Literatuur:
Matthijs Balen, Beschrijvinge van de Stad Dordrecht (1677)
I. Jacob Dirksz. Absou, geboren ca. 1551, van Delft (1574), brouwer te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht aug. 1574 met Christina Jan Thomasdr. van Wesel, geboren ca. 1560
ORA Dordrecht inv. 1571, f. 20v: op 31 jan. 1579 verklaart Jacob Dircxsz. Absou brouwer schuldig te zijn aan Adriaen Vrancken inden Moises een bedrag van 370 gl. wegens leverantie van mout, verbindende het huis en brouwerij, waarin hij woont, staande aan de Landzijde [Voorstraat] tussen het huis van Cornelis Jansz. inden Both en dat van Adriaen Vrancken.
ORA Dordrecht inv. 1571, f.48v: op 9 april 1579 verkoopt Jacob Dircxsz. Absou brouwer aan Niclaes Woutersz. van de Borch, als voogd van Anneken Govertsdr., weeskind van wijlen Govert Geeritsz., een jaarlijkse losrente van 6 gl. op zijn huis aan de Landzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Adriaensz. brouwer en dat van Lijntgen Pietersdr.
ORA Dordrecht inv. 713, f. 145: op 2 mei 1579 transporteert Jacob Dircxsz. van Absou aan zijn schoonmoeder Maria Jacobsdr. een rentebrief van 19 ponden 11 groten en 12 mijten [1 mite = een derde penning] jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis en brouwerij aan de Landzijde, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. in de Both en dat van Adriaen Vrancken.
ORA Dordrecht inv. 736, f. 289v, akte dd 6 febr. 1582: Jacob Dircxsz. Absou is schuldig aan Niclaes Jansz. van Wesel brouwer en Frans Jansz. van Wesel een somma van 650 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende zijn huis en brouwerij aan de Landzijde [Voorstraat], waar uithangt “de Clospoort”, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. in den Both en dat van Adriaen in den Moijsis.
ORA Dordrecht inv. 737, f. 577: op 29 juni 1584 legt Jacob Dircxsz. Absou, collecteur van de uitheemse bieren te Dordrecht, ongeveer 33 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Jan Henricxsz. Smit, kaaskoper en burger van Amsterdam.
ORA Dordrecht inv. 1580, f. 99: op 2 aug. 1596 verkoopt Jacob Dircxsz. Abswou aan Cornelis Ariensz. Bogaert, koopman te Delft, een jaarlijkse losrente van 5 gl. 8 st. op een huis bij de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. Capiteijn en dat van Cornelis Servaes.
ONA Dordrecht inv. 17, f. 138: op 23 febr. 1611 verklaart Wendelken Dircxsdr., 60 jaar oud, wonende te Dordrecht, op verzoek van Christina Jansdr., weduwe van Jacob Dircxsz. Absouw, dat zij ongeveer 40 jaar lang bij Jan Thomasz. van Wesel en diens vrouw gewoond heeft en dat zij over haar verdienste uit de boedel van Jan Thomasz. en zijn vrouw niet meer dan 600 gl. en nog 20 of 30 gl. ontvangen heeft.
ONA Dordrecht inv. 25, f. 243: verklaring dd 16 sept. 1620 door o.a. Cristina Jansdr. van Wesel, weduwe van Jacob Dircxsz. Absou, 60 jaar oud.
Kinderen:
a. Anthonia (Janneke) Jacobsdr. Absou, geboren naar schatting ca. 1575, trouwde NG Dordrecht 23 okt./13 nov. 1594 Blasius van Haerlem Blasiusz.
b. Dierick Jacobsz. Absou, gedoopt NG Dordrecht 29 febr. 1580, volgt II
c. Jan en Janette Absou, gedoopt NG Dordrecht juli 1586
d. Josijnken Dirck Jacobsdr. Absou, geboren naar schatting ca, 1590, van Dordrecht (1613), weduwe van Dordrecht wonende in het huis van Mariken Cornelisdr. in het Steegoversloot (1623), trouwde 1e NG Dordrecht 29 mei/4 juni 1613 Eewout Adriaensz. van Heusden, van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1613, huistimmerman, 2e NG Dordrecht 24 sept./8 okt. 1623 Jan van der Straete, uit het Land van de Marck wonende in “het Gouden Passement” (1623), passementwerker
e. Christina (Stijnken) Jacobsdr. Absou, gedoopt NG Dordrecht sept. 1591, van Dordrecht woonende bij haar broer Diric Jacobsz. van Absou (1620), NG Dordrecht 29 mrt./21 april 1620 trouwde Wouter van Wijngerden (van Wijngaerden) Pietersz., van Dordrecht wonende bij zijn vader in de Gravenstraat (1620), azijnbrouwer
ONA Dordrecht inv. 13, f. 497v: op 27 aug. 1623 testeren Wouter Pietersz. van Wijngaerde, wijnkoper en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Christijna Jacobsdr. Absou, hij gezond, zij ziek. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 30 gl. Tot erfgenaam en voogd benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun toekomstige kinderen te onderhouden tot zij 22 jaar zijn geworden of gaan trouwen. Als hij de langstlevende wordt, zonder kinderen na te laten, moet hij aan Heijltgen Dircxdr. Absou de beste huik van de testatrice uitreiken, aan haar naaste erfgenamen ab intestato al haar beste kleren en aan haar broer Dirck Jacobsz. Absou of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen een bedrag van 400 gl. Als zij de langstlevende zal zijn en geen kinderen nalaat, moet zij aan zijn broer Cornelis Pietersz. zijn beste laken mantel uitreiken en aan zijn moeder of bij vooroverlijden zijn erfgenamen ab intestato een somma van 400 gl.
f. Jan Absouw, gedoopt NG Dordrecht okt. 1593
(Balen. o.c., p. 1266 e.v.)
II. Dierick Jacobsz. Absou, gedoopt NG Dordrecht 29 febr. 1580, van Dordrecht (1602), brouwer, trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1602/12 febr. 1603 Neelken (Cornelia) Pietersdr. van den Honaert, van Dordrecht (1602)
ONA Dordrecht inv. 26, f. 336: op 10 sept. 1621 verklaart Dirck Jacobsz. Absou, brouwer in “den Engel” en burger van Dordrecht, op verzoek van Arien Jansz. en Pieter Reijersz., molenaars te Haarlem, voor henzelf en namens de overige molenaars te Haarlem, dat hij lange tijd zijn brouwkoren heeft laten malen op de korenwindmolen van Tomas Tailler, staande buiten de Spuipoort, waarvan hij thans zelf eigenaar is, en dat hij op die molen tegenwoordig ook doet “breken” het koren van enige andere brouwers, die hem voor ieder “vat van malen” betalen 2 st., makende over een last een somma van 48 st. en dat zowel voor hard als week koren.
ORA Dordrecht inv. 1614, f. 128v: op 9 juli 1652 verkoopt Franchois Rees, koopman en burger van Dordrecht, als man van Maria Absouw, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Jacobsz. Absouw, aan Pieter Block, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “de Runmolen”, staande tussen het huis van Martinus de Gorter en dat van de weduwe van Dirck Crijnen.
ORA Dordrecht inv. 1614, f. 146v: op 12 nov. 1652 verkopen Pieter van der Werf, als man van Geertruijt Absouw, en Cornelis Belliaert, namens Helena Absouw, weduwe van Cornelis Belliaert, zijn moeder, voor zichzelf en tevens vervangende Hendrick Absouw en Francois Rees, als man van Maria Absouw, resp. hun zwagers en ooms, samen erfgenamen van Dirck Absouw, aan Dirck Damisz. Claptas, burger van Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de verkopers en de gracht. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 400 gl. Borg: Damas Dircxsz. Claptas.
ORA Dordrecht inv. 1614, f. 148: op 14 nov. 1652 verkoopt Hendrick Absouw, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Absouw, aan Mels Claessen Cuijper, burger van Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Dirck Damasz. Claptas.
ORA Dordrecht inv. 1747, f. 2v: op 28 sept. 1654 verkopen Franchoijs Rees, als man van Maria Absouw, en Pieter Arijensz. van der Werff, als man van Geertruij Absouw, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Dirck Jacobsz. Absouw, aan Jan Damisz. Claptas, burger van Dordrecht, een huis, staande buiten de Spuipoort op stadsgrond.
ORA Dordrecht inv. 1618, f. 7v: op 28 febr. 1659 overleggen Cornelis Vaens, mr. Adriaen van der Mast, schepenen van Dordrecht, en Hendrick Absouw, lid van de Oudraad van Dordrecht, zeker testament gepasseerd voor notaris J. Schoormans op 10 juli 1649 door wijlen Dirck Absouw en diens vrouw Cornelia van den Honaert, inhoudende als volgt: als hun zoon Hendrick Absouw genegen is hun brouwerij na hun overlijden aan te nemen, wensen zij, dat hij de brouwerij “den Engel” [tussen Kleine Spuistraat en Botgensstraat] met huis, mouterij, gereedschappen en het huis aan de Vest, “daer den turff door gedragen wert”, staande tussen “de Bel” en het andere huis van de testateuren, zal aannemen, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel zal inbrengen een somma van 22.000 gl. Op 10 jan. 1656 verklaren Franchois Rees, Pieter van de Werff en Helena Absouw, dat zij door Hendrick Absouw volledig betaald en voldaan zijn.
Kinderen:
a. Helena (Heijltgen) Dirksdr. Absouw, geboren naar schatting ca. 1603, van Dordrecht wonende in “de Engel” (1627), trouwde NG Dordrecht 1/17 aug. 1627 Cornelis Cornelisz. Belliaert, van Dordrecht (1627), brouwer
ORA Dordrecht inv. 1616, f. 84v: op 7 febr. 1656 verklaren Hendrick Absouw, schepen van Dordrecht, Pieter Arijensz. van der Werff, als man van Geertruijt Absouw, voor henzelf en tevens vervangende Franchois Rees, thesaurier van Dordrecht, als man van Maria Absou, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Dirck Absouw, aan Helena Absouw, weduwe van Corrnelis Cornelisz. Belliaert is aanbedeeld een huis, staande omtrent de Kleine Spuistraat aan de stadsvest tussen het huis van Hendrick Absou en dat van Pauwels Hendricxsz. houtkoper.
Kinderen (o.a.):
a-1. Cornelis Belliaert, gedoopt NG Dordrecht sept. 1629
b. Hendrick Absouw Dircksz., geboren naar schatting ca. 1605, volgt III
b. Geertruijt Dirksdr. Absouw, geboren naar schatting ca. 1610, van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1637), weduwe van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1646), trouwde 1e NG Dordrecht 26 april/19 mei 1637 (procl. Amersfoort) Jacob van Schaack, jongman van Amersfoort en wonende ald. (1637), koopman, 2e NG Dordrecht 15 april/1 mei 1646 Pieter Adriaensz. van der Werff, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1646)
c. Maria Dirksdr. Absouw, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1649), trouwde NG Dordrecht 2/18 mei 1649 Franchois Rees, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1649), houtkoper, thesaurier van Dordrecht
III. Hendrick Absouw Dircksz., geboren naar schatting ca. 1605, van Dordrecht wonende in brouwerij “de Engel” (1629), weduwnaar van Dordrecht wonende omtrent de Botgensstraat (1631), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Kleine Spuistraat (1653), schepen van Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 24 juni/8 juli 1629 Christina Walen Baltensdr., van Dordrecht wonende op de hoek van de Wijnbrug (1629), 2e NG Dordrecht 7 sept. 1631 (ondertrouw) Digna van den Broecke Willemsdr., van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1631), 3e NG Dordrecht 9/25 nov. 1653 Johanna Conincks, weduwe van Dordrecht, wonende bij het Stadhuis, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 april 1677 (een zwarte baar op de hoek van de Kleine Spuistraat voor Janneke Konings, weduwe van Hendrick Absou, drie maal luiden), trouwde 1e Pieter Boedonck
Weeskamer Dordrecht inv. 22, f. 121: op 25 april 1652 extract in het weesboek in geschreven van het testament van Willem van den Broeck, gepasseerd voor notaris A. van de Graeff op 2 febr. 1650, waarin hij als voogd over zijn dochter Heijltken [Helena] en de kinderen van zijn overleden dochter [Digna] heeft benoemd zijn schoonzoon Henrick Absou.
ORA Dordrecht inv. 1614, f. 139v: op 11 okt. 1652 verkoopt Claes Cornelisz. van der Fles, burger van Dordrecht, aan Henrick Absouw een loods met een leeg erf, staande en gelegen in de Kleine Spuistraat tussen het huis van de thesaurier mr. Johan van der Burch en de gang van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1618, f. 9: op 11 mrt. 1659 verklaart Henrick Absou, lid van de Oudraad te Dordrecht, schuldig te zijn aan Pieter de Carpentier en dat ten behoeve van Guilliame Bartholottij of diens weduwe en erfgenamen een somma van 15.000 gl., verbindende een huis, brouwerij, en mouterie, genaamd “den Engel”, alsmede een huis aan de Vest en het erf ernaast, dat hij heeft gekocht van Nicolaes Cornelisz. van der Fles, staande en gelegen tussen het huis van de erfgenamen van Jannetta van der Burch en de brouwerij van Cornelis Beljaert.
ONA Dordrecht inv. 245, f. 105: op 19 mrt. 1659 verklaart Henrick Absou, lid van de Oudraad te Dordrecht, tot medevoogd over Helena, “innocente” dochter van zijn schoonvader Willem van de Broeck en over de kinderen van hem, comparant, en Digna van den Broeck, zijn eerste [sic] vrouw, te benoemen Arent Muijs van Holij.
ONA Dordrecht inv. 96, f. 21: op 22 febr. 1661 legt Eewitgen Eeuwits, weduwe van Leendert van Wingertstraten, burgeres van Dordrecht, een verklaring op verzoek van Franchois Rees, als man van Maria Absouw, Pieter van de Werff, als man van Geertruijt Absouw, en Cornelis Belliaerts en Cornelis de Vries, als man van Elisabeth Belliaerts, beiden kinderen en erfgenamen van Helena Absouw, allen erfgenamen van Dirck Absouw en Cornelia van de Honaert. De getuige verklaart, dat na het overlijden van Dirck Absouw zijn zoon Henrick Absouw, haar oom, gezegd heeft “dat hij voortaen van hem soude ontfangen de … interesten van seeckere [1190 gl.] … die sij comparante pretenderende hadde ende noch heeft, ter saecke ende als naer reste van meerder somme bijden voorn. heere Dirck Absouw zaliger haeren oom ende gewesene voocht van harent wegen ter weescamere [van Dordrecht] … ontfangen uijt handen van [notaris J. Schoormans] … als administratie hebbende vande boedels van Jacob Andriesz. mette Penningen ende Pleuntgen Jacobs de Rogh zaliger.” Daarna, ongeveer 5 jaar geleden heeft Hendrick Absouw haar, getuige, gezegd, dat hij haar een briefje zou geven van de voornoemde 1190 gl., waarop zij als antwoord gegeven heeft, dat “sij vant voorn. gelt geen voocht off meester was, dat het haer kinders goet was ende sijn vaders hant daervoor ter weescamer geteijckent stont, waerop hij alsdoen sweech ende dat propoost afbrack”.
ONA Dordrecht inv. 302, f. 291: op 14 jan. 1671 verkopen Adriana Absou, weduwe van Johan de Haen, en Willem Absou, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Jacob Verschuijr, als man van Christina Absou, samen tevens vervangende Dirck Absouw, die in het buitenland verblijft, voor 6000 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “de Ceulse Craen”, dat wordt bewoond door mr. Weijt, van achteren uitkomende op de Nieuwe Haven, “van voren tot achteren op de haven bij kolonel Charles Reijms” [sic], staande tussen het huis van de heer Bressij en “het Westindisch Huis”.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Dirck Absou (ex 2?), geboren naar schatting ca. 1631
Ex 2:
b. Cornelia, dec. 1632
c. Adriana Absou Henriksdr., mei 1638, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1657), trouwde NG Dordrecht 16 sept./1 okt. 1657 Joannes de Haen Barendtz., jongman van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1657)
ONA Dordrecht inv. 253, f. 9: op 26 jan. 1671 verleent Adriana Absou, weduwe van Johan de Haen, als mede-erfgename van haar grootvader Willem van den Broeck, procuratie ad lites aan haar broer Willem Absou, wonende te Rotterdam, om voor het Hof van Holland aan te nemen het proces, dat haar man heeft aangespannen tegen Francois Rees, schepen in wette van Dordrecht.
d. Christina Absou, sept. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hoofdsteeg te Rotterdam (1662), trouwde NG Rotterdam/Hillegersberg 19 nov./3 dec. 1662 Jacob Verschuijr, weduwnaar wonende in de Wijnstraat te Rotterdam (1662), trouwde 1e Margaretha van Leeuwswijck
e. Willem Absou, 14 okt. 1643, woont ca. 1671 in Rotterdam
f. Helena Absou, 7 aug. 1645
g. Gerardt, 15 mrt. 1647