Backus

Literatuur.

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (1974)

I. Jan Willemsz. Backus, jongman van Steijn wonende scheep (1643), Maasschipper, trouwde NG Dordrecht 7/21 juni 1643 Jenneken Corstiaensdr. van Oogst (van Oost), jonge dochter van Wezet (België, provincie Luik), wonende aan de Blauwpoort (1643)

Even verder staat het zogenaamde Landsmagazijn dat van het laatst van de achttiende eeuw dateert. Bij het begin van de tachtigjarige oorlog was door de stad onder meer het middeleeuws schoolgebouw van de Grote Kerk aan de staat afgestaan als artilleriehuis en langzamerhand was het aantal artilleriehuizen aangegroeid tot vijf, namelijk drie aan het Grotekerksplein en twee aan de tegenwoordige Houttuinen. Met het hoekhuis Kerkstraatje-Houttuinen werden ze tot het tegenwoordige Landsmagazijn verbouwd. Wanneer men in de oude tijd de Houttuinen tussen Kerkstraat en Vleeshouwersstraat doorwandelde, zag men daar een groot aantal deftige woningen. De rijke houtkopersfamilies Rees, Oem, Van Wesel, Van Middelhoven en De Witt woonden er bij hun houtzaken. Nu zijn deze panden … verdwenen. Slechts twee bijzondere gebouwen bleven staan. Het eerste is het pakhuis “Besje Bakkus”, op de hoek van de Kerkstraat, dat in 1660 door Jan Bakkus gesticht werd en later naar zijn dochter Elisabeth Bakkus genoemd werd. Het andere, Houttuinen 2, is in 1780 gebouwd in Lodewijk XVI-stijl.” (Lips, o.c., p. 188)

Pakhuis in de Houtuinen op de hoek van de Kerkstraat

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Baccus, 27 juni 1643

b. Willem Backus, 13 febr. 1645

c. Catarina, 1 juli 1647

d. Corstiaen Backus, geboren naar schatting ca. 1650, volgt II

e. Pieternella, 22 mei 1652

f. Elisabeth Backus

II. Corstiaen (Christiaen) Backus, geboren naar schatting ca. 1650, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1683), trouwde NG Dordrecht 30 mei/15 juni 1683 Margrita Plucqué, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Jorispoort (1683), dochter van Johan Plucque en Geertruijt de Vos

ONA Dordrecht inv. 189, akte 131: huwelijkse voorwaarden dd 25 mei 1683 tussen Corstiaen Backus, jongman, koopman en burger van Dordrecht, geassisteerd met zijn ouders Johan Backus en Jenneken Corstiaensdr. van Oogst, enerzijds en Margrieta Plucqué, jonge dochter, geassisteerd met Geertruijt de Vos, weduwe van kapitein Johan Plucqué, haar moeder, en Lodewijck Plucqué, haar oom. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Evenwel zullen zij beiden ten huwelijk inbrengen hetgeen hun ouders hun beloofd hebben te geven bij het aangaan van hun huwelijk. Als hij de eerststervende is, zal zij uit zijn goederen een douairie van 3000 gl. ontvangen. Als zij de eerststervende is, zal hij uit haar goederen een douairie van 2000 gl. ontvangen.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 26v: op 12 mei 1693 verkoopt Dirck Munter, burgemeester van Oudewater, als procuratie hebbende van Aernout van Leeuwen, koopman te Nijmegen, samen executeurs-testamentair van Corstiaen Gijsen, voor 6250 gl. aan Corstiaen Backus, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen het Venlostraatje en het huis van Johannes van der Linden, welk verkochte huis eigendom is geweest van Corstiaen Gijsen.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 75v: op 12 nov. 1705 verkoopt Corstiaen Backus, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Pieter Bernards, mr. chirurgijn te Dordrecht, een huis omtrent de Munt, staande tussen het huis van burgemeester Johan Halling en dat van Mattijs Berck, vrijheer van Godschalkoord.

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 12 mrt. 1721: Corstiaan Backus, met negen koetsen extra.

ORA Dordrecht inv. 813 (oud), f. 127: op 2 dec. 1721 verkopen Steven Kramerheijn, wonende even buiten de Sluispoort, voor zichzelf en tevens vervangende Maaijken en Bartholomeus Cramerheijn, mede wonende aldaar en voor Jacob Cramerheijn, nu in Oost-Indië verblijvende, zijnde Steven en Maaijken voorkinderen en Bartholomeus en Jacob nakinderen van wijlen Bartholomeus Cramerheijn, mr. scheepstimmerman en koopman te Dordrecht, allen voor de ene helft, en Adriana van Hovorst, weduwe van Gijsbert van der Heijden, wonende te Dordrecht, als enige erfgenaam ab intestato van wijlen haar tante, Anna van Hovorst, voor de wederhelft, voor 325 gl. aan Margareta Plucquée, weduwe van Corstiaan Backus, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de vest, staande tussen de pakhuizen van Pieter en Anthonij van Esch.

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 14 febr. 1731: Margrieta Plukque, de weduwe van Korstiaan Bakkus, op de Haven bij het Lamstraatje, met negen koetsen extra, de eerste boete verbeurd, laat kinderen na.

Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 53: op 5 mrt. 1731 extract ingeschreven van het testament van Margarita Plucqué, weduwe van Corstiaen Backus, gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 7 april 1721. Tot voogden heeft zij benoemd Johan Backus, Willem Backus en Pieter Backus.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jan Backus, 9 mei 1685

b. Willem Backus, 5 dec. 1686

c. Pieter Backus, 31 dec. 1692, koopman

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 8v: op 18 febr. 1744 verkoopt Johan van der Linde van Slingeland, koopman te Dordrecht, voor 2520 gl. aan Pieter Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tussen de Lange Houten Brug en het Lamstraatje, staande tussen het huis van de koper en comp. en dat van Hendrik Hijnen.

d. Geertruij, 14 april 1694

e. Johanna Backus, 24 aug. 1696, jonge dochter van Dordrecht wonende op de [Nieuwe] Haven (1730), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/27 juni 1730 (de bruid geassisteerd met Margrita Plucke, weduwe van Corstiaan Bakkus, haar moeder, en Johan Bakkus, haar broer) Johan van Gelsdorp, jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1730)

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 177: op 26 febr. 1756 verkoopt Johannes van Nispen, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Martinus Backus en Johanna Backus, weduwe van Johan van Gelsdorp, beiden wonende te Dordrecht, voor 386 gl. aan Hermanus Logger, wonende te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Abraham ’t Hooft en dat van Broeder Cornelis.

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 170: op 12 febr. 1765 verkoopt Johanna Backus, weduwe van Johan van Gelsdorp, vrouwe van Spijkenisse, Braband, Hekelingen en Vriesland, wonende te Dordrecht, voor 4600 gl. aan Adriaan Scharff, koopman te Amsterdam, een erf met het erop staande “comptoir”, koetshuis, stal, en loodsen of pakhuizen, liggende en staande op de Walevest tussen de Blauwpoort en de Wolwevershaven, belend aan de ene zijde door het pakhuis van Paulus Batenburg en aan de andere zijde het erf van de weduwe van burgemeester Mattheus Onderwater.

Kind:

e-1. Johan Christiaan van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 25 okt. 1737

f. Margarita, 10 sept. 1698

g. Martinus Backus, 25 jan. 1703, volgt II

II. Martinus Backus, gedoopt NG Dordrecht 25 jan. 1703, jongman van Dordrecht wonende op de haven [sic] (1731), ambachtsheer van Valkenswaard, heer van Nieuw-Beijerland, overleden 24 dec. 1778, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mrt./15 april 1731 (de bruid geassisteerd met haar vader Nicolaes van Batenburgh) Catharina van Batenburg, gedoopt NG Dordrecht 31 dec. 1710, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Kalkhaven (1731), overleden 15 dec. 1753, dochter van Nicolaas van Batenburg en Anna Gevaards

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 135v: op 1 sept. 1739 verkoopt Jan Hubert, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Elisabeth Toussain, weduwe van Gerard Hubert, koopman te Dordrecht, voor 1730 gl. aan Martinus Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven of Drappierskade, staande tussen het huis van de koper en dat van Michiel de Beveren.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 223v e.v.: op 3 nov. 1740 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Arent de Heer, impostmeester te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Mattheus de Vries en dat van Jan Faassen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 30: op 18 april 1752 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 725 gl. aan Jacobus Telders, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het pakhuis van Arent Kuijter en het huis van Pieter Maaskant.

Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 279v: op 3 jan. 1754 extract ingeschreven van het testament van Martinus Backus en zijn vrouw Catharina van Batenburg, gepasseerd op 5 dec. 1753 voor notaris A. Bax te Dordrecht. Zij hebben de langstlevende van hen beiden benoemd tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 187v e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Willem Hardus, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Willem Kouwens en dat van Aart van der Kaa.

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 188v e.v.: op 15 april 1756 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Aart van der Kaa, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Willem Hardus en dat van Johanna Opdecamp, weduwe van mr. Willem Reepmaker.

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 30v: op 13 mei 1760 verkoopt Martinus Backus, koopman te Dordrecht, als voogd over zijn zoon en dochter, erfgenamen van hun grootvader Nicolaas van Batenburgh, en als procuratie hebbende van Johanna Elisabeth van Wetten, weduwe en erfgename van Nicolaas van Batenburgh, voor 8000 gl. aan Jesse de Heer, koopman te Dordrecht, een huis op de Kalkhaven, staande tussen het huis van Isaacq Spaan en het pakhuis van de weduwe Troost.

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 203: op 9 dec. 1762 verkoopt Paulus Batenbrug, koopman te Dordrecht, voor 1100 gl. aan Martinus Backus, heer van Nieuw-Beijerland, wonende te Dordrecht, een koetshuis en stal op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van mr. Paulus Gevaerts en het pakhuis van Jan Rank, alsmede een erf of “mistplaats” op de Hoge Nieuwstraat, gelegen tussen de stal van Adriaan van Loon en het erf of de gang van Jan Slegt.

Kinderen:

a. Nicolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1741, ongehuwd, overleden Dordrecht 6 okt. 1812 (Wijnstraat B:230)

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 85: op 24 juni 1783 verkopen “de Heeren Mr. Nicolaas Backus, Heere van Nieuwbeijerland, Raad in de Vroedschap en Hoofd Officier dezer Stad &a:&a: en Mr: Hugo Repelaar Raad in de Vroedschap en Burgemeester dezer Stad &a:&a: in qualiteit als bij Acte den 31 december 1782 voor den Notaris Jan van der Star en getuigen gepasseert door wijlen vrouwe Margrita Backus wed:e van den Heer Pieter Pompejus Repelaer in leven vrijheer van Waarle en Valkenswaart, Heere van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, in den Oudraad dezer Stad &a &a aangesteld tot voogden over haar Wel Ed. geb. natelaten minderjaarige Erfgenamen”, voor 50.000 gl. aan mr. Nicolaas Backus in zijn prive een dubbel huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, uitkomende door de St. Jorisgang op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Francois Beudt en dat van mr. Van der Meij van der Linden nomine uxoris en de gemeenschappelijke gang, alsmede een koetshuis en stal op de Varkenmarkt, uitkomende op de Knolhaven, staande tussen het pakhuis Van Wageningen en het huis van Jan Adam Swentzer.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 254v: op 14 sept. 1784 verkoopt mr. Nicolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, lid van de Oudraad en regerend schepen van Dordrecht, voor 12.300 gl. aan Cornelis Rees, achtraad van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van de verkoper en het Wallen- of Venloostraatje, thans genaamd het Lamstraatje.

ORA Dordrecht inv. 1682, f. 331: op 7 mrt. 1809 verkoopt Nicolaas Backus, heer van Nieuw-Beijerland, wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Robertus Joan Castendijk, mede wonende te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, getekend A:424, staande tussen het huis van Johannes Smak Gregoor en dat van Hendrik de Roo van Wulverhorst.

b. Christiaen, gedoopt NG Dordrecht 23 febr. 1744, jong overleden

c. Margareta Backus, gedoopt Dordrecht 1747, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1767), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1783 (Margareta Backus, weduwe van Pieter Pompejus Repelaer, vrouwe van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, en Valkenswaard, laat kinderen na, de hoogste boete, met tien koetsen extra), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 17 okt. 1767 (ondertrouw; de geboden gaan in Waalse kerk; de bruid geassisteerd met haar vader Martinus Backus) mr. Johan Christiaan van Gelsdorp, jongman van Dordrecht woont in de Wijnstraat bij het Groothoofd (1767) 2e Gerecht/NG Dordrecht 13 jan. 1769 Pieter Pompejus Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 14 dec. 1736, begraven (Grote Kerk) 10 dec. 1782 (Pompejus Repelaer, vrijheer van Valkenswaard, heer van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant), zoon van Ocker Repelaer en Cornelia Everwijn

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 65v, akte dd 24 juli 1776: “den Wel Edele Geboore Gestrenge Heer Pieter Pompejus Repelaer Heer van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vriesland in den Oud-Raad dezer Stad, als in huwelijk hebbende vrouwe Margaretha Backus, eerder weduwe, Boedelhouderesse en Erfgename van wijle de Wel Edele Gestrenge Heer Mr. Johan van Gelsdorp, eenige nagelate zoon en Erfgenaam van wijlen den Heer Johan van Gelsdorp; den Notaris en Procureur Sibertus van der Bank wonende alhier in qualiteit als speciale gemagtigde bij Procuratie in dato 17e deze ten overstaan van Anthonij Westerbaan als Notaris te Rotterdam residerende in ’t bij zijn van getuigen gepasseert door den Wel Ed. Heer Mr. Paulus Hartog Advocaat, als last en Procuratie hebbende van de Wel Ed. Gestr. Heer Scato Hendrik Burs Trip, capiteijn van een Compagnie in het eerste bataillon van zijn Hoogheids Lijfs Regiment Orange Vriesland op den 14 julij 1723 voor den Notaris Johannes Huijgens en zekere getuigen in s’Hage gepasseert, inhoudende de Clausule van Substitutie, de Heeren Petrus Constantinus van Rijp, Notaris en Procureur, en Matthijs Hogedoorn Eerste Clercq ter Weeskamer alhier, als door de Edele Agtb. Heeren Weesmeesteren der Stad Rotterdam, egter met Seclusie van de Weeskamer op den 5 April 1773 aangestelt zijnde tot voogden over Egidius Daniel, Jozeph, Adriana, Johanna, Hendrik, Rudolph, en Adrianus Bernardus Trip, die nevens de voorm. Heer Scato Hendrik Burs Trip zijn nagelate Kinderen van wijlen Vrouwe Dina Fruitier, Eerste wed.e van wijlen den Wel Ed. Gestr. Heer Hendrik Rudolph Trip, in zijn leven Griffier der Stadt en Lande van Breda, en laatst huisvrouwe van Dirk Fruitier, en bij haren Testamente, op den 17e: februarij 1767, voor den Notaris Isaac Elias Luzac, en zekere getuigen te Leijden, gepasseert, ieder voor een tiende part geinstitueerde Erfgenamen van dezelve; de Heer Cornelis van der Looij, mede Notaris en Procureur, als last en procuratie hebbende op den 9 October 1773 voor den voorn. Notaris Isaac Elias Luzac en zekere getuigen gepasseert, van den voorn. Dirk Fruitier, als door wijlen de voorn. vrouwe Dina Fruitier bij haren voors. testamente, gestelde voogd over deze minderjarige Kinderen door hem aan haar verwekt, en ieder mede voor een tiende part geinstitueerde Erfgenamen van deselve; Ende Heeren Petrus Vink, en Carolus van den Abeele, beide Clerquen ter Secretarie van Rotterdam in qualiteit als gestelde Curateus in den insolvente boedel van den meergem. Dirk Fruitier, die mede voor een tiende part geinstitueerde Erfgenaam is van de gem. Vrouwe Dina Fruitier, wonende alle te Rotterdam, welke vrouwe Dina Fruitier was een eenige nagelaten dogter, en Erfgename van wijlen Jufvr. Adriana van Gelsdorp in egte verwekt bij nu weijlen de Wel Eerw. Heer Egidius Burs Fruitier in leven Predikant te Breda, ons schepenen vertoont; en Laatstelijk gem: Notaris en Procureur Sibertus van der Bank en Cornelis de Focker in qualiteit als Executeurs van den Testamente, en in den boedel van wijlen Jufvr. Eleonora van Gelsdorp, bejaard en ongehuwd onlangs alhier overleden die ook eenig Erfgename Ex testamento is geweest van wijlen hare Zuster Jufvr. Digna van Gelsdorp, en welke Heer Johan van Gelsdorp, en Jufvr. Adriana, Eleonora, en Digna van Gelsdorp te zamen de eenige Kinderen en Erfgenamen waren, van wijlen Jufvr. Digna de Haan wed:e wijlen de Heer Johan van Gelsdorp, en alzo ieder voor een vierde regt van Eigendom bekomen hadden tot ’t natemelde huis en Erve Ingevolge den Testamente van voorn: Jufvr: Digna de Haan wed:e van Gelsdorp in dato 5e december 1726 ten overstaan van den Notaris Bartholomeus van Gelsdorp en getuigen gepasseert, dewelke verklaarden zo in privé als voors. qualiteit te Cederen” aan Nicolaas van Meeteren, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Servaas Gregoor en dat van de erfgenamen van Aart van der Kloet. Koopprijs: 4700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 240v: op 4 nov. 1777 verkoopt Pieter Pompejus Repelaer, heer van Spijkenisse, lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Margrieta Backus, eerder weduwe en enige erfgename van mr. Johan Christiaan van Gelsdorp, enige zoon en erfgenaam van Johanna Backus, weduwe van Johan van Gelsdorp, die zonder verdere kinderen dan alleen Johan Christiaan van Gelsdorp na te laten is overleden in Dordrecht, voor 12.150 gl. aan Adolph Stephanus Rueb, wonende te Dordrecht, een huis met een kelder of pakhuis daaronder, staande in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger en van achteren uitkomende op de haven omtrent de Damiatebrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Dam, alsmede een pakhuis en stal- of koetshuis, beide staande achter het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 1672, f. 33v: op 21 febr. 1782 verkoopt Pieter Pompejus Repelaer, vrijheer van Waerle en Valkenswaard, heer van Spijkenisse, Braband en Vriesland etc., regerend schepen van Dordrecht, als man van Margareta Backus, eerder weduwe en erfgename van Johan van Gelsdorp, te Dordrecht overleden, voor 2400 gl. aan Fredrik Bemolt, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Jan Theodorus Wilkens en dat van Stephen Rueb.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 85: op 24 juni 1783 verkopen “de Heeren Mr. Nicolaas Backus, Heere van Nieuwbeijerland, Raad in de Vroedschap en Hoofd Officier dezer Stad &a:&a: en Mr: Hugo Repelaar Raad in de Vroedschap en Burgemeester dezer Stad &a:&a: in qualiteit als bij Acte den 31 december 1782 voor den Notaris Jan van der Star en getuigen gepasseert door wijlen vrouwe Margrita Backus wed:e van den Heer Pieter Pompejus Repelaer in leven vrijheer van Waarle en Valkenswaart, Heere van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, in den Oudraad dezer Stad &a &a aangesteld tot voogden over haar Wel Ed. geb. natelaten minderjaarige Erfgenamen, en nog als met opzigt tot de natemelden verkopinge approbatie bekomen hebbende bij appointement in dato 13 Meij 1783 van de Kamere Judicieel dezer Stad”, voor 50.000 gl. aan voornoemde mr. Nicolaas Backus een dubbel huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, door de St. Jorisgang [slop aan de Varkenmarkt, even ten zuiden van de ’s Heer Boeijenstraat] uitkomende op de Varkenmarkt en staande tussen het huis van de weduwe van Francois Beudt en het huis van mr. Van der Meij van der Linden nomine uxoris, en de gemeenschappelijke gang, alsmede een koetshuis en stal op de Varkenmarkt, uitkomende op de Knolhaven en staande tussen het pakhuis van Van Wageningen en het huis van Jan Adam Swentzer.

ORA Dordrecht inv. 1783, f. 148: op 4 aug. 1783 verkopen Nicolaas Backus, hoofdofficier van Dordrecht, en Hugo Repelaer, burgemeester van Dordrecht, als voogden over de vier minderjarige kinderen van Pieter Pompejus Repelaer, voor 14.814 gl. aan Arij Bastiaansz. In’t Velt, wonende onder de jurisdictie van de Merwede, de buitenplaats “Haaswijk” met boerenwoning, staande op grond van de Merwede, bedijkt met het Oudeland van Dubbeldam, omtrent de stad Dordrecht, met enige landerijen, samen groot 12 mrg. 310 roeden, belend oost de dijk van Oud-Dubbeldam, west de volgende 7 morgen land, zuid de Reeweg, en noord de Zeedijk, alsmede 7 mrg. 436 roeden land in Oud-Dubbeldam op grond van de Merwede, belend oost de voornoemde buitenplaats en het land, west de stad Dordrecht, zuid de Reeweg, noord de dijk, en voorts de dijk gelegen aan voornoemde 12 mrg. 310 roeden land, beginnende aan de Reeweg en eindigende aan het hek op de Noordendijk, groot 2 mrg. 353 roeden, en tenslotte een moestuin, groot 1 mrg. 220 roeden, belend oost de weduwe Karsseboom, west de dijk, zuid de Reeweg en noord het land van burgemeester Repelaer. Koper betaalt met 7814 gl. contant en de rest met het passeren van een custingbrief van 7000 gl.

Haaswijk

“Haaswijk is al op een kaart uit 1611 te herkennen als een huisje met bomen eromheen. In 1749 was het uitgegroeid tot een elegante buitenplaats. De eigenaar was toen de Dordste burgemeester Dammas van Slingeland. Rond 1790 werd het herenhuis afgebroken, maar de boerderij, gebouwd in 1706 op de plaats van een voorganger, staat er nog, evenals een koetshuis.

De boerderij werd tot in de jaren vijftig gepacht van de familie Repelaer. Het terrein wordt nu ontsierd door betonnen bedrijfsgebouwen van de Stichting De Hoop, die drugsverslaafden een nieuwe toekomst tracht te bieden.” (Buitenplaatsen in Nederland – Buitenplaats Haaswijk | Buitenplaatsen in Nederland)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

c-1. Ocker, 25 dec. 1772

c-2. Martinus, 23 febr. 1774

c-3. Cornelia Arnoldina, 27 aug. 1775

c-4. Catharina, 30 aug. 1776

c-5. Ida Cornelia, 28 sept. 1777

c-6. Maria, 31 mei 1780