Kwartierstaat van A.B. den Haan, deel 4

Literatuur:

B. de Keijzer, Van Kijfhoek (Emmikhoven en Blokland) (HoGenDa 2024)

122.492. Mr. Willem van Beveren Jakobsz., geboren 1457, heer van Dordsmonde, leenman van de visserij te Dordsmonde, woonde te Dordrecht in het huis “In de Gans” tot 1498, daarna in het huis “den Ouden Beer” in de Wijnstraat, leenman van de Grafelijkheid, secretaris van Dordrecht 1484-1506, leenhouder van Dordsmonde en het schrootambacht * van het geslacht Van Beveren, hem verleden op 10 en 11 juni 1500, overleden op 9 febr. 1506, trouwde 1485

122.493. Maria van Bakel Nikolaasdr., overleden 29 juni 1514, enige erfgename van Nikolaas van Bakel (Balen o.c., deel II, p. 955; Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 328; De Nederlandsche Leeuw 1965, kol. 185-186; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777; Ons Voorgeslacht 2010, p. )

* “Het schrodersambacht behelsde de organisatie die zich in Dordrecht bezighield met het laden en lossen van de wijnvaten en was gekoppeld aan de exploitaite van de windas of kraan die onder de grafelijkheid ressorteerde. Deze sector werd beheerd door vanwege de grafelijkheid aangestelde lieden, die het schrodersambacht tegen betaling in leen ontvingen en het werk lieten verrichten door knapen – arbeiders -, later kraankinderen genoemd.” (J. van Herwaarden e.a., Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 [Hilversum 1996], p. 27)

– 1503: Blasius Boucqet koopt van mr. Willem van Beveren het huis “de Gans”, met zomerhuis en tuin, tot de dwarsgang, staande ten oosten van de Munt [van Holland in de Voorstraat]. (De Nederlandsche Leeuw 1935, kol. 342, noot 2)

Willem van Beveren en Maria van Bakel (Iconografisch Bureau Den Haag).

Afstamming van Cornelis de Witt (1623-1672) en Johan de Witt (1625-1672) van Willem van Beveren en Maria van Bakel:

I. Willem van Beveren, geboren 1457, overleden in 1506, trouwde Maria van Bakel

II. Pieter van Beveren, overleden 1554, trouwde 1520 Aeltgen Jacobsdr Muys van Holy

III. Liduwi van Beveren, geboren 1522, overleden 1557, trouwde 1539 Frans de Witt, overleden 1565

IV. Cornelis de Witt, overleden 1622, trouwde 1568 Johanna Heijmans

V. Jacob de Witt, geboren 1589, overleden 1674, burgemeester van Dordrecht, trouwde Anna van den Corput

VIa. Cornelis de Witt, geboren 1623, ruwaard van Putten, burgemeester van Dordrecht, vermoord in Den Haag 1672

VIb. Johan de Witt, geboren 1625, raadpensionaris van Holland, vermoord in Den Haag 1672

Afstamming van Pompejus de Rovere (1645-1723) van Willem van Beveren en Maria van Bakel:

I. Willem van Beveren, geboren 1457, overleden in 1506, trouwde Maria van Bakel

II. Pieter van Beveren, geboren ca. 1495, overleden 1554, trouwde 1520 Aeltgen Jacobsdr Muys van Holy

III. Jacob van Beveren, geboren 1530, overleden 1585

IV. Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, geboren 1568, overleden 1641

V. Sophia van Beveren, geboren 1611, overleden 1682, trouw Pieter de Rovere

VI. Pompejus de Rovere, geboren 1 nov. 1645, burgemeester van Dordrecht, OSP 3 jan. 1723

Pompejus de Rovere (foto: H.A. van Duinen)

122.494. Evert Jacobsz. Snouck, minderjarig in 1484, woonde te Gorinchem, schepen van Dalem (1490), overleden na 1508. 

“Hij schijnt een woelgeest te zijn geweest, die slecht op zijne zaken paste. In 1484 was hij nog minderjarig, in 1490 had hij zitting in den schepenstoel van Dalem. Voortdurend was hij aan het koopen en verkoopen van landerijen en telkens had hij moeilijkheden met schuldeischers en anderen. Omstreeks 1508 verliet hij Gorinchem, ’tegens danck van sijn wijff’, voorgevende ter bedevaart te gaan. Sedert heeft men nooit meer iets van hem vernomen.” (De Nederlandsche Leeuw 1909, kol. 43)

trouwde

122.495. Emmeken Jacobsdr. Block, overleden na 1516 (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 328; De Nederlandsche Leeuw 1909, kol. 43; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777)

123.588. Thomas van Wesel Cleysz., de eerste van zijn geslacht, die zich, komende uit Brabant, te Dordrecht vestigde, trouwde

123.589. Christina Pietersdr. [van Slingeland ?]

Zij was volgens Matthijs Balen een dochter van Pieter van Slingeland, zoon van Jan van Slingeland, raad in wette van Dordrecht (1462) en Veronica [Vroomken] Walig Wyboutsdr., wiens moeder was “uytten Voortreffelijken Geslachte van Ratingen”. [Volgens de Dordtse genealoog C. Sigmond is dit onjuist: zie De Nederlandsche Leeuw 2001, kolom 568: 1445, 1446, 1450: jaarlijkse lijfrente van 10 schellingen op naam van Walich Pietersz. en Vroem, zijn dochter. Vroomken was volgens Sigmond een dochter van Walich Pietersz. en Machteld Aernt Butsdr. (ibid.)]. Wybout van Walig ligt begraven voor het Altaar van het Heilig Kruis in de Grote Kerk van Dordrecht, “alwaar hij ook drie Missen ter Weke bij zijnen Testamente Gesticht hadde.” (Balen, o.c., deel II, p. 1264)

– 31 okt. 1577: (coram Willem Stolck Dirixsz. Stopen) compareren Willem Jansz. Witte, schepen in wette van Dordrecht, als man van Marijcken Thomasdr., Marijcken Fransdr. van Thol, weduwe van Rochus Thomasz. [van Wesel], Marijcken Jacobsdr. [van Telshout], weduwe van Jan Thomasz. [van Wesel] en Geertruijt Pietersdr. [echtgenote van Jacob Cornelisz. Stercke], voor zichzelf en tevens voor haar kinderen, Laurensken Quirijnen, weduwe van Tomas Pietersz. [de Bije] en Marijcken Cornelis [dochter van Cornelis Hendriksz. van Slingeland], weduwe van Andries Pietersz. [de Bije], voor zichzelf en haar kinderen, allen erfgenamen van wijlen Cristina Pietersdr., die “ten echten man heeft gehadt” Pieter Willemsz. van Overacker de Bije. Zij verlenen procuratie aan Cornelis Willemsz., de zoon van voornoemde Willem Jansz. [Witte] om namens hen te transporteren aan Jan Rutten, burgemeester van Besoijen, de helft van 7 morgen, zowel land als “slijck”, liggende aan de Dussen in de “brassaert”, genaamd Beliënweer, zoals dat land is verkocht aan Pieter Willemsz. van Overacker de Bie zaliger door de dekens van het St. Hubertusgilde te Dordrecht, blijkens de oude brieven daarvan zijnde, voorts brieven van eigendom te passeren etc., alles “naer coustume” van het ambacht Munsterkerk aan de Dussen, waar het land gelegen is. (ONA Dordrecht inv. 712, akte 725, f. 188v) 

Kinderen:

a. Maria van Wesel Thomasdr., trouwde Willem de Witt Jansz., burgemeester en schepen van Dordrecht (Balen, o.c., deel II, p. 1264)

b. Pieter van Wesel Thomasz., trouwde NN de Bye (Balen heeft geen nakomelingen van dit echtpaar kunnen vinden: Balen, o.c., deel II, p. 1264, maar uit bovenstaande akte uit 1577 blijkt, dat die er wel degelijk waren)

c. Jan van Wesel Thomasz., schepen en veertig van Dordrecht, zeepzieder aldaar, overleden 1577, woonde in een huis in de Kleine Spuistraat, waar volgens Balen prinses Charlotte-Brabantina van Nassau, dochter van Willem van Oranje en Charlotte de Bourbon, werd geboren. (Balen, o.c., deel II, p. 1265) Volgens anderen echter werd zij  in 1580 te Antwerpen geboren. (NNBW), trouwde Maria van Elshout (van Telshout)

– 1580: de weduwe van Jan Thomasz. [van Wesel] munter met de “zeperije” betaalt 30 ponden voor haar huis in de Kleine Spuistraat, belenders: Cornelis Jansz. (Both) vaandrig en de erfgenamen in “den Tuijmelaer”. (50e penning Dordrecht 1580, f. 84v)

123.594. Barthout Dircxsz. (van Nuijssenburch), geboren ca. 1457, leenman van Arkel, schepen 1493-1506 en burgemeester van Dordrecht 1509-1519, eigenaar van het huis “Henegouwen” in de Wijnstraat (op de hoek van de Gravenstraat) te Dordrecht, overleden voor 23 jan. 1523, trouwde 1e (?) Lucretia Lofrijs, 2e

123.595. Alijd Jansdr. (Knobbout), overleden tussen 1527 en 1531.

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 315; Van Heijningen/Sigmond, o.c., p. 36-37)

DE BEZITTINGEN ROND ROTTERDAM VAN DE ST. PAULUS-ABDIJ, 1264-1666, door C. Hoek

(Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 22 (1967), jrg. 42 (1987) een uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie):

5. Een erfrente van 50 karolusgulden uit de koren- en smaltienden van Carnisse

..-.-1…: Alijdt Barthouts na overdracht door heer Lodewijck van Praet, heer van Moerkercken

(A 2, fol. 259v).

27-9-1552: Meester Willem Schoeck Tielmansz. na overdracht door Dirckge Barthoutsdochter (dochter van Alijdt Barthouts weduwe), weduwe van Gijsbrecht van Arckel * met haar zoon Jan van Wels de Jonge (A 2, fol. 259v).

Pieter Hendrik van de Wall, Handvesten, Privilegien, Vrijheden, Voorregten, Octrooijen … der Stad Dordrecht, Volume 5 (Dordrecht 1777) [google books], p. 1135:

* 4-9-1548: [te Dordrecht]: Gijsbrecht van Arckel oud 54 jaar.

Kinderen:

a. Dircxken Barthoutsdr.

b. Jan Barthoutsz. (van Nuijssenburch)

c. Marigje Barthoutsdr.

135.554. Arend van Loon van Kijfhoek, overleden tussen 1474 en 7 juli 1477, trouwde

135.555. Petronella Abel Pietersdr. Voorkoop, overleden voor 4 mei 1491

Arent van Loon, heer van half-Kijfhoek (1450), heer van Carnisse (1460), vermeld 1439-1474, schepen van Dordrecht (1440-1441, 1444, 1459, 1462-1465, 1466), overl. tussen 1474 en 7 juli 1477, tr. Pieter(nella) Abel Pietersdr., vermeld 1458-1463, overl. voor 4 mei 1491, dr. van Abel Pietersz. Voorcoop (1447).

Op 20 maart 1439 werd Arent van Loon beleend met 4 morgen 2 hond land met de hofstede, gelegen op Kwakernaat in Schelluinen, na dode van zijn vader, alsmede met 4½ morgen land, gelegen in Zwijndrecht, en 7½ hond, gelegen in Waalnesse. Daarna werd hij op 11 oktober 1439 na dode van zijn vader beleend met 3 morgen 4½ hond land, gelegen in Waalnesse. Op 6 maart 1440 werd Arent van Loon beleend met een vierde van de koren- en smaltiende van Boeicop, zoals Gijsbert van Loon, zijn vader. Hierna ontbreek de belening van zijn dochter.

Niet eerder dan 25 april 1450 werd Arent van Loon beleend met de helft van het ambacht van Kijfhoek, zoals Gijsbert van Loon, zijn vader. Vervolgens werd hij op 12 maart 1453 beleend met een tiende in Oversliedrecht. Waarna hij op 12 oktober 1458 werd beleend met 14 morgen land, gelegen op Kort Achthoven (Lexmond), na overdracht door Pieter van Loon, te komen op Elisabeth, zijn dochter.

Op 20 september 1460 werd Arent van Loon na koop beleend met de ambachtsheerlijkheid Carnisse c.a. Vervolgens werd hij op 2 oktober 1470 beleend met 21 hond land, gelegen in Uitwijk,266 en op 31 juli 1471 met 5½ morgen land, gelegen Uitwijk aan de Pedelsteeg, die hij opnieuw bedijkte. Het laatst genoemde leen te komen op Gijsbert, zijn jongste dochter, met lijftocht van Pieter(nella) Abelsdr., zijn vrouw, op de mindere helft. In 1472 en 1474 wordt hij nog vermeld met zijn leengoederen. In 1502 werd door de drie dochters de boedelscheiding voor schepenen van Dordrecht verleden.

(De Keijzer, o.c.)

135.558. Dirck Jansz. Sonck, schepen van Delft 1480-1486, schout 1487, 1488, 1503, hoogheemraad van Delfland 1496-1504, overleden in 1504, trouwde Hij huwde verm. 1e met Maria van Bleyswijck. Hij huwde 2e met Jvr. Juliana Beukelaar (Juliana Thomas Bokelaersdr.)

Dirck Sonck verkoopt 6 morgen 60 gaarde land te Wateringen 1482, verkoopt een erfrente van 5 pond groten Vlaams op 10 morgen land in Vrijenban aan Pieter Gerritsz. 1488, verklaart in 1500 dat deze landrente voortaan aan de vrouw van Pieter wordt uitbetaald, verkoopt aan het convent van Sint Agatha te Delft een jaarrente van 5 pond Hollands 1503, Juliana Thomas Bokelaersdr. verkoopt een losrente uit 6 1/2 morgen land te Hodenpijl bestemd voor haar neef Tielman van Dulleken 1507, verkoopt aan het Oude Gasthuis 6 morgen poortland met een huis en een laan buiten de Ketelpoort 1510, beleend met de ambachtsheerlijkheid van Alblasserdam, Souburg en later de Nes 1516, verklaart dat 6 morgen land gelegen in Vrijenban in 1518 gekocht bestemd is voor haar neef Jan de Heuyter, belast met 100 kronen op huis en hofstede te ´s-Heerenberg 1519, overl. na 21 april 1533, dochter van Thomas Beukelaar (Bockelaer), raad en rentmeester-generaal van Holland, en (de veel jongere) Margareta Oem van Wijngaarden.
Voor Karel etc. verleien Frederick van Renesse van Walmen, heer tot St. Malle en de graaf van Nassau tot Vianden, als stadhouder, Juliane, oudste dochter van Thomas Beuckelaer en weduwe van Dirck Jan Sonckzoon op grond van een door haar en haar zoon Frans Sonck, raad, overgelegde acte van 14 mei 1513 met de heerlijkheid Alblasserdam met Subburgh en met het dorp Hofwegen, met de tienden daarover en wel ondanks het feit, dat het huldebewijs, door Frans Sonck thans overgelegd, de gestelde tijd heeft overschreden en behoudens onregelmatigheden in het verleden door haar vader begaan of eerder reeds jegens de grafelijkheid, in aanwezigheid van Andries van den Bronckhorst, baljuw van Voorne, e.a. leenmannen. Uittreksel z.d. gewaarmerkt Barthouts Willem, uit het register principium registere castelle capito Zuyt Hollant. In inv. no. 15, 1ste alphabetische nummering, omslag P. Afschrift gewaarmerkt W. Dam van een uittreksel z.d. gewaarmerkt Barthouts, uit het register principium registere castelle capito Zuyt Hollant, folii 36 en 37. In inv. no. 15, als bijlage, genummerd 7. [1516 juli 12, NB: Zie: Beroepen uit Holland, dl III, dossier 240.]
1488 maart 16 Dirck Sonck Janszoon verklaart verkocht te hebben aan Pieter Gerritszoon een erfrente van vijf pond groten Vlaams op tien morgen land in Vrijenban bij de Noordpoort te Delft. … in ’t iaer ons Heeren duzent vier hondert zeven en tachtich nae beloop des hoofs van Hollant. Uittreksel uit een protocollenregister van Diercx Bennick door notaris Weerdt. 1602 december 26 (inv. no. 1756). Getransfigeerd in regest nr. 4. In dorso de aantekening dat de rente op 26 december 1644 aan Cornelis van Soutelande is afbetaald.
1500 mei 20. “Dirck Sonck Janszoon verklaart met Gheertruyt, weduwe van Pieter Gheritszoon, overeengekomen te zijn, dat de landrente, beschreven in regest nr. 3, voortaan aan haar wordt uitbetaald, “ende gebieden Joost Simonszoon, schepen in den Hage dat hij desen brieff beseghelt heeft.” Zie regest nr. 3 (inv. no. 1756)

(genealogieonline.nl)

142.342. Bartholomeus Hendriksz. van Dorp, geboren ca. 1440, leenman van Hontshol, overleden Den Haag 16 mei 1520, trouwde

142.343. Baertgen van Egmond, geboren ca. 1440, overleden ‘s-Gravenhage 13 mrt. 1508

Bartholomeus was kerkmeester Naaldwijk 1475, kerkmeester Naaldwijk 1477, kerkmeester Naaldwijk 1478, rentmeester (van de memorie- en kosterijgoederen in Rijnland, Delfland en Schieland) van de abdij van Egmond 1494, rentmeester van de Heer van Naaldwijk 1496, schepen, (lid van de) vroedschap en weesmeester van ’s-Gravenhage 1515 (janmolenweg.nl)

17-6-1520: Meester Maertijn Bertelmeusz., doctor in de theologie, beleend met leen 96. (2½ morgen land in Borgerdijck), hulde door zijn broer Willem Bertelmeusz., bij dode van zijn vader Bertelmeus Heynricxz. (Repertorium op de lenen van de hofstad te Hontshol, 1253-1770 [internet])

142.384. Kerstant Jansz. van der Vliet, geboren in 1423,  overleden in het jaar 1482.
Leenman van de hofstad Oud-Alkemade 1483, met land onder Ambacht Hazerswoude.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.

(johnooms.nl)

142.386. Sijbrand (IJsbrand) Dirksz. van der Woert, overleden in 1517

142.556. Willem Gijsbertsz. van Bronckhorst van Bleiswijk, Ridder, geboren naar schatting ca. 1455, baljuw van Putten, overleden 6 aug. 1527, trouwde

142.557. Ewoude Laurensdr. van Moermont, vrouwe van Steenhuyse

146.960. Pieter III van Roden, heer van Rhoon,

146.961. Adriana Dierc Zaijensdr. van der Lee

146.962. Gerrit Willem Stormsz. (van Wena)

146.963. Maria Vrancken van der Meer, geboren naar schatting ca. 1420

155.848. Gerrit Roelofsz. Cranendonck, geboren ca. 1435, landbouwer, heemraad van Oud- en Nieuw-Reijerwaard 1497,

155.849. Beatrijs NN

“Jaarlijks kwam in de polderrekeningen van Oud-Reijerwaard een post voor, waarbij Gerrit Roelofsz. een vergoeding kreeg vanwege een op zijn land gelegen kade, waartegen men bemaalde. Uit latere rekeningen blijkt dat deze kade gelegen was tegen de “opvlieg” bij de watermolen achter Gerrit Roelofsz. … In de polderrekening over het jaar 1514 werd de vergoeding voor de gehele kade … uitgekeerd aan Gerrit Roelen weduwe met enkele anderen: Gerrit Gerritsz., Jan Soet en Jan Gerritsz. … in 1545 en 1550-1568 is sprake van de memorie van “Gherit Roelofs. ende Beatis sijn wijff”. Uit de rekeningen van de kerkmeesters van Ridderkerk blijkt, dat voor de memorie van Gerrit Roelofsz. op dinsdag een mis gezongen moest worden door de pastoor en dat deze of de koster een mis moest zingen bij het koor en het graf. … Adriaan Cleijsdochter is overleden rond 1557, toen als de eigenaren van de landerijen onder Ridderkerk werden genoemd de erfgenamen van Gerrit Roelen, wonende in Sint-Anthoniepolder. …

Gerrit was in 1460 één van de “gehemeenen bueren” van Ridderkerk, die 1/3 deel van de benodigde gelden voor de aanbesteding van een nieuwe kerk inlegden. Hij was dus al zeer jong een kapitaalkrachtige man, hoewel zijn vader nog in leven was. De verklaring ligt waarschijnlijk in een erfenis van moederszijde. Dit kan door verschillende afkomst van zijn landerijen aannemelijk worden gemaakt.

In 1464 ontving Gerrit Roelen geld van de polder Oud-Reijerwaard, omdat “hij die kae bij die wacht hoel stopte” en in 1469 kregen hij en enkele anderen elk twee stuiver omdat zij het hout van de as door de sluis bij de molen hadden gebracht en 3 stuivers vanwege verteringen. Op een vermelding van Gerrit Roelofsz. als heemraad uit het jaar 1497 na, is niet bekend of hij functies in de polder- of dorpsbestuur uitoefende, maar in het register van dijkkavelingen in Reijerwaard werd bij zijn naam uitdrukkelijk “domis” geschreven. … Opmerkelijk is in dit verband dat het land dat Gerrit Roelofs in Reijerwaard via zijn vader Roel Cranendonck in eigendom kreeg, geheel afkomstig was van Claas Loijnck (van der Giessen). Van 1484 tot 1511 werd Gerrit Roelofsz. genoemd als landeigenaar in de polder Oud-Reijerwaard, vermoedelijk als opvolger in landerijen van zijn vader Roelof Jansz. Cranendonck. In 1497 bezat hij daar samen met zijn broer Jacob Roelofsz. ruim 8 morgen land in het weer naast “het Gat van den dijck 9 mergen min roe”. Dit belendende weer werd in de cohieren van de 10e penning uit 1557 en 1561 nog steeds met die naam aangeduid, waarbij opmerkelijk is dat in het aangrenzende weer de erfgenamen van Cornelis Gerritsz. (Cranendonck) uit Hendrik-Ido-Ambacht de eigenaren waren.”

(genealogieonline.nl)

171.200. Gerrit Voppensz., woonde in Ouderkerk a/d IJssel, landpoorter van Dordrecht 1445, 1450, vermeld 1455, overleden voor 1457, trouwde

171.201. Margriet (Snoeijendr.)

(Prometheus XV, p. 323)

171.202. Hoen (Mertijnsz.), woonde in Ouderkerk a/d IJssel, overleden voor 1455, trouwde

171.203. Wein NN, verticht haar kinderen op 8 juni 1455

(Kwartierstatenboek Prometheus XV, p. 323)

178.164. Jan Jansz. van Slingeland

Geboren rond 1455 (onmondig 17 juni 1472), achtraad (1486) en schepen van Dordrecht (1488/1489, 1492/93), zegelde met het wapen Van Slingeland met in het vrijkwartier de pot, overleden 1494. Zoon van Jan Pietersz van Slingeland en Vroomken Walichsdr.
Hij trouwt 1e vóór 11 december 1487 met Cornelia van Pallaes Adriaensdr. Overleden vóór 14 augustus 1489. Dochter van Adriaen van Pallaes Jansz., schepen van Dordrecht, en Christina de Jonge Reijersdr.
Hij trouwt 2e  

178.165 Hillegont Aernt Willemsdr. Geboren rond 1460, dochter van Aernt Willemsz. van Crayenstein en Fije NN. Hillegont trouwt 2e: Cornelis Cornelis Dammasz van der Mijle, schepen (1511) en burgemeester (1522) van Dordrecht.

(johnooms.nl)

178.172. Aert Hendriksz., burgemeester van Dordrecht 1533-1534, trouwde

178.173. Anthonia Wenssen, geboren ca. 1465, overleden 11 okt. 1551

(Ons Voorgeslacht dec. 2001)

Aanvullingen gevonden in een doos met ongerubriceerde documenten, berustende in het familiearchief Van Slingelandt. (Hoge Raad van Adel, Den Haag, Familie-archief Van Slingelandt, doos nr. 109). De transacties lijken verband te houden met een reeds gesignaleerde akte van 13-8-1482, betreffende “zeker twyst ende gheschylle” tussen Sijmon Jansz., aan de eenzijde, en de gebroeders Willem Henricksz. en Aert Henricksz., aan de andere zijde. In deze zaak zagen Willem en Aert uiteindelijk af van het erfrecht en “bruijckweer” op het land dat hun oom Sijmon Jansz. bezat en gebruikte. In de doos in het familiearchief Slingelandt bevinden zich vijf doorstoken brieven, daterend uit de jaren 1492-1494. Blijkens de oudste brief van 27-7-1492
verkocht Adriaen Romboutsz. voor schepenen van Dordrecht aan zijn zwager Aert
Heynricxzoen: een geheel huis en erf met nog de helft van een geheel huis en
erf, beide gelegen aan de ‘poortzijde’ van Dordrecht, bij de Tolbrug, tussen het
huis genaamd Beyeren en het huis dat Gerrit van Hamersteyn toebehoorde. In de
tegelijkertijd gepasseerde tweede brief werd bepaald dat Adriaen Romboutszoen
uit het voornoemde huis en erf alsmede uit het halve huis en erf ‘gebannen’ was.
In de daarop volgende jaren probeerde Aert het tweede huis geheel in zijn bezit
te krijgen, want in de derde brief van 21-6-1492, verkochten (zijn oom) Sijmon
Jansz. en Katelijn Willem Aertszoens’ weduwe een derde deel van de helft van het
voornoemde huis aan Aert Heynrixzoen. Genoemde verkopers zaten Aert een jaar
later nog steeds in de weg, want in de derde brief verbood Aert Heynrixzoen met
recht verkregen in het jaargeding gehouden op dinsdag na Pinksteren (d.i. 4 juni
1493) ‘dat men besat een derdedeel vander helft ene gehele huijs en erve’ zoals
dat in de doorstoken brief omschreven was. Schepenen van Dordrecht bepaalden
daarbij, dat Sijmons Janszoen en Katelijn Willem Aertszoens’ weduwe uit dit
derde deel van de helft van het huis en erf ‘gebannen’ waren met een ‘vredeban’
en dat Aert alle rechten had verworven. In de vijfde brief d.d. 2 juni 1494
tenslotte, verkocht Adriaen Aert Colensz., als man en voogd van Kathelijn
Aertsdochter, mede namens de broers Jan Aertsz. en Thonis Aertsz. (machtiging
met een ‘stedebrief’ van Gorinchem), een ‘vijffthalven’ (4,5 ofwel 2/9) deel van
een geheel huis aan de poortzijde van Dordrecht, tussen het huis van Adriaen
Romboutsz. en ‘den Rooschilt’ aan Aert Heynricxzoen. Hoewel nergens sprake is
van het resterende 1/9 deel, had Aert Hendricxsz. het tweede huis nu
waarschijnlijk geheel in handen. Enkele jaren later was hij nog in het bezit van
het eerste huis, want op 3-2-1506 verkocht Aert Heynricxszoen een jaarlijkse
erfrente van 1 pond groten Vlaams aan (zijn schoonzuster) Marighe Jacob Jan
Weynsdochter, verzekerd op het gehele huis en erf, ‘daer hij in woont’, gelegen
aan de poortzijde bij de Tolbrug, tussen het huis van Lijsbet weduwe van Gerrit
van Hamersteyn en het huis genaamd Beyeren. Het tweede huis wordt ook genoemd,
en wel in een extract uit het register van wijlen meester Adriaen Wouters,
secretaris van Dordrecht. Hierin is sprake van de verkoop op 2-4-1538 door Dirck
Adriaensz. die backer van een geheel huis en erf, gelegen aan de poortzijde ‘op
die vogelmerct’, tussen ‘den Roeden Schilt’ en het huis van Toenigen Aert
Henricxsz weduwe et altra. Deze laatste brief is doorstoken met een tweetal
latere, waarin als belending werden genoemd: het huis van Anthonetta Aert
Heynricxz weduwe (9-9-1550), resp het huis van Cornelis de Jonge (17-11-1559),
man van haar kleindochter Hillegond Wensen. Wellicht waren de ‘Vogelmerct’ (nu:
Groenmarkt) uit 1538 en de ‘Vogelenzanc’ uit 1417 een en dezelfde.
In het artikel werd geponeerd, dat het wapen dat het geslacht Wenssen later
voerde, afkomstig was uit de ‘mannelijke lijn’ (Aert Hendricksz.) en niet uit het
15e eeuwse Dordtse geslacht Wenssen. Inderdaad blijkt Aert Henrijcksz. als
schepen van Dordrecht in 1518 te hebben gezegeld met drie ‘heugels’
(ketelhaken), het zegel werd ook aangetroffen aan een akte d.d. 5-4-1521. De
kleuren blijken uit een aantekening in het handschrift Schaep ‘drie swarte
schoorsteen heugels op silver’, Schaep tekende hierbij aan, dat Gouthoeven meende
dat het een gouden veld was.

(genealogieonline.nl)

184.912. Heijnric (Gijse) Besemer, overleden voor 1470, zijn kinderen bezaten in 1470 aan de Vrouwgelenweg “in’t Sant” onder Hendrik-Ido-Ambacht 3 morgen 1 hont land. (Ons Voorgeslacht juli/aug. 2010, p. 300)

193.944. Coos Dirksz. den Roonaert van Riede, geboren ca. 1430, overleden tussen 27 april 1467 en 8 dec. 1475

23 febr. 1455: Koosse Dircx bij dode van zijn vader Dirc Gerit Koessens beleend met de helft van leen 55 (huis, berg en werf met bijbehorende avelingen in Pernis)

27 april 1467: Koesse Dircx van Riede met ledige hand beleend met het gehele leen 55.

8 dec. 1475: Anthoenis Koes Dircxz., onmondig, beleend met leen 55, hulde door Cornelis Ottens, bij dode van zijn vader Koes Dircxz.

(Repertorium op de lenen van Putten in het land van Poortugael en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

214.352. Pieter Voppensz., geboren ca. 1403, overleden na 1462, trouwde

214.353. Fije Besemer, geboren te Oud-Albas ca, 1405, overleden na 1476

220.916. Floris NN, wonende in de Zijde onder Ouderkerk a/d IJssel, trouwde

220.917. Katryn NN, voor haar “ziele heil” is een rente van 10 st. jaarlijks, gevestigd op “Vop Floren hofstede”, geschonken aan de Heilige Geest te betalen op St. Thomas (21 dec.) (Prometheus XV, p. 317). Zij leefden in de tweede helft van de 15e eeuw.

244.686. Willem IV van Egmond, geboren 26 jan. 1412, heer van Egmont, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht, overleden Grave 19 jan. 1483, trouwde 2e Margaretha Evertsdr. van Beieren, 3e 22 jan. 1437 Walburg van Meurs-Saarwerden, 1e

244.687. Aleid van Kreijnck, vrouwe van Baeck, overleden in 1490

Willem was de tweede zoon van Jan II van Egmont en de jongere broer van Arnold van Egmont, hertog van Gelre. Willem die in 1444 van zijn broeder de heerlijkheid Mechelen had gekregen, moest deze in 1459, nadat er een twist was ontstaan over de rechtmatigheid van het bezit, overlaten aan de maarschalk van Brabant, Jan heer van Wesemael, die Mechelen bij zijn dood (1462) aan Karel de Stoute naliet. Hoewel hij in 1452 tot raadsheer bij het Hof van Holland was benoemd, verbleef hij meestal in Gelre, waar hij zijn broer steunde in zijn conflicten met diens zoon Adolf van Egmont. Nadat Adolf zijn vader had opgesloten, voerde Willem de pro-Bourgondische partij aan.

Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, benoemde hij Willem tot stadhouder. Deze voelde zich echter te oud voor het ambt. Later zou zijn gelijknamige zoon eveneens stadhouder worden van Gelre. In 1477 nam Maria van Bourgondië Willem op in haar Grote Raad. Heer Willem was in 1478 op het kapittel te Brugge ridder van het Orde van het Gulden Vlies gemaakt. (wikipedia)

Willem IV van Egmont (foto: wikipedia)

Nakomelingen:

I. Jan III van Egmont (1438-1516)

II. Jan IV van Egmont (1499-1528)

III. Lamoraal van Egmont, geboren 1522, onthoofd op de Grote Markt van Brussel 5 juni 1568

Lamoraal van Egmont.

Het wapen van Lamoraal van Egmont met de versierselen van de Orde van het Gulden Vlies aan de Kleine Zavel te Brussel.

244.984. Jakob de Beveren Willemsz., vermeld in 1437-1457, overleden in 1461, trouwde

244.985. Elisabeth Springers Dirksdr. (Elisabeth Dirc Springer Goetsdr. van Houten), overleden in 1465 (Balen o.c., deel II, p. 955; Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 333; Ons Voorgeslacht 1986, p.777)

244.986. Nikolaas (Claes Dirck Karresz.) van Bakel, waardijn van de Munt van Holland te Dordrecht, muntmeester-generaal (1488), burgemeester van Dordrecht 1483-1491 (Balen, o.c., deel II, p. 955; Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 333), trouwde

244.987. Geertruid Schrevelsdr. de Jode (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 333; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777)

244.988. Jacob Hendricksz. Snouck, woonde te Gorinchem, heemraad van het Land van Arkel, overleden 29 mei 1466, trouwde

244.989. Maria Evertsdr. Loef, overleden na 1510 (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 333; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777)

271.108. Gijsbrecht van Loon, heer van half-Kijfhoek, vermeld 1387-1438, woonde Dordrecht, schepen van Dordrecht (1417, 1430, 1433-1437), overleden tussen 2 juni 1438 en 20 maart 1439, trouwde 

271.109. Baerte N.N., vermeld 1446.

Gijsbert van Loon Segersz. werd op 4 maart 1388 na overdracht door Laurens Florisz. beleend met een vierde van de koren- en smaltienden te Boeicop. Met dit leen wordt hij nog op 6 maart 1420 genoemd. Op of kort na 21 mei 1406 werd Gijsbert van Loon na overdracht door Bertelmeeus, bastaard van Roelof Colijnsz., beleend met 3 morgen 4½ hond land, gelegen in Waalnesse, te versterven op zijn jongste zoon. Op 10 maart 1421 werd hij beleend met 4½ morgen land, gelegen in Zwijndrecht, en 7½ hond, gelegen in Waalnesse. Op dezelfde dag werd hij beleend met 4 morgen 2 hond land met de hofstede, gelegen op Kwakernaat in Schelluinen. Nogmaals beleend 25 april 1435. Gijsbert van Loon wordt op 2 juni 1438 nog genoemd in een belending van 2 morgen land, gelegen in Goudriaan. Niet lang daarna werd op 20 maart 1439 zijn zoon Arent van Loon beleend met zijn leengoederen. In de hiervoor genoemde 2 morgen land wordt op 13 mei 1448 Lauwe Gijsbertsz., zijn bastaardzoon, als belender vermeld.

(De Keijzer, o.c.)

284.768 Jan Kerstantsz., overleden 24 mrt. 1425

284.772. Dirck IJsbrantsz. van der Woert, Heilige-Geestmeester van ‘s-Gravenhage, overleden in 1448, trouwde

284.773. Machtelt van Raephorst, geboren ca. 1390, overleden 7 aug. 1439, trouwde 1e Filips van Borselen

285.112. Gijsbert van Bronckhorst, heer van Bleiswijk, geboren naar schatting ca. 1430

293.922. Dirk Goeswijsz. Say (van der Lede), geboren ca. 1345, overleden 1421, leenman van Wassenaar, schout van Katwijk, rentmeester van Wassenaar, trouwde 30 okt. 1370 (huw. voorwaarden)

293.923. Katryn van Wassenaer (bastaard), geboren 1356, zij trouwt (huwelijkse voorwaarden op 30 oktober 1370) met  Dirk Goeswijnsz. Say (van der Lede), geboren omstreeks 1345 (zoon van Goeswijn Jansz. Saij, beleend te Schiedam), baljuw van Schiedam, was beleend met de Spieringhoeck, ontving uit handen van zijn schoonvader een jaarrente van 30 pond Hollands, leenman van Wassenaar, schout van Katwijk, aangesteld tot rentmeester van Wassenaer 13 juli 1380 voor 20 pond jaarlijks, overleden omstreeks 1421.
Huwelijkscontract d.d. 29 oktober 1370, waarbij Dirk III zijn onwettige dochter Catharina ten huwelijk geeft aan Dirk Say, een lage edelman uit de omgeving van Schiedam, met als medegave een jaarlijkse rente van dertig pond Hollands en 5 morgen land onder Kethel.

(johnooms.nl)

293.926. Vranck Lambrechtsz. (van der Meer), trouwde naar schatting ca. 1395

293.927. Catharina van Foreest, geboren 1378, begraven in Delft (Oude Kerk)

311.696. Roelof Jansz. Cranendonck, geboren Ridderkerk 1410, landpoorter van Dordrecht (1445-1450). Hij was heemraad van de polder Reijerwaard 1454, schout van Ridderkerk 1459-1460, alsmede waarsman (penningmeester) van Oud-Reijerwaard in 1460 en van 1467 tot 1470. Als schout of waarsman ging hij samen met waarsman Mr. Dames in 1467 namens het gemeneland presenteren voor het hof te Den Haag van Karel de Stoute, de nieuwe hertog van Bourgondië. Hij is overleden op 10 september 1482. Hij trouwde

311.697. Ronilda Loijnck van der Giessen, overleden Ridderkerk 28 dec. 1475

(johnooms.nl)

356328. Jan Pietersz van Slingeland
Geboren circa 1420 – overleden tussen 15 juni 1471 en 23 mei 1472 te Dordrecht, heemraad van de nieuwe bedijking voor Maasdam (1456) en ingeland in de ‘uiterlanden’ aldaar (1461, 1471), raad van Dordrecht (1462). Zoon van Pieter Willemsz van Slingeland en Mariken Adriaensdr.
Hij trouwt  1445

356.329. Vroomken Walichsdr, geboren rond 1420, overleden na 23 juli 1483. Dochter van Walich Pieterszoon en Machteld Aernt Butsdochter.

23 juli 1483: uitspraak in de zaak tussen Alaert Gheraets die snijder, aan de ene zijde, en heer Andries Walingsz. en Vroemken Walingsdochter weduwe van Jan Pietersz. van Slinglants, aan de andere zijde; Alaert zal heer Andries en Vroomken “hondert pieters” betalen, naar inhoud van een schepenenschuldbrief, op voorwaarde dat zij hem de rechten zullen overdragen die zij hebben op zes morgen land gelegen te Meeuwen, hen aangekomen bij dode van Jacop van Dobben. Tevens zullen zij Alaert naar vermogen helpen om hem in de eigendom van de zes morgen bevestigd te krijgen.(Regionaal Archief Dordrecht, Aktenboek III;, oud stadsarch.Dordrecht 15, akte 461)

356.330. Aernt Willemsz van Crayenstein
Geboren rond 1430. Hij was een zoon van Willem van Crayenstein en Sophia van Teylingen.
Aernt huwde 2e met Cornelia Adriaensdr van Pallaes.
Voor zover bekend, uit dit huwelijk geen kinderen. Aernt was 1e gehuwd met

356.331. Feije NN

(johnooms.nl)

356.344. Hendrick Hendrick in den Burgoenen alias jonge Heijn Heijnsz., geboren 1428, overleden Dordrecht 1473, trouwde

356.345. Annigje Roelofsdr. Cranendonck, geboren ca. 1430

(johnooms.nl)

356.346. Jacob Jan Wenssen (Weijns)

387.888. Dirc Gherijt Kosens van Riede, geboren ca. 1395, overleden 1455, trouwde

387.889. Lijsbet Jan Gillis

9 sept. 1435: Dirc Gherijt Kosens van Riede beleend met de helft van leen 55 (huis, berg en werf met bijbehorende avelingen in Pernis), de andere houdt Jan van Riede

23 febr. 1455: Koosse Dircx beleend met de helft van leen 55 bij dode van zijn vader Dirc Gerit Koessens.

(Repertorium op de lenen van Putten in het land van Poortugael en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

428.704. Vop Hoenensz., wonende in de Geer onder Ouderkerk a/d IJssel, vermeld 1395, overleden voor 1409

428.706. Jan Ockersz. Besemer, geboren ca. 1360, wonende te Oud-Alblas, overleden tussen 1421 en 1423

25 okt. 1421: Jan Bezemer Okkersz. beleend met 13 morgen land in Giessen bij overdracht door Matthijs van Buren te komen op Hendrik, zijn jonger zoon

18 juli 1423: Hendrik Bezemer beleend met hetzelfde leen bij dode van Jan, zijn vader

469.312 = 569.372.

489.968. Willem de Beveren Daniëlsz. (Willem Bever Daniëlsz.), knaap, eigenaar van het schrootambacht van het geslacht Van Beveren (als vrij allodiaal goed) en de zoutmaat (1431), mede-stichter van de Beveren-kapel in de Grote Kerk van Dordrecht “by nader stichtinge”, woonde te Dordrecht in het huis “den Grooten David” (Voorstraat), sedert 1455 in het huis “de Gans” naast de Munt (Voorstraat) overleden in 1464, trouwde 

489.969. jonkvrouw Katharina van Weede, geboren naar schatting ca. 1405, overleden in 1454 (Balen, o.c., deel II, p. 955; Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 337; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777; Ons Voorgeslacht 1996, p. 323 e.v.)

Dordrecht tijdens de St. Elisabethsvloed van 1421 (Meester van Heilige-Elisabeth-panelen ca. 1490-ca. 1495, Rijksmuseum Amsterdam). Behalve de Grote Kerk zijn ook te zien de Vuilpoort (linksonder), het stadhuis (het gebouw met het torentje rechts van de Grote Kerk) en de Vriesepoort (rechts van de molen).

489.974. Schrevel Hendricksz. de Jode, woonde te Dordrecht (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 337)

489.976. Henrick Jansz. Snouck, woonde te Gorinchem, heeft een geschil met de stad Woudrichem over de visserij (in de Lek), schepen van Gorinchem 1456, 1458, 1460, 1465 (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 337)

542.216. Seger Florisz. van Kijfhoek (vanaf 1394 komt hij voor met de toenaam ‘Van Kijfhoek’), heer van Hendrik Ido Ambacht (1382), Schildmanskinderenambacht (1386), vermeld 1377-1399, in dienst van de baljuw van Zuidholland (1379), rentmeester van Altena (1387), poorter van Dordrecht (1388), pachter van de Hollandse tollen (1391), schout van ‘Strienemonde’ (1393), tollenaar te Woudrichem (1393-tot zijn overlijden), rentmeester van Altena (1393-totzijn overlijden), kastelein van Loevestein (1398-tot zijn overlijden), baljuw van het Land van Altena (1398-tot zijn overlijden), overl. tussen 6 november 1399 en 13 maart 1400,

Hij trouwde

542.217. Elisabeth van Loon, vermeld 1378-1404, overl. na 6 januari 1420, dochter. van Gijsbert van Loon (1364).

Op 11 februari 1377 werd Hendrik Ydo Wittensz. beleend met 1/16e deel van Zwijndrecht, genaamd Hendrik Ido Ambacht, dat Witte zijn vader bedijkte, met de gift van de kerk, in erfleen in ruil voor zijn deel in de tienden aan de noodzijde van Zwijndrecht, hem toegekend door de raad, die hij de leenheer overdroeg, eventueel te komen op Seger Florisz., zijn neef.

Seger Florisz. droeg op 3 april 1378 de helft van 7 morgen 1½ hond land, gelegen Meerkerk op Hoog Bloemendaal, genaamd ‘Molenland’, op aan de Heer van Cuyk, en wordt er weer mee beleend. Hij vestigt op dit leengoed de lijftocht voor Elisabeth, dochter van Gijsbert van Loon, zijn vrouw. Hierna wordt hij op 5 mei 1382 beleend met een zestiende deel van Zwijndrecht, genaamd Hendrik Ido Ambacht, met de gift van de kerk. Op dezelfde dag wordt hij eveneens beleend met een hoeve moer op Sprang met het gerecht, belast met 16 oude schilden.

Op 7 december 1382 werden Laurens Florisz. en Seger Florisz. na overdracht door Zweder van Bloemenstein, ridder, ieder voor de helft beleend met de koren- en smaltienden van Boeicop.

Seger Florisz. tochtte op dezelfde dag Elisabeth, dochter van Gijsbert van Loon, zijn vrouw, op zijn helft. Hij werd opnieuw beleend met een zestiende deel van Zwijndrecht, met de tijns op 14 augustus 1384. Er is een verklaring dat Seger Florisz. op 8 september 1385 van Hertog Albrecht drie schellingen Hollands per jaar van elke morgen van 173 morgen 3 hond land, gelegen in Schildmanskinderenambacht, heeft ontvangen.

Op 24 juli 1386 werd Seger Florisz. beleend met de hofstede, waarop Hendrik Ydo woonde, genaamd ‘de Hof’, groot ca. 3 morgen, vrij van lammertiende. Dit leen werd nadien één geheel met de andere leengoederen in de Zwijndrecht. Hij werd vervolgens op 1 september 1386 beleend met een zestiende deel van het ambacht Zwijndrecht, genaamd ‘Henrick Yden ambacht’, bedijkt en onbedijkt, met de gift van de kerk. Op dezelfde dag werd hij beleend –na koop van Otto, heer van Arkel,– met een ‘uitgors genaamd Bornisse’, gelegen tussen Heenvliet en Zwartewaal. Kort daarna, op 19 september, werd hij vervolgens door de Heer van Arkel beleend, bevestigd door Hertog Albrecht, met het zestiende deel van Zwijndrecht, genaamd ‘Schildmanskinderenambacht’, 2 morgen, genaamd ‘die Oord’, 9 morgen, genaamd ‘de Steenplaats’, met tijns en hofstede, alsmede een hofstede, genaamd ‘Wittesteen’, in Zwijndrecht, gelegen buitendijks. Hierna werd hij op 8 september 1388 en 25 januari 1390 met ledige hand beleend.

Op 23 februari 1388 werd Seger Florisz. beleend door Otto van Arkel voor Otto van Arkel Jansz., diens neef, met een hoeve, gelegen Goudriaan, genaamd ‘de Drie Hoeven’. Daarna werd hij op 3 november 1388 beleend met de helft van achtste van het ambacht en gevolg van Zwijndrecht, zoals kerkgift, wiel, uiterdijk, ruigte, binnen- en buitendijks, gedeeld in het ambacht van Arnout van Schoonhout; dit is het ambacht Kijfhoek. Hierna volgt geen belening meer van zijn zoon, Floris van Kijfhoek, en/of later andere verwanten. Hendrick- en Gijsbert Ottensz., broeders, en Seger Florisz., poorters van Dordrecht, beloofden op 3 december 1388 jonker Johan van Arkel, heer van Hagestein, Piermont en het land van Mechelen, schadeloos te zullen houden voor zijn borgstelling voor 750 Franse franken, te betalen aan heer Jan van Reynesteyn.

Seger Florisz. kocht op 13 april 1389 vier hoeven, gelegen Sprang, voor 566 oude Franse schilden, waarmee zijn eerdere leen te Sprang werd uitgebreid.70 Op 6 oktober 1389 krijgt Seger Florisz. een nieuwe leenakte van de helft van 7 morgen 1½ hond land in Meerkerk, alsmede voor het leengoed te Sprang, omdat zijn oude in de brand van Gorinchem verlorenis gegaan. In 1390 verheft hij deze lenen met ledige hand, daarna verdwijnen ze uit de leenregistratie.

Op 3 september 1391 werd Seger Florisz. als bezitter van het de helft van de koren- en smaltienden van Boeicop genoemd, met de aantekening dat Seger Florisz. de halve tiende hield, onverdeeld bezit met zijn zoons Gijsbert van Loon en Hendrik Ye Segersz., die samen de andere helft hadden. Ook was Seger Florisz. bezitter van de koren- en smaltienden van het overste blok van Outena.

Seger van Kijfhoek Florisz. werd op 20 december 1394 door Arent van Leyenburg, ridder, bijoverdracht door Govert- en Hessel van Drongelen, beleend met de tiende in Munsterkerk.

 Op 26 maart 1396 werd Seger van Kijfhoek Florisz., gehuwd met Elisabeth, dochter van Gijsbert van Loon, bij overdracht door Jan van den Campe Claesz. beleend met de helft van een zesde van de grote tiende in Sleeuwijk en Woudrichem. Afgezien van aantekeningen in de jaren 1417 en 1419 zijn er over dit leen geen verdere beleningen tot 1559 geregistreerd.

Hertog Albrecht beleent op 30 april 1397 Wouter van Schoonhout na dode van zijn vader met 1/3e deel van het ambacht Kijfhoek, waarvan Seger Florisz. 2/3e deel bezit. Op 25 december 1397 vergunt hertog Albrecht aan Seger Florisz. van Kijfhoek een welgeboren man tot gewaard rechter aan te stellen in zijn ambachten in Zwijndrecht, o.a. ‘inde ambacht van Kyfhoec’.

Op 2 juni 1398 gelast hertog Albrecht Seger Florisz., baljuw van het Land van Altena, 150 gewapende lieden uit het Land van Altena, buiten de stad Woudrichem, op te roepen en hen op 24 juni a.s. te Enkhuizen te doen zijn, ten einde tegen de Friezen ten strijde te trekken.

Seger Florisz. van Kijfhoek, gehuwd met Elisabeth, dochter van Gijsbert van Loon, werd na overdracht door Jan Venedau op 6 november 1399 beleend met de helft van een tiende in Raamsdonk, te komen op hun dochter Elisabeth.

Op 6 januari 1420 verklaarden de schepenen van Woudrichem dat Jkvr. Lijsbet van Kijfhoek afstand heeft gedaan van de gruitgelden te Woudrichem ten behoeve van haar zoon Floris van Kijfhoek, behoudens haar lijftocht. Vervolgens werd op 7 maart 1420 Jkvr. Elisabeth van Kijfhoek beleend met zekere goederen, gelegen in Heer Gijsbert Botsambacht.

(De Keijzer, o.c.)

569.372. Jan II van Egmont ook wel Jan met de bellen geboren 1385, heer van Egmont en van IJsselstein, ambachtheer van Breul, voogd van Gelre (voor zijn zoon Arnold van Egmont), overleden 1451

Hij was een zoon van Arend van Egmont en Yolanda van Leiningen, vermoedelijk een dochter van Friedrich VIII. von Leiningen-Dagsburg (1342-1397) en Jolantha von Bergheim, Gräfin von Jülich  (?-1387). Jan wordt voor het eerst vermeld in 1405, als hij wordt gevraagd voor een bijeenkomst in Hagestein. Op 13 september 1407 ontvoerd hij Maria van Arkel, tijdens een feest op kasteel Caster, na enkele dagen kondigen ze hun verloving aan[1]. Hij volgt zijn vader op in 1409 als heer van Egmont. Jan II van Egmont werd ook wel Jan met de bellen genaamd, wat sloeg op de belletjes op zijn harnas. De man was een vurige Kabeljauwen dus een vijand van Willem VI en Jacoba van Beieren. Hij verloor zijn landgoederen in de Arkelse oorlog en maakte zich na de dood van Willem VI meester van IJsselstein.[2]

In het voorjaar van 1417 verraste Jacoba van Beieren met behulp van Hollandse en Stichtse troepen hem, met het beleg van IJsselstein. Na een kort beleg werd bij het verdrag bepaald dat alle muren en poorten geslecht moesten worden en de komende dertien jaren geen ommuringen mochten worden gebouwd en daarbij moest Jan II van Egmont de gravin Jacoba erkennen onder vernederende voorwaarden.[3] Jan II is daarna naar Brabant gevlucht, waar hij met mede Kabeljauwse ballingen in het najaar het beleg van Gorinchem begon. Hij wist te ontsnappen nadat zijn medebroeders verslagen waren binnen Gorinchem. Jan II werd in 1451 in de slotkapel van het kasteel Egmond begraven.

Voor zijn zoon Arnold voerde hij het voogdschap als hertog van Gelre. Jan van Egmont was van 1423 tot 1433, regent van het hertogdom Gelre. Om dit te mogen doen, sloot hij een onderpand af voor de leningen verstrekt aan Jan van Beieren en Filips van Bourgondië. Daarvan kreeg hij de heerlijkheid Leerdam. *wikipedia), trouwde 24 juni 1409

 569.373. Maria van Arkel, geboren ca. 1390, overleden 19 juli 1415

Ze was een dochter van Jan V van Arkel en Johanna van Gulik, via wie ze afstamde van het huis Gulik. Haar ooms Willem III van Gulik en Reinoud van Gulik waren hertogen van Gelre. Doordat beide hertogen geen wettelijke erfgenamen hadden, kwam het huis van Arkelvanwege deze familiebanden in aanmerking voor de erfopvolging.

Maria die in circa 1385 werd geboren, werd na de dood van haar moeder in 1394 opgevoed aan het hof van Gelre. Na het huwelijk van haar oom Reinoud IV van Gelre in 1405 werd ze hofdame van zijn vrouw Maria van Harcourt[1]. Haar vader Jan van Arkel, die in 1402 de Arkelse Oorlogen was begonnen, vluchtte in 1406 naar Gelre, het volgend jaar gevolgd door haar broer Willem van Arkel.

Ondanks dat haar broer Willem nog geen goede partij was getrouwd, werd er voor Maria in 1407 plannen gemaakt. Jan van Egmont (bijgenaamd: “met de bellen”) een Hollandse edelman lijkt een gegadigde en slaat zijn slag op een feest op het kasteel van Caster in het hertogdom Gulik op 13 september 1407[2]. Hij schaakt en ontvoert haar (iets wat bij middeleeuwse hofmakerij hoorde) en op 15 september worden de twee bij Lobith terug gevonden. Aan het hof van Gelre wordt met Reinoud IV besloten tot een huwelijk en Reinoud geeft ze een huwelijksschat van 6000 schilden. Op 24 juni 1409 trouwen de twee en nemen hun intrek op het kasteel van IJsselstein.

(wikipedia)

569.536. Kerstant Coppartsz., overleden De Lier 1424

569.544. IJsbrant Dircksz. van der Woert, geboren Kethel ca. 1375, schout van Delft, overleden 1457, trouwde 1395

569.545. Hadewij Dircksdr. van Hodenpijl

569.546. Bartholomeus van Raephorst, heer van Zoeterwoude, Ridder, geboren ca. 1330, rentmeester en baljuw van Kennemerland, overleden voor 1406

569.547. Catharina van Egmont, geboren ca. 1335, overleden 1370

587.846. Dirck III van Wassenaer, geboren ca. 1333, overleden 1391

Dirk III van Wassenaer,  (geboren omstreeks 1325 – overleden 1391 of 1392) was een zoon van Filips III van Wassenaer en kleinzoon van Dirk II van Wassenaer. Hij was burggraaf van Leiden, heer van Wassenaar, ambachtsheer van Katwijk en Valkenburg. Hij bewoonde kasteel ’t Zand tussen Katwijk en Oegstgeesst en bewoonde eind 14e eeuw het Kasteel Paddenpoel te Leiden.
Hij huwde met Machteld Oem (dochter van Gilles Oem, heer van Barendrecht) 

(johnooms.nl)

587.854. Jan Herpertsz. van Foreest, geboren 1344,  ambachtsheer van de Rijnlandse ambachtsheerlijkheid Middelburg, was schepen en vroedschap te Haarlem, schout van Oudewater en (hoog)heemraad van Rijnland, overleden Haarlem 1413, trouwde Beverwijk 1370

587.855. Ida Cuser, geboren Beverwijk 1348, overleden Haarlem 1395

623.394. Lodewijck Aertsz. van Giessen, geboren ca. 1369, overleden Altena na 15 jan. 1424, trouwde

623.395. Yda Loukin Florijsdr. van Dalem, trouwde 1e Willem van der Lijnden

(geni.com)

7 mei 1403: Lodewijck van Giessen beleend met leen 88 (10 morgen land in Zandwijk in drie kampen), zoals Ida, dochter van Hugo Folpertsz., met lijftocht van Arnout van Giessen, zijn vader. (Repertorium op de lenen van de hofstede Altena, 1232-1650 [internet])

De oudst bekende stamvader Lodewijk van Ghiessen was gehuwd met Yde Loukin Florisdr. Zij droeg op 15 januari 1414 twee stukken land, gelegen in Zwijndrecht, namelijk 4 morgen 45 roeden, in ‘Scildemanskinderenambacht’, en 8 morgen aldaar, op ‘Waelnisse’, over aan Floris van Kijfhoek. Voor Yde was het haar tweede huwelijk, want op 17 juni 1398 werd zij door Willem van Lynden ‘getocht’ aan de tienden van ‘Achthoeve’ in het ambacht Wieldrecht. Over leengoederen, gelegen in Zwijndrecht, werden na het verschijnen van het repertorium een aantal aanvullingen en correcties gepubliceerd, waaruit blijkt dat voornoemde Yde dochter was van Christina, weduwe van Laurens (Loukin) Florisz. Christina bezat de lenen nog op 13 augustus 1407 en waarbij Dirk van Loo hulde voor haar deed. (B. de Keijzer, o.c.)

712.656. Pieter Willemsz van Slingeland
Geboren circa 1390 – overleden tussen 1454 en 1456. Zoon van  Willem Jansz van Slingeland en Katerine Dirksdr. van der Weede.
Hij trouwt met  

712.657. Mariken Adriaensdr, genoot een lijfrente sinds 1456, overleden vóór 1485.

(johnooms.nl)

712.658. Walich Pieterszoon, trouwde

712-659. Machteld Aernt Butsdochter.

1445, 1446 en 1450: jaarlijkse lijfrente van 10 schellingen op naam van “Walich Pieterssoen ende Vroem sijn dochter”.(Tresoriersrekening: GAD, oud stadsarch. Dordrecht 434, fol.42; 435, fol.44vo; 436, fol.45vo

712.660. Willem Arendsz. van Craijestein, geboren ca. 1400, overleden na 1430, trouwde

712.661. Sophia van Teylingen

712.690 = 311.696

775.776. Gherijt Cose Aerntsz. van Riede, geboren ca. 1370, (dijk)schepen van Poortugaal 1405, 1408, 1413, schepen van Pernis 1408, zitting in de Vierschaar 1433, overleden tussen 1 sept. 1434 en 9 sept. 1435, trouwde

775.776. Hildegont NN

23 sept. 1397: Gherijt Cose en Jan van Riede beleend met leen 55 (huis, berg en werf met bijbehorende avelingen in Pernis) bij dode van hun vader Arnt van Riede.

(Repertorium op de lenen van Putten in het land van Poortugael en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

Anno 1435: ‘obiit Aernt Koose die heeft geset zijn eeuwige memorie opte helft van twee ende een halff gemeeten land ende sijn geleegen met Hildegont zijns moeders jaergetijde gemeen ende mitten Heyligen Geest gemeen: met een achtendeel taruwenbroots jaerlicx den armen te deelen, 1 pont was de kerck te blijven. Ende dit jaertijde staet op Dirck Cosen, van hem te coemen opten ousten ende naesten die van Coos Aertsz. gecomen sijn’.

Anno 1444: ‘obiit Dirck Cosen et memoria eius op een met lants geleegen aen de Groeneweg aen de westzijde Mette Zartroysen gemeen; anderhalf achtendeel broots den armen te deelen, 1 pont was de kerck. Op Marrijntken mijne dochter ende van haer te coemen opten ousten ende naesten die van Coos Aertsz. gecoemen is’.

(B. de Keijzer, Van Riede (van Pendrecht, van IJsselmonde) [internet])

979.936. Daniël de Beveren Willemsz. (Daniël Willem Daniëlsz.), vermeld te Dordrecht in 1399 en 1400, overleden in 1401, trouwde (volgens Balen) zijn nicht

979.937. Sueta (Soete) de Beveren, stichtte 4 okt.  1431 de Beveren-kapel in de Grote Kerk van Dordrecht, overleden in 1437, trouwde 2e Giselbrecht Neijssen heer Woutersz. van Genderen, knaap (Balen o.c., deel II, p. 954; Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 339; Ons Voorgeslacht 1986, p. 777; Ons voorgeslacht 1996, p. 323 e.v.)

979.938. Liefman Willemsz., leenman van Putten, beleend in 1403, vermeld 1407, overleden voor 1432, trouwde vermoedelijk in 1403

979.939. NN van der Weede (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 339; Ons Voorgeslacht 1996, p. 323 e.v.)

21 mrt. 1403: Lieman Willemsz. bij overdracht door Jan van der Weede beleend met leen 12 (de visserij en vogelarij van Zwaluwe. (Repertorium op de lenen van de hofstede Strijen 1299-1650 [internet])

13 juli 1432: Hendrik van der Weede, neef van de leenheer, bij dode van Lieman Willemsz., zijn vader, beleend met leen 12 (de visserij en vogelarij van Zwaluwe. (Repertorium op de lenen van de hofstede Strijen 1299-1650 [internet])

979.952. Jan Snouck, woonde te Gorinchem, schepen 1404  (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 339)

1.084.432 = 2.493.580

1.138.746. Jan V, heer van Arkel, geboren ca. 1360, overleden juli/aug. 1428, trouwde

1.138.747. Johanna van Gulik, overleden 1394

Jan was heer van ArkelBar-PierrepontMechelen, ambachtsheer van Haastrecht, Hagestein en Raad van Holland, muntmeester en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland (tussen 1390-1396).

Hij was een zoon van Otto van Arkel en Elisabeth van Bar-Pierrepont. Rond 1376 huwde hij met Johanna van Gulik en kreeg als bruidsgift van zijn schoonmoeder Maria van Gelre de erfrechten op het “Land van Mechelen”, van zijn vader het domein Hagestein als bezit en erfde van zijn moeder de bezitting “Pierrepont” aan de Moezel. In de winter van 1386-1387 nam Van Arkel deel aan de “Pruissen Kruistocht” onder zijn oom Willem I van Gelre en Willem van Oostervant. In de periode 1387-1390 vocht hij aan de zijde van zijn vader een grond conflict uit met de heren van Vianen. Het ging hier om het bezit van dorpen als Meerkerk, Hoog Blokland, Zijdervelt en Ameide die allen aan de Van Arkels toekwamen. Vanaf 1390 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland Albrecht van Beieren en kreeg er functies als muntmeester en stadhouder. Tijdens de “Hoekse opstand van 1391-1393” in de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd de positie van Jan V versterkt doordat Albrecht van Beieren met zijn zoon Willem van Oostervant in onmin leefde na de moord op Aleid van Poelgeest. Echter veranderde dit na 1396, omdat Van Oostervant zich weer verzoende met zijn vader. In de zomer van 1398 nam van Arkel deel aan de “Friese veldtocht” onder Albrecht van Beieren.

In het voorjaar van 1401 zegde Jan V zijn “vazalschap” op aan Albrecht van Beieren en kort daarna ontstonden plundertochten in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard door Jan V van Arkel. Ook Willem van Oostervant begon met plunderingen, maar dan in het Land van Arkel. Het resulteerde in de Arkelse Oorlog (1401-1412), die een eerste hoogtepunt zou krijgen met het Beleg van Gorinchem in 1402. Na 12 weken van beleg moest Van Arkel een knieval maken en excuses aanbieden aan Albrecht van Beieren en Willem van Oostervant. Albrecht vond de straf voldoende, maar overleed in december 1404, waarna Willem van Oostervant de draad weer oppakte in 1405 met het beleg op Hagestein en Gasperden dat verdedigd werd door Jan “de Bastaard” van Arkel, een halfbroer van Jan V.

Na de val van Hagestein wilde het stadsbestuur van Gorinchem de Heer van Arkel afzetten en schoof men zijn zoon Willem van Arkelnaar voren. Jan V zocht steun bij zijn zwager Reinoud IV van Gelre en verpande het Land van Arkel in 1407 aan hem en kreeg het ambacht van Ooyen er voor terug. In 1412 werd de oorlog met een vrede in Wijk bij Duurstede getekend. Het Land van Arkel verviel aan het Graafschap Holland en Gelre kreeg een afkoopsom van 100.000 Franse kronen uitbetaald. Jans kasteel in Gorinchem werd in 1412 door de Hollandse graaf afgebroken.

Ondanks dat Jan van Arkel zijn bezittingen in Holland was kwijtgeraakt, bleef hij zelf ongestraft, tenzij hij voet op Hollandse bodem zou zetten: dan kon hij gevangen gezet worden. In 1415 kwam Anton van Brabant om bij de Slag bij Azincourt en Jan van Arkel bezocht zijn begrafenis in Brussel. Op de terugweg naar huis werd hij plots ontvoerd vlak bij Zevenbergen door Geert van Strijen en naar Holland overgebracht. In Den Haag werd hij opgesloten in de Gevangenpoort en daar ondervraagd over een mogelijke opstand tegen Willem VI van Holland. In 1417 verhuisde van Arkel naar de gevangenis van Gouda. Zijn zoon Willem van Arkel deed december dat jaar een couppoging in Gorinchem, wat hem het leven kostte. In het verdrag van Woudrichem in 1419 werd bepaald dat Jan van Arkel vanuit Gouda naar Zevenbergen werd overgeplaatst. In 1426-27 werd Van Arkel vrijgelaten en kreeg hij van Filips de Goede het vruchtgebruik van Schoonrewoerd en Leerdam, waar hij in augustus 1428 overleed.

1.138.794. Arend van Egmont, geboren ca. 1335, heer van Egmont, IJsselstein en Zegwaard, overleden 9 april 1409, trouwde

1.138.795. Yolanda van Leiningen, geboren ca. 1350, overleden ‘s-Gravenhage 24 april 1434

Arend van Egmond zat vanaf 1372 in de ministriaal van Albrecht van Beieren. Hij nam in 1396 deel aan de veldtochten tegen de West Friezen en kreeg in 1398 de heerlijkheden van Ameland en De Bilt toebedeeld. Van Egmond kreeg het bevel over de Hollandse troepen die Friesland moesten stabiliseren. Hij leefde in onmin met graaf Willem VI van Holland vanwege zijn Kabeljauwse gezindheid.

Arend heeft veel bijgedragen aan de stedelijk ontwikkeling van IJsselstein, zo gaf hij omstreeks 1390 de opdracht de stad te ommuren. Ook heeft hij de Nieuwpoort laten bouwen en de “Singelgracht” laten uitbreiden en uitgraven met een militaire functie voor ogen, zoals zich kunnen verdedigen tegen bedelaars en rondtrekkende soldaten bendes. Bij deze stadsuitbreiding wilde hij rijke kooplieden en mensen die een ambacht uitoefende naar zijn stad lokken, want die konden het “poorter recht verkrijgen” uitgevaardigd op 25 juni 1391 op “Sint Lebuinsdach” een veiligheids waarborging voor nieuwe inwoners. Daarbij bouwde hij bij de Nieuwpoort een monnikenklooster “der Cistercienerorde”, dit alles tussen 1390-1394.

(wikipedia)

1.139.072. Coppart Meijnsensz., overleden na 24 nov. 1380, trouwde Lijsbeth NN

1.390.088. Dirc Jansz. van der Woert, geboren ca. 1355, trouwde 1375

1.390.089. Aegt Dirck Claesdr. Ruijschen

1.139.090. Dirck Jansz. van Hodenpijl, Ridder, overleden Brouwershaven mei/nov. 1406, trouwde

1.139.091. Machtelt Gerritsdr. van Heemstede, overleden in 1406

Dirk Janszn van Hodenpyl, geboren circa 1342 Overschie, overleden rond 24 november 1406,  Ridder voor 1398, heemraad van Delfland 1391-1396, rentmeester van Noord-Holland 1402, leenman van  Margarethagravin van Holland 1384. Hij was heer van Hodenpijl,  Rijswijk-Blotinghe, Maasland, Rodenrijs en Nieuwkerk aan den Alm en baljuw van Delfsland. Hij was een zoon van Jan van Hodenpyl en Aleid van der Made.  In de volgende jaren verkreeg hij de heerlijkheden Maasland en Rodenrijs waar hij tevens een stenen huis liet bouwen onder de naam huize Rodenrise; dit werd bekostigd door Jan I van Brederode. Hij stichtte ook het huis Te Blotinghe wat het stamhuis der Hodenpyls werd. In 1360 wordt hij tot rentemeester benoemd voor het noordelijk deel van Holland, dit blijft hij tot zijn dood doen.

Niet lang na de bouw werd de burcht als represaille weer afgebroken (1394), omdat de broer van Machteld van Heemstede en Dirk van Hodenpijl (Dirk de Blote) beschuldigd werden van betrokkenheid bij de moordaanslag op Aleid van Poelgeest, de minnares van Hertog Albrecht. Niet lang na de sloop van kasteel Hodenpijl vond een verzoening plaats en kon Dirk van Hodenpijl zijn grondbezit in Rijswijk veilig stellen.

In 1398 wist Dirk het leven van Albrecht van Beieren te redden tijdens een van de tochten tegen de Friezen.

(johnooms.nl)

1.139.092. Dirk van Raephorst, geboren 1280, overleden 1350, trouwde

1.139.093. Machteld van Outshoorn, geboren ca. 1290, overleden 1375

1.139.094. Jan I van Egmont, geboren ca. 1310, overleden 28 dec. 1369, trouwde 1330 (voor 31 mrt. 1331)

1.139.095. Guyote (Jutta) van Amstel (van IJsselstein), geboren ca. 1315

1.175.692. Philips III van Wassenaer, geboren 1307, overleden 1345

1.175.710. Coenraad Cuser, geboren ca. 1325, heer van Oosterwijk, Amstelveen, Sloten, Osdorp en Schoterbosch. rentmeester 1354 en baljuw van Amstelland 1368 en 1370 en van Rijnland 1380 en 1383, ambachtsheer van Amstelveen, houtvester van Holland 1397, kastelein van Teilingen 1400, raad van hertog Albrecht,  overleden voorjaar 1407, trouwde

1.175.711. Clementia, vrouwe van Sloten en Osdorp

Coenraad wordt met Gijsbert van Langerak, Herbert van Liesveld en een groot aantal burgers in de slag bij Schoonoven 1349 (tegen bisschop Jan van Arkel) gevangen genomen. In 1356 heeft hij de tienden bij Delft in erfpacht, die zijn vader in 1341 van heer Jan van Beaumont had verkregen, en 9 dec. 1366 wordt hij door hertog Albrecht, bij opdracht van Jan van Egmond, verlijd met een hofstede, huis en landen in het ambacht van Beverwijk. Cuser geeft deze bezitting de naam van “Oosterwij”, hetzij naar haar ligging ten opzichte van Beverwijk, of wel (en waarschijnlijker) naar het stamslot van zijn moeder. Sedertdien voert hij als wapen van zilver met zeven rode punten of vlammen, uitgaande van de schildvoet, en een vierengedeeld vrijkwartier, 1 en 4 Henegouwen, 2 en 3 Holland. Hij wordt op 7 jan. 1368 baljuw van Amstelland (tot 3 febr. 1370). In die jaren helpt hij de zeeroverij, die zelfs op de Zuiderzee wordt uitgeoefend, beteugelen en klaagt in 1368 aan hertog Albrecht over Herman van Kuinre, die daarbij betrokken is en die als gevolg daarvan, door de hertog schriftelijk wordt aangemaand zich daarvan te onthouden. In 1392 wordt zijn zoon Willem door Hoekse edelen vermoord. In 1397 komt hij voor als houtvester van Holland en wordt 25 mei 1399 tegen betaling van 3100 schilden door hertog Albrecht beleend met het ambacht van Amstelveen en enige renten daartoe behorende. Hij verkoopt dit ambacht 18 jan. 1403 aan Margaretha van Cleve, echtgenote van hertog Albrecht. Ongeveer tegelijkertijd verkoopt hij zijn ambacht van Sloten en Osdorp, met het huis, de landen en visserijen daartoe behorende, door tussenkomst van Jan van Foreest, aan hertog Albrecht, die dit alles mede 3 febr. 1403 aan zijn gemalin overgeeft. Coenraad Cuser, in 1400 kastelein van Teylingen en raad van hertog Albrecht, wordt nog voor het laats vermeld in 1405 in laatstgenoemde hoedanigheid bij de Hagesteinse oorlog.

(NNBW [internet])

1.246.788. Arnoud Vastraatsz. van Giessen, geboren 1330, overleden 7 mei 1403, trouwde

1.246.789. Ida Hugo Folpertsdr..

1.246.790. Loukin Florisz. van Dalem,, geboren 1356, overleden voor 5 mei 1398, trouwde

1.246.791. Christina Jansdr. die Blonde

Laurens (Loukin) Florisz., vermeld 1371-1390, schepen van Gorinchem (1371, 1390), overl. voor 5 mei 1398, tr. Kerstine die Blonde, vermeld 1382, dr. van Jan die Blonde (1331-1366).

Op 7 december 1382 verkocht Zweder van Bloemenstein, ridder, aan Laurens- en Seger Florisz. de tienden van Boeicop, en bevestigt dat hij wettig betaald is. Hierna werd Loukin Florisz. op 10 december 1382 beleend met de helft van de koren- en smaltienden van Boeicop, gedeeld met Seger Florisz., zijn broer. Hij tochtte zijn vrouw ‘Kerstine Jan die Blondedr.’ aan dit leen.

Zij is een dochter van Jan die Blonde, knaap, raadslid van Holland (1345-1348, 1355), leenman van Putten (1331-1359), en van Arkel (1357-1366).

Op 4 maart 1388 droeg Laurens Florisz. zijn helft van de koren- en smaltienden van Boeicop op aan Gijsbert van Loon Segersz. en Hendrik Ye Segersz., beiden voor een vierde deel. Bartholomeus Monnensz. werd op 5 mei 1398 beleend met 9 hond land, gelegen Zwijndrecht in het ambacht van Seger Florisz., in twee weren; het eerste is groot 15 hond en strekt van Laurenshoeve tot aan de steeg van ‘Heynric Yden’, belend ten zuiden Gijsbrecht Moelnaer en ten noorden wijlen Laurens Florensz., en het tweede is groot 14 hond en gelegen als het eerste, belend ten zuiden Gijsbrecht Moelnaer en ten noorden Claes van Driel.

(B. de Keijzer, o.c.).

1.425.312. Willem Jansz van Slingeland, geboren ca. 1370 – overleden vóór 13 augustus 1440  Oud-Alblas.
Zoon van Jan Jansz van den Tijmpel en Catharina van Drongelen.
Hoogheemraad van de Alblasserwaard (1423), landpoorter van Dordrecht ‘uut Alblasserwaert’ (1429), zegelde 1423 met het wapen Van Slingeland met in het vrijkwartier de pot.
Hij was gehuwd met

1.425.313. Katerine Dirksdr. van der Weede.

1.551.552. Arnt van Riede Arntsz., overleden voor 23 sept. 1397

1 mei 1384: Arnt van Riede Arntsz. beleend met leen 55 (huis, berg en werf met bijbehorende avelingen in Pernis), alsmede 10 gemet land, te versterven op zijn zoons Gerijt Gose en Jan van Riede.

23 sept. 1397: Gherijt Cose en Jan van Riede beleend met leen 55 bij dode van hun vader Arnt van Riede.

(Repertorium op de lenen van Putten in het land van Poortugael en in de Riederwaard, 1304-1648 [internet])

Aernt van Riede blijkt vanaf het jaar 1379 vrij actief te zijn geweest, zo hield hij binnen Poortugaal 10 zwanen, kocht land voor de heer van Putten, en ontving brieven.195 In 1382 krijgt hij 7 oude schilden uitgereikt. Hij huurde in 1383 van de Heer van Putten eenmalig 15 gemet land, gelegen in Lombardijen. Verder verkocht hij samen met Floris Fenmanszoen (=Foymanszoen) in 1384 1 gemet land, gelegen bij het ‘steenhuis’ van de Heer van Putten, onverdeeld met het land van de heer. Voorts wordt hij in de jaren 1384, 1385 en 1386 vermeld, omdat hij borg is (geweest) voor Jan Willemsz. Daarnaast huurde hij in 1379 van de heer Van Putten land gelegen in Poortugaal, bestaande uit 2 gemet en een vierendeel, gelegen naast ‘de meente’, en 3½ gemet, gemeen liggende met zijn huis, etc.  Hierna huurde hij drie stukken land, namelijk 3½ gemet, gemeen liggende naast zijn huis (zie hiervoor), 3½ gemet, die van Claes Hugensz. waren geweest, en 6 gemet, die van Ysbrant Lemsz. waren geweest. De betalingen daarvan zijn geregistreerd ingaande 1382, 1383, 1384, 1385, 1386, 1388, 1389, 1395, 1396 en 1398 (postuum vermeld).

Bovendien nam hij samen Bouden Aertsz., Florens Foyrmanszoen en Jan van Almonde, vanaf 1388 samen met Jan van Almonde Willemsz., van de Heer van Putten in pacht ’t gat van de sluis in ’s Gravenambacht voor 34 pond per jaar. Waarvan de pachtsom geregistreerd is in de jaren 1385, 1386, 1388, 1389.205 Tevens huurde hij ‘een halve staelscepe’ onder ’s Gravenambacht in 1388 en 1389.

Op 28 maart 1393 gaf Sweder, heer van Gaasbeek, aan verschillende lieden w.o. ‘Airnt van Riede vierdalve (= 3½) schair’ vanwege geleden schade door watervloeden.209 In een belening op 9 juni 1393 wordt genoemd onder ‘De Deyfel onder Arnts huys van Riede, 9 gemeten 2 lijn’.

(B. de Keijzer, Van Riede (van Pendrecht, van IJsselmonde) [internet])

1.959.878. Willem III van der Weede (bastaard van Strijen), overleden voor 1391, trouwde Bele, dochter van Jan Colve, hij had een buitenechtelijke relatie met

1.959.879. Katharina, dochter van mr. Dirck van Breda, trouwde 1e Willem Jansz. van Slingelandt

10 juli 1371: Willem III van der Weede, bastaard van Strijen, neef van de leenheer, beleend met de visserij en vogelarij van Zwaluwe, te komen op Jan en Hendrik, zijn zoons bij Bele, dochter van Jan Colve, en Willem, bastaard bij Katharina, dochter van mr. Dirck van Breda. (Repertorium op de lenen van de hofstede Strijen 1299-1650 [internet])

2.258.166. Gerrit van Heemstede, trouwde 16 mei 1346 (dispensatie)

2.258.167. Maria van Polanen, overleden na 21 mrt. 1384

2.277.494. Willem II, hertog van Gulik, geboren ca. 1325, overleden 13 dec. 1393, trouwde

2.277.495. Maria van Gelre

Sinds 1343 was Willem mederegent van zijn vader. Hij lag echter vaak overhoop met zijn vader en sloot deze zelfs op tussen 1349-1351. Willem eiste vele jaren de graafschappen Holland en Zeeland op, maar faalde in deze strijd tegenover het huis Wittelsbach. Willem volgde zijn vader in 1361 op, zijn oudere broer Gerard was in 1360 tussentijds overleden. Willem participeerde in de Gelderse Broederstrijd (1351-1360) tussen zijn zwagers Reinoud en Eduard voor de controle over het hertogdom Gelre, hierbij steunde hij Eduard. Hij nam deel aan de Slag bij Baesweiler in 1371, waar zijn zwager Eduard dodelijk gewond raakte en hij Wenceslaus I van Luxemburg gevangen nam. Zijn andere zwager Reinoud III overleed ook hetzelfde jaar zonder erfgenamen, waarna de Eerste Gelderse Successieoorlog ontstond tussen Willem met zijn vrouw Maria (zij was de jongste halfzus van Reinoud III en Eduard) en Maria’s zuster Mechteld van Gelre, vrouw van Jan II van Blois. Bij de belening van zijn minderjarige zoon in 1372 als hertog van Gelre en graaf van Zutphen werd hij benoemd als voogd. Hij zou dat blijven tot de herbelening in 1377 van de inmiddels meerderjarige, veertienjarige, Willem I/III.

Tijdens diverse gevechten verloor hij onder meer Kaiserswerth en Zülpich, maar won Monschau (Montjoie), Randerath en Linnich. Hij verkocht in 1358 Zichem aan Reinoud I van Schoonvorst voor 70.000 goudmunten.

Op Willem II is een ererede opgenomen in de reeks van het wapenboek Gelre. Ereredes zijn korte gedichten waarin de heraut een overzicht geeft van de eervolle wapenfeiten van tijdens het leven van een ridder met afbeelding van zijn wapen.

2.277.590. Frederik VII, graaf van Leiningen-Dagsburg, geboren 1320, overleden 31 okt. 1387, trouwde

2.277.591. Jolanda van Gulik-Bergheim, geboren 1330, overleden 1387

2.278.154. Meijns NN, werd beleend in 1342, trouwde

2.278.155. NN Coppaertsdr.

2.278.184. Gerard van Raephorst, geboren ca. 1255, baljuw van Kennemerland 1306, trouwde ca. 1275

2.278.185. Agniese van Duvenvoorde, geboren 1255, overleden 1335

28 sept. 1333: Graaf Willem III verleent jonkvrouw Agnes van Duivenvoorde een lijftocht van 22 pond Hollands jaarlijks uit de renten in Heer-Engebrechtsbroek, welk goed haar echtgenoot Gerard van Raaphorst van hem in leen houdt. “Wi Willema grave etc. maken cond etc. dat wi die XXII pond Hollandsb sjairs uit den renten in Heren Enghebrechtsc broec, die Gherardd van Raiphorste van ons te leene hout, verlien joncfrouwen Agniesen f van Duvenvoirde sinen wive toit hoire lijftocht; ende ghelovense dair in te houden als wi sculdich sien te doene na zede ende costume van onsen lande.In orkonde etc. Ghegheven in den Haghe op sente Mychielsavond anno Mo CCCo XXXIIIo”

(genealogieonline.nl)

2.278.188. Wouter II, heer van Egmont, geboren 1285, overleden 3 sept. 1321, trouwde

2.278.189. Beatrix van der Doirtoghe, geboren 1280, vrouw van Doortoge, Zegwaard en Zevenhuizen, overleden 11 sept. 1323

2.278.190. Arnold van Amstel, heer van IJsselstein, Ridder, geboren Utrecht juli 1280, overleden 12 febr. 1363. trouwde 6 jan. 1309

2.278.191. Maria van Avesnes (bastaard), geboren Utrecht 1290, overleden na 1344

2.351.384. Dirk II van Wassenaer, geboren ca. 1230, overleden kort na 1310

2.351.385. Alveradis Bertha van Cuijck

Dirk II van Wassenaer (circa 1230 – kort na 1310)[1] was een zoon van Filips II van Wassenaer van Duvenvoirde en gehuwd met Alveradis Bertha van Cuijk.[2] Hij bezat Huis ter Horst (Voorschoten) en waarschijnlijk grond bij Zoetermeer, volgens de leenregisters van Wassenaar, aangezien hij zijn oom Bartholomeus beleende met 2,5 pond jaarlijks uit zijn tienden uit Zoetermeer.

In 1272 verkocht hij het ambacht Schiedam, zijn visrechten van Overschie tot de Maas en alle andere rechten voor honderd pond Hollandse penningen aan gravin Aleid van Holland en Avesnes.[3] Uit de akte van overdracht blijkt dat hij op dat moment ridder was. Opmerkelijk aan de originele akte van overdracht is dat deze in de Nederlandse taal is opgesteld en niet, zoals te doen gebruikelijk, in het Latijn. Zijn tolrechten te Dordrecht verkocht hij in 1288 aan Floris V graaf van Holland en Zeeland.

(Wikipedia)

2.351.420. Willem Cuser (bastaard), geboren ca. 1290, overleden na 1347.

In 1318 was hij slotvoogd op het kasteel de Tollenburg (Dillenburg) in de Marsch bij Rhenen, dat door oproerige Neder-Betuwers werd verbrand. In 1320 beloofden zij (onderworpen met behulp van de graaf van Holland) het huis weer op te bouwen en Cuser schadeloos te stellen met (waarschijnlijk) 5000 tournooise ponden. In 1331 trok hij te velde ten behoeve van Jan van Diest, bisschop van Utrecht, tegen Hendrik, kastelein van Hagelsteen. Hij was in 1336 baljuw van Amstelland en kastelein van het Muiderslot, in 1336 wordt hij verlijd met de tienden te Waver, op 21 dec. 1336 sluit hij namens Amsterdam een bestand met Deventer over de Koter- of Katertol, in 1337 wordt hij als baljuw van Amstelland opgevolgd door Gerrit II van Heemskerk, op 1 dec. 1339 wordt hij verlijd met een huis en erf te Schoten. Op 25 juli 1341 ontvangt hij met zijn zoon van Jan van Beaumont in lijfpacht de tienden te Dijkshoorn bij Delft, komt op 7 april 1342 voor als rentmeester van Kennemerland, verkoopt op 13 jan. 1343 een windmolen te Ouder-Amstel en wordt in 1346/1347 vermeld als eigenaar van 48 morgen land met een woning en windmolen in IJsselmonde, met een woning en 16 morgen land te Schoten (later “het Huis te Kleef”), 7 morgen land in Ouder-Amstel en de tienden van Waverveen, zowel smaltienden als korentienden. Zij wapen vertoont een effen blauw schild met een vierengedeeld vrijkwartier, 1 en 4 Henegouwen, 2 en 3 Holland. (zie hieronder [foto: wikipedia])

Hij trouwde 2e 1339 Machtilde Reiniersdr. van Heemstede, die hij op 27 nov. 1339 tocht aan zijn huis te Schoten en zijn andere goederen. (NNBW [internet]), trouwde 1e

2.351.421. Ida Coenraadsdr. van Oosterwijk, overleden voor 27 nov. 1339

2.493.576. Vastraat van de Giessen, geboren naar schatting ca. 1294, overleden na 28 aug. 1369

12 mrt. 1312: Vastraat Aernoutsz. van Giessen draagt de gerechten van Giessen en Andel over aan de leenheer.

29 aug. 1369: Vastraat van Giessen, neef van de leenheer, Willem van Horne, zoals zijn ouders beleend met leen 90 (het veer van Arkel tussen Veenregraaf en de kerk van Rijswijk)

29 aug. 1369: Vastraat van Giessen, neef van Willem van Horne, de leenheer, beleend met leen 130 (de hofstede, waar het huis te Giessen op placht te staan).

29 aug. 1369: Vastraat van Giessen, neef van de leenheer, beleend met leen 137 (alle uiterwaarden in Giessel en Arkel, behalve Ver Iderwaard, strekkende van Veenregraaf tot het Wiel van Andel

(Repertorium op de lenen van de hofstede Arkel, 1232-1650 [internet])

2.493.580. Floris Loukin (Laurensz.) van Dalem, geboren ca. 1310, Ridder, heer van Brouwershaven, overleden ca. 1355, trouwde

2.493.581. NN Hendrik Ydosdr. Wittens

Floris Laurensz., vermeld 1340-1370, schepen van Gorinchem (1340, 1355), baljuw van Heusden (1364-1368).

De vrouw van Floris Lourensz. komt niet in een oorkonde voor, maar gezien de vererving van goederen in de Zwijndrechtse Waard w.o. Hendrik Ido Ambacht en de later terugkerende naam ‘Hendrik Ydo’ is zij ongetwijfeld een dochter van Hendrik Ydo Wittensz., vermeld 1311.

Van Floris Laurensz. zijn drie verschillende modellen zegels bewaard gebleven. De eerste is vermeld met het jaartal 1430. Met dit jaartal is het zegel opgenomen in de beschrijving van de losse zegelcollectie. Bij nadere bestudering van het zegel en vergelijking met die van 1354 viel eerst thans de nauwe overeenkomst op ondanks dat het omschrift en zegelbeeld iets anders is. Hoewel er geen volstrekte zekerheid is, lijkt het er op dat het jaartal 1430 een verschrijving is van 1340. Het tweede type zegel staat vermeld met het jaartal 1354, maar in dat jaar was hij geen schepen van Gorinchem, maar dat was hij wel in 1355. Op 24 juli 1370 zegelden Floris Lourensz., Wouter Lourensz., en Marcelis Aernt Vos zoon, voor hun neven Eghen Vos Claes Morints soen, ende Willem Scone, broers, als zij manschap doen met ledige hand. Dit derde type zegel is een nieuw model en waarbij het omschrift in het Latijn is gesteld .

 (B. de Keijzer, o.c.)

2.850.624.Jan Jansz van den Tijmpel, gezegd van Slingelandt
Geboren circa 1340 – overleden circa 1428. Zoon van Jan Janszoon van den Tempel en Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt.
Hij was gehuwd met 

2.850.625. Catharina van Heusden van Drongelen. Geboren 1340, overleden 1406. Dochter van Jan van Drongelen en Hadewich Both van der Eem 

(johnooms.nl)

3.919.756. Willem II van der Weede, overleden na 1353

4.555.180. Frederik VI, graaf van Leiningen-Dagsburg, heer van Aspremont, geboren 1295, overleden 1375, trouwde

4.555.181. Jutta van Isenburg-Limburg, geboren 1300, overleden 1340

4.556.290. Coppaerd Jansz., overleden na 14 juni 1365, trouwde Ave NN

4.516.332. Jan I van Polanen, trouwde

4.516.333. Catharina van Brederode, begraven Monster 28 juni 1372

4.556.370. Arent van Wassenaar van Duivenvoorde, geboren 1225, overleden 1280, trouwde

4.556.371. Machteld Woutersdr. van Craijenhorst, geboren 1235

4.556.378. Dirk van Doortoge, geboren 1255, overleden 28 jan. 1306, trouwde

4.556.379. Ermengarde van Naaldwijk

4.556.382. Gwijde van Avesnes, geboren 1253, aartsdiaken, bisschop van Utrecht, overleden ald. 28 mei 1317

Gwijde van Avesnes stamde uit een belangrijk geslacht in het graafschap Henegouwen. Hij was de broer van graaf Jan I van Henegouwen, die tevens (als Jan II) graaf van Hollandwas. Deze wist Gwijde in 1301 tot bisschop van Utrecht benoemd te krijgen ten koste van Adolf II van Waldeck. Gwijde werd door de aartsbisschop van Keulen in 1302 gewijd. Hij bracht een verzoening tot stand tussen de Lichtenbergers en de Fresingen. In 1304 verzwakte de positie van zijn broer Jan door een offensief van Vlaamse troepen die Holland en het Sticht bezetten. Gwijde werd hierbij gevangengenomen (Slag bij Zierikzee, 20 maart 1304).

In zijn afwezigheid grepen de Fresingen de macht in Utrecht met de steun van de gilden, die hun voorrechten lieten vastleggen in de Gildebrief van 9 mei 1304. Op 14 september 1305 moest het gilderegime capituleren voor de vrijgelaten bisschop Gwijde, maar de stad behield een hoge mate van autonomie. Het duurde echter nog tot 1309 voordat de bisschop volledig als wereldlijk vorst door de koning werd erkend. In 1311 nam hij deel aan het eerste Concilie van Vienne, en ook daarna was hij veelvuldig buitenlands te vinden.

Gwijde van Avesnes wist goed te schipperen tussen de verschillende partijen in het Sticht en in de stad en bracht zo een evenwicht tot stand. Hij beheerde persoonlijk de bezittingen van de heren van Amstel (Amstelland) en van Woerden (de stad Woerden), en verleende als zodanig in 1306 stadsrechten aan Amsterdam. In 1315 liet hij zijn tweede burggraaf Ghisebrecht Utengoye onthoofden, nadat die rooftochten door het Sticht had georganiseerd. Als vervolg in 1317 nam Gwijde van Avesnes met de zwaarste wapens uit die tijd het machtige Kasteel Ten Goye in. In de nacht daarop overleed hij. Na zijn dood vervielen de lenen definitief aan de graaf van Holland.

In de Domkerk in Utrecht is zijn graftombe in geschonden toestand bewaard gebleven. In 2014 vernoemde Amsterdam de Gwijde van Henegouwenbrug naar hem.

De graftombe van Gwijde van Avesnes in de Domkerk in Utrecht. (foto: wikipedia)

4.702.770. Hendrick van Cuijck, burggraaf van Leiden, overleden jan. 1319

4.702.771. Halewine van Egmond

4.702.842. Coen van Oosterwijk, baljuw en rentmeester van heer Jan van Beaumont te Gouda en Schoonhoven, trouwde

4.702.843. Mabelia van Wendelnesse, geboren 1265, overleden na 1 febr. 1326

1471: de helft en de andere half van de) visserij (1337: in de Dubbel) (1471: een vroon), strekkend van Dordsmonde (1337: Dordrecht) tot die Wale (1337: tot de visserij van Wouter van den Wale), (1471: waar Dubbeldam, de Mijl en Puttershoek aan de zuidzijde en Zwijndrecht aan de noordzijde naast liggen), (1337: die de leenheer hield van Amstel en daarna van Holland zou houden.

30-7-1319: Ver Belie, dochter van Jan Danke, bij overdracht door Willem van Wendelnesse, ridder, haar man, eventueel te komen op de kinderen uit zijn eerste huwelijk met de dochter van Boudijn van Roden, heren van Voorne, inv. 29 fol. 8. 1-2-1326: Koen van Oosterwijk voor Mabelia van Wendelnesse, zijn vrouw, Voorne, 29 fol. 8. ..-.-13..: Mabelia van Wendelnesse, te komen op (Gillis), haar zoon, Voorne, 29 fol. 67v nr. 193.

(zwiebelfam.nl)

..-.-1337: Verheven door Gillis van Wendelnesse, Willem, zijn zoon, knaap, en Jan, diens zoon, bij Daniel van de Merwede, Nassause Domeinraad, I, inv. 703.

4.987.160. Laurens Herbarensz. van Heukelom (bastaard), geboren naar schatting ca. 1290, vermeld in 1329 en 1339, gegoed te Roemde bij Acquoy, liet het ambacht Kijfhoek bedijken, overleden in 1359

4.987.162. Hendrik Ido Wittens, geboren ca. 1285. Ambachtsheer in de Zwijndrechtse Waard, vermeld samen met zijn broer Schiltman op 15 September 1311. Zij waren de naamgevers van Hendrik Ido Ambacht en Schiltmanskinderenambacht en kregen van Hendrik van Brederode de titel ambachtsheer en een deel van de Zwijndrechtse Waard in leen omdat zij met 7 anderen de bedijking van deze waard financierden in 1331. (johnooms.nl).

5.701.248. Jan Jansz. van den Tempel, geboren Dordrecht 1310, man bij de heervaart op Zeeland 1351, deken van de kapel en het gasthuis der Kruisbroederen 1359, schepen 1377 van Dordrecht. trouwde

5.701.249. Elisabeth van Arkel, geboren 1310, overleden ca. 1340

5.701.250. Jan van Drongelen, heer van Eethen en Meeuwen, geboren 1305, trouwde

5.701.251. Hadewich Both van der Eem, geboren Almkerk 1317, overleden Utrecht 1370, begraven in de Domkerk ald., trouwde 1e Wolfert III van Borselen, heer van Veere

7.839.512. Willem I van der Weede (uten Wairde), geboren ca. 1280, overleden ca. 1321, trouwde

7.839.513. Lijsbette

9.032.666. Dirk II van Brederode “de Goede”, heer van Brederode (1285), baljuw van Kennemerland (1288), overleden op de terugkeer van een pelgrimstocht naar Palestina 18 dec. 1318, begraven in de Dominicanerkerk te Reims

Dirk van Brederode (± 1256 Santpoort – 16 december 1318 te Reims, overleden op de terugweg uit Palestina), bijgenaamd De Goede, was heer van Brederode (1285), baljuw van Kennemerland (1288) en ridder (1290). Hij ligt begraven in de Dominicanenkerk te Reims. Hij was een zoon van Willem I van Brederode en Hildegonde van Voorne.

Dirk werd voor het eerst vermeld in een oorkonde als ‘ridder Dirk’ in oktober 1268, hij was getuige en mede-zegelaar van Floris V van Holland in Brugge. Hij nam in 1272 deel aan zijn eerste veldtocht tegen de West-Friezen. Deze tocht verliep slecht en werd beëindigd met een veldslag bij Heilo op 20 augustus 1272. In 1282 volgde de tweede Friese veldtocht van Dirk II. Hierbij werd het stoffelijk overschot van Willem II van Holland, de vader van Floris V, teruggevonden in Hoogwoud, waarna deze veldtocht succesvol werd afgesloten.

Hij nam weer deel aan zijn derde veroveringstocht van West-Friesland in 1287 onder leiding van Floris V van Holland door middel van een vloot invasieschepen. Hierbij speelde hij een grotere rol en droeg hij de titel ‘Admiraal van Holland’. Door een hevige storm, gevolgd door een vloed in december 1287, werden grote delen van West-Friesland overstroomd. Mede door een list wisten Dirk en zijn mannen met hun schepen de opstandige Friezen te onderwerpen. In hetzelfde jaar trok hij voor Floris V met een leger naar Utrecht om de heren van Amstel en van Woerden gevangen te nemen.

In april 1304 maakte Dirk II deel uit van de ridders die zich succesvol tegen de indringende Vlamingen verzetten. In augustus 1315 maakte hij deel uit van een veldtocht in Vlaanderen. Na een bedevaart werd Dirk II door een ziekte getroffen en hij stierf op de terugweg naar huis in Reims op 16 december 1318.

In de tweede helft van de 13e eeuw stichtte zijn vader Kasteel Brederode bij Santpoort-Zuid door de bouw van een woontoren. Dirk liet de toren rond 1300 afbreken en een vierkant kasteel bouwen, wat in die tijd in Holland een ongebruikelijke bouwstijl was. Aleid van Holland en Avesnes liet enige decennia eerder bij Schiedam een vierkant kasteel bouwen naar Frans voorbeeld. De naam Brederode verwijst naar een stuk bosgrond (Brede Roede) dat gerooid werd, waarop het kasteel is gebouwd. Het kasteel vormde onderdeel van de hoge heerlijkheid Brederode, waarmee de heren van Brederode in de 13e eeuw door de graaf van Holland waren beleend. (Wikipedia)

Hij trouwde ca. 1290

9.032.667. Maria van der Lecke, overleden 1 april 1307

9.110.360. Frederik V, graaf van Leiningen-Dagsburg, heer van Aspremont, geboren 1270, overleden 1330, trouwde

9.110.360. Sophia van Freiburg, geboren 1275, overleden 1335

9.112.580. Jan Coppaertsz. van Schipluiden, alias Jan van Dorp, overleden in 1350 of 1351

9.112.581. jonkvrouw Sophie Boudijnsdr. van Naaldwijk, overleden na 1333

9.112.740. Philips II van Wassenaar, heer van Duvenvoorde, geboren ca. 1200, overleden 1258, trouwde ca. 1225

9.112.741. Florentia Arendsdr. van Rijswijk van Teylingen, geboren 1200, overleden 21 aug. 1272

Philips getuigde in 1215 met zijn broer Dirk bij een beslissing van graaf Willem I en werd in 1226 door deze broer met het erfleen Duivenvoorde beleend. Aan de Zuid-Westelijke grens van Voorschoten is, tussen de Veurseweg en de spoorweg Den Haag Leiden, het landgoed van het eeuwenoude kasteel Duivenvoorde gelegen. Het ontstaan van Duivenvoorde hangt waarschijnlijk samen met een ondiepe of doorwaadbare plaats in het dicht achter het kateel gelegen watertje, dat van de Delfland-Rijnlandse landscheiding loopt naar de Rijn.
Van het middeleeuwse gebouw, in 1393 tijdens de Hoekse en Kabaljauwse twisten verwoest, doch daarna direct weer herbouwd, zijn slechts enkele muurresten bewaard.

(genealogieonline.nl)

9.112.756. Floris van Teylingen van Brederode, heer van Doortoge, Zegwaard en Zevenhuizen, geboren ca. 1230, overleden ca. 1295, trouwde ca. 1260

9.112.757. Jutte Nicolaesdr. Persijn van Putten

9.112.764. Jan I van Avesnes, graaf van Henegouwen, geboren april 1218, overleden 24 dec. 1257, trouwde

9.112.765. Aleid van Holland, geboren 1228, overleden 1284

9.405.542. Willem II van Egmond, minderjarig in 1242, overleden in of na 1296, trouwde

9.405.543. Ada van Brederode, geboren ca. 1223 overleden 20 jan. 1297

Hij volgde in 1242 zijn vader op als heer van Egmond. Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter “Stoutkind” van Egmont.

In 1258 stond hij de ambachtsheerlijkheden OterleekOudorpOudkarspelSpanbroek en Wadeweij af aan Floris de Voogd, oom van graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het heerlijkheid Warmenhuizen in leen kreeg. Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer van Huisduinen. Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.

In de zomer van het jaar 1283 werd door graaf Floris V van Holland de heerlijkheid Egmont tot vrije hoge heerlijkheid verklaard. Dit betekende dat Willem II van Egmont leenheer was geworden van de graaf van Holland en niet meer van de abdij van Egmont. Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.

(wikipedia)

9.405.686. Willem Gillisz. van Wendelnesse, geboren Dordsmonde 1240, ambachtsheer van Wendelnesse, trouwde

9.405.687. Mabelia (Belie) Jansdr. van Duvelant

(1471: de helft en de andere half van de) visserij (1337: in de Dubbel) (1471: een vroon), strekkend van Dordsmonde (1337: Dordrecht) tot die Wale (1337: tot de visserij van Wouter van den Wale), (1471: waar Dubbeldam, de Mijl en Puttershoek aan de zuidzijde en Zwijndrecht aan de noordzijde naast liggen), (1337: die de leenheer hield van Amstel en daarna van Holland zou houden; 1395: gekomen van Voorne), (1474: jaarlijks 10 pond; 1521: 7 pond; 1569: 100 pond waardig).

30-7-1319: Ver Belie, dochter van Jan Danke, bij overdracht door Willem van Wendelnesse, ridder, haar man, eventueel te komen op de kinderen uit zijn eerste huwelijk met de dochter van Boudijn van Roden, heren van Voorne, inv. 29 fol. 8. 1-2-1326: Koen van Oosterwijk voor Mabelia van Wendelnesse, zijn vrouw, Voorne, 29 fol. 8. ..-.-13..: Mabelia van Wendelnesse, te komen op (Gillis), haar zoon, Voorne, 29 fol. 67v nr. 193.

..-.-1337: Verheven door Gillis van Wendelnesse, Willem, zijn zoon, knaap, en Jan, diens zoon, bij Daniel van de Merwede, Nassause Domeinraad, I, inv. 703.

(zwiebelfam.nl)

9.974.320. Herbaren van Heukelom, geboren naar schatting ca. 1265, overleden 1340

1.175.692. Philips III van Wassenaer, geboren 1307, overleden 1345

11.402.496. Jan Woutersz. van den Tempel, geboren ca. 1280, schildknaap, overleden in 1330

11.402.498. Herbaren van Arkel, geboren ca. 1275, overleden voor 1325, trouwde

11.402.499. Odilia van Cuijk, geboren ca, 1295, overleden voor 1317

11.402.500. Willem van Drongelen, geboren ca. 1285, overleden ca. 1360, trouwde ca. 1350

11.402.501. Hadewich van der Merwede, geboren ca. 1330, overleden na 17 okt. 1404, trouwde 2e ca. 1360 Willem Hugemansz. van Scoblant van Zevenbergen

(janmolenweg.nl)

“Willem maakte aanspraak op de heerlijkheid Heusden. De toenmalige heer was Jan van Heusden. Deze stierf in 1333. Het was echter niet Willem van Drongelen, maar graaf Willem IV van Holland die deze heerlijkheid voor zich opeiste. Ter compensatie kreeg Jan van Drongelen de heerlijkheid Eethen en Meeuwen toebedeeld als leenman van de Graaf van Holland.”

(johnooms.nl)

11 402.502. Gijsbrecht III Both van der Eem, geboren 1285, trouwde

11.402.503. Margaretha van Arkel, geboren Veere 1300, overleden Utrecht 23 juni 1368, begraven in de Domkerk ald.

Zij wordt beleend met Rhijnestein (te Cothen) door Gijsbert van Abcoude na opdracht van Gijsbert van Bloemenweerde. Margaretha van Arkel, vrouwe van der Eem (dochter van Jan III uit zijn eerste of tweede huwelijk?). Op 10 Juli 1361 wordt zij, na opdracht door heer Gijsbrecht van Abcoude, beleend met Rijnestein. In 1362 doet zij tesamen met heer Johan van Nijenaar, deken van Deventer, uitspraak in het geschil tussen de St. Stevensabdij te Oudwijk en Tydeman Scrodekijns.
Op 21 Oct. 1365 dragen het kapittel van St. Pieter te Utrecht en Sweder van Abcoude de beslissing over hun geschil op aan Margreta van Arkel, vrouwe van der Eem. Op 21 April 1366 oorkondt hertog Albrecht, dat hij vrouwe Margriet, vrouwe van der Eem, beleend heeft met 12 morgen te Cothen, na haar dood te komen op Jan van Rinensteijn. Op 26 Nov. 1366 maakt zij haar testament, waarin zij Johan van Arkel, bisschop van Luik, haar kapelaan, benevens haar zwager Henric Venedau, tot haar executeurs-testamentair benoemt. Op 23 Juni 1368 overleed zij te Utrecht en werd in de Dom begraven. Zij was waarschijnlijk qehuwd met heer Ghisebrecht Bot, heer van der Eem. Hun erfdochter Johanna huwde met de heer van Gennep, wiens erfdochter Johanna, vrouwe van Gennep en van der Eem, huwde met Reinoud van Brederode. Het zegel van deze Johanna is: gedeeld a. Gennep, b. (Bot).

15.679.024. Willem IV van Strijen, overleden ca. 1293, trouwde 2e Oda van Borselen

18.065.332. Willem van Brederode, geboren ca. 1230, overleden Velsen 3 juni 1285

Gezichtsreconstructie van Willem van Brederode (Huis van Hilde, Castricum, foto: A.B. den Haan)

Hij trouwde in 1254

18.065.333. Hillegonda van Voorne, overleden 5 nov. 1302, begraven in Velsen, trouwde 2e Costijn van Renesse

Gezichtreconstructie van Hillegonda van Voorne (Huis van Hilde, Castricum, foto: A.B. den Haan)

“Willem van Brederode (Santpoort1226/30 – Velsen3 juni 1285) was heer van Brederode, hij stamt af van de heren van Teylingen, die verwant waren aan de graven van Holland.

Hij was een zoon van Dirk I van Brederode en Alvaradis van Heusden. Willem werd pas in 1244 als heer van Brederode erkend, mede omdat hij in voorgaande jaren nog minderjarig was. Van Brederode trok in 1248/49 met Willem II van Holland mee op veldtocht tegen de opstandelingen boven de Rijn in het Ruhrgebied, in 1256 herhaalde hij dit tegen de West-Friezen. Hij werd in 1255 tot ridder geslagen en in 1269 benoemd tot baljuw van Kennemerland. In 1272 zegde hij militaire bijstand toe aan gravin Aleid van Holland.[1] Op 25 juni 1282 werd hij beleend met de gerechten van GoudriaanHardinxveldPapendrecht, Peursum en Slingeland.

In de tweede helft van de 13e eeuw stichtte hij Kasteel Brederode bij Santpoort-Zuid door de bouw van een woontoren. De naam Brederode verwijst naar een stuk bosgrond (Brede Roede) dat gerooid werd, waarop het kasteel is gebouwd. Het kasteel vormde onderdeel van de hoge heerlijkheid Brederode, waarmee de heren van Brederode in de 13e eeuw door de graaf van Holland waren beleend. Na zijn dood liet zijn zoon Dirk II van Brederode een vierkant kasteel liet optrekken.

Willem werd na zijn dood begraven in de Brederodekapel van de Engelmunduskerk te Velsen.” (Wikipedia)

De grafzerk van het echtpaar Van Brederode-Van Voorne

Het skelet van Hillegonda van Voorne.

18.220.720. Frederik IV , graaf van Leiningen-Dagsburg, geboren 1245, overleden 1316, trouwde

18.220.721. Johanna van Aspremont, geboren 1245, overleden 1325

18.225.162. Boudijn (Boudewijn) van Naaldwijk, vermeld in 1296

18.225.480. Philips I van Wassenaar, geboren 1170, overleden 1225, trouwde

18.225.481. Agnes Persijn van Waterland

Filips van Wassenaer of ‘Philippus de Wasnare’ (vermeld 1200-1223) wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde die medebezegeld en bezworen is door Philippus de Wasnare als homines comitis of in Middelnederlands Philips van Wassenaer als des graven lude. De oorkonde waarin graaf Dirk VII van Holland van hertog Hendrik I van Brabant het gebied rond Dordrecht in leen ontvangt is opgemaakt op 3 november 1200 in Leuven.[1][2]

De eigenlijke afkomst van Filips is onbekend. Het feit dat hij medezegelaar is geeft aan dat hij behoorde tot de potentes die hun macht en aanzien ontleenden aan rijkdom, vrienden en magen. Dat hij als een van de laatsten zegelde geeft aan dat hij minder belangrijk was dan de ‘heren’ die als eersten genoemd worden. In die tijd zegelde men in volgorde van aanzien.

Hij is de stamvader van het huis Wassenaer dat in vele zijtakken uitgegroeid is.

In 1204 vocht hij in de Loonse Oorlog aan de zijde van Willem van Friesland, de latere graaf Willem I van Holland. Samen met Jan van Rijswijk voerde hij de troepen aan die zich na het overlijden van Dirk VII in november 1203, rond Willem verzamelden.

(wikipedia)

Het eerst wordt hij vermeld in 1200 onder de getuigen bij het verdrag van graaf Dirk VII van Holland met hertog Hendrik I van Brabant. In 1203 komt er in het graafschap weer beroering. Graaf Dirk VII laat bij zijn overlijden slechts een dochter na, Ada. Gravin Aleid had echter een plan gesmeden om door een huwelijk van haar dochter met Lodewijk, graaf van Loon, het graafschap uit handen van graaf Willem I (de broer van Dirk VII) te houden. Bijna alle Hollandse edelen bewilligden hierin, behalve Filips van Wassenaar en enkele ministralen. Zelfs Willem van Teylingen en Wouter van Egmond stemden aanvankelijk toe, hoewel ze iets later met Filips de leiders zullen zijn van de groep edelen, die zich tegen de opvolging van Ada verzetten (de Loonse oorlog). De vroegtijdige en duidelijke stellingname van Philips in 1203 ten gunste van graaf Willem I kan verklaard worden uit een bijzondere band tussen vorst en edelman, die gelegen kan zijn gedurende de gemeenschappelijke deelname aan de kruistocht in 1189 en het verblijf in het Oosten. In 1205 komt hij voor als getuigen bij de verkoop van twee hoeven aan de abdij te Rijnsburg en zegelde in 1223 de schenkingsbrief, waarbij de weduwe van graaf Willem I aan deze abdij 50 pond Hollands gaf, voor de ziel van haar overleden man. Philips stierf omstreeks 1225.

(johnooms.nl)

18.225.482. Arend van Teylingen, heer van Rijswijk, geboren 1170, overleden 1217, trouwde

18.225.483. Halewine van Egmond, geboren 1175, overleden 1244

18.225.514. Nicolaes I Persijn, heer van Putten, geboren 1200, overleden 1250, trouwde

18.225.515. Maria van Velsen, vrouwe van Haarlem, geboren 1210, overleden 1255

18.225.512. Dirk I van Teylingen, heer van Brederode, Ridder, heer van Doortoge, drost van Holland, geboren 1200, overleden 14 nov. 1236, trouwde

18.225.513. Aleid van Heusden

18.811.084. Gerard, heer van Egmont, geboren Egmond aan den Hoef ca. 1200, overleden Candia (Kreta) 25 dec. 1242

Gerard was een zoon van Willem I van Egmont en Badeloch van Haarlem. Hij volgde in 1234 zijn vader op als heer van Egmont. Gerard was een vroom man, hij liet de slotkapel wijden door de abt van Egmond in 1229 en ondernam tweemaal een tocht naar het Heilige Land. Bij zijn terugtocht in 1242 overleed hij in Candia op het eiland Kreta. Over de echtgenote van Gerard bestaat onzekerheid. In bronnen wordt gesproken over Beatrix van Haarlem (een halfzuster van Badeloch, Gerards moeder), maar ook over Mabelia, over wie verder niets bekend is.

(wikipedia)

18.811.086. Dirk van Teylingen, heer van Brederode, overleden ca. 1236, trouwde

18.811.087. Alveradis van Heusden, geboren naar schatting ca. 1200, overleden 1260, trouwde 2e Herbaren II van der Lede

Kinderen (o.a.):

a. Ada van Brederode (= kwartier 9.405.543)

22.805.000. Jan van Drongelen, geboren ca. 1260, Ridder, trouwde

22.805.001. Elisabeth van der Merwede

Hij werd beleend door gravin Aleid van Wittgenstein, vrouwe van Heusden, zijn moeder, met zijn goed, het lage gerecht van Drongelen 1303.

(janmolenweg.nl)

19.948.640. Otto I, heer Asperen en Heukelom, geboren ca. 1235, overleden 1283

22.805.002. Daniël V van der Merwede, geboren  circa 1290, heer van der Merwede, Carnisse, Wieldrecht, baljuw van Zuidholland 1333, overleden Warns 26 september 1345 *, zoon van Daniël IV van der Merwede en Beatrijs (Dirksdr) van Alkemade,  
trouwt circa 1325 met

22.805.003.Johanna Both van der Eem, geboren circa 1320,  erfdochter van het land van de Eem bij Dordrecht, wordt door haar echtgenoot Daniel van der Merwede gelijftocht met “de tiende aan de Dussen op 50 a 60 pond” 1330, overleden circa 1360, dochter van Gijsbrecht Both van der Eem en Margaretha van Arkel; zij hertrouwt 2e circa 1346 met Willem III van Cuijk en trouwt 3e circa 1350 met Johan II van Gennep.

(janmolenweg.nl)

* “De Slag bij Warns (Fries: Slach by Warns), eigenlijk Slag bij Stavoren, was een veldslag in de Fries-Hollandse oorlogen tussen graaf Willem IV van Holland en Henegouwen en de Westerlauwerse Friezen, op 26 september 1345. Ze eindigde met een overwinning voor de Friezen en de dood van de graaf. 

Voor de Friese Beweging was de jaarlijkse herdenking van de slag aanvankelijk een belangrijk evenement. Rond de herdenking (op het Rode Klif te Warns) en de centrale leus Leaver dea as slaef vinden nog altijd veel politieke discussies over taalpolitiek en regionale achterstelling plaats.

Er wordt ook wel gesproken van de Slag bij Stavoren (Fries: Slach by Starum). Dit is correcter, aangezien de slag volgens de historische bronnen niet in Warns maar bij Stavoren plaatsvond. Met Hollands-Friese taalstrijd had de slag weinig de maken. De ridders waren grotendeels Franstalig, het West-Friese deel van hun voetvolk sprak vermoedelijk Fries.

Binnen het Heilige Roomse Rijk hadden de Friese gebieden een ontwikkeling doorgemaakt naar zelfstandigheid, de zogenaamde Friese Vrijheid. Deze ontwikkeling was het sterkst ten oosten van de Lauwers. In de tegenwoordige provincie Friesland werd nog tot ver in de 13e eeuw een vorm van grafelijke heerlijkheid uitgeoefend door de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland. De Hollandse graven in die tijd waren uit op meer macht en wilden hun oppergezag claimen door invoering van belastingheffing en algehele controle op de rechtspraak in Friesland. De graafschappen Holland en Zeeland kwamen in 1299 in handen van het Franstalige Huis Avesnes, graven van Henegouwen. De krijgshaftige graaf Willem IV ging echter veel voortvarender te werk dan zijn in 1337 overleden vader Willem III. Nadat onderhandelingen waren mislukt omdat de concessies die de graaf eiste voor de Friese elite onaanvaardbaar waren, maakte de graaf aanstalten heel Westerlauwers Friesland te onderwerpen.

De Hollands-Henegouwse troepen (naar schatting 12 tot 15.000 man), voeren vanuit Enkhuizen met een vloot de Zuiderzee over. Een deel van de troepen onder leiding van Willems oom, heer Jan van Beaumont landde op de Zudervenne, een vlakte ten zuidwesten van Stavoren. Dit terrein is later in zee verdronken. De graaf wilde het Sint-Odulfusklooster bij Stavoren veroveren om dit gaan gebruiken als vesting en uitvalsbasis. Ook had hij het op de stad zelf voorzien. De ridders droegen een harnas, maar hadden geen paarden, omdat daarvoor geen ruimte was aan boord van de (meer dan 300) schepen, die waren volgeladen met werkvolk, bouwmateriaal voor de geplande vestingbouw en voorraden. 

De troepen van graaf Willem landden ten noorden het klooster. Met een voorhoede van ongeveer 500 stormde hij landinwaarts en stak daar een of meer huizen in brand. Bij het klooster vielen de invallers in handen van het verzamelde Friese leger, dat zich hier al sinds juni had verschanst. Vanwege de omvang van dit leger valt aan te nemen dat daarbij ook hulptroepen uit de Groninger Ommelanden en Oost-Friesland waren.

Vanwege hun zware harnassen waren de ridders geen partij voor het Friese voetvolk, dat beter overweg kon met de doorweekte bodem. Ook graaf Willem kwam tijdens de slag om het leven. Zijn hoofd werd afgeslagen uit wraak voor de dood van een Friese edelman. Naar verluidt wisten de strijders niet dat het om de graaf zelf ging. Hollandse kronieken suggereren dat de grafelijke troepen door God gestraft werden, omdat ze het kloosterterrein hadden bezoedeld. Toen de troepen van de heer van Beaumont in Stavoren hoorden wat er was gebeurd, vluchtten ze naar de schepen, achtervolgd door de Friezen. Volgens tijdgenoten sneuvelden er in totaal zo’n 500 Hollandse strijders. 

Een kroniek bericht dat het lijk van de graaf pas na tien dagen onder een stapel lijken werd gevonden. Door bemiddeling van de commandeur van het Sint-Jansklooster te Haarlem kreeg de graaf, samen met zeven gesneuvelde baanderheren een noodbegrafenis in het Klooster Bloemkamp bij Bolsward. Dit nadat zijn lijk was gebalsemd. De overige lijken werden door de overwinnaars demonstratief op grote hoop gelegd, vermoedelijk op het kerkhof van het SInt-Odulphusklooster. Daar lagen ze nog in 1545, toen ze op last van koningin Maria met karren werden overgebracht naar Stavoren. De overlevenden voeren in 1345 met de rest van het leger terug naar Amsterdam

Het feit dat het lijk van de graaf op het slagveld achterbleef, gold als een grote schande voor diens familie. De koning van Frankrijk weigerde zelfs met de jonge prins Willem van Oostervant te dineren. Na de Friese nederlaag in 1398 werd het lichaam van de graaf alsnog opgeëist door zijn neef en opvolger Albrecht van Beieren. De Friezen moesten beloven een speciale kapittelkerk te stichten ter nagedachtenis. Het lijk werd eerst opgebaard in de Mariakapel in Amsterdam, waar de graaf zijn laatste mis had bijgewoond, daarna in Den Haag. In 1400 vond herbegraving plaats in de grafkelder van zijn neef Willem V in het minderbroedersklooster te Valenciennes.  De Hollandse wraakoefening van 1398 werd veelvuldig bezongen, maar toen de grafelijke troepen zich al na enkele jaren moesten terugtrekken werd er ook de spot gedreven met degenen die goutberghen in Vrieslant dachten te vinden.

De slag werd volgens historicus Ronald de Graaf gekenmerkt door een aantal tactische missers van de grafelijke troepen. Allereerst verdeelden zij hun strijdmacht in tweeën. Willem landde ten noorden van Stavoren en Jan van Beaumont ten zuiden van deze stad. Daarnaast zette Willem de aanval overhaast in zonder op zijn boogschutters te wachten. Met zijn getrouwen bereikte hij het Sint-Odulfusklooster. De Friezen hielden zich eerst gedeisd en lokten de graaf in een hinderlaag. Zij kamen van alle kanten aanzetten, sneden Willem van de overige troepen af en vernietigden zijn voorhoede. Daarna keerden ze zich tegen de hoofdmacht die niet kon vluchten, omdat de schepen buitengaats lagen. Toen ook deze troepen waren verslagen, richtten zij zich tegen Jan van Beaumont, wiens troepen zich nog moesten opstellen. De Friezen konden hem uiteindelijk verslaan omdat hij zijn legerkamp slecht had gekozen met de zee in de rug, zodat zijn leger nergens heen kon. Uit paniek en schaamte wilde hij de hand aan zichzelf slaan, hetgeen zijn mannen verhinderden. De Friezen volgden hun vijanden volgens de verhalen zelfs tot in het water, waar zij hen alsnog neersloegen.

Opvallend is het commentaar van de Florentijnse diplomaat Giovanno Villani, die beweert uit eerste hand te hebben gehoord dat de Friezen hun dijken met opzet doorstaken om de buitenlandse ridders te laten verdrinken.

De Friese overwinning van 1345 maakte een einde aan de groeiende Hollandse invloed en stortte het graafschap in een gezagscrisis. Dat had tot gevolg dat de Friezen nog anderhalve eeuw (met tussenpozen) hun politieke zelfstandigheid konden bewaren. Ook de Friese taal profiteerde daarvan. Het gebrek aan centraal gezag liet zijn sporen na. In het laatste kwart van de 14e eeuw laaiden de twisten tussen de partijen van de Schieringers en Vetkopers in alle heftigheid op, niet alleen in Friesland, ook in de overige Friese landen tot aan de Wezer. Deze burgeroorlog bereikte een dieptepunt tijdens de Grote Friese Oorlog (1413-1422).”

(wikipedia)

Jacob Cuijp, IJspret bij het Huis te Merwede, 1650

De heren van de Merwede waren geen eigenaars, maar beheerders van het huis, dat eigenlijk geen kasteel, maar een eerder een ridderhofstad. De eigenaars waren de heren van Putten en Strijen. (wikipedia)

22.805.004. Gijsbrecht II Both van der Eem, geboren ca. 1250, overleden voor 1310, trouwde

22.805.005. Johanna van Steijn, geboren ca. 1250

22.805.006. Jan II van Arkel, heer van Arkel, geboren ca. 1255, overleden St. Pancras 27 mrt. 1297 (Slag bij Vronen), trouwde

22.805.007. Bertrouda van Sterkenborch, geboren ca. 1260

“Op 27 maart 1297 vond de veldslag bij Vronen plaats.[3] De West-Friezen vielen aan en trokken op naar Alkmaar, waarop de Hollanders zich terugtrokken naar de Middelburg. Hierna werd de tegenaanval ingezet, waarbij ook troepen werden aangevoerd via het Vronermeer. De West-Friezen weken af van hun oude tactiek, die al honderden jaren gebruikt werd, van verrassingsaanvallen en op meerdere fronten verdedigen van gebieden die ongunstig waren voor de tegenstanders om op te vechten. Nu had men besloten tot een geregelde oorlog en zette alle troepen in nabij Vronen, waar zij werden verslagen.

Willem van Utrecht probeerde daarna nog te landen bij Monnickendam, maar werd door de Waterlanders en Kennemers teruggedreven. Op 7 november 1297 gaven de West-Friezen zich op de Torenburg uiteindelijk over.” (Wikipedia)

31.919.756. Willem IV van Strijen, overleden ca. 1260, trouwde

31.919.757. Aleid van Heemskerk

36.441.442. Gosbert VII, heer van Aspremont en Dun, burggraaf van Noyon, geboren ca. 1225, overleden 1277, trouwde

36.441.443. Agnes van Coucy, geboren ca. 1230, overleden 1277

36.451.024. Willem van Teylingen, heer van Teylingen en Brederode, geboren ca. 1150, overleden 9 mrt. 1215, trouwde 2e Margareta van Lippe, 1e

36.451.025. Agniese van Bentheim, geboren ca. 1160, overleden 1203

36.450.324. Hugo II van Naaldwijk, erfmaarschalk van Holland, vermeld 1248-1263

36.451.028. Jan I Dirksz. Persijn van Putten, heer van Waterland, geboren 1150, overleden 20 sept. 1224, trouwde 1e Agnes Simonsdr. van Waterland, 2e Aleijdis van Altena, 3e

36.451.029. NN van Voorne, vrouwe van Putten

37.622.168. Willem I van Egmont, geboren ca. 1180, gesneuveld bij de Elbe 17 mei 1234, trouwde

37.622.169. Badeloch van Haarlem

Hij was een zoon van Wouter van Egmont en Mabelia van IJsselmonde. Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbertabdij benoemd, dit deed hij tot 1221. Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven. Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV, was evenals zijn vader advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende. In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood. Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef.

(Wikipedia)

45.609.984. Jan IV (II) van Heusden, overleden op 14 of 15 dec. 1268 bij de aanslag op Keulen, trouwde 1e NN dochter van Gillis Berthout, 2e

45.609.985. Aleid van Wittgenstein (van Arberg)

“In de nacht van 14 op 15 oktober 1268 deden een groot aantal edelen een aanslag op de stad Keulen, die door een heftige burgertwist tussen adel en burgerij werd geteisterd. De aanval werd door de burgerij afgeslagen en velen heren kwamen om zoals b.v. Dirk van Valkenburg, Jan II heer van Heusden en Hendrick van Herpen, ridders, terwijl een aantal gevangen werd genomen w.o. hertog Walram van Limburg, Dirk van Heusden, Dirk van Heeswijk en Albert van Herpen, ridder. Na langdurige onderhandelingen kwam een zoen tot stand en werd “oirvede” gedaan, waarbij de bloedverwanten van de verslagen en gevangen edelen beloofden zich daarvoor niet op de stad Keulen te zullen wreken. Deze overeenkomst werd in diverse zoenoorkonden vastgelegd.” (arnoldlens.nl)

45.610.008. Gijsbrecht I Both van der Eem, geboren ca. 1220, trouwde

45.610.009. Baertgen van Woerden, geboren ca. 1220

45.610.010. Arnold II van Steijn, geboren ca. 1215, trouwde 2e Elisabeth van Limburg, 1e

45.610.011. Margaretha van Grimbergen, geboren ca. 1212

45.610.012 = 125.432.194

62.716.096. Willem III van Strijen, trouwde 2e Machteld (Mathilde), 1e

62.716.097. Elisabeth van der Leede

70.902.050. Otto I van Bentheim, graaf van Bentheim, geboren ca. 1140, overleden 1208/1209, trouwde

70.902.051. Alveradis van Arnsberg, geboren ca. 1160, overleden 1230, erfdochter van Malsen, dochter van Godfried I van Cuijk (1100-1167).

Otto was een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. Van zijn grootmoeder van moederskant, Geertruid van Northeim, erfde hij het graafschap Bentheim.

Otto begeleidde zijn moeder naar het Heilige Land in 1173. In 1187 werd hij genoemd als burggraaf van Coevorden. Otto nam deel aan de Derde Kruistocht (1189-1192), samen met zijn broer Floris III van Holland. In 1196 streed hij tegen de burggraaf van Coevorden. Otto steunde zijn neef Willem I van Holland in diens geslaagde poging om de macht over Holland te verwerven, ten koste van Ada van Holland (gravin).

(wikipedia)

72.882.886. Thomas II van Coucy-Vervins, geboren ca. 1195, overleden 1253, trouwde

72.882.887. Mathilde van Rethel

72.900.648. Hugo I van Naaldwijk, trouwde NN, erfdochter van Velsen

72.902.056. Dirk Persijn van Putten, heer van Waterland en Zeevang, geboren 1120, overleden 1168, trouwde

72.902.057. Bertrada Arnoutsdr. Spiker van Waterland.

75.244.336. Wouter van Egmont, geboren ca. 1145, overleden Egmond aan den Hoef 13 sept. 1208, trouwde

75.244.337. Mabelia van IJsselmonde

Hij was een zoon van Allard van Egmont en een vrouw uit het geslacht Van Henegouwen. Samen met Antonius van Gelmen schonk hij grond (namelijk de Alebrandsward, ten oosten van de heerlijkheid Putten) aan de Abdij ter Duinen. Graaf Dirk VII van Holland was de opsteller van desbetreffende oorkonde of charter en als getuige aanwezig.[1][2]

Wouter streed onder graaf Willem I van Holland in de Loonse Oorlog (1203–1206) tegen graaf Lodewijk II van Loon. Tijdens deze oorlog werd zijn Kasteel Egmond verwoest waarna hij samen met Beljaart, heer van Beverwyck, een aantal Kennemer divisies leidde. Hij kreeg tijdens deze periode de bijnaam Kwade Wouter. Na de oorlog begon hij aan de wederopbouw van zijn kasteel. Hij bleef net zo als zijn voorvaderen in conflict over betalingswijzen met de Abdij van Egmond, die hem ook Kwade Wouter noemden.

(Wikipedia)

90.200.016. Nicolaas Both van der Eem, geboren ca. 1195, dienstman van de heer van Altena, overleden na 1241

90.200.018. Herman IV van Woerden, geboren ca. 1177, als leenman van de bisschop van Utrecht heer van het Land van Woerden, trouwde

90.200.019. Salome van Merlo, geboren ca. 1180

91.219.968. Arnold II, heer van Heusden en Sluis, trouwde

91.219.969. Mechteld van Heinsberg, geboren 1200, overleden 1255

“Was Arnold II van Heusden gehuwd met Mechteld of Mathilde van Heinsberg, uit een zijtak van het Gelderse gravenhuis? In 1254 verkocht immers Hendrik, proost van Heinsberg, goederen, verworven door een schenking van “Arnoldus en zijn echtgenote, vrouwe M. van Heusden”, aan een klooster in Nijmegen. In 1978 bracht Severin Corsten zekerheid: Hendrik van Heinsberg, proost van een kapittel in Keulen, had een legaat geschonken om op bepaalde dagen te doen bidden ter nagedachtenis van hemzelf en “zijn zuster, vrouwe Mechtild van Heusden”, zoals in het dodenboek van het kapittel opgetekend is. Corsten meende dat zij kinderen waren van Dirk I van Heinsberg en Valkenburg en van Isalda van Limburg. Als argument voerde Corsten ook de naamgeving aan: Mechteld van Heusden had zonen met de namen Dirk en Hendrik; de vader van Isalda heette Hendrik (hertog van Limburg) en de naam Mechteld kwam sinds ca. 1150 voor in diens familie. Hendrik en Mechteld zouden volgens Corsten omstreeks 1210 geboren zijn, want hun vader was in 1207 nog minderjarig. Hendrik is na de vroege dood van zijn vader Dirk (1228) en van een oudere broer (voor 1224) niet uit de geestelijke stand getreden om heer van Heinsberg te worden. Hij is als proost van het Keulse kapittel in schriftelijke bronnen vermeld van 1232 tot 1268, maar hij zou het ambt ook van 1228 tot 1277 bekleed kunnen hebben. Hij moet wel op zeer jeugdige leeftijd (18 a 22 jaar) proost zijn geworden. Zoiets kon in de middeleeuwen, al was het tegen de kerkelijke regels. Maar – en dat ziet Corsten blijkbaar over het hoofd – onmogelijk was, ook in de Middeleeuwen, dat een vrouw van 32 al vijf meerderjarige zonen had. In 1242 zijn namelijk vier van de zonen van Mechteld genoemd als getuigen van de graaf van Kleef bij het verlenen van stadsrechten aan de plaats. Corsten heeft m.i. proost Hendrik en Mechteld verkeerd ingepast in de stamboom Kleef van Heinsberg. Zouden zij geen jongere broer en zuster kunnen zijn van genoemde Dirk? Zij kunnen dan geboren zijn in de jaren 1190-1199. Hendrik moet dan wel op hoge leeftijd gestorven zijn, maar dit was ook in de Middeleeuwen mogelijk, al lag toen de gemiddelde leeftijd bij overlijden laag. Tegenover de argumenten van Corsten in de naamgeving kan ik andere plaatsen: Mechteld of Mathilde kan vernoemd zijn naar een tante van haar moeder; van Mechtelds kinderen hebben er twee een “Heusdense” naam (Jan en Robert), twee een “Kleefse”: Dirk, naar de broer van Mechtelds vader of haar grootvader, terwijl Hendrik genoemd kan zijn naar zijn oom, de domproost. Dat deze alleen voor de nagedachtenis van zijn zuster Mechteld legateerde, is verklaarbaar: waarschijnlijk een bijzondere band, omdat na 1227 verder niemand van het gezin nog in leven was.”

(zwiebelfam.nl)

91.220.022. Arnold III van Grimbergen, geboren 1167, overleden 1235, trouwde ca. 1200

91.220.023. Sophia van Altena, geboren ca. 1185, overleden 1244, trouwde 2e Leon van Brussel

125.432.194. Herbaren II van der Leede (van Arkel), geboren Langerak 28 jan. 1200, overleden 1 sept. 1248, trouwde 2e Alverade (Aleida) van Heusden, 3e Bertha van Wickenrodt, 1e

Herbaren II van der Lede (Langerak ca. 1205 – voor 1258) was heer van Ter Leede en vanaf 1234 heer van Arkel (Arcelo) en het omringende land. Hij wordt op de volgende manieren genoemd; Herbaren II van der Leede (Herbertus, Harbertus; De Leide, De Leda, De Ledhe, Van der Lede) in diverse kronieken.

Hij was een zoon van Floris Herbaren van der Lede, die de heerlijkheid Lede bezat (nabij het hedendaagse Leerdam).

Herbaren ging zich tussen 1243 en 1253 heer van Arkel noemen en liet zijn domein Ter Leede na aan zijn jongere broer Jan. Hiermee werd Herbaren de stamvader van het huis Arkel.

In 1227 wordt Herbaren geridderd (wordt genoemd onder de ‘Nobilis’)[1], en neemt met de Utrechtse bisschop Otto van Lippe deel aan de Slag bij Ane, de slag verloopt dramatisch maar Herbaren weet te ontkomen. In 1230 krijgt hij het leengoed Heukelom toegewezen en werd hij ook genoemd als heer van Liesveld en Nieuwpoort[2]. In 1251 is hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden. (wikipedia)

145.765.772. Rudolf I van Coucy, geboren 1135, overleden 15 okt. 1191 voor Akko (Palestina), trouwde ca. 1158

145.765.773. Agnes van Henegouwen

Rudolf werd gewoonlijk Raoul de Marle genaamd naar de plaats waar hij meestal vertoefde. Hij is nog zeer jeugdig wanneer zijn vader overlijdt en hij opvolgt als heer van Coucy, Marie, La Fère, Crécy, Vervins, Landouzy en Pinon (1147); doet Vervins ommuren en geeft de bewoners stadsrecht (circa 1163); doet een schenking aan de abdij Thenailes (1166); doet schenkingen aan Nogent (waar zijn eerste echtgenote, Agnes van Henegouwen, overeenkomstig haar wens werd begraven), Saint-Denis en Prémontré (1173 en 1174), maar bevordert vanwege haar landbouwwerkzaamheden vooral de Cisterciënserabdij Foigny; strijdt mee met koning Philips II Augustus tegen de Vlaamse graaf Philips ‘van de Elzas’ (hoewel hij voor Marie en Vervins diens leenman is) die bij de vrede deze gebieden aan de koning moet overdragen (1183 of 1184), waarna ook de bisschop van Laon die voor La Fère zijn leenheer is, dit aan de koning overdraagt (1185); heeft nadien zodoende uitsluitend de koning tot leenheer wat zijn positie zeer versterkt; gaat over tot eigen muntslag; sluit een overeenkomst met de bisschop van Laon die nadien nog enkele rechten (zoals dat van mainmorte) meende te hebben (1190); maakt alvorens met Philips Augustus ter deelname aan de Derde Kruistocht te vertrekken (juni/juli 1190) zijn testament waarbij hij zijn bezit over zijn vijf kinderen verdeelt; gesneuveld voor Akko (1191), waarna zijn gebeente wordt teruggevoerd naar Frankrijk en bijgezet in Foigny.

(johnooms.nl)

145.801.296. Bartholomeus van Voorne, vermeld 1199-1203

145.804.100. Dirk VI, graaf van Holland, geboren 1114, overleden 5 aug. 1157, trouwde

145.804.101. Sophia van Rheineck

Dirk VI staat met zijn moeder Petronella van Lotharingen afgebeeld op het Timpaan van Egmond, ter weerszijden van St. Petrus, ca. 1130. (Rijksmuseum Amsterdam)

145.809.114. Arnout Dirksz. Spiker, heer van Waterland, geboren ca. 1090, overleden 14 okt. 1143, trouwde 1125

145.809.115. Imme van Holland, geboren ca. 1090, overleden 4 okt. 1143

180.400.036. Herman III van Woerden, geboren ca. 1155, overleden 1186, trouwde

180.400.037. Bertha van Everdingen, geboren ca. 1155

180.400.038. Gerard van Merlo, geboren ca. 1155

182.439.936. Jan III (I) van Heusden, geboren ca. 1160, overleden 1217, trouwde

182.439.937. Aleida van Cuijck

“De eerste die in een oorkonde duidelijk als heer van Heusden is aangeduid, was Jan I omstreeks 1200. Hij liet toen schriftelijk vastleggen dat hij – met instemming van zijn zonen heer Arnoldus en Johannes en tot heil der zielen van zichzelf, wijlen zijn vrouw Aleydis, zijn ouders Arnoldus en Justina en al zijn voorzaten – aan het klooster van Berne het voorrecht schonk om tolvrij in het gehele gebied van de heerlijkheid te varen en te trekken, er te kopen en te verkopen. Jan, heer van Heusden (“Johannes, dominus de Husden”) staat er, niet heer Jan van Heusden. Wel is zijn oudste zoon aangeduid als “heer Arnold”; dit betekent dat hij tot ridder is geslagen, niet dat ook hij toen al heer van Heusden was. De oorkonde moet omstreeks 1200 opgesteld zijn, maar niets maakt een nauwkeuriger datering mogelijk. Met Heusden is zonder enige twijfel Oudheusden bedoeld; de bouw van de burcht waarbij later de stad Heusden zou ontstaan, is immers pas omstreeks 1200 begonnen.

In de oorkonde is sprake van varen en trekken in “het gehele gebied van de heerlijkheid”, dit is waarschijnlijk meer dan het grondgebied van Oudheusden, maar hoeveel meer is niet te zeggen. Overigens is ook in een document uit 1210 sprake van “den Lande van Huesden”, althans volgens een korte inhoudsopgave ervan in een charterregister uit 1441. Tenslotte, aan de oorkonde van ca. 1200 was volgens de notaris, die het stuk in 1405 kopieerde, een zegel bevestigd met het bekende wapen, het rad van Heusden.

Was Jan I de eerste heer van (Oud) Heusden? Zijn vader Arnold is vermeld bij de verkoop van het landgoed Elmeth onder Bladel aan het klooster van Postel door Theodericus van Herlaar (onder St. Michielsgestel) in 1173; de getuigen waren: Henricus van Breda, Theodericus van Altena, Gerardus van Boxtel en zijn broer Willem, Arnoldus van Heusden en Herebertus van Heeze. Allemaal oude adel, maar dit betekent niet zonder meer, dat zij allen heerlijkheidsrechten bezaten in de plaats waar zij woonden of waarnaar zij zich noemden. Bovendien is de echtheid van het document waarin de verkoop van Elmeth is opgenomen, betwist; sommige historici zien het als een vervalsing om de weerstand tegen de uitbreiding van het bezit van Postel te breken. Niettemin, het is mogelijk dat ook Arnold I heer van (Oud) Heusden was.” (zwiebelfam.nl)

182.439.938. Arnoud II van Kleef-Heinsberg, regent van het graafschap Kleef namens zijn broer Diederik V, overleden ca. 1200. trouwde voor 1191

182.439.939. Catharina van Heinsberg

182.440.044. Gerard II Berthout van Grimbergen, geboren ca. 1127, overleden 1188, trouwde

182.440.045. Mathilde van Ninove, geboren ca. 1140, overleden ca. 1200

182.440.046. Boudewijn van Altena, geboren ca. 1150, heer van Altena, Brustem en Heusden, overleden 21 aug. 1200, trouwde 2e Agnes van Heinsberg, 1e

182.440.047. Margaretha van Bornhem, vrouwe van Kortessem, geboren 1145

250.864.388. Floris Herbaren van der Lede, geboren ca. 1170, overleden 19 mrt. 1219 Malberg (Limburg)

Floris Herbaren van der Lede (Latijn; Florentius de Leda) (ca.1170 – ca.1207) was heer van der Lede van 1200 tot zijn dood.

Hij was een zoon van Herbaren I van der Lede en een dochter van Willem van Altena. Floris wordt genoemd in een charter van een Gelderse kroniek uit 1204, dat hij samen met zijn jongere broer Folpert (Walpertus) de heerschappij krijgt van een klein kasteel te Asperen[1][2]. Ditzelfde kasteel werd tijdens de Loonse Oorlog vernietigd door Willem I van Holland. In 1207 ondertekent Floris een oorkonde tot overgave tezamen met Ada van Holland en Lodewijk II van Loon. Datzelfde jaar wordt Floris om het leven gebracht door huurlingen van de koning van Engeland en de graaf van Holland. 

Floris huwde omstreeks 1200 met

250.864.389. Jacomijn van Schoonhoven

(wikipedia)

291.531.546. Boudewijn IV de Bouwer, graaf van Henegouwen, geboren ca. 1110, overleden Bergen (B.) 2 nov. 1171, trouwde

291.531.547. Aleidis van Namen, geboren ca. 1110, overleden juli 1169

 Aanvankelijk, als minderjarige zoon van Boudewijn III, regeerde hij tot 1127 onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre.

In 1127 trouwde Boudewijn met Adelheid van Namen (ca. 1110 – juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het Huis Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Adelheid de Naamse goederen zouden erven.

Nog in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas, in naam van zijn moeder, graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik.

Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjouwist echter stand te houden. Er volgde een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die vrede door een huwelijk zou worden bezegeld.

Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij het land waar hij Aat zou stichten van Gilles van Trazegnies. In 1159 verwierf hij Chimayen in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven – maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen.

In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Na de bruiloft in het kasteel van Le Quesnoy nam Boudewijn IV zijn gasten mee naar Valenciennes om het paleis te tonen dat hij daar liet bouwen. Het gezelschap maakte een lelijke val toen de steiger waar het op stond bezweek. De gasten kwamen er vanaf met licht verwondingen, maar Boudewijn brak zijn beide dijbenen. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche.

Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, zoals het kasteel Burbant in Aat, de ommuring van steden als Bergen en Le Quesnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen.

(wikipedia)

291.602.592. Dirk I van Voorne, vermeld 1156-1189

Kinderen:

a. Bartholomeus van Voorne

b. Dirk II van Voorne, trouwde Alverade van Cuijck

Kind:

b-1. Hendrik van Voorne, overleden 12 mrt. 1259, trouwde Katharina van Cysoing

Kind:

b-1-1. Hillegonda van Voorne, geboren ca. 1230, overleden op 5 april 1302, begraven te Velsen, [= kwartier 18.065.333]

291.608.200. Floris II de Vette, graaf van Holland, geboren ca. 1084, overleden 2 mrt. 1121, trouwde ca. 1108

291.608.201. Petronella van Lotharingen, overleden 1144

291.608.230. Dirk V, graaf van Holland, geboren 1054, overleden 17 juli 1091

360.800.072. Herman II van Woerden, geboren ca. 1135, overleden 1178

360.800.074. Hubertus van Everdingen, geboren ca. 1130

364.879.872. Arnold I van Heusden, geboren ca. 1130, trouwde

364.879.873. Justine van Heeze-Millen

364.879.876. Diederik IV (II), graaf van Kleef, geboren ca. 1125, overleden 27 april 1172, trouwde

364.897.877. Adelheid van Sulzbach, geboren ca. 1140, overleden 10 sept. 1189

501.728.776. Herbaren I van der Lede, geboren Langerka 1140, overleden ca. 1200

Herbaren I van der Lede (Latijn; Harbernus de Leda (Liethen)) (Langerak, 1140 – omstreeks 1200) was heer van Ter Leede.

Herbaren I was de stamvader van het huis Ter Leede. Hij werd als getuige genoemd bij een samenkomst van Hardbertus, bisschop van Utrecht in 1143; mogelijk ging het hier om de doping van Herbaren. (wikipedia)

583.063.094. Godfried I, graaf van Namen, geboren ca. 1070, overleden 19 aug. 1139, trouwde 1e Sibylla van Chateau-Porcien, 2e 1109

583.063.095. Ermesinde van Luxemburg, overleden 1141

583.205.184. Hugo III van Voorne, geboren te Calloo ca. 1108, trouwde NN dochter of kleindochter van Unarch van Nadelwich

729.759.744. Herman van Heusden, heer van Heusden, overleden 1145

729.759.752. Arnoud I van Kleef, geboren ca. 1100, overleden 1147.

“In 1119 volgde hij zijn broer Diederik III op als graaf van Kleef. Andere bronnen stellen dat hij een zoon was van graaf Diederik III van Kleef (Diederik I volgens een andere telling). Hij was tevens paltsgraaf van Tomburg en voogd over Xanten en Zyfflich. Arnoud hielp de premonstratenzers en stichtte het klooster van Bedburg. Arnoud huwde met Ida van Leuven, de dochter van hertog Godfried I van Leuven, waardoor de zwaanriddersage het licht zag. Andere bronnen spreken van zijn gemalin ‘Bertha’ met wie hij begraven zou liggen in de stiftskerk van Bedburg.” (Wikipedia)

729.759.754. Gebhard III van Sulzbach, geboren ca. 1114, overleden 27 okt. 1188, trouwde

729.759.755. Mathilde van Beieren, geboren ca. 1110, overleden 16 mrt. 1183, trouwde 1e Diephold IV van Vohburg

1.166.126.188. Albert III, graaf van Namen, geboren ca. 1035, overleden 22 juni 1102, trouwde

1.166.126.189. Ida van Saksen, overleden 31 juli 1102, trouwde 1e Frederik van Luxemburg

1.459.519.510. Hendrik IX de Zwarte, hertog van Beieren, geboren 1075, overleden Ravensburg 13 dec. 1126, begraven in de abdij Weingarten, trouwde

1.459.519.511. Wulfhilde van Saksen, geboren ca. 1075, overleden Altdorf 29 dec. 1126, begraven in de abdij Weingarten.

2.332.252.376. Albert II, graaf van Namen, geboren ca. 1000, overleden ca. 1064, trouwde

2.332.252.377. Regelindis van Lotharingen

2.919.039.020. Welf IV van Beieren, hertog van Beieren, geboren ca. 1035, nam deel aan de Kruisvaart van 1101, overleden Paphos (Cyprus) 9 nov. 1101, begraven in de abdij Weingarten, trouwde 1e Ethelinde van Northeim (door hem verstoten in 1070), 2e 1071

2.919.039.021. Judith van Vlaanderen, geboren 1028, overleden 5 mrt. 1094, trouwde 1e 1051 Tostig Godwinson, graaf van Northumberland

2.919.039.022. Magnus van Saksen, geboren ca. 1045, overleden 23 aug. 1106, trouwde ca. 1070

2.919.039.023. Sophia van Hongarije, geboren ca. 1044, overleden 18 juni 1095, begraven in de St. Michaeliskathedraal te Lüneburg, trouwde 1e Ulrich I van Weimar

4.664.504.752. Albert I, graaf van Namen, geboren ca. 975, overleden soort voor 1011, trouwde

4.664.504.753. Ermengarde van Neder-Lotharingen, geboren ca. 975, overleden 1012

5.838.078.042. Boudewijn IV met de Baard, graaf van Vlaanderen, geboren ca. 980, overleden 30 mrt. 1035, trouwde 1e 1012 Otgiva van Luxemburg, 2e 1028

5.838.078.043. Eleonora van Normandië

5.838.078.040. Albert Azzo II van Este, overleden ca. 1097, graaf van Luni, Genua, Tortona, markgraaf van Milaan, graaf van Lunigiana, Padua en Rovigo, heer van Monfelice en Montagrane, trouwde 2e Gersenda van Maine, trouwde 1e Theobald III van Blois, 1e 1036

5.838.078.041. Cunigonde van Altdorf, overleden in 1054

5.838.078.046. Bela I, koning van Hongarije 1061-1063, geboren 1016, overleden 10 sept. 1063, trouwde

5.838.078.047. Richezza van Polen, geboren 1018, overleden na 1059

9.329.009.506. Karel, hertog van Neder-Lotharingen, geboren 953, Orléans 22 juni 991 (herbegraven in 1001 in de crypte van de St. Servaasbasiliek in Maastricht), trouwde

9..320.009.507. Agnes of Adelheid (van Meaux?)

11.676.156.082. Welf II, graaf van Altdorf en Lechrain, geboren ca. 955, overleden 10 mrt. 1030, trouwde

11.676.156.083. Irmentrude van Luxemburg, geboren ca. 987, overleden 21 aug. na 1055

11.756.156.094. Mieszko II Lambert, koning van Polen, geboren ca. 990, overleden 10 mei 1034, trouwde 1013

11.756.156.095. Richezza van Lotharingen, geboren ca. 1000, overleden 21 mrt. 1063

18.658.019.012. Lodewijk IV van Overzee, koning van West-Francië, geboren Laon 11 sept. 920, overleden Sens 10 sept. 954, trouwde 939

18.658.019.013. Gerberga van Saksen, geboren ca. 913, overleden Reims 3 febr. tussen 969 en 984. trouwde 1e Giselbert II, hertog van Lotharingen

23.352.312.166. Frederik van Luxemburg, graaf van de Moezelgouw, geboren ca. 965, overleden 6 okt. 1019, trouwde

23.352.312.167. Irmentrude van de Wetterau, geboren ca. 967, overleden ca. 1020

23.512.312.190. Ezzo. paltsgraaf van Lotharingen, geboren ca. 955, overleden 21 mrt. 1034, trouwde

23.512.312.191. Mathilde van Duitsland, geboren 979, overleden Echtz 4 nov. 1025

23.512.312.188. Boleslav I de Koene, hertog later koning van Polen, geboren 966/7, overleden 17 juni 1025, trouwde 4e

23.512.312.189. Emnilda Slowianska, geboren ca. 970, overleden 1017

47.024.624.376. Mieszko I, hertog der Polanen, geboren ca. 935, overleden 25 mei 992, trouwde

47.024.624.377. Dubrawka van Bohemen, geboren voor 931, overleden 977

47.024.624.378. Otto II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, geboren ca. 955, overleden Rome 7 dec. 983, trouwde Rome 14 april 972

47.024.624.379. Theophanu van het Byzantijnse Rijk (aangetrouwde nicht van de Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes) geboren ca. 960, overleden Nijmegen 15 juni 991

47.024.642.380. Herman de Zwakke, paltsgraaf van Lotharingen, geboren ca. 920, overleden 16 juli 996, nam de een aan de Slag op het Lerchfeld in 955

De Slag op het Lechveld, die plaatsvond aan de Lech bij het Zuid-Duitse Augsburg, maakte in 955 een eind aan meer dan een halve eeuw van Hongaarse strooptochten in Europa. Hier hadden vooral Duitsland en Noord-Italië last van, maar ook Frankrijk, Zuid-Italië en zelfs Spanje waren niet veilig voor de gevreesde bereden boogschutters.
Otto I bracht de Hongaren een zo grote nederlaag toe dat er volgens de legende niet meer dan zeven Hongaren van het slagveld terugkeerden. De nomadische Hongaren gingen zich vanaf dat moment aan hun Europese omgeving aanpassen.

In 953 waren de Hongaren door Duitse opstandelingen te hulp gevraagd en de Hongaren waren maar al te graag bereid deze hulp te bieden om tegelijkertijd plundertochten te houden in Duitsland. In 954 boden deze plundertochten Otto echter al de gelegenheid de adel achter zich te verenigen en de opstand te onderdrukken. Toen de Hongaren doorgingen met hun plundertochten, die in snel tempo zich uitbreidden van Duitsland tot zelfs Italië, Frankrijk en Noord-Spanje, besloot Otto definitief met ze af te rekenen. In het verleden was al gebleken dat de oversteekplaats van de Lech, bij het Lechveld in Augsburg, een geschikte plaats was om terugkerende Hongaren te verslaan: doordat de heuvels daar dicht aan de rivier liggen was daar geen ruimte voor de Hongaren om hun gevreesde lichte cavalerie te laten manoeuvreren – en als die zich niet snel kon verplaatsen waren ze geen partij voor de Duitse zware cavalerie. Daarbij kwam nog het voordeel dat een terugkerend leger was verzwakt door de plundertocht, was beladen met buit, vermoedelijk minder gedisciplineerd was en bovenal zich niet eenvoudig kon terugtrekken: de weg naar het veilige thuisland werd immers door de tegenstander bezet.

De Hongaren moesten de Duitsers dus uit hun tent lokken en tot een beslissende slag dwingen op een terrein dat door hen zelf werd gekozen. Om dit te bereiken belegerden ze Augsburg, een bisschopstad onder leiding van bisschop Ulrich. Otto I verzamelde terzelfder tijd zijn troepen te Ulm. De Hongaren hoorden dat de koning onderweg was en reden hun tegenstanders tegemoet. In het beboste gebied ten zuidwesten van Augsburg, het Rauherforst, waren de Duitsers (redelijk) veilig voor de Hongaarse pijlen maar was hun gezichtsveld zeer beperkt.

Otto bereidde de veldslag zorgvuldig voor en posteerde bovendien troepen langs alle vluchtroutes, met opdracht om vluchtende Hongaren aan te vallen en zo veel mogelijk te doden. Over het verloop van de slag is niet veel bekend. De Hongaren zouden de Duitse achterhoede hebben overvallen en de Boheemse en Zwabische troepen daar hebben verjaagd. Ze verzuimden echter de aanval door te zetten maar begonnen de Duitse voorraden te plunderen. Dit gaf Koenraad de Rode [hertog van Lotharingen] de gelegenheid een tegenaanval uit te voeren en de Hongaren terug te drijven. Tijdens een gevechtspauze zou Koenraad zijn helm hebben afgezet, en toen door een pijl zijn gedood. De veldslag moet kort maar bloedig zijn geweest. Veel historici denken dat de Hongaren de kapitale fout maakten om zich niet te verplaatsen en de zware ruiterij der Duitsers op zich hebben laten afkomen. De vlucht van de Hongaren over de Lech naar het westen was nog zo massaal dat de inwoners van Augsburg dachten dat hun stad werd aangevallen.

In de volgende dagen werden in de wijde omgeving nog kleine groepen van Hongaren stelselmatig gedood. Volgens de monnik Widukind van Corvey en de geestelijke Gerhard van Augsburg vonden in de dagen na de eigenlijke slag de meeste (vluchtende) Hongaren de dood en moet de vernietiging van dit leger gezien worden over meerdere dagen. De Hongaarse edelen en aanvoerders werden gevangengenomen en in Regensburg tijdens een massa-executie gedood.

De Hongaarse kroniekschrijver Simon De Keza schreef eeuwen later dat Otto I de slag gewonnen had omdat het regende. Op zich geen onaannemelijke gedachte daar bereden boogschutters bij koud en nat weer niet op hun best waren; de verschillende delen van hun (gelijmde) bogen kwamen dan los.” (Wikipedia)

94.049.248.754. Boleslav I de Verschrikkelijke, geboren ca. 910, overleden 15 juli 972, hertog van Bohemen, trouwde

94.049.248.755. Biagota, geboren 901, overleden na. 957

94.049.248.756. Otto I de Grote, geboren 23 nov. 912, koning van Duitsland, keizer (962), overleden 7 mei 973, trouwde 1e Editha van Wessex, 2e 951

94.049.248.757. Adelheid van Opper-Bourgondië, geboren 931, overleden 16 dec. 999, trouwde 1e Lotharius van Lombardije.

188.098.497.508. Vratislav I hertog van Bohemen, geboren ca. 888, overleden 13 febr. 921, trouwde

188.098.497.509.Drahomira, prinses van de Havelii, geboren ca. 900, overleden 953.

188.098.497.512. Hendrik I de Vogelaar, hertog van Saksen, koning van Duitsland, geboren 876, overleden 2 juli 936, trouwde 909

188.098.497.513. Mathilde van Ringelheim

376.196.995.016. Bořivoj I, hertog van Bohemen, geboren ca. 850, overleden 888/889, beheerde zich ca. 883 samen met zijn vrouw tot het Christendom, trouwde 873

376.196.995.017. St. Ludmilla, geboren ca. 860, overleden Tetin nov. 921 (vermoord)

“Na de dood van Bořivoj trok Ludmilla zich terug in Tetín en besteeg haar zoon Spytihněv I de Boheemse troon. Spytihněv werd in 915 opgevolgd door zijn broer Vratislav I en toen die in 921 overleed, kwam diens zoon Wenceslaus de Heilige aan de macht. Het was hoofdzakelijk Ludmilla die Wenceslaus had opgevoed en na diens troonsbestijging fungeerde ze als regentes voor haar kleinzoon.

Wenceslaus’ moeder Drahomíra werd jaloers op de invloed die Ludmilla op haar zoon had. Ze gaf twee edelen, Tunna en Gommon, de opdracht om haar te vermoorden in het kasteel van Tetín. In november 921 werd de moord gepleegd, waarbij Ludmilla naar verluidt met haar eigen sluier werd gewurgd. Na haar overlijden werd ze aanvankelijk bijgezet in de Sint-Michaëlkerk van Tetín.

Ludmilla werd al kort na haar overlijden vereerd als heilige. Als onderdeel van haar canonisatieproces liet haar kleinzoon Wenceslaus in 925 haar stoffelijke resten overbrengen naar de Sint-Jorisbasiliek in Praag. Ze wordt vereerd als patroonheilige van Bohemen”

(Wikipedia)

376.196.995.024. Otto I de Illustere, hertog van Saksen, geboren ca. 850, overleden 30 nov. 912, trouwde

376.196.995.025. Hedwig van Babenberg, geboren ca. 856, overleden 24 dec. 903

752. 393.990.050. Hendrik van Babenberg, geboren ca. 820, overleden 28 aug. 886, trouwde

752.393.990.051. Ingeltrudis van Friuli, geboren 837, overleden 867

1.504.787.980.102. Eberhard, hertog van Friuli, geboren ca. 820, overleden 16 dec. 866

1.504.787.980.103. Gisela van de Franken, geboren ca. 820, overleden 5 juli 874

3.009.575.960.204. Unruoch II van Ternois, geboren ca. 780, overleden 13 nov. 853, trouwde

3.009.575,960.205. Engeltrude van Parijs (geboren ca. 795)

3.009.575.960.206. Lodewijk I de Vrome, geboren 778, overleden Ingelheim am Rhein 20 juni 840, koning de Franken, keizer 813, trouwde

3.009.575.960.207. Judith van Beieren, geboren ca. 800, overleden Tours 19 april 843

6.019.151.920.410. Bego van Toulouse, graaf van Parijs, geboren ca. 765, overleden 28 okt. 816, trouwde 2e Alpeidis, buitenechtelijke dochter van Lodewijk de Vrome, 1e NN

12.038.303.840.820. Gerard I, graaf van Parijs, geboren ca. 728, overleden 779, trouwde

12.038.303.840.821. Rotrude, geboren naar schatting ca. 735

24.076.607.681.642. Karloman, hofmeier van het Frankische rijk, geboren 713, overleden 4 dec. 755, werd in 747 monnik

48.153.215.363.284. Karel Martel, hofmeier van Austrasië, geboren 20 aug. 689, overleden Quierzy 22 okt. 741, trouwde

48.153.215.363.285. Rotrude van Trier, geboren ca. 690, overleden 724

“Karel Martel staat het meest bekend om zijn overwinning in de Slag bij Poitiers in 732, die traditioneel wordt gezien als de ‘redding van Europa van de Arabieren‘. Tegenwoordig wordt de betekenis van deze veldslag genuanceerd: het was vermoedelijk niet meer dan een van de militaire acties in de grensconflicten tussen de Arabieren en het hertogdom Aquitanië die toen geregeld plaatsvonden. Het was daarnaast niet de eerste keer dat de Arabieren werden verslagen door de Franken (in 721 had Odo van Aquitanië hen bij een verrassingsaanval verslagen tijdens het beleg van Toulouse). Het was ook niet hun noordelijkste expeditie – in 725 hadden ze Autun geplunderd en zonder succes Sens belegerd – en evenmin het einde van hun activiteiten in het Frankenrijk. Odo had een bondgenootschap gesloten met de emir van Catalonië, maar toen die in opstand kwam tegen de emir van Andalusië, kwam die in de problemen. Nadat de opstand was onderdrukt, viel een Andalusisch leger Aquitanië binnen, veroverde Bordeaux en versloeg Odo bij de Garonne. De Arabieren trokken al plunderend naar Tours. Odo vroeg Karel om hulp maar in ruil daarvoor vroeg die de onderwerping van Aquitanië aan zijn gezag.

Karel stelde zijn leger (zware infanterie) op in een defensieve positie op een beboste heuvel tussen Poitiers en Tours. Karels plan was om de Arabieren te laten aanvallen omdat hun cavalerie-charge tegen de helling op in een bos veel van zijn kracht zou verliezen. De Franken waren goed voorzien en warm gekleed (het was oktober) en konden hun positie lang volhouden. Na een week van afwachten viel de Arabische cavalerie aan. De slag zou twee dagen hebben geduurd zonder een duidelijke uitkomst. De volgende dag waren de Moren weggetrokken, omdat ze bang waren dat de Franken hun buit zouden roven.”

(Wikipedia)