Vink

Generaties I t/m III-d overgenomen van Genealogie Vinck – JohnOoms.nl

I. Wouter Jansz. Vinck, landpoorter van Dordrecht in Grote Lindt, trouwde NN

Kind:

a. Adriaen Woutersz. Vinck, volgt II

II. Adriaen Woutersz. (Arensz.) Vinck, geboren ca. 1527, overleden vóór 21 april 1580, boer in de Grote Lindt, landeigenaar ald., Heerjansdam, Rijsoord, Kijfhoek en Nieuw-Reyerwaard onder Ridderkerk, schout van de Grote Lindt, 1561, waarsman 1562, hoogheemraad van de Zwijndrechtse Waard 1568, schout te Kijfhoek 1568, heemraad van de Ziedewij 1573, trouwde vermoedelijk Jorisken Willemsdr.

Kind:

a. Adriaen Adriaensz. Vinck, volgt III

III. Adriaen Adriaensz. Vinck, geboren ca. 1547, overleden vóór 18 mrt. 1616, boer in de Grote Lindt, schout van De Lindt 1601-1607, trouwde Brechtken Gielisdr. van Gameren, geboren ca. 1553, overleden 29 mrt. 1619, dochter van Gillis Baerntsz. van Gameren en Adriaentge Adriaen Jacobsdr.

ONA Dordrecht inv. 53, f. 54: op 28 okt. 1616 verleent Brechtgen Gillisdr., weduwe van Adriaen Adriaensz. Vinck, wonende in de Lindt, procuratie aan haar zoon Adriaen Adriaensz. Vinck, burger van Dordrecht, om aan Cornelis de Spotten te transporteren de helft van een huis, staande bij de Grote Kerk omtrent de Mannenstraat tussen het huis van Gijsbrecht Gheeritsz. kleermaker en het huis en de mouterij van Reijer Geeritsz. en Geeraert Walen korenkopers, van welk huis aan Vinck de wederhelft toebehoort.

Kinderen:

a. Adriaen Adriaensz. Vinck, geboren in De Lindt naar schatting ca. 1580, volgt IV

b. Jan, gedoopt NG Dordrecht 28 aug. 1583

c. NN, gedoopt NG Dordrecht dec. 1593

d. Gillis Adriaensz. Vinck, schout van de Grote Lindt (ONA Dordrecht inv. 298, f. 156, akte dd 28 mei 1667), trouwde Marichien Jansdr. van der Linden, dochter van Jan Daemen van der Linden en Sijke Lenertsdr. Cranendonck

ONA Dordrecht inv. 54, f. 101v: op 28 nov. 1619 comp. Gillis Jansz. Hellebuijck, wonende in Den Haag, als procuratie hebbende van Clara van Percijn, weduwe van Charles de Trello, Ridder etc. en van Sara van Trello, weduwe van kolonel jonkheer Frederick van Dorp, voor zichzelf en procuratie hebbende van jonkheer Jacob van Trello, haar broer, en Lucretia en Barbara van Trello en jonkheer Franchoijs van Santen, als man van Walborch van Trello, allen kinderen van voornoemde Clara van Percijn. De comparant verklaart, dat hij in pacht gegeven heeft aan Gillis Adriaensz. Vinck, schout van de Grote Lindt, de helft van drie vierde delen van de inkomsten van de heerlijkheid van de Grote Lindt, zowel van de Noorden- en de Nesselanden, als de visserij, de zoutwinning en anderszins, waarvan de verpachters het vruchtgebruik hebben. De pacht zal 20 jaar duren en de pachter zal ervoor het eerste jaar 400 gl. en voorts ieder jaar 90 gl. betalen. Adriaen Adriaensz. Vinck stel zich borg voor zijn broer Gillis.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 11: op 12 jan. 1669 comp. Leendert Vinck, schout van de Grote Lindt, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Pieter Sandersz. Jongejan, als man van Janneken Gillisdr. Vinck, Arijen Claesz. Goutswaert, als man van Sijchien Gillisdr. Vinck, en Isaack Ariensz. Maesdam, als man van Reijnsburch Gillisdr. Vinck, en tevens vervangende de kinderen van Ariaentgen Gillis Vinck, samen erfgenamen van Gillis Ariensz. Vinck en Maeijcke Jans, hun vader en moeder resp. hun grootmoeder, enerzijds en Cornelis Hendriksz. van der Linde, als man van Brechien Jans, dochter van Marichien Gillisdr. Vinck, mede-erfgename van Gillis Vinck en Maeijcke Jans, anderzijds. De tweede comparant heeft rekening gedaan van de goederen, die hem zijn aanbestorven bij overlijden van Gillis Vinck en Maeijke Jans en zijn oudtante Marichien Ariensdr. Vinck.

Kinderen (volgorde onzeker):

d-1. Leendert Gillisz. Vinck, geboren ca. 1620, schout en secretaris van de Grote Lindt, trouwde Aechien Bastiaens

ONA Dordrecht inv. 62, f. 41: op 18 febr. 1647 leggen Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt, 27 jaar oud, en Jacob Jacobsz., visser in de Lindt, 50 jaar oud, een verklaring af op verzoek van Johan van Alckemade, heer van Berckenroede en ambachtsheer van de Grote Lindt.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 20: op 12 mei 1685 verkoopt Aechien Bastiaens, weduwe van Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van de Lindt, voor 1400 gl. aan Jacobus van Tricht, mr. mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen en dat van de weduwe van Dionisius van der Dack. De koper is schuldig aan Pieter doe [sic] Hooghlander een somma van 1000 gl.

d-2. Janneken Gillisdr. Vinck, trouwde 1e Jacob NN (Palinck?), 2e Pieter Sandersz. Jongejan

ONA Dordrecht inv. 333, f. 186: op 10 juni 1669 maken Pieter Sandersz. Jongejan en Janneken Gillisdr. Vinck, echtelieden wonende in Nieuwenhoorn in het Land van Voorne, hun testament. Zij herroepen een eerder testament, dat zij hebben gepasseerd ten overstaan van notaris A. de Haen te Dordrecht. De testateur legateert aan de diaconie-armen van Nieuwenhoorn ongeveer 4 hont weiland en benoemt tot zijn erfgenamen de kinderen van Samuel Jansz., verwekt bij Soetgen Thijsdr., zijn nicht, op voorwaarde, dat Soetgen van de goederen, die hij nalaten zal, het vruchtgebruik zal hebben. Hij prelegateert aan haar al zijn kleren van wol en linnen. Hij maakt aan zijn voornoemde erfgenamen een huis in Nieuwenhoorn, staande tegenover de kerktoren. De erfgename van zijn vrouw zullen behouden een huis in de Grote Lindt, met ongeveer anderhalve hont boomgaard. Het huis, waarin zij wonen, zal na het overlijden van de langstlevende van hen beiden onderling verdeeld worden door hun beider erfgenamen. Zij prelegateren aan de zoons van de testatrice, Gillis Jacobsz. Vinck alias Palinck en Leendert Jacobsz. Palinck of bij vooroverlijden hun kinderen, ongeveer 4 morgen weiland in de Grote Lindt, liggende naast het land van de schout van Grote Lindt, Leendert Vinck, de broer van de testatrice, genaamd Schiltmansland en 7 gemeten weiland in de Nieuwe Gote [bij Nieuwenhoorn] tegenover de Schutskooi aan het einde van de dijk. Zij prelegateren aan Gillis en Leendert Palinck nog een stuk weiland in Spijkenisse, liggende naast het land van Arijen Claesz. Goutswaert. Als de testateur de langstlevende is, zal hij mogen gebruiken de 7 gemeten land in de Nieuwe Gote, mits hij daarvoor aan haar erfgenamen 48 gl. per jaar pacht zal betalen. Zij prelegateren aan de kinderen van de testatrice al haar wollen en linnen [kleren], al haar zilverwerk en twee boeken, die met zilver zijn beslagen. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar twee zoons of bij vooroverlijden hun kinderen. Als voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt de testateur aan Maerten Prickman, wonende in Brielle, en Leendert Palinck, en de testatrice schout Leendert Vinck en de langstlevende van haar kinderen.

ONA Dordrecht inv. 334, f. 326: op 12 dec. 1670 verklaart Pieter Sandersz. Jongejan, wonende in Nieuwenhoorn in het Land van Voorne, als man van Janneken Gillisdr. Vinck schuldig te zijn aan Hugo Knoop, schoolmeester te Grote Lindt, een somma van 700 gl., die hij ten behoeve van zijn vrouw of haar zoon Gillis Jacobsz. Vinck ontvangen heeft. Hij, de comparant, Gillis Jacobsz. Vinck en Leendert Jacobsz. Palinck, beiden kinderen van Janneken Gillisdr. Vinck, beloven de 700 gl. met de verlopen interest een jaar na Jannekens overlijden aan Knoop terug te betalen.

ONA Dordrecht inv. 336, f. 442: op 2 dec. 1672 verklaart Pieter Sandersz. Jongejan, wonende te Nieuwenhoorn in het Land van Voorne, dat hij op 10 juni 1669 ten overstaan van notaris Johannes Hellu te Dordrecht samen met zijn vrouw Janneken Gillisdr. Vinck heeft gemaakt een testament, dat hij nu wil bevestigen, uitgezonderd een legaat voor de diaconie-armen, inhoudende ongeveer vier hont weiland in Nieuwenhoorn in de Nieuwe Geute in de Slicklantsenhouck in de hoek van de weg bij de stee van Huijch Willemsz. Hij wil genoemd land nu legateren aan zijn vrouw Janneken Gillisdr. Vinck.

Kinderen (ex 1)

d-2-1. Gillis Jacobsz. Vinck alias Palinck

d-2-2. Leendert Jacobsz. Palinck, penningmeester van het oosteinde van de Hoge Nes (ONA Dordrecht inv. 254, f. 261, akte dd 17 april 1673)

d-3. Sijchien Gillisdr. Vinck, geboren ca. 1620, trouwde Arijen Claesz. Goutswaert, dijkgraaf van de Oude en Nieuwe Uitslag van Putten 1660-1680

d-4. Reijnsburch Gillisdr Vinck, trouwde Isaack Ariensz. Maesdam, vermoedelijk boer te Maasdam

ONA Dordrecht inv. 62. f. 1051: op 16 dec. 1649 testeren Isaack Adriaensz. Maesdam en zijn vrouw Rijnsburch Vinck Gillisdr., wonende te Maasdam. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam van alle goederen, die de eerststervende van hen beiden nalaten zal, inclusief het landbouwgereedschap, en tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. Voorwaarde daarbij is, dat de langstlevende hun kinderen zal blijven onderhouden tot hun achttiende jaar of het moment, waarop zij gaan trouwen en hun dan zal schenken diverse stukken land in Nieuw-Bonaventura, en hij, testateur, als hij de langstlevende is, zal hun dan nog geven een somma van 500 gl. Als zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, of wanneer hun kinderen voor hun achttiende jaar of huwelijk zullen overlijden, zal de testatrice, als zij de eerststervende is aan haar erfgenamen ab intestato nalaten een stuk land van 6 morgen 4 hont land in Nieuw-Bonaventura, of in geld een somma van 4000 gl., al naar gelang haar man daarvoor kiest. Indien de testatrice de langstlevende is zal zij aan de erfgenamen ab intestato van haar man een stuk land van 11 morgen in Nieuw-Bonaventura geven.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 120: op 1 april 1667 testeren Isaack Adriaensz. Maesdam en zijn vrouw Rijnburch Vinck Gillisdr., wonende op Maasdam. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat hij of zij hun kinderen zal onderhouden tot hun 18de jaar of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 9000 gl. of landerijen naar zijn of haar keuze zal schenken. Als hij of zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende een stuk land van 6 morgen geven.

d-5. Ariaentgen Gillisdr. Vinck, trouwde NN

ONA Dordrecht inv. 54, f. 57: op 29 mrt. 1619 testeert Reijnsborch Gillisdr., weduwe van Leendert Willemsz. Capiteijn, wonende te Ridderkerk. Zij legateert o.a. aan Adriaentgen Ariensdr. een somma van 400 gl. en aan Adriaentgen Gillisdr. Vincken een somma van 300 gl.

d-6. Marichien Gillisdr. Vinck, trouwde Jan NN

Kind:

d-6-1 Brechtgen Jans, trouwde Cornelis Hendriksz. van der Linde

e. Marichien Ariensdr. Vinck. ongehuwd, overleden ca. 1665

ONA Dordrecht inv. 223, f. 3: op 5 jan. 1663 schenkt Maritgen Adriaensdr. Vinck, wonende te Dordrecht, aan haar neef Goris Vinck, zoon van wijlen Elias Vinck, “het provenue ofte overschietende penningen die sij … jaerlijcx haer leven lanck geduijrende minder tot haer onderhout compt te verteren als de somme van [399] car.gulden”, die de kinderen van wijlen Jacob Vinck, de kinderen van wijlen Adriaen Vinck en de kinderen van wijlen Gillis Vinck, elk voor een derde part gehouden zijn aan haar gedurende haar leven uit te keren. Comp. mede haar neef kapitein Adriaen Vinck, als oom en voogd van Goris Vinck, die verklaart genoemde donatie inter vivos te accepteren.

ONA Dordrecht inv. 250, f. 19: op 17 febr. 1668 comp. voor een Dordtse notaris Adriaen Jacobsz. Vinck, Bastiaen Adriaensz. Baes, als man van Reijnsburch Jacobsdr. Vinck, Pieter Adriaensz. van Noort, als weduwnaar van Ariaentie Jacobsdr. Vinck en voogd over haar kinderen, allen kinderen van wijlen Jacob Vinck, Arien Jansz. Cuijper, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Jansz. Cuijper, Aert Franckot, als man van Aeltie Jansdr. Kuijpers, allen kinderen van Marijken Ariensdr. Vinck, Adriaen Vinck, Floris de Rou, als man van Aeltie Vinck, Hendrick Veltman, als man Maria Vinck, Lenert [Gillisz.] Vinck, schout van de Grote Lindt, als voogd over Jan, Elias, Huijbert en Brechtien Vinck, allen kinderen van wijlen Adriaen Vinck, tevens voor zichzelf en vervangende Pieter Sandersz. Jongejan, als man van Janneken Gillisdr. Vinck, Adriaen Claesz. Goutswaert, als man Sijtgen Gillisdr. Vinck, Isaack Ariensz. Maesdam, als man van Reijnborch Gillisdr. Vinck, en de kinderen van Ariaentgen Gillisdr. Vinck en de kinderen van Maritgen Gillisdr. Vinck, en nog Lenert Vinck als voogd over de kinderen van wijlen Elias Vinck, allen kinderen en kindskinderen van Gillis Vinck, allen erfgenamen van Maritgen Adriaensdr. Vinck, resp. hun tante en oudtante. De comparanten verklaren goedgekeurd te hebben de donatie, die Maritgen Adriaensdr. Vinck gemaakt heeft t.b.v. Goris Vinck, zoon van Elias Vinck, op 5 jan. 1663 ten overstaan van A. de Haen, notaris te Dordrecht, en dat zij de goederen, die Maritgen nagelaten heeft, onderling verdeeld hebben.

f. Jacob Vinck, trouwde Trijntgen Boudewijns (ONA Dordrecht inv. 11, f. 267, akte dd 8 febr. 1614)

Kinderen:

f-1. Adriaen Jacobsz. Vinck

f-2. Reijnsburch Jacobsdr. Vinck, trouwde Bastiaen Adriaensz. Baes

ONA Dordrecht inv. 246, f. 314: op 27 mei 1661 maken Bastiaen Adriaensz. Baes en zijn vrouw Reijnborch Jacobsdr. Vinck, wonende te Cromstrijen onder Klaaswaal, hun testament. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of tot wanneer zij gaan trouwen en hun dan onder hen allen een somma van 1000 gl. uit te keren. Als de eerststervende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen van de eerststervende een bedrag van 500 gl. uitreiken.

f-3. Ariaentie Jacobsdr. Vinck, trouwde Pieter Adriaensz. van Noort

IV. Adriaen Adriaensz. Vinck, geboren ca. 1579, van De Lindt (1606), trouwde NG Dordrecht 23 juli/20 aug. 1606 (proclamatie in De Lindt) Aelken Elias (van Walscappel), van ‘s-Hertogenbosch (1606), dochter van Elias van Walscappel en Sophia Cornelisdr.

ONA Dordrecht inv. 54, f. 85v: op 13 sept. 1619 verklaart Sophia Cornelisdr., weduwe van Elias van Walscappel, geassisteerd met haar schoonzoon Adriaen Adriaensz. Vinck, dat Hendrick de Moor, haar schoonzoon, als man van Anneken Eliasdr. van Walscappel, haar dochter, samen met Franchijntgen en Aeltgen Eliasdrs. van Walscappel, haar andere dochters, ermee in stemmen, dat zij na haar overlijden uit haar na te laten goederen elk een bedrag van 1000 gl. zullen ontvangen, ter compensatie van de 7000 gl., die zij aan haar zoon wijlen Cornelis Eliasz. bij zijn huwelijk heeft gegeven, terwijl haar dochters elk maar 6000 gl. hebben gekregen.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 61v e.v.: op 29 sept. 1632 verkopen Jan Geeritsz. van Eck, als man van Jenneken Eliasdr. van Walscappel, Francina van Walscappel Eliasdr., weduwe van Huijbert Claesz., Adriaen Vinck, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Aeltgen van Walscappel Eliasdr., en Adriaen Adriaensz. Vinck de jonge, allen erfgenamen van Sophia Cornelisdr., weduwe van Elias van Walscappel, aan ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “Rosbeijert”, staande tussen het huis van Theunis Geeritsz. speldenmaker en dat van Oth Willemsz. speldenmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2350 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. Swanenburch en Pieter Gillisz. Boedoncq, burgers van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 78, f. 28: op 7 mrt. 1639 legt o.a. Adriaen Adriaensz. Vinck, opziener van de slikschepen, ongeveer 60 jaar oud, op verzoek van de dekens en achtmannen van het St. Jansgilde te Dordrecht, een verklaring af.

Kinderen:

a. Adriaen Adriaensz. Vinck, geboren naar schatting ca. 1610, volgt V

b. Ellias Vinck, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, notaris te Dordrecht, geadmitteerd 5 nov. 1654, trouwde 1e Theodora van de Schelde, overleden op het Recief de Pernambuco in Brazilië vóór 18 aug. 1644, 2e naar schatting ca. 1650 Margareta Croes

ONA Dordrecht inv. 61, f. 166v: op 18 aug. 1644 verleent Daniël van de Schelde, kamerbewaarder van de hoogparticipanten van de WIC (kamer Amsterdam), als vader en erfgenaam ab intestato van Theodora van de Schelde, de overleden vrouw van Elias Vinck, burger van Dordrecht, die is overleden op het Recief van Pernambuco in Brazilië, procuratie aan Hendrick Cock, boekhouder van de WIC (kamer van de Maese) te Dordrecht, om in ontvangst te nemen van zijn, comparants, schoonzoon een somma van 3000 gl., die Vinck aan hem schuldig is wegens de nalatenschap van zijn overleden vrouw, overeenkomstig een akte verleden door Vinck ten overstaan van notaris J. van Casteel te Recief van Pernambuco op 30 aug. 1641.

ONA Dordrecht inv. 41, f. 318: op 17 sept. 1644 verklaart Elias Vinck, gewezen commissaris de vivres in Brazilië op het Recife de Pernambuco, nu wonende te Dordrecht, dat hij overgedragen heeft aan [NN] al hetgeen hij van de bewindhebbers van de WIC of van anderen tegoed heeft en dat in mindering van hetgeen hij aan [NN] schuldig is.

ONA Dordrecht inv. 41, f. 320 en 325: op 23 sept. 1644 stellen Adriaen Vinck de oude en Adriaen Vinck de jonge, wijnkoper, zich borg voor Elijas Vinck, resp. hun zoon en broer, gewezen commissaris van de vivres op het Recife in Brazilië, in dienst van de bewindhebbers van de WIC en zulks voor de lichting van 1700 gl. 18 st., die Elijas van de Compagnie tegoed heeft.

Kinderen:

b-1. Brechije Vinck, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1655

ONA Dordrecht inv. 333, f. 178: overeenkomst dd 6 juni 1669 tussen Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van Grote Lindt, als voogd over het weeskind van Elias Vinck, genaamd Brechien Vinck, ongeveer 13 jaar oud, en Pieter Melsz. Nicker, witwerker en burger van Dordrecht. Zij zijn overeengekomen, dat Brechien voortaan ten huize van Nicker onderhouden zal worden tot zij mondig is geworden of totdat zij zal gaan trouwen, en dat Nicker haar zal laten naaien. Vinck belooft aan Nicker daarvoor 130 gl. en een zak tarwe te betalen. Als Vinck voor Brechiens mondigheid of huwelijk komt te overlijden, benoemt hij bij dezen tot haar voogd haar aangetrouwde neef Floris de Rouw.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 220, op 19 febr. 1726 verkoopt Bregje Vinck, bejaarde ongehuwde persoon, “matres”in het Weeshuis van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar neef Johannes Verpoorte, voor 440 gl. 15 st., aan Cornelis Evenwel, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Arnoldus van der Planck en dat van de weduwe Aardenbroeck.

b-2. Goris Vinck

c. Brechien Vinck

d. Maeijken Adriaensdr. Vinck, van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1637), trouwde NG Dordrecht 3 mei 1637 (ondertrouw, per schrijven van Zwijndrecht) Jan Lambertsz., weduwnaar van Zwijndrecht wonende ald. (1637), gareelmaker, trouwde 1e Willemijntgen Jacobs

ONA Dordrecht inv. 90, f. 773: op 5 okt. 1652 testeren Jan Lambrechtsz. en Maijken Ariensdr. Vinck, echtelieden wonende te Zwijndrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Indien de testateur de eerststervende is, moet zij aan hun kinderen en testateurs voorzoon onder hen allen een bedrag van 1200 gl. uitkeren. Als zij de eerststervende is, moet hij aan hun kinderen onder hen allen een bedrag van 1600 gl. uitreiken. Als al hun kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, moet de langstlevende van hen beiden aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende van hen beiden een somma van 1000 gl. uitkeren. Tot voogden benoemen zij de langstlevende, alsmede haar broer Adriaen Vinck en zijn zwager Maerten Gillisz. van der Pijpen.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 235: op 28 aug. 1657 testeren Jan Lambertsz. en zijn vrouw Maijken Adriaensdr. Vinck, wonende te Zwijndrecht. De testateur verklaart zijn aan zijn voorzoon, Jacob Jansz., door hem verwekt bij zijn vorige vrouw Willemijntgen Jacobsdr., of bij vooroverlijden diens nakomelingen, te legateren een somma van 400 gl. De testateuren benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam, op voorwaarde, dat hij of zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een somma van 1200 gl. zal uitkeren. Als hij of zij gaat hertrouwen, moet de langstlevende van beiden aan hun kinderen onder hen allen nog eens een bedrag van 1500 gl. uitkeren. Zij benoemen tot voogden de langstlevende van hen beiden, alsmede Adriaen Vinck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, resp. hun broer en zwager.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 507: op 21 dec. 1658 testeert Jan Lambertsz., wonende op Zwijndrecht. Hij prelegateert aan zijn nakinderen Lambert, Adriaen, Pieter en Aeltgen Jans, door hem verwekt bij wijlen Maeijken Arijensdr. Vinck, onder hen allen een bedrag van 1500 gl. Hij benoemt tot erfgenaam zijn voorzoon Jacob Jansz. en zijn vier nakinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Tot voogden over zijn minderjarige erfgename stelt hij aan zijn zwagers Maerten Gillisz. van der Pijpen en Adriaen Vinck.

V. Adriaen Adriaensz. Vinck, geboren naar schatting ca. 1610, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1636), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht 9 nov. 1636 (ondertrouw) Pieternelle Damast, jonge dochter uit Vlaanderen wonende op de Hoge Nieuwstraat (1636)

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 74v e.v.: op 14 nov. 1668 verklaren Adriaen Vinck wijnkoper, Jan Vinck kuiper, Floris de Rouw, als man van Aeltgen Vinck, Maria Vinck, weduwe van Hendrick Veltman, en Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van de Grote Lindt, als testamentaire voogd over Elias, Huijbrecht en Brechtgen Vinck, tevens vervangende zijn medevoogd, Adriaen Jacobsz. Vinck, samen kinderen en erfgenamen van kapitein Adriaen Vinck de oude, wijnkoper, dat bij de scheiding van diens nalatenschap aan voornoemde Adriaen Vinck [jr.] wijnkoper is toebedeeld een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diederich Hoeuft, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Leendert Gillisz. Vinck. Adriaen Vinck is schuldig aan de erfgenamen van kapitein Adriaen Vinck de oude een bedrag van 900 gl., wegens zekere “cessie”, door Petronella Jansdr., weduwe van Jan Jansz. aan Adriaen Vinck de oude gedaan, alsmede een bedrag van 3000 gl. aan Leendert Gillisz. Vinck, als testamentaire voogd over Elias, Huijbrecht en Brechtgen Vinck, de minderjarige kinderen van Adriaen Vinck, zijn broers en zuster. Hij verbindt hiervoor het aan hem toebedeelde huis op de Groenmarkt.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 69: op 2 mrt. 1669 verklaren Jan Vinck, Floris de Rouw, als man van Aeltgen Vinck, en Leendert Vinck, schout van de Grote Lindt, als voogd over de minderjarige kinderen van kapitein Adriaen Vinck, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Vinck. De comparanten verklaren, dat hun vader gedurende vijf achtereenvolgende jaren is geweest kapitein van het tweede vaandel van Dordrecht en dat notaris Adriaen de Haen als gemachtigde van de voogden van de weeskinderen van wijlen Abraham de Gelder, secretaris van de krijgsraad te Dordrecht, “sustinerende is dat voor ijder jaer van de voorsz. compagnie” door hen, comparanten, als erfgenamen van hun vader aan hem, Adriaen de Haen, in zijn voornoemde hoedanigheid, betaald zou moeten worden een bedrag van 370 gl. Zij menen echter te weten, dat hun vader het kapiteinschap heeft aanvaard op voorwaarde, dat hij daarvoor ten behoeve van de kolonels niet meer zou hoeven betalen dan 300 gl. per jaar ofwel 1500 gl. voor vijf jaar. Zij hebben dat bedrag aan De Haen betaald op voorwaarde, dat indien de kolonels “mochten comen te verstaen dat sij … voor ijder jaer revenu meerder als [300 gl.] … mosten betalen”, zij die verhoging aan De Haen zouden betalen.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 336: op 25 okt. 1669 testeert Petronella Jansdr., weduwe van Jan Jansz., wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar neef en nicht Adriaen en Maria Vinck een bedrag van 1 gl. 10 st. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neven en nichten Aeltgen, Jan, Elias, Huijbert en Brechien Vinck, kinderen van wijlen Adriaen Vinck of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.

ONA Dordrecht inv. 336, f. 384: op 20 sept. 1672 verklaart Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, dat hij op 14 nov. 1668 ten behoeve van Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van de Grote Lindt, als testamentaire voogd van Elias, Huijbrecht en Brechien Vinck, zijn, Adriaens, broers en zuster, verleden heeft een schuldbrief van 3000 gl., verzekerd op zijn huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diederick Hoeuft en dat van Leendert Gillisz. Vinck, welk huis is verhuurd aan Arent Boonen voor 330 gl. per jaar.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 59v: op 20 juli 1673 verkoopt Nicolaes van Cerff, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, voor 5975 gl. aan Arent Boonen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diderich Hoeufft en dat Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aeltje Vinck, jan. 1636, trouwde NG Dordrecht 4 april 1660 Floris de Rouw

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 27v: op 17 mei 1689 verkopen Cornelis Adriaensz. de Veer, Cornelis Brevoort, zoon van Marijke Ariensdr. de Veer, en Jan Jansz. Kelck, zoon van Cornelia de Veer, samen kinderen en kindskinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, voor 380 gl. aan Aeltie Vinck, weduwe van Floris de Rouw, burgeres van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Frans van der Schaer en dat van Jacobus Hermens.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 6: op 27 jan. 1691 verkopen Pieter Jansz. van der Clocq, mr. metselaar en burger van Dordrecht, en Anna van der Waert, weduwe van Nicolaes Blijenburgh, halfbroer en -zuster, samen erfgenamen van hun vader Gerrit jansz. van der Waert, voor 210 gl. aan Aeltje Vinck, weduwe van Floris de Rou, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Leendert Schift en dat van Annighje Davids.

b. Arien Vinck, 8 sept. 1637, jongman van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1668), koopman van wijnen, trouwde NG Dordrecht 17 juni 1668 (ondertrouw) Belia van Wijngaertstraeten, geboren ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1668), dochter van Jacob van Wijngaertstraten en Josina van der Nath

ONA Dordrecht inv. 253, f. 195: summiere staat dd 14 dec. 1671 van de goederen, die zijn nagelaten door Josina van der Nath, weduwe van Huijbert Schalck. Tot de boedel behoren:

een huis op de hoek van de Tolbrug, nog onverkocht en getaxeerd op 5000 gl.

roerende goederen, geprelegateerd aan haar dochter Belia van Wijngaertstraten, de vrouw van Adriaen Vinck 230 gl. 10 st.

Adriaen Vinck is schuldig aan de boedel 1300 gl.

idem voor een jaar interest 58 gl. 10 st.

Geeman van Cappel is schuldig voor een jaar huishuur 127 gl. 10 st.

De baten bedragen derhalve 6716 gl. 12 st. Verminderd met de lasten, die 2485 gl. 6 st. 4 penn. bedragen, resteert 4251 gl. 5 st. 12 penn. Daarvan is aan Belia van Wijngaertstraten geprelegateerd 1630 gl. 12 st. Resteert een bedrag van 2820 gl. 13 st. 12 penn., dat verdeeld moet worden tussen Belia van Wijngaertstraten en Gerard van der Thuijnen, weeskind van Machellijna van Wijngaertstraten, bedragende voor ieder een somma van 1410 gl. 6 st. 14 penn.

ONA Dordrecht inv. 256, f. 32, akte dd 23 mrt. 1676: voorwaarden, waarop Belia van Wijngaartstraten, de vrouw van Adriaen Vinck, en Willem van der Thuijnen, weduwnaar van Machtelijna van Wijngaartstraten, als vader van zijn minderjarige zoon, bij zijn vrouw verwekt, samen erfgenamen van Josijna van der Nath, laatst weduwe van Huijbrecht Schalck [en eerder van Jacob van Wijngaartstraten], willen verkopen een huis op de [Groen]markt, staande tussen de Tolbrug en het huis van Dirck Spruijt.

De inventaris van de nalatenschap van Josina van der Nath (ONA Dordrecht inv. 253, f. 185, dd 14 dec. 1671) vermeldt nog o.a.

een schilderij, zijnde het portret van wijlen Cornelis Schalck, een getekend scheepje, een “fruijtagie”, een schilderij, zijnde Postuerties [?] van Hooghstraten, en een schilderij , zijnde een kasteeltje.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 67 e.v.: op 28 mrt. 1684 verkopen Belia van Wijngaertstraeten, weduwe van Adriaen Vinck, Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, als voogden over Gerardt van der Thuijnen, minderjarige zoon van Magtalina van Wijngaertstraeten, bij haar verwekt door Willem van der Thuijnen, samen erfgenamen van Johanna [Josina] van der Nath, in haar leven laatst weduwe van Huijbrecht Schalck, voor 3525 gl. aan Johannes van der Hoff, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de Tolbrug en het huis van Geeman van Cappel.

ONA Dordrecht inv. 281, f. 234: op 22 jan. 1687 verklaren Alida de Roovere en Pompeus de Roovere, burgemeester van Dordrecht, dat zij, aangezien Trijntgen Melsen overleden is, de 17de woning op de Arend Maartenshof vergunnen aan Belia van Wijngaertstraten, weduwe van Adriaen Vinck, op voorwaarde, dat zij daarvoor aan de rentmeester van de Arend Maartenshof zal betalen een somma van 325 gl.

Kinderen:

b-1. Josina Vinck, gedoopt NG Dordrecht 15 nov. 1672, trouwde NG Dordrecht 5 nov. 1712 Johannes van den Broek

b-2. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 18 dec. 1673

c. Jan Vinck, geboren naar schatting ca. 1639, onderkuiper op het schip “Saxenberch” van de VOC (kamer Amsterdam), OSP, overleden ca. 1672

ONA Dordrecht inv. 336, f. 150: op 2 april 1672 testeert Jan Vinck, die voornemens is naar Oot-Indië te vertrekken. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn broers en zusters Adriaen, Aeltgen, Maria, Elias, Hubertus en Brechien Vinck, of bij vooroverlijden hun kinderen. Voorwaarde is, dat Maria Vinck vooraf uit zijn nalatenschap zal krijgen een somma van 80 gl., waarvan hij wil, dat zijn zwager Floris de Rouw haar tot haar noodzakelijk onderhoud zoveel zal verstrekken als hij nodig oordelen zal. Hij benoemt Floris de Rouw ook als voogd over zijn minderjarige erfgenamen.

ONA Dordrecht inv. 339, f. 62: op 11 mrt. 1675 verlenen Floris de Rouw, als man van Aeltie Vinck, Maria, Elias, Huijbert en Brechie Vinck, broers en zusters en erfgenamen ab intestato van Jan Vinck, die drie jaar eerder met het schip “Saxenberch” van de VOC (kamer Amsterdam) als onderkuiper is gevaren naar Oost-Indië en op dat schip is overleden, tevens vervangende hun broer Adriaen Vinck, procuratie aan Jan de Haes, koopmansbode van Amsterdam op Dordrecht, om van de bewindhebbers van de VOC (kamer Amsterdam) in ontvangst te nemen een somma van 271 gl. 12 st., die zij als erfgenamen van Jan Vinck tegoed hebben.

d. Maria Vinck, aug. 1640, trouwde NG Dordrecht 4 aug. 1663 Hendrik Veltman

ONA Dordrecht inv. 298, f. 154: op 30 mei 1667 testeren Henrick Veltman en zijn vrouw Maria Vinck, die ziek in bed ligt, burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 7: op6 febr. 1723 verkoopt Maria Vink, weduwe van Hendrik Veltman, voor 500 gl. aan Claas Sliep een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerksteiger, staande tussen het huis van de weduwe van Nicolaas Rittinghuijsen en dat van de weduwe van Bartholomeus van der Star.

e. Elias Vinck, 10 juni 1640, wijnkopersknecht of kelderknecht van Rosetta Belliaert, weduwe van Willem Oudeman (ONA Dordrecht inv. 281, f. 234, akte dd 6 jan. 1670)

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 66v: op 13 mei 1698 verkopen Aaltje Vinck, weduwe van Floris de Rou, en Maria Vinck, weduwe van Hendrick Veltman, erfgenamen van hun broer Elias Vinck, voor 250 gl. aan Petrus Immendorp, arts te Dordrecht, een tuin tussen de Vriesepoort en St. Jorispoort in het Kasperspad op stadsgrond, liggende tussen de tuin van IJssenbroeck en de tuin van de apotheker Becius.

f. Huijbrecht Vinck, sept. 1647, volgt VI

g. Brechjen Vinck, 25 juli 1649

h. Jacobus, 12 febr. 1652, jong overleden

i. Pieter, 4 jan. 1655, jong overleden

VI. Huijbrecht Vinck, gedoopt NG Dordrecht sept. 1647, apotheker, trouwde 8 april 1674 Catrina van Slingelant

ONA Dordrecht inv. 335, f. 345: op 15 dec. 1671 verhuurt Bartholomeus van Bergen, koopman en burger van Dordrecht, voor 144 gl. per jaar aan Hubertus Vinck, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Anthonij van Meeningen en dat van Cornelis Abrahamsz. de Radt.

ONA Dordrecht inv. 237, f. 17: op 13 jan. 1676 verhuurt Gerard van Ven, koopman en burger van Dordrecht, namens zijn moeder Maria Soupart, de vrouw van Jacob Molier, wonende te Rotterdam, voor 190 gl. per jaar aan Huijbertus Vinck, apotheker en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Hollant”, staande in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat tussen het huis van de erfgenamen van Pieter van Consten en dat van [NN] Codeus.

ONA Dordrecht inv. 324, f. 203: op 4 jan. 1678 komen kapitein Dionisius van der Kesel, wonende te Dordrecht, en Huijbertus Vinck, wonende te Dordrecht, overeen, dat Van der Kesels zoon Godefridus gedurende drie jaar zal gaan wonen ten huize van Huijbertus Vinck en dat hij gedurende die tijd “sal versorght werden [in] eeten, drincken, wassen en stijven, een goede slaepplaets [zal krijgen] ende een camer tot sijne studien” en al die tijd onderwezen zal worden in het apothekersvak. Hij zal evenwel niet verplicht worden huishoudelijke en andere taken te verrichten, maar alleen “tot de winckel gebruijckt werden”. Zijn vader zal hiervoor aan Vinck jaarlijks een somma van 120 gl. betalen.

Kinderen:

a. Damus, gedoopt NG Dordrecht 13 nov. 1676

b. Adriaan, gedoopt NG Dordrecht 4 mei 1678