Van der Hengst

I. Maximiliaan van der Hengst (van der Henst, van der Hentsz), chirurgijn, wonende eerst te Werkendam, later te Dordrecht,  overleden in of na 1698, trouwde Crevecoeur/Heusden 26 febr./14 mrt. 1649 Agniet Adams Betaelje

(http://genealogie3.hcdeboer.nl/gezin.php?id=F1217625579)

-18 juli 1698: compareert voor not. P. van Son Maximiliaan van der Hentsz, die als onder-chirurgijn in 1693 op het schip “Pijnenburg”  van Texel is uitgevaren naar Guinee. Hij verklaart procuratie te verlenen aan zijn zoon Matthijs van der Hentsz, die evenals hijzelf in Dordrecht woont, om bij de kamer Amsterdam van de W.I.C. de penningen te innen, die hij nog tegoed heeft. (ONA Dordrecht inv. 453, akte 57, f. 163 e.v.)

Kinderen (o.a.):

a. Matthijs van der Henst, volgt II

b. Hermannus van der Henst, soldaat onder kapitein Hoifsleger onder het Regiment van graaf Willem van Hoorn, wonende in het Torenstraatje (1683), trouwde NG Dordrecht 25 juli 1683 (ondertrouw) Lijsebeth Jacobsdr. Schaap, wonende te Dordrecht, wonende in het Torenstraatje (1683)

Kind:

b-1. Maximilianus, gedoopt NG Dordrecht 10 mei 1684

II. Matthijs van der Henst, gedoopt NG Werkendam 12 okt. 1656, jongman van Werkendam, hordenmaker, wonende bij de Grote Kerk van Dordrecht (1683), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 dec. 1715 (Matthijs van der Henst, “op zij de Groote Kerk”), trouwde NG Dordrecht 9/23 mei 1683 Dingena Aartsdr. Roos, van Dordrecht, wonende bij de Pelserstraat (1683), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 okt. 1719 (Dingena Roos, weduwe van Matthijs van der Henst, achter de Grote Kerk), trouwde 1e Hendrik Jansz. Binck

Hij had uit een buitenechtelijke relatie met Neeltje Joosten, weduwe van Jan Dirksz. zakkendrager, een zoon Mathijs (gedoopt NG Dordrecht 6 april 1682). Cf. ONA Dordrecht inv. 127, f. 145-146v, akte dd 1 jan. 1682:

– 1 jan. 1682: verklaring door Johannes Jacobs schiptimmerman, zijn vrouw Magdaleentien Joosten en Jacob Jansz. schiptimmerman, burgers van Dordrecht op verzoek van Neeltien Joosten, weduwe van Jan Dirksz., arbeider aan de straat of zakkendrager te Dordrecht. Magdaleentien Joosten verklaart, dat zij op 22 dec. 1681 gehoord en gezien heeft, dat een zekere vrouwspersoon, genaamd Maijken Joris, is gekomen ten huize van de rekwirante en haar verzocht heeft “te willen comen ten harder huijse, voegende daer bij … dat Matthijs van der Hengst aldaar was, die haar requirante wel geerne soude spreken … dat de requirante mette voornoemde Maijken Joris gezamentlijck sijn uijtgegaen ende Magdaleentien Joosten weijnich tijt daernae gevolcht wezende ende genomen sijnde ten huijse vande voorn. Maijken Joris … alwaer sij getuijge gehoort ende gezien heeft [dat] tusschen de requirante ende … Matthijs Hengsten, redenen sijn gevallen voer haer zwanger gaen, ende dat de rquirante … seijde dat hij de vader van haar vrucht was, mitsgaders dat sij hem het selve in barensnoot soude opsweren, waarop … Matthijs tot antwoort gaf … Ben ick er de vader van, soo woude ick wel dat ick het met een resoluter hart gemaeckt had. Dat wijders … Matthijs haar requirante versocht datse nae sijn vader gaen soude om te horen of hij wilde bewilligen dat hij Matthijs de requirante soude trouwen. Ende in geval hij sulcx bewilgde dat men ten eersten soude aenteeckenen haerluijder ondertrouw, waer op de requirante [heeft] … geantwoort dat sulcx haar nijet voegen sou, en beter deur andere [zou kunnen] … gedaen werden. Dat alsdoen … Matthijs geconsenteert … heeft dat sij getuijge met Dircxken Ariens ten einde … sijn vader soude gaen spreken.” Dircxken Ariens, burgeres van Dordrecht, verklaart, dat zij met Magdaleentien Joosten op 23 dec. 1681 naar Werkendam is gegaan om daar met de vader van Matthijs te spreken over de zwangerschap van Neeltien Joosten en dat de vader ” volcomen consent heeft gedragen … dat sijn soon Matthijs met de requirante soude trouwen”. Johannes Jacobsz. verklaart, dat hij op 23 dec. 1681 te zijne huize is gekomen en daar heeft aangetroffen Matthijs Hengsten, die met de rekwiranten in gesprek was, “als wanneer hij getuijge hem Matthijs voor hielde, dat hij nijet wel en hadde gedaen dat hij de requirante beswangert hadde, ende nu … nijet seer gereet was om haar te trouwen [waarop Matthijs antwoordde] … het is waer … maer sommige raden mij het trouwen af, andre raden het mijn aen ende seggen dat ick geenen segen sal hebben soo ick haer nijet en trou, maer evenwel heb ick mijn nu bedacht en ick ben van meening nu ten eersten aen te teeckenen ende haar te trouwen … [Hij zei ook] dat sijn [vader?] voor hem als dan aanstonts een schuijttie soude laten besteden om nijeu gemaeckt te werden”. Jacob Jansz. verklaart eveneens toen gehoord te hebben, dat gesproken werd, dat voor Matthijs een schuitje gemaakt zou worden.

– 19 april 1684: begraven een kind van Matthijs van der Hens “tackenmaecker” in de Suikerstraat (begraafboek Grote Kerk)

Weeskamer Dordrecht inv. 31, f. 189v: op 9 juli 1695 verklaren Matthijs van der Henst, takkenmaker en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Dingena Aartsdr. Roos, eerder weduwe van Hendrik Jansz. Binck, dat zij de langstlevende van hen beiden benoemen tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

ORA Dordrecht inv. 1636 f. 78v: op 3 okt. 1697 verkoopt Gerrit Pleunen, schipper en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Matthijs van der Henst, hordenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Jan van der Hoeve en dat van Johannes van  Tiel.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 44v: op 23 mei 1705 verkoopt Matthijs van der Henst, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Willem Swarten Hengst een huis in de Suikerstraat, staande tussen het huis van Jan van Tiel en dat van Hendrik Koeberge.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 48v: op 2 okt. 1709 verkoopt Matthijs van der Hengst, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Dirckie Heijmans, weduwe van Jacobus Spaan, een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort aan de havenzijde, staande tussen het huis van Iman het Hooft en dat van de kinderen van Jacobus Spaan.

Kinderen (allen gedoopt NG Dordrecht):

a. Agnieta van der Henst, 9 april 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Suikerstraat (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 sept./7 okt. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Arent van Welsenes, de bruid met haar moeder) Abram Sijbrechts (Sijberse), jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1703), knoopmakersbaas

– 1 april 1732: Aert van der Henst, vleeshouwer en burger van Dordrecht, als naaste bloedverwant van wijlen Abram Sijbrechts [Sijberts], knoopmakersbaas en burger van Dordrecht en van diens vooroverleden vrouw Agnieta van der Henst, geeft te kennen, dat Sijbrechts en zijn vrouw in hun testament, dat zij op 29 april 1728 ten overstaan van notaris A. van Nievelt te Dordrecht hebben gepasseerd, de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen hebben benoemd, en dat Abram Sijbrechts, die de langstlevende van hen beiden was, onlangs is overleden, evenwel zonder nieuwe voogden aan te stellen. Van der Henst verzoekt derhalve de regeerders van Dordrecht om Jan van der Haar, burger van Dordrecht, getrouwd met een dochter van Abram Sijbrechts, benevens Huijbert Germain als voogden over genoemde kinderen aan te stellen. Het verzoek wordt door de Kamer Judicieel ingewilligd.(ORA Dordrecht inv. 110, f. 139v e.v.)

b. Hendricksie, 27 april 1687

c. Aert, 22 juli 1689, jong overleden

d. Aert van der Henst, 3 febr. 1691, volgt III

III. Aert van der Hen(g)st, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1691, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1714), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1718), vleeshouwer, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1761 (Aart van der Hengst, bij de Vriesestraat, laat kinderen na, met de “ordinaare koetsen”), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 21 okt./4 nov. 1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Matthijs van der Henst, de bruid met haar zuster Angenita de Heer) Margrita de Heer, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1714), 2e Gerecht/NG Dordrecht 31 juli/14 aug. 1718 (de bruid geassisteerd met haar moeder Caetje van der Cloet en met mondeling consent van haar vader Govert Gravendijk) Aletta Gravendijk, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Nieuwpoortje (1718), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 mrt. 1771 (Aletta Gravendijk, weduwe van Aart van der Hengst, laat kinderen na, aan de Vriesestraat, met “ordinaare” koetsen), dochter van Govert Gravendijk en Catharina van der Kloet

– 2 mei 1724: Jacob Staas van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 200 gl. aan Aart van der Hengst vleeshouwer een huis aan de Vest omtrent de Vriesepoort, staande tussen de stal van Krijnis van der Heijs en de stal van Jan Faasse. (ORA Dordrecht inv. 1650, f. 98)

– 7 juli 1729: “Jacobus Moll, borger deser Stad, Hendrik Taarlink, Coopman binnen dese Stad als in Huwelijk hebbende Helena Lijdia Mol, ende Adolph de Voogt als getrout hebbende Jacoba Mol, vervangende haar sterkmakende ende rato Caverende voor Sr. Cornelis Soeten, in Huwelijk hebbende Johanna Mol, alle kindren en Erffgenamen van wijlen Sr. Abraham Mol overleden binnen dese Stad”, verkopen voor 1100 gl. aan Aart van der Hengst, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Vriesestraat en het huis van Jan van Vegt. Dezelfde verkopers verkopen voor 725 gl. aan Aart van der Hengst een huis vooraan in de Vriesestraat, staande achter het huis, dat door Van der Hengst van de verkopers op diezelfde dag is gekocht, en dat aan de andere zijde wordt belend door het huis van Govert Berckman. (ORA Dordrecht inv. 1651, f. 237)

– 10 nov. 1733: Aart van der Hengst vleeshouwer koopt van de erfgenamen van Embregt Desjong een huis in de Vriesestraat voor 420 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 817 (oud),  f. 151v e.v.)

– 27 juli 1751: Aart van der Hengst, vleeshouwer te Dordrecht, is schuldig aan Gijsbert Pott, inwoner van Dordrecht, een bedrag van 1500 gl., daarvoor verbindende zijn huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Vriesestraat en een huis in de Vriesestraat. In margine: op 23 juli 1767 comp. ter secretarie van Dordrecht Nicolaas de Visser namens zijn schoonmoeder, de weduwe van Aart van der Hengst en toont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig voldaan is. Schuldbrief derhalve geroyeerd.(ORA Dordrecht inv. 823 (oud), f. 139 e.v.)

– 28 juni 1753: Aart van der Hengst, als man van Aletta Gravendijk, Maaijke Gravendijk, weduwe van Arij Scheij, en Elisabeth Gravendijk, weduwe van Jan Baars, allen wonende te Dordrecht en samen met Sara Gravendijk, de vrouw van Huijbert Germain, burger van Dordrecht, enige erfgenamen van hun moeder Catharina van der Kloet, weduwe van Govert Gravendijk, verkopen voor 1305 gl. en 5 st. aan Huijbert Germain een huis op de Riedijk bij het Nieuwpoortje, staande tussen de grutterij van Jan den Rooije en het huis van Jan Heijnen.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Dingena, 15 febr. 1724, jong overleden

b. Dingena van der Hengst, 10 juli 1729, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Beurs (1765), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 mei 1791 (Dingena van der Henst, de vrouw van Christiaan Doevert, laat kinderen na, met de gewone koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 april/5 mei 1765 (de geboden gaan in de Lutherse kerk; de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader Daniël Douwert, de bruid van haar moeder Aletta Gravendijk, weduwe van Aart van der Henst) Johan Christiaan Douwert (Doewert), jongman geboren te Saltzhungen in het keurvorstendom Saksen wonende in de Voorstraat bij de Beurs (1765)

– Luthers trouwboek Dordrecht: 21 en 28 april, 5 mei 1765 procl. Johan Christiaan Douwerd j.m. van Zaehringen en Dingena van der Henst j.d. van Dordrecht

– 24 juli 1765: Christiaan Doewert mr. vleeshouwer en zijn vrouw Dingena van der Henst testeren voor notaris G. Verveer. Zij stelt als voogden over haar minderjarige voorzoon Dingeman Valstar aan haar moeder Aletta Gravendijk, weduwe van Aart van der Henst en haar zwager Nicolaas de Visser, mr. vleeshouwer te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 946, akte 6, f. 237 e.v.)

b-1. Uit een buitenechtelijke relatie had Dingena een zoon, genaamd Dingeman van der Hengst, geboren (volgens de Liste Civique) op 9 okt. 1759.

Dingeman van der Hengst, geboren Dordrecht 9 okt. 1759, jongman geboren te Dordrecht wonende op de Groenmarkt (1791), spekslager, overleden Dordrecht 19 aug. 1815 (Vriesestraat C:1830/1671), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 aug./4 sept. 1791 (de bruid geassisteerd met haar vader Reinier van Keppelen) Teuntje van Keppel(en), jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Heer Heymansuysstraat (1791)

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 158v: op 23 dec. 1783 verkoopt Pieter van der Kloet, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Dingeman van der Hengst, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Nicolaas van Meteren en dat van Jacob Middelkoop, alsmede een pakhuis op de Stadsvest met alle zich daarin bevindende losse en vaste goederen, staande tussen het pakhuis van Johan Slaman en dat van mr. B. van den Santheuvel.

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 355: op 20 jan. 1807 verkopen Dirk Olivier en Aart Olivier, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Dingeman van der Hengst, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:43, staande tegenover de Vleeshouwersstraat tussen het huis van apotheker Van der Meer de Wijs en dat van de verkopers.

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 377: op 12 febr. 1807 verkoopt Dingeman van der Hengst, wonende te Dordrecht, voor 600 g. aan Willem van Keppelen, wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, getekend A:45, staande tussen het huis van Dirk en Aart Olivier en dat van dr. Verhoeven.

c. Govert van der Hengst, 20 april 1732, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 dec. 1747 (het meerderjarige [sic] zoontje van Aart van der Henst, aan de Vriesestraat, beide ouders leven, met volk begraven, genaamd Govert)

d. Catrina van der Hengst, 9 nov. 1735, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 jan. 1790 (Catharina van der Hengst, vrouw van Nicolaas de Visser, op de Voorstraat naast de Vriesestraat, laat kinderen na, met de “ordinaire koetsen”), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 mei 1762 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Jan de Visser, de bruid met haar moeder Aletta Gravendijk, weduwe van Aart van der Henst) Nicolaas de Visser (zie stamreeks De Visser, generatie V, op deze website)