NB: een meer uitgebreide genealogie van dit geslacht Schut van de hand van ir. C. Sigmond is gepubliceerd in Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 359 e.v.
I. Geerit Geeritsz. Schut de oude, geboren ca. 1520, kuiper te Dordrecht, overleden vóór 23 jan. 1595, trouwde NN
ORA Dordrecht inv. 702, f. 115v e.v.: op 5 febr. 1561 verkoopt Gerit Geritsz. kuiper aan Dirck Gerritsz., zijn broer, een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Marijchgen Willemsdr., weduwe van Govert Aertsz. en de stadsgracht. Waarborg: Adriaen Willemsz. kuiper. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 ponden groten Vlaams. Borgen: Lenert Dircxsz. brouwersknecht en Pouwels Zijlofsz. bakker.
ORA Dordrecht inv. 705, f. 149 e.v.: op 8 mei 1566 verkoopt Adriaen Aertsz. bakker aan Mathijs Meusz. schortekleedverver een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van verkoper en dat van Gerrit Gerritsz. Schut.
ORA Dordrecht inv. 707, f. 90: op11 okt. 1567 verkoopt Gerit Geritsz. Schut kuiper aan Jacob Meusz. koolmeter een huisje, zo het nu betimmerd staat achter het huis van verkoper aan de achtergevel, staande bij de Raambrug tegenover de Oude Gracht. Koper is schuldig aan verkoper 10 ponden groten Vlaams. Borg: Adriaen Aertsz. bakker.
ORA Dordrecht inv. 707, f. 150v: op 5 dec. 1567 legt Gerrit Gerritsz. Schut, 46 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Andries Woutersz., viskoper te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 708, f. 2: op 8 april 1568 verklaart Gerrit Gerritsz. Schut kuiper, 46 jaar oud, op verzoek van Neeltgen Vincken, de vrouw van Jan Dircxsz., schipper “van Boven”, dat hij 24 of 25 jaar geleden met zijn ouders twee jaar lang gewoond heeft in een huis bij het Bagijnhof [in de omgeving van de Sarisgang], waar Neeltgen Vincken nu in woont, staande tussen het huis van Joest de viskoper en dat van Wouter den Hoet. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 2)
ORA Dordrecht inv. 712, f. 177v en 178: op 8 okt. 1577 verkoopt Pieter Cornelisz. Praem muntenaar en burger van Dordrecht aan Gerrit Gerritsz. Schut kuiper een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Cornelis Thoenisz. stadsbode en dat van Herber Jansz. wever. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 476 gl., te betalen met 54 gl. jaarlijks op Bamisdag. Borg: Aert Gerritsz. kuiper. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams van 6 gl. het pond, verzekerd op het voornoemde huis.
ORA Dordrecht inv. 735: op verzoek van Jan Thomasz. kuiper leggen op 21 juni 1579 Adriaen Spruijt Jansz., gezworen makelaar te Dordrecht, ongeveer 36 jaar oud, Geerit Schut, ongeveer 60 jaar oud en Aert Geeritsz. Schut, ongeveer 30 jaar oud, beiden kuipers en burgers van Dordrecht, een verklaring af.
Stadsarchief Dordrecht nr. 3, f. 243v: Gerit Schut kuiper betaalt in de verponding van 1594 voor zijn huis in de Breestraat 6 ponden 12 sch. Belenders: Cornelis Gleijnen schiptimmerman en Herber Jansz. wever.
ORA Dordrecht inv. 743, f. 273v en 274: op 23 jan. 1595 compareren Aert Geeritsz. Schut, Embrecht Geeritsz. Schut, Thonis Geeritsz. Schuth, voor henzelf en vervangende Jan Roecken huistimmerman, als man en voogd van Marijcken Geeritsdr. en Dries Cornelisz. kleermaker, als man en voogd van Geertgen Geeritsdr., mede voor henzelf en vervangende Jan Denijsz. van Venloo, als man en voogd van Grietgen Geeritsdr., allen erfgenamen van Geerit Geeritsz. Schuth de oude. Zij verkopen aan Willem Claesz. Prins huistimmerman een huis, erf en toebehoren, staande en gelegen omtrent het Bagijnhof tussen het huis van Willem Claesz. en dat van voornoemde koper, op voorwaarde, dat Heyltgen Jansdr., die tegenwoordig in het huis woont, haar leven lang, zonder daarvoor iets te hoeven betalen, in het huis mag blijven wonen. (In oorkonde deze brief gegeven op 25 jan. 1595.) Koper kent schuldig aan verkopers 27 ponden groten Vlaams te betalen op 18 jan. 1596. Borg: Wouter Claesz. metselaar.
ORA Dordrecht inv. 744, f. 264v: op 9 mei 1598 compareren Aert Gerritsz. Schut kuiper, Jan Roecken huistimmerman, als man en voogd van Marijken Gerritsdr., Engelbrecht Gerritsz. Schut kuiper en Thonis Gerritsz. Schut, elk voor henzelf en vervangende Andries Cornelisz. schipper, getrouwd met Geertruijt Gerritsdr. en Jan Denijs, wonende in Amsterdam, getrouwd met Grietgen Gerritsdr., allen erfgenamen van wijlen Gerrit Gerritsz. Schut. Zij verkopen aan Alidt Jansdr. van der Vlijet, weduwe van Dionysius Jansz., een huis, erf en toebehoren, staande en gelegen voor het Bagijnhof tussen het huis van Willem Claesz. Prins huistimmerman en dat van dr. Hubertus de Bije medicus. Waarborgen: Jan Roecken en Aert Gerritsz. Schuth.
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Aert Geeritsz. Schut, geboren ca. 1548, volgt IIa
b. Geerit Geeritsz. Schut
ORA Dordrecht inv. 736, f. 171v: op 11 mei 1581 verkopen Frans Cornelisz. kuiper, Robrecht Cornelisz. kleermaker en Cornelis Daniëlsz., als man van Neeltgen Cornelisdr., voor zichzelf en tevens samen vervangende Lasarus Cornelisz. schipper, Soetgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Adriaensz. Butter “hacker”, en het weeskind van Thonis Cornelisz., verwekt bij Marijcken Cornelisdr., allen erfgenamen van Cornelis Robrechtsz. grote werkman, aan Geerit Geeritsz. Schut een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Jaepge Stevens en dat van Marijcke de Best. Waarborg: Frans Cornelisz. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 400 gl. Borgen: Geerit Geeritsz. Schut de oude en Cornelis Jansz. schuitenmaker.
c. Embrecht (Engelbrecht) Geeritsz. Schut
d. Marijcken Geeritsdr., trouwde Jan Roecken (Rochusz.), huistimmerman te Dordrecht
e. Geertgen (Geertruijt) Gerit Geritsdr., trouwde NG Dordrecht 30 okt./ 13 nov. 1583 (“beiden van Dordrecht”) Andries Cornelisz., kleermaker te Dordrecht (1583), schipper (1598)
f. Grietgen Geritsdr., trouwde 1e NG Dordrecht febr. 1576 Pouwels Rochusz., trouwde 2e NG Dordrecht 23 juni/14 juli 1585 Jan Denisz. (van Venloo), kleermaker van Venlo (1585) (Gens Nostra 1992, p. 203)
g. Thonis Geeritsz. Schut, volgt IIb
IIa. Aert Geeritsz. Schut, geboren ca. 1548, kuiper te Dordrecht, overleden in of na 1598, trouwde 1e Berbera Jansdr., dochter van Jan de Kennip Ariensz. en NN, 2e Margriet Rochusdr. (Grietgen Roocken), dochter van Rochus Woutersz. huistimmerman en Jannegje Jansdr., 3e NG Dordrecht 17 jan. 1581 Janneken Cornelisdr., geboren ca. 1554, van Dordrecht (1581)
(Ons Voorgeslacht sept. 2015, p. 364-365)
– 29 nov. 1571: boedelscheiding tussen Aert Gerritz. Schut kuiper, weduwnaar van Berbera Jansdr., enerzijds en Jan de Kennip Ariensz., als grootvader en voogd van Gerrit Ariensz., onmondig weeskind verwekt bij Berbera Jansdr., anderzijds. De vader zal zijn zoon onderhouden etc. tot hij 18 jaar is geworden en hem dan een bedrag van 1 pond Vlaams uitkeren. Borg: Gerrit Schut Gerritsz. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 1024)
– 29 nov. 1571: boedelscheiding tussen Aert Gerritz. Schut kuiper, weduwnaar van Berbera Jansdr., enerzijds en Jan de Kennip Ariensz., als grootvader en voogd van Gerrit Ariensz., onmondig weeskind verwekt bij Berbera Jansdr., anderzijds. De vader zal zijn zoon onderhouden etc. tot hij 18 jaar is geworden en hem dan een bedrag van 1 pond Vlaams uitkeren. Borg: Gerrit Schut Gerritsz. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 1024)
– 12 febr. 1579: op verzoek van Aert Geeritsz. Schut kuiper verklaart Neeltgen Thomasdr., vrouw van Jacob Adriaensz. schiptimmerman, 32 jaar oud, dat circa 9 jaar geleden haar moeder, Barbara Cornelisdr., aan Herman Aertsz., “die gebleven is in Haerlem”, verkocht heeft een huis in de Breestraat, dat toebehoort aan de rekwirant, en dat Herman Aertsz. aan haar moeder, die toentertijd ziek lag in Leiden, betaald heeft een somma van 3 Vlaamse ponden en in Dordrecht nog een bedrag van 8 gl. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 24)
ORA Dordrecht inv. 736, f. 171v: op 11 mei 1581 verkopen Frans Cornelisz. kuiper, Robrecht Cornelisz. kleermaker en Cornelis Daniëlsz., als man van Neeltgen Cornelisdr., voor zichzelf en tevens samen vervangende Lasarus Cornelisz. schipper, Soetgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Adriaensz. Butter “hacker”, en het weeskind van Thonis Cornelisz., verwekt bij Marijcken Cornelisdr., allen erfgenamen van Cornelis Robrechtsz. grote werkman, aan Geerit Geeritsz. Schut een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Jaepge Stevens en dat van Marijcke de Best. Waarborg: Frans Cornelisz. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 400 gl. Borgen: Geerit Geeritsz. Schut de oude en Cornelis Jansz. schuitenmaker.
Kinderen:
Ex 1:
a. Gerrit Ariensz.
Ex 2:
b. Marguarita Schut Aertsdr., trouwde Joris Damasz.
c. Gerrit Aertsz. Schut
d. Arendt Aertsz. Schut, volgt III
e. Eeuwout Aertsz. Schut
Ex (?):
f. Heijltgen Schut Aertsdr., overleden tussen 3 dec. 1630 en 28 dec. 1630 (Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 127 e.v.), trouwde Seger Hendricxsz.
Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 127 e.v.: op 3 dec. 1630 compareren voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Joris Damasz., als man van Marguarita Schut Aertsdr., Gerrit Aertsz. Schut, Arendt Aertsz. Schut en Eeuwout Artsz. Schut, volle en halfbroeders van wijlen Heijltgen Schut Aertsdr., enerzijds en Seger Hendricxsz., weduwnaar van Heijltgen Schut Aertsdr., anderzijds. Zij zijn overeengekomen, met toestemming van Neeltgen Claesdr., tegenwoordige bruid van Seger Hendricxsz., aangaande de moederlijke goederen van Janneken Segers, dochter van Seger Hendricxsz. en Heijltgen Schut, ongeveer 15 maanden oud, dat Seger alle goederen, die hij met Heijltgen in gemeenschappelijk bezit had, zal behouden, op voorwaarde, dat hij binnen een maand of zes weken aan zijn dochter zal uitkeren een somma van 500 gl. Getuigen: Herman Jacobsz. kleermaker en Jan Jansz., opperbrouwer in “de Dissel”.
IIb. Anthonis (Thonis, Theunis) Gerritsz. Schut, geboren ca. 1567, kuiper (1588) en azijnmaker (1619, 1621, 1628, 1637) te Dordrecht overleden tussen 26 nov. 1637 en 10 okt. 1644, begraven in het Hoogkoor van de Grote Kerk te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 8/29 mei 1588 Tanneken Jan Lodewijksdr. “van Antwerpen” (1588), trouwde 2e NG Dordrecht 17 jan./2 febr. 1621 Janneke Brants Jansdr., “van Amersfoort”, wonende in de Vriesestraat in “het Vergulden Slot” (1621), overleden vóór 20 aug. 1624 (ONA Dordrecht inv. 55, f. 27v), 3e 1624 Janneken Cornelisdr., trouwde 1e Pieter Jansz. van Dalen
ONA Dordrecht inv. 12, f. 520v: verklaring dd 23 dec. 1619 door Theunis Gerritsz. Schut, azijnmaker, 51 jaar oud.
ONA Dordrechtinv. 13, f. 198 e.v.: op 11 febr. 1622 compareren voor notaris P. Eelbo Anthonij Gerritsz. Schut, azijnmaker en burger van Dordrecht en zijn vrouw Janneken Brandt, beiden gezond, om te testeren. Hij prelegateert aan zijn vrouw al haar kleren, zilverwerk en juwelen en het beste bed met toebehoren. In al zijn overige na te laten goederen benoemt hij tot erfgenamen zijn voor- en nakinderen, alsmede zijn vrouw voor een kindsgedeelte, op voorwaarde, dat zij hun eventuele kinderen uit dat kindsgedeelte zal alimenteren tot hun twintigste jaar. Als testatrice als eerste overlijdt, zal haar man al haar goederen erven, op voorwaarde, dat hij hun eventuele kinderen zal onderhouden tot hun twintigste jaar en hun bij hun huwelijk een somma van 600 gl. zal uitkeren en bovendien de opbrengst uit verkoop van al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun onmondige erfgenamen, naast van harentwege haar broer Arnoult Brandt en Jan Cabeljau en van zijnentwege zijn neef Arent Schut. Testateur tekent met een merk en testatrice met haar naam.
Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 59: op 4 sept. 1628 compareert voor weesmeesters van Dordrecht Anthonis Geeritsz. Schut, azijnmaker te Dordrecht en verklaart, dat hij overeenkomstig het testament van 11 febr. 1622 gehouden is zijn zoon Jan Anthonisz. Schut, thans 6 jaar oud, te alimenteren en te onderhouden tot zijn twintigste jaar en hem bij zijn huwelijk een somma van 600 gl. uit te keren, boven de 278 gl., welke de verkoop van de kleren, juwelen en het zilverwerk, nagelaten door comparanten overleden vrouw Janneken Brandt, heeft opgebracht. Voor de nakoming daarvan verbindt comparant zijn huis, erf en toebehoren, staande en gelegen in het Steegoversloot te Dordrecht, waarin hij woont en dat wordt belend door het huis van de schout Adriaen van Blijenborch en dat van Oth Willemsz. “spellemaker”.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 113: op 9 mrt. 1636 verkoopt Thonis Schut, azijnmaker en burger van Dordrecht, aan Geerit Schut en Joris Jacobsz. Ronaer, resp. zijn zoon en schoonzoon, een jaarlijkse losrente van 43 gl. 15 st., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Vaens en dat van Oth Willemsz. speldenmaker.
ONA Dordrecht inv. 81, f. 101: op 26 nov. 1637 compareren voor notaris J. Schoormans o.a. Teunis Gerritsz. Schut, ongeveer 71 jaar oud en Jan Schut, azijnmakers en burgers van Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van Joost van Hardewijn, azijnmaker te Rotterdam, dat “binnen deser Stede [Dordrecht] althoos es geobserveert ende oock alsnoch geobserveert wert, dat de asijnmaeckers binnen deser Stede de neeringe van asijn te vercoopen met de cleijne maete doende sijn ende … dat alle deselve asijnmaeckers haeren asijn inslaen ende uijtslaen om buijten de stadt te gaen sonder daervan eenighe billietten te haelen vande pachters”, gevende voor redenen van wetenschap, dat zij, Thonis en Jan Schut, van jongs af de nering van azijn maken en verkopen binnen Dordrecht beoefend hebben.
Kinderen ex 1:
a. Maeijken, gedoopt NG Dordrecht juni 1590
b. Fijcken, gedoopt NG Dordrecht mei 1596
c. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht jan. 1602, trouwde NG Dordrecht 21 maart/13 april 1621 Goris Jacobsz. Ronaer
– 1 april 1655: Elisabeth Schudt, weduwe van Goris Jacobsz. Ronaer, verkoopt aan Maeijken Goossensdr. Redij, weduwe van Reijnier de Vos, die mede compareert en wordt geassisteerd door Aert Jochemsz. van Gent, koopman en burger van Dordrecht, ten behoeve van degene, die zij, Maeijken, als koper zal aanwijzen, voor 1800 gl. een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Willem Heijndricxsz. Ruijter en het huis, dat onlangs is gekocht door Nicolaes de Vries boekdrukker. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 212 e.v.)
d. Gerrit Anthonisz. Schut, van Dordrecht wonende in het Steegoversloot tegenover de Doelen (1625), wijnkuiper (1625), wijnkoper te Dordrecht (1644), trouwde NG Dordrecht 10 aug. 1625 (ondertrouw) Maijken Sibertsdr. Wor, van Dordrecht wonende bij haar vader (1625)
ONA Dordrecht inv. 59, f 769v: op 24 okt. 1638 testeren Gerrit Schut Anthonisz. wijnkoper en zijn vrouw Maria Wor Sijbertsdr., burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat hij of zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan zal uitkeren onder hen allen een somma van 1200 gl. Als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal dat bedrag weer komen aan de langstlevende van testateuren, die dan gehouden zal zijn aan de erfgenamen ab intestato uit te keren een bedrag van 600 gl.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 211: op 10 okt. 1644 transporteren Jan Anthonisz. Schut en Gerrit Anthonisz. Schut, gebroeders, wijnkopers en burgers van Dordrecht, aan hun zwager Goris Jacobsz. Ronaer zekere grafstede, die op 30 okt. 1599 is gekocht door Josijna de Jonckheer, weduwe van kapitein Brans, liggende in het hoogkoor van de Grote Kerk, in welk graf hun vader is begraven, strekkende met het hoofdeinde tot het graf van Ghijsbertgen Jansdr., weduwe van Gerrit Walburg, en met het voeteneinde tot het graf van Jan Govertsz. van Beaumont, en met de zuidzijde aan het zuidergestoelte en de noordzijde aan het graf van Karel de la Faille.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
d-1. Tanneken Schut, geboren naar schatting ca. 1626, trouwde Herbert Pijl
Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 202v: op 4 mrt. 1688 testeert Tanneken Schut, weduwe van Herbert Pijl, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Beatris Cleermont, “haer oude vrundinne bij den anderen woonachtig” een somma van 50 gl. met een stuk katoenen lijnwaat, aan haar zuster Petronella Schut, weduwe van Gerrit Sweers, wonende te Lillo, 200 gl. met een gouden dukaton, een zilveren haarijzer met gouden stukken, en aan haar kinderen onder han allen 800 gl., aan Petronella’s oudste dochter, genaamd Machtelt Sweers, het zilverwerk op zijde, nl. drie kettingen, een schaartje en een kussentje aan een koker, aan Maria Schut, weduwe van de majoor constabel, wonende op de Noordschans, 100 gl., een gouden dukaton, een testament en een psalmboek met een zilveren ketting eraan, een gouden “houprinck”, en aan haar enige dochter 500 gl. in geld, aan haar halfzuster Elisabeth Schut, de vrouw van Dirck van Lingen, commies in de Klundert, 100 gl. en gouden dukaton, en aan haar kinderen onder hen allen 600 gl., aan Pieter Schut, getrouwde zoon van haar overleden broer Sijbert Schut, 100 gl., aan de vijf overige kinderen van Sijbert Schut ieder 50 gl., en aan Anthonij Schut, de enige zoon van haar overleden broer Jacob Schut, door hem verwekt bij Metgen Bastiaens, 400 gl. Als de legatarissen voor de testatrice komen te overlijden zullen hun resp. legaten gaan hun kinderen. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jacoba Hoinck, dochter van haar overleden zuster Jennneken Schut en vrouw van Govert Scheij, of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot executeur-testamentair benoemt zij Elias van den Brouck, bij wie zij inwoont, of bij vooroverlijden zijn zoon Mattheus van den Brouck.
d-2. Sijbert Schut, okt. 1630
d-3. Teunis, mrt. 1633
d-4. Petronella Schut, trouwde Gerrit Sweers
d-5. Maria Schut, trouwde Victor de Man
d-6. Jenneken Schut, trouwde NN Hoinck
Dochter:
d-6-1. Jacoba Hoijingh, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1681), trouwde NG Dordrecht 7/21 sept. 1681 Govert Ariensz. Scheij, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1681), twijnder
d-7. Elisabeth, 31 mrt. 1642
d-8. Jacob Schut, geboren ca. 1643, trouwde NG Dordrecht 25 aug. 1669 Metgen Bastiaens
Kinderen (o.a.):
d-8-1. Bastiaen, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1669
d-8-2. Antoni Schut, gedoopt NG Dordrecht 12 aug. 1672
d-8-3. Geertruij, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1675
d-9. Anthonij, aug. 1644
Kind ex 2:
e.Jan Anthonisz. Schut, geboren ca. 1622
III. Aert (Arent) Aertsz. Schut, geboren naar schatting ca. 1575, van Dordrecht (1600) kuiper, brouwer, overleden ca. 20 febr. 1652 (begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 febr. 1652: twee maal luiden over Aert Schuth), trouwde NG Dordrecht 23 juli/6 aug. 1600 Lijdia Simonsdr. Wieltens, van Dordrecht (1600), dochter van Sijmon Wiltens en Janneken Fraeijen
ORA Dordrecht inv. 1585, f. 12v: op 1 mrt. 1607 verkoopt Marijcken Cornelisdr., weduwe van Huijbert Jacobsz., aan Aert Aertsz., brouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Bastiaen Fransz. en dat van Mathijs Diricxsz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 650 gl.
ORA Dordrecht inv. 1586, f. 139v e.v.: op 25 aug. 1609 verklaren Aert Aertsz. Schut, als man van Lidia Sijmonsdr., en Jan Adriaensz. jonge Leuteringh, als man van Grietgen Sijmonsdr., samen kinderen en erfgenamen van Sijmon Wiltens en Janneken Fraeijen, dat zij de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, onderling hebben verdeeld. Aert Schut krijgt zekere renten, obligaties etc., ter waarde van 1900 gl. en Jan de Leuteringh een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Herman Cornelis Hermansen en dat van Jan Adriaensz. van Gilsen.
ORA Dordrecht inv. 1588, f. 94: op 1 juni 1611 verkoopt Cornelis Ruijs, wijnkoper te Dordrecht, aan Aert Aertsz. Schut brouwer een huis, brouwerij en mouterij, in welk huis de koper thans woont, staande in de Kannekopersbuurt naast de houttuin van Anneken Gijsbrechtsz., weduwe van [naam niet vermeld]. De verkoper verbindt in plaats van waarborg een huis, genaamd “’s Heeren Gijsen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Jacob van Castro en dat van Evert Willemsz. Prins. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3824 gl. Borg: Jan Adriaensz. jonge Leutering.
ORA Dordrecht inv. 1588, f. 99: op 14 juni 1611 verkoopt Aert Aertsz. Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan Jaecques Nauart, schoenmaker en burger van Dordrecht, een vethuis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Bastiaen Fransz. en Jacob Hermansz. nestelmaker, Waarborg: Euwout Aertsz. Schut.
ORA Dordrecht inv. 1588. f. 149v e.v.: op 6 okt. 1611 verkoopt Aert Aertsz. Schuth, brouwer en burger van Dordrecht, aan Eeuwout Aertsz. Schut, zijn broer, een huis met pakhuis erachter, genaamd “de Hel”, staande omtrent de Pelserbrug aan de Landzijde tussen het huis van Dirick Hendricxsz. moutmaker en dat van Marijcken Cornelisdr., weduwe van Hendrick Cornelisz. lakenkoper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3423 gl.
ORA Dordrecht inv. 1604, f. 9v: op 31 dec. 1629 verkopen Herman Jaspersz. Kels, pondgaarder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw, Pieterken Jacobsdr., aan Aert Schut, brouwer en burger van Dordrecht, twee huisjes in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Adriaen Jansz. slikwerker en dat van Jasper Cornelisz. schipper. Waarborg: Jacob Jacobsz., timmerman en burger van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1606, f. 113: op 1 mrt. 1636 verkoopt Anthonij Cornelisz., boogmaker en burger van Dordrecht, aan Aert Schut, brouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmanssuijsstraat, staande tussen het huis van Cornelis Pietersz. de Wit slotenmaker en dat van Jacob Jansz. bakker.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4 e.v.: op 28 jan. 1637 verkoopt Aerent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan David Decker, burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de verkoper en dat van de kinderen en erfgenamen van Barent Marcusz., alsmede zijn aandeel in een windkorenmolen, staande op het Nieuwe Werck. Waarborgen: Eeuwout Aertsz. Schut brouwer en Johannes Prins koopman, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 8700 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Adriaen Jansz. Oom brouwer, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4v: op 28 jan. 1637 verkoopt David de Decker, burger van Dordrecht, aan Arent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Saeijer”, staande tussen het huis van Dirck Dircksz. Clootwijck en dat van Anthonij Jonckthijs. Waarborgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Adriaen Jansz. Ooms brouwer, burgers van Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1610, f. 72: op 21 dec. 1643 verkoopt David de Decker, brouwer en burger van Dordrecht, voor 20.000 gl. aan Aelbrecht van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Houttuin tussen het huis van Aert Schuth en het huis, waar uithangt “den Peerlingrinck” en dat wordt bewoond door Gillis van Hemert. Waarborgen: Mels Gijsbert en Pieter Baenen, burgers van Dordrecht. Gijsbert van Dalen en Elisabeth de Vale, weduwe van Adriaen van Hoogeveen, stellen zich borg voor de betaling van eventuele pandponden, die de koper te zijnen laste neemt. De koper is schuldig aan Aert Schuth 9000 gl. en aan Sara Decker 1000 gl. In margine: op 25 jan. 1696 toont Adriaan van Hogeveen, schepen in wette van Dordrecht, de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuldig volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd.
Weeskamer Dordrecht inv. 22, f. 122 e.v.: op 25 april 1652 extract ingeschreven van het testament van Aert Aertsz. Schut, gepasseerd voor notaris C. van Bijwaert te Dordrecht op 11 febr. 1652. Hij heeft bepaald, dat, in geval de kinderen van zijn dochter wijlen Margrieta Schut bij zijn overlijden nog minderjarig zijn, hij tot voogden over die kinderen benoemt ds. Andries van de Corput, predikant te Alblasserdam, zijn goede vriend, en Johan Aertsz. de Gelder, zijn neef. Tot voogden over de kinderen van zijn overleden dochter Adriana Schut en de eventuele minderjarige kinderen van zijn dochter Maria schut heeft hij benoemd hij Johan Aertsz. de Gelder en Sijmon Pietersz. Crom pondgaarder, zijn goede vriend.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Simon, mrt. 1606, jong overleden
b. Joannes, nov. 1607, jong overleden
c. Grietken (Margrita) Schut Aertsdr., nov. 1609, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuin (1633), trouwde NG Dordrecht 9/24 jan. 1633 Cornelis Cool Aertsz., jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1633)
Kinderen:
c-1. Arent, gedoopt NG Dordrecht nov. 1633
c-2. Lydia Cool, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1635, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Marktveld (1655), trouwde NG Dordrecht 4/20 april 1655 ds. Franciscus Dibbezius, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1655), predikant te Tholen
d. Caterijntgen, mei 1611, jong overleden
e. Mariken (Maria) Schut Aertsdr., mrt. 1613, van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1635), trouwde NG Dordrecht 17 juni 1635 (ondertrouw, procl. Amsterdam) Cornelis Claesz. Neus, jongman van Amsterdam en daar wonende (1635)
f. Adriaenken (Adriana) Schut Aertsdr., jan. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1644), trouwde NG Dordrecht 2/18 okt. 1644 Adriaen Koenen, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1644)
Kinderen:
f-1. Elisabeth gedoopt NG Dordrecht 14 okt. 1645
f-2. Lydia, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1646
f-3. Clara Adriana, gedoopt NG Dordrecht 14 okt. 1648, jonge dochter van Dordrecht (1673), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 dec. 1718 (Adriana Coene, weduwe van Willem van Klaveren, één koets extra), trouwde NG Dordrecht 17 dec. 1673/2 jan. 1674 Willem van Claveren, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1673), pondgaarder
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 9: op 29 febr. 1695 verkoopt Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Jean van Kerckhem, makelaar te Rotterdam, en diens vrouw Lucretia van Claveren, als mede-erfgename ex testamento, samen met de minderjarige kinderen van Willem van Claveren, van hun moeder en grootmoeder, volgens procuratie gepasseerd voor notaris O. van Voorts te Rotterdam op 21 febr. 1695, voor 356 gl. aan Aarnout de Carpentier een pakhuis, staande op het Slikveld omtrent de Sluispoort tussen het huis van Pieter Cornelisse, mr. smid, en de loods van Jan van de Wercken.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 155: op 19 nov. 1702 verkoopt Maria van Wesel, echtgenote van Adriaan Wilmart, achtraad van Dordrecht, voor 5500 gl. aan Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, pondgaarder en koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de landzijde omtrent de Pelserburg, vanouds genaamd “’t Noortse Ros”, staande tussen het huis van de weduwe van Govert van de Velde en dat van de weduwe van Cornelis Nering.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 102: op 29 mei 1704 verkoopt mr. Jan de Gelder, als procuratie hebbende van Maria van Wesel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Blommendaal te Leiden op 6 mei 1704, voor 150 gl. aan Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, pondgaarder te Dordrecht, een erfje met het “getimmerte” daarop staande, liggende achter het huis van de koopster en strekkende van haar plaats tot aan het pakhuis van de verkoopster.