De Wacker

I. Jan Helligersz. Wacker, weduwnaar van Antwerpen (1613), gespenmaker, viskoper, trouwde NG Dordrecht 6/27 jan. 1613 Machtelt Jonas Cornelisdr. (Jansdr.), geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende op de Vismarkt naast “het Vlies” (1613), dochter van Jonas Cornelisz. Cruijs, viskoper, en Maricken Jansdr.

ORA Dordrecht inv. 1590, f. 21: op 12 mrt. 1613 verkoopt Aeltgen Jansdr., weduwe van Jan Jaspersz. Coninck, geassisteerd met Jan Jansz. Coninck, haar zoon, voor 550 gl. aan Jan Helgersz., burger van Dordrecht, een vrije visstal op de Vismarkt.

ORA Dordrecht inv. 1592, f. 23: op 28 mrt. 1615 verkoopt Jonas Cornelisz. Cruijs, viskoper en burger van Dordrecht, voor 480 gl. aan Sijbert van Welij, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Breestraat, staande tussen het huis, waar uithangt “d’Elle” en de Breestraat. Waarborg: Jan Hellegersz. Wackker, viskoper en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1603, f. 16: op 3 mei 1628 verkoopt Jacob Stoop, die de boedel van Cornelis Fredricx timmerman beheert, aan Jan Heijlgersz. Wacker viskoper een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Michiel Janssen slotenmaker en dat van Leendert Gillis

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 45: op 8 juni 1632 verkoopt Janneken Barents, de vrouw van Laurens Posson, geassisteerd met Adriaen Barentsz. Storm, haar broer, voor 320 gl. aan Jan Hillegersz. Wacker, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen de gang van “Ooltgensplaete” en de Loverstraat.

1000e penning Dordrecht 1626, f. 113 [achter het stadhuis in de Voorstraat]: 3000 gl. gegoed

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Jansz. Wacker, geboren naar schatting ca. 1614, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] achter het stadhuis (1634), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Visstraat (1646), viskoper, trouwde 1e NG Dordrecht 7/30 mei 1634 Magdalena Willemsdr. Peerkens, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Wijnbrug (1634), 2e NG Dordrecht 9/26 dec. 1646 Maeijken Cornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646)

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 17: op 14 mei 1641 verkopen Adriaen Coenen, als procuratie hebbende van Elisabeth van Wijngaerden, weduwe van Jacob Coenen, en Adriaen en Pieter van Clootwijck, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Jacob van Clootwijck, voor 600 gl. aan Jan Jansz. Wacker de jonge een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Cornelis Staessen twijnder en dat van de weduwe van Gerrit Goossensz. Ham.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 88: op 2 mei 1644 verkoopt Jan Jansz. Wacker, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Geerit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, genaamd “de Corebout”, staande tussen het huis van Jan Romers en dat van Lieven Pietersz. Waarborgen: Jan Wacker de oude en Hendrick Wacker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 111: op 18 juni 1644 verkoopt mr. Matthijs Berck, pensionaris en secretaris van Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van het huis, genaamd “den Visscher”, staande in de Nieuwe Breestraat, toebehorende aan Johanna du Boijs, weduwe van Gerrit van Colster, voor twee derde parten, en Barent van Lubeecq en Claes Goossensz. van Colster voor een derde part, staande tussen het huis van Pieter Hoochlander en dat van Ruth Matthijsz. kleermaker, het voornoemde huis voor 1300 gl. aan Jan Jansz. Wacker de jonge, viskoper en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 148v: op 28 nov. 1646 verkoopt Jannette du Bois, de vrouw van Willem Meroijen en eerder weduwe van Gerrit van Colster, aan Jan Jansz. Wacker, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, waar uithangt “St. Pieter”, staande tussen het huis of pakhuis van Cornelis Evertsz. van Eijssel c.s. en het huis van de verkoopster. Aan dit huis zal “alleenlijck blijven” de gang, die uitkomt in het Loverstraatje. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 1545 gl. Borgen: Jan Wacker en Hendrick Wacker, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 14: op 3 mei 1647 verkoopt Jan Jansz. Wacker, viskoper en burger van Dordrecht, aan Laurens van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Pieter Hooglander apotheker en dat van Ruth Matthijs kleermaker. Waarborg: Jan Hillegersz. Wacker, viskoper en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 54v: op 7 nov. 1647 verkoopt Jan Wacker de jonge, viskoper en burger van Dordrecht, aan Servaes van Hingen, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, waar uithangt “St. Pieter”, staande tussen het huis van Cornelis Evertsz. van Eijssel en dat van de weduwe van Geerit Goossensz. Colster.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 41v: op 3 juli 1649 verkoopt Jan Hellegersz. Wacker, burger van Dordrecht, aan Arijen Jansz. Bijl, ’s herendienaar, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Jacob Braet en de Loverstraat. Waarborg: Jan Wacker de jonge, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 79: op 6 nov. 1663 verkoopt Jan Jansz. Wacker, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zusters en de weeskinderen van zijn broer Hendrick Jansz. Wacker, voor 600 gl. aan kapitein Gerrit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Gillis de Heer en dat van Pieter van den Abeele.

ONA Dordrecht inv. 185, f. 59: op 2 juni 1674 testeert Jan Jansz. de Wacker, burger van Dordrecht. Hij verklaart, dat zijn nakinderen Marija, Anna en Cornelis de Wacker, door hem verwekt bij Maeijken Cornelisdr., wegens hetgeen zij geërfd hebben bij overlijden van Janneken Cornelisdr., hun tante van moederszijde, onder hen “noch liber ende franck” is competerende de helft in twee naast elkaar staande huizen op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Louijs Bourgonjon en dat van de weduwe van [NN] Schul kleermaker, waarvan de wederhelft hem, testateur, toekomt. Hij wenst, dat na zijn overlijden zijn drie nakinderen of bij vooroverlijden hun kinderen de helft van de twee huizen of de koopsom ervan in eigendom zullen krijgen, aangezien beide huizen tijdens zijn leven niet verkocht kunnen worden. Tot erfgenamen benoemt hij zijn voordochter Machtelt de Wacker en zijn drie voornoemde nakinderen of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over zijn onmondige erfgenamen benoemt hij diegenen, die zijn kinderen zullen aanwijzen.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 64: op 11 dec. 1675 verkoopt Jan Jansz. Wacker, burger van Dordrecht, als weduwnaar van Maeijcken Cornelisdr., die voor de helft erfgename was van Cornelis Aertsz. Borger, voor 650 gl. aan Neeltjen Huijgen, weduwe van Dummene Knoop, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Gerrit Goossensz. en het grote huis, dat is gekomen uit de boedel van Cornelis Aertsz. Borger.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

Ex 1:

a-1. Machtelt de Wacker, mei 1636

a-2. NN, juli 1637, jong overleden

a-3. Hellegaer, jan. 1641, jong overleden

a-4. Willem, 5 aug. 1643, jong overleden

Ex 2:

a-5. Marijken de Wacker, 1 okt. 1647, ongehuwd

a-6. Johanna (Anna) de Wacker, 7 dec. 1649

a-7. Cornelis de Wacker, 19 april 1654, twijndersknecht, woont in 1690 te Haarlem

ONA Dordrecht inv. 325, f. 214: op 14 mei 1680 verklaart Cornelis de Wacker, 25 jaar oud, twijndersknecht, samen met andere twijndersknechts en burgers van Dordrecht, op verzoek van Adriaen Brimhardt, koopman en burger van Dordrecht, dat zij als knechts van de rekwirant in april en mei 1679 in zijn winkel en molen hebben bewerkt ongeveer 184 ponden “rougaren”.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 87v: op 10 mei 1690 verkopen Maria Jansdr. de Wacker, “bejaarde” ongehuwde persoon, en Cornelis Jansz. de Wacker, wonende te Haarlem, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Aertsz. Borger, alsmede erfgenamen van Jannichien Cornelisdr. Borger, hun tante van moederszijde, voor 1265 gl. aan Pieter Laukens, hoefsmid en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis, genaamd “de Bierswaen”, en het huis van Hugo Knoop.

b. Hendrick Jansz. Wacker, geboren naar schatting ca. 1615, volgt II

c. NN, gedoopt NG Dordrecht mei 1616

d. NN, gedoopt NG Dordrecht sept. 1618

e. Cornelia Jansdr. Wacker, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1640), trouwde NG Dordrecht 6/20 mei 1640 Gijsbert Pietersz. Boom, jongman van Dordrecht wonende op de Hil (1640), lijndraaier

Kind:

c-1. Elisabeth Gijsbertsdr. Boom, gedoopt NG Dordrecht aug. 1646

ONA Dordrecht inv. 184, f. 316: op 16 nov. 1673 verklaart Elisabeth Gijsbertsdr. Boom, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, dat zij ontvangen heeft van haar oom en gewezen voogd, Jan Jansz. de Wacker, een bedrag van 562 gl., waarvan het vruchtgebruik gelegateerd is door haar grootvader Jan Helligersz. Wacker aan haar moeder Cornelia Jansz. Wacker en de eigendom van dat bedrag aan haar, comparante. Haar moeder heeft ervan aan haar afstand gedaan.

f. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1623

II. Hendrick Jansz. Wacker, geboren naar schatting ca. 1615, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] achter het stadhuis (1638), viskoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 mrt. 1647 (een baar achter het stadhuis voor Hendrick de Wacker, viskoper), trouwde NG Dordrecht 9/23 mei 1638 Maria Schiff Pietersdr., jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Nieuwe Haven (1638), weduwe van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1649), trouwde 2e NG Dordrecht 25 juli/10 aug. 1649 mr. Anthonij Struijs, jongman van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1649), chirurgijn

ONA Dordrecht inv. 181, f. 643: op 10 juni 1667 passeert Maeijken Schiff, laatst weduwe van mr. Anthonij Struijs, burgeres van Dordrecht, ziek in bed liggende, haar testament. Zij legateert aan haar twee nakinderen Hendricxken en Johannes Struijs, of bij vooroverlijden aan de kinderen van de overledene of bij ontbreken van dien de langstlevende van beiden, een bedrag van 600 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar voor- en nakinderen, m.n. Pieter en Machtelt de Wacker en Hendricxken en Johannes Struijs of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zoon Pieter de Wacker en de neef van haar overleden man Jan Zegersz. Niftrick.

ONA Dordrecht inv. 197, f. 228: scheiding dd 6 juni 1671 tussen de twee voorkinderen en de voogden van de twee nakinderen van de goederen, die hun moeder Marija Schiff, laatst weduwe van mr. Anthonij Struijs, heeft nagelaten.

Baten:

Voor de drie onmondige [sic: Machtelt was getrouwd] kinderen, m.n. Machtelt de Wacker, Hendricxken Struijs en Johannes Struijs is aangenomen voor 3000 gl. een huis op de Varkenmarkt, staande tussen ’s herenstraat en het huis van de erfgenamen van Jan Anthonisz. van Deijl,

idem een huis aan het einde van de Gravenstraat, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van Jan Gront en dat van Adriaen Arijensz., welk huis is verkocht aan Govert Maes bakker voor 1925 gl. op 1 mei 1671,

een somma van 494 gl. 17 st., gekomen van de verkoop van het chirurgijnsgereedschap en een partij bonen met de interest ervan, bedragende 33 gl., dus in totaal 527 gl. 17 st.

Pieter de Wacker, zoon van Marija Schiff, heeft meer ontvangen “soo van eenige jaerclanten”, als van een huis en schuur in Oude Tonge, “als vuijtgegeven” samen een somma van 118 gl.

De baten bedragen in totaal 5570 gl. 17 st.

Lasten (o.a.):

Pieter de Wacker heeft volgens het codicil van mr. Anthonij Struijs voorgeschoten aan diens vader Jan Struijs een somma van 67 gl. 17 st., “dewelke int gemeijn gedragen moeten werden”.

De lasten bedragen in totaal 1216 gl. 17 st.

Resteert 4354 gl.

Hiervan komt aan Pieter de Wacker toe 479 gl. 7 st., aan Machtelt de Wacker, de vrouw van Huijbert Melanen, 1466 gl. 10 st., aan Hendricxken Struijs 1762 gl. 10 st. en aan Johannes Struijs 1862 gl. 10 st.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 109v: op 11 juni 1671 verkopen “Pieter de Wacker, Coopman Borger deser Stede, Soo voor hem selven, ende als Voocht over de onmondige weeskindren van mr. Anthonij Struijs ende Maeijken Schiff za.r en(de) mede noch als last en(de) procr. hebbende van Jan Segerts Niftrick, wonende tot Gornichem mede Voocht over de voorsz. Weeskindren blijckende bij deselve procr. gepasseert voorden Notaris Johannes Melanen ende sekere getuijgen alhier ter Stede residerende van date den iii feb. 1671 ons Schepenen verthoont, en(de) Huijbert Melanen, mede Coopman ende Borger deser voorsz. Stede als getrouwt hebbende Machtelt de Wacker” voor 1925 gl. aan Govert Ariensz. Maes, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Adriaen Ariensz. Huijser en dat van Jan Gront.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 29v: op 17 juni 1677 verkopen Pieter de Wacker, Huijbert Melanen, als man van Machtelt de Wacker, en Gerrit van Ven, als man van Hendrikje Struijs, kinderen en erfgenamen van Maria Schiff, laatst weduwe van mr. Anthonij Struijs, voor 1825 gl. aan Dionijs Smack, bode van Dordrecht op Zeeland, een huis op de hoek van de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Geerit Goossens en ’s herenstraat.

Kinderen (o.a.):

a. Johannes, gedoopt NG Dordrecht mei 1639, jong overleden

b. Pieter de Wacker, gedoopt NG Dordrecht nov. 1640, volgt II

c. Machtelt de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 22 juli 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1670), trouwde 2 nov. 1670 (ondertrouw) Huijbert Melanen, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1670)

III. Pieter de Wacker, gedoopt NG Dordrecht nov. 1640, jongman van Dordrecht wonende ald. (1669), weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Blauwpoort (1678), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 jan. 1691 (een zwarte baar voor Pieter de Wacker, koopman, bij de Blauwpoort), trouwde 1e NG Rotterdam/Hilligersberg 15/29 september 1669 Aeltgen Ubbinck, jonge dochter van Rotterdam wonende op de Hoogstraat (1669), 2e NG Dordrecht 27 mrt. 1678 (ondertrouw) Margrieta van Barnevelt, jonge dochter van Gorinchem wonende aldaar (1678), trouwde ca. 23 april 1694 (huw. voorwaarden Dordrecht) Aernolt van Leeuwen, koopman op de Maas, jongman (1694)

ONA Dordrecht inv. 182, f. 35: op 26 mrt. 1668 verklaart Pieter de Wacker, pruikenmaker en koopman, burger van Dordrecht, op verzoek van Pieter Regenmorter de jonge, koopman en burger van Dordrecht, dat hij in juni 1667 van Huijbrecht Hendricxsz. en Catarina Daris, de vrouw van Anthonis Berghmans, wonende te Bergeijk in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, gekocht heeft en daarna aan de rekwirant doorverkocht heeft vier strengen blond haar voor 48 gl., “welck voorsz. hair hij attestant bij hem niet [geverfd] … off andersints niet gecoleurt off vervalscht te sijn”.

ONA Dordrecht inv. 232, f. 364: op 7 okt. 1671 testeert Johannis Ubbinck, kruidenier, ongehuwde persoon, burger van Rotterdam, wonende in de Westewagenstraat ald. Als hij ongetrouwd of zonder kinderen na te laten komt te overlijden, benoemt hij tot zijn erfgename in de helft van zijn na te laten goederen, zijn zuster Aeltjen Ubbinck, de vrouw van Pieter de Wacker, of bij vooroverlijden haar kinderen, en tot erfgenamen van de wederhelft zijn halfbroers en halfzuster Aernoldus Ubbinck, apotheker te Rotterdam, Francois Ubbinck en Hester Ubbinck, beiden wonende te Maastricht, of bij hun vooroverlijden hun kinderen. Dit evenwel op voorwaarde, dat zijn erfgenamen aan de huisarmen van de NG gemeente te Rotterdam een bedrag van 1000 gl. zullen uitreiken, en aan Jan van der Cloot, koopman en suikerraffinadeur te Rotterdam, zijn gewezen meester, een somma van 100 gl., en aan Johannes de Meij, eveneens koopman en suikerraffinadeur te Rotterdam, een bedrag van 50 gl. Als iemand van zijn halfbroers of -zuster komt te overlijden zonder kinderen na te laten, of indien al die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, moet hetgeen zij van hem zouden erven komen aan zijn zuster Aeltjen Ubbinck voor de ene helft en aan de langstlevende van zijn halfbroers en -zuster voor de wederhelft.

ONA Dordrecht inv. 185, f. 15: op 17 mrt. 1674 testeren Pieter de Wacker koopman en zijn vrouw Aeltgen Ubbingh, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden, die zij hebben gepasseerd ten overstaan van notaris Ph. Basteels te Rotterdam op 30 aug. 1669. Tot erfgenaam van al hun na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. De testatrice verklaart, dat daarbij inbegrepen zal zijn de goederen, die zij geërfd heeft van haar broer Johannes Ubbingh. De langstlevende is gehouden hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en moet hun dan onder hen allen een bedrag van 2000 gl. uitkeren. Als de eerststervende zonder kinderen na te laten komt te overlijden of als de kinderen zullen overlijden voor het bereiken van hun mondigheid of voor zij gaan trouwen, moet de testateur, als hij de langstlevende is, aan Hester van de Meer, weduwe van Hessel Ubbingh, zijn vrouws stiefmoeder, een bedrag van 500 gl. uitkeren en aan Arnoldus, Franchois en Hester Ubbingh, haar halfbroers en -zuster, of bij vooroverlijden hun kinderen, elk een bedrag van 500 gl., makende samen 2000 gl. Als de testatrice de langstlevende zal zijn, moet zijn aan Machtelt de Wacker, de zuster van de testateur of bij vooroverlijden haar kinderen een bedrag van 1000 gl., en aan Hendricxken en Johannes Struijs, zijn halfzuster en -broer of bij vooroverlijden hun kinderen, elk een bedrag van 500 gl uitreiken, ofwel in totaal 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 88: op 15 april 1676 verkoopt kapitein Johannes van IJsel, koopman en burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Pieter de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug aan de Landzijde, vanouds genaamd “het Noortse Bosch”, met een vrije uitgang op de Vest, staande tussen het huis van de weduwe van Govert van der Velde en dat van ds. Lidius, predikant te Zoeterwoude, als man van de weduwe van Pieter de Haen.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 21v: op 22 mei 1677 verkopen Johannes Melanen en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van Pieter van Schellebeeck, voor 4000 gl. aan Pieter de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, een huis naast “ende over” de Blauwpoort, staande tussen het inkomen van de Nieuwe Haven en het huis van Hartloff van Schellebeeck.

De Blauwpoort (rechts) met de Engelenburgerbrug en links de kraan Rodermond. Tekening van J. Hoolaart uit 1776. (foto: RA Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 113: op 30 april 1680 verkoopt Pieter de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, voor 5800 gl. aan Adriaen Brimhardt, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug, vanouds genaamd “het Noortse Bos”, met een vrije uitgang achter op de Vest, staande tussen het huis van Govert van der Velde en dat van de erfgenamen van Pieter de Haen.

ONA Dordrecht inv. 192, f. 135: op 18 jan. 1691 benoemen Pieter de Wacker en zijn vrouw Margrieta van Barnevelt, zij gezond, hij ziek in bed liggende, tot voogden over hun kinderen de langstlevende van hen beiden, alsmede Hendrick van Barnevelt, haar broer. Hij benoemt nog tot voogden over zijn voorzoon, Hendrick de Wacker, zijn neef Hartloff van Schellebeeck en zijn halfbroer Johannes Struijs.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 788: inventaris en scheiding dd 20 febr. 1694 van de goederen en effecten, die zijn nagelaten door Pieter de Wacker, tussen zijn weduwe Margrieta van Barnevelt enerzijds en zijn voorzoon en twee nakinderen [van wie voogden zijn hun moeder en mr. Hendrick van Barnevelt, vroedschap van Gorinchem] anderzijds.

De boedel omvat

een huis aan de havenzijde van de Blauwpoort met de zolders boven die poort, strekkende tot aan het huis van Hartloff van Schellebeeck, in welk huis de weduwe en de kinderen tot nog toe gewoond hebben. De weduwe zal het huis aannemen voor 16.000 gl.

een vierde part in een fluitschip, voorheen genaamd “den Gecroonden Haringh” en thans “de Stad Elburg”, waarop schipper is Haentie Leuten, welk vierde part de weduwe zal aannemen voor 1500 gl.

een achttiende part in een schip en lading, waarvan boekhouder is geweest Johan den Baes: 500 gl.

obligaties, boekschulden en wisselbrief, diverse lasten graan, liggende op zolders binnen en buiten Dordrecht, stokvis

huisraad en roerende goederen, die de weduwe zal aannemen voor 1000 gl.

De baten bedragen samen 116.430 gl. 1 st. De lasten bedragen samen 28. 471 gl. 12 st. Resteert 87.958 gl. 9 st.

Hendrick de Wacker, de voorzoon van de overledene, heeft recht op zijn moederlijke goederen, nl. 2000 gl., alsmede een legaat van 100 gl., aan hem gemaakt door Aeltgen Everts.

Van de baten moeten afgetrokken worden de goederen en effecten, die door Pieter de Wacker ten huwelijk zijn ingebracht: 28.000 gl.

De goederen, die de weduwe ten huwelijk heeft ingebracht, daarbij inbegrepen de potpenningen, maar uitgezonderd de huisraad en roerende goederen, bedragen 16.392 gl

Aan de weduwe komt in totaal toe een bedrag van 37.125 gl. 4 st. 8 penn.

De voorzoon heeft recht op 18.344 gl. 8 st. 2 penn.

De twee nakinderen hebben elk recht op 16.244 gl. 8 st. 2 penn.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 176 e.v.: staat dd 22 april 1694 van de goederen en effecten, die Margrieta van Barnevelt, weduwe van Pieter de Wacker en nu ondertrouwd met Aernolt van Leeuwen, “bij forme van vertichtinge bewesen” heeft aan haar kinderen, Barnevelt en Aletta de Wacker, wegens hun vaderlijk erfdeel. Tot die goederen behoren o.a. een huis op de hoek van de haven aan de Blauwpoort, getaxeerd op 15.000 gl., alsmede een aantal obligaties, hypotheekbrieven en losrentebrieven. De totale waarde is 32.787 gl. 17 st. De weduwe zal genoemde goederen en effecten onder zich houden tot haar kinderen de mondigheid hebben bereikt of gaan trouwen en hun dan het totale bedrag in contant geld voldoen.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 180 e.v.: op 23 april 1694 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Aernolt van Leeuwen, koopman op de Maas en jongman, enerzijds, en Margrieta van Barnevelt, weduwe van Pieter de Wacker, geassisteerd met haar broer mr. Hendrick van Barnevelt, schepen en vroedschap van Gorinchem, anderzijds. 

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 67v e.v.: op 10 sept. 1711 verkoopt Hendrik de Wakker, koopman te Dordrecht, als erfgenaam van Barneveld de Wakker, die mede een erfgenaam was van Margareta van Barneveld, in haar leven weduwe van Pieter de Wakker, voor 8800 gl. aan Hendrik Josselet, koopman te Dordrecht, een huis, staande tussen de Blauwpoort en de stadshaven, door de koper reeds bewoond, welk huis de verkoper in mindering op zijn erfportie is aanbedeeld volgens akte van boedelscheiding, gepasseerd voor notaris H. de Wilde te Amsterdam op 31 mrt. 1711. De koper betaalt deels contant en deels met het passeren van een custingbrief van 5000 gl.

Kinderen 

ex 1:

a. Hendrick de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1671, volgt IV

ex 2:

b. Barnevelt de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 5 mrt. 1679, koopman te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 okt. 1707 (Barnevelt de Wakker, koopman, aan de Molenstenen [plein aan het einde van de Houttuinen bij kraan Rodermond], zes koetsen extra)

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 152: op 25 nov. 1704 verkoopt Barneveld de Wacker, koopman te Dordrecht, voor 545 gl. aan Jan de Bruijn een huis, dat is ingericht als koetshuis en paardenstal, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Willem den Boer en dat van Jacob Verstrate.

c. Aletta de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1682

d. en e. Anna en Maria, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1685, beiden jong overleden

IV. Hendrick de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1671, jongman van Dordrecht (1693), koopman te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 okt. 1693 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Amsterdam) Geertruij Temminck, gedoopt NG Amsterdam 21 dec. 1670, jonge dochter van Amsterdam (1693), dochter van Adriaen Temminck Jacobsz. en Geertruidt van der Haege

NG trouwboek Amsterdam 1 okt. 1693 (ondertrouw): Hendrick de Wacker, van Dordrecht en daar wonende, koopman, 23 jaar oud, ouders overleden, geassisteerd met zijn voogden Hartlof van Schellebeeck en Johannes Struijs, en Geertruijda Temminck, van Amsterdam, 22 jaar oud, wonende op de Keizersgracht, geassisteerd met haar vader Adriaen Temminck Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 244: op 11 april 1685 testeert Hendrick de Wacker, ongehuwde persoon en burger van Dordrecht. Hij benoemt tot zijn erfgenaam zijn vader Pieter de Wacker.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 119: op 19 jan. 1694 verklaart Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, dat hij ten behoeve van de kinderen van wijlen Aernoldus Ubbinck afstand doet van hetgeen hij geërfd zou hebben van zijn oom Johannes Ubbinck.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 123: op 23 jan. 1694 testeren Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Temminck, hij gezond, zijn ziek in bed liggende. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 5000 gl. uit te reiken. Als de eerstoverlijdende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen van de eerstoverlijdende een somma van 2000 gl. uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 152: overeenkomst dd 27 febr. 1694 tussen Margrieta van Barnevelt, weduwe van Pieter de Wacker, en Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, aangaande “de aenneminge … van elckanders helfte” in een oliemolen, die zij hebben gekocht van Johan de With, koopman en burger van Dordrecht, voor 13.700 gl., staande buiten Dordrecht aan de dijk van ‘s-Gravendeel onder Wieldrecht, zijn de laatste oliemolen aan de ‘s-Gravendeelse dijk. De overeenkomst houdt in, dat als iemand van hen beiden komt te overlijden gedurende het compagnonschap en diens erfgenamen niet langer genegen zijn daarin te blijven, maar hun helft van de oliemolen willen verkopen, de langstlevende dan als eerste de helft ervan mag aannemen voor de prijs, die ervoor betaald is. Voorts is overeengekomen, dat Hendrik de Wacker gedurende vier jaar het beheer van de hele oliemolen zal hebben en dat daarna de weduwe, als zij daartoe genegen zal zijn, het beheer ervan voor de volgende vier jaar van hem zal mogen overnemen.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 284: op 14 jan. 1695 verklaren Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruijt Temminck, op verzoek van Dirck van der Hagen en Jacob Somer, wonende te Amsterdam, dat zij van hun vader resp. schoonvader Adriaen Temminck Jacobsz., wonende te Amsterdam, ontvangen hebben hetgeen hij op 29 okt. 1685 beloofd heeft als moederlijk bewijs aan zijn onmondige kinderen te zullen geven, wanneer zij de mondigheid bereikt hadden of wanneer zij gingen trouwen.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 334: op 27 april 1695 verklaart Elisabeth Hulsthout, weduwe van Anthonij van Mening, burgeres van Dordrecht, als eigenares van een huis op de hoek van de Schuitenmakersstraat in de Houttuinen, toegestaan te hebben aan Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, dat hij op het erf of de kade voor het voornoemde huis omtrent het einde van de steiger een kleine kraan of “wipken” laat maken om daarmee gedurende een periode van zes jaar zijn stokvis en koopmanschappen te kunnen ontschepen.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 368 e.v.: op 22 sept. 1695 verklaart Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, als enige nagelaten zoon van wijlen Aeltgen Ubbbingh, die getrouwd was met Pieter de Wacker, dat in het testament van wijlen Johannes Ubbinck, burger van Rotterdam, zijn oom van moederszijde, gepasseerd voor notaris G. de Witt op 7 okt. 1671, tot de erfgenamen van zijn oom benoemd zijn Aernoldus Ubbinck, apotheker te Rotterdam, en Franchois en Hester Ubbinck, Johannes’ halfbroers en -zuster, gewoond hebbende te Maastricht. Aangezien de comparant “totte voorn. Hester Ubbinck sijne moeije maternel, seer grootelijcx genegen is ende wel weet, dat sij haere portie in de voorsz. erffenisse hoochnoodich van doene heeft tot onderhout voor haere kinderen”, doet hij ten behoeve van haar afstand van al hetgeen hem toekomt uit de boedel van Johannes Ubbinck, zijn oom.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 134v: op 19 mei 1698 verkopen Maria Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man Anthonij Leenman, raad en vroedschap van Brielle, Aletta Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Onias en zijn vrouw Christina Wens, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Weststrate te Zierikzee op 24 sept. 1697, en Cornelia Wens, ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Meninge, weduwe van Willem Wens, voor 4600 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, een huis tegenover kraan Rodermont op de hoek bij de Molenstenen [plein aan het einde van de Houttuinen], staande tussen ’s herenstraat en het huis van Elisabeth Hulsthout. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 3000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 143v: op 10 mei 1701 verkopen “Andreas HaverCamp, Schepen in Wette mitsgrs. ontfanger binnen de Stad Wezel, als in Huwel. hebbende juffr. Hillegonda de Ruijter, vervangen(de) hem sterckmakende en rato Caverende voor d’Heer Johan Adolph Schram, bedienaar des Godd. woorts tot Wezel als in Huwelijck hebbende juffr. Catarina de Ruijter nogh Sr. Hendrick de Ruijter, Coopman binnen dese Stad, Soo voor sijn selven en als last en procur. hebbende van juffr. Johanna en Cristina de Ruijter mitsgrs. Alletta de Ruijter wed.e wijlen Sr. Bartholomeus van Leeuwen in sijn leven Coopman tot Rotterdam als mede van Juff.w Elisabeth en Sebilla de Ruijter, nogh van Sr. Andreas de Ruijter, brouwer tot Delft, alle kinderen en Erffgen. van wijlen de Heer Wessel de Ruijter in sijn leven int Collegie van Mannen van Veertigen en Coopman binnen dese Stad” voor 2800 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, drie pakhuizen onder één dak, staande buiten de Sluispoort tussen het huis van de verkopers en dat van Pieter Backus.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 107: op 15 mrt. 1702 verkopen kapitein Jeremias van der Monden en Adriaen van den Branden, als voogden over Jeremias van der Monden de jonge, minderjarige zoon van wijlen Mighiel van der Monden, burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de koper en ’s herenstraat.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Adriaen, 9 okt. 1694

b. Petronella de Wacker, 28 okt. 1695, begraven Amsterdam 15 okt. 1729 (Petronella de Wacker, de vrouw van Zeger van Son, op de Herengracht, de drie onderste kisten geruimd, de beenderen in een kistje “onder de vijf diep gesedt”, [laat] vier kinderen na), trouwde NG Amsterdam 20 okt. 1718 (ondertrouw) Zeger van Son, gedoopt NG Amsterdam 14 sept. 1685, begraven Amsterdam 20 april 1750 (Zeger van Zon, op de Herengracht, met koetsen begraven), zoon van Thomas van Son en Anna Sterck

De Herengracht te Amsterdam in 1685, door Gerrrit Adriaensz. Berckheijde.


NG trouwboek Amsterdam 20 okt. 1718: Zeger van Son, van Amsterdam, 33 jaar oud, op de Keizersgracht, ouders overleden, geassisteerd met zijn broer Jan van Son, en Petronella de Wacker, van Dordrecht, 23 jaar oud, op de Herengracht, geassisteerd met haar vader Hendrick de Wacker.

Kinderen (allen NG gedoopt in Amsterdam):

b-1. Thomas van Son, 12 aug. 1722 (getuigen: Maria de Knuijt, Hendrick de Wacker)

b-2. Geertruijd van Son, 24 nov. 1724 (getuigen: Jan van Son, Geertruijd Temming)

b-3. Anna Maria van Son, 14 juli 1726 (getuigen: Hendrick de Wacker, Ingetje van Son), jong overleden

b-4. Hendrick de Wacker van Son, 14 jan. 1728 (getuigen: Cornelis van Son, Aletta de Wacker)

b-5. Zegerus Jan van Son, 17 aug. 1729 (getuigen: Thomas van Son, Elisabet Engelina Borsman)

c. Adriana, 19 okt. 1696

d. Dirk, 26 juni 1705

e. Pieter, 21 mei 1710