Botland

I. Wouter Adriaensz. geboren ca. 1550,schoenmaker te Dordrecht, overleden in of na 1619 trouwde – vóór 1589 – Mariken Gerritsdr. (?)

-23 jan. 1577: op verzoek van Cornelis ’t Jong en Dirick Mathijsz., schoenmakers te Dordrecht leggen Willem van Beaumont Fransz., deken van het schoenmakersgilde te Dordrecht en andere gildebroeders van datzelfde gilde, o.w. Wouter Adriaensz., 28 jaar oud., een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 10, akte 32)

– 1580: Wouter Ariaensz. betaalt 6 ponden in de 50e penning voor zijn huis in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk, belenders: Ariaen Ariaensz.en Cornelis Egbertsz. schoenmaker

– 22 mrt. 1588: Cornelis Jacobsz. schoenmaker, inwonende poorter te Dordrecht, verkoopt aan Adriaen Pietersz., wonende op Duiveland, een jaarlijkse losrente, verzekerd op een vethuis in het Tolbrugstraatje Landzijde, staande tussen het vethuis van Wouter Adriaensz. schoenmaker en de stadsgracht. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 35, akte 73)

– 3 mei 1589 Pieter Goossensz. kuiper verkoopt aan zijn zwager Jasper Adriaensz. wagenmaker een huis in de Lombardstraat. Waarborg voor verkoper: Ocker Ariensz. bierdrager. Borg voor koper: [doorgehaald: Wouter Ariaensz. schoenmaker] Henrick Laurensz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 247v, akte 639)

– 17 juli 1590: Wouter Adriaensz. schoenmaker verkoopt aan Ariaentgen Pietersdr. een jaarlijkse losrente van 2 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis, staande aan de Landzijde (Voorstraat) tegenover de Augustijnenkerk en tussen het huis van Cornelis Egbertsz. schoenmaker en dat van Jan Anthonisz. In margine: op 9 juli 1610 deze brief geroyeerd met consent van beide partijen, omdat de schuld is afgelost. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 178, akte 699)

– 1594 (verponding Dordrecht): Wouter Adriaensz. schoenmaker betaalt voor zijn huis in de Voorstraat (tussen Tolbrug Landzijde en Riedijk) 6 ponden 5 schellingen (26 aug. 1594 betaald 3p. 5 sch., de rest op 28 nov. 1594), belenders: Jan Thonis cramer en Cornelis Egbertsz., die verhuurt aan Pieter de Vou en Andries Hermansz.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 75v)

– 1619 (verponding Dordrecht): Wouter Adriaensz. schoenmaker betaalt voor zijn vethuis in de Kromme Elleboog 37 schellingen en 6 duiten (in de marge van deze inschrijving staat: “geremitteert 18 sch. 9 d., gedaen bij requeste den Xen Julij 1620”), belenders: het vethuis van Aert Jansz. en het vethuis van Hendrick Japersz.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 187)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Gerrit Woutersz., geboren naar schatting ca. 1580, schoenmaker van Dordrecht (1602), trouwde NG Dordrecht 11 aug./1 sept. 1602 (per schrijven van Haarlem) Sara Johannes Damiusdr., van Haarlem (1602), dochter van Johannes Damius, predikant te Haarlem en Agneta (Agniese) Bartholomeusdr. Hoornaerts (vriendelijke mededeling van de heer H. van de Venne)

– 1620 (verponding Dordrecht): Gerrit Woutersz. schoenmaker betaalt voor zijn vethuis in de Kromme Elleboog 2 ponden 12 schellingen (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 188v)

Kinderen (o.a.):

a-1. Heijltgen Gerritsdr. van Botland, gedoopt NG Dordrecht sept. 1608, jonge dochter van Dordrecht woont bij het Marktveld (1639), trouwde NG Dordrecht 21 aug./6 sept. 1639 Gerrit Woutersz. (van der Tijt), jongman van Dordrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1639), boekbinder (1639), boekverkoper (1648)

– 23 juni 1648: ingeschreven in het Weesboek een extract van het testament van Geerit Woutersz. boekverkoper en zijn vrouw Heijltge Geeritsdr. van Botlandt, gepasseerd voor notaris George Everard Manrique op 12 aug. 1641. (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 44v)

a-2.Sara, gedoopt NG Dordrecht mei 1610

b. Adriaen Woutersz., volgt IIa

c. Abraham Woutersz., volgt IIb

IIa. Adriaen Woutersz., schoenmaker, weduwnaar van Dordrecht (1617), trouwde 1e NN, trouwde 2e NG Dordrecht 10 sept. 1617 (otr., per schrijven van Schoonhoven) Maeijcken Jansdr., van Gorinchem, weduwe van Jan Joosten, wonende te Schoonhoven (1617)

Kind (ex 1):

a. Maijken Adriaensdr. van Botlant, gedoopt NG Dordrecht 1616, van Dordrecht, wonende bij de Wijnbrug (1641), trouwde NG Dordrecht 14 april 1641 (otr.) Pieter Anthonisz. Blusé (de oude), jongman uit Waals Vlaanderen, tingieter wonende in de Nieuwstraat te Dordrecht (1641), stadsbidder (tot 1672), overleden ca. 1674

– 26 nov. 1635: testament van Marijken Adriaensdr. van Botlandt, jonge dochter, wonende te Dordrecht, over de 18 jaar oud. Zij legateert aan de Armen van Dordrecht 12 gl. en aan Sara Damius, weduwe van Gerrit Woutersz. van Botlant, haar tante, of bij vooroverlijden haar kinderen, een bedrag van 300 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar nicht van moederszijde, Lijsbetgen Claesdr., die in Den Bosch woont, voor de ene helft, en haar naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van vaderszijde voor de andere helft. De testatrice wenst, dat de goederen, die Lijsbetgen van haar zal erven, niet eerder aan haar overgedragen worden dan wanneer zij de mondigheid bereikt of gaat trouwen. Tot die tijd  zullen die goederen op interest uitgezet moeten worden op het “comptoir” van de gemene middelen te Dordrecht. Als Lijsbetgen voordien komt te overlijden, zullen de goederen vererven op de naaste verwanten en erfgenamen ab intestato van de testatrice. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 107v e.v.)

– 12 juni 1672: “Het Stadts Bidderschap van Pieter Blusse den ouden geconfereert op sijnen soone Pieter Bluse den jonge. Mijn Ed. heeren vanden Gerechte gehoort de verclaringe gedaen bij ofte van wegen Pieter Bluse den ouden waer bij den selven … desisteert ende affstaet van het Stads Bidderschap … ende mits dien het voors. Stadts Bidderschap wederomme te stellen in handen ende ter dispositie van den selven Gerechte. Waer op gedelibereert wesende, is den voors. Bluse van sijne voorn. bedieninge ontslagen ende de voorn. plaetse geconfereert … op desselfs soon mede genaemt Pieter Bluse”. (ORA Dordrecht inv. 12, f. 111v e.v.)

– 25april 1675: testament van Maijken van Botlant, weduwe van Pieter Blusé, inwonende burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Adriaen Blusé een bedrag van 6 gl., aan haar zoon Abraham Blusé de beste zwarte lakense kleren en mantel van haar overleden man en aan haar dochter Berber Blusé, al haar huisraad, lijnwaad en kleren. Zij wenst, dat haar zoon Pieter Blusé op zijn erfdeel zal aannemen het huis, waarin zij woont, en legateert aan haar kinderen Jan, Pieter, Abraham en Berber Blusé alle opbrengsten van dat huis. Tot voogden en executeurs van haar testament benoemt zij Gijsbert van Botlant en Jacob Blom, haar buurman. (ONA Dordrecht inv. 124, f. 332)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Adriaen Blussé, 27 juli 1646

a-2. Pieter Blussé (Bleuse) de Jonge, 4 nov. 1651, jongman van Dordrecht, bode op Haarlem, wonende bij de Augustijnenkerk (1678), stadsbidder (vanaf 1672), trouwde NG Dordrecht 25 sept. 1678 (ondertrouw) Jannetje van Saen, jonge dochter van Orsoij, wonende bij de Augustijnenkerk (1678)

– 5 juli 1695: Bartholomeus Targier, koopman te Dordrecht, als gemachtigde van Adriaantje Jansdr. van de Nadorst, laatst weduwe van Pieter Gonne, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 2050 gl. aan Pieter Bluse, ordinaris koopmansbode van Dordrecht op Haarlem en Leiden, een huis in de Voorstraat tegenover de Grafelijksheidsmunt, staande tussen het huis van de weduwe van Poulus Marcel en dat van Dirck Alsem. Koper is schuldig aan verkoper 2000 gl. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 55 e.v.)

a-3. Barbara (Berber) Blussé, 27 okt. 1653

a-4. Jan Blussé, geboren naar schatting ca. 1655

a-5. Abraham Blussé, 21 juni 1656

IIb. Abraham Woutersz., schoenmaker van Dordrecht (1608), trouwde NG Dordrecht 31 aug. 1608 (door schrijven van Amsterdam, bescheid gegeven om te Amsterdam te trouwen op 15 sept. 1608)* Geertruijt Gijsbrechtsdr. van Beemont, van Dordrecht, gedoopt NG Dordrecht 23 okt. 1583, wonende te Amsterdam (1608), dochter van Ghijsbrecht Bastiaensz. en Ploentgen Bastiaensdr.

* NG trouwboek Amsterdam 18 aug. 1608 (ondertrouw): Abraham Woutersz., van Dordrecht, schoenmaker, 30 jaar oud, wonende te Dordrecht, “alwaer hem opgeleght werd de geboden mede te laten gaen ende betoogh in te brengen vertonende zijner ouders consent onder den hand van Servatius Johannis Naerius predicant te Dordrecht” en Geertruijd Gijsbertsdr. van Beemont van Dordrecht, 24 jaar oud, wonende in de Huidenvettersstraat, geassisteerd met Ploinken Bastiaensdr., haar moeder.

– 1626 (1000e penning Dordrecht): de weduwe van Abraham Woutersz. schoenmaker aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (zie pagina 1000e penning Dordrecht, f. 55v)

Kinderen (o.a.):

a. Gijsbrecht (Gijsbert) Abrahamsz. van Botland, gedoopt NG Dordrecht nov. 1609, volgt III

III. Gijsbrecht (Gijsbert) Abrahamsz. van Botland, gedoopt NG Dordrecht nov. 1609, jongman van Dordrecht, huidenvetter wonende bij het Nieuwpoortje (1633), regent van het Heilige-Geesthuis ter Nieuwerkerk (ONA Dordrecht inv. 247, f. 104, akte dd 9 juni 1662), trouwde NG Dordrecht 11 dec. 1633/4 jan. 1634 Catelina van Tegelberg, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1633), dochter van Jan Dirksz. Tegelbergen en Sara de Bruijn

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Geertruijt van Botlant, 1 mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1653), trouwde NG Dordrecht 5/21 okt. 1653 Cornelis Bisschop, gedoopt NG Dordrecht febr. 1630, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd, schilder (1653), kunstschilder, leerling van Ferdinand Bol, begraven Dordrecht 21 jan. 1674 (een baar bij de Wijnbrug voor Cornelis Bisschop schilder), zoon van Jacob Dionijsz. Bisschop en Anneken van Beveren

Zelfportret van Cornelis Bisschop uit 1668

– 6 mei 1645: Christoffel van Slingelant, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Bisschop, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd de Paeuw tussen Gerrit Hack en Willem van Elmpt. Waarborg: Willem van den Broeck, wijnkoper te Dordrecht. (ORA 775, f. 22v)

Cornelis Bisschop, de appelschilster, 1667 (Rijksmuseum Amsterdam)

“Hij vervaardigde portretten, stillevens en genrestukken.

Bisschop, die ook wel signeerde als ‘Busschop’, was rond 1650 in Amsterdam in de leer bij de eveneens uit Dordrecht afkomstige Ferdinand Bol. Diens invloed is merkbaar in het ook door hem toegepaste clair-obscur. In de genrestukken is ook invloed merkbaar van Nicolaes Maes en Samuel van Hoogstraten, meesters van het perspectief.

In 1653 keerde Bisschop terug naar Dordrecht, waar hij praktisch zijn hele verdere leven zou blijven wonen. Hij trouwde er in datzelfde jaar en kreeg twaalf kinderen, onder wie de latere kunstschilders Jacobus Bisschop en Abraham Bisschop. Ook drie van zijn dochters traden in zijn voetsporen.

Een opmerkelijk feit in zijn oeuvre is dat hij een van de eersten, zo niet de eerste, was die uitgezaagde figuren zodanig wist te beschilderen met een trompe-l’oeil-effect dat menigeen erdoor verrast werd, wat soms komische gevolgen had, zoals Arnold Houbraken levendig beschrijft in zijn werk De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen.Deze werken vonden veel aftrek en ook zijn kinderen werkten eraan mee.

De kunstenaar verwierf nationale en internationale faam. De brede bekendheid van het werk van Bisschop blijkt mede uit het feit dat de Franse koning werken van hem aankocht en dat de koning van Denemarken hem vroeg zijn hofschilder te worden. Dit laatste werd echter verhinderd door zijn overlijden op vrij jonge leeftijd.” (wikipedia)

b. Sara van Botlandt, 1 juli 1635, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwpoort (1655), trouwde NG Dordrecht 7/23 mrt. 1655 Gijsbert de Jager de jonge, jongman van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1655), notaris

c. Abraham, 1 mei 1639

d. Apolonia, 1 aug. 1640

e. Jacobus van Botlandt, 12 mrt. 1642, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Boom (1689), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 febr. 1716 (Jacobus van Botlant, bij het Nieuwpoortje, met koetsen), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 11/27 dec. 1689 Elisabeth Teerlingh (Taarlingh) Jorisdr., gedoopt NG Dordrecht juni 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1660), weduwe van Dordrecht wonende in de Houttuin (1680), weduwe van Dordrecht wonende bij de Houttuin (1689), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 sept. 1720 (Elijbet van Tarelingh, weduwe van Jacob van [Botland], bij de Pelserbrug, met koetsen), trouwde 1e NG Dordrecht 4/20 juli 1660 Wierick Adriaensz. Boeff, jongman van Dordrecht wonende aan de Riedijksepoort (1660,) 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 1/15 dec. 1680 Marinus Braber, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1680), dochter van Joris Teerling en Lijsbeth Canijn

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 135: op 8 juni 1702 verkoopt Elisabeth Taarlingh, eerder weduwe van Marinus Braber en nu echtgenote van Jacob van Botland, voor 1000 gl. aan Pieternella Francken, weduwe van Gerrit Immerseel, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van Rochus van Groeningen. De koopster is schuldig aan Theodora Debits een somma van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 101: op 3 mei 1710 verkoopt Jacobus van Botland, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Franchois de Koert, brouwer in “’t Kruijs”, een pakhuis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen de brouwerij van de koper en het pakhuis van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 56: op 9 juni 1711 verkoopt  Jacob van Botland, burger van Dordrecht, als man van Elisabeth Boeff, die eerder getrouwd was met Wierick Boeff, voor 200 gl. aan Franchois de Koert, koopman en brouwer te Dordrecht, een pakhuis in de Heer Heijmansstraat, staande tussen het pakhuis van de koper en het huis van Johannes Kouwenhoven. (opmerking: “desen brief voor als nog niet op te schrijven”)

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 156: op 22 nov. 1714 verkoopt Adriaen Boeff, apotheker te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht in plaats van zijn stiefvader Jacobus van Botland en zijn moeder Elisabeth Taarling, die eerder weduwe was Wierick Boeff, voor 1070 gl. aan Jan van Andel,  tavernier en burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat  tegenover de Kloveniersdoelen, staande tussen de stal van burgemeester Hallincq en de gemeenschappelijke gang van de Munt, en voor 1860 gl. aan Gijsbert Beud een huis, vanouds genaamd “de Wijnpers”, staande tussen de Heer Heijmansuijsstraat en het huis van Pieter Keur.

f. Maria van Botlant, 2 febr. 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1682), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 18 jan./1 febr. 1682 Francois Beudt, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1682), notaris

Kinderen:

f-1. Jan, gedoopt NG Dordrecht 27 nov. 1682

f-2. Gijsbert Beudt, 27 dec. 1683, trouwde Elisabeth Ravens

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 131v: op 15 nov. 1708 verkopen Hugo van Dijk en Jan de Bets, notarissen te Dordrecht, als gemachtigd door de Kamer Juditieel te Dordrecht op 19 juli 1708, voor 710 gl. aan Gijsbert Beut een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen de Mattensteiger en het huis van Jacob Jacobsz. Latour, welk huis laatst eigendom is geweest van Huijbert Ditlo en Catarina Pauwestijn.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 70v: op 14 dec. 1709 verkoopt Adriaan Snouck, wonende te Dordrecht, voor 450 gl. aan Gijsbert Beudt, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Mattensteiger en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 77: op 28 jan. 1710 verkoopt Gijsbert Beudt, burger van Dordrecht, voor 570 gl. aan Fredrick Logeman een huis tegenover het Bagijnhof, staande tussen het huis van Johan van de Waaijen en dat van notaris Jan Debets.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 14: op 28 mrt. 1713 verkoopt Gijsbert Beud voor 9800 gl. aan mr. Pieter Brandwijk van Blokland, vrijheer van Blokland, lid van de Oudraad te Dordrecht, een blok huizen, bestaande uit een groot huis, twee kleine woonhuizen, een stal en koetshuis, staande naast elkaar in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Spijkers en de Mattensteiger.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 155v: op 22 nov. 1714 verkoopt Adriaan Boeff, apotheker te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht op 26 juni 1714 gemachtigd in plaats van zijn stiefvader Jacobus van Botland en zijn moeder Elisabeth Taarling, die eerder weduwe was van Wierick Boeff, voor 1860 gl. aan Gijsbert Beud een huis, vanouds genaamd “de Wijnpers”, staande tussen de Heer Heijmansuijsstraat en het huis van Pieter Keur.

Kinderen:

f-2-1. Francois Beudt, gedoopt NG Rotterdam 10 mrt. 1718 (getuige: Maria van Arckel), jongman geboren en wonende te Rotterdam (1746), trouwde Gerecht Dordrecht/NG Piershil (de geboden gaan te Rotterdam, attestatie naar Piershil gegeven op 3 april 1746) 17 mrt. 1746 (aan huis)/april 1746 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gijsbert Beudt, de bruid met haar vader Francois Beudt) Aletta Beudt, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1746)

Kinderen:

f-2-1-1. Elizabeth Beudt, gedoopt NG Rotterdam 31 juli 1747 (getuigen: Gijsbert Beudt, Catharina Beudt), overleden Paramaribo 15 febr. 1778, trouwde Melchior Beudt, weduwnaar wonende aan Paramaribo (1779)

f-2-1-2. Soeta Beudt,gedoopt NG Rotterdam16 juli 1748 (getuigen: Francois Beudt, Catharina Beudt)

f-2-1-3. Maria Beudt, gedoopt NG Rotterdam 29 sept. 1750 (getuigen: Francois Buidoff, Elisabeth Maria van Ruynen)

f-2-1-4. Johannes Francois Beudt, gedoopt NG Rotterdam 3 aug. 1752 (getuigen: Gijsbert Beudt, Anna Verburg)

f-2-2. Gijsbert, gedoopt NG Rotterdam 25 mei 1722 (getuige: Soeta van Wageningen)

f-3. Francois Beudt, 5 dec. 1687, trouwde Soeta van Wageningen

Kind:

f-3-1. Aletta Beudt, trouwde Francois Beudt (= f-2-1)

f-4. Jacobus Beudt, 13 okt. 1690

g. Johannes van Botland, 1 aug. 1647, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 sept. 1724 (Jan van Botlant, ongehuwd, bij het Nieuwpoortje, met koetsen)

ORA Dordrecht 1650, f. 115v: op 31 aug. 1724 verkoopt Jacob Beudt,  notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan van Botland, voor 1150 gl. aan Jan Beudt, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van de erfgename van Jan de Haan en dat van de weduwe van Maas van Kaam.

h. Dirck, 19 jan. 1650

i. Geret, 9 mrt. 1652