Ravesteijn

I. Jan Jacobsz. van Ravesteijn, trouwde NG Dordrecht 10/25 aug. 1592 Lijsbeth (Elisabeth) Martels Barentsdr., van Roermond (1592)
(Kwartierstatenboek Prometheus VI, p. 63)
Kinderen (o.a.):
a. Margrieta van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht april 1595, ongehuwd
b. Aert van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juli 1601, volgt II
c. Willem, gedoopt NG Dordrecht april 1604
d. Catelijna van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1605, jonge dochter van Dordrecht wonende in Klundert (1630), trouwde 1e NG Dordrecht 9 juni 1630 (per schrijven van Klundert) Gregorius van Groenewegen, weduwnaar van Klundert (1630), 2e Maerten Joosten van Duijven
Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 294v: extract uit het testament van Catharina van Ravesteijn, laatst weduwe van Maerten Joosten van Duijven, gepasseerd voor notaris Arent van Neten te Dordrecht op 29 mrt. 1679. Zij heeft tot executeurs-testamentair en tot voogden benoemd mr. Jacob van Ravesteijn advocaat, alsmede Govert de With en Hugo van Dijck, notarissen te Dordrecht, resp. haar neef en behuwd neven.
ONA Dordrecht inv. 326, f. 3: op 10 jan. 1681 verlenen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat voor het Hof van Holland, en de notarissen Govert de With en Hugo van Dijck, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun tante Catharina van Ravesteijn, procuratie aan mr. Job Houttuijn om voor hen waar te nemen voor de Hoven van Justitie in Holland het proces, dat Pieter Vrijbergen en Aletta van Groenewegen, schoonzoon en dochter van Catharina van Ravesteijn, tegen hen, constituanten, hebben aangespannen.
Kind (ex 1):
d-1. Aletta van Groenewegen, gedoopt NG Dordrecht april 1640, trouwde Pieter Vrijbergen
e. Jacob van Ravesteijn, trouwde NN
Kind:
e-1. Jan van Ravesteijn, overleden in Oost-Indië tussen 1653 en 1669
ONA Dordrecht inv. 231, f. 289: op 17 dec. 1669 leggen Geerit Maes, koopman, 73 jaar oud, en Herman Huijbertsz., mr. kleermaker, 78 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Aernout van Ravesteijn, Maerten van Duijven, de man van Catharina van Ravesteijn, en Margrieta van Ravesteijn, bejaarde ongehuwde persoon, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij zeer goed gekend hebben Jacob van Ravesteijn, broer van de rekwiranten, die een enige zoon heeft nagelaten, genaamd Jan van Ravesteijn, en dat zij wel weten, dat Jan door zijn oom Aernout van Ravesteijn te Dordrecht ettelijke jaren is onderhouden en dat hij, Aernout, aanzienlijke sommen geld voor het onderhoud en het leren van een ambacht voor Jan heeft betaald. Zij verklaren voorts, dat Jan in 1652 of 1653 op het schip “Veere” als koksmaat in dienst van de VOC (Kamer Zeeland) naar Oost-Indië is gevaren en daar is overleden, nalatende als zijn erfgenamen ab intestato de voornoemde rekwiranten, zijn oom en tantes. De getuigen geven als reden van wetenschap, dat zij al de genoemde personen en hun verwanten meer dan zestig jaar gekend hebben.
ONA Dordrecht inv. 231, f. 291: op 18 dec. 1669 comp. Aernout van Ravesteijn, Maerten van Duijven, als man van Catharina van Ravesteijn, en Margrieta van Ravesteijn, bejaarde ongehuwde persoon, allen wonende te Dordrecht, enige erfgenamen ab intestato van Jan van Ravesteijn, zoon van hun overleden broer Jacob van Ravesteijn, die met het schip “Veere” in 1652 of. 1653 in dienst van de VOC (Kamer Zeeland) naar Oost-Indië is gevaren en daar is overleden. Zij verlenen procuratie aan Johannes van Stabroeck, koopmansbode van Dordrecht op Middelburg, om van de bewindhebbers van de VOC (Kamer Zeeland) te vorderen hetgeen Jan van Ravesteijn aan verdiende gage tegoed mag hebben.
II. Aernout (Arent, Arnoult) Jansz. van Ravesteijn, gedoopt NG juli 1601, van Dordrecht (1625), stadschoolmeester te Geertruidenberg, wonende ald., commies van de gemene middelen te Dordrecht, commies van het “comptoir” van de raad en rentmeester-generaal van de Grafelijksheidsdomeinen, overleden tussen 14 mrt. en 21 mei 1680, trouwde NG Dordrecht 14 dec. 1625/13 jan. 1626 Monica Jacobsdr. van der Eijck, geboren naar schatting ca. 1605, van Dordrecht (1625), wonende in de Breestraat

ORA Dordrecht inv. 1616, f. 95: op 11 april 1656 verkoopt Cornelis Embrechtsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Nelleken van de Wiele, aan Arnoult van Ravesteijn, commies van het “comptoir” van de raad en rentmeester-generaal van de Grafelijkheidsdomeinen, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het Mazelaarsstraatje en het huis van de weduwe van mr. Gerrard van de Thuijnen.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 2: op 7 jan. 1661 verkoopt Cornelis van Slingelant, postmeester en koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van ds. Laurentius Laurentius, predikant te Amsterdam, voor 4000 gl. aan Arnoult van Ravesteijn, commies van de gemene middelen te Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Francken en dat van Willem Jacobsz. timmerman.
RA Dordrecht, archief 731 (Polder de Lage Nesse), inv. 75: extract uit de rekening over de jaren 1666-1667 van Arnold van Ravesteijn, als rentmeester van de ambachtsheren “buiten noorden”.
ONA Dordrecht inv. 237, f. 39: op 27 jan. 1676 legt op verzoek van de ambachtsheren van de Zwijndrechtse Waard Aernout van Ravesteijn, hun gewezen rentmeester, een verklaring af.
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 64v e.v.: op 14 okt. 1679 verkoopt mr. Jacobus van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Aernout van Ravesteijn, voor 1000 gl. aan Pieternella van der Hoeve, “bejaerde”, ongehuwde persoon, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Meijnicus Paradijs en dat van Jacobus van der Hoeve.
Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 318: op 21 mei 1680 extract ingeschreven uit het testament van Arnold van Ravesteijn, gepasseerd voor notaris Arent van Neten op 14 mrt. 1680, waarin hij tot voogden over de twee minderjarige kinderen van zijn overleden dochter, Clara van Ravesteijn, heeft aangesteld zijn zoon Jacob van Ravesteijn en zijn schoonzoon Govert de Witt, notaris te Dordrecht. De voogden aanvaarden de voogdij op 21 mei 1680.
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 136v e.v.: op 24 aug. 1680: verkopen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, Elisabeth van Ravesteijn, de vrouw van schout Cornelis van de Graeff, Govert de Witt, als man van Maria van Ravesteijn, ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, als man van Jannetta van Ravesteijn, notaris Hugo van Dijck, als man van Adriana van Ravesteijn, Catharina van Ravesteijn, weduwe van Pieter Hackius, wonende te Leiden, en voornoemde mr. Jacob van Ravesteijn en Govert de Witt, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Clara van Ravesteijn, samen tevens vervangende Margarita van Wetten, dochter van Clara van Ravesteijn, allen erfgenamen van Aernout van Ravesteijn, resp. hun vader, behuwd vader en grootvader, voor 4375 gl. aan Yda Aertsdr., weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis binnen Dordrecht [in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, en dat van kapitein Johannes Boogaert, met de tuin daarachter liggende “over de gracht”, en de huur ervan voor twintig jaar a 25 gl. per jaar, welke tuin eigendom is van de schutterij.
Kinderen
a. Clara van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Geertruidenberg, wonende in het Steegoversloot (1647), trouwde NG Dordrecht 28 april/14 mei 1647 Nicolaas van Wette, jongman van Dordrecht wonende bij de Roobrug (1647), commissaris van de recherche
ORA Dordrecht inv. 1620, f. 31v: op 8 mei 1663 verkoopt Arnoult van Ravesteijn, als procuratie hebbende van zijn dochter, Clara van Ravesteijn, voor 4200 gl. aan Sijmon van Helft, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], staande tussen brouwerij “het Cruijs” en het huis van de kinderen en erfgenamen van Herman Oom Hermansz.
ORA Dordrecht inv. 1630, f. 93: op 18 mei 1686 verkopen Johan van Wetten, pondgaarder en burger van Dordrecht, en Hendrik Wens, koopman en burger van Dordrecht, als man van Mondina van Wetten, tevens vervangende Gerard van Eijssde, koopman te Dordrecht, als man van Margarita van Wetten, allen kinderen en erfgenamen van Nicolaes van Wetten, commissaris ter recherche te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Johannes Cluijt, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt met een kleine huisje erachter, uitkomende of staande in het Weeshuisstraatje, tussen het huis van Michiel van Aensorgh en dat van kapitein Thiboel.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Elisabeth, 10 mrt. 1648
a-2. Susanna, 17 jan. 1650
a-3. Margarita van Wetten, 18 sept. 1652,trouwde Gerard van Eijssde, koopman te Dordrecht
a-4. Mondina van Wetten, 9 april 1657, trouwde Hendrick Wens, koopman te Dordrecht
a-5. Johannes van Wetten, 25 juli 1659, pondgaarder te Dordrecht
b. Elisabeth van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1651), weduwe  wonende in het Steegoversloot (1680),trouwde 1e NG Dordrecht 3/19 sept. 1651 dr. Johannes Gevaerts, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1651), medicinae doctor, 2e NG Dordrecht 2 juni 1680 (ondertrouw; proclamatie te Sliedrecht) Cornelis van de Graeff, weduwnaar wonende te Naeltwijk (1680), oud-schout van Naeltwijk
ONA Dordrecht inv. 236, f. 297 e.v.: op 12 sept. 1675 sluiten Elisabeth van Ravesteijn, weduwe van dr. Johan Gevaerts, en Theodorus Hartcamp (1), “gerenomeert en seer expert constigh schilder” te Dordrecht, een overeenkomst aangaande “d’onderwijsinge, leeringe, en promotie in de schilderconst” aan haar zoon Jacob Gevaerts. Zij zal Hartcamp hiervoor een bedrag van 500 gl. betalen.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 107: op 19 sept. 1684 verkopen notaris Govert de With, daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, geassisteerd met Arnoldus Gevaerts en Cornelis de Raven, als man van Mondina Gevaerts, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Jacobus Gevaerts, en Fredrick Hendrick Leembrugge, als man van Adriana Gevaerts, voor 1400 gl. aan Maria en Catharina van Hensboom, “bejaerde”, ongehuwde personen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Aelbertus Hoogeveen en dat van Pieter de Jongh, welk verkochte huis laatst eigendom was van Elisabeth van Ravesteijn, weduwe van Johannes Gevaerts.
Kinderen:
b-1. Jacob Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 13 mei 1652
b-2. Mondina Gevaerts, trouwde NG Dordrecht 1 juni 1681 Cornelis de Raven
b-3. Arnoldus Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 5 april 1656
b-4. Adriana Gevaerts, trouwde Frederick Hendrik Leembrugge
c. Maria van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Geertruidenberg wonende in het Steegoversloot (1658), trouwde NG Dordrecht 30 juni/ 16 juli 1658 Govert de With, jongman van de Dussen wonende in de Nieuwe Breestraat (1658), notaris te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 8 e.v.: op 25 febr. 1693 verkoopt Arnold de With, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria van Ravesteijn, weduwe van Govert de With, notaris te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Arent van Zevender, winkelier en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Jan Bol en de weduwe van Willem van Burick. Waarborg: mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht. De koper is schuldig aan Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, een somma van 1500 gl.
Kind:
c-1. Arnoldus de With, gedoopt NG Dordrecht 20 sept. 1663
d. Jannetta van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1660), trouwde NG Dordrecht 12/28 sept. 1660 ds. Samuel Staphorstius, jongman van Edam wonende bij de Munt in Dordrecht (1660), predikant te Heerjansdam en Kijfhoek

ONA Dordrecht inv. 278, f. 324: testament dd 13 aug. 1681 van ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, en zijn vrouw Jannetta van Ravesteijn, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij herroepen een eerder testament, dat zij gepasseerd hebben ten overstaan van notaris G. de With te Dordrecht op 10 mei 1662. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die langstlevende hun dochter Maria Staphorstius zal onderhouden tot haar mondigheid of totdat zij gaat trouwen en haar dan een somma van 4000 gl. zal uitkeren. Als de testatrice de eerststervende zal zijn, legateert zij aan haar dochter haar kleren, ringen, juwelen, goud en zilverwerk, de beste geschrijnwerkte kast, het beste porselein, dat zij van haar ouders heeft geërfd, het beste bed met beddengoed, het grootste zilveren zoutvat, een aantal zilveren lepels, zes paar fluwijnen, het tafellaken, dat zij van haar ouders bij het aangaan van haar huwelijk heeft gekregen, twee dozijn van haar beste servetten, twee tafellakens en een somma van 6000 gl.
Kind:
d. Maria Staphorstius
e. Adriana van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1660), trouwde NG Dordrecht 2/28 sept. 1660 Hugo van Dijck, jongman van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat] (1660)
ORA Dordrecht inv. 1622, f. 137: op 7 dec. 1669 verkoopt Hugo van Dijck, commies “ten comptoire” van de gemene middelen, voor 3350 gl. aan Aelbrecht van Hoogeveen, brouwer te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de ingang van het Hof, staande tussen het huis van de koper, dat staat op de hoek van de Doelstraat, en het huis van de commies Aernout van Ravesteijn.
ONA Dordrecht inv. 237, f. 484: op 23 dec. 1676 overhandigen Hugo van Dijck, notaris, en zijn vrouw Adriana van Ravesteijn, hij ziek te bed liggende, zij gezond, aan notaris G. de With te Dordrecht een “toegesloten en versegelt papier verclarende daerinne  geschreven en met haer … beijder eijgen handen geteijckent oock met haer signet becrachtigt te wesen, hare testamentaire dispositie”.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
e-1. Mundina, 5 mrt. 1663
e-2. Helena, 24 febr. 1666
e-3. Leonardus, 9 april 1668
e-4. Arnolus, 7 okt. 1669
e-6. Deliana, 20 okt. 1675
e-7. Elijsabeth, 26 jan. 1680
e-8. Jacoba, 6 jan. 1682
f. Jacob van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1642, volgt III
g. Catharina van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht 23 nov. 1643, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1661), trouwde NG Dordrecht 2 okt./8 nov. 1661 Pieter Hackius, jongman van Leiden en daar wonende (1661), boekverkoper
h. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1645
i. Christina, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1647
III. mr. Jacob van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1642, weduwnaar  wonende in de Mariënbornstraat (1709), doctor in de beide rechten, advocaat te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 sept. 1715 (mr. Jacob van Ravestijn, bij de Beurs, drie koetsen extra), trouwde 1e naar schatting ca. 1670 Caatje Jansdr. van den Bos, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1708 (Katie Jans van den Bos, de vrouw van mr. Jacob van Ravesteijn, in de Marijbonstraat [Mariënbornstraat]), 2e Gerecht/NG Dordrecht 21 apri/5 mei 1709 (de bruid geassisteerd met haar goede kennis Catarina Hoogens; 4 april 1709 huw. voorwaarden gepasseerd in Dordrecht) Elske Diemasz., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1709)
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 21v: op 24 mei 1689 verkoopt mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat voor de Hoven van Justitie, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan kapitein Jan van Slingelant, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, en dat van Johannes Melanen
Kind:
a. Catrijna van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1675, volgt IV
IV. Catrijna van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/15 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Neeltje Willems, de bruid met haar moeder Caetje Jans) Abraham Fane (Vernee), gedoopt NG Dordrecht 3 juni 1675, jongman van Dordrecht wonende in de Vrankenstraat (1699), mr. schoenmaker, zoon van Jan Thomasz. Verne en Neeltje Willems
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 127: op 9 mei 1702 verkoopt Arnold Beijs, koster van de Grote Kerk te Dordrecht, voor 240 gl. aan Abraham Verne, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Dirck Stoop en dat van Antonij van de Strengh. De koper is schuldig aan Michiel van Aensurgh, burger van Dordrecht, een bedrag van 240 gl.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Neeltje, 26 juli 1700
b. Jacobus, 20 jan. 1703
c. Johannes, 30 april 1710
d. Jan, 6 febr. 1713
e. Abraham, 15 nov. 1715
f. Catharina, 13 jan. 1719
Noten:
(1)Ludowyk, or Caspar Smits, or Smith or Gaspar Smitz (1635 in Zwartewaal – 1707 in Dublin), was a Dutch Golden Age painter.

According to Houbraken he was called Ludowyk Smits, nicknamed Hartkamp, and was the teacher of the painters Simon Germyn and Garret Morphy. Smits came to live in Dordrecht for a few years with the organist Joan Kools, whose wife traded in paintings, when he was 40 in 1675. He started by making “penitent Maria Magdalenes“, but made his living primarily by painting fruit and flower still lifes in the manner of Jan Davidsz de Heem and Willem van Aelst. He used cheap paint that faded quickly, and when his customers complained he said that the paint lasted longer than the money that was paid for them.

According to the RKD he was known under the names Lodewyk, Gaspar, and Magdalen Smits, as well as the alias Theodorus Hartkamp. Abraham Bredius found Dordrechtse documents in the archives there to prove that Houbraken’s Ludowyk Smits and Horace Walpole’s Gaspar Smits were the same person. He was a member of the Guild of St. Luke in Dublin from 1681 to 1688, and according to Walpole he was active in Ireland until his death in 1707. (Wikipedia)