptoir” van de gemenlandsmiddelen te Dordrecht, die in het testament van mr. Johan de Roo, heer van Westmaas en Group, dat hij heeft gepasseerd op 15 nov. 1785 ten overstaan van notaris M.H. van Son in Den Haag, aangesteld zijn tot zijn executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen, voor 25.000 gl. aan Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, 1. een huis met een tuin erachter en een wijnkelder of pakhuis eronder, 2. een huis daarnaast, 3. een huis daarnaast, 4. een stal en koetshuis daarnaast, 5. een huis of pakhuis daarnaast, bestaande uit boven twee pakzolders en onder een wijnkelder, staande naast elkaar in de Wijnstraat tegenover de Engelse kerk tussen het Ciboriestraatje en het huis van apotheker Van der Bank, en tenslotte 6. een huis, staande in de Wijnstraat tussen het Ciboriestraatje en het huis van Johannes Dekker.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 194: op 19 jan. 1802 verkopen Abraham Onderwater en mr. Johan Repelaer, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, die gewoond heeft en in dec. 1800 te Dordrecht is overleden, voor 16.900 gl. aan Justus de Bruijn Ouboter, wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis eronder en tuin erachter en huis of pakhuis ernaast, getekend B: 215 en 216, staande in de Wijnstraat tussen het Siboriestraatje en het huis, dat op diezelfde dag zal worden getransporteerd aan Jan Antonie Zorn, alsmede een koetshuis en paardenstal, getekend B:219, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag zal worden getransporteerd aan Cornelia van den Bos en het pakhuis, dat op diezelfde dag zal worden getransporteerd aan Arent van der Werff van Zuidland.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 194v: op 19 jan. 1802 verkopen Abraham Onderwater en mr. Johan Repelaer, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, die gewoond heeft en in dec. 1800 te Dordrecht is overleden, voor 2030 gl. aan Johan Antonie Zorn, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Siboriestraatje, getekend B:217, staande tussen het pakhuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Justus de Bruijn Ouboter, en het huis, dat op diezelfde dag zal worden getransporteerd aan Cornelia van den Bos.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 195: op 19 jan. 1802 verkopen Abraham Onderwater en mr. Johan Repelaer, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, die gewoond heeft en in dec. 1800 te Dordrecht, voor 2510 gl. aan Cornelia van den Bos, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Siboriestraatje, getekend B:218, staande tussen het huis van Johan Antonie Zornen het koetshuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Justus de Bruijn Ouboter.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 195v: op 19 jan. 1802 verkopen Abraham Hendrik Onderwater en mr. Johan Repelaer, als executeurs-testamentair van Anthonia Cornelia Gevaerts, weduwe van mr. Johan de Roo van Westmaas, die gewoond heeft en in dec. 1800 is overleden te Dordrecht, voor 3175 gl. aan Arent van der Werff van Zuidland, wonende te Dordrecht, een pakhuis of wijnkelder met zolderingen, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug, getekend: B:220 en 221, tussen het koetshuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Justus de Bruijn Ouboter en het huis van de apotheker Johannes van der Bank.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 434: op 18 juni 1807 verkoopt mr. Adriaan van der Werff van Zuidland, lid van de Raad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agatha Boonen, weduwe van Arend van der Werff van Zuidland, voor 3800 gl. aan Hermanus Uitwerf Sterling, wonende te Dordrecht, een pakhuis in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug, getekend B:220 en 221, staande tussen de stal van Justus de Bruijn Ouboter en hethuis vanJohannes van der Bank.]
Michiel Cool
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 72v: op 21 sept. 1709 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Sijbertus van Nievelt, schout en secretaris te Acqoij, wonende te Leerdam, en van zijn zusters Geertruij en Maria van Nievelt, wonende te Leerdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. Pijle te Schoonhoven op 11 sept. 1706, voor 575 gl. aan Michiell Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis, “sijnde feudaal ofte Leenroerig” aan de Grafelijkheid van Holland, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe d’Rooij en het huis van Abraham Hordijck loodgieter.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 42: op 27 juli 1741 verkoopt Jan van Onna, mr. rijglijfmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn behuwd moeder Anna Coole, weduwe van Pieter Bosch, en van zijn tante Agatha Coole, beiden erfgenamen van hun broer Michiel Koole, voor 1400 gl. aan mr. Johan Hendrik de Roo, heer van Wulverhorst, Cromwijk en Linschoterhaar, achtraad van Dordrecht, een huis met kelder eronderen een ruime plaats erachter, staande en gelegen in de Wijnstraat tussen het huis van Jan de Roo en dat van Abraham Hordijk.]
Abram Hordijk [mr. loodgieter]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 25: op 10 mei 1707 verkoopt Albertus van Nievelt, als procuratie hebbende van Sibertus van Nievelt, schout en secretaris te Acquoij, wonende te Leerdam, en van Geertruij en Maria van Nievelt, meederjarige ongehuwde personen wonende te Leerdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. Pijll te Schoonhoven op 11 sept. 1706, voor 1400 gl. aan Abraham Hordijck, mr. loodgieter en burger te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 98: op 5 april 1764 verkoopt Adriana Hordijk, de vrouw van Adriaan de Vos, wonende te Dordrecht, als administrerende haar eigen goederen, voor 1000 gl. aan Jacobus Mackaij, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Engelse kerk, aan weerszijden belend door de huizen van mr. Johan Hendrik de Roo van Westmaas.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 98 e.v.: op 5 april 1764 verkoopt Jacobus Mackaij, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan mr. Johan Hendrik de Roo, heer van Westmaas en Groep, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Engelse kerk, aan weerszijden belend door de huizen van de koper.
Mr. Johan Hendrik de Roo van Westmaas, geboren Dordrecht 11 mei 1712, jongman van Dordrecht (1737), burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 28 okt. 1766, begraven ald. (Grote Kerk) 3 nov. 1766 (mr. Johan Hendrik de Roo van Westmaas en Groep, regerend burgemeester van Dordrecht, met tien koetsen extra, hoogste boete), zoon van Johan de Roo en Johanna Francken, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 mei/3 juni 1737 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johan de Roo en de bruid met haar ouders Boudewijn Onderwater, heer van Puttershoek, en Susanna Everwijn)Johanna Onderwater, jonge dochter van Dordrecht (1737)
Kinderen (o.a.):
a. Johanna de Roo, geboren Dordrecht 18 mei 1741
b. Hendrik de Roo, geboren Dordrecht 12 jan. 1743

Aert Schouman, Johanna en Hendrik de Roo, kinderen van mr. Johan Hendrik de Roo van Westmaas, 1749]
Abram Hordijk
Herman Boone
[ORA Dordrecht inv. 814, f. 37 e.v.: op 1 juli 1723 verkoopt mr. Samuel Everwijn, Oudraad, als executeur van het testament van mr. Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, als bij akte van kaveling en scheiding dd 23 april 1723 door de gezamenlijke erfgenamen daartoe geautoriseerd, aan Herman Boon, koopman te Dordrecht, een “extraordinaris groot huijs” en erf met koetshuis, tuin en “stallinge”, daarachter liggende en staande, in de Wijnstraat, recht tegenover de Wijnbrug, tussen de huizen van Antonij van Asperen en Abram Hordijck voor 5900 gl. contant, met een rantsoen van 147 gl. en 10 st. [in eerder genoemde akte beschreven als “een extraordinaris groot huijs en erve, hebbende t selve menigvuldige schoone vertrecken, saletten, kamers en andere, met een koetshuijs daar onder, tuijn en stallinge daaragter” in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug met een mooi uitzicht over de brug, belend de tuin van Antonij van Asperen koopman aan de ene zijde en het huis van Abraham Hordijck meester-loodgieter aan de andere zijde, waarin de heer van Hardinxveld gewoond heeft en is overleden, te verkopen met alles, wat daarin aard- en nagelvast is, uitgezonderd goudleer, tapijt en schilderijen, welke evenwel kunnen overgenomen worden voor een “civile” prijs. De ene kelder is verhuurd aan Jan Kloens voor 54 gl., de andere aan de heer Boon voor 37 gl. en 10 st.(ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 35 e.v.: op 19 juni 1760 verkopen mr. Caspar Balthazar Doll van Ourijk, lid van de Oudraad van Dordrecht, en Hendrik Boonen, wonende even buiten Dordrecht, als mede-executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Herman Boonen en Elisabeth Keur, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, mede vervangende Fredrik Boonen, wonende te Dordrecht, en Joost van Eijbergen, predikant te Dordrecht, hun mede-executeurs-testamentair en voogden, voor 2080 gl. aan mr. Johan de Roo, heervan Westmaas en Groep, regerend burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug, uitkomende in het Ciboriestraatje en staande tussen het huis van Jan Stok en dat van Elisabeth Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 9v: op 11 febr. 1800 verkopen Jan van Breugel en Pieter Koijmans, als man van Margaretha van Breugel, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaan Schouten, als man van Pieternella van Breugel, Theodorus van As, als man van Jacoba van Breugel, en Catharina van Breugel, weduwe van Gerrit Veltman, wonende te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis van Breugel, die in Dordrecht is overleden, voor 3000 gl. aan Isaac de Waal, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Johannes van der Bank en dat van Willem Steenbergen.]
Anthonij van Asperen
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 34: op 16 juni 1763 verkoopt Abraham de Kuijzer, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Sophia de Kuizer, weduwe van Jan Stok, en Maria de Kuizer, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1875 gl. aan Cornelis in’t Veld, wonende te Zwijndrecht, een huis met een vrije uitgang in het Ciboriestraatje, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug tussen het huis van burgemeester De Roo en dat van Abraham de Vos.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 168 e.v.: op 8 nov. 1770 verkoopt Cornelis int Veld, warmoezier wonende op Zwijndrecht, voor 1850 gl. aan Johannes van der Bank, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het pakhuis van de weduwe van mr. Johan de Roo en dat van Cornelis van Breugel. Het huis heeft een uitgang in het Ciboriestraatje.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 1000: op 12 dec. 1809 verkoopt Johannis van der Bank, wonende te Dordrecht, voor 4050 gl. aan Jan Coenraad Butner, wonende te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug, uitkomende met een vrije gang in het Siboriestraatje, getekend B:222 en 201, belend door het huis van Isaac de Waal aan de ene zijde en het pakhuis van Hermanus Uitwerf Sterling aan de andere.]
Abram de Vos
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 42: op 28 juli 1763 verkoopt Abraham de Vos, apotheker te Dordrecht, voor 1490 gl. aan Cornelis van Breugel, mr. zadelmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Cornelis in’t Velt en dat van de weduwe van ds. Kisselius.]
ds. Cornelius Vrolijkhart predikant
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 199v e.v.: op 15 nov. 1725 verkoopt ds. Dionisius van der Kesell, predikant te Brandwijk, als procuratie hebbende van zijn moeder Adriana Moll, weduwe van Godefridus van der Keesel, in zijn leven arts te Dordrecht, voor 5000 gl. aan ds. Cornelis Vrolickhart, predikant in de NG gemeente te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van notaris Albertus van Nievelt en dat van de weduwe van Jacobus de Vos, apotheker te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 136 e.v.: op 10 mei 1753 verkoopt mr. Cornelis Vrolijkhart, wonende te Oud-Beijerland, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Goduardus Vrolijkhart, predikant van de NG gemeente te Vlissingen, Erkenraad Maria Vrolijkhart en Adriana Cornelia Vrolijkhart, beiden wonende te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Walburg Casembrood, weduwe van ds. Cornelis Vrolijkhart, predikant te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jacobus de Cliever te Vlissingen op 4 sept. 1752, voor 3871 gl. aan Anthonij Kisselius, predikant van de Lutherse gemeente te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van notaris Pieter van Gelsdorp en dat van Abraham de Vos, met een vrije uitgang door de Sledenaarsstal op de Varkenmarkt.
I. Anthonius Kisselius, geboren te Zaandam 1690, predikant van de Lutherse gemeente te Dordrecht 1723-1746, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 19 dec. 1758 (Anthonius Kisselius, leraar in de gemeente toegedaan de Augsburgse confessie, in de Wijnstraat, laat kinderen na, 3 koetsen extra, eerste boete), zoon van Johan Hendrik Kisselius, medicus, en Helena van der Streng, trouwde Purmerend 23 jan. 1723 Anna Debora Akerhoog, gedoopt Luthers Amsterdam 5 sept. 1703, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 27 dec. 1783 (Anna Debora Akerhoog, weduwe van Anthonius Kisselius, laat kinderen na, 2 koetsen extra, in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, niet luiden, om 11 uur), dochter van Theunis Akerhoog en Rachel van het Hoff.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 237: op 20 juli 1784 verkoopt “Pieter Papillon, gezwore Clercq ter Secretarie deser Stad, als last en procuratie hebbende van Anthonij Kisselius, koopman en Catharina Willemina Kisselius en Helena Maria Kisselius beide meerderjarig en ongehuwd, en wonende binnen dese Stad, nagelate Kinderen, en volgens Testament den 16 Augs: 1776 voor Anthonij Bax Notaris alhier en getuigen verleden voor drie vierde gestelde Erfgenamen van Jufvrouw Anna Debora Akerhoog weduwe van den Wel Eerwaarde Heer Anthonij Kisselius gewoond hebbende en overleden binnen dese Stad. En Johan Frantz Baltz, mede alhier woonagtig als bij voormelt Testament gestelde administrateur over de goederen van Isaac Kisselius mede nagelate zoon, en bij meergemelt Testament voor Een vierde gestelde Erfgenaam van bovengemelte Jufvrouw weduwe Kisselius, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor coorn. Notaris Bax en getuigen in dato 19: dezer, ons Schepenen vertoont”, voor 3905 gl. aan Willem Albertus Steenbergen, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, uitkomende door de Slepersstallen op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter van Gelsdorp en dat van de zadelmaker Hendrik van Breugel.
Kinderen (o.a.; allen Luthers gedoopt te Dordrecht):
a. dr. Johannes Kisselius, 22 juni 1725, promoveerde te Utrecht op 21 sept. 1750, overleden vóór 20 juli 1784, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/17 dec. 1764 Johanna van den Dongen
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 1 dec. 1764: dr. Johannes Kisselius jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug geassisteerd met zijn moeder Anna Maria Akerhooven weduwe van ds. Anthonij Kisselius en Johanna van den Dongen weduwe van Ruben van Hoven geboren te Driel in Gelderland wonende op de Wolwevershaven, getrouwd 17 dec. 1764
b. Rachel Kisselius, 10 nov. 1727, dichteres, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 13 nov. 1775 (Rachel Kisselius, ongehuwd, in de Wijnstraat, 2 koetsen extra)
c. Anthonius Kisselius, volgt II
d. Catharina Kisselius, 31 jan. 1734, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 31 aug. 1799 (Catharina Kisselius, op het Bagijnhof, ongehuwd, 10 uur ’s morgens, met de lijkkoets, volk erachter, 65 jaar oud, ongemak in de keel)
e. Helena Maria Kisselius, 22 jan. 1739, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 7 febr. 1811 (Helena Maria Kisselius, in de Wijnstraat wijk B nr. 183, ongehuwd, met de lijkkoets, 10 uur)
f. Isaac Kisselius, 12 nov. 1741
II. Anthonius Kisselius, gedoopt Luthers Dordrecht 4 juni 1730, jongman van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1764),koopman, suikerraffinadeur, overleden Dordrecht 22 jan. 1818, trouwde Gerecht/Luthers Dordrecht 10/29/31 mei 1764 (de bruidegom geassisteerdmet zijn moeder Anna Debora Akerhoven [sic], weduwe vands. Anthonij Kisselius, de bruid met haar moeder Johanna van den Dungen, weduwe van Ruben van Hoven)Magdalena Johanna van Hoven, geboren ca. 1746, jonge dochter van ‘s-Hertogenbosch, wonende op de Wolwevershaven te Dordrecht (1764), begraven Dordrecht 17 sept. 1808 (Magdalena Johanna van Hoven, vrouw van Anthonius Kisselius, in de Wijnstraat wijk B nr. 183, laat kinderen na, met de lijkkoets, half 10 u., 63 1/2/ jaar oud, kramp in de ingewanden), dochter van Ruben van Hoven en Johanna van den Dungen.
(https://genbook.dordtenazoeker.nl/Overige%20Genealogieen/kisselius.htm)]

Wijnstraat bij het Scheffersplein (mrt. 2014)
Albertus van Nievelt
de erfgenamen van Hendrik van der Bank
[ORA Dordrecht inv. 1674, f. 190v: op 16 mei 1786 verkoopt Margrita Anna van Nievelt, weduwe van Matthijs van der Bank, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Hermanus Uitwerff Sterlingh een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Cornelis Engering en dat van de weduwe van Pieter van Gelsdorp.]
Lambertus van Eijsendoorn
[ORA Dordrecht inv. 1667, f. 52: op 14 mei 1772 verkoopt Lambertus van IJsendoorn, chirurgijn te Dordrecht, voor 4110 gl. aan Cornelis Engering, horlogemaker wonende te Dordrecht, een huis met tuin erachter, staande in de Wijnstraat bij de Beurs tussen het huis van de weduwe van Matthijs van der Bank en dat van Arij van Drongelen.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 46v: op 26 juni 1800 verkoopt Cornelis Engering, horlogemaker te Dordrecht, voor 4600 gl. aan Nicolaas van Nerum, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Waag en de Wijnbrug, getekend B:227 en staande tussen het huis van Hermanus Uitwerff Sterling en dat van Arij van Drongelen.]
ds. Isaak Faassen predikant
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 29v e.v.: op 1 juni 1723 verkoopt notaris Roelant Nolthenius, als procuratie hebbende van Fredrick Kersseboom, oud-burgemeester van Oudewater, en diens vrouw, Eva Abeerst, volgens procuratie gepasseerd op 3 dec. 1722 voor notaris Th. van der Velden te Oudewater, voor 1200 gl. aan Isaacq Faase, predikant te Rosendaal, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, strekkende voor van de straat tot achter aan het erf van Dirk Marchall, koopman te Dordrecht, belend ten westen door het huis van Dirk Marchall en ten oosten dat van de erfgenamen van Willem Faassen. Het verkochte huis is Kersseboom en zijn vrouw aangekomen bij overlijden van hun tante, Lucretia de Man.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 33v: op 9 juni 1763 verkoopt Matthijs Marchal, koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Engel Mulder, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Hal, staande tussen het huis van Nicolaas van der Koog en dat van Lambertus IJssendoorn.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 21: op 3 mrt. 1772 verkoopt Engel Mulder, binnenvader in het weeshuis te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Arij van Drongelen, winkelier en burger van Dordrecht, een huis staande in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, belend aan de ene zijde door het huis van Nicolaas van der Koog en aan de andere zijde door het huis van Lambertus van IJsendoorn.]
Dirk Marchal [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 70v: op 21 sept. 1717 verkopen Hendrik van Lith, koopman wonende te Rotterdam, als enige erfgenaam van zijn vrouw Ida Beijen, voor zichzelf en als voogd over Johanna Maria Bijen, de zuster van zijn vrouw, alsmede Jacobus Beijen, koopman wonende te Dordrecht, als medevoogd over Johanna Maria Beijen, voor 2500 gl. aan Dirk Marchal, koopman te Dordrecht, een huis omtrent de Beurs, staande tussen het huis, genaamd “Blijenburg” en het huis “gecomen van” Lucretia de Man.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 130: op 27 okt. 1761 verkoopt Matthijs Marchal, veertigraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Anna Marchal, samen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Biertjens, weduwe van DirkMarchal, die in Dordrecht is overleden, voor 1500 gl. aan Nicolaas van der Koog, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, met van achteren een vrije uitgang in de Sledenaarsstallen, staande tussen het huis van mr. Casper Balthazar Doll van Ourijck en dat van verkoper.
Dirck Marchal, geboren naar schatting ca. 1675, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1700), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/18 april 1700 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar nicht Anna de Bont) Elisabeth Biertjens, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Oude Breestraat (1700)
Kinderen:
a. Matthijs Marchal, gedoopt NG Dordrecht 13 febr. 1705
b. Anna Marchal, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1710
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 31: op 31 mrt. 1774 verkoopt Nicolaas van der Koogh, wijnkoopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Elizabeth Maria van Ruijnen, weduwe van Francois Beudt, koopvrouw in wijnen te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, belend aan de ene zijde door het huis van burgemeeester mr. Caspar Doll van Ourijk en aan de andere zijde door het huis van Van Drongelen.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 169: op 29 sept. 1801 verkoopt Elizabeth van Ruijnen, weduwe van Francois Beudt, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Arij van Nerum, Engel Olivier en Bartholomeus Commers, allen wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen het huis van Nicolaas Backus en dat van Van Drongelen.]
de erfgenamen van Thomas van Sasburg:
[1731: het huis genaamd “het Reusenhuijs” is zeer oud en bouwvallig en “qualijk huurwaardig”, een gedeelte, genaamd “den Hengelaar”, is verhuurd, in de gang nog [een huisje?], de kelders zijn verhuurd
I. mr. Adriaan Jacobsz. van Blijenburg, heer van Naaldwijk,geboren Dordrecht 8 okt. 1589, gepromoveerd tot licentiaat in beide rechten te Poitiers (Frankrijk),waardijn vande Munt van Holland op 9 okt. 1609, meester-munter in 1616, penningmeester van de Alblasserwaard, schout vanDordrecht in 1626, door de Franse koning benoemt tot ridder in de orde van St.-Michiel, hij was ook actief als Latijn dichter en geleerde,overleden Dordrecht10 nov. 1630, trouwde 1e Dordrecht 1 april 1611 Carolina (Charlotte) van Beveren, geboren Dordrecht 4 mrt. 1589, overleden 25 dec. 1625, dochter van Willem van Beveren, heer van Strevelshoek, rentmeester-generaal van Zuid-Holland en burgemeester van Dordrecht, 2e ‘s-Gravenhage 29 sept. 1627 Sara Pompejusdr. de Rovere, overleden 14 sept. 1657, dochter van Pompejus de Rovere en Margaretha Muijs van Holy
Kinderen (ex 1):
a. Jacob van Blijenburg, heer van Naaldwijk, ongehuwd overleden op 4 juni 1633
b. Adriaan van Blijenburg, volgt II
c. Charlotte van Blijenburg, geboren in 1615, volgens Balen (o.c., p. 994) in1625, overleden in 1689, trouwde Thomas van Sasburg, heer van Mogarnie, geboren 1611/1612, advocaat aan het Hof van Holland, 2 mrt. 1640, achtraad van Dordrecht 1652, resident van de Verenigde Nederlanden aan het Hof van Brussel vanaf 9 dec. 1655, overleden te Brussel in 1687
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 nov. 1689: Charlotte van Blijenburg, weduwe van de resident Sasburgh, gezonken 25 gl., de zwarte baar 10 gl., voor het “blason met de kast” 60 gl.
II. mr. Adriaan Adriaansz. van Blijenburg, heer van Naaldwijk, geboren Dordrecht 3 nov. 1616, waardijn van de Munt van Holland vanaf 1638, ridder inde orde van St.- Michiel, burgemeester van Dordrecht 1656-1658, 1672, 1676-1677
Kinderen (o.a.):
a. mr. Adriaan Adriaansz. van Blijenburg, heer van Naaldwijk, geboren Dordrecht 10 juni 1647, adjunct-waardijn van de Munt van Holland op 20 dec. 1672, waardijn 21 okt. 1682, schepen van Dordrecht (1680, 1685, 1680) penningmeester van de Albalsserwaard, overleden 5 aug. 1699, trouwde Dordrecht 10 febr. 1683 Elisabeth Matthijsdr. Droste, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 dec. 1699. Uit dit huwelijk slechts één jong overleden zoon, Adriaan.
b. Charlotte Elisabeth van Blijenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 juni 1663,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 dec.1729 (Charlotte Elisabeth van Blijenburgh, de vrouw van Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, laat kinderen na, een wapen voorgedragen, 9 koetsen extra), trouwde mr. Johan Johansz. van der Burch, heer van Naaldwijk, geboren 1660, schepen van Dordrecht (1697, 1703, 1707 en 1711), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 mrt. 1732 (mr. Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, met 10 koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat kinderen na)
(www.regionaalarchiefdordrecht.nl/biografisch-woordenboek/familie-van-blijenburg/)
ONA Dordrecht inv. 190, f . 395 e.v.: op 29 mrt. 1686 compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht mr. Adriaen van Blijenborch, heer van Naaldwijk, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en Johan van der Burch, schepen van het watergerecht te Dordrecht, als man van Charlotte Elisabeth van Blijenborch, samen vervangende kapitein Dinghman van Blijenborch, hun broer resp. zwager, die verklaren, dat zij onderling verdeeld hebben de goederen, die hun zijn aanbestorven voor drie tiende parten bij overlijden van hun neef commissaris Arnoult de Pelgrum, t.w. dat daarbij aan Adriaen en Dinghman van Blijenborch zijn toebedeeld een aantal schuldbrieven en aan Johan van der Burch, als man van Charlotte Elisabeth van Blijenborch, een aantal olbigaties, schuldbrieven e.d., een aantal stukken land in Kijfhoek en het Lage Land van Oud-Ridderkerk. Onverdeeldis gebleven o.a. het huis “Groot- en Klein-Blijenborch”.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 67: op 11 jan. 1708 verkoopt Johan van der Burch, heer van Sliedrecht, Naaldwijk etc. en schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Charlotte Elisabet van Blijenburg, voor 600 gl. aan Damas van Sasburg, heer van Maugarni, “alle alsulke portien als [hij] … in sijne voorsz. qualiteijt tot nog toe heeft gehad” in de huizen Groot- en Klein-Blijenburg, staande tussen het huis van wijlen Jan Beijen en het huis, dat tegenwoordig toebehoort aan advocaat Hubert van der Hoop.

Johan van der Burch, portret door Aart de Gelder

Charlotte Elisabeth van Blijenburg, portret door Aart de Gelder
ONA Dordrecht inv. 621, f. 232 e.v.: op 15 sept. 1729 testeert Damas van Sasburgh, heer van Maugarnij, wonende te Dordrecht. Hij prelegateert aan Sara Sasburgh van Linsingen, dochter van Maria van Wessem, een obligatie van 2000 gl., gedateerd 18 aug. 1688. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Jan van Sasburgh van Linsingen en voornoemde Sara van Sasburgh van Linsingen, zijn kinderen, verwekt bij Maria van Wessem, op voorwaarde, dat gedurende de uitlandigheid van Jan van Sasburgh van Linsingen zijn zuster Sara al zijn, van de testateur te erven goederen onder zich zal houden.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 mei 1730: Damus van Zasburg heer van Mauougarni, bij de Hal in de Wijnstraat, met één koets achter de lijkkoets, met acht flambouwen, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1641, 100: op 13 april 1706 verkoopt mr. Pieter Strik van Scharlaken advocaat, als procuratie hebbende van Abram van Sasburg, voor zichzelf en als erfgenaam van commissaris Aernout de Pelgrum, voor 53 gl. 15 st. aan Damas van Sasburg, heer van Mougarnij, een zesde part in een derde part van een achtste part van drie vierde parten van het huis Groot- en Klein-Blijenburg, een zesde part in zeven tiende parten van een vierde part in dat huis en nog wegens de boedel van Aernout de Pelgrum, als geïnteresseerde crediteur van de boedel van Adriana van Blijenburg, weduwe van Mathijs van der Goes, een zesde in zeven tiende parten van een achtste part in drie vierde parten in dat huis, staande tussen het huis van wijlen Jan Beijen en het huis, dat toebehoort aan Hubert van der Hoop.
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 101v: op 13 april 1706 verkoopt Lucretia van Sasburg, weduwe van Johan Kemp, kapitein in Nederlandse dienst, voor zichzelf en als mede-erfgename van commissaris Aernout de Pelgrum, voor 113 gl. 6 st. 12 p. aan Damas van Sasburg, heer van Maugarnij een zesde part in een derde part van een achtste part van drie vierde parten in de huizen Groot- en Klein-Blijenburg, alsmede een zesde part in zeven tiende parten van een vierde part in genoemde huizen, en wegens de boedel van Aernout de Pelgrum als geïnteresseerde crediteur in de boedel van Adriana van Blijenburg, weduwe van Matthijs van der Goes een zesde part in zeven tiende parten van een achtste part in drie vierde parten van genoemde huizen, staande tussen het huis van wijlen Jan Beijen en het huis, dat tegenwoordig toebehoort aan advocaat Van der Hoop.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 46 e.v.: op 29 mei 1738 verkoopt Hendrik Willem Prangan, notaris en makelaar in Den Haag, als curator van de boedel van wijlen mr. Jan van Sasburg, advocaat voor het Hof van Holland, overleden in Den Haag, voor 300 gl. aan Sara van Sasburgh, wonende te Den Haag, en Thomas Kemp, kapitein-luitenant in Staatse dienst, garnizoen houdende te Sluis, een gedeelte van het huis, genaamd “Groot en Klein Blijenburgh, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs, tussen de gang, die ligt tussen het voornoemde huis en dat van de heer Pus, aan de ene zijde en het huis van Dirk Marchal aan de andere. Het voorste gedeelte maakt minder dan een derde van het geheel uit en het achterste, genaamd “den Hengelaar”, is verhuurd aan Abraham Nieustadt.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 36 e.v.: op 1 okt. 1744 verkoopt Sara van Sasburg van Linsingen, wonende in Den Haag, voor zichzelf en tevens vervangende Thomas Kemp, kolonel commandant van het regiment van generaal-majoor Soute en commandeur van de stad Philippine, volgens een akte gepasseerd voor notaris S. du Pont te Sas van Gent op 14 aug. 1744, voor 2600 gl. aan Caspar Balthazar Doll van Ourijk, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht,de huizen, genaamd “Groot- enKlein-Blijenburgh”, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs, ten oosten belend door Dirk Marchal, ten westen door de gang en de huizen “Leeuwensteijn” en “Schaarlaken”, ten zuiden door ’s herenstraat en ten noorden door zekere huisjes, uitkomende door een gang op de Varkenmarkt.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 220: op 4 sept. 1777 verkopen “Arnoldus Kolster, gezwore Klerk ter Secretarie alhier als last en Procuratie hebbende van den Wel Ed. Gestr. Heer Johan Hendrik van Ourijk, Capiteijn ter Zee, ten dienste van den Staat dezer Landen, wonende in s’Hage, de Wel Ed. Geb. Jonkvrouwe Cornelia Johanna van Ourijk, zijnde meerderjarig en ongehuwt wonende binnen dese Stad, den Wel Ed. Heer Hendrik van Ourijk, wonende te Schiedam, den Wel Ed. Gestr. Heer Barthout van Ourijk, Raad in de vroedschap dezer Stad, en de Wel Ed. Geb. Jonkvr. Maria van Ourijk mede meerderjarig en ongehuwt alhier woonagtig, benevens de Wel Ed. Geb. Jonkvrouwe Anthonia Maria van Ourijk, insgelijks woonende binnen deze Stad, van de Edele Groot Mogende heeren Staaten van Holland ende Westvriesland bekomen hebbende veniam aetatis volgens denzelven brieve van dato 16 Julij 1777, de vijf eerste de eenige nagelaten Kinderen, ende laatste het eenige nagelate Kind van wijlenEen voor overleden Zoon, en mitsdien [samen] …alleen de naaste Erfgenamen abintestato van wijlen hunnen vader en Grootvader den Wel Ed. Gestr: Heer Mr: Caspar Balthazar Doll van Ourijk in leven in den Oud-raad en Oud Burgemeester dezer Stad, en wegens dezelve Stad gecommitteert in ’t Ed. Mog. Collegie ter Admiraliteit op de Maze etc etc alhier, abintestato overleden, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese Stad residerende in dato den 2:e dezer”, voor 41.750 gl. aan mr. PieterPompejus Repelaer, heer van Spijkenisse etc., lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en liggende in de Wijnstraat omtrent de Beurs, uitkomende door de St.Jorisgang op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Francois Beudt en de gemeenschappelijke gang vandeverkopers.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 85: op 24 juni 1783 verkopen “de Heeren Mr. Nicolaas Backus, Heere van Nieuwbeijerland, Raad in de Vroedschap en Hoofd Officier dezer Stad &a:&a: en Mr: Hugo Repelaar Raad in de Vroedschap en Burgemeester dezer Stad &a:&a: in qualiteit als bij Acte den 31 december 1782 voor den Notaris Jan van der Star en getuigen gepasseert door wijlen vrouwe Margrita Backus wed:e van den Heer Pieter Pompejus Repelaer in leven vrijheer van Waarle en Valkenswaart, Heere van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, in den Oudraad dezer Stad &a &a aangesteld tot voogden over haar Wel Ed. geb. natelaten minderjaarige Erfgenamen, en nog als met opzigt tot de natemelden verkopinge approbatie bekomen hebbende bij appointement in dato 13 Meij 1783 van de Kamere Judicieel dezer Stad”, voor 50.000 gl. aan voornoemde mr. Nicolaas Backus een dubbel huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, door de St. Jorisgang uitkomende op de Varkenmarkt en staande tussenhet huis van de weduwe van Francois Beudt en het huis van mr. Van der Meij van der Linden nomine uxoris, ende gemeenschappelijke gang, alsmede een koetshuis en stal op de Varkenmarkt, uitkomende op de Knolhaven en staande tussen het pakhuis van Van Wageningen en het huis van Jan Adam Swentzer.]
Adrijaen Pus
[ORA Dordrecht inv. 1660, f. 37v e.v.: op 27 april 1752 comp. voor het Gerecht van Dordrecht notaris Pieter van Gelsdorp, als procuratie hebbende van Jan Jurriaan Snel, vaandrig van een compagnie dragonders in Nederlandse dienst, voor een derde part, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van der Ven in Den Haag op 10 febr. 1752, van Catharijna Sch[r]iba, voor zichzelf en als enige erfgename van haar zuster Elisabet Schriba, vrouw van Adriaan Bolten, notaris te Alkmaar, krachtens testament gepasseerd voor notaris J. van Bodegem te Alkmaar op 9 jan. 1745, zijnde laatstgenoemde procuratie gepasseerd voor notaris A. de Lange te Alkmaar op 18 jan. 1752, van Willem Frederik Scharping, onder-luitenant in het regiment van generaal Smitsaardt Wallon, enige zoon van wijlen Susanna Schriba, bij haar verwekt door Johannes Lambertus Scherping, voor een derde part, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F.N. van Engelen te Bergen op Zoom op 17 jan. 1752, van Jan Scriba te Giessen, Christiaan Hakman, als man van Susanna Schriba, wonende te Rotterdam, Anthonij Leijten, als man van Elisabeth Schriba, wonende te Gorinchem, Willem Berm, als man van Willemina Schriba en Claas Kieboom, als man van Theodora Schriba, samen kinderen van Theodorus Schriba, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Gorinchem op 18 jan. 1752, en tenslotte nog van Johannes Lambertus Scherping, notaris te Tholen, en Jurriaan Snell, als voogden over de kinderen van Gerrit van der Vin, verwekt bij Maria Schriba, kleinkinderen van Theodorus Schriba, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van der Ven in Den Haag op 10 febr. 1752, voor het resterende derde part, door het overlijden van Judith van Drept gerechtigd in de helft van de nalatenschap van Anthonij Pus, heer van Op- en Neerdandel. De comparant transporteert aan mr. Casper Balthazar Doll van Ourijck, burgemeester van het Gerecht en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen de Waag en het huis van de koper. De koopsom bedraagt 525 gl.]
de weduwe Van den Santheuvel
[1731: boven de waag (eigendom van de stad Dordrecht) is een woonhuis, dat is verhuurd door de weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel]
de weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel
[1731: brouwerij “d’Oraengeboom” (strekte zich uit tot de Tolbrugstraat Waterzijde en de Varkenmarkt)
Mr. Bartholomeus Hendriksz. van den Santheuvel, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 nov. 1718 (Bartholomeus van den Santheuvel, lid van de Oudraad, een wapenbord voorgedragen, drie paar sleepmantels), zoon van Hendrik Bartholomeusz. van den Santheuvel en Johanna Repelaer, trouwde Hendrika Stoop, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1663, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 febr. 1741 (Henrica Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, in de “Orangieboom”, met negen koetsen extra, laat kinderen na, de hoge boete), dochter van Abraham Jacobsz. Stoop en Jacoba van Mewen.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Catharina Johanna van den Santheuvel, 11 jan. 1683, trouwde Adriaen Braets
b. Jacoba, 2 aug. 1684
c. Hendrik van den Santheuvel, 29 jan. 1687,jongman van Dordrecht (1726),lid van de Oudraad, thesaurier,burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 sept. 1747 (Hendrik van den Santheuvel, raad en presiderende burgemeester van Dordrecht, in de Wijnstraat, de hoogste boete, een wapenbord voorgedragen, laat kinderen na, met tien koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april/14 mei 1726 (de bruidegom geassisteerd met Hendrika Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, in zijn leven lid van de Oudraad, de bruid met mr. Johan de Roovere, president-schepen en lid van de Oudraad, haar oom) Francoise Maglina Everwijn, jonge dochter van Dordrecht (1726)
d. mr. Abraham van den Santheuvel, 9 juli 1689, lid van de oudraad te Dordrecht, burgemeester van Dordrecht, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 dec. 1753 (mr. Abraham van den Santheuvel, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, griffier van de Munt van Holland, ongehuwd, met tien koetsen extra, de grote boete)

Abraham van den Santheuvel
e. Bartholomeus van den Santheuvel, 30 juni 1692, koopman te Amsterdam
f. Emmerentia van den Santheuvel, 19 jan. 1695

Emmerentia van den Santheuvel
g. Jacob van den Santheuvel, 17 mei 1697, ongehuwd
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 jan. 1731: jonkheer Jacob van den Zantheuvel, waarvan de moeder nog leeft, in deOranjeboom, negen koetsen extra, de eerste boete
h. Henrietta, 2 okt. 1699
i. Hendrica Sofia van den Santheuvel, 30 jan. 1702, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juni 1780 (Hendrika Sophia van den Santheuvel, ongehuwd, tien koetsen extra, de hoogste boete, achter het Stadhuis)

Hendrica Sophia van den Santheuvel
20 juni 1741: Abraham Kimijser, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, in opdracht van Adriaen Braets, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert , etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Catharina Johanna van den Santheuvel, Hendrik van den Santheuvel, oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Abraham van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, Bartholomeus van den Santheuvel, koopman te Amsterdam, Emmerentia en Hendrica Sophia van den Santheuvel, beiden meerderjarig en ongehuwd, wonende te Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrica Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, verkopen voor 10.050 gl. aan Willem ’t Hooft, oud-schepen en arts te Gorinchem, de brouwerij “den Oranjeboom”, met mouterij, rosmolen, twee grote koperen brouwketels, een azijnmakerij met loods en erf daarbij behorend, en nog een pakhuis achter de brouwerij met zolder, koetshuis en stallen en een huisje in de Tolbrugstraat, het woonhuis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen de Stadskaaswaag en het huis van juffrouw Van den Santheuvel, en nog een aparte woning of huisnaast de brouwerij boven de Kaaswaag. De koopsom en bijkomende kosten, in totaal 10.301 gl. en 5 st. zijn voldaan door Willem ’t Hooft en Barend Santman, timmerman. (“Water wordt een feest”, p. 91)
Willem’t Hooft liet de brouwerij na aan zijn zoon Adriaen ’t Hooft. (Idem, p. 92)
Genealogie:
I. Adriaen ’t Hooft, trouwde in 1701 Cornelia Beens, trouwde 1e Michiel de Man, geboren te Vlissingen, eerst conrector ald. en vanaf 1685 aan de Latijnse School te Dordrecht, beoefende de Latijnse poëzie, overleden Dordrecht 5 aug. 1699 (NNBW [internet])
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 13 febr. 1701: Adriaan Thooft jongman koopman wonende aan de Kalkhaven geassisteerd met zijn broer Willem Thooft en Cornelia Beens weduwe van dom. Michiel de Man wonende bij de Nieuwbrug beiden van Dordrecht geassisteerd met haar zuster, getrouwd 27 febr. 1701
Kinderen (o.a.):
a. Willem ’t Hooft, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1709, volgt II
II.Willem ’t Hooft, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1709, arts, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 juni 1771 (Willem Thooft, medicinae doctor, tegenover de Beurs, laat kinderen na, de eerste boete, met zes koetsen extra), trouwde Gorinchem 13 dec. 1734 Anna Meuls, gedoopt NG Gorinchem 15 sept. 1705, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk)10 aug. 1779 (Anna Meuls, weduwe van Willem ’tHooft, laat kinderen na, met zes koetsen extra, aan de Beurs, eerste boete), dochter van Jacobus Meuls (Mulst), schepen van Gorinchem, burger-kapitein (Gens Nostra 1992, p. 192), en Johanna van der Meulen
Kinderen (o.a.):
a. Adriaen ’t Hooft, gedoopt NG Dordrecht 2 juli 1742, volgt III
III.Adriaen ’t Hooft, gedoopt NG Dordrecht 2 juli 1742, overleden Dordrecht 29 okt. 1824, trouwde in 1781 Geertruida van Breugel, overleden Dordrecht 8 mrt. 1828 (in het huis Groenmarkt B:213)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 1 mrt./19 mrt. 1781: Adriaen ’t Hooft jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Beurs geassisteerd met zijn zwager Gerrit de Haen en Geertruida van Breugel jonge dochter geboren te Berghem wonende in het Steegoversloot geassisteerd met haar ouders ds. Herman Gerhard van Breugel en Maria Adriana Luik
Kinderen (o.a.):
a. Anna Cornelia Gerharda ’t Hooft, geboren Dordrecht 17 sept. 1784, eigenares van brouwerij “de Oranjeboom” na het overlijden van haar moeder (“Water is een feest”, p. 92), overleden Dordrecht 13 mei 1852, trouwde Dordrecht 10 febr. 1813 Francois Stoop]

De Wijnstraat (Scheffersplein) bij de Waag (2012)
de weduwe van Anthonij van den Santheuvel
[Anthonie (Anthonis) Hendriksz. van den Santheuvel, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1683), trouwde NG Dordrecht 14/30 mrt. 1683 Helena Beljaerts, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1683)
ORA Dordrecht inv. 815, f. 260 e.v.: op 14 okt. 1729 verklaart Helena Beljaarts, weduwe van Anthonij van den Zantheuvel, raad en vroedschap van Dordrecht, schuldig te zijn aan Herman Vos, inwoner van Den Haag, een somma van 8000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen brouwerij “den Orangieboom” en het huis van Cornelis van der Walck.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 184v e.v.: op 1 juni 1734 compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Johan Herman Hallincg, baljuw van Zuid-Holland en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en samen met Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. procuratie hebbende van zijn zuster, Margarita Johanna Hallincg, beiden kinderen van wijlen mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en Elisabeth Beljaerts, samen voor een derde part, voornoemde Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en samen met Johan Herman Hallincg procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel en mr. Adriaan van den Santheuvel Anthonisz., advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in de provincie Holland, en nog van voornoemde mr. Adriaan van den Santheuvel, “bij substitutie” namens zijn broer Johan van den Santheuvel Anthonisz., kapitein in het Nederlandse leger, garnizoen hebbende in Grave, en van Johanna en Emmerentia van den Santheuvel Anthonisdr., en voornoemde Hendrik van den Santheuvel tevens vervangende zijn in het buitenland verblijvende broer, Diderik van den Santheuvel Anthonisz., alsmede Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Hartel, weduwe van kapitein Cornelis van den Santheuvel Antonisz., als moeder en voogdes van haar twee, door hem verwekte kinderen, allen tezamen kinderen en kindskinderen van wijlen Anthonij van den Santheuvel, in zijn leven lid van de Oudraad van Dordrecht, en Helena Beljaerts, samen voor het tweede derde part, en voornoemde Johan Herman Hallincg en Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van de Lind en ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende te Den Haag, als vader en testamentaire voogd van zijn dochter, Susanna van Slingeland, vrouwe van West-IJsselmonde, door hem verwekt bij Ernestina de Bevere, die inmiddels is overleden, dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, en Geertruijd Beljaerts, voor het resterende derde part, allen erfgenamen van Cornelia Beljaerts, weduwe van Isaeck Bernarts, De comparanten verkopen voor 5100 gl. (en een rantsoen van ca. 35 gl.) aan Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, mr. Adriaan van den Santheuvel, Johanna van den Santheuvel en Emmerentia van den Santheuvel, elk voor een vierde part, een woonhuis en een brouwerij daarachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen, een stal, rosmolen, azijnplaats, mouterij en verdere toebehoren, staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door Jacob van de Graaff, schout van Dordrecht, en het huis van Smits [sic], strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsvest. Aangezien de kopers mede-erfgenamen voor een achtste part in een derde part zijn, wordt van de koopsom (plus rantsoen) een bedrag van 855 gl. 17 st. aftrokken, zodat voor hen overblijft te betalen een somma van 4279 gl. 8 st
ORA Dordrecht inv. 818, f. 44 e.v.: op 5 aug. 1735 verkopen Hendrik van den Santheuvel, raad en vroedschap van Dordrecht, mr. Adriaan van den Santheuvel, achtraad, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel, schepen van het Watergerecht en achtraad te Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over de kinderen van wijlen Cornelis van den Santheuvel, kapitein van een compagnie dragonders in Nederlandse dienst, welke heren Hendrik, Bartholomeus en Adriaan van den Santheuvel procuratie hebben van hun broer Diderick van den Santheuvel, onderkoopman en administrateur van de suikerpakhuizen in dienst van de VOC te Batavia, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Petrus Dobbelaar te Batavia op 18 sept. 1731, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van wijlen Helena Beljaart, in haar leven weduwe van Anthonij van den Santheuvel, raad en vroedschap van Dordrecht, voor 4285 gl. en 14 st. aan Johanna en Emmerentia van den Santheuvel vijf zevende parten in een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel en dat van Cornelis van der Walk.
Kinderen (o.a.)
a. Cornelis van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1686, kapitein van een compagnie dragonders in Nederlandse dienst, begraven Gent (B) 18 jan. 1727, trouwde Namen (B) 8 juni 1718 Catharina Elisabeth Hartel (Hertell), gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1696, dochter van Christiaan Frederick Hertell en Jenneken Maas
b. Hendrick van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 27 dec. 1690, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1723), begraven Dordrecht 1742, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 juni 1723 (ondertrouw, volgens attestatie van Willemstad dd 4 juni 1723, op 20 juni 1723 attestatie gegeven) Sabina Louise Orisant, jonge dochter geboren en wonende te Willemstad (1723)

Hendrik van den Santheuvel, door H. Serin (1725)
Kinderen (o.a.)
b-1. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1729, geboren en wonende te Dordrecht (1761), burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 dec. 1793 (mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, lid van de Oudraad, burgemeester van Dordrecht, baljuw van de Landen van Strijen, met een wapenbord, tien koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na), trouwde Leiden 7 juni 1761 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Adriaan van den Zandheuvel, de bruid met haar broer Johan Karel van Cattenburch) Johanna Moralla Maria van Cattenburch, geboren te Gouda, wonende aan de Papegragt te Leiden (1761), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 mrt. 1794 (Johanna Moralla Maria van Cattenburgh, weduwe van mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel, 61 jaar oud, verzwakking van krachten, tien koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat kinderen na)

Willem Bartholomeus van den Santheuvel, door Abraham van Strij

Johanna Moralla Maria van Cattenburch, door Abraham van Strij
c. Johanna van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 12 mrt. 1692, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1782 (Johanna van den Sandheuvel, bij de Beurs, ongehuwd, met tien koetsen extra, de hoogste boete)
d. Johan van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 12 juni 1693, kapitein in het Nederlandse leger, overleden tussen 1 juni 1734en 5 aug. 1735
e. Emmerentia van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1694, ongehuwd, overleden 1756
f. mr. Adriaan van den Santheuvel, gedoopt 12 febr. 1701, advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in de provincie Holland,trouwde Anna Susanna Kretcher
g. Diederik van den Santheuvel. gedoopt NG Dordrecht 19 mrt. 1703, weduwnaar van Dordrecht (1739), thesaurier van Dordrecht, overleden 1753, trouwde 1e Sara Johanna Crudorp, 2e Gerecht/NG 6/25 aug. 1739 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., lid van de Oudraad te Dordrecht, en de bruid met haar ouders Pieter Eelbo, president-burgemeester van Dordrecht, en Helena Herinx) Adriana Geertruijd Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1709, jonge dochter van Dordrecht (1739)]
Cornelis van der Walck
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 161: op 26 april 1725 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, en Fredrick Willekens, koopman en raffinadeur, als voogden over de minderjarige erfgenamen van Catarina van Gelsdorp, laatst weduwe van Gijsbert Schoch, tevens vervangende hun medevoogd Pieter d’Ridder, koopman te Rotterdam, voor 4000 gl. aan Cornelis van der Walk, inwoner van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Anthonij van den Santheuvel en dat van de erfgenamen van Hendrick van der Banck.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 30 e.v.: op 15 mei 1766 verkoopt ds. Johan Toepoel, predikant teWijngaarden, als man van Geertruijd van der Walk, en tevens vervangende Elizabeth van der Walk, weduwe van Philippus van de Hespel, Alida van Calis, meerderjarige ongehuwde persoon, ds. Petrus Meesters, predikant te Blokland, als weduwnaar en enige erfgenaam van Elisabeth van Calis, allen erfgenamen van Cornelis van der Walk, overleden in Dordrecht, voor 1025 gl. aan Roeloff Arents, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, uitkomende in de Tolbrugstraat Waterzijde en staande tussen het huis van Johanna van den Santheuvel en dat van Hendrik Prinse nomine uxoris.
ORA Dordrecht inv. 1667, f 185v: op 1 juli 1773 verkopen Roeloff, Jan en Catharina Arents, meerderjarig en ongehuwd, alsmede Wilhelmus Zaeijmans, als procuratie hebbende van Cornelia Arents, meerderjarig en ongehuwd, welke Roeloff, Jan, Catharina en Cornelia Arents wegens de uitkoop door hun zusters Elisabeth Maria Arents de enige erfgenamen zijn van hun moeder Elizabeth Maria Roels, weduwe van Roeloff Arents, die in Dordrecht gewoond heeft en daar is overleden, voor 1890 gl. aan Hendrik Trumpi, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, uitkomende in de Tolbrug Waterzijde en staande tussen het huis van Johanna van den Sandheuvel en dat van de zilversmid Van Trigt. De koper is schuldig aan Marijke de Raat, weduwe van Aalbert Nieuwhuijsen een somma van 1000 gl.
Hendrik Trumpi (Triumphie), geboren ca. 1724, jongman uit Zwitserland (1750), weduwnaar uit het kanton Glaris in Zwitserland wonende op de Riedijk (1760), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 nov. 1808 (Hendrik Trumpje, 84 jaar oud, borstkwaal, in de Wijnstraat B:234, laat kinderen na, met twee koetsen extra),trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 26 febr. 1750 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader Hendrik Trumpi) Johanna Koenen, weduwe van Dordrecht, wonende op de Riedjk (1750), trouwde 1e Jan van den Berg, 2e Gerecht/NG Dordrecht 11/26 okt. 1760 (de bruid geassisteerd met haar vader Nicolaes van Nerum) Casparijna van Nerum, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Riedijk (1760).]
Hendrik en Anna van der Bank
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 172v: op 7 mei 1743 verkoopt Hendrik van der Bank, assaieur in de Munt van Holland te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Gijsbert van Rijsoort, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis van der Walk. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 185v: op 6 okt. 1768 verkoopt Hendrik Prinsse, apotheker te Dordrecht, als man van Catharina van Meurs, eerder weduwe van de commies Jan van Rijsoort, voor 2570 gl. aan Jacobus van Trigt, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het koffiehuis en het huis van Roelof Arends.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 183: op 2 mei 1786 verkoopt Jacobus van Trigt, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Adriaan Bemolt, kleermaker te Dordrecht, en huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen “het Groot Koffijhuis” en het huis van Hendrik Triumphi.]
Pieter van der Kemp [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 64 e.v.: op 24 sept. 1732 verkoopt Pieter van der Kemp, koopman te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Gijsbert van Rijsoort, koopman en burger van Dordrecht, een huis, inclusief verscheidene behangels en meubelen, staande in de Wijnstraat tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van de erfgenamen van Hendrik van der Bank. De koper is schuldig aan Francois Dura, koopman te Dordrecht, een somma van 5000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 274v: op 3 okt. 1771 verkoopt Gijsbert van Rijsoort, ondercommies van ’s lands stapelmagazijnen, wonende te Dordrecht, als gemachtigde van zijn moeder Aletta de Vos, weduwe van Gijsbert van Rijsoort, voor 6000 gl. aan Dirk Veen, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “’t Groot Koffijhuis”, methet biljard en verdere toebehoren,staande in de Wijnstraat tegenover de Beurs tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Jacobus van Trigt. Dirk Veen is schuldig aan Cornelis Dermoeijen, zilversmid te Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 244v: op 18 okt. 1781 verkoopt Berbera Veen, dochter en enige erfgename van Dirk Veen, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 9000 gl. aan Francois Duffer Christoffelsz., koopman te Dordrecht, een huis, zijnde “het Groot Koffijhuis”, staande in de Wijnstraat tegenover de Beurs tussen de Tolbrugstraat en het huis van Jacobus van Trigt.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 242v: op 4 dec. 1788 verkoopt Francois Duffer Christoffelsz., koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Jan Bartholt Zahn, wonende te Dordrecht, een huis, zijnde “het Groot Koffijhuis”, staande in de Wijnstraat tegenover de Beurs tussen de Tolbrugstraat en het huis van Adriaan Bemolt.
Jan Barthold Zahn, geboren vermoedelijk te Kassel in Hessen ca. 1748, jongman geboren te Hessen-Kassel wonende te Dordrecht (1783), weduwnaar geboren te Hessen-Kassel wonende te Dordrecht (1785), koffiehuishouder, overleden Dordrecht 27 mrt. 1817 (Jan Barthold Zahn, laatst weduwnaar van Everdina Louwe, 69 jaar, geboren in Hessen, ouders onbekend, wonende te Dordrecht, ouders onbekend, koffiehuishouder, in Wijnstraat B:236 en 217), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 3 april 1783 (ondertrouw, volgens attestatie ondertrouw van Schiedam dd 4 april 1783) Margaretha van der Meeren, jonge dochter geboren te Schiedam (1783), 2e Gerecht/NG Dordrecht 24 sept. 1785 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Rotterdam dd 28 sept. 1785) Everdina Louwe, jonge dochter geboren en wonende te Rotterdam (1785)
OPENBARE VRIJWILLIGE VERKOOPING.
Notaris J. Bax te Dordrecht. 30 Oct en 6 Nov 1924.
het alom bekende Cafe-Restaurant van den eersten rang genaamd ‘Grand Café-Restaurant Zahn’, zeer gunstig gelegen te Dordrecht aan het Scheffersplein waarin thans vergunning, kadaster sectie F. no. 2129, groot 5 Aren en 4 c.a., o.m. bevattende: groote restauratiezaal, groote zaal voor verkoopingen of vergaderingen, kegelbanen met afzonderlijken ingang, benevens drie bovenhuizen met afzonderlijken opgang.
INMIDDELS UIT DE HAND TE KOOP.
(bron: NRC 1924-10-25-2-12 )
]
Café Restaurant Zahn aan het Scheffersplein in 1933 (foto: RA Dordrecht)
Wijnstraat Oostzijde (van Tolbrug tot Groothoofd)
de Vleeshal
[eigenaar: de stad Dordrecht]
de weduwe van Herman Raats
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 76: op 6 nov. 1732 verkopen Jan Kuijter, koopman te Dordrecht, als man van Marija Raats, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Bosman, wonende te Nijmegen, als man van Willemijntge Raats, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Evert Sanders van Well te Nijmegen op 22 okt. 1732, Jan Kuijter nog als voogd over Abraham Raats, zoon van Rijnier Raats, en Florus Cup, commies te Tiel, als man van Adriana Raats, Leendert de Voogt, als man van Anna van Heck en Martinusden Oudenals man van Cornelia van Heck, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Cornelia van der Meer, weduwe van Herman Raats, voor 1220 gl. aan Gerrit Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen het plein en het huis, dat wordt bewoond door Florus van de Hespel.
ORA 1679, f. 334: op 29 mrt. 1803 verkoopt Jan Kelderman, onderschout van de hoofdofficier te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Abraham Romijn, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Waag, getekend B:1, staande tussen het plein en het huis van bakker Isaak de Haan.]
Jacobus van Dijk
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 126v: op 9 mei 1702 verkopen Johan van Slingeland, rentmeester van het Armeweeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Dionisius van der Hel, vader van dat weeshuis, voor 3500 gl. aan Jacobus van Dijck, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en Wijnbrug, staande tussen het huis van Herman Raats, mr. chirurgijn, en dat van de erfgenamen van kapitein Sijmon Claasz. Braats.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 110: op 23 juli 1761 verkoopt Floris van den Hespel, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan zijn zoon Nicolaas van den Hespel, mr. bakker en burger van Dordrecht, de westelijke helft van een huis, bestaande uit twee woningen in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de stadhouder Gerard Kelderman en dat van Willem van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 251v: op 27 juni 1771 verkoopt Nicolaas van den Hespel, burgervan Dordrecht, voor 1300 gl. aan Isaak de Haen, broodbakker te Dordrecht, een huis, zijnde de westelijke helft van verkopers huis, dat verdeeld is in twee woningen, staande tussen in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, aan de ene zijde belend door het huis van de onderschout Jan Kelderman en aan de andere zijde door de oostelijke helft van verkopers huis, op voorwaarde, dat de binnenmuur, waardoor de oostelijke en westelijke woningen van elkaar gescheiden worden, een gemeenschappelijke muur blijft, welke voorwaarde door Mattheus de Haen, als voogd van zijn minderjarige zoon, de koper Isaak de Haen, en door Isaak de Haen geaccepteerd wordt.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 56: op 2 juni 1778 verkoopt Isaac de Haan, broodbakker te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Leendert Hubertus van der Herp, med. doctor te Rotterdam, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van stadhouder Jan Kelderman en dat van Johan Caspar Kieleman.
ORA Dordrecht 1680, f. 380: op 17 febr. 1807 verkopen Julius Dominicus Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, en Pieter Papillon, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als “sequesters” in de boedel van Isaac de Haan, voor 2350 gl. aan Dirk van der Haart, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, getekend B:2, staande tussen het huis van Willem Otto van Nijmegen en dat van Abraham Romijn.]
[Een woning afgesplitst van het voorgaande huis in 1761.
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 45: op 2 sept. 1766 verkopen Jan van der Linden Govertsz. en Nicolaas van den Hespel, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Anna van Breda, weduwe van Floris van den Hespel, voor 1310 gl. aan voornoemde Nicolaas van den Hespel een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van de koper en dat van Willem van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 53: op 13 juni 1776 verkopen “Anthonij Bax, Notaris en Procureur binnen deze Stad, als last en Procuratie hebbende van Jan van der Linden Govertsz:, en Jan van Breda Junior beide wonende alhier, in qualiteit als voogden over Floris van den Hespel, eenig nagelaten Kind van wijlen Nicolaas van den Hespel alhier overleden voor de eene helfte, en nog van Cornelia Johanna Lesier wed:e en voor een Kindsgedeelte Erfgenaam van wijlen voorn: Nicolaas van den Hespel, en zulks voor wederhelfte, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Jan van der Star, en zekere getuigen binnen deze Stad residerende in dato den 9e Meij 1776,” voor 2380 gl. aan Petronella Beeke, weduwe van Michaël Verboom, professor en predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en Wijnbrug, staande tussen het huis van bakker De Haan en dat van Willem van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 104: op 7 nov. 1776 verkoopt Bartholomeus van Schellebeek, med. doctor en regerend schepen van Dordrecht, als procuratie hebbende van Petronella Beeke, weduwe van Michaël Verboom, professor en predikant te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johan Casper Kielman, schrijnwerkersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van bakker De Haan en dat van Willem van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 30v: op 27 mrt. 1804 verkoopt Hester van Holst, weduwe van Johan Casparus Keilman, wonende te Dordrecht, voor 1720 gl. aan Isaacq de Haan, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, getekend B:3, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis Oudemans.]
Hendrik Fiktoor [mr. tingieter]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 167: op 21 juli 1722 verkoopt Petronella van Hooghstraten, weduwe van Jacobus van den Blocke, wonende te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Hendrik Victor de jonge, mr. tingieter te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, genaamd “Roodenburgh”, staande tussen het huis van Jacobus van Dijck en dat van Mattheus Rijnout.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 52v e.v.: op 7 jan. 1745 verkoopt Johanna Vermeulen, weduwe van Hendrik Victor, burgeres van Dordrecht, voor 1900 gl. aan Willem van Rietschoten, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Dingeman Ouboter en dat van Floris van den Hespel.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 14: op 27 febr. 1800 verkoopt Isaac de Kuijser, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Maria Asbeek, weduwe van Willem van Rietschoten, wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Cornelis Oudemans, schoenmakersbaas te Dordrecht een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de weduwe Kieleman en dat van burgeres Ouboter.]
Dingeman Ouboter [schoolmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 50v: op 21 mei 1711 verkopen “Jacobus Huijsers, Borger deser Stede Soo voor sijn selven mitsgrs. als last en procuratie hebbende, dewelke gepasseert is voor den nots. Michiel van Harsell tot Willemstad resideren(de) in date den 20e meij 1711, [van] …Lidia Huijsers, en Willem Alfonse Mijsbergh in Huwelijk hebbende, Berbera Huijsers bijde woonende tot Willemstad voorsz., als kinderen en Erffgenamen van Arij Huijsers in sijn leven Coornmeter ende Bieman binnen dese Stad”, voor 1275 gl. aan Mattheus Renout, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, vanouds genaamd “den Bieman”, staande tussen het huis van Jan Jooste van Cappell en dat van de weduwe van Jacobus van den Bloocke.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 18 okt. 1726: Mattheus Renaut, in de Wijnstraat, laat kinderen na, met twee koetsen extra.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 98 e.v.: op 22 jan. 1728 verkoopt Henrikus van Vianen, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Cornelia Becius, weduwe van Mattheus Renaut, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Dingeman Ouboter, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Hendrik Victor en dat van de erfgenamen van Jan Joosten van Capel.]
Pieter Barbiers
[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 25: op 23 mrt. 1780 verkoopt Pieter Augustinus Barbiers, wonende in Den Haag, voor 2000 gl. aan Martinus Sanders, inwoner van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Kever en dat van de erfgenamen van Ouboter.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 122: op 15 nov. 1787 verkoopt Martinus Sanders, schoenmakersbaas te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Hendrik Schadt, keurslijfmaker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Ouboter en dat van Abraham Kever.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 125: op 28 april 1801 verkoopt Hendrik Schadde, wonende Dordrecht, voor 1840 gl. aan Hermanus Uitwerff Sterling, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, getekend B:6, staande tussen het huis van Zwartouw en dat van Ouboter.]
Hendrik Noteman
[Hendrik Noteman(s), gedoopt NG Dordrecht 16 april 1657, beeldhouwer en houtsnijder te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 mei 1734 (Hendrik Noteman, in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, laat geen kinderen na, met twee koetsen extra), zoon van Claas Jansz. Notemans en Neeltje Claasdr., trouwde Angenita Pelgrom, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 okt. 1722 (Angenita Pelgrom, de vrouw van Hendrik Nooteman, bij de Beurs, met twee koetsen extra)

Hendrik Noteman, portret door Aart de Gelder.
Weeskamer Dordrecht inv. 32, f. 227v: extract van testament van Angnita Pelgrum, gepasseerd voor notaris A. van Nievelt op25 mei 1715. Zij heeft tot voogden over haar minderjarige legatarissen benoemd haar man Hendrik Noteman, Jacob Olenbrink en Adolff Mendius. De twee eerstgenoemden aanvaarden de voogdij op 30 nov. 1722.
Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 183: extract van het testament van Hendrick Noteman, gepasseerd voor notaris A. van Nievelt op 15 okt. 1722, waarin tot voogden zijn aangesteld Nicolaas Noteman en Dirck van Eten.

Wandtafel, door Hendrik Noteman
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 145 e.v.: op 7 juni 1696 verklaren Maeijcke Claasdr., weduwe van Cornelis Notemans, Claas Notemans, Hendrick Notemans en Crijn de Meijer, als man van Antonia Notemans, en Hendrick Notemans en Crijn de Meijer nog als voogden van de kinderen van Johannes Notemans, behuwd dochter en kleinkinderen van Grietje Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, samen vervangende Neeltje Claas, weduwe van Claas Jansz. Notemans, schuldig te zijn aan Cornelis Noteman de jonge een somma van 200 gl., verbindende een huis tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, staande tussen het huis van Staas van Hoogstraten en dat van Adriaan de Haan, een huis, bestaande uit vier woningen in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Marinus Marinusz. en dat van Jan Willemsz., een huisje in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van de weduwe Van Nuijssenburgh en dat van Johannes van Stabroeck, en nog een huisje in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Claas Bont en de mouterij van Gerrit van Eijsden.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 83: op 25 febr. 1710 verkopen Johan d’Bruijn, als administrateur van de Weeskamer van Dordrecht, Hendrick Noteman, meerderjarige jongman, burger en beeldsnijder te Dordrecht, Neeltie Noteman, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, Samuell Crina, als man van Anna Noteman, Adolph Mendius en Poulus de Meijer, als voogden van Anna de Meijer, dochter van wijlen Antonia Notemans, en Hendrick Noteman, als voogd over Nicolaas en Poulus Noteman, kinderen van wijlen [NN] Noteman, samen erfgenamen van Nicolaas Noteman, winkelier en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Cornelis Swartwater een huis bij het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Staas van Hoogstrate en dat van de weduwe van Adriaan de Haan.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 186v: op 12 jan. 1747 verkoopt Dirk van Eeten, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Pieternella Schalcken, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde,staande tussen het huis van Johannes Wiltens en dat van Pieter Barbiers.
ORA Dordrecht inv. 1667. f. 84: op 24 sept. 1772 verkopen Simon Schoenmakers grutter, als man van Belia Kelderman, Philips Jacob Valk koopman, als man van Catharina Kelderman, en Johannes Schoenmakers grutter, als man van Maria Kelderman, allen wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Joost Schoenmakers, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Wiltens en dat van de weduwe van Johan Bluszé.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 177: op 7 sept. 1775 verkopen Jeremias en Simon Schoenmakers, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun broer Joost Schoenmakers, die gewoond heeft enoverleden is te Dordrecht, voor 1725 gl. aan Jan Kever, stadsbode te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Wiltens en dat van Pieter Barbiers.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 223v: op 28 april 1795 verkoopt Hendrik Kever, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Dirkje Pirool, weduwe van Jan Kever, voor 2600 gl. aan Jannetje Swartouw, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, van achteren uitkomende op de haven, staande tussen het huis van Hendrik Schadde en dat van Van den Ancker.]
Jan Wiltens
[ORA Dordrecht inv. 1673, f. 141: op 11 nov. 1783 verkoopt Dirk Willem Nibbelink, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Wiltens, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Johanna Catharina en Cunegonda Lindgens, wonende in Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van Pieter de Haan en dat van de weduwe Kever.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 299v: op 13 dec. 1792 verkopen Johanna Catharina en Cunegonda Lindgens, gezusters wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan van den Anker, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van Pieter de Haan en dat van Dirkje Pirool, weduwe van Jan Kever.]
Jan de Haan en Jenette van der Burgh
[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 115v: op 13 mei 1694 verkopen Maria Vogel, Nicolaes Vogel, Aletta Vogel, meerderjarige ongehuwde persoon, en Johannes van Diest en Aert Coenen, burgers van Dordrecht, als voogden over Johannes Vogel, samen kinderen en erfgenamen van Anna Colevelt, weduwe van Cornelis Vogel, voor 1510 gl. aan Gerrit van der Burgh, halmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Boudewijn Volgraeff en dat van Van Bemmel. De koper is schuldig aan Jan Joosten van Elansbergen een somma van 1000 gl.
Gerrit van der Burg trouwde Anna Pietersdr. Dennincx
Kinderen:
a. Margarita van der Burg, gedoopt NG Dordrecht 27 febr. 1688, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 april 1714 Jan de Haen
b. Jenetta van de Burgh, gedoopt NG Dordrecht 23 nov. 1692, jonge dochter van Dordrecht (1731), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/23 dec. 1731 (de bruid geassisteerd met Jan de Haen, haar zwager) met Hendrik de Kievit, weduwnaar van Selia Stempels. Zij werd begraven Dordrecht (Grote Kerk) op7 juni 1748 (Jenette van de Burgh, vrouw van Hendrick de Kiwit, in de Wijnstraat, laat geen kinderen na, met “ordinaire” koetsen.)
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 134v e.v.: op 26 april 1746 verkopen Jan de Haan en Hendrik de Kievit voor 1200 gl. aan Marija van Waaij, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Egbert van Streeffkerk en dat van Johannes Wiltens.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 227: op 11 mrt. 1802 verkopen Jacob Kever enJacob Kuijser, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieter de Haan, voor 2550 gl. aan Jan van den Ancker een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug aan de havenzijde, getekend B:9, staande tussen het huis van Van der Kolk en dat van de koper.]
Cornelis Verleng
[ORA Dordrecht inv. 812, f. 12 e.v.: op 15 febr. 1718 verkoopt Willem Pasman, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van de weduwe van Jacob Pekman, voor 1000 gl. aan Cornelis Verlengh, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Wijnbrug en de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van Abraham Targier en dat van Gerrit van de Burgh.
ORA Dordrecht inv. 817, f. 130 e.v.: op 14 juli 1733 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Verleng de Jonge, burger van Dordrecht, als enige erfgenaam van wijlen Cornelis Verleng de Oude, zijn vader, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Beudt te Dordrecht op 11 juli 1732, voor 1200 gl. aan Egbert van Streeffkerk, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Gerrit van der Burgh en dat van de weduwe van Abraham Targier. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 600 gl., die Huijbert van den Sande op het huis sprekende heeft volgens een schuldbrief, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 23 dec. 1732
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 497: op 6 juni 1809 verkoopt Huijbertje van Streefkerk, weduwe van Bernardus van der Kolk, wonende in Schiedam, voor 1300 gl. aan Jan van den Anker, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen de Beurs en de Wijnbrug, getekend B:10 en 9, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen Swartouw.]

De Wijnbrug (mrt. 2014)
de weduwe van Abraham Targier
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 20: op 8 april 1717 verkoopt “Willem Dier, mr. schoenmaker, soo voor sijn selven, mitsgrs. als last en procuratie hebbende van Poulus Dier, nots. en procur. tot Beverwijck, nagelaten zoon van Matthijs Dier, ten huwelijk verweckt aan Catarina Langeloos, Juffr. Catarina en Alida Dier, Matthijs Wachene(?) en Isaacq Dier, Soo voor haar selven en haar sterkmakende ende de rato Caverende voor Jan Dier nog de voorn. Mattijs Dier, in qualiteit als voogd o(ver) d’naargelatene kinderen en kintskinderen verwekt ten ’tweeden Huwel. aan Geertruijt Zarvok(?) en nog Jacobus Petrus in Huwel. hebbende Catarina Dier, te samen Erfgen. van Jan Dier, volgens deselve procur: gepasst. voor de nots. Thomas van Swieten en seekere get. in ’s Hage resideren(de) in date den 26e Maart 1717”, voor 600 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Bot”, in welk huis Jan Dier heeft gewoond en is overleden.]
Govert van Slingelant
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 147v e.v.: op 15 jan. 1737 verkoopt mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, presiderende burgemeester van Dordrecht, voor 850 gl. aan Jannetta van der Poel, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Dirk Goris en dat van de erfgenamen van Abraham Targier. Het huis is verhuurd aan Jacobus van Dalen en Maria Brouwer. De koopster is schuldig aan verkoper een bedrag van 550 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 217v: op 16 april 1771 verkopen Govert van der Spoor, wonende te Dordrecht, Nicolaas van der Spoor, wonende te Haarlem, Anna van der Spoor en Berbera van der Spoor, beiden meerderjarig en ongehuwd, naaste verwanten en erfgenamen van vaderszijde voor de helft van Janetta van de Poel, die gewoond heeft en ab intestato in Dordrecht op 7 mrt. 1771 is overleden, en Hendrik Vriesendorp als man van Catharina van Hooghstraten, en Nicolaas Kool, als man van Anthonia van Hooghstraten, naaste verwanten en erfgenamen voor de wederhelft van Janetta van der Poel, wonende te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Cornelis van de Griendt een huis in de Wijnstraat tussen Beurs en Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Gerrit Swartouw en dat van Matthijs de Bie.]
de weduwe van Samuel Goris
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 85v: op 6 jan. 1739 verkoopt Abraham de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, als man van Theodora Goris, en nog als procuratie hebbende van Alida Goris, wonende te Dordrecht, voor 2100 gl. aan Matthijs de Bije, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Jan van Vliet en dat van Jannetta van de Poel.]
Dirk van Andel [impostmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 239 e.v.: op 14 juli 1729 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt, heer van De Lind en ontvanger generaal van de provincie Holland, als voogd over zijn minderarige dochter, verwekt bij zijn inmiddels overleden vrouw, Ernestina Geertruijda de Beveren, voor 1600 gl. aan Dirk van den Andel, impostmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van de commies Hubinck en dat van de erfgenamen van Dirk Goris. De koper is schuldig aan Willem Ubinck, commies ter recherche een somma van 1250 gl.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 219v: op 21 nov. 1737 verkoopt Dirk van den Andel, burger van Dordrecht, voor 1530 g. 5 st. aan Jan van Vliet, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van juffrouw Van Rijn en dat van de erfgenamen van Dirk Goris.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 216v: op 18 febr. 1802 verkoopt Alida Amelia Kever, weduwe van Dirk Hubert van Vliet, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan haar dochters Johanna van Vliet, Catharina Wijnanda van Vliet, Jacoba Elizabeth van Vliet, echtgenote van Alewijn Pannevis, en Margaretha van Vliet, de helft in een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent de Wijnbrug, getekend B:14 en staande tussen het huis van Christina de Ridder en dat van de erfgenamen De Bie.]
Willem Ubingh [commies ter recherche]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 67v: op 18 nov. 1723 verkoopt Jan Bosman, koopman te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Willem Ubinck, commies ter recherche te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis, dat wordt bewoond door de procureur Cant.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 51v e.v.: op 23 juni 1732 verkoopt Willem Ubink, commies ter recherche in ‘s-Hertogenbosch, voor 4500 gl. aan Aletta van Rijn, weduwe van Esaias Dalibert, koopvrouw te Dordrecht, een huis met de winkel daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Wijnbrug en het huis van de impostmeester Dirk van den Andel.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 14: op 31 mrt. 1757 verkopen mr. Cornelis Pieter Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht etc., voor zichzelf en als man van Maria Onderwater, mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort, Jacobus van der Pott, als man van Geertruijd Onderwater, mr. Mattheus Onderwater en Abraham Hendrik Onderwater, voor zichzelf en tevens nog vervangende mr. Pieter Onderwater en Adriana Johanna Onderwater, allen wonende te Dordrecht, samen erfgenamen van Elisabeth van Rhijn, te Dordrecht overleden, voor 3100 gl. aan Willem Pluijm, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van de weduwe van Jan van Vliet.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 51: op 14 okt. 1766 verkopen Jan van der Star, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators in de “gerepudieerden” boedel van Willem Pluijm, voor 3000 gl. aan Christina de Ridder, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van de weduwe Van Vliet. De “kooppenningen [zullen] naar gedane reeckening worden overgebragt inde consignatie” van de stad Dordrecht.]
Wijnbrug
Jacobus Roscam
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 139v: op 18 sept. 1755 verkopen Jacobus Roscam, mr. munter te Dordrecht, en Simon Broeders, koopman te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacobus Roscam, koopman te Dordrecht, voor 650 gl. aan Jean Jacques Fago, mr. pruikmaker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnbrug en het huis van Jean Griot.]
mr. Cornelis van Minnebeek
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 57v: op 18 okt. 1735 verkopen mr. Hendrik Jan van Minnebeeke, Justus Theophilus van Minnebeeke en Jasper van Minnebeeke, wonende te Utrecht, kinderen en erfgenamen van Maria Coxius, in haar leven echtgenote van mr. Cornelis van Minnebeeke, voor 500 gl. aan Pierre Samuel Calliachon, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jacobus Roscam en dat van Daniël de Meij.
ORA Dordrecht inv. 1660. f. 112 e.v.: op 13 febr. 1753 verkoopt Catarina Valle, weduwe van Pierre Samuel Calliatson, wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jean Griot, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jacob Roscam en de raffinaderij van N. Scheffer.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 179: op 20 dec. 1753 verklaart Jean Griot, Franse schoolhouder te Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert Lonkert, korenmeter en burger van Dordrecht, een bedrag van 300 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Jacob Roscam en de raffinaderij van Joost Scheffers.]
Daniël de Meij
[ORA Dordrecht inv. 814, f. 27 e.v.: op 27 mei 1723 compareert voor schepenen van Dordrecht mr. Samuel Everwijn, Oudraad, als executeur van het testament van mr. Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, als bij akte van kaveling en scheiding dd 23 april 1723, door de gezamenlijke erfgenamen daartoe geautoriseerd, en verkoopt aan Daniël de Meij, meester-twijnder te Dordrecht, een huis en erf in de Wijnstraat, staande tussen “de Appelkelder” en het huis van de heer Minnebeecq, voor 600 gl. en 15 gl. rantsoen [in de veilingakte beschreven als een groot “bekwaam” huis en erf in de Wijnstraat tegenover het andere huis, dat door De Rovere werd nagelaten, met achter een mooi uitzicht op de haven en op de Wijnbrug. (ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 103v e.v.: op 3 juli 1736 verkoopt Ewout Bosvelt, eerste klerk in de secretarie van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, beiden curators van de insolvente boedel van Daniël de Meij, gewezen garentwijnder en burger van Dordrecht, voor 1700 gl. aan Joost Hendrik Scheffer, raffinadeur en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Pieter Samuel Caliachon en dat van Pieter Eversdijk.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 58v e.v.: op 26 juli 1774 verkoopt Philip Jacob Valk, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Joost Hendrik Scheffer, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Jacobus van der Elst, inwoner van Dordrecht, een huis, dat is ingericht als raffinaderij, staande in de Wijnstraat bij de Wijnbrug aan de havenzijde tussen het huis van Lodewijk van Loon en dat van Jean Griot.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 112v: op 3 sept. 1782 verkopen Johannes van der Elst en Willem Hordijk, kooplieden te Dordrecht, als gevolgmachtigden van Jacobus van der Elst Abrahamsz., wonende te Dordrecht, voor 1870 gl. aan Lodewijk van Loon en Johan Kemp, kooplieden te Dordrecht, een raffinaderij in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van deeerstgenoemde koper en het huis van Jean Griot.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 260v: op 24 jan. 1799 verkopen Pieter Koijmans en Pieter Keuls, burgers van Dordrecht, als executeurs in de boedel van Johan Kemp, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 1200 gl. aan Lodewijk van Loon Adriaensz., koopman te Dordrecht, de helft van een pakhuis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug aan de havenzijde, getekend B:19 en staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Jean Griot.]
Willem Eversdijk
[1731: vanouds genaamd “de Appelkelder”, zeer vervallen.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 274: op 26 nov. 1726 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Willem Eversdijk het huis, genaamd “den Appelkelder”, staande omtrent de Wijnbrug tussen het huis van Louis de Court en dat van Daniël de Meij.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 178v e.v.: op 26 mrt. 1765 verkopen Laars Peterse Warberg, juwelier te Dordrecht, als man van Sophia Jacoba Eversdijk, en Elizabeth Eversdijk, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, enige nagelaten kinderen en erfgenamen ab intestato van Sophia van Helmond, weduwe van Willem Eversdijk, voor 300 gl. aan Lodewijk van Loon Adriaansz., koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “den Appelkelder”, staande in de Wijnstraat bij de Wijnbrug tussen het huis en de raffinaderij van Joost Hendrik Scheffer en het huis van de koper.]
Louis Ducourt
[3 febr. 1707: voorwaarden, waarop Louis de Court, koopman te Dordrecht, wil laten veilen, ten eerste “een hecht, sterck, nieuw, weldoortimmert en extraordinaris wel te nering” staande huis met een wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Engelse kerk en het huis van Susanna Scheun, weduwe van Wouter van de Nadort, tegenwoordig bewoond door Louis de Court, en ten tweede een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Christiaen Loockerman wijnkoper, tegenwoordig bewoond door Johanna Catharina de Jongh. Bij de verkoping is het eerste object opgehouden op 7500 gl. Het tweede object is voor 1900 gl. verkocht aan Hermanus Groenendael. (ONA Dordrecht inv. 724, f. 33 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 208 e.v.: op 31 okt. 1743 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht geautoriseerd zijnde tot het verkopen van de effecten, van welke de eigenaars in gebreke blijven ’s lands- en de stadslasten te betalen, voor 910 gl. aan Jan de Vries, burger van Dordrecht, een huis met een wijnkelder in de Wijnstraat, staande tussen de Engelse kerk en het huis van de weduwe Eversdijk, laatst eigendom geweest van Louis de Coert.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 124 e.v.: op 10 mrt. 1746 verklaart Jan de Vries, landmeter te Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Johan Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 3000 gl. verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Engelse kerk en het huis van N. Eversdijk.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 152 e.v.: op 4 sept. 1753 verkopen Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie, en notaris Anthonij Bax, beiden te Dordrecht, als curators van de “gerepudieerde” boedel van Jan de Vries, die in Dordrecht overleden is, voor 4300 gl. aan Adriaan van Rijsoort, wijnkoper te Dordrecht, een huis met wijnkelder in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen de Wijnbrug en de Nieuwbrug, staande tussen de Engelse Kerk en het huis van de weduwe van N. Eversdijk.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 37: op 5 juli 1763 verkoopt Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaan van Rijsoort, koopman wonende te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Lodewijk van Loon Adriaansz., koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Engelse kerk en het huis van de weduwe van Wilhelmus Eversdijk.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 121: op 14 febr. 1805 verkoopt Lodewijk van Loon, wonende te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Schmidt, Verbeek en co. een huis en pakhuis in de Wijnstraat aan de havenzijde bij de Wijnbrug, getekend B:19, 20 en 21, staande tussen het huis van de erfgenamen Griot en de Engelse kerk.]
de Engelse Kerk

De Engelse kerk in de Wijnstraat (met torentje), door J. Rutten ca. 1835 (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
[“In 1655 vestigden zich in Dordrecht de merchant adventurers of zoals men toen zei: “de Engelse Court”. Dit was een vereniging van Engelse kooplieden, die vooral handel dreven in laken en manufacturen. De stad groef voor die kooplieden de Kalkhaven en stelde de Heelhaaksdoelen in het Hof beschikbaar als vergaderplaats. [De stad stelde de Wijnkoperskapel in de Wijnstraat beschikbaar als kerk voor de Engelsen, waarin het hun ook werd vergund om hun doden te begraven. ] … De Engelse kerk moet niet verward worden met de Schotse in de Mariënbornstraat, die de presbyteriaanse richting was toegedaan, terwijl de kerk in de Wijnstraat zich aansloot bij de episcopale Engelse kerk. … In 1673 wist Rotterdam, dat nog steeds op revanche zon voor het verlies van de Engelse Court in 1655, te bewerken dat de overeenkomst met Dordrecht door de staten generaal vernietigd werd. Alle pogingen om de overeenkomst na 1674 weer te doen herleven werden, eveneens door het stoken van Rotterdam, belet. De Engelse handel ging daardoor te Dordrecht zeer achteruit en omstreeks 1700 was het aantal kooplieden dermate verminderd, dat de kerk dreigde teniet te gaan. Toen voerde men het besluit uit om beide Engelse kerken in de Wijnkoperskapel te verenigen, waardoor het leven gerekt kon worden, totdat met ingang van 1 juli 1839 de kerk bij koninklijk besluit werd opgeheven.” (Lips, o.c., p. 52-53)
Begraafboek Augustijnenkerk 23 okt. 1731: Johanna Elisabeth Armiger jonge dochter wonende in de Gravenstraat, in de Engelse kerk begraven, met twee koetsen extra.]
de Wijnkoperskapel
[1731: kapel en ijzerwaag, eigenaar: de stad Dordrecht
“Op de plaats van het gebouw van de gewezen openbare leeszaal en bibliotheek, Wijnstraat, stond voorheen een aantal merkwaardige gebouwen, die in de loop der geschiedenis tal van interessante instellingen herbergden. In 1841 moesten deze gebouwen verdwijnen om plaats te maken voor een koopmansbeurs, waarboven Dordrechts museum werd gehuisvest.” De wijnkopers stichtten in 1325 een kapel in de Wijnstraat, een tamelijk groot gebouw, dat was voorzien van grote gotische vensters en een torentje. Na de Hervorming (1572) was de tijd van de kapellen voorbij en werd de Wijnkoperskapel gebruikt als IJzerwaag, waarvoor het gebouw bij uitstek geschikt was. De Wijnstraat was namelijk breed genoeg om met ijzeren staven in en uit te gaan. In de Wijnkoperskapel was ook het Watergerecht van Dordrecht, dat alle verkopen van schepen, bijlbrieven (hypotheekbrieven op schepen), en andere zaken de scheepvaart betreffende behandelde. Voorts was er de gildekamer van de chirurgijns, waar geneesheren, zoals dr. Johan van Beverwijck en dr. Johan Becius, anatomische lessen gaven. In 1841 besloot het stadsbestuur van Dordrecht, dat de handel aan een nieuw gebouw toe was, en werden Wijnkoperskapel, de IJzerwaag en een aantal andere huizen afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe handels- en boterbeurs. Het torentje, de predikstoel en de banken werd overgebracht naar de Waalse kerk op de hoek van de Voorstraat en de Visstraat. In de loop van de negentiende eeuw liep de scheepvaart en daarmee de handel van Dordrecht gestaag achteruit en ging de beurs ten onder, hoewel niemand kan aangegeven wanneer dat precies gebeurde. De laatste botermarkt werd in ieder geval in 1939 gehouden. Een tijd lang huisvestte het gebouw op de bovenzalen het Dordrechts Museum, dat in 1904 echter naar de Museumstraat verhuisde. (Lips, o.c., p. 51 e.v.) Vervolgens werd het hele gebouw in beslag genomen door de Openbare Leeszaal en bibliotheek, welke inmiddels, na een aantal jaren onderdak gekregen te hebben in het Achterom, gevestigd is in een paar panden aan de Groenmarkt, waarvan de voormalige brouwerij “de Osch” deel uitmaakt.]

De voormalige Openbare Leeszaal in de Wijnstraat (bij de Botermarkt)

De Waalse kerk (links). Het torentje stond oorspronkelijk op de Engelse kerk in de Wijnstraat.
Johannes van Vegt
[ORA Dordrecht inv. 121: op 15 juni 1706 verkoopt Jan de Bedts, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Meijer Salomons, Jood wonende te Amsterdam, voor 2650 gl. aan Johannis van Vegt, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Pieter Onderwater, dat wordt bewoond door de weduwe van Samuel Kune, en het Stadswijncomptoir.]
de erfgenamen van Cornelia Bosman, laatst weduwe van Aalbert Cuijp
[I. Pieter Onderwater, gedoopt NG Amsterdam, 27 april 1651, jongman van Amsterdam, koopman, wonende te Dordrecht (1681), brouwer in “de Drie Leliën” (Voorstraat bij de Lombardbrug) *, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1728 (Pieter Onderwater, raad en vroedschap van Dordrecht, een wapenbord en twee paar sleepmantels, laat kinderen na), zoon van Mattheus Onderwater en Anna Cloeck, trouwde 1e NG Dordrecht 7/23 sept. 1691 Marija van den Brandelaer, jonge dochter van Dordrecht, wonende aldaar (1681), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 mrt. 1689 (een zwarte baar in de brouwerij “de Leliën” voor Marij van den Brandelaer, de vrouw van Pieter Onderwater, vier maal luiden),2e NG Dordrecht/Dubbeldam 19 nov./3 dec. 1690 Arendina Cuijp, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1659, dochter van Aelbert Cuijp, kunstschilder, # en Cornelia Bosman
# Aelbert Jacobsz. Cuyp, geboren Dordrecht okt. 1620 (vermoedelijk in het huis “de Cleijne Nachtegael” aan de Nieuwe Haven [Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20]), kunstschilder, diaken, ouderling, regent van het Heilig Geest- en Pesthuis ter Grooter Kerk, lid van de Hoge Vierschaar vanZuid-Holland,woonde sinds 1663 in een huis in de Wijnstraat bij de Wijnkoperskapel,begraven Dordrecht 15 nov. 1691 (in de Augustijnenkerk), trouwde Cornelia Boschman, weduwe vanJohan van den Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht,overleden in 1689
Kinderen (o.a., ex 1):
a. Maria Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1686
b. Mattheus Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 26 nov. 1687, volgt II
II. Mattheus Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 26 nov. 1687, jongman van Dordrecht (1719), brouwer in “de Drie Leliën” *, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 april/17 mei 1719 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter Onderwater, lid van de oudraad te Dordrecht, de bruid met haar ouders Pieter van Brandwijk van Bloklandt, acht- en veertigraad van Dordrecht, en Geertruijt Franken) Adriana Brandwijk van Bloklandt, jonge dochter van Dordrecht (1719)
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 199v e.v.: op 11 juli 1737 verkopen Maria Onderwater, wonende te Dordrecht, voor drie achtste parten, en Pieter de Ruijter, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Dibbitz, kolonel van een regiment infanterie in Nederlandse dienst, voor een achtste part, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Buijk te Leiden op 15 juni 1737, en notaris Pieter de Ruijter nog als procuratie hebbende van Adriana van der Meij, weduwe en erfgename van Jan van de Corput, krachtens diens testament gepasseerd voor notaris C. Baart te Haarlem op 19 nov. 1726, voor een achtste part, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Aalst de Bruijn te Haarlem op 15 juni 1737, voor 688 gl. 13 st. 7 p. aan Mattheus Onderwater, burgemeester van het Gerecht en lid van de Oudraad te Dordrecht, hun resp. aandelen in een huis in de Wijnstraat aan de waterzijde omtrent het Wijncomptoir, staande tussen de raffinaderij van Hermanus van Streeffkerk, vanouds genaamd “het Beertje”, en het huis van Johan van Vegt. De overige drie achtste parten van dit huis komen toe aan de koper.
ORA Dordrecht inv. 1654, f 228v: op 24 dec. 1737 verkoopt Mattheus Onderwater voor 1250 gl. aan Pieter Keur, koopman, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent het Wijncomptoir, staande tussen de raffinaderij van Hermanus van Streeffkerk, vanouds genaamd “het Beertje”, en het huis van Johan van Vegt, vanouds genaamd “de Wijngaert”.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 146: op 25 febr. 1768 verkopen Daniël Jan Graswinkel, oud-commissaris van de Kleine Bank van Justitie te Haarlem en koopman te Rotterdam, en diens vrouw Catharina Maria Keur, voor 3250 gl. aan Roelanda van Aken, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Engelse kerk, staande aan de havenzijde tussen het huis van de weduwe van Jan Marcelis en dat van ds. Arent Brouwer Semeins. ]
Jacob Huier [knopenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 77v: op 21 dec. 1723 verkoopt Elisabeth Faljaarts *, weduwe van Abraham Dorsman, voor 300 gl. aan Adriaan de Nooij, pruikenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van Pieter Onderwater c.s.
* Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 24 okt. 1731: Lijsbet Falijers, weduwe van Ab. Dorsman aan de Wijnbrug in de Wijnstraat, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 104 e.v.: op 5 febr. 1728 verkoopt Adriaan de Nooij, pruikenmaker en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jacob Huur, knopenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Hengstensteiger [Kleine Kraansteiger], staande tussen die steiger en het huis van juffrouw Ceure. De koper is schuldig aan Arij de Bie een bedrag van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 160: op 2 mei 1731 verkoopt Jacob Huir, knopenmaker en burger van Dordrecht, voor 480 gl. aan Davidt Horstman en Egbert van Streeffkerk sledenaar, burgers van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van Mattheus Onderwater.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 187 e.v.: op 6 sept. 1731 verklaren Hermanus van Streeffkerk, burger van Dordrecht, Egbert van Streeffkerk en Davit Horstman, kooplieden en suikerraffinadeurs te Dordrecht, schuldig te zijn aan Aletta van Rhijn, weduwe van Elias Dalibert, koopvrouw te Dordrecht, een somma van 4000 gl., verbindende hun suikerraffinaderij, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van Mattheus Onderwater, oudraad en thesaurier van Dordrecht. Hermanus van Streeffkerk verbindt tevens twee huizen op de Varkenmarkt, het ene staande aan de havenzijde tussen het huis van Jan Giltaaij en dat van Gideon de Bondt, en het tweede aan de overzijde tussen de slepersstal en het huis van de weduwe Meusel.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 201v: op 30 juni 1740 verkopen Hermanus en Egbert van Streeffkerk, burgers van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Cornelia de Groot, weduwe van Pieter Keur, een huis in de Wijnstraat, “geapproprieert” tot een suikerraffinaderij, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van de koopster.
ORA Dordrecht unv. 1665, f. 38 e.v.: op 3 juli 1766 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van David Jan Graswinkel, oud-commissaris van de Kleine Bank van Justitie te Haarlem en koopman te Rotterdam, als man van Catharina Maria Keur, Catharina Maria Keur zelf, en Dirk Hendrik Keur, regerende schepen te Woerden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Jacobi te Rotterdam op 7 mei 1766, voor 2700 gl. aan Arent Brouwer Semeins, predikant van de NG gemeente te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van de verkopers.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 255v: op 9 dec. 1779 verkopen “Mr. Coenraad Brender a Brandis, Practiserend advocaat en Notaris alhier, als Last en procuratie hebbende van de Wel Edele Gestrenge Heer Mr: Jan van Romond, Raad in de vroedschap en Oud Schepen van Enkhuisen, mitsgrs. Dijkgraaf van Dregterland, en Contrarolleur van de Convoijen en Licenten &a:&a: als in huwelijk hebbende de vrouwe Catharina Semeijns met haren voorn: man geadsisteert, en tot ’t passeeren der Procuratie gequalificeert, en de Heer Mr: Dirk Semeijns, Practiserend advocaat alhier, dan thans wonende te Enkhuisen, en beide eenige nalatene Kinderen en universele Erfgenamen wijlen haren vader den Wel Eerwaarde heer Arent Brouwer Semeijns in leven Predikant binnen deze Stad, volgens dezelve Procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Anthonij Bartelink, en zekere getuigen te Enkhuisen residerende van dato den 21 October 1779”, voor 6150 gl. aan Nicolaas Tiboel, ten behoeve van diens vrouw Margareta Cloot, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van juffr. Van Aaken.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 7v: op 22 jan. 1793 verkoopt “Matthijs Balen, in den Achten dezer Stad in qualiteit als door wijlen Vrouwe Margaretha Cloot weduwe wijlen den Heere Nicolaas Tieboel gewoond hebbende en overleden alhier bij haar Testamentaire dispositie verleden voor Jan Hendrik Schultz van Haegen als Notaris alhier residerende en zekere getuigen in dato den 17e November 1790 gestelde Executeur in haren boedel”, voor 5700 gl. aan Roeland Leonard van Dam, schepen van het Watergerecht te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Nieuwbrurg een Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de koper en de Hengstensteiger.]
[De Hengstensteiger.]

Wijnstraat tussen het huis “Hollant” en de Botermarkt (mrt. 2016)
Adrijaen van den Broek [mr. beeldhouwer]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 106v: op 11 mei 1724 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan en Gerard van Leeuwen, voor zichzelf en tevens als voogden van hun in het buitenland verblijvende broer, Simon van Leeuwen, Arent Pijll en zijn vrouw Catharina van Leeuwen, en Theodorus Brouwer, schepen van Enkhuizen, en zijn vrouw Maria van Leeuwen, allen kinderen van wijlen Alida van der Nedt, weduwe van mr. Johan van Leeuwen en dochter van wijlen Beata de Haan, laatst weduwe van mr. Simon van Leeuwen, griffier van de Hoge Raad van Holland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van Alphen te Leiden op 24 april 1724, voor 500 gl. aan Adriaan van den Broeck, mr. beeldhouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengesteiger en het huis van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, achtraad van Dordrecht.]
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 117 e.v.: op 7 mei 1733 verkoopt Adriaan van de Brock [sic], burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Thomas Geerkens, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Hengstensteiger en het huis van mr. Pieter van Blokland.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 153v e.v.: op 27 nov. 1764 verkoopt Thomas Geerkens, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 365 gl. aan mr. Pieter Matthijs Beelaerts, heer van Emmikhoven etc., schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Blusze en de Hengstensteiger.]
mr. Pieter Brandwijk van Blocklant
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 192: op 12 mei 1740 verkoopt mr. Pieter Brandwijkvan Blokland, veertigraad van Dordrecht, voor 4200 gl. aan mr. Lambert Jacob van Tets, oud-mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een huis in de Wijnstraat omtrent de IJzerwaag, staande tussen het huis van Nicolaas Staphorst en dat van Thomas Geerkens.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 79v e.v.: op 27 okt. 1750 verkoopt mr. Nicolaas Besoijen, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Lambert Jacob van Tets, baljuw en raad van Veere, voor 5210 gl. aan Johan Bluszee, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen de Gravenstraat [sic] en de Wijnbrug, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Adriaan Braats en dat van Thomas Geerkens.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 60: op 17 april 1783 verkoopt Geertruij van Lodensteijn, weduwe van Johan Bluszé, voor 6000 gl. aan Nicolaas Rovers, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen Gravenstraat en Wijnbrug, belend aan de ene zijde door zekere steiger en aan de andere door het huis van de erfgenamen van de weduwe van burgemeester Adriaan Braats.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 115v: op 11 sept. 1787 verkopen Nicolaas Rovers, med. doctor, en diens vrouw Sophia Cornelia van Andel, wonende te Dordrecht, voor 5200 gl. aan mr. Pieter van der Star, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen Gravenstraat en Wijnbrug, belend door zekere steiger aan de ene zijde en het huis van burgemeester Gevaerts aan de andere.]
Nicolaas Staphorst
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 229v: op 27 juni 1747 verkoopt Elisabeth Staphorst, als procuratie hebbende van haar vader, Casparus Staphorst, wonende te Kleef, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Kleef op 2 mei 1747, voor 610 gl. aan Adriaan Braats, heer van Geervliet etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Wijnbrug en de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik Besooijen en dat van de heer Van Test.]
de weduwe van Hendrik Besoeije
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 156: op 23 mrt. 1725 verkoopt mr. Carel Jan van der Heijde de Gouda, burgemeester van Breda, als man van Maria Hellewig van Alsem, dochter van Beata de Haan, in haar leven weduwe van mr. Sijmon van Leeuwen, griffier van de Hoge Raad van Holland, “sijnde dvoorn. vrouwe Maria Hellewig van Alsem, ’t naarvolgende huijs geprelegateert volgens de testamentaire dispositie”, gepasseerd voor notaris Andries Cant te Dordrecht op 17 aug. 1720, voor 2400 gl. aan Maria Anna Trellecatius, weduwe van Hendrick Besoije, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw van Meeuwen en dat van de erfgenamen van Nicolaas Staphorst.]
Catarina Paradijs
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 173v: op 11 nov. 1728 verkoopt Gerard van Leeuwen van Wusthuijsen, baljuw van de Hoge en Lage Zwaluwe, voor 6000 gl. aan Catharina Paradijs, “bejaarde” ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik van Besoijen en dat van Mattheus Coddeus, veertigraad van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 240 e.v.: op 16 mei 1771 verklaart Isaac Issendorp, wonende te Wijngaarden, schuldig te zijn aan Helmert Backer, wonende te Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het pakhuis van Kisselius en Van Ourijk en de stal van Anthonij Meloen, welk huis hem bij akte dd 2 mrt. 1751, verleden voor notaris P. Gulik te Amsterdam, aan hem, verkoper, door zijn twee broers, die mede-erfgenamen waren van zijn vader Hendrik Issendorp, uit diens nalatenschap is overgedragen.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 64: op 8 sept. 1774 verkoopt Albert Veldhoven, kassier van de Bank van Lening te Dordrecht, als erfgenaam van Isaac Issendorp, die in Ruijbroek is overleden, voor 3000 gl. aan Willem Pieter Figters en Arij Meloen, beiden wonende te Dordrecht, een huis met een kelder eronder, staande in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat tussen het huis van Van Volkom en Van Meteren en de stal van Anthonij Meloen.]
mr. Matheus Coddeus
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 79v: op 7 febr. 1764 verkoopt Aalbert Velthoven, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isaaccq Issendorp, wonende in Ruijbroek, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Wijngaarden en Ruijbroek, voor 600 gl. aan Anthoni Meloen, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Isaacq Issendorp en dat van Nicolaas Noteman. Bij de koop niet inbegrepen zijn het secreet, “springende van agter over het plankier” van het huis, en het “buijstelpatje”.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 183v: op 26 juni 1788 verkopen Anthonij Meloen, vleeshouwer, en zijn vrouw Adriana van de Grient, wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Francois Meloen Anthonijsz., vleeshouwer, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannis Noteman en dat van dr. Herman van der Star, alsmede een stal of pakhuis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Arij en Jan Meloen en dat van Johannis Noteman.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 178: op 22 sept. 1791 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Pieter Papillon, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de boedel van Franchois Meloen Anthonijsz., voor 3350 gl. aan Anthonij Fockert, notaris te Dordrecht,een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent de Gravenstraat, staande tussen de huis van dr. Herman van der Star en dat van de broodbakker Noteman.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 271: op 26 juli 1792 verkoopt Anthonij Fockert, notaris wonende te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Peter Gaberel, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van dr. Herman van der Star en dat van de broodbakker Jan Noteman.]
Adrijaan Plomp [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 132 e.v.: op 6 aug. 1706 verkoopt Johannes Couwenhoven, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacobus Moliers, weduwnaar en erfgenaam van Maria Soupart, voor drie vierde delen, en van Hermanus van Megen, apotheker te Dordrecht, weduwnaar van Anna van Ven, dochter en erfgename van Maria Soupart, voor een vierde deel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. de Guijlicker op 3 aug. 1706, voor 1500 gl. aan Arij Plomp, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de heer Codeus en dat van de weduwe Nering. De koper is schuldig aan Quirijnis van der Heijs, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 163: op 22 mei 1731 verkoopt Arij Plomp, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 1050 gl. aan Johan Verop, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Hollandt”, staande tussen het huis van Mattheus Coddaeus en dat van Johan van Stok.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 24 e.v.: op 18 mrt. 1738 verkopen Nicolaas Schatteling en Reijer van Sprang, burgers van Dordrecht, als voogden over de twee minderjarige kinderen van wijlen Jan Verop, overleden te Dordrecht, en als procuratie hebbende van Magdalena Verop, meerderjarige dochter van Jan Verop, voor 2065 gl. aan Marijke van de Grient, weduwe van Anthonij van de Grient, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Mattheus Coddaeus en dat van N. IJssendorp.
ORA Dordrecht inv.1656, f. 150: op 14 febr. 1743 verkoopt Mels van de Grient, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 1550 gl. aan Jan de Haen, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Hollandt”, staande tussen het pakhuis of deel van de raffinaderij van Isaacq Issendorp en het huis van Mattheus Coddaeus.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 162v: op 20 jan. 1784 verkoopt Nicolaas Noteman, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan zijn zoon Johannis Noteman Nicolaasz., bakker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Hollandt”, staande tussen de stal van Anthonij Meloen en het woonhuis van Anthonij Meloen.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 79v: op 28 okt. 1800 verkoopt Bastiaan Boets, metselaarsbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Noteman, wonende te Schoonhoven, volgens procuratie gepasseerd op 30 dec. 1798 ten overstaan van notaris Th. de Moor te Schoonhoven, voor 1300 gl. aan Nicolaas Noteman, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen het huis van M. Westerouen van Meeteren en dat van Pieter Gabriel.]

De Wijnstraat tegenover de Gravenstraat met bij de bushalte het “’t Huys genaemt Hollant” (april 2014).

Hierboven en hieronder: de gevelstenen van “’t Huys genaemt Hollant”.

Foto: www.gevelstenen.net.
Johannes Stok
[tegenover de Gravenstraat]
de weduwe en zoon van Dirk Stok
[woonhuis en deel van de raffinaderij
Dirk van Stock kocht op 23 mei 1716 voor 1375 gl. een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat. “Het gekochte huis stond vanouds bekend onder de naam Die Matte en lag naast “’t Huys genaemt Hollant”, waarvan de oude gevelstenen nog steeds op die plek zijn ingemetseld.” (Een zoete belofte, p. 84)
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 93 e.v.: op 23 mei 1716 verkoopt Johan Neringh, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis van Hombroek, als man van Magteltie Neringh, Pieter Vernimme, als man van Helena Neringh, Cornelis en Hendrik Neringh,en Pieter van Gelder, als man van Berbera Neringh, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Schift, weduwe van Cornelis Neringh, voor 1375 gl. aan Diderik van Stock, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan Prinse en dat van Arij Plomp.]
de weduwe en zoon van Dirk Stok
[raffinaderij.
Deze suikerraffinaderijstond tussen de Nieuwbrug en de Wijnbrug, en werd ca. 1700 gesticht door Joachim van Stock in het huis, dat al sinds de middeleeuwen bekend stond onder de naam “Beaumont”, welk huis hij in 1699 gekocht had van de weduwe Neuspitser. (Een zoete belofte, p. 83)
ORA Dordrecht inv. 1637, f. 42: op 23 april 1699 verkoopt Dirck Stoop, werkmeester, wonende te Dordrecht, als gemachtigde van de diakenen van de NG gemeente te Amsterdam, die geïnstitueerde erfgenamen zijn van wijlen Maria Ouzeel, weduwe van Jan van Bercken, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Backer te Amsterdam op 27 nov. 1698, voor 1200 gl. aan Joachum van Stock een huis in de Wijnstraat tussen de Nieuw- en de Wijnbrug, aan de ene zijde belend door het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van rector Neuspitser, en aan de andere zijde door het huis van Crijnis van der Heijs vleeshouwer, welk huis is nagelaten door voornoemde Maria Ouzeel.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 157: op 19 mei 1722 verkoopt Joan Prinsen, koopman te Dordrecht, voor 3400 gl. aan Joan van Stock, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Dirck van Stock, koopman te Dordrecht, en diens pakhuis
ORA Dordrecht inv. 816, f. 210v: op 18 dec. 1731 verklaart Adriaan Papegaaij, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna Calkberner, weduwe van Dirk van Stock, en Johan van Stock, kooplieden in compagnie, wonende te Dordrecht, dat zijn constituanten schuldig zijn aan Magdalena Gevaerts, weduwe van Adriaan van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, een somma van 6000 gl., verbindende een [suiker] raffinaderij met alle daartoe behorende gereedschappen, een huis daarnaast, nog een huis naast het vorige, en een pakhuis daarnaast, staande alle vier [in de Wijnstraat tussen de Nieuwbrug en de Wijnbrug] tussen het huis van Crijn van der Heijst, vleeshouwer en burger van Dordrecht, en het huis van Jan Verop.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 99v e.v.: op 29 mei 1736 verkoopt Andries de Bruijn, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna Kalkberner, weduwe van Dirk van Stock, en van Cornelia Issendorp, weduwe van Johannes van Stock, voor 6400 gl. aan Hendrick Issendorp, koopman te Amsterdam, een raffinaderij, twee woonhuizen en een pakhuis, staande naast elkaar in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat tussen het huis van Quirijn van der Heijst en dat van Jan Verhoep.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 5 e.v.: op 8 febr. 1757 verklaart Isaak Issendorp, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria en Willemina Morks, inwoners van Dordrecht, een somma van 3000 gl., verbindende zijn “block”, bestaande uit vier percelen, t.w. een woonhuis, een suikerraffinaderij en pakhuizen, welke hem ingevolge een akte dd 2 mrt. 1751, verleden voor notaris P. Gulik te Amsterdam, door zijn twee broers, als mede-erfgenamen van hun vader, Hendrik Issendorp, zijn aanbedeeld uit diens nalatenschap. De percelen worden belend door het huis van Franchois en Maaijke van der Heijst aan de ene zijde en het huis van Nicolaas Noteman aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 222 e.v.: op 19 dec. 1765 verkoopt Aalbert Velthoven, als procuratie hebbende van Isaacq Issendorp, wonende te Ruijbroek, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Wijngaarden en Ruijbroek op 6 april 1765, voor 500 gl. aan Johannes, Anthonij en Isaacq Kisselius en Hendrik van Ourijck, kooplieden in compagnie te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Isaacq Issendorp en de raffinaderij van Arnoldus Bakker. Koopvoorwaarden zijn o.a. dat het huis overgedragen wordt in dezelfde staat, waarin het door de tegenwoordige huurder is gebruikt, dat zekere kamer of grote zaal met zijn loden plaat en koepel daarachter, “springende over, en in het voors. nu getransporteert wordende huijs”, behorende bij het huis van Issendorp, dat thans verhuurd is aan dr. Hermanus van der Star, “desselfs ligt en uijtzigt” zal behouden over de haven, en dat alle houten rekken en al het latwerk, dat door de huurder in het huis is aangebracht “en tot de karotte Fabricq [tabaksverwerking]thans in gebruijk”, zullen mogen worden afgebroken en verwijderd.
ORA Dordrecht inv. 56v e.v.: op 2 juni 1772 verkoopt Hugo Kimijser, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannis Kisselius, medicus te Dordrecht, voor een vierde part, en van diens broer Isaac Kisselius, suikerraffinadeur te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. Blauwduif te Amsterdam op 15 mei 1772, voor een vierde part, en van Anthonij Kisselius, wonende te Dordrecht, voor 375 gl. aan Hendrik van Ourijk, wonende te Dordrecht, drie vierde parten in een huis of pakhuis, staande in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug aan de havenzijde tussen het huis van IJsaac IJssendorp en de raffinaderij van Van Meteren en Van Volkom, waarvan het resterende vierde part aan de koper toebehoort.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 153v: op 8 april 1773 verkoopt Hendrik van Ourijk, koopman en veertigraad van Dordrecht, voor 1490 gl. aan Pieter van Volkom een vierde part, aan Mattheus van Meeteren drie achtste parten, aan Dirk Wilhelmus van Meeteren een vierde part en aan Christoffel van den Brink, een achtste part in een pakhuis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Isaacq Issendorp en de raffinaderij van Van Meeteren en Van Volkom.]
[Het volgende perceel is kennelijk ca. 1763 afgesplitst van het voorgaande.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 27: op 10 mei 1763 verkoopt Aalbert Veldhoven, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isaacq Issendorp, wonende te Ruijbroek, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Wijngaarden en Ruijbroek op 6 april 1763, voor 1875 gl. aan Balthazar van den Broeck, raffinadeur en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Isaacq Issendorp en dat van Maaijke van der Heijst.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 217: op 5 dec. 1765 verkoopt Balthazar van den Broeck, burger van Dordrecht, voor 3800 resp. 1200 gl. aan Arnoldus Bakker, koopman te Dordrecht, een raffinaderij, staande aan de Nieuwbrug in de Wijnstraat, met alle bijbehorende gereedschappen, roosters onder de pannen en planken onder de stoven, alsmede twee kachels, die nog in het huis van Issendorp staan, staande tussen het huis van Maaijke van der Heijst en het pakhuis van Johannes Kisselius en co., alsmede verkopers woonhuis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Frans Baltz en dat van Gijsbert Beudt.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 41: op 31 juli 1766 verkoopt Jan Backer, koopman te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn broer Arnoldus Bakker, koopman te Dordrecht, voor 3500 gl. aan Pieter van Volkom enJan Hendrik Schefffer, raffinadeurs te Dordrecht, een suikerraffinaderijin de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Maaijke van der Heijst en het pakhuis van Kisselius en Van Ourijk.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 104: op 30 juli 1767 verkoopt Pieter van Volkom, raffinadeur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Hendrik Scheffer, meerderjarige ongehuwde persoon, raffinadeur te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Mattheus van Meteren, koopman in wijnen te Dordrecht, de helft in den suikerraffinaderij, staande in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug tussen het huis van Maijke van der Heijst en het pakhuis van Kisselius en Van Ourijk.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 153: op 19 april 1768 verkoopt Pieter van Volkom, raffinadeur te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Jan Hendrik Vrees, zijn compagnon, een vierde deel in een raffinaderij, staande in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug tussen het huis van Maaijke van der Heijst en het pakhuis van Kisselius en Van Ourijk. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 625 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 88v: op 13 okt. 1772 verkoopt Jan Hendrik Vrees, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Mattheus van Meteren, koopman te Dordrecht, een vierde deel van een suikerraffinaderij in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Maaijke van der Heijst en het pakhuis van Hendrik van Ourijk.]
Krijn van der Heijst [vleeshouwer]
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 113: op 27 mrt. 1698 verkoopt Lijntje Jacobsdr. van Loo, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan Chrijnis van der Heijs, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan van Orsou en dat van de erfgenamen van Arijen Moerbeeck.
ORA Dordrecht inv, 1669, 189v: op 17 juni 1777 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als door het overlijden van Gijsbert Beudt, med. doctor en achtraad van Dordrecht, enige overgebleven executeur in de boedel van Maaike van de Heijs, die onlangs in Dordrecht is overleden, voor 2620 gl. aan Dirk Wilhelmus van Meeteren, koopman wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Wolfers en de raffinaderij van Van Volkom, Van Meteren en co.]
Johannes Piket
[de Nieuwbrug]
Abram Piwol [Pirol, mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 119: op 29 juli 1710 verkoopt Aelbert Carstendijck, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Nicolaas Cool, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Jannetie Jansdr. Krijgsman, voor 800 gl. aan Abraham Pirool, mr. smid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Nieuwbrug en het huis van juffrouw Kuijkhoven. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 300 gl.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 108 e.v.: op 23 mei 1724 verkoopt Adriaan van den Broek, beeldsnijder en burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Abraham Pirol, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis “op de” Nieuwbrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis van Limmen.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 99v e,v,: op 11 jan. 1753 verkoopt Maaijke Hanegraaff, weduwe van Abraham Pirool, wonende te Dordrecht, voor 510 gl. aan Hendrik van Scheers, mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Nieuwbrug en de raffinaderij van Den Oude en Van den Broek. De koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 250 gl. Dezelfde verkoopster verkoopt voor 250 gl. aan Willem Steenbergen, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van David Hoffmeijer en het huis, dat op dezelfde dag is getransporteerd aan Hendrik van Scheers. De koper is schuldig aan Jeremias Geerling, predikant te Dordrecht, een somma van 250 gl.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 294v: op 22 nov. 1792 verkoopt Geertruij van der Heiden, weduwe van Hendrik van Scheers, voor 1600 gl. aan Gerrit Bommius, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de opgang naar de Nieuwbrug en de raffinaderij van Kisselius.]
de weduwe Van Kuijkhoven
[1731: verhuurd
Eleonora Maria Hoijnck van Papendrecht, geboren Papendrecht 15 juni 1657, overleden in 1741, dochter van Cornelis Hoijnck van Papendrecht (sedert 1652 heer van Papendrecht en Matena) en Maria Oem, trouwde 1689 Johannes van Kuijckhoven.(http://blokland.dordtenazoeker.nl/papendrecht_deel3e.htm)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 99 e.v.: op 26 mrt. 1733 verkoopt Hendrik van Kuijkhoven, wonende op het Huis te Papendrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Eleonora Maria Hoijnk van Papendrecht, weduwe van Johan van Kuijkhoven, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Papendrecht op 31 mei 1731, voor 1000 gl. aan Paulus den Beste en Co., wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Abraham Pirol.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 124v: op 11 okt. 1736 verkopen Paulus den Beste en Joost Hendrik Scheffer, kooplieden te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Maarten Veen, koopman te Dordrecht, twee derde parten van een huis, dat ingericht is als suikerraffinaderij, staande in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Abram Pierol. Het resterende derde part is eigendom van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 168v e.v.: op 10 mei 1759 verkoopt Martinus den Oude, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Johannes en Anthonij Kisselius, burgers van Dordrecht, de helft van een suikerraffinaderij, staande in de Wijnstraat bij Nieuwbrug tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Jan van Scheers, waarvan de wederhelft toebehoort aan Balthazar van den Broek.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 199v e.v.: op 18 nov. 1762 verkoopt Balthasar van den Broek, raffinadeur te Dordrecht, aan Hendrik van Ourijk, koopman te Dordrecht, voor 500 gl. een vierde part ineen suikerraffinaderij en woonhuis, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Jan van Scheers, waarvan de overige drie vierde parten toebehoren aan de koper voor een vierde part en de helft aan Jan en Anthonij Kisselius.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 12: op 1 mrt. 1763 verkoopt Jan Veltman, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Balthasar van den Broek, wonende te Dordrecht, voor 1805 gl. aan Isaac Kisselius, koopman te Dordrecht, een vierde part in een huis, dat is ingericht als suikerraffinaderij, met alle daartoe behorende gereedschappen, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Jan van Scheers. De resterende drie vierde parten van de raffinaderij etc. behoren toe aan dr. Johannes Kisselius, Anthonij Kisselius en Hendrik Doll van Ourijk.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 193v: op 23 mei 1765 verkopen Bathasar en Catharina van den Broek, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Johannes, Anthonij en Isaacq Kisselius, kooplieden in compagnie te Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe Steenbeek en dat van David Hofmijer.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 61v: op 6 sept. 1774 verkoopt Aart van der Straten, als procuratie hebbende van Isaac Kisselius, koopman wonende te Amsterdam, voor 600 gl. aan dr. Johannes Kisselius en Anthonij Kisselius, kooplieden te Dordrecht, een vierde part in een suikerraffinaderij annex woonhuis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hendrik de Kievit en het huis van Jan van Scheers, alsmede een vierde deel in een huis, staande op de Nieuwbrug, waarvan het resterende vierde deel reeds aan de kopers toebehoort, staande tussen het huis van de weduwe Steenbeek en dat van David Hofmeijer.]
Henderik Kivit [mr. draaier]
[ORA Dordrecht 1646, f. 81: op 5 mei 1716 verkoopt Cornelia de Roovere, vrouw van Brandwijk, weduwe van Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, heer van Brandwijk en Gijbeland, voor 1800 gl. aan Hendrik Kievit, mr. draaier en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, recht tegenover het huis van verkoopster, staande tussen het huis van de weduwe Prinse en dat van juffrouw Kuijkhoven.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 sept. 1731: Zelia Stempels, de vrouw van Henderick de Kievit, bij de Nieuwbrug in de Wijnstraat, met koetsen, laat kind na.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 39 e.v.: op 14 juni 1757 verklaart Hendrik de Kievit, mr. draaier en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Beest, weduwe van Adolph Standert, koopvrouw te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen de raffinaderij van Den Oude en Van den Broek en het huis van Jan Prinsen.]
de weduwe van Pieter Prinse
[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 juni 1731: Pieter Prinsen in de Wijnstraat bij de Engelse Kerk, één koets extra, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 34: op 17 juni 1760 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Gijsbert Prinse, koopman te Gorinchem, en van Johan Prinse, koopman te Rotterdam, alsmede Dirk Prinse, koopman te Dordrecht, enHendrik Prinse, apotheker te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Ida Prinse, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, en van Johanna van Driel, weduwe van Pieter Prinse, wonende te Dordrecht, die bij akte op16 febr. 1758 gepasseerd voor notaris Anthonij Bax is aangesteld tot voogdes over haar kinderen, verwekt door Pieter Prinse, samen kinderen, nakomelingen en erfgenamen ab intestato van Johan Prinse, koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Willem van den Burchgraaff, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder of pakhuis daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Nieuwbrug en de Schrijversstraat aan de havenzijde, belend door het huis van Jan de Witt aan de ene zijde en dat van Hendrik de Kievit aan de andere.]
Joan Voss
[ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. : op 29 juni 1728 verkoopt Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht, voor805 gl. aan Jan Vosch, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug aan de waterzijde, staande tussen het huis van de weduwe Prinse en dat van Pieter Jansz. Bosch. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 650 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 71 e.v.: op 23 okt. 1738 verkoopt Jan Vos, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Jan de Witt, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Prince en dat van de weduwe van Pieter Bos. De koper is schuldig aan Quirijn van der Heijst, burger van Dordrecht, een bedrag van 900 gl.]
Pieter Bos
[ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. 23v e.v.: op 20 mei 1727 verkopen Adriaan Hooijman, burger van Dordrecht, als man van Anna de Meijer, dochter van Hendrik de Mijer, en tevens vervangende Christoffel en Elisabeth de Mijer, kinderen van Hendrik de Mijer, alsmede Willem van Nispen en Thomas van Hoogstraten, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Hendrik de Mijer, voor 550 gl. aan Pieter Jansz. Bos, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Kraan, staande tussen het huis van Anthonij van Asperen en dat van de weduwe Van Eijsden. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 250 gl. dd 21 sept. 1719, die Pieter Bruijn op het huis sprekende heeft.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 77 e.v.: op 11 nov. 1727 verklaart Pieter Jansz. Bosch, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jennekenvan Eijsden, weduwe van Pieter Meesters, een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent de Kraan, staande tussen het huis van Anthonij van Asperen en dat van de weduwe Van Eijsden.]
kolonel Vilatte
[1731: woonhuis en koetshuis
ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. 179 e.v.: op 23 nov. 1728 verkoopt Jacob Beudt, notaris te Dordrecht, als procuratie van hebbende van Jurriaen Burgers en diens vrouw Maria Snep, voor 1035 gl. aan Hendrik van Vilatten, kolonel in Nederlandse dienst, een huis in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, staande op de hoek van de Grote Kraan tussen die kraan en het huis van Pieter Jansz. Bosch.
ORA Dordrecht inv, 1658, f. 10 e.v.: op 16 april 1748 verkoopt mr. Cornelis de Witt, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik van Vilatten, heer van Gendt en Erlecom, luitenant-generaal en kolonel van de infanterie in Staatse dienst, wonende te Nijmegen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van den Bos te Den Haag op 1 mrt. 1748, voor 500 gl. aan Matthijs Marchal, koopman te Dordrecht, een koetshuis en stal met een woning daarachter, staande in Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het de Grote Kraan en het huis van de weduwe van Pieter Jansz. Bos.]
(de Grote Kraan)
Johan de Haan
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 117v: op 13 mei 1714 verkoopt Maaijken Barthout, weduwe van Jan van Eijsden, inwoonster van Dordrecht, voor 1210 gl. aan Johan de Haan mr. timmerman een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, met een wijnkelder eronder en erachter, met nog een aparte woning, staande op de hoek van de Grote Kraan.
ORA Dordrecht inv. 818, f. 36: op 26 mei 1735 verkoopt Jan de Haan, mr. timmerman te Dordrecht, voor 700 gl. aan Margarita Broeders, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Kraan, staande tussen die Kraan en het huis van de weduwe Terwen.]
Cornelis Verveer
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 111: op 5 mei 1733 verkoopt Cornelis Verveer, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Catharina van der Velden, weduwe van Jacobus Terwen, burgeres van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat dicht bij de Stadskraan, vanouds genaamd “den Klijnen Bijtel”, staande tussen het huis van Jan Prince en dat van Jan de Haan.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 133v: op 30 okt. 1742 verkoopt Catarijna van der Velde, weduwe van Jacob Terwe, wonende te Dordrecht, voor 500 gl. aan Jurrie Asbeek, burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Klijnen Bijtel”, staande in de Wijnstraat bij de Kraan tussen het huis van Marija Broeders en het pakhuis van Jan Prinsen.]
Johan Prinse [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 102: op 1 okt. 1726 verkoopt notaris Pieter Venlo, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 102 gl. aan Jan Prinsen, koopman te Dordrecht, een huis, staande schuin tegenover de Schrijversstraat omtrent de Wijnkraan, belend door het huis van Cornelis Verveer aan de ene zijde en dat van dezelfde Verveer aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 34: op 17 juni 1760 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Gijsbert Prinse, koopman te Gorinchem, en van Johan Prinse, koopman te Rotterdam, alsmede Dirk Prinse, koopman te Dordrecht, enHendrik Prinse, apotheker te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Ida Prinse, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, en van Johanna van Driel, weduwe van Pieter Prinse, wonende te Dordrecht, die bij akte dd 16 febr. 1758, gepasseerd voor notaris Anthonij Bax, is aangesteld tot voogdes over haar kinderen, verwekt door Pieter Prinse, samen kinderen, nakomelingen en erfgenamen ab intestato van Johan Prinse, koopman te Dordrecht, voor 630 gl. aan Anthonij Knogh, koopman te Dordrecht eenpakhuis met een kelder daaronder, staande in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat aan de havenzijde tussen het huis van Catharina Verveer en dat van Jan van der Wulp.]
Cornelis Verveer
Willem Kluijt [apotheker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 38v: op 11 juli 1720 verkoopt Jan Kluijt, inwoner van Dordrecht, als procuratie hebbende van Francina van Diemen, weduwe van Godfried Schalken, kunstschilder in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Tinge te Den Haag op 6 juli 1720, voor 1225 gl. aan zijn zoon Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Gijsbert van de Kemp en dat van de erfgenamen van Jan Jooste Vileboort.]
Joan van der Kemp [grutter]
[1731: woonhuis, verhuurd, en korenzolders]
de weduwe van Pieter Knok
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 148v e.v.: op 2 nov. 1719 verkoopt Willem Pasman, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Debbets, luitenant-kolonel in Nederlandse dienst, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. van Krombrugge te Leiden op 1 juli 1719, voor 700 gl. aan Johannis Knogh, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Jan van de Kemp grutter en het huis, dat wordt bewoond door David van Doeijenburgh commies ter recherche.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 120v: op 10 okt. 1724 verkoopt Dirk van den Bogaart, inwoner van Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria van Dorre, weduwe van Jan Knogh, volgens het testament gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht [datum niet vermeld], voor 2000 gl. een huis in de Wijnstraat recht tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Jan van der Kemp en dat van N. Hopman, vanouds genaamd “Kranenburgh”. ]
Sijmon de Vries en de erfgenamen van Barent Hopman
Willemina Kop
de weduwe van Gerrit de Vlugt
Hubert de Haan [mr. huistimmerman]
Willem Bleekaert [Blecourt]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 5v e.v.: op 8 febr. 1720 verkopen Maria Valentijn, weduwe van Bartholomeus Forcade, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht, voor zichzelf en als mede-erfgename van haar overleden man, en Samuel Masson, predikant in de Engelse gemeente te Dordrecht, en Francois du Court, koopman, als voogden over Philip Forcade, zoon en mede-erfgenaam van Bartholomeus Forcade, voor 1000 gl. aan Martinus van Thoulon, commies ter recherche in Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Johan Hopman, commies ter recherche te Rotterdam, en het huis van Huijbert de Haen, mr. huistimmerman.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 220v e.v.: op 26 febr. 1726 verkoopt Martinus van Toelon, commies ter recherche wonende in Dordrecht, voor 1250 gl. aan Willem de Blecourt, commies ter recherche te Breda, een huis in de Wijnstraat bij de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Johan Hopman en dat van Huijbert de Haen.]
Johan Hopman [commies]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 116v: op 3 juni 1706 verkopen Pieter Brandwijk van Blokland, veertigraad te Dordrecht, als voogd van de minderjarige erfgenamen van Emma van der Kemp, weduwe van Jerefaas Franken, en tevens vervangende Arnoldus van Convent, arts te Vlaardingen, medevoogd over genoemde kinderen, en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Franken, kapitein in Nederlandse dienst, en Hendrina Franken, weduwe van Gerrard Sam, mede kinderen en erfgenamen van Emma van der Kemp, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Backer te Amsterdam op 1 mei 1705, voor 1750 gl. aan Jan Hopman, commissaris te recherche te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Gerrit Wale en dat van de heer Van Beveren.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 81v e.v.: op 13 febr. 1742 verkoopt Jacoba Hopman, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Gerard Haantjes, koninklijke tolbesier te Rees, en diens vrouw Christina Elisabeth Hopman, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Th. Storp te Rees op 11 nov. 1741, voor 1400 gl. aan Johannes van Gelder, mr. kunstschilder, en Catharina van Laar, echtelieden wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, zijnde het tweede huis van de Wijnsteiger en staande tussen het huis van Cornelis van Bavel en dat van Willem Blecourt.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 50: op 1 okt. 1748 verkoopt Catharina de Laar, weduwe van Johannes de Gelder, burgeres van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Johannes van der Hoeven, schipper en burger van Dordrecht, een huis staande in de Wijnstraat, zijnde het tweede huis van de Wijnsteiger aan de havenzijde, staande tussen het huis van Willem Blecourt en dat van Cornelis van Bavel.]
Cornelis van Bavel [garentwijnder]
[ORA Dordrecht inv. 1650 (nieuw), f. 196 e.v.: op 6 nov. 1725 verkoopt Willemina Walen, die samen met haar zusters Magtelt en Johanna Walen, allen meerderjarige, ongehuwde personen, op 16 mei 1724 door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het beheer over de goederen van hun moeder, Johanna Neering, weduwe van Gerard Walen, voor 1300 gl. aan Jan de Haan, koopman en makelaar te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnsteiger en het huis van de commies Hopman, welk huis zij en haar zusters, met toestemming van hun broer, Gerard Waalen, publiekelijk hebben geveild en na gedane afslag aan Jan de Haan uit de hand hebben verkocht.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 juli 1730: Jan de Haan, op de hoek van de Wijnsteiger, laat kinderen na, twee koetsen extra
ORA Dordrecht inv. 816, f. 118v e.v.: op 28 nov. 1730 verkoopt Jan van Haften, burger van Dordrecht, als man van Anna de Haan, dochter en mede-erfgenaam van Jan de Haan, gezworen makelaar ter beurze, en dezelfde Jan van Haften en Hendrik de Haan Adriaansz., als testamentaire voogden over de minderjarige kleinkinderen en mede-erfgenamen van Jan de Haan, voor 1620 gl. aan Cornelis van Bavel, garentwijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Wijnsteiger en het huis van de commies Hopman.]
[de Wijnsteiger]
Antonie van Asperen [koopman]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 105: op 8 mei 1742 verkopen Philips van Haarlem, veertigraad van Dordrecht, en mr. Joan van Wageningen, advocaat te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht, voor 2050 gl. aan Susanna en Johanna Maria de Bruijn, wonende te Dordrecht, een huis met kelder in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Margarita Eelbo, weduwe van mr. Hendrik Braets, en de Wijnsteiger.]
Johan van der Borgh heer van Naaldwijk en Sliedrecht
[ORA Dordrecht inv. 817, f. 155 e.v.: op 24 nov. 1733 verkopen Francois en Jacob van der Burch, wonende te Dordrecht, kinderen en mede-erfgenamen van Johan van der Burgh, in zijn leven heer van Naaldwijk en Sliedrecht, en van diens vrouw Charlotte Elisabeth van Blijenburch, enige dochter van Levina de Vriese, vrouwe van Naaldwijk, weduwe van Adriaan van Blijenburch, Ridder, heer van Naaldwijk, en burgemeester van Dordrecht, aan mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse etc., schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, met alles, wat daarin aard- en nagelvast is, met uitzondering van de kamerbehangsels, met een klein huisje daar annex staande, hetwelk indertijd geschikt is gemaakt om gebruikt te worden als stal en koetshuis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Herman Vingerhoedt, achtraad van Dordrecht, en dat van Anthonij van Asperen, hun, verkopers, aangekomen bij de scheiding van de nalatenschap van hun vader op 13 juni 1732. De koopsom bedraagt 12.000 gl., die wordt voldaan met obligaties ten laste van de provincie Holland.]

mr. Hendrik Braets
ORA Dordrecht inv. 221: op 9 sept. 1777 verkoopt mr. Jacob Adriaan Braets, veertigraad van Dordrecht, voor 43.500 gl. aan Elizabet Philippina van Slingelandt, vrijvrouwe van Slingeland, weduwe van mr. Johannes Dierkens, lid van Oudraad te Dordrecht, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Paulus Knogh en dat van de weduwe van Herman Vingerhoet, alsmede een stal en koetshuis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Adrianus van Wijngaarden en de Mattensteiger, en een klein huis, staande in de Mattensteiger tussen het huis van Johannes Heiblom en voornoemde stal.]
idem
[1731: koetshuis]
Herman Vingerhoet
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 3 april 1721: Herman Vingerhoet jongman van Dordrecht geassisteerd met Gerrard Vingerhoet veertigraad te Dordrecht zijn vader en Pieternella Rees jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Mattheus Rees haar broer, getrouwd op 21 april 1721
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 132: op 11 mei 1728 verkopen mr. Johan Bout, vrijheer van Lieshout, als man van Sara Repelaar, dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaar, burgemeester van Dordrecht, mr. Anthonij Dirk Repelaar, door veniam aetatis meerderjarig geworden, zoon en mede-erfgenaam van mr. Hugo Repelaar, mr. Johan Bout, als procuratie hebbende van Hester Cooijman, weduwe van Anthonij Repelaar, burgemeester van Dordrecht, als grootmoeder en voogdes over de minderjarige dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaar, en van jonkvrouw Hendrika Repelaer, dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaar, voor 5600 gl. aan Herman Vingerhoet, achtraad van Dordrecht, twee huizen in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, en dat van de weduwe Van As.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 81: op 13 jan. 1724 verkoopt Andreas Cant, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Johan Rookus van Tiel, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Hoorn, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Vaal te Hoorn op 3 april 1722, aan Dirk Wardenier, commies ter recherche te Dordrecht, twee huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johan van der Burgh, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van de weduwe Van As.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 255 e.v.: op 24 sept. 1726 verkoopt Dirk Wardenier, inwoner van Dordrecht, voor 3000 gl. aan mr. Hugo Repelaar, oud-burgemeester van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johan van der Burgh, lid van de Oudraad van Dordrecht, en dat van de weduwe Van As.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 132 e.v., akte dd 11 mei 1728: Johan Bout, vrijheer van Lieshout, als echtgenoot van Sara Repelaar, dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaar, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, mr. Anthonij Dirk Repelaar, door veniam aetatis meerderjarige zoon en mede-erfgenaam van mr. Hugo Repelaar, en mr. Jan Bout nog als procuratie hebbende van Hester Cooijman, weduwe van Anthonij Repelaar, burgemeester van Dordrecht, als grootmoeder en voogdes van de minderjarige kinderen van Hendrika Repelaar, dochter van mr. Hugo Repelaar, welke kinderen mede diens erfgenamen zijn, verkopen voor 5600 gl. aan Herman Vingerhoet, achtraad te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat aan de havenzijde tussen mr.Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, en het huis van de weduwe Van As.]
de weduwe van Cornelis van Ass
Wijnant Selis [schipper]
[ORA Dordrecht inv. 807, f. 24 e.v.: op 28 mei 1709 verkoopt Willem Hartlé, burger van Dordrecht, als erfgenaam van zijn grootmoeder, Anna van Heijcoop, weduwe van Hendrik van Wessem, voor 800 gl. aan Wijnand Selis, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tegenover “het Ossenhooft” tussen het huis van Jacob Jacobse en dat van de weduwe Van As. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 400 gl. dd 10 dec. 1672, die Emmerentia Repelaar, echtgenote van Joan Chercher, op het huis sprekende heeft.]
de erfgenamen van Jacob Jacobs
Gijsbert Beut
[op de hoek van de Mattensteiger; 1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 70v: op 14 dec. 1709 verkoopt Adriaan Snouck, wonende te Dordrecht, voor 450 gl. aan Gijsbert Beudt, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Mattensteiger en het huis van de koper.]
burgemeester Van Blocklant
[op de hoek van de Mattensteiger
ORA Dordrecht inv. 809, f. 14: op 28 mrt. 1713 verkoopt Gijsbert Beud voor 9800 gl. aan mr. Pieter Brandwijck van Blockland, vrijheer van Blokland en lid van de Oudraad te Dordrecht, een blok huizen, bestaande uit één groot en twee kleinere huizen, met een stal en koetshuis, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Spijkers en de Mattensteiger.]

Wijnstraat bij de Mattensteiger (aug. 2014)
idem
idem
[1731: woonhuis en koetshuis]
Adriaan Spijkers
Hubert de Haan [mr. timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 63: op 24 sept. 1718 verkoopt Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht, als man van Antonia Meijnaart, voor 300 gl. aan Huijbert de Haan mr. huistimmerman een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan Roelantse en dat van Spijkers.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 49v: op 9 mei 1730 verkoopt Huijbert de Haan, mr. timmerman en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Nolke Iges, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Mattensteiger, staande tussen het huis van Adriaan Speijkers en dat van Sougje Hillekes, vrouw van Willem de Graaff.]
Willem de Graaf
de weduwe van Joan Claasz. Chattelin
Joan Cool [schipper en bode]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 3v e.v.: op 26 jan. 1713 verkoopt Johan Vermeulen, garentwijnder en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Leendert Schouwman, burger van Dordrecht, de helft van een huis, dat bewoond wordt door Jan van Leijen schoenmaker en waarvan de wederhelft toebehoort aan Paulus Ciwaart. Het huis is vanouds genaamd “de Groene Leeuw” en staat in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Jan Kool en het huis, dat wordt bewoond door Jan Claasz. Schatlijn.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 89v: op 28 jan. 1719 verklaart Pieter Doogen,procureur te Dordrecht, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van Paulis Siwaert, burger van Dordrecht, “dat hij … voor de eene helft ende Leendert Schouwman, burger alhier voor de andre helfte hadden gedaan opvijling [van een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan Claasz. Schatteling endat van Jan Cool]…, [en] dat hetselve huijs ende erve bij den gemelten Leendert Schouwman selfs gemeijnt sijne voor een [somma van 340 gl.] … voor sig selven ofte die hij bij de opdragt soude nomineeren den gemelten Leendert Schouwman vervolgens als nu tot Cooper hadde genomineert voor de eene helft sijnen swager Aart de Vos, ende de andre helft voor sig selfs behouden”. De comparant transporteert derhalve aan Aart de Vos de helft van het huis, dat hij heeft gekocht voor een bedrag van 170 gl. Het huis heet vanouds “de Kroon” of “de Groene Leeuw”.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 104v: op 12 okt. 1730 verkopen Aart de Vos, schipper en burger van Dordrecht, en Cornelia de Vos, weduwe van Leendert Schouman, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jan Cool, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Rijer van Sprangh.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 95: op 10 dec. 1711 verkopen Willem van der Linden mr. metselaar en Jordaan de Haan mr. timmerman, burgers van Dordrecht, voor 700 gl. aan Jan Kooll, beurtschipper op Zeeland, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen herberg “de Paauw” en het huis van Stuart.]
Hubert van den Borggraaf [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 809, f. 82v e.v.: op 1 febr. 1714 verkoopt Anthonia de Jager, weduwe van Arnoldus van Dollen, voor 3000 gl. contant aan Cornelis Rijcken en Johan van Wageningen kaaskoper, burgers van Dordrecht, elk voor de helft, een huis, genaamd “de Paeuw”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van de erfgenamen van Barent Hopman en huis van schipper Jan Kool.
ORA Dordrecht inv. 810, f. 17v: op 14 mrt. 1715 verkopen Cornelis Reijcke en Johannes van Wageningen, burgers van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johannes Vekhovius, professor en predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “de Paauw”, staande tussen het huis van Jan Koolen het pakhuis van Hopman.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 47: op 2 mei 1730 verkopen ds. Martinus van Vechoven, predikant te Heusden, en mr. Jacobus van Vechoven, pensionaris van Gorinchem, executeurs-testamentair van hun vader zaliger, Joannes Vechovius, professor en predikant te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Huijbert van den Burggraaff, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Mathijs Hopman en dat van Jan Kool, bode en schipper op Zeeland.]
Steven en Mattijs Hopman
de weduwe van Gerrit de Vlugt
Nicolaus Kouens [schipper]
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 87v: op 24 nov. 1712 verkoopt Jan Debets, notaris te Dordrecht, als gesubstitueerde van Catarina de Ram, vrouw van Sijmon van Wijck, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man volgens akte gepasseerd voor notaris J. V. Vervoren te Piershil op 8 aug. 1712, voor 800 gl. aan Roelant Roelantse, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Roscam en dat van de erfgenamen van Jan Koenen.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 39 e.v.: op 25 april 1730 comp. Jonas Roelandsz. Millaert en Catarijna Roelandsdr. Millaert, weduwe van Vas van Ardenne, elk van hen voor een derde part, en Willemijna Roelandsdr. Millaert, meerderjarige ongehuwde persoon, Jonas Roelandsz. Millaert en Willem de Bruijn, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Joris Roelandsz. Millaert, en tevens vervangende de uitlandig zijnde, meerderjarige zoon van Joris Roelandsz. Millaert, genaamd Roeland Roelandsz. [sic] Millaert, samen voor het resterende derde part, allen erfgenamen ex testamento van hun ouders resp. grootouders, Roeland Roelandsz. Millaert en Catarijna Sonnevelt, die gewoond hebben en zijn overleden te Dordrecht. De comparanten verkopen voor 1515 gl. aan Nicolaas Kouwens, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Aagje Koenen en dat van juffrouw Roscam, weduwe van Gerrit de Vlugt.]
Ulke Sickes
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 26v: op 30 april 1705 verkoopt Adriana Klaauw, weduwe van Frans Sneeuw, Lonnenvaarder te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Hendrick van der Hoeven, beurtschipper op Amsterdam, een huis aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Barent Hopman en het huis van Aagie Koene Reus.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 12v: op 23 april 1709 verkoopt Neeltje Hasevelt, als procuratie hebbende van haar man Hendrick van der Hoeven, voor 1200 gl. aan Ulcke Sikkes, Friese schipper, een huis aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Barent Hopman en dat van de kinderen van Jan Koenen Rens.]
Steven en Mattijs Hopman
Johan van Aalst
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 110v: op 3 juni 1710 verkoopt Johannes Trebellius, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Johannes van Aalst, bakker en burger van Dordrecht, een huis aan het Groothoofd aan de waterzijde, staande tussen het huis van Barent Hopman en dat van de weduwe van Herman Celis.]
Frederik Igell
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 58: op 19 nov. 1720 verkoopt Hermen Celis, beurtschipper van Dordrecht op Antwerpen, voor 1275 gl. aan Anna Sam, weduwevan Jan Reijs, boomsluiter aan het Groothoofd en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd genaamd “’t Kasteel van Hijdelberg”, staande tussen het plankier en het huis van Jan Trebellius.
ORA Dordrecht 1650, f. 153: op 6 mrt. 1725 verkoopt Anna Sam, weduwe van Jan Reijs, boomsluiter van het Groothoofd en burger van Dordrecht, voor 1200 gl.aan Fredrik Iges, schipper en burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, genaamd “’t Casteel van Hijdelberg”, staande tussen het plankier en het huis van Jan Trebellius.]
Joan Alblas
[het Admiraliteitshuis
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 87v: op 19 jan. 1719 verkoopt Lambert van Persing, burger van Dordrecht, voor 50 gl. aan Willem de Haan en Johan Valkhoff, schippers en burgers van Dordrecht, “de helfte van een huijsje ofte woninge … staande ende gelegen aan het Groothooft ter zijden den Boom”.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 68e.v.: op 5 dec. 1741 verkoopt mr. Gerard Beelaerts, achtraad van Dordrecht, als rentmeester van het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, die samen met Willem Alblas door het Gerecht van Dordrecht op 7 nov. 1741 is aangesteld tot voogd over Cornelis Alblas, zoon van Jan Alblas, voor 70 gl. aan Barent Visser, burger van Dordrecht, een vierde part in een huis, staande op de kade bij het Groothoofd, zijnde het onderste deel van het “commise comptoir”, waarvan Willem Alblas op dezelfde dag eveneens een vierde part voor 70 gl.aan de koper heeft verkocht. De resterende helft behoort toe aan Jan Valkhoff.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 92v e.v.: op 12 april 1742 verkopen Jan Cornelisz. Baars enFrans van der Straten, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun moeder resp. behuwd moeder Hadewij de Haan, eerst weduwe van Cornelis Jansz. Baars en later echtgenote van Barent Visser, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Barent Visser, voor 165 gl. aan Lolle Obbes de Heer, schipper wonende te Dordrecht, de helft van een benedenwoning, staande op de kade onder het “commisen huijs” tegen de trap omtrent het Groothoofd, van welk huis de wederhelft toebehoort aan Jan Valkenhoff.]
het huis van de boomsluiter
[eigenaar: de stad Dordrecht]