Van der Meer

I. Bastiaen Ghijsbrechtsz., van Dordrecht, geboren naar schatting ca. 1550, molenaar in het Steegoversloot (50e penning, f. 64v), trouwde NG Dordrecht april 1575 Haesken Jansdr., van Dordrecht.

– 26 aug. 1606: Gijsbrecht Bastiaensz. molenaar, Jan Bastiaensz. schrijnwerker en Henrick Gillisz. Stierman, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Willemsz. wijnkuiper, als voogden over de onmondige kinderen van Willem Bastiaensz. en [tevens als voogden over] Agniet Bastiaensdr. en Huijgo Bastiaensz., verkopen aan Anthoni Anthonisz. schrijnwerker een huis in het Steegoversloot, staande op de hoek van de Hofpoort, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter aan de muur van het Hof. Waarborgen: Gijsbrecht en Jan Bastiaensz. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 700 gl. Borgen: Cornelis Fleurisz. en Cornelis Francken. (ORA Dordrecht inv. 748 (oud), f. 179v)

– 10 juni 1613: Gijsbert en Jan Bastiaensz. voor zichzelf en vervangende Willem Bastiaensz. en Agneta Bastiaensdr., hun broer en zuster, mitsgaders Henrick Gillisz. Stierman en Pieter Willemsz. Cranenburch, beiden in hun hoedanigheid van testamentaire voogden over Hugo Bastiaensz., onmondige zoon van wijlen Sebastiaen Gijsbrechtsz., verkopen aan Anthoni Anthonisz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, een erf met hetgeen daarop “getimmerd” staat, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen het huis van koper en dat van Herman Aertsz. Waarborg: Gijsbert en Jan Bastiaensz. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 500 gl. (ORA Dordrecht inv. 754 (oud), f. 68v e.v.)

Kinderen:

a.Jan Bastiaensz., geboren naar schatting ca. 1575, volgt II

II. Jan Bastiaansz., van Dordrecht (1600), schrijnwerker aldaar, trouwde NG Dordrecht 2/16 jan. 1600 Peterken Anthonisdr., van Dordrecht (1600)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maijcken, 23 febr. 1603

b. Bastiaen Jansz. van der Meer, dec. 1604, volgt III

c. Haesken, nov. 1606

d. Anneke, april 1609

III. Bastiaan Jansz. van der Meer, gedoopt NG Dordrecht dec. 1604, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1631), weduwnaar wonende te Dordrecht (1668), schrijnwerker, overleden tussen 24 sept. 1671 en 9 mei 1675, trouwde NG Dordrecht 7/30 sept. 1631 Maijke Aertsdr. van Hoof, van Haarlem wonende in de Nieuwstraat (1631), trouwde 2e NG Dordrecht 29 april 1668 (ondertrouw) per schrijven van Puttershoek) Willemijntien Nuijssenburch, weduwe wonende te Puttershoek (1668), OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 april 1706 (Willemijntje Nuijsenborgh, weduwe van Bastiaen van der Meer, woont op de Elfhuizen), trouwde 1e Govert Matthijssen (zie Genealogie Nuijssenburg op deze website)

ONA Dordrecht inv. 330, f. 5: op 13 jan. 1666 legt Hendrick Klinckebijl, bakker en burger van Dordrecht, op verzoek van Bastiaen van der Meer en Cornelis Bastiaensz. van der Meer, een verklaring af. hij getuigt, dat hij de vorige avond “heeft gestaen op de stoup vande huijsinge van Johannes Sandifort backer en borger [van Dordrecht] … alwaer hij attestant is wonende, als wanneer ten selven tijde is comen aengaen Isaack Jansz. Hutten bij hem hebbende noch seeckere twee andere mans persoonen, die ontrent op de straete bleven staen voor de huijsinge van Susanna van Winteren ten welcken tijde hij … Hutten tegen de voorsz. twee persoonen onder andere discoursen met een seer groote hevicheijt heeft hooren seggen: … dien ouden schelm (denoterende daermede … Bastiaen van der Meer) die sal ick met een mes in sijn huijt bruijen tot den hechte toe, ende alsdoen met de voorsz. persoonen voortgaende ende comende tot voor de huijsinge vanden voorsz. van der Meer heeft hij attestant gesien dat … Isaack Hutten achter vande voorsz. persoonen afgaende ende toetredende op de stoup vande huijsinge van .. Van der Meer met een seer groote hevicheijt met een hout ofte stock die hij in sijn hant hadde heeft gestoten op de deur van … Van der Meer dat deselve daardoor opspronck ende bij de dochter van … Van der Meer geloepen werdende. Seijde daerop … Hutten: ick sal u wel vader, vader, waermede hij alsdoen wechgingh”. Comp. mede Philips Hardra, hoedenkramer, Stephanus de Rouw, zilversmid, Dirck de Leeuw, kruidenier, en Johannes Sandifort, burgers van Dordrecht en buren van de rekwirant, die verklaren, dat de avond tevoren “met seer groote hevicheijt ende fortse is geklopt ende geloopen op de deur vande requiranten, soodanich dat sij attestanten daerdoor seer verbaest ende verschrickt sijn geworden [en dat] .. oock om hulpe ende assistentie uijt den huijse vande requiranten aende gebuijren is geroepen … ten welcken tijde oock van buijten de deure wierde … geroepen: ick ben Hutten, claechter vrij over … uijt welck roepen sij attestanten oock perfectelijck … conden hooren dattet het was … Isaack Jansz. Hutten”.

ONA Dordrecht inv. 330, f. 7: op 13 jan. 1666 leggen Pieter Bunne, mr. smid, ongeveer 44 jaar oud, en Coen Joppen van Setten, mr. metselaar, circa 36 jaar oud, resp. korporaal en adelborst van het zevende vaandel [van de burgerwacht] te Dordrecht, op verzoek van Bastiaen van der Meer en Cornelis Bastiaensz. van der Meer een verklaring af. Zij getuigen “hoe dat sij attestanten op vrijdach snachts laetsleden hebben … waergenomen haere ordinaris borgerwachte op den Stadhuijse [van Dordrecht] … , als wanneer [daar mede gekomen is] … Isaack Jansz. Hutten sergeant vant voorsz. sevende vaendel, die … met seer groote hevicheijt, ende met veel vloecken ende sweren onder andere uijtberste in dese ofte diergelijcke woorden: die duijvels dien ouden hont (denoterende daermede de requiranten in desen) die sal ick met dat mes (treckende seecker mes uijt de schede twelck hij in sijn sack hadde) den hals breken ende afsnijden, nemende ’t selve mes tot drie a vier mael aenden anderen bloot in sijne hant, seggende … dat hij het bloet ’t gene hij aende requiranten soude comen te vergieten seer willich in sijne hant soude nemen ende opslorpen. Voegende daer oock bij: Ick ben nu op’t Stadhuijs ende dan wil ick wel sterven, anders soude ick noijt gerust wesen”.

ONA Dordrecht inv. 181, f. 469: op 13 okt. 1666 verklaart Arnoldus van der Straeten, burger van Dordrecht, dat zijn ooms en gewezen voogden Bastiaen Cornelisz. van der Straeten en Bastiaen Jansz. van der Meer aan hem rekening gedaan hebben van hetgeen hij heeft geërfd van zijn ouders Jan Cornelisz. van der Straeten en Jannichien Arijensdr. van Hooff.

ONA Dordrecht inv. 273, f. 74: op 17 april 1671 verklaren Cornelis van der Meer, molenmaker, Theunis de Rover, winkelier, Gijsbert van der Meer, Jacob van Dalen, kaardenmaker, Hugo van Driel, grutter, en Ida van der Meer, weduwe van Willem Kilsdonk, allen burgers van Dordrecht, zich borg te stellen voor Willemijntien Nuijssenburch, de vrouw van Bastiaan van der Meer, resp. hun vader, schoonvader en stiefmoeder, wegens een borgtocht, die hun stiefmoeder “geinterponeert” heeft voor een obligatie onder de hand “soo de erfgenamen van Theunis Cornelisz. za[liger] in sijn leven outvoorleser vande Augustijnekercke, ten laste vande voorsz. haren vader sprekende hebben”, inhoudende een somma van 1900 gl.

ONA Dordrecht inv. 273, f. 167: op 24 sept. 1671 verklaart Hugo van Driel, grutter en burger van Dordrecht, dat hij op 26 april 1670 voor 700 gl. aan zijn schoonvader Bastiaen van der Meer, oud-molenmaker en burger van Dordrecht, heeft verkocht een grutmolen, die hij, verkoper, heeft laten maken in het huis van zijn schoonvader, staande omtrent de Wijnbrug, alsmede het paard, dat voor de grutmolen gebruikt wordt.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 35: op 9 mei 1675 verkoopt Cornelis Vos, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Willemijntgen Nuijssenburgh, weduwe van Bastiaan van der Meer, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Hendrick Jansz. Bommelaer en dat van de weduwe van Jan Melsen.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Pieternella van der Meer, aug. 1633, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1654), trouwde NG Dordrecht 25 jan./10 febr. 1654 Teunis de Rovere, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1654), draaier

b. Bastiaen, sept. 1635

c. Ida van der Meer, jan. 1638, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwstraat (1665), trouwde NG Dordrecht 20 sept./6 okt. 1665 Willem Willemsz. Kilsdonk, jongman van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1665), beenhakker

d. Cornelis van der Meer, geboren naar schatting ca. 1639, molenmaker

e. Johannes, 30 april 1640

f. Gijsbert van der Meer, 19 april 1645, volgt IV

g. Maria van der Meer, 19 april 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1666), trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 7/21 nov. 1666 Hugo Jansz. van Driel, jongman van Bommel wonende in de Wijngaardstraat (1666), grutter

h. Susanna van der Meer, sept. 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwstraat (1667), trouwde NG Dordrecht 31 juli/16 aug. 1667 (procl. in de Waalse kerk) Jacob van Dalen, jongman van ‘s-Hertogenbosch wonende op de Hoge Nieuwstraat (1667), kaardenmaker

i. Arnout, 4 mrt. 1650

j. Jan, 7 nov. 1653

IV. Gijsbert Bastiaensz. van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 19 april 1645, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1667), weduwnaar wonende buiten de St. Jorispoort (1691), tingieter (1667), later bleker, trouwde 1e NG Dordrecht 17 april/3 mei 1667 Heijltje Jorisdr. van Neurenberg, gedoopt NG Dordrecht nov. 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1667), dochter van Joris Caspersz. en Neesje Centen, 2e NG Dordrecht 1 april 1691 (ondertrouw; getrouwd op de Soetendam) Lijsbet Tuckers, jonge dochter van Geertruidenberg wonende bij de Wijnbrug (1691)

NG trouwboek Dordrecht 24 april 1644: Joris Caspersz. jongman van Dordrecht bleker wonende buiten de St. Jorispoort en Neesje Cente jonge dochter van Dordrecht wonende in de Heer Heymansstraat, getrouwd op 16 mei 1644.

ORA Dordrecht inv. 1747, f. 113v: op 30 mrt. 1669 verkopen “Herman Baltens van Buijl, bleijcker borger deser Stede en(de) Herman Verboeckholt, mede bleijcker en borger alhijer, als voocht ex Testamente over Jan Janssen van Boekholt, en(de) over Bartholomeus van Buijl achtergelatene zoonen van Maeijken Adrianusz den eersten verweckt bij wijlen Jan van Boeckholt en den tweeden bijden voors. Herman van Buijl, indijer qualiteijt voor hem selven en(de) alhijer toe last hebbende van sijnen mede voocht Adriaen Arijens de Jonge woonende tot Wasbeeck sijnde alhijer mede present ende compterende de voorsz. Jan Jans van Boeckholt, oudt vijff en twintich en een halff Jaere”, voor 3600 gl. aan Gijsbert van der Meer, bleker en burger van Dordrecht, een blekerij met alle toebehoren en gereedschappen, alsmede paarden, wagens, kuipen, ketels etc., gelegen buiten de St. Jorispoort naar de Noordendijk, waarvan de grond toebehoort aan de stad Dordrecht, belend door de blekerij van Wouter Cornelisz. van Lil aan de ene zijde en die van Adriaen Maurits [?] aan de andere.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Joris, 28 aug. 1670

b. Bastiaan, 27 jan. 1672

c. Casper van der Meer, 8 febr. 1675, volgt V

d. Maijken, 6 juni 1677

e. Sent, 30 okt. 1682

f. Neesje, 30 mrt. 1689

V. Casper van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 8 febr. 1675, jongman van Dordrecht (1712), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 febr./13 mrt. 1712 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar goede bekende Ariaentie van den Enck) Eijda (Ida) Slangen (Slanger), jonge dochter van Hechtel in het Land van Luik wonende buiten de St. Jorispoort (1712), weduwe van Peeren in het Land van Luik wonende buiten de Vriesepoort (1725), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 3/29 febr. 1725 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader Nicolaes Kool) Marijnis Kool, jongman van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1725)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Heijltie, 20 juli 1712

b. Lijsbeth, 4 aug. 1713

c. Jacobus van der Meer 3 mrt. 1716, volgt VI

d. Bastiaan, 6 april 1717

e. Gijsbert, 6 juni 1719

f. Kasper van der Meer de oude, 17 sept. 1720

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 222: op 9 sept. 1777 verkoopt Petrus Joannes van Steenbergen , secretaris van het watergerecht te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Vermeulen, burger van Dordrecht, voor 1480 gl. aan Kasparus van der Meer de oude, wonende even buiten Dordrecht, een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van Hermina Bres en dat van Jan van Daalen. 

g. Aaltje, 9 april 1723

VI. Jacobus van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1716, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1736), garenbleker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 april 1768 (Jacobus van der Meer, op de Singel, laat kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 jan. 1736 (ondertrouw, getrouwd in de Engelse Kerk op 5 febr. 1736, de bruidegom geassisteerd met IJda Slanger, eerst weduwe van Casper van der Meer, zijn moeder) Sara Maria de Liefde, weduwe van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1736), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 jan. 1786 (Sara Maria de Liefde, weduwe van Jacobus van der Meer, op de Buitensingel, laat kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde 1e Cornelis Broeders, dochter van Cornelis de Liefde en Dina Verbroek

Weeskamer Dordrecht inv. 36, f. 267v: op 25 april 1768 in het weesboek ingeschreven een extract uit het testament, dat Jacobus van der Meer en zijn vrouw Sara Maria de Liefde hebben gepasseerd op 27 juli 1736 ten overstaan van notaris H. van Wetten te Dordrecht, waarin zij de langstlevende tot voogd over hun minderjarige erfgenamen hebben aangesteld. Casper van der Meer Jacobusz., als procuratie hebbende van zijn moeder, verklaart op 24 april 1768 de voogdij aan te nemen.

ORA Dordrecht inv. 1759, f. 40: op 6 mrt. 1787 verkopen “Arnoldus Kolster, Eerste klerk ter Secretarie dezer Stad, als last en procuratie hebbende van Balthazar Levit, als in huwelijk hebbende Ida Maria van der Meer wonende te Rotterdam, present binnen dese Stad, Cornelia van der Meer, wed.e Simon van Duijnen, wonende eve buiten dese Stad, Jacobus van Maarseveen als in huwelijk hebbende Heiltje van der Meer en dezelve Heiltje van der Meer wonende binnen dese Stad en Casper van der Meer Jacobsz, wonende eve buiten dese Stad, werdende de gehuwde vrouwen door haare mannen geadsisteerd, en tot het passeeren deses geauthoriseerd, zijnde dezelve Ida, Maria, Cornelia, Heijltje en Casper van der Meer met en nevens hunne broeder en zusters Cornelis van der Meer, wonende aan de laage zijde van den Rhijn onder Aarlanderveen, en Dina van der Meer, huisvrouw van Anthonij Tak, en Johanna van der Meer gesepareerde huisvrouw van Fredrik Wilhelm Schoon, de eenige nagelate Kinderen en (except voorn. Cornelis van der Meer, welke heeft gepasseert op den 28 april 1786 voor Thomas Barthardus de Bock notaris te Outshoorn ende Gnephoek [bij Alphen a/d Rijn] en zekere getuijgen behoorlijke Acte van Repudiatie) Erfgenamen van hunne moeder Sara Maria de Liefde, in leven wed:e Jacobus van der Meer”, voor 3333 gl. 6 st. en 10 2/3 penn. aan Dina en Johanna van der Meer “twee derde parten in de melioratie of beterschap van een Gaarnblekerij met de huizinge, Lootsen, gaaren, washuisinge en Stallinge met een woord met de gantsche opstand Item de voer velden en hang, thuin, weij en Griendland daar agter gelegen, Item den dam of Kaade lopende voor langs den vliet in de lengte tusschen voors. bleekerij, en den Wel Ed. Gestr. Heer Burgemeester Anthonij van den Brandeler, en in de breedte tusschen de Vliet, en de Stadswijde, met al wat daar op aard en nagelvast is, zo en in dier voegen als door voorn. hunne moeder is gebruikt bewoond, en gepossideert geweest, gelegen aan het tweden Cingel of Sandweg eve buiten op dese Stadsgrond, Item alle de vaste en losse gereedschappen die op ’t zelve overlijden in de huizinge &a en op de bleek tot de voors. bleekerij en gaande houden van dien behoorende geworden zijn daar onder begrepen de meiden- en knegtsbedden, met al wat daar toe behoord, Item alles wat in de keuken voor de de meijden en knegts werd gebruikt zoo van ketel, schoorels, messen, voreken &a banken en tafels, en nog daar en boven het paard, wagens, speelwagen, narresleede met derzelver tuigen, hoofdstellen, bitten, lijsten en kleedje, item ladders, tuinmans gereedschappen en ’t gunt verder aan den agterste of door hunne moeder verkogte bleekerij is uitgebrooken, bestaande in een groote kopere kookketel en drie ijsere loogketels, en Laatstelijk een melkkoe, waar van een derde part de voorn. Dina, en Johanna van der Meer als mede Erfgenamen van wijlen hunnen voorn. moeder is toebehorende dan niet anders als onder dese expresse speciale Conditie, dat Casparus van der Meer Jacobusz ten allen tijde zal hebben ’t regt en vermogen omme een derdepart in voors. bleekerij en verdere gevolgen te mogen naderen tegens de Somma van f 5.000 op zijn eerste Request aan hem moeten transporteren ten gemeenen Kosten van hun drien en blijvende mede ’t Contact tussen voorn. Casparus, Dina en Johanna van der Meer, op den 16 Maart 1786 voor wijlen den notaris Leendert van der Horst” in stand. De garenblekerij etc. wordt belend ten oosten door Casparus van der Meer, ten westen door de stadsweide, ten noorden door de Tweede Singel of Zandweg en ten zuiden door de Boerenkil.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Ida Maria van der Meer, 29 aug. 1736, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende op de Singel (1773), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/20 juni 1773 (de geboden gaan te Rotterdam, de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Johanna Bloemaert, weduwe van van Johannes Oudhof, eerder van Jan Levit, de bruid van haar moeder Sara Maria de Liefde, weduwe van Jacobus van der Meer) Balthazar Levit, jongman geboren en wonende te Rotterdam (1773)

b. Cornelia van der Meer, 24 dec. 1738, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort bij de Zandweg (1760), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16/31 aug. 1760 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerrit van Duijnen, de bruid met haar vader Jacobus van der Meer) Simon van Duijnen, jongman van Dordrecht (1760)

c. Heijltje van der Meer, 7 mei 1740, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Singels (1769), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/16 april 1769 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem van Maarseveen, de bruid heeft schriftelijk consent van haar moeder Sara Maria de Liefde, weduwe van Jacob van der Meer) Jacobus van Maarseveen, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij het stadhuis (1769)

d. Casper van der Meer, 14 april 1741, jongman geboren te Dordrecht en wonende op de Zandweg (1764), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 juli/12 aug. 1764 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jacobus van der Meer) Theodora Tak, weduwe geboren te Middelburg wonende op de Zandweg (1764), trouwde 1e Cornelis de Fremijn

Kind:

d-1. Sara Maria van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 21 febr. 1766, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Zandweg (1793), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 aug./15 sept. 1793 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis van Rietschoten Jurfaasz., de bruid met haar vader Casparus van der Meer Jacobusz.) Jurfaas van Rietschoten, jongman geboren te Dordrecht wonende aan de Noordendijk (1793)

e. Dina van der Meer, 6 mrt. 1743, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende op de Zandweg (1786), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 mei/4 juni 1786 Anthonij Tak, jongman geboren te Middelburg wonende op de Zandweg (1786)

f. Johanna van der Meer, 18 dec. 1744, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende op de Zandweg (1772), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9 okt. 1772 (ondertrouw, inschrijving voorzien van onderstaande aantekening, de bruid geassisteerd met haar moeder Sara Maria de Liefde, weduwe van Jacobus van der Meer) Frederik Wilhelm Schoon, jongman geboren te Hulst in Vlaanderen wonende in de Vriesestraat (1772)

“NB: den bruijdegom niet zijnde gemunieert met ’t consent van zijne moeder is den camerbewaarder … gelast desselfs consent bij insinuatie af te vorderen”, luidende de insinuatie als volgt: de commissarissen van huwelijks zaken te Dordrecht gelasten hierbij de kamerbewaarder om aan Jacoba Alida Rolandus, weduwe van J.M. Schoon, kennis te geven van het voorgenomen huwelijk van haar zoon Fredrik Wilhelm Schoon, over de 32 jaar oud, met Johanna van der Meer, en haar aan te zeggen, dat, zo zij enige reden had waarom het huwelijk geen voortgang hebben kan hebben, zulks binnen 14 dagen hierna te laten weten, of dat anders bij weigering van consent en de voornoemde 14 dagen verstreken zijnde, haar stilzwijgen zal worden gehouden voor consent.

g. Cornelis van der Meer, 2 dec. 1746, volgt VII

h. Sara Maria, 18 juni 1749

i. Jacoba, 28 april 1756

VII. Cornelis van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 2 dec. 1746, jongman van Dordrecht wonende op de Zandweg (1774), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 april/8 mei 1774 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn moeder Sara Maria de Liefde, weduwe van Jacobus van der Meer, de bruid met schriftelijk bewijs van haar vader Jacobus de Wijs) Margareta Jacoba de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1752, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1774), dochter van Jacobus de Wijs en Catharina Lont (zie ook genealogie De Wijs op deze website)

Kinderen:

a. Sara Jacoba, gedoopt NG Dordrecht 4 april 1775

b. Jacobus van der Meer de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1776, volgt VIII

c. Jan van der Meer de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 9 april 1780, trouwde Amsterdam 28 aug. 1801 Herdemina van Aarem, geboren te Rotterdam ca. 1782

Trouwboek Amsterdam 28 aug. 1801 (ondertrouw): Jan van der Meer de Wijs, van Dordrecht, 21 jaar oud, wonende in de Hartenstraat bij de Keizersgracht, met consent van zijn vader Cornelis van der Meer, wonende te Dordrecht, en Herdemina van Aarem, van Rotterdam, 19 jaar oud, wonende aan de Nieuwmarkt, ouders zijn overleden, met consent van haar voogden Teunis Kamerman en Willem Schopkegel te Rotterdam

Kinderen:

a. Jan Herman, geboren Amsterdam 30 nov. 1805

b. Jacobus Appolonius, geboren Amsterdam 29 dec. 1807

a. Jan Pieter van der Meer de Wijs, geboren Amsterdam 26 mei 1810, wonende te Dordrecht (1855), doctor in de theologie, beroepen predikant te Melis- en Mariekerke (Zeeland), trouwde Dordrecht 28 mrt. 1855 Catharina Sauerland, geboren te Gouda ca. 1806, dochter van Fredrik Sauerland en Margaretha Weiland

VIII. Jacobus van der Meer de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1776, meerderjarige jongman geboren te Dordrecht wonende te Alphen (1801), apotheker, overleden Dordrecht 3 aug. 1844, trouwde 1e Gerecht Dordrecht 11/28 sept. 1801 (de geboden gaan te Alphen, de bruidegom met schriftelijk consent van zijn vader Cornelis van der Meer) Geertruida Theodora Vrijthoff, weduwe geboren te Maastricht wonende op de Groenmarkt (1801), trouwde 1e Izaak van Laren, Jacobus trouwde 2e Gerecht Dordrecht 5 april 1804 Dionisia Maria Verburg, overleden Dordrecht 3 april 1833

Kinderen:

Ex 1:

a. Cornelis Jacobus van der Meer de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1802, ongehuwd, apotheker, overleden Dordrecht 1 aug. 1858 (Groenmarkt A:41)

Ex 2:

b. Geertruida Maria van der Meer de Wijs, gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1805, trouwde Dordrecht 12 juli 1837 Johan Christiaan de Klerk, koopman, zoon van Johan Christiaan de Klerk en Josina Heijken, trouwde 1e Adriana Maria de Voogd, overleden 14 dec. 1832

c. Jacobus Dionisius, gedoopt NG Dordrecht 31 dec. 1806

d. Jacobus Dionisius van der Meer de Wijs, geboren Dordrecht 9 nov. 1813, overleden Diepenheim (Overijssel) 11 juli 1879

e. Maria Janna Wilhelmina van der Meer de Wijs, geboren Dordrecht 24 april 1815, ongehuwd Nijmegen 5 febr. 1868

f. Jacoba Eliza van der Meer de Wijs, geboren 10 okt. 1816, ongehuwd, overleden ‘s-Gravenhage 8 sept. 1849

g. Margareta Jacoba van der Meer de Wijs, geboren Dordrecht 11 jan. 1818, trouwde Johannes Jacobus Haver Droeze, geboren te Dordrecht, wonende te Vlaardingen, apotheker, zoon van Fredrik Haver Droeze, chirurgijn te Dordrecht, en Anna Cornelia Gerarda ’t Hooft

h. Cornelia Gelina Jacoba Maria van der Meer de Wijs, geboren Dordrecht 8 nov. 1820, trouwde Dordrecht 9 aug. 1855 Hendrik Marinus Moll. geboren en wonende te Rotterdam (1855), makelaar, zoon van Hendrik Bartolomeus Moll en Anna Margaretha Blankenbijl