Kool

I. Geleijn Pietersz., geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1587), schipper, trouwde NG Dordrecht 29 mrt./12 april 1587 Dingenken Wouter Andriesdr., van Geertruidenberg (1587)

RA Dordrecht, archief 3, inv. 3966, f. 26v (verponding Dordrecht anno 1606): Gelijn Pietersz. schipper betaalt voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat 2 ponden.

Kinderen:

a. Pieter Geleijnsz. Cool, geboren naar schatting ca. 1590, volgt II

b. Wouter, gedoopt NG Dordrecht febr. 1599

II. Pieter Geleijnsz. Cool, geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat naast de Waalse bakker (1614), schipper, trouwde NG Dordrecht 21 sept./19 okt. 1614 Lijsbeth Simon Jansdr., van Eisden bij Maastricht wonende op het Nieuwe Werck naast “Luijck” (1614)

Kinderen:

a. Trijnken Pietersdr. Kool, gedoopt NG Dordrecht sept. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Kleine Vismarkt (1649), trouwde NG Dordrecht 18 juli/3 aug. 1649 Willem Servaesz. Valé, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1649), wieldraaier

ONA Dordrecht inv. 179, f. 634: op 1 juli 1661 benoemen Willem Servaesz. Valé en zijn vrouw Trijntgen Pietersdr. Cool, burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende, zij gezond, tot voogden over hun minderjarige erfgenamen zijn broer Pieter Servaesz. Valé en haar broer Sijmon Pietersz. Cool.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Lijsbet, 1 sept. 1651

a-2. Servaes, 30 juni 1653

a-3. Pieter, 6 febr. 1655

a-4. Willem, 4 mei 1657

b. Simon Pietersz. Cool, gedoopt NG Dordrecht dec. 1619, volgt IIIa

c. Geleijn Pietersz. Kool, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, volgt IIIb

d. Adriana Pietersdr. Cool, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Kleine Vismarkt (1655), trouwde NG Dordrecht 28 febr./16 mrt. 1655 Joost Joosten van Cappel, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1655), schippersgast

ONA Dordrecht inv. 337, f. 276, akte dd 12 aug. 1673: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Ariaentgen Pietersdr. Kool, weduwe van Joost Joostensz. van Cappel, beschreven door J. Hellu, notaris te Dordrecht, in aanwezigheid van Huijbert Joosten van Cappel, Pieter Sijmonsz. Kool en Ariaentgen Braet, weduwe van Gleijn Pietersz. Kool, als moeder en voogdes van haar onmondige kinderen, en Huijbert Joosten van Cappel nog als voogd over de minderjarige kinderen van Willem Servaesz.

Tot de boedel behoren o.a.:

een huis, waarin Ariaentgen Kool is overleden, staande op de Boom tussen het huis van Jan Jansz. de Kelk en mr. Willem Corstiaensz.

tien schilderijen, groot en klein, drie “predicanten” in zwarte lijsten, acht schilderijen, een grote bijbel, die is bestemd voor Pieter Sijmonsz., een psalmboek met rouw overtrokken, vier kleine schilderijtjes.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 125: op 11 sept. 1674 verkopen”Damas van Slingelant Johans als rentmr. van t arme weeshuijs binnen deser Stede, voor een achtste part, Huijbert Joosten van Cappel zeijlmaker als voocht over de minderjarige kindren van Willem Servaessen de Valle, mitsgrs. over de minderjarige kindren van Gleijn Prs. Cool, item Pieter Sijmons Cool, ende Arijen Sijmons Cool, Schippers soo voor haer selven als mede Erffgenaemen van Ariaentjen Pieters Cool, wed. was van wijlen Joost Joostens van Cappel, t’samen voor drie vierde en een achtste part”, voor 1180 gl. aan Pieter Jacobsz. Poorterman, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen de gracht en het huis van Willem Jansz. van Ommeren. De koper voldoet de koopsom met een schuldbrief van 225 gl. ten behoeve van het weeshuis en een schuldbrief t.b.v. Huijbert Joosten van Cappel, als voogd over Servaes Willemsz. de Vale, die in Oost-Indië verblijft.

IIIa. Simon Pietersz. Cool, gedoopt NG Dordrecht dec. 1619, jongman van Dordrecht wonende op de Hopkade (1645), weduwnaar van Dordrecht wonende aan de Kleine Vismarkt (1651), schipper, trouwde 1e NG Dordrecht 5/28 febr. 1645 Willemijntje Ariensdr. Coopman, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Kleine Vismarkt (1645), 2e NG Dordrecht 4/25 juni 1651 Grietje Abramsdr. Commer, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1651)

ONA Dordrecht inv. 226, f. 110: op 29 dec. 1658 testeert Anneken Ariensdr. van Beaumondt, de vrouw van Abraham Pietersz. Commer, schipper en burger van Dordrecht, ziekelijk zijnde. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl., en aan haar man een bedrag van 6 gl., waarmee hij “sal moeten affstaen ende gesecludeert blijven” uit haar boedel. Zij legateert aan Baijken Thijssen, haar nicht, die in Strijen woont, een bedrag van 12 gl., aan Geerit Pietersz., zakkendrager te Dordrecht, haar neef, eveneens 12 gl., aan het jongste dochtertje van Sijmon Pietersz., haar peetdochter, genaamd Anna Sijmonsdr. Cool, een zilveren kettinkje met een haak, een koker met twee zilveren messen erin, een zeer klein posthorentje met zilver beslag, aan Cools oudste dochtertje, genaamd Neeltje Simonsdr. Cool, een vierkant stukje zilver van de belegering van Middelburg, aan het middelste dochtertje van Cool twee zilveren kettinkjes, die zij, testatrice, in haar beurs en speldenkussentje draagt, aan Jan Jansz. van der Staff een grote huisbijbel, op voorwaarde, dat, als hij komt te overlijden, met of zonder kinderen nalatende, die bijbel zal komen aan zijn moeder Geertruijt Wouters, weduwe van Jan Pietersz. van der Staff, burgeres van Dordrecht. Aan Geertruijt Wouters legateert zij een dubbele gouden hoepring en twee zwarte “peerboome matte” stoelen. De testatrice prelegateert aan Maeijcke Cornelisdr., de vrouw van Fleuris Pietersz., provoost te Dordrecht, haar nicht, een grote zwarte “peerboome mans” stoel met een groen trijpen zitkussen en aan de dochter van Maeijcke Cornelisdr., genaamd Pieternelleken Fleuris, een wagenschotten blokkast. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij, wegens de vele trouwe diensten, die zij aan haar hebben bewezen, voornoemde Geertruijt Wouters en Maeijcke Cornelisdr., of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Voorwaarde daarbij is, dat zij, haar erfgenamen, van haar man niet meer zullen mogen eisen dan alleen haar roerende goederen, die op 28 dec. 1658 door een notaris in hun aanwezigheid zijn geïnventariseerd.

ONA Dordrecht inv. 226, f. 123: op 26 jan. 1659 testeren Sijmon Pietersz. Cool schipper en zijn vrouw Grietgen Abrahamsdr., burgers van Dordrecht. Hij legateert aan zijn twee voorkinderen, Pieter en Arien Sijmonsz. Kool, door hem verwekt bij Willemijntgen Ariensdr. Coopmans, samen een bedrag van 100 gl., en dat boven hetgeen hij gehouden is aan hen uit te reiken wegens hun moederlijke goederen. De testateuren benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen, welke langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als die kinderen gaan trouwden moet de langstlevende aan hen een uitzet geven en onder hen allen een somma van 300 gl. uitkeren. Als hun kinderen allen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden zal de somma van 300 gl. toekomen aan de langstlevende, mits die aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden onder hen allen een bedrag van 25 gl. zal uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 231, f. 494: op 13 juni 1670 verklaren Neeltjen Jans, weduwe van Jacob Baerthoutsz. Sterck, en Adriaentgen Braet, weduwe van Geleijn Pietersz. Cool, burgeressen van Dordrecht, dat zij die middag zijn geweest voor het ziekbed van Grietjen Abrahamsdr. Commer, weduwe van Sijmon Pietersz. Cool, die tegen hen gezegd heeft, dat zij wenste, dat haar broer Pieter Abrahamsz. Commer en Joost Joosten van Cappel, haar zwager, schippers en burger van Dordrecht, voogden zouden zijn van haar minderjarig kind, en dat men notaris Govert de With zou halen om daarvan akte op te maken. Notaris De With verklaart, dat, toen hij bij het huis van Grietje kwam, zij op dat moment de geest gaf.

Kinderen:

Ex 1:

a. Arij Simonsz. Kool, geboren naar schatting ca. 1645, volgt IVa

b. Pieter Sijmonsz. Cool, gedoopt NG Dordrecht nov. 1647, jongman van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1670), weduwnaar van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1690), schippersgast, trouwde 1e NG Dordrecht/’s-Gravendeel 1/15 juni 1670 Neeltje Cornelis, jonge dochter van Zwijndrecht wonende aan het Nieuwpoortje (1670), 2e NG Dordrecht 15 okt./3 nov. 1690 Metje Willemsdr. van de Hoeve, jonge dochter van Beesd wonende in de Wijnstraat (1690)

Kinderen:

b-1. Willemijn, gedoopt NG Dordrecht 10 mei 1691

b-2. Simon, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1692

Ex 2:

c. Neeltje, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1652

d. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1654

e. Anna Sijmonsdr. Cool, gedoopt NG Dordrecht 29 juli 1658

ONA Dordrecht inv. 232, f. 425: op 4 nov. 1671 testeert Anna Sijmonsdr. Cool, jonge dochter, ongeveer 14 jaar oud, ziek “aen het accident van de kancker” in bed liggende. Zij benoemt tot haar enige erfgenaam haar oom Pieter Abrahamsz. Commer, schipper en burger van Dordrecht.

f. Wilmijntje, gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1663

IIIb. Geleijn Pietersz. Kool, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, jongman van Dordrecht wonende op de Hopkade [Taankade] (1650), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 juli 1663 (een baar voor Gleijn Pietersz. Kool, een schipper, omtrent de Roobrug), trouwde NG Dordrecht 21 aug. 1650 Ariaentje Claesdr. Braet, gedoopt NG Dordrecht jan. 1623, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskade [Vlak] (1650), dochter van Claes Simonsz. Braet, schipper, en Magdaleenken Cornelis Jacobsdr.

ONA Dordrecht inv. 291, f. 229: op 30 april 1706 verklaart Jacob Pompe, heer van de Oostendam, dat, aangezien Ariaentien Claes, weduwe van Glijn Pietersz. Cool, is overleden, hij aan Gijsbertie Druijff, bejaarde ongehuwde persoon, de 24e woning op de Hof van Arend Maartensz., zijn overgrootvader, heeft toegewezen, op voorwaarde, dat zij aan de rentmeester van de Hof eens een bedrag van 200 gl. zal betalen.

Kinderen:

a. Pieter Geleijnsz. Kool, geboren naar schatting ca. 1650, volgt IVb

b. Elisabeth (Lijsbeth) Kool, gedoopt NG Dordrecht 15 jan. 1657, jonge dochter wonende op de Dwarskade (1682), trouwde NG Dordrecht 15/30 mrt. 1682 Mels van de Grient, gedoopt NG Dordrecht 30 juni 1654, jongman wonende op de Hoge Nieuwstraat (1682), schoenmaker, zoon van Arien Huijbertsz. van de Grient en Maeijke Melsen Haghen

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

b-1. Gelijn, 9 mrt. 1684

b-2. Maria, 29 april 1688

b-3. Adriana, 4 juli 1692

b-4. Adriaen, 17 jan. 1695

b-5. Nicolaes, 11 mei 1698

b-6. Johanna, 11 april 1701

c. Magdaleentge Geleijnsdr. Kool, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1659, jonge dochter wonende op de Dwarskade (1682), trouwde NG Dordrecht 15/30 mrt. 1682 Johannes Pietersz. Grondt, jongman wonende in de Nieuwstraat (1682), bakker

Kinderen:

c-1. Pieter, gedoopt NG Dordrecht 22 nov. 1684

c-2. Geleijn, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1687

c-3. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1690

d. Nicolaes Geleijne Kool, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1663, volgt IVc

IVa. Arij Simonsz. Cool, geboren naar schatting ca. 1645, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1669), schippersgast, knecht van het Grootschippersgilde, trouwde NG Dordrecht 10/29 nov. 1669 Lijntje Jans, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1669)

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 89v: op 23 dec. 1727 verkoopt “Jasper de Visser, borger deser Stad als in huwelijk hebbende Willemijntje Kool en uijt dien hoofde voor sig selven mitsgrs: nog als benevens desselfs absenten swager Jan Kool waar vooren denselven ook is instaande te samen en ieder in ’t bijsonder last en procuratie hebbende van Arij Arijense Kool, Pieter, Cornelis, Herman en Elisabeth Cool alsmede van Arij Sijmonse Kool Soon van Sijmon Ariense Kool ende Willemijna en Lijntie vander Mande naargelaten meerderjarige Dogters van wijlen Maaijken Kool, alle woonende binnen dese Stad te samen kinderen en kintskinderen van Arijen Sijmonse Cool in sijn leven Groot Schippers Gildeknegt” te Dordrecht, voor 50 gl. aan Matthijs Hopman, koopman te Dordrecht, een huis in de Torenstraat, genaamd “de Bogt van Guiné”, staande naast het huis van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 90v: op 23 dec. 1727 verkoopt “Jasper de Visser, borger deser Stad als in huwelijk hebbende Willemijntje Kool en uijt dien hoofde voor sig selven mitsgrs: nog als benevens desselfs absenten swager Jan Kool, waarvoren denselven ook is instaande te zamen en ider in ’t bijsonder last en procuratie hebbende vande verdere gesamentlijke kinderen en kindskinderen van wijlen Arijen Sijmonse Cool in sijn leven Groot Schippers Gildeknegt” te Dordrecht, voor 370 gl. en 15 st. aan Francois Dura en Elizabeth Verheul, burgers van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Francois Dura en dat van de verkopers, genaamd “de Bogt van Guiné”.  

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Simon Cool, 25 aug. 1670, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/29 juni 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Arijn Cool, de bruid met Marija de Coninck, weduwe van Jan de Jager) Margarietje (Grietje) de Jager, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat “segge” de Varkenmarkt (1698)

Kind:

a-1. Arien Simonsz. Cool, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1699, trouwde Geertruijd Pietersdr. de Witt

b. Willemijntje Kool, 18 dec. 1674, trouwde Jasper de Visser

c. Jan Cool, 28 sept. 1674, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1698), schipper en koopmansbode op Middelburg, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16/30 nov. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Lijntie Cool, de bruid met haar moeder Catrijna van der Schaer) Maijke Jansdr. van der Schaer, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1698)

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 63: op 13 sept. 1712 verkopen “Jan Kool, Beurtschipper van dese Stad op ter Veere no: ux: mede Erfgen. van Catarina Vaans, in haar leven wed.e ende boedelhouster van Jan van der Schaar soo in sijn prive en als Executeur o(ver) den boedel en goederen mitsgrs. mede voogd o(ver) de minder(ja)rige zoon van gem.e Catarina Vaans ten desen approbatie hebbende ten reguarde van de voorsz. minderjarige van(de) Camere judicieel deser Stad vol. appt. van date den 19en Septemb. 1712 daar van sijnde, ons Schepenen vertoont, ende nog als als last en procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar, en Jan van der Krab, getrout hebbende Trijntje vander Schaar, welke voorsz. Jan en Michiel van(de) Schaar in haar prive, ende den voorn. Jan van der Krab no. ux. kinderen en mede Erfgen: sijn van(de) gem.e Catarina Vaans, Soo voor haar selven ende als mede executeurs o(ver) den boedel en goeederen mitsgrs. mede voogde over de voorsz. minderjarige Item Corn. Bax getrout hebbende Berbera van(de) Schaar die mede een dogter en Erfgen. is van gemelde Catarina Faans, te samen soo voor haar selven als nog in deselve procuratie vervangen hebbende, haar luijden absenten Broeder en behout broeder Teunis van Drongelen getrout hebbende Henrica van(der) Schaar de welke mede een dogter en Erfgen. is van(de) voorsz. Catarina Vaans”, voor 1375 gl. aan Jan Sprinkuijsen, commies van de Grafelijksheidstol, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. F. van Boekhoven en dat van mr. Douw chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 63v: op 13 sept. 1712 verkopen “Jan Kool, Beurtschipper van dese Stad op ter Veere no: ux: mede Erfgen. van Catarina Vaans, in haar leven wed.e ende boedelhouster van Jan van der Schaar soo in sijn prive en als Executeur o(ver) den boedel en goederen mitsgrs. mede voogd o(ver) de minder(ja)rige zoon van gem.e Catarina Vaans … ende nog als als last en procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar, en Jan van der Krab, getrout hebbende Trijntje vander Schaar, welke voorsz. Jan en Michiel van(de) Schaar in haar prive, ende den voorn. Jan van der Krab no. ux. kinderen en mede Erfgen: sijn van(de) gem.e Catarina Vaans, Soo voor haar selven ende als mede executeurs o(ver) den boedel en goederen mitsgrs. mede voogde over de voorsz. minderjarige Item Corn. Bax getrout hebbende Berbera van(de) Schaar die mede een dogter en Erfgen. is van gemelde Catarina Faans, te samen soo voor haar selven als nog … vervangen hebbende, haar luijden absenten Broeder en behout broeder Teunis van Drongelen getrout hebbende Henrica van(der) Schaar de welke mede een dogter en Erfgen. is van(de) voorsz. Catarina Vaans”, voor 1250 gl. aan Cornelis Jansz. Baars, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Palingstraat op de stadsvest, dat bewoond wordt door voorn. Jan Kool, belend aan de ene zijde door het huis van Arij Kool, oud-deken van het Grootschippersgilde, en aan de andere zijde door het huis van Hermen Raats voor 4/9 parten en voornoemde Catarina Faans voor 4/9 parten.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 64: op 13 sept. 1712 verkopen “Jan Kool, Beurtschipper van dese Stad op ter Veere no: ux: mede Erfgen. van Catarina Vaans, in haar leven wed.e ende boedelhouster van Jan van der Schaar soo in sijn prive en als Executeur o(ver) den boedel en goederen mitsgrs. mede voogd o(ver) de minder(ja)rige zoon van gem.e Catarina Vaans ten desen approbatie hebbende ten reguarde van de voorsz. minderjarige van(de) Camere judicieel deser Stad vol. appt. van date den 19en Septemb. 1712 daar van sijnde, ons Schepenen vertoont, ende nog als als last en procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar, en Jan van der Krab, getrout hebbende Trijntje vander Schaar, welke voorsz. Jan en Michiel van(de) Schaar in haar prive, ende den voorn. Jan van der Krab no. ux. kinderen en mede Erfgen: sijn van(de) gem.e Catarina Vaans, Soo voor haar selven ende als mede executeurs o(ver) den boedel en goeederen mitsgrs. mede voogde over de voorsz. minderjarige Item Corn. Bax getrout hebbende Berbera van(de) Schaar die mede een dogter en Erfgen. is van gemelde Catarina Faans, te samen soo voor haar selven als nog in deselve procuratie vervangen hebbende, haar luijden absenten Broeder en behout broeder Teunis van Drongelen getrout hebbende Henrica van(der) Schaar de welke mede een dogter en Erfgen. is van(de) voorsz. Catarina Vaans”, voor 300 gl. aan Pieter Ariensz. Verduin, burger van Dordrecht, de helft van twee huizen, “gemeen met Corn. Koene” en de kelders eronder, staande op de Riedijk aan de stadsvest tussen het huis van Pieter Kloosterman en dat van Cornelis Timmers.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 159v: op 15 dec. 1714 verkoopt Jan Kool, beurtschipper op Zeeland, voor 450 gl. aan Lieven van der Manden 4/9 parten van een huis in de Palingstraat, waarvan de resterende 5/9 parten toebehoren aan Herman Raats, mr. chirurgijn en pestmeester te Dordrecht, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. Baars en dat van de heer De Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 104v: op 5 febr. 1728 verkoopt “Jasper de Visser, Borger deeser Stad als in Huwelijk hebbende Willemina Kool en Sulxs uijt dien hoofde voor zig zelven voor een Negen Part, mitsgaders nog als last en Procuratie hebbende van Arie Ariensz: Cool, Pieter, Cornelis ende Herman Cool, Elijsabeth Cool, wed:e van Johan van Houwelingen, alsmeede van Arie Sijmonse Cool, Soon van Sijmon Ariensz Cool ende Willemina en Lijntje vander Mande naargelaten meerderjarige dogters van wijlen Maijken Cool alle wonende binnen deeze Stad te zamen benevens den naartenoemen Jan Cool kinderen, kindskinderen en Erffgenamen van Arij Sijmonsz: Cool in zijn leeven groot Schippers Gildeknegt” te Dordrecht, voor 260 gl. aan zijn zwager Jan Cool, burger van Dordrecht, voor een negende part mede-erfgenaam van Arij Sijmonsz. Cool, een huis in de Palingstraat, staande tussen het huis van Paulus IJssenbroek en dat van Cornelis Jansz. Baars. 

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

c-1. Arien, 8 sept. 1699

c-2. Jan, 21 nov. 1701

c-3. Lijntje, 14 sept. 1704

c-4. Catrina, 11 juni 1706

c-5. Leentie, 2 mrt. 1711

c-6. Pieter, 6 nov. 1714

c-7. Maria Kool, 26 juli 1718, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1735), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/21 aug. 1735 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Lugten, de bruid met haar vader Jan Kool) Dingeman Lugten, gedoopt NG Dordrecht 30 mrt. 1711, jongman van Dordrecht wonende in de Suikerstraat (1735), zoon van Jan Dingemansz. Lugten en Lena Jansdr. van der Wulp

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 185: op 16 mei 1737 verkopen Cornelia Luchten, de vrouw van Engel Boon, en Maria Kool, de vrouw van Dingemans Luchten, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van hun vader resp. schoonvader Jan Luchten, schipper en burger van Dordrecht, voor 5500 gl. aan “Dirk Ganseman ende Dirk van Meerwijk, Koornmolenaars op de molen de Stier, ieder voor een thiende part, Bastiaantje van der Wulp wed:e van Jan Arijensen Kop [1/10], Aalbert en Elizabeth van der Wulp te samen Eijgenaars van de koor(n)molen de groote Wip, voor twee thiende parten, Item aan Cornelis Bax, molenaer op de Koorn off moutmolen den Hoogmoet voor twee thiende parten, nog aan Engel Schouten, eijgenaar van de koornwindmolen de Roode Leeuw mede voor twee thiende parten, ende Geertruijd de Both wed:e van Anthonij van Hoorn, Eigenaren vande steene Koornmolen voor gelijke twee thiende parten staande de voorsz: molens buijten de Sluijs, Spuij en Vriesepoorten, onder de jurisdictie” van Dordrecht, “de helfte van Een koorn Windmolen genaamt de klijne Wip staande ende gelegen buijten de Spuijpoort deser Stadt Dordrecht op Stadsgrondt, met de helfte van Paard, Wagen, steenen, zeijlen, Billen, hand Boomen, en andere gereedschappen tegenwoordig tot de voorsz: molen behoorende en gebruijkt werdende mitsgaders de helfte inde huijsinge sijnde ’t noorder gedeelte ’t welk in ’t jaar 1733 voor ’t meeste gedeelte is nieuw opgeboudt, met de helft en gebruijk van den Blauwen Steenen gangh, om daar mede op de solder en op de Steene straate te komen gaan, item nog de helfte inde paardestall en hooijschuur en Laatstelijk nog de helfte ofte het ooster gedeelte van den thuijn en Beterschap van Erve in een Nieuw Thuijnhuijs staande en gelegen bij off ontrent den voorsz: molen (als mede met sodanige laste van mole en schaftgelt waar mede de voorz: helfte ten behoeve van dese Stadt is belast, en wel specialijk de belastingen die van de gedaene uijtkoopinge van de koorn en moutmolens (onder de jurisdictie van dese Stadt gestaen en vrijheijt gehad hebbende) jaarlijks pro parte van meer voorsz: helfte in gemelde koornmolen betaalt ende voldaen moeten werden, dewelke de gesamentlijke koopers alhier mede Compareerende verklaarde ende bekende te nemen tot haaren lasten”.

d. Arien Ariensz. Cool 5 dec. 1678

e. Pieter Cool, 10 jan. 1681, volgt Va

f. Cornelis Cool, 15 april 1685, volgt Vb

g. Elisabeth Cool, 7 jan. 1690, trouwde Johan van Houwelingen

h. Herman Cool, geboren naar schatting ca. 1695, knecht van het Grootschippersgilde in Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 41v: op 27 april 1730 verkoopt Jan Cool, schipper en koopmansbode op Middelburg, voor 800 gl. aan zijn broer Herman Cool, knecht van het Grootschippersgilde te Dordrecht, een huis in de Palingstraat omtrent het Groothoofd. [Belenders niet vermeld.]

IVb. Pieter Geleijnsz. Kool, geboren naar schatting ca. 1650, jongman van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1675), schipper, trouwde NG Dordrecht 4/18 aug. 1675 Cornelia Staetsdr. van Wageningen, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1652, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1675), dochter van Staes Gerritsz. van Wageningen en Christina Cock

ONA Dordrecht inv. 339, f. 204: op 5 sept. 1675 verklaren Pieter Geleijnsz. Kool, schipper en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Cornelia van Wageningen, dat Hendrick Cock en Johannes van Wageningen, als ooms en gewezen voogden van Cornelia van Wageningen, aan hen rekening gedaan hebben van alle goederen, die zij geërfd heeft van haar ouders en haar nicht Maria van Santvoort.

ONA Dordrecht inv. 237, f. 492: op 30 dec. 1676 testeert Margarieta Staesdr. van Wageningen, laatst weduwe van Pieter Geleijnsz. Cool, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Grietjen van Wageningen, oudste dochter van haar zoon Johannes van Wageningen, een somma van 125 gl. en aan de overige kinderen van Johannes elk een bedrag van 25 gl. Tot haar erfgenamen benoemt zij haar zoon Johannes van Wageningen voor de ene helft en Cornelia van Wageningen, enige nagelaten dochter van haar zoon Staes van Wageningen, voor de andere helft. Als Cornelia zonder nakomelingen na te laten komt te sterven, moeten al de goederen, die zij zal erven van haar, testatrice, komen aan diens erfgenamen ab intestato.

ONA Dordrecht inv. 241, f. 13: op 11 jan. 1680 verklaren Johannes van Wageningen, burger van Dordrecht, en Pieter Gleijnsz. Cool, burger van Dordrecht, als man van Cornelia van Wageningen, resp. zoon en zoons dochter en erfgenamen van Margareta Staesdr. vanWageningen, dat hun moeder resp. grootmoeder, ten aanzien van Cornelia van Wageningen in haar testament van 30 dec. 1676, gepasseerd ten overstaan van notaris G. de With te Dordrecht, heeft bepaald, dat indien Cornelia zonder nakomelingen zou komen te overlijden, al de goederen, die zij van haar grootmoeder zou erven, zouden moeten komen aan de overige erfgenamen ab intestato van haar grootmoeder. Johannes van Wageningen is met zijn neef Pieter Geleijnsz. Cool overeengekomen, dat hij, Cool nomine uxoris met Van Wageningen voor de helft zal delen de goederen van hun moeder resp. grootmoeder, op voorwaarde, dat, indien zijn vrouw zonder nakomelingen zal sterven, door hem, Cool, of degenen, die bij zijn vooroverlijden haar erfgenamen zullen zijn, aan Van Wageningen of bij vooroverlijden zijn nakomelingen zal worden uitgekeerd een somma van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 7v: op 21 febr. 1711 verkoopt Franchoijs van Wageningen, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Pieter Gelijnsz. Kool, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht op de hoek van het Papenstraatje, staande tussen het kisthuis en het huis van Antonij de Vos zilversmid.

Kinderen (o.a.):

a. Christijna Kool, gedoopt NG Dordrecht 14 nov. 1684, trouwde Abraham ’t Hooft

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 32: op 13 mei 1727 verkopen “Nicolaes Cool en Nicolaes Schatteling borgers deser Stede, als voogden over het minderjarige kind van zal.r Cristina Cool in haer leven huijsv: van Abraham ‘T Hooft aen(de) welke het naerte noeme huijs door Cornelia van Wageningen, in haer leven wed.e van Pieter Geleijnse Kool, volgens den Testamente gepasseert voor den Nots. Andries Cant en sekere getuijgen in dato den 4 Jan. 1727 is gemaekt”, voor 700 gl. aan Jan de Koningh, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Hermanus van Oldenburgh en “het kluijs”.

b. Geleijn, gedoopt NG Dordrecht 18 okt. 1688

IVc. Nicolaes Geleijne Kool, gedoopt NG Dordrecht 25 juni 1663, koopman, diaken van de NG diaconie van het zevende kwartier, begraven Dordrecht 31 okt. 1737 (Niklaas Kool, koopman op de Dwarskade, laat kinderen na, met drie koetsen extra), trouwde NG Dordrecht 17 aug. 1687 Neeltjen Maertensdr. Schouten (Schuijten), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 sept. 1739 (Neeltje Schouten, weduwe van Nicolaas Kool, buiten de Vriesepoort, laat kinderen na, met drie koetsen extra)

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 118v e.v.: op 30 sept. 1690 verkoopt Adriaentje Braet, weduwe van Gelijn Pietersz. Cool, burgeres van Dordrecht, voor 1000 gl. aan haar zoon Nicolaes Gelijnsz. Cool een huis op de Dwarskade [Vlak], staande tussen het huis van Lucas de Rou en dat van Isaac Debas. De koper is schuldig aan Johannes Huijmans een bedrag van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 93: op 1 mei 1708 verkopen “Pierter vanden Branden, mr. Chirurgijn, en Adriaan Cok, mr. kleermaker binnen dese Stad, executeurs vanden testamente en voogden over de minderjarige Erfgenamen van Wijnand Pelsert, zal.r in sijn leven Coopman” te Dordrecht, voor 1625 gl. aan Nicolaes Kool en Johannes Gront in compagnie, die door Johan de Haen, makelaar te Dordrecht, zijn tot kopers zijn benoemd, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Matthijs Toussaint en dat van Abraham van Ratinge.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 1: op 10 jan. 1713 verkoopt Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht en gewezen diaken van de NG diaconie van het zevende kwartier, voor 270 gl. aan Teunis Dura, burger van Dordrecht, een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de weduwe van Gerrit Jansz. van Rhee en dat van Gerrit van de Waal.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 42v: op 17 juli 1715 verkoopt Magdalena Kool, weduwe van Johannis Gront, koopman te Dordrecht, voor 1025 gl. aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, de helft van een huis op de Drappierskade [Wolwevershaven], waarvan de koper de wederhelft bezit, staande tussen het huis van de weduwe Van Ratingen en dat van de heer Toussin, alsmede voor 1000 gl. aan dezelfde koper een huis op de Dwarskade [Vlak], staande tussen het huis van de koper en dat van de verkoopster.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 66v: op 10 dec. 1715 verkoopt Cristiaan Logeman, koopman te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, een pakhuis of wijnkelder met drie korenzolders erboven, staande op de Wolwevershaven tussen het pakhuis van Govert Braats en dat van Hubert Borret.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 141v: op 17 febr. 1722 verkoopt Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis eronder, staande op de Wolwevershaven tussen het huis van Matthijs du Saar en dat van Matthijs Toussijn.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 121 e.v.: op 20 april 1728 verkoopt Magdalena Cool, weduwe van Johannes Gront, voor 1110 gl. 10 st. aan Nicolaas Cool, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van de koper.

Herenhuis aan het Vlak (nr. 2/3) op de hoek van de Hoge Nieuwstraat, bijgenaamd “Vader Tijd”.

Het huis, bijgenaamd “Vader Tijd”, “werd in 1728 gebouwd door Nicolaas Cool, op de plaats waar hij tevoren drie naast elkaar staande huisjes had staan. “Hij wilde daar hij, hoewel eerst schipper, thans koopman geworden, zich een fraai huis bouwen, en verzocht aan Burgemeesteren bij request van 10 Februari 1728 ‘om, waar alvorens van de stad is gekocht een breedte van drie voet en 8 voet ter lengte … voeten, [hem] te vergunnen, om op die breedte te mogen een muur recht op doen trekken; dan zou hij zijn drie volgende huysen tesamen onder één gevel doen brengen, dat niet onaangenaam voor’t gezigt zoude voorkomen’”. Cool verkreeg de gevraagde vergunning op 18 mrt. 1728. Hij overleed op 31 okt. 1737. Zijn weduwe, Neeltje Schouten, verkocht 2/3 parten van het huis op 18 nov. 1738 aan Christiaan (Corstiaan) Kloens, en op 30 april 1739, het resterende deel (dat op de hoek) aan Jacob van der Kamp.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 79v e.v.: op 13 nov. 1738 verkoopt Cornelis van der Werff, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Neeltje Schoute, weduwe en erfgename van Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 5110 gl. aan Christiaan Kloens, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskaai, staande tussen het huis, dat door Neeltje Schoute is verkocht aan Jacob van de Kamp, en het huis van Hendrik Te Hoonte.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 111 e.v.: op 30 april 1739 verkoopt Cornelis van der Werff, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Neeltje Schoute, weduwe en erfgename van Nicolaas Kool, koopman te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Jacob van den Kamp, koopman te Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van Christiaan Kloens.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Geleijn Cool, 27 jan. 1689, volgt Vc

b. Martinus, 20 jan. 1691

c. Pieternel Cools, 28 jan. 1693

d. Pieter Kool, 19 mrt. 1698, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 jan. 1734 (Pieter Kool, de zoon van Niklaas Kool, op de Dwarskade, meerderjarig, met twee koetsen extra)

e. Adriaen, 29 nov. 1699

f. Adriana, 1 mrt. 1704

Va. Pieter Ariensz. Cool, gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1681, jongman van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 april 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid geassisteerd met haar moeder) Arjaantie Mouthaan, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1703)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Jannigie, 11 april 1706

b. Arij, 3 febr. 1709.

c. Aard, 5 nov. 1711

d. Lijntje, 4 sept. 1718

e. Pieter, 10 april 1721

f. Maijke, 2 april 1723

Vb. Cornelis Cool, gedoopt NG Dordrecht 15 april 1685, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1708), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16/30 dec. 1708 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder en heeft mondeling consent van haar vader) Neeltie Jansdr. van Sevenhoven, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1708)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Lijntie Cool, 3 aug. 1709, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1739), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/30 mrt. 1739 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter de Jager, de bruid met haar vader Cornelis Kool) Jan de Jager, jongman van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1739)

Kind:

a-1. Jannetje, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1739

b. Jan, 8 juli 1711

c. Maerten, 24 juli 1715

d. Anna, 18 jan. 1718

e. Arij, 10 sept. 1721

f. Adriana, 5 dec. 1727

Vc. Geleijn Kool, gedoopt NG Dordrecht 27 jan. 1689, jongman van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1712), trouwde Gerecht/NG 5/19 juni 1712 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader) Anna Hardus, jonge dochter geboren en wonende scheep (1712), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 febr. 1768 (Anna Hardus, weduwe van Gelijn Cool, in de Grotekerskbuurt, laat kinderen na, met zeven koetsen extra, de eerste boete)

Kinderen:

a. Nicolaes, gedoopt NG Dordrecht 30 nov. 1715

b. Nicolaes Kool, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1717, volgt VI

c. Jenneke, gedoopt NG Dordrecht 11 sept. 1718

VI. Nicolaes Kool, gedoopt NG Dordrecht 6 april 1717, jongman van Dordrecht wonende te Tiel (1742), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 febr. 1793 (Niclaes Kool, in de Grotekerksbuurt, laat geen kinderen na, met zeven koetsen extra, de eerste boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 juni/15 juli 1742 (de geboden gaan te Tiel, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Anna Hardus, weduwe van Gelijn Kool, de bruid met haar broer en voogd Gerrit van Hoogstraten) Anthonia van Hoogstraten, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1742), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 febr. 1809 (Anthonia van Hoogstraten, weduwe van Nicolaas Kool, 83 1/2 jaar oud, beroerte, in de Grotekerksbuurt A:75, laat geen kinderen na, met de de lijkkoets, stil begraven).