I. Jerefaes (Genefaes, Jervaes) Jansz. Francken, schipper van Tiel, trouwde NG Dordrecht 18 juni 1617 (ondertrouw, procl. Tiel) Elisabeth Gerritsdr. Schul, jonge dochter van Tiel (1617)
ONA Dordrecht inv. 60, f. 419: op 7 okt. 1641 testeren Jervaes Vrancken, koopman te Dordrecht, en diens vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 150 gl. Tot erfgenamen van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun ongetrouwde kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan uit te reiken hetgeen zij ook aan hun gehuwde dochter bij haar huwelijk hebben gegeven. Als de langstevende van hen beiden gaat hertrouwen moet hij of zij afstand doen van de helft van hetgeen er in de gemeenschappelijke boedel zal zijn.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 797: op 14 mei 1649 verleent Jerefaes Francken, koopman en burger van Dordrecht, procuratie aan Goossen de Wit, koopman te Wesel, zijn zwager, om te vorderen hetgeen Gerrart de Wael hem schuldig is.
ONA Dordrecht inv. 65, f. 232: op 24 aug. 1657 testeren Jervaes Vrancken, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr., burgers van Dordrecht. Zij bevestigen hun testament, dat zij gepasseerd hebben ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht op 7 okt. 1641, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Zij prelegateren aan Belicken Vrancken, de vrouw van Jacob Sam, alle kleren van de testatrice en die van haar overleden dochter Elisabeth Vrancken, mits de zoons van de testatrice of hun nakomelingen elk zullen ontvangen een somma van 100 Rijksdaalders. Zij prelegateren aan hun jongste zoon Jervaes Vrancken een bedrag van 1000 Rijksdaalders. Zij wensen, dat hun nog ongetrouwde zoons Gerrardt en Jervaes Vrancken daarenboven, wanneer zij gaan trouwen, elk zullen ontvangen zodanige somma geld en andere “toebate” van kleding, lijnwaat, bedden en andere meubelen, als hun overige kinderen bij hun huwelijk gekregen hebben.
ONA Dordrecht inv. 65, f. 254: op 7 sept. 1657 testeren Jervaes Vrancken, koopman, en zijn vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr. Zij bevestigen hun eerdere testamenten, voor zover die niet strijdig zijn met het hierna volgende. Als enkele van hun kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk en zonder kinderen na te laten, zullen de goederen, die zij van de testateuren zullen erven, toekomen aan hun overige kinderen, welke goederen dan moeten blijven “inde linie en bloede van daer die selve gecomen en verstorven” zijn, op voorwaarde, dat hun overige kinderen die goederen niet zullen vervreemden.
ONA Dordrecht inv. 263, f. 391: op 12 nov. 1692 comp. Dirck de Veer, veertigraad van Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, voor zichzelf en als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van zijn ouders, in die hoedanigheid vervangende Aletta Aeldertsdr. de Veer, weduwe van Jan Francken, alsmede het kind van Laurens Aeldertsz. de Veer en de kinderen van Anna Aeldertsdr. de Veer, bij haar verwekt door Francois Francken, koopman te Dordrecht, met Francois Francken als vader en voogd over zijn kinderen, allen erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, enerzijds en Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, die eerder gehuwd was met Maria Aeldertsdr. de Veer, die een dochter was van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, Adriana van der Hulck, weduwe van Gerardt Francken, burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Gerard Sam, koopman te Amsterdam, Arent Schulder, als man van Belia Sam en Goossen Tips, als man van Elisabeth Sam, allen kinderen van Belia Francken, bij haar verwekt door Jacob Sam, Jan Francken, zoon van Jan Francken, Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van Henricus Francken, Hendrik van Rijnen, koopman te Dordrecht, als man van Aletta Francken, ds. Theodorus van den Bosch, predikant te Heinenoord, als man van Elisabeth Francken, voor zichzelf en tevens vervangende Anthonij van Lith, als man van Maria Francken, en Hendrik Francken, allen kinderen van Jan Francken, anderzijds. De comparanten verklaren, dat tussen hen kwestie was ontstaan wegens het feit, dat Hendrick Francken en Maria Aeldertsdr. de Veer, zijn eerste vrouw, elkaar bij testament, gepasseerd voor de Dordtse notaris A. van Neten, elkaar tot erfgenaam hebben benoemd, op voorwaarde, dat, indien de eerststervende van hen beiden zou komen te overlijden zonder kinderen na te laten, de langstlevende gehouden zou zijn aan de ouders van de eerststervende, indien die dan nog in leven waren, een bedrag van 1000 gl. uit te keren. Dat testament is door het overlijden van Maria Aeldertsdr. de Veer in 1658 bevestigd, nadat zij ongeveer 3 jaar en 8 maanden in de echtelijke staat met Hendrick Francken heeft geleefd, zonder kinderen na te laten, terwijl haar ouders nog in leven waren, aan wie Hendrick Francken niet alleen voornoemde 1000 gl. heeft uitgekeerd, maar aan hen ook nog heeft overgedragen alle kleren van zijn overleden vrouw, welke door hem werden geschat minstens 1000 gl. waard te zijn, waarvan afgetrokken zouden moeten worden de doodschulden, waarvan haar erfgenamen een derde zouden moeten bijdragen. Hendrick beweert daarmee de legitieme portie van zijn schoonouders te hebben voldaan. De comparanten ter ener zijde beweren daarentegen, dat de genoemde kleren nog geen 200 gl. waard zijn. Waarna zij, als erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo na hun overlijden in 1678 door een rekwest aan het Gerecht van Dordrecht hebben verzocht, dat Hendrick Francken ertoe zou worden veroordeeld aan hen te leveren behoorlijke staat en inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door zijn vrouw zaliger, Maria Laurensdr. van Elsloo. Daardoor zij langdurige procedures ontstaan, waarna het Gerecht van Dordrecht bij hun vonnis van 23 dec. 1681 de tweede comparanten heeft veroordeeld tot leveren van genoemde staat en inventaris om daaruit aan de eerste comparanten hun erfportie te voldoen met 4 % interest sedert het overlijden van Maria Aeldertsdr. de Veer, alsmede tot het betalen van de kosten van het proces. De tweede comparanten beweren, dat zij overeenkomstig dat vonnis aan de eerste comparanten genoemde inventaris hebben geleverd en daarmee aan het genoemde vonnis hebben voldaan, te meer daar zij in 1692 ook aan hen hebben verleend inzicht in de boeken van de “gemene koopmanschap”, in het bijzonder van hetgeen Hendrick Francken betrof. Alzo partijen het niet eens konden worden over de begroting van de boedel van Hendrick Francken ten tijde van het overlijden van zijn vrouw en dat eerste comparanten beweerden, dat de inventaris onvolledig was en dat zij de bezittingen van Hendrick Francken begroten op 24.000 gl., afgezien van de huisraad, waartegen de tweede comparanten beweerden, dat de boedel, overeenkomstig de genoemde boeken op verre na niet 24.000 gl. kon bedragen en dat de huisraad van zeer geringe waarde was, waren zij niettemin bereid de kwestie aan de arbitrage van Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en Huijbert van de Graeff voor te leggen.
ONA Dordrecht inv. 263, f. 54: op 9 okt. 1693 hebben in voorgaande akte genoemde arbiters uitspraak gedaan over voornoemde kwestie en daarmee zijn Geertruijt van der Hulk, weduwe van Hendrick Francken en diens erfgenamen gehouden aan Dirck de Veer en Franchois Francken en degenen, die het verder zal mogen aangaan, te voldoen een somma van 4075 gl., welke laatstgenoemden tot zover in gebreke zijn gebleven in ontvangst te nemen.
ONA Dordrecht inv. 263, f. 56: op 19 nov. 1693 verlenen Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrik Francken, die eerder getrouwd is geweest met Maria Aeldertsdr. de Veer, Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, en ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als executeur-testateur en voogd over de mede-erfgenamen van Hendrick Francken, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van Jan Francken, die van Jerefaes Francken en die van Belia Francken, verwekt door Jacob Sam, allen erfgenamen van Hendrick Francken, procuratie aan George Rosenboom, procureur van de Hoge Raad en het Provinciale Hof van Holland, om voor hen waar te nemen het proces, dat zij hebben uitstaan tegen Dirck Aeldertsz. de Veer en Franchois Francken c.s., erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo en mede-erfgename van voornoemde Maria Aeldertsdr. de Veer, hun dochter.
d. Jerefaes Francken, geboren naar schatting ca. 1630, trouwde NG Dordrecht 8 aug. 1660 Emma van der Kemp
ONA Dordrecht inv. 139, f. 620: op 16 dec. 1660 testeren Jerfaes Francken de jonge en zijn vrouw Emmerentie van der Kemp. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, op voorwaarde, dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun bij het aangaan van hun huwelijk onder hen allen een bedrag van 5000 gl. zal uitkeren. Indien zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zal de langstlevende gehouden zijn aan de erfgenamen van de eerststervende van hen beiden onder hen allen een bedrag van 1000 gl. uit te reiken.
ONA Dordrecht inv. 206, f. 4: op 19 jan. 1665 verklaren Gerard Francken, Johan Stricken van Scharlaeken, Dirck de Veer en Jervaes Francken de jonge, kooplieden te Dordrecht, eigenaars van de zoutketen, staande aan de oostzijde van Zwijndrecht, dat aan hen bekend is geworden, dat in jan. 1664 in één der zoutketen aan de westzijde van Zwijndrecht een grote brand is ontstaan, die “door velen menschen hulpe is geslist, om welcke brant te blussen, merckelijcke oncosten, soo ter zaecke van gebruijck van zeijlen, overbrengen van brantemmers, mitsgaders moeijten in de assistentie van persoonen als andersints, bedragende 308:4 …, sijn gevalle”, die eigenaars van de westelijke zoutketen aangenomen hebben gezamenlijk te betalen. De comparanten verklaren, dat, indien er brand zal ontstaan in hun, oostelijke, zoutketen, zij de kosten van het blussen van de brand samen zullen dragen.
ONA Dordrecht inv. 208, f. 99: op 5 juni 1668 verlenen Gijsbert van der Kemp, voor zichzelf en Matijs Paus, als voogd over Aertge van der Kemp, elk voor 3/8 part, en Dorothea van der Kemp, de vrouw van Jan Francken, en Jervaes Francken, de man van Emmichen van der Kemp, elk voor 1/8 part eigenaar van het huis “het Gulden Hooft”, staande tussen het huis van Cornelis Smack en de Pelserstraat, procuratie aan Jan Gijsbertsz. van der Kemp, resp. hun vader en schoonvader, om op interest op te nemen een bedrag van 1600 gl., verbindende het voornoemde huis.
ONA Dordrecht inv. 211, f. 283: op 19 sept. 1671 verklaart Jerefaes Francken, koopman te Dordrecht, als voogd van Aertge en Gijsbert van der Kemp, kinderen van Jan Gijsbertsz. van der Kemp, ontvangen te hebben van Jan Francken, koopman te Tiel, een somma van 1200 gl., die Jan Francken, “in voldoeninge van tgene denselven Jan Francken per sloth van rekeninge bij hem over coopmanschappe in compagnie met … Jan Gijsbertsz. van der Kemp alleenich gehadt, aenden selven Jan van der Kemp was verschult”.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
d-1. Jerves Francken, 5 okt. 1661, wonende te Grave
d-2. Hendrickjen Francken, 23 sept. 1663, trouwde Gerrit Sam, wonende te Amsterdam
d-3. Joannes Francken, 7 febr. 1667, luitenant op een Nederlands oorlogsschip (ONA Dordrecht inv. 264, f. 77)
d-4. Elisabeth, 17 juli 1669
e. Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, trouwde Adriana van der Hulck
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
e-1. Elisabeth Francken, 11 febr. 1661, trouwde 1e Matthijs van der Burch, 2e Mattheus van den Broucke
ONA Dordrecht inv. 119, f. 419: op 2 mrt. 1693 verleent Elisabeth Francken, weduwe van Mathijs van der Burch, heer van Toldijk, vroedschap van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (Kamer Amsterdam) procuratie aan F. Beudt, notaris in Dordrecht, om te compareren voor het gerecht van Toldijk onder Sliedrecht, en daar te transporteren aan Cornelia Imants, echtgenote van de heer Aerskijne, heer van Giessendam, of degene die zij als koper aanwijzen zal, een woning, genaamd “den Engel” met ongeveer 26 morgen 530 roeden land, gelegen onder Sliedrecht in de ambachtsheerlijkheid Niemandsvriend of Toldijk.
e-2. Gillis Francken, 21 juli 1662
e-3. Jerwis, 1 okt. 1664, jong overleden
e-4. Johannes Francken, 7 mei 1666
e-5. Geridt Francken, 27 aug. 1670