Trouwboek Gerecht Dordrecht 1751 – 1811 (selectie)

27 april 1752

Krijn Heijbeek wed won buiten de Spuipoort en Geertruij Bonten jd won op de Tolbrug bvd, op 14 mei 1752 getr. door ds. Geerling

5 mei 1753

Jasper Loket jm van Zwijndrecht won in de Vriesestraat gm zijn oom Jan Mol en Maria Catharina Wilmsen jd van Wesel won in de Kannenkopersbuurt, heeft schriftelijk consent van haar moeder Catharina Beckers weduwe van Hendrik Wilmsen, getr. 20 mei 1753

6 sept. 1754

(aan huis): mr. Pieter Cornelis Pompe van Meerdervoort in de Oudraad en thesaurier van Dordrecht jm won in de Wijnstraat op de Groenmarkt en jkvr. Emmerentia Johanna van den Brandeler won in de Voorstraat bij de Beurs bvd, getr. sept. [sic] 1754

[Emmerentia Johanna, dochter van mr. Johan van den Brandelaer en Margarita Johanna van Meeuwen, NG gedoopt te Dordrecht op 24 sept. 1724]

3 mei 1755

Leendert Dupper jm geboren te Haaften wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, geassisteerd met Gerrit Blankers, heeft schriftelijk consent van zijn oom en voogd Gijsbert Dupper en Anna Antonetta van der Werff jd van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat, geassisteerd met haar vader Adriaen van der Werff, getr. 18 mei 1755

9 sept. 1756

Alexander Verhaagen jm van ‘s-Gravendeel gm zijn vader Alexander Verhagen en Maria Hooglander wed van Roelof Stempels geboren te Dordrecht, getr. 26 sept. 1756

5 juli 1760

Johannes Marran jm won op de Hil gm zijn vader Andries Marran en Maijke Boumans wed van Arij Lugten bvd en won in de Raamstraat, getr. 20 juli 1760 (24 juli 1760 een trouwbrief gegeven)

29 jan. 1761

Anthony [Teunis]Jonkers jongman geboren te Budel in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch geassisteerd met zijn neef Martinus van der Schulp en Hermijna van Engena [van Angena, van Ergena], jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Zandweg geassisteerd met haar moeder Hilligje de Bruijn weduwe van Hermen van Engena, getrouwd 15 febr. 1761

[I. Anthony Jonkers, trouwde Hermijna van Engen

ONA Dordrecht inv. 1134, akte 137: testament dd 9 nov. 1770 van Anthonij Jonkers en zijn vrouw Hermijna van Ergena, wonende te Dordrecht. De testateuren zijn beneden de 2000 gl. gegoed. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden en hun bij hun mondigheid of huwelijk “onder hen allen” een bedrag van 25 gl. uit te keren ter voldoening van hun legitieme portie. Hij tekent met zijn naam, zij zet een kruisje.

ORA Dordrecht inv. 833, f. 102v e.v, akte dd 7 nov. 1776: Teunis de Jong koopt een huis in de Kromme Elleboog, dat aan één zijde wordt belend door het huis van Teunis Jonkers.

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 27 mrt. 1788: Hermijna van Ergena, vrouw van Teunis Jonkers in de Kromme Elleboog, laat kinderen na, beste graf

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 3 april 1788: Teunis Jonkers, in de Kromme Elleboog, laat kinderen na, beste graf

Uit dit huwelijk (o.a.):

II. Anthony Jonkers, gedoopt NG Dordrecht 17 jan. 1771, klerk ter secretarie, overleden Dordrecht 10 aug. 1828, trouwde 1e Emerentia Hartsprong, 2e Johanna Elisabeth Wenzel (kinderen uit beide huwelijken)

Weeskamer Dordrecht inv. 37, f. 223v: op 8 april 1788 zijn door het Gerecht van Dordrecht tot voogden over het kind van wijlen Anthonij Jonkers en Hermijna van Ergena aangesteld Hendrik Francois De Court en Francois Pistorius.

ORA Dordrecht inv. 839, f. 271v e.v., transportakte dd2 april 1789: Hendrik Francois Decourt, oud-vroedschap, en Francois Pistorius, notaris te Dordrecht, als aangestelde voogden over Anthonie Jonkers, enige nagelaten zoon van wijlen Anthonie Jonkers en diens vooroverleden vrouw, Hermijna van Ergena, verkopen voor 410 gl. en een rantsoen van 10 gl. 5 st. aan Hendrik Verop, inwoner van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Hendrik Versteeg en dat van Jan Beem.

Trouwboek Gerecht Dordrecht 5 nov. 1795: Anthony Jonkers jongman geboren te Dordrecht wonende in de Kolfstraat met schiftelijke verklaring van H.F. Decourt dat hij geen ouders meer heeft en Emerentia Hartsprong jonge dochter geboren te Gorinchem wonende in de Kannekopersbuurt [deel van de Voorstraat] te Dordrecht met schriftelijk consent van haar moeder Lena Schouten weduwe van Thomas Hartsprong, getrouwd 21 nov. 1795

Dodenboek RK kerk te Dordrecht, 15 sept. 1804: Emerentia Hartsprong, vrouw van Anthonie Jonkers, “acatholicus”

Trouwboek Gerecht Dordrecht 9 jan. 1806: Anthony Jonkers weduwnaar van Emmetje Hartsprong geboren te Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt en Johanna Elisabeth Wenzel jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Boomstraat bijgestaan met haar broer Antonij Wenzel, de bruidegom heeft kinderen, doch de vrouw heeft geen goederen nagelaten, getrouwd 1 febr. 1806

Liste Civique Dordrecht 1811 (Erfgoedcentrum DiEP, archief 4, inv. 469), nr. B: 730 Anthonij Jonkers, “copiste”, geboren 10 jan. 1770 [sic]

BS Dordrecht, overlijdensregister 1828, akte 316, op10 aug. 1828 is in het huis E:353 aan de Spuiweg overleden Antonij Jonkers, klerkter secretarie, 57 jaar oud, geboren en wonende te Dordrecht, echtgenoot van Johanna Elisabeth Wenzel, achter in de 50 jaar oud, zoon van Antonij Jonkers en Hermijna van Angeman, beiden overleden te Dordrecht

Uit het eerste huwelijk (allen RK gedoopt te Dordrecht):

a. Hermina, 26 juni 1793 (getuigen: Jan Hartsprong en Lena Schouten)

b. Thomas Johannes, 21 aug. 1796 (getuigen: Jan Hartsprong en Joanna Niessen)

c. Joanna Lena, 11 april 1800 (getuigen: Jan Hartsprong en Lena Hartsprong)

d. Helena, 27 nov. 1803 (getuigen: Joannes Hartsprong en Joanna van der Pluijm)]

9 april 1761

(de geboden gaan te Amsterdam) Cornelis Ambagstheer jm geboren en won te Hendrik-Ido-Ambacht gm zijn vader Baltus Ambagtsheer en Elisabeth van Kraaij jd van Dordrecht won op de Boerenvismarkt gm haar vader Gijsbert de Kraaij, getr. 26 april 1761

3 dec. 1761

Frans Ridderhoff jm won in de Heer Heymansuysstraat hebbende zijn moeder Jenneke Kleijn wed van Willem Ridderhof mondeling haar consent gegeven aan kamerbewaarder Pappeljon en Kaatje van Haarlem jd won op de Riedijk bvd gm haar broer Blasius van Haerlem, getr. 20 dec. 1761

9 april 1763

(de geboden gaan in de Franse kerk) Izaak Morjé junior jm won in het Steegoversloot gm zijn vader Izaak Morjé en Sophia Cornelia van Andel jd won in de Voorstraat bij de Wijnbrug hebbende schriftelijk consent van haar moeder Jenneke van Gemert wed van Dirk van Andel, getr. 27 april 1763

17 dec. 1763

Cornelis Kuijpers jm geboren te Dordrecht won voor het Bagijnhof gm Cornelia van Nispen wed van Hendrik Kuijpers zijn moeder en Adriana Booij jd geboren op de grond van de Merwede won in de Vriesestraat gm haar vader Jan Booij, getr. 17 jan. 1764

[Cornelis Kuijpers, gedoopt NG Dordrecht 24 juli 1739, kunstschilder, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 dec. 1802 (Cornelis Kuipers, op het Bagijnhof, laat kinderen na, met de lijkkoets, om 11 uur.]

Cornelis Kuipers, Stilleven

11 april 1765

Mels van Oosterwijk jm geb te Gorinchem won in de Grotekerksbuurt te Dordrecht gm zijn vader Stephanus van Oosterwijk en Weijntje Montfoort jd geb te Dordrecht won in de Houttuinen gm haar vader Jacobus Montfoort, 28 april 1765getr. door ds. Van Meurs

[Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 6 nov. 1772: het minderjarig kind van Mels van Oosterwijk, de ouders leven, in de Korte Breestraat, beste graf.]

24 dec. 1766

(aan huis; klasse van 30 gl.; de geboden gaan te Arnhem, Elburg en Ede)

mr. Bernard Johan Hoff jm geboren te Elburg wonende te Arnhem en Maria van Boven jd geboren te Dordrecht wonende op het Maartensgat gm haar zwager Cornelis Stratenus, getrouwd in Dordrecht op 14 jan. 1767 [zie genealogie Stratenus op deze website]

Bernard Johan Hoff

[Bernard Johan Hoff, geboren Elburg 1732, secretaris van Arnhem, zoon van Willem Theodoor Hoff en Barte Fabritius

Maria van Boven, geboren naar schatting ca. 1735, dochter van Pieter van Boven en Ida Maria Moorrees]

23 mei 1767

(klasse van 15 gl., de geboden gaan in de Waalse kerk): Francois Xavier Richard geboren te la Neuve Verrerie terre D’Argues Baillugege [bedoeld is misschien: bailliage] de Cour de Laris in het bisdom van Bale in Zwitserland won in de Wijnstraat bij de Wijnbrug hebbende schriftelijk consent van zijn moeder Susanna Choulet weduwe van Adam Richard en Elisabeth van der Walck weduwe van Philippus van den Hespel geboren te Amsterdam wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, heeft bewijs gedaan aan haar kinderen, volgens akte gepasseerd op 22 mei 1767 voor notaris J. van der Star, op 7 juni getr. in de Waalse kerk

2 juli 1767

Rijnier de Visser jongman geboren en wonende onder de Mijl geassisteerd met zijn vader Matthijs de Visser en Maijke Romeijn jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Papendrechtse Dam geassisteerd met Arij Romeijn, 19 juli getrouwd

2 juli 1768

Arij Lamme jm won in de Kolfstraat met consent van zijn vader Teunis Lamme en Johanna van Es jd won in de Vriesestraat bvd hebbende schriftelijk consent van haar voogden Abraham Tersier en Joost Schoenmakers,getr.17 juli 1768

[Ary Lamme,  gedoopt NG Heerjansdam 10 jan. 1748 (getuige: Maria Leenheer), zoon van Theunis Lamme en Cornelia Ariensdr. Leenheer

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 105 e.v.: op 23 jan. 1753 verkoopt Barent de Bruijn, korenmeter en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Teunis Lamme, voor hemzelf en voor Leendert de Smith, beiden als voogden over de kinderen van Teunis Lamme, door hem verwekt bij Cornelia Leenheer, die is overleden, ten behoeve van die kinderen een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Joost Soeteman en dat van Jacob Ermeseel.

Ary Lamme, landschap (foto: L. van Dijk-Ros)
Ary Lamme “schilderde, vertaalde en schreef toneelstukken, was ook politiek geëngageerd en gaf in zijn toneelstukken uiting aan zijn voorkeur voor het patriottische ideeëngoed. Dit had tot gevolg dat hij tijdens de onlusten van 1787, toen een Pruisisch leger de Nederlandse Oranjegezinden te hulp kwam, met vele anderen het land moest ontvluchten. Hij vertrok naar België waar zijn dochter Cornelia zich niet veel later bij hem voegde. Pas na twee jaar zouden zouden zij naar Dordrecht terugkeren. Arie Lamme had twee kinderen,” Cornelia Lamme (1769-1839), die trouwde met Johan Bernard Scheffer (de ouders van de kunstschilder Ary Scheffer), en Arnoldus Lamme (1771-1856). (L. Ewals, Ary Scheffer 1795-1858 Gevierd Romanticus [Zwolle 1995], p. 13]

8 juni 1769

Willem de Visser jm geboren en won onder de Mijl gm zijn vader Jan de Visser en Ariaantje van Stight jd geboren en won te Vuuren heeft schriftelijk consent van haar vader Abraham van Stigt, getr 2 juli 1769

2 nov. 1769

Wouter van Haalen jm geboren onder de Mijl won aldaar gm zijn vader Dirk van Haalen en Johanna de Visser jd geboren onder de Mijl won in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug gm haar vader Jan de Visser, getr 19 nov. 1769 (pro deo)

16 nov. 1769

Leonardus Jonkers jm geboren te Budel wonende in de Wijngaardstraat heeft schriftelijk consent van zijn moeder Leonora van Berthe weduwe van Willem Jonkers en Ida van Nugteren jd geboren te Dordrecht wonende in de Raamstraat geassisteerd met haar vader Rijk van Nugteren, getr. op 10 dec. 1769 door ds. Robijn.

26 mei 1774

Jacobus Lengton jm geboren in Den Haag wonende in de Grotekerksbuurt geassisteerd met zijn vader Anthonij Lengton en Elisabeth Blekton jd geboren te Dordrecht wonende in de Vriesestraat geassisteerd met haar vader Isaacq Blekton, getr. op 19 juni 1774

10 sept. 1774

Jacob Vriessendorp jm won op de Hoge Nieuwstraat gm zijn vader Hendrik Vriessendorp en Anthonia van Hombroek jd won op de Wolwevershaven beiden geboren te Dordrecht geassisteerd met haar vader Cornelis van Hombroek, getr. op 25 sept. 1774 (klasse van 30 gl.)

[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 230v: op 11 sept. 1781 verkoopt Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Jacob Vriesendorp, koopman te Dordrecht, de helft van twee houttuinen of loodsen, naast elkaar staande op de Walevest tussen ’s Landsmagazijn aan de ene zijde en het erf van de juffrouwen Snellen tussen beide en de loodsen van Dirk Vos Cornelisz. aan de andere zijde, welke aan de verkoper ten overstaan van schepenen van Dordrecht zijn overgedragen op 17 jan. 1758.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 192 e.v.: op 9 mrt. 1784 verkoopt Dirk Vos Cornelisz., koopman te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Hendrik Vriesendorp en zoon, kooplieden te Dordrecht, een loods op de Walevest, welke achter met een erf uitkomt op de Buitenvest, staande tussen de tuin van van Adriaan La Coste en de loods van verkopers.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 250: op 7 sept. 1784 verkoopt Dirk van der Linden, wonende onder Dubbeldam, voor 4250 gl. aan Jacob Vriesendorp, koopman te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Binnenvest, staande tussen het huis van de juffrouwen Snellen en dat van verkoper, alsmede een huis op de Binnenvest, staande tussen het voornoemde huis en zekere gang.

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 238v e.v.: op 18 nov. 1788 verkoopt Lodewijk van Loon, lid van de Oudraad van Dordrecht, als gemachtigde van zijn moeder Lidia van Berlecom, weduwe van Adriaan van Loon, wonende te Dordrecht, voor1220 gl. aan Jacob Vriesendorp, inwoner van Dordrecht, een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, van achteren uitkomende op de Walevest en staande tussen het werkhuis van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1678, f. 64 e.v.: op 11 okt. 1796 verkopen Paulus Knogh, Isaak de Kuijser, en Louis Elisa van der Horst, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elizabeth Maria van Attenhoven, overleden te Dordrecht, voor 8300 gl. aan Jacob Vriesendorp, koopman te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, van achteren uitkomende met een pakhuis op de Walevest, en een open erf achter genoemd huis, belend door het venduhuis “de Gouden Molen” aan de ene zijde en het huis van Jenneke Stapelkamp.

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 361v: op 22 jan. 1807 verkoopt Johannes van Ewijck, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Lodewijk Linkmeijer, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Oosterhout Ez. te Rotterdam op 10 jan. 1807, voor 575 gl. aan Jacob Vriesendorp en zonen, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat (nr. A:460).

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 21 juni 1808: Jacob Vriesendorp, op de Hoge Nieuwstraat, nr. A:509, laat kinderen na uit het eerste en tweede huwelijk, met de lijkkoets, stil bijgezet, 61 jaar, kanker.]

12 sept. 1776

Wessel Krull jm van Dordrecht won in de Kolfstraat gm zijn moeder Elsje Wessels wed van Cornelis Krull en Jannetje Notja jd van Dordrecht won op de Hellingen gm haar vader Matthijs Notja, op 29 sept. 1776 getrouwd

[Wessel Krul, geboren Dordrecht ca. 1758, overleden Rotterdam 6 okt. 1837, zoon van Cornelis Krul en Jansje Vroman.

“In september 1776 trouwde de turfschipper Wessel Krul met Jannigje Notja. Zij had een dertien jaar jonger[e] zus Antje die nog bij haar ouders in de Turfsteiger woonde. Het jonge stel ging aan de Taankade wonen. In 1788 vergreep Wessel zich aan Antje die met haar 21 jaar in die tijd nog minderjarig was. Vijf maanden lang ontmoeten Wessel en Antje elkaar geregeld … Antje verklaarde later dat ze ‘het’ op het bed hadden gedaan, maar ook zittend op een stoel en liggend op de grond. … Op 11 augustus 1788 werd een meisje geboren dat twee dagen later gedoopt werd met de naam Johanna. Wettelijk erkende de vader Wessel Krul het kind niet en het kreeg dus niet zijn achternaam, maar heette naar haar moeder Notja. De familie Notja was niet bepaald rijk. Zij werden nagenoeg allemaal bedeeld. … Veel Notja’s werden geregeld opgepakt wegens dronkenschap. … [Wessel] kocht huizen aan het Groothoofd, in de Palingstraat en twee panden aan de ‘Boerevischmarkt’ de Kuipershaven bij de Damiatebrug. In die panden zaten kroegen en een winkel. [Zoon Cornelis Krul runde een kroeg van zijn vader aan het Groothoofd.] … ook zijn onechte kind Johanna [Notja] … werd door hem bedacht. Zij had samen met haar man Johannis Brand een kroeg in een pand van haar vader aan de Kuipershaven, nu nog bekend als het huis met de kromme schoorsteen. Het was ooit herberg het Hof van Holland. Het huis ernaast, een winkel, was ook eigendom van Wessel Krul. In 1822 verschijn[t] in de Arnhemse Courant een bericht op de eerste pagina. Johanna Notja en Johannis Brandt werden door de politierechter in Dordrecht ver[oor]deeld wegens belediging. Johanna had haar achterbuurvrouw Geertrui Lelieveld, die in de Torenstraat woonde, uitgemaakt voor ’tooverheks’ die haar helse pijnen veroorzaakte. Sterker nog: de buurvrouw vermomde zich kennelijk als kat en die kat had de stem van buurvrouw Lelieveld. … Johannis trok zijn verklaring in, maar Johanna bleef erbij … Of en hoe Johannis en Johanna werden gestraft, is helaas niet bekend. Opmerkelijk [is] dat de Dordrechtse Courant niet over de zaak schreef. … [Wessel] overlegd in 1837 in Rotterdam. Johanna erfde het huis en verkocht het later aan haar schoonzoon. Zij overleed in 1859.” (Dordt Eigen-Aardig in AD De Dordtenaar van 18 sept. 2024)

Zoon:

a. Cornelis Krul, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1777]

10 april 1777

Johan Jacob Schaarman jm geboren te Wijnhijm in het Palsische woont in de Heer Heymansuysstraat met schriftelijk consent van zijn vader Johan Adam Schaarman en Anna Sophia Bohren jd geboren te Holten in het hertogdom Kleef won als voren met schriftelijk consent van haar moeder Aletta Struikman eerst wed van Jan Bohren en nu vrouw van Hendrik Heuven, getr. 27 april 1777

25 sept. 1777 (onderscheiden gezindten: RK)

de trouwbeloften aangetekend tussen Gregorius Kerssen jongman van Middelburg wonende buiten de Vriesepoort geassisteerd met Gijsbert Schouten zijn vriend en Emmerentia Schouten jonge dochter van Gorinchem wonende buiten de Vriesepoort geassisteerd met haar vader Adriaan Schouten, getrouwd op 11 okt. 1777

30 juli 1778

Johan George Schaarman jm geboren te Wijnheim aan de Bergstraat in het Keurpalsische woont in de Kromme Elleboog geassisteerd met zijn vader Johan Georg Schaarman en Cornelia Mulder jd geboren te Dordrecht wonende op de Hellingen geassisteerd met haar broeder Jacobus Mulder, getr. 16 aug. 1778

16 nov. 1780

(attestatie gegeven 3 dec. 1780) Barend Klaasz. Bresser wed van Katarina van Duin wonende te Dordrecht en Anna Jansdr. van Harthals jd won te Dubbeldam, volgens attestatie van Dubbeldam dd 18 nov. 1780

4 dec. 1781

(de geboden gaan in Grave) Dr. Nicolaas Rovers jm geboren te Grave won in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat met schriftelijk consent van zijn ouders Johan Rovers en Geertruij Sielen en Sophia Cornelia van Andel wed van Izaak Morjé geboren te Dordrecht won in de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat. De bruid heeft bewijs gedaan aan haar zoon volgens akte gepasseerd voor notaris J.H. Schultz van Haegen op 3 dec. 1781, getr. 25 dec. 1781

2 febr. 1786 (attestatie gegeven op 19 febr. 1786)

Cornelis Klercq laatst wed van Pieternella de Zwart geboren te Dordrecht en Kaatje den Hollander geboren te Prinsenland, beiden thans won in Willemstad, volgens attestatie van ondertrouw aldaar dd 4 febr. 1786

20 febr. 1794

Willem Abrahamsz. van Andel jm geboren te Dordrecht won in de Augustijnenkamp gm Geertrui Hackers wed van Cornelis Ponte zijn goede kennis en Jannigje Joostdr. de Kreek jd geboren te ‘s-Gravendeel won in het Loverstraatje met consent van haar schoonmoeder, voornoemde vrouw Hackers getuigt ook dat de bruid ouderloos is, getr. 11 mrt. 1794

[BS Dordrecht, overlijdensregister 1814, akte 460, dd 24 sept. 1814: op 23 sept. 1814 overleden in huis D:1029 en 952 (Sarisgang) Jannigje de Kreek, 48 jaar oud, dochter van Jan [sic] de Kreek en Adriaantje van den Heuvel, echtgenote van Willem van Andel, 49 jaar oud, schipper.]

11 okt. 1794

Johan Bernhard Scheffer jm geboren te Homburg in Hessen-Kassel won in de Kolfstraat met schriftelijk consent van zijn vader Werner Scheffer en Cornelia Lamme jd geboren te Dordrecht won in de Voorstraat bij de Vismarkt gm haar ouders Arij Lamme en Johanna van Es volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. Pistorius op 10 okt. 1794, getr. op 26 okt. 1794

Portret van de kunstschilder Johan Bernard Scheffer, door zijn vrouw Cornelia Lamme (aquarel en gouache op ivoor)

Cornelia Lamme op haar doodsbed, geschilderd door haar zoon Ary Scheffer in 1839.

[Hun zoon was de kunstschilder Ary Scheffer, geboren Dordrecht 15 febr. 1795, overleden Argenteuil 15 febr. 1858. Hij werd begraven op de Begraafplaats van Montmartre in Parijs.

Cornelia Lamme, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1769, dochter van Arij Lamme en Johanna van Es.

Portret van Ary Scheffer, door zijn vader Johan Bernard Scheffer (Dordrechts Museum)

Johann Bernhard Scheffer en Cornelia Lamme kregen meerdere kinderen, waarvan er drie in leven zouden blijven: Ary en Arnold, beiden in Dordrecht geboren en Henry, geboren in Den Haag. “De familie Scheffer trok in de loop van 1798 weg uit Dordrecht, verhuisde eerst naar DenHaag, vervolgens naar Rotterdam en ten slotte naar Amsterdam. Daar leken voor het gezin goede jaren aan te breken. Johann Bernhard had succes als kunstenaar, zag op de tentoonstelling van 1808 een van zijn werken bekroond en kreeg portretopdrachten van koning Lodewijk Napoleon. In 1809 echter overleed hij, waarna Arnoldus Lamme naar Amsterdam kwam om zijn zus Cornelia bij te staan in de moeilijke jaren die nu volgden. In 1811 verliet Cornelia Lamme met haar kinderen Amsterdam. Zij ging naar Parijs waar zij hoopte haar kinderen een betere opleiding te kunnen geven. Arnoldus verhuisde toen weer van Amsterdam naar zijn oorspronkelijke woonplaats Dordrecht. …”(L. Ewals, Ary Scheffer 1795-1858 Gevierd Romanticus [Zwolle 1995], p. 13]

“Een belangrijke, zo niet beslissende stap in [Scheffers] … stap in zijn verdere carriere was dat hij op aanbeveling van de schilder Francois Gérard in 1822 werd hij aangezocht als tekenleraar voor de kinderen van de hertog van Orléans [Louis-Philippe, van 1830-1848 koning van Frankrijk]. Hij werd aangesteld als docent tekenen en schilderen, in eerste instantie voor de drie oudsten: Ferdinand-Philippe, die later kroonprins zou worden, Louise, de latere koningin van België, en Marie, die zou trouwen met de hertog van Württemberg. Later ging hij ook de zes andere kinderen van de hertog van Orléans lesgeven. Hij ontwikkelde een warme band met de familie, wat hem geen windeieren zou leggen. De nieuwe koning was een groot bewonderaar van de kunsten en Ary Scheffer behoorde tot de bevoorrechten.” (H.L. Wesseling, Scheffer Renan Psichari een Franse cultuur- en familiegeschiedenis 1815-1914. [Amsterdam 2017], p. 98, 134)

“In diezelfde julimaand [1830] brak in Parijs de opstand uit tegen het reactionaire regime van Karel X, de laatste Bourbonkoning. Scheffer schaarde zich aan de kant van de liberale oppositie, die haar hoop stelde op de hertog van Orléans in plaats van de republiek, waar het opstandige Parijse volk om riep. Samen met Adolphe Thiers, hoofdredacteur van Le National, reed Scheffer, aldus Grote*, in de vroege ochtend van 30 juli vanuit Parijs te paard naar Neuilly, de residentie van Orléans, om Louis-Philippe namens de liberale burgerij te verzoeken de leiding van het verzet tegen Karel X op zich te nemen. De missie slaagde, en binnen enkele dagen werd Louis-Philippe uitgeroepen tot koning der Fransen.” (resources.huygens.knaw.nl)

* H. Grote-Lewin, Memoir of the life of Ary Scheffer (Londen 1860)

Ary Scheffer op zijn doodsbed (anonieme foto, Dordrechts Museum)

Graf van Ary Scheffer, Begraafplaats van Montmartre in Parijs. Het graf bevat ook de stoffelijke resten van Ernest Renan (1823-1892), de auteur van “Vie de Jésus”, die getrouwd was met een nicht van Ary Scheffer.

Standbeeld van Ary Scheffer op het Scheffersplein in Dordrecht, gemaakt door Joseph Mezzara naar het ontwerp van Ary’s dochter Cornelia. Onthuld in 1862. (Wikimedia)

Deze gevelversiering aan de St.Jorisweg nr. 15 stelt het gezicht van Ary Scheffer voor.

Dochter:

a. Cornelia Scheffer, geboren Parijs 29 juli 1830 (op haar geboorteakte wordt de naam van haar moeder vermeld als “Maria Johanna de Nes”, maar volgens de overlevering was zij een -anoniem gebleven – dame van koninklijke komaf), beeldhouwster, schilderes en tekenares, zij maakte o.a. een marmeren en een gipsen buste van haar vader en een marmeren buste van Goethe, overleden Parijs 20 dec. 1899, trouwde in 1845 met dr. Jean René Marjolin (1812-1895), kinderarts en chirurg aan het Sainte-Margueritehospitaal, het huwelijk bleef kinderloos

(https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/CorneliaScheffer)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_6390-1-718x1024.jpg

Cornelia Scheffer en haar hond, door haar vader Ary Scheffer

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_6381-768x1024.jpg

Dr. Jean René Majorin, door Ary Scheffer

6 dec. 1794

Johannes Balen jm won in de Voorstraat bij de Pelserstraat met schriftelijk consent van zijn vader Lezier Balen en Maria van Oosterwijk jd won in de Oude Breestraat met schriftelijk consent van haar moeder Willemijntje Montfoort wed van Mels van Oosterwijk, beiden geboren te Dordrecht, op 6 jan. 1795 getr. door ds. Van Rhijn

3 dec. 1795

Johannes Orts jm geboren te Zeebuijs in Duitsland gm Pieter Krieger zijn vriend en Maria Dingena Smits jd geboren in de Klundert wonen beiden in de Nieuwstraat, hebbende bewijs dat ouderloos is, getr. op 19 dec. 1795

1 okt. 1796

Lezier Balen wed van Neesje van Dijk won op de Voorstraat bij de Vuilpoort en Elizabeth de Bruijn wed van Pieter Helmigh won in het Steegoversloot, bvd

[ONA Dordrecht inv. 1064, akte 5 dd 17 jan. 1775: Johan Balen verleent machtiging aan Gerard Schroot, ’s heren bode te Dordrecht, “om te trekken naar Crevelt of zodanige andere plaats of plaatzen als zal behoren of alwaar des volmachtigers nog minderjarigen zoon, Lezier Balen genaamt, zig zoude mogen onthouden, en zig van dezelve, des volmachtigers zoon, meester maken en die onder zijn magt nemen en slaan, alsmede denzelven naar hier voeren of doen voeren … [en] te verklaren dat hij volmagtiger zig tegens ’t huwelik ’t geen dezelve Lezier Balen zoude mogen willen doen verzet, gelijk hij volmagtiger verklaarde daarin niet te bewilligen.”

ONA Dordrecht inv. 1112, akte 78 dd 14 mei 1777: Lezier Balen treedt per 15 mei 1777 voor acht jaar als boekhouder in dienst van Hendrik van Kessel, koopman in blauwsel en lakmoes te Dordrecht en zal daarvoor een salaris van 500 gl. per jaar ontvangen.

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 13 juli 1795: Neesie van Dijk, vrouw van Lesier Balen, op de Voorstraat bij de Pelserstraat, laat kinderen na, “met ordinaire koetsen”, ruim 42 jaar oud, “water”, ten elf uren.

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 18 mrt. 1811: Lesier Baalen op de Voorstraat nr. C:33, laat twee kinderen na uit een vorig huwelijk, 60 jaar oud, “tering”, ten half 10 uren.]

11 mei 1798

Jan Hendrik Boshamer jm wonende in de Torenstraat aan de waterzijde [kunstschilder] geassisteerd met zijn moeder Anna Catharina Zwijnsvort weduwe van Jan Boshamer en Maria Janssen jd geb te Rotterdam wonende in het Steegoversloot geassisteerd met haar vader Willem Janssen, getr 26 mei 1798

[Jan Hendrik Boshamer, geboren Dordrecht 1775, kunstschilder, overleden Rotterdam 26 febr. 1862 (Binnenweg 15-597), trouwde 1e Maria Jansen, 2e :Maria Went

Johannes Hendrik Boshamer, riviergezicht

Kinderen (ex 1):

a. Johannes Boshamer, geboren Dordrecht 29 jan. 1800, kunstschilder, overleden Dordrecht 7 jan. 1852 (Taankade C:137), trouwde Dordrecht 22 nov. 1826 Pieternella Poelman, dochter van Dionijsius Poelman en  Johanna Vermeulen

 Johannes Boshamer, zelfportret (foto: Rijksmuseum Amsterdam)

“Hij schilderde eerst watergezigten, doch ging  vervolgens tot het portretteren en het vervaardigen van kaars- en lamplichten over”. Door een verlamming aan zijn rechterarm en hand was hij genoodzaakt met zijn linkerhand te werken. (dbnl.org)

Johannes Boshamer, jongen met hond en olielamp, Dordrechts Museum (foto: A.B. den Haan)

b. Johannes Willem Boshamer, gedoopt NG Dordrecht 2 febr.  1802, kunstschilder]

22 juni 1798

Willem Dupper Lz. jm geboren te Dordrecht wonende op het Bagijnhof met schriftelijk consent van zijn vader Leendert Dupper en Jacomina Cornelia Rombouts jd geboren te Dordrecht wonende in het Hof met schriftelijk met consent van haar vader Jan Rombouts, getr. 7 juli 1798

[Zoon: Leendert Dupper, gedoopt NG Dordrecht 22 juni 1798, suikerraffinadeur, ongehuwd, overleden Dordrecht 4 mrt. 1870 (Prinsenstraat D:206)

Portret van Leendert Dupper, door Leonard de Koningh.

“Dordrecht was een zeer belangrijke suikerraffinageplaats geweest met sterke banden met de suikerplantages in andere werelddelen. Het verband met de suikerplantages heeft ook bedenkelijke kanten gehad (arbeidsomstandigheden, slavernij). Geleidelijk werden de suikeractiviteiten van minder belang, wat te zien was aan de daling van de suikerfabrieken in de stad. Dupper was de laatste suikerrietraffinadeur in Dordrecht. Hij dreef tot zijn dood in 1870 de suikerraffinaderij ‘Amsterdam’ aan de Binnen Kalkhaven 17-19 in Dordrecht, waarmee hij fortuin had gemaakt. Dit pand, dat oorspronkelijk een pakhuis was, werd in 1742 door Jacob van Broekhuijsen en Hilmar Backer aangekocht om er een suikerraffinaderij in te vestigen. In 1851 werd Dupper eigenaar van dit pand, dat al vanaf 1806 via zijn moeders kant in de familie was. Het hier afgebeelde monumentale pand heeft rond 1800 de gepleisterde lijstgevel gekregen met Lodewijk XVI-consoles onder de kroonlijst. Na zijn dood verloor het pand de functie van raffinaderij. Dupper was een liefhebber van kunst. Hij was een amateurtekenaar en -aquarellist. Na de dood van zijn oom Johannes Rombouts (in 1850) verwierf hij zijn schilderijenverzameling. Hij breidde de collectie van zijn oom uit. Dupper vermaakte een groot deel van zijn collectie oud-Hollandse schilderijen aan het Rijksmuseum (getoond in de Dupperzaal). Enkele van de tientallen schilderijen zijn Luitspeler (Frans Hals), Landschap met Baders (Joris van der Haagen en Nicolaes Berchem), De Luitspeler (Hendrick Martensz. Sorch), Pijprokende Man (Gerard Dou), en De Alchemist (Jan Steen). De collectie bevat ook werk van o.m. Jan van GoyenLudolf BakhuizenMeindert Hobbema en Jacob Isaaksz van Ruisdael. Tevens ontving het Dordrechts Museum een aantal moderne schilderijen naast een legaat van 100.000 gulden om de collectie uit te breiden (vergelijkbaar met 2.500.000 euro). Hierdoor kon het museum een begin maken met het opbouwen van een bijzondere collectie. Als dank werd postuum het hierbij afgebeelde portret van Leonard de Koning in 1871 door het bestuur aan het museum geschonken. Hij was bestuurslid van de Vereniging Dordrechts Museum. Vanaf 1824 was hij ‘werkend lid’ bij tekengenootschap Pictura. (wikipedia)]

Binnen Kalkhaven 19 (foto: M.M.Minderhoud of Wikipedia/Michiel1972)

17 april 1800

Andries Subel jm geboren te Wirtsburg in Duitsland won in de Vriesestraat gm Jan Werner zijn goede vriend en Ida van Weert jd geboren te Budel in de Meierij van Den Bosch woont in de Vriesestraat gm haar broer Hendrik van Weert, getr. 3 mei 1800

[RK trouwboek Dordrecht 3 mei 1800: Andries Subel en Ida van Weert]

14 okt. 1802 (pro deo)

Johannes Hartsprong jm geboren te Gorinchem won aan de Vuilpoort met consent van zijn moeder Lena Schouten wed van Thomas Hartsprong en Johanna Barten jd geboren te Kuijk won op de Nieuwe Haven met schriftelijk consent van haar voogden Jacobus Minten en Christiaan Willems, getr. 6 nov. 1802

[BS Dordrecht: op 24 nov. 1845 overleden in een huis aan de Prinsenstraat nr. D:112 Johannes Hartsprong, brugophaalder, 76 jaar oud, geboren te Gorinchem, echtgenoot van Johanna Barte, zoon van [Thomas] Hartsprong en Helena Schouten, beiden overleden te Dordrecht.]

2 aug. 1805

Jacob van der Elst jm won in de Prinsenstraat gm zijn vader Johannes van der Elst en Ida Willemina Hordijk won voor het Bagijnhof gm haar moeder Ida van der Elst wed Willem Hordijk, getr. op 18 aug.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Jacob van der Elst, geboren Dordrecht 4 nov. 1817, trouwde Rotterdam 23 juli 1856 Pieternella Elizabeth Purckli en Elizabeth Bosman

“Op 17 juli 1827 kwam Thomas Purckli bij wethouder Jacob van der Elst aangifte doen van de geboorte van zijn zoon Thomas Joseph. Vader Thomas was niet getrouwd, maar hij erkende wel dat hij de vader van het kind was. Tot zover niets bijzonders. Er werden veel kinderen geboren van wie de ouders niet getrouwd waren. En zeker in de familie Purckli was dat meer regel dan uitzondering. De wereld van wethouder Van der Elst en van arbeider Purckli waren totaal verschillend. Van der Elst kwam uit een geslacht van bestuurders, regenten en rijke kooplieden. Hij was in 1827 wethouder en werd later burgemeester van Dordrecht. Ook zijn vader en grootvader waren burgemeester van Dordrecht geweest. Om de rijkdom en de macht in eigen kring te houden, trouwden vaak familieleden met elkaar. Zo waren de vader en de moeder van Jacob van der Elst neef en nicht van elkaar. Thomas Purckli was een straatarme Dordtse arbeider, kon niet lezen of schrijven en woonde in het Achterom, een miezerig zijstraatje van het Bagijnhof. Hij verwekte bij Elisabeth Bosman drie kinderen, zonder met haar getrouwd te zijn.

Van der Elst en Purckli, twee totaal verschillende milieus. Het lot bracht de twee families op 23 juli 1856 weer bij elkaar. Op die dag trouwde de 38-jarige rijkeluiszoon Jacob van der Elst met de twaalf jongere ‘straatmeid’ Pieternella Elizabeth Purckli. Hij was erfgenaam van het familievermogen en hoefde zich dus niet druk te maken over iets banaals als geld verdienen. Pieternella tekende wat beverig de huwelijksacte. Bijzonder, want haar familie (vader, broer en zus) en haar kennissen- en vriendenkring konden noch lezen, noch schrijven. Zij waarschijnlijk ook niet echt goed, maar zij kon wel haar handtekening zetten. Bruid en bruidegom waren kort voor het huwelijk naar Rotterdam verhuisd, vermoedelijk om te ontsnappen aan de boze tongen in Dordrecht. In Dordtse, Haarlemse en Haagse kranten werden advertenties geplaatst om van het huwelijk kond te doen. Het stel verhuisde naar Den Haag, waar het geroddel bleef aanhouden. Kennelijk geloofden weinig mensen dat de rijke, aristocratische Van der Elst met een haast analfabeet Dordts arbeidersmeisje was getrouwd. Daarom liet Van der Elst vijf jaar (!) na de huwelijksvolrekking in een advertentie in het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage nogmaals weten dat hij in 1856 was getrouwd: ‘Ik ondergetekende plaats deze Advertentie om verdere lastertaal te doen ophouden’.

Een jaar later overleed Jacob van der Elst in Den Haag, 45 jaar oud. Pieternella Elizabeth Purckli was nu een rijke weduwe. Op 13 januari 1879 overleed ook zij, op 48-jarige leeftijd. Kennelijk had zij leren lezen en schrijven, want zij had bij leven eigenhandig een wat knullig en moeilijk leesbaar testament geschreven en dat bij een Haagse notaris gedeponeerd. Haar broer Thomas (een Dordtse orgeldraaier) zou de rest van zijn leven een uitkering krijgen van 8 gulden per week. Het Dordtse weeshuis en een liefdadige kerkelijke instelling zouden bedragen krijgen die al door Jacob van der Elst waren gereserveerd. Het voormalige Dordtse arbeidersmeisje vergat haar geboortestad ook niet. Kennelijk had zij de smalle Engelenburgerbrug (een smalle ophaalbrug) lelijk of onpraktisch gevonden, want de stad mocht uit haar erfenis 17.000 gulden gebruiken om ‘daar aan de Blauwpoort een nieuwe brug naar de mooiste smaak’ te maken. Het geld dat daarna nog van de erfenis overbleef, was ook voor de stad. Dat allemaal als broer Thomas was overleden. Na een gedegen onderzoek door Dordrecht bleek dat de lasten van de erfenis hoger zouden zijn dan de baten. En dus verwierp de stad de erfenis voor wat betreft het laatste deel (het restant geld). Maar de stad wilde wel het geld hebben voor de bouw van de nieuwe brug. Dat zou natuurlijk voer voor juristen worden, maar eerst moest broer Thomas de orgeldraaier nog dood gaan. Dat gebeurde op 8 januari 1898 in Den Haag. Hij was 69 jaar oud geworden en had 19 jaar van de erfenis van zijn zus kunnen profiteren. Een maand later al trok Dordrecht aan de bel en eiste het geld op voor de bouw van de brug. Maar de erfgenamen Purckli weigerden het geld af te staan. Zij waren van mening dat Dordrecht door al in 1879 een deel van het testament te verwerpen geen recht meer had op de erfenis. Dordt kon wat hen betreft fluiten naar de brug. De juristen moesten aan het werk. Een jaar later was de rechtszaak. Dordrecht verloor, maar ging in april 1899 in hoger beroep. De brug moest er komen, vond de gemeente. Mét het geld van Jacob van der Elst en zijn vrouw Pieternella Elisabeth Purckli. Nog dat hetzelfde jaar kreeg Dordrecht in hoger beroep wél gelijk en even leek het of de brug er zou komen. Maar de erven P., zoals zij werden genoemd in tal van landelijke kranten die smulden van de Dordtse erfenisperikelen, maakten het geld niet over en stapten ook weer naar de rechter. In januari 1900 vernietigde de hoogste rechter alle eerdere vonnissen en kreeg Dordrecht opnieuw ongelijk. De erfenis bleek voor de stad een brug te ver. In februari 1900 vond Dordrecht het welletjes en besloot niet verder te procederen en zich neer te leggen bij het laatste vonnis, 21 jaar na de dood van Pieternella Elizabeth Purckli. En de brug? Pas in 1910/1911 werd er een nieuwe gelegd. Dordt moest alles zelf betalen.” (Dordt-Eigenaardig in AD 26 sept. 2018)]

5 juni 1806

Jan August Legrom jm geboren te Maagdenburg in Pruisen won in de Nieuwstraat gm Jacobus van Balkom die verklaart dat de bruid[egom] ouderloos is en Willemina Hendrika Vos van Rijswijk jd geboren te Dordrecht won op de Groenmarkt met schriftelijk consent van haar vader Pieter Vos van Rijswijk, getr. 21 juni 1806

[Liste Civique Dordrecht anno 1811: Johan Legrom, geboren 15 nov. 1773 [sic], muziekleraar

BS Dordrecht huwelijksakte nr. 45 dd 26 april 1826: Johann August Legrom, 50 jaar, geboren te Maagdenburg, wonende te Dordrecht, muziekmeester, weduwnaar van Willemina Hendrika Vos van Rijswijk, overleden te Dordrecht op 8 okt. 1823, natuurlijke zoon van Judith Legrom (de aanstaande echtgenootheeft verklaard niet te weten waar zijn moeder en grootouders het laatst gewoond hebben of overleden zijn, en is niet verplicht bewijs te overleggen van zijn voldoening aan de wet op de Nationale Militie), en Christina Cornelia van Goor, [geboren Rotterdam 2 april 1805 en daar NG gedoopt op 15 april 1805], 21 jaar, geboren te Rotterdam en wonende te Dordrecht, zonder beroep, dochter van Adrianus van Goor en Adriana Boeser, akte door bruid en bruidegom ondertekend.

Idem, huwelijkse bijlage: op 23 febr. 1826 compareren voor mr. Matthijs Beelaerts, vrederechter van het Eerste Kanton Dordrecht, Johan George Gutteling, 81 jaar oud, organist, Pieter Johannes Geerkens, 69 jaar oud, schrijnwerker, Johan Georg Broncker, 40 jaar oud, particulier, Jan Heije, 46 jaar oud, koopman, Nicolaas Ecolo [Ekelo], 76 jaar oud, timmerman, Willem de Klerk, 64 jaar oud, kleermaker en Hendrik Weijmans, 65 jaar oud, kassier vande Leenbank, allen wonende te Dordrecht, die op verzoek van Johann August Legrom, muziekmeester te Dordrecht, verklaren, dat zij hem “zedert ruim dertig Jaren, binnen deeze Stad, als inwoner, hebben gekend en gemeenzaam met hem hebben verkeerd, dat hij, requirant, hun comparanten meermalen heeft verhaald dat hij was de buiten huwelijken verwekte zoon van Judith Legrom, en dat hij was geboren op [15 nov. 1775] te Maagdenburg, dat zij comparanten den Requirant, gedurende zijn dertig jarig verblijf te dezer Stede, altijd hebben gekend als Johan August Legrom, dat toen hij in deze Stad kwam, hij was een jongeling van omtrent twintig jaren, en hij thans dus volgens hunnen mening moet bereikt hebben den ouderdom van vijftig Jaren, welke leeftijd ook overeenkomt met den tijd der geboorte, door den Requirant zelven opgegeven”, dat Legrom voornemens is, nu zijn eerste vrouw is overleden, een tweede huwelijk aan te gaan met Christina Cornelia van Goor, en derhalve “van zijnen ouderdom moet doen blijken, alvorens dit huwelijk te kunnen voltrekken”, dat hij echter in Maagdenburg geen doopceel kan verkrijgen, “omdat in de herhaalde belegeringen die deeze Stad heeft ondergaan, zedert de geboorte des Requirants, zoo als bij onderscheidene aanvragen daartoe gedaan is gebleken, de Registers en bewijzen betrekkelijk der Burgerlijken Stand, aldaar zijn verloren gegaan, dat indien ook al des Requirants geboorte acte aldaar nog aanwezig was, hij dezelve toch niet zoude kunnen bekomen, omdat het Pruissiesch Gouvernement, zoo als zij Comparanten hebben vernomen en zooals de eerstgenoemde comparant verklaarde stellig te weten, verboden heeft aan iemand, die daar te landen niet voldaan heeft aan de militaire conscribtie, eenig bewijs van dien aard af te geven, en dat de Requirant door zijn langdurige absentie, aan die conscribtie niet voldaan hebbende, dientengevolge nimmer zijne doopcedulle zoude bekomen, zoo die ook al bestond”. Zodoende blijft Legrom geen ander middel over om aan te tonen, dat hij de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, dan een akte van openbare bekendheid. Die wordt hem door de vrederechter te Dordrecht toegekend. Na opmaking van de akte, gedateerd 25 febr. 1826, wordt deze ondertekend door de vrederechter, de griffier en de comparanten, met uitzondering van P.J. Geerkens, die door verlamming van zijn beide handen niet kan schrijven.

BS Dordrecht 9 mei 1834: op 5 mei 1834 is overleden in huis D:666 in de Lange Breestraat Johan August Legrom, muziekmeester, 58 jaar oud, geboren te Maagdenburg, wonende te Dordrecht, zoon van Judith Legrom, onbekend waar overleden.]

13 juni 1806

Johannes Christinanus Schotel jm met schriftelijk consent van zijn vader Gilles Schotel Jansz. en Petronella Elizabeth van Steenbergen jd beiden geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt met schriftelijk consent van haar vader Petrus Johannes van Steenbergen, getr 28 juni 1806

Johannes Christianus Schotel, zoon van Gillis Schotel Jansz. en Sara Dyonisia Meuls

BS Dordrecht 22 dec. 1838: Johannes Christianus Schotel, zeeschilder, 51 jaar oud, wonende te Dordrecht, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, overleden op 21 dec. 1838 in een huis inde Boomstraat C:150.

Het monument voor de zeeschilder J.C. Schotel in de Grote Kerk van Dordrecht.

4 mei 1809

Heinrich Schuengel jm geboren te Bringhausen in het Waldeckse gm Jan Wijnrijk die verklaart dat de bruidegom geen ouders meer heeft en Suzanna den Ouden jd geboren te Dordrecht beiden wonende in de Wijnstraat gm haar vader Matthijs den Ouden welke mede voor zijn vrouw Aaltje van der Heijden verklaart dat zij in dit huwelijk toestemt, getr. 20 mei 1809

26 april 1810

Pieter Schot wed van Geertruij Bax won in de Heer Heijmansuijsstraat ouderloos en Jenneke Berghuijs jd wonende op de Nieuwe Haven beiden geboren te Dordrecht met schriftelijk bewijs van de Vaders van het Nieuw Armhuis dat zij in dat huis gealimenteerd is geweest, getr. 12 mei 1810

31 aug. 1811

Jan Casper van Andel jm geboren te Zuilichem won te Klaaswaal 23 jaar oud en Maria Pieternella de Hart jd geboren te Dordrecht won op de Voorstraat bij het Steegoversloot hebbende schriftelijk consent van haar ouders Arnoldus de Hart en Martina Kollaart, getr. 14 sept. 1811