Het jaartal “1731” verwijst naar Nationaal Archief Den Haag, Financiën van Holland inv. 485, het verpondingsregister van Dordrecht anno 1731, dat op internet is gepubliceerd door mevrouw E. van Dooremalen. De namen van de hieronder vermelde eigenaren zijn overgenomen uit dat register.
Geraadpleegde literatuur:
A. Balm-Kok, Voormalig Kantongerechtsgebouw Prinsenstraat 12 te Dordrecht (Dordrecht 2006) [RA Dordrecht, bibliotheek cat. nr. 33807]
A. Balm-Kok, De bewoningsgeschiedenis van Wolwevershaven 9 (Dordrecht z.j.) Internet: https://www.dordtspatriciershuis.nl/wp…/Bewonersgeschiedenis-Wolwevershaven-9.pdf
A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken bij de Blauwpoort. De bewoningsgeschiedenis van de huizen Blauwpoortsplein 15 t/m 17 en Nieuwehaven 53 te Dordrecht (dec. 2007)
A. Balm, J.W. Boezeman, “Het Huis met de hoofden”, in Dordrecht Monumenteel okt. 2009 (internet)
A. Balm-Kok, Het patriciërshuis van ouds genaamd “de Groene Weijde”, Voorstraat 178, Dordrecht (Dordrecht 2013)
A. Balm, Logement “Belle Vue”, in Dordrecht Monumenteel nr. 61 (okt. 2016), p. 42 e.v.
J.W. Boezeman, E. Delwel, Koos van der Vaart +, Steegoversloot. 500 jaar geschiedenis van een straat in Dordrecht (Dordrecht 2025) [hierna aangehaald als Steegoversloot]
H.A. van Duinen en C. Esseboom (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht z.j.)
E. van Heijningen en C. Sigmond, De huizen Roodenburch en Henegouwen (2), in: Oud-Dordrecht, nr. 2. p. 33 e.v.
J. Hendriks en J. Koonings, Van der stede muere (Jaarboek 2000 van de Vereniging Oud-Dordrecht, Dordrecht 2001)
F. van Lieburg, Heilige plaatsen in een Hollandse stad. Duizend jaar religieuze gebouwen op het Eiland van Dordrecht. (Dordrecht 2011)
C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen (Zaltbommel 1974)
L. Megens, Van Logement de Rode Leeuw tot Pennock’s Hotel Aux Armes de Hollande, in Dordrecht Monumenteel nr. 64, juli 2017
K. Sigmond en S. de Meer (red.), Een zoete belofte. Suikernijverheid in Dordrecht (17de-19de eeuw). Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2012 (Dordrecht 2013)
Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, Huys ‘den Rooden Molensteen’, in Oud-Dordrecht 2003, nr. 2
Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, De geschiedenis van de huizen Nieuwehaven 38 en Hoge Nieuwstraat 130, Dordrecht 2005
Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, De geschiedenis van het huis Nieuwehaven 43 te Dordrecht, in Dordrecht Monumenteel jan. 2009
Bagijnhof
Adriaan Romijn [mr. timmerman]
[1731: woonhuis en loods
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 140 e.v.: op 6 okt. 1733 verkopen notaris Pieter Venlo en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Anna Vermaden, weduwe van Adriaan Romijn, mr. timmerman te Dordrecht, voor 540 gl. aan Philippus Kloeck, koopman te Dordrecht, een huis op het Bagijnhof tussen de brug en de Vest, belend door het huis van Anthonij de Vos en de loods, die op diezelfde dag is getransporteerd aan dezelfde koper, alsmede voor 210 gl. aan Philippus Kloeck een grote houten timmermansloods, staande tussen het voorgaande huis en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Helmer Backer. Idem voor 325 gl. aan Helmer Backer, suikerbakkersknecht te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de brug en de Vest, belend door de loods, die op die dag is getransporteerd aan Philippus Kloeck en het navolgende huis. Idem aan Helmer Backer voor 205 gl. een huis aan het einde van het Bagijnhof, staande op de hoek van de Vest tussen het huis, dat op die dag is getransporteerd aan de koper en het huis, staande op de Vest, dat op dezelfde dag is getransporteerd aan Jan van Sluijsdam.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 150v e.v.: op 14 febr. 1743 verkoopt Helmer Backer, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jurriaan Douw, metselaar en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen voor het Bagijnhof tussen de brug en de Vest, staande tussen de stal van Dirk van Andel en het huis van Jan van Sluijsdam.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 114 e.v.: op 10 mei 1770 verkoopt Jenneke van Gemert, weduwe van Dirk van Andel, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan mr. Pieter Hoeufft, lid van de Oudraad van Dordrecht, een stal, koetshuis en verder toebehoren, staande voorbij het Bagijnhof bij de Vest tussen het huis van de verkoopster en dat van Jan Loof.]
Adriaan Romijn
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 192v e.v.: op 21 juli 1734 verkoopt Philippus Kloek, koopman te Dordrecht, voor 800 gl. aan Johannes Immendorff, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof met een houten loods ernaast, staande omtrent de Vest tussen het huis van Anthonij de Vos en dat van Helmar Backer.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 98v e.v.; op 20 april 1742 verkoopt Johan Immendorff, wonende te Dordrecht, voor 750 gl. aan Dirk van Andel, impostmeester te Dordrecht, een huis met de daarnaast staande loods, staande aan het einde van het Bagijnhof tussen het huis van Dirk de Kroeg en dat van Willem Backer.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 132 e.v.: op 28 juni 1770 verkoopt Jenneke van Gemert, weduwe van Dirk van Andel, wonende te Dordrecht, voor 375 gl. aan Anna Lantmeeter, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis aan het einde van het Bagijnhof, staande tussen het huis van mr. Pieter Hoeufft, lid van de Oudraad, en dat van de weduwe Brouwers.]
Anthonij Vos
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 10v e.v.: op 28 jan. 1738 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot verkopen van de effecten, van welke de eigenaars in gebreke blijven de verponding en andere lasten te voldoen, voor 360 gl. aan Dirk de Croeff, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof omtrent de Vest, staande tussen het huis van mr. Franchoijs Terestijn van Halewijn, heer van Abbenbroek en het huis van Johan Immendorff en laatst eigendom geweest van Anthonij de Vos Jacobsz. De koper is schuldig aan Jacobus Taart, mazelaar en burger van Dordrecht, een somma van 200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 172v e.v.: op 17 febr. 1756 verkoopt Dirk de Kroeg, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 505 gl. aan Rutgert Brahm, collecteur van het gemaal te Dordrecht, een huis op het Bagijnhof over de brug naar de Vest, staande tussen de Regentenhof en het huis van de weduwe van Dirk van Andel.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 135v e.v.: op 13 sept. 1764 verkoopt Rutger Brahm, burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Gerret Lonkert, korenmeter en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de Regentenhof en het huis van de weduwe Van Andel.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 81v e.v.: op 16 jan. 1770 verkoopt Gerret Lonkert, korenmeter te Dordrecht, voor 800 gl. aan Maria van Ophemert, weduwe van Casparus Brouwers, wonende te Dordrecht, een huis aan het Bagijnhof omtrent de stadsvest, staande tussen het huis van de weduwe van Dirk van Andel en de Regentenhof.]
Francois Terestijn van Halewijn [raad en pensionaris van Dordrecht]
[1731: woonhuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 138: op 22 mei 1753 verkoopt Carel van Essen, heer te Helbergen etc., luitenant-opperjagermeester van de Veluwe en president van de Gedeputeerde Staten van het Kwartier van de Veluwe als procuratie hebbende van Agatha Johanna van Naarssen, weduwe van Franchois Terestijn van Halewijn, heer van Abbenbroek, raad en pensionaris van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd op 4 dec. 1752 voor Hendrik Johan van Essen, heer van Schaffelaar etc., richter van Arnhem en in de Veluwezoom, en Gerichtsleden, voor 520 gl. aan Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, een huis aan het einde van het Bagijnhof.]
[Regentenhof (deel van de Lenghenhof, dat op het Bagijnhof uitkomt)]
Govert van der Knijf
[ORA Dordrecht inv. 1663, f. 114 e.v.: op 30 juli 1761 verkopen Maggalina van der Knijff, Goverdina van der Knijff, Johannes van der Knijff, Johannes van der Knijff en Joost Schoenmakers, als man van Johanna van der Knijff, enige kinderen en erfgenamen van Elisabeth Asmaar, weduwe van Hermanus van der Knijff, die in Dordrecht is overleden, voor 410 gl. aan Johannes van Efferen een huis op het Bagijnhof, staande tussen de Regentenhof en het huis van Jan Batenburg.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 306v: op 8 sept. 1789 verkoopt Johannes van Efferen, viskoper te Dordrecht, voor 875 gl. aan Johannes van der Werken, burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen de Regentenhof en het huis van Jacobus Stoltingh.]
de weduwe van Henri Louis Certon [predikant]
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 163v e.v.: op 6 sept. 1698 verkoopt Johannes van den Brande, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maarten van den Brande, burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer David van den Brande, wonende te Rotterdam, Ida van den Brande, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, Johannes Ariensz. van den Brande, Jan van der Hijden, als man van Lijsbet Ariensdr. van den Brande, beiden wonende te Rotterdam, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Brakel, als man van Maria Ariensdr. van den Brande, wonende in Den Haag, allen, samen met de comparant, enige erfgenamen van Isaaq van den Brande, en nog als procuratie hebbende van Jacobus de Kets, koopman te Rotterdam, als universele erfgenaam van Neeltje Woutersdr. van Groenestijn, echtgenote van Isaaq van den Brande, voor 680 gl. aan ds. Henri Louis Certon, Franse predikant te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Hendrick van Aansorge en dat van schipper Jan.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 60v e.v.: op 18 okt. 1757 verkoopt Marianne de Bellevue, weduwe van ds. Henri Louis Certon, “france gerefugieerde Predicant” te Dordrecht, voor 250 gl. aan Pieter Kats, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Jan Batenburg en dat van N. van der Knijff.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 26: op 23 mrt. 1780 verkoopt Elizabet Johanna Catharina Wasman, weduwe van Abraham van der Kluijs, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Martinus Karsdorp en zijn vrouw Maria van der Kluijs, wonende te Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van Johannes de Quint en dat van Jan van Efferen.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 74v: op 27 mei 1783 verkoopt Martinus Karsdorp, wonende te Dordrecht, voor 955 gl. aan Jacobus Scholting, smidsbaas te Dordrecht, een huis op de Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van Sterk en De Quint en dat van Van Efferen.]
de weduwe van Jan Joosten [van Gelebik]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 1656, f. 20: op 11 april 1741 verkoopt Lijsbet van Gelebbe, weduwe van Laurens Batenburg, voor 250 gl. aan Jan Batenburg, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van ds. Certon en dat van Pieter Slegt.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 131 e.v.: op 4 febr. 1773 verkoopt Paulus Batenburg, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Engeltje Olivier, weduwe van Jan Batenburg, voor 290 gl. aan Willem Pieter Figters, koopman te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen de stadsgracht en het navolgende huis, idem voor 300 gl. aan Willem Pieter Figters een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het voorgaande huis en dat van Abraham van der Kluijs, en idem voor 380 gl. aan Abraham van der Kluijs een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het voorgaande huis en dat van Johan van Efferen.]
Dirk Franken [mr. kuiper]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 112v: op 2 mrt. 1728 verkoopt Willemina Boet, weduwe van Hendrik Hooglander, mr. timmermansbaas en burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Dirk Franken een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen de stadsgracht en het huis van Jan Joosten van Gelebik.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 235: op 22 dec. 1740 verkoopt Dirk Franken, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 271 gl. aan Pieter Slegt, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen de stadsgracht en het huis van Jan Gelebeck.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 16 e.v.: op 29 febr. 1752 verkoopt Jan Slegt, boekbinder en burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Jan Batenburgh, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof tussen de brug en de Vest, staande tussen het huis van de koper en de stadsbrug.]
[stadsgracht]
Anthonij Kisselius [predikant van de Lutherse gemeente]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 253v: op 4 okt. 1729 verkoopt Abraham Targier, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, en van Anna en Berbera Terwen en Sara Kopijn, wonende te Dordrecht, voor 1310 gl. aan Anthonius Kisselius, predikant van de Lutherse gemeente te Dordrecht, een huis achter op het Bagijnhof, staande tussen de brug of stadsgracht en het huis van Jan van de Lindt mr. huistimmerman.]
Jan van der Lint [mr. huistimmerman]
[1731: ledig
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 101v e.v.: op 20 juni 1758 verkoopt Lijsbet van der Schilt, weduwe van Jan van der Lint, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Damis van Breda een huis op het Bagijnhof over de brug met een tuin erachter, die strekt tot aan de huisjes van verkoopster, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van ds. Kisselius.]
Jan van der Lint
Arij Turfkloot [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 194v: op 24 mei 1740 verkoopt Adriaan Turffkloot, koopman te Dordrecht, voor 860 gl. aan Coenraad Welborn, impostmeester te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen “de Raampt of Molegang” en het huis van N .de Roo.]
Pieter van Roo
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 19 e.v.: op 21 mei 1748 verkopen Hermina en Willemina van Dalen, meerderjarige ongehuwde personen, wonende even buiten Dordrecht, Jan van Vugt, mr. schiptimmerman wonende even buiten Dordrecht, Jan van Vugt Abrahamsz., mr. schiptimmerman wonende buiten Dordrecht, en Angenietje van Vugt, voor zichzelf en tevens vervangende haar broer Abraham van Vugt, mr. schiptimmerman wonende te Vlissingen, nagelaten kinderen van Abraham van Vugt, samen erfgenamen van Neeltje van Dalen, weduwe van Pieter de Roo, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 300 gl. aan Sanderina Vermeer, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis met een tuintje erachter, staande “voorbij” het Bagijnhof tussen de brug en de Vest, belend door het huis van Coenraad Welborn aan de ene zijde en dat van Dirk Pentres aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 81: op 15 jan. 1761 verkoopt Pieter de Clercq, meester-smid en burger van Dordreht, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Sanderijna Vermeer, voor 280 gl. aan Hendrik Landmeter, sledenaar en burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof tegenover het Regentenhof, staande tussen het huis van Coenraad Welborn en Pieter de Quint.]
Dirk Penters
[1731: komt met een tuintje uit op de Vest
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 193v: op 23 juli 1743 verkoopt Dirk Pentres, burger van Dordrecht, aan Gillis de Quint, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis aan het einde van het Bagijnhof, staande tussen het huis van Pieter de Rooij en de loods van Claas Slijp.]
Nicolaas Sliep
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 239v: op 16 mei 1771 verkoopt Arij de Regt, koopman te Dordrecht, samen met Gerardus van Pelt en Gillis Schotel procuratie hebbende van Gijsbert Slijp, voor 400 gl. aan Gerrit Schotel, timmermansbaas te Dordrecht, een loods, staande aan het einde van het Bagijnhof omtrent de Vest naast het huis van Gillis de Quint.]
Gijsbert van Aalst [impostmeester van de gemenelandsmiddelen]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f.8v: op 5 febr. 1707 verkopen Cornelis Lijcogton en Jacobus de Gelder, als voogden over de kinderen van wijlen Wouter de Gelder, secretaris van de Hoge Krijgsraad van Dordrecht en penningmeester van de Zwijndrechtse Waard, verkoopt voor 530 gl. aan Gijsbert van Aalst, impostmeester van verscheidene gemeneandsmiddelen te Dordrecht, een huis, “geapproprieert” tot stal en koetshuis, staande omtrent de opgang naar de Vest bij de Vriesepoort aan het einde van het Bagijnhof, staande naast de loods van Maarten de Vos en strekkende tegen het erf van Frans Hoogstraten vleeshouwer.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 35v: op 29 april 1738 verkoopt Maria Heckenhouck, weduwe van Gijsbert van Aalst, voor 380 gl. aan Dirk van [den] Andel, impostmeester te Dordrecht, een huis, “geapproprieert” tot een koetshuis en stal, staande omtrent de opgang na de Vest bij de Vriesepoort aan het einde van het Bagijnhof, belend door de loods van Klaas Sliep en het huis van Aart Pell.]
Aart Pel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 181: op 28 april 1740 verkoopt Aart Pell, burger van Dordrecht, voor 410 gl. aan Matthijs Marchal, koopman te Dordrecht, een huis, bestaande uit drie aparte woningen, met een stal ernaast, staande aan de Vest op de hoek van het Bagijnhof tussen de stal of het koetshuis van Dirk van den Andel en de stal van de weduwe van Frans Verstraten.
ORA Dordrecht inv. 1658, f 81v e.v.: op 30 jan. 1749 verkoopt Matthijs Marchal, koopman te Dordrecht, voor 375 gl. aan Pieter Kuijter, mr. draaier en burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit drie aparte woningen, met een stal ernaast, staande aan de Vest op de hoek van het Bagijnhof tussen de stal of het koetshuis van Dirk van Andel en de stal van Abraham de Voogt.]
Aart Pel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 177 e.v.: op 2 mrt. 1756 verkoopt Catharina van der Heijden, weduwe van Pieter Kuijter, wonende te Dordrecht, voor 200 gl. aan Abraham de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een stal of loods met een tuintje erachter, staande aan het einde van het Bagijnhof aan de Vest.]
Leendert Smits
[1731: over de brug voor het Bagijnhof
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 139: op 6 mrt. 1731 verkoopt Leendert Smits, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Gerrit van der Meijll, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de heer Pus en de brug.]
juffr. De Carpentier, de vrouw van de heer Pus
[Hendrik Pus, geboren ca. 1691, kapitein in het regiment van kolonel Walters in garnizoen te Heusden, kocht in 1724 voor 2050 gl. van de Staten van Holland de heerlijkheid Op- en Neerandel, overleden 12 juni 1748, zoon van Dirk Pus en Agatha Scharp, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 april 1730 Emmerentia de Carpentier, dochter van Roeland de Carpentier en Josina Sonnemans]
Nijs van der Hoeven
Jan van de Grient
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 77v e.v.: op 26 jan. 1764 verkoopt mr. Herman van Bracht, koopman te Dordrecht, als universele erfgenaam van Jan van de Griend, gewoonde hebbende en overleden te Dordrecht, voor 550 gl. aan Hendrika van Aalst, weduwe van Matthijs Plankerman, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van juffrouw Steenbergen en dat van Herman Verhoeven.]
Leviena Elisabet de Vries
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 10: op 10 febr. 1750 verkoopt mr. Johan Herman Hallincq, baljuw van Zuid-Holland, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 1850 gl. aan Agneta en Helena van Steenbergen, gezusters wonende te Dordrecht, een huis met tuin erachter, staande voor het Bagijnhof of Vrouwenhuis tussen het huis van Jan van de Grient en dat van Hester van der Velde.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 175 e.v.: op 26 febr. 1765 verkoopt Jan Willem van Steenbergen, achtraad, arts en lector in de anatomie te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hester van Steenbergen, wonende te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Margareta de Haan, weduwe van Pieter van Oossanen, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof omtrent de brug, staande tussen het huis van de weduwe Plankerman en dat van Hester van der Velde.]
Aletta van der Kemp
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 48 e.v.: op 27 mei 1732 verkopen Francois van der Lisse en Renardus Urbanus Pirotte, kooplieden te Dordrecht, die samen met Jacobus Gaffelbroek, koopman te Amsterdam, zijn aangesteld tot executeurs-testamentair en voogden over de kleindochter van Maria van der Kennip, weduwe van Johannes van Diest, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 360 gl. aan Hester van der Velde, “bejaarde” ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Johannes de Haas en dat van Levina Elisabeth de Vries.]
Jan de Haas [korenmeter]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 29v: op 23 mei 1713 verkopen Anthonij de Vos Jacobsz., koopman te Dordrecht, Anthonij de Vos Hendriksz., juwelier te Dordrecht, als man van Cornelia de Vos Jacobsdr., testamentaire erfgenamen van hun oom Maarten de Vos, huistimmerman te Dordrecht, voor de ene helft, en nog in het codicil, dat Maria Taijert, weduwe van Maarten de Vos, heeft gepasseerd voor notaris P. van Son te Dordrecht op 3 nov. 1708, voor de andere helft, voor 400 gl. aan Fredrik Logeman, wijnkoper te Dordrecht, een huis met een tuintje erachter, staande op het einde van het Bagijnhof, strekkende tot aan de stadsgracht, belend ten noorden door het huis van Elias Venloo, secretaris van het watergerecht en notaris te Dordrecht, en ten zuiden door het huis van Aletta van der Kennep.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 109v: op 13 juni 1724 verkoopt Fredrik Logeman, burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Johannes de Haas, korenmeter en burger van Dordrecht, en huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de weduwe Venlo en dat van Aletta van der Kemp.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 41v e.v.: op 25 juli 1754 verkoopt Jonas Verdu, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maaijke Schouman, weduwe van Johannes de Haas, wonende te Dordrecht, voor 430 gl. aan Cornelis de Bois, weduwe van Simon Jeijskoot, burgeres van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van notaris Pieter Venlo en dat van Hester van der Velde.]
de weduwe van Elias Venlo
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 12v e.v.: op 8 mrt. 1703 verkoopt Poul Eelbo, oud-achtraad en koopman te Dordrecht, namens zijn echgenote mede-erfgenaam en executeur-testamentair van Emmerentia Repelaar, voor zichzelf en tevens vervangende Johan Cletcher en Bartholomeus van den Zantheuvel, beiden lid van de Oudraad, als mede-erfgenamen en executeurs-testamentair van Emmerentia Repelaar, voor 5100 gl. aan Elias Venlo, notaris te Dordrecht, een huis staande voor het Bagijnhof omtrent de brug tussen het huis van juffrouw Van Meeninge en dat van Anthonij de Vos.]
de erfgenamen van de weduwe Jan Steenbergen
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 104v: op 16 juli 1721 verkoopt Francina Cornelis, vrouw van Jacob Willemsz. van de Sterre, burgemeester van Terneuzen, voor 950 gl. aan Catarina van Steeland, weduwe van Johannes van Steenbergen, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Pr. van Seeberg en dat van notaris Elias Venlo.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 15v e.v.: op 10 mrt. 1750 verkoopt Helena van Steenbergen, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Agneta van Steenbergen, wonende te Dordrecht, voor 550 gl. aan Herman van der Star, koopman te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Jacobus de Vos en dat van de procureur Pieter Venlo.]
de weduwe van Pieter Steenbergen
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 23 e.v.: op 30 april 1754 verkoopt Andries de Jongh, oud-burgemeester van Dordrecht, als executeur-testamentair van Aletta Wilmart, weduwe van Jacobus de Vos, overleden te Dordrecht, voor 1420 gl. aan Rutgher Brahm, hoofdgaarder van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de erfgenamen van mr. Tieleman Zeeberg en dat van Herman van der Star.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 211 e.v.: op 15 okt. 1765 verkoopt Rutgher Brahm, burger van Dordrecht, voor 1750 gl. aan ds. Hubertus Hoevenaar, emeritus predikant te Pijnacker, een huis op de gracht tegenover het Bagijnhof, staande tussen het huis van ds. Ludovicus van Zeeberg en dat van Jacob Victoor.]
de weduwe van Pieter Steenbergen
de weduwe van Pieter Tulkens
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 209 e.v.: op 14 okt. 1734 verkoopt Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Thesonier, weduwe van Pieter Tulleken, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Gorinchem op 30 aug. 1734, voor 4300 gl. aan Anna van Wessem, weduwe van Jacobus de Sterke, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Nicolaas Wels en dat van de weduwe van Pieter van Zeeberg.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 181v e.v.: op 29 nov. 1746 verkoopt Agnes van Wessem, weduwe van Jan den Rave, als enige erfgename ab intestato van haar zuster Anna van Wessem, weduwe van Jacob de Sterke, voor 3560 gl. aan Hendrik Gabriel Certon, predikant in de Waalse gemeente van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van mr. Tieleman van Zeeberg, burgemeester van Gouda, en dat van Johannes van Breda.]
de weduwe van Hugo de Rooij
de heer Van der Waij
Hendrik van Meeteren
Jan de Bedts [notaris]
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 20v e.v.: op 24 mrt. 1735 verkoopt Cornelia Maria Vastrick, weduwe van Jan de Bedts, notaris te Dordrecht, voor 7000 gl. aan Adriana van den Broucke, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Hendrik van Meteren en de “Godshuisjes”]
drie woningen, geestelijke goederen, “daar geen huur in wert verwoont”
Cornelis van Nispen
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 196 e,v,; op 1 nov. 1768 verkoopt Aart Kuijpers, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia van Mourik, weduwe van Willem van Nispen, en haar dochters Cornelia van Nispen en Magrita van Nispen, beiden meerderjarig en ongehuwd, van Geertrui van Nispen, meerderjarig en ongehuwd, en van Cornelia van Nispen, weduwe van Hendrik Kuijpers, allen wonende te Dordrecht en samen met Willemijna van Leeuwen, weduwe van Paulus Menger, volgens het testament gepasseerd voor notaris A. Bax te Dordrecht op 2 mrt. 1767 enige erfgenamen van Cornelis van Nispen, die gewoond heeft en op 1 april 1768 in Dordrecht is overleden, voor 630 gl. aan Dirk van Tienen, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de juffrouwen Van der Bank en de tuin van mr. Pieter Hoeufft.]
weduwe Jacomina Beijs-van Koijick
[1731: verhuurd
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 236v: op 7 juli 1729 verkopen Jacobus Mol, burger van Dordrecht, Hendrik Taarlink, koopman te Dordrecht, als man van Helena Lydia Mol, en Adolph de Voogt, als man van Jacoba Mol, tevens vervangende Cornelis Soeten, als man van Johanna Mol, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Mol, overleden te Dordrecht, voor 1380 gl. aan Jacomina van Koijck, weduwe van Arnold Beijs, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door Hermanus van Bijstervelt, predikant te Dordrecht, en dat van Cornelis van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 20 e.v.: op 16 juni 1744 verkoopt Philip Beijs, burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Berbera Elisabeth en Maria van der Bank, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Franchois van der Hoop en Jan van Nispen.]
[Achterom]
het Oude Vrouwenhuis

Het Oude Vrouwenhuis, dat ca. 1905 plaats moest maken voor het Postkantoor, dat in 1975 werd afgebroken. Een gebeurtenis, die door nog steeds door vele Dordtenaren wordt betreurd. (foto: RA Dordrecht)

Beeldhouwwerk boven het poortje van het Oude Vrouwenhuis (dat tegenwoordig in de Hofstraat staat) (foto: https://connyshobbys.blogspot.com/2013_08_23_archive.html)
[ORA Dordrecht inv. 1679, f. 15v: op 27 febr. 1800 verkoopt Isaac de Kuijser, rentmeester van het gecombineerde Oude Mannen- en Vrouwenhuis of zogenaamde Bagijnhof, als procuratie hebbende van Hubertus Hoevenaar, Gerrit Gregoor, Pieter Morjé en Jan Hordijk, allen wonende te Dordrecht, regenten van het voornoemde huis, voor 7000 gl. aan de stad Dordrecht, het gebouw van het voornoemde huis, met de daartoe behorende tuin en drie huisjes ernaast staande.]
een huis laatst bewoond door ds. Bijsterveld zaliger
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 200v: op 8 nov. 1731 verkoopt Pieter van Esch, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, aan Franchois van der Hoop een huis voor het Bagijnhof over de brug, staande tussen het huis van de weduwe van Arnold Beijs en dat van Abraham de Voogt]
Adolph de Vooght
[ORA Drodrecht inv. 1651, f. 227v: op 28 juni 1729 verkoopt Marija Oudland, laatst weduwe van Jan Sam, wonende te Dordrecht, voor 4200 gl. aan Adolph de Voogt, garentwijnder en burger van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en liggende voor het Bagijnhof, strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsgracht, belend door het huis van Henricus van Steenbergen aan de ene zijde en het huis, dat wordt bewoond door ds. Hermanus van Bijstervelt, aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 24v e.v.: op 24 april 1760 verkoopt Adolph de Voogt, koopman te Dordrecht, voor 2240 gl. aan mr. Johan van der Burch, heer van Niemantsvriend, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande op het Bagijnhof tussen het huis van dr. Johan Willem van Steenbergen en dat van Elisabeth van der Hoop.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 25v: op 17 mrt. 1774 verkoopt mr. Hendrik Onderwater, achtraad van Dordrecht, voor 4800 gl. aan Willem Hordijk, raffinadeur te Dordrecht, een huis tegenover het Bagijnhof, staande tussen de erfgenamen van dr. Jan Willem van Steenbergen en dat van Elisabeth van der Hoop.]
Hendrik Steenbergen
Hendrik Kuijpers
[1731: verhuurd
I. Hendrik Kuijpers, weduwnaar van Dordrecht wonende bij het Bagijnhof (1736), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/16 sept. 1736 (de bruid geassisteerd met Cornelia van Velp, weduwe van Cornelis van Nispen, haar moeder) Cornelia van Nispen, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Bagijnhof (1736)
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 24: op 2 mei 1720 verkopen “Paulus Lemlers mr. kuijper als getrouwd hebbende Cornelia Kuijpers, en Hester Kuijpers bejaarde ongehoude Dogter, mitsgrs. nog Hendrik Kuijpers, huijstimmerman alle woonende binnen dese Stad, zijnde de voorn: Cornelia, Hester en Hendrik Kuijpers, alle drie benevens haare Suster Geijsbertje Kuijpers [ongehuwde persoon] de eenige naargelatene kinderen ende Erffgenamen van wijlen Haere overledene moeder Leijbert Hendriksz: van der Graaff, die wed.e was van Aart Kuijpers in zijn leven mr. huijstimmerman binnen dese Stad”, voor 200 gl. aan Hendrik van Steenbergen, med. doctor te Dordrecht, een achterhuisje en een deel van een houten loods, voor zover die komt achter het huis van de koper, staande naast de gang van de koper en strekkende van diens achterkamer tot aan de stadsgracht.
Kind:
a. Cornelis Kuijpers, gedoopt NG Dordrecht 24 juli 1739, volgt II
II. Cornelis Kuijpers, gedoopt NG Dordrecht 24 juli 1739, kunstschilder, overleden Dordrecht 4 dec. 1802, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1 jan. 1764 Adriana Booy

Cornelis Kuijpers, portret door zijn zoon Hendrik

Stilleven door Cornelis Kuijpers
“Cornelis Kuipers (ook Kuijpers), kunstschilder, behang- en decoratieschilder, werd 23 juli 1739 geboren in Dordrecht als zoon van Hendrik Kuipers (overleden voor 1754) en Cornelia van Nispen (Dordrecht 1710-Dordrecht na 1768) en overleed 4 december 1802 in Dordrecht.
Hij trouwde op 1 januari 1764 in Dordrecht met Adriana Booy (Dubbeldam 1738-Dordrecht 1816). Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren, twee meisjes en vijf jongens allen in Dordrecht gedoopt:
– Hendrik (14 maart 1764)
– Maria (4 juli 1766)
– Johannes (3 maart 1769)
– Willem (15 september 1771)
– Cornelia (7 april 1773)
– Cornelis (15 juni 1777)
– Adrianus (17 maart 1779)
Dordtenaar Cornelis Kuipers heeft als kunstschilder sinds de jaren 80 van de 20ste eeuw weer de bekendheid in de kunstwereld die hij bij tijdgenoten had. Een verklaring voor die langdurige onbekendheid is wellicht, dat hij opgeleid was buiten Dordrecht en geen lid was van het Teekengenootschap Pictura uit 1774, doordat hij deel uitmaakte van een wat oudere generatie, dan de schilders die rond 1800 in Dordrecht voor een bloeiperiode zorgden. Hoewel hij lange tijd als decoratieschilder werkte, bereikte hij een meesterschap in het schilderen van landschappen en bloemstillevens. Als schildersbaas liet hij het grove schilderwerk aan een knecht en verzorgde zelf het decoratiewerk. Het succes van zijn ‘verwerswinkel’ bood hem de gelegenheid zich als kunstschilder te ontwikkelen.
Zijn vader woonde in 1730 als weduwnaar bij het Bagijnhof en hertrouwde 2 september 1736 met Cornelia van Nispen. Cornelis groeide in dit gezin op met broer Aart (gedoopt 15 november 1737) en zuster Cornelia (gedoopt 17 oktober 1742). Hij bleek al vroeg aanleg voor tekenen te hebben, maar zijn ouders zagen voor hem een toekomst als grofschilder. Het grofschilderen werd in een schildersbedrijf gecombineerd met decoratieschilderen, de tussenvorm van grof- en fijnschilderen (het kunstschilderen). Dordrecht kende enkele schilderswinkels, zoals die van Leendert van Strij (1728-1798), de vader van de kunstschilders Abraham en Jacob van Strij. Cornelis zou het vak echter in een schildersbedrijf in Den Haag leren. In die stad waren toen twee bekende kunstschilders werkzaam: Johan Heinrich Keller (1692-1765) en Dirk van der Aa (1731-1809), leerling van Keller. Ten onrechte wordt soms gesteld dat Cornelis bij hen in de leer was. In werkelijkheid inspireerden deze twee Cornelis met hun werk ‘die zijnen smaak daar na vormde’ (R. van Eynden). Tijdens zijn leertijd in de schilderswinkel kreeg Cornelis veel ruimte voor het decoreren van plafonds, kamerbehangsels, schoorsteen- en deurstukken, zelfs voor kunstschilderwerk. Cornelis had contact met de genoemde kunstschilders en zal van hen adviezen hebben gekregen.
Na volbrachte leertijd keerde Cornelis terug in Dordrecht en begon daar een schildersbedrijf, een ‘verwerswinkel’, en trouwde er. Hij had een ‘welbeklanten schilderswinkel doch zelve legde hij zich meest op het schilderen alleen toe en heeft veele kamerdeur en schoorsteenstukken in Dordrecht vervaardigt’, aldus Roeland van Eynden (1747-1819). Cornelis hield zich dus voornamelijk bezig met het decoratieschilderen; de grens met fijnschilderen is daarbij heel dun. Hij maakte onder meer landschappen, bloemstillevens en portretten. De landschappen waren aanvankelijk geïdealiseerd met fantasierijke poorten en andere bouwsels. Na 1780 werden zijn landschappen realistisch. Volgens R. Harmanni ontwikkelde Kuipers hierin ‘een opvallende eigen stijl met veel geboomte die uiteindelijk uitmondde in zware boslandschappen met een krachtig clair-obscur‘.
Opvallend in het werk van Kuipers is verder, dat menselijke figuren doorgaans klein worden afgebeeld en anatomisch niet altijd correct zijn. Met zijn bloemstillevens bereikte Kuipers volgens critici een hoog niveau, zowel in compositie als in het schilderen. Enkele topstukken in dat genre bevinden zich in het Dordtse ‘Museum aan de Maas’, evenals drie schoorsteenstukken: een grisaille (in grijstinten) en twee in kleur geschilderde stukken. Het decoratiewerk was voor Kuipers de belangrijkste bron van inkomsten. Hij produceerde vooral grisailles die een imitatie waren van in reliëf uitgevoerd beeldhouwwerk. Hij hield zich ook bezig met het schilderen van kamerbehangsels op linnen. Het waren fraaie alternatieven voor de kostbare gobelins en goudleerbekledingen in de huizen van welgestelde Dordtenaren.
Het werken met clair-obscur leidde in 1787 wellicht tot het schilderen van kaarslichtscènes. Cornelis trad daarmee in het voetspoor van Dordtse meesters op dit gebied: Godefridus Schalcken (1643-1706) en Michiel Versteegh (1756-1843). Het werken in diverse genres betekent dat hij onderzoekend te werk ging. Zijn vaardigheid en oog voor compositie ontwikkelde hij grotendeels op eigen kracht. Zijn meesterschap heeft dan ook een sterk autodidactisch element. Roeland van Eynden oordeelde dat Kuipers ‘het in de kunst zeer ver zoude hebben kunnen brengen indien hij van het begin af bij een goed meester voor de schilderkunst alleen was opgekweekt geworden’.
Cornelis Kuipers was in Dordrecht bevriend met schildersbaas, kunstschilder en kunsthandelaar Cornelis Vermeulen die evenals Kuipers aan het Bagijnhof woonde. In een notariële akte van 10 oktober 1771 benoemde Vermeulen Kuipers en Wouter Uitterlimmige, ‘konstkoper’, tot executeurs van zijn nalatenschap en tot voogden van zijn minderjarige kinderen en erfgenamen. In mei 1777 kocht Cornelis van burgemeester Pieter Hoeufft (1708-1778) voor 900 gulden een koetshuis met stal en een huis halverwege het Bagijnhof, dicht bij de brug in de Raamstraat of het Achterom. Het koetshuis met stal nam hij in gebruik als schilderswerkplaats.
Een belangrijke opdracht kreeg Kuipers in mei 1779: het decoreren en schilderen van het nieuwe orgel en het preekgestoelte van de Dordtse Lutherse Kerk. Bovendien moest het hele kerkgebouw van binnen worden geschilderd, een combinatie van grof- en decoratieschilderen. De kerkenraad had de schilderswinkels van Van Leen, Van Strij en Kuipers benaderd. Cornelis Kuipers mocht het werk uitvoeren voor 305 gulden.
In 1780 kocht Kuipers voor 600 gulden zijn moeders huis aan het Bagijnhof naast dat van notaris J.H. Schultz van Haegen. Vele Dordtenaren waren gevoelig voor de patriotse denkbeelden die in de jaren 80 in de Republiek werden verspreid. Cornelis Kuipers steunde dat streven en trad in 1783 toe tot de Sint Jorisschutterij, de zogenoemde voetboogschutters. Hij werd luitenant van de tweede compagnie, zijn broer Aart eveneens in de eerste compagnie. Beiden vervulden deze officiersbaan tien jaren. Aart werd in 1794 deken van de schutterij.
De benoeming tot luitenant was een teken dat Cornelis en Aart tot de Dordtse (patriotse) elite werden gerekend, want alleen uit die klasse werden de officieren van schutterij en burgercompagnie gerecruteerd. Omstreeks 1785 maakte Kuipers in de Sint Jorisdoelen in het Steegoversloot met pen en penseel een schuttersstuk van de officieren en manschappen van zijn schutterij. Hij is daarop zelf prominent aanwezig in uniform en voorzien van palet. Zijn streven naar vrijheid en democratie bleek ook uit een tekening van de Dordtse stedenmaagd met vrijheidshoed. Het is een allegorie op het (vermeende) recht van de gilden zelf hun bestuurders te kiezen in plaats van een benoeming door de Oudraad (voorganger van de gemeenteraad).
Dat Kuipers deel uitmaakte van de gegoede Dordtse burgerij bewees zijn benoeming tot officier bij de schutterij, maar zijn welstand kwam naar voren in een notariële akte van 11 mei 1784 om samen met boekhandelaar/uitgever Pieter Blussé (1748-1823) voor een bedrag van f 6.000 borg te staan voor Pieter Vrieswout die het innen van stedelijke belastingen op zich had genomen.
Van Cornelis’ kinderen waren Hendrik en Willem grof- en kunstschilder. Hendrik bereikte als tekenaar en etser een hoog niveau, diverse musea bezitten werk van hem. De kunstwereld had hoge verwachtingen, maar hij overleed op jonge leeftijd in april 1798 en werd 11 april begraven in de Dordtse Grote Kerk. Willem werkte in het schildersbedrijf van Cornelis.
Cornelis en echtgenote maakten 13 september 1800 bij notaris J.H. Schultz van Haegen hun testament. De kleding, goud en zilverwerk van Cornelis gaan naar de drie zoons Johannes, Willem en Adrianus (Hendrik en Cornelis zijn overleden). Willem erft bovendien het huis op het Bagijnhof en de schilderswinkel met gereedschappen, een vergoeding voor zijn werkzaamheden in het bedrijf. Willem bleef ongehuwd en zette de schilderswinkel tot zijn overlijden op 10 juli 1818 voort. Pakhuis en woonhuis werden toen door de erfgenamen verkocht. De kleding van Adriana is met het goud, zilver en juwelen voor de dochters. Niets van de inboedel (inclusief vele kabinetstukken van Cornelis: landschappen, bloemstukken, portretten en gezelschapsonderwerpen) mocht verkocht worden, maar diende verdeeld te worden onder de kinderen. Op 4 december 1802 overleed Cornelis en werd 10 december in de Dordtse Grote Kerk begraven. Adriana overleed 3 december 1816. (https://www.regionaalarchiefdordrecht.nl/biografisch-woordenboek/kuipers-cornelis/]
de weduwe van Cornelis van Nispen
Dirk van der Horst [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 37: op 19 mei 1718 verkoopt Nijs van der Hoeven, mr. timmerman, als procuratie hebbende van Gerrardina van der Hoff, “bejaarde dogter”, mede-erfgename van Aaltje de Ridder, voor 400 gl. aan Dirck van der Horst, mr. bakker, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Cornelis van Nispen mr. metselaar en dat van Gerrit van Solingen.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 66 e.v.: op 12 sept. 1752 verkopen Johannes van Bavel en Hermanus van der Hoeven, Jannetta van der Horst en Lydia van der Horst, meerderjarige ongehuwde personen, allen wonende te Dordrecht, samen, met Cornelis Vos, execueteurs-testamentair van Lydia van Bavel, weduwe van Dirk van der Horst, die in Dordrecht is overleden, aan Cornelis Vos, mr. bakker, vijf zesde parten in een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van de weduwe Van Nispen en dat van Cornelis van Asperen.]
Gerrit van Soolinge
Jan Sastelet [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 70: op 23 okt. 1727 verkoopt Lambert Kuijter, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Roeland Kuijter en als procuratie hebbende van zijn zusters en broer, Maaijken, Dirkje, Anna en Arend Kuijter, samen kinderen en erfgenamen van Ida Rijckenburgh, weduwe van Arend Kuijter, koopman te Dordrecht, voor 560 gl. aan Jan van Chastelet, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de Sarisgang en het huis van Gerrit van Solingen.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 77: op 6 okt. 1774 verkoopt Matthijs Daniël Koelen, wonende te Rotterdam, als man van Anna van Chastelet, voor 600 gl. aan Jan Vermeulen, brouwersknecht te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de Sarisgang en het huis van Florijn.]
[Sarisgang]
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 163: op 26 febr. 1737 verkoopt Anna Wijcken, weduwe van Joris Cabdenath, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Glaude de Montjé, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de Sarisgang en het huis van Adriaan Rijer.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 96v: op 29 okt. 1772 verkoopt Maria van Sorgen, weduwe van Glaudi de Montie, wonende te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Jan de Vries, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de Sarisgang en het huis van de zakkendrager Pieter Bres.]
Adriaen Reij
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 249: op 15 sept. 1729 verkoopt Dirk Marchal, koopman te Dordrecht, mede vervangende Johannes Kiggelaar, koopman in ‘s-Gravenhage, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Isaacq Verhoeven, die in Dordrecht is overleden, voor 495 gl. aan Anna Reij, wonende te Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen de erfgenamen van Jan Rijke en dat van de erfgenamen van N. van Sevenom.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 154: op 3 nov. 1739 verkoopt Anna Reij voor 495 gl. aan Jacob van Wort, maselaar en burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van de weduwe Lauwe en dat van Glaude de Motjé.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 185v: op 3 mei 1740 verkoopt Jacobus van Wort, maselaar en burger van Dordrecht, voor 570 gl. aan Jacomijna van der Wulp, gesepareerde vrouw van Cornelis Vereijck, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, zijnde het tweede huis van de Sarisgang, staande tussen het huis van de weduwe Louwen en dat van Glaude de Monté.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 33v: op 16 mei 1741 verkoopt Jacomijna van der Wulp, gesepareerde vrouw van Cornelis Vereijck, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Dirk van der Es, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, zijnde het tweede huis van de Sarisgang, staande tussen het huis van Glaude de Monté en dat van de weduwe Lauwen.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 82: op 9 febr. 1764 verkoopt Thomas Holtrop, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Hermina Bres, “jonge dochter”, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de weduwe van Gloude de Monté en dat van Cornelis Vermeulen.]
de weduwe van Abraham van Zevenom
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 74: op 12 jan. 1764 verkoopt Hendrik de Kievit, als man van Sara Faasse, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Cornelis Vermeulen, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Joris Ponsse en dat van N. Holtrop.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 222: op 9 sept. 1777 verkoopt Cornelis Vermeule, voor 1480 gl. aan Kasparus van der Meer de oude, wonende even buiten Dordrecht, een huis voor aan op het Bagijnhof, staande tussen het huis van Hermina Bres en dat van Jan van Daalen.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 216: op 9 sept. 1788 verkoopt Pieter van der Velden, kleermakersbaas, voor 800 gl. aan Hendrik van Holst, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Jacobus van Daalen en dat van Pieter Bres.]
de weduwe van Gerrit Kastendijk
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 63: op 15 nov. 1763 verkoopt Gerard Castendijk, pondgaarder te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende ds. Robbertus Castendijk, predikant te Den Haag, enige kinderen van Johan Castendijk, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 710 gl. aan Joris Ponse, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis aan het Bagijnhof, staande tussen het huis van Margarita Castendijk en dat van de erfgenamen van Lodewijk Faassen.
Joris Ponsen, gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1713, jongman van Dordrecht wonende in de Prinsenstraat (1749), weduwnaar wonende voor het Bagijnhof (1758), mr. kunstschilder, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 dec. 1783 (Joris Ponsen, achter de Vriesestraat, laat geen kinderen na, geen koetsen extra), zoon van David Ponsen en Pieternella Robijn, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 2/17 aug. 1749 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader David Ponsen, de bruid met haar vader Jan de Jongh) Willemina de Jong, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1749), 2e Gerecht/NG Dordrecht 7/24 jan. 1758 (de bruid geassisteerd met haar moeder Anna van Tongerloo, weduwe van Huijbert van Erff) Anna van Erff, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1758).

Joris Ponsen, Stilleven met dode haas
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 200: op 17 juli 1777 verkoopt Joris Ponse, kunstschilder te Dordrecht, voor 1525 gl. aan Jacobus van Dalen, huistimmermansbaas, een huis met tuintje erachter, staande voor het Bagijnhof omtrent de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van de schilder Cornelis Vermeulen en het huis van Klaas Broeksmit.]
de weduwe van Nicolaas Halmans
[ORA Dordrecht inv. 1667, f. 190: op 22 juli 1773 verklaart Anna van Tongerlo, weduwe van Huibert van Erff, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieter de Winter, wonende te Dordrecht, een somma van 300 gl., verbindende een huis op het Baggijnhof, staande tussen het huis van schoolmeester Dupper en dat van Joris Ponse.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 200v: op 17 juli 1777 verkoopt Joris Ponse, kunstschilder te Dordrecht, voor 510 gl. aan Klaas Broeksmit, wonende aan de ‘s-Gravendeelsedijk, een huis voor aan het Bagijnhof omtrent de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Jacobus van Dalen en dat van de schoolmeester Dupper.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 101v: op 13 sept. 1785 verkoopt Klaas Broeksmit, wonende onder Dubbeldam, voor 550 gl. aan Elizabet van der Teen, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof nabij de Moordhoek, staande tussen het huis van Dupper en dat van Jan van Dalen.]
de weduwe van Gerrit Kastendijk
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 58: op 12 sept. 1769 verkoopt Gerard Castendijk, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende ds. Robertus Castendijk, NG predikant te Den Haag, enige erfgenamen van Margarita Castendijk, ongehuwd overleden in Dordrecht, voor 1410 gl. aan Leendert Dupper, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Dirk van Hoore en dat van de weduwe van Huibert van Erff.]
Gerrit van Soolinge [mr. timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 20v: op 12 april 1707 verkoopt Jacobus de Gelder, burger van Dordrecht, voor 910 gl. aan Gerrit van Solingen, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis aan het begin van het Bagijnhof, staande tussen het huis van kapitein Gerrit Castendijk en dat van Jan Wijsen.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 194: op 4 juni 1737 verkoopt Govert Schuttel huistimmerman, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij Schuttel, weduwe van Gerrit van Solingen, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Huijbert van Erve, sledenaar en burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof tegenover de Moordhoek, staande tussen het huis van de weduwe Castendijk en dat van de weduwe van Joris Cabdenat.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 112: op 17 mei 1764 verkoopt Anna van Tongerlo, weduwe van Huijbert van Erff, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Dirk van Hoorn, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Lucia Castendijk en dat van de koper.]
de weduwe van Joris Kabdenat
Johan van Diest
Frans van der Lis
Blauwpoortsplein
mr. Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht
[1731: woonhuis, kelders en stal
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 189: op 28 mei 1779 verkopen mr. Cornelis Pieter Pompe van Zwijndrecht, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van Dordrecht, als man van Maria Onderwater, Geertruijd Onderwater, weduwe van Jacob van der Pot, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, mr. Mattheus Onderwater, lid van de Oudraad en regerend burgemeester van Dordrecht, Abraham Hendrik Onderwater, lid van de Oudraad en oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Jacob Karsseboom, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, en Mattheus Onderwater en Abraham Hendrik Onderwater nog als voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Adriana Johanna Onderwater, bij haar verwekt door mr. Jacob Karsseboom, samen enige erfgenamen van Adriana Brandwijk van Blokland, weduwe van Mattheus Onderwater, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, voor 14.350 gl. aan mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, een dubbel huis met koetshuis en stal, alsmede twee kelders onder dat huis en een ruim open erf erachter, staande en gelegen aan het plein omtrent de Blauwpoort tussen het huis van Pieter Koijmans en zeker open erf.]
de erfgenamen van Hartloff van Schellebeek
[ORA Dordrecht inv. 1653 (nieuw), f. 79v e.v.: op 20 nov. 1732 verkoopt Cornelia van Schellebeek, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Anna van Schellebeek, een derde deel in een huis, waarvan aan koopster het resterende 2/3 deel toebehoort, staande tussen de Blauwpoort en het huis van mr. Cornelis Pompe, heer van Zwijndrecht.
ORA Dordrecht inv. 1670. f 65v: op 2 juli 1778 verkoopt dr. Bartholomeus van Schellebeek, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, voor 3500 gl. aan Pieter Koijmans, koopman te Dordrecht, een huis genaamd “de Blauwpoort”, staande tussen het huis van de weduwe van Mattheus Onderwater en dat van Joannes Uitterlimmigen.]
Hendrik Josselet [koopman]
[Pieter de Wacker, koopman, weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Blauwpoort (1678), trouwde 1e NG Rotterdam/Hilligersberg 15/29 september 1669 Aeltgen Ubbinck, 2e NG Dordrecht 27 mrt. 1678 (ondertrouw) Margrieta van Barnevelt, jonge dochter van Gorinchem wonende aldaar (1678), trouwde ca. 23 april 1694 (huw. voorwaarden Dordrecht) Aernolt van Leeuwen, koopman op de Maas, jongman (1694)
ONA Dordrecht inv. 193, f. 176 e.v.: staat dd 22 april 1694 van de goederen, die Margrieta van Barnevelt, weduwe van Pieter de Wacker en nu ondertrouwd met Aernolt van Leeuwen, “bij forme van vertichtinge bewesen” heeft aan haar kinderen, Barnevelt en Aletta de Wacker, wegens hun vaderlijk erfdeel. Tot die goederen behoren o.a. een huis op de hoek van de haven aan de Blauwpoort, getaxeerd op 15.000 gl., alsmede een aantal obligaties, hypotheekbrieven e.d. De totale waarde is 32.787 gl. 17 st.
ONA Dordrecht inv. 193, f. 180 e.v.: op 23 april 1694 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Aernolt van Leeuwen, koopman op de Maas en jongman, enerzijds, en Margrieta van Barnevelt, weduwe van Pieter de Wacker, geassisteerd met haar broer mr. Hendrick van Barnevelt. schepen en vroedschap van Gorinchem, anderzijds.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 67v e.v.: op 10 sept. 1711 verkoopt Hendrik de Wakker, koopman te Dordrecht, als erfgenaam van Barneveld de Wakker, die mede een erfgenaam was van Margareta van Barneveld, in haar leven weduwe van Pieter de Wakker, voor 8800 gl. aan Hendrik Josselet, koopman te Dordrecht, een huis, staande tussen de Blauwpoort en de stadshaven, door de koper reeds bewoond, welk huis de verkoper in mindering op zijn erfportie is aanbedeeld volgens akte van boedelscheiding, gepasseerd voor notaris H. de Wilde te Amsterdam op 31 mrt. 1711. De koper betaalt deels contant en deels met het passeren van een custingbrief van 5000 gl.
Kinderen
ex 1:
a. Hendrick de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1671, koopman te Dordrecht
ONA Dordrecht inv. 193, f. 368 e.v.: op 22 sept. 1695 verklaart Hendrick de Wacker, koopman en burger van Dordrecht, als enige nagelaten zoon van wijlen Aeltgen Ubbbingh, die getrouwd was met Pieter de Wacker, dat in het testament van wijlen Johannes Ubbinck, burger van Rotterdam, zijn oom van moederszijde, gepasseerd voor notaris G. de Witt op 7 okt. 1671, tot de erfgenamen van zijn oom benoemd zijn Aernoldus Ubbinck, apotheker te Rotterdam, en Franchois en Hester Ubbinck, zijn halfbroers en -zuster, gewoond hebbende te Maastricht. Aangezien de comparant “totte voorn. Hester Ubbinck sijne moeije maternel, seer grootelijcx genegen is ende wel weet, dat sij haere portie in de voorsz. erffenisse hoochnoodich van doene heeft tot onderhout voor haere kinderen”, doet hij ten behoeve van haar afstand van al hetgeen hem toekomt uit de boedel van Johannes Ubbinck, zijn oom.
ex 2:
a. Barnevelt de Wacker, gedoopt NG Dordrecht 5 mrt. 1679, koopman te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 152: op 25 nov. 1704 verkoopt Barneveld de Wacker, koopman te Dordrecht, voor 545 gl. aan Jan de Bruijn een huis, dat is ingericht als koetshuis en paardenstal, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Willem den Boer en dat van Jacob Verstrate.
b. Orletta, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1682
c. Anna en Maria, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1685
Hendrick Josselet, jongman geboren te Nijmegen koopman (1706), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 mei 1743 (Hendrick Josselet, naast de Blauwpoort, laat kinderen na, met 7 koetsen extra), trouwde NG/Gerecht Dordrecht 11/29 juli 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar ouders, attestatie te vertonen) Hester in de Betou, gedoopt NG Dordrecht 26 nov. 1682, jonge dochter wonende te Dordrecht (1706), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 mrt. 1741 (Hester in de Betou, de vrouw van Hendrik Josselet, bij de Blauwpoort, laat kinderen na, 7 koetsen extra), dochter van Jan in de Betouw en Ariaene Kares (Adriana Karis),
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 277v e.v.: op 12 okt. 1771 verkopen Coenraad Josselet, lid van de Oudraad te Dordrecht, Hendrik Josselet, achtraad te Dordrecht, en Maria Elisabet Josselet, wonende te Dordrecht, tevens vervangende hun broer Jan Josselet, raad en oud-burgemeester van Nijmegen, samen kinderen van wijlen Hendrik Josselet, voor 24.000 gl. aan Arnoldus Adrianus van Tets, lid van de Oudraad en schepen van Dordrecht, een huis aan de Blauwpoort, staande tussen het huis van de erfgenamen van de heer Van Schellebeeck, dat nu eigendom is van Bartholomeus van Schellebeeck, en het “inkomen” van de Nieuwe Haven. De koper betaalt ook een bedrag van 4000 gl. voor enige “meubilen”.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Coenraad Josselet, 12 aug. 1710
b. Maria Elizabeth Josselet, 26 nov. 1712
c. Adriana, 16 aug. 1714
d. Jan Josselet, 11 aug. 1715, raad en burgemeester van Nijmegen
e. Pieter, 3 april 1718
f. Hendrik Josselet, 4 febr. 1720

Arnoldus Adrianus van Tets
mr. Arnoldus Adrianus van Tets, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1738, heer van Oud en Nieuw Goudriaan, vrijheer van Langerak bezuiden de Lek, opperkoopman van de VOC, pensionaris van Goes, baljuw van Zuid-Holland, schepen van Dordrecht, hoofdofficier ald., burgemeester van Dordrecht 1790-1791, overleden 28 dec. 1792, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 jan. 1793 (mr. Arnoldus Adrianus van Tets, vrijheer van beide Goudrianen en Langerak bezuiden de Lek, oud-burgemeester van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, met een wapenbord en 10 koetsen extra, de hoogste boete, laat kinderen na uit beide huwelijken, ’s morgens een half uur luiden, ’s middags 2 1/2 uur luiden), zoon van Lambert Jacob van Tets, directeur-generaal van de Nederlandse bezittingen op de Goudkust, en Johanna Cornelia Vrolikhart, trouwde 1e Batavia 10 dec. 1757 Dirkje Aletta Haksteen, 2e Batavia 2 jan. 1767 Wilhelmina Jacoba Hartingh, geboren ca. 1751 in Batavia, overleden Dordrecht 21 okt. 1813 (Voorstraat C:1045 en 937), dochter van Maarten Jacob Hartingh en Bernardina Wilhelmina Hilgers. (https://www.genealogieonline.nl/genealogie-van-beaumont/I41974.php ; BS Dordrecht overlijdensregister 1813, akte 537)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 250: op 25 juni 1771 verkoopt Otto Blokland sledenaar voor 650 gl. aan mr. Arnoldus Adrianus van Tets een huis in de Doelstraat, staande tussen de stal van mr. Bartholomeus van Slingelandt en het huis van Cornelis van Rossum.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 36: op 21 april 1774 verkoopt mr. Arnoldus Adrianus van Tets, raad in de vroedschap van Dordrecht, voor 5100 gl. aan mr. Pieter Matthijs Beelaerts, heer van Emmikhoven, Ganswijk en Waardhuisen, raad in de vroedschap en oud-burgemeester van Dordrecht, Anthonij den Bandt en mr. Hendrik Onderwater, beiden achtraad van Dordrecht, een huis staande naast de Blauwpoort tussen het huis van dr. Bartholomeus van Schellebeek, raad in de vroedschap en regerend schepen van Dordrecht, en “de mond” van de Nieuwe Haven aan de Engelenburgerbrug.
idem, f. 37: op 21 april 1774 verkopen bovengenoemde kopers voor 5227 gl. aan Johannis Uijtterlimmigen, koopman te Dordrecht, het in de voorgaande akte vermelde huis.]
Boom
de weduwe van Barent Buijtenhoff
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 96v: op 28 mei 1716 verkoopt Elisabeth van den Brenck, de vrouw van Nicolaes van Ameldonck, voor 2400 gl. aan Barent Buijtenhoff, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Boom, vanouds genaamd “’t Oesterschip”, staande tussen het huis van Elisabeth Buijtenhoff en het huis, dat wordt bewoond door Geijsbert van Dickelen. De koper betaalt 400 gl. contant en voldoet de rest met het overnemen van een schuldbrief, die Elisabet Buijtenhof, weduwe van Cornelis den Ram, op het huis sprekende heeft.
NG trouwboek Dordrecht 2 mrt. 1687: Barent Buijtenhof weduwnaar van Wageningen wonende aan de Riedijk en Lijsbeth Sparrij jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat, getr. op 18 mrt. 1687
ORA Dordecht inv. 1653, f. 145v e.v.: op 22 okt. 1733 verkoopt Jan Buijtenhoff, mr. smid te Delfshaven, als voogd over de minderjarige kindskinderen en erfgenamen van wijlen Barent Buijtenhoff en Elisabeth Sparrij, overleden te Dordrecht, voor 1280 gl. aan Simon Kuijper, rijsschipper wonende te Werkendam een huis, kelderkeuken en kelder op de Boom bij het Groothoofd, waar uithangt “het Oesterschip”, staande tussen het huis van genoemde kindskinderen en erfgenamen en het huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl. Op 3 sept. 1734 toont Cornelia van Heuven, vrouw van Simon Kuijper de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 182v: op 13 mei 1777 verkopen Anthonij Bruijn, kamerbewaarder van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Spaan, beurtschipper van Utrecht op Dordrecht en vice versa, als man van Elizabet den Ram, en Jacob Pieter van Rije, als man van Maria den Ram, wonende te Dordrecht, enige erfgenamen van ab intestato van hun moeder Elizabet van der Meij, weduwe van Wessel den Ram, die gewoond heeft en overleden is binnen Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jan Boudier, wonende te Dordrecht, een huis aan de opgang van de Boom, genaamd “Enkhuijsen”, staande tussen het huis van Arij Buitenhek en de Groothoofdspoort.]
idem
[Het huis “Enkhuijzen”: zie A.Balm, Belle Vue, p. 50 e.v.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 150: op 11 mrt. 1777 verkoopt Adriana Lugten, weduwe van Evert Buijtenhek, wonende te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Arij Buijtenhek, schipper te Dordrecht, een huis aan de opgang van de Boom, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe van Wessel den Ram en het huis van de stad Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 356: op 16 juni 1803 verkoopt Arij Buitenhek, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Corstiaan Bonte, wonende in Den Haag, een huis, vanouds genaamd “’t Oesterschip van Enkhuizen”, getekend B:105, staande op de Boom tussen het huis van Jan Boudier en het boomsluitershuis.]

Groothoofdspoort aan de zijde van de Wijnstraat, door Ary van Wanum
het huis van de tweede boomsluiter
[1731: eigendom van de stad, geen huur noch profijt]
Groothoofdspoort

De Groothoofdspoort aan de zijde van het Groothoofd, door Arie van Wanum, ca. 1763
[1731: eigendom van de stad, stadspoort, tevens woning van de portier]
Hendrik Selis
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 101v: op 19 juni 1736 verkoopt Hermen Selis, burger van Dordrecht, al procuratie hebbende van zijn vader Hendrik Selis, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Catharina van Boshuijsen, weduwe van Cornelis Ben, wonende te Rotterdam, een huis op de Boom aan de zijde van de rivier, staande tussen de Groothoofdshaven en het huis van Johannes Boonen.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 134: op 8 mei 1753 verkoopt Jacobus Evenwel, als procuratie hebbende van Jacob Ben, commies ter recherche te Rotterdam, als executeur-testamentair van zijn moeder Catharina van Boshuijsen, weduwe van Cornelis Ben, schepen en weesmeester van Schiedam, volgens testament gepasseerd voor notaris J. Swinnis te Rotterdam op 31 mei 1736, welke voornoemde procuratie is verleden voor notaris C. van der Loo te Rotterdam op 7 mei 1753, voor 2050 gl. aan Jan Boudier, burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande op de hoek van de haven tussen de Boom en het huis van Huijbert van der Mande. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1550 gl. In margine: schuld is volledig voldaan in mei 1753.
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 21 jan. 1751 Jan Boudier jongman van Normandië wonende in de Boomstraat met schriftelijk consent van zijn moeder Janna Dorret weduwe van Jan Boudier en Maria Anna van Taartwijk weduwe van Jan Mercier wonende in de Boomstraat, verklaren geen 2000 gl. gegoed te zijn, getr. op 6 febr. 1751 (RK trouwboek Dordrecht 6 febr. 1751: Joannes Boudier en Anna van Baartwijk [sic] (met dispensatie wegens verwantschap [“affinitas”] in de derde graad)
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 207v: op 31 juli 1777 verkopen Jan Boudier, door huwelijk mondig geworden, Johannes Dengel, als man van Pieternella Boudier, allen wonende te Dordrecht, en Jacobus de Mam, wonende te Dordrecht, en eerder genoemde Johannes Dengel als voogden over Andries, Pieter en Hendrik Boudier, samen enige nagelaten kinderen en erfgenamen van Maria van Tartwijk, weduwe van Jan Boudier, die is overleden in Dordrecht, voor 3650 gl. aan Johannes Dengel een huis, zijnde het logement of herberg “Turnhout”, staande aan de Maaszijde in de Boomstraat tussen de haven of Boombrug en het huis van Huibert van der Mande.]
Johannes Boone
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 114: op 5 mei 1739 verkoopt Catharina van Loon, weduwe van Johannes Boonen, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Huijbert van der Mande, mr. blokmaker, een huis in de Boomstraat, staande tussen het huis van Cornelis Ben en dat van Pieter van Bree.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 89: op 8 sept. 1778 verkopen Jan van Kooten, zeilmaker te Dordrecht, en Matthijs van der Kevi, wonende aan de Dam van Papendrecht, die door Huijbert van der Mande, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, in zijn testament, dat hij heeft gepasseerd voor notaris J. van der Star op 16 mei 1778, zijn aangesteld tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen, voor 1500 gl. aan Willem van Duuren, burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat omtrent het Groothoofd, van achteren uitzicht hebbende op de rivier en van onderen een vrije doorgang tot de Taankade.]
Johannes Boone
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 204: op 9 dec. 1725 verkopen mr. Johan van Hogeveen, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Aalbert van Hogeveen, kapitein ter zee in Nederlandse dienst, Adriaan van Hogeveen, mr. Gerrard Amilius van Hogeveen, Ida Catarina Magdalena van Hogeveen, Agatha van Hogeveen en Maria Arnoudina van Hogeveen, en nog als voogd over Jacobus en Albertus Adam Hacke, en Berbera Maria Hacke, wonende te Londen, allen erfgenamen van Elisabet van Hogeveen, weduwe van Louis Duchene, gewoond hebbende en overleden te Bommel, voor 1210 gl. aan Johannes Boone, koopman en zeilmaker te Dordrecht, een huis in de Boomstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Roelant Millaarts.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 114v: op 5 mrt. 1739 verkoopt Catharina van Loon, weduwe van Johannes Boonen, wonende te Dordrecht, voor 1005 gl. aan Pieter van Bree, mr. metselaar, een huis in de Boomstraat, staande tussen het huis van Huijbert van de Mande en dat van de erfgenamen van Jonas Millaert.]
de weduwe van Jonas Roelants [Millaert]
Johannes Vermeer
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 235v: op 5 juli 1729 verkoopt Anna Nagtegaal, weduwe van Johan Smit, wonende te Dordrecht, voor 1750 gl. aan Johannes Vermeer, burger van Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Roeland Roelandse en dat van de weduwe van Bartholomeus van der Star.]
de weduwe van Bartholomeus van der Star
Marija de Hoogh
Adriaan Onderdelinde
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 210: op 3 mei 1729 verkoopt Tanneke Nierhare, weduwe van Barent Regters, wonende te Dordrecht, als erfgename van Adriaan van den Branden, overleden te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Adriaan Onderdelinde, koopman te Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen de ingang van het Bolwerk en het huis van Marija de Hoogh.]
Aletta van der Horst
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 91: op 18 mrt. 1710 verkopen Samuel de Moraaz en Adriaan Hagoort, notarissen te Dordrecht, als curators over de insolvente en “geabandonneerde” boedel van Pieter Lamberts, die in Dordrecht gewoond heeft, voor 1100 gl. aan Elisabet van der Horst, de vrouw van kapitein Gerard Schul, en Aletta van der Horst, de vrouw van Jan Fransz. Groen, een huis, waar uithangt “den admiraal Tromp”, staande op de hoek van het Bolwerk, “int affgaan van de Boomstraat”, staande tussen het opgaan van het Bolwerk en het huis van Cornelis Noteman mr. blokmaker, komende recht achter het huis of erf van Adriaan Baan.]
Cornelis Noteboom
[ORA Dordrecht inv. 1655, f 67v: op 7 okt. 1738 verkopen Agatha Simonides, laatst weduwe van Cornelis Noteman de oude, wonende te Dordrecht, voor een derde part of filiale portie, Maria Noteman, wonende te Dordrecht, dochter van Cornelis Noteman de oude, voor een derde part, en Johannes van Vegt en Cornelis Vos, wonende te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van Cornelis Noteman de jonge, kleinkinderen en mede-erfgenamen voor een derde part van Cornelis Noteman de oude, voor 725 gl. aan Barent Keeman, burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen het huis van Arij Scheij en dat van de weduwe Den Ram.
ORA Dordrecht inv. 1655, f 67v: op 7 okt. 1738 verkopen Agatha Simonides, laatst weduwe van Cornelis Noteman de oude, wonende te Dordrecht, voor een derde part of filiale portie, Maria Noteman, wonende te Dordrecht, dochter van Cornelis Noteman de oude, voor een derde part, en Johannes van Vegt en Cornelis Vos, wonende te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van Cornelis Noteman de jonge, kleinkinderen en mede-erfgenamen voor een derde part van Cornelis Noteman de oude, voor 750 gl. aan Arij Scheij, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen de raffinaderij van Adriaan Onderdelinde en het huis van Barent Keeman.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 175: op 31 mei 1759 verkoopt Anthonij de Raad, koopman te Dordrecht, die door veniam aetatis op 25 april 1759 meerderjarig is geworden, voor 713 gl. aan Nicolaas van der Sluijs, burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat op het Blauwe Bolwerk, staande tussen het huis van Barent Keeman en het Blauwe Bolwerk.]
Adriaan Onderdelinde
Engelenburgerkade
Bartholomeus Toulemonde
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 258: op 3 okt. 1726 verkopen Jan Bommelaar, burger van Dordrecht, Wouter Bommelaar, wonende te Maassluis, en Jacobus Haack, wonende te Breda, als man van Catarina Bommelaar, samen erfgenamen van Jacobus Bommelaar, burger van Dordrecht, voor 2250 gl. aan Bartholomeus de Tout le Monde, burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “Engelenburgh”, staande omtrent kraan Rodermond tussen het huis van de erfgenamen van Wessel de Ruijter en de Engelenburgse brug.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 181 e.v.: op 24 nov. 1746 verkopen Franchois der Moeij en Cornelis Wiltens, als voogden over de drie voorkinderen en mede-erfgenamen van Bartholomeus de Toutlemonde, in eerder huwelijk verwekt bij Maria Raats, en Metje Quinting, als weduwe en mede-erfgename van Bartholomeus de Toutlemonde, en nog als voogdes over haar kind, bij haar verwekt door Bartholomeus de Toutlemonde, voor 1030 gl. aan Cornelis Wiltens, koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “den Engelenburgh”, staande omtrent de Blauwpoort bij het Maartensgat tegenover kraan Rodermond, aan de ene zijde belend door het huis van de weduwe van Pieter de Ruijter en aan de andere door de stadshaven.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 79: op 3 sept. 1772 verkoopt Cornelis Wiltens, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Anthonij Bax en Jan Hendrik Schultz van Haegen, procureurs te Dordrecht, als zijn gemachtigden, “volgens verbaal den 31 december 1771 onder opgevolgde approbatie en condemnatie van de Kamer Judicieel dezer Stad gesloten”, voor 2250 gl. aan Adriaan Mouthaan, wonende te Dordrecht, een huis, genaamd “de Engelenburg”, staande omtrent de Blauwpoort bij het Maartensgat tegenover Kraan Rodermont, belend door het huis van mevrouw De Mist, eerder weduwe van Pieter de Ruijter aan de ene zijde en de haven aan de andere zijde. De koper is schuldig aan Wouter van der Weijden, tuinman wonende even buiten Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 262v: op 3 sept. 1795 verkoopt Hillegonda Kemp, weduwe van Adriaan Mouthaan, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan haar dochter Johanna Mouthaan, weduwe van Cornelis Rudag, wonende te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “Engelenburg”, staande aan de Engelenburgerbrug tussen het huis van Thomas ’t Hooft en de mond van de Blauwpoortshaven.]

Het rondeel Engelenburg.
Pieter de Ruijter procureur
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 2 aug. 1738: Pieter de Ruijter jongman van Dordrecht wonende bij de Catharijnepoort en Anna Elisabeth Vermasen jonge dochter van Roermond volgens schriftelijk consent van Dionijs Vermaesen haar vader volgens akte gepasseerd voor notaris Th. Timmermans te Roermond op 24 juli 1738.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 234: op 29 juni 1784 verkoopt Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna Elizabet de Mist, beiden wonende te Dordrecht, voor 4050 gl. aan Thomas ’t Hooft, pondgaarder wonende te Dordrecht, een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis, genaamd “Engelenburg” en het pakhuis van Adriaan Lacoste.]
Mattheus Coddeus
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 7 dec. 1744: Matheus Coddeus, ongehuwd, veertigraad van Dordrecht, op de Voorstraat bij de Botgensstraat, met acht koetsen extra, met een wapenbord, de hoogste boete
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 115 e.v.: op 21 dec. 1745 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan de Ridder, predikant te Heerjansdam, en diens vrouw Cornelia Beatrix Kune, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Herbert van der Meij te Rotterdam op 18 dec. 1745, voor 525 gl. aan Adriaan Mels, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het pakhuis van de koper en het huis van Pieter de Ruijter.]
Lauwerens Boon [schout van Dubbeldam]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 66v: op 11 dec. 1703 verkoopt Appolonia Stickelman, weduwe van Jan Adriaansz. van der Veer, voor 1500 gl. aan Pieter van der Crab een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de heer Coddeus en dat van Henrik van Beest.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 95: op 30 mei 1716 verkoopt Pieter van der Krab, schipper wonende te Rotterdam, voor 1450 gl. aan Lourens Boon, schout van Dubbeldam, een huis op de Engelenburgerkade achter Engelenburg, staande tussen het huis van de erfgenamen van Mattheus Coddeus en dat van Hendrick van Beest.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 99 e.v.: op 28 sept. 1745 verkoopt Gualther Boon, schout en secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Anna Croese, weduwe van Laurens Boon, schout en secretaris van Dordrecht, wonende te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Dubbeldam op 21 sept. 1745, voor 275 gl. aan Adriaan Mels, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de weduwe Van Kessel en dat van de erfgenamen van Mattheus Coddeus.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 274v e.v.: op 9 sept. 1802 verkoopt Jacob Korthals, als man van Gerarda Woutera van der Star, wonende te Dordrecht, voor 2250 gl. aan Hendrik van Lidt de Jeude, wonende te Dordrecht, een huis, staande aan het Maartensgat tussen het huis van Cornelis Statenus en het pakhuis van Adriaan Lacoste, getekend A:117.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 163v: op 4 juli 1805 verkoopt Salomon Diodatie, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonvader Hendrik Lidt de Jeude, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van Hasselt te Delft op 2 juli 1805, aan Jan Smits Jzn., wonende te Dordrecht, een huis aan het Maartensgat, getekend A:117, staande tussen het huis van wijlen Cornelis Statenus en het pakhuis van Adriaan Lacoste.]
Warnardt Blankestein
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 33v e.v.: op 5 juni 1703 verkoopt Appolonia Stickelmans, weduwe van Jan Adriaansz. van der Veer, voor 2400 gl. aan Hendrik van Beest, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van Hubert van de Graaf en het huis van verkoopster.
6 sept. 1725: Adriaan van Dam, makelaar, als procuratie hebbende van Susanna Hartigh, laatst weduwe van Hendrick van Beest, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. de Custer te Rotterdam op 3 sept. 1725, verkoopt voor 1400 gl. aan Warnard Blankesteijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Van Beveren en dat van Louwerens Boon. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 183v)
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 51v e.v.: op 31 dec. 1744 verkoopt Govert van Boven, koopman te Dordrecht, als man van Ida Bernardina van der Pijpen, voor zichzelf en tevens vervangende zijn schoonzuster Cornelia van der Pijpen, voor 2840 gl. aan Gerarda Mars, weduwe van Wouter van Kessel, koopvrouw te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Laurens Boon.]
mr. Govert van Slingerland ontvanger-generaal
[Zie pagina “Het huis Bever-Schaep” op deze website.
2 mei 1741: Adriaan Papegaaij, als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van De Lind, ontvanger-generaal van de gemenelandsmiddelen over de provincie Holland, als vader en voogd over zijn minderjarige dochter Susanna van Slingeland, door hem in huwelijk verwekt bij Geertruijd de Bevere, dochter van mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Bourcourd te ‘s-Gravenhage op 24 mrt. 1741, verkoopt voor 3000 gl. aan Govert van Boven koopman een huis op het Maartensgat of Nieuwe Vergroting, staande tussen het pakhuisje van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van Ida Bernardina van der Pijpen. (Balm-Kok, Prinsenstraat 12, p. 16)]
mr. Johannes van Neurenburg
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 137v e.v.: op 20 juli 1751 verkoopt Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van mr. Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 950 gl. aan Govert van Boven, koopman te Dordrecht, een pakhuis, staande aan het einde van het Maartensgat tussen het woonhuis van de koper en het pakhuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Gillis Rees.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 201v: op 4 juli 1765 verkoopt Ida Bernardina van der Pijpen, weduwe van Govert van Boven, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Cornelis Stratenus, als man van Margarita van Boven, en Maria van Boven, meerderjarige ongehuwde persoon, beiden wonende te Dordrecht, de helft in een pakhuis, staande op de Engelenburgerkade omtrent de Katarijnepoort tussen het huis, dat is nagelaten door Govert van Boven, en het pakhuis van de erfgenamen Rees.]
idem
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 138 e.v.: op 20 juli 1751 verkoopt Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van mr. Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Gillis Rees, oud-burgemeester van de Achten te Dordrecht, een pakhuis, staande aan het einde van het Maartensgat aan de noordzijde tussen het pakhuis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Govert van Boven en het pakhuis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 170: op 14 mrt. 1786 verkoopt Adriana Johanna van den Santheuvel, weduwe van Mattheus Rees Gillisz., wonende te Dordrecht, voor 4010 gl. aan Gerrit van Hoogstraten en Zoon, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, staande in de hoek van de Katarijnepoort op de Nieuwe Uitleg of Engelenburgerkade, staande tussen genoemde poort en het volgende koetshuis en stal, een koetshuis en stal, die gebruikt worden als pakhuis, staande tussen het voorgaande pakhuis en het volgende pakhuis, alsmede een pakhuis, genaamd “Kommerstein”, staande tussen het voornoemde koetshuis en stal en het pakhuis van Pieter Besemer.]
Willem en Gillis Rees
[1731: pakhuis]
idem
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 221: op 21 sept. 1779 verkoopt Cornelis Rees, achtraad van Dordrecht, voor 1900 gl. aan Pieter Besemer, baljuw van Papendrecht, een pakhuis, genaamd “Neurenberg”, staande omtrent de Catherijnepoort tussen het pakhuis, genaamd “Commersteijn”, van Mattheus Rees Gzn., en het huis of pakhuis van de heer Stratenus.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 231: op 18 febr. 1806 verkoopt Joan Castendijk, lid van de Raad te Dordrecht, voor 950 gl. aan Arnoldus de Groot, wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Engelenburgerkade, getekend A:114, staande tussen het pakhuis van de weduwe Stratenus en dat van G. van Hoogstraten en Zoon.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 231v: op 18 febr. 1806 verkoopt Arnoldus de Groot, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Hendrik van der Sande Jz., koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Engelenburgerkade, getekend A:114, staande tussen het pakhuis van de weduwe Stratenus en dat van G. van Hoogstraten en Zoon.]
Leendert Paling
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 22 e.v.: op 24 april 1727 verklaren Leendert Paling, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Margareta Godijn, dat zij schuldig zijn aan George Gaij een bedrag van 600 gl., verbindende een huis op het Maartensgat, staande tussen het koetshuis van Gillis Rees en de Catharijnepoort.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 129v e.v.: op 18 jan. 1731 verkoopt Leendert Palingh, burger van Dordrecht, voor 810 gl. aan Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, een huis staande tussen de Catharijnepoort en de stal of het koetshuis van Gillis Rees.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 81v: op 25 nov. 1738 verkoopt Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Hendrik Verburgh, een huis, staande tussen de Catrijnepoort en het huis van Gillis Rees.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 104 e.v.: op 1 mei 1770 verkoopt Hendrik Verburgh, wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Mattheus Rees Gillisz., lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis, staande tussen de Catharijnepoort en de stal van de koper.]
Gravenstraat
Onderwater, heer van Papendrecht
[Het huis “Henegouwen”
1731: woonhuis, koetshuis en stal, kelder is verhuurd
Onderwater, heer van Papendrecht
[1731: op de hoek van Wijnstraat/Gravenstraat (het huis “Henegouwen”)
Het huis Henegouwen (2008)
Dit huis was van 1676 tot 1805 eigendom van de familie Onderwater:
Hendrik Onderwater kocht in 1676 het huis “Henegouwen”, staande op de hoek van Gravenstraat, met de erbij horende wijnkelders, erf, drie huisjes in de Gravenstraat, koetshuis en stal met uitgang in de Gravenstraat, voor 10.700 gl. contant, Het huis bleef generaties lang in het bezit van de familie Onderwater.* Susanna Abigaïl Onderwater verkocht het in 1805 voor 16.500 gl. aan ds. Ewaldus Kist, predikant van de NG gemeente te Dordrecht. (Heiningen/Sigmond, p. 39-40)
* Genealogie
I. Mr. Hendrik Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 24 okt. 1642, jongman van Dordrecht wonende achter het stadhuis (1669), houthandelaar te Dordrecht, heer van Puttershoek, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 6 mei 1705 (mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, woonde in de Gravenstraat, het huis met rouw behangen, zes sleepmantels, een wapen voor de deur), zoon van Boudewijn Onderwater en Maria van de Graeff, trouwde NG Dordrecht 28 apil/14 mei 1669 Johanna Hallingh, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Grote Kerk (1669)
II. Boudewijn Onderwater, 1673-1742, trouwde Susanna Everwijn
III. Pompejus Onderwater, geboren Dordrecht 23 okt. 1713, heer van Craeijesteijn, ritmeester van een compagnie ruiterij, overleden 29 aug. 1783, trouwde 1e IJperen 13 dc. 1739 Abigael Catharina de Salis, geboren IJperen 29 april 1722, overleden Breda 3 dec. 1743, 2e ‘s-Gravenhage 5 febr. 1747 Elisabeth Dierkens , geboren 28 sept. 1709, overleden 20 mei 1796, trouwde 1e mr. Willem van der Burch
Kinderen:
a. Boudewijn Onderwater Pompejusz., heer van Brandwijk, geboren Breda 31 okt. 1740, overleden Vianen 20 jan. 1820, trouwde Vianen 3 okt. 1808 Catharina van Schoonhoven, geboren Utrecht 2 april 1770, overleden Vianen 17 mei 1831
b. Amaranthe Onderwater, vrouwe van Rijsoord, geboren Breda 17 nov. 1742, overleden 18 dec. 1813, trouwde 1e Numansdorp 12 mei 1767 Roeland Faassen Nolthenius, 2e ‘s-Gravenhage 3 juli 1787 (gescheiden ald. op 20 mrt. 1788) Arnould Louis Ronssin d’Oquerre
Kind:
b-1. Abigael Catharina Faassen Nolthenius, geboren naar schatting ca. 1768, trouwde Jean de Loriola.
c. Susanna Abigael Onderwater, geboren ca. 1743, ongehuwd begraven Dordrecht 24 juli 1810 (67 jaar oud, beroerte, ongehuwd, bij de Varkenmarkt in huis B:293, met “ordonaren” koetsen, 11 uren)
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 124v e.v.: op 25 aug. 1676 verkopen Johannes Melanen en Wouter de Gelder, als curatoren van de boedel van Johan Nicolaij van Malepart en Lidia van Craeijesteijn, voor 10.700 gl. aan mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek en oud-magistraat van Dordrecht, vier naast en achter elkaar staande huizen met de wijnkelders daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Gravenstraat en het huis van Matthijs van der Merck, heer van de Leur, alsmede het koetshuis en de stal daarachter, met een uitgang in de Gravenstraat.
ORA Dordrecht 1680, f. 194v e.v.: op 17 okt. 1805 verkopen Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Abigael Onderwater, mr. Mattheus Onderwater Mattheusz., eveneens wonende te Dordrecht, als administrateur van de erfportie, die Boudewijn Onderwater Pompejusz. met last van fideïcommis is aanbestorven uit de nalatenschap van zijn vader, Pompejus Onderwater, en notaris Van der Star nog als procuratie hebbende van Abigael Catharina Faassen Nolthenius, weduwe van Jean de Loriol, volgens procuratie gepasseerd op 16 juli 1805 voor notaris Louis Fevot te Lausanne in Zwitserland, voor 16.500 gl. aan ds. Ewaldus Kist, predikant in de NG gemeente te Dordrecht, en diens vrouw, Johanna Christina Noteman, een huis om de hoek van de Gravenstraat, met twee kelders daaronder, een tuin, stal en koetshuis en drie woonhuizen “daar annex”, staande naast elkaar in de Gravenstraat. Het grote of herenhuis wordt belend door de Wijnstraat, de stal en het koetshuis met de gang van het huis van D. Bosveld.
Ewaldus Kist, geboren Woerden 9 mrt. 1762, predikant, overleden Dordrecht 20 mrt. 1822 (overlijdensakte dd 22 mrt. 1822: Ewaldus Kist, 60 jaar oud, geboren te Woerden, oveleden in het huis B:185 in de Gravenstraat, echtgenoot van Theodora Cornelia Woutera Brouwer [zijn derde vrouw], 46 jaar) zoon van Anthonij Kist en Anna Wolff.

Ewaldus Kist
idem
idem
idem
Cornelia Sterk
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 54: op 7 okt. 1723 verkopen Jilles de Quint, als man van Cresia Sterck, Joria Sterck, en Andries Boshoven, als man van Anna Sterck, allen wonende in Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen, samen met Cornelia Sterck, van Johannes Sterck. in zijn leven gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 600 gl. aan Cornelia Sterck, drie vierde parten in een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Lauwerens Paradijs en de gang van de Bank van Lening.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 230v e.v.: op 24 nov. 1740 verkoopt Cornelia Sterk, weduwe van Johannes Frijman, voor 660 gl. aan Hendrik Sootenkamp, knecht in een raffinaderij te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Banen en de gang van de Bank van Lening. De koper is schuldig aan Neeltje Latman, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 229v e.v.: op 2 mei 1771 verkoopt Hendrik Solenkamp [sic], burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Hermanus Hering, apotheker te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen de uitgang van het huis van Gijsbert Beudt en dat van Cornelis Baan.]
de weduwe van Piter Paradijs
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 123: op 20 nov. 1721 verkopen Albertus van Nievelt en dr. Hendrick van Steenbergen, Vaders van het Arme Weeshuis te Dordrecht, vervangende tevens de overige Vaders en Regenten van het Arme Weeshuis, voor 550 gl. aan Pieter Paradijs, vleeshouwer, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Kramers en het huis van Johannes Sterk.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 108v e.v.: op 30 april 1733 verkoopt Johannes Louwen, als man van Maria Paradijs, voor 400 gl. aan Leendert van Driel, ijzerteller en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Kramers en dat van de weduwe Vrijman.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 19 e.v.: op 20 febr. 1738 verkoopt Leendert van Driel, ijzerteller en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Cornelis Baan, ijzerteller en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Kramers en de weduwe van Cornelis Vrijmans. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 400 gl., die Mattheus de Vries op het huis sprekende heeft, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 24 juni 1708 ten behoeve van Cornelia van Stabroek, de vrouw van Abel de Vries. ]
Willem Cramer
[ORA Dordrecht inv. 1667, f. 112 e.v.: op 3 dec. 1772 verkoopt Willem Kramers, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes Kramers, koopman te Dordrecht, voor 450 gl. aan Hermanus Heering, apotheker te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Petrus Heering en dat van Cornelis Baan.]
Petrus Haringh
idem
Willem de Bruijn
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 99v: op 10 april 1764 verkoopt Sebilla Schoonenberg, weduwe van Willem Bruijn, wonende te Amsterdam, voor 2520 gl. aan Elisabeth Vernimmen een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Berbera van Aaken, weduwe van Adriaen van Dam, en dat van Maria van der Linden, weduwe van Petrus Hering.]
E.V. Sittert
[1731: woonhuis en kelder, woonhuis is verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 210: op 3 okt. 1737 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Bartholomeus Pijll, schout en secretaris van Drimmelen en Stanthusen, wonende te Den Bosch, Sara Pijll, weduwe van kolonel Winsheijm, wonende te Geertruidenberg, Agneta Pijll wonende mede aldaar, Philippus Brahée, als man van Theodora Gerarda Pijll, wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van Opstall te Geertruidenberg op 26 mrt. 1737, en tevens als procuratie hebbende van Hendrik Steinhagen, majoor in het regiment garde dragonders van prins Willem van Hessen, garnizoen houdende te ‘s-Hertogenbosch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris IJ. Bopp te ‘s-Hertogenbosch op 3 aug. 1737, allen broers resp. zusters en erfgenamen ab intestato van Anna Cornelia Pijll, weduwe van Hendrik van Sittert, arts, voor 2400 gl. aan Clara en Alida Wens een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Fredrik Schoonenburgh en dat van Steven Bordels.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 34v e.v.: op 24 sept. 1744 verkoopt Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, als man van Clara van Eijsden, en tevens als procuratie hebbende van Govert du Bois, de eerwaarde heer Petrus Couwenberg du Bois, Jan Fredrik de Meij, als man van Wilhelmina Cornelia du Bois, Anna Clara van Wetten, weduwe van Johan den Bandt, Nicolaas van Batenburgh, als man van Johanna Elisabeth van Wetten, samen erfgenamen van Alida Wensch, volgens haar testament, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 20 mei 1744 en door haar metterdood bevestigd op 16 juli 1744, voor 1050 gl. aan Nicolaas Slijp, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis met een kelder en een vrije gang naast die kelder, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het huis van Steven Bordels en dat van de weduwe van Willem de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 42: op 10 nov. 1744 verkoopt Nicolaas Sliep, mr. metselaar en burger van Dordrecht, voor 1160 gl. aan Adriaan van Dam, vendumeester van de slagroede, een huis met wijnkelder daaronder en een vrije gang naast die kelder, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het huis van Steven Bordels en dat van de weduwe van Willem Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 75: op 1 sept. 1772 verkoopt Suzanna Berbera van Aken, weduwe van Adriaan van Dam, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan haar zoon Roeland Leonard van Dam een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Steven Bordels en het huis van Elizabet Vernimmen.]
Steven Borrels [Bordels]
[1731: pakhuis, verhuurt een kamer
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 80v: op 2 nov. 1717 verkoopt Dirkie Kruijmers, weduwe van Roelant Rijckenburg, bakker te Dordrecht, voor 775 gl. aan Steven Bordels, koopman te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus Crillaart en huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 52 e.v.: op 24 okt. 1748 verklaart Elisabeth Bordels, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van haar zusters Anna en Warandina Ida Bordels, wonende te Dordrecht, dat zij en haar zusters schuldig zijn aan Johan van Gelsdorp, koopman te Dordrecht, een somma van 1300 gl., verbindende een huis aan het einde van de Gravenstraat tegenover Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Johan Hendrik de Roo en dat van Adriaan van Dam.]
idem
Bos Baan
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 49v: op 27 sept. 1735 verkoopt Helena Beudt, weduwe van Jan Bos Baan, kamerbewaarder van Dordrecht, voor 1350 gl. aan mr. Jan Hendrik de Roo, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een huis aan het einde van de Gravenstraat tegenover de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Johannes van Loon en dat van Steven Bordels.]
[Varkenmarkt]
Johannes van Loon
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 86 e.v.: op 5 april 1736 verkoopt Johannes van Loon, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Gerret Kranendonk, mr. huistimmerman wonende te Loenen, een huis op de Varkenmarkt aan het einde van de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Bruijn en dat van Jan Hendrik de Roo.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 209: op 18 april 1747 verkoopt Dirk Veen, stijfselmaker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van Wees, weduwe van Gerrard Kranendonk, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Leendert Roos, koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Johan Hendrik de Roo, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van de weduwe van Willem Bruijn.]
Willem de Bruijn
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 100v: op 10 april 1764 verkoopt Sebilla Schoonenberg, weduwe van Willem Bruijn, voor 870 gl. aan Jacobus Vredevelt, burger van Dordrecht, een huis aan de Varkenmarkt tussen Gravenstraat en Roobrug, staande tussen het huis van Jacob Volk en dat van Leendert Roos.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 100: op 10 april 1764 verkoopt Sebilla Schoonenberg, weduwe van Willem Bruijn, voor 1600 gl. aan Philip Jacob Volk, raffinadeur en burger van Dordrecht, een huis aan de Varkenmarkt tussen de Gravenstraat en Roobrug, staande tussen het huis van Gerret van Kaam en dat van Jacobus Vredevelt.]
Jochem van Rei [“ijsertelder”]
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 61: op 7 nov. 1715 verkoopt Nicolaas van Ameldonk, burger van Dordrecht, voor 225 gl. aan Joghem van de Reije, “ijsertelder” en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, bewoond door de echtgenote van de verkoper, staande tussen het huis van [NN] de Bruijn koopman en dat van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 193v: op 4 juni 1737 verkoopt Jochem van den Rije, “ijsertelder” en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Sibilla Hoff, de vrouw van Gerret van Kaam, de helft van een huis, zijnde een aparte woning, aan het einde van de Gravenstraat tussen de Roobrug en de Varkenmarkt, van welk huis de wederhelft toebehoort aan Hendrik te Hoonte “en mitsdien [het huis van] deselve” staande aan de ene zijde en het huis van Willem Bruijn aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 4v: op 5 febr. 1760 verkoopt Alida Boevink, meerderjarige persoon wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik de Hoonte, wonende te Dordrecht, voor 225 gl. aan Jacobus Telders, mr. munter in de Munt van Holland te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Geurt van Caam en het pakhuis van Cornelis Kool.]
Cornelis Coole [mr. kuiper]
[ORA Dordrecht inv.. 1652, f. 73: op 5 sept. 1730 verkopen Pieter Frackin en Willem Spruijt, burgers van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Cornelis Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder, staande op de Varkenmarkt omtrent de Roobrug tegenover de kraan, staande tussen het huis van Gijsbert de Jongh, koopman te Dordrecht, en dat van de suikerbakker De Bondt.]
Gijsbert de Jonk [koopman]
Henderik Gabriell Certon [predikant van de Waalse gemeente]
[1731: woonhuis en kelder, de kelder is verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 42: op 27 april 1730 verkoopt “Henrij Gabriel Certon, Predikant van de Walse gemeente binnen dese Stadt, als bij mijn Ed: Groot Agtb: Heeren van den geregte ende Camere Juditieel derselver Stadt, geauthoroseert ende gequalificeert zijnde tot Reddinge van den Boedel van Johanna Maten in haar Leven huijsvrouw van Gabriel de Bellevue (die sedert ses jaaren uijtlandigh is geweest sonder dat men weet off doot off in leven is)” voor 1000 gl. aan zichzelf een huis met een wijnkelder, staande op de Varkenmarkt tegenover de kraan tussen het huis van de loodgieter Van der Strenge en dat van Gijsbert de Jongh.]
Antoni van der Strengh [loodgieter]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 160: op 4 juni 1722 verkoopt Johanna Pergens, burgeres van Dordrecht, eerst weduwe van Leendert Coole en thans echtgenote van Cornelis van Houwelingen, voor 1100 gl. aan Anthonij van der Streng, burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Jacobus Raats, mr. chirurgijn, en dat van Gabriel de Bellevue.]
Jacob Sastelet [mr. chirurgijn]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 189v: op 9 okt. 1725 verkoopt Jacob Raats, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Jacob van Chastelet, mr. chirurgijn, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Pieter van Hermaal en dat van Anthonij van der Strengh.]
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 69v e.v.: op 13 okt. 1732 verkoopt Adriana van Oijen, weduwe van Jacob van Chasteleth, voor 650 gl. aan Anthonij van der Strenge, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Pieter van Hermaal en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 71v e.v.: op 1 okt. 1750 verkoopt Anthonij van der Strenge, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 785 gl. aan Anthonij van Trigt, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Pieter van Hermaal.]
Pieter van Hermaal
[ORA Dordrecht inv. 1667, f. 34 e.v.: op 31 mrt. 1772 verkoopt Hester van Zantschel, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrika van Driel, “bejaarde” ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jozina en Jenneke Renout, wonende te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaan Braats en dat van Wouter Bitter.]
de weduwe van Samuell Kunen
[NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1659: Cornelis de Vries, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug en Beatris van Eissel, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug, getrouwd op 5 aug. 1659
Kinderen:
a. Adriana de Vries, gedoopt NG Dordrecht 17 juni 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1689), trouwde NG Dordrecht 9 okt. 1689 (ondertrouw) Samuel Keune, jongman van Amsterdam (1689), koopman
ORA Dordrecht 1653, f. 200v: op 9 sept. 1734 verkoopt Johan de Ridder, predikant te Heerjansdam, als procuratie hebbende van zijn vrouw Cornelia Beatrix Keunen, van Christina Keunen, van Christoffel van Hoesen, als voogd over zijn minderjarige kinderen, die hij heeft verwekt bij zijn vrouw, wijlen Samuela Maria Keunen, kinderen, kindskinderen en erfgenamen ab intestato van Adriana de Vries, weduwe van Samuel Keunen, voor 300 gl. aan David Horstman, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis, dat op dezelfde dag is verkocht aan Elisabeth de Bondt en de gang van de heer Van Ossenburgh, alsmede voor 690 gl. aan Elisabeth de Bondt, weduwe van Simon van Driel, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Maria de Vries en dat van David Horstman. De koopster is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl.
Kinderen:
a-1. Cristina Keune, gedoopt NG Amsterdam 10 sept. 1690
a-2. Cornelia Beatrix Keune, gedoopt NG Amsterdam 26 mrt. 1692, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzerwaag (1717), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 april/5 mei 1717 (de geboden gaan te Heerjansdam, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johan de Ridder, de bruid met haar moeder Adriana de Vries, weduwe van Samuel Keunen) ds. Johan de Ridder, jongman van Dordrecht (1717), predikant te Heerjansdam
a-3. Samuela Maria Keune, gedoopt NG Dordrecht 2 juli 1694, trouwde Christoffel van Hoesen
b. Maria de Vries, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1670
c. Anna de Vries, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1673
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 81v: op 28 febr. 1736 verkoopt David Horstman, suikerbakker en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Marija van Asperen, weduwe van Arnoldus de Hart, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Lijsbet [sic] en de gang van de erfgenamen van de heer Van Ossenburg.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 78 e.v.: op 10 mrt. 1767 verkopen Isaaq Wiltens en Pieter Bornwater, als diakenen van de NG gemeente te Dordrecht, “welke … diaconen zijn alimenterende Arij de Hart, voor 380 gl. aan Wouter Bitter een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Pieter Forsman en de gang van het huis van de weduwe van de heer Braats en Hendrika van Driel.]
idem
[1731: ledig]
de erfgenamen van Michiell Schouhamer
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 75: op 16 febr. 1708 verkopen Adriana Huttenus, Pieter Kant, als man van Catarina Huttenus, Jan Huttenus en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Steven Bordels, als man van Catarina Huttenus, en van Ida Huttenus, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Catarina Sam, weduwe van Arent Huttenus, voor 1475 gl. aan Michiel Schouhamer een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Tomas Rijkerts en dat van Jan Pop.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 31v e.v.: op 3 sept. 1748 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als gemachtigde volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Groen te Alkmaar op 12 aug. 1748, als procuratie hebbende van Cornelis van Eijk, oud-burgemeester en raad in de vroedschap van Alkmaar, als executeur-testamentair van Adriana Leijts, weduwe van Mighiel Schouhamer, als procuratie hebbende van Pieter Schouhamer, schepen van Schiedam, als executeur-testamentair van Adriana Leijts, en van Adriaan Baart, regerend schepen en raad in de vroedschap van Alkmaar, als executeur-testamentair van Adriana Leijts, voor 730 gl. aan Pieter Forsman, mr. zilversmid te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Arnoldus van Wel en dat van Maria de Hart.]
Arnoldus van Well [mr. glasmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 20v: op 30 april 1720 verkoopt Jan Pop, glasmaker en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan de kinderen en erfgenamen van Jan van Slingeland, koopman te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, waarin Jan Pop woont.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 54: op 15 okt. 1720 verkoopt Pieter van Slingeland, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Wilhelmus van Slingeland en zijn zusters Maria en Margrita van Slingeland, voor 700 gl. aan Arnoldus van Well, mr. glasmaker te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe Schouhamer en dat van Pieter Regell.]
Piter Regell
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 50v: op 14 juni 1712 verkopen “Arnoldus Korthage, mr. Bleckslager mede Erfgenaem van wijlen Catharina Wiendeucx in haer leven wed.e van Martinus van Stockum, mitsgrs. Bastiaen Merkusz. mr. huijstimmerman binnen dese Stad als voogt over de minderjarige Erfgenaeme vande voorsz. Catharina Wiendeucx mitsgaders vervangende haer sterckmakende ende rato Caverende voorde verdere meerderjarige mede Erfgenaemen deselve Catarina Wiendeucx” voor 720 gl. aan Berbera ’t Hooft, weduwe van Dirk van Thiel, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan Pop en dat van de weduwe van Hendrik van Troijen.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 10: op 8 febr. 1718 verkopen Bastiaan van de Her en Arie Hoevenaar, als executeurs-testamentair van Berbera ’t Hooft, weduwe van Dirck van Thiel, voor 525 gl. aan Pieter Regel, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Johan Pop en dat van de weduwe van Hendrick van Troijen.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 128v e.v.: op 2 sept. 1749 verkopen Jan Batenburgh mr. kuiper en Adriaan van den Blijck koolmeter, beiden burger van Dordrecht, als voogden over de minderjarige erfgenamen van Catharina Regel, voor 350 gl. aan Johannes Groodhoff, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Arnoldus van Well en dat van Jan Keman.]
de weduwe van Piter Paradijs
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 169: op 4 mrt. 1734 verkopen Johannes Louwen en zijn vrouw, Maria Paradijs, wonende te Dordrecht, voor 190 gl. aan Johanna Fornai, inwoonster van Dordrecht, een huisje in de Gravenstraat, staande naast het huis van Pieter Regel.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 170v: op 15 april 1734 verkoopt Paulus Gibs, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna Fornai, burgeres van Dordrecht, voor 170 gl. aan Jan Kemans een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Pieter Regel en de stal van mr. Johan Marin van Wevort van Ossenburg, lid van de Oudraad te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 205: op 26 febr. 1765 verkoopt Jenneke Jacobsdr. van Spijk, weduwe van Jan Keman, wonende te Dordrecht, voor 475 gl. aan Maria Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braat, burgemeester van Dordrecht, een stal, staande in de Gravenstraat tussen het huis van Jan Groodhoff en de stal en het koetshuis van de koopster.]
de heer [Johan Marin van Wevort] van Ossenborgh
[1731: koetshuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 112v e.v.: op 11 sept. 1721 verkoopt Jan de Ridder, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Johan Marin van Wevort van Ossenborgh twee huizen, het ene huis staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van Jacob Stoop en dat van de erfgenamen van Thomas Rijckers, met een wijnkelder daaronder en een tuin erachter, met een uitgang in de Gravenstraat, en het andere huis komende in de Gravenstraat tot aan het erf van het eerstgenoemde huis, staande tussen het huis van juffrouw Van Bergen en dat van Pieter Regel.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 235: op 30 juni 1729 verkoopt Pieter Regel, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan mr. Johan Marin Wevort van Ossenburgh, heer van Hoedekenskerk, achtraad van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen de stal van de koper en het huis van Hendrik van Troijen.]
Maria van Lis
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 47v e.v.: op 3 juni 1738 verkoopt Frans van der Lisse Marinusz., als executeur-testamentair van Maria van der Lisse, non te Dordrecht, voor 1035 gl. aan Jan Keeman, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het koetshuis van de erfgenamen van de heer Van Ossenburgh en het huis van Frans Boon.]
Frans Boon
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 79v e.v.: op 5 sept. 1730 verkoopt David Groodthooft, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Frans Boon, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, genaamd “het Vlessie”, staande tussen het huis van Maria van der Lisse en dat van de weduwe van Pieter Bruijn. De koper is schuldig aan Christiaan van Pelt, mr. koperslager te Dordrecht, een bedrag van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 207v e.v.: op 29 okt. 1743 verkoopt Frans Boon, burger van Dordrecht, voor 630 gl. aan Pieter Forsman, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Bruijn en dat van Jan Keeman.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 71v e.v.: op 17 dec. 1748 verkoopt Pieter Vorstman, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Gerrit de Haas mr. schoenmaker een huis in de Gravenstraat, vanouds genaamd “het Flesje”, staande tussen het huis van ds. Van Braam en dat van Jan Keeman.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 129 e.v.: op 22 juli 1755 verkoopt Gerrit de Haas, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 370 gl. aan Cornelis van Braam, predikant te Vianen, een huis in de Gravenstraat, staande naast het huis van Jan Keeneman,]
de weduwe van Piter Bruijn
de weduwe van Joan Ermeseel [Armiger]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 91: op 23 dec. 1717 verkopen Nicolaas Kool en Cornelis van Lill, kooplieden te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Alexander Bosman, gewezen garentwijnder te Dordrecht, voor 2750 gl. aan Hasia van Akeren, weduwe van Jan Armiger, koopman te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Anthonij en Pieter Bruijn en dat van Pieter van Gelder.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 13 e.v.: op 17 mrt. 1744 verkopen Hendrik van der Hoep, schout en secretaris van Hendrik-Ido-Ambacht, als man van Alida Armiger en als procuratie hebbende van Catharijna Armiger, elk voor een vierde part erfgenaam van hun moeder Hasia van Akeren, weduwe van Jan Armiger, en nog elk voor de helft erfgenaam van hun zuster Adriana Armiger, voor 1012 gl. aan Cornelis Pijll, secretaris van Alblasserdam, zes achtste parten in een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van ds. Cornelis van Braam en dat Johan Stephen Riep, waarvan het resterende vierde deel toekomt aan de koper, als man van Maria Armiger.
Jan Armiger, trouwde Hasia van Akeren, trouwde 1e Adam Schott
Trouwboek van het Gerecht Dordrecht (DTB 87), 25 okt. 1693: Johann Armiger jongman van Dordrecht en Hasia van Akeren weduwe van Adam Schott wonende te ‘s-Gravendeel, met attestatie van ‘s-Gravendeel, de geboden zijn mede gegaan in de Engelse Kerk te Dordrecht
Kinderen:
a. Alida Armiger, overlijden aangegeven bij de gaarder te Alblasserdam op 9 juli 1760 (impost 30 gl.), trouwde Hendrik van der Hoep, schout en secretaris van Hendrik-Ido-Ambacht
b. Adriana Armiger
c. Catherine Armiger, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 26 mrt. 1702 (getuigen: William Armiger, Elisabeth Armiger)
d. Mary Armiger, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 12 okt. 1704 (getuigen: Joachim Huijsse, Maria Korff), overlijden aangegeven bij de gaarder te Alblasserdam op 9 nov. 1769 (impost 30 gl.), trouwde Cornelis Pijll, secretaris van Alblasserdam.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 100 e.v.: op 9 mei 1758 verkoopt Cornelis Pijl, schout van Alblasserdam en Alblas, wonende te Alblasserdam, voor 675 gl. aan Cornelis de Prée, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Braam en dat van Johan Stephan Reub.]
Piter van Gelder
[1731: woonhuis en kelder, beide verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 114v e.v.: op 11 sept. 1736 verkoopt Pieter Vernimmen, koopman te Dordrecht, als medevoogd over Helena van Gelder, minderjarige dochter van Pieter van Gelder, in eerder huwelijk verwekt bij Barbera Neering, voor 1396 gl. aan Johan Stephan Rueb, koopman te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Armiger en dat van Willem de Koning.]
de weduwe van Cornelis Sam
Jan van Helmont
[1731: woonhuisje, staat leeg]
Groenmarkt Noordzijde (van Tolbrugstraat Waterzijde tot Visbrug)
Gijsbert van Aalst
[ORA Dordrecht inv. 807, f. 4: op 26 febr. 1709 verkoopt Adriaen de Bruijn voor 7000 gl. aan Gijsbert van Aalst, impostmeester van verscheidene gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Reus”, met het achterhuis, vanouds genaamd “de Kalkmaat”, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs tussen het huis “de Goude Leeuw”, dat door de koper op dezelfde dag is gekocht, en de Tolbrugstraat Waterzijde.
ORA Dordrecht inv. 807, f. 5 e.v., akte dd 12 mrt. 1709: comp. Dudlij Iris, koopman te Dordrecht, en Elisabet van Herwijnen, zijn vrouw, hun meerderjarige zoon Johan Irish, en Boudewijn Balen, als procuratie hebbende van Johan van Herwijnen, schepen en raad van de stad Zaltbommel en ontvanger van de konvooien en licenten aldaar, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen te Zaltbommel, waarbij Johan van Herwijnen verklaarde procuratie te verlenen aan Boudewijn Balen, om te verkopen zodanig aandeel als hem, constituant, is aanbedeeld in het huis “de Goude Leeuw” en twee huisjes daarachter, staande over de Tolbrug te Dordrecht, bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door B. van Herwijnen en Hester Husthout [Hulsthout], volgens rekening gedaan ten overstaan van schepenen van Dordrecht door notaris J. Buijrt. De comparanten verkopen voor 11.300 gl. aan Gijsbert van Aalst, impostmeester wonende te Dordrecht, een huis vanouds genaamd “de Goude Leeuw” met twee woningen daarnaast, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van ds. Henricus Francken en het huis van de koper, hebbende zijn achteruitgang in de Tolbrugstraat Waterzijde, alsmede twee woningen daarnaast, staande in de Tolbrugstraat Waterzijde.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 208v e.v.: op 24 juni 1756 verkopen mr. Adriaan Heckenhoek, advocaat voor de resp. Hoven van Justitie, wonende in Den Haag, en Coenraad Welborn, als man van Anna Adriana Heckenhoek, samen enige erfgenamen van Maria Heckenhoek, weduwe van Gijsbert van Aalst, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, aan Anna Maria Mom, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Coenraad Welborn en de Tolbrugstraat Waterzijde, alsmede een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de uitgang van het huis van Coenraad Welborn en het huis van Jan Renson. De koopprijs van het eerste huis bedraagt 1850 gl. en van het tweede 330 gl.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 245v: op 21 nov. 1786 verkoopt Jan Mom, burger van Dordrecht, voor 3925 gl. aan Theodorus van Os, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs naast en uitkomende in het Tolbrugstraatje, staande tussen dat straatje en het huis van de weduwe Welborn.]
ds. Petrus Francken predikant
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 65v e.v.: op 15 nov. 1757 verkoopt Willem Lodewijk Pielat, predikant in de Den Haag, als man van Catharina Maria Franken, enige nagelaten zuster en erfgename van mr. Hendrik Franken, lid van de Oudraad en baljuw van de Merwede, voor 9000 gl. aan Matthijs Marchal, veertigraad en koopman te Dordrecht, een huis met tuin, koetshuis en stal erachter, staande in de Wijnstraat tegenover de Tolbrug, uitkomende op de Varkenmarkt en staande tussen het huis van Coenraad Welborn en dat van Johannes van Braam.]
Johannes van Braam
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 9v e.v.: op 25 febr. 1705 verkoopt Alida Dammius, laatst weduwe van Willem Gortsenius, apotheker te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Johannes van Braam, boekdrukker te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Maria van Blokland, weduwe van burgemeester Cornelis de Vriese, en dat van de weduwe van ds. Henricus Francken. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl.]
mr. Cornelis van der Dusse
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 9v e.v.: op 29 febr. 1720 verkoopt Hendrik Franken, advocaat te Dordrecht, voor zichzelf en als man van Cornelia de Vriese, tevens als procuratie hebbende van Ernst de Bertij [Hendrik Ernst de Bertry], resident van de koning van Polen, als man van Maria de Vriese, kinderen en erfgenamen van Cornelia Palm, weduwe van Pieter de Vriese, volgens procuratie gepasseerd voor notaris I. Beukelaer te Amsterdam op 6 febr. 1720, voor 1000 gl. aan Hubert van de Burggraaff, apotheker te Dordrecht, een huis op het Marktveld tegenover de Beurs, staande tussen het huis van mr. Michiel Pompe van Meerdervoort en dat van Johannes van Braam.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 279v e.v.: op 30 dec. 1726 verklaren Hubert van de Burggraef, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw, Jacoba ’t, schuldig te zijn aan Catarina van Es, weduwe van Henricus Franken, predikant te Dordrecht, en mr. Gerard Franken, advocaat voor het Hof van Holland, een somma van 4000 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Johannes van Braam en dat van de heer Pompe, heer van Meerdervoort en de Oostendam, en strekkende tot achter op de Varkenmarkt.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 141: op 1 juli 1728 verkoopt Huijbert van de Burggraaff, koopman te Dordrecht, voor 19.131 gl. en 5 st. aan mr. Cornelis van der Dussen, oudraad van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam), een huis met een daarachter liggende tuin, staande en gelegen op de Groenmarkt omtrent de Beurs tussen het huis van mr. Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort en Oostendam, en het huis van Johannes van Braam.]
Groenmarkt (okt. 2015)
mr. Johan Diderik Pompe heer van Meerdervoort
[I. Cornelis van Beveren (1591-1633), trouwde Christina Pijl
Zoon:
II. Cornelis van Beveren (1634-1689), jongman van Dordrecht, wonende ald. (1658), baljuw en dijkgraaf van de Landen van Strijen, trouwde NG Dordrecht 20 jan./5 febr. 1658 (procl. in de Waalse kerk en te ‘s-Gravenhage) Adriana van Wouw, jonge dochter van ‘s-Gravenhage, wonende te Dordrecht (1658), dochter van Ernst van Wouw en Elisabeth van Beaumont
Kinderen:
a. mr. Cornelis van Beveren Cornelisz., heer van de Lindt, gedoopt NG Dordrecht 19 dec. 1658, jongman van Dordrecht (1680), trouwde NG Dordrecht 8/24 dec. 1680 Anthonia Cools, gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1680), begraven Dordrecht (Grote Kerk, in de Van Beveren-kapel) 12 okt. 1696Begraafboek (een zwarte baar voor Antonia Cools, weduwe van Cornelis de Beveren, heer van de Lindt, 19 maal luiden, bij avond begraven), dochter van Gualtherus Cools en Lucia Repelaer
– 2 dec. 1680: huwelijks voorwaarden tussen Cornelis de Bevere, toekomstige bruidegom, ten overstaan van Cornelis de Bevere, heer van West-IJsselmonde etc., zijn vader, enerzijds en Antonia Cools, toekomstige bruid, anderzijds. Zij zullen tot onderstand van hun aanstaande huwelijk inbrengen alle goederen, die zij zowel van hun ouders als van andere verwanten hebben geërfd of nog zullen erven, welke van wege de bruidegom worden geraamd op een somma van 25.000 gl. en bestaan uit rentebrieven, obligaties, landerijen en andere goederen. Met dien verstande evenwel, dat als zij kinderen, tijdens hun huwelijk bij elkaar verwekt, zullen nalaten, er tussen hen gemeenschap van goederen zal zijn. Indien zij komen te overlijden zonder kinderen na te laten, of indien die kinderen vóór hun mondigheid komen overlijden, zullen die goederen toevallen aan de verwanten van de bruidegom, als hij de eerststervende is, of aan de verwanten van de bruid, als zij vóór hem komt te overlijden. Doch de morgengave, die de bruidegom en zijn vader aan de bruid zullen schenken, ter waarde van 4000 gl., zal in het laatstgenoemde geval wederom toekomen aan de bruidegom. Als de bruidegom de eerstoverlijdende is, zal de bruid de keuze hebben te delen in winst en verlies of niet, maar als zij de eerststervende is, zullen winst en verlies voor rekening van beide partijen zijn, elk voor de helft. (RA Dordrecht archief 123, inv. 13)
Kinderen:
a-1. Cornelis de Beveren
a-2. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1683, jong overleden
b. Ernestus de Beveren, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1660, trouwde Geertruijd Beljaerts
c. Christina Elisabeth de Beveren, volgt III
III. Christina Elisabeth de Beveren, geboren Gorinchem 18 mei 1668, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 sept. 1716 (Cristina Elisabet van Beveren, vrouw van Michiel Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort, een wapenbord, het huis met rouw, zes slepen, de grote boete verbeurd), trouwde NG Dordrecht 10 sept. 1690 Michiel Pompe van Meerdervoort, geboren 1668, overleden Dordrecht 21 sept. 1721
Kinderen:
a. Johanna Alida Pompe van Meerdervoort, volgt IV
b. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1692
c. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1697
IV. Johanna Alida Pompe van Meerdervoort, vrouwe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1691, jonge dochter van Dordrecht (1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/25 jan. 1723 mr. Johan Diederik Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1697, jongman van Dordrecht, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1749 (mr. Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort, het Ambacht en de Oostendam, oud-burgemeester, in de Wijnstraat, 6 koetsen extra, de grote boete, met een wapenbord), zoon van Jacob Pompe van Meerdervoort en Barbara Maria Thiens

Johan Diederik Pompe van Meerdervoort, zijn vrouw Johanna Alida Pompe van Meerdervoort, en hun oudste dochter Marija Christina, in 1724, door Nicolaas Verkolje (Dordrechts Museum)
Kinderen (o.a.):
a. Marija Christina Pompe van Meerdervoort, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1723, overleden 1781
b. Adriana Pompe van Meerdervoort, gedoopt 1728, overleden 1778
c. Christina Elisabeth Pompe van Meerdervoort, gedoopt 1729, overleden 1805

De drie dochters Pompe van Meerdervoort
20 okt. 1749: mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, raad en burgemeester van Dordrecht, en Hendrik van der Hoop, schout van Hendrik-Ido-Ambacht, Oostendam, Zwijndrecht en Meerdervoort etc., als executeurs-testamentair van Johan Diderik Pompe van Meerdervoort, in zijn leven heer van Meerdervoort, Kortambacht, Hendrik-Ido en Schiltmanskinderenambacht, raad en burgemeester van Dordrecht, verkopen voor 15.000 gl. aan mr. Philips van den Brandeler, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, 1e een huis met tuin, koetshuis en stal daarachter, staande op de Groenmarkt tussen het huis van oud-burgemeester Cornelis van der Dussen en het onder 2 genoemde huis, 2e een huis, staande tussen het grote huis, genoemd onder 1 en het huis genoemd onder 3, en 3e een huis, staande tussen het huis genoemd onder 2 en het huis van notaris Pieter van Gelsdorp.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 21 mei 1770: mr. Philip van den Brandeler, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, in de Wijnstraat, met 10 koetsen boven het getal, de hoogste boete, laat geen kinderen na. ’s Morgens een half uur luiden , ’s middags van elf tot half twee.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 29 okt. 1772: Hester Anthonia Repelaer, weduwe van mr. Philip van den Brandeler, raad en burgemeester van Dordrecht, met tien koetsen boven het getal, de hoogste boete, laat geen kinderen na. ’s Morgens een half uur luiden , ’s middags van elf tot half twee.
Anthonie Balthasar van den Brandeler liet in 1790 op de plaats, waar de huizen van zijn oom Philip van den Brandeler hadden gestaan, een nieuw huis bouwen.
I. mr. Johan van den Brandeler (van den Brandelaer), gedoopt NG Dordrecht 4 april 1667, jongman van Dordrecht (1706), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1714 en 1739, overleden 16 febr. 1755, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 febr. 1755 (mr. Johan van den Brandeler, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, met tien koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 aug./7 sept. 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Pieter Onderwater, achtraad van Dordrecht, de bruid met haar moeder Margareta Repelaar, laatst weduwe van brigadier [Gerhard] Piper) Margaretha Johanna van Meeuwen, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1682, jonge dochter van Dordrecht (1706), overleden 5 juli 1743, dochter van Philips van Meeuwen en Margaretha Repelaer
Kinderen (o.a.)
a. Francois van den Brandeler, volgt II
b. Philip (Philippus) van den Brandeler, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1714, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mei 1770 (mr. Philip van den Brandeler, lid van de Oudraad en regerende burgemeester van Dordrecht, in de Wijnstraat, met tien koetsen extra, met een wapenbord, de hoogste boete, laat geen kinderen na), trouwde Hester Anthonia Repelaer, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 okt. 1772 (Hester Antonia Repelaer, weduwe van mr. Philip van den Brandeler, in de Wijnstraat, met tien koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat geen kinderen na)
II. mr. Francois van den Brandeler, gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1708, jongman van Dordrecht (1734), burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 april 1771 (mr. Francois van den Brandeler, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, laat kinderen na, met tien koetsen extra, met een wapenbord, de hoogste boete) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mrt./6 april 1734 (de bruidegom geassisteerd met mr. Johan van den Brandeler, oud burgemeester van Dordrecht, en Margrita Johanna van Meewen, zijn ouders, de bruid met mr. Balthasar Repelaer, haar vader, en mr. Johan Bout, heer van Lieshout, kwartierschout van de Meierij van Den Bosch en Sara Repelaer, haar oom en tante) Anna Sophia Repelaer, jonge dochter van ‘s-Gravenhage (1734), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 dec. 1793 (Anna Sophia Repelaer, weduwe van mr. Francois van den Brandeler, met een wapenbord, de hoogste boete, tien koetsen extra, laat kinderen na)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Sophia, 13 jan. 1736
b. Anthonie Balthazar van den Brandeler, 8 okt. 1740, OSP 1807
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 8 sept. 1807: Anthonie Balthazar van den Brandeler, op de Groenmarkt, 67 jaar oud, slijmziekte, laat geen kinderen na, ’s morgen om negen uur, met de lijkkoets.
c. Margaretha Johanna, 17 jan. 1742
d. Johan, 26 mrt. 1746
e. Anna Sophia, 6 mei 1752
f. Philip, 16 febr. 1754]
idem
[1731: verhuurd]

Het Marktveld (tegenwoordig Scheffersplein) met op de achtergrond huizen aan de Groenmarkt.
Bartolomeus van Gelsdorp [notaris]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 197: op 6 nov. 1725 mr. Johan van Stockum, raad en schepen van Wesel, voor zichzelf en als”generale” procuratie hebbende van zijn broers, Hendrick en Mattheus van Stockum, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Wesel op 4 okt. 1725, voor 2677 gl. 10 st. aan Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Beurs, staande tussen het huis van mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht, en dat mr. Johan Diderick Pompe van Meerdervoort, achtraad van Dordrecht.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 4 juni 1713: Bartholomeus van Gelsdorp jongman geboren en wonende te Dordrecht en Adriana van Haften jonge dochter van Gorcum wonende op Dubbeldam volgens attestatie van ondertrouw van daar
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 102 e.v.: op 15 mei 1755 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris en procureur te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Gerard de Haan, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis aan de Groenmarkt, staande tussen het huis van oud-burgemeester Hugo Eelbo en dat van burgemeester Philip van Brandeler. De koper betaalt deels met het verlijden van een custingbrief van 1400.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 112 e.v.: op 20 juni 1758 verkoopt Gerrit de Haan, mr. timmerman en burger van Dordrecht, voor 2600 gl. aan Frederik Scheeve, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van burgemeester Philip van de Brandeler en dat van de weduwe van burgemeester Hugo Eelbo.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 115 e.v.: op 3 aug. 1761 verkoopt Frederik Scheeve, burger van Dordrecht, voor 1900 gl. aan mr. Pieter Hendrik van de Wall, secretaris “ter camere” van de burgemeesters van Dordrecht, het achterste deel van zijn woonhuis, staande op de Groenmarkt tussen het huis van de koper en dat van burgemeester mr. Philip van den Brandeler, welk laatstgenoemde huis wordt bewoond door Willem Weber.]
burgemeester Hugo Eelbo
[ORA Dordrecht inv. 1678, f. 246v: op 30 okt. 1798 verkoopt mr. Pieter Hendrik van de Wall, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. aan Arend van der Werff van Zuidland, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:290, met een koetshuis en stal erachter, uitkomende op de Varkenmarkt, het huis staande tussen het huis van de predikant Guilleaume van der Bank en dat van Pieternella Burghoudt en de stal tussen het huis van Andries Wiesman en dat van Johannis van Leen.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 226: op 25 okt. 1808 verkoopt mr. Adriaan van der Werff van Zuidland, als procuratie hebbende van Agatha Boonen, weduwe van Arend van der Werff van Zuidland, wonende te Breukelen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P.A. Vogt te Breukelen op 11 okt. 1808, voor 37.000 gl. aan David van Poelien van Nuland, wonende te Dordrecht, een huis met tuin en stal erachter, staande op de Groenmarkt, getekend A:290, belend ten oosten door het huis van de erfgenamen Scheeve en ten westen door het huis van ds. Van der Bank.]
Geerard van Brantwijk heer van Bleskensgraaf [raad en secretaris van Gouda]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 152 e.v.: op 19 april 1731 verkoopt Pieter Venlo, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Gerard van Brandwijk, heer van Bleskensgraaf, raad en secretaris van de stad Gouda, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raad van Gouda op 20 dec. 1730, voor 6025 gl. aan jonkvrouw Johanna Onderwater, vrouwe van Papendrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van mr. Hugo Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jongh, alsmede voor voor 525 gl. aan dezelfde koopster een stal, koetshuis, woning en hooizolder daarboven, staande op de Varkenmarkt tussen het achterste deel van de brouwerij “het Witte Hart” en het huis van Herman Boet mr. metselaar.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 152 e.v.: op 31 mrt. 1768 verkoopt mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, oud-burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Johanna Onderwater, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 6150 gl. aan Maria van Braam een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Visbrug, met een tuin en woninkje erachter, belend aan de ene zijde door het huis van Andries de Jong en aan de andere door het huis van mr. Pieter Hendrik van de Wall, schepen in wette te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 268v: op 26 mrt. 1789 verkopen Bartholomeus van Schellebeek, lid van de Oudraad, en Pieter van Braam, achtraad, beiden te Dordrecht, voor 10.650 gl. aan Guillaume van der Bank, predikant in de Waalse gemeente te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt met een tuin en woning erachter, uitkomende op de Varkenmarkt, belend door het huis van burgemeester Van der Wall aan de ene zijde en dat van mr. Wouter Buck aan de andere.]
De Groenmarkt richting Scheffersplein (mrt. 2014)
de weduwe van Jonas de Jongh
[1731: pakhuis en woonhuis
I. Jonas de Jong, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 juli 1695 (een zwarte baar voor Jonas de Jonck, koopman, bij de Beurs, vier maal luiden en een “kwartier”), trouwde Johanna de Sont, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 jan. 1750 (Johanna de Sont, weduwe van Jonas de Jong, op de Groenmarkt, laat kinderen na, met zes koetsen extra)
Kind:
a. Andries de Jong, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1687, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 jan. 1779 (Andries de Jongh, oud-burgemeester, 7 koetsen extra, de hoogste boete, ongehuwd)
b. Margrieta de Jong, gedoopt NG Dordrecht 14 juli 1691, volgt II
II. Margrieta de Jong, gedoopt NG Dordrecht 14 juli 1691, jonge dochter van Dordrecht (1731), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 dec. 1731 (ondertrouw, de bruid geassisteerd met Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jongh, haar moeder) Anthonij Repelaar, weduwnaar van Dordrecht (1731)
Kind:
a. Jonas Andries Repelaar, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1733
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 158: op 1 april 1779 verkoopt Jonas Andries Repelaar, wonende te Dordrecht, enige zoon van Antonij Repelaar en Margaretha de Jongh, en uit dien hoofde enige erfgenaam van zijn oom Andries de Jongh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Wouter Buck, muntmeester van Holland, een huis met woning en koetshuis erachter, staande op de Groenmarkt en van achteren uitkomende op de Varkenmarkt, van voren en van achteren belend door het huis van Cornelis Rees aan de ene zijde en dat van Maria van Braam aan de andere.]
Paulus Gevaarts
[ORA Dordrecht inv. 1651 (nieuw), f. 35v e.v.: op 21 mei 1727 verkoopt mr. Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 13.000 gl. aan Jan Bout, vrijheer van Lieshout, achtraad van Dordrecht en bewindhebber van de WIC te Rotterdam, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Sophia Everwijn, weduwe van Jacob Hoeuft, en het huis van [Johanna] de Sont, weduwe van Jonas de Jongh.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 129v e.v.: op 10 mei 1728 verkoopt mr. Jan Bout, vrijheer van Lieshout, veertigraad te Dordrecht en bewindhebber van de WIC te Rotterdam, voor 14.000 gl. aan mr. Paulus Gevaerts, schepen, oudraad en secretaris van de burgemeesterskamer te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Sophia Everwijn, weduwe van burgemeester Jacob Hoeuft, en dat van Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jongh.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 161v: op 28 april 1768 verkoopt mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht en lid van de Oudraad, voor 14.000 gl. aan Cornelis Rees Gillisz., koopman en veertigraad te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, met een uitgang op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van oud-burgemeester Andries de Jongh en dat van Alida Hoeufft.
I. mr. Paulus Gevaerts, gedoopt NG Brielle 15 febr. 1697, jongman van Den Briel (1727), weduwnaar van Den Briel (1733), vrijheer van Gansoyen (bij Drongelen in Noord-Brabant), burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 22 juni 1770, zoon van Ocker Johansz. Gevaerts en Maria Arnoudina Briel, trouwde 1e Gerecht/Engelse Kerk Dordrecht 7/24 febr. 1727 Margaretha Alida Stoop, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 nov. 1731 (Margareta Alida Stoop, vrouw van mr. Poulus Gevaerts, lid van de Oudraad, met tien koetsen extra en een wapenbord, laat een kind na, de grote boete), 2e Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./8 febr. 1733 Alida Vivien, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1702, overleden ald. 1735, dochter van Anthonie Vivien en Johanna Pompe van Meerdervoort, 3e Dordrecht 20 dec. 1739 Suzanne Catharina Albinus, 4e Dordrecht Gerecht/NG 17 sept./3 okt. 1751 Suzanne Adriana Belaerts
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 7 febr. 1727: mr. Paulus Gevaerts, jongman van Den Briel, geassisteerd met mr. Ocker Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, zijn vader, en mr. Johan Gevaerts, lid van de Oudraad, zijn broer, en Margarita Alida Stoop, jonge dochter van Dordrecht, geassisteerd met Alida Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Willem Stoop, hoofofficier van Dordrecht, haar moeder, mr. Nicolaes Stoop, lid van de Oudraad, en Cornelis Stoop, haar broers, mr. Dirk Hubert Stoop, oud-burgemeester van Dordrecht, haar oom, Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad, haar tante, mr. Cornelis Pompe van Meerdervoort, voormalig lid van de Raad van Vlaanderen, en mr. Abraham Pompe van Meerdervoort, thesaurier en veertigraad van Dordrecht, op 24 febr. 1727 getrouwd in de Engelse Kerk te Dordrecht
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 jan. 1733: mr. Paulus Gevaerts, weduwnaar van Den Briel, geassisteerd met Alida Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Willem Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, zijn behuwd moeder, en Alida Vivien, jonge dochter van Dordrecht, geassisteerd met Cornelia Vivien, haar zuster, getrouwd 8 febr. 1733
Kind (ex 1):
a. Maria Arnaudina Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 1 juli 1728, jonge dochter van Dordrecht (1749), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 juli 1749 (aan huis)/27 juli 1749 (de geboden gaan te Rotterdam, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catharina van der Waaijen, de bruid met haar vader mr. Paulus Gevaerts burgemeester van Dordrecht) mr. Jacob van der Heijm (van der Heim), gedoopt ‘s-Gravenhage 12 mrt. 1727, burgemeester van Rotterdam, overleden aldaar op 10 juli 1799, zoon van Anthonij van der Heijm en Catharina van der Waaijen
Kinderen (ex 2):
b. Johanna Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1733, overleden Utrecht 18 febr. 1779, begraven in het familiegraf van haar man in Ouderkerk a/d IJssel op 23 febr. 1779, trouwde Dordrecht 14 aug. 1753 (huwelijk eindigt in scheiding van tafel en bed in 1765) Hendrik Carel, graaf van Nassau La Lecq, heer van Beverwaard en Odijk
ONA Dordrecht inv. 1180, f. 49: op 23 dec. 1769 verklaart mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, dat hij krachtens de clausule reservatoir, vervat in het besloten testament, door hem en zijn vrouw Susanna Adriana Belaerts gemaakt, “gekwalificieerd” te hebben zijn dochter Johanna Gevaerts, echtgenote van [Hendrik Karel] graaf van Nassau, heer van Beverweerd, om na zijn, comparants, overlijden als zijn mede-erfgename, samen met zijn overige erfgenamen, zijn na te laten boedel te helpen brengen tot liquidatie en te helpen scheiden, en om met de door te erven goederen te mogen doen naar haar believen, zonder daartoe toestemming van haar echtgenoot nodig te hebben, om redenen, dat, hoewel Nassau-Beverweerd juridisch niet gescheiden is van zijn vrouw, de samenwoning tussen hen is opgehouden te bestaan en Nassau-Beverweerd wegens zijn hoge leeftijd geen goederen meer onder zijn beheer heeft. Doch indien Nassau-Beverweerd zich tegen deze bepaling zou komen te verzetten, benoemt de comparant in plaats van zijn dochter tot executeur Gijsbert Dirk Cazius, rentmeester-generaal van de Duitse Orde in Utrecht of bij vooroverlijden Hendrik Schultz van Haagen, procureur te Dordrecht.
c. Ocker Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 16 mrt. 1735, volgt II
Ocker Gevaerts en zijn zuster Johanna, door Aert Schouman
II. Ocker Gevaerts Paulsz., gedoopt NG Dordrecht 16 mrt. 1735, jongman van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1762), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 april 1807 (mr. Ocker Gevaerts, heer van Geervliet, Simonshaven en Biert, ruim 72 jaar oud, “subiet”, in de Wijnstraat B:3, laat kinderen na uit het eerste en tweede huwelijk, met de lijkkoets, ’s morgens voor 10 uur), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 aug. 1762 (ondertrouw; klasse van 30 gl.; de bruidegom geassisteerd met zijn vader burgemeester Paulus Gevaerts, de bruid met haar moeder Maria Jacoba van Bochoven, weduwe van burgemeester Adriaan Braats) Hendrica Francoise Braats, van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat bij de Gravenstraat (1762) begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juni 1777 (Hendrica Francoise Braets, de vrouw van mr. Ocker Gevaerts, laat kinderen na, tien koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete), 2e Gerecht/NG Dordrecht 9 aug. 1782 (ondertrouw) Catharina Dekker
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 9 aug. 1762 (klasse van 30 gl.): mr. Ocker Gevaerts, heer van Geervliet, Simonshaven, en Biert, lid van de Oudraad te Dordrecht, weduwnaar geboren te Dordrecht, wonende in de Wijnstraat, en Catharina Dekker, jonge dochter geboren te Dordrecht, wonende in de Wijnstraat, met schriftelijk consent van haar vader, Johannes Dekker, de bruidegom heeft bewijs gedaan aan zijn kinderen, volgens akte gepasseerd voor notaris J.H. Schultz van Haegen op 19 jan. 1782, buiten de stad Dordrecht getrouwd]
de weduwe van Jacob Heuft
[1731: woonhuis en kuiphuis
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 158v e.v.: op 25 juni 1722 verkoopt mr. Willem Verweij, schout van Emmenes, als procuratie hebbende van Reijnout Gerard Tuijl van Serooskerken, heer van Zuijlen, raad in de Staten van Utrecht, als echtgenoot van Isabilla Agneta Hoeufft, Jean Antoine Daverhout [d’Averhoult], heer van Guincourt, als man van Jacoba Hoeuft, en Agnes Hoeuft, en van de heren gecommitteerden ter Momberkamer van de stad Utrecht, als voogden over jonkheer Diderik van Lockhorst, onmondige zoon van Vincent Maximiliaan van Lockhorst, heer van Ter Meer, Maarssen etc., verwekt bij Maria Catarina Hoeufft, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Diderik Hoeufft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Woertman te Utrecht op 2 mei 1722 voor 2000 gl. aan Sophia Everwijn, weduwe van mr. Jacob Hoeufft. burgemeester van Dordrecht, de helft van een huis op de Groenmarkt, staande naast het huis van burgemeester Hugo Repelaar, alsmede de helft van een stal, koetshuis en de twee kamers daarboven, alsmede een hooizolder en kelder, komende achter het huis van de koopster. De wederhelft van het verkochte huis etc. behoort toe aan de koopster, die ook in het huis woont.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 13 e.v.: op 31 mrt. 1757 verkoopt Jan Hoeuft, kapitein ter zee voor het College van de Admiraliteit te Amsterdam, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Alida Hoeuft, wonende te Dordrecht, een zesde part in een huis met stal, koetshuis, hooizolders en kelder, staande in de Wijnstraat op de Groenmarkt tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe Van Bragt.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 4 e.v.: op 1 febr. 1763 verkopen mr. Pieter Hoeufft, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Pompejus Hoeufft, raad ordinaris in de Hoge Raad over Holland, Zeeland en Friesland, als executeurs-testamentair van hun zuster Maria Hoeufft, overleden te Dordrecht, en Pompejus Hoeufft, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van Samuel Hoeufft en Johannes Wenceslas van Otting, als man van Sophia Hoeufft, beiden predikant te Breda, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. de Bruijn te Breda op 27 dec. 1762, voor 5700 gl. aan Alida Hoeufft, wonende te Dordrecht, vier zesde parten in twee huizen, het ene staande in de Wijnstraat, van voren en van achteren belend door het huis van oud-burgemeester mr. Paulus Gevaerts aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Hendrik van Bragt, van welk huis koopster de overige twee zesde parten bezit, en het andere op de Varkenmarkt.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 141v e.v.: op 4 mei 1775 verkoopt mr. Pieter Hoeufft, raad en burgemeester van Dordrecht, als executeur-testamentair van Alida Hoeufft, die gewoond heeft en onlangs is overleden in Dordrecht, tevens vervangende zijn mede-executeur-testamentair mr. Pompejus Hoeuff, raadsheer in de Hoge Raad van Holland, wonende te Den Haag, voor 4170 gl. aan Pieter Vernimmen, Francois Dura, Antonij Statenus en Jacob Staats van Hoogstraten, wonende te Dordrecht, een huis met tuin, koetshuis, paardenstal, zolder en kelder erachter, staande op de Groenmarkt tussen de Beurs en het stadhuis, uitkomende op de Varkenmarkt en belend door het huis van Cornelis Rees aan de ene zijde en dat van mr. Herman van Bracht aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 230: op 23 april 1777 verkopen Pieter Vernimmen, Francois Beud en Antonij Statenus voor 16.500 gl. aan Jacob Staats van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, drie vierde parten in een huis met tuin, koetshuis, paardenstal, zolder en kelder erachter, staande op de Groenmarkt tussen de Beurs en het stadhuis, uitkomende op de Varkenmarkt en belend door het huis van Cornelis Rees aan de ene zijde en dat van mr. Herman van Bracht aan de andere. De koper bezit reeds een vierde part van dit huis.
Jacob Staats van Hoogstraten, geboren Dordrecht 8 okt. 1736, jongman van Dordrecht, wonende op de Vest (1757), reder te Dordrecht, overleden Den Haag 1 mrt. 1813, zoon van Geerit van Hoogstraeten, touwslager, koopman, reder te Dordrecht, en Cornelia Roos, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/26 juni 1757 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerrit van Hoogstraeten, de bruid met haar vader Dionisius van Eijsden) Apolonia van Eijsden, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kannenkopersbuurt (1757)]
Cornelis Terwe [koopman]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 23: op 7 mrt. 1730 verkoopt Maria Leendertsdr. Vink, weduwe van Wouter Roscam, wonende op Zwijndrecht, dochter en erfgename van Leendert Gielisz. Vink, eigenares van het hierna te noemen huis volgens de akte van scheiding, gepasseerd voor notaris C. van Lieshout te IJsselmonde op 21 jan. 1696, verkoopt voor 1600 gl. aan Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van De Cerff.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 22 e.v.: op 11 april 1741 verkoopt notaris Huijbert van Wetten, als procuratie hebbende van Elisabeth, Susanna en Segrina Terwen, gezusters wonende te Amsterdam, en van Josua van der Poorten, koopman wonende te Amsterdam, als man van Hilgonda Josina van Eijk, enige dochter van wijlen Josina Terwen, allen erfgenamen van hun broer resp. oom Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Hendrik van Bragt, koopman te Dordrecht, een huis met tuin, tuinkamer, keuken en een pakhuis erachter, staande op de Groenmarkt tussen het huis van burgemeester Jacob Hoeuft en het pakhuis van Hendrik de Saive.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 123v: op 28 april 1801 verkoopt mr. Willem Boudewijn Donker Curtius, advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Herman van Bracht, wonende te Boxtel in de Meijerij van Den Bosch, voor 12.000 gl. aan mr. Daniël Mobachius Quaet, wonende te Dordrecht, een huis met tuin, tuinkamer, keuken en pakhuis erachter, staande op de Groenmarkt, getekend A:285, van voren belend door het huis van Jacob Staats van Hoogstraten aan de ene zijde en het pakhuis van Pieter van Braam aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1680,f. 15v: op 1 mrt. 1804 verkoopt mr. Daniël Mobachius Quaedt, wonende te Dordrecht, voor 15.000 gl. aan Carel Willem Boonen, wonende te Dordrecht, een huis met tuin, tuinkamer, keuken en pakhuis erachter, staande op de Groenmarkt, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt, getekend A:285, van voren belend door het huis van Jacob Staats van Hoogstraten aan de ene zijde en het pakhuis van Pieter van Braam aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 420: op 27 april 1809 verkopen Leendert van der Schoor en mr. Arnold Willem Nicolaas Tets van Goudriaan, als curators van de boedel van Carel Willem Boonen, voor 15.700 gl. aan Jan van der Bank, wonende te Dordrecht, een huis met tuin erachter, met een gang uitkomende op de Varkenmarkt, met achter de tuin een tuinkamer en keuken en daarachter een pakhuis, koetshuis, kantoor etc., mede uitkomende op de Varkenmarkt, getekend A:285 en 290, staande tussen het huis van Jacob Staats van Hoogstraten en het pakhuis van Pieter van Braam.]
Hendrik de Saive [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 158 e.v.: op 2 juni 1722 verkoopt Pieter Dooge, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen van wijlen Francina van Esch, weduwe van Dirck Monseur, voor 610 gl. aan Hendrick de Saive, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Barthout van Slingelant, regerende burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe Roscam.
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 13 febr. 1710: Hendrikus de Saijve jongman van Luik geassisteerd met Antoni Witsen en Josephus de Blockhoes en Sophia Koenen jonge dochter van IJssenbroeck geassisteerd met Maaijcke Breedenraat haar goede bekende, getrouwd op 2 mrt. 1710
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 2 febr. 1719: Hendrick de Saive weduwnaar van Luik en Tresia de Joseeq jonge dochter van Luik geassisteerd met Hubert Borret haar oom “responderende voort consent van de moeder”, getrouwd op 26 mrt. 1719.
RK trouwboek Dordrecht 18 febr. 1719: D. Henricus de Saives en Dmlla. Maria Theresia de Jozee.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 66: op 29 juli 1790 verkoopt mr. Adolf van der Meij van der Linden, oud-lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Pieter van Braam, achtraad van Dordrecht, een pakhuis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van mr. Herman van Bracht en dat van de weduwe van mr. Cornelis Vrolikhart.]
Philip van Haarlem
Philips van Haarlem
[1731: brouwerij “de Sleutel” en woonhuis
ORA Dordrecht inv. 797, f. 138 e.v.: op 15 nov. 1692 verkopen Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht en ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, en zijn vrouw Hester Kooijmans, aan Huijbrecht van der Hoop, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. contant de helft van de brouwerij “de Sleutel” en de helft van het huis daarnaast, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van de kinderen van Pieter Dircxsz. Codeus en dat van de weduwe van [Cornelis] van der Spoor, uitkomende met een pakhuis en kelder op de Varkenmarkt. De verkopers verbinden als waarborg de wederhelft van genoemde brouwerij etc. Bij de koop is inbegrepen de helft van alle gereedschappen, “coorenweck”, bieren, vaatwerk, paarden, molenstenen, rijtuig, goudleer etc., waarvan de waarde is getaxeerd op 6473 gl. 15 st.
ORA Dordrecht inv. 798, f. 88 e.v.: op 18 mrt. 1694 verkoopt mr. Huijbrecht van der Hoop, advocaat te Dordrecht, voor 16.000 gl. contant aan Hugo Repelaer, oudraad te Dordrecht, en Baerthout van Slingeland, rentmeester van de geestelijke goederen over het Kwartier van Oosterwijk in de Meierij van Den Bosch, wonende te Dordrecht, de helft van brouwerij “de Sleutel”, staande op de Vogelmarkt omtrent de Visbrug, met het woonhuis, de mouterij, het pakhuis, huis erf, staande en gelegen naast die brouwerij, met de kelder, die onlangs is aangekocht, en de erven en verdere “timmeragie”, doorgaande tot achter op de Varkenmarkt, alsmede de helft van alle toebehoren, inclusief de gereeedschappen van de brouwerij, zes paarden, en de behangsels van goudleren strepen in het woonhuis, alles volgens de koopceel, welke is gepasseerd voor notaris A. van Nievelt te Dordrecht op 6 okt. 1693. De losse goederen zijn door schepenen van Dordrecht getaxeerd op een bedrag van 6959 gl. 5 st.
ORA Dordrecht inv. 798, f. 90 e.v.: op 18 mrt. 1694 verkoopt Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 5333 gl. 6 st. 10 p. aan Hugo Repelaer en Baerthout van Slingeland, 1/3 part in de helft van brouwerij “de Sleutel” op de Vogelmarkt, en 1/3 part in de helft van de bovengenoemde losse goederen, volgens de koopceel gepasseerd voor notaris J. van Bijwaert te Dordrecht op 19 dec. 1693. De losse goederen zijn door schepenen van Dordrecht getaxeerd op 2319 gl. 15 st.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 59v e.v.: op 16 sept. 1727 verkopen Ocker Repelaer, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Hester Cooijmans, weduwe van Antonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, Marija Gevaerts, weduwe van Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en mr. Damas van Slingeland, oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Johan van Hogeveen, als man van Margarita van Slingeland, beiden kinderen en erfgenamen van Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor 11.500 gl. aan Philippus van Haarlem, koopman te Dordrecht, een brouwerij genaamd “de Sleutel” met bijbehorende bierkelders, koren- en moutzolders, een rosmolen met twee paar stenen en verdere gereedschappen, voorts een pakhuis achter en naast de brouwerij staande, met diverse zolders, een koetshuis en een stal voor zeven paarden, alsmede een woonhuis, dat bij de brouwerij hoort en nog een huis staande naast de brouwerij, dat wordt bewoond door Johan Hebert, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van Mattheus Codeus en het pakhuis van Hendrik de Saive.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 92v e.v.: op 14 dec. 1752 verkoopt Johan de Ridder, predikant te Heerjansdam, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Christina Kune, wonende te Dordrecht, en van Cornelia Rijckers, weduwe van Johan Raeff, justitie-raad van de koning van Pruisen te Calker, en nog als voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Samuella Marie Cune, bij haar verwekt door Christoffel van Hoese, in zijn leven richter te Udem, en tevens als procuratie hebbende van Anna de Vries en Cornelia van Hoesen, voor 340 gl. aan Philips van Haarlem, veertigraad van Dordrecht, een gebouw staande ten noorden van de gewezen brouwerij “het Witte Hart”, voorheen door de brouwer in die brouwerij gebruikt als mouterij, komende achter de plaats van het huis van Matthijs Sax en strekkende tot en staande naast de achtergevel van de mouterij van brouwerij “de Sleutel”, toebehorende aan de koper, met de eigendom van een gang, die loopt tussen voornoemde brouwerij.

De Groenmarkt (het huis met de rode luiken is de voormalige brouwerij “de Sleutel”, (foto: Wikipedia)
I. Blasius van Haerlem, trouwde Helena van den Honaert
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Jacob van Haerlem, 14 okt. 1648
b. Johannes van Haerlem, 18 mrt. 1650, volgt II
c. Helena van Haerlem, 14 aug. 1654
II. Johannes van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1650, jongman van Dordrecht wonende in de [Oude] Houttuin (1677), apotheker, trouwde NG Dordrecht/Bleskensgraaf 5/19 sept. 1677 Petronella Daelmans, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1651, jonge dochter van Dordrecht wonende in de [Oude] Houttuin (1677), dochter van Philips Daelman (Daleman) en Bastiaentje Gillis
Kinderen:
a. Helena van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1679, trouwde 1e Franco de Vrije, 2e Georgius Boudens, overleden 1 okt. 1732, burgemeester van Gouda
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 129: op 11 nov. 1724 verkoopt Philips van Haarlem, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Huijbert van Eijck, raad en oud-burgemeester van Gouda, samen executeurs-testamentair en voogden over de kinderen van wijlen Helena van Haarlem, bij haar verwekt door mr. Franco de Vrije, raad en vroedschap van Gouda, laatst weduwe van Georgius Boudens, raad en burgemeester van Gouda, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Timmers te Gouda op 21 okt. 1724, voor 1950 gl. aan Willem Couwens een huis in de Kannenkopersbuurt, vanouds genaamd “het Joppenvat”, staande tussen het huis van Jacobus van Lier en dat van NN Korens.
b. Philips van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1682, volgt III
III. Philips van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1682, jongman van Dordrecht, wonende bij de Vuilpoort (1708), koopman te Dordrecht, achtraad en veertigraad van Dordrecht, koopt in 1727 brouwerij “de Sleutel” aan de Groenmarkt ald., trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 jan./8 febr. 1708 (de bruid geassisteerd met haar vader Gerrard Vingerhoet, veertigraad te Dordrecht) Elisabeth Vingerhoed, gedoopt NG Dordrecht 21 sept. 1682, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent het Groothoofd (1708), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 24 april 1731 (Elisabet Vingerhoet, vrouw van Philips van Haerlem, met zeven koetsen extra, in brouwerij “de Sleutel”, laat kinderen na), dochter van Gerard Vingerhoet en Lijsbeth de Hulter
Kinderen (o.a.):
a. Petronella van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1710, volgt IV
b. Gerrard van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1714, raad in de vroedschap en hoogschout van Dordrecht (NNBW [internet])
IV. Petronella van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1710, jonge dochter van Dordrecht (1738), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 24 juli 1798 (Petronella van Haarlem, 87 1/2 jaar oud, verval van krachten, weduwe van Cornelis Vrolikhert, op de Groenmarkt, met de lijkkoetsen volk er achter, ’s morgens om 9 uur), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 jan./8 febr. 1738 (de bruidegom geassisteerd met Cornelis Vrolikhert, predikant te Dordrecht, en Walburgh Casembroot, zijn ouders, de bruid met Philips van Haerlem, achtraad en veertigraad, haar vader) mr. Cornelis Vrolikhert, geboren naar schatting ca. 1715, jongman van Zutphen, wonende te Oud-Beijerland (1738), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 24 juni 1787 (mr. Cornelis Vroolikhert, op de Groenmarkt, met zeven koetsen extra, de eerste boete, laat kinderen na), zoon van Cornelis Vrolikhert, proponent predikant te Grote Lindt, later te Zutphen en Dordrecht, en Walburgh Casembroot (Kaezenbroot)
Cornelis Vrolikhert studeerde rechten, promoveerde en vestigde zich in Dordrecht, waar hij Mansman (lid van de Vierschaar van Zuid-Holland) en later (o.a. 1758) ontvanger van de Beijerlanden werd. “Hij was een groot liefhebber van de latijnsche poëzie”. (NNBW internet)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. mr. Philips Vrolikhert, 24 juli 1742, advocaat te Dordrecht, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 18 april 1820
Hij werd in 1787 door vererving eigenaar van brouwerij “de Sleutel”. In 1805 verkocht hij de brouwerij, met woonhuis, pakhuis, kelders en zolders, staande aan de Groenmarkt en achter uitkomende op de Varkenmarkt en het belendende huis voor 15.500 gl. aan Gerrit Weymans. (Water wordt een feest, p. 148)
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 124 e.v.: op 21 febr. 1805 verkoopt mr. Philip Vrolikhart, advocaat te Dordrecht, voor 15.500 gl. aan Gerrit Weijmans, koopman te Dordrecht, een huis, zijnde brouwerij “de Sleutel”, met het daarbij behorend woonhuis, kelders, pakhuis en zolders, staande op de Groenmarkt, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt, getekend A:282, van voren belend door het huis van Cornelis Lemkes aan de ene zijde en het volgende huis aan de andere, alsmede een huis op de Groenmarkt, getekend A:283 en belend aan de ene zijde door het voorgaande huis en het pakhuis van Pieter van Braam aan de andere zijde.
b. Cornelis Walburgh Vrolikhert, 14 mrt. 1744, OSP, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 15 okt. 1798 (Cornelis Vrolijkhart, 54 1/2 jaar oud, zinkingkoortsen, ongehuwd, op de Groenmarkt, met de lijkkoets en volk er achter, om 9 uur)]
mr. Matheus Coddeus
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 68 e.v.: op 16 mrt. 1745 verkoopt mr. Pieter Hoeuft, achtraad van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Willem Steenbus, mr. tingieter en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van Philips van Haarlem en het huis van Matthijs Sax. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 159 e.v.: op 1 april 1779 verkopen Jan van der Star, notaris te Dordrecht, en Johan Immerseel, broodbakker te Dordrecht, als door Willem Steenbus, die gewoond heeft en overleden is te Dordrecht, aangesteld tot executeurs-testamentair volgens akte gepasseerd op 10 sept. 1778 ten overstaan van notaris F. Pistorius te Dordrecht, voor 3650 gl. aan Anthonij Dekkers, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Visbrug, staande tussen brouwerij “de Sleutel” en het huis van Matthijs Sax.
ORA Dordrecht inv 1678, f. 100v: op 26 mrt. 1797 verkoopt Willemina Finmans, weduwe van Anthonij Dekkers, wonende te Dordrecht, voor 2700 gl. aan Cornelis Lemkes, pruikenmaker te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Visbrug, staande tussen brouwerij “de Sleutel” en het huis van de weduwe Sax.]
Mathijs Sax [mr. zadelmaker]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 96v e.v.: op 28 sept. 1730 verkoopt Cornelia Rijckers, vrouw van Johan van Raab, wonende te Kalkar, als procuratie hebbende van haar man, volgens akte daarvan gepasseerd voor notaris Herman Knop te Kalkar op 13 dec. 1723, voor 1750 gl. aan Matthijs Sax, mr. zadelmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, genaamd “het Forthuijn”, staande tussen het huis van Huijbert van de Griendt en dat van de erfgenamen van Mattheus Coddeus. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 900 gl.]
Huijbert van de Grient [kruidenier]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 77v: op 19 okt. 1717 verkopen Rijnier Duijsert en Leendert van de Roer, als man van Magdalena Duijser [sic], alsmede Elisabeth en Johanna Duijsert, voor zichzelf en tevens vervangende Daniël Duijsert, samen kinderen en erfgenamen van Cristina van Sneeck, weduwe van Rijnier Duijser, voor 1600 gl. aan Huijbert van de Grient, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Visbrug, staande tussen de brouwerij “het Witte Hart” en het huis, dat wordt bewoond door kapitein Severijn van Bragt.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 88v: op 13 april 1758 verkoopt Huijbert van de Grient, burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Pieter Hering Pietersz., burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Matthijs Sax en de gewezen brouwerij “het Witte Hart”.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 242v: op 14 nov. 1786 verkoopt Pieter Hering, burger van Dordrecht, voor 4600 gl. aan Cornelia Rijke, weduwe van Jan Luijt, wonende op Zwijndrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Mattheus van Meteren en dat van Jan Sax.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 86v: op 19 dec. 1793 verkoopt Cornelia Rijke, weduwe van Jan Luijt, wonende te Dordrecht, voor 4600 gl. aan Bastiaan de Visser, goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Meteren en dat van Sax.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 26: op 23 mrt. 1804 verkoopt Bastiaan de Visser, goud- en zilversmid te Dordrecht, voor 4700 gl. aan Mozes Barends, Joods koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:279, staande tussen het huis van Obbe Obbes Faasse en dat van de weduwe Sax.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 322: op 30 okt. 1806 verkoopt Mozes Baerends, wonende te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Pieter Christiaan Paters, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:279, staande tussen het huis van Obbe Obbes Faassen en dat van de weduwe Sax.]
de erfgenamen van Tomas Rijkers
[1731: woonhuis en de gewezen brouwerij “het Withart”
ORA Dordrecht inv, 1663, f. 43 e.v.: op 24 juli 1760 compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Conradus Brender a Brandis, advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Godfried Thomas van Raab, kapitein in Nederlandse dienst, als man van A.A. [Anna Aleida] van Blijdenbergh, van A.A. van Blijdenbergh zelf, en van J. C. van Groin, kapitein in Nederlandse dienst, als weduwnaar van Catharijna Marija van Raab, volgens procuratie gepasseerd voor drossaard en richter van de heerlijkheid Didam op 24 okt. 1759, en nog als procuratie hebbende van de geheime regeringsraad Schuirman, als echtgenoot van Anna Wilhelmina van Raab en van de criminele raad en advocaat Lampe, als curator van Magnus Reinhardt Adriaan van Raab, resp. wonende te Kleef, volgens procuratie gepasseerd voor de keizerlijke notaris R. C. van Renesse te Kleef op 9 nov. 1759, Johan de Ridder, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Christina Keunen en van Cornelia Maggelina van Hoesen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van hun broer Johan Reinhardt van Hoesen, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Ph. Sweertsen te Amsterdam op 31 jan. 1760, en nog van Engelina Marija van Hoesen en van zijn zuster Christina de Ridder, wonende te Dordrecht, en als procuratie hebbende van Philip Carel Terstege, als man van Christina van Hoesen, en van Christina van Hoesen zelf. De comparanten verkopen voor 1000 gl. aan Johan Jacob Ladenbergh, koopman in Rijnse wijnen te Dordrecht, een huis met een groot erf en gebouw erachter, vanouds de brouwerij “het Witte Hart”, staande en gelegen in de Wijnstraat tegenover de Visbrug tussen het huis van de weduwe Braats en dat van Pieter Haring.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 152 e.v.: op 20 sept. 1770 verkopen Elias Mauritz en Abraham Blusse, beiden wonende te Dordrecht, als door wijlen Johan Jacob Ladenberger, die gewoond heeft en in mei 1770 te Dordrecht is overleden, aangesteld tot executeurs van diens testament, dat is gepasseerd op 21 mei 1770 ten overstaan van notaris A. Bax te Dordrecht, voor 4100 gl. aan Mattheus van Meeteren, koopman te Dordrecht, een huis, voorheen geweest de brouwerij “het Wit Hart”, met tuin, pakhuis en wijnkelder daarachter, staande en gelegen in de Wijnstraat tegenover de Visbrug en uitkomende op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Bartholomeus van Schellebeek en dat van Pieter Hering.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 168v: op 6 sept. 1791 verkoopt Jan Hendrik van Meeteren, schepen van het Watergerecht en koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Elizabet en Reinira Maria van Meeteren, wonende te Dordrecht, een derde part in een huis, genaamd “het Withart”, met het pakhuis erachter uitkomende op de Varkenmarkt, waarvan aan de koopsters het resterende twee derde deel toebehoort, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Van Schellebeek en dat van de weduwe Luijt.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 60v: op 12 aug. 1800 verkoopt Mattheus Westeroven van Meeteren, als procuratie hebbende van Elisabeth van Meeteren en Rijniera Maria van Meeteren, meerderjarige ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, voor 7000 gl. aan Obbe Obbes Faasse Nzn., spekslager te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “’t Wit Hart” met een tuin e pakhuizen erachter, staande op de Groenmarkt tegenover de Visbrug en uitkomende op de Varkenmarkt, getekend A:278, belend van voren door het huis van dr. F.W. van der Leeuw aan de ene zijde en het huis van de zilversmid De Visser aan de andere.]
Groenmarkt-Grotekerksbuurt Noordzijde (van Visbrug tot Grotekerksplein)
baron Johannes van Meuwen
[3 dec. 1729: jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrugh [sic] verhuurt voor 100 gl. per jaar en voor negen achtereenvolgende jaren aan Cornelia van de Camp, weduwe van Abraham Diepenbeeck, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande naast het huis, dat bewoond wordt door [Susanna Terwen,] de weduwe van Jacob Braets. De huur is ingegaan op 1 nov. 1729. (ONA Dordrecht inv. 762, f. 506 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 816, f. 209v: op 13 dec. 1731 verkopen Jacob Hardemee Palm, kolonel commandant van een regiment dragonders in Nederlandse dienst, als procuratie hebbende van zijn vrouw Amaranta Elisabeth van Mewen van Hinsbrigh, die samen met haar man procuratie heeft van haar broer, Johan van Mewen van Hensbrigh, welke laatste procuratie is gepasseerd voor schout en schepenen van Mook op 28 mei 1730, voor 1280 gl. aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van de koopster en de brouwerij “’t Witt Hart”.]
de weduwe van Jacob Braats
[16 dec. 1721: Jan van Meeuwen van Heijnsberg, op dat moment verblijvende te Dordrecht, verkoopt voor 11.500 gl., te weten 8500 gl. onmiddellijk en 3000 gl. binnen twee maanden, in gevolge het vonnis van de Kamer Judicieel te Dordrecht dd 15 nov. 1721, aan Adriaan Braats Jacobsz., als man van Catarina Johanna van den Santheuvel, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tegenover de Visbrug, aan de achterzijde uitkomende op de Varkenmarkt, vanouds genaamd “den Grooten Os”, met het koetshuis en de woningen boven dat koetshuis, staande op de Varkenmarkt naast het pakhuisje van Jan de Roovre, met alle vrijdommen, servituten en gerechtigheden, zoals het huis en koetshuis verkocht zijn aan mr. Pieter van der Dussen, schepen in wette van Dordrecht, volgens de koopcedul, die is gepasseerd voor notaris H. van Wetten op 3 mrt. 1721. (ORA Dordrecht inv. 813, f. 131 e.v.)
ONA Dordrecht inv. 690, akte 149, f. 682 e.v.: op 18 dec. 1728 comp. voor notaris B. van Gelsdorp Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht.* Zij legateert aan de NG diaconie-armen van Dordrecht een bedrag van 500 gl. Aan haar oudste zoon, Adriaen Braats, legateert zij het huis, waarin zij woont, genaamd “den Gulden Os”, alsmede de behangsels die bij haar overlijden daarin bevonden zullen worden. Aan haar jongste zoon, mr. Hendrik Braats, legateert zij een woning, genaamd “Groenhoven”, bestaande uit een heren- en een tuinmanswoning met ongeveer 40 morgen land, mitsgaders de bomen aan de wegen en de dijk, alsmede de zich in die woning bevindende meubels en andere goederen, benevens een boerenhuis, schuur en keten, alle staande in Wieldrecht, naast voornoemde woning. (Boerenhuis, schuur en keten zijn verhuurd aan een zekere Willem Block.) “Ende alsoo sij vrouwe testatrice met het overlijden van haaren man zaliger goet gedagt heeft haare negotie te doen gaan op de naam van de Weduwe Jacob Braats en Soon, oock de processen die sij vrouwe testatrice genootsaackt is, soo in Hollant als in Brabant, te moeten voeren en uijtstaande heeft, soo verclaarde de vrouwe testatrice dat alle die negotie en processen geensints hebben geconcerneert oft concerneren den gemelten haren soon, maar dat alle de voor ofte nadelen die uijt de voorsz. negotie en processen sijn voortgecomen en die nogh te waghten staan ofte betaalt souden moeten werden alle privativelijck sijn voor reeckening van haar vrouwe testatrice.” Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Adriaen en Hendrick Braats “ende bij soo verre een van haare twee sonen oft haar erfgenamen moghte sustineren dat sij met de taghtigh duijsent guldens en den uijtset die sij vrouwe testatrice soo voor vaderlijcke erfenisse als uijtset ten tijden van haar trouwen van haare twee soonen heeft gegeven niet vergenoeght noghte voldaan moghte sijn, en dieswegens eenige pretensiën moghte formeren, verclaarde de vrouwe testatrice dat soodanigen sustenue sal moeten werden tegen gegaan, en ’t geene (buijten vermoede) de soodanige moghte werden toegewesen, uijt sijn erfportie ’t geene deselve van haar vrouwe testatrice boven sijn legitime portie sal komen te erven sal moeten gerestitueert werden.” Zij sluit de Weeskamer te Dordrecht uit van haar nalatenschap. Testatrice tekent met haar naam.
* Jacob Braets, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1664, jongman van Dordrecht (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 april 1705 (Jacob Braats, bij de Pelserbrug, het huis met rouw behangen, met 6 sleepmantels), zoon van Adriaan Braats en Maria van de Graaff, trouwde NG Dordrecht 19 dec.1688 (ondertrouw) Susanna Terwen, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Pelserbrug (1688), overleden Dordrecht 30 nov. 1757, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 dec. 1757 (Zussanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, laat kinderen na, met tien koetsen extra, de grote boete), dochter van Hendrik Terwen, pondgaarder, koopman te Dordrecht en Maria Machielsdr. van den Houten.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 36v e.v.: op 5 juli 1763 verkoopt mr. Ocker Gevaerts, lid van de Oudraad, als procuratie hebbende van Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braats, burgemeester en lid van de Oudraad van Dordrecht, en van Henrietta Franchoisa Braats, zijn, comparants, echtgenote, voor 7000 gl. aan Bartholomeus van Schellebeek, arts en achtraad van Dordrecht, een huis, genaamd “den Gulden Os’, staande op de Groenmarkt, met een stal, koetshuis en woninkjes erachter, uitkomende op de Varkenmarkt, alsmede een huis, genaamd “den Klijnen Os”, staande aan de oostzijde van “de Gulden Os”, en een huis aan de westzijde van “den Gulden Os”.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 166v: op 22 sept. 1801 verkopen Johannes den Bandt, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem van der Leeuw, wonende te Stevensweert, beiden als voogden over de minderjarige kinderen van dr. Frederik Willem van der Leeuw, overleden te Dordrecht, voor 10.400 gl. aan dr. Joachim Bodel, wonende te Dordrecht, een huis met tuin erachter, staande op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, met een vrije uitgang op de Varkenmarkt, met een stal en koetshuis en enige kleine woningen erboven, staande achter het voornoemde huis, uitlopende op de Varkenmarkt, getekend A:276, een huis staande als voren, getekend A:275, een huis staande als voren, getekend A:277 en een huis staande op de Varkenmarkt. De huizen op de Groenmarkt worden belend door het huis van H. van Riemsdijk aan de ene zijde en dat van Obbe Faassen aan de andere zijde.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 11: op 1 febr. 1730 verkopen Anna Wolsendorfer, weduwe van Johannes Carlebur, wonende te Dordrecht, als erfgename voor de helft van haar tante Geertuid Emouts, weduwe van Aart de Bruijn, en Johannes de Keijser, korenmolenaar wonende even buiten de stad Dordrecht, en Cornelis de Witt, mr. bakker te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elizabeth Wolsendorfer, weduwe van Zander de Keijser en mede-erfgename voor de helft van haar tante Geertruijd Emouts, voor 885 gl. aan Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, een huis op de Groenmarkt tegenover de Visbrug, staande tussen het huis, dat tegenwoordig wordt bewoond door de koopster, en dat van Mattheus de Vries, boekverkoper.]
Het huis “de Gulden Os” aan de Groenmarkt.
Mattheus de Vries [boekverkoper]
[ORA Dordrecht inv. 810, f. 26v e.v.: op 2 mei 1715 verkoopt mr. Lieve Ferdinand de Beaufort, schepen en raad van de stad Tholen, als man van Maria de Beaufort, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van mr. Hendrick de Beaufort, pensionaris “vanden lande van Vrie tot Sluijs”, en Pieter Benjamin de Beaufort, burgemeester van Hulsterambacht, allen kinderen en erfgenamen van mr. Pieter de Beaufort, in zijn leven burgemeester van Hulst, weduwnaar en erfgenaam ex testamento van Adriana van Eijssel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Franchois Veij te Sluis in Vlaanderen op 14 okt. 1714 en procuratie gepasseerd voor notaris Cornelis van Wollenburg te Tholen op 6 okt. 1714, voor 2500 gl. aan Mattheus de Vries, boekdrukker en “voornaam” landmeter te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Vleeshouwersstraat, staande naast het huis van de verkoper.
Begraafboek Augustijnenkerk 21 mei 1725: Sara van Stabroek, de vrouw van Mattheus de Vries, op de Groenmarkt, met twee koetsen extra, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 131v e.v.: op 24 juni 1751 verkopen Dirk van der Horst en Nicolaas Turffkloot, kooplieden te Dordrecht, “als ingevolge den appoinctmente” van het Gerecht van Dordrecht dd 8 april 1751 “behoorlijk gequalificeert sijnde, op de requeste” van de kinderen van wijlen Mattheus de Vries, voor 1560 gl. aan Govert van der Spoor, mr. timmerman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats en dat van Arent de Heer.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 275: op 7 april 1789 verkoopt Johanna van der Spoor, weduwe van Japhaas Benjamin van Blijenburg, wonende te ‘s-Gravenland, voor 3650 gl. aan Huijbert van Riemsdijk, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van dr. Bartholomeus van Schellebeek en dat van juffrouw De Heer.]
de weduwe Hagendijk
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 223v e.v.: op 3 nov. 1740 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Arent de Heer, impostmeester te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Mattheus de Vries en dat van Jan Faassen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 5000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 312v: op 9 okt. 1806 verkoopt Pieter Ruts, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Benjamin Biorn, kamerbehanger te Dordrecht, een huis met koetshuis en stal, staande op de Groenmarkt en uitkomende op de Varkenmarkt, getekend A:273 en A:332, belend door het huis van de weduwe N. Faassen aan de ene kant en dat van Johannes van Riemsdijk.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 337: op 3 juli 1810 verkopen Gerrardus Telders en Jeremias van Laren, notarissen te Dordrecht, en Pieter Papillon, gezworen klerk ter secretarie, allen te Dordrecht, als curators over de “gecedeerde” boedel van Benjamin Biorn en diens vrouw Maria Pollins, voor 5200 gl. aan Klerk & Voogd, wonende te Dordrecht, een huis met tuin, koetshuis en stal, staande op de Groenmarkt en uitkomende op de Varkenmarkt, getekend oud A:273 en nieuw A:278 en het koetshuis oud A:332 en nieuw A:329, belend door het huis van Hendrik Bax aan de ene zijde en dat van Hubertus van Riemsdijk aan de andere.]
Johan Faatsen
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 78v e.v.: op 12 mrt. 1767 verkoopt Pieter Faassen, wonende even buiten doch onder de jurisdictie van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Nicolaas Faassen, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Mattheus van Meteren en dat van Arent de Heer. De koper is schuldig aan Conradus Brender a Brandis, advocaat te Dordrecht, een somma van 1300 gl.]
Johannes van As
[1731: met een uitgang in de Vleeshouwersstraat
ORA Dordrecht inv. 1638, f. 65 e.v.: op 13 juli 1700 verkoopt Jacob van den Branden, burger van Dordrecht, zoon en enige erfgenaam van Apert van den Branden, burger van Dordrecht, voor 2425 gl. aan Fredrick Schoonenburgh, fabriekmeester te Dordrecht, een huis staande op de Groenmarkt bij de Vleeshouwersstraat, waar uithangt “de Jager”, staande tussen het huis van de erfgenamen van kapitein Toelemonde en het huis van Barent Vonck, mr. zilversmid.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 124: op 16 mei 1719 verkoopt Fredrick Schoonenburg, “fabriek” te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jan van As, wijnkoper te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Vleeshouwersstraat, waar uithangt “de Jager”, staande tussen de [erfgenamen van] Jan Faasse en dat van Krijnis van der Heijs.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 184v e.v.: op 3 mei 1740 verkoopt Adam Statenus, pondgaarder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Catharina de Gilde, weduwe van Jan van As, koopman te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Mattheus van Meteren, koopman in wijnen te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Jan Faesse en dat van Quirijnis van der Heijst, met van achteren een uitgang in de Vleeshouwersstraat. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 203v: op 23 april 1771 verkoopt Mattheus van Meteren, wijnkoper te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Abraham van der Lis, leerkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Nicolaas Faessen en dat van Anthonij Kamerling, met een uitgang van achteren in de Vleeshouwersstraat.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 101v: op 15 okt. 1778 verkoopt Abraham van der Lis, burger van Dordrecht, voor 2650 gl. aan Pieter Helmig, loodgieter te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, uitkomende met een gang in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Faassen en dat van Anthonij Kamerling.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 310: op 15 sept. 1789 verkoopt Pieter Helmigh, burger van Dordrecht, voor 6500 gl. aan Wouter Logger, loodgietersbaas te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, uitkomende met een gang in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe Faassen en dat van Anthonij Kamerling, alsmede twee naast elkaar staande huizen in de Vleeshouwersstraat, staande tussen voornoemde gang en het huis van Jacoba Smits, de vrouw van Jan Hendrik Bosch.]
Krijn van der Heijst [vleeshouwer]
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 87v e.v.: op 20 juli 1745 verkoopt Franchoijs van der Heijs, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn vader Quirijnus van der Heijs, voor 645 gl. aan Marijke van Asperen, weduwe van Arnoldus de Hart, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Adriaan van Rhijn en dat van Mattheus van Meteren.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 85: op 26 mrt. 1767 verkopen Clara Stegeman, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Amsterdam, voor een derde part, en Arnoldus de Hart, wonende te Dordrecht, vervangende Hendrik en Maria Stegeman, die in het buitenland verblijven, voor twee derde parten, enige kinderen van Maria de Hart, de vrouw van Willem Stegeman en dochter van Maria van Asperen, weduwe van Arnoldus de Hart, voor 840 gl. aan Anthonij Kamerling, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Mattheus van Meteren en dat van Arent Wijlens.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 49: op 17 mei 1804 verkopen Abraham Camerling en Johannes Camerling, zoons en erfgenamen van Maria Swart, weduwe van Anthonij Camerling, wonende te Dordrecht, voor 775 gl. aan Cornelis Lemkes, pruikenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Grote Markt bij de Vleeshouwersstraat, getekend A:270, staande tussen het huis van de weduwe Logger en dat van de erfgenamen van Johannis Lipjes.]
Andries van Reijen [bakker]
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 21 e.v.: op 24 april 1727 verkoopt Johannes Groenendaal, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Andries van Rijn, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Vleeshouwersstraat, staande tussen die straat en het huis van Crijnis van der Heijst. De koper is schuldig aan Johan van den Steen een somma van 900 gl.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 2 mei 1725: Maria van Poelij, de vrouw van Johannes Groenendael, één koets extra, wonende op de Groenmarkt, laat twee kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 150v: op 13 nov. 1755 verkoopt Andries van Rhijn, mr. koekenbakker en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Arent Wijlens, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Arnoldus de Hart.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 46: op 15 mrt. 1787 verkoopt Leendert Weijmans voor 3000 gl. aan Johannes Lipjes, schoenmakersbaas te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Anthonij Kamerling.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 167: op 19 okt. 1809 verkopen Dingeman van der Hengst, spekslager, en Maarten Lipjes, koperslager, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs van het testament van Adriana Alida Hartkamp, weduwe van Jan Lipjes, dat zij heeft verleden voor de notaris J. van Laren op 15 okt. 1805, en als voogden over haar minderjarige erfgenamen, voor 1825 gl. aan Hendrik Bax, vleeshouwer te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A: 269 en 274, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van J. Lemkes.]
[Vleeshouwersstraat]
Gerrit Gregoor
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 33: op 30 mei 1754 verkoopt Gerret Gregoor, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan zijn zoon Servaas Gregoor, kaarsenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Lume de Glint.]
Pieter Hooglander [grutter]
[ORA Dordrecht inv. 812, f. 31: op 28 april 1718 verkopen Aaldert Blankert en Andries Cant, door de Kamer Juditieel van Dordrecht op 26 mrt. 1718 aangesteld tot curators over de insolvente boedel van Arij Struijck, voor 470 gl. aan Pieter Hooglander, mr. grutter te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Muijs en dat van Gerard Gregoor.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 57: op 17 juli 1732 verklaart Pieter Hooglander, grutter en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Aernoud van Poeliën, koopman te Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende zijn huis in de Wijnstraat bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gerrit Gregoor en dat van de vrouw van Willem Kloens, alsmede zijn grutterij in de Raamstraat in de zogenaamde Kloostergang.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 169 e.v.: op 9 nov. 1751 verkoopt Pieter Hooglander, mr. grutter en burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Lume de Glint, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, zijnde het tweede huis van de Vleeshouwersstraat, genaamd “de Drie Biekorven”, belend door het huis van Jacob de Jongh aan de ene zijde en dat van Servaas Gregoor aan de andere zijde, alsmede een pakhuis en grutterij, staande naast elkaar in de Raamstraat.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 63 e.v.: op 2 okt. 1760 verkoopt Wilhelmina Helmigh, weduwe van Lume de Glint, wonende te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Johannes van IJssum, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Drie Biekorven”, staande in de Wijnstraat, zijnde het tweede huisje van de Vleeshouwersstraat, belend door het huis van Jacob de Jongh aan de ene zijde en dat van Servaas Gregoor aan de andere, alsmede een pakhuis, grutterij en huisje, naast elkaar staande in de Raamstraat. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1800 gl.]
Willem Kloens [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 40v e.v.: op 13 mei 1738 verkoopt Willem Kloens, koopman te Dordrecht, als man van Josijna Kloens, eerder weduwe van Gerret Muijs, voor 1000 gl. aan Jacobus de Jongh, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van mr. Balthazar Doll van Ourijk en dat van Pieter Hooglander.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 45v e.v.: op 7 sept. 1741 verklaart Jacob de Jongh, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia van der Lisse, weduwe van Matthijs Hopman, wonende te Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het stadhuis, staande tussen de stal of het koetshuis van mr. Casper Balthazar van Ourijk, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, en het huis van Pieter Hooglander.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 128v: op 28 jan. 1777 verkopen Jan Schouten, Jacob van der Kaa en Arij Kool, allen wonende te Dordrecht, als bij akte op 18 sept. 1772, gepasseerd voor notaris J. van der Star te Dordrecht, door wijlen Geertruijd Schouten, weduwe van Jacob de Jongh, aangestelde voogden over haar kleinkinderen, voor 1710 gl. aan Jan Schouten een huis op de Groenmarkt omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Mattheus van Meteren en dat van Johannes van IJssum.]
Wilhelmina van Balen
[1731: met een uitgang in de Vleeshouwersstraat
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 6v e.v.: op 21 jan. 1738 verkoopt Justus de Caesteker, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht aldaar, voor 1060 gl. aan mr. Caspar Dol van Ourijk, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis en pakhuis met een kleiner pakhuis erachter, staande in de Wijnstraat omtrent het Stadhuis, genaamd “de Drie Biekorven”, hebbende een uitgang in de Vleeshouwersstraat en staande tussen het huis van Jacob Gouset en dat van Willem Kloens. Het verkochte huis was eerder eigendom van de erfgenamen van Willemina van Baal.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 125: op 15 mrt. 1746 verkoopt mr. Caspar Balthazar Doll van Ourijk, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 1200 gl. aan mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een koetshuis en paardenstal, alsmede een pakhuis daarachter staande in de Wijnstraat omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Johannes Gouset en dat van Jacob de Jongh.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 163v e.v.: op 14 april 1759 verkoopt Margaretha Eelbo, vrouw van Leonard Hoeufft, generaal-majoor van de cavallerie in Nederlandse dienst, als enige erfgename van haar broer mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, voor 880 gl. aan Mattheus van Meteren, koopman te Dordrecht, een koetshuis en paardenstal, in de Wijnstraat tegenover het stadhuis, staande tussen het huis van Jacob de Jongh en dat van Jan Goset.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 606: op 3 nov. 1810 verkopen Dirk en Aart Olivier, kooplieden wonende te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Sebastiaan Giesse en Hendrik van Bale Thz., kooplieden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend oud A: 43 en nieuw A:44, staande tussen het huis van Willem van Keppelen en dat van Dingeman van den Hengst, alsmede een pakhuis op de Groenmarkt, getekend A:209, staande tussen het huis van Bastiaan Boet en dat van Samuel van Eijck.]
Jacob Goset
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 59v: op 24 nov. 1707 verkoopt Maaijken Kilsdonck, weduwe van Jacob Hartman, schrijnwerker te Dordrecht, voor 1050 gl. aan Jacobus Gosset, mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover het stadhuis, staande tussen het huis van oud-burgemeester van Dordrecht Abraham Stoop en dat van Gijsbert IJssenbroek.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 42: op 4 juni 1793 verkoopt Pieter Poirier, burger van Dordrecht, voor 3700 gl. aan Bastiaan Boet, metselaarsbaas te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover het stadhuis, staande tussen het huis van mr. Martinus Boon en het pakhuis van Gillis Olivier.]
Hendrika Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel
[ORA Dordrecht inv. 820, f. 106v e.v.: op 19 mei 1742 comp. Adriaan van de Kieboom, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Jacob Stoop, regerende burgemeester van Dordrecht, voor de ene helft, en Adriaan Braats, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert etc., lid van de Oudraad te Dordrecht, als enige “usufructuaris erffgenaam” van zijn overleden vrouw, Catharina Johanna van den Santheuvel, alsmede Hendrik van den Santheuvel, oud-burgemeester van Dordrecht, mr. Abraham van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, Emmerentia en Hendrica Sophia van den Santheuvel, beiden meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, samen met Bartholomeus van den Santheuvel, koopman te Amsterdam, kinderen en erfgenamen van wijlen Hendrica Stoop, in haar leven weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor de andere helft, tevens vervangende voornoemde Bartholomeus van den Santheuvel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. van Wetten te Dordrecht op 17 mei 1742. Genoemde erfgenamen verkopen voor 7000 gl. aan Johan Eelbo, ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van Johan Lesier en dat van Jan Goset.
ORA Dordtecht inv. 1658, f. 9v e.v.: op 16 april 1748 verkoopt mr. Jeronimus Karsseboom, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 2800 gl. aan mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “het Roode Hart”, staande in de Wijnstraat voor het plein van het stadhuis tussen het huis van de zilversmid Johan Lesier en het volgende huis, met een vrije uitgang in de Houttuinen, alsmede een huis, staande tusssen het voorgaande huis en dat van de erfgenamen van de weduwe Van Dorsten.
ORA Dordrecht 1662, f. 163 e.v.: op 18 april 1759 verkoopt Margaretha Eelbo, vrouw van Leonard Hoeufft, generaal-majoor van de cavallerie in Nederlandse dienst, als enige erfgename van haar broer mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, voor 6500 gl., aan mr. Martinus Boon, schout en secretaris van Dubbeldam, een huis met een grote tuin, staande en gelegen in de Wijnstraat tegenover het stadhuis, met het ernaast staande huis, aan de ene zijde belend door het huis van Johan Lesier en aan de andere door dat van Jan Goset.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 731: op 22 aug. 1809 verkoopt Martinus Boon, wonende te Dordrecht, voor 13.400 gl. aan Jan Schrauwen, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt en een huis daarnaast, getekend A:206 en A: 207 oud en nieuw, staande tussen het huis van Abram Boet en dat van Bastiaan Boet.]
mr. Jacob Stoop hoofdofficier
Johannes Lesier [mr. zilversmid]
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 20 mrt. 1734: Adrianus, het kind van Jan Lesier, in de Wijnstraat tegenover het Stadhuis, beide ouders leven, stil begraven
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 160 e.v.: op 1 april 1779 verkoopt Matthijs Sax, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirk Lesier, predikant te Alkmaar, Elisabet Lesier en Adriana Lesier, beiden meerderjarig en ongehuwd, wonende te Dordrecht, en Pieter van der Lee, als man van Johanna Lesier, en Johanna Lesier zelf, wonende te Kuik in het Land van Kuik, samen enige erfgenamen van Eva Heuvelkamp, weduwe van Johan Lesier, voor 3325 gl. aan Abraham Boet, loodgieter te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van mr. Martinus Boon en het zogenaamde “Rood Hart”.]
de weduwe van Simon de Vries
[1731: een vervallen brouwerij (“het Roode Hart”)
ORA Dordrecht inv. 1653 (nieuw), f. 44v e.v.: op 20 mei 1732 verkoopt notaris Pieter Venlo, als gemachtigde van het Gerecht te Dordrecht, voor 25 gl. [sic] aan Mattheus Onderwater, Adriaan Braats, heer van Geervliet, beiden lid van de Oudraad te Dordrecht, en mr. Jeronimus Karsseboom, secretaris van Dordrecht, een huis “sijnde lange jaaren aenden anderen geapproprieert en gebruijkt geweest tot een Brouwerije van outs genaemt het Roode Hart”, staande in de Wijnstraat (Groenmarkt] voor het plein van het stadhuis, laatst eigendom geweest van de weduwe van Simon de Vries, aan één zijde belend door het huis van Johan Lesier mr. zilversmid, alsmede een huisje naast de voormalige brouwerij, aan de andere zijde belend door het huis van de weduwe Van Dorsten.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 163 e.v.: op 14 april 1759 verkoopt Margaretha Eelbo, vrouw van Leonard Hoeufft, generaal-majoor van de cavallerie in Nederlandse dienst, als enige erfgename van haar broer mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, voor 1550 gl. aan de stad Dordrecht een huis, genaamd “’t Rode Hart”, met een kleiner huis daarnaast, staande in de Wijnstraat tegenover het stadhuis tussen het huis van Johan Lesier en dat van de erfgenamen van juffrouw Van Dorsten.]
de weduwe van Pieter van Dorsten
Hendrik van den Santheuvel
idem
[“Voorheen was het politiebureau reeds Grotekerksbuurt, doch thans heet dit Stadhuisplein en begint de Grotekerksbuurt met het fraaie huis … dat van 1715 dateert en gebouwd werd door Pieter Everwijn * op de plaats van twee oude huizen waarvan de achtergevels intact bleven. Het fraaie middentravée is bekroond met de buste van een Romeinse imperator. … Oudtijds heette het huis “het Saracijnshoofd” #. … In de gang vlak achter de deur kwamen de wapens en een everkop voor. … De panden kwamen zowel in de Houttuinen als in de Vleeshouwersstraat uit. In 1953 ontdekte men panelen en een schoorsteenstuk van Arnold Houbraken, die werden gerestaureerd. (Lips, o.c., deel I, p. 125)
* mr. Pieter Everwijn, heer van Brandwijk, gedoopt NG Dordrecht 14 aug. 1666, schepen en oudraad (1692-1693), veertig (1695), overleden Dordrecht 15 sept. 1723, zoon van Samuel Everwijn en Cornelia de Roovere, trouwde Dordrecht 18 nov. 1691 Anna Catharina de Roovere, geboren Dordrecht 18 juli 1668, overleden ald. 2 okt. 1699, dochter van mr. Francois de Roovere en Machlina van Mewen
Kinderen:
a. Fransoise Machlina Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 27 sept. 1692
b. Cornelia Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1697, trouwde Dordrecht 14 april 1728 Ocker Repelaer
c. Machlina (Fransoise Maghlina) Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1699, jonge dochter van Dordrecht (1726), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 okt. 1753 (Francoise Machlina Everwijn, weduwe van burgemeester Hendrik van den Santheuvel, laat kinderen na, met 10 koetsen extra, de hoogste boete, een wapenbord), trouwde Gerecht/Waals Geref. Dordrecht 26 april/19 mei 1726 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Hendrica Stoop, weduwe van Bartholomeus van den Santheuvel, oudraad van Dordrecht, de bruid met haar oom mr. Johan de Roovere, president-schepen en oudraad van Dordrecht) Hendrik van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 29 jan. 1687, zoon van Bartholomeus van den Santheuvel en Henrica Stoop
Kind:
c-1. Bartholomeus van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1730, burgemeester van Dordrecht, ongehuwd, begraven Dordrecht 3 juli 1784 (mr. Bartholomeus van den Santheuvel, oud-burgemeester van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, ongehuwd, met tien koetsen extra, de hoogste bord, met een wapenbord)

Pieter Everwijn
# ORA Dordrecht inv. 748, f. 168, 26 juni 1606: Johan Berck verkoopt aan Pompejus de Rovere, generaal van de gemene middelen een huis, erf en toebehoren genaamd het Saracijnshoofd, staande tegenover de Lombardbrug aan de poortzijde, tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumont en het huis van de weduwe van Willem Joosten Stoopen glaesmaker.
ORA Dordrecht inv. 783, f. 85v e.v., op 14 febr. 1662 comp. jonkheer Franchois de Rovre, zoon van mr. Johan de Rovere, en exhibeerde een akte van scheiding van huis, erf en toebehoren, gepossedeerd bij de kinderen en kindskinderen van wijlen Pompeus de Rovre, op 4 dec. 1656 gepasseerd voor de Dordtse notaris Martinus Clierius, met de volgende inhoud: op 4 dec. 1656 comp. Alid de Rovre, vrouwe van Godschalksoord en weduwe van mr. Matthijs Berck, voor 1/5 deel en nog de helft van 1/5 deel, haar aanbedeeld van wege Sara de Rovre, weduwe van Adriaen van Bleijenburgh, heer van Naaldwijk en schout van Dordrecht, Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld en weduwe van mr. Pieter de Rovre, mede voor 1/5 part, Franchois de Rovre voor 1/5 part en Dirck Berck, getrouwd met Johanna de Rovre, voor 1/5 part en nog de helft van 1/5 part, hem nevens Alidt de Rovre aanbedeeld van wege Sara de Rovre. Comparanten verklaren, dat Franchois de Rovre is aanbedeeld een huis etc. in de Wijnstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Anthonij Vivien en het huis van de erfgenamen van Adriaen van Driel, voor 12.000 gl.
NG trouwboek Dordrecht 30 mrt. 1659: jonkheer Fransoijs de Roovere jongman wonende bij de Augustijnenkerk en Machtelina van Meuwen jonge dochter wonende bij de Visbrug beiden van Dordrecht, per schrijven van de Franse kerk, getrouwd op 15 april 1659]
jonkvrouw Cornelia Vivien
[Mr. Anthonij Vivien, gedoopt NG Dordrecht 21 sept. 1661, jongman van Dordrecht (1699), heer van Buvegnies, advocaat in Den Haag, overleden ald. 1707, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan./17 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Cornelia van der Meer, weduwe van Nicolaes Vivien, en zijn zwager Cristiaen Swaens, baljuw en dijkgraaf van de Hoge en Lage Zwaluwe, de bruid met mr. Nicolaes van der Dussen en Lidia van Beveren, heer en vrouwe van Oost-Barendrecht en Zouteveen, haar oom en tante van vaderszijde) Johanna Pompe van Meerdervoort Cornelisdr., van Dordrecht (1699), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 sept. 1707 (Johanne Pompe van Meerdervoort, weduwe van Anthonij Viveen, heer van Boveugnie, het huis met rouw behangen, een wapenbord, en zes sleepmantels)
Kinderen (o.a.):
a. Cornelia Vivien, gedoopt NG Dordrecht 24 juni 1700, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1779 (Cornelia Viveen, in de Grotekerksbuurt, met een wapenbord en tien koetsen extra, de hoogste boete)
Weeskamer Dordrecht inv 37, f. 53: op 3 mrt. 1779 extract ingeschreven van het testament van Cornelia Vivien, bejaard en ongehuwd, gepasseerd voor notaris A. Bax op 27 nov. 1774)
b. Alida Vivien, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1702, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./8 febr. 1733 mr. Paulus Gevaerts
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 jan. 1733: mr. Paulus Gevaerts, weduwnaar van Den Briel, geassisteerd met Alida Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Willem Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, zijn behuwd moeder, en Alida Vivien, jonge dochter van Dordrecht, geassisteerd met Cornelia Vivien, haar zuster, getrouwd 8 febr. 1733
Dochter:
b-1. Johanna Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1733, overleden 18 febr. 1779, begraven Ouderkerk a.d. IJssel 18 febr. 1779 (in de grafkelder van La Lecq in de Hervormde Kerk ald.)trouwde 14 aug. 1753 Hendrik Carel, graaf van Nassau La Lecq, heer van Beverwaard en Odijk, zoon van Maurits Lodewijk van Nassau La Lecq en Elisabeth Wilhelmina van Nassau-Odijk
Kind:
b-1-1. Henrietta Johanna van Nassau La Lecq
ORA Dordrecht 1671, f. 18 e.v.: op 10 mrt. 1780 verkopen mr. Ocker Gevaerts, heer van Geervliet etc., en Cornelis Pijl, watergraaf in de Nederwaard etc., als gemachtigde van Hendrik Carel, graaf van Nassau La Lecq, heer van Beverwaard en Odijk, als voogd over zijn dochter Henrietta Johanna La Lecq, door hem verwekt aan zijn vrouw Johanna Gevaerts, volgens procuratie gepasseerd op 26 nov. 1779 voor notaris C. de Wijs te Utrecht, voor 3800 gl. aan mr. Bartholomeus van den Santheuvel, burgemeester van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en liggende in de Grotekerksbuurt tussen het huis van de koper en het huis van de schoolmeester Geerkens.]
Arij van Cappel
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 31: op 5 juni 1723 verkoopt Pieter van Well, kamerbewaarder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirk Stoop, burger van Dordrecht, voor 620 gl. aan Arie van Cappel, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat [Grotekerksbuurt] omtrent het Stadhuis, vanouds genaamd “’t Cartouwtie”, staande tussen het huis van de weduwe van Herman Halling en dat van de erfgenamen van de weduwe van de heer Vivien.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 177 e.v.: op 21 april 1740 verkoopt Aart van Cappel, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Anthonij Koopman, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van burgemeester mr. Adriaan Hallincq en dat van Cornelia Vivien. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1100 gl.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 100v e.v.: op 2 juli 1767 verkoopt Anthonij Koopman, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Thomas Geerkens Thomas Hendriksz. een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Cornelia Vivien en dat van dr. Jacob van Wageningen.]
jonkvrouw Alida Vivien
[ORA Dordrecht inv. 817, f. 86: op 30 dec. 1732 verkoopt Alida Vivien aan Cornelia Vivien voor 4000 gl. een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Arij van Cappel en dat van Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht. Bij de koop is inbegrepen een huisje achter en naast het voorgaande huis met een vrije doorgang door het huis van burgemeester Hallincq.]
Grotekerksbuurt-Groenmarkt bij het Stadhuis (mrt. 2014)
mr. Adriaan Halling burgemeester
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 92: op 18 april 1758 verkoopt Gerard Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Cornelia van den Sandheuvel, eerder weduwe van mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 5580 gl. aan Jacob van Wageningen, medicinae doctor te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en gelegen in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaer en dat van Cornelia Vivien.]
mr. Damas van Slingerland burgemeester
[Damas van Slingeland werd op 21 juni 1688 NG gedoopt in Dordrecht, als zoon van Baerthout Damisz. van Slingeland en Emerentia Repelaer. Hij trouwde 1e Catharina Alida van der Dussen, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1690, overleden te Culemborg in 1745 (zie Genealogie Van der Dussen op deze website). Na het overlijden van Catharina Alida hertrouwde hij op 18 aug. 1751 (otr. Gerecht Dordrecht, getrouwd NG Dordrecht op 7 sept. 1751) met Cornelia Vingerhoet, weduwe van Mattheus Rees, oudraad van Dordrecht. Cornelia Vingerhoet werd op 7 april 1690 NG gedoopt te Dordrecht, als dochter van Gerrit Vingerhoed en Geertruijd van Slingeland.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 142v e.v.: op 20 mei 1746 verkopen mr. Nicolaas van der Dussen, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Lidia Maria van der Dussen, weduwe van mr. Willem Gerard Paats, wonende te Dordrecht, en mr. Herman Franciscus Ketelanus, achtraad van Dordrecht, secretaris en administrateur van de Weeskamer aldaar, als voogden over Margarita Berk en Pieter Teding van Berkhout, beiden minderjarig, die samen met voornoemde Nicolaas van der Dussen en Lidia Maria van der Dussen erfgenaam zijn van Catharina Alida van der Dussen, voor 14.700 gl. aan Ocker Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, 1e een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Johan Herman Hallincg, lid van de Oudraad te Dordrecht, en het onder 3 te noemen huis, 2e een stal en koetshuis tegenover het onder 1 genoemde huis, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Schaak en dat van Pieter Steenbus, 3e een huis, staande tussen het onder 1 genoemde grote huis en het onder 4 te noemen huis, en 4e een huis, staande tussen het onder 3 genoemde huis en dat van Arnold van Beusecom.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 414v, akte dd 22 dec. 1803: “de Heeren Mr: Johan Repelaer en Paulus Repelaer Heer van Spijkenisse als gelast en gemagtigd van hunnen vader de heer Mr. Hugo Repelaer, bovengemeld Heer Mr. Paulus Repelaer van Spijkenisse als in Huwelijk hebbende Vrouwe Cornelia Arnoudina Repelaer en vervangende Jonkvrouwe Maria Repelaer, Kinderen van wijlen den Heer Pieter Pompejus Repelaer, nog beide bovengenoemde heeren Mrs. Johan Repelaer en Paulus Repelaer van Spijkenisse als met en benevens de Heeren Mrs. Hugo Repelaer, en Ocker Repelaer, Executeurs van den Testamente en de Nalatenschap van Jonkvrouwe Maria Repelaer, en als alzoo volgens acte van 30e September 1803, voor François de Bas Wz Notaris in s’Hage en twee getuigen verleden, gemagtigd van hunnen mede Executeuren gemelde Heeren Mrs. Hugo Repelaer en Ocker Repelaer, eindelijk nog beide meergemelde Heeren Mrs. Johan Repelaer en Paulus Repelaer van Spijkenisse, als gelast en gemagtigd van vrouwe Arnoudina Repelaer wed:e van den Heer Cornelis Arnoud van Brakel, en de Heer Cornelis Rees als in huwelijk hebbende vrouwe Ida Cornelia Repelaer, gemelde Heeren Comparanten bovendien instaande en zich sterkmakende voor bovengenoemde afwezige geinteresseerdens alzo te samen uitmakende de Kinderen, Erfgenamen en Representanten, van wijlen Vrouwe Cornelia Everwijn, in leven weduwe van den Heer Ocker Repelaer, de welke verklaarden in voegen voorschreven verkogt te hebben” voor 17.400 gl. aan mr. Hugo Gevers, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, getekend A:195, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Van Wageningen en het volgende koetshuis, een koetshuis ernaast, een huis, getekend A: 193, staande tussen het koetshuis en het huis, dat bewoond wordt door de timmerman Bouwe, en een paardenstal, staande tegenover het eerstgenoemde huis tussen het huis van Jesaias van Benthem en dat van [NN] Immerzeel.]
idem
idem
Soeta Boon
[9 okt. 1708: notaris Albertus van Nievelt, als procuratie hebbende van Johan van Bijwaert, notaris te Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Soeta Boon, weduwe van Michiel van der Monden, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Cornelia van der Meer, vrouwe van Buvignies, weduwe van mr. Nicolaes Vivien, heer van Buvignies en oud-pensionaris van Dordrecht, en het huis van mr. Nicolaes van der Dussen, heer van Oost-Barendrecht, oud-magistraat van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1642, f. 122 e.v.)
1 april 1732: Clara van Erckel, weduwe van Johan Boon, wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Soeta Boon, weduwe van Michiel van der Monde, wonende te Utrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Boon te Utrecht op 21 jan. 1732, verkoopt voor 915 gl. aan Arnoldus van Beusecom, kleermakersbaas en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, bewoond door Cornelis van Someren en staande tussen het huis van Ludovicus de la Coste, predikant te Dordrecht, en het huis van mr. Damas van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht. De koper is schuldig aan Catharina van Zeebergh, echtgenote van ds. Ludovicus de la Coste, een somma van 800 gl., verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 1653, f. 19 en f. 20)]
ds. Ludovicus de la Coste predikant
[Ludovicus de la Coste, geboren La Rochelle 10 april 1674, predikant te Simonshaven en Biert (vanaf 1698) en Dordrecht (1706-1733), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 april 1733 (Lodevikus de Lacoste, predikant te Dordrecht, laat kinderen na, met drie koetsen boven het getal, de eerste boete), zoon van Louis de la Coste en Rachel Chimtrier, trouwde 1e Simonshaven 21 sept. 1700 Alida Tressenier, begraven 8 nov. 1708, 2e Gerecht/NG Dordrecht 16/31 mrt. 1710 (de bruidegom geassisteerd met Anthonij Repelaer, regerende burgemeester van Dordrecht, en de bruid met haar vader, Pieter van Zeebergh) Catharina van Zeebergen (van Zeebergh), gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1689, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1710), overleden te Den Haag, begraven Dordrecht 27 juni 1757 (www.dbnl,org)
Kinderen (o.a.):
ex 1:
a. Cornelia Louise de la Coste, geboren Simonshaven/Bernisse 23 dec. 1701, jonge dochter van Simonshaven wonende bij de Grote Kerk (1721), overleden Dordrecht 5 juni 1773, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 okt./2 nov. 1721 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, Jan Kluijt, de bruid met haar vader, ds. Ludovicus de la Coste, wonende te Dordrecht) Willem Kluijt, jongman van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1721), apotheker te Dordrecht
ex 2:
b. Anna Cornelia de la Coste, gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1711, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1733), trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de geboden gaan te Klaaswaal, de bruid heeft schriftelijk consent van haar moeder, Catharina van Zeebergh, weduwe van Ludovicus de la Coste) 14/29 okt. 1733 Adriaan van Toulon, jongman van ‘s-Hertogenbosch wonende in de Houttuinen te Dordrecht (1733)
c. Petronella Johanna de la Coste, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1719, overleden ‘s-Gravenhage 5 nov. 1778, trouwde Abraham van Lelijveld
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 115v e.v.: op 11 mei 1714 verkoopt Elisabeth Vivien, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Maria Vivien, weduwe van Cristiaan Swaans, in zijn leven baljuw en dijkgraaf van de heerlijkheden de Hoge en Lage Zwaluwe, beiden kinderen en erfgenamen van Cornelia van der Meer, weduwe van mr. Nicolaas Vivien, heer van Buvegnies, voor 4700 gl. aan ds. Lodovicus de Lacoste, predikant te Dordrecht, een “dubbeld” en groot huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Johannes de Heer en dat van de erfgenamen van notaris Van Bijwaart. Het is verdeeld in drie “bequame” woningen, die elk apart verhuurd zijn, en komt achter met een brede gang uit op de Houttuinen aan de Nieuwe Haven
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 144v e.v.: op 15 okt. 1733 verkopen mr. Thieleman van Zeeberge, burgemeester van Gouda, en Catharina van Zeeberge, weduwe van Ludovicus de la Coste, predikant te Dordrecht, als executeurs-testamentair van ds. De la Coste, en Catharina van Zeeberge nog als moeder en voogdes over haar minderjarige kinderen, bij haar verwekt door ds. De la Coste, voor 1555 gl, aan Lodovicus van Zeeberge, predikant te Gorinchem, de helft van een huis, met daarin drie behangen kamers, t.w. twee met goudleer en één met zeildoek, welk huis in drie woningen is verdeeld en staat in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Nicolaas de Witt en dat van Arnoldus van Beusekom, uitkomende met een brede gang in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. De wederhelft van dit huis komt toe aan Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, als man van Cornelia Louisa de la Coste, dochter en mede-erfgename van ds. De la Coste.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 89 e.v: op 16 jan. 1739 verkopen Ludovicus van Zeebergh, predikant te Gorinchem, en Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Albert Carel baron Snouckaert van Schaumburgh, kolonel der cavalerie in Nederlandse dienst, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, verdeeld in drie aparte woningen, van achteren met een gang uitkomende op de Houttuinen, staande tussen het huis van N. de Witt en dat van Arnoldus van Beusekom.
Albert Carel Snouckaert van Schauburg, heer van Heeze, Leende, en de Zes Gehuchten, geboren ‘s-Hertogenbosch 1 okt. 1668, overleden 28 jan. 1748 (Huize Lingezicht, Leerdam), trouwde Rosmalen 13 dec. 1709 Ermgarda Gratiana Sweerts de Landas, zoon van Albert Snouckaert van Schauburg, kapitein der infanterie in Nederlandse dienst, en Anna Margreet barones van Randwijck. (NNBW [internet]
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 116 e.v.: op 22 mei 1749 verkoopt Ermgarda Gratiana barones Sweerts de Landas, weduwe van Albert Carel baron van Snoukaart van Schounburg, wonende te Gorinchem, voor 3000 gl. aan Gerret van den Bergh Asuerosz., koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Dirk van Goor en dat van Arnoldus van Beusekom, verdeeld in drie aparte woningen, van achteren uitkomende met een gang in de Houttuinen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl.]
Cornelis de Wit [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 267v e.v.: op 8 nov. 1729 verkoopt Johannes de Heer de Jonge, als procuratie hebbende van zijn vader, Johannes de Heer, voor 2100 gl. aan Cornelis de Witt, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het koetshuis van burgemeester Adriaan Hallincq en het huis van ds. Ludovicus de la Coste.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juni 1730: Johannes de Heer, in de Grotekerksbuurt, één koets extra, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 96: op 30 sept. 1745 verkoopt Catharina van Bergen, weduwe van Cornelis de Witt, wonende te Dordrecht, voor 1050 gl. aan Dirk van Goor, burger van Dordrecht, een huis aan de noordzijde van de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van N. Snoukaart van Schaumburgh en het koetshuis van mr. Johan Herman Hallingh.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 219: op 6 aug. 1756 verkoopt Dirk van Goor, burger van Dordrecht, voor 603 gl. 3 st. aan Frans van Helmont, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de stal en het koetshuis van mr. Samuel Onderwater en het huis van Gerret van den Berg.]
mr. Adriaan Halling burgemeester
[1731: koetshuis, stal en zolder
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 92v e.v.: op 18 april 1758 verkoopt Gerard Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, als echtgenoot van Cornelia van den Sandheuvel, die eerder weduwe en erfgename was van mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 2325 gl. aan Arnold van Poelien, koopman te Dordrecht, een koetshuis en paardenstal in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Frans van Helmond en het Manhuisstraatje.]
[Manhuisstraat]
de weduwe van Hermanus Groenendaal
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 110 e.v.: op 1 juli 1704 verkopen Jacob Pompe, heer van de Oostendam, en Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Pieter Nolthenius, gewezen koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Luijme de Glint, bakker en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “het Vath van Hijdelberg” met een pakhuis en zolders ernaast, staande in de Grotekerksbuurt tussen het Manhuisstraatje en het huis van de verkopers. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 700 gl.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 125: op 1 nov. 1724 verkoopt Anna Smits, weduwe van Luijmen de Glint, burgeres van Dordrecht, voor 1214 gl. 12 st. 8 p. aan Hermanus van Groenendaal, mr. bakker, een huis met een pakhuis daarachter, staande in de Grotekerksbuurt tussen het Manhuisstraatje en het huis van Lourens Huijmans.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 34: op 29 april 1738 verkopen Arnold van Poelje de jonge, als man van Geertruij Groenendaal, dochter en erfgename van Johanna Opdecamp, weduwe van Johannes Groenendaal, overleden te Dordrecht, en Arnold van Poelje de oude en Hendrik Hamer, als voogden over de minderjarige kleinkinderen en mede-erfgenamen van Johanna Opdecamp, voor 1250 gl. aan Aernaut van der Hegge, organist te Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, genaamd “het Vat van Heijdelberg”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het Manhuisstraatje en het huis van Aart van Cappel.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 147v e.v.: op 25 febr. 1762 verkoopt mr. Jacobus van Trigt, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Aarnout van der Hegge, voor 900 gl. aan Hermanus Boet, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het Manhuisstraatje en het huis van Teuntje en Johanna [van der Hagen]. De koper is schuldig aan Jan Nieulant een somma van 900 gl.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 99v: op 24 juli 1783 verkoopt Hermanus Boet, metselaarsbaas te Dordrecht, voor 3200 gl. aan dr. Jacobus van Wageningen, achtraad van Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, staande in de Grotekerksbuurt en uitkomende in het Manhuisstraatje, staande tussen het Manhuisstraatje en het huis van Jan Slaman.]
Aart van Cappel
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 161v e.v.: op 12 febr. 1737 verkoopt Frans Boon, schipper en burger van Dordrecht, voor 675 gl. aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt omtrent het Manhuisstraatje, staande tussen het huis van Arnoldus van der Hegge en dat van de weduwe van Hermanus Groenendaal.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 177: op 21 april 1740 verkoopt Aart van Cappel, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Teuntje en Johanna van der Hagen, zusters wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de huizen van Aarnout van der Hegge aan weerszijden.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 188v e.v.: op 20 juli 1773 verklaart Johanna van der Hagen, bejaarde ongehuwde persoon, schuldig te zijn aan Pieter Romijn, zaagmolenaar op stadsgrond, een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan van Rees en dat van Hermanus Boet de jonge.]
Louwerens Heijmans [knoopmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 111: op 1 juli 1704 verkopen Jacob Pompe, heer van de Oostendam, en Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Pieter Nolthenius, gewezen koopman te Dordrecht, voor 500 gl. aan Lourens Heijmans, knoopmaker, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Luijmen de Glint, bakker, en dat van Jan van Koijck. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 250 gl.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 48 e.v.: op 20 sept. 1735 verkoopt Sara van Aken, weduwe van Barent Pluckhooij, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor 300 gl. aan Arnoldus van der Hegge, organist te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Lambert Koeck en dat van Frans Boon.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 67v: op 23 okt. 1760 verkoopt Arnoldus van der Heggen, burger van Dordrecht, voor 505 gl. aan Corstiaan Nieuwenhuijsen, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Teuntje en Johanna van der Haven [van der Hagen] en dat van Arnoldus Gate, met een vrije uitgang in het Manhuisstraatje.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 46v: op 22 juni 1769 verkoopt Pieter Meijs, kleermakersbaas te Dordrecht, nomine uxoris enige erfgenaam van Corstiaan Nieuwenhuijsen, die is overleden in Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan van Rees, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de landzijde [sic], staande tussen het huis van Rachel Gaté en dat van Johanna Verhagen.]
Lambert Koek [huistimmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 277: op 15 nov. 1729 verkopen Ludovicus de la Coste, predikant in de NG gemeente te Dordrecht, en Henrij Gabriel Certon, predikant in de Waalse gemeente te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Geertruij van der Monden, weduwe Pieter van Buuren, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 900 gl. aan Lambert Koek, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adolff van der Linden en dat van de weduwe van Barent Pluckhooij.
ORA Dordrecht inv. 82v e.v.: op 22 febr. 1742 verkoopt Johan Koek, mr. huistimmerman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zoon Lambert Koek, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor 750 gl. aan Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Margareta Johanna van der Linden en dat van Aarnout van der Hegge.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 132 e.v.: op 2 sept. 1749 verkoopt Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Rachel Gatee, weduwe van Hendrik Munnekenhuijse, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt met een pakhuis erachter, uitkomende in de Schuitenmakersstraat, het huis van voren belend door het huis van Jan van der Linde van Slingeland aan de een zijde en dat van Arnold van Poeljen aan de andere en het pakhuis belend door het huis van Arnold van Poeljen aan de ene zijde en dat van N. Gousset aan de andere.]
Grotekerksbuurt bij de Schuitenmakersstraat (mrt. 2014)
Anna Margarieta van der Linde
[10 juli 1743: comp. voor notaris J. Beudt Jan van der Linden van Slingelandt, koopman te Dordrecht, Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als echtgenoot van Catharina van der Linden en Anna Margareta van der Linden, meerderjarig en wonende te Dordrecht, allen kinderen en elk voor een derde part erfgenamen ab intestato van Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, overleden op 10 juli 1728. Comparanten hebben onderling verdeeld de hierna genoemde goederen en effecten, die door hun vader onder andere zijn nagelaten.
Aan Anna Margarita van der Linden zijn toebedeeld een huis in de Grotekerksbuurt, belend ten noorden het tweede huis vanaf de Schuitenmakersstraat en ten zuiden de hoedenmaker Van der Vloet, 5 morgen land in de Zuidpolder van Barendrecht, liggende naast de watermolen, ten oosten strekkende van de middeldijk tot de zeedijk, één en tweederde morgen ofwel 1000 roeden land in de Ziedewij van Barendrecht tegenover de middelwetering, een kleine prijsobligatie van 600 gl. dd 1 mrt. 1712, een schepenenschuldbrief van 100 gl. dd 11 sept. 1717 ten laste van Jan Geltaij, smid te Dordrecht, verzekerd op zijn huis aan de Varkenmarkt, achter uitkomende op de Nieuwe Haven, een schepenenschuldbrief van 671 gl. 3 st. 6 penn. dd 4 april 1721 ten laste van Hendrik van Son, smid in Prinsenland, verzekerd op zijn huis, smidswinkel etc. aldaar, een onderhandse obligatie van 1200 gl. dd 1 juni 1728 ten laste van Lijsbeth Woutersdr. van der Hoek, weduwe van Claas Hendriksz. van de Watering, smid op Westmaas. (ONA Dordrecht inv. 898, akte 40)]
Arnoldus van Poulje [wijnkuiper]
[huis op de oosthoek van de Schuitenmakersstraat
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 11 mei 1698: Arnold van Poelien jongman van Franckendael wijnkuiper wonende in de Wijnstraat geassisteerd met Laurens Paradijs zijn goede kennis en Cornelia Pluijm weduwe van Johannes Schoen van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk, getrouwd op 25 mei 1698
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 20 dec. 1733: Cornelia Pluijm, de vrouw van Arnold van Poelie, één koets extra, laat kinderen na.]
[Schuitenmakersstraat]
Nicolaas de Jong
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 67v e.v.: op 22 sept. 1750 verkoopt Nicolaas de Jongh, burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Steven van de Werken, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van Huijbert van der Mast.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 135v e.v.: op 16 febr. 1773 verkopen Jan van der Werken, grutter, Pieter van der Swets, broodbakker, als man van Berbera van der Werken, Jordaan de Haan, grutter, als man van Trijntje van der Werken, Jan Luijten, knaap in de Grafelijkheidsmunt, als man van Maria van der Werken, allen wonende te Dordrecht, en Jan van der Werken, Pieter van der Swets, Jordaan de Haan en Jan Luijten tevens vervangende Leendert Schouman, als man van Menkje van der Werken, en Jan van der Werken nog samen met Leendert Schouman als aangesteld tot voogd in het testament van Menkje Klijn, weduwe van Steven van der Werken, over Menkje van der Werken, dochter van Steven van der Werken, allen erfgenamen van Menkje Klijn, weduwe van Steven van der Werken, volgens haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris L. van der Horst op 24 juni 1772, voor 1050 gl. aan Caspar Erasmus Sperker, horlogemaker te Dordrecht, staande tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van Cornelis van der Mast.]
Gerrit Mol
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 224 e.v.: op 28 nov. 1737 verkoopt Gerret Mol, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Pluckooij, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Abraham Kimijser en dat van Nicolaas de Jongh.]
Philip Crijna [Crena]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 77: op 11 nov. 1732 verkoopt Margarita van Breda, weduwe van Philippus Crena, wonende te Dordrecht, voor 1260 gl. aan Abraham Kimijser, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt met pakhuis en korenzolders, daarachter en daarnaast staande, het huis belend zijnde door het huis van Fredrik Logeman en dat van Gerret Mol en het pakhuis etc. door het huis van Claas van Dam en dat van Aart van Cappel. De koper is schuldig aan Susanna van Tilburgh, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 90v e.v.: op 20 okt. 1772 verkoopt Abraham Kimijser, burger van Dordrecht, voor 1475 gl. aan Huibert Uijterlimmige junior een huis in de Grotekerksbuurt met een pakhuis erachter in de Schuitenmakersstraat, het huis staande tussen het huis van Pieter Renaud en dat van Huibert van der Mast en het pakhuis tussen het huis van de weduwe De Hart en dat van John Jackzon.]
Urbanus Pierot
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 28 e.v.: op 1 mei 1727 verkopen Jan den Bant en Jan Verveer, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van wijlen Adriaan Besemer, koopman te Dordrecht, voor 2225 gl. aan Cornelis van der Putten, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Philippus Crijna en dat van de weduwe Van Vianen.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 136 e.v.: op 27 febr. 1731 verkopen Bernardus Urbanus Pierotte en zijn vrouw Maria Korssen, wonende te Dordrecht, voor 2520 gl. aan Fredrik Logeman, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Philippus Crena en dat van de weduwe van Pieter van Vianen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 48v e.v.: op 19 nov. 1744 verkopen Hendrik Logeman, koopman, en Abraham de Vos, apotheker te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van Anna Maria de Vos, bij haar verwekt door Fredrik Logeman, voor 1200 gl. aan Gerard de Bevere, veertigraad van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Abraham Kimijser en dat van de weduwe van Dirk Snep.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 29 e.v.: op 11 april 1752 verkoopt Aarnout van Meggelen, mr. blikslager te Dordrecht, voor 1900 gl. aan Pierre Renaud, Franse kostschoolhouder te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staand tussen het huis van de weduwe Snep en dat van Abraham Kimijser.]
de weduwe van Pieter van Vianen
idem
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 133v: op 15 dec. 1767 verkoopt Anthonij van der Wilt, wonende te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn vrouw, Maria van Vianen, voor 8000 gl. aan Anthonij Roest, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Pelserburg, genaamd “de Wijnberg”, “geapproprieert tot Grutterij en woonhuis”, staande tussen het pakhuis van Cornelis Rees en het huis van de verkoper.]
Willem en Gillis Rees
[1731: pakhuis en twee huizen en een houttuin met loodsen]
Groenmarkt aan de havenzijde (van Stadhuis tot Visbrug)
het Stadhuis
[1731: hierbij tevens het huis waarin de majoor van de stad woont]

Het Stadhuis van Dordrecht
Ewout Bosvelt procureur
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 30v: op 5 juni 1723 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht bij besluit op 29 april 1723 genomen op verzoek van de erfgenamen van Govert van Wezel, lid van de Oudraad, en van Petrus van Son, als man van Elisabeth van Wezel, mede-erfgenamen van Maria van Wezel, in haar leven echtgenote van Adriaan Wilmart, voor 1020 gl. aan Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het Stadhuis en het huis van Isaacq Verhoeven.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 165: op 20 april 1779 verkoopt Jan van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Paulus Bosveld, advocaat voor de Hoven van Justitie van Holland, wonende in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. Sijthoff in Den Haag op 14 april 1779, voor 9000 gl. aan Pieter Roos Ltz., notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Gerrit Middelkoop en het woonhuis van de concierge van het stadhuis.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 50v: op 1 juli 1800 verkoopt Jan Papenhuizen, wonende te Dordrecht, als bij procuratie, verleden voor notaris J. de Ras te Den Haag op 11 febr. 1800, gemachtigd door Alida Cornelia Roos en Cornelia Roos, kinderen en erfgenamen van Pieter Roos Ltz., die gewoond heeft en is overleden te Den Haag op 26 nov. 1799, voor 12.050 gl. aan Adriana Timmerman, weduwe van ds. Martinus Verhoeven, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, getekend A:46, staande tussen de woning van de concierge van het stadhuis en het huis van Dingeman van der Henst.]
Gerrit van Middelkoop [leerbereider]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 50 e.v.: op 9 mei 1730 verkoopt Johannes Kiggelaar, wonende te Den Haag, voor 1600 gl. aan Gerret van Middelkoop, leerbereider en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Stadhuis, staande tussen het huis van majoor Ewout Bosveld en dat van Jan Schouten. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 21 mei 1730: Willemijna Maronier, vrouw van Geerit van Middelkoop schoenmaker, tegenover de Vleeshouwersstraat, laat kinderen na
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 45v: op 15 mrt. 1787 verkopen Philip van Middelkoop, wonende te Papendrecht, en Hendrik Vlaskamp, wonende te Puttershoek, welke laatstgenoemde is gemachtigd door zijn schoonvader Jan Sprong, wonende te Puttershoek, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Puttershoek op 27 febr. 1787, welke Philip van Middelkoop en Jan Sprong als executeurs-testamentair zijn benoemd door Adriana van Middelkoop zijn benoemd in haar testament, dat zij heeft verleden voor notaris F. Pistorius te Dordrecht op 13 juni 1786, aan Pieter Roos Ltz., notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de koper en dat van Dingeman van der Hengst.]
Jan Schouten
[ORA Dordrecht inv. 818, f. 7v e.v.: op 1 febr. 1735 verkoopt Jenneken van den Endtwaart, weduwe van Jan Schouten, voor 600 gl. aan Aart van der Kloet, spekslager en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Gelsdorp en dat van Gerret van Middelkoop. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 350 gl.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 132: op 9 jan. 1781 verkopen Jacob Beenhakker, als man van Maijke van der Kloet, en Gillis Olifier, als man van Neeltje van der Kloet, enige kinderen en erfgenamen van Aart van der Kloet, die in Dordrecht is overleden, voor 2800 gl. aan Pieter van der Kloet, spekslager te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Nicolaas van Meteren en dat van Middelkoop, alsmede een stal op de Stadsvest, staande tussen de stal van mr. Willem Bartholomeus van den Santheuvel en de stal van Cornelis Melchior van Nievervaart.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 158v: op 23 dec. 1783 verkoopt Pieter van der Kloet, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Dingeman van der Hengst, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Nicolaas van Meteren en dat van Jacob Middelkoop, alsmede een pakhuis op de Stadsvest, staande tussen het pakhuis van Johan Slaman en dat van mr. B. van den Santheuvel.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 377: op 12 febr. 1807 verkoopt Dingeman van den Hengst, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Willem van Keppelen, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:45, staande tussen het huis van Dirk en Aart Olivier en dat van dr. Verhoeven.]
Dingena van Gelsdorp
[ORA Dordrecht inv. 1669, f. 65v, akte dd 24 juli 1776: “den Wel Edele Geboore Gestrenge Heer Pieter Pompejus Repelaer Heer van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vriesland in den Oud-Raad dezer Stad, als in huwelijk hebbende vrouwe Margaretha Backus, eerder weduwe, Boedelhouderesse en Erfgename van wijle de Wel Edele Gestrenge Heer Mr. Johan van Gelsdorp, eenige nagelate zoon en Erfgenaam van wijlen den Heer Johan van Gelsdorp; den Notaris en Procureur Sibertus van der Bank wonende alhier in qualiteit als speciale gemagtigde bij Procuratie in dato 17e deze ten overstaan van Anthonij Westerbaan als Notaris te Rotterdam residerende in ’t bij zijn van getuigen gepasseert door den Wel Ed. Heer Mr. Paulus Hartog Advocaat, als last en Procuratie hebbende van de Wel Ed. Gestr. Heer Scato Hendrik Burs Trip, capiteijn van een Compagnie in het eerste bataillon van zijn Hoogheids Lijfs Regiment Orange Vriesland op den 14 julij 1723 voor den Notaris Johannes Huijgens en zekere getuigen in s’Hage gepasseert, inhoudende de Clausule van Substitutie, de Heeren Petrus Constatinus van Rijp, Notaris en Procureur, en Matthijs Hogedoorn Eerste Clercq ter Weeskamer alhier, als door de Edele Agtb. Heeren Weesmeesteren der Stad Rotterdam, egter met Seclusie van de Weeskamer op den 5 April 1773 aangestelt zijnde tot voogden over Egidius Daniel, Jozeph, Adriana, Johanna, Hendrik, Rudolph, en Adrianus Bernardus Trip, die nevens de voorm. Heer Scato Hendrik Burs Trip zijn nagelate Kinderen van wijlen Vrouwe Dina Fruitier, Eerste wed.e van wijlen den Wel Ed. Gestr. Heer Hendrik Rudolph Trip, in zijn leven Griffier der Stadt en Lande van Breda, en laatst huisvrouwe van Dirk Fruitier, en bij haren Testamente, op den 17e: februarij 1767, voor den Notaris Isaac Elias Luzac, en zekere getuigen te Leijden, gepasseert, ieder voor een tiende part geinstitueerde Erfgenamen van dezelve; de Heer Cornelis van der Looij, mede Notaris en Procureur, als last en procuratie hebbende op den 9 Ocotber 1773 voor den voorn. Notaris Isaac Elias Luzac en zekere getuigen gepasseert, van den voorn. Dirk Fruitier, als door wijlen de voorn. vrouwe Dina Fruitier bij haren voors. testamente, gestelde voogd over deze minderjarige Kinderen door hem aan haar verwekt, en ieder mede voor een tiende part geinstitueerde Erfgenamen van deselve; Ende Heeren Petrus Vink, en Carolus van den Abeele, beide Clerquen ter Secretarie van Rotterdam in qualiteit als gestelde Curateus in den insolvente boedel van den meergem. Dirk Fruitier, die mede voor een tiende part geinstitueerde Erfgenaam is van de gem. Vrouwe Dina Fruitier, wonende alle te Rotterdam, welke vrouwe Dina Fruitier was een eenige nagelaten dogter, en Erfgename van wijlen Jufvr. Adriana van Gelsdorp in egte verwekt bij nu weijlen de Wel Eerw. Heer Egidius Burs Fruitier in leven Predikant te Breda, ons schepenen vertoont; en Laatstelijk gem: Notaris en Procureur Sibertus van der Bank en Cornelis de Focker in qualiteit als Executeurs van den Testamente, en in den boedel van wijlen Jufvr. Eleonora van Gelsdorp, bejaard en ongehuwd onlangs alhier overleden die ook eenig Erfgename Ex testamento is geweest van wijlen hare Zuster Jufvr. Digna van Gelsdorp, en welke Heer Johan van Gelsdorp, en Jufvr. Adriana, Eleonora, en Digna van Gelsdorp te zamen de eenige Kinderen en Erfgenamen waren, van wijlen Jufvr. Digna de Haan wed:e wijlen de Heer Johan van Gelsdorp, en alzo ieder voor een vierde regt van Eigendom bekomen hadden tot ’t natemelde huis en Erve Ingevolge den Testamente van voorn: Jufvr: Digna de Haan wed:e van Gelsdorp in dato 5e december 1726 ten overstaan van den Notaris Bartholomeus van Gelsdorp en getuigen gepasseert, dewelke verklaarden zo in privé als voors. qualiteit te Cederen” aan Nicolaas van Meeteren, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Servaas Gregoor en dat van de erfgenamen van Aart van der Kloet. Koopprijs: 4700 gl.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 278: op 28 april 1789 verkoopt Nicolaas van Meteren, wijnkoper te Dordrecht, voor 9000 gl. aan Gillis Olivier, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Dingeman van den Hengst, alsmede een pakhuis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Maria Gousset, vrouw van Pieter Porjé, en dat van Jan Schouten.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 606: op 3 nov. 1810 verkopen Dirk en Aart Olivier, kooplieden wonende te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Sebastiaan Giesse en Hendrik van Bale Thz., kooplieden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:43 oud en A:44, staande tussen het huis van Willem van Keppelen en dat van Dingeman van den Hengst, alsmede een pakhuis op de Groenmarkt, getekend A:209, staande tussen het huis van Bastiaan Boet en dat van Samuel van Eijck.]
Arent Verstraten [Aart van der Straaten]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 184v e.v.: op 13 sept. 1725 verklaart Heijltie van Neck, weduwe van Aart van der Straten, vleeshouwster te Dordrecht, schuldig te zijn aan Aletta van Rhijn, weduwe van Esaias Dalibert, wonende te Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Jan de Haan en dat van juffrouw Stratenus, alsmede de vrijdom van een vleesstal met het nummer 32 in de Vleeshal te Dordrecht en een loods aan de Vriesepoortsvest, staande tussen het erf van de molen en het huis genaamd “Rapenburg”.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 20v e.v.: op 1 april 1732 verklaart Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, als procuratie hebbende van Heijltje van Eck, weduwe van Aart van der Straaten, vleeshouwster te Dordrecht, dat zij schuldig is aan Catharina van Zeebergh, vrouw van Ludovicus de la Coste, predikant te Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johan de Haan en dat van de kinderen van de weduwe Stratenus.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 50: op 26 sept. 1741 verklaart Heijltje van Eck, weduwe van Aart van der Straten, beenhakster en burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Abraham Lelijvelt, inwoner van Leiden, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Gelsdorp en dat van juffrouw Statenus, alsmede een vleesstal (nr. 32) en een loods aan de Vest aan het einde van het Bagijnhof.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 46 e.v.: op 1 okt. 1748 verkopen Anna van der Straten, meerderjarige ongehuwde persoon, Frans van der Straten, Johannes van den Bosch, als man van Heijltje van der Straten, dezelfde Heijltje van der Straten, en Aart van der Straten, kinderen en erfgenamen ab intestato van Heijltje van Eck, weduwe van Aart van der Straten, voor 1480 gl. aan Maria van Pelt, groenteverkoopster van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de juffrouwen Statenus en dat van de juffrouwen Gelsdorp. De koopster is schuldig aan Cornelis Snoek, burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende het voornoemde huis, alsmede een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Sliep en dat van Johannes Justus van de Burggraaff.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 47 e.v.: op 1 okt. 1748 verklaart Maria van Pelt, groenteverkoopster te Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelis Snoek, burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende o.a. een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen de het huis van de juffrouwen Stratenus en dat van de juffrouwen Gelsdorp. Borg: Christoffel Dermoeij, boekverkoper te Dordrecht,
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 24: op 18 febr. 1783 verkoopt Servaas Gregoor, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Gillis Olivier, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Nicolaas van Meteren en dat van Jodocus van Laren.]
Johanna Stratenis
[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 juli 1743: Maria Stratenus, tegenover de Vleeshouwersstraat, ongehuwd, twee koetsen extra.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 23 dec. 1744: Johanna Stratenus, tegenover de Vleeshouwersstraat, ongehuwd, twee koetsen extra.
ORA Dordrecht inv. 79 e.v.: op 21 jan. 1749 verkopen Clara Statenus, Ida Stratenus en Antonia Margareta Stratenus, zusters wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Willem Pieter Figter, burger van Dordrecht, een huis in de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Gijsbert Becius en dat van Christoffel Dermoeij. De koper is schuldig aan de verkoopsters een somma van 2000 gl.]
Johannes Becius
[ORA Dordrecht inv. 1673, f. 12: op 28 jan. 1783 verkoopt Pieter Roos Lz., notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elizabeth Becius, bejaarde ongehuwde persoon, voor 3370 gl. aan Jodocus van Laren, apotheker wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Cornelis Papegaij en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 45: op 8 mei 1804 verkopen Hendrik van der Sanden, diens vrouw Anna Margrita van Laren, Jeremias van Laren, notaris te Dordrecht, en Hendrik van der Sanden en Jeremias van Laren samen vervangende hun minderjarige broer Pieter van Laren, wonende in Leiden. voor 1700 gl. aan Hendrik van Loon Matthijsz. een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van notaris Gerrardus Telders en dat van de apotheker Jacobus van der Meer de Wijs.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 436: op 4 mei 1809 verkoopt Matthijs van Loon, als gemachtigde van zijn zoon Hendrik van Loon, wonende in Amersfoort, voor 2200 gl. aan Abraham Davids, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:41 en A:40, staande tussen het huis van Jacobus van der Meer de Wijs en dat van Gerrardus Telders.]
de erfgenamen van Samuel Crijna
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 131: op 7 juli 1719 verkopen Isack de Coningh, mr. zilversmid, en zijn vrouw Alida Mes, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Anna Notemans, koopvrouw te Dordrecht, weduwe van Samuel Crena, een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van Roeland Roelandsz. Millaart en dat van de apotheker Becius, welk huis Alida Mes is aangekomen in mindering van haar vaderlijk erfdeel volgens akkoord gesloten voor notaris G. de Haan te Dordrecht op 17 okt. 1718 tussen Christina van Schaagen enerzijds en Isack de Coningh en zijn vrouw anderzijds.
Samuel Crena en Anna Notemans laten dopen (NG Dordrecht)
David Crena, 8 okt. 1706, trouwde Adriana van Bueren (zie genealogie Crena op deze website).
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 115: op 8 mei 1749 verkoopt David Crena, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nicolaas de Vrij, burgemeester en raad van Hoorn, en diens vrouw Anna Noteman, voor 3000 gl. aan Cornelis Papegaij, inmeester van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde schuin tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe Spruijt en dat van de apotheker Becius.
David Crena (foto: A. B. den Haan)
Adriana van Bueren (foto: A.B. den Haan]
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 105v: op 31 juli 1787 verkopen Gerard den Ouden en Jodocus van Laren, als executeurs-testamentair en voogden in de nalatenschap van Anna Jacoba Kuijpers, weduwe van Cornelis Papegaij, gewoond hebbende en in Dordrecht op 11 april 1787 overleden, voor 6900 gl. aan Leendert Rodenburg, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Hendrik van Ardenne en het huis van Jodocus van Laren.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 415v: op 22 dec. 1803 verkopen Nicolaas Rodenburg, Jan Rodenburg en Willem Marius Rodenburg, kinderen en erfgenamen van Leendert Rodenburg, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Gerardus Telders, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van J. van Dijl en de erfgenamen van J. van Laren.]
de weduwe van [Vas van Ardenne]
Johannes Ghijben
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 106v: op 6 mei 1706 verklaart Catharina van den End, weduwe van Arnoldus Straathenus, koopman te Dordrecht, dat zij aan haar zoon Cornelis Straathenus verschuldigd was een somma van 1000 gl., welke zij als voogdes van haar zoon ontvangen heeft uit de nagelaten goederen van Margrita de Hooff, wegens hetgeen zij aan Cornelis gelegateerd heeft, alsmede een somma van 55 gl. wegens de collaterale successie en nog een bedrag van 200 gl. ter voldoening van de legitieme portie, die haar zoon nog te vorderen heeft wegens de nalatenschap van zijn vader. Zij heeft voor die schuld verbonden al haar goederen, in het bijzonder haar huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes de Gilde, mr. smid en dat van Catharina Blankers. De weduwe verkoopt voor 1545 gl. het voornoemde huis aan haar zoon, Cornelis Stratenus.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 50v e.v.: op 9 mei 1730 verkopen Jan van Asch, koopman te Dordrecht, Adam Stratenus, pondgaarder te Dordrecht, en Adrianus Stratenus, mr. goud- en zilversmid te Rotterdam, als executeurs-testamentair en voogden over het minderjarig kind van wijlen Cornelis Stratenus, koopman te Dordrecht, tevens als procuratie hebbende van voornoemde Adrianus Stratenus, volgens akte gepasseerd voor notaris J. de Gelder te Rotterdam op 7 mei 1730, voor 2230 gl. aan Jan Ghijben, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Catarijna Millaart, weduwe van Vas van Ardenne en dat van Jan de Gilde.]
Jan de Gilde
[ORA Dordrecht inv. 818, f. 45: op 25 aug. 1735 verkoopt Aletta van der Straten, weduwe van Johannes de Gilde, wonende te Dordrecht, voor 550 gl. aan Johan Ghijben, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Quirijnus van der Heijs en dat van de koper.]
Krijn van der Heijst [vleeshouwer]
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 44v e.v.: op 16 juni 1750 verkoopt Francois van der Heijs, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn vader Quirijnis van der Heijs, voor 800 gl. aan Marija van Pelt, bejaarde ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, het tweede huis van de Visbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik de Saive en dat van de weduwe van Jan Ghijbe.]
Hendrik de Saive
Groenmarkt aan de havenzijde (van Visbrug tot Tolbrug)
de weduwe van Samuel Gardenier
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 25 jan. 1721: Samuel Gardenier jongman van Dordrecht wonende op de Kalkhaven geassisteerd met Jan Gardenier zijn vader en Willemijna Gront jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk geassisteerd met haar vader Fredrik Gront, op 9 febr. 1721 getrouwd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 281: op 17 nov. 1729 verkoopt Margarita Wor, weduwe van Dammis Baan, wonende onder Hendrik-Ido-Ambacht, voor 800 gl. aan Willemijna Gront, weduwe van Samuel Gardenier, een huis staande naast de Visbrug.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 127v: op 5 mei 1801 verkoopt Simon van Rosendaal, schipper en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zusters, t.w. Margrita, Jan, Pieter, Pieternella, Elizabeth en Corrnelia van Rosendaal, weduwe van Hendrik du Hen, samen met Jan van Rossendaal, kinderen van wijlen Jacob van Rossendaal en Elizabeth van Sluisdam en mede-erfgenamen van hun grootmoeder Elizabeth Warnier, weduwe van Jan van Sluisdam, voor 300 gl. aan Jan van Rosendaal, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen de Visbrug en het huis van Obbe Faassen.]
Maria van der Lis
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 136v: op 17 juni 1728 transporteert Francois van der Lisse, wijnkoper te Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacomina van Bergen, overleden te Dordrecht, aan Maria van der Lisse, wonende te Dordrecht, 8/9 delen van een huis aan de Groenmarkt, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door Cornelis Hoexewegh en het huis van Cornelis van der Camp, van welk huis het resterende 1/9 deel toebehoort aan Maria van der Lisse, als mede-erfgename van Jacomina van Bergen.]
[Pieter] Warnier
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 121v e.v.: op 19 dec. 1730 verkoopt Mattheus van der Elst, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Pieter Warnier, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt. (Belenders worden niet vermeld.)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 90v: op 27 febr. 1770 verkopen Anna Bunne, weduwe van Pieter Warnier, wonende te Dordrecht, en Anthonij de Raadt, zilversmid te Dordrecht, als man van Cornelia Warnier, en Cornelia Warnier zelf, voor 1600 gl. aan Jan de Bruijn, schrijnwerkersbaas en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde tussen Beurs en Visbrug, staande tussen het huis van Adriaan Kersse en dat van Frans van der Lisse.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 391: op 4 okt. 1801 verkoper Arnold Wouter Kimijzer en Jan van Breda, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Johanna Adriana van Barneveld, weduwe van Jan de Bruin, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, mede vervangende hun mede-executeur A.J. Gaillard, wonende in Den Haag, voor 2500 gl. aan Christiaan Voet, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, getekend A:29, staande tussen het huis van Obbe Obbes Faassen en dat van Bastiaan de Visser.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 89v: op 9 okt. 1804 verkopen Huibert Struijk, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Gerrit Veth, mr. Samuel Onderwater en mr. Adriaan Everwijn Onderwater, als in het testament, dat door Christiaan Voet, notaris te Dordrecht, en diens vrouw Cornelia Elisabeth Blussé is verleden op 21 nov. 1803 voor notaris A. Bax te Dordrecht, voor 5200 gl. aan Jan Fredrik Haver Droeze, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:29, staande tussen het huis van Bastiaan de Visser en dat van Barends]
de weduwe van Cornelis van der Putten [Maria Kersse]
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 79v: op 21 nov. 1705 verkoopt Hendrick de Leeuw, exploitier van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als man van Geertruij Morre, die een dochter en mede-erfgename was van Adriaan Morre, voor 2600 gl. aan Ida van Burghloon, echtgenote van Cornelis Kersse, notaris te Dordrecht, een huis en huis op de Vogelmarkt omtrent de Visbrug, staande het huis van Teunis de Rover en dat van Abram Targier.
ORA Dordrecht inv. 809 (oud), f. 24 e.v.: op 2 mei 1713 verkoopt Dirk van den Bogaert, deurwaarder van de gemenelandsmiddelen, wonende te Dordrecht, als gemachtigde van mr. Cornelis van Aarse van Hogerheijde, ontvanger-generaal van Holland, (als actie hebbende ten laste van Cornelis Kersse, procureur te Amsterdam, als gewezen collecteur van de polder de Merwede, gelegen buiten Dordrecht), en tevens procuratie hebbende van Cornelis Kersse en zijn vrouw Ida van Burgloon, voor 1900 gl. aan Maria Kersse, echtgenote van Cornelis van de Putte, een huis op de Groenmarkt aan de waterzijde. (Belenders worden niet vermeld.)
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 192: op 17 okt. 1775 verkopen mr. Roeland Isaac Faassen Nolthenius, heer van Rijsoord, raad in de vroedschap van Dordrecht, en Gerard Kastendijk, gewezen pondgaarder te Dordrecht, tevens vervangende Jan van Dijk, schout en secretaris van Heerjansdam en notaris wonende te Zwijndrecht, als executeurs-testamentair van Adriaan Kersse, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1880 gl. aan Jacob de Gorder, schoolmeester te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde omtrent de Visbrug, staande tegenover brouwerij “de Sleutel” tussen het huis van Adriana Slijp en dat van Jan de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 281: op 29 okt. 1795 verkoopt Jacob de Gorder, schoolmeester te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Bastiaan de Visser, zilversmid te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde nabij de Visbrug, staande tussen het huis van Jan de Bruijn en dat van Anthonie Camerling.]
de weduwe van Abraham Targier
[ORA Dordrecht inv. 1674, f. 194: op 30 mei 1786 verkoopt Adriana Slijp, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, als erfgename van haar oom Gerrit Schotel, overleden te Dordrecht op 22 dec. 1785, voor 2240 gl. aan Anthonij Kamerling, kleermaker te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde omtrent de Visbrug, staande tegenover brouwerij “de Sleutel” tussen het huis van de chirurgijn Jacobus Heule en dat van Jacob de Gorder.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 48v: op 17 mei 1804 verkopen Abraham Camerling en Johannes Camerling, zoons en ieder voor de helft erfgenamen van hun moeder Maria Swart, weduwe van Anthonij Camerling, wonende te Dordrecht, voor 2110 gl. aan Bastiaan de Visser, zilversmid wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt bij de Visbrug, getekend A:27, staande tussen het huis van de weduwe van Jacobus Heule en dat van de koper. ]
de weduwe van Jan Baalen
[Johannes Balen, gedoopt NG Dordrecht 29 juli 1682, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1709), makelaar ter beurze (1723), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 8 juli 1728 (impost 3 gl.), zoon van Johan Balen en Dingena Schepens, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/17 nov. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, en de bruid met de vrouw van de procureur Johan de Bedts, haar goede kennis) Katarina de Klerk, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1681, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1709), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 12 juli 1759 (impost 6 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 juli 1759 (Catharina de Klerk, weduwe van Johan Balen, op de Groenmarkt, laat kinderen na, met één koets extra), dochter van Anthonie de Clercq, appeltonder te Dordrecht, en Geertruijd Portenius.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 108v: op 15 okt. 1716 verkoopt notaris Jan de Bedts, als daartoe gemachtigd door de Kamer Juditieel te Dordrecht, voor 1240 gl. aan Johan Balen, makelaar te Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug tegenover de brouwerij van “de Sleutel”, staande tussen het huis van Abraham Targier en dat van Hendrick Victor.
ONA Dordrecht inv. 1038, akte 68: op 13 aug. 1759 compareren voor notaris P. van Gelsdorp Johan Baalen, “makelaar ter beurse” en zijn zuster Dijna Baalen, meerderjarig en ongehuwd, beiden wonende te Dordrecht, enige nagelaten kinderen en erfgenamen van Catharina de Clerq, weduwe van Johan Baalen, die op 8 juli 1759 te Dordrecht is overleden. Zij hebben de boedel van hun moeder tot liquiditeit gebracht en verdeeld. Hetgeen de een meerder heeft gekregen dan de ander is gecompenseerd uit de contante gelden, die tot de boedel behoorden. Aan Dijna is goedgedaan, hetgeen haar toekwam wegens de legitieme portie in haar vaders nalatenschap, ter compensatie van de huwelijksgift en “uitzetting”, die haar broer bij zijn huwelijk heeft ontvangen. Aan Dijna Baalen is toebedeeld een huis en erf in de Wijnstraat, van de Visbrug oostwaarts, belend door het huis van Marija Vermaaze aan de ene zijde en dat van de weduwe van metselaar Slijp aan de andere zijde. Dijna Baalen heeft voorts alle “koopmanschappen” overgenomen.]
Maria en Piternella Vermaas
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 246: op 3 sept. 1726 verkopen Sara Dubbeldemuts, weduwe en erfgename van Hendrik Victor, Hendrik Victor mr. tingieter, zoon en mede-erfgenaam van Hendrik Victor en nog dezelfde Hendrik Victor en Joris van den Bergh, mr. kuiper te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van Hendrik Victor, voor 1465 gl. aan Maria en Pieternella Vermaasen, “bejaarde ongehuwde dogters”, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan Baale “makelaar ter beurse” en dat van de kinderen van wijlen Hendrik Hopman.]
Adrijaen Hoffman
[ORA Dordrecht inv. 1679, f. 182: op 19 nov. 1801 verkopen Cornelis Vos en Frans van der Elst, wonende te Dordrecht, als executeurs van de nalatenschap van Maria van Vliet, weduwe van Jacobus Laban, volgens haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris F. Pistorius op 7 mrt. 1795, voor 1385 gl. aan Mels van der Schep, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:23, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe Bosman.]
Geerard Hordijk
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 106 e.v.: op 17 juli 1736 verkopen Abraham Hordijk mr. grutter, Adriaan Hordijk, wonende te Rotterdam, en Samuel Hordijk, wonende te Dordrecht, kleinkinderen en erfgenamen van Johanna Nachenius, weduwe van Abraham van Wingertstraten, voor 1200 gl. aan Richardt Tuijt mr. bakker een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis Jan van der Matten en dat van Lucia Hoffman.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 77 e.v.: op 31 okt. 1752 verklaart Richard Tuijten, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johan Nicolaas Alsdorff, koopman te Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jacobus Laban en dat van Aart van der Kaa.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 107v e.v.: op 5 okt. 1758 verkoopt Hendrica IJeijskoot, weduwe van Richard Tuijten, gewoond hebbende te Dordrecht, voor 905 gl. aan Jacobus Laban, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de koper en dat van Aart van der Kaa.]
Michiel van der Milt
[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 22 nov. 1730: Maggiel van der Milt, op de Groenmarkt, met één koets extra, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 67v e.v.: op 26 sept. 1752 verkoopt Jan van der Matten, schipper en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als enige erfgenaam van Maria van der Milt, zijn vrouw, voor 1000 gl. aan Aart van der Kaa, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan van Breda en dat van Richard Tuijten.]
Jan van Breda [mr. koperslager]
[ORA Dordrecht inv. 1653 (nieuw), f. 45 e.v.: op 27 mei 1732 verklaart Jan van Breda, mr. koperslager te Dordrecht, schuldig te zijn aan Francois van der Lisse Willemsz., koopman, een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Joost van Sevenom en dat van Jan van der Matten.]
Joost van Sevenom
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 94v: op 25 april 1724 verkoopt Judic Balen, wonende te Rotterdam, voor 2000 gl. aan Joost van Sevenom, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Jan van Wageningen en dat van Casper van Breda.
ORA Dordrecht inv. ORA Dordrecht inv. 1657, f. 62v e.v.: op 9 mrt. 1745 verkoopt Joost van Sevenom, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Maeijke Karlebur, weduwe van Jacob Mouthaan, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Johannes van Breda en dat van Adriaan van Vliet. De koopster is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 168v e.v.: op 17 okt. 1746 verklaart Maaijke Karlebur, weduwe van Jacob Mouthaan, burgeres van Dordrecht, dat zij in 1745 ten behoeve van haar toen minderjarige en thans door huwelijk mondig geworden zoon, Albertus Mouthaan, van Joost van Sevenom heeft gekocht een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Johannes van Breda en dat van Adriaan van Vliet, waarna het huis door haar zoon is overgenomen en hij daarin is gaan wonen. Zij verklaart thans, dat zij het huis aan haar zoon schenkt, mits hij alle lasten voor zijn rekening neemt en de schuldbrief van 2000 gl., die zij heeft gepasseerd ten behoeve van Joost van Sevenom, overneemt.]
Jan van Wageningen
Hugo Eelbo burgemeester
Jan van der Beek
[ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. 129 e.v.: op 4 mei 1728 verkoopt Clara Buysten, weduwe van Jacobus Muijs, voor 900 gl. aan Jan van der Beek, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Hugo Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis, dat wordt bewoond door Jacobus de Vos apotheker.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 190: op 23 mei 1737 verkopen Lijsbeth van der Beeck, Willem van der Stek, als man van Lena van der Beeck, Jan Abrahamsz. van der Beeck en Ariaantje van der Beeck, vervangende haar zuster Belia van der Beeck, wonende te Gouda, Jan den Burger en Matthijs Baalen, “representerende sijn mede broederen Diaconen wegens Jannigje Simons”, allen [met uitzondering van Belia van der Beeck] wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Fredrik Outman, boekverkoper te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van burgemeester Hugo Eelbo en dat van de apotheker De Vos.
Genealogie:
I. Joris Jansz. Verbeeck, jongman van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog (1629), metselaar, trouwde NG Dordrecht 8/29 juli 1629 Anneke Clement Pietersdr., van Dordrecht (1629)
Kind:
a. Jan Jorisz. van der Beeck, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629, volgt II
II. Jan Jorisz. van der Beeck, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629, jongman van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog (1651), metselaar, trouwde NG Dordrecht 5/19 febr. 1651 Ariaentje Willemsdr., jonge dochter van Rotterdam, wonende in de Vriesestraat te Dordrecht (1651)
Kinderen:
a. Joris Jansz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1651, volgt IIIa
b. Willem, gedoopt NG Dordrecht 19 juni 1652
c. Anneken, gedoopt NG Dordrecht 23 febr. 1654
d. Abraham Jansz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1655, volgt IIIb
e. Maeijken, gedoopt NG Dordrecht 18 aug. 1656
f. Annetge, gedoopt NG Dordrecht 8 sept. 1666
f. Ariaentje, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1669
IIIa. Joris Jansz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1651, trouwde NG Dordrecht 29 dec. 1680 Lijsbeth Huijbertsdr.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht)
a. Lijsbeth van der Beeck, 8 nov.1681
b. Jan van der Beeck, 18 dec. 1683
c. Ariaentie van der Beeck, 11 mrt. 1686
d. Helena (Lena) Jorisdr. van der Beeck, 23 febr. 1692, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Stoofstraat (1718), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 okt. 1718 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maeijke Smeedijck, weduwe van Willem van der Steck, de bruid met haar vader Joris van der Beeck) Willem Willemsz. van der Steck, jongman van Dordrecht, wonende op de Vest (1718)
IIIb. Abraham Jansz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog (1681), trouwde NG Dordrecht 5 jan. 1681 Belitjen (Beeltje) Jansdr., jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kromme Elleboog (1681)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Willem Abrahamsz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1681, trouwde naar schatting ca. 1695 Caatje Ariensdr. van Kampen
b. Jan Abrahamsz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1685, volgt IV
c. Joris, 16 febr. 1688
d. Belijtjen van der Beeck, 23 dec. 1689
e. Ariaentie van der Beeck, 9 mei 1695
f. Emmeken, 14 dec. 1695
IV. Jan Abrahamsz. van der Beeck, geboren naar schatting ca. 1685, jongman wonende in de Kromme Elleboog (1707), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/12 juni 1707 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder) Sijgje Vervoorn, jonge dochter wonende op de Hil (1707), dochter van Arnoldus Vervooren en Swaentje Jansdr. Kramers
Kinderen (o.a.)
a. Abram, gedoopt NG Dordrecht 2 juni 1715
b. Belia, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1719]
Willem Kloens
de weduwe van Jacob van Sevenom
[ORA Dordrecht inv. 810, f. 1 e.v.: op 8 jan. 1715 verkoopt Dirck van Beaumont, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jacob van Sevenom, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande op de hoek van de Karemelksteiger [= de Karnemelksteiger aan de Groenmarkt tegenover de Vriesesteiger] tussen die steiger en het huis van de weduwe Van Sevenum. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 700 gl.]
Belia van Sevenom
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 80v e.v.: op 4 nov. 1717 verklaart Belia van Sevenum dat haar moeder, IJda van Gewas, weduwe van Reijnier van Sevenum, schuldig is aan Jacomina van Bergen een somma van 700 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Jacob van Zevenum en dat van Lijsbeth de Vos.
ORA Dordrecht inv. 818, f. 17: op 15 mrt. 1735 verklaart Belia van Sevenom, weduwe van Abraham Louwen, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Hugo Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende het huis, waarin zij woont, staande op de Groenmarkt tussen het huis van de weduwe Van Sevenom en dat van Lijsbeth de Vos, alsmede een huis aan het einde van de Visstraat voor het Bagijnhof [d.w.z. in de straat, die tegenwoordig het Bagijnhof heet], staande tussen het huis van de weduwe Castendijk en dat van Anna van Rijen.
ORA Dordrecht inv .1658, f. 54v: op 5 nov. 1748 verkoopt Belia van Sevenom, weduwe van Abraham Lauwen, burgeres te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Goossen Heekman, bidder en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van Jacobus van Sevenom en dat van Johanna Wardenier. De koper neemt te zijnen laste een somma van 800 gl., zijnde een gedeelte van een schuldbrief, die mr. Hugo Eelbo op het voornoemde huis en op een huis aan het einde van de Visstraat voor het Bagijnhof sprekende heeft volgens een schepenenschuldbrief van 15 mrt. 1735.]
de weduwe van Adrijaen de Vos
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 103 e.v.: op 1 mei 1742 verkopen Melt de Vuijk, wonende te Rotterdam. als man van Cornelia de Vos, Gijsbert van Rijsoort, als man van Aletta de Vos, en Pieter de Vos, wonende te Dordrecht, voor 970 gl. aan Pieter Egter, mr. horlogemaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tussen de Beurs en de Visbrug, staande tussen het huis van de koper en dat van juffrouw Louwen.]
Pieter Egter [mr. horlogemaker]
de weduwe van Jan van Rijsoort
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 159v e.v.: kopie van een akte, gepasseerd ten overstaan van notaris B. van Gelsdorp op 24 april 1731, waarin Anthonij en Gijsbert van Rijsoort, zoons en mede-erfgenamen van Elizabeth de Vos, in haar leven weduwe van Jan van Rijsoort, burger van Dordrecht, verklaren, dat bij de scheiding van hun moeders nalatenschap aan de eerste comparant is toebedeeld een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Pieter Egter en dat van Cornelis Hoexewegh.
Idem, f. 160: op 1 mei 1731 verklaart Anthonij van Rijsoort, knaap in de Grafelijksheidsmunt te Dordrecht, schuldig te zijn aan Matthijs van der Vloet, mr. hoedenmaker en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende het voornoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 162 e.v.: op 21 febr. 1737 verklaart Johanna van der Ent, weduwe van Anthonij van Rijsoort, schuldig te zijn aan Gijsbert van Rijsoort, burger van Dordrecht, een somma van 900 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Pieter Egter en dat van de gezusters Raats en Westerhove.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 101v: op 1 mei 1742 verkoopt Anna van der Ent, weduwe van Anthonij van Rijsoort, voor 1650 gl. aan Johannes van Gemert de jonge, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tussen de Beurs en de Visbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Pieter Egter en dat van juffrouw Raats.]
Cornelis Hochsewegh [winkelier]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 82 e.v.: op 7 sept. 1730 verkoopt Johannes Middelkoop, wonende in het Oudemannenhuis, voor 1480 gl. aan Cornelis Hoexewegh, wonende in Dordrecht, een huis op de Groenmarkt dicht bij de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van Anthonie van Rijsoord en dat van de weduwe van Adriaan Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 82 e.v.: op 7 sept. 1730 verklaart Cornelis Hoexewegh, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Seger van Drongelen, burger van Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt nabij de Beurs, staande tussen het huis van Anthonij van Rijsoort en dat van de weduwe van Adriaen Hordijk.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 110: op 26 juli 1736 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Cornelis Hoexewegh, gewezen winkelier te Dordrecht, voor 2025 gl. aan Reiniera Raats, Elisabeth en Susanna Westerhoven, zusters wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Antonij van Rijsoort en dat van Maria van Noorthoorn.]
de weduwe van Adriaen Hordijk
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 28v: op 8 mei 1720 verkopen mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht en rentmeester van de Grafelijkheidsdomeinen, als man van Rosetta Oudeman, kleinkind van Rosetta Beljaart, weduwe van Willem Oudeman, en Jacobus Capsersz. Lokemeijer, mr. huistimmerman, als man van Cornelia de Rou, dochter van Aaltie de Rou, die erfgename was van haar broer Elias Vink, voor 900 gl. aan Adriaan Hordijck, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, in welk huis de eerste comparant een derde part bezit en de tweede comparant twee derde parten, staande tussen het huis van Rudolph Bremkes en het huis van Middelkoop.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 175: op 4 mei 1734 verkoopt Johanna Castendijk, weduwe van Adriaan Hordijk, voor 1000 gl. aan Maria van Noorthoorn en Maria van Opstal, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johan Rudolff Bremkes en het huis van Cornelis Hoexeweg.]
Johan Rudolff Bremken
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 9 mrt. 1698: Johan Roedolph Bremken weduwnaar van Munden wonende omtrent de Beurs geassisteerd met zijn zwager Pieter de Toelemonde en Elisabeth de Toelemonde jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Stadhuis geassisteerd met haar zuster Cornelia de Toelemonde vrouw Jacob de Jongh, getrouwd op 23 mrt. 1698]
de weduwe van Jacobus de Bie
Mathijs Struykmans
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 168: op 16 febr. 1740 verkoopt Jacobus van der Koogh, zaagmolenaar en burger van Dordrecht, als man van Grietie Klijn, voor zichzelf en tevens als voogd over de minderjarige mede-erfgenamen van Matthijs Struijckmans en diens vrouw Maria Immerseel, beiden te Dordrecht overleden, voor 1460 gl. aan Adriaan Meulemans, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van juffrouw Hoffman en dat van Simon Soldaat.]
ds. Johan Maijden predikant
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 163v e.v.: op 27 febr. 1737 verkoopt Andries de Bruijn, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Maiden, arts te Alkmaar, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Twuijver te Alkmaar op 7 febr. 1737, voor 3030 gl. aan Lucia Hoffman, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Marcelis van der Heijden en dat van de weduwe Struijkman.]
Marcelis van der Heijden [mr. zilversmid]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 167 e.v.: op 30 april 1743 verkoopt Marcelis van der Heijden, burger van Dordrecht, voor 1710 gl. aan Gerrit van Moelingen, mr. zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van juffrouw Hoffman.
Grotekerksbuurt Zuidzijde (van Grote Kerk tot aan Stadhuis)
de weduwe Beijs
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 200: op 22 nov. 1731 verkoopt Jacomina van Koijck, weduwe van Arnold Beijs, voor 1000 gl. aan Abraham Smack, mr. steenhouwer te Dordrecht, een huis voor aan de Grote Kerk, zijnde het laatste huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de “fabrijck” Jan Pluijm en ’s herenstraat.]
Jan Pluijm [“fabrijck” (= bouwmeester)]
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 7 febr. 1733: de fabrijck Jan Pluijm, in de Grotekerksbuurt, met één koets extra, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 226v e.v.: op 8 nov. 1740 verkopen Pieter Hooglander, grutter en burger van Dordrecht, als man van Neeltje Pluijm, Bastiaan Hoogvliet, wonende in Strijen, weduwnaar van Johanna Pluijm, en Jan van Rije, mr. chirurgijn, wonende in Heinenoord, als man van Maria Pluijm, voor 1020 gl. aan Gerret Brugman, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Abraham Smak en dat van Jan en Pieter Schaap. De koper is schuldig aan Cornelia de Groot, weduwe van Pieter Keur, een somma van 800 gl.]
Belia van de Reijen
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 114: op 2 mrt. 1728 verkoopt Judik van Daalem, weduwe van Anthonij van Sittert, voor 600 gl. aan Belia Hoepstok, weduwe van Arij van der Reije, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jan Pluijm en dat van de weduwe van Hermanus van Groenendaal.
ORA Dordrecht inv. 817, f. 171v e.v.: op 15 april 1734 verkopen David Horstman, koopman en raffinadeur te Dordrecht, als man van Seija van den Reijen, dochter van Willem van den Reijen, voor zichzelf, en dezelfde Horstman en Pieter van Lochem, wonende te Dordrecht, als testamentaire voogden over Jan van den Reijen, minderjarige zoon van Willem van den Reijen, zijnde voornoemde Seija en Jan van den Reijen enige kindskinderen en erfgenamen van Belia Hoepstock, eerst weduwe van [Arijen Willemsz.] van den Reijen en laatst weduwe van Arien Hendriksz. Struijk, voor 975 gl. aan Pieter Frackin, mr. smid te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt bij de Pelserbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Pluijm en dat van Cornelis van Someren.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 211v e.v.: op 29 okt. 1737 verkoopt Cornelia Sliep, vrouw van Pieter Frackin, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, voor 850 gl. aan Jan en Pieter Schaap, gebroeders, schippers en burgers van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe Van Someren en dat van de weduwe van Jan Pluijm. De kopers zijn schuldig aan Pieter Frackin een bedrag van 400 gl.]
de weduwen Groenendaal en Van Lier
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 58 e.v.: op 22 juli 1732 verkopen Johanna Op de Camp, weduwe van Hermanus Groenendaal, en Geertruij van Rhee, weduwe van Jacobus van Lier, beiden wonende te Dordrecht, voor 985 gl. aan Cornelis van Someren, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat [Grotekerksbuurt], staande tussen de Pelserbrug en het huis van Belia Struijk. De koper is schuldig aan Johanna Op de Camp een somma van 600 gl.

Het geboortehuis van de gebroeders Van Strij in de Grotekerksbuurt bij de Pelserbrug (foto: R. Balm)
Het huis op de hoek van de Pelserbrug werd op 11 mrt. 1753 door schoolmeester Willem Staduels voor 1100 gl., waarvan 1000 gl. met het verlijden van een custingbrief, verkocht aan Leendert van Strij, meester-schilder. Het werd aan de ene zijde belend door het huis van de weduwe van Jan Schaap en aan andere zijde door de Pelserbrug. Leendert van Strij trouwde op 7 mrt. 1750 met Catharina Smak (overleden resp. 1798 en 1792). Zij werden de ouders van de kunstschilders Jacob van Strij (1756-1815) en Abraham van Strij (1753-1826), die het huis erfden na het overlijden van hun vader in 1798.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 57v: op 25 juli 1752 verkoopt Leendert van Strij, mr. schilder te Dordrecht, enige zoon van wijlen Elisabeth Smak, de vrouw van Jacob van Strij, en nog als man van Catharina Smak, dochter van wijlen Abraham Smak, en tevens samen met Pieter Gregoor, als testamentaire voogden over de minderjarige kinderen van Abram Smak, samen erfgenamen van hun grootmoeder Catharina Stamraad, weduwe van Johannes Smak, voor 590 gl. aan Barend Brummers, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jan Soeteman en dat van Willem van der Steck.
ONA Dordrecht inv. 1070, akte 87: huwelijkscontract, op 7 dec. 1786 gepasseerd voor notaris A. Bax tussen Jacob van Strij, jongman van Dordrecht, wonende in de Grotekerksbuurt, geassisteerd met zijn vader Leendert van Strij, enerzijds, en Magdalena Cornelia van Rijndorp, meerderjarige, ouderloze jonge dochter van Nijmegen, eveneens wonende inde Grotekerksbuurt, anderzijds.
Jacob en Abraham van Strij kochten in 1801 voor 1400 gl. van Hendrik Moermans ook nog het belendende pand, staande tussen het huis van Jacob van Strij en dat van Jan Giltaij. Na het overlijden van Jacob in 1815 verkocht Abraham zijn helft in beide huizen aan Jacobs weduwe, Magdalena Cornelis van Rijndorp:
Op 25 juni 1816 compareert voor notaris H. Struijk te Dordrecht Abraham van Strij, schilder wonende op de Voorstraat te Dordrecht, en verklaart, dat hij voor 1040 gl. aan Magdalena Cornelia van Rijndorp, weduwe van Jacob van Strij, heeft verkocht:
1e: de helft in een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Pelserbrug en het huis getekend A:83/79,
2e de helft van een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het voorgaande huis en het huis van de weduwe Spruyt-Van Trigt, getekende A:84/80,
3e de helft in een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het pakhuis van de heer Van Poelien van Nuland en het huis van Leendert Schotel, getekend A:189/190, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koopster.
Het aandeel in de onder 1 en 3 genoemde panden is de verkoper aangekomen bij erfenis uit de nalatenschap van zijn vader Leendert van Strij, en zijn helft in pand nr. 2 heeft hij op 8 sept. 1800 [sic] gekocht van Hendrik Moermans.
(A. Balm en J.W. Boezeman, Het geboortehuis van Jacob en Abraham van Strij, in Oud-Dordrecht 2004 (2), p. 12 e.v.)

Abraham van Strij, door P.C. Wonder

Jacob van Strij, door P.C. Wonder

De tekenles door Abraham van Strij]
Willem Schouten (op de Pelserbrug)
Jacobus van der Straten
de weduwe van Jan Steenwijk
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 186 e.v.: op 12 jan. 1747 verkoopt Catharina Smits, weduwe van Jan Steenwijck, burgeres van Dordrecht, voor 315 gl. aan Jan Pluckhooij, mr. glazenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Helena Bax en dat van Pieter van der Swits.]
Aart Bax
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 82 e.v.: op 4 nov. 1717 verkoopt Anna Maes, weduwe van Sijbert Bacx, voor 500 gl. aan haar zoon Aart Bacx een huis omtrent de Grote Kerk bij de Pelserbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Steenwijck en dat van de erfgenamen van Arij Pleunen Smit.]
de weduwe van Cornelis de Bruijn
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 13 dec. 1731: Teuntie Smits, de weduwe van Cornelis de Bruijn, bij de Pelserbrug in de Grotekerksbuurt, met één koets extra, laat geen kinderen na]
Hendrik Veltman [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 807, f. 21v: op 4 mei 1709 verkoopt Maria van ’t Hof, weduwe van Willem Gilthuijsen, voor 1030 gl. aan Hendrick Veltman, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de heer Van der Meijden en dat van Arien Pleunen. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 500 gl., die de weduwe van Cornelis de Jongh op het huis sprekende heeft.]
Adriaan Plukhoij [mr. huistimmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 31: op 30 mrt. 1730 verkoopt Herbert van der Meijden, predikant te Capelle a/d IJssel, als man van Sara Kilmans, enige dochter en erfgenamen van Hendrik Kilmans, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 600 gl. aan Adriaan Plukhooij, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat in de Grotekerksbuurt tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van mevrouw Van den Biesheuvel en dat van Hendrik Veltman.]
de weduwe van den heer Van den Biesheuvel
Gerrit Mauwrits
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 20: op 28 febr. 1730 verkopen Francois Dura en Jacob ’t Hooft, kooplieden te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, door het Gerecht aldaar aangesteld tot curators over de insolvente boedel van Dirk en Cornelis van der Vlist, gewezen kooplieden te Dordrecht, voor 3080 gl. aan Gerrit Maurits, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Roeloff van den Biesheuvel en dat van Francois Braats.]
Francois Braats
ds. Hendrik van der Meijden predikant
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 110v e.v.: op 26 juli 1736 verkoopt Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als procuratie hebbende van zijn vader, Herbert van der Meij, predikant te Capelle aan de IJssel, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen aldaar op 22 juli 1736, voor 550 gl. aan Matthijs Toele, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe Braats en dat van de weduwe van Isaak Spaan. De koper is schuldig aan Jan Faasse een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 23: op 16 april 1750 verkoopt Neeltje Nobel, weduwe van Matthijs Toele, wonende te Dordrecht, voor 370 gl. aan Wouter Schaap, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de koper en dat van Dirk van der Haart.]
Isak Spaan
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 85v: op 22 juni 1745 verkoopt Isaac Spaan, koopman te Dordrecht, voor 950 gl. aan Wouter Schaap, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Manhuissteiger en het huis van Neeltje Toele.]
ds. Hendrik van der Meijden predikant
Jan Versteeg [voorzanger in de Grote Kerk, schoolmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 123v: op 20 nov. 1721 verkoopt Martinus Koormans, koopman in Den Haag, als man van Magdalena Hutte, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Cornelia van Houten, weduwe van Isaacq Hutte, Abram Hutte en Johannes Otterbos, als man van Sara Hutte, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. Breur te Rotterdam op 25 okt. 1721, tevens als procuratie hebbende van zijn vrouw en zijn zwager, Isaacq Hutte, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. van Velsen in Den Haag op 4 nov. 1721, en als procuratie hebbende van zijn zwager, Teunis Noorthout, als man van Maria Hutte, en van Maria Hutte, volgens procuratie voor notaris W. Baart te Haarlem op 17 nov. 1721, voor 335 gl. aan Jan Florisz. Versteegh, voorzanger in de Grote Kerk, die door zijn vader, Floris Versteegh tot koper is benoemd, een huis in de Grotekerksbuurt, dat is nagelaten door Isaacq Hutte, staande tussen de Manhuisteiger en het huis van ds. Van der Mijde.
“In de 18e eeuw was schoolmeester, een gerespecteerd beroep. Schoolmeester Jan Versteeg had, zoals veel van zijn collega’s, een particuliere school in zijn woonhuis aan de Grote Kerksbuurt, op de hoek van het Manhuissteiger. Hij deed het goed, want hij belegde zijn spaargeld in huizen. Hij had een verhuurd huis in de Hoge Nieuwstraat en bezat een verhuurd huis aan het Kasperspad, dus hij was niet armlastig. En toch ging het ergens mis met deze schoolmeester…. Jan Versteeg (de onderwijzer, die op dievenpad ging) was gedoopt in Dordrecht op 15 mei 1692 als zoon van Floris Joosten Versteeg en Lijsbeth Jans Cramers. Hij ondertrouwde te Dordrecht op 9 april 1713 met Anna Maria Theunisdr. Bercks. [Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 9/23 april 1713 Jan Florisz. Versteeg jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort met mondeling consent van zijn vader en Anna Maria Theunisdr. Berck jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort geassisteerd met haar moeder.
Uit dit huwelijk werden geboren: 1. Floris, gedoopt 8 november 1713 2. Floris, gedoopt 3 februari 1715 3. Pleuntje, gedoopt 3 januari 1717 4. Theunis, gedoopt 5 juni 1718 5. Joost, gedoopt 24 januari 1721 6. Johannes, gedoopt 20 februari 1723 7. Helena, gedoopt 8 juli 1725
In 1738 was er in Dordrecht sprake van een serie inbraken, diefstallen en berovingen waar schoolmeester Jan Versteeg, zijn zonen Joost en Jan (17 en 15 jaar oud) alsmede de huurder van zijn huis aan het Kasperspad, ene Jan Lokerman, van werden verdacht. Ook de vrouw van Lokerman was bij de duistere praktijken betrokken. Zij verkocht de gestolen goederen. Jan Versteeg had een bende gevormd, die op de vlucht sloeg toen justitie hen op het spoor was.
Op 4 januari 1739 opende Justitie de jacht op de bendeleden. Een week later werden Jan Versteeg en zijn twee zonen opgepakt in Amsterdam, waar zij in een logement verbleven. Ze werden op 19 januari opgesloten in deze cellen van het Dordtse Stadhuis. Lokerman was inmiddels elders opgepakt en eveneens in een cel beland.
Jan Versteeg en Jan Lokerman werden ter dood veroordeeld en op 3 februari 1739 op het plein voor het Stadhuis opgehangen. Hun lijken werden naar het Galgenveld in Zwijndrecht gebracht en daar als afschrikwekkend voorbeeld opgehangen. Het Galgenveld was vanaf Dordrecht te zien en lag op de westelijke oever van de Noord. De vrouw van Lokerman was gevlucht en werd niet gepakt. Welke straf de minderjarige zonen van Jan Versteeg hebben gehad is niet bekend, zij werden in ieder geval niet ter dood veroordeeld. Na verkoop van alle roerende en onroerende goederen bleek het bezit van Jan Versteeg ruim f 1.760,00 te bedragen, voor die tijd was dat een aanzienlijk bedrag.” [Dordts geboren, nr. 3, juni 2017, p. 24 e.v.]
ds. Herbert van der Meij
[ORA Dordrecht inv. 817, f. 38v: op 8 mei 1732 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herbert van der Meij, predikant te Capelle a/d IJssel, als echtgenoot van Sara Kilmans, enige dochter en erfgename ab intestato van Geertruijt Boon, in haar leven weduwe van Hendrik Kilmans, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Herbert van der Meij te Rotterdam op 5 mei 1732, voor 900 gl. aan Jan van Koijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Koreblom”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Jan Versteeg en dat van Arnoldus van der Hegge.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 69v e.v.: op 5 okt. 1752 verkopen Johannes Decker, mr. bakker te Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Hester Faassen, en Pieter Olivier, koopman in wijnen te Dordrecht, en Pieter Faassen, vleeshouwer te Dordrecht, als voogden over de minderjarige voorkinderen van Hester Faassen, verwekt door Pieter Helmig, voor 1550 gl. aan Nicolaas Spaan, mr. bakker te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Arij Eijsselbrugge en dat van Gerard van der Steen.]
Arij van Kappel
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 178v: op 12 juli 1731 verkoopt Arij van Cappel, oud-deken van het Kleinschippersgilde en burger van Dordrecht, voor 455 gl. aan Arnoldus van der Heggen, organist te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan Ruijters en dat van ds. Herbert van der Meij.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 181: op 11 mei 1734 verkopen Aarnout van der Hegge, organist te Dordrecht, voor de ene helft, en Adriaan Onderlinde, raffinadeur te Dordrecht, en Cornelis Wiltens, koopman te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieternella Brands, in haar leven echtgenote van Aarnout van der Hegge, voor de andere helft, voor 525 gl. aan Gerret van der Steen, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Pieter Helmig en dat van Jan Ruijter.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 196: op 13 juni 1737 verklaart Gerrit van der Steen, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jochem van Rijen, burger van Dordrecht, een somma van 250 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe Van Gerven en dat van Pieter Helmigh.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 4: op 20 jan. 1757 verkoopt Pieternella Ophal, weduwe van Gerrit van der Steen, wonende te Dordrecht, voor 280 gl. aan Wouter van Heijden, glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Wouter Vink en dat van Nicolaas Spaan.]
Jan Ruijters
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 83: op 2 dec. 1727 verklaart Maria van Beeckhuijse, weduwe van Cornelis van Gerven, schuldig te zijn aan Boudewijn Bornwater, koopman te Dordrecht, een bedrag van 700 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, aan weerszijden belend door de huizen van Arij van Cappel.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 161v: op 12 febr. 1737 verkoopt Frans Boon, schipper en burger van Dordrecht, voor 675 gl. aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt omtrent het Manhuisstraatje, staande tussen het huis van Arnoldus van der Hegge en dat van de weduwe van Hermanus Groenendaal.]
Arij van Cappel
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 14 e.v.: op 4 febr. 1738 verkoopt Aart van Cappel, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Barent Pluchooij, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van notaris Huijbert van Wetten en dat van de weduwe Van Gerve. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.]
Huijbert van Wetten procureur
[Huijbert, zoon van Johan van Wetten en Elisabeth van de Graaff, gedoopt NG Dordrecht 21 april 1689
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 21 juli 1715: Huijbert van Wetten jongman van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt geassisteerd met Johan van Wetten zijn vader en Adriana van Campen jonge dochter van Batavia wonende op de Boom volgens schriftelijk consent van haar vader Martinus van Campen, getrouwd op 4 aug. 1715]
Pieter Ameronge
[1731: verhuurd in vier delen]
de diaconie van de Doopsgezinde gemeente
mr. Damas van Slingeland
Magdalena van Schaak
Justus van Driel [mr. suikerbakker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 125: op 27 nov. 1721 verkopen mr. Dirk Spruijt en mr. Johan de Haas, advocaten voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Hartman de Kuster, notaris te Rotterdam, als man van Maria Elisabeth de Haas, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Ph. de Custer te Rotterdam op 24 nov. 1721, de eerste comparant voor de helft en de tweede comparant en Hartman de Kuster voor de wederhelft erfgenamen van Maria van Cappel, overleden te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Justus van Driel, mr. suikerbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Nicolaas van Batenburgh en dat van Mattheus Heckenhoeck
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 213 e.v.: op 31 okt. 1737 verkoopt Justus van Driel, “confiturier” en burger van Dordrecht, voor 1700 gl., aan Jacob Gelderblom, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt aan de waterzijde, staande tussen het huis van Mattheus Hekkenhoek en dat van juffrouw Van Schaak. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.]
Mattheus van Hekkenhoek
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 49 e.v.: op 3 okt. 1720 verkopen Elias Venlo, secretaris van het Watergerecht, en Huijbert van den Burggraaff, koopman te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Dirck van Nooij, veertigraad van Dordrecht, en laatstgenoemde tevens als procuratie hebbende van zijn vrouw, Jacoba Thooft, voor een vijfde deel erfgename van Dirck van Nooij, voor 6050 gl. aan Mattheus Heckenhoek, burger van Dordrecht, een huis en wijnkelders daaronder, staande en gelegen in de Grotekerksbuurt tussen het huis van juffrouw Van Cappel en het huis van Van Driel.]
Justus van Driel
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 100 e.v.: op 30 sept. 1745 verkoopt Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna van den Broek, weduwe van Willem Gieswiet, voor zichzelf en als mede-erfgename ab intestato van haar zuster Cicilia van den Broek, in haar leven echtgenote van Justus van Driel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jodocus van Lindt te Schoonhoven op 24 sept. 1745, en als procuratie hebbende van Nicolaas Snep en diens vrouw Anna Gieswiet, voor zichzelf en als mede-erfgename van haar tante Cicilia van den Broek, volgens procuratie gepasseerd voor notaris mr. Cornelis de Man Wz. te Delft op 26 sept. 1745, voor 1750 gl. aan Algonda van Driel, weduwe van Willem van der Poll, wonende te Dordrecht, vijf zesde parten in een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Martinus Scheffer en dat van Mattheus Heckenhoek, waarvan de koopster reeds een zesde deel bezit.
Genealogie:
Cornelis Hillebrantsz. van den Broeck, jongman van Bommel, suikerbakker, wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1654), trouwde NG Dordrecht 1/17 febr. 1654 (procl. te Bommel en in de Franse kerk) Anna Quintijn, gedoopt NG Dordrecht sept. 1634, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Schrijversstraat (1654), dochter van Abraham Quintijn en Stijntken Dirx
ORA Dordrecht inv. 797, f. 148 e.v.: op 20 dec. 1692 verkoopt Johan van den Freek, arts te Leiden, als procuratie hebbende van Susanna Rijsburgh, weduwe van Florentius Schuijl, medicinae et botanices professor te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van het ambacht Leiderdorp op 8 dec. 1692, voor 3000 gl. aan Cornelis Hillebrantsz. van den Broeck een huis, genaamd “het Serpent”, staande omtrent het stadhuis in de Grotekerksbuurt tussen het huis van kapitein Dirck van Nooij en dat van Hendrick Jacobsz. Schuijt.
Kinderen (o.a.):
a. Cicilia (Crisia) van den Broeck, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Lombardbrug (1711), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/29 jan. 1711 (de bruidegom volgens schriftelijk consent van zijn moeder, de bruid geassisteerd met haar tante) Justus van Driel, jongman geboortig van Bommel, gewoond hebbende te Tiel en nu wonende te Dordrecht (1711)
b. Christina van den Broeck, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1667, trouwde 1e Dordrecht 31 dec. 1704 Martinus Gieswiet, 2e Zaltbommel 12 febr. 1721 Cornelis van Rie, predikant te Sliedrecht
Kind:
b-1. Anna Gieswiet, gedoopt Zaltbommel 28 sept. 1709, trouwde Delft 19 juli 1727 Nicolaas Snep, kaarsenmaker/koopman te Delft
ONA Delft inv. 2553E, f. 62 e.v.: op 19 febr. 1711 verkoopt Franchoijs Drieborn, inwoner van Delft, voor 1500 gl. aan Nicolaes Snep, kaarsenmaker te Delft, een huis aan de westzijde van de Korenmarkt te Delft, staande op de hoek van de Korte Breestraat.
ONA Delft inv. 2457E, f. 238 e.v.: op 14 okt. 1729 verlenen Nicolaes Snep, koopman, en zijn vrouw Anna Gieswiet, wonende aan de Korenmarkt te Delft, machtiging aan hun schoenmoeder resp. moeder Christina van den Broek, weduwe van Martinus Gieswiet, en thans echtgenote van Cornelis van Rie, predikant te Sliedrecht, om te verkopen alle “vaste goederen ende effecten”, t.w. woningen, landerijen en huizen, gelegen in Bommel in Gelderland, welke Anna Gieswiet aangekomen zijn, zowel bij overlijden van haar vader als anderszins.
c. Johanna van den Broeck, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij het stadhuis (1694) trouwde Gerecht/Waals Dordrecht 12/26 dec. 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer, Martinus Gijswijck, de bruid met haar zuster Secilia van den Broeck, getrouwd in de Franse kerk) Willem Gieswiet (Geisweit, Gijswijck), jongman van Bommel wonende te Gorinchem (1694)]
Justus van Driel [suikerbakker]
[ORA Dordrecht inv. 812, f. 19v e.v.: op 31 mrt. 1718 verkoopt Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van de meerderjarige erfgenamen en van de voogd over de minderjarige erfgenamen van wijlen Gerret van Rensum en diens vrouw Maria Malvoort, beiden overleden te Dordrecht, voor 360 gl. aan Justus van Driel, suikerbakker en burger van Dordrecht een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van wijlen mr. Anthonij Vivien en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 100v: op 30 sept. 1745 verkopen Algonda van Driel, weduwe van Willem van der Poll, wonende te Dordrecht, en dezelfde Algonda van Driel nog voor een derde part voor zichzelf en tevens vervangende haar zuster Jacoba van Driel, echtgenote van Hendrik van Haften, Pieter van Gelsdorp, procureur voor de Camere Juditieel te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Verwijde en Pieter van der Poll, als voogden over de kinderen van Jacoba van Driel, vrouw van Hendrik van Haften, voor een derde deel erfgenamen van Justus van Driel, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris G. Verveer te Dordrecht op 18 dec. 1744, samen eigenaren voor de helft van het na te noemen huis, en Gerardus Verveer, als procuratie hebbende van Johanna van den Broek, weduwe van Willem Gieswiet, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Lindt te Schoonhoven op 24 sept. 1745, en als procuratie hebbende van Nicolaas Snep en diens vrouw Anna Gieswiet, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. de Man Wz. te Delft op 26 sept. 1745, samen erfgenamen ab intestato van hun zuster resp. tante Cicilia van den Broek, in haar leven vrouw van Justus van Driel, en eigenaren van de wederhelft van het hierna te noemen huis, voor 235 gl. aan Martinus Scheffer een huis in de Grotekerksbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts en het huis van de verkopers.]
jonkvrouw Alida Vivien [van 1733 tot haar overlijden in 1735 echtgenote van mr. Paulus Gevaerts]
[mr. Paulus Gevaerts, gedoopt NG Brielle 15 febr. 1697, jongman van Den Briel (1727), weduwnaar van Den Briel (1733), vrijheer van Gansoyen (bij Drongelen in Noord-Brabant), burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 22 juni 1770, zoon van Ocker Johansz. Gevaerts en Maria Arnoudina Briel, trouwde 1e Gerecht/Engelse Kerk Dordrecht 7/24 febr. 1727 Margaretha Alida Stoop, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 nov. 1731 (Margareta Alida Stoop, vrouw van mr. Poulus Gevaerts, lid van de Oudraad, met tien koetsen extra en een wapenbord, laat een kind na, de grote boete), 2e Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./8 febr. 1733 Alida Vivien, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1702, overleden ald. 1735, dochter van Anthonie Vivien en Johanna Pompe van Meerdervoort, 3e Dordrecht 20 dec. 1739 Suzanne Catharina Albinus, 4e Dordrecht 31 okt. 1751 Suzanne Adriana Belaerts.]
Pieter van Zon procureur
[Petrus van Son (van Zon), notaris te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 4 mei 1681 Elisabeth van Wesel, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1648, dochter van Rochus Govertsz. van Wesel en Margareta de Vries
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht)
a. Rochus Johannes, 1 april 1682
b. Cornelia, 5 aug. 1684
c. Margrieta van Son, 20 juli 1686, weduwe wonende te Dordrecht (1717), koopvrouw in hout, trouwde Dordrecht (Engelse kerk) 27 juni 1717 Rochus van Noortwijk, jongman wonende te Dordrecht (1717), koopman
ONA Dordrecht inv. 915, akte 6, dd 11 febr. 1724: verklaring door Stoffel Meijboom houtarbeider op verzoek van zijn werkgeefster Margarita van Son, weduwe van Rocus van Noordwijk, koopvrouw in hout te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 194v e.v.: op 8 juni 1737 verklaart Margarita van Son, weduwe van Rochus van Noortwijck, in zijn leven koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Magdalena Kool, weduwe van Johannes Gront, wonende te Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Grote Riedijkstraat bij de Riedijkse Poort, staande tussen het huis “de Prins”, dat toebehoort aan Lambert Kemp, en het huis van Leendert van Koten.
Kind:
c-1. Cornelia, gedoopt Dordrecht (Engelse kerk) 30 juni 1717
d. Cornelia en Elisabeth, 2 juli 1688
e. Johan, 18 okt. 1690
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 39v: op 16 juli 1687 verkoopt Margarita de Vries, weduwe en erfgename van dijkgraaf Rochus van Wesel, voor 4500 gl. aan Petrus van Son, notaris te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, strekkende voor van de straat tot achter op de haven en staande tussen het huis van Jan van Veen en dat van Anthonij van Tricht mandenmaker.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 84 e.v.: op 15 mrt. 1736 verkopen Petrus van Son, “oud practisijn”en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als door Justus de Caesteker, notaris te Dordrecht, aangesteld tot executeur van het testament, dat Elisabeth van Wezel, in haar leven echtgenote van Petrus van Son, op 13 febr. 1733 heeft gepasseerd voor schout en schepenen van Heerjansdam, en Margarita van Son, weduwe van Rochus van Noortwijck, koopman te Dordrecht, als aangestelde executrice van voornoemd testament, voor 850 gl. aan David Horstman, raffinadeur en koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt bij de Lombardbrug, belend aan de oostzijde door het huis van Justus van Driel en aan de westzijde door dat van mr. Paulus Gevaerts, lid van de Oudraad te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 102 e.v.: op 21 juni 1736 verklaart Cornelis Snoek, inwoner van Dordrecht, dat David Horstman, suikerraffinadeur te Dordrecht, en zijn vrouw Sija van der Reije schuldig zijn aan Gerret Tijsse, koopman te Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis en suikerraffinaderij met alle daartoe behorende gereedschappen, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts, heer van Gansoijen en raad en vroedschap van Dordrecht, en dat van Justus van Driel.]
Justus van Driel
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 109 e.v.: op 31 mei 1742 verkopen Justus van Driel, voor een derde part en tevens als procuratie hebbende van Johanna van den Broek, weduwe van Willem Gieswiet, wonende te Zevenbergen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Joost Basen te Zevenbergen op 14 mrt. 1742, voor een derde part, en Nicolaas Snep, wonende te Delft, als man van Anna Gieswiet, voor een derde part, voor 900 gl. aan Hendrik van Delwijne, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Dirk Schroot en het huis en de raffinaderij van David Horstman.]
Abraham Coopman [mr. schoenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 807, f.: op 18 april 1709 verkoopt Pleun Pietersz. van Dura, visser en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Abraham Koopman, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de heer Gaij en dat van de erfgenamen van Cornelis van den Broek. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 173v: op 31 mrt. 1740 verkoopt Anna van Diegen, weduwe van Abraham Koopman, voor 945 gl. aan Dirk Schroot, stadsbode te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Justus van Driel en dat van Jacobus de Wijs.]
Gregorius Gaij
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 171v e.v.: op 2 april 1737 verkoopt Adriaan van Schaijck, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Jacomijna van der Wulp, echtgenote van Cornelis Vereijck, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Abram Koopman en de Lombardbrug. Cornelis Vereijck en zijn vrouw zijn schuldig aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, een somma van 1000 gl.]
Cornelis Dura (op de Lombardbrug)
Hofstraat
bierdragershuisje
[1731: eigendom van de stad]
collecteurs van de bieraccijns
[1731: huren van de stad]
collecteurs van het gemaal
[1731: huren van de stad]
de weduwe van Barent Buijtenhof
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 176v: op 10 juli 1731 verkoopt Dirk van den Bogaardt, commies ten comptoire van de gemenelandmiddelen te Dordrecht, vervangende Jan Buijtenhoff, mr. smid te Delfshaven, samen voogden over de minderjarige kindskinderen en erfgenamen van Barent Buijtenhoff en Elisabeth Sparrij, binnen Dordrecht overleden, voor 540 gl. aan Marija Pietersdr. Driesprongh, weduwe van Evert Blankert, een huis in de Hofstraat, waar uithangt “de Reijne Caapvaart”, staande tussen het huis van de bieraccijns en het huis van Jan van der Steen.]
Jan van der Steen
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 14v: op 28 mrt. 1713 verkoopt Herman Pelkman voor 400 gl. aan Johannis van den Hatert, predikant te Papendrecht, een huis in de Hofstraat [belenders niet vermeld].]
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 89v e.v.: op 23 mrt. 1724 verkoopt Bartholomeus van Schellebeeck, arts te Dordrecht, als procuratie hebbende van Henrij Gras Walraven, enige erfgenaam van Johannes van den Hatert, emeritus predikant te Papendrecht, voor 300 gl. aan Jan van der Steen, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Barent Buijtenhoff.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 2 e.v.: op 15 jan. 1750 verkoopt Jan Hardeman, mazelaar en burger van Dordrecht, als man van Berbera van der Steen, dochter en voor een derde part erfgename van Jan van der Steen, onlangs overleden te Dordrecht, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Leendert de Deugt, wonende in Stantdaarbuijten, en diens vrouw Geertruij Palamedes, eerder weduwe van Jan van der Steen, voor een derde part erfgename van Jan van der Steen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. van den Broek te Oudenbosch op 16 dec. 1749, samen zich sterk makende voor Korstiaan de Jong, wonende te Middelburg, als man van Maria van der Steen, dochter en voor een derde part erfgename van Jan van der Steen, voor 350 gl. aan Dirk Bloem, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van der Steen en dat van Pieter Ernst.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 69v e.v.: op 28 juli 1772 verkoopt Dirk Blom, kleermakersbaas te Dordrecht, voor 600 gl. aan Jacobus van der Wal, pruikenmaker te Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Jan de Kievit en dat van Neeltje Smak.]
Jan van der Steen
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 103: op 12 juni 1721 verkoopt Jan de Groot, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Jan van der Steen, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van ds. Van de Hatert en dat van Joris Kattenat.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 96 e.v.: op 21 dec. 1752 verkopen Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Leendert de Deugt, schepen te Stantdaarbuijten, en diens vrouw Geertruij Palamedes, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. van den Broek te Oudenbosch op 11 dec. 1752, welke Geertruij Palamedes met haar eerst man, Jan van der Steen, in gemeenschap van goederen is getrouwd en door hem voor een derde of kindsdeel tot erfgenaam is benoemd, Jan Hardeman, als man van Barbara van der Steen, wonende te Dordrecht, en Christiaan de Jongh, wonende te Middelburg, als man van Maria van der Steen, beiden dochters en mede-erfgenamen van Jan van der Steen, voor 500 gl. aan Berbera en Neeltje Smak, meerderjarige ongehuwde zusters, wonende te Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Dirk Blom en dat van de kinderen van Leendert de Visser.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 109v e.v.: op 1 dec. 1772 verkopen Berbera en Neeltje Smak, meerderjarige ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Smak, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Pieter Visser en dat van Jacobus van der Wall.]
Leendert de Visser
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 131: op 11 mei 1728 verkoopt Anna Jansdr. Weijck, weduwe van Joris Cabdenat, voor 300 gl. aan Leendert Visser, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Jan van der Steen en dat van Segert Voorhoff.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 196: op 4 juni 1740 verklaart Leendert Visser, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Petrus van Amerongen, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van ds. Kuijpers en dat van Jan van Dalom, alsmede een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Jan van der Steen en dat van Zeger Voorhoff.]
Zegert Voorhoff
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 143: op 13 mrt. 1731 verkoopt Seger Voorhoff, burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Jan van Almelo, burger van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Leendert Visser en dat van Cornelis van Dalen.]
Jan van Dalum
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 153: op 15 mrt. 1725 verkoopt Jacob Hoekseweg, als enige erfgenaam van Cijgie Ranen, weduwe van Jan Romeijn, volgens testament gepasseerd voor notaris A. Cant te Dordrecht op 15 nov. 1723, voor 500 gl. aan Jan van Dalom, mr. twijnder, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Andries Sterk en het huis van Voorhoff [sic].]
Leendert de Visser
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 196: op 4 juni 1740 verklaart Leendert Visser, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Petrus van Amerongen, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van ds. Kuijpers en dat van Jan van Dalom, alsmede een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Jan van der Steen en dat van Zeger Voorhoff.]
Francois Kuijpers [predikant]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 56 e.v.: op 5 nov. 1748 verkoopt Anna Onderdenwijngaert, echtgenote van Franchois Kuijpers, predikant te Woudrichem, als procuratie hebbende van haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van der Colff te Gorinchem op 1 nov. 1748, voor 900 gl. aan Jan van der Crab, mr. goud- en zilversmid te Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande naast het huis van de erfgenamen van N. Berks.]
Govert Leniers
[ORA Dordrecht inv. 1644A: op 12 nov. 1712 verkopen Abel Cornelisz. en Dirck de Vries, als testamentaire voogden over de nagelaten goederen van hun zuster Cornelia de Vries, voor 525 gl. aan Govert Leniers, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van de weduwe Reijckenburg en dat van Nicolaas van der Werf.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 186v: op 29 juni 1734 verkoopt Anna van Gewas, weduwe van Govert Leijnierse, wonende te Dordrecht, voor aan Catharina van Hattum, weduwe van Cornelis Berks, burgerers van Dordrecht, een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van ds. Franchois Kuijpers en dat van Laurens Schippers [in de Nieuwstraat]]
Hoge Nieuwstraat (noordzijde)
Aletta van der Horst
idem
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 210v e.v.: op 15 okt. 1737 verkoopt Adriaen de Raedt, mr. grutter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn behuwd moeder Anna van der Horst, weduwe van Anthonij den Ram, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Jan Baltens, koopman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee aparte woningen, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van de koper en het slop naast het huis van de heer van Zwijndrecht.]
Sebastiaan van der Graav [postmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 193 e.v.: op 16 okt. 1731 verkopen Gillis Rees, achtraad en koopman te Dordrecht, en Jacob van Dijck, gewezen notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Sebastiaan van de Graaff Francoisz., postmeester te Dordrecht, voor 2020 gl. aan Laurens en Jan Balthus en Anna en Hendrika Balthus, broers en zusters wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de Walevest “of nieuwe uitlegging” en staande tussen het huis van de weduwe De Ram en het huis van Willem van Nispen.]
Willem van der Linde
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 66: op 5 dec. 1720 verkopen Elias Venlo en Samuel de Moraaz, notaris te Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Arij Engelen, tavernier te Dordrecht, voor 450 gl. aan Willem van der Linden mr. metselaar een huis op de Hoge Nieuwstraat, waar uithangt “het Maaspontie”, bewoond door Leendert Slegt mr. kleermaker en staande tussen het huis van postmeester Sebastiaan van de Graaff en het huis van bakker Boender.]
Niklaas Slijp
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 41: op 8 juli 1727 verkoopt Eva van Galen, weduwe van Jan Boenders, voor 330 gl. aan Nicolaas Slijp, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Corstiaan Backus en het huis van de erfgenamen van Willem van der Linden.]
de weduwe van Corstiaan Backus
[ORA Dordrecht inv. 813, f. 127: op 2 dec. 1721 verkopen Steven Kramerheijn, wonende even buiten de Sluispoort, voor zichzelf en tevens vervangende Maaijken en Bartholomeus Cramerheijn, mede wonende aldaar en voor Jacob Cramerheijn, nu in Oost-Indië verblijvende, zijnde Steven en Maaijken voorkinderen en Bartholomeus en Jacob nakinderen van wijlen Bartholomeus Cramerheijn, mr. scheepstimmerman en koopman te Dordrecht, allen voor de ene helft, en Adriana van Hovorst, weduwe van Gijsbert van der Heijden, wonende te Dordrecht, als enige erfgenaam ab intestato van wijlen haar tante, Anna van Hovorst, voor de wederhelft, voor 325 gl. aan Margareta Plucquée, weduwe van Corstiaan Backus, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de vest, staande tussen de pakhuizen van Pieter en Anthonij van Esch.]
de vrouw van Dirk van der Vlist
[1731: pakhuis, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 88 e.v.: op 29 nov. 1752 verkoopt Margareta van Esch, vrouw van Dirk van der Vlist, als procuratie hebbende van haar man, welke procuratie is gepasseerd voor notaris J. Boerman te Vianen op 18 nov. 1752, voor 1600 gl. aan Jan Balthus en Co., kooplieden te Dordrecht, een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de raffinaderij van de kopers en het pakhuis van Jan Backus en Co.]
Hendrik Neering [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 152: op 6 mrt. 1725 verkoopt Pieter Boers mr. metselaar, als procuratie hebbende van Anna van Bommel, weduwe van Arij van Hoogstrate, touwslager te Dordrecht, voor 1850 gl. aan Hendrik Neringh, koopman te Dordrecht, o.a. een huis op de Hoge Nieuwstraat. staande tussen het huis van Arij van Cappel en dat van de erfgenamen van de weduwe van Poulus van Esch.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 122v: op 2 juni 1733 verkoopt Hendrik Neering, koopman te Dordrecht, voor 2100 gl. aan Jan Balthus en compagnon, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de kopers en het pakhuis van Pieter en Anthonij van Esch.]
Arij van Kappel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 72: op 7 febr. 1708 verkopen Anthonetta Bax, weduwe en mede-erfgename van Cornelis van Cappel, Louis van der Elst, als man van Anna van Cappel, Abraham van Cappel, Adriaen van Cappel, samen vervangende Willem van der Hil, als man van Dorothea van Cappel, en Dorothea van Cappel zelf, kinderen en erfgenamen van Cornelis Ariensz. van Cappel, voor 600 gl. aan Arij van Cappel een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Arij van Hoogstraten en dat van wijlen Paulus van Es.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 178v: op 12 juli 1731 verkoopt Arij van Cappel, oud-deken van het Kleinschippersgilde en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Jan Versteegh, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Arij van Hoogstraten en het pakhuis van Johan van Esch.
ORA Dordrecht inv. 1653 (nieuw), f. 93v: op 10 febr. 1733 verkoopt Jan Versteeg, schoolmeester en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jan Balthus en Co., kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Hendrik Neering en dat van Johan van Esch.]
Johannes van Esch
[1731: pakhuis, verhuurd]
Adriaan Braats
[1731: pakhuis, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 73v: op 15 nov. 1718 verkoopt mr. Johan van Sittert, advocaat voor het Hof van Holland, zo voor zichzelf als procuratie hebbende van zijn broer en zwager, volgens akte daarvan gepasseerd voor notaris J. Burghart te Ter Aar op 25 juni 1718, voor 1500 gl. aan Adriaen Braets Jacobsz., koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande pakhuizen op de Hoge Nieuwstraat, van achteren uitkomende op de Walevest en belend door het pakhuis van de weduwe van Pauwels van Esch aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van Roeland de Carpentier aan de andere.]
Gerrit Bommius
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 7v: op 21 jan. 1730 verkoopt Roelandt Nolthenius, als procuratie hebbende van Maria de Carpentier, weduwe van Pieter Nolthenius, en Emmerentie de Carpentier, weduwe van Johan Burghart, alsmede mr. Arent Roelandt de Carpentier, heer van Rijsoord, kinderen en erfgenamen van mr. Roelandt de Capentier en Josina Sonnemaans, resp. hun moeder, oom en tante, voor 550 gl. aan Gerardus Bomius, wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe Braats en dat van [naam niet vermeld].
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 12 e.v.: op 1 febr. 1730 verklaart Gerardus Bomius, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Ariaantje Schut, weduwe van Arij van Surgen, wonende te Dordrecht, een bedrag van 350 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande naast het huis van de weduwe Braats.
ORA Dordrecht inv. 818, f. 24v: op 28 april 1735 verkoopt Gerardus Bomius, burger van Dordrecht, voor 630 gl. aan Willem Nosmeijer, burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Hermanus Slegt en het pakhuis van de heer Braats.]
Jan Slegt
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 126v: op 13 juni 1719 verkoopt Arij van Cappel, inwoner van Dordrecht, voor 250 gl. aan Teunis Meulwijk, huisman wonende op Hoog Blokland, een huis op de Hoge Nieuwstraat met een vrije uitgang op de stadsvest, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van mevrouw Van Rijsoord en de stal van Govert van Wesel.
ORA Dordrecht inv. 817 (oud), f. 22 e.v.: op 3 april 1732 verkoopt Jan Slegt, als man van Ariaantje Spaan, voor 250 gl. aan zijn broer Hermanus Slegt, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het koetshuis van mevrouw Van Wezel en het huis van Gerrit Boommes [Bomius]. De koper is schuldig aan Johan van der Linden, commies van ’s Lands Magazijnen te Dordrecht, een bedrag van 250 gl., verbindende het voornoemde huis.]
Graav, de weduwe van Govert van Weesel
[1731: pakhuis voor 1/3 verhuurd]
mr. Govert van Slingerland, ontvanger-generaal
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 43v e.v.: op 15 juli 1727 verkoopt Hendrik Neeringh, koopman te Dordrecht, voor 200 gl. aan mr. Govert van Slingeland Sijmonsz., heer van de Lindt en lid van de Oudraad van Dordrecht, het voorste deel van een huis, strekkende voor van de straat tot aan de eerste achtergevel, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van de weduwe Stoop en het koetshuis van mevrouw Van Wezel. Laatstgenoemde is eigenares van het achterste deel van het huis.]
Jan Slegt
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 815, f. 199v e.v.: op 1 mrt. 1729 verkoopt mr. Pieter Brandwijk van Blokland Pietersz., achtraad van Dordrecht, als rentmeester van het Weeshuis te Dordrecht, voor 86 gl. aan Jan Slegt de helft van een huis of achterwoning, waarvan de wederhelft toebehoort aan mr. Govert van Slingeland, heer van de Lind etc., staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van mevrouw de weduwe Stoop en het koetshuis van mevrouw Van Wezel.]
Cornelis Stoop
de weduwe van Elias van Attenhove
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 22: op 16 mei 1709 verkopen notaris Elias Venlo en notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als gemachtigden van het Gerecht van Dordrecht, voor 3500 gl. aan Geurt Servaesse en Pieter Borret, kooplieden te Dordrecht, “een extraordinaris groot en seer bequame huijsinge van wedersijts voorsien met schoone kamers en vertrecken”, staande op de Hoge Nieuwstraat, van achteren uitkomende op de Vest, belend door het huis van Matthijs Paradijs aan de ene zijde en dat van Hendrik Eijken. Het huis is eigendom geweest van Jan de Mulder.
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 121: op 6 aug. 1710 verkoopt Pieter Borret, koopman te Dordrecht, voor 1650 gl. de helft van bovengenoemd huis aan Geurt Servaesse, die de andere helft in eigendom heeft.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 13/28 juli 1710: Elias van Attenhove jongman koopman geboren en wonende te Nijmegen geassisteerd met Maria Elias vrouw van Cornelis Berlo zijn zuster en Maria Geurts jonge dochter geboren te Nijmegen wonende te Dordrecht geassisteerd met haar ouders.
Maria Geurts (Geurse), geboren naar schatting ca. 1685, dochter van Geurt Servaessen en Catharina Fornay.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 5 okt. 1725: Elias van Attenhove, op de Hoge Nieuwstraat, met drie koetsen extra, de eerste boete, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 64: op 11 okt. 1796 verkopen Paulus Knogh, Isaak de Kuijser en Louis Elisa van der Horst, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elizabeth Maria van Attenhoven, die gewoond heeft en overleden is te Dordrecht, voor 8300 gl. aan Jacob Vriesendorp, koopman te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Walevest, met een pakhuis op de Walevest, daaraan staande, en een open erf achter het genoemde huis, belend door het venduhuis “de Gouden Molen” aan de ene en het huis van Jenneke Stapelkamp aan de andere.]
Cornelis Bax
[herberg/venduhuis “de Gouden Molen”
ORA Dordrecht inv. 1638, f. 53 e.v.: op 25 mei 1700 verkoopt Jan Cletcher, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeesters van Dordrecht, voor 3900 gl. aan Matthijs Paradijs, burger van de Dordrecht, een herberg, vanouds genaamd “de Goude Molen”, staande in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Jan de Mulder en de stadsstraat. De koper is schuldig aan de verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 46 e.v.: op 22 juli 1727 verkoopt Adriaan van Mander, kapitein luitenant onder het ressort van de Admiraliteit op de Maas, als procuratie hebbende van Henrica van Lottem, weduwe van Matthijs Paradijs, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Cornelis Bax en diens vrouw Adriana Brooshooft, een huis op de Hoge Nieuwstraat, genaamd “de Goude Molen”, staande tussen het huis van juffrouw Geurtse, weduwe van Elias van Attenhoven en ’s herenstraat of gang. De kopers zijn schuldig aan verkoopster een somma van 1000 gl. In margine: de schuld is volledig voldaan op 14 mrt. 1729, schuldbrief derhalve geroyeerd op 15 mrt. 1729.]
mr. Paulus Gevaars
[1731: woonhuis en kelder, verhuurd]
mr. Govert van Slingerland, ontvanger-generaal
[1731: koetshuis]
Jan Ranke
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 64: op 4 juli 1730 verkoopt Simon Germain, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Sebastiaan van de Graaff Francoisz., wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Rank, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de stal van ontvanger-generaal Van Slingelandt, heer van de Lindt, en het pakhuis van de koper.]
de weduwe van Thomas Spis [Spits]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 14v e.v.: op 2 mrt. 1732 verkoopt Geertruijd Hacke, weduwe van Anthonij Spit, wonende te Dordrecht, voor 210 gl. aan Pieternella Timmers, weduwe van Dirck Vinck, wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Zamuel Cente Verreijck en het pakhuis van Jan Ranck.]
Samuel Cente Vereijk
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 172 e.v.: op 1 nov. 1746 verkoopt Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Pieter Spruijt Willemsz., ijzerkoper te Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe Vink en dat van Nicolaas Nieveen.]
Klaas Nieuveen [schuitenvoerder]
[Abraham van Coeverden trouwde 10 juni 1691 Sijgje Cornelisdr. Hupsen.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 50: op 23 juli 1718 verkoopt Abraham van Koeverde, schipper e burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Claas Nieveen, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Meesters en het huis van Bartholomeus van der Hoeve.
21 jan. 1705: de kooplieden Lodewijk en Louwerens Terwe, als gemachtigden van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, verkopen voor 420 gl. een huis in de Hoge Nieuwstraat aan Abraham van Coeverden.
Hij verkoopt het huis voor 400 gl. aan Nicolaes Nieveen schuitenvoerder, die het op 8 mei 1753 weer verkoopt aan Aalbert Wens voor een bedrag van 516 gl.
(Werkgroep Het Nieuwe Werck, o.c. (2005), p. 15-16)
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 131: op 8 mei 1753 verkoopt Claas Nieveen, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, voor 516 gl. aan Aalbert Wens, schipper burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande schuin tegenover “de Gouden Mole” tussen het huis van Pieter Spruijt en dat van Johannes Kollaert.]
de weduwe van Jacob Meesters
idem
[1731: verhuurd]
de weduwe van Hermanus van Leeuwen
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 142v e.v.: op 8 mrt. 1731 verkopen Johannes de Veer en Herman Boonen, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van wijlen Jenetta Matthijsen, laatst weduwe van Herman van Leeuwen en eerder van Hendrik Visser, in hun leven kooplieden te Dordrecht, aan Volbrecht van der Schilt voor 280 gl. een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Roelandt Kuijter en dat van Abraham Smits.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 15v e.v.: op 14 april 1744 verkopen procureur Pieter van Gelsdorp en Ewout Bosveld, eerste klerk in de secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Volbregt van Schilt, burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Jan Hopman, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de loods van Gijsbert de Leng en het huis van Abraham Smith. De koper is schuldig aan Sicke van den Broeck, schipper en burger van Dordrecht, een somma van 200 gl.]
Abraham Smits
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 26: op 28 april 1711 verkoopt Cornelis Dircxsz., bouwman te Zwijndrecht, voor 600 gl. aan Abraham Smits, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Philip Hoogstraten en dat van Arnoldus van Leeuwen.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 49v: op 8 okt. 1748 verkopen Jan en Arij Smits, schippers en burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Hendrik Vermeulen, schipper en burger van Dordrecht, als man van Geertruij Smits, samen kinderen en erfgenamen van Abraham Smits, die is overleden te Dordrecht, voor 300 gl. aan Gerrit van den Bergh, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Hopman en dat van weduwe Neering.]
Hendrik Neering
Govert van Slingerlant
[1731: koetshuis en stal]
Maria van der Meer
[1731: woonhuis en koetshuis
– 26 jan. 1751: Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Margareta van Muijden, weduwe van mr. Govert van Slingeland, ontvanger-generaal van de bede van de Staten Generaal in het Land van Overmaze, wonende te Dordrecht, als moeder en voogdes van haar drie minderjarige kinderen, bij haar verwekt door haar voormelde man en tevens bij akte van het Hof van Holland dd 3 dec. 1750 aangesteld tot voogdes over die kinderen met betrekking tot de goederen, die zij hebben geërfd van hun grootmoeder, Maria van der Meer, die getrouwd geweest is met mr. Govert van Slingeland, raad ordinaris in het Hof van Holland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Luijt van den Pauw te Utrecht op 9 dec. 1750, eigenaars voor de ene helft en nog als procuratie hebbende van mr. Diderik van Slingeland, raad ordinaris in het Hof van van Holland, eigenaar voor de andere helft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Kortebrant te Den Haag op 26 dec. 1750, verkoopt voor 800 gl. contant aan Johan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, een huis met koetshuis of stalling daarachter, staande in de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de Hoge Nieuwstraat af tot aan de Walevest, tegenover het huis van de koper, van voren belend door het huis van Gillis Rees en het koetshuis en stalling van burgemeester Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland. (ORA Dordrecht inv. 823, f. 101v e.v.)]
Albert Hoiwagen
Pieter van den Bergh [schipper]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 64v e.v.: op 23 sept. 1727 verkopen Nicolaas Cool, koopman te Dordrecht, en Johan Muts, wonende te Dordrecht, die samen met Magdalena Cool, weduwe van Jan Grond, procuratie hebben van Mels van de Griend, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Cornelia Beekman, vrouw van Pieter van den Bergh, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe De Wilde en dat van Aalbert Hooijwagen.]
de weduwe van Arij de Wilt
de weduwe van Klaas Pioe
Willem Nosmeijer
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 213: op 3 mei 1729 verkoopt Catarijna van der Linde, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 310 gl. aan Willem Nosmeijer een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Claas Pion en dat van Arij Kool.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 7 mrt. 1721: Willem Nosmeijer jongman van Westphalen wonende op de Hoge Nieuwstraat geassisteerd met Jan van der Schelp zijn goede kennis en Pieternelletie Franken jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat geassisteerd met Jannetje Mattijsse weduwe van Evert Kurper haar tante, getrouwd op 23 mrt. 1721 door ds. Vechovius
28 okt. 1766: Gerardus Kenens, pastoor en Martinus Telder, diacon in de Roomse [Oud-Katholieke] kerk op de Hoge Nieuwstraat, verkopen voor 575 gl. contant aan Johan van der Linden van Slingeland een huis op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Walevest, staande tussen het huis van de koper en het huis van de weduwe van Willem Nosmeijer. (ORA Dordrecht inv. 829, f. 55)]
de weduwe van Arij Cool
Marijke Rip
Mattijs Muts
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 202v e.v.: op 25 juli 1737 verkopen Hendrik Verstappen, Hermanus van der Kloeck en Maarten van der Koog, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Matthijs Muts, mr. kuiper te Dordrecht, voor 555 gl. aan Casper Bremkes, sledenaar te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, aan weerszijden belend door de huizen van Pieter Regel.]
Marijke Rip
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 30: op 9 mei 1741 verkopen Jan Batenburg, mr. kuiper te Dordrecht, en Adriaan van der Blijk, “makelaar ter beurse” te Dordrecht, als testamentaire voogden over de minderjarige erfgenamen van Catharina Regel, ongehuwde persoon, voor 205 gl. aan Maarten Montfoort, burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, dat diezelfde dag is gekocht door Hendrik de Honte, en dat van Caspar Bremkes.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 29v e.v.: op 9 mei 1741 verkopen Jan Batenburg, mr. kuiper te Dordrecht, en Adriaan van der Blijk, “makelaar ter beurse” te Dordrecht, als testamentaire voogden over de minderjarige erfgenamen van Catharina Regel, ongehuwde persoon, voor 250 gl. aan Hendrik de Honte, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de koper en het huis, dat op diezelfde dag is gekocht door Maarten Montfoort, alsmede voor 270 gl. een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de erfgenamen van Catharina Regel en dat van Pieter Vallas.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 81 e.v.: op 20 febr. 1742 verkoopt Hendrik de Honte, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 239 gl. aan mr. Philip van den Brandeler, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Maarten Monfoort.]
Hendrik te Hoonte [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 198v e.v.: op 24 febr. 1729 verkoopt Leendert van der Sluijs, sluismeester op het Elshout, voor 400 gl. aan Hendrik te Hoonte, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adolph van der Linde Jansz. en het pakhuis van Matthijs Muts.]
Joan van der Linden van Slingerlant
[1731: woonhuis en koetshuis erachter, uitkomende op de Walevest
Het huis “den Luijkschen Berm”.
17 juli 1723: Sija Pluijm, weduwe van Hendrick Meussel, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Adriaan Tolenaar, mr. kuiper wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, genaamd “den Luijksen Berm” en staande tussen het huis van Mattijs Dusaar en dat van Hendrik van Esselbrug. De koper en zijn vrouw Marijke Jansdr. van Horen zijn schuldig aan verkoopster een somma van 1000 gl. In margine: op 4 april 1726 verklaart Sija Pluijm, weduwe van Hendrik Meusel, dat zij het kapitaal van deze schuldbrief ontvangen heeft uit handen van secretaris Eelbo, “en sulx uijt handen de consignatie deser Stad uijt de penninge geprocedeert uijt de verkogte goedren van Arij Tollenaar”. (ORA Dordrecht inv. 1650, f. 44v e.v.)
27 dec. 1725: voorwaarden, waarop Pieter van Well, notaris te Dordrecht, volgens besluit van het Gerecht te Dordrecht dd 4 dec. 1725, wil verkopen een huis met een nieuwe houten loods en een “vermakelijk” tuintje daarachter, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat en uitkomende op de Walevest, genaamd “den Luijkschen Berm”, aan de ene zijde belend door de brouwerij “’t Lam” en aan de andere zijde door het huis van de weduwe van Hendrik Esselbrugge meester-smid. De bovenvoorkamer is verhuurd aan Gerardus Bomeus en het achterhuisje van het huis aan Jan Wijnants. Het huis wordt op 27 dec. 1725 gekocht door Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, voor 1060 gl. (ONA Dordrecht inv. 953, akte 67)
10 juli 1743: comp. voor notaris J. Beudt Jan van der Linden van Slingelandt, koopman te Dordrecht, Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als echtgenoot van Catharina van der Linden en Anna Margareta van der Linden, meerderjarig en wonende te Dordrecht, allen kinderen en elk voor een derde part erfgenamen ab intestato van Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, overleden op 10 juli 1728. Comparanten hebben onderling verdeeld de hierna genoemde goederen en effecten, die door hun vader onder andere zijn nagelaten.
Aan Jan van der Linden van Slingelandt zijn toebedeeld: een huis op de Nieuwe Haven, belend ten noorden door het huis van Jan Backus en Compagnie en ten westen door het huis van Arnoldus Heijnen, een huis genaamd “den Berm”, staande aan de noordzijde van de Hoge Nieuwstraat, achter uitkomende met een stal op de Walevest, belend ten westen door het huis van Johanna en Catharina de Sart en ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte, een huis aan de zuidzijde van de Hoge Nieuwstraat, belend ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte en ten westen door het huis van Willem van Nispen, de helft van een huis in de Hoge Nieuwstraat (waarvan de wederhelft toebehoort aan Lambert Kuijter), belend ten oosten en westen door het huis van de weduwe van Pieter Bruijn, hetwelk reeds door Van der Linden van Slingelandt is verkocht en getransporteerd, 5 hond land ofwel een zesde in een stuk land van 5 morgen, liggende gemeen met het land van juffrouw Van Dijk, weduwe Sam, zijnde binnengors en gelegen aan de Waalkant onder Ridderkerk omtrent de gebroken dijk van de Ziedewij van Barendrecht, een kleine prijsobligatie van 400 gl. uit de loterij van twaalf miljoen, gedateerd 1 mrt. 1712, een schepenenschuldbrief van 450 gl. ten laste van Adriaan Breur, smid in Philipsland, verzekerd op zijn huis aldaar en gedateerd 10 jan. 1725, een schepenenschuldbrief van 500 gl. ten laste van Arij Leenderts op Heinenoord, verzekerd op zijn huis en smidswinkel etc. aldaar, gedateerd 13 aug. 1715, een schepenenschuldbrief van 375 gl. ten laste van Antonij Valkenburg, smid op Den Bommel, verzekerd op zijn huis en smidswinkel aldaar, gedateerd 17 mrt. 1724, een obligatie van 125 gl. ten laste van J. Giltaij, smid te Dordrecht, gedateerd 3 mrt. 1728 en een onderhandse obligatie van 200 gl. ten laste van Wouter Jansz. van der Gies, smid in ‘s-Gravendeel, gedateerd 26 juli 1709.
(ONA Dordrecht inv. 898, akte 40)]
de erfgenamen van Mattijs Dusaar
[1731: woonhuis en twee pakhuizen, “zijn bequaam gemaakt tot een brouerij”
Brouwerij “het Lam”, gesticht in 1682 door Jenneken de Want, weduwe van Huijbert du Sair sr. (overleden in 1680), en uitgebreid in 1706 door haar zoon Matthijs de Sair (geboren naar schatting ca. 1674), die na haar overlijden in 1694 brouwer in “het Lam” werd. Matthijs overleed in 1725:
Kinderen van Huijbert du Sair senior en Jenneken de Want:
a. Jeanne du Sair, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 29 mrt. 1665
b. Margrieta du Sair, geboren naar schatting ca. 1666
c. Huijbert du Sair junior, geboren naar schatting ca. 1670 (Zie A. Balm, J. W. Boezeman en Jan Visscher, Huijbert du Sair, een deugniet of pechvogel?, in Oud-Dordrecht 2005 (2), p. 73 e.v.)
d. Matthijs du Sair, geboren naar schatting ca. 1674, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 okt. 1725: Matthijs du Zaar, jongman, op de Hoge Nieuwstraat, met drie koetsen extra, “den overledene was … boekhouder en deken van de eedele schutters van de edele Voetboogh binnen Dordrecht van den Sint Jooris doelen”, eerste boete.
e. Maria du Sair (Dusart, du Saer), gedoopt Waals Geref. Dordrecht 11 jan. 1675, trouwde NG Dordrecht 25 febr. 1703 Adriaen Mels, zoon van Adriaen Mels, brouwer in “den Witten Ancker” in de Voorstraat te Dordrecht, en Helena Jansdr. Deijlmans.
Adriaen Mels, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Dordrecht , wonende bij het Stadhuis (1703), brouwer in “den Ancker”, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 febr. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Martijnus van der Pijpen, de bruid met haar broer Matthijs du Saar en haar neef Geurt Servaesse, die haar voogd is) Maria du Saer, gedoopt Waals Dordrecht 11 jan. 1675, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1703), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 juli 1710 (Maria Dusaar, vrouw van Adriaen Mels, brouwer in “den Ancker”, één koets boven het getal), dochter van Huijbert du Sair sr., brouwer en koopman in granen, en Jenneke de Want, brouwster in “het Lam” in de Hoge Nieuwstraat.
Op 24 mrt. 1721 begint in “den Witten Ancker” de veiling van een collectie theologische, historische, mathematische en astronomische boeken uit de nalatenschap van Adriaan Mels jr.(E. Groenenboom-Draai, Margaretha Mels, “Tweede Parel” van Dordrecht (2), in Oud-Dordrecht 2008, nr. 3, p. 71)
Kinderen (o.a.):
a. Adriaan Mels, gedoopt NG Dordrecht 15 dec. 1707, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 jan. 1777 (Adriaanus Mels op de Hoge Nieuwstraat, met zeven koetsen extra, de grote boete)
b. Huijbert Mels, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1709
c. Matthijs Mels, gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1710
Op 28 mrt. 1726 comp. voor notaris A. van Nievelt te Dordrecht Johanna en Catharina Dusart, wonende te Dordrecht, als erfgenamen van hun broer Matthijs Dusart, die benevens Martinus van der Pijpe [man van Maria Mels] bij “appointemente” van de Kamer Judicieel van Dordrecht is aangesteld tot voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Adriaen Mels en Maria Dusart, en verlenen procuratie aan Johan van Campe, procureur voor de beide Hoven van Justitie in Holland, om voor het Hof van Holland “te defenderen sodanige sake als [zij]lieden in hare gemelte qualiteijt als impetranten [=verkrijgers] genootsaeckt … [zijn] te ondernemen” contra Anna Mels, meerderjarige, ongehuwde dochter, “soo voor haer selve en als eenige en universeele erffgenaeme van hare suster Elisabeth Mels”. (Water wordt een feest, p. 117-119)
De in bovengenoemde akte vermelde personen met de geslachtsnaam Mels waren kinderen van Adriaen Mels en Helena Jansdr. Deijlmans (zie de pagina “Doopsgezinden huwelijken Dordrecht” op deze website). Hun zoon Adriaen Mels jr. werd, als echtgenoot van Maria du Saer, opvolger van zijn zwager Matthijs du Saer in brouwerij “het Lam”, overleden te Dordrecht in 1725.
Na hem werd zijn zoon, Adriaen Mels (1707-177), brouwer in “het Lam”.
Adriaen Mels, overleden op 27 dec. 1776 (begraven op 4 jan. 1777), liet de volgende panden na:
a. de helft van een huis, brouwerij en mouterij, genaamd “het Lam”, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis “den Berm” en de Roomse [Oud-Katholieke] kerk, getaxeerd op 5500 gl.,
b. de helft in de beterschap van een tuin en “huizing” op de Walevest achter genoemde brouwerij, getaxeerd op 500 gl.,
c. de helft in een pakhuisje op de Hoge Nieuwstraat tegenover de brouwerij, staande naast het huis van Teunis Mastenbroek, getaxeerd op 150 gl.,
d. de helft in een pakhuis, genaamd “Lares”, staande op de Hoge Nieuwstraat, tussen het pakhuis van de weduwe Eliklink en het huis van Jan Moret, getaxeerd op 600 gl.
e. de helft in een pakhuis op de Engelenburgerkade.
(Water wordt een feest], p. 119-120)]
Jacobus van der Elst
[ORA Dordrecht inv. 821, f. 23v: op 12 mei 1744 verkoopt Helena van Ratinge, weduwe van Jacobus van der Elst, voor 800 gl. aan Adriaan Mels, koopman, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande naast brouwerij “het Lam”]
de weduwe van Cornelis Tollenaar
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 79v e.v.: op 8 febr. 1742 verkopen Gerard Konijnenberg, wonende in Den Haag, als man van Cornelia Tolenaar, Daniël Kommer, als man van Clara Tolenaar, Hendrik Verbrug, als man van Johanna Tolenaar, en Maria Tolenaar, meerderjarige ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Koenraads, weduwe van Cornelis Tolenaar, in zijn leven mr. kuiper te Dordrecht, voor 245 gl. aan Adriaan Witters, wonende in Den Haag, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, dat op dezelfde dag aan hem is getransporteerd en het huis van de weduwe Van der Elst.]
idem (Catrijna Koenraat)
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 79 e.v.: op 8 febr. 1742 verkopen Gerard Konijnenberg, wonende in Den Haag, als man van Cornelia Tolenaar, Daniël Kommer, als man van Clara Tolenaar, Hendrik Verbrug, als man van Johanna Tolenaar, en Maria Tolenaar, meerderjarige ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Koenraads, weduwe van Cornelis Tolenaar, in zijn leven mr. kuiper te Dordrecht, voor 370 gl. aan Adriaan Witters, wonende in Den Haag, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, dat op dezelfde dag aan de koper is getransporteerd, en het huis van Jan van der Linden.]
de erfgenamen van Willem van de Lint
[Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 22 mrt. 1726: Willem van der Linden, op de Hoge Nieuwstraat, met één koets extra, laat kinderen na]
idem
Het Nieuwe Werck in 1742 (uitsnede van de kaart van I. Tirion)
B = de Blauwpoort, OK = de Oud-Katholieke kerk aan de Hoge Nieuwstraat, RK = de Rooms-Katholieke kerk aan de Kuipershaven, 1 = de Hoge Nieuwstraat, 2 = de Walevest, 3 = de Venloo- of Lamstraat, 4 = de Lange Houten Brug over de Nieuwe Haven (thans de Lange IJzeren Brug), 5 = het Vlak
Hoge Nieuwstraat (zuidzijde)
Pieter Fornaij
[1731: pakhuis]
de kinderen van Matheus van Dijk
de erfgenamen Kuijter en Van der Linde
[1731: ledig
ORA Dordrecht inv. 813, f. 127v: op 2 dec. 1721 verkoopt Adriana van Hovorst, weduwe van Gijsbert van der Hijden, wonende te Dordrecht, als enige erfgename ab intestato van haar tante, Anna van Hovorst, ongehuwde persoon, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Adolff van der Linden, koopman, en Ida Rijkenburg, weduwe van Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, een huis met een loods, die geschikt gemaakt is om te gebruiken als pakhuis, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen de pakhuizen van Anthonij en Pieter de Bruijn, strekkende voor van de straat tot op de Nieuwe Haven.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 202 e.v.: op 15 nov. 1731 verkoopt Jan van der Linde van Slingeland, koopman te Dordrecht, voor 500 gl. aan de erfgenamen van de weduwe van Arent Kuijter de helft van een huis met een loods daarachter op de Hoge Nieuwstraat, strekkende van de straat tot achter op de Nieuwe Haven. Het huis is aan beide zijden belend door de pakhuizen van de erfgenamen van Anthonij en Pieter Bruijn. De wederhelft behoort toe aan de kopers.
10 juli 1743: comp. voor notaris J. Beudt Jan van der Linden van Slingelandt, koopman te Dordrecht, Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als echtgenoot van Catharina van der Linden en Anna Margareta van der Linden, meerderjarig en wonende te Dordrecht, allen kinderen en elk voor een derde part erfgenamen ab intestato van Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, overleden op 10 juli 1728. Comparanten hebben onderling verdeeld de hierna genoemde goederen en effecten, die door hun vader onder andere zijn nagelaten.
Aan Jan van der Linden van Slingelandt zijn toebedeeld: een huis op de Nieuwe Haven, belend ten noorden door het huis van Jan Backus en Compagnie en ten westen door het huis van Arnoldus Heijnen, een huis genaamd “den Berm”, staande aan de noordzijde van de Hoge Nieuwstraat, achter uitkomende met een stal op de Walevest, belend ten westen door het huis van Johanna en Catharina de Sart en ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte, een huis aan de zuidzijde van de Hoge Nieuwstraat, belend ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte en ten westen door het huis van Willem van Nispen, de helft van een huis in de Hoge Nieuwstraat (waarvan de wederhelft toebehoort aan Lambert Kuijter), belend ten oosten en westen door het huis van de weduwe van Pieter Bruijn, hetwelk reeds door Van der Linden van Slingelandt is verkocht en getransporteerd, 5 hond land ofwel een zesde in een stuk land van 5 morgen, liggende gemeen met het land van juffrouw Van Dijk, weduwe Sam, zijnde binnengors en gelegen aan de Waalkant onder Ridderkerk omtrent de gebroken dijk van de Ziedewij van Barendrecht, een kleine prijsobligatie van 400 gl. uit de loterij van twaalf miljoen, gedateerd 1 mrt. 1712, een schepenenschuldbrief van 450 gl. ten laste van Adriaan Breur, smid in Philipsland, verzekerd op zijn huis aldaar en gedateerd 10 jan. 1725, een schepenenschuldbrief van 500 gl. ten laste van Arij Leenderts op Heinenoord, verzekerd op zijn huis en smidswinkel etc. aldaar, gedateerd 13 aug. 1715, een schepenenschuldbrief van 375 gl. ten laste van Antonij Valkenburg, smid op Den Bommel, verzekerd op zijn huis en smidswinkel ald, gedateerd 17 mrt. 1724, een obligatie van 125 gl. ten laste van J. Giltaij, smid te Dordrecht, gedateerd 3 mrt. 1728 en een onderhandse obligati. e van 200 gl. ten laste van Wouter Jansz. van der Gies, smid in ‘s-Gravendeel, gedateerd 26 juli 1709. (ONA Dordrecht inv. 898, akte 40)]
de erfgenamen van Anthonij en Pieter Bruijn
[1731: twee huisjes, verhuurd]
Pieter Regel
idem
idem
Hendrik te Hoonte [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 45v e.v.: op 21 juli 1757 verkoopt Aletta Buvink, meerderjarige ongehuwde persoon, als procuratie hebbende van Hendrik te Hoonte, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 3200 gl. aan Christiaan Kirelijs, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis met smidswinkel en alle daartoe behorende gereedschappen, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Jan van der Linden van Slingeland en dat van Jan Smits, alsmede een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van verkoper en dat van Hendrik Adams.]
Johan van der Linde van Slingelant
[10 juli 1743: comp. voor notaris J. Beudt Jan van der Linden van Slingelandt, koopman te Dordrecht, Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als echtgenoot van Catharina van der Linden en Anna Margareta van der Linden, meerderjarig en wonende te Dordrecht, allen kinderen en elk voor een derde part erfgenamen ab intestato van Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, overleden op 10 juli 1728. Comparanten hebben onderling verdeeld de hierna genoemde goederen en effecten, die door hun vader onder andere zijn nagelaten.
Aan Jan van der Linden van Slingelandt zijn toebedeeld: een huis op de Nieuwe Haven, belend ten noorden door het huis van Jan Backus en Compagnie en ten westen door het huis van Arnoldus Heijnen, een huis genaamd “den Berm”, staande aan de noordzijde van de Hoge Nieuwstraat, achter uitkomende met een stal op de Walevest, belend ten westen door het huis van Johanna en Catharina de Sart en ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte, een huis aan de zuidzijde van de Hoge Nieuwstraat, belend ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte en ten westen door het huis van Willem van Nispen, de helft van een huis in de Hoge Nieuwstraat (waarvan de wederhelft toebehoort aan Lambert Kuijter), belend ten oosten en westen door het huis van de weduwe van Pieter Bruijn, hetwelk reeds door Van der Linden van Slingelandt is verkocht en getransporteerd, 5 hond land ofwel een zesde in een stuk land van 5 morgen, liggende gemeen met het land van juffrouw Van Dijk, weduwe Sam, zijnde binnengors en gelegen aan de Waalkant onder Ridderkerk omtrent de gebroken dijk van de Ziedewij van Barendrecht, een kleine prijsobligatie van 400 gl. uit de loterij van twaalf miljoen, gedateerd 1 mrt. 1712, een schepenenschuldbrief van 450 gl. ten laste van Adriaan Breur, smid in Philipsland, verzekerd op zijn huis aldaar en gedateerd 10 jan. 1725, een schepenenschuldbrief van 500 gl. ten laste van Arij Leenderts op Heinenoord, verzekerd op zijn huis en smidswinkel etc. aldaar, gedateerd 13 aug. 1715, een schepenenschuldbrief van 375 gl. ten laste van Antonij Valkenburg, smid op Den Bommel, verzekerd op zijn huis en smidswinkel ald, gedateerd 17 mrt. 1724, een obligatie van 125 gl. ten laste van J. Giltaij, smid te Dordrecht, gedateerd 3 mrt. 1728 en een onderhandse obligatie van 200 gl. ten laste van Wouter Jansz. van der Gies, smid in ‘s-Gravendeel, gedateerd 26 juli 1709. (ONA Dordrecht inv. 898, akte 40)
Jan van der Linde en Willem van Nispen
Rijnier Distelhuijse
Johannes Damisse
Lamstraat (Venloostraat): Pieter Fornaij [1731: pakhuis]
Aarnold Heijne
mr. Johan Neurenburgh
[1731: werkhuis en stal]
de weduwe van Pieter Lares
[9 juni 1731: koopvoorwaarden van een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het werkhuis van Johan van Neurenberg en het huis, dat bewoond wordt door de heer Baltus. Verkopers zijn: Pieter Lares [jr.], Abram van Riemsdijk, als man van Anna Lares, Margrita Lares, Jan van der Haer, als man van Ida Lares, Antonia Lares, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Gillis Larens, die in het buitenland verblijft, allen kinderen en erfgenamen van Margaretha van Greuningen, weduwe van Perpeet Lares, overleden in juni 1731. Koper was Pieter Lares jr. voor een bedrag van 1200 gl. (ONA Dordrecht inv. 1016, akte 34)
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 149, akte van scheiding dd 15 jan. 1737 tussen Pieter Lares [jr.], Gerrit Lares, Jan den Haert, als man van Ida Lares, Jan Moll, als man van Margareta Lares, en Anthonia Lares, allen wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Lares, weduwe van Abraham van Riemsdijk, en Gillis Lares, die in het buitenland verblijft, allen kinderen van wijlen Margareta van Greuningen, weduwe van Perpeet Lares. Aan Pieter Lares wordt toebedeeld een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het werkhuis van mr. Johan van Neurenburgh, lid van de Oudraad van Dordrecht, en het huis, dat wordt bewoond door Jacobus van Meurs, alsmede een lakenraam, dat staat op stadsgrond.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 149v: op 17 jan. 1737 verklaart Pieter Lares, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia van der Lis, weduwe van Matthijs Hopman, burgeres van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende het in bovenstaande akte genoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 52v: op 3 juli 1738 verkoopt Anthonia Lares, meerderjarige ongehuwde persoon, als universele erfgename van haar broer, Pieter Lares [jr.], overleden te Dordrecht, voor 640 gl. aan Adriaan van Loon een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het werkhuis van mr. Johan van Neurenbergh, lid van de Oudraad te Dordrecht, en het huis van Reijnier de Monchij.
18 nov. 1788: Jacob Vriesendorp, reder en houthandelaar, zoon van Hendrik Vriesendorp, koopt het huis uit de nalatenschap van Adriaan van Loon. (Huys ‘den Rooden Molensteen’, p. 21)
Rijnier de Monchij
[21 mrt. 1719: verklaring van Theodora Sonnemans, weduwe van Sijmon Rottermond. Aagenzien zij aan haar dochter, Adriana Rottermond, bij haar verwekt door Sijmon Rottermond, in zijn leven raad en vroedschap van Dordrecht, “tot nog toe niets ter werelt hebbe gegeven in voldoening ofte in minderingh van hetgeene haar in de naarlatenschap van haar overleden vader is competerend ende deselve mijne dogter nu al eenige tijt is getrout geweest met Reijnier de Monchij, den welke mij ook om de voldoening van zijn gemelde huysvrouwe [vaders] … goederen heeft aangesprooken, soo verklare ik … aen den gemelden Reijnier de Monchij [te geven] … een huys en erve mitsgaders drie kamer behangsels in’t voorhuijs hangende staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat tegenwoordig bewoont werdende bij de kinderen van Hendrik Baltes met nogh een huysje daer annex bewoont werden[de] bij Jan van Dalem voor een somme” van 28 gl. jaarlijks. (Huys ‘den Rooden Molensteen’, p. 23)
5 mei 1739: Hendrik Vriesendorp en Isaac Morje kopen voor 1520 gl. van Wilhelmina Geertruij de Monchij een huis op de Hoge Nieuwstraat, voorzien van “diverse behange kamers en vertrekken”, staande tussen het huis van Adriaan van Loon en dat van pastoor Kenens. (Huys ‘den Rooden Molensteen’, p. 20)
23 juli 1761: Hendrik Vriesendorp koopt de onverdeelde helft van het huis van Isaac Morje, waarmee hij het dubbel woonhuis in zijn geheel in eigendom verkreeg. (id. p. 21)
20 jan. 1788: Jacob Vriesendorp erft het huis van zijn op die dag overleden vader, Hendrik Vriesendorp, en maakt plannen om zowel het door hem aan te kopen, belendende pakhuis (zie hierboven) als het dubbele woonhuis te laten slopen “om op die plek een representatief woonhuis te laten bouwen. … De bouw is gestart in de zomer van 1790 en het huis was gereed in oktober 1796. … De totale bouwsom kwam uit op f 39.000.” Dat was voor die tijd een fors bedrag: andere grote panden in de omgeving (het huis van Johan van Neuerenberg, nu Museum van Gijn, en Nieuwe Haven 44) deden in die tijd niet meer dan resp. 20.000 gl. en 7500 gl. De prijs van”een “gemiddeld”huis op het Nieuwe Werck in de jaren 1790 is door de Werkgroep Het Nieuwe Werck berekend op ca. 2000 gl. (id., p. 21-22). Het schilderwerk werd uitgevoerd door de bekende schildersfamilie Van Strij. Daartoe behoren ook vijf kamerbehangsels door Abraham van Strij, die zich thans in het Gemeentemuseum Den Haag bevinden. Op één van de behangsels heeft Van Strij Vriesendorps fluitschip “Dordrecht” afgebeeld. (id., p. 22)]
Adriaan Wittert
Adriaan Wittert
Adriaan Wittert
[1731: bewoond door de pastoor van de Roomse (= Oud-Katholieke) kerk]
Adriaan Wittert
Johan Gevers
Houttuinen [van de Lange Gelderse Kade tot de Vleeshouwersstraat]
Gijsbert de Leng [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 808, f. 87: op 29 nov. 1711 verkoopt Hendrik de Wakker, koopman te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover Kraan Rodermond, staande tussen ’s herenstraat en het huis van Jacob Willem van de Sterre.
Gijsbert de Lengh, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1678, stichter van de Lenghenhof te Dordrecht, overleden Dordrecht 7 dec. 1755, begraven 11 dec. 1755, zoon van Matthijs de Lengh en Elisabeth Gijsbertsdr. Boom.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 26 okt. 1731: Lijsbeth Boom, weduwe van Matthijs de Lengh, bij de Molenstenen, met drie koetsen extra, eerste boet, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 29 e.v.: op 16 juni 1744 verkoopt Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Gerard de Bevere, veertigraad te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwe Haven en het Maartensgat tegenover Kraan Rodermond, staande tussen het huis van Jan van der Linde en ’s herenstraat, van achteren uitkomende tegen het huis van Johan de Veer.]
Johannes van der Linde [secretaris van de reetrekkers]
[1731: woonhuis en kelder, het huis door hem zelf bewoond, de kelder is verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 30v e.v.: op 2 juli 1744 verkoopt Jacob van der Linde, mr. schilder en burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Jan van der Linde, in zijn leven secretaris van de reetrekkers te Dordrecht, voor 3107 gl. en 6 st., inclusief de rantsoenspenningen, aan Jan van der Linde Govertsz., secretaris van de reetrekkers te Dordrecht, 15 zestiende parten in een huis achter de Grote Kerk tegenover kraan Rodermond en de molenstenen, staande tussen het huis van Gerard de Bevere en ’s Lands Magazijnen. De koper is eigenaar van het resterende zestiende deel.]
De Houttuinen (s) en omgeving in 1742: 7 = Kraan Rodermond, L = ’s Landsmagazijn, K = de Kerkstraat, V= de Vleeshouwersstraat
’s Lands Magazijn nr. C
[1731: pakhuis, eigenaar: de Republiek]
Cornelia Wens
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 17v e.v.: op 21 april 1744 verkoopt Alida Wens, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 2250 gl. aan mr. Paulus Gevaarts, lid van de Oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, als “commis stapelier” van de Generaliteit, een huis achter de Grote Kerk, uitkomende op de haven tegenover kraan Rodermond, aan weerszijden belend door ’s Landsmagazijnen.]
’s Lands Magazijn nr. B
[1731: pakhuis, eigenaar: de Republiek]
’s Lands Magazijn nr. A
[1731: pakhuis, eigenaar: de Republiek]
’s Landsmagazijn (okt. 2014)
Steven van Gelre [van Gelder, wijnkoopman]
[ORA Dordrecht inv. 816, f. 131v e.v.: op 3 febr. 1731 verkoopt Pieter van Gelder, pondgaarder te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn meerderjarige, ongehuwde zuster Elisabeth van Gelder, beiden kinderen en enige erfgenamen van wijlen Steven van Gelder, koopman in wijnen te Dordrecht, voor 2340 gl. aan mr. Matthijs Beelaerts, als “commis stapelier, en sulx ten behoeve vande Generaliteijt”, een huis met wijnkelder, loods en pakhuis, staande op de hoek van de Kerkstraat omtrent kraan Roodermont tussen ’s Lands Magazijn en de Kerkstraat.]
[Kerkstraat]
Adriaan ’t Hooft
[1731: woonhuis en 3 zolders, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 174: op 1 okt. 1722 verkoopt “Samuel de Moraaz geswore Clercq ter Secretarie dezer Stadt en mede notaris alhier, als speciale Last en procuratie hebbende van Juffrouw Catharina Backus wed.e en Boedelhouster van wijlen d’hr. Pieter Cloens, woonende alhier voor een derde part, Item van Juffrouw Margaretha Plukké wed.e en Boedelhoudster van wijlen de Heer Corstiaan Backus, woonagtig alhier mede voor een derde part als mede van de Heer Mattheus Rees, Coopman alhier voor een agtste in een derde parte, ende hem boven dien sterkmakende voor de Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part Gelijk ook vande Heer Gillis Rees Coopman alhier voor een agtste in en derde part, en hem bovendien sterkmakende voorde Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part, Item van deselve Heer Mattheus en Gillis Rees mitsgaders haar sterkmakende voor de Her Willem Res met hen drien in qual.t als voorgden over haare minderjarige broeder de Heer Pieter Rees, ende ten dien reguarde approbatie hebbende vande Ed. Groot Agtb. Heere die van de Camere Judicieel deser Stadt volgens Appoinctemente van dato den 24e September 1722 mede voor een agtste in een derde part, mitsgaders van de Heer Cornelis Terwe, Coopman alhier als in houwelijk hebbende Juffr. Johanna Rees voor een agtste in een derde part, alsmede vande Heer Herman Vingerhoedt Coopman alhier in houwelijk hebbende Juffrouw Petronella Rees voor een agtste in een derde part. Gelijk ook van de Heer Adrianus Verster bedienaar des Goddelijke woords binnen deze Stadt, als in houwelijk hebbende Juffrouw Cornelia Rees voor een agtste in een derde part En Laastelijk van Juffrouw Elisabeth Rees meerderjaarige ongehuuwde Juffrouw woonagtig alhier mede voor een agste in een dere part; alle gezaamentlijk in qualiteijt als erfgenaamen van Juffr. Johanna van Oost wed.e wijlen de Heer Jan Backus Coopman” te Dordrecht, voor 3320 gl. aan Adriaan ’t Hooft Cornelisz., tegenwoordig wonende te Dordrecht, die door Arnoldus ’t Hooft tot koper is benoemd, een huis met een pakhuis ernaast en verscheidene zolders erboven, alsmede een eigen kade ervoor, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Adriaan van der Pot, koopman te Dordrecht,
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 127v e.v.: op 23 juli 1739 verkoopt Adriaan ’t Hooft, wonende te Dordrecht, voor 3800 gl. aan Johan Hartcop, koopman wonende te Rotterdam, een huis met een pakhuis daarnaast, bestaande uit een wijnkelder en korenzolders en eigen kade daarvoor liggende, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het pakhuis van de weduwe van Adriaan van der Pot.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 216 e.v.: op 20 april 1747 verkoopt Johan Frederik Hoffman, koopman te Rotterdam, als executeur-testamentair van Jan Hartcop, koopman te Rotterdam, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn behuwd moeder Anna Geertruijd Smits, weduwe van Jan Hartcop, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Obreen te Rotterdam op 24 okt. 1746, voor 3100 gl. aan Leendert de Bruijn, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier zolders, alsmede een eigen kade ervoor, waar enige jaren terug een nieuw pakhuis is gebouwd, het grote huis en pakhuis staande in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van de weduwe van Adriaan van der Pott en het nieuw gebouwde pakhuis daar recht tegenover. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 55 e.v.: op 9 sept. 1760 verkoopt Leendert de Bruijn, koopman te Dordrecht, voor 2460 gl. aan Nicolaas Nierhoff, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier korenzolders, met een eigen kade ervoor, waarop een pakhuis is gebouwd, het grote huis en pakhuis staande in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van de erfgenamen van Clara van Wezel, weduwe Van der Pott, en de kade met het pakhuis erop daar recht tegenover tegen de kade.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 197 e.v.: op 18 juni 1765 verkoopt Nicolaas Nierhoff, koopman te Dordrecht, voor 2521 gl. 10 st. aan Dionisius van Eijsden, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier korenzolders, met een vrije kade ervoor, met een pakhuis daarop, staande het grote huis en pakhuis in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Cornelis Rees en de kade met het daarop gebouwde pakhuis daar recht tegenover tegen de haven.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 38v: op 18 juli 1766 verkoopt Dionisius van Eijsden, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jan van der Linden Govertsz., wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier korenzolders, met een vrije kade ervoor, met een pakhuis daarop, staande het grote huis en pakhuis in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Cornelis Rees en de kade met het daarop gebouwde pakhuis daar recht tegenover tegen de haven.]
Clara Margarieta van Wesel, weduwe van Adriaen van der Pot
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 6 juni 1721: Adriaen van der Pot jongman van ‘s-Gravenhage wonende te Dordrecht en Clara Margareta van Wesel jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht geassisteerd met Clara van de Graeff weduwe van Govert van Wezel raad en vroedschap van Dordrecht, op 22 juni 1721 attestatie gegeven om elders te mogen trouwen.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 116: op 1 sept. 1761 verkoopt Jacobus van der Pott, raad en vroedschap van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Govert van der Poot, die in Den Haag woont, voor 2000 gl. aan Cornelis Rees, oud-mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, wonende te Dordrecht, een huis aan het plein bij de Grote Kerk, staande tussen de Grote Kerkstraat en het huis van de koper, met een kleiner huis erachter uitkomende in de Houttuinen, staande tussen de houttuin van de koper en het huis van Nicolaas Nierhoff, met een kade ervoor.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 39 e.v.: op 9 mei 1769 verkoopt Cornelis Rees, veertigraad van Dordrecht, voor 6900 gl. aan de gebroeders Hendrik en Gerardus Emaus, kooplieden en burgers van Dordrecht, een huis aan het plein bij de Grote Kerk om de hoek van de Grote Kerkstraat, met nog een kleiner huis erachter, uitkomende in de Houttuinen, en een kade ervoor, alsmede een loods, houttuin en kade ernaast, staande en gelegen tussen het huis van Pieter Vernimmen en het huis en de loods van Jan van der Linden, en nog een huis, staande aan het plein bij de Grote Kerk, belend door de loods van voornoemde houttuin aan de ene zijde en het huis van de verkoper aan de andere.]
Mattheus Rees
[1731: huis met loods
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 80 e.v.: op 7 febr. 1764 verkopen Pieter van Well, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de boedel van Rochus Rees, voor 4070 gl. aan Pieter Vernimmen, koopman te Dordrecht, een huis met houttuinen, loodsen en kade, genaamd “den Noordsen Boer”, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de loods van Adriaan de Leeuw en de houtloods van Cornelis Rees.]
Mattheus Rees
[1731: loods]
Arnoldus ’t Hooft [koopman]
[1731: woonhuis en loods
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 26: op 28 april 1711 verkoopt Johannes van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Arnoldus ’t Hooft, koopman te Dordrecht, een huis, houttuin en kade, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Schuitenmakersstraat en een ander huis van de koper, strekkende van achteren van het huis van de weduwe Taaij tot aan de haven.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 192v e.v., akte dd 4 juni 1737: Arnoldus ’t Hooft, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw, Deliana van Dijck, zijn schuldig aan mr. Govert van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, een somma van 3000 gl., verbindende 1e een huis met houttuin en kade ervoor, strekkende tot aan de haven en staande omtrent de Schuitenmakersstraat tussen het volgende huis en het huis van Mattheus Rees, 2e een huis met houttuin en kade, strekkende tot aan de haven, staande omtrent de Schuitenmakersstraat tussen het voornoemde huis en de Schuitenmakersstraat, 3e een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het volgende huis en dat van Johannes Timmers, 4e een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het voorgaande huis en dat van Belia Hoepstok, en 5e een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het vorige huis en dat van Johannes van Ham.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 210 e.v.: op 18 dec. 1759 verkopen Anthonij Bax en Jan van der Star, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van Arnoldus ’t Hooft, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1140 gl. aan Adriaan de Leeuw, koopman te Dordrecht, een huis met houttuinen, loodsen en kade daarvoor, staande en gelegen in de Houttuinen omtrent de Schuitenmakersstraat, genaamd “den Swarten Arent”, met een huisje daaraan, dat geschikt is gemaakt als kookkeuken, uitkomende in de Schuitenmakersstraat, belend door het huis en houttuin van Rochus Rees aan de ene zijde en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Abraham van der Koogh.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 310v: op 23 dec. 1802 verkoopt Gerrit de Heer Jzn., koopman te Dordrecht, voor 600 gl. aan Cornelis Theodorus Hoevenaar en Jesse de Heer, kooplieden wonende te Dordrecht, een open erf in de Houttuinen, strekkende tot aan de haven en gelegen tussen het erf van Jan de Heere en dat van de steenhouwer Van der Koogh.]
idem
[1731: woonhuis en stalletje, het huis is verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 26: op 28 april 1711 verkoopt Johannes van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Arnoldus ’t Hooft, koopman te Dordrecht, een huis, houttuin en kade, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van de koper, strekkende aan de achterzijde van het huis van de weduwe Taaij tot aan de haven.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 210v.: op 18 dec. 1759 verkopen Anthonij Bax en Jan van der Star, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van Arnoldus ’t Hooft, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 770 gl. aan Abraham van der Koogh, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis met een houttuin en kade in de Houttuinen, staande en gelegen tussen de Schuitenmakersstraat en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Adriaan de Leeuw.]
[Schuitenmakersstraat]
Antoni de Vos
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 10 e.v.: op 28 jan. 1738 verkoopt notaris Pieter Venlo, als door het Gerecht van Dordrecht geautoriseerd tor het verkopen van de effecten, van welke de eigenaars in gebreke blijven de verponding en andere lasten te voldoen, voor 760 gl. aan Jacob van der Werff, koopman te Dordrecht, een huis in de Houttuinen, laatst eigendom geweest van Anthoni de Vos Jacobsz., staande tussen de loods van de heren Rees en het huis van de erfgenamen van Pieter van der Werff.]
Pieter van der Werv [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de With, koopman te Dordrecht, een huis met een houttuin in de Houttuinen, met de kade voor tot aan de deur, staande tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig an de verkoper een somma van 1500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 224v e.v.: op 2 april 1726 verkoopt Jacob de Witt, concierge van de St. Jorisdoelen te Dordrecht, voor 3100 gl. aan Pieter van der Werff, koopman te Dordrecht, een huis met de ernaast staande loodsen, een vrije kade “tot legginge der houtwaren”, alsmede een wijnkelder achter het genoemde huis, staande en liggende in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos.]
Daniël de Heer [koopman]
[1731: woonhuis en houttuin
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 50 e.v.: op 2 juni 1701 verkoopt Rochus Rees, als procuratie hebbende van Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Johannes de Heer, burger van Dordrecht, een huis in de Houttuinen, staande tussen het huis van Mattheus Rees en dat van Govert van Wesel. De koper is schuldig aan Rochus Rees een somma van 1800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 268: op 8 nov. 1729 verkoopt Johannes de Heer de jonge, als procuratie hebbende van zijn vader Johannes de Heer, voor 3000 gl. aan zijn broer Daniël de Heer, koopman te Dordrecht, een huis, pakhuis, loods, houttuin en kade met een nieuw kantoor, voor aan de straat, staande in de Houttuinen tussen de houttuin van Clara van de Graaf, weduwe van Govert van Wesel, en dat van Pieter van der Werff.]
Clara van de Graeff, weduwe van Govert van Wesel Rochusz.
[1731: een pakhuis, dat verhuurd is, een stal en koetshuis
NG trouwboek Dordrecht 19 dec. 1688 (ondertrouw) Govert van Wezel koopman en equipagemeester weduwnaar en Clara van de Graeff Francoisdr. jonge dochter beiden van Dordrecht
Uit dit huwelijk:
a. Clara Margrieta van Wesel, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1691, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/22 juni 1721 Adriaan van der Pott
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 6 juni 1721: Adriaen van der Pot jongman van ‘s-Gravenhage wonende te Dordrecht en Clara Margareta van Wesel jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht geassisteerd met Clara van de Graeff weduwe van Govert van Wezel raad en vroedschap van Dordrecht, op 22 juni 1721 attestatie gegeven om elders te mogen trouwen
Uit dit huwelijk:
a-1. Jacobus van der Pott, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1721
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 43v e.v.: op 9 mei 1752 verkoopt Jacobus van der Pott, schepen in wette en lid van de Oudraad, als procuratie hebbende van Clara Margareta van Wezele, weduwe van Adriaen van der Pott, wonende te Dordrecht, voor 900 gl. aan Jan de Heer, koopman te Dordrecht, een pakhuis, staande in de Houttuinen op de Nieuwe Haven tussen het huis, genaamd “de Voetboog”, eigendom van de erfgenamen van de weduwe van Govert van Wezele en het huis, genaamd “de Mastboom”, eigendom van Daniël de Heer.]
Ludovicus de la Coste, predikant
idem
Clara van de Graeff, weduwe van Govert van Wesel
[1731: pakhuis en koetshuis
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 16v: op 16 mrt. 1695 verkoopt Margareta de Vries, weduwe van Rochus van Wesell, koopman te Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Govert van Wesell, equipagemeester en koopman te Dordrecht, een huis in de Houttuinen, vanouds genaamd “den Voetboog”, staande tussen het huis van de weduwe van Henderick van Wessing en de gang van de vrouwe van Beuvignie, alsmede het pakhuis en de loods, “comende over de gangh” van de vrouwe van Beuvignie, met de kades en erven ervoor, strekkende tot aan de haven, zoals het pakhuis en de loods voordien eigendom zijn geweest van Jacob de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 81v: op 15 jan. 1761 verkopen Jacobus van der Pott, voor zichzelf en tevens procuratie hebbende van Govert van der Pott, wonende in Den Haag, Mattheus Rees en Cornelis Rees, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Hendrik van Kessel, koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “de Voetboog”, met pakzolders, koetshuis en kade ervoor, staande en gelegen in de Houttuinen tussen de erven van Gerret van den Berg en Jan de Heere en de erven van dr. Van Wageningen en Rochus Rees.]

Voetboog, gevelsteen in Dordrecht. De voetboog geldt als het oudst gebruikte wapen door de gildebroeders: het was een wapen dat toen alleen door de meer gegoede burgers kon bekostigd worden. De voetboog wordt opgespannen door een winde terwijl de kolf op de grond wordt geplaatst. Van dit oude wapen zijn er verschillende varianten bekend. (www.hogegilderaadkempen.be/voetboog-voorstelling.html)
idem
Dirk Kumpsius
[1731: woonhuis en houttuin
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 94v: op 7 febr. 1719 verkoopt Arnoldus Heijnen, koopman te Dordrecht, voor 600 gl. aan Dirk Cumsius, koopman te Dordrecht, de helft van een huis in de Houttuinen met een loods en kade, ORA Dordrecht inv. 1648, f. 94v: op 7 febr. 1719 verkoopt Arnoldus Heijnen, koopman te Dordrecht, voor 600 gl. aan Dirk Cumsius, koopman te Dordrecht, de helft van een huis met een loods en kade in de Houttuinen, waarvan de wederhelft aan de comparant toebehoort, staande tussen het huis van Govert van Wesel en dat van Jacobus van Wesel, achtraad te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 140: op 16 nov. 1758 verkopen Frank van der Schoor, koopman te Dordrecht, en Dirk Cumsius, sous-lieutenant in Nederlandse dienst, als procuratie hebbende van zijn moeder Elisabeth Bezoijen, weduwe van Dirk Cumsius, voor 3600 gl. aan Rochus Rees, veertigraad en koopman te Dordrecht, een houtkoperij, bestaande uit een kantoor, erf en een grote loods met kade ervoor, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het erf van de heren en juffrouw Van den Sandheuvel en het erf van “de Voetboog”.
ORA Dordrecht inv.1664, f. 81: op 7 febr. 1764 verkopen notaris Pieter van Well en Arnoldus Kolster, klerk te secretarie van Dordrecht, als curators van de verlaten boedel van Rochus Rees, voor 2670 gl. aan Cornelis Hania en Pieter Wapperom, kooplieden te Dordrecht, een houtkoperij, bestaande uit en kantoor en een grote loods, staande tussen het erf van de heren en juffrouw Van den Santheuvel en de lakmoesmakerij van Hendrik van Kessel. Pieter Wapperom is schuldig aan Thomas Walpot, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.]
De Houttuinen bij de Vleeshouwersstraat (foto: A.B. den Haan, sept. 2014)
Jacob van Wesel
[1731: woonhuis en houttuin
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 215v: op 12 nov. 1743 verkoopt Jacob van Wezele, oud-achtraad van Dordrecht en heemraad van de Zuid-Hollandse Polder, “althans op Westerhoff binnen Haag Ambagt”, voor 4500 gl. aan Hendrik van den Santheuvel, oud-burgemeester van Dordrecht en gecommitteerde ter auditie in de Rekenkamer van Holland, een huis in de Houttuinen met de kade ter breedte van het erf en de gang tussen de houttuin van dit en het navolgende huis, strekkende tot aan het water, alsmede een houttuin, loods, tuintje en gang naast het voornoemde huis, met een erf erachter, “met regt om hetselve erff en gangh te mogen overtimmeren sodanig dat de eijgenaars … vande huijsen … burgemeester Hendrik van den Santheuvel deselve gangh met peerden als andersints alleen sullen konnen gebruijken tot een uitgang”, belend van achteren door de tuin van Cornelia Vivien en het erf en de gang van de gewezen brouwerij “’t Root Hart”, en tenslotte nog een huis met houttuin en kantoortje, strekkende tot aan het water, staande tussen het eerstgenoemde huis en het huis van de weduwe Cumsius.]
idem
Dirk Kumsius [koopman]
[1731: woonhuis, zolders, kelder, zolders en kelder zijn verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 36v: op 19 mei 1718 verkopen Adriaan van Klaveren, als man van Geertruij Kaan, en Jacobus Sappius, als man van Metta Kaan, kinderen en erfgenamen van Nicolaas Kaan, koopman te Dordrecht, voor 2900 gl. aan Diderick Cumtius, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter en een kade ervoor, staande in de Houttuinen bij de Vleeshouwersstraat tussen het huis van de weduwe Oudland en dat van Jacob van Wesel, achtraad van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 13 e.v.: op 24 febr. 1752: Jacob Cumsius, luitenant in Nederlandse dienst, als procuratie hebbende van Elisabeth Besoijen, weduwe van Dirk Cumsius, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Arnoldus Cumsius, koopman te Dordrecht, voor 2500 gl. een huis, genaamd “het Comptoir”, staande in de Houttuinen tussen het koetshuis van mevrouw Van den Sandheuvel, en het huis van de erfgenamen van mevrouw Van Wezel, en voor 5500 gl. een zaagmolen, genaamd “den Dansert”, met loodsen, huis, erf, gereedschappen en verdere toebehoren, staande buiten de Spuipoort op de hoek van de brede weg voor de Beeltjeshaven even buiten de stad. De koper is schuldig aan verkoopster en somma van 8000 gl.]
Gerrit Kurper
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 12 e.v.: op 4 febr. 1738 verkoopt Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Gerrit Kerper, volgens besluit dd 24 sept. 1737, voor 3000 gl. aan Jan Fredrik ijn, tavernier en burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter en een kuiphuis met een bovenwoning, uitkomende in de Vleeshouwersstraat, alle bij elkaar staande in de Houttuinen tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Dirk Cumsius, alsmede een tuin of erf, liggende voor het genoemde huis op de hoek van de Lange Houten Brug tegen de Nieuwe Haven. De koper is schuldig aan Adriaan Tempelier, mr. bakker en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 205v: op 28 okt. 1773 verkoopt Barbera Karper, weduwe van Johan Fredrik Strelijn, voor 1500 gl. aan haar zoon Gerrit Strelijn, wijnkoopman te Dordrecht, een huis en logement, genaamd “de Karper”, met pakhuizen, kuiphuis en een bovenwoning in de Vleeshouwersstraat, alle staande naast elkaar in de Houttuinen en uitkomende in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan de Heere, met nog een tuin of erf, liggende voor het voornoemde huis op de hoek van de Lange Houten Brug en tegen de Nieuwe Haven.]
Kalkhaven (vanaf het kapmolentje aan het einde van de Kalkhaven; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Binnen en Buiten Kalkhaven, de Kalkhaven werd aangelegd in 1655)

De Kalkhaven (foto: RA Dordrecht)

Plattegrond van de Kalkhaven in 1698, het kapmolentje staat geheel links, daarnaast staat de runmolen, vervolgens: lege erven, een leeg erf met twee houten huisjes, nieuwe grondslag van Sr. Boon, vier pakhuizen gebouwd door Geuties, Van Driels “swager”, Van Driel, Adriaen ’t Hooft, vier bebouwde erven en Lammert Jacobs (foto: RA Dordrecht)
Jan Rens
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 97v: op 7 sept. 1720 verkoopt Jan Niehot, schiptimmerman, voor 425 gl. aan Jan Rens, koopman te Dordrecht, een huis met een kapmolentje, “sijnde een planke huisie”, staande op de Kalkhaven achter de runmolen.]
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 18: op 23 febr. 1769 verkoopt Jan Rens Jansz., koopman wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Anna Heijnen, weduwe van Jan Rens, voor 2000 gl. aan Dirk en Pieter van Beest, wonende te Dordrecht, een vrij eigen erf met de “betimmeringen” erop, bestaande uit twee huizen, een loods en een afdak, staande aan het kapmolentje buiten de Kalkhaven, het ene huis, staande aan de binnenzijde, behalve de voorkamer volgens besluit van de burgemeesters van Dordrecht dd 31 dec. 1721 “geschikt” tot een woning van de brugophaler.]
Jan Rens
[1731: gehuurd door Jan Elkebout]
Jan Rens
[1731: loodsje, open]
Jacob van Dongen
1731: [run]molen en pakhuis
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 141v: op 15 sept. 1719 verkoopt Gillis Herweijer, koopman te Dordrecht, voor 2950 gl. aan Adriaan de Jager en Willem van Nispen “de Helfte van Een Runmolen staande en gelegen op het Soo genaamde eijland, off Kalkhaven binnen dese Stad, mitsgrs. de helfte van twee schure, ende d’helfte van een Hooijschuur, item d’Helfte van(de) paarde Stal, als nog d’Helfte van drie woonhuijsies en Ledigh Erf, wijders nog den voorsten tuijn in ’t geheel alle welke effecte gelegen genoegsaam aanden anderen annex, even buijte d’Sluijspoorte der voorm. Sted Dordt, waar van d’wederhelfte (uijtgesondert den voorsten Tuijn) Competeert d’wed.e van Abraham van Wingertstraten”.
ORA Dordrecht inv. 1753, f. 68: op 8 juli 1723 verkopen Johanna Naghenius, weduwe van Abraham van Wingertstraten, Adriaen de Jager en Willem van Nispen voor 1200 gl. aan Aalbert van Cleeff, wonende in Capelle in de Langstraat, en Jacobus van Dongen, wonende te Rotterdam, een runmolen aan het einde van de Kalkhaven, staande tussen de rivier de Maas en de Kalkhaven.
ORA Dordrecht inv. 1753, f. 70: op 16 sept. 1723 verkoopt Aalbert van Cleeff, wonende te Cappel in de Langstraat, voor 900 gl. aan Jacobus van Dongen, wonende te Dordrecht, “d’helfte in de Melioratie of beterschap van een Runnmolen (waar van d’wederhelfte aan den voorn. van Dongen toekompt) staande en gelegen even buijten Dordrecht op d’Kalkhaven (met de Helfte in alle ’t gaande werk steene en van paard en wagen, zeijlen, billen, sakken, hopper [= trechter ?], klaauwen, mandens, reepen, en verdere gereetschappen tegenwoordigh tot den voorsz. molen eenigsints behoorende en gebruijkt werdende”, staande tussen de rivier de Maas en de Kalkhaven.]
Adriaan ’t Hooft
[1731: loodsje, open
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 91: op 24 april 1736 verkoopt Adriaan ’t Hooft, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Beens, weduwe van Adriaan ’t Hooft, wonende te Amsterdam, voor 425 gl. aan Jacobus van Dongen, koopman te Dordrecht, een houttuin of loods op de Kalkhaven, liggende tussen de runmolen van de koper en de loods van David Crena.]
Cornelis Verlengh
[1731: pakhuis voor hout
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 85v: op 27 mrt. 1736 verkoopt Cornelis Verleng, koopman te Dordrecht, voor 1600 gl. aan David Crena, koopman te Dordrecht, een “nieuw getimmert” pakhuis op de Kalkhaven, staande tussen het pakhuis of houttuin, gekocht door Jacobus van Dongen, en het huis, gekocht door Jacob Vermande.]
Cornelis Verlengh
[1731: woonhuis en houttuin
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 85v: op 5 april 1736 verkoopt Cornelis Verleng, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jacob Vermande, koopman te Dordrecht, een “nieuwgetimmert” woonhuis met wijnkelder, staande op de Kalkhaven tussen het pakhuis van de erfgenamen van Franchois Krillaerts en het pakhuis van David Crena.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 16v: op 12 mrt. 1750 verkoopt Jacob Vermande, burger van Dordrecht en knaap in de Munt van Holland, voor 2450 gl. aan Jacob van der Elst, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis achter op de Kalkhaven, staande tussen het pakhuis van David Crena en de loods van Johannes Theodorus Troost en Abraham van den Bergh.]
Troost en Van den Bergh
[1731: pakhuis voor hout
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 237: op 25 sept. 1781 verkopen “Abraham Adrianus van den Oever, Notaris binnen deze Stad als bij volmagt vervat in, en bij verdrag en uitkoop, den 30: december 1780 aangegaan, en verleden voor Anthonij Bax als Notaris alhier en twee getuigen, door en tusschen Geertruij de Jongh wonende binnen dese Stadt, weduwe en als bij mutueel Testament den 7e december 1768 voor gemelte Notaris Bax en twee getuigen verleden, gestelde Erfgename van Abraham Troost, ter Ene; Theodorus Troost, mede wonende binnen dese Stadt, zoo voor zig zelfs dan als bij Testament van zijne moeder wijlen Neeltje van den Berg, in leven weduwe van Johan Theodorus Troost (1), gewoont hebbende en overleden alhier, den 8 Maart 1755 voor Gerardus Verveer, in der tijt Notaris binnen dese Stad, en twee getuigen verleden, aangestelde administrateur over de Persone en goederen van zijne zuster Aletta Trioost ter Tweder, en derde; Maria Troost meerderjarig en ongehuwd insgelijks alhier woonagtig ter vierde; Pieter Bornwater, als in huwelijk hebbende Johanna Troost, en dezelve Johanna Troost door haar man bijgestaan, en daar toe gemagtigt al mede wonende binnen dese Stad ter vijfde; En dezelve Pieter Bornwater als bij procuratie den 28 december 1780 voor Petrus Constantinus van Rijp Notaris te Rotterdam, en twee getuigen verleden gevolmagtigt door Johannes Vairac, Med:e Doctor, wonende te Rotterdam, als in huwelijk hebbende Elizabet Troost, en dezelve Elizabet Troost met haar man geassisteert, en door denzelve daar toe gemagtigt ter zesde zijden; Gevolmagtigt zo door bovengenoemde Geertruij de Jongh weduwe en Erfgename van Abraham Troost; als door Pieter Bornwater en huisvrouw en dezelve Pieter Bornwater, voor Ds: Johannes Vairac, en die zijne Huisvrouwe En verklaarde Eerst in name en van wegen Geertruij de Jongh, als boven weduwe en Erfgename van Abraham Troost, op den voet, en ingevolge boven gemelt Verdrag en uitkoop van den 30 december 1780 af te staan en in vrijen Eigendom over te dragen aan en ten behoeven van mede bovengenoemde Theodorus, Maria, en Aletta Troost” een vierde part, door Abraham Troost nagelaten, waarvan de overige drie vierde parten toebehoren aan Theodorus, Maria en Aletta Troost, in een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de weduwe Van Dongen en dat van Jesse de Heer, een loods op de Kalkhaven, staande tussen het open erf en de afdak van Jesse de Heer en het huis van wijlen Jacob van der Elst, alsmede een loodsje in de Kalkstraat, staande tussen de loods van de weduwe van Uleke van den Broek en de loods van Van der Meer. De koopprijs bedraagt 1145 gl.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 227: op 1 sept. 1798 verkoopt Cornelis Bornwater, als procuratie hebbende van Maria Troost, “bejaarde”, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Johan Theodorus Bornwater, wonende te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, getekend D:177, staande tussen het huis van Jesse de Heer en dat van de weduwe van Isaac van Beest, een houtloods, getekend D:181, staande tussen het pakhuis van Jesse de Heer en het huis van Jan van der Elst, alsmede een loodsje in de Kleine Kalkstraat, getekend D:191.
(1) (1) Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 2 mei 1726: Johannes Theodorus Troost jongman van Wesel wonende bij de Vuilpoort geassisteerd met zijn vader Theodorus Troost en Neeltie van den Bergh jonge dochter van Middelburg wonende buiten de Vuilpoort geassisteerd met haar moeder Maeijke Krillaert weduwe van Abraham van den Bergh, getrouwd op 19 mei 1726
Kinderen (o.a; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Theodorus Troost, 7 febr. 1727
b. Maria Troost, 3 okt. 1732
c. en d. Aletta en Johanna Troost, 15 april 1735
e. Abraham Troost, 31 okt. 1736
f. Elisabeth Troost, 20 juni 1739
g. en h. Johanna en Cornelia Troost, 12 april 1741]
Nicolaas van Batenburgh [koopman]
[1731: loods en stal]
Nicolaas van Batenburgh
[1731: woonhuis en twee kelders
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 56: op 15 okt. 1715 verkoopt Johan Borgart Metsger, koopman te Dordrecht, als executeur van het testament van Jacob Sonneman, koopman te Dordrecht, voor 4250 gl. aan Nicolaas van Batenburg, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder en nieuw pakhuis ernaast op de Kalkhaven, staande tussen het huis, dat bewoond wordt door Dirck van Oirschot, en de lege erven van de stad.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 30v: op 13 mei 1760 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, als voogd van zijn zoon en dochter, mede-erfgenamen van hun grootvader Nicolaas van Batenburgh, en nog als procuratie hebbende van Johanna Elisabeth van Wetten, weduwe en mede-erfgename van Nicolaas van Batenburg, voor 8000 gl. aan Jesse de Heer, koopman te Dordrecht, een huis met een erf ernaast, het huis belend met het huis van Isaacq Spaan en het erf met het pakhuis van de weduwe Troost.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 164v: op 6 sept. 1791 verkoopt Ida Elisabet de Heer, “bejaarde” en ongehuwde persoon, voor 3000 gl. aan Jesse de Heer jr., koopman te Dordrecht, de helft van een woonhuis, open erf en pakhuizen, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koper, staande naast elkaar op de Kalkhaven, aan weerszijden belend door het huis en pakhuis van de erfgenamen Troost.]
Isacq Spaan [boekhouder van de Assurantie- en Commerciekamer te Dordrecht]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 21v:op 4 mei 1723 verkoopt Pieter de Ridder, koopman te Rotterdam, als executeur-testamentair van Appolonia van Drongelen, laatst weduwe van Jan Boon, tevens voor de minderjarigen “daar bij geintresseert”, voor 3900 gl. aan Isaacq Spaan, boekhouder van de Assurantie- en Commerciekamer te Dordrecht, een huis met een wijnkelder op de Kalkhaven of de Nieuwe Uitlegh tussen het huis van Nicolaas van Batenburg en dat van Jan Bosman.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 60: op 18 okt. 1763 verkopen Zara Bornwater, weduwe van Jan Spaan, en Pieter Bornwater, koopman te Dordrecht, als voogdes en voogd over Isaacq en Boudewijn Spaan, kinderen van Jan Spaan, bij de eerste comparante verwekt, Abraham Selis en Pieter Bornwater, als voogden over Elisabet Spaan, en Margareta en Hendrik Spaan, die beiden brieven van veniam aetatis verkregen hebben, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Isaacq Spaan, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 4450 gl. aan Neeltie van den Bergh, weduwe van Johannes Theodorus Troost (1), koopvrouw te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Jacobus van Dongen en dat van Jesse de Heer
(1) Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 2 mei 1726: Johannes Theodorus Troost jongman van Wesel wonende bij de Vuilpoort geassisteerd met zijn vader Theodorus Troost en Neeltie van den Bergh jonge dochter van Middelburg wonende buiten de Vuilpoort geassisteerd met haar moeder Maeijke Krillaert weduwe van Abraham van den Bergh, getrouwd op 19 mei 1726]
Jan Bosman [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 111v: op 5 juni 1710 verkoopt Appolonia van Drongelen, laatst weduwe van Jan Boon, voor 4000 gl. aan Pieter Bos, koopman te Dordrecht, een huis met twee wijnkelders, staande op de Kalkhaven tussen het huis van de verkoopster en dat van Samuel Gardenier.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 159v: op 21 dec. 1719 verkopen “Aletta Lijdekker wed.e van Sr. Pieter Bosch in sijn leven Coopman binnen dese Stad, als bij appt: vande Camere Judicieel derselver Stad van dato den 20en April 1719 ons Scheepenen vertoont, geauthoriseert, ende gequalificeert zij(n)de, omme uijt kragte van den verbale tusschen haar Compt. ter eenre, ende Sr. Pieter de Ritter Coopman woonende tot Rotterdam, als last ende procuratie hebbende van Appolonia van Drongelen laast wed.e van(de) heer Jan Boon sijn schoonmoeder, mitsgrs de Heer Jan van Slingeland zal.r ter andere zijde, voor Heeren Scheepnen deser meer voorsz. Stad gehouden en gesloten op den 30 maart laastleden” voor 4500 gl. aan Jan Bosman, koopman te Dordrecht, een huis met behangsel aan de muren van de kamers, staande op het eiland van de Kalkhaven, laatst door de “compts.” bewoond, belend door het huis van de heren De Haan en Gardenier aan de ene zijde en het huisje bewoond door Dirck van Oirschot aan de andere.
ORA Dordrecht inv.. 1658, f. 85: op 20 febr. 1749 verkopen Arnoldus en Gijsbertus Bosman, voor zichzelf en als voogden over hun minderjarige broers Jan en Martinus Bosman, alsmede Catharina, Helena en Maria Bosman, meerderjarige ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, samen kinderen en erfgenamen van Maria Schoen, weduwe van Jan Bosman, voor 5000 gl. aan Isaacq Kimijser, koopman en faktoor te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Isaacq Spaan en dat van Agatha Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haan.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 151v: op 21 sept. 1751 verkopen Wouter Michault en Abraham Kimijser, kooplieden te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isaacq Kimijser, wonende te Dordrecht, voor 5350 gl. aan Cornelis Kersse en Hendrik van Helmond, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Isack Spaan aan de ene zijde en dat van Helmert Backer en Jacob van der Elst aan de andere. De kopers zijn schuldig aan Dirk Jacobs, burger van Dordrecht, een bedrag van 3000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 159: comp. op 20 mrt. 1759 Hendrik van Helmond, koopman te Dordrecht, voor de helft en bij besluit van het Gerecht van Dordrecht op het rekest van Jacobus van Dongen gemachtigd om de wederhelft van het hierna te noemen huis, dat eigendom is van zijn gewezen compagnon Cornelis Kersse, die in het buitenland verblijft, te transporteren aan Jacobus van Dongen, zijn schoonvader. Hij verkoopt aan Van Dongen, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Isaacq Spaan en de raffinaderij van Backer en Van der Elst.]
Gardenier [koopman]
[1731: woonhuis en pakhuis, gehuurd door de weduwe van Boudewijn de Haan.
ORA Dordrecht inv. 1638, f. 66v: op 20 juli 1700 verkopen Henricus Francken, predikant te Dordrecht, en mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, voor 4500 gl. aan Cristiaan Logeman, koopman te Dordrecht, de helft in een blok pakhuizen, inclusief het woonhuis, genaamd “Amsterdam”, staande op het eiland aan de Kalkhaven tussen het huis van kapitein Jan Boon aan de westzijde en de wederhelft van het blok pakhuizen aan de oostzijde. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 4000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 45: op 27 sept. 1707 verkoopt Christiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 4150 gl. aan Jan Gardenier, burger van Dordrecht, een huis met pakhuizen, door de comparant bewoond, staande op de Kalkhaven tussen het huis van de weduwe van Jan Boon en dat van de weduwe van Henricus Francken.]
Gardenier [koopman]
[1731: vormt samen met het voorgaande een pakhuis met zes pakzolders verhuurd aan Cornelis Terwen, en twee kelders verhuurd aan Jan van Bragt.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 149v: op 30 juni 1696 verkopen Gijsbert de Jager, Jan de Bedts, beiden notaris te Dordrecht, en Rochus van de Krab, als curators van de insolvente boedel van Pieter van Gutgens, voor 8825 gl. aan Henricus Francken, predikant te Dordrecht, en diens zoon mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, een nieuw gebouwd blok huizen, bestaande uit vier pakhuizen, waarvan er een is geschikt gemaakt als woonhuis en trasmolen, staande op het nieuwe eiland, anders genaamd Kalkhaven, tussen het stadserf en het huis van Sijmon van Driel.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 182: op 30 nov. 1728 verkoopt “Bartholomeus van Gelsdorp Notaris en Procureur binnen dese Stad als last en Procuratie hebbende van de Heer Petrus Francken mede Erffgenaam van wijlen Juffrouw Catharina van Esch in haar leven wed. wijlen de Heer Hendricus Francken predicant binnen dese Stad, mitsgrs: mede Erffgen: van wijlen de Heer mr. Gerard Francken in sijn leven Advocaat voorden Hove van Holland, vervangende hem sterkmakende ende Rato Caverende voorde Heer Aegidius Francken predicant tot Maassluijs mede Erffgenaam vande voors. Juffrouw Catharina van Esch ende Heer Mr. Gerard Francken ende nog als voogden over Jan Hendrik de Roo mede Erffgenaam vande voors. Juffrouw Catharina van Esch ende Heer Mr. Gerard Francken (ende nog ten reguarde vanden voors. Jan Hendrik de Roo approbatie hebbende vande Camere Juditieel deser Stad volgens den app.te van opgemelte Camere in dato den 16e Novb: 1728”, voor 4000 gl. aan Jan Gardenier, koopman te Dordrecht, twee pakhuizen op de Kalkhaven of Nieuwe Uitlegh, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van de weduwe van Jacob Timmers.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 94v: op 12 april 1742 verkoopt Agatha Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haan, wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Jacob van Broekhuijsen, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Kalkhaven, staande tussen het huis en pakhuis van de verkoopster en dat van Johannes Timmers.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 80: op 13 mei 1745 verkoopt Jacob van Broekhuijsen, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Helmert Backer en Jacob van der Elst, kooplieden in compagnie te Dordrecht, een pakhuis, “geapproprieert” tot een suikerraffinaderij, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Agatha Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haan en dat van Jan Timmers. De kopers zijn schuldig aan de Magteld Neeringh, weduwe van Cornelis van Hombrok, een somma van 3000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 177v: op 19 juni 1759 verkoopt Hilmar Backer, raffinadeur te Dordrecht, voor 3000 gl. aan zijn zoons Johannes en Arnoldus Backer, burgers van Dordrecht, de helft van een pakhuis en woonhuis, staande naast elkaar en “geapproprieert” tot een suikerraffinaderij, waarvan de wederhelft toebehoort aan Jacobus van der Elst, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Jacobus van Dongen en dat van Roeland Mackaij.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 256: op 6 mei 1806 verkoopt “Joh.s (Johannes) van der Elst, Lid van den Raad deze Stad, voor zich zelven en ook als Last en Procuratie hebbende van zijne zuster Mejuffrouw Ida van der Elst, weduwe van den Heer Willem Hordijk, wonende mede binnen deze Stad, zijnde zij te samen eenige kinderen en erfgenamen van wijlen Mejuffrouw Sija Kleijn weduwe en Boedelhoudster van wijlen de Heer Jacob van der Elst” voor 3000 gl. “aan Apolonia Burmester weduwe wijlen den Heere Christoffel Fredrik Backer, als voogdesse over hare vijf minderjarige kinderen, bij wijlen haren gemelden Man in Huwelijk verwekt, met namen Johanna Christina, Maria Elzelina, Ida Albertina, Johannes Christoffel en Christoffel Fredrik Backer, als mede aan de Heeren Hilmer Johannes Backer en Petrus Diderich Backer”, de helft van een suikerraffinaderij op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de weduwe van Isaak van Beest en het pakhuis van De Groot en Van der Steen, alsmede de helft van een pakhuis, genaamd “Elbing”, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Jan van Strij en pakhuis van Johannes Frankenhof.]
[Kalkhaven D:174]
[ORA Dordrecht inv. 1679, f. 289v: op 14 okt. 1802 verkoopt Johanna Troost, weduwe van Pieter Bornwater, voor 3000 gl. aan Cornelis Bornwater, wonende te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, getekend D:173, staande tussen het huis van Jan Smak van Strij en het volgende pakhuis, alsmede een pakhuis, getekend D:174, staande op de Kalkhaven tussen het voorgaande huis en de raffinaderij van Bakker en Van der Elst.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 320v: op 27 jan.. 1803 verkoopt Cornelis Bornwater, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Gerrit de Groot en Nicolaas van der Steen, kooplieden te Dordrecht “Een Pakhuis en Erve, staande en gelegen op de Kalkhaven te Dordrecht, getekend D 174 (met de vrijdom der Kaaije, zo voor het voorsz. Pakhuis als Huis N. 173 en de vrijdom van een Erf, gelegen aan ’t Beerengevegt aan de Kalkhaven, belent de Kalkhaven aan de eene en ’t Kalkmetershuisje aan de andere zijde)”. Het pakhuis is belend door de raffinaderij van Bakker en Van der Elst aan de ene zijde en het huis van Arnoldus de Groot aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 7: op 19 jan. 1808 verkoopt Gerrit de Groot, wonende te Dordrecht, voor 3705 gl. aan Nicolaas van der Steen, wonende te Dordrecht, de helft van een pakhuis op de Kalkhaven, getekend D:174, staande tussen het huis van Arnoldus de Groot en de suikerraffinaderij van Backer en Rombouts.]
Johannes Timmers
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 110: op 9 mrt. 1751 verkoopt Johan Jacob Timmers, heer van Est, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Dirk van Meteren, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Boudewijn Bornwater en dat van Jan Backer.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 149: op 6 nov. 1755 verkoopt Dirk van Meteren, koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Aaltje van der Salm, weduwe van Hendrik Spits, een huis op de Kalkhaven, staande tussen de raffinaderij van Backer en Van der Elst en het huis van Boudewijn Bornwater. De verkoopster verkoopt op dezelfde dag voor 1800 gl. aan Roeland Makaaij, burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 289v: op 14 okt. 1802 verkoopt Johanna Troost, weduwe van Pieter Bornwater, voor 3000 gl. aan Cornelis Bornwater, wonende te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, getekend D:173, staande tussen het huis van Jan Smak van Strij en het volgende pakhuis, alsmede een pakhuis, getekend D:174, staande op de Kalkhaven tussen het voorgaande huis en de raffinaderij van Bakker en Van der Elst.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 320: op 27 jan. 1803 verkoopt Cornelis Bornwater, voor 4450 gl. aan Arnoldus de Groot, wonende te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, getekend D:173, staande tussen het pakhuis van Gerrit de Groot en Nicolaas van der Steen en het huis van Jan Smak van Strij.]
B. Bornwater [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 81v: op 25 febr. 1721 verkoopt Caatie Mes, weduwe van Gijsbert van Driel, voor 1200 gl. aan Boudewijn Bornwater, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de verkoopster en dat van Jacob Timmers.]
weduwe van Gijsbert van Driel
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 9: op 13 febr. 1766 toont een Dordtse notaris ter secretarie van Dordrecht, een akte van vertichting, waarbij Pieter Bornwater aan zijn zoontje Boudewijn Bronwater, ter voldoening van de legitieme portie in de nalatenschap van diens moeder Hendrika van Meurs, is “vertigtende” een somma van 4000 gl., verbindende een somma van 4000 gl. een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Martinus Cornelis Brouwer en dat van Roeland Mackaij.]
W. Brouwer [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 182v: op 2 aug. 1731 verkoopt Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Beens, weduwe van Adriaan ’t Hooft, wonende te Amsterdam, voor 2500 gl. aan Willem Brouwer, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Jacob Braats.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 37v: op 7 mei 1776 verkoopt “Anthonij Bax, Notaris en Procureur binnen deze Stad, als bij Procuratie den 6 April 1776 voor Petrus Joannes van Steenbergen en twee getuigen verleden, ons Schepenen vertoont, gevolmagtigd van de Heer Arnout Gevers, oud President Schepen der Stad Rotterdam &a:&a:, thans deszelfs verblijf houdende te Kimpen aan de Lek; en van de Heer Hendrik van Beeftingh, Raad in de vroedschap &a&a en wonende te Rotterdam, als Executeurs van den Testamente van wijlen Cornelis Martinus Brouwer, gewoond hebbende en den 18 Januarij 1776 overleden binnen deze Stad, ingevolge ’t zelve Testament den 23e: april 1776 voor wijlen Pieter van Well in leven Notaris alhier en getuigen verleden” voor 4600 gl. aan Jan Smak, steenhouwer te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Pieter Bornwater en dat van Bakker en Van der Elst.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 83v: op 19 juli 1785 verkopen Abraham Smak en Servaas Smak, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Francina Brugiere, weduwe van Jan Smak, overleden te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Jan van Strij, steenhouwersbaas te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Pieter Bornwater en het pakhuis van Bakker en Van der Elst.]
Adriaan Jacobsz. Braets
[1731: pakhuis met pakzolder en korenzolders]
weduwe van Govert Braets
[1731: pakhuis met pakzolders en daarboven een korenzolder, een zolder tweehoog, verhuurd aan Js. de Haes, een kwart deel verhuurd aan Samuel Sente, het onderste deel aan Jan van Bragt en comp.]
de weduwe van Cornelis van der Putten
[1731: woonhuis en kelder, verhuurd aan de weduwe van Severijn van Bragt]
Johannes Timmers
[1731: verhuurd aan W. van der Linden
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 82v: op 6 mrt. 1716 verkopen “Cornelis vander Putten, Coopman binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van Juffr. Anna Cristina van Wevelinkhoven, wed.e ende boedelhouster van wijlen de heer Johan vander Putte, volgens d’selve procuratie gepasseert voor den nots: Martinus Mekern tot Gornighem residerende in date den 8e jan. 1716 daar van sijnde ons Schepenen vertoont, Cornelis Theodorus vander Putten, woonende tot Boel, ende d’Heer Casparus van Bemmel, woonende tot Waalwijck in huwelijck gehad hebbende Juffr. Catarina Maria vander Putten, eenige geinstitueerde Erfgen. van(de) selve sijne overledene Huijsv., Item nog als bij koop en transport bekomen hebbende de portie van Anthonij van(der) Putten volgens den brieve van date den 24e Meij 1707 daar van sijnde te samen Erfgenamen van Juffr. Anna van Quickelenburg in haar leven wed.e de heer Corn. van der Putten” voor 950 gl. aan Jacob Timmers, koopman te Dordrecht, een pakhuis aan het begin van de Kalkhaven met een wijnkelder en drie korenzolders, genaamd “het Wijnvat”, staande tussen het pakhuis van Govert Braats en het huis van Cornelis van der Putten.]
Johannes Timmers
{ORA Dordrecht inv. 1649, f. 141v: op 17 febr. 1722 verkoopt mr. Boudewijn Onderwater, vrijheer van Papendrecht en Matena, als thesaurier van het “Groot Comptoir” van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jacob Timmer, burger van Dordrecht, een huis op het eiland aan de Kalkhaven, gebruikt geweest en bewoond door de brugophaler van de Kalkhaven, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelis van der Putte.]
Johannes Timmers
[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 147: op 2 dec. 1706 verkoopt Maria Reijke, weduwe van Lammert Jacobsz. Kuijper, mattenmaker en burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Jacob Timmer, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande op de oostpunt omtrent de brug tussen het huis van de stad Dordrecht en dat van de verkoopster.]
Johannes Timmers
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 27v: op 11 mei 1707 verkoopt Maria Reijken, weduwe van Lammert Jacobsz. Kuijper, voor 1500 gl. aan Jacob Timmer, burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, staande op de oostpunt van de Kalkhaven tussen de ingang van de haven en het huis van de koper.]
[1731: verhuurd aan Huijbert Cuijpers]
Johannes Timmers
[1731: loods
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 41: op 3 nov. 1744 verkoopt Johan Jacob Timmers, heer van de ridderhofstad en het dorp Est, wonende te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Matthijs Bilderbeeck, koopman te Dordrecht, een blok huizen of woningen, staande aan de noordzijde van de Kalkhaven, belend oost de straat, west de kade achter tegen de rivier, zuid de Korte Kalkstraat en noord de kade aan de Bom, alsmede een houten loods, staande aan de Kalkhaven op grond van de “toegedane” brug tussen de loods van Lodewijk van Otterloo en de straat, strekkende van de straat tot achter aan de kade tegen de Bom.
ORA Dordrecht inv.. 1663, f. 32v: op 12 juni 1760 verkoopt Jan Bilderbeek, koopman te Rotterdam, als executeur van het testament van zijn broer Matthijs Bilderbeek, koopman te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Christiaan Timmer, schepen van het Hoge Gerecht van Zuilichem, een blok huizen, bestaande uit twee woningen, waarvan het ene bewoond is geweest door Matthijs Bilderbeek en het andere verhuurd is aan de commiezen ter recherche, met de loodsen, die alle naast elkaar staan, aan het uiterste deel van de Kalkhaven aan de rivier noordwaarts, oost de straat, west de kade achter tegen de rivier, en het voorste deel het huis van wijlen Matthijs Bilderbeek, bewoond door Cornelia Slegt, weduwe van Arij van Horse, dat de erfgenamen van Matthijs Bilderbeek in eigendom behouden, en het achterste deel, zijnde het erf komende achter het laatstgenoemde huis belend zuid tegen de achterweg aan de rivier van de Kalkhaven, en noord de kade van de Bom, alsmede een houten loods, staande aan de Kalkhaven aan de overzijde van de straat tegenover het blok huizen en wel op de grond van de gedempte brug , belend oost de loods van Lodewijk van Otterloo en west de straat.]
Jan Gront [koopman]
[1731: verhuurd aan Adriaan ’t Hooft
ORA Dordrecht inv. 1753, f. 58: op 14 jan. 1723 verkoopt Adriaan van Druijnen, koopman te Dordrecht, voor 250 gl. aan Jan Grond, koopman te Dordrecht, een erf, dat is uitgegeven door de stad Dordrecht, staande op de Kalkhaven tussen de loods van Jacob Timmers en het huis van de weduwe en erfgenamen van Willem ’t Hooft.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 152: op 10 nov. 1733 verkoopt Anna ’t Hooft, weduwe van Jan Gront, wonende te Dordrecht, voor 5600 gl. aan Maria Kersse, de vrouw van Urbanus Pierot, koopman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen met een wijnkelder, houttuin, kantoor, en een erf, dat van de stad is gekocht, staande en gelegen bij de Kalkhaven tussen het huis van de weduwe van Jacob Braats en de loods van Johannes Timmers. De koopster is schuldig aan Johan de Roo, inwoner van Dordrecht, een somma van 3000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 181: op 28 april 1740 verkopen Urbanus Pirot, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Maria Kersse, voor 7000 gl. aan Lodewijk van Otterloo, koopman te Dordrecht, een huis bestaande uit twee woningen met een pakhuis, wijnkelder, houttuin, stenen kantoor aan de straat en een “houten speelhuisje van achteren”, staande en gelegen op de Kalkhaven tussen het huis van de weduwe van Jacob Braats en dat van Jacob Timmers. De koper is schuldig aan de verkopers een bedrag van 3500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 311v: op 16 juli 1799 verkoopt Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Kamer Juditieel te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Samuel ’t Hooft, houtkoper wonende in de Lijnbaan onder de heerlijkheid de Merwede, een huis, pakhuis en verder toebehoren, staande op de kade voor de Kalkhaven, getekend D:159 en nagelaten door Willem Jacob van Otterloo, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adriaan Kersse en de opstal of loods van Harmen Timmer.]
de weduwe van Jacob Braats
[1731: pakhuis met daarin een woning en kelder, verhuurd aan Adriaan Kersse
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 124v: op 5 mei 1696 verkoopt Poul Eelbo, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Ortt, heer van Nijenrode, Breukelen etc., voor 6000 gl. aan Jacob en Govert Braets, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “Wijburgh” en thans “Deuts”, staande op de Kalkhaven tussen het pakhuis van Cecilia Trip en de loods van Adriaan ’t Hooft.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 78v: op 8 febr. 1742 verkoopt Isaac Spaan, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, voor 2900 gl. aan Adriaan Kersse, koopman te Dordrecht, een pakhuis en woning, genaamd “Trip”, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Lodewijk van Otterloo en het pakhuis van de weduwe van Hendrik Braats.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 382v: op 13 sept. 1803 verkoopt op 13 sept. 1803 verkoopt Jan van Dijk, schout en secretaris van Zwijndrecht, als gemachtigde van zijn dochter Magtilda Maria van Dijk, weduwe van Jacob Okhuijsen Nzn., wonende te Moordrecht, voor 5750 gl. aan Nicolaas Tak, zeilmakersbaas te Dordrecht, een woon- en pakhuis op de Kalkhaven, genaamd “Trip” en getekend D:158, staande tussen het pakhuis “Terwakker” en het huis van Samuel ’t Hooft.]
de weduwe van Govert Braats
[1731: pakhuis met drie zolders en een kelder, verhuurd aan S. Sente, delen van de zolders verhuurd aan G. van der Beeck en J. de Haes
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 178v: op 8 nov. 1698 verkoopt mr. Roelof Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cecilia Trip, volgens procuratie gepasseerd voor mr. Jan Schrick te Amsterdam op 6 nov. 1698, voor 5000 gl. aan Jacob en Govert Braets, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “de Graef”, staande op de Kalkhaven tussen het pakhuis van de kopers en dat van Louijs van der Putten.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 126: op 30 juni 1733 verkoopt Adriaan Braats, heer van Geervliet, Simonshaven, Biert etc. voor 7000 gl. aan Anthonij Pennis, koopman te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “de Graeff”, staand op de Kalkhaven tussen de pakhuizen “het Wijnvat” en “Elbingh”. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 5: op 29 jan. 1750 verkoopt Jacoba van Buren, weduwe van Anthonij Pennings, wonende te Dordrecht, voor 4800 gl. aan Abraham en Isaak Kimijser, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “de Graaff”, staande op de Kalkhaven tussen het pakhuis van de erfgenamen van burgemeester Adriaan Braats en dat van Johan Jacob Timmers, heer van Est.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 33: op 18 april 1752 verkopen Wouter Michault en Abraham Kimijser, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isaacq Kimijser, wonende te Dordrecht, voor de helft, en Abraham Kimijser voor de wederhelft voor 4170 gl. aan Anthonij den Bandt, koopman te Dordrecht, een pakhuis vooraan op de Kalkhaven, van achteren komende tot aan de rivier en staande tussen het pakhuis van de erfgenamen van Adriaan Braats, burgemeester van Dordrecht, en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 252v: op 2 dec. 1779 verkoopt “Huibert den Bandt, Koopman binnen deze Stad, als Last en Procuratie hebbende van zijn Nigt Jufvrouw Anna Maria den Bandt, eenige nagelate dogter van wijlen den Heer Anthonij den Bandt, in Leven in den Agten dezer Stadt”, voor 14.000 gl. aan Johannes Bakker, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van wijlen Adriaan Kersse en het volgende pakhuis, alsmede een pakhuis,” vanouds genaamd “de Graaff”, staande op de Kalkhaven tussen het voorgaande huis en het pakhuis “Elbing” van Bakker en Van der Elst.]
pakhuis Terwakker
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 96: op 21 sept. 1745 verkoopt Isaacq Spaan, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Margareta Eelbo, weduwe van mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse etc., voor 2720 gl. aan Adriaan Kersse, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Kalkhaven, genaamd “den Teruw Acker”, staande tussen het pakhuis van de koper en het huis van Barth van Moerkerken.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 382: op 13 sept. 1803 verkoopt Jan van Dijk, schout en secretaris van Zwijndrecht, als gemachtigde van zijn dochter Magtilda Maria van Dijk, weduwe van Jacob Okhuijsen Nzn., wonende te Moordrecht, voor 4250 gl. aan Johannes van der Elst, koopman wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Kalkhaven, genaamd “Terw Akker” en getekend D:157, staande tussen het woonhuis en pakhuis, genaamd “Trip” en het huis van Pieter Plukhooij.]
Arie de Jager [schipper in dienst van de VOC]
[1731: verhuurd aan G. van der Beeck
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 214v: op 9 nov. 1734 verkoopt Arij de Jager, schipper in dienst van de VOC en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Bartholomeus van Moerkerken, burger van Dordrecht, een huis op de Kalkhaven aan het einde van de Kalkstraat, staande tussen het pakhuis van mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse, en het huis van Jan Rens. De koper is schuldig aan Pieter Frackin, mr. smid en burger van Dordrecht, een somma van 1600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 112: op 10 sept. 1767 verkopen Pieter van Moerkerken en Hendrik van Moerkerken, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun vader Bart van Moerkerken, voor 3850 gl. aan Isaac van Beest, koopman te Dordrecht, een huis met de ernaast staande pakhuizen op de Kalkhaven, van achteren uitkomende op de Bom en staande tussen de raffinaderij van de weduwe Rens en het pakhuis van Adriaan Kersse. De koper is schuldig aan Wilhelmus van Nievelt een somma van 1500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 61: op 1 juli 1790 verkoopt Jacoba van Dongen, weduwe van Isaac van Beest, wonende te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Pieter Plukhooij, wonende te Dordrecht, een huis en pakhuis, staande op de Kalkhaven en van achteren uitkomende op de Bom, belend door de raffinaderij van Jan van der Elst aan de ene zijde en het pakhuis van Adriaan Kersse aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 292v: op 29 juli 1806 verkoopt Pieter Plukhooij, wonende te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Johannes van der Elst Jacobsz., lid van de Raad van Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, getekend D:156, staande tussen de suikerraffinaderij van de koper en het pakhuis, genaamd “Terwakker”, dat eveneens eigendom is van de koper.]
Jan Rens [koopman]
[1731: pakhuis, woning, wijnkelder en drie zolders
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 73: op 20 dec. 1703 verkopen Johanna en Margrita Buijs en Sibertus Wor, voor zichzelf en als voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Pieter Buijs, tevens vervangende Johan van Wieringe, medevoogd over voornoemde kinderen, en nog als procuratie hebbende van Robbert de Haan, als man van Cristina Buijs, en van Johan van Wieringe, als man van Catarina Buijs, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris B. Beunjé te Breda op 7 dec. 1703, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Elisabeth Goijaerts, weduwe van Anthonij Buijs, voor 4800 gl. aan Johan van Dorren, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het pakhuis van de weduwe van Jacob van Haarlem en dat van de kinderen en erfgenamen van Jacob Sonnemans.
ORA Dordrecht 1651, f. 224v: op 14 juni 1729 verkoopt “Adriaan Papegaaij borger deser Stadt als Last en procureur hebbende van juffrouw Maria van Dorre woonende binnen dese Stadt soo voor haar zelven als haar sterkmakende ende Rato Caverende voor d’Heer Arnoldus Moll, ende d’Heer Constantijn Berenbergh in huwelijk hebbende Vrouwe Arnolda van Dorre ende nogh als mede administratrice over de goederen van d’heer Gerard Moll en Juffr: Johanna van Dorre Item nogh als Last en Procuratie hebbende van d’Heer Willem Moll en van juffr: Adriana Moll wed:e wjlen d’heer Godefridus van der Kesel soo voor haar zelve ende nog als mede administratice over de goederen van den voorn: heer Gerard Moll en Juffr: Johanna van Dorre, nogh als Last en Procuratie hebbende van de heeren Mr: Georgius Moll, ende Jan Gijsbert Moll, mitsgaders juff.ren Zara Moll ende Johanna Alethea Moll, als van de State van Holland geobtineerd hebbende Veniam Aetatis, nagelate kinderen van de heer Nicolaas Moll in zijn E: Leven predikant te Isselmonde, volgens de Respective procuratien inhoudende de Clauzule van Substitutie daar van zijnde, gepasseert Soo voor den notaris Carolus Boers en sekere getuijgen tot Katwijk Residerende Sub dato den 12:e Meij Laatsleden als voor den nots: Pieter de Ruijter en sekere getuijgen binnen dese Stadt residerende sub dato den 11e en 13e: deser Loopende maant Junij 1729 ons Schepenen geexhibeert te zamen kinderen, kintskinderen en Erffgenamen Extestamento van Juffr. Sara Heussen, in haar Leven weduwe van de heer Johan van Dorre, ende bevorens wed.e vande heer Cornelis Moll” voor 3300 gl. aan Jan Rens, koopman te Dordrecht, een pakhuis, getekend V:D:, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Arij de Jager en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 185v: op 15 jan. 1771 verkoopt Ocker Gevaerts, heer van Geervliet, Simonshaven etc., als man van Hendrika Francoise Braets, en tevens vervangende zijn schoonmoeder Maria Jacoba van Bochoven, weduwe van Adriaan Braets, burgemeester van Dordrecht, voor 4500 gl. aan Johannes Backer en Jacob van der Elst, suikerraffinadeurs te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Elbing”, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Anthonij den Bandt en dat van Martinus Brouwer.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 256: op 6 mei 1806 verkoopt “Joh.s (Johannes) van der Elst, Lid van den Raad deze Stad, voor zich zelven en ook als Last en Procuratie hebbende van zijne zuster Mejuffrouw Ida van der Elst, weduwe van den Heer Willem Hordijk, wonende mede binnen deze Stad, zijnde zij te samen eenige kinderen en erfgenamen van wijlen Mejuffrouw Sija Kleijn weduwe en Boedelhoudster van wijlen de Heer Jacob van der Elst” voor 3000 gl. “aan Apolonia Burmester weduwe wijlen den Heere Christoffel Fredrik Backer, als voogdesse over hare vijf minderjarige kinderen, bij wijlen haren gemelden Man in Huwelijk verwekt, met namen Johanna Christina, Maria Elzelina, Ida Albertina, Johannes Christoffel en Christoffel Fredrik Backer, als mede aan de Heeren Hilmer Johannes Backer en Petrus Diderich Backer”, de helft van een suikerraffinaderij op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de weduwe van Isaak van Beest en het pakhuis van De Groot en Van der Steen, alsmede de helft van een pakhuis, genaamd “Elbing”, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Jan van Strij en pakhuis van Johannes Frankenhof.]
de weduwe Rens
[1731: huisje gehuurd door de weduwe Ravestijn]
[ORA Dordrecht inv. 1669, f. 37V: op 7 mei 1776 verkoopt “Anthonij Bax, Notaris en Procureur binnen deze Stad, als bij Procuratie den 6 April 1776 voor Petrus Joannes van Steenbergen en twee getuigen verleden, ons Schepenen vertoont, gevolmagtigd van de Heer Arnout Gevers, oud President Schepen der Stad Rotterdam &a:&a:, thans deszelfs verblijf houdende te Kimpen aan de Lek; en van de Heer Hendrik van Beeftingh, Raad in de vroedschap &a&a en wonende te Rotterdam, als Executeurs van den Testamente van wijlen Cornelis Martinus Brouwer, gewoond hebbende en den 18 Januarij 1776 overleden binnen deze Stad, ingevolge ’t zelve Testament den 23e: april 1776 voor wijlen Pieter van Well”, notaris te Dordrecht, voor 4600 gl. aan Jan Smak, steenhouwer te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Pieter Bornwater en het huis van Bakker en Van der Elst.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 83v: op 19 juli 1785 verkopen Abraham Smak en Servaas Smak, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Francina Brugiere, weduwe van Jan Smak, overleden te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Jan van Strij, steenhouwersbaas te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de Kalkhaven tussen het huis van Pieter Bornwater en het pakhuis van Bakker en Van der Elst.]
de weduwe Rens
[1731: huisje gehuurd door G. Paeschen]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 137v: op 27 nov. 1742 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, als administrateur van de boedel van Johannes Marcha, gewezen schipper en koopman op de Maas, voor 1240 gl. aan Eleonora Brootshooft, de vrouw van Wouter Bornwater, koopman te Dordrecht, een huis bestaande uit twee aparte woningen, staande op de Kalkhaven tussen de gang, genaamd het Keijsershoff, en het pakhuis van [NN]
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 65v: op 3 dec. 1748 verkoopt Cornelis Bax, beursmakelaar te Dordrecht, als procuratie hebbende van Leonora Brooshooft, de vrouw van Wouter Bornwater, wonende te Woubrugge, voor 1200 gl. aan Johannes van der Noot, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, bestaande uit twee aparte woningen, staande tussen het huis, genaamd “het Keijsershoff” en het huis van Pieter van Olijfier.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 223: op 24 juli 1781 verkoopt Johannes van der Noot, wonende te Dordrecht, voor 975 gl. aan Denijs van Dongen, schipper en burger van Dordrecht, een huis aan de Kalkhaven, staande tussen het Keizershof en het pakhuis van Willem Blom.]
Kolfstraat
Jan Muts [kuiper]
Theodorus den Exter [drogist]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 33: op 5 juni 1723 verkoopt Pieter van Well, kamerbewaarder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirk Stoop, burger van Dordrecht, voor 180 gl. aan Theodorus den Exter, drogist en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen de huizen van Jan Muts aan weerszijden.]
Jan Muts
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 57v e.v.: op 14 nov. 1720 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als procuratie hebbende van de kinderen en erfgenamen van mr. Jan van Stockum, raad en schepen van Wesel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Biben te Wesel op 11 okt. 1720, voor 775 gl. aan Johan Muts, mr. kuiper te Dordrecht, een huis voor in de Kolfstraat, vanouds genaamd “de Kolff”. (Belenders niet vermeld.)
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 177v: op 21 mei 1743 verkoopt Adriana van de Grient, weduwe van Jan Muts, kuiper en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Thomas Walpoth, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Kolf”, met een huisje ernaast, in de Kolfstraat, het grote huis staande tussen het huis van Johannes Schoenmaker van achteren en het huisje van Theodorus den Exter en het kleine huis tussen het huisje van Theodorus den Exter en het huis van Willem van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 43v: op 30 mei 1780 verkoopt Thomas Walpot, koopman te Dordrecht, voor 7000 gl. aan Bartholomeus Vervel, koperslagersbaas te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat, alsmede drie naast elkaar staande huizen voor aan de Kolfstraat, staande naast het achterste deel van het huis van Simon Schoenmakers.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 480v: op 24 nov. 1807 verkoopt Bartholomeus Vervel, wonende te Dordrecht, voor 250 gl. aan Hendrik Corijnus, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, getekend C:1484, staande tussen de huizen van de verkoper aan weerszijden.]
de erfgenamen van Willem van der Linden
[ORA Dordrecht inv. 1670, f. 3: op 15 jan. 1778 verkoopt “Dirk van der Linden, koopman even buiten deze Stad, zoo in zijn prive als voor een derde Erfgenaam van wijlen Elizabet van der Linden, als last en procuratie hebbende van Cornelia van Nispen meerderjarig en Ongehuwd, van Abraham Kever als in huwelijk hebbende Margareta van Nispen wonende binnen dese Stad, zijnde deselve Cornelia en Margareta van Nispen kindskinderen van wijlen Cornelis van Nispen, die een broeder was van Willem van Nispen; van Cornelia van Nispen wed:e wijlen Hendrik Kuipers mede wonende alhier die een dogter was van voorn. Cornelis van Nispen; van Cornelis Paulus Laloo, Gaarder van s’Lands Regt, wonende in de Ketel, zo in zijn privé als last en procuratie hebbende van zijn Broeder Isaac Cornelis La loo van Nispen, wonende te Amsterdam, volgens dezelve procuratie gepasseert voor den Notaris Jacobus Portegies in s’Hage residerende en zekere getuigen in dato 19e December 1777, zijnde deselve Isaac Cornelis Laloo van Nispen en Cornelis Paulus Laloo kindskinderen van wijlen Maria van Nispen, die een Zuster was van voorn: Willem van Nispen; van Pieter Visser koopman alhier als last en procuratie hebbende van Abraham Noteboom, wonende te Haarlem, volgens deselve procuratie gepasseert voor den Notaris Leendert van der Horst, alhier residerende en zekere getuigen in dato den 22e September 1777 zijnde denzelven Abraham Noteboom een Kindskind van Johan van Nispen, die mede een broeder was van meervoorn: Willem van Nispen; Nog van Anna van Nispen bejaard en ongehuwd wonende alhier, en den voorn. Pieter Visser als in huwelijk hebbende Elizabeth van Nispen zijnde dezelve Anna en Elizabet van Nispen kinderen van Abraham van Nispen, die een broeder was van meervoorn. Willem van Nispen te samen de naaste vrienden en uit dien hoofde Testamentaire Erfgenamen van wijlen voorn: Willem van Nispen. En nog van zijn Broeder Willem van der Linden Koopman even buiten dese Stad, alle volgens Procuratie gepasseert voor den Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen alhier residerende en zekere getuigen in dato den 22e december 1777 ons Schepenen vertoond, en Eindelijk nog van zijn broeder Johannes van der Linden Emeritus Predikant van Zuidscharwoude en Broek, wonende in s’Hage, volgens dezelve procuratie gepasseert voor den Notaris Egbertus Bernardus Ten Dull in s’Hage residerende en zekere getuigen in dato den 20 decb: 1777 mede ons Schepenen vertoont zijnde dezelve Willem van der Linden, Johannes van der Linden, en Transportant Dirk van der Linden, kinderen van wijlen Jan van der Linden, die een broeder was van wijlen Elisabeth van der Linden in leven wed. van meervoorn. Willem van Nispen, en uit dien hoofde Testamentaire Erfgenamen van wijlen gesegde Elizabeth van der Linden”, voor 250 gl. aan Barent van der Vorm, metselaarsbaas te Dordrecht, een huis vooraan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jacobus Immerseel en dat van Thomas Walpot.]
Jan Gardenier
[30 dec. 1740: voorwaarden, waarop Agatha Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haen, vijf huizen in Dordrecht wil verkopen. o.a.: een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Nicolaes Slijp en dat van Boudewijn Beenhakker. Verkocht aan de weduwe van Jan van den Heuvel voor 250 gl. (ONA Dordrecht inv. 1013, akte 218)
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 17 e.v.: op 23 mrt. 1741 transporteert Agata Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haan, koopvrouw te Dordrecht, aan Lijsbeth van Immerseel, weduwe van Jan van den Heuvel, een huis voor in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Sliep en dat van Boudewijn Beenhakker.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 101: op 15 mei 1755 verkopen Jacob Immerseel, burger van Dordrecht, voor de ene helft, en Jacob van der Koog, zaagmolenaar wonende even buiten Dordrecht, als man van Margareta Klijn, Gerard Struijkman, mr. bakker te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van de weesmeesters van Dordrecht, “waarnemende het intrest” van Belia en Maria Klijn, minderjarige dochters van wijlen Hendrik Klijn, samen voor de wederhelft erfgenamen ab intestato van Elisabeth Immerseel, weduwe van Jan van den Heuvel, voor 215 gl. aan Jacob Immerseel de jonge, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe Slijp en dat van de weduwe Van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 131v: op 22 jan. 1788 verkopen “Jan van der Star, Notaris en Procureur en Jesaias van Bentum, broodbakker beide binnen [Dordrecht] als door wijlen Jacob van Immerzeel alhier overleden, bij testament den 17 october 1787 voor den Notaris Bartholomeus van der Star, en getuigen gepasseert gestelde Executeurs in zijn boedel”, voor 510 gl. aan Sophia Rijkers, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende in Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de metselaar Van der Vorm en dat van de weduwe Botvis.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 181: op 5 sept. 1805 verkoopt Sophia Rijkers, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 250 gl. aan Christoffel Meijboom, wonende te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, getekend C:1487, staande tussen het huis van Cornelis Blom en het pakhuis van Johannes Smits.]
Nicolaes Sliep
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 186v: op 2 mei 1765 verkopen Adriaan de Regt, als man van Johanna Slijp, Adriana Slijp, meerderjarige ongehuwde persoon, Gijsbert Slijp en Pieter Struijk, als man van Elisabeth Slijp, allen wonende te Dordrecht en kinderen en erfgenamen van Johanna Schotel, weduwe van Nicolaas Slijp, gewoond hebbende en overleden in Dordrecht, voor 55 gl. aan Willem Botvis, wonende te Dordrecht, een huis vooraan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Arij Mookhoek en dat van Jacob Immerseel.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 14v: op 6 mrt. 1804 verkopen “Lammert van der Waart en Pieter Knikman, beide Burgers [van Dordrecht], in qualiteit als door hunne behuwd Moeder Grietje van der Heiden in leven weduwe en Boedelhoudster van Willem Botvis, bij haar Testament op den 9 December 1795 voor den Notaris Petrus Joannes van Steenbergen en getuigen binnen [Dordrecht], aangestelde Executeurs in haren Boedel”, voor 260 gl. aan Cornelia Blom een huis vooraan in de Kolfstraat, getekend C:1488, staande tussen het huis van Sr. Rijkers en dat van Arij Mookhoek.]
Nicolaes Sliep
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 244v: op 23 juli 1723 verkoopt Pietertie Baas, “bejaarde dogter”, wonende te Dordrecht, voor 320 gl. aan Nicolaas Slijp mr. metselaar, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Bartholomeus van Aarde en het volgende huisje, alsmede een huisje, staande tussen het voorgaande huis en dat van kapitein Gardenier.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 186v: op 2 mei 1765 verkopen Adriaan de Regt, als man van Johanna Slijp, Adriana Slijp, meerderjarige ongehuwde persoon, Gijsbert Slijp en Pieter Struijk, als man van Elisabeth Slijp, allen wonende te Dordrecht en kinderen en erfgenamen van Johanna Schotel, weduwe van Nicolaas Slijp, gewoond hebbende en overleden in Dordrecht, voor 80 gl. aan Arij Mookhoek, wonende te Dordrecht, een huis vooraan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van David Sterk en dat van Willem Botvis.]
Bartholomeus van Aerde
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 21v: op 30 april 1730 verkoopt Otto van Munster, rector in de Latijnse School, als man van Wilhelmina Francken, voor 240 gl. aan ds. Bartholomeus van Aarde een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe van dr. Van der Kesel en dat van de weduwe van Jasper de Koonink.]
Sophia van der Kesel
Arnoldus Marsel
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 17 e.v.: op 7 mei 1709 verkopen Anneke de Witt, laatst weduwe van Teunis Jansz. Smith en Jacob Gerritsz. Berkman en Jan de Bruijn van Delft, als executeurs-testamentair van Teunis Jansz. Smith, voor 1450 gl. aan Johannes Marsell, schrijnwerker en burger van Dordrecht, die door zijn schoonzoon, Willem Kimeijser, tot koper is aangesteld, een huis in de Kolfstraat tegenover het Duivelsaarsgat, staande tussen huis van Godefridus van der Kesell en dat van de chirurgijn Jacobus van Schelven.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 12 okt. 1710: Arnold Marzel jongman wonende op de Hoge Nieuwstraat geassisteerd met zijn moeder en Lijsbeth Schul jonge dochter wonende in de Kannenkopersbuurt beiden van Dordrecht bij schriftelijk consent van haar moeder, getrouwd op 26 okt. 1710
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 178: op 5 nov. 1722 verkopen “d’notarissen Bartholomeus van Gelsdorp en Pieter Dogen als bij mijn Ed.e heeren van(de) geregte [van Dordrecht] Specialijk geauthoriseert, tot het beneficeren en vercoopen van(de) goederen bij Jacobus van Schelven in sijn leven mr. Chirurgijn met der dood ontruij(m)t”, voor 640 gl. aan Johannes Marcel, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Jan Muts.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 159 e.v.: op 21 sept. 1728 verklaren Arnoldus Marcel en Willem Kimijser, als man van Johanna Marcel, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door hun vader, Johannes Marcel, burger van Dordrecht, aan Arnoldus zijn toebedeeld een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van de weduwe De Vries en het huis, dat is toebedeeld aan Johanna Marcel, alsmede een huis in de Kolfstraat, staande tussen de erfgenamen van de heer Van der Keezel en het huis, dat is toebedeeld aan Johanna Marcel. Aan Johanna zijn toebedeeld een huis in de Kolfstraat, staande tussen het voorgaande huis en dat van Arie de Bie, en een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het eerstgenoemde huis en dat van Van der Lee.]
Jacob La Paud
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 177v: op 18 nov. 1728 verkoopt Willem Kimijser, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Jacob Laperé, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tegenover het Duivelsaarsgat [gang tussen Kromme Elleboog en Kolfstraat] naast het huis van Arnoldus Marcel.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 206v: op 12 sept. 1737 verkoopt Jacob Lapair voor 600 gl. aan Jan Muts Jacobsz. kuiper een huis in de Kolfstraat tegenover de Lange Franse Gang ofwel het Duivelsaarsgat, staande tussen het huis van Arij de Bie en dat van de weduwe van Arnoldus Marcel.]
Arij de Bie
[1731: verhuurd]
Johan van der Steen
[armenhuisje, wordt om niet bewoond]
Johan van der Steen
[armenhuisje, wordt om niet bewoond]
Johan van der Steen
[armenhuisje, wordt om niet bewoond]

De armenwoningen in de Kolfstraat op de hoek van de Steenstraat ca. 1773 (foto: Regionaal Archief Dordrecht).
Abraham Colster [mr. kuiper]
[1731: komt met de kelder uit op de Steenstraat
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 140v e.v.: op 10 mei 1746 verkoopt Abraham Kolster, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Mauris Klok, timmermansknecht wonende te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, genaamd “het Verken sonder Hooft”, staande tussen het huis van Matthijs Bleston en dat van de weduwe van Pieter van Lier. De koper is schuldig aan Teunis van Amelrooij, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.]
Arij van der Hoek
Johannes Schoenmaker
[1731: aan een gang een huis, ingericht als grutmolen]
Arij van der Hoek
Jan van den Broek
[1731: benedenwoning is verhuurd]
Jacob Santman
[1731: gedeeltelijk verhuurd]
de weduwe van Claas Soeteman
Claes Ouburgh
Hermanus Schoesters
Dirk Klump
de weduwe van Arij van Hoogstraten
[1731: twee kamers zijn verhuurd]
de weduwe van Arij van Hoogstraten
Herman Boet
[Zie genealogie Boet op deze website.
12 okt. 1728: testament van Eva Gerritsdr. van der Velden, eerder weduwe van Jacob Happer en laatst weduwe van Herman Willemsz. Boet, wonende te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar dochter Maria Boet het huis, waarin zij, testatrice, woont, staande in de Kolfstraat, op voorwaarde, dat haar dochter daarvan alleen het vruchtgebruik zal hebben en alle lasten zal betalen, “die daarop geheven en van gegeven sullen moeten werden”. De eigendom van het huis zal na het overlijden van Maria toekomen aan de overige kinderen van de testatrice, zowel uit haar eerste als haar tweede huwelijk. Zij vermaakt tevens aan haar dochter Maria Boet een bedrag van 25 gl., een bed met beddegoed, een hoeveelheid meubels en huisraad, een aantal porseleinen kopjes en schoteltjes en ander porselein, vier schilderijtjes en al haar kleren. Aan haar dochter Willemijna Boet, weduwe van Hendrik Hooglander legateert zij een bedrag van 25 gl. Erfgenamen van al haar overige na te laten goederen zullen zijn haar gezamenlijke kinderen uit beide huwelijken. Tot voogd en executeur-testamentair benoemt zij haar neef Hendrik van Kasteel, koopman te Rotterdam. Zij tekent met “Eva Boet weedeu van Hermaennis Boet”. (ONA Dordrecht inv. 1010, akte 79)]
Jan van der Beek
[1731: gedeeltelijk verhuurd]
Margrietje Coster
Abraham Lauwe
Matthijs Du Hen
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 21: op 11 mrt. 1738 verkoopt Cnira Herenthals, weduwe van Matthijs du Hen, voor 300 gl. aan Frederik en Martinus Telders, burgers van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Hendrik de Ridder en dat van de weduwe Abram Louwe.]
Hendrik de Ridder
[1731: gedeeltelijk verhuurd, een ander deel, dat ingericht is als looierij, wordt niet gebruikt.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 222 e.v.: op 1 nov. 1748 verklaren Frederica van Bockum, weduwe van Hendrik de Ridder, haar zoon Hendrik de Ridder en diens vrouw Anna Dieren schuldig te zijn aan Jacob van der Camp, koopman te Dordrecht, een bedrag van 700 gl., verbindende een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe Smak en dat van Joost Soeteman, een huis in de Kolfstraat naast de Arend Maartenshof, staande tussen het huis van Jacobus de Bruijn en dat van Pieter Evenwel, een looijerij, bestaande uit een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Johannes du Hen en dat van Govert de Mijer, een huis in de Dwarsgang, staande tussen het huis van bakker Lankvelt en de stadsgracht, alsmede een huis in de Nieuwstraat, staande tussen de Dwarsgang en het huis van Christiaan Bomen.]
Govert de Meijer
[1731: gedeeltelijk verhuurd]
Sara Hartman
Willem Spruijt [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 23: op 5 april 1718 verkopen Abel de Vries landmeter, als man van Cornelia van Stabroeck, eerder weduwe van Matthijs Paijan, en Johannes Boonen, als man van Catarina van Loo, voor 265 gl. aan Willem Spruijt mr. smid een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Dirk Pietersz. en dat van Govert van Herreberg.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 17 e.v.: op 18 mrt. 1732 verkoopt Willem Spruijt, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Willem van Tricht, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Govert van Herbergen en dat van Cornelis de Hart. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 300 gl.]
Govert van Herbergen
Govert van Herbergen
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 28v e.v.: op 2 mei 1705 verkopen Claas Corstiaensz., Aarnout Verpoorte, Leendert Kulder, als man van Helena Verpoorte en Jillis Mostert, als man van Maaijke Verpoorten, alllen erfgenamen van Ariaantje Abrahams, weduwe van Isaacq de Meijer, voor 190 gl. aan Govert van Herreberg, mr. twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Willem van Nispen.]
Willem van Nispen
[1731: verhuurd]
Cornelis van der Clok
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 191 e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Dirk van Aardenbroek, inwoner van Dordrecht, die door zijn zwager Cornelis van der Klok de oude samen met Johanna van Appeldoorn is aangesteld tot administrateur van de goederen, die hij heeft nagelaten aan zijn “innocente” zoon, Cornelis van der Klok, tevens vervangende Johanna van Appeldoorn, voor 250 gl. aan Jan Beekers, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Nispen en dat van de weduwe van Willem van Nispen.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 mrt. 1700: Cornelis van der Klock jongman geassisteerd met zijn vader Cornelis van der Klock en Margarita van ck jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende op de Lindengracht geassisteerd met haar moeder Wijntie de Veer de vrouw van Jan van Aerdenbroeck, getrouwd op 12 april 1700]
Cornelis Evenwel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 7: op 27 jan. 1735 verklaart Cornelis van Nispen, mr. metselaar te Dordrecht, schuldig te zijn aan Arij Jacobsz. de Jong, wonende in het Mannenhuis te Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Klok en dat van Arnoldus van der Plank.]
Arnoldus van der Plank
[Arnoldus Cornelisz. van der Plank (van der Blank), jongman van Dordrecht (1692), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 mrt./6 april 1692 Marijke Jansdr. (van der Swingh), jonge dochter van Dordrecht (1692)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Geertruid (van der) Planck, 2 mei 1696, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17/31 mei 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Neeltie van der Elst, weduwe van Pieter Rijcke, de bruid met haar vader Arnoldus Planck) Wessel Rijcke, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1716)
b. Josina van der Plank, 30 jan. 1702, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1723), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/28 febr. 1723 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Herman Boet, de bruid met haar vader Arnoldus van der Planck) Hermannus Boet [zie genealogie Boet op deze website]
c. Cornelia van der Plank, 18 april 1706, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1732), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 juni/6 juli 1732 (de bruidegom met mondeling consent van zijn vader Jan Montfoort, de bruid geassisteerd met haar vader Arnoldus van der Plank) Maerten Montfoort, jongman van Schiedam wonende in de Hoge Nieuwstraat (1732), zoon van Jan Montvord (Montfoort) en Wijntje Jans
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 3v e.v.: op 24 jan. 1741 verkoopt Jan Lesier, diaken van het vijfde kwartier, als gemachtigde van de diakenen van de NG gemeente te Dordrecht, voor 400 gl. aan Cornelis van Nispen Jansz., mr. metselaar te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacob Martwijk. Het huis is laatst eigendom geweest van Arnold van der Planken. De koper is schuldig aan Bartel de Ridder een somma van 400 gl.]
Jacob van Martwijk
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 56v: op 12 okt. 1723 verkopen Goris Meesters en Johannes van Doorn, als voogden over het minderjarige voorkind van wijlen Pieter Meesters, ziekenbezoeker te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Jenneke van Eijsden, weduwe van dezelfde Pieter Meesters, voor zichzelf en als moeder en voogdes, benevens Goris Meesters en Jan Sijmonsz. van Eijsden, over haar minderjarige kinderen, verwekt door Pieter Meesters, allen erfgenamen van Pieter Meesters, tevens zich sterk makende voor Jan Sijmonsz. van Eijsden, medevoogd over voornoemde nakinderen, voor 450 gl. aan Jacobus van Martwijck, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Arnoldus Planck en dat van de weduwe Aardenbroeck.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 74v e.v.: op 12 okt. 1752 verklaart Pierre Renaut, Franse kostschoolhouder te Dordrecht, dat zijn schoonvader Jacobus van Martwijk, burger van Dordrecht, schuldig is aan Simon Broeders een bedrag van 200 gl., verbindende een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Nispen en dat van Cornelis van der Klock.
ORA Dordrecht inv. 1661. f. 51v e.v.: op 26 sept. 1754 verkopen Pierre Renaut en Theodorus van Venedien, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacobus van Martwijk, die in Dordrecht is overleden, voor 230 gl. aan Teunis de Jongh, huistimmersmansknecht wonende te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen de dwarsgang en de brug, uitkomende aan de gracht, belend door het huis van Cornelis van Nispen Jansz. aan de ene zijde en dat van Cornelis van der Klok.]
Cornelis van der Clok
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 191 e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Dirk van Aardenbroek, inwoner van Dordrecht, die door zijn zwager Cornelis van der Klok de oude samen met Johanna van Appeldoorn is aangesteld tot administrateur van de goederen, die hij heeft nagelaten aan zijn “innocente” zoon, Cornelis van der Klok, tevens vervangende Johanna van Appeldoorn, voor 315 gl. aan Hermanus Schippers, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Teunis de Jongh en dat van Laurens van der Putten.]
Cornelis van der Clok
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 191 e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Dirk van Aardenbroek, inwoner van Dordrecht, die door zijn zwager Cornelis van der Klok de oude samen met Johanna van Appeldoorn is aangesteld tot administrateur van de goederen, die hij heeft nagelaten aan zijn “innocente” zoon, Cornelis van der Klok, tevens vervangende Johanna van Appeldoorn, voor 260 gl. aan Laurens van der Putten, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Hermanus Schippers en “de Klandermolen”.]
Willem Spruijt
[1731: gedeeltelijk verhuurd
“De Klandermolen”.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 212: op 3 mrt. 1795 verkoopt Johanna Gelderblom, weduwe van David Knikman, wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan Pieter Knikman, turfschipper te Dordrecht, de helft in een huis, vanouds genaamd “de Klandermolen”, bestaande uit verscheidene woninkjes, staande in de Kolfstraat tussen het huis van Matthijs Driesen en dat van Laurens Putten.]
Geertruij van der Waert
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 114 e.v.: op 13 mei 1694 verkopen Lodewijk van Loon, Abel de Vries, en diens vrouw Cornelia van Staebroeck, voor zichzelf en tevens als voogden over Catarina van Loon, enige dochter van wijlen Johannes van Loon, voor 410 gl. aan Gerrit Lammertsz., moutmolenaar en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen de brug en het huis “de Calandermolen”.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 138 e.v.: op 18 febr. 1777 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de verlaten boedel van Cornelis Jansz. van Nispen, die is overleden in Dordrecht, voor 166 gl. aan Matthijs Driessen een huis in de Kolfstraat, staande tussen de stadsgracht en het huis van Barent Santman.]
de weduwe van Jan van Hek
Govert van Herbergen
Govert van Herbergen
[1731: verhuurd]
Jan van der Croon
[1731: verhuurd]
de weduwe van Jan Noteman
[1731: verhuurd]
de weduwe van Jan van Nispen
Samuel de Meij
Leendert Cloosterman
Jan den Burger
Willem de Meij
de weduwe van Jan de Bruijn
Jan van der Beek
Antonij Karsseboom
de weduwe van Johannes van Roo
Dirk Schouten
Adriaentje Reijken
Jacobus de Bruijn
de weduwe van Jacob Cloostermans
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 35v: op 18 mei 1728 verkoopt Johannes Verlaar voor 200 gl. aan Jacobus Cloostermans, kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Abraham Baanwijk en dat van Maaijke Goverts.]
Abraham Baanwijk
Gregorius Gips
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 28: op 16 mrt. 1730 verkopen Jan Reurs, Wijnand Reurs en Margarita Reurs, weduwe van Jan Dormaal, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Pieter Reurs, samen kinderen en erfgenamen van Jan Reurs de oude, die gewoond heeft en overleden is te Dordrecht, voor 200 gl. aan Gregorius Gips, een huis in de Kolfstraat omtrent de dwarsgang, staande tussen het huis van Abraham Baanwijk boekverkoper en dat van Latour.]
Jacob La Tour
[1731: kelder]
Jacob La Tour
de weduwe van Michiel Bommelaer
Johan van der Boor
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 129: op 4 mei 1728 verkopen Geertrui van Breda, weduwe van Nicolaas Hooglander, huistimmerman te Dordrecht, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar drie minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Nicolaas Hooglander, alsmede Willem en Pieter Hooglander, burgers van Dordrecht, als voogden over de twee minderjarige voorkinderen van Nicolaas Hooglander, voor 455 gl. aan Ariaantje van den Engh, weduwe van Johannes van der Boor, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Mattheus de Haan en dat van Michiel Bommelaer.]
Mattheus de Haan
Willem Booms
Jan van Dalum
kapitein Willem Beijen
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 23 e.v.: op 13 april 1741 verkoper notaris Huijbert van Wetten, mr. Paulus Gevaerts, vrijheer van Gansoijen, Abraham van den Santheuvel en Ocker Repelaer, als executeurs-testamentair van Willem Beijen, kapitein ter zee, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 220 gl. aan Cornelis Ouboter, huistimmermansknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jan van Dalen en dat van Govert van Herberge.]
Govert van Herbergen
Cornelis van de Mandelen
[ORA Dordrecht inv. 809, f. 160v: op 18 dec. 1714 verkoopt Jan van Sevenom, twijnder en burger van Dordrecht, voor 720 gl. aan Cornelis van der Mandelen, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat omtrent de Steenstraat, staande tussen het huis van Govert van Herberge en dat van Johannes van Aerdenbroek.]
Cornelis van der Clok
Govert van Herbergen [twijnder]
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 72: op 4 nov. 1727 verkoopt Lambert Kuijter, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende zijn broer, Roeland Kuijter, en tevens als procuratie hebbende van zijn zusters en broer, Maaijke, Dirkje, Anna en Arend Kuijter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen IJda Reijkenburgh, weduwe van Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, voor 610 gl. aan Govert van Herbergen, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Clock en dat van Bartholomeus van Aarde.]
Bartholomeus van Aerde [preceptor in de Latijnse School]
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 30 aug. 1711: Bartholomeus van Aerde jongman preceptor in de Latijnse School te Dordrecht en Adriana de Laet jonge dochter van Alblasserdam, volgens attestatie van daar.
ORA Dordrecht inv. 810, f. 78: op 21 april 1716 verkoopt Jenneken Cornelisdr. van Steenbergen, weduwe van Aert Peijs, burger van Dordrecht, voor 825 gl. aan Bartholomeus van Aerden, preceptor in de Latijnse School, een huis in de Kolfstraat tegenover de Steenstraat, staande tussen het huis van Arent Kuijter en dat van Sibert van Drongelen.]
Bartholomeus van Aerde
[ORA Dordrecht inv. 1650: op 2 mei 1724 verkoopt Tomas Pion, lakenwerker en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan ds. Bartholomeus van Aerde, preceptor in de Latijnse School, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter de Haas.]
Pieter de Haas
Adriaen Wor
Wouter van Olthuijsen
Govert van Herbergen
[1731: verhuurd]
Govert van Herbergen
burgemeester Johan van den Brandeler
[Johan van den Brandeler, geboren Dordrecht 2 april 1667, jongman van Dordrecht (1706), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1714 en 1739, hij bewoonde een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat *, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 febr. 1755 (mr. Johann van den Brandeler, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, met 10 koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete, laat kinderen na), zoon van Francois van den Brandeler en Margareta Crillaerts [www.dbnl.org], trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 aug./7 sept. 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Pieter Onderwater, de bruid met haar moeder Margareta Repelaer, laatst weduwe van de heer brigadier Piper #) Margareta Johanna van Meeuwen, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1682, jonge dochter van Dordrecht (1706), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 juli 1743 (Margrita Johanna van Meeuwen, de vrouw van mr. Johan van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, bij de Beurs, laat kinderen na, met 10 koetsen extra, een wapenbord, de hoogste boete), dochter van Philips van Meeuwen en Margaretha Repelaer
*ORA Dordrecht inv. 814, f. 143v: op 25 jan. 1725 Gillis van den Beek, pondgaarder te Dordrecht en Maria van den Beeck, erfgenamen van wijlen Maria de Graaff, weduwe van Gillis van Helmond, verkopen aan Jacob Quintingh, meester-zilversmid, een huis in de Voorstraat op de hoek van de Kolfstraat, belend aan de andere zijde door het huis van burgemeester mr. Johan van den Brandeler, voor 2000 gl. contant.
ORA Dordrecht inv. 820, f. 20: op 11 april 1741 transporteert Jan Faasse, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Quintingh, tegenwoordig wonende te Bergen op Zoom, volgens procuratie gepasseerd voor notaris R. Nolthenius te Dordrecht op 14 mrt. 1741, aan Adriaan van den Bergh, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Beurs, staande tussen de Kolfstraat en het huis van oud-burgemeester Johan van de Brandeler, verkocht voor 2000 gl. contant.
# Gerhard Piper, kolonel en brigadier van de cavalerie in Nederlandse dienst]
burgemeester Johan van den Brandeler
burgemeester Johan van den Brandeler

Johan van den Brandeler
Geertruij van der Waert
Reijnier de Monchy
[1731: verhuurd]
Nicolaes van der Valk
de weduwe van Cornelis de Bruijn
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 5v: op 22 jan. 1732 verkoopt Hendrik de Bruijn, die samen met Andries de Bruijn, executeur-testamentair is van wijlen Teuntje Ariensdr. Smits, voor 150 gl. aan voornoemde Andries de Bruijn een huisje in de Kolfstraat, staande naast het huis van Jacob Quinting.]
Kuipershaven (van de Roobrug tot de Palingstraat)
Joan van Sastelet
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 35: op 14 mei 1718 verkopen Hendrik Kromhout, als man van Maria Berbera Constant, Catharina Constant [voor zichzelf en tevens] vervangende Paulus Herst, als man van Anna Constant, allen kinderen en erfgenamen van Jan Constant, steenhouwer te Dordrecht, voor 450 gl. aan Jan van Chastelet, mr. smid te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van Pieter van Hermaal en het pakhuis van schipper Jan Claasse.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 51 e.v.: op 22 dec. 1744 verkoopt Jan van Chastelet, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jan van Olwen, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, staande tussen het pakhuis van Lambert Kuijter en het achterste deel van het huis van Pieter van Hermaal [zie Gravenstraat].
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 52v e.v.: op 29 juni 1752 verklaart Johannes van Olwen, mr. smid te Dordrecht, schuldig te zijn aan Arent Kuijter een somma van 1224 gl., verbindende een huis op de Drappierskade aan de zuidzijde, staande tussen het pakhuis van Arent Kuijter Lammertsz. en het huis van Pieter van Hermaal.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 139 e.v.: op 29 mei 1753 verkoopt Maria Agnieta Sprongh, echtgenote van Johannes van Olwen, mr. smid te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van der Meij Te Rotterdam op 28 april 1753, voor 1100 gl. aan Mels van der Schep, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis aan de zuidzijde van de Wolwevershaven bij de Roobrug, staande tussen het pakhuis van de erfgenamen van Lambert Kuijter en het huis van Pieter van Hermaal. De koper is schuldig aan Jan van Chastelet, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.]
Lambert Kuitert
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 38: op 10 mrt. 1785 verkoopt Jacobus Kuijter Lambertsz., wonende te Dordrecht, voor 1070 gl. aan Willem Nicolaas Kouwens, koopman wonende te Dordrecht, een pakhuis, staande op de Kuipershaven tussen de Damiate- en Roobrug, belend aan de ene zijde door het huis van Mels Schep smidsbaas aan de ene en de raffinaderij “de Zuikermolen” aan de andere zijde.]
Willem Bruijn
[1731: ledig
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 56v: op 6 nov. 1720 verkopen Margarita Cunningham, weduwe van Samuel ’t Hooft, en Maria ’t Hooft, weduwe van Michiel Ouwezeel, kinderen en erfgenamen van Catahrina van Gent, weduwe van Jasper ’t Hooft, voor 3000 gl. aan Willem Bruijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, genaamd “Klijn Almange”, staande tussen de raffinaderij van de koper en het pakhuis van de weduwe van Jan Clase.]
Willem Bruijn
[1731: woonhuis en pakhuis, samen in gebruik als raffinaderij
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 5 dec. 1700: Willem Bruijn jongman van Stokholm geassisteerd met Pieter Bruijn zijn neef en Catharijna Bruijn jonge dochter van Dordrecht beiden wonende in de Gravenstraat geassisteerd met Anthonij Bruijn haar broer, getrouwd op 22 dec. 1700
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 132: op 29 juli 1706 verkoopt Aalbert Lokermans, raffinadeur te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Fredrick Schonenburg en Willem Bruijn, mede raffinadeurs te Dordrecht, een derde part in zekere “huijsinge” met loodsen, houttuin, en verdere toebehoren. staande op de Nieuwe Haven aan de kade, tussen de Roobrug en de Schrijversstraat, waarvan de twee overige parten aan de kopers toebehoren, belend door het huis “Klijn Almange” aan de ene zijde en het erf van mr. Simon Muijs van Holij, schepen in wette van Dordrecht, aan de andere zijde, strekkende tot het erf van Hendrik Daalhuijsen.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 50v e.v.: op 28 juli 1718 verkoopt Frederik Schoonenburgh stadsfabriek voor 1700 gl. aan Willem Bruijn, koopman te Dordrecht, de helft van de raffinaderij “de Suijckermolen”, staande op de Oude Haven tussen de stal van Anna Elisabeth Witt, weduwe van mr. Simon Muijs, schepen in wette van Dordrecht, en het huis van de erfgenamen van Catarina van Gent, weduwe van Jasper ’t Hooft. De wederhelft van de raffinaderij behoort toe aan de koper.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 161: op 16 dec. 1782 verkopen Justus en Pieter de Bruijn, voor een vierde deel, Philip Jacob Falck, voor een vierde deel, en nog als procuratie hebbende van Pieter Hendrik Duffer, voor een vierde deel, en Pieter Hoevenaar, voor het laatste vierde deel, eigenaars van de hierna te noemen suikerraffinaderij, voor 16.000 gl. aan Willem Jacob de Bruijn de Neve, voor de helft, Willem Hordijk, voor een vierde part, en Johannes van der Elst, voor een vierde part, raffinaderij “de Zuikermolen” met het ernaast gelegen woonhuis, staande op de [Kuipershaven] tussen het koetshuis van de weduwe van Jacob van Doeveren en het pakhuis van Jacob Kuijter.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 93v: op 9 febr. 1797 verkopen Willem Hordijk en Johannes van der Elst, kooplieden te Dordrecht, voor 4000 gl. in totaal aan Willem Jacob de Bruijn de Neve, koopman te Dordrecht, ieder een achtste part in de suikerraffinaderij “de Suikermolen” met het het woonhuis ernaast, staande op de Nieuwe Haven of Drappierskade aan de zuidzijde, staande tussen het koetshuis van de weduwe van Jacob van Doeveren, nu echtgenote van Nicolaas van Meeteren, en het pakhuis van Willem Nicolaas Kouwens.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 460: op 22 sept. 1807 comp. “Pieter Papillon, eerste Klerk ter Secretarie dezer Stad, als bij Procuratie den 28 Julij 1807, voor den Notaris Jeremias van Laren en getuigen binnen deze Stad verleden, en aan ons Schepenen vertoond ten dezen gevolmagtigd van Engelbert Willemszen, als in huwelijk hebbende Antonetta van der Kaa, en dezelve Antonetta van der Kaa, met gezegde hare man geadsisteerd, wonende binnen deze Stad, en denzelven Engelbert Willemszen, nog als last en Procuratie hebbende van Adriaan Huigens, als in huwelijk hebbende Maria van der Kaa, en dezelve Maria van der Kaa met denzelve haare man geadsisteerd, wonende te Amsterdam welke Procuratie op den 14de April 1807, voor den Notaris Mr. Cornelis Willem Decker en getuigen te Amsterdam is gepasseert, en aan voornoemde Notaris van Laren en getuigen geexhibeert; Hendrik Theodorus Sibelius Monhemius, als toen in huwelijk hebbende Heiltje van der Kaa, en dezelve Heiltje van der Kaa, met gezegden haren man geadsisteerd, mede alhier woonagtig, dog welke Heiltje van der Kaa zedert is overleden; van Cornelis Vriesendorp als in huwelijk hebbende Adriana Cornelia van der Kaa, en dezelve Adriana Cornelia van der Kaa, met gezegde hare man geadsisteerd, meede alhier woonagtig; van Geertruida Willemszen wed.e en Erfgename van wijlend Aart van der Kaa, wonende binnen deze Stad, en zijnde dezelve Antonetta, Heiltje, Adriana, Cornelia, Maria, en wijlen Aart van der Kaa, kinderen en Erfgenamen van wijlend Johannes van der Kaa, mitsgaders Erfgenamen ’t zij ex testamento ’t zij ab intestato van wijlend Hendrica Maria van der Kaa in leven huisvrouw van wijlend Mattheus Westerouen van Meeteren, en van wijlen Nicolaas van der Kaa; En verklaarde de Comparanten in voors. qualiteit” te verkopen voor 4250 gl. aan Willem Kouwens, wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis en een stal voor twee paarden, staande op de Kuipershaven, getekend B:312, tussen de stal van Nicolaas Rovers en het pakhuis van Cornelis de Witt.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 480: op 1 dec. 1807 verkopen “de Heeren Engelbert Willemszen, Burger en wonende alhier, als in Huwelijk hebbende Antonetta van der Kaa, en nog als instaande en rato caverende voor Adriaan Huijgens, wonende te Amsterdam, in Huwelijk hebbende Maria van der Kaa; Hendrik Theodorus Sibelius Monhemius, weduwnaar en Erfgenaam Ex Testamento van wijlen Heiltje van der Kaa, Cornelis Vriesendorp als in huwelijk hebbende Adriana Cornelia van der Kaa en Cornelis Soli, als generale Last en Procuratie hebbende van Geertruij Willemszen, weduwe en Erfgename ex Testamento van wijlen Aart van der Kaa, … En welke Antonetta, Maria, Heiltje, Adriana, Cornelia en Aart van der Kaa, waren de eenige overgeblevene kinderen van wijlen Johannes van der Kaa, en aldus uitmakende de staat van denzelven Johannes van der Kaa in – en tot de nalatenschap van zijne Moeder wijlen Heiltje van der Matten weduwe Aart van der Kaa”, voor 4000 gl. aan Moll en Zanders, kooplieden te Dordrecht een pakhuis, getekend B:310, staande op de Nieuwe Haven bij de Schrijversstraat tussen de stal of het koetshuis van mr. Cornelis de Witt van Jaarsveld en het pakhuis van Willem Nicolaas Kouwens.]
Cornelis de Witt
[1731: koetshuis en stal]
Hendrik Cariss generaal majoor
[ORA Dordrecht inv. 1665, f. 22v: op 29 april 1766 verkoopt Coenraad Josselet, hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van Angelica de Caris, weduwe van Jean Alexander baron de Matha, luitenant-generaal der cavalerie, kolonel van een regiment dragonders in Nederlandse dienst, wonende te Maastricht, voor 4200 gl. aan Dirk Olivier, Arij van Nerum, Andries van de Wegh, Gillis Olivier en Engel Olivier, burgers van Dordrecht, een huis op de [Nieuwe] haven omtrent de Roobrug, staande tussen de stal en het koetshuis van mr. Cornelis de Witt, oud-burgmeester van Dordrecht, en de uitgang van de Stadsleenbank.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 143v: op 12 jan. 1786 verkoopt Gillis Olivier, koopman te Dordrecht, voor 750 gl. aan Nicolaas van Nerum, wonende te Dordrecht, een vierde part in een pakhuis of kuiperij, staande op de Kuipershaven, genaamd “de Rode Roos”, tussen de stal van de weduwe Van Doeveren en de ingang van de Stadleenbank.
Johan Kool [kuiper]
[1731: woonhuis en kuiphuis
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 85: op 19 febr. 1704 verkoopt Maria Paradijs, weduwe van Johannes van Trigt, voor 2100 gl. aan Johannes Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Theunis den Ram en het huis van de weduwe van Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, ]
de erfgenamen van Jacob Jacobs
[1731: pakhuis
Het huis “Inde Speykermandt”.
ORA Dordrecht inv. 809, f. 24 : op 2 mei 1713 verkoopt Anna van de Horst, weduwe van Anthonij de Ram, voor 1500 gl. aan Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de kuiper Koole en het pakhuis van Geurt Servaasz., koopman te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 817, f. 83v e.v.: op 16 dec. 1732 comp. voor het Gerecht te Dordrecht Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Jacobsz., Balthasar Jacobsz. en Andries Jacobsz., meerderjarige, ongehuwde personen en kooplieden te Dordrecht, alsmede Elisabeth Maria Perou, enige dochter van wijlen Jenneken Jacobse, in haar leven weduwe van Isaacq Perou, thans nog minderjarig zijnde, doch aan wie door de Staten van Holland op 20 febr. 1732 veniam aetatis verleend is, voor zichzelf en tevens vervangende hun absente broer resp. oom Jan Jacobsz. De comparant verklaart, dat zijn principalen schuldig zijn aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht, een somma van 5000 gl. wegens geleende penningen, die zij op 16 dec. 1730 hebben ontvangen volgens een onderhandse obligatie, en dat zij voor deze schuld verbinden een nieuw gebouwd pakhuis, genaamd “de Spijkermande”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van de erfgenamen van Geurt Servaesse en het huis van Jan Koole, kuiper, welk huis nog tussen zijn principalen en Jan Jacobsz. onverdeeld is en dat zij nog in gemeenschappelijk bezit hebben.

Kuipershaven, het huis “In de Speykermandt”
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 87v: op 25 febr. 1749 verkoopt Rijnier Vermeulen, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Jacob Jacobse, t.w. Maria Therese Bouhon, weduwe van Anthonie Latour, koopvrouw te Luik, voor de helft, en Ambroise Louis Latour, voor de helft in een vierde part, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer Guiljaume Latour, voor de helft in een vierde part,en nog als procuratie hebbende van Hendrik Diesens, burger en mr. zilversmid te Maastricht, en diens vrouw Jenneton Latour, voor een vierde part, voor 10.000 gl. aan Arent de Heer, Dirk van den Andel, Christoffel Duffers en Egbert Harssevoort, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “de Spijkermandt”, staande op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat tussen het pakhuis van de erfgenamen van de weduwe van Geurt Servaasse en het huis van Cornelis Coole.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 127v: op 19 jan. 1779 verkopen Johan van Andel, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Jenneken van Gemert, weduwe van Dirk van Andel, voor twee zesde parten, en Isaac Morjé, voor één zesde part, voor 7750 gl. aan Christoffel Duffer de raffinaderij “de Spijkermande” met het woonhuis daarnaast en een pakhuis, met alle gereedschappen, die daarin aard- en nagelvast zijn, van welke raffinaderij etc. de koper reeds de helft bezit, staande op de [Kuipers]haven tussen het pakhuis van de weduwe van burgemeester Stoop en de gang van de Stadsleenbank. Bij de koop zijn inbegrepen de helft van de losse gereedschappen, die worden verkocht voor 5000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 221: op 23 febr. 1792 verkoopt Anna Dorothea Dorges, weduwe van Christoffel Duffer, wonende in Dordrecht, voor 4000 gl. aan Pieter Morjé, wonende te Dordrecht, drie twaalfde parten in raffinaderij “de Spijkermande” en het daarnaast staande woonhuis, staande op de Nieuwe of Kuipershaven tussen de gang van de Stadsleenbank en het pakhuis van de erfgenamen van wijlen mevrouw Stoop. Dezelfde verkoopster verkoopt aan Hendrik Cornelis van Maanen, wonende te Dordrecht, voor 5333 gl. en 7 st. vier twaalfde parten in raffinaderij “de Spijkermande” en het ernaast staande huis.]
de erfgenamen van Geurt Servasen
[Trouwboek Gerecht Dordrecht 17 okt. 1700: Jan Meermans jongman van Beeck in het Land van Maastricht wonende scheep geasssisteerd met Pieternella Francken weduwe van Willem Bachus zijn tante en Maria Londos weduwe van Walterij d’ Fleron van Dordrecht wonende in de Hoge Nieuwstraat geassisteerd met Geurt Servaessen haar neef, op 31 okt. 1700 getrouwd in de Waalse kerk
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 140v: op 14 juli 1770 verkoopt Pieter Morjé, boekhouder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Christina Elisabeth van Attenhoven, wonende te Dordrecht, voor 750 gl. aan Pieter van Attenhoven, koopman te Dordrecht, die reeds een achtste deel ervan bezit, een achtste deel van een pakhuis, genaamd “het Spijkerhuis”, staande op de Nieuwe Haven tussen het koetshuis van burgemeester mr. Adriaan Stoop en de suikerraffinaderij van Van Andel, De Heer en Duffer.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 78: op 5 sept. 1776 verkoopt Elisabeth Maria van Attenhoven, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als executrice van het testament van haar vader, Pieter van Attenhoven, die gewoond heeft en op 6 dec. 1775 te Dordrecht is overleden, volgens het testament gepasseerd voor notaris A. Bax te Dordrecht op 16 juni 1775, voor 5600 gl. aan Johanna Everwijn, weduwe van burgemeester Adriaan Stoop, vrouwe van Brandwijk, Gijbeland etc., wonende te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “het Spijker-Huis”, staande op de [Kuipers]haven aan de zuidzijde tussen de Roobrug en de Schrijversstraat, belend aan de ene zijde door de stal en het koetshuis van verkoopster aan de ene zijde en de raffinaderij van Van Andel, Duffer en co. aan de andere zijde.]
de erfgenamen van kapitein Schull
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 23v e.v.: op 18 mrt. 1738 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isack Naville en diens echtgenote, Agneta Schul, wonende te Crijvelt, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Crijvelt op 9 dec. 1737, en als procuratie hebbende van Johanna Catharijna Schul, weduwe Halfmans, gepasseerd voor burgemeester en raad van Hattnegen op 17 jan. 1738, en Jan de Visser en Obbe de Heer, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan van Helmond *, voor 1920 gl. aan Gerrit Obbes, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het koetshuis van de vrouwe van Brandwijk en het huis van Van den Bergh.
* Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1975, f. 123v: op 16 jan. 1698 ontvangen als burger en inheems poorter van Dordrecht Jan van Helmont geboortig te Dousborg mits doende de behoorlijke eed en te verklaren dat hij zich zal gedragen als grossier “ende wert hem ’t regt vereert”.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 27 april 1698 (ondertrouw): Jan van Helmont jongman van Doesburgh geassisteerd met Hendrick van Santen zijn zwager en Maria Schoen jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Cornelia Pluijm de vrouw van haar broer
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 okt. 1701: het kind van Johan van Helmont in de Oude BreestraatBegraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 juli 1703: het kind van Jan van Helmont op de hoek van het Hilstraatje
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 mrt. 1710: Maria Schoen in de Nieuwe [sic] Breestraat Weeskamer Dordrecht inv. 30, f. 218: op 24 mrt. 1710 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Johan van Hellemont “distelateur” en zijn vrouw Maria Schoen, gepasseerd voor notaris B. van Gelsdorp in Dordrecht op 27 mrt. 1699Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 10 jan. 1712: Jan van Helmont weduwnaar geboortig van Duisburgh [sic] wonende in de Oude Breestraat en Ida Huttenus jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt, getr. 24 jan. 1712Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 mei 1713: het kind van Jan van Helmont in de Oude Breestraat beide ouders nog in levenBegraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 febr. 1715: Ida Huttenus vrouw van Jan van Helmont, twee koetsen extraTrouwboek Gerecht/NG Dordrecht 15 sept. 1715: Jan van Helmondt weduwnaar van Doesburgh wonende op de Hil en Willemijna Schull jonge dochter van Dordrecht wonende op de [Nieuwe] Haven volgens schriftelijk consent van haar vader Gerard Schull, getr. 29 sept. 1715Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 5 nov. 1735: Willemijne Shul [sic] vrouw van Jan van Helmont op de Elfhuizen, laat kinderen na, 1 koets extraBegraafboek Grote Kerk Dordrecht 19 aug. 1737: Jan van Helmont op de Elfhuizen, laat kinderen na, 1 koets extra
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 273: op 1 nov. 1740 verkoopt Gerrit Obbes, schipper en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Cornelis Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het koetshuis van de vrouwe van Brandwijk en het huis van Geeret van den Bergh. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 87: op 26 juni 1783 verkopen Dirk Willem Nibbeling, als procuartie hebbende van Johanna Balen, weduwe van Dirk Jacob van Rietschoten, bij hun huwelijkse voorwaarden bedongen hebbende een kindsgedeelte uit haar mans nalatenschap, en Willem van Rietschoten, als samen met Cornelis van Rietschoten aangesteld tot voogd over de minderjarige erfgenamen van Dirk Jacob van Rietschoten en tevens vervangende zijn medevoogd Cornelis van Rietschoten, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Christoffel Duffer, koopman te Dordrecht, een huis met een wijnkelder, staande en gelegen op de Kuipershaven omtrent de Gravenstraat tussen het huis van Pieter Morjé en dat van de weduwe Dam en Duffer.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 181v: op 14 okt. 1794 verkopen Anthonij Kisselius en Adolf Stephanus Rueb, kooplieden te Dordrecht, als executeurs van de boedel van wijlen Anna Dorothea Dorges, weduwe van Christoffel Duffer, die gewoond heeft en in Dordrecht is overleden, voor 3000 gl. aan Van der Kaa en Zoon, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Kuipershaven bij de Schrijversstraat, staande tussen het pakhuis van Pieter Morjé en dat van Johannes Vijgh.]
Gerrit van den Bergh
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 112v: op 6 mei 1749 verkoopt Gerret van den Berg, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnita van den Bergh Hasuerosdr., met haar schip liggende in Keulen, voor 2400 gl. aan Jacobus van Vliet, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Hendrik van Meteren en dat van Cornelis Kool.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 245v: op 29 juli 1784 verkoopt Maria Hardus, weduwe eerst van Willem Hardus en laatst van Jacob Doeveren, voor 1255 gl. 12 st. 8 penn. aan Francois Duffer Christoffelsz. en Suzanna Duffer, broer en zuster, wonende te Dordrecht, de helft van een pakhuis op de Keulse en Engelse Kade, waarvan de wederhelft toebehoort aan haar gewezen vennoot de weduwe Dam, staande tussen het huis van Pieter van Moerkerken en dat van Christoffel Duffer.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 103v: op 24 juli 1787 verkoopt Francois Duffer Cz., als procuratie hebbende van Maria Catharina Dorges, weduwe van Jan Melchior Dam, koopvrouw wonende te Dordrecht, namens de compagnie genaamd “de weduwe Dam en Duffer”, voor 1900 gl. aan Johannes Vijgh, wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Engelse of Keulse kade [Kuipershaven] omtrent De Schrijverstraat, staande tussen het huis van Pieter van Moerkerken en dat van de heer Duffer.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 102: op 12 febr. 1801 verkopen Hilmar Johan Backer en Adolf Stephanus Rueb], als bij akte van 17 dec. 1796 door wijlen Johanna Dam, weduwe van Johannes Vijgh, gewoond hebbende en te Dordrecht overleden, aangesteld tot executeurs-testamentair en voogden in haar nalatenschap, voor 5000 gl. aan Van Meeteren, Brand en Vijgh, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis op de Kuipershaven, getekend B:307, staande tussen het pakhuis van Van der Kaa en Zoon en het huis van de erfgenamen Moerkerken, alsmede een pakhuis in de Schrijversstraat, staande tussen het pakhuis van Thomas van Eelde en dat van Frans Mulders.]
Hendrik van Meteren
[1731: pakhuis/kelder
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 151v: op 27 febr. 1725 verkoopt Cristiaan Logeman, koopman te Delft, voor 3000 gl. aan Hendrik van Meteren, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, staande op de [Kuipers]haven tussen de Gravenstraat [sic] en het huis van Joris van den Bergh mr. kuiper.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 114: op 24 mei 1764 verkoopt Ericus Duitz, drossaard van Onsenvoort en Nieuw-Kuijck, als procuratie hebbende van Anna Logeman, weduwe van Hendrik van Meteren, voor 1510 gl. aan Pieter van Moerkerken, burger van Dordrecht, een huis op de Kuipershaven, staande tussen de Schrijversstraat en het pakhuis van Dam en Hardus.]
[Schrijversstraat]
Jacob Bouret
[1731: woonhuis en pakzolders
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 184: op 21 dec. 1751 verkoopt Jacob Angelo Borret, wonende te Dordrecht, als mede-erfgenaam van zijn vader Huijbert Borret, in zijn leven koopman te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Jan Dam en Willem Hardus, kooplieden in compagnie te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen de Schrijverstraat en het pakhuis van juffrouw Heijkoop.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 103: op 24 juli 1787 verkoopt Francois Duffer Cz., wonende te Dordrecht, als procuratie van Maria Catharina Dorges, weduwe van Jan Melchior Dam, koopvrouw te Dordrecht, namens haar compagnie genaamd “de weduwe Dam en Duffer”, voor 7100 gl. aan Willem Nicolaas Kouwens, wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Keulse of Engelse Kade omtrent de Schrijversstraat, staande tussen die straat en het pakhuis van Aart van der Kaa.]
Elisabet Heicoop
[1731: pakhuis/kelder
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 127: op 3 okt. 1758 verkopen Wouter van Oirschot, wonende te Amsterdam, mr. Adriaan Heckenhoeck, advocaat in Den Haag, en Coenraad Welborn, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Heijkoop, wonende te Leerdam, voor 1280 gl. aan Aart van der Kaa, schipper en koopman te Dordrecht, een huis op de [Kuipershaven], staande tussen het pakhuis van Dam en Hardus en het koetshuis van mr. Johan de Witt.]
Joan de Bruijn ontvanger
[1731: pakhuis waarin koetshuis en enige zolders
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 120: op 10 febr. 1746 verkoopt Philips van Haarlem, oud-achtraad en koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan de Bruijn, oud-achtraad en koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, genaamd “Drencwaerts toren”, belend oost het huis van Obbe de Heer, west het pakhuis van de erfgenamen Heijkoop, zuid het huis van de koper, noord ’s herenstraat.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 16 e.v.: op 12 mrt. 1754 verkopen Pieter Franchois Verster, kapitein in het regiment dragonders van generaal Massain, als man van Cornelia Philippina de Bruijn, en als procuratie hebbende van zijn vrouw volgens akte gepasseerd voor notaris Thielen te Maastricht op 6 mrt. 1754, en Pieter Jan van Erp, kapitein van de infanterie in Nederlandse dienst, als man van Hermina de Bruijn, en als procuratie hebbende van zijn vrouw volgens akte gepasseerd voor notaris H. Leuftink Hendriksz. te Breda op 6 mrt. 1754, voor 13.000 gl. aan mr. Johan de Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mr. Jacob Stoop nomine uxoris, en het huis van Van Dongen, met een pakhuis, vanouds genaamd “Drenckwaarts Toren”, en een koetshuis en paardenstal achter het voorgaande huis, uitkomende op de Nieuwe of Wolwevershaven [= Kuipershaven] en daar belend ten oosten door het huis van Obbe de Heer, ten westen het pakhuis van de erfgenamen van de heer Hijkoop, ten zuiden het voornoemde huis en ten noorden ’s herenstraat.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 87: op 9 okt. 1804 verkoopt Zeger Morjé, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna Maria Verbeek, weduwe van Pieter Morjé, wonende te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Johannes Wenceslaus Lotsij, wonende te Dordrecht, een pakhuis met een open erf erachter, staande op de Kuipershaven, getekend B:305, tussen het pakhuis van Aart van der Kaa en de stal van de heer Everwijn Onderwater.]
de weduwe van Hubert Bouret
[ORA Dordrecht inv. 819 f 147v d.d. 29-9-1739: Jacob Borret, coopman, verkoopt aan Obbe de Heer, schipper, “een geheel huijs en erf genaempt ‘de Druijff’ staande ende gelegen aan de zuijdsijde van de Nieuwe haven omtrent de brouwerije van de Swaan binnen dese stad, belent het pakhuijs op heden getransporteert aen de heer Mr. Herman Franciscus Ketelanus aan de eene en het agter of koetshuijs van Jan de Bruijn aan de andere zijde”. Koopsom ƒ 1825,–, plus rantsoen: in totaal ƒ 1870:8 (In margine: volgens de verkoop gepasseerd voor notaris Jacob Beudt.)]
Jacob Bouret
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 819, f 148, d.d. 29-9-1739: Jacob Borret, coopman, verkoopt aan de heer Mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris en administrateur van de Weeskamer, “Een pakhuijs en erff alsmede een gangh ofte erff daer benevens off annex staande ende gelegen aan de zuijdsijde van de Nieuwe haven belent de brouwerije van de Swaan aan de ene en het huijs op heden getransporteert aan Obbe de Heer aan de andere zijde. om ƒ 1035:5:0”.(Volgens condities gepasseerd voor notaris Jacob Beudt op 6-8-1739.)]
de erfgenamen van Hubert Bouret
[1731: woonhuis, wordt nu gebruikt als Roomse vergaderplaats]
Jacob Cramer [koopman]
[1731: pakhuis, ledig
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): 3 aug. 1713 Jacobus Cramer jongman koopman te Rotterdam geassisteerd met Christina Pirot weduwe van Dominicus Cramer zijn vader en Margareta Anna Boret jonge dochter geassisteerd met haar vader Hubert Boredt koopman te Dordrecht, getrouwd ten huize van Huijbert Borret op 20 aug. 1713, getrouwd RK Dordrecht 22 aug. 1713
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 108v: op 24 juli 1736 verkoopt Hendrik Kummich, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Jacob Cramer, koopman te Rotterdam, voor 1300 gl. aan Matthijs Rens, koopman te Dordrecht, een pakhuis, “gedesigneert met No. 2”, staande op de [Nieuwe] haven tussen brouwerij “de Swaan” en het pakhuis van Jacob Borret, met een vijfde part in een achterwoning, “geapproprieert tot Dienst offeninge”, komende achter tegen het pakhuis van Jacob Borret.]
Jacob Bouret
[1731: pakhuis]
Kuipershaven bij de Damiatebrug
Jacob Herpell [koopman]
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 117v: op 26 juli 1742 verkoopt Pieter van Gelsdorp, procureur voor de Kamer Judicieel te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Herpel, koopman te Dordrecht, voor 250 gl. aan Johan van Gelsdorp, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de [Kuipers]haven, staande tussen het pakhuis van de koper en het pakhuis van Fredrik Wilkens.]
Johan Gelsdorp [koopman]
[pakhuis/kelder]
Jacob Martensz. Veen [riviervisverkoper]
[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 55: op 18 nov. 1693 verkoopt Geleijn Cloot, koopman en burger van Dordrecht, als voogd over de weeskinderen van wijlen Catharina Barents, weduwe van Aert Sijmonsz. van de Hegge, voor 1850 gl. aan Jacob Maertensz. Veen, rivierviskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Kleine Riviervismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Herman Vingerhoet en dat van Wessel Willems.]
Cornelis Dura
[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 67v: op 21 juli 1700 verkoopt Johan van Eijsden, arts en koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen en als procuratie hebbende van Elisabet en Johanna van Gelee, dochters en mede-erfgenamen van wijlen Johan van Gelee en Catarina Vingerhoet, tevens vervangende Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, als mede-voogd over genoemde kinderen, voor 1300 gl. aan Govert Denijs en Cornelis Ariensz. Dura een huis op de Riviervismarkt bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Maertensz. en dat van Govert Denijsse.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 158: op 12 dec. 1719 verkoopt Govert de Nijsse, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jan Cornelisz. Dura, viskoper en burger van Dordrecht, een half huis op de Kleine Vismarkt op de Nieuwe Opslag, van welk huis de vader van de koper de wederhelft bezit, staande tussen het huis van Jacob Maartensz. Veen en dat van [NN] de Jager kuiper.]
Jasper Aertsz. Visser
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 14: op 3 mrt. 1735 verkoopt Jasper de Visser, burger van Dordrecht, voor 1025 gl. aan Hendrik Jacobsz. Korthals, schipper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Palingstraat bij de Kleine Riviervismarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Gerard Vingerhoet en dat van Denijs de Raet.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 145: op 30 jan. 1781 verkopen ds. Jacob Korthals en Johannis Korthals, beiden wonende te Dordrecht, door hun vader, Hendrik Korthals, in zijn testament, dat hij heeft verleden voor notaris L. van der Horst te Dordrecht op 19 mrt. 1780 en dat door hem op 28 mrt. 1780 met de dood is bevestigd, voor 2000 gl. aan Frederik Derkson een huis op de Kleine Riviervismarkt tussen Palingstraat en Damiatenbrug, staande tussen de erfgenamen van mijnheer Van den Santheuvel en dat van Jan Korthals.]
Jan Pietersz. van der Sluijs
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 112: op 5 nov. 1716 verkoopt Govert Denijsz. van Roo, burger van Dordrecht, voor 1310 gl. aan Jan Pietersz. van der Sluijs, burger van Dordrecht, een huis op de Kleine Vismarkt omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “’t Hoff van Hollant”, hem, verkoper aangekomen bij akte van scheiding gepasseerd voor notaris S. de Moraaz op 1 febr. 1703 en staande tussen het pakhuis van [NN] Vingerhoet en het huis van Hendrik de Jager.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 73v: op 23 juli 1778 verkoopt Nicolaas van der Sluijs, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Gijsbert de Kraeij een huis op de Kleine of Boerenvismarkt bij het Groothoofd, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevr. Van den Santheuvel en dat van Cornelis Dura.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 66v: op 5 april 1787 verkoopt Cornelia Buitenhek, weduwe van Gijsbert de Kraaij, wonende te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jan Haasloop, zeeschipper wonende in Dordrecht, een huis aan de Boerenvismarkt, staande tussen het huis van Cornelis Dura en dat van mevr. Van den Santheuvel.]
Lombardbrug
Cornelis Arijensz. Dura
[ORA inv. 1645, f. 92v: op 14 mrt. 1714 verkoopt Isaacq van der Flonck, viskoper en burger van Dordrecht, voor 675 gl. aan Cornelis Arijensz. Dura, burger en inwoner van Dordrecht, een huis op de Lombardbrug achter het huis van Joris Geij, staande tussen dat huis en de haven.
ORA inv. 1656, f. 67v: op 30 nov. 1741 verkopen Arij Dura, burger van Dordrecht, voor een vierde part, Gijsbert Nederlof, als man van Marijke Dura, wonende te Dordrecht, voor een vierde part, Machiel Bommelaer, maselaar en burger van Dordrecht, als man van Stijntje de Ruijter, alsmede Arij Dura en Gijsbert Nederloff, die samen met Arij Dura voogden zijn over Mangeltje en Marijke de Ruijter, voor een vierde part, en Jan Dura, voor het laatste vierde part, allen erfgenamen van hun vader resp. grootvader Cornelis Arijensz. Dura, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, voor 595 gl. 15 st. en 10 penn. aan Jan Dura, riviervisser en burger van Dordrecht, een huis op de Lombardbrug achter het huis van Jacobus de Wijs apotheker, staande tussen dat huis en de haven. Aan de koper, als zoon van Cornelis Arijensz. Dura komt een vierde part van het verkochte huis toe.
Maartensgat
Willem en Gillis Rees
[1731: woonhuis, kelder, pakhuis en houttuin]
Martijnus van der Pijpen [koopman]
[1731: woonhuis, houttuin en loodsje
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 83v e.v.: op 16 dec. 1738 verkoopt Jan Nievervaert, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Mels, de weduwe van Martinus van der Pijpen, koopman te Dordrecht, voor 3800 gl. aan Laurens Boon, schout en secretaris van Dubbeldam, wonende te Dordrecht, een huis en erf met een houttuin daarvoor en een loods daarnaast, alsmede een “comptoir” voor aan de straat, met de kade tot de waterkant ter breedte van het huis, alles staande en gelegen op het Maartensgat tussen het huis van Gillis Rees en dat van Paulus Gips.
Laurens Boon, schout en secretaris van Dubbeldam, begraven Dordrecht 14 april 1745 (Lauwerens Boon op het Maartensgat, laat kinderen na, vervoerd naar Alblas), trouwde 10 febr. 1709 Anna Croese, geboren Alblasserdam 30 nov. 1683, begraven Dordrecht 17 juni 1768, dochter van Gerardus Croese, predikant te Alblas, en Elisabeth de Cerff
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 211 e.v,: op 22 dec. 1768 verkopen Anthonij Boon, schepen en raad in de vroedschap van Schoonhoven, en mr. Martinus Boon, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Croese, weduwe van Laurens Boon, verkopen voor 3600 gl. aan Adrianus du Bois, koopman te Dordrecht, een huis en tuin, met kade of tuin over de straat, staande en gelegen op het Maartensgat tussen het huis van Mattheus Rees Gillisz., schepen en oudraad van Dordrecht, en dat van Jan Knipscheer.
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Cornelia Beatrix, 25 mrt. 1713
b Elisabeth, 27 juni 1714
c. Willem, 16 sept. 1718
d. Gualterus Boon, 8 mei 1721, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1758), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 april 1758 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te ‘s-Gravendeel dd 20 april 1758, attestatie gegeven op 7 mei 1758), Anna Maria Bosveld, jonge dochter geboren en wonende te ‘s-Gravendeel (1758), trouw 2e 29 april okt. (gaarder te ‘s-Gravendeel) Willem de Voogd (zie genealogie Van der Linden op deze website)
e. Beatrix, 27 juni 1723
f. Laurens, 26 okt. 1724
g. mr. Martinus Boon, 15 febr. 1727
ORA Dordrecht 1662, f. 164 e.v.: op 18 april 1759 verkoopt Margaretha Eelbo, vrouw van Leonard Hoeufft, generaal-majoor van de cavallerie in Nederlandse dienst, als enige erfgename van haar broer mr. Richard Paulus Eelbo, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, voor 6500 gl., aan mr. Martinus Boon, schout en secretaris van Dubbeldam, een huis met een grote tuin, staande en gelegen in de Wijnstraat tegenover het stadhuis, met het ernaast staande huis, aan de ene zijde belend door het huis van Johan Lesier en het andere door dat van Jan Goset.
h. Anna, 11 aug. 1729]
idem
[1731: woonhuis en korenzolder, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 33 e.v.: op 17 mei 1735 verkoopt Jan van Nievervaart, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Maria Mels, weduwe van Martinus van der Pijpen, koopman te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Paulus Gips, houtkoper en mr. timmerman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen met houttuin en kade ervoor, staande op het Maartensgat tussen het huis van Pieter Anthonij van Esch en dat van voornoemde juffrouw Van der Pijpen.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 85 e.v.: op 21 febr. 1764 verkoopt Paulus Gips, burger van Dordrecht, voor 3600 gl. aan Jan Knipschaar, koopman te Dordrecht, een huis op het Maartensgat, bestaande uit twee aparte woningen, staande tussen het huis van de weduwe van Laurens Boon en dat van Abraham Selis.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 222: op 2 mrt. 1802 verkoopt Maria Smak, weduwe van Jan Knipscheer, voor 7000 gl. aan Gerard Mauritz, wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis ernaast en een kade ervoor, staande en gelegen op het Maartensgat tussen het huis van de weduwe van Adriaan du Bois en dat van de weduwe van Abraham Selis.]
Pieter Antoni van Esch
[ORA Dordrecht inv. 1660. f. 141v e.v.: op 5 juni 1753 verkoopt Abraham Teerlink, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair, samen met Bernhardus Elekink, predikant te Papendrecht, van Pieter Anthonij van Esch, koopman te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Abraham Selis, koopman te Dordrecht, een huis op het Maartensgat tussen de Catarijne- en Zakkendragerspoort, staande tussen het huis van Adriaan de Leeuw en dat van Poulus Gips.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 440: op 9 mei 1809 verkopen Hendrik Selis, gehuwd, Abraham Cornelis Selis, meerderjarig, en Pietronella Francina Selis, de vrouw van Jacob Staats Vos van Rijswijk, enige kinderen en erfgenamen van Pietronella Broere, weduwe en erfgename van Abraham Selis, voor 8000 gl. aan Anna Margarita van Laren, weduwe van Hendrik van der Sande Jz., wonende te Dordrecht, een huis, dat is verdeeld in twee woningen, staande op het Maartensgat, getekend oud A:106, 106 1/2 en 107 en nieuw A:104 en 105, met een tuintje tegenover het huis, staande tussen het huis van Floris van der Linden en dat van Gerard Mauritz.]
Teodorus de Vos
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 143v: op 5 mrt. 1722 verkoopt Warnard Blankestijn, koopman te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Sibilla Hijblom, weduwe van Jacobus d’Vos, apotheker te Dordrecht, een huis, pakhuis en houttuin op het Maartensgat, staande tussen het huis van de weduwe Van Esch en dat van Govert van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 76 e.v.: op 3 jan. 1736 verkoopt Willemina Fiers, weduwe van Theodorus de Vos, voor 6000 gl. aan Adriaan de Leeuw, koopman te Dordrecht, een huis, pakhuis, houttuin en kade op het Maartensgat, staande tussen het huis van de “fabriek” Govert van der Linden en dat van Pieter Anthonij van Esch. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 6000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 146: op 9 mrt. 1779 verkoopt Dirk Willem Nibbelink, als procuratie hebbende van Cornelia de Leeuw, de vrouw van Adrianus de Bois, koopman te Dordrecht, als enige dochter en erfgename van Adriaan de Leeuw, koopman in houtwaren, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 3500 gl. aan Floris van der Linden, koopman in houtwaren, een huis, pakhuis, houttuin, met een kade ervoor, staande op het Maartensgat tussen het huis van Jan Govertsz. van der Linden en dat van Abraham Zelis.]
Govert van der Linden [mr. huistimmerman, “fabriek”]
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 25: op 15 april 1717 verkopen Goris Meesters en Johannes van Doorn, als executeurs-testamentair van Nicolaes Cleijkluijd, mr. mastenmaker te Dordrecht, alsmede Marijken Aertsdr. van Beeckhuijsen, weduwe van Nicolaes Cleijkluijd, en Goris Meesters nog als man van Maria Cleijkluijd, dochter en erfgename van Nicolaes Cleijkluijd, en tevens vervangende Tomas de Cramer, wonende te Tholen, als man van Catharina Cleijkluijd, dochter en erfgename van Nicolaes Cleijkluijd, voor 2100 gl. aan Govert van der Linden, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis, loods en kade, staande op de Engelborgse kade of anders genaamd het Maartensgat tussen het huis van Warnard Blankestijn, koopman te Dordrecht, en het huis van Nicolaes van Tienen, mr. wagenmaker te Dordrecht.]
Huijbert en Dirk van Thienen
[1731: woonhuis en zolders (verhuurd)
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 203v: op 26 april 1729 verkoopt Klaas Joosten van Tienen, mr. wagenmaker en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Huijbert en Dirk van Tienen, burgers van Dordrecht, een huis, loods en kade op het Maartensgat, staande tussen het huis van Hendrik van der Pijpen en dat van de fabriek Govert van der Linden.]
Hendrik van der Pijpen [koopman]
[1731: woonhuis, door hem zelf bewoond, met pakhuis (verhuurd) en loods
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 187 e.v.: op 14 mei 1737 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als procuratie hebbende van Leonardus van der Pijpen, wonende te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. Roermond in Den Haag op 25 mrt. 1737, voor 1250 gl. aan Hendrik van der Pijpen, koopman te Dordrecht, een zesde part een huis en pakhuis op het Maartensgat, vanouds genaamd “den Noordsen Boer” en belend ten oosten door het huis van Van Thienen, ten westen het huis van Cornelis van Hombroek en ten zuiden en noorden door ’s herenstraat. Tot dan toe zijn het huis en pakhuis gemeenschappelijk bezit geweest van de erfgenamen van Hendrik van der Pijpen de oude, de vader van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 107 e.v.: op 22 mei 1742 verkoopt Hendrik van der Pijpen, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Jan Hardus, schipper en koopman op de Rijn, een huis met pakhuis en loods ervoor, “nevens de kaaij tot op het water aen wedersijden regt doorgaande”, vanouds genaamd “de Noordschen Boer”, staande op de Engelenburgerkade of het Maartensgat tussen het huis van Claas Joosten van Tienen en dat van de weduwe van Cornelis van Hombrok.
Jan Hardus, jongman van Grave wonende scheep (1714), schipper, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 jan./18 febr. 1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader, attestatie te vertonen) Maria van Wel, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1714)
Kinderen:
a. Johanna Hardus, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1723, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1751), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/26 febr. 1751 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Anna Clara van Wetten, weduwe van Johan de Bandt, de bruid met haar vader Jan Hardus) Nicolaas de Bandt, jongman van Dordrecht, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1751)
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 56v: op 25 juli 1793 verkopen Huibert den Bandt, wonende te Dordrecht, en Jan Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Johanna Hardus , weduwe van Nicolaas den Bandt, gewoond hebbende en overleden in Dordrecht, voor 14.000 gl. aan Lambert Bernard Noortbergh, koopman te Dordrecht, een huis met twee pakhuizen “van voren en annex” het genoemde huis, met een open erf ervoor en pakhuizen aan het water, staande en gelegen op het Maartensgat tussen het huis van Thomas Kuil en het pakhuis van Floris van der Linden.
b. Maria Hardus, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1725, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1751), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/23 nov. 1751 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Margarita de Haan, weduwe van Carel Hardus, de bruid met haar vader Jan Hardus, de geboden gaan te Nijmegen) Willem Hardus, jongman wonende te Nijmegen (1751)
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 556: op 20 juni 1809 verkopen mr. Gerrardus Johannes Jantzon en Jacob Cornelis Jantzon van Erffrenten van Capelle, wonende te Dordrecht, als executeurs-tetamentair van Lambert Bernard Noortberg, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 9000 gl. aan Jacob Cornelis Jantzon van Erffrenten van Capelle, wonende te Dordrecht, een huis en pakhuis op het Maartensgat, getekend A:100 en 101 en A:97 en 98, staande tussen het pakhuis van A. van der Linden Fz. en het huis van Arij Kuijl.]
Cornelis van Hombroek
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 54v: op 9 nov. 1707 verkoopt Arijen Dura, houtkoper en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Cornelis van Hombroek houtkoper een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis van Hendrik van der Pijpen en dat van Gerrit van Eijsden.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 67 e.v.: op 19 sept. 1752 verkoopt Cornelis van Hombrock, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Machtelt Neering, weduwe van Cornelis van Hombrock, voor 850 gl. aan Jan van der Linden Govertsz. een huis met loods of pakhuis, staande op het Maartensgat tussen het huis van de weduwe van Jan van Eijsden en dat van Jan Hardus. Het huis heeft voor het pakhuis over de straat het gebruik van een ruim erf, liggende tegen de kade van de stadshaven.]
Johannes van Eijsden
[1731: woning en drie zolders]
Robbert van Ebbenhuijse
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 135v: op 4 jan. 1725 verkoopt Aart Roos, stadhouder van de baljuw van de Merwede, als executeur-testamentair van kapitein Leendert Roos, en nog als procuratie hebbende van Ludovicus de la Coste en Adriaen Pot, zijn mede-executeurs, voor 2200 gl. aan Robbregt van Epenhuijsen een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis van Johan van Eijsden en de straat.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 13v e.v.: op 9 mrt. 1741 verklaart Anna Roos, weduwe van Robbert van Epenhuijse, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieternella Kool een somma van 800 gl., verbindende een huis op het Maartensgat, staande tussen ’s herenstraat en het huis van Jan van Eijsden.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 56v e.v.: op 7 sept. 1769 verkoopt Leendert Roos, wonende te Dordrecht, als executeur-testamentair van Anna Roos, eerst weduwe van Robbrecht van Eppenhuisen en laatst echtgenote van Pieter de Jager, overleden te Dordrecht op 1 april 1769, voor 1600 gl. aan Simon de Koning, wonende te Dordrecht, een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan van Eijsden en ’s herenstraat. De koper is schuldig aan Nicolaas den Band en Jan Hooft Dz., kooplieden te Dordrecht, een bedrag van 2000 gl.]
Johannes van Eijsden
Jacob Mortier [koopman]
[1731: woonhuis en pakhuis, dat vaak leeg staat.
[ORA Dordrecht inv, 1648, f. 34v: op 12 aug. 1718 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Kamere Juditieel te Dordrecht, voor 4780 gl. aan Jacob Mortier, koopman te Dordrecht, een huis met pakhuis, die toebehoord hebben aan Cornelis van Koijck, staande tussen de Zakkendragerspoort en het Zakkendragershuisje.]
het Mazelaarshuisje
[eigenaar: de stad Dordrecht]

Het Mazelaarshuisje
de weduwe van Abraham Stevense
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 217v: op 5 febr. 1726 verkoopt Leendert Karsseboom, mazelaar en burger van Dordrecht, voor 485 gl. aan Abraham Stevensz. een huis op het Maartensgat, staande tussen de Mazelaarsbrug en het huis van Johan Zaijer.]
Jan Zaijers
de weduwe van Adriaan Costerus
[1731: woning met kelder, verhuurd]
Gerrit Carstendijk
Adam Stratenis
Mariënbornstraat
Philippus van Haarlem
Jacob Leijde en Mels Schep
[1731: pakhuisje
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 156v: op 31 jan. 1737 verkoopt Mels van der Schep, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Anthonij Knoch, koopman te Dordrecht, een pakhuis in de Mariënbornstraat, staande naast het koetshuis van de weduwe van burgemeester Van Hoogeveen.]
Magdalena Gevaers, weduwe van Adriaan van Hoogeveen
[1731: koetshuis en stal
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 44v: op 2 sept. 1766 verkopen mr. Paulus Gevaerts, presiderende burgemeester van Dordrecht, en mr. Hugo Repelaar, hoofdofficier van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Maria Arnaudina van Hoogeveen, die gewoond heeft en in overleden in Dordrecht, aan mr. Jacob Adriaan Braats, veertigraad van Dordrecht, een stal en koetshuis in de Mariënbornstraat.]
de weduwe van Hermanus Groenendaal
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 34v: op 29 april 1738 verkopen Arnold van Poelje de jonge, als man van Geertruij Groenendaal, dochter en mede-erfgename van Johanna Opdecamp, weduwe van Johannes Groenendaal, overleden te Dordrecht, en Arnold van Poelje de oude en Hendrik Hamer, als voogden over de minderjarige kindskinderen en mede-erfgenamen van Johanna Opdecamp, voor 760 gl. aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat “onder de Wijser”, staande naast de stal en het koetshuis van de weduwe van burgemeester Adriaan van Hoogeveen.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 131v: op 30 okt. 1742 verkoopt Aart van Cappel, burger van Dordrecht, voor 570 gl. aan de erfgenamen van Magdalena Gevaerts, weduwe van Adriaan van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat “over de Wijser”, staande naast de stal en het koetshuis van de kopers.]
Johannes Vermeulen
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 178v: op 5 juli 1725 verkoopt Hendrik Costers, meerderjarige ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, voor 465 gl. aan Jan Immerseel, burger van Dordrecht, een huis, bestaand uit twee woninkjes, staande naast elkaar in de Mariënbornstraat tussen het huis van Hermanus Groenendaal en dat van de weduwe van Jacobus van Lier.]
idem
[1731: verhuurd]
de weduwe van Jacobus van Lier
[1731: verhuurd]
Pieter de Jager
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 1: op 9 jan. 1727 verkopen Gosuinus de Ruijter, Arij en Cornelis de Ruijter, en Gosuinus de Ruijter en Hermanus van Streefkerk, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Hendrik de Ruijter en Huijbertje de Ruijter, en alle comparanten tevens vervangende hun afwezige broer Jan de Ruijter, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Christina Goossens, weduwe van Jan de Ruijter, voor 180 gl. aan Pieter de Jager, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van Caatje [NN].
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 164: op 2 febr. 1734 verkoopt Pieter de Jager voor 90 gl. aan Jan Jansz. van Valkenburg, smidsknecht te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Caatje Vermaas en dat van de weduwe Van Lier.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 61: op 1 nov. 1735 verkoopt Jan Valkenburg, burger van Dordrecht, voor 235 gl. aan Claas van der Kloos, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat , staande omtrent “de Wijser” tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van Catharina Maas.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 132v: op 26 april 1746 verkoopt Klaas van der Kloos voor 175 gl. aan Cornelis Hoevenaar, blokmakersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat omtrent “de Wijser”, staande tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van Franchois van der Lisse.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 74v: op 19 okt. 1752 verkoopt Cornelis Hoevenaar voor 150 gl. aan Jan Beekman, metselaarsknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat omtrent “de Wijser”, staande tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van Franchois van der Lisse.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 70: op 10 dec. 1754 verkoopt Jan Beekman voor 100 gl. aan Jan Smits, metselaarsknecht te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de weduwe Van Lier en dat van [NN] van der Lis.]
Abraham Verne [schoenmaker]
Adriaan Hegters [wijnkoper]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 32: op 5 juni 1723 verkoopt Dirk Stoop, wonende te Dordrecht, voor 155 gl. aan Adriaan Hegters, wijnkoper in de Houthaak, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Thomas Hegters en dat van Abraham Ferné schoenmaker.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 193: op 12 mei 1740 verkoopt Arij Kamermans, wonende op Papendrecht, als procuratie hebbende van Margarita Hopman, weduwe van Adriaan Hegters, wonende te Dordrecht, voor 145 gl. aan Pieter Evenwel, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Abraham Verne en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 19: op 28 mrt. 1741 verkoopt Pieter Evenwel, slikwerker en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Vermeule, kraankind en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Evenwel en dat van Abraham Farné]
Arie de Bie en Jan de Koningh
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 199: op 24 febr. 1729 verkoopt Anthonij Vervel, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Rudolph van Rhijn, apotheker te ‘s-Hertogenbosch, voor 1200 gl. aan Arie de Bie en Jan de Koningh, muntersknapen te Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, genaamd “de Twee Vergulde Houthaken”, met het achterhuis erachter in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Govert Maas en dat van Hendrik Storm.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 216v: op 16 nov. 1734 verkopen Arij de Bie en Jan de Koningh, burgers van Dordrecht, voor 150 gl. aan Pieter Evenwel, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Adriaan Hegters en dat van Corstiaan Swart.]
Corstiaan Swart
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 169: op 11 mei 1725 verkoopt Arien van Cappel, burger van Dordrecht, voor 110 gl. aan Corstiaan Swart, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Hegters en dat van de erfgenamen van Dirk van Nooij.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 90: op 8 nov. 1774 verkoopt Anthonij van der Werff, burger van Dordrecht, die samen met Cornelis Swart, wonende te Almkerk, executeur is in de boedel van wijlen Cornelis Swart, onlangs overleden even buiten Dordrecht, en tevens vervangende Cornelis Swart, voor 135 gl. aan Jan Singels, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Dirk Roos en dat van de koper.]
Pleuntie Wijmans
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 51v: op 3 okt. 1720 verkopen “Elias Venloo Secrets: vant watergeregt en Huijbert van den Burggraaff Coopman resp:e binnen dese Stadt in q.tijt als Executeurs vanden testamente van wijlen d’hr. Dirk van Nooij in sijn leven uijt de Veertigen deser Stadt, Ende nog den voorn. Huijsvr. vanden Burggraaff alleen, als voor Soo veel des noots, Specialijk last en procuratie hebbende van sijne huijsv: Juffr. Jacoba T’hooft sijnde voor een vijfde staak vrije erfgenaem ex testamento van opgem. hr. Dirk van Nooij, ende uijt dien hoofde bij schijdinge van desselfs boedel, den 29e: Maert deses jaers 1720 gepasst: voor den nots: Pr. Venloo ende sekere getuijgen binnen dese Stat residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande naervolgende huijsinge bij den voorn. hr: van Nooij naergelaten, sijnde deselve procuratie gepasst. op den 30e: der verleden maent voorden voorn: Elias Venloo als nots. ende sekere getuijgen, ons Schepenen vertoont wesende de voorsz. huijsinge (voor soo veel des noots) bij haar Ed: groot Mog: d’hren Staaten van Hollandt ende Westvrieslant, op den 26e Julij 1720 uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen Soo ons Schepenen mede vertoont, ende gebleken is, ende nog de voorn. Venloo alleen als Speciale last en procuratie hebbende van Juffr. Anna Nagtegael wed.e wijlen den Commies Johan Smits sijnde voor een vijfde staak vrij erfgenaem ex textamento van opgemelten hr. Dirk van Nooij”, voor 245 gl. aan Teunis van Houwelingen een huis in het midden van de Mariënbornstraat. [Belenders niet vermeld.]
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 93v: op 17 dec. 1750 verkoopt Pleuntje Weijmans, eerder weduwe van Teunis van Houwelingen en laatst van Arij van Barendregt, wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Singels, timmermansknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Cornelis Spijkers en dat van Corstiaan Swart.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 114: op 17 sept. 1767 verkoopt Pleuntje Weijmans, laatst weduwe van Arij van Barendregt, voor 190 gl. aan Jacob van Immerseel, korenmeter en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Arij Bisschop en dat van Pieter Plaisier.]
Aert Hopman
[1731: grutmolen]
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 42v: op 10 sept. 1707 verkoopt Godefridus van der Kesel, arts te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Sophia van der Kesel, weduwe van Arnoldus van den Burggraaff en Johannes Jansonius, predikant te Moordrecht, als man van Sibilla van der Kesel, kinderen en erfgenamen van Dionisius van der Kesel, voor 450 gl. aan Hendrik van Houwelingen en Cornelis Hopman, als voogden over Aert Hopman, een gang met een huis erachter, geweest zijnde een mouterij en nu een pakhuis, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Dirk van Nooij en dat van kapitein Adriaen Appeldoorn. Voorwaarde is, dat een oude vrouw genaamd Aeltje tot haar overlijden in een huisje mag blijven wonen en daar een vrije woning zal hebben.]
de weduwe van Adriaan Appeldoorn
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 81: op 10 okt. 1697 verkoopt Aert Aertsz. de Lengh, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Adriaan Appeldoorn, een huis in de Mariënbornstraat, staande naast het huis van Dirck van Nooij.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 26v: op 20 april 1741 verkoopt Cornelis van der Klock de jonge, steenverkoper en burger van Dordrecht, als man van Johanna van Appeldoorn, enige dochter en erfgename van wijlen Jannigje van Rijnen, weduwe van Adriaan van Appeldoorn, voor 270 gl. aan Cornelis Spijkers, grutter en burger van Dordrecht, een huis met een vrije in- en uitgang, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Helena van Hamelenburg en dat van Pleuntje van Barendregt.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 169v: op 13 mei 1773 verkoopt Cornelis Spijkers, burger van Dordrecht, aan Arij Roest, meerderjarige ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, een pakhuis, “geapproprieert” tot een grutterij, met een woonhuis ernaast, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Jan Cingels en dat van Jan van der Burg.]
Lena van Hamelenbergh
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 46v: op 3 sept. 1720 verkoopt Johannis Daams metselaar, als voogd over Jan van der Swits, voor 100 gl. aan Lena van Hamelenberg een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Appeldoorn en dat van Jan Koster.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 109v: op 5 juni 1742 verkoopt Helena van Hamelenberg, ongehuwde persoon, voor 40 gl. aan Gerrit van Bent, schrijnwerkersknecht wonende te Dordrecht, een huisje in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Plaisier en dat van Cornelis Spijkers.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 147: op 7 sept. 1751 verkoopt Gerrit van Bent, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, voor 147 gl. aan Johannes van der Burgh, twijndersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter de Jongh en dat van Cornelis Spijkers.]
Pieter Plesier
Johannes van der Kroon [mr. huistimmerman]
[1731: verhuurd]
[ORA Dordrecht inv. 1660, f. 141: op 5 juni 1753 verkopen Adrianus de Meij, als man van Geertruij van der Kroon, en Jacomina van der Kroon, kinderen en erfgenamen van Johan van der Kroon, voor 150 gl. aan Pieter van den Abeele, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Plaijsier en dat van Jan den Burger.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 11v: op 4 mrt. 1766 verkoopt Pieter van den Abele voor 250 gl. aan Frederik Rakewitz, bediende van de gemene middelen te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Plaisier en dat van Jan Singels.]
[1731: verhuurd]
Jan Aerse
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 171: op 17 mei 1725 verkopen “Thomas van Hoogstraten en Adriaan Hooijman als Executeurs van(de) Testamente, en Voogden over d’minderjarige daar inne geregtigt van Catrijna Borghloon, in haar leven Huijsvrou van Jan Jansz Braamsloot”, voor 680 gl. aan Jan den Burger een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de huizen van Jan van der Kroon aan weerszijden, alsmede een huis in de Mariënbornstraat met een gang, waarin zeven aparte woninkjes, staande tussen het huis van de weduwe Dernede en dat van Jan van der Kroon, en nog een huis in de Mariënbornstraat, staande naast het huis van de weduwe Dernede.]
Johannes van der Kroon
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 62: op 26 nov. 1720 verkoopt Balten Danen, mr. schilder te Dordrecht, voor 90 gl. aan Johan van der Kroon, mr. huistimmerman, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Tomas Burgloon, en het huis van de watergang.]
de weduwe van Servaas Ternede
[1731: verhuurd]
Jan den Burger
[1731: verhuurd]
de weduwe van Servaas Ternede
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
Gerrit Frankot
[1731: verhuurd, het eerste huis over de brug]
de weduwe van Pieter Maertense
de weduwe van Servaas Ternede
[1731: verhuurd]
Aert van Cappel
[1731: zes huisjes, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 25v: op 7 mrt. 1730 verkoopt Hadewij Jansz. de Haan, weduwe van Cornelis Jansz. Baars, wonende te Dordrecht, voor zichzelf “ende in haar privé als het regt vercregen hebbende” van Johannes de Zoete, schoolmeester en voorzanger te Lekkerkerk, als executeur-testamentair van Cornelis Jansz. Baars, voor 257 gl. aan Aart van Cappel, burger van Dordrecht, een huis met een gang ernaast en vijf aparte woninkjes in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nicolaas van der Valk en dat van de weduwe van Servaas Ternede.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 179: op 12 juli 1731 verkoopt Aart van Cappel, burger van Dordrecht, voor 270 gl. aan Corstiaan Swart, schipper en burger van Dordrecht, een huis met een gang ernaast, bestaande uit vijf aparte woninkjes, staande in de Mariënbornstraat aan de zijde van de Nieuwkerk tussen het huis van Nicolaas van der Valk en dat van de weduwe van Servaas Ternede.]
Claes Hendrikse van de Valk
[1731: verhuurd]
de weduwe van Servaas Ternede
[1731: verhuurd]
Jan Aertse den Burger
[1731: eerste huis over de brug]
Pieter van Slingerlant
Jan Franke
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 116v: op 13 sept. 1736 verkoopt Cornelia Schalij, de vrouw van Jan Franken, als procuratie hebbende van haar man, voor 205 gl. aan Cornelis Hacker, mr. bakker, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter van Slingelandt en dat van Govert Berkman.]
Govert Berckman
[1731: verhuurd]
Barend van der Burgh
Teunis van Eel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 168: op 31 mei 1731 verkoopt Teunis van Heel voor 140 gl. aan Jacob van den Bergh mazelaar een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Govert Berckman en dat van Barent van der Burgh.]
Govert Berckman
[1731: verhuurd]
Daniel Ouburgh
Jan Franke
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 117: op 13 sept. 1736 verkoopt Cornelia Schalij, de vrouw van Jan Franken, als procuratie hebbende van haar man, voor 200 gl. aan Corstiaan Swart, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Daniël Ouburgh en dat van de weduwe Coeijmans.]
Willem van Wesel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 51v: op 3 okt. 1720 verkoopt “Elias Venlo nots. en pr. binnen dese Stad in qualitijt soo als bij de voorgaande brief vande Stalling is uijtgedrukt [Dat voor ons quamen Elias Venloo Secrets: vant watergeregt en Huijbert van den Burggraaff Coopman resp:e binnen dese Stadt in q.tijt als Executeurs vanden testamente van wijlen d’hr. Dirk van Nooij in sijn leven uijt de Veertigen deser Stadt, Ende nog den voorn. Huijsvr. vanden Burggraaff alleen, als voor Soo veel des noots, Specialijk last en procuratie hebbende van sijne huijsv: Juffr. Jacoba T’hooft sijnde voor een vijfde staak vrije erfgenaem ex testamento van opgem. hr. Dirk van Nooij, ende uijt dien hoofde bij schijdinge van desselfs boedel, den 29e: Maert deses jaers 1720 gepasst: voor den nots: Pr. Venloo ende selver getuijgen binnen dese Stat residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande naervolgende huijsinge bij den voorn. hr: van Nooij naergelaten, sijnde deselve procuratie gepasst. op den 30e: der verleden maent voorden voorn: Elias Venloo als nots. ende sekere getuijgen, ons Schepenen vertoont wesende de voorsz. huijsinge (voor soo veel des noots) bij haar Ed: groot Mog: d’hren Staaten van Hollandt ende Westvrieslant, op den 26e Julij 1720 uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen Soo ons Schepenen mede vertoont, ende gebleken is ende nog de voorn. Venloo alleen als Speciale last en procuratie hebbende van Juffr. Anna Nagtegael wed.e wijlen den Commies Johan Smits sijnde voor een vijfde staak vrij erfgenaem ex textamento van opgemelten hr. Dirk van Nooij ende uijt dien hoofde bij schijdinge van desselfs boedel den 29e maert deses jaers 1720 gepasst. voor den nots. Pr. Venloo en sekere getuijgen binnen dese Stadt residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande volgende Stalling en koethuijs bij den voorn. hr. van Nooij naergelaten sijnde procuratie op den 30e der voorlede maant ook gepasst. voor den voorn. hr. Venloo en getuijgen ons Schepenen vertoont, wesende de voors. Stalling en koetshuijs bij haar Ed: groot Mog: d’hren Staaten van Holland ende Westvrieslant op den 26: Julij 1720 (voor soo veel desnoots) uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen soo ons Schepenen mede vertoont ende gebleken is” voor 210 gl. aan Willem van Wesell, koopman in Den Haag, een huis in de Mariënbornstraat, staande achter het huis van Kasper van Reijs en Jan Koeck.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 205: op 4 dec. 1731 verkoopt “Andries Candt, notaris en Procureur binnen dese Stadt als Last en Procuratie hebbende van Warnardus van Wenssenburgh Procureur voor den Ed:e Raade van Brabandt, en Raade van Staaten, mitsgaders van Jan van Heemskerk Coopman in s’Hage in qualiteijt als Voogden over derselve minderjarige kinderen, met namen Catharina van Wenssenburgh en Henrietta van Heemskerk te samen testamentaire Erffgenamen van wijlen Jan van Wesel, volgens deselve Procuratie daar van sijnde gepasseert voor den notaris Hendrik Ravens en sekere getuijgen in s’Gravenhage residerende in d(at)o den 23:e November 1731”, voor 100 gl. aan Ocker van Wesel, wonende in Den Haag, “de helfte in en huijsken en Erve, staande ende gelegen in de Marienbornstraat binnen dese Stadt (waar vande wederhelft den Cooper als mede Erffgenaam van Willem van Wesel is toebehoorende, zijnde de voorn: minderjarige hetselve aangekomen van den gemelden Jan van Wesel die Erffgenaam voor de helft is geweest van wijlen den voorn:e Willem van Wesel, en wien het selve huijsken en erve toebehoorende is geweest)”, staande achter het huis van Kasper van Reijs en Jan Kreeck.]
de weduwe van Abraham Tresier
[1731: verhuurd]
[Vest]
Jan van Volkom
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 23v: op 21 april 1735 verkoopt Jan van Volkom, burger van Dordrecht, voor 124 gl. aan Nicolaas van der Valck, mr. schoenmaker te Dordrecht, een huis achter in de Mariënbornstraat tegen de hoek van de Vest, staande tussen het hoekhuis van Bastiaan Markus en het huis van de erfgenamen van Abraham Targier.]
de weduwe van Abraham Tresier
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 165v: op 2 febr. 1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman te Dordrecht, als man van Agneesje Targier, en tevens als procuratie hebbende van Abraham Targier, arts te Dordrecht, en Elisabeth en Geertruij Targier, vervangende hun zuster Adriana Targier, samen kinderen en erfgenamen van Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier, voor 87 gl. aan Aart Pell, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nicolaas van der Valk en dat van Teunis van der Eel.]
Teunis van Eel
Bastiaen Maertense
Hendrikje en Maijeke van Wingerde
Johannes Daems en Lijsbet Verhuel
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 54: op 31 juli 1727 verkoopt Cornelis van Hombrock, koopman te Dordrecht, voor 600 gl. aan Johannes Daams en Elisabeth Verheul drie naast elkaar staande huisjes in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Martijnis Ouburgh en dat van de erfgenamen van Maaijke Krom.]
idem
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
Martijntie Ouborgh
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 13v: op 27 febr. 1727 verkoopt “Dirk Zeeman, borger deser Stad, als last en Procuratie hebbende van Juffrouw Dina Liens wed.e wijle Ds. Johannes Canzius in sijn leven bedienaar des Goddelijken Woorts” te Dordrecht, voor 50 gl. aan Martijnis Ouburgh, burger van Dordrecht, een huisje in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Hombrock en dat van Christina van Leest.]
Stijntie Leesten
[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 65v: op 26 nov. 1715 verkoopt Jan van de Meij, viskoper te Dordrecht, voor 100 gl. aan Stijna Leeste, weduwe van Cornelis van den Berg, een huisje, staande tussen het huis van Daniël de Meij en dat van de weduwe van ds. Johannes Cantzius.]
Martijnis Ouborgh [metselaarsknecht]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 4v: op 28 jan. 1727 verkoopt Daniël de Meij, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Martijnis Ouburgh, metselaarsknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Cornelis van de Klock en dat van Stijna Leesten.]
Cornelis van der Klock
idem
Louwerens van Pieterzon
Jenke van der Burgh
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 160: op 15 dec. 1714 verkoopt Klaas Aartse, stratenmaker en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Jenneke van den Bergh, ongehuwde persoon, een huis in de Mariënbornstraat,, staande naast het huis van Lourens Pieterson.]
Pieter van Elst
ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 60v: op 6 sept. 1712 verkoopt Maria van Someren, weduwe van Arnoldus den Bremer, voor 350 gl. aan Maeijken van den Benden, weduwe van Pieter Verelst, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van juffrouw Van Clavere en dat van Claes Aertse.]
Govert Berckman [cathechiseermeester]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 119: op 4 mei 1719 verkoopt Adriaan van Clavere, koopman te Dordrecht, als erfgenaam van zijn moeder Adriana Coene, weduwe van Willem van Clavere, voor 190 gl. aan Nicolaas van der Valck, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Pieter Verelst.]
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 116v: op 7 okt. 1721 verkoopt Nicolaas van der Valck voor 450 gl. aan Govert Berckmans, cathechiseermeester en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van [NN] Verhoeve.]
Nicolaes van der Valck [mr. schoenmaker]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 83v: op 5 nov. 1711 verkoopt Hendrick van Santen, stadhouder van de Merwede, als procuratie hebbende van Isaacq de Laar, wonende te Rotterdam, voor 310 gl. aan Nicolaas van der Valck, mr. schoenmaker te Dordrecht, een huis in de ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 60v: op 6 sept. 1712 verkoopt Maria van Someren, weduwe van Arnoldus den Bremer, voor 350 gl. aan Maeijken van den Benden, weduwe van Pieter Verelst, een huis in de Mariënbornstraat tegenover het Koningshof, staande tussen het huis van Adriana Koene en dat van Poulus Stuwart.]
Pieter Plesier
Marijke Wijmans
Cornelis de Wijs [mazelaar]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 62: op 18 sept. 1727 verkopen Jan Marcel, burger van Dordrecht, als man van Anna Dirksdr. Hoogcamer, en Anna Dirksdr. Hoogcamer zelf, voor 230 gl. aan Cornelis de Wijs, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis met een gang ernaast en zeven huisjes daarin, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Hendrik van Rijn en dat van Marijke Wijmans.]
Cnelis de Wijs
[in de gang]
Hendrik van Reijne [mazelaar]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 32v: op 4 mei 1717 verkopen Jan Vermeer, Jacob van Treuveren, als man van Dingena Vermeer, Maijken Korthals, als procuratie hebbende van haar man Arij Vermeer, dei in het buitenland verblijft, Anthonij van den Strenge en Fredrik Gront, koopman te Dordrecht, als voogden over de twee kinderen van Cornelis Vermeer, en Govert van Broekhuijsen, die samen met Cristiaan van Pelt is aangesteld als voogden over het kind, waarvan Hendrica van Broekhuijsen, weduwe van Anthonij Vermeer, “staat te verlossen”, enige erfgenamen van hun vader resp. grootvader Jan Vermeer, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Hendrik van Rijn, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat met drie woninkjes erachter, staande naast het huis van Jan Janse. ]
idem
[in de St. Thomasgang, 1731: verhuurd]
Jan Aerse den Burger
[1731: verhuurd]
Lucas van Volkom
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 90v: op 1 mrt. 1714 verkopen “Jan van de Grient Bartholomeusz, meerderjarig j:m: woonende binnen dese Stad, Soo in sijn prive, en verders als last en procuratie hebbende van Adriaan Spruijt woonende mede binnen dese Stad, in Huwelijck hebbende Judick van(de) Grient, Item van Sara, Agatha en Maria van(de) Grient voor de geregte eene helfte te Samen eijgenaars van het hier naar te noemen huijs en Erve ende als nog van Martinus van Wessum, Coopman alhier ter Stede, en Maria van Wessum, meerderjarige ongehuwde dogter, volgens de procuratie daar van gepasseert voor den nots. Albertus van Nievelt en seekere getuijgen in dese Stad resideren(de) van dato den 26 feb. deser Jaars 1714 daar van sijnde, ons Schepenen vertoont, Compareerde nog Theodora Brouwers Huijsvrouw van Jan van Holverda, als last ende procuratie hebbende van den voorsz. haare man, volgens de selve procuratie gepasseert voor den notaris Petrus van Son en seekere getuijgen in dese Stad residerende in dato den 12 decemb. 1711 daar van sijnde ons Schepenen vertoont, samen voor de wederhelft eijgenaars van ’t naargenoemde huijs”, voor 300 gl. aan Lucas Jansz. van Volkum, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tegenover de Vrankenstraat, bewoond door Geertruij van den Blieck.]
Mettie van Dorpel en de weduwe Hoogstrate
Pieter Plesier
[ORA Dordrecht inv. 1644A: op 27 sept. 1712 verkoopt Elisabeth van den Broeck, laatst weduwe van Jan Stoop voor 800 gl. aan Lasarus van Heck, oud-burgerkapitein, en Samuel Gardenier, kooplieden te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, vanouds genaamd “Batavia”, staande tussen het huis van Daniël van Dorpel en dat van [NN] Vermeer.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 28v: op 11 mei 1715 verkoopt Lazarus van Heck, koopman te Dordrecht, voor 220 gl. aan Samuel Gardenier, koopman te Dordrecht, de helft van een huis in de Mariënbornstraat, vanouds genaamd “Batavia”, staande tussen het huis van Daniël van Dorpel en dat van [NN] Vermeer.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 28v: op 7 mei 1720 verkoopt Samuel Gardenier, koopman te Dordrecht, voor 300 gl. aan Pieter Plaijsier, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Daniël van Dorpel en dat van de weduwe Vermeer.]
de weduwe van Cornelis Vermeer [bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 21v: op 2 mei 1693 verkoopt Cornelis Gerritsz. Voet, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Cornelis Vermeer, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Gerrit Vermeulen en dat van [NN], waar uithangt “den Gloeijenden Horen”.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 85: op 27 mrt. 1736 verkoopt Maaijken Wijken, weduwe van Cornelis Vermeer, voor 500 gl. aan Abram Maarceveen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Pleijsier en dat van Hendrik van der Vorm.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 32: op 16 mei 1741 verkoopt Geertruij Targier, weduwe van Abraham Maarseveen, mr. bakker te Dordrecht, voor 900 gl. aan Pieter Plaisier, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Hendrik van der Vorm.]
Barent Hendriksens [metselaar]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 102v: op 21 febr. 1696 verkopen Grietje en Maeijcke Cornelis, meerderjarige ongehuwde personen, kinderen en erfgenamen van Cornelis Ariensz., houtwerker en burger van Dordrecht, voor 150 gl. aan Barent Hendrickse, metselaar en burger van Dordrecht, een klein, oud, vervallen huisje in de Mariënbornstraat, staande naast de brug. De koper is schuldig aan de verkoopsters een somma van 150 gl. ]
de weduwe van Servaas Ternede
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd]
de weduwe van Jan de Groot
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 95: op 23 dec. 1717 verkoopt Judik Lelievelt, als procuratie hebbende van haar vader Jacobus Lelievelt, voor 75 gl. aan Arij Jansz. de Groot een huis in de Mariënbornstraat, staande naast het huis van Servaas der Nede.]
Jakob Goset
Denijs de Raet
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 242v: op 19 dec. 1747 verkoopt Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de diakenen van de NG gemeente in Dordrecht, voor 200 gl. aan Balthe Romijn, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, dat toebehoord heeft aan Denijs de Raat, bestaande uit twee woningen, staande omtrent de Nieuwe Gang tussen het huis van Jacob Goset en dat van Pieter Ouburg.]
de weduwe van Abraham Tresier
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 161: op 12 jan. 1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman te Dordrecht, als man van Agneesje Targier, en tevens als procuratie hebbende van Abraham Targier, arts te Dordrecht, en Elisabeth en Geertruij Targier, vervangende hun zuster Adriana Targier, samen kinderen en erfgenamen van Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier, voor 127 gl. aan Pieter Ouburgh, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nijs de Raad en dat van Barent de Visser.]
Cornelis Baers
[1731: zeven huisjes, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 93v: op 12 april 1742 verkopen Jan Cornelisz. Baars en Frans van der Straten, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun moeder resp. schoonmoeder Hadewij de Haan, eerst weduwe van Cornelis Jansz. Baars en naderhand echtgenote van Barent Visser, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Barent Visser, voor 205 gl. aan Jurrie Haver, wonende te Dordrecht, een huis met een gang ernaast, waarin zes aparte woningen, staande in de Mariënbornstraat “nade sijde van de Stadsdoele”, genaamd de Nieuwe Gang, staande tussen het huis van Nijs de Raat en dat van Jan Hardeman.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 233v: op 4 nov. 1756 verkoopt Balte Romeijn, als man van Neeltje van den Bende, eerder weduwe van Jurrij Havers, voor 110 gl. aan Jan Singels en Cornelis Waarsman, burgers van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter Ouborg en dat van Frederik Rukowits, alsmede voor 150 gl. zeven aparte woningen, staande naast elkaar achter het voornoemde huis in de Paulusgang.]
Cornelis Baers
[1731: verhuurd]
Jan Hardeman
Jan Bodie [mazelaar]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 32: op 5 juni 1723 verkoopt Dirk Stoop, burger van Dordrecht, voor 125 gl. aan Jan Bodie, mazelaar wonende in de Doelstraat, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Anthonij van de Strengh en dat van Jan Hardeman.]
Antonie van den Strenge
idem
[1731: verhuurd]
idem
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 251: op 10 sept. 1726 verkoopt Pieter de Jongh, commies ter griffie van de Generaliteit wegens de provincie Holland, wonende te ‘s-Gravenhage, voor 445 gl. aan Arij Hoevenaar, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Anthonij van der Strenge en dat van Willem Sopers.]
Willem Soper [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 114: op 11 juli 1724 verkoopt Anthonij van de Strenge sledenaar voor 200 gl. aan Willem Sopers, koopman te Dordrecht, twee huisjes in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter de Jongh en dat van Arij Hoevenaar.]
Arie Hoevenaar [schoolmeester]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 17: op 4 april 1713 verkopen Johannes van Ravesteijn en Abraham Vernee, als man van Catharina van Ravesteijn, beiden tevens vervangende Corstiaan van Ravesteijn, kinderen en erfgenamen van Jacobus van Ravesteijn, schoolmeester te Dordrecht, voor 400 gl. aan Arien Hoevenaar, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Anthonij van der Streng en het huis, genaamd “de Haringbuijsen”.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 20v: op 11 april 1754 verkoopt Arij Hoevenaar, burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Thomas Geerkens de jonge, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Willem Sopers en dat van Cornelis de Pree.]
de weduwe van Joris Verlengh
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 36: op 4 juli 1720 verkopen Hendrik Bax en Anthonij van der Strenge, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Jan van Ravesteijn, mr. metselaar en burger van Dordrecht, alsmede Stijntie van Liemburg, weduwe en erfgename voor een kindsgedeelte van Jan van Ravesteijn, voor 520 gl. aan Anthonetta Brouwer een huis in de Mariënbornstraat, waar uithangt “de Haringbuijsen”, staande tussen het huis van schoolmeester Hoevenaar en de Doelstraat.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 201: op 6 mrt. 1729 verkoopt Pieter van Well, notaris en kamerbewaarder te Dordrecht, voor 380 gl. aan Joris Verlengh een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de Doelstraat en het huis van de schoolmeester Arij Hoevenaar.]
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 159: op 1 mei 1731 verkopen Lucretia Quak, weduwe van Joris Verleng, burgeres van Dordrecht, en Isak de Laat, mr. huistimmerman te Dordrecht, vervangende Jacob Ferné Abramsz., als testamentaire voogden over het minderjarige kind van Joris Verleng, door hem verwekt bij Lucretia Quak, voor 430 gl. aan Pieter Pietersz. Evenwel, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, waar uithangt “de Haringbuijs”, staande tussen de Doelstraat en het huis van Arij Hoevenaar.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 104: op 5 okt. 1745 verkoopt Pieter Evenwel, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Cornelis de Pré, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de Doelstraat en het huis van Arij Hoevenaar.]
Nieuwe Haven (van Blauwpoortsplein tot aan het Vlak)
Blauwpoortsplein (mrt. 2014)
Jan de Visser
[Het huis “de Gouden Wagen”. (Zie A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 22 e.v.)
Jan Claesz. de Visser, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1673, jongman van Dordrecht (1697), weduwnaar van Dordrecht wonende op het Slikveld (1705, 1720), schipper, deken van het Grootschippersgilde te Dordrecht, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 30 juni 1750 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 juni 1750 (Jan de Visser in de Suikerstraat, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 27 jan. 1697 (ondertrouw, volgens attesstatie van ondertrouw van Philippine, in margine: “dese persoonen moeten heden den 3e febr. haer 2e en 3e geboden hebben door ordre van d’heer Burgermeester”) Helena Sijmonsdr. Calis (Cales, Calus), jonge dochter wonende te Philippine, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 aug. 1705 (Lena van Kalis, huisvrouw van Jan de Visser schipper, woont op het Slikveld), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 20 dec. 1705/17 jan. 1706 (attestatie te vertonen, de bruid geassisteerd met haar tante Janneke van der Spaa) Jannetje Willemsdr. (Croonenburg), jonge dochter van Klundert (1705), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 dec. 1715 (Jannige Cronenburch, huisvrouw van De Visser [sic] schipper, op het Slikveld), trouwde 3e Gerecht/NG Dordrecht 28 jan./11 febr. 1720 Maria Schippers, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1674, van Dordrecht, wonende bij de Blauwpoort (1720), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 jan. 1732 (Marija Schippers, huisvrouw van Jan de Visser, bij de Vuilpoort, laat 1 kind na, met de “ordinare” koetsen), trouwde 1e Dordrecht 20 april/4 mei 1704 Joghem Buerkis (Buurkens, Bierkens), weduwnaar van Lunenburg, wonende op de Varkenmarkt (1704), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mei 1719. Maria Schippers was een dochter van Huijbert Fransz. Schippers en Catharina Maertens (Waelpot).
– 1 febr. 1714: Adriaen de Leeuw, schout van Vrijhoeven Cappel, verkoopt voor 660 gl. aan Jochem Buurkens, wonende te Dordrecht, een huis omtrent de Blauwpoort op de hoek van de Hoge Nieuwstraat naar de waterzijde, waar uithangt “de Gouden Wagen”, staande tussen het huis van Jacobus Boet en dat van Hendrik van Wingerden. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 300 gl. (ORA Dordrecht inv. 809, f. 83 e.v.)
– 8 febr. 1720: huwelijkse voorwaarden van Jan Nicolaesz. de Visser, oud-deken van het Grootschippersgilde, laatst weduwnaar van Jannigje Croonenburgh, en Marija Schippers, weduwe van Jochem Buurkens, met een “beneficie” met beneden de 1000 gl. Zij zullen moeten inbrengen al de goederen, die zij bij het aangaan van hun huwelijk bezitten. De aanstaande bruidegom zal o.a. inbrengen vier naast elkaar staande huizen op het Slikveld aan de Vest omtrent de Sluispoort, een houten loods, staande tegenover die huizen op de Vest, een schip met toebehoren, en drie morgen land in Oud-Beijerland. De Visser heeft vier voorkinderen, verwekt bij zijn vorige vrouwen, Lena Calis en Jannigje Croonenburgh. De aanstaande bruid zal o.a. inbrengen een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat [bij de Blauwpoort], waar uithangt “de Vergulden Vragtwagen” [“de Gouden Wagen”]. (ONA Dordrecht inv. 754, akte 9)
– 29 mei 1723: Jacob Spaan , Jan Spaan, schippers en burgers van Dordrecht, en Hermanus Slegt, als man van Tanneken Spaan, tevens vervangende Jan Spaan Jansz., als man van Teuntie Spaan, kinderen en erfgenamen en Jacob Spaan, die gewoond heeft en overleden is in Dordrecht, verkoopt voor 850 gl. aan Jan Claesz. de Visser, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tegenover het Molenstraatje tussen het huis van Johannes Verpoorten en dat van Dirkie Heijmans.
– 8 juli 1724: Maria Schippers, echtgenote van Jan de Visser, oud deken van het Grootschippersgilde, benoemt tot voogden over haar minderjarige erfgenamen Willem Bruijn, raffinadeur en ouderling van de Lutherse gemeente te Dordrecht en Jan Kalle, scherprechter te Dordrecht. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 757, akte 40, f. 157 e.v.)
– 16 sept. 1735: inventaris van de goederen, nagelaten door Maria Schippers, laatst huisvrouw van Jan de Visser, overleden in januari 1732, beschreven door notaris H. van Wetten, op verzoek van voornoemde Jan de Visser en Willem Bruijn, als voogd over de minderjarige kinderen van Maria Schippers. Tot de nalatenschap behoren o.a.
1. een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat aan de waterzijde omtrent de Blauwpoort, genaamd “de Gouden Wagen”, staande tussen het huis van Jacobus Boet, meester-bakker en dat van de weduwe van Hendrick Vermaese, door Jan de Visser en Willem Bruijn gekocht voor 510 gl.
2. staande het huwelijk ingebracht: een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande aan de waterzijde tegenover het Molenstraatje tussen het huis van Johannis Verpoorten, mr. chirurgijn, en dat van de weduwe van Jacobus Spaan, voor 775 gl. verkocht aan Cornelis van Nispen, mr. metselaar te Dordrecht
Het eerstgenoemde huis is verhuurd geweest en daarvan is tot 1 mei 1733 aan huur tegoed geweest 70 gl.
Het tweede huis bij de Vuilpoort is door Jan de Visser en zijn vrouw, Maria Schippers, bewoond geweest.
De kosten voor de begrafenis bedragen 112 gl. 13 st. 8 penn.
Staande het huwelijk zijn de volgende “verliezen” gevallen, die krachtens de huwelijks voorwaarden van 8 febr. 1720 door ieder voor de helft gedragen moesten worden:
1. bij het aangaan van het huwelijk is door Jan de Visser ingebracht een schip met toebehoren, getaxeerd op 1500 gl., welk schip tijdens het huwelijk in 1720 op zee is vergaan, en was geassureerd voor 1000 gl., derhalve voor verlies 500 gl.
2. een stuk land van 3 morgen in Oud-Beijerland, dat in 1731 is verkocht voor 550 gl.
3. een schepenenschuldbrief ten laste van Jan van Sprangh, groot 250 gl., op 27 april 1712 gepasseerd voor baljuw en schepenen van Niervaart, afgelost met 25 gl.
4. door Maria Schippers is ingebracht een hoeveelheid tabak in de winkel, getaxeerd op 100 gl.
Per saldo heeft Jan de Visser nog 227 gl. 4 st. 2 penn. tegoed, wegens de helft in het verlies en de betaalde doodschulden [begrafeniskosten] ten laste van de boedel van zijn overleden vrouw.
Akte door Jan de Visser ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 768, f. 304 e.v.)
21 april 1733: voorwaarden, waarop Jan de Visser, oud-deken van het Grootschippersgilde en burger van Dordrecht, laatst weduwnaar van Marija Schippers, en Willem de Bruijn, als voogd over de minderjarige erfgenamen van Marija Schippers, willen verkopen o.a. een huis, genaamd “de Goude Wagen”, staande omtrent de Blauwpoort op de hoek van de Hoge Nieuwstraat naar de waterzijde tussen het huis van Jacobus Boet mr. bakker en dat de weduwe van Hendrik Vermaze. Op 22 april 1733 voor 510 gl. verkocht aan Jan Jansz. de Visser, kuiper en burger van Dordrecht. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 31-32).
Blijkbaar kocht Jan Jansz. de Visser het huis ook namens zijn zusters Leijntje en Dirkje de Visser, want op 29 sept. 1750 verkopen Jan de Visser Jansz., Jan Bollandt, als man van Leijntje de Visser, en Dirkje de Visser, echtgenote van Cornelis Sprangers, kinderen en erfgenamen van Jan Claasz. de Visser voor 410 gl. aan Cornelis Sprangers schipper twee derde parten van het huis “de Gouden Wagen”, staande op de hoek van de Hoge Nieuwstraat bij de Blauwpoort tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Jacobus Boet, waarvan het resterende part reeds aan de koper toebehoort als mede-erfgenaam van Jan Claesz. de Visser. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 33)
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 123v e.v.: op 29 okt. 1767 verkoopt Willem Maarseveen, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirkje de Visser, weduwe van Cornelis Sprangers, voor 525 gl. aan Johannes Bosman, wonende te Dordrecht, een huis, genaamd “de Goude Waagen”, staande nabij de Blauwpoort tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Anthonij Degens. De koper is schuldig aan Willem Bendo, wonende te Dordrecht, een somma van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 255v: op 5 febr. 1789 verkoopt Neeltje van den Bos, weduwe van Johannes Bosman, wonende te Dordrecht, voor 900 gl. aan mr. Adolff Herbert van der Meij van der Linden, oud-lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, genaamd “de Goude Wagen”, staande op de hoek van de Hoge Nieuwstraat bij de Blauwpoort tussen die straat en het huis van Anthonij Degens.]
Jacobus Boet [mr. bakker]
[Hoek Nieuwe Haven/Blauwpoortsplein.
21 juni 1708: Aart Pel verkoopt voor 1800 gl. aan Jacobus Boet, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de haven, die men noemt het Nieu werck of Oude Kalkhaven, staande aan het Blauwpoortsplein naast het huis van Arien de Leeu en van achteren belend door het huis van Grietie Vermasen. Het transport voor schepenen van Dordrecht vindt plaats op 17 dec. 1709, als koopsom wordt dan vermeld: 900 gl. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 87-88)
ORA Dordrecht inv. 813, f. 153: op 7 mei 1722 verklaart Jacobus Boet, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johanna van der Linden een somma van 450 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande op de hoek schuin tegenover de Blauwpoort tussen ’s herenstraat en het huis van de weduwe Vermaze.
28 sept. 1756: Jacobus Boet verkoopt het huis voor 1400 gl. aan, meester-bakker Anthonij Degens, die het al sedert 1749 voor 150 gl. per jaar in huur heeft. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 91, 93)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 227 e.v.: op 28 sept. 1756 verkoopt Jacobus Boet, burger van Dordrecht, wonende te Bommel voor 1400 gll. aan Anthonij Degens, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Blauwpoort op de hoek van de haven, staande tussen het huis van Cornelis Spranger en dat van mevrouw De Mist. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400 gl.
19 nov. 1793: Anthonij Degens verkoopt het huis voor 2000 gl. aan Johannes Kuipers, broodbakker te Dordrecht. Belenders: Adolf Hubert van der Meij van der Linde en Frank van der Schoor. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken , p. 99)]
de weduwe van Hendrik Vermase
[Nieuwe Haven 51-52.
Nieuwe Haven 52-51
15 jan. 1699: Laurens Paradijs, als executeur-testamentair van zijn overleden vrouw Maria Boijen, verkoopt voor 3300 gl. aan Ruth Vermaase, t.b.v. diens moeder de weduwe van Hendrick Vermaase, een huis op de Nieuwe Haven, Het huis wordt pas op 12 mei 1707 aan Margrita Morees, weduwe van Hendrik Vermase, getransporteerd door de executeurs-testamentair van Laurens Paradijs, genaamd Corstiaen Backus en Corstiaen Cloens. Margrita Morees, gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1648, dochter van Denijs Morees, Maasschipper, en Catharina Jansdr. Kempenaers, trouwde naar schatting ca. 1670 met Hendrik Vermase. Na haar overlijden in 1734 werd het huis geërfd door haar zoon Denijs Vermase. (Achter de Blauwpoort, nr. 6, p. 17, id. nr. 7, p. 6 [internet])
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 28v: op 12 mei 1707 verkopen Corstiaen Backus en Corstiaen Cloens, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Laurens Paradijs en diens vrouw Marija Booija, volgens testament gepasseerd voor notaris J. van Dijk te Dordrecht op 18 sept. 1698, voor 3300 gl. aan Margrita Morees, weduwe van Hendrik Vermasen, koopvrouw op de Maas, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort, strekkende van de haven vierkant tot achter op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Aert Pel en Cornelis de Koningh en dat van Jan Fransz. Groening.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 234v: op 29 juni 1784 verkoopt Anna Elizabet de Mist, door haar man, Jan Hendrik Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, daartoe gemachtigd, voor 1310 gl. aan Johanna Backus, weduwe van Pieter Vernimmen, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Telders en dat van bakker Degens.]
de weduwe Groen
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 173 e.v.: op 22 mei 1759 verkoopt Jacob Hubert, gewezen predikant te Puttershoek, wonende te Dordrecht, voor 1950 gl. aan Johanna Elisabeth Dusart en Margreta Dusart, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Bartholomeus van den Broek en zijn zusters en dat van de weduwe van Barent Kleman.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 216: op 4 mei 1784 verkoopt Margrita du Sart, “bejaarde” ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johanna Elizabet La Coste, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven schuin tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Anna Maria den Bandt en dat van Arnoldus Verhagen of diens vrouw.]
dr. Hendrik van Citter [arts]
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 209v e.v.: op 3 okt. 1737 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Bartholomeus Pijll, schout en secretaris van Drimmelen en Stanthusen, wonende te Den Bosch, Sara Pijll, weduwe van kolonel Winsheijm, wonende te Geertruidenberg, Agneta Pijll wonende mede aldaar, Philippus Brahée, als man van Theodora Gerarda Pijll, wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van Opstall te Geertruidenberg op 26 mrt. 1737, en tevens als procuratie hebbende van Hendrik Steinhagen, majoor in het regiment garde dragonders van prins Willem van Hessen, garnizoen houdende te ‘s-Hertogenbosch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris IJ. Bopp te ‘s-Hertogenbosch op 3 aug. 1737, allen broers resp. zusters en erfgenamen ab intestato van Anna Cornelia Pijll, weduwe van Hendrik van Sittert, arts, voor 1200 gl. aan Clara en Alida Wens een huis op de [Nieuwe] haven bij de Blauwpoort, staande tussen het huis van de weduwe Hoogstraten en dat van de erfgenamen van de weduwe van Jan Fransz. de Groen.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 87 e.v.: op 17 febr. 1761 verkopen Balthazar van den Broek, koopman en suikerraffinadeur, Clara van den Broek, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, elk voor een derde part en Balthazar van den Broek nog als curator over de goederen van Catharina van den Broek, mede voor een derde part, voor 2800 gl. aan Leendert de Voogt, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Johanna Elisabeth en Margareta du Sart en de straat.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 12v: op 22 febr. 1780 verkopen Willem de Voogd, wonende te Zevenbergen, en Paulus Bosveld Cornelisz., wonende te ‘s-Gravendeel, als executeurs-testamentair van Leendert de Voogt en diens vooroverleden vrouw Belia van Beest, voor 5500 gl. aan Anna Maria den Bandt, meerderjarige ongehuwde persoon, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van juffrouw Du Sart en de straat.
Anna Maria den Bandt, een in 1746 geboren en enige dochter van Anthonij den Bandt en Anna van Nimwegen, werd in oktober 1759 aan haar ogen “geligt” door de oculist Michiel Baptist de Winckel. Vermoedelijk betrof dit een operatie, waarbij de door staar troebel geworden lens via een incisie in het hoornvlies werd verwijderd. Een andere methode was de staarsteek, waarbij met den scherpe naald in het onverdoofde oog werd gestoken. “Dat de ingreep bij Anna Maria den Bandt, in tegenstelling tot die bij [de componisten] Bach en Händel [resp. in 1750 en 1758], wel goed is afgelopen, weten we uit de boedelinventaris die na haar overlijden [zij was ongehuwd] in 1790 in haar huis op de Nieuwe Haven is opgemaakt. … In de inventaris bevonden zich drie zilveren brillen. Die heb je niet nodig als je blind werd geworden, maar je bent wel afhankelijk van een bril als de ooglens is verwijderd of met een staafsteek opzij is geduwd.” (Dordrecht Monumenteel april 2025, nr. 96, p. 33-34)]
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 171: op 15 sept. 1791 verkoopt Johannes den Bandt, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Huibert den Bandt, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen de straat en het huis van Johanna Elizabet La Coste.]

De Nieuwe Haven in 1959
Hendrik Neering [kruidenier]
[ORA Dordrecht inv. 1648, f. 99v: op 18 febr. 1719 verkoopt Arij van Hoogstraten, burger en touwslager van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Hendrick Nering, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huisje van de weduwe van Franchois Sittert en het huis van de erfgenamen van Jan Bocx, alsmede een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Abram Smith.
Hendrik Neeringh, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Spuistraat (1711), Gerecht/NG Dordrecht 30 aug/13 sept. 1711 Johanna van Hoogstraten, gedoopt NG 7 jan. 1691, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Blauwpoort (1711), dochter van Arij Jacobsz. van Hoogstraten en Anna Carelsdr. van Bommel
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 131 e.v.: op 6 sept. 1764 verkoopt Johanna van Hoogstraten, weduwe van Hendrik Neringh, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johannes Koninghs, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Nicolaas van Batenburg en dat van de weduwe Eijken, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 5v: op 15 jan. 1793 verkopen Plonis Schouwman en Jan de Jong, als voogden en “gequalificeerdens” in de boedel van wijlen Johannes Koning, die in Dordrecht is overleden, voor 1800 gl. aan Pieter Koning, beurtschipper op Bergen op Zoom, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Huibert den Bandt en dat van Johan Ernst Heijken.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 21: op 26 mrt. 1793 verkoopt Pieter Koning, beurtschipper van Dordrecht op Bergen op Zoom, voor 2000 gl. aan Pleunis Schouman, beurtschipper van Dordrecht op Goes, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Huibert den Bandt en dat van Heiken.]
weduwe Van de Grient
[1731: leeg
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 84 e.v.: op 30 okt. 1697 verklaren Hendrik van Walsem, schipper en koopman op de Maas, en diens vrouw Neeltje Houtesen, koopvrouw op de Maas, schuldig te zijn aan Anna Ranck, weduwe van Crijn Marijnisz. van Duijveland, wonende te Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Arijen van Hoogstrate en dat van de weduwe van Jan van Leeuwen.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 145v: op 15 juli 1728 verkoopt Hermanus van Oldenburgh, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik van Walsum en diens vrouw Neeltje Houttese, wonende te Grave, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van Oijen te Grave op 26 april 1728, voor 650 gl. aan Pieter Boers, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaan van Hoogstraten en dat van Cornelis Sprangers.
ORA Dordrecht inv. 816, f. 92 e.v.: op 19 sept. 1730 verkoopt Jenneken van Epenhuijsen, weduwe van Pieter Boers, burgeres van Dordrecht, voor 100 gl. aan Maria van de Griend, weduwe van Anthonij van de Griend, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Blauwpoort, staande tussen het huis van de weduwe van Arij van Hoogstraten en dat van Cornelis Sprangers.
Anthonij van de Griend, gedoopt NG Puttershoek 3 dec. 1681, jongman wonende bij de Nieuwbrug (1712), korenmeter, begraven Dordrecht 25 okt. 1719 (Antonij van de Grient, korenmeter, op de Haven bij de Blauwpoort), zoon van Corstiaen Woutersz. van de Griend en Aegje Cornelisdr. Visser, trouwde Gerecht/NG Dordrecht (de bruid en bruidegom geassisteerd met hun resp. vaders) 24 april/8 mei 1712 Maria van de Griend, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1688, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hoge Nieuwstraat (1712), begraven Dordrecht 9 okt. 1753 (Marijke van de Griendt, weduwe van Antonie van de Griendt, in het Kasse Patie [Kasperspad] buiten de St. Jorispoort, laat kinderen na, met de gewone koetsen), dochter van Mels van de Grient en Elisabeth Kool
ORA Dordrecht inv. 819, f. 149: op 1 okt. 1739 verkoopt Maria van de Griend, weduwe van Anthonij van de Griend, voor 600 gl. aan Arij Eijken schipper een huis bij de Blauwpoort, staande tussen het huis van Hendrik Neeringh en dat van Cornelis Sprangers.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 8v e.v.: op 13 febr. 1766 verkoopt Stijntje Lugte, weduwe van Arij Eijke, voor 600 gl. aan Johan Ernst Hijken, beeldhouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Sprangers en dat van Johannis Koning.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 18 mei 1765: Ernst Hijken jongman geboren te Kassel in het landgraafschap Hessen en wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht, heeft geen ouders meer en is meerderjarig volgens attestatie van Johannis Muller en Jenneke van der Krab, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Nieuwkerkstraat, geassisteerd met haar broer Jan van der Krab, op 2 juni 1765 getrouwd.
Uit dit huwelijk:
Josina Heijken, gedoopt NG Dordrecht 31 mei 1768, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1805), trouwde Gerecht Dordrecht 11/25 mei 1805 (de bruidegom heeft bewijs aan zijn kind gedaan volgens akte van vertichting verleden voor notaris P.J. van Steenbergen op 6 mei 1805, de bruid geassisteerd met haar vader Jan Ernst Heijken) Johan Christiaan de Klerk, weduwnaar geboren te Schiedam (1805), trouwde 1e Maria Palesteijn, 3e Gerecht Dordrecht 19 mrt. 1807 (volgens attestatie van ondertrouw van Amsterdam dd 20 mrt. 1807 (ondertrouw) Pieternella van Baale, te Dordrecht (1807).]
Cornelis Spranger(s) [schipper]
[Cornelis Sprangers, jongman van Cappel (1719), schipper, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/27 aug. 1719 (de bruid geassisteerd met haar vader Jan de Visser) Dirkje de Visser, gedoopt NG Dordrecht 22 nov. 1697, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Slikveld (1719), dochter van Jan Claasz. Visser en Helena Sijmonsdr. Calis
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 16v e.v.: op 14 april 1744 verklaart Cornelis Spranger, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jan Rank, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een somma van 900 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Gijsbert de Leng en dat van Arij Eijken.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 132v: op 10 dec. 1767 verkoopt Jenneke Veermans, “bejaarde”, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Jan Kanters, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en de Engelenburgerbrug, staande tussen het huis van Leendert Roos en dat van Ernst Eijke.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 257v: op 8 mei 1806 verkopen Hendrik Weeningh, wonende te Dordrecht, en Johannes Arnoldus van Weetering, wonende te Zwijndrecht, als executeurs-testamentair van Jan Kanters, die in Dordrecht is overleden, voor 1200 gl. aan Willem Bémolt, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van P. D. Backer en dat van Heiken.]
Roeland Kuijter [en Gijsbert de Lengh, kooplieden]
[Nieuwe Haven nr. 44 (voorheen nr. 63)
ORA Dordrecht inv. 806, f. 129v: op 5 nov. 1708 verkoopt Herman van Leeuwen, koopman, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broers, zusters, en zwagers, samen kinderen resp. behuwd kinderen en erfgenamen van wijlen Johan van Leeuwen en Jenneken Geijssen, aan Gijsbert de Lengh en Roelant Kuijter, kooplieden, een huis op het Nieuwerck of Oude Kalkhaven, recht doorgaande tot de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de verkoper, dat verhuurd is aan Alexander Pieterzon, en de houten loodsen en het huis van kapitein Philip van Hoogstraten. De koopsom bedraagt 3000 gl., die wordt voldaan met 1000 gl. contant en met het verlijden van een custingbrief van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 812, f. 123: op 16 mei 1718 verkoopt Jenetta Matthijsen, weduwe van Herman van Leeuwen, voor 1000 gl. aan Gijsbert de Lengh een huis op de Nieuwe Haven tussen de Blauwpoort en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe Cloens.
Roelant Kuijter, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 nov. 1731 (Roelant Kuijter, bij de Lange Houten Brug, met drie koetsen extra, laat een kind na, eerste boete), trouwde 29 sept. 1709 Margarita Staelsmit, gedoopt NG Dordrecht 16 dec. 1682, overleden Dordrecht 7 april 1752, dochter van Jacob Staelsmit en Johanna van der Prep, trouwde 2e 2 mrt. 1738 Gijsbert de Lengh, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1678, stichter van de Lenghenhof te Dordrecht, overleden Dordrecht 7 dec. 1755, begraven 11 dec. 1755, zoon van Matthijs de Lengh en Elisabeth Gijsbertsdr. Boom.
Trouwboek Gerecht Dordrecht 15 sept. 1709: Roelandt Kuijter jongman koopman wonende in de Nieuwstraat geassisteerd met zijn vader en Margarieta Staelsmit jonge dochter wonende bij het Nieuwpoortje geassisteerd met haar vader, getrouwd op 29 sept. 1709
Trouwboek Gerecht Dordrecht 15 febr. 1738: Gijsbert de Lengh, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk [in de Houttuinen] en Margarita Staelsmit weduwe van Roelant Kuijter van Dordrecht wonende op de [Nieuwe] Haven, getrouwd op 2 mrt. 1738
De Lengh voegde het huis samen met het hierna te noemen pakhuis, waarschijnlijk in of omstreeks 1738, het jaar waarin hij trouwde met de weduwe van zijn zakenpartner, Roelant Kuijter. (Oud-Dordrecht 2006, nr. 3, p. 27)

De Nieuwe Haven, het huis van De Lengh is het huis links van het torentje. De latere eigenaar Pieter Roos liet in het laatste kwart van de 18de eeuw een geheel nieuwe voorgevel aanbrengen. (foto: www. dudok.biz)
De inventaris van de nalatenschap van Margrita Staelsmit, overleden op 7 april 1752, vermeldt o.a.:
– de helft van een huis op de Nieuwe Haven, dat wordt bewoond door Gijsbert de Lengh, staande tussen het huis van Cornelis Bax en dat van Cornelis Sprangers, getaxeerd op 5000 gl.
– de helft in een wagenschot zaagmolen aan de Noordendijk, zijnde de laatste molen op en binnen de dijk, getaxeerd op 2000 gl.
– de helft van een palsrok zaagmolen aan de Noordendijk, boven de voornoemde molen staande buiten de dijk, getaxeerd op 400 gl. (Achter de Blauwpoort, nr. 20, p. 9 e.v. [internet]).
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 138: op 22 mei 1753 verkoopt Carel van Essen, heer te Helbergen, luitenant-opperjagermeester van Veluwen en president van het College van Gedeputeerde Staten van het Kwartier van Veluwen, als procuratie hebbende van Agatha Johanna van Naarssen, weduwe van Franchois Terestijn van Halewijn, heer van Abbenbroek, raad en pensionaris van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor Hendrik Johan van Essen, heer van Schaffelaar, richter van Arnhem en in Veluwenzoom, en de gerichtslieden ald. op 4 dec. 1752, voor 520 gl. aan Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, een huis aan het einde van het Bagijnhof.
ONA Dordrecht inv. 1055, akte nr. 19 (codicil, gepasseerd ten overstaan van notaris A. Bax): op 7 mei 1754 verklaart Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, dat hij zich voorgenomen heeft en reeds is begonnen met het stichten binnen Dordrecht van een “gestigt of hofje waaraan zullen zijn zestien en dan nog agt woningen, en een regentekamer en voor welk gestigt tot het verkrijgen van eenige voordeelen den comparant hadde gepresenteert een request aan … de Heren Staten van Holland … en zo ook een request aan de regeringe van deze stadt stond te presenteren”. Wanneer hij komt te overlijden vóór het werk van het hofje zal zijn voltooid en voordat alles aangaande het bestuur van het hofje, het inkomen voor de bewoners en de onkosten van de reparaties zal zijn geregeld en bepaald, is het de wens van de comparant, dat zijn erfgenamen of diegenen, die het beheer over zijn nalatenschap zullen hebben, het hofje zullen voltooien en het bestuur ervan, het inkomen voor de bewoners en de onkosten van de reparaties zullen regelen, “zoo en in den voegen, als dat het naast zal kunnen blijken de jongste intentie zijn geweest van de comparant”, blijkende uit de aantekeningen, die hij zal nalaten, of uit zijn mondelinge verklaringen.

Regenten- en Lenghenhof, gesticht in 1755.
De Oudraad verleent op 12 juni 1755 voor het hofje van De Lengh, bestaande uit 24 woningen voor behoeftige mensen, vrijdom van stadsimpost, van impost op turf tot 30 tonnen voor iedere woning jaarlijks, vrijdom van het gemaal van “Haagse zak” tarwe of anderhalve zak rogge per hoofd, mits niet overschrijdende 2 zakken tarwe of 2 1/2 zak rogge voor iedere woning, waarin meer dan één persoon is geplaatst, en vrijdom van bieren voor een ton bier voor iedere woning jaarlijks. “’t verder verzoek afgeslagen”. (Achter de Blauwpoort nr. 20, p. 10 [internet])
Uit de inventaris, die na het overlijden van De Lengh van zijn nalatenschap werd opgemaakt (7 dec. 1755), blijkt, dat hij voor de stichting van het hofje op 25 febr. 1755 had “geassigneert” een tamelijk groot aantal landerijen en enkele boerenwoningen, gelegen in de Hoeksche Waard (o.a. het “landeken”, gelegen bezuiden de haven van ‘s-Gravendeel, vanouds genaamd Bevershoek), omtrent Middelharnis, in Nieuw-Pendrecht, de zuidpolder van Barendrecht, bij Ooltgensplaat, in de Mijlpolder en in het ambacht van de Mijl. (ibidem)
Na het overlijden van Gijsbert de Lengh in 1755 gaat de eigendom van het huis op de Nieuwe Haven over op zijn ongehuwde zuster, Elisabeth de Lengh, gedoopt NG Dordrecht 23 juni 1677, overleden Dordrecht 13 nov. 1763, begraven 19 nov. 1763, dochter van Matthijs de Lengh en Lijsbeth Boom. In haar testament dd 19 dec. 1755, gepasseerd voor notaris A. Bax te Dordrecht, heeft zij bepaald, dat het huis na haar overlijden toebedeeld zal moeten worden aan Leendert Roos, of bij vooroverlijden diens vrouw, Alida van Toulon, voor een bedrag van 6000 gl. (Achter de Blauwpoort, nr. 20, p. 9 e.v. [internet]).)
Op 3 juli 1915 meldde de Dordrechtse Courant: “In het pand Nieuwe Haven 63 te Dordrecht zijn in een paar kamers achter behangsel wandschilderingen voor den dag gekomen. Wel is waar zijn zij belangrijk beschadigd door vertering, beplakking en spijkeren, maar voor zoover zij thand van alle papier ontdaan zijn, toonen zij decoratief schilderwerk, voorstellende tafereelen uit de Bijbelsche geschiedenis, o.a. Jezus en de Samaritaansche vrouw, Joseph en de vrouw van Potiphar. … ” (Oud-Dordrecht 2006, nr. 3, p. 25)
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 24 jan. 1733: Leendert Roos jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort geassisteerd met Aert Roos zijn vader en Alida van Toulon jonge dochter van Dordrecht wonende in de Spuistraat geassisteerd met Cornelia Vissers weduwe van Pieter van Toulon haar moeder, getrouwd op 8 febr. 1733
Zoon:
Pieter Leendertsz. Roos, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1752, notaris te Dordrecht]
idem
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 232v: op 18 sept. 1798 verkopen Arnoldus de Groot, timmermansbaas, als procuratie hebbende van Pieter Roos Leendertsz., wonende in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Kleijn te Den Haag op 12 sept. 1798, en Cornelis de Quartel, wonende in Strijen, voor 7500 gl. aan Pieter Diederich Bakker, koopman de Dordrecht, ieder de helft van een huis met tuin en open erf, staande en gelegen op de Nieuwe Haven, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van notaris Bax en het huis van Kanters.]
Nieuwe Haven nr. 45
Matthias Bax rector van de Latijnse School
[Matthijs Bax, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1679, conrector van de Latijnse School 1703-1715, rector 1715- 1739, begraven Dordrecht 20 juli 1739 (Matthias Bax, rector van de Latijnse School, ongehuwd, 6 koetsen extra), zoon van Matthijs Bax en Maria Paradijs.
Bax verkreeg op 15 april 1728 toestemming van de regeerders van Dordrecht om op de stoep van zijn huis op de Nieuwe Haven, staande tussen de houttuin van Roelandt Kuijter, koopman te Dordrecht en het huis van de weduwe Meesters een stenen bordes te maken. (Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, o.c., p. 22)
Bax was niet getrouwd en had geen kinderen. Zijn zuster Alida erfde het huis, maar overleed slechts twee jaar later. Haar achterneef Cornelis Bax, die reeds 1/8 deel van het huis bezat, kocht op 15 mrt. 1742 * voor 3500 gl. de overige 7/ 8 parten. Cornelis Bax was beursmakelaar en tevens waard in herberg annex veilinghuis “De Gouden Molen”, dat stond op de noordwestelijke hoek van de Hoge Nieuwstraat met de Lange IJzeren (toen nog Lange Houten) Brugstraat. (Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, o.c., p. 21 e.v.)
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht, 17 nov. 1741: Alida Bax, in de Wijnstraat bij de Engelse kerk, 6 koetsen extra, ongehuwd, de eerste boete.
* ORA Dordrecht inv. 1656, f. 87v: op 15 mrt. 1742 verkopen notaris Albertus van Nievelt, Pieter van der Kemp, koopman te Dordrecht, die samen met Cornelis Bax, beursmakelaar te Dordrecht, executeurs-testamentair en mede-erfgenamen zijn van Alida Bax, overleden te Dordrecht, voor 3500 gl. aan Cornelis Bax, die reeds een achtste deel bezit, zeven achtste parten in een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Gijsbert de Lengh en dat van N. Slegt.
In de koopvoorwaarden dd 2 jan. 1742 wordt het huis beschreven als “een modern, wel doortimmert en seer wel gelegen koopmanshuijs hebbende van voren een opgangh met een steenen bordes en sijnde voorsien met Engelse schuijfraemen en glaesen, commodieuse en spatieuse vertrecken”, met een kelder of pakhuis onder het huis, staande op de Haven aan de Lange Houten Brug tussen het huis van Ghijsbert de Lengh koopman en dat van Jan Slegt, bewoond wordende door juffrouw Josslee, en “hebbende … een vermaeckelijck uijtsicht”, zowel op de Haven als op de Lange Houten Brug, strekkende voor van de straat tot achter aan de Hoge Nieuwstraat. (idem, p. 24)
30 april 1765: Cornelis Bax, makelaar ter beurze te Dordrecht, verkoopt voor 3700 gl. aan zijn zoon Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, strekkende tot de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis, dat eertijds toebehoorde aan Gijsbert de Lengh en thans aan Leendert Roos, en het huis van Jan Slegt. De koper voldoet de koopsom gedeeltelijk met het verlijden van een custingbrief van 2000 gl. (idem, p. 27)
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 sept. 1807: Anthonij Bax, op de Nieuwe Haven A:439, laat kinderen na, met de lijkkoets, 78 jaar, verval.
Het huis van het geslacht Bax bestaat niet meer. Het werd in 1916 afgebroken en vervangen door een Jugendstil woonhuis, dat werd gebouwd in opdracht van Izaäk van Groenwegen. (idem, p. 5)]
Nieuwe Haven nr. 43
[Het achtererf van het huis van de weduwe Meesters.
Het huis van de weduwe Meesters stond in de Hoge Nieuwstraat en had een achtererf op de Nieuwe Haven, waar nu de panden Nieuwe Haven 39-42 staan. De panden aan de Hoge Nieuwstraat hebben nu de huisnummers 136 en 138.
1 mei 1687: de erfgenamen van Aeltgen Govertsdr. van Tricht, weduwe van Martijn Paradijs verkopen aan Jacob Aelbertsz. Cleijckluijt mr. mastmaker een huis bij de Lange Houten Brug, uitkomende tot achter op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Matthijs Bax en dat van Willem de Keijser. Het is verhuurd aan Reijnier Nieuwerkerck “lantsmith”.
Jacob Aelbertsz. Cleijcluijt, afkomstig uit Rotterdam, werd in 1666 poorter van Dordrecht. Hij trouwde met Maria van Bavel, weduwe van Johannes van Loon. Nadat Jacob was overleden, hertrouwde zij op 27 nov. 1701 met de weduwnaar Jacob Meesters. Beiden woonden op de Lindengracht.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 13 nov. 1701: Jacob Meesters weduwnaar en Maeijken van Bavel weduwe van Jacob Kleijkluijt beiden van Dordrecht en wonende op de Lindengracht, getrouwd op 27 nov. 1701
In haar testament dd 2 sept. 1716 prelegateerde Maria van Bavel het huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, aan haar broer Wouter van Bavel, mits hij bereid zou zijn het op zijn erfportie aan te nemen voor een somma van 2000 gl. Na het overlijden van Maria in sept. 1730 wordt Wouter eigenaar van het huis, maar hij komt slechts korte tijd daarna te overlijden.
3 april 1732: Jan van Bavel, Sijbrecht van Bavel, Cornelis van Bavel, Catharina van Bavel, Lidia van Bavel, weduwe van Dirk van der Horst, en Elizabeth van Bavel, erfgenamen van Wouter van Bavel verkopen 1e een huis op de Hoge Nieuwstraat [sic], staande tussen het huis van verkopers aan de ene zijde en dat van rector Bax aan de andere, strekkende voor van de straat tot achter op de haven, voor 930 gl. aan de timmerman Jan Slegt, en 2e een huis, staande tussen het voornoemde huis en dat van Samuel Vereijck, voor 335 gl. aan schipper Arij Kemp. (ORA Dordrecht inv. 817, f. 12 en 24).
Jan Slegt werd zodoende eigenaar van de percelen, die thans Hoge Nieuwstraat 138-140 zijn, en de percelen, waar nu de panden Nieuwe Haven 39-41 staan.
De familie Slegt heeft het perceel ruim 100 jaar in eigendom gehad. Met deze familie hebben we te maken met enkele generaties timmerlieden. Het nu L-vormig perceel bestaat uit de tegenwoordige huizen Hoge Nieuwstraat 138-140, Nieuwehaven 39-41 en Nieuwehaven 42. In 1731 was de zijde van de Nieuwehaven vermoedelijk onbebouwd. Op 3 september 1739 neemt Jan Slegt, meester timmerman, een hypothecaire lening van f 300,= op bij Abraham Hordijk, meester leidekker. In de akte is nog sprake van een huis aan de Hoge Nieuwstraat. In 1748 blijkt de situatie veranderd te zijn. Er wordt in dat jaar aan de zijde van de Hoge Nieuwstraat een belendend huis verkocht (nr. 134-136). In deze akte is sprake van “het achterhuis van Jan Slegt”. Hieruit volgt dat Jan Slegt tussen 1739 en 1748 aan de zijde van de Nieuwe Haven een huis heeft gebouwd en wel aan de westzijde van het perceel,daar waar nu het pand Nieuwehaven 42 staat. Uit bouwkundig onderzoek in het huis Hoge Nieuwstraat 138-140 is gebleken dat dit huis in de 18e eeuw achter de voorgevel geheel of grotendeels herbouwd is, waarbij gebruikte materialen zijn gebruikt. We kunnen gevoeglijk aannemen dat Jan Slegt degene was, die dit heeft gedaan, waarbij het waarschijnlijk is dat dit gebeurde nadat het woonhuis aan de zijde van de Nieuwehaven (thans nr. 42) gereed is gekomen. … De in 1739 afgesloten hypothecaire lening kan verband hebben met de bouw van een woonhuis aan de zijde van de Nieuwehaven en/of de renovatie van het huis aan de zijde van de Hoge Nieuwstraat. (Werkgroep “Het Nieuwe Werck” , De huizen Nieuwehaven 39-42 en Hoge Nieuwstraat 134-140 te Dordrecht, Dordrecht z.j., p. 14/15)
Jan Slegt, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1703, jongman wonende op de Hoge Nieuwstraat (1726), timmerman en beursmakelaar (1765), zoon van Leendert Jansz. Slegt en Lijsbet Middelhof, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 okt. 1726 Adriaantje Spaen, dochter van Jacob Spaen en Cornelia Aertse
Op 28 jan. 1785 verkoopt Jan Slegt de huizen aan de Nieuwe Haven en de Hoge Nieuwstraat voor 500 gl. aan zijn zoon Jacob Slegt.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 40: op 17 mrt. 1785 verkoopt Jan Slegt, timmermansbaas te Dordrecht, voor 500 gl. aan Jacob Slegt, timmermansbaas te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van notaris Anthonij Bax en dat van Hendrik van der Zande.
Jacob Slegt, gedoopt NG Dordrecht 29 juni 1736, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1772), timmermansbaas, overleden Dordrecht 12 jan. 1809 (Jacob Slegt, laat kinderen na, met de “ordinaire” koetsen, verval van krachten) in Nieuwe Haven A:438, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 mei 1772 (volgens attesstatie van Hardinxveld dd 12 mei 1772, attestatie gegeven 31 mei 1772, getrouwd op voornoemde datum te Dordrecht) Maritje Kampsteeg, jonge dochter van Hardinxveld (1772)
(idem, p. 15)])
Gillis Monnaij [Manaij, steenverkoper, steenhouwer]
[Nieuwe Haven nr. 38, het geboortehuis van Top Naeff.
Nieuwe Haven nr. 38
[Jacobus van Driel koperslager en zijn vrouw Willemijna Vereijck verkopen op 2 juni 1700 voor 1910 gl. aan Dirck Snel schipper een huis op de Nieuwe Haven. De koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 500 gl., die Jan van Slingeland koopman op het hui sprekende heeft.
Dirck Jansz. Snel steenkoper, weduwnaar van Woerden (1705), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/ 22 nov. 1705 Helena Rooije, weduwe van Dancker Verbroc, uit Roermond, beiden wonende bij de Lange Houten Brug (1705) . Het echtpaar testeert op 29 juni 1708 ten overstaan van notaris H. van Dijk in Dordrecht, waarbij Dirck zijn vrouw tot erfgename benoemt.
Hij overlijdt op 15 okt. 1715.
(Werkgroep Het Nieuwe Werck, o.c. (2005), p. 35-36)
ORA Dordrecht inv. 810, f. 70 e.v.: op 28 jan. 1716 verklaart Helena Rooije, weduwe van Dirk Snel, marktschipper op Geertruidenberg, schuldig te zijn aan Helena Mooijweer, tegenwoordig echtgenote van Johannes Verheul, wonende op de Oostendam, een somma van 700 gl., verbindende het huis op de [Nieuwe] Haven, waarin zij woont, staande omtrent de Lange Houten Brug tussen het huis van Wouter van Dongen en dat van de weduwe Meesters.
ORA Dordrecht inv. 813, f. 44: op 23 juli 1720 verkoopt Helena Rooije, weduwe en erfgename van Dirk Snell, schipper en burger van Dordrecht, voor 975 gl. aan Jillis Monnai steenverkoper een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de weduwe Meesters en dat van Wouter van Dongen.
ORA Dordrecht inv. 813, f. 79v e.v.: op 11 febr. 1721 verklaart Gillis Manaij, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Benjamin van der Linden, koopman te Delft, een somma van 1150 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Wouter van Dongen, burger van Dordrecht, en dat van de weduwe Meesters.
Genealogie:
I. Andries Mannee, weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Catrijnepoort (1696) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 okt./11 nov. 1696 (de bruid geassisteerd met haar zuster [Catarina Kulers], de vrouw van Gijsbert [Woutersz.] de Jongh) Elisabeth Kulaers [Kulaert, Calaert], jonge dochter van Duesburgh, wonende aan de Grote Kerk (1696)
Kind:
a. Gillis, volgt II
II. Gillis Mannaaij (Monnaij), gedoopt NG Dordrecht 27 april 1699, steenverkoper en steenhouwer te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 april/1 mei 1718 Elisabeth van Kasteel, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1695, dochter van Pieter van Kasteel en Marija van Duijnen
NG trouwboek Dordrecht 2 april 1690: Pieter van Casteel twijnder jongman van Dordrecht wonende in de Visstraat en Marija van Duijnen jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, getrouwd op 16 april 1690
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 17 april 1718: Gillis Mannaaij jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk geassisteerd met Elisabeth Kulaert zijn moeder en met schriftelijk consent van zijn vader Andries Mannaaij en Elisabeth van Kasteel jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskaai geassisteerd met Pieter van Kasteel haar vader, getrouwd op 1 mei 1718
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 14 april 1727: het kind van Jielis Monne, mr. steenhouwer, op de Haven bij de Lange Houten Brug, haar naam is Marija, met volk begraven.
7/21 dec. 1731: notaris Bartholomeus van Gelsdorp en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Gillis Monnai, verkopen voor 940 gl. aan Hermanus Boet, die optreedt als gemachtigde van Hendrick Hordijck steenhouwer, een huis op de Nieuwe Haven aan de westzijde van de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Cornelis van Bavel mr. bakker en dat van de erfgenamen van Wouter van Dongen. (Achter de Blauwpoort, nr. 13, p. 15 [internet], ORA Dordrecht inv. 1652, f. 211 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 817 (oud), f. 177: op 15 april 1734 verkopen mr. Gerard Aemilius van Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, als rentmeester van het Armhuis, mr. Johan van Wageningen, als boekhouder van de NG diaconie te Dordrecht, en Willem van den Bergh, koopman te Dordrecht, door wie, als diaken van het 10e Kwartier, gealimenteerd worden Elizabeth van Casteel, weduwe van Gillis Monnai, en een kind, voor 910 gl. aan Hendrik te Honte [te Hoonte], mr. smid te Dordrecht, een huis op de Dwarskaai bij de Roobrug, staande tussen het huis van Nicolaas Cool, koopman te Dordrecht, en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Philippus Borgers.
ORA Dordrecht inv. 817 (oud), f. 177 e.v.: op 15 april 1734 verkopen mr. Gerard Aemilius van Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, als rentmeester van het Armhuis, mr. Johan van Wageningen, als boekhouder van de NG diaconie te Dordrecht, en Willem van den Bergh, koopman te Dordrecht, door wie, als diaken van het 10e Kwartier, gealimenteerd worden Elizabeth van Casteel, weduwe van Gillis Monnai, en een kind, voor 620 gl. aan Philippus Borgers, burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskaai bij de Roobrug, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Hendrik te Honte en de stal of het koetshuis van Jacob van der Waijen.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 182v: op 10 april 1781 verkopen Cornelis Engering horlogemaker en Fredrik Dirkson winkelier, beiden wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Verburgh, wijnkoper te Dordrecht, voor 1425 gl. aan Hendrik van der Sande, confiturier te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en de Engelenburgerbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Spruijt en dat van [NN] Slegt.
24 dec. 1771: David Hordijk en Joost Schoenmakers, als executeurs-testamentair van Hendrick Hordijk, steenhouwersbaas, verkopen voor 1305 gl. aan Huijbert van den Sande [marktschipper op Breda] een huis op de Nieuwe Haven aan de westzijde van de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Pieter Spruijt en dat van Jan Slegt timmerman. (Achter de Blauwpoort, nr. 14, p. 20 [internet]; ORA Dordrecht inv. 1666, f. 300v e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 142v: op 2 mei 1805 verkoopt Hendrik van der Sande, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Jordaan de Haan, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, getekend A:437, staande tussen het huis van Johannes van Eeuwijk en dat van Jacob Slegt.
Het echtpaar Naeff-Vriesendorp ging na hun huwelijk “wonen in een small, maar diep huis aan de Nieuwe Haven, nu nummer 38. Een mooi, statig pand, maar zeer eenvoudig vergeleken bij Anna [Vriesendorps] ouderlijk huis, een monumentale patriciërswoning aan de Wolwevershaven, thans nummer 21. .., Op zondag 24 maart 1878 belde op Nieuwe Haven 418 een elfjarig meisje aan: zij moest een doosje met een paar kievitseieren bezorgen bij ‘Majoor Naeff’. De dienstbode van de familie die het pakje aannam, zei: ‘Stil meisje, want hier is pas een kindje geboren.’ Anna Naeff-Vriesendorp had die ochtend om zes uur haar eerste en, zo zou later blijken, enige kind gebaard [Anthonetta (Top) Naeff].” (G. Vaartjes, Rebel en dame. Biografie van Top Naeff [Amsterdam 2010], p. 14)
Wouter van Dongen [schipper]
[Dit huis bestaat niet meer. Op de plaats, waar het ooit stond, is nu een tuin.
12 nov. 1699: notaris J. van Dijk, als gemachtigde van Bartholomeus Cool, mr. smid, weduwnaar van Maria Mariet, alsmede Franchois en Arnoldus Cool, tevens zich sterk makende voor Margrita Cool, hun zuster, samen erfgenamen van Maria Mariet, verkoopt voor 1375 gl. aan Wouter van Dongen het huis op de Nieuwe Haven, dat door Maria Mariet is nagelaten.
Wouter van Dongen schipper trouwde Machteltie Jacobsdr. (Gradis). Uit dit huwelijk geen kinderen.
10 mei 1728: mutueel testament van Wouter van Dongen en zijn vrouw. Zij legateren het huis op de Nieuwe Haven aan Anna Sanders, de dochter van Machteltie’s halfbroer, alsmede enige roerende goederen, zoals een glazen kast, een ledikant en behangsel.
Machteltie wordt op 6 febr. 1730 begraven. Wouter overlijdt kort daarna en wordt op 11 okt. 1730 begraven.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 6 febr. 1730: Maggeltie Grades, de vrouw van Wouter van Dongen, op de Haven bij de Lange Houten Brug, met gewone koetsen, laat geen kinderen na.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 11 okt. 1730: Wouter van Dongen op de Haven bij de Lange Houten Brug, met gewone koetsen, laat geen kinderen na.
Zoals bepaald in het testament van 1728 gaat het huis vervolgens naar Anna Sanders, die in Maaseijck in het Land van Luik woont en is gehuwd met Christiaan Mela.
Laatstgenoemde verhuurt het huis op 10 jan. 1731 voor drie jaar aan Jan Singels, mr. kuiper, en verkoopt het op 27 okt. 1733 voor 768 gl. 15 st. aan Willem Spruijt.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 138 e.v.: op 27 okt. 1733 verkoopt Christiaen Mela, wonende te Maaseik in het Land van Luik, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna Sanders, en van Paulus Sanders, Geurdt Sanders en Catharina Sanders, allen meerderjarig en wonende te Houtem, broers en zusters, samen vervangende Aart Sanders, volgens procuratie gepasseerd op 23 okt. 1733 gepasseerd voor notaris H. Craens te Maaseik, voor 768 gl. 15 st. (rantsoen daarbij inbegrepen) aan Willem Spruijt, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Hendrik Hordijk en dat van de erfgenamen van Abraham van Kappel.
I. Willem Spruijt, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1720), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 mrt. 1720 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Geertruidenberg dd 2 mrt. 1720, attestatie gegeven op 24 mrt. 1720) Johanna Vos, jonge dochter geboren en wonende te Geertruidenberg (1720)
Zoon:
a. Pieter Spruijt, gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1721, volgt II
II. Pieter Spruijt Willemsz., gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1721, weduwnaar van Dordrecht (1749), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 6 Juni 1749 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Ridderkerk dd 6 juni 1749, 22 juni 1749 attestatie gegeven) Geertruij Lagerwerff, jonge dochter geboren en wonende te Ridderkerk (1749)
Zoon:
a. Lodewijk Willem Spruijt, gedoopt NG Dordrecht 8 sept. 1756, volgt III
III. Lodewijk Willem Spruijt, gedoopt NG Dordrecht 8 sept. 1756, jongman geboren te Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1785), trouwde Gerecht/NG Dordecht 26 febr./13 mrt. 1785 (de bruid geassisteerd met haar vader Anthonij Degen) Willemina Degen, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op het Vlak bij de Blauwpoort (1785)
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 352: op 24 mei 1803 verkoopt Lodewijk Willem Spruijt, wonende te Dordrecht, voor 4210 gl. aan Johannes van Ewijk, wonende te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Nieuwe Haven, getekend A:436, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het pakhuis van Arij Rank en dat van Cornelis Kiele en op de Nieuwe Haven tussen het huis van Arij Rank en dat van Hendrik van der Sande.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 286: op 13 juni 1810 verkoopt Aletta Verhagen, gesepareerde vrouw van Wouter van der Elst, wonende te Dordrecht voor 1800 gl. aan Abraham Keijzer, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, getekend A:434 en 415, staande tussen het huis van de heer Rank en dat van de weduwe van Hendrik van der Sande. Het huis is verhuurd aan George Santbergen tot grasmaand 1812 en twee jaren in optie.]
Abraham van Cappel
[ORA Dordrecht inv. 811 (oud), f. 42v: op 25 mei 1717 verkoopt Dirck Ranck, koopman te Amsterdam, zoon en erfgenaam van Gerbrand Ranck, in zijn leven schipper en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Abraham van Cappell, mede schipper en burger van Dordrecht, een huis op de [Nieuwe] Haven, staande schuin tegenover de Lange Houten Brug tussen het huis van Wouter van Dongen en dat van de kinderen van Cornelis Ranck.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 mrt. 1700: Abraham van Cappel jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat geassisteerd met Antonetta Bacx de vrouw van Cornelis Ariensz. van Cappel haar moeder en Heijltie Engelen Vaeck jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Sluispoort geassisteerd met Engel Aertsz. Vaeck haar vader, getrouwd 12 april 1700
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 94v e.v.: op 3 mei 1736 verkopen Job Verssendaal, mr. zeilmaker te Vlaardingen, als man van Alida van Cappel, en Geertruijt van Cappel, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Helena Vaack, weduwe van Abraham van Cappel, voor 825 gl. aan Aalbert Heijmans, commies van het Grafelijksheidscomptoir te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Willem Spruijt en dat van Jan Ranck.
ORA Dordrecht inv, 1676, f. 13v: op 4 febr. 1790 verkopen Arij Ranck en Gerrit Gregoor, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Albertus Heijmans, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 2080 gl. aan Arie Ranck en Anna Ranck een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de erfgenamen Ranck en dat van de erfgenamen Spruijt.]
Nieuwe Haven nr. 37
Jan Rank
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 23v e.v.: op 12 mrt. 1701 verkoopt Adriaan Hagoort de oude, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrina Francken, weduwe van Gerrit Sam, wonende te Amsterdam, voor twee derde parten, en als procuratie hebbende van notaris J. Backer, notaris te Amsterdam, die procuratie heeft van Jan Francken, luitenant ter zee in het College ter Admiraliteit te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris N. van Loosdregt te Amsterdam op 23 okt. 1699, voor een derde part, voor 3200 gl. aan Cornelis Ranck, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en belend op de Nieuwe Haven door het huis van Samuel Centen aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van Gerbrand Ranck aan de andere en op de Hoge Nieuwstraat door het huis van juffr. D’Veer aan de ene zijde en dat van Franchois van de Graaff. De koper is schuldig aan mr. Wilhelm Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, een somma van 1000 gl.]
Samuel Cente Vereijk [koopman]
[Het huis, thans Nieuwe Haven nr. 35-36, is in 1660 – het jaartal staat vermeld in de gevel – gebouwd in opdracht van Vincent Cornelisz. Vereijck, getrouwd met Jenneke Leendertsdr. van der Tijt. (Dordrecht Monumenteel, Eigenaren Rijksmonumenten, p. 2 [internet])
I. Cent (Vincent) Cornelisz. (Vereijk), jongman van Dordrecht, schipper, wonende op de Nieuwe Haven (1643), trouwde NG Dordrecht 8/22 mrt. 1643 Janneken (Jenneken) Leendertsdr. (van der Tijt), jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1643)
Uit dit huwelijk (o.a.):
a. Lena Vereijck. gedoopt NG Dordrecht 10 febr. 1647, trouwde Bartholomeus van der Hoeven
b. Samuel Centen Vereijck. gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1660, volgt II
II. Samuel Centen Vereijck (Verreijck), gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1660, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1695), koopman, begraven Dordrecht 3 dec. 1738 trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/16 juni 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Bartholomeus van der Hoeven, de bruid met haar zuster [sic]) Sara van Braam, weduwe van Dordrecht (1695), trouwde 1e Pieter Luttringhuijsen
ORA Dordrecht inv. 817, f. 74v: op 4 nov. 1732 verklaart Ewout Bosveld, majoor van de stad Dordrecht, dat Samuel Sente Vereijk, koopman te Dordrecht, schuldig is aan Leonardus van Dam, makelaar te Dordrecht, een somma van 1200 gl. verbindende een huis tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van mr. Johan Becius en dat van Jan Rank.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 201v e.v.: op 25 juli 1737 verklaart Adriaan van den Blijck, beursmakelaar te Dordrecht, dat Samuel Senten Vereijck, koopman te Dordrecht, schuldig is aan Leonardus van Dam, burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Johan Becius en dat van Jan Rank.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 dec. 1738: Samuel Vereijck op de hoek van de Lombardbrug, met één koets extra, laat één kind na.
Kinderen (o.a.):
b-1. Cornelis Vereijck, gedoopt NG Dordrecht 16 nov. 1696, jongman van Dordrecht wonende op de Haven (1717), koopman te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG 7/21 febr. 1717 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Samuel Vereijk, de bruid met haar vader Adriaan Hofman) Maria Hofman, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1717)
ORA Dordrecht inv. 1655. f. 163: op 19 jan. 1740 verkoopt Cornelis Vereijk, koopman te Dordrecht, voor 2750 gl. aan Barent Klimp, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van mr. Johan Becius en dat van Jan Rank.]
Nieuwe Haven nr. 35/36
mr. Johannes Becius
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 86: op 14 nov. 1711 verkoopt Cornelia van der Hoeven, meerderjarige, enige dochter en universele erfgename van Aletta Cloens, voor 1800 gl. aan Carel Becius, medicinae doctor te Dordrecht, haar “behuwd vader”, een huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Govert Cloens en dat van Samuel Sente.]
Barent van Broekhuijsen [raffinadeur, koopman]
[Het huis Nieuwe Haven nr. 33.
Luthers trouwboek Dordrecht: 20 jan. 1715 Barent Broekhuijsen jongman van Unna en Sara Lokeman jonge dochter van Amsterdam
ORA Dordrecht inv. 816, f. 73 e.v.: op 4 nov. 1727 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, door het Gerecht van Dordrecht aangesteld tot “sequester” en administrateur van de boedel van wijlen Govert Kloens, koopman te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Barent Broekhuijsen, raffinadeur en koopman te Dordrecht een huis op de [Nieuwe] Haven bij de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van mr. Johan Becius en de straat.]
[De Lange IJzerenbrugstraat.]
Hendrik van Vugt [raffinadeur, koopman]
[Nieuwe Haven nr. 32.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 203 e.v.: op 15 april 1729 verkopen Jacob Coenraads, drossaart van de vrije heerlijkheden Oirschot en Hilvarenbeek, als executeur-testamentair van Jacoba de Bruijn, weduwe van kapitein Huijbert van Erp, en voogd over diens minderjarige zoon, alsmede Gijsbert de Lengh, koopman te Dordrecht, als “sequester” in de boedel van Jacoba de Bruijn, voor 6300 gl. aan Henricus van Vugt, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tegenover de Lange Houten Brug tussen de “gemeene straat” en het huis van de eerstgenoemde comparant.
ORA Dordrecht inv. 815, f. 247v e.v.: op 13 sept. 1729 verkoopt Henricus van Vucht, koopman te Dordrecht, voor 987 gl. 10 st. aan Barent Broekhuijsen, koopman te Dordrecht, de helft van een pakhuis, staande achter het huis van de verkoper op de hoek van de Hoge Nieuwstraat, belend door de straat tegenover de Lange Houten Brug aan de ene en het huis van Jacob Coenraads aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 59v e.v.: op 4 febr. 1745 verkopen Gijsbert de Lengh en Pieter Vernimmen, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Hendricus van der Vugt, koopman te Dordrecht, voor 5160 gl. aan mr. Pieter Hendrik Schook, baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen, een dubbel huis op de Nieuwe Haven tegenover de Lange Houten Brug, staande tussen de straat en het huis van Adriaan van Loon.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 103v e.v.: op 28 juli 1767 verkopen Maria Repelaer, weduwe van mr. Pieter Hendrik Schoock, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Pieter Vermeulen, raad in de vroedschap van Haarlem, als man van Elizabeth Schoock, volgesn procuratie gepasseerd voor notaris W. Kohle te Haarlem op 22 mei 1767, alsmede nog Maria Repelaer, weduwe van mr. Pieter Hendrik Schoock, en mr. Philip van de Brandeler, regerend burgemeester en lid van de Oudraad te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van mr. Pieter Hendrik Schoock, wonende te Dordrecht, voor 11.200 gl. aan Jan Rens Jansz., wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Adriaan van Loon en de Langehoutenbrugstraat.]
Jacob Coenraats [drossaart van de vrije heerlijkheden Oirschot en Hilvarenbeek]
[ORA Dordrecht inv. 820, f. 64v e.v.: op 1741 verkoopt Simon Taaij van Campen, oud-mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland en koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacobus Coenraads, drossaart van de vrije heerlijkheid Hilvarenbeek, voor 820 gl. aan Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, vanouds genaamd “den Engel”, staande tussen het huis van Hendrik van Vugt en de raffinaderij van Van Vugt en Broekhuijsen.
Het huis “de Engel” bestaat niet meer.]
Nieuwe Haven nr. 31. Dit pand was een deel van de suikerraffinaderij “het Suikerbrood”.
Van Vugt en Broekhuijsen
[1731: raffinaderij [“het Suikerbrood”], 2 huizen op de Hoge Nieuwstraat en een huis op de hoek van Hoge Nieuwstraat.
– 26 april 1708: Adolf van der Linden Jansz., als gemachtigde van Johanna van der Linden, “meerderjarige dochter” wonende te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van Aansurg te Dordrecht op 26 april 1708, transporteert aan Aelbert Lockerman en Henricus van Vugt, compagnons, een huis op het Nieuwe Werk, ook genaamd de Oude Kalkhaven, staande omtrent de Lange Houten Brug en strekkende van de Nieuwe Haven tot de Hoge Nieuwstraat, in welk huis een suikerrafinaderij is gevestigd en verkoopster is aangekomen door overlijden van haar vader, Johan van der Linden. Het wordt aan de ene zijde belend door het huis van Pieter de Bruijn ontvanger en aan de andere zijde door het huis van Johanna Kloens, echtgenote van Johan van den Zantheuvell. De koopsom bedraagt 5925 gl., door kopers te betalen met 925 gl. contant en de rest met het verlijden van een hypotheekbrief. Kopers bekennen schuldig te zijn aan verkoopster een somma van 5000 gl., daarvoor verbindende het voornoemde huis. In margine: Op 8 april 1725 verklaart Catrijna van der Linden, als erfgename van haar overleden zuster Johanna van der Linden, dat door Barent Broekhuijsen en Hendricus van der Vucht voornoemde schuld volledig is afbetaald en geeft Adolff van der Linden, als procuratie gehad hebbende van zijn overleden zuster, Johanna van der Linden, zijn goedkeuring voor het royeren van betreffende schuldbrief, hetgeen gebeurt op 26 april 1725. (ORA Dordrecht inv. 806, f. 91v e.v.)
ORA Dordrecht inv. 816, f. 89: op 14 sept. 1730 verkoopt Simon Taaij, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Coenraats, drossaart van Oirschot en Hilvarenbeek, en diens vrouw Maria de Bruijn, voor 1550 gl. aan Hendrik van Vugt en Barent van Broekhuijsen een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de pakhuizen van kopers aan beide zijden.
Albert Lockerman, was afkomstig uit Lippstadt in Duitsland. Hij werd op 12 juli 1712 te Dordrecht begraven, nalatende slechts één kind, Sara Lockerman. Zijn compagnon, Henricus van Vugt, zette, voor zichzelf en voor Sara Lockerman, de raffinaderij voort. Sara trouwde op 6 jan. 1715 met Barent Broeckhuijsen, die de nieuwe vennoot van Van Vugt werd. Broeckhuijsen was even als Lockerman van oorsprong een Duitser en werd geboren in Unna in Westfalen. Uit zijn huwelijk met Sara werden tenminste twee kinderen geboren: Catharina, die in 1736 trouwde met Johannes Balthus, suikerraffinadeur in de Hoge Nieuwstraat, en Sara, die in 1737 trouwde met Isaak Issendorp, suikerraffinadeur in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug. Hun moeder, Sara Lockerman, was reeds in 1720 overleden, slechts 30 jaar oud.
Hendrik van Vugt kocht in 1729 voor 6300 gl. het huis links van de raffinaderij, staande op de hoek van de Lange IJzerenbrugstraat, thans Nieuwe Haven nr. 32, met het pakhuis daarachter in de Hoge Nieuwstraat. Zijn compagnon Barent Broeckhuijsen woonde in het huis op de andere hoek van de Lange IJzerenbrugstraat, tegenwoordig Nieuwe Haven 33.
In 1726 hebben Van Vugt en Broeckhuijsen de twee afzonderlijke gevels van de suikerraffinaderij aan de Nieuwe Haven laten vervangen door één gevel. Na het overlijden van eerstgenoemde – hij was ongehuwd en kinderloos – werd zijn aandeel in het bedrijf op 4 febr. 1745 verkocht aan Barent Broeckhuijsen.
(ORA Dordrecht inv. 1657, f. 59v e.v.: op 4 febr. 1745 verkopen Gijsbert de Lengh en Pieter Vernimmen, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Hendricus van der Vugt, koopman te Dordrecht, voor 7000 gl. aan Barent Broekhuijsen, koopman te Dordrecht, de helft van een raffinaderij, waarvan Broekhuijsen reeds de wederhelft bezit, op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, staande tussen de huizen van Adriaan van Loon aan weerszijden, van achteren uitkomende op de Hoge Nieuwe Nieuwstraat, “tot den hoek agter het huijs” van mr. Pieter Hendrik Schook.)
Op 31 juli 1751 verkocht Broeckhuijsen de raffinaderij voor 10.000 gl. aan Jan Rens en Martina Metropolitana Drakenborgh, weduwe van Arnoldus van der Wall.
(ORA Dordrecht inv. 1659, f. 144: op 31 juli 1751 verkoopt Barend Broekhuijsen, koopman te Dordrecht, voor 10.000 gl. aan Martina Metropolitana Drakenborgh, weduwe van Arnoldus van der Wall, wonende te Rotterdam, en Jan Rens, koopman te Dordrecht, een suikerraffinaderij op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, staande tussen de huizen van Adriaan van Loon aan weerszijden, van achteren uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en strekkende “van agteren” tot aan het huis van mr. Pieter Hendrik Schook.)
Tegenwoordig rest van de suikerraffinaderij nog slecht een deel, namelijk het huis Nieuwe Haven nr. 31.
(Sigmond/De Meer, o.c., p. 93-97)
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 158v: op 16 mrt. 1759 verkoopt Anna Heijnen, weduwe van Jan Rens, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jan Rens Jansz., koopman te Dordrecht, de helft van een raffinaderij op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, aan weerszijden belend door de huizen van Adriaan van Loon, strekkende van achteren langs de Hoge Nieuwstraat tot op de hoek van het straatje. De wederhelft van de raffinaderij behoort toe aan Arnoldus van de Wall.
In 1812 ging men gedeeltelijk over op het raffineren van bietsuiker. (mw. H.W.G. van Blokland-Visser, Papendrecht (website: blokland.dordtenazoeker.nl)
Registers van eigendomsovergang Dordrecht, inv. 2, akte 8: op 14 aug. 1815 transporteren Rens en Van de Wall de suikerraffinaderij op de Nieuwe Haven aan Jan Cornelis Rens en Cornelis Jacobus Rens.
In 1816 wordt de suikerraffinaderij verkocht aan de firma Rens & Vriesendorp. (mw. H.W.G. van Blokland-Visser, Papendrecht (website: blokland.dordtenazoeker.nl)]
Adrijaen van der Schep
[Het pand genaamd “’t Huys te Hemert” (Nieuwe Haven nr. 30), dat thans onderdeel is van Museum Simon van Gijn. Op 11 mei 1724 verkocht Johanna Kloens, weduwe van Johan van de Sandheuvel en eerder van Martinus Kloens, voor 1500 gl. het huis, dat toen bewoond werd door de weduwe van dr. Kruyskerken, aan Adriaan ten Schep en Hendrick Schoolting, “broers van halve bedde”. Op hun beurt verkochten zij het pand op 28 april 1736 voor 3000 gl. aan de koopman Adriaan van Loon.
Everdina van Rossum, jonge dochter van Burem, wonende bij de Spuistraat (1692), weduwe van Burem, wonende in de Vriesestraat (1700), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 2 nov. 1692 (ondertrouw) Aert Gerritsz. Schep, weduwnaar van ‘s-Gravenmoer, hoefsmid wonende in de Vriesestraat (1692), 2e Gerecht/Dordrecht 25 april/10 mei 1700 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Matthijs Vos) Jan Scholting, jongman van Solem, wonende in de Vriesestraat (1700)
Kinderen (o.a.):
ex 1:
a. Adriaen ten Schep, gedoopt NG Dordrecht 2 mrt. 1698
ex 2:
b. Hendrik Schoolting, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1700, jongman van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat (1722), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 mei/16 juni 1722 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Barent Schoolting, de bruid met Pieternella van Hoogstraten, weduwe van Jacobus van den Blooke, haar moeder) Aletta Adamijna van den Blooke, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Beurs (1700)
Nieuwe Haven nr. 30 (okt. 2014)
“Bij de recente restauratie werd dit pand de publieksingang van het museum [Simon van Gijn]. Tot ieders verrassing kwam op de benedenverdieping van het achterhuis een 18e-eeuwse plafondschildering te voorschijn met de voorstelling van Aurora, de Romeinse godin van de dageraad. De plafondschildering is gedeeltelijk blootgelegd, de rest van de kostbare restauratie en daarmee het zichtbaar maken van het totale kunstwerk wordt geleidelijk aan voortgezet. In de volksmond heeft de plafondschildering de naam de Dordtse Hemel gekregen … Onder meer op basis van de kleurstelling dateert men de … de Dordtse Hemel tussen 1725 en 1750.”

Aurora (fragment van “de Dordtse Hemel”)
(Werkgroep Het Nieuwe Werck, ’t Huys te Hemert, in Oud-Dordrecht 2003 (1), p. 40 e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 103v: op 4 mei 1724 verkoopt Johan Kloens, als procuratie hebbende van Johanna Kloens, weduwe van Johan van den Zantheuvell, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Hendrick Schoolting en Adriaan van der Schep, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, laatst bewoond geweest door de weduwe van dr. Kruijskerken, staande tussen het huis of de suikerbakkerij van Hendrik van Vugt en het huis van juffr. Norenberg.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 128 e.v.: op 23 okt. 1736 verkopen Adriaan van der Schep, wonende te Vianen, en Hendrik Scholting, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, strekkende tot op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen de raffinaderij van Van Vugt en Broekhuijsen en het huis van mr. Johan van Neurenburgh. De koper is schuldig an verkopers een somma van 3000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 28: op 29 april 1800 verkopen Lodewijk van Loon, Isaac van Loon en Justus Hendrik van Loon, allen wonende te Dordrecht, samen met hun broer Andries van Loon, wonende te Rotterdam, executeurs-testamentair van hun moeder Lijdia van Berlicom, weduwe van Adriaan van Loon, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 6125 gl. aan Hendrik Smits, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, strekkende tot op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen de raffinaderij van Rens en Van de Wall en het huis van de weduwe van oud-burgemeester Van Neurenberg.]
mr. Johan van Neurenburgh
[tegenwoordig het Museum Simon van Gijn]
Museum Van Gijn aan de Nieuwe Haven (mrt. 2014)
Aarnoldus Heijne [koopman]
[1731: leeg pakhuis
ORA Dordrecht inv, 1649, f. 45v e.v.: op 9 aug. 1720 verkoopt Andries de Jongh, lid van de Oudraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriana de Sond, weduwe van Johan van Neurenberg, burgemeester van Dordrecht, Johanna de Sond, weduwe van mr. Jonas de Jong, Margrita van Neurenberg, meerderjarige ongehuwde persoon, voor zichzelf en als erfgename van haar zuster Johanna van Neurenburg, de vrouw van Dirk van Noij, veertigraad van Dordrecht, en nog als legaat verkregen hebbende van Elisabeth van Neurenburg, alsmede Adriaan van Cloveren en Johanna van Cloveren, weduwe van Jan Huttenus, als erfgenamen onder beneficie van inventaris van Anthonij Coene, thesaurier en achtraad van Dordrecht, allen wonende te Dordrecht en enige erfgenamen van Anthonij de Sond, lid van de Oudraad en van het College van Gecommitteerde Raden, voor 4000 gl. aan Arnoldus Heijnen, koopman te Dordrecht, een groot huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het hierna volgende kleine huis en het huis van Adolf van der Linden, een kleiner huis ernaast en een huis op de Hoge Nieuwstraat erachter.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 162v: op 19 okt. 1751 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht gemachtigd tot het verkopen van de huizen, waarvan de eigenaren in gebreke blijven de gemenelands- en stadlasten te betalen, voor 2800 gl. aan Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van Johan van Neurenberg, oud-burgemeester van Dordrecht, het westelijke deel van een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de koopster en het oostelijke deel van hetzelfde huis, dat op die dag is getransporteerd van Hendrik Hordijk, welk huis eigendom is geweest van Arnoldus Heijnen.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 163v: op 19 okt. 1751 verkoopt Pieter Venlo, in zijn voornoemde hoedanigheid, voor 700 gl. aan Hendrik Hordijk, het oostelijke deel van een huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, staand tussen het westelijke deel van hetzelfde huis, dat op die dag is getransporteerd aan Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van burgemeester Johan van Neurenberg, en het huis van Jan Backus, alsmede een huis daarachter staande op de Hoge Nieuwstraat, belend door het huis van mevrouw Van Neurenberg en het huis van de heer Backus, welk huis laatst eigendom is geweest van Arnoldus Heijnen.]
idem
[1731: een oud vervallen woonhuis
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 319v: op 23 okt. 1789 verkoopt Elisabeth van Dorsten, weduwe van Gerrit Boet, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jan van Strij, steenhouwer te Dordrecht, een huis met de daarin staande slijpmolen, staande op de Nieuwe Haven met de kade tot aan het water, strekkende tot aan de Hoge Nieuwstraat, van voren belend door het huis van burgemeester Johan van Neurenburgh en het pakhuis van mr. Nicolaas Backus.]
Johan van der Linde van Slingelant
– 10 juli 1743: comp. voor notaris J. Beudt Jan van der Linden van Slingelandt, koopman te Dordrecht, Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, als echtgenoot van Catharina van der Linden en Anna Margareta van der Linden, meerderjarig en wonende te Dordrecht, allen kinderen en elk voor een derde part erfgenamen ab intestato van Adolph van der Linden Jansz., koopman te Dordrecht, overleden op 10 juli 1728. Comparanten hebben onderling verdeeld de hierna genoemde goederen en effecten, die door hun vader onder andere zijn nagelaten.
Aan Jan van der Linden van Slingelandt zijn toebedeeld: een huis op de Nieuwe Haven, belend ten noorden door het huis van Jan Backus en Compagnie en ten westen door het huis van Arnoldus Heijnen, een huis genaamd “den Berm”, staande aan de noordzijde van de Hoge Nieuwstraat, achter uitkomende met een stal op de Walevest, belend ten westen door het huis van Johanna en Catharina de Sart en ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte, een huis aan de zuidzijde van de Hoge Nieuwstraat, belend ten oosten door het huis van Hendrik Hoonte en ten westen door het huis van Willem van Nispen, en de helft van een huis in de Hoge Nieuwstraat (waarvan de wederhelft toebehoort aan Lambert Kuijter), belend ten oosten en westen door het huis van de weduwe van Pieter Bruijn, hetwelk reeds door Van der Linden van Slingelandt is verkocht en getransporteerd. (ONA Dordrecht inv. 898, akte 40)
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 8 e.v.: op 18 febr. 1744 verkoopt Johan van der Linde van Slingeland voor 2520 gl. aan Pieter Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en het Lamstraatje, strekkende tot op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van de koper en compagnie en dat van Hendrik Hijnen.]
de weduwe Corstiaan Bacchus
[1731: tweede uitgang op de Venloostraat
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 26v e.v.: op 13 mei 1693 verkoopt Dirck Munter, burgemeester van Oudewater, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Aernout van Leeuwen, koopman te Nijmegen, als executeurs-testamentair van Corstiaan Gijsen, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 6250 gl. aan Corstiaen Bachus [Backus], koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Vendeloostraatje en het huis van Johannes van der Linden.:
Genealogie:
I. Jan Willemsz. Backus, jongman van Steijn wonende scheep (1643), Maasschipper, trouwde NG Dordrecht 7/21 juni 1643 Jenneken Corstiaensdr. van Oogst (van Oost), jonge dochter van Weset, wonende aan de Blauwpoort (1643)
“Even verder staat het zogenaamde Landsmagazijn dat van het laatst van de achttiende eeuw dateert. Bij het begin van de tachtigjarige oorlog was door de stad onder meer het middeleeuws schoolgebouw van de Grote Kerk aan de staat afgestaan als artilleriehuis en langzamerhand was het aantal artilleriehuizen aangegroeid tot vijf, namelijk drie aan het Grotekerksplein en twee aan de tegenwoordige Houttuinen. Met het hoekhuis Kerkstraatje-Houttuinen werden ze tot het tegenwoordige Landsmagazijn verbouwd. Wanneer men in de oude tijd de Houttuinen tussen Kerkstraat en Vleeshouwersstraat doorwandelde, zag men daar een groot aantal deftige woningen. De rijke houtkopersfamilies Rees, Oem, Van Wesel, Van Middelhoven en De Witt woonden er bij hun houtzaken. Nu zijn deze panden … verdwenen. Slechts twee bijzondere gebouwen bleven staan. Het eerste is het pakhuis “Besje Bakkus”, op de hoek van de Kerkstraat, dat in 1660 door Jan Bakkus gesticht werd en later naar zijn dochter Elisabeth Bakkus genoemd werd. Het andere, Houttuinen 2, is in 1780 gebouwd in Lodewijk XVI-stijl.” (Lips, o.c., p. 188)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Baccus, 27 juni 1643
b. Willem Backus, 13 febr. 1645
c. Catarina, 1 juli 1647
d. Corstiaen Backus, geboren naar schatting ca. 1650
e. Pieternella, 22 mei 1652
f. Elisabeth Backus
II. Corstiaen (Christiaen) Backus, geboren naar schatting ca. 1650, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1683), trouwde NG Dordrecht 30 mei/15 juni 1683 Margrita Plucqué, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Jorispoort (1683)
ONA Dordrecht inv. 189, akte 131: huwelijkse voorwaarden dd 25 mei 1683 tussen Corstiaen Backus, jongman, koopman en burger van Dordrecht, geassisteerd met zijn ouders Johan Backus en Jenneken Corstianesdr. van Oogst, enerzijds en Margrieta Plucqué, jonge dochter, geassisteerd met Geertruijt de Vos, weduwe van kapitein Johan Plucqué, haar moeder, en Lodewijck Plucqué, haar oom. Als hij de eerststervende is, zal zij uit zijn goederen een douairie van 3000 gl. ontvangen. Als zij de eerststervende is, zal hij uit haar goederen een douairie van 2000 gl. ontvangen.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 12 mrt. 1721: Corstiaan Backus, met negen koetsen extra.
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 14 febr. 1731: Margrieta Plukque, de weduwe van Korstiaan Bakkus, op de Haven bij het Lamstraatje, met negen koetsen extra, de eerste boete verbeurd, laat kinderen na.
Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 53: op 5 mrt. 1731 extract ingeschreven van het testament van Margarita Plucqué, weduwe van Corstiaen Backus, gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 7 april 1721. Tot voogden heeft zij benoemd Johan Backus, Willem Backus en Pieter Backus.
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Jan, 9 mei 1685
b. Willem, 5 dec. 1686
c. Pieter, 31 dec. 1692
d. Geertruij, 14 april 1694
e. Johanna, 24 aug. 1696
f. Margarita, 10 sept. 1698
g. Martinus Backus, 25 jan. 1703, volgt II
II. Martinus Backus, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1703, jongman van Dordrecht wonende op de haven [sic] (1731), overleden 24 dec. 1778, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mrt./15 april 1731 (de bruid geassisteerd met haar vader Nicolaes van Batenburgh) Catharina van Batenburg, gedoopt NG Dordrecht 31 dec. 1710, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Kalkhaven (1731), overleden 15 dec. 1753, dochter van Nicolaas van Batenburg en Anna Gevaards
Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 279v: op 3 jan. 1754 extract ingeschreven van het testament van Martinus Backus en zijn vrouw Catharina van Batenburg, gepasseerd op 5 dec. 1753 voor notaris A. Bax te Dordrecht. Zij hebben de langstlevende van hen beiden benoemd tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.
1766: ambachtsheer van Valkenswaard
1770: heer van Nieuw-Beijerland
Kinderen:
a. Nicolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1741, ongehuwd, overleden Dordrecht 6 okt. 1812 (Wijnstraat B:230)
b. Christiaen, gedoopt NG Dordrecht 23 febr. 1744
c. Margareta Backus, gedoopt Dordrecht 1747, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1783 (Margareta Backus, weduwe van Pieter Pompejus Repelaer, vrouwe van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, en Valkenswaard, laat kinderen na, de hoogste boete, met tien koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 jan. 1769 Pieter Pompejus Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 14 dec. 1736, zoon van Ocker Repelaer en Cornelia Everwijn
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 254v: op 14 sept. 1784 verkoopt mr. Nicolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, voor 12.300 gl. aan Cornelis Rees, achtraad van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van de verkoper en het Wallen- of Venloostraatje, thans genaamd het Lamstraatje.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 235: op 6 nov. 1788 verkoopt Cornelis Rees, oud-veertigraad van Dordrecht, voor 14.000 gl. aan Adrianus Johannes van Tets, baljuw van Zuid-Holland, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het huis van mr. Nicolaas Backus.
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 249: op 22 mei 1792 verkopen mr. Arnoldus Adrianus van Tets, vrijheer van de beide Goudrianen en Langerak bezuiden de Lek, burgemeester en lid van de Oudraad te Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, Cornelis Rees, oud-achtraad van Dordrecht, en mr. Lambert Pieter van Tets, regerend schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Adrianus Johannes van Tets, baljuw van de Merwede, voor 14.450 gl. aan Arnoldus Noteman, schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht, een dubbel herenhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het huis van mr. Nicolaas Backus.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 376: op 27 juli 1807 verkopen Mattheus Gillis Rees, secretaris van Dordrecht, en Jan Papenhuizen, beiden wonende te Dordrecht, als gevolmachtigd door Gerardina Maria Van Eijsden, eerst weduwe en erfgename van Arnoldus Noteman en thans echtgenote van mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. aan mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst een woonhuis op de Nieuwe Haven, getekend A:423, staande tussen het Lamstraatje en het pakhuis van mr. Nicolaas Backus.]
[Venloostraat]
De Venloostraat (mrt. 2014)
Samuel Senten Vereijk [koopman]
[Nieuwe Haven nr. 25
1731: woonhuis en pakhuis
[ORA Dordrecht inv. 810, f. 38v e.v.: op 28 mei 1715 verkopen Corstiaen Baccus, koopman, en Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Paradijs, laatst weduwe van Jan Noolens, voor 2550 gl. aan Samuel Sente Verrijck, burger van Dordrecht, een huis en pakhuis, naast elkaar staande op de Nieuwe Haven op de hoek van het Venloostraatje tussen dat straatje en het huis van Johannes Bovije.
9 sept. 1715: scheiding van de nalatenschap van Anna Paradijs, laatst weduwe van Jan Noolens, conform de inventaris daarvan gemaakt door notaris J. van Dijck te Dordrecht op 30 en 31 okt. 1714:
Ontvangsten:
– door de executeurs-testamentair is verkocht aan Samuel Centen Vereijck voor 2550 gl. een huis met pakhuis daarnaast staande op de hoek van het Vendeloostraatje, belend door dat straatje aan de ene zijde en het huis van Johannes Bovije aan de andere zijde. (ONA Dordrecht inv. 537, akte 52)
Dit huis, met het daarachter staande pakhuisje, werd door Samuel Vereijck in mrt. 1736 verkocht aan de kuiper Jan Batenburgh. (ONA Dordrecht inv. 769, akte 26)
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 96: op 8 mei 1736 verkoopt Samuel Sente Vereijck, koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Jan Batenburg, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het huis van Cornelis van Rietschoten.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 74 e.v.: op 23 nov. 1769 verkoopt Paulus Batenburg, koopman wonende te Dordrecht, als gemachtigde van zijn moeder Engeltje Olivier, weduwe van Jan Batenburg, wonende te Dordrecht, voor 3800 gl. aan Catharina Rens, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het huis van Hoeufkens.]
de weduwe Johannes Flamon
[Trouwboek Gerecht Dordrecht 23 mei 1717: Johannes Flamon weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven en Elisabeth Bovie jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven geassisteerd met haar broer Johan Bovie, getrouwd op 6 juni 1717
Elisabeth Bovie, gedoopt NG Dordrecht, 3 jan. 1680, dochter van Lambrecht Bouvie en Anna Martijn
Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 13 april 1725: Jan Vlamon op de Haven
idem, 18 jan. 1731: Elijsabeth Bovie, de weduwe van Johanis Flamon, op de Haven bij het Lamstraatje, laat kind na.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 50v e.v.: op 2 juni 1701 verkoopt Anna Maartens, weduwe van Lammert Bovie, burger van Dordrecht, geassisteerd met Johannis Bovie, proponent in de theologie, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Johannis Flamon, mr. steenhouwer wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “de Geertruijdenbergse Swaan”, staande tussen het huis van verkoopster en dat van Hendrick Houtcamp. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 800 gl.
ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 137v e.v.: op 1 mrt. 1731 verkoopt Matthijs Bax, rector van de Latijnse School te Dordrecht, als testamentaire voogd over Jenneke Flammon, minderjarige dochter van wijlen Johannes Flammon en Lijsbeth Bovie, in hun leven echtelieden te Dordrecht, ten eerste voor 1050 gl. aan Cornelis van Rietschoten, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door Pieter van Aardenhoff en het huis, dat wordt bewoond door de steenhouwer Lambinon, en ten tweede voor 620 gl. aan Cornelis Serrij, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door de koper en het huis, dat wordt bewoond door de steenhouwer Lambinon.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 116v: op 12 mei 1739 verkoopt Cornelis van Rietschoten, burger van Dordrecht, voor 120 gl. aan Willem Heuffkens, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Jan Batenburgh en dat van Cornelis Serrie. De koper is schuldig aan Pieter Anthonij van Esch, koopman te Dordrecht, een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 195v: op 23 mrt. 1784 verkoopt Hendrik Janse, als procuratie hebbende van zijn schoonouders Willem Heufkens en Neeltje Wouters, echtelieden wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan hun dochter Sibilla Margrita Heufkens, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Rens en dat van weduwe Breedveld, alsmede een pakhuis in het Lamstraatje, staande tussen het achterhuis van Rens en het huis van schipper Boekhout.]
Cornelis Serrie [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 138: op 1 mrt. 1731 verkoopt Matthijs Bax, rector van de Latijnse school te Dordrecht, als testamentaire voogd over Jenneke Flammon, minderjarige dochter van wijlen Johannes Flammon en Lijsbeth Bovie, echtlieden te Dordrecht, voor 620 gl. aan Cornelis Serrij, mr, smid te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis, dat bewoond wordt door de koper, en het huis, dat bewoond wordt door de steenhouwer Lambinon.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 65 e.v.: op 24 sept. 1732 verklaart Cornelis Serrij, smidsbaas en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacobus Broekman, wonende te Rotterdam, een bedrag van 700 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, waarin hij woont, staande tussen het huis van Pieter Franquin en dat van Cornelis van Rietschote.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 160 e.v.: op 6 sept. 1746 verklaren Cornelis Serrij, mr. smid en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Geertruij van Rhijn, schuldig te zijn aan Cornelis Snoek, burger van Dordrecht, een bedrag van 900 gl. verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Willem Heufkens en dat van Sacharias van der Hoff.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 134: op 11 april 1775 verkoopt Cornelis Serrie, wonende te Dordrecht, voor 910 gl. aan Pieter Breetvelt, turfschipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen het Venloo- of Lamstraatje, belend door het huis van Willem Heufkens aan de ene zijde en dat van Gillis van der Hof aan de andere.]
Pieter Frankin [smid]
[ORA Dordrecht inv. 815, f. 32v e.v.: op 15 mei 1727 verkopen Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, en Pieter van Well, notaris te Dordrecht, door de Camere Juditieel aangesteld tot curators over de insolvente boedel van Pieter Honaert, gewezen vleeshouwer te Dordrecht, alsmede Jan van Buel, mr. scheepstimmerman wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de twee weeskinderen van zijn zwager, Lambert Houtcam, in zijn leven mr. kuiper te Dordrecht, voor 700 gl. aan Pieter Frankijn, mr. smid, een huis op de Nieuwe Haven aan de zijde van de Hoge Nieuwstraat tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Lambert Kuijter en het huis van Jan Flammon.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 94: op 12 febr. 1739 verkoopt Cornelia Sliep, echtgenote van Pieter Frackin, als procuratie hebbende van haar man, voor 600 gl. aan Zacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent het Lamstraatje, staande tussen het huis van Cornelis Serrie en het pakhuis van juffrouw Kuijters. De koper is schuldig aan Pieter Frackin een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 181: op 18 juni 1743 verkopen Huijbert van Wetten en Ewout Bosvelt, voor 340 gl. aan Huijbert van den Sande, marktschipper van Dordrecht op Breda, het huis van Sacharias van den Hoff, mr. kuiper te Dordrecht, staande op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en het Lamstraatje, belend door het huis en pakhuis van Lambert Kuijter en Co. aan de ene zijde en het huis van Cornelis Cerrie aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 65v e.v.: op 28 nov. 1754 verkoopt Huijbert van den Sande, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Sacharias van der Hoff, mr. kuiper, en diens vrouw Geertruij Mugge, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de heren Kuijter en dat van Cornelis Cerri. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een bedrag van 200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 154v: op 27 sept. 1770 verkoopt Geertruijt Mugge, weduwe van Zacharias van der Hoff, wonende te Dordrecht, voor 500 gl. aan haar zoon, Gillis Pompejus van der Hof, kuipersbaas, een huis, dat is ingericht als kuiperij, met alle daartoe behorende gereedschappen en materialen, staande op de Nieuwe Haven tussen het pakhuis van Arent Kuijter en het huis van Cornelis Serrie. De koper is schuldig aan David Brugiere, Franse schoolmeester te Dordrecht, een somma van 300 gl.]
de erfgenamen en weduwe van Arent Kuijter
[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 76v: op 16 febr. 1694 verkoopt Pieter de Jager, blokmaker en burger van Dordrecht, voor 1900 gl. aan Cornelis Koole, kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Hendrick Houtcamp en Jaques de Val.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 122v: op 20 nov. 1721 verkoopt Aaldert Blankert, notaris te Dordrecht, als daartoe gemachtigd zijnde door het Gerecht van Dordrecht, voor 750 gl. aan Ida Rijkenburgh, weduwe van Arent Kuijter, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en de Roobrug, staande tussen het huis van Matthijs Muts en dat van de weduwe van Hendrik Houtkamp.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 124: op 7 dec. 1780 verkoopt Jacobus Kuijter Lammertsz., wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Jan Veth en Gerrit Veth, beiden wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en de Roobrug, staande tussen het huis van Willem Veermans en dat van Gillis van der Hof.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 68v: op 24 april 1787 verkopen Jan en Gerrit Veth, smidsbazen te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Willem Verkerk, zeilmaker te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Sacharias van der Hoff en het huis van Vinmans.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 68v: op 24 april 1787 verkoopt Willem Verkerk, zeilmaker te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Cornelia de Loote, weduwe van Gerardus ’t Hooft, koopvrouw te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Sacharias van der Hoff en dat van Vinmans.]
Mathijs Muts [mr. kuiper]
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 77: op 29 jan. 1704 verkopen Cornelis van Aansurg en Gijsbert Beud, notarissen te Dordrecht, als curatoren over de insolvente boedel van Jacob du Val, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, voor 1520 gl. aan Matthijs Muts, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Oude Kalkhaven of het Nieuwe Werck omtrent de Roobrug, met een huisje erachter, staande op de Hoge Nieuwstraat, van voren belend door het huis van Cornelis Kole en van achteren tussen het huis van Geurt Pieterse kalkmeter en dat van Jacob du Val. De koper is schuldig aan Dirk van Beaumond, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 202 e.v.: op 25 juli 1737 verkopen Hendrik Verstappen, Hermanus van der Kloeck en Maarten van der Koog, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Matthijs Muts, mr. kuiper te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Pieter Vallas, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, strekkende voor van de straat tot achter op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het pakhuis van Lambert Kuijter en het huis van Jan Meermans.
ORA Dordrecht inv, 1656, f. 89 e.v.: op 22 mrt. 1742 verkoopt Pieter Vallas, burger van Dordrecht, aan Gijsbert Claesz. Ridderhoff, schipper en burger van Dordrecht, voor 760 gl. een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en het Lamstraatje, staande tussen het huis of pakhuis van Lammert Kuijter en Co. en het huis van Jan Meerman. De koper is schuldig aan Rijer van Distelhuijsen, kalkmeter en burger van Dordrecht, een bedrag van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 62 e.v.: op 19 nov. 1748 verkopen Geertruij van Duijnen, weduwe van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, voor de helft en een zesde part in de wederhelft, voor zichzelf en nog als moeder en voogdes over haar twee minderjarige kinderen, m.n. Anna en Stijntje Ridderhoff, voor twee zesde delen in de wederhelft, Hendrika Ridderhoff, meerderjarige dochter van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, voor een zesde part in de wederhelft, Jacob van Duijnen, als voogd over het minderjarige voorkind van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, genaamd Aaltje Ridderhoff, voor een zesde deel in de wederhelft, en Cornelis van der Werff, binnenvader in het Heilige-Geesthuis ter Groter Kerk, voor een zesde part in de wederhelft, toebehorende aan Geertruij Ridderhof, voorkind van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, voor 705 gl. aan Willem Veermans een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Lammert Kuijter en het huis van Hendrik Adamse.]
Jan Meerman [winkelier]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 142: op 20 nov. 1710 verkoopt Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Jan Meermans, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Matthijs Muts en dat van Cornelis Kool.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 225 e.v.: op 22 juli 1747 verkopen Abraham Hordijk, grutter en burger van Dordrecht, en Adriaan Hordijk, koopman te Rotterdam, als executeurs-testamentair van Jan Meermans en diens vrouw Dijna van Wingertstraten, die gewoond hebben en zijn overleden te Dordrecht, voor 1025 gl. aan Hendrik Adamse, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij het Lamstraatje, staande tussen het huis van Gijsbert Claasz. Ridderhoff en het pakhuis van de weduwe Walraven. De koper is schuldig aan Catharina van Wingertstraten, burgeres van Dordrecht, die voor de helft erfgename is van haar zuster Dijna van Wingertstraten, weduwe van Jan Meermans, een somma van 500 gl. en aan Herman Boonen, koopman te Dordrecht, een somma van 500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 114v: op 11 sept. 1787 verkoopt Hendrik Adams, wonende te Dordrecht, voor 1925 gl. aan Elisabeth van de Laar, weduwe van Pieter Kanters, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Willem Veermans en het pakhuis van de zeilmakers Van Herwaarden en Compagnie, met nog een huis erachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Philip Aarnout en het pakhuis van de smid Kirilijn.]
juffrouw Walrave
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 124v: op 25 nov. 1721 transporteert Michiel Koole, mr. kuiper, als procuratie hebbende van zijn broer Cornelis Koole, volgens procuratie voor notaris J. van Vilvliet te Middelburg op 6 nov. 1721, aan Anna van Schellebeecq, vrouw van Henrick Gras Walraven, die door Hendrick van Vugt tot koopster is benoemd een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande naast het huis van Jan Meermans. De koopsom bedroeg 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 20v e.v.: op 11 april 1760 verkopen mr. Paulus Bosveld, advocaat voor de Hoven van Justitie te Den Haag, en Bartholmeus van Schellebeek, arts en veertigraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Catharina Walraven, weduwe van Bartholomeus van Schellebeek, arts en achtraad te Dordrecht, voor 298 gl. aan Jan Ranck, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en Lange Houten Brug, staande tussen de gang en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Adriaan van Loon en het huis van Hendrik Adamse.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 96v: op 23 april 1704 verkopen Adriaan Hagoort de oude, Albertus van Nievelt en Samuel de Moraaz, notarissen te Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Henrij Gras Walraven, gewezen koopman en raffinadeur te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Anna van Schellebeecq, vrouw van Henrij Gras Walraven, een nieuw huis met paardenstal erachter, van achteren uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, staande naast de raffinaderij met het huis erachter.
Anna van Schellebeeck, gedoopt NG Dordrecht 17 dec. 1671, jonge dochter wonende te Amsterdam (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 febr./2 mrt. 1698 (volgens attestatie van ondertrouw te Amsterdam) Henrij Gras Walraven, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1671, jongman van Dordrecht (1698), koopman te Dordrecht, zoon van Aernoudt Walraven en Catharina Gras
Kind:
a. Anna Catrijna Walraven, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1698, trouwde 1723 Bartholomeus van Schellebeeck
Trouwboek Gerecht Dordrecht 14 okt. 1723: ondertrouwd Bartholomeus van Schellebeek medicinae doctor weduwnaar van Dordrecht woont bij het Groothoofd en Anna Catharina Walraven jonge dochter van Dordrecht woont op de Nieuwe Haven geassisteerd met Anna van Schellebeek vrouw van Henry Gras Walraven haar moeder. “Alvorens het gaen der geboden is dese aenteekening geïnsinueert aen Henry Gras Walraven als vader vande voorsz. Anna Catrina Walraven sijnde hij wonende tot Vianen. Den 4 November 1723 hebben mijn Ed. heeren vanden Geregten geresolveert dat dese geboden voortgangh souden hebben en is dienvolgende het eerste gebodt geproclameert den 7 [nov. 1723].” Op 21 nov. 1723 getrouwd in de Waalse kerk te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 20v e.v.: op 11 april 1760 verkopen mr. Paulus Bosveld, advocaat voor de Hoven van Justitie te Den Haag, en Bartholmeus van Schellebeek, arts en veertigraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Catharina Walraven, weduwe van Bartholomeus van Schellebeek, arts en achtraad te Dordrecht, voor 2845 gl. aan Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, een huis tussen de Roobrug en de Lange Houten Brug met een vrije uitgang daarnaast, staande tussen het huis van ds. Cornelis van Braam nomine uxoris en het pakhuis, dat op die dag is getransporteert aan Jan Ranck.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 281v: op 31 okt. 1771 verkoopt Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Wouter van Loon, wonende te Rotterdam, een huis op de Nieuwe Haven, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het pakhuis van de erfgenamen van P. Bruin en dat van de erfgenamen van Jan Ranck.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 124v: op 20 dec. 1787 verkopen Adriaan van Loon, als procuratie hebbende van Cornelis van der Looij, notaris en makelaar, en Andries van Loon, koopman, beiden wonende te Rotterdam, als executeurs-testamentair van Wouter van Loon, gewoond hebbende en overleden te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Versteeg te Rotterdam op 13 aug. 1787, voor 4500 gl. aan Lodewijk van Loon, achtraad van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, van achteren uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het pakhuis van de erfgenamen van P. Bruijn en dat van de erfgenamen van Jan Rank.]
de erfgenamen van Anthonij en Pieter Bruijn
[1731: 2 pakhuizen met een enkele opgang
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 7v e.v.: op 24 jan. 1701 verkoopt Johannes Oobergh, koopman te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Hendrick Gras Walraven, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder op de Nieuwe Haven, staande tussen de raffinaderij van de koper en het huis van de weduwe van Barent Backers. De koper neemt te zijnen laste een somma van 2500 gl., die resteert van een somma van 4000 gl., welke Cornelis Knollaert te Breda, als erfgenaam van notaris Arent van Neten op het huis sprekende had volgens een schepenenschuldbrief van 13 jan. 1676.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 83v e.v.: op 12 febr. 1704 verkopen Adriaan Hagoort en Samuel de Moraaz, notarissen te Dordrecht, tevens vervangende notaris Albertus van Nievelt, als curators van de insolvente boedel van Henrij Gras Walraven, gewezen koopman en suikerraffinadeur te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Antonij en Pieter de Bruijn. kooplieden te Dordrecht, twee naast elkaar staande pakhuizen, geschikt gemaakt tot een raffinaderij, met een fraai “wel door timmert” woonhuis erachter, staande op de Nieuwe Haven tussen het woonhuis, dat tot voornoemde boedel behoort, en de pakhuizen van [naam niet vermeld], welke pakhuizen en woning beginnen van de Nieuwe Haven en van achteren uitkomen op de Hoge Nieuwstraat.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 248: op 15 jan. 1789 verkopen Pieter van Braam, achtraad van Dordrecht, Herman Hering, veertigraad van Dordrecht, als man van Rebecca van Braam, en Pieter van Braam en Herman Hering nog als procuratie hebbende van Evert Doublet, als man van Maria van Braam, en Maria van Braam zelf, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E.M. Dorper te Amsterdam op 12 febr. 1787, allen kinderen en erfgenamen van Clara Maria Bruin, weduwe van ds. Cornelis van Braam, predikant te Vianen, voor 4000 gl. aan Lodewijk van Loon, lid van de Oudraad te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Oud Grond”, staande op de Nieuwe Haven, met de woningen erachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, belend van voren door het huis van de koper en het pakhuis van Jacobus Kuijter en achteren door de muur of poort van koper en het huis van F. Flamme.]
de erfgenamen van Kuijter en Van der Linden
[1731: leeg pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 73v: op 5 nov. 1793 verkopen mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, oud-schepen van Dordrecht, Adriaan Jan Jacob Prinsen, landschrijver en griffier van de baronie Kuijk, wonende te Kuijk, en Hendrik Spaan Isaacsz., die door Jacobus Kuijter, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, zijn aangesteld zijn executeurs-testamentair, voor 2700 gl. aan Ruben Vogelzang, wonende te Dordrecht, een pakhuis met wijnkelder, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het pakhuis van Lodewijk van Loon en dat van De Jong en Telders.]
de erfgenamen van Anthonij en Pieter Bruijn [kooplieden]
[1731: pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 248v: op 15 jan. 1789 verkopen Pieter van Braam, achtraad van Dordrecht, Herman Hering, veertigraad van Dordrecht, als man van Rebecca van Braam, en Pieter van Braam en Herman Hering nog als procuratie hebbende van Evert Doublet, als man van Maria van Braam, en Maria van Braam zelf, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E.M. Dorper te Amsterdam op 12 febr. 1787, allen kinderen en erfgenamen van Clara Maria Bruin, weduwe van ds. Cornelis van Braam, predikant te Vianen, voor 5000 gl. aan De Jong en Telders, kooplieden te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “Brunswijk”, staande op de Nieuwe Haven en van achteren uitkomende op de Nieuwe Haven, van voren belend door het pakhuis van Jacobus Kuijter aan de ene zijde en dat van Pieter Schaap aan de andere en van achteren door het huis van Adriaan Lacoste aan de ene zijde en dat van F. Flamme aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 324: op 3 febr. 1803 verkoopt Johannes Telders Jacobsz., wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Hendrik de Jongh Daniëlsz., wonende te Dordrecht, de helft in een pakhuis, genaamd “Bronswijk”, staande op de Nieuwe Haven, getekend A:410, waarvan de wederhelft aan de koper toebehoort, staande tussen het huis van Ruben Vogelsang en het pakhuis van Lodewijk van Loon.]
Nieuwe Haven nr. 6 (sept. 2014)
Jacob Jacobz en Comp. [koopman]
[1731: woonhuis en pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 55: op 7 nov. 1709 verkopen Pieter Paradijs en Maria Paradijs, weduwe van Arnoldus Ingenool, voor de ene helft, en Jacobus Paradijs, alsmede voornoemde Pieter en Maria Paradijs en Jacob Jacobsz., als voogd over de minderjarigen “in desen geïnteresseert”, erfgenamen van ab intestato van Jenneken en Jan Paradijs, voor de andere helft, voor 2100 gl. aan voornoemde Jacob Jacobsz. een huis met pakhuis eronder en een woonhuis erachter, staande op de Nieuwe Haven, strekkende tot achter op de Hoge Nieuwstraat, staande zowel op de Nieuwe Haven als op de Hoge Nieuwstraat tussen het pakhuis van Anthonij en Pieter Bruijn en de huizen van Mattheus van Dijck.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 135v e.v.: op 15 juli 1751 verkoopt Reijnier Vermeulen, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Bouhon, weduwe en erfgename van Antoine Latour, koopman te Luik, die erfgenaam was voor de helft van Jacob Jacobse, koopman, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Ambroise Louis Latour, priester te Luik, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Guilleaume Latour, ontvanger van de stadsinkomsten te Luik, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. Simon te Luikt op 23 mrt. 1748, en van Geertruij Latour, wonende te Luik, voor zichzelf en als erfgename van haar zuster Maria Clara Latour, kinderen van Franchois Latour, erfgenamen van voornoemde Jacob Jacobs voor een vierde part, en van Jenneton Latour, de vrouw van Henrij Dresens, wonende te Maastricht, als procuratie hebbende van haar man, gepasseerd voor notaris A. Ruijters te Maastricht op 16 aug. 1748, erfgename van Jacob Jacobs voor het resterende vierde part, voor 510 gl. aan Cornelis Venis, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Arent Kuijter en dat van Sacharias van der Hoff, strekkende van achteren tot aan het huis, dat is gekocht door Martinus Backus.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 2: op 15 jan. 1778 verkoopt Cornelis Venis, burger van Dordrecht, voor 2600 gl., aan Pieter Schaap Cornelisz., schipper op Nijmegen en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van de weduwe Telders en de pakhuizen van de erfgenamen De Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 313: op 1 okt. 1789 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Pieter Papillon, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Pieter Schaap Cornelisz., voor 2510 gl. aan Ruben Vogelsang, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van Lodewijk Willem Spruijt en het pakhuis van De Jongh en Telders.]
de kinderen van Mattheus van Dijk
[Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 2 juni 1736: Willem van Rije, jongman van Dordrecht wonende op de haven [sic], en Geertruijt de Ruijter, jonge dochter van Rotterdam wonende bij de Blauwpoort, getr. 17 juni 1736
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 137v e.v.: op 9 sept. 1749 verkoopt Willem van Rije, koopman te Dordrecht, als man van Geertruij de Ruijter, voor 1800 gl. aan Zacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Jacobsz. en dat van Arent Kuijter, met twee huizen erachter, vierkant uitkomende op de Hoge Nieuwstraat. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 900 gl.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 167v: op 4 nov. 1751 verkoopt Sacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 1015 gl. aan Pieter Maaskant, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, met nog twee huizen erachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Arent Kuijter en dat van Cornelis Venis.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 105v: op 18 juni 1761 verkoopt Pieter Maaskant, schipper en burger van Dordrecht, voor 1250 gl. aan Jacobus Telders, mr. bakker en burger van Dordrecht, staande tussen het huis van Arend Kuijter en dat van Cornelis Venis.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 31v: op 25 febr. 1783 verkoopt Jacobus Johannes Schrijver, als procuratie hebbende van Jacoba de Jongh, weduwe van Jacobus Telders, wonende te Dordrecht, voor 3300 gl. aan Jan Giltaaij Pietersz., wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis eronder, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis van Jacobus Kuijter en dat van Anthonij Schaap, alsmede twee huizen erachter op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van dezelfde Jacobus Kuijter en het pakhuis van de verkoopster.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 63: op 3 mei 1785 verkoopt Jan Giltaaij Pietersz., wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Lodewijk Willem Spruit, wonende te Dordrecht, een huis met pakhuis eronder, staande en gelegen op de Nieuwe Haven, alsmede twee huizen erachter, staande op de Hoge Nieuwstraat, belend door het huis van Jacobus Kuijter aan de ene zijde en dat van Pieter Schaap aan de andere.]
de erfgenamen van de weduwe van Arent Kuijter
[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 74 e.v.: op 26 mei 1699 verkoopt Hendrick Weijers, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als executeur-testamentair van Johan Weijers, koopman te Dordrecht, voor 4100 gl. aan Arent Cuijter, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Mattheus van Dijck en dat van Jan de Val
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 2 febr. 1743: Johannis Kuijter, minderjarige zoon van Lambert Kuijter, de ouders leven, bij de Roobrug, met 2 koetsen extra.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 236v e.v.: op 2 okt. 1747 comp. voor notaris Pieter van Gelsdorp te Dordrecht Gijsbert de Leng, koopman te Dordrecht, als man van Margrita Staalsmith, eerder weduwe van Roeland Kuijter, en Margrita Staalsmith zelf. De comparanten verklaren, dat zij aan Catharina Judith Claesze, weduwe van Lambert Kuijter, in zijn leven koopman in ijzer te Dordrecht, geschonken hebben “seecker reght van Eijgendom, ofte wel Eijgentlijk de Expectanse”, bestaande uit een zesde deel in een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van de weduwe van Willem Bruijn en het huis van de weduwe De Ruijter, met alzulke rechten en op zodanige condities als het zesde part aan wijlen Roeland Kuijter is aangekomen uit de boedel van zijn moeder Ida Rijckenburg, weduwe van Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, volgens testament gepasseerd voor notaris Jacob van Dijk te Dordrecht op 20 mei 1723.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 73: op 5 nov. 1793 verkopen mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, oud-schepen van Dordrecht, Adriaan Jan Jacob Prinsen, landschrijver en griffier van de baronie Kuijk, wonende te Kuijk, en Hendrik Spaan Isaacsz., die door Jacobus Kuijter, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, zijn aangesteld zijn executeurs-testamentair, voor 3300 gl. aan Petrus Johannes van Steenbergen een huis op de Nieuwe Haven, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Lodewijk Willem Spruijt en het pakhuis van de erfgenamen van Johan van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 96: op 28 febr. 1797 verkoopt Petrus Joannes van Steenbergen, notaris te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Godefridus Meuls, koopman te Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van L.W. Spruit en het pakhuis van de erfgenamen van Van der Linden, strekkende van achteren tot op de Hoge Nieuwstraat.]
Jacobus van der Elst
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 215: op 7 nov. 1737 verkoopt Jacobus van der Elst, burger van Dordrecht, voor 1850 gl. aan Zacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van Willem Hartman en dat van Lambert Kuijter en Co.
ORA Dordrecht inv. 1738, f. 4 e.v.: op 14 jan. 1738 verklaart Zacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn van Hendricus van der Vugt, koopman te Dordrecht een bedrag van 700 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van Willem Hartman en dat van Lambert Kuijter.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 162v e.v.: op 23 april 1743 transporteren notaris Huijbert van Wetten en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, aan Sibilla Schoonenburgh, weduwe van Willem Bruijn, een huis, dat op 19 dec. 1742 verkocht is door Sacharias van der Hoff, mr. kuiper en burger van Dordrecht, staande op de haven bij de Roobrug tussen het huis van Arent Kuijter en Co. en dat van de erfgenamen van Evert Hartman. De koopsom bedraagt 1105 gl.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 101: op 10 april 1764 verkoopt Sebilla Schoonenburg, weduwe van Willem Bruijn, voor 1080 gl. aan Joan van der Linden van Slingeland, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Arent Kuijter en dat van Christoffel Duffer.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 472: op 27 okt. 1807 verkoopt Maria van Ourijk, weduwe van mr. Adolph Herbert van der Linden, voor 2125 gl. aan Cornelis Adrianus Meuls, wonende te Dordrecht, een pakhuis, staande op de Nieuwe Haven bij de Roobrug tussen het huis van de koper en dat van IJpelaar.]
Willem en Evert Hartman
[1731: staat leeg
“Het Huis met de Hoofden”.
Willem Hartman, gedoopt NG Dordrecht 25 mei 1685, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1730), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 febr. 1739 (Wilm Hartman, in het Steegoversloot, acht koetsen extra, laat één kind na, de eerste boete), zoon van Quirijn Hartman en Anna Franckot, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 sept/. 4 okt. 1730 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Evert Hartman), Catharina Thomina Pauw, jonge dochter van Breda wonende in het Steegoversloot (1730), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 3 febr. 1742 mr. Alexander Berent van Eijbergen.
Willem Hartman, koopman te Dordrecht, erfde het huis van zijn ouders. Zijn vader Quirijn Hartman werd op 29 nov. 1704 te Dordrecht begraven.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 29 nov. 1704: Quirijn Hartman houtkoper bij de Houten Brug, één koets extra.
28 mrt. 1729: Willem Hartman verhuurt voor twee achtereenvolgende jaren aan Maria Oudland, laatst weduwe van Jan Sam, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van Jacobus van der Elst en ’s herenstraat. De huursom bedraagt 150 gl. (Balm/Boezeman, o.c. p. 20)
Na zijn overlijden in 1739 vererfde het pand op zijn weduwe, Catharina Thomina Pauw.
22 febr. 1753: notaris Pieter van Gelsdorp, als gemachtigde van Jasper Verster en Hendrik Laurens van Lingen, notarissen te Den Bosch, als curators van de “gecedeerde” boedel van wijlen mr. Alexander Barent van Eijbergen en diens weduwe Catharijna Thomina Pauw, verkopen voor 1530 gl. aan Christoffel Duffers, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, staande naast het huis van de weduwe van Willem de Bruijn aan de westzijde en van achteren uitkomende tegen het huis van Pieter Goutsmede. (Balm/Boezeman, o.c. p. 24)
23 jan. 1781: Francois Duffer Christoffelsz., wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Christoffel Duffer, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 1700 gl. aan Jan Frans Baltz, koopman te Dordrecht, een huis op de hoek van de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Jan van der Linden en het huis van Van de Weg. (ORA Dordrecht 1671, f. 142v e.v.)
17 mei 1804: Adolph Stephanus Rueb en ds. Nicolaas van Rhijn, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Ida Lares, weduwe van Johan Frantz Baltz, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, verkopen voor 2990 g. aan Govert IJpelaar, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, getekend A:405, staande tussen de Dwarskade voor de Wolwevershaven en het pakhuis van de erfgenamen Van der Linden (ORA Dordrecht inv. 1680, f. 49v)]
“Het huis met de hoofden” op de Nieuwe Haven bij het Vlak (mrt. 2014)
Gevelversieringen in het huis op de hoek Nieuwe Haven-Vlak: de “hoofden”, waaraan het huis zijn bijnaam dankt.
De Roobrug (sept. 2014)
Nieuwstraat (noordzijde)
Gerrit Crab [mr. bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 157v e.v.: op 21 mei 1722 verkoopt Cornelis van Esch voor 900 gl. aan Gerrit Krap, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat met een huisje daarachter, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van Morijaan.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 7v e.v.: op 25 jan. 1742 verkoopt Gerret Crab, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 695 gl. aan Maria van Dorsser, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van Jan van der Crab, alsmede een huis, staande achter het voorgaande huis tussen het achterste deel van dat huis en het huis van Otto Ruijmers,]
weduwe van Casper van der Linden
Johan de Gilde
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 102 e.v.: op 1 mei 1742 verkoopt Jacob van der Heij, als man van Johanna de Gilde, wonende te Rotterdam, voor 310 gl. aan Geertruij Ockers, bijgenaamd Stout, inwoonster van Dordrecht, een huis vooraan in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Otto Ruijmers en dat van de weduwe Smits.]
Gijsbertje Coene
[Trouwboek Gerecht Dordrecht 23 juni 1709: Gerrit Smit weduwnaar geboortig van Zutphen wonende op de Riedijk en Gijsbertie Lammertsdr. Coenen weduwe van Abraham Hoorn van Emmerich wonende in de Nieuwstraat, getrouwd op 7 juli 1709]
Abraham Sijbertse [knoopmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 45 e.v.: op 12 sept. 1713 verkoopt Aeldert Blankert, notaris te Dordrecht, als curator van de insolvente boedel van Jacobus Nieuvaert, voor 245 gl. aan Abraham Sijbertse, knoopmaker en burger van Dordrecht, een huis, staande voor in de Nieuwstraat tussen het huis van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad, en dat van Gijsbertje Coenen.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 38 e.v.: op 8 mei 1732 verkopen mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als rentmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, Dijna Sijbertse en Jan van der Haar, als man van Johanna Sijbertse, wonende te Dordrecht, tevens vervangende hun zuster Hendriksje Sijbertse, die in Rotterdam woont, en Jan van der Haar en Huijbert Germain als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Abraham Sijbertse, overleden te Dordrecht, voor 297 gl. 8 st. 8 penn. aan voornoemde Dina Seijbertse een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van mr. Jacob Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, en het huis van N. Knipscheer.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 39v e.v.: op 13 mei 1732 verklaart Dina Sijbertse, ongehuwde meerderjarige persoon, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Corstiaan Bonte, kalkmeter en burger van Dordrecht, een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van mr. Jacob Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, en dat van N. Knipscheer.]
erfgenamen van mevrouw Pifers
[1731: woonhuis en koetshuis, verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 127v e.v.: op 9 nov. 1724 verkoopt Adriaan Snoeck, achtraad van Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria van der Lingen, weduwe van kolonel Willem Zuijtlant, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Zuijtlant, de zoon van Maria van der Lingen, voor 5320 gl. aan Margareta Repelaar, weduwe van brigadier Piper, een huis met koetshuis, stal en wijnkelder, staande in de Hofstraat tussen de Nieuwstraat en het volgende huis, alsmede een huis in de Hofstraat, staande tussen het voorgaande huis en dat van De Bruijn.
NG trouwboek Dordrecht 25 mei 1688 (ondertrouw): Gerhard Piper majoor van een regiment te paard in Nederlandse dienst weduwnaar van Johanna Elisabeth Kuijsten van Nijmegen en Margareta Repelaar weduwe van Philippus van Meeuwen wonende te Dordrecht]
erfgenamen van mevrouw Pifers
Arij Verhoek
Jan van den Burg
[1731: woonhuis en stal, verhuurd]
Schutterij
[hoek Hofstraat]
Lourens Schipper
Govert van Wel [mr. schrijnwerker]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 109 e.v.: op 24 mei 1710 verklaart Fredrick van de Graaff, bierdrager te Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert van Well Anthonisz. mr. schrijnwerker een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe Rijkenburg en dat van Adriaan Zoest.
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 62v: op 4 juli 1711 verkoopt notaris Samuel de Moraaz, als gemachtigde van de Kamer Judicieel te Dordrecht, voor 500 gl. aan Maarten van den Burgh, gewezen korenmeter te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Roelant Rijckenburg en dat van Adriaan van Soest. Het huis is eigendom geweest van Fredrick van de Graaf, gewezen bierdrager. Van de koopsom is door de koper een bedrag van 30 gl. afgetrokken, welke Fredrick aan hem in mei 1712 zal voldoen.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 113v e.v.: op 29 april 1719 verklaart Maarte van den Burgh, gewezen korenmeter en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert van Well, schrijnwerker en burger van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Nieuwstraat, staande naast het huis van de weduwe Rijkenburg, een huis in de Wijngaardstraat, staande naast het huis van de erfgenamen van de weduwe Stabroek, een huis in de Doelstraat, recht achter het huis van de stadhouder Klijn, en een tuin met de “timmeragie” daarop staande, gelegen aan de Tweede Dijk tussen het huis en de tuin van Poulus … [sic] en het huis van Isaacq in den Tempel.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 15: op 16 mrt. 1723 verkoopt Maarten van den Burgh, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Govert van Well, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe Rijckenburg en dat van … [sic])]
Gerart van Soest
Willem Kimeijser [mr. huistimmerman]
[1731: verhuurt voorkamer en voorhuis en keuken daarachter, [kaatsbaan]
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 110v: op 3 mei 1711 verkopen Jacobus van Immerseel, burger van Dordrecht, en Pieternella Francoisse, weduwe van Gerrit van Immerseel, kinderen [resp. zoon en dochter] van Lijsbet Cornelisdr., weduwe van Joost van Immerseel, volgens hun moeders testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris E. Venlo in Dordrecht op 22 dec. 1700, voor 390 gl. aan Willem Kimijser, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis met kaatsbaan erachter, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Abraham Smack mr. metselaar en dat van Jan van Soest.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 150 e.v.: op 31 juli 1728 verklaren Willem Kimijser, mr. huistimmerman, en zijn vrouw Johanna Marcel, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Huijbert van den Sande een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jan van Soest en dat van Josijas Missa, een huis op de Gevulde Gracht, strekkende tot in de Kromme Elleboog en staande tussen het huis van Bastiaan van Wageningen en dat van Willem Hes, alsmede een huis in de Kolfstraat tegenover het Duivelsaarsgat, staande naast het huis van Johannes Marcel.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 143v: op 5 dec. 1758 verkopen notaris Jan van der Star en Arnoldus Kolster, klerk ter secretarie van Dordrecht, aks curators over de verlaten boedel van Willem Kimijser, voor 1210 gl. aan Matthijs van der Vorm, metselaarsbaas en burger van Dordrecht, een huis met loods erachter, vanouds genaamd “de Kaatsbaan”, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Willem Zaaijmans en dat Gerrit van Zoest.]
Josias Missa
[Trouwboek Gerecht Dordrecht 5 mei 1709 Josijas Missa jongman van Gorinchem wonende bij de Pelserbrug te Dordrecht geassisteerd met zijn broeder Gijsbert Missa en Adriana Smack jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat geassisteerd met Jacomijna Smack haar zuster en met mondeling consent van haar vader, getrouwd op 19 mei 1709
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 23v e.v.: op 13 april 1741 verkoopt Jesaias Missa voor 355 gl. aan Willem Saaijmans, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Willem Kimijser en dat van Jan de Vos.]
Jan de Vos [mr. timmerman]
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 91 e.v.: op 5 dec. 1697 verkoopt Pieter de Bruijn, als administrateur van de weeskamer van Dordrecht, voor 860 gl. aan Susanna Maria Lense een huis schuin tegenover de dwarsgang in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Christina van den Brandeler, weduwe van Lannoij en dat van Abraham Smack metselaar. Het huis is nagelaten door Evert Carelsz. van der Boom, schipper te Dordrecht. Susanna Maria Lens verkoopt het huis diezelfde dag voor 860 gl. aan Jan de Vos, timmerman en burger van Dordrecht. De Vos is schuldig aan Maria Segers een somma van 700 gl.]
Ahasverus van der Straaten [commies]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 158v e.v.: op 6 dec. 1714 verkoopt mr. Johan van den Brandeler, burgemeester van Dordrecht, als voogd over de minderjarige erfgenamen van Cristina van den Brandeler, weduwe van ds. Johan de Lanoij, voor 5000 gl. aan ds. Johan de la Moraisiere, predikant te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Samuel Pistorius, koopman te Dordrecht, en dat van De Vos mr. timmerman.
Johannes Costard de la Moraisiere, geboren in Frankrijk ca. 1668, vluchtte na de herroeping van het Edict van Nantes naar Nederland, beroepen als predikant te Dordrecht in 1702, te Amsterdam in 1715, overleden 13 okt. 1758
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 30v e.v.: op 4 mei 1717 verkoopt Pieter Eelbo, vroedschap en secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes de la Moraisiere, predikant te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. de Wilde te Amsterdam op 4 mrt. 1717 voor 4000 gl. aan Hasuwerus van der Straten, commies op het kantoor van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat aan de noordzijde, staande tussen het huis van Samuel Pistorius, koopman te Dordrecht, en het huis van De Vos, mr. timmerman,
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 205: op 3 dec. 1737 verkopen Arij en Jacob van der Straten, wonende te Oud-Beijerland, enige testamentaire erfgenamen van Assuerus van der Straten, die is overleden in Dordrecht, voor 4450 gl. aan Jacob van der Camp, koopman te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Samuel Pistorius en dat van Jan Vos.]
weduwe van Samuel Pistorius [koopman]
[Samuel Pistorius, geboren Made 23 april 1664, koopman (wijnkoper) te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 mei 1719 (kapitein Samuel Pistorius bij het “Wijncomptoir”, vier koetsen extra, de halve boete), zoon van Samuel Pistorius, predikant te Zundert en Made, en Alida Suurmondt, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 juli 1693 (ondertrouw) Helena Hulsthout, gedoopt NG Dordrecht 16 okt. 1668, begraven Dordrecht 1748, dochter van Pieter Hulsthout en Lijsbeth Robert (Robberts)
Trouwboek Gerecht Dordrecht 26 juli 1693 (ondertrouw): Samuel Pistorius jongman van Made geassisteerd met zijn broer en Helena Hulsthout jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met haar zuster.
Weeskamer Dordrecht inv. 32, f. 111v: op 3 juni 1719 in het weesboek ingeschreven een extract uit het testament van Samuel Pistorius, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Helena Hulsthout, gepasseerd op 10 dec. 1718 voor notaris E. Venlo te Dordrecht, waarin zij de langstlevende van hen beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen hebben benoemd.
“Op 30 augustus 1725 klaagde Helena [Hulsthout] voor het Gerecht van Dordrecht dat ze ’s nachts nogal eens uit haar eigen huis wegvluchtte omdat haar zoons Samuel en Pieter [Pistorius] een kwade dronk hadden. (Dordrecht Monumenteel nr. 58, jan. 2016, p. 35)
Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 175: op 5 mrt. 1748 in het weesboek ingeschreven een extract uit het testament van Helena Hulsthout, weduwe van Samuel Pistorius, gepasseerd op 23 mrt. 1740 voor notaris P. Venlo te Dordrecht, waarin zij tot voogden heeft benoemd Johannes en Willem Pistorius.]
Hermanus van der Kloek
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 34 e.v.: op 7 sept. 1748 verkopen Johannes van Breda Cornelisz., wonende te Dordrecht, als executeur-testamentair van Hermanus van der Kloek en diens vrouw Maria Geertruij Telg, beiden overleden te Dordrecht, voor 675 gl. aan Marijke Gewor, weduwe van Willem Cooijmans, wonende even buiten Dordrecht aan de Noordendijk, een huis in de Nieuwstraat, staande tegenover de dwarsgang tussen het huis van Simon Broeders en dat van de erfgenamen van de weduwe Pistorius.]
Ysaacq Broeders [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 76 e.v.: op 3 juni 1699 verkoopt kapitein Simon van Leeuwen, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Hester van Bergen, weduwe van Abraham de Leonarts, predikant te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Isaack Broeders, koopman in garen te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen de Latijnse School en het huis van Wouter Jansz. van der Cloeck. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2750 gl.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 145 e.v.: op 24 mei 1746 verkoopt Gillis van der Beek, koopman te Dordrecht, als man van Cornelia Broeders, voor 1000 gl. aan Simon Broeders, koopman te Dordrecht, een derde part in een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Hermanus van der Kloek en de Latijnse School, van welk huis de resterende twee derde parten toebehoren aan de koper.]
de Latijnse School
[eigendom van de stad]
N. Versteegh
[1731: verhuurt benedenwoning en bovenwoning]
Jacomijntjen Maas
de weduwe Evenwel
Frans du Pr[ee]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 117v: op 26 juli 1742 verkoopt notaris Pieter Venlo, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, wegens het niet betalen van de verponding en andere lasten door de eigenaars, voor 200 gl. aan Cornelis van der Werff, binnenvader van het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jacob van Eijk en dat van Gillis Koebergen, laatst eigendom geweest van de erfgenamen van Frans de Pré.]
de weduwe van Joris Verleng
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 158v: op 1 mei 1731 verkopen Lucretia Quak, weduwe van Joris Verleng, burgeres van Dordrecht, en Isak de Laar, mr. huistimmerman te Dordrecht, vervangende Jacobus Ferné Abramsz., als testamentaire medevoogden over het kind van Joris Verleng en Lucretia Quak, voor 369 gl. aan Gillis Coeberge, burger van Dordrecht, een huisje in de Nieuwstraat bij de brug, staande tussen het huis van de weduwe De Pré en dat van juffrouw Stratenus.]
de weduwe Stratenus
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 37v e.v.: op 9 mei 1769 verkoopt Jacobus Rolandus, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Nicolaas Statenus, predikant te Breda, en diens zuster Johanna Stratenus, weduwe van Adriaan de Pla, wonende te IJsselstein, erfgenamen ab intestato van hun tante Anthonia Margrita Statenus, die in Dordrecht is overleden, voor 400 gl. aan Aalbert de Boef, huistimmermansbaas te Dordrecht, drie huisjes, in de verponding aangeslagen op vier panden, staande achter in de Nieuwstraat tussen de gracht en het pakhuis van Gillis Koebergen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl.]
idem
idem
[hoek Lindengracht]
Govert van Wel
[eerste huis over de brug, volgt Korte Nieuwstraat]
Abel de Vries
Gerrit Raats
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 79 e.v.: op 13 jan. 1714 verklaart Gerrit Raast [sic], burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Ruth Thinse, burger van Dordrecht, een bedrag van 250 gl., verbindende een huis aan het einde van de Nieuwstraat bij de stadswal, staande tussen het huis van Abel de Vries en de woning van Grietje en Jacoba Krom.]
Jacobus van Altena [mazelaar]
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 196v e.v.: op 30 okt. 1731 verkoopt Jacob van Althena, mazelaar en burger van Dordrecht, voor 120 gl. aan Huijbert de Bruijn, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Gerrit Raats en dat van Frans van der Elst.]
Helena van Ratingen
Maijke van den Bende en Jannetje de Gester
[1731: voorheen eigendom van de weduwe van Wouter Korff]
idem
de erfgenamen van Barent de Bruijn
Arnout Verpoorte
[1731: voorheen eigendom van Herman van de Vijver]
Hendrik Stael
Palingstraat
Matthijs Hopman
de erfgenamen van Piter Bruijn
de weduwe van Hermen Raats en Jacob Raats
[1731: woonhuis en kelder, beide verhuurd]
Jan Cornelisz. Baars
Harmen Cool
Johan Dura
[1731: verhuurt benedenhuis]
Barent de Visser
[1731: woonhuis en kelder, bewoont het huis, verhuurt de kelder
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 94: op 12 april 1742 verkopen Jan Cornelisz. Baars en Frans van der Straten, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun moeder resp. behuwd moeder Hadewij de Haan, eerst weduwe van Cornelis Jansz. Baars en later echtgenote van Barent Visser, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Barent Visser, voor 1205 gl. aan Stijntje Visser, weduwe van Gijsbert van den Heuvel, wonende te Dordrecht, een huis en kelder in de Palingstraat, staande naast en boven de Grafelijkheidstol tussen een gedeelte van de Grafelijkheidstol en het huis van Jan Dura.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 74 e.v.: op 19 jan. 1758 verkopen Cornelis Dura, rivierviskoper en burger van Dordrecht, en Teuntje Dura, weduwe van Jan Buijtenhek, enige kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz. Dura, wonende te Dordrecht, voor 540 gl. aan Jan Asbeek een huis in de Palingstraat naast en boven de Grafelijkheidstol, staande tussen de Grafelijkheidstol en het huis van Teuntje Dura.]
Joppentoren [Grafelijkheidstol]
[Toren naast het laatste huis van de Palingstraat, komt voor op de plattegrond van Van Deventer uit 1545, hetgeen tevens de oudste vermelding is. Waarschijnlijk vernoemd naar Adriaan Joppen van Teresteyn, die aan het einde van de zestiende eeuw burgemeester van Dordrecht was. “De toren waakte over de in 1609 gegraven Wolwevershaven. … Vanaf 1600 was hier het ontvangstkantoor van de Geervlietse tol gevestigd, die verhuisd was van de Riedijk naar de omgeving van het Groothoofd. Boven was een woning, beneden het wachthuis. In 1834 is de toren verbouwd tot woonhuis … In 1851 werd besloten de toren te slopen.” (Hendriks/Koonings, o.c., p. 78 e.v.)]

De Joppentoren gezien vanuit de Kuipershaven, door J. Rutten, ca. 1834 (?) (foto: Regionaal Archief Dordrecht)
“Door die Joppentoren was het onmogelijk om van de Kuipershaven over het Groothoofd naar de Groothoofdspoort te lopen. Dat kon alleen via het smalle Palingstraatje. En juist dat betekende in 1851 het einde van de Joppentoren. door het alsmaar drukkere verkeer … moest er een betere toegang tot het drukke Groothoofd komen. Daar legden de schepen aan. Er waren twee opties: of de Groothoofdspoort slopen of de Joppentoren. Het werd de laatste …” (Dordt Eigen-aardig, in AD De Dordtenaar 23 juni 2021)
Fransois van Boekhoven
Jasper de Visser
Marten Veen
Jacob Meier
[1731: verhuurt benedenhuis]
Roelant Tak
[1731: bewoont benedenhuis, verhuurt kamer]
Prinsenstraat
Anthonij van Asperen [koopman]
[hoek Kalkstraat/Prinsenstraat
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 104: op 8 mei 1742 verkopen Philips van Haarlem, veertigraad van Dordrecht, en mr. Joan van Wageningen, advocaat te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht, voor 9050 gl. aan Willem Pistorius, koopman te Dordrecht, een huis met pakhuis erachter, genaamd “Asperen”, staande in de Prinsenstraat tussen de Kalkstraat en het pakhuis van Jacob van der Vlist.
Willem Pistorius, gedoopt NG Dordrecht 5 mei 1713, zoon van Samuel Pistorius en Helena Hulsthout, koopman te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/23 mrt. Maria Bongers
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 8 mrt. 1749 Wilhelmus Pistorius, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Nieuwbrug en Maria Bongers, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat, geassisteerd met haar vader Francois Bongers, getrouwd op 23 mrt. 1749
Kind:
a. Francois Pistorius, gedoopt NG Dordrecht 21 april 1754, notaris te Dordrecht, overleden Dordrecht 4 nov. 1813 (Grotekerksbuurt A:57 en 54), trouwde Johanna Cornelia Schull
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 201: op 22 dec. 1791 verkoopt Francois Pistorius, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van Maria Bongers, weduwe van Wilhelmus Pistorius, wonende te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. de Fockert te Dordrecht op 28 juli 1789, voor 3500 gl. aan Cornelis Krol, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Frank van der Schoor en de Kalkstraat.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 174: op 9 sept. 1794 verkoopt Cornelis Krol, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Pieter Piera, blokmaker te Dordrecht, een woning in de Prinsenstraat, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Jan Krol, en de Kalkstraat.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 172v: op 9 sept. 1794 verkoopt Cornelis Krol, wonende te Dordrecht, voor 2200 gl. aan zijn broer Jan Krol, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Prinsestraat, staande tussen de woning, die op diezelfde dag is getransporteerd aan Pieter Piera, en het pakhuis van Frank van der Schoor,
| “(zijnde wijders tusschen den verkoper en koper gestipuleert, dat de bedongen huur wegens de verhuurde kamers in voorm: woning zedert den eersten Augustus 1794 tot den eersten November 1795 moeten komen ten voordeele van den voorn. koper, en dat bij de koop volgt, en onder de koop voor den gezegden koper bedongen is, alle de leggende en staande Platen, de Bedstede, Kelder en spintborden, de twee Toonbanken, Mahonijgeschildert, met de daar op staande Lessenaar en daar voor staande Raam, den winkel opstand, met alle de winkelplanken zijnde 20 in getal, drie getimmerde Hangreels, daar de planken opleggen, Een Raam voor een Kastje daar in drie borden, en een Tabaks-snijbank met zijn toebehoren op zolder, als mede dat den koper Jan Krol, dewijl voormelte, en daar naast staande woning, op heden mede getransporteert, in ’t geheel is aangeslagen in de verponding ter Somma van f 24-3-0 en door den koper Pieter [Piera] volgens beding daar in ’s Jaars moet gecontribueert worden f 14-10-0, zulks ….)(…het zogenaamde vertrekje of comptoir waar van den ingang in de getransporteerde woning van Piera door een deur kouzijn bij de heer Leeflang werd gebruikt, zal mogen gebruikt werden tot ultimo April 1795, en dat bij ’t eindigen van dien ’t voorn. deur kouzijn van ’t voors: Comptoir komende in de gang van de woning van Leeflang bewoond werdende, als dan voor gemeente Rekening van hem koper en Piera of hunne Successeuren zal moten worden toegemetzeld, dewijl ’t zelve Comptoir ten eeuwigen dage begrepen moet werden te behoren tot ’t voors. getransporteerde huis of woning aan Jan Krol , blijkens het transport van de daar naast staande woning op heden aan Piera getransporteerd)”. |
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 56v: op 20 sept. 1796 verkoopt Jan Krol, schoolmeester in de Klundert, voor 2000 gl. aan Pieter Faddegon, horlogemaker wonende in Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Frank van der Schoor en dat van Pieter Piera.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 382: op 19 febr. 1807 verkoopt Pieter Faddegon, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Adrianus van Striemen, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Pieter Piera en de houttuin van Frank van der Schoor en Zoon.]
Jacob van der Vlist [koopman]
[1731: gehuurd door Hendrik Scheij
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 70: op 17 dec. 1720 verkoopt mr. Johan de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jacobus van der Vlist, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, strekkende van de straat tot achter op de Kalkhaven, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van Antonij van Asperen
ORA Dordrecht 1661, f. 113v: op 17 juni 1755 verkopen David Crena en Jacob ’t Hooft, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacob van der Vlist, koopman te Dordrecht, aan Cornelis van Hombroek en Frank van der Schoor, kooplieden te Dordrecht, ieder voor de helft o.a. een huis, bestaande uit een woonhuis, pakhuis en houttuin, staande buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, met een kantoor erachter, dat op de Kalkhaven staat, van voren belend door het huis van Wilhelmus Pistorius aan de ene zijde en dat van Johannes van Breda aan de andere en van achteren door het pakhuis, genaamd “Noorwegen” aan de ene zijde en het woonhuis van Simon Smits aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 176 e.v.: op 31 mei 1759 verkoopt Cornelis van Hombroek, koopman te Dordrecht, voor 800 gl. aan Antonij de Raat, koopman te Dordrecht, de helft van een huis, bestaande uit een woonhuis, pakhuis en houttuin, staande en gelegen buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, met een kantoor erachter, staande op de Kalkhaven, van voren belend door het huis van Wilhelmus Pistorius aan de ene zijde en dat van Johannes van Breda aan de andere en van achteren door het woonhuis van Simon Smits aan de ene zijde en het pakhuis van de verkoper en Frank van der Schoor aan de andere. De wederhelft van het verkochte huis behoort toe aan Frank van der Schoor.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 213: op 4 sept. 1788 verkopen Willem Smaesen, achtraad van Dordrecht, als gemachtigde van zijn zwager Pieter Smaesen, schepen en raad van Gouda, als echtgenoot van Adriana Smaesen, eerder weduwe van Antonij de Raad, koopman, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, en van Adriana Smaesen zelf, voor 1000 gl. aan Frank van der Schoor, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, de helft van een huis in de Prinsenstraat, van achteren uitkomende op de Kalkhaven, belend van voren door het huis van de koper, dat bewoond wordt door Nicolaas de Rouw, aan de ene zijde en dat van de weduwe van Willem Pistorius aan de andere en van achteren door het pakhuis van de koper, genaamd “Noorwegen no. 3”, aan de ene zijde en het huis van de koper aan de andere, staande op de Kalkhaven.]
Jacob van der Vlist
weduwe van Samuel ’t Hooft
[1731: woonhuis en kelder, die is verhuurd aan Hamerus
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 59v: op 7 sept. 1717 verkoopt Maria ’t Hooft, weduwe van Michiel Oudezeel, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Margrita Cunigham, echtgenote van Samuel ’t Hooft, die in het buitenland verblijft, een huis buiten de Vuilpoort, strekkende van de straat tot achter op de kade en staande tussen het huis van Jacobus van der Vlist en dat van Jan de Visser.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 107 e.v.: op 6 sept. 1768 verkoopt Jan van Breda sr., koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Sara Bornwater, weduwe van Jan Spaan, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Frank van der Schoor en dat van Abraham Vijfwijk.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 173: op 5 sept. 1775 verkoopt Sara Bornwater, weduwe van Jan Spaan, voor 2000 gl. aan haar broer Pieter Bornwater, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Frank van der Schoor en dat van Abraham Vijfwijk.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 199v: op 20 juni 1786 verkoopt Pieter Bornwater, koopman te Dordrecht, voor 2100 gl. aan Frank van der Schoor, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de koper en de houttuinen van Van der Schoor en De Raat.]
Jan de Visser
[1731: gehuurd door Herman van Eijsden
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 69: op 29 sept. 1750 verkopen Cornelis Sprangers, als man van Dirkje de Visser, Jan de Visser en Jan Bollandt, als man van Lijntje de Visser, allen wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Jan Claasz. de Visser, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 610 gl. aan Frans van Helmond een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan den Bandt en dat van Johannes van Breda.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 231v: op 12 okt. 1756 verkoopt Frans van Helmond, mazelaar te Dordrecht, voor 900 gl. aan Abraham van Vijffwijck, burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Jan den Bandt en dat van Jan van Breda.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 156: op 2 febr. 1786 verkoopt Abraham van Vijfwijk, wonende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Frank van der Schoor, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter Bornwater.]
Jan den Band
[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 66: op 22 aug. 1711 verkoopt Samuel ’t Hooft, koopman te Rotterdam, voor 6000 gl. aan Johan den Band, koopman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee gevels, staande in de Prinsenstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de Kalkhaven, belend door het huis van Jan de Visser schipper aan de ene zijde en dat van de weduwe van Hendrik van Blae aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 208v: op 14 mrt. 1771 verkoopt Huijbert van den Bandt, koopman en zeepzieder te Dordrecht, voor 4240 gl. aan Frank van der Schoor, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tussen de Grote en Kleine Kalkstraat, uitkomende op de Kalkhaven en voren belend door het huis van Willem Verhoeven aan de ene zijde en dat van Abraham van Vijfwijk aan de andere.]
weduwe van Hendrik van Blae
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 83: op 25 jan. 1770 verkoopt Willem Verhoeven, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Jan Verhoeven, cipier en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen Den Bandt en dat van Jan van Westreenen.]
weduwe van Jan Gelsinck
[1731: gehuurd door Johannes Boon
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 183 e.v.: op 20 mei 1734 verkopen Cornelis de Witt en Arent van Malsem, burgers van Dordrecht, als voogden van de twee kleinkinderen en erfgenamen van Ariaantje van der Wielen, laatst weduwe van Johannes Gelsing, voor 700 gl. aan Jenneken Boon, wonende te Dordrecht, o.a. een huis in de Prinsenstraat bij de Sluispoort, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik van Blae en dat van Wijnant Reus.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 120v e.v.: op 13 mrt. 1753 verkoopt Aart van de Nadort, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jan van Westrenen, sledenaar te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat omtrent de Sluispoort, staande tussen het huis van Willem Verhoeven en dat van Adriaan Elsthout, strekkende van voren van de straat tot achter aan de gemeenschappelijke heining. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 450 gl.]
Wijnand Reus
[1731: woonhuis en houttuin
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 4v: op 12 jan. 1730 verkoopt Elizabeth van Schalkwijk, weduwe van Adriaan van Loon, wijnkoper te Dordrecht, voor 2195 gl. aan Wijnant Reus, burger van Dordrecht, een huis met houttuin erachter, staande omtrent de Sluispoort in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Nicolaas de Jongh en dat van de weduwe Gelsinck.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 223 e.v.: op 16 mei 1747 verkoopt Ariaantje de Meij, weduwe van Wijnand Reus, wonende te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Andries van Elsthout, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis met houttuin en kade erachter, staande en gelegen in de Prinsenstraat tussen het huis van Cornelis en Lijsbet de Haan en dat van Jan van Westrenen.]
N. de Jongh [koopman]
[1731: gehuurd door Lijsbet de Haen
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 184v e.v.: op 2 mei 1737 verkoopt Nicolaas de Jongh, koopman te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Cornelis de Haan en Elisabet de Haan, burger en burgeres van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat omtrent de Grote Sluispoort, staande tussen de gang, genaamd Keijsershof, en het huis van Wijnant Reus.]
[Keizershofstraat]
weduwe van Abraham van den Bergh [koopvrouw]
[1731: gehuurd door Adriaan van der Elst
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 81 e.v.: op 23 jan. 1749 verkoopt Johan Theodorus Troost, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maaijken Crillaerts, weduwe van Abraham van den Bergh, koopvrouw te Dordrecht, voor 600 gl. aan Cornelis Wiltens, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat bij de Sluispoort met pakhuis en bovenwoning erachter, staande tussen de Keizershofstraat en het huis van Pieter van Olijfier.]
Arie de Jager
[1731: gehuurd door Jan West]
Arent de Kerpentier
[1731: gehuurd door J. Klomp]
Arent de Kerpentier
[1731: gehuurd door J. Bouers]
weduwe A. ’t Hooft
[1731: loodsje
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 90v e.v.: op 24 april 1736 verkoopt Adriaan ’t Hooft, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Beens, weduwe van Adriaan ’t Hooft, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Ploos van Amstel te Amsterdam op 4 april 1736, voor 400 gl. aan Cornelis van Hombrock, koopman te Dordrecht, een houten loods, staande in de Prinsenstraat tussen de loods van Laurens de Jongh en de open houttuin of het erf van mr. Arend Roeland de Carpentier.]
N. de Jongh
[1731: loodsje]
weduwe Van den Bergh
[1731: loodsje]
Jacob van der Vlist
[1731: loodsje]
de weduwe Van den Bergh
het stads kalckhock
de weduwe van F. Rens
[1731: verhuurd aan M. Reus]
idem
[1731: pakhuisje, verhuurd aan M. Reus]
Jacob Roket [pondgaarder]
[1731: woonhuis en pakhuis
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 85v: op 20 mrt. 1721 verkoopt Nicolaas van Wetten, pondgaarder te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Pieter de Bruijn, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder, vanouds genaamd “den Engel” en nu “de Witte Hand”, staande in de Prinsenstraat omtrent de Kalkstraat tussen het huis van Anthonij van Asperen en dat van de weduwe Rens.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 81v: op 4 dec. 1732 verkoopt Jacob Roket, pondgaarder te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, een huis met een stal of pakhuis erachter, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van Anthonij van Asperen en dat van de weduwe van Frans Rens.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 126v: op 21 jan. 1773 verkoopt Adriaan van Loon, koopman te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Gerrit de Heer Jessesz., koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat met een pakhuis erachter, uitkomende op de Kalkhaven, het huis belend door het huis van Anthonij Stratenus aan de ene zijde en dat van Jan Rens aan de andere en het pakhuis belend door het huis van Frans Rens aan de ene zijde en dat van Paulus Ruben van Hooven aan de andere.]
Anthonij van Asperen
Jan de Visser
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 185v e.v.: op 3 mei 1740 verkopen Jan de Visser Nicolaasz. en notaris Bartholomeus van der Star, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan de Visser Jansz. en diens vrouw Geertruijd Aartsdr. Vaak, die gewoond hebben en zijn overleden in Dordrecht, voor 3200 gl. aan Ida Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen, koopvrouw wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, vanouds genaamd “de Hulk”, staande tussen het huis van Anthonie van Asperen en dat van Huijbert Kuijper.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 12v: op 10 mrt. 1796 verkoopt Johanna Meloen, weduwe van Nicolaas Nierhoff, wonende te Dordrecht, voor 10.500 gl. aan Dingeman van der Horst, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Anthonij Stratenus en dat van Johannes van der Elst.]
G. van Beest
[1731: woonhuis en kelder
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 212 e.v.: op 2 nov. 1734 verkoopt Petrus Herings, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van Beest, weduwe van Adolph Standert, koopman te Dordrecht, en Belia van Beest, ongehuwde, meerderjarige persoon, kinderen en erfgenamen van Gosuinus van Beest, koopman te Dordrecht, voor 3410 gl. aan Huijbert Kuijpers, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat omtrent de Vuilpoort met het pakhuis, dat ernaast staat, strekkende voor van de straat tot achter op de wal, staande tussen het huis van Jan de Visser en dat van Abraham de Regt.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 155v e.v.: op 18 sept. 1753 verkoopt Anna Dorothea van Eijsden, weduwe van Huijbert Kuijpers, wonende te Dordrecht, voor 1640 gl. aan Anna Elisabeth Vermaese, de vrouw van Abraham Adriaan de Mist, wonende te Bommel, een huis met kelder eronder, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van de weduwe Meloen en het pakhuis van Jacob Bongaerts.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 69v e.v.: op 20 dec. 1757 verkopen Abraham Adriaan de Mist, schepen en raad van Nijmegen, en diens vrouw Anna Elisabet Vermase, voor 2300 gl. aan Isaak Wiltens, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Meloen en het pakhuis van Jacob Bongers.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 260v e.v.: op 3 aug. 1771 verklaren Isaac Wiltens koopman en Geertruij van Eeten, zijn vrouw, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, een somma van 8000 gl., verbindende een huis in de Prinsenstraat, uitkomende op de Bomkade en staande tussen het huis van Nicolaas Nierhof en het pakhuis van Jacob Bongers.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 137: op 16 jan. 1781 verkoopt Geertrui van Eeten, wonende te Dordrecht, weduwe en erfgename van Isak Wiltens, die in Dordrecht is overleden, voor 7610 gl. aan Johannes van der Elst Jacobsz., koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat met een pakhuis eronder en open plaats daarnaast, staande tussen het huis van Nicolaas Nierhof en het pakhuis van Jacob Bongers.]
G. van Beest
[1731: pakhuisje met drie zolders en een keldertje
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 156v e.v.: op 18 sept. 1753 verkoopt Anna Dorothea van Eijsden, weduwe van Huijbert Kuijpers, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Jacob Bongaerts, pondgaarder te Dordrecht, een pakhuis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Anna Elisabeth Vermase, de vrouw van Abraham Adriaan de Mist, en dat van Pieter Prinsen.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 199: op 20 juni 1786 verkoopt Jacob Bongers, pondgaarder te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Johannes van der Elst een pakhuis, genaamd “Van Beest”, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van de koper en dat van Abraham van Duuren.]
P. Boon en J. de Regt
[1731: gehuurd door de kinderen De Regt
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 29 e.v.: op 10 mei 1735 verkoopt Jan de Bruijn, als secretaris en administrateur van de weeskamer van Dordrecht, als voogden over Aletta en Arie de Regt, kinderen en mede-erfgenamen van Jacobus de Regt, en Jan van de Linden, mr. bakker te Dordrecht, als man van Jacomina de Regt, dochter en mede-erfgename van Jacobus de Regt, aan kapitein Pieter Boon, wonende in De Leur, voor 1150 gl. de helft van een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het pakhuis van Huijbert Kuijper en het huis van de weduwe van Jacobus van den Brande, van welk huis de wederhelft toebehoort aan de koper.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 17v: op 18 febr. 1738 verkoopt Rijnier Vermeulen, commies op het konvooi van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Boon, oud-kapitein van het stapelrecht, wonende in De Leur, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Vissers in De Leur op 24 dec. 1737, voor 1520 gl. aan Pieter Prinsen, koopman te Dordrecht, een huis vanouds genaamd “de Wildeman”, staande in de Prinsenstraat omtrent de Vuilpoort tussen het pakhuis van Huijbert Kuijper en de herberg “de Goude Leeuw”.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 134 e.v.: op 17 dec. 1767 verkoopt Pieter van Driel, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johanna van Driel, weduwe van Pieter Prince, wonende te Dordrecht, voor 3120 gl. aan Abraham van Duuren, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het pakhuis van Jacob Bongers en ’s herenstraat.]
de weduwe van J. van den Brande
[Herberg “de Gouden Leeuw”.
16 dec. 1702: Jacobus van den Branden, tavernier en burger van Dordrecht, en zijn vrouw, Caatje Jansdr. van de Camp, burgers van Dordrecht, verklaren schuldig te zijn aan Aalbertje Verkaag, de vrouw van Gerrit van der Kruijs, een somma van 1500 gl., verbindende een huis buiten de Vuilpoort, waar uithangt “de Gouden Leeuw”, staande tussen die poort en het huis van Frans Boon, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1639, f. 161 e.v.)
9 aug. 1736: boedelscheiding tussen Johannes van Vegt, zoon van wijlen Catharina van de Camp, laatst weduwe van Jacob van den Brande, en Jan van den Berg, als man van Maria van Vegt, nagelaten dochter van Gerrit van Vegt, die een zoon was van Catharina van de Camp, waarbij aan Johannes van Vegt zijn aanbedeeld een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “de Gouden Leeuw”, staande tussen de Vuilpoort en het huis van Jacobus de Regt, en een huis in de Voorstraat, staande schuin tegenover de Botgensstraat tussen het huis van Anthonij Schaap en Pieter Hoexeweg. (ORA Dordrecht inv. 1654, f. 113)
5 okt. 1745: Cornelis Vos, Gerard van Hek en Jan Noteman, burgers van Dordrecht, als voogden van Cornelis Noteman, kleinzoon en mede-erfgenaam van Cornelia de Vries, weduwe van Johannes van Vecht, die een zoon was van Catharina van de Camp, laatst weduwe van Jacob van den Brande, verkopen voor 2400 gl. aan Cornelis Waalboer, tavernier en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, genaamd “de Gouden Leeuw”, staande tussen de Vuilpoort en zekere gang. (ORA Dordrecht inv. 1657, f. 102 e.v.)
23 dec. 1760: Cornelis Waalboer de oude, tavernier en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3800 gl. aan Willem Lippies, mr. koperslager, een huis, genaamd “de Gouden Leeuw”, staande tussen het woonhuis van de portier van de Vuilpoort en het huis van de weduwe van Pieter Prince. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. (ORA Dordrecht inv. 1663, f. 78v e.v.)
24 nov. 1768: Willem Lipjes, logementhouder in “de Gouden Leeuw”, en zijn vrouw, Alida Groenenbergh, zijn schuldig aan Jacobus Spiegel een somma van 3000 gl, verbindende het logement “de Gouden Leeuw”, staande tussen de Vuilpoort en het erf en pakhuis van Jacob Bongaerts.
31 mei 1770: Pieter Papillon, kamerbewaarder van het Gerecht te Dordrecht, verkoopt ten behoeve van Jacobus Spiegel, wonende te Schoonhoven, voor 4070 gl. aan Sibertus van der Bank, notaris te Dordrecht, het huis genaamd “’t Logement de Gouden Leeuw”, staande in de Prinsenstraat tussen de Vuilpoort en de portierswoning, uitkomende met een vrije uitgang buiten de Vuilpoort. Het huis is eerder eigendom geweest van Willem Lippies en zijn vrouw Alida Groenenberg. (ORA Dordrecht inv. 1666, f. 128v e.v.)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 129v e.v.: op 31 mei 1770 verkoopt Sibertus van der Bank, notaris te Dordrecht, voor 4548 gl. 10 st. aan Theodorus Sturberg, wonende te Dordrecht, het huis genaamd “‘ Logement de Gouden Leeuw”, staande in de Prinsenstraat naast de Vuilpoort.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 13: op 30jan. 1783 verkopen “Pieter Papillon, geswore Clercq ter Secretarie alhier, als bij volmagt den 29: Januari 1783 voor Pieter Roos LtZn als Notaris binnen deze Stad en twee getuigen verleden gevolmagtigd van Dorothea Ligtmans, weduwe van en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met wijlen Johan Theodorus Storsberg, gewoond hebbende en den 22 Septb. 1781 overleden binnen dese Stad, en nog als bij mutueel Testament, tusschen haar en haar bovengenoemde overleden man, den derden Septb. 1781 voor opgem. Notaris Roos, en twee getuigen verleden, door wijlen dezelve haar man, voor een kintsgedeelte mede gestelde Erfgename; En nog dezelve weduwe en Adolph Stephanus Rueb, koopman wonende binnen deze Stad, als bij ’t zelve Testament, aangestelde voogdesse en voogt, over de twee minderjarige kinderen door wijlen dezelve Johan Theodorus Storsberg aan bovengenoemde Dorothea Ligtmans, in twede huwelijk verwerkt, en door hem nagelaten, met namen Hillegonda Storsberg en Marijnis Storsberg, alsmede nog Teunis de Jong, wonende aan de zogenaamde Noordendijk eve buiten dese Stad, en den opgemelte Adolph Stephanus Rueb, als bij meerdergenoemt Testament aangestelde voogden over de twee minderjarige Kinderen door den overledene in vorig huwelijk verwekt, aan Anthonia de Jong, met namen Johanna Storsberg, en Theodorus Storsberg; En welke Johanna Storsberg, en Theodorus Storsberg, als mede Hillegonda Storsberg, en Marijnis Storsberg, bij vorengem.t testament ieder mede voor een Kindsgedeelte zijn stelt tot Erfgenamen van den overledene Johan Theodorus Storsberg” voor 6030 gl. aan Matthijs Kemp, wonende te Dordrecht, het logement “de Gouden Leeuw”, staande in de Prinsenstraat naast de Vuilpoort met een vrije uitgang naast die poort, belend door de portierswoning aan de ene zijde en het huis van Abraham van Duren aan de andere.]
het huis van de portier van de Vuilpoort
[1731: eigenaar: de stad Dordrecht]
de Corps de Garde (Kortegaerd) van de stad Dordrecht bewoond door de commissaris

Corps de Garde van de stad, bewoond door de commissaris
Prinsenstraat van Leuvebrug tot Slikveld
L. van Dam
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 176v: op 14 juni 1725 verkoopt Geertruij van der Monde, weduwe van Pieter van Buuren, wonende te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Leonardus van Dam een huis buiten de Vuilpoort, vanouds genaamd “de Korebeurs, staande tussen de stadswaterpoort en de haven.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 37v: op 8 mrt. 1732 verkoopt Leonardus van Dam, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Gillis van der Beeck, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, vanouds genaamd “de Coornbeurs”, staande tussen de Vuilpoort en de haven.]
Jan de Ruijter
[1731: verhuurd aan J. Veltman]
W. van der Linde [bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f.6: op 29 mei 1742 verkoopt Willem van der Linde, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan zijn zoon Martinus van der Linde, tabakverkoper, een huis in de Prinsenstraat buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van de verkoper en de stadssteiger.]
[Vuilpoort]
Wouter Mickhault
[1731: woonhuis en drie zoldertjes
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 17 febr. 1769 Wouterus Mickhault, buiten de Vuilpoort, laat kinderen na, met acht koetsen extra, de eerste boete.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 274v: op 9 april 1799 verkoopt Gerhardus Emaus, wonende even buiten doch onder de jurisdictie van Dordrecht, [getrouwd met Geertruij Michault], voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn behuwd zuster Hendrika Michault, voor 1200 gl. aan Hendrik van Nievervaart, koopman wonende te Dordrecht, een huis met pakhuizen ernaast, staande in de Prinsenstraat en uitkomende in de Suikerstraat, getekend D:236, belend door het huis van de zilversmid Schoenmaker aan de ene en de Gevangenpoort [Vuilpoort] aan de andere zijde.]
Adriaen de Raet
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 120v e.v.: op 27 april 1751 verkoopt Adriaan de Raad, burger van Dordrecht, voor 2700 gl. aan Martinus van der Linden tabakverkoper een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Wouter Michault en dat van Leendert de Voogt.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 126 e.v.: op 6 mei 1751 verkoopt Martinus van der Linden, tabakverkoper en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Pieter Schoenmaker, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Wouter Michault en dat van Leendert de Voogt. Koopvoorwaarde is, dat de koper of degene die na hem in het huis komt wonen, hetzij door koop of huur, geen tabak zal verkopen, zolang Martinus van der Linden of zijn vrouw Aletta de Regt in leven zijn en de handel in tabak uitoefenen. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 1500 gl.]
J. van Wette
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 207 e.v.: op 24 okt. 1743 verkopen Nicolaas van Batenburg, koopman te Dordrecht, als man van Johanna Elisabeth van Wetten, “en nog als in die qualiteit het regt becomen hebbende” van Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, en als procuratie hebbende van Nicolaas en Johannes van Wetten, wonende te Amsterdam, en Anna van Wetten, weduwe van Johan den Bandt, allen kinderen en erfgenamen van Johannes van Wetten en diens vrouw Elisabeth van de Graaff, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 3540 gl. aan Leendert de Voogt, pondgaarder te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Vuilpoort, staande tussen het huis van Adriaan de Raat en dat van Willem van Dijk.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 29 e.v.: op 6 mei 1760 verkoopt Leendert de Voogt, koopman te Dordrecht, voor 3550 gl. aan Jacob Bongers, pondgaarder te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Pieter Schoenmakers en dat van Sicke van den Broek.]
W. van Dijk
[1731: verhuurd aan Crijn Beenhakker.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 107v: op 24 mei 1742 verkopen Willem van Dijk en zijn vrouw Helena van Ravensbergh, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Sicke van den Broek, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van N. de Vos en dat van Johannes Troost.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 365v: op 12 juli 1803 verkoopt Jan van den Broek, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Christiaan van den Broek, wonende te Haarlem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Schouten ald. op 4 nov. 1803, voor 600 gl. aan Cornelia van den Camp, weduwe van Jacob Bongers, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Pieter Schoenmakers en dat van voornoemde weduwe Bongers.]
Ad. Verhelt
[1731: verhuurd aan de weduwe van J. Tiele
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 39v: op 30 juni 1735 verkoopt Margrita de Ruijter, enige erfgename ex testamento van Cornelis Verhelt, molenaarsknecht, die gewoond heeft en overleden is even buiten de stad Dordrecht, voor 1060 gl. aan Cornelis Vos mr. bakker een huis in de Prinsenstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen de huizen van Willem van Dijk aan weerszijden.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 2: op 9 jan. 1787 verkoopt Maria van der Horst, weduwe van Cornelis de Vos, wonende te Dordrecht, voor 2100 gl. aan Gerrit Gens, broodbakker te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, aan weerszijden belend door de huizen van de weduwe Van den Broek.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 196v: op 29 juli 1788 verkoopt Gerrit Gens, broodbakker te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Pieter Schoenmakers, mr. zilversmid, een huis in de Prinsenstraat, belend aan weerszijden door de huizen van Adriana van Dijk.]
de weduwe van W. Verbroek [schipper]
[1731: huis en woonkelder, verhuurd
ORA inv. 1639, f. 54: op 15 juni 1701 verkoopt Geertje Jansdr., weduwe van Pieter Herbertse, burgeres van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Wouter Verbroeck, schipper en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Anthonij Verhelt mr. bakker en dat van Jan Crillaart de jonge.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 78 e.v.: op 13 nov. 1732 verkopen Dirk Marchal en Govert van Well, als voogden over het kind van wijlen Boudewijn Marchal, die in Dordrecht is overleden, voor 1030 gl. aan Willem van Dijck, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Abraham van den Bergh en dat van de kinderen van Anthonij van der Helt.]
de weduwe van Van de Bergh
[1731: verhuurd aan J. Troost
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 88v e.v.: op 27 febr. 1770 verkopen Theodorus en Abraham Troost, kooplieden te Dordrecht, voor zichzelf en voor de overige erfgenamen van de weduwe van Johannes Theodorus Troost, voor 2600 gl. aan Dingeman de Vlugt, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Cornelis Stratenus en dat van de weduwe van Sieke van den Broek. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Geertruij Kumsius, weduwe van Wouter Michault, een somma van 1600 gl., verbindende het voornoemde huis, alsmede een huis en open erf aan de zuidzijde op de grond van de Grote Kerk, staande naast ’s Landssmederij. In margine: op 8 mei 1781 verklaren Simon Michault, Aletta Michault, Hendrica Michault en Geertruij Michault het laatstgenoemde onderpand te ontslaan van het speciaal verband.]
Maria Struijs
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 162: op 22 mei 1731 verkoopt Maria Struijs, meerderjarige ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, voor 1685 gl. aan Jan de Visser, burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Philips van Haarlem en dat van Maaijken Crillaarts, weduwe van Abraham van den Bergh.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 88v: op 27 febr. 1770 verkoopt Dingeman de Vlugt, wonende te Dordrecht, voor 2600 gl. aan Cornelis Stratenus, pondgaarder, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen Troost.]

De Prinsenstraat op de hoek van de Voorstraat (het huis van Statenus is het vijfde huis van de hoek, uiterst rechts).
F. van Haerlem
[1731: verhuurd aan J. de Haes
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 96v: op 13 febr. 1706 verkoopt Adriaen van Bueren, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van Adriana van Ardenne, laatst weduwe van Jacob van Haelen, voor 5400 gl. aan Philip van Haerlem, een huis met koetshuis en stal buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Anthonij van Wesel en dat van Johannes Struijs envan achteren uitkomende in de Suikerstraat.
18 mei 1756: Philips van Haerlem, lid van de Oudraad te Dordrecht, machtigt zijn zoon Philips van Haerlem jr. om voor schepenen van Dordrecht te transporteren aan Adam Stratenus, koopman, een huis in de Prinsenstraat, uitkomende in de Suikerstraat en staande tussen het huis van Dingeman de Vlugt en dat van Hermanus van Eijsden. De koopsom bedraagt 4500 gl. (Balm-Kok, o.c., p. 3)]
Hendrik Batton [winkelier]
[1731: verhuurd aan J. Pennis
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 218 e.v.: op 7 febr. 1726 verkoopt Adriaan van der Pot, koopman te Dordrecht, als man van Clara Margareta van Wesel, dochter en mede-erfgename van Govert van Wesel, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Hendrik Baton, winkelier en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Philip van Haarlem en dat van Cornelis van der Putte. De koper is schuldig aan Margareta Repelaar, weduwe van brigadier Piper, een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 109v: op 5 mei 1733 verkoopt Margarita van Kruijsselberg, weduwe van Hendrik Batton, wonende te “Kooltjes Plaat”, voor 1400 gl. aan Hermanus van Eijsde, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Philips van Haarlem en dat van Urbanus Pirott.]
[Urbanus Pierot
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 79v e.v.: op 7 febr. 1736 verkoopt Urbanus Pierot, als man van Maria Kersse, voor 800 gl. aan Steven van de Werke, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Philip van Haarlem en het pakhuis van de verkoper, genaamd “de Mouterij”, alsmede een achterhuis of achterkeuken, genaamd “’s Lands Welvaren”, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van Philip van Haarlem en dat van Jacob Frackin.]
de weduwe van C. van der Putten
[1731: verhuurd aan C. Vos
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 14: op 14 mrt. 1741 verkoopt Urbanus van Pirott, koopman te Dordrecht, voor 960 gl. aan Jan van der Linden, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Herman van Eijsden en dat van Jacob Frackin.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 250v: op 7 sept. 1784 verkoopt Dirk van der Linden, wonende onder Dubbeldam, voor 4080 gl. aan Anthonij Stratenus een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Wouter van Leer en dat van Arij Esselbrugge.]
Jacob Fraquin [mr. smid]
[1731 verhuurd aan Hendrik Hopman
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 33v: op 5 juni 1723 verkoopt Pieter van Veen, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 980 gl. aan Jacob Franquin, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Cornelis van de Putte en dat van Hendrik Scheij blokmaker. Het verkochte huis is nagelaten door Pieter van de Broeck.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 84 e.v.: op 7 nov. 1752 verkoopt Jacob Frackin, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Daniël Pop, burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Jan van der Linde en dat van Hendrik van der Wulft.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 9: op 22 sept. 1778 verkoopt Pieter de Groot, als man van Catharina Pop, enige dochter en erfgename ab intestato van Maaijke de Kooter, weduwe van Daníël Pop, voor 1230 gl. aan Johannes van der Elst Jacobsz., suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van der Linden en dat van Hendrik van der Hulp.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 256: op 20 nov. 1781 verkoopt Johannis van der Elst Jacobsz., koopman te Dordrecht, voor 2150 gl. aan Wouter van Leer een huis in de Prinsestraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van der Linden en dat van Hendrik van der Hulp.]
Hendrik Scheij [blokmaker]
[1731: staat leeg
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 187v e.v.: op 17 jan. 1747 verkopen Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van wijlen Willem Pickaert, leerverkoper en burger van Dordrecht, en diens weduwe Maria Scheij, voor 1730 gl. aan Hendrik van der Hulp, burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Jacob Frackin en dat van Abraham van der Hill.]
de weduwe van W. van der Hil
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 159 e.v.: op 9 okt. 1770 verkoopt Helena Beekman, weduwe van Abraham van der Hil, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Cornelis van Balcom, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Hendrik van der Hulp en dat van Jacob Weening. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl.]
de weduwe van W. van den Bergh
[ORA Dordrecht inv. 1664, f. 150 e.v.: op 13 nov. 1764 verkoopt Theodorus Troost, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van zijn moeder Neeltje van den Bergh, weduwe van Johan Theodorus Troost, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1650 gl. aan Jacob Weeningh een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Abraham van der Hill en dat van Cornelis Pierra.]
Anna en Maria van der Lisse
[1731: verhuurd aan C. Verleng
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 145: op 8 jan. 1737 verkoopt Marija van der Lisse, “geestelijke dochter” wonende te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Pieter van Russel, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Maaijke Crillaerts, weduwe van Abraham van de Bergh en dat van Pieter de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 99v e.v.: op 13 mei 1755 verkoopt Pieter van Russel, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Jan Thomasz. van der Roer, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat met een uitgang van achteren door een gang in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Hendrik van Hombroek en dat van de weduwe van Theodorus Troost.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 123v e.v.: op 24 sept. 1761 verkopen Anthonij Bax, notaris te Dordrecht, en Arnoldus Kolster, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators van de verlaten boedel van Jan Thomasz. van der Roer, gewezen smid te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Cornelis Schaap, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes Theodorus Troost en dat van Fop Vet.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 97v e.v.: op 3 nov. 1772 verkoopt Adriana Schaap, echtgenote van Cornelis Schaap, schipper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, voor 1805 gl. aan Leendert Spruijt, smidsbaas te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Jacobus Weenings en dat van Fop Veth. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1300 gl.]
J. de Bruijn
[1731: verhuurd aan J. van Breda
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 1 e.v.: op 9 jan. 1744 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter de Bruijn, koopman wonende te Rotterdam, zoon en enige erfgenaam van Johannes de Bruijn, die in Dordrecht is overleden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Gesel op 30 april 1733, voor 1250 gl. aan Abraham van der Hill, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande schuin tegenover de Kalkstraat tussen het huis van Pieter van Russel en dat van Jacob de Koningh.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 270: op 5 mrt. 1750 verkoopt Abraham van der Hill, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Hendrik van Hombroek, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Pieter van Russel en dat van Hendrik de Koningh.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 26v e.v.: 10 febr. 1761 verkoopt Hendrik van Hombroek, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Fop Vet, mr. smid, een huis in de Prinsenstraat met een vrije uitgang in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Hendrik de Koning en dat van Cornelis Piera.]
Margrita van Es
[1731: verhuurd aan J. van Es
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 286: op 14 nov. 1771 verkoopt Hendrik de Koning, catechiseermeester wonende te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Jacob Spaan, blokmakersbaas wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van Jan van Breda en dat van Fop Veth.]
N. de Jongh
[ORA Dordrecht inv. 1659, f. 176: op 25 nov. 1751 verkopen Dirkje van der Kaa, bejaarde ongehuwde persoon, Jan van Breda, pondgaarder, Catharina van Breda, weduwe van Andries van Driel, Isaacq Spaan, koopman te Dordrecht, Jan Spaan, Grietje Spaan, meederjarige ongehuwde persoon, Jan Los, als man van Cornelia Spaan, wonende te Zwijndrecht, Jacobus Spaan, wonende te Dordrecht, en Jan Spaan en Jacobus Spaan nog als voogden over Nicolaas Spaan, allen erfgenamen van Nicolaas de Jongh, die in Dordrecht is overleden, voor 2400 gl. aan Adriaan Jacobus Michault, koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Hendrik Hamer en dat van Hendrik de Koningh, strekkende voor van de straat tot achter op het huis van voornoemde Dirkje van der Kaa.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 6 e.v.: op 8 febr. 1757 verkoopt Adriaan Jacobus Michault, wonende te Dordrecht, voor 1910 gl. aan Jan van Breda jr., koopman te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat bij de Sluispoort, staande tussen het huis van Jacob ’t Hooft en dat van Hendrik de Koning.]
H. Hamer [koopman]
[1731: woonhuis en twee zolders
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 76: op 19 okt. 1717 verkoopt notaris Andries Cant, als curator over de insolvente boedel van Gerrard de Jager, voor 1970 gl. aan Hendrick Hamer, burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat, uitkomende in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Laurens de Jongh en dat van Abraham de Regt, alsmede een huis in de Suikerstraat, staande annex het voornoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 228 e.v.: op 30 sept. 1756 verkopen Nicolaas Cloppenburgh, predikant te ‘s-Gravenmoer, als man van Johanna Hamer, dochter en erfgename van Hendrik Hamer, koopman te Dordrecht, voor de helft, en Johannes Beunis, wonende te Oosterhout, als man van Catharina van Loon, dochter en erfgename van Elisabeth van Schalkwijk, die eerder gehuwd was met Adriaan van Loon en laatst echtgenote van Hendrik Hamer, voor de wederhelft, verkopen voor 2270 gl. aan Jacob ’t Hooft, koopman te Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort in de Prinsenstraat met een pakhuis erachter, uitkomende in de Suikerstraat, staande buiten de Vuilpoort van voren belend door het huis van Simon Michault aan de ene zijde en dat van Jan Scheij aan de andere en van achteren door het huis van Dirkje van der Kaa aan de ene zijde en dat van Engel Boon aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 118: op 17 dec. 1772 verkoopt Jacob ’t Hooft, koopman te Dordrecht, voor 8560 gl. aan Matthijs Balen, pondgaarder te Dordrecht, een huis met een pakhuis erachter, staande in de Prinsenstraat omtrent de Grote Sluispoort, van voren belend door het huis van Jan van Breda jr. aan de ene en dat van Arij Bouwman aan de andere zijde, en van achteren door het huis van Jan Sitter aan de ene en dat van Matthijs Kolman aan de andere zijde.]
de weduwe van Abraham de Regt
[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 143v: op 13 mrt. 1731 verkoopt Teuntje van de Lind, weduwe van Jan Broelingh, wonende te Dordrecht, voor 1900 gl. aan Hendrik Scheij, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat bij de Sluispoort, staande tussen het huis van mr. Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, en dat van Hendrik Hamer.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 171v: op 17 mei 1759 verkoopt Johanna Lugten, weduwe van Franchois Scheij, voor 2450 gl. aan Arij Boumans, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat bij de Sluispoort, staande tussen het huis van Jacob ’t Hooft en het huis van de blokmaker Spaan.]

Blokmaker. Een blok is een katrol.
[mr. Arend Roeland de Carpentier] de heer van Rijsoort
[ORA Dordrecht inv. 1657, f. 94v e.v.: op 21 sept. 1745 verkopen Cornelia Pietersdr. Poelje en Anthonij Sonnemaens, beiden wonende te Dordrecht, als “gelegateerde” mede-erfgenamen van mr. Arend Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, overleden te Dordrecht, voor 3700 gl. aan Abraham Bosselaar, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis met een tuin erachter en een erf met loods ernaast, staande en gelegen in de Prinsenstraat omtrent de Sluispoort, uitkomende op het Slikveld en staande tussen het huis van Franchois Scheij en dat van Jacob Spaan. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2600 gl. en nog eens 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 32v e.v.: op 12 mei 1757 verkoopt Gijsbert Sliep, mr. metselaar, als procuratie hebbende van Maria Eijkers, weduwe van Abraham Bosselaar, mr. metselaar te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Jacob Spaan, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, een huis met tuin ernaast, staande en liggende in de Prinsenstraat omtrent de Sluispoort, belend door het huis van de koper aan de ene zijde en dat van Frans Scheij aan de andere.]
Gritie Spaen
[ORA Dordrecht inv. 1662, f. 34v e.v.: op 17 mei 1757 verkoopt Jacob Spaan, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Anthonia Broeksmit, weduwe van Aalbert van Driel, burger van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat omtrent de Sluispoort, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Gerrit en Pieter Olijfier.]
Gerrit Olivier
[1731: verhuurd aan Pieter Olivier.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 93 e.v.: op 27 okt. 1772 verkoopt Catharina Boogmaker, weduwe van Gerrit van Olivier, wonende te Dordrecht, voor 1050 gl. aan Pieter Marcus, wonende te Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het Slikveld en het huis van Jacob Spaan. De koper is schuldig aan Arij van Driel een somma van 800 gl.]

De Prinsenstraat bij het Slikveld
Riedijk
Arnoldus Knogh
[komende wederom het Nieuwpoortje in aan de linkerzijde]
Dirk van den Boogert
weduwe van Cornelis Hooijman
[ORA Dordrecht inv. 1671, f. 220: op 10 juli 1781 verkopen “Cornelis van Rietschoten, houtkoper, Arij van Rietschoten, schrijnwerker, Cornelia van Rietschoten, meerderjarig en ongehuwd, Dirk Jacob van Rietschooten, wijnkoper, Johanna Elisabeth van Rietschoten, huisvrouw van Maarten Lipjes, met voorn. haren man geassisteert, en zo hij verklaart ten deze geauthoriseert, Willem van Rietschooten, banketbakker en Jan Job van Rietschooten, houtkoper, als van de Edele Groot Mog: Heer Staaten van Holland en Westvriesland bekomen hebbende brieven van Venia AEtatis, volgens dezelve brieve in dato 4: Meij 1781 ons Schepenen vertoont, zijnde de Comparanten gesamentlijk de Eenige Kinderen en Erfgenamen van wijlen Jurfaas van Rietschoten, gewoont hebbende en overleden aan den Noordendijk” even buiten Dordrecht, voor 2100 gl. aan Michiel Jansz. Versteeg Jansz., kunstschilder wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat [Riedijk] bij het Melkpoortje, staande tussen het huis van Van Duuren en dat van Jacobus Logger.
Michiel Jansz. Versteegh, gedoopt NG Dordrecht 15 sept. 1756, kunstschilder, ongehuwd, overleden Dordrecht 8 nov. 1843 (Riedijk C:178), zoon van Jan Versteegh en Marijke van der Matten


Lezend echtpaar, door Michiel Versteegh]
Jan de Rooijen
[1731: woonhuis, grutterij]
weduwe van Govert Gravendijk
Cornelis van der Hoeven
Elisabeth Pelser
Coenraet Lokemeier
weduwe van Pieter van Bree
Leendert de Koningh
Isak de Laar
weduwe van Pieter Cant
Barhtolomeus van Dollen
[1731: verhuurd]
weduwe Gravendijk en C. Lockemijer
[1731: verhuurd]
Jan Roox
Jan Biert
Steven Disjon, nu weduwe Toors
[1731: verhuurd, komt uit op de Vest]
Bastiaan Klerk
Jan Jongbloet
Hermen van den Hoogen
Jan Verhagen
weduwe van Bartel de Pree
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 86v: op 8 jan. 1733 verkoopt Sijgje van de Gevel, weduwe van Bartel de Pré, voor 200 gl. aan Nicolaas Versluijs, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, belend ten oosten door het huis van Pieter Verdu en ten westen door het huis van de koper.
Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 13 febr. 1743: Sijgie van de Gevel, weduwe van Bartel de Pree, op de Riedijkse Vest, laat kinderen na, begraven uit het huis van Johannis de Pree op de Voorstraat tegenover het Veststraatje, een graf aan het klokhuis]
Pieter Ariensz. Verdu
Maarten Veen
[1731: verhuurd]
Dirk Kemers
Jasper van der Sluijs
Jacobus Kuijpers
Lijsbeth Aelberts
Pietertje en Beatrix van der Kevie
[1731: verhuurd]
Maurits Huijsman [mr. bakker] en Hendrik Coopman
[1731: verhuurd]
Cornelis van den Eijnde
Willem van Vugt
Jacobus Korthals
Arnoldus ’t Hooft
Lambert Kemp
[gaande de linkerkant om stedewaarts in]
weduwe van Rochus Noortwijk
[1731: verhuurd]
Leendert van Kooten
Leendert de Koning
weduwe van Jacobus van Lier
Pieter Elseman
Hendrik van der Meulen
Jeremias van Laaren
Gerrit Gilthuijsen
Hijme Versteegh
weduwe van Arij van Prooijen
Jacobus Roelants
Willem Booms
Herme van Nogten
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 149: op 3 nov. 1733 verkoopt Adriaan Papegaaij, deurwaarder van de stadsfinanciën te Dordrecht, als door burgemeesters van Dordrecht gemachtigd tot het transporteren van het huis, dat toebehoord heeft aan Jan Putsijs, voor 50 gl. aan Herman van Ochten, burger van Dordrecht, staande tussen het huis van Willem Booms en dat van Jan Ariensz. de Haan.]
weduwe van Jan Ariensz. de Haan
[1731: gedeeltelijk verhuurd]
Adolf Mendius
Jacobus Kuijpers
Jan van Noijen
[1731: verhuurd; uitgang via Pompstraatje naar de Torenstraat]
Francois Dura
[uitgang via Pompstraatje naar de Torenstraat]
Herme van den Hoogen
weduwe van Gerart Rutten van Mill
weduwe van Matthijs van Kooten
[1731: verhuurd]
Steven Disjon, nu de weduwe Toors
[1731: verhuurd; op een plaats erachter drie huisjes, elk daarvan verhuurd, aan het Pompstraatje]
Johannes de Pree [mr. schilder]
[Jan de Prée, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1724), zoon van Bartel de Pré en Sijtje van der Gevel, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 febr./5 mrt. 1724 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Bartel de Prée, de bruid met haar vader Johannes Nieuwenhoven) Dirkje Nieuwenhoven, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Nieuwpoortje (1724)
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 69: op 9 okt. 1732 verklaart Johannes de Pré, mr. schilder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Hermanus van Oldenburg, burger van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Riedijk, staande tegenover het Hoeffijserspoortje tussen het huis van Dirk Franke en dat van de weduwe Desjong.]
Dirk Frantzen
[1731: verhuurd]
Isak en Jacob van Hooren
Hendrik Korthals
Kleinschippersgilde
[1731: bewoond door de knecht; getaxeerd op nihil]
Johannes Louwen
weduwe van Gerrit Smits
Gerrit van Rooij
weduwe van Pieter van Bree
Coenraet Lokemeier
Coenraet Lokemeier
Leendert Hoek
Pieter van Wingerden
Arnoldus La Croij
[1731: verhuurd]
Arij de Bie
Jan van der Linden
weduwe van Jacobus Lokemeijer
Sixtus Staalsmit
Adriaan Onderdelinden
Pieter van der Burgh
[1731: komt opzij uit in de Torenstraat]
Schuitenmakersstraat
Arnoldus van Poelje
[1731: huisje gebruikt als kelder]
Lambert Koek
Jacob Goset
Jan Burger
[1731: verhuurd]
David Horstman [suikerbakker]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 59v: op 22 juli 1732 verkoopt David Horstman, suikerbakker en burger van Dordrecht, voor 100 gl. aan Gerrit van der Steen, maselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het Manhuisstraatje en het huis van Van Buren.]
Samuel van Buuren
de weduwe van Dirk Vink
idem
Abraham Hordijk
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 181: op 13 mei 1734 verkoopt Abraham Hordijk, burger van Dordrecht, voor 290 gl. aan Pieter Smits, houtwerker en burger van Dordrecht, een huis bestaande uit twee aparte woningen, staande tussen het huis van Silvester Mol en dat van de weduwe van Dirk Vink.]
Abraham Hordijk
[1731: ledig]
Fester [Silvester] Mol
[ORA Dordrecht inv. 794, f. 19: op 9 mei 1685 verkoopt Jan Francken, “ijsertelder” te Dordrecht, aan Vester [Sylvester] Mol, arbeider te Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Rochus Rees en dat van Pieter … [sic] schuitenvoerder, voor 500 gl. contant.
ORA Dordecht inv. 797, f. 118 e.v.: op 1 juli 1692 verklaart Faster Mol, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Johan Langhswaert, zilversmid en burger van Dordrecht, een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Jan Pluijm en het pakhuis van Mattheus Rees.
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 98: op 24 mei 1736 verkopen Gerrit en Jan Mol, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Vester Mol en voogden over diens mede-erfgenamen, voor 310 gl. aan Jan Blekston, timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het pakhuis van Willem en Gillis Rees en het huis van Pieter Smits.]
Schuitenmakersstraat, gezien vanuit de Houttuinen (okt. 2014)
Arnoldus ’t Hooft
[andere zijde van de Schuitenmakersstraat, vanaf de Houttuinen]
Johannes Timmers [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 112: op 30 april 1739 verkoopt Johannes Timmers, koopman te Dordrecht, voor 60 gl. aan Sija Timmers, weduwe van Jacob Burghout, burgeres van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Arnoldus ’t Hooft en dat van Maria Poortermans.]
Arnoldus ’t Hooft [koopman]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 157: op 8 dec. 1739 verkoopt Arnoldus ’t Hooft, koopman te Dordrecht, voor 50 gl. aan Marija Poortermans, wonende te Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen de kelder van Arnold van Poeljen en het huis van Jacobus Bellaert.]
Arnoldus van Poelje en Samuel van Buuren
[1731: pakhuisje]
Arnoldus ’t Hooft
Belia Struijk
Belia Struijk
[1731: verhuurd]
Arnoldus ’t Hooft
[1731: verhuurd]
Arnoldus van Poulje
Jan van Ham
Philippus Crijna
[1731: pakhuis]
Arij van Kappel
Joachim van Reijnen
Steegoversloot (noordzijde, van Voorstraat tot Vest)
de weduwe Willem Zonboore
[Begraafboek Grote Kerk 16 aug. 1731: Anna Margrita Parielieu, weduwe van Wilm Sonborn, voor in het Steegoversloot, laat kind na, met “ordinare” koetsen.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 204 e.v.: op 16 sept. 1734 verklaren Alexander Cleton mr. bakker en zijn vrouw, Willemijna Sonboren, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Govert van Well, burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Groenewege en dat van Maghiel Bovelaar en een huis daartegenover, staande in het Steegoversloot tussen het huis van Calliason en dat van Dirk van Hiesvelt.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 163v e.v.: op 6 mei 1762 verkoopt Jan Smak, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Cletton, als enige erfgenaam ab intestato van zijn moeder Willemina Sonbooren, voor 110 gl. aan Kantijn Kroes, mr. pruikmaker te Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Willem van Hiesvelt.]
Dirk van Hiesvelt
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 225 e.v.: op 3 okt. 1740 verklaart Dirk van Hiesvelt, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia de Groot, weduwe van Pieter Keur, wonende te Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Wiltens en dat van de weduwe van Jacob van Lier, alsmede een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Alexander Cletton en dat van Andries Gisius, en een looierij achter het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Herbert Ruts en de huisjes van het Heilige-Geesthuis.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 238: op 6 mei 1802 verkopen Jeroen van Lelieveld en Abraham Blussé, als executeurs-testamentair van Willem van Hiesveld, gewoond hebbende en overleden op 3 dec. 1802 te Dordrecht, voor 935 gl. aan Sijbrand Kiela, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1081, staande tussen het pakhuis van de weduwe Janssen en het huis van Karel Kroes.]
Coenraad Gisius
Pieter van Hestaa
[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 16: op 5 april 1712 verkopen Johannes Kluijt, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem Servaese Egens, mazelaar en burger van Dordrecht, als man van Emmigje van Evelingen, en Pieter van Swol, sledenaar en burger van Dordrecht, weduwnaar van Johanna van Evelingen en enige erfgenaam van zijn vrouw, enige kinderen en erfgenamen van Neeltje Boog, weduwe van Aelbert van Evelingen, en erfgenamen van hun hun grootvader Jan Boog, voor 410 gl. aan Pieter van Hesta, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Gijsius en Willempje Barentsdr.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 223 e.v.: op 17 dec. 1743 verkoopt Pieter van Hesta, burger van Dordrecht, voor 345 gl. aan Lodewijk Verhoop, witwerker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Coenraad Gisius en dat van Jan Mol. De koper is schuldig aan Aaltje van Ardenne, weduwe van Pieter Koeijmans, een somma van 400 gl.]
Jan Mol
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 23v: op 4 mei 1723 verkoopt Willem de Graaff, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jan Mol, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Hesten en de uitgang of het huis van burgemeester Daniël Eelbo.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 39 e.v.: op 8 juli 1723 verklaart Jan Mol, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob van de Kamp, koopman te Dordrecht, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Hesters en dat van Cornelis van Bergen.]
de weduwe van burgemeester Huijgo Repelaar
[ORA Dordrecht inv. 1660, f. 23v: op 21 mrt. 1752 verkoopt Ida Repelaar, wonende te Dordrecht, voor 570 gl. aan mr. Johan de Back, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande naast de gang van het huis, dat door De Back is gekocht van de heren Pompe.]
Pieter Hellense [bierdrager]
[1731: gedeeltelijk verhuurd
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 80v: op 20 nov. 1727 verkoopt Sara Huijmans voor 200 gl. aan Pieter Hellessen, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van dr. Laurens de Jongh en het huis van mevrouw Repelaar.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 220 e.v.: op 6 sept. 1740 verklaart Pieter Hellesen, bierdrager en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Joseph van Oorschot een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Hofstraat, genaamd “de Rijne Kaapvaart”, staande tussen het kantoor van de bieraccijns en het huis van Jan van der Steen, en een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de heer Halff Wassenaar en dat van juffrouw Repelaar.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 185 e.v.: op 10 jan. 1747 verkoopt Pieter Hellesen, bierdrager en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Westerman, raffinadeursknecht, inwoner van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Yda Repelaar en dat van de heer Halff Wassenaar. De koper is schuldig aan Metje van Stuijvenbergh, jonge dochter en burgeres van Dordrecht, een somma van 300 gl.]
de erfgenamen van Laurens de Jongh [arts]
[1731: verhuurd
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): getrouwd op 23 mei 1694 doctor Laurens de Jongh geboren te Dordrecht en Alida Verrijs jonge dochter geboren te Gouda
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 194v e.v.: op 4 mei 1756 verkoopt mr. Jacob Halff Wassenaar, heer van Stad aan het Haringvliet, advocaat voor de Hoven van Justitie in Holland, als enige erfgenaam van zijn vrouw Rufina Johanna de Jong, enige nagelaten dochter van Laurens de Jong, arts te Dordrecht, voor 1830 gl. aan Cornelis van IJsendoorn, oud-schepen van Brielle, als man van Cornelia Velsenaar, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper, nomine uxoris, en dat van Johannes Westermans.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 53 e.v.: op 14 mei 1772 verkopen Jan Melvill, raad in de vroedschap en regerend schepen van Brielle, en Adriaan Hubert Honigh, notaris ald., als executeurs-testamentair van Cornelis van IJsendoorn, raad in de vroedschap en regeend burgemeester van Brielle, en diens vrouw Cornelia Velsenaar, voor 12.250 gl. aan Johannes Boonen, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adriaan van Veen en dat van Johan Westerman.]
Geerard Flippus Pus [arts]
[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 120: op 18 april 1696 verkoopt Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijk van Blocklandt, heer van Blokland, burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Roelant Taarlingh Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van dokter Laurens de Jongh en dat van Daniël van Veen.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 5 e.v.: op 26 jan. 1727 verkopen Anna Beens, weduwe van Isaacq Broeders, en Cornelia Beens, weduwe van Adriaan ’t Hooft, wonende te Dordrecht, samen erfgenamen van Adriana Tack, weduwe van Roeland Taerlingh, voor 4500 gl. aan Gerardus Philippus Pus, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van doctor ‘T Jong en dat van de weduwe Van Veen.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 53 e.v.: op 14 mei 1772 verkoopt Jan Melvill, raad in de vroedschap en regerend schepen van Brielle, en Adriaan Hubert Honigh, notaris ald., als executeurs-testamentair van Cornelis van IJsendoorn, raad in de vroedschap en regerend burgemeester van Brielle, en diens vrouw Cornelia Velsenaar, voor 12.250 gl. aan Johannes Boonen, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adriaan van Veen en dat van Johan Westerman]
de weduwe van Adriaan van Veen
Adriaan de Noij [mr. pruikenmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 87v e.v.: op 11 dec. 1727 verkopen Maria Deckers, weduwe van Cornelis Florijn, als erfgename van haar vader, Hendrik Deckers, en Stephanus Hallu mr. bakker en Cornelis van Ringen, apotheker te Dordrecht, als voogden over de minderjarige legatarissen van Hendrick Deckers, voor 931 gl. aan Adriaan de Nooij, mr. pruikenmaker te Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van kapitein De Jager en dat van de weduwe van Daniël van Veen.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 64 e.v.: op 4 mrt. 1745 verkopen Cornelis van Asperen en diens echtgenote Margarita van Spijck, die eerder weduwe was van Adriaan de Nooij, voor 880 gl. aan Gerard van Lier, mr. twijnder te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notaris Andries Cant en dat van N. Bongers.]
Andries Kant [notaris]
[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 1 e.v.: op 4 jan. 1718 verkoopt notaris Petrus van Son, door het Gerecht van Dordrecht op 18 nov. 1717 gemachtigd tot het verkopen van de huizen en effecten van Coenraet Gonne, voor 1110 gl. aan Arij de Jager, inwoner van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “het Meedelvat”, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter van Esch en dat van Hendrick Decker mr. kleermaker.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 33: op 15 april 1730 verkoopt Arij de Jager, burger van Dordrecht, voor 4550 gl. aan Andries Cant, notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan de Nooij pruikenmaker en dat van de weduwe Van Esch.]
de weduwe van Stevanus van Esch
[1731: woonhuis en wijnkelder, bovenwoning en kelder verhuurd
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 nov. 1731: Henrica van Bruijn, weduwe van Steven van Esch, in het Steegoversloot, met de “ordinare” koetsen, laat kinderen na.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 27v e.v.: op 24 april 1732 verkopen Pieter van Esch, meerderjarige ongehuwde persoon, Lodewijk Faassen mr. draaier, als man van Maria van Esch, Willem van der Linden mr. bakker, als man van Geertruijd van Esch, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Hendrika de Bruijn, weduwe van Stephanus van Esch, voor 2000 gl. aan Joseph van Oirschoot [sic], koopman van wijnen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notaris Andries Candt en dat van de weduwe van Jacobus van Lier.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 133v e.v.: op 30 okt. 1742 verkoopt Joseph van Oorschot, koopman te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Jan Reurs, wijnkoper te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notaris Andries Cant en dat van de weduwe van Jacobus van Lier. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2500 gl.]
Jacob van Lier
[ORA Dordrecht inv. 1666, f. 175v e.v.: op 4 dec. 1770 verkoopt Willem van Breenen, wonende te Gouda, als executeur-testamentair van Geertruida van Ree, weduwe van Jacobus van Lier, die in Gouda is overleden, voor 1750 gl. aan Elizabet van Breenen, weduwe van Gerardus van Lier, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Reurs en dat van Willem van Liesveld.]
Dirk van Hiesvelt
[ORA Dordrecht inv. 1655, f. 225 e.v.: op 3 okt. 1740 verklaart Dirk van Hiesvelt, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia de Groot, weduwe van Pieter Keur, wonende te Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Wiltens en dat van de weduwe van Jacob van Lier, alsmede een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Alexander Cletton en dat van Andries Gisius, en een looierij achter het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Herbert Ruts en de huisjes van het Heilige-Geesthuis.]
Jan Wiltens [twijnder]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 36v e.v.: op 29 juni 1723 verkoopt Pieter van Veen, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem Hensboom, wonende in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Olden in Den Haag op 28 dec. 1722, voor 1000 gl. aan Johannes Wiltens, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, hem, Willem Hensboom, aangekomen uit de boedel van zijn tante, wijlen Maria van Hensboom, en staande tussen het huis van de weduwe van Jan Hoogstraten en dat van Jacobus van Lier.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 219: op 26 juli 1798 verkopen Johan Casteldijk en Francois Brooshooft, als executeurs-testamentair van Maria Wiltens, bejaarde ongehuwde persoon, die onlangs te Dordrecht is overleden, voor 1620 gl. aan Hendrik van den Heuvel, viskoper te Dordrecht, een huis met een tuintje erachter, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen het huis van Nicolaas de Voogd en dat van Willem van Hiesvelt.]
de weduwe van Jan van Hoogstraten
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 101v e.v.: op 1 mei 1770 verkopen mr. Coenraad Brender a Brandis, als man van Johanna Cornelia van Well, en Johan van Hoogstraten, als man van Sara Elisabeth van Well, wonende in Den Haag, voor zichzelf en samen vervangende Goverdina Pieternella van Well, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende in Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Pieter van Well, overleden te Dordrecht, voor 666 gl. en 13 st. aan Hendrik van Hoogstraten, wonende in Den Haag, en Hendrik van Ardennen, wonende in Dordrecht, een derde deel van een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Wiltens en dat van Hoos [sic].
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 299: op 30 juli 1789 verkopen “Bartholomeus van der Star Notaris en Procureur alhier, als last en procuratie hebbende van de Heer Johan van Hoogstraten, Vroedschap in den Hage, eenige nagelaten Zoon en Ergenaam van wijlen Hendrik van Hoogstraten in den Hage overleden, volgens dezelve Procuratie op den 22 Julij 1789 voor den notaris Laart Ponse en zekere getuigen aldaar gepasseert voor de helft Eigenaar van ’t natemelden huis, Item als Last en Procuratie hebbende van Jufvrouw Catharina van Aardennen, meerderjarig en ongehuwt wonende binnen deze Stad, eenige nateltene Dogter en Erfgename ab intestato van wijlen haren Vader Hendrik van Aardene, die Erfgenaam is geweest van zijne vooroverledene huisvrouw Jufvrouw Cornelia Sibilla van Hoogstraten, volgens dezelve Procuratie op den 24 dezer maand Julij 1789, voor den Notaris Jan van der Star en zekere getuigen alhier gepasseert, voor de andere helfte Eigenaresse van ’t zelve huis, welke beide Procuratien aan ons Schepenen zijn vertoont”, voor 2900 gl. aan Gerard den Ouden, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Maria Wiltens en dat van de erfgenamen van de weduwe Hoos.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 117: op 23 mei 1797 verkoopt Gerard den Ouden, wonende te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Nicolaas de Voogd, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1097, staande tussen het huis van Maria Wiltens en dat van de erfgenamen Hoos.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 344: op 3 mei 1803 verkoopt Nicolaas de Voogd, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Pieter Plasier, metselaarsbaas te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1097, staande tussen het huis van de erfgenamen Hoos en dat van Van den Heuvel.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 108 e.v.: op 30 april 1733 verkoopt Pieter van Well, notaris te Dordrecht, als man van Sara Elisabeth van Hoogstraten en als procuratie hebbende van Hendrik van Hoogstraten, wonende te Den Haag, en van Cornelia Sibilla van Hoogstraten, jonge dochter, die venia aetatis verkregen heeft, wonende te Dordrecht, voor 1130 gl. aan Jacobus Frederiksz. Roscam, knaap in de Grafelijkheidsmunt, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Doelstraat en het huis van de verkopers.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 186: op 7 sept. 1762 verkopen Gerard Kuijpers, hoofdgaarder van verscheidene gemenelandsmiddelen te Dordrecht, en Pieter ’t Hooft, mr. munter te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacobus Roscam mr. munter, voor 650 gl. aan Anthonij Hoos, commissaris van de ballasthalers te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter van Well en de Doelstraat. De koper is schuldig aan Gijsbert van Maurick, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een somma van 700 gl.]
De Doelstraat
Jan Coeck
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 83 e.v.: op 18 febr. 1749 Anthonia Koek, meerderjarige ongehuwde persoon, Adriaan de Gelder, als man van Heijltje Koek, wonende te Dordrecht, Adriaan de Gelder nog als procuratie hebbende van zijn zwager Willem Koek, wonende in Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. Havershoek aldaar op 8 febr. 1749, en Adriaan de Gelder en Willem Koek, als voogden over Jan Koek, zoon van wijlen Lammert Koek, allen erfgenamen van Jan Koek, mr. huistimmerman te Dordrecht, verkopen voor 510 gl. aan Dirk Meijer, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Doelstraat en het huis van notaris Pieter van Well.]
Govert van Wel
[1731: deel van de woning ligt aan de Doelstraat
I. Teunis Govertsz. van Well, trouwde NG Dordrecht 2 mei 1660 Judith Samuels
Kind:
a. Govert van Well Anthonisz., gedoopt NG Dordrecht 14 juli 1662, volgt II
II. Govert van Well Anthonisz., gedoopt NG Dordrecht 14 juli 1662, jongman van Dordrecht (1694), mr. schrijnwerker, trouwde NG Dordrecht 8/ 22 aug. 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Theunis van Well en de bruid met haar moeder Pieternella Verboor) Catharina (Trijntje) Helmich, jonge dochter van Dordrecht (1694)
Kinderen:
a. Anthoni, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1696
b. Pieter van Well, gedoopt NG Dordrecht 2 juni 1697, volgt III
c. Maria, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1700
III. Pieter van Well, gedoopt NG Dordrecht 2 juni 1697, jongman van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1724), notaris te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/21 nov. 1724 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Govert van Well, de bruid met haar moeder Johanna van Sinderen, weduwe van Johan van Hoogstraten) Sara Elisabeth van Hoogstraten, gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1705, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1724), dochter van Johan van Hoogstraten en Johanna van Sinderen.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 150v e.v.: op 13 febr. 1759 verkoopt Jan van Heusden, mr. koperslager en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Arnoldus van Beusecom, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe Pus en dat van Adolph Bluszee. De koper betaalt deels met 900 gl. contant en deels met het overnemen van een schepenenschuldbrief, welke Jan van Heusden op 23 mrt. 1741 heeft gepasseerd ten behoeve van Catharina Helmig, weduwe van Govert van Well, “en door desselfs overlijden gedevolveert [is] op derselver zoon en enige erfgenaam den notaris en procureur Pieter van Well”.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 101v e.v.: op 1 mei 1770 verkopen mr. Coenraad Brender a Brandis, als man van Johanna Cornelia van Well, en Johan van Hoogstraten, als man van Sara Elisabeth van Well, wonende in Den Haag, voor zichzelf en samen vervangende Goverdina Pieternella van Well, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende in Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Pieter van Well, overleden te Dordrecht, voor 666 gl. en 13 st. aan Hendrik van Hoogstraten, wonende in Den Haag, en Hendrik van Ardennen, wonende in Dordrecht, een derde deel van een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Wiltens en dat van Hoos [sic].
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Govert Anthonij, 26 aug. 1725
b. Jan, 11 mei 1727
c. Johanna Cornelia van Well, 16 febr. 1735, trouwde mr. Coenraad Brender a Brandis, gedoopt NG Dordrecht 13 aug. 1726, notaris te Dordrecht, zoon van ds. Johan Herman Brender, predikant te Dordrecht, en Christina Elisabeth Nilant
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 febr. 1766: Coenraad Brender a Brandis jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot met consent van zijn moeder Christina Elisabet Nilant weduwe van ds. Johan Herman Brender en Johana Cornelia van Well jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij het Stadhuis geassisteerd met haar vader Pieter van Well, de geboden gaan in de Waalse kerk, getrouwd op 16 mrt. 1766
d. Goverdina Pieternella van Well, 12 okt. 1738
e. Sara Elisabeth van Well, 17 juli 1742, trouwde Johan van Hoogstraten]
Willem Hooglander
[I. Lucas Hooglander, trouwde 2 april 1656 Jacomina de Kets
Zoon:
a. Willem Hooglander, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1669, volgt II
II. Willem Hooglander, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1669, trouwt 24 jan. 1694 Elisabeth van Beek
Dochter:
a. Jacomijntje (Jacomina) Hoogland(er), gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1706, volgt III
III. Jacomina (Jacomijntje) Hoogland(er), 1 aug. 1706, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Sluisje (1724), trouwde 21 okt. 1724 Cornelis van Well, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1696, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1724), zoon van Simon van Well en Hester Teggers
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 79v e.v.: op 7 mrt. 1758 verkopen Elisabet van Well, weduwe van Boudewijn de Haan, Jan van Haelen, als man van Hester van Well, en mr. Hendrik van Bragt en Arnoldus Cumsius, als voogden over Catharina en Geertruij van Well, allen kinderen en erfgenamen van Jacomina Hooglander, weduwe van Cornelis van Well, voor 920 gl. aan Maria van den Berg, weduwe van Hillegert de Roo, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notaris Pieter van Well en dat van de juffrouwen De Vos. De koopster is schuldig aan Willem Steenbus, burger van Dordrecht, een somma van 800 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Elisabeth van Well, 15 dec. 1725, trouwde Boudewijn de Haan
b. Hester van Well, 19 dec. 1727, trouwde Jan van Haelen
c. Willemina van Well, geboren naar schatting ca. 1728
d. Anna, 25 jan. 1730
e. Willem, 10 dec. 1732
f. Catharina van Well, 21 okt. 1735
g. Jacomina Cornelia, 16 febr. 1738
h. Geertruij van Well, 4 okt. 1741
ORA Dordrecht inv. 212v e.v.: op 16 nov. 1773 verkoopt Arnoldus Kolster, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van den Berg, weduwe van Hillegert de Roo, wonende te Dordrecht, aan Hendrik Romeijn, pruikenmakersbaas te Dordrecht, voor 1150 gl. een huis in het Steegoversloot, uitkomende in de Doelstraat en staande tussen het huis van Coenraad Brender a Brandis en dat van juffrouw De Vos. De koper neemt te zijnen laste een hypotheekbrief van 900 gl., op 21 mrt. 1769 verleden ten behoeve van Johan Toepoel, predikant te Wijngaarden.]
Jacob van Hoogstraten [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 170 e.v.: op 2 mei 1743 verkoopt Jacob van Hoogstraten voor 750 gl. aan Josina en Cornelia Vos, wonende te Dordrecht, een huis in de het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jeremias Geerlingh en dat van Cornelis van Well.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 1 e.v.: op 10 jan. 1769 verkopen Josina en Cornelia Vos, gezusters wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Paulus van der Spijck, commies ter recherche te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot aan de noordzijde, staande tussen het huis van Hermanus Gerhardus van Breugel en dat van Pieter Vrieswout.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 625: op 10 nov. 1810 verkopen “Otto de Kat en Hermanus Uitwerf Sterling, wonende te Dordrecht in qualiteit als Executeurs van den Testamente en in den Boedel van wijlen Jufvrouw Johanna Wilhelmina van Rhee weduwe Gerard den Ouden” [eerder gehuwd met Paulus van der Spijk], voor 2000 gl. aan Samuel van Eijck, houtkoper te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, uitkomende aan de stadsgracht, getekend C:1128 oud en C:1013 nieuw, staande tussen het huis van D. van Breugel en dat van de stadhouder Kelderman.]
idem
[ORA Dordrecht inv. 1656, f. 169v e.v.: op 3 mei 1743 verkoopt Jacob van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, voor 2150 gl. aan Jeremias Geerlingh, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot met een pakhuis of werkhuis erachter in de Doelstraat, uitkomende in “den Doel”, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Oostrom en het huis van Josina en Cornelia Vos, alsmede aan dezelfde koper voor 300 gl. een huis in de Doelstraat, staande tussen het huis van de heren Kloens en het voornoemde pakhuis.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 148 e.v.: op 15 mrt. 1768 transporeert Jan Hooft Dzn., koopman en veertigraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn behuwd moeder Jacoba van Rooijen, weduwe en erfgename van ds. Jeremias Geerling, emeritus predikant te Dordrecht, wonende te Dordrecht, aan zichzelf een huis met een tuin erachter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de juffrouwen De Vos en dat van Gerrit van Bendt, hebbende een uitgang in de Doelstraat, alsmede een kleiner huis in de Doelstraat, staande tussen genoemde tuin en het huis van bakker Van Drongelen. Hooft betaalt voor beide huizen samen een somma van 10.265 gl.]
Hendrik Onderdewijngaart [huidenvetter]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 60: op 30 nov. 1707 verkoopt Mattheus van Nispen, als procuratie hebbende van Hendrica de Potter, de vrouw van Abraham van Bockelen, voor 1500 gl. aan Hendrick Onder de Wijngaart, huidenvetter en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Jacob van Hoogstraten en strekkende tot achter aan ’s herengracht.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 110v: op 19 juni 1742 verkoopt Elisabeth Melkers, weduwe van Hendrik Onderdewijngaert, voor 1500 gl. aan Willemina en Adriana van Oostrom, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St.-Jorisdoelen en het huis van Jacob van Hoogstraten.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 79v e.v.: op 14 jan. 1755 verkoopt Gerard Teijsse, koopman te Dordrecht, als man van Simonia Jacoba van Oostrum, aan wie het na te noemen huis is gelegateerd door Willemina van Oostrom, voor 900 gl. aan Gerret van Bent, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Stadsdoelen en het huis van ds. Jeremias Geerling.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 145v: op 24 jan. 1786 verkoopt Gerrit van Bent, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Dirk Olivier, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Jan Hooft Dz., lid van de Oudraad van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 319 e.v.: op 23 okt. 1806 verklaart Dirk Olivier, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Ida Meloen, wonende te Dordrecht, een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot (C:1111), staande tussen de weduwe van Jacob Boon en het “vrijwillig werkhuis” of de St.-Jorisdoelen.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 990: op 12 dec. 1809 verkoopt Geertruij Sutherland, de vrouw van Arie van Dalen, wonende even buiten Dordrecht, voor 1100 gl. aan Hendrik van der Vorm, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende tot achter aan de stadsgracht in het Stek, getekend C:1111&997, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van de weduwe Boon.]
Sint-Jorisdoelen [de Schutterij van Sint Joris of de Edele- of Voetboog]
[1731: door de dekens verhuurd
Op 5 aug. 1800 werd schutterij van St. Joris opgeheven. De schutters deden toen ten behoeve van de Bataafse Republiek afstand van de St. Jorisdoelen, het daarbij behorende erf, alsmede van alle inkomsten en bezittingen, met uitzondering van de roerende goederen. Tussen 1803 en 1810 is het gebouw ingericht tot tapijtfabriek. De onderneming werd geen succes en in 1810 werd opdracht gegeven de inventaris af te breken: alle weefgetouwen, wolbakken, kapstokken, verf- en wasketels enz. werden verwijderd. Op 4 sept. 1810 werd het gebouw voor 10.700 gl. ten behoeve van de stad Dordrecht gekocht door de heer Tets van Goudriaan. Vanaf 1811 zetelden in de voormalige St. Jorisdoelen de rechterlijke colleges (vanaf 1838 de Arrondissementsrechtbank en het Kantongerecht) en het wordt daarom ook wel het Tribunaal genoemd. In 1825 werd besloten tot een ingrijpende verbouwing van het gebouw. Het bestek vermeldt: “het vernieuwen van den gevel met een borst in’t midden, gedekt met een kroonlijst en frontespice naar de Romeinsche orde, en een attiek daar boven, een principaal ingang, twaalf licht – en een glasdeur – in dezelve. Voor dezelve een stoep en peristyle van vier kolommen na de Ionische orde. Een verandering aan het dak en het afbreken van het torentje.” Met 8490 gl. was de Dordtse timmerman Francois Lambinon de laagste inschrijver en aan hem werd derhalve het werk gegund. Aangenomen wordt dat de gevel een ontwerp is van stadsarchitect Pieter Plukhooy Bzn. (1772-1831). De nieuwe gevel van het Tribunaal heeft de breedte van het oorspronkelijke schuttershuis (ruim 16 m) plus een bijgetrokken pandje (bijna 6 m) (Mieke Jansen, Sint Jorisdoelen en omgeving, in Kwartaal & Teken van Dordrecht, 1984, nr. 2/3, p. 49 e.v.).
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 415 e.v.: op 4 sept. 1810 verkoopt mr. Hugo Gevers, wonende te Dordrecht, als enig overgebleven executeur-testamentair van mr. Jacob Adriaan Braets en als zodanig administrateur van het fonds gemaakt door de heer Braets tot het stichten van een vrijwillig werkhuis te Dordrecht, voor 10.700 gl. 9 1/2 st. aan de stad Dordrecht een gebouw, dat vanouds bekend is als de St. Jorisdoelen met bijbehorend erf en plaats, staande in het Steegoversloot en getekend C:1112 en 998 nieuw en het erf C:957, staande tussen het huis van B. van der Vorm en dat van F.J.A. Pit, strekkende het erf erachter liggende, zijnde een deel van het Stek, aan de ene zijde van de St. Jorisdoelen langs de gracht beginnende op de hoogte van het gebouw aan de zijde van het huis van B. van der Vorm en zich uitstrekkende recht naar de tuin of plaats van de Kloveniersdoelen tot de helft van de poort van de Kloveniersdoelen en zo recht het Stek door tot op de helft van de gang langs het nieuwe Armhuis tot aan de Stadsvest.
Tegenwoordig is in Steegoversloot 36 de Rechtbank gevestigd.
“Elke schutterij had op het Stek een eigen schietbaan. Van zuid naar noord: de baan van de Heelhaaks, de baan van de voetboogschutters en tenslotte de baan van de kloveniers. … De banen waren aan de zijkant afgezet met stekken uit bomen om de omgeving te beschermen tegen afzwaaiende pijlen en kogels, vandaar de naam het Stek. (Steegoversloot, p. 74)]
burgemeester Dirk Huijbert Stoop
[1731: woonhuis en koetshuis, deels verhuurd, het perceel komt achter uit in de Doelen met stal en koetshuis (Het huis “Doelesteijn”.)
Mr. Nicolaes Stoop Jacobsz., geboren 1620, jongman van Dordrecht, licentiaat in de rechten, wonende in het Steegoversloot (1649), burgemeester van Dordrecht 1674-1675, 1679-1681, 1688, 1694, overleden Dordrecht 1694, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1649 (ondertrouw) Margareta de Veer, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1649), dochter van Willem Willemsz. de Veer en Maria Huijbertsdr. van Gernou.
Na het overlijden van Nicolaes Stoop in 1694 wordt zijn zoon Dirk Huijbert Stoop eigenaar van het huis in het Steegoversloot. Hij blijft ongehuwd.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 27 jan. 1731: Dirk Huijbert Stoop, regerende burgemeester van Dordrecht, ongehuwd, 10 koetsen extra, een wapen[bord] voorgedragen, 2 paar sleepmantels.
De eigendom van het huis gaat na het overlijden van Dirk Huijbert Stoop, die geen kinderen nalaat, over op Nicolaas Stoop (vermeld als belender in 1731), die in aug. 1750, eveneens zonder kinderen na te laten overlijdt. Erfgename is dan Maria Arnaudina Gevaerts, de dochter van Margarita Alida Stoop, die reeds is overleden in 1731. Maria Arnaudina verkoopt het huis dan weer in 1750 aan Susanna Adriana Beelaerts, de weduwe van Nicolaas Stoop, mogelijk opdat die weduwe in het huis kan blijven wonen.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 5 nov. 1731: Margarita Alida Stoop, vrouw van mr. Poulis Gevaerts, lid van de Oudraad te Dordrecht, met 10 koetsen extra, met een wapenbord, laat een kind na, de grote boete)
Maria Arnaudina Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 1 juli 1728, jonge dochter van Dordrecht (1749), dochter van mr. Paulus Gevaerts, burgemeester van Dordrecht, en Margarita Alida Stoop, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 juli 1749 (aan huis)/27 juli 1749 (de geboden gaan te Rotterdam, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catharina van der Waaijen, de bruid met haar vader mr. Paulus Gevaerts burgemeester van Dordrecht) mr. Jacob van der Heijm (van der Heim), gedoopt ‘s-Gravenhage 12 mrt. 1727, burgemeester van Rotterdam, overleden aldaar op 10 juli 1799, zoon van Anthonij van der Heijm en Catharina van der Waaijen

Jacob van der Heijm, portret door Guillaume de Spinny
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 80 e.v.: op 29 okt. 1750 verkoopt mr. Jacob van der Heijm, secretaris van het College van Raden te Admiraliteit op de Maas, als man van Maria Arnoldina Gevaerts, voor 22.000 gl. aan Susanna Adriana Beelaerts, weduwe van mr. Nicolaas Stoop, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, een huis met stal en koetshuis daarachter, uitkomende in het Stek, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Adriaan Papegaaij, met nog een stal in het Stek, staande op grond van de Kloveniersdoelen tussen de tuin van de Kloveniersdoelen en de stal van de Kloveniersdoelen.
Susanna Adriana Belaerts, geboren Rotterdam 2 jan. 1707, jonge dochter van Dordrecht (1732), weduwe van burgemeester mr. Nicolaas, wonende in het Steegoversloot (1751), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 okt. 1786, laatst weduwe van mr. Paulus Gevaerts, met 10 koetsen extra, hoogste boete, met een wapenbord, laat geen kinderen na), dochter van Gerard Beelaerts en Adriana Mesdach, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 mei/2 juni 1732 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Alida Pompe van Meerdervoort weduwe van mr. Willem Stoop hoofdofficier van Dordrecht, de bruid met haar oom Matthijs Belaerts heer van Emmickhoven en Wieldrecht lid van de Oudraad te Dordrecht) mr. Nicolaas Stoop, jongman (1732), schepen in wette, raad en ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, 2e Gerecht/NG Dordrecht 17 sept./3 okt. 1751 (aan huis) burgemeester mr. Paulus Gevaerts weduwnaar wonende op de Groenmarkt (1751)
Op 7 sept. 1782 vermaakt de weduwe van Nicolaas Stoop het huis “Doelesteijn” aan haar neef, mr. Pieter Beelaerts van Blokland. “Uit beschrijving in haar testament blijkt het huis rijk te zijn ingericht en goudlederkamer, die in latere tijd vermeld wordt, was toen zeker ook reeds aanwezig.” (Lips, o.c., p. 515)
Weeskamer Dordrecht inv. 37, f. 197v: extract van het testament van Susanna Adriana Beelaarts, laatst weduwe van mr. Paulus Gevaerts, in zijn leven lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, gepasseerd voor notaris Coenraad Brender a Brandis te Dordrecht op 7 sept. 1782.
mr. Pieter Beelaerts van Blokland, geboren Dordrecht 9 mei 1744, jongman te Dordrecht, laatst gewoond hebbende te ‘s-Gravenhage (1770), zoon van Gerard Beelaerts en Anne Wilhelmina Brandwijk van Blokland, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 okt. 1770 (volgens attestatie van ondertrouw te Delft dd 8 nov. 1770, attestatie gegeven op 11 nov. 1770) Maria Adriana van Beefting, te Delft (1770)
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 146 e.v.: op 9 mei 1805 verkoopt Pieter Beelaerts, heer van Blokland, wonende te Utrecht, voor 14.000 gl. aan Francois Jacob Adriaan Pit [bewaarder der hypotheken], wonende te Dordrecht, een huis, tuin, stal en koetshuis en nog een klein huis ernaast, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen de voormalige St. Jorisdoelen, waar op dat moment het “vrijwillig werkhuis” in is gevestigd, en het huis van M. Balen. Bij de koop zijn inbegrepen een aantal meubels, die zijn verkocht voor 3000 gl.
In 1901 werd “Doelesteyn” aangekocht door Simon Marius Hugo van Gijn. Diens echtgenote Johanna Heilina Roodenburg was groot voorstander van onderwijs voor meisjes. In datzelfde jaar 1901 werd “Doelesteyn” bestemd als locatie voor een op te richten huishoud- en industrieschool voor meisjes. (“Doelesteyn. Een eeuw beroepsonderwijs aan de Steegoversloot in Dordrecht”, Dordrecht 2010, p. 11 e.v.)
“In 2010 is het pand Doelesteyn verlaten. In 2017 zijn de bijgebouwen achter het monumentale pand afgebroken en vervangen door een parkeerterrein. Het pand heeft nog een tijdje gefungeerd als Sinterklaashuis en het monumentale pand Doelesteyn wordt nu gebruikt door creatieve ondernemers en kunstenaars.” (Steegoversloot, p. 88)]
de weduwe van Hendrik Franken
[1731: komt achter uit in de Doelen
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 aug. 1732: Geertruij van der Hulck, weduwe van Hendrik Franke, met 9 koetsen extra, laat geen kinderen na, woont in het Steegoversloot, de hoogste boete.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 103 e.v.: op 14 april 1733 verkoopt mr. Johan van den Brouck, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Theodorus Bernhardus van der Steegen, genaamd Bruckingh, inwoner van Dordrecht, als man van Margarita van der Burgh, voor 3720 gl. aan Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot achter tegen het Stek en staande tussen het huis van mr. Nicolaas Stoop en dat van Willem Zaijmans.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 105 e.v.: op 19 aug. 1764 verkopen Cornelis Papegaaij, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Paulus den Besten en diens vrouw Christina Papegaaij, wonende te ‘s-Hertogenbosch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Weijgaars ald. op 16 april 1764, en tevens als procuratie hebbende van Helena Papegaaij, wonende te Dordrecht, en Cornelis van Hombrok, als man van Anthonia Papegaaij, allen kinderen en erfgenamen van Adriaan Papegaaij en Aafje van der Zee, in hun leven echtelieden overleden te Dordrecht, voor 2900 gl. aan Jan Huijbert Ghijben, hoofdgaarder van verscheidene gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot achter aan het Stek en belend noord het huis van burgemeester Paulus Gevaerts en zuid van voren het huis van Willem Zaaijmans en van achteren dat van ds. Van Haaff.

Steegoversloot nr. 42 (foto: M. Bonney)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 105v e.v.: op 1 mei 1770 verkoopt Pieter van Driel, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij Teerlink, weduwe en erfgename van Jan Huijbert Ghijben, wonende te Dordrecht voor 5000 gl. aan Coenradus Brender a Brandis, advocaat en notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Wilhelmus Zaaijmans.]
de erfgenamen van Margrieta van Slingerlandt
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 104: op 14 april 1733 verkoopt mr. Johan van den Brouck, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Theodorus Bernhardus van der Steegen, genaamd Bruckingh, inwoner van Dordrecht, als man van Margarita van der Burgh, voor 1200 gl. aan Willem Zaaijmans, [collecteur van het lantaarngeld, kapitein van een Compagnie burger van het Zesde Vaandel], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende voor van de straat tot de achtergevel van het huis van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Sijbert van Nievelt, staande tussen het huis van Adriaan Papegaaij en dat van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Sijbert van Nievelt.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 227 e.v.: op 17 juni 1784 verkoopt Matthijs Saijmans voor 2300 gl. aan Gerard Hordijk, [meester-grutter], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van de weduwe Brender a Brandis en dat van [NN] Sterk. De verkoper heeft het huis geërfd van zijn oom Wilhelmus Saaijmans, die heeft gewoond en onlangs is overleden in Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 212v e.v.: op 10 mrt. 1795 verkoopt Gerrit Hordijk, burger van Dordrecht, voor 3800 gl. aan Philibert Huijsman, [meester-bakker] burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Brender en dat van burgeres Smak.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 280v: op 26 juni 1806 verkoopt Philibertus Huisman, burger van Dordrecht, voor 2725 gl. aan Johannes Recourt, burger van Dordrecht, [ontvanger van de belastingen], een huis in het Steegoversloot, staande tegenover de Augustijnenkamp. getekend C:1116, belend door het huis van de erfgenamen van de weduwe van de heer Brender a Brandis aan de ene zijde en dat van Pieter du Faijan aan de andere.]
erfgenamen Van Nievelt (Steegoversloot nr. 44)
[Genealogie:
I. Matthijs van Nievelt, jongman van Leerdam en wonende ald. (1657), schout en secretaris te Acquoij, trouwde NG Dordrecht 22 juli/7 aug. 1657 Cornelia Roerom, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1657), dochter van Sijbert Cornelisz. Roerom en Geertruijd van Liesveld Willemsdr.
Kinderen (o.a.)
a. Albertus van Nievelt, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1669, weduwnaar van Dordrecht wonende omtrent de Wijnbrug (1705), notaris te Dordrecht (geadmitteerd 2 juli 1693), trouwde 1e Lijsbeth Basteels, 2e Gerecht/NG Dordrecht 24 mei 1705 (ondertrouw, getrouwd Puttershoek juni 1705, geassisteerd met ”desselfs” vader en moeder resp.) Aletta Paradijs, dochter van Martinus Paradijs en Catarina Hars
b. Sibert van Nievelt, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1672, volgt II
II. Sibert van Nievelt, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1672, jongman van Dordrecht wonende te Leerdam (1705), schout en secretaris van de baronie van Acquoytrouwde Dordrecht 18 jan./2 febr. 1705 (de bruid geassisteerd met haar vader) Maria van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 5 febr. 1686, dochter van Jan van Slingeland en Francina Bosch
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 66 e.v.: op 30 sept. 1738 verkoopt Johannes van Nievelt, koopman te Dordrecht, voor 800 gl. aan Wilhelmus van Nievelt, Cornelia van Nievelt, en Matthijs van der Banck, als man van Margarita van Nievelt, allen wonende te Dordrecht, een vierde part in een huis in het Steegoversloot tegenover de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van ds. Wilhelmus van Slingeland en dat van Willem Saaijmans, van achteren uitkomende in het Stek, van welk huis de overige drie vierde parten toebehoren aan de kopers.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 92: op 7 sept. 1745 verkoopt Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zuster Cornelia Geertruij van Nievelt, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jacob van der Linden, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter van Slingeland en dat van Willem Saaijmans.
Kinderen:
a. Wilhelmus van Nievelt, gedoopt NG Leerdam 4 nov. 1705, jongman van Leerdam wonende te Dordrecht (1737), koopman, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/24 mei 1737 (de bruid geassisteerd met haar moeder Adriana op de Camp, weduwe van Johannes van Soomeren) Ida Catharina van Soomeren, jonge dochter van Rotterdam wonende te Dordrecht (1737)
b. Margaretha Johanna van Nievelt, geboren naar schatting ca. 1706, trouwde ca. 1724 Matthijs van der Bank
c. Johannes van Nievelt, gedoopt NG Leerdam 6 april 1712, jongman van Leerdam wonende op de Groenmarkt te Dordrecht (1732), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/22 sept. 1732 (de bruidegom geassisteerd met zijn voogd Adrianus Verster, predikant te Dordrecht, de bruid met haar moeder Anna Beens, weduwe van Isak Broeders) Adriana Francoisa Broeders, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1732)
d. Cornelia Geertruij van Nievelt, geboren Acquoij bij Leerdam 21 mrt. 1716, OSP Dordrecht 11 jan. 1793, trouwde 25 sept. 1759 Aegidius Petrees, predikant te Kapelle op Zuid-Beveland
(www. genbook.dordtenazoeker.nl)
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 87 e.v.: op 25 mrt. 1758 verkoopt Sebastiaan van IJpelaar, wonende te Dordrecht, weduwnaar van Maria van Rhijnen, die eerder weduwe en enige erfgename was van Jacob van der Linden, voor 2900 gl. aan ds. Gerlach van Haaff, emeritus predikant van Brandwijk en Gijbeland, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes van Holst en dat van Willem Zaeijmans.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 215v e.v.: op 16 april 1771 verkopen mr. Jasper Perduijn, advocaat te Dordrecht, en Gerardus Verveer, notaris ald., als executeurs-testamentair van ds. Gerlach van Haaff, emeritus predikant van Brandwijk en Gijbeland, die in Dordrecht is overleden, voor 3350 gl. aan Cornelia Elizabet van Nievelt, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Paulus Klos en dat van Wilhelmus Saijmans.
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 34: op 30 april 1776 verkoopt “Jan van der Star, Notaris en Procureur binnen deze Stad, als last en procuratie hebbende van de Heer Mr: Martinus van Nievelt, Advocaat voor de Resp.e Hoven van Justitie in s’Hage, zo voor zig als de Rato caveerende voor zijne zuster Jufvr: Lucia Catharina van Nievelt wed:e Pieter van Gelsdorp in leven Notaris en Procureur alhier beide eenige Erfgenamen van wijlen jufvr. Cornelia Elizabet van Nievelt, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseert voor den Notaris Matthijs Hendrik van Son Hendrikzoon, en zekere getuigen in s’Hage residerende van dato den 27e April 1776”, voor 3100 gl. aan Johannes Sterk, thans nog wonende te Rotterdam, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Wilhelmus Saaijmans en dat van Jan Klos.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 118v: op 4 okt. 1787 verkoopt Johannes Sterk, wonende te Dordrecht, voor 4000 g. aan Petronella Smak, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staand tussen het huis van Jan Klos en dat van Gerrit Hordijk.]
Wilhelmus van Slingerlandt [predikant te Sleeuwijk, id. te Leerdam]
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 113v: op 11 juli 1724 verkoopt Sija Banen, weduwe van Jan Romijn, garentwijnder, voor 2450 gl. aan Ds. Wilhelmus van Slingeland, predikant te Sleeuwijk, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Nievelt en dat van de erfgenamen van de weduwe Sprinkhuijsen.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 161 e.v.: op 9 april 1743 verkoopt Jan Koeck, mr. timmerman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Wilhelmus van Slingeland, predikant te Leerdam, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van de stad en het graafschap Leerdam op 4 april 1743, voor 1200 gl. aan Pieter van Slingeland, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van de weduwe Van Nievelt en dat van Hermanus Oldenburgh.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 168 e.v.: op 30 okt. 1753 verkoopt Belia Elisabeth Vinck, weduwe van Pieter van Slingeland, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Johannes van Holst, knaap in de Munt van Holland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Sebastiaan IJpelaar en dat van de weduwe van Hermanus van Oldenburg.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 188v e.v.: op 13 okt. 1768 verkoopt Johannes van Holst, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Paulus Jan Clos, munter te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende van voren van de straat tot achter aan de stadsgracht, staande tussen het huis van Gijsbert Pot en dat van ds. Van Haaff, emeritus predikant.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 144v: op 3 okt. 1797 verkopen “Jan Hendrik Schultz van Haegen, en Gerardus Telders beide Notarissen en wonende alhier, als daar toe bij verbaal den 12: augustus 1797 voor Schepenen Commissarissen uit den Geregte deser Stad geslooten tusschen Paulus Jan Clos en [diens vrouw] Pieternella Dina Bellaart gevolmagtigd”, voor 2430 gl. aan [Johan] Christiaan de Klerk, [koopman en reder], een huis in het Steegoversloot, uitkomende in het Stek en getekend C:1118, staande tussen het huis van Pieter du Faijan en dat van Willem van den Berg.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 175v: op 25 febr. 1798 verkoopt Johan Christiaan de Klerk, wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Maria Adriana de Neve, wonende te Dordrecht, uitkomende in het Stek, getekend C:1118 en staande tussen het huis van Pieter du Faijan en dat van Willem van den Berg.]
Herman Oldenborg
[ORA Dordrecht inv. 1636, d. 41v e.v.: op 11 mei 1697 verkoopt Justus de Gelder, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francois Bouge, als man van Johanna Maas, Hendrik Krollius, als man van Arnoldina Maas, en Ida Margreta Maas, meerderjarige ongehuwde persoon, allen erfgenamen van Nicolaas Maas, mr. schilder te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris D. van der Groe te Amsterdam op 19 april 1694, voor 1800 gl. aan Lucas Bilderbeecq, “exploitier” van de domeinen van de Staten van Holland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Melanen en dat van juffrouw Van Dijck.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 22: op 2 mei 1713 verkoopt Lucas Bilderbeecq, koopman te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Margareta Labeen, weduwe van Jan Sprinckhuijsen, een huis in het Steegoversloot aan de noordzijde, genaamd “de Gekroonde Blijkerij”, staande tussen het huis van Jan Romijn en dat van Pieter Knok.

Gevelsteen (gevelstenen.net)
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 154v e.v.: op 14 sept. 1728 transporteert Anna Labeen, burgeres van Dordrecht, als procuratie hebbende van Nathan Fockens en diens vrouw Anna Wendelina van Sprinkhuijsen, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters en raad van Groningen op 5 juni 1728, aan Hermanus Oldenburgh, [commissaris], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Willem van Slingeland en dat van de weduwe van Pieter Knok. De koopsom bedraagt 3200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 39v e.v.: op 15 juli 1766 verkopen mr. Jan de Back, heer van Rijsoord en lid van de Oudraad van Dordrecht, en Willem Saijmans, burger van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elisabeth Box, weduwe van Hermanus van Oldenburgh, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Gijsbert Pott, [commies van de gemene middelen], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Gillis Holaart en dat van Jan van Holst.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 67: op 8 mei 1783 verkoopt “Abraham Blussé, wonende binnen dese Stad als bij volmagt den 18e: februarij 1783 voor notaris Jan van der Star en getuigen verleden, gevolmagtigd van Adriaan Pot, wonende te Sprang, en van zijn Comparants huisvrouw Cornelia Pot door hem tot ’t verleiden dezelven volmagt geassisteert en geauthoriseert, welke Adriaan Pot & Cornelia Pot, zijn de eenige nagelaten kinderen en algehelen gestelde Erfgenamen van wijlen Gijsbert Pot, gewoont hebbende en den 26 Januarij 1783 overleden binnen deser Stad”, voor 2700 gl. aan Pieter Willem van den Berg, stadsbode te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Paulus Jan Klos en dat van Pieter van der Swits.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 111: op 6 mrt. 1810 verkopen “Johannes Nicolaas Moree en Cornelis van den Berg, beide wonende alhier als executeurs van den Testamente en in den Boedel van Pieter Willem van den Berg en zijne vooroverledene huisvrouw Johanna Beukers, voor 2075 gl. aan Jan Smits, schipper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende tot aan de gracht, getekend oud C:1119 en nieuw C:1005, staande tussen het huis van de erfgenamen van mejuffrouw De Neve en dat van de behanger [Johannes Bos]]
Gillis Holaart [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 25v e.v.: op 13 mei 1713 verkopen Matthijs van Dijck, koopman te Dordrecht, en Hugo van Dijck, voormalig mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, beiden als executeurs-testamentair van hun zuster Sara van Dijck, volgens akte gepasseerd voor notaris C. van Aansurg te Dordrecht op 22 dec. 1709, voor 1610 gl. aan Pieter Knoch, koopman te Dordrecht, [wijnhandelaar en distillateur], een huis in het Steegoversloot, een tuin daarachter en een huisje “op de gragt”, staande en gelegen tussen het huis van Lucas Bilderbeeck en dat van Gillis Holaart.
Pieter Knogh (Cnock), jongman van “Koef” wonende in Wijnstraat (1688), wijnkoper, “distelateur”, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1688/14 nov. 1688 Pieternella de Jager, wonende aan het Groothoofd (1688)
Burgerboek Dordrecht (archief 9, inv. 1852, f. 53: op 24 juli 1688 ontvangen als burger van Dordrecht Pieter Knogh, geboortig van Coeff onder Bacharach, en “wert hem het recht daertoe staende vereert”, vrijgesteld van “alle tochten ende wagten … mits hem in alles regulerende als grossier”.
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 39 e.v.: op 9 juli 1689 verkoopt Jan van der Meer, grutter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Aernout Lacroij, voor 2600 gl. aan Pieter Knogh, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis [op de Riedijk], staande tussen de Boomstraat en het huis van Anthonij Walbeeck. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1800 gl.
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 60v: op 8 dec. 1689 verkopen Arnoldus van Dollen en Pieter Knoch, resp. echtgenoot van Teuntge de Jager en Pietertgen de Jager, voor zichzelf en tevens als voogden over Elisabeth de Jager, hun schoonzuster, allen kinderen en erfgenamen van Anthonij de Jager, burger van Dordrecht, voor 1670 gl. aan Cornelis Mes, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Goverd Denijsz. Visscher en een huis, dat toebehoort aan de Heilige Geest ter Nieuwerkerk.
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 71 e.v.: op 6 nov. 1691 verkoopt Adriaen Hagoort, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Camere Juditiële van Dordrecht, namens Jan Francken, oud-burgerkapitein te Dordrecht, voor 3750 gl. aan Pieter Knogh, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis, staande “op de cant van de reviere” naast het Nieuwpoortje, waar uithangt “de Drie Spaense Koopmans”, staande tussen de gang van het Nieuwpoortje en het huis van Arien Hoijman. De koper neemt te zijnen laste twee schuldbrieven van elk 1000 gl., die zijn gehypothekeerd op het voornoemde huis en daarna getransporteerd aan ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van voornoemde kapitein Jan Francken, voor zoveel aangaat de goederen, die de kinderen zijn aanbestorven uit de nalatenschap van Henderick Francken, veertigraad te Dordrecht.
Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Cornelia, 4 jan. 1690
b. Regina Knogh, 19 nov. 1691, trouwde Dirk van den Bogaart
c. Johannes, 6 sept. 1693
d. Antoni Knogh, 1 april 1699
e. Elisabet, 14 nov. 1700
f. Pieter, 1 april 1703
g. Arnoldus Knogh, 30 mrt. 1704, koopman te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 64v e.v.: op 4 juli 1730 verkopen Arnoldus Knogh, koopman te Dordrecht, voor zichzelf, en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anthonij Knogh, koopman te Dordrecht, voor zichzelf, en Anthonij Knogh en Dirk van den Bogaart, burgers van Dordrecht, als testamentaire voogden over de vijf minderjarige kinderen van Dirk van den Bogaart en wijlen Regina Knogh, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Pieternella de Jager, weduwe van Pieter Knogh, voor 2050 gl. aan Gillis Holaart, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot aan de noordzijde, staande tussen het huis van Hermanus van Oldenburgh en het huis van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 90 e.v.: op 15 okt. 1772 verkoopt Jacob Holaert, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Emmerentia Geertruida Holaert, Johanna Maria Holaert en Gillis Hendrik Holaert, allen wonende te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Gillis Holaert, koopman te Dordrecht, voor 1520 gl. aan Anna Versluijs, weduwe van Cornelis van der Werff, een huis aan de noordzijde van het Steegoversloot, strekkende van de straat tot achter op de stadsgracht en staande tussen het huis van de verkoper en dat van Gijsbert Pot.
I. Gillis Jacobsz. (Holaert), trouwde naar schatting ca. 1623 Gooltje Barthololmeusdr.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jannetge, dec. 1624
b. Jacob Gillisz. Holaert, geboren naar schatting ca. 1635, volgt II
b. Marij Holaert, juli 1636, trouwde Jan Ariensz. Boer
Kind:
b-1. Geertruij Boer, gedoopt NG Dordrecht okt. 1660, trouwde Gillis de Groot
Kind:
b-1-1. Maria de Groot, gedoopt NG Rotterdam 5 dec. 1683, trouwde Gillis Holaert (zie hieronder bij III)
c. Geertruijt, okt. 1641
d. Adriaan Holaert, geboren naar schatting ca. 1645
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 32: op 12 april 1701 verklaart Adriaan Holaert, koopman te Dordrecht, dat hij op 22 april 1700 samen met zijn broer en zusters de nalatenschap van zijn vader Gillis Holaert heeft verdeeld en dat daarbij aan hem toebedeeld is een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van juffrouw Herinx en dat van juffrouw Van Dijck.
d. Willem, 6 mei 1647
II. Jacob Gillisz. Holaert, geboren naar schatting ca. 1635, jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1660), houtkoper, kapitein, trouwde NG Dordrecht 17 okt./2 nov. 1660 Emmerentia Adriaens, jonge dochter van Roerort wonende te scheep (1660)
ORA Dordrecht inv. 1622, f. 138v: op 18 dec. 1669 verkopen Isaak van de Biesheuvel, als man van Geertruijt Herincx. en Hendrick Herincx, beiden kooplieden en burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Roelof Herincx en Willem Herincx, kooplieden te Amsterdam, alle vier kinderen en erfgenamen van Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbrecht Herincx, voor 2000 gl. aan Jacob Holaert, koopman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Nicolaes Maes schilder.
kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Catharina, 4 sept. 1661
b. Eijda Golina, 18 mrt. 1669
c. Bartholomeus, 3 febr. 1673
d. Gillis Holaert, 12 febr. 1677, volgt III
III. Gillis Holaert, gedoopt NG Dordrecht 12 febr. 1677, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1712), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 jan. 1769 (Gillis Holaert, in het Steegoversloot, laat kinderen na, met zes koetsen extra, de eerste boete), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht/Ouderkerk a.d. IJssel 6/21 mrt. 1712 Anna Schapenbout, jonge dochter van Rijnberck wonende in het Steegoversloot (1712), 2e Gerecht/NG Dordrecht 15 mei 1718 (ondertrouw, 29 mei 1718 attestatie gegeven om te Dordrecht of elders te mogen trouwen, de bruid geassisteerd met Maria Hoolaert, weduwe van Jan Boer, haar grootmoeder) Maria de Groot, gedoopt NG Rotterdam 5 dec. 1683 (getuigen: Jan Boer, Heijnd. de Groot, Maria van Holaert, Sophia de Groot), jonge dochter van Rotterdam wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1718), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 april 1756 (Marija de Groot, de vrouw van Gillis Holaert, in het Steegoversloot, laat kinderen na, de eerste boete, met zes koetsen extra), dochter van Gillis de Groot en Geertruijt Boer
Kinderen (allen NG gedoopt NG Dordrecht):
Ex 1:
a. Jacob Holaert, 1 febr. 1713, graveur, portret- en glasschilder, tekenaar, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 april 1789 (Jacob Holaert, ongehuwd, in het Steegoversloot, met de “ordinare” koetsen)
ex 2:
b. Johanna Gertruda, 5 juli 1719
c. Emmerentia Geertruida Holaert, 14 aug. 1720
d. Maria, 27 nov. 1722
e. Hendrica Maria, 22 juli 1724
f. Hendricus, 14 sept. 1725
g. Johanna Maria Holaert, 8 jan. 1727
ORA Dordrecht Inni. 1671, f. 116: op 14 nov. 1780 verkopen “Anthonij Bax, Notaris en Procureur, en Abraham Adrianus van den Oever Notaris, beide binnen dese Stad, als ingevolge Testament van wijlen Anna Versluijs weduwe van Cornelis van der Werf den 10e Julij 1778 voor gemelten notaris van den Oever en twee getuigen binnen dese Stad verleden en opgevolgde onderhandse dispositie, en kragte van de Clausule Reservatoir, bij dat Testament vervat, in d(at)o: 18 Julij 1780 aangestelde Executeurs van ’t zelve Testament van wijlen gemelte (Joh)Anna Versluijs wed.e van Cornelis van der Werff, gewoond hebbende en den 20 Julij 1780 overleden binnen dese Stad, voor 1870 gl. aan Pieter van der Swits, broodbakker wonende in Dordrecht, een huis met een tuintje erachter, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen het huis van Gijsbert Pot en dat van de erfgenamen Holaart.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 242: op 11 okt. 1798 verkopen “Lucas Vonk als in huwelijk hebbende Maaike van der Swits, Johan Ernst van den Heuvel als in huwelijk hebbende Elizabet van der Swits, Johannes van der Want als in huwelijk hebbende Mensje van der Swits, en Pieternella van der Swits, meerderjarig en ongehuwd alle wonende binnen dese Stad uitgezonderd Johan Ernst van den Heuvel wonende te Helvoetsluis, alle Kinderen en Erfgenamen van wijlen Pieter van der Swits gewoond hebbende en overleden alhier,” voor 1000 gl. aan Johannes Bos, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Knikman en dat van Pieter Willem van den Berg.]
de weduwe van Johan Borchard Metscher [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 99v e.v.: op 31 jan. 1702 verkopen Catharina en Helena Heerincx, meerderjarige, ongehuwde personen wonende te Dordrecht, voor zichzelf en Catharina Heerincx tevens als procuratie hebbende van Roeloff van de Biesheuvel en diens vrouw Elisabeth Heerincx, wonende te Brussel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. van Dammen aldaar op 29 dec. 1701, voor 4425 gl. aan Johan Borchart Metscher, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot met twee behangels in de eetplaats en het zomerkamertje, staande tussen het huis van kapitein Herman van Bragt en dat van kapitein Adriaan Hoolaaert. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2200 gl.]

Steegoversloot met rechts de rechtbank (met de vier zuilen, de voormalige St. Jorisdoelen) en het huis “Doelesteijn” rechts daarvan.
Hendrik van Bragt
[ORA Dordrecht inv. 1660, f. 58 e.v.: op 27 juli 1752 verkoopt Arnoldus Cumsius, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Groen, weduwe van Hendrik van Bragt, wonende te Dordrecht, voor 1900 gl. aan Barent van der Vorm, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis aan de brug in het Steegoversloot met een pakhuis daarachter, uitkomende in het Stek, staande tussen de stadsgracht en het huis van Isabella Maria Nolthenius.
Barent van der Vorm, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1726, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerksteiger (1753), mr. metselaar, weduwnaar geboren te Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1774), overleden Dordrecht 6 april 1815 (Steegoversloot C:1123&1009), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 17 febr./ 4 mrt.1753 (de bruidegom geassisteerd door zijn vader Hendrik van der Vorm, de bruid door haar vader Anthonij Hulstman) Johanna Hulsman (Hulstman), jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1753), overleden tussen 1771 en 1774, 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/25 dec. 1774 (de bruidegom heeft op 25 nov. 1774 bewijs aan zijn kinderen gedaan, de zwager van de bruid, Gijsbert van Maurik, heeft aan secretaris Van den Santheuvel verklaart, dat haar ouders niet meer leven) Sibilla van de Griend, jonge dochter geboren te Orsou in het hertogdom Kleef wonende in het Steegoversloot (1774), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 juni 1787 (Zebilla van de Griendt, de vrouw van Barent van der Vorm, laat geen kinderen na, met twee koetsen extra, in het Steegoversloot)]
gaande over de brug van de binnengracht [nu Schoolstraat, het gedeelte van de gedempte binnengracht tussen Steegoversloot en Stek.]:

Het Stadshotel naast de Schoolstraat.
Cornelis van Lill
[1731: verhuurt bovenwoning
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 124 e.v.: op 2 jan. 1717 verkopen Ida Hacke, weduwe van Gosewinus Erkelens, equipagemeester te Hellevoetsluis, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Gosewinus Erkelens, en Maria Erkelens, meerderjarige dochter van wijlen Herman Erkelens, koopman te Dordrecht, beiden erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van Jacob Erkelens, resp. hun oom en zwager, en Maria Erkelens nog “in haar privé” voor 3500 gl. aan Rutger Erkelens, burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbell.
I. Cornelis Woutersz. (van Lil), jongman van Lil in het Land van Luik wonende buiten de Spuipoort (1632), blekersgezel, bleker, trouwde NG Dordrecht 22 febr./7 mrt. 1632 Teuntgen Joost Hermansdr., van Budel in de Meierij van Den Bosch wonende buiten de Spuipoort (1632)
– 12 mrt. 1675: Cornelis Woutersz. van Lil, bleker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4500 gl. aan Willem Jansz. van Leent, bleker en burger van Dordrecht, een blekerij, bestaande uit drie velden, met een woonhuis, loods en “verdere beterschap van erve”, staande buiten de St. Jorispoort op grond van de Merwede tussen de blekerij van Gijsbert van der Meer en verscheidene huisjes en tuinen liggende aan de weg van de Noordendijk, alsmede een wagen, waskuipen en andere toebehoren. (ONA Dordrecht inv. 185, f. 219 e.v.)
– 8 mrt. 1676: bevestigen Cornelis Woutersz. van Lil, bleker, en diens vrouw Teuntgen Joosten hun testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris A. Meijnaert in Dordrecht op 28 dec. 1675, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Ter voldoening van het prelegaat van 300 gl. ten behoeve van hun dochter Engeltie Cornelis, weduwe van Dionijs van Duijn, zal een kapitale somma moeten worden belegd. Indien hun jongste zoon Adriaen Cornelisz. van Lil zonder kinderen na te laten komt te overlijden binnen 8 jaar na half mrt. 1676 en iemand van hun overige kinderen hun blekerij al aanvaarden, zoals in hun voorgaande testament staat vermeld, zullen de overige kinderen moeten restitueren hetgeen door Adriaen op de blekerij is betaald. Zij bepalen voorts, dat hun dochter Grietie Cornelis, de vrouw van Davidt Robberts zal moeten behouden het huis op de hoek van de Vleeshouwersstraat, dat door de comparant voor en op verzoek van hun dochter is gekocht en om redenen op zijn naam is getransporteerd. (ONA Dordrecht inv. 256, f. 50)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht)
a. Engeltje Cornelis, aug. 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1656), trouwde NG Dordrecht 30 jan. 1656/15 febr. 1656 Dionijs Claesz. van den Duijn, jongman van Utrecht wonende in de Wijnstraat (1656), twijnder
b. Grietie Cornelisdr. van Lil, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1661), weduwe van Dordrecht wonende bij het Stadhuis (1671), trouwde 1e NG Dordrecht 30 jan,/15 febr. 1661 Pieter Jelisz. (Gillisz.) Coninck , weduwnaar van Dordrecht wonende op de hoek van de Vleeshouwersstraat (1661), winkelier, 2e NG Dordrecht 4 mei 1671 (ondertrouw) Davidt Robberts, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1671), schiptimmerman
c. Wouter Cornelisz. van Lil, 1 nov. 1640, volgt II
d. Josijntje Cornelisdr., 12 mrt. 1643, weduwe wonende bij de Visbrug (1668), trouwde 1e Lenardt van Cruchten wijnkoper, 2e NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 13/27 mei 1668 Adriaen Maurisz, jongman uit het Land van Bommel wonende bij de Kolfstraat (1668)
e. Marija, 3 sept. 1645
f.. Catrijntje (Trijntje) Cornelisdr. van Lil, 10 mrt. 1651, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1669), trouwde NG Dordrecht 8/24 dec. 1669 (procl. te Gameren) Jan Pietersz. de Gier, jongman van Gameren wonende op de Riedijk (1669), schiptimmerman
II. Wouter Cornelisz. van Lill, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1640, jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1666), koopman en garenbleker te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 17 jan./2 febr. 1666 (getrouwd in de Augustijnenkerk) Cathalina (Catrijntie) Joris, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de St. Jorispoort (1666), dochter van Joris Caspersz. bleker en Neesje Centen
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 3 e.v.: op 6 jan. 1717 verkoopt Rutger Erckelens, burger van Dordrecht, voor 4500 gl. aan Wouter van Lill, garenbleker en burger van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Korbel.
Kinderen:
a. Cornelis van Lill, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1666
b. Joris, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1668
c. Casper, gedoopt NG Dordrecht 29 juni 1670
d. Teuntje, gedoopt NG Dordrecht 21 dec. 1671
e. Antoni, gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1673
III. Cornelis van Lill, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1666, jongman van Dordrecht wonende buiten de St. Jorispoort (1689), weduwnaar wonende buiten de Spuipoort (1698), bleker, garenbleker, garenkoopman, kunstverzamelaar (zie Trouw, 19 mrt. 2005, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 april 1743 (Cornelis van Lill, in het Steegoversloot, laat kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde 1e NG Dordrecht 4 febr. 1689 (ondertrouw) Anna Claes Biertens (Bierties), jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1689), 2e Gerecht/NG Dordrecht 19 jan./6 febr. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder) Antonia Coenens (Coene), jonge dochter wonende in de Munt (1698)
Aart Schouman, portret van Cornelis van Lill, diens kleinzoon Cornelis jr. en de schilder zelf (1735)
– 15 febr. 1725: Martijna Bercks, dochter en mede-erfgename van Matthijs Bercks, verkoopt voor 300 gl. aan Cornelis van Lill, garenbleker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande naast het huis van Claas Ouburgh. (ORA Dordrecht inv. 1650, f. 149v)
– 27 nov. 1725: Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Wouter van Lill, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 26 nov. 1725, verkoopt voor 1000 gl. aan Cornelis van Lill, garenbleker en burger van Dordrecht, zoon van voornoemde Wouter van Lill, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis van Teunis Jansz. Corbel. (ORA Dordrecht inv. 1650, f. 203v)
– 7 mrt. 1741: Cornelis van Lill, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 5000 gl. aan Nicolaas van Lill, koopman te Dordrecht, een huis met bovenwoning in het Steegoversloot, staande tussen de stadsgracht en het huis, genaamd “de Klaptas”. (ORA Dordrecht inv. 1656, f. 13 e.v.)
Kinderen (o.a.: allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Wouter, 6 juli 1691
b. Nicolaas van Lill, geboren naar schatting ca. 1693, van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 nov./6 dec. 1716 (moeten hun 2e en 3e gebod hebben op 6 dec. 1716 “door ordre” van het Gerecht, de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader Cornelis van Lil, de bruid geassisteerd met haar moeder Maria Norenbergh, weduwe van Hendrik Cambij) Antonia Cambeij, van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1716)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
b-1. Cornelis, 8 dec. 1716
b-2. Maria, 18 febr. 1721
b-3. Anna Catharina, 5 okt. 1723
b-4. Anna Cornelia, 11 mei 1725
b-5. Hendrika van Lill, 10 juni 1726
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 173v e.v.: op 5 sept. 1775 verkoopt Wouter van Lill, commies ter recherche te Dordrecht, voor 2500 gl. aan zijn zuster Hendrika van Lill, wonende te Dordrecht, de helft van een huis, zijnde een boven- en benedenwoning, staande achter in het Steegoversloot naast de brug, en nog de helft van een tuin met het huis daarop staande, liggende tussen de St.Jorispoort en het sluisje even buiten de stad, waarvan de koopster reeds de wederhelft bezit.
b-6. Antonia, 29 juli 1727
b-7. Wouter van Lill, 13 aug. 1728, commies ter recherche te Dordrecht
b-8. Henrik, 28 mei 1732
c. Catharina, 12 febr. 1694
Ex 2:
a. Lodewijk, 5 dec. 1700
b. Cornelis, 21 april 1703]
de erfgenamen van Jan Claptas
[1731: gedeeltelijk verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 40: op 6 juli 1741 verkoopt Willem Korbel, wonende te Rotterdam, als man van Aletta Teunisdr. Corbel, dochter en erfgename van Teunis Jansz. Corbel, volgens testament gepasseerd voor notaris P. de Ruijter te Dordrecht op 13 febr. 1727, voor 600 gl. aan Jan Nierhoff. koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, vanouds genaamd “de Klaptas”, staande tussen het huis van Cornelis van Lill en dat van N. van den Broek.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 198v e.v.: op 11 nov. 1762 verkoopt Nikolaas Nierhoff, koopman wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willemina Thijssen, weduwe van Jan Nierhoff, voor 1400 gl. aan Hendrik van der Ree, burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis of wijnkelder eronder, vanouds genaamd “de Klaptas” en staande in het Steegoversloot tussen het van Nicolaas van Lill en dat van de weduwe Van den Broek.]
Adriaan van den Borg [fijnschilder]

Adriaan van der Burg, de schilder en zijn vrouw (1729)
[Adriaan van der Burg, geboren Dordrecht gedoopt NG Dordrecht 25 mei 1693, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1715), kunstschilder, leerling van Arnold Houbraken, leermeester van Aart Schouman (Jan van Gool, De Nieuwe Schouburgh der Nederlantsche kunstschilders en schilderessen (1751) (internet)], overleden Dordrecht 30 mei 1733, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/24 nov. 1715 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem van der Burgh) Cornelia Driewegen, jonge dochter van Goes, wonende op de Lindengracht te Dordrecht (1715), hij was een zoon van Willem van der Borg (van der Burch) en Jannichie Ros
NG trouwboek Dordrecht 24 okt. 1688: Willem van der Borg jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat en Jannichie Ros jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Blauwpoort, getrouwd op 7 nov. 1688
ORA Dordrecht inv. 1651: op 14 sept. 1728 verklaart Jan de Gier, houtkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Magdalena Gevaerts, weduwe van Adriaan van Hoogeveen, burgemeester van Dordrecht, een bedrag van 800 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries de Nagtegaal en dat van Teunis Jansz. Corbel.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 107v e.v.: op 19 okt. 1730 verkoopt Johan de Gier, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Adrianus van der Burgh, fijnschilder te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries de Nagtegaal en dat van Theunis Jansz. Korbel. De koper voldoet de koopsom deels met het overnemen van een schepenenschuldbrief van 800 gl.

Adriaan van der Burgh, Slapend vrouwtje, ca. 1733, Dordrechts Museum
ORA Dordrecht inv. 1654: op 2 okt. 1736 verkoopt Cornelia Driewege, weduwe van Adriaen van der Burgh fijnschilder, voor 1200 gl. aan Jacobus van den Brouck, munter in de Munt van Holland te Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot staande tussen het huis van Andries de Nagtegaal en dat van … [sic]]
Andries Nagtegaal
[ORA Dordrecht inv. 1647, f. 57v e.v.: op 29 juli 1717 verkopen Johan van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, als man van Johanna van Sunderen, en Johan de Bruijn, koopman te Rotterdam, als man van Sebilla de Veer, welke Johanna van Sunderen en Sebilla de Veer, kind en kleinkind zijn van Hendrik van Sunderen en diens echtgenote Elisabeth de Haan, “als nu innocent”, voor 1264 gl. 3 st. 8 p. aan Gerrit van Sunderen, koopman te Dordrecht, die ook een zoon van Hendrik van Sunderen en Elisabeth de Haan is, twee derde delen van een huis in het Steegoversloot omtrent de brug, staande tussen het huis van Adriaan Opdecamp, koopman te Dordrecht, en dat van Jan de Gier, van welk huis de koper het resterende derde part bezit.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 58v: op 29 juli 1717 verkoopt Gerrard van Sunderen, koopman te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Cristina de Vries, weduwe van Hendrik Melisdijck, pondgaarder te Rotterdam, een huis in het Steegoversloot tussen de poort en de brug, staande tussen het huis van Adriaan Opdecamp en dat van Jan de Gier.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 209v: op 15 jan. 1726 verkopen Simon van Melisdijck, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Maria van de Weeteringh, weduwe van ds. Jacobus Plansius, wonende te Middelburg, en Clara Melisdijck, weduwe van Lucas Bilderbeecq, samen erfgenamen van Cristina de Vries, weduwe van de heer [Hendrick van] Melisdijck, voor 1800 gl. aan Andries de Nagtegaal een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan Opdecamp en dat van Jan de Gier.
Christina de Vries, dochter van Sijmon Cornelisz. de Vries en Maria Walen Balthasarsdr. (Balen, deel II, p. 1209-1210, trouwde 1e Willem van de Weteringe Hubertsz., 2e 20 juni 1674 Hendrick van Melisdijck, geboren 18 juni 1637, vaandrig te Rotterdam, makelaar en pondgaarder ald. (ONA Rotterdam inv. 3849, akte 25 dd 25 mrt. 1680), overleden 30 mei 1680
ONA Dordrecht inv. 192, akte 123: op 3 mrt. 1690 verklaart Marija Balthasarsdr. Waelen, weduwe van Sijmon Cornelisz. de Vries, burgeres van Dordrecht, dat zij op 3 aug. 1688 ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht, heeft gepasseerd een akte van donatie inter vivos, waarbij zij aan haar zoon Simon de Vries en haar dochters Clara, Marija en Christina de Vries, elk voor een vierde part, heeft geschonken verscheidene obligaties, wisselbriefjes en andere effecten met een gezamenlijke waarde van 8000 gl., alsmede de daarvan te verschijnen interesten. Om onenigheid tussen haar kinderen te voorkomen, heeft zij nu besloten die akte van donatie teniet te doen en vraagt zij haar kinderen die obligaties etc. aan haar terug te geven. Simon de Vries, veertigraad van Dordrecht, Marija de Vries, weduwe van ds. Cornelis Stratenus, en Christina de Vries, weduwe van Hendrick van Melisdijk, voor zichzelf en tevens als erfgenamen van hun hun overleden zuster, Clara de Vries, verklaren afstand te doen van genoemde donaties inter vivos.
Kinderen:
Ex 1:
a. Maria van de Weteringe, trouwde 21 okt. 1685 (ondertrouw) ds. Jacobus Plansius (Plancius), geboren Spanbroek 10 okt. 1657, predikant te Waddinxveen, Bodegraven, Maassluis en Middelburg, overleden ald. 11 dec. 1722 (J. van Gelderen, Een winterse vertelling of: De levend-dode kamper dominee Petrus Plancius 1584-1651, IJsselacadamie, 19 (2), p. 39)
Ex 2:
a. Geertruij, geboren 1675, jong overleden
b. Simon Melisdijck, geboren 16 juni 1677, gedoopt NG Rotterdam 22 juni 1677
c. Clara Melisdijck, geboren 18 juni 1679, gedoopt NG Rotterdam 22 juni 1679, trouwde Lucas Bilderbeeck
(De Nederlandsche Leeuw 1908, kol. 266)
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 10v: op 22 febr. 1763 verkoopt Pieter van Well, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van Belia van Galen, weduwe van Andries de Nagtegaal, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 1720 gl. aan Josina en Cornelia Vos, gezusters wonende te Dordrecht, een huis met een tuintje erachter in het Steegoversloot aan de noordzijde, staande tussen het huis van ds. Hermanus Gerhardus van Breugel en dat van de weduwe Van den Broek.
ORA Dordrecht inv. 1: op 10 jan. 1769 verkopen Josina en Cornelia Vos, gezusters wonende te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Paulus van der Spijk, commies ter recherche te Dordrecht, een huis met een tuintje erachter in het Steegoverlsoot aan de noordzijde, staande tussen het huis van Hermanus Gerhardus van Breugel en dat van Pieter Vrieswout.].
Adriaan op de Camp [koopman]
[1731: komt achter uit in het Stek
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 131v e.v.: op 28 juli 1714 verkoopt Gerard van de Schepper, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, voor zichzelf en als door het Gerecht van Dordrecht aangesteld voogd over IJda van de Schepper, zijn minderjarige zuster, erfgenaam ab intestato van Jan van de Schepper, zijn overleden broer, en nog als procuratie hebbende van zijn broer Govert van de Schepper, allen kinderen en erfgenamen van Adriaan van de Schepper, voor 5000 gl. aan Adriaan op de Camp, koopman te Dordrecht, een huis en “het regt van besit” van een tuin achter het huis, staande en gelegen in het Steegoversloot omtrent de St. Jorispoort tussen het huis van Jan Boogert, koopman te Dordrecht, en de weduwe Van Sunderen.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 39v: op 15 juli 1760 verkoopt Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaan Opdecamp, wonende te IJsselstein, voor 2325 gl. aan Hermanus Gerhardus van Breugel, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Gerard ’t Hooft en dat van de weduwe van Andries de Nagtegaal, met de erachter liggende tuin met tuinhuis, staande en liggende op grond van de Doelen, strekkende langs de gracht en uitkomende in het slop naast het Armhuis.]
Jacob Staas van Hoogstraten [koopman]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 131v: op 11 mei 1728 verkopen Arnold van Wessem, koopman te Dordrecht, Johannes van Breda en Joris van den Berg, koopman in Rijnse wijnen, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Adriana en Elisabeth Bogaert, in hun leven ongehuwde, meerderjarige zusters, overleden te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Jacob Staats van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, een huis met een fraaie tuin en tuinkamer, staande en gelegen in het Steegoversloot bij de St. Jorispoort tussen het huis van Adriaan op de Kamp en dat van de weduwe van Corstiaen Backus.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 204 e.v.: op 21 juli 1740 verkopen Gerrit van Hoogstraten, Nicolaas Schatteling, Thomas van Hoogstraten, allen wonende te Dordrecht, Carel Hardus en Jan Hardus, kooplieden op de Rijn. testamentaire voogden over de twee minderjarige kinderen van wijlen Jacob Staatse van Hoogstraten, voor 1860 gl. aan Cornelis van der Klock, burger van Dordrecht, een huis in het Steegversloot, staande tussen het huis van Adriaan Opdecamp en dat van de heren Backus.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 26v: op 20 april 1741 verkoopt Cornelis van der Klock de jonge, steenverkoper en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Abraham ’t Hooft, touwslager en burger van Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan Op de Camp en dat van de heren Backus.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 194 e.v.: op 11 juni 1765 verkopen Pieter en Gerardus ’t Hooft, beiden wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun vader Abraham ’t Hooft, voor 1220 gl. aan Pieter Kuijpers [wijnkoper], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de predikant Van Breugel en dat van Hermanus Logger. De koper is schuldig aan Hendrik Boonen, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 213 e.v.: op 25 nov. 1773 verkoopt Pieter Kuijpers, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Herman Gerhard van Breugel, predikant te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande in het Steegoversloot omtrent de St. Jorispoort tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Hermanus Logger.]
de weduwe van Corstiaan Backus
[ORA Dordrecht inv. 1661, f. 177: op 26 febr. 1756 verkoopt Johannes van Nispen, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Martinus Backus en Johanna Backus, weduwe van Johan van Gelsdorp, beiden wonende te Dordrecht, voor 386 gl. aan Hermanus Logger, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Abraham ’t Hooft en dat van Broeder Cornelis.
ORA Dordrecht inb. 1674, f. 123: op 17 mei 1785 verkoopt Catharina Boelé, weduwe van Hermanus Logger, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Hermanus Logger, pruikenmaker te Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Gerard van Breugel en de huisjes van Broeder Cornelis.
Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 21 mei 1792: Catharina Boelee, weduwe van Hermanis Logger, in het Steegoversloot bij de Poort, laat kinderen na, beste graf.]
de erfgenamen van Broer Cornelis
[1731: geen verponding, de huisjes worden om niet bewoond
“In de eerste helft van de zestiende eeuw worden op een bleekveld vier eenkamerwoningen voor de armen gebouwd door de Rooms-Katholieke parochie van Sliedrecht. Het werken ook wel “cameren” en tussen 1592 en 1635 “De huijskens van de Goeden Heer” genoemd. … De opdrachtgever voor de bouw van deze huisjes was mr. Adriaen Cornelisz. Brouwer, een rond 1470 geboren secretaris van Dordrecht, die als weduwnaar tot priester werd gewijd en vervolgens van 1544 tot 1557 … [pastoor] was van de Dordtse Nieuwkerk. Zijn zoon Cornelis Adriaensz. Brouwer, beter bekend als Broe(de)r Brouwer trad toe als minderbroeder-franciscaan in het klooster, dat zich tussen de Visstraat, de Vriesestraat en Voorstraat bevond. Hij studeerde filosofie en letteren in Leuven … Brouwer werd na de dood van zijn vader “begiftiger” van de aan het Steegoversloot staande armen- of geefhuisjes … Ook na de Reformatie (1572) bleven deze huisjes als zodanig in gebruik. … Toen het voor de invoering van het Kadaster [1832] nodig was om de eigenaar te traceren, heeft de gemeente [in 1795] onderzoek gedaan naar de bewoning in de voorgaande decennia. De eigendomsrechten werden uiteindelijk toebedeeld aan de toenmalige bewoners.” (Steegoversloot, p. 140.en 143)]
Jacob Staas van Hoogstraten
[1731: verhuurd]
Steegoversloot (zuidzijde, van de Vest tot aan de Voorstraat)
NB: de beroepen tussen rechte haken zijn, evenals bij Steegoversloot (noordzijde), overgenomen uit het boek Steegoversloot (Dordrecht 2024).
3 stadsmagazijnen
de weduwe van Jan van Somere
[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 154v: op 29 dec. 1704 verkoopt Arnoldus van Dollen, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Fredrick Schoonenberg, “fabriecq” [bouwmeester] te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot omtrent de St. Jorispoort, staande tussen het stadsmagazijn en het huis van Adolf van der Linden. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 1200 gl.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 117v: op 7 sept. 1724 verkopen Willem Bruijn, raffinadeur te Dordrecht, als man van Sibilla Schonenburg en als procuratie hebbende van Reijnier Weulkens, als man van Maria Schonenburg, Maurits Paff, als man van Anna Schonenburg, en van Johan Dirck Schoonweer, als man van Maria Schonenburg, kinderen en erfgenamen van Susanna Koelmans, weduwe van Fredrick Schonenburg, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Schabaulie te Amsterdam op 28 aug. 1724, voor 3200 gl. aan Adriana Op de Kamp, weduwe van Johan [Willemsz.] van Someren, luitenant, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adolf van der Linde Jansz. en het stadsmagazijn.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 423v: op 14 mei 1807 verkopen ” Jan Hordijk, zoo voor zich zelve als instaande en de rato caveerende voor Wilhelmus van der Bank, en Francois Pistorius zo voor zig zelve, als instaande en de Rato caveerende voor Hermanus Uitwerff Sterling en Hermanus van Beest, alle wonende binnen deze Stad Dordrecht, de twee eerstgemelde, in qualiteit als Curators over de Persoon en goederen van Sibertus van Nievelt, ende drie Laatsten in qualiteit als door wijlen Adriana Johanna van Nievelt, aangesteld tot Executeurs van haar Testament en redderaars van haar boedel”, voor 3250 gl. aan Gerardus ’t Hooft, [touwslager], wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1148, staande tussen het huis van de koper en het stadsmagazijn.]
Catrina van der Linde
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1676, f. 65v: op 29 juli 1790 verkoopt mr. Adolf Herbert van der Meij van der Linden, oud-lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Sara Margareta van der Meij, echtgenote van Justus van der Meij, notaris te Rotterdam, en Herberta Maria van der Meij, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Rotterdam, alle drie enige nagelaten kinderen en erfgenamen van Hendrik van der Meij, makelaar te Rotterdam, voor 3900 gl. aan Gerardus ’t Hooft, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot bij de St. Jorispoort met een vrije uitgang en keuken erachter, staande tussen het huis van de juffrouwen Van Someren en dat van mr. Daniël de Jong.]
Evert Hartman
[ORA Dordrecht inv. 1661, 49 e.v.: op 17 sept. 1754 verkoopt Adolff Wernard Hendrik van As, wonende te Gouda, als voogd van Evert Willem Hartman, enige zoon en erfgenaam van Willem Hartman, die de enige zoon en erfgenaam was van Evert Hartman, in zijn leven koopman wonende en overleden in Dordrecht, voor 1450 gl. aan Isacq Morjé een huis in het Steegoversloot, van achteren uitkomende in de gang van de stadskluis, met een keuken naast die kluis. Het huis staat tussen het huis van Hendrik van der Meij en dat van Bartholomeus Vervel.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 92v: op 6 sept. 1785 verkoopt Pieter Morjé, koopman te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Daniël de Jong, [directeur van de Levantse handel, controleur van de in- en uitvoerrechten, eigenaar van de brouwerij] wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, van achteren uitkomende in de gang van de stadskluis, met een keuken naast die kluis, staande tussen het erf van Hendrik van der Meij en het huis van Willem Vervel.]
Anthonij Vervel [bakker]
[ORA Dordrecht inv. 1680, f. 252v: op 29 april 1806 verkoopt Willem Vervel, [bakker], burger van Dordrecht, voor 4200 gl. aan Bastiaan Kamerling, broodbakker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot om de hoek van de Lindengracht, “geapproprieert tot een Broodbakkerij”, getekend C:1146, “zijnde in de verponding in twee poste aangeslagen”, belend in het Steegoversloot door het huis van de weduwe Hoevenaar en op de Lindengracht door het huis van {NN] van Efferen.]
[gaande over de brug]
Jan Coeck
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 129: op 13 okt. 1708 verkoopt ” Godrfridus van der Kessell, medicine doctor binnen dese Stad, soo voor sijn selven ende mede als last ende procuratie hebbende van Juffr. Sophia vander Kesell, wed.e van sr. Arnoldus vanden Burggraaff ende de Heer Johannis Jansonius, Bedienaar des Godd: Woorts tot Moordregt, in Huwelijck hebbende Juffr. Isabella van der Kesell, kinderen en mede Erffgen. van(de) Heer Dionisius vander Kesell”, voor 1500 gl.. aan Jan Koek, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de brug of de gracht en het huis van juffrouw De Vos.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 4 e.v.: op 13 febr. 1748 verkoopt Adriaan van Gelder, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonvader Jan Koek, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor 910 gl. aan Jan Nieuwendorp, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de binnengracht en het huis van Pieter Vervel. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 450 gl. en aan Sibilla Schoonenberg, weduwe Willem Bruijn, koopvrouw te Dordrecht, een bedrag van 400 gl.
Dit huis is in 1763 ingestort. De stad Dordrecht verkocht het perceel, waarop het huis gestaan had, in 1764 aan Gerrit Lokemeijer. “Bij die verkoop werd de voorwaarde gesteld dat het perceel niet meer bebouwd mocht worden, zodat er bij brand een toegang zou zijn naar de, vanwege de aanwezigheid van de gracht, toen lastig te bereiken huizen aan de achterzijde (het Augustijnenkamp).” (Steegoversloot, p. 190)]
Theodorus de Exter
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 226: op 4 april 1726 verkoopt Koenraat Krekelmans, mr. knoopmaker te Dordrecht, als man van Dina Vos, voor 1500 gl. aan Theodorus den Exter, [drogist], wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot omtrent de brug, staande tussen het huis van Jan Koeck mr. huistimmerman en dat van Jacobus van der Hoeve.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 91: op 7 sept. 1745 verkoopt Pieter Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Kamer Juditieel te Dordrecht, voor 1310 gl. aan Pieter Vervel, [bakker], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Koek en dat van Jan de Witt. Het verkochte huis is laatst eigendom geweest van Theodorus den Exter.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 119v: op 27 juli 1758 verkoopt Pieter Vervel, burger van Dordrecht, voor 795 gl. aan Gerrit Lokemijer, [koopman, suikerraffinadeur], burger van Dordrecht, een huis in het Steegooversloot omtrent de brug, staande tussen het huis van Jan de Witt en dat van Jan Nieuwendorp.
Dit pand werd in 1764 samengevoegd met het door instorting open gekomen perceel aan de oostzijde ervan. (Zie hierboven).
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 19v: op 12 april 1796 verkoopt Cornelia Agatha Specht, weduwe van Joan Lokemeijer, wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Ingetje de Groot, de vrouw van Jan Colijn, wonende te Dordrecht, een huis met een tuin ernaast, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen de stadsgracht en het huis van de schilder Boers.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 152V: op 23 juli 1801 verkoopt Ingetje de Groot, de vrouw van Jan Colijn, wonende even buiten Dordrecht, voor 2500 gl. aan Gerrit Veth, [smid], een huis met een tuin ernaast, getekend C:1205, staande en gelegen in het Steegoversloot naast de stadsgracht.
Het pand Steegoversloot 211/221, dat er tegenwoordig staat, werd in 1954 volledig nieuw gebouwd als winkel met twee bovenwoningen. “Het was de vervanging van een op 24 oktober 1944 door een bombardement van de Britse Royal Airforce zwaar beschadigd pand.” (Steegoversloot, p. 188)]
Jacob van der Hoeve
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 189v: op 8 juli 1734 verkopen Stoffel van der Sluijs, schiptimmerman te Dordrecht, en Jan van Pelt, koperslager te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacobus van der Hoeven, burger van Dordrecht, resp. hun behuwd vader en grootvader, voor 615 gl. aan Jan de Witt, stadsomroeper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot omtrent de brug, staande tussen het huis van Theodorus den Exter en de dat van de weduwe van Hendrik Vriessendorp.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 299: op 9 febr. 1809 verkoopt Jan Antonij de Witt, als procuratie hebbende van zijn vader Gerrit de Witt, voor 1750 gl. aan Anthonij Mulders, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot bij de brug, getekend C:1206 en 1207, staande tussen het huis van Gerrit Veth en dat van J. Meloen.]
de weduwe van Hendrik Vriesendorp
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 32v e.v.: op 5 juni 1723 verkoopt Dirk Stoop, wonende te Dordrecht, voor 710 gl. aan Jacob de Bruijn, bode op Zeeland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacobus Verhoeven en dat van Meijnekes Verdeijs.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 120 e.v.: op 8 april 1728 verkoopt Jacob de Bruijn, burger van Dordrecht, voor 1725 gl. aan Aletta Melaanen, weduwe van Hendrik Vriessendorp, raffinadeur en koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacobus Verhoeve en dat van Meijnekes Verdeijs.
ORA Dordrecht inv. 1663, 84v e.v.: op 3 febr. 1761 verkopen Hendrik Vriesendorp, koopman wonende te Dordrecht, en Isaacq Morjé, meerderjarige ongehuwde persoon, koopman wonende te Dordrecht, zoon van wijlen Francina Vriessendorp, bij haar verwekt door Isaacq Morjé, koopman wonende te Dordrecht, en laatstgenoemde Isaacq Morjé nog als voogd over zijn vier minderjarige kinderen, door hem bij Francina Vriessendorp verwekt, samen erfgenamen van Aletta Melanen, weduwe van Hendrik Vriessendorp, voor 1150 gl. aan Johannes van der Knijff, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan de Witt en dat van Dominicus van Bergen.]
Mijnekus [Dominicus] Willems [Verdijs]
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 121v: op 21 mei 1733 verkoopt Jan van Volcom, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Dominicus Verdijs, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 301 gl. aan Abraham van Bergen, metselaar en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrik Pus, heer van Andel, en dat van de weduwe Vriessendorp.]
de weduwe van Herman Raats
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 75 e.v.: op 6 nov. 1732 verkopen Jan Kuijter, koopman te Dordrecht, als man van Marija Raats, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan Bosman, wonende te Nijmegen, als man van Willemijna Raats, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Evert Sanders van Well te Nijmegen op 22 okt. 1732, en Jan Kuijter nog als voogd van Abraham Raats, zoon van Rijnier Raats, en Florus Cup, commies te Tiel, als man van Adriana Raats, Leendert de Voogt, als man van Anna van Heck, en Martinus den Ouden, als man van Cornelia van Heck, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Cornelia van der Meer, weduwe van Herman Raats, voor 1510 gl. aan Hendrik Pus, heer van Op- en Neerandel, [kapitein in het regiment van kolonel Walterus], een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Caatje Kortpenning en dat van Dominicus Verdijs.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 184: op 29 sept. 1768 verkoopt R.G. Bartz, predikant te Dirksland, als voogd over Pieter Scharp, voor 650 gl. aan Bartholomeus Vervel, broodbakker, te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van [NN] van Bergen en dat van de weduwe Bienhoven.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 188v: op 8 juli 1788 verkopen Willem Vervel, wonende te Dordrecht, en Helena Vervel, weduwe van Adriaan Broelingh, wonende te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Bartholomeus Vervel, broodbakker te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Hendrik Bemolt, wonende even buiten Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Dominicus van Bergen en dat van de timmerman Vernes.]
Catrina Cortpenningh
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 32v: op 5 juni 1723 verkoopt Dirk Stoop, burger wonende te Dordrecht, voor 250 gl. aan Catarina van Gent, weduwe van Antonij Kortpenningh, wonende in de Heer Heymansuysstraat, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Herman Raath en dat van Jenneke van Wassenburg.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 136v: op 28 april 1746 verkoopt Pieter Lugte, burger van Dordrecht, voor 650 gl. aan Tobias van Bienhove, garenbleker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Hendrik Pus.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 314: op 6 dec. 1808 verkopen Bartholomeus van der Star, Nicolaas Rovers, Andreas Adrianus van Dijnsen en Pieter Vervel, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Tobias Vernes Cz. en diens vooroverleden vrouw Hendrika van Bienhoven, voor 710 gl. aan Pieter van der Koogh, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1211, staande tussen het huis van Nicolaas van Bergen en dat van Bemolt.]
de weduwe van Joris Vanderbeek
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 95v: op 24 febr. 1739 verklaart Johan van der Hoeven, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Andries Cant, notaris te Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis met een klein huis erachter, staande in het Steegoversloot tussen de Augustijnenkamp en het huis van de weduwe Kortpenningh, alsmede een tuin met een stenen woonhuis, genaamd “Vredenhoff”, gelegen en staande buiten de Spuipoort bij de kruisweg tegenover het Goudleerhuis, belend door het huis en de schuur van Cornelis Erdingaeij aan de ene zijde en de ingang van de tuin van N. van Sevenom aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 126 e.v.: op 16 juli 1739 verkoopt Johan van der Hoeven, koopman te Dordrecht, voor 901 gl. aan Catharina van der Velden, weduwe van Jacobus Terwe, koopvrouw te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Augustijnenkamp en het huis van de weduwe Kortpenning.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 137 e.v.: op 8 nov. 1742 Catharijna van der Velde, weduwe van Jacob Terwe, wonende te Dordrecht, verkoopt voor resp. 901 gl. en 150 gl. aan Tobias van Bienhove, garenbleker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Augustijnenkamp en het huis van Caatje Kortpenningh, en een huis in de Augustijnenkamp, waarvan het achterste deel wordt belend door het voornoemde huis aan de ene zijde en het huis van Jan Monté aan de andere zijde.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 310: op 6 dec. 1808 verkopen Bartholomeus van der Star, Nicolaas Rovers, Andreas Adrianus van Dijnsen en Pieter Vervel, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Tobias Vernes Cz. en diens vooroverleden vrouw Hendrika van Bienhoven, voor 1725 gl. aan Nicolaas van Bergen, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1212, staande tussen de Augustijnenkamp en het huis, dat is verkocht aan Pieter van der Koogh.]
[de hoek van de Augustijnenkamp]
de erfgenamen van Willem van der Linde
[1731: verhuurd]
de erfgenamen van Willem van der Linde
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 3: op 15 jan. 1778 verkoopt “Dirk van der Linden, koopman even buiten Dordrecht, voor zichzelf en als voor een derde part erfgenaam van Elizabet van der Linden, als procuratie hebbende van Cornelia van Nispen, meerderjarige ongehuwde persoon, van Abraham Kever, als man van Margareta van Nispen, beiden kindskinderen van wijlen Cornelis van Nispen, die een broer was van Willem van Nispen, van Cornelia van Nispen, weduwe van Hendrik Kuipers, wonende te Dordrecht, die een dochter was van voornoemde Cornelis van Nispen, van Cornelis Paulus Laloo, gaarder van ’s lands recht, wonende in de Kethel, zowel voor zichzelf als procuratie hebbende van zijn broer Isaac Cornelis Laloo van Nispen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Portegies te Den Haag op 19 dec. 1777, beiden kindskinderen van wijlen Maria van Nispen, die een zuster was van voornoemde Willem van Nispen, van Pieter Visser, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Abraham Noteboom, wonende in Haarlem, kindskind van Johan van Nispen, broer van voornoemde Willem van Nispen, van Anna van Nispen, “bejaard” en ongehuwd, wonende te Dordrecht, Pieter Visser, als man van Elizabet van Nispen, beiden kinderen van Abraham van Nispen, broer van voornoemde Willem van Nispen, samen naaste verwanten en uit dien hoofde testamentaire erfgenamen van Willem van Nispen, en nog als procuratie hebbende van zijn broer Willem van der Linden, koopman even buiten Dordrecht, en tenslotte nog van zijn broer Johannes van der Linden, emer. predikant van Zuidscharwoude en Broek, wonende in Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E.B. Ten Dull in Den Haag op 20 dec. 1777, en Willem van der Linden, Johannes van der Linden en Dirk van der Linden, kinderen van wijlen Jan van de Linden, de broer van Elisabeth van der Linden, weduwe van Willem van Nispen en uit dien hoofde testamentaire erfgenamen van Elizabeth van der Linden”, aan Barent van der Vorm, metselaarsbaas te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het volgende huis en dat van juffrouw Greenwood, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Augustijnenkamp en het voorgaande huis, een huis in de Augustijnenkamp, staande achter de twee voorgaande huizen tussen het voorgaande huis en dat van juffrouw Keur, samen voor 1387 gl., alsmede voor 240 gl. een huis vooraan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jacobus Immerseel en dat van Thomas Walpot.]
Angenietie van Oldenborgh
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 21: op 22 april 1723 verkoopt Jenneke van Wassenburgh, weduwe van Joris [Pietersz.] van der Beeck [mr. metselaar], voor 350 gl. aan Agnieta van Oldenburg, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Spruijt en dat van Willem van de Lindt.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 126: op 18 juni 1733 verkoopt Willem Saeijmans, burger van Dordrecht, als man van Agnita van Oldenburg, voor 600 gl. aan Anthonia Coeck, ongehuwde persoon, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Spruijt en dat de erfgenamen van Willem van der Linden.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 198: op 28 okt. 1762 verkoopt Aalbert de Gelder, koolmeter en burger van Dordrecht [echtgenoot van Anthonia Koeck], voor 1300 gl. aan Johanna Greenwood, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Keur en dat van de weduwe Van Nispen.
.
Frans Greenwood, portret door Aert Schouman (1740)

Viswijf, door F. Greenwood.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 29 okt. 1763: de commies Francois Greenwoout [sic], in het Steegoversloot, met drie koetsen extra, laat kinderen na.
Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 16 mei 1794: Anna Greenwood, in het Steegoversloot, ongehuwd, met drie koetsen extra, 88 jaar oud, verval van krachten en koortsen.
“Frans Greenwood (François in sommige officiële documenten) werd op 17 april 1680 geboren in Rotterdam en daar op 21 april 1680 in de Engels-presbyteriaanse kerk gedoopt. De literatuur geeft tenminste vier data en jaren van overlijden of begraven, maar vastgesteld kan worden dat hij werd begraven in de Dordtse Grote Kerk op 29 oktober 1763. Hij was een van de acht kinderen geboren uit het op 7 januari 1671 te Rotterdam gesloten huwelijk tussen Francis Greenwood, ‘engels coopman’ (New Leeds, West Yorkshire, Engeland 5 oktober 1634-Wassenaar 5 mei 1731) en Anna Glover (gedoopt Rotterdam 26 november 1648, overleden Rotterdam 20 februari 1712).
Frans Greenwood ging in ondertrouw op 30 mei 1706, huwelijk op 14 juni 1706 in de Gasthuyskerck te Delft met Maria van den Holaert (Delft 23 december 1683-begraven te Rotterdam 14 december 1711). Zij was een dochter van Cornelis Willemsz van den Holaert, (overleden Delft 15 februari 1720), eigenaar van pottenbakkerij ‘De Twee Wildemannen’ in Delft en van Quirina of Krijntje van Kuyck of Cuijck (Delft 18 oktober 1657-begraven Nieuwe Kerk Delft 13 oktober 1716). Uit het huwelijk van Frans en Maria werden twee kinderen geboren: Anna (gedoopt Rotterdam 8 maart 1707-begraven in de Nieuwkerk te Dordrecht 16 mei 1794) en Cornelis, ook wel Kornelis (gedoopt Rotterdam 4 september 1708-Suriname 3 april 1736).
Frans Greenwood was koopman en belastingambtenaar. Daarnaast was hij schilder, dichter, maar vooral glasgraveur. Hij had belangstelling voor literatuur, muziek en schilderkunst. Greenwood bezat een aanzienlijke bibliotheek zoals blijkt uit het werk van vriend en dichter Jacob Zeeus (1686-1718). Greenwood ontwikkelde een nieuwe techniek voor het graveren van glas, de ‘stippeltechniek’. Die maakte hem internationaal bekend. De met de diamantstift op het glas aangebrachte stippen van verschillende grootte en diepte maakte voorstellingen mogelijk met veel meer contrast, nuances, levendigheid en dieptewerking dan de bekende lineaire graveertechniek. De door Greenwood gegraveerde glazen zijn over de hele wereld verspreid geraakt en worden zeer gewaardeerd.
Frans Greenwood werd geboren in een koopmansgezin in Rotterdam. Over de jeugd en opleiding van Frans Greenwood is niets met zekerheid bekend. Hij bezocht een of meer ons onbekende scholen, deels met zijn levenslange vriend mr. Cornelis Boon (Rotterdam 18 juni 1680-1750), baljuw van Heenvliet die de titel ‘Heer van Engelant’ (een polder bij Heenvliet op het eiland Putten) zou erven. Met hem deelde Frans zijn belangstelling voor poëzie. Beide mannen verwierven met de publicatie van hun poëzie enige bekendheid. Boon volgde een universitaire opleiding, maar uit de sociale contacten die Frans onderhield, uit zijn arbeid, brieven en gedichten kunnen we afleiden dat ook Frans een goede opvoeding en opleiding moet hebben genoten. In 1702 trad hij toe tot de schutterij van Rotterdam waar hij de rang van vaandrig bereikte. Hij bleef tot aan zijn huwelijk aan de schutterij verbonden.
Frans Greenwood en Maria van den Holaert traden in 1706 in het huwelijk. De kosten bedroegen 15 gulden, hetgeen wijst op een zekere welstand. Een half jaar later, op 9 januari 1707, lieten zij hun testament op de langstlevende opmaken bij de Rotterdamse notaris Gerard Blockerus. Het echtpaar ging wonen aan de Nieuwe Haven even ten Noordwesten van het Haringvliet in het oude havengebied van Rotterdam. Hier werden hun twee kinderen Anna en Cornelis geboren. Binnen enkele jaren overleed Maria en Frans bleef met twee kleine kinderen achter. Doordat hij dicht bij zijn ouderlijk huis woonde, konden zijn zusters en het huispersoneel mede voor de kinderen zorgen. Frans zou niet hertrouwen. In augustus 1704 kwam hij bij zijn vader in de zaak: ‘Francis Greenwood en Zoon.’ Waarschijnlijk im- en exporteerden zij allerhande goederen (onder meer zijde) en traden zij op als verzekeringsagent. Vanaf 1707 werkte Frans jongere broer Charles (doop op 10 november 1688-1711) eveneens in het familiebedrijf.
Vader Francis Greenwood erfde van zijn broer Charles senior suikerrietplantage ‘Blakkreek’ of ‘Black Creek’ in Suriname. De plantage lag in het noordoosten van Suriname aan de benedenloop van de rivier de Commewijne. Het was een aanzienlijke en goed renderende onderneming waar ongeveer tweehonderd slaven werkten. De plantage zou na het overlijden van Francis in 1731, worden geërfd door zijn zoon Frans. Uit de nalatenschap van zijn broer verwierf Francis Greenwood eveneens een deel van het buiten ‘Vinckenburg’ even ten zuiden van Wassenaar. Hij wist dit buiten uiteindelijk geheel te verwerven en woonde er van 1713 tot aan zijn overlijden in 1731.
Francis noch Frans bezochten ooit zelf hun plantage. De jongere broer van Frans, Charles Greenwood junior (1688-1711), vertrok naar Suriname om er directeur van deze plantage te worden. In verband met zijn vertrek trok hij zich terug uit de familieonderneming in Rotterdam. Daartoe tekenden François en zijn zoons Frans en Charles een contract dat onder meer stipuleerde dat Charles leiding zou gaan geven aan de plantage. Het schip waarmee Charles naar Suriname reisde, leed echter schipbreuk en Charles, zijn vrouw Marie Hosteijn (geboren 1685) en hun twee nog zeer jonge kinderen Francis (geboren 1709) en Charles (geboren 1710) kwamen daarbij om het leven (1711).
Frans Greenwood was een graag geziene gast op diners en feesten van gilden, waterschappen, schutterijen enz. vanwege de bijzonder fraaie broederschapsglazen die hij voor hen vervaardigde, maar deels ook omdat hij volgens getuigen aangenaam gezelschap was. Hij onderhield ook in de wereld van de poëzie meerdere vriendschappen waaronder een met de bekende achttiende-eeuwse dichter Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733). Hij publiceerde verscheidene gelegenheidsgedichten, met name bij bruiloften.
Van november 1717 tot maart 1719 was hij regent van het Lakenkopersgilde in Rotterdam. Het jaar 1720 was commercieel gezien een ramp. De oorzaak lag vooral in de financiële crisis op de geldmarkt in Europa. Die crisis was een gevolg van een vertrouwenscrisis in het systeem van de Schotse econoom John Law (1671-1729) die bankbiljetten wilde invoeren. Frans zag de toekomst somber in. Dit zal de reden zijn geweest van het staken van al zijn commerciële activiteiten. Hij vond een betrekking als ‘commies ter recherche’, een soort belastingambtenaar, bij de Admiraliteit van de Maas in Rotterdam. Die betrekking bracht weinig op, tenminste indien de betrokken ambtenaar onkreukbaar was.
Begin 1726 vestigde Frans zich met Anna (18) en Cornelis (17) in Dordrecht waar hij tot zijn overlijden in 1763 zou wonen, verzorgd door zijn dochter Anna die evenals zoon Cornelis ongehuwd bleef. Frans Greenwood zette in Dordrecht zijn werk als belastingambtenaar voort, maar de meeste inkomsten ontving Frans na 1731 uit de opbrengst van de plantage in Suriname. Aanvankelijk woonde het gezin in de Schrijversstraat, maar vanaf 1745 aan het meer aanzienlijke Steegoversloot. Stond in zijn Rotterdamse periode de poëzie centraal, na 1726, in zijn Dordtse periode was dat de glasgraveerkunst. In Dordrecht had hij contact met meerdere vooraanstaande kunstenaars. Onder hen bevonden zich zijn leerling, glasgraveur Gillis Hendricus Hoolaart (geboren circa 1716, waarschijnlijk verwant aan zijn vrouw), schilder Adriaan van der Burg (1693-1733), die Frans schilderles gaf en schilder en kunsthandelaar Aert Schouman (1710-1792), eveneens een leerling van Van der Burg. Frans schijnt vooral miniatuurportretten te hebben geschilderd, maar daarvan is er geen enkele herkenbare bewaard gebleven. In Dordrecht trad Frans toe tot de schilderbroederschap van Sint Lucas, de voorloper van Pictura.
Van Schouman kocht Frans een aantal schilderijen en prenten van verschillende meesters. Greenwood onderwees Schouman in de nieuwe en moeilijke glasgraveertechniek. De stippelgravure is een vrijwel alleen in de Noordelijke Nederlanden gebruikte techniek, met name in Dordrecht en Den Haag. Deze techniek wordt beschouwd als een belangrijke Nederlandse bijdrage aan de glaskunst. In de achttiende eeuw bereikte deze techniek een hoog niveau in de handen van Frans Greenwood, David Wolff (1732-1798) en Aert Schouman (1710-1792). Naast schilderijen verzamelde Frans Greenwood ook curiositeiten. Het bekendste curiosum uit zijn collectie was ongetwijfeld het beulszwaard waarmee Johan van Oldenbarnevelt op 13 mei 1619 zou zijn onthoofd. Greenwood schreef er een gedicht over. Dit zwaard is thans in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam. Frans zoon Cornelis nam les bij kunstschilder Adriaan van der Burg en trachtte met tekenen en schilderen de kost te verdienen. Echter, toen een neef hem uitnodigde bedrijfsleider te worden op een van diens Surinaamse plantages, maakte Cornelis op 13 juli 1735 samen met zijn zuster Anna zijn testament op en vertrok naar Suriname. Kort na aankomst daar werd hij getroffen door ‘hete koorts’ (malaria) en overleed op 3 april 1736. Waarschijnlijk werd hij begraven in de ‘Oude Oranjetuin’ in Paramaribo, waar sedert 1685 Europeanen werden begraven.
De plantage in Suriname bleef een goede bron van inkomsten, maar enige tijd na het overlijden van zijn vader verkocht Frans de plantage in 1738 voor 27.000 gulden. Zijn functie bij de belastingen heeft hij formeel tot maart 1757 behouden, hoewel hij toen wellicht niet meer actief was. Op zaterdag 29 oktober 1763 werd Frans Greenwood in de Grote Kerk te Dordrecht begraven. Voor de stoet waren drie extra koetsen besteld. De doodsklok werd ’s morgens een half uur en ’s middags een uur lang geluid.
Enkele publicaties
Gedichten (Rotterdam 1719).
Boere Pinxtervreugd (Rotterdam 1733).
Vervolg van F. Greenwoods gedichten en boere Pinxtervreugt (Dordrecht 1760).”
(www.regionaalarchiefdordrecht.nl/archief/zoeken)
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 310v: op 16 juli 1799 verkoopt “Pieter Papillon, Kamerbewaarder binnen dese Stad als last en procuratie hebbende van Abraham Adrianus van den Oever, wonende te Amsterdam, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseerd voor den Notaris Willem Pernis en zekere getuigen in de Stede en Landen van Vianen, en Ameijde residerende, in dato 10 Julij 1799”, voor 1675 gl. aan Abraham Smak, wonende te Dordrecht “Een huis en Erf, staande en gelegen in het Steegoversloot binnen dese Stad (zijn principaal [Abraham Adrianus van den Oever] aangekomen als door wijlen Anna Greenwood in leven meerderjarig en ongehuwd, gewoond hebbende en overleden alhier bij haar Testament den 26-1-1789 voor Anthonij de Fockert in leven Notaris binnen dese Stad en twee getuigen verleden gesteld tot haren mede Erfgenaam bij onderhandsche scheijding van haare nalatenschap in dato 18 September 1794 met alle het geen daar in aart en nagelvast is en gevolgen en aankleven daar van)”, staande tussen het huis van Jacob Boon en dat van de metselaar Van der Vorm.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 377v: op 17 febr. 1807 verkoopt Abraham Smak Gregoor Azn., wonende te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Huibert Vos Uijtterlimmige [kantoorbediende], wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1289, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Boon en het huis, dat wordt bewoond door Johannes van der Velden.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 617: op 3 nov. 1810 verkoopt Huijbert Vos Uijjterlimmige, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Bastiaan Visser, wonende in Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1289 en C:1166, staande tussen het huis van ds. Bussching en dat van Barend van der Vorm.]
Cornelis Spruijt
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 82v: op 6 mrt. 1736 verkoopt Susanna Roëls, weduwe en erfgename van Cornelis Spruijt [advocaat, commies ten Comptoire Generaal van de Domeinen van Zuid-Holland, deken van het St. Nicolaasgilde en het Gasthuis] volgens testament gepasseerd voor notaris J. de Bets te Dordrecht op 6 april 1730, voor 7600 gl. aan Pieter Keur, [boekdrukker], koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan van Boedonk en dat van Koeck.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 23: op 18 april 1793 verkoopt “Bartholomeus van der Star, Notaris en Procureur binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van den Wel Ed. Gestr. Heer Mr: Jasper Johan Perduijn, in den Oudraad en pensionaris deser Stad &a&a, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseerd voor den notaris Jan van der Star en zekere getuigen binnen dese Stad residerende in dato den 25 Maart 1793, en van den Wel. Ed Heer Daniel de Bruijn, wonende te Amsterdam, volgens dezelve procuratie daar van zijnde gepasseerd voor den Notaris Abraham van Beens en zekere getuigen te Amsterdam residerende in dato den 26 Maart 1793 in qualiteit als door wijlen Jufvrouw Johanna Bosboom weduwe de heer Hendrik Keur, gewoond hebbende alhier, en onlangs te Amsteldam overleden, aangesteld tot Executeurs in haren boedel, en van haar Testament”, voor 5250 gl. aan Jacob Boon, regerende schepen van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koster R. Abdorf en het huis van juffr. Greenwout.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 413: op 23 april 1807 verkoopt Jacoba Maria Hooft, weduwe van Jacob Boon, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Theodorus Bussingh, predikant te Benschop, getekend C:1290, staande tussen het huis van Huibert Vos Uitterlimmige en dat van R. Abdorf.]
de weduwe van Jan van Boedonk [kanunnik kapittel St. Marie te Utrecht]
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 95v: op 4 mei 1688 verkoopt Abraham de Melij [beurtschipper, koopmansbode van Dordrecht op ‘s-Gravenhage], burger van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Johan [Pietersz.] van Boedonck [koopman, burgemeester] een huis met een stal en een huis, uitkomende in de Augustijnenkamp, staande in het Steegoversloot tussen het huis van Dirck Spruijt en dat van Adriaan op de Camp. Waarborg: Pieter Verpoorten, koekenbakker en burger van Dordrecht, “ter somme van” 1840 gl.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 115: op 14 nov. 1780 verkopen “Willem Bosch, wonende alhier, en den Wel Ed: Gestr: Heer Mr: Jasper Perduijn, in den Oudraad dezer Stad &a: in qualiteit als Executeurs van den Testamente van wijlen Vrouwe Apollonia Bosch, in leven laatst wed:e wijlen den Heer Mr: Jan van Wageningen en eerst van Johan van Boedonck], en nog als bij Procuratie den 19 October 1780 voor den Notaris Jan van der Star en getuigen gepasseert gevolmagtigd van hunne mede Executeurs den Wel Eerw Heer Henricus Wilhelmus Aalstius den Appel Predikant te Weesp, en den Heer Mr: Joan van Wageningen Advocaat &a: in den Brielle”, voor 4400 gl. aan Arend van der Werff, makelaar te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot met een achterhuis, dat uitkomt in de Augustijnenkamp, “’t Groote huis belent met ’t huis van den voorn. Wel Ed. Gestr. Heer Mr: Jasper Perduijn aan de eene, en ’t huijs van Jufvr. de wed:e Keur aan de andere zijde, en ’t huiske in den Augustijne Camp, belent ’t huis van de wed:e Korssen aan de eene, en ’t huis van de wed:e Vermeulen aan de andere zijde”.
ORA Dordrecht inv. 1675, f. 294v: op 21 juli 1789 verkoopt Arend van der Werff, achtraad van Dordrecht, voor 4800 gl. aan Rudolf Abdorff, koster van de Augustijnenkerk, een huis in het Steegoversloot met een achterhuis, dat uitkomt in de Augustijnenkamp, “’t groote huis belent met ’t huis van de Erfgenamen van wijlen den wel Edelen Gestrengen Heer Mr. Jasper Perduijn aan de eene, en ’t huis van Mejufvrouw de Weduwe Keur aan de andere zijde en ’t huisje in den Augustijnen Kamp, belent ’t huis van de Wed.e Korssen aan de eene, en ’t huis van de Wed.e Vermeulen aan de andere zijde”.]
Ida op de Camp
[ORA Dordrecht inv. 1663, f 158 e.v.: op 16 april 1762 verkopen mr. Gerard Beelaerts, als man van Johanna Wilhelmina Brandwijk van Blokland, Mattheus Rees, als man van Christina Reepmaker, en mr. Adriaan Reepmaker, voor zichzelf en nog als vervangende mr. Johan van Neurenberg, als man van Johanna Reepmaker en nog als vervangende Pieternella Elisabeth Reepmaker, samen erfgenamen van Ida Opdecamp, voor 2410 gl. aan Johannis Boonen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Adrianus Verster en dat van de weduwe van mr. Johan van Wageningen, alsmede voor 300 gl. aan Pieter Landmeter, burger van Dordrecht, een stal en koetshuis, staande in het Stek op grond van de Kloveniersdoelen naast de stal, die gehuurd wordt door mr. Jeronimus Karsseboom.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 60v: op 23 juni 1772 verkoopt Johannis Boonen, wonende te Dordrecht, voor 4400 gl. aan mr. Jasper Perduijn, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mevrouw Van Wageningen en dat van juffrouw Verster.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 27 okt. 1757 mr. Jasper Perduijn jongman van Middelburg geassisteerd met dr. Gijsbert Beudt en Cornelia van Wageningen jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot geassisteerd met haar ‘schoonmoeder” Apollonia Bos weduwe van Jan van Wageningen, de geboden gaan in de Waalse kerk, op 14 nov. 1757 getr. te Maaslandsluis
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 211: op 5 juli 1798 verkoopt “David du Bois, koopman wonende alhier, als bij Procuratie den 10e februarij 1798 voor Volks Vertegenwoordigers uitmakende de Magistraat der Stad Arnhem verleden gevolmagtigd door zijn schoonbroeder Mr: Jasper Johan Perduijn, woonende of gewoond hebbende” in Dordrecht, voor 6000 gl. aan ds. Samuel Rudolphus van der Kessel, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1292, staande tussen het huis van Rudolph Abdorff en dat van Jan Hooft Damasz.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 12v: op 20 febr. 1800 verkoopt “Petrus Joannes van Steenbergen, notaris alhier, als last en procuratie hebbende van Mr. Dionijsius Godefridus van der Keessel, Professor in de Rechten aan s’Lands Universiteit te Leiden, in qualiteit als Executeur van den Testamente van wijlen Ds. Samuel Rudolphus van der Keessel, in leven Predikant binnen dese Stad, en aldaar overleden den 20 November 1799, volgens Procuratie daar van zijnde den 21 december 1799 gepasst. voor Passchier Soetbrood als Notaris te Leiden”, voor 7500 gl. aan Hendrik Verhoeff, notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1292, staande in het Steegoversloot tussen het huis van Roedolf Abdorff en dat van de weduwe van Jan Hooft.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 636: op 29 juni 1809 verkoopt Cornelis van der Werff Bzn., notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Verhoeff, wonende te Dordrecht, voor 8500 gl. aan Godefridus Johannes Schacht, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend oud C:1292 en nieuw C:1169, staande tussen het huis van Dirk Hooft en dat van Rudolf Abdorf.
Godefridus Johannes Schacht, “geb. te Harderwijk 8 Oct. 1764, overl. te Soeterwoude 27 Aug. 1846. Zijn vader, Johannes Hermannus Schacht, volgt. Hij was gehuwd met Anna Maria van der Meulen. Hij studeerde in de godgeleerdheid te Harderwijk en te Leiden en werd predikant te Hees c.a. in 1790, te Geertruidenberg in 1794, te Delfshaven in 1797, te Dordrecht in 1800, te Leiden in 1810; emeritus in 1835. Van hem verscheen: Opwekkingsrede over den invloed van het Evangelie op de godsdienstige verlichting en daaruit voortvloeijende maatschappelijke beschaving der heidenen (13 Aug. 1817 uitgesproken voor het Zendeling-genootschap). Als predikant te Dordrecht werd hij door de hoogeschool te Harderwijk tot doctor honoris causa benoemd”. (NNBW [internet]).
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 310: op 3 juli 1810 verkoopt Godefridus Johannes Schacht, predikant van de NG gemeente te Dordrecht, voor 6400 gl. aan Catharina Elisabeth Heijer, weduwe van Anthonij de Fockert, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend oud C:1292 en nieuw C:1169, staande tussen het huis van D. Hooft en dat van R. Abdorf.]
Adriaan Verster [predikant]
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 133v: op 31 juli 1714 verkopen Elisabeth van Slingeland, Cornelia van Slingeland en Anthonia van Slingeland, meerderjarige ongehuwde zusters, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan de Vaders en Regenten van het Arme-Weeshuis een huis in het Steegoversloot tegenover de St.Jorisdoelen, staande tussen het huis van Adriaan Op de Camp en dat van Jacob Beije.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 76: op 14 dec. 1723 verkoopt mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als rentmeester van het Arme-Weeshuis, vervangende de Vaders en Regenten van het Arme-Weeshuis, voor 2388 gl. aan Cornelia Rees, de vrouw van Adrianus Verster, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de Doelen, laatst eigendom geweest van Cornelia van Slingeland, staande tussen het huis van juffrouw Op de Kamp en dat van kapitein Bijen.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 219: op 10 juli 1781 verkopen Jacobus Johannes Schrijver, als procuratie hebbende van Willem Eelzing, ontvanger van de verpondingen over het kwartier van Kempenland, de Meijerij van ‘s-Hertogenbosch etc., als weduwnaar van Maria Hermina Verster, voor de ene helft, en Jan Castendijk, lid van de Achtraad en wonende te Dordrecht, en Francois Cornelis van Kessel, koopman wonende te Dordrecht, als man van Adriana Cornelia Castendijk, erfgenamen bij versterf van Maria Hermina Vester, voor de wederhelft, voor 7150 gl. aan Johanna Elisabeth Geerling, wonende te Dordrecht, een huis met een tuin in het Steegoversloot, uitkomende aan de stadgracht, staande tussen het huis van mr. Jasper Perduin en dat van de weduwe Timmer.]
Willem Bijen [kapitein ter zee]
[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 35v e.v.: op 26 mei 1735 verkoopt Willem Bijen, kapitein ter zee in Nederlandse dienst, voor 2150 gl. aan Jan de Haan, mr. timmerman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van jonkvrouw Van den Honert en dat van Adrianus Verster, predikant te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 172: op 12 febr. 1765 verkoopt Jan de Haan, burger van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Anna Verveer, weduwe van Johannes Timmers, en haar zuster Catharina Verveer, beiden wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, strekkende van de straat tot achter aan de stadsgracht, staande tussen het huis van ds. Adrianus Verster en dat van mr. Cornelis de Witt, burgemeester van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 63v: op 1 okt. 1793 verkopen Jan van der Star, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, en Cornelis Verveer, “origineele” drossaard en schout van de heerlijkheid Jaarsveld, wonende te Ameiden, die door wijlen Anna Verveer, weduwe van Johan Timmers, gewoond hebbende en te Dordrecht op 11 mei 1792 overleden, tot executeurs-testamentair en administrateurs van haar boedel zijn benoemd bij akte, gepasseerd voor notaris J.H. Schultz van Haegen te Dordrecht op 28 febr. 1789, voor 3320 gl. aan Johanna, Adriana en Jacoba Johanna Meuls, gezusters wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, uitkomende aan de stadsgracht en staande tussen huis en tuin van mr. Cornelis de Witt, heer van Jaarsveld, en het huis van juffrouw Geerling.
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 249v: op 21 juli 1795 verkoopt “Gillis Schotel Jansz, borger en wonende alhier, als last en procuratie hebbende van zijn behuwdzusters Johanna en Jacoba Johanna Meuls, bejaard en Ongehuwd, mede wonende” te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Corstaan Groenenberg, [goud- en zilversmid], burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, uitkomende op de stadsgracht en staande tussen het huis van Jan Hooft Dz. en dat van Willem Grootveld.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 211v: op 17 dec. 1805 verkoopt Corstiaan Groenenberg, burger van Dordrecht, voor 4500 gl. aan Neeltje van Mil, [oudijzerverkoopster], weduwe van Willem van Duuren, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1294, staande tussen het huis van Dirk Hooft aan de ene zijde en dat van M.J. Grootveld en W.H. Bosch aan de ander zijde.]
de erfgenamen van burgemeester Herman van de Honaart
[mr. Herman van den Honert, geboren Dordrecht 2 aug. 1645, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1645, doctor juris (Leiden 29 juni 1666), verscheidene malen burgemeester van Dordrecht tussen 1702 en 1727, overleden Dordrecht 6 aug. 1730, begraven ald. 11 aug. 1730, zoon van Johan van den Honert en Cornelia Hallincg, trouwde 30 juli 1675 Anna de Witt, geboren ‘s-Gravenhage 27 dec. 1655, overleden 26 nov. 1725, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 dec. 1725 (Anna de Witt, vrouw van burgemeester mr. Herman van den Honert, 10 koetsen extra, wapenbord voorgedragen, 5 sleepmantels), dochter van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, en Wendela Bicker (NNBW [internet])
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 138 e.v.: op 15 mei 1698 verkoopt Francois Auxbrebis, koopman wonende te Amsterdam, als man van Elisabeth Pompe van Slingeland Michielsdr. en mede-erfgenaam van Elisabeth de Lange, weduwe van Michiel Pompe van Slingeland, lid van de Oudraad van Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van zijn vrouw, voor 8500 gl. aan mr. Herman van den Honert, lid van de Oudraad van Dordrecht, een groot “aensienlijck” huis in het Steegoversloot, staande tegenover de St. Jorisdoelen tussen het huis van Jacobus Beij en dat van Pieter Willemsz. van Venloo
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Cornelia Wendelina, 2 jan 1686
b. Johan, 24 febr. 1687
c. Anna, 19 dec. 1687
d. Agnita Jacoba, 26 dec. 1691
e. Rochus, 18 april 1695
f. Catharina Wilhelmina van den Honert, 10 mrt. 1698, jonge dochter van Dordrecht (1718), trouwde Gerecht/NG 11/28 sept. 1718 (de bruidegom geassisteerd met Johan van Berckel, raad en vroedschap van Rotterdam, zijn voogd, en Johan de Witt, heer van Hekendorp, Snellerwaard, Zuid- en Noord-Lindschoten, ontvanger van de grafelijkheidstol van Geervliet, zijn broer, en de bruid met haar vader Herman van den Honert, burgemeester van Dordrecht, dijkgraaf van de Alblasserwaard, curator van de Leidse Universiteit, waardijn van de Munt van Holand, en Martinus Donius van Eversdijk, commies van de “generaliteijts financie”, haar behuwd broer) Cornelis de Witt, geboren Dordrecht 14 mei 1696, jongman van Dordrecht (1718), overleden Dordrecht 12 okt. 1769, zoon van Johan de Witt en Wilhelmina de Witt
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht)
f-1. Johan de Witt, 7 dec. 1720, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug (1742), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 april 1742 (ondertrouw, volgens attestatie van Leiden dd 3 mrt. 1742) Abigael Constantia Roos, jonge dochter van Amsterdam wonende te Leiden (1742)
Kind:
f-1-1. Cornelis de Wit, vrijheer van Jaarsveld, geboren Dordrecht 20 aug. 1743, wonende in de Wijnstraat bij de Schrijversstraat (1784), veertigraad van Dordrecht, overleden Dordrecht 2 juni 1813, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 mrt. 1784 (ondertrouw, aan huis, getrouwd Jaarsveld 4 april 1784) Emmerentia van Renten, weduwe geboren te Leiden, wonende in het Steegoversloot (1784)
RA Dordrecht, archief 34, inv. 3, f. 14, 18 juli 1813: overdracht van een huis in het Steegoversloot door Cornelis de Wit van Jaarsveld aan Arnoldus de Groot
idem, inv. 7, f. 66, 9 juni 1823: overdracht van een huis in het Steegoversloot door Arnoldus de Groot aan Dirk Smits.
(Dirks Smits was eigenaar van een gebouw aan het Steegoversloot, waar sinds 1823 sociëteit “de Vrijheid” was gevestigd. Deze sociëteit werd waarschijnlijk opgericht in 1743 en ging ter ziele in 1910. Het gebouw werd in dat jaar verkocht aan de Nederlandsche Aannemers Bond (N.A.B.).
f-2. Anna Wilhelmina, 23 juni 1722
f-3. Wilhelmina Maria, 12 okt. 1723
f-4. mr. Herman Cornelis de Witt, 14 sept. 1728, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug (1761), hoofdofficier en lid van de Oudraad te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mrt./7 april 1761 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader burgemeester Kornelis de Witt, de bruid met haar vader Otto Buck), Magdalena Cornelia Buck, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat naast de Munt (1761), weduwe wonende in de Voorstraat bij de Lombardbrug (1780), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 20 april/7 mei 1780 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader mr. Anthonie van den Doorslag, de bruid heeft op 13 april 1780 bewijs gedaan aan haar kind ten overstaan van notaris A.A. van de Oever te Dordrecht) ds. Jacob Hendrik van den Doorslag, jongman geboren te Utrecht wonende aan het Maartensgat (1780), “leraar” van de NG gemeente te Dordrecht
Kinderen:
f-4-1. Cornelis de Witt, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1772
f-4-2. Maria. gedoopt NG Dordrecht 23 april 1777
f-5. Anna Cornelia, 2 nov. 1729
ORA Dordrecht inv. 1677, f. 225v: op 28 april 1795 verkoopt mr. Cornelis de Wit, burger van Dordrecht, voor 5500 gl. aan Willem Grootveld en diens vrouw Anna de Voogd, burgers van Dordrecht, een dubbel huis in het Steegoversloot tegenover de St. Jorisdoelen, staande naast het huis van burgeres Meuls.
“In of rond 1742 stelde … Catharina Wilhelmina van de Honert het pand te beschikking van de toen opgericht Sociëteit De Vrijheid, die er, behoudens een verblijf in de Wijnstraat tussen 1810 en 1823, to haar opheffing in 1910 gevestigd zou blijven. [De Dordtse architect Anthonie Ek Azn. ontwierp toen voor het gebouw een nieuwe pui.] Hierna werd het als sociëteit in gebruik genomen door de Nederlandse Aannemers Bond (N.A.B.), die in het naastgelegen pand aan de oostzijde een restaurant had. Nadat het een tijdlang als hotel-restaurant is gebruikt, werd het in 1984, samen met het pand aan de oostzijde, verbouwd tot een appartementencomplex.”(Steegoversloot, p. 155 e.v.)
“In de tweede helft van de negentiende eeuw had de sociëteit rond de tweehonderd leden. In 1842 werd er achter het pand een kolfbaan aangelegd. … In 1855 kwam daar een kegelbaan voor in de plaats.” (Dordrecht Monementeel jan. 2026, nr. 99, p. 11)
Volgende eigenaren (overgenomen uit Dordrecht Monumenteel jan. 2026, nr. 99, p. 11)):
1807: Maria Johanna Grootveld en Willem Hendrick Bosch, kantorcommies en sociëteitshouder
1813: Cornelis Cornelisz. de Witt van Jaarsveld (1742-1813), zoon van Cornelis Johansz. de Witt en Catharina Wilhelmina van de Honert
1813: Arnoldus de Groot, koopman
1823: Dirk Smits, logementhouder
1835: Adriana Cornelia Smits, echtgenote van Hendrik Marius van der Sande Lacoste
1838: de leden van Sociëteit De Vrijheid
1910: Hendrik van Dongen, Barend Groeneveld en Johannes Cornelis Schotel, aannemers
1911: de Nederlandse Aannemersbond [N.A.B.}, afdeling Dordrecht
1935: Willem Heeringa, koffiehuishouder
1955: Jacob Hendrik Prenger, hotelier
1977: Schiepoort Vastgoed BV
1980: BV Bouw- en Aannemersbedrijf Van Straalen
1984: Gemeente Dordrecht]
idem
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 19v: op 22 april 1727 verkoopt Pieter van Venrooij [kleermaker], burger van Dordrecht, voor 510 gl. aan mr. Herman van den Honert, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacob Telders.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 233v: op 8 april 1802 verkoopt “Julius Dominicus Schultz van Haegen, Notaris alhier, als last en procuratie hebbende van Addeko Willem Kiers, als in huwelijk hebbende Elisabeth Maria van Volbergen, ingevolge Procuratie den 16 Maart 1802, voor den Notaris Constantinus Hartman van Hoeck en zekere getuigen te Bergen op Zoom verleden”, voor 2000 gl. aan Willemina Morks, weduwe van dr. Herman van der Star [arts], wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Willem Grootveld en dat van de erfgenamen van Willem Vervel.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 448v: op 3 sept. 1807 verkoopt “Dirk Willem Nibbelink, wonende te Hendrik Ido Ambagt, als Last en Procuratie hebbende van Jufvrouw Diderica Wilhelmina van der Star huisvrouw van de Heer Carel Fredrik Heishoorn, deaar toe met den voorn: Man, die, ten dien einde, bij ’t passeren der Procuratie compareerde, geadsisteerd, en daar toe geauthoriseerd, ingevolge Procuratie den 31 Julij 1807 voor den Notaris J. van der Star en getuigen verleden”, voor 3000 gl. aan Johannes van Efferen, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1296, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Grootveld en dat van Pieter Salacroup.]
Jacob Telders
[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 213 e.v.: op 4 nov. 1734 verkopen Elisabeth Natmans, weduwe van Jacobus Telders [mr. kleermaker], wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als mede-erfgename van haar man, voor de helft, en Adrianus Papegaaij, als executeur-testamentair van Jacobus Telders en nog voor de kindskinderen van Jacobus Telders, voor de wederhelft, voor 930 gl. aan Bartholomeus Vervel, bakker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van burgemeester Herman van den Honert en dat van Adriaan van de Santheuvel, baljuw van de Merwede.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 391v: op 4 okt. 1803 verkopen “Willem Vervel, wonende te Dordrecht en Jan Broeling, wonende te Zwijndrecht, zijnde den laatsten eenige Zoon en Erfgenaam van wijlen Helena Vervel weduwe Adriaan Broeling, en dezelve Willem en Helena Vervel eenige kinderen en Erfgenamen van wijlen Bartholomeus Vervel”, voor 3400 gl. aan Benjamin Bletgen, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1297, staande tussen het huis van de erfgenamen Van der Star en dat van Christiaan van der Werf.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 392: op 4 okt. 1803 verkoopt Benjamin Bletgen [tabaksverkoper], wonende te Dordrecht, voor 3400 gl. aan Johannes Petrus Salacroup [deurwaarder, dansmeester], wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1297, staande tussen het huis van de erfgenamen van Van der Star en dat van Christiaan van der Werf.]]
Adriaan van de Santheuvel
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 141: op 18 nov. 1710 verkopen Henricus Dibbetsz, predikant te Leiden, en Johan Franchois Baljerts, kapitein-luitenant van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, enige zoon en erfgenaam van Franchois Baljaart, kapitein in Nederlandse dienst, weduwnaar van Johanna Dibbetsz., beiden enige erfgenamen van Johannes Dibbetsz, emeritus predikant te Dordrecht, voor 2400 gl. aan Adriaan van den Santheuvel Hendricksz., wonende te Dordrecht, twee huizen, “geapproprieert” tot een woning, staande in het Steegoversloot tussen het huis van Jacobus Telder en dat van de stadhouder Hendrick Witting.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 74v e.v.: op 14 jan. 1749 verkoopt mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad te Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, als man van Cornelia van den Sandheuvel, enige dochter van Adriaan van den Sandheuvel en Alida Everwijn, voor 3100 gl. aan Gijsbert Pott, commies “ten comptoire” van de gemene middelen te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Sacharias Kemp en dat van Bartholomeus Vervel.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 57v e.v.: op 16 sept. 1760 verkoopt Gijsbert Pot, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Christiaan Boonen, mr. munter en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Abraham van Volcom en dat van Bartholomeus Vervel. De koper is schuldig aan Wilhelmus van Nieveld, koopman te Dordrecht, een somma van 2000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 104: op 17 nov. 1772 verkoopt Leendert van der Bijl, wonende te Brielle, als man van Klara van der Linden, eerder weduwe van Christiaan Boonen, voor 5010 gl. aan Arent van der Werf, beursmakelaar te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Bartholomeus Vervel en dat van de weduwe van Abraham van Volkom.]
Zacharias Kemp [mr. schilder]
[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 23: op 28 mei 1709 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Camere Judicieel te Dordrecht, voor 317 gl. aan Hendrick Wittingh, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de Doelstraat, staande tussen het huis van Johannes Dibbetius en dat van Arent van Welsenis.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 220: op 19 febr. 1726 verkoopt Hendrick Wittingh, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, voor 300 gl. aan Zacharias Kemp, schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan van den Sandheuvel en dat van de weduwe van Arent van Welsenes.
Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 mei 1713 (ondertrouw): Zacharias Kemp, jongman geboortig van … bergen in Saksen wonende in het Torenstraatje geassisteerd met Willem Pietersz. van Aartrijck zijn goede bekende en Lijsbeth van den Bergh jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Aeltje Verboom de vrouw van Jan van den Bergh haar schoonzuster.
Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 2v: op 6 okt. 1738 een extract ingeschreven in het weesboek van het testament van Sacharias Kemp en dat van Elisabeth van den Bergh, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 27 juli 1738. Zij hebben de langstlevende van hen beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd.
Zacharias Kemp en Elisabeth van den Berg laten dopen Ev. Luthers Dordrecht 21 juli 1716 een dochter genaamd Geertruij
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 10 nov. 1744 Lodewijk Groeneman jongman van Keulen wonende bij de Munt met schriftelijk consent van zijn vader Theodorus Groeneman en Geertruij Kemp jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot geassisteerd met haar vader Sacharias Kemp
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 19: op 21 mei 1748 verklaart Zacharias Kemp. mr. schilder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lambert de Jongh, mr. schilder en burger van Dordrecht, een somma van 700 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande naast het huis van de weduwe van Adriaan van den Santheuvel.
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 130v e.v.: op 26 okt. 1758 verkoopt Lodewijk Groeneman, wonende in Utrecht, als man van Geertruij Kemp, enige dochter en universele erfgename van Sacharias Kemp, voor 1000 gl. aan Abram van Volcom, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Frackin en dat van Jacobus van Welsenes.
ORA Dordrecht inv. 1672, f. 16v: op 29 jan. 1782 verkopen “Theunis van Wijngaarden wonende binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van Anthonij Marsseveen, Adrianus van Volkom, Johannes Olivier als in huwelijk hebbende Geertruij van Volkom door haren gemelden man bijgestaan en hier toe gemagtigt, en Anthonij Meijers als in huwelijk hebbende Sijtje van Volkom, en dezelve Sijtje van Volkom door haren gemelden man bijgestaan, als mede Mr. Herman van Bracht, en gemelten Anthonij Marsseveen in hoedanigheid als bij Testament van 25e Januarij 1775 voor wijlen Sibertus van der Bank, in leven Notaris binnen dese Stad, en twee getuigen verleden door wijlen Geertruij Targier, Eerst weduwe van Abraham Marsseveen, en Laatst van Abraham van Volkom, gewoont hebbende, en den 11e: November 1781 overleden binnen dese Stad, aangestelde voogden over de drie nagelaten minderjarige kinderen van wijlen Johanna van Volkom, aan haar in huweli(j)k verwekt door Jurianus van Driel, met namen Geertruij van Driel, Anthonia van Driel, en Sijtje van Driel, alle wonende” te Dordrecht, voor 2550 gl. aan Arend van der Werff, makelaar wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Cornelia Figters.
ORA Dordrecht inv. 1681, f. 42: op 25 okt. 1808 verkoopt mr. Adriaan van der Werff van Zuidland, als procuratie hebbende van Agatha Boonen, weduwe van Arend van der Werff van Zuidland, voor 10.000 gl. aan Samuel ’t Hooft [houtkoper], wonende te Dordrecht, twee huizen, “tot eene woning gebragt”, getekend C:1298 en 1299 en staande in het Steegoversloot tussen het huis van juffr. Van Steenbergen en dat van [NN] Salacroup.
“Arend van der Werff kocht [het] … samengevoegde huis in 1772 (oostzijde en midden]. Met een aankoop in 1782 werd hij tevens eigenaar van een huis aan de westzijde … Van der Werff liet in 1773 het huis inwendig verfraaien, waarbij kunstschilder Cornelis Kuipers zijn woning voorzag van behangelsschilderijen en bovendeur stukken in de vorm [van] grisailles. … Een grisaille is en schilderij waarin geen natuurlijke kleuren zijn aangebracht. Ze beperken zich tot de weergave in alle mogelijke schakeringen van dezelfde kleur, meestal grijs of bruin. (Steegoversloot, p. 147-148)
De arts Emil Schlicher Cohen kocht in 1938 de panden aan het Steegoversloot en liet een Dordtse architect een nieuw- en praktijkhuis ontwerpen. Het werd volgens het saneringsplan van de jaren 60 in 1970 afgebroken. Ervoor in de plaats kwam in 1988 het pand Steegoversloot 81/87. (Steegoversloot, p. 147-149)]
de weduwe van Aarent van Welsenis
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 17 e.v.: op 16 april 1697 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht op 14 juli 1696, voor 502 gl. aan Arent van Welsenis, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacobus van Dijck en dat van Arij Dircxsz. De koper is schuldig aan Wilhelm Stoop, hoofdofficier van Dordrecht, een somma van 500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 161v e.v.: op 29 april 1773 verkoopt Jacobus van Welsenes, huistimmerman te Dordrecht, voor 800 g. aan Willem Pieter Figters, ijzerkoper te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jan de Wit en de weduwe van Abraham van Volkom.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 202v: op 14 nov. 1805 verkoopt “Jan van der Star, Notaris alhier, als door wijlen Cornelia Adriana Figters in leven weduwe Daniel van der Zwits, gewoond hebbende en op den 19 Junij 1805 alhier te Dordrecht overleden, bij haar Testament op den 11-11-1805 gepasseerd voor den Notaris Francois Pistorius en zekere getuigen, aangesteld tot Executeur in haar Boedel”, voor 2570 gl. aan Elisabet Anna van Steenbergen en Metje der Moeijen, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Arend van der Werff en dat van Gerrit de Wit.}
Jan de Wit
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 243v: op 28 juli 1729 verkoopt Pieter van Well, notaris te Dordrecht, gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van het huis van Jan van Dijk, voor 640 gl. aan Jan de Witt, omroeper te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de Doelstraat, staande tussen het huis van Willem Terkuijs en dat van de weduwe van Arent Welsenis.
Dit pand werd in 1771 samengevoegd achter de gevel met het hierna volgende huis. (Steegoversloot, p. 95)]
Willem ter Cuijs [mr. knoopmaker]
[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 124: op 11 okt. 1708 verkoopt Samuel Veldhuijsen, predikant te Werkendam, als man van Antonia van Donck, die eerder weduwe was Hendrick van der Hoff, voor 1100 gl. aan Willem ter Kuijs, mr. knoopmaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Ruth Onder de Wingert en dat van Jacobus van Dijck.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 71v e.v.: op 23 okt. 1732 verkoopt Willem Terkuijs, burger van Dordrecht, voor 1050 gl. aan Anthonij Voskamp, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, zijnde het tweede huis ten zuiden van de ingang van het Hof, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Ruth Onderdewijngaart en dat van Jan de Witt. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 201v e.v.: op 26 febr. 1771 verkoopt Adriana van der Matten, eerder weduwe van Anthonij Voskamp en nu gesepareerde vrouw van Cornelis Nagtegaal, voor 730 gl. aan Jan de Wit, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Jan van Someren.]
de weduwe van Rut Onderdewijngaart
[” In 1741 werd de voorgevel als meesterproef vervangen door metselaar Cornelis Weijmans … Hij bouwde een zogenaamde, een trapgevel die wordt gekenmerkt door korfbogen boven de vensters … (Steegoversloot, p. 92)
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 58 e.v.: op 12 nov. 1748 verkopen Lambert Onderdewijngaert en Hendrica Onderdewijngaert, burgers van Dordrecht, voor 785 gl. aan Johannes van Someren, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de ingang van het Hof en het huis van Anthonij Voscamp.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 147: op 23 mei 1775 verkoopt Helena Muller, weduwe van Johan Fredrik Somer, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Cornelis de Pré, wonende in Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de ingang van het Hof en het huis van de weduwe van de omroeper Jan de Wit.
ORA Dordrecht inv. 1671, f. 166: op 8 mrt. 1781 verkoopt Cornelis de Pree, burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Bernardus van Tienen, koster van de Grote Kerk, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de ingang van het Hof en het huis van de weduwe van Jan de Wit.]
[de Hofpoort]

De Hofpoort in het Steegoversloot
[In de natuurstenen korfboog van de poort aan het Steegoversloot staat het jaartal 1572. (Steegoversloot, p. 84)]
Jan Fredrik Bough [stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 123: op 20 april 1728 verkopen Nicolaas Michault en diens vrouw Margrita Christina van der Rat voor 1445 gl. aan Hendrica van der Heijden, weduwe van Cornelis van Bavel, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de ingang van het Hof en het huis, dat op diezelfde dag door hen is getransporteerd aan Arie de Bie.]
Arij de Bie
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 123v: op 20 april 1728 verkopen Nicolaas Michault en diens vrouw Margrita Christina van der Rat, wonende te Dordrecht, voor 430 gl. aan Arie de Bie, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis van Bavel en dat van Pieter Chastelet.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 131: op 30 jan. 1731 verkoopt Arij de Bie, burger van Dordrecht, voor 460 gl. aan Jan Fredrik Bough, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Chasteleth.]
Pieter Sastelet [mr. smid]
[ORA Dordrecht inv. 1651, f. 17v: op 3 april 1727 verkopen Andries Cant, notaris te Dordrecht, en Willem de Groot, klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators over de insolvente boedel van Adriaan van der Hoeven, mr. smid te Dordrecht, voor 600 gl. aan Pieter Jansz. Chastelet, mr. smid te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Nicolaas Michault en dat van Hendrick Deckers.
“Op de locatie van Steegoversloot 29 is tot 1895 ruim 280 jaar onafgebroken een smederij gevestigd geweest. In dat jaar werd de smederij gekocht door Justus Geerkens jr. [distillateur en likeurstoker], die het pand liet slopen. … Het in ecclecticistische stijl ontworpen huis is in 1896 in zijn opdracht gebouwd naar een ontwerp van de architect W. Stok jr.” (Steegoversloot, p. 65.]
de weduwe van Cornelis Florijn
[1731: verhuurd
Cornelis Florijn, jongman van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 mrt./4 april 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Antonetta Drijffhout, weduwe van Jacob Florijn, de bruid met haar vader Hendrick Deckers) Maria Deckers, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1695)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jacoba, 18 nov. 1695
b. Johanna, 14 juni 1697
c. Maria Antonia Florijn, 24 sept. 1700
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 64: op 7 okt. 1760 verkoopt Maria Antonia Florijn, bejaarde ongehuwde persoon, voor 325 gl. aan Maria Velsenaar, weduwe van James John Melvil, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan van Chastelet en dat van NN.
d. Henrick, 21 sept. 1703
e. Antonetta, 14 juni 1706
f. Cornelis, 26 jan. 1708
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 105: op 19 nov. 1772 verkoopt Maria Velsenaar, weduwe van James Johan Melvill, wonende in Den Haag, voor 400 gl. aan Jobje Bakker, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Anthonij Chastelet en dat van Cornelis Doreton.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 144v: op 4 mrt. 1773 verkopen Jan Hendrik Schultz van Haegen, procureur, en Arnoldus Kolster, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, als curators in de insolvente boedel van Jopje Bakker, voor 520 gl. aan Adriaan Burgemeester, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Anthonij Chastelet en dat van Cornelis Doreton. De koper is schuldig aan Adriana Kouwens, weduwe van Andries van Duuren, wonende in Dordrecht, een somma van 400 gl.
de weduwe van Leendert Nieustad [Aaltje van Leeuwen]
[ORA Dordrecht inv. 1658, f. 37v: op 17 sept. 1748 verkoopt Wijnant Zelis, schipper en burger van Dordrecht, als gemachtigde van de Kamer Juditieel van Dordrecht, voor 275 gl. aan Cornelis Dorenton, timmermansknecht te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrik Floreijn en dat van Willemijna Heemstee.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 107: op 17 jan. 1775 verkoopt Cornelis Dorethon, timmermansknecht te Dordrecht, voor 600 gl. aan Cornelis de Pree, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan Burgemeester en de “Slijt-Kelder” van de weduwe Reurs.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 174v: op 4 mei 1779 verkoopt Cornelis de Pree, wonende in Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacob van Volkom, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adriaan Burgemeester en de “Slijtkelder” van Jenneke Flamon, weduwe van Jan Reurs.
ORA Dordrecht inv. 1683, f. 29: op 25 jan. 1810 verkopen Pieter van Volkom en Anthonij Meijers. als executeurs in de nalatenschap van Jacob van Volkom, die gewoond heeft en is overleden te Dordrecht, voor 700 gl. aan Gerrit Matena, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend nieuw C:1186, staande tussen het huis van Andries Burgemeester en dat van J. van Oudgaarden.]
de weduwe van Steven van Es
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 41 e.v.: op 15 mei 1732 verkopen Lodewijk Faasse, als man van Maria van Esch, Willem van der Linde, als man van Geertruij van Esch, en Willem van der Linde nog als procuratie hebbende van Pieter van Esch, kinderen en erfgenamen van Hendrica de Bruijn, weduwe van Steven Claesz. van Esch, voor 350 gl. aan Willemijna van Heemsté, weduwe van Samuel van der Hutte, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Leendert Nieustad en dat van Adam van Outgaerden. De koopster is schuldig aan Hermanus van Oldenburg, burger van Dordrecht, een somma van 250 gl.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 2v: op 22 jan. 1760 verkoopt Willemijna van Heemsteeg, wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Reurs, wijnkoper te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adam van Outgaarden en dat van Cornelis Doreton.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 6: op 20 jan. 1785 verkopen “Diederik van Horbagh, Raad in de Vroedschap en Schepen der Stad Schoonhoven, wonende aldaar en Abraham Adrianus van den Oever, Notaris binnen dese Stad, in hoedanigheid als Executeurs van den Testamente van wijlen Jenneke Flammon, weduwe van wijlen Jan Reurs, gewoont hebbende, en den 26:e October 1784 overleden” te Dordrecht , voor 450 gl. aan Hendrik Janse, slijter van gedistilleerd, wonende te Drodrecht, een huis of pakhuis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Outgaarden en dat van Jacobus van Volkom.
ORA Dordrecht inv 1681, f. 13v: op 28 jan. 1808 verkoopt Johannes Janse, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Johannes van Oudgaarden, wonende te Dordrecht, een huisje in het Steegoversloot, getekend C:1311 en C:1312, staande tussen het huis van de koper en dat van Van Volkom.]
Adam van Oudgaarden
[komt uit in het Hof
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 81v: op 18 jan. 1724 verkoopt Adriaan Hoffman, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Adam van Outgaarden, burger van Dordrecht een huis in het Steegoversloot met van achteren een vrije uitgang in het Hof, staande tussen het huis van Adriaan Borgers en dat van de weduwe Van Esch.]
Hermanus de Bruijn
[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 39v: op 11 jan. 1725 verkopen Adriaan en Hester Burger, echtelieden wonende te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Hermanus de Bruijn, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Adam van Outgaarden en dat van Willem van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 87: op 9 dec. 1727 verkopen Cornelis de Bruijn, burger van Dordrecht, en Wouter Hagens, als voogd over Bruno de Bruijn, die in het buitenland verblijft, en samen vervangende Aaltje Hagens, weduwe van Hermanus de Bruijn, en Hendrik van Sprangh, als man van Pieternella de Bruijn, samen kinderen en erfgenamen van voornoemde Hermanus de Bruijn, voor 1550 gl. aan Johanna Meussel, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Willem van Nispen en dat van de boekhouder Adam van Outgaarden.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 97: op 21 april 1761 verkoopt Joseph van Oorschot [gehuwd met Johanna Meussel], voor 1800 gl. aan Maria van Opstal, wonende te Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Outgaarden en dat van de weduwe van Willem van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1668, f. 6v: op 27 jan. 1774 verkoopt Martijntje van Opstal, meerderjarige ongehuwde persoon ,wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria van Opstal, wettig gesepareerde vrouw van Gerrit Kuijpers, voor 1775 gl. aan Adriaan Hooijman, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, van achteren uitkomende in het Hof, staande tussen het huis van de weduwe van Adam van Outgaarden en dat van de weduwe van Willem van Nispen.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 281: op 3 juli 1806 verkoopt “Raphael van den Blijk, wonende binnen deze Stad, als ten dezen behoorlijk gevolmagtigd door Maria Sers weduwe en Erfgename van wijlen Adriaan Hooijman, wonende” in Dordrecht, voor 2350 gl. aan Corstiaan Groenenberg, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, van achteren uitkomende in het Hof nabij de Augustijnenkerk, getekend C:1314, staande tussen het huis van J. van Outgaarden en dat van juffr. C. van Nispen.]
de weduwe van Willem van Nispen [domheer te Utrecht]
[komt uit in het Hof
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 82v: op 2 nov. 1717 verkoopt Joost Verstappen, schoolmeester en burger van Dordrecht, voor 775 gl. aan Willem van Nispen, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van jufrouw Burgers en dat van Jan van Lotteringen.
ORA Dordrecht inv. 1682, f. 852: op 3 okt. 1809 verkopen Hendrik Kuijpers en Jacob Kever, als executeurs in de boedel van Cornelia van Nispen, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 2030 gl. aan Adriaan Voskamp, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, getekend C:1315 en 1191, van achteren uitkomende in de doorgang naar het Hof, staande tussen het huis van Pieter Bruijsten en dat van Corstiaan Groenenberg.]
Leendert de Visser
[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 56: op 8 juni 1697 verkoopt Abraham Baenwijck, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jan Claasz. van Lotteringen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Joost Verstappen en dat van Cornelis van Groenewegen.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 53v: op 11 mei 1730 verkopen Hermanus van der Kloeck, begrafenisbidder, en Cornelis van Ringen, apotheker te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Emmerentie de Haan, weduwe van Jan Claasz. van Lotteringe, te Dordrecht overleden, voor 915 gl. aan Leendert de Visser, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis van Groenewege en dat van Willem van Nispen, domheer te Utrecht.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 7: op 20 jan. 1785 verkoopt Andries Broekman [getrouwd met Lena de Visser, trasmeter, luitenant van de Heelhaaksschutters (Steegoversloot, p. 39)] voor 1550 gl. aan Adriaan Hooijman, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Willem van Nispen en dat van Jan van der Ven.
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 217: op 24 dec. 1805 verkoopt Adriaan Hooijman, wonende te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Pieter Bruijstens [aanspreker (Steegoversloot, p. 39)] een huis in het Steegoversloot, getekend C:1316, staande tussen het huis van Cornelia van Nispen en dat van J. van de Ven.
Dit huis is afgebroken in 1877. (Steegoversloot, p. 38)]
de weduwe van Cornelis van Groenewege
[Cornelis van Groenewegen, jongman van Brielle wonende in het Steegoversloot (1680), kleermaker, trouwde NG Dordrecht 17 nov./9 dec. 1680 (proclamatie in Brielle)Lucia van Campen, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1680), overleden kort voor 16 mrt. 1739
Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 12v: op 16 mrt. 1739 extract ingeschreven van het testament van Cornelis van Groenewegen en Lissia van Campen, gepasseerd voor notaris E. Venlo te Dordrecht op 15 sept. 1686 (“Nota: Cornelis van Groenewegen is voor overleeden. Edog zijn geen goederen”)
Kind:
a. Catharina Groenewegen, gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1749), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 nov./14 dec. 1749 (de geboden gaan te Dubbeldam) Leendert Leendertsz. Moret, weduwnaar van Krimpen a/d Lek wonende bij de Grote Vismarkt (1749)
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 160 e.v.: op 15 jan. 1756 verkoopt Catharijna Groenewegen, de vrouw van Leendert Moret, voor 500 gl. aan Bartholomeus Smits, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Leendert de Visser en dat van NN van Os.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 92v: op 5 mei 1767 verkoopt Bart Smits, wonende te Rotterdam, voor 200 gl. aan Leendert Visser, metselaarsknecht en burger van Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van notaris Pieter van Well.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 7v: op 20 jan. 1785 verkoopt Lambertus de Visser, wonende in Dordrecht, voor 1290 gl. aan Jan van der Ven, schilder te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Coenraad Brender a Brandis en dat van Adriaan Hooijman.]
Joppie van Elsloo
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 16v: op 6 mrt. 1717 verkoopt notaris Willem Pasman, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van Petronella Rijnestijn, weduwe van Hendrik Paeuw, voor 410 gl. aan Jacobus de Bruijn, bode van Dordrecht op Zeeland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis van Groenewegen en het huis, dat wordt bewoond door Van Hiesvelt.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 211: op 23 jan. 1726 verkoopt Jacob de Bruijn, koopman te Dordrecht, voor 400 gl. aan Jopie van Elso, meerderjarige ongehuwde persoon, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Groenewegen en dat van Matthijs Bovelaar.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 89 e.v.: op 13 jan. 1733 verkoopt Joppie van Elslo, meerderjarige, ongehuwde persoon te Dordrecht, voor 350 gl. aan Alexander Cleton, mr. bakker te Dordrecht, een huis staande in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe Van Groenewege en dat van Matthijs Bovelaer. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 350 gl.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 69v: op 5 okt. 1752 verkoopt Alexander Cletton, [koekenbakker], burger van Dordrecht, voor 550 gl. aan Cornelis van Os, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter Borret en dat van [NN] Broeksmit.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 153: op 18 mrt. 1762 verkoopt Cornelis van Os, koekenbakker, die gewoond heeft in Dordrecht, doch thans te Rotterdam, voor 400 gl. aan Pieter van Well, notaris te Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Bartholomeus Smits en dat van Machiel Broeksmit.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 223v: op 27 mrt. 1784 verkoopt Cornelia van Well, weduwe van mr. Coenraad Brender á Brandis, wonende te Dordrecht, voor 950 gl. aan Jan Huijsman, [broodbakker] en burger van Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Broeksmit en dat van Van der Ven.
I. Johan Herman Brender, 1676 kapitein van een regiment infanterie onder veldmaarschalk prins Johan Maurits van Nassau-Siegen, zoon van Ernst Brender en Anna Wentzel, trouwde Rijswijk 22 sept. 1676 Johanna de Haan, geboren ‘s-Gravenhage 14 aug. 1654, dochter van Christoffel de Haen en Magdalena Tielo
Kind:
a. ds. Johan Brender a Brandis, geboren ‘s- Gravenhage 22 sept. 1679, volgt II
II. ds. Johan Brender a Brandis, geboren ‘s- Gravenhage 22 sept. 1679, predikant te Aartswoud (1704), Overschie (1706), Deventer (1711), Dordrecht (1715), overleden Dordrecht 18 aug. 1729, trouwde Deventer 9 dec. 1714 Christina Elisabeth Nilant, dochter van Gerard Jellisz. Nilant en Elisabeth Willemsdr. Nilant
Kinderen:
a. Christoph Christiaan Brender a Brandis, gedoopt Deventer 12 sept. 1715, baljuw van Rijnland, overleden Leiden 27 okt. 1778
(home.online.nl)
b. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 19 dec. 1716
c. Johanna Elisabeth Brender a Brandis, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1719
d. Gerhard Jelis, gedoopt NG Dordrecht 10 aug. 1721
e. Gerhard Jillis (Aegidius), gedoopt NG Dordrecht 6 okt. 1724
f. mr. Coenraad Brender a Brandis, gedoopt NG Dordrecht 13 aug. 1726, volgt III
III. mr. Coenraad Brender a Brandis, gedoopt NG Dordrecht 13 aug. 1726, advocaat en notaris in Brielle en Dordrecht, rentmeester van het stadskrankzinnig- en beterhuis, rentmeester van het armhuis, overleden in 1783, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 mei 1766 Johanna Cornelia van Well, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1735, overleden Dordrecht 14 mei 1801, dochter van Pieter van Well en Sara Elisabeth van Hoogstraten.
ORA Dordrecht inv. 1759, f. 212: op 6 juni 1793 verkoopt Jan van Kamen, burger wonende te Dordrecht, voor 955 gl. aan Cornelia van Well, weduwe van mr. Coenraad Brender a Brandis, wonende te Dordrecht, een tuin met een huis erop, staande en gelegen in het Matena’spad even buiten de St. Jorispoort omtrent de Noordendijk tussen de tuin van Pieter Blussé en die van de chirurgijn Van Loon.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 170v: op 6 okt. 1801 verkoopt “Matthijs Baalen, pondgaarder alhier, in qualiteit als met en nevens Johan van Hoogstraten in den Haage aangestelde, dan nu vermits het afsterven van gem: Johan van Hoogstraten alleen fungerende Executeur van den Testamente van de boedel van wijlen Johanna Cornelia van Well, wed. mr. Coenraad Brender a Brandis gewoond hebbende, en onlangs binnen deze Stad overleden”, voor 2110 gl. aan Theodorus Smet, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, uitkomende in de Doelstraat, staande tussen het huis van Meijer en dat van Romijn.
ORA Dordrecht inv. 1760, f. 152v: op 6 okt. 1801 verkoopt “Matthijs Baalen, pondgaarder alhier, in qualiteit als met en nevens Johan van Hoogstraten in den Haage aangestelde, dan nu vermits het afsterven van gem: Johan van Hoogstraten alleen fungerende Executeur van den Testamente van de boedel van wijlen Johanna Cornelia van Well, wed. mr. Coenraad Brender a Brandis gewoond hebbende, en onlangs binnen deze Stad overleden”, voor 560 gl. aan Hester Elisabeth Schakel, weduwe van Jacobus Evenwel, wonende te Dordrecht, een tuin met een huis erop in het Matena’spad even buiten de St. Joris- en Noordpoort, getekend E241, staande en gelegen tussen de tuin van chirurgijn Van Loon en die van Pieter Blussé.
Kind:
a. Herman, gedoopt NG Dordrecht 15 juni 1768]
Michiel van Bavelaar
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 37 e.v.: op 3 juli 1703 verkopen Adriaan van Bijeren [ontvanger] als executeur-testamentair en mede-erfgenaam van Aart Jooste van Bijeren, ontvanger van de appel en burger van Dordrecht, tevens vervangende de overige erfgenamen van Aart Jooste van Bijeren, en Frans Jansz. Block, mede-erfgenaam van Annetie Gijsbertsdr. Blankert, echtgenote van Aart Jooste van Bijeren, tevens vervangende Gijsbert Blanckert , voor 450 gl. aan Michiel IJsaaksz. Bavelaar, zaagmolenaar en burger van Dordrecht, een huis staande vooraan in het Steegoversloot, naast het huis van de weduwe Rijnestijn.
ORA Dordrecht inv. 1674, f. 113v: op 13 okt. 1785 verkopen “Anthonia Broeksmith wed.e Albert van Driel, Klaas Broeksmith, en Fredrik Broeksmith, mitsgaders Leendert Vernes, als in huwelijk hebbende Hendrina van Bavelaar, te samen Erfgenamen ab intestato zo van s’vaders, als s’moederszijde van wijlen Michiel Broeksmith, gewoont hebbende, en den 20 augustus 1785 alhier overleden” voor 810 gl. aan Jean Griot, schoolmeester en kramer, burger van Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van bakker Huijsman en dat van Christina Lambert.]
Herman Schuurman
[1731: verhuurd
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 133 e.v.: op 2 sept. 1755 verklaart Christina Smits, weduwe van Herman Schuurman, wonende te Dordrecht, schuldig te zijn aan Helena de Jager, weduwe van Hendrik van der Meulen, wonende te Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis op de hoek van het Steegoversloot, in welke straat het huis zijn ingang heeft, staande tussen het Steegoversloot en het huis van de mandenmaker Van Trigt.]