I. Abraham Adriaensz. de Keijser [sic], jongman van Vlissingen wonende bij de Lombardbrug (1643), trouwde NG Dordrecht 25 okt. 1643 (ondertrouw) Sophia Willemsdr. van Wolfraet, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1643), dochter van Willem Jansz. Wolfraet en Jacomijntken Theunis
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Sara, 17 april 1644
b. Willem, 12 nov. 1645
c. Andries, 14 jan. 1647
d. Jacomijntje, 7 febr. 1648
e. Magdalena, 10 sept. 1650
f. Joannes, 7 nov. 1651
g. Jacobus, 9 juni 1656
h. Samuel de Kuijser, 28 sept. 1657, volgt II
II. Samuel de Kuijser, gedoopt NG Dordrecht 28 sept. 1657, jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat aan de Landzijde (1682), weduwnaar van Dordrecht (1693), twijnder, winkelier, kaarsenmaker, overleden ca. 1701, trouwde 1e NG Dordrecht 22 febr. 1682 (ondertrouw) Hester Steen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat aan de Landzijde (1682), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 mrt. 1693 (een baar voor [de vrouw van] Samuel de Kuijser, kaarsenmaker, bij de Beurs), 2e Gerecht/NG Dordrecht 9 aug. 1693 (ondertrouw) Bastiaentje de Groene, jonge dochter van Dordrecht (1693), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 febr. 1702 (Bastijaantie Groen, weduwe van Samuel Kuijser, aan de Beurs)
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 133v: op 23 dec. 1690 verkoopt Isaaq van Bellen, koopman en burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Samuel de Kuijser, winkelier en kaarsenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen het huis van Sijmon Claesz. Braet en dat van Herman Raets. De koper is schuldig aan Dirck van Beaumont een somma van 3000 gl.
ONA Dordrecht inv. 193, f. 398: op 10 nov. 1695 verleent Samuel de Kuijser, winkelier te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn oom Jacob de Kuijser, die is overleden in Vlissingen, procuratie aan Jan van der Straten, stadsbode te Vlissingen, om te helpen verdelen de goederen, die zijn nagelaten door Maeijken Oliviers, weduwe van Jacob de Kuijser.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
Ex 1:
a. Sophia de Kuijser, 18 jan. 1683, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1730), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 mei 1768 (Sophia de Cuijser, weduwe van Jan Stock, in de Visstraat, laat geen kinderen na, met “ordinare” koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14/30 april 1730 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Aert Stock)Jan Stock, jongman van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1730)
b. Maria, 28 mei 1685
c. Abraham de Kuijser, 22 juni 1687, volgt IIIa
d. Cornelia de Kuijser, 29 mrt. 1690, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 mrt. 1725 (Cornelia de Kuijser, ongehuwd, in de Wijnstraat, met koetsen)
e. Johannes, 27 aug. 1692
Ex 2:
f. Geertruijd de Kuijser, 17 juni 1694, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1726), weduwe van Dordrecht wonende bij de Mariënbornstraat (1733), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 april 1768 (Geertruij de Kuijser, weduwe van Arnoldus de Vallaree, te Rotterdam overleden, “met vrienden der agter”), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 10/26 mei 1726 (de bruidegom geassisteerd met Anna Fransdr. Jamers, weduwe van Leendert de Koningh, zijn moeder) Adriaen de Koning, jongman van Dordrecht wonende bij de Mariënbornstraat (1726), grutter te Dordrecht, 2e Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/5 juli 1733 (“Alzoo [Francois Vallaré] de vader van den Bruijdegom niets [tegen het huwelijk] heeft ingebragt, soo moeten dese personen haer 3e gebot hebben den 21 juni 1733 op orde van’t Geregt”) Arnoldus Vallaré, jongman van Dirksland wonende bij het Stadhuis van Dordrecht (1733)
ORA Dordrecht inv. 1782, f. 88v: op 1 april 1732 verkopen “Jacob de Koningh, Borger deser Stadt ende Geertruijd de Kuijser wed:e en geinstitueerde Erffgenaam van [Adriaan] de Koningh in sijn leven grutter en mede Borger alhier Soo voor hun selven als hun sterckmakende ende de rato caverende voor Johannes De Koningh hunnen Broeder Adriaan ende Johannes de Koningh eenige nagelaten kinderen en geinstitueerde Erffgenamen van wijlen Anna Jamers in haar leven wede.e en boedelhoutster van Leendert de Koningh, gewoondt hebbende” en overleden te Dordrecht, voor 384 gl. aan Dirck Leegendijck, bouwman wonende onder Dubbeldam, 3 morgen 259 1/2 roeden land in de Noordpolder op grond van de Merwede, belend oost Cornelis Ardechaij, west hoofdofficier Jacob Stoop, zuid de Platteweg, noord de dijk.
g. Jacobus, 16 okt. 1695
h. Johannes de Kuijser, 22 febr. 1698, volgt IIIb
i. Samuel de Kuijser, 2 april 1700, volgt IIIc
IIIa. Abraham de Kuijser, gedoopt NG Dordrecht 22 juni 1687, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1726), weduwnaar van Dordrecht (1752), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 jan. 1771 (Abraham de Cuijser, in de Houtsteiger, laat kinderen na, met “ordenare” koetsen), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 24 april/8 mei 1718 (de bruid geassisteerd met haar vader Joost Willemsz. Verrijk) Willemina Verreijk, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Houtsteiger (1718), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 juni 1752 (Willemijna Verrijk, de vrouw van Abraham de Kuijser, in de Kannenkopersbuurt, laat kinderen na, met “ordenare” koetsen), 2e Gerecht/NG Dordrecht 1/24 dec. 1752 (de geboden gaan in Den Haag) Ida Valet (Vatelet), jonge dochter van Heusden wonende in de Kannenkopersbuurt (1752)
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 137v: op 17 juni 1728 verkoopt “Sr. Francois vander Lisse, wijnkooper binnen dese Stad als Executeur vanden testamente van Jacomina van Bergen binnen dese Stad overleden, ende nog ten reguarde vande minderjarige hierbij geintereseert” voor 720 gl. aan Abram de Kuijser een huis [in de Voorstraat], staande tussen het huis van Johannes Gips en de Houtsteiger.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 233v: op 7 mei 1771 verkopen Ida Valet, weduwe van Abraham de Kuijser, voor de helft erfgename van haar man voor een kindsdeel, Adrianus van Werkhoven, als man van Hester de Kuijser, en Josina de Kuijser, weduwe van Hermanus van Well, beiden kinderen en erfgenamen voor de wederhelft van Abraham de Kuijser, voor 1655 gl. aan Huibert Klauwaart, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Weeshuisstraat, strekkende van de straat tot achter aan de stadskade aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jacob ’t Hart en de Houtsteiger. De koper is schuldig aan de zusters Catharina en Jacoba Muts een somma van 800 gl.
Kinderen (ex 1; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Samuel de Cuijser, 8 nov. 1719, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 juni 1747 (Samuel de Cuijser, meerderjarige jongman, op de Voorstraat naast de Houtsteiger, met “ordenare” koetsen)
b. Josina de Kuijser, 7 sept. 1721, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1753), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14/29 juli 1753 (de bruid geassisteerd met haar vader Abraham de Kuijser) Hermanus van Well, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1753)
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 282v: op 5 nov. 1795 verkopen “Jan Monné als voor de helft geinstitueerde Erfgenaam van wijlen Pieternella Hoogenhuisen en Gerrit van Werkhoven en Abraham van Werkhoven als Erfgenamen van wijlen Josina de Kuijser weduwe Hermanus van Well en welke Josina de Kuijser mede voor helft is geweest Erfgenaame van voorn. Pieternella Hoogenhuisen, wonende” in Dordrecht, voor 710 gl. aan Gerrit Bemolt, wonende te Dordrecht, een huis in de Moordhoek, staande tussen het huis van Pieter Petiet en dat van Thomas Kuijl.

De Moordhoek gezien vanuit de Visstraat, door J. Rutten 1871 (foto: RA Dordrecht)
c. Hester de Kuijser, 25 dec. 1723, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Nieuwbrug (1759), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 mei 1773 (Hester de Kuijser, de vrouw van Adrianus van Werckhoven, tegenover de Munt, laat kinderen na, met “ordinare” koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/20 mei 1759 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerrit van Werkhoven, de bruid met haar vader Abraham de Kuijser) Adrianus van Werkhoven, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Munt (1759)
d. Johannes, 1 aug. 1725
e. Maaijke, 9 mrt. 1727
IIIb. Johannes de Kuijser, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1698, mr. huistimmerman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1775 (Johannes de Kuijser, op de Lindengracht, laat kinderen na, met “ordinare” koetsen), trouwde naar schatting ca. 1730 Hendrika Elsemans, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 mrt. 1772 (Hendrijka Elsemans, de vrouw van Johannes de Kuijser, op de Lindengracht, laat kinderen na, met “ordinare” koetsen)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 187: op 6 juli 1734 verkoopt Matthijs van der Vloet voor 1300 gl. aan Johannes de Kuijser een huis op de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Francois Benjerman en dat van Johannes Kuijter.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 204: op 31 juli 1737 verkoopt Mels van der Schep, wonende even buiten Dordrecht, voor 550 gl. aan Johannes de Kuijser, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter in de Voorstraat bij de Turfsteiger, staande tussen het huis van Adriaan van Attenhoven en dat van Jan Schout en komende van achteren tot aan de steiger of naast het hoekhuis in die steiger, dat toebehoort aan Bastiaan de Gelder.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 211: op 17 okt. 1737 verkoopt Johannes de Kuijser, burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Christiaan van Pelt, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Turfsteiger, staande tussen het huis van Johannes Kuijter en dat van Francois Benjermans.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jannetje (Johanna) de Kuijser, 23 mrt. 1732, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1781), overleden Dordrecht 28 mrt. 1814 (Dolhuisstraat B:250 en 230), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/20 mei 1781 (… [sic] de Kuijser, de neef van de bruid, verklaart, dat haar ouders zijn overleden) Huibert de Zeeuw, weduwnaar geboren te Dordrecht en wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1781), trouwde 1e Maria Mallan
b. Pieter, 14 mei 1735
c. Jacob de Kuijser, 20 okt. 1736, jongman op de Zusterslaan (1773), weduwnaar aan de Voldersgracht (1780, 1782), kruidlezer bij de VOC, overleden Delft 8 mrt. 1818 (St. Hypolitusbuurt A:478), trouwde 1e NG Delft 13 mrt. 1773 (ondertrouw) Maria van Helden, jonge dochter op de Voldersgracht (1773), 2e NG Delft 17 juni 1780 (ondertrouw) Elsje Inde Wij, in ‘s-Gravenhage (1780) trouwde 1e Dirk Willem Geursen, 3e NG Delft 2 nov. 1782 (ieder 3 gl., attestatie gegeven op Delfshaven 17 nov. 1782) Elizabeth Spil, jonge dochter aan de Korenmarkt (1782)
d. Maria de Kuijser, 21 jan. 1739, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 sept. 1774 (Maria de Cuijser, ongehuwd, in de Visstraat, met “ordinare” koetsen)
e. Geertruij de Kuijser, 24 dec. 1741, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1768), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./7 febr. 1768 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem Groenenberg, de bruid met haar vader Johannes de Kuijser) Willem Groenenberg, jongman van Dordrecht wonende op de Bredeweg buiten de Vriesepoort (1768)
ORA Dordrecht inv. 1759, f. 136: op 27 april 1790 verkoopt Geertruij de Kuijser, weduwe van Willem Groenenberg, wonende even buiten Dordrecht, voor 910 gl. aan Hendrik van Diepenbruggen, wonende te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, alsmede een houten loods of stalling ernaast, staande en gelegen op de Tweede Singel “bij Notemans Stede” buiten de Vriesepoort naast de tuin van Willem van Rietschoten.
Kinderen:
e-1. Pieternella, gedoopt NG Dordrecht 30 nov. 1768
e-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 17 jan. 1772
IIIc. Samuel de Kuijser, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1700, mr. smid, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1732), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 mei 1751 (Samuel de Kuijser, in de Kannenkopersbuurt, laat kinderen na, met “ordinare koetsen”, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/22 juni 1732 (de bruid geassisteerd met haar moeder Jenneke Cormeau, weduwe van Isak Morjé), Johanna Morije, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1732), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 juni 1772 (Johanna Morjé, weduwe van Samuel de Kuijser, op de Voorstraat bij de Weeshuisstraat, laat kinderen na, met één koets extra)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 97v: op 26 mrt. 1733 verkopen Mattheus en Willem Kluijt, zoons en erfgenamen van Jan Kluijt, die in Dordrecht is overleden, voor 1000 gl. aan Samuel de Kuijser, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt met een vrije uitgang in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Joris van der Beek en dat van Jacob van der Kamp.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 119v: op 27 april 1751 verklaren Isak Morjé, Leendert Plomp, als man van Jenneke Morjé, Samuel de Kuijser, als man van Johanna Morjé, Margarita Morjé en Maria Morjé, beiden meerderjarig en ongehuwd, samen kinderen en erfgenamen van Jenneke Kormeaut, weduwe van Isaac Morjé, dat zij aanbedeeld hebben aan voornoemde Leendert Plomp nomine uxoris een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, staande tussen het huis van de weduwe Gansevort en dat van Pieter van der Beij.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Geertruij de Kuijser, 10 juni 1733, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 jan. 1756 (Geertruij de Kuijser, ongehuwd, in de Kannenkopersbuurt, met “ordinare” koetsen)
b. Johanna de Kuijser, 9 jan. 1737, ongehuwd
c. Samuellina, 15 febr. 1739, jong overleden
d. Isaac de Kuijser, 14 okt. 1740, ongehuwd, rentmeester van het gecombineerde Oude Mannen- en Vrouwenhuis of het zogenaamde Bagijnhof te Dordrecht, overleden Dordrecht 13 mei 1801 (Dordrechtsche Courant)
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 162v: op 24 dec. 1782 verkopen “Samuel Crena en Adolph Stephanus Rueb beijden wonende binnen deese Stad als bij volmagt den 16 Augustus 1781 voor Anthonij Bax als notaris alhier en twee getuijgen verleeden gevolmagtigd van Maria Hardus wed.e en boedelhouderesse eerst van Willem Hardus en laatst van Jacob van Doeveren en van Maria Catharina Dorges wed:e en boedelhouderesse van Jan Melchior van Dam En Eindelijk van Maria Geertruida van Hees weduwe van Jan Jacob Hardus en van Gerrit Hardus en Maurits Lodewijk van Ossenbergh dese drie laatsten als Executrice en Executeurs van den testamente van gem. Jan Jacob Hardus den 2 Augustus 1781 gestorven wonende de drie eerste volmagtigers binnen deeze Stad, de vierde te Nijmegen en de vijfde of laatste te IJsselstein”, voor 14.100 gl. aan Margreta van Galen, weduwe van Hilmer Bakker, Isaac de Kuijser en Jacob Meijer jr. een suikerraffinaderij van drie zietpannen, genaamd “de Toelast”, met het daarbij behorende pakhuis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel en dat van de schrijnwerker Van Gorssen.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 39v: op 17 mrt. 1785 verkoopt Petrus Driesprong, wonende te Dordrecht, voor 3400 gl. aan Isaac de Kuijser, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe Roest en dat van Adrianus van Wijngaarden.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 236: op 31 okt. 1786 verkoopt “Bartholomeus van der Star, Notaris alhier, als last en procuratie hebbende van Isaac de Kuijser, en Johanna de Kuijser, meerderjarig en ongehuwd binnen dese Stad woonagtig”, voor 4225 gl. aan het Arme-Weeshuis te Dordrecht een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, uitkomende in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Willem Gatée en dat van de weduwe Van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 177v: op 6 mrt. 1798 verkopen “Jan Hendrik Schultz van Haegen, Notaris en Procureur, en Pieter Papillon, gezwore Clercq ter Secretarie beide binnen dese Stad in qualiteit als bij Appointement van de Kamer Judicieel deser Stad van dato 8e december 1795 aangestelde Curateuren in den gerepudieerden boedel van wijlen Jacob Meijer, En nog als last en procuratie hebbende van Johannes Bakker eenige gestelde Erfgenaam van wijlen Margareta van Galen, in leven weduwe van Hilmer Bakker, en van Isaac Kuijser beide mede wonende alhier”, voor 15.750 gl. aan Nicolaas van Meeteren, Dirk Wilhelmus van Meeteren en Jan Hendrik van Meeteren, kooplieden te Dordrecht, een suikerraffinaderij van drie zietpannen, genaamd “de Toelast”, met het daarbij behorende pakhuis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Van den Santheuvel en dat van de schrijnwerker Van Efferen.