I. Govert Jacobsz., van Dordrecht, huistimmerman wonende in de Vriesestraat bij Jacob Pietersz. kramer in “de Roode Borse” (1614), trouwde NG Dordrecht 10/24 aug. 1614 Beelken (Isabella) Schellincks Dionysiusdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat naast “de Fortune” (1614)
Kinderen:
a. Dionisius van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, volgt IIa
b. Hendrickge, gedoopt NG Dordrecht nov. 1625
c. Jacob, gedoopt NG Dordrecht okt. 1628
d. Samuel, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631
e. Michiel van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht dec. 1633, volgt IIb
f. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636
IIa. Dionysius van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, jongman van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1648), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Kolfstraat (1653), weduwnaar van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij Mijnsheerenherberg (1656), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Beurs (1675), koopman, vader van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 28 juni/14 juli 1648 Margareta Leenderts, jonge dochter van Sliedrecht wonende tegenover de Nieuwkerkstraat (1648), 2e NG Dordrecht 10/26 aug. 1653 Johanna Dibbets, van Woerden, wonende tegenover de Roobrug (1653), trouwde 1e Johannes Vogel, Dionysius trouwde 3e NG Amsterdam/Dordrecht 23/26 mrt. 1656 (ondertrouw, de geboden zijn in Dordrecht gegaan, de ouders van de bruid zijn overleden) Johanna Crocius, van “Jips” (Jisp) wonende op de Herengracht in Amsterdam (1656), jonge dochter van Amsterdam en daar wonende (1656), 4e NG Dordrecht 8 aug. 1675 (ondertrouw, per schrijven van Brakel) Elisabeth Aertsdr. van den Burghgraaff, weduwe wonende te Brakel (1675), trouwde 1e Cornelis Vernoij
ONA Dordrecht inv. 229, f. 371: op 28 mrt. 1666 benoemen Nicolaas Schellingh winkelier en zijn vrouw Elisabeth Cornelisdr., burgers van Dordrecht, tot voogden over hun minderjarige erfgenamen hun neven Dionisius en Michiel van der Kesel.
ONA Dordrecht inv. 330, f. 170: op 18 sept. 1666 verlenen de curators van de boedel van Gerridt Aertsz. Hagoort, wonende te Almkerk, procuratie aan Jacob Mierboom, procureur voor het Hof van Holland, om bij willig decreet te leveren aan Dionisius van der Kesel, koopman te Dordrecht, een woonhuis, berging, schuur en boomgaard, gelegen onder het ambacht van de Hil in het Land van Altena, genaamd “Waelwijnshoeve”.
ORA Dordrecht inv. 1780, f. 55: op 6 juni 1667 verkoopt “Jan Dirxsz Pauw woonen(de) buijten de Vriesepoort als last en(de) procuratie hebben(de) van Cornelis Janssen Vos en(de) Arijen Janssen Vos soo voor haer selven als vervangen(de) hem sterckmakende, ende rato caverende voor henne mede consorten kinderen en(de) erffgemaemen van Jan Corn. Vos in zijn leven molenaer haren Vader za, Item van Dirck Damasz Claptas, Maria Damas Claptas en(de) Aeltie Gijberts weduwe en(de) Boedelhouster van Jan Damasz Claptas oock voor hen selve, als vervangen(de) hen sterckmakende en(de) de rato caverende voor henne mede consorten alle kinderen en(de) erffgen. van Damas Dircxsz Claptas haren Vader en(de) behout Vader respective”, voor 1000 gl. aan Dionijs van der Kesel, koopman en burger van Dordrecht, een huis, schuren en “plantagie”, staande en gelegen buiten de Vriesepoort op grond van de Merwede “aenden steen wech int gescheijt vander Merwede ende Dubbeldam” tussen het huis van Willem Roobol en dat van Cornelis Huijgen.
ORA Dordrecht inv. 1622, f. 42: op 20 juni 1668 verkoopt Dionisius van der Kesel, koopman en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Gerrit Cornelisz. van Rees, een huis buiten de Sluispoort op de Luiersdijk, zijnde het 18e huisje aldaar, staande tussen het huis van Pieter Dircxsz. de Vries en dat van Isaac Hendricxsz. van Bavel, alsmede voor eveneens 400 gl. aan Pieter Dircxsz. , schuitenvoerder en burger van Dordrecht het 19e huisje aldaar, staande tussen het huis van Gerrit Cornelisz. van Rees en dat van de kinderen van Pieter Hermansz. van Beeck.
ORA Dordrecht inv. 1624, f. 122v: op 4 sept. 1674 verkoopt “Do. Franciscus Dibbetius, predicant tot Tholen, als in Echte gehadt hebbende ende eenigh geinstitueerde Erffgenaem van Joffrouw Lidia Cools za.r die mede Erffgenaem was van wijlen d’hr. Arent Schut haren grootvader maternel”, voor 3000 gl. aan kapitein Dionisius van der Kesel een huis in het Steegoversloot, staande tussen de brug of de gracht en het huis van de weduwe Van den Heuvel, alsmede een gang met een huis erachter, eertijds geweest zijnde een mouterij en thans een werkhuis, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Sijmon Crom en dat van Aert van Meeuwen.
ONA Dordrecht inv. 323, f. 273: op 11 febr. 1675 verhuurt Dionisius van der Kesel, koopman en burger van Dordrecht, voor 80 gl. per jaar aan Hendrik Meusel, lakenbereider en burger te Dordrecht, twee grote en twee hete persen, bestaande uit 20 persplanken, in elke pers een grote en kleine “wamke” deur en ook aan iedere pers een metalen schijf en drie ijzeren platen, een katrol en touw, thans staande in het Stadsammunitiehuis.
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 93: op 30 april 1676 verkopen Maria de Graaff, weduwe van Gillis van Helmont, burgeres van Dordrecht, voor de ene helft en Dionisius van der Kesel, koopman te Dordrecht, voor de wederhelft, voor 1850 gl. aan Jaques de Val, steenkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, genaamd “de Drie Huijcken”, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Nicolaes Caen en dat van Arijen van Beaumont.
ONA Dordrecht inv. 324, f. 39: op 4 mei 1677 verleent Dionisius van de Kesel, als man van Elisabeth van de Burghgraef, procuratie aan Jacobus Duaastel, koopman wonende te Rotterdam, om voor hem te verkopen en te transporteren een zesde en een twaalfde part in een haringbuis, varende van Rotterdam.
ONA Dordrecht inv. 324, f. 88: op 1 juli 1677 verleent Dionisius van der Kesel, als man van Elisabeth van de Burghgraef, die eerder weduwe was van Cornelis Vernoij, procuratie aan Johannes van Vollenhoven, schout te Werkhoven, om voor hem voor het gerecht van Utrecht of elders waar te nemen de zaak, die hij heeft tegen de erfgenamen van de vrouwe van Brakel.
ORA Dordrecht inv. 1751 f. 33: op 28 april 1705 verkoopt Dionisius van der Kesel, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Maarten van Bronswijk en Leendert van Schelt, burgers van Dordrecht, een lakenraam met de “plantage” erop staande buiten de Vriesepoort tussen de stadsweide en het raam van de heer Balen.
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 81: op 3 dec. 1705 verkoopt Godefridus van der Kesel, arts te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Dionisius van der Kesel, voor 1200 gl. aan Adriaan Romijn, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van Maarten de Vos en ’s herenvest.
ORA Dordrecht inv. 1641, f. 98: op 4 mrt. 1706 verkoopt Godefridus van der Kesel, arts te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader Dionisius van de Kesel, burger van Dordrecht, voor 74 gl. aan Arij Verstappen, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een houten loods voor het Bagijnhof over de brug, staande achter het huis van Boudewijn Erkelens.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 34: op 26 mei 1707 verkopen “Godefridus vander Kesell medicine doctor binnen dese Stad soo voor sijn selven en als last ende procuratie hebbende van juffr. Sophia van der Kesell, wed.e van Sr. Arnoldus vanden Burggraaff ende de heer Johannis Jansonius Bedienaar des godd: woorts tot Moordregt in Huwel. hebbende Juffr. Isabella vander Kesell, kinderen en mede erfgenam. van de heer Dionisius van der Kesell”, voor 1350 gl. aan Johannis de Geer, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat aan de havenzijde, staande naast het huis van Anna van de Sleutel.
ORA Dordrecht inv. 1781, f. 118v: op 30 juni 1707 verkopen “de heer Godefridus vander Kesell, medicine doctor binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van Juffr. Sophia vander Kesel, wed.e van Sr. Arnoldus vanden Burghgraaff, ende de heer Johannis Jansonius Bedienaar des Godd. woorts tot Moordregt in Huwelijk hebbende Isabelle vander Kesell, kinderen ende Erffgenamen van de heer Dionisius vander Kesel,” voor 600 gl. aan Jan van der Maas, burger van Dordrecht, een huis, schuur en “plantage”, staande en gelegen buiten de Vriesepoort op grond van de Merwede aan de “steenwegh van’t geschijt vande Merwede en Dubbeldam” tussen het huis van Jacobus Robol en het huis en de schuur van Van Leeuwen.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 42v: op 10 sept. 1707 verkopen “d’Heer Godefridus van der Kesel medicine Docter binnen dese Stad, Soo voor sijn selven, en als Last en procuratie hebbende van Juffr. Sophia van dr. Kesel wed.e van Sr. Arnoldus van den Burggraeff ende d’Heer Johannis Jansonius Bedienaer des godd.s woordts tot Moordregt, in huwel. hebbende Juffr. Sabilla vandr. Kesel, kinderen en mede Erffgenamen vande Heer Dionisius van der Kesel”, voor 450 gl. aan Hendrik van Houwelingen en Cornelis Hopman, als voogd van Aart Hopman, burgers van Dordrecht, een gang met een huis, eertijds geweest een mouterij en thans een pakhuis, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Dirk van Noij en dat van kapitein Adriaen Appeldoorn. Is bedongen en door de kopers aanvaard, dat een oude vrouw, genaamd Aeltje, tot haar dood in één van de huisjes mag blijven wonen.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 177: op 5 nov. 1722 verkoopt “Hubertus vanden Burggraaff, Coopman binnen dese Stad als last en procuratie hebbende van Juffr. Adriana Moll, wed.e en boedelhouster van wijle de heer Godefrides vander Kesel, in sijn leve medicae docter binnen dese Stad, volgens deselve Procuratie daar van sijnde gepasseert voor den Notaris Alvertus van Nievelt en seekere getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 7en September deses jaars 1722 ons Scheepenen vertoont Soo in de voorn. hare qualiteijt en nog als last en procuratie hebbende van Juffr. Sophia vander Kesel wed:e vande Heer Arnoldus vander Burggraaff, Item vande Heer Johan Janzonius, predicant tot Moordregt, weduwenaar en boedelhouder van wijlen Juffr. isabella van der Kesel, en voogd over sijne minderjarige kinderen bij de voorn. sijne huijsv. zal.r naargelaten volgens deselve procuratie daar van sijnde gepasseert voor den Nots. Samuel Guldemont en sekere getuijgen tot Ouwerkerk opde Eijsel resideren(de): indato den 30e Septemb: 1721 ons Schepenen insgelijcx vertoont te samen kinderen en Erffgenamen vande Heer Dionisius vander Kesel binnen dese Stad overleden”, voor 410 gl. aan Pieter Onderwater, schepen in wette van Dordrecht, een huis in de Lombardstraat. (Belenders niet vermeld.)
Kinderen (ex 3):
a. Sophia van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 16 nov. 1657, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1675), trouwde NG Dordrecht 5/21 mei 1675 Arnoldus van den Burghgraaff, weduwnaar van Gorinchem en daar wonende (1675), koopman
ONA Dordrecht inv. 323, f. 198: op 22 mrt. 1674 maakt Sophia van der Kesel, ongehuwde persoon, ziek zijnde, haar testament. Tot haar erfgenaam benoemt zij haar vader Dionisius van der Kesel. Voorwaarde is, dat hij na haar overlijden jaarlijks een bedrag van 30 gl. zal uitkeren aan Catharina Trebellius, wegens de goede diensten en genegenheid, die zij aan haar heeft bewezen.
ORA Dordrecht inv. 1782, f. 40: op 11 mei 1724 verkoopt Albert van Nievelt, notaris te Dordrecht, als gemachtige van het Gerecht van Dordrecht, voor 140 gl. aan Sophia van de Kesel, weduwe Burggraaf, wonende te Gorinchem, een huis met een tuin en schuur erachter, staande buiten de Vriesepoort aan de grote stenen weg op Merwedegrond tussen de tuin van de heer Coene en het huis en de warmoesierlanden van Willem Rootbol.
ONA Dordrecht inv. 1653, f. 62v: op 4 sept. 1732 verkoopt Hubert van de Burggraaff, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johanna en Justus van de Burggraaff, beiden wonende te Gorinchem, kinderen en erfgenamen van Sophia van de Kesel, voor 1400 gl. aan Thomas Waalpot, een huis in de Voorstraat bij Kolfstraat, staande tussen het huis van Huijbert Collaert en dat van N. de Krijter.
b. Govert (Godefridus) van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1660, volgt III
c. Izabella van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1663, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1687), trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1687 (ondertrouw) Johannis Jansonius, jongman van Ouderkerk (1687), predikant te Moordrecht
IIb. Michiel van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht dec. 1633, jongman van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1656), koopman, lakenkoper, begraven Dordrecht 30 dec. 1679 (een baar voor Mijgiel van der Kesel, lakenkoper, bij de Vismarkt), trouwde NG Dordrecht 13/29 febr. 1656 Johanna Dibbets, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1656)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Catharina, 26 mrt. 1657
b. en c. Isabella en Johanna, 2 mei 1658
d.. Govaert, 19 nov. 1659
e. Adam, 2 mrt. 1661
f. Jacobus, 27 nov. 1662
g. Hendrick van der Kesel, 20 febr. 1664, trouwde NG Dordrecht 2 jan. 1684 Catharina van Meerwijck
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
g-1. Michiel, 20 okt. 1684
g-2. Johannes, 26 aug. 1686
g-3. Maria, 5 okt. 1689
g-4. Johanna, 23 nov. 1691
g-5. Hendrikus, 27 aug. 1696
III. Govert (Godefridus) van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1660, jongman van Dordrecht (1694), arts, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 febr. 1694 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Dionisius van der Kesel, de bruid met haar moeder Sara Heussen) Adriana Mol, jonge dochter geboren te Batavia in Oost-Indië (1694)
ONA Dordrecht inv. 324, f. 203: op 4 jan. 1678 komen kapitein Dionisius van de Kesel, koopman wonende te Dordrecht, en Huijbertus Vinck, apotheker wonende te Dordrecht, overeen, dat Dionisius’ zoon Godefridus in het huis van Vinck zal wonen gedurende drie jaar “ende continuelijck onderwesen [zal] … werden inde appoteecquerie … sonder datter dienaengaende voor den selven iets geborgen gehouden sal werden … [en zal hij ook] niet gehouden sijn eenighe domestique ofte andere diensten ten huijse vande tweeden comparant te doen, maer alleenlijck tot den winckel mogen gebruijckt werden, nochtans dat hij sal hebben den … vrijheijt omme sijne studien te vervolgen ende de schoolen tot dien eijnde te frequenteren”. De vader van Godefridus zal Vinck daarvoor 120 gl. per jaar betalen.
ONA Dordrecht inv. 1635, f. 19v:op 14 april 1695 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als door het gerecht van Dordrecht aangesteld tot “reddinge” van de boedel van wijlen Balthasar Waelen, voor 4800 gl. aan Godefridus van der Kesel, arts te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes Melanen en dat van apotheker Jacobus de Vos.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 224v: op 14 juni 1729 verkoopt “Adriaan Papegaaij borger deser Stadt als Last en procuratie hebbende van juffrouw Maria van Dorre woonende binnen dese Stadt soo voor haar zelven als haar sterkmakende ende Rato Caverende voor d’Heer Arnoldus Moll, ende d’Heer Constantijn Berenbergh in huwelijk hebbende Vrouwe Arnolda van Dorre ende nogh als mede administratrice over de goederen van d’heer Gerard Moll en Juffr: Johanna van Dorre Item nogh als Last en Procuratie hebbende van d’Heer Willem Moll en van juffr: Adriana Moll wed:e wjlen d’heer Godefridus van der Kesel soo voor haar zelve ende nog als mede administratice over de goederen van den voorn: heer Gerard Moll en Juffr: Johanna van Dorre, nogh als Last en Procuratie hebbende van de heeren Mr: Georgius Moll, ende Jan Gijsbert Moll, mitsgaders juff.ren Zara Moll ende Johanna Alethea Moll, als van de State van Holland geobtineerd hebbende Veniam Aetatis, nagelate kinderen van de heer Nicolaas Moll in zijn E: Leven predikant te Isselmonde, volgens de Respective procuratien inhoudende de Clauzule van Substitutie daar van zijnde, gepasseert Soo voor den notaris Carolus Boers en sekere getuijgen tot Katwijk Residerende Sub dato den 12:e Meij Laatsleden als voor den nots: Pieter de Ruijter en sekere getuijgen binnen dese Stadt residerende subdato den 11e en 13e: deser Loopende maant Junij 1729 ons Schepenen geexhibeert te zamen kinderen, kintskinderen en Erffgenamen Extestamento van Juffr. Sara Heussen, in haar Leven weduwe van de heer Johan van Dorre, ende bevorens wed.e vande heer Cornelis Moll”, voor 3300 gl. aan Jan Rens, koopman te Dordrecht, een pakhuis, getekend V.D., staande op de Kalkhaven tussen het huis van Arijen de Jager en dat van de koper.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Zara van der Kesel, 3 aug. 1695, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 sept. 1713 (Sara van der Kesel, de meerderjarige [sic] dochter van Godefridus van de Kesel, bij de Wijnbrug in de Wijnstraat, één koets extra)
b. Dionisius van der Kesel, 18 juni 1700, predikant te Brandwijk, Moordrecht, Katwijk a/d Rijn en Deventer, auteur, overleden Deventer 12 febr. 1755, trouwde Rotterdam 19 sept. 1730 Johanna Wilhelmina Cabeljauw, overleden ‘s-Gravenhage 23 mrt. 1775 (dbnl.org)
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 199v: op 15 nov. 1725 verkoopt “dome. Dionisius van der Kesell, predicant tot Brandwijck als last en procuratie hebbende van sijn moeder Juffr. Adriana Moll, wed.e en Boedelhouster van wijlen d’heer Godefridus van der Keesel in sijn leven medecine doctor binnen dese Stad,” voor 5000 gl. aan ds. Cornelius Vrolikhart, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug met een tuin erachter, staande en gelegen tussen het huis van Albert van Nievelt en dat van de weduwe van Jacobus de Vos, in zijn leven apotheker te Dordrecht.
Kinderen (o.a.):
b-1. Samuel Rudolphus van der Keesel, geboren Deventer 29 juni 1737, predikant te Oostvoorne (1762), Vollenhove (1765) en Dordrecht (1779), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 nov. 1799 (ds. Samuel Rudolphus van der Keessel, in het Steegoversloot, met zes koetsen extra, de eerste boete, laat geen kinderen na, toeval), trouwde Catharina van Binnevest, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 dec. 1784 (Catharina van Binnevest, de vrouw van Samuel Rudolphus van der Keessel, op de Kalkhaven, met zeven koetsen extra, de hoogste boete, laat geen kinderen na)
b-2. Dionisius Godefridus van der Keesel, geboren Deventer 22 sept. 1738, hoogleraar in de rechtsgeleerdheid te Groningen en Leiden, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, overleden Leiden 7 aug. 1816 (Rapenburg I:320), trouwde Catharina Adriana Bodel (OSP)

Dionisius Godefridus van der Kesel in 1780
b-3. Adriana Johanna van der Keesel, trouwde Johannes Cuperus, predikant te Amsterdam
c. Johan, 17 jan. 1702
d. Johanna, 23 april 1704
e. Adriana van der Kesel, 30 okt. 1705, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 jan. 1778 (Aderjana van der Keezel, weduwe van Cornelis Meulst, predikant te Hardinxveld, met zes koetsen extra, de eerste boete), trouwde ds. Cornelis Meuls, gedoopt NG Gorinchem 16 mrt. 1703, predikant te Herwijnen en Hardinxveld, overleden Hardinxveld 3 sept. 1750 zoon van Jacobus Meuls en Johanna van der Meulen (Gens Nostra 1992, p. 192)
f. Sophia, 14 dec. 1708