Van Neurenburg

 

Literatuur:

Jef Moers, De Gouden Decennia der Stad Maastricht 1470-1530 (z.p. 2012)

I. Coenraad van Neurenburg, geboren ca. 1547, koopman van Luik (vermeld in 1579), koopman van Maastricht (vermeld in 1587), trouwde naar schatting ca. 1570 Maria le Bidart (Bidaert)

ORA Dordrecht inv. 735: op 29 april 1579 stellen Cristiaen van der Heijde, burger van Dordrecht, en Jacob Doornicx, koopman van Nijmegen, zich borg voor Koen van Norenborch de jonge van Luik, “ten eijnde de zelve Koen zoe haeste de passaige van Maestricht open zal zijn”, zal leveren aan Jan Sinck, als commissaris van de Goudse sluis, ten behoeve van het gewest Holland 10.000 voet blauwestenen, die door Van Norenborch ten behoeve van de Goudse sluis zijn verkocht en waarvoor Jan Sinck hem 300 gl. heeft betaald.

ORA Dordrecht inv. 739, f. 90: verklaring dd 17 jan. 1587 op verzoek van de weduwe van Jhan Paecke, schipper van Dinant, door Coen van Noerenburch, koopman van Maastricht, ongeveer 40 jaar oud en Wouter Linae van Luik, ongeveer 56 jaar oud.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Coenraad van Neurenburg, geboren ca. 1571, Maasschipper, trouwde Waals Geref. Dordrecht 10 aug. 1594 Marie Arnondeaulx, weduwe

ORA Dordrecht inv. 745, f. 12v: op 7 nov. 1598 comp. voor schepenen van Dordrecht Coen van Norenburch de Jonge, zoon van Coen van Norenburch de Oude, ongeveer 27 jaar oud, tegenwoordig wonende te Dordrecht. Hij verklaart, dat zijn vader “hem wel voldaen heeft tot dese dage toe van ’t onderhout van coste ende cleeren” en hem op zijn verzoek een bedrag van 300 gl. gegeven heeft, “waermede hij van meeninge is sijn eijgen coopmanschap ende handelingen te doen, ende oversulckx vuijt den broode van sijn vader bekent te sijn, als gecomen sijnde tot sijn behoorlijcken ouderdom. Verclarende mede hij comparant, indien hij niet present en ware, te vrede te sijn met alsulcke scheijdinge ende deelinge als sijne broeders met sijn voorsz. vader beroerende de besterffenisse van haer respective moeder sullen doen van ’t gene henluijden vande voorschreve successie sal competeren.”

ORA Dordrecht inv. 899: op 18 febr. 1604 legt Coenraed van Norenborch, koopman en burger van Dordrecht, 32 jaar oud, een verklaring af ten verzoeke van Aert Hermansz. Wor, koopman en burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 10, f. 607 (oud), 11 juli 1611: comp. voor notaris P. Eelbo Coenraet van Neurenburch Maasschipper. Hij verleent procuratie aan zijn broer Guillame van Neurenburch, koopman te Dordrecht, om in zijn, comparants, naam “van de heeren magistraten der stadt Vlissingen te innen ende te ontfanghen alle alsulcke penningen als hem constituant compteerende zijn over leveringhe van het derde part van den blaeuwen steen tot het maken van het sas binnen der selver stadt, waervan Jan Conincx de twee andere parten heeft gelevert.”

– 31 dec. 1618: compareert voor notaris A. Cloots Coenraet van Norenburch, koopman en burger van Dordrecht. Hij verleent procuratie aan zijn broer, Guilliame van Norenburgh, om tijdens zijn afwezigheid te ratificeren het akkoord, dat hij, comparant, heeft gesloten met Franchoijs Seleerts, inwoner van Antwerpen, Henrick Schoormans en Johan Verplancken. (ONA Dordrecht inv. 54, f. 44b e.v.)

– 12 juni 1620: notaris Paulus Eelbo vervoegt zich op verzoek van Guillame van Neurenburch, koopman te Dordrecht, bij diens broer Coenraet van Neurenburch, en vraagt hem, of het niet waar is, dat op verzoek van Coenraet en door bemiddeling van Mathijs de Lairesse de genoemde gebroeders een dag eerder zijn samengekomen in de herberg “Luijdick” op het Nieuwe Werck te Dordrecht, in gezelschap van Mathijs de Lairesse, Piron Lambinon, Franchois de Meijer en Laurens Poisson, om daar “int vrindelijcke te accorderen belangende de differentie van sekere somme van penningen die den voorsz. Coenraet op sijnen voorn. broeder Guillame was pretenderende beroerende seker huijs gestaen opt … Nieu Werck”, dat nu toebehoort aan Laurens Poisson en lange tijd geleden door Coenraet aan Guillame is verkocht. De notaris vraagt Coenraet, of hij zijn broer toen “met veel onredelijcke woorden ende redenen … niet bejegent heeft … seggende onder andere dat zijn broeders Pieter en … Guillame eer dieven waren … ende dien volgende … Coenraets eere ende fame gestolen hadden omme redenen dat sijlieden geseijt hadden dat [hij] … henlieden wel vier duijsent Ca. guls. schuldich was … seggende oock dat monsr. La Vigne eenen vleijer was ende dat hij andere haer fauten wel wiste te seggen, maer dat hij de zijne selffs niet en sach, seggende noch dat sijne voorsz. twee broeders met hem handelen gelijck sijlieden met Jona Rochet gehandelt hebben”. Notaris Eelbo vraagt Coenraet vervolgens, of hij al hetgeen hij gezegd zou hebben “staande wilde houden”. Coenraet antwoordt daarop, dat “hij niet wiste tgeene vooren verhaelt staet gesegt te hebben vermits hij wat gedroncken hadde, ende in collere was doentertijt ende bijaldien hij sulcx geseijt hadde dat het hem leet was”. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 587 e.v.)

b. Willem (Coenen) van Neurenberg, volgt II, geboren te Namen, naar schatting ca. 1580

c. Anneken (Coenraetsdr.) van Neurenburch, gedoopt NG Dordrecht nov. 1585, trouwde 1e (huwelijkse voorwaarden Dordrecht 31 aug.) 1611 Jacques Savarij, koopman/moutmaker te Dordrecht, overleden ca. 1615, 2e Waals Geref. Dordrecht 19 juni 1616 Pieter Adriaen Hermansz. (van Delft), koopman van steen, wonende te Amsterdam (1616)

– 31 aug. 1611: compareren voor notaris P. Eelbo Jaques Sauvry, jong gezel, koopman en inwoner van Dordrecht, geassisteerd met Mathijs Savary, zijn broer, enerzijds en Anneken van Norenburch, jonge dochter, geassisteerd met Guillame van Neurenburch, haar broer, anderzijds, om huwelijkse voorwaarden te maken. “Voor eerst soo hebben partijen respective malcanderen volcoomen contentement gedaen van alle ende iegelijcke goederen die partijen respective tot subsidie van desen houwelijcken inne sullen brengen.” Als Jaques Savary eerder komt te overlijden dan zijn aanstaande vrouw, zonder bij haar verwekte kinderen na te laten, zullen zijn naaste verwanten de door hem ingebrachte goederen erven en zijn vrouw uit zijn “gereetste goederen” een “douairie” van 600 gl. krijgen. Als Anneken van Norenburch als eerste en kinderloos komt te overlijden, zullen haar naaste verwanten alle door haar ingebrachte goederen erven en haar aanstaande man uit haar “gereetste goederen” een somma van 400 gl. ontvangen. Getuigen: Jehan Poliander, predikant te Dordrecht en Jehan Willemot, koopman te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 10, f. 678 (oud) = 404 (nieuw) e.v. )

– 6 april 1615: compareren voor P. Eelbo Anneken Coenraetsdr. van Neurenburch, weduwe van Jaques Sauverij, in zijn leven moutmaker en burger van Dordrecht, geassisteerd met notaris Pauwels Eelbo als haar gekoren voogd, enerzijds en Mathijs Savarij, zich sterk makende voor Gillis Savarij, wonende te Luik, Jehenne Savarij, wonende te Dordrecht en Barbara Savarij, wonende te Luik, resp. zijn broer en zusters, anderzijds. Comparanten verklaren dat zij met elkaar, “tot believen ende welgevallen vande Heeren vande Weescamer deser stede Dordrecht”, een overeenkomst gesloten hebben aangaande de nalatenschap van Jaques Savarij. Zij hebben “volcomen informatie, contentement ende bewijs” gekregen van alle goederen, die Jaques in gemeenschappelijk bezit met zijn vrouw heeft gehad. De weduwe, die moeder is van Mathijs Saverij de Jonge, zal in eigendom behouden alle goederen, die zij samen met Jaques Savarij heeft bezeten. Als vergoeding daarvoor belooft zij haar zoon op te voeden, te onderhouden, te laten leren etc. tot hij 20 jaar is geworden of tot het moment, waarop hij gaat trouwen, en zal hem dan een bedrag van 600 gl. uitkeren. Als hij voor zijn 20e jaar of huwelijk komt te overlijden en indien Anneken nog andere wettige kinderen zal nalaten, zullen de naaste verwanten van haar zoon Mathijs in plaats van 600 gl. maar 500 gl. krijgen. Borg voor de nakoming van deze verplichtingen is haar broer Guillame van Neurenburch. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 483 e.v.)

– 23 mei 1616: huwelijkse voorwaarden tussen Pieter Adriaen Hermansz. van Delft, weduwnaar van Maijken van Steenwinckel, koopman van steen, wonende te Amsterdam, enerzijds en Anneken van Norenburch, weduwe van Jaques Savarij, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar broer, Guillame van Neurenburch, anderzijds. De aanstaande bruidegom brengt in een huis en erf, staande en liggende te Amsterdam “inde verwerie naest het glas huijs” en voorts zijn “coopmanschappen, actiën ende crediten”, contante gelden, meubelen etc., welke, verminderd met alle lasten en schulden en het moederlijk erfdeel van zijn twee onmondige kinderen, volgens hem in totaal ongeveer 4000 gl. waard zijn. De door de aanstaande bruid in te brengen goederen, verminderd met alle lasten en schulden en het vaderlijk erfdeel van haar zoontje, zijn 2000 gl. waard. Als de bruidegom de eerststervende is, zal zij de door haar ingebrachte goederen, inclusief sieraden e.d., behouden en uit de nalatenschap van haar man een bedrag van 600 gl. in contant geld en goederen ter waarde van 400 gl. ontvangen. Als zij eerder dan haar man komt te overlijden, zal hij, naast de door hem ingebrachte goederen, uit haar nalatenschap een bedrag van 600 gl. krijgen.

Kind (ex 1):

c-1. Mathijs (Mattieu) Savarij de Jonge, gedoopt Waals Gereformeerd Dordrecht 29 juli 1612 (getuigen: Paquei Savari, Mattieu Savari, Marie Wilemot)

Kind ex 2:

c-2. Daniël, gedoopt NG Amsterdam 14 juni 1626

d. Pieter van Neurenburch

II. Willem (Coenen) van Neurenburg (van Norenburg), geboren te Namen (naar schatting ca. 1580), koopman in gehouwen steen, overleden Dordrecht 4 juni 1641, trouwde vóór 24 febr. 1613 Maria Willemot Jansdr., bezat twee huizen in de Hoge Nieuwstraat, twee huizen aan de Nieuwe Haven en twee grote erven met huis en loods aan de Kuipershaven naast het huis “Klein Alamangien”, hij liet in 1633 op twee van de drie percelen aan de Hoge Nieuwstraat, die hij in bezit had, aan de zijde van de Nieuwe Haven een nieuw huis bouwen en op het derde perceel een loods. Dit huis is de voorganger van het Museum Simon van Gijn (Nieuwe Haven 27), in 1729 gebouwd door zijn nakomeling Johan van Neurenberg. (Th. E. A. Bosman, C.M. de Bruijn, E. van Kammen (red.), Leven met het verleden. Gedenkboek honderd jaar “Oud-Dordrecht” (1892-1992) (Hilversum 1992), p. 72 e.v.)

Gildenarchieven Dordrecht inv. 669, ca. 1 okt. 1606: Gilliam van Norenborgh in het Metselaars- en Steenhouwersgilde van Dordrecht opgenomen, “van steenhouwen”, omtrent Bamisdag 1606, heeft kinderen.

– 4 mrt. 1624: Coenraet van Norenburgh, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan zijn broer Guilliam van Norenburch, koopman te Dordrecht, een vijfde part in een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Jan Jansz. pottenbakker en de loods van Guilliam van Norenburch. De resterende vier vijfde parten behoren toe aan de koper. (ORA Dordrecht inv. 1601, f. 9)

– 1626: Guilliam van Norenburch wordt aangeslagen voor een vermogen van 20.000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 33v)

– 3 mei 1642: voor notaris D. Eelbo te Dordrecht compareren Maria Willemot, weduwe van Guilliam van Norenburch, koopvrouw, en haar zoon Johannes van Norenburch, koopman, beiden wonende te Dordrecht. Zij verlenen procuratie aan Philippus Cornelisz. Achthoven om te compareren voor schepenen van Leiden en hen daar te verbinden als borgen voor een somma van 5575 gl., zijnde de kooppenningen van een huis op het Rapenburg te Leiden, staande op de hoek van de Colfmakersteeg, welke Willem Willemot, mr. steenhouwer te Leiden, als koper van dat huis schuldig is aan de weduwe en erfgenamen van Claes Jansz. van Tethrode, en hen tevens te verbinden als borgen voor de “hooftsomme vandien” [sic; bedrag niet vermeld], welke Willem Willemot schuldig is aan de weduwe en erfgenamen van Arent Fredricxsz. van Haverenberch wegens de koop van een groot leeg erf, gelegen aan de Oude Vest tegenover de Stadstimmerwerf van Leiden. Comparanten tekenen met hun naam (hij met “Jean van Neurenberg”). (ONA Dordrecht inv. 60, f. 567v e.v.)

Kinderen van Willem van Neurenburg en Marie Wilemot (allen Waals Gereformeerd gedoopt te Dordrecht):

a. Johan van Neurenburch (van Neurenberch), 24 febr. 1613, volgt III

b. Conrad, 28 juni 1615

c. Guillaume, 13 okt. 1619

d. Beatrix de Neurenberg, 26 febr. 1623 (getuigen: Charles Mercenier, Marguerite Posson, Gerard Stouten), trouwde Henry de Neurenburgh

Kinderen:

d-1. Guillaum, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 16 sept. 1646 (getuigen: Jean de Neurenburg, Marie Willemotte)

d-2. Henry, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 1 mrt. 1648 (getuigen: Jacob Trip, Marie Willemotte)

III. Johan van Neurenbergh (van Neurenburch), gedoopt Waals Geref. Dordrecht 24 febr. 1613, jongman van Dordrecht (1634), koopman, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht 1673, burgemeester van de gemeente te Dordrecht 2 april 1674, 1680-1681, 1685, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 nov. 1685 (een zwarte baar voor burgemeester en kerkmeester Johan Norenborg, bij de Houten Brug [Nieuwe Haven]), trouwde Waals/NG Dordrecht 9 juli/21 (25 volgens NG trouwboek) juli 1634 Elisabeth Trip Jacobsdr., gedoopt Waals Geref. Dordrecht 3 mrt. 1615, jonge dochter van Dordrecht (1634), begraven Dordrecht 18 sept. 1669, dochter van Jacob Trip en Marguerite de Geer

– 1641: “de heer Johan Norenborgh is int [Metselaars- en Steenhouwers]gilt gekomen van wegen het steenhouwerschap in’t begin van Julius”. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 669)

– ORA Dubbeldam inv. 1: op 4 dec. 1664 verkoopt Jacob Trip, koopman te Dordrecht, aan Hendrick Trip, koopman te Amsterdam, en Johan van Neurenburch, de helft van “het opstal ende verbeteringe” van een oude windvolmolen en steenplaats met een huis en verdere toebehoren, alsmede de helft van een verbrande watervolmolen, staande en gelegen in het Oudeland van Dubbeldam, op grond, die toebehoort aan het Weeshuis te Dordrecht.

– ORA Dordrecht inv. 786, f. 114v: op 20 juli 1669 verkopen Johan van Neurenberch, oudraad van Dordrecht en Job Daniëlsz. Pop, bakenmeester, aan Johannes van der Lijnde, koopman en burger van Dordrecht, domum cum suis, bestaande uit twee woningen of pakhuis [sic], staande onder één dak, op de Nieuwe Haven, te weten voornoemde heer Van Neurenberch aan de oostzijde en voornoemde Pop aan de westzijde, belend aan de ene zijde door het huis van Corstiaen Gijsen en het huis van genoemde Van Neurenberch aan de andere zijde. Kopers verklaren hiervan betaald te zijn, te weten Van Neurenberch met 1000 gl. en Pop met 1200 gl.

– ONA Dordrecht inv. 182, akte 247, f. 381 e.v.: op 14 okt. 1669 verkoopt Johan van Neurenburg, oudraad van Dordrecht, aan Johannes van der Linde, ijzerkoper, een huis en pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Corst[iaen] Ghijssen en dat van Job Daniëls [Pop], bakenmeester. De koopvoorwaarden zijn: de verkoper behoudt het erf achter het pakhuis “ter lenghte van ontrent seventien voeten langh, omme het selve tot sijn believe tot allen tijden te mogen naer hem nemen, gebruijcken en betimmeren”; het genoemde erf, ter breedte van het pakhuis en ter lengte van ongeveer 17 voeten, zal toekomen aan de koper; hij zal op dat erf niets mogen laten bouwen, waardoor de verkoper “eenige de minste discomoditeijt soude mogen genieten, off dat sijne lichte daer door becommert souden mogen werden”; de bakoven of stoofoven van verkoper zal op dat erf blijven staan; bij zware sneeuwval zal de koper er zorg voor dragen dat de straat voor het huis van verkoper sneeuwvrij blijft, zodat de huurders van de verkoper er geen last van hebben.

– 3 dec. 1678: “Johan van Neurenbergh, out Borgemr. deser Stede, als last en(de) procuratie hebbende van de heer Louijs Trip, out Borgemr. en(de) Raet der Stadt Amsterdam, voor sijn selven, Item als Testamentaire Voocht over de onmondige naergelatene kindren van wijlen de heer Samuel Trip, ende van de heeren Mattijs Trip, en(de) Jacob Trip, Soo voor haer selven, en(de) als gesurrogeerde voochden over haere noch minderjarige susters, mitsgrs. de heer Louijs Trip Hendricxzoon, alle kindren van de heer Hendrick Trip haerlieden vader za.r Blijckende bij deselve procuratie gepasseert voorden Notaris Eduard de Wit, ende sekere getuijgen tot Amsterdam voors. residerende van date den xvii der voorlede maent novemb. 1678 ons Schepenen verthoont Ende noch den voors. heere Johan van Neurenbergh van wegen sijne drie noch ongehoude kindren Jouff.w Johanna, en Margarieta van Neurenbergh mitsgrs. Louijs van Neurenbergh, ende de minderjarige soon van sijn overlede dochter Jouffr. Maria van Neurenbergh, de heer Jacob van Neurenbergh, en(de) de hr. Johan van Neurenbergh de Jonge, al saemen kindren, en(de) kintskint van wijlen Jouffr. Elijsabeth Trip, aen haer verweckt bij den voorn. heere Johan van Neurenbergh den ouden, alsnoch den voorn. heere Johan van Neurenbergh de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Adriana de Sondt, de heer mr. Roeloff Eelbo als getrouwt hebbende Jouff.w Margrieta de Sondt in die qualiteijt voor hen beijde, ende haer sterckmaeckende voor de heer Jonas de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Johanna de Sondt alle drie kindre van wijlen Jouffr. Margrieta Trip aen haer verweckt bij de heer Pieter de Sondt, Ende noch de gesamentlijcke Comparanten vervangende, mitsgrs. de rato Caverende voor Jouffr. Johanna Trip, bejaerde ongehoude dochter, mitsgrs. voor de heer Johannes Reepmaker, eenige achtergelaten soon van wijlen Jouffr. Maria Trip, alsaemen fideicommissaire erffgen. van wijlen de heer Jacob Trip in sijn leven Coopman binnen deser Stadt, haren broeder en oom za.r resp. was”, verkopen voor 550 gl. aan Pieter Dorenton, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis, staande met de voorgevel tegenover de Arend Maartenshof tussen het huis van Jan Abrams twijnder en het huis, dat is gekocht door Jan Gront. (ORA Dordrecht inv. 1626, f. 118v) 

– 3 dec. 1678: “Johan van Neurenbergh, out Borgemr. deser Stede, als last en(de) procuratie hebbende van de heer Louijs Trip, out Borgemr. en(de) Raet der Stadt Amsterdam, voor sijn selven, Item als Testamentaire Voocht over de onmondige naergelatene kindren van wijlen de heer Samuel Trip, ende van de heeren Mattijs Trip, en(de) Jacob Trip, Soo voor haer selven, en(de) als gesurrogeerde voochden over haere noch minderjarige susters, mitsgrs. de heer Louijs Trip Hendricxzoon, alle kindren van de heer Hendrick Trip haerlieden vader za.r Blijckende bij deselve procuratie gepasseert voorden Notaris Eduard de Wit, ende sekere getuijgen tot Amsterdam voors. residerende van date den xvii der voorlede maent novemb. 1678 ons Schepenen verthoont Ende noch den voors. heere Johan van Neurenbergh van wegen sijne drie noch ongehoude kindren Jouff.w Johanna, en Margarieta van Neurenbergh mitsgrs. Louijs van Neurenbergh, ende de minderjarige soon van sijn overlede dochter Jouffr. Maria van Neurenbergh, de heer Jacob van Neurenbergh, en(de) de hr. Johan van Neurenbergh de Jonge, al saemen kindren, en(de) kintskint van wijlen Jouffr. Elijsabeth Trip, aen haer verweckt bij den voorn. heere Johan van Neurenbergh den ouden, alsnoch den voorn. heere Johan van Neurenbergh de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Adriana de Sondt, de heer mr. Roeloff Eelbo als getrouwt hebbende Jouff.w Margrieta de Sondt in die qualiteijt voor hen beijde, ende haer sterckmaeckende voor de heer Jonas de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Johanna de Sondt alle drie kindre van wijlen Jouffr. Margrieta Trip aen haer verweckt bij de heer Pieter de Sondt, Ende noch de gesamentlijcke Comparanten vervangende, mitsgrs. de rato Caverende voor Jouffr. Johanna Trip, bejaerde ongehoude dochter, mitsgrs. voor de heer Johannes Reepmaker, eenige achtergelaten soon van wijlen Jouffr. Maria Trip, alsaemen fideicommissaire erffgen. van wijlen de heer Jacob Trip in sijn leven Coopman binnen deser Stadt, haren broeder en oom za.r resp. was”, verkopen voor 1850 gl. aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen achter in de Kolfstraat, staande tegenover de Arend Maartenshof tussen het huis, dat is gekocht door Pieter Dorenton, en het huis, dat is gekocht door Thomas Beijs bakker, en een huis aan de Vest, dat eigendom is geweest van Jacob Trip, staande naast een stal, alsmede een tuin achter voornoemde huizen. (ORA Dordrecht inv. 1626, f. 119v

– 3 dec. 1678: “Johan van Neurenbergh, out Borgemr. deser Stede, als last en(de) procuratie hebbende van de heer Louijs Trip, out Borgemr. en(de) Raet der Stadt Amsterdam, voor sijn selven, Item als Testamentaire Voocht over de onmondige naergelatene kindren van wijlen de heer Samuel Trip, ende van de heeren Mattijs Trip, en(de) Jacob Trip, Soo voor haer selven, en(de) als gesurrogeerde voochden over haere noch minderjarige susters, mitsgrs. de heer Louijs Trip Hendricxzoon, alle kindren van de heer Hendrick Trip haerlieden vader za.r Blijckende bij deselve procuratie gepasseert voorden Notaris Eduard de Wit, ende sekere getuijgen tot Amsterdam voors. residerende van date den xvii der voorlede maent novemb. 1678 ons Schepenen verthoont Ende noch den voors. heere Johan van Neurenbergh van wegen sijne drie noch ongehoude kindren Jouff.w Johanna, en Margarieta van Neurenbergh mitsgrs. Louijs van Neurenbergh, ende de minderjarige soon van sijn overlede dochter Jouffr. Maria van Neurenbergh, de heer Jacob van Neurenbergh, en(de) de hr. Johan van Neurenbergh de Jonge, al saemen kindren, en(de) kintskint van wijlen Jouffr. Elijsabeth Trip, aen haer verweckt bij den voorn. heere Johan van Neurenbergh den ouden, alsnoch den voorn. heere Johan van Neurenbergh de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Adriana de Sondt, de heer mr. Roeloff Eelbo als getrouwt hebbende Jouff.w Margrieta de Sondt in die qualiteijt voor hen beijde, ende haer sterckmaeckende voor de heer Jonas de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Johanna de Sondt alle drie kindre van wijlen Jouffr. Margrieta Trip aen haer verweckt bij de heer Pieter de Sondt, Ende noch de gesamentlijcke Comparanten vervangende, mitsgrs. de rato Caverende voor Jouffr. Johanna Trip, bejaerde ongehoude dochter, mitsgrs. voor de heer Johannes Reepmaker, eenige achtergelaten soon van wijlen Jouffr. Maria Trip, alsaemen fideicommissaire erffgen. van wijlen de heer Jacob Trip in sijn leven Coopman binnen deser Stadt, haren broeder en oom za.r resp. was”, verkopen voor 580 gl. aan Jan Thomas Beijs, bakker en burger van Dordrecht, een twee naast elkaar staande huizen in de Kolfstraat, staande tussen de in de voorgaande akte vermelde huizen, die zijn verkocht aan Jan Pietersz. Gront, en het huis van Matthijs Buijs bakker. (ORA Dordrecht inv. 1626, f. 120)

– 3 dec. 1678: “Johan van Neurenbergh, out Borgemr. deser Stede, als last en(de) procuratie hebbende van de heer Louijs Trip, out Borgemr. en(de) Raet der Stadt Amsterdam, voor sijn selven, Item als Testamentaire Voocht over de onmondige naergelatene kindren van wijlen de heer Samuel Trip, ende van de heeren Mattijs Trip, en(de) Jacob Trip, Soo voor haer selven, en(de) als gesurrogeerde voochden over haere noch minderjarige susters, mitsgrs. de heer Louijs Trip Hendricxzoon, alle kindren van de heer Hendrick Trip haerlieden vader za.r Blijckende bij deselve procuratie gepasseert voorden Notaris Eduard de Wit, ende sekere getuijgen tot Amsterdam voors. residerende van date den xvii der voorlede maent novemb. 1678 ons Schepenen verthoont Ende noch den voors. heere Johan van Neurenbergh van wegen sijne drie noch ongehoude kindren Jouff.w Johanna, en Margarieta van Neurenbergh mitsgrs. Louijs van Neurenbergh, ende de minderjarige soon van sijn overlede dochter Jouffr. Maria van Neurenbergh, de heer Jacob van Neurenbergh, en(de) de hr. Johan van Neurenbergh de Jonge, al saemen kindren, en(de) kintskint van wijlen Jouffr. Elijsabeth Trip, aen haer verweckt bij den voorn. heere Johan van Neurenbergh den ouden, alsnoch den voorn. heere Johan van Neurenbergh de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Adriana de Sondt, de heer mr. Roeloff Eelbo als getrouwt hebbende Jouff.w Margrieta de Sondt in die qualiteijt voor hen beijde, ende haer sterckmaeckende voor de heer Jonas de Jonge als getrouwt hebbende Jouffr. Johanna de Sondt alle drie kindre van wijlen Jouffr. Margrieta Trip aen haer verweckt bij de heer Pieter de Sondt, Ende noch de gesamentlijcke Comparanten vervangende, mitsgrs. de rato Caverende voor Jouffr. Johanna Trip, bejaerde ongehoude dochter, mitsgrs. voor de heer Johannes Reepmaker, eenige achtergelaten soon van wijlen Jouffr. Maria Trip, alsaemen fideicommissaire erffgen. van wijlen de heer Jacob Trip in sijn leven Coopman binnen deser Stadt, haren broeder en oom za.r resp. was”, verkopen voor 500 gl. aan Maijcken Jans, weduwe van Aelbrecht Blanckert, en haar zoon Zeger Blanckert, ieder de helft van een stal aan de Vest omtrent de Vriesepoort, staande tussen het huis, dat is verkocht aan Jan Gront, en de stal van Anthonij de Putter. (ORA Dordrecht inv. 1626, f. 120)

– 29 dec. 1685: compareren voor notaris A. Hagoort te Dordrecht Jacobus van Neurenbergh, gecommitteerde raad ter Admiraliteit op de Mase, Johan van Neurenbergh, Louijs van Neurenbergh, Margrita van Neurenbergh, bejaarde dochter, Dirck van Nooij, als man van Johanna van Neurenbergh, alsmede Anthonij de Sont, achtraad van Dordrecht, zoon van wijlen Dirck de Sont en Maria van Neurenbergh, allen kinderen resp. kleinkind en erfgenamen van wijlen Johan van Neurenbergh, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, die “omme bij provisie met elckander te verdeelen, verclaerden met den anderen te hebben opgestelt de goederen en effecten gekomen vuijt de boedel” van burgemeester Johan van Neurenbergh. Tot de nalatenschap behoren:

1. twee pakhuizen op de Engelenburger kade, staande naast het huis van Huijbert van de Graeff, getaxeerd op 8000 gl.

2. het huisje van de ververij, staande op de Wolweverskade naast het huis van de heer Reepmaker, getaxeerd op 1650 gl.

3. de helft in de [vol]molens en steenplaats met de waarde van de [molen]stenen, paarden, schuit en andere toebehoren, [staande en gelegen in het Oudeland van Dubbeldam],waarvan de waarde is getaxeerd op 1000 gl. (de wederhelft is eigendom van de weduwe van de heer [Hendrik] Trip te Amsterdam), samen getaxeerd op 8000 gl. [Zie hierboven bij 4 dec. 1664].

4. het huisje aan de Lakenhal op de Varkenmarkt tegenover het Tolbrugstraatje, getaxeerd op 950 gl.

5. het huis op de Nieuwe Haven, staande naast het huis van de ijzerkoper Johan van der Linden, nu bewoond door Jonas de Jongh, met het goudleer daartoe behorende, getaxeerd op 9200 gl.

6. het huis daarnaast, nu bewoond door Govert van Tricht, getaxeerd op 2800 gl.

7. het huis staande tussen het huis, waarin burgemeester Johan van Neurenbergh heeft gewoond, en het huis van de heer Cloens, alsmede het werkhuis, staande achter het huis, genaamd “de Breijerije”, getaxeerd op 5000 gl.

8. vijf morgen land in het Land van Strijen, getaxeerd op 900 gl.

9. de woning in Wieldrecht, genaamd “Wielburgh”, met de landerijen en “plantage”, volgens de brieven daarvan zijnde, met “de gase bedtstee”, “horologe”, visnet, schuitje, het hooi daar liggende, etc., getaxeerd op 24.600 gl. [Het buiten “Wielburgh” of “Wielborg” stond aan de Zuidendijk, waar nu de begraafplaats van Dubbeldam ligt. (Vriendelijke mededeling van de heer H. Tempelaar te Dordrecht.)]

10. het huis op de Hoge Nieuwstraat, staande op de hoek van het Venlostraatje, met de stal achter het huis, die uitkomt in het Venlostraatje, getaxeerd op 1400 gl.

Samen bedragende 62.500 gl.

De bovengenoemde objecten zijn als volgt over 5 kavels verdeeld en middels loting aan de erfgenamen toegewezen:

A. de woning etc. in Wieldrecht aan Johan van Neurenbergh, op voorwaarde, dat hij de helft van de getaxeerde waarde, t.w. 12.300 gl. aan Louijs van Neurenbergh uitkeert,

B. de helft van de getaxeerde waarde van de woning etc. in Wieldrecht, nl. 12.300 gl. aan Louijs van Neurenbergh

C. de beide pakhuizen, het huis van de ververij, het huis naast de Lakenhal, 5 morgen land in Strijen en het huis etc. op de Hoge Nieuwstraat, samen getaxeerd op 12.900 gl., aan Margrita van Neurenbergh,

D. de helft van de molen en steenplaats etc., het huis, waarin burgemeester Van Neurenbergh is overleden en het huis genaamd “de Breijerije”, samen getaxeerd op 13.000 gl., aan Dirck van Nooij nomine uxoris,

E. het huis bewoond door Jonas de Jongh en het huis bewoond door Van Tricht, samen getaxeerd op 12.000 gl.

Iedere erfgenaam had recht op 12.500 gl. Degenen, van wie de kavel meer bedraagt dan 12.500 gl., zullen hetgeen zij meer gekregen hebben inbrengen in de gemeenschappelijke boedel, waaruit dan het tekort van de anderen, t.w. de kavels A, B en E, vereffend zal worden. Jacobus van Neurenbergh maakt geen aanspraak op deelname in de boedelscheiding, aangezien hij nog niet heeft ingebracht, hetgeen hij uit de boedel heeft gekregen en hij daar nog in moest brengen.

(ONA Dordrecht inv. 425, geen folionummers)

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 143v: op 2 dec. 1692 comp. voor schepenen van Dordrecht mr. Roelof Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht, Johan van Neurenburgh, schepen in wette en thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en tevens procuratie hebbende van Mattheus Trip, te Amsterdam, samen executeurs-testamentair van Johanna Trip, en speciale procuratie hebbende van Johan Munter, raadsheer in het Hof van Holland, als man van Margrieta Trip, Jacob en Louis Trip, Nicolaes Kalckoen, als man van Margrita Trip, Louis Trip en Nicolaes Kalckoen samen vervangende Johanna en Cicilia Trip, alsmede Jacob Trip Samuelsz., Christina van Beveren, weduwe van Johan Reepmaker, Margrieta en Louis van Neurenburgh en Dirck van Nooij, als man van Johanna van Neurenburgh, Jonas de Jongh, als vervangende de twee kinderen van wijlen Jacob van Neurenburgh, en Anthonij de Sondt, en Jonas de Jongh nog als man van Johanna de Sont, Johan van der Voort, als man van Anna Jacoba Valckenier, en tevens vervangende Nicolaes Six, als man van Emmerentia Valckenier, en nog als procuratie hebbende van de weesmeesters van Amsterdam, als oppervoogden van de kinderen van wijlen Margrieta Trip, van wijlen Anna Maria Trip en die van wijlen Johan Reepmaker. De comparanten verkopen voor 4700 gl. aan Johan op de Beecq, koopman te Dordrecht, een his met woonhuis en wijnkelder in de Wijnstraat tegenover de IJzeren Waag, staande tussen het huis van juffr. Roerom en de ’s Heer Boeijenstraat. 

Kinderen (volgorde gedeeltelijk onzeker): 

a. Maria van Neurenbergh, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1655), trouwde NG Dordrecht 26 sept./12 okt. 1655 Dirck de Sondt Anthonisz., gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1623, jongman van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1655), koopman te Dordrecht, zoon van Anthonie Pietersz. de Sont en Adriaenken Diricx

Kind:

a-1. Anthonij de Sondt, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1656

b. Guiliame, gedoopt NG Dordrecht okt. 1638, jong overleden 

c. Margarita van Neurenbergh, gedoopt NG Dordrecht aug. 1640, ongehuwd

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 191: op 21 febr. 1719 verkoopt Margrita van Neurenberg, meerderjarige, ongehuwde persoon, wonende in Dordrecht, voor 100 gl. aan Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, een lakenraam met zijn opstal, staande buiten de Sluispoort tussen de tuin van de koper en het raam van Rudolff Bremken.

d. Johanna van Neurenbergh, trouwde Dirck van Nooij, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juli 1719 (Dirk van Nooij, veertigraad van Dordrecht, 8 koetsen boven het ordinaris getal, het huis met rouw behangen) 

e. Jacobus van Neurenberg Johansz., jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), koopman, trouwde NG Dordrecht 7/23 okt. 1668 Margrieta van den Honaert, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1668), trouwde 1e Johan Stricke

ONA Dordrecht 197, f. 193v e.v.: inventaris van de goederen, die Jacob van Neurenberch, in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met zijn vrouw, Margrieta van den Honert, overleden op 23 juli 1673, beschreven op 7 nov. 1673 en enige volgende dagen op verzoek van Jacob van Neurenberch, zijn vader Johan van Neurenberch en Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, en ds. Franciscus Dibbetius, als testamentaire voogden over de kinderen van Margieta van den Honert.

Tot de boedel behoren o.a.:

– landerijen in Nieuw-Bonaventura, St. Anthoniepolder,

-drie zoutpannen aan de oostelijke zoutkeet in Zwijndrecht,

-een vierde part in een huisje etc. in Hendrik-Ido-Ambacht,

– de helft van een derde part in een huisje ten zuiden van de asplaats van de negen oostelijke zoutpannen,

– een achtste part in een fluitschip, genaamd “de Maecht van Dordt”, liggende in de Nieuwe Kalkhaven,

– drie negentiende parten in de drie woningen van de pannenboeters in Zwijndrecht,

Schilderijen:

– twee portretten, het ene van mr. Pieter Stricken, nog jong zijnde, het andere van Reijnier Stricken

– een groot schilderij met een neerdalende engel

– twee “vreemde” portretten

– een schilderij met beelden in een vergulde lijst

– een landschap met een vergulde lijst

– een “fruijtagie” met een hoorn

– een “fruijtagie”

– een keuken met een dienstmeid, die vis schoonmaakt, door Schalcken

– een “ruwijntgen” [ruïne]

– een landschapje

– een boerengezelschap

– een doodshoofd

– een klein schilderij

– een toeslaand schilderij, zijnde een altaarstuk

– twee gezelschappen

– nog een gezelschap, iets kleiner

– een groot landschap

– een groot schilderij, “sijnde een turcxe batalie”

– een groot schilderij van de jongelingen in de vurige oven [cf. Daniël 3:21-28]

– een groot schilderij, zijnde een keuken met een hert en fruit

– een groot schilderij met twee koebeesten

– een boerengezelschap van J. Molenaer

Jan Miense Molenaer, Boerengezelschap voor een herberg, ca. 1630

– een schilderij met paardjes

– een klein landschap

– twee landchapjes

– een schilderij van Susanna

– een maneschijntje

– een “fruijtagie”, een prent met een lijst

– twee portetten van Reijnier Stricken en zijn vrouw

– twee portretten van mr. Pieter Stricken en zijn vrouw

– een portret van ingenieur Scharlaecken

– een portret van Margrieta Trip met vergulde lijst

– een schilderij met de kinderen van Johan Stricken en Margrieta van den Honaert

– een klein portret

– de portretten van Jacob van Neurenberch en zijn vrouw in vergulde lijsten

– een toeslaand schilderij van Maria

– een groot landschap

– vier oude portretten

– twee schilderijen

– twee portretten van Johan Stricken en zijn vrouw

– twee portretten van de grootvader en grootmoeder van Johan Stricken

– een portret van mr. Pieter Stricken

– een schilderij “vant geslacht”

– twee landschapjes met paardjes

– een groot landschap

– een vogelkooi

– een “fruijtagie” met tinnen wijnkan

– een grote keuken “sonder lijff”

– de portretten van Reijnier Stricken en zijn vrouw, “gecrionneert”.

– 3 mrt. 1677: Jacob van Neurenbergh, veertigraad en koopman te Dordrecht, passeert zijn testament. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 630 gl. en aan de dienstboden, die bij zijn overlijden bij hem inwonen, elk 100 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn “lieve” kinderen, Johannes en Elisabeth van Neurenbergh, door hem verwekt aan Margareta van den Honaert, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, op voorwaarde, dat bij het overlijden van één van die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk alle goederen, die hij of zij van hem geërfd zal hebben, zal komen aan de langstlevende van hen beiden. Als beide kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, moeten die goederen komen aan de broers en zusters van hem, testateur, t.w. Johan, Louijs, Margareta, Johanna en Jacoba van Neurenbergh, of bij vooroverlijden hun nakomelingen, op voorwaarde, dat zij niet zullen “disponeren” van hun moederlijke goederen ten behoeve van hun verwanten van moeders zijde. De testateur wenst, dat zijn zoon Johannes op zijn erfportie zal aannemen zijn, testateurs, drie zoutpannen in de oostketen, staande onder Hendrik-Ido-Ambacht, voor een somma van 12.000 gl., die zijn zoon dan in de boedel zal moeten inbrengen. Tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn vader Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, en zijn zoon Johan van Neurenbergh jr., koopman te Dordrecht, of de langstlevende van beiden. (ONA Dordrecht inv. 238, f. 91) 

f. Louijs van Neurenbergh

g. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 11 juli 1646

h. Jacoba van Neurenberch, gedoopt NG Dordrecht 9 dec. 1652

ONA Dordrecht inv. 186, f. 190: op 3 mrt. 1677 testeert Jacoba van Neurenberch, ongehuwde persoon, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot erfgenaam van de goederen, die zij geërfd heeft van haar moeder Elisabeth Trip, haar vader Johan van Neurenberch, oud-burgemeester van Dordrecht, en in al hetgeen haar aangekomen is bij overlijden van haar grootmoeder Margrieta de Geer, weduwe van Jacob Trip de oude, en van haar tante Jacobmina Trip, tot erfgenamen haar broers Jacob, Johannes en Louijs van Neurenberch, en haar zusters Margrieta en Johanna van Neurenberch, of bij vooroverlijden hun kinderen. Zij prelegateert aan haar beide zusters al haar juwelen, goud, zilverwerk en kleren, alsmede al het zilverwerk en linnen, dat zij heeft geërfd van haar voornoemde grootmoeder en tante. Zij prelegateert aan haar broer Louijs een bedrag van 100 gl. om daarvoor een gouden ring te kopen. Zij legateert aan Elisabeth, dochtertje van haar broer Jacob, een testamentboekje met gouden sloten, aan Elisabeth, dochtertje van haar broer Johannes, een testamentboekje met gouden sloten, aan de huisarmen van de Waalse gemeente te Dordrecht 200 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 100 gl. en aan Anthonij de Sondt, de zoon van wijlen Marija van Neurenberch, haar zuster, 100 gl.  

i. Johan van Neurenburg, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1655, volgt IV

IV. Johan van Neurenburg,gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1655, jongman van Dordrecht (1674), vele malen burgemeester van Dordrecht tussen 1693 en 1718, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1719 (Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, een wapenbord en drie paar sleepmantels), trouwde NG Dordrecht 9 /25 sept. 1674 Adriana de Sont, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1674), begraven Dordrecht 31 okt. 1727, dochter van Pieter Anthonisz. de Sondt en Margareta Trip

ORA Dordrecht inv. 812 (oud), f. 23v e.v.: op 7 en 9 april 1718 comp. voor schepenen van Dordrecht Johan van Neurenberg, regerende burgemeester van Dordrecht, zowel voor zichzelf nomine uxoris, als procuratie hebbende van enige mede-erfgenamen van wijlen Anthonij de Sond, in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede Adriana Coenen, weduwe van Willem van Claveren, die ook erfgenaam is van haar zuster Lidia Coenen, beiden erfgenamen van Anthonij Coenen, die eveneens een erfgenaam van Anthonij de Sond. De comparanten verkopen voor 1250 gl. aan Martinus van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat staande tussen het huis van Simon Germain en dat van Adolff Lantman.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 45v: op 9 aug. 1720 verkopen ” Andries de Jongh uijt den Oudraad deser Stad, als last en procuratie hebbende van Vrouwe Adriana de Sond, wed.e en Boedelhouster vaden heer Johan van Neurenberg in sijn Ed: leven Borgermeester deser Stad, Vrouwe Johanna de Sond, wed.e en Boedelhouster van wijlen den heer en mr. Jonas de Jongh, nog Juffr. Margrita van Neurenberg meerderjarige ongehuwde Juffr., Soo voor haar selven als Erfgenaam van haar Suster Juffr. van Neurenberg, in haar leven Huijsv: van(de) heer Dirk van Nooij in sijn leven uijt den Veertigen deser Stad. Ende nog als bij legaat het regt verkregen hebbende van Juffr. Elisabeth van Neurenberg; Item d’heer Adriaan van Cloveren, en Juffr. d’heer Johanna van Cloveren, wed.e wijlen Sr. Jan Huttenus beijde als Erfgenamen onder benefitie van Invent. van wijlen den heer Anthonij Coene, in sijn leven ’theserier en in den achte deser Stad alle woonende binnen dese Stad, eenige Erfgenamen van wijlen den heer Anthonij de Sond, in sijn leven uijt den Oudraad deser Stad, en wegens d’selve gecommitteert geweest in ’t Ed.e mogende Collegie vande heeren gecommitteerde Raden” voor 4000 gl. aan Arnoldus Heijnen, koopman te Dordrecht, een groot huis op de Nieuwe Haven, staande tussen een kleiner huis en het huis van Adolf van der Linden, alsmede het kleinere huis, en nog een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande achter het grote huis, alledrie nagelaten door Antonij d’Sond.   

Kinderen (o.a.):

a. mr. Johan van Neurenburg, gedoopt Dordrecht 17 juli 1697 volgt V

V. mr. Johan van Neurenburg, gedoopt NG Dordrecht 17 juli 1697, jongman van Dordrecht (1720), burgemeester van Dordrecht 1747-1748, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 dec. 1749 (mr. Johan van Neurenberg, oud-burgemeester van Dordrecht, op de Nieuwe Haven, laat kinderen na, acht koetsen extra, de grote boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mei 1720 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Amsterdam dd 17 mei 1720, attestatie gegeven op 2 juni 1720)* Rebecca Jacoba van der Voort, gedoopt NG Amsterdam 16 sept. 1696, jonge dochter van Amsterdam en daar wonende (1720), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 aug. 1765 (Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van Johan van Norenborg, laat kinderen na van Amsterdam, ’s avonds om half tien hier bijgezet, met zes flambouwen extra, en met volk erachter),dochter van Joan van der Voort en Jacoba Valckenier

* Trouwboek Amsterdam 17 mei 1720: mr. Johan van Neurenbergh, van Dordrecht en daar wonende, 23 jaar oud, geassisteerd met Adriana de Sont, en Rebecca Jacoba van der Voort, van Amsterdam, 23 jaar oud, wonende op de Keizersgracht, geassisteerd met haar vader Jan van der Voort.

Hij breidde het familiehuis aan de Nieuwe Haven (thans Museum Van Gijn) opnieuw uit en liet het geheel “op onbekrompen wijze” inrichten, o.a. met fraaie gobelins (NNBW).

 

Het huis van Van Neurenburg aan de Nieuwe Haven (foto: A.B. den Haan, dec. 2012)

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 228v: op 1 mei 1726 verkoopt mr. Johan van Neurenberg, koopman te Dordrecht, voor 200 gl. aan Pieter Fornaij, koopman te Dordrecht, een pakhuis in het Lamstraatje, staande tussen de twee huizen van de verkoper in de Hoge Nieuwstraat en het huis van Samuel Sente Vereijck.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 229: op 1 mei 1726 verkoopt mr. Johan van Neurenberg, koopman te Dordrecht, voor 550 gl. aan Jan Hendriksz. Daams, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Hoge Nieuwstraat, staande naast het Lamstraatje.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Johan van Neurenberg, 15 febr. 1721, volgt VI

b. Henrik, 28 mrt. 1722

c. Pieter 5 aug. 1723

d. en e. Jacob Loijs en Adriana Margarita, 29 okt. 1726

f. Anna Jacoba, 29 okt. 1728

g. Adriana Jacoba, 23 aug. 1731

h. Rebecca Jacoba van Neurenberg, 4 jan. 1733, geboren te Dordrecht en wonende op de Nieuwe Haven (1761), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/24 mrt. 1761 (de bruid heeft schriftelijk consent van haar moeder Rebecca Jacoba van der Voort, weduwe van burgemeester Johan van Neurenberg) mr. Jan Wouter Valckenier, heer van Bruchem en Cillaarshoek, geboren en wonende te Amsterdam (1761), trouwde 1e Amsterdam 22 nov. 1743 (ondertrouw) Johanna Drolenvaux, jonge dochter van Leiden en daar wonende (1743)

ONA Amsterdam, archief 5075, inv. 9270, akte 55929: op 23 dec. 1761 testeren mr. Jan Wouter Valckenier, heer van Bruchem en Cillaarshoek, commissaris van Amsterdam, en zijn vrouw Rebecca Jacoba van Neurenburg, wonende te Amsterdam. Zij bevestigen hun huwelijkse voorwaarden, voor zover niet strijdig met hetgeen hierna volgt. De eerststervende van hen beiden maakt aan de langstlevende de gehele inboedel, die hij of zij zal nalaten. Tot erfgenaam van alle overige goederen, hetzij allodiale of “feudale”, benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Zij maken verder, de testateur aan zijn vader, de testatrice aan haar moeder, alsmede aan hun eventuele nog te verwekken kinderen, de legitieme portie. Als er kinderen zullen “nablijven”, dan zullen de goederen van de eerststervende na het overlijden van de langstlevende komen aan die kinderen. Maar als er geen kinderen “nablijven”, dan moeten de goederen (uitgezonderd de inboedel en hetgeen in de huwelijkse voorwaarden is besproken) “komen aen de zijde daer dezelve van daen gekomen zijn”. De testateuren benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. 

ONA Amsterdam, archief 5075, inv. 9272, akte 311526: codicil dd. 14 nov. 1763 van mr. Jan Wouter Valckenier en zijn vrouw Rebecca Jacoba van Neurenburg. Zij bevestigen het testament van 23 dec. 1761 en de huwelijkse voorwaarden, voor zover niet strijdig met hetgeen hierna volgt.  Als hij als eerste komt te overlijden en zijn vrouw gaat hertrouwen en uit dat tweede huwelijk kinderen zal nalaten en uit het huidige huwelijk geen kinderen zal krijgen, zal zij vrij mogen beschikken over alle goederen, die zij van haar eerste man zal erven, ten behoeve van de kinderen uit dat tweede huwelijk. Maar als zij uit dat tweede huwelijk geen kinderen zal nalaten, mag zij aan haar tweede man nalaten het vruchtgebruik van de goederen, die zij van haar eerste man zal erven. Als zij tijdens de ondertrouw komt te overlijden, zal zij aan haar moeder, Rebecca Jacoba van der Voort, insgelijks het vruchtgebruik van die goederen mogen nalaten. De eigendom ervan zullen, als zij geen kinderen zal nalaten, vererven aan de erfgenamen ab intestato van haar eerste man. Als zij de eerststervende is, herroept zij “de conditie wegens het retourneren van haere goederen aen haere zijde, en zulks de substitutie van haere erfgenaemen ab intestato”, zoals gesteld in het voornoemde testament en het huwelijkscontract, en laat zij aan haar man de “vrije dispositie” van hetgeen zij zal nalaten.. 

VI. Johan van Neurenberg jr., gedoopt NG Dordrecht 15 febr. 1721, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1749), burgemeester van Dordrecht, buitenvader en regent van het Armhuis, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 okt. 1792 (mr. Johan van Neurenberg, oud-burgemeester van Dordrecht, op de Nieuwe Haven, laat geen kinderen na, met tien koetsen extra, de hoogste boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 mrt./15 april 1749 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders mr. Johan van Neurenberg en Rebecca Jacoba van der Voort, de bruid met haar moeder Johanna Reepmaker, weduwe van mr. Willem Reepmaker) Johanna Reepmaker, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Drappierskade (1749), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1809 (Johanna Reepmaker, weduwe van oud-burgemeester Johan van Neurenberg, op de Nieuwe Haven A:226, met de lijkkoets, om half tien, 85 jaar, verval)

ORA Dordrecht inv. 1677, f. 60: op 3 sept. 1793 verkoopt Johanna Reepmaker, weduwe en erfgename van mr. Johan van Neurenberg, wonende te Dordrecht, voor 3500 gl. aan Jan Fredrik Noak, koopman te Dordrecht, een pakhuis met open plaats, staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat tussen “zeker Slop” en het huis van Jacob Vriezendorp.

ORA Dordrecht inv. 1679: op 1 april 1802 verkoopt Johanna Reepmaker, weduwe van mr. Johan van Neurenberg, wonende te Dordrecht, voor 2500 gl. aan Francois Jacob Adriaan Pit en Adriaan Pit, wonende te Dordrecht, een koetshuis en een stal voor vijf paarden, getekend A: 530, staande op de Binnenwalevest tussen “zeker slop” en de achterwoning van Jacob Vriesendorp.  

Kinderen:

a. Rebecca Johanna van Neurenberg, gedoopt NG Dordrecht 4 febr. 1752, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mrt. 1768 (Rebekka Jacoba van Neurenberg, op de Nieuwe Haven, overleden te Rotterdam en te Dordrecht ’s avonds om negen uur in stilte bijgezet, met vier flambouwen extra, met een zwarte baar)

b. Willem van Neurenberg, gedoopt NG Dordrecht 14 juni 1754, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 sept. 1765 (het kind van mr. Johan van Neurenborgh, oud-burgemeester van Dordrecht, de ouders leven, stil begraven)

c. Johannes Mattheus van Neurenberg, gedoopt NG Dordrecht 20 juli 1755, achtraad van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 okt. 1781 (Johan Mattheus van Neurenberg, met tien koetsen extra, op de Nieuwe Haven, de ouders leven, ongehuwd, de hoogste boete)