I. Arien (Adriaen) Roelofsz. (Scheij), geboren naar schatting ca. 1555, van Hagestein (1579), viskoper te Dordrecht, overleden in of na 1606, trouwde NG Dordrecht 31 mei 1579 (ondertrouw) Sijken (Lucia) Stevensdr., geboren naar schatting ca. 1550, weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs, (1579), trouwde naar schatting ca. 1568 (vóór jan. 1569) Cornelis Cornelisz. Cruijs, vermoedelijk viskoper, overleden tussen jan. 1569 en 5 nov. 1574
– 5 nov. 1574: Sijchgen Stevensdr., weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs, voor zichzelf en Jonas Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zwagers, transporteren aan Jacob van Beveren c.s. de eigendom van een vrije visstal op de Grote Vismarkt, die toebehoord heeft aan Cornelis Cornelisz. Cruijs zaliger. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 73)
– 31 mei 1575: Gillis Henricxsz. comen is schuldig aan Lucia Stevensdr., weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs en de overige erfgenamen van Cornelis Cornelisz. Cruijs een bedrag van 366 gl. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 201v)
– 14 dec. 1577: Sijchgen Stevensdr., weduwe van Cornelis Cruijs, koopt van de erfgenamen van Herman Jansz. viskoper en Grietgen Ockersdr. een visstal op de Grote Vismarkt. Zij bekent schuldig te zijn, als restant van de kooppenningen, een bedrag van 15 ponden groten Vlaams. Borg: Pieter Pietersz. van Bossenhoven. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 162v)
– 6 jan. 1580: Sijcken Stevensdr. verkoopt aan haar man Adriaen Roeloffsz. een visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 197)
– 30 jan. 1582: Pieter Pietersz. van Bossenhoven, als man van Marijcken Stevensdr. en Adriaen Roeloffsz. viskoper, als man van Sijcken Stevensdr., verklaren voldaan te zijn uit handen van Marijken Dircxdr., [vrouw van Franchois Wolfaerts], hun nicht, van de penningen en rentebrieven, die aan hen zijn gelegateerd in het testament van wijlen Aeltgen Adriaensdr., de “moije” [tante] van hun vrouwen. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 286) Op 31 jan. 1582 verklaart Ghijsbrecht Willemsz., wonende te Delft, als man van Fijchgen Stevensdr., dat hij uit handen van voornoemde Marijken Dircxdr. een legaat van 250 gl. uit de nalatenschap van Aeltgen Adriaensdr. heeft ontvangen. Een andere legataris van Aeltgen Adriaensdr. is Govert Stevensz., wonende te Rotterdam.(ORA Dordrecht inv. 736, f. 286v en 287v, akten dd 31 jan. en 2 febr. 1582)
– 3 juli 1600: Adriaen Roeloffsz. viskoper verkoopt voor 738 gl., waarvan 184 gl. contant, aan Henrick Aertsz. glaesmaecker een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Mathijs van Nederhoven en dat van Jan Pijetersz. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 201)
– 23 juni 1601: een huis van Floris Lenartsz., staande voor het Bagijnhof, wordt aan één zijde belend door het huis van Arien Roeloffsz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 41v)
– 9 okt. 1606: de erfgenamen van Marijken Meeusdr. verkopen aan Jacob Gerritsz. een huis, staande voor het Bagijnhof, aan één zijde belend door het huis van Adriaen Roelofsz. Scheij viskoper. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 186)
Kinderen:
– 28 dec. 1637: Steven Arijensz. Scheij, viskoper en burger van Dordrecht, ong. 58 jaar, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 81, f 126)
– 25 mrt. 1638: testament van Steven Adriaensz. Scheij viskoper en zijn vrouw Janneken Hendricxdr., beiden gezond. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn bij het overlijden van de eerststervende aan de dan nog ongehuwde kinderen elk een bedrag van 300 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 82, f. 116)
– 6 dec. 1640: vermeld wordt Steven Arijensz. Scheij, viskoper en keurmeester van de vismarkt te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 82, f. 116)
– 8 mrt. 1653: Adriaen Scheij Henricksz., steenhouwer, jongman wonende te Dordrecht, testeert. Als hij ongehuwd komt te overlijden, legateert hij aan de gemene huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht, staande onder de bediening van de diaconie, een somma van 6 gl. Tot zijn universele erfgenamen benoemt hij zijn grootouders Steven Arijensz. Scheij en Janneken Hendricx. Akte door testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 64, f. 395v e.v.)
– 16 okt. 1654: Elisabeth Hendricx, de vrouw van Frans Jansz. de Kets, burgeres van Dordrecht, testeert. Zij legateert aan haar zwager Steven Arijensz. Scheij een jaarlijkse lijfrente van 150 gl., die in zal gaan op haar sterfdag en zal verlopen bij zijn overlijden. Zij prelegateert aan het weeskind van wijlen Hendrick Scheij, genaamd Arien Scheij, de somma van 25 gl., aan de twee kinderen van Sijtgen Scheij, samen en onder hen beiden, een somma van 25 gl., en aan haar nicht Maijken Scheij een bed met beddengoed en een aantal kleren. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Arijen Scheij, Roelant Scheij, Seger Scheij en Maijken Scheij, de zoon van Hendrick Scheij en de twee kinderen van Sijchgen Scheij, kinderen en kleinkinderen van haar overleden zuster Janneken Hendricxdr., elke “staak”voor een zesde part. Tot voogden stelt zij aan haar man Frans Jansz. de Kets en Willem Pietersz. van Bergen. (ONA Dordrecht 133, f. 469 e.v.)
– 1 dec. 1655: Adriaen Stevensz. Scheij, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Roelant en Seger Scheij, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Gerritsz. Croeff, als man van Marijken Stevensdr. Scheij, alsmede voor de weeskinderen van Hendrick Stevensz. Scheij en Sijtge Stevensdr. Scheij, allen kinderen en erfgenamen van Steven Arijensz. Scheij, verkopen aan Floris Arijensz. van de Wijngaert een vrije visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 780 (oud), f. 75v)
– 1 april 1656: Adriaen, Seger en Roelant Stevensz. Scheij, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Gerritsz. Croeff, als man van Maeijken Stevensz. Scheij, tevens voor de minderjarige kinderen van Hendrick Stevensz. Scheij en Sijtge Stevensdr. Scheij, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Steven Arijensz. Scheij, verkopen aan Lijntgen Jansdr., echtgenote van Reijer Gerbrandsz. de Jong, een twee naast elkaar staande huizen in de Sarisgang, staande tussen het huis van Wouter de Gelder en dat van Adriaen Marinissen schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 780 (oud), f. 94)
– ca. 1626 (rekening door de weduwe van mr. Wemmer Pietersz. Despinoij afgelegd t.o.v. de weesmeesters van Dordrecht):wijlen Belia Jansdr., weduwe van mr. Eeuwout Aertsz., heeft de helft van hun gemeenschappelijke boedel vermaakt aan het natuurlijke kind van Adriaen Willemsz. schipper, van welk kind Ariaentgen Laurensdr. de moeder was. Erfgenamen van mr. Eeuwout Aertsz., waren o.a. mr. Wemmer D’Espinoij, de kinderen van Govert Laurensz., het voornoemde kind van Adriaen Willemsz. en de dochter van Emmer Jansz. steenhouwer, elk voor 1/4 part in 1/3 part. (Weeskamer Dordrecht inv. 513, z.d. [ca. 1626])
– 1638 (200e penning Dordrecht): Henrick Scheij steenhouwer wordt aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 1v)
– 4 nov. 1639: een baar voor de meid van de weduwe van Henderick Scheij (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)
– 6 dec. 1639: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Hendrick Stevensz. Scheij, gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 6 sept. 1639. Hij heeft tot voogden aangesteld zijn vader Steven Aertsz. Scheij en zijn behuwd neef Pieter Hoochlander, die nu verklaren de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 287v)
– 1650: Sara de Spinoij, weduwe van Pieter Hoochlander, in zijn leven apotheker te Dordrecht en voogd over de drie minderjarige kinderen van wijlen Henrijck Pietersz. de Jong, steenhouwer en burger van Dordrecht, naast diens vader Pieter Jansz. zeilmaker, verzoekt in plaats van haar overleden man tot voogd over die kinderen aan te stellen mr. Alexander de Hooch, chirurgijn te Dordrecht. (ORA Dordrecht, inv. 61, f. 71)
ONA Dordrecht inv. 136, f. 121 e.v.: op 5 juni 1657 compareert voor notaris A. van Neten Roelant Scheij, tavernier in de herberg van “de Crimpert Salm”. Borg voor hem is Cornelis Jacobsz. van Heijligenberch, molenaar te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 245, f. 136 e.v.: op 22 mei 1659 verkoopt Roelant Scheij, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Johan van der Net een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en dat van Joost Dircxsz.
ORA Dordrecht inv. 784, f. 46 e.v.: op 19 juni 1663 compareren voor schepenen van Dordrecht Dirck Stopman, inwoner van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnieta Hendriks, weduwe van Roelant Scheij, en verklaart in die hoedanigheid schuldig te zijn aan Dirck Cornelisz. een bedrag van 900 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in de Visstraat, waar tegenwoordig uithangt “de Crimpert Salm”, staande tussen het huis van de weduwe van Joost Dircxsz. en het huis van kapitein Geraerdt van Duijnen.
ORA Dordrecht inv. 65, f. 182v e.v., akte dd 12 juli 1664: op het rekest van Angnieta Hendricxs , weduwe van Roelant Scheij en enkele van haar crediteuren, waarbij zij verzochten dat de notarissen Johan Cop en Adriaen Meijnaert zouden mogen gemachtigd worden om het huis van de eerste suppliante, staande in de Vismarkt [sic], ten behoeve van haar crediteuren te verkopen, besluit het Gerecht van Dordrecht dit aan genoemde notarissen toe te staan.

– 1 febr. 1661: Johannes van Eijssel en Geerard Baen, kooplieden te Dordrecht, verkopen aan Arien Scheij meester steenhouwer een huis op de hoek van de Wijnstraat [Grotekerksbuurt] bij de Grote Kerk voor 2450 gl. (ONA Dordrecht inv. 120, f. 166)
– 5 aug. 1664: voor notaris J. Reijns te Dordrecht testeren Adriaen Scheij, meester-steenhouwer en Josina Jansdr., burgers van Dordrecht, beiden gezond. Zij benoemen tot voogden zijn stiefvader Hendrick de Jong steenhouwer en Johannes Sickinga, beiden wonende te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 53)
– 10 juli 1665: Adriaen Scheij, meester steenhouwer te Dordrecht, weduwnaar van Josina Jansdr., benoemt “in cas van sijn overlijden” tot voogden over zijn onmondige kinderen Bartholomeus Ronaer en Johannes Sickinga, kooplieden te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 57)
– 26 aug. 1666: Adriaen Scheij meester steenhouwer is getuige bij het passeren van het testament van Adriaen Gerritsz. Croeff, mr. scheepmaker te Dordrecht en Maeijken Stevens. (ONA Dordrecht inv. 116, f. 86)
– 28 okt. 1673: Laurens de Jongh, zeilmaker en burger van Dordrecht, als voogd over de weeskinderen van Adriaen Scheij, steenhouwer te Dordrecht, verkoopt voor 3050 gl. aan Pieter van Coeverden, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis aan de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Pluijm huistimmerman en ’s herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 1624, f. 70)
– 18 sept. 1708: comp. Abraham de Jongh, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Maeijken Jansdr. de Nobel en samen met zijn zusters Johanna en Maria de Jongh voor de helft erfgenaam van diezelfde Maijken de Nobel in gevolge haar testament, op 13 juni 1708 voor notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht gepasseerd. Hij verklaart, dat Hendrik Scheij en Anna de Regt, echtelieden, is aanbedeeld een huis buiten de Vuilpoort tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Sijmon Cornelisz. van Driel en dat van Jacobus Huijssers, gekomen uit de boedel van Maijken de Nobel. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 117 e.v.)
– 12 jan. 1717: Hendrick Scheij, blokmaker te Dordrecht, huurt van Jan de Witt ,voormalig president-schepen en lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat, staande tussen de Sluispoort en de Kalkstraat. (ONA Dordrecht inv. 748)
– 8 dec. 1717: compareert voor notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht Hendrick Scheij, getrouwd met Anna de Reght en verklaart door zijn schoonzuster Teuntje van der Lindt, weduwe en boedelhoudster van Abraham de Reght, schipper en burger van Dordrecht, volledig voldaan te zijn van het legaat, dat aan zijn vrouw door haar broer Abraham de Reght bij testament was vermaakt, zijnde 1/3 part in een losrentebrief ten laste van het gemeneland van Holland en West-Friesland, groot 4600 gl., een obligatie onder de hand ten laste van de weduwe van Nicolaas van der Vlist dd 15 jan. 1710, groot 1200 gl. en aan contante penningen een bedrag van 1398 gl. en 5 st. Ook heeft Hendrick Scheij, overeenkomstig hetgeen bepaald was in het voornoemde testament van zijn schoonzuster, al de kleren van haar overleden man ontvangen. Akte door Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 679, akte 146, f. 489 e.v.)
– 1 april 1723: Hendrick Scheij, burger van Dordrecht en zijn vrouw, Anna de Reght, testeren voor notaris B. van Gelsdorp. (ONA Dordrecht inv. 685)
– 1 april 1723: compareert voor notaris B. van Gelsdorp Hendrick Scheij, die verklaart, dat zijn schoonmoeder Jacomeijntje van Elderen, weduwe van Arij Jacobsz. de Reght, hem in haar testament, gepasseerd voor dezelfde notaris op 13 jan .1708, de bevoegdheid heeft gegeven om medevoogden over haar minderjarige erfgenamen te benoemen. Hij stelt nu als zodanig aan zijn zoons Arij en Abraham Scheij. Akte door Hendrick Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 685, akte 44, f. 332 e.v.)
– 24 april 1723: Jacob van der Vlist koopman verklaart verhuurd te hebben aan Hendrik Scheij blokmaker een geheel huis met een gedeelte van een erf, daarachter liggende, tot zover het tegenwoordig door verhuurder met een heining is afgesloten, en een achteruitgang naar de Kalkhaven over het erf van verhuurder, staande en gelegen in de Prinsenstraat tussen de Sluispoort en de Kalkstraat, belend door het huis van Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht aan de ene zijde en het huis van verhuurder, tegenwoordig door verhuurder bewoond, aan de andere zijde. Huursom is 122 gl. jaarlijks. Akte door Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 835, akte 39, f. 101 e.v.)
– 21 dec. 1724: Hendrik Scheij, meester-blokmaker, is schuldig aan Govert van Weel Anthonisz. een somma van 500 gl., daarvoor verbindende een huis en erf in de Prinsenstraat, staande en gelegen tussen het huis van Frackin [sic] en dat van Jacob Huisert. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 132)
– 16 dec. 1730: Teuntie van de Lind, weduwe van Jan den Broeling, wonende te Dordrecht, verkoopt aan Hendrik Scheij, mr. blokmaker te Dordrecht, een huis met alles wat daarin aard- en nagelvast is, met uitzondering van de glazenkast, die los in de voorkeuken staat, staande in de Prinsenstraat tussen het huis van Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, en dat van Hendrik Hamer, koopman in wijnen. De koopprijs bedraagt 1900 gl., waarvan de koper 700 gl. contant betaalt en de overige 1200 gl. zal aflossen met jaarlijkse termijnen van 100 gl. Akte door Hendrick Scheij ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 955, akte 79)
– 13mrt. 1731: Teuntje van de Lind, weduwe van Jan Broelingh, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 1900 gl. aan Hendrik Scheij, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, voor 1900 gl. een huis in de Prinsenstraat, staande tussen het huis van mr. Arent Roeland de Carpentier, heer van Rijsoord, en dat van Hendrik Hamer. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1400 gl. In margine: op 18 april 1759 comp. de vrouw van Hendrik Scheij [sic; bedoeld zal zijn: de vrouw van Frans Scheij], die de originele brief toont met de kwitantie op de rug daarvan, luidende:”ik ondergetekende bekennen bij desen voldaan te sijn van mijn pretensie die ik heb op het huis van Frans Scheij, staande in de Princestraat, volgens desen brieff. Actum Dordregt den 18 april 1759″, ondertekend door comparante met een merkje. Schuldbrief geroyeerd op 18 april 1759. (ORA Dordrecht inv. 816, f. 143v e.v.)
– 28 aug. 1736: Hendrick Scheij testeert voor notaris B. van Gelsdorp. Hij prelegateert aan de vijf kinderen van zijn overleden zoon Hendrick Scheij een somma van 400 gl. Aan zijn zoon Francois Scheij prelegateert hij “voor sijn getrouwen dienst die hij voor de gemeene huijshoudinge dagelijcx kompt te doen, alle de gereetschappen tot sijn testateurs winckel behorende alsmede alle het halft gemaackte en heel gemaackte werck, dat bevonden sal werden op sijn testateurs overlijden in de winckel te sijn, gelijck den voorn. sijnen soon alle het touwe en onbewerck[t] hout ter taxatie van luijden hen des verstaande sal moeten aennemen.” Testateur prelegateert ook aan zijn zoon Francois het huis, waarin hij thans woont, “des in sijn testateurs boedel in collatie brengende een somma van twee duijsent guldens”. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn kinderen of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen en tot voogden zijn zoons Arij en Francois Scheij. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 697, akte 58)
– 7 juni 1740 (“scheijdinge afgetrocken de lasten benede de 5000 gl.”): compareren voor notaris B. van Gelsdorp Arij Scheij, Jan Scheij, Abraham Scheij, Frans Scheij voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn broer Steven Scheij, Jan van der Ka, getrouwd met Aletta Scheij en Maria Scheij, allen kinderen en erfgenamen van hun vader resp. schoonvader Hendrick Scheij zaliger en verklaren de boedel, die door hem is nagelaten, te hebben verdeeld. Daarbij werd aan Frans Scheij aanbedeeld een huis bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van de Heer van Rijsoort en dat van Hendrick Hamer en aan Maria Scheij een huis in de Kalkstraat, staande tussen het huis van Abraham van der Hil en dat van Jacob Frackin. Akte door alle comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 699, akte 41)
– 7 okt. 1738: Agatha Simonides, laatst weduwe van Cornelis Noteman de Oude, wonende te Dordrecht, voor 1/3 part, Maria Noteman, wonende te Dordrecht, eveneens voor 1/3 part, mitsgaders Johannes van Vegt en Cornelis Vos, wonende te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Cornelis Noteman de Jonge en zulks kindskinderen en mede-erfgenamen voor het laatste 1/3 part van Cornelis Noteman de Oude, verkopen aan Arij Scheij, meester-blokmaker en burger van Dordrecht, een huis en erf in de Boomstraat, staande en gelegen tussen de raffinaderij van Adriaan Onderdelinde en het huis op diezelfde dag getransporteerd aan Barent Keeman, betaald met 750 gl. en een rantsoen van 18 gl. en 15 st.contant geld (ORA Dordrecht inv. 819, f. 67v e.v.)
– 21 jan. 1744: Arij Scheij, in de Prinsenstraat, ongehuwd [sic], wordt begraven. (DTB Dordrecht, begraafboek Grote Kerk; overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 20 jan. 1744, pro deo)
– 19 dec. 1744: de schoonmoeder van Arij Scheij, Caetje van der Kloet, testeert. Als erfgenaam wordt o.a. genoemd Maeijcke Gravendijck, weduwe van Arij Scheij
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Johanna, 12 mrt. 1728
b. Adriana Scheij, 19 nov. 1730, trouwde Thomas Knieriem
– 13 april 1773: compareren voor notaris G. Verveer de vijf nagelaten meerderjarige kinderen van wijlen Arij Scheij en wijlen zijn vrouw Maaijke Gravendijk om de koopvoorwaarden op te laten stellen, waarop zij willen verkopen een “bijsonder welgelegen en ter nering staand” huis en erf in de Boomstraat, belend aan de ene zijde door de raffinaderij van de heren Meijer en Lockemijer en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Barent Keeman aan de andere zijde, “van agteren het voorn. huijs uijtkomende in de gemene gang en door deselve in de voorn. Boomstraat, na[ar] de zijde van het Bolwerk”. Op 16 april 1773 bij afslag opgehouden op 550 gl., om aan te bedelen voor Hendrik Scheij op zijn erfportie. (ONA Dordrecht inv. 951, akte 22, f. 59 e.v.)
– 15 maart 1781: Pieter Evenwel, burger van Dordrecht, verkoopt aan Thomas Knieriem, wonende te Dordrecht, een huis en erf in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jacob Volhart en het huis van Romijn [voornaam niet vermeld] voor 490 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 835, f. 169v e.v.)
-15 maart 1781: Thomas Knieriem is schuldig aan Jacob van Immerzeel, korenmeter, een somma van 400 gl., af te lossen met jaarlijkse termijnen van 25 gl. en 4 % interest per jaar, daarvoor verbindende het voornoemde huis in de Torenstraat. (ORA Dordrecht inv. 835, f. 170)
– 26 juni 1785: compareert voor notaris A.A. van den Oever Adriana Scheij, weduwe van Thomas Knieriem, die verklaart, “ter bestelling haarer begraavenisse alsmeede tot voogden over alle de door haar na te laten minderjarigen, uijtlandigen en ander toesigt behoevende kinderen en erfgenaamen” te benoemen haar broers Govert en Hendrik Scheij, beiden wonende te Dordrecht. Comparante kan niet schrijven.(ONA Dordrecht inv. 1240, akte 99)
c. Govert Scheij, 27 aug. 1734, volgt VII
d. Hendrik Scheij, 1736
e. Adrianus, 27 juli 1738
f. Katje, 4 nov. 1741
VIb. Fransoijs Scheij, gedoopt NG Dordrecht 13 dec. 1699, trouwde 1e 7 april 1742 Martina Bergeijk, 2e 15 mei 1745 Johanna Lugten
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 34v: op 17 juni 1760 verkoopt Engel Boon, schipper en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Johanna Lugten, weduwe van Franchois Scheij, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, het tweede huis van de Dolhuissteiger, staande tussen het huis van Jan Beukers en dat Pieter Paling.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 135: op 17 dec. 1761 verkoopt Johanna Lugten, weduwe van Frans Scheij, voor 975 gl. aan Cornelis Baars, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat omtrent de Dolhuissteiger, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Paling en dat van Jan Beukers.
Kinderen:
Ex 1:
a. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1743
Ex 2:
b. Neeltje, gedoopt NG Dordrecht 28 april 1748
c. Josijna, gedoopt NG Dordrecht 18 mei 1750
d. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 25 juli 1753
VII. Govert Scheij, gedoopt NG Dordrecht 27 aug. 1734, jongman geboren te Dordrecht wonende bij de Weeshuisstraat (1762), spekslager, begraven Grote Kerk (Augustijnenkerk) 8 april 1807 (Govert Scheij, 74 jaar, beroerte, op de Voorstraat bij de Vismarkt D:959, laat kinderen na, met de lijkkoets), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 okt./14 nov. 1762 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maijke Gravendijk, weduwe van Arij Scheij, de bruid heeft schriftelijk consent van haar vader Pieter Brantwijk) Jannigje (van) Brantwijk, jonge dochter geboren te Gijbeland wonende bij de Damiatebrug (1762), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 6 sept. 1802 (Jannigje van Brandwijk, de vrouw van Govet Scheij, 62 jaar, subiet, op de Voorstraat bij de Vismarkt, laat kinderen na, met gewone koetsen, graf nr. 277)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 117: op 15 mei 1770 verkoopt Catharina Ligtermoet, weduwe van Johannes Wilhelmus Ruijmers, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Govert Scheij, spekslager te Dordrecht, een huis op de Voorstraat tussen de Beurs en de Vismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Johannis Cornelis Venders, thans echtgenote van Cornelis van Leeuwen en dat van notaris Gerardus Verveer. De koper is schuldig aan Adriaan van Vliet een somma van 900 gl.
Weeskamer Dordrecht inv. 38, f. 221v: op 15 sept. 1802 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Govert Scheij en zijn vrouw Jannigje van Brandwijk, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 11 mrt. 1774. Tot erfgenaam hebben zij benoemd de langstlevende van beiden.
Weeskamer Dordrecht inv. 39, f. 21v: op 22 april 1807 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Govert Scheij en zijn vrouw Jannigje van Brandwijk, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 11 mrt. 1774. “NB: De minderjarigen zijn in’t weeshuis”.
Kinderen:
a. Maaijke, 4 mrt. 1763
b. Arie, 12 jan. 1766
c. Pieter Scheij, 1 april 1767, volgt VIII
d. Mettie, 6 okt. 1771
e. Goverijna Johanna, 25 mrt. 1774
VIII. Pieter Scheij, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1767, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1791), vleeshouwer, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 3 febr. 1807 (Pieter Scheij, bijna 40 jaar oud, borstkwaal, Vriesestraat C:1813, laat kinderen na, met de gewone koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 okt./13 nov. 1791 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Govert Scheij, de bruid heeft schriftelijk consent van haar vader Arij Gerritsz. Goudriaan) Johanna Adriana Goudriaan, jonge dochter geboren te Hardinxveld wonende in de Gravenstraat te Dordrecht (1791), overleden Dordrecht 13 jan. 1845 (Vriesestraat C:1655), dochter van Arij Goudriaan en Geertruij Mink.
ORA Dordrecht inv. 1676. f. 212v: op 2 febr. 1792 verkopen Hendrik Logger en Leendert Hoogwinkel, beiden burgers wonende te Dordrecht, die door Wouter de Goede in zijn testament, dat hij heeft verleden voor notaris B. van der Star te Dordrecht op 3 dec. 1789, zijn aangesteld tot executeurs van zijn boedel, voor 2380 gl. aan Pieter Scheij, burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Aalbert de Boef en dat van de weduwe van Arij van Driel.
ORA Dordrecht inv. 1678, f. 44: op 19 juli 1796 verkopen Gillis de Boeff, Laurens de Boeff en Johannes de Boeff, allen wonende te Dordrecht, die door Aalbert de Boeff, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, in een akte gepasseerd voor notaris J.H. Schultz van Haegen op 4 mei 1796 tot executeurs van zijn boedel zijn benoemd, voor 2140 gl. aan Pieter Scheij, vleeshouwer te Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Casparus Lockemeijer en dat van de koper.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 273: op 7 sept. 1802 verkoopt Jacobus de Voogd, wonende te Dordrecht, voor 600 gl. aan Pieter Scheij, wonende te Dordrecht, een huis, dat van onderen is “geapproprieert” tot een stal, staande in de Nieuwstraat tegenover de Augustijnenkamp tussen het huis van A. Nagtegaal en de Schenkkannengang.
Weeskamer Dordrecht inv. 39, f. 16v: op 25 febr. 1807 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Govert Scheij en Adriana Goudriaan, gepasseerd voor notaris J.H. Schultz van Haegen te Dordrecht op 29 aug. 1793, waarin zij de langstlevende van hen beiden tot voogd hebben benoemd.