Kwartierstaat van A.B. den Haan, deel 3

Laatst bijgewerkt op 17 jan. 2026

Geraadpleegde literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

L.A.F. Barjesteh van Waalwijk van Doorn, drs. L.M. van der Hoeven (red.), Kwartierstatenboek Alblasserwaard, Krimpenerwaard, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden (Rotterdam 1991)

A. Bothof en C. Bothof, Kwartierstaat Bothof-Kool. Voorafgegaan door Het leven in de zestiende tot twintigste eeuw op het platteland in westelijk Nederland. (Oegstgeest 2003)

A. van der Heijden, Genealogie van de heren van Naaldwijk (Historisch Archief Westland)

E. van Heijningen en C. Sigmond, De huizen Roodenburch en Henegouwen (2), in: Oud Dordrecht 2006, nr. 2, p. 33 e.v.

H.M. Morien, Bloois [internet]

De Parenteel van Doen Beijensz. (Rotterdam 1989)

Kwartierstatenboek Prometheus XIII

Kwartierstatenboek Prometheus XV (Delft, 1998)

K.J. Slijkerman, Het Geslacht Van Dalum (van Dalem, van Dalen) te Groote Lindt, Hendrik Ido Ambacht, en Zwijndrecht (Rotterdam 1991)

B.L. van Strij de Regt, Stambomen De Regt (Veldhoven 1990)

GENERATIE XIII 

4096. Willem Jansz. de Haen, geboren ca. 1525, woonde in Oosterwijk, overleden tussen 16 jan. 1581 en 25 mrt. 1585, trouwde .

4097. Sophia Hermensdr.

– 18 jan. 1561: Willem Jansz. de Haen, wonende te Oosterwijk, transporteert aan Beatris Jaspersdr., weduwe van Mathijs Jan Mathijsz., 7 gl. op een hofstad en akker van anderhalve morgen te Oosterwijk. Borg: Peter Pauwelsz. de Haen. (RA Gorinchem)

– 1 mrt. 1561: Mechtelt Henricksdr., weduwe van Jan Pauwelsz. de Haen, en Henrick Jansz., Dirck Corstens, gehuwd met Aleijt Jansdr., Bely Jansdr., Cornelis Jansz., Grietje Jansdr., Bertge Jansdr. en de nog onmondige Jan Jansz., de drie laatstgenoemde dochters geassisteerd met hun oom Peter Pauwelsz., alle zeven broers en zusters en nakinderen van Jan Pauwelsz. en Mechtelt Henricxsdr., enerzijds en Willem Jansz. en Jan Willemsz. van Ackoij, getrouwd met Anna Jansdr., beiden voorkinderen van Jan Pauwelsz. de Haen en Aleijdt Fransdr. zaliger, anderzijds, verdelen de goederen, die door Jan Pauwelsz. zijn nagelaten, nl. de voorkinderen krijgen een hofstad met een akker “hoochlands” op Oosterwijk, belend oost de erfgenamen van Gijsbert van Malssen en west Jan Snouck Jacobsz., strekkende van de maalvliet af tot het “leecheijndt” toe. (RA Gorinchem inv. 267, f. 34v)

– 10 aug. 1562: Metgen Henricxdr., weduwe van Jan Pauwelsz., geassisteerd met haar oudste zoon Henrick Jansz., voor de helft, en voorn. Henrick Jansz., Dirck Corstens, getrouwd met Aelijdt Jansdr., Bely Jansdr., Cornelis Jansz., Grietge Jansdr., Bertge Jansdr., en de onmondige Jan Jansz., allen kinderen van de voorn. Jan Pauwelsz., voor de andere helft, transporteren aan Peter Pauwelsz. de Haen 3 morgen 2 hond land op Oosterwijk in Pauwels de Haen hoeff.

– 9 jan. 1565: Henrick Jansz. de Haen, te Oosterwijk, als oom en voogd van de weeskinderen van zijn zuster Aleijdt Jansdr. de Haen, gehuwd met Dirck Corstens, etc. Zijn broer Willem de Haen Jansz., ook wonende te Oosterwijk, stel zich borg. (RA Gorinchem inv. 270, f. 253)

– 21 mrt. 1569: Henrick Jansz. en zijn broer Cornelis Jansz., voor zichzelf en tevens vervangende hun zusters Belijcke Jansdr. en Grietge Jansdr., beloven hun broer Willem Jansz. te vrijen van vier jaar landpacht van 13 morgen land op Oosterwijk. (RA Gorinchem 372, f. 39)

– 18 dec. 1574: Anthonis Jansz. van Reymerswale, ongeveer 45 of. 46 jaar oud, getuigt op verzoek van Willem Jansz. en Henrick Jansz. de Haenen, dat hij in februari jl. getransporteerd heeft voor schepenen van Gorinchem aan Cornelis Jansz. de Haen een bezegelde vangbrief , sprekende op Henrick Jan Pauwelsz. en Meyns Jan Pauwelsdr. van Nulant. (RA Leerdam inv. 113)

– 20 okt. 1575: verklaring op verzoek van Anna Bastiaensdr. door Dirck Imbertsz., 28 jaar oud, en Willem Jansz. de Haen, 50 jaar oud. (RA Leerdam inv. 113,  f. 113)

– 16 jan. 1581: Willem Jansz. de Haen, wonende op Oosterwijk, verklaart, dat hij 30 of 40 jaar gehuurd heeft 8 morgen leengoed in Oosterwijk in de smalstrijpen in een hoef van 16 morgen. (RA Gorinchem, f. 570)

– 25 mrt. 1585: Adriaen van de Velde, rentmeester van de kerkelijke goederen, verkoopt aan Jan Mathijs, koopman te Antwerpen, een hofstad en 7 morgen land op Oosterwijk, dat toebehoord heeft aan wijlen Willem Jansz. de Haen. (RA Gorinchem, f. 204)

– 31 juli 1593: de erfgenamen van Willem Jansz. de Haen vermeld als belenders van een stuk land, gelegen op Hoog-Oosterwijk. (RA Leerdam inv. 123, f. 63)

– 29 nov. 1618: Allert Martensz., wonende in Vianen, getrouwd met Anneke Willem Jans de Haendr., mede-erfgename van haar ouders Willem Jansz. de Haen en Sophia Hermansdr., beiden zaliger, transporteert aan Davidt Balthensz. van Vlaenderen, wonende te Vianen, 2 morgen land, genaamd “de Heuvelkamp” op Oosterwijk. (RA Gorinchem inv, 345, f. 72)

4098. Cornelis Faesz. (Servaesz.), schout te Arkel, overleden tussen 27 juli 1582 en 2 juni 1584, trouwde

4099. Jenneke Allardsdr., overleden in of na 1584

RA Gorinchem inv. 280, f. 72v: op 27 juli 1582 transporteert mr. Engbert Kemp Aerdtsz., als procuratie hebbende van Catharina van R…, mater van Marienhage of Arkel, en Maria Ruijsch, priores van Nazareth in’t Gein, beide nu een corpus zijnde te Utrecht, aan Cornelis Servaesz., schout indertijd  te Arkel, 4 morgen 5 hond land achter Arkel, aan de kleine kade, genaamd “die leech roijen”.

RA Gorinchem inv. 281, f. 65: op 2 juni 1584 transporteert Willem Dircxs, als gemachtigde van Adriaentgen Salomonsdr., weduwe van Anthonis Woutersz., aan Jenneke Alardtsdr., weduwe van Cornelis Faesz., te Arkel, de partijen aangekomen door overlijden van Hendrik Adriaen Rutgersz., zoals een werf en huisje te Arkel, nog vijfeneenhalve hond land in Arkel, acht hond land te Arkel, achter de werf van Jenneke, weduwe van Cornelis Faesz., en elf hond land achteraan gelegen. 

4232. Otte Jansz., trouwde NN, weduwe van Arij Willemsz. (Gens Nostra 1991, p. 449)

4264. Dingeman Crijnen, geboren naar schatting ca. 1580, arbeider, overleden voor 21 mei 1634, trouwde

4265. Aeltge Oolen

– 12 juli 1609: Dijngman Crijnen, arbeider, ontvangt loon wegens hout en arbeiden aan de sluis, “gedaen in’t gemenelandsluijsken”. (Archief Polder Westmase Nieuwland inv. 387)

– 21 mei 1634: Aeltge Oolen, weduwe van Dingeman Crijnen, vermeld als belendster. (ORA Heinenoord inv. 2)

– 1 mei 1636: Ool Dingmans, wonende te Heinenoord, is een zoon van Dingeman Crijns zaliger en Aeltge Ools. (GA Heinenoord inv. 46)

4292. Bastiaen Jacobsz. Vette, bouwman te Charlois, overleden voor 21 nov. 1617, trouwde 1e Sijtgen Adriaensdr., 3e Aeltgen Jacobsdr., trouwde 1e Bastiaen Hendricxsz., trouwde 2e

4293. Beatrijs Michielsdr.

– 21 nov. 1617: gedoopt (NG Poortugaal) Bastiaentge, dochter van de weduwe van Bastiaen de Vet (getuigen: Grietge Jacobs, Heindrick Janse, Vrouwelijn Heindrix, Cornelis Pieterse, Arien Eelandsz.)

– 5 juni 1619: de kinderen en erfgenamen van Bastiaen Jacobsz. Vetten en Bijatrix Michielsdr. (o.w. Bastiaen Bastiaensz., die nog minderjarig is) transporteren aan Jochem Jansz. een huis in Charlois, staande aan ’s herendijk. (Ons Voorgeslacht 2010, p. 626)

4294. Cornelis Cornelisz. Hameeter, geboren ca. 1590, jong gezel van Ridderkerk (1615), in 1622 vermeld als inwoner van Poortugaal. (Gens Nostra 1985, p. 260), begraven Poortugaal 2 febr. 1657, trouwde NG Ridderkerk/Poortugaal 4 okt. 1615.

4295. IJda Jansdr. van Driel (alias Bruijn?), gedoopt NG Poortugaal 5 sept. 1584 jonge dochter wonende te Poortugaal (1607) trouwde 1e NG Poortugaal 16 nov. 1607 Cornelis Pietersz., jongman van de Hijde wonende Poortugaal (1615)

ONA Schiedam 777/1006, akte dd 24 mei 1662: Ida Jans, weduwe, wonende te Pernis, de oudste en naaste van het geslacht van Doen Beijensz. de oude, fondateur van zeker beneficium, gefondeert op het Onze Lieve Vrouwealtaar te Poortugaal, consereert hetzelve op Arent van Exingloo, de zoon van Maria Joris Beijes.

4352. Pieter Lenaerts., geboren ca. 1575, overleden voor 31 mrt. 1642, trouwde ca. 1600

4353. Lijsbeth Dircksdr. geboren ca. 1575, overleden tussen 31 maart 1642 en 21 mei 1657

– 4 juli 1612: Pieter Lenaertsz. van Suijtbrouck koopt van Jacob Claesz. Hoochstadt “seeckere woninge als huijs, schuijr, barch en geboomte”, gelegen op Vlaerdingerbrouck.

Kinderen:

a. Leentge Pietersdr.

b. Dirrick Pietersz. (Stolk)

c. Adriaen Pietersz. (Stolk)

d. Maertje Pietersdr.

[Bron: Ton Stolk, genealogie Stolk (internet)]

4356. Jan Joostensz. Buijs, geboren te Maasland ca. 1568 (22 jaar oud in dec. 1590 [Ons Voorgeslacht 1993, p. 209]), bouwman, gezworene van De Lier 1604, welgeboren man en “setter” van De Lier (vermeld 1605 en 1607), ambachtsbewaarder van De Lier 1619, molenmeester van de Lierhoofdmolen 1622, kerkmeester 1600-1625, overleden in De Lier voor 30 nov. 1626, begraven Nieuwe Kerk in De Lier, trouwde NG De Lier 28 april 1591

4357. Meijnsgen Pietersdr., overleden De Lier nov. 1634, begraven Nieuwe Kerk ald., trouwde 1e Huijch Cornelisz. Arckesteijn

– 22 mei 1593: Jan Buijs Joostensz. vermeld als “nazaat” van Huijch Cornelisz.

(Ons Voorgeslacht 1992, p.173)

4364. Jacob Willemsz. Rosmolen

4366. Lodewijk Dirxsz. (van der Vos), geboren naar schatting ca. 1575, timmerman te Abbenbroek, overleden tussen 20 febr. 1630 en 10 nov. 1630, trouwde Susanna Tobiasdr Pillaerts (= 4367?), weduwe wonende te Hekelingen (1630), dochter van ds. Tobias Pillaert (Pijlaert), predikant te Barsingerhorn 1581, Stad aan het Haringvliet 1601-1606, Simonshaven okt. 1606, emer. 1617, overleden 1618 (F. van Lieburg, Repertorium van Nederlands hervormde predikanten tot 1816, deel 1 [Dordrecht 1996], p. 198) en NN, zij trouwde 2e NG Hekelingen 10 nov. 1630 Jan van der Hoeve, weduwnaar van Maijken Baltens (1630)

– 1610: Lodewijk Dirksz. te Abbenbroek vermeld als één van de inschrijvers op de bouw van de nieuwe houten sluis in Brabant. (Rekestboek Ring van Putten)

– 23 april 1615: vermeld wordt Lodewijk Dirksz. timmerman (Hoogheemraadschap van Putten inv. nr. 260)

– 1622: Lodewijk Dirksz. uit Abbenbroek koopt te Geervliet huisraad uit een boelhuis. (ORA Geervliet inv. 42)

– 20 febr. 1630: Lodewijk Dirx en zijn vrouw Susanna Pillaerts te Spijkenisse (NG) getuigen bij de doop van Catalijna Claasdr. (Langstraat) (Acta NG gemeente Spijkenisse)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Aart Lodewijksz. van der Vos, meester-huistimmerman, overleden te Dordrecht in 1680

– 12 nov. 1680: ontvangen voor de opening van het pondgraf, waarin Aerdt Lodewijcksz. van der Vos is begraven: 18 ponden; voor één maal luiden: 4 ponden. (DTB Dordrecht inv. 73 [rekeningen begraven Nieuwkerk])

– 17 nov. 1680: staat en verdeling van de boedel en goederen, die zijn nagelaten door Aart Lodewijksz. van der Vos, in zijn leven meester-timmerman te Dordrecht, tussen Leendert Jansz. Konijnendijk, getrouwd met Heijltie Lodewijksdr. van der Vos, wonende onder Geervliet, Lodewijk Dirksz. van der Vos, wonende in Geervliet, beiden kinderen van Dirk Lodewijksz. van der Vos, volle broeder van Aart Lodewijksz. van der Vos en voor 1/3 part erfgenamen van hun oom Aart Lodewijksz. van der Vos, Gerard de Jong, molenaar te Amsterdam, getrouwd met Lijntie Ariensdr. van der Vos, Maartje Ariensdr. van der Vos, wonende in Den Briel, weduwe van Abraham Bastiaansz. van der Vorst, beiden dochters van Arien Lodewijksz. van der Vos, volle broeder van Aart van der Vos en mede diens erfgenamen voor 1/3 part, Lodewijk Willemsz. Rosmolen, huisman wonende in de Korendijk, voor zichzelf en zich sterk makende voor zijn zuster Maartje Willlemsdr. Rosmolen, wonende in de Korendijk en Pieter Dolet, wonende te Oud-Beijerland, getrouwd met Neeltje Willemsdr. Rosmolen, allen kinderen van de overleden zuster Theuntje Lodewijksdr. van der Vos, bij haar verwekt door Willem Jacobsz. Rosmolen, eveneens erfgenamen van Aart van der Vos voor 1/3 part. (ONA Dordrecht inv. 443, f. 328 e.v)

– 28 okt. 1681: compareren voor notaris G. Waltherij Leendert Jansz. Conijnendijk, als man van Heijltien Dirxdr. van der Vos, wonende onder de jurisdictie van Geervliet, Lodewijk Dirxsz. van der Vos, wonende te Geervliet, beiden voor een derde part, Gerrit de Jong, als man van Lijntie Ariensdr. van der Vos, voor zichzelf en zich sterk makende voor Maritien Ariensdr. van der Vos, beiden wonende te Amsterdam, samen voor een derde part en Lodewijk [Willemsz.] Rosmolen, wonende in het Land van de Korendijk, als zoon en mede-erfgenaam van Teuntie Lodewijxdr. van der Vos, voor zichzelf en zich sterk makende voor de overige kinderen van zijn moeder, samen voor een derde part. De comparanten zijn erfgenamen van Aert Lodewijksz. van der Vos, in zijn leven huistimmerman te Dordrecht en daar overleden. Zij verlenen procuratie aan Hendrick van Lith, koopman en burger van Dordrecht, om voor hen te vorderen “alle soodanige uijtstaande schulden ende restanten, als haar comparanten uijt den hoofde van den voorn. Aart van der Vos competerende sijn, … ist noot, rechts te plegen, ende tot dien eijnde procureurs ad lites te mogen substitueren” etc. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 309, f. 384)

b. Dirk Lodewijksz. van der Vos, jongman van Abbenbroek (1625), trouwde NG Geervliet 20 sept./12 okt. 1625 Neeltje Dirksdr. (Caperman), jonge dochter van Geervliet (1625)

c. Arien Lodewijksz. van der Vos

d. Theuntje (Toontgen) Lodewijksdr. van der Vos

4382. mr. Jacob Willemsz. Teutel

4436. Claes Adriaensz. van Strijen, geboren  ca.1577, jong gezel wonende aan de Korenmarkt te Delft (1597), schout van Westmaas en de Group 1605-1650, dijkgraaf van het Munnikenland, overleden te Westmaas tussen 18 mrt. 1650 en 2 juli 1650, trouwde NG Delft 8 juni 1597 (ondertrouw; attestatie naar Westmaas

4437. Lijsbeth Jacobsdr. Goutswaert alias van der Stuypen, geboren naar schatting ca.1570, weduwe wonende te Westmaas (1597), begraven Westmaas 19 jan. 1638 (Onze Voorouders, deel II, p. 158), trouwde 1e naar schatting ca. 1590 (voor 25 okt. 1590) Andries Willem Corstensz. (van Moerkerken)

– 25 mei 1608: Claes Ariensz. van Strijen, als man en voogd van Lijsbeth Jacobsdr. en Lijsbeth Jacobsdr. zelf verkopen aan Adriaen Claesz. Goutswaert, burgemeester van Gouda, en Jacob Ariensz. in het Munnickelant, “sijn neve”, als voogden van de twee weeskinderen van Jan Claes Jacobsz., m.n. Claes Jansz. en Margrietge Jansdr., door hem verwekt bij Neeltgen Adriaensdr., zijn overleden vrouw, ten behoeve van die kinderen een stuk land met huis, berging, schuren, en andere “timmeragiën, plantagiën en bepotinge”, staande en gelegen onder Oud-Beijerland, aan éé zijde belend door de Zinkweg. Compareert tevens Jacob Segersz. Cranendonck, dijkgraaf van Cromstrijen, als man en voogd van Lijdewij Jacobsdr., aan wie eertijds de gerechte helft van het voornoemde land is toegekomen. (ORA Oud-Beijerland, inv. 3)

– 2 okt. 1624: Claes Adriaensz. van Strijen, schout van Westmaas, als erfgenaam van Adriaen Claesz. Goutswaert, verkoopt aan Cornelis Pietersz. 5 morgen land, welke hem bij kaveling wegens andere erfgenamen van voornoemde Goutswaert zijn aangekaveld met een gedeelte van “de huijsinge en verdere timmeragie opte 5 mergen lants in Nieuw-Piershil”. (ORA Piershil, inv. 3)

– 1626: Nicolaes Adriaensz. van Strijen in de 1000e penning van Westmaas en de Group aangeslagen voor een vermogen van 13.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 209v)

4448. Pouwel Adriaensz. van Dijk van Adrichem, geboren ca. 1568, begraven Naaldwijk 10 nov. 1630, trouwde De Lier 7 aug. 1588

4449. Jannetje Touw van der Burch, geboren naar schatting ca. 1570

(Prometheus XIII, p. 186)

Op 19 september 1596 Arent Tou Jansz hulde door Pouwels Adriaensz van Dijck, bij dode van zijn vader Jan Arent Touwez, op de helft van 5½ morgen land in ’t Woudt.

Op 11 juni 1597 compareert Neelgen Willemsdr, weduwe van wijlen Jan Thouw Aertsz van der Burch woonende op de Sweth met haer voochds hand in deesen Pouwels Adrijaensz van Dijck en(de) bekende schuldich te weesen den voochden van het achtergebleeven weeskind van wijlen Jan Willem Corssen met name Maritgen Jansdr in zijn leven wonende tot Naeldwijck de somme van achthonderd gulden ter cause van deuchdelicke geleende penningen. 

Op 31 december 1598 bekent Neelgen Claesdochter, weduwe van wijlen eertijts Dirck Vercroft Jansz met haer gecoren voochds hand in deesen en(de) bekende vercoft te hebben Pouwel Adrijaensz van Dijck een woninge als huijs schuijren bargen en(de) geboomte staende op eijgen grond volgende de brijeven daer van sijnde staende en(de) geleegen binnen den ban voors., groot ontrent vier hond lands, noch vijer ent wintich margen drije hond eijgen lands daer van geleegen es inden ambachte van Naeldwijck eerst achtijen margen ten deele gemeen leggende eertijts met den convente van Ste Aechten binnen Delff voor drije margen en(de) Ste Agnieten convente mede aldaer voor vijer margen een hond, noch drije margen drije hond lands geleegen mede inden ambachte voors. geleegen sijnde de reste van(de) nombere der voors. eijgen landen aende suijdsijde der voors. Lijerwech inden ambachte van(de) Lijer. Voords bekende sij comparante noch vercoft te hebben vijff margen vijff hond daer van vijer margen vijftalff hond tarwepacht land es gehouden van(de) vrouwe van(de) Lijer dije men jaerlix op de margen uijtreijckt vijer achtendel tarwe en(de) vijer negendeuijtsen en(de) sijn scot. Aansluitend bekent Pouwels Adrijaensz van Dijck, wonende inden ban voors., schuldich te weesen Neelgen Claesdochter de somme van drije en twintich duijsend vijffhonderd gulden ter cause van cope van een woninge en(de) landen. 

Op 18 juni 1599 Joris Cornelisz van der Vlijet voor hem selven en(de) als getrout gehadt hebbende Machtelt Jansdr, Pieter Christiaensz van Vlijet en(de) Pouwels Adrijaensz
van Dijck, als voochden van Maritgen Jansdr, beijde kinderen van Jan Willem Corssen inder echte geprocreeert bij Trijngen Corn(elis)dr, en(de) bekenden mids desen well en(de)
wettelick gerenunchieert en(de) affstant gedaen te hebben van alle sulck recht actie en(de) antael als door donatie ofte gifte onder de levenden gedaen bijde voorn. Trijngen Cornelisdr op dvoornoemde. hare kinderen aen den eijgendom van alsulcken huijse erve en(de) geboomte staende binnen den dorpe voors. midsgaders van gelijcke actie als den selven comparanten inder qualiteijt voors. competeren(de) was aende boomgaerd en(de) elff hont lands daer teijnden aen geleegen op Vreuchdenhill mids dat d’voors. Trijngen Cornelisdr aen haer gereserveert en(de) behouden hadde de lijfftocht van d’selve huijsinge boomgaerd en(de) elff honden lands voors. en(de) dit gemerct d’selve donatie gedaen was noch onder die conditie dat zoe zij zoude comen te treeden ten tweeden huijwelick dat die geene daer meede zij zoude comen te contraheren daer jegens uijt den gemeenen boel in andere goederen begrootet soude werden sulcx dat zij en(de) haer man d’selve huijsinge erve boomgaerd en(de) landen corporelick gepossideert souden hebben uijt den name van(de) voors. kinderen. 

Op 29 juni 1601 geven Jacob Dircxz Vercroft, wonende te Poeldijk, en Pouwels Adriaensz van Dijck, wonende te Naaldwijk, een verklaring af. Jacob Dircxz verklaart ter zake van afgerekende landpachten van 1599 en 1601, schuldig te zijn aan jonkheer Karel Bentinck wonende te ’s-Gravenhage, de somme van f 401-13-06. Hij verklaart tevens van de voornoemde Bentinck in huur te hebben 21 morgen land, toekomende het convent van Rijnsburg, gelegen in Poeldijk, waarvan huurpenningen spruiten voor de tijd van 3 jaar. De voornoemde Pouwels Adriaensz van Dijck stelt zich borg voor hem. Compareerde mede Neeltgen Claesdr met haar voogds hand Claes Dircxz Vercroft haar oom. Zij belooft de voornoemde Pouwels Arijensz te vrijwaren. Gedaan ten huize van de voornoemde Neeltgen Claesdr te Naaldwijk ter presentie van Claes Adrijaensz op de Geest en Heijnrick Gerritsz. kleermaker, inwoners van Naaldwijk als getuigen.

Op 17 januari 1608 bekent Neeltgen Claesdochter, weduwe wijlen Dirck Jansen Vercroft, ontfangen te hebben uijt handen van Pouwels Adriaens van Dijck als cooper van desselffs comparante wooninge ende landen eerstelijck de gerede penninghen mitsgaders de jaerlijck custinge tot achthondert gulden tsiaers en dat van alle de verschenen ende ommegecomen custingen tot meijedach sesthienhondert seven.

Op 14 november 1601 bekent Pouwels Adriaensz van Dijck, wonende inden ambachte voors., vercoft te hebben Dirck Duijst van Voorhout Heijnrixz een jaerlixe rente van vijff en twintich gulden. Heeft hij comparant daer onder tot een hijpoteecke en(de) onderpant verbonden zijne woninge als huijs schuijeren bargen en(de) geboomte met ontrent vijer hond lands daer deselve op staende es midsgaders sestijendalff margen met noch vijerdalff margen en(de) noch derdalff margen lands altsamen wesende patrimoniael goed. Compareerde mede Neelgen Willemsdr van Vlijet weduwe wijlen Jan Thouw Aertsz van der Burch wonende op de Sweth met haer gekoiren voochds hand Cornelis Aertsz secetaris alhijer en(de) constitueerde haer selven borge.

Op 21 juli 1602 maakt Neeltgen Adriaensdr, weduwe van Jacob Cornelisz Vercroft wonende te Naaldwijk, geassisteerd door Cornelis Jacobsz en Joost Jacobsz Vercroft, beiden haar mede aldaar wonende kinderen, haar testament. Hierin is opgenomen daat haar zoon Joost Jacobsz jaarlijks mogen ontvangen van Pouwels Adrijaensz. van Dijck, een rente
van f 31-05-00.

Op 17 januari 1608 bekent Neeltgen Claesdr., weduwe van Dirck Jansen Vercroft, ontvangen te hebben uit handen van Pouwels Adriaens van Dijck als koper van haar woning en landen, de gerede penningen en de jaarlijks custing tot 800 gld. per jaar van alle verschenen custingen tot mei 1607.

Op 10 februari 1609 maken Pouwel Ariensz van Dijck en Jannitgen Jans van der Burch, echtgenoten, wonende te Naaldwijk, beide gezond, hun testament voor notaris Pieter Sebastiaensz Ketting te Delft in aanwezigheid van Sijmon Ploncquet, zijdelakenkoper, en Willem Joppen van Hartssen, notarisklerk, als getuigen.

Op 28 juni 1611 benoemen de erfgenamen van Jan Adriaen Touwen en Neeltgen Willemsdr, te weten Arent Tou Jansz op ’t Woud, Willem Jansz Tou te Vlaardingen, Pouwels Adriaensz, getrouwd met Jannitgen Jans Tou, Jacob Riddersz als man en voogd van Pietertgen Tou Jansdr, elk voor henzelf en vervangende Jan Pietersz Groen, getrouwd met Leentgen Jan Touwendr, en genoemde Arent en Willem Janszoons als voogden van de nagelaten weeskinderen van Claes Jansz Tou, twee procureurs om te procederen tegen Michiel Camerling.

Op 18 januari 1613 Cornelis Sijmonsz, zoals bepaald is in de koopbrief d.d. 10-2-1612, waarbij Joris Cornelisz van der Vliet, Pouwels Ariensz van Dijck en Lener? Pietersz, als voogden en naaste vrunden van Neeltgen Corssendochter, weduwe van Floris Arijnsz Bruysser met haar kinderen Annetgen Florijsdochter, gehuwd met Cornelis Symonsz, Commerken Florisdochter, gehuwd met Pieter Pietersz, Ariën Florisz, Cors Florisz en Neeltgen Florisdochter, verkopen aan Ariën Jansz te Soeterwoude een woning met huis, bijhuis, schuur, berg en geboomte, groot 5 hond 10 roede hofland in de hoefslag van Dijcxhoorn en 12 morgen 5 hond leenland ten westen van de woning over de Voordijckshoornse watering in 44 morgen leenland, over welke landen Sijbrant Claesz van Wonder een uitpad heeft naar de Woutlaan, evenals Cornelis Symonsz voor 6 morgen in de Poeldijck.

Op 9 mei 1613 bekent Jacob Riddersz. Dockum, wonende tot Vlaerdingen, vercocht te hebben Bastiaen Dircxz, wonende binnen den ambachte van Naeldwijck, sekere woninge als huijs bijhuijs schuijr barch ende geboomte met de gront daer dezelve woninge ende alle tgunt voors. es op staet mitsgaders noch sekere bogaert daer besijden aen gelegen alle te zaemen voor vrij eijgen staende ende gelegen binnen den ambachte van Naeldwijck ontrent de Vlietmolen ende dit alles met de toegifte van acht hont bruijckwaer. Compareerde mede Arent Thou Jansz wonende tot Delff, Willem Thou Jansz tot Vlaerdingen, Pouwels Adriaensz van Dijck ende Jan Pietersz Groen beijde wonende binnen den ambachte van Naeldwijc, hijer inne vervangende ende hun sterck maekende alle de voors. comparanten voort nagelaeten weeskint van Claes Jansz Thou heurluijder respective broeder ende zwager hem selven voor alle tgeene voors. es stellende ende verbindende als waerborghen. 

Op 13 augustus 1614 zijn metter minne ende vruntschappe te zaemen geaccordeert ende verdragen Joris Cornelisz van Vliet, weduwenaer ende boelhouder van zaliger Neeltgen Touwen wonen(de) binnen den bailliuschappe van Naeldwijck, geassisteert met Corstiaen Jorisz van der Houve zijn schoonzoon, Claes Claesz Zwieten secretaris der stede sGravesande en(de) Santambacht ende Adriaen Pietersz Coninck in qualite als arbiters van wegen den voornoemde Joris Cornelisz van Vliet ter eenre, Arent Tou Jansz, Reijer Vranckensz, Jan Dircxz Vercrocht in qualite als voochden van(de) nagelaten weeskinderen van(de) voornoemde Neeltgen Touwen geassisteert met Pouwels Adriaensz van Dijck, wesende een van de vrunden der voors. weeskinderen, mitsgaders Claes Adriaensz, in qualite als weesmeester ende oppervoocht der voors. kinderen, Andries Claesz Bogaert, Doe
Adriaensz Lucq, en(de) Arent van Leeuwen, in qualite als arbiters van wegen de voors. weeskinderen ter andere zijde, nopende tonderhouden opvoeden ende des voors. weeskinders moederlicke goet in manieren hijer nae volgende te weeten dat den voornoemde van Vliet belooft de voors. vier weeskinderen met naemen Machtelt Jorisdr, out alderheijligen toecomende negentien jaeren, Neeltgen Joris out omtrent (niet ingevuld) jaeren, Cornelis Jorisz out omtrent kersmisse toecomende twaelff jaeren, ende Arent Jorisz out St. Jacob lestleden acht jaeren, te onderhouden (enz.) tot dat de selve kinderen gecomen sullen wesen tot den ouderdom van haer achtien jaeren …

Op 26 oktober 1614 bekent Jan Pietersz. Groen uijtcoop gedaen te hebben jegens Arent Tou Jansz ende Willem Thou Jansz voor hun selven ende in qualite als oomen ende bloetvoochden van tnagelaeten weeskint van Claes Thou Jansz, geprocreeert bij Maritgen Claes mitsgaders Pouwels Adriaensz van Dijck als man ende voocht van Jannitgen Jans, Jacob Riddersz Dockum als man ende voocht van Pietertgen Jans nopende de erffenisse ende besterffenisse de voornoemde persoonen elcx in qualite voors. opgecomen ende aenbestorven deur doode ende overlijden van(de) nagelaeten weeskinderen van zaliger Leentgen Jans, in haer leven huijsvrouwe vanden voornoemde Jan Pietersz in manieren hijer nae volgende, te weeten dat den voornoemde Jan Pietersz Groen in vrijen eijgendomme sall behouden den geheelen boedel ende goederen … mits dat den voornoemde Jan Pietersz tot zijnen laste aenneempt te betaelen alle de uijtschulden daer mede de voors. boedel int geheel off deel belast es … jegens alle tgunt voors. es den voornoemde Jan Pietersz Groen de voors. erffgenaemen belooft heeft uijt te reijcken de zomme van twee envijftich hondert carolus guldens. 

Op 31 mei 1619 bekent Pouwels Adriaensz. van Dijck, woonen(de) in onzen ambachte, vercocht te hebben aen Geertge Cornelisdr, wedue van wijlen Jan Joppen Verloo in sijn leven laeckencooper en(de) schepen van sGravenhaghe, seeckere achtijen margen zoo weij als teelandt gelegen in onzen voors. ambachte daer van affgecavelt es acht mergen een hondt waer inne es begrepen seven morgen een hondt vijff entwintich roeden geestelick landt. Bekennende hij comparant over de coop ende opdrachte der voors. achtien margen ende noch drie mergen drie hondt bijde voors. Geertgen Cornelisr ten vollen voldaen ende betaelt te wesen ende dat mette somme van vijftienduijsent driehondert ses endetwintich gulden thien stuijvers.

Op 23 december 1620 verkoopt Pouwels Adriaens van Dijck aan Geertruijd Cornelisdr, weduwe van Jan Joppen Verla, 21½ morgen wei- en teelland, gelegen in zijn woning in Naaldwijkerambacht aan de noordzijde van de Lierweg.

Op 3 november 1621 assisteert Pouwel Adriaens van Dijck bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden tussen Dirck Jorisz van Adrichem en Neeltgen Jorisdr van Vliet. Op 30 april 1622 assisteert hij bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden tussen Joris Cornelisz van Vliet en Neeltgen Jansdr weduwe van Jan Adriaensz opten Overgaeu.

Op 12 mei 1634 koopt Jannitgen Jans weduwe wijlen Pouwels Adriaensz van Dijck, wonende in Naaldwijk, van Nicolaes Verloo te Voorburg zes morgen weiland, 5 stukjes teelland samen ongeveer twee morgen en nog drie hond teelland, alles bij elkaar voor 8500 car. gld.

Op 25 januari 1635 verklaart de weduwe van Pouwels Adriaensz van Dijck aan de baljuw en weesmeester van Naaldwijk een stuk land verkocht te hebben. Op 2 mei 1635 lost Jannetgen Jansdr, weduwe van Pouwels Arijaensz van Dijck, de rente af op 1 morgen tarwepachtland te De Lier.


Op 23 april 1635 verkoopt Jannetje Jans, weduwe van Pouwels Ariens van Dijck, wonende in het ambacht Naaldwijk, geassisteerd met Willem Jans Thou haar broer als voogd, aan mr. Georgius van der Velden te Haarlem 4½ morgen eigen tarwepachtland, wei- en bouwland, gelegen in 2 percelen, voor 2350 gld. Haar kinderen Arij Pouwels van Dijck, Jan Pouwels van Dijck ‘geseijt Jan Thou’, Jan Vrancken van Velden, man van Soetgen Pouwels, Jacob Jans van der Baers, man van Neeltgen Pouwels en (oude) Jan Pouwels van Dijck, mede namens Jacob, Neeltgen en Maertge Pouwels en de weeskinderen van Hilletge Pouwels, geven hun goedkeuring aan de verkoop.

Op 2 augustus 1639 verkopen Adriaen Pouwels van Dijck, wonende in De Lier, voor zichzelf en als voogd van de kinderen van Hilletje Pouwels van Dijck en als gemachtigde van Jan Pouwels van Dijck de oude, Jan Pouwels Thou van Dijck, Jacob Pouwels van Dijck, Marritge Pouwels van Dijck, Jan Vrancken van Velde als man en voogd van Soetge Pouwels van Dijck, Jacob Jans Kuijper als man en voogd van oude Neeltge Pouwels van Dijck, Jan Pouwels Verspeck als man en voogd van jonge Neeltge Pouwels van Dijck, erfgenamen, elk voor 1/9 deel van Pouwels Adriaens van Dijck en Jannetje Jans Thou van der Burch, aan Pieter Philipsz. Heemskerck een woning bestaande uit huis, bijhuis, schuur, berg en geboomte, staande op 4 hond eigen land in de ban van Naaldwijk in de Vlietpolder met ca. 28 morgen 1 hond eigen land en de toegift van ca. 40 morgen bruikwaar.

Op 25 maart 1641 maakt Adriaen Pouwelsz van Dijck, wonende te Delfgauw aan de Laan, ziekelijk van lichaam, zijn testament. Hij institueert Jan Pouwelsz Touw van Dijck, wonende Vlaardingen, en Jacob Pouwelsz van Dijck, zijn broeders, en Soetgen Pouwels van Dijck, Neeltgen Pouwels van Dijck de oudste, wonende Overmaas, Neeltgen Pouwels van Dijck de jongste, wonende in de Lier, en Maritgen Pouwels van Dijck, zijn zusters, mitsgaders de kinderen van Hilletgen Pouwels van Dijck, zijn overleden zuster en het wettige kind of kinderen van Jan Pouwelsz van Dijck, zijn testateurs oudste broeder, verwerk bij zaliger Grietgen Vrancken. Allen kinderen van zaliger Pouwels Adriaensz van Dijck en Jannitgen Jans Touw. Hij benoemt tot voogden over zijn erfganemen Jan Pouwelsz Touw van Dijck en Jacob Pouwelsz van Dijck, zijn broeders, Jan Vrancken van Velden, Jan en Corstiaen Pouwelsz Verspeeck, zijn zwagers. Gedaan ten huize van de testateur in presentie van Inge Jansz, buurman van de testateur, en Jan Volckersz, borstelman van Berkel, als getuigen.


Op 29 september 1641 bekent Sijmon van Catshuijsen, rentmeester van de prins van Oranje, ontvangen te hebben uit handen van de erfgenamen van Pouwels Adriaensz van Dijck en Jannitgen Jansdochter een bedrag van 375 car. gld., t.w. 75 gld. over vier jaar verlopen rente van over 300 gld. kapitaal en 300 gld. als aflossing van de hoofdsom.

(fredbrouwer.nl)

Kinderen:

a. Jan (= kwartier 2224)

b. Maartje, gedoopt NG Naaldwijk 14 juli 1613

4456. Lambrecht Huijgensz. Lugtenburg, gedoopt NG Brielle 31 mei 1592 (getuigen: Jacob Jansz. van Velzen, Lenert Lambrechtsz., Crijn Cornelisz.), landman te Oostvoorne (1630), lidmaat te Oostvoorne (1641), schepen van Oostvoorne (1650) overleden voor 1663, trouwde voor 9 febr. 1627

4457. Jannetje Doens

son of Huich Corneliszoon Luchtenburch and Catharina Lambrechtsdr‏.


Gilles Sentsz. Stortwaghen, wonende onder Oostvoorne, stelt zich op 9-2-1627 borg voor Jacob Doensz. , Lambrecht Huijgensz. (Lugtenburg), getrouwd met Jannetgen Doens, Neeltgen Doens en Chentgen Doens, allen erfgenamen voor een 3e part in het 4e part van de nagelaten goederen van Vincent Cornelisz., schout van Oostvoorne t.b.v. Franchois van Gellinchuijsen en Cornelis Arendsz. Haddes, schout van Oostvoorne, voor de lichting van 233 gld, die de erfgenamen van Cornelis Arentsz. hebben ontvangen.

Weeskamer Oostvoorne, Oostvoorne, invr 1:
29-3-1628, fol. 27, uitkoop, comp. Jacob Doens, wed. van Annetgen Jochems, geass. met Lambrecht Huijgensz. zijn zwager, ter eenre, en Jochem Arenszn grootvader van het weeskind Annetge Jacobsdr., geass. met Adriaen, Cornelis en Jacob Jochemsz. zijn zonen.

Mutueel testament 23-10-1630 van Lambrecht Huijgens, landman wonende te Oostvoorne met Jannetje Doens zijn huisvrouw.
Langstlevende moet de kinderen opvoeden tot hun mondigheid en dan aan de kinderen samen uitreiken 400 gld, te versterven van het ene kind op het andere. Mochten de kinderen zijn vooroverleden dan zal de langstlevende aan de naaste vrunden van de eerste gestorvene 150 gld uitreiken en na het overlijden van de langstlevende zal de boedel tussen de naaste vrunden van de beide echtgenoten – elk voor de helft – worden verdeeld C.N.A.( inv.nr. 1010)

Weeskamer Oostvoorne, Oostvoorne, invr 1:
4-12-1639, fol 70v, uitkoop, comp. Sijtgen Jansdr, wed. van Jan Lijevensz., wonend onder Oostvoorne, geass. met Pieter Pietersz. Steijl, haar voogd, ter eenre en Jacob Doensz, Lambrecht Huygensz, getrouwd met Jannetgen Doens, neven van het weeskind Jan Jansz., oud omtrent 13 jaar.

Amb. Archief Rockanje nr 87, 23-2-1650:
Pieter Lambrechtsz. v. Luchtenburgh sluit een schuldverzekering af. Borgen zijn zijn vader Lambrecht Huijgensz. v. Luchtenburgh en zijn oom Jacob Doensz.


ARA ONA 3.04.01, invnr ???,
1-7-1650: Lambrecht Huijgense Luchtenburg schepen van de banne van Oostvoorne, was 60 jaar.

In de kwartierstaat Touw-Trouw wordt als vader vermeld: Huijgch Jansz. v. Luchtenburgh, schout van Nieuwenhoorn (ook als schout van Brielle vermeld) begraven in de St. Catharijnekerk te Brielle 5-2-1633.
Diverse akten uit de periode 1630-1640 vermelden echter over deze Huijgh Jansz dat hij geen directe erfgenamen had, slechts naaste “vrunden”. Daarom kiest Jan Rienstra voor het echtpaar Huig Cornelisz en Catharina Lambrechtsdr dat in de periode 1590-1605 8 kinderen liet dopen in Brielle waaronder een Lambert (Lambrecht)

Jannetje Doens‏‎, geboren 1590, overleden na 4 dec. 1639‎,

De ouders van Jannetje zijn speculatief. De mogelijkheden zijn:
Doen Jansz, gehuwd met Neeltje Jacobs en
Doen Pietersz, gehuwd met Maritge Gerrits.
Beide echtparen laten te Brielle zonen dopen met de naam Jacob in de periode rond 1600.
Het 2e echtpaar woonde in Oosterland & Rugge, een polder van Oostvoorne, maar onder de rook van Brielle (vele bewoners lieten hun kinderen in Brielle dopen ipv Oostvoorne).

(clvanrooij.nl)

4460. Jan Jacobsz. Laaij, begraven Oostvoorne 28 april 1686 (op het kerkhof, 2 gl., twee maal luiden), trouwde

4461. Neeltje Jobs, begraven Oostvoorne 6 mrt. 1680 (2 gl., twee maal luiden)

(Prometheus XIII, p.186)

Thomas Jacobsz Laeij verzekert tbv. Lijsbeth Jacobs, wed.v. Crijn Jacobsz Poel een schuld van f 265 op en wegens koop van een huis aan de Groeneweg in Lodderland op 4 G bruikwaar aankomend het kapittel te Brielle en nog 10 G bruikwaar. Borgen: comparants broer Jan Jacobsz Laeij en Jacob Claesz Hollander, beiden won. in Oostvoorne, en Cornelis Jacobsz Care te Rockanje. Volgt taxatie van de beternis van bruikwaar. Datering: 03-04-1645 (clvanrooij.nl)

4462. Claes Jorisz. Verdoel, gedoopt NG Poortugaal 15 mrt. 1615, korenmolenaar te Poortugaal (1636-1641), nadien te Oostvoorne, doet op 5 aug. 1636 de eed op de ordonnantie van het gemaal, overleden voor 17 mei 1655, trouwde naar schatting ca. 1643

4463. Jannetje Claesdr., overleden na 17 mei 1655

(Prometheus XIII, p. 186)

4472. Arij Centen, geboren te Puttershoek 1623, jongman van Puttershoek (1644), trouwde NG Puttershoek 7 dec. 1644 (getuige: haar vader Schalck Bastiaens)

4473. Lijsbeth Schalcken (van der Hoek), geboren te Puttershoek ca. 1623, jonge dochter van Puttershoek (1644)

(Prometheus XIII, p. 186)

4474. Jacob Daniëlsz. (Danen) Visser, geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Puttershoek en daar wonende (1641), vermoedelijk overleden in 1673, trouwde NG Puttershoek 31 aug./6 okt. 1641

4475. Janneken (Jannichgen) Isbrantsdr., geboren te Heinenoord ca. 1620 (5 jaar in 1625), jonge dochter van Heinenoord en daar wonende (1641), vermoedelijk overleden in 1673

– juli 1641: “Alsoo sij [Janneke Isbrants] gansch geene goede antwoorde heeft gegeven, is om redenen goet gevonden het toelaten tot des Heeren H. Avontmale uit te stellen tot de naaste reijse ende is vermaent haer int heimelick van de predikant te laten onderrichten, te hooren neerstich Godts woort tot den tijt sij bequaam mochte bevonden werden.” (Archief NH gemeente Puttershoek A1)

– 1 juni 1653: Janneken Isbrants op belijdenis lidmaat van de NG gemeente te Puttershoek

– 1673: ontvangen van het doodkleed van Jacob Danen, Jannegie Isbrands en Isbrant Jacobse samen 1 gl. 12 st. (Archief NH gemeente Puttershoek B3)

4476. Arij Laurensz. Veerdam, geboren naar schatting ca. 1610, vermoedelijk te Mijnsheerenland, overleden na 1662, trouwde 2e ca. 1645 Maertie Jans, 1e NG Hekelingen 2 juni 1636

4477. Leentje Jansdr., overleden ca. 1643

4608. Jan Ariensz. (Verhoef), geboren naar schatting ca. 1575, schipper, pachter stadsaccijnsen op bier en wijn te Geervliet, burgemeester van Geervliet (vermeld 1630 en 1631), overleden 10 aug. 1636 (lidmatenregister NG gemeente Geervliet 1625-1644), trouwde 2e NG Geervliet 30 okt./13 nov. 1633 Claasje Pieters, weduwe van David Jansz. Caperman (= kwartier 4610), 1e voor 23 juli 1606

4609. Trijntje Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1575, overleden tussen 1628 en 30 okt. 1633

– 1606: Jan Ariensz. koopt een huis in de Tolstraat te Geervliet (ORA Geervliet inv. 45)

– 1610-1616 en 1622-1632: Jan Ariensz. vermeld als lid van het stadsbestuur van Geervliet

– 1614: Jan Ariensz. Verhoef koopt een huis aan de kade te Geervliet  en in

– 1616: een belendend huis aan de Hoogstraat (ORA Geervliet inv. 62). Het complex vormde later later de herberg “Het Hart” (ook: “Het Rode Hart”)

– 1614: Jan Arens en zijn vrouw Trijntje doopgetuigen bij Lodewijk Lodewijksz. (NG doopboek Geervliet)

– 1625: hij koopt een schuit (ORA Geervliet inv. 62)

– 1628: Trijntje Cornelis, vrouw van Jan Arentsz. Verhoef burgemeester doopgetuige bij Lijsbeth Lodewijksdr. (NG doopboek Geervliet)

– 1 april 1635: Jan Arensz. Verhoef burgemeester doopgetuige bij Lodewijk, zoon van Dirk Lodewijksz. van der Vos en Neeltje Dirksdr. Kaperman (NG doopboek Geervliet)

Kinderen (allen NG gedoopt te Geervliet):

a. NN, 23 juli 1606 (getuigen: Cornelis Jansz. en andere onbekenden [sic])

b. Cornelis, 19 juli 1609 (getuige: Paulus Pietersz.)

c. Cornelis, 23 jan. 1611 (getuigen: Maartje Gerards, Neeltje Ammelaars, Jan Cornelisz. en David Jansz.)

d. Willem, 2 febr. 1613 (getuigen: Lodewijk Dirksz., Cornelis Cornelisz. Bakker en Aagje Arens uit Hekelingen)

e. Willem, 15 nov. 1615 (getuigen: Lodewijk Lodewijksz., Maartje Reijers en Maartje Leenaers)

f. NN, 29 juli 1620 (getuigen: Lodewijk Lodewijksz.)

4610. David Jansz. Caperman, schipper, schepen en burgemeester van Geervliet, hoogheemraad van Putten, overleden voor 9 mei 1628, trouwde 1e Machtelt Cornelisdr., dochter van Cornelis Maartensz. [Cuipper] (ORA Geervliet inv. 45), 3e Claasje Pieters, 2e ca. 1601

4611. Nelletge Pietersdr. Backer, overleden in of  voor 1617 (Oud-Archief Geervliet, nr. 17), trouwde 1e Cornelis Cornelisz. Backer

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 164)

– 1597: David Jansz. Caperman doet “bouwneringe” te Geervliet (Oud-Archief Geervliet nr. 38)

– 12 febr. 1599: David Jansz Caperman, schepen, bekent aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. ’s heren weg). Geroyeerd in 1615. (Streekarchief Voorne-Putten)

– 22 febr. 1606: Cornelis Jansz., secretaris van Geervliet, door de schout, burgemeesters en schepenen van Geervliet als “testamenteur en toesiender”, in plaats van mr. Oloff Jans [= mr. Olert Jansz. Erckenbout], oud-burgemeester in Heenvliet, over de goederen, die zijn nagelaten door wijlen Pietertgen Adriaensdr., echtgenote van wijlen Cornelis Maertensz., gewoond hebbende te Geervliet, alsmede David Jansz. Caperman en Pieter Cornelisz. Nout, schepenen van Geervliet, procederen tegen Frans Cornelisz. en mr. Oloff Jans, als executeurs-testamentair van voornoemde Pietertgen Adriaensdr. (Hof van Holland, nr. 1705)

– 1616: Cornelis Cornelisz. Bakker te Geervliet maakt de inventaris op van de nalatenschap van zijn moeder zaliger, Neeltje Cornelis, in tegenwoordigheid van zijn zwagers, Leendert Adriaensz. [echtgenoot van Ariaantje Pietersdr. Bakker] en David Jansz. Caperman [gehuwd met Nelletje Pietersdr. Bakker] (Oud-Archief Geervliet, nr. 17)

– 1617: Frans Cornelisz. Bakker is oom van moederszijde en voogd van de kinderen van Nelletje Pietersdr. Bakker en Ariaantje Pietersdr. Bakker. (Oud-Archief Geervliet, nr. 17)

– 1622: David Jansz. Kaperman is burgemeester van Geervliet. Zijn kinderen zijn Maartje, Jan en Nelletje. (Oud-Archief Geervvliet 52, anno 1622)

– 1623: wijlen Nelletge, dochter van wijlen Pieter Cornelisz. Bakker en  kleindochter van Cornelis Cornelisz. Bakker, liet weeskinderen na, verwekt door David Jansz. Caperman. (RA Geervliet 52, anno 1623)

– 28 mrt. 1624: Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker transporteert aan David Jansz Caperman geprocreëerd bij Ariaantje Pieters en de [kinderen] van Lenaart Ariens geprocreëerd bij Nelletje Pieters 
– 2 1/2 G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen)
– 8 1/2 G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd). (Streekarchief Voorne-Putten)

– 28 dec. 1625: Claasje Pieters, vrouw van burgemeester David Jansz. Caperman doet belijdenis (Acta Geervliet)

– 9 mei 1628: Claasje Pieters, weduwe van David Jansz. Caperman te Geervliet, verkoopt de boedel. De kinderen zijn: Jan, Nelletje, gehuwd met Adriaen Dirks, wijlen Marritge Davids, gehuwd geweest met Henrik Grave, Machteltje en Annitge Davids, laatstgenoemden beiden onmondig, van wie oom is Dirk Jansz. Caperman. (RA Geervliet 42)

– 16 aug. 1628: Jacob Cornelisz. Cuijper koopt van de weduwe van David Jansz. Caperman een huis buiten de Landpoort te Geervliet. (RA Geervliet anno 1628) 

4676. Jasper Lamberts, geboren ca. 1540, Heilige-Geestmeester van ‘s-Gravendeel ca. 1596 (RA ‘s-Gravendeel 1), overleden voor 26 nov. 1620 (RA ‘s-Gravendeel 2), trouwde 1e Neeltgen Ariens (Neel Ariaen), 2e Willemke NN

– 17 mei 1597: Jasper vermeld als belender van een huis te ‘s-Gravendeel van Crijn Jans Schipper. (RA ‘s-Gravendeel 1)

– 19 mrt. 1603: Jasper Lamberts, wonende te ‘s-Gravendeel, 63 jaar oud, legt een verklaring af ten verzoeke van jonkheer Johan van Rhoon betreffende de gorzen ter weerszijden van de haven. (RA ‘s-Gravendeel 37)

– 18 dec. 1609: Jasper Lambrechts en zijn vrouw Neeltgen Ariens, anders genaamd Neel Adriaen, beiden gezond, testeren. Legaat voor de kinderen van haar [schoon-] zoon zaliger Wouter Ariens en hun moeder. (RA ‘s-Gravendeel 37)

– 26 nov. 1620: Willemken, weduwe van Jasper Lambrechts, geassisteerd met haar [schoon-?] zoons Pieter Pietersz. Verdonck en Willem Woutersz., sluit een akkoord betreffende uitkoop van Huijbrecht Jaspers en Huijg Ariens, wonende te Puttershoek. (RA ‘s-Gravendeel 2)

4694. Jan Aerijensz. Troost, schout van Heinenoord 1566-1570, schepen van Heinenoord 1576-1588, overleden na 1588, trouwde

4695. Anneke Adriaensdr. (in een akte uit 1615 ook genaamd Adriaentje Adriaensdr.)

Kinderen:

a. Anneken Jansdr. Troost [= kwartier 4977], trouwde Jacob Pieters

b. Maertge Jansdr. Troost, trouwde Adriaen Pieters de jonge

c. Adriaen Jansz. Troost

d. Rokus Jansz. Troost

e. Arijen Jansz. jonge Troost

f. Sebastiaentge Jansdr. Troost, trouwde Jan Cornelisz. jonge Geus

4696. Jacob Gijsberts, schout van Cillaarshoek, overleden tussen 1597 en 1602, trouwde ca. 1580

4697. Hadewijtgen Jans, overleden voor 31 mei 1597

– 31 mei 1597: Jacob Gijsberts, weduwnaar van Hadewijtgen Jans, vader van vijf minderjarige kinderen, t.w. Gijsbert, 16 jaar, Jan, 13 jaar, Aert, 8 jaar, Arie, 4 jaar, en Maritge Jacobs, 11 jaar oud, sluit overeenkomst met Salomon Jans, broer van Hadewijtgen Jans en oom en voogd van de kinderen. Getuigen: Cornelis Pieters schoenmaker, Willem Aerts, Cornelis Dirks en Jan Philips schout, van vaderszijde, en Salomon Jans, Claes Cornelisz. Snaeijer en Leendert Huijgen, van moederszijde. (RA ‘s-Gravendeel 1)

– 1592: Jacob Gijsbrechts, schout van Cilaarshoek, als oppervoogd van ’s herenwege, Jan Philipsz., Salomon Jans en Ingen Jacobs, als voogden van het weeskind van Leentge Jacobs en dat met believen van Bastiaen Adriaensz., Arij Ingensz. en Ingen Jacobs, verkopen uit naam van het weeskind en Ingen Jacobs land in Heinenoord. (RA Heinenoord 1)

– 20 mrt. 1602: Jacob Gijsen zaliger heeft na de dood van zijn vrouw Hadewijgje Jans de boedel verwaarloosd. Verklaring door Fop Bastiaensz. Smit en Gerrit Antonisz. Cranendonck. (RA ‘s-Gravendeel 1)

4698. Andries Arijensz. Timmerman, geboren ca. 1530, kerkmeester van Maasdam (vermeld 1585), overleden tussen 1585 en  9 febr. 1591, stamvader van de geslachten Timmerman en Van der Wulp, trouwde

4699. Jannigje Cornelis, overleden voor 1591 (voor haar man)

(Gens Nostra 1991, p. 449)

– 26 april 1583: Andries vraagt op de classis-vergadering te Dordrecht namens Maasdam om Hubert de Rijcke als predikant aan te stellen.

– 1585: hij verhuurt als kerkmeester kerkenlanden.

– 9 febr. 1591: Cornelis Andriesz. Timmerman, enerzijds en Floris Huijgens en Pieter Willemsz., als voogden van Adriaen Andriesz. en Neeltge Andriesdr., mer Jacob Cornelisz. schout, als oppervoogd, weeskinderen van Andries Arijensz. Timmerman en Janneke Cornelis, anderzijds, passeren akte van uitkoop. Aan Cornelis Andriesz. komt het huis, staande op de dijk van Maasdam, belend door het huis van Staes Jacobs met o.a. houtwerk, gereedschap van “timmeragie”, zoals Janneke Cornelis dat bij haar overlijden heeft nagelaten. Er zijn- o.a. aanwezig een hokkeling (1- of 2-jarige koe) met een melkkalf. De twee minderjarige kinderen zullen uit de boedel hebben een bed met een deken en Neeltge Andriesdr. nog haar moeders kleren en juwelen. Adriaen zal nog drie jaar bij zijn broer blijven wonen. Cornelis zal hen betalen 4 gl. (RA Maasdam 3)

4704. Jan Gijsbrecht Daniëls, geboren ca. 1546, lijndraaier te Moerkerken (Mijnsheerenland), overleden (kort) voor 7 jan. 1626, trouwde (2e)

4705. Geertge Jans

(Kronieken 1997, nr. 2, p. 116)

– 1589/1590: Jan Gijsbrecht Daniëls vermeld in de rekeningen van de polder Westmaas Nieuwland

– 27 dec. 1618: hij legt een verklaring af, is 72 jaar oud en woont in Mijnsheerenland, waarvan 60 jaar in Moerkerken.

– 7 jan. 1626: tijdens de verkoping van zijn goederen wordt een tonnetje bier gedronken. Zijn doodkist kost 3 gl. (GA Mijnsheerenland)

4706. Cornelis Lievens (Mijs), vermeld in 1580, schepen van Westmaas, secretaris van Westmaas 1586-1601, tapper en bierverkoper op het huis te Gaesbeeck in Westmaas,  overleden voor 8 april 1604, trouwde

4707. Marichje Sebastiaens

13 augustus 1574:
Boedelscheiding tussen Jan Dammasz., en wijlen Ariaentge Lievensdr., en Cornelis Lievensz. op Westmaas, zijn zwager, en de onmondige kinderen van Lenert Lievensz. en Annetge Dammasdr., die bij hun gevoegd hebben Pieter Adriaen Dircksz., vanwege Ariaentge, de onmondige dochter van Lieven Cornelisz. en Crijntge Adriaensdr., nu huisvrouw van Pieter Adriaen Dircksz., en Pieter Dammasz.

15 november 1575:
Cornelis Lievensz. op Westmaas verkoopt aan Lieven Lenertsz. en Ariaentge Lenertsdr., kinderen van Lenert Lievensz. en Annichge Dammasdr., beide overleden, en dit ter presentie van Cornelis Lievensz., Jan Jacobsz. van Rotterdam, Dammas Jansz. en Jan Dammasz., voogden, een jaarlijkse losrente van 37 gld 10 stuivers, verzekerd op 3 mrg land in een hoeve ter grootte van 10 morgen.

19 maart 1577 naer gemeen schrijven:
Cornelis Lievensz. op Westmaas verkoopt aan Lieven Lenertsz. en Ariaentge Lenertsdr., achtergelaten kinderen van Lenert Lievensz. en Annechge Dammasdr., een jaarlijkse losrente van 26 gld, verzekerd op 3 mrg land in het Nieuweland van Moerkerken. Voogden: Jan Dircksz. en Dirck Fransz. van Rotterdam.

– 15 juli 1598: Pieter Bastiaensz. Romeijn, wonende op Westmaas, als man van Leuntge Cornelis Lievens, verkoopt aan Cornelis Cornelisz. van der School 2 morgen 4 hont land, liggende op het Tollegras in Oud-Beijerland in een stuk van 4 morgen, volgens de oude giftbrief, gepasseerd door Jan Thomasz. zaliger op Lijven Cornelisz. op 11 mrt. 1559, berustende onder voorn. Van der School, van welk land de rest, zijnde 8 hont land, toekomt aan Jan Dammisz. [van Cralingen], als weduwnaar van Ariaentje Lievens, dochter van Lieven Cornelisz. en zijn weeskinderen, “als ’t sekere becregen hebbende”, t.w. 1 morgen bij overlijden van Ariaentje Lievens en de overige 2 hont gekocht van de erfgenamen van Ariaentje Lievens, t.w. Joost Cornelis, als man van Ariaentje Lievens de jongste, “van de derde bedde”, en Pieter Cornelisz. de Lange, als man van Ariaentje Lenerts, alles “bij kennisse” van Cornelis Lijevens, secretaris van de Maes. (RA Oud-Beijerland 2)

Cornelis Lievenss., secretaris der vierschare van de Groupe [=Greup], wordt in 1600 genoemd in het haardstedenkohier.

Aryaentgie Lyevens Mijsdr. werd op 9-3-1615 vermeld bij de verkoop van 3½ morgen land in Westmaas-Nieuwland door Cleijs Joosten Meijnaert met consent van zijn schoonvader Pijeter Dircxs. Ook was er sprake van de woonstede te Westmaas van de weduwe van Cornelis Lijevens Mijs.

Mijnsheerenland, 30 september 1623:
Pieter Pietersz. Vinck op de Westmaas verkoopt aan Marichge Laurisdochter, weduwe van Jaques Jansz. Linssen, 3 morgen en 458 roeden bouwland in Westmaas-Nieuwland. Oost het
land eertijds toebehoord hebbende de weduwe van Anthonis Claesz. Spruijt en de snijder Dammas Jansz. met bruikweer, west de koopster en noord Cornelis Cornelisz. jonge Boer met
bruikweer; de verkoper aangekomen bij koop van Cornelis Lievensz. zaliger.

4712. Adriaen Ponsz., geboren naar schatting ca. 1550 (onmondig in 1555), woonde aan de Mijnsheerenlantsche Dijk (1614), te Westmaas (zeker sedert 1618), overleden tussen 1633 en 17 april 1635, trouwde voor ca. 1584

4713. Sijtje Cornelisdr., overleden voor 19 maart 1635 (Ons Voorgeslacht no. 584, nov. 2006, p. 447)

4720. Gerrit Jacobsz. Molijn, geboren ca. 1595 (schatting), jongman wonende in de Papestraat te Delft (1617), schilder, werkte samen met zijn vader aan het huis van de schilder Michiel van Mierevelt, trouwde NG Delft 8 okt. 1617

4721. Meijnsgen Cornelisdr. van der Vos, jonge dochter wonende aan de Choorstraat te Delft (1617)

4722. Hendrik Lourisz. van Wijck, geboren ca. 1567, kuiper te Schiedam, trouwde

4723. Maritgen Tobiasdr.

Certificatieboek Schiedam inv. 334, f. 265: op 30 nov. 1588 leggen o.a. Jan Lourisz. van Wijck, 24 jaar oud, en Hendrick Lourisz. van Wijck, 21 jaar oud, een verklaring af.

 29-12-1608: Jan Lourisz. van Wijck en Cornelis Jansz. Poort nomine uxoris voor hunzelf en als omen en voogden van de weeskinderen van Henrick Lourisz., erfgenamen van Louris Jansz. smid, bekennen ten vollen voldaan en betaald te zijn van zaliger Jan Danckertsz. en zijn erfgenamen, van een kustingbrief welke de voorn. Jan Danckertsz. t.b.v. Louris Jansz. eertijds heeft verleden over de koop van een huis en erf in de Gooistraat waar tegenwoordig possesseur van is Roeloff Gerritsz. zwaardveger, belend ten Z: Machtelt Cornelisdr. Bouman en ten N: Aechgen Arijens weduwe Jan Dijerten bakker. (ORA Schiedam [internet])

4726. Engebrecht Jansz. (Vijftichschilt), scheepstimmerman te Krimpen a/d IJssel, trouwde

4727. Leentgen Pietersdr., trouwde 1e Cornelis Otter

ONA Rotterdam inv. 358, akte 274: op 14 dec. 1654 testeren Engebrecht Jansz., scheepstimmerman te Krimpen a/d IJssel, en zijn vrouw Leentgen Pieters. Zij bevestigen hun testament van 19 juli 1644, verleden voor heemraden en secretaris te Krimpen a/d IJssel. Zij maken een bepaling t.a.v. hun zoon Pieter Engelsz. Vijftichschilt over een huis en scheepmakerij te Krimpen.

ONA Rotterdam inv. 362, akte 272: op 16 april 1664 prelegateert Leentge Pietersdr., de vrouw van Engebrecht Jansz. Vijftichschilt, wonende in Krimpen a/d IJssel, aan haar vijf nakinderen, t.w. Maertgen, Trijntgen, Jan, Maritgen en Pieter Engebrechts, de ene helft van haar na te laten goederen en benoemt hen samen met haar man en Ariaentgen Gerritsdr. Otter, enig kind van haar overleden voorzoon Gerrit Cornelisz. Otter, tot erfgenamen van de andere helft. Tot voogden benoemt zij haar zoon Pieter Egbersz. en haar zwager Cornelis Jacobsz. van der Wael.

4760. Jacob Herweijer, geboren te Nieuw-Beijerland ca. 1578, landbouwer, dijkgraaf van de in 1615 bedijkte polder Klein Zuid-Beijerland (vanaf 1616), schepen van Nieuw-Beijerland (1617, 1619), heemraad en dijkgraaf van Groot Zuid-Beijerland (resp. 1631 en 1632-1635), woonde op “Zuijdwijck” aan de Zuidzijdsedijk in de polder van Nieuw-Beijerland, overleden Nieuw-Beijerland 11 aug. 1641 (grafzerk in de kerk), trouwde ca. 1604

4761. Neeltgen Jansdr. van der Meer, geboren omstreeks 1584, overleden ca. 1674

– 1626: Jacob Herweijer in de 1000e penning van Nieuw-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 8000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 235v)

– 11 juni 1641: Jacob Herweijer, dijkgraaf van Nieuw-, Zuid- en Groot Zuid-Beijerland, ongeveer 63 jaar oud, verklaart bij zijn ambtseed, dat de boedel van Willem Jansz. van Dijck, die is overleden in Piershil, door zijn mondige kinderen en de voogden over zijn onmondige kinderen is aanvaard, en dat hij, deposant, zich samen met Johan Manrique, schout van Piershil, en Bastiaen Maertensz. de Recht, dijkgraaf van Oud-Piershil, op 7 febr. 1640 vervoegd heeft ten huize van Sasbout van der Dussen, wonende te Delft, aan wie de hofstede, waarop Van Dijck overleden is, gelegen in Oud-Piershil, met 45 gemeten en ettelijke roeden land, toebehoort. Genoemde personen hebben aan Van der Dussen gevraagd, “alsoo de selve hoffstede ende landen vuijtten huijre waeren”, of hij genegen was die hofstede voor nog eens zeven jaar aan de erfgenamen van Van Dijck te verpachten, hetgeen hij goedgevonden heeft. (ONA Dordrecht inv. 83, f.47v e.v.)

– 11 aug. 1641 (grafzerk in de NH kerk van Nieuw-Beijerland): “Hier leyt begraven Jacob Gillisz. Herweyer dyckgraef van Nyeu Beyerlant ende Groot Suyt Beyerlant en is overleden den 11 augusti 1641 out synde 62 jaaren … maanden … dagen.”

 – 7 mei 1658: Neeltgen Jansdr. van der Meer verklaart ongeveer 74 jaar oud te zijn.

(J.J. Herweijer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 253-255)

4762. Maerten Bastiaensz. de Recht, geboren naar schatting ca. 1580, landbouwer te Oud-Beijerland (op een hofstede, die later de naam “Kreekenstein” droeg) aan het oosteinde van de eerste kruisweg ), eigenaar/bruiker van ca. 83 morgen land in de Oud-Beijerlandse polder (vermeld 1627), schepen en heemraad van Oud-Beijerland (resp. 1612-1622 en 1607-1636), overleden in 1637, mogelijk begraven in de kerk van Oud-Beijerland onder een zerk met een later uitgekapt wapen en een gedeeltelijk onleesbaar opschrift (Ons Voorgeslacht 1968,), trouwde 1e 2 april 1603 (huwelijkse voorwaarden gepasseerd op haar hofstede te Oud-Beijerland) Geertruij Cornelis, weduwe van Cornelis Cornelisz. van Roijen, bouwman, zij overleden voor 17 dec. 1613, dochter van Cornelis Matthijsz., eigenaar van genoemde hofstede, waarsman van Moerkerken, en van NN , trouwde 2e vermoedelijk ca. 1614

4763. Aechje Ariensdr. Hoogendijk, geboren naar schatting ca. 1590, overleden tussen 8 jan. 1641 en 24 mrt. 1650

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 157; K.J. Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht [Rotterdam 1987], p. 169)

– 17 dec. 1613: Maerten Jorisz. Deijm verkoopt aan Maerten Bastiaensz. de Recht, zowel voor zichzelf als voor zijn weeskinderen, verwekt bij zijn inmiddels overleden vrouw Geertruijt Cornelisdr., samen voor de ene helft en aan Arijen Bastiaensz. de Recht, “sijnen broeder”, voor de andere helft, 10 mrg. 374 roe land in Hanswillerstede, belend ten westen door de Oud-Beijerlandse dijk. (ORA Oud-Beijerland inv. 3)

– 1626: Maerten Bastiaensz. de Recht wordt in de 1000e penning van Oud-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 16.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 231v)

– 12 nov. 1632: testament van Jan [Jacobsz.] Herweijer en zijn vrouw Marichgen Adriaensdr. de Recht [dochter van Adriaen Bastiaensz. de Recht en Lijntje Jansdr.], wonende te Oud-Beijerland. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Als hij als eerste komt te overlijden zonder kinderen na te laten, is zij gehouden aan zijn erfgenamen ab intestato uit te reiken een stuk land van 3 morgen, gelegen in Groot Zuid-Beijerland, en een bedrag van 1000 gl.. Als hij evenwel kinderen nalaat, zullen die al zijn goederen erven een zal zijn echtgenote uit de gemeenschappelijke boedel een stuk weiland krijgen, dat 6 morgen groot is en ligt in Oud-Beijerland. Als zij als eerste komt te overlijden binnen vier jaar na het passeren van dit testament, zonder kinderen na te laten, zal de testateur aan haar erfgenamen ab intestato moeten uitreiken het voornoemde weiland van 6 morgen met een somma van 2000 gl. Als zij echter komt te overlijden met kinderen, moet hij aan die kinderen het weiland van 6 morgen en nog een bedrag van 4000 gl. uitreiken. Tot voogden benoemen zij naast de langstlevende van hen beiden zijn vader Jacob Herweijer en haar oom Marten Bastiaensz. de Recht. (ONA Dordrecht inv. 35, f. 205 e.v.)

– 12 mrt. 1636: Maerten Bastiaensz. de Recht en zijn vrouw Aechje Ariaens laten dopen (NG Oud-Beijerland) Ariaen, Ariaentge en Cornelis (allen op één dag)

– 3 juni 1638: Sebastiaen en Leendert Maertensz. de Recht, zoons van wijlen Maerten Bastiaensz. de Recht, verkopen aan diens weduwe, Aechgen Adriaensdr., de helft van een huis, berging, schuur, “plantaige ende potaige”, staande en gelegen in Oud-Beijerland aan de Zinkweg. Verkopers zijn hiervan volledig betaald. (ORA Oud-Beijerland inv. 6)

– 1640: Maerten Bastiaensz. de Recht is in 1637 overleden en heeft aan de Armen van Oud-Beijerland bij testament een bedrag van 300 gl. gemaakt, welke zijn weduwe, Aechjen Ariens, onder zich houdt. Zij betaalt daarvoor over het jaar 1640 18 gl. en 15 st. interest. (Archief NH gemeente Oud-Beijerland inv. 5)

– 8 jan. 1641: Aechjen Ariens testeert te Klaaswaal

– 24 mrt. 1650: compareren Evert Herweijer, schepen van Oud-Beijerland, als echtgenoot van Geertruijt Maertensdr. de Recht, Hilleken Maertensdr. de Recht, weduwe van Jan de Raet, voor zichzelf, Seger Jacopsz. Cranendoncq, dijkgraaf van Nieuw- en Klein Cromstrijen, mitsgaders Bastiaen en Leendert Maertensz. de Recht, als testamentaire voogden over de drie onmondige kinderen van wijlen Aechgen Adriaensdr., weduwe van Maerten Bastiaensz. de Recht, tot voogden benoemd in het testament van Aechgen Arijensdr., gepasseerd voor notaris A. van der Houck te Cromstrijen op 8 jan. 1641. Comparanten verkopen aan Pieter Robben 25 morgen 400 roeden land en 210 roeden “rietvelt en onlant”, liggende in Oud-Beijerland, belend ten oosten Striemonts diep, ten zuiden de Zinkweg, ten westen Leendert Maertensz. de Recht en ten noorden de gemenelandsvliet, met een huis, schuur, berging, “duijffhuijs” en “plantaige van boomen”. (ORA Oud-Beijerland inv. 9)

Kinderen (ex 2, volgorde onzeker):

a. Geertruijt Maertensdr. de Recht (= kwartier 2381)

b. Hilleken (Hillegont) Maertensdr. de Recht, trouwde Jan de Raet

c. Aerjaentie Maertensdr. de Recht (vermeld in ORA Cromstrijen inv. 47,  anno 1668)

4764. Joost Adriaensz. Kindermaecker, geboren naar schatting ca. 1565, schepen van Oud-Beijerland 1593-1595, leenman aldaar, overleden tussen 18 juli 1608 en 29 april 1610, trouwde 1e Marijtgen Cornelisdr. (Robben), 2e ca. 1608

4765. Neeltje Bastiaensdr., geboren naar schatting ca. 1585, overleden in of na 1660, trouwde 2e ca. 1615 Jacob Pietersz. Slickboer, overleden te Oud-Beijerland op 5 febr. 1648 (Ons Voorgeslacht 2000, p. 330)

– 10 mei 1604 (eerste deel van deze akte is verloren gegaan, het betreft vermoedelijk een schuldbekentenis). In margine: op 5 febr. 1618 compareert ter secretarie van Oud-Beijerland Neeltgen Bastiaensdr., weduwe van Joost Ariensz. Kindermaker. Ze vertoont de principale schuldbrief, gepasseerd door voornoemde Kindermaker met Cornelis Robben als borg, ter zake van de koop van 23 roeden land van de erfgenamen van jonkheer Jasper van Merode. Schuldbrief geroyeerd. (RA Oud-Beijerland inv. 2)

– 18 juli 1608: Cornelis Jansz. Sijervelt en Jacob Claesz. Coelbier, als bloedvoogden van de vier nagelaten weeskinderen van Cornelis Cornelisz. Robben en Arijaentgen Jansdr., beiden zich sterk makende voor Joost Ariensz. Kindermaker als vader en voogd van zijn twee weeskinderen, verwekt bij Marijtje Cornelisdr. [Robben] als mede-erfgenamen van voornoemde Robben, verkopen aan Oth Cornelisz. en Annetje Cornelisdr., zijn zuster, kinderen en erfgenamen van voornoemde Robben, een stuk land van 10 morgen en 65 roeden met een deel van een huis, berging, keten en beteling van de boomgaard, belend o.a. door “’t gat van’t Stoutgen ofte Strijmontssche Diep ende oude Beijerlandse dijk”. De kopers hebben contant betaald. (RA Oud-Beijerland inv. 3)

– 29 april 1610: ontvangen uit het sterfhuis van Joost Ariensz. Kindermaker 7 ponden 13 st. en 8 penn. (Archief NH gemeente Oud-Beijerland inv. 1)

– 29 aug. 1610: ontvangen van het land te verhuren van de weeskinderen van wijlen Joost Ariensz. Kindermaker 11 st. en 12 penn. (Archief NH gemeente Oud-Beijerland inv. 1)

– 18 jan. 1613: Johan van Diemen Ghijsbrechtsz., wonende te Dordrecht, verkoopt aan Oth Cornelisz, Cornelis Jansz. Sijervelt en Jacob Cornelisz. Coelbier, als voogden van de twee weeskinderen van Joost Ariensz. Kindermaker, verwekt bij Marijtgen Robbendr. zaliger, ten behoeve van die kinderen, 5 morgen land in een stuk van 10 morgen in Schaepstede, voor een deel contant betaald en de rest met het overnemen van een losrentebrief van 1000 gl. (RA Oud-Beijerland inv. 3)

– 13 okt. 1622: Joris Huijbrechtsz., biersteker te Oud-Beijerland, verkoopt aan Neeltgen en Maertgen Joosten, kinderen van Joost Ariensz. Kindermaker, een jaarlijkse losrente. (RA Oud-Beijerland inv. 4)

Kinderen:

Ex 1: 

a. Neeltgen Joosten

b. Maertgen Joosten

Ex 2:

c. Adriaen Joosten, geboren ca. 1609

d. Bastiaen Joosten, geboren ca. 1610

4766. Willem Jansz. Herweijer, geboren ca. 1580, jonge man van Ridderkerk (1606), landbouwer, schepen en leenman in Oud-Beijerland (vermeld 1606), lid van Generale Hoge Vierschaar van Oud- en Zuid-Beijerland (vermeld 1608), woonde aan de Zinkwegsedijk onder Oud-Beijerland (1630), vermoedelijk overleden in Oud-Beijerland tussen 12 juli 1647 (Ons Voorgeslacht 2000, nr. 518, p. 330) en 21 april 1652, trouwde 1e ‘s-Gravendeel 16 juli 1607 Neeltgen Gerritsdr., overleden voor 19 mei 1615, dochter van Gerrit Dirksz. Beyens, schout van Hekelingen, en Maergen Pleunen, 2e

4767. Neeltgen Maertensdr., geboren te Oud-Beijerland, overleden na 2 mei 1653

– 2 juni 1612: eis gedaan door Willem Jansz. Herweyer, zoon van wijlen Jan Herweijer, die een broer was van Pieter Herweyer, de oudste zoon van Jacob Herweyer, tegen Lenart Bastiaensz. Clomp en Dirk Cornelisz. Lindewever, gedaagden, als possesseurs van zeker land in de Kulck van Charlois. 

(J.J. Herweijer, Zevenhonderd Jaar Herweijer [Sneek 2000], p. 230-231)

– 1626: Willem Jansz. Herweijer wordt in de 1000e penning van Oud-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 9000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 232)

– 1626: de weeskinderen van Willem Jansz. Herweijer [d.w.z. de kinderen uit zijn eerste huwelijk] worden in de 1000e penning van Oud-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 233v)

– 1627: Willem Jans. Herweijer gebruikt in Hanswillerstede in huur van de weduwe en erfgenamen van Cornelis de Cocq een hofstede met huis, schuur, berging, “timmerage en plantage”, groot 20 morgen en 550 roeden. (GA Oud-Beijerland IVa)

– ca. 1631: Willem Jansz. heeft bij de dochter van Marijghen Tielmans een dochter verwekt (Anneken Willemsdr. ?) en betaalt voor het onderhoud van dit kind 36 gl. jaarlijks. (Archief NH gemeente Oud-Beijerland inv. 4)

– 23 mei 1632: hij is getuige bij het huwelijk van Floris Thoenis. Kievit en Lijsbeth Maertens (NG Oud-Beijerland)

– 21 april 1652: ontvangen van het erfhuis van Willem Jansz. Herweijer 11 ponden 5 st. 4 penn.

4840. Joost Joosten Verrijp, geboren naar schatting ca. 1580, landbouwer in Bonaventura, schepen van ‘s-Gravendeel, overleden 10 mei 1645, trouwde ca. 1605

4841. Lijntgen Hendriksdr. (van Weeda)

9 mei 1624: in ‘s-Gravendeel sluit Joost Joosten als weduwnaar van Lintgen Hendriks een akkoord tot uitkoop met Gijsbrecht Kooijman, wonend te Cillaarshoek, en Jacob Michiels Spruijt, neven en voogden van moederszijde van 4 minderjarige weeskinderen, Hendrik 17 jr., Cornelis 13 jr., Pieter 8 jr. en Jan 2 jr. (genealogieonline.nl)

4842. Lenert Foppen van Driel, geboren ca. 1569, van Ridderkerk (1593), schout van Rijsoord en Strevelshoek 1610, 1617-1629, leenman van Wassenaar te Oost-Barendrecht, landbouwer op de ouderlijke hoeve van zijn vrouw te Rijsoord, overleden jan. 1635, trouwde NG Ridderkerk/Rijsoord 19 sept./31 okt. 1593

4843. Maartje Cornelisdr., van Rijsoord (1593), overleden febr. 1651 

Leendert Foppen van Driel werd al kort na het overlijden van hun vader voor het gerecht gedaagd door zijn broer Daniel : op 15 febr 1592 ( =1593 ) eiste Danyel Foppensz van Lendert Foppenss de somma van 600 rijsguldens vanwege de overdracht van ruim 3 morgen land onder Ridderkerk. Of het tussen de broers weer is goed gekomen is onbekend, maar in 1620 waren zij wel weer broederlijk verenigd als toezichthouders op de voogdij van het weeskind van hun broer Jan Leendert Foppen van Driel. 

De gildebroeders van het scheepstimmermliedengilde binnen Dordrecht vroegen Lenaert Foppen van Driel, de schout van Rijsoord en Strevelshoek, om op zijn kosten een nieuwe Rijsoordsebrug te maken, waarbij hij dan het ‘bruggegeld’ mocht innen. Lenaert liet na de bouw van de brug alle inwoners van de Zwijndrechtse waard betalen, maar dat was niet volgens eerdere gewoonte of aspraken gedaan door prins Willem van Oranje. Ter plaatse volgde op 3 juli 1615 een proces tussen dijkgraaf en heemraden en Leendert Foppe, voor schout en schepenen van Dordrecht, waarbij de inwoners werden vrijgesteld van tolgeld zoals voorheen het geval was. Leendert kreeg een vergoeding van drie stuivers naar gelang iedere morgen land onder de Zwijndrechtse waard. Hij en zijn nakomelingen moesten de brug voor altijd onderhouden. Leendert Foppe en de ingelanden van de ambachten van Schobbeland, Hendrik-Ido-Ambacht, Sandelingen, Heerjansdam, de Groote – en Kleine Lindt en Heer Oudelandsambacht, legden hun nog steeds niet opgeloste geschil voor aan de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. Daar werd geoordeeld dat de kosten van de brug over het gemeneland van Zwijndrecht moesten worden omgeslagen, bevestigd door alle partijen op 13 maart 1617 in het doelhuis van St. Joris in Dordrecht waar iedere belanghebbende aanwezig was wegens de presentatie van de jaarlijkse polderrekening. Het document werd ondertekend door Arije Jacobs Ronaar, Gielis Ariensz Vinck, Anthonis Cornelis Lodewijcx, Aert Crijnen, Pieter Willems, Adriaen Cornelis Jeijskoot, Frank Wijten [van den Nes] en Leendert Foppen van Driel.

Hoewel Lenaert gevestigd was in Rijsoord bleef hij eigenaar van grond in de Oud-Reijerwaard, geërfd van zijn vader. Dit bezit te Ridderkerk breidde hij in 1619 en 1626 nog uit. Verder gebruikte hij land in Oud-Barendrecht dat hij in leen had van de heren van Wassenaar. 

4-3-1656: Fop Leendertsz van Driel, wonende te Ryerkerck, voor zichzelf, voor Cornelis Leendertsz van Driel, voor zijn zusters en voor de kinderen van zijn zusters, en Cornelis Jorisz Cranendonck, voor zichzelf en voor de gezamenlijke kinderen van de overleden Gerrit Jorisz Cranendonck, volgens testament de erfgenamen van moeders zijde van de nagelaten goederen van Adriaen Hendricxsz de Jong, machtigen Engebrecht van der Grijp, secretaris en notaris te Ryerkerck, om met Jan Willemsz te Heerjansdam, die gemachtigd is door Teuntge Cornelis, weduwe van Dammis Dircxsz te Rijerkerck, erfgenamen van de nagelaten goederen van de voornoemde Adriaen Hendricxsz de Jong, de boedel van de voornoemde de Jong te scheiden, te verdelen en eventueel te verkopen [ONA Rotterdam; not. Van der Hout, 315 fol.542]. 

NB: De moeders van Fop Leenderts van Driel en Cornelis Jorisz Cranendonck waren zusters en dochters van Cornelis Anthonis Sijbrands, schout van Rijsoord in 1598 en Truijcken Herberts van Houwelingen; Adriaen Hendricks de Jong is de zoon van Hendrick Adriaensz de Jong en Maria Cornelisse Boer, van Mijnsherenland, die in Oud-Beijerland ondertrouwden op 25-5-1653

4846. Huijg Laurisz., overleden voor 12 nov. 1629, trouwde

4847. Neeltje Pietersdr. Kleijburg, geboren ca. 1560, overleden na 15 mei 1636

4852. Cornelis Gabriëlsz., geboren ca. 1560, heemraad en schepen van Langebakkersoord 1618 (Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 344), vermeld te Hoogvliet in de 1e dubbele 1000e penning, aangeslagen voor 24 ponden (Ons Voorgeslacht 1992, p. 264), overleden na 25 sept. 1622, trouwde NG Poortugaal 28 nov. 1585

4853. Adriana Gerritsdr., trouwde 1e Jan Gijsz.

4854. Lenert Adriaensz. Smitshouck, smid te Charlois, schepen van Charlois, overleden Charlois 1635, trouwde

4855. Maertge Matijsdr. Polderdijk, overleden na 1638, trouwde 1e Crijn Gerritsz. Leeghendijk

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 184-185)

4864. Herman Dircksz. (opden Dijck), geboren Barendrecht ca. 1570, schepen van Godschalksoord 1600, 1602 (Hoge Raad van Adel, Godschalksoord, 16 juli 1600 en 11 sept. 1602), overleden te Mijnsheerenland in 1619, hij komt op 18 sept. 1611 voor als “Herman op den Dijc” (d.i. waarschijnlijk de Westdijk onder Mijnsheerenland), pachter van land in de polder Westmase Nieuwland 1618/1619, trouwde ca. 1596

4865. Mariken Cornelisdr. Huijgendr., overleden tussen 24 mei 1628 en 29 juli 1644

– 27 dec. 1598: Dirck van Haerlem, wonende te Dordrecht, heeft aan Herman Dircx verkocht 1 morgen 37 roeden land in Heinenoord in de Hill, liggende in een stuk land van 3 morgen 4 hont land, gemeen voet onder voet, genaamd ’t Wijeltgen, geheel onbelast. Koper is volledig voldaan en betaald. (ORA Heinenoord inv. 1)

– 16 juni 1603: Herman Dircxsz., wonende onder Mijnsheerenland, is wegens geleende penningen schuldig aan Dircxken Jacobs een bedrag van 100 gl. (ORA Heinenoord inv. 9)

– 13 nov. 1606: Herman Dircxsz. en Arijen Joosten, wonende aande Westdijk bij Mijnsheerenland van Moerkerken, bekennen elk voor zich schuldig te zijn aan de erfgenamen van Cornelis de Buijfkens te Dordrecht een bedrag van 950 gl. Zij hebben voor die schuld verbonden een huis, erf, keet, twee bergingen, schuren en andere toebehoren, gekomen van wijlen Jacob Gerritsz., hun zwager en broer, staande op het westeind van de Reedijk. (ORA Heinenoord inv. 9)

– 6 dec.1615: Harman Dirks is getuige bij de doop van Ariaantje en Jaapje, dochters van Ariaen Daene. (NG doopboek Heinenoord)

– 1619: door de kerkmeester van Mijnsheerenland ontvangen van de weduwe van Herman Dircxen voor de begrafenis van Herman Dircxen in de kerk 6 ponden (Kerkarchief Mijnsheerenland, kerkvoogdij inv. 14, rekening over 1619, afgesloten op 1 aug. 1621)

– 1626: de twee kinderen van Herman Dircxe zaliger aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. in de 1000e penning van Mijnsheerenland. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 217)

– 3 jan. 1628: Blasius van Haerlem de Jonge, burger van Dordrecht, transporteert aan Marigie Cornelis, weduwe van Herman Dircx, wonende onder de jurisdictie van Mijnsheerenland van Moerkerken, 5 mrg. 100 roeden land, liggende in de jurisdictie van Heinenoord.(ORA Heinenoord inv. 11)

– 24 mei 1628: Maergien Cornelis, weduwe van Herman Dircx, wonende onder de jurisdictie van Mijnsheerenland van Moerkerken, geassisteerd met haar zoon Dirck Hermensz. als haar gekoren voogd, verklaart schuldig te zijn aan Pieter Boele, Ridder Baronet, een somma van 1911 gl. 14 st. wegens de koop van 5 mrg. 100 roeden land in de jurisdictie van Heinenoord. (ORA Heinenoord inv. 11)

– 29 juli 1644: de weduwe van Harman Dircx, overleden onder de jurisdictie van Mijnsheerenland, is de moeder van Lenert Aertsz. van der Wael. (ORA Cromstrijen inv. 64)

4866. Jacob Thijsz., geboren naar schatting ca. 1580, jongman van Dirksland wonende te Klaaswaal (1602), vermeld in de polderrekeningen van de Nieuwlandse Polder onder Westmaas (1608), overleden ca. 1616, trouwde NG Dirksland 20 okt. 1602 (ondertrouw)

4867. Trijntje Cornelisdr. (Hoogendijk), jonge dochter van Klaaswaal (1602), overleden Klaaswaal 16 dec. 1659, trouwde 2e Hendrick Burgertsz. van der Wael, schepen van Cromstrijen in 1629

(Prometheus XII, p. 153; Ons Voorgeslacht 1978, p. 451-457; Ons Voorgeslacht 1983, p. 206; Ons Voorgeslacht 1987, p. 105)

4868. Boudewijn Cornelisz. Roobol, vermoedelijk gedoopt NG Poortugaal 28 okt. 1584, wonende te Rhoon, dijkgraaf van Rhoon, overleden in 1630 (na 21 juni) of 1631, trouwde NG Poortugaal 8 sept. 1614

4869. Trijntje Adriaensdr. (van Hoogvliet), geboren te Poortugaal ca. 1590, overleden voor 26 juni 1630

– 17 dec. 1621: Trijntje Adriaensdr. beleend bij overlijden van haar vader Adriaen Heynricxz. met leen 58 G (10 lijn 20 roeden in de Eijffel aan  ’s Gravenambacht) en 58 K (9 1/2 lijn in de Stiefmoeder te Poortugaal) (Ons Voorgeslacht 1972, p. 139; Ons Voorgeslacht 1978, p. 454-455)

– 1622: Boudewijn Roobol wordt vermeld in Rhoon met een aanslag van 18 ponden in de eerste dubbele 1000e penning (Ons Voorgeslacht 1992, p. 264)

– 26 juni 1630: Cornelis Bouwensz. Robol, onmondig, beleend met leen 58 G bij overlijden van Trijntjen Adriaensdr., zijn moeder. Hulde door Willem Canter, rentmeester in Den Haag, volgens procuratie dd 21 juni 1630 verleden voor het gerecht van Schiedam door zijn vader Bouwen Cornelisz. Robol te Rhoon. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 139)

4870. Fop Daniëlsz. van Driel, gedoopt NG Ridderkerk 14 april 1593, jongman van Oost-Barendrecht (1617), weduwnaar (1619), landbouwer, kerkmeester van IJsselmonde (1640), heemraad, schepen en laagheemraad van de polder Oost-IJsselmonde 1641-1650, testeert met zijn vrouw op 16 nov. 1646, overleden voor 19 febr. 1667, trouwde 1e NG Barendrecht 23 april 1617 Adriaentje Adriaensdr. Hordijck, jonge dochter van Oost-Barendrecht (1617), 2e NG Barendrecht 7 april 1619

4871. Maertge (Maeijken) Pieter Woutersdr. Oostdorp, jonge dochter van IJsselmonde (1619), testeert als weduwe te Ridderkerk op 19 febr. 1667

(Kronieken 1993, p. 144; Ons Voorgeslacht 1975, p. 313)

Hij was boer en hoogheemraad. Foppe Daniels is landbouwer geweest en was voor de tijd waarin hij leefde zeker rijk te noemen. Hij was ook hoogheemraad te IJsselmonde, evenals later zijn zoon Cornelis, die dit, naar uit de acten blijkt, van Oost IJsselmonde was. Het zou na te gaan zijn waar de bezittingen van deze familie precies gelegen waren, hetgeen vermoedelijk geweest zal zijn op de grenzen van IJsselmonde, Barendrecht en Ridderkerk. 
In enkele van de hierna te noemen acten zijn al de kinderen, waarbij ook de echtgenoten van de dochters, genoemd; een teken van de welgesteldheid was ook wel, dat alle leden van deze landbouwersfamilie de schrijfkunst machtig waren, waaraan in oude tijd steeds veel ontbroken heeft.

– 1626: Fop Danielsz. aangeslagen in de 1000e penning van Barendrecht voor een vermogen van 7000 gl. en het weeskind van Fob Daenen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 153)

Vanaf 1629: vermelding in het giftboek van West-IJsselmonde: Fop/Vop Danielsz van Driel
263,122v 20- 6-1629 wednr. v. Adriana Ariensdr.
263,123 20- 6-1629 wednr. v. Adriaentgen Ariensdr
263,138 29- 5-1632 won. Oost-IJsselmonde

10 juli 1631 Foppe koopt een huis te IJsselmonde:
Pieter van Golen, dijkgraaf en rentmeester, voogd van Aeffgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Woutersz, verkoopt in die hoedanigheid aan Vop Danielsz van Driel een woning, berging, keet, boomgaard, enz. met 10 morgen land met de dijk en watering en buitenaanwas tot de 12 roeden of de Ambachtsherengrond, gelegen in de Tiende Hoeve van 20 morgen land, waarop de woning, enz. staat, gemeen met de koper en de weeskinderen van Wouter Pietersz, strekkende van de Noortzeedijck tot in het zuiden aan het Kerkckedijcxken of Oudelantse Dijcxken, ten oosten begrensd door Pieter Lenertsz Arijswager c.s., ten westen door Cornelis Jansz. Int Velt met advocaat Dou, alles in overeenstemming met de voorwaarden van de Schout en de Gerechtslieden, waaraan de partijen zich zullen houden.

27-mei-1636: Fop Danielsz van Driel, wonend te Isselmonde, bekent 200 gulden schuldig te zijn aan Jacob Isbrantsz Calffspoot.

10.02.1639: Aerien Bastiaense Hordijck, te Rotterdam, vermeld in rekening van ontvangst en uitgaaf t.b.v. Arien Foppe van Driel, weeskind van Adriaantje Adrlaens (Hordijk), geprocr. bij Fop Daniels van Driel
(N.B.: deze Adriaentje Ariens Hordijck was een zuster van zijn moeder Maertje Ariens Hordijck) (ORA O-Barendr.2)

29-jun-1646, IJsselmonde: Jacob Geeritsz, man van Neeltgen Woutersdr, voor zichzelf en namens zijn zwager Bastiaen Woutersz, wonende in Rhoon, verkoopt aan Vop Danielsz van Driel 5 morgen land, gelegen in 20 morgen, zijnde de Tiende Hoeve van het Nieuwelant, waar de koper woont, strekkende van de Noortzeedijck tot het Willaertsdijcxken.

16 nov. 1646: Compareerden ten overstaan van een Dordtse notaris Fop Daniëls van Driel, wonende te IJsselmonde met Maritgen Pieters, zijn huisvrouw, voor het maken van hun testament. Zij benoemden elkaar tot erfgenaam. De armen zouden 50 gld ontvangen. De langstlevende zou twee kinderen, nog ongehuwd, op dezelfde wijze uitzet moeten geven als de twee getrouwde hadden ontvangen.
Zou de man het eerst komen te overlijden dan zou zoon Arien uit het eerste huwelijk, geïnstitueerd zijn tot erfgenaam, zonder meer, daar deze zoon voor zijn moederlijke goederen meer ontvangen had, dan hem competeerde en uit nog andere consideraties. Expresselijk werd bepaald dat de voorzoon zijn portie zou worden aangewezen uit de goederen buiten de huizingen en landen, tot de hofstede behorende en ook buiten huisraad, paarden en beesten en alle verdere bouwgereedschappen, zodat de hofstede geheel ter beschikking van de achterblijvende vrouw zou blijven.

Op 14 oktober 1655 kwam het echtpaar opnieuw bii dezelfde notaris en verklaarde de man dat hij zijn voorzoon Arien Foppensz veel meer gegeven had dan hij gehouden was, voor diens moederliike goederen, en dat hij deze daarom slechts in de legitieme portie van zijn vaderlijke goederen institueert, aan te wijzen buiten de hofstede gelegen goederen.

Op 3 november 1656 kwam Fop Daniëls van Driel nog eens opnieuw bij dezelfde notaris, nu alleen, en verklaarde het testament, op 14 oktober 1655 met zijn echtgenote gemaakt, te bevestigen en verklaarde, om uitdrukking te geven aan zijn mening nopens het voldoen van de moederliike goederen aan Arien Foppensz, zijn voorzoon, dat hij aan deze zoon nog meer in contanten gegeven had dan 700 gld.

7 december 1644: Arien Foppen van Driel, wonende te Barendrecht, benoemt tot erfgenamen in alle goederen zijn moederlijke vrienden, daartoe gerechtigd tot in de 4e en 5e graad, met seclusie van zijn vaderlijke vrienden. Dit testament mocht niet door een later volgende vervangen worden, als hij daartoe gedrongen zou zijn, als de woorden ,,God verstaettet all’ er niet in zouden voorkomen.
Pas op 10 juli 1663 verklaarde hij bij notaris de Weerdt te IJsselmonde, dat hij, inzake de erfenis van zijn vader zaliger, aangaande zijn gerechte deel ten volle voldaan was.

Een zoon Pieter en een dochter Neeltie zijn al vroeg overleden en het echtpaar heeft, op hoge leeftijd, zijn intrek genomen bii de zoon Cornelis. Dato 4 juni 1657 passeerden een tweetal akten bij notaris E. v. d. Griip te Ridderkerk. Eerst verkoopt Fop Daniëlsz van Driel, oud-heemraad te IJsselmonde aan zijn zoon Cornelis paarden, koeien, te velde staande gewassen, ploeg en eg en verdere landbouwgereedschappen [dit had al in 1655 plaatsgevonden) voor 792 gld 18 stuivers. Vervolgens schenkt hij aan deze zoon en diens echtgenote Lijsbeth Gerritsdr. Miinlieff, als een donatie onder de levenden, allerlei benodigdheden tot de melkerii en kaasmakerii onder conditie dat hij, met zijn vrouw inwonende, zijn leven lang met haar onderhouden zal worden. Er moet hem ook tien gulden worden uitgekeerd.
Ten slotte is er een zeer uitvoerige akte, bevattende het testament van Maertgen Pietersdr, weduwe van Fop Daniëlsz vanDriel, wonende te IJsselmonde, die de verdeling van haar goederen met veel beleid regelde.
(zie verder Ons Voorgeslacht 1965, pag 130)

08-apr-1653: Fop Danielsz van Driel wonende te IJsselmonde gehuwd met Maertjen Pietersdr. dochter van Aeltjen Cornelisdr., verklaart, dat hij bij erfenisse in 1649 in verscheidene vormen alle reijsen neven sijn comp. huisvrouw andere zuster en broers heeft gedeeld en genoten soo aan lant ende penningen hem te beurte gevallen als gerede penningen en andere goederen bij hem genoten te samen …. alle waardig wesende somme van 10.000 gulden welke goederen inmiddels met de zijne zijn vermengd alhoewel zijn huisvrouw niet verder daarvan toecomende als de vruchten … volgende seker testamente van date den 29 augs 1628 gepasseerd voor notaris Jan Leendertsz Schouten soo … dat hij verclaert waerachtich te wesen dat hij bij zijn overlijden de 10.000 gulden bij zijn huisvrouw als bij haer vooroverlijden bij deszelfs hare kint of alle kinderen verwekt uit zijn comp. alder gereetste nagelaten goederen … geprofiteert en genoten sullen werden als hem daarvan niet meerder behoort hebbende als de vruchten … volgende het testament.

03-jun-1653: Fop Danen van Driel verkoopt aan Arien Gerritsz Mijnlief vier morgen land voor 3.600 gulden gelegen in het Cornelis Landeken belend ten noorden door de Willersdijck, ten oosten door Arien Jansz Int Velt, ten zuiden door Wouter Pleunsz en ten westen door Jan Woutersz Leeuwenborgh.

21 nov. 1653: de op IJsselmonde woonachtige Fop Danielsz.van Driel compareert voor een notaris te Dordrecht en verklaarde dat hij tot zijn verwondering had vernomen dat de heer Johan van Slingelant uit zijn naam (de erfgenamen van) Adriaen Adriaensz. Baes, gewezen dijkgraaf van Ridderkerk, voor het Hof van Holland gemaand had tot betaling van 1000 car. gld., welk bedrag Van Driel van diens boedel tegoed zou hebben. Van Driel verklaarde evenwel dat deze schuld “met de sententie en preferentie” voldaan was.

04-Jun-1657:Fop Danielsz van Driel, oud heemraad te IJsselmonde, en Maertgen Pieters zijn huisvrouw, schenken aan Cornelis Foppen van Driel en Lijsbeth Gerrits zijn huisvrouw, hun zoon en schoondochter (bij wie zij tegenwoordig inwonen), diverse attributen zoals o.a. de karn met melkmouwen, tonnen, tobben, emmers, kaasvaten en al het andere toebehoren dat tot de melkerij behoort. Zij dienen wel hun ouders tijdens hun verder leven te onderhouden. Na het overlijden van beide ouders zullen de overige erfgenamen hiermede genoegen hebben te nemen.

4 juni 1657: Fop verkoopt gereedschappen aan zoon Cornelis er bevinden zich twee acten in het genoemde protocol. In de eerste verklaart 4-6-1657 Fop Daniels van Driel aan zijn zoon Cornelis te hebben verkocht: paarden, koeien en landbouwproducten en gereedschappen, alles al geleverd op 17 November 1655, voor 792 gld en 18 stuivers, reeds tegen kwitantie ontvangen.

4 juni 1657: Maritje en Foppe wonen bij hun zoon Cornelis en zijn vrouw, er zijn voorwaarden. In de andere acte van dezelfde datum vindt men de verklaring van Fop Daniels van Driel en Mertgen Pieters, dat zij om bepaalde redenen als een donatie onder de levenden geven aan Cornelis Foppen van Driel en Lijsbeth Gerrits Mijnlieff, zijn huisvrouw, waarbij zij inwonen: allerlei dingen tot de melkerij behorende en nog een en ander op conditie dat Cornelis en diens vrouw hen hun leven lang zullen onderhouden in het wassen en wringen van hun klederen en hun 10 guldens zullen uitkeren.

26-jun-1660: Vop Danielsz van Driel verkoopt aan zijn zoon Cornelis Voppen van Driel een huis, keet en bergingen, gelegen op het land van de koper, dat hij aan zijn zoon bij zijn huwelijk heeft gegeven, ten noorden begrensd door de Zeedijck, ten westen door Cornelis Jansz. Int Velt, ten oosten en ten zuiden door Pieter Leendertsz. Arijswager.

10-mei-1664: testament van Leonart Danen van Driel te Barendrecht. Hij benoemt zijn broers en zusters tot erfgenaam, met dien verstande dat zijn halfbroer Pieter Dane van Driel mede zal erven zoals de volle broers en zusters.

19-Feb-1667: Maerten Pieters, weduwe van Foppen Danielse van Driel, heemraad te IJsselmonde wonend te IJsselmonde. testeert. Haar goederen worden onder de kinderen gedeeld, met name Cornelis Foppen van Driel, Pietertgen Foppen van Driel gehuwd met Cornelis Bastiaense Broeling, Ariaentgen Foppen van Driel gehuwd met Cornelis Bouwense Rooboll, Aeltgen Foppen van Driel gehuwd met Arijen Gerritse Mijnlieff. Zij legateert aan Aeffgen Arijense Mijnlieff, nicht van Aeltgen Foppen van Driel 100 gulden, bij haar zoon Cornelis Foppen van Driel op interest belegd. Als voogd over de minderjarigen stelt zij aan de voornoemde Cornelis, haar zoon.

17 juli 1693: huwelijks voorwaarden van Cornelis Foppe met Elisabeth Mijnlief. In het protocol van notaris C.J. van Lieshout te IJsselmonde bevindt zich een acte d.d. 17 Juli 1693, een z.g. attestatie, waarin verschillende personen een verklaring afleggen. 
Daaruit blijkt dat Cornelis Foppen van Driel toen zijn leeftijd 58 jaar genoemd heeft. Hij wordt daarin oud-dijkgraaf genoemd. De man moet dus van 1635 geweest zijn. 
Een interessant stuk is de acte van 27 Februari 1655, een z.g. ‘Contract Antenuptiaell ofte Huwelicxe Voorwaerden’, waarin bijna de gehele familie genoemd wordt. Cornelis Foppen van Driel, die in het huwelijk zal treden met Elisabeth Gerritsdr. Mijnlieff, compareert met zijn ouders, die onder de jurisdictie van Oost IJsselmonde blijken te wonen, en met zijn zwagers Cornelis Bouwens Roobol, gehuwd met Ariaentgen Foppen van Driel, wonende onder 
Klaaswaal; Dirk Cornelisz. Bouwman, gehuwd met Pietertgen, wonende op ’t Zwijndrechtse veer, terwijl ook Aryen, de halfbroer van Cornelis van de partij is. Elisabeth, de toekomstige bruid, wonende onder de jurisdictie van IJsselmonde, is vergezeld van haar broeders: 
Lenert Gerrits Mijnlieff, heemraad, tegenwoordig te Ridderkerk; Huijch, wonende onder Beijerland en Arijen, van IJsselmonde. Partijen verklaren: 
Dat sij met malcanderen tusschen den voors. Bruijdegom ende toecomende Bruijt besloten hadden een toecomende Huwelick ende voorhanden van dien gemaeckt te hebben dit Contract Antenuptiaell ofte Huwelicxe Voorwaarden, als hiernaer is volgende: 
Te Weten dat den toecomenden Bruijdegom tot subsidie van dit aenstaende Huwelick sall inbrengen de nombre van vier mergen lants, gelegen in den Weer van twintig mergen, sijnde daarvan d’eerste vier van den Zeedijck aff inne, mette Woninge, Schuijre, bergen, Keete, ende verdere gevolge van dien, van alles aert ende nagelvast daerinne, omme ende daerop staende, sijnde de tiende houve in Oost IJselmonde voornt., streckende van den Tee van den Zeedijck totte resterende sestien mergen van de voors. twintig mergen, belent Oostwaerts Pieter Lenertsz. Arijswager, ende ten Westen Cornelis Jansz. in ’t Velt, alsmede de aenwassen ende beteelingen uijtte selve lande voortcomende, mits daerentegen onderhoudende den dijck, ende Wateringen, die daervan souden mogen dependeren, met sulcken conditie, dat de voors. Fop Daniels van Driel ende Maycken Pieters des voors. Bruijdegoms Vader ende Moeder 
haeren leven lang geduijrende sullen blijven wonen opte voors. Woninge in de binnenkeucke ende het gebruijck hebben van den boomgaert in ’t Zuiden van de Woninge gelegen, streckende van t’path leggende van de voordeur Zuijtwaerts tot aent Damsteech in ’t Westen, omme alle de vruchten daeruijt comende tot haren prouffijte te genieten, des sall den voors. Bruijdegom niettemin den selven Boomgaert moeten clijnen ende sooten naer behoren. Ende 
noch aen de voors. sijn vader ende moeder voor ‘ t gene voors. is (gelijck hij ende de toecomende Bruijt beloven bij desen) uijt te keren ende betaelen op 4 Mei eerstcomende in desen jaere 1655 eens gelts de somme van vijftien hondert ca: guldens ende sall den voors. Fop Daniels van Driell, ende sijn huijsvrouw aen voors. toecomende Bruijdegom en bruijt laten volgen in huijre de resterende sestien mergen van de voors. twintig mergen vooreerst voor de tijt van vijf achtereen volgende jaeren met desen inganck nemende, ende d’ selve jaeren geexpireert sijnde, dat d’voors. Bruijdegom ende bruijt d’selve landen sullen hebben in huijr ofte pacht, gelijck de naestgelanden aldaer haere landen aldus sullen gebruijcken. Ende naer haere Vader en Moeders doot, dat sij haer aenpaert van erfenisse sullen behouden in de voors. sestien mergen, ende indien sij d’resterende aenpaerten van de vordere kinderen van de voors. Fop Daniels van Driell ende Maycken Pieters naemaels uijtte voors. sestien mergen souden begeren, t ‘ sij in huijr ofte coop, dat sulcx in sulcken gevalle haers sall moeten volgen tot seggen ende uijtspraecke van neutrale personen hen desverstaende. Waertegen de toecomende bruijt sall inbrengen de nombre van acht mergen lants, daervan drie mergen sijn gelegen in Oost IJsselmonde aen Willaertsdijcxken, noch veertien hont lants aende Westsijtsche Wech in Nieuw-Rijerwaert in de Woninge van haer moeder sa., mitsgaders soo aen gelt als obligaties t’ samen de somme van drie duijsent ca: guldens. Voorts is geconditioneert dat off t’ geviel de toecomende bruijt binnen den tijt van twee jaeren naer t’voltrecken van dit aenstaende huwelick deser Werelt quam te overlijden, sonder enige Wettige blijckende geboorte ofte geboorten uijt desen huwelicke verweckt naer te laten, dat in sulcken gevalle d’erffgenaemen van de afgestorvene sijde sullen moeten afstaen mette goederen ende landen bij den overleden ten huwelick gebraecht, mits aen die sijde dragen alleen de schade die bij suffisantheijt souden comen te vallen ende sullen voorts de vordere schade, ende prouffijten indien tijt gevallen half ende half gedragen werden uijtgesondert erfenisse en versterffenisse van d’een ofte ander sijde aencoment voor geen winst sal gereckent worden, maer blijven aen de sijde daer die vandaen gecomen sijn ende voors. bruijdegom ende bruijt naer de voors. tijt van twee jaeren noch in t’leven sijnde dat in sulcken gevalle volcomentlick gemeenschap van goederen tusschen haeren sall wesen ende sijn. 
Hierna wordt vermeld dat het beschrevene aldus gedaan is ten huize van Aryen Gerrits Mijnlieff onder IJsselmonde, onder presentie van twee getuigen.

Hij is begraven voor 9 febr. 1663 in IJsselmonde in het koor van de kerk.

(genealogieonline.nl)

4880. Sebastiaen (Bastiaen) Rochusz. Bijl alias Schipper, schipper te Mijnsheerenland (vermeld tussen 1616 en 1626), heemraad van Mijnsheerenland (1628, 1629), trouwde

4881. Ariaantje Jacobsdr.

– 1644: Aelbert Leenertsz. Coijck [getrouwd met Trijntje Bastiaensdr. Bijl] bruikt van de pastorie van Mijnsheerenland 2 mrg. 193 roe, die wijlen Bastiaen Rocken placht te bruiken. (GA Mijnsheerenland inv. 40)

4882. Cornelis Cornelisz. Timmerman, begraven te ‘s-Gravendeel 2 jan. 1664 (graf nr. 27), trouwde NG Maasdam 25 nov. 1618

4883. Aerjaentie Willemsdr., overleden voor 8 mei 1669

– 2 mei 1619: Cornelis Cornelisz. Timmerman, is de schoonzoon van Willem Gerards, die een huis verkoopt aan Bastiaen Pietersz. Hoffman (ORA Maasdam inv. 3)

– 21 okt. 1660: Cornelis Cornelisz. Timmerman is getrouwd met Aerjaentie Willems, dochter en mede-erfgename van Willem Gerritsz. (ORA Cromstrijen inv. 50)

(Cf. Stamreeks Van der Wulp in 1593-‘s-Gravendeel-1993 [‘s-Gravendeel 1993], p. 132)

– 1667: de weduwe van Cornelis Cornelisz. Timmerman in de 200e penning van ‘s-Gravendeel aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 2v)

4886. Pauwels Tijsz. (Mathijsz.), geboren naar schatting ca. 1600, jongman van IJsselmonde (1627), overleden in of na 1647, trouwde NG IJsselmonde (1e afkondiging Ridderkerk 25 april) 1627

4887. Barbar Arijensdr., jonge dochter van Charlois (1627), overleden ca. 1638 (voorr 8 mei 1639), zuster van Dirck Ariensz.

– 8 dec. 1634: de zuster van Pouwels Thijsz., Janneke Matthijsdr., is getrouwd met Hendrick Pietersz. Verschoor. (Weeskamer IJsselmonde)

– 14 juni 1647: Pauwels Mathijsz., Hendrick Tijsz., Jan Tijsz., elk voor zichzelf en Pieter van Golen, oudoom en bloedvoogd van Lijsbeth Thijssen [en van] de onmondige kinderen van wijlen Janneken Thijssen, en Cornelis Thijsz. “de bejaerde”, voor zichzelf, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Anna Pietersdr. van Golen, weduwe van Mathijs Pauwelsz., transporteren aan Sijmon Tijsz. zes 1/7 parten in de oude schuiten met zeilen met het veer, zoals hun moeder dat heeft bezeten, gelegen aan de Zeedijk (ORA West-IJsselmonde inv. 263)

(Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde.)

Kinderen (vermeld in Weeskamer IJsselmonde, akte dd 8 mei 1639):

a. Adriaen, geboren ca. 1628

b. Tijs Pouwelsz., geboren ca. 1629, schout van IJsselmonde, trouwde Marijken Sijmons

– 30 mrt. 1683: Tijs Pouwelsz., schout van IJsselmonde, getrouwd geweest met Marijken Sijmons zaliger, overleden te Oost-IJsselmonde. Haar broer is Willem Sijmonsz., wonende te Grote Lindt. (ONA Dordrecht inv. 310, f. 266)

c. Pieter, geboren ca. 1634

d. Stijntge, geboren ca. 1635

e. Barber, geboren ca. 1638

4892. Willem Wouter Huijgen (Verhoek), geboren naar schatting ca. 1600, jongman van Nieuw-Lekkerland (1625), bouwman wonende te Oud-Alblas, bezit land te Bleskensgraaf (weer N3), door zijn vader aangekocht in 1613, schepen/heemraad van Oud-Alblas 1662 en 1663, ouderling ald. 1665 en 1666, Heilige Geest-meester ald. 1671, testeert te Alblasserdam op 1 mei 1676, 22 juni 1677 en 30 april 1678, overleden tussen 30 april 1678 en 1688, trouwde NG Oud-Alblas 6 april 1625

4893. Aeltgen (Aelken) Ewoutsdr. (Groenevelt), gedoopt NG Oud-Alblas 5 juni 1605, jonge dochter van Oud-Alblas (1625), overleden voor 1 mei 1676

– 1626: Willem Woutersz., als getrouwd hebbende Aelken Eeuwouts, wordt in de 1000e penning van Oud-Alblas aangeslagen voor een vermogen van 7000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 274). In de 200e penning van 1638 en 1667 wordt hij aangeslagen voor resp. 7000 en 9000 gl. (Kwartierstaat Bothof, p. 260)

– 23 mei 1643: Cornelis Ockersz. en Willem Woutersz.,”kinderen” (= schoonzoons) van wijlen Barber Foppen kavelen te Nieuw-Lekkerland.

(Kwartierstaat Bothof, p. 260)

Kinderen (allen gedoopt NG Oud-Alblas):

a. Wouter Willemsz. Verhoek, 9 mei 1627 (getuigen: Cornelia Wouters, Cornelis Cornelisz. Eijkelenboom, Marike Meertens)

b. Marike Willemsdr. Verhoek, 20 aug.1628 (getuigen: Huijch Foppe van Lekkerland, Marike Ewouts, Lijnke Wouters)

c. Ewout Willemsz. Verhoek, 28 okt. 1629 (getuigen: Fop Ewouts, Cornelis Goossens, Janneke Cornelis van Lekkerland)

d. Aechien Willemsdr. Verhoek, 1 dec. 1632 (getuigen: Arij Wouters, Marike Ewouts, Aeghie Cornelis)

e. Huijch Willemsz. Verhoek, 3 okt. 1632, (getuigen: Cornelis Ockers, Cornelis Goosens, Neeltie Arijens), jongman van Alblas (1660) trouwde NG Oud-Alblas 13 nov. 1660 (ondertrouw) Pleuntgen Pietersdr., gedoopt NG Alblasserdam 6 febr. 1639, jonge dochter van Alblasserdam (1660), dochter van Pieter Pleunen en Pietertgen Geerits

f. Jacob Willemsz. Verhoek, 10 sept. 1634 (getuigen: Fop Ewouts, Gerrit Wouters, Lijnke Huijgen) jongman van Alblas (1679), trouwde NG Groot-Ammers 10 dec. 1679 Leentje Pieters, jonge dochter van Graafland (1679)

g. Barbertgen (Barbara) Willemsdr. Verhoek, 18 nov. 1635 (getuigen: Cornelis Wouters, Neeltje Arijens, Marijke Jacobsdr., jonge dochter), jonge dochter van Alblas (1666), trouwde Hendrik-Ido-Ambacht 12 dec. 1666 (NG trouwboek Oud-Alblas) Joris Geritsz. Cranendonck, jongman van Sandelingenambacht

SA Dordrecht ONA Dordrecht inv. 634 (geen folionrs.): op 3 juli 1710 compareert voor notaris G. Mugge Barbara Willemsdr. Verhoek, weduwe van Joris Gerritsz. Kranendonk, wonende onder Sandelingenambacht, gezond van lichaam gaande en staande. Zij herroept alle eerdere testamenten en benoemt tot haar universele erfgenamen: 

– voor de eerste staak: haar zuster Neeltie Willemsdr. Verhoek

– voor de tweede staak: de kinderen van Wouter Willemsz. Verhoek

– voor de derde staak: de kinderen van Eeuwout Willemsz. Verhoek

– voor de vierde staak: de kinderen van Maeijcke Willemsdr. Verhoek

– voor de vijfde staak: de kinderen van Huijg Willemsz. Verhoek

– voor de zesde staak: de kinderen van Leijntie Willemsdr. Verhoek

– voor de zevende staak: de kinderen van Pleuntie Willemsdr. Verhoek

– voor de achtste staak: de kinderen van Jan Willemsz. Verhoek

Zij benoemt tot executeurs-testamentair en voogden van haar minderjarige erfgenamen Arij Ewoutsz. Verhoek, wonende te Molenaarsgraaf, Pieter Huijgen Verhoek, wonende onder Alblasserdam en Pieter Thijse, wonende onder Oud-Alblas, haar neven, “met magt van assumptie en substitutie”, gevende hen bovendien volle macht, last en autoriteit om haar na te laten goederen te kavelen, ofwel publiekelijk te doen veilen of verkopen, zonder daartoe advies of toestemming van haar erfgenamen nodig te hebben. Zij sluit schout en gerecht van Sandelingenambacht (of de plaats, waar zij zal komen te overlijden) van haar nalatenschap uit. 

h. Neelken Willemsdr. Verhoek, 9 mei 1638 (getuigen: Gerrit Wouters, Neeltge Arijens, Lijntgen Wouters), jonge dochter van Alblas (1688), trouwde NG Oud-Alblas 21 mrt. 1688 Pieter Thijsz. van Muijlwijk, weduwnaar van Jannighje Jansdr. van Lopick, gedoopt NG Oud-Alblas 23 dec. 1640, zoon van Thijs Pietersz. van Muijlwijck en Anneken Pauwels

i. Lijdia Willemsdr. Verhoek, 8 jan. 1640, (getuigen: Wouter Wouters, Arijken Cornelis, Barber Foppen), jong overleden

j. Jan Willemsz. Verhoek. 11 aug. 1641 (getuigen: Fop Ewouts, Arij Wouters, Neeltge Cornelis) jong overleden

k. Lijntgen Willemsdr. Verhoek, 16 nov. 1642 (getuigen: Ocker Cornelisse, Aegie Cornelis, Barber Foppen)

l. Lidue Willemsdr. Verhoek. 11 sept. 1644 (getuigen: Leentgen Cornelis, Aegje Gerrits, Arijen Cornelis), jong overleden

m. Jan Willemsz. Verhoek, 2 apr. 1646 (getuigen: Huijch Jan Huijgen, Jan Teunisz. Focker, Ariaentje Leenderts van Asperen)

n. Pleuntgen Willemsdr. Verhoek, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Alblas (1676), trouwde NG Dubbeldam/Oud-Alblas 23 aug. 1676 Cornelis Cornelisz. Pater,  jongman van Dubbeldam (1676), zoon van Cornelis Ariensz. Pater en Pietertje Cornelisdr.

ONA Dordrecht inv. 256, f. 109 e.v.: op 6 aug. 1676 compareren Cornelis Cornelisz. Pater, jongman wonende te Dubbeldam, geassisteerd met Cornelis Ariensz. Pater, zijn vader, en Jan Cornelisz. van der Giessen, wonende te Papendrecht, zijn oom, enerzijds, en Pleuntgen Willems, jonge dochter wonende te Alblas, geassisteerd met Willem Woutersz., haar vader, en Eeuwit Willemsz., haar broer, anderzijds, om huwelijkse voorwaarden te maken. De aanstaande bruidegom zal inbrengen 7 morgen land, gelegen onder Giessen Oudekerk, gemeen met Eeuwit Willemsz. Verschoor, Hendrick Gillisz. Hombroeck en Lenert Anthonisz. Spruijt, in een weer van 12 morgen, genaamd “Bruijnker weer”, een bedrag van 375 gl., zijnde een vierde part in een obligatie van 1500 gl. ten laste van de provincie Holland, waarvan de overige drie vierde parten toekomen aan genoemde Eeuwit Willemsz. [Verschoor], Hendrik Gillisz. en Lenert Anthonisz., 2 melkkoeien, en een bed, hem ten dele competerende van zijn moeders goederen en door zijn vader aan hem beloofd. De aanstaande bruid zal inbrengen 4 1/2 morgen land in Alblas in Slickerland op de zuidzijde in Fop Eeuwitszoons hofstede, strekkende van de Halve Tiendwetering af tot zuidwaards aan de achterdijk toe, een bedrag van 250 gl., twee melkkoeien, en een bed of in plaats daarvan 60 gl., hetgeen haar wegens haar moederlijke erfenis toekomt. Akte door comparanten ondertekend. (De vader en de broer van de bruid tekenen resp. met: Willem Wouter Huijgen opten Hoeck en Eeuwit Willemsz. van den Huk.)

Kinderen:

n-a. Huijg, gedoopt NG Oud-Alblas 3 sept. 1684 (get.: Wouter Willemsz., Huijgh Willemsz.)

n-b. Cornelis, gedoopt NG Oud-Alblas 22 dec. 1686 (get.: Tijs Egbertsz. van Muijlwijck, Ewout Willemsz. Verschoor, Maijke Corn.)

4894. Cornelis Leendertsz. (Pijl), geboren naar schatting ca. 1585, kerkmeester van Alblasserdam 1628 en 1630, overleden voor 1 mei 1647, trouwde vermoedelijk ca. 1613 (voor 12 jan. 1614)

4895. Pleuntgen Willems, geboren naar schatting ca. 1590, overleden voor 23 mei 1669

– 20 febr. 1617: boedelscheiding tussen Cornelis Lenaertsz. enerzijds en zijn zuster Mareken Lenaertsdr. anderzijds. Cornelis krijgt “sestalve” morgen land, zijnde een “geheel weertgen”, liggende te Alblasserdam in Blockweer, strekkende door Cortlant, belend oost de Capiteijnslanden en west het Kerkelant, een boomgaard, gelegen aan de Dam, buitendijks in de Alblas tegen Langgenelijsweer, naast de boomgaard van zijn oom Pieter Hermansz. Pijl. Mareken Lenaertsdr. krijgt twee morgen land in Coeijwijck, belend oost Eewout Jacobsz. en west Jan Andriesz., “derdalve” morgen land in Cortelant en huis in Alblasserdam, staande in de Kerkstraat. Hiermee zijn Cornelis en Mareken Lenaerts “verticht” van hun vaders nalatenschap. Gedaan ten overstaan van o.a. Lijsken Cornelisdr., hun moeder en Pieter Hermansz. Pijl, hun oom. (Weeskamer Alblasserdam inv. 1)

4900. Quirijn Adriaensz. Huijser, geboren ca. 1569 te Charlois, landbouwer en landeigenaar te Ridderkerk, landpoorter van Dordrecht, trouwde 2e NG Ridderkerk 7 sept. 1625 (onderttrouw) Neeltje Gerritsdr. Cranendonck, dochter van Gerrit Huijgen Cranendonck en Margriet Gerrits (Sigmond/Slijkerman, Kranendonk, p. 292-293), 1e naar schatting ca. 1595

4901. Lijntge (Lydia) Pleunen (Verschoor), overleden voor 11 jan. 1625

– 3 april 1597: aangenomen als lidmaten van de NG gemeente te Ridderkerk Quirijn Ariensz. Huijser en Lije, zijn vrouw (Lidmatenregister Ridderkerk)

– NG trouwboek Barendrecht ca. 29 mei 1622: Hendrick Sijmonsz. jongman van Barendrecht en Adriaentge Krijne jonge dochter van Ridderkerk

– 11 jan. 1625: comp. ten huize van Crijn Arensz. Huijser op Slikkerveer Crijn Arensz. zelf, zijn kinderen, zijn schoonzoon Henrick Sijmons, zijn broer Cornelis Arensz. en Dirck Ploenen Verschoor. Zij sluiten een overeenkomst betreffende de nalatenschap van Leijtgen Ploenen. (Weeskamer Ridderkerk)

– 11 jan. 1625: Crijn Adriaensz. Huijser bezit te Slikkerveer 25 morgen  4 hont land. (Weeskamer Ridderkerk, weesboek nr. 1)

– 26 febr. 1625: comp. Dirck Ploenen Verschoor, kapitein te Ridderkerk, voor zichzelf en als voogd van o.a. de kinderen van Leijtgen Ploenen, verwekt door Quirijn Arensz. Huijser te Ridderkerk, Pieter Huijgen Cranendonck, als man van Elisabeth Ploenen Verschoor, voor zichzelf en Ploen Ploenen, de jongste zoon, voor zichzelf, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Ploen Dircxsz. Verschoor, verkavelen land in Dirck Smeetsland (Sigmond/Slijkerman, Kranendonk, p. 250

– 1626: Quirijn Adriaen Huijser te Ridderkerk in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 7000 gl. en zijn zes kinderen voor een vermogen van 6000 gl.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 175v)

– 1 mei 1629: comp. voor notaris D. Coplaer Crijn Adriaensz. Huijser, wonende te Ridderkerk, verklaart schuldig te zijn aan Wouter de Gelder een somma van 200 gl. Borg: Hendrick Sijmonse, wonende in Oost-Barendrecht (ONA Dordrecht inv. 70, f. 173 e.v.)

–  18 mrt. 1636: Crijn Ariensz. Huijser is 67 jaar oud. (ONA Rotterdam inv. 288, f. 1)

– 31 aug. 1657: Neeltgen Gerrits, weduwe van Quirijn Arijensz Huijser, in gezelschap van Pleun Quirijnen Huijser- haar mans voorzoon – en Gerrit Quirijnen Huijser, Quirijn Quirijnen Huijser en Leija QuirijnenHuijser ook geassisteerd door Pleun – haar broer – verklaren verkocht te hebben aan de heer Jacob den Brauw, Ridder, Heer van Kethel etc. (die mede aanwezig is) een aantal koeien en paarden voor een bedrag van 458 gulden. (ONA Ridderkerk inv. 14, akte 227)

– 10 nov. 1658: Arijen Quirijnen Huijser de oude – 62 jaar, Lenert Quirijnen Huijser – 55 jaar, Arijen Quijrijnen Huijser de jonge – 46 jaar en Pieter Quirijnen Huijser – 43 jaar, verklaren op verzoek van Pleun Quirijnen Huijser, dat zij op 22 april 1653 met hun stiefmoeder, Neeltgen Gerritsdr. samen met Gerrit Quirijnen Huijser, Leija Quirijnen Huijser en Quirijn Quirijnen Huijser hun halfbroers en -zuster, in het sterfhuis te Slikkerveer van Quirijn Arijensz Huijser (hun vader) hebben vergaderd inzake de bereddering van de boedel. Zij hebben toen een overeenkomst gemaakt voor de verkoop van de woning en het land aan Henrick Pietersz van der Bos te Dordrecht. (ONA Ridderkerk inv. 14, akte 293)

– 9 mrt. 1659: Bastiaen Gerritsz Snoo – 54 jaar en Cornelis Arijensz Swart – 52 jaar, verklaren op verzoek van Pleun Quirijnen Huijser, dat zij als dorsers in de nagelaten boedel (bezittingen) van Quirijn Ariensz Huijser hebben gewerkt en dat alle familieleden van Neeltgen Gerrits, weduwe van Quirijn Adriaensz Huijser, eerst de een en dan de ander, zoals Gerrit Quirijnen Huijser, Leija Qurijnen Huijser en Quirijn Quirijnen Huijser, het koren, haver en bonen hebben verkocht. (ONA Ridderkerk inv. 14, akte 300)

4902. Hendrick Jansz. Boer, geboren naar schatting ca. 1590, [zoon van kwartieren 9912 en 9913], jong gezel van Ridderkerk (1617), boer op de ouderlijke pachthoeve en huurlanden op Slikkerveer in Nieuw-Reijerwaard, landeigenaar in Oud- en Nieuw-Reijerwaard, woonde in Slikkerveer (1654) overleden na 17 nov. 1659 (vermoedelijk voor 1665), trouwde NG Ridderkerk (1e gebod ald. 24 sept.) 15 okt. 1617

4903. Aeltgen Cornelisdr., jonge dochter van IJsselmonde (1617) 

(Ons Voorgeslacht 2002, p. 103-104)

4908. Jacob Barentsz., korenmolenaar te Goudswaard, heemraad ald. (1637, 1638, 1639, 1641), overleden Goudswaard 3 jan. 1655 (’s zondags in de morgenstond), trouwde

4909. Lijntge Dircks, begraven Goudswaard 28 jan. 1658, in de kerk (betaald: 3 gl)

1622: Aren Jansz, molenaar te Corendijk, verkoopt de korenmolen, staande
buiten het dorp Corendijk, zoals zijn voorzaten zaliger met alle rechten
hadden volgens de brief van 31-08-1558 met grootzegel, aan Jacop Barens
voor fl 1400. Te betalen fl 500 contant 31-05-1623 en voorts fl 200 ‘s
jaars. Erbij verkocht, begrepen in koopsom, 10 gemet in Noordpolder,
belend oost Cornelis Derrijcxs, zuid de bermsloot van Ouwendijk, west
IJman Lenaers dijkgraaf met consorten, noord bermsloot van Nieuwendijk.
De molen belast met fl 12. ’s jaars ten laste van de koper Hij neemt hypotheek op de
molen en de 10 gemet 03-11-1622. De koper stelt borgen. (RA Goudswaard 4)

1625: Jacob Barentsz, korenmolenaar te Goudswaard, is schuldig aan Pouwelis
Melssche fl 600 wegens een lening. Hij neemt hypotheek op 10 gemet land
in de Noordpolder en op de korenmolen, huis en erf. (RA Goudswaard 4)

23-10-1625: Jacop Barens, korenmolenaar, wonende Corendijk is schuldig aan Pouwelijs
Melssche, wonende Somerdijk f. 600 wegens lening. Hij neemt hypotheek
op 10 gemet in de Noordpolder belend oost Cornelis Derrijcxs, schout,
west bermdijk, west erfgenamen IJman Lenaerts, dijkgraaf, noord dijk van
de Noordpolder. Verder de korenmolen van Corendijk met alle rechten
zoals hij hem gekocht had en een huis en erve in Corendijk belend zuid
Pouwelijs Claes de Breet, west sherenstraat, noord gemenelands bermdijk,
oost Aren Crijns. Borg Cornelis Derrijcxs, schout.(RA Goudswaard 4)

– 15 mei 1635: Jacob Barents, molenaar wonende in de Korendijk, heeft verkocht aan Jacob Crijnse, eveneens wonende aldaar, de korenmolen buiten het dorp met zijn vrijheid en rechten, zoals zijn voorgangers de molen gekocht hebben volgens de brief met grootzegel van 31 aug. 1558. De erfpacht van 12 gl. jaarlijks komt ten laste van de koper. (RA Goudswaard inv. 1)

– nov. 1641: Jacob Barentsz. en zijn vrouw lidmaten van de NG gemeente te Goudswaard

– 1 juli 1650: hij leent 300 gl. van de kerk te Goudswaard. Borgen: zijn zoon Dirck Jacobsz. en zijn schoonzoon Leendert Crijnen [getrouwd met Neeltge Jacobsdr.]

– 5 april 1655: Lijntge Dircks, weduwe van Jacob Barentsz., wonende in de Korendijk, geassisteerd met Jacob Pietersz. Prooije als haar voogd, transport van korenmolens te Spijkenisse en Biert. (RA Spijkenisse 2)

– 5 sept. 1655: de zoon van Jacob Barents, genaamd Dirck Jacobs, molenaar in Nieuwenhoorn, betaalt de kerk te Goudswaard 3 jaar interest van 300 gl. kapitaal, samen 45 gl. (Archief NH gemeente Goudswaard)

Lijntge Dirks overleefde de scheepsramp bij Nieuw-Beijerland op 23 mrt. 1652.

Kinderen:

a. Willem Jacobsz. Goutswaert, te Strijen

b. Joost Jacobsz. Goutswaert, te Oud-Beijerland

c. Dirck Jacobsz. Goutswaert, te molenaar te Nieuwenhoorn

d. Neeltge Jacobsdr., trouwde Leendert Crijnen

4910 = 2264

4911 = 2265

4912. Pleun Bastiaensz. Dolaert (Dolert), schepen van Strijen tussen 1591 en 1612, overleden in of na 1612, trouwde

4913. Neeltgen Teuwen

– pachter van de 13e “Campgorse” in de 60 roeden van het Oudeland van Strijen 1579-1581.

– 1582: Pleun Bastiaensz. ontvangt 8 schellingen wegens vervoer (Archief Oudeland van Strijen 148)

– 31 mei 1598: Pleun Bastiaensz. is borg voor Lenert Jans (GA Strijen 68) 

4916. Gijsbert Cornelisz. Esseboom, leefde rond 1600 in de Hoeksche Waard, mogelijk in of nabij Cillaarshoek

4918. Pieter Cornelisz. Lopicker (Loopick), woonde aan de Blaak onder Mijnsheerenland, trouwde NN

– 27 nov. 1616: Pieter Cornelisz. doopgetuige bij Neelke, dochter van Andries Snider en Grietje Cornelis (DTB Heinenoord)

– 29 okt. 1620: hij is doopgetuige bij Grietge, dochter van Dirrick Cornelisz. (Snider) en Ariaentge Aertsdr. (Verkes) (DTB Heinenoord)

– 1644: hij bruikt in het Oudeland van Johan van de Steen 2 morgen land, hij bewoont een huis aan de Blaak (GA Mijnsheerenland)

4920. Hendrick Jansz. Cooman (nakomelingen heten Reedijk naar de Reedijk op de grans van Mijnsheerenland en Heinenoord), bouwman, overleden te Heinenoord ca. 1638, trouwde 1e Stevenken Teunisdr., 2e NG Heinenoord/Cillaarshoek 6/20 jan. 1630

4921. Pietertje Jansdr., geboren ca. 1603/1604, jonge dochter van Poortugaal (1630), overleden na 19 mei 1659, trouwde 2e NG Heinenoord 26 juli 1643 Barent Melisz. Groenevelt, jongman van Emmichoven (1643)

(Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 256; Kronieken 1994, nr. 3, p. 200)

– 2 april 1629: Cornelis Aerts Weuister, wonende te Mijnsheerenland, oom en voogd van Teuntgen Heijndricks, 2 jaar oud, namens zijn zoon Theunis Cornelisz., contra Heijndrick Jans, weduwnaar van Stevenge Teunis, vader van Teuntgen Heijndricks. De vader behoudt het huis, de hof, de koeien etc. en maakt voor het kind 70 gl. vrij. (Ons Voorgeslacht 1970, p. 42)

– 12 mei 1630: Hendrik Jans woont aan de Heinenoordse Westdijk. (ibid.)

– 11 april 1639: Pietertje Jans, weduwe van Heindrick Jans Coomen, geassisteerd door haar broer Dirck Jans, contra Thonis Pieters, oom van de weeskinderen Thoentge Heijndricks, ongeveer 12 jaar oud, en Jan Hendricks, ongeveer 8 jaar oud. De weduwe behoudt het huis, de hof, etc. (ibid.)

– 19 mei 1659: Pietertje Jans is 55 of 56 jaar oud en woont onder de jurisdictie van Heinenoord. (ibid.)

4934. Cornelis Jansz. Landmeter, trouwde

4935. Annetje Michiels, overleden te Heenvliet voor 6 okt. 1644

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 163; genealogieonline.nl)

4940. Jan Cornelisz. van’t Hof, geboren te Hekelingen, bouwman, heemraad van Nieuw-Beijerland 1658-1672, trouwde Oud-Beijerland (civiel) 16 mrt. 1636

4941. Hester Rogiers van der Straten, trouwde 1e Abraham Arensz. Stelboer

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 96)

– 18 okt. 1647: Maertgen Dircx, jonge dochter, dienstmaagd van Hendrick Govertsz. van Ravenswaeij, verklaart ten overstaan van notaris Cristiaen van Vliet, dat zij ongeveer acht dagen voor mei 1647 ten huize was van Anthonie Jansz. van der Stengen, commies van de Grafelijkheidstol “opt Speuij onder Putten”, waar in huis kwam Jan Cornelisz. van’t Hoff, wonende onder Nieuw-Beijerland, die tegen Hillegont Jans, de vrouw van Van der Stengen zei: “Ick comme hier sien off gelt sal hebben off niet”., waarop Hillegont zei, dat haar man niet thuis was. Van ’t Hoff zei toen: “Ghij een onweetende beest off vaerken”, waarna hij sloeg en schopte in haar huis. (ONA Oud-Beijerland 531)

– 1 mrt. 1648: Isaack Arijensz. Backer, inwoner van Oud-Beijerland, verkoopt aan Arijen Leendertsz. de Jonghe, Jochem Arijensz. Stelboer en Jan Cornelisz. van Thoff een huisje aan de Kerkstraat te Oud-Beijerland. Kopers betalen de koopsom, nl. 300 gl., contant. (RA Oud-Beijerland 8)

– 15 juni 1666: Jan Cornelisz. van ’t Hoff koopt ruim 3 morgen land in de 12e kavel van Groot-Cromstrijen.

4942. Arij Cornelisz. van Putten, geboren te Hekelingen, overleden na 1666, trouwde 1e Neeltje Cornelis, 2e Middelharnis 4 okt. 1637

4943. Jannetje Jansdr. Cattestaert, geboren te Middelharnis, overleden ald. in 1666

(Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 96)

4956. Cornelis Jansz. Boer (Bour), van Ridderkerk (1622), woonde mogelijk eerst aan de Noordvoorstraat in ‘s-Gravendeel (1624), nadien boer in de Mookhoek in Nieuw-Bonaventura onder ‘s-Gravendeel (1643), in de Mookhoek onder Strijen (1657), wellicht op de hofstede “Leeuwensteyn”, dijkgraaf van de Zuidkavel, overleden tussen 23 febr. 1666 en 6 mei 1666, trouwde NG Langerak (eerste gebod te Ridderkerk op 6 mrt.) 1622

4957. Aeltgen Arijensdr., van Langerak (1622), boerin in Nieuw-Bonaventura, overleden tussen 1675 en 15 okt. 1677

(Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 175; Ons Voorgeslacht 2002, p. 106-110)

– 29/30 april 1672: Aeltgen Arijens, weduwe van Cornelis Jansz. Boer verkocht in 1672 boter in Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 189, f. 88v en 89v)

– 6 mei 1666: comp. voor notaris J. Melanen te Dordrecht Aeltgen Arijensdr., weduwe van Cornelis Jansz. Boer, wonende onder Strijen, en verklaart schuldig te zijn aan mr. Nicolaes Stoop, lid van de Oudraad te Dordrecht, 1000 gl. wegens geleende penningen. Borg: haar zoon Bastiaen Cornelisz. Boer, wonende onder Strijen. Hij tekent, zij zet een kruisje. Op 4 mei 1674 verklaart Aeltgen, dat de schuld volledig is afgelost. (ONA Dordrecht inv. 181, f. 611)

– 15 okt. 1677: boedelscheiding tussen Bastiaen Cornelisz. Boer, Arijen Cornelisz. Boer, Hendrick Pietersz. Winter, weduwnaar van Niesgen Cornelisdr. Boer, Pleuntgen Jansdr., weduwe van Willem Cornelisz. Boer, en Jacobus Leendertsz. Visscher, weduwnaar van Jorisgen Leendertsz. Exkeen, nagelaten dochter van Pleuntgen Cornelisdr. Boer, en Bastiaen Cornelisz. nog als oom van moederszijde en voogd van de twee minderjarige kinderen van Pleuntge Cornelisdr. Boer, genaamd Cornelis en Jan Leendertsz. Exkeen, samen kinderen en erfgenamen van Aeltgen Arijensdr., weduwe van Cornelis Jansz. Boer. De comparanten verklaren, dat zij Cent Cornelisz. Boer, resp. hun broer, zwager en oom, hebben uitgekocht wegens zijn moederlijke goederen en dat zij de goederen, die zijn nagelaten door Aeltgen Arijensdr., onderling hebben verdeeld. Daarbij is door blinde loting toegevallen

aan Bastiaen Cornelisz. Boer 2 morgen 355 roeden 10 voeten zaailand in de Kleine Zuidkavel, 3 morgen 476 roeden wei- en zaailand in de Kleine Zuidkavel, een huis met 197 roeden nieuwe boomgaard, staande en gelegen onder Strijen in de hoek van de Grafelijkheidsweg, de helft van de dijkettingen in de Nieuwe en Kleine Zuidkavel en de Noordkavel onder Strijen,

aan Adrijaen Cornelisz. Boer 6 morgen zaailand, liggende in de Nieuwe Noordkavel, een huis en woning met 329 roeden boomgaard, staande en gelegen in Nieuw-Bonavontura onder Strijen,

aan Hendrick Pietersz. Winter 2 morgen weiland in Nieuw-Bonavontrua, 1 morgen 412 roeden zaailand in de Nieuwe Noordkavel van de Broeck, 2 morgen 200 roeden weiland in de Kleine Zuidkavel van de Nieuwe Broeck,

aan de weduwe van Willem Cornelisz. Boer 3 morgen weiland in de Mookhoek onder ‘s-Gravendeel, 4 morgen 313 roeden 10 voeten land, liggende in de Nieuwe Zuidkavel met het Coeijlandt bedijkt, de helft van de dijkettingen in de Nieuwe en Kleine Zuidkavel en Noordkavel onder Strijen,

aan de drie kinderen van Pleuntgen Cornelisdr. Boer 3 morgen 300 roeden land in Nieuw-Bonavontura onder Strijen, belast met 150 gl. kapitaal, welke de weeskinderen van Dirck Arijensz. Spruijt op het land sprekende hebben en door de drie kinderen van Pleuntgen te hunnen laste genomen wordt, 2 morgen zaailand liggende in de Strijense Polder. De kinderen van Pleuntgen zijn bij de verdeling 350 gl. tekort gekomen, die Arijen Cornelisz. Boer belooft hun te zullen vergoeden. (ONA Dordrecht inv. 187, f. 27 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Willem Cornelisz. Boer, trouwde Pleuntgen Jansdr.

b. Bastiaen Cornelisz. Boer

c. Niesge Cornelisdr. Boer, trouwde Hendrick Pietersz. Winter

d. Pleuntge Cornelisdr. Boer, trouwde Leendert Exkeen

e. Arijen Cornelisz. Boer

f. Cent Cornelisz. Boer

4976. Jacob Pieters, trouwde voor 9 febr. 1614

4977. Anneken Jansdr. Troost, overleden ca. 1665

– 5 juni 1665: op Heinenoord het eerste gebod geproclameerd van een huis met beplanting, beteling en beterschap van een boomgaard, staande en gelegen aan ’s herendijk omtrent het dopr Heinenoord, verkocht door de kinderen en erfgenamen van Anneken Jans, weduwe van Jacob Pieters, voor 420 gl. contant. Verkocht aan haar kleinzoon Jacob Ariensz. Onderdijk. (RA Heinenoord 6 en 4)

– 22 sept. 1665: de kinderen en erfgenamen van Anneken Jans, weduwe van Jacob Pietersz., hebben “int openbaer wettelicken besteet de erfcedulle van de vercochte vande overledene aengenomen bij mr. Euwith Goutswaert welcke erfcedulle int geheel is importerende” een bedrag van 158 gl. 2 st. Na aftrek van enige kosten resteert 130 gl. 8 st. 8 penn., die zijn betaald aan Thonis Aeriensz. Cruijthoff, echtgenoot van een dochter van Anneken Jansdr.,

Cruijthoff ontvangt verder nog 100 gl., zijnde de opbrengst van de verkoop van het huis van zijn schoonmoeder,

Jan Jacobsz. Troost ontvangt 14 gl. 15 st. wegens leverantie van spek, boter, kaas en van het graf van de overledene in de kerk,

Pieter Jacobsz. Troost ontvangt 22 gl. wegens hetgeen hij voorgeschoten heeft tijdens de ziekte van de overledene en “op haer vvtvaert”.

Na aftrek van de uitgaven blijft over een bedrag van 56 gl., welke verdeeld moet worden onder Pieter Jacobsz., Thonis Jacobsz., Jan Jacobsz., voor zichzelf en vervangende zijn broer Aerien Jacobsz., Aerien Jansz. Onderdijck, weduwnaar van Aeriaentgen Jacobsdr., Jan Huibrechtse, als man van de weduwe van Lenert Jacobsz., en Thonis Cruijthoff als man van Marike Jacobs. (Weeskamer Heinenoord 3, f. 111 e.v.)

– 7 jan. 1666: aan voornoemde erfgenamen komt nog toe wegens de verkoopt van het huis vna hun overleden moeder een somma van 320 gl. en van de verkoop van een keet aan Aerien Roken Troost 21 gl. (ibid.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Heinenoord):

a. Teunis, 9 febr. 1614 (getuigen: Pieter Bastiaens, Leentken Jans)

b. Jan Jacobsz. Troost, 29 mei 1616 (getuigen: Rokus Jans, Maricke Teunis)

c. Arien Jacobsz., 21 febr. 1621 (getuigen: Arien Ariens, Arie Jansz., Centge NN)

d. Leendert Jacobsz., 21 jan. 1624 (getuigen: Basteaen Basteaensen, Maritken Crijnen)

e. Mariken Jacobsdr. Troost, overleden ca. 1675, trouwde 1e Willem NN (Reedijk ?), 2e ca. 1655 Theunis Ariensz. Cruijthoff [= kwartier 3018]

f. Aeriaentgen Jacobsdr., trouwde Arien Jansz. Onderdijck

f. Pieter Jacobsz. Troost

4984. Claes Dirrijcx, wagenmaker te Goudswaard, overleden tussen 2 mei 1627 en 7 sept. 1631, trouwde naar schatting ca. 1605

4985. Ariaentge Hendericks, geboren ca. 1580, overleden 72 jaar oud op 31 mrt. 1652 (DTB Heinenoord)

– 15 nov. 1616: Claes Derrijcx wagenmaker heeft gekocht 3 1/2 gemet vroonland, waar Derrijck Jans Lange “naestinge” aan gedaan heeft, liggende in de ban van Corendijk, belend oost Eijngel Jacobs en Aren Heijndricx, zuid Wijllem Jans, west Wijllem Jans, noord ’s herenweg. Het land is belast met een losrente van 21 gl, die Derrijck Jans Lange tot zijnen laste neemt. Het is verkocht door Aren Jans Nijewenboer. (RA Goudswaard 3)

– 20 juni 1624: Claes Dirrijcx wagenmaker vermeld als belender van het huis van Derrijck Cornelisz. Snijer. (RA Goudswaard 4)

– 2 mei 1627: Claes Dirksz. wagenmaker staat borg voor Leentge Heijndrixs, weduwe van Eijngel Jacops. (RA Goudswaard 4)

– 7 sept. 1631: Arijaentge Heijndricxs, weduwe van Claes Derrijcxs wagenmaker, wonende in de Korendijk, en haar zoon Cornelis Claesz. verkopen aan Jacob Jans Lijs schoolmeester een huis in het dorp. (RA Goudswaard 4)

– 28 mrt. 1640: Arijaentgen Heijndricxsz., weduwe van Claes Dircks, verkoopt een huis aan haar zoon Heijnderick Claesz. (RA Goudswaard 1)

– 1 nov. 1646: Ariaentgen Heijndericks, weduwe van Claes Dirks wagenmaker, wonende in de Korendijk, geassisteerd door haar zoon Cornelis Claesz. wagenmaker, transporteert aan haar zoon Heijnderick Claesz. wagenmaker, schepen, 1 gemet in Korendijk, belend noord Jacob Jans dijkgraaf en de kinderen van Heijnderick Jacobs Kerkboer, oost de kinderen van Pieter Eeuwits, zuid en west ’s herenweg. (RA Goudswaard 5) 

4986. Jan Pietersz. Langhe, geboren ca. 1579, schepen van Goudswaard, overleden tussen 10 april 1624 en 31 dec. 1625, trouwde naar schatting ca. 1605

4987. Leentje Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1580, overleden te Goudswaard op 15 jan. 1662, trouwde 2e ca. 1625 Derrijck (Dirck) Adriaensz. (Arensz.)

– 31 dec. 1625: Derrijck Arensz. en Leentje Jacobsdr. zijn belenders ten noorden van 8 gemet land, toebehorende aan Jacop Jansz. dijkgraaf. (ORA Goudswaard inv. 4)

– 1639: Leentge Jacobs heeft weder ingekocht het graf van Jan Pietersz. Langhe zaliger, is ingegaan in juli 1638. De kerk ontvangt  1 gl. 10 st. (doorgehaald, want deze rekening staat bij de uitgaven vermeld) (Archief NH gemeente Goudswaard)

– 20 mei 1640:  de kinderen van Jan Pietersz. Langhe zaliger zijn: Matghe Jansdr., getrouwd met Heijnderick Claesz. Waghemacker, Pieter Jansz., en Ningetje Jansdr., die wordt geassisteerd door haar oom Jacob Pietersz. Verhouck. (RA Goudswaard inv. 5)

– 26 nov. 1660: compareert voor notaris J. Melanen te Dordrecht Leentgen Jacobsdr., weduwe van Dirck Arijensz., die verklaart procuratie te verlenen aan haar schoonzoon, Heijndrick Claesz. Wagenmaker, wonende in de Korendijk, om ten overstaan van de schepenen aldaar te transporteren aan Cornelis de Widt, ruwaard van Putten, een partij zaailand. Zij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 472 e.v.)

4988. Jacob Cornelisz. Hoogvliet, jongman geboren te Hoogvliet, wonende te Oud-Beijerland (1638), schepen van Piershil (1656, 1657), overleden ca. 1660, trouwde NG Oud-Beijerland 9 mei 1638

4989. Lijntje Pietersdr., weduwe van Piershil (1638), trouwde 1e Cleijs Joosten Meijnaert, zoon van Joost Cornelisz. Meijnaert alias Spruijt en Ariaantje Lievensdr. de jongste

– 11 dec. 1656: Jacob Cornelisz. Hoogvliet is “nasaet”van Cleijs Joosten Meijnaert (RA Cromstrijen)

– 1660: Crijntie Jacobsdr. Hooghvlieth, nagelaten weeskind van Jacob Cornelisz. Hoogvlieth geeft 600 gl. hypotheek op land en huis in Oude Coorndijck van Jacob Cornelis, 40e penning niet verschuldigd. (RA Goudswaard inv. 20)

4990. Adriaen Bastiaensz. de Recht [zoon van kwartieren 9524 en 9525], geboren ca. 1585, schepen en heemraad van Nieuw-Beijerland, overleden vermoedelijk voor 12 nov. 1632 (testament van Marietje Adriaensdr. en haar man Jan Jacobsz. Herweijer), trouwde (mogelijk 1e) Lijntgen Jansdr., overleden in of 1627, en misschien 2e Bastiaantgen Willemsdr.

– 17 dec. 1613: de heer Van Croonenburch en jonkheer Steven van Linden transporteren ongeveer 10 morgen land in Oud-Beijerland aan de broers Maarten en Arij Bastiaansz. de Recht.

– 1627: Adriaen Bastiaansz. de Recht vermeld als eigenaar en gebruiker van ruim 14 morgen land in Oud-Beijerland.

– 1627: Adriaen Bastiaensz. de Recht gebruikt in huur ruim 4 morgen land van de erfgenamen van zijn vrouw Lijntgen Jansdr. zaliger.

– 1632: Adriaen de Recht is één der schatters van de grondbelasting te Oud- en Nieuw-Beijerland.

– 20 mei 1635: vermeld wordt Bastiaentgen Willemss, weduwe van Arij de Recht, te Oud-Beijerland. 

5124. Heijndrick Adriaensz. Capiteijn, geboren naar schatting ca. 1555, woonde aan ’s Herendijk in Carnisse, overleden Barendrecht juni 1616 en ald. begraven, trouwde 2e Neeltge Maertensdr., die trouwde 2e NG Barendrecht 22 aug. 1621 (3e gebod) Cornelis Hubrechtsz., weduwnaar aan de Pernisse Sluis (zij wonende bij de oude sluis)

– 1616: uitkering van de diaconie aan “de Capiteijn” toen hij ziek lag en aan Neeltgen Heijndrick Capeteijns weduwe “in sijn sieckte”. (Diaconierekening Barendrecht anno 1616)

– 3 mei 1616: Heijndrick Adriaensz. Cappiteijn vermeld als belender van een huisje aan ’s Herendijk in Carnis (ORA Barendrecht en Carnisse inv. 1, f. 41v e.v.)

– juni 1616: boeking voor het maken van de kist en het graf van Heijndrick Ariensz. Capeteijn (Diaconierekening Barendrecht anno 1616)

– 1619 en 1620: uitkeringen aan Neeltgen Cappeteijnen, Ingen Heijntgens en het zoontje van Ingen Heijndricksz. (idem)

[Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman in Waarde.]

5138. Joost Jansz. Tuck, geboren te Melsen in Vlaanderen, schoenmaker te Ridderkerk, doet belijdenis te Ridderkerk op 16 april 1594, ouderling ald. 1613, overleden na 16 nov. 1641, trouwde 2e NG Ridderkerk 22 sept. 1619 (ondertrouw) Neeltgen Warreboutsdr., 1e NG Ridderkerk 14 okt. 1589

5139. Beeltien (ook: Neeltken) Dirx, van Wuustwesel (B) (1589)

(Prometheus XIV, p. 303)

– 16 nov. 1641: uitkoop tussen Evert Hendrickse kleermaker, weduwnaar van Elisabeth Joosten, enerzijds, en Joost Jansz. Tuck, als grootvader en voogd van de nagelaten kinderen van Elisabeth Joosten, geassisteerd met zijn schoonzoon Abram Hendricksz. [’t Hoertje], anderzijds. (Ons Voorgeslacht 2000, p. 307)

Kinderen (ex 1):

a. Jannigje Joosten, geboren naar schatting ca. 1595

b. Lijsbeth Joosten, gedoopt NG Ridderkerk 19 mrt. 1600, trouwde Evert Hendriksz. (van den Berg)

5140. Cleijs Gerritsz. (jonge) Leenhouwer, overleden na 13 aug. 1605 (RA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1, f. 171), trouwde

5141. NN

– 24 mrt. 1598: Cleijs Gerritsz. den jonghen Leenhouwer verkoopt een jaarlijkse losrente van 7 gl. over een hoofdsom van 84 gl., verzekerd op een huis, boomgaard, berging, schuur, “potinghe ende betelinghe”, staande en gelegen in Hendrik-Ido-Ambacht, waar hij tegenwoordig woont. (ORA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1)

(Sigmond/Slijkerman, Kranendonk, p. 120)

– 1 mei 1622: huwelijkse voorwaarden tussen Cornelis Jacobsz., weduwnaar wonende te Strijen, en Aerjaentgen Cleijsdr, jonge dochter wonende te Hendrik-Ido-Ambacht, geassisteerd met haar broers, Geerardt Cleijsz. en Jasper Cleijsz., beiden wonende te Hendrik-Ido-Ambacht. De aanstaande bruidegom tekent met “Cornelis Jacobsen Gasteren [?]”, de bruid met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 24, f. 134)

Kinderen:

a. Aerjaentgen Cleijsdr., jonge dochter wonende te Hendrik-Ido-Ambacht (1622), trouwde ca. 1 mei 1622 (huw. voorwaarden) Cornelis Jacobsz., weduwnaar van Strijen

b. Geerardt Cleijsz., wonende te Hendrik-Ido-Ambacht (1622)

c. Japser Cleijsz.,  wonende te Hendrik-Ido-Ambacht (1622)

5144. Jan Andriesz. Aertoom, geboren te Puttershoek, schipper, woonde aan de Noordvoorstraat te ‘s-Gravendeel, overleden voor 8 febr. 1631, trouwde 2e ca. 1618 Ariaentje Ariens, 1e 

5145. Jannigje Pietersdr. de Vries, overleden te ‘s-Gravendeel in 1618

– 5 sept. 1602: Jan Andriesz. Aertoom schipper is schuldig aan mr. Evert Anthonisse [van de Grift] wegens koop van een huis in de Noordvoorstraat te ‘s-Gravendeel. Borg: Pieter Jansz. de Vries. (RA ‘s-Gravendeel 1)

– 1 mrt. 1607: Jan Aertoom koopt van Thoontgen Meusse, die wordt geassisteerd door Aelbrecht Jacobs en Jan Aertsz. Comen, een huis aan de Noordvoorstraat te ‘s-Gravendeel. (RA ‘s-Gravendeel 37)

– 10 mei 1618: Stoffel Stoffelsz. is schuldig aan Pieter Jansz. Vries, als grootvader, en Huijbert Andriesz. Aertoom, als medevoogd van de weeskinderen van Jan Andriesz. Aertoom en Jannigje Pieters. (RA ‘s-Gravendeel 2)

– 12 mei 1620: Jan Andriesz. Aerdoom en Pieter Jacobsz. van Beveren te Dordrecht zijn borgen voor Andries Dirksz. Aerdoom voor diens schuld aan Dirk Lambrechts. (RA ‘s-Gravendeel 2)

– 1626: Jan Andriesz. Aertoom aangeslagen in de 1000e penning van ‘s-Gravendeel voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 199v)

– 12 okt. 1628: Jan Andriesz. Aerdoom bezit land in de Trekdam. (RA ‘s-Gravendeel 2)

– 7 febr. 1631: Ariaentje Ariens treft ten overstaan van schout en schepenen van ‘s-Gravendeel uitkoop en besteding met Huijbrecht Andriesz. Aerdoom e.a. (RA ‘s-Gravendeel 3)

– 26 mei 1635: besteding van de onmondige weeskinderen van Jan Andriesz. Aerdoom en Ariaentje Ariens, beiden zaliger. (Weeskamer ‘s-Gravendeel IXa)

– 9 sept. 1635: Jannigje Jans besteed bij Leendert Jansz. Visser, Barber Jans bij Mels Jans, Lenertgen Jans bij Willem Cleijsz. [Prins]. (RA ‘s-Gravendeel 3)

– 10 mei 1638: Willem Cleijsz. [Prins] en Arie Andriesz. Aerdoom, als voogden van de weeskinderen van Jan Andriesz. Aerdoom, verkopen aan Mels Jansz. een huis in de Noordvoorstraat te ‘s-Gravendeel. (RA ‘s-Gravendeel 3)

– 21 nov. 1643: het jongste kind van Jan Andriesz. Aertoom heet Adriaen. (RA ‘s-Gravendeel 3)

– 1638: de weduwe [sic] van Jan Andriesz. Aertoom aangeslagen in de 1000e van ‘s-Gravendeel voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 123)

5146. Coenraad (Koen) Pietersz. in’t Veld (alias Vermeulen), geboren naar schatting ca. 1580, jong gezel van West-Barendrecht (1610), vestigde ca. 1613 in ‘s-Gravendeel, landbouwer te ‘s-Gravendeel op een hoeve aan de Strijensedijk nr. 29, schepen ald. 1614-1631, testeert te ‘s-Gravendeel op 1 jan. 1620, overleden ald. tussen 1631 en 18 mei 1634, trouwde NG Barendrecht 27 mei 1610

5147. Weijntje Adriaensdr. Hordijck, geboren naar schatting ca. 1580, jonge dochter van West-Barendrecht (1610), overleden te ‘s-Gravendeel tussen 13 mrt. 1638 en 12 mei 1656

– 26 mei 1613: Koen heeft een schuld bij Lidewij Jansdr., weduwe van Hendrick Vassen, wegens de koop van een huis en drie erven aan de zuidzijde van de Langestraat te ‘s-Gravendeel. (madmonarchs.nl)

– 1638: de weduwe van Coen Pieters en haar kinderen aangeslagen in de 200e penning van ‘s-Gravendeel voor een vermogen van 3000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 125)

5148. Reijn Arensz. (van der Linden), geboren naar schatting ca. 1565 mogelijk in Groote Lindt, vestigde zich ca. 1595 in ‘s-Gravendeel, schepen van ‘s-Gravendeel (1597-1607, 1632-1637), overleden kort voor 27 mei 1637, trouwde

5149. Thoontgen NN

– 1593: ontstaan van het dorp ‘s-Gravendeel [D.W. Gravendeel e.a., s-Gravendeel 1593-1993. Uit de geschiedenis van het dorp aan de Kil (‘s-Gravendeel 1993)]

ORA ‘s-Gravendeel:

2-1-1599 Schuldbekentenis Reijn Ariens aan Pieter van Beveren en Cornelis Jacobs van Beveren. Wegens koop van land belend ten oosten Dirk Aerts en Claes Barents, ten westen Herman Pieters Cuijp
15-5-1599: Borg voor Huijbrecht Pieters
30-10-1599: Reijn Ariens en Pleun Ariens stellen zich borg voor Harmen Pieters.
2-7-1601: Reijn Ariens, Pleun Ariens en Arie Gerrits Timmerman voor de boedel van zijn vader machtigen Cornelis Ariens Spies tegen Cornelis Gijssen.
24-7-1601: Reijn Ariens, Pleun Ariens en Arie Gerrits Timmerman vanwege de boedel van zijn vader zaliger Gerrit Anthonisse Schalckwijck verklaren dat Cornelis Gijssen geen recht heeft op zekere som geld.
12-10-1601: Claes Baerens komt in beroep van een vonnis van schepenen, in zijn zaak tegen Reijn Ariens en Pleun Ariens
5-11-1601: Cornelis Gijssen tegen Pleun Ariens, Reijn Ariens en de boedel van Gerrit Anthonisse Schalkwijk zaliger.
7-5-1616: Harmen Hallingh te Dordrecht verkoopt aan Reijn Arens land in de Trekdam.

27-5-1637 de erfgenamen van Reijn Arens worden vermeld als belender

(alsemgeest.hele.nl)

– 27 april 1602: compareren voor de Dordtse notaris W. van den Brouck Reijn en Ploen Adriaensz., beiden wonende op ‘s-Gravendeel. Zij stellen zich borg voor Aechtgen Adriaensdr., weduwe en boedelhoudster van Gerrit Thonisz. Schalkwijcker, mede wonende te ‘s-Gravendeel. (ONA Dordrecht inv. 3, f. 96 e.v.)

– 16 april 1613: compareert Reijn Adriaensz., wonende te ‘s-Gravendeel, als bloedvoogd van de minderjarige kinderen van Willem Adriaensz. [Reijnen] en Ploontge Reijersdr., m.n. Machtelt, Reijer, Marike, Jan en Pieter Willemsz., alsmede Adriaen en Neeltge Willems: zij abandonneren de boedel van hun overleden vader. (Gens Nostra 1992, p. 208)

– 1626: 1000e penning ‘s-Gravendeel: Rhijn Adriaensse aangeslagen voor een vermogen van 6000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 199)

– 1638: 200e penning ‘s-Gravendeel: Pauwels Reijnen als mede-erfgenaam van de weduwe van Reijn Adriaens aangeslagen voor een vermogen 1500 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 123v)

– 26 mei 1666: zijn zoon Hendrik Reijnen van der Linden verkoopt aan Dirk Dirksz. Quartel land in de Strijense Polder, dat eerder heeft toebehoord aan Reijn Arensz. van der Linden. (RA ‘s-Gravendeel 4)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Hendrik Reijnen, geboren naar schatting ca. 1595 [= kwartier 2574 en kwartier 2648]

b. Jan Reijnen,, bouwman buiten de Spuipoort van Dordrecht

c. Machteld Reijnen [kwartier 1461], trouwde Willem Corsse

d. Pauwels Reijnen

e. Ariaantje Reijnen 

5150. Jan Adriaensz. Sneep [= kwartier 5800], geboren te Barendrecht, heemraad van West-Barendrecht en Carnisse (1587), woonde tot ca. 1593 in West-Barendrecht, vestigde zich later in ‘s-Gravendeel, heemraad en schepen ald. (1611-1614), kerkmeester ald. (1612), overleden te ‘s-Gravendeel ca. 1626/1630, trouwde 1e Beatricx Pietersdr., overleden voor 9 dec. 1593, 2e nov. 1594

5151. Anna Pietersdr. [= kwartier 5801], vermoedelijk geboren te Nieuwerkerk a/d IJssel, overleden ‘s-Gravendeel voor 12 febr. 1614, dochter van Pieter Huijbertsz. en NN Ellertsdr.

Er is geen relatie aangetoond met het Westbrabantse geslacht Sneep, behoudens het gebruik van een zelfde zegel. (Brabantse Leeuw 1974, p. 116 e.v.; Gens Nostra 1982, p. 366)

– 26 sept. 1606: Jan Adriaensz., inwoner van ‘s-Gravendeel, is schuldig aan Aert Ariensz. Cuijsmuijs, inwoner van ‘s-Gravendeel een somma van 130 gl., verbindende een huis aan de zuidwestzijde van de Lange Kerkstraat achter de kerk. (RA ‘s-Gravendeel)

– 21 april 1622: Sneep verkoopt een huis in de Lange Kerkstraat te ‘s-Gravendeel. (genealogieonline.nl)

5302. Adriaen Jacobsz. (Hordijk), geboren naar schatting ca. 1540, landbouwer aan de Hordijk onder Oost-Barendrecht, landgebruiker in Dirk Smeetsland, Lombardijen en Oost-Barendrecht en de Ziedewij (vermeld 1587-1595), overleden wellicht in Oost-Barendrecht in de tweede helft van 1598, zegelt in 1592 als heemraad van Barendrecht met het volle wapen van Wassenaar. (L.W. Hordijk, Geschiedenis en genealogie van de familie Hordijk [Brielle 1979], deel I, p. 15-16; Ons Voorgeslacht 1979, p. 311-312) 

Hij is begraven onder een zerk in Barendrecht, waarop het wapen van Wassenaer uitgehouwen is. (madmonarchs.nl)

Filips I van Wassenaar met het wapen van Wassenaar.

Hij trouwde naar schatting ca. 1570 (voor 4 febr. 1577)

5303. Margrieta (Grietgen, Grieten) Japhetsdr. (Jaeffedr.), geboren naar schatting ca. 1545, bezat ouderlijk goed in Ridderkerk, in 1626 en 1627 aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl., overleden tussen 1627 en 1638 (Ons Voorgeslacht 2013, p. 124 e.v.). 

– 1577:  Lenert Jaeffte, Cornelis Jaeffte, Huijch Jaeffte, Arijen Jacobsz., gehuwd met Grieten Jaefftedr. en Ingen Jaefftedr transporteren vrij eigen land in het Oude Land van Ridderkerk. (RA Ridderkerk inv. 87)

– 13 aug. 1602: Grietgen Jaephitsdr., wonende in Oost-Barendrecht, testeert, kloek en gezond zijnde. Zij tekent met een kruisje. (Hordijk, o.c., deel I, p. 15-17)

-1626: 1000e penning Barendrecht: Grietgen Japhitten weduwe aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 157)

5304. Johan Jansz. in’t Velt de Oude, tot 1600 heemraad van Oost-IJsselmonde, in 1600 stedehouder van Oost-IJsselmonde, van 1601 tot 1613 schout van Oost-IJsselmonde, overleden in 1613, trouwde 

5305. Lijsbeth Ariensdr.

– 13 juni 1613: Cornelis Jansz. in’t Velt is 3900 ponden Vlaams schuldig aan Arijen Jansz. in’t Velt, aan Jan Jansz. in’t Velt de Jonge, mede als bloedvoogd van kinderen van Fijtgen Jansdr. zaliger en Adriaantje Jansdr. zaliger en aan Hendrik Jansz. in’t Velt, allen kinderen en erfgenamen van Jan Jansz. in’t Velt schout en Lijsbeth Ariensdr., beiden overleden (RA IJsselmonde  inv. 1) 

(Ons Voorgeslacht 1959, p. 54)

5318. Maerten Louwerensz. (Kwakernaeck), geboren naar schatting ca. 1550, woonde te Oud-Alblas, leenman van de Grafelijkheid (beleend in 1611), trouwde 1e Haesgen Pietersdr., 2e Dordrecht (1e gebod) 30 dec. 1588

5319. Maritgen Cornelisdr., van Oud-Alblas, vermeld in de 500e penning van 1627, overleden ca. 1638 

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 248/249)

5320. Aert Pietersz., geboren naar schatting ca. 1585, woonde in Wijngaarden (vermeld 1626, 1638, 1657), overleden na 21 juni 1657, trouwde NN

– 1622: Aert Pietersz. vermeld in 1622 met 6 kinderen

– 1626/1627: Aert Pietersz. in de 1000e en 500e penning van Wijngaarden aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl.

– 1638: Aert Pietersz. in de 200e penning van Wijngaarden aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. 

– 31 mei 1669: Pieter Aertsz., wonende op Papendrecht, Arien Aertsz. en Willem Aertsz., vervangende de voorkinderen van Aechie Stevens [weduwe van Arien Ariensz. Hofmman, trouwde 29 jan. 1651 Arien Aertsz.) verkopen voor 1940 gl. land in Wijngaarden in de Arien Pietersweren. (Ons Voorgeslacht 2004)

5322. Laurens Gerritsz. Brand, leenman te Gijbeland, Heiligegeestmeester van Brandwijk en Gijbeland, overleden tussen 4 mei 1656 en 16 mei 1657, trouwde ca. 1615

5323. Grietie Pietersdr., uit Lekkerkerk, overleden na 12 febr. 1647

(De Nederlandsche Leeuw 1999, kol. 187-188)

Kinderen: 

a. Neeltje Lauwerens [= kwartier 2661]

b.Trijntien Louwe (Laurensdr.) Brande [= kwartier 6675]

5324. Arijen Lauwen, geboren ca. 1607 (22 jaar in 1629), overleden te Sliedrecht tussen 19 mrt. 1665 en 1672, trouwde

5325. Jannigje Francken, overleden in of na 1672

(J. Heijns, Sliedrecht gezinnen 1600-1700)

– 21 april 1629: Adriaen Laurisz., 22 jaar oud en twee andere personen geven een verklaring over een opstootje van die van Giessen tegen Sliedrecht.

– 2 jan. 1653: bij kaveling ontvangt Cornelis Jansz. van Winggaerden 3 morgen in het weer west van het Marr. Alewijnsweer, belend west: Aerie Lauwen c.s. (in weer 49) [Sliedrecht] 

– 31 dec. 1655 (vertichting) Arie Lauwen is de grootvader en voogd van de 3 onmondige kinderen van Neeltie Goverts en haar overleden man Pieter Ariensz.

– 3 mei 1657: Arie Lauwen, als man en voogd van Jannichgen Francken, en Aert Ariensz., als man en voogd van Sijchge Francken, transporteren 1 morgen in Sliedrecht (weer 55), die hem aangekomen is van hun schoonouders wijlen Franck Baltens en Ariaentie Herbers.

– 19 mrt. 1665: Arijen Lauwe bij de rosmolen verkoopt op een veiling in Sliedrecht. (Heijns, o.c.)

5326. Govert Mertensz. Hardam, jongman van Alblas (1615), trouwde NG Oud-Alblas 20 aug. 1615

5327. Marike Heijndricks, jonge dochter van Alblas (1615)

Kinderen (allen gedoopt NG Oud-Alblas): 

a. Heijndrick, 1 nov. 1615 (getuigen: Wouter Geeraertsz., Willem NN, Pieterke Heijndrixsdr.)

b. Neeltgen, 2 juli 1617 (getuigen: Lenaert Arij Cornelisz., Aeltgen Mertensdr., Neeltgen Heijndrix)

c. Willemke, 2 dec. 1618 (getuigen: Arijen Lenaertsz., Lijnke Huijgen)

d. Merten, 20 sept. 1620 (getuigen: Cornelis Pietersz. Loij, Jacob Mertens van Wijngaerden, Lijssie Jan Melsz. van Hofwegen)

e. Dierick, 19 juni 1622 (getuigen: Aert Lenartsz., Dierick Cornelisz., Adriaenke Cleijsdr.)

5344. Claes Hendriksz., trouwde

5345. Neeltien Teunis (Kwartierstaat Zuijderent-Van Wijgerden [internet])

5346. Arien Pietersz. Buijt, trouwde NN

Kinderen (allen NG gedoopt in Ottoland):

a. Lijsbet, 4 juli 1629

b. Theuntien, 14 mrt. 1632

c. Willemken, 10 dec. 1634

d. Pieterge, 9 nov. 1636

e. Wouter, 3 juli 1644

f. Aantje, 23 dec. 1646

g. Neeltje, 23 dec. 1646

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146)

5348. Jan Cornelisz. Hoogendijk, woonde in Streefkerk, testeert met zijn vrouw in Streefkerk op 22 aug. 1656, overleden voor 1660, trouwde

5349. Aaltje Pietersdr., testeert te Gouda op 6 aug. 1664

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 233)

5350. Cornelis Ariensz. Snoeij, geboren Ouderkerk a/d IJssel, wonende te Peursum, daarna op de Haar onder Arkel, overleden voor 1652, trouwde

5351. Maijke Anthonisdr. (Strever), overleden voor 1646

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 157)

– 27 april 1633: de kinderen van Cornelis Ariensz. Snoeij verkopen land in de Langelandse polder achter de Langelandse watermolen aan Merritje Dircx [Hartcoorn], weduwe van Snoeij Ariensz., hun tante. Voogd van de kinderen is Cornelis Ariensz. Smit te Streefkerk. (Kwartierstaat Zuijderent-Van Wijgerden [internet])

(Kwartierstatenboek Alblasserwaard, p. 146; Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 157)

5358. Frans Claesz., woonde in Ammerstol, trouwde

5349. Catarina Jansdr., overleden na 1674

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 159)

5368. Jacob Woutersz. Covel, geboren naar schatting ca. 1580, trouwde NN

5376. Aert Crijnsz., geboren ca. 1568, boer te Kleine Lindt, o.a. schout (ca. 1603-1630) en heemraad (1633-1646) ald., Heiligegeestmeester van Heerjansdam en Kleine Lindt (1607), schout van Develsluis (1613), overleden ca. 1647 (voor 22 mei 1648), trouwde 1e Joosken Jans, 3e Pleuntie Jans, 2e (laatste gebod Ridderkerk 24 mrt.) 1613

5377. Maria Jansdr., jonge dochter van Krimpen a/d Lek (1613), gegoed te Krimpen a/d Lek, overleden tussen 1624 en 12 nov. 1626

(Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman; Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 175)

5380. Michiel Ariensz. Houck (’t Houcken, Waterhouck), geboren ca. 1584, woonde te Cromstrijen (RA Cromstrijen 76, akte dd 1 sept. 1628), te Klaaswaal (RA Cromstrijen 50, akte dd 15 febr. 1642), Heiligegeestmeester van Cromstrijen 1651, overleden ca. 1652, trouwde naar schatting ca. 1615

5381. Ingentgen Pleunen, geboren ca. 1588, overleden na 29 nov. 1673

–  8 sept. 1627: Michiel Houck vermeld in de polder Groot-Cromstrijen

– 2 febr. 1640: Michiel Ariensz. Houck assisteert zijn zuster Maertje Ariens, weduwe van Jan Pietersz. Logger, bij het opstellen van een boedelinventaris. (RA Cromstrijen 18)

– 29 mei 1643: Ingetie Pleunen, echtgenote van Mchiel Ariensz. Houck, is 55 of 56 jaar oud en woont in de polder van Groot-Cromstrijen. (RA Cromstrijen 51)

– 24 juli 1646: Michiel Houck staat borg voor Arijen Gijelen Houck en Pleun Gijelen Houck. (RA Cromstrijen 13)

– 1647: vrijwillige gift van Michiel Ariensz. Houck, wonende langs de Klein-Cromstrijense dijk, tot opbouwing van de kerk te Klaaswaal: 25 gl. (Streekmuseum Hoeksche Waard te Heinenoord: Particulier Archief 3, 1216)

– 30 mei 1648: Ingetje Pleunen, getrouwd met Giel Adriaensz. Houck, erft van haar broer Huijch Pleunen van Moerkerken. Haar andere broers zijn Pieter en Adriaen Pleunen. (RA Westmaas)

– 1652: de weduwe en erfgenamen van Michiel Adriaensz. Houck onder Cromstrijen aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (RA Cromstrijen 64, 200e penning van 1652)

– 20 febr. 1661: Ingentgen Pleunen, weduwe van Michiel Ariensz. Houck, wonende te Groot-Cromstrijen onder Klaaswaal testeert voor de Dordtse notaris A. Meijnaert. Tot erfgenamen benoemt zij haar kinderen. Zij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 246, f. 257 e.v.)

– 12 april 1667: Ingentgen Pleunen, weduwe van Michiel Adriaensz. Houck, wonende onder Groot-Cromstrijen, stelt aan tot voogden over de weeskinderen van haar zoon Cornelis Michielsz. Houck en haar overige onmondige erfgenamen Pleun Michielsz. Houck en Adriaen Michielsz. Houck, haar zoons. Zij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 249, f. 274 e.v.)

– 14 okt. 1668: Adrijaen Weeda, wonende in Groot-Cromstrijen, is schuldig aan Ingetie Pleunen een somma van 1500 gl. wegens geleende penningen. (RA Cromstrijen 31)

– 21 sept. 1664: comp. Ingetie Pleunen, geassisteerd met haar zoons Pleun en Arij Gielen Houck, en Arij Dirksz. ’t Greijn, getrouwd met Ariaantje Willemsdr. van Zijll, weduwe van Bastiaen Pleunen Moerkerken, als vervangende Josijntje Bastiaens en Arij Cornelisz. Borger, man van Lijntie Bastiaens, kinderen van Bastiaen Pleune bij Ariaantje Willems, samen erfgenamen van Arij Pleunen Moerkerken. 

– 29 nov. 1673: de weduwe van Michiel A. Houck onder Numansdorp is diep in de 90 [sic] jaren oud, “soo comp. haer soon Pleun Gielen Houck” en verklaart, dat zijn moeder in de 200e penning niet hoger in de 200e penning was aangeslagen “als sij [10 gl.] can betalen”. (RA Cromstrijen 66)

5406. Meeus Ariensz. Palsrock, boer te Oost-Barendrecht, heemraad van Oost-Barendrecht, penningmeester van het gemene land van Oost-Barendrecht, overleden in of vóór 1626, trouwde 2e Ridderkerk (1e gebod te Barendrecht en Ridderkerk) 28 jan. 1616 Maritge Bastiaensdr., jonge dochter van Ridderkerk (1616)

5407. Marijtje Feijsse

(Ons Erfgoed 2005, nr. 3, p. 108-109)

Kinderen (ex 1):

a. Grietge

b. Adriaen, gedoopt NG Barendrecht 10 juni 1607 (getuigen: Cornelis Pieters, Jan Arents)

c. Maritgen, trouwde Pieter Coenen

d. Feijs Meus

5432. Frans Fransz. van Bodegom (waarsch. onwettig kind), vermeld sinds 1604 te Spijkenisse, grondbezitter ald. overleden Hekelingen 1638

5433. Grietje Joris, overleden Hekelingen 1633

Frans van Bodegom compareert reeds sinds 1604 zelfstandig voor schepenen te Spijkenisse, zodat hij waarschijnlijk voor 1579 geboren is. Na het overlijden van zijn vader wordt hij 1605 samen met zijn broer Gerrit vermeld. In de archieven van Hekelingen en Spijkenisse wordt hij herhaaldelijk vermeld. Hij blijkt een niet onaanzienlijk grondbezitter te zijn, waarschijnlijk oefende hij het boerenbedrijf uit. (De Nederlandsche Leeuw 1968, kol. 351-352)

In 1622 stelden Frans’ broer Pieter en zus Anna een vordering tegen hem in, aanvoerend dat zij enige erfgenamen zijn van Frans van Bodegom, die grondbezit had in het Hongerlant onder Hekelingen, en dat hun natuurlijke broeder Frans, terwijl zij nog minderjarig waren, dit land had geoccupeerd zonder recht of titel, dit land alsnog opvorderende. Frans verweert zich en krijgt gelijk.(drs. Marinus Anthony van der Sluijs , Over het voorgeslacht van Frans Fransz. van Bodegom (2002) internet])

– 16 mei 1630: een stuk land in Braband (op Voorne-Putten) genaamd het Hoekmeetje: Frans van Bodegem te Hekelingen bij overdracht door Pieter van Bodegem,

– 18 jan. 1639: idem: Cornelis van Bodegem te Spijkenisse bij overlijden van Frans, zijn vader, weduwnaar van Grietje Joris, wonende in de Oude Uitslag van Putten, na kaveling. 

(Ons Voorgeslacht 1979, p. 234)

5448. Pieter Joosten, overleden voor 15 juni 1617, trouwde

5449. Willemken Bastiaans (Smit), geboren naar schatting ca. 1570, overleden voor 22 jan. 1624

– 7 nov. 1598: rechtdag van Pieter Joosten tegen Leendert Huijgen van Charlois (RA ‘s-Gravendeel 1)

– 15 juni 1617: Willemken Bastiaensdr. Smit, geassisteerd met haar vader Bastiaen Joosten, treft akkoord betreffende uitkoop met Pieter Pietersz., meerderjarige zoon, en zijn oom Arie Joosten, als voogd van de vijf onmondige kinderen, genaamd Neeltgen Pieters, 17 jaar oud, Joost Pieters, 15 jaar, Annigje Pieters, 12 jaar, Arie Pieters, 9 jaar, en Maergen Pieters, 5 jaar. (RA ‘s-Gravendeel inv. 2)

– 22 jan. 1624: Pieter Pietersz. Stoocker, voor zich, en Huijg Lenaertsz., als oom en voogd van de vier kinderen van Pieter Joosten en Willemken Bastiaens, beiden overleden, t.w. Joost Pieters, Annigje Pieters, Arie Pieters en Neeltgen Pieters, verkopen aan Cornelis Jans van Ridderkerk een huis in de Noordvoorstraat te ‘s-Gravendeel, belend oost Joost Arens Man, west voornoemde Huijg Lenaerts. (RA ‘s-Gravendeel 2)

5472. Arie Teunisz. (van der Giessen), geboren ca. 1565, woonde in de Mookhoek aan de Bonaventuursedijk op de grens van ‘s-Gravendeel en Strijen.

5473. Maddaleentje Ewouts, overleden kort vóór 5 juli 1627

(1593-‘s-Gravendeel-1993)

Kinderen:

a. Teunis Ariensz. [= kwartier 2736]

b. Arij Ariensz.

c. Eeuwout Ariensz.

d. Teuntje Ariensdr.

e. Neeltge Ariensdr.

f. Barbera Ariensdr.

g. Aeltge Ariensdr.

h. Maritge Ariensdr.

5474. Aelbrecht Aertsz. (Craijenstein), overleden ca. 1627, trouwde

5475. Machteld Corsse

– 23 juli 1623 en 9 nov. 1623: Jannetje Hendriks, weduwe van Gerrit Aerts, enerzijds, en Aelbrecht Aerts, oom en voogd van vaderszijde van de kinderen, die Gerrit Aertsz heeft verwekt bij Neeltgen Ingens, zijn eerste vrouw, en Jannigje Hendriks (Weda), zijn tweede vrouw, treffen akkoord betreffende uitkoop. (Weeskamer Strijen 1)

– 1626: Aelbert Aerts in de 1000e penning van Strijen (Bonavontura) aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 196v)

– 30 nov. 1627: Huijg Ariensz., wonende te Strijen, verkoopt aan Machtelt Corsse, weduwe van Aelbrecht Aertsz., wonende in de Strijense Mookhoek, land in Nieuw-Bonavontura, belend oost Jacob Lenaerts, west Cornelis Cornelisz. Spruijt, noord Pieter Gerritsz. Timmerman, hem, verkoper, aangekomen bij overlijden van zijn schoonvader Arie Ingens, die het had gekocht van Jan Joosten te Strijen. Schuldbekentenis van Machtelt Corsse, geassisteerd met haar schoonzoon, Arie Cornelisz. Timmerman [getrouwde met Machtelt Aelbrechtsdr.] wonende Maasdam. (RA ‘s-Gravendeel 2)

5476. Geerloff Cornelisz. (van Roon), overleden vóór 4 aug. 1625, trouwde

5477. Cathelina van der Meulen, woonde in 1625 in IJzendijke, overleden na 6 okt. 1625

– 4 aug. 1625: comp. Cornelis en Jan Geerloffsz. en Jaquet Pluquet, als man en voogd van Maertgen Geerloffsdr., allen kinderen en erfgenamen van Geerloff Cornelisz. (RA Oud-Beijerland 5)

5478. Sijmon Gijsbrechtsz., vermeld te Charlois 1612-1618, met zijn vrouw lidmaat van de NG kerk in St. Anthoniepolder 12 aug. 1635, schepen ald. 1645 (RA ‘s-Gravendeel 85, akte dd 26 febr. 1645), trouwde naar schatting ca. 1605

5479. Wijwittie (Wijventie) Pietersdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 162)

– 3 juni 1628: Sijmen Ghijsbrechts, voor zichzelf voor een derde part, thans wonende te St. Anthoniepolder, en nog als last hebbende van Elizabeth Thomas, weduwe van Pieter Gerritsz. Baertman, voor de overige twee derde parten, verkoopt een boerderij te Charlois (RA Charlois 14)

– 14 nov. 1638: Wijventie Pieters is doopgetuige bij Lijsbeth Cornelisdr. (DTB Puttershoek)

– 1638: Sijmon Ghijsbertsz. te St. Anthoniepolder in de 200e penning aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv.  3978)

Kinderen:

a. Rooksje

b. Bastiaentje

c. Gijsbert

5552. Jan Willemsz. de Beijer, trouwde naar schatting ca. 1620

5553. Lijnke Lenaerde

Kinderen (o.a.):

a. Peter, gedoopt NG Hoge en Lage Zwaluwe 21 jan. 1621

b. Ariaan, gedoopt NG Hoge Lage Zwaluwe 4 aug. 1624

5556. [= kwartier 5606] Adriaen Huijbert Jansz., trouwde 

5557 [= kwartier 5607] Neeltje Gijsberts, overleden te Lage Zwaluwe vóór 2 april 1680

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 92-93)

– 2 april 1680: Dingeman Ariensz. Swaluwenaer machtigt Cornelis Cornelisz. Slincx mede te werken bij de scheiding van de nalatenschap van Neeltje Gijsen, overleden op de Lage Zwaluwe, en tot een akkoord te komen met haar weduwnaar Hendrik Cornelisz. Boer over de belangen van zijn weeskind bij Zijgje Ariensdr. van de Swaluwe. (ORA ‘s-Gravendeel 48)

– 23 dec. 1687: Cornelis Cornelisz. Slincx, weduwnaar van Sijgje Ariensdr. van de Swaluwe, als vader van zijn minderjarig kind, legt rekening af van zijn beheer over de goederen, die het kind heeft geërfd van Neeltje Gijsbertsdr. van de Swaluwe, ten overstaan van de ooms en bloedvoogden van het kind, m.n. Dingeman Ariensz. Swaluwenaer, Willem Ariensz. Swaluwenaer en Huijbert Ariensz. Swaluwenaer, ook genaamd Vrient. (Weeskamer ‘s-Gravendeel)

Kinderen:

a. Sijken Ariensdr., gedoopt NG Zwaluwe 9 juli 1629, trouwde Cornelis Cornelisz. Slincx

b. Dingeman Ariensz. Swaluwenaer

c. Willem Ariensz. Swaluwenaer [= kwartier 2778]

d. Huijbert Ariensz. Swaluwenaer

5560. Gerrit Jacobsz. den Boer alias van der Segen, woonde in Lekkerkerk, overleden na 14 jan. 1654, trouwde naar schatting ca. 1610

5561. Stijntgen Wijtendr., geboren naar schatting ca. 1575, jonge dochter van Ridderkerk (1598), trouwde 1e NG Ridderkerk 18 april/11 mei 1598 Gerrit (Gerard) Gillisz. (Jillisz.), weduwnaar van Ridderkerk (1598), overleden tussen 1602 en 18 mrt. 1616 (Ons Erfgoed 2004, nr. 4, p. 129)

– 14 jan. 1654: Ariaentgen Geerits, weduwe van Cornelis Jacobsz., mede-erfgename van Mattheus Geerits, haar broer van moederszijde, contra Geerit Jacobsz. den Boer, wonende te Lekkerkerk, als weduwnaar van Stijntgen Wijten, die de moeder van de eiseres was. (Nationaal Archief, RA Zuid-Holland, inv., 21, f. 4v)

(De Nederlandsche Leeuw 1987, kol. 371-372) 

Op 4-11-1630 compareerden – Cors Ariensen Lem, wonende op Hoogvliet, man en voogd van Machtel Wijten, en als bestorven bloedvoogd van Vop Voppen van Driel, – Geerit Jacobsen, als man en voogd van Stijntgen Wijten, en – Jacob Ariensen Lem, als man en voogd van Barber, allen erfgenamen van Aert Wijten, in leven ‘vendrecht’ [=vaandrager] te Ridderkerk. Zij droegen hun gedeelte in een hofstede met 5 morgen 237½ roeden aan ‘den Kerckwech’ onder Oud-Reijerwaard, over aan Lenert Ariensen Andijck, die wegens zijn vrouw mede-erfgenaam was. Dezelfde dag verklaarde Andijck, schout van Pendrecht, vanwege deze overdracht 3281 ponden 5 schillingen schuldig te zijn aan de genoemde erfgenamen van Aert Wijtensen.

5562. Wouter Pieter Woutersz. (Oostdorp), jong gezel van IJsselmonde (1617) boer te Rhoon, overleden tussen 1622 en 1625, trouwde NG Barendrecht (ondertrouw ald. 14 mei) 14 juni 1617

5563. Lijsbeth (Elisabeth) Bastiaensdr., jonge dochter van West-Barendrecht (1617), overleden toe Rhoon op 13 febr. 1668, trouwde 2 Pieter Cornelis Couwenhoven

(Ons Voorgeslacht 1981, p. 69; De Nederlandsche Leeuw 1997, kol. 326)

– 1643 (volledige datum door beschadiging niet meer leesbaar): Sebastiaen Teunisz. Groenewerff , wonende in De Group bij Westmaas, en Aert Pietersz. van Sandelingh, genoemd als voogden van Elisabeth Bastiaensdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Kouwenhove, in zijn leven dijkgraaf van Rhoon. (Ons Voorgeslacht 2000, p. 215)

– 14 juli 1653: Neeltje Woutersdr. Oostdorp is een dochter van Elisabeth Bastiaensdr., noemt Bastiaen Teunisz. haar oom. Sebastiaen Teunisz. Groenewerff is vermoedelijk een aangetrouwde oom: hij trouwde 3e Sijtje Pietersdr. (van Sandeling). Dat Elisabeth een dochter was van Bastiaen Geemansz. is onwaarschijnlijk. (Ons Voorgeslacht 2000, p. 215)

5564. Pleun Cornelisz. (de Hen), woonde in Ridderkerk (vermeld 1647), overleden in of na 1653 (getuige bij verdeling nalatenschap van Jacob van der Zegen op 14 juli 1653), trouwde naar schatting ca. 1625

5565. Lijntje (of Stijntge ?) Pieters

– 16 juli 1665: Abraham Jeijskoot, schout en secretaris van Kijfhoek, treedt op als voogd van Neeltgen Pleunen de Hen, innocente dochter en erfgename van Pleun Cornelisz. de Hen en Stijntge Pieters. (Ons Voorgeslacht 2002, p. 387)

Kinderen:

a. Neeltjen Pleunen, gedoopt NG Ridderkerk 5 juni 1627 (getuige: Marijken Pieters), innocent

b. Pieter Pleunen, gedoopt NG Ridderkerk 18 nov. 1629

c. Arijaentje, gedoopt NG Ridderkerk 20 febr. 1633

d. Josijntjen Pleunen, lidmaat van de NG gemeente in Ridderkerk op 25 mrt. 1646

e. Gerrit Pleunen de Hen, lidmaat van de NG gemeente in Ridderkerk op 12 april 1650

f. Wouter Pleunen de Hen, lidmaat van de NG gemeente in Ridderkerk op 12 april 1650

g. Cornelis Pleunen de Hen, lidmaat van de NG gemeente in Ridderkerk op 1 juli 1654

(Ons Voorgeslacht 1971, p. 54; Ons Voorgeslacht 1972, p. 304)

5566. Aert Aertsz. Kalis, gedoopt NG Ridderkerk 17 nov. 1588, overleden kort vóór 15 mei 1644 waarschijnlijk te Slikkerveer, trouwde NG Ridderkerk 13 juni 1612

5567. Rookje Ariensdr. Cranendonck, gedoopt NG Ridderkerk 12 dec. 1607, overleden na 1672, vermoedelijk te Slikkerveer.

– 21 juni 1631: rekening door Adriaen Aertsz. [Kalis], wonende te Slikkerveer, als oom en voogd van Cornelis Aertsz. Leeuwenburg, weeskind van Rooxken Aertsdr., verwekt door Aert Cornelisz. Leeuwenburg, van de goederen, die het kind zijn aangekomen bij overlijden van zijn grootouders Aert Aertsz. en IJchtge Ariensdr. (Sigmond/Slijkerman, Kranendonk, p. 363)

In het kohier van de 200e penning over 1638 en 1644 wordt vermeld dat Arijen Aertsz. “met de zuster mit d’erffenis van Claes Jacobsz. Blaeck” 8000 gl. gegoed was. (Dit “sloeg gedeeltelijk op de direct voorafgaande post in de kohieren, betreffende Annigje, de dochter van Adriaen Pauwelsz. oude Dijckgraeff. Het tweede gedeelte van de inschrijving hield verband met Claes Jacobsz, de overleden man van de zuster van Arij Aertsz. Kalis.” (Sigmond/Slijkerman, Kranendonk, p. 362-363)

– 20 mei 1649; Jacob Arijensz. Vinck en Roocxken Arijensdr. van Cranendonck, weduwe van Arijen Arijensz. Kalis, wonende te Ridderkerk, stellen zich borg voor Pauwel Arijensz. Cranendonck alias Romaijn, wonende te Ridderkerk, voor een schuld van 600 gl. t.b.v. Cornelia van den Haetert, weduwe van Willem Sijeren. (ONA Dordrecht inv. 45, f. 127 e.v.)

Na het overlijden van haar man maakte Roockje in 1647 te Rotterdam haar testament., waarin zij haar 7 kinderen tot haar erfgenamen benoemt. Uit dit testament en uit aanslagen over de jaren 1652-1666 blijkt wel, dat zij behoorlijk welgesteld was, met o.a. een huis met drie haardsteden en een oven en een geschat vermogen van 8000 gl. In de 200e penning van 1672 werd zij echter voor 7000 gl. aangeslagen. (Idem, p. 362)

– 11 jan. 1680: comp. voor notaris E. van der Grijp te Dordrecht, Leentgen Matheusdr. Velthoen, eertijds weduwe van Aert Arijensz. Kalis en thans vrouw van Coenraet Welbooren, wonende te Ridderkerk, als moeder en voogdes van haar twee onmondige kinderen, bij haar verwekt door Aert Arijensz. Kalis. Zij verleent procuratie aan Cornelis van der Grijp, notaris te Dordrecht, om voor haar waar te nemen alle zaken door haar of tegen te entameren, speciaal op en jegens Arijen Arijensz. Kalis, Lijntje Arijensdr. Kalis, vrouw van Gerrit Jansz. Staes, Anneken Arijensdr. Kalis, vrouw van Aert Bastiaensz. van der Kade, IJtgen Arijensdr. Kalis, weduwe van Gerrit Pleunen de Hen, en Ariaentgen en Trijntgen Arijensdr. Kalis, meerderjarige dochters, als erfgenamen van wijlen Roockje Arijensdr. Craenendonck, in haar leven weduwe van Arijen Aertsz. Kalis. (ONA Dordrecht inv. 419, f. 9 e.v.)

5576. Wouter Jorisz., woont te Capelle 1606 vermeld te Sprang 1611

(Gens Nostra 2012, p. 380) 

– 1607: Lijske Gijsberts weduwe [Lijske Wouters, weduwe van Gijsbert Wouters] koopt van Dierck Wouters, Wouter Jorisz., Anneke Wouters, weduwe van Michiel de Molder, en Maergriete, weduwe van Willem Wijnen, hun aandelen in een akker land. (Gens Nostra 2012, p. 377)

– 1611: Jacob Joosten Stockman, mede voor IJke Jacobs, Aentke Aerts, gehuwd met Gerit Willems, Jan Cornelis Stoffels, gehuwd met Maria Michiels, Wouter Joerisz. voor hemzelf, mede voor al hun andere condevodenten, aan Dirck Wouters Prins hun aandeel in de nalatenschap van Arike Jan Geldens weduwe. (Gens Nostra 2012, p. 376)

5584. Adriaen Adriaen Peter Conincx, weeskind in 1611, heemraad van Raamsdonk 1634-1649, kerkmeester 1642, trouwde

5585. Maeijken Mertens, overleden vóór 1628

(Genealogisch voor Midden- en West-Brabant en de Bommelerwaard (GTMWB) 1985, p. 126)

5602 [= 5622]. Dingeman Nelemans, geboren ca. 1601 (ca. 50 jaar oud in 1651), schepen van Lage Zwaluwe (1633, 1641, 1642, 1646, 1655, 1656), Heilige-Geestmeester ald. (1646), schepen van Hoge en Lage Zwaluwe (1657), overleden na 23 mei 1669, trouwde 2e Tuentien Tuenissen, 1e naar schatting ca. 1625

5603 [= 5623] Teuntje Adriaensdr., trouwde 1e Jan Corstiaensz. Staakman

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 90-91; Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 52)

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Zwaluwe 21 mei 1628

b. Maijke Nelemans, gedoopt NG Zwaluwe 6 mei 1629 [= kwartier 2811]

c. Anneke

d. Pieternelleke

e. Tanneke Nelemans, [= kwartier 2801]

f. Antonij (Teunis)

5620. Claes Dingmans van der Hoeven, trouwde ca. 1609

5621. Adriaentje (of Neeltje) Jans

5630. Cornelis Cornet, trouwde ca. 1622

5631. Thamar Jans

Kinderen:

a. Jacob, geboren ca. 1622

b. Johannes, gedoopt NG Zwaluwe 27 aug. 1628 (getuigen; Adriaan Brant, Annetie Belliaerts)

c. Lidia, gedoopt NG Zwaluwe 8 sept. 1630 (getuige: Maijke Peters)

d. Barbara, gedoopt NG Zwaluwe 3 dec. 1634

5708. Mattheus Cornelisz., trouwde

5709. Barbara Ariens

Kinderen:

a. Cornelis Theeusz., gedoopt NG Ridderkerk 27 nov. 1581

b. Pieter Teeuwen Velthoen, geboren naar schatting ca. 1582 (= kwartier 2854)

(K.J. Slijkerman, De afstamming van het het geslacht met de takken Van der Linde(n) en Kennis in de Hoeksche Waard, Ons Voorgeslacht 1997, p. 253 e.v.)

5710. Cornelis Adriaensz. van Leeuwenborch, overleden te Ridderkerk op 1 juni 1599, trouwde

5711. Adriaentgen Aertsdr.

5720. Barent Adriaensz. Visscher, overleden Mijnsheerenland vóór 14 juli 1626, touwde

5721. Marichge Cornelis Heijnricksdr. Brugman

– 14 juli 1626: boedelscheiding tussen Marichge Cornelis Heijnricksdr. Brugman, weduwe van Barent Adriaensz. Visscher, en haar broer Heijnrick Cornelisz. Brugman, Gerrit Barentsz. Houtinck, wonende te Oud-Beijerland, Cornelis Adriaens Roelen in Oud-Beijerland, gehuwd met Lijsbeth Baernts, namens de drie nagelaten onmondige kinderen van Barent Adriaensz., verwekt bij Marichge Cornelis Heijnricksdr. Brugman, t.w. Trijntge, 11 jaar oud, Adriaen, 8 jaar, en Joosge, 5 jaar. De weduwe blijft in het bezit van het huisje in Mijnsheerenland, waarin haar man overleden is, met alle gereedschappen, “vischgewant, soo seghen,  warnetten” , als anders, tot gebruik van de visserij in de Maas te Moerkerken, en verder al het meubilair etc. Ieder kind zal bij het achttiende jaar 2 gl. ontvangen. Opgemaakt ten huize van voornoemde weduwe. (Weeskamer Mijnsheerenland 1)

5752. Cornelis Michielsz., jongman van Alblas (1612), trouwde NG Oud-Alblas 18 april 1612

5753. Ermertgen (Armerken) Crijnen, geboren naar schatting ca. 1585, jonge dochter van Alblas (1607), trouwde 1e NG Oud-Alblas 26 dec. 1607 Ariaen Ockersz., jongman van Alblas (1607)

5754. Arij Cornelisz. Ariman, jongman van Langerak (1613), trouwde NG Oud-Alblas 19 mei 1613

5755. Lijsken Ariensdr., jonge dochter van Alblas (1613), overleden vóór 13 april 1626

5792. Cornelis Andriesz. Snider, woonde aan de Blaak (1580), pachter van land in de Somerlanden van Heinenoord (1583), begraven Heinenoord 7 mrt. 1613, trouwde 2e Ariaentge Joosten, die hertrouwde Heinenoord 14 jan. 1615 Claes Dirksz. (Prooije), jongman van Hekelingen, Cornelis trouwde 1e NN

Kinderen:

a. Andries [= kwartier 6050]

b. Dirck [= kwartier 2896]

(Zie Gens Nostra 1991, p. 449)

5794. Aert Stevensz. (Verkes), schipper te Heinenoord (1568), pacht land in Mijnsheerenland (1580), trouwde

5795. Adriaentje Cornelis Joosten

(Onze Voorouders II, p. 164)

5806. Joost Dirksz., geboren naar schatting ca. 1570 (minderjarig in 1587), overleden ca. 1652, trouwde

5807. Mariken Cornelisdr., trouwde 1e NN (Aert NN?)

– 1587: Joest Dircxsz., nagelaten weeskind van Dirk Jansz., “gecoren” voogd van het kind is Pieter Adriaensz. Hoffman, transport van land (RA Maasdam 3)

– 12 juli 1600: “gecoren” voogd van Joest Dircx en Corstiaenken Dircx is Pieter Ariensz. Hoffman. Zij verkopen aan Geerijt Lenaertsz., wonende op Puttershoek, 1 morgen 50 roeden land op Maasdam aan de Maeskant achter de Maasdamse kerk, gelegen in de Houfslach, uitgezonderd het Volgerland van het Mijnsheerenlandse Zomerland, “dat daer eertijds van vercocht is”. (RA Maasdam 3)

– 1615: de stiefkinderen van Joost Dircksz. zijn Jan Aertsz. en Maertge Aertsdr. (RA Maasdam 3)

– 2 aug. 1625: Joost Dirksz. is als “zwager” borg voor Maerten Jansz. (RA Maasdam 3)

– 1626: Joost Dircxe te Maasdam in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 205v)

– 30 nov. 1635: Marijken Cornelisdr., vrouw van Joost Dircxsz., wonende te Maasdam, testeert voor een Dordtse notaris. Zij legateert aan haar man, zo lang hij na haar dood ongetrouwd blijft, het vruchtgebruik van het huis, waarin zij wonen, staande omtrent het dorp Maasdam en alle bruikweer van landen, die bij haar overlijden in pacht mogen zijn. Omwille van de “groote diensten ende weldaden”, aan haar bewezen door haar zeven nakinderen bij Joost Dircxsz., t.w. Dirck, Arijen, Jacob, Anneken, Janneken, Adriaentgen en Jaepken Joosten, prelegateert zij aan elk van die kinderen een somma van 500 gl., uit te reiken wanneer zij gaan trouwen, en aan de kinderen, die ongehuwd blijven, elk een bedrag van 600 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar voor- en nakinderen. Tot voogden benoemt zij haar zoons Dirck Joosten en Arijen Joosten. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 857v e.v.)

– 1651/1652: de kinderen en erfgenamen van Joost Dirks en zijn vrouw, Marijken Cornelisdr., beiden overleden, betalen aan de kerk 12 gl. om haar te begraven in de kerk en hem daarnaast te begraven in een nieuw graf . (GA Maasdam XI)

– 1653: de Armen ontvangen van het erfhuis van Joost Dirksz. 2 gl. 7 st. 8 penn. (GA Maasdam XVIII)

5816. Jan Cornelis Eerlantsz., geboren ca. 1551, woonde in Krimpen a/d Lek (vermeld 1585, 1609), overleden vóór 1615, trouwde NN (Ons Voorgeslacht 1993, Ons Voorgeslacht 2003, p. 220)

5818. Jacob Danckertsz., geboren ca. 1549, woonde in Krimpen a/d Lek, heemraad (1589), overleden te Lekkerkerk na 1624, trouwde

5819. Marichje Jansdr., overleden te Krimpen a/d Lek op 8 jan. 1626

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 304-305)

5834. Bastiaen Pietersz. jonge Hofman, overleden te Maasdam vóór 1627, trouwde 

5835. Gijsje Gijsen, gedoopt NG Poortugaal 6 dec. 1601, (dochter van kwartier 6040), waardin in “de Arent” te Maasdam, overleden in of na 1664, trouwde 2e 1627 Jan Cornelisz. Timmerman

– 18 mrt. 1627: Gijsje Gijsen, weduwe van Bastiaen Pietersz. jonge Hoffman, geassisteerd met haar broer Jan Gijsbertsz. en haar zwager Hendrik Hendriksz. Schuijling, en Jacob Pietersz. Hoffman, als oom en bloedvoogd van Lijsbeth, Willempje, Bastiaentje (10 jaar oud), kinderen van Bastiaen Pietersz. jonge Hoffman, verwekt bij Gijsje Gijsen, erfgenamen van Pieter Ariensz. Hofman en Gooltge Jacobsdr., hun overleden grootvader en – moeder. (RA Maasdam)

– 11 febr. 1664: schuldbekentenis van Gijsien Gijsberts, weduwe van Jan Cornelisz. Timmerman, geassisteerd met haar behuwd zoon Adriaen Cornelisz. Rijckhouck, beiden wonende te ‘s-Gravendeel. Haar gemachtigden zijn voornoemde Rijckhoeck en haar zoon Isack Jansz. Smit. [Haar kinderen uit haar tweede huwelijk noemen zich Van der Wulp, Jans, of Smit] (RA St. Anthoniepolder)

5836. Peter Cornelisz. van der Staf, sledenaar van Dordrecht (1600), trouwde NG Dordrecht 17 sept./1 okt. 1600

5837. Lijsken (Lijsbeth) Jan Lucasdr., geboren naar schatting ca. 1575, van Deventer (1600), overleden tussen 30 aug. 1641 en 14 nov. 1641

– 4 mei 1633: Geertruijt Woutersdr., weduwe van Jan Pietersz. van der Staff, geassisteerd met Pieter Cornelisz. en Aert Woutersz., haar schoonvader en broer, transporteert een huis in de Vriesestraat (ORA Dordrecht inv. 769 (oud), f. 89v)

6018. Pleun Huijgen (Moerkerken), overleden voor 1 dec. 1615, trouwde 2e voor 22 mrt. 1576 Marike Jacob Steven Willemsdr. (van der Mast), dochter van Jacob Steven Willemsz. van der Mast en Emmetje Claasdr. van Beveren, trouwde 1e ca. 8 juni 1568 (huw. voorwaarden Mijnsheerenland) Adriaen Jacobsz., Pleun trouwde 3e Leentje (Lijntje) Dirck Cors Pietersdr. , en 1e voor 1567

6019. Maritje Staesdr., overleden voor 27 april 1572

21 juli 1573: in Mijnsheerenland komt Pleun Huigensz., weduwnaar van Maritge Staes Jacobszoonsdr., tot vertichting met Cornelis Hughensz., als gemachtigde van Huijch Jacobsz., bakker te Dordrecht, en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf, als voogden van moederzijde van Jaepge Pleune, onmondige dochter van Maritge bij Pleun. Pleun zou in de boedel blijven, bestaande uit o.a. een woning met vee, koren te velde, eigen land in het Oudeland van Mijnsheerenland, in het Heilige Geestblok onder Moerkerken en in de Sint Anthoniepolder, waarvan de helft het weeskind toekwam. Het kind kreeg voorts 500 car. gld. toebedeeld en Pleun zou het land van zijn weeskind gebruiken tijdens haar onmondigheid. Claertge Jan Hermans huisvrouw, de moeder van Maritge Staes Jacobszoonsdr. en grootmoeder van het weeskind, zou haar kleding ontvangen vanwege de goeden dienst bij Claertge aan haaa dochter Maritge in haar leven bewezen

ORA Dordrecht inv. 1547, f. 82v: op 22 mrt. 1576 transporteren Steven Jacobsz. en Pleun Huijgen, als man van Marijken Jacobsdr., wonende te Mijnsheerenland, aan Laurens Claesz. vleeshouwer, als voogd van Claes Ariensz., Lijsbet Ariensdr. en Gouken Ariensdr., nagelaten weeskinderen van Arien Cornelisz. Cloot, de eigendom van een rentebrief van 7 gl. jaarlijks, sprekende op Jan Pieck Jansz. bakker. 

6038. Andries Cornelisz. (Snider), vermeld in kohier van het haarstedengeld van Heinenoord ca. 1620, armmeester te Heinenoord 1642-1643, wonende aan de Blaak ald. (1644)

6039. Grietje Cornelis, geboren ca. 1576

(Gens Nostra 1991, p. 446)

6040. Gijs Gijsz., geboren naar schatting ca. 1555, schout van Hoogvliet (1586, 1588, 1592, 1596, 1606), woonde in Hoogvliet (vermeld vanaf 1587), trouwde 2e NG Poortugaal 9 nov. 1606 Maritgen Dirricx, “wonende op den Hil” (1606), 1e

6041. Willempje Jacobs (1593-‘s-Gravendeel-1993, p. 132)

– 24 jan. 1577: Jonge Ghijs Ghijsen wordt na overdracht door zijn broer Jan Ghijsen beleend met een dijk in Oedenvliet, genaamd Coenewael of Coenewaede. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 120)

– 19 aug. 1605: Amelis van Hoogeveen wordt na overdracht door Ghijs Ghijsen, schout van Hoogvliet, beleend met het voornoemde leen. (ibid.)

Kinderen (allen NG gedoopt in Poortugaal):

Ex 1:

a. Joan Gijsen, 9 aug. 1592 (getuigen: Willem Jansz. van der Meulen, Ariaen Diricx, metselaar te Vlaardingen, en Maritge Jans op Hoogvliet) (= kwartier 3020)

b. Claes, 9 aug. 1592 (getuigen: Claes Jansz. op Hoogvliet, Machiel Claesz., en Ariana, vrouw van oom Jan op Beijerland)

c. Maritge, 29 sept. 1596 (getuigen: Janneke Claesse, Maritge Willems op de Weije en Pieter Cornelisz. in Pernis)

d. Huig, 29 sept. 1596 (getuigen: Heijmen van de Ketel stedehouder, Pieter Bouwensz. in Hekelingen, Toenus Jansz. de jonge houwer en Maritge Huigen)

e. Gijsbrechtge Gijsen, 6 dec. 1601 (getuigen: Arien Jacobsz., Arien Jansz., Bastiaen Jansz. in Beijerland en Bastiana Claesse, “de bruijt van zijn zoon Jacob Gijsz., die op dezelfde tijd getrouwd werden”.) (= kwartier 5835)

Ex 2:

f. Willemtge Gijsen, 9 nov. 1606 (getuigen: Jacob Rokusz. en Lijsbeth Cornelisdr.)

6042. Jacob Leendertsz., geboren naar schatting ca. 1570, weduwnaar van Maasdam (1640), heemraad van Maasdam ca. 1597-1654, Heilige-Geestmeester van Maasdam 1621, diaken ald. ca. 1625, overleden 1664/1665, trouwde 2e NG ‘s-Gravendeel (ondertrouw Maasdam 11 febr.) 1640 Ariaentje Cornelis, van ‘s-Gravendeel (1640), overleden 1665/1666 (de erfgenamen van Jacob Leendertsz. betalen voor haar begrafenis 6 gl. tussen 25 april 1665 en 10 mei 1666 [GA Maasdam 11]), trouwde 1e Marinus Jansz., Jacob trouwde 1e naar schatting ca. 1600 (vóór 20 april 1609)

6043. Aegken Pauwels

(De Nederlandsche Leeuw 1963, kol. 347-348)

– 1626: Jacob Leendertsz. te Maasdam in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 205v)

– 1629: Jacob Leendertsz. legt een verklaring af t.b.v. Jan Gijsbrechts uit Charlois. (RA Maasdam 3)

– 20 mei 1655: akkoord tussen Jacob Leendertsz. van Maasdam, als man van Ariaentje Cornelis, eerder weduwe van Marinus Jansz., en Ariaentje Reijnen van der Linden, weduwe van Arien Pietersz. Verdonk. (RA ‘s-Gravendeel 109)

– tussen 17 mei 1664 en 25 april 1665: de erfgenamen van Jacob Leendertsz. betalen 3 gl. voor zijn begrafenis in de kerk van Maasdam (GA Maasdam 11)

– 17 mrt. 1666: akkoord tussen de erfgenamen van Jacob Leendertsz., t.w. Leenaert Jacobsz. Vermaes, stadhouder in St. Anthoniepolder, als oom en voogd van de kinderen van Ingen Jacobsz., Marichje Jacobsdr., geassisteerd met haar zoons Aert en Gijsbert Jansz., Ariaentje Jacobs, geassisteerd met haar zoon Jacob Vassen, Lenert Cornelisz. Sneuckelaer, mede namens Fleuris Jansz. van der Wier, als man van Aechje Cornelis, beiden kinderen van wijlen Neeltgen Jacobsdr. [echtgenote van Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer] en Arien Claessen, als man van Aechje Pouwelus, dochter van Pouwelus Jacobsz.. Zij kavelen. (RA Maasdam 7)

– 10 mrt. 1674: de erfgenamen van Jacob Leendertsz. zijn: Leendert Jacobsz. Vermaes, stadhouder te St. Anthoniepolder, Aert en Gijsbert Jansz. van Es en Leendert Cornelisz. Sneuckelaer. (RA ‘s-Gravendeel 4)

Kinderen (ex 1):

a. Marichje (Marijken) Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1600, trouwde NG Maasdam 26 dec. 1619 of 1620 Jan Gijssen, jong gezel van Hoogvliet (1619/1620)

b. Ariaentje Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1605, trouwde NG Maasdam 1626 [sic] Vas Cornelisz., van Maasdam (1626), trouwde 1e Neelken Ariens

c. Pauwels Jacobsz.

d. Neelken Jacobsdr., gedoopt NG Maasdam 20 april 1609, trouwde Cornelis Jacobsz. Sneuckelaer

e. Leendert Jacobsz., gedoopt NG Maasdam 11 mrt. 1612

f. Ingen Jacobsz., gedoopt NG Maasdam 16 nov. 1614

6044. Arie Adriaansz. (Polderdijk), trouwde

6045. Pleuntje NN

6048. Aerijen Dircxsz. Cruijthoff, geboren ca. 1564, woonde aan de Reedijk in de buurt van de Blaak onder Mijnsheerenland, waarsman in de polder Oudeland van Moerkerken, hij bezat ca. 15 ha. grond, overleden Mijnsheerenland 6 aug. 1647 (grafzerk in de kerk ald.: “Hier leit begrave Aderyaen Dircksen Kruithof sterft de 6. Augusty Anno 164[7]”), trouwde 1e Lijsbeth Adriaens, 2e 

6049. Lijntje Cornelis Roelen (Broeck), overleden Mijsheerenland 9 febr. 1658 (grafzerk in de kerk ald.: “Hier leit begrave Lintien Cornelis de huisvrou van Adriae[n] Dircksen Kruithof. si sterft den 9 februwarus Anno 1658”)

(Gens Nostra 1991, p. 401; Ons Voorgeslacht 1968, p. 216)

– 1624: Kruithof staat borg voor Cornelis Adriaense Ingens bij verkoop van tienden. (Archief heerlijkheid Mijnsheerenland)

– 1626: Adriaen Dircxe Cruijthoff in Mijnsheerenland in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 214v)

– 1627: Kruithof aangesteld door de ambachtsheer als Heilige-Geestmeester, weigert dit en geeft Joost Jochemsz. Hovensz toestemming om namens hem op te treden als Heilige-Geestmeester. 

– 25 jan. 1641: Arijen Dircxsz. Kruijdhoff, wonende aan de Blaak onder Mijnsheerenland, en zijn vrouw Lijntgen Cornelisdr. testeren voor een Dordtse notaris. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Als de testatrice de langstlevende is, moet zijn aan de vier voorkinderen van de testateur een bepaald bedrag uitreiken, nl. aan Jaepken Ariensdr. 200 gl. bovenop de 400 gl., die zij reeds heeft ontvangen, aan Teuntgen Ariensdr. 200 gl. bovenop de 400 gl., die zij reeds heeft gekregen, aan Sijtgen Ariensdr. 200 gl. bovenop de 400 gl., die zij reeds heeft ontvangen, en aan Dirck Ariensz. 530 gl. bovenop de 70 gl., die hij reeds van de testateur heeft ontvangen, en dat in plaats van de legitieme portie. Bovendien moet de testatrice aan de nakinderen, door hem testateur verwekt, elk een bedrag van 600 gl. uitkeren, waarin hij, testateur, zijn nakinderen institueert tot zijn erfgenaam, t.w. Tonis Ariensz., Roel Ariensz. en Lijsbet Ariensdr. Gedaan ten huize van de testateuren in aanwezigheid van Pieter Cornelisz. Loopicker en Meeus Ariensz., wonende te Mijnsheerenland. Kruithof tekent met een merkje (T), zijn vrouw met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 40, f. 1 e.v.) 

– 1647: Kruithofs weduwe betaalt 20 gl. aan de Heilige-Geest armen. 

– 19 juni 1649: Lijntge Cornelis, weduwe van Aerien Diricxsz. Cruijthoff, “residerende” onder Mijnsheerenland van Moerkerken, geassisteerd met haar “gekoren” voogd Claes Jacobsz. Blaeck, verkoopt aan Meewes Pietersz., haar zwager, de beterschap van een aveling, groot 1 morgen, liggende aan de Blaak. (RA Heinenoord 3)

– 12 sept. 1650: Cornelis Ariensz. Cruijthoff, schipper wonende op Puttershoek, is schuldig aan Marike Imans, weduwe van Dirck Adriaensz. Dronckert, schout van Godschalksoord, een somma van 300 gl. Borgen: Lijntje Cornelis, weduwe van Arien Dircxsz. Cruithoff, zijn moeder, en Roel Ariensz. Cruijthoff, zijn broer. Voldaan op 26 aug. 1654. (RA Heinenoord 3)

– 1658: Lijntgie Cornelis, weduwe van Adriaen Dircxsz. Cruijthoff, heeft bij codicil, gepasseerd voor notaris Christiaen Maeskant, 50 gl. gelegateerd aan de Heilige-Geest armen. Haar zoon Claes Adriaensz. Cruijthoff draagt die 50 gl. over. (GA Mijnsheerenland 70, f. 270)

6054. Adriaen Claesz. Snaijer, heemraad/waarsman van Oud-Bonaventura vanaf 1611, trouwde vóór 14 dec. 1609

6055. Leentje Claesdr. Lem, trouwde 2e vóór 8 juni 1651 Michiel Jansz.

– 14 dec. 1609: comp. Claes Jacobsz. Lem, hoogheemraad van het Land van Strijen, als weduwnaar van Neeltje Jacobs, zijn overleden laatste vrouw, en Arie Claesz. Snaeijer, als man van Neeltje [Leentje] Claesdr., ook als voogd over Cornelis Ariensz. en Maritge Ariensdr., weeskinderen verwekt bij Maritge Claesdr. door Arie Cornelisz. Bootser, en Jacob Segersz. Cranendock en Adriaen Jansz. Spruijt, als voogden van Jacob Claesz., 21 jaar oud, Arie Claesz., 19 jaar, Cornelis Claesz., 17 jaar, en Claes Claesz., 15 jaar. (Weeskamer Strijen)

– 18 nov. 1617: de erfgenamen van Claes Jacobsz. Lem zijn de kinderen van Mariken Claesdr., verwekt door Arien Cornelisz. Bootser, Adriaen Claesz. Lem, Jacob Claesz. Lem “de oudste” en Claes Claesz. Lem. (Weeskamer Strijen)

– 1623: Arie Claesz. Lem, Claes Claesz. Lem, de weeskinderen van Maerge Claesdr. Lem, die getrouwd is geweest met Arie Cornelisz. Bootjer, en Leentgen Claesdr. Lem, vrouw van Arij Claesz. Snaeijer, verkopen land, hun aangekomen door erfenis van Hilligje Jacobs, in haar leven echtgenote van Anthonis Cleijsz. Spruijt, hun grootmoeder van moederszijde. (Weeskamer Strijen)

– 8 juni 1651: Leentge Claesdr., weduwe van Adriaen Claesz. Snaeijers en vrouw van Michiel Jansz., testeert in Klaaswaal. (NA Klaaswaal, inv. 5096) 

Kinderen:

a. Pieter Ariensz. Snaeijer

b. Cornelis Ariensz. Snaeijer

c. Lijntgie Ariens, trouwde Claes Jonas Heijmans

6058. Lenert Lenertsz. Grauwert, overleden vóór 22 sept. 1640, trouwde

6059. Lijntje Louwen, overleden na 26 april 1641

– 1623: Lenart Lenartsz. Grauwert betaalt in het hoofgeld van Charlois 5 ponden van 40 groten het pond. (Ons Voorgeslacht 1994, p. 461)

– 1625: “Betaelt Lenart Grauwert van dat aldaer tot suijerbijer gehaelt was opt inslaen van den nieuwen molen”: 23 st. “Noch betaelt Lenaert de Grauwert van dat aldaer verteert ende aen sijerbijer gehalet is van wijncoop van den essenboom ende van de schuijten over dijck te helpen …” 2 gl. 2 st. (Rekening van de waarsmannen te Charlois over 1625: Ons Voorgeslacht 1979, p. 252)

6060. Fop Cornelisz. Boeij, voerman, vermoedelijk te Oud-Beijerland, trouwde vóór 1617

6061. Marijgje Leenderts, overleden vóór 5 aug. 1654, dochter van Leendert Cornelisz. Molenaar

6062. Abraham Jansz. Pijl, geboren naar schatting ca. 1590, schoenmaker, overleden tussen 5 juni 1644 (getuige bij een huwelijk in Oud-Beijerland) en 1 aug. 1648, trouwde NN

– 24 juni 1621: Baeftgien Willemsdr., weduwe van Jan Pietersz. Pijl, met haar zoon Abraham Jansz. Pijl als haar “gekoren” voogd, verkoopt aan Bastiaen Claesz. metselaar een huis. (RA Oud-Beijerland 4)

– 1626: Abraham Jansz. Pijl, schoenmaker te Oud-Beijerland, in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 9000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 225v)

– 1 aug. 1648: Jan Abrahamsz. Pijl, enerzijds en Arien Pijlen, Bastiaen Foppen, als man van Catarijntgen Abrahamsdr.,en Cornelis Fransz., als man van Maijken Pijlen, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Abraham Jansz. Pijl, anderzijds, verklaren ten overstaan van notaris Cristiaen van Vliet, dat zij zijn overeengekomen, dat Jan Abrahamsz. Pijl het huis aan de Voorstraat zal krijgen, in welk huis hun vader is overleden en waarvan aan de gemeenschappelijke boedel toekomt een bedrag van 3600 gl. Jan zal daarvan 600 gl. contant betalen en de rest aflossen met 200 gl. jaarlijks. Hij zal tevens een aantal boedelschulden overnemen. (NA Oud-Beijerland 532)

6072. Jan Cornelisz. Geus, overleden vóór 12 febr. 1627

– woont op Stoutge, neemt schoonmaken wateringen aan p. Westmase Nieuwland 1609-1623, het huisje, waarin hij is overleden wordt verkocht voor 55 gl. (GA Mijnsherenland 1629/1630)

trouwde

6073. Sebastiaentge Jan Adriaensz. Troost, overleden ca. 1626

– laat onmondige kinderen na, Cornelis en Pieter, 15 en 13 jaar oud, bloedvoogd van de kinderen is Rochus Jansz. Troost

6078. Cornelis Andriesz. Timmerman, geboren ca. 1560, meerderjarig op 4 juni 1589, kerkmeester te Maasdam (2 dec. 1611), ouderling (7 mrt. 1621), heemraad ald. 1615-1637, 

– 9 febr. 1591: hij krijgt uit de boedel van zijn ouders hun huis in Maasdam (RA Maasdam)

trouwde Marrigje Bastiaens (= 6079?), genoemd RA Maasdam 3, dd 12 sept. 1624

(Gens Nostra 1991, p. 447, 1593-‘s-Gravendeel-1993, p. 132)

6096. Cornelis Bastiaensz. Vogelaer

– 19 sept. 1616: hij staat borg voor Schilman Bastiaensz. in Mookhoek (RA ‘s-Gravendeel 2)

– 14 mei 1629: verkoopt land in Nieuw-Bonaventura (RA ‘s-Gravendeel)

– 1626: Cornelis Bastiaensz. Vogelaer aangeslagen in de 1000e penning van ‘s-Gravendeel voor een vermogen van 1000 gl. (RA Dordrecht, archief 3, inv. 3975, f. 198)

– 1638: Cornelis Bastiaensz. Vogelaer aangeslagen in de 200e penning van ‘s-Gravendeel voor een vermogen van 1000 gl. (RA Dordrecht, archief 3, inv. 3978, f. 124)

6106. Floris Bastiaensz., woonde aan de Achterdijk onder Maasdam, overleden voor 26 jan. 1625, trouwde

6107. Marigie Dircken, overleden voor 26 dec. 1597 (ORA Maasdam inv. 3, akte van uitkoop)

– 22 mrt. 1576: Steven Jacobsz. voor zichzelf en Pluen Huijgen, als man van Marijken Jacobsdr., beiden wonende in Mijnsheerenland, transporteren aan Laurens Claesz. vleeshouwer, als voogd van Claes Ariensz., Lijsbeth Arijensdr. en Gouken Ariensdr., weeskinderen van wijlen Arien Cornelisz. Cloot, ten behoeve van die kinderen een rentebrief van 7 gl., sprekende op Jan Pieck Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 711 (oud), f. 82v)

– 26 jan. 1625: Anthonis Florisz., geassisteerd met Arij Leendertsz., enerzijds en Cornelis Joppen, als man van Aefke Florisdr., anderzijds, kinderen en erfgenamen van wijlen Floris Bastiaensz., in zijn leven wonende aan de Achterdijk. (RA Maasdam inv. 3)

– 28 jan. 1625: Anthonis Florisz. is aan zijn zwager Cornelis Joppens op Puttershoek schuldig een bedrag van 125 gl. wegens een derde part van een huis, keet en berging, staande aan de Achterdijk. (RA Maasdam inv. 3)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Aefke Florisdr. (= kwartier 3053)

b. Anthonis Florisz. 

6144. Peter Hacksteins, Schnieder, wordt burger van Duisburg in 1604

– 8 jan. 1604: Bürger worden Peter Hacksteins seines Handwerks ein Schnieder gibt 4 Reichsthaler Zuzelen. (Vriendelijke medeling van mevr. B. Lüdecke in Ratingen)

– 12 mrt. 1612: tot voogden over Ewald Buisshaussens “Hurkinder”, die hij verwekt heeft bij Nesgen Apteker, worden benoemd Peter Hachstein en Berend Aptecker, “et praestiterunt juramentum in forma”. (E. Korn, Die Einhornapotheke, Duisburgs älteste Apotheke, in: Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein, Heft 151/152 [1952])

– 24 jan. 1613: Peter Hachstein en Berndt Aptekers, als voogden van de onmondige kinderen van Ewald Buischhausen en Nesgen Aptekers, verzoeken toestemming aan de Raad van Duisburg om ten behoeve van die kinderen een huis te mogen verkopen. (Ibidem)

6146. Loeff van de Velde, trouwde Nijmegen 4 okt. 1601

6147. Heijltgen (Hilleken) Frans, geboren naar schatting ca. 1580 

6180. Jan Corstiaensz. Los, geboren naar schatting ca. 1600, jongman van Dordrecht (1630), sledenaar en (hoef-) smid te Dordrecht, overleden te Hendrik-Ido-Ambacht vóór 26 dec. 1661, trouwde 1e NG Dordrecht 10/24 mrt. 1630 Ariaentje Jan Leendertsdr., van Dubbeldam, 2e NG Zwijndrecht 14 dec. 1636

6181. Barbel Bastiaensdr., geboren te Zwijndrecht naar schatting ca. 1610, overleden vóór 15 sept. 1671 (ONA Dordrecht inv. 363, akte dd 15 sept. 1671), trouwde 2e NG Zwijndrecht 26 dec. 1661 Willem Leendertsz. Soeverijn (alias Schouten), van wie zij reeds vóór 20 mrt. 1662 gescheiden was. 

(Onze Voorouders I, p. 43)

– 19 nov. 1656: Jan Los, waard in Zwijndrecht (ONA Dordrecht inv. 177, f. 189)

– 4 mei 1657: Jan Corstiaensz. Los, hoefsmid wonende bij het Zwijndrechtse Veer in het ambacht van Hendrik-Ido-Ambacht, verklaart 400 gl. schuldig te zijn aan diaconie van Schobbelandsambacht. (Slijkerman, Van Dalum, p. 27)

6184. Jan Jordensz. van der Neth, geboren ca. 1599, schuitenvoerder, woonde in Zwijndrecht, overleden na 16 nov. 1669, trouwde NG Zwijndrecht 10 mei 1626 (ondertrouw)

6185. Mariken Bastiaensdr., van Zwijndrecht (1626)

(Onze Voorouders I, p. 43)

– 16 nov. 1669: comp. o.a. Jan Jordensz. van der Neth, schuitenvoerder, 70 jaar oud, en legt een verklaring af op verzoek van Henrijck Ariensz. Hartog, heemraad van Zwijndrecht. Ondertekend door Jan Jordens. (ONA Dordrecht inv. 123, f. 107)

6192. Pieter Cornelisz. boer te Groote Lindt, pachter ald. van het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, heemraad/schepen 1602-1642, stadhouder 1632, 1639 van Groote Lindt. overleden tussen 3 juni 1642 en 30 sept. 1648, trouwde

6193. Maritgen Stevensdr., overleden tussen 30 sept. 1648 en 25 april 1655

(Slijkerman, Van Dalum, p. 12-15)

Kinderen:

a. Adriaen = kwartier 3096

b. Eva = kwartier 6783

6202. Adriaen Adriaensz. Plaet, geboren ca. 1587, weduwnaar van Papendrecht (1618), schepen van Papendrecht (vermeld 1638), overleden tussen 27 mrt. 1647 en 14 dec. 1652, trouwde 1e NN, 2e NG Alblasserdam 9 dec. 1618

6203. Neeltien Jansdr., geboren naar schatting ca. 1590, jonge dochter van Alblasserdam (1618)

– 1626 (1000e penning Papendrecht): Arijens Arijensz. Plaet aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl., Arijen Cornelisz. Plaet voor 2000 gl., Cornelis Adriaensz. Plaet voor 5000 gl. en Cornelis Cornelisz. Plaet, getrouwd met Dingentken Jans, weduwe van Jan Ariensz. Maten, voor 1500 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 280, 280v, 283 en 284v)

– 1638 (200e penning van Papendrecht): Arijen Arijensz. Plaet aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv.  3978, f. 180v)

– 5 aug. 1638: Arien Ariensz. Plaet, schepen van Papendrecht, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 39, f. 104)

– 22 mrt. 1641: verklaring door o.a. Arijen Arijensz. Plaet, 54 jaar oud, gewezen schepen van Papendrecht. Hij is in een verder niet aangeduide periode gedurende 7 of 8 jaar schepen van Papendrecht geweest. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 60, f. 298)

– 27 mrt. 1643: ONA Dordrecht inv. 68, f. 368 e.v.: op 27 mrt. 1643 compareren voor notaris D. Eelbo Adriaen Adriaensz. Plaet en Neeltgen Jansdr., echtelieden wonende te Papendrecht, hij ziek te bed liggende, zij gezond. “Omme de liefde, affectie ende echtelijcke vruntschap die zij elckander zijn toedragende” legateren zij aan de langstlevende van hen beiden alle huisraad, meubelen inboedel etc., die bij het overlijden van de eerststervende in hun gemeenschapplijke boedel bevonden zullen worden. In alle overige na te laten goederen benoemen zij tot erfgenaam hun enige dochter Ariaentgen Arijens of bij vooroverlijden haar nakomelingen. De langstlevende van de testateuren zal gehouden zijn uit de opbrengsten van laatstgenoemde goederen hun dochter te onderhouden, alimenteren, naar school laten gaan etc., “oock mede in alle stichtinge ende vreese Godts op te brengen”, tot zij meerderjarig is geworden of totdat zij gaat trouwen. De langstlevende zal Adriaentgen, wanneer zij een huwelijk aangaat, mits dat gebeurt met toestemming van de langstlevende van hen testateuren, de helft van de goederen, die dan in de gemeenschappelijke boedel bevonden zullen worden, uitkeren, en de andere helft zullen de langstlevende en Adriaentgen of haar nakomelingen ” elcx halff om halff” moeten delen. Als Adriaentgen echter zonder toestemming en tegen de wil van voornoemde langstlevende gaat trouwen, zal zij slechts recht hebben op de legitieme portie, haar rechtens in haar vaderlijke en moederlijke goederen toekomende. Tot voogd over hun minderjarige dochter benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden, met bevoegdheid om één of meer bekwame personen tot medevoogd aan te stellen. Aldus gedaan te Papendrecht ten huize van de testateuren in aanwezigheid van Jan Joosten en Arijen Jacobsz., ingezetenen van Papendrecht, als getuigen daartoe verzocht zijnde. De comparanten tekenen met een merkje.

– ca. 1646: Arien Ariensz. Plaet en Neeltien Jans vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Papendrecht

– 5 febr. 1652: Cornelis Arijensz. Wapperom, gewezen schepen van Papendrecht, verklaart op verzoek van Cornelis Cornelisz. Plaet, wonende mede aldaar, dat “hij getuijge wel weet ende goede kennisse heeft dat als de saeck van den requirant tegen Arijen Arijensen Plaet, Arijen Maertensen ende Anneken Dircken noch ongedecideert was hangende ende dat als hij getuijge inde qualiteijt als schepen de persoon van Jan Willemsen Ouwerkerck als een getuijge, bij den voorn. Arijen Arijensen cum sociis geproduceert, examineerde over de getuigenisse van den voorn. Jan Willemsen Ouwerkerck, dat denselven … Ouwerkerck uijtdruckelijck seijde ende bekende dat hij nijet present en was geweest als de gepretendeerde cavelingh tusschen Arijen Arijensen cum sociis ende den requirant ten huijse van hem … Ouwerkerck soude sijn geschiet, maer dat hij doen geweest was tot Alblas ontrent een uijr daer vandaen, op sekere maeltijt” en dat hij zijn getuigenis t.b.v. Arijen Arijensz. c.s. alleen had gegeven “van hooren seggen”, toen hij ’s avonds van die maaltijd thuis kwam. (ONA Dordrecht inv. 46, f. 125 e.v.)

– 14 dec. 1652: Pleuntgen Arijensdr., weduwe van Dirck Willemsz., wonende te Alblasserdam, benoemt tot erfgenamen haar drie kinderen uit haar eerste en tweede huwelijk, m.n. Neeltgen Jansdr., weduwe van Arijen Arijensz. Plaet, Adriaen Dircxsz. en Adriaentgen Dircxdr., die eerst gehuwd is geweest met Cornelis Pietersz. (van wie zij kinderen heeft) en nu getrouwd is met Jacob Jacobsz. Lievensen. (ONA Dordrecht inv. 64, f. 330v)

Kinderen:

a. Adriaentje (= kwartier 3101), geboren naar schatting ca. 1625

b. Jan, gedoopt NG Oud-Alblas 13 juli 1631 (getuigen: Jan Ariaensz. Plaent, Marike Pieters en de secretaris van Papendrecht), jong overleden

6204. Arien Cornelisz. Smits, geboren 1595, heemraad van Schobbelandsambacht, later te Zwijndrecht, bevestigd op 23 jan. 1631, overleden vóór 3 mei 1639, trouwde NG Zwijndrecht 11 juli 1620

6203. Arxken (Ercxken) Huijgen (ook: Erxsken Leenders), overleden na 8 nov. 1646

(Ons Voorgeslacht 1986, p. 96, Onze Voorouders I, p. 39, Onze Voorouders II, p. 57)

– 1626: Adriaen Cornelisz. Smith in de 1000e penning van Zwijndrecht aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3975, f. 148)

– 3 mei 1639: Ercxken Huijgen, weduwe van Arijen Cornelisz. Smits, wonende Schobbelantsambacht, en Joseph Huijgen, haar broer en gekoren voogd in deze, verkopen aan Cornelis Jaspersz., mede wonende ald., 11 grienden in Schobbelantsambacht buitendijks voor de woning van de comparante, genaamd “de Twaalf Roeden”. (ORA Zwijndrecht inv. 4, f. 110)

6206. Jorden Jacobsz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1585, jongman van Dordrecht (1607), metselaar, lid van het metselaarsgilde te Dordrecht (1606), ook herbergier te Zwijndrecht, overleden voor 24 jan. 1626, trouwde NG Zwijndrecht 28 jan. 1606

6207. Grietken Jacobsdr. (zuster van Adriaen Jacobsz. Ronaer, schout van Schobbelantsambacht), geboren naar schatting ca. 1585, overleden ca. 1648

(Ons Voorgeslacht 1986, p. 96, Onze Voorouders II, p. 57)

ORA Zwijndrecht inv. 4, f. 237: op 8 dec. 1650 comp. Pieter Jordensz., Cornelis Arijensz., als man van Neeltgen Jordensdr., Pieter Jansz., als man van Geertgen Jordensdr., en Hendrick Arijensz. Smits, als man van Lijsbet Jordensdr., kinderen van Jorden Jacobsz. en Grietgen Jacobsdr. Zij hebben van hun ouders geërfd het huis, genaamd “het Witte Paert”, staande in Zwijndrecht aan “’t diep ofte water” en verklaren “hoe dat zij kinderen voornoemt in den jaere [1648] … naert overlijden van haer moeder bij den anderen vergadert zijn geweest” en besloten hebben, dat Lijsbet Jordensdr., de vrouw van Hendrick Arijensz. Smits het huis in eigendom zou krijgen. Aangezien hun broer Gijsbert Jordensz. in het testament van zijn moeder was toebedeeld 10 hond land gelegen aan de Langeweg in het Volgerland van Heeroudelandsambacht, was hij uitgesloten van de verdere verdeling van de nalatenschap van zijn ouders. 

ORA Dordrecht inv. 63, f. 52 e.v., akte dd 27 mrt. 1657: de erfgenamen van Grietgen Jacobsdr., weduwe van Jordaen Jacobsz., metselaar te Zwijndrecht, verklaren, dat Grietgen Jacobsdr. van Cornelis Hoogeveen gekocht heeft twee morgen land in het Volgerland van het Ambacht en hoewel de koopsom volledig is voldaan, is bij het vertrek van Hoogeveen in zijn boedel de originele schuldbrief aangetroffen. Zij verzoeken derhalve, dat het gerecht van Dordrecht de curator van de boedel van Hoogeveen opdracht geeft de schuldbrief over te leveren. Toegestaan op 19 april 1657.

6212. Heijman Ghijsbertsz. Rosa, wordt genoemd in de blokcedullen, verpondingen tienden te Op Andel anno 1608, 1614, 1622 en 1626, trouwde

6213. IJken Jansdr. Kuijsten

(Gens Nostra 1965, p. 23, Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 214)

6238. Jan Caerlen van Gent, jongman van Hiern (Waardenburg), trouwde 2e Waardenburg 30 sept. 1676 Janneke Jansdr., 1e Waardenburg 14 mei 1629

6239. Leentgen Jansdr., jonge dochter van Hiern, trouwde 1e Waardenburg 11 nov. 1627 Dirck Aertsz.

6306. Glaude Toussain (Tossijns), gedoopt NG Dordrecht febr. 1629, twijnder (1651), woonde in de Augustijnenkamp, koolmeter (1659, 1662), trouwde NG Dordrecht 23 april/7 mei 1651

6307. Marij Peem (Marija Jansdr. [van] Peeren), geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Aken (1651)

ONA Dordrecht inv. 90, f. 314: op 27 sept. 1651 comp. Glaudij Tossain, twijnder, en zijn vrouw Marija Peeren, die verklaren gemachtigd te hebben Christoffel Adriaens, chirurgijn te Aken, om te verkopen twee huizen met twee stallen, staande in Aken “voor soo veel haer comparante daerinne is competerende ende aanbestorven van wijlen Pieter van Nuth ende Anna Pelser”, haar grootouders zaliger.

ONA Dordrecht inv. 180, f. 59 e.v.: op 6 mrt. 1662 comp. Glaudij Toussain, koolmeter en burger van Dordrecht, getrouwd met Marij Peem, die mede-erfgename is van Marija … [sic], weduwe van Jan Peem, haar grootmoeder, die is overleden te Maastricht. Glaude verklaart zijn vrouw te machtigen om van Hendrick Delwich, als koper van een erf, gelegen in de Krahem te Aken, “waer van het huijs den Wintmolen genaamt in den bedroefden brant aldaer mede is afgebrant”, nagelaten door zijn vrouws grootmoeder, in ontvangst te nemen hun aandeel in de kooppenningen van dat erf.

ONA Dordrecht inv. 296, f. 477: op 6 jan. 1665 legt Maria Jansdr., de vrouw van Glaude Tossijn, op verzoek van Sara Chieraet, weduwe van Willem Hamelton, een verklaring af.

6312. Mathijs (Matthaeus) Jorisz. (van Elsoo), gedoopt NG Dordrecht febr. 1625, jongman van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1643), overleden na 19 juni 1677, trouwde NG Dordrecht 13 dec. 1643/3 jan. 1644

6313. Theuntge (Teunken) Ariaens, geboren naar schatting ca. 1620, jonge docher van Dordrecht wonende aan het Nieuwkerkhof (1643)

1656: Mattheus Jorisz. van Elsoo ondertekend rekest van 142 kooplieden te Dordrecht (RA Dordrecht archief 115, inv. 125)

ONA Dordrecht inv. 163, f. 439, akte dd 19 juni 1677: het huis van Jan Cloens de oude en Aeltgen Melssen op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Johan Matthijsz. Coninx en dat van de weduwe van Sent Cornelisz. Kijser, is verhuurd aan Mathijs Jorisz. van Elsoo voor 124 gl per jaar sedert mei 1677.

6314. Marinus Joppen, jongman uit het Land van der Goes wonende bij de Boom te Dordrecht (1642), varend gezel, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1642 (ondertrouw)

6315. Ariaentge Maertens, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1642)

6316. Gillis Steens, jong gezel van Dordrecht wonende te Gorinchem (1626), spiesmaker trouwde NG Dordrecht 4 okt. 1626 (ondertrouw; per schrijven van Gorinchem) Adriaenken Jans, jonge dochter van Gorinchem (1626)

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 68v: op 3 mei 1638 verkopen Thomas Cornelisz. en Adriaen Adriaensz., als executeurs-testamentair van Gillis Steens spiesmaker, aan Jan Adriaensz. Buijer een huis op de Riedijk, genaamd “Sint Joris”, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Willem Dircxsz. van Angeren. Waarborg: Arijen Arijensz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl. Borg: Arijen Arijensz. Buijer. 

6320. Jan Joostensz. (de Pee), wonende te Kijfhoek, overleden na 14 nov. 1639, trouwde 

6321. NN

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 140)

6336. Cornelis Jacobsz. Besemer, geboren naar schatting ca. 1600, jongman van de Oostendam (1624), overleden ca. 1637, trouwde NG Barendrecht 27 okt. 1624

6337. Anneke Clementsdr. van de Nes, gedoopt NG Rijsoord 19 sept. 1600, overleden ca. 1637

(Onze Voorouders I, p. 39)

Blijkens een op 1 jan. 1625 opgemaakt register van lidmaten van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht woonde lidmaat Cornelis Jacobsz. Besemer in Sandelingenambacht in het eerste huis bij Marijken Hendrickz in “den rosmuelen”. Anneken Clemens, de vrouw van Cornelis Jacobsz. Besemer, wordt op 12 april 1626 ald. aangenomen tot lidmaat. In het kohier van de 1000e penning over Sandelingenambacht wordt  Cornelis Jacopse aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. Op 19 okt. 1636 wordt van dit echtpaar nog een kind te Hendrik-Ido-Ambacht ten doop gehouden, maar in het in 1638 opgestelde kohier van de 200e penning over Sandelingenambacht komen slechts de kinderen van Cornelis Jacobsz. voor met een aanslag van 15 pond, zonder dat er ook sprake is van zijn weduwe. (Kronieken 2000 (1), p. 38)

6338. Willem Cornelisz. Leenheer, geboren naar schatting ca. 1595, boer in Sandelingenambacht, op 23 dec. 1644 lidmaat van de NG gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht, woonde aan de Langenweg, schepen/heemraad van Heerjansdam (1646), overleden tussen 8 febr. 1652 en 6 juni 1654, trouwde 2e NG Zwijndrecht 26 nov. 1645 Heijltgen Fransdr. van Aelst, 1e voor juni 1625

6339. Claertie (Claesjen) Bastiaensdr., overleden tussen okt. 1630 en nov. 1645

– 1626: Willem Cornelisz., als man van Claertgen Bastiaensdr., in de 1000e penning van Sandelingenambacht aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3975, f. 152v)

– 24 jan. 1648: Willem Cornelisz. Leenheer assisteert zijn zoon Jacob Willemsz. Leenheer bij het passeren van huwelijkse voorwaarden met Lijntgen Arijensdr. Droogendijck, jonge dochter wonende onder Sandelingenambacht. (ONA Dordrecht inv. 87, f. 45)

– 6/8 juni 1654: inventaris van de goederen van de kinderen van wijlen Adam Dibbets en Cornelia van Beverwijck. Tot die goederen behoort een schuldbrief verleden door Lambert Lambinon ter zake van de koop van een tuin of boomgaardje in Zwijndrecht aan de Langenweg op 12 juli 1647, nu toebehorende aan Heijlken Fransdr., weduwe van Willem Cornelisz. Leenheer, inhoudende kapitaal 600 gl. (ONA Dordrecht inv. 100, f. 500 e.v.) 

ORA Zwijndrecht inv. 4, f. 278 e.v.: op 23 dec. 1654 verkopen Arijen Thijssen en Cornelis Theunisz., als testamentaire voogden van de erfgenamen van Heijltgen Fransdr. van Aelst, laatst weduwe van Willem Cornelisz. Leenheer, enerzijds en Cornelis Arijensz. van Dalem, als man van Weijntje Cornelisdr., voor zichzelf, anderzijds, aan Pieter Bastiaensz. Bijl een tuin of boomgaard van 159 roeden, liggende aan de Langenweg.

6344. Arien Cornelisz. de Bondt, gedoopt NG Zwijndrecht 21 nov. 1610, overleden vóór 18 juni 1672, trouwde NG Zwijndrecht 1 jan. 1640

6345. Aeltgen Marijnis Cornelisdr., gedoopt NG Zwijndrecht 24 juli 1617, overleden na 16 jan. 1683

(Onze Voorouders I, p. 35)

ONA Dordrecht inv. 184, f. 46 e.v., akte dd 18 juni 1672: Clement Cornelisz. van Vliet benoemt o.a. de kinderen van zijn overleden broer Arijen Cornelisz. tot erfgenamen. 

6346. Arijen Geeritsz., kleermaker te Sliedrecht (vermeld 1672, 1673, 1680), trouwde vóór mei 1633

6347. Marigje Daniëls, geboren naar schatting ca. 1605

– 1638: Arijen Gerritsz. in de 200e penning van Sliedrecht aangeslagen voor een vermogen van 3000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3978, f. 181v)

– 1672: Arien Gerritsz. en zijn vrouw vermeld als inwoners van Sliedrecht. (Ons Voorgeslacht 1986, p. 223 [nr. 131])

– 13 okt. 1673: comp. voor notaris J. van Naeltwijck Arijen Geeritsz., kleermaker wonende te Sliedrecht. Hij verklaart aanvaard te hebben de voogdij en administratie over de persoon en goederen van zijn neef, Frans Pietersz., zoon van Marthijntje Geeritsdr., zijn zuster zaliger, bij haar verwekt door wijlen haar echtgenoot Pieter Fransz., “bij schout en geregte van Piershil op hem gedefereert bij overlijden van Teunis Geerits, zijne comparants broeder, gewesene voogt van voorsz. Frans Pieters, volgens de acte van voogdijschap daer van sijnde in date den 2 julij 1673”. Akte door comparant ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 413, geen folionrs.)

– okt. 1679: Arien Gerritsz. en zijn vrouw vermeld als lidmaten van de NG gemeente te Sliedrecht (met de latere aantekening “obierunt”).

– 14 mei 1680: Arien Geraertsz., kleermaker wonende te Sliedrecht, getuige bij het passeren van een akte ten overstaan van de Dordtse notaris G. de Jager. (ONA Dordrecht inv. 126, f. 225)

Kinderen (a, b en c NG gedoopt te Papendrecht):

a. Aeltgen, mei 1633

b. Jan, 4 mrt. 1635

c. Annichien, 19 april 1637

d. Laurens Ariensz., overleden na 14 mei 1680 (ONA Dordrecht inv. 126, f. 225 e.v.)

e. Frans Ariensz., overleden na 14 mei 1680 (ibid.)

f. Anneken Ariensdr., geboren naar schatting ca. 1645, vermoedelijk in Sliedrecht [= kwartier 3173]

g. Lijsbet Ariensdr. Visser, trouwde Hendrick Ariensz. Los (Mensen van Vroeger 1977)

6352. Cornelis Wiggerden, wonende te Zwijndrecht, heemraad van de Zwijndrechtse polder (1623), begraven Zwijndrecht 30 aug. 1648, trouwde vóór 1 juni 1614

6353. Geertje Hendrickse

6356. Willem Willems, jong gezel van Zwijndrecht (1627), schiptimmerman, trouwde NG Zwijdrecht 5 april 1627

6357. Pietertgen Arijens, jonge dochter van Zwijndrecht (1627)

6358 Arien Lenaerts, wonende Zwijndrecht

(Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 252)

6368. Cornelis Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1595, jong gezel van Oud-Alblas (1622), trouwde 2e NG Alblas 30 jan. 1661 Ariaentje Cornelis, wonende te Alblas, weduwe van Marten Cornelisz., 1e NG Alblasserdam 25 sept. 1622

6369. Marijken Pieters, jonge dochter van Alblasserdam (1622), overleden in of na 1648

– 22 mei 1648: Cornelis Hendricxsz. Veltman, mr. hoedenmaker en Sara Jansdr., zijn vrouw, burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Cornelis Gerritsz., wonende te Alblasserdam, dat diens vrouw Marichien Pietersdr., de dag tevoren bij hen is geweest en aan hen zekere hoeveelheid boter in bewaring heeft gegeven, waarvan zij zei, dat haar zoon, die in Zwijndrecht woont, die later zou komen ophalen. (ONA Dordrecht inv. 62, f. 463v)

– 2 mei 1664: Cornelis Geeritsz., wonende te Alblas, is schuldig aan Willem Wouter Huijgen, mede wonende aldaar, een bedrag van 300 gl.. Geerit Cornelisz., schiptimmerman, wonende te Alblasserdam, stelt zich borg voor Cornelis Geeritsz., zijn vader. Cornelis tekent met een merk, zijn zoon met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 592)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Alblasserdam):

a. Teuntken, 1624 (getuigen: Arijen Geerits, Lijsken Cornelis, Marijken Arijens)

b. Arijen, 1625 (getuigen: Geerit Jansz. Dael, Bastijaen Francken, Deliaen Aerts*)

c. Geerit, 25 mrt. 1629 (getuigen: Bastiaen Cornelissen, Jan Cleissen, Grietgen Geerits)

* Deliane Aerts (Verleck?), trouwde ca. 1610 (?) Arien Claesz. Sterrenburch, zij was een dochter van Aert Jansz. en een zuster van Jan Aertsz. (Weeskamer Alblasserdam inv. 1)

6370. Jan Cornelisz. Groen, Heilige-Geestmeester van Ottoland 1617, schout ald. 1629-1672, ouderling 1661, overleden tussen 1674 en 2 april 1676, trouwde 1e NN, 2e Lijntgen Ariens, 3e 1640 Adriaentgen Ariens Hopmansdr., weduwe van Cornelis Mathijsz.

In het kohier van Ottoland anno 1627 wordt hij aangeslagen voor 18 ponden. In 1668 wordt hij vermeld als “Jan Cornelisz. Groen, schout”, 30 ponden. In het familiegeld van 1674 wordt zijn bezit, samen met dat van zijn kleinzoon Jan Willemsz. Nieuwsteeg, geschat op 6000 gl. In het testament van Jan Cornelis Groen dd 26 nov. 1658 wordt genoemd Maritgen Jans, die toen de enige dochter van de testateur was. Tot voogden over de kinderen van zijn dochter benoemt hij zijn broer Willem Cornelisz. Groen en zijn neef Arien Willemsz. Vranckrijck. (Gens Nostra 1998, p. 253)

6376. Heijndrick Arijensz. Cortgie, jongman van Alblasserdam (1635), overleden vóór 5 juni 1668, trouwde NG Alblasserdam 26 aug. 1635 (ondertrouw)

6377. Cuniertjen Crijnen, jonge dochter van Alblasserdam, geboren naar schatting ca. 1610 [zuster van kwartier 6379]

– 7 juni 1665: rekening gedaan door Cleijs Crijnen, wonende te Giessen Oudekerk, als voogd van Anneken Crijnen, innocente en ongehuwde persoon, over de periode 1642 tot 7 juni 1665, in margine: door de rendant overgebracht aan handen van Cornelis Crijnen, broer, de vrouw van Hendrick Arijensz. Cortgie, zuster en Cornelis Pieter Crijnen, broers zoon van Anneken Crijnen. (Weeskamer Alblasserdam inv. 3)

– 5 juni 1668: akkoord tussen Annitgien Teunis, weduwe  van Cleijs Crijnen, geassisteerd met Arijen Claes, haar zoon, wonende te Giessen Oudekerk, Cornelis Crijnen, Cornelis Pieters, zoon van Pieter Crijnen, Claes Cornelis, Maritgien Cornelis, de vrouw van Leendert Thoen, ooms, neven en naaste “vrienden” van Anneken Crijnen, enerzijds en Kuijne Crijnen, weduwe van Hendrick Ariensz. Cortgie, anderzijds. Kuijne Crijnen zal hun innocente zuster Anneken Crijnen onderhouden en ontvangt daarvoor al haar goederen. (Weeskamer Alblasserdam inv. 3)

– 14 juni 1668: rekening gedaan door de weduwe van Claes Crijnen en de weduwe van Hendrick Adriaensz. Cortgie, Kuijne Crijnen, sedert 7 juni 1665 tot 14 juni 1668 van de goederen van Anneken Crijnen. (Weeskamer Alblasserdam inv. 3)

Kinderen (allen NG gedoopt te Alblasserdam):

a. Arien, 27 juli 1636 (getuigen: Pieter Crijnen, Leendert Ariensz. Baet, Stijntje Floren van Puttershoek)

b. Jan, 10 okt. 1638 (getuigen: Wouter Joosten, Cleis Janssen, Anneken Teunis van der Giessen, de vrouw van Claes Crijnen)

c. Crijn, 19 jan. 1642 (getuigen: Gijsbert Cleissen, wonende te Alblas, Arien Crijnen, Sijcghe Wouters)

d. Teunis, 4 april 1645 (getuigen: Neeltgen Ariaenssen, Willem Wouterssen, Pleun Janssen)

e. Pieter, 21 aug. 1650 (geen getuigen)

f. Marijken, 17 aug. 1653 (getuigen: Andries Pleunen, Neeltge Pieters, Neeltge Cornelis)

g. Cornelis, 2 april 1657 (getuigen: Claes Cornelissen, Pleun Janssen, Marigje Cornelis)

6378. Gijsbrecht Kleijsz. Muijen, jongman van Alblasserdam (1616), trouwde NG Oud-Alblas 3 mrt. 1616

6379. Mariken Crijnen, geboren naar schatting ca. 1590, jonge dochter van Alblas (1616)

– 13 febr. 1645: Gijsbert Claesz. Muijen is oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Sebastiaen Jansz. [en Ariaentgen Claijsdr.]

6384. Jan Aertsz. Smit

6385. Janneken Dircksdr.

6392. Lenaert Woutersz.

Laat kinderen dopen te Oud-Alblas 1622-1630.

6394. With Adriaensz., vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht aug. 1614, scheepstimmerman van Dordrecht, wonende buiten de Vuilpoort (1637), trouwde NG Dordrecht 22 febr. 1637 (ondertrouw) 

6395. Lijnken Cornelisdr., jonge dochter van de Oostendam, wonende buiten de Vuilpoort van Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 jan. 1648 (een baar voor de vrouw van Wijt Arijse schiptimmmerman bij de Riedijk bij de volmolen)

6398. Rochus Walingen, gedoopt NG Streefkerk febr. 1589, trouwde vóór 1611

6399. Sijtgen Ariens, geboren te Steefkerk

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 272)

6432. Cornelis Jansz. (van der Lubbe), geboren ca. 1603 te Wassenaar, ambachtsbewaarder van Segbroek onder Eikenduinen, landbouwer op de hofstede “Cranenburg” ald., en te Wassenaar, begraven Wassenaar 29 mei 1686, trouwde Gerecht Wassenaar 12 juli 1626

6433. Beatrix Theunisdr. Ruijchrock, begraven Wassenaar 26 sept. 1684

(De Navorscher 1958, p. 54)

6436. Harmen Huijchsz. van Brederode, landbouwer te Wassenaar, begraven Wassenaar 2 aug. 1652, trouwde naar schatting ca. 1610 

6437. Aefje Corsdr. van der Clugt (van der Kluft), geboren ca. 1582, begraven Wassenaar 3 jan. 1670

(Kronieken 1994 (1), p. 3, Onze Voorouders I, p. 85)

6438. Arij Cornelisz. Keijser van Santvliet, landbouwer te Wassenaar, begraven ald. 29 mrt. 1644, trouwde 2e Wassenaar (gerecht) 10 juni 1640 Martge Theunisdr. Ruichrock, dochter van Anthonis Adriaensz. Ruijchrock en Arentgen Cornelisdr. in’t Weer, trouwde 1e

6439. Trijntge Dirksdr. de Roo alias Van Lis, overleden Wassenaar 9 okt. 1638

(Kronieken 1994, nr. 1, p. 3)

6444. Aelbert Jacobsz. Verdel, overleden voor 15 sept. 1689, trouwde 2e (?) Marijtgen Pietersdr.

– 16 aug. 1659: testeren Aelbrecht Jacobsz. Verdel en zijn vrouw Marijtgen Pietersdr. van der Tuijn, wonende in het ambacht Sassenheim. Hij benoemt tot zijn erfgenaam zijn zoon Dirck Aelbrechtsz. Verdel, op voorwaarde, dat zijn zoon aan zijn, testateurs vrouw, een bedrag van 1500 gl. zal uitkeren, waaruit zij zal moeten betalen alle schulden en kosten, die voor zijn begrafenis zullen worden gemaakt. Zij benoemt tot erfgenamen haar man, mits hij aan Maerten Pietersz. en Trijntgen Pietersdr., haar broer en zuster, elk een bedrag van 210 gl. zal uitkeren, of bij vooroverlijden hun kinderen, alsmede aan de kinderen van Crijn Pietersz. en de kinderen van Dammas Pietersz., haar broers’ kinderen, “voor haere stam”, eveneens 210 gl. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden.

– 17 mei 1664: Aelbert Jacobsz., schoenmaker wonende te Sassenheim, verklaart schuldig te zijn aan Leentgen Barten van der Son, ongehuwde persoon, een somma van 500 gl. Borgen: Cornelis Bouwensz. van Adrichem, wonende te Sassenheim, en Huijch Jacobsz., wonende te Warmond, zijn broer en zwager [sic]. (ONA Leiden inv. 722, akte 52)

– 7 mrt. 1664: testament van Aelbert Jacobsz. Verdel, wonende in het ambacht Sassenheim, ziek in bed liggende. Tot zijn erfgenamen benoemt hij de kinderen van zijn overleden zoon Dirck Aelbrechtsz. Verdel, verwekt bij Jannetgen Mattheusdr., inclusief het kind, waarvan zij zwanger gaat. Van hetgeen die kinderen van hem zullen erven, zal Jannetgen het vruchtgebruik krijgen tot haar kinderen 24 jaar zijn geworden of gaan trouwen. Voorwaarde daarbij is, dat zij de opbrengsten ervan zal gebruiken voor het onderhoud van haar kinderen. Hij stelt aan als voogden over zijn minderjarige erfgenamen Crijn Jacobsz. Kercklaan en Cornelis Gerritsz., beiden zijn goede bekende vrienden. (ONA Leiden inv. 1029, akte 137)

– 15 sept. 1689: Pieter Willemsz. Rotteveel, wonende te Sassenheim, getrouwd met Jannetje Dirksdr. Verdel, Claes Maertensz. van der Poel, wonende te Lisse, als voogd over Kniertje en Dirckje Dirksdr. Verdel, en Floris Cornelisz. van Bourgondië, wonende te Lisse, als man van jonge Jannetje Dirksdr. Verdel, kleinkinderen en erfgenamen van Aelbert Jacobsz. Verdel, verkopen aan Claes Pietersz. van Leeuwen voor 800 gl. een huis met anderhalve hond land. (RA Sassenheim inv. 7)

6460. Leendert Cornelisz., trouwde

6461. Neeltje Lourisdr. 

(ORA Wassenaar 16/26, akte dd 9 febr. 1661)

6528. Mr. Willem Pietersz. de Nachtegael, vermoedelijk geboren te Gent (B) ca. 1580, schoolmeester te Groot-Ammers (van ca. 1608 tot ca. 1615), chirurgijn aldaar (vanaf ca. 1615), pachter van de impost op het gemaal over Nieuwpoort (1624) en pachter van de gemenelandsmiddelen binnen de baronie Liesveld (1628), overleden te Groot-Ammers of Den Opperstok 23 dec. 1637, trouwde 1e (vermoedelijk te Middelburg) Barbara Jansdr., overleden Groot-Ammers of Den Opperstok 14 febr. 1609 en begraven in de kerk aldaar, trouwde 2e NG Gouda 23 mei 1609 (otr.)

6529. Fransijntgen Gijelijsdr. Vernijmmen, van Lokeren (bij Gent), overleden na 25 dec. 1635

(Kronieken 1993, nr. 1, p. 14)

6540. Willem Martensz. (Breemers, Bremars), jong gezel van Leiden, hovenier (1621) tr. NG Dordrecht 7 mrt. 1621 (otr.)

6541. Berber (Barbara) Cornelisdr. Wor, gedoopt NG Dordrecht febr. 1600, trouwde 2e Mattheeus Servaesz. van Gestel, schoenmaker te Dordrecht

– 13 mrt. 1660: comp. voor notaris G. de With te Dordrecht Berber Cornelisdr. Wor, weduwe van Willem Maertensz. Bremars, geassisteerd met Jan Jaspersz. Schot en Johannes Verbeeck, resp. haar [half-]broer en schoonzoon, als haar gekoren voogden en verklaart verhuurd te hebben aan haar zoon Maerten Willemsz. Bremars “tuinman” een tuin en woning, staande en gelegen buiten de Vriesepoort op stadsgrond achter het huis van Dirck Otten, waard in de herberg “Ierlandt”, belend door de gemene vliet aan de ene zijde en de boomgaard van Dirck Otten aan de andere zijde. (ONA Dordrecht inv. 226, f. 383 e.v.)

– 6 aug. 1664: comp. voor notaris J. Melanen te Dordrecht Berber Cornelisdr. Wor, vrouw van Mattheeus Servaesz. van Gestel schoenmaker, wonende te Dordrecht, ziek te bed liggende. Zij benoemt tot erfgenaam haar voornoemde man, die alleen gehouden zal zijn na haar overlijden aan haar voorzoon Maerten Willemsz. Driemars [sic] of bij vooroverlijden diens kinderen en aan Maeijken Jansdr. Verbeeck, dochtertje van Jannichien Willemsdr. Driemars, testatrices overleden dochter, elk een bedrag van 6 gl. uit te reiken. Zij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 651 e.v.)

6542. Cornelis Jansz. van de Graeff, van Dordrecht, huistimmerman wonende bij de Spuipoort (1616), trouwde NG Dordrecht 24 jan./28 febr. 1616

6543. Maeijken Jan Jansdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1616)

– 2 dec. 1656: Arijaentgen Cornelisdr. van de Graeff, echtgenote van Maerten Willemsz. Breemers, “tuinman”, is erfgename ab intestato van wijlen Jan Cornelisz. van de Graeff. Beiden zijn kinderen van wijlen Cornelis Jansz. van de Graeff en Maeijken Jans. (ONA Dordrecht inv. 93)

6546. Theodorus van Arssen, trouwde

6547. Gertrudis

Kinderen:

a. Gisberta, gedoopt RK Venlo 17 mei 1616 (susceptores: Joes. Antonii, Elizabeth Gerardi)

6558. Isaack Pietersz. Wijtemans, gedoopt NG Dordrecht okt. 1600, jongman van Dordrecht wonende in de Spuistraat (1627), schrijnwerker, trouwde NG Dordrecht 9/24 mei 1627

6559. Dirxken Lucas Adriaensdr., geboren ca. 1591, van Dordrecht, wonende in het Riedijkstraatje (1627)

ONA Dordrecht inv. 136, f. 315: verklaring dd 27 aug. 1657 door Dircxken Lucasdr, weduwe van Isaack Pietersz. Wijtemans, 64 jaar oud.

Kohier Lantarengeld Dordrecht: de weduwe van Isaak Pietersz. Wijtemans in de Riedijkstraat (RA Dordrecht archief 3, inv. 3984, f. 63)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Pieter, 1629

b. Maaijken, juli 1633

6572. Pieter Ariensz. Tom, geboren ca. 1580, woonde in Gouderak, trouwde ca. 1605

6573. Ingetje Pieters

6592. Cornelis Arijensz. (Soetman), overleden tussen 21 jan. 1640 en 14 jan. 1649, trouwde vóór 1617

6593. Sijken Schalcken, geboren naar schatting ca. 1590, overleden na 5 aug. 1646 (doopgetuige)

– 21 jan. 1640: boedelscheiding tussen Crijn Adriaensz. Crijnen, heemraad, geassisteerd met zijn zoon Jasper Crijnen, Crijn Adriaen Jansz. en Groote Caeye Cees, enerzijds en Ghijsbert Jansz. Schoutssoon, Cornelis Adriaensz. Soetman, Jacob Adriaensz. Soetman, Cornelis Adriaen Cleijne Cees en Crijn Adriaen Corssen,, allen ooms, neven en voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Mareken Adriaensdr. Soetman, die getrouwd was met Crijn Adriaensz. heemraad. Crijn Adriaensz. is de stiefvader van Poulis Pietersz., meerderjarig, en Matijs Pietersz., minderjarig, kinderen van Mareken Adriaensdr. Soetman.

– 14 jan. 1649: Maerten Dircxsz., wonende in het Oude Mannenhuis te Dordrecht, verleent procuratie van J. Cop, procureur voor het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, om voor hem “rechts te plegen tegen eenen ijgelijcken, ende dat soo well int eijschen als verweeren … specialijcken” tegen Sijtgen Schalcken, weduwe van Cornelis Arijensz. Soeteman, wonende te Alblasserdam, “de penningen te mogen ontfangen” etc.(ONA Dordrecht inv. 45, f. 15)

6610. Steven Goossensz., jongman van Zwijndrecht (1614), schiptimmerman, trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1614

6611. Pietertgen Adriaen Jaspersdr., van Dordrecht (1614)

6612. Aelert (Aelbrecht) Pietersz. van der Mugh, jong gezel geboren in De Linde (1604), overleden (betaling doodkleed Zwijndrecht 4 april) 1650, trouwde (ondertrouw NG Zwijndrecht ca. april en ald. attestatie gegeven om in De Linde te trouwen) 1604 

6613. Anna (Anneken) Jaspersdr. jonge dochter geboren van Zwijndrecht (1604), overleden na 6 dec. 1615

(Ons Voorgeslacht 2007, p. 36)

6656. Arij (Aeriaen) Jansz. Roock, geboren ca. 1602, heemraad, trouwde

6657. Merritgen Jans Wijvedr.

– 9 mrt. 1658: Arijen Jansz. Roock, 56 jaar, die o.a. heemraad is geweest, legt een verklaring af. (GA Ouderkerk a/d IJssel nr. 105)

– 14 sept. 1658: Adriaen Jansz. Roock, 56 jaar, wonende te Ouderkerk a/d IJssel, legt een verklaring af i.v.m. de schouw van de Oosterkade. (RA Ouderkerk a/d IJssel nr. 44)

– 14 juli 1659: Elias van de Vin, lakenkoper te Ouderkerk, contra Arij Jansz. Roock, man van Merritgen Jans Wijvedr. Eis: 102 gl. 3 st. 2 penn. wegens geleverde winkelwaren. Eerst poging tot overeenkomst, anders vonnis. (RA Ouderkerk a/d IJssel)

6660. Arien Cornelisz. Theeuwen, jongman van Stolwijk (1628), overleden vóór 1668, 

trouwde NG Stolwijk 1 jan. 1628

6661. Lijsken Stolwijk, jonge dochter van Stolwijk (1628)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 167)

6664. Willem Jan Govertsz., begraven Ouderkerk a/d IJssel 28 sept. 1679, trouwde 1e

6665. Merritge Thonis

– 16 aug. 1639: Jan Anthonisz., tevens voor Adriaen Anthonisz., schout wonende te Ammerstol, getrouwd met Pietertgen Cornelisdr., e.a. en Willem Jansz., getrouwd met Maertgen Toniss., allen kinderen en erfgenamen van Anthonis Brantsz., getrouwde met Barbertgen Huijgen, verkopen een erfje in de polder de Cromme aan burgemeester Wigger Ariensz. van der Tack (Ons Voorgeslacht 1972, p. 354)

6666. Arijen Dammas Luijten, geboren ca. 1589   wonende Krimpen a/d IJssel, legt verklaring af in 1617, overleden vóór 1660, trouwde

6667. Sijtje Ariens, overleden in 1660

(Kronieken 1998 (3), p. 161)

6668. Willem Aertsz., wonende aan de IJsseldijk onder Gouderak, steenbakker, overleden voor 1654, trouwde 1e Neeltje Engelsdr., 2e

6669. Hillichje Hendriksdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 167)

6672. Cornelis Egbertsz. de Bes, gedoopt NG Oud-Alblas 16 mrt. 1608, jongman van Oud-Albas (1642), trouwde NG Streefkerk mei 1642

6673. Marijke Egberts, gedoopt NG Streefkerk 22 dec. 1607, jonge dochter van Streefkerk (1642)

6674. Pieter Ariensz. Smit alias Heugelenberg, jongman te Molenaarsgraaf (1652), smid in Streefkerk (vermeld 1658), overleden tussen 22 sept. 1663 en 1667, trouwde NG Molenaarsgraaf 7 aug. 1652

6675. Trijntien Louwe (Laurensdr.) Brande, jonge dochter op Gijbeland (1652), wonende te Streefkerk (vermeld 1655, 1660 en 1667) en te Molenaarsgraaf (1663) met haar eerste man, trouwde 2e NG Streefkerk sept. 1672 Jan Robbertsz., jongman wonende te Streefkerk (1672) [dochter van kw. 5322 en 5323]

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 165; De Nederlandsche Leeuw 1999, kol. 188)

6676. Arie Ariensz. Broer, heemraad in 1647, trouwde

6677. Merrichje Huijgendr. de Jong

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 167)

6678. Cornelis Pietersz. Goudens, wonende te Lekkerkerk, vermeld in de 200e penning van 1672, trouwde

6679. Crijntje Jacobsdr.

(ibid.)

6680. Willem Cornelisz. Kubbe alias Stolck, smid, schepen van Haastrecht, vermoedelijk overleden te Ouderkerk a/d IJssel 1 febr. 1629, trouwde

6681. Aeltjen Dirx

(Vriendelijke mededeling van de heer A.Th. Polet te Oud-Beijerland.)

6682. Jan Jansz. de Roij, smid te Ouderkerk a/d IJssel, klapwaker (vermeld 1660), overleden tussen 1675 en 1681, trouwde

6683. NN Jacobsdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 167)

6684. Jan Govertsz. Quick, klapwaker (vermeld 1660), overleden tussen 1662 en 1666, trouwde

6685. Maertge Jaspersdr., overleden tussen 1659 en 1666

– 17 febr. 1652: Jan Govertsz. Quick ontvangt uit de erfenis van zijn schoonvader een deel van drie morgen land in een viertel van zes morgen.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 167)

6686. Govert Pietersz., jongman van Meerkerk, wonende te Ouderkerk a/d IJssel (1634), trouwde NG Meerkerk 13 juli 1634

6687. Willemtge Jorisdr., jonge dochter van Ouderkerk a/d IJssel (1634)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 166)

6688. Anthonis Gerritsz. Waert, wonende te Ammerstol, overleden tussen 1630 en 1632, trouwde

6689. Pietertgen Hermansdr. Snel, overleden vóór 1632

– 10 nov. 1624: Anthonis Gerritsz. Waert koopt een huis, schuldbekentenis van 300 gl.

– 1630: hij gaat akkoord aan met zijn zwagers omtrent de nalatenschap van Aerjaentgen Cornelisdr.

– 1632: in de verponding wordt het huis vermeld op naam van de kinderen van Theunis Waert, met in de marge: nu de schout

(Ons Voorgeslacht 1994, p. 395, Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 165)

6690. Cornelis Cornelisz. Steenman, wonende in de Lage Nesse onder Ouderkerk a/d IJssel, later te Rotterdam, overleden vóór 1638, trouwde

6691. Wijventgen Anthonisdr., trouwde 1e Jan Aertsz. 

(Kronieken 1998 (3), p. 156)

6692. Willem Cornelisz., wonende te Lekkerkerk, molenaar en biersteker, burgemeester, heemraad (vermeld 1634, 1653), overleden tussen 1653 en 1655, trouwde 1e

6693. (Leentje) Pietersdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 165)

6694. Jacob Jacobsz. Sost, geboren 1588, wonende te Ouderkerk a/d IJssel, later in Stormpolder, overleden na 1658, trouwde 2e

6695. Ariaentje Joostendr., begraven Ouderkerk a/d IJssel 27 dec. 1634

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 165)

6702. Jacob Cornelisz., wonende te Krimpen a/d IJssel, schipper, overleden vóór 1652

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 166)

6736. Leendert Jansz. Lans, geboren 1562, woonde te Gouderak, leenman van Hinderstein voor de gemene buren van het Kattendijksblok, beleend 1607, testeert 28 okt. 1621, vermeld in het hoofdgeld 1622, gezworene van Gouderak (1616, 1617), overleden vóór 11 febr. 1628, trouwde Niesken Engelsdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 150)

6738. Dirk Claesz. Stam, wonende te Berkenwoude, overleden vóór 1614, trouwde

6739. Annichen Aelbertsdr., trouwde 1e Jacob Jansz. Potuijt

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 150)

6752. Gerrit Jan Jacobsz., geboren ca. 1585, molenmeester in Zegwaard (vermeld 1620), kroos-heemraad (vermeld 1637), overleden na 1649, trouwde

6753. Neeltje Lenertsdr. Stompwijck, overleden vóór 1649

6754. Jasper Cornelisz. (Calis), uit Zegwaard, trouwde naar schatting ca. 1602

6755. Trijntgen Adriaen (Woutersdr.), geboren naar schatting ca. 1580

Laten kinderen dopen NG Zoetermeer 1603-1622.

1622 (hoofdgeld Rijnland): Jasper Cornelisz. Calis, Trijntgen Adriaensdr., zijn vrouw, kinderen: Neeltgen, Trijntgen, Grietgen, Maritgen, Claesgen, Cornelis, Adriaen, Pleuntgen, hun knecht Claes Cornelisz., wonende aan de Segwaertse weg in Segwaert.

6768. Cornelis Jansz. van de Grient alias Lange Kees, geboren naar schatting ca. 1580, jong gezel van Kijfhoek (1605), woonden achter “het Blauwhuis” in Dubbeldam, overleden ca. 1645, trouwde 2e NG Dubbeldam 7/28 mrt. 1638 (proclamatie Dordrecht) Maijke Hendricxdr. van der Sluijs, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort dicht onder stad (1638), weduwe wonende buiten de Vriesepoort (1646), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1646 (per schrijven van Dubbeldam) Gerrit Pietersz. (Koijmans), jongman van Peursum wonende op Dubbeldam (1646), Cornelis trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 18 dec. 1605 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Goesensz. en de bruid met haar vader Pleun Ariensz.)

6769. Ariaentje Pleune de Wit, jonge dochter wonende op Dubbeldam (1605), overleden Dubbeldam (begraven in de kerk) 5 okt. 1636 (grafschrift: “Hier leijt begraven Arijaentie Pleunen de Wit sterf den 5 october anno 1636” (Ons Voorgeslacht 1967, p. 88)

– 28 okt. 1634: Jan Reijniers., wonende buiten de Spuipoort verkoopt aan Adriaen Adriaensz. Hoffman, wonende op Dubbeldam, een huis en berging, staande aan ’s herendijk in de Zuidpolder van Dubbeldam, met de beteling en beplanting, benevens over te geven aan de koper de huur van tien morgen wei- en zaailand voor 950 gl., te betalen ieder jaar op meidag met 200 gl. Borgen voor Hoffman: Cornelis Jansz. van de Grient, wonende op Dubbeldam en Damas Adriaensz. Hoffman, burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 73, f. 153 e.v.)

– 11 jan. 1636: huwelijkse voorwaarden van Hendrick Fransz., jongman wonende in Barendrecht, geassisteerd met Frans Lenersz., wonende in Barendrecht, en Marijcken Cornelisdr., laatst weduwe van Jan Cornelisz., wonende in Barendrecht, als moeder en voogdes van Marijcken Goossendr. van de Grient, jonge dochter, toekomstige bruid, geassisteerd met haar oom en voogd Cornelis Jansz. van de Grient. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 138)

– 3 mei 1638: testament van Huijbrecht Adriaensz. en zijn vrouw Theuntgen Theunisdr., wonende te Sliedrecht. Zij benoemen tot voogden Cornelis Jansz. van de Grient, wonende te Dubbeldam, zijn neef, en Adriaen Theunisz. Mol, haar broer. (ONA Dordrecht inv. 76, f. 22v e.v.)

– 1638: Cornelis Jansz. van de Grient aangeslagen in de 200e penning van Dubbeldam voor een vermogen van 3000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3978, f. 87v)

– 25 sept. 1640: Cornelis Jansz. van de Grient, wonende te Dubbeldam, geeft over aan Willem Lodewijcxs, wonende te Dordrecht, het gebruik van acht morgen zaailand in de Zuidpolder van Dubbeldam, welke hij heeft gehuurd van juffrouw Van den Eijnde. (ONA Dordrecht inv. 78, f. 116 e.v.)

– 26 okt. 1641: huwelijkse voorwaarden tussen Jacob Thijsz., jongman wonende te Dubbeldam, en Sijken Cornelisdr. van de Grient, jonge dochter wonende te Dubbeldam, geassisteerd met haar vader Cornelis Jansz. van de Grient. Aldus gepasseerd te Dordrecht ten huize van Huijbert Jansz. van de Grient, wonende buiten de Spuipoort. (ONA Dordrecht, inv. 79, f. 98 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 611, f. 478 e.v.: op 13 nov. 1715 comp. voor notaris A. van Nievelt Leijsbet Jansdr. van de Griend, weduwe van Evert Mouthaen, wonende onder de jurisdictie van Dordrecht, 67 jaar oud, zijnde een dochter van Jan Woutersz. van de Griend, die een zoon was van Wouter Jansz. van de Griend, broer van Cornelis Jansz. van de Griend, in de wandeling genaamd de Lange Kees, en Leijsbet Aelberts, de vrouw van Michiel Claasz. Sliep, wonende buiten de Vriesepoort, 59 jaar oud, dochter van wijlen Annetje Cornelisdr. van de Griend, die een dochter was van Cornelis Jansz. van de Griend, in de wandeling genaamd de Korte Kees, de broer van voornoemde Lange Kees, alsmede Mensje de Kool, bejaarde ongehuwde persoon, 50 jaar oud, die een dochter was van Huijbertje Cornelisdr. van de Griend, die eveneens een dochter van voornoemde Korte Kees was. Zij verklaren op verzoek van Anna en Sara Arijensdr. Kop, dat hun moeder Ariaentje Cornelisdr. van de Griend een dochte was van voornoemde Lange Kees en diens vrouw Maeijcken Hendrixdr. van der Sluijs, welke Lange Kees gewoond heeft achter “het Blauwhuis” te Dubbeldam [omstreeks de huidige begraafplaats te Dordrecht] en eerder gehuwd was met Ariaentje Pleune, uit welk huwelijk was geboren Cornelis Cornelisz. van de Griend, die de vader was van Pleun Cornelisz. van de Griend, die in 1714 te ‘s-Gravendeel is overleden, “soo sij getuijgen onderricht zijn”. Beide eerste attestanten hebben Ariaentje Cornelisdr. van de Griend, de moeder van de rekwiranten en Marijken Hendriksdr. van der Sluijs, hun grootmoeder, zeer goed gekend. Kort na het overlijden van Pleun zijn beide attestanten op ‘s-Gravendeel geweest ten huize van Neeltge Isaacxdr. de Baed, weduwe van Pieter Rijersz. Kranendonck, Pleuns halfzuster, en hebben haar gevraagd wie de vader van Pleun was. Daarop heeft Neeltge geantwoord: “Ick heb wel horen seggen dat hij Cornelis geheeten heeft … [maar] ick en weet van sijne heele geslagt niet”. Leijsbet Jansdr. van de Griend verklaart nog, dat de weduwe van Lange Kees, Maaijke Hendriksdr. van der Sluijs, grootmoeder van de rekwiranten, hertrouwd is met Gerrit Koijmans, die slikwerker was.

6770. Samuel Jansz., overleden na 29 nov. 1645 (doopgetuige)

6772. Schalck Bastiaens, weduwnaar wonende te Puttershoek (1644), overleden te Puttershoek in 1655, trouwde 2e NG Puttershoek 9/30 okt. 1644 Lijntien Maerten Cornelisdr., jonge dochter, wonende te Puttershoek (1644), 1e naar schatting ca. 1620

6673. Lijsbet Ariens, overleden vóór 9 okt. 1644

– 5 okt. 1636: Schalck Bastiaens met zijn vrouw Lijsbet Ariens lidmaat op belijdenis van de NG gemeente te Putt(Kwartierstatenboek Prometheusershoek

– 1651/1652: de diaconie heeft Schalck Bastiaens vele malen met geld ondersteund in de tijd tussen 28 aug. 1651 en 24 aug. 1652 (Archief NH gemeente Puttershoek B1)

– 3 nov. 1654: Schalck Bastiaens krijgt 20 tonnen turf van de diaconie (Archief NH gemeente Puttershoek B1)

– 25 juli 1655: Adriaen Pieters wordt betaald voor een lijkkist voor Schalck Bastiaens (Archief NH gemeente Puttershoek B1)

– 10 aug. 1655: meester Hendrick wordt betaald voor het begraven van Schalck Bastiaens. Laatstgenoemde heeft vele malen geld van de diaconie ontvangen sedert 25 okt. 1654 (Archief NH gemeente Puttershoek B1)

– 5 sept. 1656 vertichting tussen Lintje Maertens, weduwe van Schalck Bastiaens, geassisteerd met Henderick de Post, enerzijds, en Arij Schalcken, als bloedvoogd van Lisbet Schalcke, 11 jaar oud, en Goosen Schalcke, ongeveer 6 jaar oud, weeskinderen van Schalck Bastiaens, verwekt bij Lintje Maertens, anderzijds. (ORA Puttershoek, inv. 1)

Kinderen:

Ex 1 (volgorde onzeker):

a. Gijsbert Schalcken, trouwde NG Puttershoek 19 nov./11 dec. 1644 (getuige: zijn vader Schalck Bastiaens) Maergie Jans

b. Maergie Schalcken, trouwde vóór 9 juni 1641 Japick Aerdts

c. Lijsbeth Schalcken (= kwartier 4473), geboren naar schatting ca. 1623, jonge dochter wonende te Puttershoek (1644), trouwde NG Puttershoek 7 dec. 1644 (getuige: haar vader Schalck Bastiaens) Arie Centen, jongman wonende te Puttershoek (1644)

d. Arie Schalcken (= kwartier 3386)

d. Pieterke, gedoopt NG Puttershoek 14 sept. 1625 (getuigen: Arie Willems, Marike Hermans, Marike Pieters)

e. Goswijnis, gedoopt NG Puttershoek 2 sept. 1629 (getuigen: Cornelis Andries, Maritge Jans, Barbel Bastiaens)

Ex 2:

f. Lisbet Schalcke, geboren ca. 1645

g. Goosen, geboren ca. 1650

(Prometheus XIII, p. 210)

6774. Tobias Gerritse, geboren naar schatting ca. 1590, jongman van Rhoon (1613), trouwde NG Poortugaal 9 mei 1613

6775. Trijntje Ariens, geboren naar schatting ca. 1590

(Prometheus XII, p. 287)

6776. Laurens Adriaen Aertsz., geboren ca. 1570, vermeld in West_IJsselmonde in 1618, overleden in of na 1634, trouwde ca. 1595

6777. Neeltje Dirksdr.

6778. Jacob Krijnen. geboren Oost-Barendrecht naar schatting ca. 1565, landeigenaar in Oost- en West-Barendrecht, landhuurder in de Ziedewij, overleden tussen 1638 en 29 mei 1640, trouwde 2e (3e gebod Barendrecht 17 juli en bescheid gegeven) 1633 Wijve Lenertsdr., weduwe van Zevenhuizen (1633), overleden na 17 dec. 1634, trouwde 1e Pieter Dircx, trouwde 1e (ondertrouw Rijsoord 25 mei, ald. bescheid gegeven om te trouwen) 1593

6779. Geertgen (Geertruijt) Ellertsdr., van Rijsoord (1593), begraven Barendrecht 30 april 1632

(Ons Voorgeslacht 2001 (nr. 526), p. 232-233)

6782. Abraham Arijensz. Jeiskoot (Jiskoot), geboren ca. 1603, boer op de hofstede “’t Klooster” te Kijfhoek (op het terrein van het voormalige klooster Eemstein), schout en secretaris van Kijfhoek, kerkmeester in Kijfhoek (1639, 1645), hoogheemraad van de Zwijndrechtse Waard, man van den Hove en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, overleden (67 jaar oud) op 5 jan. 1671, begraven in de kerk van Kijfhoek (zerk), trouwde naar schatting ca. 1625

6783. Eva (Yefken) Pietersdr. van Dalem, geboren Groote Lindt, naar schatting ca. 1605, overleden tussen 13 mei 1683 en 1 aug. 1687

De kerk van Kijfhoek. (foto: www.historisch-genootschap-heerjansdam.nl

– 22 aug. 1664: comp. voor notaris G. Waltherij Abraham Jeijscoot, oud mansman [achterleenman] van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland en zijn vrouw Eva Pietersdr. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, met dien verstande, dat na hun beider overlijden al hun na te laten goederen onder de kinderen moeten worden verdeeld “ende dat bij egale portiën, imputerende bij desen ijders aenpart ende gedeelte allen ’t gene haere voormelte kinderen ’t sedert haeren troudach van hen testateuren alreede hebben geproffijteert ende genooten, ende bij hen testateuren uijt saecke van geïnterponeerde borchtochte voor deselve haere kinderen is opgeleijt ende betaelt, uijtwijsens de bescheijden daervan sijnde.” De testateuren wensen voorts, dat de goederen, die Cornelis Willemsz. Leenheer, de man van hun dochter Maijken Abrahamsdr., krachtens dit testament zal erven, “soo ten reguarde van hem als zijn voormelte huijsvrouw sullen sijn ende blijven geaffecteert met den laste van fideïcommis sonder deselve in eenigerhande manieren te mogen verminderen, vervreemden ofte veraliëneren, instituerende in den eijgendom derselver haere kinderen ende kintskinderen bij representatie, oock niet willende dat de simpele vruchten van dien bij den selven Leenheer ende sijne huijsvrouw te trecken in’t geheel ofte deel bij eenig van derselvers crediteuren sullen werden gearresteert, beswaert ofte becommert, te meer om dies wille sijlieden haere legitime [portie] ende wettich erffdeel ende noch meer alreede hebben geproffijteert ende genooten”. Als de langstlevende gaat hertrouwen moet hij of zij afstand doen van de gerechte helft van de gemene boedel ten behoeve van hun kinderen of verdere nakomelingen, waarbij dezelfde bepaling van fideïcommis zal gelden als hiervoren vermeld is. Zij benoemen tot executeurs-testamentair en voogden hun zoon Arien Abrahamsz. en hun “swaeger” [=schoonzoon] Cornelis Jacobsz. van Prooijen. Comparanten tekenen met hun naam (A. Jeijskoot en Eua Pijeters). (ONA Dordrecht inv. 295, f. 115 e.v.)

– 1667: Abram Adriaensz. Jeijskoot wordt in de 200e penning van Kijfhoek aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 283)

– 1667: Abraham A. Jeijscoot op Kijfhoek wordt vermeld in het kasboek inkomsten 200e penning (onder afschrijvingen van Heeroudelandsambacht) met 5 ponden [d.w.z. een vermogen van  5000 gl.] (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3981, geen folionrs.)

– 3 jan. 1671: Abram Jeskoot, ziek bij de haard zittend en zijn vrouw Yva Pietersdr., eveneens ziek zijnde, in bed liggend, testeren ten overstaan van de Rijsoordse notaris P. van Gilst. (Testament op de langstlevende.) Zij herroepen hun eerdere testament, gepasseerd voor de Dordtse notaris G. Gualtery. Tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende en na diens dood hun zoon Arij Abramsz. en hun schoonzoon Cornelis Jacobsz. van Prooijen. Akte door beide testateuren ondertekend. (Slijkerman, o.c., p. 17)

– 7 okt. 1671: Eva Pieters, weduwe van Abraham A. Jeyskoot, schout van Kijfhoek, transporteert aan Maeyken Adriaensdr. [Droogendijk], weduwe van haar zoon Isaack Abrahamsz. Jeiskoot, in zijn leven gewoond hebbende op Heeroudelandsambacht, 4 morgen 5 hont 6 roeden land met een huis, boomgaard, schuur en verdere toebehoren, staande en gelegen in het hoofdambacht van Heeroudelandsambacht. (Slijkerman, o.c., p. 17)

– 13 mei 1683: Leendert Aryensz. Saley is 1100 gl. schuldig aan Eva Pietersdr. weduwe Jeyskoot, wonende te Heeroudelandsambacht. (Slijkerman, o.c., p. 17)

– 1 aug. 1687: inventaris opgemaakt van de goederen nagelaten door Eva Pietersdr., moeder van Aryen Abrahamsz. Jeskoot. Issack Abramsz. Jeyskoot en Anneken Abramsdr. Jeyskoot, weduwe van Cornelis Craenendonck. Slijkerman, o.c., p. 17-18)

6788. Jan Jansz. Doncker de oude, overleden na 19 mrt. 1664, trouwde ca. 1635

6789. Marritge Cornelis Heijmansdr., overleden na 1 okt. 1681, trouwde voor 7 mrt. 1679 Pieter Jansz. Schoenmaecker

6790. Lenert Ariensz. van der Spruijt, jongman van Zevenhuizen (1629), overleden tussen 29 april 1663 en 11 april 1686, trouwde NG Zevenhuizen 16 dec. 1629

6791. Divertge Ariensdr. van der Chijs, jonge dochter van Zevenhuizen (1629), overleden voor 11 nov. 1662

(Kronieken 1997 (nr. 1), p. 74)

6850. Jan Claesz. timmerman te Noord-Waddinxveen, wonende bij de Waddinxveense brug (1636) (ONA Gouda inv. 180, f. 483), trouwde voor 1622

6851. Emmetgen Davidsdr.

– 29 juli 1636: zij testeren te Gouda

– 1622: in het hoofdgeld van Noord-Waddinxveen worden vermeld Jan Claesz., zijn vrouw en een nog ongedoopt kind. (OA Gouda inv. 2294, f. 113v)

– 11 dec. 1642: Emmetgen Davids wordt door haar dochter tot erfgename benoemd in haar testament. (ONA Gouda inv. 222, f. 381)

[Vriendelijke mededeling van de heer H.M. Kuypers te Voorschoten.]

6852. Teunis Jansz. Aanen, geboren ca. 1600, jongman wonende in de Lage Giessen (1642), bouwman in de Lage Giessen, tekent diverse akten met zijn merk, overleden tussen 12 febr. 1666 en 7 juli 1666, trouwde NG Hoornaar 16 febr. 1642

6853. Heijlte Pietersdr. den Brainker (Braecker), geboren te Peursum ca. 1610, jonge dochter van Peursum (1642), overleden vóór 1 sept. 1664

– 1 sept. 1664: schuldbekentenis door Teunis Jansz. Aanen, weduwnaar, aan Hendrik Pieter van den Bosch. (500 gl.). Hij heeft vier onmondige kinderen: Jan, Gerrit, Anneke en Jan de jongste.

– 12 febr. 1666: hij testeert. Universeel erfgenaam zijn zoon Geerit Teunisz. Aanen. De drie overige kinderen Jan Teunisz. de oudste, Anneke Teunisdr. en Jan Teunisz. de jongste krijgen resp. 2 zilveren ducatons (de twee eerstgenoemden) en 1 morgen hooiland voor 100 gl. (de laatstgenoemde).

– 7 juli 1666: zijn kinderen sluiten een akkoord over de verdeling van zijn nalatenschap.

6860. Arien Claesz. Coomen, trouwde naar schatting ca. 1645

6861. Ariaentje Jansdr. (vermoedelijk doopgetuige te Hillegersberg op 12 jan. 1676)

ONA Rotterdam inv. 557, akte 147: op 8 aug. 1656 verklaart Arien Claesz. Coomen, wonende in Ter Bregge in het ambacht van Hillegersberg, schuldig te zijn aan Witte Pouwelsz., wonende in Ommoord in hetzelfde ambacht, een somma van 500 gl. 

6862. Gerrit Michielsz. Leeflang, jongman wonende te Hillegersberg (1631), overleden na 18 april 1680, trouwde NG Hillegersberg 2 mrt. 1631

6863. Maritge Willemsdr. van Leeuwen, jonge dochter van Ommoord in Hillegersberg (1631), overleden na 22 jan. 1676

(www.stamboom.vandijk-verweij.nl)

6872. Pouwel Cornelisz. Cappeteijn alias Weggeman, geboren ca. 1605 wrsch. te Berkenwoude, overleden ca. 1651, trouwde

6873. Geertgen Jansdr.

6884. Aelbrecht Willem Aelbrechtsz. (van Broeckhuijsen), geboren ca. 1615, woonde te Hillegersberg (1675), wellicht bouwman en vervener in Bergschenhoek, bezat een boerderij in de Butterdorpse polder ald., woonde aan de Bergweg (1674), namens zijn 3e vrouw op 6 nov. 1680 beleend met de helft van een leen te Hillegersberg van de heer van Wassenaaroverlijden aangegeven bij de gaarder te Hillegersberg 18 mrt. 1699 (impost 6 gl.), trouwde 1e NG Berkel 11 febr. 1635 Maritge Jansdr., 3e NG Hillegersberg 20 okt. 1675 Jannetje Peyen Hogerwaart, weduwe wonende aan de Bergweg te Hillegersberg (1675), dochter van Peijen Adriaensz. Hogerwaart en NN,  2e NG Hillegersberg 23 mrt. 1641 (ondertrouw) 

6885. Maertgen Ariensdr., van Hillegersberg (1641), overleden na 11 febr. 1658, trouwde 1e Dirk Dirksz.

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht, p. 140, Onze Voorouders II, p. 34)

6886. Arij Cornelisz. Kerckhoff, jongman van Hillegersberg (1641), woonde te Ommoord op Wolfloepen aan de Rotte, overleden tussen 3 april 1668 en 16 okt. 1669, trouwde NG Hillegersberg

6887. Annetje Cornelisdr., overleden vóór 16 okt. 1669 

(Onze Voorouders II, p. 34, Ons Voorgeslacht 1978, p. 182 en 184)

6888. Cornelis Huijgensz. Schoonder, geboren ca. 1637, woonde te Capelle a/d IJssel, testeert met zijn tweede vrouw in Capelle a/d IJssel op 27 juni 1677, overleden voor 1692. trouwde 1 NG Capelle a/d IJssel 9 april 1656 Trijntje Claesdr., 2e NG Capelle a/d IJssel 19 okt. 1659 Aaltge Michielsdr., jonge dochter van Capelle a/d IJssel (1659)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 114)

6892. Willem Rochusz. Lems (de Oude Willem of  Grote Lems), gedoopt NG Poortugaal 26 juni 1633, overleden tussen 1 mei 1680 en 6 aug. 1694, trouwde voor 17 mei 1660

6893. Lijsbeth Leendertsdr. Veerman, overleden voor 1714

(Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 232, Ons Voorgeslacht 1979, p. 242, Parenteel van Doen Beijensz., p. 128)

6894. Huijbrecht Cornelisz. Boogaertman, geboren ca. 1621, visser, schepen van Pernis (1655), overleden voor 15 nov. 1671, trouwde

6895. Lijntge Ewoutsdr. Verduijn, lidmaat NG gemeente te Pernis in 1669, overleden na 6 mrt. 1683

(Ons Voorgeslacht 1981, p. 378)

ONA Schiedam, notaris Maarten Kouwenhoven, prot. 761, p. 625, 11 mei 1663: Huijbrecht Cornelisz. Bogaartman, visser, legt een verklaring af, hij woont in Pernis en is 42 jaar oud.

Idem, notaris Govert van Gesel, prot. 781, p. 1019, 15 nov. 1671: comp. Lijntje Ewouts, weduwe van Huijbrecht Cornelisz. Bogaartman, wonende te Pernissersluis en geeft machtiging aan Maarten van Sonnevelt, procureur voor het Hof van Holland.

Idem, notaris Maarten Kouwenhoven, prot. 767, p. 45, 6 mrt. 1683: comp. Lijntje Ewouts Verduijn, weduwe van Huijbrecht Cornelisz. Bogaartman, wonende te Pernis, ziekelijk van lichaam te bedde liggende, maakt haar testament, benoemt tot erfgenamen haar kinderen. Legaat voor haar dochter Duijfje Huijbrechts: al haar kleren. Gedaan ten huize van de testarice te Pernis.

6896. Wigger Ariensz. van der Tack, geboren Ouderkerk a/d IJssel ca. 1608, schuitenvoerder met meerdere schepen, heemraad, ambachtsbewaarder, op 26 febr. 1637 aangesteld tot burgemeester van Ouderkerk, wordt dan voor het eerst Van der Tack genoemd, ondertekende diverse akten met zijn naam en daarachter “bij den Dicken Boom”, koopt in 1639 een erf in de Cromme, een werf van Leendert de Bie, in 1644 nog een erf, neemt in 1659 de bierpacht over, overleden na 1677, trouwde ca. 1635

6897. Aechtgen (Eechten) Cornelisdr. (Ruichhooft)

– 10 jan. 1639 en 16 aug. 1639: de kinderen en erfgenamen van Anthonis Brantsz. en diens echgenote Barbertgen Huijgen verkopen aan burgemeester Wigger Ariensz. van der Tack, gehuwd met Aechtgen Cornelisdr., wonende bij de Dicke Boom, een erfje in de polder de Cromme. Resp. cavelen 16 mrg. land met huis, berging en schuur. Verkopers en koper verkopen tussen 8 dec. 1638 en 1 jan. 1639 een hofstede, die door de overledenen was gebruikt. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 354-355)

– 20 juni 1653: Wigger Ariens, getrouwd met Aechgen Cornelisdr., wordt vermeld als erfgenaam van Adrijaen Brants, in zijn leven metselaar en Neeltgen Crijnendr. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 355-356, Ons Voorgeslacht 1980, p. 276)

6898. Leendert Ariensz. Verbie, steenbakker, overleden na 1 dec. 1671, trouwde vóór 23 juni 1658

6899. Neeltje Gerritsdr. Luijt

6900. Huich Senten (Centen), overleden voor  18 juni 1677, trouwde

6901. Trijntje Senten (Centen), overleden na 18 juni 1677

(Ons Voorgeslacht 1980, p. 66)

7024. Hendrik Scheij, gedoopt NG Dordrecht april 1610, jongman van Dordrecht, steenhouwer wonende in de Sarisgang (1633), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 sept. 1639 (een baar voor Henderick Stevensz. Scheij steenhouwer op de hoek van de Schuitenmakerstraat), trouwde NG Dordrecht 2/18 okt. 1633

7025. Maeijken Adriaen Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1605, wonende bij de Vismarkt (1633), weduwe van Hendrick Scheij steenhouwer, van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1640), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 aug. 1648 (de vrouw van Hendrick de Jong, steenhouwer, op de hoek van de Schuitenmakersstraat), trouwde 2e NG Dordrecht 23 sept./21 okt. 1640 Hendrick de Jong Pietersz., jongman van Dordrecht, steenhouwer wonende bij de Grote Kerk (1640), zoon van Pieter Jansz. zeilmaker en NN, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 mrt. 1649 (Hendrick de Jong, steenhouwer, op de hoek van de Schuitenmakersstraat)

– 2 okt. 1617: men is schuldig aan Marijgen Ariensdr., de dochter van Adriaentgen Willemsdr., een somma van 100 gl. wegens geleende penningen. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 88v)

– ca. 1626 (rekening door de weduwe van mr. Wemmer Pietersz. Despinoij afgelegd t.o.v. de weesmeesters van Dordrecht): wijlen Belia Jansdr., weduwe van mr. Eeuwout Aertsz., heeft de helft van hun gemeenschappelijke boedel vermaakt aan het natuurlijke kind van Adriaen Willemsz. schipper, van welk kind Ariaentgen Laurensdr. de moeder was. Erfgenamen van mr. Eeuwout Aertsz., waren o.a. mr. Wemmer D’Espinoij, de kinderen van Govert Laurensz., het voornoemde kind van Adriaen Willemsz. en de dochter van Emmer Jansz. steenhouwer, elk voor 1/4 part in 1/3 part. (Weeskamer Dordrecht inv. 513, z.d. [ca. 1626])

– 1638 (200e penning Dordrecht): Henrick Scheij steenhouwer wordt aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 1v)

– 4 nov. 1639: een baar voor de meid van de weduwe van Henderick Scheij (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 6 dec. 1639: in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Hendrick Stevensz. Scheij, gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 6 sept. 1639. Hij heeft tot voogden aangesteld zijn vader Steven Aertsz. Scheij en zijn behuwd neef Pieter Hoochlander, die nu verklaren de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 287v)

– 1650: Sara de Spinoij, weduwe van Pieter Hoochlander, in zijn leven apotheker te Dordrecht en voogd over de drie minderjarige kinderen van wijlen Henrijck Pietersz. de Jong, steenhouwer en burger van Dordrecht, naast diens vader Pieter Jansz. zeilmaker, verzoekt in plaats van haar overleden man tot voogd over die kinderen aan te stellen mr. Alexander de Hooch, chirurgijn te Dordrecht. (ORA Dordrecht, inv. 61, f. 71)

7026. Jan Fransz., schipper van Geertruidenberg, woont op de Riedijk te Dordrecht beneden “den Blaeuwen Ancker” (1626), trouwde NG Dordrecht 10/23 mei 1626 (habitat cum sponso, proclamatio Geertruidenberga, sponsa testimonium de consensu amicorum)

7027. Dingenke Steven Albertsdr., van “Vliemen”, wonende te Dordrecht (1626)

7028. Jacob Ariensz. de Recht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 jan. 1694 (een baar voor Jakob Aerijensz. de Recht schipper, buiten de Vuilpoort), trouwde NN

NB: niet te verwarren met zijn gelijknamige kleinzoon, van wie vaststaat, dat hij in 1707 nog leefde: op 28 sept. 1707 compareert voor notaris B. van Gelsdorp Jacomijntie Abrahamsdr. van Eldere, weduwe van Arien Jacobsz. de Recht, die “metterdood” hun testament van 9 mei 1676 heeft bevestigd, nalatende drie kinderen bij haar verwekt. Comparante wil dat, “na examinatie van haar boedel ende goederen” de legitieme portie, die de drie kinderen wegens hun vaders nalatenschap toekomt, vergroot wordt van 200 gl. tot 2100 gl., derhalve voor ieder kind een somma 700 gl. Compareren mede Abraham en Jacob de Reght en Hendrik Scheij, getrouwd met Anna de Reght, allen kinderen van de comparante, die verklaren daarmee genoegen te nemen en hun moeder hartelijk te bedanken. Akte door comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 670, akte 67, f. 248 e.v.)

7030. Abraham Hermansz. van Elderen, geboren naar schatting ca. 1596, van Dordrecht (1624), conrector van de Latijnse School te Dordrecht, overleden aan de pest, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1637 (een baar voor Abram van Elderen conrector), trouwde NG Dordrecht 21 juli/6 aug. 1624

7031. Aeltien Jan Daniëlsdr. (van der Meijde), gedoopt NG Dordrecht mrt. 1604

– 1621: Abraham van Elderen wordt conrector aan de Latijnse school te Dordrecht (NNWB [internet])

– 1626: Abraham Hermansz. van Elderen, conrector, in de 1000e penning van Dordrecht aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl.

– 12 okt. 1628: Mariken Jacobsdr., vrouw van Jan Carelsz., geassisteerd met Reijer Geerbrantsz. bakker, verkoopt aan Abraham Hermansz. van Elderen een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Jan Matheusz. [Wens] metselaar en de gang of poort van het Heilige-Geesthuis. De koper is schuldig aan verkoopster 700 gl. Borg: Hermen Hermensz. van Elderen, kleermaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 767, f. 41v)

– 1630: Abraham van Elderen brengt een boodschap van rector Is. Beeckman over aan de Franse filosoof en wiskundige René Descartes (NNWB [internet])

– 1633: Abraham Hermansz. conrector betaalt in de verponding voor zijn huis op de Lindengracht 7 gl. 10 st. Belenders: Hans Willemsz. hoedenmaker, die huurt van Jan Matheusz. Wens metselaar, en Lijsbeth Gijsberts weduwe (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 174v)

– 31 jan. 1637: Abraham van Elderen, conrector van de Latijnse School, verklaart tot “indemniteijt” van een borgtocht ter somma van 500 gl., die wijlen Reijnier Staessen van Hellouw, wijnkoper te Dordrecht, voor hem heeft gepresteerd t.b.v. de weduwe van Willem Jacobsz. Bol, verbonden te hebben een derde deel in een huis omtrent de Pelserbrug aan de havenzijde, staande tegenover “het Seven Sterre” tusssen het huis van Henrick Jansz. Bercheijck en ’s herensteiger, welk derde deel hem, comparant, is aangekomen door overlijden van zijn vader, Herman Hermansz. van Elderen. (ORA Dordrecht inv. 771, f. 5)

– 17 juli 1638: notaris Adriaen van de Graeff, als curator van de boedel, die is nagelaten door Abraham van Elderen conrector, verkoopt aan Corstiaen Coopmans, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Lijsbeth Gijsbertsdr. en dat van Jan Mattheusz. Wens. (ORA Dordrecht inv. 771, f. 92v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jaquemijnke, juni 1625

b. Johannes, mrt. 1627

c. Franciscus, april 1628

d. Willemijntghe, okt. 1629

e. Jacomina, juni 1631

7032. Thomas Ouwen (Ouwens), geboren naar schatting ca. 1575, Engels soldaat onder kolonel Veer (1607, 1609), weduwnaar wonende in de Kromme Elleboog tegenover Cornelis de touwer (1609), trouwde 1e NG Dordrecht 21 febr./15 mrt. 1607 (testimonium a capitaneo) Jannicke Goevaert Andriesdr., gedoopt NG Dordrecht 11 sept. 1585, van Dordrecht, weduwe van Claes Geritsz. soldaat (1607), overleden ca. 1608, dochter van Govaert Andriesz. en Coenken Lauwrensdr., Thomas Ouwen trouwde 2e NG Dordrecht 15 febr./10 mrt. 1609 (sponsus testimonium a capitaneo)

7033. Maike Sent Pietersdr., van Oostende, wonende in de Kromme Elleboog te Dordrecht (1609)

NB: kwartier 7032 niet te verwarren met de in onderstaande akte vermelde Thomas Ouwens:

ORA Dordrecht inv. 749, f. 87 e.v.: op 26 mrt. 1608 verkoopt Thomas Ouwens, als procuratie hebbende van zijn vader Claes Ouwens, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeester, schepenen en raden van Nijmegen op 31 okt. 1607, en tevens vervangende Jan Ouwens, zijn mondige broer, en Rijck Ouwens, zijn onmondige broer, aan Cornelis Ariensz. Bijl, burger van Dordrecht, de helft van een huis in de Visstraat, genaamd “het Cromhout”. (Belenders worden niet vermeld.) Waarborg: Gillis Gillisz.

ORA inv. 705, akte 277: verklaring dd 1 april 1566 op verzoek van Cornelis Remboutsz., burger van Zaltbommel, door Claes Ouwensz., burger van Nijmegen, 34 jaar oud.

Kinderen:

ex 1:

a. Andries Thomasz., gedoopt NG Dordrecht 1 febr. 1608, jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1631), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1637), metselaar (1631), arbeider aan de straat (1637), trouwde 1e NG Dordrecht 25 mrt./10 juni 1631 Neeltgen Jan Vassendr., van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat (1631), overleden ca. 1636, 2e NG Dordrecht 1 mrt. 1637 (ondertrouw) Janneken Hermans, jonge dochter van Amsterdam, wonende in de Raamstraat (1637)

Kind (ex 2):

a-1. Govert Andriesz. Gravendijck, gedoopt NG Dordrecht aug. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1667), trouwde NG Dordrecht 20 mrt. 1667 (ondertrouw) Isabella Willemsdr. van der Linde, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1667)

ex 2:

b. Thomas Thomasz., gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1611

7034. Jacob Pietersz. (Beeckman), gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1583, hoedenmaker van Dordrecht (1607), weduwnaar wonende in de Nieuwstraat (1626), overleden in 1626, trouwde 2e NG Dordrecht 22 mrt./14 april 1626 Willemijnke Clement Boudiersdr., van Dordrecht, wonende in de Sarisgang (1626), weduwe wonende in de Sarisgang (1628), trouwde 2e NG Dordrecht 26 nov./10 dec. 1628 Nicolaes de Liege, jong gezel van Namen, slotenmaker wonende op de Gevulde Gracht (1628)

Jacob Pietersz. Beeckman trouwde 1e NG Dordrecht 1/17 april 1607 

7035. Anneken Jan Govaertsdr., geboren naar schatting ca. 1580, van Dordrecht (1600, 1607), weduwe wonende in de Augustijnenkamp (1607), overleden ca. 1622, trouwde 1e NG Dordrecht 15/28 okt. 1600 (proclam. te Amsterdam, getrouwd op het bescheid van Amsterdam) Jasper Jansz., metselaar van Bergen op Zoom, weduwnaar wonende te Amsterdam (1600)

– 8 juni 1620: voor notaris G. de Jager compareert Jacob Pietersz. Beeckman, hoedenmaker, 36 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 25, f. 153)

– 15 juni 1620: Gijsbrecht de Jager, notaris en procureur te Dordrecht, door het Gerecht aldaar aangesteld tot curator over de boedel van Goris Jacobsz. loodgieter, transporteert aan Jacob Pietersz., “hoedecramer” en burger van Dordrecht, een huis met twee woningen daarachter, genaamd “de Schenckkan”, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Francois Beens en het huis, dat diezelfde dag is opgedragen aan Wessel Lambrechtsz. [messenmaker]. Het huis is belast met een hypotheek van 1000 gl., waarvan de koper de helft te zijnen laste neemt. Koper is schuldig aan verkoper 400 gl. Borgen: mr. Lambrecht Heijmans en Cornelis Jansz. metselaar, burgers van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 761, f. 81 e.v.)

– 1620: in de verponding van Dordrecht betaalt Jacob Pietersz. cramer in de Nieuwstraat 6 ponden, is ontvangen op 19 mei 1626 (RA Dordrecht archief 3, inv. 3969, f. 169)

– 1622: in het hoofdgeld van Dordrecht betaalt Jacob Pieters in de Nieuwstraat (met 6 kinderen) – [sic] (RA Dordrecht archief 3, inv. 3794, f. 137)

– 1626: in de verponding van Dordrecht betaalt de weduwe van Jacob Pietersz. hoedenmaker 6 ponden, is ontvangen op 8 juni 1627. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3970, f. 128v)

– 4 juli 1626: Goovert Jansz. Heijmans en Cornelis Gijsbrechtsz., als bloedvoogden van de onmondige weeskinderen van Jacob Pietersz. hoedenmaker, verkopen aan Goris Pietersz, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis, twee huisjes en een loods in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Franchoijs Beens en dat van Wessel Lambertsz.. Waarborg: Goovert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 33)

– 18 dec. 1626: extract ingeschreven van het testament van Jacob Pietersz. Beeckman en zijn vrouw Anneken Jansdr., gepasseerd voor notaris Jan Pietersz. Vekemans te Dordrecht op 19 aug. 1622 [protocollen van notaris Vekemans zijn niet bewaard gebleven] (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 145)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter, febr. 1608

b. Margreta, febr. 1610

c. Isaac, dec. 1613

d. Aletta, geboren naar schatting ca. 1620

7036. Jenefaes Hermensz. van der Cloet, jongman van Culemborg (1645), beenhakker, overleden tussen 14 jan. 1654 (NG doop kind te Dordrecht) en 11 juni 1654, trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 9/30 april 1645

7037. Maeyke Willemsdr. van der Mast, geboren ca. 1623 (3 jaar in 1626), wonende op de hoek van het Steegoversloot (1656), trouwde 2e NG Dordrecht 6 aug. 1656 (ondertrouw) Willem Pietersz. van der Kievidt, jongman van Nijmegen (1656), beenhakker te Dordrecht

– 3 febr. 1645: Jacob Jacobsz. de Grandt, burger van Dordrecht, verhuurt aan Jenefaes Harmansz. van der Kloet beenhakker een huis, genaamd “de Drie Schoppen”, staande naast brouwerij “de Valck” [in de Vriesestraat] voor 200 gl., te betalen alle drie maanden 50 gl., een derde in de verpondingen en twee stuivers van de soldatenbiljetten. Akte door Van der Kloet ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 84, f. 276v e.v.)

– 1652: Genefaes Hermansz. beenhakker van wegen de moeder van zijn vrouw met zijn mede-erfgenamen betaalt 40 ponden [doorgehaald zonder opgave van de reden waarom] (RA Dordrecht archief 3, inv. 3979, f. 63v)

– 22 nov. 1654: begraven een kind onder de arm van de weduwe van Jenefaes Hermense, beenhakker, bij het Steegoversloot. (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 29 sept. 1670: procuratie door Willem Pietersz. van der Kievit, beenhakker, getrouwd met Maijken Willemsdr. van der Mast, die als voorman had Jenefaes Hermensz. van der Kloet, mede vanwege haar kinderen, Hermen en Willem Jenefaesz. van der Kloet, op haar oom Dirck van Weest, betreffende de erfenis van een derde deel van 8 mrg. land, liggende over de Meer in het land Buren, nagelaten door Marichje Hermansdr. van der Cloet te Culemborg, (Gens Nostra 1992, p. 207-208)

– 19 mrt. 1686: geeft te kennen Willem Pietersz. Kievit, burger van Dordrecht, dat tussen hem en zijn vrouw opgericht is zeker contract van scheiding van tafel en bed, waarin onder meer is bepaald, dat zijn vrouw tot zijn onderhoud zou uitreiken een bedrag van 2 gl. per week “ende zijns … vuijl lijnwaet op hare costen wassen”. Hij heeft sedert de separatie in Papendrecht gewoond, waar hij zich altijd “sedigh, modest, vroom end eerlijck” heeft gedragen. Zij vrouw is echter met de betalingen gestopt, waardoor hij nu dreigt te vervallen “aenden Armen”. De Kamer Judiciaal besluit op 28 mrt. 1686 opdracht te geven aan de vrouw, dat zij de supplicant wekelijks 25 stuivers uitkeert op voorwaarde, dat hij zich goed gedraagt. (ORA Dordrecht inv. 74, f. 180 e.v.)

– 19 mrt. 1686: Maeijken Willemsdr. van der Mast, , vrouw van Willem Kievit ontkent, dat er een dergelijk contract bestaat, veel min dat zij tot enige uitkering aan haar man verplicht is, maar dat “mits de onverdraeghlijcke sevitie ende quaet comportement van den suppliant niet alleene tegens haer requirante, maer oock tegens de buijren ende gilde-broeders vant beenhackersgilde streckende tot hare ruïne ende onderganck” zij genoodzaakt geweest is zich te wenden tot het stadsbestuur en vervolgens gekregen heeft van het gerecht autorisatie om haar man op haar kosten op te sluiten in het Lazarushuis te Dordrecht. (id,. f. 181 e.v.)

7136. Jeremias Copijn Jeremie Coppin, ook Coppen), ’s herendienaar te Dordrecht,trouwde Waals Geref. Dordrecht 24 juni 1618 

7137. Aeltgen Gerritsdr. Tielquin

– 9 febr. 1630: Isaack Jansz. Canin, boekhouder, en Franchoijs Boels diaken van de huisarmen te Dordrecht, verkoopt voor 270 gl. aan Jeremias Copijn ’s herendienaar een huis in het Loverstraatje, staande naast het huis van Quintijn Pietersz. [van de Velde] bakker. De koper is schuldig aan de diaconie een bedrag van 220 gl. (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 15 e.v.). 

Kinderen:

a. Jeremie, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 1 april 1619

b. David, geboren naar schatting ca. 1620

c. Mechtelken, gedoopt NG Dordrechtt nov. 1621

d. Hester, gedoopt NG Dordrecht sept. 1628

e. Judith, gedoopt NG Dordrecht nov. 1630

7148. Augustijn (Augustin) Charlin (Scharlin), soldaat onder kapitein Huijgen (1632), provoost van het Waalse regiment van Willem van Nassau (1663), trouwde NG Arnhem 8/30 april 1632

7149. Anne (Anna) Rob(b)erts, geboren naar schatting ca. 1605, trouwde 1e Willem Claessen van Herentals 

– 16 nov. 1649: ontvangen als inheems poorter van Dordrecht, Augustijn Charlijn, geboren te “Frascaet in Italiën”, mits betalende 24 st. (ORA Dordrecht inv. 61, f. 17)

– 11 juni 1663: compareren voor notaris G. de With Louwijs de Bonnere, sergeant in de compagnie van Zijne Genade Willem van Nassau, liggende in garnizoen te Dordrecht, Jan Willemsz. en Johannes van Dusseldorp, soldaten in diezelfde compagnie en verklaren op verzoek van hun kapitein Johan Maurice de Castelliegos, dat zij op die dag zijn geweest ten huize van Augustijn Charlijn, provoost van het Waalse regiment van Willem van Nassau, omdat Jan Willemsz. zich aldaar “in hechtenisse” wilde begeven. Charlijn heeft echter gezegd, dat hij noch Jan Willemsz., noch iemand anders in zijn huis wilde hebben. De attestanten hebben toen gezegd, dat zij daarvan rapport aan de kapitein zouden doen, waartegen Charlijn geen bezwaar maakte. (ONA Dordrecht inv. 228, f. 113)

Kinderen:

a. Jan, geboren naar schatting ca. 1635

b. Maria, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1647

c. Constantin, gedoopt Waals Dordrecht 1 nov. 1648 (getuigen: Pierre Vincent, Marie Riga, Beatrix Joseph)

7158. Arij den Decker, geboren naar schatting ca. 1640, woonde vermoedelijk aan ’s herendijk van Zwijndrecht onder de jurisdictie van Groote Lindt (ORA Groote Lindt inv. 3, akte dd 30 april 1727) trouwde

7159. NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Leena (Helena) Arijensdr. Decker alias Wijting, trouwde ca. 1702 Bastiaen Geenen Smouter, gedoopt NG Rijsoord 8 dec. 1665

b. Pieter van der Linde, metselaarsbaas te Rotterdam, vermoedelijk ongehuwd, overleden ca. 1726

– 13 sept. 1725 (testateur staat niet in de personele 200e penning): voor notaris J. van Gesel jr. te Rotterdam testeert Pieter van der Linde, wonende op de Schie even buiten Rotterdam, ziek te bed liggende. Hij herroept zijn eerdere testamenten e.d., in het bijzonder het testament van 1 aug. 1725 en het codicil van 30 aug. 1725, beide gepasseerd voor notaris J. van Gesel jr. Testateur legateert aan Heiltje Hendriksdr. Zigtermans, weduwe van Abraham van Munster, een huis “met de belastinge daarop staande”, gelegen aan de westzijde van de Korte Hoofdsteeg, belend ten noorden door Johannis van Putten en ten zuiden en aan de achterzijde door Jacobus Beijerman, welk huis staat geregistreerd als nr. 287, vijf huizen in de Suikersteeg en twee huizen in de Blomsteeg, alle staande in Rotterdam, een blekerij met de twee huizen, die daarop staan, op de Singel, recht tegenover de Hofstraat, een schuldrentebrief van 500 gl. ten laste van Jacobus Steenbreker, verzekerd op een huis aan de oostzijde van de Langelijnstraat te Rotterdam, een schuldrentebrief van 500 gl. ten laste van Maria Pen, weduwe van Jacobus van Putten meester-smid, verzekerd op een huis bij de brug van het “Oosterse Nieuwehooft” te Rotterdam, al zijn sieraden, goud- en zilverwerk, al zijn meubels, inboedel en kleren en een somma van 100 gl., om rouwgoed te kopen, als hij, Pieter van der Linde, overleden is. Hij legateert aan Ida Leenderts, weduwe van Hendrik Zigtermans, “voor haar getrouwe dienste”, een bedrag van 100 gl. en aan zijn zuster Leena Ariensdr. van der Linde, weduwe van Bastiaan Geene, of bij vooroverlijden haar kinderen, een bedrag van 800 gl., welke hij aan haar heeft geleend. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zuster Leena Ariensdr. van der Linde, de nagelaten kinderen van zijn broer Leendert Ariensz. van der Linde en het nagelaten kind van zijn overleden zuster Neeltje Ariensdr. van der Linde, weduwe van Arij Lodewijksz. Venkel [sic], of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Testateur wenst, dat voornoemde Heijltje Hendriksdr. Zigtermans zijn begrafenis zal regelen en ervoor zal zorgen, dat hij in Hillegersberg, als hij bij zijn overlijden buiten de stad woont, of anders in Rotterdam zelf, begraven wordt. Testateur benoemt tot executeurs van dit testament en tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen Nicolaas Ketels apotheker en Johannes de Neef boekhouder, beiden inwoners van Rotterdam. Hij tekent, “vermits sijn swackheit”, met een kruisje. (ONA Rotterdam inv. 2497, f. 728 e.v.)

c. Neeltie Arijensdr. van der Linde alias Decker, trouwde Arij Lodewijksz. Vendel (= kwartier 3579)

d. Johannis Arijensz. Decker, trouwde NN

Kinderen:

d-1. Leena Johannisdr. Decker, trouwde Pieter Jacobsz. van der Linde 

d-2. Arijaentie Johannisdr. Decker

e. Leendert Ariensz. van der Linde

7296. Nicolaes Jacobsz. Cuijper, overleden te Waalwijk in 1645 of. 1646, trouwde 1e Marijke Quirijns (Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272), 2e ca. 1600

7297. Adrianuske (Aerntke) Andriessen, overleden te Waalwijk in 1645 of 1646

Hij en zijn echtgenote hadden in de “Vrijheijt van Waelwijck” enige bezittingen, nl. huis, hofstad en “de weijde over den dijck daeraen gelegen, groot 4 hont”.

Hij verkoopt op 22 okt. 1639 zijn hele bezit aan zijn zoon Huijbert. De koper moet op zich nemen om jaarlijks 10 gl. te blijven betalen als rente aan het klooster Nazareth te Waalwijk. (Treffertje 1973, p. 27) 

Op 3 juli 1640 wordt het akkoord tussen de weduwe van zoon Huijbert en haar schoonvader Nicolaes Jacobsz. Cuijper volgens het contract daarvan zijnde, “gerenuncieerd”. 

Op 5 okt. 1640 sluit Nicolaes een lening van 400 gl. af bij zijn schoonzoon Hendrik Nicolaasz. Timmerman, getrouwd met Commerke. Huis en land dienen als onderpand. Deze schuld wordt vier jaar na zijn overlijden afgelost (onvermeld door wie). 

Op 20 mei 1643 leent hij opnieuw bij zijn schoonzoon, op dezelfde voorwaarden, nogmaals 100 gl. Reeds op 9 febr. 1644 wordt het geld “wegens Claes Jacobs Cuijper affgequitten houdende oversulcx gecasseert … “. 

Op 9 febr. 1644 draagt hij zijn land over (nog bezwaard met 20 gl. rente) aan Hendrick Nicolaasz. Timmerman. Op 20 april 1640 draagt hij eveneens aan hem over zijn huis, hofstad, boomgaard en “de erfenisse daaraan behorend”. In de akten wordt zijn vrouw Adriaentje Andries vermeld als “zaliger”. 

In 1646 vindt de scheiding en deling plaats van het geld en boedel, die Nicolaas Jacobsz. Cuijper nagelaten heeft. 

7312. Peeter Geerit Franssen (Bol), schipper, wonende te ‘s-Gravenmoer (1599), overleden mrt. 1637 en 24 febr. 1640, trouwde 2e

7313. Mecheltken Dielis (of Gielis) Lambrechts, overleden vóór 23 mrt. 1654

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7314. Vas Janssen Vermeulen (van der Meulen), overleden tussen 12 febr. 1622 en 19 april 1628, trouwde (vermoedelijk 2e)

7315. Maijke Antonis Janssen Bressers, overleden ‘s-Gravenmoer 31 okt. 1637

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7316. Dierick Adrian Jan Jacobs Cop, overleden voor 8 febr. 1615, trouwde voor ca. 1592

7317. Ghertruijt (Truijken) Stevens, overleden ca. 1627

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7318. Peeter Laureijssen Conincx (ook Peeter Laureijs Wouter Jan Noten), overleden tussen 31 dec. 1624 en 20 febr. 1626, trouwde ca. 1592

Hendricxken Roelofsen, overleden voor 31 dec. 1624

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7322. Wouter Adriaensz. Neering (Neijrinck) alias Creupele Wouter, turfschipper, wonende te ‘s-Gravenmoer 1599, overleden tussen 31 dec. 1624 en 23 mrt. 1628, trouwde ca. 1581

7323. Maeijken Adriaen Peeters Rutten, overleden voor 31 dec. 1624

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7324. Mercelis Adriaensz. Cluijter, overleden voor 18 nov. 1606, trouwde

7325. Maeijken Peeter Anthonissen Meijer, overleden voor 25 nov. 1630, trouwde 2e voor 18 nov. 1606 Adriaen Peetersz.

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7326. Wouter Jan Woutersz. Hantkijnt, overleden voor 2 mrt. 1607, trouwde

7327. Cornelia Anthonisdr. Cuijlen, overleden voor 17 febr. 1628, trouwde 2e Cornelis Janssen

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7328. Antoni Kuijsten, geboren ca. 1550 te Baardwijk, overleden voor 29 dec. 1585

(Kwartierstatenboek Prometheus XVI, p. 272)

7646. Jacob Christiaansz. van Braem, geboren naar schatting ca. 1565, lakenkoper te ‘s-Gravenzande, overleden 28 mrt. 1611, trouwde

7647. Grietje Joosten

7654. Willem Bongaert Jansz., geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht, houtkoper, (1607), overleden tussen 1622 en 1626, trouwde NG Dordrecht 14 okt./4 nov. 1607

7655. Cornelia Dierick Anthoenisdr., gedoopt NG Dordrecht 3 april 1588, van Dordrecht (1607)

– 20 okt. 1607: opgenomen in het Houtkopersgilde te Dordrecht: Wilm Bongaert Jansz., zoon van een gildebroeder, is van de eerste eed, betaalt een halve gulden (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 74v)

– 1608 (verponding Dordrecht): Willem Jan Bongert betaalt voor zijn huis op de Nieuwe Haven 5 ponden 12 sch. 6 d. Belenders: Jan Segersz. houtkoper en de weduwe van Willem Stoop Diricxsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 23)

– 1622 (kohier van het hoofdgeld Dordrecht): Willem Bongert, zijn vrouw, 5 kinderen en 1 dienstmaagd – 7 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974, f. 12)

– 1626: de weduwe van Willem Bongert wordt aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (1000e penning Dordrecht, f. 13)

– 1633: de weduwe van Willem Bongert betaalt 20 ponden in de verponding voor haar huis op de Nieuwe Haven [Houttuinen]. Ontvangen op 18 dec. 1637. Belenders: Henrick Nicolaesz. de Recht en mr/ Jacob de With ontvanger. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 22v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Willemken, nov. 1608

b. Diericxken, nov. 1608

c. Geertruijdt, nov. 1612 (= kwartier 3827)

d. Dirrijc, aug. 1615

e. Johanna, juli 1619

f. Jan, aug. 1621

g. Clara, okt. 1622

7656. Joris Houckgeest, wollakenkoper te Den Haag, overleden 1625 (NNBW, deel X (Leiden 1937), kol 389)

7658. mr. Martijn van Cromstrijen, geboren 1542 in ‘s-Gravenhage, overleden voor 1613, trouwde Delft 1588

7659. Anna de Stoppelaer, overleden in 1632

MARTEN VAN CROMSTRIJEN EN ANNA DE STOPPELAER. Mr. Marten van Cromstrijen, geboren in 1542 te ‘s-Gravenhage als zoon van Willem Simonsz., ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen, huwde in 1588 te Delft Anna Stoppelaer als tweede echtgenote. Zij was een dochter van Philips de Stoppelaer, heer van Schoonbroek, schepen van Gent, en diens tweede echtgenote Bartha van de Werve. Mr. Marten van Cromstrijen, heer in Cromstrijen, was secretaris van Zierikzee en advocaat te ‘s-Gravenhage. Hij overleed voor 1613, zijn echtgenote in 1632 te ‘s-Gravenhage
“Cornelis Bouwens sr. was vanaf 1557 jarenlang voogd over Nicolaas en Maarten Willem Simonsz geweest.”
“Voor haar 16-jarige broer Maarten werd in 1558 na het overlijden van zijn zwager een ‘rou bonnette’ gekocht.”
“Ook bij de jongens gingen voogden en familieleden de kinderen regelmatig opzoeken en kwamen veel kinderen rond de Zierikzeese ommegang (25 juni) gedurende een dag of veertien naar huis. Maarten en Nicolaas Willem Simonsz werden bijvoorbeeld tussen 1552 en 1555 elk jaar in Gent opgehaald om daarbij aanwezig te zijn. Een bijkomend voordeel van dergelijke bezoekjes was dat de garderobe van de op deze leeftijd snel groeiende jongens tijdens het verblijf in Zierikzee op orde kon worden gebracht.”
“Een uitzondering vormden de lessen die Lieven en Cornelis Steven Paerdecooper in 1572 in Brugge kregen om op de voor hen aangeschafte luijte ofte cithare’ te leren spelen. Deze lessen werden direct aan hun muziekleraar betaald. Ook het uitstapje dat Maarten Willem Simonsz maakte toen hij bij meester Simon Clarisse in Gent op school zat, werd apart in rekening gebracht: ‘verleyt door mr Simon als zy ad campos gingen £0.6.5’.”
“Maarten en Nicolaas Willem Simonsz bekwaamden zich achtereenvolgens onder de hoede van mr. Pieter Waghelegen, doctor Jan Vedevyle en kanunnik Eynout Lenaerts in de rechten.° De kosten voor kost en inwoning schommelden rond het midden van de eeuw tussen de £9 en £14 per jaar.”
“Zo kreeg Maarten Willem Simonsz toen hij in juni 1560 naar Parijs vertrok contanten mee ter waarde van £ 20 (omgerekend naar huidige koopkracht ongeveer € 4780) en werd zijn portemonnaie in oktober van het jaar daarop door zijn oudere broer tijdens een bezoek aan Parijs aangevuld. Toen Maarten in maart 1562 liet weten om geld verlegen te zitten, zorgde zijn familie ervoor dat hem enkele gouden kronen en dubbele ducaten ter hand werden gesteld door deze toe toe vertrouwen aan Jacques, de gezworen bode van Antwerpen op Parijs. Vanaf het moment dat Maarten in oktober 1563 naar de kort daarvoor opgerichte universiteit in Douai vertrok, liepen alle betalingen [via] Jacob van Oproode, een Antwerpse handelaar in meekrap die goede contacten in Douai had. Contanten werden wanneer Maarten daar in zijin brieven om vroeg door de beurtschipper van Zierikzee naar Van Oproode gebracht, die er vervolgens voor zorgde dat Maarten geld kreeg. Slechts eenmaal schortte er iets aan de communicatie en kreeg Maarten zowel via Van Oproode als via zijn voogd vijftig Carolus gulden, maar in de regel werkte het systeem uitstekend. Van Oproode rekende voor zijn diensten geen commissie, maar kreeg als dank tot tweemaal toe een flink vat haring ten geschenke. In totaal ontving Maarten op deze wijze ruim £134. …
“Burgemeester Pieter Claes Imans bedacht in 1581 bijvoorbeeld verschillende mensen met juwelen en zilveren objecten en stipuleerde dat Maarten Willem Simonsz ‘naar zijn contentement’ een keuze uit zijn juridische naslagwerken mocht maken.”
“De rekeningen voor Nicolaas en Maarten Willem Simonsz laten duidelijk zien hoe hun kleding met regelmatige tussenpozen door hun oudste zusje tijdens vakanties op orde werd ge- bracht. Slechts één keer werd bij een bezoek van hun oudste broer en zus aan Gent in september 1553 van de gelegenheid gebruik gemaakt ter plaatse hun kleding ’te gaen repareren ende te copen dat sij tegens den aenstaende winter te doene hadde’.”
“Zelfs gegevens over plezierreisjes komen in de weeskamer stukken voor. Zo nodigden Nicolaas en Maarten Willem Simonsz in juni 1557 een van de zonen van de Amman (schout) van Brussel uit om de jaarlijkse ommegang in Zierikzee te komen meemaken. Op weg naar huis maakte hun oudste broer Cornelis, die naar Leuven was gestuurd om de jongens op te halen, van de gelegenheid gebruik om met hen een omweg via Walcheren te maken ‘om Zeelandt te besien’.”
“In Zierikzee konden Kataryne Willems Simons en haar man Ocker Cornelis Ockers zich rond 1565 bij mooi weer verpozen in hun speelhuis, dat was aangekleed met een tafel met vier stoelen, een tresoor en een bankje. Getuige de twee of drie kleine ‘poëtische berdekens’ die hier hingen en het gebrandschilderde glasraam dat Kataryne’s broer Maarten in 1566 door glasschilder Thomas Lenaerts voor dit ‘zomerhuys’ had laten maken, was aan de aankleding van deze ruimte de nodige zorg besteed.”
Al het bovenstaande uit: “Turbulente tijden: zorg en materiële cultuur in Zierikzee in de zestiende eeuw”. Katie Heyning, 2017, uitgeverij Verloren.
[zie verder nog;]
De Navorscher: Een middel tot gedachtenwisseling en …, Volume 1;Volume 18 geredigeerd door G Fuldauer – 1868
https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/19151/Chapter%203.pdf?sequence=13
Geboorte
Mr. Marten van Cromstrijen, geboren in 1542 te ‘s-Gravenhage als zoon van Willem Simonsz., ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen, huwde in 1588 te Delft Anna Stoppelaer als tweede echtgenote. Zij was een dochter van Philips de Stoppelaer, heer van Schoonbroek, schepen van Gent, en diens tweede echtgenote Bartha van de Werve. Mr. Marten van Cromstrijen, heer in Cromstrijen, was secretaris van Zierikzee en advocaat te ‘s-Gravenhage. Hij overleed vóór 1613, zijn echtgenote in 1632 te ‘s-Gravenhage

Maarten van Cromstrijen huwde in 1588 met Anna de Stoppelaer uit Gent. Uit dit overtuigd Katholieke echtpaar ontsproten meerdere kinderen
…in die tijd werd een Rooms-Katholiek géén rol (meer) in een bestuur gegund Het echtpaar vertrok uit Zierikzee en vestigde zich in Den Haag

7660. Lambertus de Rouck, geboren te Antwerpen, overleden in 1603, trouwde Bergen op Zoom 30 aug./17 sept. 1589

7661. Catharina van der Burcht, overleden in 1615

(Kwartierstaat Van Helsdingen [internet], kw. 6316/6317)

7662. David van Oosten, rentmeester, schepen, trouwde

7663. Sara Heeren

(Kwartierstaat Van Helsdingen [internet], kw. 6318/6319)

Kinderen:

a. Cornelia van Oosten, gedoopt Bergen op Zoom 7 mei 1600

b. Petronella van Oosten, gedoopt Bergen op Zoom 29 dec. 1604, trouwde 19 mei 1626 Cornelis Willemsz. Bollaert

7674. Bartholomeus Froterma, vertegenwoordigde Groningen bij de Admiraliteit te Middelburg, overleden 24 okt. 1634, gebruiker van de Blauwborg bij Obergum, zerk in de kerk van Obergum (bij Winsum in Groningen), trouwde

7675. Atze Wytzema, overleden 22 dec. 1611, zerk in de kerk van Obergum

Randschrift van de zerk: Randschrift: ANNO 1634 DEN 24 OKTOBER IS DEN ERENTFEST HEER BARTHOLOMEUS FROTERMA IN DEN HERE GERUSTET VERWACHTET EEN SALIGE OPSTANDING IN CHRISTO

7752 [= 7724]. Baerthout Pietersz. Sterck, geboren ca. 1585, “schuitvoerder van de Goude” wonende te Dordrecht in het Torenstraatje (1611), overleden tussen 1 sept. 1629 en 10 mei 1637, trouwde NG Dordrecht 24 april/8 mei 1611

7753 [= 7725]. Aeltien Mathijsdr. (Tijs Pietersdr.), geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1611), weduwe van Baerthout Pietersz. Sterck, van Dordrecht, wonende op de Riedijk (1637), trouwde 2e NG Dordrecht 10/24 mei 1637 Jan Ariensz. van den Houte timmerman, weduwnaar van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1637)

– 1619 (verponding Dordrecht): Bartout Pietersz. schipper betaalt 37 sch. 5 duiten voor zijn huis in de Torenstraat. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3968, f. 115)

– 19 mei 1621: verklaring door o.a. Barthout Pietersz. Sterck, 36 jaar oud, schipper en burger van Dordrecht. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 59)

– 26 mei 1621: verklaring door Barthout Pietersz. Sterck, 36 jaar oud, veerschipper van het veer op Rotterdam. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 66)

– 26 mrt. 1626: overeenkomst tussen Thonis Woutersz., schipper en burger van Dordrecht, enerzijds en Jacob Cornelisz. timmerman en Aeltgen Mathijsdr., de vrouw van Baertout Pietersz. Sterck, geassisteerd met voornoemde Jacob Cornelisz., resp. oudoom en tante van de drie kinderen van wijlen Neeltgen Thijssen, genaamd Marijken Thonisdr., 11 jaar oud, Wouter Thonisz., ongeveer 6 jaar, en Mathijs Thonisz., ongeveer 2 jaar oud, anderzijds. Thonis Woutersz. verbindt voor het nakomen van de verplichtingen, die hij hierbij is aangegaan, zijn huis achter de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Aelbert Gerritsz. en dat van Thonis Cornelisz. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 113v e.v.)

– 1 sept. 1629: testament van Baerthout Pietersz. Sterck schipper en zijn vrouw Aertgen [sic] Mathijsdr., de laatstgenoemde ziek in bed liggende. Testament op de langstlevende, die gehouden is hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een somma van 6 gl. uit te reiken. De langstlevende moet de kinderen tevens ter nagedachtenis aan hun moeder of vader bepaalde voorwerpen geven: aan de oudste zoon Pieter een houten met zilver beslagen “scheij”, met een zilver kettinkje en een met zilver beslagen mes erin, aan Maijke een zilveren haak van een sleutelriem, aan Mathijs een zilveren kelkje, aan Jacob een zilveren …, aan Arien een zilveren “schuijsilet”, aan Elisabeth een koker met een zilveren kettinkje en een paar zilveren messen en aan Willem drie zilveren lepels. (ONA Dordrecht inv. 16, f. 188)

– 5 aug. 1637: testament van Jan Adriaensz. timmerman en Aeltgen Mathijsdr., echtelieden, gepasseerd voor notaris A. van de Graaff te Dordrecht. Hij stelt tot voogd over zijn minderjarige kinderen aan zijn broer Adriaen Adriaensz. schrijnwerker. Zij benoemt tot voogd over haar minderjarige kinderen haar oom Jacob Cornelisz. Bosser. (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 34v: extract van dit testament, het origineel is niet bewaard gebleven)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter Baerthoutsz. de Stercke, nov. 1611

– 16 febr. 1675: Pieter Baerthoutsz. de Stercke, als erfgenaam van zijn moeder, Aeltgen Thijssen, verkoopt voor 200 gl. aan Joris Roelantsz. van Milt, Londenvaarder en burger van Dordrecht, een huis in de Riedijkstraat, staande naast het huis van Johannes Ralle. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 13v)

b. Marike, dec. 1613

c. NN, april 1615

d. Matthijs, nov. 1617 (= kwartier 3862)

e. Jacob, okt. 1620

f. Elizabeth, okt. 1622

g. Arien, febr. 1626

h. Willem, sept. 1628

i. Weijntgen, april 1631

7796. Willem Cornelisz. Grootenboer, geboren ca. 1575, trouwde

7797. Grietje Joosdr.

7798. Huijbrecht Jansz. van der Meer, trouwde

7799. Maaike Hendriksdr.

7800. Cornelis Dirksz. Grootenboer, geboren ca. 1529, overleden vóór 1583, trouwde

7801. Adriaentje Herbertsdr.

7856. Jacob Pietersz. Hooglander, raadslid van Sneek (1583, 1584), burgemeester van Sneek (1585, 1609, 1610, 1611), schepen van Sneek (1608), trouwde

7857. Tied Poppesdr.

– 3 dec. 1604: “Alzoe ick Tierck Fransz. Burgemeester [van Sneek] gecommitteert ben omme voor mij te [doen] compareren Jacob Hoechlander ende Pieck Heeckesdr. weduwe van wijlen Pieter Tacoz. als curatoers tot ende over Pieter Heeckez. omme vande zelve te aenhooren verstaen ende sluijten den reeckenschap ende beweijs vande administratie die d’voorsz. Pieter [Tacoz.] in zijn leven met Jacob gehadt heeft van de voorsz. Pieters guederen zedert hun laeste reeckeninge tot date deses ende tzelve gedaen zijnde den voorsz. curateuren te exonereren van hun curatele ende voorts te maecken acte in forma, omme haer d’zelve te strecken voor behoorlijcke ende absolute quitantie, soo ist dat ick commissaris voirsz. volgende mijnne commissie op mij bij den voorsz. gerechte de dato den 3en decembris 1604 geëxpedieert voor mij hebbe doen compareren den voorsz. Jacob ende Pieck ende gehoort den reeckeninge van hun ontfange is bevonden d’zelve te bedragen de zumma van negen ende veertich carolus guldens ende thien stuivers uijt den voorgaende reeckeninge bij Wijne Hansz. in tijden Burgemeester der voorsz. Steede tusschen pertijen voirsz. gemaeckt zijnde in dato den 12en novembris 159. [laatste cijfer onleesbaar] hier tegens gestelt t’geene d’zelve Jacob ende Pieck deuchdelijk vuijtgegeven hebben bedragende eerstelijk de zumma van ses ende dertich car. gl. acht st. ter cause van huijshuijr aen enen Haije Sickesz. betaelt ende noch betaelt voor een bed seven gouden gls. seven st. maeckende alzoe d’gehele vuijtgave d’zumma van ses ende veertich car.gl. elleff st. deductis decucendis wort bevonden meer bij den voorsz. curatoers ontfangen te zijn als vuijtgegeven d’zumma van twee carolus gl. negenthien st. d’welcke d’voorsz. curatoers hem Pieter voorsz. hebben daetelijk toegetelt ende want d’voorsz. reeckeninge vroem deuchdelijk ende oprecht is gedaen tot guede contentemente van Pieter voorsz. hebbe ick commissaris desen reeckeninge gesloten geapprobeert ende voor guet aengesien”. Aangezien Pieter ouder dan 25 jaar is en derhalve meerderjarig, worden de curatoren van het beheer van diens goederen ontheven. (Weeskamer Sneek 145/73)

[Vriendelijke mededeling van de heer P. Leising te Drachten.]

7858. mr. Wemmer Pietersz. Spinoije (Epinoijs, Spinola), geboren naar schatting ca. 1565, van  Dordrecht (1590), apotheker te Dordrecht, begraven Dordrecht aug. 1625 (SA Dordrecht, archief van de kerkvoogdij [archief 28  inv. 1697, f. 62: 2 maal luiden over mr. Wemmer – 8 gl.), trouwde NG Dordrecht 14 okt./4 nov. 1590

7859. Neelken (Cornelia) Lauwrensdr. Kegelaer, geboren naar schatting ca. 1565, van  Dordrecht (1590), overleden in of na 1627

– ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 24 e.v.: op 17 mrt. 1605 verkopen Claes Laurisz., Gilbert Claesz., als man van Elisabeth Laurisdr., Adriaen Dircxsz. beenhakker, als man van Cunira Laurisdr., en Aert Laurisz., voor zichzelf en voornoemde Adriaen Dircxsz. en Jan Cornelisz. beenhakker, als testamentaire voogden over de weeskinderen van wijlen Pieterken Jacobsdr., bij haar verwekt door Aert Laurisz., aan Wemmer Pietersz., apotheker en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Adriaen Anthonisz. Kennip kaaskoper en dat van Nijs Jansz. schipper. Waarborg: Jan Cornelisz. beenhakker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2008 gl. Borgen: Emer Jansz. beenhakker en Cornelis Cornelisz. bakker.

– 20 nov. 1615: Hubrecht Eeuwoutsz. schrijnwerker, gehuwd met Jacobmina Pietersdr. Despinoij, transporteert aan [zijn zwager] Wemmer Pietersz. Despinoij een achtste deel van een huis in de Nieuwstraat. (Gens Nostra 1992, p. 208)

– 22 dec. 1620: mr. Wemmer Pietersz. D’Espinoij, apotheker en burger van Dordrecht, als echtgenoot van Neelken Laurensdr. en in die hoedanigheid mede-erfgenaam van Mariken Laurensdr., die getrouwd is geweest met mr. Davidt D’Espinoij, in zin leven chirurgijn en burger van Dordrecht, tevens in deze vervangende Claes Engelsz. de Bont, echtgenoot van Catharina Emers, dochter van Emer Jansz., verwekt bij Claerken Laurensdr. en alle onmondige kinderen van Govert Laurensz. Kegelaer en van Ariaenken Laurensdr., verkoopt aan Servaes van Hengen, passementwerker en burger van Dordrecht, het huis nagelaten door voornoemde Mariken Laurensdr., staande in de Nieuwe Breestraat tussen het huis van Cornelis Adriaensz. Boode en dat van Claes Snellinck kleermaker. Waarborg: Emer Jansz. Koper kent schudlig aan verkopers een somma van 1040 gl. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 144v)

– 1622 (hoofdgeld Dordrecht): Wemmer Pietersz. betaalt voor zichzelf, zijn vrouw en 2 kinderen 7 gl. en voor twee knechten 2 gl. in het hoofdgeld (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3974, f. 27v)

– 28 juli 1622: Wemmer Pietersz. apotheker wordt benoemd tot voogd over de kinderen van Hillegond Huijberts en Adriaen Claesz. (van Leeuwen). Hij is hun neef. (Gens Nostra 1992, p. 206)

– 1626: de weduwe van mr. Wemmer apotheker in de 1000e penning van Dordrecht aangeslagen voor een vermogen van 10.000 gl.  (RA Dordrecht archief 3, inv. 3975, f. 28v)

– 25 juni 1626: “De weduwe van Wemmer Pietersen voor desen van enorme dronckenschap beschuldicht en van de Tafel des Heeren affgehouden, versoeckt wederom toegelaten te werden. Is goetgevonden, alsoo later soo swaer niet bevonden is, dat Ds. Lydius ende Jan Mathijsen haer met vermaninghe over de begane feite van weghen dese Vergaderinghe tot de Tafel des Heeren toelaten.” (SA Dordrecht, archief van de NG Kerkenraad inv. 4, f. 21, acta van de kerkenraad dd 25 juni 1626)

– 5 nov. 1626: Cornelia Kegelaer Laurensdr., weduwe van mr. Wemmer Espinoij apotheker, ziek te bed liggende, testeert. Zij bevestigt het testament, dat zij op 11 mei 1625 ten overstaan van notaris P. Eelbo samen met haar man heeft gemaakt. Prelegaat voor haar gehuwde dochters Elijsbeth en Aeltgen Espinoij, of bij vooroverlijden hun nakomelingen: elk de somma van 100 gl. en een prelegaat voor haar jongste dochter Sara Espinoij, wegens haar minderjarigheid: een bedrag van 100 gl. Haar kleren, zilverwerk en juwelen moeten gelijkelijk verdeeld worden onder haar dochters. Tot voogden over haar twee minderjarige dochters stelt zij aan Arendt Maertensz., ambachtsheer van Schobbelantsambacht, en Cornelis van Beveren, dijkgraaf van de Alblasserwaard. (ONA Dordrecht inv. 55, f. 575v e.v.)

– 20 april 1627: Neeltgen Laurensdr., weduwe van mr. Wemmer Despinoij, geassisteerd met haar “zwager” [=schoonzoon] Isaack van der Heijden, predikant te Wijngaarden, transporteert aan Franchoijs Beens, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de verkoopster. (ORA Dordrecht inv. 766 (oud), f. 77)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. NN. april 1595

b. Lauwrens, juli 1597, jong overleden

c. Aeltken de Spinoi Wemmersdr., juli 1599, van Dordrecht (1622), trouwde NG Dordrecht 11/27 sept. 1622  Isaacus Barentius van der Heijden, van Dordrecht te Leiden (1622)

d. Elisabeth Despinoij, geboren naar schatting ca. 1600

d. Laurentz, aug. 1601, jong overleden 

e. Claudia Despinoij, mei  1604

f. Sara Despinoij, sept. 1608 [= kwartier 3929]

7936. Nicolaes Cornelis Claes (Claes Nelemans), trouwde Marijke Cornelis

– 10 febr. 1567: Nicolaes Cornelis Claes en zijn vrouw Marijke Cornelis kopen een jaarlijkse  rente van 100 gl. (De Brabantse Leeuw 1964, p. 90)

– 17 april 1577: Claes Nelemans koopt twee bunder land over de Dwarsdijk. (De Brabants Leeuw 1964, p. 95)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 301)

7938. Mathijs Cornelisz. Fuijkschot, schepen van Hoge Zwaluwe, stadhouder ald., officier Zwaluwe en schout Hoge Zwaluwe (1607), overleden tussen 1607 en 18 nov. 1608, trouwde

7939. Lijntken Adriaensdr., overleden voor 1590

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 301)

7984. Adriaen Adriaensz. Maet alias Arienmaet, landbouwer en schuitenvoerder te Made, overleden na 1581

(GTMWB 1990, p. 140 en 289) 

7986. Adriaen Daniëlsz., wonende te Made, trouwde

7987. Barbara Henric Michielsdr. 

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 301)

7988. Pieter Pieter Engelsz., geboren te Zundert voor 1526

(GTMWB 1989, p. 24)

8026. Gerrit Michiel Peter Wouters

8028. Cornelis Jansz. de Bruyn, geboren ca. 1540, overleden voor 24 juni 1592, trouwde 2e Maijke Huijbert van den Moer, overleden voor 24 febr. 1606, trouwde 1e

8029. NN Jansdr.. dochter van Jan Jansz. Vaeck

(Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein.)

8048. Cornelis Cornelisz. van Hulten alias Caveleer, geboren 1543, overleden ca. 1591 (boedelscheiding 25 mrt. 1592), trouwde 1e Neelken Jacobsdr., 2e

8049. Madgdalena Thonisdr. Cavelaers, geboren Hoge Zwaluwe ca. 1550, trouwde 2e 1592 Adriaen Jansz. Oubos alias Caveleer.

(De Brabantse Leeuw 1984, p. 52 e.v.)

8064. Hubrecht Ewoutsz. (van den Berch), van Geertruidenberg (1580), schrijnwerker, overleden na 20 nov. 1615, trouwde 2e NG Dordrecht 5 juli 1588 Jacomina meester Peter Spinolasdr., geboren ca. 1562, dochter van Pieter Jacobsz. Despinoij en Geertgen Jansdr. Hubrecht trouwde 1e NG Dordrecht 1 jan. 1580

8065. Adriaentje Jansdr., overleden ca. 1587

– 17 dec. 1587: boedelscheiding tussen Hubrecht Eeuwoutsz. schrijnwerker, weduwnaar van Adriaentgen Jansdr., enerzijds en Jan Adriaensz., als grootvader, en Jacob Jansz., onderschout, als oom en voogd van Eeuwout, 5 jaar oud, Hillegont, 3 jaar oud en Vincent [Centje] Huibrechts, anderhalf jaar oud, allen onmondige kinderen van Huijbrecht Eeuwoutsz., anderzijds. Huijbrecht zal de hele nalatenschap ontvangen, in ruil waarvoor hij zijn kinderen zal onderhouden, opvoeden etc. (ORA Dordrecht inv. 740 (oud), f. 18) 

– 25 nov. 1598: Jacob Jansz., voor de ene helft, mede namens de weeskinderen van Huijbrecht Eeuwoutsz. en Adriaentke Jansdr., voor de andere helft, transporteert een huis achter in het Pelserstraatje. De vader van Jacob Jansz. is Jan Ariensz. schrijnwerker. (Gens Nostra 1992, p. 210)

– 20 nov. 1615: Hubrecht Eeuwoutsz. schrijnwerker, gehuwd met Jacobmina Pietersdr. Despinoij, transporteert aan [zijn zwager] Wemmer Pietersz. Despinoij een achtste deel van een huis in de Nieuwstraat. (Gens Nostra 1992, p. 208)

Kinderen (ex 1):

a. Eeuwout, geboren ca. 1582

b. Hillegond, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1584

c. Centje, geboren ca. 1586

8078. Reijer Woutersz., geboren ca. 1565, koekenbakker van Dordrecht (1594, 1595), overleden ca. 1607, trouwde 1e NG Dordrecht 9/23 jan. 1594 Aeltgen Jan Leenartsen, van Enkhuizen (1594), 2e NG Dordrecht 6/20 aug. 1595

8079. Maricken Cornelis Jansdr., geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1595, 1610), weduwe van Reijer Woutersz., wonende in “de Gapaert” (1610), trouwde 2e NG Dordrecht 24 jan./21 febr. 1610 Pieter Robert Pietersz., koekenbakker van Antwerpen, wonende bij zijn broer Hans Robert, bakker in “het Serpent” (1610)

Kind uit haar tweede huwelijk:

a. Susanna Pieters Robbert, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1639), trouwde NG Dordrecht 13 febr./1 mrt. 1639 (procl. Zierikzee) Abraham Davidsz. Offer, jongman van Zierikzee wonende bij de Nieuwbrug (1639), beenhakker

– 22 mei 1601: verklaring op verzoek van Tanneken van der Eijck, weduwe van Robert Tuban, soldaat onder kapitein Adam van Leest, door Paschier Gielisz., 38 jaar oud en Reijer Woutersz., 36 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 897, geen folionrs.)

– 1604 (haardstedengeld Dordrecht): Reijer Woutersz. koekenbakker betaalt 6 ponden voor twee haardsteden en een oven in zijn huis in het Vierde Kwartier (aan de waterzijde tussen Tolbrug en Vuilpoort), belenders Jan Pietersz. lantaarnmaker en Theus Henricxsz. kleermaker (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3972, f. 184)

– 1606 (haardstedengeld Dordrecht): Reijer Woutersz. betaalt voor twee haardsteden en een oven in het bovengenoemde huis 9 ponden (6 ponden is doorgehaald) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3973, f. 185)

– 1608 (verponding Dordrecht): de weduwe van Reijer Woutersz. koekenbakker betaalt 15 ponden voor haar huis in het Vierde Kwartier, belenders: de weduwe van Jan Pietersz. en Theus Henricxsz. kleermaker (bij laatstgenoemde staat in margine: de weduwe van Bouwen Sijmonsz.) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, in.v 3967, f. 190)

Kinderen: (ex 2):

a. Aeltgen, geboren naar schatting ca. 1595

b. Trincken (Catharijntgen) Reijer Woutersdr., gedoopt NG Dordrecht mei 1598, van Dordrecht (1619), trouwde NG Dordrecht 8/29 sept. 1619 Rochus Aertsz. (Belliaert), van Dordrecht wonende bij de Karnemelksteiger (1619), beenhakker, trouwde 2e Janneken Leijts

– 12 okt. 1641: Rochus Aertsz. Belliaert beenhakker en Janneken Leijts, zijn tweede vrouw, verklaren, dat Rochus’ eerste vrouw zaliger, Catharijntgen Reijersdr, heeft nagelaten twee kinderen, t.w. Judith Rochusdr., ongeveer 17 jaar oud, en Grietgen Rochusdr., 3 1/2 jaar oud, en dat Rochus aan de weesmeesters van Dordrecht heeft overgedragen een inventaris van de goederen, die hij in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met Catharijntgen Reijersdr.. Hij is met de verwanten van moederszijde van zijn dochters, nl. Reijer Reijersz., Aeltgen Reijersdr., weduwe van Claes Cornelisz. Meijvogel, Susanneken Pieters, de vrouw van Abraham Offers beenhakker en Balten Jacobsz. lakenkoper, resp. broer, zusters van helen en halve bedde en behuwd oom van moederszijde van zijn overleden vrouw, zijn overeengekomen, dat hij de boedel, zoals beschreven in voornoemde inventaris, zal behouden, in ruil waarvoor hij belooft zijn dochters te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan elk een bedrag van 500 gl. uit te keren. (Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 199 e.v.)

c. NN, idem aug. 1602

d. Claerken, idem aug. 1604

e. NN, idem febr. 1607

f. Reijer Reijersz.

GENERATIE XIV.

8192. Jan Pauwelsz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1495, overleden tussen 30 mei 1548 en 29 jan. 1550, trouwde 2e Mechtelt Henricxsdr., 1e

8193. Aleijdt Frans Jansdr., overleden voor 11 juli 1533

– 14 febr. 1530: Adriaen Pouwelsz. de Haen en Jan Pauwelsz., gebroeders, verklaren o.a., dat Pouwels de Haen, hun vader, en Jacop Henyricxz. in 1505 in huur hadden zeseneenhalve morgen land met boomgaard en griend daartoe behorende, voor 32 1/2 schild jaarlijks. (RA Gorinchem inv. 58, f. 23)

– 11 juli 1533: Jan Pauwelsz. die Haen heeft aangenomen de voogdij over zijn onmondige kinderen. Borgen: Peter de Haen Pouwelsz. en Gerit Smit Geritsz. (RA Gorinchem inv. 60, f. 72)

– 17 dec. 1533: Jan Pauwelsz. die Haen, weduwnaar van Aleijt Fransdr., enerzijds en Jan Pauwelsz. nog als voogd van Willem en Anneken, zijn onmondige kinderen, “by goetduncken van Frans Jansz, oude vader van deselve onmondige kinderen, en dandere naeste vrienden en magen, als alleen erffgenamen van Aleyt Frans Janszs. dochter, hoir moeder”, anderzijds, verklaren, dat zij de goederen, die Aleijt heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Daarbij is aan de vader toebedeeld allen roerende en onroerende goederen, die zijn vrouw heeft nagelaten, met uitzondering van enkele partijen, die aan hun kinderen zijn toebedeeld. De kinderen zullen behouden anderhalve morgen land met 2 schilden losrente daarrop, die Adriaen Pouwelsz. erop sprekende heeft, gelegen op Oosterwijk over de “broeckgraeff in Pouwels die Hanen weer”, gemeen en onverdeeld met Griet, de weduwe van Pouwels de Haen, en met Peter Pouwelsz. De weduwnaar zal zijn kinderen onderhouden etc. tot het jongste kind mondig is geworden. Frans Jansz. belooft, dat hij eerstdaags tussen datum dezes een lichtmis eerstkomende zal passeren schepenbrieven in het Land van Culemborg, zodat de onmondige kinderen na zijn dood in plaats van hun moeder zullen delen in zijn goederen, gelegen in het Land van Culemborg e elders. (RA Gorinchem inv. 60, f. 127)

– 30 mei 1534: Peter Pauwelsz. die Haen droeg op aan Willem en Anna Jan Pauwels die Haen, zijn broers onmondige kinderen, 7 schilden jaarlijks erfelijk op 3 morgen “hoochlants”, die hij liggende heeft op Oosterwijk. (RA Gorinchem inv. 61, f. 65v)

– 22 nov. 1540: Jan Pauwelsz. de Haen,  wonende te Oosterwijk, belooft te betalen aan Jan Evertsz., wonende te Arkel (RA Gorinchem 1540-1597, f. 6)

– 9 juli 1547: Jan Pauwelsz. de Haen, wonende op Oosterwijk, droeg op aan Henrick van Sevenbergen Huijgensz. een derde deel in 3 morgen “hooch lants” met de hofdstad en griendingen op Oosterwijk op de dove vliet, zoals Jan Pauwelsz. het onlangs gekocht heeft van Dirck Willemsz., wonende te Heukelom. (RA Gorinchem inv. 72 (nieuw), f. 260v)

– 30 mei 1548: Huijch Henricxsz. vervolcht op Jan Pauwelsz. de Haen voor 2 gl. (RA Gorinchem inv. 73, f. 107v)

– 29 jan. 1550: Meth, Jan Pauwelszoons weduwe, vervolcht op Gerit Smit voor 7 gl. (RA Gorinchem inv. 74, f. 3)

– 1 mrt. 1561: Mechtelt Henricxsdr., weduwe van Jan Pauwelsz. de Haen, en hun 7 nakinderen, enerzijds en Willem Jansz. en Jan Willemsz. van Ackoij, als man van Anna Jansdr., beiden voorkinderen van Jan Pauwelsz. de Haen en Aleijdt Fransdr., anderzijds, verdelen de goederen, die Jan Pauwelsz. de Haen heeft nagelaten. De voorkinderen krijgen een hofstad met een “acker hoochlandt” op Oosterwijk, oost de erfgenamen van Gijsbert van Malssen en west Jan Snouck Jacobsz. (ORA Gorinchem, f. 34v)

8420. Claes Gielisz., overleden tussen 2 febr. 1543 en 1549.

Hij wordt op 30 juni 1526 voor het eerst vermeld als wonende te Vlaardingen. (Ons Voorgeslacht 1984, p. 163)

Hij pacht samen met Doe Aertsz. in de periode 1539-1541 van de Domeinen een hofstad in Vlaardingen tegen 6 schellingen per jaar.

Hij heeft in 1539 aan de Lepeltacxdam in Vlaardingerambacht (deels liggende binnen Vlaardingen) in gebruik ca. 4 1/2 morgen eigen land en ca. 18 1/2 morgen huurland/pachtland. 

Hij staat op 2 febr. 1543 met zijn broers en zwagers borg voor Jan Sijmonsz. te Zouteveen.

In 1549 staat zijn land in de Hoefslagregisters van Delfland op naam van zijn zoon Adriaen. (Ons Voorgeslacht 1984, p. 163-164)

8586. Michiel Willemsz. van der Schoor (Verschoor), geboren naar schatting ca. 1550, kerkmeester 1593, 1594, ouderling 1606 te Charlois, onthield zich in 1606 als ouderling enige tijd van het Heilig Avondmaal, overleden Charlois 1606, trouwde NN, overleden ald. 1609 [= 8587?] (Vriendelijke mededeling van de heer K.J. Slijkerman te Waarde.)

8590. Jan Willemsz. van Driel (alias Bruijn?), heemraad van het gemeneland van Poortugaal 1587

8712. Joost Willemsz. Thoen alias Buijs, geboren ca. 1530, bouwman, welgeboren man en setter in de Lier, overleden voor 15 juli 1577, trouwde

8713. NN

“Dat Joost Willemsz. Thoen een zoon Jan Joostensz. Buijs had, blijkt uit een … akte uit het rechterlijk archief van De Lier, waarin letterlijk van Joost Willemsz. Thoen wordt gezegd, dat hij de vader is van Jan Joostensz. Buijs en de zoon van Willem Jansz. Thoen. Deze Willem Jansz. Thoen “placht te sijn een schilt boortich man, die oock bij sijne leven als welboren man van Delflandt inde Baeliuws vijerschaer [mocht] sitten”. (Ons Vooorgeslacht 1993, p. 208)

8714. Pieter Engelsz. (Ons Voorgeslacht 1992, p. 173)

8728. Willem Willemsz., geboren ca. 1540, schepen van Heinenoord in 1596 en 1597, overleden ca. 1599,

8729. Jannichje Jacops

– 4 mei 1600: Jannigen Jacops, weduwe van Willem Willemsz,, wonende te Heinenoord, geassisteerd met Arijen Dircxsz., schout van Godschalksoord, en Jacob Willemsz., ook voor zijn zusters Stijentgen en Ariaentgen Willems en zijn zwager Lenert Jansz., verklaren schuldig te zijn aan de erfgenamen van Cornelis Aertsz. waarsman en Soetgen Heijnricx een bedrag van 300 gl. (RA Heinenoord inv. 8)

– 1 jan. 1601: Jannigen Jacops, weduwe van Willem Willemsz., neemt een hypotheek op een stuk land, waarop een hooiberg, een schuur en een rosmolen staan. (Ned. Leeuw 1959, kol. 321)

– 12 nov. 1601: Jannighen Jacops, weduwe van Willem Willemsz., geassisteerd met Claes Cornelisz., haar schoonzoon, verklaart schuldig te zijn aan Arien Ariensz., vleeshouwer te Dordrecht, een somma van 216 gl. (RA Heinenoord inv. 8)

– 12 mei 1615: vermeld worden de erfgenamen van Willem Willemsz. en Jannigen Jacobs. (RA Heinenoord inv. 10)

8784. Claes Arendsz. Luijendijk, geboren naar schatting ca. 1550, schepen van Heenvliet, burgemeester van Heenvliet (vermeld 1597 en 1598), stedehouder van Heenvliet 1605-1607, overleden tussen 6 juli 1609 en 7 okt. 1610, trouwde tussen 27 nov. 1575 en 29 mei 1579

8785. Pietertgen Jansdr., overleden na 25 mrt. 1626

– 3 juni 1603: Claes Ariensz. Luijendijk wordt vemeld als voogd van de weeskinderen van Gijs Cornelisz. Luijendijk.

(Ons Voorgeslacht 2001, p. 104-107)

7-10-1610: Jan Claesz. Luyendijck, oud 17 iaar, bij dode van zijn vader Claes Aerensz. Luyendijck, beleend met leen 5 (4 lijnen zijnde 1 gemet 65 roeden land in de Sonnewaersen Houck, nr. 13. Pieter Jansdr., weduwe van Claes Aerensz. Luyendijck verklaart dat dit leen door haar man is gekocht voor 60 carolus gulden. (Repertorium op de lenen van de heerlijkheid Heenvliet, 1307-1725 [internet])

8786. Joost Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1565, schepen van Heenvliet tussen 1595 en 1606, leenman van Heenvliet, overleden tussen 4 mrt. 1606 en 2 juni 1606, trouwde voor 30 sept. 1595

8787. Barbara Adriaensdr., overleden voor 1 mrt. 1606

(Ons Voorgeslacht 2003, p. 86-87)

Leen 18 (6 1/2 lijnen aan in de Vierhoucker over de hofwatering nr. 28:

16-10-1593: Joost Cornelisz. bij dode van zijn vader Cornelis Joosz. Laatst beleend aan zijn oom en voogd Jan Cornelisz. Lantmeter.

2-9-1606: de huisvrouw van Cornelis Leendertsz., zoals haar vader Jacob Ariensz. het van Joost Cornelisz. gekocht heeft. Cornelis Leendertsz. doet hulde. (Repertorium op de lenen van de heerlijkheid Heenvliet, 1307-1725 [internet])

8800. Jan Ariensz. de ouwe Boelhouwer, leenman van Heenvliet, overleden voor 30 mei 1598

(Ons Voorgeslacht 1971, p. 101)

Leen 20: 2 gemet 77 roeden land in de Zuijthouck van de Ee, nr. 27:

30-5-1598: Arien Jansz. jonge Boelhouwer te Ryckagne, bij dode van zijn vader Jan Ariensz. de ouwe Boelhouwer. (N.B. 21-10-1616: Akte verleden voor notaris Baerent van Dijck te Brielle, waarbij Lenert Jansz. Boelhouder, oud 46 jaren en Maritge Jans, weduwe van Jacob Jacobsz. Lantman te Rugge, oud 50 iaren verklaren het leen na de dood van hun vader Jan Ariensz. Boelhouwer samen met hun nu overleden broer Adriaen Jansz. Boelhouder te hebben gebruikt).

23-10-1616: Leendert Jansz. Boelhouwer bij dode van zijn broer Arien Jansz. Boelhouwer.

1-5-1625: Jan Arensz. Boelhouwer.

13-4-1627: Jacob Arensz. Houckendijck na overdracht door Jan Arensz. Boelhouwer. (Repertorium op de lenen van de heerlijkheid Heenvliet, 1307-1725 [internet])

8808. Jacob Cornelisz. van Cleijburgh, geboren ca. 1540, schout van Oostvoorne, overleden tussen 3 febr. 1590 en 6 juni 1614, trouwde naar schatting ca. 1560

8809. Anneken Adriaensdr., overleden voor 3 okt. 1575

– 3 febr. 1590: Jacob Kleiburg Cornelisz. beleend met 3 gemet in de parochie van Oostvoorne bij overdracht door mr. Otto van Arkel voor Ida van Bronchorst, diens vrouw.

– 6 juni 1614: Cornelis Kleiburg beleend met idem bij dode van zijn vader, Jacob Kleiburg, waarna overdracht aan Jan Panser te Brielle

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Annetje

b. Aren

c. Cornelis Kleiburg Jacobsz., geboren ca. 1562

d. Dignum Kleiburg Jacobsdr., trouwde Arie Jansz. Boelhouwer

e. Leendert 

8872. mr. Adriaen Quirijnsz. van Strijen, geboren Leiden 10 dec. 1547, vestigde zich te Delft, pondgaarder aldaar, overleden voor 1612, trouwde ca. 1570

8873. Maritgen Robbrechtsdr. (van der Mast), woonde aan de Korenmarkt te Delft, overleden Delft 3 mei 1618 (Prometheus VII, p. 102)  

8874. Jacob Claesz. van Goutswaert, leenman van de hofstad Putten, overleden voor 10 mrt. 1615, trouwde naar schatting ca. 1565

8875. Haesje Lambrechtsdr., geboren ca. 1543, possetrice van de Grote Memorielanden te Poortugaal, wordt in 1602 door de Staten van Holland bevestigd, hetgeen wordt aangevochten door Jan Pieter Beijesz., die het proces wint, Haesje wordt in 1620 definitief bevestigd als possetrice, in 1626 vermeld te Oud-Beijerland, overleden te Oud-Beijerland 1629 of 1630, trouwde 2e Claes Cornelisz. Ketting

– 2 dec. 1568: Does Jacobsz. en Boudewijn Cornelisz., schepenen te Hekelingen, oorkonden, dat Neelken Ariaensdr., weduwe van Claes Jacobsz., gehuwd met Baltham Adriaensz., genoemde Does Jacobsz., als oom van de wezen van Claes Jacobsz., Willem van Drenkwaard, baljuw van Putten, en Doen Willemsz., baljuw te Rhoon, als erfvoogd van Haesken Lambrechtsdr., moeder van Claes Jacobsz., procuratie verlenen aan heer Joris Lestamer, deken van Geervliet. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 134)

– 6-10-1569: Jan Claesz. te Heeckeling, onmondig, beleend met leen 56 (8 gemet in de Oude Pernisse in het land van Poertegael), hulde door Zegelijn van Dam als gemach-tigde van heer Joris Lestamer, deken van Gheervliet, bij dode van zijn vader Claes Jacobsz. en draagt het leen over aan zijn broer Adriaen Claesz. te Heeckelinge, onmondig, hulde door Pieter Herweijer. (Repertorium op de lenen van Putten, gelegen in het land van Portugal en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

– 10 mrt. 1615: Adriaen Claesz. van Goutswaert, burgemeester van  Gouda, testeert. Hij benoemt tot erfgenamen o.a. de dochters van zijn overleden broer Jacob Claesz., genaamd Lidewije en Elisabeth Jacobsdr. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 135)

– 13-8-1622: Jonkvrouwe Margaretha van Goutswaert gehuwd met Carel van Beveren, com-missaris ordinairs van de monstering, beleend met leen 56 (8 gemet in de Oude Pernisse in het land van Poertegael), hulde door Bartholomeus van de Velde, procureur voor het Hof van Holland, volgens machtiging d.d. 22-7-1622 te Dordrecht verleden, bij dode van Adriaen Claesz. van Goutswaerd, burgemeester van Gouda, volgens diens testament d.d. 10-3-1615, waarbij deze tot zijn erfgenamen benoemt Lidewije en Elisabeth, dochters van wijlen zijn broer Jacob Claesz.; Margriet, dochter van wijlen zijn broer Jan Claes Jacobsz.; Catarina Jacobs en de kinderen van wijlen Ariaentgen Jacobs, dochters van wijlen zijn halfzuster Neeltgen Claesdochter en de kinderen van wijlen zijn halfbroer Adriaen Jacobsz.; een en ander volgens boedelscheiding d.d. 18-5-1622 (Repertorium op de lenen van Putten, gelegen in het land van Portugal en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

– 1626: Haesgen Lambrechtsdr. in de 1000e penning van Oud-Beijerland vermeld met een vermogen van 7000 gl. (Stadsarchief Dordrechtnr. 3, inv. 3975, f. 226v)

– 27 juni 1630: comp. voor schout en schepenen van Cromstrien Bastiaen Oolen van der Houck, getrouwd met Cuijnijertgen Henricxdr., en Seger Jacobsz. Cranendonck, voor zichzelf en tevens vervangende voor de mede-erfgenamen van Liedewije Jacobsdr., in haar leven laatst weduwe van Jacob Zegersz. Cranendonck, voor een vierde part, en Lenert Cornelisz. Barendrecht, inwoner van Cromstrijen, als man van Ariaentgen Claesdr., voor een vierde part, en nog samen vervangende Cornelis Adriaensz. Meeldijck, als man van Maertgen Cornelisdr., dochter van Maertgen Claesdr. voor een vierde part, allen kinderen en kindskinderen en samen met Claes Ariensz. van Strien, schout van Westmaas, als man van Lijsbeth Jacobsdr., erfgenamen van Haesgen Lambrechtsdr., in haar leven weduwe van Claes Cornelisz. en daarvoor van Jacob Claesz. Goudtswaert, laatst gewoond hebbende te Oud-Beijerland. De comparanten verlenen procuratie aan Claes Adriaensz. van Strien om te transporteren zekere tuin of boomgaard, groot ongeveer 50 roeden land, gelegen in Poortugaal. (Onze Voorouders II, p. 155)

Kinderen:

a. Claes Jacobsz., geboren ca. 1568, vermoedelijk overleden voor 30 mrt. 1615

8876. Bastiaen Arie Andriesz. (van der Wael), geboren naar schatting ca. 1545, schepen van Strijen 1580-1599, overleden voor 1604, trouwde

8877. Byateris Ingens, overleden 19 juli 1613 (begraven onder een zerk in de kerk van Strijen, die inmiddels is uitgehakt)

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht I, p. 242)  

8896. Adriaen Corstiaensz. van Dijck, geboren ca. 1542, overleden voor 1 juli 1583, trouwde ca. 1562

8897. Hilleken Jacobs, trouwde 1e Pouwels Jansz. Vos 

(Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 210)

Op 6 november 1562 IJsbrant Philipsz onsen buijrman en(de) bekende ingenomen te hebben van Jan Pauwelsz en(de) Gerrit Willemsz woenen(de) inden Duertocht als voechden van(de) drie onmondighe kinderen die Pauwels Jansz Vos s:me: inder echte geprocreeert heeft bij Hilletgen Jacopsdr te weeten Jacop Pauwelsz, Jannetgen Pauwelsdr, en(de) Adriaentgen Pauwelsdr, een jaerlicxe losrente van neghen en(de) twintich gul(den) en(de) een braspenn(ing) tsiaers den gul(den) gerekent tot XX Brabantse st(uvers) bedraecht die
hoofftsomme vierhondert en(de) vijff en(de) tsestich gul(den). Compareerde mede Sijmon Henricxz, en(de) Anna IJsbrantsdr moeder van IJsbrant Philipsz, beijde woenen(de) in Naeldwijckerbroeck en(de) hebben hemluijden als principael borghe gestelt.

Op 26 december 1563 Jan Pouwelsz wonen(de) binnenden baelijuschappe van Naeldwijck out ontrent XXIII jaren en(de) Machtelt Ph(ilip)sdr. zijn huijsfr(ouw) oudt ontrent XV jaren (sic) rechtel(icken) daer toe geroepen zijn(de) omme getugenis des waerheijts te geven ter instantie van Maertijn Gerritsz. wonen(de) tot Naeldwijck soe hebben die voors. comparanten ten heiligen verclaert hoe dat zij deposanten opten eersten julij laestleeden vergadert zijn geweest binnen der stede van Delff ten huse van Jan Jansz. inde Wolsack mitten voers. requirant inne tgeselschap van Sijmon Gerritsz. Storm, Jan Jansz. inde Ruijt, Augustijn Adriaensz. alle poerters der stede van Delff, Joest Pouwelsz. Vos mede wonen(de) tot Delff sonder ijemant anders daer bij te wesen ofte geroepen te zijn omme aldaer te veraccorderen van een huijs twelck de voers. Jan Pouwelsz. en(de) Joest Pouwelsz. gebroeders binnen der stede van Delff staen(de) hadden en(de) heml(uijden) bij testamente gemaect was van Adriaen Gerrit Vossen z:me: omme te weten wat den eenen broeder die thuijs soude behouden den anderen soude vuijtreijcken. Verclaerde noch Jan Pouwelsz. alleen nadien hij vuijt dit voers. geselschap gegaen was en(de) daer nae wederomme inne gecomen was, dat hij aldaer gevonden heeft eenen Cornel(is) Cornel(is)z. Caescoeper de welcke aldaer den voers. requirant presenteren(de) was hondert gulden in diversche parceelen van ghelde welcke penn(ingen) desen requirant nijet en begeerde tontfangen seggen(de): Ick begeer te hebben Heinricus nobelen in specie zulcx ick ben bevoerwaert. Daer Caescoeper op seijde: Off ghij Heinricus nobelen hebt off die waerden van dien en es u dat nijet alleens. Daer Maertijn Gerritsz. op antwoerde: Neen ten es mij nijet alleens ick en begeer anders geen ghelt dan Henricus nobelen in specie zulcx ick bedongen hebbe. 

Op 29 december 1563 Jan Pouwelsz voer hem selven en(de) mede als voocht vanden drie onmondige weeskinderen van Pouwelsz Jansz zijnen vader z:me: en(de) Hilleken Jacobsdr wed(uw)e eertijts vanden selven Pouwels Jansz mit Adriaen Korsz thans ter tijdt haren geechte man en(de) voocht ende bekenden te samen ijgel(ick) in zijnen qualite getransporteert te hebben Joest Pouwelsz Vos des voern. Jan Pouwelszs broeder zeeckere rentebrieff van twee en(de) vijftich karol(us) guld(ens) thien stuvers sijaers verschijnen(de) alle jare opten eersten dach van april.

Op 14 juni 1564 Betken Dircxdr out ontrent LXX jaren rechtel(icken) daer toe gedaecht zijn(de) ten versoucke van Jan Pouwelsz wonen(de) in Naeldijckerbroeck soe heeft die voors. comparante verclaert hoe dat haer wel gedenct dat hier voortijts inde stal ofte sitplaets staen an(de) zuijtzijde van(de) stal ofte plaets daer thans sitten(de) es Adriaen Claesdr strecken(de) achter die pilaer staen(de) ontrent die noortdeur van(de) kercke tot Naeldwijck soe lange haer voorstaet aldaer geseten heeft die moeder van Joest Vos mit Adriaen Gerritsdr haer dochter en(de) naer haer overlijden Joest Vossen huijsfr(ouw)e bij name Claesken Joesten, en(de) Joest Vossen dochter bij name Joesken Joestendr. en(de) nae
haer overlijden Hilleken Jacobsdr huijsvr(ouw) van eenen Pouwels Jansz vader desen requirant z:.

Op 19 maart 1568 stilo co(mmun)i Dirck Cornel(is)z out ontrent LVI jaren, Maertijn Gerritsz oudt ontrent XLV jaren, Antonis Cornel(is)z oudt ontrent XLIIII jaren, Adriaen Corn(elis)z Oesteijn(de) en(de) Cornel(is) Pouwelsz elcx oudt ontrent XL jaren, Gillis Jorisz oudt ontrent XXXVIII jaren, Jan W(ille)msz oudt ontrent XXXII jaren, Dirck Jansz Vercroft oudt ontrent XXXIII jare, en(de) Adriaen Korssen oudt ontrent XXVI jaren alle negens en(de) welboren mannen van Naeldwijck rechtel(icken) daer toe geroepen zijn(de) ter instantie van Kors Steffenz onsen buijerman soe hebben die voors. comparanten verclaert dat zij nijet en weten dat dvoors. Kors Steffenz eenich goet vuijten ambachte van Naeldwijck gevluchtet heeft dan heeft hem selven ontrent twee ofte drie weecken vuijten voors. ambachte gehouden en(de) wederomme thuijs gecomen zijn(de) heeft geseijt dat hij in Engelant was geweest maer en weten zij deposanten nijet dat hij vertrocken was om elders te gaen wonen ende doen hij vanden baeliju van Naeldwijck voor recht doen roepen was, es hij selfs in persoen gecompareert. 

Op 6 november 1568 Gerrit W(ille)msz, Adr(iaen) Korssen en(de) Gillis Jorisz alle inwoenders vanden baelijuschappe van Naeltwijck hier inne vervangen(de) Maertijn Gerritsz mede buijerman van Naeltwijck ende Pieter Gerritsz als ambachtsbewaerder van Naeltwijck ende hebben geconstitueert en(de) machtich gemaect Jan Vos Claesz procureur postuleren(de) voorden hove van Holl(an)t omme in haren name en(de) van haren wegen te mogen recht spreecken en(de) plegen voor allen heeren en(de) wetten jegens een(en)
ijgel(icken) des noet zijn(de) en(de) bijsonder jegens eenen Gerrit Jansz de Paep als inner van(de) seven groo(te)n opte margen tot Monster. 

Op 30 september 1569 Dirck Corn(elis)z oudt ontrent LVII jaren en(de) Maertijn Gerritsz out ontrent XLVIII jaren beijde negens en(de) welboren mannen van Naeldwijck rechtel(icken) daer toe gedaecht wesen(de) ter instantie van Adr(iaen) Corssen tot Naeldwijck cum sosijs, soe hebben die voors. comparanten verclaert tgene hier nae volcht. Eerst
verclaerde Maertijn Gerritsz hoe dat hij (als ambachtsbewaerder van tambacht achter den dijck) ontfanck gehat heeft inden jare vier ende veertich van II sts. en(de) een oert opde
mergen ommegeslagen over tvoors. ambacht groet sestalff hondert mergen dewelcke hij most. 

Op 13 mei en 21 oktober 1577 procedeert Kors Thonisz, als voogd van de weeskinderen van zijn zoon Arien Korsz, samen met de kinderen van Adriaen Claes Gillisz (Trapper) en Maritgen Jacobsdr, voor het gerecht van De Lier tegen (hun halfbroer) Cornelis Cornelisz Touw betreffende de nalatenschap van Jannitgen Pietersdr, weduwe van Cornelis Touwen. Zowel Adriaens vrouw Hilletgen als Maritgen Jacobsdr waren dochters uit haar eerste huwelijk.

Op 10 oktober 1582 compareerde Dirck Pietersz wonende tot Naeldijck oudt ontrent LXII jaeren, mr. Gielis Pietersz wonende op Honsholredijck oudt ontrent LXVI jaeren ende
Adriaen Corn(elis)z Oosteijnde wonende tot Vlaerding oudt ontrent LVII jaeren ende hebben rechtelicken daer toe gedaecht zijnde om getuijchenis der waerheijt te geven ten versoucke van Jan Heijnrixz wonen(de) tot Wateringe en(de) Jan Timmer Dirxz wonen(de) tot Delff als voochdens vande weeskinderen van wijlen Sijmon Heijnrixz za:ge: verclaert warachtich te weesen dat zij deposanten geleeden ontrent XVIII off XIX jaeren vande juijste tijt onbehaelt, versocht en(de) geweest zijn upt huwelick van Jan Pouwelsz Vos en(de) wijlen de dochter van Anna IJsbrantsdr wed(uw)e wijlen Ph(ilip)s Aertsz, genaemt was Machtelt Ph(ilip)sdr, ten huijse van Jan Andriesz waerdt inde Swan tot Naeldijck ende dat de selve Jan Pouwelsz Vos aldaer versaemt zijnde met zijn vrijenden en(de) maegen ende dvoirs. Dirck Pietersz met mr. Gielis als arbijters aen zijn zijde, Anna IJsbrantsdr voirs. met haer vrijenden en(de) maegen geassisteert met Dirck Corn(elis)z scoudt tot Honsholredijck en(de) die voirn. Adriaen Corn(elis)z Oosteijnde als arbijters aen haer zijde, veraccordeert zijn upt voirs. huwelick onder expresse conditien (soe veel heurluijden deposanten memorie noch kan gedencken) dat de goederen altijt souden erven en(de) sterven nae scependoms recht …
Verclaerden voirts dvoirs. deposanten dat dvoirn. Jan Pouwelsz inden jaere ses en(de) tseventich geweest is ten huijse van(den) voirs. mr. Gielis P(iete)rsz ten tijde den selven mr.
Gielis als man ende voocht van Maergen Pietersdr wed(uw)e wijlen IJsbrant Ph(ilip)sz weeskinderen vader erffenisse alwaer den voirs. Jan Pouwelsz hem selven in den selven wtcoop meede voochde met de voirn. requirant als voocht der selver weeskinderen. Tuijcht dvoirs. mr. Gielis Pietersz deposant noch apart dat nijet langer geleeden dan ontrent twee maenden den voirs. Jan Pouwelsz. staende up aent heck met melcanderen spreeckende van verscheijden saecken ende onder andere woorden hadden van waerborch te stellen
van(de) coop vande woninge die den selven Jan Pouwelsz eertijts gecoft heeft van Anna IJsbrantsdr zijns eersten huijsvrouwen moeder voirnt. daer up hij deposant voir antwoordt
gevende: alst noot waere dat hij voir soe veele tselve de weeskinderen van IJsbrant Ph(ilip)sz mocht aengaen hem selven en(de) zijn huijs hoff en(de) geheele woninge tot waerborch
stellen woude, dvoirs. Jan Pouwelsz voir antwoordt gaff: ‘Neen tis mij daer om nijet te doen, ick hebbe met Jan Timmer wat anders te doen, de weeskinderen sall ick van haer grootemoers goet nijet een penn(ing) offtrecken.’

Op 28 april 1586 bekent Pieter Jansz Groenevelt wonen(de) in Naeldijckerbrouck en(de) dat hij int copen van(de) woninge en(de) eijgen landen metten aencleven van dijen bij hem gecoft van(de) wed(uw)e en(de) erffgen(amen) van Jan Dirkz. z:ge: in zijn leven woonachtich upte woninge voirn. aen hem genomen en(de) aende gereede penn(ingen) van dijen gecort heeft dese naevolgende parthijen van renten: …. noch een renthe van seven gulden thien strs. siaers ter losse mede den penn(ing) zestijen als voren toecomen(de) Jan Pouwelsz Vos en(de) tweeskint van Adriaen Corssen.

(fredbrouwer.nl)

8898. Jan Arentsz. Tou van der Burch, geboren ca. 1539, gezworene van Woutharnasch, Groenevelt, en St. Aegtenrecht, schepen ca. 1582, overleden in 1596, trouwde

8899. Neeltge Willemsdr. van Vliet, overleden 15 sept. 1606 (begraven in De Lier)

(Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 210)

– 31 mrt. 1595: hij koopt 1 morgen eigen tarwepachtland. De Heilige Geest van de Lier behoudt een rente 10 gl. op dit land.

(Ons Voorgeslacht 1979, p. 3)

– 13 juni 1596: Jan Tou Aertsz. na overdracht beleend met 5 1/2 hond land te Naaldwijk

– 19 sept. 1596: Arent Tou Jansz. beleend, hulde door Pouwels Adriaensz. van Dijck, bij dode van zijn vader Jan Arent Touwesz. 

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 161 en 211) 

De Zwethoeve (ook Zwetwoning of Zwetburch genoemd) [komt reeds in het einde van de zestiende eeuw voor]. Hier woonde in die tijd de familie Tou van der Burch, vermoedelijk een tak van het bekende, oude regeringsgeslacht van der Burgh uit Delft. Oorspronkelijk moet Zwetburgh een ridderhofstede zijn geweest. in 1565 behoorde dit huis aan Jan Arent Touwensz., die in dat jaar verklaarde, aan zijn moeder, Lenertgen Pietersdr., weduwe van Jacob Gerritsz, de somma van [9600 gl.] schuldig te zijn wegens de koop van de Zwethoeve met de helft van de daarbij horende grond, groot 32 morgen en twee hond. Deze Jan Arent Touwensz. (van der Burgh) ligt met zijn vrouw in de Domkerk te De Lier begraven; de zerk is nog aanwezig. (J. G. de Ridder, Uit de geschiedenis van het Westland [Den Haag 1979, p. 171])

8912. Huig Jansz. Lugtenburg, geboren ca. 1562, overleden 5 febr. 1633

Zerk in de St. Catharijnekerk te Brielle: “Hier leyt begraven Huig Jansz. Lugtenburg in zijn leven schout van [Nieuwenhoorn] ende starf [5 febr. 1633] wesende 71 jaar”.

1 april 1641: uitkoop tussen Magdaleentge Bouwensdr., laatst weduwe van Cornelis Bouwensz. van Luchtenburch, in zijn leven schout van Oostvoorne, geassisteerd met Pouwels Meeuwesteijn, enerzijds, en Lambrecht Huijgens met Michgijel Huijgens, voor zichzelf en als ooms en bloedvoogden van Catharijne Willemsdr., dochter van hun overleden zuster, anderzijds. (Weeskamer Oostvoorne, inv. 1, f. 78v)

25 april 1642: Hugo Jansz. Luchtenburg is overleden, evenzo te Abbenbroek Jacob Jansz. Luchtenburg. Door dit laatste sterfgeval is Commertje Pietersdr., getrouwd met Jan Jansz. van Tecklenburg, soldaat onder de compagnie van Treslong, de naaste van de “vrienden” van Hugo Jansz. Luchtenburg geworden. (Not. J. de Bruijne te Brielle)

8914. Doen Jacobsz., trouwde

8915. Neeltge Jacobs

Kinderen:

a. Jacob, gedoopt NG Brielle 12 juni 1596

b. Jacob, gedoopt NG Brielle 10 jan. 1601 (getuigen: Gerrit Jansz., Jan Lambrechtsz., Boudewijn Vincentsz. Burgemeester, Leuntghe Jacobs)

c. Jan, gedoopt NG Brielle 27 nov. 1607

8924. Joris Claesz. Verdoel, geboren naar schatting ca. 1580, jongman uit Poortugaal (1608), molenaar te Poortugaal (vermeld 1606, 1622), overleden tussen 22 nov. 1631 (doopgetuige) en 7 aug. 1637, trouwde NG Poortugaal/Hellevoetsluis 29 juni 1608

8925. Susanna IJsbrantsdr. van Bijlant, geboren naar schatting ca. 1580, wonende te Schiedam (1608), stadsvroedvrouw te Brielle (aangesteld in 1643), overleden tussen 25 juli 1649 en 12 febr. 1650

(Prometheus XIII, p. 210; http://members.chello.nl/studio/rijnland/01-ijsbrant/1580-susanna.html)

– 8 okt. 1606: Joris Claesz. molenaar getuige bij de doop van Grietgen, dochter van Huibrecht Huijgensz. (NG doopboek Poortugaal)

– 1622 (rekening van de 1e dubbele 1000e penning van Poortugaal): Joris Claasz. Verdoel molenaar: 4 ponden (Ons Voorgeslacht 1992, p. 264)

– 7 aug. 1637: Susanna IJsbrantsdr. aangeslagen voor de windrechten op de korenmolen te Poortugaal: 125 ponden (http://members.home.nl/w.quant/Kwartierstaat%20van%20Jan%20Passchier%20Quant.HT)

8944. Vincent Gijsbertsz. Bosman, overleden na 1636, trouwde 2e NG Heinenoord 2 juni 1634 Maertge Cornelis, 1e NG Puttershoek 25 okt. 1620 (ondertrouw)

8945. Neeltje Arijens, geboren te Heinenoord ca. 1595, overleden Puttershoek 1633

(Prometheus XIII, p. 210)

8946 = 6772

8947 = 6773

8948. Daniël Ariensz. Visser, geboren naar schatting ca. 1585, jongman van Maasdam (1611), schepen van Puttershoek 1633-1645, heemraad ald. 1637, kerkmeester ald. 1637, overleden ca. 1645 (voor 14 mrt. 1646), trouwde 2e NG Puttershoek 25 april 1638 Annetje Willems, 1e NG Maasdam 1 mei 1611

8949. Marike Jacobs, jonge dochter van Cillaarshoek (1611), overleden te Puttershoek 1637 (begraven in de kerk ald.)

– 1626: Daniel Adriaensse Visser aangeslagen in de 1000e penning van Puttershoek voor een vermogen van 1000 gl. “Het belliet gesien bet.” (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 204v)

– 1638: Daniel Adriaensz. [Visser] aangeslagen in de 200e penning van Puttershoek aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3980, f. 128)

(Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 210)

8950. Isbrant Cornelisz., geboren ca. 1588, weduwnaar van Mijsheerenland (1617), boer ald., woonde op de Blaak ald. (1618), woonde in het Zomerland (1621), begraven in de kerk van Mijnsheerenland 20 mrt. 1625, trouwde 1e Janneken (Jannichen) Adriaensdr. (Fonckert), 2e NG Heinenoord 28 mei 1617 (attestatie van Mijnsheerenland 30 april 1617)

8951. Marichje Dircksdr. ’t Greijn, geboren te Heinenoord naar schatting ca. 1590, jonge dochter van Heinenoord (1617), trouwde 2e ca. 1626 Pieter Ariensz., 3e NG Heinenoord 9 juli 1628 Jan Ariensz. Beut

(Prometheus XIII, p. 211)

– 7 dec. 1595: Isbrant Cornelisz. is een voorzoon van Marike Pieters, verwekt door Cornelis Isbrantsz. (RA Maasdam inv. 3)

– 1 jan. 1617: IJsbrant Cornelisz., weduwnaar van Jannichgen Adriaensdr., wonende te Mijnsheerenland: aan hem bleef in eigendom ca. 1 morgen 552 roeden eigen land met huis, schuur, berging, “betelinge en bepotinge” daarop staande, in welk huis Jannichgen overleden is, met al het koren, alle koeien etc. Hij zou aan de erfgenamen betalen een somma van 1200 gl. met termijnen van 150 gl. p.j. Hij neemt een hypotheek op de eigendom van 1 morgen 552 roeden land. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

– 1625: wegens het graf van Isbrant Cornelisz. in de kerk van Mijnsheerenland betaald 6 gl. (Archief NH gemeente te Mijnsheerenland, kerkvoogdij nr. 14, rekening over 1624, afgesloten op 11 juni 1626); op 20 mrt. 1625 werd wegens zijn begrafenis betaald 3 gl. 10 st. (Weeskamer Mijnsheerenland nr. 1)

– 8 mei 1625: Marichge Dirck Cornelisdr. Greijn, weduwe van IJsbrand Cornelisz., heeft aan haar kinderen beloofd te betalen een somma van 500 gl., wanneer het middelste kind tot haar achtttiende jaar gekomen is. De kinderen zullen bovendien al hun vaders kleren krijgen en de helft van het eigen land en de weduwe de andere helft met het huis en al hetgeen verder op het land staat. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

– 30 jan. 1627: Marichge Dirk Cornelisdr. Greijn, laatst weduwe van Pieter Adriaensz. van Ridderkerk, geassisteerd met Dirck Cornelisz. Greijn, haar vader, Claes Jacobsz. Blaeck, haar oom, en Sebastiaen Dirksdr. Greijn, haar broer, enerzijds en Adriaen Adriaensz. van Rijderkerck, wonende bij de Blaeck, Steven Adriaensz. alias Schipper, wonende op Westmaas, echtgenoot van Machtelt Adriaensdr., Sebastiaen Adriaensz. alias Schipper, wonende aan de Blaeck, , echtgenoot van Marichge Adriaensdr., en Cornelis Dirksz. Greijn, man van Neeltge Adriaensdr., anderzijds, allen erfgenamen van Pieter Adriaensz., komen overeen, dat de weduwe alle roerende en onroerende goederen zal behouden, waarvan is gescheiden hetgeen haar drie kinderen, verwekt door haar eerste man, Isbrant Cornelisz., hebben ontvangen. De erfgenamen zullen krijgen al de kleren van linnen en wol, die aan Pieter Adriaensz. hebben toebehoord. Marichge Dirksdr. belooft een bedrag van 160 gl. uit te keren, in twee termijnen. De overledene heeft in het laatst van zijn leven aan de H.G. Armen gelegateerd een bedrag van 20 gl., welke de erfgenamen buiten last van de weduwe zullen voldoen, de ene helft te Ridderkerk en de andere helft te Moerkerken. De 30e penning over de onroerende goederen van Pieter Adriaensz. zullen worden betaald door de erfgenamen. Gedaan ten huize van de weduwe in het Oost-Zomerland. (Weeskamer Mijnsheerenland inv. 1)

9058. Godschalck Ottensz., overleden voor 17 juni 1563, trouwde

9059. Luit Cornelisdr., trouwde 2e voor 1563 Lenardt Adriaensz. 

– 24 dec. 1545: Schalk Otten verklaart verkocht te hebben aan NN Schalk Ottendr. 2 schilden, 14 stuivers per schild gerekend, de penning XV en een halve jaarlijkse losrente, die hij haar bewezen heeft op al zijn goederen. (Ons Voorgeslacht 1985, p. 146-147)

– 17 juni 1563: comp. Lenardt Adriaensz., wonende in Mijnsherenland van Moerkerken, getrouwd met Luit Cornelisdr., eerder weduwe van Goidschalck Ottens, voor de ene helft en Cornelis Adriaensz. Meeldijck, wonende in Cromstrien, gehuwd met Barbara Godschalcksdr, en Joost Cornelisz., getrouwd met Lijsken Godschalcksdr., allen erfgenamen van hun vader Godschalck Ottens, voor de andere helft, transporteren aan Willem Petersz., poorter te Gorinchem, een griend en boomgaard etc. te Kedichem, (Ons Voorgeslacht 1982, p. 569)

9184. Philips Cornelissen (Vermaet), geboren naar schatting ca. 1530, woonde in 1561 te Rhoon, biersteker, schepen van Rhoon in 1566, overleden na 1593 (vermoedelijk te Spijkenisse vóór 1600)

9185. Helena Gerritsdr. van Rhoon (buitenechtelijk kind), geboren ca. 1544, mogelijk te ‘s-Gravenhage, biersteekster, overleden Rhoonse Veer voor 19 okt. 1623, trouwde 2 Jacob Mathijsen

(Prometheus II, p. 181, Ons Voorgeslacht 1980, p. 490, Ons Voorgeslacht 1999, p. 74)

9186. Dirrick Cornelisz. Kuedieff, landeigenaar in en schepen/heemraad van de Albrandswaard (1571), woonde in 1557 in het Land van Putten en in 1561 in Poortugaal (10e penning Albrandswaard), overleden ca. 1573/1574, trouwde

9187. Martigen Cornelisdr.

(Prometheus XVII, p. 305)

– 17 mei 1572: Laurens Quirijnen brouwer verklaart schuldig te zijn aan Dirck Cornelisz., wonende in Poortugaal, als oom en voogd van Cornelis Govertsz., onmondig weeskind van Duiffken Cornelisdr., een somma van 115 gl., gekomen uit de nalatenschap van Dirck Cornelisz., zijn oom, alsmede een somma van 160 gl., welke het weeskind is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Aerjaentgen Coedieffs.  (ORA Dordrecht inv. 1565, akte 135)

– 13 juni 1572: Laurens Quijrijns verleent procuratie aan Claes Bastiaensz., wonende in Poortugaal, om te transporteren aan Dirck Coedieffs, als oom en voogd van Cornelis Govertsz., twee gemeten land in Poortugaal in de Waard, waarvan Maerten Claesz. zijn leven lang het vruchtgebruik heeft. (ORA Dordrecht inv. 1565, akte 198) 

9222. Pieter Cornelisz. Bakker, zoon van Cornelis Cornelisz. Bakker

(RA Geervliet inv. 52, anno 1623)

– 1616: Cornelis Cornelisz. Bakker te Geervliet maakt de inventaris op van de nalatenschap van zijn moeder zaliger, Neeltje Cornelis, in tegenwoordigheid van zijn zwagers, Leendert Adriaensz. [echtgenoot van Ariaantje Pietersdr. Bakker] en David Jansz. Caperman [gehuwd met Nelletje Pietersdr. Bakker] (Oud-Archief Geervliet, nr. 17)

9388. Adriaen Jansz. Troost, geboren naar schatting ca. 1505, overleden voor 1566, trouwde 

9389. Aefken Cornelisdr.

Kinderen:

a. Jan Aeryaensz. Troost

b. Ingen Adriaensz. Troost

c. Sebastiaen Aeryensz. Troost

d. Anthonis Ariensz. Troost, heemraad van Heinenoord, overleden voor 24 aug. 1565

9408. Ghijsbrecht Daniëlsz., overleden voor 19 jan. 1573, trouwde 2e naar schatting ca. 1560 Lijntje Adriaensdr., overleden voor 20 mei 1610, trouwde 2e voor 27 juni 1574 Jan Gheeritsz., Ghijsbrecht trouwde 1e naar schatting ca, 1545

9409. Eva Jacobsdr.

– 1546-1566: Ghijsbrecht Daniëlsz. wordt vermeld in de polderrekeningen van het Oudeland van Moerkerken. 

– 21 aug. 1583: vermeld worden de weeskinderen van Gijsbrecht Daniëlsz., in zijn leven gewoond hebbende te Mijnsheerenland, genaamd Jan, Pieter, Job, Lenaert, Daniël, Digna, Yefke en Gijsken Gijsberts. (ORA Dordrecht inv. 737 (oud), f. 161)

9412. Lieven Cornelisz., overleden voor 13 aug. 1574

13 augustus 1574:
Boedelscheiding tussen Jan Dammasz., weduwnaar van wijlen Ariaentge Lievensdr., en Cornelis Lievensz. op Westmaas, zijn zwager, en de onmondige kinderen van Lenert Lievensz. en Annetge Dammasdr., die bij hun gevoegd hebben Pieter Adriaen Dircksz., vanwege Ariaentge, de onmondige dochter van Lieven Cornelisz. en Crijntge Adriaensdr., nu huisvrouw van Pieter Adriaen Dircksz., en Pieter Dammasz.

Vermelding 15 november 1575:
Cornelis Lievensz. op Westmaas verkoopt aan Lieven Lenertsz. en Ariaentge Lenertsdr., kinderen van Lenert Lievensz. en Annichge Dammasdr., beide overleden, en dit ter presentie van Cornelis Lievensz., Jan Jacobsz. van Rotterdam, Dammas Jansz. en Jan Dammasz., voogden, een jaarlijkse losrente van 37 gld 10 stuivers, verzekerd op 3 mrg land in het NvM in een hoeve ter grootte van 10 morgen

Hij trouwt drie keer (namen echtgenotes onbekend, behalve die van Crijntge Adriaensdr., die trouwde 2e Pieter Adriaen Dircksz.):

Kinderen:

a. Ariaentje Lievens, trouwde Jan Dammasz.

b. Cornelis Lievensz. (Mijs)

c. Lenert Lievensz., overleden voor 15 nov. 1575, trouwde Annette Dammasdr.

d. Ariaentje Lievens de jongste (“van de derde bedde”), trouwde Joost Cornelisz. Meijnaert alias Spruijt

9414. Sebastiaen Jacobsz., overleden voor 2 juni 1608, trouwde

9415. Lijntje Pieter Korsdr. van Moerkercken alias Cranendonck, trouwde 2e Pieter Cornelisz. van der Schoor.

2 juni 1608:
Jacob Cornelisz. Meijnert in Oud-Cromstrijen en meer andere personen bekennen verkocht te hebben aan Gerrit Sijbrantsz. op Heinenoord 1 mrg en 100 roe land in het OvM, ten zuiden van de Noord- of Achterweg. De verkopers aangekomen bij overlijden van Sebastiaen Jacobsz., echtgenoot van Lijntge Pieter Cors Pietersdr. en haar aangekomen mits het overlijden van Elisabeth Claesdr., echtgenote van wijlen Pieter Kors Pietersz. 
Genoemd: Pieter Cornelisz. van der Schoor, Lijntge, Maritge en Elisabeth Sebastiaensdochters in Nieuw-Cromstrijen, Joost Adriaensz. Kindermaker in Oud-Beijerland, echtgenoot van Cornelia Sebastiaen Jacobsdr., Cornelis Cornelisz. van Driel in Oud-Cromstrijen, echtgenoot van Cunera Sebastiaen Jacobsdr.; altezamen erfgenamen van Sebastiaen Jacobsz., in echte aan Lijntge Pieter Kors Pietersdr. geprocreert, die nu getrouwd is met Pieter Cornelisz. van der Schoor. (ORA Mijnsheerenland inv 5)

9424. Pontiaen Tonisz., vermeld in Mijnsheerenland 1552/1553, trouwde

9425. Pieterken Adriaensdr., overleden voor 23 nov. 1555

1552/1553: hij krijgt 38 stuivers betaald voor het schoonmaken van een watering

9440. Jacob Jansz. Molijn, geboren ca. 1574, deurwaarder van de gemene middelen, stadsschilder te Delft, kunstschilder en huisschilder, schilderde vooral stillevens, lid van het St. Lucasgilde te Delft (1618), begraven Delft 3 sept. 1649, 2e trouwde 2e NG Schiedam 28 juli 1624 Maritgen Cornelisdr. van der Vos, wonende in de Kromstraatsteeg (1624), begraven Delft (Oude Kerk) 7 april 1637 3e NG Delft 18 dec. 1640 Grietje Jacobsdr. van den Berch, geboren ca. 1594, trouwde 1e NG Delft 30 jan. 1622 Philips Thonisz. van Leeuwenhoek, mandenmaker te Delft (dit zijn de ouders van Anthoni van Leeuwenhoek), trouwde 2e NG Schiedam 28 juli 1624 , trouwde 1e

9441. Elisabeth van Egeren, begraven Delft (Oude Kerk) 18 jan. 1616

ONA Delft inv. 2016, akte 110: op 15 april 1649 testeert Jacob Molijn, deurwaarder van de gemene middelen, wonende in Delft, ziek in bede liggende. Hij herroept eerdere testamenten, codicillen e.d., uitgezonderd betreffende hetgeen hij gemaakt heeft aan zijn dochters Geertruijt en Elisabeth Molijn. Hij benoemt tot zijn erfgenamen Lodewijck Jacobsz. Molijn of bij vooroverlijden diens kinderen, Cristijna Molijn, de kinderen van zijn overleden dochter Jannetgen Molijn, getrouwd met Baerthout Ultraan Post, genaamd Baerthout de jonge en Elijsabeth Baerthoutsdr. Post, Cornelis Gheritsz. Molijn chirurgijn, zoon van Gerrit Jacobsz. Molijn, of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, Geertruijt Molijn, getrouwd met Jan Gerritsz. van Nimweegen, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, allen zijn kinderen, verwekt bij Elisabeth van Egeren, zijn eerste vrouw, Joan Jacobsz. Molijn en Elijsabeth Molijn, beiden zijn kinderen verwekt bij zijn tweede vrouw Martigen Cornelisdr. van der Vosch. Hij prelegateert aan zijn dochter Elisabeth Jacobsdr. het vruchtgebruik van een obligatie van 200 gl. ten laste van Anthonij Plallemedes [Palamedes], schilder wonende te Delft, en een obligatie van 100 gl. ten laste van Moer Tijssen in de Essentack, wonende in Delft. Hij legateert uit voornoemde 300 gl. aan zijn dochter Geertruijt Jacobs een somma van 50 gl. Tot voogden en executeurs van zijn testament stel hij aan zijn broer Pieter Molijn en Andreas van den Linde, predikant van de Lutherse gemeente, beiden wonende in Delft.

9512. Leendert Cornelisz. Roobol, geboren ca. 1530, boer, kooiker (1557, 1561), mede-taxateur van de 10e penning (1557-1558), ontvanger van de Armen (1579), schepen van Rhoon (1576-1580), schout van Rhoon (1583-1597), overleden Rhoon 1 juni 1600 (begraven in de kerk ald.), trouwde (wellicht) 1 mrt. 1567

9513. Maartje Dirksdr. Koorneef

Kinderen:

a. Cornelis Leendertsz. Roobol (= kwartier 9736)

b. Pieter Leendertsz. Roobol (= kwartier 4756)

c. Jan Leendertsz. Roobol, trouwde in 1587 Stephania Dames

(Slijkerman, Coornneef, p. 14-18) 

9520. Gillis Jacobsz. Herweijer, geboren te ‘s-Gravenhage ca. 1547, heemraad (1599), landbouwer te Nieuw-Beijerland, dijkgraaf van Nieuw-Beijerland (1604), huurde de hofstede “Zuidwijck” aan de Zuidzijdsedijk te Nieuw-Beijerland overleden aldaar in juni 1617 (begraven in de kerk), trouwde 2e voor 20 april 1604 Arentie Engels (vermeld als weduwe van Gillis Herweyer in 1617), trouwde 1e naar schatting ca. 1575

9521. Lijsbeth Jans, overleden ca. 1600

– ca. 1575: Gillis Herweyer huurt de boerderij “Zuidwijk”. Het woonhuis werd geheel vernieuwd in 1626. De boerderij is in het begin van de 20e eeuw afgebroken en herbouwd.

– 11 dec. 1601: op verzoek van Frans van Bonckelwaert, pachter van het gemaal over Nieuw-Beijerland, legt Gillis Herweijer, wonende te Nieuw-Beijerland, 54 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 898, geen folionrs.)

– juni 1617: grafzerk in de NH kerk van Nieuw-Beijerland: “Hier leyt begraven Gillis Herweyer Jacobsz. dyckgraef. Hij stierf de … Juny 16[17]” (NB: Gillis Herweyer werd in 1616 nog genoemd i.v.m een landaankoop. Zij weduwe wordt vermeld in 1617.)

Kinderen (o.a.):

a. Jacob Herweijer

– 1626: Jacob Herweijer in de 1000e penning van Nieuw-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 8000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 234)

b. Jan Herweijer

– 1626: Jan Herweijer in de 1000e penning van Nieuw-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 235v)

c. Cornelis Herweijer

d. Pieter Herweijer

– 1626: Pieter Herweijer “met de kinderen van Gillis Herweijer” in de 1000e penning van Nieuw-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 7000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 235v)

e. Gillis Herweijer

f. Engel Herweijer

(J.J. Herweyer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 238-239)

9524. Bastiaen Leendertsz. de Recht (de Regt), bouwman in of nabij Hans Willersstede te Oud-Beijerland, mogelijk schepen ald. in 1571, overleden tussen 13 april 1592 en 25 jan. 1596, trouwde

9525. Maartje Maarten Willemsdr., overleden na 2 april 1603 (assisteerde haar zoon Maarten bij het passeren van zijn huwelijkse voorwaarden te Oud-Beijerland)

– 7 nov. 1571: Bastiaen Lenertsz. vermeld als schepen van Oud-Beijerland.

– 1572: Bastiaen Leendertsz. de Recht vermeld als pachter van de heer van Sommelsdijck van 18 morgen 346 roeden land met een huis. (Gens Nostra 1981, p. 34)

– 1583: Bastiaen de Recht in Beijerland is pachter van land in de Oost-Zomerlandpolder. (Archief Polders Oost-Zomerland inv. 21)

– 13 april 1592: vermeld wordt land van Bastiaen Leendertsz. de Recht in Oud-Beijerland. 

– 26 nov. 1598: Marijtge Maertensdr., weduwe van Bastiaen Leendertsz. de Recht, geassisteerd met Leendert Bastiaensz., haar zoon, verklaart, dat zijn schuldig is aan jonkheer Herman van Bourgongnien, heer van Fallais, Sommelsdijk etc. een somma van 1804 Vlaamse ponden en 4 1/2 schellingen wegens de koop van 8 morgen 122 roeden land. Borgen: Arijen Jacobsz. en Joris Deijm Maertensz. (ORA Oud-Beijerland inv. 2)

– 14 dec. 1598: in een rentebrief, verleden door Maartje Maartensdr., worden haar kinderen vermeld: Leendert, Marietje, getrouwd met Arijen Jacobsz., Maarten en Adriaen. (B.L. van Strij de Regt, Stambomen De Regt [Veldhoven 1990], p. 42)

Volgens een Belgische publicatie zouden zijn voorouders zijn geweest:

2. Leendert Willemsz. de Recht, (geboren te Gouda ca. 1510)

4. Willem Maartensz. de Recht 

8. Maarten Adriaansz. de Recht alias le Grande, geboren in het Land van Waas (B.) ca. 1461, vertrok ca. 1485 naar Beijerland

16. Adriaan de Recht alias le Grande, leefde in het land van Waas in de 1e helft van de 15e eeuw

(Gens Nostra 1981, p. 34-35; K.J. Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht [Rotterdam 1987], p. 210; Kwartierstatenboek Prometheus X, p. 75, 78)

9526. Adriaan Hendriksz. Hogendijk, geboren ca. 1560, bouwman te Rhoon, heemraad ald. 1601, mogelijk vermeld in 1e dubbele penning betreffende Rhoon anno 1622 als Adriaen Heijndricxs (IC ponden) (Ons Voorgeslacht 1992, p. 264)

9527. Hilletje Adriaansdr. Fonkert, geboren ca. 1560

(De Nederlandsche Leeuw 1930, kol. 13)

9528. Adriaen Cornelisz. Kindermaker, heemraad van Oud-Beijerland in 1602, overleden voor 1621, trouwde

9529. Sijtgen Bastiaensdr., overleden voor 1625

9530. Sebastiaen Jacobsz., trouwde

9531. Lijntge Pieter Kors Pietersdr., overleden tussen 20 juli 1616 en 1639, trouwde 1e Pieter Cornelisz. van der Schoor 

Kinderen (ex 1; volgorde onzeker):

a. Pietertje Pietersdr. van der Schoor, trouwde Jan Jansz. van Strijen

b. Cornelis Pietersz. van der Schoor

Kinderen (ex 2; volgorde onzeker):

c. Lijsbeth Bastiaensdr., trouwde Claes Jacobsz. Hoochvliet, schepen in wette van Cromstrijen (1627)

d. Neeltje Bastiaensdr., geboren naar schatting ca. 1585, overleden in of na 1660, trouwde 1e vermoedelijk ca. 1608 Joost Adriaensz. Kindermaecker, schepen van Oud-Beijerland, 2e ca. 1615 Jacob Pietersz. Slickboer, schepen van Oud-Beijerland

e. Lijntgen Bastiaensdr., trouwde Jacob Maertensz. Polderdijck

(Ons Voorgeslacht 2000, p. 330)

9532. Jan Jacobsz. Herweyer, [zoon van kwartieren 19040 en 19041] vermoedelijk geboren te ‘s-Gravenhage ca. 1550, woonde in 1578 in Spijkenisse, overleden ca. 1581, trouwde naar schatting ca. 1575

9533. Diewertje Willemsdr. van den Einde (van den Ende), van Gouda (1582), trouwde 2e NG Dordrecht 18 nov. 1582 Thomas Jansz. van Wesel (1582), 3e Cornelis Jacobsz. Bollaert

(J.J. Herweyer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 230)

NG trouwboek Dordrecht 18 nov. 1582: Thomas Jansz. van Wesel met Dijverken Willemsdr. van der Goude, weduwe van Jan Herweijer (“sellen bescheijt brengen uit Beijerlant”, briefje gegeven om na de proclamaties aldaer getrouwd te worden)

9684. Fop Claesz. van Driel, geboren ca. 1523 = 19480

9685. Grietje Leendertsdr. Kranendonck = 19481

9686. Cornelis Anthonis Sijbrants, schout van Rijsoord (1598), trouwde ca. 1573 (?) Truijcken Herbertsdr. van Houwelingen, trouwde 1e Pieter Aertsz.

Blijkens het kohier der 6e penning over Ridderkerk, uit ca. 1570 (?) had Pieter Aertsz. met Arien Geeritsz. aenden Oostendam 3 morgen uitergors of noord voor Oud-Reyerwaard in pacht van het gemene land van ‘toude- lant’ (= Oud-Reyerwaard). Blijkens een akte van 20-3-1572 was Pieter Aertsz niet meer in leven, toen zijn niet bij name genoemde erven als belenders werden aangeduid van een perceel land in ‘Willem Hermanss. huysweer van XIIJ mergen’ in Nieuw-Reyerwaard. Zijn niet bij name genoemde weduwe werd sedert datzelfde jaar ook vermeld vanwege 1 morgen huurland in Ridderkerk, dat onder beheer stond van het Geestelijk Kantoor Delft.
Tot in 1578 werd door haar jaarlijks de betaling verricht. In de jaren 1581-1585 stond Truytje Herberts, weduwe van Pieter Aertsz. op de Oostendam, dus onder haar eigen naam, met dit land geboekt en in de jaren 1585-1589 Cornelis Thonisz., als getrouwd hebbende de voornoemde weduwe. Hieruit zou aanvankelijk geconcludeerd kunnen worden dat hun huwelijk in 1585 heeft plaatsgevonden, maar deze gedateerde omschrijvingen zijn niet altijd betrouwbaar gebleken. Het huwelijk van Truycken met Cornelis moet dan ook in of omstreeks 1572 gesloten zijn, want de uit dit huwelijk geboren dochter Hilleken Cornelisdr. schonk reeds omstreeks 1590/’95 haar man, de boer Hendrick Goossensz. van de Ghiessen, heemraad van Sandelingenambacht, een kind.
Truygien Harbertsdr. trad op 21-1-1580 te Ridderkerk op als doopgetuige bij een kind van Pioen Harmensz. en Janneken Tonysdr., welke laatste zeer waarschijnlijk een zuster was van haar man Cornelis Anthonisz. Sijbrants. Genoemde Pioen Harmensz. volgde overigens (zijn zwager) Cornelis Anthonisz. Sijbrants kort na 1600 op als schout van Rijsoord, terwijl dit schoutambt een aantal jaren later werd bekleed door Lenaert Foppen van Driel, de man van Marycken Cornelisdr., dochter uit een eerder huwelijk van Cornelis Anthonisz. Sijbrants met een mij niet bij name bekende vrouw.
Rond 1574 erfde Truy Harberen met de kinderen van Jan Pyeter Aertsz. van de (niet bij name genoemde) huisvrouw van Wyllem Aryensz. Nyessen 3 morgen 2½ hont in ‘Willem van Stolcx 5 mergen 2½ hont’ in Oud-Reyerwaard. 13 Dit land stond rond 1570 evenwel op naam van Willems’ broeder Cornelis Adriaensz. Niessen ‘aen den Droogendijck’. Tot in het aan ons overgeleverde kohier der 50e penning van 1581 werd ‘Truyken Herberen aenden Oestendam’ hiermee vermeld.14 Op 27-10-1578 transporteerde Aeryen Gherytsz., schout van den Oostendam, aan Truygen Harbersdochter, weduwe van Pyeter Pyetersz. [sic], een gerecht vijfde part in deze 3 morgen 2½ hont in Oud-Reyerwaard Op 25-10-1590 kreeg Cornelis Anthonyssen ten behoeve van Truy Harbers land in Oud-Reyerwaard overgedragen. De goederen van Cornelis en Truycken lijken tijdens hun huwelijk strikt gescheiden gehouden te zijn, waaruit te verklaren valt dat de huisvrouw van Cornelis Anthonisz. vrijwel altijd onder haar eigen naam werd opgetekend – hetgeen bepaald ongebruikelijk was voor een gehuwde vrouw in die tijd – als het haar eigen goederen betrof. Truycken is altijd aangeduid als wonende op de Oostendam, alwaar blijkens talrijke polderrekeningen dijkgraven, heemraden e.d. zich kwamen laven en wellicht ook vergaderden, terwijl Cornelis zeker tot in 1581 als inwoner van Rijsoord is aangeduid. Daar zal hij een hofstede recht tegenover de brug hebben bewoond, waar later zijn schoonzoon Lenaert Foppen van Driel en diens nakomelingen op boerden. In de jaren 1597-1599 werd Cornelis aangeduid met de toenaam ‘Oistendam’, dus met de woonplaats van zijn vrouw, alwaar hij dan ook zelf gewoond zal hebben. Op 2-2-1602 woonde hij pertinent weer te Rijsoord – Truycken was toen mogelijk niet meer in leven – toen hij land in Groote Lindt transporteerde

Cornelis huwde 2 keer voor hij Truijcken huwde. Cornelis Anthonisz. Sijbrants alias Oistendam., boer, woonde te Sandelingenambacht op de later genaamde hoeve ‘De Hoogstee’ (1557), te Rijsoord op de hoeve tegenover de brug (vermeld 1561,1570-1580,1602), te Oostendam (ten tijde van zijn laatste huwelijk tot in of vóór 1602), taxateur van de 10e penning van Rijsoord en Strevelshoek (1561), schout van Rijsoord en Strevelshoek (1598), overl. na 2-2-1602, tr. l e 1556/’57 waars. N.N., landpoorteres van Dordrecht (1558), overl. waars, vóór 4-2-1560; weduwe van Heynrick Jacobsz. Besemer, boer te Sandelingenambacht. Hij tr. 2e (ca,1560/’65 ?) (Heijltgen ?) N.N. Hij tr. 3e ca. 1573 Truijtgen (Truijcken) Herbersdr. (Harbersdr.), geb. (Hardinxveld ?) ca. 1535, boerin en waardinne te Oostendam, overl. vóór 20-10-1599. Zij huwde eerder 1e ca. 1571 Pieter Aertsz.

(genealogieonline.nl)

9692. Lauris Wittens, trouwde

9693. Jannetje Cornelisdr.

(Prometheus II, p. 193)

9694. Pieter Pietersz. Kleijburg, trouwde

9695. Arentje Jansdr. (van Luchtenburg)

(Prometheus II, p. 193)

9710. Mathijs Maertensz. Polderdijk, schepen van St. Antoniepolder (1544), schout van st. Anthoniepolder (1557, 1560, 1562. 1564), overleden St. Anthoniepolder 13 april 1571, trouwde

9711. Digna (Yngetje) Adriaen Yemansdr., overleden na 18 febr. 1558

Mijnsheerenland, 30 september 1557: boedelscheiding tussen Ariaentge Adriaensdr., weduwe van Jacob Dircksz., en Yeman Adriaensz
Genoemd: Mathijs Maertensz., en Yngetje Adriaensdr., Hilleken Jacobsdr., Adriaen Jacob Dircksz., Jacob Adriaensz., broeder van Ariaentge Adriaensdr., Willem Kors in Oud-Stryen, met beschrijving van land aldaar.
18-2-1558: “IJeman Adriaensz, heemraad van Mijnsheerenland, Mathijs Martensz, schout van Sint Anthoniepolder als man van IJngetje Adriaensdr, als voogden van moederswege van Adriaen Jacobsz, nagelaten kind van Adriaentje Adriaensdr. zaliger, gehuwd geweest met Jacob Dircksz.

9728. Dirck Cornelisz., geboren ca. 1530, gebruiker van land in West-Barendrecht, in het Nieuwe Buitenland van Carnisse en onder Oost-Barendrecht (1557), hoogheemraad van Barendrecht (1575-1597), overleden Oost-Barendrecht voor 8 jan. 1598, trouwde

9729. Maritge Hermansdr., geboren naar schatting ca. 1540, overleden na 20 mei 1609

– 15 april 1598: Maritge Hermans, weduwe van Dirk Cornelisse, wonende te Barendrecht, geassisteerd met haar voogd en broer Ploen Hermans, Jacob Gerrits, man van Soetge Dirks, Herman Dirks, Cornelis Dircks en Adriaen Dirks, elk voor zichzelf en tevens vervangende Leentge en Heijltge Dirks, hun zusters, samen kinderen en erfgenamen van Dirk Cornelisse, verkopen 3 morgen land in Dirk Smeetsland. (Van Driel, o.c., p. 249-250) 

9730. Cornelis Huijgen, bouwman aan de Westdijk onder Mijnsheerenland, heemraad van Mijnsheerenland, trouwde

9731. Kungen Cornelisdr.

9732. Thijs Philipsz., geboren ca. 1560 te Dirksland, landbouwer, heemraad en schepen ald. 1579-1599, overleden ald. 1599, trouwde

9733. Arendje Jacobsdr., overleden te Dirksland 

(Ons Voorgeslacht 1987, p. 104)

9734. Cornelis Hendriksz., trouwde

9735. Maritge Heijndricksdr. Droogendijck, geboren ca. 1560, overleden voor 1616, trouwde 1e Cornelis Pietersz., zij krijgt door haar huwelijk met Cornelis Pietersz. de hoeve “de Drie Valken” en zet het bedrijf voort met haar tweede man

(Prometheus XII, p. 167)

De dochter van Cornelis Hendriksz., Trijntje, heeft als voogd van vaderszijde Ariaen Heijndrickxsz. in Rhoon, die ongetwijfeld identiek is met Adriaen Hendriksz. Hogendijk [ = kwartier 9526], heemraad van Rhoon in 1601.

9736. Cornelis Leendertsz. Roobol de oude, [zoon van kwartieren 9512 en 9513], schepen en leenman te Oud-Beijerland 1590-1593, heemraad van de polder Oud-Beijerland 1599, overleden voor 1 juli 1626, trouwde

9737. Lijsbeth Coosen van Riede [= kwartier 24.243]

– 1626: Lijsbeth Coosen, weduwe van Cornelis Leendertsz. Roobol, in de 1000e penning van Oud-Beijerland aangeslagen voor een vermogen van 12.000 gl. (RA Dordrecht, Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 231v e.v.)

9738. Adriaen Henricksz. Droogendijck, geboren Hoogvliet ca. 1564, jongman van Hoogvliet (1589), [zoon van kwartieren 19470 en 19471], overleden voor 17 dec. 1621, trouwde NG Poortugaal 11 juli 1589

9739. Maritge Henricxdr. Dijckgraeff, jonge dochter van Poortugaal, wonende in het Nieuwland (1589)

– 28 mrt. 1615: Adriaen Hendriksz. bij overlijden van zijn vader beleend met 10 lijn 20 roeden land (leen 58g) in het Rughesant van Pernis en met 9 1/2 lijn land (leen 58k) in de Stiefmoeder te Poortugaal. Zijn dochter wordt met dit leen beleend bij dode van haar vader op 17 dec. 1621. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 139)

9740. Daniël Foppen van Driel, geboren ca. 1568, van Ridderkerk (1591), weduwnaar van Barendrecht (1624), landbouwer, heemraad van Oost-Barendrecht, gaarmeester van de verpondingen van Ridderkerk (1595-1598), armmeester van Barendrecht (1619-1621), heemraad van Oost-Barendrecht (1619-1624), hoogdijkheemraad van Barendrecht (1624, 1625) overleden tussen 31 juli 1634 en 25 mei 1648, trouwde 2e NG Ridderkerk 7/15 dec. 1624 Jorisje Pieters (Op de Dijck, de Zeeuw), jonge dochter van Ridderkerk (1624), 1e NG Ridderkerk 3/17 mrt. 1591 

9741. Aaltje Cornelisdr. Romeijn, van Ridderkerk (1591), overleden tussen 2 mrt. 1617 en 7 dec. 1624

– 1 april 1590 Daenijel Foppen heeft “sijn voechtdiscap opgeseijt Cleijs Foppen”, zijn broer.

– 5 sept. 1595: hij verkoopt een huis aan de Drogendijk.

Hij had uit de nalatenschap van zijn vader diverse landerijen onder Ridderkerk. In jan. 1599 wordt hij eigenaar van land in Nieuw-Reijerwaard in “Baerthouff”. 

– 2 mrt. 1617: testeert te Dordrecht de 16-jarige zoon van Cornelis Maartensz. te Ridderkerk. Hij legateert aan zijn oom Cornelis Cornelisz. jonge Romeijn zijn aandeel in zeker land en noemt verder zijn ooms en tantes, die enig land erven, t.w. Willem, genoemde Cornelis, Pieter, Aeltken, de vrouw van Daniël Voppen [van Driel], Barbara, de vrouw van Pieter Cornelisz. op te Dijk, Ploentke, de vrouw van Huijgh Pietersz. en Fijcken Cornelisdr., de vrouw van Willem van der Mast. (Ons Voorgeslacht)

– 1626: Daniël Foppen van Driel in de 1000e penning van Barendrecht aangeslagen voor een vermogen van 14.000 gl. (RA Dordrecht, archief 3, f. 3975, f. 153v)

– 3 sept. 1632: Daniël Fopen van Driel wil “gelijckmatigheijt en ruste maken” onder zijn kinderen en verklaart de verdeling van zijn na te laten goederen onder zijn kinderen rechtmatig te willen maken. Zijn oudste zoon Fop Daniëls, of diens kinderen, zouden de 1056 gl. aan goederen, boven zijn moederlijke portie genoten, mogen houden (volgens de deling van 24 mrt. 1624), alsmede de 2 morgen 300 roeden lands, liggende aan de Crommenweg en nog een vijfde part in een somma, hem aangekomen door het overlijden van zijn moeder en berustende onder zoon Cornelis. Hiermee zal Fop afstand doen van zijn vaderlijke goederen, zonder iets meer te pretenderen. Zoon Cornelis zal een morgen vrij eigen land ontvangen, gelegen in een stuk land van 3 1/2 morgen en dat voor getrouwe diensten en andere redenen. De resterende goederen zullen gelijkelijk moeten worden verdeeld tussen Cornelis, Grietje en Marijke Daniëls, met Pieter Dane, zoon uit de “nabedde”. Voogden: Willem Pietersz. en Cornelis Daniëls. (ONA Dordrecht inv. 35, f. 160)

(Van Driel, p. 170-171)

9742 = 11.124. Pieter Woutersz., geboren ca.  1540 (82 jaar in 1622), landbouwer op een hofstede in de tiende hoeve te Oost-IJsselmonde, landeigenaar te Oost- en West-IJsselmonde, heemraad en schepen van Oost-IJsselmonde 1577-1616, laagheemraad 1577-1626, penningmeester van Varkensoord 1591-1592, van Karnemelksland 1602-1603, van het hoge- en lage-polderbestuur van Oost-IJsselmonde 1608-1609, hoogdijkheemraad van het gemene land van Oost-IJsselmonde 1613-1626, begraven in het koor van de kerk te IJsselmonde tussen 23 febr. 1626 en 12 aug. 1626, trouwde 2e voor 4 nov. 1582

9743 = 11.125. Aeffgen Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1560, begraven in de kerk te IJsselmonde tussen 18 dec. 1643 en 10 dec. 1644.

– 1599: hij koopt land in het buitenland van Varkensoord van Leendert Huijgen in ‘s-Gravendeel.

(Kronieken 1993 (3), p. 151-152, Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 300-301, De Nederlandsche Leeuw 1997, kol. 319)

9764 = 6078. Cornelis Andriesz. Timmerman, geboren naar schatting ca. 1560 (meerderjarig in 1589), kerkmeester van Maasdam 1611, heemraad ald. 1615, ouderling 1621, overleden na 12 sept. 1624, trouwde

9765 (?) Maritge Bastiaens

– 12 sept. 1624: Maritge Bastiaens, echtgenote van Cornelis Andriesz. Timmerman, heeft een rechtzaak tegen Jan Gijsberts (RA Maasdam inv. 3)

9766. Willem Gerritsz. Timmerman alias Hordijk, gemenelandstimmerman (vermeld te Strijen vanaf 1614, cf. Polder Oud-Bonaventura. 436, anno 1614/1615), overleden voor 20 april 1647

– 1638: Willem Gerritsz. in de 200e penning van Strijen aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 160)

– 20 april 1647: de kinderen en erfgenamen van Willem Gerritsz. verkopen ten overstaan van het gerecht te Cromstrijen een huis en 4 hont land in Nieuw-Cromstrijen en huisraad en verdere inboedel. (ORA Cromstrijen inv. 13)

9784. Wouter Huijgensz., geboren ca. 1566, woont in Nieuw-Lekkerland (vermeld 1609), schepen/heemraad in 1594-1595, 1601, 1605, 1609, 1615, 1620 en 1624, overleden voor 1627, trouwde naar schatting ca. 1595

9785. Anneken Wouters, geboren te Bleskensgraaf ca. 1574, overleden na 1666

– 14 juni 1605: compareren Jan en Wouter Huijgensz., zoons van Huijch Woutersz., mede voor de onmondige kinderen van Adriaen Huijgen en de voogd van Jan Aertsz., enerzijds en Willem Aertsz., echtgenoot van Neeltgen Jacopsdr. en Nanning Aertsz., “haren oom”, anderzijds. Jan en Wouter Huijgensz. hebben voor de weeskinderen van Adriaen Huijgen voorgeschoten de ongelden, die op het land van het sterfhuis van Liedewij Huijgensdr. vervallen waren. (Weeskamer Laag Blokland, inv. 8)

– 20 mei 1609: Wouter Huijgensz., bouwman van het weer te Nieuw-Lekkerland van 15 mrg., waar hij woonde, daarvan was voor de helft eigenaar de kinderen van Floris Gerritsz. en Barber Jans.

– 25 juni 1613: hij koopt enkele morgen land in weer W3 te Bleskensgraaf.

– 1621: hij wordt aangeslagen te Nieuw-Lekkerland voor een waarde van 15.000 gl. 

– 1627 en 1628: in de verpondingen wordt de waarde van zijn erfgenamen getaxeerd op 13.000 gl. Hij bleek de rijkste man van het dorp te zijn. 

– 11 juni 1631: de weduwe van Wouter Huijgensz. koopt van de twee kinderen van Floris Gerritsz. 750 roeden land in het weer van 15 morgen, genaamd “Huijch Wouters weer”. (ORA Nieuw-Lekkerland inv. 11)

(Kwartierstaat Bothof, p. 307-308)

9786. Ewout Jacobsz., geboren ca. 1573, woont te Oud-Alblas, bezat land in het Middelweer te Alblasserdam, trouwde ca. 1595

9787. Barber Foppen, geboren ca. 1575 te Nieuw-Lekkerland, overleden tussen 16 nov. 1642 (doopgetuige) en 23 mei 1643

Kinderen:

a. Aelken Ewoutsdr., gedoopt NG Oud-Alblas 5 juni 1605 (getuigen: Fop Jansz. van Lekkerland, IJke Foppen op Streefkerk, Neelke Teuwe op Alblas)

b. Foppe Ewoutsz.

c. Mariken Ewoutsdr.

9788. Lenaert Hermansz. (Pijl), overleden vermoedelijk voor 20 febr. 1617 (Weeskamer Alblasserdam)

9800. Arien (Adriaen) Cornelisz. Huijser, landbouwer, overleden te IJsselmonde tussen 22 juni 1624 en 18 juli 1625

– 1585: “Van Hillendijk af tot Adriaen Cornelisz. Huijser”. (GA Rotterdam, archief grondheerlijkheid van Charlois van de dijkgraaf en heemraden van Charlois en annexe polders.)

9802. Pleun (Appolonius) Dircksz. Verschoor, welgesteld landbouwer in de polder Dirk Smeetsland onder West-IJsselmonde, laagdijkheemraad en waarsman van Dirk Smeetsland, hoogdijkheemraad van Varkensoord, waarsman van Varkensoord en Karnemelksland en waarsman en laagdijkheemraad van de vier polders van West-IJsselmond, kerkmeester van IJsselmonde 1598, overleden tussen 26 juni 1624 en 26 febr. 1625, trouwde 1e Aechtje Gerritsdr. Cranendonck, 2e

9803. Maria Arijensdr. (Adriaensdr.), overleden IJsselmonde voor 15 dec. 1600

– 19 febr. 1621: voor notaris Jan Lenertsz. Schouten te Rotterdam testeert Applonis Dircksz. Verschoor, wonende onder IJsselmonde in Smeetsland. Hij herroept zijn eerdere testament, gepasseerd voor dezelfde notaris op 23 juli 1620. Zijn erfgenamen zijn: Dirck Ploenen Verschoor, Pleun Ploenen Verschoor, Lija Ploenen, de vrouw van Crijn Ariensz. Huijser, Elisabeth Ploenen, de vrouw van Pieter Huijge Cranendonck, de kinderen van Stijntge Ploenen, de kinderen van Ariaentge Ploenen en Cornelis Arijensz. de nagelaten zoon van Arij Arijensz. Baes en Lijntge Ploenen, ieder voor een zevende part.

(Kranendonk, p. 250, Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 300)

9824. Sebastiaen Cornelisz. (opten) Doolaert, overleden voor juli 1579,

Vermeld als koper van tienden te Strijen in de periode 1551-1574.

9832. Cornelis Gerritsz. Esseboom, gaarder der verponding over Bonaventura, ingaande 19 dec. 1589, deed rekening 25 juni 1592, overleden na 31 jan, 1606, trouwde NN Jacobsdr.

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht, p. 213)

9836. Cornelis Pietersz. Loopicker, pachter in het Oost-Zomerland (1583), wonende aan de Blaak (1603), overleden na 11 april 1611, trouwde naar schatting ca. 1575

9837. Neeltje Ariens, overleden voor 6 juni 1598

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 167)

Kinderen:

a. Pieter Cornelisz. Loopicker (= kwartier 4918)

b. Grietje Cornelisz. (= kwartier 6051)

c. Geertge Cornelis, geboren ca. 1578

d. Claertge Cornelis, geboren ca. 1585

e. Arijen Cornelis, geboren ca. 1585

(Weeskamer Heinenoord inv. 1)

9882. Rogier Jansz. van der Straten alias Havermaet, smid te Piershil (Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 338, Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 117), overleden voor 2 mrt. 1640, trouwde 1e Arijaentge Cornelis, 2e ca. 1600

9883. Jannetje Jansdr. van Rij (Verrij), overleden na 2 mrt. 1640

9886. Jan Andriesz. Cattestaert, landbouwer, overleden te Middelharnis in 1609, trouwde ca. 1600

9887. Maeijcke Leendertsdr. de Wit, overleden te Middelharnis in 1653, trouwde 2e 1610 Michiel Michielsz. Nots 

((Kwartierstatenboek Prometheus XIV, p. 338) 

9912. Jan Sebastiaensz. Hals alias (den) Boer, geboren ca. 1553 (27 jaar in 1580), boer op de vaderlijke pachthoeve en – landen op Slikkerveer in Nieuw-Reijerwaard (sedert ca. 1575 tot na 1581), overleden tussen 1611 en 1627, trouwde NG Ridderkerk 29 juni 1581

9913. Ploentgen Heijndricksdr., overleden na ca. 1595

(Ons Voorgeslacht 2002, p. 99)

– 11 mrt. 1580: Jan Bastiaensz., omtrent 27 jaar oud, wonende te Ridderkerk of Slikkerveer. (ORA Dordrecht inv. 735 (oud), f. 234v) 

9954. Jan Arijensz. Troost, geboren ca. 1536, schout van Heinenoord 1566-1570, schepen 1576-1588, hoogheemraad, trouwde 

9955. Adriaentge Adriaens

Kinderen:

a. Anneken (= kwartier 4977)

b. Adriaen

c. Rochus Jansz. Troost

d. Sebastiaentge Jan Adriaensz., trouwde Jan Cornelisz. Geus

9972 (mogelijk:) Pieter Cornelisz. de Lange, trouwde

9973. Ariaentje Lievens, dochter van Lenert Lievens (zie kw. 9412)

(RA Oud-Beijerland inv. 2, akte dd 15 juli 1598)

10280. Gerrit Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1510, overleden voor 31 aug. 1551, trouwde

10281. Machtelt Cleijsdr.

– 31 aug. 1551: Machtelt Cleijsdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., uit Hendrik-Ido-Ambacht, is samen met anderen erfgename van Cleijs Jacobsz. van IJsselmonde. (ORA Dordrecht inv. 696, akte 413)

Na de dood van zijn moeder wordt Gerrit Cornelisz. beleend met een hofstede met 4 morgen land in Sandelingenambacht, waar hij mogelijk zijn verdere leven heeft gewoond. Verder is van hem bekend, dat hij 19 morgen 4 hont land gebruikte in Sandelingenambacht (1543) en dat hij 2 morgen zaailand bezat onder Hendrik-Ido-Ambacht. 

(Kranendonk, p. 113, Ons Voorgeslacht 1982, p. 234)

10288. Andries Diericx. alias Aert Oom, geboren ca. 1551, polderwerker en rijsthoutschipper te Puttershoek, later (vanaf ca. 1597) te ‘s-Gravendeel, overleden ca. 1622 (voor 4 mei 1623), tr. Teuntje Ariens, die na zijn overlijden hertrouwde met Dirk Philipsz., voerman te ‘s-Gravendeel. (RA ‘s-Gravendeel inv. 2, akte dd 4 mei 1623; ONA Dordrecht inv. 61, f. 265v, akte dd 23 dec. 1644)

– 1572: Andries Dirksz. en Simon Adriaensz. zijn goede, deugdelijke personen en “schamele schuitenaars”. Andries is “belast met wijff en cleijne kinderen … en leggende zijn huijsfrou in dootsnoot.” Zij hebben zich altijd eerlijke en vroom gedragen als goede Katholieke personen. “Verclaeren voorts dat de voorz. Andries Dircx ten tijde als die geusen gecomen waren op Maesdam om bij nachte de kerk van Maesdam en Pietershoek te spolië«ren, de voorn. Andries Dircx alsdoen met haer vieren de geusen met haer roeren en ander geweer geresisteert hebben, so dat alsdoen daer nijet gesmeten is worden dan naderhant, als die geusen aldaer quamen met groter macht van volcke”. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 115)

Hij hielp voor 1572 als rijshoutschipper mee bij inpolderingen bij Puttershoek. Hij tekent met ene huismerk. In 1572 probeerde hij met enkele collega’s de Geuzen tegen te houden, die al plunderend bij Puttershoek zijn aanbeland en daar de kerk in brand proberen te steken. 

Andries woonde in 1572 aan de Damp-candt te Puttershoek. Na 1597 treffen we hem aan als schipper, wonende te ‘s-Gravendeel. Tot 1620 woonde hij in de Zuidvoorstraat, vlak bij de Zeedijk. Na 1620 woonde bij aan de Boendersweg, even buiten het dorp. Andries begon als “schamele schuijtenaer”, maar als zijn erfenis onder zijn kinderen wordt verdeeld, blijkt hij een rijk man te zijn. 

Hij stamt mogelijk af van Aert Oom, een boer in de buurtschap Vrachelen tussen Oosterhout en Raamsdonk, die omstreeks 1562 land in pacht had van het Karthuizer klooster te Raamsdonk.

Hij trouwde 

10289. Teuntje Ariens, trouwde 2e Dirk Philipsz., voerman wonende te ‘s-Gravendeel (RA ‘s-Gravendeel inv. 2, ONA Dordrecht inv. 61, f. 265v, akte dd 23 dec. 1644)

10290. Pieter Jansz. Vries, schepen van ‘s-Gravendeel (1605), overleden ca. 1625 (tussen 23 mei 1624 en 1626)

– 15 aug. 1596: Pieter Jansz. de Vries wordt eigenaar van een huis in ‘s-Gravendeel, voordien eigendom van Meus Bastiaensz. Schippers, ten zuiden belend door Jasper Lambertsz. (RA ‘s-Gravendeel inv. 1, akte dd 20 juni 1597)

– 23 juni 1599: schuldbekentenis van schout en schepenen van ‘s-Gravendeel vanwege het dorp aan Pieter Jansz. Vries, als vader en voogd van Grietje en Jannetje Pietersdr. (RA ‘s-Gravendeel)

– 1626: 1000e penning van ‘s-Gravendeel: de weduwe en erfgenamen van Pieter Jansz. Vries worden aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 200)

10292. Pieter (Lenaertsz.)

10294. Adriaen Jacobsz. Hordijk, geboren naar schatting ca. 1540, landbouwer in Oost-Barendrecht, landgebruiker in Dirk Smeetsland, Lombardijen, Oost-Barendrecht en de Ziedewij, zeker in de periode 1587-1595, overleden in de tweede helft van 1598.

Hij trouwde wellicht ca. 1570 

10295. Margrieta (Grijetgen) Japhetsdr. (Jaefftedr.), overleden in of na 1626.

In 1577 transporteren Lenert Jaeffte, Cornelis Jaeffte, Huijch Jaeffte, Arijen Jacobsz., getrouwd met Grieten Jaefftedr., en Ingen Jaefftedr. vrij eigen land in het Oude Land van Ridderkerk. (ORA Ridderkerk inv. 87)

Adriaen zegelt in 1592 als heemraad van Barendrecht met het volle wapen van Wassenaar. 

(Ons Voorgeslacht 1979, p. 311)

* Het wapen van het geslacht Hordijk: gevierendeeld, I en IV in rood drie zilveren wassenaars; II en III in blauw een gouden dwarsbalk. Dit komt overeen met het volle wapen van de familie van Wassenaer. Met dit wapen van Jacob Adriaensz Hordijck, dat bij de restauratie van de Barendrechtse dorpskerk in 1960 weer te voorschijn kwam, zegelden Adriaen Jacobs Hordijck en zijn broer Willem, schout en heemraad van resp. Barendrecht en Kijfhoek. (zuiderent.ch)

Het wapen van het geslacht Van Wassenaar. (foto: wikipedia)

Zij bezat ouderlijk erfgoed in het Oude Land van Ridderkerk: Gryetgen Japhitsdr weduwe van Aryaen Jacobss wonende in Oost-Barendrecht, testeert 13.08.1602. Het erfdeel van haar docher Aegten gaat naar haar kinderen, Aegten krijgt het vruchtgebruik ervan zonder dat dit kan worden aangetast door haar crediteuren. (genealogieonline.nl)

– 1626: Grietgen Japhitten weduwe in de 1000e penning van Barendrecht aangeslagen voor een vermogen van 5000 gl. (RA Dordrecht, archief 3, inv. 3975, f. 157)

10296. Adriaen Reijnen, geboren naar schatting ca. 1540, woonde mogelijk in Groote Lindt, trouwde

10297. (Machtelt ?) NN 

NB: beide zoons, Reijn Adriaensz. en Willem Adriaensz. Reijnen, hebben een dochter Machtelt. Zoon Willem woonde in Groote Lindt. (Zie Gens Nostra 1992, p. 208)

10604. Jacob Adriaen Gerritsz., geboren naar schatting ca. 1510, landgebruiker te Oost-Barendrecht, heemraad (1551), schout van Oost-Barendrecht en de Ziedewij (1559, 1561), overleden ca. 1575

10606. Japhet Andriesz. (Westduel), geboren ca. 1515, boer op een pachthoeve in de 14e Houve te Oost-IJsselmonde, schepen/heemraad van het ambacht Oost-IJsselmonde (1554-1571), laagheemraad van Oost-IJsselmonde (1554-1571), waarsman van IJsselmonde (1567), met zijn vrouw gegoed in het Oude Land van Ridderkerk, overleden tussen 1571 en 1577, trouwde naar schatting ca. 1545

10607. Sebastiaentgen Cornelisdr., geboren waarsch. te Sandelingenambacht naar schatting ca. 1520, overleden waarsch. na 14 juni 1567, mogelijk dochter van Cornelis Gerritsz. (uit een groep Cranendonck), boer te Sandelingenambacht en (diens tweede vrouw) NN.

(Ons Voorgeslacht 2013, p. 124 e.v.)

10700. Arijen Snoeijensz, geboren 1573, woonde te Ouderkerk a/d IJssel op het dorp, testeert met zijn vrouw te Rotterdam op 18 sept. 1635, testeert met zijn vrouw te Gouda op 5 mrt. 1644, 11 febr. 1648 en 28 juli 1648, testeert alleen te Gouda op 17 dec. 1654, trouwde

10701. Jaepgen Jacobsdr. Kars, overleden tussen 28 juli 1648 en 17 dec. 1654

(Prometheus XV, p. 215)

10702. Theunis Pouwelsz. Strever, geboren 1578, woonde te Hardinxveld, later te Peursum, overleden voor 1638, trouwde 

10703. NN Adriaensdr. Middelaer

(Prometheus XV, p. 215)

10736. Wouter Jacobsz. Covel, geboren ca. 1550, boer, eigenaar van de Wouter Jacobsz. Hoef bij Goudriaan, groot 8 morgen en 3 hont land, “streckende van de halve Goudriaen noortwaerts tot de lantscheijdinge met Langerak”, en een deel van het Langerakse Molenweer, “streckende van den Leckdijck aff suijtwaerts op tot de halve lantscheijdinge van Goudriaen toe”, overleden voor 22 mei 1632, trouwde voor 14 mei 1581

10737. NN, dochter van Jan Adriaensz.

In 1581 verkoopt Wouter al het land, dat hem is aanbestorven door overlijden van de vader van zijn vrouw, Jan Adriaensz., gelegen in Goudriaan. 

10752. Quirijn (Crijn) Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1525 (mondig in 1558), landhuurder te Oost-Barendrecht en in De Ziedewij (1561), overleden in of na 1567.

(Ons Voorgeslacht 2001, p. 159)

10754. Jan Leendertsz. (Lenaertsz.), geboren ca. 1550, boer te Krimpen a/d Lek, taxateur (1584), hoogdijkheemraad van de Krimpenerwaard (1589), overleden voor 19 juni 1590, trouwde

10755. Lenartgen (Leentgen) Jacobsdr., geboren ca. 1550, vermoedelijk te Rijsoord, overleden tussen 19 juni 1590 en 1 febr. 1606 

(Kwartierstatenboek Prometheus XIII, p. 200)

10762. Pleun Huijgen, geboren naar schatting ca. 1550, bouwman aan de Westdijk onder Mijnsheerenland, Heiligegeestmeester van Mijnsheerenland 1575, gaarmeester van het morgengeld ald. 1576, overleden tussen 17 febr. 1599 en 15 mrt. 1600, trouwde 1e ca. 1568 Maritgen Staes Jacobsdr., 2e ca. 1575 Mariken Jacob Stevensdr. van der Mast, 3e ca. 1580

10763. Lijntje Dirck Cors Pietersdr., overleden tussen 4 febr. 1627 en 17 juli 1631

ORA Mijnsheerenland inv. 7, f. 68v.
10-7-1624 hebben schout en heemraden getaxeerd de beterschap van 2 mergen, 25 roeden
chijnsland in het Oudeland van Moerkerken, door de wed. van jacob Claesz. Lem de jonckste ‘met de vruchten vandien’ verkocht aan de wed. van Pleun Huijgen op 780 gld

ORA Mijnsheerenland inv. 7, f. 8v.
10-1-1627. Cornelis Lenertsz. jonge Bleijcker, onze inwoner, verklaart schuldig te zijn aan de
weduwe van za. Pleun Huijgensz. 150 car. gld. i.v.m. een lening. Hij zal het bedrag met de rente
over een jaar terugbetalen. Cornelis Jansz. inden Moockhouck, zijn ‘swager’ en Gielis Heijnricx
Batenburch, staan borg. In marge: Trijntge Jansd., huisvrouw van Cornelis Geeritsz. Vuijren
vertoont namens Cornelis Lenertsz. Bleijcker bewijs van betaling. Schuld geroyeerd 28-5-1628.

idem, f. 10v.
4-2-1627. Jacob Claesz. Lem de jonckste, onze inwoner, verklaart schuldig te zijn aan Adrien
Eeuwoutsz. Smoor, de somme van 650 car. gld. i.v.m. de koop van 2 mergen, 25 roeden chijnslant in het Oudeland van Moerkerken, gekocht op 23-9-1625, volgens folio 303. Hij zal de helft betalen mei 1626 ‘verschenen,’ met rente, en de rest een jaar later. In marge: Pieter Pleun Huijgen heeft namens zijn moeder Lijntgen Dirck Cors Pietersdr., die het land gekocht heeft, bewijs van betaling getoond. Op 10-7-1627 had Adriaen Eeuwoutsz. Smoor van de wed. van za. Pleun Huijgen, namens de wed. van Jacob Claesz. Lem de jonckste de laatste termijn betaald. In marge: ‘Desen besegelden schultbrieff bij mij an Adriaen Eewoutsz. Smoor gelevert, staende ten huijse van Andries Willemsz schipper in Moerkerken.

idem, f. 317r.
17-7-1631. Sijmon Huijgensz. Splinter, secr. en ‘bij provisie tot den ontfanck vanden heere van
Moerkercken van sijne heerlickheijts goederen gecommiteert sijnde,’ verklaart ‘van wegen den
voorn. heere van Moerkercken’ schuldig te zijn aan de nagelaten weeskinderen van za. Lijntge
Dirck Cors Pietersd., weduwe van za. Pleun Huijgensz. 200 car. gld. i.v.m. een lening aan Gooswijn
Jansz. van Wesell ‘van wegen den heere van Moerkerkcen.’ Hij zal terugbetalen 17-1-1632

10812. Adriaen Cornelis Michielsz. alias Palsrock, geboren naar schatting ca. 1530, boer in het Oudeland van Oost-Barendrecht, bediende het spui van de polder De Ziedewij (1574, 1580), overleden tussen 1592 en wellicht 1597, trouwde NN 

(Ons Erfgoed 2005, nr. 3, p. 106-107)

10864. mogelijk: Frans Jansz. van Bodegom, geboren Delft 13 april 1544, grondbezitter te Hekelingen, daar vermeld sedert 1591, overleden voor 20 april 1605, trouwde met Francoise van Roon

– 18 mei 1605: verlijdt Gerrit van Bodegom bij overlijden van Francois van Bodegom, zijn vader. (Leenkamer Ambacht van Brabant op Voorne-Putten)

(De Nederlandsche Leeuw 1968, kol. 345-346)

10898. Bastiaen Joosten, overleden na 15 juni 1617 (RA ‘s-Gravendeel inv. 2)

10948. Aert Aertsz. (Craeijenstein), geboren naar schatting ca. 1540, landbouwer te Bonaventura (Strijen), pachter van de gorzen van de Grafelijkheid (1576/1577), overleden na 19 dec. 1610, trouwde

10949. NN, dochter van Aelbrecht Thomasz.

– jan. 1577: de eerste kamp van Bonaventura, groot 2 morgen 3 hont 16 roeden land, die Aert Aertsz. uit de polder in pacht heeft, de morgen om 8 ponden. (De Nederlandsche Leeuw 1958, kol. 436)

– 19 dec. 1610: Crijntje Bastiaensdr., weduwe van Thomas Aertsz., geassisteerd met Anthonis Bastiaensz. [Verweel, schepen van Strijen, haar broer], haar voogd in deze, enerzijds en Aert Aertsz., als grootvader, Gerrit, Aelbert en Willem Aertszonen, als ooms en voogden van Aert Thomas, ongeveer 8 jaar oud, weeskind van Thomas Aertsz. en Crijntje Bastiaensdr., anderzijds passeren akte van uitkoop. (De Nederlandsche Leeuw 1958, kol. 436)

10956. Gijsbrecht Simonsz. Smit, geboren naar schatting ca. 1550, smid te Charlois, overleden ald. in 1596, trouwde voor 1580

10957. Adriaentje Lenaertsdr. alias Smits alias Ghijsberts, vermeld te Charlois in 1627, overleden na 3 juni 1627

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 181, Onze Voorouders II, p. 166)

11122. Wijt Willemsz., geboren naar schatting ca. 1525, boer in Oud-Reijerwaard, overleden voor 5 febr. 1580, trouwde 2e

11123. Magdalena (Leentge) Aertsdr., mogelijk dochter van Aert Woutersz. en Barbara NN (Ons Erfgoed 2004, nr. p. 118)

– 5 febr. 1580: Lentgen Aertsdr., weduwe van Wijt Willemsz., geassisteerd met haar broer Wouter Aertsz., verdeelt de nalatenschap van haar overleden man met hun vier kinderen Ardt, Machtelijn, Stijntgen en Anneken Wijt Willems, vertegenwoordigd door hun voogd Lenart Willem Arijensz. Lentgen behoudt een huis en hof etc. in Oud-Reijerwaard achter het dorp, genaamd “den Ooyevaersnest”, de helft van 12 mrg. 2 hond 40 roeden land, gelegen in Nieuw-Reijerwaard en 7 mrg. land in Bleskensgraaf. (RA Ridderkerk inv. 87, f. 44 e.v.)

11124 = 9742.

11132. Aert Aertsz., overleden Ridderkerk 27 okt. 1622, trouwde

11133. IJchtgen (Aagje) Adriaensdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 301)

11134. Arijen Pauwelsz. (Cranendonk) alias (Ouden) Dijkckgraaff,, geboren Ridderkerk 1567, heemraad van Ridderkerk 1611-1628, dijkgraaf, overleden ald. 29 sept. 1646 (grafzerk in de kerk), trouwde 1e NG Ridderkerk 9 nov. 1597 Roockgen Goossendr. (Schilperoord), weduwe van Gerrit Pietersz. Cranendonck, 2e NG Hendrik-Ido-Ambacht (bescheid gegeven en bevestigd) 30 mei 1604

11135. Arijaentje Cornelis Lodewijckse, overleden voor 1627

– 1626: in de 1000e penning van Ridderkerk wordt hij aangeslagen voor een vermogen van 13.000 gl. (RA Dordrecht archief nr. 3, inv. 3975, f. 170)

Grafschrift in de kerk te Ridderkerk: “Hier leijt begrave Adrijaen Pouwelsen Cranendonk is gestorven op den 29 september anno 1646 oud sijnde omtrent 79 jaren”.

(Ons Voorgeslacht 1975, p. 319)

11168. Adriaen Pietersz. Conincx, overleden tussen 1599 en 1611, in 1599 wordt hij vermeld als inwoner van Raamsdonk, in 1611 is Jan Petersz. schiptimmerman voogd over zijn weeskinderen)

(GTMWB 1985, p. 126)

11204. Neleman Claesse Nelemans, geboren te Hoge Zwaluwe ca. 1570

11206. Adriaen Claes Tuenen

11260. Jacobus Cornet, geboren Messene (B), schoolmeester in Oosterland (1590) en Poortvliet (1592), vestigt zich als predikant in Ouddorp (1595), later in Steenbergen (1597), overleden ald. in 1620, trouwde Heidelberg (Gld.) 19 jan. 1591

11261. Lijdia Platteel 

11506. Crijn Cornelisz., geboren ca. 1562/1563, vleeshouwer te Oud-Alblas (vermeld 1607), heemraad van Oud-Alblas 1617-1618, 1629-1631, trouwde naar schatting ca. 1585

11507. Maritgen Huijgen, geboren naar schatting ca. 1565

– 21 febr. 1589: Frans Egbertsz. [bakker] en poorter van Dordrecht, enerzijds en Cornelis Huijgensz. en Crijn Cornelisz., als man van Maritgen Huijgendr., anderzijds sluiten een akkoord over een borgtocht, die wijlen Huijch Cornelisz. Bezemer, hun vader resp. schoonvader, was aangegaan. Cornelis Huijgensz. en Crijn Cornelisz. zullen gehouden zijn aan Frans Egbertsz. een somma van 45 Vlaamse ponden te betalen. Daarvoor stellen zij als onderpand 6 morgen 4 1/2 hont land op de noordzijde van Oud-Alblas, genaamd Ghijs Cleijsland, belend ten oosten Ariaen Huijmansland en ten westen Egbert Cleijsland. (Oud-Archief Oud-Alblas, inv. 12, f. 25v-26)

(Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 298 en 303)

11588. Steven Aertsz. (Verkes?), pacht land in Heinenoord 1543

(Onze Voorouders II, p. 166)

11590. Cornelis Joosten, trouwde

11591. Adriaentje Bouwens

(Onze Voorouders II, p. 166)

11603. (Neeltje?) Ellertsdr., trouwde Pieter Huijbertsz. Haar broer heet Meus Ellertsz.

11632. Cornelis Eerlantsz., wonende te Krimpen a/d IJssel, vermeld in de 10e penning van 1543 en 1561, vermeld in de lijst van verbrande huizen 1572/1574.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 290)

11636. Danckaert Egbertsz., wonende te Krimpen a/d Lek, vermeld in de 10e penning van 1543 en 1561, overleden voor 1585

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 322) 

11668. Pieter Ariensz. Hoffman, pacht land te Puttershoek in het Oost-Zomerland 1580/1583, bezit een derde van 16 morgen land te Maasdam, verkoopt in 1584 land onder Maasdam, overleden voor 11 nov. 1625, trouwde

11669. Gooltje Jacobsdr., overleden ca. 1626

(Gens Nostra 1991, p. 449)

– 12 jan. 1580: Pieter Adriaensz. Hoffman, wonende in Puttershoek, verklaart gehuurd te hebben van Jacob van Beveren, rentmeester van de goederen, die de stad Dordrecht “in pantschappe en beleent” heeft, een partij land van 19 morgen en 1 hont, gelegen in Puttershoek en 4 morgen 2 hont 25 roeden land in Mijnsherenland. (ORA Dordrecht inv. 735 (oud), f. 200)

12038. Staes Jacob Staesz., wonende te Maasdam, overleden tussen 1548 en 1551, trouwde

12039. Claertje Cornelis Joostendr., trouwde 2e Jan Hermansz.

Mijnsheerenland 10-3-1547: Staes Jacobsz. op Maasdam, verkoopt Adriaentge, weduwe van Wouter Jansz., een jaarlijkse losrente van 2 gld. en 7 stuivers, verzekerd op 3½ morgen vrijland in het Heilige Geestland (Heilige Geestblok) onder de ban van Moerkercken, voet onder voet met zijn vader en zuster.

Mijnsheerenland 24-4-1548: Staes Jacobsz. van Maasdam verkoopt. Claes Cornelis Clementsz. te Dordrecht een jaarlijkse losrente van 7 gld, verzekerd op 3½ morgen vrij land in het Heilig Geestblok onder de ban van Moerkercken, in een hoeve van 11 morgen, voet onder voet met Jacob Staesz. en Damas Lenertsz., echtgenoot van Maritge Jacob Staesr., ten oosten van de Groeneweg. Genoemd wordt Jan Jacob Staesz., broeder van Staes Jacobsz.
Staes Jacobsz van Maasdam bekende dat hij verkoopt mits dezen Klaas Cornelis Clemensz uit Dordrecht, de som van zeven karoli gulden, jaarlijkse renten de penning XVI, twintig stuivers voor de gulden gerekend, die hij hem bewezen, verzekerd en gehypothekeerd heeft op morgen vrijland, gelegen in het Heilige Geestland onder de ban van Moerkerken, in een hoeve van 11 morgen, gemeen met Jacob Staasz en Thomas Lenertsz als man en voogd van
Margriet Jacob Staasdr.; aan de Oostzijde van deze landen is gelegen Thomas Lenertsz., aan het zuideinde en westeinde Jacob Staasz en in het noorden de Groeneweg.

Mijnsheerenland, 7 juni 1556: Kors Pietersz. verkoopt aan de onmondige kinderen van Staes Jacobsz. een jaarlijkse losrente van 19 gouden gld verzekerd op 6 mrg 150 roe land in het OvM en nog op het land gekocht van de kinderen van Aert Eeuwoutsz. uit Korendijk.
Genoemd: Joost Staesz., Maritge Staesdr., Maritge Lauris Claesdr. en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf.

Mijnsheerenland, 9 april 1561 na Pasen: Jan Hermansz. van Maasdam, man van Claertge Cornelisdr.,eerder weduwe van Staes Jacobsz., verkoopt Adriaen Woutersz. uit Molenaarsgraaf, en dit ten behoeve van Joost Staesz. en Maritge Staesdr., 1 mrg 1½ hond land in het Heilige-Geestblok onder de ban van Moerkercken in een hoeve van 10 mrg zaailand.

Mijnsheerenland, 12 april 1561 na Pasen: Adriaen Woutersz. uit Molenaarsgraaf, voogd van de achtergelaten kinderen van Staes Jacobsz., va Cornelis en Adriaen Lambrecht Cornelisz.een jaarlijkse losrente van 12 gld verzekerd op 3½ mrg land in het Heilig-Geestblok over de Polderweg.
Genoemd: Heyltge en Maritge Lambrechtsdr., Lijske Lauwen, Geertge Claesdr., ev Lambrecht Cornelisz., en Jan Hermansz., stiefvader van de kinderen van Staes Jacobsz.

Mijnsheerenland, 29-8-1552: Huich Jacob Staesz. verkoopt aan Lauris Claesz., de man van zijn zuster, 2 morgen en 1½ hond land in het Heilig Geestland onder de ban van Moerkercken, deze Huich Jacob Staesz. aangekomen en aanbestorven bij overlijden van Maritge, huisvrouw van Jacob Staesz. van Maasdam, zijn moeder. Gelegen in een weer of kamp genaamd De Hoeve van 11 morgen, gemeen voet onder voet met Jacob (Jacob) Staesz., Ingen Jacob Staesdr., Lauris Claesz. en de weduwe van Staes Jacobsz. met haar kinderen; hebbende op het oosten Herman Oom Danielsz., Heer Jan van de Linde en Claes van Renesse, schout van Puttershoek.

(stamboomonderzoek.com)

12080. Ghijs Ghijsen, leenman van de hofstad Putten te Hoogvliet, schepen van Rhoon 1542-1546, overleden voor 20 mei 1559, trouwde

12081. Batge Doenen, overleden na 1562 (Onze Voorouders II, p. 162), trouwde 2e ca. 1560 Cornelis Jansz. de Jonge, schout van Hekelingen. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 139)

– 1543: in het kohier van de 10e penning van Poortugaal wordt Ouwe Ghijs Ghijsen vermeld met 7 gemeten en Jonge Ghijs Ghijsz. met 10 gemeten 1 lijn 3 roeden. (Ons Voorgeslacht 1961, p. 8)

– 5 april 1552: Ghijs Ghijsz. beleend na overdracht door IJsbrant Jansz.

– 20 mei 1559: Jan Ghijsen beleend bij overlijden van zijn vader Ghijs Ghijsen.

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 120) 

10 lijn 20 roeden land in de Eijffel aan ‘s-Gravenambacht:

– 20 mei 1559: Cornelis Jansz. de Jonge na overdracht door IJsbrant Jansz.

– 27 aug. 1577: Jan Cornelisz., onmondig. Oom: Doen Ghijssen, bij overlijden van zijn vader Cornelis Jansz. de Jonge, waarna Jan Ghijssen te Oudevliet, als voogd van de kinderen van Cornelis Jansz., schout te Hekelingen, en namens Jan Cornelisz. het leen overdraagt aan zijn broer Doen Ghijssen  te Hekelingen. 

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 139)

Kinderen:

a. Doen Ghijssen

b. Jan Ghijsen, overleden na 24 jan. 1577

c. jonge Ghijs Ghijsen (=kwartier 3040)

d. Cornelis Gijssen

e. Leendert Gijsz. Kappendijk

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 120)

12084. Leendert Jansz., geboren ca. 1530, vermeld in de kohier van de 10e penning van Maasdam (1563)

12096. Dirck Adriaensz. Kruithof, geboren naar schatting ca. 1530, trouwde

12097. Annitge Vopssius

12098. Cornelis Ariensz., trouwde voor 1615

12099. Neeltgen Ariensdr.

12108. Claes Cornelisz. Snaeijer, overleden tussen 1 juni 1602 en 22 dec. 1612

– 1 juni 1602: hij staat borg voor Willem Jansz. van Maasdam. (GA Strijen inv. 68)

– 22 dec. 1612: Arien Claesz. Snaeijers van Cillaarshoek verkoopt aan Arien Leendertsz., wonende op Maasdam, land onder ‘s-Gravendeel, hem aangekomen bij overlijden van zijn vader Claes Cornelisz. Snaeijer, die het land gekocht had van de Staten van Holland. (RA ‘s-Gravendeel inv. 38)

12110. Claes (Nicolaes) Jacobsz. Lem, geboren naar schatting ca. 1550, woonde aan de Strijense dijk (Polder Oudeland van Strijen inv. 149, anno 1586), schepen van Strijen (1588), dijkgraaf van het Oudeland van Strijen (1594), bezit land in Bonaventura (1615), overleden ca. 1616, voor 18 nov. 1617 (Weeskamer Strijen), trouwde 1e NN (uit dit huwelijk: Jacob Claesz. Lem de oudste), 2e naar schatting ca. 1588 (hun oudste zoon was 21 jaar in 1609)

12111. Neelken Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1560, overleden 6 april 1596, begraven in de kerk van Westmaas (zerk 17) (Ons Voorgeslacht 1967, p. 359), haar halfbroer is Jacob Segersz. Cranendonck.

– 23 nov. 1588: Claes Lem wordt beboet wegens het laten lopen van zijn varkens aan de gemenelandsdijken. (GA Strijen inv. 68)

– 10 dec. 1609: Jacob Segersz. Cranendocnk en Adriaen Jansz. Cappedijck, voogden over de kinderen van Claes Jacobsz. Lem, verwekt bij Neeltje Jacobsdr., zijn laatst overleden vrouw. (Weeskamer Strijen)

– 14 dec. 1609: hun oudste kind Jacob Claesz. Lem de jongste is geboren ca. 1588 en hun jongste kind ca. 1594 (Weeskamer Strijen)

– 1620: de erfgenamen van Claes Jacobsz. Lem zijn bruikers van 2 morgen 196 roeden 6 voeten land in de Ruijterslanden in Nieuw-Cromstrijen (RA Cromstrijen inv. 74)

12120. Cornelis Bastiaansz. Boeij, schoenmaker (vermeld 1591), voerman (vermeld 1609) te Oud-Beijerland, trouwde voor 1591

12121. NN (Maartje) Foppen Leeuwenburg, overleden tussen 1 jan. 1650 en 26 mrt. 1651

(Ons Voorgeslacht 1992, p. 82)

– 26 mrt. 1651: Claes Voppen, wonende te Oud-Beijerland, doet in geboden steken zeker gemet memorieland, laatst eigendom geweest van zijn overleden zuster Maartje Foppen. (RA Poortugaal)

12124. Jan Pietersz. Pijl, trouwde

12125. Baeftgien Willemsdr.

– 11 jan. 1603: Adriaen Pietersz. Pijl, smid, inwoner van Oud-Beijerland, schepen in wette, verkoopt zijn broer Jan Pietersz. Pijl een huis, schuur en erf aan de westzijde van de Voorstraat. (RA Oud-Beijerland inv. 2)

12156/12157 = 4698/4699.

12360. Corstiaen Jansz., geboren naar schatting ca. 1570, van Oisterwijk (1596), smid en hoefsmid te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 28 april 1596

12361. Magdalena Hendriksdr., van Breda (1596)

12362. Bastiaen Aertsz., schippersgezel van Zwijndrecht (1605), trouwde NG Zwijndrecht 25 dec. 1605/jan. 1606

12363. Dingetien Willem Driesdr., van Lage Zwaluwe (1605)

12386. Steven Aertsz., landbouwer, bewoont een hofstede achter de kerk van Heeroudelandsambacht, heemraad 1575-1592, schout van Heeroudelandsambacht 1592-1606, overleden tussen 9 mrt. 1606 en 18 febr. 1607, trouwde 2e Mariken Jaspersdr., overleden na 24 jan. 1645, 1e (huwelijkscontract) Schobbelantsambacht (Zwijndrecht) 26 juni 1571

12387. Mariken Schalckendr., overleden vóór ca. 1595

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht, supplement I, p. 54, Onze Voorouders II, p. 62)

– 14 april 1617: comp. Dirck Stevensz., schout in Heeroudelandsambacht,  Schalck Stevensz., Pieter Cornelisz. [van Dalen], als man van Mariken Stevensdr. en Jan Sijmonsz., als man van Thoontgen Stevensdr., kinderen van wijlen Steven Aertsz., schout in Heeroudelandsambacht, verwekt bij Mariken Schalckendr., zijn eerste vrouw, alsmede Jasper Stevensz., voor hemzelf en Dirck Stevensz., oudste broer en voogd van Mariken Stevensdr., door Steven Aertsz. verwekt bij zijn laatste vrouw, Mariken Jaspersdr. De comparanten verklaren te hebben gegrondkaveld op 18 febr. 1607 alle percelen van landen, die hun bij overlijden van hun vader aanbestorven zijn. Voorts verklaren de voorkinderen van Steven Aertsz., enerzijds en Mariken Jaspersdr., zijn weduwe , geassisteerd met haar zoon,, Jasper Stevensz., anderzijds, “dat sij alle voordere goederen soo paerden koeijen calveren schapen vercken coren gedorsschen ende ongedorsschen huijsraet ende wollen tinnen houte koepen ijserwerck gelt gout in- ende vuijtschulden soo ende als Steven Aertsz. die met de doot ontruijmpt heeft te samen een erffhuijs gehouden hebben ende voorts van den anderen geschijft ende gescheijden” zijn. (RA Heeroudelandsambacht inv. 1)

– 10 mei 1630: Jasper Stevensz. en Dirck Lenaertsz. Cappendijck, schout van Dubbeldam, beiden wonende aldaar, als procuratie hebbende van Marijken Jaspersdr., weduwe van Steven Aertsz., schout van Heeroudelandsambacht, hun moeder resp. schoonmoeder, verklaren te hebben verkocht aan Cornelis Vaens, burger van Dordrecht, 2 morgen wei- en zaailand, genaamd “de Fierenbras”, liggende in Heeroudelandsambacht, belend ten oosten de opvliet en ten westen de koper, zijnde allodiale goederen, vrij en onbelast, voor 1165 gl. (ONA Dordrecht inv. 57, f. 103v e.v.)

– 24 jan. 1645: Maeijke Jaspersdr., weduwe van Steven Aertsz., wonende op Dubbeldam, verleent procuratie aan Floris Dircxsz., haar behuwd zoon, om van Dirck Stevensz., oud-schout van Heeroudelandsambacht, een rentebrief van 1140 ponden van 40 groten het pond in ontvangst te nemen. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 84, f. 268 e.v.)

12408. Cornelis Aerts Smits, heemraad van Schobbelantsambacht ca. 1575-1593, overleden voor 18 dec. 1601, trouwde 1e voor 1569 Marichgen Cornelisdr. Spruijt, 2e okt. 1583 of kort daarna

12409. Neeltgen Jansdr., overleden na 11 febr. 1617

(Onze Voorouders I, p. 42, Onze Voorouders II, p. 60)

12410. Huijgh Josephs, wonende te Zwijndrecht, overleden tussen 17 nov. 1602 en 6 mei 1606, trouwde

12411. Jaepgen Hendrixdr., overleden na 4 nov. 1621

(Onze Voorouders II, p. 60)

12412. Jacob Jordensz. Wor, geboren ca. 1550, van Dordrecht (1576), metselaar te Dordrecht, overleden Dordrecht tussen 4 juni 1601 en 13 okt. 1603, trouwde NG Dordrecht jan. 1576

12413. Mariken Jansdr. Boucquet, geboren ca. 1555, jonge dochter van Dordrecht (1576), overleden na 26 april 1622 

(Onze Voorouders II, p. 60)

– 9 jan. 1576: Blasius Boucquet en Pieter Boucquet Janszonen, samen vervangende Jan Boucquet en Willem Boucquet Janszonen, hun broers, en Marijken Jansdr., hun zuster, Willem Bastiaensz., als man van Catherina Boucquet Jansdr., alsmede Goessen Daniëlsz. [van de Poel]. stadsbode en muntenaar, als man van Lijsbet Boucquet Jansdr., verlenen procuratie ad lites aan Guert Beugel. (ORA Dordrecht inv. 711 (oud), f. 43)

– 1 aug. 1578: Jacob Jordensz. heeft na een woordenwisseling Pieter Michielsz. Bemmel met een mes in zijn arm gestoken. (ORA Dordrecht inv. 734 (oud), f. 79v)

– 3 sept. 1580: Jan Wor timmerman, voor zichzelf en tevens vervangende Trijntgen en Machtelt Hermansdrs. en Jan Jansz. Babtista, als man van Weijntgen Jordensdr., voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Jordensz., verlenen machtiging aan Willem Ariensz. Ketelaer en Gijsbert Jordensz., mede-erfgenamen van Grijetgen Ruttendr, weduwe van Wijchman Claesz. (ORA Dordrecht inv. 736 (oud), f. 33)

– 10 sept. 1580: Pieter Jansz. van Beurden smid, Claes Pietersz. molenaar, Jacob Jordensz. metselaar en Henrick Pietersz. Vuijthouck, burgers van Dordrecht, stellen zich borg voor Willem Ariensz. ketelboeter, Gijsbert Jordensz. en Jan Babtista, als man van Weijntgen Jordensdr. en Jacob Bornwater, met hun “consoorten”, allen erfgenamen van Grietgen Rutten van moederszijde. Jacob Jordensz. verbindt hieroor zijn huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis, genaamd “de Roscamp” en het huis van Dirck Jansz. schrijnwerker. (ORA Dordrecht inv. 736 (oud), f. 43v e.v.)

– 24 mrt. 1583: boedelscheiding tussen Jan Jansz. [Babtista] schrijnwerker, weduwnaar van Weijntgen Jordensdr., enerzijds, en Gijsbrecht Jordensz. en Jacob Jordensz., als ooms en voogden van Pouwelijna Jansdr., 18 jaar oud, en Lijsbeth Jansdr., 6 jaar oud, kinderen van Weijntgen Jordensdr., anderzijds. (ORA Dordrecht inv. 736 (oud), f. 454v)

– 7 sept. 1591: Jacob Jordensz. metselaar verkoopt aan Gillis Barentsz. kleermaker een pond Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Cornelis Goelt en dat van Dirck Jansz. schrijnwerker. (ORA Dordrecht inv. 741 (oud), f. 300)

– 29 nov. 1593: Andries Jansz. klapwaker verkoopt aan Jacob Jordensz. metselaar een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Jan Pietersz. een dat van Neel Molenaer. Borg: Adriaen Willemsz. koolweger. (ORA Dordrecht inv. 743 (oud), p. 124)

– 4 mei 1595: Jacob Jordensz. metselaar is borg voor Ghijsbrecht Jordensz. metselaar. (ORA Dordrecht inv. 743 (oud), f. 345)

– 26 april 1622: Marijcken Boucquet Jansdr., weduwe van Jacob Jordensz. metselaar, geassisteerd met Jorden Jacobsz., haar zoon, verkoopt voor 1310 gl. aan Goris Jacobsz. Roonaer, deurwaarder van de gemene middelen, wonende te Dordrecht, een huis, staande tussen het huis van Jan Carelsz. bezemmaker en dat van Cornelis Reijersz. metselaar. Borg: Jorden Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 763 (oud), f. 25)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Mariken, 3 okt. 1581

b. Mariken, 26 aug. 1583

c. Joordan, mrt. 1585

d. Lijsbeth, febr. 1587

e. Willem, mei 1589

f. Caterijnken, okt. 1593

g. NN, juli 1600

h. Cornelis

i. Jan

12414. Jacob Bartholomeusz., geboren 1552, schout van Schobbelantsambacht ca. 1582-11 okt. 1614, overleden eind 1614

(Onze Voorouders II, p. 60)

12426. Jan Anthonisz. Kuijst, wonende te Andel, overleden voor 1600, trouwde

12427. Mariken Aert Willemsdr., testeert te Woudrichem op 29 jan. 1623

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 266)

12476. Caerel Hendricksz., wonende te Hiern (Waardenburg), schout in 1627, trouwde 2e NG Waardenburg 11 jan. 1627 Stijntje Teunisdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 266)

12612. Toesijn Toesijnsz., geboren ca. 1600, jongman van Dordrecht wonende in de Kleine Spuistraat bij zijn moeder Maeijken Aerts (1625), schoenmaker (1625), koolmeter (1650: ONA Dordrecht inv. 117, f. 106, akte dd 9 sept. 1650), trouwde NG Dordrecht 23 febr./19 april 1625 

12613. Janneken Glaude (Laurenssen of Jansdr.), geboren ca. 1600, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Spuistraat bij Mariken Toussain (1625) 

12624. Joris Claesz. van Elsloo, schipper, trouwde NG Dordrecht 4 mrt. 1612 (ondertrouw)

12625. Trincken Claes Jansdr., van Eijsden (1612), trouwde 1e Henric Jansz. schipper

12640. Joost Adriaensz. de Pee alias Grooten Joost, geboren naar schatting ca. 1565, molenaar te Heerjansdam ca. 1625, overleden tussen 11 febr. 1625 en 4 jan. 1641, trouwde naar schatting ca. 1590

12641. Ploentgen Claesdr., woonde te Oost-Barendrecht (1619, 1641, 1651), overleden na 17 nov. 1651, waarschijnlijk dochter van Claes Claesz., molenaar te Heerjansdam. 

– 11 febr. 1625: de vrouwe van Heerjansdam richt zich tot het gerecht ald. met het verzoek om inning van gelden van Joost Adriaensz. de Pee, die aan Huijbert Foppen toekwamen wegens het maken van een molen.

(Ons Voorgeslacht 2008, p.134)

12672. Jacob Leendertsz. Besemer, heemraad van Hendrik-Ido-Ambacht, schepen van Sandelingenambacht, overleden ald. 30 dec. 1622 (grafzerk in de NH kerk van Hendrik-Ido-Ambacht: “[Hier] leijt begrave [Jac]ob Leendertse Besemer hij sterf den 30 december anno 1622”. (Gens Nostra 1983, p. 266), trouwde

12673. Jannigje (IJangen) Jansdr.

(Kronieken 2000 (1), p. 36)

12674. Clement Bastiaensz. van Nes, van Rijsoord (1599), boer in het Oude Land van West-Barendrecht, gegoed ald., kerkmeester van Barendrecht (1627-1628), overleden na 1657, trouwde NG Rijsoord 11 dec. 1599

12675. Lijntgen (Lijnke) Foppen (Joppen), van West-Barendrecht (1599), overleden na 6 juli 1619

(Kronieken 2000 (1), p. 37)

– 1626: Clemit [sic] Bastiaens in de 1000e penning van Barendrecht aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3975, f. 157v)

 12688. Cornelis Jansz., bode van de dijkgraaf en heemraden van Zwijndrecht (1636), kerkmeester ald. 1634-1638, diaken 1639, 1643, overleden in 1643, trouwde

12689. Judick Wouters, geboren Dordrecht 1578, van Dordrecht (1600), overleden na 6 mei 1649, trouwde 1e NG Dordrecht 5 nov. 1600 Herman Jansz., van Dordrecht (1600)

(Onze Voorouders I, p. 39, Onze Voorouders II, p. 56-57)

– 1638: Cornelis Jansz. bode in de 200e penning van Zwijndrecht aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3978, f. 90)

12690. Marinus Cornelisse, jongman van Zierikzee (1611), trouwde NG Zwijndrecht 8 mei 1611

12691. Wive Joostens, jonge dochter uit De Linde (1611)

12736. Gerrit Jan Aertsz., trouwde 2e NG Alblas 1636 Neeltge Arijensdr., overleden in of na 1662 (ONA Dordrecht inv. 96, f. 282, akte dd 1 dec. 1662), trouwde 1e Arien Cornelisz. , 1e voor 12 juni 1605

12737. Lijsbeth Cornelis, overleden vóór 1636

12756. Cleijs Jansz. Muijen, geboren ca. 1540 te Alblasserdam, beleend in 1558 (toen nog minderjarig) met 1 1/2 morgen land in de Vinkenpolder, strekkende van de Alblas tot de Hoge Dijk, doet hulde in 1570, overleden voor 23 mei 1602

(Bothof, p. 303, Ons Voorgeslacht 1978, p. 56)

12788. Adriaen (Arien) Witten, van Dordrecht, scheepstimmerman, wonende buiten de Vuilpoort van Dordrecht binnen het Bolwerk naast “de Swaen” (1613), overleden tussen 1621 en 20 febr. 1642, trouwde NG Dordrecht 8 okt. 1613

12789. Theunken Joris Arentsdr., van Dordrecht, wonende buiten de Vuilpoort tegenover de eerste korenmolen (1613)

– 28 okt. 1613: Arien Witten schiptimmerman, burger van Dordrecht, koopt een huis, staande op stadsgrond buiten de Vuilpoort, naast het huis van Jan Jansz. Borg voor koper: Aert Lenertsz. kuiper, burger van Dordrecht. 

(Ons Voorgeslacht 2005, p. 357) 

12796. Walich Rooken, geboren Streefkerk ca. 1560, belijdenis ald. op 30 mrt. 1603, lidmaat in 1610, trouwde NG Streefkerk

12797. Neeltgen Pietersdr., geboren te Streefkerk, overleden vermoedelijk voor 1610

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 289)

12864. Jan Claesz. (Lubbe), schepen van Wassenaar, landbouwer en grondbezitter ald., begraven Wassenaar 12 april 1626, trouwde

12865. Trijntgen Leendertsdr., overleden ca. 1655, trouwde 2e Gerecht [Kath.] Wassenaar 14 juni 1648 Jan Arijensz. van Weena (van Weenen), welgeboren man van Zuidwijk (1648)

(De Navorscher 1958, p. 53)

12866. Theunis Arijensz. Ruijchrock, schepen, weesmeester, kerkmeester en Heilige-Geestmeester van Wassenaar, begraven Wassenaar 24 mei 1649, trouwde

12867. Arentgen Cornelisdr. (int Weer), begraven Wassenaar 23 april 1653

(De Navorscher 1958, p. 54, Kwartierstatenboek Prometheus II, p. 222)

12872. Huijch Cornelisz. Bouman alias van Brede Roode, landbouwer te Wassenaar, overleden voo 4 april 1614, trouwde 2e Wassenaar 9 jan. 1586 Willempje Cornelisdr. Crooser (van Rhoon), 1e

12873. NN (Annetje ?) Jan Harmensdr. van Leeuwen, overleden voor 1586

(Onze Voorouders I, p. 91)

– 22 mei 1566: Huijch Cornelisz. Bouman beleend met 1 hont land (leen 118) te Voerenbrouck in het ambacht Wassenaar bij overlijden van zijn vader Cornelis Dircxsz. Bouman

– 21 jan. 1611: Huijg Cornelisz. Bouman krijgt het leen te vrij eigen in ruil voor leen 119 (1 hont land te Vorenbrouck).

– 4 april 1614: Harman Huijgensz. Bouman beleend bij overlijden van zijn vader Huijg Cornelisz. Bouman.

– 20 mrt. 1653: Cornelis Harmensz. van Breero bij overlijden van zijn vader Harmen Huijgensz.

(Ons Voorgeslacht 1974, p. 97-98)

12874. Cors Cornelisz. van der Clugt (van der Kluft), landbouwer te Lisse, overleden ca. 1599, trouwde

12875. Maritgen Claesdr. Broer, overleden tussen 1631 en 1635

(Onze Voorouders I, p. 91)

12876. Cornelis Pietersz. (Keijser) van Santvliet, trouwde RK Lisse 15 mei 1590

12877. Aechte Adriaensdr. Ruijch

(Kronieken 1994, nr 1, p. 2 )

12878. Dirk Dignumsz. de Roo, trouwde

12879. Geertruid Adriaensdr. (de Oude) Corsteman

(Kronieken 1994, nr., p. 3)

12888. Jacob Jansz. Verdel, geboren ca. 1570, overleden voor 1647, trouwde ca. 1600

12889. Kniertje Aelbertsdr.

12920. Cornelis Jan Gerritsz., trouwde

12921. Maritge Willemsdr.

(vermeld in het Hoofdgeld van Wassenaar anno 1623)

12922. Louris Huijbertsz. Hoogduijn, trouwde

12923. Maritge Fransdr. van Genits

13056. Pieter Nachtegael, geboren vermoedelijk te Asper (B) ca. 1524, mr. tapissier te Oudenaarde en Gent, later te Middelburg en Gouda, vanaf 1616 tevens vermeld als koopman van tapijten en behanger, overleden vermoedelijk te Middelburg na 28 nov. 1624, hij trouwde 2e Gouda 31 okt. 1607 Jacomijntje Doremans, 1e Oudenaarde ca. 1573

13057. Maeijken (Maria) Reijnvaen, geboren te Oudenaarde, overleden te Middelburg in of voor 1607.

Vanaf 1573 wordt Pieter Nachtegaal vermeld als eigenaar en bewoner van een huis met 50 roeden land in de Broekstraat te Oudenaarde, afkomstig van Jan Stalins, woonde in 1574 in Gent. Op 15 juli 1574 met zijn vrouw Maijken te Middelburg vermeld met een attestatie van Gent. In 1582 werden zijn goederen in Oudenaarde geconfisqueerd, “overmidts … Pr. Nachtergaele alsnoch hem houdt bij de rebelle”. Rond 1607 vestigt hij zich als tapissier te Gouda. Op 7 mei 1613 werd hij eigenaar van het huis “’t Wapen van Jherusalem” aan de oostzijde van de Kleiweg te Gouda. Verhuisde tussen april 1615 en april 1616 naar Middelburg. Daar wordt hij het laatst vermeld op 28 no.v 1624.

(Kronieken 1993 (1), p. 8-13)

13080. Maerten Bremaers, trouwde NG Leiden 22 april 1589 (ondertrouw)

13081. Janneken Crobs

13082. Cornelis Jansz. Wor, geboren naar schatting ca. 1570, schippersgezel, trouwde NG Dordrecht 22 mei 1594 (ondertrouw)

13083. Adriaenken Pieter Jansdr., van Dordrecht (1590), trouwde 1e NG Dordrecht 4 mei 1590 (ondertrouw) Jasper Laurentsz. Schot, van Dordrecht (1590), schippersgezel

13116. Pieter (Peter) Lenaertsz. Wijtmans, pletsverkoper, overleden tussen 1619 en 13 okt. 1626, trouwde naar schatting ca. 1585

13117. Maijken Adriaensdr. Hagars (Hagaerts, van der Hagen), geboren naar schattting ca. 1560

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 92v e.v.: Pieter Lendertsz. pletskoper betaalt in de verponding van 1608 20 ponden voor zijn huis op de Riedijk, belenders: Jan Blandou en Willem Jaspersz. [Kels] korenkoper.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 79v: op 7 aug. 1617 verkoopt Pieter Leendertsz. Wietemans, pletsverkoper en burger van Dordrecht, aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 8 gl. 4 st., verzekerd op een huis op de Riedijk, genaamd “de Gulden Kettingh”, staande tussen het huis van Willem Jaspersz. Kels en dat van Jan Blandeau.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 95 e.v.: in de verponding van 1619 betaalt Pieter Lenertsz. kruidenier voor zijn huis op de Riedijk 20 ponden. Belenders: Jan Blandeau in de Drie Leliën en Willem Jaspersz. (Kels) korenkoper.

– 13 okt. 1626: Isaac Pietersz. schrijnwerker en Frans Pietersz. harnasmaker, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Pietersz., wonende te Utrecht, Cornelis Pietersz. en Jan Pietersz., hun broer resp. zwager, die in het buitenland verblijven, en Henrick van Bladegom apotheker, als testamentaire voogd van vaderszijde over de onmondige weeskinderen van Claes Pietersz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn medevoogd Sijbert Roerom, samen vervangende Pieter Willemsz. Schoonhoven, wonende te Geertruidenberg, voogd van moederszijde van genoemde kinderen, samen erfgenamen van Pieter Lenertsz. Wijtemans en Marijken Hagers, hun ouders resp. grootouders, verkopen aan Steven Aertsz. van Doorn, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, genaamd “den Gulden Ketting”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem Jaspersz. [Kels] en dat van Jan Blandaeu. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1600 gl. Borg: Henrick Fransz. kruidenier, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 48 e.v.)

– 7 sept. 1627: comp. voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Hendrick van Bladeghom en Sijbert Roerom, korenkoper te Dordrecht, als testamentaire voogden over de weeskinderen van Pieter Leendertsz. Witmans en Maria van der Hagen, echtelieden, beiden overleden. Comparanten hebben last gegeven aan Isaac Wijtmans om in Amsterdam bij de Kamer van de VOC aldaar te informeren naar Cornelis Pietersz. van Dordt, de zoon van genoemd echtpaar, die enige jaren geleden uit Zeeland naar Oost-Indië is gevaren. (ONA Dordrecht inv. 56, f. 199)

– 27 jan. 1630: comp. voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Isaack Pietersz. Wijtmans schrijnwerker en Frans Pietersz. harnasmaker, als man van Maijken Pietersdr. Wijtmans, burgers van Dordrecht voor henzelf en tevens vervangende Pieter Pietersz. Wijtmans, alsmede Pieter Schoonemans, als testamentaire voogd over de weeskinderen van wijlen Claes Pietersz. Wijtmans, hun broer resp. zwager, en verkopen aan Cornelis Laurensz., schipper van de Leur, twee rentebrieven, waarvan de eerste is verleden door Jan Michiel Jansz. ten behoeve van Jan Henricxsz., secretaris van De Leur, ten behoeve van [sic] Pieter Lenaert Wijtmans, en waarvan de eerste verschijndag was 1 mei 1572. (ONA Dordrecht inv. 57, f. 21v e.v.)

Kinderen (o.a.)

a. Adriaen Pietersz. Wijtemans, geboren naar schatting ca. 1585, lakenbereider, wonende aan de Riedijk in “de Vergulde Ketting”, trouwde NG Dordrecht 3/10 1610 Heilwich Geertruijt Gijsberts

b. Claes Pietersz. Wijtemans, geboren naar schatting ca. 1590, koekenbakker wonende aan de Riedijk “in de Gouden Ketting” (1617)

c. Isaac, gedoopt okt. 1600

d. Maijken (Mariken) Pietersdr. Wijtemans, gedoopt NG Dordrecht juli 1602, van Dordrecht,  wonende op de Riedijk in “de Gouden Keten”, trouwde NG Dordrecht 29 mrt./14 april 1626 Frans Pietersz., harnasmaker, weduwnaar van Ratingen in Bergsland, wonende op de Riedijk tegenover “’t Casteel van Antwerpen” (1626)

e. Cornelis Pietersz.

f. Jan Pietersz.

13118. Lucas Adriaensz., schipper, overleden voor 1633

– 1633: de weduwe van Lucas Adriaensz. betaalt in de verponding 3 ponden 7 st. 6 p. voor haar huis in de Riedijkstraat (RA Dordrecht archief 3, inv. 3971, f. 123v)

– 1633: Claes Dircxsz. huurt van de weduwe van Lucas Ariensz. een huis in de Torenstraat en betaalt in de verponding 2 ponden 10 st. (idem, p. 125v)

– 1633: Willem …¦ huurt van de weduwe van Lucas Ariensz. schipper een huis in de Wijngaardstraat en betaalt daarvoor 6 ponden 5 st. (idem, f. 130)

Kinderen: 

a. Dirxken Lucas Adriaensdr., geboren ca. 1591 (= kwartier 6559)

b. Maeijke Lucas Adriaensdr., van Geertruidenberg wonende in het Riedijkstraatje (1626), trouwde NG Dordrecht 3 mei/7 juni 1626 (procl. Zwijndrecht) Leenaert Leenaertsz., van Zwijndrecht en daar wonende (1626)

13144. Arie Pietersz. Tom alias van Moordt, geboren ca. 1530, woonde in Lekkerkerk, trouwde in 1576

13145. Geertje Pieters

13146. Pieter Carelsz. Vermeul, trouwde

13147. Sijgje Pieters

13184. Arien Soetman, trouwde naar schatting ca. 1595

13185. Mareken Adriaensdr., overleden voor 18 okt. 1637

– 1636: Adriaen Soetman, Cornelis Soetman en Jacob Soetman zijn schuldig aan hun moeder. Crijn Adriaen Crijnen en Crijn Adriaen Corssen, haar schoonzoons, zijn schuldig “int erfhuis”. Geertge heeft betaald aan Crijn Adriaen Crijnen. (Weeskamer Alblasserdam inv. 2)

– 18 okt. 1637: de kinderen en voogden van de kindskinderen van wijlen Mareken Adriaensdr. hebben met elkaar liquidatie gedaan van de goederen, die door haar zijn nagelaten. Haar zoons zijn Adriaen Adriaensz. Soetman, overleden, Cornelis Soetman en Jacob Soetman. Haar schoonzoon is Crijn Adriaen Corssen. Haar verdere erfgenamen zijn Geertge Crijnen met haar kinderen en Crijn Adriaen Crijnen. (Weeskamer Alblasserdam inv. 2)

13186. Schalck Jansz.

13220. Goossen Stevensz., woonde in Zwijndrecht, schipper, overleden tussen 29 juli 1595 en 15 mei 1595, trouwde

13221. Anna Jansdr., overleden voor 17 mei 1612, trouwde 2e NG Zwijndrecht 19 mrt. 1601 Pieter Goorisz.

13222. Adriaen Jaspersz., geboren ca. 1562, jongman van Krimpen (1591), schipper op het waterschip van de zoutketen te Dordrecht, overleden voor 13 mei 1645, trouwde 2e NG Zwijndrecht 4 juni 1627 Janneken Willems Blommen, trouwde 2e Jan Adriaensz., Adriaen trouwde 1e NG Dordrecht 15 dec. 1591

13223. Grietke Adriaensdr., jonge dochter van Zierikzee (1591), overleden voor juni 1627

13224. Pieter Alertsz., schuitenaar, wellicht ook tapper te Groote Lindt, overleden voor 26 mei 1613, trouwde 

13225. Mariken Pietersdr., overleden tussen 3 aug. en 12 dec. 1616

(Ons Voorgeslacht 2007, p. 32-33)

13314. Jan Aerensz. (Ariensz.), geboren 1570, timmerman , trouwde

13315. Wijve Brants, overleden na 28 jan. 1661,  trouwde 2e voor 7 nov. 1629 Cornelis Willemsz. Timmerman

– 23 juni 1600: Jan Ariensz. koopt van Cornelis Huijgensz. en Thonis Brants, als voogden van Adriaen Brants [zoon van Brant Thonisz. en Machtelt Huijgendr.], de helft van de beesten, die tussen Wijve Brants, gehuwd met Jan Ariensz. voornoemd, zijn zuster en voornoemd kind gemeen waren. Alimenteert tevens dat kind. Op 1 mei 1605 bedankt het kind zijn voogd. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 355)

– 7 nov. 1629: Sent Kornelisz. Besemer, Kornelis Willemsz. Timmerman, getrouwd met Wijve Brants, eertijds weduwe van Jan Aerensz., tevens vervangende Aerian Jansz., zijn “schoonzoon”, en Willem Feyssen,, getrouwd met Machtgelten Jans, samen wonende in Ouderkerk a/d IJssel, Aeriaen Jansz. Roock, getrouwd met Maertge Jans, wonende te Gouderak, e.a. verkopen voor 2604 gl. 2 st. 8 penn. aan de gemene buren en eigenaren van de polder de Kromme en Geer 8 mrg. 2 hont land in de Kromme, gelegen aan de IJssel tot de Oudelandsweg, ten oosten begrensd met het Kadeland van Berkou en ten westen Dirck Jansz. van Schonieren met een “werlants genaemd het goutse land”. (RA Ouderkerk a/d IJssel inv. 18)

– 1 sept. 1635: Willem Feijssen verkoopt aan zijn oom Cornelis Willemsz. [Timmerman] en zijn zwager Adrijaen Jansz. 2 1/2 morgen land, waarvan 1 1/2 morgen aan Adrijaen Jansz., liggende in een weer van 10 morgen land. Getaxeerde waarde: 600 gl. (RA Ouderkerk a/d IJssel inv. 18)

– 20 juni 1653: transport van huis aan Wijven Brants, laatst weduwe van Cornelis Willemsz. timmerman, met haar zoon Arijen Jansz. timmerman. (Ons Voorgeslacht 1980, p. 276)

– 28 jan. 1661: Wijventge Branden, weduwe van Cornelis Willemsz. Timmerman, erder gehuwd met Jan Adriaensz., wonende te Ouderkerk a/d IJssel, maakt haar testament. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 354)

13328. Jan Govertsz., wonende te Krimpen a/d IJssel, steenbakker, heeft manslag begaan in 1599, overleden in of voor 1617, trouwde

13329. Machtelt Pietersdr., overleden in 1641

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13330. Anthonis Brantsz., woonde in de polder de Cromme onder Ouderkerk a/d IJssel, steenbakker, schepen 1598, verkocht vee in 1628, overleden tussen 9 mei 1631 en 8 dec. 1638, trouwde

13331. Barbara (Baertgen) Huijgen Crijsman, overleden voor 8 dec. 1638

– 8 mrt. 1612: hij koopt van zijn zwager Michijel Huijbertsz., wonende te Ouderkerk a/d IJssel, land, dat afkomstig is van diens vrouw, zijn zuster Baertgen Brants. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 354)

– 9 mei 1631: hij verkoopt land aan zijn zwager Willem Jansz. en Merchen Tonisdr. [= kwartieren 6664 en 6665] (Ons Voorgeslacht 1972, p. 354)

– 8 dec. 1638: zijn erfgenamen verkopen zijn hofstede.

13332. Dammas Michielsz., wonende Nieuwerkerk a/d IJssel, bezit een vicarie, eertijds gefundeerd op het St. Eeuwoutsaltaar in de parochiekerk van Onze Lieve Vrouwe te Nieuwerkerk, vermeld in de verponding van 1629, overleden voor 1635, trouwde 2e Jaepgen Gerrits, 1e

13333. Ariaentgen Luijtendr.

(Kronieken 1998 (3), p. 161, Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13334. Arien Brantsz., wonende te Krimpen a/d IJssel, overleden 1626/1632, trouwde

13335. Baertge Geene, overleden na 1632

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 217)

13336. Aert Pietersz., wonende Rozendaal onder Haastrecht, steenbakker, vermeld in het hoofdgeld van 1622, overleden Haastrecht 1625, begraven Haastrecht in de kerk (grafzerk), trouwde 1e NG Gouda (St. Janskerk, ondertrouw) april 1578 

13337. Annichje Cornelisdr., jonge dochter van Rosendaal (1578)

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13340. Jan Jansz. Versnel (Stolckman), wonende Nieuwerkerk a/d IJssel, vermeld in het hoofdgeld van 1622 en de verponding van 1629, trouwde

13341. Grietje Willem Jacobsdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13342. Huijch Willemsz. de Bloot (Bloijs), jongman van de Schie bij de Overslag (1589), welgeboren man van Delfland, testeert met zijn vrouw te Delft op 17 aug. 1621, gezworene van het Hof van Delft 1591, begraven Delft 16 mei 1627, trouwde NG Delft 21 mei 1589

13343. Aeltgen Pietersdr. van der Meer, jonge dochter van Maasland (1589), begraven Delft 6 nov. 1625

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13344. Egbert Ariensz. de Bes(t), woonde in 1599 in Oud-Alblas, vermeld in de 500e penning 1627, overleden voor 1638, trouwde ca. 1598

13345. Lijntgen Wouters, mogelijk vermeld in de 200e penning van 1638

((Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13346. Egbert Gijsbertsz., wonende te Streefkerk, doet belijdenis ald. 10 mrt. 1614, lidmaat met zijn vrouw 1626, leenman van de Grafelijkheid, beleend 1627, ouderling 1632, overleden tussen 1632 en 1634, trouwde voor 22 dec. 1607

13347. Maritgen Hendricx, doet belijdenis in Streefkerk 10 mrt. 1614

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13348. Arij (Adriaen) Willemsz.

13350. Laurens (Lauw) Gerritsz. Brand, leenman te Gijbeland, vermeld in boedelscheiding van 3 jan. 1631, Heilige-Geest Armenmeester van Brandwijk en Gijbeland (1638, 16400, pachter van het zoutgeld van de omliggende eilanden van Dordrecht (1644), idem over de Alblasserwaard (1647), overleden te Gijbeland tussen 4 mei 1656 en 16 mei 1657, trouwde ca. 1615

13351. Grietie Pietersdr., uit Lekkerkerk, overleden na 12 febr. 1642

(De Nederlandsche Leeuw 1999, kol. 188)

13352. Arien Barentsz. Boytgen, wonende te Lekkerkerk, vermeld 1625, trouwde

13353. Grietje Jansdr., overleden na 1637

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13354. Huijch Jansz. (de Jonge), wonende te Lekkerkerk, vermeld in 1625

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13360. Cornelis Jansz. Stolck, wonende Ouderkerk a/d IJssel, heemraad 1589-1613, overleden voor 1614, trouwde

13361. Ariaentgen Joosten, testeert Ouderkerk a/d IJssel 20 april 1638, begraven Ouderkerk a/d IJssel 4 nov. 1638

13366. Jacob Jacobsz., smid te Ouderkerk a/d IJssel, overleden voor 1634, trouwde

13367. Lijsbeth Willemsdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 226)

13368. Govert Pietersz. (Quick), wonende in Stormpolder, begraven Ouderkerk a/d IJssel 30 nov. 1637, trouwde

13369. Maritgen Jansdr. Koevoet, overleden na 1641

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 225)

13370. Jasper Cornelisz. Schaer, wonende Ouderkerk a/d IJssel, overleden voor 1653, trouwde

13371. Maertgen Leendertsdr.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p 225)

13372. Pieter Govertsz., wonende te Meerkerk in de Assensteeg, wever, trouwde 1e

13373. Heijltien Adriaensdr., overleden voor 1618

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 225)

13374. mr. Joris Jansz., wonende te Ouderkerk a/d IJssel, chirurgijn 1594, overleden voor 1618, trouwde

13375. Maertgen Pietersdr., vroedvrouw, begraven Ouderkerk a/d IJssel 17 aug. 1641

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 225)

13376. Gerrit Jansz. Waert, wonende Ammerstol, vermeld in register haardstedengeld 1604, 1606, 1606, 1610, voert van 1608 tot 1621, burgemeester 1612, overleden tussen 1621 en 20 aug. 1629, trouuwde 2e Adriaentgen Cornelisdr. [13379], trouwde 1e Herman Snellensz.

– 20 aug., 25 aug. en 27 aug. 1629: Adriaentgen Cornelis verkoopt met de kinderen uit het eerste huwelijk van Gerrit Jansz. Waert een aantal goederen. 

(Ons Voorgeslacht 1995, p. 395)

13378. Herman Snellensz., wonende te Ammerstol, trouwde

13379. Ariaentgen Cornelisdr., overleden tussen 1629 en 3 sept. 1630

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 224)

13380. Cornelis Jan Egbertsz., wonende in de Lage Nesse onder Ouderkerk a/d IJssel, vermeld vanaf 1596, begraven Ouderkerk a/d IJssel 1 aug. 1637, trouwde

13381. Belijtgen Cornelisdr., begraven Ouderkerk a/d IJssel 27 juli 1636

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 224)

13382/13383 = 13330/13331

13384. mogelijk Cornelis Willemsz., wonende te Lekkerkerk, biersteker, vermeld 1590

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 224)

13386. Pieter Meeusz., geboren ca. 1540, wonende Krimpen a/d Lel, vroonvisser, vermeld in de 200e penning van 1602, heemraad 1583, 1585 en 1604, trouwde

13387. Neeltje Cornelisdr., geboren 1542

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 224)

13388. Jacob Cornelisz., wonende in de Geer onder Ouderkerk a/d IJssel, overleden voor 1617, trouwde 2e

13389. Maeritge Leendertsdr., overleden voor 1604

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 224)

13478. Aelbert Cornelisz., wonende Gouderak, overleden ca. 1613, trouwde NG Gouda (St. Janskerk) 26 juni 1575

13479. Leentje Sent Aertsdr., wonende in de Nesse onder Ouderkerk a/d IJssel vanaf 1614, begraven Moordrecht 5 okt. 1641

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 148)

13504. Jan Jacob Jansz. (Jannen), wonende in 1564 aan de Binnenweg, in 1586 molenmeester in Zegwaard, in 1603 schepen, overleden tussen 1606 en 1612, trouwde

13505. Ariaentgen Gerrits

13536. Jan Goossensz. van de Griend

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Wouter Jansz.

b. Cornelis Jansz. (Lange Kees) = kwartier 6768

c. Huijbert Jansz.

d. Goose Jansz.

e. Cornelis Jan (Korte Kees)

f. Paulus Jansz.

g. Jan Jansz. 

(ONA Dordrecht inv. 611, f. 472, akte dd 1 nov. 1715)

13538. Pleun (Ploen) Adriaensz. de Wit, geboren ca. 1565, wonende op Dubbeldam, schepen van Dubbeldam, overleden tussen 1624 en 1627, trouwde 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 21 mrt. 1618 (de bruidegom geassisteerd met Gijsbrecht van Haerlem, de bruid met Lidia van Diemen, de vrouw van Gijsbrecht van Haerlem, wonende te Dordrecht) Jacobmijntje Baerthouts, trouwde 1e  Jan Dirksz. van Aelst, Pleun trouwde 1e naar schatting ca. 1590

13539. Sijgen Hendricx, overleden tussen 21 okt. 1612 en 21 mrt. 1618

– 10 mrt. 1619: testament van Pleun Ariensz. en zijn vrouw Jacobmijna Barthoutsdr., inwoners van Dordrecht. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Als zij de eerststervende is, legateert zij aan haar broer Gijsbert Barthoutsz. voor zijn vrouw haar zondagse huik, een rouwvlieger en een zondagse vlieger, aan haar broer een verguld horloge met een gouden signet, aan Mariken Lenertsdr., de nicht van haar eerste man Jan Dirksz. van Aelst, al haar dagelijkse kleren, aan Aeltgen Geerit Barthoutsdr. haar gouden braceletten en alle andere braceletten met haar gouden signet en al haar overige kleren, en aan Barthout Geerit Barthoutsz. haar vergulde ketting met twee gouden ringen, een zilveren sleutelriem, een zilveren onderriem en al het overige zilverwerk “te haren lijve behorende”. Als hij de eerststervende is, legateert hij aan zijn kinderen al zijn kleren en het goud en zilver “tot sijn lijve behoorende”. (ONA Dordrecht inv. 24, f. 142)

– 26 mei 1619: Cornelis Jansz., als man van Aerjaentge Pleunen, en Adriaen Cornelisz. Pater, als man van Reijnsburch Pleunen, kinderen van Pleun Ariensz. en Sijtgen Henricxsdr., wonende beiden op Dubbeldam, verklaren door hun schoonvader volledig betaald en voldaan te zijn van hetgeen hun moeder hun heeft nagelaten. (ONA Dordrecht inv. 24, f. 235)

– 25 febr. 1622: Ploen Adriaensz. de Witt verhuurt partijen land in de Zuidpolder van Dubbeldam en de “Weesendijk”. (ONA Dordrecht inv. 27)

– 1 juni 1622: verklaring door Ploen Adriaensz., wonende te Dordrecht, 57 jaar oud, en Cornelis Willemsz., 42 jaar oud, wonende op Dubbeldam, beiden schepenen van Dubbeldam. (ONA Dordrecht inv. 27, f. 155)

– 19 juni 1623: Pleun Adriaensz. de Wit en zijn vrouw Jacobmina Barthoutsdr. verkopen aan mr. Herman Halling Jansz., schepen in wette, als voogd over de kinderen van Cornelis Pietersz. Viskil, door hem verwekt bij Anneken Jansdr. den Engel, 53 gl. 2 st. 8 penn. jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis tegenover het stadhuis van Dordrecht, staande aan de landzijde tussen Pauwels Adriaensz., schepen in wette, en dat van Jan van Dongen. (ORA Dordrecht inv. 764 (oud), f. 43)

Kinderen (ex 1):

a. Adriaentgen Pleunen de Wit = kwartier 6769

b. Reijnsburch Pleunen (de Wit), geboren ca. 1590, wonende op Dubbeldam (1612), overleden na 8 jan. 1655, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 21 okt./18 nov. 1612 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Neeltgen Ariensdr., de bruid met Pleun Ariensz. en Sijtgen Hendricxdr., haar ouders) Adriaen Cornelisz. (Pater), jongman geboren te Rhoon (1612)

– 8 jan. 1655: verklaring door Reijnsburch Pleunen, de vrouw van Arien Cornelisz. Pater, wonende buiten Dordrecht op Dubbeldam, op verzoek van Herman Schouten, brouwer in ‘den Ancker” te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 174, f. 9)

13550. Arien Cornelisz. Bijl, overleden voor 12 juni 1592, trouwde

13551. Catalina Franssen, overleden na 9 okt. 1616, trouwde 2e NG Poortugaal 12 juni 1592 Cornelis Cornelisz. Voogt de oude, trouwde 1e Neeltje Jans

13552. Adriaen (Arien) Aertsz., geboren ca. 1520, bezit ruim 5 morgen land in West-Barendrecht, gebruikt ruim 10 hond land van Cornelis de Jong, en 2 morgen van de nonnen te Dordrecht, in het buitenland van West-Barendrecht gebruikt hij 10 hondm die toebehoren aan Lijsbeth Heijnrick Aertsdr., in Carnisse 6 morgen van Jan van Nedennen, en “tiendalf” hond van de Heilige Geest. in het nieuw bedijkte land van Carnisse gebruikt hij 16 hond van de Heilige Geest te Dordrecht. 

13554. Dirk Cornelisz., overleden voor 15 april 1598, trouwde

13555. Maritge Hermans

– 15 april 1598: Maritge Hermans, weduwe van Dirk Cornelisz., wonende te Barendrecht, wordt vermeld met haar broer Ploen Hermans. (GA Rotterdam, archieven IJsselmonde, nr. 263)

13564. Adriaen (Arijen) Cornelisz. Jeijskoot, geboren ca. 1562, boer wonende op de ruïne van het klooster Eemstein te Kijfhoek (tenminste vanaf 1603), diaken (1613), schout (1616, 1624) van Kijfhoek, overleden op 21 aug. 1624, begraven in de kerk van Kijfhoek (onder een zerk met wapen), trouwde 2e (mogelijk na 1607) Adriaentge Cornelisdr., woonde nog op de hofstede op het terrein van het klooster Eemstein in 1625, overleden in of na 1626, hij trouwde1e vóór 1594

13565. Angenietgen Pietersdr.

7 mei 1595: Huijch Cornelisz., als man van Aeltgen Pietersdr., Ariaen Cornelisz., als man van Angenietgen Pietersdr., en Pieter Hermansz., als man van Neeltgen Pietersdr., transporteren aan hun oom Cornelis Willemsz. Jonckint 16 hont zowel binnen- als buitendijks gelegen grienden met bijbehorende beteling en dat zoals Neeltgen Cornelisdr., weduwe van Willem Goossen, dit bij overlijden had nagelaten. (Ons Voorgeslacht 2002, p. 362-363)

– 10 april 1603: Adriaen Cornelisz. Yeskoot, wonende te Eemstein, ongeveer 41 jaar oud, legt een verklaring af ten verzoeke van de weesvaders van het Armen-Weeshuis te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 899, geen folionrs.)

– 1626: de weduwe en erfgenamen van Adriaen Corn. Jeijskoot worden aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. in de 1000e penning van Kijfhoek (Stadsachief Dordrecht nr. 3, inv. 3975, f. 166v)

De zerk van Adriaen Jiskoot in de kerk van Kijfhoek (foto: A.B. den Haan)

13566. Pieter Andriesz., boer te Groote Lindt, heemraad/schepen (1602-1642), stedehouder (1632, 1639) van Groote Lindt, overleden in 1648, trouwde

13567. Maritgen Stevensdr., overleden tussen 30 sept. 1648 en 28 april 1655 (Slijkerman, Van Dalum, p. 12)

13576. Jan Jansz. Doncker, trouwde

13577. Jannitgen Anthonisdr.

13578. Cornelis Heijmansz., trouwde

13579. Neeltje Jans

13582. Cornelis Adriaensz. van der Spruijt, overleden voor 5 nov. 1638, trouwde

13583. Maritgen Simons

13584. Arij Jansz. van der Chijs, overleden naar 7 mei 1609

13722. Jan Andriesz., woonde te Ommoord in het ambacht Hillegersberg, overleden voor 29 juni 1655, trouwde

13723. Maritgen Arijensdr., overleden Ommoord 20 dec. 1654

ONA Rotterdam inv. 406, akte 81: boedelscheiding dd 29 juni 1655 tussen Arijen Jansz., Cornelis Jansz., Pleun Jansz., en Arijen Claesz. Coomen, als man van Adrijaentge Jansdr., Arijen Jansz. en Cornelis Jansz. mede als voogden van de kinderen van wijlen Machtel Jansdr., en Arij Jansz. en Pieter Crijnen als voogden over de kinderen van wijlen Jacob Jansz., allen erfgenamen van Maritgen Arijensdr., weduwe van Jan Andriesz. uit Ommoord in het ambacht Hillegersberg.

ONA Rotterdam inv. 406, akte 80, ca. 30 juni 1655 (datum is fictief, akte is niet afgemaakt en niet ondertekend): de boedelinventaris van Maertgen Ariens, weduwe van Jan Andriesz. uit Ommoord in het ambacht Hillegersberg, overleden op 20 dec. 1654, bevat een kustingbrief ten laste van Pleun Jansz., obligatie ten laste van Arij Jan Andriesz., obligatie ten laste van Cornelis Jan Andriesz. en een obligatie ten laste van Arie Claesz. Coomen. Jan Cleij is schuldeiser.

13724. Michiel Thonisz. Leeflang, overleden voor 28 febr. 1659 trouwde

13725. Maritge Jacobsdr., trouwde 2e Cornelis Jochums 

13726. Willem Ariens, trouwde

13727. Neeltge Philipsdr.

(www.stamboom.vandijk-verweij.nl)

13768. Willem Aelbrechtsz. (Aelbertsz.) (Lock?), “buijrman” te Hilligersberg, bezat een hofstede in de Oostendsepolder onder Hilligersberg (1637), wellicht vervener en landbouwer, overleden tussen 4 sept. 1639 en 5 jan. 1654. trouwde mogelijk Aefge Cornelisdr. (= kwartier 13769?)

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht, p. 191)

13776. Huijch Adriaensz. Schoonder, wonende in Capelle a/d IJssel, overleden na 1648, trouwde

13777. Neeltje Adriaensdr., begraven Capelle a/d IJssel 7 dec. 1647

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 166)

13784. Rochus Eldertsz. Lems, gedoopt NG Poortugaal 30 sept. 1608, woonde in Hoogvliet, 1632, 1638 en 1661, schout van Hoogvliet, lid van de commissie tot oprichting van de kerkelijke gemeente in Hoogvliet (1657-1659), overleden na 20 nov. 1661, trouwde NG Poortugaal 7 sept. 1631

13785. Lijsbeth Willemsdr. Visser, geboren te Hoogvliet, gedoopt NG Poortugaal mei of juni 1609, overleden tussen 20 sept. 1661 en nov. 1664.

Beiden lidmaat te Hoogvliet in 1661. Lijsbeth was possetrice van 5 lijn memorieland onder Rhoon. 

Uit dit echtpaar twee zonen, die Willem heetten, nl. Willem de oude, gedoopt NG Poortugaal 26 juni 1633, en Willem de jonge, idem 10 mei 1643. (Ons Voorgeslacht 1979, p. 242)

(Parenteel Doen Beijensz., p. 69; Hollandse Stam- en naamreeksen (Rotterdam 1988), p. 243)

13786. Leendert Aelbrechtsz. Veerman (Tijger), geboren ca. 1610, veerman op “de Heijde” op Schiedam 1651, overleden voor 1675, trouwde

13787. Maertje Huijbrechts, overleden tussen 23 nov. 1675 en 1680

– 9 aug. 1647: Leendert Aelbrechtsz. verklaart besteed te hebben aan Claes Hendricxsz. Semelaer, scheepstimmerman wonende te Schiedam, het maken van een nieuwe kromstevenschuit, welke uiterlijk 14 dagen na Rotterdamse kerkmis 1648 gereed moet zijn. (ONA Schiedam 757, p. 341; Ons Voorgeslacht 1975, p. 318)

– 17 juni 1663: Leendert Aelbrechtsz., veerman op de Heye, en zijn vrouw, Maertje Huijbrechts, hij ziek van lichaam, maken hun testament. (Overmase Bronnen I, protocol 761)

– 23 nov. 1675: Maartje Huijbrechts testeert te Schiedam.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 212)

13788. Cornelis Huijbrechtsz. (den) Bogaertman, geboren ca. 1590, wonende te Pernis, overleden na 30 sept. 1644, trouwde

13789. Mariken Jacobsdr.

(Ons Voorgeslacht 1981, p. 378)

– 16 mei 1643: Cornelis Hubertsz. Boogaertman beleend met de helft van 8 gemet land in Oude Pernisse in het land van Poortugaal, na overdracht door Gerrit Cornelisz. Vrijlandt. (Ons Voorgeslacht 1972, p. 135)

– 30 sept. 1644: Cornelis Huijbrechtsz. den Bogaartman, 54 jaar oud, wonende te Pernis, legt een verklaring af. (ONA Schiedam, notaris J. Wilsoet, protocol 756, p. 915) 

13790. Eeuwout Woutersz. Verduijn, geboren ca. 1580, vermeld in de 1e dubbele 1000e penning van Pernis (met 16 ponden), schepen van ‘s-Gravenambacht 1622, schepen van Deijffelsbroeck en Madroel 1631, schepen van Pernis 1631, schepen van Roosant 1640, schout van Pernis 1644, overleden tussen 1644 en 1649, trouwde

13791. Neeltje Adriaensdr., overleden in of voor 1629, trouwde 1e Wit Bastiaensz.

(Ons Voorgeslacht 1981, p. 373)

13792. Adriaen Wiggertsz., schuitenvoerder of winkelier (Ons Voorgeslacht 1988, p. 438), overleden tussen 3 mei 1623 en 8 febr. 1642, trouwde

13793. Jannetgen Jansdr. Kleuvers (Cluijvers), vermeld als bakster in de Krimpenerwaard (11 aug. 1638) en als weduwe van Adriaen Wiggertsz. (8 febr. 1644), overleden voor 2 okt. 1656

– 15 jan. 1620: Adriaen Wiggersz. koopt een erf in de polder de Cromme bij de dikke boom, strekkende tot aan de IJssel.

– 31 jan./14 febr. 1650: Jannetgen procedeert, geassisteerd door haar zoon Wigger Arijensz. van der Tack, over betaling van te haren huize gehaald brood en andere kramerswaren.

13796. Adriaen Anthonisz. Verbie, overleden na 25 jan. 1662

(Vriendelijke mededeling van de heer A.Th. Polet te Oud-Beijerland)

13802. Sent (Cent) Commersz., smid te Ouderkerk a/d IJssel, begraven ald. 1 nov. 1641, trouwde 

13803. Aeltgen Aertsdr., overleden tussen 20 april 1645 en 1649

(Prometheus XV, p. 147)

– 20 april 1645: Aeltgen Aertsdr., weduwe van Sent Commersz., geassisteerd met Gherit Senten, haar zoon, wonende te Ouderkerk a/d IJssel, verkoopt voor 375 gl. aan Sent Senten Crisman [Krijgsman], wonende te Ouderkerk a/d IJssel, de helft van een huis in het dorp, waarvan de wederhelft aan de verkoopster toebehoort. (Ons Voorgeslacht 1991, p. 379)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Neeltje Centen, trouwde Cornelis Cornelisz., kleermaker

b. Adrijaen Centen

c. Trijntje Centen, trouwde Huijch Centen

d. Trijntje Centen de jonge, trouwde Jan Cornelisz. Beelt

e. Willempje Centen Smit, trouwde Jan Jansz. Butter (Prometheus XV, p. 159)

f. Jan Centen

g. Ariaentje Centen, jonge dochter van Ouderkerk, wonende te Rotterdam (1676)OSP, trouwde NG Gouderak 7 mei 1676 (ondertrouw, getrouwd te Rotterdam “op sijn tijd”) Teunis Cornelisz. Volkert, weduwnaar wonende te Gouderak (1676)

(Ons Voorgeslacht 1980, p. 66, 120)

– 9 sept. 1714: testament van Ariaantje Centen, weduwe van Teunis Cornelisz. Volkert, wonende “binnen dit ambacht” [Ouderkerk a/d IJssel]. Zij legateert aan haar neef Jan Huigen [Krijgsman] of bij vooroverlijden zijn kinderen een obligatie van 1000 gl., onder speciaal beding, dat Jan Huigen daarvan tot aan zijn overlijden alleen de jaarlijkse opbrengsten en interesten zal ontvangen. Zij legateert aan Aaltje Cornelisdr. Beelt, haar nicht, de helft van haar huis in het dorp Ouderkerk a/d IJssel, waarin zij woont. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen, benoemt zij ten eerste Aart Jansz. Butter en Jan Simonsz. Butter voor 1/3 part, op voorwaarde, dat uit de portie van Jan Simonsz. Butter zijn moeder, Maritje Dirks, weduwe van Simon Jansz. Butter, een somma van 100 gl. en zijn zuster, Susanna Jans, een gelijk bedrag zal uitgereikt krijgen. Voor het tweede 1/3 part benoemt zij tot erfgenamen Toontje Jansdr. Beelt, echtgenote van Arij Cornelisz. Boer, voor de helft en de kinderen van Cornelis Jansz. Beelt voor de wederhelft. Erfgenamen van het laatste 1/3 part zullen zijn Aaltje Jans, weduwe van — [sic] Scheemaker, voor drie 1/5 parten, Ariaantje de Goede, vrouw van — [sic] en dochter van Magdaleentje Jans, voor 1/5 part en de kinderen van Cent Jans, zoon van Jan Centen voor 1/5 part. Tot executeurs en voogden benoemt zij Adriaan Verschoor, ouderling en Arij Cornelisz. Boer, haar aangetrouwde neef. Zij tekent met een kruisje “vermids haare zwakheid”. (ONA Ouderkerk a/d IJssel inv. 6502) 

14048. Steven Adriaensz. Scheij, geboren ca. 1579, van Dordrecht (1604), viskoper, keurmeester van de vismarkt te Dordrecht, overleden tussen 16 okt. 1654 en 1 dec. 1655, trouwde NG Dordrecht 30 mei/13 juni 1604

14049. Janneken Henric Segersdr., gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1583, van Dordrecht (1604), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 mei 1654 (de vrouw van Steven Aerijsz. Scheij, viskoper in de Sarisgang)

– 1626: Steven Ariensz. Scheij op het Bagijnhof aangeslagen in de 1000e penning van Dordrecht voor een vermogen van 1000 gl. (RA Dordrecht archief 3, inv. 3975, f. 111)

– 28 dec. 1637: Steven Arijensz. Scheij, viskoper en burger van Dordrecht, ong. 58 jaar, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 81, f 126)

– 25 mrt. 1638: testament van Steven Adriaensz. Scheij viskoper en zijn vrouw Janneken Hendricxdr., beiden gezond. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn bij het overlijden van de eerststervende de dan nog ongehuwde kinderen elk een bedrag van 300 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 82, f. 116)

– 6 dec. 1640: vermeld wordt Steven Arijensz. Scheij, viskoper en keurmeester van de vismarkt te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 82, f. 116)

– 8 mrt. 1653: Adriaen Scheij Henricksz., steenhouwer, jongman wonende te Dordrecht, testeert. Als hij ongehuwd komt te overlijden., legateert hij aan de gemene huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht, staande onder de bediening van de diaconie, een somma van 6 gl. Tot zijn universele erfgenamen benoemt hij zijn grootouders Steven Arijensz. Scheij en Janneken Hendricx. Akte door testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 64, f. 395v e.v.)

– 16 okt. 1654: Elisabeth Hendricx, de vrouw van Frans Jansz. de Kets, burgeres van Dordrecht, testeert. Zij legateert aan haar zwager Steven Arijensz. Scheij een jaarlijkse lijfrente van 150 gl., die in zal gaan op haar sterfdag en zal verlopen bij zijn overlijden. Zij prelegateert aan het weeskind van wijlen Hendrick Scheij, genaamd Arien Scheij, de somma van 25 gl., aan de twee kinderen van Sijtgen Scheij, samen en onder hen beiden, een somma van 25 gl., en aan haar nicht Maijken Scheij een bed met beddengoed en een aantal kleren. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Arijen Scheij, Roelant Scheij, Seger Scheij en Maijken Scheij, de zoon van Hendrick Scheij en de twee kinderen van Sijchgen Scheij, kinderen en kleinkinderen van haar overleden zuster Janneken Hendricxdr., elke “staak”voor een zesde part. Tot voogden stelt zij aan haar man Frans Jansz. de Kets en Willem Pietersz. van Bergen. (ONA Dordrecht 133, f. 469 e.v.)

– 1 dec. 1655: Adriaen Stevensz. Scheij, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Roelant en Seger Scheij, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Gerritsz. Croeff, als man van Marijken Stevensdr. Scheij, alsmede voor de weeskinderen van Hendrick Stevensz. Scheij en Sijtge Stevensdr. Scheij, allen kinderen en erfgenamen van Steven Arijensz. Scheij, verkopen aan Floris Arijensz. van de Wijngaert een vrije visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 780 (oud), f. 75v) 

– 1 april 1656: Adriaen, Seger en Roelant Stevensz. Scheij, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Gerritsz. Croeff, als man van Maeijken Stevensz. Scheij, tevens voor de minderjarige kinderen van Hendrick Stevensz. Scheij en Sijtge Stevensdr. Scheij, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Steven Arijensz. Scheij, verkopen aan Lijntgen Jansdr., echtgenote van Reijer Gerbrandsz. de Jong, een twee naast elkaar staande huizen in de Sarisgang, staande tussen het huis van Wouter de Gelder en dat van Adriaen Marinissen schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 780 (oud), f. 94)

14050. Adriaan Willemsz., schipper, overleden voor 22 dec. 1620, had een buitenechtelijke relatie met

14051. Ariaenken Laurensdr. Kegelaer

– 1 dec. 1618: Adriaentgen Laurens Kegeleersdr., wonende te Dordrecht, benoemt tot haar erfgenamen haar natuurlijke dochter Mariken, haar zuster Neeltgen Laurensdr. Kegeleers en de kinderen van haar overleden broer Govert Laurensz. Kegeleers. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 345)

– 22 dec. 1620: vermeld worden de onmondige kinderen van Govert Laurensz. Kegelaer en Adriaenken Laurensdr., weduwe [sic] van Adriaen Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 144v)

– 15 mei 1621: comp. o.a. Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van het weeskind van Adriaenken Laurensdr., bij haar verwekt door Adriaen Willemsz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 762, f. 29)

14056. Adriaen Jacobsz. de Recht de jonge, geboren ca. 1580 (25 jaar oud in 1604, 55 jaar in 1636), jong gezel van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1605), huistimmerman, overleden in of na 1636, trouwde 2e NG Dordrecht 25 febr. 1629 Neeltgen Wesselsdr., weduwe van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog (1629), trouwde 1e Frans Cornelisz. schipper, Adriaen trouwde 1e NG Dordrecht/Oud-Alblas 11 sept./9 okt. 1605

14057. Trijnken Dierixdr., geboren naar schatting ca. 1580, weduwe van Ridderkerk (1605), trouwde 1e Hendrik Pietersz., van Alblas

– 29 juni 1610: Arien Jacobsz. de Recht, wonende te Alblas, zoon en erfgenaam van Jacob Jacobsz. de Recht, transporteert aan zijn oom Jan Jacobsz. de Recht, een zesde part van een rentebrief van 22 gl. 10 st. jaarlijks en een zesde deel in twee andere rentebrieven.

– 19 mei 1612: Jacob Gerritsz., huistimmerman en burger van Dordrecht, verkoopt Arien Jacobsz. de Recht, wonende te Alblas, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Adriaen Cornelisz. timmerman en diens erf. Waarborg: Mathijs Quirijnen, schipper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400 gl. (ORA Dordrecht inv. 1589, f. 60)

– 6 juni 1616: Arien Jacobsz. de Recht, wonende te Alblas, verkoopt aan Jacob Stoop Dircxsz., burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, belend aan weerszijden door de huizen van Adriaen Cornelisz. Cruijskercken. Waarborg: Jacob Geeritsz., huistimmerman en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1592, f. 56) 

– 28 mei 1636: comp. Arijen Jacobsz. de Recht timmerman, 55 jaar, en Jacob Ariensz., beiden wonende te Dordrecht, betreffende het aannemen van werk. (ONA Dordrecht inv. 38)

14060. Herman Hermansz. (van Elderen), geboren ca. 1568, van Antwerpen (1596), kleermaker te Dordrecht, overleden naar schatting ca. 1635, trouwde NG Dordrecht 24 nov./8 dec. 1596

14061. Willemken Peijen Geritsdr., van Dordrecht (1596)

– 6 mei 1608: Bartholomeeus Diricxsz., lakenkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Herman Hermansz. kleermaker een huis [in de Voorstraat] omtrent de Botgensstraat,  genaamd “den Cleerbessem”, staande tegenover brouwerij “de Zeven Star” tussen het huis van Herman Jenefaesz. en dat van Trijntgen Reijnen, weduwe van Adriaen Vingeroff. Waarborg: Cornelis Govertsz., raad in wette. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 2000 gl. Borg: Frans Geemansz. (ORA Dordrecht inv. 1585, f. 111 v e.v.)

– 12 juli 1615: testament van Dingna Jansdr., weduwe van Wouter Woutersz. bierdrager. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Herman Hermansz. kleermaker. (ONA Dordrecht inv. 21, f. 265 e.v.)

– 12 sept. 1618: verklaring door o.a. Herman Hermansz., 50 jaar oud, kleermaker en burger van Dordrecht, op verzoek van Ruth Mathijsz., kleermaker en burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 23, f. 280 e.v.)

– 12 okt. 1628: Mariken Jacobsdr., vrouw van Jan Carelsz., geassisteerd met Reijer Geerbrantsz. bakker, verkoopt aan Abraham Hermansz. van Elderen een huis in de Lindenstraat, staande tussen het huis van Jan Matheusz. metselaar en de gang of poort van het Heilige-Geesthuis. De koper is schuldig aan verkoopster 700 gl. Borg: Hermen Hermensz. van Elderen, kleermaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 767, f. 41v)

– 1633: Willem Jansz. van Elmpt huurt van Herman Hermansz. kleermaker een huis in de Voorstraat (bij het Stadhuis) en betaalt daarvoor in de verponding 12 gl. Belenders: Bartholomeeus Tresier twijnder en Anneken Beens lijwaatverkoopster, die huurt van Henrick Jansz. Bercheijck. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 225v)

– 27 dec. 1636: Govert Arijensz. Braet, als procuratie hebbende van Janneken Hermansdr., weduwe van Olof Jansz. zeepzieder en Sara Hermansdr., jonge dochter, verklaart tot “securiteijt” van een somma van 1800 gl. 17 st., die hun inmiddels overleden vader, Herman Hermansz., wegens leverantie van “pot ende weetasschen” schuldig was aan Jan Jansz. van Dinter, koopman te Amsterdam, te verbinden hun aandeel in een huis bij de Pelserbrug, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Bercheijck en dat van de weduwe van Bartholomeus Tergier en het huis van Janneken Hermansdr. zelf, dat staat omtrent Mijnsherenherberg [in de Voorstraat] naast het huis van Matheus van der Mijl. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 162v e.v.)

– 31 jan. 1637: Abraham van Elderen, conrector van de Latijnse School, verklaart tot “indemniteijt” van de borgtocht, die wijlen Reijnier Staessen van Hellouw, wijnkoper te Dordrecht, ter somma van 500 gl. voor hem heeft gepresteerd t.b.v. de weduwe van Willem Jacobsz. Bol, verbonden te hebben een derde deel in een huis omtrent de Pelserbrug aan de havenzijde, staande tegenover “het Seven Sterre” tusssen het huis van Henrick Jansz. Bercheijck en ’s herensteiger, welk derde deel hem, comparant, is aangekomen door overlijden van zijn vader, Herman Hermansz. van Elderen. (ORA Dordrecht inv. 771, f. 5)

– 21 juli 1642: Isaac de Graeff, als man van Janneken Hermansdr. en Sara Hermansdr., meerderjarige ongehuwde persoon, verkopen voor 1600 gl. aan Claes Jansz. Pluijm, touwslager en burger van Dordrecht, een huis [in deVoorstraat] omtrent “het Seven Ster”, staande tussen het huis van Henrick Jansz. Bercheijck en dat van Pieter … [sic]. De koper is schuldig aan Abraham van de Wercke een somma van 1600 gl. (ORA Dordrecht inv. 1609, f. 90 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Abraham Hermansz. van Elderen, geboren naar schatting ca. 1596 (= kwartier 7030)

b. Janneken Hermansdr. van Elderen, nov. 1601, van Dordrecht, wonende bij de Vuilpoort (1629), wonende bij Mijnsherenherberg [in de Voorstraat] (1629), trouwde 1e NG Dordrecht 20 mei/5 juni 1629 Olof Jansz. van der Meijden, zeepzieder, wonende in de Voorstraat in “de Drie Leeukens” (1629), 2e NG Dordrecht 15/30 mrt. 1637 Isaac de Graef, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Vismarkt (1637)

c. Isac, febr. 1606, vermoedelijk jong overleden

d. Sara Hermansdr., juni 1608, ongehuwd

14062. Jan Daniëlsz., zeepziedersgezel van Oirschot (1593), zeepzieder te Dordrecht (vermeld 1597-1626), overleden in 1626 (tussen 6 mei en 13 okt. 1626), trouwde 1e NG Dordrecht 3/17 jan. 1593 Annichien Floeris, van Dordrecht (1593), 2 NG Dordrecht 24 dec. 1600/21 jan. 1601

14063. Jacomijntgen Oeluff Jansdr., geboren naar schatting ca. 1575, jonge dochter van Dordrecht (1600)

– 6 okt. 1597: Goris Pietersz. tingieter verkoopt voor 5020 gl. aan Jan Daniëlsz. zeepzieder een huis [in de Voorstraat] omtrent de Kolfstraat aan de landzijde, staande tussen het huis van Oloff Jansz. smid en dat van Jan Pietersz. de Bois koekenbakker. Waarborg: Adriaen Waelen Simonsz. Koper kent schuldig aan verkoper 3500 gl. Borgen: Jacob van Diemen Henricxsz. en Willem van Dilsen koopman. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 202v)

– 1606: Jan Daniëlsz. zeepzieder betaalt 18 gl. voor zijn huis in de Voorstraat bij de Nieuwstraat. Belenders: de weduwe van Jan Pietersz. koekenbakker en Oloff Jansz. smid. (Verponding Dordrecht 1606, f. 104v)

– 13 okt. 1626: extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Jan Daniëlsz. zeepzieder, gepasseerd voor notaris Jan Pietersz. Vekemans te Dordrecht op 6 mei 1626. Hij heeft tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemd zijn zwager Govert Pietersz., zijn neef Jan Sijmonsz. Inder Velde en zijn goede bekende Anthonij van Valckenburch. Laatstgenoemde drie personen verklaren de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 169)

– 1626: de erfgenamen van Jan Daniëlsz. zeepzieder worden in de 1000e penning aangeslagen voor een vermogen van 15.000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 93v)

– 23 nov. 1630: Gerrit Pietersz. van Nijerharen en Anthonij van Valckenburch brouwer, burgers van Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van Jan Daniëlsz. zeepzieder, voor drie vijfde parten, voor zichzelf en tevens vervangende Jan Sijmonsz. Inder Velde, hun medevoogd, en Abraham Hermansz. van Elderen, conrector in de Latijnse School te Dordrecht, als echtgenoot van Aeltgen Jansdr., voor 1/5 part, verkopen aan Oloff Jansz., zeepzieder en burger van Dordrecht, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat tussen Steegoversloot en Kolfstraat], staande tussen het huis van de verkopers en dat van de weduwe van Jan Pietersz. koekenbakker, met het erf en de “zeeperie”, die daartoe behoren, waarin de koper voor 1/5 part is gerechtigd. (ORA Dordrecht inv.768, f. 58v)

– 23 jan. 1632: Govert Jansz. van Nierharen, Anthonij van Valckenburch brouwer en Johan Sijmonsz. Inder Velde, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Jan Daniëlsz. zeepzieder, en Oloff Jansz. zeepzieder en Abraham Hermansz. van Elderen, conrector in de Latijnse School te Dordrecht, als echtgenoot van Aeltgen Jansdr., mondige kinderen van Jan Daniëlsz. zeepzieder, verkopen voor 4250 gl. aan Willem Pietersz. Schaep twijnder en Matheus van de Mijl kleermaker, burgers van Dordrecht, elk voor de helft, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat tussen Steegoversloot en Kolfstraat], staande tussen het huis van Oloff Jansz. en dat van Commertgen Melssen. Voorwaarde is o.a., dat de kopers zullen toestaan, dat onder het dak van de zeperij, die staat achter het huis van Oloff Jansz. een Amsterdamse houten goot gehangen zal worden, waar het water van de zeperij in zal vallen. Kopers kennen schuldig aan verkopers een bedrag van 2400 gl. Borgen: Maerten Bartholomeusz. en Jan Mattheusz. Wens. De kopers verkopen aan Johan Sijmonsz. Inder Velde een jaarlijkse losrente van 100 gl. op het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 22v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adolf (Oloff) Jansz. van der Meijde, dec. 1601, zeepzieder te Dordrecht

b. Aeltgen, mrt. 1604 (= kwartier 7031)

c. Daniël, april 1606

d. Cornelis, juni 1609

e. Jan, okt. 1613

14070. Jan Govaertsz. Heijmans, geboren ca. 1551, speldenmaker te Dordrecht, overleden ca. 1602, trouwde naar schatting ca. 1575

14071. IJken Gerritsdr., geboren ca. 1544

– 21 jan. 1589: verklaring door Jan Govertsz., speldenmaker te Dordrecht, ongeveer 39 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 280v)

– 8 febr. 1592: verklaring op verzoek van Pieter Fransz. namens Hubert Lambertsz. van der Plas, wonende te Heusden, door Laurens Thomasz. schilder, 54 jaar oud, Jan Govert Heijmansz., 41 jaar en zijn vrouw IJken Gerritsdr., 48 jaar, Willem Hubertsz. speldenmaker, 25 jaar oud en zijn vrouw Lijsbet Boudewijns, 40 jaar of elk daaromtrent, allen inwoners van Dordrecht, “rechtelicken gedaecht zijnde”. Zij verklaren, dat zij “persisteren” in hetgeen zij op 9 juli en 2 aug. 1591 voor burgemeester, schepenen en raden van Dordrecht ten behoeve van Hubert van der Plas getuigd hebben. Willem Hubertsz. en zijn vrouw beweren, “dat den voornoemde Huijbert van der Plas noijt binnen haeren huijse bij [Mariken Gerritsdr., die toen bij hen in huis was] alleene geweest is ofte daer bij alleene soude hebben connen gecoemen al hadde hij dat willen te wege brengen overmits zijlieden de selve Mariken geduijrende den tij[t] zij in haerlieden huijs was altijts wel bewaert ende goede acht daerop genoemen hebben volgende haere beloften aende drossaert van Heusden gedaen” en dat Hubert Mariken in hun huis nooit enige giften beloofd heeft “ofte haer eenichsints geïnduceert heeft”. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 9v)

– 11 aug. 1601: Laurens Aertsz. passementwerker verkoopt aan Johan Govaertsz. Heijmans speldenmaker een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Gherit Mathijsz. brilmaker en dat van Claes Bonck hoedenmaker, met alzulke vrijdommen en servituten als hij comparant het huis gekocht heeft van Pijeter Jacobsz. Pimpel op 9 mei 1591. Waarborg: Pijeter Jacobsz. Pimpel. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 49v)

– 13 okt. 1602: Icken Gerritsdr., weduwe van Jan Govaertsz. Heijmans verkoopt voor 1100 gl. aan Hubrecht Pijetersz. bakker een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Gerrit Mathijsz. en dat van Claes Bunckel hoedenmaker. Waarborg: Jan Govaertsz. speldenmaker. (ORA Dordrecht inv. 747, f. 54)

Kinderen:

a. Lambrecht Jansz. Heijmans, geboren naar schatting ca. 1575, van ‘s-Hertogenbosch (1602), schoolmeester te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 22 sept./8 okt. 1602 Jaquemijntien Claes Bouwdewijnsdr., van Dordrecht (1602)

– 1 okt. 1604: Lambrecht Jansz. Heijmans, als man van Jacobmijntken Claesdr. e.a. verkopen een huis in de Nieuwstraat. Waarborg: Herman Genefaesz. (ORA Dordrecht inv. 747, f. 128)

– 17 mei 1611: Michiel Cornelisz., timmerman en burger van Dordrecht, verkoopt aan mr. Lambrecht Jansz. Heijmansz. een huis in de Spuistraat, staande tussen het huis van Sijmon Pietersz. en dat van sergeant Packer. Waarborg: Cornelis Willemsz. houtkoper en Jacob Pietersz. kramer. Koper is schuldig een bedrag van 1907 gl. Borgen: Jacob Jansz., koper van spelden en Jan Louff kuiper. (ORA Dordrecht inv. 752, f. 80v)

– 2 nov. 1619: comp. Jan Hermansz. van der Mast, als procuratie hebbende van mr. Dirck de Cocq en verklaart uit handen van Jacobmijnke Claesdr., vrouw van mr. Lambrecht Heijmans, ontvangen te hebben het kapitaal van een rentebrief dd 13 nov. 1596. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 116 [in margine])

b. Anneken Jan Govertsdr., geboren naar schatting ca. 1580

c. Govert Jansz. Heijmans, gedoopt NG Dordrecht 1583, wagenmaker, wonende in de Augustijnenkamp (1613), trouwde NG Dordrecht 14 april/5 mei 1613 (de bruidegom is “ds. Becio bekent”) Grietken Dirck Tijbesdr. (Cijbesse), van Emden, wonende in het Steegoversloot in “de Duijf” bij het Hof (1613)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

c-1. Ida, mei 1614

c-2. Jan Govertsz. Heijmans, geboren naar schatting ca. 1615, wagenmaker te Dordrecht (Weeskamer Dordrecht inv. 21, f. 37v)

c-3. Dirck, mei 1620

c-4. Judith, mrt. 1622

14072. Herman Jerefaes [sic]

– 1609: Herman Jerefaes vermeld op een lijst van personen die zullen behoren tot een op te richten schutterij te Culemborg. (Gens Nostra 64 (2009), p. 241, kwartier 120)

– 20 febr. 1632:  Herman Jerefaes vermeld als adjunct-gasthuismeester van het Sint Petersgasthuis in Culemborg (ibidem)

– 1650: Herman Jerephaessen te Culemborg koopt voor 8800 gl. van de graaf van Culemborg een hoeve van 16 morgen. 

– 1673: de erfgenamen van Herman Jenefaes te Culemborg zijn eigenaren van een halve hoeve, groot in het geheel 8 morgen, buiten Culemborg, over de Meer in het graafschap Buren. (Gens Nostra 64 (2009), p. 242.

14074. Willem Willemsz. van der Mast, geb. ca. 1566, jongman van Utrecht (1590), heemraad van Grote Lindt   1615-1618, 1620-1623, overleden tussen 1623 en 10 april 1626, trouwde 1e NG Dordrecht 18 mrt, 1590 Geertge Clements, weduwe van Hendrick Dominicus (Gens Nostra 64 (2009), p. 242, kwartier 122), trouwde 2e Aerjaentgen Aertsdr., 3e ca. 1609

14075. Fijcke Cornelisdr. Romeijn, overleden tussen 6 febr. 1641 en 11 juni 1654 trouwde 2e Cornelis Pietersz. Verschoor

– 2 mrt. 1617: testeert te Dordrecht de 16-jarige zoon van Cornelis Maartensz. te Ridderkerk. Hij legateert aan zijn oom Cornelis Cornelisz. jonge Romeijn zijn aandeel in zeker land en noemt verder zijn ooms en tantes, die enig land erven, t.w. Willem, genoemde Cornelis, Pieter, Aeltken, de vrouw van Daniël Voppen [van Driel], Barbara, de vrouw van Pieter Cornelisz. op te Dijk, Ploentke, de vrouw van Huijgh Pietersz. en Fijcken Cornelisdr., de vrouw van Willem van der Mast. (Ons Voorgeslacht)

– 10 april 1626: comp. voor schout een heemraden van de Grote Lindt, Kort- en Molenambacht Fijcke Cornelisdr., weduwe van Willem Willemsz. van der Mast, geassisteerd met Pieter Cornelisz. Romeijn, enerzijds en Willem Evertsz. van der Mast en Arien Eeuwoutsz. Smoor, als voogden van de minderjarige kinderen van Fijcke Cornelisdr., bij haar verwekt door Willem Willemsz. van der Mast, t.w. Willem, 17 jaar oud,  Cornelis, 15 jaar, Heinrick, 13 jaar, Abram, 10 jaar, en Marijcken Willemsdr. van der Mast, 3 jaar oud, alsmede Gijelis Adriaensz. Vinck, schout, als voogd van ’s herenwege en Arien Eeuwoutsz. Smoor, als man van Geertruijt Willemsdr. van der Mast, door Willem Willemsz. van der Mast verwekt bij zijn eerste vrouw Aerjaentgen Aertsdr., allen erfgenamen van Willem van der Mast, anderzijds. De comparanten zijn overeengekomen, dat Fijcken zal behouden het land, huis, boomgaard, “de betelinge en betimmeringe”, met ossen, koeien, hokkelingkalveren, varkens en paarden, alle huisraad, goud en zilver, gemunt en ongemunt, alle inkomende schulden. en gereedschappen, welke Willem van der Mast heeft nagelaten. Zij neemt te haren laste allen uitgaande schulden van de boedel en belooft haar kinderen en Arien Eeuwotsz. Smoor daarvan te zullen vrijwaren. De vijf kinderen zullen bij hun twintigste jaar ontvangen elk een vijfde part van 12 morgen vrij land, waarvan 5 morgen zijn gelegen tegen het huis van Marienus Teunisz., anderhalve morgen land van de dijk of naast het land van Joost Ariensz. Tol en elk een bedrag van 100 gl. De weduwe zal aan Arien Eeuwoutsz. Smoor betalen een somma van 1300 gl. en dat over zijn vrouws vaderlijke goederen en nog 300 gl. en dat “over sijnne pretensie … die [hij] was sustinerende van wegen het testament van sijnne huijsvrouws moeder zaliger”. (RA Dordrecht ORA Grote Lindt inv. 2, f. 105 e.v.) 

– 6 febr. 1641: testeren Cornelis Pietersz. Verschoor, wonende het Kortambacht van Zwijndrecht, en zijn vrouw Fijtgen Cornelisdr.. Als hij de eerstoverlijdende is, legateert hij aan de Armen 50 gl., te verdelen door zijn vrouw naar haar goeddunken. Hij legateert aan de huisarmen van de diaconie te IJsselmonde 50 gl., en aan Cornelis, Abraham en Maeijken Willemsdr. van der Mast, de kinderen van zijn vrouw, elk 100 gl., uit te reiken na haar overlijden, zulks dat zijn vrouw daarvan haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. Tot erfgename van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vrouw, op voorwaarde, dat na haar overlijden haar erfgenamen aan zijn erfgenamen ab intestato een somma van 4200 gl. zullen uitkeren. Als de testatrice de eerstoverlijdende is, legateert zij aan de Armen 50 gl. en benoemt zij tot haar erfgenamen haar vijf [sic] kinderen en haar man voor een kindsgedeelte. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot voogd. (ONA Dordrecht inv. 40, f. 7 e.v.)

– 11 juni 1654: Cornelis Willemsz. van der Mast, wonende te Mijnsheerenland, Abraham Willemsz. van der Mast, wonende te Heeroudelandsambacht, en Marijke Willemsdr. van der Mast, weduwe van Jenefaes Hermensz. van der Kloet, vleeshouwer te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Fijcke Cornelisdr., drie morgen land aan de Krommeweg. (Gens Nostra 1992, p. 210)

14624. Gheerit Fransz. (Bol), overleden in of voor 1601, trouwde

14625. Maeij Peeter Jansz. van Ghils

14626. Dielis (Gielis) Lambrechtsz. blokmaker

14630. Antonis Jansz. Bressers

14646. Adriaen Peeterssen Rutten, overleden voor 4 febr. 1609, trouwde

14647. Anneken Gheerit Franssen (Bol) alias Anneken Anneperen, overleden voor 15 dec. 1625

14650. Peeter Anthonisz. Meijer, geboren ca. 1517 (90 jaar in 1607)

14656. Adriaen Kuijsten, geboren ca. 1520 te Baardwijk, overleden voor 1583, trouwde Jutken Jansdr. de Laer, overleden tussen 1583 en 1596, trouwde 2e Herman Gerritsz. Momber

15308. Johan Bongaert(s) Aertsz., geboren ca. 1548, vermoedelijk in Wesel, “van Dordrecht” (1577), weduwnaar van Wesel (1592), houtkoper te Dordrecht, overleden ca. 1620, trouwde 2e NG Dordrecht 5/19 jan. 1592 Maricken Willem Olijphantsdr., van Reimerswaal (1592), weduwe van Pieter Cornelisz., schipper van Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 3 nov. 1577

15309. Willemke Soetmans, geboren naar schatting ca. 1555, van Dordrecht (1577), overleden tussen 1 mei 1590 en 5 jan. 1592

– 3 nov. 1563: Sijmon Cornelisz. verklaart “vuijt zeeckere renthebrief van drije ponden grooten Vls. tjsaers”, gedateerd 23 nov. 1548 en verzekerd op zijn huis, genaamd “den Jhesus”, staande voor de Visbrug, een jaarlijkse losrente van drie gulden verkocht te hebben aan Herman Soetmansz. en Willemken Soetmansdr., weeskinderen van wijlen Soetman Andriesz. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 65)

– 28 aug. 1572: Arien Snouck houtkoper, als voogd van Willemken Soetmansdr., onmondig weeskind van Soetman Andriesz., verleent procuratie ad lites aan Jan Steenberck, procureur in Brielle. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 108v)

– 13 mrt. 1576: Jan Bongart van Wesel wordt opgenomen in het Houtkopersgilde, betaalt 15 gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 41v)

– 22 aug. 1577: Adriaen Hendricksz. Vlaeminck, oudraad in wette van Dordrecht, verkoopt aan Herman Soetmansz. en diens zuster Willemken Soetmansdr., een jaarlijkse losrente van 4 ponden groten Vlaams, verzekerd op een huis, staande tegenover het Stadhuis aan de Poortzijde [Groenmarkt], “daer ’t Hart vuijtstaet”, tussen het huis, waar Willem Bastiaensz. schrijnwerker in woont en het huis van Govert Diemers smid. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 155 e.v.)

– 13 mei 1578: Herman Soetmansz., voor zichzelf en Jan Bongert, als man van Wilhelmina Soetmansdr., verkopen aan Adriaen Snouck Govertsz. twee derde delen van een huis achter in de Vleeshouwersstraat op de hoek van de Nieuwe Haven, staande tussen ’s herensteiger en het huis van Govert Jansz. brouwer, alsmede het erf daar tegenover liggende tot aan de haven toe. Aan koper komt het resterende 1/3 part van het huis en erf toe. Hij is schuldig aan verkopers een somma van 1033 gl. en 6 st. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 14 e.v.)

– 21 dec. 1579: verklaring door Jan Bongert, houtkoper, ongeveer 32 jaar oud, op verzoek van Adriaenken Jansdr., weduwe Jan Bosmans. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 145v)

– 16 april 1580: Aeltgen van Diemen Jacobsdr., weduwe van Ghijsbert Rochusz. houtkoper, verkoopt aan Jan Bongert Aertsz. houtkoper een huis met een houttuin en het erf daartegenover liggende, strekkende tot aan de haven, staande en gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis en de houttuin van burgemeester Willem Stoop Dircxsz. en de gang van Jacob van Beveren. Waarborgen: Cornelis van Diemen Jacobsz voor de ene helft en Jan van Campen, Geerit Daniëlsz. en Jan Pietersz., bakkers, voor de andere helft. Jan Bongert is schuldig aan verkoopster een somma van 1350 gl., zijnde de rest van de koopsom. Borgen: Adriaen Snouck Govertsz. en Herman Soetmansz. (ORA Dordrecht inv. 735)

– 1580: Jan Bongert betaalt 14 gl. voor zijn huis in de Houttuinen (50e penning Dordrecht, f. 9v)

– 28 okt. 1580: Herman Soetmans [doorgehaald is: en Jan Bongert, als man en voogd van Willemken Soetmansdr.] verleent procuratie aan Adriaen Snouck Govertsz. en Jan Bongert, houtkopers, zijn zwagers om “te reisen in Den Haege ende aldaer te compareren voor commissarissen in den zaecke die sij comparanten [sic] voor de Hove van Hollant vuijtstaende hebben” contra Joost Jansz. van de Dussen en de erfgenamen van Aert Wolvertsz. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 79v)

– 3 april 1582: verklaring op verzoek van Marcelis Jacobsz. van Rotterdam door Jan Bonghert, houtkoper en inwonende poorter van Dordrecht, 33 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 302v)

– 5 mrt. 1583: verklaring op verzoek van Cornelis Henricxsz. Jongioosken door Jan Bongert houtkoper, ongeveer 37 jaar oud en Maerten Ariensz. Schot, 24 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 442v)

– 3 april 1585: Baltasar Fransz., oudraad en kolonel van Dordrecht, verkoopt aan Jan Bongaert, houtkoper en burger van Dordrecht, een erf op het Nieuwe Werk aan de Nieuwe Haven, zijnde het achtste erf van de achterste erven. Verkoper verklaart hiervan betaald te zijn “den eersten penning metten lesten”. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 145)

– 30 april 1586: Jan Bongert houtkoper voor zichzelf, voor 1/3 part en nog als voogd van de twee weeskinderen van Herman Soetmansz., ook voor 1/3 part en Adriaen Snouck Govertsz. als man van Aeffgen Hermansdr., eveneens voor 1/3 part,  verkopen aan Neeltgen Marchelisdr. een huis aan de Poortzijde [Groenmarkt] omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer en dat van de weeskinderen van Hilleken Stevens. Koopster is schuldig aan verkopers een somma van 1800 gl. Borg: Jacob Florisz. timmerman. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 398)

– 1 mei 1590: Adriaen Ockersz., als grootvader en voogd van Soetman Andriesz., de zoon van zijn zoon, voor de ene helft en Jan Bongaert Aertsz., als man en voogd van Willemken Soetmansdr., tevens als behuwd oom en voogd van de weeskinderen van Herman Soetmansz., voor de andere helft, allen erfgenamen van Anneken Andriesdr., weduwe van Jan Dircxsz. schipper, verkopen aan Francois van den Berghe Pietersz. zijdelakenkoper een huis op de Kleine Vismarkt aan de landzijde [Voorstraat bij de Visstraat] tussen het huis “de Meerminne” en het huis “de Bruijnvisch”. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 766 gl. Borg: Hans Vierlings passementwerker. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 131v)

– 1594 (verponding Dordrecht): Jan Bongert en Frans van Bonckelwaert betalen voor de “houttuin van de Vlaminck” op de Nieuwe Haven [Houttuinen] 11 ponden en 5 sch. Belenders: Anthonis Michielsz. houtkoper en Willem Stoop Dirksz. Op 25 april 1595 ontvangen van Jan Bongert voor zijn portie 5 ponden, de rest van Bonckelwaert ontvangen op 29 mei 1595 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 22v)

– 1594 (verponding Dordrecht): Jan Bongert houtkoper betaalt voor zijn huis op de Nieuwe Haven 20 ponden. Belender: Willem Stoop Dirksz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 22v)

– 1594 (verponding Dordrecht): Roeloff Ariaensz. huurt een huis in de Gravenstraat van Jan Bongert, betaalt in de verponding 2 ponden 10 sch. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 68); Pieter Ems huurt een huis in de Voorstraat (tussen Tolbrug aan de landzijde en Riedijk aan de havenzijde) van Jan Bongert, betaalt in de verponding 24 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 79)

– 15 mei 1600: Jan Bongert houtkoper, als echtgenoot van Mariken Willemsdr. (eerder getrouwd met Pijeter Cornelisz. schipper) en in die hoedanigheid voogd van het weeskind van wijlen Pijeter Cornelisz. schipper, door hem verwekt  bij voornoemde Mariken Willemsdr. en Nicolaes Andrijesz. kamerbewaarder, als door het Gerecht aangestelde voogd over het genoemde weeskind, verkopen voor 700 gl. aan Jaecques Villeers, tafelhouder van de Bank van Lening, een erf en loods in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan Pietersz. van Essen en dat van Gerrit van Ree. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 187)

– 5 april 1603: testament van Nicolaes Aertsz. schrijnwerker en Lijsbeth Gerritsz., echtelieden wonende te Dordrecht. Zij benoemen tot voogden Johan Bongert houtkoper en Thonis Thonisz. in den Jesus zijdelakenkoper. (ONA Dordrecht inv. 3, f. 223v e.v.)

– 10 nov. 1603: Pieter Pietersz. houtkoper verkoopt aan Jan Bongert een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis, erf en houttuin aan de Nieuwe Haven, staande en gelegen tussen het huis en de houttuin van Jan Segersz. [huistimmerman: ORA Dordrecht inv. 747, f. 66a] en de gang bij het Oudemannenhuis. (ORA Dordrecht inv. 747, f. 60v)

– 1608 (verponding Dordrecht): Jan Bongert houtkoper betaalt 20 ponden voor zijn huis op de Nieuwe Haven. Belender: burgemeester Cornelis Frans Wittesz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 25v)

– 24 mrt. 1617: Herman Bongert, houtkoper te Dordrecht, verklaart “tot indemnité ende bevrijdinghe van alsulcke borchtochten” van in totaal 1300 gl., welke Johan Bongert, Willem Bongert en Cornelis Pietersz. Mispelshouff, resp. zijn vader, broer en zwager, voor hem gepresteerd hebben, te verbinden een huis en loods, naast elkaar staande in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Hans Waggens en het lege erf van Jan Sandera de Jonge, inwoner van Amsterdam. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 25 e.v.)

– 3 aug. 1623: Hans Waggens, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan het weeskind van Alidt van Beaumont een bedrag van 100 gl. en verbindt daarvoor zijn huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan van Nagel en dat van de erfgenamen van Jan Bongert. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 55v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aaron, 11 sept. 1583

b. Herman(nus) Bongert,  16 juni 1585, houtkoper te Dordrecht

c. Anneken, 1 juli 1587

d. Neeltien, 1 febr. 1589

e. Japken, 1 jan. 1591

f. Willem Bongert Jansz. (= kwartier 7654)

15310. Dirck Anthoenisz. (van Wijngaerden), koopman van Dordrecht, weduwnaar (1583), ijzerkoper, overleden tussen 1599 en 1609, trouwde NG Dordrecht 5/23 juni 1583

15311. Claerken Hermansdr. Bach[a]rach, geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1583), overleden tussen 1622 en 1640, trouwde 2e NG Dordrecht 8/22 febr. 1609 Jan Bongaert Aertsz.. [= 15308 ?] weduwnaar van Wesel (1609)

Volgens Balen (o.c., deel II, p. 957), trouwde zij met N. … van Wijngaarden en “hadde kinderen”.

– 25 mrt. 1590: Dirck Thonisz. ijzerkoper is borg voor Cornelis Pietersz. zeepzieder “voor alsulcke recht ende actie als Steven Nijsz. tollenaar te Gorichem op den selven spreeckende heeft.” (ORA Dordrecht inv. 741, f. 13v)

– 26 sept. 1592: Claertgen Bacharach, vrouw van Dirck Anthonisz., ijzerkoper te Dordrecht, verleent procuratie aan Sijmon Bours, balansmaker te Dordrecht, om te innen al hetgeen men haar man schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 163) 

– 19 sept. 1601: Mathijs van Nederhoven, ambachtsheer van Rijsoord, stelt zich borg voor “alle de belastingen, commer ende aentaelen daer mede de vijff zestendeelen van zeker erff ende thuijn gelegen teijnde de Gravenstraete aende veste achter den huijsse genaempt den Vogelensanck … belast soude mogen zijn”, welk erf en tuin door comparant als gemachtigde van Johanna de Lange, Cornelis Claesz. de Lange, voor zichzelf en vervangende Jan en Willem de Lange en Cornelis de Jonge, voor zichzelf en vervangende Willem Jansz. van Gaffelen op 25 mei 1599 ten overstaan van schepenen van Dordrecht zijn getransporteerd aan Dirck Anthonisz. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 56v e.v.)

– 1622 (kohier hoofdgeld Dordrecht): Claertgen Bachrachs betaalt 4 ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974, f. 12)

– 8 nov. 1622: comp. Clara Bachraech, laatst weduwe van Jan Bongert, wonende te Dordrecht. Zij verklaart op verzoek van Jan Aeckerlaeck, dat hij geboren is in aug. 1597, op de dag, waarop Judith Anthonisdr. met Jan Geij in de kerk is getrouwd en dat Dirck Anthonisz., haar eerste man zaliger, als getuige heeft gestaan over de doop van de rekwirant, eveneens in aug. 1597. (ONA Dordrecht inv. 27, f. 297)

– 15 mei 1640: Cornelis Pietersz. Mispelshouff, als man van Adriana Dircxdr. van Wijngaerden, Cornelia Dircxdr. van Wijngaerden, weduwe van Willem Bongaerts, Lijsbet Dircxdr. van Wijngaerden, weduwe van Jacob Coenen en Henrick van Beaumont, als weduwnaar van Geertruijt Dircxdr. van Wijngaerden, voor zichzelf en tevens vervangende Aletta Meulen, weduwe van Adriaen Dircxsz. van Wijngaerden, allen kinderen en erfgenamen van Clara Bacharach, verkopen aan Nicolaes Dichter, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen de gang van het huis van Cornelis van Someren en het erf of pakhuis van Guilliam van Noorenburch. (ORA Dordrecht inv. 772, f. 97 e.v.)

Kinderen:

a. Adriana Dircxdr. van Wijngaerden, van Dordrecht, wonende bij Jan Bongart op de Nieuwe Haven (1613), trouwde NG Dordrecht 8/29 sept. 1613 Cornelis Pietersz. van Mispelshoef, jong gezel van Dordrecht, wonende bij Jan Bongart op de Nieuwe Haven (1613), houtkoper te Dordrecht

Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 79v: op  20 jan. 1614 is gildebroeder van het Dordtse St. Nicolaas – of Houtkopersgilde geworden Cornelis Pietersz. van Mispeltshoeck, hij is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en heeft betaald een halve gulden.

– 9 juni 1643: compareert voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Emerentia [Jan] Ambrosiusdr., burgeres van Dordrecht, om haar testament te maken.

[Zij was een dochter van Jan Ambrosiusz. (van Gerwen) en Marichge Stevensdr. Rijsberch, die op haar beurt een dochter was van Steven Willemsz. (van Rijsborch) en Maria Nicolaasdr. van Beveren.]

Zij legateert

aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 100 gl.,

aan de kinderen van wijlen Neeltgen Theunisdr., in haar leven echtenote van Machiel Jacobsz. Cotermans, samen een somma van 800 gl.,

aan de dochter van wijlen Engeltgen Theunisdr., bij haar verwekt door Abraham Govertsz., een somma van 200 gl.,

aan het enige nagelaten kind van wijlen Theunis Theunisz., een bedrag van 10 gl.,

aan de kinderen van haar halfzuster zaliger, Janneken Jansdr., [in haar leven vrouw van Matthijs Cornelisz. Balen], samen een bedrag van 1000 gl.,

aan [haar achternicht] Jacobmijna Jansdr. [van Baresteijn], weduwe van Johan Willemsz. de Wit, of bij vooroverlijden haar dochter Maria de Wit, een somma van 300 gl.,

aan [haar achternicht] Adriana Dircxdr. van Wijngerden, echtgenote van Cornelis Pietersz. Mispelshoeff houtkoper, een bedrag van 300 gl.,

aan de kinderen van Jan Matthijsz. Balen, samen een bedrag van 400 gl., waarvan Jan Matthijsz. Balen en zijn vrouw hun leven het vruchtgebruik zullen hebben,

aan Lijntgen Jansdr., ongehuwde vrouw, tot een “gedachtenisse” een bedrag van 50 gl.,

aan haar nicht Maria van Rommerswaele, vrouw van Goodtschalck van der Hulst, al haar kleren, juwelen en zilverwerk, benevens het vruchtgebruik en de bewoning van het huis, waarin de testatrice woont, staande voor het Bagijnhof, mits Maria het huis in “behoorlijcke reparatie” zal houden en de jaarlijkse verpondingen zal betalen,

aan het dochtertje van Maria van Rommerswaele, ook Maria genaamd, een somma van 200 gl. en, als Maria van Rommerswaele nog twee dochters krijgt en die naar de testatrice en haar overleden zuster Emerentia en Adriana noemt, aan elk van die dochters een bedrag van 200 gl.

Zij wenst, dat, “bij aldien haeren innocenten broeder, Jan Jansen benoempt, naer haer testatrice overlijden met zijn eijgen propre middelen niet eerlijcken conde leven, ende onderhouden werden”, haar erfgenamen tot aan zijn overlijden toe gehouden zullen zijn uit haar na te laten goederen zoveel bij te leggen, als haar broer voor zijn onderhoud nodig zal hebben.

Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen, inclusief het huis voor het Bagijnhof, benoemt zij haar “neve” Johan de Wit Jansz., ontvanger generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, of bij vooroverlijden diens oudste zoon mr. Johan de Wit, advocaat voor het Hof van Holland. Zij benoemt haar erfgenaam en Cornelis Pietersz. Mispelshoeff tot executeurs van haar testament.

(ONA Dordrecht inv. 60, f. 812v e.v.)

– 20 juni 1652: verklaring door Cornelis Pietersz. Mispelhoeff houtkoper, ongeveer 64 jaar oud, Herman Maertensz. glasmaker, ongeveer 53 jaar oud en Crijn Pietersz. van Diemen wijnkoper, ongeveer 36 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Jasper Arijensz. Sticker, steenkoper te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 90, f. 596 e.v.)

b. Cornelia Dircxdr. van Wijngaerden, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1588, trouwde Willem Bongaerts

c. Lijsbeth Dircxdr. van Wijngaerden, trouwde Jacob Coenen

d. Geertruijt Dircxdr. van Wijngaerden, trouwde Henrick van Beaumont

e. Adriaen Dircxsz. van Wijngaerden, trouwde Aletta Meulen

15316. Willem Simon Maertensz., geboren Zierikzee 18 febr. 1498, , ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen, overleden Brussel 25 okt. 1557, trouwde 1521

15317. Adriana Cornelis Eeuwoudsdr. van Duvelant, geboren naar schatting ca. 1500, overleden 5 febr. 1545

Willem Simonsz. ook wel Willem Simon Maertensz. genoemd, leefde van 1498-1557. Hij komt uit een geslacht van regenten met een slimme handelsgeest. Willem Simonsz was grootgrondbezitter en had belangen als handelaar in de zoutindustrie en meekraphandel. Omstreeks 1550 werd zijn vermogen getaxeerd op 86.000 gulden (tegenwoordig 3,3 miljoen euro). Op bestuurlijk vlak was hij onder andere schepen, burgemeester en thesaurier van de stad Zierikzee. Daarnaast was hij ambachtsheer in Stavenisse en Cromstrijen. Hij werd echter vooral bekend als adviseur op het gebied van waterbeheersing. Hij was een van de meest vooraanstaande bedijkingsexperts van Nederland. Steden als Gent en Bergen op Zoom vroegen hem om waterstaatkundig advies. Willem Simonsz woonde in een pand aan het Havenpark en in de Poststraat.
Het drie meter lange paneel Daringdelven, in het bezit van het museum, is waarschijnlijk van Simonsz geweest; een schilderij van die naam wordt na zijn dood in de inventarislijst genoemd.
Van het portret uit 1557 bestaan nog twee versies. Een heeft lang in Slot Moermond gehangen waarna het schilderij uit het zicht verdween. Het andere staat in het depot van het Rijksmuseum. In 2010 werd dit portret in bruikleen gegeven aan het Maritiem Museum ivm de tentoonschelling 18 + 1. ( waarin 18 schilderijen, uit de periode 1620-1960 tentoongesteld werden van portretten van ‘gewone’ en opmerkelijke personen en afbeeldingen van schepen, stormen, dorpen, landschappen en natuurlijk van Zierikzee, die een gevarieerd beeld lieten zien van de geschiedenis van de stad en haar omgeving. Het portet van Willem Simonsz was een aanwinst voor deze tentoonstelling omdat juist uit de zestiende eeuw, de bloeitijd van Zierikzee, relatief weinig in de gemeentelijke collectie terug te vinden is.
Zowel in de zeventiende als in de achttiende eeuw behoorden de belangrijkste aandeelhouders tot de katholieke godsdienst. Verschillende van hen waren nakomelingen van Willem Symonsz die was betrokken bij de eerste bedijking in 1539 en wiens kinderen de naam Van Cromstrijen zouden aannemen. Zowel Willem als zijn zoon Maarten van Cromstrijen vervulden verschillende ambten in hun woonplaats Zierikzee, maar zeker in het geval van Maarten zien we heel duidelijk hoe de katholieken langzaam maar zeker verdwenen uit het stedelijk bestuur. Van 1579 tot 1582 bekleedde hij het secretarisambt van de stad, in 1587 was hij nog een keer afgevaardigde naar de Staten van Zeeland, maar daarna hield het op. Na zijn huwelijk in 1588 met de katholieke Anna de Stoppelaer uit Gent vestigde hij zich als advocaat in Den Haag. Maarten en Anna kregen meerdere kinderen. Philips van Cromstrijen, … , was er een van en deze jongeman ontpopte zich als een overtuigde katholiek. Het was dan ook ondenkbaar dat hij, net als zijn opa, een belangrijke rol zou spelen in het lokale of gewestelijke bestuur. Dat zal hem vast gestoken hebben, want Philips komt uit de bronnen naar voren als ambitieus.
De Zierikzeeënaar [Willem] Simonsz, ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen (1498-1557), zoon van Simon Maarten Simonsz, heeft tien kinderen, die allen Cromstrien heten, behalve een der zoons, die zich Cornelis Stavenisse (1529-1575) noemt en onder deze naam de stamvader wordt van een aanzienlijk Zeeuws regentengeslacht
• raad van Zierikzee 1523
• thesaurier van Zierikzee 1524-1528
• schepen van Zierikzee in 1525,1526, 1530, 1535, 1538-1541, 1544, 1546, 1547, 1549-1551, 1555, 1556
• burgemeester van Zierikzee in 1527, 1535, 1538, 1541, 1546, 1550, 1553, 1556
• weesmeester van Zierikzee 1529. 1532
• uitmeester of wereldlijk vader van de O.L.Vrouwekapel 1530
• uitvinder van het derrie- of darinckdelven (derrie is modder of lage veengrond);
• ambachtsheer van Stavenisse en Cromstrijen
• groef het kanaal van Willebroek naar Brussel
• woonde in Zierikzee o.a. (in 1521) in het huis “In de 3 Coninghen” (twee huizen aaneen), aan de noordzijde van de Oude Haven
• tr. Zierikzee 1521
D DE AMBACHTSHEERLIJKHEID CROMSTRIJEN ANDERS GENOEMD NUMANSGORZEN. In 1538 kocht Willem Simonsz., regent te Zierikzee, van Vincent Cornelisse, gecommitteerde van de financien, 1/8 van de gorzen en aanwassen van de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen. (Zie De Vos, De Vroedschap van Zierikzee, blz. 11). Zijn zoon Martyn van Cromstrijen was evenals zijn vader heer in Cromstrijen. Blijkens Welker, Gesch. van Cromstrijen blz. 46, behoorden tot de geïnteresseerden in de ambachtsheerlijkheid in het jaar 1614 zijn zoon mr. Willem van Cromstrijen en zijn schoonzoon mr. Adriaen van der Goes. Een jongere zoon mr. Philips van Cromstrijen bekleedde belangrijke functies als gevolmachtigde van de ambachtsheren. Volgens Welker blz. 50 was hij in 1625 heemraad van de polder Groot Cromstrijen. Bovendien breidden zowel mr. Philips van Cromstrijen als zijn zwager mr. Adriaen van der Goes hun invloed voortdurend uit door aankoop vanverschillende aandelen en percelen land. Sedert 1644 bestond de ambachtsheerlijkheid uit een vast aantal aandelen. Welker vermeldt in een bijlage betreffende de gecommitteerde ambachtsheren van Cromstrijen sinds 1644 onder meer mr. Philips van Cromstrijen in 1644, Willem van der Goes in 1645, mr. Adriaen van der Goes in 1657, Cornelis van der Goes in 1688, Floris van Alckemade in 1718 en Frans Bernard Cousebant in 1742. Door vererving van de families Van Cromstrijen, Van der Goes en Van Alckemade zijn de bescheiden tot de familie Cousebant gekomen.

Van Willem Simonszoon zijn … bekend twee in olieverf geschilderde portretten. Het eene is in het bezit van den heer jnr. mr. W. M. de Brauw, te ‘s-Gravenhage, het andere [is] afkomstig van de familie Mogge Pous” [bron: Navorscher 1900 [?}]

Portret van Willem Simonsz. (foto: research.rkd.nl)

Adriaan Willem Simons, poorter van Zierikzee, admiraal van Beoostenschelde, [was] volgens zijne brieven van legitimatie 26 Juli 1574 (Witte Reg. Rekenkamer van Holland fold 95), bastaardzoon van Willem Simon Maartensz, de bekende stamvader van de geslachten Stavenisse en Kromstryen, die hij had bij Aeltgen Aelbrechtsdr, zijne dienstmaagd, toen beide vrij ende ongebonden (ongehuwd).
Adriana is begraven naast het Maria Magdalena-altaar in het schip van de Sint Lievens-monsterkerk.
Gegevens uit de weeskamerstukken en de begraafboeken van de Sint Lievensmonsterkerk tonen aan dat men de doden ook wanneer zij niet aan de pest of een andere besmettelijke ziekte overleden, zowel’s zomers als’s winters in de regel binnen 48 uur ter aarde bestelde. Adriana van Duyvelandt, de echtgenote van burgemeester Willem Simonsz stierf bijvoorbeeld op 5 februari 1545 en werd op 7 februari in de Sint Lievensmonsterkerk begraven.

(genealogieonline.nl)

15318. Philips de Stoppelaer, heer van Schoonbroek, schepen van Gent, trouwde 1e Jacqueline de Beaufremez, 2e

15319. Bartha van de Werve, overleden in 1586

“Eene aanteekening van 1578 (Bodtboeck, begonnen 1577, p. 28) luidt: „Alsulcke huysinge ende ledige erve als Aert van Nes ingewonnen ende Pieter Wil lemsze schilder, als een stuver meer geboden heb­bende, metten rechten deser stede gecocht heeft als toe te behooren plach Joncheer Philips van Stoppelaer ende jofr. van de Werve, staende ende leg­gende aent Brielsche kerckholf”. (genealogieonline.nl)

15448. Pieter Jacobsz. Sterck, geboren naar schatting ca. 1560, van Dordrecht (1579), mogelijk overleden in of voor 1606, trouwde NG Dordrecht 10 mei 1579 (ondertrouw)

15449. Mericke (Marijcken) Barthoutsdr., “van der Gouw” (1579)

– 1 dec. 1579: Pieter Jacobsz., als man van Marijcken Barthoutsdr., Willem Barthoutsz. en Barthout Barthoutsz. verkopen aan hun oom Willem Willemsz. hun aandeel in een grote en kleine loods met lege erven in het Gravenstraatje, welke zij hebben geërfd door overlijden van Dircxken Barthoutsdr., hun grootmoeder en hun andere ooms en tantes. Willem Willemsz. is schuldig aan verkopers een somma van 83 gl. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 184v e.v.)

– ORA Dordrecht inv. 736, f. 7, 21 juli 1580: Pieter Jacobsz., als man en voogd van Marijcken Barthoutsdr., verkoopt aan Chaerle Jansz. wijnkuiper de helft van een huis in de Gravenstraat, genaamd de “Blauwe Leeuw”, staande tussen het huis genaamd “Cleijn Marienborch” en het huis van Jacob de lijndraaier, niet meer belast dan met 2 ponden Vlaams jaarlijkse losrente

– 1580 (50e penning Dordrecht): Truijken de Bije en Pieter Jacobsz. Sterck betalen 16 ponden voor een huis in de Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat)

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 284: op 17 febr. 1582 stelt Pieter Jacobsz. Sterck zich borg voor Cors Jan Sijbertsz. wegens een somma van 200 gl., die Cors gehouden is uit te reiken aan Huijbert Jansz. de Haen.

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 313: op 7 mei 1582 stelt Jan Jacobsz. Doudin zich borg voor Pieter Jacobsz. Stercke voor “alzulcke actie ende recht” als Caerl Jansz. wijnkuiper hem, Stercke, heeft doen arresteren te Dordrecht.

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 322v: op 19 mei 1582 verkoopt Pieter Jacobsz. Stercke aan zijn broer, Cornelis Jacobsz. Stercke, een jaarlijkse losrente van 11 gl. op een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de Mariënbornkerk en en het huis van Jan de Jonge, eertijds eigendom van Simon de Oude. 

– 27 nov. 1594: begraven het kind van Pieter Sterck (begraafboek St. Janskerk Gouda)

– 1606: de weduwe van Pieter Stercken betaalt in de verponding 16 ponden voor haar huis in de Grotekerksbuurt te Dordrecht (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 5)

Kinderen:

a. Jacob, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1581

b. Barthout, geboren ca. 1585, vermoedelijk in Gouda

15450. Mathijs (Thijs) P(i)etersz. (Danser) geboren ca. 1563, schipper van Dordrecht (1586), overleden voor 19 mei 1606 (ORA Dordrecht inv. 748, f. 153 e.v.), trouwde NG Dordrecht 12 jan. 1586 (ondertrouw)

15451. Wijnt(k)en Adriaen Godtschalcksdr., geboren ca. 1561, van Dordrecht (1586)

– 19 nov. 1585: verklaring door Michiel Pietersz., ongeveer 30 jaar en Mathijs Pietersz., ongeveer 22 jaar, beiden schippers en burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 286v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, dec. 1586

b. Aelke (= kwartier 7725)

c. Adriaen Thijsz., geboren naar schatting ca. 1587

– 23 juni 1608: comp. Adriaen Thijsz. schipper zoon van Mathijs Pietersz. Dansser, voor zichzelf en tevens vervangende zijn minderjarige zusters Aeltgen en Neeltgen Thijsdr. Hij verklaart aan zijn oom Jacob Cornelisz. [Bosser] huistimmerman verkocht te hebben de helft en een twaalfde deel van een huis op de Riedijk, staande omtrent de Nieuwpoort tegenover “Vossenburch” tussen het huis van Baertgen de kaaskoopster en dat van Jan Jorisz. (ORA Dordrecht inv. 749, f. 137)

c. Cornelia (Neeltgen) Thijsdr., aug. 1593, trouwde Theunis NN

Kind:

c-1. Maertjen Theunisdr.

d. Mariken, mrt. 1596

15712. Pieter Hooglander, overleden voor 1 maart 1585, trouwde

15713. Anne NN

– 1 maart 1585: “Anna Pieter Hoechlanders wedu gebruijckt vier koegangen [koegang = oude Friese opervlaktemaat, oorspronkelijk de hoeveelheid land, die een koe in een zomer kon afgrazen] jaerlix voer acht gouden gulden leggende buijten d’oosterpoorte [van Sneek]. Is op den eersten martius Anno 1585 nijeue huijring gemackt met Anne voorsz. oft Jacob Hooglander haer zoon van haerentwegen bij tussensprecken van burgemeester Jacob Lubberts ende Cla[e]s Hottisz. als barsluiden tussen d’wesmeesters ende Anne voorsz. Dat Anne voorsz. zal jaers huijer gheven thien gouden gulden eenendetwintich stuivers vrij gelt ende zal d’landen voorsz. vier koegangen niet mogen vercopen oft overdragen zonder consent van d’wesmeesters.” [ORA Sneek inv. 764, verantwoording van ontvangsten en uitgaven van het Old Burgerweeshuis te Sneek (vriendelijke mededeling van de heer P. Leising te Drachten)]

15716. Pieter Jacobsz. Despinoij (de Spinoije, Spinola), geboren ca. 1536, apotheker te Dordrecht (vermeld 1577-1612), overleden ca. 1619

trouwde naar schatting ca. 1560 Geertgen Jansdr., overleden voor 2 juli 1588

– 29 april 1577: Pieter Jacobsz. de Spinoije apotheker koopt een huis, erf en toebehoren bij de Nieuwbrug aan de landzijde, naast het huis genaamd “de Wijnberch” (RA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 712, f. 75)

– 1580 (50e penning Dordrecht): Pieter Jacobsz. apotheker betaalt 13 ponden voor zijn huis. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962, f. 40)

– 31 okt. 1582: op verzoek van de dekens van het Chirurgijnsgilde te Dordrecht verklaart Lijnken Tijssendr., ongeveer 39 jaar oud, dat zij ongeveer 2 maanden eerder, “hebbende gebreck in haer aensicht … ten selven tijde te meesteren [is] gegaen bij … Pieter Jacobsz. aptheecker woonachtich alhier … ende dat soo langhe sij bij hem te meesteren ghinck sij deposante egheene baet en vont mair leet bij hem groote pijne ende smerte”. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 15)

– 10 jan. 1585: Pieter Jacobsz. apotheker is ongeveer 48 jaar oud (SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 738, f. 97v)

– 2 juli 1588: Jacobmina Espinoijs Pietersdr., ongeveer 26 jaar oud, verklaart uit handen van haar vader Pieter Espinoij Jacobsz. apotheker ten volle vergenoegd en betaald te zijn van alle goederen, die haar zijn aanbestorven door overlijden van haar moeder Geertgen Jansdr. (SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 718, f. 106v)

– 28 sept. 1600 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht): “Andries de Meester ende Caspar Beeck sullen mr. Pieter Spinola aenspreken om hem te vermanen sijne voordochter wat meerder bijstant te doen.” (SA Dordrecht archief 27 inv. 1)

– 1 mei 1603: verklaring door o.a. mr. Pieter Spinois Jacobsz. apotheker, 67 jaar oud, burger van Dordrecht, op verzoek van Lucia Boudewijn Polijn, echtgenote van Arsbal Mongommeij [Archibald Montgomery]. (ORA Dordrecht inv. 899)

– 23 juni 1605 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht): “Is verschenen mr. Pieter Spinola apotheker ende heeft gesustineert dat hij met Anna van Oudaen stont inde belofte vande houwelijcke, ende dat hij haer daerop hadde gegeven eenen rosenobel met eenen hijec [= huik, een mouwloze mantel met een capuchon] met rinc, ende noch een vierdobbele pistolet van 13 gl., waerop de voorsz. Anna van Oudaen, gehoort sijnde, heeft verklaert dat se wel de twee eerste stucken ontfangen heeft op trouwbelofte, maer seijt dat se … [de trouwbeloften heeft] gedaen [met conditie], dat hij eerst soude scheijden van sijne kinderen, ende dat sij vvt sijn goet tweeduijsent gulden voor vvt soude hebben, ende dan na haer nemen tgene sij daerin gebracht hadde. De kerckenraet, haer beijde gehoort hebbende als ooc gelesen hebbende seker schrift daer de twee voornoemde twee stucken in waren, heeft goetgevonden, alhoewel Pieter voorsz. verklaerde dat hij niet gesint en was haer te trouwen, nochtans de sake te wijsen voor mijnen heeren [schepenen van Dordrecht], opdat bij hare Edelheden de getuijgen daer op sij haer beroept verhoort oft andersins na bevindt der sake geoordeelt moge worden. Ende is goetgevonden dat de voornoemde stucken gouts blijven sullen in handen Ds. Lydii totdat de sake in rechte sal gesleten sijn.” (SA Dordrecht archief 27 inv. 3, f. 8v)

– 4 aug. 1605 (acta van NG kerkenraad van Dordrecht): “Mr. Pieter Spinola is voor den kerckenraet verschenen met Hendric Pietersz. Starreborg ende Antonij Henricx essaieur versoeckende (also Anna van Oudaen vertrocken was) dat de twee stucken gouts hem souden weder gegeven worden. Hem is geantwoort, dat de saecke voor mijne heeren gerenvoyeert sijnde, hij daer de selve maecke te eindigen ende dat hij daerentussen Ds. Lydium met vreden late tot vijtvoering der saecke.” (SA Dordrecht archief 27 inv. 3, f. 9v)

– 1606 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht): “Sijn voorgelesen eenige brieven van Ds. Niclio predicant van de Francoijse kercke tot Middelburch, dienende tot restitutie van de panden berustende onder Lydium, daer van den 23 Junij Ao 1605. De kerckenraet vint goet, dat de panden met het bescheijt daer bij zijnde de magistraet alhier in handen sullen gegeven werden, doch sal Ds. Polyandro eerst aengeseijt werden hoe de sake staen van het houwelijck tusschen Spinola ende Anna Oudaen, opdat hij dat overschrijve aen die van Middelburch. Ende sal dit doen Lydius.” (SA Dordrecht archief 27 inv. 3, f. 19)

– 8 juni 1606 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht): “Also Ds. Polyander den kerckenraet heeft laten aendienen door Ds. Lydium ende Becium dat de kerckenraet vande Walsche kercke swaricheijt maect int besluijt over acht dagen genomen aengaende de panden die mr. Pieter Spinola heeft overgegeven vande trouwe met Anna Oudaen, dat men de selve panden sal leggen in handen van den magistraet, is goet gevonden hem te antwoorden, so verre de voornoemde mr. Pieter te vreden is dat het onder Lydio blijft sonder hem te lasteren, dat de kerckenraet niet daer tegen en heeft dat het daer onder blijven sal ter tijt toe de sake wettelijc is afgedaen, maer so hij niet op en hout den kerckenraet te lasteren over dese sake, dat deselve kerckenraet genootsaect sal sijn de voorsz. resolutie te volgen, want de kerckenraet swaricheijt maect de panden op trouwe gegeven weder te geven, opdat het niet en schijne dat de kerckenraet daermede approbeert hare onbehoorlijcke handelinge daermede sij soecken van malkanderen ontslagen te worden.” (SA Dordrecht archief 27 inv. 3, f. 19)

– 10 juni 1649: Adriaen Jansz. Hardincsvelt, 70 jaar oud en Reijer Geerbrantsz., 62 jaar oud, burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Pieter Hoochlander, apotheker te Dordrecht, dat zij zeer goed gekend hebben Pieter Jacobsz. Despinoij, apotheker te Dordrecht, die dertig jaar geleden overleden is, nalatende drie zoons en een dochter, genaamd mr. Wemmer Despinoij, mr. Daniël Despinoij, mr. Immanuel Despinoij en Jacomijna Despinoij. Volgens de attestanten is Daniël inmiddels overleden, zonder nakomelingen na te laten en zijn van de vier dochters van mr. Wemmer Despinoij, t.w. Elisabeth, Glaudina, Sara en Aeltgen Despinoij, de drie eerstgenoemden nog in leven. (SA ONA Dordrecht inv. 62, f. 830 e.v.)

Kinderen van Pieter Jacobsz. Despinoij (de moeder van a. is Geertgen Jansdr., of zij echter ook de moeder van de overige kinderen was, is onzeker):

a. Jacomijna (Jacobmina) Espinoij Pietersdr., geboren ca. 1562, trouwde NG Dordrecht 5 juli 1588 Hubrecht Eeuwoutsz. (van den Berch) (= kwartier 8064)

b. Wemmer Pietersz. Despinoij, geboren ca. 1565 (= kwartier 7858)

c. mr. Daniël D’Espinoij, geboren ca. 1571, chirurgijn te Dordrecht, overleden vóór 22 dec. 1620, trouwde NG Dordrecht 16 febr. 1599 (ondertrouw, beiden van Dordrecht) Mariken Laurensdr. Kegelaer

– 7 febr. 1605: mr. Daniël Spinoij, chirurgijn en burger van Dordrecht, 34 jaar oud, legt een verklaring af t.b.v. de naaste verwanten van Walraven Dircksz. (ORA Dordrecht inv. 899)

d. Immanuel D’Espinoij

15718. Laurens Laurensz., geboren ca. 1532, vleeshouwer te Dordrecht, overleden 1590/1593, trouwde naar schatting ca. 1560

15719. Lijsbeth Aertsdr., geboren naar schatting ca. 1535/1540, overleden in of na 1584

– 12 aug. 1562: Louff Laurensz. [ketelboeter: ORA Dordrecht inv. 704, f. 104, akte dd 31 aug. 1564] verkoopt aan zijn broer Laurens Laurensz. de helft van een huis in de Raamstraat. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 268v)

– ORA Dordrecht inv. 725, akte 66: verklaring dd 9 sept. 1563 op verzoek van Jan van den Bosch door Meus Meusz. viskoper, 34 jaar oud, en Laurens Laurensz. vleeshouwer, 32 jaar oud, poorters van Dordrecht.

– 27 april 1564: Laurens Laurensz. vleeshouwer verkoopt aan Claes Gerritsz. schuitenmaker een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer en dat van Jan de Voegel schiptimmerman. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 24 Vlaamse ponden. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 140v e.v.)

– 28 nov. 1572: Marijcken Louven, weduwe van Aert Jansz. vleeshouwer verkoopt aan haar zoon Laurens Laurensz. een huis, staande “onder de Vleeshal” tussen het huis van Neeltgen Louven en dat van Cornelis den Bergenaer tingieter. (ORA Dordrecht 729, f. 356)

– 25 mei 1575: roerende de dood van Marijcken Willemsdr., weduwe van Aert Govertsz. vleeshouwer en wijlen Willem Aertsz. Euwout Ariensz.voor zichzelf, Cornelis Egbertsz. schoenmaker, als man van Marijcken Aertsdr., en Laurens Laurensz., als man van Lijsgen Aertsdr., enerzijds en Pieter Nan Aertsz. en Aert Adriaensz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn onmondige broer Adriaen Adriaensz., anderzijds, allen erfgenamen van Marijcken Willemsdr. en Willem Aertsz., verdelen de door hen nagelaten boedel. Aan Euwout Aertsz., Cornelis Egbertsz. en Laurens Laurensz. is o.a. toebedeeld een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis “de Osch” en het huis van de weduwe van Evert Ariensz. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 206 e.v.)

– 29 nov. 1575: Jan Cornelisz. vleeshouwer koopt voor 679 gl. van Adriaen Jansz. Kant een huis “onder de Vleeshal”, staande tussen het huis van Adriaen Back en dat van Govert Adriaensz. van Bemont. Borgen voor koper: Laurens Laurensz. en Laurens Claesz. vleeshouwers. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 42)

– 3 mei 1576: Cornelis Engebrechtsz. schoenmaker, als man van Marijcken Aertsdr., verkoopt aan zijn zwager Laurens Laurensz. een derde part in een huis aan de Poortzijde, staande tegenover de Visbrug tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Evert Ariensz. en dat van de weduwe en erfgenamen van Ghijsbert Pietersz. van Scherlaecken. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 500 gl., in betaling waarvan Cornelis Egbertsz. ontvangen zal uit handen van Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. een bedrag van 100 gl., welke aan hem, als man van Marijcken Aertsdr., zijn gelegateerd in het testament van Govert Aertsz.(ORA Dordrecht inv. 732, f. 113v)

– 10 juni 1577: Pieter Nan Aertsz. verkoopt aan zijn zwager Laurens Laurensz. vleeshouwer een vierde deel van een huis tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Gijsbert Pietersz. van Scherlaecken en dat van de weduwe en erfgenamen van Evert Adriaensz. De koper is schuldig als restant van de kooppeningen en somma van 290 gl. Laurens Laurensz. verkoopt aan mr. Eeuwout Aertsz. vier Vlaamse ponden jaarlijkse losrente, verzekerd op zijn vierde part van voornoemd huis. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 44)

– 1 juli 1577: Geerit Jacobsz., wonende te Leiden, als man van Lijsbet Reijersdr., verklaart, dat Pieter Nan Aertsz., Lauwerens Lauwerensz. en Jaepgen Stevensdr. [getrouwd met Govert Aertsz.] hem afgelost hebben de hoofdsom van twee Vlaamse ponden jaarlijkse losrente uit een rentebrief van vijf Vlaamse ponden, door hen ten behoeve van hem, Geerit Jacobsz., als man van Lijsbet Reijersdr., verleden voor schout en heemraden van Mijnsherenland en verzekerd op 17 morgen land in het Oudeland van Moerkerken op 7 jan. 1576. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 31)

– 23 jan. 1578: mr. Euwout Aertsz. en Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer, elk van hen voor zichzelf, Cornelis Egbertsz. schoenmaker als man van Marijcken Aertsdr., Laurens Laurensz., als man, van Lijsken Aertsdr. en mr. Euwout Aertsz. en Pieter Nan Aertsz. nog als voogden van het onmondig weeskind van wijlen Adriaen Aertsz., genaamd Adriaen Adriaensz., samen vervangende Aert Adriaensz., allen erfgenamen van Govert Aertsz. vleeshouwer, verklaren volledig voldaan en betaald te zijn door Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz., van een bedrag van 1500 gl., welke hun is gelegateerd in het testament van Govert Aertsz. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 219)

 ORA Dordrecht inv. 735, f. 25 e.v.: op 18 febr. 1579 transporteren Laurens Laurensz. vleeshouwer, voor zichzelf en tevens vervangende Steven Cornelisz. vleeshouwer, als man van Neeltgen Aertsdr., Jan Aertsz. bierdrager, voor zichzelf en Aert Geleijnsz. kleermaker, als man van Aeltgen Pietersdr. en tevens vervangende haar broer Laurens Pietersz., allen erfgenamen van wijlen Heijltgen Jansdr., hun nicht, aan Adriaen Louff en Willemken Louvendr., onmondige kinderen van wijlen Louff Laurensz. en Marijcken Hermansdr., die mede-erfgenamen zijn van Heijltgen Jansdr., een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, verleden door Anthonis Huijgensz., en een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verleden door Neeltgen, de weduwe van Frans Waelen.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 599: op 16 juli 1584 verlenen Pieter Nan Aertsz. en Lauwerens Laurensz., beiden vleeshouwers te Dordrecht, procuratie ad recipienda debita aan hun resp. echtgenotes, Neeltgen Abelsdr. en Lijsgen Aertsdr.

– 22 dec. 1620: compareert Wemmer Pietersz. D’Espinoij, apotheker te Dordrecht, als getrouwd hebbende Neelken Laurensdr. en in die kwaliteit mede-erfgenaam van wijlen Mariken Laurensdr., getrouwd geweest met mr. David D’Espinoij, in zijn leven chirurgijn en burger van Dordrecht, voor zichzelf en in deze vervangende Claes Engelsz. de Bont, als getrouwd hebbende Catharina Emersdr., dochter van Emer Jansz., verwekt bij Claesken Laurensdr., mitsgaders de onmondige kinderen van Govert Laurensz. Kegelaer en Ariaenken Laurensdr. Hij verkoopt aan Servaes van Hengen, passementwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Cornelis Adriaensz. en dat van Claes Snellinck kleermaker. Borg: Emer Jansz. (SA Dordrecht ORA Dordrecht inv. 761, f. 144v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Claesken Lauwerens Lauwerensdr., “van Dordrecht” (1584), trouwde NG Dordrecht 30 dec. 1584/15 jan. 1585 Emer Jansz. vleeshouwer, “van Leiden” (1584), overleden na 15 mei 1621

Uit dit huwelijk:

a-1. Catharina Emersdr., trouwde Claes Engelsz. de Bont

a-2. Emer Emersz., vleeshouwer te Dordrecht (vermeld in de 1000e penning van Dordrecht anno 1626)

b. Neelken (Cornelia) Laurensdr. Kegelaer (= kwartier 7659)

c. Mariken Laurensdr. Kegelaer, overleden voor 22 dec. 1620, trouwde NG Dordrecht 16 febr. 1599 (ondertrouw, beiden van Dordrecht) David Pietersz. Spinois (D’Espinoij), chirurgijn te Dordrecht

d. Govert Laurensz. Kegelaer, overleden voor 22 dec. 1620

e. Ariaenken Laurensdr., overleden voor 22 dec. 1620, had een buitenechtelijke relatie met Adriaen Willemsz. schipper (= kwartieren 14050 en 14051)

f. NN, gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1582

16056. Jan Cornelis Jacob de Bruyn, geboren ca. 1513, overleden in of na 1585, trouwde Etten (N-B) 25 april 1549

16057. Maaiken Cornelis Adriaen Boijens

(Vriendelijke mededeling van de heer G. Klein.)

16098. Anthonij Cavelaers, geboren ca. 1520,

(De Brabantse Leeuw 1964, p. 55)

16156. Wouter Reijersz., sledenaar te Dordrecht (vermeld 1560, 1568), overleden tussen 1573 en 1577, trouwde

16157. Trijnken Pietersdr.

– 5 nov. 1561: Wouter Reijersz. sledenaar verkoopt aan Meeus Jansz. een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Adriaen de bierdrager en dat van de weduwe van Lange Frans, Waarborg: Danckert Jansz. metselaar. (ORA Dordrecht inv. 723, akte 239)

– 29 dec. 1568: Wouter Reijersz., gehuwd met Trijnken Pietersdr., als voogd van Jan Jansz., weeskind van wijlen Jan Pietersz., verleent procuratie aan Dirck Jansz. te Dordrecht om te vorderen en te innen al hetgeen het weeskind geërfd heeft van Lucas [sic] Pietersdr., in haar leven gewoond hebbende te Beeck. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 106)

– 28 sept. 1569: Jan Jansz. schippersgezel, 18 jaar oud, verklaart voldaan en betaald te zijn door zijn oom Wouters Reijersz. sledenaar, als man en voogd van Trijnken Pietersdr., van al hetgeen hem, comparant, is aangekomen door overlijden van Jan Pietersz. korenmeter en Neeltgen Jansdr., zijn vader en moeder zaliger. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 250) 

16158. Cornelis Jans, trouwde

16159. Lijsken Petersdr.

Kinderen:

a. NN, gedoopt NG Dordrecht 10 juli 1579

b. Jan, gedoopt NG Dordrecht 3 dec. 1581b.

c. Maricken Cornelis Jansdr. [= kwartier] 8079.

d. Josijntken Cornelis Jansdr., gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1585, van Dordrecht (1606), trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1606/9 jan. 1607 Balten Jacobsz., van Antwerpen (1606), kousenmaker, lakenkoper

GENERATIE XV

16384. Pauwel Petersz. den Haan, geboren naar schatting ca. 1470, vermeld in de 10e penning over 1543 van Oosterwijk [bij Leerdam], maar overleden voor 14 febr. 1530, trouwde

16385. Margriet NN

– 14 febr. 1530: Margriet, weduwe van Pouwels die Haen, draagt op aan Adriaen Pouwelsz. de Haen, haar zoon, twee schilden jaarlijks erfelijk op haar huis en hofstad met 10 morgen land, gelegen op Oosterwijk, waar zij thans woont. Jan Pouwelsz. de Haen draagt op aan Adriaen Pouwelsz. de Haen, zijn broer, twee schilden jaarlijks erfelijk op een morgen land, gelegen in Pouwels de Haenen huisweer op Oosterwijk. (RA Gorinchem inv. 58, f. 21v)

– 26 okt. 1534: Peter Pouwelsz. die Haen, enerzijds, en Anthoenis Vinck Govertsz., met Elysabeth, zijn dochter, anderzijds, verklaren dat Peter en Elysabeth zullen gaan trouwen. Peter brengt in 3 morgen “hoochlants” met een hofdstad, gelegen op Oosterwijk, een morgen land, gelegen op Oosterwijk in drie kampen land, samen 7 morgen, gemeen met het kapittel in Gorinchem, Griet, weduwe van Pouwels die Haen, en Jan Pouwelsz. die Haen, en nog de helft van zulke “levende gereede have”, die zijn moeder thans bezit, “mit den geheellen berch en ’t vervallen huys, dat daer staet op Pouwels [Petersz.] die Haen, syn vaders, hoffstadt, ende dit tsamen van den goeden hem aengecomen en bestorven by doode [van] Pouwels dei Haen, syn vader sal. mem., noch eenen mergen lants vuyt syn moeders lant, gelegen in een hoeff lants van 10 morgen op Oosterwijck”, het beste bed, dat zijn moeder heeft, en 9 morgen land, dat hij gebruiken zal gedurende zijn moeders leven, op voorwaarde, dat hij daarvoor jaarlijks betalen zal viereneenhalve schild “mit voirwairden dat hy ’t saet voirt vuyt gebruycken sall in den manieren als voren, daer syn moeder inne sterven sall”, behoudelijk, dat zijn moeder op het zelfde land zal blijven wonen in een kleine schuur, die daar thans staat, en het vruchtgebruik zal hebben van vier appelbomen met een warmoeshof, zo die nu afgeheind staat, zonder daar enige korting af te doen van de huur, en zal Peter ook hebben zulke bruikweren in huur van 4 morgen land, gelegen in hetzelfde weer, toebehorende aan het kapittel te Gorinchem. Voor al deze percelen staan borg Adriaen Pouwelsz. die Haen, Jan Pouwelsz. die Haen, Lambert Aertsz. en Jan Reynersz. (ORA Gorinchem inv. 61, f. 115)

Kinderen:

a. Adriaen Pouwelsz. de Haen, geboren ca. 1488

b. Jan Pouwelsz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1495

c. Peter Pouwelsz. de Haen, geboren naar schatting ca. 1500, trouwde in 1534 met Elysabeth Anthoenisdr. Vinck

17180. Willem Doensz de jonge van Driel, overleden voor 1561, trouwde 1e NN, 2e ca. 1505

17181. Ida Jansdr.

Gorkum ORA 537/210, 13-6-1544: Roelof Pleunen beloofde Francois Doeijensz. te vrijen met een halve boomgaard te Arkel, zoals Francois heeft moeten vrijen Willem Doeijensz. en zijn broer Beije Doeijensz. in Poortugaal in de Baljuwschap van Putten en aan Adriaan Willemsz.

Vermeld in de 10e penning van 1543 met 52 gemet en een huis in Poortugaal.
OV 1987 blz. 91: Bezit samen met Willem van Seventer 10 gemet 1 lijn 41 en een kwart roede land in Sweerdijk. Koopt samen met Pieter Comelisz. in 1567 de memorie nummer 82 af, gesticht door Lijsbeth, Beije Doensz. weduwe. 

17792. Corstiaen Anthonisz. van Dijck, gezworene in het ambacht van Hoge Harnasch (1540), ambachtsbewaarder Hof van Delft (1589), taxateur 100ste penning ’t Woudt (1579), trouwde

17793. Neeltgen Cornelisdr.

In het kohier van de 10e penning van Hof van Delft uit 1543 is opgenomen: Item Kors Thonisz. vant ’t Wout XXIIII margen LXXXIIII gl.
In het kohier van de 10e penning van Hodenpijl uit 1543 is opgenomen: Item Cors Anthonis III½ mergen voer XIII½ k.gl.

In het verzweerboek van Hof van Delft uit 1546 is opgenomen: 

De hoefslag van de Poeldick, op iedere morgen staat 8 schotpond: Cors Tonijsz met zijn stiefkinderen 10½ morgen.
De hoefslag van het twaleftalf weer, op iedere morgen staat 8 schotpond: Cors Tonijsz met zijn stiefkinderen, 16 morgen 2 hond 79 roede; 2 morgen.
De hoefslag van Zaddick of Zuitdick, op iedere morgen staat 10 schotpond: Cors Thonijsz met zijn stiefkinderen, 6 morgen 5 hond 67 roede 9 voet.
De hoefslag van Voor Dixhoren, op iedere morgen staat 10 schotpond: Cors Thonisz met zijn stiefkinderen, 1½ morgen.
Het scot van de buijrrechten, Het Wout: Cors Thonijsz met zijn stiefkinderen, 22 pond. 

In het kohier van de 10e penning van Hof van Delft uit 1553 is opgenomen: Kors Anthonisz ons verthoent een huijerceel XI½ margen daer ’t eerste bruijckjaer off was ’t jaer L voir LVI gulden. Den Xen penninck V £ XII st.
In het kohier van de 10e penning van Hodenpijl uit 1553 is opgenomen: Item Kors Thonisz bruijct drie margen ende IIII½ hont toebehorende die wedewij van mr. Willem Pijnsz den hoep jaerlicx om XXII k.gld.

In het kohier van de 10e penning van Hof van Delft uit 1557 is opgenomen: 

Kors Thonisz zijn huijs schuijer ende bargen geestimeert op IX k. gulden
facit den Xen penninck XVIII st.

Kors Anthonisz met zijn voorkint bruijcken VII½ margen lants henluijden eijgentelicken toebehoerende geestimeert vrijs gelts op XXXIII k. gulden XV st.
facit den Xen penninck III £ VII½ st.

Kors Anthonisz wonende opt Wout met zijn voorkindt bruijcken XVI margen II hont lants henluijden eijgentelicken toebehoerende geestimeert vrijs gelts op XCVII k. gulden XV st.
facit den Xen penninck IX £ XV½ st

Kors Thonisz bruijct in huijrwaer van Adriaen van Naeldwijck XI½ margen XXI roeden lants sjrs. vrijs gelts om LX k. gulden
facit den Xen penninck VI £

Kors Anthonisz wonende opt Wout met zijn voorkint bruijcken VI margen V hont LXVII roeden X voet lants hen eijgentelicken toebehoerende geestimeert vrijs gelts op XLI k. gulden XII½ st.
facit den Xen penninck IIII £ III st. III st.

Kors Anthonisz wonende opt Wout met zijn kint bruijcken I½ margen lants henluijden eijgentelicken toebehoerende geestimeert vrijs gelts op X k. gulden II½ st.
facit den Xen penninck XX st. III p. ob.

Kors Thonisz bruijct in huijerwaer van’t zelve convent VI margen lants sjrs. vrijs gelts om XXXVI k. gulden
facit den Xen penninck III £ XII st. 

In het kohier van de 10e penning van Hodenpijl uit 1557 is opgenomen: Kors Anthonisz gebruijct van die weduwe van mr. Willem Pijnsz in den Haech III margen IIII½ hont lants gelegen in de Kerckpolder voor XXII gulden den Xen penninck II k.gulden IIII st.

Op 8 juli 1560 Kors Tonisz wonen(de) up tWout, Willem Tonisz wonen(de) in Maeslant, Cornel(is) Tonisz wonen(de) in Hodenpijl, Jan Tonisz wonen(de) tot Schipluij, Marijcken Tonisdr wonen(de) tot Delff wed(uw)e wijlen Dirck Jansz Verburch za: mitten voirs. Kors Tonisz haren gecoren voicht in dese saecke, Machtelt Tonisdr wed(uw)e wijlen Claes Claesz Tou z: mede wonen(de) tot Delff mitten selven Kors Tonisz als mede haren gecoren voicht in dese saecke, Jan Jansz Potter tot Delff als man en(de) voicht van Aefken Tonisdr en(de) Floris Jansz als man en(de) voicht van Grietge Tonisdr, te samen kinderen wesende van Antonis Dircxz van Dijck ende Aelken Korssendr beijde z:me: ende bekenden gesamenderhant hoe dat die voirs. Aelken Korssen heurl(uijder) moeder z: na toverlijden van Antonis Dircxz heuren vader inden jare XVC en(de) vijftich ontrent meij verccoft heeft Dirck Antonisz. heurl(uijder) broeder vijftalff hont lants leggen(de) binnen den ban van Naeldwijck.


Op 19 december 1560 Dirck Tonisz van Dijck wonen(de) inde Lier, Kors Tonisz van Dijck wonen(de) opt Wout, Willem Tonisz van Dijck wonen(de) in Maeslant, Cornel(is) Tonisz van Dijck wonen(de) in Hodenpijl, Jan Tonisz van Dijck wonen(de) tot Schipluij, Marijcken Tonisdr wonen(de) tot Delff wed(uw)e wijlen Dirck Jansz Verburch z: mitten voers. Dirck Tonisz als haren gecoren voecht in dese saecke, Machtelt Tonisdr wed(uw)e wijlen Claes Claesz Tou z: mede wonen(de) tot Delff mitten selven Dirck Tonisz als mede haren gecoren voecht in dese saecke en(de) Jan Jansz Potter poerter der stede van Delff als man en(de) voecht van Aefken Tonisdr alle te samen kinderen van Antonis Dircxz van Dijck en(de) Aelken Korssendr zijn huijsvr(ouw) beijden z:me: ende bekenden te samen vercoft te hebben Floris Jansz van der Schuijer heurl(uijder) susterman wonen(de) tot Schipluij die gerechte helft van twintich hont lants den hoep sonder maet leggen(de) binnen den ban van Naeldwijck gemeen mit derffgen(amen) van Joris Dircxz de Bie tot Delff. 

In het kohier van de 10e penning van Hof van Delft uit 1561 is opgenomen:

’t 11e Weer: Cors Antonisz, wonende opt Woudt, gebruyct 1 margen 3 hondt weylants, leggende an de zuytzij van ‘et voorgaende perceel, streckende oestwaerts ende scrinckelende mettet oesteynde in de vierdalven margen van Cornelis Jansz Cruysert, wonende tot Delft, hiernae volgende (f. art. – nb. niets ingevuld)
de voors. Cors Antonisz eygen competerende, den margen getauxeert op 7.10.0, facit 11.5.0, comt den 10en penninck, 1.2.6

’t 1e Weer: Cors Antonisz wonende op ’t Woudt gebruijct 3 margen 4 hont vijff roeden weijlants hem eijgen toebehorende, streckende uuijte Horendijcxewateringe westwaerts, den margen getauxeert op 6.10.0, facit 23.17.9, comt den 10en penninck, 2.7.9

’t 2e Weer: Cors Anthonisz voorscreven gebruijct 3 margen weijlants van hem eygentlijck competerende, streckende van ’t voors. weer vijff margen westwaerts totte Cromsloot toe, den margen getauxeert op 6.10.0, facit 19.10.0, comt den 10en penninck, 1.19.0

’t 7e Weer: Cors Antonisz voors. gebruyct 3 margen 2 hont weijlants hem eijgen toebehorende, leggende an de westzijde van ’t voorgaende viercant lant, streckende van ’t voors. dworslant totte Meer toe, den margen getauxeert op 5.0.0, facit 16.13.1, comt den 10en penninck, 1.13.3
Cors Antonisz, wonende opt Woudt, gebruijct 1 margen 5 hont 10 roeden teellants, leggende rontsomme indt voors. 7e weer lants beslooten, den voors. Cors eijgen toebehorende, getauxeert den margen op 6.10.0, comt 11.18.3, den 10en penninck, 1.3.10 

’t 8e Weer: d’Selve gebruijct 13 margen 5 hont 79 roeden lants wairvan ’t meerdeel weijlant es ende de reste teellandt, streckende van de Woutwech tot Woutharnis landt oft jurisdictie toe, den voors. Cors eijgen competerende, den margen getauxeert op 6.5.0, facit 87.5.0, comt den 10en penninck, 8.14.6
d’Selve huijrt van Adriaen van Naeltwijck, wonende tot Leijden 11 margen 3 hont 21 roeden weij- ende teellants gemeen mittet voorgaende perceel voor 60.0.0 ‘sjaers, comt den 10en penninck, 6.0.0 (nb. in marge: hierop gesien de huijrcedul in date den 29en martij ’58)

’t 9e Weer: d’Selve gebruijct noch 4 hont lants hem eijgen toebehorende dair zijn huijs, scuijren, bargen ende boomen op staen, t’samen getauxeert op 13.10.0, comt den 10en penninck, 1.7.0
d’Selve huijrt van Conincxvelt 6 margen lants, wesende ’t meerdeel teelant ende de reste weijlants, streckende van de Woutwech beneffens de Lotswateringe Noortwaerts op voor 36.0.0 ‘sjaers, comt den 10en penninck, 3.12.0
d’Selve gebruijct 6 margen 3 hont weijlants dairan streckende mettet noorteijnde totte Meer toe hem eygen competerende, den margen getauxeert op 5.0.0, facit 32.10.0, comt den 10en penninck, 3.5.0

In het kohier van de 10e penning van Hodenpijl uit 1561 is opgenomen:
Dat 5e weer
Cors Anthonisz bruijckt van de Weduwe van Mr. Willem Pijnsz. 3 m 4½ h teelant, streckende van Tantoft in de Gaech, den hoop voer 22.4.0, coempt de 10e pennijnck 2.4.6
Noch een ham ‘t sjaers, getaxeert op 0.15.0, coempt de 10e pennijnck 0.1.8

In het verzweerboek van Hof van Delft uit 1569 is opgenomen:

Dat Hoefslach van de Poeldijck: Cors Anthonisz 7½ m
Dat Hoeffslach van Twaelffttalffweer: Cors Anthonisz. 17 m. 79 r
Dat hoofslach van Zaddijck ofte Zuijtdijck: Cors Anthonisz 6 m. 5 h. 57 r. 10 v.
Dat Hoeffslach van Voordijcxhooren: Cors Anthonisz 1½ m

In het kohier van de 100e penning van Hof van Delft uit 1579 is opgenomen:

Cors Thonisz van Dijck opt Wout bruijct in eijgendomme 7 margen weijlant, getauxeert den margen voir 3½ gulden. Compt 26 gulden 5 stuijver.
Comt den 100° penning 4-14-08
Sal worden ghetauxeert volgende dinstructie.

Cors Anthonisz van Dijck opt Wout bruijct vande weduwe wijlen Ariaen van Naeltwijck woonende tot Leijden, 11 margen 3 hont 21 roeden lants, wair van omtrent 5 margen telant is, den hoop voir 60 gulden.
Comt den 100° penning 10-16-00

Cors Tonisz van Dijck voirsz. bruijct in eijgendomme 6 margen 5 hont 67 rueden lant, getauxeert den margen op 6 gulden. Compt 42½ gulden.
Comt den 100° penning 7-11-03

Cors Thonisz woonende opt Wout bruijct in eijgendomme 9 hont weijlants getauxeert den margen voir 7½ gulden. Compt 11 gulden 5 stuijver.
Comt den 100° penning 2-08-00
Sal worden getaxeert volgende d’instructie. 

In het kohier van de 100e penning van Hodenpijl uit 1579 is opgenomen: Cors Anthonisz van Dijck, woonende op ‘t Wout, bruijct van Joncker Johan van Renesse, woonende tot Utrecht, 3 margen 4½ hont weijlants, streckende als voijren, den hoop voir 25 gulden 10 st. ende een hamme ’sjaers, die getauxeert op 25 st. compt 26 gulden 16 stuivers. Den 100sten penning, 7 gld – 16 st – 5 penn. 

Op 18 maart 1584 leggen Cors Anthonisz van Dijck, oud 64 jaar (e.a.) een verklaring af. 

Op 3 augustus 1586 verklaart Neeltgen Cornelisdr, huisvrouw van Cors Anthonisz van Dijck, oud omtrent 58 jaar, ten verzoeke van Baertout Dircxs wonende op Den Hoorn, dat zij ongeveer een jaar geleden had gezien dat jonker Van Westerbeeck zijn knecht de heining aan de oostzijde van de werf van de requirant had laten afbreken. Neeltgen had geprotesteerd: ‘Joncker ghij soudt die heijninck laten staen want die man zijn ghoet zal bedorven vande beesten’ maar de jonker zei tegen zijn knecht: ‘Gatter mede doer’.

Op 18 februari 1589 Jan Florisz wonen(de) tot Reijnsburch voor hem selven en(de) Cors Anthonisz op t’Rijcke Woud als voochd van Tonis Florisz mede op desen present wesende en(de) mede comparerende, kinderen en(de) erffgen(amen) van Floris Jansz Verschuijer en(de) bekenden elx in zijn qualite gesamenderhand vercoft te hebben Dirck Pietersz wonen(de) binnen den dorpe voors. de gerechte helft van twintich hond eijgen lands leggende binnen den ban voors.

In het verzweerboek van Hof van Delft uit 1589 is opgenomen:

De hoefslag van de Pueldijck, groot 152 morgen 3 hond 48 roede, waar van elke morgen 8 pond schot wordt betaald:
Jan Arent Touesz. 3 morgen land, gekocht van Cors Antonisz. als voogd van Joris, het weeskind van Cornelis Jorisz.
Cors Antonisz van Dijck 7 morgen 3 hond land sedert 52 jaar.

De hoefslag van de X1½ weer, groot 53 morgen 1 hond 20 roede, waar van elke morgen 8 pond schot wordt betaald:
Cors Anthonisz van Dijck 17 morgen 79 roede land sedert lange tijd.
Cors Thonisz verklaart dat de weduwe van Ariën van Naeltwijck 11½ morgen 21 roede land sedert lange tijd heeft.

De hoefslag van Zaddick of Zuytduyck, groot 46 morgen 2 hond 67 roede 10 voet, waar van elke morgen 10 pond schot wordt betaald:
Cors Anthonisz. van Dijck 6 morgen 5 hond 62 roede 10 voet land sedert lange tijd.

De hoeslag van Voerdijcshoren, groot 102 morgen 1 hond 58 roede 9 duim, waar van elke morgen 10 pond schot wordt betaald:
Floris Ariensz Bruijser 8 morgen 5 hond 20 roede 7 voet 9 duim land, geërfd van zijn moeder; 3 morgen 3 hond 91 roede 9 duim, gekocht van Pieter Jansz. te Papsou; 9 hond, gekocht van zijn schoonvader Cors Anthonisz van Dijck.

Op 29 juni 1590 legt de 40-jarige Commer Jansdr, ten verzoeke van Cors Tonisz op ’t Wout, eenverklaring af. In de winter van 74 op 75 toen de Spanjaarden nog in het land lagen, waren enige Spaanse soldaten, die bij Cors Tonisz ingekwartierd waren, naar Honselersdijk gekomen waar zij toen bij haar vader woonde. De soldaten hadden Commer gedwongen een huis te openen menend daar bedden en ander huisraad van Cors te vinden. Toen ze daar niets van hun gading aantroffen, hadden ze uit het huis van Commers vader een bed en een peluw meegenomen. Haar vader thuiskomend, zag dat zijn bed verdwenen was, en had gezegd dat hij te oud was om in het stro te slapen. Commer had ten einde raad een bed gehaald uit een huis waar enige spullen van Cors waren opgeslagen. De vader van Commer had opgemerkt: ‘Door de schuld van Cors Tonisz ben ik mijn bed kwijtgeraakt. Als hij
het me teruggeeft of de waarde ervan vergoedt, krijgt hij het zijne terug’.

Op 4 november 1590 heeft Floris Ariensz Bruijser voor hemzelf, vervangende en hem sterk makende voor Machtelt Corssen en Betgen Corssen, mitsgaders voor de kinderen van Wigger Jacopsz wonende tot Danswijck [=Danzig], Claes Hendricxz als man en voogd van Maritgen Ariensdr en hem sterk makende voor Pouwels Ariensz Vos, winnen de gift van alzulke hoflanden als Cors Anthonisz en Neeltgen Cornelisdr met de dood geruimd hebben, volgens de leste verzwering bij Cors Anthonis gedaan. 

Op 15 december 1591 Wigger Jacopsz en Dirck Dircxsz vervangende en hen sterk makende voor Betgen Corssendr gegeven gift Floris Ariensz Bruijser van omtrent 7 morgen hofland leggende in de hoefslag van Sadtdijck zulks hem te kavel gevallen zijn uit het sterfhuis van zal. Cors Anthonisz en Neeltgen Cornelisdr. 

Op 21 mei 1612 heeft Neeltgen Corssendr weduwe Floris Ariensz Bruijser, Cornelis Sijmonsz als man en voogd van Annitgen Florisdr, Pieter Pietersz als man en voogd van Commertgen Florisdr, Adriaen Florisz Bruijser, Corstiaen Florisz te samen sterk makende voor Neeltgen Florisdr, erfgenamen van Floris Ariensz Bruijser gegeven gift Arien Jansz wonende tot Zoeterwoude te weten van 14 morgen 2 hond en zekere roeden hofland leggende in de hoefslag van Voor-Dijkshoorn en in de hoefslag van Sadtdijck, zo groot en klein als Floris Ariensz hetzelve met de dood geruimd en achtergelaten heeft.

(fredbrouwer.nl)

17798. Willem Corsse, geboren ca. 1505 (Ons Voorgeslacht 1980, p. 429), welgeborene en negenman van Naaldwijk, overleden Naaldwijk 22 jan. 1567, trouwde naar schatting ca. 1530

17799. Pietertje Amen (Adamsdr.), geboren naar schatting ca. 1505, overleden Naaldwijk 18 jan. 1578 (Ons Voorgeslacht 1980, p. 430; volgens Prometheus XIII echter tussen 12 aug. 1582 en 16 juli 1585 [o.c., p. 229])

– 20 juni 1562: Willem Corsse schenkt aan Naaldwijk een perceel grond voor de bouw van een raadhuis

Beleningen:

een vierendeel van vier en een halve morgen land in de Broeck [Naaldwijk]:

7 juni 1516: Willem Corstijns, onmondig

2 mei 1528: Willem Corstijnsz. doet zelf hulde en draagt het leen over aan zijn zwager Thoenis Dircxsz. van Dijck

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 154)

een hofstad met boomgaard c.a. in Naaldwijckerbroeck:

4 mei 1562: Willem Korsse te Naaldwijk

13 mei 1568: Korstiaen Willemsz., brouwer te Delft, bij dode van zijn vader Willem Korsse

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 156-157)

vijf een halve hond land te Naaldwijk:

1 juli 1546: Willem Korsz.

13 mei 1568: Korstiaen Willemsz.

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 161)

17830. Isbrant Jansz. van Bijlant, geboren naar schatting ca. 1550, predikant (o.a. te Nieuw-Helvoet), overleden ald. op 8 febr. 1611, begraven in de kerk (zerk), trouwde

17831. Aechjen Jansdr. overleden na 5 jan. 1616

Isbrant Jansz. van Bijlant kwam volgens akte dd 13 april 1598 als predikant van Pieterburen te Nieuw-Helvoet. “De kerkeraad was goed over hem te spreken, maar dat in zijn vrije tijd ook in vee handelde, stond hen minder aan. Schout en Gerecht hadden andere bezwaren, n.l. zijn scherpe critiek op de armenzorg. Alle moeite om hem overgeplaatst te krijgen bleef echter zonder resultaat, zodat hij tot zijn dood predikant te Nieuw Helvoet bleef.” (Ons Voorgeslacht 1955, p. 132-133)

Grafzerk in de NH kerk van Nieuw-Helvoet: “Hier leyt begrave Isbrant Jansen van Bijlant dienaer des Goddelijcke woorts in den dorpe van Hellevoet sterf den 8en february 1611”. (Ons Voorgeslacht 1955, p. 130)

5 jan. 1616: “Betaelt Aechgen Janzdr, wede van Ysbrant Jansze van Bijlandt, in zijn leven pred. tot Nyeu-Hellevoete, 50 ponden over een jaer haerder alimentatie, verschenen 5 Jan 1616” (http://members.chello.nl/studio/rijnland/01-ijsbrant/1580-susanna.html)

17748. Claes Jacobsz., woonde in 1546 in Hekelingen, leenman van de Hofstad Putten, overleden tussen 17 mrt.1561 en 2 dec. 1568, trouwde 1e NN Cornelisdr., 2e 

17749. Neelken Adriaensdr., trouwde 1e Jacob NN, 3e Baltham Adriaensz., 4e voor 28 nov. 1578 Rochus Dircksz.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Claesz. van Goutswaert (= kwartier 8874)

b. Jan Claes Jacobsz..

c. Adriaen Claesz. van Goutswaert, geboren naar schatting ca. 1555 (onmondig in 1569, mondig in 1580), burgemeester van Gouda, overleden tussen 1615 en 1622

(Ons Voorgeslacht 1972, p. 134; http://www.zuiderent.ch/kwst/ )

17750. Lambrecht (Jansz. Verstoup ?), trouwde

17751. Lidewij Doensdr. (NB: zij wordt in sommige publicaties ten onrechte Lidewij Doenen van Driel genoemd.), medekoopster van tienden in de heerlijkheid Rhoon in 1557, trouwde 1e Willem Claesz. (van Groenendijk)

dochter van kwartier 35502

(http://www.zuiderent.ch/kwst/)

Lambrecht Jansz. Verstoup was schout van ‘s-Gravenambacht, overleden 10 mrt. 1552 en begraven in de kerk van Poortugaal.

Zijn zerk is verluchtigd met een jeruzalemsveer vergezeld van heraldisch rechts twee wapens en links boven een wapen, welke later zijn uitgekapt. Onder dit laatste een gebroken St. Catharinarad rustend op de punt van een dolk. (De palmtak, een zgn. jeruzalemsveer, en het St. Catharinarad zouden impliceren dat Lambrecht een pelgrimstocht heeft gemaakt naar resp. het Heilige Land en Constantinopel.) De tekst op de zerk luidt: “Hier leit begraven Lambrecht Verstoup Jansz. ende sterf int jaer ons Heeren [1552] den thienden dach Martij. Bidt voer de ziele”. (Duizend Jaar Voorgeslacht, supplement I, p. 61-62)

17752. Arien Andriesz., wellicht boer te Strijen, kerkmeester ald. 1545, betaalt landrente aan de kerk van Strijen 1529, 1550

(Slijkerman, Duizend Jaar Voorgeslacht I, p. 269)

18444. Pieter Beijensz., trouwde

18445. Adriana Dirksdr. van der Noort, overleden te Spijkenisse 1569

18830. Pieter Kors Pietersz., overleden voor 24 juni 1570, trouwde

18831. Lijsbeth Claesdr., trouwde ca. 1570 Bastiaen Cornelis Joostensz.

 juni 1551 (127ve – 128):
Kaveling van landerijen van de erfgenamen van Truijtge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz.
In den eersten is Pieter Kors Pietersz. gekaveld aan de ene helft van 6½ morgen eigen land in het Oudeland van Moerkercken bij Ariaentge, Jan Heyensz. weduwe, en nu huisvrouw van Pieter Cornelis Joostenz. Verder is Pieter Kors Pietersz. nog gegrondkaveld aan 3 morgen cijnsland, genaamd De Gheer, eveneens gelegen in het Oudeland van Moerkerken. Willem Korsz., Dirck Korsz., Thonis Jacobsz., Adriaen Pietersz., Pieter Korsz. en Dirck Lenertsz. zijn aanbedeeld 16½ morgen eigen land in Westmaas-Nieuwland, dat eensdeels Dirck Lenertsz. en anderdeels Kors Pietersz. gebruikt; hetwelk door hun in 1539 van het zoute in het verse is bedijkt. Bovendien blijven zij bedeeld aan 6½ morgen vrij land bij Ariaentge Jan Heyens en aan 6 morgen cijnsland aan de weg bij Joost Jorisz. aldaar. Voorts is onder hen half en half gedeeld de havelijke goederen als paarden, koeien, horenbeesten, varkens en schapen, insgelijks de huisraad etc

Vermelding 1 juni 1551 (127ve):
Kors Pietersz., Pieter Kors Pietersz., Willem Korsz. Thonis Jacobsz., echtgenoot van Ariaentge Korsdr., Adriaen Pietersz., ev Lijntge Korsdr. en Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Korsdr., alle erfgenamen van Truijtge, hun moeder resp. schoonmoeder, openbaren dat zij met elkaar geschift en gedeeld hebben de erfenis van Truijtge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz. Er is besproken dat Kors Pietersz., hun vader respectievelijk schoonvader, in bezit blijven zal van de bouwstede en timmerage, huizen, keten, bergen, wagens, ploegen, eggen, wagentouw, borninge, tuinen, glinten, horden en bomen, mitsgaders de 3 morgen eigenland waar de huizen op staan en het stuk land dat hem aangekomen is bij het overlijden van zijn moeder Maritge Jan Jacob Meijnertsdr., gelegen in Westmaas-Nieuwland in de hoek van de Bouwensweg en de Oudelandse Westdijk

Vermelding 17 maart 1554 = 1555 (28ve):
Pieter Cors Pietersz. en Dirck Lenertsz. grondkavelen in presentie van Elisabeth Claesdr., echtgenote van Pieter Cors Pietersz., in totaal 4 mrg 121 roe en 9½ voet land in het Nieuweland van Moerkerken..

Vermelding 4 december 1554:
Pieter Cors Pietersz. transporteert om zunderlinghe en merckelijcke redenen aan zijn echtgenote Lijsbeth Claesdr. alle percelen van landerijen die hij nu heeft en bezit, hem aangekomen bij dode van zijn moeder Truytge

Vermelding 14 maart 1555 stilo curiae (111ve)
Anna Pietersdr., oud 19 jaar, machtigt haar broer Pieter Pietersz. om alzulk land te verkopen als haar aangekomen is van haar grootmoeder Maritge Meynertsdr. Deze volmacht is geschreven te Schiedam door Dirck Willem Lutensz., gezworen poorter der stede van Schiedam. Anna Pietersdochter ondertekend deze volmacht met haar handmerk.
Nota: Op 22 maart 1555 zo heeft Pieter Pietersz. voor hem en als gemachtigde van Anna Pieters, zijn zuster, Kors Pietersz. gifte gegeven en noch mede gifte gegeven Yeman Adriaensz.

Vermelding 29 mei 1557 (55ve):
Willem Korsz., Pieter Korsz., Dirck Korsz. en Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Kors Pietersdr., allen erfgenamen van Kors Pietersz., hun vader, verkopen Simon Simonsz. kuiper te Dordrecht en ten behoeve van Pieter Simonsz. een jaarlijkse losrente van 12 gouden gld.verzekerd op 2 mrg 67 roe land in het Oudeland van Moerkercken.
Genoemd: Lijntge Kors Pietersdr., Adriaen Pietersz. in het Maassche Nieuwland, Aertge Tonisdr., wijlen weduwe van Kors Pietersz., eerder weduwe van Simon.

Vermelding 8 februari 1558 = 1559 (70ve)
Kaveling van landerijen in het Oudeland van Moerkercken, in het Nieuweland (Westmaas) en in Beyerland tussen Pieter Korsz., Willem Korsz., Dirck Korsz., Pontiaen Cornelisz., echtgenoot van Ariaentge, Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge. Welke landerijen hen aanbestorven zijn van hun vader Kors Pietersz.
Genoemd: wijlen Lijntge Kors Pietersdr., weduwe van wijlen Adriaen Pietersz.

Vermelding 19 juni 1559 (42)
Pieter Korsz. bekent in aanwezigheid van zijn echtgenote Lijsken Claesdochter gekocht te hebben van Jaepgen, weduwe van Cornelis Adriaensz., moeder van Lijsken, die hier tegenwoordig was, 2 merries, wagen, ploegen, eggen, briggen, horden, bomen etc. met het gebruik van het huis waar Jaepge in woont, alsmede voorhuis, achterhuis, berg, keet etc. en dat gedurende het leven van Jaepge en dit voor 69 gulden, en wel hoop zo koop alsook gebruik.

Vermelding 9 oktober 1560:
Het geld dat Cornelis Jacobsz. van Diemen nog te ontvangen heeft van Pieter Kors Pietersz., Dirk Kors Pietersz. en Lenert Dirksz. vanwege Jacob Jansz. in het Zuidland, wordt door Cornelis Jacobsz. van Diemen met beslag belegd.

Vermelding 1 november 1560:
Pieter Kors Pietersz. deponeert bij het gerecht 7 gouden realen, 2 halve gouden realen en 1 Geldersche rijder tot volle betaling van de som die hij Jacob Jansz. in het Zuidland schuldig is voor zijn quote of deel van de laatste termijn volgens een accoord

Vermelding 2 november 1560:
Cornelis Jacobsz. van Diemen legt beslag op het geld dat Pieter Kors Pietersz., Dirk Kors Pietersz. en Dirk Lenertsz. schuldig zijn aan Jacob Jansz. in het Zuidland. Lijske, echtgenote van Pieter Korsz., zegt dat de borgsom alleen betaald zal worden indien quitantie wordt gegeven. Het gerecht oordeelt dat Cornelis Jacobsz. de cautie mag lichten ter betaling van de
schulden

Vermelding op 17 november 1562 worden op de schouwdag van de buurwateringen volgende personen beboet:
Gerrit Engelsz.
Jacob Adriaan Yemansz.
Lauris Jorisz.
Tonis Engelsz.
Joost Jorisz. vanwege een heul
Pieter Kors en Dirk Lenertsz. (zijn zwager) om te vragen wie in het zuiden en noorden bruikt – een boete.
De schouwdag werd gehouden door de schout Jan Govertsz. en de heemraden Aart Jansz., Gijsbert Laurisz., Maarten Huijmansz., Jacob Dirksz., Adriaan Aartsz., Dirk Kors Pietersz. en Cornelis Hugensz. alsmede de stedehouder Jan Matheusz

Vermelding 21 november 1562:
Pieter Kors Pietersz. neemt de kleren van de overleden Pieter Thomasz. van der Mert (?) in beslag, die deze nagelaten heeft in Mijnsheerenland en dat vanwege een lening van 2 Karolus gulden.

Vermelding 23 september 1563 (138ve)
Dirck Kors Pietersz. en Pieter Kors Pietersz., voogden van de kinderen van Lijntge Kors Pietersdr., vrouw van Dirck Lenertsz. 4 hond cijnsland in het OvM bewesten de Westweg, welk 4 hond cijnsland de kinderen aangekomen zijn bij dode van hun grootvader Kors Pietersz.

Vermelding 1566; niet afgemaakt (184ve)
Pieter Kors Pietersz. en Dirck Pietersz., Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Kors Pietersdr., Ghijsbert Laurisz., echtgenoot van Neeltge Andriesdr., eerder weduwe van Willem Korsz. Pietersz., grondkavelen gemeenschappelijk de op 8 februari 1557 = 1558 achtergelaten goederen van hun vader cq. schoonvader Kors Pietersz., gelegen in het huisweer genaamd De Lange Stukken, waar het huis, de bergen en keten op staan en waar Dirck Kors Pietersz. nu woont, beginnende van de Maas strekkende noordwaarts tot de Reedijk van Heinenoord

Vermelding: 24 juni 1570 (59)
Lysbeth Claesdr., weduwe van Pieter Kors Pietersz., geeft, wegen zunderlinghe en merckelycke saicken, haer in der consciëntie daertoe moverende, over aan Cornelis Cornelisz., echtgenoot van Marichge Pietersdr., Truytge Pietersdr., Anna Pietersdr., Kors Pietersz. en Lyntge Pietersdr. alle eigenlanden die door hun zaliger vader eertijds met Dirck Kors Pietersz. gekocht zijn van de achtergelaten kinderen van Lyntge Pietersdr. en Adriaen Pietersz., gelegen in het Oudeland van Moerkerken binnen de Zuid- en Noordweg. De brief is geheven bij Cornelis Cornelisz., echtgenoot van Maritge Pieter Kors Pietersdr. op 21.8.1571.
Lysbeth Claesdr. heeft nog een dochter met namen Pieterke Eeuwoutsdr

Vermelding 23 december 1574 (123):
Dirck Kors Pietersz. verkoopt Ingen Jacobsz. en Leentge Jacobsdr. een jaarlijkse losrente van 2 Cgld, verzekerd op 2 mrg 87 roe en 6 voet land in het OvM, in het weer waar het huis van Dirck Kors Pietersz. op staat in een hoeve ter grootte van 11 mrg en 300 roe, gemeen voet onder voet met Lysken, de weduwe van Pieter Kors Pietersz., en haar kinderen.

(genealogieonline.nl)

18880. Jan Jacobsz. Molijn, geboren naar schatting ca. 1570, begraven Delft (Oude Kerk) 10 april 1619 (Jan Jacobsz. Molijn in de Coerstraat), trouwde naar schatting ca. 1590

18881. Jannetge Pieters, overleden voor 9 jan. 1622

ONA Delft inv. 1516, f. 20: op 27 juli 1579 testeren Jacob Jacobsz. en zijn vrouw Jannitgen Jorisdr., wonende in de Cameretten te Delft, hij ziek in bed liggende. Aangezien zij geen kinderen hebben, benoemen zij elkaar tot erfgenaam. Hij wenst, dat van al hetgeen zijn halfbroer Jan Jacobsz. Molijn en zijn halfzuster Maritgen Jacobsdr. van hem zullen erven, zij alleen het vruchtgebruik zullen krijgen en dat de eigendom ervan zal komen aan hun nakomelingen. Zij legateren aan Faes Borghers, het zoontje van Borger Faes, de zoon van testateurs halfzuster, een somma van 100 gl.

ONA Delft inv. 1515, f. 27: op 1 mrt. 1589 comp. Jacob Jacobsz., eertijds wonende in de Cameretten te Delft. Hij verklaart, dat hij en zijn inmiddels overleden vrouw Jannetgen Muijs “eertijden thuijs gehaelt, naer hen genomen, opgevoedet ende oock ten huwelijcken staeten bestedet hebben”, zijn halfbroer Jan Jacobsz. Molijn en Faes Borghers, de zoon van zijn overleden halfzuster.

ONA Delft inv. 1546, f. 44: op 14 nov. 1599 testeert Jacob Jacobsz. Coebel, eertijds wonende in de Cameretten te Delft. Hij wenst, dat de goederen, die hij nalaten zal, zullen komen aan Katharina Jansdr. en de kinderen van wijlen Maritgen Jansdr., beiden kinderen van zijn zuster wijlen Katharina Jacobsdr., elk voor twee elfde delen, Engel Jacobsz. en Jan Jacobsz. Molijn, zijn halfbroers, samen voor een elfde deel, Jacob Pietersz., de zoon van Pieter Jacobsz., zijn halfbroer, voor een elfde deel, Maritgen van Alteren Jacobsdr. en Clara Jacobsdr., zijn halfzusters, elk voor een elfde deel, de kinderen en kleinkinderen van Machtelt Jacobsdr., zijn halfzuster, samen voor een elfde deel, en Faes Borgers met zijn broer en zuster, kinderen van Trijntgen Jacobsdr., zijn halfzuster, voor een elfde deel. Hij wenst, dat van de goederen, die Trijntgen Pietersdr. en Huijch Pietersz., kinderen van Maritgen Jansdr., van hem zullen erven, zij het vruchtgebruik zullen hebben en de eigendom ervan zal komen aan hun kinderen. Hij legateert aan Faes Borgers, zijn neef, een bedrag van 300 gl.

ONA Delft inv. 1586, f. 3: op 9 jan. 1622 comp. Gerrit van Outshoorn, oud-schout van Zoeterwoude, als man van Fransgen Jansdr. de Molijn, Clement Dircxsz. Clock, als man van Geertruijd de Molijn, wonende te Leiden, en Pieter en Jacob de Molijn, voor zichzelf, samen kinderen van Jan Molijn Jacobsz. de oude en Jannigje Pietersz., overleden te Delft. De comparanten verlenen procuratie aan Jan Verlo, schout en secretaris te Zwammerdam. om hen “te verklaren ende te volgen” als erfgenamen van Jannitgen Pietersdr., weduwe van voornoemd Jan Molijn Jacobsz.

19026. Dirk Cornelisz. Koorneef (Coornneef), geboren ca. 1505, boer te Rhoon, schout ald. tussen 1538 en 1561, mede-taxateur van de 10e penning over Rhoon 1561, schout van Albrandswaard 1566, overleden na 6 sept. 1571, trouwde 2e NN, 1e

19027. Neeltje Cornelisse van Driel, overleden 1571, weduwe van Willem NN (De Nederlandsche Leeuw 1930, kol. 11-12)

Blijkens een akte van 13 juli 1546 had Dirrick Cornelisz 5 gemeten land te Rhoon in pacht van Dirrick van Duvenvoirde, echtgenoot van jonkvrouwe Baerte van Rhoon.

Kinderen:

a. Haasje (= kwartier 19055)

b. Maartje (= kwartier 9513)

19040 = 19064. Jacob Herweijer, geboren te Antwerpen ca. 1510, procureur bij het Hof van Holland (vermeld in 1548), pensionaris van het Hof van Holland,  eigenaar van een huis in het Achterom en vier naast elkaar liggende percelen in het Padmoes te ‘s-Gravenhage, overleden tussen en 1561 en 1571, trouwde ca. 7 sept. 1538 (huwelijkse voorwaarden te Delft)

19041 = 19065. Claesgen Pieter Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1520, overleden op 21 nov. 1580

– 17 dec. 1520: Pieter Cornelisz. koopt een lijfrente op naam van zijn dochter Claesgen (thesauriersrekening Delft)

– 1534: de moeder van Jacob Herweyer transporteert een erfelijke rente van 6 ponden aan hem (schepenregister Antwerpen)

– 27 juni 1540: Jacob Herweyer is gemachtigde van de prelaat van Egmont

– 2 jan. 1542: het huis van Jacob Herweyer vermeld als zuidelijke belending van een huis in de Veenestraat te Den Haag

– 1553: mr. Jacob Herweyer betaalt in de 10e penning 3 ponden 10 sch. voor zijn huis aan de zuidzijde van het Achterom [tussen Hofstraat en Kettingstraat] in Den Haag (geschat op een waarde van 35 ponden)

– 1561: Jacob Herweyer vermeld als eigenaar van een huis aan de Zuidzijde Lang Achterom halverwege in Den Haag

(J.J. Herweijer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek], p. 226-228)

19052. Hendrik Hogendijk alias Roonaert, trouwde

19053 Aagje Ariens

19054. Adriaan Willemsz. Fonkert, gegoed te Rhoon, ald. vermeld 1572-1594, schepen en heemraad van Rhoon 1599, trouwde

19055. Haasje Dirksdr. Koorneef

19470. Hendrick Arien Florisz. Droogendijck, geboren Poortugaal 1523, landbouwer, heemraad van Poortugaal, overleden Pernis 28 mrt. 1615, trouwde ca. 1555

19471. Trijntje Jorisdr.

19480. Fop Claasz. van Driel, geboren ca. 1523, schout van Ridderkerk (sedert 1559), overleden (voor 1 april) 1590, trouwde 2e NG Ridderkerk 20 april 1581 Magdalena (Leentgen) Aertsdr., 1e ca. 1555

19481. Grietje Lenertsdr. Cranendonck

Hij was boer te Ridderkerk, dijkgraaf van de polders Oud en Nieuw-Reijerwaard ca.1572-87, Rentmeester van de Heerlijkheden Ridderkerk en IJsselmonde 1580-81. Heemraad 1559-60 en Schout 1560-87 van Ridderkerk. Het familiewapen vertoont een rode, tweekoppige adelaar in goud. (genealogieonline.nl)

1559: Fop Cleys Dircxz gebruikt in Oost-Barendrecht “ses mergen toecomende Aert Pietersz erffgenaemen, IIIJ 1/2 mergen eygen lants zelver bruyckende toebehorende de Barendrechtse kerck”

2 nov 1559: Vop van Driel Claesz, als momber en bestorven voogd van Joris Diercxz, weeskind van Dirck Claesz., koopt een jaarlijkse rente van 6 Rijnsgulden.

– 26 mrt. 1571: op verzoek van Cornelis Willemsz. Jonckint van Ridderkerk, als gemachtigde van Anna Willemsdr., weduwe van Peter Jacobsz. Besemer, verklaren heer Cornelis Joppesz., pastoor te Ridderkerk, 42 jaar oud en Fop Cleijsz., schout aldaar, 47 jaar oud, “ende eerst de voorsz. heer Cornelis Joppesz. dat geleden ontrent thien jaeren hij deposant present ende tegenwoerdich geweest is ten huijse van de wedue van Thonis Pietersz. tot Rijderkerck ten tijde alst huijwelijk gesloten worde tusschen Pieter Jacobsz. Besemer … ende Anna Willemsdr. … waervan ter selver tijde de voorsz. heer Cornelis Joppesz. ende Vop van Driel Claesz. sijn geweest arbiters ende dat in presentie van de naeste vrienden aen wederzijden ende dat de moeder vande zelven bruijdegom ter selver tijde beloeffde met hem ten huijwelijk te geven zeeckere eijgen lant ende bruijcklant maer hoe veel off waer tselve gelegen was en weet … hij deposant nijet te verclaeren. Verclaerende de voorsz. Fop Cleijsz. dat hij mede bij th[u]ijlick voorsz. present es geweest maer dat hem daer van nijet indachtich en es overmits de lanckheijt vande tijde.” (ORA Dordrecht inv. 728, f. 123 e.v.)

– 5 mei 1578: op verzoek van Jacob Jansz. van de Kerckhoff en zijn zoon, Jan Jacobsz., wonende in “Ter Heijde”, verklaren Truijcken Jansdr., weduwe van Willem de Vries, ongeveer 66 jaar oud, en Elijsabeth Jansdr., vrouw van Cornelis Claesz., ongeveer 61 jaar oud, beiden poorteressen van Dordrecht, dat ongeveer 42 jaar eerder voornoemde Jacob Jansz. van zijn vader, Jan Bouwensz. van de Kerckhoff, ten huwelijk gekregen heeft zekere 6 morgen en 2 hont land in Oost-Barendrecht, welk land Fop Cleijsz. van Driel thans gekocht van voornoemde Jan Jacobsz. Deposanten geven voor reden van wetenschap, dat zij “over ’t contraheren” van het huwelijk van Jacob Jansz. van de Kerckhoff aanwezig geweest zijn. (ORA Dordrecht inv. 734)

19482. Cornelis Willemsz. Jonckint, heemraad van Ridderkerk, landbouwer onder Ridderkerk, overleden voor 10 febr. 1610, trouwde 2e Ridderkerk 24 mei 1598 Marike Adriaens, 1e

19483. Maritge Cornelis, vermoedelijk een zuster van Gerrit Cornelisz. Stoeij te Lekkerkerk

19568. Huijg Woutersz., geboren ca. 1522, vermoedelijk overleden voor 14 juni 1605, trouwde NN

van Merode. (RA Oud-Beijerland inv. 2)

19570. Wouter Aertsz. (Stijntkens), trouwde

19571. Aechtgen Willems

19574. Fop Huijgen, geboren ca. 1541, overleden voor 13 okt. 1583, trouwde

19575. Aeltgen Lenertsdr., geboren naar schatting ca. 1540, woont te Nieuw-Lekkerland, overleden voor 23 mrt. 1633

– 21 april 1561: compareren voor schepenen van Dordrecht Huijch Foppe uit Nieuw-Lekkerland, 45 jaar oud, Huijch Woutersz. uit Nieuw-Lekkerland, 39 jaar oud, Goessen Foppesz., 42 jaar oud, Jacob Jacobsz., 27 jaar oud, Fop Huijge, 20 jaar oud, Henrick Maertensz., 22 jaar oud, Fop Maertensz., 30 jaar oud, Gerit Melisz., 54 jaar oud, Dirck Melisz., 28 jaar oud, Geerlof Melisz., 53 jaar oud, Adriaen Melisz., 47 jaar oud en Henrick Dirxsz., 37 jaar oud. Zij leggen op verzoek van Lijsken, weduwe van Zijbrant Foppesz. een verklaring af. Huijch Foppe is een oom van Fop Zijbrantsz., die het slachtoffer van een “nederslach” [= doodslag] is geworden *, Huijch Woutersz. een zoon van een oudoom, Goessen Foppesz. een oom, Jacob Jacobsz. een zoon van een tante, Fop Huijgensz. een zoon van een oom, Henrick Maertensz. een “achterskindt” [= achterneef] en de overige comparanten zijn eveneens “achterskinderen” van Fop Zijbrantsz. Zij verklaren goed te keuren zekere uitspraak, gedaan door Jacob Coenrardsz., Joachim Adriaensz. en Cornelis Cornelisz., als “keersluijden”, aangaande de “nederslach” begaan door Wigger Pietersz. aan Fop Zijbrantsz. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 167v)

*  “Actum den XVIIIen September 1560 coram Philips Ogiersz. [schepen van Dordrecht]. Ter instantie van Adrijaen van den Duijn als gemachtigde van Lijsgen Zijbrant Foppen weduwe. Heer Jan Aertsz. pastoer tot s Heeraertsberge oudt ontrent LXX Jaeren juramenti dicit dat geleden ontrent een Jaer sonder anders den precisen tijt int seeckere te weten hij deposant [doorgehaald: versocht es geweest ten huijse van eenen Luijt Cornelis Cornelisz. wonend tot Berchambocht om aldaer te tracteren van een nederslach van een soijn] versocht is geweest bij de vrunden ende maegen van wijlen Fop Sijbrantsz. nedergeslaechen, om te comen ten huijse van Cornelis Cornelisz. woenende tot s Heeraertsberge ende aldaer helpen tracteren van de soene van eenen Wigger Pietersz. woenende tot Streefkerck handadige ende dat eijntelicken die zelve soene gemaect is geweest deur tusschenspreecken van hem deposant ende die vrunden vanden nedergeslaegen inder manieren hier naer verclaert te weten dat die kinderen vande voirsz. handadige onder andere zouden betalen vierdalffhondert soen guldens van thien stuvers t stuck tot profijte vande kercke van Berchambocht voirsz. tot een euwige memorie vanden voirsz. nedergeslagen ende den handadigen voirsz. maer en zijn die zelve nijet gecomen tot profijte vande voirsz. kercke dan zijn ontfangen geweest bij de moeder vande nedergeslagen voirsz. die nochtans overgegeven hadde, dat zij die voirsz. penningen nijet en begeerde te sijen noch te ontfangen.” (ORA Dordrecht inv. 702,  f. 14r en 14v)

– 13 okt. 1583: Aelbertgen Sijmonsdr. verkoopt aan Adriaen Lenertsz. te Oud-Alblas, een rentebrief van 24 Vlaamse ponden. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 24 Vlaamse ponden. Indien hij in gebreke blijft dat bedrag te betalen, mag verkoopster het achterstallige verhalen op Aeltge Lenertsdr, weduwe van Fop Huijgen. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 115v)

– 23 mrt. 1633: boedelscheiding tussen de (klein)kinderen en erfgenamen van Aeltgen, de weduwe van Fop Huijgensz., t.w. Huijch Foppensz., haar kleinzoon Fop Eewoutsz. en Fop Heijndricksz., Gerrit Jansz., als echtgenoot van Jaepgen Heijndricksdr., voor zichzelf en vervangende Merichgen Heijndricksdr., kinderen van Aeltgens overleden dochter IJgen Foppen. Huijch Foppen krijgt 5 hont land in “Fop Huijgensz. weer”, met het huis, de schuur en verdere toebehoren, in welk huis Aeltgen placht te wonen. Fop Eeuwoutsz. heeft dit land van zijn grootmoeder geërfd, maar hij staat het af aan Huijch Foppen, die hem in ruil daarvoor een schuld van 300 gl. zal kwijtschelden en hem een bedrag van 61 gl. zal geven. Fop Eeuwoutsz. en zijn zwagers Cornelis Ockersz. en Willem Woutersz. krijgen een rentebrief van 170 gl. (Weeskamer Nieuw-Lekkerland inv. 2)

19576. Herman Pietersz. Pijl, overleden na 4 nov. 1596

Hij levert op 23 juni 1589 spijkers, lasijzer, nagels, enz. aan het waterschap.

Op 25 augustus 1596 Herman Petersz Pijl, Adriaen Petersz Pijl, Jan Petersz Pijl, Frederick Adriaensz Pijl, Cornelis Dirckx gehuwd met Geertgen Peters Pijl, broers, zusters en naaste erfgenamen van zaliger Cornelis Petersz Pijl, voor zichzelf en vervangende Henrickgen Pijls weduwe zaliger Joris Eewoutsz en Maria Peter Pijlsdr, hun zusters, mede-erfgenamen van Mr. Claes Streng hun neef, constitueren.

Op 4 november 1596 Herman Petersz Pijl, Adriaen Petersz Pijl, Jan Petersz Pijl, Cornelis Dirckx gehuwd met Geertgen Peters Pijll, vervangende Peter Thonisz gehuwd met Marichgen Peter Pijlsdr en Henrickgen Peter Pijlsdr, allen erfgenamen van zaliger Mr. Cornelis, voorschreven hun broer, zien af van erfenis.

(fredbouwer.nl)

19766. Jan Dircksz. van Rij, wagenmaker te Oud-Beijerland, dijkgraaf van Piershil, trouwde

19767. Trijntge Jansdr.

20584. Lenaert Pietersz. Verschore

21212. Andries Cornelisz. Westduel, trouwde

21213. Bertha Elisabeth van der Jagt, trouwde 2e Pieter op den Dijck

21400. Snoeij Ariensz., woonde te Krimpen a/d IJssel, vermeld in de 10e penning 1553, 1557, 1561, heemraad 1581, overleden na 1605, trouwde

21401. NN Jorisdr.

(Prometheus XV, p. 258)

21402. Jacob Jacobsz. Cars, wonende in de Achterbroek onder Berkenwoude, vermeld 1583, 1586, gezworene 1588, overleden voor 1626, trouwde

21403. Ariaentje Arijensdr., overleden na 19 april 1626

(Prometheus XV, p. 267)

Ouderkerk a/d IJssel, d.d. 12-1-1583: Jaecob Jaecobsz., won. te Achterbroek, en tevens voor Meeus Jaecobs, en Manitgen Jaecobs, zijn broer en zuster, Willem- en Arien Jaecobs, en verder Claes Dircksz,. als voogd van de weeskinderen van Louweris Dircksz., won. in het Beyerse, transporteren aan Aerien Jansz. al de bestervenisse land, huis etc. vanwegen Jacob Kers bij `t overlijden van Belichgen Karsdr. wijlen Brant Ariens vrou aanbestorven is, gelegen in de Neese in de hofstede van zalr. Brant Ariensz. in leven aldaer wonende, belend ten Oosten Aerien Jansz. en ten Westen Willem Ariensen c.s., belast met een kerkrente van Ouderkerk.

27 okt 1583 Berkenwoude: Jaecop Jaecopse, gedaagde als erfgenaam van Jaecop Karse, om restitutie te doen van f24-10-0.

ORA Berkenwoude inv.nr 8, fol.11v-12, d.d. 19-4-1626: Ariaentgen Aryensdr., wedu van Jacob Jacob Kars, met Jacob Aryens, haar broer en voogd, testeert en geeft aan haar oudste zoon Aryen Jacobs Kars 7 morgen 4.1/2 hond land als zij met haar kinderen van haar man resp.vader geërfd hadden, gelegen in 15 morgen 3 hond land met huis, hof, berg, schuur in het westeinde van Achterbroek, onder voorwaarde dat Aryen Jacobs Kars zal geven aan de kinderen en erfgenamen van Ariaentge Aryensdr., zijn moeder, voor iedere morgen f 250,- en wel 2 maanden na haar overlijden, 1 morgen en dan elk jaar weer 1 morgen. Indien iemand na haar overlijden hiertegen protesteert, wordt diegene onterft en komt dat erfdeel aan de armen van Berkenwoude.

(janbakker.nl)

21472. Jacob Ariensz. Covel, overleden 14 mei 1581, trouwde

21473. Jannetje Claes Floredr.

(stamboomvennik.nl)

21474. Jan Ariensz., geboren naar schatting ca. 1530, bouwman te Hoornaar, bezat land in Goudriaan, overleden voor 1581

(Bothof, p. 370)

21526. Dirck Kors Pietersz., heemraad van Mijnsheerenland

9 aug. 1550: Dirck Kors Pietersz. van Cillaarshoek transporteert aan Thonis Jacobsz., de echtgenoot van zijn zuster, zekere 2 hond land in Westmaas-Nieuwland op de grond van Mijnsheerenland, welke 2 hond land Dirck Kors Pietersz. aangekaveld zijn bij het overlijden van zijn moeder.
Dirck Kors Pietersz. transporteert aan zijn broeder Pieter Kors Pietersz. zekere 1½ hond land in het Oudeland van Moerkerken in een stuk land ter grootte van 2 morgen en 1 hond, hem aangekomen bij dode van zijn moeder.

5 mei 1563: Dirk Kors Pietersz., waarsman van de blinkende penning van de 1e omslag zal de wanbetalers nog eens aanmanen.

7 maart 1564 = 1565
De broers Pieter en Dirk Kors Pietersz. vertonen een bewijsstuk van vergoeding gedaan aan de kinderen van hun zusterLijntje, welke brief van vergoeding opgemaakt is voor de notaris Jan Wolff op 3 maart 1563 stilo curie Hollandie.
Getuigen: mr. Floris Gerritsz. Houffsmit op het Hof van Holland en Cornelis Arendsz. de Haan. Genoemd: AdriaanPietersz., die cautie heeft gesteld.

15 mei 1574: Vierschaar gehouden op verzoek van Dirk Kors Pietersz. op en tegen zijn mede consoorten, alle mede-erfgenamen van KorsPietersz., hun overleden vader resp. schoonvader.

21898. Aelbrecht Thomas (De Nederlandsche Leeuw 1958, kol. 436)

22242. (mogelijk:) Aert Woutersz., trouwde

22243. Barbara NN

(Ons Erfgoed 2004, nr. 4)

22270. Cornelis Antonis Lodewijcksz., schout van Sandelingenambacht, overleden tussen 1584 en 20 sept. 1587, trouwde

22271. Niesken Cornelisdr. van Driel, overleden 23 april 1610, begraven Hendrik-Ido-Ambacht (zerk met opschrift: “Hier leit begraven Niesken Cornelisdochter van Driel die huijsvrou van [Cornelis Anthonis] Lodewijcx sij sterf den XXIII April Anno 1610”. Onder de tekst een wapen, voorstellende drie naast elkaar geplaatste schoorsteenhalen, het wapen van haar moeder. [Gens Nostra 1983, p. 267])

 febr. 1583: Adriaan Anthoenisse van Driell en Anthoenis Geenen, man en voogd van Pietertje Cornelisse van Driel verkopen aan Cornelis Anthoenis Lodewijkse, schout van Adriaan-Pieters-ambacht de helft van drie morgen en een halve hond gelegen in ’t Oostambacht van IJsselmonde, in ’t oude land, waar Cornelis Thoenisse nog een vierde deel in heeft en het andere vierde deel toebehoort aan Hendrik de Raadt, belend ten oosten het oude dijkje met de weeskinderen van Pieter Jacobse Bezemer en Fop Klaasse van Driel, ten zuiden de weeskinderen van Pieter Jacobse Bezemer ende Jan Janse in ’t Velt, ten westen Huig Pieterse, ten noorden Jan Janse in ’t Velt met de weeskinderen van cornelis pieterse de jonge.

20 sept. 1587: Hendrik Cleijsse de Raadt verkoopt aan Niesje Cornelisse van Driel, weduwe van Cornelis Anthoenisse Loijcx en haar zoon en voogd Anthoenis cornelisse een vierde deel van drie morgen anderhalve hond land, gelegen in het oude land van het oostambacht van IJsselmonde, belend ten oosten het oude dijkje met de weeskinderen van Pieter Jacobse Bezemer en Fop Klaasse van Driel, ten zuiden de weeskinderen van Pieter Jacobse Bezemer en Jan Janse in ’t Velt en de weeskinderen van Cornelis Pieterse de Jonge met de Grote Geer.

(genealogieonline.nl)

23114. Huich Cornelisz. (Besemer), vermeld 25 febr. 1557, overleden voor 21 febr. 1589

– 1561: Claes Egbertsz. en Huijch Cornelisz. worden in de 10e penning genoemd als eigenaars van Jan Heijndricszland te Oud-Alblas, groot 12 morgen (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 298 en 303)

– 21 febr. 1589: Frans Egbertsz., poorter van Dordrecht, enerzijds, en Cornelis Huijgensz., en Crijn Cornelisz., als man van Maritgen Huijgendr., anderzijds, sluiten een akkoord over een borgtocht, die hun vader, wijlen Huijch Cornelisz. Bezemer, was aangegaan. Cornelis Huijgensz. en Crijn Cornelisz. zijn gehouden aan Frans Egbertsz. te betalen een somma van 45 ponden Vlaams. Daarvoor als onderpand stellen zij een stuk land van 6 morgen en 4 1/2 hont op de noordzijde van Oud-Alblas, genaamd Ghijs Cleijsland, belend oost Ariaen Huijmansland en west Egbert Cleijsland. (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 298)

Kinderen:

a. Cornelis Huijgensz.

b. Maritgen Huijgendr., trouwde Crijn Cornelisz.

24192. (mogelijk:) Adriaen Adriaensz. Kruithoff, geboren naar schatting ca. 1500, woonde in Strijen

– ORA Dordrecht inv. 1547, f. 95v: op 5 april 1576 draagt Adriaan Adriaensz. Cruijthoff uit Strijen over aan Philips van Geijenburch, burger van Dordrecht, tot “verzekerdheid” van een somma van 31 gl., die hij Philips schuldig is wegens de koop van een merriepaard, twee paarden, het ene een roodvale ruin en het andere een grauwe merrie.

24242. Fop Jacobsz. (Leeuwenburg), geboren ca. 1550, landbouwer te Oud-Beijerland op de hoeve “Leeuwenburch” aan de Zinkweg, overleden Oud-Beijerland 17 juni 1611, trouwde ca. 1575

24243. Lijsbeth Koossen van Riede, geboren ca. 1550, overleden Oud-Beijerland 1 juli 1629

24824. Jorden Cornelisz. Wor, geboren ca. 1519, metselaar, overleden ca. 1573, trouwde ca. 1545

24825. Neeltgen NN

– 9 aug. 1543: Jorden bezit een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Pieter Govertsz. wijnsledenaar en het erf van Gherit koekenbakker. (ORA Dordrecht inv. 693 (oud))

– 5 dec. 1569: verklaring door Jorden Cornelisz. Wor metselaar, 50 jaar oud, (ORA Dordrecht inv. 709 (oud), f. 14v)

– 20 nov. 1571: Jorden Cornelisz. metselaar, 52 jaar oud, verklaart, dat hij in 1554 op verzoek van Adriaen van Nispen Gerritsz. en de dekens en gildebroeders van het St. Jacobsgasthuis een stenen muur gemaakt heeft tussen het erf van Van Nispen en het gasthuis, (ORA Dordrecht inv. 728 (oud), f. 268v)

Kinderen:

a. Ghijsbert Jordensz., geboren ca. 1545 (43 jaar in 1588: ORA Dordrecht inv. 740 (oud), f. 168, akte dd 27 juni 1588), metselaar

b. Jacob Jordensz., geboren naar schatting ca. 1550

c. Weijntgen Jordensdr., overleden vóór 24 mrt. 1583 (ORA Dordrecht inv. 736 (oud), f. 454v), trouwde ca. 1565 Jan Jansz. Bapbtista schrijnwerker

Kinderen:

c-1. Pouwelina Jansdr., geboren ca. 1565

c-2. Lijsbeth Jansdr., geboren ca. 1577

24826. Jan Blasiusz. Boucquet, geboren ca. 1509, huurman en boekhouder van de “makelaerdie van de calck”,  dienaar van de waterschepenen te Dordrecht, overleden in 1572 of 1573, trouwde naar schatting ca. 1535

24827. Maria Jansdr., geboren naar schatting ca. 1515, zuster van Gijsbert Jansz., dijkgraaf van de Alblasserwaard (Onze Voorouders, deel II, p. 63)

– 25 febr. 1551: verklaring op verzoek van Willem van Ingen door Jan Buket Blasiusz., 42 jaar oud, huurman en boekhouder van de “makelaerdie vande calck”. (ORA Dordrecht inv. 1534, akte 31)

– 11 juni 1561: op verzoek van Lubbert Revertsz. verklaart Jan Bucket Blasiusz., 51 jaar oud, dat op 5 mei 1547 door de gezworen reetrekkers van Dordrecht “getoegen is zeeckeren reede” tussen zijn huis, genaamd “Coelen”, staande aan de Landzijde [Voorstraat] bij de Kruiskapel, en het huis van Cornelis Jansz. droogscheerder. (ORA Dordrecht inv. 1538 (nieuw), akte 565)

– 20 dec. 1564: verklaring door Jan Bucket Blasiusz., 55 jaar oud, poorter van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 725, f. 87)

– 5 okt. 1568: Jan Boucquet Blasiusz. verkoopt aan Laurens Willemsz. schipper een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jacob den Boer en dat van de weduwe van Thonis den Beersteecker [sic, vermoedelijk biersteker] voor 9 ponden en 15 schellingen groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 726, f. 156v)

– 19 jan. 1571: op verzoek van Adriaen de Catere, schipper van Antwerpen, als gemachtigde van het “gemeen schippers ambocht, legt Jan Bucquet Blasiusz., dienaar van de waterschepenen te Dordrecht, ongeveer 62 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 72)

– 10 febr. 1571: Henricxken Cornelisdr., weduwe van Joris Mol, transporteert aan Jan Boucquet Blasiusz., het vruchtgebruik van een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verzekerd op het huis van Thoenis Wijnantsz. smid, staande in de Houttuin tussen het het huis van Wijnant Thoenisz. en dat van Adriaen Pietersz. Nan. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 78v)

25224. Toussain Boudewijnsz., trouwde

25225. Mariken Aert Jansdr.

25280. Adriaen Joost Ariaensz., geboren naar schatting ca. 1530, inwoner van Heerjansdam en landgebruiker aldaar en te Kleine Lindt (1557, 1561), korenmolenaar te Heerjansdam (1568), heemraad of secretaris (1575), secretaris van Heerjansdam (1577), overleden na 16 juli 1577, trouwde 

25281. NN

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 133)

25472. Jan Aert (Arnout) Ockersz., geboren naar schatting 1540, werd vooral bekend als pachter van de Hofstad Souburg en verdere toebehoren, in 1587 voor de tijd van 7 jaar, zoon van Arnout Ockersz. en Neeltge. Hij moet een rijk man geweest zijn. Dat blijkt wel uit een bijlage van 1789 van dit pachtcontract. Er staat daar letterlijk dat de door “Jan Aert Ockersz” betaalde pacht – 314 Carolus gulden of 314 ponden van 40 groten vlaems _ was, voor die tijd een zeer aanzienlijk bedrag, “als nog hedendaags van Souburg genooten wordt” . Het contract werd afgesloten op 20 maert 1587. Ten behoeve van de tijdgen werd in 1789 een transcriptie van dit contract gemaakt, dat toen dus nog altijd van waarde was. De bedoeling daarvan is allereerst juridisch: om aan te tonen dat op grond van oude contracten een bepaald belang moet worden nagekomen. Dit op grond van het met Jan Aert Ockersz gesloten contract. Daarnaast zal hebben meegespeeld dat men in 1789 het oorspronkelijke contract waarschijnlijk niet meer, of maar met grote moeite zal hebben kunnen lezen. Jan Aert Ockersz is overleden voor 14-06-1618. Hij komt ook voor als: Jan Arnout Ockersz of Jan Arnouts. “Jan Aert Ockersz, pachter van het Hof te Souburg, in 1587 huurder en Anna van Oudheusden, weduwe van Arnout Cobel, verhuurder, zijn de onderstaande pachtovereenkomst aangegaan voor de tijd van 7 jaren enz .

(https://www.genealogieonline.nl/stamboom_klavers/I18126.php)

25576. Wit Joosten, geboren naar schatting ca. 1555, van Dordrecht (1577), scheepstimmerman (vermeld 1588, 1602), schipper (vermeld 1580, 1599, 1601, 1603), overleden tussen 29 okt. 1603 en vermoedelijk 30 jan. 1607, trouwde 2e NG Dordrecht 28 nov. 1588 Anneken Sandersdr. van Haerlem, van Capelle, weduwe van Ariaen van der Heiden (1588), trouwde 3e NG Dordrecht 15 dec. 1602 Ariaentgen Thoonis, van Dordrecht, weduwe van Jacob Cleissen schipper (1602), trouwde 1e NG Dordrecht 23 juni 1577 (ondertrouw) 

25577. Ariaenken Hendricksdr., van Dordrecht (1577), dochter van Hendrick Engelsz., schipper, eigenaar van het huis “de Hulck”, staande buiten de Vuilpoort van Dordrecht, en NN.

Tussen 1580 en 1594 wordt Wit Joosten eigenaar van het eerste huis, staande buiten de Vuilpoort van Dordrecht , genaamd “den Engel”. Zijn schoonmoeder, weduwe van Henrick Engelsz., was eigenaar van het belendende pand, het tweede huis buiten de Vuilpoort. 

– 19 mei 1599: Wit Joosten verkoopt aan de brouwer Huijch Tonisz. Repelaer een losrente van 21 gl., verzekerd op een huis, genaamd “de Engel”, staande tussen het erf van Wit Joosten en het huisje van Floris Willemsz.

– 31 mei 1601: Wit Joosten verkoopt aan Goosen Jansz. houtkoper een rente van 40 gl., verzekerd op een geheel nieuw huis buiten de Vuilpoort, zijnde het eerste hoekhuis van de poort af, staande tussen het Stadserf en het huis “den Engel”. Wit verbindt hiervoor als zekerheid het huis “den Engel”, staande tussen het voornoemde huis en het huis “den Hulck” [eerder eigendom van zijn schoonmoeder, de weduwe van Hendrick Engelsz.].

Door zijn derde huwelijk, met Anneken Sandersdr., wordt Wit Joosten eigenaar van een huis op de Riedijk binnen Dordrecht:

– 5 aug. 1589: Wit Joosten en zijn vrouw transporteren aan Jan Fransz. schipper een huis op de Riedijk, genaamd “de Rooze” en voordien “de Smack”, staande tusssen het huis van Cornelis Willemsz. de Wit en dat van wijlen Servaes Schilders. In 1580 was dit huis eigendom van Adriaen Verheij, de eerste man van Anneken Sandersdr. 

– 29 okt. 1603: Joost Jansz. schipper, burger van Dordrecht, stelt zich borg voor Wit Joosten, schipper en burger van Dordrecht, voor alle kosten etc., die de erfgenamen van wijlen Anneken Sandersdr., vrouw van Wit Joosten, zullen mogen worden toegewezen vanwege de lasten en schulden van het huwelijk van voorn. Wit Joosten en Janneken [sic] Sandersdr., volgens akkoord van zekere arbiters dd 24 april 1603.

– 20 sept. 1605: Matheus Geeritsz. Trip heeft een schuld ten behoeve van Jan Fransz. schipper c.s., als erfgenamen van wijlen Anna Sanders, eertijds vrouw van Wit Joosten schipper, wegens de koop van twee huizen op de Riedijk, resp. genaamd “het Hoefijser” en “de Rose”, staand tussen het huis “den Roscam”  en het huis “Schoonhoven”. 

– 30  jan. 1607: de kinderen van Wit Joosten, voor de ene helft, en Jaecques Jansz., als man van Marijken Laurensdr., en Jan Joppen, als voog van Cleijs Willemsz., weeskind van Willem Joppen en Truijcken Cleijsdr., voor de wederhelft, verkopen aan Cornelis Gerritsz. een huis op de Riedijk in Dordrecht, tussen het huis “het Wapen van Schotland” en het huis “den Lupaert”. 

Kinderen:

a. Pieter Witten, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1578, scheepstimmerman (1612), steenbakker (1616), steenkoper (1624), eigenaar van het huis “den Engel” buiten de Vuilpoort van Dordrecht (1617) [zie verder: Ons Voorgeslacht 2005, p. 355 e.v.]

b. Joosken Witten, gedoopt NG Dordrecht 10 april 1580, trouwde 1e NG Dordrecht/Cochem 27  sept. 1598/30 jan. 1599 Abraham Bartholomeusz., van Cochem, klerk op het “convoij tot Cochem”, 2e NG Dordrecht 15 okt./5 nov. 1617 (“op schrijven van Swijndrecht”) Cornelis Philipsz., jongman van Dordrecht (1617)

c. Neeltge Witten, verm. gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1583, wonende buiten de Vuilpoort in het huis “den Hulck” , trouwde NG Dordrecht 24 april./23 mei 1611 Jacob Meusz., scheepstimmerman, wonende buiten de Vuilpoort (1611)

d. Arien Witten, geboren naar schatting ca. 1585 (= kwartier 12788)

(Ons Voorgeslacht 2005, p. 345 e.v.)

25582. (mogelijk:) Rochus Walichsz., geboren ca. 1520 te Streefkerk, bouwman ald., bij de tiende penning over 1553, 1559 en 1561 gebruikte hij samen met Dirck Walichsz. zes morgen land. (Bothof, p. 420)

25584. Pieter Jansz., wonende te Streefkerk

(Kwartierstatenboek Prometheus XII, p. 289)

25732. Adriaen Anthonisz. Ruijchrock, geboren ca. 1545, landeigenaar te Wassenaar, overleden Wassenaar 10 okt. 1634, trouwde

25733. Neeltgen Floris Jorisdr., geboren ca. 1550, overleden 8 sept. 1598, trouwde 1e Leendert Ewoutsz.

25734. Cornelis Cornelisz. in’t Weer, geboren ca. 1547, schepen, ambachtsbewaarder, overleden Wassenaar jan. 1615, trouwde ca. 1575

25735. Crijntgen Cornelisdr. Sas, geboren ca. 1550, begraven Wassenaar 31 okt. 1638

(familiezwaan.nl)

25744. Cornelis Dirksz. Bouman, geboren ca. 1500, overleden te Wassenaar 22 mei 1566, trouwde ca. 1538

25745. Anna Dirks, overleden Wassenaar 13 mei 1588

Hij wordt Vermeld als leenman van 1 hont land te Voerenbrouck (te Wassenaar) van 12-12-1526 t/m 22-8-1564.

25752. Pieter Claes Willemsz. van Santvliet, geboren te Lisse ca. 1540, landbouwer, vanaf ca. 1584 boedelhouder van de goederen, gekomen van zijn vader, waaronder 4 morgen land, genaamd “Bultgen” onder de jurisdictie van Hillegom, overleden voor 30 mei 1605, trouwde ca. 1570

25753. Maritgen Cornelisdr. Keijser, overleden voor 30 mei 1605

(Kronieken 1994, nr. 1, p. 2)

25754. Adriaen Cornelisz. Ruich, trouwde

25755. Agniese Cornelisdr. Breebijl

(Kronieken 1994, nr. 1, p. 2)

25756. Dignum Jansz. de Roo

25757. Marijgje Arentsdr.

25758. Adriaen de Oude Corsteman, geboren ca. 1543 (37 jaar in 1580), welgeboren man van Rijnland, overleden 25 jan. 1588 (zerk in de kerk van Lisse). trouwde

25759. Maritgen Jansdr. van Tetrode, geboren ca. 1553, overleden na 1622

(jacobs-schumacher.eu)

25776. Jan Woutersz. Verdel, geboren Noordwijkerhout ca. 1530, overleden na 1604, trouwde

25777. IJeffgen ’s Gravendijk

26114. Willem (Guilliam) I Reijnvaen, trouwde

26115. (mogelijk:) Maria Rombout

26448. Alert Ymansz., geboren naar schatting ca. 1520, inwoner en landgebruiker te Groote Lindt, overleden na 1568, trouwde

26449. NN, zij hertrouwde waarschijnlijk Rembout of Remel(t) NN

(Ons Voorgeslacht 2007, p. 30)

26684. Willem Adriaensz., woonde onder Abtswoude aan de westzijde van de Schie aan de Overslag, vermeld als welgeboren man van Delfland en wonende op Schie (1564), overleden voor 1580, trouwde

26685. Adriana Jansdr., overleden na 1580

(Morien, o.c., p 5)

27168. Jan Claesz. van der Chijs, overleden voor 11 okt. 1609. trouwde ca. 1590

27169. Lijsbeth Adriaensdr. van Aertsberch, overleden na 9 jan. 1613

27336. Steven Aertsz., overleden in 1606, trouwde 2e Mareken Jaspersdr., 1e

27337. Maricken Schalckendr.

ORA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1, f. 196 e.v., akte dd 28 april 1607: Hendrick Aertsz., voor zichzelf en zich sterk makende voor de kinderen van zijn broer, genaamd Maricken Stevensdr. en Jasper Stevensz. en Schalck Stevensz., voor zichzelf, Dierick Stevensz. voor zichzelf en als procuratie hebbende van Mareken Jaspersdr., weduwe van Steven Aertsz., en van Jan Sijmensz., als man Toonken Stevensdr., Pieter Cornelisz., als man van Mareken Stevensdr. [de oude], Jan Koenen als man van Bastijaenken Willemsdr., Krijn Andriesz., als man van Mareken Willemsdr., nagelaten dochters van Willem Hermen Werboutsz., verkopen aan Krijn Klaesz. van Wingerden 5 hont land, gelegen aan de “Ambachtsschen Stege” in Schilmanskinderenambacht, belend oost Arent Woutersz., west “Hendrick IJden stege”, noord Hendrick Aertsz. en zuid Gerit Cornelisz. Mijlieff, met nog negen “ackerkens grienden”, liggende in de kavel van Hendricken Ambacht buitendijks, belend zuid Hendrick Aertsz. en noord Willem Jansz., alles nagelaten door Pieter Aertsz.  

27602. Aert Jansz., smid te Ouderkerk a/d IJssel, wonende op het dorp, begraven Ouderkerk a/d IJssel 14 mrt. 1638, trouwde

27603. Maertge Gerritsdr., begraven Ouderkerk a/d IJssel 17 mei 1635 (Prometheus XV, p. 204)

28096. Arien (Adriaen) Roelofsz. (Scheij), geboren naar schatting ca. 1555, van Hagenstein (1579), viskoper te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 31 mei 1579 (ondertrouw)

28097. Sijken (Lucia) Stevensdr., geboren naar schatting ca. 1550, weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs, (1579), trouwde naar schatting ca. 1568 (vóór jan. 1569) Cornelis Cornelisz. Cruijs, vermoedelijk viskoper, overleden tussen jan. 1569 en 5 nov. 1574

– jan. 1569 (deze akte is gedeeltelijk onleesbaar): Cornelis Cornelisz., als man van Lucia Stevensdr., bekent voldaan te zijn uit handen van … viskoper wegens de goederen, welke Lucia Stevensdr. zijn aangekomen door overlijden van wijlen … (ORA Dordrecht inv. 727, f. 1)

– 5 nov. 1574: Sijchgen Stevensdr., weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs, voor zichzelf en Jonas Cornelisz., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zwagers, transporteren aan Jacob van Beveren c.s. de eigendom van een vrije visstal op de Grote Vismarkt, die toebehoord heeft aan Cornelis Cornelisz. Cruijs zaliger. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 73)

– 31 mei 1575: Gillis Henricxsz. comen is schuldig aan Lucia Stevensdr., weduwe van Cornelis Cornelisz. Cruijs en de overige erfgenamen van Cornelis Cornelisz. Cruijs een bedrag van 366 gl. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 201v)

– 14 dec. 1577: Sijchgen Stevensdr., weduwe van Cornelis Cruijs, koopt van de erfgenamen van Herman Jansz. viskoper en Grietgen Ockersdr. een visstal op de Grote Vismarkt. Zij kent schuldig, als restant van de kooppenningen, een bedrag van 15 ponden groten Vlaams. Borg: Pieter Pietersz. van Bossenhoven. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 162v)

– 6 jan. 1580: Sijcken Stevensdr. verkoopt aan haar man Adriaen Roeloffsz. een visstal op de Grote Vismarkt. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 197)

– 30 jan. 1582: Pieter Pietersz. van Bossenhoven, als man van Marijcken Stevensdr. en Adriaen Roeloffsz. viskoper, als man van Sijcken Stevensdr., verklaren voldaan te zijn uit handen van Marijken Dircxdr., [vrouw van Franchois Wolfaerts], hun nicht, van de penningen en rentebrieven, die aan hen zijn gelegateerd in het testament van wijlen Aeltgen Adriaensdr., de “moije” van hun vrouwen. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 286) Op 31 jan. 1582 verklaart Ghijsbrecht Willemsz., wonende te Delft, als man van Fijchgen Stevensdr., dat hij uit handen van voornoemde Marijken Dircxdr. een legaat van 250 gl. heeft ontvangen. Een andere legataris van Aeltgen Adriaensdr. is Govert Stevensz., wonende te Rotterdam. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 286v en 287v, akten dd 31 jan. en 2 febr. 1582)

– 3 juli 1600: Adriaen Roeloffsz. viskoper verkoopt voor 738 gl., waarvan 184 gl. contant, aan Henrick Aertsz. glaesmaecker een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Mathijs van Nederhoven en dat van Jan Pijetersz. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 201)  

– 23 juni 1601: een huis van Floris Lenartsz., staande voor het Bagijnhof, wordt aan één zijde belend door het huis van Arien Roeloffsz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 41v)

– 9 okt. 1606: de erfgenamen van Marijken Meeusdr. verkopen aan Jacob Gerritsz. een huis, staande voor het Bagijnhof, aan één zijde belend door het huis van Adriaen Roelofsz. Scheij viskoper. (ORA Dordrecht inv. 748, f. 186)

Kinderen (ex 2):

a. Steven, geboren ca. 1579

b. NN, gedoopt NG Dordrecht 11 juli 1581

c. Anneken Adriaen Roelofsdr., van Dordrecht (1604), trouwde NG Dordrecht 11/25 juli 1604 Isaac Balthensz., zeembereider, wonende in de “ramen” achter het Bagijnhof (1604)

28098. Henric Segers, geboren ca. 1558, schippersgezel van Dordrecht (1580), schipper te Dordrecht, overleden na 21 juni 1599, trouwde NG Dordrecht 25 sept./9 okt. 1580

28099. Maricken Dijrxdr., van Dordrecht (1580)

– 25 april 1581: Henrick Segersz. schipper, als man en voogd van Marijcken Dircksdr., voor 1/3 part en Phillipsken Dircksdr. met haar gekoren voogd, eveneens voor 1/3 part, verkopen aan Cornelis Dircksz. huistimmerman een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Joost Jansz. schoolmeester en het huis van Colster (ORA Dordrecht inv. 736, f. 154)

(NG trouwboek Dordrecht 21 okt. 1584: Wouter Claesz. metselaar en Philipsken Diericxdr., beiden van Dordrecht, getrouwd op 4 nov. 1584)

– 17 febr. 1588: Claes Zegersz. en Jan Zegersz. voor zichzelf en vervangende Beatrix Huijmansdr., weduwe van Jan Bartholomeusz., wonende te Dordrecht, Neeltgen Jansdr., weduwe van Joos Quirijnsz. schuitenaar en Henrick Zegersz., hun broer, verkopen aan Lijsbeth Willemsdr., weduwe van Cornelis Dircxsz. schipper, een huis aan de Landzijde (Voorstraat) omtrent de Kleine Spuistraat aan de zijde van de Voorstraatshaven, staande tussen het huis van Jan Aertsz. schoenmaker en dat van Jacob Dircxsz. van Abswou. Koopster is schuldig aan verkopers een bedrag van 300 gl. Borgen: Jan Willemsz. schipper, Thonis Reijnen schipper en Evert Willemsz. smid. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 59)

– 19 mrt. 1588: verklaring door o.a. Henrick Segers, ongeveer 30 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 300)

– 13 mrt. 1591: Henrick Segers schipper is borg voor Arien Ariensz. van den Berch kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 304)

– 4 mrt. 1596:  huis in de Sarisgang belend door Henrick Segersz. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 40v)

– 1 mei 1596: Arien Thomasz. metselaar en Jan Segersz. huistimmerman verkopen aan Hubert Henricxsz. beenhakker, burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmanssuijsstraat. Waarborg: Bartholomeus Willemsz. linnenwever. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 56)

– 5 juni 1596: Jan Mattheusz. metselaar verkoopt aan Jan Pietersz. schipper een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Hendrick Segersz. en dat van Janneken de Bodens. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 1400 gl. Borgen: Bartholomeus Willemsz. linnenwever en Geerit Pietersz. Romp schipper. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 72) 

– 10 okt. 1596: Henrick Segersz. schipper is borg voor Simon Simonsz. schipper (ORA Dordrecht inv. 744, f. 110)

– 7 juli 1597: Hendrick Segersz. schipper koopt van Maerten Ariensz., wonende te Arnemuiden, als man en voogd van Elisabeth Geeritsdr., een huis in de Sarisgang, belend door de huizen van Jan Pietersz. Romp en de weduwe van Arien Willlemsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 181)

– 11 juli 1598: huis in de Sarisgang belend door Henrick Segersz. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 281v)

– 21 juni 1598: Henrick Segers schipper is met Bartholomeus Willemsz. linnenwever borg voor Jan Segersz. huistimmerman tot zekerheid van de verbintenis door Jan Segersz. gedaan om Thobias Ariensz. oudkleerkoper schadeloos te houden van de lasten, die zouden mogen komen te vallen op een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Herman Corstiaensz. en dat van Anneken Pietersdr. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 89v)

Kinderen:

a. Janneken, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1583 [= kwartier 14049]

b. Lijsbet Hendrik Segersdr., gedoopt NG Dordrecht nov. 1585, van Dordrecht, woont in de Sarisgang (1624), weduwe wonende bij de Pelserbrug (1638), trouwde 1e NG Dordrecht 2/10 juni 1624 Jan Pietersz. bakker, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Pelserbrug (1624), trouwde 2e NG Dordrecht 14 febr./2 mrt. 1638 Frans Jansz. de Kets, schipper op Londen, weduwnaar wonende tegenover de Nieuwkerkstraat (1638)

c. Seger, gedoopt NG Dordrecht april 1587

28112. (mogelijk:) Jacob Jacobsz. de Recht, van Schiedam, trouwde vóór 23 jan. 1578 Baertgen Pietersdr. van Bree

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 187: op 23 jan. 1578 verkoopt Jacob Jacobsz. de Recht van Schiedam, als man van Baertgen Pietersdr. van Bree, aan Pieter Jansz. en Cornelis Jansz. Schots, als ooms en voogden van Pieter Adriaensz., weeskind van Adriaen Jansz. Schot, door hem verwekt bij Marichgen Maertensdr., twee ponden Vlaams jaarlijkse losrente op een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van de erfgenamen van Mon Meusz. en dat van Ocker Aertsz.

28122. Gerit Peijen, trouwde Grietken Sijmonsdr.

– 1606: Gerit Peijen huurt van Jan Govertsz. smid een huis in de Vleeshouwersstraat (verponding Dordrecht 1606, f. 24v)

– 9 aug. 1612: Jan Sijmonsz. schiptimmerman en Sijmon Sijmonsz., voor zichzelf als erfgenamen van Grietken. Sijmonsdr., vrouw van Geerit Peijen, zich tevens sterk makende voor de weeskinderen van Cornelis Sijmonsz., verkopen aan Herman Hermansz. kleermaker en burger van Dordrecht een achtste part van een huis buiten de Vuilpoort, staande tussen de stadswal en het huis van Geerit Jacobsz. Kets. (ORA Dordrecht inv. 1589, f. 93 e.v.)

28126. Oloff Jansz., geboren ca. 1546, van Dordrecht (1574), smid te Dordrecht, overleden in of na 1606, trouwde NG Dordrecht dec. 1574

28127. Maria Peters, van Dordrecht (1574)

– 19 jan. 1590: verklaring door Oloff Jansz., smid te Dordrecht, 44 jaar oud, gevende voor reden van wetenschap. dat hij wel 16 jaar omtrent de Colff gewoond heeft. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 58)

– 6 mei 1593: Oloff Jansz. smid verkoopt aan Dirck Jacobsz. van Clootwijck goudsmid een tuin met het huis, dat daarop staat, in de Heer Mathijsstraat [= Kolfstraat], gelegen en staande tussen het huis van Jan Henricxsz. “spelmaker” en ’s herengracht. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 49v)

– 4 okt. 1595: Oloff Jansz. smid is borg voor Henrick Gillisz. Stierman. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 370)

– 11 okt. 1596: Oloff Jansz. smid is belender van een huis omtrent de Kolfstraat. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 112v)

– 6 okt. 1597: Oloff Jansz. smid is belender van een huis omtrent de Kolfstraat, verkocht door Goris Jacobsz. tingieter aan Jan Daniëlsz. zeepzieder. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 202v)

– 29 april 1599: comp. Cornelis Adriaensz. van de Laer bakker, voor zichzelf en tevens vervangende Oloff Jansz. smid, als voogden van de weeskinderen van Anneken Jansdr., bij haar verwekt door Cornelis Pietersz. van der Kerck, enerzijds en Cornelis Claesz. lakenbereider, als voogd van Gerrit Jansz., nagelaten weeskind van Jan Claesz., die getrouwd is geweest met voornoemde Anneken Jansdr., anderzijds. De comparanten verlenen alsnog goedkeuring aan de mondelinge overeenkomst, die door bemiddeling van Nicolaes Jansz. Kruijdenier en Meijnaert van Segwaert, schepenen in wette van Dordrecht, en Johan Berck, eerste raadpensionaris van Dordrecht, is gesloten tussen Anneken Jansdr. en Cornelis Claesz., aangaande zekere verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Claesz. en die Anneken Jansdr. in het laatst van haar leven in eigendom heeft gehad. De overeenkomst houdt in dat de goederen blijven zullen aan de zijde, waarvan zij gekomen zijn, mits de voogden van de weeskinderen van Anneken Jansdr. gehouden blijven aan Cornelis Claesz. ten behoeve van het weeskind van Jan Claesz. uit te reiken een somma van 300 gl. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 67 e.v) 

– 1606: Oloff Jansz. betaalt 15 gl. voor zijn huis in de Voorstraat. Belenders: Jan Daniëlsz. zeepzieder en Barent Cornelisz. kaaskoper. (verponding Dordrecht 1606, f. 104)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacobmijna Olofsdr., geboren naar schatting ca. 1575 (= kwartier 14063), trouwde Jan Daniëlsz. zeepzieder

b. Anneken Odolffsdr., trouwde Govert Pietersz. kuiper (ONA Dordrecht inv. 22, f. 98, akte dd 30 mrt. 1617)

30616. Henrick Bongaert, van Wesel, trouwde

30617. NN

– 26 juni 1578: verklaring op verzoek van Willem Joosten, namens de weeskinderen van wijlen Adriaen Been Jacobsz., door Willem Dionijsz., raad in wette van Dordrecht, en Cornelis Jansz. Both, 29 jaar oud. Zij getuigen, dat zij tijdens de laatste Dordrechtse Meimarkt door één van de voogden van voornoemde weeskinderen, nl. Steven Dionijsz., verzocht zijn om “te helpen spreecken tusschen” Henrick Bongaert van Wesel en diens zoon Jan Bongaert enerzijds en de weeskinderen anderzijds, aangaande “zeeckere achterweesen dwelcke dvoersz. Bongaert pretenderende es aende weeskinderen ten achteren te zijn”. Compareren mede Steven Dionijsz., oudraad in wette, en Reijer Jacobsz., ongeveer 60 jaar oud, die verklaren, dat Henrick Bongaert bij hen gekomen is en dat zij na “vele propoesten” tot een overeenkomst betreffende dit geschil zijn gekomen. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 16) 

30618. Soetman Andriesz., houtkoper te Dordrecht, overleden tussen 11 mei 1552 en 20 dec. 1558, trouwde 1e Anna Claesdr. van Strijen, 2e Lijsbeth Cornelisdr., weduwe van Reijnier van Wezel, overleden vóór 11 juli 1550, 3e naar schatting ca. 1550

30619. Neelken Stevensdr., mogelijk eerder gehuwd geweest met Herman NN (uit welk huwelijk dan een dochter Aeffgen Hermansdr., echtgenote van Adriaen Snouck Govertsz., houtkoper te Dordrecht)

– 20 april 1546: Zoetman Andriesz. wordt lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hij is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en betaalt 10 st. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 28v)

– 12 juli 1546: Adriaen Dircxsz. alias Rijger schiptimmerman verklaart, dat hij in de week voor Pinksteren is geweest ten huize van Zoetman Andriesz. in “Amsterdam” en daar heeft gehoord en gezien, dat Jacop Jansz. alias Boer uit Delfshaven van de lijndraaier Arien Dircxsz. een kabel, twee “reeps” en zes “vischlinden” heeft gekocht. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 8v)

– 3 sept. 1546: Pieter Gheritsz. verkoopt aan Zoetman Andriesz., een leeg erf, gelegen achter de westhoek van de Vleeshouwersstraat tussen het erf van koper en de Vleeshouwersstraat. Waarborg: zijn zoon Gherit Pietersz. Zoetman Andriesz. verkoopt Pieter Gheritsz. een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op het voornoemde erf en stelt tevens als onderpand hiervoor het huis, waarin hij woont, genaamd “de Bruijnvisch”, staande tegenover de Hal tussen het huis van Henrick Andriesz. schiptimmerman en dat van Lambert Willemsz. droogscheerder. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 23v e.v.)

– 26 april 1547: Trijsgen Jacopsdr., weduwe van Jacop Cleijsz. schiptimmerman, verkoopt aan het kapittel van de Grote Kerk te Dordrecht 12 sch. Hollands jaarlijkse landcijns, verzekerd op een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen de houttuin van Soetman Andriesz. aan de noordzijde en het huis van Pieter Pouwelsz. Buer aan de zuidzijde. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 94)

– 11 juli 1550: Zoetman Andriesz., dienaar van de Voetboogschutterij te Dordrecht, weduwnaar van Lijsbeth Cornelisdr. in de Hollantschen Tuijn, enerzijds, en Evert Cornelisz., als oom en voogd van Adriaen Zoetmansz. en Reijnier Zoetmansz., onmondige kinderen van Zoetman Andriesz. en Lijsbeth Cornelisdr., en tevens als oom en voogd van Adriana Reijnier van Wezelsdr., met consent van Jan Weijnsen Jacopsz., als gemachtigde van Cornelis Adriaensz., als man van Wijven Cornelisdr., en met consent van de overige verwanten van genoemde kinderen, verdelen de goederen, die zijn nagelaten door Lijsbeth Cornelisdr. (ORA Dordrecht inv. 1533 (nieuw), akte 104)

– 11 mei 1552: Willem Buijser Adriaensz. verkoopt aan Adriaen Dirxz. lijndraaier een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Meus de plattijnmaker en het erf van Pieter Hesselinx. Borg: Brecht Wouters, weduwe van Joest Joestensz. Adriaen Dirxz. kent schuldig een bedrag van 550 gl. Borg: Zoetman Andriesz. (ORA Dordrecht inv. 698, f. 94v)

– 20 dec. 1558: vermeld wordt Neeltgen Stevensdr., weduwe van Zoetman Andriesz. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 29)

– 1558 (10e penning Dordrecht): de weduwe van Soetman Andriesz. betaalt 2 Rijnse gl. voor haar huis in de Vleeshouwersstraat, “strekkende naar de Schuitenmakersstraat”, belenders: Willem Jansz. Tolvoet en Margriet Duijst.

– 23 dec. 1560: op verzoek van Thomas Waecken, viskoper te Antwerpen, verklaart Henrijck Brouwer, 40 jaar oud, dat hij laatstleden Lichtmis met anderen geweest is ten huize van de weduwe van Soetman Andriesz., waar een contract is gesloten is tussen de rekwirant en een zekere Zijmon Jansz. uit Brielle. (ONA Dordrecht inv. 702, f. 92)

– 14 okt. 1561: Neeltgen Stevensdr., weduwe van Soetman Andriesz., transporteert aan Pieter Cornelisz. alias Boijen een schepenenschuldbrief ten laste van Henrick Willemsz. en zijn borgen. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 35v)

– 27 april 1562: Adriaen Dircxsz., inwonende poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor Neeltgen Stevensdr., weduwe van Zoetman Andriesz., voor de lichting van een somma van 16 ponden groten Vlaams “als eenen Adriaen Pietersz. van de Westmaze bij appointement van den Hoeve van Hollant gecondemneert is te namptieren [een eiser verlopig tevreden stellen] … tot profijte van den zelven Neeltgen.” (ORA Dordrecht inv. 703, f. 165)

– 17 aug. 1568: Govert Aertsz., voor zichzelf en vervangende Adriaen Ockersz., als voogden van het weeskind van wijlen Soetman Andriesz., verleent procuratie ad lites aan Pieter Jansz., procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 726, f. 108)

– 30 okt. 1570: verklaring op verzoek van Adriaen Snouck, als man van Aeffken Hermansdr.. Govert Aertsz. vleeshouwer, Adriaen Ockersz. lijndraaier en Pieter Gijsbrechtsz. schoenmaker, als voogden van de onmondige weeskinderen van wijlen Soetman Andriesz. en Neeltgen Soetmansdr., door Adriaen Dircxsz. alias Droechgen, 59 jaar oud, Henrick van Stapel Fransz., 58 jaar oud en Adriaen Henricxsz. Vlaminck, 50 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 19)

Kinderen van Soetman Andriesz. (volgorde onzeker):

ex 1:

a. Heijltge Soetmansdr.

– 17 jan. 1561: Neeltge Stevensdr., weduwe van Soetman Andriesz., verkoopt Heijltge Soetmansdr., nagelaten weeskind van Zoetman Andriesz., verwekt bij Anna Claesdr. van Strijen, een jaarlijkse losrente van 4 ponden Vlaams, verzekerd op een huis genaamd “Amsterdam”, staande bij het Stadhuis, tussen het huis “de Goudtsblom” en het huis van Adriaen Jansz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 722, f. 129)

ex 2:

b. Adriaen Zoetmansz.

c. Reijnier Zoetmansz.

ex 3:

c. Neeltgen Soetmansdr., trouwde Andries Adriaen Ockersz.

– 1 mei 1590: Adriaen Ockersz., als grootvader en voogd van Soetman Andriesz., de zoon van zijn zoon, voor de ene helft en Jan Bongaert Aertsz., als man en voogd van Willemken Soetmansdr., tevens als behuwd oom en voogd van de weeskinderen van Herman Soetmansz., voor de andere helft, allen erfgenamen van Anneken Andriesdr., weduwe van Jan Dircxsz. schipper, verkopen aan Francois van den Berghe Pietersz. zijdelakenkoper een huis op de Kleine Vismarkt aan de landzijde [Voorstraat bij de Visstraat] tussen het huis “de Meerminne” en het huis “de Bruijnvisch”. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 766 gl. Borg: Hans Vierlings passementwerker. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 131v)

d. Herman Soetmansz., trouwde Nelleken Jansdr., dochter van Jan Thomasz. en Trijntgen Adriaensdr. Mes [zie genealogie Stoop op deze website]

– 20 dec. 1576: Herman Soetmansz. wordt lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hij is zoon van een gildebroeder en betaalt 1 gl. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 43v)

– 15 dec. 1580: Adriaen Snouck Govertsz. voor 2/3 parten en Herman Soetmansz. voor 1/3 part transporteren aan Lenert Adriaenssdr. [sic] een rentebrief van 3 ponden Vlaams jaarlijks, verleden door Adriaen Jacobsz. Heijthoven brouwer. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 84v)

– 23 mei 1583: Adriaen Snouck Govertsz. en Herman Zoetmansz., beiden houtkopers te Dordrecht, verlenen procuratie ad recipienda debita aan Aefgen Hermansdr., de vrouw van Adriaen Snouck. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 69)

e. Willemken Soetmansdr. (= kwartier 15309)

30620. Anthonis (Thonis) Dircxsz., ijzerkoper te Dordrecht, overleden vóór 4 juni 1562, trouwde

30621. Geertruijt Dircxdr., trouwde 2e (voor 4 juni 1562) Claes Willemsz.

– 4 juni 1562: Boudewijn Jansz., voor de ene helft, Neeltgen Dircxdr., weduwe van Henrick Woutersz., voor 1/4 part en Claes Willemsz., als man en voogd van Geertruijt Dircxdr. en uit naam van de nagelaten weeskinderen van wijlen Anthoenis Dircxsz., verwekt bij Geertruijt Dircxdr., mede voor 1/4 part, samen erfgenamen van wijlen Sophia Dircxdr., verkopen aan Frans Adriaensz. huistimmerman een huis in de Spuistraat, genaamd “die Meeuwe”, staande tussen het huis “Antwerpen” en het huis van Aecht in de Bijlen. Waarborgen: Joris van der Linde, baljuw van Zuid-Holland, voor Boudewijn Jansz. en Claes Willemsz. voor Neeltgen Dircxdr. en de weeskinderen van Anthoenis Dircxsz. Koper is schuldig aan Boudewijn Jansz. 240 gl. (borgen: Jan Henricxsz. kleermaker en Willem Henricxsz.), aan Neeltgen Dircxdr. 85 gl. en aan genoemde weeskinderen 58 [sic] gl. . (ORA Dordrecht inv. 736, f. 198v-201v)

– 3 mrt. 1582: Adriaen Dircxsz. Droochgen, achtraad van Dordrecht, stelt zich borg voor Dirck Thonisz., Jan Thonisz., Geerit Jansz., als man van Judith Thonisdr., Simon Cornelisz., als man van Elijsbet Thonisdr. en Lijntgen Thonisdr., wonende te Dordrecht, allen kinderen van wijlen Thonis Dircxsz., ijzerkoper te Dordrecht, “omme ingevalle dat oft gebeurde dat naemaels wederomme te voorschijn quame eenen Wouter Henricxsz., zoon van Neeltgen Dircxdr., vuijten Hage, die langen tijde vuijtlandich geweest is ende men seijt in Torkijen overleden te zijn”, dat men in zulk geval op Droochgen mag verhalen het legaat, dat aan Dirck Thonisz. en zijn zusters en broer gemaakt is in het testament van voornoemde  Neeltgen Dircxdr., hun tante. Jan Thonisz. en Simon Cornelisz. van Gesel, voor zichzelf en vervangende Geerit Jansz., als man van Judith Thonisdr. en Lijntgen Thonisdr. beloven Droochgen van deze borgtocht te zullen “quijten ende schadeloes … houden”.(ORA Dordrecht inv. 736, f. 298v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dirck Thonisz. (= kwartier 15310)

b. Jan Thonisz.

c. Judith Konincx Thonisdr., weduwe van Dordrecht (1597), trouwde 1e vóór 15 nov. 1579 Geerit Jansz. houtkoper, 2e NG Dordrecht 13 juli/3 aug. 1597 Jan Gheij Jacobsz., wijnkoper van Wesel (1597)

d. Elijsabet Thonisdr., trouwde vóór 9 jan. 1575 Simon Cornelisz. van Gesel

e. Lijntgen Thonisdr.

30622. Herman Bacharach, geboren ca. 1525, mogelijk in Wesel, koopman van Rijnse wijnen te Dordrecht, regent van de Armenhof (“Cleijn Bagijnhoff”) in de Nieuwstraat, deken van de Edele Voetboog- of St. Joris Schutterij te Dordrecht, overleden in 1574, trouwde naar schatting ca. 1555

30623. Geertruijd (Geertgen) van Beveren Nicolaesdr., overleden in 1595 (Balen, o.c., deel II, p. 956)

– 29 dec. 1561: Herman Bachgerach van Wesel wordt lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hij heeft twee kinderen en betaalt 15 gl. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 35)

– 12 mei 1562: Jan Goertsz. van Nijmegen, als gemachtigde van Goert Hermansz., in zijn leven burger van Hoorn, verleent procuratie aan Herman Bacharach, zijn neef, om aan Aert Dircxsz. te transporteren een huis, genaamd “de Blauwe Hand”, en twee huisjes te Hoorn, genaamd “de Gelderse Stage”. (ORA Dordrecht inv. 724, f. 102)

– 18 juni 1568: Herman Bacharach, koopman van wijnen te Dordrecht, verleent procuratie ad recipienda debita aan mr. Andries en mr. Willem van de Camere, procureurs te Gent. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 31)

– 2 okt. 1568: Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen, poorter van Dordrecht, verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn vrouw Geertgen van Beveren Claesdr. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 79)

– 2 juli 1569: verklaring op verzoek van Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen, door Gerrit van Nispen Gerritsz. lakenkoper, ongeveer 60 jaar en Annegen Gerritsdr. van Nispen, ongeveer 18 jaar. Zij verklaren, dat zij ongeveer vier jaar geleden met de vrouw van Bacharach geweest zijn in Rhoon ten huize van jonker Gerrit van Roon, waar mede aanwezig was mr. Boudewijn van Roon, aan wie Bacharachs vrouw verzocht heeft betaald te worden van zeker geleverd vaatje wijn. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 210)

– 1569: Joris van der Linde, baljuw van Zuid-Holland, voor zichzelf en tevens vervangende Maria van der Linde, weduwe van Willem van Beveren, Herman Bacherach, en Aert Huijgensz. metselaar namens Jacob Pijnsz., als regenten van de Armenhof in de Nieuwstraat, genaamd “het Cleijn Bagijnhoff”, enerzijds, en Pieter Jansz., als man van Franchijne Berritsdr., anderzijds, zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende geschillen, die tussen hen zijn gerezen wegens een “zijdelmuijre”, staande op grond van genoemde Armenhof en beginnende van de achtergevel van Pieter Janszoons huis tot achter aan de stadsgracht. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 564)

– 18 sept. 1572:  op verzoek van Pieter Hecker, geboren in “Kircheijden” in het Land van Gulik verklaart Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen, inwonende poorter van Dordrecht, 50 jaar oud, dat Hecker 11 jaar lang bij hem gewoond heeft en al die jaren hem trouw gediend heeft, “maer alsoe hij deposant overmits deesen jegenwoordigen turbulenten tijt hem van geen doen en heeft ende dat zulcx die requirant aen hem deposant heeft begeert wederomme naer zijn vaederslant te reijsen, heeft hij deposant hem daer toe orloefs ende consent gegeven.” (ORA Dordrecht inv. 729, f. 119v e.v.)

– 1 mrt. 1574: Reijer Jacobsz. olieslager verkoopt aan Cornelis Cornelisz. molenaar een huis in de Nieuwstraat bij het klooster van de Grauwe Zusteren, staande tussen het huis van Herman Bacharach en ’s herenstraat, strekkende van ’s herenstraat tot het erf en het huis van de weduwe en erfgenamen van Joest de schoenmaker. (ORA Dordrecht inv. 730, f. 71)

– 16 mrt. 1574: verklaring op verzoek van Dionisius Frentz, koopman van Straatsburg, door Herman Bacharach, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, 48 jaar oud, Mathijs Gerritsz. in Cranenburch, 56 jaar oud en Jan Bronchorst, 56 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 220)

– 12 sept. 1577: op verzoek van Geertgen van Beveren, weduwe van Herman Bacharach, leggen Pieter Hecker, ongeveer 50 jaar oud en Cors Jansz. wijnkuiper, ongeveer 44 jaar oud, een verklaring af. Zij getuigen, dat Cornelis Lottum van Bommel “bij hem Cors Jansz. deposant voornoemt sijn ambacht van cuijper geleert ende in sijnen coste gheweest heeft, den [eerste] deposant wesende doen ter tijt cuijpcnecht van de voorn. Bacharach, ende dat hij Cors Jansz.  … de voorn. Cornelis Lottum (door begeerte van sijne vrunden) om de coopmanschappe ofte handel te leeren bij Herman Bacharach coopman van Rijnssche wijnen bestelt heeft ende dat … den voorn. Cornelis bij den voorn. Bacharach zeeckere tijt gewoont heeft.” (ORA Dordrecht inv. 712, akte 616)

– 31 dec. 1577: Goossen Jansz. verkoopt aan Marijken Dircxsdr., weduwe van Cornelis Block, 1/4 part van een huis, staande [in de Wijnstraat] tegenover de Nieuwbrug, genaamd “de Vogelensanck”, tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Herman Bacharach en het huis van Jan Brouwer, aan hem comparant gelegateerd in het testament van zijn grootvader wijlen Aert Thonisz. (ORA Dordrecht inv. 712, akte 802)

– 10 jan. 1578: Jan Ambrosius, burger van Dordrecht en Geertruijt van Beveren Claesdr., weduwe van Herman Bacharach, verklaren, dat zij als borgen voor Steven Rijsberch Willemsz., in zijn functie als collecteur van de imposten op wijn en bier te Dordrecht in het jaar 1573, “consenteren ende te vreden sijn met alsulcke compositie … als bij den Staten slants van Hollandt met den voorsz. Steven Willemsz. op sijn versoeck over de respectieve penningen, dijen hij de voorsz. Staten oft gemeenlandt schuldich blijft, gemaeckt.” (ORA Dordrecht inv. 712, akte 832)

– 6 okt. 1580: Geertruijt van Beveren Claesdr., weduwe van Herman Bacharach, transporteert aan Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz., ter betaling van hetgeen zij schuldig is aan de erfgenamen van Neeltgen Louven, een rentebrief van 410 ponden 12 sch. en 6 d., verleden door Anthoni de Lalaing, graaf van Hoogstraten. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 55)

– 19 okt. 1584: Geertge van Beveren, weduwe van Herman Bacharach, testeert voor schepenen van Dordrecht. Zij verklaart “haere vvterste wille te wesen … dat haere twee soenen Cornelis ende Thomas Bacharach elcx sullen hebben vvt haere gereetste goederen acht hondert karolus guldens, gelijck sij met haer dochter Clara Bacharach belooft ende gegeven heeft ende noch elcx de somme van drije hondert karolus guldens ende dat voor een iaer montcosten, bruloffclederen ende costen van den bruloft, gelijck sij haere voorsz. dochter Clara gegeven heeft”. Voorts wil zij, dat haar zoon Thomas Bacharach, die nog maar 15 jaar oud is, na haar overlijden op kosten van de gemeenschappelijke boedel onderhouden zal worden tot zijn twintigste jaar en dat haar overige na te laten goederen onder haar kinderen verdeeld zullen worden “naer de rechte deser stede.” (ORA Dordrecht inv. 738, f. 90)

– 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Cornelis Bacherach Hermansz. en Thomas Bacherach Hermansz. elk 33 sch. 4 d., samen 3 ponden 6 sch. 8 groten Vlaams, lijfrente voor het jaar 1584, betaald bij kwitantie van Geertruijd van Beveren. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht])

– 26 mrt. 1587: Geertruijt van Beveren, weduwe van Herman Bacharach, stelt zich borg voor haar schoonzoon Dirck Anthonisz., burger van Dordrecht, voor een somma van 19 ponden Vlaams, die hij moet betalen aan Magdalena, “broutster” in “de Clock” te Delft. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 128v)

– 19 okt. 1592: verklaring op verzoek van Francois de Meijere, koopman van wijnen, door Geertruijt van Beveren Nicolaesdr., weduwe van Herman Bacharach, koopman van Rijnse wijnen en burger van Dordrecht. Zij verklaart, dat wijlen Caerle van Malsen, heer van Tilburg in de jaren 1570 en 1572, toen zijn vrouw nog leefde, diverse wijnen van haar man zaliger heeft gekocht en dat na het overlijden van haar man (die in het jaar 1574 gestorven is) geen wijn aan de voornoemde heer van Tilburg is geleverd. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 166v)

– 16 mrt. 1595: Marijcken Jacobsdr., weduwe van Jacob Pietersz. Vos, verkoopt aan Hans Gevers wijnkoper een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van Jan Brouwer Arentsz. en het huis “Groot Almaniën”, dat toebehoort aan de weduwe Bachrach. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 285v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Claerken Hermansdr. Bacharach, trouwde Dirck Anthonisz. (ONA Dordrecht inv. 2, f. 156 e.v., akte dd 19 aug. 1602)

b. Cornelis Bacharach Hermansz., overleden ca. 1586

– 1586: de stad Dordrecht betaalt aan Cornelis Bacherach Hermansz. 10 ponden groten Vlaams en aan Thomas Bacherach 10 ponden lijfrente over het jaar 1585 en nog 5 ponden gr. Vlaams over “t verloop van een halff jaer vande voorsz. lijffrente ten lijve van Cornelis Bacherach die dezer werlt overleden is”, bij kwitantie van hun moeder Geertruijt van Beveren. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2608, f. 71v)

b. Thomas Bacharach Hermansz., geboren ca. 1569

– 15 april 1599: Thomas Bachrach heeft in plaats van een borg te stellen voor de somma van 44 ponden 4 schellingen groten Vlaams, die het Gerecht van Dordrecht hem veroordeeld heeft te betalen aan Robbrecht Cornelisz., als procuratie hebbende van Henrick Bongaert, koopman te Keulen, verbonden en als onderpand gesteld zijn huis genaamd “Almaegne”, staande tegenover de Nieuwbrug tussen de huizen genaamd “Vogelsanck” en “het Schaeck”. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 65)

– 15 mei 1599: Thomas Bachrach verkoopt aan de weeskinderen van Jan van der Veke een jaarlijkse losrente van 6 ponden groten Vlaams, verzekerd op zijn huis genaamd “Groot Almangien”, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Hans Gevers en het huis genaamd “het Schaeck”. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 77)

– 6 aug. 1599: Johan Govertsz. van der Hage, burger van Dordrecht, verkoopt voor 4400 gl. aan Jaecques de Villeers, tafelhouder van de Bank van Lening, de helft van een huis, staande in de Wijnstraat voor de Nieuwbrug tussen het huis van Arent Maertensz. en dat van Thomas Bachrach, genaamd “Groot Almangien”. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 102v)

30632. Simon Maerten Simonsz., geboren naar schatting ca. 1475, overleden Zierikzee 1513, trouwde

30633. Helena Kette, geboren ca. 1480, overleden 1533, trouwde 2e Herman Cornelis Jansz. de Huijbert

30634. Cornelis Ewoudsz. van Duiveland, geboren ca. 1480, burgemeester, schepen en thesaurier van Brielle, overleden 23 aug. 1556, trouwde ca. 1550

30635. Vrouwelijn Nicolaes Arendse, geboren ca. 1480

(genealogieonline.nl)

30638. Francois van de Werve, heer van Giessen-Oudekerk, baljuw van Voorne, overleden in 1541, trouwde

30639. Mechtilde van Bronchorst, overleden ca. 1563

“Den 12 den Maart 1549 werden Jan Ariensze, burgemeester, Pieter Jacopsze enden Cornelis Eeuwoutsze gecomiiteerd omme te lichten uyt handen van Huych Cornelisze tresorier ter somme thoe van 1260 Karolus-guldens omme te lossen 100 Karolusguldens losrenten, die de weduwe van Franchoeys van de Werve sprekende” had “upte stede van den Brielle”

“Machtelt van Rronckhorst, weduwe wylen Franchoys van de Werffve een jaer renten . . . . rner alsoe de­ zelve deeser weerelt overleeden es, ergo hyer nyet meer betaelt dan een termijn, gevallen November 1563 . . . . 2 pond 5 sc. gr.”

(genealogieonline.nl)

30896. Jacob Cornelisz. Sterck(en), geboren ca. 1536, overleden tussen 10 juni 1566 en 26 jan. 1571, trouwde naar schatting ca. 1560

30897. Geertruijt Pietersdr. de Bije (de Bie), geboren naar schatting ca. 1535, overleden na 14 okt. 1578

ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw), akte 375: op 26 nov. 1556 verleent Jacob Cornelisz., poorter van Dordrecht, procuratie aan Cornelis Willemsz. Stercke, zijn vader, om in te vorderen al hetgeen men hem schuldig is.

ORA Dordrecht inv. 725, akte 159: op 15 mrt. 1564 stelt Jacob Cornelisz. de Stercke, zich borg voor Jacob Tant, schipper van Venlo.

ORA Dordrecht inv. 705, akte 444: op 10 juni 1566 stelt Jacob Cornelisz. alias Sterck zich borg voor Dirck Jansz. [van den Burch, van Dordrecht].

ORA Dordrecht inv. 728, f. 72: op 26 jan. 1571 verklaart Thomas Pietersz. de Bije schuldig te zijn aan Jan Thomasz. zeepzieder en Willem Jan Wittesz., zijn ooms, Andries Pietersz. de Bije, zijn broer en Geertruijt Pietersdr., weduwe van Jacob Cornelisz. Sterck, zijn zuster, een bedrag van 125 gl. wegens geleende penningen.

ORA Dordrecht inv. 734, f. 142: op 14 okt. 1578 transporteert Rochus Grijp, generaal van de Munt van Holland, aan Truijchgen Pietersdr. de Bie, weduwe van Jacob Cornelisz. Stercke, een rentebrief van 6 Vlaamse ponden jaarlijks, verleden door Screvel Andriesz.

ORA Dordrecht inv. 713, f. 61: op 21 nov. 1578 verkoopt Pieter Jacobsz. Sterck, voor zichzelf en tevens vervangende zijn onmondige broers, Cornelis en Wilem Jacobsz., aan Jan Aertsz. een stuk erf van ongeveer 12 voeten breed en 12 voeten lang, gelegen in het erf van Jan Aertsz.

Kinderen (volgorde onzeker; b. en c. zijn in 1578 nog onmondig):

a. Pieter Jacobsz. Sterck

b. Cornelis Jacobsz. Sterck

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 307v e.v.: op 21 april 1582 verkoopt Cornelis Jacobsz., zoon van Jacob Cornelisz. Sterck, aan Nicasius Pietersz. wijnkuiper een huis, plaats en “spijcker”, genaamd “de Silveren Haring”, staande in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] tussen het huis van Jan Aertsz. en dat van Cornelis Aelbertsz. kleermaker. Waarborgen: Willem Jan Wittesz., schepen van Dordrecht, en Pieter Jacobsz. Sterck, inwoner van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 875 gl. Hij verkoopt tevens aan Willem Jacobsz. Stercke een jaarlijkse losrente van 12 Rijnse gl. en 10 st., verzekerd op het voornoemde huis.

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 322v: op 19 mei 1582 verkoopt Pieter Jacobsz. Stercke aan zijn broer, Cornelis Jacobsz. Stercke, een jaarlijkse losrente van 11 gl. op een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de Mariënbornkerk en het huis van Jan de Jonge, eertijds eigendom van Simon de Oude.

c. Willem Jacobsz. Sterck

30898. Barthout Willemsz., overleden vóór 1 jan. 1566 (ORA Dordrecht inv. 705, f. 30), trouwde

30899. Marechgen Thijssen, trouwde 2e vóór 22 nov. 1574 Gerrit de Gruijter van der Goude (ORA Dordrecht inv. 709, f. 125 e.v. (akte 208)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Marijcken Barthoutsdr., “van der Gouw” (1579), trouwde NG Dordrecht 10 mei 1579 (ondertrouw) Pieter Jacobsz. (de Stercke), van Dordrecht (1579)

b. Willem Barthoutsz.

c. Barthout Barthoutsz.

30902. Adriaen Godschalksz., geboren naar schatting ca. 1530, gortmaker te Dordrecht, overleden vóór 7 mrt. 1562, trouwde naar schatting ca. 1555

30903. Lijsken Claesdr., trouwde vermoedelijk naar schatting ca. 1565 Cornelis [Jacobsz.?] gortmaker.

Uit dit huwelijk:

a. Jacob Cornelisz. Bossers, huistimmerman, geboren ca. 1572, overleden na 1650, trouwde Adriaentken Aert Jacobsdr.

Kind:

a-1. Janneken Jacob Bosschert, geboren ca. 1608, overleden in 1677

– 1 dec. 1561: Meus Goebelsz. brouwer koopt van Matthijs Willemsz. kleermaker een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Adriaen Godscalcx gortmaker en dat van Dirck de schoenmaker. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 15 Vlaamse ponden. (ORA Dordrecht inv. 703, akten 216 en 217) 

– 7 mrt. 1562: compareren voor schepenen van Dordrecht Lijsken Claesdr., weduwe van Adriaen Goodscalcx gortmaker met haar gekoren voogd, enerzijds, en Meeus Goebelsz. brouwer, man van Marijken Goedscalcxdr., als oom en bestorven voogd van Claes Adriaensz., 6 jaar oud, Goedscalck Arijensz., 3 jaar oud, en Wijntken Arijensdr., 1 jaar oud, weeskinderen van Adriaen Godscalcxz., verwekt bij Lijsken Claesdr., anderzijds. De comparanten verklaren, dat zij de goederen, die Adriaen heeft nagelaten, onderling verdeeld hebben. Daarbij zijn aan de weduwe toebedeeld alle goederen, zowel onroerende als roerende, in- en uitschulden, die met haar man in gemeenschappelijk bezit heeft gehad. Daartegen zal zij gehouden zijn haar kinderen “vrij ende scaedeloos” te houden van de uitschulden van de boedel. Aan Meus Goebelsz., in zijn voornoemde hoedanighed, is toebedeeld het onderhoud en de alimentatie van de kinderen. Lijsken zal haar drie kinderen onderhouden, opvoeden, naar school laten gaan en een ambacht laten leren, tot het moment, waarop zij 17 jaar worden en hun dan een somma van 50 Vlaamse ponden uitkeren, welke zullen versterven van het ene kind op het andere, mits het overlijdende kind jonger dan 17 jaar zal zijn. Als alle kinderen vóór hun zeventiende jaar komen te overlijden, zal het genoemde bedrag toekomen aan hun naaste verwanten van vaderszijde. Lijsken stelt voor het nakomen van deze verplichting o.a. als onderpand een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Baertgen, de weduwe van Joest de kuiper en het huis van Meus Goebelsz. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 124 e.v.)

– 28 febr. 1566: verklaring door Marijchen Godscalcx, weduwe van Meus Goebelsz. brouwer, 43 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 61v)

– 9 mei 1566: Marijchen Scalcken, weduwe van Meus Goebelsz. brouwer, voor zichzelf en namens haar weeskinderen, verkoopt aan Frans Pietersz. van Delft, als vader van Pieter en Herman Franszonen, verwekt bij Aeltgen Fransdr., een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis, brouwerij, en verdere toebehoren, staande op de Riedijk tussen het huis van Engel de vlashekelster en dat van Andries Claesz. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 368)

31438. Aert Govertsz., vleeshouwer te Dordrecht, geboren ca. 1500, overleden tussen 20 april 1554 en 20 dec. 1560, trouwde naar schatting ca. 1520

31439. Marijchgen Willemsdr., overleden vóór 25 mei 1575 (ORA Dordrecht inv. 731, f. 206 e.v.)

– 1543: Aert Govertsz. heeft een huis aan de Groenmarkt bij de Visbrug, belend door het huis van Jan Oem en het huis “den Osch”. (10e penning Dordrecht 1543)

– 5 aug. 1546: de stal van Aert Govertsz. vleeshouwer wordt belend door een huis “in den elleboch van’t manhuijsstraetge” (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v)

– 14 febr. 1551: verklaring op verzoek van Aert Govertsz. vleeshouwer (ORA Dordrecht, 698, akte 22)

– 20 april 1554: verklaring op verzoek van Adriaen van den Duijn, als gemachtigde van Stijnken Jorisdr., door Aert Govertsz. vleeshouwer, 54 jaar oud, poorter van Dordrecht. Hij getuigt, dat hij in de voorgaande zomer van Jan Govertsz., schout van Mijnsheerenland, en de kinderen van Willem Jansz. van Haerlem gekocht heeft zekere 10 morgen gerst, staande op het veld in Mijnsheerenland. (ORA Dordrecht inv. 1535, akte 400)

– 20 dec. 1560: Sciltman Adrijaensz. uit Zwijndrecht, voor zichzelf, Jan Adrijaensz. Vinck uit De Lindt, als oom en bestorven voogd van de weeskinderen van wijlen Steven Jansz. uit Mijnsheerenland, Marijchgen Willemsdr., weduwe van Aert Govertsz. vleeshouwer voor zichzelf en Marijchgen Dircxsdr., weduwe van Rutgert Dircxsz., verlenen procuratie ad lites aan mr. Eeuwout Aertsz., priester en kanunnik te Dordrecht, Adrijaen Aelbrechtsz. en Dirck Lenertsz. in Mijnsheerenland “et eorum quemlibet” contra de prior en “de gemeene convente” der Kartuizers buiten “Couelens” [ = Coblenz ?] (ORA Dordrecht inv. 702. f. 90v)

– 15 juni 1571: Willem Aertsz. vleeshouwer, voor zichzelf, van wege zijn moeder Marijken [Willemsdr.], de weduwe van Aert Govertsz. en  uit naam van zijn broers en zusters, verkoopt aan Adriaen Jansz. steenhouwer een huis en erf “ofte koestal” in het Manhuisstraatje, staande naast het huis van Corstiaen in den Arent en achter grenzende aan het Weeshuis. (ORA Dordrecht inv. 709, f. 198v)

– 9 mei 1580: Pieter Nan Aertsz. vleeshouwer voor de ene helft en mr. Ewout Aertsz., dezelfde Pieter Nan Aertsz. voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis Egbertsz. en Laurens Laurensz., als ooms en voogden van Adriaen Adriaensz., weeskind van wijlen Adriaen Aertsz., hun broer, voor de andere helft, verkopen aan Steven Willemsz. vleeshouwer een huis aan de Poortzijde [Groenmarkt], staande tussen het huis “den Grooten Osch” en het huis “het Lam”. Waarborg: mr. Eeuwout Aertsz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 800 gl. als rest van de koopsom. Borgen: Jacob Willemsz. en Adriaen Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 270v 

Kinderen (volgorde willekeurig):

a. Lijsbeth Aertsdr. (= kwartier 15719), trouwde Laurens Laurensz. vleeshouwer

b. Govert Aertsz. (van Ammeroijen, van Amerongen), geboren ca. 1521, vleeshouwer te Dordrecht, overleden ca. 1575, trouwde naar schatting ca. 1550 Jaepken Stevensdr. geboren naar schatting ca. 1525, overleden in of na 1584

– 9 mrt. 1576: vermeld wordt Jaepken Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Ammeroijen vleeshouwer. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 7)

– 30 [april] 1584: Steven Willemsz. vleeshouwer verkoopt Jaepgen Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Amerongen een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis genaamd “den Osch” en het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer. In margine: comp. in de secretarie van Dordrecht Marijcken Cornelisdr., “meestersse” van het Bagijnhof, als procuratie hebbende van Jan Pietermans, die betreffende rentebrief heeft geërfd van Jaepken Stevensdr. en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 11 mei 1584. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 516)

c. Pieter Nan Aertsz., geboren ca. 1537, vleeshouwer en deken van het Vleeshouwersgilde te Dordrecht

20 jan. 1579: verklaring op verzoek van Cornelis Aertsz., deken van het Vleeshouwersgilde, door Laurens Claesz., ongeveer 50 jaar, en Pieter Nan Aertsz., ongeveer 42 jaar oud, beiden dekens van het gilde. Zij getuigen, dat Jacob Willemsz., vleeshouwer te Dordrecht, drie weken tevoren de dekens verzocht heeft morgenspraak te houden, en voorts, dat zij Steven Evertsz., ook deken van het Vleeshouwersgilde, geen toestemming gegeven hebben om enige boeten ten huize van de rekwirant te halen. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 14)

d. mr. Eeuwout Aertsz., geboren ca. 1528, priester en kanunnik te Dordrecht (vermeld 1560), trouwde (na 1572) Belia Jansdr.

– 16 nov. 1577: verklaring op verzoek van Anneken Cornelisdr., vrouw van Aert Jansz., eertijds zangmeester te Dordrecht, door mr. Eeuwout Aertsz., ongeveer 49 jaar oud, en Jacob Govertsz. kleermaker, ongeveer 55 jaar oud. Zij verklaren, dat zij opgevoed zijn en van kindsbeen af gewoond hebben in de buurt van de Vleeshal omtrent het stadhuis van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 197 e.v.)

e. Adriaen Aertsz.

f. Willem Aertsz., geboren ca. 1525, vleeshouwer

– 12 sept. 1551: verklaring door o.a. Willem Aert Govertsz. vleeshouwer. (ORA Dordrecht inv. 1534, akte 108)

g. Marijcken Aertsdr., trouwde 1e Danckert Cornelisz., 2e 3 nov. 1574 (huw. voorwaarden) Cornelis Egbertsz. schoenmaker (ORA Dordrecht inv. 1580, f. 31v dd 5 febr. 1596)

30900. Pieter Pietersz. (den) Danser, geboren naar schatting ca. 1525, schipper te Dordrecht, overleden tussen 8 dec. 1588 en 20 dec. 1590, trouwde naar schatting ca. 1553

30901. Neeltgen Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1525, woonde in het Riedijkstraatje te Dordrecht, overleden (vermoedelijk kort) vóór 23 dec. 1605, trouwde 1e Hendrik NN

Uit het eerste huwelijk:

a. Anneken Hendriksdr., geboren naar schatting ca. 1552, trouwde 1575 Bartholomeus Noppen

– 8 dec. 1584: Pieter Pietersz. den Danser verkoopt aan Andries Cornelisz. een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Lijnken Eevertsdr. en dat van Jan Cornelisz. schoenmaker. Waarborg: Bartlemeeus Bartlemeeusz. “hoemaker”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 554 gl. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 87)

31436. Laurens NN

31437. Marijcken Louven, trouwde 2e Aert Jansz.

Kinderen (ex 2)

c. Jan Aertsz.

d. Neeltgen Aertsdr., trouwde Steven Cornelisz. vleeshouwer

– 18 febr. 1564: Steven Cornelisz. vleeshouwer verkoopt aan Neeltgen Louven, weduwe van Steven Willemsz. vleeshouwer, een vierde part van een huis, staande tussen het huis van Neeltgen Louven en dat van Marige Louven, weduwe van Aert Jansz., alsmede op 18 mei 1564 een huis bij de Visbrug aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Neeltgen Louven en dat van Marige Louven, weduwe van Aert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 95v en 155v)

32768. Peter Pauwelsz. die Haen, geboren ca. 1457 (70 jaar oud in 1527), wonende te Oosterwijk, vermeld vanaf 1485, kerkmeester (1501, 1504), gezworene (1524,1525, 1527), overleden tussen 26 mei 1529 en 2 juni 1529, trouwde tussen 25 febr. 1488 en 31 okt. 1491

32769. Margriet Jansdr., overleden na 13 jan. 1540, vermoedelijk dochter van Jan Hendricksz. en Maria NN

“Op grond van de akte van 2 juni 1529 en de twee verklaringen van 10 juni 1529 kan opgemaakt worden, dat (op 25 mei) Pouwel de Haen te Arkel in het huis van Lys, weduwe van Gerrit Roelofsz., doodziek op bed ligt. Er is zowel door Cornelis van Gent (priester en pastoor) als Claes Dirckzs. de Bruyn (chirurgijn) er op aangedrongen dat – gezien de staat van ziekte waarin Pouwel de Haen op dat moment verkeerde -hij beslist niet vervoerd mocht worden eerder dan dat hij daartoe weer in staat werd geacht. Zo nodig zouden de kosten voor zijn verblijf in het huis van Lys vergoed worden. De priester heeft hem gezien de kritieke situatie … het heilige oliesel bediend. Toch hebben zijn kinderen de daaropvolgende dag (26 mei) aan de priester toestemming gevraagd om Pouwel de Haen te vervoeren. De priester heeft dat afgewezen maar ondanks dat hebben de twee zoons hem op 27 mei ’s morgensvroeg in de dagenraad op een wagen geholpen, waarbij Pouwel nog sterk genoeg was om zichzelf te helpen, en daarna (naar huis) vervoerd. Ten gevolge van het vervoer naar huis, althans in de visie van de chirurgijn is Pouwel voor 2 juni gestorven. ‘Door mans handen’ te interpreteren ‘als door toedoen van menselijk handelen’.”

35502. Doen Beijensz. de Jonge, wonende te Poortugaal, leenman van Putten, beleend 1485, fondateur van de Grote Memorielanden te Poortugaal, beslist dat de opbrengst van dit land moet worden gebruikt om zijn nakomelingen “vicary te laten stuydeeren”, testeert Poortugaal 6 jan. 1513, schepen 1491 en 1507, overleden Poortugaal tussen 6 jan. 1513 en 16 dec. 1515, trouwde

35503. Haesken (Aesken) NN, vestigt met haar zoon Cornelis Doensz. een memorie in de kerk van Poortugaal 

(Prometheus XV, p. 318) NB: Neeltgen Wollebrant Jansdr. was niet de 1e vrouw van bovengenoemde Doen Beijensz., maar de 2e vrouw van zijn gelijknamige grootvader. (Zie Ons Voorgeslacht 1992, p. 154)

“In nomine Domini, aemen, Anno 1513 den 6en januarii. Ick Doen Beijesz., wel bedocht mijn vijff sinnen uijt mijn vrijen wille, maecke tot een euwich testament ende tot vergiffenis van mijn sonden een eeuwige misse te weecke ter eeren van de Heijlighe Drievoudicheijt, des woensdachs te doen in de kerck van Poortugael, is’t datter pastoir nijet te zeer belast en is, die men sijngen sal De Trininitate, onbelet van de keuze. Ende is’t dattet ’s woensdachs heijlichdach is, zoo sal men se op eenen anderen propijsen doch doen. Waeroff den pastoor off priester die se doet hebben sal vier rinsge gulden, die capelaen ende coster elx 15 stuivers; des soo sullen zij meede nae de misse te graeve gaen en leesen misere[re] ende De Profundis met datter toebehoort. Ende de kerck sal hebben voor wijn, was, ende broot tsjaers 10 st. Dit alles staet eeuwich verseeckert op 5 geme[t]en lants leggende in Nieuwe Roon, angelant aen weerzijden Gerrit Adriaensz. [Koel], getrout hebbende Marritge de dochter van Jan Carre tot Rotterdam, ende kercke van Poortugael gemeen.” (J.L. van der Gouw, Rekeningen van de domeinen van Putten, 1379-1429 [RGP, Grote Serie: deel 170 en 171], p. 117) 

In een notariële akte dd 6 okt. 1630 wordt verklaard, dat de vicarie op het O.L.V.-altaar gefundeerd is op 10 mei 1483 door Doen Beijensz. en Beije Doensz. (Ons Voorgeslacht 1992, p. 154 e.v.)

a. Willem (= kwartier 96974)

b. Maartje

c. Cornelis (= kwartier 38054)

d. Aart

e. Liedewij (= kwartier 17751)

f. Neeltje (= kwartier 19389)

g. Lijsbeth Doenen, trouwde Simon Cornelisz., overleden na 1546

Kind:

g-1. Haasje Simonsdr., trouwde Aert van Riele, overleden te Brielle in 1571

Kind:

g-1-1. Catharina van Riele, trouwde Jacob Cornelisz. Kleijburg

Kind:

g-1-1-1. Haasje Jacobsdr. Kleijburg, geboren te Brielle ca. 1583, jonge dochter (1612), geportretteerd door Rembrandt van Rijn in 1634 (zie hieronder), overleden Roterdam Paasdag 1641 (zerk in de Laurenskerk ald., zie hieronder), trouwde NG Rotterdam 2/18 dec. 1612 Dirk Jansz. Pesser, geboren ca. 1587 (ONA Rotterdam inv. 167, akte 34 dd 22 mei 1635), jongman (1612), brouwer in “de Swarte Leeuw” te Rotterdam (o.a. vermeld in ONA Rotterdam inv. 140, akte 61 dd 12 april 1625), overleden Rotterdam 1 sept. 1651 (zerk in de Laurenskerk ald.)

Haasje van Cleijburg, door Rembrandt van Rijn

De grafzerk van Dirck Pesser en Haasje Jacobsdr. van Cleijburg (Laurenskerk Rotterdam)

35584. Anthonis Dirksz. van Dijck, geboren ca. 1495, leenman van Hontshol, overleden voor 10 dec. 1554, trouwde ca. 1520

35585. Aeltgen Corsendr. van Vliet van der Woerd

35596. Kerstant Jacobs, Heilige-Geestmeester te Naaldwijk 14 juli 1497, woonde van 1495 tot 1513 op de hofstede Hoge Werf, overleden vermoedelijk te Naaldwijk 2 juli 1515, trouwde 1e (Alijt) NN?, overleden 28 mrt. 1497, 2e

35597. Machtelt Bartholomeusdr. (van Dorp), overleden vermoedelijk te Naaldwijk 11 okt. 1524

Kinderen:

a. Alijt Corssen van der Vliet van der Woert, overleden in 1560

b. Willem Corssen van der Vliet, overleden in 1567, welgeboren “negenman” te Naaldwijk

c. Baertgen Corsen van der Vliet van der Woert, overleden Delft ca. 8 jan. 1575, trouwde 25 juli 1527 Adriaen Claesz. van Adrichem

Kind:

c-1. Adriana van Adrichem, geboren naar schatting ca. 1530, trouwde Frans Pietersz. Borren van Overschie

Kind:

c-1-1. Aeltgen Frans Borren van Overschie, geboren Delft 22 okt. 1561, overleden Delft 8 jan. 1643, trouwde Delft 30 dec. 1581 Johan Huijgensz. de Groot, geboren Delft 8 mrt. 1554, burgemeester ald., overleden Delft 3 mei 1640

Kind:

c-1-1-1. Hugo de Groot, geboren Delft 10 april 1583, rechtsgeleerde, schrijver, pensionaris van Rotterdam, overleden Rostock (Dld.) 28 aug. 1645

Van Mierevelt, portret van Hugo de Groot, Prinsenhof Delft, foto: A.B. den Haan

35639.

36888. Beije Doensz., vermeld in de 10e penning van Poortugaal 1543, heemraad van Poortugaal 1538, schepen van Poortugaal tussen 1543 en 1549, overleden tussen 1549 en 1556, trouwde 2e Neeltje Leendertsdr., 1e

36889. Maritge Claesdr.

(Prometheus XV, p. 299)

37660. Kors Pietersz.Kors Pietersz., boer in het Oudeland van Moerkerken (tot in 1556), heemraad van Mijnsheerenland (1540, 1543-1547), overl. tussen 16-7-1556 en 30-5-1557, trouwde 2e Aertge Tonisdr., overl. voor 30-5-1557, weduwe van Sijmon Sijmonsz. (zoon van Sijmon Sijmonsz., kuiper te Dordrecht), Kors trouwde 1e

37661. Truijtge (Truij) Willemsdr., overl. voor 25-8-1549, dochter van Willem Corstenz., boer te Strijen, landgebruiker te Mijnsheerenland, en Claertge (Claerken, Clara) N.N. (als inwoonster van Strijen lid van de Illustre Lieve Vrouwen Broederschap in ’s-Hertogenbosch), tr. 2e Aertge Tonisdr., overl. voor 30-5-1557, weduwe van Sijmon Sijmonsz. (zoon van Sijmon Sijmonsz., kuiper te Dordrecht)

Vermelding 19 februari 1532 = 1533 (5ve)
Kors Pietersz. verkoopt Jan Frankenz., rector van het Heilig Geest Sacramentsgasthuis te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 1 pond Vlaams, verzekerd op 60 roeden land met al zijn toebehoren, gelegen in het Oudeland van Moerkerken in de huisweer van Kors Pietersz., daar zijn huis nu ter tijd op staat in een hoeve van 13 morgen zaad- en weideland.

Vermelding 2 oktober 1533:
Kors Pietersz. verkoopt Heijltge, weduwe van Gerrit Claesz., een jaarlijkse losrente van 12 gld, verzekerd op 3½ mrg cijnsland in het Oudeland van Moerkerken; aan de oostzijde is gelegen het land van Kors Pietersz., aan het zuideinde de steeg, toebehorend aan Kors Pietersz. en aan de westzijde het land van het klooster van Vredendaal.

Vermelding 1535:
Kors Pietersz. verkoopt Jan van Drenckwaard Willemsz. een jaarlijkse losrente van 9 gouden Cgld, verzekerd op 6 mrg en 1½ hond cijnsland in het Oudeland van Moerkerken (=OvM) in de huisweer van Kors Pietersz. in een hoeve van 12 morgen, met het zuideinde strekkende aan de Maas, aan het noordeinde de Reedijk.

Vermelding van 6 februari 1539 tot 14 maart 1555:

Jan Meijnertsz. heeft van de prior van het klooster Vredendaal in Amersfoort 28 morgen land in bruik in Westmaas-Nieuwland. In deze akte wordt ook genoemd Cors Pietersz., die 37 morgen en 300 roeden bouwland aldaar in huur heeft van voornoemd convent. [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 126ve]. 1543: Maritge, Jan Meijnarts weduwe, staat aangeslagen in het kohier van de 10e penning 1543 met 3 morgen 300 roeden bouwland [Kohier 10e penning Mijnsheerenland;]14-12-1548: Lenert Pietersz., broer van Cors Pietersz., draagt over aan Pieter Jansz. (‘zijn zusters man’ is doorgestreept), wonend aan de Strijense Oudelandse Westdijk, 1 morgen land in Westmaas-Nieuwland, hem aanbestorven van zijn moeder Maritge, weduwe van Jan Jacob Meijnertsz. Deze ene morgen is gelegen in het broek (drassig land) van de vrouwe van Moerkercken, ten noorden van de Bouwensweg [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 4, fol. 99ve (1544-1583)].01-06-1551: Kors Pietersz. is aangeërft van zijn overleden moeder Maritge, Jan Jacob Meijnertsz. weduwe, een bouwstede, timmerage, huizen, keten, bergen, wagens, ploegen, eggen, wagentouw, borninge, tuinen, glinten, horden en bomen in Westmaas Nieuwland in de hoek van de Bouwensweg en de Oudelandse Westdijk [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 127ve (1532-1552)]. 14-03-1555: Anna Pieters, oud 19 jaar, machtigt haar broer Pieter Pietersz. om alzulk land te verkopen dat haar aangekomen is van haar grootmoeder Maritge Meijnerts.
Nota: Op 22 maart 1555 heeft Pieter Pietersz. voor hem en als gemachtigde van Anna Pieters, zijn zuster, Kors Pietersz. gifte gegeven en nog mede gifte gegeven Yeman Adriaensz. [ora Mijnsheerenland, inv. nr. 1, fol. 111ve (1532-1552)]

Vermelding 6 februari 1539:

6 februari 1539 = 1540 (126ve):
Ick Heijnrick Cornelisz. (van Zerixzee) bekenne als ghezworen lantmeter dat ick ghemeten en gesmalkavelt hebbe Jan Meijnertsz. en Cors Pietersz. en dat voor haare morghentalen daer zij nu ter tijt in wonen in t 10e deel van de pater van Vredendaele van Amersfoort welcke 10e deel … ende Jan Meijnertsz. heeft an out binnelants gelegen in Mijnsheerenlant 28 morgen ende Corst Pietersz. 37 morgen 300 roe facit 65 morgen 300 roe bedraghe t aen niuewe bedijcte lant ghelegen in t niewe lant voor de Westmaes op de gront van Mijnsheerenlant 24 morgen 298 roeden 11 voet en 8 duijm hierteghen is haer luijden gheboert een stucke lants noort aan Boeyen Adriaensz. weg en is t eerste stuck in den Brouck ende is groot 8 morgen 594 roeden 10 voet ende zal in den Brouck an de oostzijde den Zomerdijck sceijen in den ouden sloot ende aan de westzijde die Zomerdijck zal t sceijen ten halver de sluijssloot.
Item noch is deze personen gheboert een stuck an de noortzijde Boeyen Adriaensz. weg ende an de oostzijde de Cruijswech en is t darde stuck van noorden in an de zuijtzijde Stoucken an de oostzijde de Cruijssewech streckende van de Cruijsse wech oosterwaert tot dat water van Stoucken en is groot 3 morgen 94 roe 8 voet.
Item deze zijn noch gheboert in t Volgerlant voor de nieuwe zeedijcke an de zuijtzijde de nieuwe sloot an de noortzijde Boeyen Adriaensz. wech an de westzijde de Cruijswech streckende van den nieuwen zeedijcke tot de Cruijswech voirschreven en hebben ter groote van 8 morgen 88 roe en 5 voet facit tesamen 24 morgen 298 roeden 11 voet 8 duijm … Jan Meijnertsz. binne morgen bedraghen aen buijte lande 10 morgen 283 roe 11 voet Corst Pietersz. binne lant bedraghet 14 morgen 16 roe (8 voet) 3 duijm summa 24 morgen 298 roe 11 voet 8 duim Jan Meijnertsz. binne morgen bedraghen aen buijten lande 10 morgen 283 roe 11 voet Corst Pietersz. binne lant bedraghet 14 morgen 16 roe 8 voet 3 duijm summa 24 morgen 298 roe 11 voet 8 duijm
(In den sevenden cavel:
het clooster te Vredendael = 51 morgen 11 hond
die Cathuisers buijten Utrecht = 11 morgen
Jan Meijnertsz. = 28 morgen
Kors Pietersz. = 37 morgen
Maritge, de weduwe van Willem Jansz. = 10 hond;

Vergelijk:
Rijksarchief Utrecht, KU, inv.nr. 640) Jan Meijnertsz. en Cors (Kors) Pietersz. behoorden reeds vroeg tot de hereboeren van Mijnsheerenland. Met Willem Jansz. wordt vermoedelijk Willem Jansz. van Drenckwaert bedoeld.Jan Meijnertsz huwde met Maritge, Kors moeder. Hij was dus zijn stiefvader.

Vermelding 6 april 1540 =1541:
Kors Pietersz. verkoopt aan Adriaen Kool, voogd van Gerrit en Jacob Adriaensz. en van Beugen en Pieterken Ariaensdr., een jaarlijkse losrente van 6 gld verzekerd op 8 mrg land in het Nieuweland van Moerkerken, genaamd Scobbe en Everocker, strekkende van de Kruisweg tot aan de nieuwe dijk.
Deze brief wordt gelost door Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Kors Pietersdr. op 14.12.1562

Vermelding 1543: KOHIER 10e PENNING VAN MIJNSHEERENLAND ANNO 1543:

Item Kors Pietersz. heeft in huere twintich merghen cijnslant / de merghen des jaers om II £ 16 s. / facit LVI £.
Noch heeft den selfden in huijre XII merghen III hont lants / den hoop des jaers om LIIII £.
Noch heeft den selfden in huere vijf merghen drie hont cijnslant / den hoop des jaers om II £ XVI s. / facit
XV £ VIII s.
Noch heeft denselfden in huere VI merghen drie hont lants / den hoop des jaers om XXVII £.
Noch heeft den selfden in huere vier merghen lants / den merghen des jaers om vier £ vijf s. / facit XVII £.
Noch heeft den selfden drie hont lants / den hoop des jaers om V £ V s.
Noch heeft den selfden II merghen I hont eijgenlants ende geIt aen beijden zijden den merghen des jaers om IIII
£ X s./ daerom scrijft men alhier den merghen des jaers om IIII £ 10 s. / facit X £ II s. VI d.

Vermelding 12 november 1549 (16ve)
Alzo Kors Pietersz. zekere 8 morgen 1 hont land belast heeft met 24 gulden des jaers te lossen met de penning 16 voor Lenert Pietersz., zijn broeder, zo hebben Jacob Jan Meynert, Pieter Jansz. en Yeman Adriaensz. gezamelijk en onverscheiden op heden de 13e november 1549 hem luiden en al haar goederen die zij hebben mede borg gestelt als haar principele eigen schuld tot profijt van Kors Pietersz. en wel een ieder voor de som van 16 ponden groten Vlaams, mitsgaders alle kosten, interesten en schaden die dezelfde Kors vanwege de borgtocht of tot de bovengeschreven 24 gulden des jaars in manieren als voren zal mogen hebben.

18 november 1549 (107)
Kors Pietersz. verkoopt Thomas Jansz., lakenkoper te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 70 gld, verzekerd op 6 morgen en 1 hond land in het Oudeland van Moerkercken in een weer ter grootte van 12 morgen en 3 hond, strekkende van de Reedijk van Heinenoord zuidwaarts tot aan de Maas toe, bewesten van de huisweer van Kors Pietersz.

Vermelding 19 maart 1551 = 1552 (138):
Adriaen Pietersz., schoonzoon van Kors Pietersz., verkoopt Gerrit Engelsz. in Mijnsheerenland de beterschap van 2 morgen en 522 roeden cijnsland in het Oudeland van Moerkerken, deze Adriaen Pietersz. aanbestorven van Truytge, de huisvrouw van Kors Pietersz., zijn schoonmoeder. Dit land is gelegen ten oosten van de Westweg

Vermelding 1 juni 1551 (127ve – 128)
Kaveling van landerijen van de erfgenamen van Truijtge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz.
In den eersten is Pieter Kors Pietersz. gekaveld aan de ene helft van 6½ morgen eigen land in het Oudeland van Moerkercken bij Ariaentge, Jan Heyensz. weduwe, en nu huisvrouw van Pieter Cornelis Joostenz. Verder is Pieter Kors Pietersz. nog gegrondkaveld aan 3 morgen cijnsland, genaamd De Gheer, eveneens gelegen in het Oudeland van Moerkerken. Willem Korsz., Dirck Korsz., Thonis Jacobsz., Adriaen Pietersz., Pieter Korsz. en Dirck Lenertsz. zijn aanbedeeld 16½ morgen eigen land in Westmaas-Nieuwland, dat eensdeels Dirck Lenertsz. en anderdeels Kors Pietersz. gebruikt; hetwelk door hun 1539 van het zoute in het verse is bedijkt. Bovendien blijven zij bedeeld aan 6½ morgen vrij land bij Ariaentge Jan Heyens en aan 6 morgen cijnsland aan de weg bij Joost Jorisz. aldaar. Voorts is onder hen half en half gedeeld de havelijke goederen als paarden, koeien, hoornbeesten, varkens en schapen, insgelijks de huisraad etc.

Vermelding 1 juni 1551: Mijnsheerenland, kinderen genoemd (127ve):
Kors Pietersz., Pieter Kors Pietersz., Willem Korsz. Thonis Jacobsz., echtgenoot van Ariaentge Korsdr., Adriaen Pietersz., echtgenoot van Lijntge Korsdr. en Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Korsdr., alle erfgenamen van Truijtge, hun moeder resp. schoonmoeder, openbaren dat zij met elkaar geschift en gedeeld hebben de erfenis van Truijtge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz. En is besproken dat Kors Pietersz., hun vader respectievelijk schoonvader, in bezit blijven zal van de bouwstede en timmerage, huizen, keten, bergen, wagens, ploegen, eggen, wagentouw, borninge, tuinen, glinten, horden en bomen, mitsgaders de 3 morgen eigenland waar de huizen op staan en het stuk land dat hem aangekomen is bij het overlijden van zijn moeder Maritge Jan Jacob Meijnertsdr., gelegen in Westmaas-Nieuwland in de hoek van de Bouwensweg en de Oudelandse Westdijk.

Vermelding 20 maart 1552 = 1553 (151)
Dirck Kors Pietersz. uit Cillaarshoek verkoopt Cornelis Adriaensz. wagemaker een jaarlijkse losrente van 3 gouden gld, verzekerd op 3 morgen 44 roeden en 8 voeten land in Westmaas-Nieuwland in de kavel van het convent van Vredendaal, hem aangekomen bij het overlijden van zijn moeder Truytge, wijlen huisvrouw van Kors Pietersz

Vermelding 19 mei 1552 (137ve):
Lodewijck Aertsz. in Mijnsheerenland, gemachtigde van Thonis Jacobsz., schoonzoon van Kors Pietersz., verkoopt Dirck Lenertsz. 2 morgen 121 roeden en 8 duimen land in Westmaas-Nieuwland, gemeen voet onder voet met Pieter Kors Pietersz. in een kamp ter grootte van 4 morgen 121 roeden en 8 duimen, strekkende met het oosten aan het Stougje

Vermelding:11 maart 1553 = 1554 (14):
Adriaen Pietersz., zwager (schoonzoon) van Kors Pietersz., verkoopt Ghijsbert Laurisz. in Mijnsheerenland 2 mrg 450 roe land, gelegen in De Omslag. Adriaen Pieters aanbestorven van zijn schoonmoeder Truytge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz. op 1 juni 1551.

Vermelding 11 februari 1555 = 1556 (42):
Dirck Kors Pietersz. van Cillaarshoek koopt van zijn vader Kors Pietersz. voor 100 pond groten Vlaams een huis, berg en keten met teling, gereedschap etc. Kors Pietersz. blijft in bezit van de beste wagen en een kamer.

Vermelding 14 maart 1555 (111ve):
Anna Pietersdr., oud 19 jaar, machtigt haar broer Pieter Pietersz. om alzulk land te verkopen als haar aangekomen is van haar grootmoeder Maritge Meynertsdr. Deze volmacht is geschreven te Schiedam door Dirck Willem Lutensz., gezworen poorter der stede van Schiedam. Anna Pietersdochter ondertekend deze volmacht met haar handmerk.
Nota: Op 22 maart 1555 zo heeft Pieter Pietersz. voor hem en als gemachtigd van Anna Pieters, zijne zuster, Kors Pietersz. gifte gegeven en noch mede gifte gegeven Yeman Adriaensz.

Vermelding 7 juni 1556 (45ve):
Kors Pietersz. verkoopt de onmondige kinderen van Staes Jacobsz. een jaarlijkse losrente van 19 gouden gld verzekerd op 6 mrg 150 roe land in het Oudeland van Moerkerken en nog op het land gekocht van de kinderen van Aert Eeuwoutsz. uit Korendijk.
Genoemd: Joost Staesz., Maritge Staesdr., Maritge Lauris Claesdr. en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf.

Vermelding 29 mei 1557 (55ve):
Willem Korsz., Pieter Korsz., Dirck Korsz. en Dirck Lenertsz., echtgenoot van Maritge Kors Pietersdr., allen erfgenamen van Kors Pietersz., hun vader, verkopen Simon Simonsz. kuiper te Dordrecht en ten behoeve van Pieter Simonsz. een jaarlijkse losrente van 12 gouden gld verzekerd op 2 mrg 67 roe land in het Oudeland van Moerkercken.
Genoemd: Lijntge Kors Pietersdr., Adriaen Pietersz. in het Maassche Nieuwland, Aertge Tonisdr., wijlen weduwe van Kors Pietersz., eerder weduwe van Simon

Hij is overleden op 8 februari 1557 =1558 in Mijnsheerenland: hij is gestorven op 8 februari 1557 = 1558, zo letterlijk wordt het vermeld in het brondocument van 28 november 1558 (78)
Pontiaen Cornelisz., echtgenoot van Ariaentge Kors Pietersdr., verkoopt 400 roe cijnsland in het Oudeland van Moerkerken,hem aangekomen bij dode van zijn schoonvader Kors Pietersz. op 8 februari 1557 = 1558

(genealogieonline.nl)

38054. Cornelis Doensz., leenman van Putten, schout en dijkgraaf van Albrantswaard 1532, overleden 1542, trouwde

38055. Baertgen Jans

(Onze Voorouders II, p. 167)

38080. Jan Gielisz. Herweijer, geboren naar schatting ca. 1465, kousenmaker te Antwerpen, rentmeester van “den goidshuyse van tsinte agnieten” ald., woonde bij het klooster van St. Michiels, overleden tussen ca. 1521 en 15 juni 1529, trouwde

38081. Elisabeth (Lijsbeth) Kaerrenbroeck, overleden na 27 mrt. 1535

– 9 okt. 1501: Gielis van Kerrenbroeck schiptimmerman en zijn vrouw Cornelie Ballaerts verkopen aan Janne Cherwaeyers Gielisz. kousenmaker een jaarlijkse rente van 10 st. groten Brabants, verzekerd op een huis “metten hove halven borneputte gronden et pertinentis gestaen voere tclooster van Sinte Michiels” tussen het erf van voornoemde Jan Cherwaeyers en dat Cornelis Thoenis cordewagencruyder.

– 1509: Jan Gielisz. Herweijer verkoopt de helft van twee steengelagen, genaamd “de Craen” en “de Nachtegale”, die hij heeft geërfd van zijn vader aan Adriaan van Eekeren Jansz., eigenaar van de andere helft. De steengelagen waren gelegen in Callebeke, een buurt van Hemiksem op de rechteroever tegenover Bazel.

– 9 okt. 1522: Jan vanden Velde Lucasz. verkocht [sic] Janne sHerwaeyers kousenmaker twee ponden groten Brabants erfrente, waarvoor hij verbonden heeft een huis, staande voor aan de straat met nog twee huizen daarachter, staande in de Prekeerstraat, achter bij het St. Michielsklooster, tussen het erf van Jan Deenken en het erf van Joos van Laken.

– 15 juni 1529: Lijsbeth van Kerrenbroeck, weduwe van Jan Serwaeyers, geeft Johannen Serwaeys, haar dochter, vrouw van Huybrecht Heymans, tot onderstand van haar huwelijk, een aantal rentebrieven.

– 27 mrt. 1535: Elisabeth, weduwe van Jan Gieliesz. Herweijer, transporteert een op de stad Antwerpen sprekende erfrente aan haar zoon Jacob Herweijer.

(J.J. Herweyer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 71-78)

38940. Aerent (Aert) Florisz. Droogendijck, geboren naar schatting ca. 1480, schepen van Poortugaal (1507), trouwde ca. 1505

38945. Margriet Corssen, overleden 1560

38960. Claes Dircksz. van Driel, landbouwer te Ridderkerk, stedehouder van de schout van Ridderkerk 1527-1531, 1543-1549, heemraad van Ridderkerk 1545, overleden in 1552, trouwde

38961. Nelleken NN

18 juni 1550: Claes van Driel Dircxz, grootvader, treedt op als momber en bestorven voogd van het onmondige kind van zaliger Dirck Cleijsz. (genealogieonline.nL)

38962. Lenert Gerritsz. Cranendonck, trouwde

38963. Mariken Woutersdr.

38964. Willem Ghoessen Adriaensz., heemraad en waarsman te Ridderkerk, overleden 1563, trouwde 

(Prometheus XV, p. 297)

42802. Joris Claesz., wonende te Capelle a/d IJssel, watermolenaar, vermeld 1541-1545, overleden voor 1552, trouwde

42803. Niesgen NN, vermeld 1552-1562, overleden voor 1577

(Prometheus XV, p. 297)

Joris en Niesgen gebruiken resp. bezitten een aantal landerijen in Capelle a/d IJssel, en wel (10e penning): weer 9 (Middenmolenpolder) groot 8 morgen, in huur 1545 (Joris) en 1555 (Niesgen); weer 27 (Middenmolenpolder) groot 10 1/2 morgen, waarvan Joris 1545 3 morgen in huur heeft, Niesje 1555 en 1561 eveneens, weer 28 (Middenmolenpolder) groot 12 morgen, waarvan 1545 en 1555 Joris Claesz. 11 1/2 morgen eigen, 1561 Niesje, Joris 12 morgen eigen met huis, 1562 (hoefslagregt), Niesgen Joris. Het laatste weer wordt in leen gehouden van de Heren van Montfoort. Op 31.03.1581 wordt beleend Claes Jorisz. schout van Capelle, oudste zoon van Joris Claesz. die het in 1541 in eeuwige erfpacht had gekregen.

(genealogieonline.nl)

42804. Jacob Corsz. Kars, geboren ca. 1505, overleden in 1574, trouwde

42805. Jacobjen Jacobsdr.

43052. Cors Pietersz.. geboren ca. 1500, van 1533-1536, 1539-1540, 1542-1548 heemraad Mijnsheerenland van Moerkerken. In 1533/35/40/42/48 was hij gegoed te Mijnsheerenland, waar hij omstreeks 1556/57 overleed, trouwde

43053. Truijtgen Willemsdr., geboren ca. 1500, overleden 11 aug. 1550

13 juli 1562:
Ariaantje Kors Pietersdochter, weduwe van Pontiaan Cornelisz., en Cornelis Pontiaansz., verzoeken in presentie van Cornelis Adriaansz. van Odolphusplaat om een afschrift van het inventaris van de nagelaten goederen van wijlen Kors Pietersz. Dit wordt door het gerecht toegestaan en de gezworen gerechtsbode zal hen de afschrift leveren.

44542. Cornelis Claesz. van Driel, geboren naar schatting ca. 1500 (vermoedelijk in de Zwijndrechtse Waard), lid van het Houtkopersgilde te Dordrecht, schepen van Dordrecht (1539, 1543, 1553), dijkgraaf van Barendrecht 1550, overleden Dordrecht 14 jan. 1555 (zerk in de Grote Kerk), trouwde naar schatting ca. 1535 (hebben reeds 4 kinderen in 1543)

De zerk van Cornelis van Driel Claesz. in de Grote Kerk van Dordrecht (foto: A.B. den Haan)

44543. Margaretha Jacobsdr. Wenssen, geboren ca. 1518, overleden Dordrecht 1597

– 1 april 1543: vemeld wordt Cornelis van Driel Claesz., schepen van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 693, akte 320)

– 21 dec. 1543: Cornelis Claesz. in Mijnsheerenherberg, getrouwd met een dochter van een gildebroeder, wordt lid van het Houtkopersgilde, heeft vier kinderen, betaalt 10 schellingen. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 27)

– 12 aug. 1553: Cornelis van Driel Claesz., schepen in wette van Dordrecht, als man van Grietgen Jacopsdr., Jan Wenssen, mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland, Aert Wenssen, elk voor zichzelf, en Cornelis de Jonge als man van Hillegont Jacopsdr., verklaren, dat mr. Aert van de Leede Staesz. en Adriaen van Nispen Gerritsz., als executeurs-testamentair van Antonia Joest Jan Wenssendr., hen, comparanten, volledig voldaan en betaald hebben van al hetgeen hun aanbestorven is bij overlijden van voornoemde Anthonia Wenssen. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 32 e.v.)

– 9 juli 1569: verklaring door Margriete Wensen, weduwe van Cornelis van Driel Claesz., 50 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, f. 138v)

– 9 mrt. 1581: Grietgen Jacobsdr., weduwe van Cornelis Claesz. van Driel, verkoopt aan Janneken Pietersdr., “meesteresse opt Bagijnhoff”, twee Vlaamse ponden jaarlijkse losrente, verzekerd op twee naast elkaar staande huisjes in het Tolbrugstraatje aan de Poortzijde [Waterzijde], staande tussen het huis van Jop Gleijnen en de poort van de plaats van Arien Mes. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 117v)

Hij wordt beleend met een leen van de Lek en Polanen onder Sandelingenambacht 1521, beleend met het grafelijk leen “het Huys Leeuwenburg, gezeyd Mijns-Heeren-Herberg” te Dordrecht 1539,

Een post in de domeinrekening van Zuid-Holland van september 1583: Margriete Jacobsdr., weduwe van wijlen Cornelis Claesz. van Driel, en Hendrick de Raet als man en voogd van Hillegont Cornelisdochter, als erfgenaam van Jacob Claesz van Driel, waren eigenaars van een 48e gedeelte van de helft van de polder Bonaventura, gekocht voor 192 ponden door Cornelis Claesz. met zijn broeder. Behalve de door Balen [Beschryvinge der stad Dordrecht] genoemde kinderen had Cornelis Claesz. van Driel nog een drietal (oudere) kinderen: Anthonis, Pietertje en Niesje van Driel. Dat deze kinderen wel degelijk tot zijn nageslacht behoorden en vol hebben gedeeld in de nalatenschap van hun vader valt af te leiden uit een aantal transporten. Hieruit blijkt dat zij landerijen gemeen hadden met Hillegont Cornelisdr. van Driel, die wel wordt genoemd door Balen. Bovendien compareerde Margaretha Wensen, de weduwe van Cornelis Claesz.van Driel, in een aantal akten die betrekking hebben op het weeskind van Anthonis Corn. van Driel. Op 6 mei 1571 verkocht Heyndrick de Raet Heliasz., man van Hillegont Cornelis van Driel Cleysdr., aan Adriaen Thonisz.(van Driel): land gelegen in de dijkage van Beijerland onder Mijnsheerenland; deze en andere gronden waren gegeven bij het huwelijk zoals Grietge Cornelis van Driel Cleysz. weduwe tegen Cornelis Splintersz. te haren huize te Dordrecht heeft verklaard. Op 7 juni 1575 werd land verkocht door Margareta Wenssen, weduwe van Cornelis van Driel Claess, met consent van Cornelis Thonis (Lodewijcksz.) als voogd van het nagelaten weeskind van Thonis Cornelis van Driel genaamd Ariaen Thonisz. Op 7 juni 1576 transporteerde Margaretha Wenss wed(uw)e van Cornelis van Driel Claesz. een rentebrief van 6 Car.gld. aan Cornelis Thonis., voogd van het achtergelaten weeskind van Thonis Cornelisz. van Drie, genaamd Arien Thonisz. Op 28 februari 1583 transporteerden deze Adriaen Anthoenis van Driel (de zoon van Thonis Cornelisz. van Driel) en Anthonis Geenen (getrouwd met Pieterken Cornelis van Driel), tezamen de helft van 3 morgen 1.1/2 hont land onder IJsselmonde aan Cornelis Anthoenis Lodewijcx (man van Niesje Cornelisdr. van Driel) die reeds een kwart bezat. Het resterende kwart was in het bezit van Hendrick de Raedt (getrouwd met Hildegond Cornelisdr. van Driel). Op 20 september 1587 transporteerde Hendrick de Raedt Elyasz. zijn kwart aan Neysgen Cornelis van Driellen, weduwe van Cornelis Anthonis Loycx, die daarmee het gehele perceel in eigendom had gekregen. Uit deze transporten en gezamenlijke bezittingen blijkt wel, dat Anthonis, Pietertje, Niesje, en Hildegond broer en zusters moeten zijn geweest. Zij en hun erfgenamen hebben nog lang een aantal percelen land in gemeenschappelijk bezit gehouden. In 1561 gebruikte de voornoemde Thonis Cornelissen (van Driel), wonende in Hendrik Ido Ambacht, 2 morgen 1 1/2 hond zaailand toebehorende Neesken Cornelisdr., en nog 8 1/2 morgen weiland in Kijfhoek, toebehorende Pieterken Cornelissen en Lena “haere suster”. Hieruit zou volgen, dat er nog een zuster “Lena” zou zijn geweest, maar hiermee zal Hildegond (Helena?) van Driel zijn bedoeld.

In 1527 en 1533 kochten Cornelis van Driel, resp. Cornelis Cleijsz., de grafelijke korentienden van Heer Oudelands Ambacht. Door deze vermeldingen wordt aannemelijk dat Cornelis Cleysz., die in 1532 waarsman was van de Zwijndrechtse Waard (Develzijde), indentiek is met Cornelis Claesz. van Driel.
Hij wordt beleend met het leen van de Lek en Polanen: 9 morgen land met een huis en een boomgaard onder Sandelingenambacht (1521:) in het ambacht van Roelant Ducinc heer Gerijtsz. Dit land lag ten zuiden van de Waelweg, met als belenders Cornelis Loicsz, (ten oosten), Henric Cornelisz.(ten westen) en Henrick Loicksz.(ten zuiden). Wanneer Cornelis van Driel dit leen heeft verworven is onbekend, maar dit moet geweest zijn na 12 augustus 1516, toen een zekere Jan Aernt Maesz. ermee werd beleend, na overdracht door Cornelis Adriaensz. Voor 1555 droeg Cornelis van Driel het leen al weer over aan de pensionaris van Dordrecht. In 1568 werd het leen in het kohier van de achterlenen en van de geconfiskeerde heerlijkheden in Holland als volgt omschreven: “Van(de) Lecke en (de) Polanen negen mergen lants gelegen in Swijndrecht, mitten huijsinge dair op staende, mitten boomgart, int ambocht van Roeloff Duckinge dat men noempt heer Sandelings ambocht. Die brieven en houden anders geen gelegentheyt ofte limiten, ende zijn hier aff dese limiten: oistwaerts gelegen Cornelis Antoenis Lodewijcxz., ande westzijde die voorsz. Schoeck ende die kercke van Kijfhoeck en(de) d’erfgenaemen van Dingen, gesaemender hant, ande noortzijde die gemeene binnenwech, en(de) anden zuijtzijde de voorsz. Schoeck. Den voorsz.Willem Schoeck aengecoemen bij opdrachte en(de) overgifte van Corn(elis) Driel en(de) hem verlijt tot eenen onversterffelicken erfleen. Ende (…) dit goet es vrij en(de) onbelast en(de) getij(de)nloes met anderen landen daer anne gelegen groot wesende XIIJ mergen, maeckende tsaemen XXIJ mergen”. 

In het kohier van de 10e penning van 1556 komt Anthonis Cornelisz. van Driel voor als als eigenaar van 13 morgen en van 9 morgen “leen mit dat huys dair op staende”. In de daarop volgende jaren moet het leen echter al verkocht zijn, want in 1562 huurde “jonge” Adriaen Monnensz. de 22 morgen lands van meester Willem Schoeck tot Dordrecht. Het leen moet hebben gelegen tussen de boerderij “De Rooie Haan” van de familie Van der Giessen (afgebroken in 1900) en “De Hogenberg” van de familie Lodewijcksz. (Achterambachtseweg 12).

Cornelis was schepen vanaf 1538. Wellicht hield dit verband met zijn huwelijk met Margaretha Wensen, die behoorde tot een Dordtse patriciaatsfamilie. Het feit dat hij de functie van schepen van de belangrijke stad Dordrecht mocht bekleden, wijst er in ieder geval op dat hij behoorde tot de gegoede burgerij van die stad. In zijn functie van schepen zegelde hij met een dubbele adelaar.

Cornelis Claesz. van Driel werd op 28 maart 1538 (voor Pasen, d.i. 1539) beleend met het gravelijke leen “het Huys Leeuwenburg, gezeyd Mijns-Heeren-Herberg” te Dordrecht. Dit huis diende als verblijfplaats van de graaf van Holland bij diens bezoeken aan Dordrecht. Het lag een tiental meters achter de rooilijn van de Voorstraat en bevond zich middenin het blok tussen de zijstraten Nieuwstraat en Heer Matthijsstraat (nu Kolfstraat). Deze naar achteren geschoven positie wijst op de zeer oude herkomst van het gebouw, dat zal zijn gerealiseerd in de tijd dat de zuidzijde van de Voorstraat slechts hier en daar was bebouwd en nog een landelijk karakter had. Uit het leenregister van Holland blijkt, dat het “huys geheeten Leeuwenburch staen(de) binnen Dor(dre)cht mit stallinge, hoven, vuytganck en(de) anders allen sijnen toebehoe(re)n” in 1527 in leen was gegeven aan “Goedschalck van Wijngaerden, (…) bij doode van Jacob van Wijngaerden zijn vader”. Volgens het register werd het leen daarna “verlijt (aan) Corn(elis) van Dryel, bij overd(racht) van Goedschalck van Wijngaerden voorsz.” Het leen was bijna een eeuw lang in het bezit geweest van opvolgende leden van de familie van Wijngaerden: Gerrit Oem (1442), Margriete Gerrit Oemsdr.(1451), Godschalk Oem van Wijngaerden(1461), Floris Oem van Wijngaerden(1463), Jacob Oem van Wijngaerden (1478) en tenslotte Godschalk van Wijngaerden(1527). Dit leen, dat zonder twijfel als “familieleen” van de Van Wijngaerdens kan worden aangeduid, werd door Floris van Wijngaerden, als voogd van Godschalk van Wijngaerden, overgedragen aan Cornelis van Driel. De gedachte dringt zich op dat Cornelis van Driel het leen heeft kunnen kopen omdat hij aan de familie Van Wijngaerden gelieerd was: de echtgenote van zijn oom Jan Pietersz.van Driel was immers een dochter van Jacob Oem Tielmansz. Interessant is dat zijn neef Claes Dircksz. van Driel, stamvader van het Ridderkerkse geslacht Van Driel, als schout van Ridderkerk de vertegenwoordiger was van de “principael schout” Floris van Wijngaerden, baljuw van Rotterdam. Floris van Wijngaerden was tevens ambachtsheer van Oost-IJsselmonde, waar het schoutambt lange tijd werd uitgeoefend door Pieter Dircksz., de stamvader van het geslacht Van Driel uit IJsselmonde! Bij de leeninschrijving van 1539 was het huis Leeuwenburg gelegen aan de “landzijde” van Dordrecht, met stalling, hof, tuin, uitgang en toebehoren, voor aan de straat, en achter o.a. aan het St. Jans gasthuis. Ten noordwesten washet huis belend aan het St. Pieters gasthuis, gaande achterwaarts met een uitgang tot de straat genaamd Herman Thijsen straat, en zuidoost naar een poort genaamd Malleburg, toebehorend aan de leenman Cornelis van Driel Nikolaasz. Uit deze inschrijving blijkt wel, dat Cornelis van Driel reeds eerder in Dordrecht gevestigd was: wellicht was het beschikbaar komen van het leen Leeuwenburg een goede gelegenheid voor hem zijn bezit met het naastgelegen goed uit te breiden. 

In een recente publicatie wordt “Poorte Malburg” gelijk gesteld met het “graven huse” Leeuwenburg, dat sedert 1385 werd beheerd door Otto van Malburg. Deze Otto van Malburg was in 1411 verbannen, maar bleef blijkbaar in het bezit van het huis Leeuwenburg. want in 1445 werd het gehele huis “mitten toorn”, dat voorheen van Adryaen van Malborch was geweest, eigendom van Gherijt van Muijlwijck Jansz. gehuwd met Machtelt van Malborch Adryaensdr. Opmerkelijk is dat van Otto van Malburch in 1403 goederen waren gepand en geëigend in Gherit Heynricx ambacht onder Zwijndrecht. In de kohieren van de 10e penning wordt de grafelijke herberg, het “Huijs Leeuwenburch” niet met die naam aangeduid: in 1532 werd Cornelis Claesz. aangeslagen voor 27 Car. gld. wegens zijn huis “ande voorstraet”(bij de “Nieustraet”), in 1553 voor 40 Rijnsgld. wegens “Cornelis Claesoen van Driels huijs met de plaets”, opten oostenhuyck van heren Mathij(s)straet”. In 1555 moest Cornelis van Driel Claesz. 14 Car. gld. haardstedengeld betalen voor zijn huis in “heer Mathijs straete”. De weduwe van Cornelis Claes van Driel werd in 1561 aangeslagen voor “een huijs met een plaets en(de) thuijn van voeren tot achteren daer sij inwoont” in “die Nieu(w)straet vuijtcomen(de) en gegaen naer heer Matthijsstraet toe aende slinckerhant (bij het Sint Joris gasthuijs). De weduwe was dus in het huis blijven wonen, al was het leengoed na het overlijden van Cornelis van Driel overgegaan op haar zoon Jacob van Driel.

Eigendommen op het eiland IJsselmonde: in Oud-Reijerwaard in “Gerrit Roelofs houff, die Siecken lants”, in Nieuw-Reijerwaard in “Jan Covin houff” (tezamen met heer Dirck die Joede) en in “Hesselen houff”, in het nieuwbedijkte land van West-Barendrecht, in Oost- en West-IJsselmonde, in Zwijndrecht, in het Volgerland van Kijfhoek en in Heer Oudelands Ambacht. Tezamen met zijn broer Jacob Claesz. van Driel bezat hij bovendien nog land in Oost- en West-IJsselmonde en in Carnisse. Bezien in het licht van dit grondbezit op het eiland IJsselmonde, is het opmerkelijk dat de beide broers zo weinig functie vervulden in de polderbesturen: Cornelis van Driel Claesz. wordt slechts vermeld als dijkgraaf van Barendrecht (1550).

Het bezit van de aanwassen in het nieuwbedijkte land van West-Barendrecht was niet geheel onomstreden. In 1551/1552 werd hierover geprocedeerd door de erfgenamen van wijlen Claes van Noorden, impetranten, contra Cornelis van Driel Claesz., en anderen. Volgens de erfgenamen van Van Noorden behoorden de aanwassen per definitie aan de oorspronkelijke bedijker van het land waar deze onstonden. De nieuwe gebruikers en eigenaren bestreden dit. Het proces voor het Hof van Holland kwam niet tot een oplossing, zodat de zaak in 1554 voor de Grote Raad te Mechelen werd gebracht. Op 17 november 1554 werd beroep aangetekend tegen het vonnis d.d. 12-9-1552 door het Hof van Holland in de zaak van de erfgenamen van Claes van Noorden, eisers contra Cornelis van Driel Claesz. te Dordrecht, en anderen, gedaagden. Na vernietiging van twee tussenvonnissen van het baljuwschap Zuid-Holland, werd de eigendomsvordering van het land onder Oost-Barendrecht van eisers afgewezen. Overigens voerden de erfgenamen van Claes Jansz. van Noorden nog diverse andere zaken voor het Hof van Holland, o.a. tegen Claes Hendricx van Driel. (Advies 14-07-1550, HvH 1153) en Floris van Wijngaerden (1550, akte 218).

Cornelis kocht samen met zijn broer Jacob een rentebrief van de keizer in 1545: “Je Henry Stercke/conseill(eur) tresor(ier) de l’ordre et Recepteur qual. des finances de l’empereur/confesse avoir Receu des Cornille Claisz. et Jacques Claisz.van Driel a Dordrecht la somme de Cent quatre vingt douze livres”.[Ik Henry Stercke / raad en thesaurier van staat en gequalificeerd ontvanger van de middelen van de keizer / beken ontvangen te hebben van Cornelis Claesz. en Jacob Claesz. van Driel tot Dordrecht: de som van 192 pond]. In een post in de domeinrekening van Zuid-Holland van september 1583 blijkt dat deze rentebrief voor grondbezit werd geruild: Margriete Jacobsdr., weduwe van wijlen Cornelis Claesz. van Driel, en Hendrick de Raet als man en voogd van Hillegont Cornelisdochter, als erfgenaam van Jacob Claesz van Driel, waren eigenaars van een 48e gedeelte van de helft van de polder Bonaventura, gekocht voor 192 ponden bij Cornelis Claesz. met zijn broeder.

In zijn handschrift meldt Van Goudhoeven: “Cornelis van Driel, schepen in Dordrecht Ao 1539, obiit Ao 1555, begraven ter Grote Kercke, hadde getrout Margriet Wensen Jacobsdochter, sterf Ao 1597 aet(atis) 80, hadden tsamen XI kinderen, hij sterf in sijn huijs genaemt Mijnsheerenherberge”.
Hij werd begraven in de Grote Kerk van Dordrecht in het familiegraf Van Driel. De grote zerk van dit familiegraf is bij de restauratie van 1983/87 verplaatst van het schip van de kerk naar de noordzijbeuk tegenover de Sint Catharinakapel, waardoor zij zichtbaar is geworden. Het randschrift van de zerk luidt: “CORNELIS CLAESZ. VAN DRIEL STERF Ao XVc LV DEN 14en JANUARI”; boven- en rechterrand “(weggekapt: HIER LEYT BEGRAVEN JACOB) CLAESZOEN VAN DRIEL (STERF AN.NO) MCCCCCLXV” “DEN XXVIIIen DACH VAN MEY”. In de hoeken is de zerk voorzien van de tekens van de vier evangelisten, terwijl middenboven het wapen met de dubbele adelaar is afgebeeld, onder een helm. Middenonder bevindt zich een latere inscriptie: “JOUFFR.MACHTELT VAN DEN STEEN DOCHTER VAN DE HEER EMANUEL VAN DEN STEEN EN DE JOUFFR. ELISABETH VAN DRIEL. BEGRAVEN DEN 5 MEY 1667”, vergezeld van vier wapens.

6 mei 1571 Heyndrick de Raet Heliasz., man van Hillegont Cornelis van Driel Cleysdr., verkoopt aan Adriaen Thonisz.(van Driel): land gelegen in de dijkage van Beijerland onder Mijnsheerenland; deze en andere gronden waren gegeven bij het huwelijk zoals Grietge Cornelis van Driel Cleysz. weduwe tegen Cornelis Splintersz. te haren huize te Dordt heeft verklaard.

7 juni 1575 Margareta Wenssen, weduwe van Cornelis van Driel Claess, verkoopt met consent van Cornelis Thonis (Lodewijcksz.) als voogd van het nagelaten weeskind van Thonis Cornelis van Driel genaamd Ariaen Thonisz.


7 juni 1576 Margaretha Wenss wed(uw)e van Cornelis van Driel Claesz. transporteert een rentebrief van 6 Car.gld. aan Cornelis Thonisz., voogd van het achtergelaten weeskind van Thonis Cornelisz. van Driel genaamd Arien Thonisz.

28 februari 1583 transporteren Adriaen Anthoenis van Driel (de zoon van Thonis Cornelisz.van Driel) en Anthonis Geenen (getrouwd met Pieterken Cornelis van Driel), tezamen de helft van 3 morgen 1 1/2 hont land onder IJsselmonde aan Cornelis Anthoenis Lodewijcx (man van Niesje Cornelisdr. van Driel) die reeds een kwart bezat. Het resterende kwart was in het bezit van Hendrick de Raedt (getrouwd met Hildegond Cornelisdr. van Driel).


20 september 1587 transporteert Hendrick de Raedt Elyasz. zijn kwart aan Neysgen Cornelis van Driellen, weduwe van Cornelis Anthonis Loycx, die daarmee het gehele perceel in eigendom had gekregen.


Margaretha Wensen werd na het overlijden van haar echtgenoot in het spraakgebruik aangeduid als “Grietje van Driel” en haar naam is op die wijze in de Dordtse geschiedenis vereeuwigd als naamgeefster van “Grietje van Driel’s toren”. Deze toren is overigens in de loop der tijd nog met verschillende andere namen aangeduid. In 1553 werd deze in het kohier van de 10e penning vermeld: “Den toren van Cornelis Claessoen van Driel staende opter nijeu haven ande waterzij / onder een kelder en(de) bove(n) een kor.


Volgens het handschrift van Van Goudhoeven stierf Margriet Wentsen “Ao 1597 aet(atis) 80 hadde getrout Cornelis van Driel Claesz. schepen van Dordt Ao 1538 / hadde XI kinderen sij sterf in Mijnsheerenherberge”.

De familie van Margaretha (Grietje) Wenssen behoorde tot het Dordtse patriciaat: haar broer meester Adriaen Wenssen was raadpensionaris van Dordrecht, later lid van de Hoge Raad van Holland, terwijl een andere broer, Jan Wenssen, het tot schout van Dordrecht bracht. De leden van het geslacht Wenssen hielden zich voor zover bekend bezig met de houthandel, een
bloeiende sector in het zestiende eeuwse Dordrecht. 
Verschillende schrijfwijzen van de familienaam komen voor: Wensen, Wenssen, Wentsen, Weijns. Hoewel de zeventiende-eeuwse auteurs Wouter van Goudhoeven en Matthijs Balen veelal de variatie ‘Wentsen’ gebruikten, is in dit artikel de spelling ‘Wenssen’ aangehouden die in de zestiende-eeuwse bronnen het meest frequent voorkomt.
In zijn uit ca. 1620 daterende genealogische handschrift heeft Wouter van Goudhoeven een schematisch overzicht gegeven van de familie Wenssen.
Hoewel zijn aantekeningen tamelijk chaotisch zijn, kunnen er een aantal belangwekkende gegevens over het geslacht Wenssen uit gedestilleerd worden. Ook Matthijs Balen geeft bijzonderheden, al behandelde hij het geslacht Wenssen niet in een aparte genealogie.
Beide auteurs vermelden overigens slechts zestiende-eeuwse leden van het geslacht Wenssen en geven geen bijzonderheden over hun voorouders.
Interessant is dat Margaretha Wenssen en haar broers en zusters hun familienaam ontleenden aan die van hun grootmoeder Anthonia Wenssen. Dit verschijnsel, het overnemen van de familienaam van één van de grootmoeders, deed zich in de zestiende eeuw wel meer voor, met name bij geslachten die in de toenemende complexiteit van de samenleving behoefte ontwikkelden aan het voeren van een eigen geslachtsnaam. Het eenvoudige gebruik van het
enkele of dubbele patroniem was niet langer voldoende om zich te onderscheiden van anderen. Wellicht heeft in het geval Wenssen eveneens een rol gespeeld dat dit geslacht in mannelijke lijn dreigde uit te sterven en dat de naam daarmee verloren zou gaan.
Overigens namen Margaretha en haar broers en zusters wel de familienaam, maar niet het wapen van het geslacht Wenssen over: zij gebruikten een wapen met drie ketelhaken, dat waarschijnlijk afkomstig was uit de mannelijke ‘lijn’: van hun grootvader Aert Hendricksz.
Voor zover bekend hebben Margaretha en haar broers en zusters nooit gebruik gemaakt van het wapen van het oude geslacht Wenssen, zoals dit bijvoorbeeld gevoerd werd door Matthijs Wenssen, pater generaal van het Minnebroedersklooster in Dordrecht (1534): een keper beladen met vijf sterren, vergezeld van drie ballen (2 en 1). 
De oudste vermeldingen van het geslacht Wenssen in Dordrecht komen voor in de vijftiende eeuwse archivalia van die stad en betreffen de kinderen van Jan Weynsz. Op 8-2-1462 (voor Pasen, d.i. 1463) verschenen in Dordrecht voor burgemeester en de ‘guede luden’: Damis Pieterssoen, als man van Adriaen(e) Jansdochter, Dirc Janssoen, Wouter Janssoen, en Jacop Janssoen, elk voor henzelf en voor Joost en Barbara, Jan Weijnssoens’ onmondige kinderen, hun broeder en zuster. Zij beloofden de goederen die hen aangekomen waren bij dode van hun vader en moeder niet te verkopen ofte belasten dan bij overeenstemming van hen zessen.
Vier jaar later waren blijkbaar alle kinderen van Jan Weijnsz. meerderjarig: op 25-1-1466 (= 1467) verklaarde de jongste, Barbara Jan Weijnssoensdochter, uit vrije wil dat zij niets van haar goederen verkopen zou dan bij goeddunken van Jan Pietersz. van Slingelant, Mon Hugenz. en Dirc Woutersz. tot Alblas.
Op 22-5-1472 werd Jacob Jan Weynsensz. benoemd tot voogd van Katrijn, onmondige dochter van Dirck Jan Weinsoens. Borgen voor hem waren zijn broer Joest Jansz., en een zekere Ariaen Jansz. ‘nu ter tijd baljuw van Zuid-Holland’.
Joest Jan Weynssoen wordt later vermeld als raad (1505/1506) en schepen(1509/1510, 1513/1514) van Dordrecht: zijn schepenzegel d.d. 24-7-1510 is bewaard.
Jacob Jan Weynsenz., die zal zijn geboren rond 1435 en overleden na 1492, was raad van Dordrecht in 1487/1488 en 1491/1492.
In 1485 was hij één der drie dekens van de voetboogschutters en diende hij als ‘scheepmeester’ van de stad Dordrecht.
In de stadsrekening van 1485 is sprake van de overslag van de vaten bier die Jacop Jan Weynsz. had gepacht, ‘nae inhout des huyerboeck (…) om CCCXIJ schil(den)’. Een kleiner bedrag ontving de stad vanwege een visstal ‘die placht toe te behoren aan Jacop Ariaens ende es overgestelt op Jacop Jan Weynsz. (om) vier rijnsche guld.’ Onder de ‘Ontfanck vanden Nyeuwe dijck’ is sprake van twee bestedingen, die Jacop Jan Weijnsz. had ‘om vijff schilden tstuck’, resp. ‘om IX½ schildt’.
Het is deze Jacob Jan Weijnsz. die een centrale rol speelt bij het opstellen van de genealogie van het latere geslacht Wenssen. Hij was de naamgever van de zestiende-eeuwse familie van die naam, die echter afstamde van één van zijn dochters!

In het Gem. Arch. te Dordrecht vindt men in ORA invnr. 732, op fol. 140 v. een akte van 7 juni 1576, welke (verkort) luidt :
Kwam voor schepenen van Dordt. . . Marqareta Wenss,weduwe van wijlen Cornellis van Driel Claesz., . . , en bekende zij comparante als ,,boelhoutster” getransporteerd, gecedeerd en overgedragen te hebben.. . aan Cornelis Thonisz. als voogd van het achtergelaten weeskind van Thonis Cornelisz. van Driel, genaamd Arie Thonisz. “tot deszelfs weeskinds behoef, alle de macht ende eygendoms van een brieve van 6 Car, guldens”

(genealogieonline.nl)

Wapen van het geslacht Van Driel uit Dordrecht (foto: johnooms.nl)

46228. Cornelis Gijsbertsz. Besemer, bouwman te Oud-Alblas, eigenaar van 29 1/2 morgen land in Oud-Alblas, taxateur van de 10e penning ald., overleden kort voor 24 febr. 1557, trouwde Cornelia NN (= kwartier 46229 ?), vermeld als weduwe te Oud-Alblas in 1557 en 1561 (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 302-303) vanaf 1550 dijkgraaf van Barendrecht.

48484. Jacob Foppensz. Leeuwenburg, kerkmeester van Poortugaal, overleden na 1574, trouwde

48485. NN Fonkert

48486. Coos Dirksz. van Riede, geboren Rhoon ca. 1520, trouwde

48487. Maartje Willemsdr. van Driel, geboren Poortugaal ca. 1525

49652. Blasius Willemsz. Boucquet, geboren te Gembloux (B), komt in of vóór 1491 van Gembloux naar Dordrecht,  in 1496 te Dordrecht muntmeester van Holland, als opvolger van de in dat jaar overleden muntmeester Anthonis de Lonckere Woutersz., overleden Dordrecht 22 nov. 1528 (zerk in de Augustijnenkerk), trouwde 1e Jenne van der Schuijre Gijsbertsdr., van Gent, weduwe van Anthonis de Lonckere, muntmeester van Holland, 2e 1504

49653. Catharijna Pietersdr. van Bree, overleden (vermoedelijk te Dordrecht) in 1533, begraven in de Augustijnenkerk. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342; Onze Voorouders, deel II, p. 64)

– 1503: Blasius Boucqet koopt van mr. Willem van Beveren het huis “de Gans”, met zomerhuis en tuin, tot de dwarsgang, staande ten oosten van de Munt. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342, noot 2)

Grafzerk 39A in de Augustijnenkerk van Dordrecht: opschrift (in de rand): “Begrave Blasius Bocket Willemsz. muntmeester sterf ao. XV XXVIII den XXII November ende Katrina Pie … [de rest van de tekst is onleesbaar]”. “Wapenschild met helm en helmkleed getooid met helmteken (paardekop), het schild gedeeld met rechts een boom met wortels, linkerkwartier met drie ballen en … een kwartier met drie muizen.” (Inventarisatie zerkvloer. Restauratie Augustijnenkerk te Dordrecht, 14 sept. 1994)

Kinderen o.a. (ex 2, volgorde onzeker):

a. Willem Blasiusz. Boucquet, geboren ca. 1505 (56 jaar in 1561, 63 jaar oud in 1569), generaal van de Munt der Koninklijke Majesteit en schepen in wette van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 727, akte dd 1 mrt. 1569), hoogheemraad van Zwijndrecht, overleden Dordrecht 28 sept. 1570 (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342)

– 19 sept. 1561: verklaring op verzoek van Joseph Brusaert, munter van de Munt van Brabant en Holland, door Willem Bucket Blasiusz., generaal van de Munte “over dese Nederlanden”, 56 jaar, Heijman van Blienburch heer Adriaensz., waardijn, 51 jaar, Gerrit Pietersz. Dou, muntmeester, 45 jaar, en mr. Pieter Sanders, assayeur van de Munt in Holland, 53 jaar oud. De deposanten verklaren, dat in het laatst van de zomer van het jaar 1557, toen Bucket muntmeester, Van Blienburch waardijn en mr. Pieter Sanders assayeur van de Munt in Holland was, voornoemde Willem Bucket bevel gekregen heeft van de koning [Filips II] om alle werklieden en munters, “die dzelve Bucket als muntmeester zoude connen gecrighen”, bijeen te roepen, omdat er een grote hoeveelheid zilver uit Spanje was aangekomen, “twelck zijne [majesteit] met alle diligentie ende haesticheijt wilde opgemaeckt ende gewrocht te hebben”. Aangezien zij, deposanten, vernomen hadden, dat ene Andries Adriaensz. en de rekwirant, Joseph Brusaert, resp. als werkman en munter werkzaam waren in de Munt te Nijmegen, hebben zij hen aangeschreven met het verzoek om zo spoedig mogelijk naar Dordrecht te komen. Brusaert is toen naar de Munt in Dordrecht gereisd, heeft daar “sitten munten alleen zeeckeren tijt  ontrent dat dandere munters all tot Antwerpen werckende waren”, en heeft toen binnen 24 uur alleen gemunt iets minder dan “400 mark phillippus penningen”. De andere munters hebben, toen zij uit Antwerpen teruggekeerd waren, toegestaan, dat Brusaert samen met hen bleef munten, zonder daarover enige “clachte jegens hen deposanten te doen”. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 69)

Zoon:

a-1. Johan Willemsz. Boucquet, geboren ca. 1542, trouwde Margaretha Heymansdr. van Blyenburg

Zoon:

a-1-1. Blasius Boucquet, geboren ca. 1567, overleden, 24 jaar oud, te Padua op 31 nov. 1591 (grafmonument ald. in de kloostergalerij van San Antonio: zie hieronder)

(Foto: Kitty W. Chalmers Hoynck van Papendrecht)

b. Jan Blasiusz. Boucquet, geboren ca. 1509 [= kwartier 24826]

c. Blasius Blasiusz. Boucquet, geboren ca. 1510 (61 jaar oud in 1571), gezworen wisselaar van de Koninklijke Majesteit (ORA Dordrecht inv. 728, f. 272, akte dd 27 nov. 1571)

d. Cornelia (Neelgen) Blasiusdr., overleden in 1573, trouwde Gijsbert van Haerlem Jansz., geboren naar schatting ca. 1510, schepen van Dordrecht (1558), overleden 1573 (Balen, deel II, p. 1062)

– Allerkinderen (28 dec.) 1534: Ghijsbrecht Jansz. van Haerlem wordt opgenomen in het Houtkopersgilde te Dordrecht, betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 23v)

e. Jacob Bucket Blasiusz.

– 7 mei 1550: Jacob Blasiusz. transporteert aan Willem Blasiusz. muntmeester een rentebrief van 2 Philipsguldens jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 227)

– 5 nov. 1556: Jacob Bucket Blasiusz. verleent procuratie aan Aert van Gheel om aan de erfgenamen van Aernt Brouwer te transporteren zijn aandeel in alzulke moeren als hem aanbestorven zijn bij overlijden van Pieter van Bree en Neeltgen van Bree, zijn grootouders, en die hij verkocht heeft aan wijlen Aernt Brouwer. (ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw), akte 344)

49654. Jan Gijsbrechtsz. Coninck, terechtgesteld te Brussel in 1570, trouwde

49655. NN

“Ten slotte moet er nog iets gezegd worden over Johan Gysbrechtsz. Coninck, die … de drie Rotterdamsche Watergeuzen [Ruymvel, Moelenaer en Calffvel] aan den Raad van Beroerten verried. Coninck was de vader van een bekenden Watergeus uit Dordrecht. Deze, Gijsbert Jansz. Coninck, was in het najaar van 1570 bij den aanslag van den Prins van Oranje op Dordrecht tusschenpersoon. In het geheim onderhandelde hij met de burgers van Dordrecht in het huis van zijn oom. De aanslag lekte echter uit. Coninck jr. wist te ontsnappen, maar zijn vader werd gegrepen. Later te Brussel verhoord, maakte deze de namen van Ruymvel, Moelenaer en Calffvel bekend. … Veel hebben hem zijn bekentenissen echter niet mogen baten. De brandstapel moest hij toch beklimmen.” (F. Vogel, Onbekende briefwisseling over drie Rotterdamsche Watergeuzen, p. 128 [internet])

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Maria Jansdr., geboren naar schatting ca. 1515 ( = kwartier 24827)

b. Gijsbrecht Jansz. Coninck, geboren ca. 1520, dijkgraaf van de Alblasserwaard (vermeld 1579, 1580), overleden ca. 1582, trouwde 1e Elijsabeth Bouwensdr. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 57v, akte dd 4 sept. 1567), 2e Trijntgen Dirksdr.

– 15 aug. 1550: Elizabeth Jansdr., weduwe van Jan Pietersz., en Ghijsbrecht Jansz. Coninck verkopen aan Willem Cornelisz. korenkoper een jaarlijkse losrente van 2 Vlaamse ponden, verzekerd op een huis op het Groothoofd, genaamd “de Kul”, staande tussen het huis van Frans Moelen en het huis van voornoemde Elizabeth Jansdr. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 339)

– 16 febr. 1553: op verzoek van Claes van Beveren Claesz. leggen Ghijsbert Jansz. Coning, 34 jaar oud en Adriaen Dircxsz. Coning, 43 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 698, f. 166)

– 26 april 1561: Sijbert Jansz. stelt zich t.b.v. Gijsbert Jansz. Coeninck borg voor de lichting van een bedrag van 8 ponden 1 sch. Vlaams, welke hij schuldig is aan Pieter de Roe, stuurman van Zierikzee en die berusten onder Jacob Cornelisz. Stercke. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 177v)

– 27 april 1569: verklaring op verzoek van Adriaen Huijgensz., inwonende poorter van Dordrecht, door Gijsbrecht Jansz. Coeninck, 48 jaar oud en Cornelis Evertsz., oudraad van Dordrecht, ongeveer 50 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, f. 70)

– 29 april 1569: Gijsbrecht Jansz. Coninck transporteert aan Heijltgen Jansdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., een obligatie van ruim 27 ponden Vlaams ten laste van Lop Couwenborch. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 173)

– 19 jan. 1571: Heijltgen Jansdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., verkoopt aan haar broer, Gijsbrecht Jansz. Coninck, een vierde part in een huis, genaamd “den Horen”, staande bij het Groothoofd tussen het huis van de koper en dat van Wit Jansz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 275 gl. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 517 en 518)]

– 20 okt. 1571: Henrick Wolfaertsz., inwonende poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor Ghijsbrecht Jansz. Coeninck, wegens een somma 39 gl. 15 st., welke Ghijsbrecht schuldig is of bij vonnis van het Hof van Holland zal moeten betalen aan Trijntken van Kempe, brouwster te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 928)

– 21 juli 1578: verklaring op verzoek van Willem Bastiaensz., schrijnwerker te Dordrecht, door Ghijsbrecht Jansz. Coninck, ongeveer 56 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 74)

– 29 jan. 1579: Ghijsbrecht Jansz. Coninck, als watergraaf van “de Graeff” en Alblas, verleent procuratie aan Pieter Thonisz. van Alblas waterbode om namens hem te bekeuren alle molens, die boven het peil zouden mogen bevonden worden te malen, de betreffende boeten en andere boeten te innen, etc. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 18v)

– 1580 (50e penning Dordrecht, f. 26): Ghijssbert Jansz. Coninck betaalt 20 ponden voor zijn huis in de Wijnstraat.

– 16 juli 1580: Gijsbrecht Jansz. Coninck, dijkgraaf en Dirck Philipsz., Cornelis van Scharlaecken Gijsbertsz. en Meijnaert van Segwaert, hoogdijkheemraden van de Alblasserwaard, voor zichzelf en vervangende de overige hoogdijkheemraden van de Alblasserwaard, verlenen procuratie ad lites aan Cornelis van Dam, procureur voor het Hof van Holland contra jonkvrouw Anna van Outheusden, weduwe van mr. Aerndt Coebel. (ORA Dordrecht inv. 736, akte 17)

– 22 april 1583: Trijntgen Dircxdr., weduwe van Ghijsbrecht Jansz. Coninck, in zijn leven dijkgraaf van de Alblasserwaard, doet afstand van de vordering, die haar man had op “die van Blesgensgraaf, Gijbelant ende Brantwijk.” (ORA Dordrecht inv. 737, f. 3)

– 31 juli 1586: Boudewijn Conincxs, zeepzieder en burger van Dordrecht, verklaart, dat Jan Gijsbrechtsz., nagelaten weeskind van Gijsbert Jansz. Coninck, nog in leven is en dat hij hem diezelfde dag nog gezien, gesproken en de hand geschud heeft. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 33v)

Kinderen

(ex 1):

b-1. Boudewijn Gijsbertsz. Coninck, schepen van Dordrecht

(ex ?):

b-2. Jan Gijsbrechtsz.

c. Pieter Jansz., waard in “het Saracijnshoofd” te Dordrecht (1570)

– 31 okt. 1570: Pieter Jansz., waard in “het Saracijnshoofd” en inwonende poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn broer Gijsbrecht Jansz. Coeninck om te voldoen het gewijsde van het Hof van Holland tussen broeder Jacob Thielmansz., conventueel van het Augustijnenklooster te Dordrecht, eiser, en Gijsbrecht Jansz. Coeninck, gedaagde. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 20)

d. Heijltken Jansdr., trouwde Gerrit Cornelisz.

– 19 jan. 1571: Heijltgen Jansdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., verkoopt aan haar broer, Gijsbrecht Jansz. Coninck, een vierde part in een huis, genaamd “den Horen”, staande bij het Groothoofd tussen het huis van de koper en dat van Wit Jansz. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 275 gl. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 517 en 518)

– 20 mrt. 1571: Gijsbrecht Jansz. Coeninck verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn zuster Heijltken Jansdr. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 114v)

– 22 juni 1571: Heijltgen Jansdr., weduwe van Gerrit Cornelisz., stelt zich borg voor haar broer Gijsbert Jansz. Coeninck. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 193)

50560. Joost Adriaensz., geboren naar schatting ca. 1505, trouwde

50561. NN

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 131)

51464. Theunis Jansz. Ruijchrock, geboren ca. 1510, bouwman te Wassenaar, overleden ca. 1575, trouwde Rijswijk 10 april 1535

51465. Machteld Harpersdr. van der Werve, geboren naar schatting ca. 1515, overleden dec. 1579

51466. Florens Jorisz., geboren ca. 1520, overleden Wassenaar 1564

51468. Cornelis Cornelisz. in’t Weer, geboren ca. 1510, schout, schepen en ambachtsbewaarder te Wassenaar, overleden voor mei 1582, trouwde

51469. Sijtgen Jan Jansdr.

51470. Cornelis Jansz. Sas, overleden voor febr. 1600, trouwde ca. 1545

51471. Beatrix Gerritsdr. Moijenkint, geboren ca. 1520, overleden in 1600

(familiezwaan.nl)

51504. Claes Willemsz. van Santvliet, bouwman, bezat 763 roeden eigen landen pachtte 24 morgen met de boerderij genaamd “Santvliet” (nu Keukenhof), gelegen aan de noordzijde van Lisse “aan de Beeck” in 1554-1560, overleden ca. 1584, trouwde 1e NN, 2e Annetgen Meussendr.

(Kronieken 1994, nr. 1, p. 1)

Tussen 1544 en 1560 Claes Willem bezat 763 roeden eigen land en pachtte 24 morgen met de boerderij genaamd “Santvliet” gelegen aan de noordzijde van Lisse “aan de beeck” in 1544-1560.

51518. Jan Daniëlsz. van Tetrode, geboren ca. 1525, pacht land in Noordwijkerhout (1563), overleden voor 20 dec. 1578, trouwde

51519. NN Geritsdr. van der Meer

(http://members.home.nl/mtettero/Genealogie.html#7)

51554. Jacob Claesz. die Swart alias ‘s-Gravendijk, trouwde

51555. IJmmetje Adriaensdr., geboren ca. 1505, overleden voor 1576

53368. Adriaen Willemsz., leenman van de Hofstad van de Wateringe, overleden tussen 18 aug. 1536 en 20 april 1538, trouwde

53369. Neeltgen Mertijnsdr., trouwde 2e voor 4 okt. 1538 Michiel Jaspersz.

(Morien, o.c., p. 4)

54336. Claes Sijmonsz. van der Chijs, overleden ca. 1606, trouwde 1e NN, 2e Maritge Aertdsr. Pannitgen

54338. Arijen Arijensz. van Geer Aertsberch, vermeld te Zevenhuizen, overleden na 9 jan. 1613

54339. Sophia Adriaensdr., overleden voor 7 dec. 1611

55204. Jan Voppen (de Oude), wonende in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, vermeld in de 10e penning 1543, 1553, 1559, 1561, overleden na 1568

(Prometheus XV, p. 258)

56194. Steven Ariensz., geboren naar schatting ca. 1520, viskoper, overleden tussen 27 mei 1566 en 3 jan. 1575, trouwde 2e Aechgen Pietersdr., 1e

56195. Lijntgen Ockersdr.

(ORA Dordrecht inv. 745, f. 248v e.v.)

–  10 sept. 1560: Steven Adriaensz. viskoper, voor zichzelf, Herman Ariaensz., als man van Marijchen Jacobsdr. en tevens vervangende de weeskinderen van wijlen Henrick Mathijsz., en Aeltgen Adriaensdr., voor de ene helft, en Adriaen Jacobsz., als man van Meeusken Adriaensdr. en tevens vervangende Jan Cornelisz., als man van Aeltgen Jansdr., Gerrit Euwoutsz., als man van Jannechen Adriaensdr., Willem Adriaensz., voor zichzelf, Borgert Laurensz., als man van Jannechen Adriaensdr., en Cornelis Adriaensz., voor zichzelf, voor de wederhelft, verkopen aan Jan Adriaensz. een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jan de ijzerman en dat van Joost Gerritsz. (ORA Dordrecht inv. 702)

– 4 dec. 1561: compareren ter secretarie van Dordrecht Henrick Pietersz., voor zichzelf, en Steven Adriaensz. viskoper, als man van Aechken Pietersdr. Zij “constitueren zich appelanten of reformanten” aan het Hof van Holland van zeker vonnis, dat op 27 nov. 1561 door de Kamer Juditiaal uitgesproken is in het proces tussen Meus Goebelsz. brouwer als eiser en hen, comparanten, als gedaagden. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 230)

– 27 mei 1566: Steven Adriaensz., viskoper te Dordrecht, verkoopt aan Stephanie Gerritsdr., weduwe van Adriaen Jansz. kuiper, een huis in de Breestraat. Stephanie is schuldig aan Steven Adriaensz. een somma van 22 Vlaamse ponden. (ORA Dordrecht inv. 1541, akten 422 en 423)

Kinderen (volgorde onzeker):

Ex 1:

a. Lucia (Sijchgen) Stevensdr. (= kwartier 28097)

b. Marijcken Stevensdr., trouwde Pieter Pietersz. van Bossenhoven

– 4 dec. 1577: Pieter van Bossenhoven, als man van Marijcken Stevensdr., Frans Willemsz. Kin, als man van Lijntgen Ockersdr., en Lucia Stevensdr., samen tevens vervangende de weeskinderen van wijlen Adriaen Stevensz., als mede-erfgenamen van Steven Adriaensz. viskoper, verkopen aan Geerit Jansz. van Baertwijck een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van de erfgenamen van voornoemde Steven Adriaensz. en het huis van Cornelis de kuiper. Waarborgen: mr. Adriaen Stevensz. en Govert Stevensz. De koper is schuldig aan de vier verkopers elk een bedrag van 21 ponden 3 schellingen 4 groten Vlaams. Borg: Claes Joosten schipper. (ORA Dordrecht inv. 1569, f. 157v e.v.)

– 30 jan. 1582: Pieter Pietersz. van Bossenhoven, als man van Marijcken Stevensdr. en Adriaen Roeloffsz. viskoper, als man van Sijcken Stevensdr., verklaren voldaan te zijn uit handen van Marijken Dircxdr., [vrouw van Franchois Wolfaerts], hun nicht, van de penningen en rentebrieven, die aan hen zijn gelegateerd in het testament van wijlen Aeltgen Adriaensdr., de “moije” van hun vrouwen. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 286) Op 31 jan. 1582 verklaart Ghijsbrecht Willemsz., wonende te Delft, als man van Fijchgen Stevensdr., dat hij uit handen van voornoemde Marijken Dircxdr. een legaat van 250 gl. heeft ontvangen. Een andere legataris van Aeltgen Adriaensdr. is Govert Stevensz., wonende te Rotterdam. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 286v en 287v, akten dd 31 jan. en 2 febr. 1582)

c. Adriaen Stevensz.

Ex 2:

d. Govert Stevensz., wonende te Rotterdam (1582)

e. mr. Adriaen van Merenborch Stevensz.

f. Henrick Stevensz.

g. Fijchgen Stevensdr., trouwde Ghijsbrecht Willemsz., wonende te Delft (1582)

ORA Dordrecht inv. 1567, f. 100 e.v.: op 3 jan. 1575 verklaren Pieter Pietersz. van Boshoven, als man van Marijcken Stevensdr., Frans Willemsz., als man van Lijntgen Ockersdr. [sic], Lucia Stevensdr., en Pieter Pietersz. van Boshoven en Frans Willemsz. tevens namens de weeskinderen van wijlen Adriaen Stevensz., allen voorkinderen van Steven Adriaensz. viskoper, verwekt bij Lijntgen Ockersdr., enerzijds en mr. Adriaen Stevensz., Govert Stevensz. en Henrick Pietersz. van Meerenborch, als oom en voogd van Fijchgen Stevensdr. en Henrick Stevensz.., nakinderen van Steven Adriaensz., verwekt bij Aechgen Pietersdr., dat zij de goederen, die Steven Adriaensz. en Aechgen Pietersdr. nagelaten hebben, onderling hebben verdeeld. De voorkinderen krijgen een huis op de Riedijk, staande tussen de erfgenamen van Steven Adriaensz. en dat van Cornelis Meusz. de kuiper, in welk huis Gijsbert Pietersz. die Paep woont, alsmede een zouthuis in de Visstraat, staande naast het huis van Joris de mesmaker, en hun erfportie in de nalatenschap van Grietgen Ariensdr. De nakinderen krijgen het grote huis met de oliemolen, staande op de Riedijk tussen het huis, genaamd “Leijden” en het huis, waarin Gijsbert Pietersz. Paep woont, met het “hoijhuijs”, staande in het Torenstraatje, land in Alblas, Oudewater, de Lindt, Barendrecht en aan de Dussen, en een vierde part in het huis “van bestevaeder”, staande in de Grote Spuistraat. 

ORA Dordrecht inv. 1568, f. 101v: op 5 april 1576 verklaren op verzoek van Cornelis Jan Ockersz. van Alblas, waard in “de Davit” te Dordrecht, Henrick Pietersz. van Meerenborch, ongeveer 55 jaar oud, en Jan Cornelisz. “baeckerman”, 33 jaar oud, dat zij omtrent Kerstmis 1575 zij geweest zijn ten huize van Cornelis Jan Ockersz., nl. in “de Davit” op de Riedijk, waar Henrick Pietersz. van Meerenborch, als voogd van de kinderen van wijlen Steven Adriaensz., verwekt bij Aechgen Pietersdr., zijn zuster, Pieter Pietersz. en Frans Willemsz. de Kin, erfgenamen van Steven Adriaensz., aan Ghijsbert Pietersz. Paep verhuurd hebben het huis, genaamd “den Davidt”, voor vijf achtervolgende jaren en voor 33 gl. per jaar. 

ORA Dordrecht inv. 1570, f. 68v e.v.: op 18 juli 1578 verklaren mr. Adriaen van Merenborch Stevensz., Ghijsbrecht Willemsz., als man van Fijtgen Stevensdr. en Henrick Stevensz., dat zij de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, Steven Adriaensz. en Aechgen Pietersdr., onderling hebben verdeeld. Tot de nalatenschap behoren o.a.: land in Oudewater en een erfpacht aldaar, een rentebrief van 2 ponden Vlaams jaarlijks, “sprekende in die Matena tot Alblas”, een vierde part in een huisje, gemeen met Leentgen en Aeltgen Adriaensdrs., land in Barendrecht, gemeen met Henrick Pietersz. van Merenborch en Arien van Mosiënbrouck, hun ooms, land in Kijfhoek, land in Alblas, land in de Lindt, gemeen met de erfgenamen van Aeltgen Henricxdr. van Nispen, hun tante, een huis op de Riedijk te Dordrecht met een oliemolen en een huis “over de gracht”, land aan de Dussen, land in Strijen, en een erfportie, hun aangekomen bij overlijden van hun tante Grietgen Adriaensdr., waarvan “den boel beseten wort in lijfftocht bij Digna Woutersdr.”

61238. Steven Willemsz., vleeshouwer te Dordrecht, overleden voor 18 mei 1564, trouwde

61239. Neeltgen Louven, overleden tussen 28 sept. 1571 en 13 dec. 1575

– 18 mei 1564: Steven Cornelisz. vleeshouwer verkoopt aan Neeltgen Louvendr., weduwe van Steven Willemsz. vleeshouwer, een huis aan de Poortzijde bij de Visbrug [Groenmarkt], staande tussen het huis van Neeltgen Louven en dat van Marigen Louven, weduwe van Aert Jansz. (ORA Dordrecht inv. 704, f. 155v)

– 28 sept. 1571: Cornelis Reijersz. smid verkoopt aan Neeltgen Louven, weduwe van Steven Willemsz. vleeshouwer, een huis, “zoe timmeraige als metselarije”, in het Tolbrugstraatje Waterzijde, staande op grond en erf, toebehorende aan koopster, hetwelk hij, comparant, eertijds heeft gehuurd van Neeltgen Louven voor een periode van 6 jaar, thans “geëxpireert” zijnde. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 904)

– 13 dec. 1575: Anna Stevensdr. en Adriaen Snouck Govertsz., als man van Aeffken Hermansdr., voor zichzelf en vervangende de overige erfgenamen van wijlen Neeltge Louven, verklaren, dat Jaepge Stevensdr. afgelost heeft een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op een huis, staande op de westhoek van de Visbrug aan de Poortzijde, van welk huis genoemde erfgenamen samen eigenaar zijn. Zij stemmen erin toe, dat Jaepge het huis opnieuw belast met een rente van 9 gl. Jaepge Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. van Ammeroijen, verklaart, dat zij, in overeenstemming met het testament, dat door haar man is gepasseerd op 9 okt. 1574 en met toestemming van de overige erfgenamen van haar moeder Neeltge Louven, aan de meesters van het Sacramentsgasthuis een jaarlijkse losrente van 3 gl. verkoopt, welke verzekerd is op het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 59v en 60)

– 3 aug. 1581: Lijsken Maertensdr., geassisteerd met haar moeder Marijken Louven, verklaart volledig voldaan te zijn door Neeltken Louvendr., weduwe van Steven Willemsz. vleeshouwer en Govert Aertsz. vleeshouwer [getrouwd met Jaepken Stevensdr.], van hetgeen haar is aangekomen bij overlijden van haar vader Maerten Jacobsz. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 215)

– 30 sept. 1583: Adriaen Snouck Govertsz., als man van Aeffgen Hermansdr., Jan Bongert Aertsz., als man van Willemken Zoetmansdr. en Herman Zoetmansz. voor zichzelf, als erfgenamen van wijlen Neeltgen Louven, hun grootmoeder, verkopen aan Willem Dirksz. Stoop, oud-burgemeester van Dordrecht, Govert van Beaumont Jansz., Adriaen Dirksz. Droochgen en Adriaen Jansz., allen Oudemanhuismeesters, ten behoeve van het Oudemanhuis te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 14 gl. en 17 st. en 1 oortje, verzekerd op een huis aan de Poortzijde, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. vleeshouwer en dat Maerten Pietersz. en zijn weeskinderen. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 136)

– 29 juni 1610: comp. Aernt Maertensz., ambachtsheer van Schobbelantsambacht, en Willem Jansz. Bongert, houtkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Steven Jacobsz. van der Mast, wonende in Beijerland, namens zijn kinderen, genaamd Jacob, Fijcken en Emmeken Stevens, voor een achtste part, Jacob Adriaensz. namens zijn kinderen voor 1/24 part, Pauwels Pietersz., man van Neeltgen Pleunen, namens zijn kinderen voor een twaalfde part, samen makende de staak van Jacob Stevensz., voor een vierde part, Aernt Maertensz. nog als administrateur van de goederen van Jan Hermansz. en Neeltgen Hermansdr., kinderen van Herman Soetmansz., voor een twaalfde part, Willem Bongaert nog namens Herman Bongaert, [zijn broer], en Neeltgen en Anneken Bongaert, zijn zusters, voor een twaalfde part, Cornelia Snoucken, weduwe van Joriaen van Bouckholt, voor zichzelf en namens haar dochtertje, voor een twaalfde part, makende samen de staak van Neeltgen Stevens, voor een vierde part, Joost van der Velde, als man van Anneken Stevens Pietermansdr., heer Jan Pietermans, als voogd van de overige kinderen van Steven Pietermans en tevens vervangende Maerten Pietermans, zijn broer, en diens kinderen, voor een vierde part, samen kinderen van wijlen Hilleken Stevensdr., allen erfgenamen van Jaepken Stevensdr. van der Mast, alsmede Pieter Willemse schiptimmerman, als man van Weijntgen Theunisdr., voor zichzelf en tevens vervangende Theunis Stevensz., weeskind van Grietge Maerten Pietermansdr. en Theuntge Hericxdr., weeskind van Hilleken Thonisdr., kinderen, kinderen en erfgenamen van Grietgen Maertensdr., die erfgename was van Anneke Stevensdr. van der Mast. Zij verkopen aan Adriaen de Jongh Hericxsz., beenhakker en burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt] omtrent de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Jan Jacobsz. Cotermans, brouwer in “den Haen”, en het huis van Neeltgen en Lijsbeth Joosten, genaamd “Rosecrans”, De koper is schuldig aan Jacob, Fijcken en Emmeken Steven Jacobsz. 612 gl. 10 st., aan de kinderen van Jacob Adriaensz. in IJsselmonde 204 gl. 3 st. 4 d., en aan de kinderen van Pauwels Pietersz., als man van Neeltgen Pleunen 408 gl. 6 st. 8d. (ORA Dordrecht inv. 1587, f. 86v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Neeltgen Stevensdr. (= kwartier 30619)

b. Jaepken Stevensdr, geboren naar schatting ca. 1525, overleden in of na 1585, trouwde naar schatting ca. 1550 Govert Aertsz. (van Ammeroijen, van Amerongen), geboren naar schatting ca. 1525, vleeshouwer te Dordrecht, overleden ca. 1575, zoon van Aert Govertsz., vleeshouwer te Dordrecht en Marijcken Willemsdr.

– 9 mei 1585: Jaepken Stevensdr., weduwe van Govert Aertsz. vleeshouwer verkoopt aan Frans Cornelisz. grote werkman een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Jan Geeritsz. sledenaar en dat van Geerit Geeritsz. Schut. Waarborgen: Jan Bongaert houtkoper en Arien Govertsz. Snouck houtkoper. Koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 1088 gl. Borg: Adriaen Jansz. brouwer in “het Rijplant”. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 171 e.v.)

c. Anna Stevensdr.

d. Jacob Steven Willemsz. (van der Mast), trouwde Emmeken van Beveren Claesdr., dochter van Claes van Beveren en Jacobmina Snouck (kwartieren 61246 en 61247)

61246. Klaas (Nicolaas) van Beveren Willemsz., geboren naar schatting ca. 1485, schepen van Dordrecht 1515, 1518, 1519, 1523, 1527, 1528, leenman van de visserij van Dordsmonde, overleden 6 nov. 1529, trouwde 11 aug. 1515 (huwelijkse voorwaarden)

61247. Jacobmina (Jaepken) Evertsdr. Snouck, geboren naar schatting ca. 1495 vermoedelijk in Gorinchem, overleden Dordrecht juli 1578, verkrijgt op 11 jan. 1509 van haar grootmoeder Marijken Jacop Snoecks weduwe een uitkering tot haar zeventiende jaar. (Balen, o.c., deel II, p. 955; De Nederlandsche Leeuw 1909, kol. 43; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777)

–  16 nov. 1546: Jacobmina Evertsdr. Snouck, weduwe van Claes van Beveren, verklaart, dat zij om goede nabuurschap te houden met Cornelis Jacobsz. van Nieuwelant, “waert int Groene Poirt genaempt den Ancker”, o.a. toestaat, dat hij in de muur van het huis, waarin zij woont, genaamd “het Beerken”, twee balken zal leggen. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 267)

– 1552:  Jacomine Evertsdr., weduwe van Claes van Beveren Willemsz., transporteert aan haar zoon Cornelis van Beveren Claesz. een huis, erf en brouwerij “Het Beerken” op het Groothoofd tegenover de Hoppenbrouwsteiger, staande en gelegen tussen het huis “Londen” van Cornelis van Nuijs en het huis “Die Groenpoort”. (“Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen.” Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007, p. 79-80)

– 14 jan. 1557: verklaring door Cornelis van Beveren Claesz., oudraad in wette van Dordrecht, 38 jaar oud, op verzoek van Heijnrick van Duijsborch, burger van Nijmegen. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 118v e.v.)

– 9 aug. 1569: Jaepken Evert Snouckendr., weduwe van Claes van Beveren, verkoopt aan haar schoonzoon, Herman Bacharach, een tuin met drie huisjes in de Nieuwstraat, staande en gelegen tussen de stadsgracht en het huisje van Reijer Jacobsz. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 20 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 228 e.v.)

– 9 aug. 1569: Jaepke Evert Snouckendr., weduwe van Claes van Beveren schenkt Neeltge Steven van Rijsborchsdr., nagelaten weeskind van Marige Claesdr. van Beveren, de eigendom van een “willekoersbrief” van 1 pond Vlaams jaarlijks, gepasseerd voor het Gerecht te Alblasserdam op 25 april 1551, welke 1 pond nu ieder jaar betaald wordt door Maerten Waelen. De comparante behoudt tot aan haar overlijden het vruchtgebruik van de rentebrief. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 229v)

– 10 nov. 1579: verdeling van de goederen, nagelaten door Jaepke Snoucken, weduwe van Nicolaes van Beveren Willemsz., door haar erfgenamen, t.w. Catharina van Kempen, weduwe van Cornelis van Beveren Claesz., Adolff Hes, als man van Jaepge Cornelisdr. van Beveren, Pieter Henricxsz., als man van Machtelt Cornelisdr. van Beveren en Adriaentge Cornelisdr. van Beveren, voor zichzelf en vervangende Pieter van Beveren Cornelisz., samen voor een staak, Nicolaas van Beveren Claesz., voor eenn staak, Geertruijt van Beveren Claesdr., weduwe van Herman Bacharach, voor eenn staak, Adriaen Louff Adriaensz., als man van Anneke Claesdr. van Beveren, voor een staak, Steven Willemsz. Rijsborch, weduwnaar van Marike Claesdr. van Beveren, Jan Ambrosiusz., als man van Marige Stevensdr., Claes Stevensz. Rijsborch en Brixius [sic,] als man van Neelke Stevensdr. Rijsborch, voor henzelf en samen vervangende Jan Willemsz., als man van Anneke Stevensdr., Volcxke Stevensdr. en Willem Rijsborch Stevensz., samen voor een staak en Steven Jacobsz., voor zichzelf en vervangende zijn zuster en zusters kinderen “als ofgecomen van Emmeken van Beveren Claesdr.”, voor de laatste staak. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 198v)

Kinderen (o.a.):

a. Cornelis van Beveren Claesz., geboren ca. 1518, schepen van Dordrecht 1543, oudraad in wette van Dordrecht (1556), trouwde Katharina van (de) Kempen Pietersdr., geboren ca. 1522

– 19 april 1544: Mariken, de weduwe van Pieter van Kempen, haar schoonzoon Cornelis van Beveren Claesz., echtgenoot van Katerina Pietersdr. van Kempen, en Balthasar Pietersz. van Kempen, samen mede vervangende Melchior, Henrick, Machtelt, Hillegont en Anneken Pieters van Kempen, verlenen procuratie aan Henrick Houffslager, wonende te Kempen, om te innen een bedrag van 33 goudgulden, die Jan Ondernoete aan hen schuldig is wegens zeker land, gelegen in de “voechdie van Gelre”, en om te herroepen de procuratie, die wijlen Pieter Plonisz. van Kempen verleend heeft aan genoemde Jan Ondernote. (ORA Dordrecht inv. 1530 (nieuw), akte 2)

– Sint Ponciaensdag 1556: verklaring op verzoek van Heijnrick van Dousburch, burger van Nijmegen, door Cornelis van Beveren Claesz., oudraad in wette van Dordrecht, 38 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw), akte 421)

– 16 aug. 1578: op verzoek van de erfgenamen van Lijsbet Cornelisdr. uit Brandwijk, van wie vader was wijlen Cornelis Dircxsz., schout van Brandwijk, verklaart Trijntgen van Kempen, weduwe van Cornelis van Beveren Claesz., ongeveer 56 jaar oud, dat “ten tijde als Dordrecht eerst gerevolteert was”, in haar huis bij het Groothoofd gewoond hebben wijlen heer Daniël Damas met zijn “jonkwijf” [dienstmaagd] Adriana Eewoutsdr. en haar kind Elisabeth Cornelisdr. Aangezien heer Daniël veel van dat kind hield, heeft deposante tegen hem gezegd: “hoe hout ghij dus veel van dit kint”, waarop heer Daniël geantwoord heeft: “dat kint (denoterende de voirsz. Elisabeth Cornelisdr.) es mijn kint, ende het sal van mij wel ses off seven hondert schilt hebben”. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 95)

– 20 jan. 1579: Pieter van Beveren Cornelisz., burger van Dordrecht, verleent procuratie aan zijn moeder Catharina van Kempen, weduwe van Cornelis van Beveren, om te innen de pacht van zekere vroon en het recht vandien, die hij bezit in zekere visserij, strekkende van Dordrechtsmonde “die Dubbel vuijt”, aan de ene zijde “belegen” met Dubbeldam, de Mijl en Puttershoek en aan de andere zijde Zwijndrecht, strekkende tot Barendrecht toe, hem aangekomen bij overlijden van zijn broer Claes van Beveren, als zijn naaste leenvolger. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 14v)

b. Maria van Beveren, overleden in 1552, trouwde Steven Rijsberch Willemsz.

c. Anna van Beveren, overleden in 1587, trouwde Adriaan Louff Adriaensz., overleden 1 febr. 1593

d. Klaas van Beveren, baljuw en schout van Schiedam

e. Geertruijd van Beveren, trouwde Herman Bacharach

(Balen, o.c., deel II, p. 953 e.v.)

f. Emmeken van Beveren Claesdr., overleden tussen 8 juni 1568 en 2 mrt. 1574, trouwde 1e Jacob Steven Willemsz. (van der Mast), 2e voor 8 juni 1568 Joris Bol Jansz., 3e Cornelis Adriaensz.

(Balen, o.c., deel II, p. 954; Ons Voorgeslacht 2000, p. 319) 

61264. Maerten Simon Willemsz., trouwde

61265. Catharina Kaller

61266. Willem Bouwensz. Kette, trouwde

61267. Cornelia NN

61792. Cornelis Willemsz. Stercken, geboren ca. 1514, kuiper, overleden tussen 1 febr. 1557 en 10 febr. 1569, trouwde naar schatting ca. 1535

61793. Jacobmina Adriaensdr.

– 6 nov. 1543: Dirck Huijbrechtsz, poorter van Geertruidenberg, als man van Marijcken Adriaensdr., weduw van Gerit Sijmonsz. van Aken, verkoopt aan Cornelis Willem Clemensz., burgemeester van Dordrecht, “alle alsulcke vierendeel van alle die gemeen sculden als hem competeert ter cause vanden coopmanscap die Sijmon van Aken mitten voornoemden Cornelis Willem Clemensz. en B[e]atris Zijberts gemeen gedaen hebben”. (ORA Dordrecht inv. 1529 (nieuw), akte 207)

– 29 aug. 1552: verklaring op verzoek van Jan Maesz. schiptimmerman door Cornelis Willemsz. Stercke en Frans Staesz. in de Lelie. Zij verklaren, dat zij enige tijd tevoren in de Grote Kerk bijeengekomen zijn met mr. Willem Scoeck en Jan Gheritsz. de Heer. (ORA Dordrecht inv. 698, akte 474)

– 27 april 1553: Wendel Pietersdr., weduwe van Lenert Jansz. kuiper, verkoopt Cornelis Willemsz. Stercke de helft van een huis met een leeg erf daarnaast, staande en liggende in de opgang van de Nieuwbrug aan de Landzijde [Voorstraat] tussen het huis van Dirck Mollen en de stadssteiger, “zoe Cornelis dat nu ter tijt bewoent.” (ORA Dordrecht inv. 699, op een los briefje bij f. 8)

– 17 febr. 1554: verklaring op verzoek van Aris Heijnricxsz. kuiper door Cornelis Willemsz. Stercke, 40 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 89)

– 16 okt. 1556: Cornelis Willemsz. Stercke verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn zoon Jacop Cornelisz. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 89)

– 1 febr. 1557: verklaring door o.a. Joest Stoep Jansz, gezworen haringpakker te Dordrecht, 22 jaar oud, op verzoek van Cornelis Willemsz. Stercke, Gijsbert Jansz. Coning en Jan Blasiusz., kooplieden en poorters van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 700,f. 127v)

– 10 febr. 1569: op verzoek van Jacobmina Adriaensdr., weduwe van Cornelis Willemsz. Stercken, leggen Jacop Cornelisz. Stercken, 33 jaar oud, Sijbert Jan Sijbertsz., 40 jaar oud en Jan Lenaertsz., 32 jaar oud, poorters van Dordrecht, een verklaring af. Jacop Cornelisz. Stercken verklaart, dat hij de zoon en enige erfgenaam van Cornelis Willemsz. Stercken is en dat zijn moeder, Jacobmina Adriaensdr., na het overlijden van zijn vader in diens boedel is “blijven zitten”, zonder dat er een boedelscheiding of vertichting heeft plaatsgevonden. (ONA Dordrecht inv. 708, f. 141v)

61794. NN, geboren naar schatting ca. 1500, [= Pieter van Wesel Thomasz. ??], trouwde

61795. NN de Bye (Balen, o.c., deel II, p. 1264)]

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Thomas Pietersz. de Bije, olieslager te Dordrecht, trouwde Laurentia (Laurensken) Quirijnendr., geboren ca. 1530, trouwde 1e Willem Jansz. Louff, overleden voor 30 aug. 1567

– 15 okt. 1564: op verzoek van Thomas Pietersz. de Bije, olieslager en poorter van Dordrecht, legt mr. Jacob Fransz., basconter, 55 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 725, akte 316) 

– 30 aug. 1567: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Willem Jansz. Louff, tussen Thomas Pietersz. de Bije, als man van Laurentia Quirijnendr., eerder gehuwd geweest met wijlen Willem Jansz. Louff, enerzijds en Adriaen Jansz. Louff olieslager, Jan Gerritsz. brouwer en Jacob Bol Jansz., als voogden van Quirijn Willemsz. en Jan Willemsz., onmondige weeskinderen van Willem Jansz. Louff, door hem verwekt bij Laurentia Quirijnendr., anderzijds. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 50 e.v.)

– 1570: Thomas Pietersz. de Bije is schuldig aan Gijsbrecht Jansz., tresorier van Dordrecht, ten behoeve van de Stad Dordrecht een bedrag van 42 gl. 13 st. wegens de accijns van Giessendam en Giessen-Oudkerk, door hem, comparant gepacht. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 69v)

– 27 mei 1570: Thomas Pietersz. de Bije is schuldig aan Pieter Fransz. olieslager een somma van 20 Vlaamse ponden, verbindende een huis en oliemolen, staande bij de Vuilpoort tussen het huis van Henrick van Stepel en dat van Dirck Schouten. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 207)

– 27 juli 1590: op verzoek van Anneken Lamberts, weduwe van Jacob Cornelisz., leggen Laurensken Quirijnen, weduwe van Thomas de Bie, ongeveer 60 jaar oud en Lijntgen Quirijnen, weduwe van Pieter Fransz., 57 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 186)

b. Geertruijt Pietersdr. de Bije, geboren naar schatting ca. 1535

c. Andries Pietersz. de Bije, Watergeus, was bij de inname van Den Briel op 1 april 1572 (NNBW), trouwde Marijcken Cornelis Henricxsdr. (van Slingelant) (ORA Dordrecht inv. 737, f. 604 e.v., akte dd 21 juli 1584)

61796. Jacob van Wels, geboren naar schatting ca. 1480, overleden tussen 17 febr. 1532 (ORA Dordrecht inv. 728, akte 639 dd 31 mei 1571) en 24 dec. 1533, trouwde Dordrecht 4 okt. 1505 (huwelijkse voorwaarden: zie ORA Dordrecht inv. 1591, f. 56v e.v., akte dd 17 mei 1614)

61797. Dirksken Barhoutsdr., geboren naar schatting ca. 1485, overleden in 1565, trouwde 2e ca. 1535 Gijsbrecht van Arckel Andriesz., overleden ca. 1550.

Zij was eigenaresse van het huis “Mariënborch” en het huis “Henegouwen” met de twee daartoe behorende wijnkelders (in 1543 een van de twee grootste huizen van Dordrecht, in de 10e penning van dat jaar aangeslagen voor 88 gl.) in de Wijnstraat te Dordrecht. (Van Heijningen/Sigmond, o.c., p. 37)

Het huis Henegouwen in de Wijnstraat/Gravenstraat

– Allerkinderen (28 dec.) 1519: Jacop van Wels wordt gildebroeder van het Houtkopersgilde te Dordrecht. Hij heeft vier kinderen en betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 20)

– 23 jan. 1527: Bartout Dircxzoen, burgemeester van Dordrecht en de voogden van Willem, Dirck en Aliet, Jan Bartoutszoons onmondige kinderen, beloven goede voogden te zullen zijn. Borg is Jacop van Wels, zijn “zwager”. (Stadsarchief Dordrecht nr 1, inv. 15 akte nr. 1261)

– okt. 1527 (zonder dagnummer): Alit, Barthout Dircxszoons weduwe en de voogden van Willem en Dirck, Jan Barthoutszoons onmondige kinderen, verklaren het erfdeel van de kinderen goed te zullen beheren. Jacop van Wels is borg of getuige. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, inv. 15, akte nr. 1402)

– 19 mrt. 1547: Dirksken Barthoutsdr., vrouw van Gijsbrecht van Arckel, 56 [sic] jaar oud, verklaart op verzoek van Dirck Jansz. van Nuijssenburch, dat zij in de jaren 1531 en 1532 het beheer gehad heeft over de goederen van Dirck Jansz. van Nuijssenburch en zijn broer Willem Jansz. van Nuijssenburch en dat zij daarna “int geheel noch int deel eenich voirder bewint ofte goederen ofte penningen vande voersz. Nuijssenborchs twee zoonen vercoft noch ontfangen en heeft gehadt tot dese dage toe ende oock mede dat zij gheenen voirdere ontfange gehadt en heeft van een rent[e] van zes goude gulden siaers die den voersz. requirant met zijne broeder voernoemt jaerlijx sprekende hebben op Pijl van Amersforts erfgenamen lant dan vande jaeren [1530 en 1531]”. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 85)

– 1555 (haardstedengeld Dordrecht): Dircxken Barthouts betaalt 7 gl. voor haar huis [Mariënborch] in de Schrijversstraat (belenders: huis “de Clocke” en Aert Thonisz. coman), 3 gl. voor haar nieuwe huis in de Wijnstraat op de hoek van de Gravenstraat (belender: Jop van Teijlingen) en 1 gl. voor haar huis in de Gravenstraat (belenders: Jacop Jansz. en Goossen Matthijsz.) ( Stadsarchief Dordrecht nr. 1, inv. 524)

– 1558 (10e penning Dordrecht, f. 38v): Dircxgen Barthoutsdr. is eigenares van twee huizen, genaamd “Mariënborch”, getaxeerd op 54 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 5 Rijnse gl. 8 st. (internet)

– 1558 (10e penning Dordrecht f. 31): Jan van Wels huurt van zijn moeder een huis boven om 36 Rijnse gl. [in de Wijnstraat], beloopt de 10e penning 3 Rijnse gl. 12 st. Belenders: Jacob Oem en Pieter Hesseling (internet)

– 24 mrt. 1561: Dircxgen Barthoutsdr., weduwe van Gijsbrecht van Arckel, poorteres van Dordrecht, verleent procuratie ad recipienda debita aan Mariken Egbertsdr., vrouw van Willem Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 724, f. 8)

– 24 febr. 1562: Dircxken Barthoutsdr., weduwe van Jacob van Wels en Jacob van Wels [haar zoon], voor zichzelf en samen als testamentaire voogden van Marijchen van Wels Jansdr., weeskind van Jan van Wels Jacobsz. de jonge, Jacob Willemsz. voor zichzelf en Adriaen Jansz. Cant, als man van Aeltgen Willemsdr. en samen vervangende hun zuster en broers, verwekt bij Jannechen van Wels Jacobsdr. zaliger, verklaren te zijn voldaan en betaald door Geertruijt van Haerlem Jansdr., die als voorman gehad heeft Jan van Wels Jacobsz. de oude, van hetgeen “hen comparanten inden qualité voersz. eenichsins soude moegen competeren op ende jegens den voersz. Geertruijt van Haerlem Jansdr.”, hetzij krachtens het testament van Jan van Wels of anderszins, “wel verstaende nochtans dat indien naemaels eenige andere swaricheijt op quame vande societeijt van coepmanschap die dvoersz. Jan van Wels Jacobsz, Jacob van Wels ende Jan van Wels de jonge tsamen gehadt hebben”, zij die gezamenlijk zullen dragen. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 117 e.v.)

– 1 juni 1562: op het verzoek aan het gerecht van Dordrecht, gedaan door Dircxgen Barthoutsdr., om haar toe te staan achter haar huis “Bmont” [in de Wijnstraat], waar nu Peter Hesselinck in woont, een werfje of “vuijtsteck” aan te leggen, t.w. aan de  zijde van het huis “het Paradijs” twee voeten en op de andere hoek even lang als haar buren, gehoord het rapport van de gecommitteerden en enige gezworen reetrekkers, wordt positief beschikt. (ORA Dordrecht inv. 723, f. 116)

– 15 nov. 1564: arbitrage van de Kamer Juditieel van Dordrecht tussen Jan Anthonisz. wijnkuiper, eiser, en Dircxgen Barthoutsdr., weduwe Gijsbrecht van Arckel, verweerster, “beroerende den eijsch van sekere acht ponden grooten Vlaams die eijsscher sustineerde hem te competeren ter oirsaecke van zekere schade … dat hij de keldere staende onder zijn huijse toebehoirende dvoirsz. Dirxgen nijet bequaemelijk en heeft mogen gebruijcken omme zijne wijnen daer inne te kelderen”. (ORA Dordrecht inv. 725, akte 325)

– 12 dec. 1565: Gijsbrecht Jansz. en Henrick Hoijnck Ottensz., als geordonneerde executeurs van het testament van wijlen Dircxken Barthoutsdr., voor zichzelf en vervangende Wilhelmijna Visschers [weduwe van Willem Jansz. van Nuijssenburch], hun mede-executeur, verlenen procuratie aan Jacob Claes Ulricx, om uit hun naam “te moegen verheffen tot profijte van” Marijchen Jansdr. van Wels, onmondig kind van wijlen Jan van Wels de jonge, zeker schrootambacht met de zoutmaat en andere toebehoren te Dordrecht, hetwelk in leen gehouden is van de Grafelijkheid van Holland, en hulde daarvoor te doen. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 1)

– 1 jan. 1566: compareren voor schepenen van Dordrecht Cornelis Willemsz., Jacob Willemsz., Willem Willemsz., Gijsbrecht Willemsz. en Mercelis Willemsz., voor zichzelf en vervangende Andries Willemsz. en de nagelaten weeskinderen van Barthout Willemsz., Adriaen Jansz. Cant, als man van Alijt Willemsdr., Steven Verelst als man van Marijchen Willemsdr. en Dirck Huijbrechtsz., als man van Magdalena Willemsdr., voor zichzelf en vervangende Geertruijt Willemsdr., Gijsbrecht Jansz. voor zichzelf en vervangende Henrick Hoijnck Ottensz., als voogden van Marijchen van Wels Jansdr., nagelaten weeskind van wijlen Jan van Wels, allen erfgenamen van wijlen Dircxken Barthoutsdr. Zij verlenen procuratie ad lites aan mr. Jacob Huij, mr. Aelbrecht Boudewijnsz., mr. Pieter Willemsz. en mr. Pieter Smit, procureurs van de Grote Raad te Mechelen. (ORA Dordrecht inv. 705, f. 30)

– 9 febr. 1566: Ghijsbrecht Jansz. en Henrick Hoijnck Ottesz., als executeurs-testamentair van Dirckxen Barthoutsdr., verlenen procuratie ad lites aan Jacob van Couwenhoven, procureur van het Hof van Holland. (ORA inv. 705, f. 44)

– 16 sept. 1567: op verzoek van Pieterken Pietersdr. verklaart Jannechen Roelen, 33 jaar oud, dat ongeveer twee jaar geleden, “sonder den juijsten tijt int zeeckere te weeten dan dat het was inde ziecte van Dircxken Barthoutsdr.”, zij deposante geweest is ten huize van Dircxken Barthoutsdr. en gehoord en gezien heeft, dat Geertruijt Willemsdr., de “nichte” [kleindochter] van Dircxken en haar beide dienstmaagden uit de kamer, waar zij ziek te bed lag, zijn gekomen en hebben gezegd: “Dircxken Barthoutsdr. heeftet wel gemaect. Zij heeft Pieterkens [sic] (meenende den voirsz. requirante) haer huijsken, daer zij inne woent, gemaect, ses jaer, tot testament.” (ORA Dordrecht inv. 707, f. 67v e.v.)

– 30 sept. 1567: Gerrit Fransz. van Bergen op Zoom, als man van Anneken van Wels, verklaart voldaan en betaald te zijn door de executeurs van het testament van Dircxken Barthoutsdr. van een bedrag van 100 gl., dat door Dircxken Barthoutsdr. aan zijn vrouw is gelegateerd. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 84v)

– 31 mei 1571: Gijsbrecht Jansz. en jonkvrouw Wilhelmijna Visschers, als executeurs-testamentair van wijlen Dircxken Barthoutsdr., verklaren, dat Dircxken op 26 juni 1555 ten behoeve van haar neef Dirck Jansz. van Nuijssenburg een obligatie verleden heeft, inhoudende 9 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente, af te lossen met 875 gl., welke obligatie was ondertekend door Dircxken Barthoutsdr. en Jacob van Wels Jacobsz., en die was “gesproeten” uit zekere vertichting, op 17 febr. 1532 gesloten tussen Jacob van Wels namens zijn vrouw, Dircxken Barthoutsdr., enerzijds en Willem en Dirck Jansz., gebroeders en zoons van Jan Barthoutsz., de broer van Dircxken, anderzijds. De akte van vertichting was ondertekend door Cornelis Willemsz. deken, F. van Coulster [vermoedelijk Floris van Coulster, burgemeester van Dordrecht tussen 1528 en 1534], Damas Philipsz., Jacob van Wels, Jan Wijllemsz., Joos Bets en Jan Dircxz. Loofrijs. De comparanten verkopen ter voldoening van de helft van genoemde obligatie aan Jan van Nuijssenburg Dircxsz. een jaarlijkse losrente van 4 ponden 10 schellingen groten Vlaams, verzekerd op een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat], staande tussen de Gravenstraat en het huis van jonkheer Pieter van Heerjansdam. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 639)

– 6 sept. 1582: Schrevel van Eijssel Monnesz. verkoopt aan Gijsbrecht van Dijemen Cornelisz. 3 ponden Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis in het Gravenstraatje, staande tussen huis van Maerten Bosch en het erf van de erfgenamen van Dircxken Barthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 385v)

– 17 mei 1614: compareren Maria van Wels Jansdr., weduwe van Johan Brouwer Arentsz., raad ter admiraliteit van Zuid-Holland te Rotterdam, Henrij Loge, als getrouwd geweest met Janneken Adriaen Cantendr., voor zichzelf en tevens namens zijn twee onmondige kinderen, die bij haar heeft verwekt, Marijcken Adriaen Cantendr., voor zichzelf en tevens vervangende haar broer Jan Adriaensz. Cant de jonge en het weeskind van wijlen Jan Adriaensz. Cant de oude, die eveneens haar broer was, Adriaen Dircxsz. Tjong, beenhakker, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Janneken Dircxdr. en zijn broers Willem Dircxsz. en Roocus Dircxsz., samen kinderen van Magdalena Willemsdr., Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam, als getrouwd geweest met Beatris Cornelisdr., dochter van wijlen Cornelis Willemsz., Adriaen Melsz., als man van Dircxken Willemsdr., voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van zijn vrouws zuster, van welke kinderen vader was Willem Willemsz., en Janneken Stevensdr., weduwe van Pieter Pietersz. bakker, van wie moeder ws Marijcken Willemsdr., allen nakomelingen en erfgenamen van Jacob van Wels en  diens vrouw Dircxken Barthoutsdr., in hun leven wonende te Dordrecht, resp. hun grootouders en overgrootouders. De comparanten, t.w. Maria van Wels, voor de helft, en de overige comparanten elk voor hun resp. aandeel en tevens vervangende alle overige erfgenamen van genoemd echtpaar, “hier niet present zijnde”, voor de wederhelft, enerzijds en Cornelis Bel van de Berch, wonende te Grave, anderzijds, zijn overeengekomen, dat Cornelis van de Berch zal aanvaarden [d.w.z. op te eisen en in ontvangst te nemen] alle goederen, die de comparanten zijn aanbestorven bij overlijden van Jacob van Wels en Dircxken Barthoutsdr., gelegen omtrent Aldenhoven en Roermond in het Land van Gulik, zoals die uitvoeriger staan gespecificeerd in de huwelijks voorwaarden van hun grootouders resp. overgrootouders, gepasseerd voor schepenen op 4 okt. 1505, in zekere brief, gepasseerd voor schepenen van “Nijle” op St. Petrus ad Cathedram [22 febr.] 1510, alsmede zeker erfpachtbrief onder het zegel van Gulik van 65 “malder roggen” jaarlijks volgens de “rechtelicken bescheijde”, gepasseerd op St. Simon [28 okt.] 1500, voorts om te procederen tegen degenen, die pretenderen genoemde goederen in eigendom te bezitten, etc. Van de Berch zal daarvoor krijgen de helft van de door hem “gerecouvreerde” goederen en de helft van de opbrengsten daarvan. (ORA Dordrecht inv. 1591 f. 56v e.v.)

Vriendelijke mededeling van de heer T. van der Vorm:

Hof van Holland inv. 3723 d.d. 14-11-1555: Dirck Gerrijsz. en Dirck Claesz. van Delfshaven elk als man en voogd van zijn huisvrouw impt.  contra de weduwe van Jan van Wels en Jacob van Wels als voogd van de achtergelaten kinderen van dezelfde Jan van Wels te Dordrecht ged.  

Hof van Holland inv. 3730 d.d. 15-6-1558: Sebastiaen Jorisz. Post wonende in Vlaardingerambacht en Gerrijt Jacobsz. wonende in Papswoude impt. van decreet contra de weduwe van Adriaen Adriaensz. buiten Delft geexecuteerde, Adriaen Coursz. koper en Jan van Wels tot Dordrecht uit naam van de erfgenamen van Lijsbeth van Haerlem opposanten en gedaagden.  

Hof van Holland inv. 3745 d.d. 16-11-1562: Dirck Gerritsz. en Gerrit Bruijnensz. als man en voogd van Joesgen Aerntsdr. weduwe Dirck Claesz. Schouten aannemende de arnementen van het proces bij de voorsz. Dirck Claesz. geinstitueerd impt. om de arnementen van het proces aangenomen en procureur acceptant gesteld te hebben contra Rutgert in Den Aernt tot Dordrecht als getrouwd hebbende de weduwe van Jacob van Wels, Pieter Woutersz. tot Delft als getrouwd hebbende de weduwe van Jan van Wels, en Dirckgen Barthouts tot Dordrecht als grootmoeder en voogdesse van het weeskind van de voorsz. wijlen Jan van Wels ged. eis doen.  

Hof van Holland inv. 3776 d.d. 25-10-1570: Jacob Willemsz., Ghijsbrecht Willemsz. mitsgaders Ghijsbrecht Jansz. in den Engel tresorier van Dordrecht en jonkvrouwe Wilhelmine Vijsschers weduwe Willem Jansz. Nuijsenburch als executeurs van het testament van wijlen Dirickgen Barthoutsdr. weduwe Ghijsbrecht van Erckel in haar leven wonende tot Dordrecht henlieden voegende voor haar interest en de voorsz. Jacob en Ghijsbrecht erfgenamen pro rata van de voorn. Dirckgen Barthoutsdr. intervenierende indien het nood zij impt. in cas d’appel en van mandement penaal stadhoudende contra Cornelis Willemsz., Mercelis Willemsz., Steven Jansz. als man en voogd van Maritge Willemsdr., Dirck Hubrechtsz. als man en voogd van Madalene Huijbrechtsdr. al wonende tot Dordrecht, Andries Willemsz. wonende tot Gorchum ged. [1060] [zie en vgl. ook 1130, 1160, 1161, 1162] 

Hof van Holland inv. 3777 d.d. 28-3-1571: De voogden van het weeskind van Jonge Jan van Wels Jacobsz. als erfgenaam in de goederen van zaliger Dirckgen Barthoutsdr. voor de ene helft mitsgaders de kinderen van Janneken Jacob van Welsdr. geprocreerd bij Willem Dircxsz. apteecker mede erfgenaam voor de andere helft in de goederen van dezelve Dirckgen Barthoutsdr. haar respectievelijke grootmoeder tot Dordrecht.

Hof van Holland inv. 3812 d.d. 30-4-1586: Willem de Jonge als man van Maria Henrick Ottendr., Dirck Henricxz. Otten en Thomas Rochusz. als oom en voogd van Otte Henricxsz., erfgenamen van Henrick Ottesz. Honinck wonende te Dordrecht impetranten in r.a. Jan Brouwer als man van Maria van Vels als erfgenaam voor de ene helft van Dircxken Bartoutsdr. wonende te Dordrecht, Bartout Barthoutsz. voor hem zelf en vervangende zijn broeder en zwager wonende te Gouda, Willem Willemsz. voor hem zelf en als voogd van de weeskinderen van Jacob Willemsz. en als voogd van Janneken Stevensdr. zijn zusterskind, Aeltgen Willemsdr. weduwe van  Adriaen Canten voor haar zelf en vervangende de dochter van Cornelis Willemsz. haar broeder, Adriaen Dircxsz. en Janneken Dircxdr. alle wonende te Dordrecht, Willem Dircxsz. wonende in Den Haag, alle erfgenamen voor de andere helft van Dirckgen Barthouts voorsz. gedaagden.

* Met een schroodambacht en zoutmaat te Dordrecht worden beleend:

12 aug. 1516: Bertout Dirksz. bij overdracht door Adriaan van Heemskerk

10 april 1523: Jacob van Wels voor Dirkje Bertoutsdr., zijn vrouw, bij dode van Bertout Dirksz., haar vader

24 dec. 1533: Dirk van Wels Jacobsz. voor Dirkje, zijn moeder

16 mrt. 1535: Gijsbert Andriesz. van Arkel voor Dirkje, zijn vrouw

26 april 1550: Jan van Wels Jacobsz. voor Dirkje zijn moeder

13 dec. 1565: Jan Nikolaas Ulriksz. voor Marieke, dochter van Jan van Wels, bij overdracht door Cornelis Pietersz., wijnschroder, voor Dirkje Bertoutsdr., weduwe van Gijsbert van Arkel, haar tante [sic: moet zijn grootmoeder]

19 nov. 1578: Jan Boudijnsz., burger van Dordrecht, bij overdracht door Jan Brouwer, burger van Dordrecht, van Marieke van Wels, diens vrouw

(Ons Voorgeslacht 1996, p. 219-220)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan van Wels de oude, overleden tussen 8 april 1552 en 24 sept. 1560, trouwde Geertruijt van Haerlem Jansdr., trouwde 2e (voor 14 febr. 1562) Laurens Dedelijn Huijgensz.

– 16 febr. 1547: Otto Hoijnck en Pieter Hesseling, kooplieden van wijnen te Dordrecht, verklaren op verzoek van Geertruijt Jansdr., vrouw van Jan van Wels Jacobsz., dat ongeveer 16 weken geleden haar man uit Dordrecht naar Londen is gevaren en sedertdien niet meer in Dordrecht is geweest. (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75)

– 21 febr. 1547: verklaring door Geertuijt Jansdr., echtgenote van Jan van Wels, poorter van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 695, f. 75v)

– 10 okt. 1551: comp. Grietgen Willem Aertsz., eiseres, enerzijds, en Jan van Wels, als echtgenoot van de weduwe van Cornelis Willemsz. kuiper, die tijdens leven voogd geweest is over de kinderen van Willem Aertsz., verwekt bij voornoemde eiseres, anderzijds. Jan van Wels verklaart bereid te zijn Grietgen kopie te leveren van de rekening, die Cornelis als voogd heeft gedaan, mits Grietgen de kosten daarvan voor haar rekening neemt. (ORA Dordrecht inv. 1534 (nieuw), akte 138)

– 12 sept. 1558: Pouwels Joesten kuiper verkoopt aan zijn broer Jacob Joesten een derde deel van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat] aan de landzijde op de haven, staande tussen het huis, genaamd “het Maesschip” en het huis van Jan Jacobsz. van Wels. (ORA Dordrecht inv. 701, f. 3v)

– 24 sept. 1560: Lijsken Jacobsdr., weduwe van Joost Pouwelsz., is schuldig aan Jacob Joosten Bot een bedrag van 20 ponden groten Vlaams wegens de koop van de helft van een huis in de Kannekopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Truijcken van Haerlem, weduwe van Jan van Wels en het huis genaamd “het Maesschip”. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 17v)

– 23 okt. 1560: Geertruijt van Haerlem Jansdr., weduwe van Jan van Wels de Oude, verleent procuratie ad lites aan Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 702, f. 43v)

– 14 febr. 1562: Geertruijt van Haerlem Jansdr., gehuwd geweest met Jan van Wels de oude, verklaart krachtens zekere procuratie op haar gepasseerd voor het gerecht van Bergen op Zoom door Laurens Dedelijn Huijgensz., haar tegenwoordige man, op 10 nov. 1561, betaald te zijn door Dirksken Barthoutsdr en Jacob van Wels, voor henzelf en als voogden van Marijchen van Wels Jansdr., weeskind van Jan van Wels de jonge, van al hetgeen haar toekwam krachtens het testament van Jan van Wels. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 117v e.v.)

b. Jacob van Wels de jonge, geboren naar schatting ca. 1510, overleden in mrt. 1562, trouwde Adriana Heerman Gijsbrechtsdr., trouwde 2e naar schatting ca. 1565 Adam Schepper

– 11 mrt. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge verleent procuratie aan zijn vrouw Annechen Dircxdr. [sic], Jan van Wels, Jacob van Wels, Cornelis van Wels en Lanslot Moreau, o.a. om voor het gerecht van Rhoon te transporteren zeker land, dat daar is gelegen. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 396)

– 19 juni 1553: Jacop van Wels verleent procuratie aan Willem van Nuijssenborch om te vorderen van Cornelis Arien Wolbrantsz. alias Mijn Joncker, wonende te Zuidland, al hetgeen hij aan Jacop van Wels schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 18v)

– 1561: Jacob van Wels de jonge huurt het huis “Henegouwen” van zijn moeder Dirksken Barthoutsdr.

– 14 nov. 1561: Jacob van Wels verkoopt aan Cornelis Adriaensz. bakker een jaarlijkse losrente van 18 gl., verzekerd op een huis genaamd “Cleyn Henegouwen” in de Gravenstraat, staande tussen het huis “Groot Henegouwen” en het ledig erf van Dirksken Barthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 57)

–  23 mrt. 1562: Adriana Heerman Gijsbrechtsdr., weduwe van Jacob van Wels, transporteert de eigendom van de huisbrief en van het huis, dat daarin wordt vermeld [= het huis “Cleijn Henegouwen”] aan haar schoonmoeder Dirksken Barthoutsdr. en verklaart hiervan volledig betaald te zijn. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 135 e.v.)

– 18 juli 1567: Adam Scepper [sic], als echtgenoot van Adriana Heermans, die eerder gehuwd is geweest met wijlen Jacob van Wels, verklaart voldaan en betaald te zijn door de executeurs-testamentair van wijlen Dircxken Barthoutsdr. van een bedrag van 400 gl., welke Dircxken beloofd heeft te geven aan Adriana Heermans “tot subsidie vanden huwelicke, dat zij contraheren zoude met eenen Rutgert van Bijwaert”. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 4v e.v.)

-18 juli 1567: Boudewijn Heerman stelt zich borg voor Adam Schepper, als man van Adriana Heermans, die eerder gehuwd was met Jacob van Wels, voor het bedrag van 400 gl., vermeld in voorgaande akte. Als Adriana Heermans komt te overlijden zonder wettige kinderen na te laten, mogen de erfgenamen van Dirckxen Barthoutsdr. het genoemde bedrag verhalen op Boudewijn Heerman. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 5)

(Jacob van Wels en Adriana Heerman hadden vermoedelijk geen kinderen.)

c. Jan van Wels Jacobsz. de Jonge, geboren ca. 1524, mogelijk haringkoper, overleden tussen 8 april 1552 en 20 sept. 1553, trouwde Anna Jan van Breedaesdr. (van Breen), geboren ca. 1499, trouwde 1e Joost NN

– 24 juli 1544: Aris van Slingelant Jansz., schipper en kapitein “dienende de Keijzerlijke Majesteit” op het oorlogsschip genaamd “die Saeker” onder “admiraliteijt” van mijnheer Van Beveren in Zeeland, verleent machtiging aan “zijnen neve” Jan van Wels Jacopsz., poorter van Dordrecht, om daarheen te gaan, waar dat nodig zal blijken te zijn en te spreken met de verwanten van wijlen Jan Cornelisz. Steenbeerken en Thomas Reijn [gedeeltelijk onleesbaar:] Cr..naijersz., ten einde te “accorderen van alzulcke nederslach als comparant met zijne groete leetwesen geperpetreert heeft anden personen voernoemt”. (ORA Dordrecht inv. 694, akte 88)

– 16 febr. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge, 27 jaar oud, en Zeger Fransz., 23 jaar oud, verklaren op verzoek van Claes Engelsz. van Wormer, dat van de haring, die zij op 7 nov. 1550 gekocht hebben van Cornelis Eggesz. Stierman, poorter te Wormer, “int packen nijet meer vuijt gecomen en is” dan 17 lasten “brants” en vijf tonnen “vuijtschots”. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 390)

– 11 mrt. 1551: Jan van Wels Jacobsz. de jonge verleent procuratie aan zijn vrouw Annechen Dircxdr. [sic], Jan van Wels, Jacob van Wels, Cornelis van Wels en Lanslot Moreau, o.a. om voor het gerecht van Rhoon te transporteren zeker land, dat daar is gelegen. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 396)

– 6 mrt. 1553: Jan van Wels Jacopsz. de Jonge stelt zich borg voor Jacop van Wels “omme de voirsz. Jacop te recht te brengen ende tgewijsde te volcoemen” in de zaak, die Jacop van Wels als gedaagde tegen Heijnrick Brouwer als eiser “vuijtstaende heeft”. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 93)

– 20 sept. 1553: verklaring op verzoek van de erfgenamen van Gerrit Evertsz. door Anna Jansdr. van Breen, weduwe van Jan van Wels, 54 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 42v) 

– 9 juli 1556: Anna Jan van Breedaesdr., weduwe van Jan van Wels, verkoopt aan Jan Joesten bakker, haar zoon, een huis met al hetgeen dat “totten backerije toebehoerende is”, staande op het Groothoofd tussen het huis van Aernt Jansz. en dat van Heijnrick de vleeshouwer. Koper kent schuldig aan verkoper 50 ponden groten Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 46)

Kind:

c-1. Maria van Wels Jansdr., geboren naar schatting ca. 1545 (onmondig in 1566), trouwde naar schatting ca. 1572 (na 4 april 1571) Johan Arentsz. Brouwer, overleden ca. 1612, zoon van Arent Brouwer, wijnkoper te Dordrecht en Marie Boucquet Blasiusdr. (Zijn ouders woonden in het huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, waar later de herberg St. Joris werd gehouden. Cf. De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342.)

– 4 april 1571: Gijsbrecht Jansz., tresorier van Dordrecht en jonkvrouwe Wilhelmijna Visschers, weduwe van Willem van Nuijssenburch, als executeurs van het testament van wijlen Dircxken Barthoutsdr. en testamentaire voogden van Maria van Wels, nagelaten weeskind van wijlen Jan van Wels de jonge, verklaren ter voldoening van de helft van de “constitutie” van een jaarlijkse losrente van 54 gouden Carolusguldens, “breder verclaert in zeeckere accord ofte vuijtsprake gedaen bij zeeckere arbitrateurs tusschen wijlen Jacob van Wels inden naem vanden voersz. Dircxken Barthoutsdr., ter eenre ende Willem ende Dirck, gebroederen, zoenen van wijlen Jan Barthoutsz., des voersz. Dircxkens broeder, ter andere van date den [17 febr. 1531]”, aan Jan van Nuijssenborch Dircxsz. verkocht te hebben een jaarlijkse losrente van 4 ponden 10 schellingen Vlaams, verzekerd op een huis, genaamd “Groot Henegouwen”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tussen het huis van jonkheer Pieter Aerntsz., ambachtsheer van Heerjansdam en de Gravenstraat. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 134v)

– 29 april 1588: boedelscheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Margareta Evertsdr., tussen haar weduwnaar Jacob van Meuwen [Jacobsz.], enerzijds en Schrevel Monnesz., als man van Jannege Evertsdr., zuster van Margareta Evertsdr. en als zodanig voogd van moederszijde van Grietken van Meuwen, vier jaar oud, weeskind van Margareta Evertsdr., bij haar verwekt door Jacob van Meuwen, en Jan Brouwer Arentsz., “als van sijn huijsvrouwe wegen vanden naeste vrienden” en toeziend voogd van het genoemde weeskind. (ORA Dordrecht inv. 740, 107 e.v.)

– 15 okt. 1611: testament van Johan Brouwer en zijn vrouw Maria van Wels of Weels. Mede-erfgenamen zijn hun getrouwde dochters Maria Brouwer en Elysabeth Brouwer. Eerdere testamenten op 1 dec. 1583 en 17 mei 1593 gepasseerd voor notaris Harmen Spiegel te Dordrecht. (ONA Rotterdam inv. 34, akte 31)

d.  Janneken van Wels Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1505, vermoedelijk overleden voor 17 nov. 1561 (maar in ieder geval voor 23 april 1562), trouwde naar schattting ca. 1530 Willem Dirksz., apotheker

– 17 nov. 1561: Jacob Dirksz., voor zichzelf en tevens vervangende Michiel, Bastiaen en Willem Dirkszonen en Geertruijt, Elsken en Marijchen Dirksdochters, allen kinderen van wijlen Adriaentgen Michielsdr., en Cornelis Jacobsz. schipper, man van Marijken Michielsdr., namens Neeltgen Cornelisdr. en Elsken Cornelisdr., verklaren volledig voldaan en betaald te zijn door Aeltgen Willemsdr., van alzulke 7 Vlaamse ponden als Grietken Jacobsdr., hun tante, hun gelegateerd heeft en die hebben berust onder Janneken van Wels Jacobsdr. (ORA Dordrecht inv. 703, akte 177)

– 23 april 1562: Andries Willemsz. en Willem Willemsz., bij vertichting toebedeeld zijnde aan de goederen, nagelaten door wijlen Janneken van Wels Jacobsdr., transporteren aan hun vader Willem Dircxsz. de eigendom van een losrentebrief van 12 gl  jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 703, f. 180)

– 8 juni 1569: Jacob Willemsz. apotheker, voor zichzelf en als voogd van het weeskind van wijlen Barthout Willemsz., en Gijsbrecht Willemsz., voor zichzelf, als mede-erfgenamen van wijlen Dircxken Barthoutsdr., verklaren, dat zij niet “approberen alzulcke requeste … als onlancx geleden den Hoeve van Hollandt gepresenteert … is opten naeme vande kinderen en kintskinderen van wijlen Jannechen Jacobs dochter mitsgaders die missijve van den zelfden Hoeve daer op geëxpedeert, alzoe all tzelve gedaen … is buijten weeten, wille ofte consente vanden comparanten”, maar dat zij bereid zijn “die belastinge staende op hare quote ende portie” in de nalatenschap van Dircxken Barthoutsdr. af te lossen. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 342)

– 5 aug. 1570: Jacob Willemsz. apotheker, Willem Willemsz., en Adriaen Jansz. Cant, als man Aeltgen Willemsdr., verkopen aan Anneken Hermansdr. een jaarlijkse losrente van 2 ponden Vlaams, verzekerd op drie 1/5 parten van een huis, genaamd “Venlo”, staande aan de Poortzijde bij de Nieuwbrug tussen het huis genaamd “Beemont” en het huis van de erfgenamen van Jacob Oem. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 281)

Vriendelijke mededeling van de heer T. van der Vorm:

Hof van Holland inv. 3773 d.d. 6-10-1569: “Willem Willemsz., Ghijsbrecht Willemsz., Adriaen Jansz. Cant als man en voogd van Aeltgen Willemsdr., Jacob Willemsdr. mede kinderen van Jannetgen Jacobsdr. geprocreerd bij Willem Dircxsz. apteecker en dezelve Jacob als voogd van de weeskinderen van Barthout Willemsz. wezende kindskinderen van de voorsz. Jannetgen al wonende tot Dordrecht als geinstitueerde erfgenamen in de achtergebleven goederen van zaliger Dirckgen Barthoutsdr. weduwe Ghijsbrecht van Arckel impetranten in … actie contra Ghijsbrecht Jansz., Henrick Hoynck Ottesz. en juffrouw Wilhelmina Visschers weduwe Willem van Nuijssenburch als executeurs van het testament van de voorsz. Dickgen Barthoutsdr. gedaagden eis doen en provisie te begeren, daar ook bij de gedaagden: Cornelis Willemsz., Steven van der Elst, als man van Magdalena Willemsdr. en Dirck Huijbrechtsz., als man van Marrijtgen Willemsdr. haarlieden huisvrouwen broeder en zwagers van de voorsz. impetranten gedaagden.”

Kinderen (volgorde willekeurig):

d-1. Cornelis Willemsz., trouwde NN

Kind:

d-1-1. Beatris Cornelisdr. , trouwde Adriaen Huijbrechtsz., marktschipper van Dordrecht op Rotterdam

d-2. Jacob Willemsz., geboren ca. 1535, apotheker, overleden voor 31 jan. 1587, trouwde NN

– 26 febr. 1569: verklaring op verzoek van heer en mr. Cornelis Thomasz., als gemachtigde van Neeltgen Thomasdr., weduwe van Niclaes van de Graeff, door Jacob Willemsz. apotheker, ongeveer 34 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 727, akte 73)

Kinderen:

d-2-1. Dirck Jacobsz.

d-2-2. Willem Jacobsz.

d-3. Willem Willemsz., geboren ca. 1541, hellebaardier, zoutmeter, overleden tussen 12 nov. 1584 en 31 jan. 1587, trouwde Marijcken Egbertsdr., dochter van Egbert Matheusz. en NN

– 8 april 1579: Jochum Meusz. zeilmaker en Willem Willemsz. hellebaardier stellen zich borg voor Lijsbet mr. Henricx, wonende te IJsselmonde, “voor alzulcke actie van boeten” als Crijn Joncker, “shooffs bode van Zuijthollant”, beweert tegoed te hebben van Lijsbet. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 47)

– 25 mei 1580: verklaring op verzoek van Jan van Huijssen, wonende te Arnemuiden, door Willem Willemsz. hellebaardier, ongeveer 39 jaar oud, en Pieter Jansz. Boucquet, ongeveer 35 jaar oud, beiden zoutmeters te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 63)

– 12 nov. 1584: Dirck Huijbrechtsz. ijzerverkoper, als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Magdalena Willemsdr. [= d-10], transporteert aan Willem Willemsz. 1/7 deel “van de reste” van de helft van een leeg erf, hun aangekomen door overlijden van hun overgrootmoeder Dircxken Barthoutsdr., gelegen in de Gravenstraat en strekkende van het erf van Geerit van Ree tot aan het huis van Screvel Monnesz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 gl. Dezelfde verkoper transporteert aan Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, 1/7 deel van de helft van het genoemde erf. Koopster is schuldig een bedrag van 50 gl.  Aeltgen Willemsdr. transporteert tevens aan haar broer Willem Willemsz. 1/7 deel van hetzelfde erf. Willem Willemsz. hellebaardier verkoopt aan voornoemde Aeltgen Willemsdr. 2/7 delen van het voornoemde lege erf, waarvan 1/7 deel in de helft hem is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Dircxken Barthoutsdr. en waarvan het andere 1/7 deel in de helft door hem is gekocht van de kinderen van Barthout Willemsz. [= d-7] (ORA Dordrecht inv. 738, f. 65v-66v)

– 8 dec. 1586: Marijken Egbertsdr., weduwe van Willem Willemsz. hellebaardier, enerzijds en Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en diezelfde Jan Maertensz. en Reijer Adriaensz. viskoper, als van wege hun vrouwen voogden van Dircxken Willemsdr., nagelaten weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, anderzijds, verdelen de goederen, die zijn nagelaten door Willem Willemsz. Aan de weduwe en kinderen zijn toebedeeld een huis, hof, land en een leeg erf in het Gravenstraatje en alle overige goederen, zowel roerende als onroerende. De kinderen krijgen samen de helft van een huis [in de Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, genaamd “Venlo”, dat hun is aanbestorven door overlijden van Dircxken Baerthoutsdr., hun overgrootmoeder. De weduwe krijgt verder nog een somma van 6 ponden Vlaams. Aldus geschied en overeengekomen in aanwezigheid van Jan van Wels Jacobsz., Jan Brouwer Arentsz. en Reijer Adriaensz. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 96 e.v.)

– 31 jan. 1587: compareert voor schepenen van Dordrecht Jan Maertensz. schipper, als man en voogd van Janneken Willemsdr., voor zichzelf en als naaste bloedvoogd van zijn vrouws zuster, Dirxgen Willemsdr., onmondig weeskind van wijlen Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij wijlen Marijcken Egbertsdr., tevens vervangende Dirck Jacobsz. en Willem Jacobsz., kinderen van wijlen Jacob Willemsz. apotheker, geassisteerd met Jan Brouwer, als naaste verwanten van genoemde kinderen. Comparant verkoopt aan Willem Ingeenpas, koopman van wijnen, een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Gravenstraat, genaamd “Venlo”, staande tussen het huis genaamd “’t Pallays”, nu toebehorende aan Wouter van Craijesteijn en het huis genaamd “Beaumont”. In plaats van waarborg heeft verkoper hiervoor verbonden een leeg erf met een huisje daarop, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het erf, dat toebehoord heeft aan Aeltgen Canten en het huis van Geerit van Ree. Koper is voor de ene helft van het huis schuldig aan Jan Maertensz. en diens schoonzuster een bedrag van 550 gl. (borg: Jacob Cool thesaurier) en voor de andere helft aan de twee kinderen van Jacob Willemsz. een bedrag van 726 gl. en 7 st. (geen borg). (ORA Dordrecht inv. 739, f. 100 e.v.)

– 4 febr. 1587: Egbert Matheusz., wonende in de Klundert, als naaste bloedverwant van Dircxghen Willemsdr., onmondig weeskind van wijlen Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marichgen Egbertsdr., verleent machtiging aan Wit Joosten schiptimmerman om de goederen van het weeskind te beheren en met Jan Maertensz., als echtgenoot van Janneken Willemsdr., over te gaan tot “behoorlijke scheiding” van de goederen, die zijn nagelaten door Willem Willemsz. en Marijcken Egbertsdr. (ORA Dordrecht inv. 739. f. 101)

– 27 mei 1587: Jan Maertensz. schipper, als man van Janneken Willemsdr. en als voogd van Dircxgen Willemsdr., de zuster van zijn vrouw en onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marichgen Egbertsdr., transporteert aan Jan van Wels viskoper een schepenenschuldbrief, verleden door Willem Ingeenpas op 31 jan. 1587, inhoudende een somma van 550 gl. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 175)

– 1 aug. 1587: Jan Bouwensz. is schuldig aan Jan Maertensz. schipper, voor de ene helft en Reijer Adriaensz. en Wit Joosten, als voogden van Dircxgen Willemsdr., onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, verwekt bij Marijchgen Egbertsdr., voor de andere helft, een somma van 518 Rijnse gl. en 11 st., wegens de koop van een boomgaard, met huis, “teelinge” en weiland, staande en liggende in Zwijndrecht aan de Langeweg. Borg: Cornelis Adriaensz. Jaeger. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 222v)

– 10 okt. 1587: Jan Maertensz. schipper voor de ene helft en Reijer Ariensz., als voogd van Dircxgen Willemsdr., onmondig weeskind van Willem Willemsz. hellebaardier, door hem verwekt bij Marijcken Egbertsdr., tevens vervangende Wit Joosten, voor de andere helft, transporteren aan Anneken Gerritsdr., weduwe van Adriaen Dircxsz., wonende op het Zwijndrechtse Veer, een schepenenschuldbrief van 518 gl. en 11 st., verleden door Jan Bouwensz. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 257)

Kinderen:

d-3-1. Janneken Willemsdr., trouwde Jan Maertensz. schipper

d-3-2. Dirksken Willem Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1565, onmondig in dec. 1586, van Dordrecht (1607), trouwde NG Dordrecht 8/24 april 1607 Adriaen Melsz., van Dordrecht (1607), bakker

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 2: op 5 jan. 1621 verklaren Adriaen Melsz. bakker en zijn vrouw Dircxken Willemsdr. schuldig te zijn aan Joost de Wit, korenkoper en burger van Dordrecht, een somma van 66 gl., verbindende hun aandeel in de goederen, zowel landerijen, renten als anderszins, die zijn nagelaten door Jacob en Cuijntgen van Wels en die liggen in Aldenhoven in het Land van Gulick en daaromtrent.

d-4. Gijsbert Willemsz.

d-5. Mercelis Willemsz.

d-6. Andries Willemsz., trouwde Lijntken Aertsdr.

– 26 okt. 1570: Wouter Pietersz. bakker stelt zich borg voor Andries Willemsz., kleinzoon en erfgenaam van wijlen Dircxken Barthoutsdr., indien Andries in gebreke blijft, “naer advenant zijn contingente portie, die hij vuijten boedel van wijlen Dircxken Barthoutsdr. zaliger des voersz. Andries grootemoeder sall genijeten, aff te doen ende te helpen draegen die renthen, schulden ende lasten, daer den voersz. boedel noch mede belast is, all naer vermelden den appoinctemente sHoofs van Hollant” dd 18 jan. 1570, in welk geval al datgene door de executeurs van het testament van Dircxken Barthoutsdr. verhaald mag worden op de comparant. (ORA Dordrecht inv. 728, f. 13)

d-7. Barthout Willemsz., overleden voor 1 jan. 1566 (ORA Dordrecht inv. 705, f. 30), trouwde Marechgen Thijssen, trouwde 2e voor 22 nov. 1574 Gerrit de Gruijter van der Goude (ORA Dordrecht inv. 709, f. 125 e.v. (akte 208) [= kwartier 30898]

Kinderen (volgorde onzeker):

d-7-1. Marijcken Barthoutsdr., “van der Gouw” (1579), trouwde NG Dordrecht 10 mei 1579 (ondertrouw) Pieter Jacobsz. (de Stercke), van Dordrecht (1579)

– 1 dec. 1579: Pieter Jacobsz., als man van Marijcken Barthoutsdr., Willem Barthoutsz. en Barthout Barthoutsz. verkopen aan hun oom Willem Willemsz. hun aandeel in een grote en kleine loods met lege erven in het Gravenstraatje, welke zij hebben geërfd door overlijden van Dircxken Barthoutsdr., hun grootmoeder en hun andere ooms en tantes. Willem Willemsz. is schuldig aan verkopers een somma van 83 gl. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 184v e.v.)

d-7-2. Willem Barthoutsz.

d-7-3. Barthout Barthoutsz.

d-8. Alijt (Aeltgen) Willemsdr., geboren ca. 1528, overleden na 12 nov. 1584, trouwde naar schatting ca. 1550 Adriaen Jansz. Cant (de jonge), geboren ca. 1519, kuiper en waard in “Lonnen” te Dordrecht, overleden ca. 1580.

– 9 juli 1571: verklaring door Aeltgen Willemsdr., vrouw van Adriaen Jansz. Cant kuiper, 43 jaar oud, inwonende poorteres van Dordrecht, als daartoe gedagvaard zijnde door Marinus Cornelisz., wonende te Brouwershaven. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 763)

– 24 okt. 1579: verklaring op verzoek van Pieter Cornelisz., schipper wonende te Schiedam, door Adriaen Jansz. Cant, waard in “Lonnen” te Dordrecht, ongeveer 60 jaar oud, zijn vrouw Aelken Willemsdr., ongeveer 50 jaar oud, en Jan Adriaensz. Cant, ongeveer 23 jaar oud. Zij getuigen, dat tijdens de Vasten 1579 een zekere Gennes Halse van Hull in Engeland met zijn schip in Dordrecht gekomen is, geladen met “garsen en mout”, en dat hij zei daarvan 10 lasten verkocht te hebben aan Pieter Cornelisz. Hij zou “daer in schaede aen geleden” hebben, maar verklaarde, dat hij Pieter daarover niet moeilijk zou vallen en van hem daarvoor niets zou eisen. Dat laatste wordt bevestigd door de vierde getuige, Adriaen [sic] Cornelisdr., de vrouw van Adriaen Cornelisz. Ruerom [Roerom], ongeveer 68 jaar oud.

– 18 aug. 1580: Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, Jan Adriaensz. Cant, Reijer Adriaensz. viskoper, als man en voogd van Marijcken Adriaensdr. en Jan Adriaensz. de jonge, voor henzelf en tevens vervangende Baerthout Ariensz., hun nog onmondige broer, verkopen aan Caerle Jansz. wijnkuiper de helft van een huis, genaamd “de Blauwe Leeuw”, staande in de Gravenstraat tussen het huis “Cleijn Mariënborch” en Jacob de lijndraaier. Waarborgen: Reijer Adriaensz. en Willem Willemsz. hellebaardier. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 21)

Kinderen:

d-8-1. Marijken Adriaensdr. Kant, geboren naar schatting ca. 1550, trouwde naar schatting ca. 1570 Reijer Adriaensz., viskoper te Dordrecht, overleden voor 10 dec. 1605, zoon van Adriaen Cornelisz. schrijnwerker en Vrouwelinck (Vrouken) Reijer Jansdr.

– 11 juni 1566: Vrouken Reijersdr., weduwe van Adriaen Cornelisz. schrijnwerker, verkoopt aan Cornelis Cornelisz. huistimmerman een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Coman Willem Henricxsz. schiptimmerman en dat van de weduwe en erfgenamen van Revert Lubbertsz. Waarborg: Marijchen Adriaensdr., de weduwe van Jacob Henricxsz. schiptimmerman. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 358 gl. Borgen: Adriaen Cornelisz. en Jan Hermansz. huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 705, akten 462 en 463)

– 6 juli 1568: Willem Adriaensz., wonende te Geertruidenberg, Reijer Adriaensz. viskoper en Marijken Adriaensdr., weduwe van Jacob Henricxsz., verklaren voldaan en betaald te zijn van hetgeen hun is aangekomen bij overlijden van hun moeder Vrouwelinck Reijer Jansdr., Henrick Adriaensz. en Adriaen Adriaensz., hun broers en Trijnken en Cleijsken Adriaensdr., hun zusters, met uitzondering van een huis op de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van Revert Lubbertsz. en dat van Jan Thomasz. munter. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 40 e.v.)

– 16 aug. 1571: Pieter Jacobsz. viskoper verkoopt aan Reijer Adriaensz. viskoper een huis, staande op de hoek in het Torenstraatje naast het huis van Jacob Ket. Hij stelt als waarborg een huis tegenover het Minnebroedersklooster aan de Landzijde, staande tussen het huis van Sijmon de schilder en dat van Jan Adriaensz. Kennip. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 46 gl., stellende als borg 1/6 part in een huis, genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van de erfgenamen van Revert Lubbertsz. en dat van Jan Thomasz. zeepzieder. (ORA Dordrecht inv. 709, akten 813 en 814)

– 8 nov. 1575: Reijer Ariensz., viskoper en poorter van Dordrecht, stelt zich borg voor zijn schoonvader Adriaen Jansz. Cant voor de “lichtinge” van een rentebrief, sprekende op diens broer wijlen Adriaen Jansz. Cant de oude. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 10v)

– 29 nov. 1575: Adriaen Jansz. Cant verkoopt aan Jan Cornelisz. vleeshouwer een huis onder de Vleeshal te Dordrecht. Waarborg (voor verkoper): Reijer Adriaensz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 42)

– 11 okt. 1578: Geerit Jordaensz., als man van Marijcken Jacobsdr. en Geerit Jansz. glaesmaker, als man van Grietgen Jacobsdr., verkopen aan Reijer Adriaensz. viskoper, hun oom, de helft van een huis genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van Mels Ghijsbrechtsz. kaaskoper en dat van Jan Adriaensz. bakker. Waarborgen: Jorden Dircxsz. bakker en Adriaen Jansz. steenhouwer. Koper is schuldig aan Geerit Jordensz. een somma van 349 gl. Borgen: Jan van Wels en Willem Willemsz. cruijenier. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 141v)

ORA Dordrecht inv. 713, f. 52v: op 23 okt. 1578 verkoopt Reijer Adriaensz. viskoper aan Henrick Gillisz. mandenmaker een huis, genaamd “Volckerack”, staande op de Kleine Vismarkt tussen het huis van Mels Ghijsbertsz. kaaskoper en dat van Jan Adriaensz. bakker. Waarborgen: Adriaen Jansz. Cant en Willem Willemsz. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 718 gl. Borg: Anthonis Anthonisz. vaandrig.

– 5 jan. 1587: Reijer Adriaensz. “cruijenier” [sic], als man van Marijken Adriaensdr. en Barthout Adriaensz. en Janneken Adriaensdr., elk voor 1/3 part, verkopen aan Pieter Willemsz. wijnkuiper de helft van twee lege erven in het Gravenstraatje, liggende tussen het huis van Schrevel Monne en het erf van Gerrit van Ree, waarvan de andere helft heeft toebehoord aan de weduwe van Willem Willemsz. hellebaardier. Als waarborg verbinden zij een huis in Dordrecht, genaamd “Londen”, dat staat tussen het huis van Thonis den Eelinck en dat van Dirck Philipsz. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 316 gl. Borgen: Bastiaen Gijsbertsz. molenaar en Henrick Gijelisz. huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 110 e.v.)

– 10 dec. 1605: Govert Gerritsz. van Couwenhoven, waard in “de Fonteijne”, verkoopt voor 600 gl. aan Cornelis Jansz. Baeckerman, waard in “de Gulden Riem”, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. boormaker en dat van Mariken Ariensdr. Kant, weduwe van Reijer Ariensz. viskoper. Waarborgen: Willem Ariensz. en Maerten van Dockum. De koper is schuldig aan verkoper 500 gl. Borgen: Thielman Michielsz. en Hans Huijbrechtsz. van de Boogaert. (ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 105v e.v.)

– 8 mei 1606: Mariken Ariensdr., weduwe van Reijer Ariensz. viskoper, is schuldig aan Pieter Cornelisz., weeskind van Cornelis Pietersz., een somma van 400 gl., verbindende een huis op de hoek van de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pia Claesz. glasmaker en de Vleeshouwersstraat. Borgen: Jan van Wels viskoper en Jan Segersz. huistimmerman. (ORA Dordrecht 1584 (nieuw), f. 144)

Kind:

d-8-1-1. Arien Reijersz., “glaesmaker” te Dordrecht

d-8-2. Janneken Adriaensdr. Cant,  geboren naar schatting ca. 1560, trouwde NG Dordrecht 15 okt./5 nov. 1589 Herry (Henrijc) Loge (vele varianten o.a. Logge, Lodge, Lode, Loeds, Lodze), koopman van Londen (1589, 1603), trouwde 2e NG Dordrecht 6/20 april 1603 Sara Heussaert Balthasar Fransdr., van Dordrecht (1603)

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 118: op 19 nov. 1596 stellen Herrij Lodge, Pieter Pietersz. bakker, Jan Maertensz. schipper en Adriaen Dircxsz. vleeshouwer, burgers van Dordrecht, zich als waarborgen voor de verkoop van een huis, genaamd “Venloe”, staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van Andries Waelen en dat van Hendrick van Dilsen, welk huis door hen, comparanten, is verkocht namens Dirck Jacobsz. van Abbesteech op 31 jan. 1587 aan Willem Ingenpas en door Ingenpas verkocht aan Otto Werckman.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

d-8-2-1. Edmondt, dec. 1589

d-8-2-2. Edmondt, jan. 1590

d-8-2-3. Edmondt, okt. 1593

d-8-2-4. NN, juli 1595

d-8-2-5. Susanna, aug. 1597

d-8-2-6. Adrianken, dec. 1598

d-8-3. Jan Adriaensz. Cant de oude

d-8-4. Jan Adriaensz. Cant de jonge, geboren ca. 1556

d-8-5. Baerthout Adriaensz. Cant, geboren ca. 1565

– 25 juli 1587: verklaring ten behoeve van Thomas Fransz., Engels koopman, door Barthoudt Adriaensz. Cant, wonende te Dordrecht en ongeveer 22 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 210v)

d-9. Marijchen Willemsdr., trouwde Steven Verelst

Kind:

d-9-1. Janneken Stevensdr., trouwde Pieter Pietersz. bakker

d-10. Magdalena Willemsdr., overleden voor 27 okt. 1575, trouwde Dirck Huijbrechtsz. (Jong, de Jonge) ijzerverkoper, trouwde 2e Crijntgen Jacobsdr. de Both

– 27 okt. 1575: boedelscheiding tussen Dirck de Jonge Huijbrechtsz., weduwnaar van Magdalena Willemsdr., enerzijds, en Willem Willemsz., Adriaen Jansz. Cant, als man van Aeltken Willemsdr., Jan Brouwer Aerntsz., schepen in wette van Dordrecht, Gerrit Fransz. Kegelinck van Gouda, als ooms en naaste verwanten van Janneken Dircxsdr., ongeveer 11 jaar, Adriaen Dircxsz., ongeveer 9 jaar, Willem Dircxsz., ongeveer 7 jaar, en Rochus Dircxsz., ongeveer 3 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Magdalena Willemsz., bij haar verwekt door Dirck Huijbrechtsz., anderzijds. De weduwnaar krijgt alle goederen, die zijn vrouw heeft nagelaten, met dien verstande, dat hij van de goederen, die Magdalena in vruchtgebruik heeft gehad volgens het testament van Dircxken Barthoutsdr. [haar grootmoeder], hij de jaarlijkse opbrengsten zal mogen genieten gedurende de tijd, waarin hij verplicht is zijn kinderen te onderhouden. Die verplichting zal ophouden te bestaan wanneer de kinderen 18 jaar zijn geworden. Hij zal hun dan elk een somma van 150 gl., dus in totaal 600 gl., uitkeren. Voor de nakoming hiervan verbindt hij een huis, genaamd “Beaumont”, staande bij de Nieuwbrug. (ORA Dordrecht inv. 711, akte 16)

– 12 nov. 1584: Dirck Huijbrechtsz. ijzerverkoper, als voogd van zijn kinderen, verwekt bij Magdalena Willemsdr. transporteert aan Willem Willemsz. 1/7 deel “van de reste” van de helft van een leeg erf, hun aangekomen door overlijden van hun overgrootmoeder Dircxken Barthoutsdr., gelegen in de Gravenstraat en strekkende van het erf van Geerit van Ree tot aan het huis van Screvel Monnesz. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 50 gl. Dezelfde verkoper transporteert aan Aeltgen Willemsdr., weduwe van Adriaen Jansz. Cant, 1/7 deel van de helft van het genoemde erf. Koopster is schuldig een bedrag van 50 gl. Dezelfde Aeltgen Willemsdr. transporteert aan haar broer Willem Willemsz. 1/7 deel van hetzelfde erf. Willem Willemsz. hellebaardier verkoopt aan voornoemde Aeltgen Willemsdr. 2/7 delen van het voornoemde lege erf, waarvan 1/7 deel in de helft hem is aangekomen bij overlijden van zijn grootmoeder Dircxken Barthoutsdr. en waarvan het andere 1/7 deel in de helft door hem is gekocht van de kinderen van Barthout Willemsz. [= d-7] (ORA Dordrecht inv. 738, f. 65v-66v)

– 20 febr. 1586: comp. Crijntgen Jacobsdr. de Both, weduwe van Dirck de Jonge Huijbrechtsz., enerzijds en Janneken Dircxsdr. en Adriaen Dircxsz., ieder voor zichzelf en Willem Willemsz. en Jacob Govertsz., als voogden van Willem Dircxsz. en Rochus Dircxsz., onmondige weeskinderen van Dirck Jong Huijbrechtsz., geassisteerd met hun neef Jan Brouwer Aerntsz., oudraad in wette van Dordrecht, anderzijds. “Ende bekenden de voorsz. comparanten onderlinge op ende jegens malcanderen geschift, gescheijden ende gedeelt te hebben alle de goederen  … sulcx sijluijden die met malcanderen te schiften ende te scheijden hadden beroerende de doot van wijlen [Dirck] Jong Huijbrechtsz. voornoemt … te weten dat alsoe tusschen de voorsz. weduwe ter eenre ende de kinderen met haere voochden ende vrunden ter andere sijden onderlinge seeckere questiën ende geschillen geresen waeren ende eerst belangende de taxatie vande vijffde paerten vande huijsen genaamt Beaumont ende Cleijn Mariënborch mitsgaeders die andere goederen die dselve kinderen aengecoemen waeren bij den overlijden van wijlen Dirxken Baerthoutsdr., haer overgrotemoeder die van wegen de voorsz. kinderen gesustineert werden henluijden te competeren volgende den testamente van de voorsz. Dircxken Baerthoutsdr. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 344 e.v.)

Kinderen:

d-10-1. Janneken Dirksdr., geboren ca. 1564

d-10-2. Adriaen Dirksz. ’t Jong, geboren ca. 1566, beenhakker.

d-10-3. Willem Dirksz., geboren ca. 1568

d-10-4. Rochus Dirksz., geboren ca. 1572

d-11. Geertruijt Willemsdr.

e. Mariken van Wels, trouwde voor 28 dec. 1543 Willem Vastertsz, overleden tussen 5 aug. 1546 (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v) en 21 mei 1551 (ORA Dordrecht inv. 721, f. 52v), zoon van Vastart Willemsz. en Neelken (Cornelia) Adriaensdr. (van Cleijburg)

– Allerkinderen (28 dec.) 1543: Willem Vastartsz. wordt opgenomen in het Houtkopersgilde te Dordrecht, is getrouwd met de dochter van een gildebroeder en betaalt een halve gulden. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 8, f. 27)

f. Dirk van Wels Jacobsz., overleden tussen ca. 1543 en 8 april 1552

– 31 juli 1544: Revert Cornelisz. schipper, 36 jaar oud, verklaart op verzoek van Willem Pleijt, dat hij – Revert – erbij is geweest, toen Dirck van Wels in aanwezigheid van Ghijssbert van Arkel, zijn “noem”, in 1543 Pleijt in dienst genomen heeft om met zijn schip een vracht te vervoeren naar “Linnen” in Engeland, welk schip toen door de Fransen gekaapt is. (ORA Dordrecht inv. 694, akte 91)

– 8 april 1552: Jan Jacobsz. de Oude, Jacop Jacopsz., Jan Jacobsz. de Jonge en Willem Jansz., als naaste verwanten van wijlen Dierick van Wels, verklaren, dat zij, zonder zich te “constitueren” als erfgenamen van genoemde Dierick van Wels, “maer alleenlick om zijn recht te defenderen”, procuratie verlenen aan Adriaen de la Nella en Cornelis van Haeften, procureurs voor het Hof van Holland, om als verdedigers op te treden in het proces contra Pouwels Valing uit Engeland, dat wijlen Dierick van Wels nog onbeslist hangende heeft voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 698, akte 322)

g. Cornelis van Wels, overleden in of na 1551

– 25 mrt. 1551: Cornelis van Wels Jacobsz. verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn moeder Dircxken Barthoutsdr., weduwe van Gijsbert van Arckel, aan Jan, Jacob, en jonge Jan van Wels, zijn broers, en aan Andries Aertsz., Dirck Aertsz., Reijer van Nes, en Anthoenis van Nes. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 398)

65536. Pauwels Petersz. die Haen, kerkmeester van Oosterwijk, overleden na 4 mrt. 1510 (RA Gorinchem 1510)

71170. Kerstant Jacobsz. van der Vliet, geboren ca. 1470, overleden 2 juli 1515, trouwde

71171. Machtelt Bartholomeusdr. van Dorp, geboren ca. 1475, overleden 11 okt. 1524

71192. Jacob Kerstantsz. (van de Vliet), Heilige-Geestmeester te Naaldwijk en kerkmeester ald. (1470), overleden Pasen (7 april) 1482, trouwde

71193. Machtelt NN

71276. Arnould van de Werve, Ridder, heer van Hovorst en Giessen-Oudekerk, overleden Bergen op Zoom 7 jan. 1520, trouwde

71277. Bertha van Loon van Kijfhoek

71278. Andries van Bronckhorst, Ridder, lid van het Hof van Holland, baljuw van Voorne en Brielle, kastelein van Oostvoorne, heer van Stad aan ’t Haringvliet en Schoot, overleden voor 1548, trouwde 2e Wendelmoet van Boschuijsen te Alkmaar, 1e

71279. Maria Dirksdr. Sonck

Batavia Illustrata:
“Andries van Bronkhorst, Ridder, soone van Willem van Bronkhorst, raad in den Hove van Holland, anno 1540 te voren Balliu van den Briel, anno 1527 doe hy de Stad by de Plate dede bedijken; kogt de goederen vander Schoot by der Goude, hadde eerst getrout Maria Sonke te Delft, daar na Wendelmont, dochter van Claas Corf van Boschuysen tot Alkmaar…”

Wendelmont van Boschuysen verklaarde in de codicil dat ze wou begraven worden in de Grote Kerk in Den Briel bij haar man Andries van Bronckhorst. Op 1/11/1692 maakte notaris Kerss een kopie op van het testament en de codicil (Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg – Ambachtsarchief van Hekelingen en Vriesland, nrs. 658 en 660).

Andries van Bronckhorst (circa 1478[1] – 1547/48), ridder, was lid van de Raad van Holland en baljuw van Voorne en Den Briel. Daarnaast was hij heer van Stad aan ’t Haringvliet en de heerlijkheid Schoot.
Andries was een zoon van Willem van Bronckhorst en Ewoud Laurensdochter en een broer van Joost van Bronckhorst, heer van Bleiswijk.
Van 1525 tot 1547 was Andries onbezoldigd raadsheer van het Hof van Holland.
Op 17 juli 1526 kwamen de regulieren van het klooster Sint-Elisabeth te Rugge nabij Den Briel en heer Andries van Bronckhorst overeen dat heer Andries de helft van het gors De Stad zal kopen voor het bedrag van 850 pond. Van keizer Karel V krijgt Andries vervolgens de heerlijke rechten over het gebied. Dat was voor hem de aanleiding tot het bedijken van het gors. De lammertienden op het gors werden gedeeld: de regulieren een helft en heer Andries een helft. Het gebied werd pas in 1527 uitgegeven door de grensgeschillen met de heren van Sommelsdijk en Middelharnis.
Hij trouwde (1) met Maria Soncken uit Delft en had met haar twee kinderen:
Laurens van Bronckhorst en Machteld van Bronckhorst Na haar overlijden trouwde hij (2) met Wendelmoed van Boshuysen, weduwe van Reinier de Jongh, heer van Baardwijk, en dochter van Willem van Boshuijsen, “baljuw van Woerden” (-1516) en Elisabeth Jacobse van Noorde. Uit het huwelijk van Andries en Wendelmoed zijn vijf kinderen geboren:
Nicolaas I van Bronckhorst (ovl. voor 1550), heer van Stad aan ’t Haringvliet. Hij trouwde in 1544 met Jacomina van Poelgeest (-1574), dochter van Gerrit V van Poelgeest (1490-1549) en Sibylla van Edingen. Gijsbert van Bronckhorst (1525 – 23 juli 1576), ridder, heer van Schoot. Hij trouwde met Levine van Briarde (11 juli 1528 – 2 april 1557) Andriesje van Bronckhorst Pieter van Bronckhorst. Hij trouwde (1) met Geertruid van Sonnevelt en trouwde (2) met Maria van Heerjansdam. Wilhelmina van Bronckhorst, trouwde met (1) Alexis van Nassau-Corroy, (2) Jan van Lannoy en (3) Jan van Casembroot
Onbezoldigd raadsheer Andries van Bronkhorst was in de zestiende eeuw bijvoorbeeld weinig actief op het gebied van rechtspraak, maar maakte zich wel nuttig als baljuw in het strategisch gelegen Den Briel.
Andries van Bronckhorst, heer van Abbenbroeck, raad in den Hove van Holland (die X Wendelmoet Claes Corffsdr.; hij geeft voor hem zelf en als curator van Franchois en Cornelia van Heemstede machtiging op 10 September 1534, nog eens 4 September 1544. Zijn weduwe, Vrouwe Wendelmoet van Boshuysen, machtigt hem samen met haar zoon Pieter van Bronchorst op 10 Maart 1550)

(genealogieonline.nl)

Andries van Bronckhorst (circa 1478 – † 1547) was een expert inzake dijkbeheer en waterhuishouding, zowel in de praktijk als in de kennis van het dijkrecht. Hij was onder meer baljuw van Voorne en Den Briel. Van internationaal belang voor de scheepvaart was zijn ontwerp van het eerste prototype van de schutsluis en van de puntdeuren voor sluizen. Tijdens zijn leven verwierf hij onder andere de hoge heerlijkheid Schoot bij Gouda en heerlijkheid over de Stad aan ’t Haringvliet, alsook een groot gedeelte van het eiland Putten, dat hij en enkele financiers redde van de ondergang. Hij woonde in Den Briel

Andries van Bronckhorst stamde uit het oude adellijk geslacht baanderheren van Bronckhorst uit Gelderland, uit een jongere tak die zich in de tweede helft van de vijftiende eeuw op het eiland Voorne in Zeeland had gevestigd. Andries was een zoon van Willem van Bronckhorst en Ewoud Laurensdochter. Zijn broer Joost van Bronckhorst was heer van Bleiswijk

Andries van Bronckhorst was van 1504 tot 1541 baljuw van het eiland Voorne en van de stad Den Briel. Na zijn tussenkomst op het buureiland Putten werd hij vanaf 1536 kastelein van Oostvoorne en in 1538 baljuw en dijkgraaf van Putten. Door zijn autoriteit als deskundige in waterbeheer deed het Hof van Holland tussen 1525 en 1547 dikwijls beroep op hem om als extern raadsheer te zetelen bij geschillen die met waterhuishouding te maken hadden.

Voorne-Putten in 1573, met in de rechterpunt, buiten de (zwarte) dijken, het weer aangeslibde voormalige ambacht Putten

Van Bronckhorst was baljuw van het eiland Voorne, maar op het buureiland Putten wordt hij vooral herinnerd vanwege zijn inspanningen om dit eiland te behoeden voor de ondergang in zee na hevige overstromingen. Putten werd tijdens de Sint-Felixvloed van 5 november 1530 zwaar getroffen. In april 1531 werd Andries van Bronckhorst betrokken bij het herstel van de dijken. Hij adviseerde onder andere om het ambacht van Putten (het toenmalige dorp, in de uiterste oosthoek van het eiland, waar nu de Wolvenpolder en de Oude en Nieuwe Uitslag van Putten liggen) buiten de herstelde ringdijk te laten omdat dat volgens hem de enige mogelijkheid was om de overige Putse polders weer droog te krijgen. Dat advies werd toen niet opgevolgd.

Twee jaar later, in de nacht van 1 op 2 november 1532, sloeg de nog hevigere Allerheiligenvloed opnieuw grote stukken dijk weg. Direct daarna stuurde Bronckhorst enkele van zijn mensen naar Putten om poolshoogte te nemen. Wat zij hem rapporteerden, was alleen maar trieste narigheid. Het water stond nog 60 cm hoger dan tijdens de vorige vloed en het had vrij spel. De nog maar net herstelde ringdijk was op talrijke plaatsen weggespoeld. Het vee was grotendeels verdronken, de verarmde bevolking zag geen kans meer om de dijken te herstellen. Men overwoog zelfs om de gronden aan het water prijs te geven. Op 7 en 8 november ging hij zelf op inspectie, om met eigen ogen de ravage te overzien. Toen bleek ook dat de baljuw en dijkgraaf van Putten ziek waren; de laatste vroeg zelfs om ontheffing uit zijn ambt. Daardoor oefende niemand meer toezicht uit in het gebied van Putten. Tevens was er een groot gebrek aan arbeidskracht. Kortom, er was “niets dan verdriet en armoede in ’t lant”, zoals Bronckhorst zelf schreef aan zijn Haagse neef Joost Sasbout. Die was eveneens raadsheer van Holland en destijds de belangrijkste grondeigenaar in het land van Putten.

Vervolgens werd Andries benoemd tot buitengewoon dijkgraaf van Putten. Hij werd samen met de rentmeester van Zuid-Holland Crispijn van Boschuyzen (zijn zwager) en Anthonis van der Noot belast met het dijkherstel. Samen met hen en met Joos Sasbout zorgde hij voor de financiering ervan. Andries van Bronckhorst ging zeer voortvarend te werk. Zo liet hij in Dordrecht allerlei dijkhout en kruiwagens halen en in het voorjaar van 1533 werden meer dan 700 schepen ingezet bij het halen van klei uit de Egmondse gorzen (de latere Beijerlanden in de Hoeksche Waard). Er werd een nieuwe dijk aangelegd tussen de Hekelingse Toldijk en de Spijkenisser schenkeldijk, de latere Gaddijk. Alle gronden ten oosten van die nieuwe dijk werden “uitgeslagen”: dus voorlopig niet herbedijkt. Hierdoor kwam alsnog het ambacht van Putten buitendijks te liggen en werd het bekend als het Verdronken Land van Putten.

Zo was het aan het doortastend optreden van Andries Van Bronckhorst en de hulp van de financiers te danken dat de polders van Putten herbedijkt werden, met uitzondering van het oude ambacht Putten. In Spijkenisse zijn straten naar deze vier heren vernoemd.

Na de herdijking, in 1534, verbeterde Andries ook de waterafvoer op Putten door de introductie van zes watermolens, “die voir den indundatie noyt dair in ’t lant geweest en hebben“. Nadat in 1535 zijn werk als tijdelijk dijkgraaf was voltooid, bleef hij hoogheemraadvan Putten tot zijn dood.

Andries van Bronckhorst liet zijn erfgenamen een groot deel van het land op Putten na. Volgens een meting in 1617 bedroeg de totale oppervlakte van het binnen de ringdijk gelegen land 5.445 gemeten en 244 roeden. Hiervan waren 1.633 gemeten en 220 roeden bezit van de erfgenamen Bronckhorst en ruim 45 gemeten hadden deze erfgenamen met andere eigenaars gemeen. De andere hoofdingelanden hadden tezamen niet eens zoveel land als de erfgenamen Bronckhorst alleen bezaten. Zijn nakomelingen erfden niet alleen dit land, maar ook de functie van hoogheemraad. Het hoogheemraadschap werd erfelijk in het geslacht Van Bronckhorst; tot 1699 bekleedden zij een zetel in het hoogheemraadschap. Zij bewaarden een van de drie sleutels, waarmee de landskist, de oudste eigen archiefbewaarplaats van de ring, werd afgesloten.

Op 5 juli 1544 kreeg Andries vanwege de keizer de opdracht om samen met Adriaan Stalpaert van de Wiele de kusten van Noord-Holland en West-Friesland te gaan inspecteren. Talrijke binnenmeren stonden er in open verbinding met de zee en het zeewater spoelde daar steeds meer land weg. Tijdens hun tocht organiseerden ze op diverse plaatsen hoorzittingen om de klachten en de meningen van de bevolking te aanhoren. In hun inspectieverslag gaven de twee commissarissen de ongelukkige toestanden weer die ze hadden vastgesteld. De verklaringen van de afgevaardigden der ingelanden waren vrijwel eensluidend. Er moesten dringend maatregelen getroffen worden om het verlies van vaste grond stop te zetten. De inwoners wensten verandering van de bestaande sluizen zoals die in Edam en Nieuwendam, door nieuwe bouwwerken die wel uitwatering mogelijk maakten, maar de instroom van zeewater verhinderden. Andries van Bronckhorst en Adriaan Stalpaert adviseerden daarop om alle schotten, duikers en andere waterwegen die op de zee uitkwamen af te sluiten. Voor de afwatering van het binnenland en voor de scheepvaart voorzagen ze een grote nieuw te bouwen stenen sluis in de Grote Dam die de rivier de Zaan afsloot van het IJ in Zaandam.

De keizer keurde op 17 december 1544 dit plan goed. De commissarissen namen de leiding over de aanleg van de Zaandamsluis in eigen handen. Adriaan Stalpaert was rentmeester van Kennemerland en West-Friesland en hij nam de logistiek voor zijn rekening. Andries van Bronckhorst zorgde voor de technische kant. Ze stelden twee uiterst gedetailleerde bestekken op, een voor de stenen bouwwerken en een voor het houtwerk.

De werken vingen aan in 1546 en de sluis werd in gebruik genomen op 12 november 1547. De sluis werd later gekend als de Grote Sluis of de Hondsbossche Sluis van Zaandam.

Andries had een totaal nieuw type sluis ontworpen. De sluiskom kon aan beide kanten afzonderlijk worden afgesloten, ze was 5 meter breed en 25,75 meter lang, groot genoeg om enkele schepen te versassen. De waterstand in de kom kon geregeld worden door kleppen in de deuren, waardoor de schepen het verschil tussen het zeeniveau en de binnenwaters gecontroleerd konden overbruggen. De deuren scharnierden verticaal en ze sloten op een punt, gericht naar zee, puntdeuren zoals ze heden genoemd worden. Dankzij slagdrempels op de bodem openden en sloten ze automatisch door de wisselende stroomrichting naargelang eb en vloed: zulcx dat die dueren bequamelick zullen moghen sluten metter vloet, weder met het vutgaen van den water open gaen. Dit eerste type schutsluis was nog overwelfd door een vaste brug. Andries’ zoon Gijsbrecht van Bronckhorst ontwikkelde dit model verder tot het gekende type schutsluis zonder bovenbouw, dat bovendien schepen in staat stelde om hoogteverschillen in het reliëf te overbruggen.

(Wikipedia)

73480. Pieter IV van Roden, heer van Rhoon, trouwde voor 23 mei 1474

73481. Margriet Gerrit Stormsdr.

73776. Doen Beijensz. de Jonge (= kwartier 35502), trouwt

73777.  Haesken NN (= kwartier 35503)

75320. Pieter Corsz. (Corstiaensz.), overleden voor 1500, trouwde

75321. Maritgen NN, overleden voor 4 juni 1542, trouwde 2e Jan Jacobsz. Meijnaert (geb. ca. 1476, boer te Mijnsheerenland, schepen, heemraad van Mijnsheerenland, heemraad van het Oudeland van Moerkerken, overl. tussen 22-11-1540 en 4-6-1542, zoon van Jacob Meijnertsz., boer te Mijnsheerenland, en Hillegont N.N., stichters van een memorie in de kerk te Mijnsheerenland).
Het is mogelijk dat Pieter zelf ook al in Mijnsheerenland boerde, al valt dit door gebrek aan bronnen niet meer vast te stellen. In ieder geval hadden zijn beide zoons in hun jonge volwassenheid, en dus gedurende het leven van hun moeder, al grond in het Oudeland van Moerkerken in eigendom.
Als Maritge Jan Jacopsz. weduwe komt zij nog voor in het 10e penningkohier van Mijnsheerenland over 1542 en moet zij in hetzelfde jaar zijn overleden. Voor haar en haar tweede man werd jaarlijks in de kerk te Mijnsheerenland een memoriedienst gehouden, die gefundeerd was door zijn ouders.

6 juni 1539: Jan Meijnertsz. heeft van de prior van het klooster Vredendaal in Amersfoort 28 morgen land in bruik in Westmaas-Nieuwland. In deze akte wordt ook genoemd Cors Pietersz., die 37 morgen en 300 roeden bouwland aldaar in huur heeft van voornoemd convent. [O Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 126ve].

1543: Maritge, Jan Meijnarts weduwe, staat aangeslagen in het kohier van de 10e penning 1543 mit 3 morgen 300 roeden bouwland [Kohier 10e penning Mijnsheerenland]

14 dec. 1548: Lenert Pietersz., broer van Cors Pietersz., draagt over aan Pieter Jansz. (‘zijn zusters man’ is doorgestreept), wonend aan de Strijense Oudelandse Westdijk, 1 morgen land in Westmaas-Nieuwland, hem aanbestorven van zijn moeder Maritge, weduwe van Jan Jacob Meijnertsz. Deze ene morgen is gelegen in het broek (drassig land) van de vrouwe van Moerkercken, ten noorden van de Bouwensweg [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 4, fol. 99ve (1544-1583)].

1 juni 1551: Kors Pietersz. is aangeërft van zijn overleden moeder Maritge, Jan Jacob Meijnertsz. weduwe, een bouwstede, timmerage, huizen, keten, bergen, wagens, ploegen, eggen, wagentouw, borninge, tuinen, glinten, horden en bomen in Westmaas Nieuwland in de hoek van de Bouwensweg en de Oudelandse Westdijk [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, folio 127ve (1532-1552)].

14-03-1555: Anna Pieters, oud 19 jaar, machtigt haar broer Pieter Pietersz. om alzulk land te verkopen dat haar aangekomen is van haar grootmoeder Maritge Meijnerts.
Nota: Op 22 maart 1555 heeft Pieter Pietersz. voor hem en als gemachtigde van Anna Pieters, zijn zuster, Kors Pietersz. gifte gegeven en nog mede gifte gegeven Yeman Adriaensz. [ORA Mijnsheerenland, inv. nr. 1, fol. 111ve (1532-1552)]

76160. Gielis Herweijer (Serwaeyers) fs Jans, geboren naar schatting ca. 1440, kleermaker, eigenaar van de helft van twee steengelagen (afgravingen en steenbakkerijen) in Hemiksem (B., provincie Antwerpen), eigenaar van een hofstede op de hoek van de Oeverstraat in Rupelmonde, overleden voor 1494, trouwde

76161. Katline van Doerne, overleden voor 1496

– 13 mei 1494: Jan en Claus de Waeyer “cousmakers”, wettige zoons van Gielis de Waeyer kleermaker en Katline van Doerne, verkochten [sic] Claus Gielis, Peter Bertels, Cornelis van Leyden en Jacop van der Geest, als regeerders van het Sinter Clausgilde in de Onze Lieve Vrouwekerk van Antwerpen t.b.v dat gilde een jaarlijkse rente van 20 Brabantse stuivers, verzekerd op een huis, staande op het Vleemincxveld tussen de kamer van Jan van den Brande en de kamer van Jan Spasteijbacker, komende achter aan het erf van “den Zwerten Pot”.

(J.J. Herweyer, Zevenhonderd Jaren Herweijer [Sneek 2000], p. 69-70 en 73)

77924. Gerrit Gerritsz. Cranendonck, geboren ca. 1460, landbouwer in Ridderkerk, overleden Ridderkerk voor 1530, trouwde

77925. Adriana Cleijs, overleden 1557

85600. Snoeij Gerritsz., woonde in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, huurt land 1466, treedt op als voogd van de prior op het klooster Den Donk (Brandwijk) 1477, testeert met zijn vrouw Ouderkerk a/d IJssel 21 febr. 1502 en 8 mei 1521, heemraad 1484, 1491, 1493, 1495, 1510, overleden voor 1525,

85601. Mariken (Maritgen) Hoenendr.

(Prometheus XV, p. 307)

Hij is geld schuldig 1476, 1479, 1482, 1485, 1487 en treedt in 1477 op als voogd voor de prior van den Donc (klooster bij Brandwijk). 
Op 08-02-1495 is er sprake van een rentebrief, die zijn voorkinderen hebben, sprekende op het land waar hun vader nu woont.
Met zijn vrouw Marken koopt hij op 21-02-1507 2 1/2 morgen 1 1/2 hond in de Geer t.b.v. hun 2 jongste kinderen Kersien en Merken.
Hij is op 26-10-1514 geld schuldig aan zijn zoon Gerrit en eveneens in 1517 samen met zijn zoon Hoen aan zijn andere zoons Gerrit en Jan. 
Hij schenkt op 08-05-1521 samen met zijn vrouw Maritghe aan hun dochter Machel, Adriaen en Kers hun zonen, ieder 7 hond land voor hun arbeidsloon dat zij verdiend hebben. 
In 1526 is er sprake van de erfgenamen van Snoeyen. Snoey’s zoon Jan uit het eerste huwelijk wordt vermeld in 1526 als welgeboren man.

(genealogieonline.nl)

85608. Cors Meusz., geboren ca. 1475, overleden 1553, trouwde

85609. NN Cornelisdr.

(janbakker.org)

86104 = 75320.

86106. Willem Corsz., geboren naar schatting ca. 1470, trouwde

86107. Claertie NN, trouwde 2e Wouter Hermansz.

(genealogieonline.nl)

89086. Jacob Aert Hendricksz., geboren naar schatting ca. 1490, wonende tegenover de Manhuissteiger te Dordrecht, overleden tussen ca. 1520 en 5 juni 1527, trouwde naar schatting ca. 1515

89087. Neelken (Cornelia) Jansdr. van Slingelant, geboren naar schatting ca. 1490, overleden 20 aug. 1587

1552: compareren te Dordrecht Cornelis van Driel, schepen in wette, als man van Grietken Jacobsdr., Jan Wenssen, mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland, Aert Wenssen en Cornelis de Jonge, als man van Hillegont Jacobsdr., tezamen erfgenamen van Jacob Aertsz.

(De Nederlandsche Leeuw 2001, nr. 7/8, kol. 573)

Cornelia Jansdr van Slingeland:
Onmondig 29 april 1495 te Dordrecht, overleden 20 augustus 1587 ‘seer out’ aldaar.
Dochter van Jan Jansz Slingeland en Hillegond Arents Willemsdr van Crayestein.

Jacob Aertsz. overleed vroeg. Dat wordt verklaard in het handschrift Schaep: “hij werde op Swijndrecht deursteken, in flore aetatis [in de bloei van zijn leven].” Verder vermeldt het handschrift Schaep dat Jacob Aertsz. “woonde over de oude Mannen Steijgert, daer ’t wapen in (den) stoepen gehouden staet”. (Ons Voorgeslacht 2001, p. 654)

Cornelia van Slingeland bezat een huis aan de Nieuwe Haven te Dordrecht (1543), wellicht staande bij het Manhuisstraatje (1544). Zij was samen met haar dochter Grietgen Wenssen eigenaresse van 3 morgen land in Nieuw-Reijerwaard (1557/1561) (Ons Voorgeslacht 1997, p. 750)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Aernt Wenssen Jacobsz.

– 25 mrt. 1551: Aernt Wenssen Jacobsz. verleent procuratie aan zijn moeder Neelken van Slingelant, weduwe van Jacob Aertsz., om zekere landerijen te mogen verhuren. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 399)

b. Grietgen Wenssen, geboren ca. 1518

c. mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland

– 12 aug. 1553: Cornelis van Driel Claesz., schepen in wette van Dordrecht, als man van Grietgen Jacopsdr., Jan Wenssen, mr. Adriaen Wenssen, advocaat voor het Hof van Holland, Aert Wenssen, elk voor zichzelf, en Cornelis de Jonge als man van Hillegont Jacopsdr., verklaren, dat mr. Aert van de Leede Staesz. en Adriaen van Nispen Gerritsz., als executeurs-testamentair van Antonia Joest Jan Wenssendr., hen, comparanten, volledig voldaan en betaald hebben van al hetgeen hun aanbestorven is bij overlijden van voornoemde Anthonia Wenssen. (ORA Dordrecht inv. 699, f. 32 e.v.)

d. Jan Wenssen, geboren ca. 1520, kamerbewaarder te Dordrecht, trouwde 1e Aerjaentgen van Megen, 2e Fijcken Cornelisdr.

– 7 mei 1568: verklaring door Jan Wensen Jacobsz., gezworen kamerbewaarder te Dordrecht, 48 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 20)

– ORA Dordrecht inv. 1548 (nieuw), akte 290: op 6 mei 1577 verklaren Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wensen, Damas Jobsz. [van Slingeland], als man van Thoentgen Wensen, Baertgen Wensen en Hillegond Wensen, allen voorkinderen van Jan Wenssen, verwekt bij Adriana van Meghen, dat zij volledig betaald en voldaan zijn door Cornelis Evertsz., lid van de Oudraad van Dordrecht, hun oom, als man van Aechtgen Stoopen, van een bedrag van 16 Vlaamse ponden, welke hun “bij voerghaende submissie thoegeseijt waeren bij zeeckere arbiters vvt crachte van zeeckere testamente haer comparanten ghemaect bij Fransken Cornelisdr.”, hun tante.

– ORA Dordrecht inv. 736, f. 189v: op 3 juni 1581 verkopen Fijcken Cornelisdr., weduwe van Jan Wensen Jacobsz., voor de ene helft, en Thomas Thomasz., als man van Machtelt Wenssen, Damas Jobsz. [van Slingeland], als man van Thoontgen Wenssen,  en Jacob Simonsz. de oude, als man van Aerjaentgen Wensen, allen voor zichzelf en samen tevens vervangende Adriaen Jacobsz., als man van Baertgen Wensen, alsmede de overige kinderen van wijlen Jan Wensen, verwekt zowel bij Aerjaentgen van Megen als bij voornoemde Fijcken Cornelisdr., [voor de andere helft], aan Claes Apersz. schipper een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Henrick Jansz. kleermaker en dat van Jacob Willemsz. vleeshouwer. Waarborgen: Pieter Jansz. kuiper en Jacob Simonsz. de oude voor de helft van de weduwe, en Damas Jobsz. en dezelfde Jacob Simonsz. voor de helft van de kinderen. De koper is schuldig aan verkopers 1440 gl. Borgen: Jan Philipsz. en Trijntge Philipsdr., weduwe van Frans Cornelisz.

Kinderen (volgorde onzeker):

ex 1:

d-1. Machteld Wensen, trouwde Thomas Thomasz.

d-2. Baertgen Wensen, trouwde Adriaen Jacobsz.

d-3. Thoentgen (Anthonia) Wensen, trouwde Damas Jobsz. van Slingeland

Nakomelingen:

I.  Anthonia Jansdr. Wenssen, trouwde Damas Jobsz. van Slingeland

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 141: op 5 mei 1606 verkoopt Anthonia Wenssen Jansdr., weduwe van Damas Jobsz. van Slingelandt, geassisteerd met haar zoon Job van Slingelandt Damasz., aan Jan Jansz., huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johannes Poliander, predikant te Dordrecht, en dat van Guilliam van de Waerde, strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsgracht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 775 gl. In margine: op 8 mei 1659 verklaart Nicolaes Maes schilder, dat de schuld volledig is afgelost.

Kinderen:

a. Job van Slingeland

b. Barthout Damisz. van Slingeland, volgt II

II. Barthout Damisz. van Slingeland, geboren Dordrecht 28 juli 1590, van Dordrecht (1618), overleden Dordrecht 31 jan. 1638, trouwde NG Dordrecht 14 okt./4 nov. 1618 Geertruijt Govertsdr. van Beaumont, van Dordrecht (1618)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Damis (Damas) Barthoutsz. van Slingeland, april 1621, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1649 Cornelia Gijsbrechtsdr. van Beaumont

b. Govert van Slingeland, 12 jan. 1623, volgt III

c. Bartholomeus, sept. 1624

d. Simon, mei 1626

e. Anthonia, aug. 1628

f. Reijmburg, sept. 1630

III. mr. Govert van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1623, pensionaris van Dordrecht, overleden Den Haag 3 juli 1690, trouwde 1e Christina van Beveren, 2e NG Dordrecht/Den Haag 4/29 sept. 1661 (per schrijven van Den Haag) Arnoudina van Beaumont, gedoopt NG Dordrecht april 1635, trouwde 1e Roelant Schou, dochter van Herbert van Beaumont en Elisabeth de Jonge

Kinderen (ex 2):

a. Herber, gedoopt NG Dordrecht 4 juli 1662

b. Simon van Slingeland, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. , raadpensionaris van Holland 1727-1736, overleden Den Haag 1 dec. 1736, trouwde 1e 31 juli 1690 Susanna de Wildt, 2e 1726 Johanna van Coesvelt (zijn huishoudster).

Simon van Slingelandt (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

d-4. Hillegond Wensen

ex 2:

d-5. Adriaentgen Wensen, geboren ca. 1560, trouwde Jacob Sijmonsz, de oude

ORA Dordrecht inv. 1555, akte 174: verklaring dd 10 jan. 1590 door Adriaentgen Wensen Jansdr., de vrouw van Jacob Sijmonsz. de oude, 30 jaar oud, op verzoek van Pieter Bouwensz. en Willem Boucquet Blasiusz.

e. Hillegond Wenssen, geboren naar schatting ca. 1525, trouwde 1e Cornelis de Jonge Willemsz., 2e 19 juni 1569 Cornelis Hendriksz. van Slingeland, burgemeester van Dordrecht (1572-1577), weduwnaar van Catrijn Brouwer Jansdr. (De Nederlandsche Leeuw 2001, kol. 578-579)

92456. Gijsbert (Gijsbrecht) Besemer Heijndriksz., geboren 1462/1463, heemraad in Sandelingenambacht, overleden na 12 mrt. 1542 (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 301-302), trouwde NN

Kinderen:

a. Cornelis Gijsbertsz. Besemer

b. Jacob Gijsbrechtsz. Besemer (ca. 1500-1542)

b-1. Ploentgen Jacobsdr. Besemer, geboren naar schatting ca. 1535, trouwde Goossen Adriaensdr. Schilperoort

b-1-1. Sijtgen (Lucia) Goossendr. Schilperoort, geboren naar schatting ca. 1570, trouwde Johan van Driel

b-1-1-1. Emmerentia van Driel (1598-1660), trouwde Anthonij Huigensz. Repelaer, brouwer te Dordrecht

Emmerentia van Driel, door Jacob Gerritsz. Cuijp (foto: H.A. van Duinen)

96972. Dirk Coossen den Roonaert van Riede, overleden na 1526, trouwde

96973. Baertje NN

96974. Willem Doen Beijensz. van Driel, trouwde

96975. Ida Jansdr.

99306. Pieter van Bree, trouwde

99307. Neeltgen van Bree

– 5 nov. 1556: Jacob Bucket Blasiusz. verleent procuratie aan Aert van Gheel om aan de erfgenamen van Aernt Brouwer te transporteren zijn aandeel in alzulke moeren als hem aanbestorven zijn bij overlijden van Pieter van Bree en Neeltgen van Bree, zijn grootouders, en die hij verkocht heeft aan wijlen Aernt Brouwer. (ORA Dordrecht inv. 1536 (nieuw), akte 344)

103.036. Daniël Jansz. van Tetrode, geboren ca. 1500, overleden voor 19 aug. 1541, trouwde Maria NN

– 16 mei 1528: Danië Jansz. van Tetrode, Jan Jansz. van Tetrode, Frans Heynricsz. van Tetrode, Dirc Jansz., als man van Machteld van Tetrode en Quirijn van Bergen als man van Heynricen Heynricksdr. van Tetrode, verklaren voor schepenen van Leiden het testament van hun “oude vader” Willem Arentsz. van Tetrode van Wassenaar te zullen nakomen.

– 19 aug. 1541: Marie, weduwe van Daniël Jansz. van Tetrode, koopt een huis op de Middelste Gracht te Leiden.

http://members.home.nl/mtettero/Genealogie.html#7

103.038. Geryt Huygensz. van der Meer, geboren ca. 1475, overleden ca. 1541, trouwde

103.039. Jannetgen Huijgendr., overleden ca. 1563

103.108. Claes Dirck Jansz., geboren ca. 1470, bouwman aan de ’s Gravendijk in Noordwijk, overleden ca. 1543

106.736. Willem Jacobsz., geboren ca. 1465, leenman van de Hofstad van der Wateringe, overleden tussen 22 mrt. 1508 en 12 dec. 1512, trouwde

106.737. Griet NN, overleden in of na 1526/1527

(Morien, o.c., p. 2)

110408. Vop Floren, wonende in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, vermeld (met zijn kinderen) in 1498, vermeld in de kerfcedulle 1507 (Prometheus XV, p. 297) 

111.120. Ariaen Joostensz., geboren ca. 1480, landgebruiker te Heerjansdam (1543), schout van Heerjansdam en Kleine Lindt (1543/1544), overleden tussen 1544 en 1557, trouwde

111.121. NN

(Ons Voorgeslacht 2008, p. 130).