Lantaarngeld Dordrecht ca. 1693, deel I

Lantaarngeld Dordrecht ca. 1693

(Stadsarchief Dordrecht nr. 3. inv. 3984)

laatst gewijzigd op 25 nov. 2025

Geraadpleegde literatuur.

M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht (Hilversum 1992)

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

A. Balm-Kok, De bewoningsgeschiedenis van Wolwevershaven nr. 9 (Dordrecht z.j.), (https://www.dordtspatriciershuis.nl/wp…/Bewonersgeschiedenis-Wolwevershaven-9.pdf)

A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken bij de Blauwpoort. De bewoningsgeschiedenis van de huizen Blauwpoortsplein 15 t/m 17 en Nieuwehaven 53 te Dordrecht (dec. 2007)

A. Balm, J.W. Boezeman, “Het Huis met de hoofden”, in Dordrecht Monumenteel okt. 2009 (internet)

A. Balm-Kok, Het patriciërshuis van ouds genaamd “de Groene Weijde”, Voorstraat 178, Dordrecht (Dordrecht 2013)

A. Balm, Logement “Belle Vue”, in Dordrecht Monumenteel nr. 61 (okt. 2016), p. 42 e.v.

A. Balm, E. Delwel, J.W. Boezeman, De Wolwevershaven. Een historisch overzicht. (Dordrecht 2025)

J. W. Boezeman, Ernst Delwel, Koos van der Vaart +, Steegoversloot. 500 jaar geschiedenis van een straat in Dordrecht (Dordrecht 2024). Hierna aangehaald als Steegoversloot.

J. L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1931/1933)

H. A. van Duinen, C. Esseboom, I. Dewald (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. (Dordrecht 2007)

E. van Heijningen en C. Sigmond,De huizen Roodenburch en Henegouwen (2),in:Oud Dordrecht 2006, nr. 2, p. 33 e.v.

F. Jagtenberg, Willem IV, Stadhouder in roerige tijden 1711-1751 (Nijmegen 2018)

F. van Lieburg, Heilige plaatsen in een Hollandse stad . Duizend jaar religieuze gebouwen op het eiland van Dordrecht. (Dordrecht 2011)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen(Zaltbommel 1974)

A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht. (Amsterdam 2006)

Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, De geschiedenis van het huis Nieuwehaven 43 te Dordrecht, in Dordrecht Monumenteel jan. 2009 (internet)

Datering

Op de eerste bladzijde (f. 1) staat: “Quohier van’t Lantaarnegeld, over de huijsen inde stad Dordrecht voor soo verre deselve Lantaarnen ’t sedert den jare verschenen april [1685] sijn opgestelt geweest, bij na door de geheele stad, als volgt, tot twee stuijvers per gulde naar advenant de verpondinge, waar op de voors. huijsen respective sijn aangeslagen door expresse last en ordre van de Ed. Groot Agtb. Heeren Borgemeesteren bij den Bode Adriaan Vermeulen geformeert en opgestelt.”

Uit het bovenstaande zou men geneigd zijn te concluderen, dat dit belastingregister in 1685 is opgesteld. Echter: het jaar waarin het gemaakt is, kan niet anders dan 1693 of laterzijn, aangezien in het register Roelof Eelbo (f. 58), die voor het eerst burgemeester van Dordrecht was in 1692/1693 (en vervolgens in o.a. 1694 [J. L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1931/1933), deel I, p. 203-204])*, als burgemeester vermeld wordt. Voorts wordt op f. 120v en f. 121 de weduwe van Cornelis Terwen vermeld en vast staat, dat Cornelis Terwen op 30 juni 1693 begraven werd (begraafboek Grote Kerk Dordrecht) #. Overigens worden in het register ook personen vermeld, die al blijken overleden te zijn, soms al ruim voor de invoering van het lantaarngeld(cf. Margarita Libert op f. 14, overleden in 1679),zonderdat uit de formulering van deinschrijving is op te maken, dat zij niet meer in leven waren.Het bepalen van een datum ante quem is om die reden tamelijk lastig.

* ORA Dordrecht inv. 797, f. 143v: op 2 dec. 1692 compareert mr. Roeloff Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 61, f. 50, akte dd 2 jan. 1693: “d’heer mr. Roeloff Eelbo naar aflegginge van den ordinaris Eed, in het presidie geïntroduceerd”.

# ORA Dordrecht inv. 80: op 30 juni 1693 is door het Gerecht toegestaan het verzoek van Lodewijck Terwen, inwoner en burger van Dordrecht, om zijn vader Cornelis Terwen, die enige dagen tevorenis overleden, op te mogen volgen als pondgaarder. (Rekwirant en zijn vader hebben al in 1661 eenzelfde verzoek aan het stadsbestuur van Dordrecht gericht, waarop toen positief is beschikt.)

Andere voorbeelden:

f. 3: de erfgenamen van de heer Govert van Eijssel: begraafboek Grote Kerk 21 nov. 1690: een baar voor de heer Govert van Eijssel uit de Oudraad, tegenover de Visbrugf. 59:de weduwe van Jacob le Blom: begraafboek Grote KerkDordrecht 11 mrt. 1691: een zwarte baar voor kapitein Jacop Blom Franse kramer bij de Augustijnenkerk

f.87: de weduwe Paijant: begraafboek Grote Kerk19 aug. 1690: een baar op de Lindengracht voor Matthijs Pian, schilderin ‘s-Gravenhage

f. 122v:de erfgenamen van Leendert van Steijn: begraafboek Grote Kerk Dordrecht 24 april 1691: een baar voor Lendert van Steijn koopman bij de Botgensstraat, pondgraf

Looproute.

Eerste Kwartier

folio 1 Voorstraat beginnende aan de Grote Kerk [Grotekerksbuurt-Groenmarkt]

[NB: Dordrecht had oorspronkelijk twee Voorstraten: de straat, die nog steeds zo heet, en de daaraan evenwijdig lopende straat, die thans bestaat uit Grotekerksbuurt, Groenmarkt en btraat]

4v de andere zijde van de Voorstraat begint op de Tolbrug [Groenmarkt-Grotekerksbuurt]

8v De achterstraten van het Eerste Kwartier beginnende bij het Grotekerkhof

9 Schuitenmakersstraat

10v Weer in de Houttuinen

11v Vleeshouwersstraat

13v Varkenmarkt

14 Tolbrugstraat Waterzijde

15 Achter de Lakenhal

15 De andere zijde van de Varkenmarkt

16 De Drappierskade

18 (Op de Walevest staan geen lantaarns)

18 Op de Dwarskade

18v Op de haven naar de Blauwpoort toe

20v De hoek om

20v De Hoge Nieuwstraat

24v Op Engelenburg

Tweede Kwartier

27 Beurs bij de Waagsteiger

29 Op de Nieuwbrug

29v Wijnstraat

32 Wijnstraat beginnende aan het Groothoofd

36v Tolbrugstraat Waterzijde

37 Varkenmarkt

38v Gravenstraat

40v Op de haven

Derde Kwartier

43 Voorstraat aan de Beurs

48 Nieuwkerksteiger – Voorstraat

49 hoek om naar de Boom

50v Voorstraat [Riedijk]

53 Voorstraat [Riedijk]bij de Riedijkspoort

60v Vest op de Riedijk

61v Achter de Nieuwkerk

62 Riedijkstraat

63 Torenstraat

66 Wijngaardstraat

67 Nieuwkerkstraat

(Nieuwkerkhof heeft geen lantaarns)

67v Dwarsgang bij de Ooievaar

68 Heer Heymansuysstraat

70 De Vest bij het Sluisje

70 Andere zijde van de Heer Heymansuysstraat

71 Vrankenstraat

72 Weer in de Heymansuysstraat

73 Bij de Houthaak

73v Mariënbornstraat

75 Vest

75v Mariënbornstraat

78 Achter het Weeshuis

79 Doelstraat

79v (Mazelaarsstraatje heeft geen lantaarns)

79v Achter de Doelen

79v Weeshuistraat

80v Mariënbornstraat

81v Dwarsgang bij de Houthaak

81v Heer Heymansuysstraat

82 Dwarsgang bij de Ooievaar

82v Steegoversloot

85 Lindengracht

87v Steegoversloot

88 Augustijnenkamp

90 Steegoversloot

92 Nieuwstraat

92v Hofstraat 

93 Nieuwstraat

96 Steenstraat

96v Nieuwstraat

97 Kolfstraat

99 Kolfstraat vanaf de Vest

99v Stoofstraat

101v Kolfstraat vanaf de brug

104 Tolbrugstraat Landzijde

10 5 Kromme Elleboog

109 Gevulde Gracht

Vierde Kwartier

111 Voorstraat vanaf de Tolbrug

116v Buiten de Vuilpoort

117v Op de Kalkhaven

118 Slikveld

118v Van de Sluispoort af

119v Voorstraat

125 Gevulde Gracht

126 Tolbrugstraat Landzijde

126v Vriesestraat

133 Visstraat

133 Nieuwe Breestraat

134 Voor het Bagijnhof

134v Sarisgang

135v Voor het Bagijnhof

136 Raamstraat

138 Het Kousken [een slopje bij de Raamstraat]

138v Raamstraat

138v De Hil [tegenwoordig Bethlehemplein]

140 De Elfhuizen

141 De Hil

141v Raamstraat

143 Oude Breestraat

145 Lombardstraat

146  Visstraat

146v (Loverstraatje heeft geen lantaarns)

147 Grote Spuistraat

149 Kleine Spuistraat

150 Botgensstraat

151 Pelserstraat

152 Ruitenstraat

152v Dolhuisstraat

153v Molenstraatje

154 Suikerstraat

154v De Vest naar de Sluispoort

Bedragen

De bedragen zijn: guldens – stuivers – penningen. Degenen, die een huis bezat in een straat, waarin geen lantarens stonden, betaalden uiteraard niets.

Bewerking van het Kohier van het lantaarngeld

NB: tussen rechte haken staan aanvullende gegevens uit diverse andere bronnen.

f. 1

Eerste Kwartier

De Voorstraten beginnende aan de groote kerk

Rochus Rees liet omstreeks 1650 dit huis aan het Grotekerksplein (op de hoek van de Kerkstraat) bouwen.(foto: A. B. den Haan, febr. 2013). Het komt in het kohier van het lantaarngeld niet voor.

de weduwe van Rochus Rees 2-15

[NG trouwboek Dordrecht 21 jan. 1652: Rochus Rees houtkoper jongman wonende op de Nieuwe Haven en Elisabeth Ooms Adriaensdr. jonge dochter wonende bij het stadhuis, beiden van Dordrecht, getrouwd op 4 febr. 1652

Hij werd geboren ca. 1619 (zie pagina 1000e pening Dordrecht 1626, f. 12) als zoon van Mattheus Rees Gillisz. en Cornelia van Wesel Fransdr.

ORA Dordrecht inv. 1623 (nieuw), f. 10 e.v., akte dd 4 april 1670 Jacomijna Vaens, weduwe van Sijmon van Slingelant, koopman te Londen, verbindt 1/9 part in een huis met de daarachter gelegen houttuin, staande in de Grotekerksbuurt tegenover de Pelserbrug naast het huis “de Vlassack”, welk huis haar overleden man is aangekomen uit de nalatenschap van ds. Thomas Boudixtius, en zulks “tot versekeringe” van een somma van 2200 gl., welke haar inmiddels overleden zwager, Damas van Slingelant, haar ter hand gesteld heeft wegens haar aandeel in de nalatenschap van ds. Boudixtius, alsmede van het legaat van 2000 gl., dat haar kinderen is gemaakt door hun oudtante, Cornelia van Slingelant, weduwe van Pieter Dorpman.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 47 e.v.: op 4 febr. 1701 comp. voor notaris J. de Bets te Dordrecht, Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, wonende te Dordrecht, die verklaart, dat zij aan haar dochters Elisabeth en Maria Rees, elk voor de helft, al geruime tijde geleden in volle eigendom heeft overgedragen twee huizen, resp. genaamd “Groot Kruijssenburgh” en “Klein Kruijssenburgh”, staande omtrent de Grote Kerk, het een strekkende van de straat, genaamd Grotekerksbuurt, af, en het ander voor van het plein van het kerkhof van de Grote Kerk af, en beide met de erven en kaden tot aan de stadshaven, inclusief alle bijbehorende pakhuizen, erven, loodsen, kaden etc., en dat alles ter voldoening van hetgeen haar dochters tegoed hadden van hun vaderlijk erfdeel en huwelijksgoed, en ter compensatie van hetgeen de andere kinderen van de comparante gekregen hebben, inzonderheid het pakhuis met houttuin, erf en kade, staande en gelegen op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd, en tot “egalisatie” van hetgeen Mattheus Rees, de zoon van de comparante zal krijgen ingevolge de akte, die daarvan is gepasseerd op 13 aug. 1699 ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht. De comparante verklaart daarmee met haar dochter Elisabeth Rees en haar man Pieter van Dorsten, en haar dochter Maria Rees en haar man Johan Roels “geliquideert ende effen te zijn”. Mocht later, buiten verwachting evenwel, blijken, dat zij haar dochters hiermee niettemin te kort heeft gedaan, dan zal zij dat met hen vereffenen.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 79v e.v.: op 31 okt. 1701 verkopen Elisabeth Ooms, weduwe van Rochus Rees, Pieter van Dorsten, als man van Elisabeth Rees, en Johan Roels, als echtgenoot van Maria Rees, aan equipagemeester Govert van Wesel, veertigraad en koopman te Dordrecht, 1e voor 11.000 gl. een huis aan het kerkhof van de Grote Kerk, staande achter het huis, genaamd “de Oude Lommert”, in welk huis Gillis Rees woont, met loods, houttuin en kade, 2e voor 6000 gl. een huis, genaamd “Klein Cruissenberg”, staande aan het kerkhof van de Grote Kerk, strekkende van voren van het plein van het kerkhof tot achter aan de kade, en 3e voor 1600 gl. een huis genaamd “Groot Kruijssenberg” of “d’Oude Lombaert”, staande in de Grotekerksbuurt bij de Grote Kerk tussen ’s herenstraat en het huis van Pieter vanVianen grutter, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis, waarin Gillis Rees woont. De drie huizen zijn “in plaats van waarborge gelevert bij willich decreet deser stad”.]

Pieter van Vianen [mr. grutter] 2-5

[Huis “de Vlassack”, later “de Grote Wijnberg”.

NG trouwboek Dordrecht 24 aug. 1687: Pieter van Vianen jongman van Gorinchem en Belia van Bramen weduwe van Quirinus van Bergen wonende bij de Vuilpoort

ORA Dordrecht inv. 795, f. 78: op 11 febr. 1688 verkoopt Baarthout van Slingelant Damasz., rentmeester van de geestelijke goederen over het Kwartier van Oosterwijk in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, als man van Emmerentia Repelaer Huijgensdr., voor 2100 gl. aan Pieter van Vianen, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd “de Vlassack”, staande tegenover de Pelserbrug tussen het huis van de weduwe van Rochus Rees en dat van Johannes van Wesel. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1900 gl.

Na 1688 droeg dit pand de naam “de Groote Wijnberg”. (Vriendelijke mededeling van mevr. A. Balm-Kok in Papendrecht.)

ORA Dordrecht inv. 1665, f. 133v: op 15 dec. 1767 verkoopt Anthonij van der Wilt, als enige erfgenaam van zijn vrouw Maria van Vianen, voor 8000 gl. aan Anthonij Roest, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd “de Wijnberg”,  geschikt gemaakt tot een grutterij en woonhuis, staande tussen het pakhuis van Cornelis Rees en het huis van de verkoper.]

de heer Willem van Blijenberg 1-10

[Willem van Blijenberg, geboren Dordrecht okt. 1632, koopman en pondgaarder te Dordrecht, was o.a. schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 mei 1696 (een zwarte baar voor Willem van Blijenborgh, bij de Nieuwbrug, vijf maal luiden, de late boete), zoon van Laurens van Blijberg (in het land van Gulik) en Clara Willemsdr. Blijenberg trouwde in 1655 met Cornelia Pietersdr. van Wesel. Hij beoefende zowel de dichtkunst als de wijsbegeerte en de theologie. In 1663 schreef hij een werkje, om zijn grondstellingen tegen de atheïsten te bewijzen, getiteld De Kennisse Godts en Godsdienst. Hij correspondeerde in 1664 en 1665 met Spinoza, die hij in mrt. 1665 te Voorburg bezocht. Het verschil in mening bleek in de toen tussen beiden gevoerde gesprekken zo groot, dat Spinoza voorstelde verdere briefwisseling te staken. Sindsdien heeft Blijenberg de leer van Spinoza bestreden, zelfs tot lang na diens dood. Zo hij publiceerde hij in 1674 De waerheijt van den Christelicken Godtsdienst … of een wederlegging van dat Godt-lasterlijcke Boeck genoemt Tractatus Theologica-Politicus. (Leiden 1674) (NNBW; internet)

NG trouwboek Dordrecht 12 sept. 1655 (ondertrouw): Willem van Blijenborch jongman wonende bij de Nieuwstraat en Cornelia van Wesel Pietersdr. jonge dochter wonende bij de Grote Kerk]

den selven 1-10

f. 1v

De Grotekerksbuurt 

Adriaan Besemer [advocaat] 1-11-8

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 128 e.v.: op 14 mei 1696 verkoopt Janneken van der Puth, weduwe van mr. Adriaen Besemer advocaat voor 3000 gl. aan Hendrik Besemer, pondgaarder te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Pelserbrug, staande tussen het huis van Sijbert Wor en dat van Willem van Blijenburg c.s. De koper neemt op zich aan Arent van Muijs van Holij, raad en rentmeester-generaal van de domeinen in Zuid-Holland, als executeur-testamentair en voogd van de minderjarige erfgenamen van Pieter de Carpentier, in 1697, 1698 en 1699 elk jaar een bedrag van 1000 gl. te betalen, welke de verkoopster aan die erfgenamen schuldig is.]

de weduwe van Cornelis Wor [wijnkoopman] 1-10

[ONA Dordrecht inv. 366: op 13 mrt. 1675 verkoopt Huijbert van de Graeff, koopman en achtraad van Dordrecht, voor 3450 gl. aan Cornelis Wor, wijnkoopman, een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Jacobsz. van de Haspel en dat van de weduwe van Arent van de Putten, met een huisje achter het voorgaande, staande in de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter van der Clock en dat van Govert Meeusz.]

de weduwe van [Jan Jacobsz. van] den Hespel 0-18-0

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 17 febr. 1695: een baar voor Maeijke van den Hespel een oude weduwe in de Grotekerksbuurt.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 37v e.v.: op 13 mei 1695 verkopen Herman Jansz. en Willem Jansz. van Hespel, als erfgenamen van de weduwe van Jan Jacobsz. van Hespel, voor 1210 gl. aan Jacob van de Clundert, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Wor en dat van Lijsbet de Jongh.]

Grotekerksbuurt bij de Pelserbrug (febr. 2013)

Jan Spaan 0-17-4

Jan Pluijm 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 81: op 9 dec. 1679 verkoopt Maria van Melisdijk, weduwe van Abraham de Witt, voor 2000 gl. aan Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, en diens zoon Willem de Witt, een huis, genaamd “de Drie Nobels”, staande tussen de Schuitenmakersstraat en het huis van de erfgenamen van Pieter van Slingelant.

ORA Dordrecht inv. 796 (oud), f. 73 e.v.: op 22 febr. 1690 verkopen kapitein Gerard Walburgh koopman en Jan de Bets, notaris en procureur, als gemachtigde van Gerard Walburgh en diens crediteuren, voor 1900 gl. aan Jan Jansz. Pluijm mr. huistimmerman een huis in de Grotekerksbuurt op de hoek van de Schuitenmakersstraat, staande tussen die straat en het huis van de erfgenamen van Pieter van Slingelant, vanouds genaamd “de Drie Nobels”. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 1485 gl., die Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.]

de erfgenamen van Pieter van Slingeland [houtkoper] 1-10

[Pieter van Slingelant, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1653), weduwnaar van Dordrecht  wonende in het Steegoversloot (1672), houtkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 april 1679 (een zwarte baar achter in het Steegoversloot voor kapitein Pieter van Slingelandt, twee maal luiden),  trouwde 1e NG Dordrecht 5/28 okt. 1653 (per schrijven van Westmaas) Maria Jacobsdr. Hordijk, jonge dochter van Barendrecht wonende op Westmaas (1653), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 juni 1670 (een baar in het Steegoversloot voor Marija Hordijk, de vrouw van Pieter van Slingelant, vier maal luiden), 2e NG Dordrecht 20 mrt./7 april 1672 Catharina van Bijlaert, weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1672), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1696 (een zwarte baar voor juffrouw Gorsenius, weduwe van Pieter van Slingelandt, bij de Beurs, twee maal luiden en een kwartier),  trouwde 1e ds. Alexander Gortsenius (Geurtsen), predikant te Loosduinen

ONA Dordrecht inv. 330, f 130: op 28 mrt. 1672 passeren Pieter van Slingelant, weduwnaar, koopman en burger van Dordrecht, en Catharina van Bijlaert, weduwe van ds. Alexander Gortsenius [Geurtsen], predikant te Loosduinen, hun huwelijkse voorwaarden.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 37: op 17 sept. 1672 verkoopt Catarina van Bijlaert, de vrouw van Pieter van Slingelant, voor 2850 gl. aan Anneken Jansdr. van Esch, weduwe van Pieter Fransz. steenkoper, burgeres van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort, strekkende van de kade tot achter op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Hendrik van Sittert en dat van Lens Paradijs.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 122: op 9 juni 1694 comp. kapitein Johan van Slingelandt, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van Slingelandt, achtraad van Dordrecht, en Cornelis Bon, koopman te Delft, als man van Margarita van Slingelandt, samen kinderen en erfgenamen van Pieter van Slingelandt, als procuratie hebbende van Jan van der Heijden, timmerman wonende te Rotterdam. De comparant verkoopt in genoemde hoedanigheid voor 975 gl. aan Pieter Jansz. Cop, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen de Kleine Appelsteiger en het huis van Hendrik van Noort. 

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht, ex 1):

a. Johannes van Slingelandt, 29 juli 1654, koopman te Dordrecht

b. Jacob van Slingelandt, 25 okt. 1655

c. Geertruidt, 14 jan. 1661

d. Hendrik, 5 april 1663

e. Maria, 26 dec. 1664

f. Cornelis, 7 mrt. 1668

g. Margareta van Slingelandt, 15 nov. 1669, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1688), trouwde NG Dordrecht 15 febr./2 mrt. 1688 Cornelis Bon, jongman van Delft en daar wonende (1688), koopman]

Jeremias van der Monde [mr. huistimmerman] 1-7-4

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 11 e.v.: op 4 mrt. 1661 verklaren Gijsbert Steijns, burgemeester van Ravesteijn, en zijn vrouw Maijcken Bornwater, schuldig te zijn aan Josina de Jong, weduwe van Pieter van Bergen, een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt omtrent de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Van Slingelant en dat van juffrouw Cools

I. Michiel Claesz., van Gorinchem wonende op de Nieuwe Haven in “den Bierboom” (1611), smid, trouwde NG Dordrecht 10 juli/7 aug. 1611 Janneken Laurensdr. van der Burgh, weduwe van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat (1611), trouwde 1e Abraham Adriaensz. blokmaker 

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 16v: op 8 mei 1670 verkopen “Jeremias vander Monde voor een vierdepart, Aert van Hovorst als getrouwt hebbende Batgen vander Monde, ende Adriaen van Buijren als getrout hebbende Johanna vander Monde beijde kinderen van za: Laurens vander Monde voor het tweede vierde part, Johannes vander Milt, ende noch den voorn. Jeremias vander Monde als Voocht over Michiel vander Milt, noch minderjarigh beijde kinderen van za.r Geertruijt vander Monde voor het derde vierdepart, Dingna Bastiaens mondige dochter, mitsgrs. alsnoch den voorsz. Jeremias vander Monde als Voocht over Willem Hermansz, minderjarigh en(de) uijtlandigh bijde kinderen van wijlen Judith vander Monde voor het leste vierde part, alle kinderen en(de) Erffgen. van wijlen Janneken Laurens vander Burgh, weduwe was van za.r Michiel vander Monde haer luijder moeder en grootmoeder en(de) behout grootmoeder resp.”, voor 810 gl. aan Hendrick Jansz. moutmaker een huis in de Raamstraat, genaamd “Oraingie Getrouw”, staande tussen het huis van Nicolaes van Bree en dat van Hendrick Jansz. de Craeij. 

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Laurens Michielsz. van der Monde, sept. 1613, jongman van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1643), hoefsmid, trouwde NG Dordrecht 29 mrt./14 april 1643 Ariaentgen Jans, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1643)

Kinderen (o.a.):

a-1. Batke van der Monde, gedoopt NG Dordrecht 30 juli 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1665), trouwde NG Dordrecht 1/17 mrt. 1665 Aert van Hovorst, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1665), koopman

ONA Dordrecht inv. 329, f. 200: op 8 sept. 1665 testeren Aert van Hovorst, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Batgen van der Monde. Zij benoemen tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 600 gl. uit te keren. Als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zullen de goederen van de langstlevende komen aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende en die van de langstlevende van hen beiden. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij aan de erfgenamen van de eerstoverlijdende een somma van 3000 gl. uitkeren.

Kinderen:

a-1-1. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 13 sept. 1666

a-1-2. Marija, gedoopt NG Dordrecht 29 aug. 1668 

a-2. Janneken (Johanna) van der Monde, gedoopt NG Dordrecht 26 juni 1648, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1665),  trouwde Adriaen van Buijren, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1665)

Kinderen:

a-2-1. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1679

a-2-2. Marijcke, gedoopt NG Dordrecht 8 juli 1682 

b. Geertruijd Michiel Claesdr. van der Monde, dec. 1616, van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1640), trouwde NG Dordrecht 6/28 mei 1640 Jan Aertsz. van der Milt, jongman van ‘s-Hertogenbosch wonende aan de Pelserbrug (1640), kleermaker

Kinderen:

b-1. Aerdt, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642

b-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 3 sept. 1645

c. Judith van der Monde, nov. 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1646), trouwde NG Dordrecht 24 juni/15 juli 1646 Hermen Willemsz., jongman van Utrecht wonende in de Augustijnenkamp (1646)

Zij had bij Bastiaen Ariensz. een (buitenechtelijke ?) dochter Dina, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642

d. Jeremias van der Monde, nov. 1626, volgt II 

II. Jeremias van der Monde, jongman van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1654), huistimmerman, trouwde NG Dordrecht/Ridderkerk 23 aug./6 sept. 1654 Heiltge Staeckmans, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1654)

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 20: op 23 mei 1670 verkopen Gijsbert Steijns, wonende te Ravesteijn, en zijn vrouw, Maeijcken Jacobsdr. Bornwater, voor 1250 gl. aan Jeremias van der Monde, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Margrieta Dircx, weduwe van Johan Cools, en dat van Pieter van Slingelant. Waarborg: Dirck Verbuijs, burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 12v: op 27 april 1677 verkoopt Jeremias van der Monden, gezworen reetrekker en burger van Dordrecht, voor 3200 gl. aan Gijsbrecht van Asperen, pondgaarder en burger van Dordrecht, een huis op het Papenbolwerk, staande tussen de Leuvebrug en het huis van kapitein Matthijs Bax. 

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht);

a. Hendrijck en Machiel, 21 mei 1656

b. Johanna, 10 april 1659

c. Michiel, 23 mrt. 1661

d. Jeremias, 13 sept. 1663

e. Geertruij, 15 dec. 1667]

de weduwe van de heer Duurkant 1-3-4

[Johan Cools Woutersz. van Dordrecht (1616), trouwde NG Dordrecht 13 nov./4 dec. 1616 Margrita (Grietken) Dirck Cornelisdr., van Dordrecht (1616)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Wouter (Waltherus) Cools Johansz., mrt. 1618, van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1648), trouwde NG Dordrecht 30 aug./15 sept. 1648 Lucia Repelaer Anthonisdr., van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1648)

Kinderen:

a-1. Anthonia Cools, geboren naar schatting ca. 1650, trouwde Cornelis de Beveren, heer van de Lindt (zie hieronder bij f. 4v)

a-2. Jan, gedoopt NG Dordrecht 18 juni 1651

a-3. Walteria Cools, gedoopt NG Dordrecht 27 febr. 1654, jonge dochter van Dordrecht (1673) trouwde NG Dordrecht 12/28 febr. 1673 Diederick Bressij, jongman van Dordrecht (1673), schepen in wette van Dordrecht  

b. NN, aug. 1619

c. NN, nov. 1620

d. NN, aug. 1624

e. Margrita Cools, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Vuilpoort (1646), trouwde NG Dordrecht 20 mei/5 juni 1646 Hugo Repelaer Anthonisz., van Dordrecht wonende aan de Vuilpoort (1646) 

f. Jan, mei 1632

NG trouwboek 20 okt. 1675: Arnoldus Duerkant doctor in de medicijnen jongman uit ‘s-Gravenhage wonende bij de Wijnbrug en Maria van Oversteech weduwe van Johan Snellen wonende in de Gravenstraat, getrouwd op 5 nov. 1675

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 66: op 20 juli 1700 verkoopt Mattheus van Nispen, landmeter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth van Overstege, bejaarde ongehuwde persoon, voor 740 gl. aan Jan Cornelisz. van Coijck, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van kapitein Jeremias van der Monden en het huis van Pieter Nolthenius, koopman te Dordrecht.]

de heer Willem van Blijenberg 1-0-4

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 110v:  op 1 juli 1704 verkopen Jacob Pompe, heer van de Oostendam, en Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, als curators van de boedel van Pieter Nolthenius, gewezen koopman te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Luijmen de Glint  een huis, genaamd “het Vat van Heijdelberg”,  met een pakhuis, staande in de Grotekerksbuurt op de hoek van de Manhuisstraat.]

Het Vat van Heidelberg is een extreem groot vat, dat zich in de kelder van Slot Heidelberg bevindt.

denselven 1-16

f. 2

Michiel van Leent [koperslager] 1-18

[NG trouwboek Dordrecht 7 mrt. 1688: Michiel van Leen koperslager jongman wonende bij de Grote Kerk en Anna Mané jonge dochter wonende bij de Visbrug beiden van Dordrecht, getr. Strijen 21 mrt. 1688]

Jacobus Kalff [marktschipper] 1-19

[NG trouwboek Dordrecht 23 febr. 1659: Jacobus Jansz. Calf varend gezel jongman van ‘s-Hertogenbosch en Geertruit Wagemans jonge dochter van Dordrecht beiden wonende bij de Kerkstraat, getrouwd Dubbeldam 9 mrt. 1659

NG trouwboek Dordrecht 9 juni 1680: Jacob Kalf marktschipper op Breda weduwnaar van ‘s-Hertogenbosch wonende bij de Grote Kerk en Cornelia van Kleef jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt, bescheid gegeven om op Beijerland te trouwen, zijn op Beijerland getrouwd 23 juni 1680

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 49 e.v.: op 23 okt. 1683 verkopen Wouter de Gelder, secretaris van de krijgsraad van Dordrecht, en Louijs de Gelder, luitenant van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, en Jacobus de Gelder, meerderjarige erfgenamen van kapitein Wouter van Gouthouven, voor zichzelf en Wouter en Louijs de Gelder nog als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Wouter van Gouthouven, voor 2995 gl. aan Jacob Kalff, marktschipper van Dordrecht op Breda, een huis, pakhuis en korenzolders in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Nicolaes Vivien en dat van Michiel van Leen koperslager. De koper is schuldig aan Hermen Coomans en Isaack van de Bergh, burgers van Dordrecht, als voogden van de weeskinderen van Willem de Keijser, Londenvaarder en burger van Dordrecht, een somma van 1600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 2v e.v.: op 10 jan. 1685 verklaart Jacob Kalff, marktschipper van Dordrecht op Breda en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina de Ridder, burgeres van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Nicolaes Vivien en dat van Michiel van Leen koperslager.

ORA Dordrecht inv. 798: op 31 mrt. 1694 verkopen Adriaen Hagoort en Johan de Bets, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht volgens marginale apostille dd 14 jan. 1694, voor 3300 gl. aan Johannes de Heer, mr. kuiper, een huis en pakhuis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de erfgenamen van Niclaes Vivien en het huis van Michiel van Leen.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 177v e.v.: op 16 dec. 1694 verklaart Johannes de Heer, mr. kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Pietertje Danen, bejaarde ongehuwde persoon, burgeres van Dordrecht, een bedrag van 1600 gl., verbindende een huis met pakhuis en korenzolders, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van wijlen mr. Nicolaes Vivien en dat van Mighiel van Leen koperslager. In margine: op 26 nov. 1729 toont Daniël de Heer de originele brief en verklaart, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd.]

de heer Nicolaas Vivien heer van Beuvignies 2-10

[ONA Dordrecht inv. 197, f. 435 e.v .,akte dd 9 juni 1676: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten, door mr. Johan de Witt raadpensionaris en diens vrouw Wendela Bickers, alsmede van de goederen, die hun kinderen geërfd hebben van hun grootvader, rekenmeester Jacob de Witt.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een grafstede in de Nieuwe Kerk te ‘s-Gravenhage, nr. 77, aangekocht voor 400 gl.

– een huis in de Grotekerksbuurt, verdeeld in drie woingen, strekkende voor van de straaten met een gang achter uitkomende in de Houttuinen, alsmede

– een huis in de Grotekerksbuurt, staande naast het voorgaande, samen getaxeerd op 11.200 gl.

De baten bedragen in totaal 254.682 gl. 2 st. 6 penn. Na aftrek van de lasten – o.a. een legaat voor de armen van Hekendorp, groot 800 gl. – blijft over 250.359 gl. 7 st. 6 penn., te verdelen onder: Anna de Witt, echtgenote van Herman van de Honaert, Agneta de Witt, Marija de Witt, Johan de Witt en Jacob de Witt.

De huizen in de Grotekerksbuurt vallen bij loting toe aan Marija de Witt

ONA Dordrecht inv. 189, akte 76:op 10 dec. 1682 verkoopt Willem Hooft, secretaris van Amsterdam, als man van Marija de With, mede-erfgename van oud-burgemeester en rekenmeester Jacob de With, voor 8650 gl. aan mr. Nicolaes Vivien een huis in de Grotekerksbuurt, verdeeld zijnde in drie woningen, één aan de voorkant en twee aan de achterkant, die elk apart verhuurd worden, met de plaats, tuin en een brede gang, waarmee het huis achter uitkomt in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. Belenders: het huis van de verkoper en het huis van Wouter van Gouthoeven.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 5 e.v.: op 9 febr. 1683 transporteert Willem Hooft, secretaris van Amsterdam, als man van Maria de Witt, dochter en mede-erfgename van mr. Johan de Witt, pensionaris van Holland, aan mr. Nicolaes Vivien, heer van Beuvignie en oud-raadpensionaris van Dordrecht, een huis, verdeeld in drie woningen, met een gang uitkomende achter in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van de erfgenamen van kapitein Wouter van Gouthoeven en het huis van de verkoopster. De koper krijgt tevens het achterste keukentje van het voornoemde nevenstaande huis, strekkende tot aan de achtergevel van het voorste huis, waar hij op zijn kosten moet laten maken een scheidingsmuur van 10 voeten hoog, strekkende van de eg tot de muur van het huis van juffrouw Clierius. De koopsom bedraagt 8650 gl.

Mr. Nicolaas Vivien, heer van Bovignies, geboren ‘s-Gravenhage 26 juli 1631, pensionaris van Dordrecht, overleden Dordrecht 1692, zoon van Antony Vivien, heer van Bovignies, en Anthonina van den Corput, trouwde ‘s-Gravenhage 30 juli 1659 Cornelia van der Meer (NNBW [internet])

NG trouwboek Dordrecht 13 juli 1659: Nikolaas Vivien jongman en Cornelia van der Meer jonge dochter beiden wonende in ‘s-Gravenhage, per schrijven van de Franse kerk.

Nicolaas Vivien, door Jan de Baen (1677)

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 115v: op 11 mei 1714 verkoopt Elisabeth Vivien, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Maria Vivien, weduwe van Christiaan Swaans, baljuw en dijkgraaf van de Hoge en Lage Zwaluwe, beiden kinderen van Cornelia van der Meer, weduwe van mr. Nicolaas Vivien, heer van Buvignies, voor 4700 gl. aan Ludovicus de La Coste, predikant te Dordrecht, een dubbel en groot huis in de Grotekerksbuurt, verdeeld in drie woneningen, die elk apart zijn verhuurd, uitkomende met een brede gang in de Houttuinen en staande tussen het huis van Johannes de Heer en dat van de erfgenamen van notaris Van Bijwaert.

Kinderen:

a. mr. Anthonij Vivien, gedoopt NG Dordrecht 21 sept. 1661, jongman van Dordrecht (1699), heer van Buvegnies, advocaat in Den Haag, overleden ald. 1707, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan./17 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Cornelia van der Meer, weduwe van Nicolaes Vivien, en zijn zwager Cristiaen Swaens, baljuw en dijkgraaf van de Hoge en Lage Zwaluwe, de bruid met mr. Nicolaes van der Dussen en Lidia van Beveren, heer en vrouwe van Oost-Barendrecht en Zouteveen, haar oom en tante van vaderszijde) Johanna Pompe van Meerdervoort Cornelisdr., van Dordrecht (1699)

Kind:

a-1. Alida Vivien, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1702, jonge dochter van Dordrecht (1733) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./8 febr. 1733 mr. Paulus Gevaerts, weduwnaar van Den Briel, trouwde 1e Gerecht/Engelse Kerk Dordrecht 7/24 febr. 1727 Margaretha Alida Stoop

b. Maria Vivien, gedoopt NG Dordrecht 17 jan. 1667, jonge dochter van Dordrecht (1694), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 febr. 1694 (ondertrouw; de bruid geassisteerd met Cornelia van der Meer, de weduwe van mr. Nicolaes Vivien, heer van Buvignies, pensionaris van Dordrecht, haar moeder) Christiaen Swaens, weduwnaar van Hoge Zwaluwe (1694)

c. Paulus, gedoopt NG Dordrecht 23 juni 1670, vermoedelijk jong overleden

d. Elisabeth Vivien, gedoopt NG Dodrecht 28 okt. 1672]

Johan van Bijwaart [notaris] 1-5

[ONA Dordrecht inv. 189, akte 75: op 10 dec. 1682 verkoopt Willem Hooft, secretaris van Amsterdam, als man van Marija de With, mede-erfgename van oud-burgemeester en rekenmeester Jacob de With, voor 1200 gl. aan notaris Johan van Bijwaert een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van verkoper en dat van juffrouw Clierius. Voorwaarde is, dat Nicolaes Vivien, als koper van het grote huis, staande naast het aan Van Bijwaert verkochte huis, het achterkeukentje en erf van dat huis, strekkende tot aan de achtergevel van het grote huis, in eigendom zal krijgen.

NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1681: Johan van Bijwaart, jongman van Dordrecht, notaris, en Lydia van Someren, weduwe van Johan Bonen, beiden wonende bij de Grote Kerk, getrouwd in Bleskensgraaf op 2 aug. 1681]

de heer Nicolaas van der Dussen 1-10

[ORA Dordrecht inv. 793, f. 42v: op 21 sept. 1683 verkoopt Sijmon Perduijn, arts te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hasia Bosschaerts, weduwe van Martinus Clierius, notaris te Dordrecht, gepasseerd voor burgemeester en schepenen van Axel en Terneuzen, aan mr. Nicolaes van der Dussen, baljuw en dijkgraaf van de Landen van Strijen, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de vrouwe van Zwijndrecht en het huis van notaris Johan van Bijwaert, voor 1600 gl. contant. Waarborgen: Sijmon Perduijn, als man van Cornelia Clierius, tevens vervangende Livinus Wijtinck, als man van Helena Clierius en Anthonia Clierius.

Martinus Clierius, jongman uit het Land van Schouwen wonende bij de Grote Kerk (1650), notaris te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 24 juli/ 9 aug. 1650 (procl. ‘s-Hertogenbosch) Hasia (Haesken) Bosschaerts, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1650), dochter van Lodewijck Willemsz. Bosschaert en Cornelia van Valkenburch Anthonisdr.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Helena Clierius, 18 juni 1651, trouwde Livinus Wijtinck

b. Cornelia Clierius, 7 dec. 1653, trouwde naar schatting ca. 1673 Sijmon Perduijn (Parduijn), arts te Dordrecht, zoon van Adriaan Casper Parduijn, dichter, rector van de Latijnse School te Goes, Middelburg en (vanaf 1636) Dordrecht, en Geertruijt Rijzer Cornelisdr. (Van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden (interenet)), trouwde 1e naar schatting ca. 1663 Geertruijt Cornelisdr. Verduijn

c. Anthonia Clierius, 29 jan. 1656]

denselven 0-19-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 50v: op 8 nov. 1685 verkoopt Sijmon Parduijn, doctor in de medicijnen te Dordrecht, als man van Cornelia Clierius, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Levinus Wijtingh, griffier te Terneuzen, als man van Helena Clierius, beiden als als executeurs-testamentair van Hasia Bosschaert, weduwe van Martinus Clierius, notaris te Dordrecht, voor 1990 gl. aan Geertruijt Boon, weduwe van Hendrik Kilmans, een huis, genaamd “de Korenblom”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van de verkopers en dat van Hendrik van Wessem boekverkoper.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 38v: op 8 mei 1732 verkoopt Herbert van der Meij, predikant te Capelle a/d IJssel, als man van Sara Kilmans, enige nagelaten dochter en erfgenamen ab intestato van Geertruijd Boon, weduwe van Hendrik Kilmans, voor 900 gl. aan Jan van Koijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Korenblom”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Jan Versteeg en dat van Arnoldus van der Hegge.]

burgemeester Johan Halling 3-18

Johan Hallincg Hermansz. (1616-1706), door Godfried Schalcken

[Genealogie (cf. Balen, o.c., p. e.v.):

I. Jan Hallincg Ockersz., trouwde 1 aug. 1487 Elisabeth Bogaard, geboren in 1473, overleden in 1557

II. Pouwels Hallincg Jansz., geboren naar schatting ca. 1500, overleden in 1578, trouwde in 1527 Margriete Oem, dochter van Jacob Oem Jacobsz. en Katrina van Crooswijck Jansdr., geboren ca. 1512, overleden in 1600

III. Jan Hallincg Pouwelsz., geboren 14 nov. 1540, schepen van Dordrecht, overleden 10 jan. 1605 (begraven onder een blauwe zerk in de Nieuwkerk), trouwde 3 juni 1570 Elisabeth van der Bies Hermansdr., geboren 19 dec. 1545, overleden in aug. 1623 (begraven naast haar man in de Nieuwkerk) [cf. Nelemans, o.c., p. 136 e.v.]

IV. mr. Herman Hallincq Jansz., geboren naar schatting ca. 1575, van Dordrecht (1612), advocaat voor het Hof van Holland burgemeester van Dordrecht,trouwde NG Dordrecht 19 febr./13 mrt. 1612 (per schrijven van Den Haag) Anna de Jonge Willemsdr., jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage (1612)

– 1626: mr. Herman Halling wordt in de 1000e penning van Dordrecht aangeslagen voor een vermogen van 50.000 gl.

Kinderen (o.a.):

a. Johan Hallincg Hermansz., geboren 14 mrt. 1616, volgt V

b. Elisabeth Hallincq, geboren 11 juli 1618, trouwde 18 juni 1641 mr. Adriaen van der Mast Johansz., schepen van Dordrecht

Kind:

b-1. Johan van der Mast, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1676), waterschepen van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 8/21 nov. 1676 Catharina Snouck Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1676)

V. Johan Hallincg, Hermansz., geboren 14 mrt. 1616, gedoopt NG Dordrecht 1 april 1616, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), burgemeester van Dordrecht (1664, 1665, 1668, 1669), begraven in het familiegraf in de Nieuwkerkop 3 febr. 1706 (het huis met rouw behangen, zeven slepen en een wapenbord, bij de Grote Kerk [Nelemans, o.c., p. 145]), trouwde NG Dordrecht 16 sept./2 okt. 1640 Margrieta Berk Johansdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1640), begraven in hetzelfde familiegraf op 30 april 1684 (de vrouw van oud-burgemeester Johan Hallingh, bij de Grote Kerk[ibid.])

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 7: op 8 mrt. 1677 verklaart Johan Hallincg, oud-burgemeester van Dordrecht, “hoe dat in den jaere 1672 desselfs huijsinge geplundert, ende van sijne meuble goedren is ontrooft gewerden” en hij daarbij heeft verloren een rentebrief ten laste van de provincie Holland, inhoudende 1500 gl. kapitaal ofwel 60 gl. per jaar. Op een desbetreffend rekwest zijnerzijds hebben de Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland op 21 dec. 1676 besloten, dat van die rentebrief een duplicaat zou worden gemaakt en dat die aan hem zou worden overgedragen, mits hij daarvoor een “reeële cautie” zou stellen. Hallincg heeft derhalve te dien einde verbonden het huis, waarin hij woont, staande in de Grotekerksbuurt omtrent de Lombardbrug tussen het huis van de vrouwe van Zwijndrecht en dat van Dirck Stoop houtkoper nomine uxoris.

Kinderen (o.a.):

a. Johanna Hallincq, geboren 16 aug. 1646, gedoopt NG Dordrecht 24 aug. 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Grote Kerk (1669), begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht op 25 mei 1728 (laat kinderen na, met tien koetsen boven het getal, een wapenbord en drie paar sleepmantels), trouwde 28 april/14 mei 1669 mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, jongman van Dordrecht wonende achter het stadhuis (1669)

Kinderen (o.a.):

a-1. Boudewijn Onderwater, vrijheer van Papendrecht en Matena, heer van Puttershoek, geboren 23 jan. 1673, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1673, begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht op 31 dec. 1742 (10 koetsen boven het getal, een wapenbord, de grote boete, laat kinderen na), trouwde 29 jan./14 febr. 1702 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders, Hendrick Onderwater en Johanna Hallincg, heer en vrouwe van Puttershoek, de bruid met haar moeder, Cornelia de Roovere, weduwe van Samuel Everwijn, heer van Brandwijk en Gijbeland, burgemeester van Dordrecht, en haar oom, Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld) Susanna Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1673, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 13 dec. 1755 (laat kinderen na, negen koetsen extra, hoogste boete, een wapenbord, in de Gravestraat)

a-2. Maria Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 1678, van Dordrecht (1716), overleden 3 mei 1745, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 10 mei 1745 (laat kinderen na, negen koetsen boven het getal, een wapen voorgedragen, de grote boete), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/31 mrt. 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, Cornelia de Roovere, weduwe van Samuel Everwijn, en zijn oom, Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, de bruid met haar moeder, Johanna Hallincg, weduwe van mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek en haar oom, mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht) Samuel Everwijn, jongman van Dordrecht (1716), oudraad en schepen in wette van Dordrecht

b. Johan Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1660, volgt VI

VI. Johan Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1660, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1686), burgemeester en schout van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland,begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk op 11 sept. 1728 (een wapenbord en sleepmantels [Nelemans, o.c., p. 145]) trouwde NG Dordrecht 28 juli/13 aug. 1686 Elisabeth Beljaert, gedoopt NG Dordrecht 27 jan. 1664, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Vuilpoort (1686), begraven in hetzelfde familiegraf op 4 nov. 1726 (met zes sleepmantels, een wapenbord, .. koetsen boven het getal, de tweede boete verbeurd [ibid.]), dochter van Cornelis Beljaert en Beatris van Haerlem

Kinderen (o.a.):

a. Margarita Johanna Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 5 dec. 1687

b. Johan Herman Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1706, volgt VII.

VII. mr.Johan Herman Hallincg, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1706, jongman van Dordrecht (1729), raad en vroedschap van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, heemraad van de Alblasserwaard, begraven in het familiegraf in de Nieuwkerk op 16 april 1753 (laat geen kinderen na, een wapen voorgedragen, tien koetsen boven het “ordinair” getal [Nelemans, o.c., p. 145], trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 jan./2 febr. 1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn zuster, Margrita Hallincg, en zijn neef en voogd Adriaen Hallincg, regerend burgemeester en lid van de Oudraad van Dordrecht, de bruid met haar ouders, Adriaen van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, en Alida Everwijn) Cornelia van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1710,jonge dochter van Dordrecht (1729), trouwde 2e 10 nov. 1754 Samuel Onderwater

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 184v e.v.: op 1 juni 1734 compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Johan Herman Hallincg, baljuw van Zuid-Holland en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en samen met Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. procuratie hebbende van zijn zuster, Margarita Johanna Hallincg, beiden kinderen van wijlen mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en Elisabeth Beljaerts, samen voor een derde part, voornoemde Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en samen met Johan Herman Hallincg procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel en mr. Adriaan van den Santheuvel Anthonisz., advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in de provincie Holland, en nog van voornoemde mr. Adriaan van den Santheuvel, “bij substitutie” namens zijn broer Johan van den Santheuvel Anthonisz., kapitein in het Nederlandse leger, garnizoen hebbende in Grave, en van Johanna en Emmerentia van den Santheuvel Anthonisdr., en voornoemde Hendrik van den Santheuvel tevens vervangende zijn in het buitenland verblijvende broer, Diderik van den Santheuvel Anthonisz., alsmede Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Hartel, weduwe van kapitein Cornelis van den Santheuvel Antonisz., als moeder en voogdes van haar twee, door hem verwekte kinderen, allen tezamen kinderen en kindskinderen van wijlen Anthonij van den Santheuvel, in zijn leven lid van de Oudraad van Dordrecht, en Helena Beljaerts, samen voor het tweede derde part, en voornoemde Johan Herman Hallincg en Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van de Lind en ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende te Den Haag, als vader en testamentaire voogd van zijn dochter, Susanna van Slingeland, vrouwe van West-IJsselmonde, door hem verwekt bij Ernestina de Bevere, die inmiddels is overleden, dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, en Geertruijd Beljaerts, voor het resterende derde part, allen erfgenamen van Cornelia Beljaerts, weduwe van Isaeck Bernarts, De comparanten verkopen voor 5100 gl. (en een rantsoen van ca. 35 gl.) aan Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, mr. Adriaan van den Santheuvel, Johanna van den Santheuvel en Emmerentia van den Santheuvel, elk voor een vierde part, een woonhuis en een brouwerij daarachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen, een stal, rosmolen, azijnplaats, mouterij en verdere toebehoren, staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door Jacob van de Graaff, schout van Dordrecht, en het huis van Smits [sic], strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsvest. Aangezien de kopers mede-erfgenamen voor een achtste part in een derde part zijn, wordt van de koopsom (incl. rantsoen) een bedrag van 855 gl. 17 st. afgetrokken, zodat voor henresteert te betalen een somma van 4279 gl. 8 st

Johan Herman Hallingh kocht in 1734 het huis, dat naast zijn ouderlijk huis, “de Groene Weijde”, stond en in 1742 een gedeelte van een naastliggende erf achter een andere woning. In 1742 kon hij eindelijk overgaan tot de stichting van zijn prachtige woning. Op 31 mei 1745 verzocht hij de Thesauriers en Achten van Dordrecht hem toestemming te verlenen om voor dat huis, ter weerszijden van het deurkozijn, “regt vooruijt, zamen drie hartsteenen dorpels met eenen hartsteenen zerk” te laten leggen, alsmede een nieuw stenen riool, dwars door de straat en recht vooruit door de Kleine Appelsteiger tot in de oude haven. Die toestemming werd hem gegeven op 10 juni 1745, mits hij een bepaald bedrag aan de stad Dordrecht betaalde. (Balm, De Groene Weijde, p.8 e.v.)

Cornelia van den Santheuvel, Hallinghs weduwe, hertrouwde op 10 nov. 1754 met de weduwnaar mr. Samuel Onderwater. Zij overleed op 29 mei 1773. In hun testament van 7 april 1751 hadden Johan Herman Hallingh en zijn vrouw tot erfgenamen van de langstlevende van hen beiden benoemd de kinderen van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn voor de ene helft en de kinderen van Samuel Everwijn en Maria Onderwater voor de andere helft. Het huis in de Voorstraat werd door de erfgenamen op 13 en 17 juli 1773 publiekelijk geveild. Het wordt dan beschreven als een”extraordinaris, groot, nieuwgebouwt en wel-doortimmert dubbelt huijs”, met daarin “behangen kamers, behalve de kabinetten en kleinere appartementen”, met een mooie tuin, een stal voor 4 paarden en koetshuis daarachter, uitkomende in de Doelstraat, belend (in de Voorstraat) door het huis van Arnoldus Adrianus van Tets, raad en schepen van Dordrecht, en de weduwe De Koning aan de ene zijde en het huis van de verkopers aan de andere zijde. Dat laatste huis werd op genoemde datum eveneens te koop aangeboden en was aan de andere zijde belend door het huis van de erfgenamen van de heer Van der Wall. Beide panden werden op de veiling niet verkocht. “De Groene Weijde” werd vervolgens voor een somma van 23.538 gl. en 18 st.door één der erfgenamen op zijn erfportie aangenomen, nl. mr. Hendrik Onderwater Hendriksz., een kleinzoon van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn .De nieuwe eigenaar was op 7 april 1771 in ondertrouw gegaan met Sophia Adriana Hoeufft, de dochter van Pieter Hoeufft en Adriana van den Brouke. (Balm, De Groene Weijde, p. 16 e.v.)]

de mouterij van de heer van Meerdervoort 1-17-8

[zie hieronder]

Dirk Stoop 1-0[NG trouwboek Dordrecht 13 juli 1681: Bartholomeus van der Houve schipper jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot en Lena Vereijck jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat, getrouwd op 27 juli 1681 ORA Dordrecht inv. 1637, f. 78: op 18 juni 1689 verkopen Jacobus en Bartholomeus van der Hoeven, schippers en burgers van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Dirck Stoop, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jacobus van der Hoeven en dat van Minicus [de] speldenmaker. De koper is schuldig aan Christina de Vries, weduwe van [Hendrick van] Melisdijck, een somma van 3000 gl., verbindende het voornoemde huis, alsmede een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van oud-burgemeester Hallincq en dat van de erfgenamen van de heer van Meerdervoort, en een huis in de Vriesestraat, waar uithangt “de Halve Maan”, staande naast het huis van [NN] Segerse.]

f. 2v

de erfgenamen van de heer van Meerdervoort 5-0

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 97: op 18 mei 1674 verkoopt mr. Nicolaes Vivien voor 14.000 gl. aan Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van de weduwe van Francois de Roovere en dat van de weduwe van Cornelis Mol, met een mouterij, erf, een huisje, waarin de moutmaker woont, en de tuin erachter, met de uitgangen naast het huis van Johan Hallingh en achter door de houttuin van Rochus van Wesel. Bij de koopsom zijn inbegrepen een aantal roerende goederen, zoals tapijten, goudleer, schilderijen, tafelkleden, ledikanten en stoelen, samen getaxeerd op 2800 gl.]

mevrouw de Roovere [Machelina van Meeuwen, weduwe van Francois de Rovere] 4-10

[Huis “het Saracijnshoofd”.

NG trouwboek Dordrecht 30 mrt. 1659: jonkheer Fransoijs de Roovere jongman wonende bij de Augustijnenkerk en Machtelina van Meuwen jonge dochter wonende bij de Visbrug beiden van Dordrecht, per schrijven van de Franse kerk, getrouwd op 15 april 1659

ORA Dordrecht inv. 748, f. 168, 26 juni 1606: Johan Berck verkoopt aan Pompejus de Rovere, generaal van de gemene middelen een huis, erf en toebehoren genaamd “het Saracijnshoofd”, staande tegenover de Lombardbrug aan de poortzijde, tussen het huis van Jan Govertsz. van Beaumont en het huis van de weduwe van Willem Joosten Stoopen glaesmaker.

ORA Dordrecht inv. 783, f. 85v e.v., op 14 febr. 1662 comp. jonkheer Franchois de Rovre, zoon van mr. Johan de Rovere, en exhibeerde een akte van scheiding van huis, erf en toebehoren, “gepossedeerd” bij de kinderen en kindskinderen van wijlen Pompeus de Rovre, op 4 dec. 1656 gepasseerd voor de Dordtse notaris Martinus Clierius, met de volgende inhoud: op 4 dec. 1656 comp. Alid de Rovre, vrouwe van Godschalksoord en weduwe van mr. Matthijs Berck, voor 1/5 deel en nog de helft van 1/5 deel, haar aanbedeeld van wege Sara de Rovre, weduwe van Adriaen van Bleijenburgh, heer van Naaldwijk en schout van Dordrecht, Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld en weduwe van mr. Pieter de Rovre, mede voor 1/5 part, Franchois de Rovre voor 1/5 part en Dirck Berck, getrouwd met Johanna de Rovre, voor 1/5 part en nog de helft van 1/5 part, hem nevens Alidt de Rovre aanbedeeld van wege Sara de Rovre. Comparanten verklaren, dat Franchois de Rovre is aanbedeeld een huis etc. in de Wijnstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Anthonij Vivien en het huis van de erfgenamen van Adriaen van Driel, voor 12.000 gl.]

de weduwe van Francois Boquet 1-4

[Mr. Francois Boucquet (Boket), jongman van Dordrecht, wonende tegenover het stadhuis (1663), wonende tegenover de Lombardbrug (1686), burger van Dordrecht, mr. chirurgijn en barbier, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 nov. 1686, zoon van Glaude Boucquet en Lijsbeth Crasseniers *, trouwde NG Puttershoek/Dordrecht8/11 nov. 1663 (ondertrouw) Ingetie (Engeltje) Leendertsdr. Clootwijck, gedoopt NG Puttershoek 3 mei 1645, jonge dochter van en wonende te Puttershoek (1663), overleden in of na 1700 (getuigen bij hunondertrouw te Puttershoekwaren: zijn moeder Lijsbeth Crasseniers, Jan Ooms [brouwer]in de 4 Heemskinderen en Rachel Boucquet, haar vader Leenaert Clootwijck en haar stiefmoeder Janneken Pietersdr.) De ouders van Ingetie waren: Leendert Cornelisz. Clootwijck, mr. timmerman, herbergier en tapper, schepen, heemraad, kerkmeester en secretaris van Puttershoek, en Ariaentie Claesdr. (de Roest)

(Ons Voorgeslacht 2001, p. 226-230)

* DTB Dordrecht nr. 21, f. 153v: op 28 okt. 1661 door de NG kerk te Dordrecht attestatie gegeven aan Lijsbeth Crasseniers, weduwe van Glaude Boquet, woont bij de Nieuwkerkstraat, vertrekt naar Amiens.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 35v: op 22 juli 1665 verkoopt Jan Huijbertsz. Neeff, Londenvaarder en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Jan Jansz. van Evelinge, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Adriaen van Dorsten en dat van Franchois de Rovere.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 37v e.v.: op 7 aug. 1683 verkoopt Jan Jansz. van Evelinge, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Franchois Boucquet, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Stadhuis tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Margarita [sic] van Meeuwen, weduwe van Franchois de Rovere en dat van de weduwe van Cornelis van Dorsten.

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 32, akte dd 21 mei 1693: Ingetie Clootwijck, weduwe van Franchois Boucquet, chirurgijn en burger van Dordrecht, is schuldig aan Magalina van Meeuwen, weduwe van Franchois de Roovere, een bedrag van 2100 gl., verbindende een huis op [de Groenmarkt] tegenover de Lombardbrug, staande tussen het huis van Magalina van Meeuwen en het huis van de weduwe van Adriaen van Dorsten.

ORA Dordrecht inv. 802, f. 43v e.v.: op 12 mei 1700 verkoopt Ingetje Clootwijck, weduwe van Franchois Boucquet, aan de erfgenamen van wijlen Machlina van Mewen, weduwe van Franchois de Roovere, voor 1500 gl. een huis in de Wijnstraat [Groenmarkt], staande tegenover het stadhuis tussen het huis van voornoemde erfgenamen en het huis van Pieter van Dorsten.]

juffrouw van Dorsten 2-10

[Adriaen van Dorsten Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1600,  weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1636), zoon van Cornelis van Dorsten en Susanna Adriaen Laurens Jansdr. Verheijden, trouwde 1e NG Dordrecht 12 dec. 1621/2 jan. 1622 Helena Huijgen Repelaer, 2e trouwde NG Dordrecht 2/18 nov. 1636 Cornelia van Blocklant Pietersdr., van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1636), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 febr. 1694 (een zwarte baar voor juffrouw Van Dorsten, tegenover het stadhuis, een oude weduwe, betaalt 6 gl. 10 st.)

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 55v e.v.: op 29 nov. 1689 verklaart Cornelia Brantwijck van Blocklant, weduwe van Adriaen van Dorsten, lid van de Oudraad te Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Herman Hallingh, secretaris en vroedschap van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis bij het Stadhuis tegenover het Stadhuisplein, staande tussen het huis van de weduwe Boquet en dat van Simon de Vries.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 68: op 24 dec. 1693 verkoopt Cornelia Brantwijck van Blocklant, weduwe van Adriaen van Dorsten, lid van de oudraad te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Pieter van Dorsten en zijn vrouw, Elisabeth Rees, een huis tegenover het plein van het Stadhuis, staande tussen het huis van de weduwe Boucquet en dat van Simon de Vries Simonsz.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelis van Dorsten,  26 sept. 1637, mogelijk begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 okt. 1691 (Cornelis van Dorsten in de Vrankenstraat) 

b. Helena van Dorsten, april 1639, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 febr. 1687 (een zwarte baar tegenover het stadhuis voor Helena van Dorsten, een maal luiden, “gesonke”, 30 gl.)

c. Maria, mei 1641, jong overleden 

d. Pieter van Dorsten, 10 mrt. 1643, jongman van Dordrecht (1678), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 11/25 dec. 1678 Elisabeth Rees, weduwe van Dordrecht (1678), trouwde 1e Adriaen de Witt

e. Adriaen, 20 sept. 1649, jong overleden 

f. Josias van Dorsten, 23 jan. 1651, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 juli 1672 (een zwarte baar voor Josias van Dorsten, jongman, bij het stadhuis, een maal luiden, bij avond “gesoncken”)

g. Susanna, 13 juni 1653, jong overleden 

h. Wilhem, 30 mei 1659, jong overleden ]

de heer Simon de Vries Simonsz. [koopman] 7-2

[Brouwerij “de Vier Heemskinderen”, later “het Rode Hart”.

NG trouwboek Dordrecht 8 juni 1670: Simon de Vries koopman jongman van Dordrecht wonende tegenover de Visbrug en Elisabeth de Graef jonge dochter wonende tegenover de Munt, getrouwd in de T.A. [Augustijnenkerk] op 29 juni 1670.(zie hieronder f. 3v)

ORA Dordrecht inv. 1616 (nieuw), f. 8v e.v.: op 20 febr. 1655 draagt Adriaen Jansz. Ooms, burger van Dordrecht, aan zijn kinderen Johan Ooms en Margareta Ooms, elk voor de helft, over de eigendom van een huis en brouwerij, genaamd “de Vijer Heemskinderen” met beide woningen voor aan de straat “daer beneffens comende”, staande [in de Grotekerksbuurt] tegenover het stadhuis tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Adriaen Cornelisz. Rijsbergen en dat van de weduwe van Cornelis Adriaensz. van Dorsten, met alle “aencleven” van de brouwerij, in het bijzonder de kamer en kelder, die voorheen toebehoorden aan het huis van Cornelis van Hoogeveen, gewezen ontvanger van de gemene middelen. Voorwaarde is, dat Johan en Margareta Ooms te hunnen laste zullen nemen twee maal de somma van 3860 gl. ten behoeve van Dirck Ooms, comparants minderjarige zoon, die in het buitenland verblijft, en Cornelia Ooms, comparants minderjarige dochter. De comparant zal ook zijn en blijven “gequeten” van een somma van 5360 gl., welke aan Johan Ooms, “bij onderlinge calculatie ende verdrach” zou zijn toegekomen, zowel wegens zijn erfportie in de nalatenschap van zijn oudoom van moederszijde Adriaen Cornelisz. Boenis, welke eigendom is geweest van diens weduwe Grietgen Melssen, als krachtens zekere akte, die door de comparant is gepasseerd voor notaris voor notaris Johan Schoormans te Dordrecht op 4 febr. 1639, enkrachtens de testamentaire dispositie van zijn, comparants, moeder zaliger dd 10 nov. 1644, gepasseerd voor notaris Cornelis van Bijwaert te Dordrecht, en krachtens de akte van donatie, door hem, comparant, verleden ten overstaan van notaris Arent Muijs van Holij te Dordrecht op 17 mrt. 1653. Tenslotte zal de comparant zijn en blijven “gequeten” van twee maal de somma van 3500 gl., waarvan Margareta Ooms de ene zou hebben gekregen en de andere door haar t.b.v. de comparant zou worden verstrekt aan Rochus Rees, de man van Elisabeth Ooms, zijn, comparants, andere dochter. In margine: op 8 jan. 1671 toont Johannes Adriaensz. Ooms een kwitantie, gepasseerd voor notaris Philippus Laurentius te Amsterdam op 11 okt. 1670, waarbij Willem Kaff zijreder, als man van Cornelia Ooms, verklaart volledig betaald en voldaan te zijn van voornoemde somma van 3860 gl.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 55: op 6 aug 1661 verkoopt Jan Adriaensz. Ooms, brouwer en burger van Dordrecht, aan Dirck Beaumont en Harman Kock, als voogden van vaderszijdeen administrateurs van de goederen van Dirck Dircksz. Groenhout, verwekt bij Mattha Kock [sic],een jaarlijkse losrente van 240 gl., verzekerd op de helft van een brouwerij, en de twee bij de brouwerij horende woningen, mouterij, molen etc., genaamd “de Vijer Heemskinderen”, staande omtrent het Raadhuis.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 58 e.v.: op 23 dec. 1683 verkoopt notaris Adriaen Meijnaert, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 19.000 gl. aan Johan Ooms, veertigraad, een brouwerij, genaamd “de Vier Amiens Kinderen”, met een klein huis voor aan de straat, naast de brouwerij, staande bij de Grotekerksbuurt tegenover het stadhuis, belend door het huis van Adriaen van Dorst aan de ene en dat van Nicolaes de Meijer aan de andere zijde, van achteren met een gang uitkomende in de Houttuinen aan de Nieuwe Haven. De brouwerij wordt door koper deels betaald met hetgeen hem toekomt van zijn zuster Margarita Ooms, die eigenares van de helft van de brouwerij was en de wederhelft van haar broer heeft gekocht, maar in gebreke is gebleven hem daarvan te voldoen, om welke reden notaris Meijnaert in zijn genoemde hoedanigheid “de voorsz. geheele brouwerije tot haeren laste ende pericul heeft vercoft.”

ORA Dordrecht inv. 793, f. 118v e.v.: op 25 nov. 1684 verkoopt Johan Ooms, veertigraad en gewezen brouwer te Dordrecht, aan Sijmon de Vries Sijmonsz., veertigraad en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij genaamd “het Rode Hart”, voorheen “de Vier Aiminskinderen”, met een klein huisje voor aan de straat, direct naast die brouwerij gelegen, staande [aan de Groenmarkt] tegenover het Stadhuis tussen het huis van Adriaen van Dorsten en dat van Nicolaes de Meijer koperslager. De brouwerij komt aan de achterzijde met een gang uit in de Houttuinen of Nieuwe Haven. De koopsom bedraagt 22.500 gl. Bij de koop zijn inbegrepen al het vaatwerk en de losse en andere goederen, die tot de brouwerij behoren, alsmede de roerende goederen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 5512 gl.]

Antonij de Vos [zilversmid] 1-8

[Huis “den Romeijn”.

ORA Dordrecht inv. 1598, f. 15: op 1 april 1621 verkoopt Adriaen Hendriksz. Rijsbergen, lakenkoper en burger van Dordrecht, aan Haesken Huijgen, wonende te Delft, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op een huis tegenover het stadhuis, staande tussen het huis van Sijmon Govertsz. en dat van Jan Govertsz. ijzerkoper. 

NG trouwboek 26 febr. 1645 (procl. Bosch): Magister Florentius Schuilius, jongman, ordinaris professor philosophiae te ‘s-Hertogenbosch en Susanna Rijsbergen, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het stadhuis.

Florentius Schuijl, gedoopt NG Schiedam 13 jan. 1619, overleden 5 sept. 1669

Susanna Rijsburg, gedoopt april 1626, dochter van Adriaen Hendriksz. Rijsburg, koopman van wollen lakenen, en Ida Cornelisdr. van Stockum 

NG trouwboek Dordrecht 23 febr. 1614 (ondertrouw, per schrijven van Gorinchem, op 15 mrt. 1614 bescheid gegeven om in Gorinchem te trouwen) Adriaen Heijndricksz. lakenkoper van Dordrecht en Ida van Stockem Cornelisdr. van Delft wonende te Gorinchem.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 95v e.v.: op 6 febr. 1680 verkopen mr. Everardus Schuijl, advocaat voor het Hof van Holland, als procuratie hebbende van zijn moeder Susanna Rijsburgh, weduwe van Florentius Schuijl, professor medicinae et philosophiae aan de Universiteit van Leiden, en Henrica Rijsburgh, “bejaerde”, ongehuwde persoon, zijnde voornoemde Susanna en Henrica Rijsburgh samen erfgenamen van hun moeder, Ida van Stockum, weduwe van Adriaen Rijsburgh, voor 4000 gl. aan Nicolaes de Meijer een huis tegenover het stadhuis, genaamd “den Romeijn”, staande tussen het huis van Abraham Stoop, secretaris en ontvanger van de “stadfinantie”, en dat van Johan Ooms.

Florentius Schuijl (1619-1669)

ORA Dordrecht inv. 797, f. 41: op 17 juli 1691 verkopen Gijsbert de Jager en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht en de Kamer Judicieel te Dordrecht, aan Anthonij de Vos, zilversmid en burger van Dordrecht, voor 2700 gl. contant een huis, genaamd “Romein”, in de Wijnstraat [Groenmarkt], staande tegenover het stadhuis tussen het huis van Abraham Stoop, oudraad van Dordrecht, en de brouwerij van Sijmon de Vries Sijmonsz., veertigraad van Dordrecht, laatst bewoond door Henderick de Meijer. De koper is schuldig aan Antonij Jacobsz. de Vos en Gijsbert IJsenbroeck, kooplieden te Dordrecht, een bedrag van 2000 gl., gehypothekeerd op het genoemde huis. In margine: compareert Anthonij de Vos Hendriksz. en toont de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 8 sept. 1710.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 207: op 8 jan. 1726 verkoopt Jacobus de Vos Antonisz., zilversmid te Dordrecht, als curator over de goederen van zijn vader, Antonij de Vos, voor 2035 gl. aan Jan Lesier, mr. goudsmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover het stadhuis, staande tussen het huis van Abram Stoop, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe van Simon de Vries.]

de heer Abram Stoop 3-16

denselven 1-14

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 51 e.v.: op 18 sept. 1687 transporteert Adriaen Besemer, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van Adriaen Willemsz. Kant, aan Abraham Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger en “secretaris ter financie” van Dordrecht, een huis omtrent de Lombardbrug tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacob Hartman. De koopsom bedraagt 3200 gl.

ONA Dordrecht inv. 191, f. 90 e.v.: op 5 sept. 1687 verhuurt Abraham Stoop, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 180 gl. per jaar aan Elisabeth van Helmont, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, een huis aan de Groenmarkt tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van verhuurder en dat van Jacob Hartman schrijnwerker.]

Jacob Hartman [schrijnwerker] 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 59v: op 24 nov. 1707 verkoopt Maaijken Kilsdonck, weduwe van Jacob Hartman, schrijnwerker van Dordrecht, voor 1050 gl. aan Jacobus Gosset, mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover het Stadhuis, staande tussen het huis van oud-burgemeester Abraham Stoop en dat van Gijsbert IJssenbroek.]

Antonij de Vos en IJsenbroek 2

f. 3

Pieter Muijs [notaris] 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 71 e.v.: op 8 nov. 1668 verkopen Hendrick van Lith de jonge, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jan van Bergen, als man van Livina van Lith, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Gabriel Chance te “Grace” in Frankrijk op 14 juni 1668, samen erfgenamen van Sara Boumans, voor de ene helft, en Lena Leendertsdr. Boel, als procuratie hebbende van Pieter van de Horst, haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Delphius te Rotterdam op 25 nov. 1663, Jacob Jacobsz., als man van Aeltgen Boel, Annetgen Herberts, als procuratie hebbende van Jan Leendertsz. Heessel schipper, haar man, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. Starburch te Rotterdam op 28 juni 1668, Cornelis Herbertsz. Clercq, Dirck Joosten, als man van Beeleken Aelbertsdr., en Cornelis van de Smack, als man van Anneken Dircxdr. Clercq, samen erfgenamen van Franchois Boels, voor de andere helft, voor 2800 gl. aan Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “het Witte Duijffken”, staande omtrent de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Daniël van Ysenbroeck en dat van Aeltgen Joosten, laatst weduwe van mr. Samuel Beijer. De koper is schuldig aan Jan van Bergen een bedrag van 1100 gl.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 47 e.v.: 15 aug. 1675 verkoopt Samuel van der Heijden, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacobmina Rutgers, weduwe van Vincent Caeijmacx, tegenwoordig wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van Kerckem te Leiden op 13 aug. 1675, voor 2000 gl. aan Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, een huis omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Daniël van IJsenbroeck en dat van de weduwe van Willem Beijer. Waarborg: Jacobus Caijmacx, wonende te Leiden.

Genealogie;

I. Johan Muijs, jongman van Duisburg wonende bij de Grote Kerk (1637), stadsbode van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 19 april/10 mei 1637 Geertruijt Jansdr. van der Gront, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1637)

ONA Dordrecht inv. 188, f. 49: op 26 febr. 1680 testeert Jan Muijs, burger van Dordrecht, redelijk gezond, Hij maakt aan zijn dochter Geertruijt Muijs in plaats van de legitieme portie een bedrag van 1050 gl., dat hij aan haar geleend heeft. Ter compensatie daarvan prelegateert hij aan zijn vijf overige kinderen elk een somma van 1050 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vijf kinderen, genaamd Pieter, Johannes, Anna, Levina en Jacobus Muijs, of bij vooroverlijden hun kinderen, alsmede de kinderen van zijn dochter Geertruijt Muijs, elke staak voor een zesde part. Voorwaarde daarbij is, dat Johannes en Jacobus van de helft van hun erfdeel alleen het vruchtgebruik zullen hebben, welke helft na hun overlijden zal komen aan hun kinderen of bij ontbreken daarvan aan zijn, testateurs, overige kinderen of verdere nakomelingen. Zijn dochter Geertruijt zal van hetgeen haar kinderen van hem zullen erven het vruchtgebruik hebben. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt hij Johan Hallingh, oud-burgemeester van Dordrecht, en mr. Hermen van de Honert, secretaris van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 96, akte dd 30 mei 1684: testament van Johan Muijs, burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij bevestigt het testament, dat hij ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht heeft gepasseerd op 26 febr. 1680, voor zover niet strijdig met het navolgende. Hij wenst, dat Catharijna Marija Bongaerts, dochtertje van zijn overleden dochter Geertruijt Muijs, gedurende haar minderjarigheid zal blijven “onder de educatie ende opvoedinge” van zijn zoon Pieter Muijs en de executeurs van zijn voornoemde testament, “ten opsichte”, dat Michiel Bongers, de vader van het kind “tselve genoechsaem verlatende … is”. Zijn zoon en de executeurs-testamentair zullen voor het onderhoud van het kind mogen gebruiken de inkomsten van de goederen, die het kind van hem, testateur, zal erven. Als de kinderen van zijn jongste zoon Jacobus Muijs voor hem zullen komen te overlijden en als zijn zoon 50 jaar zal worden, mag hij al de goederen, die hij van zijn vader zal erven, “liber ende vrij mogen trecken ende genieten”. Hij wenst, dat zijn dochter Anna Muijs, weduwe van Hendrick van de Snoeck, van de goederen, die zij van hem zal erven, alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de eigendom ervan na haar overlijden zal komen aan haar kinderen of kindskinderen. De testateur verklaart, dat hij naast oud-burgemeester Johan Hallingh en mr. Hermen van de Honert, tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen aanstelt zijn oudste zoon Pieter Muijs.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 229, akte dd 23 dec. 1684: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Johan Muijs, stadsbode, beschreven op verzoek van Pieter Muijs, mr. Johan Muijs, Anna Muijs, weduwe van Hendrick van de Snoeck, Jacobus Muijs, Jacobus Stopman, als man van Levina Muijs, en Pieter Muijs nog als voogd van het weeskind van Geertruijt Muijs, samen kinderen en erfgenamen van Johan Muijs.

Tot de nalatenschap behoren (o.a.):

een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Pieter Muijs en dat van Willem Oudeman, in welk huis Johan Muijs gewoond heeft en is overleden

een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van de weduwe van Franchois van Bredenhoff en dat van de erfgenamen van Laurens van Duijnen, verhuurd aan Pieter van de Werff voor 90 gl. per jaar

een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Johan van Boedonck en naast het huis van Jacob van Dalen, verhuurd aan Sijmon Gregoor schoenmaker voor 77 gl. per jaar

een huis in de Vleeshouwersstraat, staande naast het huis van Jacob van Dalen, verhuurd aan Otto Cruijsberch kleermaker voor 66 gl. per jaar

een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de gracht en het huis van de weduwe van Covijn schilder, verhuurd aan Jonas Breij voor 46 gl. per jaar

Inboedel, huisraad, kleding, rentebrieven en obligaties,

gouden en zilveren munten (samen ter waarde van 2383 gl. 7 st. 8 penn.

een graf in de Grote Kerk in de zuidelijke trant tegenover de kapel van burgemeester Muijs

Boeken: een bijbeltje in quarto met zilveren “schelpkens”, een dito testamentboek met zilverbeslag en een dito kettinkje erin, Flavius Josephus in folio met Franse band, een grote bijbel in folio met koperen sloten, Ambrosius Paré [een Franse chirurg, overleden in 1590] in folio, een testamentbeok in quarto, zes allerhande boekjes

Goederen, die door de overledene zijn gelost uit de Bank van Lening, toebehoord hebbende aan Geertruijt Muijs, voor 100 gl., door hem voorgeschoten voor haar doodschulden 95 gl. 3 st.

Zilverwerk, tinwerk en koperwerk.

Schilderijen: de geboorte van Christus, nog een dito, een geslacht varken, een geborduurd bloempotje, een portret van een onbekende, een bedelaarster, een landschapje, een portret van Walterus Levesque, een kwakzalver, twee zeegezichten, een tekening, twee koperen “fortuijntgens” met een lijst, een banket, vijf bordjes, zijnde de vijf zinnen, een portret, een gezelschap van muzikanten, een landschapje, vijf bordjes voor de bedstee, een landschapje, een zeegezicht, een dronken boer met een kan en roemer, een watertje met een zeeschip, een liereman,

David Vinckboons, de Liereman

twee koeien, een schilderij met twee lopende beelden, een portret van prins Willem I, een landschapje, een schilderij met vier zangers, een schilderij van het vrouwtje van Samaria [Jezus en de Samaritaanse vrouw in Johannes 4:7-29],

School van Rembrandt, Jezus en de Samaritaanse vrouw

een gezelschap, een schilderij met twee oude personen, die bidden, een groot langwerpig schilderij, twee banketjes, twee getekende portretten van Walterus Levescque en zijn vrouw, een groot schilderij met verscheidene personen, een groot schilderij “uijtte schrift”, een langwerpig landschapje, twee schilderijtjes, grauw geschilderd.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 18v e.v.: op 9 mei 1685 verkopen notaris Pieter Muijs, voor zichzelf en als voogd over Catharina Bongaert, weeskind van wijlen Geertruijt Muijs, en nog als procuratie hebbende van Anna Muijs, weduwe van Hendrick van de Snouck, en Jacobus Stopman, als man van Levina Muijs, en Jacobus Muijs, allen, samen met mr. Johan Muijs, kinderen en erfgenamen van Johan Muijs, bode van Dordrecht, voor 670 gl. aan Lijsbeth Dominicus een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob van Daelen en dat van Joseph de messenmaker.

Kinderen:

a. Pieter Muijs, geboren naar schatting ca. 1637, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Beurs (1667), notaris te Dordrecht (geadmitteerd op 24 nov. 1662) trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 31 juli/14 aug. 1667 Geertruijd Op de Camp, jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover de Wijnbrug (1667)

Kind:

a-1. Jan, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1675

b. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1638

c. mr. Johan Muijs, gedoopt NG Dordrecht 14 okt. 1643, overleden voor 13 april 1695 in Oost-Indië (ONA Dordrecht inv. 229, f. 329v)

d. Anna Muijs, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Hendrick van de Snoeck

e. Levina Muijs, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1648, trouwde Jacobus Stopman

f. Geertuijt Muijs, gedoopt NG Dordrecht 16 nov. 1650, trouwde Michiel Bongers

Kind:

f-1. Catharina Marija Bongaerts

g Jacobus Muijs, geboren naar schatting ca. 1651, volgt II

II. Jacobus Muijs, geboren naar schatting ca. 1651, trouwde Clara Buijster

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria, 26 juni 1680

b. Johannes, 23 okt. 1682

c. Pieternella, 15 okt. 1685

d. Pieter, 14 mrt. 1687

e. Jacoba, 10 jan. 1689

f. Josijna, 22 mei 1690

g. Clara, 23 jan. 1692

h. Elisabeth, 9 nov. 1695]

de weduwe van Jan Selis 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 78v e.v.: op 5 dec. 1679 verkoopt Cornelia van Meeningen, weduwe van Willem Wens, in zijn leven koopman en burger van Dordrecht, voor de helft erfgename van Geertruijt Joosten, weduwe van mr. Willem Beijer, voor 750 gl. aan Lijsbeth Joosten, weduwe van Jan Selis, Rijnschipper en burger van Dordrecht, mede erfgename voor de helft van Geertruijt Joosten, de helft van een huis omtrent het stadhuis, waarvan koopster de wederhelft bezit, staande tussen het huis van Johan van Boedonck en het huis van notaris Pieter Muijs. Notaris Pieter Muijs verklaart, dat Lijsbeth Joosten schuldig is aan Johan van Boedonck, veertigraad te Dordrecht, een somma van 1400 gl.]

NG trouwboek Dordrecht 13 jan. 1647: Jan Celis schipper jongman van Wijk bij Duurstede wonende te scheep en Lijsbeth Joosten jonge dochter van Tiel wonende te scheep, getrouwd 29 jan. 1647

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 128 e.v.: op 1 juli 1694 verklaart Lijsbeth Joosten, weduwe van Jan Selis, schuldig te zijn aan Jan Jansz., als voogd van Catarina van den Heuvel, 1100 guldens, welke Jan Jansz. heeft verstrekt aan Johan van Boedonck, achtraad van Dordrecht. De comparante verleent toestemming aan de houder van deze schuldbrief om de interesten ervan te vorderen van Abraham de Radt of eventuele andere huurders van haar huis. Zij verbindt voor de nakoming hiervan haar huis bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Johan van Boedonck en dat van Pieter Muijs.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 31: op 28 april 1718 verkopen Aaldert Blanckert en Andries Cant, als curators over de insolvente boedel van Arij Struijck, voor 470 gl. aan Pieter Hooglander, mr. grutter te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Muijs en dat van Gerrit Gregoor.]

de heer Johan van Boedonk [koopman] voor en achter 2-11-8

[NG trouwboek Dordrecht 24 mrt. 1652: Johannes van Boedonck koopman jongman van Dordrecht en Catharina Olis jonge dochter van Amsterdam beiden wonende aldaar, per schrijven van Amsterdam

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 101: op 18 april 1714 verkopen mr. Joan Becius, advocaat, en Jacob van Boedonck, secretaris van de huwelijkse zaken te Dordrecht, samen zich sterk makende voor Abel de Vries, gezamenlijke executeurs-testamentair van Johan van Boedonck, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 1290 gl. aan Gerrit Gregoor, winkelier en burger van Dordrecht, een huis en pakhuis, staande naast elkaar op de hoek van en in de Vleeshouwersstraat, tussen het huis van Adriaen Struijck, mr. bakker, en de Vleeshouwersstraat. Het huis heeft drie uitgangen in de Vleeshouwersstraat en strekt zich van achteren uit tot aan het huis van Jan Rutten.]

David Robberts [kousenverkoper] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 79 e.v.: op 25 febr. 1694 verklaart Davidt Robbertsen, kousenverkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Theunis Hermansz., mr. schiptimmerman en burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Frans van der Straten.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 98: op 20 mei 1721 verkoopt Wouter van Lill, koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Margarita van Lill, voor 925 gl. aan Johannis Groenendaal, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Krijnis van der Hijst.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 21: op 24 april 1727 transporteert Johannis Groenendaal, mr. bakker en burger van Dordrecht, aan Andries van Rijn, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Krijnis van der Heijst.]

Barent Vonk [zilversmid] 0-18-0

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 101v e.v.: op 28 mei 1688 verkoopt Samuel de Heijden van Zevender, thesaurier van Dordrecht, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 955 gl. aan Barent Vonck, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis aan de Groenmarkt, staande tussen het huis van David Robbertsz. en dat van Apert van den Brande.

NG trouwboek Dordrecht 18 mrt. 1668: Barendt Fonck zilversmid jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs en Helena [van] Cromstrijen jonge dochter van Rotterdam wonende te Dordrecht tegenover de Augustijnenkerk, procl. Rotterdam, getr. 19 april 1668.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 3: op 19 febr. 1709 verkoopt Barent Vonk mr. zilversmid, “als wederom gequalificeert sijnde bij acte van rehabilteijt” van 18 febr. 1709, voor 800 gl. aan Curinus van der Heijs, mr. vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de fabriekmeester Schonenburg en dat van Casper van Lil.]

Apert van den Brande [wijntapper] 1-10

[Apert Jacobsz. van den Brande, gedoopt NG Dordrecht okt. 1630, jongman van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort, kuiper (1665), wijnkoopman, tapper, waard in “de Jager”, zoon van Jacob Adriaensz. van den Brande en Agneta Gijsbrecht Jansdr. (Hoogerwerff), trouwde NG Dordrecht 12/26 juli 1665 Catharina van der Heijden, van Dordrecht, weduwe van Cornelis van der Kevij, wonende bij het Stadhuis (1665)

Begraafboek Grote Kerk 9 okt. 1691: een baar voor de vrouw van Abert van den Brande wijntapper bij de Visbrug.

8 aug. 1671: Dorothea Pieters, weduwe van Willem Adriaensz. Casterman, en Willem van der Thuijnen, chirurgijn, als man van Cornelia van Brinckhoff, verkopen voor 5200 gl. aan Apert van de Brande, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat [sic] bij de Vleeshouwersstraat, met het werk- of achterhuis en de gang, die uitkomt in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Judith Ariensdr. Wor en dat van kapitein Bartholomeus Toulemonde.

6 mrt. 1698: Apert van den Branden, burger van Dordrecht, laat publiekelijk veilen een hecht, sterk, aanzienlijk en wel ter nering staand huis aan de Groenmarkt, vanouds genaamd “het Jagertie”, staande tussen het huis van de juffrouwen d’Toelemonde en dat van Barent Vonck meester-zilversmid. Het huis heeft een vrije uitgang in de Vleeshouwersstraat. (ONA Dordrecht inv. 593, 55 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 65: op 13 juli 1700 verkoopt Jacob van den Branden, burger van Dordrecht, zoon en enige erfgenaam van Apert van den Branden, burger van Dordrecht, voor 2425 gl. aan Fredrik Schoonenburgh, fabriekmeester [bouwmeester] te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt bij Vleeshouwersstraat, waar uithangt “de Jager”, staande tussen het huis van de erfgenamen van kapitein Toelemonde en dat van Barent Vonck mr. zilversmid.]

juffrouw Toutlemonde 1-10

[Begraafboek Grote Kerk 15 dec. 1691: een baar voor Leijsbedt Toelmonden bij de Vleeshouwersstraat

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 101v: op 13 mei 1669 verkoopt Cornelis van der Weijde, koopman en burger van Dordrecht, voor 1750 gl. aan zijn zwager, kapitein Bartholomeus de Toulemonde, zijn aandeel in een huis, genaamd “het Vette Kalff”, staande in de Voorstraat [sic] omtrent de Vleeshouwersstraat, zijnde zijn portie in het huis hem aangekomen bij erfenis van Hillegont Spriet, zijn moeder, en Floris van der Weijde, zijn broer, waaraan het overige part aan voornoemde Toulemonde nomine uxoris toekomt, staande tussen het huis van Willem Adriaensz. Casterman en dat van Govert van Eijssel.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 1: op 7 jan. 1712 verkopen Joan de Roos, koopman te Dordrecht, als man van Helena de Toulemonde, en Jan Rudolphus Bremkens, als man van Elisabeth de Toulemonde, koopman en winkelier te Dordrecht, voor 2300 gl. aan Jan Faesse, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Vleeshouwersstraat, genaamd “het Vette Kalff” en staande tussen het huis van mr. Pieter de Beaufort en dat van de “fabriek” [bouwmeester] Schonenburg.]

de erfgenamen van de heer Govert van Eijssel   2

[Begraafboek Grote Kerk 21 nov. 1690: een baar voor de heer Govert van Eijssel uit de Oudraad, tegenover de Visbrug

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 48v e.v.: op 4 mei 1699 verklaren Pieter Beaufort, burgemeester van Hulst, en Johan van Herff, makelaar te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriana van Eijssel, de vrouw van voornoemde Pieter Beaufort, dat zij, Beaufort en zijn vrouw, schuldig zijn aan Hendrik Terwe, koopman te Dordrecht, een somma van 5000 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen op de Groenmarkt, staande schuin tegenover de Visbrug tussen het huis van juffrouw Toelemonde en het huis, dat wordt bewoond door Gijsbert Taaij.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 26v: op 2 mei 1715 verkoopt “mr. Lieve Ferdinand de Beaufort Schepen en Raad der Stad Tholen, als in Huwel. hebbende Vrouwe Maria de Beaufort, soo voor sig selven als last en procuratie hebbende van mr. Hendrick de Beaufort, pensionaris vanden Lande van Vrie tot Sluijs, ende Heer Pieter Benjamin de Beaufort Borgermr. tot Hulsterambagt, alle kinderen en Erfgen. van de Heer Mr. Pieter de Beaufort, in sijn leven Borgermr. tot Hulst, in Huwelijck gehad hebbende Juffr. Adriana van Eijssel, en Erfgen. van(de) selven ex testamento, volgens deselve procuratie gepasseert voor den nots. Franchois Veij en seecke get. tot Sluijs in Vlaanderen van dato den 14e Octob. 1714 en vol(gens). procuratie gepasst. voor den nots. Corn. van Wallenburg en seekere get. residerende tot Tholen in date den 6e Octob. 1714” voor 2500 gl. aan Mattheus de Vries, boekdrukker en landmeter te Dordrecht, een huis, dat door de koper wordt bewoond, in de Wijnstraat omtrent de Vleeshouwersstraat, staande naast het huis van de verkopers.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 129v: op 4 juli 1719 verkoopt Mattheus d’Vries, boekverkoper te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Hendrik de Beaufort, pensionaris “vanden Ed. Collegie S lants van Vrije”, volgens procuratie gepasseerd op 5 mei 1719 voor notaris F. de Meij te Sluis, en nog als procuratie hebbende van Pieter Benjamin de Beaufort, oud-burgemeester van Hulsterambacht, blijkens procuratie gepasseerd op 13 mei 1718 voor notaris A. Bake te Hulst, en nog als procuratie hebbende van mr. Lieven Ferdinandus de Beaufort, gecommitteerde raad van Zeeland, als man van Maria de Beaufort, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Trersenier te Middelburg, allen kinderen en erfgenamen van mr. Pieter de Beaufort, burgemeester en ontvanger te Hulst, voor 4200 gl. aan Catharina van Bragt, weduwe van Adriaen Haagdijck een huis met pakhuis erachter, staande omtrent de Vleeshouwersstraat tussen het huis van de verkoper en dat van Jan Faesse.]

deselven voor en achter 2-6-8

[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 26v: op 2 mei 1715 verkopen mr. Lieve Ferdinand de Beaufort, schepen en raad van Tholen, als man van Maria van Beaufort, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Hendrick van Beaufort, pensionaris van het Land van Vrie te Sluis, en Pieter Benjamin de Beaufort, burgemeester te Hulsterambacht, allen kinderen en erfgenamen van mr. Pieter de Beaufort, burgemeester te Hulst, als weduwnaar van Adriana van Eijssel, haar erfgenamen ex testamento, voor 2500 gl. aan Mattheus de Vries, boekdrukker en landmeter en Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, dat door de koper wordt bewoond, staande naast het huis van de verkopers.]

N. [Jacobus] van Trigt [mr. mandenmaker] 1-12

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 20: op 12 mei 1685 verkoopt Achien Bastiaens, weduwe van Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van de Lindt, voor 1400 gl. aan Jacobus van Tricht, mr. mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Visbrug, staande tussen het huis van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen en dat van de weduwe van Dionisius van der Dack. De koper is schuldig aan Pieter doe [sic] Hooghlander een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 117v e.v.: op 20 sept. 1690 verklaart Jacobus van Tricht, mandenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Geertruijt Francois een somma van 600 gl., verbindende de grutterij, genaamd “den Deen”, die hij gekocht heeft van de weduwe van Otto de Bruijn, staande in de Heer Heymansuysstraat tussen het Koningshof en de weduwe van Otto de Bruijn aan de ene zijde en Daniël de Meij aan de andere, alsmede het huis, waarin hij woont, staande op de Groenmarkt tussen het huis van mevrouw Van Meeuwen en dat van Govert van Eijssel.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 30: op 7 mei 1695 verkoopt Johan van Bijwaert, notaris te Dordrecht, die door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het verkopen van de goederen van Jacobus van Tricht, mandenmaker en grutter, burger van Dordrecht, voor 1350 gl. aan Willem Dier, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt bij de Visbrug, staande tussen het huis van Jacobus van Mewen, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Adriana van Eijssel.

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 20: op 8 april 1717 verkopen “Willem Dier, mr. schoenmaker, soo voor sijn selven, mitsgrs. als last en procuratie hebbende van Poulus Dier, nots. en procur. tot Beverwijck nagelaten zoon van Matthijs Dier, ten huwelijk verweckt aan Catarina Langeloos, Juffr. Catarina en Alida Dier, Matthijs Wachene en Isaacq Dier, Soo voor haar selven en haar sterkmakende ende de rato Caverende voor Jan Dier nog de voorn. Mattijs Dier, in qt als voogd over d’naargelatene kinderen en kintskinderen verwekt ten ’tweeden Huwel. aan Geertruijt Zarvok(?) en nog Jacobus Petrus in Huwel. hebbende Catarina Dier, te samen Erfgen. van Jan Dier, volgens deselve procur: gepasst. voor de nots. Thomas van Swieten en seekere get. in ’s Hage resideren(de) in date den 26e Maart 1717”, voor 600 gl. aan Abraham Targier, broer van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Bot”, in welk huis Jan Dier gewoond heeft en is overleden.]

f. 3v

burgemeester Jacob van Meeuwen 3-4

[Het huis “de Gulden Os”.

De Gulden Osch aan de Groenmarkt (2012)

Jacob van Meeuwen van Heijnsbergh, gedoopt NG Dordrecht 18 juni 1643, burgemeester van Dordrecht 1679 en 1680, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 27 nov. 1702 (impost 30 gl.), trouwde 1e NG Dordrecht 16 okt./5 nov. 1678 Maria Stoop Nicolaasdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 jan. 1690 (een zwarte baar op de Vogelmarkt [Groenmarkt] voor Maria Stoop, de vrouw van Jacob van Meeuwen, oud-burgemeester en kerkmeester van Dordrecht, en in die kwaliteit alles vrij, 18 maal luiden, het blazoen met de kast, de late boete van 12 uren), 2e Maria van Berckel]

denselven 2-5

de heer Tomas Rijkers [koopman, brouwer] 6-4

[NG trouwboek Dordrecht 8 april 1668: Thomas Rijckers koopman jongman van Roeroort en Elysabeth Francken weduwe van ds. Philippus Diodati wonende bij de Gravenstraat, getrouwd op 1 mei 1668

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 mei 1678: een zwarte baar voor de vrouw van de heer Rijkers bij de Gravenstraat

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1669

b. Agatha, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1671

c. Anna, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1672

ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren o.a.:

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar

– de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de “camer vant voorsz. Groothuijs” en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar

– een derde part in een woning met 7 1/2 morgen land, zowel boomgaard, tuin, als moesland, gelegen tussen de “Geest- ende Thollebregge” in het ambacht Voorburg bij ‘s-Gravenhage, naast de vaart van Delft naar Den Haag en de hofstede van de heer Lodesteijn. Met Dirck Francken is overeengekomen, dat hij de tuin en boomgaard met het eerste stuk land van [grootte niet vermeld] zal onderhouden en de vruchten daarvan zal verkopen, voor een periode van twee jaar, ingaande op St. Petri ad Cathedram 1677, mits hij daarvan zal genieten een somma van 235 gl. jaarlijks en een derde van de opbrengst der verkochte vruchten. Het moesland is in gedeelten verhuurd aan resp. Geerit Halverhout, Jan Leenderts en Leendert Quirincx

– een vogelkooi, bestaande uit tien pijpen met een kooihuis in de heerlijkheid Craeijesteijn onder Sliedrecht, door verscheidene personen aan Thomas Rijckers verpacht

– Roeloff Francken is aan de boedel schuldig een somma van 4333 gl. 4 st. 3 penn. “over verschene montcosten van hem ende sijn dienaer” en wegens gedane reparatie aan de huizen in Dordrecht en de woningen tuinte Voorburg

– een groot aantal schilderijen [zie pagina ONA Dordrecht (tot 1700) op deze website]

– “De Beschrijvinge van Dordrecht” door Matthijs Balen, in quarto met Franse band.

ONA Dordrecht inv. 187, f. 233 e.v.: op 29 sept. 1678 stelt Christoffel Rijckers, inspecteur-generaal van de tollen en licenten van de keurvorst van Brandenburg in het land van Kleef, zich borg t.b.v. zijn broer, Thomas Rijckers, voor al zodanige goederen en effecten als de drie onmondige kinderen van Thomas Rijckers, door hem verwekt bij Elisabeth Francken zaliger, in de scheiding van hun moeders boedel aanbedeeld zullen zijn en voorde voogdij en het beheer,welke Thomas Rijckers over die goederen zal hebben.

NG trouwboek Dordrecht 16 okt. 1678: Thomas Rijckers koopman weduwnaar van Ruhrort wonende bij de Gravenstraat en Beatris van Eijssel van Dordrecht weduwe van Cornelis de Vries wonende bij de Visbrug, getrouwd op 1 nov. 1678

Kind:

a. Cornelia Rijckers (Rickers), gedoopt NG Dordrecht 27 nov. 1679, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Visbrug (1706), begraven Didam 23 mrt. 1759, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 dec. 1706 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met Johan Rickers, geheime regeringsraad van de koning van Pruisen in diens provincies Kleef enMark en, en met schriftelijk consent van zijn ouders, de bruid geassisteerd met haar ouders) Johan van Raab, jongman wonende in Kalkar (1706), krijgscommissariaat raad van de koning van Pruisen in diens provincies Kleef en Mark.

ORA Dordrecht inv. 816, f. 96v e.v.: op 28 sept. 1730 verkoopt Cornelia Rijckers, vrouw van Johan van Raab, wonende te Kalkar, als procuratie hebbende van haar man, volgens akte daarvan gepasseerd voor notaris Herman Knop te Kalkar op 13 dec. 1723, voor 1750 gl. aan Matthijs Sax, mr. zadelmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, genaamd “het Forthuijn”, staande tussen het huis van Huijbert van de Griendt en dat van de erfgenamen van Mattheus Coddeus.

Kind:

a-1. Gottfried Thomas von Raab, geboren Kalkar25 sept. 1712, kapitein in hetNederlandse leger, overleden Wijk bij Duurstede 7 jan. 1786, trouwde Kalkar 28 mei 1747 Anna Aleida van Blijdenbergh

ORA Dordrecht inv. 793, f. 114 e.v.: op 31 okt. 1684 verkoopt Sijmon de Vries, veertigraad van Dordrecht en brouwer in “het Roode Hardt”, aan kapitein Thomas Rijckers, brouwer in “het Witte Hart”, en diens vrouw Beatrix van Eijssel, die eerder weduwe was van Cornelis de Vries, de broer van verkoper, ieder de helft in de helft van brouwerij “het Witte Hart”, staande [aan de Groenmarkt] tegenover de Visbrug en strekkende van voren uit de straat tot achter op de Varkenmarkt, belend aan de ene zijde door het huis van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen en aan de andere zijde door het huis van Reijnier Duijser loodgieter, voorts de helft in de helft van een huis, staande als voren, tussen het huis van Reijnier Duijser en dat van de kinderen en erfgenamen van Pieter Dircxz. Codees, en tenslotte de helft in de helft van een mouterij en huis in de Grote Spuistraat, staande op de hoek van de Oude Breestraat, van welke drie genoemde panden aan Beatrix van Eijssel de wederhelft toebehoort. De totale koopsom bedraagt 17.000 gl. Kopers zijn schuldig aan verkoper een somma 8500 gl. De schuld wordt voldaan en de betreffende hypotheekbrief geroyeerd op 25 okt. 1685.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 432 e.v.: op 1 aug. 1698 testeren ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht Thomas Rijckers, koopman en brouwer, en zijn vrouw Beata van Eijssel *, burgers van Dordrecht. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, die zij op 10 okt. 1678 hebben gepasseerd ten overstaan van notaris G. van Gesel te Rotterdam, voor zover die huwelijkse voorwaarden strijdig zijn met het navolgende testament. Hij benoemt, als hij de eerstoverlijdende is, zijn dochters, genaamd Jacobmina, Agatha, Anna en Cornelia Rijckers, tot zijn universele erfgenamen, alsmede zijn vrouw in een filiale portie. De testatrice benoemt, indien zij de eerstoverlijdende is, tot haar universele erfgenamen haar dochters, genaamd Adriana, Marija en Anna de Vries, en Cornelia Rijckers, alsmede haar man in een kindsgedeelte. Tot dat laatste zal moeten worden toegerekend al hetgeen, dat uit haar boedel is betaaldtot voldoening van de schulden, die haar man voor hun huwelijk is aangegaan. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige dochter of de minderjarigen, die in hun nalatenschap gerechtigd zal mogen zijn. Hij benoemt tot medevoogd zijn neef Johan Appels en zij, degenen, die zij in een handgeschreven en door haar ondertekende akte zal aanstellen, of bij ontbreken daarvan degenen, die haar meerderjarige dochters tot medevoogd zullen kiezen. De testateurs legateren aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 100 gl.

* NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1659: Cornelis de Vries, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug en Beatris van Eissel, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug, getrouwd op 5 aug. 1659

Kinderen:

a. Adriana de Vries, gedoopt NG Dordrecht 17 juni 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1689), trouwde NG Dordrecht 9 okt. 1689 (ondertrouw) Samuel Keune, jongman van Amsterdam (1689), koopman

ORA Dordrecht 1653, f. 200v: op 9 sept. 1734 verkoopt Johan de Ridder, predikant te Heerjansdam, als procuratie hebbende van zijn vrouw Cornelia Beatrix Keunen, van Christina Keunen, van Christoffel van Hoesen, als voogd over zijn minderjarige kinderen, die hij heeft verwekt bij zijn vrouw, wijlen Samuela Maria Keunen, kinderen, kindskinderen en erfgenamen ab intestato van Adriana de Vries, weduwe van Samuel Keunen, voor 300 gl. aan David Horstman, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis, dat op dezelfde dag is verkocht aan Elisabeth de Bondt en de gang van de heer Van Ossenburgh, alsmede voor 690 gl. aan Elisabeth de Bondt, weduwe van Simon van Driel, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Maria de Vries en dat van David Horstman. De koopster is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl.

Kind:

a-1. Cristina Keune, gedoopt NG Amsterdam 10 sept. 1690

a-2. Cornelia Beatrix Keune, gedoopt NG Amsterdam 26 mrt. 1692, trouwde Johan de Ridder, predikant te Heerjansdam

a-3. Samuela Maria Keune, gedoopt NG Dordrecht 2 juli 1694, trouwde Christoffel van Hoesen

b. Maria de Vries, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1670

c. Anna de Vries, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1673]

Rijnier Duijser [loodgieter] 2-18

[ORA Dordrecht inv. 1618, f. 45v e.v.: op 21 juni 1657 verkopen Anthonis van den Broeck, wonende in het Land van Ravesteijn, als voogd over Michiel en Jacob Cotermans, kinderen van wijlen Jacob Cotermans, verwekt bij Anna Cotermans, en Wolffgang van Cloben, als man van Cornelia Cotermans, dochter van Jacob Cotermans, aan Thomas Kerckhoff, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, vanouds genaamd “den Jesus” en thans “de Drije Witte Roosen”, staande tussen brouwerij “het Hart”, toebehorende aan Sijmon Cornelisz. de Vries en het huis, genaamd “de Fortuijn”, eveneens toebehorende aan Sijmon Cornelisz. de Vries. De koper is schuldig aan Steven Blonck een bedrag van 3500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 132v: op 12 nov. 1668 verkoopt Thomas Kerkhoff, lakenkoper en burger van Dordrecht, voor 2650 gl. aan Reijnier Duijsers, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, staande tussen brouwerij “het Hart” en het huis van Sijmon Cornelisz. de Vries.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 febr. 1689: een baar voor de zoon van Reijnier Duisert loodgieter tegenover de Visbrug naast “’t Hart”

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 77v: op 19 okt. 1717 verkopen Rijnier Duijsert en Leendert van der Roet, als man van Magdalena Duijser en Elisabeth en Johanna Duijsert, voor zichzelf en tevens vervangende Daniël Duijsert, samen kinderen en erfgenamen van Cristina van Snoeck, weduwe van Rijnier Duijser, voor 1600 gl. aan Huijbert van de Grient, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Visbrug, staande tussen brouwerij “het Witte Hart” en het huis, dat wordt bewoond kapitein Severijn van Bragt.]

de heer Simon de Vries Simonsz.[brouwer] 1-13-12

[Huis “de Fortuijn”.

ORA Dordrecht inv. 780, f. 14 e.v.: op 26 mrt. 1655 compareren Dirck van Herwijnen, als last en procuratie hebbende van Abraham Terwen koopman, als echtgenoot van Margrita van Balen, voor hemzelf en als last en procuratie hebbende van Vranchois Balen en van Rogier van der Mersch, wonende te Rotterdam, als echtgenoot van Elisabeth Balen, ook vervangende en zich sterk makende voor Maria van Balen, weduwe van Jacob de Mol, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Schoormans op 12 mrt. 1655 en nog als last en procuratie hebbende van Matthijs, Johanna, Cornelia en Sara van Balen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van Neten op 12 mrt. 1655 en Cornelis van Balen, gezamenlijke erfgenamen van Cornelis van Balen de Oude. Comparanten verkopen aan Sijmon Cornelisz de Vries, brouwer te Dordrecht, een huis omtrent de Visbrug, genaamd “de Fortuijn”, staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Jacob Cotermans en het huis van Pieter Dircxsz. Coddeus. Koper kent schuldig aan Johanna, Cornelia en Sara van Balen een somma van 3000 gl., te betalen met 500 gl. jaarlijks. In margine: compareerde Sijmon Cornelisz. de Vries en toonde de originele brief met kwitantie. Schuldbrief geroyeerd op 22 sept. 1655.

ORA Dordrecht inv. 816, f. 96v e.v.: op 28 sept. 1730 verkoopt Cornelia Rijckers, vrouw van Johan van Raab, wonende te Kalkar, als procuratie hebbende van haar man, volgens akte daarvan gepasseerd voor notaris Herman Knop te Kalkar op 13 dec. 1723, voor 1750 gl. aan Matthijs Sax, mr. zadelmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt schuin tegenover de Visbrug, genaamd “het Forthuijn”, staande tussen het huis van Huijbert van de Griendt en dat van de erfgenamen van Mattheus Coddeus.]

juffrouw Coddeus 2-17

[ORA Dordrecht inv. 1603, f. 41 e.v.: op 12 okt. 1628 verkoopt Arent Praem, burger van Dordrecht, aan Pieter Dircxsz. Coddeus een huis tegenover de Visbrug, genaamd “den Gouden Reael”, staande tussen brouwerij “de Sleutel” en het huis, genaamd “de Fortune”. De koper is schuldig aan Johan van der Mast Hermensz., lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 2250 gl. Borg: Mattheus van den Brouck.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 93, akte dd 29 juni 1646: Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, is schuldig aan Hendrick Jansz. Vrijmoet, een somma van 610 gl. 10 st., verbindende een huis bij de Visbrug, staande tussen het huis van Cornelis Matthijsz. Balen en dat van Anthonij Repelaer, alsmede een pakhuis, dat uitkomt op de Nieuwe Haven, staande achter brouwerij “de Haen” tussen het huis van Thomas Sleij en de gang van brouwerij “de Haen”.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 126v: op 21 juli 1646 verklaart Esias Cornelisz. Mesian, dat Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, schuldig is aan Hendrick Jansz. Vrijmoet, koopman en burger van Dordrecht,wegens de levarantie van garen een somma van 1040 gl., verbindende een huis op de Vogelmarkt, staande tussen brouwerij”de Sleutel” en het huis van Matthijs Balen.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 136: op 11 sept. 1646 verkoopt Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, aan Govert van de Bergen brouwer en Gerrit Willemsz. Maes, burgers van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Thomas Sleij schoolmeester en de gang van Ambrosius van Gerwen. Waarborg: Bartholomeus van den Brouck, koopman en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 8: op 20 mrt. 1647 verklaart Pieter Dircxsz. Coddeus, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anthonij Viveen een bedrag van 600 gl., verbindende een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van Anthonij Repelaer en het huis van Cornelis Matthijsz. Balen. In margine: Matheus Coddeus toont de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 20 sept. 1661.]

burgemeester Antonij Repelaer voor en achter 6-12

Brouwerij “de Sleutel” (het huis met de rode luiken).

[Brouwerij “de Sleutel”.

8 nov. 1685: Maria Bunnen, weduwe van Adolphus van der Linde, als erfgename van Gijsberto Hoogerwerff, verkoopt voor 5000 gl. aan Anthonij Repelaer, lid van de Oudraad en thesaurier van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van de koper en het huis van de weduwe Van der Spoor, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt. Tot de koop behoort ook een wijnkelder, die ligt op de Varkenmarkt. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 4000 gl. (ORA Dordrecht inv. 1630, f. 51)

ORA Dordrecht inv. 797, f. 138 e.v.: op 15 nov. 1692 verkopen Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht en ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, en zijn vrouw Hester Kooijmans, aan Huijbrecht van der Hoop, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. contant de helft van de brouwerij “de Sleutel” en de helft van het huis daarnaast, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van de kinderen van Pieter Dircxsz. Codeus en dat van de weduwe van [Cornelis] van der Spoor, uitkomende met een pakhuis en kelder op de Varkenmarkt. De verkopers verbinden als waarborg de wederhelft van genoemde brouwerij etc. Bij de koop is inbegrepen de helft van alle gereedschappen, “coorenweck”, bieren, vaatwerk, paarden, molenstenen, rijtuig, goudleer etc., waarvan de waarde is getaxeerd op 6473 gl. 15 st.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 88 e.v.: op 18 mrt. 1694 verkoopt mr. Huijbrecht van der Hoop, advocaat te Dordrecht, voor 16.000 gl. contant aan Hugo Repelaer, oudraad te Dordrecht, en Baerthout van Slingeland, rentmeester van de geestelijke goederen over het Kwartier van Oosterwijk in de Meierij van Den Bosch, wonende te Dordrecht, de helft van brouwerij “de Sleutel”, staande op de Vogelmarkt omtrent de Visbrug, met het woonhuis, de mouterij, het pakhuis, huis erf, staande en gelegen naast die brouwerij,met de kelder, die onlangs is aangekocht, en de erven en verdere “timmeragie”, doorgaande tot achter op de Varkenmarkt, alsmede de helft van alle toebehoren, inclusief de gereeedschappen van de brouwerij,zes paarden, en de behangsels van goudleren strepen in het woonhuis, alles volgens de koopceel, welke is gepasseerd voor notaris A. van Nievelt te Dordrecht op 6 okt. 1693. De losse goederen zijn door schepenen van Dordrecht getaxeerd op een bedrag van 6959 gl. 5 st.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 90 e.v.: op 18 mrt. 1694 verkoopt Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 5333 gl. 6 st. 10 p. aan Hugo Repelaer en Baerthout van Slingeland, 1/3 part in de helft van brouwerij “de Sleutel” op de Vogelmarkt, en 1/3 part in de helft van de bovengenoemde losse goederen, volgens de koopceel gepasseerd voor notaris J. van Bijwaert te Dordrecht op 19 dec. 1693. De losse goederen zijndoor schepenen van Dordrecht getaxeerd op 2319 gl. 15 st. 

In 1727 kocht Philips van Haarlem de hele brouwerij en het daarnaast staande woonhuis voor 11.500 gl. (H.A. van Duinen en C. Esseboom (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht z.j.), p. 147 e.v.)]

Dirk de Witt 0-18-0

[ONA Dordrecht inv. 798, f. 147, akte dd 18 sept. 1694: Maria Haguet, weduwe van Cornelis van der Spoor, in zijn leven burger van Dordrecht, verkoopt aan Francina van Esch, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, huisvrouw van Dirck Monsieur, “jegenwoordich sijn affaires doend in Oost-India”, een huis, erf en toebehoren op de Vogelmarkt [= Groenmarkt], tussen het huis van Antonij Repelaer en het huis van de weduwe en erfgenamen van schout Leendert Vinck, voor 1800 gl., zowel in contant geld als met het overnemen van een schepenenschuldbrief van 1700 gl. kapitaal, die Cornelia van Bergen op het huis sprekende heeft.

Trouwboek NG gemeente Dordrecht 6 okt. 1680 (ondertrouw) Dirck Hermensz. [Monsieur] jongman van Dordrecht wonende aan de Riedijk en Francijntie van Es jonge dochter van Dordrecht aan de Vismarkt.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 19 jan. 1710 Dirck Monseur, woont bij de Visbrug.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 4 april 1722: Fransina van Es, weduwe van Dirck Monseur, wonende omtrent “de Sleutel”, met koetsen.

ORA Dordrecht inv. 804, f. 124v: op 6 aug. 1704 verklaart Francina van Esch, “gequalificeert sijnde tot het administreren van haar eijgen goederen”, schuldig te zijn aan Adriaan van Hogeveen, lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 250 gl. wegens leverantie van bieren, verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van mr. Barthout van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van Maria Roscam.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 158: op 2 juni 1722 verkoopt Pieter Dooge, notaris te Dordrecht, die door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd is tot het verkopen van de nagelaten goederen van Francina van Esch, weduwe van Dirck Monseur de oude, voor 610 gl. aan Hendrick de Saive, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Barthout van Slingelandt, burgemeester van Dordrecht, en dat van de weduwe Roscam.]

Gillis Vink 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1652, f. 23: op 7 mrt. 1730 verkoopt Maria Leendertsdr. Vink, weduwe van Wouter Roscam, wonende in Zwijndrecht, dochter en mede-erfgename van Leendert Gielisz. Vink, volgens akte van scheiding gepasseerd voor notaris C. van Lieshout van IJsselmonde op 21 jan. 1696 eigenares van het hierna te noemen huis, voor 1600 gl. aan Cornelis Terwen, koopman te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van De Cerff.]

f. 4

Dirk Melsert 3-2

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 74v e.v.: op 14 nov. 1668 verklaren Adriaen Vinck wijnkoper, Jan Vinck kuiper, Floris de Rouw, als man van Aeltgen Vinck, Maria Vinck, weduwe van Hendrick Veltman, en Leendert Gillisz. Vinck, schout en secretaris van de Grote Lindt, als testamentaire voogd over Elias, Huijbrecht en Brechtgen Vinck, tevens vervangende zijn medevoogd, Adriaen Jacobsz. Vinck, samen kinderen en erfgenamen van kapitein Adriaen Vinck de oude, wijnkoper, dat bij de scheiding van diens nalatenschap aan voornoemde Adriaen Vinck [jr.] wijnkoper is toebedeeld een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diederich Hoeuft, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Leendert Gillisz. Vinck. Adriaen Vinck is schuldig aan de erfgenamen van kapitein Adriaen Vinck de oude een bedrag van 900 gl., wegens zekere “cessie”, door Petronella Jansdr., weduwe van Jan Jansz. aan Adriaen Vinck de oude gedaan, alsmede een bedrag van 3000 gl. aan Leendert Gillisz. Vinck, als testamentaire voogd over Elias, Huijbrecht en Brechtgen Vinck, de minderjarige kinderen van Adriaen Vinck, zijn broers en zuster. Hij verbindt hiervoor het aan hem toebedeelde huis op de Groenmarkt.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 59v: op 20 juli 1673 verkoopt Nicolaes van Cerff, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen Vinck, burger van Dordrecht, voor 5975 gl. aan Arent Boonen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Diderich Hoeufft en dat Leendert Gillisz. Vinck, schout van de Grote Lindt.

Id. f. 62: op 19 juli 1673 verklaart Arent Boone, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan de kinderen van wijlen Matthijs Helwich van Alsem, verwekt bij diens eerste vrouw, een somma van 5000 gl., verbindende het voornoemde huis.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 197 e.v.: op 3 jan. 1685 verkopen Corstiaen Ghijsen en Pieter Cloens, als gemachtigden van hun neef, Arent Boon, voor 5000 gl. aan Maerten Sandersz., oud-marktschipper van Dordrecht op Den Bosch, een huis in de Wijnstraat op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van mr. Diderick Hoeuft en dat van de weduwe van schout Leendert Vinck. Het huis heeft een vrije uitgang op de Varkenmarkt of Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 26v: op 14 juni 1685 transporteert Elisabeth Ghijsen, echtgenote van Arent Boon,* als procuratie hebbende van haar man, aan Maerten Sanders, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt met een vrije uitgang op de Varkenmarkt,staande tussen het huis van mr. Diderick Hoeuft en dat van de weduwe van schout Leendert Vinck. De koopsom bedraagt 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 29 e.v.: op 16 mei 1693 verkoopt Jan de Bedts, notaris te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Maerten Sandersz., marktschipper van Dordrecht op Den Bosch, en als executeur van diens testament, en nog als procuratie hebbende van Anna en Clara Maertensdr. de Bont, kinderen en erfgenamen van Maerten Sandersz., voor 4600 gl. aan Huijbert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van mr. Diederick Heuft en de woning van schout Leendert Vinck.

* ONA Dordrecht inv. 194, f. 226 e.v.: op 6 mei 1697 verklaart Aernold van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, als donatie inter vivos overgedragen te hebben aan zijn moeder Jenneken Ghijsen, weduwe van Johan van Leeuwen, uit een somma van 2560 gl. 14 st, die hij te tegoed heeft van Toussain Nauet, koopman en schipper op de Maas, wegens leverantie van zout en kaas, een bedrag van 2100 gl. Elisabeth Ghijssen, weduwe van Arent Boonen, verklaart voornoemde donatie ten behoeve van Jenneken Ghijssen, haar tante, in dank te aanvaarden.

Uit het huwelijk van Arent Boone en Elisabeth Ghijsen:

a. Dirck, gedoopt NG Dordrecht 17 febr. 1666

b. Harman, gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1668

c. Arnold Boonen, geboren Dordrecht 16 dec. 1669, gedoopt NG ald. 18 dec. 1669,kunstschilder, overleden Amsterdam 1729

Portret van Arnold Boonen (linksboven)

d. Corstiaan (Christiaan) Boonen, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1671

e. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 4 sept. 1673

f. Catharina, gedoopt NG Dordrecht 23 nov. 1677

b. Jasper Boonen, geboren Dordrecht 7 sept.1677, gedoopt NG Dordrecht 8 sept. ald., kunstschilder, overleden Dordrecht 20 okt. 1729

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 169v e.v.: op 17 nov. 1694 verkoopt mr. Huibert van der Hoop, advocaat voor het Hof van Holland, voor 7500 gl. aan Jeronimus Teruwe, koopman te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van mr. Jacob Hoeuft, lid van de Oudraad van Dordrecht, en dat van de weduwe Vinck. Van der Hoop verklaart, dat hij en Baarthout van Slingelant, schepen in wette van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, volledig voldaan zijn van de kooppenningen van het verkochte huis.

de heer Diderik ’t Hoeuft 4-12

[mr. Diederik Hoeuft, heer van Fontaine Peureuse, geboren Dordrecht 22 dec. 1610,jongman van Dordrecht, licentiaat in de rechten, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1641), schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 mei 1688 (een zwarte baar voor de heer Diederich Heeuft, oud vroedschap van Dordrecht, bij de Visbrug), zoon van Diederik Hoeuft en Anna Luls,trouwde NG Dordrecht 8 sept./1 okt. 1641 (procl. te Utrecht en in de Waalse Kerk) Maria de Witt, geboren Dordrecht22 dec. 1620, jonge dochter van Dordrechtwonende bij de Grote Kerk (1641), dochter van Jacob de Witt en Anna van de Corput en zuster van Cornelis en Johan de Witt

ORA Dordrecht inv. 1615, f. 79v: op 12 febr. 1654 verkoopt ds. Henricus Debbits, predikant te Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen dr. Adam Dibbits, en als procuratie hebbende van Maria Boots, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, als grootmoeder en voogdes over de kinderen van dr. Adam Dibbits en Cornelia van Beverwijck, tevens vervangende jonkheer Arent Boot, haar medevoogd, aan mr. Diderick Hoeuft, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van mr. Dirck Berck en dat van Adriaen Vinck.

Kinderen (o.a.):

a. Diederik Hoefft, heer van Fontaine Peureuse, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1648, jongman van Dordrecht (1680), ritmeester in Nederlandse dienst (vanaf 1676), domheer te Utrecht, bij diploma van keizer Leopold I dd 21 aug. 1692 met zijn wettige nakomelingen erkend als tot de adel behorende, overleden Utrecht 2 nov. 1719, trouwde Amsterdam/Amstelveen 25 jan./13 febr. 1680 (NG Dordrecht 28 jan. 1680: per schrijven van Amsterdam, proclamatie in de Franse kerk, 11 febr. 1680 attestatie gegeven om te Amsterdam te trouwen) Isabella Agneta Deutz van Assendelft, gedoopt NG Amsterdam 11 juni 1658, jonge dochter van Amsterdam en daar wonende (1680) dochter van Jan Deutz en Geertruida Bicker (Balen o.c., deel II, p. 1325-1326)

Diederik Hoeufft (1648-1719), geschilderd door Godfried Schalken ca. 1675

b. mr. Jacob Hoeuft, geboren Rotterdam 8 jan. 1660, lid van de Oudraad te Dordrecht, domheer van de dom te Utrecht, bewindhebber van de WIC ter kamer op de Maze (1694),burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 26 juli 1717, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 juli 1717 (burgemeester Hoeufft begraven, drie slepen, een wapenbord, de late boete),trouwde Gerecht/NGDordrecht 6/20 juni 1694 (de bruidegom geassisteerd metDiederick Hoeuft,heer van Fontaine Peureuse, de bruid met Cornelia de Rovere, weduwe van Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, haar moeder, en Pieter Everwijn van Brandwijk, heer van Gijbeland, lid van de Oudraad en secretaris van Dordrecht, haar broer) Sophia Everwijn, dochter van mr. Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia de Rovere]

de heer Sebastiaan van de Graaff [ontvanger van de konvooien en licenten] 3-0

[NG trouwboek Dordrecht 26 nov. 1673: Sebastiaen van de Graeff ontvanger van de konvooien en licenten van Dordrecht jongman van Dordrecht en Belia van Lith de Jeude jonge dochter van Tiel beiden wonende te Dordrecht, getrouwd 12 dec. 1673

ORA Dordrecht inv. 786, f. 26: op 8 mei 1668 verkopen mr. Pompeus en Johan Berck, zoons van wijlen mr. Dirck Berck, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van hun moeder, Johanna de Rovre, aan Adriana Reijms, echtgenote van Raphel Bressij, koopman te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Diederich Hoeuft, oudraad van Dordrecht, en dat van Abraham Terwe. Waarborgen: Johan Halling, burgemeester van Dordrecht, en mr. Pompeus Berck, oudraad van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 14 e.v.: op 14 april 1687 verkopen Rudolphus Bressij, als mede-erfgenaam van wijlen Raphael Bressij en diens vrouw Adriana Rheims,en mr. Aelbrecht Bosen, advocaat voor het Hof van Justitie in Holland, als gemachtigde van Adriana Rheims de Jonge, voor 10.300 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis met verscheiden, zich daarin bevindendeonroerende goederen, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt], tussen het huis van de weduwe van Abraham Terwe en het huis van Diedrich Hoeuft, heer van Fontaine Pereuse, strekkende vierkant van de Vogelmarkt tot achter op de Varkenmarkt. Bij de koop zijn inbegrepen vier grote kamers met goudleer, een kamer met tapijt, en enige andere, losse, meubelen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 1980 gl. De tweede comparant, vervangende mr. Daniël Pompeius Assendelft, secretaris van het Hof van Holland, zijn mede-gemachtigde, verklaart het huis etc. te ontslaan, voor zoveel aangaat Johan Ward, als man van Adriana Rheims, van het recht van legaal hypotheek, dat de heer Ward op het huis gehad heeft.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 7: op 20 febr. 1720 verkoopt Jacob van de Graaf, als procuratie hebbende van Adriana Elisabeth van de Graaff, meerderjarige ongehuwde persoon, Jan Wouter Heijkoop, ritmeester in Nederlandse dienst, en Hendrik Gerrard van Hengst, als man van Elisabeth van de Graaff, samen met Jacob van de Graaff kinderen en erfgenamen van Sebastiaan van de Graaf, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, voor 6200 gl. en 100 gl. voor het behangsel aan Hugo Repelaar, oud-burgemeester van Dordrecht, en huis in de Wijnstraat, waarin de vader van de verkoper is overleden, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Hoeufft en dat van de weduwe van Jonas de Jong, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 35v: op 21 mei 1727 verkoopt mr. Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 13.000 gl. aan Jan Bout, vrijheer van Lieshout, bewindhebber van de WIC in Rotterdam, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Sophia Everwijn, weduwe van Jacob Hoeuft, en dat van mevrouw [Johanna] De Sont, weduwe van Jonas de Jongh.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 129v: op 10 mei 1728 verkoopt Jan Bout, vrijheer van Lieshout, bewindhebber van de WIC te Roterdam, voor 14.000 gl. aan Paulus Gevaerts, schepen en secretaris van de burgemeesterskamer te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Sophia Everwijn, weduwe van Jacob Hoeuft en dat van Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jongh.]

Jeronimus Terwen 3-0

[Het huis”het Hof van Brussel”.

1 mei 1651: Geertruijt Everwijn, weduwe van Dirck Verhagen, verkoopt aan Abraham Terwen, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt tussen mr. Dirck Berck en de kinderen en erfgenamen van Willem Aertsz. Brantwijck. Waarborgen: Nicolaes Nicolai, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anthonij Chasteleijn, koopman te Amsterdam. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 24)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 febr. 1674: een zwarte baar op de Vogelmarkt voor Abram Terwe koopman.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 124v e.v.: op 18 juni 1694 verkoopt Jacobus Verbrugge, koopman te Rotterdam, als procuratie hebbende van Margarita Balen, weduwe van Abraham Tarwe, wonende te Utrecht, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris G. Blockerus te Rotterdam op 16 juni 1694, voor 9000 gl. aan Jonas de Jongh, koopman te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd “het Hof van Brussel”, staande tussen het huis van Sebastiaan van der Graaff en dat van de weduwe van mr. Gerard van Brantwijck.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 24 juli 1695: een zwarte baar voor Jonas de Jonck koopman bij de Beurs, vier maal luiden en een kwartier.]

de weduwe van de heer Gerard Brandwijk 3-13

[Gerard Brantwijck, gedoopt NG Dordrecht 7 jan. 1623, trouwde 1e NG Dordrecht 23 mei 1651 Henrica Stoop, 2e NG Dordrecht 29 juni 1666 Swaena Maria Schijvelberch, overleden 7 sept. 1709, dochter van Dirk Schijvelberch en Maria Pesen

NG trouwboek Dordrecht 13 juni 1666: mr. Gerard Brandwijck weduwnaar en Swana Maria Schijvelberg jonge dochter, beiden van Dordrecht, proclamatie in de Franse kerk, getrouwd op 29 juni 1666

5 febr. 1691: Johan Boer, baljuw en dijkgraaf van de polder Wieldrecht, als gemachtigde van jonkvrouw Maria Agatha, barones van de Mijl, transporteert aan Swana Maria Schijvelbergh, weduwe van mr. Gerard Brandwijk, lid van de Oudraad van Dordrecht, een woning, huis, schuur en 14 morgen land aan de noordzijde van het Westeijnde van Bleskensgraaf. (ONA Bleskensgraaf)

20 febr. 1691: Swana Maria Schijvelberch wordt bij overdracht van Maria Agatha van der Mijle tot Marquette beleend met de heerlijkheid Bleskensgraaf.

ONA Dordrecht inv. 194, akte 64: op 10 jan. 1697 testeert Geeraert Brantwijck, heer van Bleskensgraaf. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht 300 gl. en aan die van Bleskensgraaf 200 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn moeder Swana MariaSchijvelberch, vrouwe van Bleskensgraaf, weduwe van mr. Geeraert Brantwijck, of bij vooroverlijden zijn tantes Catharijna Schijvelberch, vrouw van Isaack Auxbrebies, en Geertruijt Schijvelberch, weduwe van mr. Johan van der Meer, en de nakomelingen van zijn overleden oom Bartholomeeus Schijvelberch. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn aangetrouwde oom Isaack Auxbrebies en zijn neef Johan Adolph Bachman.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 152: op 19 april 1731 verkoopt mr. Gerard van Bramdwijck, heer van Bleskensgraaf, raad en secretaris van Gouda, voor resp. 6025 gl. en 525 gl. aan Johanna Onderwater, vrouwe van Papendrecht, een huis in de Wijnstraat op de Groenmarkt, staande tussen het huis van mr. Hugo Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jong en een stal en koetshuis, alsmede een woning en hooizolder erboven, staande op de Varkenmarkt tussen het achterste deel van de brouwerij “het Witte Hart” en het huis van Hermen Boet mr. metselaar.]

de weduwe van de heer Willem Oudeman  3-0

[I. Willem Willemsz. Oudeman, jongman van Dordrecht wonende bij de Karnemelksteiger [Groenmarkt tegenover de Vriesestraat] (1638), wijnkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 nov. 1666 (een zwarte baar voor kapitein Willem Oudeman, achtraad van Dordrecht, twee maal luiden), trouwde 1e NG Dordrecht/Kijfhoek 21 nov./4 dec. 1638 Catalina (Maria) Cavassa, jonge dochter van Culemborg wonende in de Oude Breestraat (1638), 2e 16 april/9 mei 1651 Rookje Beljaert 

NG trouwboek Dordrecht 16 april 1651: Willem Willemsz. Oudeman koopman weduwnaar wonende bij de Tolbrug en Roockje [Rosetta]Beljaerts jonge dochter wonende op het Marktveld, beiden van Dordrecht, getrouwd 9 mei 1651

Rookje (Rosetta) Beljaerts, geboren ca. 1625, dochter van Cornelis Cornelisz. Beljaerts en Heijltken Gerritsdr. van Cranendonck.

Haar zuster Anna Beljaerts, gedoopt NG Dordrecht jan. 1626, trouwde Adriaen van de Graeff

ONA Dordrecht inv. 206, f. 138: op 4 mei 1666 verleent Cornelis Beljaerts, burger van Dordrecht, procureur aan Cornelis van Herwijnen, rentmeester van de vrouwe van de Mijl, om te compareren voor de schout of stadhouder en het gerecht van de polder Wieldrecht en daar te verklaren, dat hij aan Adriaen van de Graeff, echtgenoot van zijn dochter Anna Beljaerts, ter vergroting van diens huwelijksgoed heeft geschonken de helft van twee kavels land, gelegen in het eerste pand van de polder Wieldrecht en de helft van de zesde en de achtste kavel.

ONA Dordrecht inv. 207, f. 124: op 13 sept. 1667 verleent Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, procuratie aan Adriaen Helmich, notaris in ‘s-Gravenhage, om te compareren voor stadhouder en leenmannen van de Grafelijkheid van Holland en daar te verheffen en te “verheerwaerden” op haar oudste zoon, Willem Oudeman de jonge, drie morgen land onder Puttershoek, komende aan de Groeneweg naast de overige verkochte landerijen van de weduwe en erfgenamen van Jan van Nuijssenburch, alsmede 2 morgen 642 roeden land in het Oudeland van Puttershoek, haar zoon aangekomen bij overlijden van zijn vader.

ONA Dordrecht inv. 207, f. 170: op 19 nov. 1667 comp. kapitein Louis van Molenschot, koper voor zichzelf c.s., “in sijn particulier geparticipeert hebbende” in een vierde part van het Boerengors” [in Nieuw-Vossemeer?], gekocht van de prinses van Hoogenzolren [= Hohenzollern?], Pieter de Carpentier, participant voor een vierde part, Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudemans. voor zichzelf en tevens vervangende Maria Oudemans, haar schoonzuster, vertegenwoordigende Willem Oudemans, haar overleden broer, Maria Braets, weduwe van Johan Palm, en Adriaen Braets, samen erfgenamen van Adriaentgen de Gelder en zich sterk makende voor Josina Jacobs, weduwe van Josina Jacobs Bakelairs, geparticipeerd hebbende in de overige twee vierde parten in het Boerengors. De comparanten verklaren, dat zij in de plaats van Willem van Ravesteijn, die is overleden, benoemd hebben [NN] Molengraeff, procureur voor de Raad van Brabant, om hen te vertegenwoordigen in het proces, dat hangende is voor de Raad van Brabant tussen hen en de prinses van Hoogenzolren.

ONA Dordrecht inv. 209, f. 115: op 1 mei 1669 verklaart Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, dat tussen haar, haar vader en zuster [Anna Beljaerts], de vrouw van Adriaen van de Graeff, gemeen zijn gebleven verscheidene partijen land en dat zij verzocht heeft, dat haar zwager Adriaen van de Graeff het beheer van hun landen in het Oudeland van Strijen op zich mag nemen, zodat hij als ingeland van het Oudeland van Strijen kan optreden.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 43: op 2 juli 1681 verkoopt Johan van der Hoop, als gemachtigde van het gerecht van Dordrecht, voor 1370 gl. aan Rosetta Beljaers, weduwe van Willem Oudeman, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Balthasar de la Tour en het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van Jan Vervel.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 65: op 25 nov. 1687 verkoopt  Isaack Leducq, oud-schoolmeester en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de kinderen van wijlen burgemeester Pieter van Blocklant en dat van de koopster. 

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 165v: op 11 nov. 1694 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende kapitein Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, als gemachtigden van het gerecht van Dordrecht wegens de boedel van wijlen Dirck Hendricxsz. Mutsert, voor 2250 gl. aan Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, een huis op de Groenmarkt, vanouds genaamd “het Haentje”, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob van Wel en dat van Adriaen van Buijren.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 75: op 10 sept. 1697 verkoopt Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, voor 1400 gl. aan Pieter Regell, burger van Dordrecht, en Sara Ribb, “bejaerde” ongehuwd persoon, wonende te Dordrecht, een huis op de Dwarskade [Vlak], staande naast het huis van de arts Imdorf.

Kinderen (o.a.):

Ex 1:

a. Machtelt, gedoopt NG Dordrecht febr. 1640

Ex 2:

b. Willem Oudeman, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1652, volgt II

c. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1656

II. Willem Oudeman, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1652, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1682), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 sept. 1696 (een zwarte baar voor Willem Oudeman bij de Beurs, voor de zerk 4 gl., vier maal een kwartier luiden), trouwde NG Dordrecht 6/22 sept. 1682 Hester Braets, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1682), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 juni 1715 (Hester Braets, weduwe van Willem Oudeman, een wapenbord, het huis met rouw behangen, drie paar sleepmantels, de grote boete)

Kind:

a. Rosetta Oudeman, gedoopt NG Dordrecht 31 okt. 1683, jonge dochter van Dordrecht (1703),  trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9/23 dec. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Paul Eelbo, de bruid met Hester Braets, weduwe Oudeman) Hugo Eelbo, jongman van Dordrecht (17030, schepen in wette van Dordrecht]

deselve 1-16

deselve 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 103v: op 21 mei 1669 verkopen mr. Hendrick van Gerven, advocaat voor het Hof van Holland “residerende” te Leiden, Isaac Pool, als man van Margreta van Gerven, voornoemde Hendrick van Gerven nog als gemachtigde van Dirck van Gerven, en Anna van Gerven, weduwe van Nicolaes van Rijnenburch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Outerman te Leiden op 18 april 1669, en nog als gemachtigde van Ambrosius, Matthijs en Jacobus van Dorsten, voor henzelf “als het recht becomen hebbende” van Hugo Verboom, als man van Catarina van Dorsten, kinderen en erfgenamen van Jan Fransz. van Dorsten en diens vrouw Geertruijt van Gerven, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters en regeerders van Amsterdam op 1 mei 1669, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Ambrosius van Gerven, die is overleden in Amsterdam, voor 4150 gl. aan Rosetta Belliaerts, weduwe van Willem Oudeman, een huis, bestaande uit twee woningen en enige stallen, vanouds genaamd “de Haen”, staande tussen het huis van de koopster en dat van de weduwe van Pieter de Lairesse.]

Johan van der Hoop [notaris] 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1614, f. 75: op 12 dec. 1651 verkopen ds. Andreas Colvius, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, en Daniël Eelbo, als executeurs-testamentair van mr. Nicolaes Schavaer, aan Pieter de Lairesse, notaris en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis “den Rooden Schilt” en het huis “den Haen”. De koper is schuldig aan Dirck Schijvelberch een bedrag van 2800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 112: op 9 juli 1669 verkoopt notaris Arent van Neten, als curator over de boedel van wijlen Pieter de Laresse, voor 5400 gl. aan Gooswinus de Bruijn, tingieter en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Rosetta Belliaerts, weduwe van Willem Oudeman, en dat van Arent van Hage.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 134 e.v.: op 12 nov. 1676 verkoopt Goosuinus de Bruijn, tingieter en burger van Dordrecht, voor 3400 gl. aan Johan van der Hoop, notaris en procureur te Dordrecht, een huis met tuin en doorgang in de gang van de weduwe van Willem Oudeman, staande op de Groenmarkt tussen het huis van juffrouw Oudeman en dat van Arent van Hagen lakenkoper.]

Arent van Hagen [lakenkoper] 4-10

[ORA Dordrecht inv. 799, : op 6 sept. 1695 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van wijlen Arent van Hagen, lakenkoper te Dordrecht, voor de minderjarigen, die in Van Hagens boedel gerechtigd zijn, voor 4525 gl. aan Anthonia Cools, vrouwe van de Lindt, weduwe van mr. Cornelis van Bevere, heer van De Lindt, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de koopster en dat van notaris Johan van der Hoop.]

f. 4v

mevrouw van de Lind [Anthonia Cools, vrouwe van De Lindt, weduwe van Cornelis de Beveren] 4-10

[ORA Dordrecht inv. 1592 (nieuw), f. 108v: op 17 dec. 1615 verklaart Franchois Fransz. van Breedehoff, koopman en burger van Dordrecht, dat hij gehouden is ter voldoening van het testament, dat hij samen met zijn vrouw, Adriana Adriaensdr., inmiddels overleden, gemaakt heeft ten overstaan van notaris H. van Naerden te Dordrecht op 29 dec. 1612, hun gezamenlijke kinderen te onderhouden, alimenteren etc., tot zij 25 jaar zijn geworden of gaan trouwen, en hun dan een bedrag van 20.000 gl. uit te keren en, wanneer zij gaan trouwen, een uitzet te geven, welke voor hen allen een somma van 5000 gl. zal bedragen. Voor de nakoming van deze verplichting heeft hij verbonden: 1e het huis, waarin hij woont, staande op de Groenmarkt en genaamd “Jherusalem”, belend door het huis van juffrouw De Vries aan de ene zijde en dat van Marijcken Geerits, jonge dochter, aan de andere zijde, 2e een huis, genaamd “’s Gravenhage”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Corstiaen Coenraetsz. en dat van Jan Pietersz. hopkoper, 3e een huis voor het Bagijnhof, genaamd “den Hoogen Schoon”, staande tussen het huis van Jan Jansz. viskoper en dat van [sic], 4e twee naast elkaar staande huizen in de Raamstraat, staande tussen de huizen van de Broodzusteren en de stal van Aert Cornelisz. beenhakker, 5e twee huizen aan de Vest achter brouwerij “het Rijpelant”, staande tussen het erf van die brouwerijen huis van … [sic], en 6e een aantal rentebrieven, waaronder twee rentebrieven van elk 100 gl. jaarlijks, verleden door Arien Hermansz. brouwer op 21 mei 1609 en gehypothekeerd op brouwerij “het Rijpelant”.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 8: de weduwe van Franchoijs Franssen betaalt voor haar huis in de verponding van 1619 35 ponden, belenders: Marijcken Gerits coomenster en de weduwe van Cornelis de Vrijes.

ORA Dordrecht inv. 1596 (nieuw), f. 42 e.v.: op 2 mei 1620 verkopen Pieter Gaduijts en Herman Jansz. Spaen, als voogden over de kinderen van wijlen Franchois Fransz. van Bredehoff, voor zichzelf en tevens vervangende Henrick Fransz. van Bredehoff, als mede-voogd van die kinderen, aan mr. Cornelis van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, een huis, genaamd “Jerusalem”, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] tussen het huis genaamd “Beijeren”, dat toebehoort aan Livina Verbooms, weduwe van Cornelis de Vries, en het huis van Maria Gerritsdr. [van Ophemert] *, met alle vrijdommen, servituten, etc., zoals Franchois Fransz. van Bredehoff het in het laatst van zijn leven bezeten heeft. De koper is schuldig aan de weeskinderen van Franchois Fransz. van Bredehoff een somma van 6000 gl.

* ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 10: op 17 mrt. 1626 verkoopt Marijcken Geeritsdr. van Ophemert, ongehuwde persoon, aan haar broer, Dirck Gerritsz. van Ophemert, de helft van een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van mr. Cornelis van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en het huis “de Rooden Schilt”.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 6: mr. Cornelis van Beveren burgemeester betaalt in de verponding van 1626 voor zijn huis op de Groenmarkt 35 ponden, belenders: Dirck Gerritsz. coomen en de weduwe van Cornelis de Vries.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 19 e.v.: op 25 april 1661 verkoopt Cornelis de Beveren, ridder, heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan zijn zoon Cornelis de Beveren, baljuw van de heerlijkheid Strijen, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Cornelis de Vries, lid van de Oudraad van Dordrecht, en dat van Arent van der Hagen.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 12v e.v.: op 27 sept. 1679 verkopen mr. Johan Bladegom van Woensel, advocaat en mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Cornelis de Bevere, heer van IJsselmonde, de Lindt, etc., lid van de Oudraad en generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden, etc., volgens procuratie gepasseerd voor notaris J.M. van Osch te Gorinchem op 22 febr. 1679, Geerardt de Bevere, heer van Strevelshoek, lid van de Oudraad, zoon en mede-erfgenaam van Willem de Bevere, heer van Strevelshoek, lid van de Oudraad, voor zichzelf en tevens vervangende zijn twee zusters, Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, zoon en enige erfgenaam van Adriana de Bevere, vrouwe van Meerdervoort, Hendrik-Ido-Ambacht, etc., voor zichzelf en tevens vervangende de weduwe, kinderen en erfgenamen van Johan de Bevere, kolonel in Nederlandse dienst en gouverneur van de stad en onderhavige forten van Geertruidenberg, mr. Pieter Beelaert, lid van de Oudraad, als man van Cristina Elisabeth Pompe, en mr. Michiel Pompe van Slingelant, lid van de Oudraad, genoemde heren Beelaert en Pompe voor zichzelf, Mattheeus van Nispen, als procuratie hebbende van mr. Matthijs Pompe, raadsheer in de Raad van Vlaanderen, residerende te Middelburg, de heer Michiel Pompe tevens vervangende zijn broer Cornelis Pompe, heer van Dortsmonde, met hun vieren kinderen en erfgenamen van Mondina van Bevere, en voornoemde Cornelis Pompe van Meerdervoort, de heer van Strevelshoek, Michiel Pompe van Slingelant en Pieter Belaerts tevens vervangende mr. Baerthout van Slingelant Govertsz., zoon van wijlen Cristina de Bevere, samen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis de Beveren de oude, heer van Strevelshoek, IJsselmonde, De Lindt, etc., burgemeester van Dordrecht, voor 12.000 gl. aan Anthonia Cools een woonhuis, pakhuis, kelder, koetshuis, stal en tuin, daarbij inbegrepen tapijten en goudleer, door schepenen van Dordrecht getaxeerd op 1950 gl., staande en gelegen bij de Beurs, tussen het huis van Cornelis de Vries Dinghmansz. en dat van Arent van Hagen lakenkoper, van achteren uitkomende op de Varkenmarkt.

NG trouwboek Dordrecht 8 dec. 1680: mr. Cornelis de Beveren Cornelisz. heer van de Lindt jongman en Antonia Cools, jonge dochter beiden van Dordrecht, getrouwd op 24 dec. 1680

Antonia Cools, geboren ca. 1655, dochter van Waltherus Cools Johans. en Lucia Repelaer Anthonisdr. 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 juli 1685: twee maal luiden over Cornelis de Beveren, heer van de Lindt, een zwarte baar 10 gl., begrafenis bij avond, de kast en het blazoen 60 gl. 

ONA Dordrecht inv. 340, f. 49: op 4 febr. 1676 verlenen Hendrick van den Santheuvel, als procuratie hebbende van Margrita Cools, weduwe van Hugo Repelaer, dezelfde Hendrick van den Santheuvel en mr. Nicolaes van der Dussen, als voogden van Anthonia Cools, en mr. Diederick Bressij, schepen in wette van Dordrecht, als man van Waltheria Cools, samen kinderen en erfgenamen van Johan Cools, procuratie aan Johannes van Stabroek, koopmansbode van Dordrecht op Middelbrug, om van de VOC (Kamer Zeeland) in ontvangst te nemen de uitdeling van 25 gl. van ieder 100 gl. kapitaal over een aandeel van 600 gl.  

ONA Dordrecht inv. 340, f. 56: op 10 febr. 1676 verlenen Hendrick van den Santheuvel en mr. Nicolaes van der Dussen, als voogden van Anthonia Cools, en mr. Diederick Bressij, schepen in wette van Dordrecht, als man van Waltheria Cools, beiden kinderen van wijlen Waltherus Cools Johansz., procuratie aan Anthonij van den Santheuvel, wonende te Amsterdam, om van de bewindhebbers van de VOC (Kamer Amsterdam) in ontvangst te nemen de uitdeling van 25 gl. over een aandeel van 300 gl., dat op naam staat van de kinderen van Wouter Cools Johansz.  

ORA Dordrecht inv. 1628, g. 127v: op 15 sept. 1682 comp. voor notaris J. Hellu te Dordrecht Cornelis de Beveren, heer van de Lindt, als man van Anthonia Cools, mede-erfgename van Johan Cools. Hij verleent procuratie aan de stadsbode Hendrick Hoffman om namens hem in de secretarie van Dordrecht aan te nemen “tot securiteit” van zekere somma geld, als Margarita Dircx, weduwe van Johan Cools aan zijn vrouw gelegateerd heeft aan zijn vrouw, met de clausule van fideï-commis, zeker huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, genaamd “den Luijcksen Berm” en het huis van Bertel … [sic].

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 68: op 6 sept. 1695 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van Arent van der Hagen, lakenkoper te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de koopster en dat van notaris Johan van der Hoop. 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 okt. 1696: een zwarte baar voor Antonia Cools, weduwe van Cornelis de Beveren, heer van de Lindt, 19 maal luiden, bij avond begraven, in de Van Beveren-kapel

Kinderen:

a. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1682

b. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1683]

mevrouw de Vries [Maria van Blocklant, weduwe van burgemeester Cornelis de Vries] 5-5

Willem Gortzenius [apotheker] 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 43: op 29 juni 1661 verklaart Hendrick Kilmans, koopman en burger van Dordrecht, dat Hendrick van Barevelt en zijn vrouw Emmerentia Mesian schuldig zijn aan Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, waar uithangt “de Beurs”, staande tussen het huis van Cornelis de Vries en dat van Margreta Bordels.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 16 e.v.: op 4 mei 1677 verkoopt Maeijcken Pieters, weduwe van Cornelis Jansz. van Reijnesteijn, tabakverkoper en burger van Dordrecht, geassisteerd met Meeuwis Jansz. Reijnesteijn, haar zwager en bij testament van haar overleden manaangestelde medevoogd over haar kinderen, voor 5150 gl. aan Geerit Vos, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Cornelis de Vries Dingmansz., lid van de Oudraad, en dat van Margrita Bordels, weduwe van Cornelis van Esch. Waarborg: Meeuwis Jansz. Reijnesteijn. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 4000 gl.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 84v e.v.: op 13 mrt. 1688 verklaart Daniël van Veen, klerk in de secretarie, als procuratie hebbende van Abraham Cuijper en diens vrouw, Jenneken Jans, burgers van Dordrecht, datzij schuldig zijn aan Jan Adriaens, burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester De Vries en dat van ds. Henricus Francken.

ORA Dordrecht inv. 796, f. 1v e.v.: op 6 jan. 1689 Jan de Bets, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van Abram Cuijper, burger van Dordrecht, verkoopt voor 7025 gl. aan Willem Gortzenius, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Maria van Blocklant, weduwe van burgemeester Cornelis de Vries en dat van ds. Henricus Francken. De koper neemt te zijnen laste twee schuldbrieven van 4000 en 1000 gl., die resp. de weduwe Reijnesteijn, ten behoeve van haar kinderen, en Aert Teggers op het huis sprekende hebben.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 9v e.v.: op 25 febr. 1705 verkoopt Alida Dammius, laatst weduwe van Willem Gortsenius, apotheker te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Johannes van Braam, boekdrukker te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Maria van Blokland, weduwe van burgemeester Cornelis de Vriese, en dat van de weduwe van ds. Henricus Francken. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2000 gl.]

ds. Henricus Francken 3-10

[Het huis “de Lantscroon”.

Henricus Francken, gedoopt NG Amsterdam (Nieuwe Kerk) 13 febr. 1635, jongman van Amsterdam (1665), proponent te Wognum in West-Friesland 1658, predikant te Dordrecht 1662-1704, dichter, zoon van Gerard (Gerrit) Francken en Janneke Frits, trouwde NG Dordrecht 8/26 febr. 1665 Catharina van Esch, weduwe van Paulus de Moor, wonende tegenover de Munt [in de Voorstraat te Dordrecht] (1665)

ONA Dordrecht inv. 189, akte 104: op 29 jan. 1683 verkoopt Willem Bollaert, oud-burgemeester en thesaurier van de stad Tholen, als executeur-testamentair en voogd over de onmondige kinderen van Margrieta Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, tevens vervangende zijn zwager en mede-executeur en voogd, ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Tholen, voor 9425 gl. aan ds. Henrick Francken, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Tolbrug, genaamd “de Lantscroon”, staande tussen het huis van Dudley Irish, Engels koopman, en dat van Abraham Cuijper, als man van de weduwe van Geeraert Vos. Het verkochte huis heeft achter een tuin, twee woningen en een uitgang naar de Varkenmarkt, alsmede een erf, dat verhuurd wordt en uitkomt in de Tolbrugstraat Waterzijde, (vanouds genaamd “de Coeijstalle]. Bij de koop is o.a. inbegrepen het goudleer in de achterkamer [en ledikanten, kasten, platen, een rustbank en andere losse goederen, die door schepenen zijn getaxeerd op 1542 gl. (ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26v, akte dd 22 juni 1683)].

ORA Dordrecht inv. 799, f. 149v e.v: op 30 juni 1696 verkopen Gijsbert de Jager en Jan de Bedts, notarissen te Dordrecht, en Rochus van de Krab, die door het Gerecht van Dordrecht zijn aangesteld tot curatoren over de insolvente boedel van Pieter van Gutgens volgens besluit dd 20 aug. 1695, voor 8825 gl. aan Henricus Francken, predikant te Dordrecht, en diens zoon, mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, een nieuw gebouwd, sterk en welgelegen blok pakhuizen, bestaande uit vier pakhuizen, waarvan er één is “geapproprieert” tot een woonhuis, en een trasmolen, staande op het nieuwe eiland, anders genaamd de Kalkhaven, tussen het stadserf en het huis van Sijmon van Driell. De koopsom is gebracht in consignatie van de stad Dordrecht door Gerard Francken onder secretaris De Witt.

ORA Dordrecht inv. 1638 (nieuw), f. 66v: op 20 juli 1700 verkopen ds. Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, en mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, voor 4500 gl. aan Cristiaen Logeman, koopman te Dordrecht, de helft van een blok pakhuizen, het woonhuis daarbij inbegrepen, genaamd “Amsterdam”, staande op het eiland aan de Kalkhaven tussen het huis van kapitein Jan Boonen aan de westzijde en de wederhelft van het blok pakhuizen aan de oostzijde. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 4000 gl. 

– 30 nov. 1728: Bartholomeus van Gelsdorp, notaris en procureur te Dordrecht, als procuratie hebbende van Petrus Francken, mede-erfgenaam van Catharina van Esch, in haar leven weduwe van Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, en als mede-erfgenaam van mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, voor zichzelf en als voogden van Jan Hendrik de Roo, tevens vervangende ds. Aegidius Francken, predikant te Maassluis, mede-erfgenaam van Catharina van Esch en mr. Gerard Francken, verkopen voor 785 gl. aan Johannes Maiden, arts te Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Barent van Asperen en dat van Egbert van der Leij. Dezelfde comparanten verkopen voor 4000 gl. aan Jan Gardenier, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Kalkhaven of Nieuwe Uitleg, staande tussen het huis van de koper en het pakhuis van de weduwe van Jacob Timmers. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 4000 gl. (ORA Dordrecht inv. 815,f. 181v e.v.)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. mr. Gerrit (Gerard) Francken, 1 jan. 1666, advocaat voor het Hof van Holland

b. Pieter en Hendrik, 18 mrt. 1669

c. Johanna, 29 nov. 1670

d. mr. Hendrick Francken 15 juli 1674, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Beurs (1710), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 jan./10 febr. 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catharina van Esch, weduwe van Henricus Francken,predikant te Dordrecht, de bruid met haar moeder Cornelia Palm, weduwe van Pieter de Vriese, oudraad van Dordrecht) Anna Cornelia de Vriese, van Dordrecht, wonende omtrent de Beurs (1710)

mr. Henricus Francken, advocaat te Dordrecht

e. Gillis (Aegidius) Francken en Jan Francken, 3 mrt. 1676

Ds. Aegidius Francken, predikant te Rijsoord 1704, te Maassluis 1713, schrijver, overleden   Maassluis 16 april 1743, begraven ald. 22 april 1743 (DTB Maassluis), trouwde Anna van Kleverskerken 

ORA Dordrecht inv. 823, f. 100v e.v.: op 22 jan. 1751 mr. Hendrik Franken, oudraad van Dordrecht en baljuw van de Merwede etc., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Lodewijk Pilat, predikant in Den Haag, en van diens vrouw Catharina Maria Franken, samen erfgenamen ab intestato van hun moeder Anna van Kleverskerken, in haar leven weduwe van de predikant Aegidius Franken, volgens procuratie gepasseerd voor Abraham Cortebrant, notaris te Den Haag op 18 jan. 1751, verkopen voor 6000 gl. aan Ruben van Hoven, inwoner van Dordrecht, een huis op de Drappierskade [Wolwevershaven], staande tussen de raffinaderij “Stokholm” en het huis van Johan Borret.

Kinderen:

e-1. Henricus Francken, oudraad van Dordrecht en baljuw van de Merwede

e-2. Catharina Maria Francken, trouwde ds. Willem Lodewijk Pilat, predikant in Den Haag

ds. Aegidius Francken (1730)

f. Maria, 22 juli 1678

g. Jacob, 24 sept. 1680

h. Catharina, 9 dec. 1682]

de heer Dudlij Iris [Irish, Engels koopman] 3-10

[Het huis “de Gouden Leeuw”.

NG trouwboek Dordrecht 3 juni 1674: Dudly Irish koopman van de [Engelse] Court jongman van Rotterdam en Elsybetha van Herwijnen jonge dochter van Dordrecht, beiden wonende bij de Beurs, getr. 19 juni 1674

Elisabeth van Herwijnen, gedoopt NG Dordrecht 1656, dochter van Dirck van Herwijnen en Hester Hulshout

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 99v: op 27 april 1694 verkoopt Cornelis Cnop Maasschipper aan Dudlij Irish, Engels koopman te Dordrecht, voor 325 gl. een huisje in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Jacobsz. kalkmeterU en dat van de erfgenamen van Hendrick Hendricx.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 5: op 12 mrt. 1709 verkopen Dudleij Irisch, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth van Herwijnen, zijn meerderjarige zoon Johan Irisch en Boudewijn Balen, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan van Herwijnen, schepen van Zaltbommel, ontvanger van de konvooien en licenten ald., om voor hem, Johan van Herwijnen, aan wie volgens de akte van scheiding van Dirk van Herwijnen en Hester Husthout, gepasseerd voor notaris J. Buijrt te Dordrecht op 13 juli 1674, het navolgende huis toekomt, voor 11.300 gl. aan Gijsbert van Aalst, impostmeester te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Gouden Leeuw”, staande in de Wijnstraat tussen het huis vande weduwe van ds. Henricus Francken en het huis van de koper, met twee woningen ernaast, staande in de Tolbrugstraat Waterzijde.]

Adriaan de Bruijn 2-3

[Het huis “den Reus”.

ORA Dordrecht inv. 1623 (nieuw), f. 1: op4 jan. 1670 verklaart Herman Kels, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Johannes van Ruijssen een somma van 1100 gl., verbindende een huis tegenover de Beurs, staande tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van de kinderen en erfgenamen van Dirck van Herwijnen.

ORA Dordrecht inv. 1631 (nieuw), f. 28v: op 27 mei 1687 verkoopt Adriaen van de Schepper, burger van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van zijn overleden zuster, Elisabeth van de Schepper [vrouw van Gerhard van Berghloon], voor 4000 gl. aan Adrijaen de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt], staande tussende Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Dudleij Jeris.

ORA Dordrecht inv. 807, f. 4: op 26 febr. 1709 verkoopt Adriaen de Bruijn voor 7000 gl. aan Gijsbert van Aalst, impostmeester van verscheidene gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Reus”, met het achterhuis, vanouds genaamd “de Kalkmaat”, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs tussen het huis “de Goude Leeuw”, dat door de koper op dezelfde dag is gekocht, en de Tolbrugstraat Waterzijde.]

D’ander sijde van de Voorstraat begint op de Tolbrugge [Groenmarkt-Grotekerksbuurt aan de zijde van de Voorstraatshaven,tussen Scheffersplein en Grote Kerk]

Sara Koomans 0-17

Joannes Severijn 0-16

Joannes Pietersz. van der Hoff 1-19

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 67 e.v.: op 28 mrt. 1684 verkopen Belia van Wijngaertstraeten, weduwe van Adriaen Vinck, Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, als voogden over Gerardt van der Thuijnen, minderjarige zoon van Magtalina van Wijngaertstraeten, bij haar verwekt door Willem van der Thuijnen, samen erfgenamen van Johanna [Josina]van der Nath, in haar leven laatst weduwe van Huijbrecht Schalck, voor 3525 gl. aan Johannes van der Hoff, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen de Tolbrug en het huis van Geeman van Cappel.

Genealogie:

I. Jacob van Wingertstraten (van Wijngaerstraeten) Abramsz., jongman van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1639), trouwde NG Dordrecht 21 aug./4 sept. 1639 Josina van der Nath Maertensdr., van Dordrecht wonende omtrent de Pelserbrug (1639), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug, trouwde 2e NG Dordrecht 2/25 juli 1651 (procl. te Bergen op Zoom) Huijbrecht Schalck, jongman van Bergen op Zoom (1651), blikslager

Kinderen (ex 1)

a. Hendricksien, gedoopt NG Dordrecht mei 1640

b. Machtelt (Machtelina) van Wijngaertstraeten, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1645, volgt II

c. Belia van Wijngaertstraeten, geboren ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1668), trouwde NG Dordrecht 17 juni 1668 (ondertrouw) Adriaen Vinck, jongman van Dordrechtwonende bij de Tolbrug (1668), koopman van wijnen

II. Machtelt (Machtelina) van Wijngaertstraeten, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1666), trouwde NG Dordrecht4 april 1666 (ondertrouw) Willem van der Thuijnen, gedoopt NG Dordrecht okt. 1641, jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1666), chirurgijn, zoon van Gerrit Thomasz. van der Tuijnen en Maeijke Goverts

Kind:

a. Gerard van der Thuijnen, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1667]

Geeman van Cappel [waagmeester (ORA Dordrecht inv. 800, f. 34, akte dd 9 mei 1697)]  2-5

[ORA Dordrecht inv. 1628 (nieuw), f. 87 e.v.: op 23 april 1682 verkoopt Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, voor 5500 gl. aan Geeman van Cappel, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Willem van der Thuijnen, veertigraad van Dordrecht, en dat van Johannes van der Hoff. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3000 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 19: op 28 april 1695 verkoopt Geertruijt Vermanden, weduwe van Geman van Cappel, voor 5000 gl. aan Jacob de Jongh, notaris te Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt bij de Beurs, staande tussen het huis van Johannes van der Hoff en dat van Jillis van den Bergh. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 2000 gl., die Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.]

f. 5

Gillis Claasz.[van den Bergh, vettewarier] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1622 (nieuw), f. 61: op 8 okt. 1668 verkoopt Hendrick Willemsz., wonende te Ouderkerk a/d IJssel, als mede-erfgenaam van Dircxken Hendrick, weduwe van Cornelis Arijensz. kaaskoper, voor 3600 gl. aan Gillis Claesz., vettewarier en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Leijhamer”, staande tussen het huis van Wouter Spruijt en dat van de weduwe van Jan Otten van Asperen. Waarborgen: Willem Hendricx, wonende te Ouderkerk. Claes Joppen, wonende te Alblas, en Cornelis Janssen, wonende te Krimpen a/d Lek. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 132v: op 7 dec. 1690 verklaart Gillis Claesz. van den Bergh, burger van Dordrecht, dat hij “bij forme van donatie onder den levende”, schenkt aan zijn dochter, Aeltgen van de Bergh, vrouw van Cristoffel Bitter, al de goederen, die hij bezit, verminderd met al zijn schulden, op voorwaarde dat hij, Van den Bergh, van al die goederen zijn leven lang het vruchtgebruik zal behouden. Zijn dochter zal tevens gehouden zijn, indien hij gaat hertrouwen, na zijn overlijden aan zijn weduwe of iemand anders, die hij later zal aanwijzen, een bedrag van 630 gl. uit te keren.

ORA Dordrecht inv. 800, f. 15v e.v.: op 16 april 1697 verklaren Christoffel Bitter, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, zijn vrouw Aeltjen van den Bergh, en Gillis van den Bergh, burger van Dordrecht, wegens geleende penningen schuldig te zijn aan notaris Johan van der Hoop een bedrag van 1500 gl., verbindende een huis tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Oostrum en dat van Pieter Quijntijn mr. kleermaker, en een huis op de Vogelmarkt, waarin de comparanten wonen, staande tussen het huis van notaris Jacob de Jongh en dat van Jan Sterck mr. kleermaker, alsmede vier naast elkaar staande huizen in de Tolbrugstraat Landzijde.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 89:op 19 mei 1716 verkoopt Cristoffel Bitter, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Maria van Immerseel, weduwe van Hendrik Klijn, een huis op de Groenmarkt bij de Beurs, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob de Jongh en dat van Boudewijn van Sevenom.]

Stijntie van Asperen 2-0

[Jan Otten van Asperen, jongman van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1639) tingieter, trouwde NG Dordrecht 13/29  mrt. 1639 Stijntgen (Christina) Theunis Bastiaensdr. Rijcken, jonge dochter wonende bij de Augustijnenkerk (1639)

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 48v e.v.: op 9 dec. 1641 verkopen Roelant Jacobsz. van de Brandelaer, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Franchois Swagers en Huijbert Beens, als executeurs-testamentair van Goris de Weert, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Laurens Cornelisz. Schouten, regent van het weeshuis te Weesp, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Hogeboom te Amsterdam op 13 juni 1641, voor 2275 gl. aan Jan Otten van Asperen, tingieter en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], genaamd “de Verkeerde Werelt”, staande tussen het huis van Cornelis Arijensz. kaaskoper en dat van Adriaen de Jong apotheker. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Goris de Weert en aan Laurens Cornelisz. Schouten een somma van 1137 gl. Borgen: Willem Claesz. Kilsdonck en Cornelis Jansz. timmerman, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1614, f. 25v: op 1 mei 1651 verkoopt Cristijntgen Theunisdr., weduwe van Jan Otten van Asperen, aan de voogden over de kinderen van Jan Tailler een jaarlijkse losrente van 30 gl., verzekerd op een huis op de Groenmarkt, genaamd “de Verkeerde Werelt”, staande tussen het huis van Daniël Eelbo en dat van Cornelis Ariaensz. kaaskoper.

ONA Dordrecht inv. 182, akte 21: op 11 febr. 1668 verklaren Otto Jansz. van Asperen, oud-kapitein van de burgerij van Dordrecht, als testamentaire voogd over drie minderjarige weeskinderen van wijlen Jan Tailler en Cornelia Otten van Asperen, genaamd Cathelijna, Roelandt en Maeijke Tailler, ontvangen te hebben van Christina Theunisdr., weduwe van Jan Otten van Asperen, een somma van 600 gl. wegens de aflossing van het kapitaal van een schepenenschuldbrief, verleden door Christina Theunisdr. op 1 mei 1651 en verzekerd op een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Daniël Eelbo en het huis, waarin Martinus Huijgens woont.

ORA Dordrecht inv. 1622 (nieuw), f. 8v: op 23 febr. 1668 verklaart Cristintgen Theunisdr., weduwe van Jan Otten van Asperen, schuldig te zijn aan Ida Wessels een somma van 600 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, genaamd “de Verkeerde Weerelt”, staande tussen het huis van de weduwe van Daniël Eelbo en dat van Cornelis Arijensz. kaaskoper.

ONA Dordrecht inv. 327, f. 253: op 26 aug. 1689 testeert Stijntgen Theunis, weduwe van Jan Otten van Asperen, tingieter en burger van Dordrecht. Zij prelegateert aan haar ongehuwde dochter Maeijken van Asperen haar beste bed, het paars behangsel, tafelkleed en kussens, een paar slaaplakens, vier paar fluwijnen, twee dozijn servetten, twee tafellakens, het zilverwerk, dat zij dagelijks “op haer sijde is dragende”, een somma van 400 gl., het grootste portret van haar en haar man, al het fijne porselein en de grootste zilveren beker. Tot erfgenamen van aal haar overige na te laten goederen benoemt zij haar vijf kinderen, met name Maeijcken, Anthonia, Catharina, Otto en Janna van Asperen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Als haar zoon Otto zonder kinderen na te laten zal overlijden, zal zijn erfdeel komen aan zijn zusters of hun kinderen. De testatrice wenst, dat Otto’s erfportie tijdens zijn verblijf in het buitenland zal blijven berusten bij haar oudste dochter Maeijken van Asperen. Zij wenst, dat Anthonia de 200 gl., die zij boven haar uitzet van haar heeft gekregen, in de boedel zal inbrengen, evenals Catharina een somma van 130 gl,, Otto een somma van 100 gl. wegens het gereedschap, dat hij in gebruik heeft, en Janna een somma van 100 gl. Zij bepaalt voorts, dat haar huis aan de Groenmarkt niet eerder verkocht zal worden dan “in’t laetste half jaer huijre”. Tot voogd en executeur van haar testament benoemt zij Willem van Blijenbergh. 

ORA Dordrecht inv. 1634 (nieuw), f. 166 e..v.: op 11 nov. 1694 verkopen Anthonij Dormaal, als man van Catarina van Asperen, Willem van Coeverden, als man van Janna van Asperen, voor zichzelf en tevens vervangende Otto van Asperen, die in Oost-Indië verblijft, en Antonia van Asperen, weduwe van Francois Dermoeij, wonende te Middelharnis, samen kinderen en mede-erfgenamen van Stijntje Teunisdr. Rijcken, weduwe van Jan Otto van Asperen, voor 1200 gl. aan Johannes Sterck, burger van Dordrecht, als man van Maeijcken van Asperen, mede dochter en erfgename van Stijntje Teunisdr. Rijcken, vier vijfde parten van een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob van der Wel en dat van Jillis Jansz. [sic] kaaskoper.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 154: op 12 mei 1722 verkopen Francois van Schie, preceptor in de Latijnse School, als executeur-testamentair van Anna van Vlugt, de vrouw van Boudewijn van Sevenom, en Jacob Kuijter, koopman te Dordrecht, vervangende Cristiaen Logeman, koopman te Delft, als voogden over de minderjarige kinderen van Anna de Vlugt, voor 1600 gl. aan Johanna Steckruijters, weduwe van Jan Hendriksz. Brants, een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen het huis van Johan Roedolff Bremke en dat van [NN] Struijkman.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 190: op 8 juli 1734 verkopen Adriaan Onder de Linde en Cornelis Wiltens, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieternella Brants, overleden in Dordrecht, en als procuratie hebbende van Gerard de Bruijn, echtgenoot van Sijbilla Brants en van Sijbilla Brants zelf, voor 2140 gl. aan Helena en Elisabeth Boonen, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johan Rudolff Bremken en dat van Matthijs Struijkman.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht);

a. Maeijken van Asperen, dec. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Breestraat (1694), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/24 jan. 1694 (de bruid geassisteerd met haar zuster Catharijntie van Asperen) Johannes Sterck, weduwnaar van Brielle wonende bij de Vismarkt (1694)

ORA Dordrecht inv. 798, f. 169 e.v.: op 16 nov. 1694 verklaart Johannes Sterck, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Wessel de Ram, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl. Hij verbindt een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt] aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob van Wel en dat van Jillis Jansz. kaaskoper.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 20 e.v.: op 3 mrt. 1700 verkoopt notaris Jacob van Dijck, als procuratie hebbende van Johannes Stercke en zijn vrouw Maijcken van Asperen, burgeres van Dordrecht, voor 1550 gl. aan Ida van Gewas, weduwe van Rijnier van Sevenum, burgeres van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van Gillis van den Bergh en dat van Jan Rudolph Broemcken. De koopster is schuldig aan Hester Braats, weduwe van Willem Oudeman, koopman te Dordrecht, een somma van 1000 gl.

b. Antonetta van Asperen, 25 sept. 1642, trouwde Frans Dermoijen

c. Catharijna van Asperen, 8 jan. 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1679), trouwde NG Dordrecht 19 febr. 1679 (ondertrouw) Anthonij Dormaal, jongman van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1679), schrijnwerker

d. Otto van Asperen, 3 jan. 1648, jongman van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1672), trouwde NG Dordrecht/Rijsoord 14/28 aug. 1672 Cornelia van Baelen, weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1679), trouwde 1e Johan Cop, procureur te Dordrecht 

ONA Dordrecht inv. 325, f. 146: inventaris dd 2 nov. 1679 van de goederen, die zijn nagelaten door Cornelia van Baelen, de vrouw van Otto van Asperen, bevonden ten huize van Adriaen Mortier, bakker en burger van Dordrecht, waar Cornelia is overleden, gemaakt ten overstaan van Johannes Mortier, als voogd van het weeskind van Cornelia van Baelen, bij haar verwekt door Johan Cop, procureur te Dordrecht, enerzijds en Franchoijs Dermoeijen, als man van Anthonia van Asperen, Anthonie Dorremee [sic], als man van Catarina van Asperen, en Willem van Coeverden, als man van Janna van Asperen, zwagers van Otto van Asperen. De boedel bevat meubels, huisraad, kleren, een bijbel en een testament, sieraden en drie schilderijen. 

e.  Janna van Asperen, geboren naar schatting ca. 1649, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Beurs (1669),  trouwde NG Dordrecht 7/22 april 1669  Willem van Couverden (van Coevorden), jongman van Dordrecht wonende op de Pelserbrug (1669)

f. Margriet, 10 okt. 1650]

Jacobus van Wel [winkelier] 1-15

[NG trouwboek Dordrecht 10 jan. 1683: Jacobus van Wel lakenkoper jongman en Anna Kelst [Kels] jonge dochter, beiden van Dordrecht, wonende bij de Beurs, getrouwd op 26 jan. 1683

ORA Dordrecht inv. 793, f. 95: op 27 juni 1684 verkoopt Roeloff Eelbo, advocaat wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Geertruij van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, voor 3800 gl. aan Jacob van Wel, winkelier en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Dirck Hendricxsz. Mutsaert en dat van de weduwe van Jan Otten van Asperen. De koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 3800 gl. In margine: op 2 mei 1744 verklaart P. Eelbo, dat hij van Hendrik van Ardenne ontvangen heeft een somma van 1000 gl. met 40 gl. over een jaarinterest, waarmee de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 3 mei 1754 (sic).]

Dirk Hend. Mutsert [mr. witwerker] 1-13

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 23 april 1691: een baar voor de vrouw van Dirck Mutsert witwerker bij de Beurs in “’t Haenken”.

Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 49: op 17 april 1694 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Sebastiaen Mutsert en zijn vrouw Johanna van Abcoude, op 14 april 1693 gepasseerd ten overstaan van notaris G. Muijs te Dordrecht, waarin zij tot voogden hebben aangesteld hun vaders, Dirck Mutsert, mr. witwerker te Dordrecht, en kapitein Johan van Abcoude.]

Adriaan van Buuren 1-13

Sebastiaan van der Lis [apotheker] 1-16-4

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 47v e.v.: op 7 juni 1695 verkoopt Sebastiaan van der Lisse, apotheker, voor 2200 gl. aan Jan van Rijsoort, bakker en burger van Dordrecht, een huis aan de Groenmarkt, genaamd “den Climmenden Ram”, staande tussen het huis van Adriaan van Buren en het huis, dat is gekomen van Willem van der Tuijnen en thans toebehoort aan [Jacobus] Warnier, mr. zilversmid. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl.]

de heer Willem van der Tuijnen 1-1-8

[NG trouwboek Dordrecht 4 april 1666: Willem van de Thuijnen chirurgijn jongman wonende bij de Nieuwbrug en Machelina van Wijngaertstraten jonge dochter wonende bij de Beurs, beiden van Dordrecht

NG trouwboek Dordrecht 24 mrt. 1669: Willem van der Tuijnen weduwnaar wonende omtrent de Beurs en Cornelia Brinkhof jonge dochter wonende bij de Vleeshouwersstraat, beiden van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 798, f. 99 e.v.: op 21 april 1694 verkoopt kapitein Willem van der Tuijnen, veertigraad van Dordrecht, voor 3670 gl. aan Jacobus Warnier, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt] aan de havenzijde, staande tussen het huis van Sebastiaen van der Lisse en dat van Pieter Mes, welk huis hem is aanbestorven bij overlijden van Abraham van Wingerstraten, die de grootvader was vanzijn, verkopers, eerste vrouw zaliger, Maghdelijna van Wingerstraten. Zijn schoonzuster, Belia van Wingerstraten, weduwe van Adriaen Vinck, burgeres van Dordrecht, verklaart in de overdracht van het huis toe te stemmen, aangezien het huis al in 1668 aan haar zwager is toebedeeld en zij daarvoor is gecompenseerd. De koper is schuldig aan Margrita Morees, weduwe van Hendrick Vermaes, een somma van 2000 gl., verbindende het voornoemde huis.]

Barent van Radesteijn 1-3-8

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 3: op 19 jan. 1661 verkoopt Joris Teerling, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Joris Fruijthoven, schoolmeester te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van Aller te Rotterdam op 21 juli 1659, voor 2000 gl. aan Barent van Radesteijn een huis omtrent de Visbrug, staande naast het huis Dionijs van Duijn.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 44 e.v.: op 19 mei 1711 verkoopt Pieter Mes, weduwnaar en erfgenaam van Elske Neringh, voor 1500 gl. aan Gerrardus van de Verwe, mr. kleermaker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, dat wordt bewoond door de weduwe van Arij de Vos, staande tussen het huis van de weduwe van Jacobus Warnier en dat van Ida van Gewas, weduwe Van Sevenum. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl.]

Rijnier van Sevenum 1-11

[NG trouwboek Dordrecht 9 mrt. 1664: Reijnier van Zevenom bakker jongman wonende bij de Boom en Ida van Gewas jonge dochter wonende bij de Beurs beiden van Dordrecht, getrouwd op 25 mrt. 1664

Reijnier van Sevenom, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1641, begraven Dordrecht (graf 28 in de Nieuwkerk) 10 aug. 1689 (Reijnier van Seuvenom, in de Wijnstraat bij de Beurs, één maal luiden) [Nelemans, o.c., p. 91], zoon van Boudewijn Wijnantsz. (Sevenum), houtwerker te Dordrecht en Belijken (Belichje) Barrevoet Reijniersdr.]

Pieter Muijs [notaris] 1-0

f. 5v

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 70: op 10 jan. 1682 verkoopt Wijntje Thijs, weduwe van Adriaen Aelwijns, burgers van Dordrecht, voor 700 gl. aan Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Reijnier van Sevenum en de Karnemelksteiger en de woning van de koper.] 

Pieter Muijs 1-3

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 131: op 9 nov. 1669 verkopen “Dirck de Vrije, Raet der Stede Gouda als voocht vant naergelaten weeskint van za: Hester Vlack aen haer verweckt bij Adriaen van Ardennen indijer qualiteijt voor hem selve ende Last en procuratie hebben(de) vande heer mr. Floris Cincq mede Raat der Stede Gouda en voocht vant voors. weeskint, blijckende bijde zelve procuratie gepasseert voor(de) Notaris Laurens Balbion en(de) sekeren getuijgen tot Gouda voornt. residerende in date den vijffde deser mitsgaders approbatie en(de) auctorisatie hebben(de) van Mijn Ed: heeren van(de) Gerechte deser Stede blijckende bijde acte daer van sijnde in date den xvii October 1669 ons Schepenen verthoont, mitsgaders Adriaen van Ardennen voor hem selve en(de) als Vader en mede voocht vant voors. weeskint”, voor 4000 gl. aan Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Jan Muijs en de Karnemelksteiger, alsmede een woning naast de Karnemelksteiger, staande tussen het voorgaande huisORA Dordrecht inv. 1622, f. 131: op 9 nov. 1669 verkopen “Dirck de Vrije, Raet der Stede Gouda als voocht vant naergelaten weeskint van za: Hester Vlack aen haer verweckt bij Adriaen van Ardennen indijer qualiteijt voor hem selve ende Last en procuratie hebben(de) vande heer mr. Floris Cincq mede Raat der Stede Gouda en voocht vant voors. weeskint, blijckende bijde zelve procuratie gepasseert voor(de) Notaris Laurens Balbion en(de) sekeren getuijgen tot Gouda voornt. residerende in date den vijffde deser mitsgaders approbatie en(de) auctorisatie hebben(de) van Mijn Ed: heeren van(de) Gerechte deser Stede blijckende bijde acte daer van sijnde in date den xvii October 1669 ons Schepenen verthoont, mitsgaders Adriaen van Ardennen voor hem selve en(de) als Vader en mede voocht vant voors. weeskint”, voor 4000 gl. aan Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Jan Muijs en de Karnemelksteiger, alsmede een woning naast de Karnemelksteiger, staande tussen het voorgaande huis en dat van Van Duijnen en dat van Van Duijnen.]

Karnemelksteiger

Jacobus Muijs 1-10

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 204 e.v.: op 27 jan. 1685 komen de kinderen en erfgenamen van wijlen Johan Muijs stadsbode, t.w. Pieter Muijs, voor zichzelf en als medevoogd van het weeskind van wijlen Geertruijt Muijs, mr. Johan Muijs, Jacobus Muijs, Anna Muijs, weduwe van Hendrick van de Snoeck, en Jacob Stopman, als man van Levina Muijs, overeen, dat het huis in de Wijnstraat op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van de weduwe van Willem Oudeman en dat van Pieter Muijs, aangenomen zal worden door voornoemde Jacobus Muijs, aan wie het huis verhuurd is tot 1 mei 1687, voor een bedrag van 2635 gl.]

ORA Dordrecht inv. 800, f. 12v e.v.: op 27 mrt. 1697 compareert voor schepenen van Dordrecht Jacobus Muijs, burger van Dordrecht, die door de Staten van Holland is gemachtigd om “op het naar te noemen huijs ende erve, met communicatie van sijnen broeder Pieter Muijs, te mogen negotiëren een somme van sevenhondert gul., gelijcx het naargenoemde huijs ende erve ter somme voorsz. oock is ontslagen uijt den fideïcommisse waar mede sijnen vader Jan Muijs het voorsz. huijs ende erve, volgens den testamente van den 26en feb. 1680, hadde belast”, volgens besluit van de Staten van Holland dd 18 okt. 1696. De comparant verklaart schuldig te zijn aan zijn broer, Pieter Muijs, een bedrag van 700 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis op de Vogelmarkt, staande tussen het huis van Pieter Muijs en dat van de weduwe van de heer Oudemans.]

de weduwe van de heer Willem Oudeman 2-0

Cornelia Vegters 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 3 e.v.: op 6 febr. 1685 verkoopt Maria Servaes, weduwe en erfgename van Jan Jeremias, burger van Dordrecht, voor 3700 gl. aan Cornelia Vechters, de vrouw van Aert van Proijen, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, en het huis van Elisabeth Hulsthout, weduwe van Anthonij van Meeningen. Waarborgen: Franchijntje Jans, weduwe van Willem de Cler, en Sijmon Jansz. Germijn, de zoon van de comparante.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 116v: op 12 okt. 1686 verklaart Cornelia Veghters, vrouw van Aert van Proijen, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan de voogden van de kinderen van voornoemde Aert van Proijen, een somma van 333 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van juffrouw Van Meeuwe en dat van juffrouw Oudeman.]

Boudewijn Balen 1-15

[Begraafboek Grote Kerk 3 okt. 1690: een baar voor Boudewijn Balen Jansz. op de Visbrug, pondgraf.]

Rijnier van Rosmaar [koopman] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 18 e.v.: op 14 april 1695 verkopen Johannes van Bergen, grutter te Dordrecht, voor zichzelf en Sebastiaan van der Lisse en Reijnier van Rosmael, kooplieden te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Bartholomeus van Bergen, lakenkoper te Dordrecht, voor 1640 gl. aan Casper van Breda, korenmeter en inwoner van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Elisabeth Hulsthout, weduwe van Anthonij van Meeninge, en dat van Michiel van der Milt korenmeter. De koper is schuldig aan de voogden van voornoemde weeskinderen een bedrag van 300 gl. In margine: op 25 juli 1758 comp. Casparus van Breda, doodbidder en burger van Dordrecht, en toont de originele brief met de kwitantie op de rug daarvan, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. De kwitantie is ondertekend door Francois van der Lisse en gedateerd 5 mei 1758.]

Michiel van der Mild [korenmeter] 1-10

Abraham van Wingerdstraten [blikslager] 1-5

[NG trouwboek Dordrecht 11 juli 1666: Abraham van Wijngaertstraeten jongman wonende bij de Visbrug en Jannichje Ariens weduwe van Aerdt Gabriëlsz. Boons wonende aan de Grote Kerk beiden van Dordrecht, getrouwd 29 juli 1666

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 11 juli 1689: een baar voor Abram van Wingerstraten blikslager bij de Visbrug.]

Cornelis van 1-5

Hendrik van Aansurg 1-10

f. 6

de twee huizen van Hend. van de Crabb [bakker] 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 56: op 5 nov. 1665 verkoopt Jacob Schermer, lakenkoper en burger van Dordrecht, aan Hendrick van der Crab, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Schavaar en dat van Van Merpen. Betaald met een schuldbrief van 3000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 38v: op 19 juni 1675 verkopen Anneken Stoffels, weduwe van mr. Jan Schavardt chirurgijn en haar zoon Nicolaes Schavardt, wonende te Dordrecht, voor 1350 gl. aan Hendrick van der Crabbe, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van de koper en dat van Johannes Weijers. De koper is schuldig aan Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende twee huizen op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Johannes Weijers en dat van Van Aensorgen schiptimmerman.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 juni 1689: een baar voor Hendrick Roockusse van de Krab bakker tegenover brouwerij “de Sleutel”, twee maal luiden

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 140 e.v.: op 29 mei 1698 verklaart Cornelia van Middelcoop, weduwe van Hendrick van der Crab, geassisteerd met haar oudste zoon, Rochus van der Crab, schuldig te zijn aan Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis op de Groenmarkt, waar uithangt “de Rosemarijnboom”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Weijers en dat van Hendrick van Aensorgen, ,alsmede een huis in de Doelstraat, staande tussen de Heer Heymansuysstraat en het huis van Mighiel van Aensorgen en de weduwe van ds. Feij.]

Joannes Weijers 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 6v e.v.: op 17 febr. 1705 verkoopt Hendrick Wijers, koopman te Dordrecht, voor 1560 gl. aan Abram Tergier, burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover brouwerij “de Sleutel”, staande tussen het huis van Rochus van de Crab en dat van Hendrick de Leeuw.]

Arijen Jacobsz. Morra 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 79v: op 21 nov. 1705 verkoopt Hendrick de Leeuw, exploiteur van het Hof van Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als man van Geertruij Morre, dochter en mede-erfgename van Adriaan Morre, voor 2600 gl. aan Ida van Burghloon, de vrouw van Cornelis Kersse, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Visburg, staande tussen het huis van Teunis de Rover en dat van Abraham Targier.]

Teunis de Roover [witwerker] 2-5

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 378, akte dd 22 jan. 1686 het huis van Barent Vonck wordt aan één zijde belend door het huis van Theunis de Roover witwerker.]

Barent Vonk [mr. zilversmid] 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1622 (nieuw), f. 8: op 18 febr. 1668 verklaren Jan Jacobsz. van Buijl houtwerker en Willem Jansz. van Leent bleker, als man van Cornelia Jacobsdr. van Buijl, kinderen en erfgenamen van Maria Faessen, weduwe van Jacob Jansz. van Buijl, burgers van Dordrecht, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door hun moeder, aan Willem Jansz. van Leent is toebedeeld een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Manten Abrahamsz. Oeijens en dat van Theunis de Rover.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 8v: op 6 mrt. 1687 verkoopt Cornelia Jacobsdr. van Buijl, weduwe van Willem Jansz. van Leendt, bleker en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Barent Vonck mr. zilversmid een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt] tegenover brouwerij “het Witte Hart”, staande tussen het huis van Theunis de Roovere en dat van Jacob Damisz. Baen.]

Jacob Damisz. Baan 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 67v e.v.: op 19 okt. 1679 verkoopt Berbera de Veer, weduwe van Manten Abrahamsz. Oeijens, in zijn leven kousenkoper en burger van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jacob Damisz. Baen, wonende onder de jurisdictie van Hendrik-Ido-Ambacht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen de Visbrug en het huis van de weduwe van Willem Jansz. bleker.

ONA Dordrecht inv. 309, f. 272 e.v.: op 2 mei 1681 compareren Jacob Damisz. Baan, wonende op Zwijndrecht onder Hendrik-Ido-Ambacht, als eigenaar van het huis “het Claverblat”, zijnde het hoekhuis van de Visbrug aan de zijde van de Vogelmarkt enerzijds, en Matthijs Balen, als eigenaar van het huis daarnaast, waar uithangt “De Son”, anderzijds.]

Mattijs Balen Boudewijnsz. 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 163 e.v.: op 4 sept. 1696 verklaart Samuel de Moraaz, als procuratie hebbende van Petronella Hutten, weduwe van Matthijs Balen en Lijsbeth en Petronella Balen, gezusters, resp. moeder en dochters, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. van Dijck te Dordrecht op 25 febr. 1694, dat zij, moeder en dochters, voor de voldoening van zekere obligatie, door hen verleden voor dezelfde notaris op 25 febr. 1694 ten behoeve van Arent Coenen, burger van Dordrecht, inhoudende een somma van 500 gl., verbondenhebben een huis op de Visbrug aan de waterzijde, staande achter of tegen het huis van Isack Damasz.]

Arijen Gravensteijn 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 96v e.v.: op 8 febr. 1680 verkoopt Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de overige erfgenamen van Jacobmina van Baresteijn *, weduwe van Johan de Witt Willemsz., lid van de Oudraad, schepen en thesaurier van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Adriaen van Gravesteijn, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Visbrug, staande tussen het huis van Herman Vingerhoet en deVismarkt.De koper is schuldig aan verkopers een somma van 700 gl.

Jacomina van Baresteijn Johansdr., geboren 13 juli 1572 (volgens Balen één van de eerste drie kinderen, die in de Augustijnenkerk werden gedoopt, nadat Dordrecht zich aangesloten hadbij de opstand tegen Filips II van Spanje), overleden 11 jan. 1656, dochter van Jan Bartholomeusz. van Baresteijn (alias Jan Bartholomeusz. in’t Vosken) en Jacobmina Louff, trouwde 18 febr. 1590 Jan de Wit Willemsz., geboren 1567, thesaurier van Dordrecht 1611-1619, ontvanger van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625.]

Arent Koene [kruidenier] 3-0

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 14v e.v.: op 17 april1689 verkoopt Gillis van der Ooth, boekhouder te Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Vingerhoet, veertigraad van Dordrecht, voor 2100 gl. aan Aerent Coenen, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen de Visbrug en het huis van Maeijken Segers.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 58: op 11 juni 1711 verklaart Pouwels Coenen schuldig te zijn aan Andries Coenen, zijn broer, een somma van 2000 gl., welke hij verplicht is aan zijn broer uit te reikenkrachtens de akte van boedelscheiding van hun broer Arent Coenen en diens vrouw Angenietie Raets, beiden overleden. Hij verbindt voor de nakoming daarvan een huis op de hoek van de Visbrug, waarin Arent Coenen en zijn vrouw zijn overleden. Hendrick de Saive, kruidenier en burger van Dordrecht, verklaart, dat Pouwels Coenen, zijn schoonvader, dat huis aan hem en zijn vrouw, Sophia Coenen, als huwelijksgift geschonken heeft, op voorwaarde, dat hijonderhavige schuldbrief te zijnen laste zal nemen.

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 13 febr. 1710: Hendrikus de Saijve jongman van Luik geassisteerd met Antoni Witsen en Josephus de Blockhoes en Sophia Koenen jonge dochter van IJssenbroeck geassisteerd met Maaijcke Breedenraat haar goede bekende, getrouwd op 2 mrt. 1710

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 2 febr. 1719: Hendrick de Saive weduwnaar van Luik en Tresia de Joseeq jonge dochter van Luik geassisteerd met Hubert Borret haar oom “responderende voort consent van de moeder”, getrouwd op 26 mrt. 1719.

RK trouwboek Dordrecht 18 febr. 1719: D. Henricus de Saives en Dmlla. Maria Theresia de Jozee]

de weduwe van Jan Segersen[Blanckert] 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 66v: op 18 okt. 1668 verkoopt Jan Segertsz. Blanckert, burger van Dordrecht, aan Huijbert en Anna Hendricx een jaarlijkse losrente van 22 gl. 10 st., verzekerd op een huis omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Franchois Mol en dat van de erfgenamen van Cristiaen Heijligenhooft.]

f. 6v

de weduwe van Frans Cornelisz. Mol 2-5

de weduwe van Aarnold Stratenus 2-5

Karel Blanckert [beenhakker] 1-17-8

Sevrijn van Bragt 2-5

[Severijn, zoon van Tieleman van Bracht en Anna Schardinel, gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1658

NG trouwboek Dordrecht 26 juli 1682: Severijn van Bracht jongman wonende in het Steegoversloot en Marija Schalken jonge dochter wonende bij de Boom beiden te Dordrecht, getrouwd in Papendrecht 11 aug. 1682

Marija Schalken was schilderes en een zuster van de schilder Godfried Schalken.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 25 juli 1700: kapitein Severijn van Braght weduwnaar en Catarina de Haen jonge dochter beiden van Dordrecht enwonende bij het Stadhuis, getrouwd op 19 aug. 1700

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 39: op 14 aug. 1683 verkopen Wouter Cornelisz. van Lil, voor zichzelf en als testamentaire voogd, samen met Jan de Gier, over diens minderjarige kinderen, verwekt bij Catharina Cornelisdr. van Lil, tevens als voogd over het minderjarige kind van Adriaen Cornelisz. van Lil, verwekt bij Cornelia Combij, en nog als voogd over het kind van Maria Cornelisdr. van Lil, verwekt door Borger Borgersz., alsmede David Robbertsz., als man van Grietie Cornelisdr. van Lil, Govert Goris, als man van Josijntie Cornelisdr. van Lil, en Engeltie Cornelisdr. van Lil, weduwe van Dionijs van Duijnen, allen kinderen resp. kindskinderen en erfgenamen van Cornelis Woutersz. van Lil, in zijn leven burger van Dordrecht, voor 2150 gl. aan Cornelis Mes, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis omtrent en tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob Goudriaen bakker en dat van Judith van Hove.]

Jacob Willemsz. Goudriaan [bakker] 1-7

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 119 e.v.: op 2 okt. 1688 verklaart Jacob Willemsz. Goudriaen, bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Huijbert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Voorstraat [aan de Groenmarkt] omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Cornelis Mes en dat van juffrouw Havershouck, alsmede een tuin buiten de stadsgrond, liggende op stadsgrond tussen de tuin van notaris Petrus van Son en van Bastiaen van de Grient.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 29 juli 1689: een baar voor Anneken Davits de vrouw van Jacob Willemsz. Goudriaen bakker tegenover de Vleeshouwersstraat.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 116v e.v.: op 20 sept. 1690 verklaart Goverd de Bond, exploitier van de Hoven van Justitie in Holland en Brabant, als procuratie hebbende van Jacob Goudriaen, mr. bakker en burger van Dordrecht, mr. bakker en burger van Dordrecht, en Maria, Wilhelmina, Hendricka en Dina Goudriaen, meerderjarige dochters van Jacob Goudriaen, dat zijn principalen schuldig zijn aan mr. Hubert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van juffrouw Wens en dat van Cornelis Mes beenhakker, alsmede een tuin aan de Spuiweg, liggende tussen de tuin van notaris Pieter van Son en de tuin van Bastiaen van de Griend.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 129v: op 15 mei 1696 verkopen Willem, David, Maria, Willemina en Hendrina Goudriaen, tevens vervangende hun zuster Dijna Goudriaen, allen kinderen van Jacob Willemsz. Goudriaen, bakker en burger van Dordrecht, voor 2600 gl. aan Johannes Becius, apotheker en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tusssen het huis van Cornelis Mes beenhakker en dat van Abraham de Radt.]

Ulrig Bongards 3-0

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 152 e.v.: op 13 okt. 1694 verkopen Anthonij Leemans, raad en vroedschap te Brielle, als man van Maria Wens, die eerder weduwe was van Cornelis Havershoek, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, als enige erfgename van genoemde Havershoek volgens testament gepasseerd ten overstaan van van not. W. Walterij te Dordrecht op 23 okt. 1664, alsmede Maria Wens zelf, voor 4600 gl. aan Abram de Rath, koopman en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob Goudriaan bakker en dat van Hendrick van Rhijn. De koper is schuldig aan Maria Wens een somma van 4600 gl. In margine: op 27 aug. 1700 verklaart Alletta Wens, dat zij voor rekening van haar zuster, Maria Wens, van Abram de Rad ontvangen heeft de resterende 1200 gl. ter voldoening van nevenstaande hypotheekbrief, die derhalve wordt gecasseerd.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 27 e.v.: op 4 mei 1695 verklaren Adriaan de Rad, koopman te Rotterdam, als man van Geertruijd de Rad, en Abraham de Rad, koopman te Dordrecht, dat tussen hen geschil was ontstaan over zekere goederen, die met de bepaling van fideï-commis zijn vermaakt door wijlen hun broer, Cornelis de Rad, dat daarover later tussen hen een overeenkomst is gesloten, maar dat mr. Hubert van der Hoop, advocaat voor het Hof van Holland, als voogd over de minderjarige fideï-commissaire erfgenamen van Cornelis de Rad, moeilijkheden zijn gemaakt t.a.v. het overdragen van zekeren effecten uit die goederen. De comparanten stellen zich borg voor de “naemaninge”, die Van der Hoop of zijn erfgenamen zouden kunnen hebben wegens het overdragen van twee obligaties ten laste van de provincie Holland, t.w. een van 1000 gl. op naam van de kinderen van Abraham de Rad, gedateerd 31 mrt. 1693, en een van 800 gl. op naam van Hugo Versteegh, gedateerd 1 okt. 1693, welke zij die dag uit handen van Van der Hoop hebben ontvangen. Zij verbinden wegens deze borgstelling een huis [aan de Groenmarkt] tegenover de Vleeshouwersstraat, dat wordt bewoond door Ulrigh Bongers.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 114 e.v.: op 20 mrt. 1696 verklaren Abram de Radt en zijn vrouw, Jannetta van der Mandelen, schuldig te zijn aan ds. Francois Valentijn een somma van 4000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de kinderen van Jacob Goudriaan en dat van Hendrick van Rhijn, alsmede een huis met de branderij en wijnkelder daarachter, staande in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort op de hoek van de Ruitenstraat ofwel Vlamingstraat, tussen die straat en het huis van de weduwe van De Gilde, en tenslotte een tuin, gelegen op stadsgrond buiten de Vriesepoort tussen de tuin van procureur Jan de Bets en de tuin van Jan van Evelingen

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 35 e.v.: op 4 mei 1700 verklaren Abram de Rad en zijn vrouw Jannetta van der Mandelen, schuldig te zijn aan ds. Francois Valentijn een somma 2200 gl., verbindende een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Frans Verstraten en dat van Johannes Becius, alsmede een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van de weduwe De Gilde en de Ruitenstraat.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 122: op 4 mei 1702 verkoopt Jannetta Vermandel, de vrouw van Abram de Rad, als procuratie hebbende van haar man, voor 3600 gl. aan Rochus Roelandus, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat schuin tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Johan Becius apotheker en dat van Francois Verstrate.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 106: op 7 juni 1704 verkoopt Rochus Roelandus, burger van Dordrecht, voor 3600 gl. aan Maria de Vries, weduwe van ds. Cornelis Stratenus, predikant te Arnhem, een huis, staande tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen de apotheker Becius en dat van Frans Verstraten vleeshouwer.]

Hendrik van Rijn [france cramer, winkelier] 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1628 (nieuw), f. 93 e.v.: op 12 mei 1682 verkoopt notaris Johan van der Hoop, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 2090 gl. aan Hendrick van Rijnen, winkelier en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan de Haen en dat van de erfgenamen van Jacob Havershouck. De koper betaalt gedeeltelijk contant en deels met het overnemen van een hypotheek van 600 gl. ten behoeve van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 6v e.v.: op 2 febr. 1695 verklaart Hendrick van Rhijnen, “france cramer” en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan ds. Abraham Leonardus, predikant te Dordrecht, een somma van 1500 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in de Wijnstraat [Groenmarkt] tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan de Haan en dat van Abraham de Rad. In margine: op 21 mei 1715 toont Aart Verstraaten, als eigenaar van het voornoemde huis, de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 15v e.v.: op 5 febr. 1699 verkoopt Adriaan ’t Hooft, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes Beeker, Gerrit Beeker en Anthonij van Lith, allen kooplieden te Rotterdam, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Hendrick van Rijnen, overleden te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Maas te Rotterdam op 18 dec. 1698, voor 2300 gl. aan Frans Verstraten een huis op de Groenmarkt tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe De Haan en dat van Abram de Rad.]

juffrouw De Haan 3-5

Cornelia van Diemen 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 82: op 8 nov. 1701 verklaart Arien Struijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, mede-erfgenaam van Crijn van Diemen, wijnkoper te Dordrecht, schuldig te zijn aan Antoni en Pieter Bruijn, kooplieden in Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van juffrouw De Haan en Isaacq Verhoeve.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 138: op 12 sept. 1719 verkoopt Wouter van Bavel, burger van Dordrecht, als gemachtigde van de Kamere Juditieel van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Schouten, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan de Haan en dat van Isaacq Verhoeven.] 

de weduwe Dons 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 152: op 2 okt. 1664 verkoopt Margreta Ingenoel, weduwe van Gerrit Dons, aan mr. Basilius Alting, advocaat voor het Hof van Holland, een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op een huis omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Jan Gregoor en dat van Quirijn van Diemen.]

f. 7

de heer Adriaan Wilmart 2-0

[Adriaen Wilmart, gedoopt NG Dordrecht 20 mei 1647, jongman van Dordrecht wonende in de Kannekopersbuurt (1671), zoon van Pieter Gillisz. Wilmaer (Willemart), kuiper te Dordrecht, en Aeltjen Balthensdr. de Best, trouwde 1eNG Dordrecht/Dubbeldam 8 febr./8 mrt. 1671 Sara Hardi, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1647, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij het Stadhuis (1671), 2e Maria Rochusdr. van Wesel, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1647, dochter van Rochus Govertsz. van Wesel houtkoper en Margaretha Sijmonsdr. de Vries, trouwde 1e Samuel Adriaensz. ’t Hooft

– 15 jan. 1664: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Pieter Gillisz. Wilmart en diens vrouw Aeltgen de Best, tussen hun vier kinderen, t.w. Balten Wilmart, schilder, Gillis Wilmart, beiden mondig, Adriaen en Anna Wilmart, beiden minderjarig, alsmede de goederen, die zij hebben geërfd van hun oom Willem de Best, alwelke goederen samen zijn beheerd door hun voogden mr. Jacob Arondeaux, Adriaen Cornelisz. de Veer en Jan Gaton. (ONA Dordrecht inv. 143, f. 20 e.v.)

– 17 sept. 1664: Balten Wilmart, schilder, en Jan Gaton, als medevoogd over Anna Wilmart, nog minderjarig kind van wijlen Pieter Gillisz. Wilmart, in zijn leven kuiper, verlenen procuratie aan Jacob Arondel en Adriaen Cornelisz. de Veer, mede voogden over Anna Wilmart, om aan Adriaen Cluijt, glazenmaker te Dordrecht, te transporteren een huis in de Spuistraat, genaamd “de Grooten Turck”, staande tussen het huis van Dirck Bastiaensz. glazenmaker en dat van kapitein Bartholomeus van Loo. (ONA Dordrecht inv. 143, f. 570 e.v.)

– 25 nov. 1672: Adriaen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, gewezen voogd naast mr. Jacob Arondeaulx en Jan Gaton over de nagelaten minderjarige weeskinderen van Pieter Gillisz. Willemart en Aeltgen de Best [Anna Willemart, ongehuwde, meerderjarige dochter, en Adriaen Willemart], heeft van Arondeaulx de rekening ontvangen van diens administratie over de goederen van genoemde kinderen. (ONA Dordrecht inv. 303, 157 e.v. en f. 158)

– 6 febr. 1700: Adriaan Wilmart, achtraad en koopman te Dordrecht, verkoopt aan zijn vrouw, Marija van Wesell, voor 2800 gl. een huis bij de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Isaacq Verhoeven mr. schoenmaker en het Stadhuis. (ORA Dordrecht inv. 1638, f. 15v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 30v: op 5 jun 1723 verkoopt “Bartholomeus van Gelsdorp notaris en Procureur binnen dese Stad als bij mijn Ed:e Heeren vanden Gerechten ende Camere Juditeel deser opgemelte Stad hiertoe Specialijk geauthoriseert sijnde volgens den Appoinctemente (geslagen op de Requeste gepresenteert bijde Erfgenamen van wijlen de Heer Govert van Wezel in sijn leeven inden Oudraad deser Stad, mitsgrs: Petrus van Son, Procureur alhier als in huwelijk hebbende Elisabeth van Wezel mede Erffgenamen van wijle Maria van Wezel in haar leven laast huijsv: van Adriaan Wilmart)”, voor 1020 gl. aan Ewout Bosveld, majoor van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het stadhuis en het huis van Isaacq Verhoeve.

Kinderen:

a. Alida Wilmart, gedoopt Waals Dordrecht 9 jan. 1678 (getuigen: Anna Nijbrait, Elisabeth van de Scheper, Arnout Walraven)

b. Johanna Maria Wilmart, gedoopt Dordrecht 2 dec. 1682

– 4 aug. 1714: testament van Johanna Maria Wilmart, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar zuster Alida Wilmart al haar kleren, goud, zilveren lijfsieraden. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar zuster Alida, op voorwaarde, dat haar vader, Adriaen Wilmart en haar zuster daarvan hun leven lang het vruchtgebruik zullen hebben. (ONA Dordrecht inv. 676)]

de weduwe van Jan A. Tas 0-10

De Lombardbrug

Huijbert de Groen 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 121: op 15 dec. 1678 verkoopt Levina van Lith, weduwe van Johannes van Bergen, dochter en mede-erfgenamen van Hendrick van Lith de oude, voor 1500 gl. aan haar broer Hendrick van Lith, een huis, genaamd “den Oliphant”, staande in de Grotekerksbuurt tussen de Lombardbrug en het huis van Claes de Meijer. De wederhelft behoort toe aan de koper. 

Uithangbord in de Grotekerksbuurt

ONA Dordrecht inv. 1632, f. 89v: op 11 mei 1690 verkopen Hendrick van Lith, koopman te Rotterdam, eigenaar voor de helft van het hierna te noemen huis, samen met zijn vrouw Willemina van Mal procuratie hebbende van Willemina van Lith, meerderjarige persoon, Anthonij van Lith, Anthonij Hartman, als man van Elisabeth van Lith, Hendrick van Lith de jonge, en Anthonij van Litg en Anthonij Hartman nog als voogden over de minderjarige kinderen van Hendrick van Lith de jonge, “zijnde nu den ouden”, alsmede executeurs van het testament van Hendrick van Lith de oudste, gepasseerd voor notaris I. Levooij te Rotterdam op 23 mei 1675, van welke kinderen er nog maar één minderjarig is, genaamd Sara van Lith, allen wonende te Rotterdam, eigenaars voor de wederhelft, voor 2200 gl. aan Huijbert de Groen, burger van Dordrecht, een huis staande tussen de Lombardbrug of het plein van het stadhuis en het huis van Nicolaes de Meijer. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1600 gl. 

ONA Dordrecht inv. 1639, f. 97: op 31 jan. 1702 verkopen Hendrik van der Hof en Pieter Dormaal, burgers van Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Huijbert de Groene, korenmeter en burger van Dordrecht, en van zijn vrouw wijlen Sebilla van der Hof, voor 2100 gl. aan Joris Gay, koopman van de Engelse Court, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Lombardbrug en het huis van Pleun Ariensz. Dura. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl. 

Pleun van Dura 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 37v: op 6 juli 1691 verkopen de notarissen Johan van der Hoop en Gijsbert de Jager voor 500 gl. aan Pleun Pietersz. van Dura een huis in de Grotekerksbuurt, genaamd “de Melkkan”, staande tussen het huis van Huijbert de Groene en dat van Jan van Veen, bakker.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 11: op 18 april 1709 verkoopt Pleun Pietersz. van Dura, visser en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Abraham Koopman, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de heer Gaij en dat van de erfgenamen van Cornelis van den Broeck.]

de heer Joan van Veen [bakker] 0-18-4

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 5 nov. 1693: een baar voor Johan van Veen bakker bij de Lombardbrug

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 31: op 1 mei 1700 verkoopt Abraham van Veen, proponent in de theologie, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia van Veen, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1100 gl. aan Cornelis van den Brouck, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van notaris Petrus van Son en dat van Pleun van Dura.]

Petrus van Zon [notaris] 1-16-12

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 79: op 31 dec. 1668 schenken Gijsbert de Jager en zijn vrouw Machtelt Blom aan Gijsbert de Jager de jonge, hun zoon, een huis in de Grotekerksbuurt bij de Lombardbrug, staande tussen het huis van Jan van Veen bakker en dat van Herman Jacobsz. van Tricht mandenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 116: op 15 nov. 1678 verkoopt Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 2650 gl. aan Margeta de Vries, weduwe van dijkgraaf Rochus van Wesel, een huis in de Grotekerksbuurt bij de Lombardbrug, datlaatst

eigendom is geweest van Gijsbert de Jager, notaris te Dordrecht, staande tussen het huis van Jan van Veen en dat van Anthonij de Tricht.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 39v: op 16 juli 1687 verkoopt Margarita de Vries, weduwe en erfgename van dijkgraaf Rochus van Wesel, voor 4500 gl. aan Petrus van Son, notaris te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, strekkende voor van de straat tot achter op de haven en staande tussen het huis van Jan van Veen en dat van Anthonij van Tricht mandenmaker.

I. Govert Rochusz. van Wesel, van Dordrecht, wonende in Noorwegen (1621), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 18 juli 1621 Lijsbert Evertsdr. van Eijssel (van Eijssen), van Dordrecht, wonende op de hoek van de Visstraat (1621)

16 april 1626: Jan Henricxsz. van Slingerlant, Abraham Henricxsz. van Slingerlant, Pieter Claesz. van Hensberch, als man van Maddaleentge Henricxdr. van Slingerlant, en Jacob Stoop Dircxsz., als man van Henricxken Nicolaes Coltsensdr., voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers en zuster, verkopen aan Govert Roechusz. van Wesel, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Pelserbrug, staande tussen het huis van Aefken Henricx, weduwe van Roechus Fransz. van Wesel, en dat van Gerrit Schut. De koper is schuldig aan Maria Bouwensdr. van Bercheijck een somma 4100 gl. Borgen: Evert Schrevelsz. van Eijssel en Schrevel Evertsz. (ORA Dordrecht inv. 1602 (nieuw), f. 11v)

Zoon:

II. Rochus Govertsz. van Wesel, geboren naar schatting ca. 1625,jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1646), houtkoper, trouwde NG Dordrecht 15 april/1 mei 1646 Margrita de Vries, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1646)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria van Wesel, 8 mrt. 1647, trouwde Adriaen Wilmart, gedoopt NG Dordrecht 20 mei 1647, jongman van Dordrecht wonende in de Kannekopersbuurt (1671), zoon van Pieter Gillisz. Wilmaer (Willemart), kuiper te Dordrecht, en Aeltjen Balthensdr. de Best, trouwde 1eNG Dordrecht/Dubbeldam 8 febr./8 mrt. 1671 Sara Hardi, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1647, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij het Stadhuis (1671)

b. Elisabeth van Wesel, 8 mrt. 1648, weduwe wonende bij de Grote Kerk (1681), trouwde 1e NG Dordrecht 7 dec. 1670 Pieter Nolthenius, 2e NG Dordrecht 4 mei 1681 (ondertrouw) Petrus van Son, jongman van Klundert, wonende bij de Grote Kerk (1681)

c. Govert van Wesel, 14 aug. 1650, weduwnaar van Dordrecht (1688), koopman en equipagemeester, trouwde NG Dordrecht 19 dec. 1688 (ondertrouw) Clara van de Graaf Francoijsdr., jonge dochter van Dordrecht (1688)]

Antonij van Trigt [mandenmaker]     1-2

[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 54v: op 12 nov. 1707 verkoopt Gerrit van Trigt, mandenmaker en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan “mr. Jacob Pompe van Meerdervoort heeren vanden Oostendam en(de) Michiel Pompe van Meerdervoort heere van Meerdervoort, inden Oudraad deser Stad, bewinthebber van(de) Oostindische Comp.ie ter Camere van Amsterdam, en Abraham Pompe van Meerdervoort domheer ten dom tot Utregt, in qte. als gestelde Testamentaire voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen vrouwe Johanna Pompe van Meerdervoort etc, wed.e was van  wijlen den Ed: Heer mr. Anthonij Vivien, in sijn Ed.ts leven heere van Buvegnie, en in den agte deser Stad etc.” een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van notaris Petrus van Son en dat van de weduwe Renson.]

Hend. Jacobsz. Schuit [kleermaker] 1-0

[NG trouwboek Dordrecht 19 okt. 1659: Hendrijck Jacobsz. Schuijdt weduwnaarvan de Klundert kleermaker wonende voor het stadhuis en Sijdtge Pietersdr. van der Linde, van Rotterdam, weduwe van Jan Willemsz. Boijs, wonende in de Kromme Elleboog, getrouwd op 2 nov. 1659.

ORA Dordrecht inv. … f. 19 e.v.: op 25 april 1693 verkoopt Hendrick Jacobsz. Schuijt, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, aan Gerrit van Renssum, viskoper en burger van Dordrecht, voor 700 gl. een huis in de Grotekerksbuurt omtrent de Lombardbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Anthonis van Tricht en dat van Cornelis van den Brouck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl. Op 21 mei 1704 verklaart Anneken Jans, weduwe van Hendrick Jacobsz. Schuijt, dat de schuld volledig is voldaan

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 19v: op 31 mrt. 1718 verkoopt Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van de meerderjarige erfgenamen en van de voogd van de minderjarige erfgenamen van Gerrit van Renssum en diens vrouw Maria Malvoort, beiden overleden te Dordrecht, voor 360 gl. aan Justus van Driel, suikerbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Anthonij Vivien en dat van de koper.]

de erfgenamen van Jan Cornelisz. 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 148 e.v.: op 20 dec. 1692 verkoopt Johan van den Treek, arts te Leiden, als procuratie hebbende van Susanna Rijsburgh, weduwe van Florentius Schuijl, medicinae et botanices professor te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van het ambacht Leiderdorp op 8 dec. 1692, voor 3000 gl. aan Cornelis Hillebrantsz. van den Broeck een huis, genaamd “het Serpent”, staande omtrent het stadhuis in de Grotekerksbuurt tussen het huis van kapitein Dirck van Nooij en dat van Hendrick Jacobsz. Schuijt.]

de heer Dirk van Nooij [koopman] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 68 e.v.: op 8 april 1684 verkoopt Johannes Hellu, veertigraad en notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 900 gl. aan kapitein Dirck van Nooij, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de koper en het huis, waar uithangt “het Serpent”.

NG trouwboek Dordrecht 3 dec. 1673: Dirck van Noij, weduwnaar van Utrecht, koopman te Dordrecht, en Anna Krom, jonge dochter van Dordrecht

Idem 19 dec. 1683: Dirck van Nooij, weduwnaar, geboortig van Utrecht, koopman, en Johanna van Neurenbergh, jonge dochter van Dordrecht, getrouwd 5 jan. 1684

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 7 juli 1719: Dirk van Noij, lid van de Veertigen te Dordrecht, met 8 koetsen boven het ordinaris getal, het huis met rouw behangen.]

f. 7v

de heer Dirk van Nooij 1-17-8

Dirck van Nooij staat afgebeeld op het schilderij De leden van het Serment van de Munt van Holland, door S. van Hoogstraten en A. Vreem: bovenste rij, tweede rechts.(1674/1679)

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 53v e.v.: op 16 sept. 1681 verkoopt Roelant van Tiel, koopman in ‘s-Gravenhage, als man van Maria Veeckemans, voor 2000 gl. aan Dirck van Nooij, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Batgen van der Werff, weduwe van Donatus Verdoen, en het huis van de weduwe van notaris Cornelis van Someren. Bij de koop zijn inbegrepen “alle de calck, steenen, gewerckt ende onbewerckt hout mitsgaders ’t yserwerck geapproprieert tot den verdere opbouw vant voorgemelte huijs”, welke materialen door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op een bedrag van 700 gl. Waarborg: Jacobus van der Velde, apotheker te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 49: op 3 okt. 1720 verkopen “Elias Venloo Secrets: vant watergeregt en Huijbert van den Burggraaff Coopman resp:e binnen dese Stadt in q.tijt als Executeurs vanden testamente van wijlen d’hr. Dirk van Nooij in sijn leven uijt de Veertigen deser Stadt, Ende nog den voorn. Huijsvr. vanden Burggraaff alleen, als voor Soo veel des noots, Specialijk last en procuratie hebbende van sijne huijsv: Juffr. Jacoba T’hooft sijnde voor een vijfde staak vrije erfgenaem ex testamento van opgem. hr. Dirk van Nooij, ende uijt dien hoofde bij schijdinge van dessselfs boedel, den 29e: Maert deses jaers 1720 gepasst: voor den nots: hr. Venloo ende selver getuijgen binnen dese Stat residerende aanbedeelt de Cooppenn: vande nervolgende huijsinge bij den voorn. hr: van Nooij naergelaten, sijnde deselve procuratie gepasst. op den 30e: der verleden maent voorden voorn: Elias Venloo als nots. ende sekere getuijgen, ons Schepenen vertoont wesende de voorsz. huijsinge (voor soo veel des noots) bij haar Ed: groot Mog: d’hren Staaten van Hollandt ende Westvrieslant, op den 26e Julij 1720 uijt den band van fideicommis ontheft en ontslagen”, voor 6050 gl. aan Mattheus Heckenhoeck, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van juffrouw Van Cappel en dat van Van Driel.]

juffrouw van Capell 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 21 mei 1651 (ondertrouw): Donatus Verdoen jongman van Gouda wonende aldaar en Batje Adriaensdr. van der Werf jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, proclamatie te Gouda

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Geertruijt, 4 aug. 1652

b. Johannes Verdoen, 28 febr. 1656, trouwde 1676 Anna van der Werff

c. Ariaen, 15 aug. 1657

d. Heijltje (Helena) Verdoen, 20 jan. 1659, trouwde Davidt Remack

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 30 e.v.: op 2 juni 1687 verkoopt Davidt Remack, als man van Helena Verdoene, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Dorothe en Maria van Cappel, mede wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van kapitein Dirck van Nooij en dat van Jacob van Batenburgh.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 125 op 27 nov. 1721 verkopen “Mrs. Dirk Spruijt en Johan de Haas advocaten voorden Hove van Holland bijde woonende binnen dese Stad soo voor haar selven end enog als last ende Procuratie hebbende vande Heer Hartman de Kuster, Notaris woonende tot Rotterdam als in huwelijk hebbende Juffrouw Maria Elisabeth de Haas volgens deselve Procuratie gepasseert voorden Notaris Philips de Custer en seeckere getuijgen tot Rotterdam residerende in dato den 24 November 1721 daervan sijnde ons Schepenen vertoont, Sijnde den eersten Comparant voorde helft, en den tweede mitsgrs: den Constituant te samen voorde wederhelft Erffgenamen van wijlen Juffrouw Maria van Cappel, binnen dese Stadt overleden,” voor 1400 gl. aan Justus van Driel, mr. suikerbakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekersbuurt, staande tussen het huis van Nicolaes van Batenburg en dat van Mattheus Heckenhoeck.]

Jacob van Batenburg [stadsbode] 1-5-8

[ONA Dordrecht inv. 189, akte 8: voorwaarden dd 27 jan. 1682, waarop de kinderen en erfgenamen van ds. Henricus Dibbetius en Johanna van Bergaingne, tevens als erfgenamen van Catharijna van Bergaingne, willen verkopen een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de vrouwe van Zwijndrecht en dat van de weduwe van Donatus Verdoen. Op 29 jan. 1682 verkocht aan Jacob van Batenburch stadsbode voor 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 245: op 30 juli 1726 verkoopt Nicolaes van Batenburg, koopman te Dordrecht, voor 750 gl. aan Madalena Elisabeth en Maria van Schaack een huis n de Grotekerksbuurt, staande tussen de stal van Catarina Alida van der Dussen, getrouwd met Damas van Slingeland, en het huis van Justus van Driel.]

de stal van de heer Van der Dussen 1-17-8

N. Broekhuijsen 1-10

[ORA Drodrecht inv. 1621, f. 151: op 27 juli 1667 verkoopt Adriaen van Maele, als procuratie hebbende van Willem van Boeckhuijsen, voor 1600 gl. aan de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Jacob van Beveren oud-burgemeester en dat van Rochus Jansz. Groeningen.]

Antonij van Bavel 1-7

[ORA Dordrecht inv. 135, f. 78: op 16 nov. 1695  verkoopt Rochus Jansz. van Groeningen, burger van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Matthijs Huijbertsz. van der Sande, marktschipper van Dordrecht op Breda, een huis in de Grotekerksbuurt, vanouds genaamd “Blenckvliet”, staande tussen een huis van de Doopsgezinde Armen en het huis van de weduwe Van der Geest.] 

juffrouw Van der Geest 2-8

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 134: op 30 juli 1680 verkopen Sophia van Wesel, laatst weduwe van Dirck Vroman, voor een derde part erfgenaam van Jannetje Jansdr. de Clock, weduwe van Fredrick Gheenen Verkaijck, Cornelis van Sorgen, als last en procuratie hebbende van Hendrick Jacobsz. van Weert, als man van Hester Herincx en Reijnier Pultier, als man van Hendricxken Pessers, voor de resterende twee derde parten erfgenamen van Jannetje Jansdr. de Clock, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Udo Menchior Verneij te Den Bosch op 31 okt. 1671, voor 2600 gl. aan Herman van der Geest, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Rochus Jansz. van Groeningen en dat van de weduwe Kilmans.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 23 e.v.: op 7 mei 1687 verklaart Helena Francken, weduwe van Herman van der Geest, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Gerardt Sam, koopman te Amsterdam, een bedrag van 2100 gl., verstrekt aan haar moeder zal., welke schuld zij als de hare aanneemt, verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Rochus Jansz. van Groeningen en dat van de weduwe van Hendrick Kilmans, alsmede drie huisjes in het Oudemanhuistraatje, staande naast het huis van Jacob Kalff.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 77: op 9 aug. 1700 verklaart kapitein Gerard Schul, koopman te Dordrecht, dat Helena Francken, weduwe van Herman van der  Geest, koopman te Dordrecht, schuldig is aan ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een somma van 900 gl., verbindende een huis in de Grotekersbuurt, staande tussen het huis van Rochus Jansz. Groeningen en dat van de erfgenamen van Hendrick Kilmans.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 130v: op 21 juli 1714 verkopen “Pieter Venlo, nots. binnen dese Stad, hem sterkmakende rato Caverende voor sijn vader Elias Venlo, mede nots. binnen dese Stad, als bij den Ed.e geregte en Camere Judicieel deser Stad Dordt geauthoriseert sijnde ” voor 360 gl. aan Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, dat toebehoord heeft aan Van der Geest, staande tussen het huis van Matthijs van de Sande en dat van Arij van Cappel.]

de weduwe Kilmans 1-7

[I. Hendrick Kilmans, weduwnaar van Dordrecht, boekverkoper wonende bij de Grote Kerk (1670), trouwde NG Dordrecht 26 jan. 1670 (ondertrouw) Geertruijd [Cornelisdr.] Boone, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Houttuinen (1670)

ORA Dordrecht inv. 1627 (nieuw), f. 19: op 6 april 1679 verkoopt Petronella Jansdr., weduwe van Jan Dircxsz. Claer, enige erfgename van Petronella Cornelia Boon, voor 800 gl. aan Geertruijt Cornelisdr. Boon, weduwe van Hendrick Kilmans, burgeres van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Sijmon Crom en dat van de erfgenamen van de weduwe van …. [sic].

Kinderen:

a. Sara Kilmans, volgt II

b. Jopje, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1672, vermoedelijk jong overleden

II. Sara Kilmans (Killemans), gedoopt NG Dordrecht 27 dec. 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuinen (1690), overleden Gouda 12 okt. 1753,trouwdeNG Dordrecht 8 okt. 1690 (ondertrouw) ds. Herbert van der Meij, gedoopt 1 mrt. 1661, weduwnaar geboren te Gouda (1690), predikant te Grote Lindt (1687-1695) en Capelle a/d IJssel (1695-1741), overleden ald. 18 mrt. 1741, trouwde 1e Katwijk aan Zee 16 mrt. 1687 Cornelia de Jong, zoon van Herbert van der Meij en Aletta de Wit

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 29v e.v.: op 28 april 1700 verkoopt Herbert van der Meij, predikant te Capelle a/d IJssel voor 1250 gl. aan Arien van Cappel, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Helena Francken, weduwe van Herman van der Geest, koopman te Dordrecht, en dat van Cornelis van Gerven glazenmaker. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 650 gl.

ORA Dordrecht inv. 817, f. 38v: op 8 mei 1732 verkoopt Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herbert van der Meij, predikant te Capelle a/d IJssel, als echtgenoot van Sara Kilmans, enige dochter en erfgename ab intestato van Geertruijt Boon, in haar leven weduwe van Hendrik Kilmans, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Herbert van der Meij te Rotterdam op 5 mei 1732, voor 900 gl. aan Jan van Koijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Koreblom”, staande in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Jan Versteeg en dat van Arnoldus van der Hegge.

Kinderen (o.a.; volgorde onzeker):

a. Aletta van der Meij, geboren te Grote Lindt naar schatting ca. 1695, begraven Utrecht (Jacobikerk) 1 jan. 1771, trouwde Utrecht 4 jan. 1728 Nicolaas de Visser, gedoopt NG Utrecht 28 juli 1700, zoon van Johannis de Visser en Jacqemijntje Tarwe

Kinderen:

a-1. Sara de Visser, jonge dochter van Utrecht, wonende in de Hoogstraat te Rotterdam(1755), trouwde NG Rotterdam 19 okt./6 nov. 1755 Johannes Lentfrinck, weduwnaar van ‘s-Gravenmoer, wonende in de Hoogstraat te Rotterdam (1755)

Kind:

a-1-1. Jan Hubregt Lentfrinck, gedoopt NG Rotterdam 5 juni 1759

a-2. Jacobus de Visser, gedoopt NG Utrecht 16 okt. 1738

a-3. Jan de Visser

b. mr.Justus van der Meij, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 25 aug. 1697, jongman van Capelle aande IJssel wonende Oppert (1729), begraven Rotterdam (Grote Kerk) 21 juni 1776 (laat 5 meerderjarigekinderen na, was substituut-secretaris),trouwde NG Rotterdam 9/23 okt. 1729 (ondertrouw Luthers Rotterdam 9 okt. 1729) Anna Maria Cock, jonge dochter van Rotterdam, wonende Oppert (1729), begraven Rotterdam (Grote Kerk) 11 dec. 1784 (laat 5 meerderjarige kinderen na, Oppert, tegenover de Roomse kerk)

Kind:

b-1. Justus van der Meij jr., gedoopt NG Rotterdam 3 aug. 1732, jongman van Rotterdam wonende Oppert (1776), notaris en procureur te Rotterdam, overleden Rotterdam 7 mrt. 1802,begraven ald. 12 mrt. 1802 (Franse kerk, woonde in de Oppert, was notaris en procureur), trouwde NG Rotterdam 22 dec. 1776/8 jan. 1777 (zijn nicht)Sara Margrieta van der Meij, gedoopt NG Rotterdam 13 aug. 1741,(getuigen: Herbert van der Meij, Sara Kilmans en Maria van den Berg), jonge dochter van Rotterdam wonende Oppert (1776), overleden Rotterdam 14 juli 1825

Uit dit huwelijk geen kinderen.

Justus van der Meij jr. (zoon van Mr. Justus van der Meij, substituut-secretaris
van Rotterdam 1736-’76, en Maria Anna Cocq), ged. Rotterdam 3 aug. 1732,
notaris 1751-†, vendrig 1763-’66, luitenant 1767, kapitein luitenant 1763 der
schutterij, regent van het Gasthuis 1777-1802, vredemaker 1787, ’88, ’91, ’92, † Rotterdam 7 maart 1802, tr. Rotterdam 8 jan. 1777 Sara Margrieta van der
Meij, geb. ald. 10 aug. 1741, † ald. 14 juli 1825, dochter van Hendrik van der Meij en Catharina van der Linden.(http://www.bouwhistorierotterdam.nl/nieuwe-gasthuis/mensen)

c. Geertruid van der Meij, geboren naar schatting ca. 1700, jonge dochter van Capelle a/d IJssel (1722),trouwde NG Capelle a/d IJssel 8 febr. 1722 Adrianus Vermeulen, jongman van Rotterdam (1722)

Kinderen (o.a.):

c-1. Jan Vermeulen, gedoopt NG Moordrecht 30 nov. 1735

c-2. Adriaen Herbert Vermeulen, gedoopt NG Moordrecht 9 febr. 1738, jongman van Moordrecht wonende aan het Haringvliet te Rotterdam (1769), trouwde NG Rotterdam 29 okt./16 nov. 1769 Catharina Maria Erbervelt, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Lombertstraat (1769)

c-3. Hendrik Vermeulen, gedoopt NG Moordrecht 1 mei 1740

d. Hendrik van der Meij, gedoopt NG Capelle a/d IJssel 20 mrt. 1701, makelaar te Rotterdam, regent van het Gasthuis 1754-1776, begraven Rotterdam 11 sept. 1776,trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11 aug. 1737 (ondertrouw NG Rotterdam 28 juli 1737) Catharina van der Linden (zie genealogie Van der Linden op deze website)

Kinderen (o.a.):

d-1. mr. Adolph Herbert van der Meij van der Linden, gedoopt NG Rotterdam 25 okt. 1739, geen nakomelingen

d-2. Sara Margarita van der Meij, gedoopt NG Rotterdam 13 aug. 1741, trouwde haar neef Justus van der Meij jr.(zie hierboven bij b-1; geen nakomelingen.)

– 8 juni 1830: de erfgenamen van Sara Margaretha van der Meij, overleden te Rotterdam op 14 juli 1825, weduwe van Justus van der Meij, hebben gemachtigd Marinus Hoog en diens zoon Petrus Gerardus Johannes Hoog om de hierna te noemen onroerende goederen te verkopen. De erfgenamen zijn: de dochter van wijlen Jan de Visser, de kinderen en kleinkinderen van Jacobus de Visser, Johannes Huibert Lentfrinck, de kinderen van wijlen Jan Pieter Vermeulen, de kinderen en kleinkinderen van wijlen Adriaan Herbert Vermeulen, de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van Hendrik Vermeulen (het recht op bepaalde revenuen zijn gegeven aan Cornelia Geertruida Vermeulen) en de kinderen en kleinkinderen van Isaac Valckenaar. Tot de onverdeelde boedel behoren: een bouwmanswoning, genaamd “Dijkenzigt”, bestaande uit een huis, koepel, en een grote schuur, staande in Numanspolder, getekend nr. 135A, met 1 bunder 46 roeden 50 ellen werf, tuin, boomgaard, vijver en iepenbomen (kadastrale nummers 677 t/m 783), alsmede diverse percelen land, waaronder stukken land genaamd “de Torenstee” en “de Kooi”. Deze goederen, die afkomstig zijn uit de nalatenschap van Joan van der Linden van Slingelandt, Catharina van der Linden, echtgenote van Hendrik van der Meij, en Anna Margaretha van der Linden, die ongehuwd is overleden, alsmede een gedeelte van de ambachtsportiën uit de nalatenschap van ds. Van Velsen, zijn sedert het overlijden van Adolph Herbert van der Meij van der Linden en daarna van Herberta Maria van der Meij in eigendom “gedevolveerd” op Sara Margaretha van der Meij, weduwe van Justus van der Meij, en zijn na het overlijden op 31 juni 1827 van Maria van Ourijk, weduwe van Adolph Herbert van der Meij van der Linden, die er het vruchtgebruik van had, gekomen aan de hiervoor genoemde erfgenamen. De Rechtbank te Rotterdam heeft bij vonnis dd 15 febr. 1830 autorisatie verleent voor de verkoop van genoemde goederen. Alle 14 percelen, inclusief de bouwmanswoning etc., worden op 8 juni 1830 gemijnd door Huibert Schuiten, boekhouder te Dordrecht, ten behoeve van Adriana Crena, weduwe van David van Poulien van Nuland, wonende te Dordrecht, voor een somma van 50.150 gl. De heren Hoog tekenen op 16 aug. 1830 voor de ontvangst van dit bedrag. (Fichescollectie Streekmuseum Hoekse Waard te Heinenoord)

d-3. Herberta Maria van der Meij, gedoopt NG Rotterdam 4 mei 1745, ongehuwd

e. Herbert van der Meij, geboren naar schatting ca. 1700, jongman wonende achter het stadhuis van Rotterdam (1725), weduwnaar van Grote Lindt, wonende in de Houttuin te Rotterdam(1737), notaris, procureur en gerechtsbode te Rotterdam, begraven Rotterdam (Grote Kerk) 25 mrt. 1775 (woonde Nieuwe Haven),trouwde 1e NG Rotterdam 5 aug. 1725 (ondertrouw) Brigitta van Venevelt (van Veenvelt), weduwe van Jan Schalkwijck, wonende te Gouda (1725), begraven Gouda 1732 (begraafboek Rotterdam 5 mrt. 1732: Bregitta van Veenvelt, samen met haar 2 doodgeboren kinderen, woonde inde Houttuin, vervoerd naar Gouda, in de kerk), trouwde 2e NG Rotterdam 15 mrt./1 april 1737 Maria van den Berg, jonge dochter van Rotterdam, wonende in de Houttuin ald.(1737), begraven Rotterdam (Grote Kerk) 5 sept. 1760 (eigen graf)]

Mattheus Huijbertsz. van den Sanden

[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 30 e.v.: op 16 mei 1707 verkopen Mattijs Huibertsz. van den Sanden, marktschippper van Dordrecht op Breda, Hendrik Orlemans, schipper en burger van Dordrecht, als man van Maria Huijbertsdr. van den Sanden, Magteltje Huijbertsdr. van den Sanden, echtgenote van Cornelis Schollaerts, schipper en burger van Dordrecht, Mattijs Huijbertsz. van den Sanden en Hendrik Orlemans nog als procuratie hebbende van Cornelis van den Sanden, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Rotterdam, en van Leendert Ariensz. van Rijnsel, als man van Armpie Cornelisdr. van den Sanden, wonende te Zwijndrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Brockerus te Rotterdam op 15 mei 1707, en Mattijs Huijbertsz. van den Sanden en Hendrik Orlemans tevens als voogden over Cornelis van den Sanden, allen kinderen resp. kleinkinderen en erfgenamen van Huijbert Tijsz. van den Sanden, voor 820 gl. aan Cornelis van Geruwen, glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Herbert van der Meij, predikant in Capelle a/d IJssel en dat van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 85: op 17 nov. 1712 verkopen Maria van Beeckhuijsen, weduwe van Conelis van Geruwen, als moeder en voogdes van haar kinderen, door Cornelis van Geruwen bij haar verwekt, en Jan Pels, burger van Dordrecht, en Willem Jansz. Schermer, vervangende Arnoldus Gaswijlder, wonende te Heusden, als voogden over de kinderen van Cornelis van Geruwen, door hem in een vorig huwelijk verwekt. voor 560 gl. aan Arien van Capell, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis, waarin Cornelis van Gerwen heeft gewoond, en dat van ds. Van der Meijde.]

Sara van Bragt 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 67v: op 9 febr. 1686 verkoopt Maeijken de Vries, weduwe van Hendrick van Ommeren, voor 710 gl. aan Pieter van Bragt, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrick Kilmans en dat van Hermanus van Wessum. Het huis is vanouds genaamd “de Drie Vergulde Kelcken”.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 48v: op 30 april 1693 verkopen Cornelis van Bracht en Adriaen Hordijck, als man van Sara van Bracht, burgers van Dordrecht en erfgenamen van Pieter van Bracht, voor 725 gl. aan Cornelis van Geruwen, glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Geertruijt Boon, weduwe van Hendrik Kilmans, en dat van Hermanus van Vessum boekverkoper.] 

Van de Griend en Van Wessem 0-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 77v: op 13 okt. 1701 verkopen Bartholomeus van de Grient, weduwnaar van Emmerentia Romijn, en Herman van Wessem, weduwnaar van Agata romijn, erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romijn, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Huijbert Tijsz. van der Zande, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van ds. Van der Meer en dat van Van Gerven.]

f. 8

de weduwe Kilmans 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 50v: op 8 nov. 1685 verkoopt Sijmon Parduijn, arts te Dordrecht, als man van Cornelia Clierius, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Levinus Wijtingh, griffier in Terneuzen, als man van Helena Clierius, beiden executeurs-testamentair van Hasia Bosschaert, weduwe van Martinus Clierius, notaris te Dordrecht, voor 1990 gl. aan Geertruijt Boon, weduwe van Hendrick Kilmans, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Hermanus van Wessum boekverkoper.]

Isaak Hutten [draaier] 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 51v e.v.: op 10 nov. 1685 verkoopt Sijmon Perduijn, arts te Dordrecht, als man van Cornelia Clirius, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Levinus Wijtingh, griffier in Terneuzen, als man van Helena Clirius, samen erfgenamen van Hasia Bosschaert, weduwe van notaris Martinus Clirius, voor 650 gl. aan Isaack Hutte, draaier en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van juffrouw Kilmans en de Manhuissteiger. De koper is schuldig aan Adriaen Hechters, burger van Dordrecht, een somma van 300 gl.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 123v: op 20 nov. 1721 verkoopt Martinus Koormans, koopman in Den Haag, al man van Magdalena Hutte, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Cornelia van Houten, weduwe van Isaacq Hutte, van Abraham Hutte, van Johanna Otterbos, als man van Sara Hutte en Sara Hutte zelf, van zijn zwager Isaacq Hutte en van zijn zwager Teunis Voorthout, als man van Maria Hutte, en van Maria Hutte zelf, voor 335 gl. aan Jan Florisz. Versteegh, voorzanger in de Grote Kerk, die door zijn vader Floris Versteegh tot koper is benoemd, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Manhuissteiger en het huis van ds. Van der Meijde, dat wordt bewoond door de apotheker De Wijs.]

Manhuissteiger

Jan Spaan 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 3v: op 29 jan. 1687 verkoopt Johannes Hellu, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 25 gl. aan Jan Spaen, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Manhuissteiger en het huis van Jan Baan.]

de weduwe Kilmans 1-5

Jacob Jansz. van der Hespel [winkelier] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1631, 99v e.v.: op 12 mei 1688 verkoopt notaris Elias Venlo, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 700 gl. aan Jacop Jansz. van de Hespel, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Jacob Leblom en dat van de weduwe van Hendrick Kilmans. De koper is schuldig aan Hendrick Terwe, koopman te Dordrecht, een somma van 700 gl.]

Nicolaas van der Vlist [koopman] 2-0

[NG trouwboek Dordrecht 10 juni 1685: Nicolaes van der Vlist koopman jongman van Schoonhoven wonende bij de Vuilpoort en Elijsabeth de Blom jonge dochter van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij de Augustijnenkerk, getrouwd op 26 juni 1685

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 99: op 12 mei 1688 verkoopt notaris Elias Venlo, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 3750 gl. aan kapitein Jacob Leblom, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Isaack van den Biesheuvel,  schepen in wette van Dordrecht, en het huis, dat is gekocht door Jacob Jansz. van den Hespel.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 17v e.v.: op 1 april 1711 verkoopt Dirck van der Vlist, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth de Blom, weduwe van Nicolaas van der Vlist, koopman te Dordrecht, voor 1225 gl. aan Johannes van Harlingen, mr. loodgieter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de apotheker Morua en dat van de weduwe Stabroek.

ORA Dordrecht inv. 152, f. 20: op 28 febr. 1730 verkopen Francois Dura, Jacob ’t Hooft en Ewout Bosveld, als curators van de insolvente boedel van Dirk en Cornelis van der Vlist, gewezen kooplieden te Dordrcht, voor 3080 gl. aan Gerrit Maurits, koopman te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Roelof  van den Biesheuvel en dat van Francois Braats.]

Willem Jansz. 1-6-8

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 34v e.v.: op 9 mei 1675 verkopen de notarissen Johannes Hellu en Johan van der Hoop, als gemachtigden van het Gerecht, voor 1540 gl. aan Isaacq van den Biesheuvel, veertigraad van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Bosman en dat van de kinderen van Marcelis Bacx.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 31: op 30 mrt. 1730 verkoopt mr. Adriaan Papegaaij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Herbert van de Meijden, predikant te Capelle a/d IJssel, als man van Sara Kilmans, die gewoond heeft en is overleden in Dordrecht, voor 600 gl. aan Adriaan Plukhooij, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van mevrouw Van den Biesheuvel en dat van Hendrik Veltman.]

Jan Bosman [bakker] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 32: op 4 juni 1693 verkopen Adriaen Besemer, Johan van der Hoop en Adriaen Hagoort, als curators van de “geabandonneerden” boedel van Jan Bosman, burger en bakker van Dordrecht, en van diens kinderen Catarijna, Soetjen en Maeijken Bosman, voor 1470 gl. aan Willem Gilhuijsen, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Pluijm en dat van de weduwe Killemans.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 21v: op 14 mei 1709 verkoopt Maria vant Hofd, weduwe van Willem Gilthuijsen, voor 1030 gl. aan Hendrik Veltman, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Van der Meijden en dat van Arijen Pleunen.]

Jan Pluijm [timmerman] 1-11

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 6v: op 10 febr. 1693 verkopen Jordaen Damisz. Verstappen en Johannes Pietersz. van der Horst, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Johannes Pluijm, in zijn leven mr. timmerman en burger van Dordrecht, en Hendrik Meusel, als man van Zijgje Pluijm, dochter en erfgename van voornoemde Johannes Pluijm, voor 1200 gl. contant aan Ariaantje Jansdr. van der Linde, weduwe van Arijen Pleunen Smit, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de kinderen van wijlen Johan Bosman en Jan Cornelisz. van Coijck.

I. Jan Jansz. Pluijm, jongman van Dordrecht, huistimmerman, wonende in de Lombardstraat (1635), trouwde NG Dordrecht 8 juli 1635 (ondertrouw) Neeltge Jacob Theunisdr., van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1635)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joannes (Jan Jansz.) Pluijm, april 1636, volgt II

b. Maeijcke Pluijm, 8 mrt. 1646, trouwde Jordaen Damisz. Verstappen

II. Jan Jansz. Pluijm, gedoopt NG Dordrecht april 1636, jongman van Dordrecht, timmerman, wonende bij de Grote Kerk (1665), trouwde NG Dordrecht 16 aug. 1665 (ondertrouw) Janneken Eswijlers, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1665)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Sijtgen Pluijm, 1 sept. 1666, trouwde Hendrik Meusel

b. Cornelia Pluijm, 26 aug. 1668, jonge dochter van Dordrecht (1693), weduwe van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1698), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 2/18 aug. 1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Gijsbert Schoen, de bruid met Maijcke Pluijm, de vrouw van Jordaen Damisz. Verstappen, haar tante) Johannes Schoen, jongman van Dordrecht (1693), 2e Gerecht/NG Dordrecht 11/25 mei 1698 Arnold van Poelien, jongman van Franckendael, wijnkuiper, wonende in de Wijnstraat (1698)]

f. 8v

Maria Bax 1-11

de heer Willem Blijenberg 1-4

Mattijs Buijs 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 1: op 8 jan. 1675 verklaart Willem Palm, koopman en burger van Dordrecht, dat Gillis Bouchellion, raad en president schepen van Haarlem, en Franchois Palm, als voogd van de twee kinderen van wijlen Catharina Bouchellion, voor 2100 gl. verkocht hebben aan Cleijsie Jans, weduwe van Pieter Buijs, burgeres van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Willem Bleijenbergh.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 1: op 6 jan. 1699 verkoopt Matthijs Buijs, mr. bakker te Dordrecht, als erfgenaam voor de helft van zijn moeder, Cleijsie Jans, weduwe van Pieter Buijs, voor 1070 gl. aan Jacobus Verstraten, als man van Elisabeth Buijs, de zuster van de verkoper en erfgename voor de wederhelft van Cleijsie Jans, de helft van een huis, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Jan Steenwijck, met zuidwaarts een uitgang op de Pelserbrug, alsmede de helft in vijf woninkjes achter in de Kolfstraat, ten zuidwesten belend door het huis van de weduwe van Van Sittert. De koper is schuldig aan oud-burgemeester Jacob van Meeuwen, als voogd over de kinderen van Philips van Mewen, een somma van 1400 gl.]

Pieter van de Graaff [kleermaker] 0-18

[Pieter van de Graeff, kleermaker, weduwnaar van Dordrecht, wonende op de Pelserbrug (1665), trouwde NG Dordrecht 2/18 aug. 1665 Anna Adriana (van) Oosterhout, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Pelserbrug (1665)

Kind:

a. Sanderijna (Sandrina) van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 5 jan. 1671, trouwde ca. 1700 Willem van Wijngaarden (van Wingerden)

ORA Dordrecht inv. 795, f. 132: op 13 nov. 1688 verklaart Adriaentgen van Oosterhout, weduwe Pieter van de Graeff, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Wijngaarden een somma van 350 gl., verbindende een huis op de Pelserbrug, staande achter het huis van de weduwe van Pieter Buijs bakker.

ORA Dordrecht inv. 810, f. 2 e.v.: op 10 juli 1715 verklaart Willem van Wingerden, als man van Sanderijntje van de Graaff, schuldig te zijn aan Jan Kluijt, inwonende burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., verbindende een huis op de Pelserbrug, staande tussen die brug en het huis van Jacobus van Straaten, welk huis de comparant is aanbedeeld bij akte van boedelscheiding, op 29 sept. 1714 gepasseerd ten overstaan van notaris G. de Haan te Dordrecht.]

[De Pelserbrug]

de weduwe van de heer Van Hoogstraten 1-14

[ORA Dordrecht inv. 1642, f. 10v e.v.: op 15 febr. 1707 verkopen Louies de Court en zijn vrouw, Catarina van Hooghstraten, voor 1900 gl. aan Hermanus Groenendaal mr. bakker en Jacobus van Lier, mr. timmerman, burgers van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Cristiaan Logeman.]

Jan Pluijm [huistimmerman] 1-5

Pieter van Koeverden [koopman, steenverkoper,mr. steenhouwer]0-10

[Pieter Jansz. van Coeverden, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1659), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1666), steenhouwer, zoon van Jan Willemsz. van Coeverden en Antonijna Pietersdr. Godtschalck, trouwde 1e NG Dordrecht 21 okt./6 nov. 1657 Lisbeth Jansdr. de Both, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1659), 2e NG Dordrecht 16 mei/1 juni 1666 Elizabeth Maes, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1666)

ONA Dordrecht inv. 232, f. 52: op 2 febr. 1671 testeren Jan Willemsz. van Coeverden, schaliedekker, zie in een mat liggende, en zijn vrouw Antonijna Godtschalck, burgers van Dordrecht. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun beide nog ongetrouwde kinderen Cornelis en Maijken van Coeverden, wanneer zij mondig worden of gaan trouwen “uijt te setten gecleet ende gereed naer staet … ende discretie” van de langstlevende van hen beiden. En dat ter vergelijking van hetgeen hun getrouwde kinderen, te weten Willem, Pieter, Martinus en Leendert van Coeverden, bij het aangaan van hun huwelijk reeds van hen hebben gehad. 

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 70: op 28 okt. 1673 verkoopt “Laurens de Jongh, Seijlmaker en(de) Borger deser Stede als voocht over de naergelatene weeskindren van Adriaen Scheij in sijn leven steenhouwer alhier ter Stede”, voor 3050 gl. aan Pieter van Coeverden, steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis aan de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Pluijm huistimmerman en ’s herenstraat.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 92v e.v.: op 25 mrt. 1692 verklaart Pieter van Couverden, steenverkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Simon de Vries, veertigraad en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis omtrent de Grote Kerk, staande tussen de steiger aldaar en het huis van de erfgenamen van Jan Pluijm.

ORA Dordrecht inv.799, f. 78 e.v.: op 19 okt. 1695 verklaart Pieter van Coeverden, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Henrica Maas, bejaarde dochter, wonende te Dordrecht, een bedrag van 1100 gl., verbindende een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Grote Kerk en het huis van Jan Pluijm.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 27v e.v.: op 4 mei 1697 verkopen Aelbert Klijkluijt, als man van Margrita van Coeverden, Steven van Gelder, als man van Helena van Coeverden, en Pieter van Coeverden, als erfgenamen van Pieter van Coeverden, in zijn leven mr. steenhouwer te Dordrecht, alsmede kapitein Johan Mooijweer en voornoemde Aalbert Clijkluijt, als voogden over de minderjarige kinderen, “in desen boedel geïntresseert”, en tevens als gemachtigden van Cornelis van Aarsen, wonende te Rotterdam, als man van Maria van Coeverden, en Aalbert Clijkluijt tevens vervangende Gerrit van Coeverden, die in Vlissingen woont, voor 2615 gl. aan Jan Cornelis van Coick, wagenmaker en burger van Dordrecht, een “wel ter neringh” staand huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Pluijm huistimmerman en de hoek van de haven aldaar.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

Ex 1:

a. Johannes, 18 aug. 1658

b. Pieter van Coeverden, 14 sept. 1659

c. Heiltge (Helena) van Coeverden, 13 mrt. 1660, trouwde Steven van Gelder

d. Maria van Coeverden, 1 jan. 1662, Cornelis van Aarsen

e. Willem, 9 sept. 1663

Ex 2:

f. Geeraerdt van Coeverden, 24 april 1667

g Margreta van Coeverden, 14 okt. 1668, trouwde Aelbert Klijkluijt

h. Adriana, 25 mei 1670

i. Henrijck, 28 juli 1672

j. Cornelis, 27 mei 1674

k.  IJda, 31 okt. 1675

l. Hendrica, 20 nov. 1677

m. Elijsabeth, 24 april 1680]

D’agterstraten van’t eerste quartier beginnende bij’t groot kerk-hof

Grotekerksplein (febr. 2013)

de weduwe van Frans Cornelisz. Mol 0-8

[I. Cornelis Jorisz. Mol, mandenmaker, trouwde NG Dordrecht 4 febr. 1601 Grietgen Hendrik Wijnantsdr.

– 20 nov. 1640: testament van Aeltgen Jan Donckers, weduwe van Aernout de Schoor, ziek te bed liggende. Zij legateert aan Aeltgen Claes Donkers, haar nicht van vaderszijde, 600 gl., waarmee zij Aeltgen en al haar overige verwanten van vaderszijde uit de rest van haar nalatenschap uitsluit. Voorts legateert zij aan de kinderen van Jan Hendrick Wijmantsz. [sic], haar neef, een bedrag van 1200 gl., waarvan Jan tot aan zijn overlijden het vruchtgebruik zal hebben, en nog 200 gl., waarvan de hierna te noemen executeur-testamentair voor hem een behoorlijk rouwkleed zal moeten aanschaffen, aan de kinderen van Hendricxken Cornelisdr. Mol, een bedrag van 1000 gl., waarvan Hendricxken tot haar dood het vruchtgebruik zal hebben, aan Adriaentgen Cornelisdr. Mol 400 gl., aan Joris Cornelisz. Mol 600 gl., aan Frans Cornelisz. Mol 300 gl., aan Roelant Taerlinck, als man van Beatricx Wijmants, haar nicht, 800 gl. en aan de NG huisarmen te Dordrecht 600 gl. Al haar resterende bezittingen moeten verdeeld worden onder haar verwanten van moederszijde. De testatrice wenst, dat bij de verdeling van die goederen Hendricxken, Joris, Frans en Adriaentgen Mol, allen kinderenvan wijlen Grietgen Hendricxs Wijmantsdr., haar nicht van haar zullen erven in “haer [= hun]moeders plaetse”, zoals Roelant Teerlinckof Beatricx Wijmantszullen erven in hun vaders plaats. Zij benoemt Roelant Teerlink tot executeur van haar testament. (ONA Dordrecht inv. 78, f. 136 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Neelken, mrt. 1605

b. Joris, jan. 1607

c. Adriaenken Cornelisdr. Mol, jan. 1608

d. Frans Cornelisz. Mol, volgt II.

e. Joris Cornelisz. Mol, april 1611

f. Hendriksken Cornelisdr. (Mol), geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1636), trouwde NG Dordrecht 20 juli/3 aug. 1636 Roelant Jansz., opperbrouwer weduwnaar van Arentsburch in het Stift van Keulen, wonende in de Mariënbornstraat (1636)

II. Frans Cornelisz. Mol, geboren naar schatting ca. 1613, van Dordrecht, wonende aan de Grote Kerk (1636), aanvankelijk stadsbode van Dordrecht, vanaf 1634 tot aan zijn overlijden ook koster van de Grote Kerk, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 mei 1692 (een baar voor Fransoijs Cornelisse Mol, koster van de Grote Kerk en bode van Dordrecht), trouwde NG Dordrecht 14/30 sept. 1636 Maria Jansdr. van Oldenzael (van Batten), jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1636), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 26 nov. 1694 (een baar voor de weduwe van Frans Cornelisz. Mol bij de Grote Kerk) (L. Megens en Th. Megens-van der Westen, Houttuinen 36 als kosterswoning, Oud-Dordrecht 2008, nr. 1, p. 43 e.v.) 

5 juli 1651: Frans Cornelisz. Mol, als oom en voogd van de weeskinderen van wijlen Roelant Jansz. Adolhij bierdrager, voor hemzelf en tevens vervangende Willem Weijers, zijn medevoogd, verkoopt aan Neeltge Claesdr., vrouw van Seger Henricxsz., een huis in de Mariënbornstraat, staandetussen het huis van Janneken Jansdr., weduwe van Huijbert Michielsz. en dat van Jan Aertsz. bleker. Koopster is schuldig aan verkoper 600 gl. en verkoopt aan de erfgenamen van Jan Govertsz. Diemers een jaarlijkse losrente van 30 gl. op een huis in de Mariënbornstraat op de hoek van de dwarsgang, genaamd de Haringbuijs, staande tussen het huis van Pieter [sic] en de dwarsgang. De koopster verklaart op 6 juli 1651, dat zij van Frans Cornelisz. Mol, als executeur-testamentair van Jan Govertsz. Diemers, heeft ontvangen een bedrag van 600 gl., in mindering van hetgeen Diemers bij testament aan haar kinderen heeft nagelaten, daarvoor verbindende het voornoemde huis in de Mariënbornstraat. (ORA Dordrecht inv.778, f. 51 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 271, f. 7: op 24 jan. 1667 verklaart Frans Cornelisz. Mol, ongeveer 54 jaar oud, koster van de Grote Kerk, “dat van allen ouden tijden ende soolange de memorie van menschen geheugen kan althoos binnen [Dordrecht] … voor een vasten … practijcque geweest is ende alsnoch is dat soo wanneer man ende vrouw ’t samen gehouwelijct sijnde ende d’ een ofte d’ andere een graftstede in een vande kercken binnen [Dordrecht] … competerende ofte nevens andere daer toe mede recht hebbende ende den selven overleden sijnde ende daerinne begraven werdende alsdan … den lancxtlevende onwederhouwelijct comende te overlijden vrije ende sonder contradictie van imanden ofte oock daer van eenige extraordinaere oncosten te betalen daer inne mede … begraven mach worden soodanich … als off den selven het voorsz. graf van sijnder sijde mede in eijgendom was competerende oft nevens andere daer toe recht hadde”. Hij geeft voor reden van wetenschap, dat hij ongeveer 31 jaar koster geweest is.   

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 65: op 16 mei 1699 comp. Michiel van der Monden, weduwnaar van Maria Mol, die erfgename ex testamento was van haar grootouders Frans Cornelisz. Mol, stadsbode en koster van de Grote Kerk, en van diens vrouw Maeijcke Jansdr. van Oldenzeel, en Michiel van der Monden nog als enige erfgenaam van zijn vrouw Maria Mol, Roelant Beijs wijnkoper en Arnoldus Beijs, koster van de Grote Kerk, erfgenamen van hun oudoom Frans Cornelisz. Mol, Hugo Knoop, binnenvader en meester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, als voogd over Henricus en Lecia Beijs, minderjarige kinderen en erfgenamen van Philip Beijs, koster van de Grote Kerk, en van zijn vrouw Petronella Beijs, eveneens erfgenamen van Frans Cornelisz. Mol, hun oudoom, namens hun moeder Petronella Roelants. De comparanten verkopen voor 3030 gl. aan Johannes de Gilde, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Visbrug, vanouds genaamd “de Boucquetschaal”, staande tussen het huis van Catarina van der End en dat van Jan Jansz. Blanckert. De koper is schuldig aan Maria de Schepper, weduwe van Adam de Gilde, een somma van 2000 gl.  

ORA Dordrecht inv. 878, f. 94 e.v.: op 16 mei 1699 compareren voor schepenen van Dordrecht Michiel van der Monden, burger van Dordrecht, als weduwnaar van Maria Mol, die testamentaire erfgename was van wijlen Frans Cornelisz. Mol, in zijn leven stadsbode van Dordrecht en koster van de Grote Kerk, en van Maaijken Jansdr. van Oldenzeel, haar grootvader en grootmoeder, en dezelfde Michiel van der Monden nog als enige erfgenaam van zijn vrouw, wijlen Maria Mol, en Roelandt Beijs, wijnkoper, en Arnoldus Beijs, koster van de Grote Kerk, beiden erfgenamen bij representatie krachtens het testament van Frans Cornelisz. Mol, hun oudoom, en Hugo Knoop, als binnenvader of weesmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, als testamentaire voogd over Hendricus Beijs en Lecia Beijs, minderjarige kinderen en erfgenamen van Philips Beijs, in zijn leven koster van de Grote Kerk, en van Petronella Roelandts *, hun vader en moeder, samen insgelijks erfgenamen van hun oudoom Frans Cornelisz. Mol “uijt den hoofde van haere moeder Petronella Roelandts”. De comparanten verkopen voor 645 gl. aan Witte de Back een tuin buiten de Spuipoort aan de straatweg, gelegen tussen de tuin van Wouter van Oirschot, koopman en lid van de veertigen te Dordrecht, en de tuin van Lodewijk Terwe, koopman te Dordrecht.

* Philippus Aernoutsz. Beijs [Bues], waarschijnlijk gedoopt NG Dordrecht febr. 1637 als zoon van Aernout Aertsen, tamboer in de compagnie van graaf Maurits (vermeld 1632), en Sijcken Gerrits, jongman van Dordrecht wonende achter het stadhuis, bakker (1664), koster van de Grote Kerk, trouwde 1e NG Dordrecht 20 april 1664 (ondertrouw) Pietertgen (Petronella) Roelandts, gedoopt NG Dordrecht 1638, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1664), dochter van Roelant Jansz. (Adolhij), bierdrager, en Hendricksje Cornelis, hij trouwde 2e Ariaentie Leenders

Kinderen (ex 1; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Roelandt Beijs, 1666, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1689), wijnkoper te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 17 april 1689 (ondertrouw) Maria Costerus, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Sluispoort (1689)

b. Lucija, 1668, jong overleden

c. Arnoldus Beijs, 1670, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1698), koster van de Grote Kerk, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 mei 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Roeland Beijs, de bruid met Aeltje van Coijck, haar tante) Jacomina van Koijck, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1698)

d. Henricus Beijs, 1672

e. Lucia (Lecia) Beijs, 1679, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april/10 mei 1699 (de bruidegom geasssisteerd met zijn vader, Jan Cornelisz. van Coijck, de bruid met haar stiefmoeder Ariaentie Leenders, weduwe van Philip Beijs) Cornelis van Coijck, jongman van Dordrecht wonende aan de Grote Kerk (1699)

Kinderen van Frans Mol en Maijken Jansdr. (o.a.):

a. Jan, gedoopt NG Dordrecht 12 juli 1637

b. Cornelis Mol, gedoopt NG Dordrecht sept. 1639, trouwde NG Dordrecht 25 mei 1659 Jannetje van den Bergh

Kind:

b-1. Maria Mol, gedoopt NG Dordrecht 10 sept. 1674, trouwde Michiel van der Monde

– 17 juli 1696: Michiell van der Monde, koopman van wijnen, als man van Maria Moll, erfgename van haar grootvader van vaderszijde wijlen Frans Mol, verkoopt voor 60 gl. aan Margrita de Vries, weduwe van Rochus van Wesell, de eigendom van een halve muur aan de noordzijde van zijn huis, staande op het Bagijnhof, naast het erf van de koopster, gekocht van Boudewijn Volgraff, alsmede de halve gang van zijn, verkopers, huis, aan één zijde afgescheiden met de gemeenschappelijke heining tussen de tuin en het erf van koopster, door haar eveneens gekocht van Boudewijn Volgrafft, gescheiden door de gemeenschappelijke heining tussen verkopers huis en dat van Verbroeck, schoenmaker te Dordrecht, strekkende van voren “gelijcx aff” van de dwarsheining tussen de verkoper en tot achter aan de stadsgracht toe, met het secreet achter in de gang en verder overeenkomstig de koopvoorwaarden, die daarvan zijn gepasseerd voor notaris P. van Son te Dordrecht op 14 juli 1696. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 154v e.v.)

c. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1643

d. Margriet, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1645

e. Govert, gedoopt NG Dordrecht 3 mei 1648

f.  Jopken, gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1650

g. Francoijs, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1653]

de weduwe van Willem Wens [koopman] 2-8

[Willem Wens Cornelisz., jongman van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1640), mogelijk zoon van Cornelis Willemsz. Wens (en Maria Cornelisdr. van der Hoop?), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1640 Cornelia Dirck Joostensdr. (van Mennich, van Meeningen), gedoopt NG Dordrecht dec. 1622, van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1640), dochter van Dirck Joosten, molensteenhouwer te Dordrecht, en Aeltgen Joost Driessendr.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 305: op 5 okt. 1669 testeert kapitein Willem Cornelisz. Wens, koopman en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot erfgenaam en voogd zijn vrouw Cornelia van Meeninge, op voorwaarde, dat zij hun minderjarige kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 28v: op 20 mei 1681 verkoopt Cornelia van Meeningen, weduwe van Willem Wens, koopman te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Catharina van Gendt, weduwe van Jasper ’t Hooft, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Cornelis Daenen en dat van Engel Aertsz Vaeck.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 55: op 11 dec. 1683 verkoopt Cornelia van Meeningh, weduwe van Willem Wens, voor een vijfde part mede-erfgename van Cornelis  Wens, geassisteerd met haar zoon Hendrick Wens, voor 800 gl. aan Gerrit van Veen, Franse kramer en burger van Dordrecht, een vijfde part in een huis, genaamd “Leeuwesteijn”, staande in de Wijnstraat tussen de Stadskaaswaag aan de ene zijde en de gang van het huis “Blijenborch” en brouwerij “de Orangieboom” aan de andere. 

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 134v e.v.: op 19 mei 1698 verkopen Maria Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man Anthonij Leenman, raad en vroedschap van Brielle, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris J. Stochius te Brielle op 18 sept. 1697, Aletta Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Onias en diens vrouw, Christina Wens, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Weststrate te Zierikzee op 24 sept. 1697, en Cornelia Wens, ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Meningh, in haar leven weduwe van Willem Wens, voor 4600 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, een huis, staande tegenover kraan Rodermont op de hoek bij de molenstenen tussen ’s herenstraat aan de ene zijde en het huis van Elisabeth Hulsthout aan de andere. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3000 gl.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria Wens, mrt. 1641, trouwde Anthonij Leenman, raad en vroedschap van Brielle

b. Aletta Wens, febr. 1643

c. Dirck, 4 dec. 1644

d. Cornelis, 30 juni 1647

e. Cornelia Wens, jan. 1650, ongehuwd

e. Anna, 28 juli 1652

f. Hendrick Wens, 1 april 1654

g. Christina Wens, 24 jan. 1656, trouwde Willem Onias

h. Willem, 16 april 1659

i. Geertruijd, 16 jan. 1661]

f. 9

juffrouw van Meeningen 1-16

[NG trouwboek Dordrecht 13 mei 1646: Anthonij Dircksz. van Mennick [van Meninge] jongman wonende op de Nieuwe Haven en Elisabeth Hulshout jonge dochter wonende omtrent de Visbrug, beiden van Dordrecht, getrouwd op 29 mei 1646

6 mei 1652: Cornelis Vaens Johansz., schepen in wette en thesaurier van de reparatie van Dordrecht, verkoopt namens de stad Dordrecht aan Anthonij van Mening, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tegenover Kraan Rodermond tussen de weduwe van Dirck Joosten molensteenkoper en het “Ammonitiehuis”. De kelder van het huis komt onder het huis, toebehorende aan de Grote Kerk, waarin Franchoijs Mol, koster van de Grote Kerk, woont en zal eigendom blijven van de Grote Kerk. Van het huis zal afgaan drie en een halve voet “erffs breet binnen muijrs voor den kelder voornoemt”, welke zal dienen tot een gang, strekkende achter van de straat op het kerkhof tot de muur van het kookhuis van het voornoemde huis van de kerk. (ORA Dordrecht inv.778, f. 103v e.v.)]

de weduwe van Willem Wens 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 134v e.v.: op 19 mei 1698 verkopen Maria Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man Anthonij Leenman, raad en vroedschap van Brielle, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris J. Stochius te Brielle op 18 sept. 1697, Aletta Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Onias en diens vrouw, Christina Wens, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Weststrate te Zierikzee op 24 sept. 1697, en Cornelia Wens, ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Meningh, in haar leven weduwe van Willem Wens, voor 4600 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, een huis, staande tegenover kraan Rodermont op de hoek bij de molenstenen tussen ’s herenstraat aan de ene zijde en het huis van Elisabeth Hulsthout aan de andere. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3000 gl.]

De Houttuinen bij de Kerkstraat

Balten van Horick [steenkoper] 1-15

[I. Baldericus (Balten) van Horick, jongman van Yperen (1637), steenkoper te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5/17 mei 1637 Maeijcken Fransdr.

Kind:

a. Francois, volgt II

II. Francois van Horick, gedoopt NG Dordrecht mei 1640, steenkoper, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Grote Kerk (1670), trouwde 2e NG Dordrecht 15 juni 1670 (ondertrouw) Dina Roels, jonge dochter van Terneuzen, wonende aldaar (1670)

ORA Dordrecht inv. 799, f. 161v e.v., akte dd 21 juli 1696: Francois van Horick, gewezen koopman te Dordrecht, heeft voor 3105 gl. aan Steven van Gelder, koopman en burger van Dordrecht, een huis, erf en pakhuis verkocht, staande en gelegen op de hoek van de Grotekerkstraat, tussen die straat en het generaliteitsmagazijn. Aangezien de koper beducht was dat “eenige imminente schulden ten laste vant voorsz. huijs erve en packhuijs soude opcomen”, heeft hij burgemeesters en schepenen van Dordrecht verzocht, dat het huis etc. hem bij onwillig decreet zal worden geleverd, “ende opde cooppenningen daar van gedisponeert te worden bij sententie van preferentie”. Op dit verzoek is positief beschikt. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 2000 gl., die Johan van der Hoop nomine uxoris en Simon de Vries op het huis etc. sprekende hebben.

ORA Dordrecht inv. 816, f. 131v e.v.: op 3 febr. 1731 verkoopt Pieter van Gelder, pondgaarder te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn meerderjarige, ongehuwde zuster Elisabeth van Gelder, beiden kinderen en enige erfgenamen van wijlen Steven van Gelder, koopman in wijnen te Dordrecht, voor 2340 gl. aan mr. Matthijs Beelaerts, als “commis stapelier, en sulx ten behoeve vande Generaliteijt”, een huis met wijnkelder, loods en pakhuis, staande op de hoek van de Kerkstraat omtrent kraan Roodermont tussen ’s Lands Magazijn en de Kerkstraat.

“Even verder staat het zogenaamde Landsmagazijn dat van het laatst van de achttiende eeuw dateert. Bij het begin van de tachtigjarige oorlog was door de stad onder meer het middeleeuws schoolgebouw van de Grote Kerk aan de staat afgestaan als artilleriehuis en langzamerhand was het aantal artilleriehuizen aangegroeid tot vijf, namelijk drie aan het Grotekerksplein en twee aan de tegenwoordige Houttuinen. Met het hoekhuis Kerkstraatje-Houttuinen werden ze tot het tegenwoordige Landsmagazijn verbouwd. Wanneer men in de oude tijd de Houttuinen tussen Kerkstraat en Vleeshouwersstraat doorwandelde, zag men daar een groot aantal deftige woningen. De rijke houtkopersfamilies Rees, Oem, Van Wesel, Van Middelhoven en De Witt woonden er bij hun houtzaken. Nu zijn deze panden … verdwenen. Slechts twee bijzondere gebouwen bleven staan. Het eerste is het pakhuis “Besje Bakkus”, op de hoek van de Kerkstraat, dat in 1660 door Jan Bakkus gesticht werd en later naar zijn dochter Elisabeth Bakkus genoemd werd. Het andere, Houttuinen 2, is in 1780 gebouwd in Lodewijk XVI-stijl.” (Lips, o.c., p. 188)

“Het zeventiende-eeuwse pakhuis ‘Besje Bakkus’ (op de monumentenlijst van 1965) is in 1979 afgebroken. … Het is de bedoeling drie appartementen op het perceel te bouwen.” (E. van Dooremalen, De steenhouwerij en marmerzagerij van A.P. Schotel Gzn 1865-1917, in Oud-Dordrecht 2008, nr. 3, p. 58)]

Jan Bakkers 2-15

[NG trouwboek Dordrecht 7 juni 1643: Jan [Willemsz.] Baccus jongman van Steijn Maasschipper wonende scheep en Janneken Corstiaensdr. van Oost jonge dochter van Weset [Visé] wonende aan de Blauwpoort, getrouwd op 21 juni 1643

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 jan. 1693: een zwarte baar voor Jan Backus koopman op de hoek van de Kerkstraat in de Houttuinen

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 174: op 1 okt. 1722 comp. :Samuel de Moraaz geswore Clercq ter Secretarie dezer Stadt en mede notaris alhier, als speciale Last en procuratie hebbende van Juffrouw Catharina Backus wed.e en Boedelhouster van wijlen d’hr. Pieter Cloens, woonende alhier voor een derde part, Item van Juffrouw Margaretha Plukké wed.e en Boedelhoudster van wijlen de Heer Corstiaan Backus, woonagtig alhier mede voor een derde part als mede van de Heer Mattheus Rees, Coopman alhier voor een agtste in een derde parte, ende hem boven dien sterkmakende voor de Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part Gelijk ook vande Heer Gillis Rees Coopman alhier voor een agtste in en derde part, en hem bovendien sterkmakende voorde Heer Willem Rees mede voor een agtste in een derde part, Item van deselve Heer Mattheus en Gillis Rees mitsgaders haar sterkmakende voor de Her Willem Res met hen drien in qual.t als voorgden over haare minderjarige broeder de Heer Pieter Rees, ende ten dien reguarde approbatie hebbende vande Ed. Groot Agtb. Heere die van de Camere Judicieel deser Stadt volgens Appoinctemente van dato den 24e September 1722 mede voor een agtste in een derde part, mitsgaders van de Heer Cornelis Terwe, Coopman alhier als in houwelijk hebbende Juffr. Johanna Rees voor een agtste in een derde part, alsmede vande Heer Herman Vingerhoedt Coopman alhier in houwelijk hebbende Juffrouw Petronella Rees voor een agtste in een derde part. Gelijk ook van de Heer Adrianus Verster bedienaar des Goddelijke woords binnen deze Stadt, als in houwelijk hebbende Juffrouw Cornelia Rees voor een agtste in een derde part En Laastelijk van Juffrouw Elisabeth Rees meerderjaarige ongehuuwde Juffrouw woonagtig alhier mede voor een agste in een dere part; alle gezaamentlijk in qualiteijt als erfgenaamen van Juffr. Johanna van Oost wed.e wijlen de Heer Jan Backus Coopman alhier was sijnde deselve procuratie gepasseert voorden notaris Gerardt de Haan en zekere getuijgen alhier in Dordregt residerende in dato den 30e September 1722″. De comparanten verkopen voor 3320 gl. aan Adriaan ’t Hooft Cornelisz., thans wonende te Dordrecht, die tot koper is aangewezen door Arnoldus ’t Hooft, een pakhuis met verscheidene zolders en een “eijgenkaaij” ervoor, staande in de Houttuinen tussen de Grotekerkstraat en het huis van Adriaan van der Pot, koopman.

Kinderen (o.a.):

a. Corstiaen Backus, geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Dordrecht, koopman, wonende op de Nieuwe Haven (1683), trouwde NG Dordrecht 30 mei/15 juni 1683 Margareta Plucque, gedoopt NG Dordrecht 14 juni 1666, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Jorispoort (1683), dochter van Johan Plucque en Geertruijd (de) Vos

ONA Dordrecht inv. 189, akte 131: huwelijkse voorwaarden dd 1683 tussen Corstiaen Backus, jongman, koopman en burger van Dordrecht, geassisteerd met Johan Backus en Jenneken Corstiaensdr. van Oogst, zijn ouders, en Margrieta Plucque, jonge dochter, geassisteerd met Geertruijt de Vos, weduwe van kapitein Johan Plucque, haar moeder, en Lodewijck Plucque, haar oom.

ONA Dordrecht inv. 191, f. 24: testament dd 26 jan. 1687 van Gijsberta Plucque, ongehuwde persoon, burgeres van Dordrecht, ziek te bed liggende. Zij benoemt tot erfgenaam haar moeder, Geertruijt de Vos, weduwe van kapitein Johan Plucque, of bij vooroverlijden haar broer en zuster “van helen bedde”, Martinus Plucque en Margrieta Plucque.

Kind:

a-1. Jan Corstiaensz. Backus, gedoopt NG Dordrecht 9 mei 1685, provoost van de Munt van Holland 1744-1754, testeert ten overstaan van notaris A. Bax te Dordrecht op 7 sept. 1750, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 28 okt. 1755

b. Petronella Backus Jansdr, geboren ca. 1655,jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1674 (ondertrouw, getrouwd in de Grote Kerk op 1 nov. 1674) Mattheus Rees, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1653, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1674), houtkoper.]

Gillis Rees 2-15

jufrouw van Meeningen

Inde Schuijtmakers-straat

de weduwe van Gerrid Baan 0-12

[ORA Dordrecht inv. 798 , f. 118v e.v.: op 22 mei 1694 verkoopt Agatha van Wesel, weduwe van Gerrit Baan, voor 270 gl. contant aan Margareta de Vries, weduwe van Rochus van Wesel, een huis in de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Elisabeth van Meeningen en dat van de erfgenamen van de heer Van de Werff.]

f. 9v

de weduwe Remak 0-12

de weduwe van Job Jansz. Kuijter 0-14

[NG trouwboek Dordrecht 8 febr. 1643: Job Jansz. [Kuijter] schippersgast jongman wonende in de Torenstraat en Willemijntgen Otten jonge dochter wonende buiten de Vriesepoort beiden van Dordrecht, getrouwd op 21 febr. 1643

Uit dit huwelijk:

Trijntje, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1644

NG trouwboek Dordrecht 17 juni 1646: Job Jansz. [Kuijter] schipper weduwnaar wonende in het Torenstraatje en Dingentgen [Digna] Ariensdr., weduwe van Pieter Oudebotter [Ouboter] wonende in de Wijngaardstraat, beiden van Dordrecht, getrouwd op1 juli 1646.

ONA Dordrecht inv. 135, f. 415: op 28 sept. 1656 testeren Job Jansz. Cuijter schipper en zijn vrouw Dingentgen Arijens, burgers van Dordrecht. Hij legateert aan het voorkind, dat hij heeft verwekt bij Willemijntgen Otten, zijn eerste vrouw zaliger, een bedrag van 600 gl. Zij legateert aan haar voorkind, bij haar verwekt door haar eerste man zaliger Pieter Oubutter een bedrag van 1000 gl. Tot erfgenaam van al hun overige goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde dat die langstlevende hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 1400 gl. zal uitkeren. Tot voogden stellen zij aan de langstlevende van hen beiden, Adriaen Jansz. Loeff en Jan Huijbrechtsz. den Baes, resp. hun broer en zwager. 

ONA Dordrecht inv. 136, f. 522: op 11 dec. 1657 testeren Job Jansz. Cuijter en zijn vrouw Dingentgen Arijensdr. , burgers van Dordrecht. Zij herroepen een eerder testament, dat zij gepasseerd hebben voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 28 sept. 1656. De testatrice verklaart, dat zij, indien zij vóór haar man komt te overlijden, aan haar voorzoon Cornelis Oubutter, bij haar verwekt door Pieter Oubutter, maakt een somma van 1000 gl. en dat bovenop de fideïssaire goederen, die zijn gekomen van wijlen Hadewij Jans, en bovenop de somma van 400 gl., die haar zoon toekomt als zijn aandeel in zijn vaderlijke goederen. Haar man zal de opbrengsten ervan mogen genieten, en zal in compensatie daarvoor haar voorzoon onderhouden. Tot erfgenaam van hun overige goederen benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid, huwelijk of het moment, waarop zij in staat zijn hun eigen kost te verdienen, en hun dan onder hen allen een bedrag van 2200 gl. uitkeren. Indien al hun kinderen vóór hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal dat bedrag verdeeld worden als volgt: 200 gl. gaat naar de moeder van de testateur Maijken Arijens, en 2000 gl. naar zijn erfgenamen ab intestato. Zijn moeder zal dan haar leven lang het vruchtgebruik van de helft van die 2000 gl. krijgen. Als de testatrice als eerste en zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet de testateur aan haar voorzoon of bij vooroverlijden zijn nakomelingen of bij ontbreken daarvan aan haar erfgenamen ab intestato een somma van 1400 gl. uitreiken. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij zijn broer Adriaen Jansz. Cuijter en haar aangetrouwde neef Willem Cornelisz. van Dijck.

Het gezin van Job Jansz. Cuijter, door Nicolaes Maes.

ONA Dordrecht inv. 167, f.621 e.v.: op 14 sept. 1680 verklaren Cornelis Oubutter zeilmaker, Adriaen Joppen Cuijter wijnkoper, en Jan Joppen Cuijter schipper, allen burgers van Dordrecht, kinderen van Dingentgen Arijens, vrouw van Job Jansz. Cuijter, Londenvaarder te Dordrecht, dat hun moeder en vader enige jaren geleden, nodig hebbende een somma van 1400 gl., die geleend hebben van hun neef Abel Oubutter, schipper en burger van Dordrecht, en hem daarvoor overgedragen hebben een obligatie ten laste van de provincie Holland, gedateerd 28 aug. 1647, die gebleken is hun moeder aangekomen te zijn uit de nalatenschap van Hadewij Jans, weduwe van Bartholomeus Gillisz. van Oosterhout.

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 155v: op 21 okt. 1687 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Claes Otten schipper en diens vrouw Adriaentgen Adriaensdr., gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 13 aug. 1657. Zij hebben tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemd Cornelis de Raven en Jop Jansz. Kuijter, resp. hun zwager en oom.]

de weduwe van Willem Wens 1-1

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 45v: op 12 jan. 1673 verkopen “Gijsbert de Jager, en(de) Dionisius Tegelbergh, beijde Notarissen binnen deser Stede, als gestelde Curateurs over den Boedel ende goedren van Trijntge Rijnders za.r weduwe was van Joris Hendricxs Alderven … ende noch als last en(de) procuratie hebbende van Juffr. Beata de Haen weduwe wijlen Sr. Matthijs van Alsem in sijn leven Coopman binnen deser Stede”, voor 800 gl. aan Jacob Sam Jacobsz. een huis in de Schuitenmakersstraat, vanouds genaamd “het Ossenhooft” of “de Collegie Camer”, staande tussen het huis van Job Jansz. Cuijter en dat van de erfgenamen van Van Alsem.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 20v: op 3 mei 1687 verkopen Maria Roerom, weduwe van Jacob Sam Jacobsz., koopman te Dordrecht, en Geerit Sam, koopman te Amsterdam, beiden als mede-erfgenamen van voornoemde Jacob Sam, voor 3050 gl. aan Hendrick Wens, koopman te Dordrecht, een huis genaamd “den Swarten Arent” in de Schuitenmakersstraat tussen Job Jansz. Kuijter en de erfgenamen van Matthijs van Alsem, uitkomende tot achter op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Herman Oem en het huis genaamd “het Visschip”, alsmede het erf daarvoor, gelegen “over de straet” en komende tot aan de haven. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2200 gl.]

Jacob Mouthaan 0-9

Simon Claasz. Braat [schipper] 0-11-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 11v: op 17 april 1685 verkopen Jacob Lievens en Davit van Aerts, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige kindskinderen van wijlen Claes Jansz. Geelkercken, mr. metselaar te Dordrecht, voor 400 gl. aan kapitein Sijmon Claesz. Braet, burger van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis of pakhuis van de weduwe van Daniël Geene en de poort van die weduwe.]

de kinderen van juffrouw Van Leeuwen 0-9-8

[NG trouwboek Dordrecht 10 jan. 1677: Barent van Neth koopman jongman van Dordrecht wonende tegenover de Gravenstraat en Alida van Leeuwen jonge dochter van Leiden wonende aldaar, per procl. van Leiden, 24 jan. bescheid gegeven om te Leiden te mogen trouwen

Barendt, zoon van Johannes van der Net en Beata de Haen, gedoopt NG Dordrecht 20 dec. 1656]

Jan [Jansz.] Pluijm 0-8-8

[ORA Dordrecht inv. 791, f. 98 e.v.: op 17 febr. 1680 verkoopt Rooxken Govertsdr. van Hommerich, weduwe van Claes Jansz. van Lotteringe, in zijn leven ziekenbezoeker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Bartholomeus Govertsz. van Hommerich, haar broer, volgens procuratie op 8 febr. 1680 gepasseerd ten overstaan van de notarissen N. Gwlannon en N. Sanijlous te Parijs, samen erfgenamen van Bartholomeus van Hommerich, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 380 gl. aan Jan Jansz. Pluijm een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Cornelis Wor en de wijnkelder van Barent van der Neth.]

de kelder van de weduwe Wor 0-9

[ONA Dordrecht inv. 366: op 13 mrt. 1675 verkoopt Huijbert van de Graeff, koopman en achtraad van Dordrecht, voor 3450 gl. aan Cornelis Wor, wijnkoopman, een huis bij de Grote Kerk, staande tussen het huis van Jan Jacobsz. van de Haspel en dat van de weduwe van Arent van de Putten, met een huisje achter het voorgaande, staande in de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Pieter van der Clock en dat van Govert Meeusz.]

Pieter Jansz. van der Klok [metselaar] 0-6

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 174v e.v.: op 30 nov. 1694 verkoopt Pieter Jansz. van der Klock, mr. metselaar en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Arien van Cappelle, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe Wor.]

Schuitenmakersstraat (febr. 2013)

Jeremias van der Monde [voormalig burgerkapitein] 0-12-4

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 11v: op 26 mrt. 1689 verkoopt Johannes Perriens, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de erfgenamen van Crijn van Diemen, wijnkoper Dordrecht, voor 675 gl. aan Jeremias van der Monde, oud- burgerkaptein te Dordrecht, een huis met een wijnkelder ernaast, staande voor in de Schuitenmakersstraat tussen het huis “de Drije Nobels” en het huis van Willem de Ridder brouwersgast.]

Willem de Ridder [brouwersgast’] 0-6

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 88v: op 15 april 1671 verkopen Gijsbert Steijns, oud-burgemeester van Ravesteijn, en zijn vrouw Maeijcken Bornwater, voor 600 gl. aan Willem de Ridder, brouwersgast en burger van Dordrecht, een huis voor in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het pakhuis van de erfgenamen van Crijn van Diemen en het huis van Willem van Bleijenborgh.]

de heer Willem van Blijenberg 0-12

denselven 0-6-8

Frans van der Naald 0-5

de heer Willem van Blijenberg 0-3

het pakhuis van de heer Biesheuvel 0-12-8

de tuin en woning van Vink 0-8

de heer Willem van Blijenberg 0-3

f. 10v

Adriana Nuijssenburch 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 27v: op 2 juni 1665 verkopen Gijsbert de Jager de jonge , als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, en kapitein Pieter van der Werff, “als gecommitteert vuijt de crediteuren” van Cornelis Vinck, voor 500 gl. aan Adriana Mauritz, weduwe van kapitein Abraham van Nuijssenburch, een huis in de Schrijversstraat, zijnde het hoekhuis van het dwarsstraatje [Manhuisstraat], staande tussen het huis van Van der Werff enhet dwarsstraatje.]

Geerid Vermeer 0-6

Frans van der Naald 0-13-8

Willem Konings 0-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 7v: op 22 febr. 1691 verkoopt Johan van Slingelant, rentmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Dionijsius van der Kessel, vader van het voornoemde Weeshuis, voor 670 gl. aan Willem Adriaensz. Ceuninck, maselaar en burger vn Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Frans van der Naelt.]

Jan Pluijm [mr. huistimmerman] 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 18v: op 31 mrt. 1705 verkopen “Jan Pluijm, mr. Huijstimmerman binnen dese Stadt Dordt, Hendrick Meusel, koster ter Augustijnekerk als in Huwel. hebbende Lucija Pluijm en Aarnold van Poelien, Coopman als in huwelijk hebben(de) Cornelia Pluijm alle (benevens Pieter en Maria Pluijm nog minderjarig) kinderen ende Erfgenamen van Jan Pluijm den Ouden zal.r in sijn leven mr. Huijstimmerman mitsgrs. Jordaan Damasz. Verstappen als voogd over de voorn. nog minderjarige Pieter ende Maria Pluijm” voor 575 gl. aan Abraham Hordijk, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, staandein de Schuitenmakersstraat tussen het huis van Willem de Koning, waar uithangt “den Witten Arent”, en het huis van Vester Mol

Silvester Mol 0-12

[ORA Dordrecht inv. 794, f. 19: op 9 mei 1685 verkoopt Jan Francken, “ijsertelder” te Dordrecht, aan Vester [Sylvester] Mol, arbeider te Dordrecht, een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Rochus Rees en dat van Pieter … [sic] schuitenvoerder, voor 500 gl. contant.

ORA Dordecht inv. 797, f. 118 e.v.: op 1 juli 1692 verklaart Faster Mol, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Johan Langhswaert, zilversmid en burger van Dordrecht, een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van Jan Pluijm en het pakhuis van Mattheus Rees.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 okt. 1730: Lambert Ditjang inde Schuitenmakersstraat, “een vremt man” in het huis van Fester Mol, laat kinderen na.]

Weder inde Houttuijnen

het pakhuis van Matteus Rees 2-15

Van Capell 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 42 e.v.: op 15 sept. 1683 verklaren Jan van Cappel en zijn vrouw Pieternella Jans schuldig te zijn aan Maria Dircxsz. Claer, weduwe van Cornelis van Leeuwen, wonende te Rotterdam, een somma van 800 gl., verbindende een huis in de Houttuin en de kade van dat huis tot de kade toe, staande en gelegen tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Pietersz.  Mispelshoeff en het huis en de houttuin van Rochus Rees.]

Matteus Rees 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53v e.v.: op 23 nov. 1683 verkoopt Cornelis van Someren, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Mattheus Rees, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan van Cappel, als man van de weduwe van Jan Dircxsz. Claer.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47 e.v.: op 5 sept. 1703 verkoopt Rochus Rees, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vader, Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob de Witt, koopman te Dordrecht, een huis met houttuin en kade voor de deur, strekkende voor tot aan de haven, staande en gelegen in de Houttuinen tussen het huis van Johannes de Heer en dat van Anthonij de Vos. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.]

denselven 2-15

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 102, akte dd 27 april 1694: ontvangen van Mattheeus Rees een bedrag van 345 gl. 3 st. over de 40e penning “Duijts en Oortgens”, mitsgaders de 10e verhoging, schrijven en zegelen van de brieven “met d’insertie van qualificatie” van 2 huizen, op de Nieuwe Haven in de Houttuinen, welke hij zegt gekocht te hebben van de erfgenamen van Samuel Beijers te Rotterdam voor resp. 4300 en 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 50: op 2 juni 1701 verkoopt Rochus Rees, als procuratie hebbende van Mattheus Rees, koopman te Dordrecht, aan Johannes de Heer, burger van Dordrecht, een huis in de Houttuinen op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Mattheus Rees en dat van Govert van Wesel. De koper is schuldig aan Rochus Rees, in zijn voornoemde hoedanigheid, een somma van 800 gl. ]

f. 11

het pakhuis van de weduwe van Gerrid Baan 2-0

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 95v e.v.: op 19 april 1694 verkoopt Agatha van Wesel, weduwe van Gerrit Baan, aan Govert van Wesel, equipagemeester en koopman te Dordrecht, voor 800 gl. een huis in de Houttuinen op de Nieuwe Haven, staande tussen de gang van de weduwe van mr. Nicolaes Vivien en het huis van Johannes de Heer mr. kuiper.]

Nicl. Vivien 2-0

juffrouw van der Linden 1-18-12

de heer Govert van Wesel 4-10

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 16v e.v.: op 16 mrt. 1695 verkoopt Margareta de Vries, weduwe van Rookus van Wesell, koopman te Dordrecht, 12.000 gl. aan Govert van Wesell, equipagemeester en koopman te Dordrecht, een huis in de Houttuinen, vanouds genaamd “den Voetboogh”, staande tussen het huis van Henderick van Wessum en de gang van de vrouwe van Beuvignie, met een pakhuis en loods, komende over de gang van de vrouwe van Beuvignie, met de kaden en erven daarvoor, strekkende tot de haven en daaromheen liggende, zoals genoemd pakhuis en loods zijn gekocht van Jacob de Witt, in zijn leven oud-burgemeester van Dordrecht.]

de weduwe van Wessem 1-16

de weduwe van de heer van der Velde 1-10

juffrouw van Wesel 1-10

het huis en pakhuis van Jan Boon 2-4

Hend. Promer [koopman] 2-4

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 159: op 17 okt. 1667 verkoopt Barbara van Beaumont, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1000 gl. aan Hendrik Pomer, burger van Dordrecht, een huis met een pakhuis op de hoek van de Vleeshouwerstraat en een huisje in de Vleeshouwersstraat staande tussen het huis van Jacob van Kessel en dat van Frans Mol, alsmede een houttuin tegenover de Vleeshouwersstraat, strekkende tot aan de haven tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Cornelis Boon. 

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 27v e.v.: op 29 april 1679 verklaart Hendrick Promer, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Hendrick Onderwater, oud-magistraat van Dordrecht, een somma van 4000 gl., verbindende een huis met pakhuis, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Johannes Boon koopman, een huisje in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob van Kessel en dat van Frans Mol, alsmede een houttuin tegenover de Vleeshouwersstraat, strekkende tot aan de haven toe, en tenslotte nog een windzaagmolen, staande buiten de Sluispoort aan het einde van de Kalkhaven naast het Wilgenbos.

Begraafboek Grote Kerk 20 sept. 1691: een baar voor Hendrick Proomert in de Houttuinen bij de Schuitenmakersstraat

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 110v: op 19 juli 1690 verkopen Hendrik Promers, Jan Promers, Engeltje Promers en Huijbert van der Hoop, als voogd over Maria Promers, en als procuratie hebbende van Pieter Promer, voor 3250 gl. aan Henrica Karnakel, een huis met een pakhuis en wijnkelder erachter en een houttuin op de haven, alsmede een woning, waarin Pieter Schalij woont en die tevoren een kamer van het voornoemde huis geweest, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van kapitein Jan Boon, alsmede voor 700 gl.  een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Frans Mol en dat van Jan Schot.]

Antonij de Hoog 0-2-8

[ORA Dordrecht inv. 809(oud) f. 98 e.v.: op 17 april 1714 verkoopt Judik Wijntjes, weduwe van Anthonij de Hoog, wonende te Dordrecht, voor 850 gl. aan Herman van Oghten, burger van Dordrecht, een huis, staande op het einde van de Houttuinen bezijden de Lange Houten Brug omtrent de Vleeshouwersstraat, strekkende voor van de straat tot achter tegen de houttuin van de weduwe van Casper Oudland. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 300 gl., die Jacob Stoop, schepen in wette van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.]

f. 11v

Inde Vlijshouderstraat [Vleeshouwersstraat]

Boudewijn Volgraaff 0-13-8

[4 mei 1694: Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Volgraeff, wonende te Dordrecht, Jasper Volgraeff, wonende te Den Haag, en Cornelis Volgraeff, wonende te Leiden, kinderen en erfgenamen van wijlen Matthijs Volgraeff en Hester Dircxs, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Swanenburgh te Leiden en notaris Pieter Muijs te Dordrecht op resp. 28 en 29 april 1694, verkoopt voor 600 gl. contant aan Elisabeth Braet, laatst weduwe van Boudewijn Volgraeff en burgeres van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Jasper Outlandt. Koopster is schuldig aan Johan van der Burgh, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Jasper Outlant, en een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Wildeman”, staande tussen het huis van Johannes Dircsz. en dat van de erfgenamen van juffrouw Vogel. (ORA Dordrecht inv. 798, f. 103 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 86v: op 27 dec. 1695 verkoopt Elisabeth Braets, laatst weduwe van Boudewijn de Graeff, burgeres van Dordrecht, voor 900 gl. aan Judik Wijntjes, weduwe van Anthonij de Hoogh, burgeres van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Japser Outlant, belend door dat huis aan de ene zijde en dat van Jeremias van der Monden aan de andere zijde]

denselven 0-12

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 127v: op 1 juli 1694 verkoopt Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isaac Wiltens, man van Maijken Volgraaff, Herman Volgraaff, Jan de Bets, man van Jannighje Volgraaff, Willem Volgraaff, Josijntje Volgraaff en Jacobus Volgraaff, allen kinderen en erfgenamen van Janneken Keijsers, bij haar verwekt door Boudewijn Volgraaff, beiden overleden, volgens het testament gepasseerd voor notaris G. Walterij te Dordrecht op 5 febr. 1675, voor 260 gl. aan kapitein Jeremias van der Monde, burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan Schot en dat van Elisabeth Braat.]

Jan A. Schot [tabakverkoper] 0-19-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 96: op 1 juni 1686 verkopen Elisabeth Theunisdr. van Beeck, laatst weduwe van Jacob van Kessel, en Davit Hendricxs zakkendrager, als man van Judit Jacobsdr. van Kessel, voor 1150 gl. aan Jan Schot, burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Hendrick Promer en dat van Boudewijn Volgraeff.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 8 april 1695: een baar in de Vleeshouwersstraat voor Jan Arien Schoodt tabakverkoper, drie maal luiden en een kwartier.]

Vleeshouwersstraat

Hend. Promer [houtkoper] 0-16-8

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 105v: op 2 juni 1674 verkoopt mr. Pieter Belaerts voor 560 gl. aan Hendrick Promer, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van  Gerrit den Bonte en dat van Jan Ariensz. Schoth.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 27v e.v.: op 29 april 1679 verklaart Hendrick Promer, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Hendrick Onderwater, oud-magistraat van Dordrecht, een somma van 4000 gl., verbindende een huis met pakhuis, staande tussen de Vleeshouwersstraat en het huis van Johannes Boon koopman, een huisje in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob van Kessel en dat van Frans Mol, alsmede een houttuin tegenover de Vleeshouwersstraat, strekkende tot aan de haven toe, en tenslotte nog een windzaagmolen, staande buiten de Sluispoort aan het einde van de Kalkhaven naast het Wilgenbos.]  

de weduwe van Frans Cornelisz. Mol 0-15

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 64: op 16 mei 1699 comp. Michiel van der Monden, weduwnaar van Maria Mol, die erfgename ex testamento was van haar grootouders Frans Cornelisz. Mol, stadsbode en koster van de Grote Kerk, en van diens vrouw Maeijcke Jansdr. van Oldenzeel, en Michiel van der Monden nog als enige erfgenaam van zijn vrouw Maria Mol, Roelant Beijs wijnkoper en Arnoldus Beijs, koster van de Grote Kerk, erfgenamen van hun oudoom Frans Cornelisz. Mol, Hugo Knoop, binnenvader en meester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, als voogd over Henricus en Lecia Beijs, minderjarige kinderen en erfgenamen van Philip Beijs, koster van de Grote Kerk, en van zijn vrouw Petronella Beijs, eveneens erfgenamen van Frans Cornelisz. Mol, hun oudoom, namens hun moeder Petronella Roelants. De comparanten verkopen voor 470 gl. aan Johannes van Westerbrugge ijzerkramer een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Damas Everaarts en dat van Jasper Oudland.]

de weduwe Everaarts 0-13

Boudewijn Volgraaff 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 47: op 6 sept. 1703 verkoopt Elisabeth Braats, laatst weduwe van Arien Pietersz. Verduin, voor 325 gl. aan Zeger van Drongelen, burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan van Westerbrugge en dat van de weduwe Everaart.]

de weduwe van Frans Cornelisz. Mol 0-16-8

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 64: op 16 mei 1699 comp. Michiel van der Monden, weduwnaar van Maria Mol, die erfgename ex testamento was van haar grootouders Frans Cornelisz. Mol, stadsbode en koster van de Grote Kerk, en van diens vrouw Maeijcke Jansdr. van Oldenzeel, en Michiel van der Monden nog als enige erfgenaam van zijn vrouw Maria Mol, Roelant Beijs wijnkoper en Arnoldus Beijs, koster van de Grote Kerk, erfgenamen van hun oudoom Frans Cornelisz. Mol, Hugo Knoop, binnenvader en meester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, als voogd over Henricus en Lecia Beijs, minderjarige kinderen en erfgenamen van Philip Beijs, koster van de Grote Kerk, en van zijn vrouw Petronella Beijs, eveneens erfgenamen van Frans Cornelisz. Mol, hun oudoom, namens hun moeder Petronella Roelants. De comparanten verkopen voor 700 gl. aan Johannes van Westerbrugge ijzerkramer een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan Francken en dat van Elisabeth Braats.]

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 108: op 17 febr. 1728 verkoopt Adriana van Westerbrugge, weduwe van Barent van der Past, voor 300 gl. aan Herman Overkampt, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Segert van Drongelen en dat van Jan Vrancken.]  

Lijsbet Mijnekes 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 101: op 21 juni 1678 verkopen Thomas Geeritsz. van Eijsden houtwerker en Maria Geeritsdr. van Eijsden, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Jan Geeritsz. van Eijsden, samen kinderen en erfgenamen van Geerit Thijssen van Eijsden, kalkmeter en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Elijsabeth Dominicus, burgers van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Franchois Mol en dat van Johannes Riddervelt.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 5v: op 9 jan. 1700 verkoopt Thomas Rijkers,  koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Seger Anthonisz. van Drongelen, burger van Dordrecht, een pakhuis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Johannes Schot en dat van Gillis Huijberts,]

Gillis Huijbertsz. [viskoper] 0-16-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 93v: op 27 april 1688 verkoopt Joost Pelt, als procuratie hebbende van zijn vader Jeremias Aertsz.  Pelt, als man van Maeijecke Joosten van de Schepper, erfgename ab intestato van Johannes Riddervelt, voor 855 gl. aan Gillis Huijbertsz.  een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Anna van Bergen en dat van Jan Anckers.

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 26: op 3 mei 1695 verkoopt Gillis Huijbertsz., viskoper en burger van Dordrecht, voor 950 gl. aan Zeger van Drongelen een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan Francken, burger van Dordrecht, en dat van Van Bergen.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 190: op 9 okt. 1725 verkoopt Seger van Drongelen, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Aalbert de Jongh, mr. schilder,  een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan Franken en dat van Jacob van Volkom.]

f. 12

Anna van Bergen 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 93v: op 27 april 1688 verkoopt Joost Pelt, als procuratie hebbende van zijn vader Jeremias Aertsz.  Pelt, als man van Maeijecke Joosten van de Schepper, erfgename ab intestato van Johannes Riddervelt, voor 1455 gl. aan Anna van Bergen, meerderjarige ongehuwde persoon, een huis in de Vleeshouwersstrraat, staande tussen het huis van Johan van Bladegom van Woensel en dat van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 151v: op 14 nov. 1719 verkoopt Jacomina van Bergen voor 1000 gl. aan Jacob van Volkum, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Zeger van Drongelen en dat van [NN]]

de erfgenamen van juffrouw van Beaumont 0-15

Jan Michielsz. van Bree 0-7-4m

Jan Rutten 0-6-12

Vos en IJssenbroek 0-6

Servaas Gregoor [kaarsenmaker] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 109v: op 22 sept. 1678 verkoopt Jop de Ruijter, koopman te Rotterdam, als man van Elisabeth van IJssenbroek, en Maria van IJssenbroek, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, verkopen Servaes Gregoor, kaarsmaker te Dordrecht, een huis, dat in twee delen wordt bewoond, staande in de Vleeshouwersstraat, genaamd “de Keisers Croon”, tussen Joseph Deslier messenmaker en het huis, dat is gekomen van de erfgenamen van Geerit Thijssen kalkmeter, nu gekocht door Elisabeth Dominicus.

Servaes, zoon van Gerrit Servaesz. Gregoor en Margriet Simonsdr. Istermans, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1651

NG trouwboek Dordrecht 22 april 1681 [ondertrouw] Servaas Gerritsz. Grego [sic] schoenmaker jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Landzijde en Aeltje Remmels jonge dochter van Groningen wonende bij de Pelserbrug

NG trouwboek Dordrecht 22 juni 1681: Servaas Gregoor kaarsmaker weduwnaar [van Aeltje Remmels (Rammelaer)] in de Vleeshouwersstraat en Maria Camp jonge dochter uit het land van Limburg wonende bij de Wijnbrug, getrouwd op 7 juli 1681]

Hessel de messenmaker 0-19-4

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 113: op 21 jan. 1667 verkopen Johannes Hellu en Gualterus Walterij, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van het huis van Frans Gillisz., voor 1010 gl. aan Hessel Arijensz., messenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Daniël IJssenbroeck en dat van de erfgenamen van Jan Jansz. Gront.]

Lijsbet Mijnekes [Dominicus] 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 18v e.v.: op 9 mei 1685 verkopen notaris Pieter Muijs, voor zichzelf en als voogd over Catharina Bongaert, weeskind van wijlen Geertruijt Muijs, en nog als procuratie hebbende van Anna Muijs, weduwe van Hendrick van de Snouck, en Jacobus Stopman, als man van Levina Muijs, en Jacobus Muijs, allen, samen met mr. Johan Muijs, kinderen en erfgenamen van Johan Muijs, bode van Dordrecht, voor 670 gl. aan Lijsbeth Dominicus een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob van Daelen en dat van Joseph de messenmaker.

Jacob van Dalen 0-10-8

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 48v: op 27 juni 1679 verklaart “Jan Jans, wonende buijten Aernhem, als getrouwt hebbende Margrieta van Dalen, neffens Jacob van Dalen, schoenmaker en Borger alhier ter Stede, kindre en(de) Erffgen. van za.r Dirck van Daelen in sijn leven mede Schoenmaker en(de) Borger deser Stede, Te kennen gevende en verclaerde hij Compt. dat naer gedaene scheijdinge van den Boedel ende goedren van(de) voorsz. Dirck van Daelen den gemelte Jacob van Dalen sijnen swager alleen aenbedeelt en(de) geblven is den Eijgendom van” een huis in de Vleeshouwersstraat, in welk huis zijn, comparants, “behuwd vader” gewoond heeft en overleden is.] 

Sijmon Gregoor [schoenmaker] 0-18

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 28 mei 1695: een baar voor de vrouw van Simon Gregoor schoenmaker voor in de Vleeshouwersstraat]

f. 12v

de weduwe van Andries Kant 0-13-8

[Andries Andriesz. Kant, trouwde Anna Bacx, overleden Dordrecht 1 okt. 1695

Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 62v e.v.: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten, door Anna Bacx, weduwe van Andries Andriesz. Kant, die is overleden te Dordrecht op 1 okt. 1695, welke inventaris is opgesteld op 8 nov. 1695 door de secretaris van de Weeskamer op verzoek van Wouwter van Bavel en Cornelis van Breda, burgers van Dordrecht, die door Anna Bacx bij testament zijn benoemd tot voogden over de minderjarige kinderen van haar dochter, Maijken Andriesdr. Kant, weduwe van Franchois Fenicx, [die kinderen zijn: Elisabeth, Anna Marij en Philippina Fenicx] “en dat op het aengeven van” Pieter Kant en voornoemde Maijken Kant, meerderjarige kinderen en erfgenamen van Anna Bacx.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis voor in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van David Bol en dat van Jop Manusse [Vrijbergen], in welk huis Anna Bacx is overleden en dat nu bewoond wordt door haar dochter Maijken Kant, weduwe Fenicx,

– een schepenenschuldbrief dd 8 mei 1680 van 200 gl., gehypothekeerd op het huis van Jacob Willemsz. Storm, staande in de Kleine Spuistraat tussen het huis van Cornelis van Bavel en dat van Jan Oost.

Na aftrek van de lasten resteert een bedrag van 7583 gl. 19 st. 2 p., te verdelen onder de beide erfgenamen, Pieter en Maijken Kant.]

Kinderen:

a. Pieter Kant, trouwde 1686 Catharina Huttenus

b. Maijken Kant, trouwde Fransois Fenix

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt NG te Dordrecht):

b-1. Elisabeth Fenix, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1699), trouwde Gerecht/NG 31 mei/15 juni 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Corstiaen Esselburgh en met schriftelijk consent van zijn vader, de bruid geassisteerd met haar moeder Maeijcken Andriesdr. Kant weduwe van Francois Fenicx) Anthonij van Schelven, jongman van de Lage Zwaluwe wonende op de Hoge Nieuwstraat (1699)

b-2. Anna Maria Fenix, 2 april 1682,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 mei/1 juni 1716(de bruidegom geassisteerd met zijn goede bekende Willem Schoute en volgens schriftelijk consent van zijn moeder Susanna Olijerhoek, de vrouw van Dirk van Wouw, de bruid geassisteerd met Maeijke Kant, weduwe van Francois Fenix, haar moeder) Abraham de Graaff, jongman geboren en wonende in ‘s-Gravenhage (1716)

b-3. Philippina Fenix, 7 juli 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Boom (1714), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 april/13 mei1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Abraham van Duijnen, de bruid met haar moeder) Willem Schout(en), jongman van Heusden wonende omtrent de Beurs (1714)]

Job Marijnisz. van Vrijbergen [schipper] 0-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 134v: op 9 aug. 1680 verkoopt Willem van der Tuijnen, chirurgijn te Dordrecht, als erfgenaam nomine uxoris van Dorothea Pieters, weduwe van Willem Casterman, voor 1035 gl. aan Joost van Zevenum, viskoper en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Cant en de gang van Apert van den Brande.  

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 70: op 26 april 1684 verkoopt Joost van Sevenum, viskoper en burger van Dordrecht, voor 1325 gl. aan Job Emanuelsz. Vrijenberg, schipper en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Vleeshouwerstraat, staande tussen het huis van de weduwe van … [sic] Willemsz. Kant en de gang van het huis van Apert van den Brande.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 40: op 28 juli 1707 verkopen Marcus Ariensz. van der Boot viskoper, als enige erfgenaam van Adriaentie Ariensdr. van der Boot, weduwe van Job Marijnisz. Vrijbergen, viskoper en burger van Dordrecht, voor de ene helft en Jacob van Dijk, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan de Heer, als man van Maria Vrijbergen, dochter van Pieter Marijnisz. Vrijbergen, wonende te Amsterdam, tevens vervangende hun broer Willem Vrijbergen, die sedert ongeveer 20 jaar in het buitenland verblijft en van wie sedertdien geen bericht is ontvangen, voor de andere helft , allen erfgenamen  van Job Marijnisz. Vrijbergen, die is overleden te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Arij van Driel twee huizen in de Vleeshouwersstraat, staande naast de gang van het huis, genaamd “het Jagertje”.]

denselven 0-10 

Apert van den Brande 0-7-8

Lodewijk Vrunts [Frins] 0-7-8

Anneken van Bragt 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 83: op 23 mrt. 1676 vekoopt Bartholomeus van der Meijde, molenaar, als man van Maeijcken Cornelis, voor 350 gl. aan Balthasar de Latour, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat , staande tussen het huis van de koper en dat van Lodewijck Frins.]

deselve 0-12

[27 nov. 1688: compareren voor schepenen van Dordrecht Jacob de Latour en Jacob Jacobsz., getrouwd met Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jean de Latour en Jean Nicolaij de Bouschier advocaat, getrouwd met Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik, zijn, comparants, zwagers, allen kinderen en erfgenamen van Jean de Latour, koopman te Luik. Compareren mede Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, volgens procuraties gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 6 sept. 1688 en 13 nov. 1688 en Balthasar en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, volgens procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris Van Dijck op 9 nov. 1688, samen met Jacobus Paradijs kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour [Latoer], hun ouders zaliger, met nog voornoemde Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar en Laurens Paradijs en hun broer Matthijs Paradijs, als voogden over de minderjarige belanghebbenden, met name de onmondige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, samen erfgenamen van wijlen Balthasar de Latour de oude, in zijn leven koopman te Dordrecht, resp. vader en grootvader van comparanten, verkopen aan Anna van Bracht, de vrouw van Pieter van der Sluijs, twee huizen, naast elkaar staande in de Vleeshouwersstraat te Dordrecht, tussen het huis van Wierick Selderbeecq en dat van de weduwe van Lodewijck Frins. De koopsom is 750 gl. contant, waarvan 500 gl. te ontvangen van Davit Hoffman en Bartholomeus Tersier en 250 gl. van Tersier alleen. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 135 e.v.)]

Wierik Zelderbeek [kaaskoper] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 87v: op 11 april 1676 verkoopt Hendrick van Rees, vroedschap te Schoonhoven, voor zichzelf en als voogd over zijn minderjarige broer Jacob Rees, samen erfgenamen van hun broer Willem Rees, chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 890 gl. aan Wierick Selderbeeck, kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Balthasar de Latour en dat van de kinderen van Denijs Willemsz. schipper.]

de kinderen van Denijs Willemsz. [Gade, schipper] 0-14-4

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 7: op 7 mrt. 1685 verklaren Johannes de Rooij maselaar, als man van Lena Gade, Janneken Gade en Huijbertie Gade, beiden meerderjarig en ongehuwd, Willem Gade schippersknecht en Jacobus Gade, samen kinderen en erfgenamen van Jenneken van Hassel, weduwe van Denijs Gade, en allen burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Wijngaarden een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Wierick Selderbeecq en de gang van de weduwe van Bartholomeus de Toutlemonde.]

de weduwe van de heer Simon Cornelisz. de Vries 0-15

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 74v: op 20 sept. 1695 verkoopt Margrita de Vries, weduwe van Rochus van Wesell, voor 700 gl. aan Johannes Louwa, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Christiaan van Aansorgh en dat van Jacobus de Nijs. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 300 gl. In margine: op 18 okt. 1702 toont Geertruij Dobbel, vrouw van Johannes Louwa, de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is afbetaald.

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 26v: op 20 april 1717 verkoopt Johannes Louwa, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Leendert Walraven viskoper een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Hermanus van Mourick en dat van Jan de Rooij.]

f. 13

Nanning Haring [glazenmaker] 1-0

[NG trouwboek Dordrecht 30 mrt. 1653: Nanningh Aelbrechtsz. Harinck glaesmaker jongman van Dordrecht wonende in de Maríënbornstraat en Lijsbeth Harmens jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat, 20 april 1653 bescheid gegeven om in Kijfhoek te trouwen, getrouwd op 27 april 1653

Begraafboek Grote Kerk 11 nov. 1690: Nanninck Harinck glasmaker in de Vleeshouwersstraat

ORA Dordrecht inv. 799, f. 19 e.v.: op 14 april 1695 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, door het Gerecht en de Kamer Judicieel te Dordrecht daartoe gemachtigd, voor 1360 gl. aan Christiaan van Aansorgh, korenmeter en burger van Dordrecht, het huis, dat is nagelaten door Nanningh Haring, staande in de Vleeshouwersstraat tussen het huis van de weduwe Van Wesel en dat van Hermanus Maurits.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 95: op 15 april 1704 verkoopt Christiaan van Aanzuig, korenmeter en burger van Dordrecht, voor 725 gl. aan Hermanus van Maurick, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Johannes Louwa.]

Hermanis van Maurick [grutter] 1-2

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 85: op 30 mei 1684 verkoopt mr.  Michiel ten Hove, raad en pensionaris van Haarlem en hoogheemraad van Rijnland, als man van Elisabeth van Bebber, en als voogd over de kinderen van Isaacq van Bebber en Jan van Bebber,  tevens procuratie hebbende van Nicolaes van Thoor, wonende te Amsterdam, als man van Anna van Bebber, en Waltherus Roman, bewindhebber van de VOC en kiesheer te Middelburg, als man van Catharina van Bebber, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Jan van Bebber en Catharina Hanore, voor 2250 gl. aan Jan van Evelingen twee naast elkaar staande huizen in de Vleeshouwersstraat, geschikt gemaakt tot één woning, staande tussen het huis van Jan Schot en dat van Nanningh Haring. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1850 gl.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 43: op 17 juli 1691 verkoopt Jan Jansz. van Everdingen, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Hermanus van Maurick, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Seger van Drongelen en dat van de weduwe van Nanningh Haringh. De koper is schuldig aan Pieter Helmigh een somma van 1400 gl.]

Seger van Drongelen [kruidenier] 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 104v: op 17 juni 1688 verkoopt Jan Jansz. van Evelingen, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Seger Anthonisz. van Drongelen, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, waar uithangt “den Nagelboom”, staande tussen het huis van Jan Schot en dat van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 88v: op 12 mei 1716 verkoopt kapitein Zeger van Drongelen, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Hendrik Meusel, burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Hermanus van Mourik en dat van Willem de Jong.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 100v: op 23 febr. 1719 verkoopt Elias Verhoeve, cipier van de Gevangenpoort te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Meusel, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Maria Caan, weduwe van Pieter Vervel, apotheker te Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Willem de Jongh en dat van Hendrik van Mourick.]

Jan A. Schot 0-16-8

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 90: op 6 mrt. 1674 verkopen Barent en Jannitje Jans van Berghum, en Michiel  Motmans, als man van Margrieta Jans van Berghum, samen vervangende Claes Jansz. van Berghum, hun broer en zwager, en Damas van Slingelant Jansz., als rentmeester van het Weeshuis, waar Paulus Jansz. van Berghum onderhouden wordt, samen kinderen van en erfgenamen van Jan Jansz. van Berghum alias Opperbrouwer voor 1000 gl. aan Jan A. Schot een huis in Vleeshouwersstraat, genaamd “Vlissingen”, staande tussen het huis van mr. Pieter Belaerts en dat van Willem Anthonisz. Borchniet.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 68: op 1 okt. 1712 verkopen “Anthonij Schot en Jan Schot bijde Borgers deser Stad, kindren en mede Erffgenamen van wijlen Aeltje Dorpman in haar leven wed.e en boedelhouster van Jan Ariensz Schot beijde zal.r ende nogh in qt. als Executeurs vanden Testamente vande voorn. haare moeder, mitsgaders Voogden over de minderjarige daar inne geregtigt wesende” voor 1100 gl. aan Willem de Jong, mr. schilder te Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, vanouds genaamd “den Zeeman”, met een pakhuis erachter en een vrije uitgang op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van kapitein Zeger van Drongelen en dat van Willem de Jongh. ]

Antonij de Hoog 0-6

[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 115: op 8 juli 1709 verkoopt Judith Wijnties, weduwe van Anthonij de Hoogh, voor 675 gl. aan Willem de Jongh, schilder en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Ariensz. Schot en dat van Van Eijck.]

Jacob van Eijk 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 189v: op 9 okt. 1725 verkoopt Pieter van Eijk schoenmaker voor 600 gl. aan Arie Kemp, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Claas Gatee en dat van de kunstschilder Willem de Jongh.] 

Mattijs Jansz. 0-13-8

Laurens Heijnen 1-1

Hend. Promer 0-15

f. 13v

Jan A. Schot 1-2

Gerrid van Duijnen 0-7-12

Op de Verkemart [Varkenmarkt]

twee huizen van de weduwe Aardemans 1-19

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 174 e.v.: op 2 okt. 1696 verkopen Arnoldus Aardemans, Hendrick Verlouw, als man van Adriana Aardemans, Jacobus van der Mandelen, als man van Geertruij Aardemans, Abraham van der Steen, als man van Margarita Aardemans, en Jacobus van Dongen en Jan Vermeere, als voogden over Geertruij en Jacoba Aardemans, minderjarige kinderen van Johannes Aardemans], samen kinderen en erfgenamen van Catarina Dassen, weduwe van Jacob Aardemans, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Hendrick Verlouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, vier  1/5 delen van een huis, waarvan aan de koper het resterende 1/5 deel toebehoort, staande op de hoek van de Vleeshouwersstraat tegenover de Lange Houten Brug, tussen de Vleeshouwersstraat aan de ene en het huis van Daniël Kilsdonck aan de andere zijde.

I. Jacob Aertsz. Aardemans, jongman van Zevenbergen, wonende bij de Vuilpoort van Dordrecht (1656), bakker te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 jan. 1682 (een baar tegenover de Houten Brug op de hoek van de Vleeshouwersstraat voor Jacob Aerdemans bakker), trouwde NG Dordrecht 23 mrt. 1656 (ondertrouw) Catharina Dassen, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Lombardbrug (1656)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aerjaentje, 15 mrt. 1657, jong overleden

b. Johannes Aardemans, 3 april 1658, volgt II

c. Adriaen, 8 febr. 1660

d. Arnoldus Aardemans, 18 juli 1661

e. Adriana Aardemans, 17 sept. 1663

f. Sijmeon, 21 febr. 1666

g. Geertruijd Aardemans, 6 mei 1668, trouwde Jacobus van der Mandelen

h. Heijltje, 19 dec. 1670

i. Adam, 4 jan. 1673

j. Margrita Aardemans, 4 april 1674, jonge dochter van Dordrecht (1694)trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17/31 okt. 1694 (met attestatie van Delft, de bruid geassisteerd met Jacobus van Dongen haar voogd)Abraham van der Steen, weduwnaar van Delft

DTB Dordrecht (NG gemeente):attestatie dd 14 nov. 1694 voor Margarita Aardemans, gewoond hebben de voor het Bagijnhof, vertrokken naar Delft

II. Johannes Aardemans, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1658,jongman van Dordrecht, bakker, wonende op de Varkenmarkt (1680), trouwde NG Dordrecht 24 mrt./8 april 1680Bregje Claptas, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt (1680)

Kinderen:

a. Geertruij Aardemans, gedoopt NG Dordrecht 30 mrt. 1681

b. Jacoba Aardemans, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1682, jonge dochter, wonende omtrent de Kolfstraat (1703), bakker, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 april 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Roeland Nieuwervaart, de bruid met Arnoldus Aardemans, haar oom en voogd) Cornelis van Nievervaart, jongman wonende in de Nieuwstraat (1703)]

Daniël Kilsdonk [mr. chirurgijn] 0-18-8

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 20 e.v.: op 5 mei 1689 verkopen Gijsbert de Jager, Johannes van Naeltwijck en Jacobus van Dijck, notarissen te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Maria Perve, weduwe van Jan Verloet, voor 1170 gl. aan Damis Kilsdonck, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob Aerdemans en de “gemene gang”.]

Jan A. Schot 0-5

de heer Willem Oudeman 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 43: op 2 julii 1681 verkoopt notaris Johan van der Hoop, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 1370 gl. aan Rosetta Beljaers, weduwe van Willem Oudeman, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Bathasar de Latour en het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van Jan Verloet. 

Jacob Latour [koopman] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 106 e.v.: op 8 juni 1690 verklaart Jacob Latour, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anna Flips, burgeres van Dordrecht, een somma van 2000 gl., verbindende twee huizen op de Varkenmarkt omtrent de Grote Houten Brug, het ene genaamd “de Spijckermant”, waarin Latour woont, staande tussen het huis van de weduwe van burgemeester Johan van Meeuwen, en dat van Willem Oudeman, en het andere staande daar schuin tegenover tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van Laurens Verop.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 febr. 1693: een zwarte baar voor de vrouw van Jakob Latoer koopman op de Varkenmarkt.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 129v e.v.: op 10 dec. 1699 verkoopt notaris Jacob van Dijck, curator van de boedel van Jacob la Tour, koopman en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Swane Maria Schijvelbergh, vrouwe van Bleskensgraaf, weduwe van mr. Gerard van Brandwijck, in zijn leven lid van de vroedschap van Dordrecht, een huis, dat vanouds is genaamd “den Bonten Osch” en waar nu uithangt “den Spijkermand”, met de woning daarnaast, gelegen boven de gang van burgemeester Jacob van Mewen, staande op de Varkenmarkt tussen brouwerij “’t Witte Hart” en het huis van Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman.]

de weduwe van Hend. Straatman 3-6

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 126: op 21 dec. 1686 verkoopt Hendrick van den Heuvel, koopman te Rotterdam, voor hemzelf en tevens vervangende Cornelia van Singelshouck, weduwe van Gerard van den Heuvel. zijn moeder, voor 2800 gl. aan Cornelia Omelincx, weduwe van Hendrick Straetman, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Diederich Hoeuft en dat van Anthonie Repelaer. De koopster is schuldig aan Geertruij Jans een somma van 800 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1637, f. : op 16 juli 1699 verkoopt Cornelia Omelingh, weduwe van Hendrick Straatman, voor 2500 gl. aan Wilbertus Schenckels, arts te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen brouwerij”de Sleutel” en het huis van mr. Jacob Hoeuft, lid van de Oudraad te Dordrecht.]

de heer Hauft 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 71: op 30 nov. 1723 verkopen “Vrouwe Sophia Everwijn wed.e wijle d’heer mr. Jacob Hoeufft in sijn Edts: leven Borgermeester deser Stad, als moeder en voogdesse van haaren minderjarige kinderen bij den voorn. heer Jacob Hoeuft voor d’eene helfte, mitsgaders als last en procuratie hebbende van de heeren Reijnout Gerrard van Tuijll van Serooskerken, heer van Zuijlen, in Huwelijk hebbende Vrouwe Isabella Agnita Hoeufft, Jean Antoni de Overhoult, heer van Gui(g)nicourt in huwelijk hebbende Vrouwe Anna Jacoba Hoeuft, Item Matthias Lammert Singendonck heer van Geldersmerke, in huwelijk hebbende Vrouwe Agnes Goeufft kinderen en voor drie vierde portien Erffgenamen van wijlen d’heer Diderik Hoeufft in sijn leven heer van Fontaine Pereuse die voor d’eene Helft eijgenaar is geweest van de naarbeschreve Huijsinge en Erff, volgens d’selve procuratie gepasst. voor Willem Verweij nots. s’Hooffs van Utrecht residerende in dato den 2 Novemb. 1723 daer van sijnde ons Schepenen vertoont, Ende nogh als geauthoriseert sijnde, ter momboir Camer der Stad Utrecht in dato den 15 Novemb. 1723 als voogden over Jonhr. Diderik van Lokhorst, eenige zoon van wijlen Vrouwe Maria Catarina Hoeufft, en uijt dien hoofde voor een vierde portie mede Erffgen: van wijlen d’heer Diderik Hoeuft in sijn leven heere van Fontaine Pereuse die voor d’laaste eijgenaar is geweest”, voor 600 gl. aan Hendrik Hooijman, koopman te Dordrecht, een huis met drie kelders en vijf pakzolders erachter, doorgaande van de Varkenmarkt tot aan de brandgevel van de hooizolders van mevrouw Hoeuft, staande op de Varkenmarkt, belend aan de rechterzijde door het koetshuis van mevrouw Hoeuft en de gemeenschappelijke gang naast het huis van dokter Schenkels.

Pieter van Hoogstraten [mr. kuiper] 0-14

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 10v: op 4 mrt. 1681 verkoopt Sijmon Onder de Linde, boekdrukker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Catarina, Adriana en Jannette Cornelis, meerderjarige kinderen en mede-erfgenamen van Cornelis Jansz, mr. huistimmerman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen Vermeulen, als man van Cornelia Cornelis, mede dochter en erfgename van Cornelis Jansz., voor 800 gl. aan Pieter van Hoochstraaten, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van wijlen Raphel Bressi en dat van Anneken Joris, weduwe van Jacob Hendricxsz. Rogier.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 40 e.v.: op 25 sept. 1685 verklaart Pieter van Hoochstraten, mr. kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn Maria Jans, weduwe van Passchier Dozijns, zijn schoonmoeder, een somma van 970 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande naast het huis van Annetje Joris.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 345: op 20 nov. 1685 testeert Maria Jansdr., weduwe van Passchier Dosijns, wonende in Dordrecht, redelijk gezond. Zij legateert aan Jan Vichters de jonge, Catharijna Vichters en Dinghna Vichters, van wie zij oudtante is, aan de dochter van Jan Ghijsen en aan de dochter van Huijbert Dolphijn, van wie zij oudtante is, ieder voor een zesde part haar kleren, juwelen goud en zilverwerk, haar geschrijnwerkte kast, met al het linnen en de overige goederen, die zij ten huize van Willem Jansz. Cop heeft liggen. Tot erfgenamen van al haar overige goederen, bestaande uit een schepenschuldbrief van 970 gl., verzekerd op een huis op de Varkenmarkt, benoemt zij Tobijas en Marija van Hoochstraten, kinderen van haar dochter Marija Dosijn. Tot voogden stelt zij aan Jan Vichters de oude en Jan Vichters de jonge, haar neven.]

f. 14

mevrouw de Roover 0-12-8

[ONA Dordrecht 192, akte 118: op 3 mrt. 1690 verkoopt Anneken Jorisdr., weduwe van Jacob Hendricxsz. Rogiers kuiper, voor 550 gl. aan mr. Jan de Roover een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het achterhuis en erf van de weduwe van mr. Geeraert Brantwijck en het huis van Pieter van Hoochstraten kuiper.]

de erfgenamen van Strikken 1-2

juffrouw Oudeman 1-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 30: op 28 juni 1685 verklaart Isaack Leduck, schoolmeester en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, een somma van 200 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de erfgenamen van Reijnier Stricken en het pakhuis van juffrouw Oudeman.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 65: op 25 nov. 1687 verkoopt Isaack Leducq, oud-schoolmeester en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Rosetta Beljaerts, weduwe van Willem Oudeman, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de kinderen van wijlen burgemeester Pieter van Blocklant en het huis van de koopster.]

Margarita Libert [tapster] 1-0

[Christoffel (Stoffel) Bordels, geboren ca. 1599, jongman van Dordrecht, wijnkuiper (1631), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Visstraat (1637), gezworen wijnroeier te Dordrecht (1641), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 juli 1631 (door schrijven van Den Haag) Janneken Gerritsdr. van Toll, jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage (1631), 2e NG Dordrecht/Zwijndrecht 8/29 nov. 1637 Grietje Gillisdr. (Margarita Libert), geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Luik wonende in de Visstraat te Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 sept. 1679 (een baar voor Margriet Liebert tapster op de Varkenmarkt), trouwde 2e NG Dordrecht/Brandwijk 13/27 juni 1649 (bescheid gegeven om op Brandwijk te mogen trouwen) Joost Dirksz., jongman van Tiel, varend gezel, wonende op de Nieuwe Haven (1649). 3e NG Dordrecht/Westmaas 3/17 juni 1663 Philip de Bonte tegelbakker, weduwnaar van Leiden, wonende op de Riedijk te Dordrecht (1663)

Uit het eerste huwelijk:

a. Ida Bordels, gedoopt NG Dordrecht febr. 1640, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 juni 1710 (de weduwe van Johannes Rens in het Steegoversloot), trouwde 1e Aert Heijmansz. van Outheusden, 2e Jan Rens (zie pagina “de Crimpert Salm” op deze website)

3 okt. 1643: Cornelis van Beveren ridder, heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, verkoopt aan Christoffel Bordels wijnroeier een huis en erf op de Nieuwe Haven [Varkenmarkt], genaamd “de Croon”, beginnende voor aan de straat van de Nieuwe Haven en strekkende tot aan het erf van mr. Nicolaes Schavart, staande en gelegen tussen het erf van de koper en het erf of de gang van brouwerij “het Haentie”. Koper is schuldig een bedrag van 300 gl. In margine: op 15 okt. 1659 compareerde Arijen van den Reijt namens Joost Dircxz., die getrouwd is met de weduwe van Christoffel Bordels en toonde de originele brief, waarbij bleek, dat de schuld volledig was voldaan. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 58v e.v.)

11 febr. 1663: Margrieta Lijbert, weduwe van Joost Dircxsz., waard in de herberg “de Weijman”, verhuurt aan Herman Claesz. van Leijchen voor 16 Vlaamse ponden per jaar een huis genaamd “de Pollepel”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van de heer van Strevelshoek en het huis, genaamd “’t Haantie”. (ONA Dordecht inv. 294, f. 305)

9 april 1666: Margrita Libert, laatst weduwe van Joost Dircxsz., burger van Dordrecht, wonende in “de Lantscroon” op de Varkenmarkt, verklaart op verzoek van Joris Verel, ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, dat op 11 febr. 1666 door haar “peuijglaesen uijtgeworpen sijn eenige ruijten” met straatstenen of klinkers, zonder dat zij gezien of gehoord heeft wie dat gedaan heeft, maar dat zij haar zoontje hoorde zeggen, dat hij voor de deur hoorde praten de zoon van Gerrit Jacobsz., genaamd Outraet. (ONA Dordrecht inv. 297, f. 207)

13 dec. 1710: de kinderen en erfgenamen van Ida Bordels, weduwe van Jan Rens, verkopen voor 1100 gl. aan Johannes van der Kint, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis aan de zuidzijde van de Varkenmarkt, vanouds genaamd “de Landskroon”, staande tussen de gang, pakhuis en erf van burgemeester Hugo Eelbo (ten westen) en de stal en het erf van de heer van de Lind (ten oosten) (ORA Dordrecht inv. 807, f. 145]

Hend. Weijers 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 111v e.v.: op 21 sept. 1686 verkopen ds. Abraham Valentijn en zijn vrouw Maria Rijsbergen, burgers van Dordrecht, voor 1430 gl. aan Hendrick Weijers, koopman en burger van Dordrecht, een huis en tuin op de Varkenmarkt, staande achter het huis van Abraham Cuijper nomine uxoris en tussen het huis van burgemeester Cornelis de Vries en dat van ds. Henricus Francken.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 53v: op 2 juli 1705 verkoopt Hendrik Wijers, koopman te Dordrecht, voor 1600 gl. aan mr. Gerrard Francken Hendricksz. een huis met een tuin ervoor, staande en gelegen op de Varkenmarkt, belend ten noorden de Varkenmarkt, ten oosten de weduwe van Henricus Franken, predikant te Dordrecht, ten zuiden Johannes Braam en ten westen de weduwe van burgemeester Cornelis de Vries.]

ds. Henricus Franken [stal, koetshuis] 0-10-8

Jan Lambertsz. de Bruijn 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 36: op 28 juni 1691 verkopen Gijsbert de Jager en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht van Dordrecht, voor 615 gl. aan Jan Lambertsz. de Bruijn een huis op de Varkenmarkt, vanouds genaamd “den Koninck van Vranckrijck”, staande tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van Hilligje Goverts.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 189v e.v.: op 2 dec. 1698 verkopen Pieter de Bruijn, veertigraad van Dordrecht, als executeur-testamentair en voogd van de minderjarige erfgenamen van Jan Lammertsz. de Bruijn, zijn vader, en Maria ’t Hooft, weduwe van Jan Lammertsz. de Bruijn, voor 675 gl. aan Johannes Kijmer, burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van Pieter Matthijsse Smit.

ORA Dordrecht inv. 1649, f.. 16v: op 18 april 1720 verkoopt Guiliam Kijmer, burger van Dordrecht, voor 360 gl. aan Perpeet Lares, wonende te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Pr. van Chastelet en de stal van ds. Franken.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 173v: op 5 juli 1731 verkoopt “Gerrit Lares, borger deser Stadt, als last en procuratie hebbende van Pieter Lares, Margarita Lares, Jan van der Haert als in huwelijck hebbende IJda Lares, ende Anthonia Lares alle wonende binnen dese Stad volgens deselve procuratie gepasseert voorden notaris Justus de Caasteker en sekere getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 30 junij 1731 ons Schepenen vertoont, te same kindren en Erffgenamen van Margarita van Greuningen in haar leven wed. van Perpect Lares, ende nog als haar sterkmakende ende rato Caverende voor Abraham van Riemsdijck getrout met Anna Lares, alsmede voor haaren uijtlandigen Broeder Gillis Lares mede kindren en Erffgenamen van wijlen de voors. Margarita van Greuningen”, voor 215 gl. aan Jan van Chastelet, mr. smid te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Damas Voorstappen en het koetshuis van Petrus Franken.]

de weduwe van Jan Tijsz. [van Eijsden] 0-18-8

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 117 e.v.: op 28 sept. 1688 verklaart Hilleken Goverts, weduwe van Jan Thijsz., burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn Anthonij Nihot, burger van Dordrecht, een somma van 300 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de Tolbrugstraat en het huis van Nicolaes de Meijer.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 129v: op 27 sept. 1692 verklaart Mattijs Jansz. van Eijsden, schipper, burger van Dordrecht en enige zoon en erfgenaam van Jan Thijsz. van Eijsden, schuldig te zijn aan Jacob Teunisz. Snel, schipper en burger van Dordrecht, 400 gl. wegens geleende penningen, verbindende huis op de Varkenmarkt aan de Nieuwe Haven, staande bij de Tolbrugstraat tussen het huis van Jan Lambertsz. de Bruijn en de hoek van de straat.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 116 e.v.: op 31 mrt. 1696 verkoopt Margrita Claas, weduwe en erfgename van Matthijs Jansz., beurtschipper van Dordrecht op Amsterdam, voor 1100 gl. aan Pieter van Chastelet, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Jan Lammertsz. de Bruijn.De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 900 gl., die Jacob Snell, schipper en burger van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 1652,f. 161v: op 22 mei 1731 verkoopt Anna Monnai, weduwe van Pieter Chasteleth, wonende te Dordrecht, voor 790 gl. aan Damas Voorstappen een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de Tolbrugstraat en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Pieter Lares.]

De Tolbrugstraat [Waterzijde] 

Jan Henricxsz. 0-12-8

Steven Jaspersz. Outland 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 796, f. 4v e.v.: op 1 febr. 1689 verkoopt Jacobus de Jongh, als gemachtigde van Steven Jaspersz. Outlandt, voor 1000 gl. aan Mattheus Bordels, gezworen wijnroeier te Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde omtrent de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Lambert Bouvij en dat van Jan Sonsieck. Bordels heeft zich verplicht 1000 gl. te betalen aan zekere crediteuren van Outlandt, welk bedrag zij aan hem hebben geleend tot gebruik “in sijn coopmanschappe in compagnie met Jasper Outlandt sijnen sone”.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 67v e.v.: op 13 okt. 1691 verklaart Mattheus Bordels, wijnroeier en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Rosetta Beljaert, weduwe van Willem Oudeman, een somma van 2500 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, dat tegenwoordig door hem wordt bewoond, staande tussen het huis van Leendert van Dijl en dat van Roelant Rijckenburg bakker, en tevens een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde tussen het huis van de weduwe van Lambert Bovie en dat van Jan Jansse.

Zie ook hieronder bij f. 40.]

f. 14v

de weduwe van Lambert Bovi 0-10-8

Servaas Coomans 0-15-4

[Servaes, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1651, zoon van Hermen Coomans en Haesje Lubberts.]

Hendrik Visser 0-8

[I. Leendert Pietersz. Visscher, jong gezel van Venlo wonende “te scheep” (1635), trouwde NG Dordrecht 2 dec. 1635 (ondertrouw) Anneken Hendricks, jonge dochter van Dordrecht wonende op de hoek van de Vleeshouwersstraat (1635)

Kinderen (o.a.):

a. Hendrik Visser, volgt II

II. Hendrick Visser, gedoopt NG Dordrecht 14 mrt. 1642, jongman van Dordrecht, schipper (1668, 1691), trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1668 Maria Labeen, gedoopt NG Dordrecht juli 1641, jonge dochter van Dordrecht (1668), dochter van Lambert Lambertsz. Labeen en Maria Lamberts Joslet, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 9 jan. 1717 (Marija Labeen, de vrouw van Hendrik Visser, in de Tolbrugstraat)

– 1 mei 1691: Berbera Huijberts, weduwe van Gillis Lares, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 900 gl. aan Hendrick Visser, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Servaes Coomans en dat van Sr. Graeff blokmaker. Koper is schuldig aan verkoopster 800 gl. Hij hoeft daarover geen interest te betalen, op voorwaarde, dat verkoopster tot haar overlijden in het huis mag blijven wonen. In margine: op 28 juli 1702 compareren Beatrix Ariens, wonende op de Donck, en Beatrix Losier, weduwe van Antonij de Meester, wonende in Strijen, enige erfgenamen van Berbera Huijberts, weduwe van Gillis Lares. Zij verklaren, dat de schuld volledig is voldaan en verlenen derhalve hun toestemming tot het royeren van deschuldbrief. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 23v e.v.)

– 27 mrt. 1703: testament van Hendrik Visser, schipper en burger van Dordrecht,en zijn vrouw Maria Labeen. Zij vermaken aan hun meerderjarige en getrouwde kinderen de goederen, die zij reeds van hun ouders hebben gekregen, in plaats van hun legitieme portie. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam van hun overige na te laten goederen. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun nog minderjarige zoon, Pieter Visser, te onderhouden tot hij mondig geworden is of gaat trouwen, en zal hem dan een bedrag van 25 gl. uitkeren. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun mnderjarige zoon. Hij tekent met de letters “HV”, zij met “Marija Laben”. (ONA Dordrecht inv. 666, akte 20)

– 27 mei 1717: Arent de Beveren, rentmeester van het Nieuwe Armhuis te Dordrecht, verkoopt namens de vaders en regenten van het genoemde Armhuis, voor 400 gl. aan Abram Targier, burger van Dordrecht, een huis met een gang ernaast in de Tolbrugstraat Waterzijde, laatst eigendom geweest van Hendrick Visser, die woont of onderhouden wordt in het genoemde Armhuis, staande tussen het huis van Servaes Coomans en dat van de weduwe Verop. (ORA Dordrecht inv. 1647, f. 43v) 

Kinderen (o.a.):

a. Johannes (Jan) de Visser, volgt III

b. Pieter Visser, gedoopt NG Dordrecht 27 okt. 1681

III. Jan de Visser, gedoopt NG Dordrecht 27 okt. 1675, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 18 okt. 1731 (Jan Visser in het Seboristraatje [’s Heer Boeijenstraat], laat kinderen na, “in’t gemeen”), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 aug. 1698 Lijsbeth Toele, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1667, dochter van Hendrik Andriesz. Croesers (Kruisers) en Dirkje Everts

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Marija Vissers, 17 april 1699, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1732), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 mei/8 juni 1732 (de bruid geassisteerd met haar moeder Lijsbeth Toele, weduwe van Jan de Visser) Cornelis de Kool, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1732)

b. Heijndrick, 18 sept. 1700

c. Jan, 30 juni 1702

d. Leendert, 28 mrt. 1705,

e. Leendert, 2 mei 1707

f. Dirkje de Visser, 4 mrt. 1709, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1730), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/18 juni 1730 (de bruidegom met mondeling consent van zijn vader Pieter de Visser, de bruid geassisteerd met haar vader Jan de Visser) Johannes de Visser, jongman van Dubbeldam, wonende in de Augustijnenkamp te Dordrecht(1730)

g. Lambert Visser, 15 nov. 1713, jongman van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1733), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/24 mei 1733 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Lijsbet Toele, weduwe van Jan de Visser, de bruid met schriftelijk consent van haar moeder Willemijna de Bie, weduwe van Willem de Kool) Anna de Kool, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Augustijnenkamp (1733)]

[Cornelis Willemsz. de Graeff]

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 39: op 14 mei 1695 verkopen Deonijs de Graeff, Johannes van Limborgh, als man van Adriana de Graeff, Cornelis Coolman, als man van Lijsbeth de Graeff, en Cornelis Notemans, als man van Willemijntje de Graaff, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Willemsz. de Graeff, voor 465 gl. aan Annigje Pietersdr. van der Hoeve een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Leendert van Deijl en dat van Hendrick de Visser.]

Leendert van Dijl 0-10-12

denselven 0-8

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 21v e.v.: op 26 april 1695 verklaart Leendert van Deijll, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Adriana de Vries, weduwe van Samuel Kinne, koopman te Amsterdam, een bedrag van 300 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Johannes Tromp en dat van Mattheus Bordels, alsmede een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, “geproportioneert tot drie separate wooninge annex den anderen”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem de Graeff en dat van kapitein Martinus Plucque.]

de weduwe Plucque 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 49: op 26 sept. 1665 verkoopt “Johannis Toebast [doorgehaald: Plucque] Coopman ende Borger binnen deser Stede, soo voor hem selven ende als last en procuratie hebbende van d’heer Franchois Straselius, dr. en(de) medicina tot Leijden blijcken(de) bijde selve procuratie op den xv deser gepasseert voorde Notaris Dirck Verhagen ende seeckere getuijgen tot Leijden”, voor 800 gl. aan Johannis Plucque, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Barent van Radestein en dat van Jan Thonisz. van Deijl.]

kapitein Radestijn 0-9-4

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 60: op 26 sept. 1691 verkoopt Pieter Cornelisz. Mes, burger van Dordrecht, als man van Elsken Harincx, eerder weduwe van kapitein Barent van Radesteijn, voor 312 gl. 10 st., aan Jan Lambertsz. Smits, mandenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Laurens Verop en dat van de weduwe Plucque. De koper is schuldig aan Arijen Arijensz. Huijser, burger van Dordrecht, ene somma van 100 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 135: op 29 dec. 1699 verkopen notaris Gerard Muijs, notaris Samuel de Moraaz en Hugo Knoop, binnenvader van het weeshuis van Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Leendert van Deijl, voor 1410 gl. aan Bastiaan Markusse, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, bestaande uit drie aparte woningen onder één dak, staande tussen het huis van Laurens Verop en dat van Martinus Plucque. De koper is schuldig aan Sara Hoeuft een somma van 1000 gl.]

Laurens Varop [twijnder] 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 18: op 8 mei 1685 verkoopt Huijgh Knoop, binnenvader of meester van het Armen-Weeshuis, als procuratie hebbende van Hendrick Maeskant, wonende op Numansdorp, mede-erfgenaam van Willemijntgen Huijgen, weduwe van Jan Theunisz. van Dijk,  voor 700 gl. aan Laurens Verop, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Barent van Radesteijn en dat van Dudleij Iris.] 

Matteus Jacobsz. 0-6-8

Bartel Pietersz. 0-11-8

f. 15

Anna Maria Blansert 0-4-8

Cornelis Jansz. van Eijsden 0-7-8

Jacobus Warnier [zilversmid] 0-4-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 45: op 9 okt. 1685 verkoopt Johan van Slingelandt, rentmeester van het Armen-Weeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Arent van Neten, vader van het Armen-Weeshuis, voor de ene helft en tevens vervangende de drie kinderenvan Aelbert van Steenborn, “jegenwoordich Buijten ’t gemelte weeshuijs sijnde”, voor de wederhelft, voor 1070 gl. aan Jacobus Warnier, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, laatst eigendom geweest van de weduwe van Aelbert Steenborn, staande tussen het huis van. Pieter van der Werff bakker en dat van Pieter Kempenaer schoenmaker. De koper is schuldig aan Hendrick van de Banck, veertigraad te Dordrecht, een somma van 800 gl.]

Agter de laken-hal

[De Lakenhal stond ongeveer op de plaats, die nu Vismarkt heet, gelegen tussen Knolhaven en Varkenmarkt. “De Lakenhal op de Varkenmarkt was van oorsprong een stadstoren, de Watersteinstoren. Het gebouw moest in 1869 plaats maken voor de nieuwe zeevismarkt.” (Van Baarsel, o.c., p. 68)]

Jacob Jacobsz. 0-12

Ambrosius Wiggers 0-6

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974: op 25 sept. 1674 ontvangen als burger van Dordrecht Ambrosius Wiggers, geboren te Bommel, getrouwd met een burgers dochter, moet betalen 20 gl.]

D’ander sijde van de Varckemarct

Melchior Dircx 0-16

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 112: op 11 mei 1694 verkoopt Maria Meltzert, bejaarde, ongehuwde persoon, voor 1800 gl. aan Johannes van Kouwenhoven huistimmerman een huis op de Varkenmarkt naast de Lakenhal, tussen die Lakenhal en het huis van de erfgenamen van Johannes Weijers, strekkende voor van de Varkenmarkt tot op de Nieuwe Haven. De koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 1600 gl. ten behoeve van Heijltje Nijssen.]

Joannes Weijers [koopman] 0-16

[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 186v: op 30 sept. 1698 verkoopt Hendrick Wijers, als executeur van het besloten testament van zijn broer Johan Wijers, koopman te Dordrecht, voor 1030 gl. aan Geurt Servaase, koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Johannes Couwenhoven en dat van Johan Wijers.]

Cristiaan Bakkus 2-10-8

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 17v: op 13 april 1695 verkoopt Henderick Weijers, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Geurt Servaasz., koopman op de Maas, wonende te Nijmegen, een huis en pakhuis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de heer Ooms en het huis van de erfgenamen van Johannes Weijers.]

de heer Antonij Oem 1-11-4

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 65: op 18 mrt. 1684 verbindt Johan van de Pavort, notaris te Rotterdam, als procuratie hebbende van mr. Pieter Stricke van Scharlaken, wonende Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Maas aldaar op 13 mrt. 1684, tot “securiteijt” van een obligatie, die Stricken van Scharlaken ten behoeve van Mattheus Sonnemans voor notaris G. van Gesel te Rotterdam op 12 juni 1682 heeft gepasseerd, een huis op de Varkenmarkt, genaamd “Jerusalem”, staande tussen het huis van Hendrick Weijers en dat van Eijtgen Rochus.

ONA Dordrecht inv. 190,f. 94v: op 26 mei 1684 verkopen Pieter Bisschop en Johan Moijweer, als procuratie hebbende van mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, enige zoon en erfgenaam van Johan Stricken, voor 3275 gl. aan Anthonij Oem een huis, genaamd “Jerusalem”,op de Varkenmarkt, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem Weijers en dat van IJda Rochus.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 aug. 1690: een zwarte baar voor Antonij Ooms op de Varkenmarkt.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 162: op 16 dec. 1702 verkoopt mr. Johan Hoijnck, advocaat voor het Hof van Holland, als procuratie hebbende van Barbara Maria Oem, wonende te Gent, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J.B. de Dobbele te Gent op 5 dec. 1702, voor 3000 gl. aan Maria van de Steen, weduwe van Johan Oem van Meusenbroeck, voor haarzelf en tevens als moeder van haar minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Johan Oem van Meusenbroeck, een huis, vanouds genaamd “Jerusalem”, welk huis verkoopster is aangekomen bij de boedelscheiding van haar ouders en dat staat op de Varkenmarkt, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Govert de With en dat van Geurt Servaase.]

Cornelis van der Klok [mr. metselaar] 0-16-12

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 22 e.v.: op 19 mei 1685 verkopen Catharina Splinter, weduwe van mr. Rochus van Molenschot, raadpensionaris van Dordrecht, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar kinderen, en Wouter de Gelder, secretaris van de krijgsraad te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Louwijs de Gelder, luitenant van een compagnie te voet in Nederlandse dienst, en van Margarita de Gelder, zijn broer en zuster, tevens procuratie hebbende van Cornelia de Jongh, weduwe van Samuel van Outhoven, volgens akte gepasseerd voor notaris J. van Thiel te ‘s-Gravenhage op 18 mei 1685, Jacobus de Gelder, Rochus Ariensz. de Jongh, Coenraet van de Leeuw, Sibilla van Nieuwstadt, weduwe en erfgename van Bastiaen van de Leeuw, samen erfgenamen van Pieter Rochus, voor de ene helft, en Lambert Bergers, als vader en voogd van zijn kinderen, die erfgenamen zijn van IJda Jansdr. Wennemaecker, weduwe van Pieter Rochus, voor de andere helft, voor 2505 gl. aan Seger Lievensz. Botermans, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis, dat in twee partijenwordt bewoond, staande op de Varkenmarkt, strekkende van ’s herenstraat tot achter op de Nieuwe Haven en staande tussen Antonij Oom en het huis van verkoper, genaamd “de Morgenster”, en van achteren staande naast het huis van Hendrick Visser. De koper is schuldig aan Elisabeth Jans een somma van 1700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 110 e.v.: op 17 dec. 1686 verkoopt Seger Lievensz. Bootermans, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1955 gl. aan Cornelis van der Clock, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, strekkende tot op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Anthonie Oem en dat van Lambert Burgers en achter op de Nieuwe Haven naast het huis van Hendrick Visser.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 48v e.v.: op 7 juni 1695 verkoopt Cornelis van der Clock, mr. metselaar en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Govert de With, koopman en burger van Dordrecht, een huis, dat in twee partijen wordt bewoond, staande op de Varkenmarkt en strekkende van voren van ’s herenstraat tot achter op de Nieuwe Haven tussen het huis van Antonij Oem en de erfgenamen Visser, van voren belend door het huis “de Morgenstar” aan de ene en het huis van Antonij Oem aan de andere zijde, met van voren een vrije uitgang op de Varkenmarkt tot achter op de Nieuwe Haven. Koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 1000 gl., welke ds. Abraham van Cruijskercken op het huis sprekende heeft.]

f. 15v

Lambert Bergers 0-16

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974, f. 95v: op 28 nov. 1671 ontvangen als inheems poorter van Dordrecht, Lambert Bergers, gewezen Maasschipper en Maashandelaar, geboortig van Maastricht, getrouwd met een burgers dochter, moet betalen 20 gl. 

ORA Dordrecht inv. 795, f. 135v e.v.: op 4 dec. 1688 verklaart Lambert Bergers, mazelaar en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelis de Jonge, apotheker en burger van Dordrecht, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, genaamd “de Morgenstar”, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrick Visser en dat van Cornelis van der Clock mr. metselaar.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 184v e.v.: op 20 nov. 1696 compareren Johan van Slingelant, als rentmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Dionisius van der Kesel, vader van het Weeshuis, namens de twee kinderen van Lambert Bergers, die in het genoemde Weeshuis worden onderhouden, voor een vierde part, Dingeman de Vries, oudraad van Dordrecht, als rentmeester van het Heilige-Geesthuis ter Groter Kerk, namens een derde kind van Lambert Bergers, dat door het Heilige-Geesthuis wordt onderhouden, voor een achtste part, Corstiaen Bergers, zoon van Lambert Bergers, Jan Jansz. Caper, als man van Anna Bergers, dochter van Lambert Bergers, Johannes Boon, als man van Catarina Bergers, eveneens dochter van Lambert Bergers, voor zichzelf en tevens vervangende haar minderjarige zusters, Jacoba en Anna Margarieta Bergers, voor vijf achtste parten, allen erfgenamen van Ida Jansdr. Wennemaecker, hun oudtante van vaderszijde. De comparanten verkopen voor 1160 gl. aan Herman van Leeuwen, burger en koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, genaamd “de Morgenstar”, staande tussen het huis van de koper en dat van Govert de With, burger en koopman te Dordrecht, welk huis de kinderen Bergers is aanbedeeld bij de verdeling vande nalatenschap van hun oudtante.

Lambert Bergers (een enkele maal ook Borgers genoemd) en Jenneken Corstiaensdr. van Oost laten dopen (NG Dordrecht):

a. Arnoldus, 28 febr. 1673

b. Machteld, 16 juni 1675

c. Jacoba, 20 dec. 1677

d. Isabelle, 14 jan. 1682

e. Henricus, 25 febr. 1684

f. Ida, 26 jan. 1686

g. Lambert, 9 jan. 1688]

Aarnold van Leeuwen 1-5

het pakhuis van Van Tiel 0-16

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 146: op 21 nov. 1682 verkopen Philip van Mewen, Nicolaes Staphorst, veertigraad, Abraham Maes en Hendrick Visscher, kooplieden te Dordrecht, crediteuren van wijlen Johan Visschers, koopman te Dordrecht, voor 2100 gl. aan Adam van Thiel, koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Hendrick Visser en dat van Johannes Bijen.]

het pakhuis van Jan Bijen 0-19-12

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 17: op 5 april 1681 verkoopt Martinus Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, als man van Catharina Hars, dochter en enige erfgename van Jacob Hars, koopman en burger van Dordrecht, voor 1640 gl. aan Wijntje Thijs, weduwe van Adriaen Alewijns, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de oud-thesaurier Dionijs Gijsen en dat van de kinderen en erfgenamen van Jan Visser. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 100v: op 23 mei 1682 verkoopt Wijntje Tijssen, weduwe van Adriaen Alewijnsz., burgeres van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Johannes Bijen, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Dionijs Gijsen en het huis,, dat is nagelaten door Jan Visser.]

juffrouw van Wesel 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 21: op 13 mei 1683 verkopen de notarissen Pieter Muijs en Johan van der Hoop als gemachtigden van het Gerecht voor 3600 gl. aan Margarita de Vries, weduwe van dijkgraaf Rochus van Wesel, een huis op de Varkenmarkt, strekkende van de straat tot achter op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Balthasar de Latour en het pakhuis van Johannes Beijen.]

Laurens Varop [(Verop), viskoper] 0-10

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 134v: op 27 nov. 1688 verkopen Jacob de Latour enJacob Jacobsz., als man van Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zwagersJean de Latour en mr. Jean Nicolaij de Bouschier, advocaat, als man van Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik, allen kinderen van wijlen Jean de Latour, koopman wonende te Luik, en Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, allen, samen met Jacobus Paradijs, kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, en Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, samen met hun broer Matthijs Paradijs voogden over de minderjarige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, allen erfgenamen van Balthasar de Latour de oude, koopman en burger van Dordrecht, resp. hun vader en grootvader, voor 1010 gl. aan Laurens Verop, viskoper en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Masijck”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van verkopers en dat van de weduwe van Rochus van Wesel.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 135 e.v.: op 27 nov. 1688 verklaart Laurens Verop, viskoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Fransz., burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Balthasar de Latour de Oude en dat van de weduwe van Rochus van Wesel.]

Arijen Dircxsz. van Driel 0-5

[ORA Dordrecht inv. 796, f. 67v e.v.: op 4 febr. 1690 verkoopt Pieter Broeders, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Anna Paradijs, dochter van Maria de Latour en zulks mede-erfgename van Balthasar de Latour de Oude, voor 550 gl. aan Arijen Dircxsz. van Driel, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob de Latour en dat van Laurens Verop.]

de weduwe Paradijs 0-5

De Varkenmarkt (2011)

Jacob Latour 0-9

[1 dec. 1699: Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht aangesteld curator van de boedel van Jacob Latoer, burger van Dordrecht, volgens “appointement” dd 17 okt. 1699, verkoopt voor 1215 gl. aan Arnoldus [Aert] Houbraken, meester-fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “Maastricht”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van Adriaen van Driel. Het huis heeft aan de achterzijde een vrije uitgang op de Nieuwe Haven omtrent het huis van Ambrosius Wiggers. De kooppenningen “sullen gebragt werden inde consignatie deser Stadt, omme daarvan bij sententie van preferentie en concurrentie te werden gedisponeert”. (ORA Dordrecht inv. 801, f. 127v e.v.)

Arnoldus Houbraken, zelfportret

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 36v: op 26 juni 1703 verklaart Arnoldus Hoebraken, schilder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Hermanus Groenendaal een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob Jacobse en dat van Arie van Driel.]

f. 16

Jacob Jacobsz. 0-9

Dirk Boon [apotheker] 1-0

[NG trouwboek Dordrecht 11 okt. 1676: Theodorus [Dirck bij de dopen] Boon jongman wonende bij de Roobrug en Anna Maria Verbuijs jonge dochter wonende op de Nieuwe Haven, beiden van Dordrecht, getrouwd 29 okt. 1676

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 145v: op 18 nov. 1682 verkoopt Cornelis van Cleverskercken, koopman en burger van Dordrecht, voor 2825 gl. aan Theodorus Boon, burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande achter brouwerij “’t Hart” tussen het huis van Nicolaes de Fleron schoolmeester en dat van Balthasar de Lateur [sic].

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 36v: op 7 mei 1705 verkopen Hendrick Straetman en zijn vrouw Anna Maria Verbuijs, eerder gehuwd met Theodorus Boone, apotheker te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Theodorus Berdenis, inwoner van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van mr. Nicolaas Fleron.]

Nicolaas de Fleron [Franse schoolmeester] 1-0

[NG trouwboek Dordrecht: 9 juli 1673: Nicolas de Fleron Franse schoolmeester weduwnaar wonende op de Varkenmarkt en Maria Teerling jonge dochter wonende bij de Lombardbrug beiden van Dordrecht, procl. apud Gallos, getrouwd in ‘s-Gravendeel op 23 juli 1673

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 62v: op 12 nov. 1681 verkopen Gijsbert de Jager en Pieter Muijs, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van wijlen Dirck Verbuijs, voor 2100 gl. aan Nicolaes de Fleron, schoolmeester en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “het Wijnvadt”, bestaande uit drie gevels, staand op de Varkenmarkt tegenover brouwerij “’t Hardt” tussen het huis van mevrouw Van Meeuwen en het huis, genaamd “de Steencoperije”.]

denselven 0-12

de heer van Meewen 1-1

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 62v: op 12 nov. 1681 verkopen Gijsbert de Jager en Pieter Muijs, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van wijlen Dirck Verbuijs, voor 1000 gl. aan Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Meeuwen, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Nicolaes van Fleron en dat van Eva van Daelen.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 131: op 16 dec. 1721 verkoopt “Jan van Meeuwen van Hinsbrig altans sijnde [te Dordrecht] …, dewelke mitsdesen ingevolge van den vonnisse vande Camere Juditieel … in dato den 15en Novemb: deses jaar 1721”, voor 3000 gl. aan Adriaan Braats Jacobsz., als man van Catharina Johanna van den Santheuvel, wonende te Dordrecht, een koetshuis met de woningen erboven, staande op de Varkenmarkt.] 

Phlip Ronné 0-16

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 110 e.v.: op 16 april 1680 verklaart Dirck Verbuijs, steenkoper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria Segers een somma van 600 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de comparant en dat van Corstiaen van Daelen.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 27: op 8 mei 1691 verkoopt Eva Ros, weduwe van Corstiaen van Dalen, koolweger en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Philippus van Ronné een huis omtrent de Lange Houten Brug, staande naast het huis van Catarina van Beverwijck, weduwe van Johan van Mewen, oud-burgemeester van Dordrecht.]

Jacob Jacobsz. 0-16

ds. Joannes Kansius 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 153: op 10 juli 1696 verkoopt Johannes Cantius, predikant te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Johannes Vianen, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Lange Houten Brug “agter ’t selve huijs uijtcomende ’t huijs van … [sic] Hopman”, in welk huis de koper thans woont. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400.] 

Op de Drappiers kade [Wolwevershaven van Damiatebolwerk tot Vlak]

Jan van Gelé [houtkoper] 1-5

-1647: mr. Matthijs Pompe vraagt aan de stadsregering toestemming om “tot ciraat en aensien [van de stad Dordrecht] … te doen bouwen een aensienlijcke huijsinge tot sijn woonplaetse” op het lege erf, liggende aan het einde van de Drappierskade [Wolwevershaven] aan de oostzijde van de [Damiate]brug omtrent het punt van het Blauwe Bolwerk tegenover de Kleine Vismarkt aan de monding van de haven, strekkende van de “neck” van de brug tot aan het Blauwe Bolwerk, “sijnde alsnu een onnutte plaatse daer alderleij vuiligheijt ende onreijnigheden gebragt ende geworpen wert. ’t Welck aldaer in goede orde gestelt sijnde groote aensienlijckheijt soo wel in als buijten de stadt voor een iegelijcke souden geven, behoudelijck nogtans dat ’t voorsegde Bolwerck in tijde van noot gebruijckt ende met canon daer op en aengebragt soude connen werden”. De toestemming om het erf te kopen kwam pas af op 23 jan. 1649, waarbij als voorwaarde werd gesteld, dat over dat erf een vrije doorgang zou zijn, zodat men te allen tijde in staat zou zijn om het kanon naar en van het Bolwerk te brengen. (Dordrecht Monumenteel, nr. 53 [okt. 2014], p. 6 e.v.)

[ORA Dordrecht inv. 1613, f. 5: op 23 jan. 1649 verkoopt mr. Johan van den Burch, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van het gerecht van Dordrecht, aan Matthijs Pompe, heer van Slingeland, een leeg erf, liggende aan het einde van de Drappierskade aan de oostzijde van de brug omtrent het punt van het Blauwe Bolwerk tegenover de Kleine Vismarkt aan de monding van de haven, strekkende van de nek van de brug tot aan het Blauwe Bolwerk, om daarop “te mogen timmeren een huijsinge tot zijne woonplaetse, gelijck mede hij … cooper achter op het punt van het … Blaeubolwerck sal vermogen te timmeren een speelhuijs”, alsmede voor zijn huis buiten het voornoemde erf een bordes van 60 voeten en een stal “jegens stadtshalle” van 40 voeten lang en 13 voeten breed en zal mogen stellen een hek van een roede “erffs vijercant”. De koper zal gehouden zijn te laten maken een doorgang, waardoor men gemakkelijk zal kunnen brengen het kanon op het Blauwe Bolwerk, en tevens gehouden zijn “in zijne lichte op de riviere in stadst muere te stellen ijsere spijlen daer hooft nochte pot deur en mach op dat nijemant bij nacht en ontijde vuijt off in en kan”.

Matthijs Pompe van Slingeland en zijn gezin, door J. Mijtens

NG trouwboek 5 mrt. 1679 (ondertrouw): Johannes van Gelé houtkoper jongman van Dordrecht wonende op de Drappierskade en Catarina Vingerhoet jonge dochter van Keulen wonende in de Wijnstraat

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 50: op 9 nov. 1683 verkoopt Matthijs Pompe, raad ordinaris in de Raad van Vlaanderen, residerende te Middelburg, voor 8000 gl. aan Johan van Gele, koopman en burger van Dordrecht, een huis met houttuin, genaamd “Damiate”, staande tussen de monding van de Nieuwe Haven en de rivier naast het huis van Johan van Neurenberch, welk huis hem, verkoper, is toebedeeld uit de boedel van zijn overleden vader.]

juffrouw Margarita van Neurenberg 0-12

ONA Dordrecht inv. 189, akte 77: op 11 dec. 1682 verhuurt Johan van Neurenberch, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 85 gl. per jaar aan Pleun Hendricxsz. Steeckelbos, slikwerker en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis en de stal van Johan Reepmaecker en het huis van Johan van Ghele.]

f. 16v

de heer Reepmaker 3-15

[Thans Wolwevershaven nr. 9: het Museum het Dordtse Patriciërshuis.

Het huis werd gebouwd op een perceel, dat in 1649 door Jacob Trip, ijzer- en wapenhandelaar, werd gekocht van de stad Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 40v: op 29 juni 1649 verkoopt Cornelis Vaens, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Jacob Trip de jonge, koopman en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, zijnde het “eijndenste” erf, zoals dat door de koper bebouwd en omheind is.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 77: op 6 febr. 1671 verkoopt Jacob Trip Jacobsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 14.200 gl. aan zijn moeder Margreta de Geer, weduwe van Jacob Trip, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Drappierskade tussen het huis van Johan van Neurenborch en dat van Hendrick Crijnen [Crena of Crina], alsmede vijf woningen met een tuin of erf achter in de Kolfstraat.

Jacob Trip, door Nicolaes Maes

Margareta de Geer, door Nicolaes Maes

denselven 1-10

[“Het westelijk deel van dit perceel is in 1655 door Jacob Trip junior … van de stad Dordrecht gekocht, het oostelijk deel had hij al in bezit. Aanvankelijk werd dat westelijk deel toegewezen aan de reeds in 1647 overleden drapenier Willem Schrijvers. Zijn weduwe droeg het aan Trip over, die een door Schrijvers gebouwd huis integreerde in zijn nieuwe huis”. (Wolwevershaven, p. 36)

ORA Dordrecht inv. 1616, f. 57: op 12 aug. 1655 verkoopt Franchoijs Rees, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Jacob Trip de jonge, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Drapierskade, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Tijcquet.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 77: op 6 febr. 1671 verkoopt Jacob Trip Jacobsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 14.200 gl. aan zijn moeder Margreta de Geer, weduwe van Jacob Trip, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Drappierskade tussen het huis van Johan van Neurenborch en dat van Hendrick Crijnen, alsmede vijf woningen met een tuin of erf achter in de Kolfstraat.

7 nov. 1672: Margaretha de Geer, weduwe van Jacob Trip, testeert voor notaris A. van Neten te Dordrecht. Zij legateert het vruchtgebruik van de door haar van Jacob Trip aangekochte woningen op de Drappierskade [Wolwevershaven] aan haar kleinzoon Johannes Reepmaker, de eigendom waarvan na zijn overlijden zal overgaan op zijn erfgenamen. (Balm-Kok, Bewoningsgeschiedenis, p. 17)

Jacob Reepmaker, weduwnaar van Amsterdam wonende op de Fluwelenburgwal (1644) trouwde 1e Susanna Gommers gedoopt NG Amsterdam 2 april 1606, dochter van Anthonis Gommaerts en Susanna Gommaerts, 2e NG Amsterdam 19 aug. 1644 (ondertrouw) Maria Trip, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 15 jan. 1617, van Dordrecht wonende ald. (1644), dochter van Jacob Trip en Margareta de Geer.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 31 juli 1672: een zwarte baar voor Marij Trip weduwe van Jacob Reepmaecker, vijf maal luiden, de late boete, 12 gl.

Kind:

a. Johan Reepmaker, geboren Amsterdam 20 jan. 1647, jongman van Amsterdam wonende op de Drappierskade te Dordrecht (1674), overleden tussen 10 sept. 1685 en 27 nov. 1688 (ONA Dordrecht inv. 379, f. 287), trouwde NG Dordrecht/Middelburg 1/25 april 1674 Christina de Beveren, jonge dochter van Middelburg en daar wonende (1674), weduwe wonende te ‘s-Gravendeel (1706), overleden 28 december 1728 in ’s Gravendeel, dochter van Willem de Beveren en Cornelia Schaep, trouwde 2e ‘s-Gravendeel 8 juli 1706 (gaarder, impost 30 gl.) Mighiel de Beveren, wonende te Zwijndrecht (1706)

Johan Reepmaker liet het huis in 1686 na aan zijn weduwe Christina de Beveren. Zij liet het huis in 1728 op haar beurt na aan haar zoon Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek. Vervolgens bleef het huis tot 1773 in bezit van de familie Reepmaker. (Wolwevershaven, p. 39)]

Toussaint Lambert [lakendrappier] 1-14-8

[ORA Dordrecht inv. 1612, f. 72v: op 15 febr. 1648 verkoopt Cornelis Vaens, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Jan Tijquet, drapenier en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, waarop de koper een woonhuis laat bouwen, gelegen tussen het huis van Willem Schrijvers en dat van Jan Pluijm. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijks losrente van 9 gl.

ONA Dordrecht inv. 95, f. 1: op jan. 1659 verkoopt Joris Tijcquet, drappier wonende te Dordrecht, met toestemming van Margriet Gillis, weduwe van Jan Tijcquet, voor 2900 gl. aan Henrij Crena, drappier wonende te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jacob Trip de jonge en dat van Henrijck Tijquet.

Trouwboek Waalse gemeente Dordrecht juli 1649: Toussain Lambert jongman drappier geboren in het Land van Limburg en Anne Matthijs jonge dochter geboren te Keulen wonende te Dordrecht, getrouwd in Vucht op 8 aug. 1649.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 13 juli 1692: een baar voor Toseijn Lammert op de Nieuwe Haven op de Wolwevershaven, lakendrappier.]

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 73 e.v.: op 17 sept. 1695 verkoopt David Crina, vervangende Henderick Crina, Susanna, Maria en Catarina Crina, zijn broer en zusters, voor 2200 gl. aan Gerardus Hubert, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van de erfgenamen van Renson Martijn en het huis van de weduwe Reepmaker. Koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 1500 gl., die Emmerentie Repelaer zaliger en thans Barthout van Slingelant Damasz., schepen in wette van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.]

Renson Martijn [drappier] 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1612, f. 73: op 15 febr. 1648 verkoopt Cornelis van Someren, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Henrij Tijcquet, drapenier en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, waarop de koper een ververij laat bouwen, staande tussen het huis van Jan Tijcquet en dat van Jan Pluijm. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 3 gl.

Renson Martijn, bergraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 april 1690 (een baar voor Rentson Martin, op de Wolwevershaven, twee maal luiden), trouwde Catharijna Lefort.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 577: inventaris dd 17 april 1690 van de goederen, die bezit zijn geweest van Renson Martijn en zijn vrouw Catharijna Lefort en die door Renson Martijn “metter door ontruijmpt” zijn, beschreven op verzoek van Catharijna Lefort en Jacobus Renson, voor hemzelf en als voogd van de kinderen van wijlen Sara Renson, zijn zuster, bij haar verwekt door Daniël Remack de jonge, en ds. Samuel Potheuck en Daniël Remack, als zijn medevoogden.

Baten:

een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Bartholomeus Rooier en het hierna volgende huis, in welk huis Renson Martijn heeft gewoond en is overleden

een huis op de Drappierskade, staande tussen het voorgaande huis en het huis van Arent Roomer, verhuurd aan Hendrick van Bergen voor 185 gl. per jaar

een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Geerit Hurret wijnkoper en dat van Toussain Lambert, gekomen uit de boedel van wijlen Hendrick Tijcquet, verhuurd aan Jacobus Renson

een huis op de Hil, staande tussen het huis van Jan Thoma le Paingnon en dat van Lambert Jansz, gekomen van mr. Jan Kilsdonck chirurgijn, gekocht door Jan Thoma le Paingnon voor 260 gl. per jaar

een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis “het Hoeffijser” en dat van Bartel de mosselman, verhuurd aan Jan van den Bosch voor 36 gl. per jaar

een huis op de Walevest, staande tussen het huis van Hendrick van de Santheuvel en dat van Geerit Lares, verhuurd aan Huijbert Louijs voor 48 gl. per jaar

een lakenraam met een huisje, staande aan de weg van de houttuinen tussen de St. Jorispoort en de Vriesepoort op stadsgrond tussen het bleekveld van Hendrick Weeda en het huis van burgemeester Anthonij Repelaer

een graf in de Grote Kerk in het noorderkruis, 8 voeten lang en 6 voeten breed, “mette mueren”, met het hoofdeinde aan Abraham van Spa en met het voeteneinde aan commies Dirck Spruijt, de zuidzijde aan kapitein Geerit van Eijsden en de noordzijde aan de graven van de huistimmerlieden

schuldbrieven, een obligatie, persen, een zestiende part in het fluitschip “de Prins Willem”, liggende te St. Hubes, weefgetouwen etc., aangenomen door Jacobus Renson voor 400 gl., lakenen en “peijen” [peij = herenrok], huisraad en meubelen, de kleren van de overledene, “voort merendeel aen enige vrunden gegeven”, de kleren van de weduwe, een psalmboekje met zilveren sloten, schilderijen, boeken, een vogelkooi, koperwerk, zilverwerk, inkomende schulden

Lasten:

kustingbrieven, uitgaande schulden.

ONA Dordrecht inv. 192, akte 6 dd 12 febr. 1692: koopvoorwaarden, waarop Catharijna la Fordt, weduwe van Renson Martijn, Jacobus Renson, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de onmondige kinderen van Sara Renson, en ds. Samuel Potheuck en Matthijs Bacx, als procuratie hebbende van Daniël Remack de oude, eveneens testamentaire voogd over genoemde kinderen, willen verkopen een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Gerrit Hurrit wijnkoper en dat van Toussaint Lambert drappier. Jacob Renson neemt het op 15 febr. 1692 aan op zijn erfdeel voor 5500 gl.

ONA Dordrecht inv. 194, akte 16 dd 31 mrt. 1696: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Renson Martijn, lakendrappier en koopman, burger van Dordrecht, gemaakt “opte Reeckeninge”, die is gedaan door Margrieta Remack, weduwe van Jacobus Renson, op 21 mrt. 1696, met de boedelscheiding, gedaan tussen Margrieta Remack, als erfgenaam van haar man, enerzijds, en ds. Samuel Potheuck, als testamentaire voogd over de kinderen van wijlen Sara Renson, en Daniël Remack, als vader en voogd van voornoemde kinderen, anderzijds.

Tot de boedel behoren o.a.:

1. een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van de erfgenamen van Bartholomeus Roonaer en het huis, dat door de weduwe van Renson Martijn uit de boedel is overgenomen en waarin Renson Martijn heeft gewoond en is overleden. Het wordt aan de weduwe van Jacob Renson toebedeeld voor een bedrag van 3800 gl.

2. een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Geerit Hurret wijnkoper en dat van de erfgenamen van Toussain Lambert. Het wordt toebedeeld aan de twee kinderen van Sara Renson voor 5500 gl.

3. een huisje op de Hil, staande tussen het huis van Jean Thoma le Paignon wolspinner en dat van Lambert Jansz.Het wordt aangenomen door de twee kinderen van Sara Renson voor 313 gl.

4. een lakenraam en tuin met houten tuinhuisje, staande en gelegen aan de straatweg van de houttuinen tussen de Jorispoort en Vriesepoort op stadsgrond tussen de blekerij van Hendrick Weda en het huis van burgemeester Anthonij Repelaer, welk lakenraam etc. en het gebruik van nog twee ramen en weiden daarachter zijn toebedeeld aan de weduwe van Jacobus Renson voor 1800 gl.

5. een grafstede in de Grote Kerk van Dordrecht in het noorderkruis, lang 8 voeten, breed 6 voeten en 8 duim, met het hoofdeinde aan de zijde van Abraham van Spae en het voeteneinde aan de zijde van de commies Dirck Spruijt, de zuidzijde aan kapitein van Geerit van Eijsden en de noordzijde aan de graven van de huistimmerlieden. Het blijft gemeenschappelijk bezit van de erfgenamen.

De som van de baten bedraagt 12.185 gl. 14 st. Na aftrek van de lasten resteert 9096 gl. 16 st. 2 penn., welk bedrag verdeeld moet worden tussen Margrieta Remack voor de ene helft en de twee kinderen van Sara Renson, verwekt door Daniël Remack, genaamd Johanna en Marija Remack, voor de andere helft, derhalve 4548 gl. 8 st. 1 penn. voor elk.

* NG trouwboek Leiden 30 april 1681: Daniël Remack jongman van Dordrecht wonende op de Oude Singel en Sara Renson jonge dochter wonende te Dordrecht, de bruidegom [is] in persoon met behoorlijke attestatie [van Dordrecht] gecompareerd

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 6 febr. 1701 Adriaen Burger jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot geassisteerd met zijn moeder Maria Strangh en Johanna Remackle jonge dochter van Leiden wonende op de Wolwevershaven geassisteerd met haar moeder Catharina Buijck, getrouwd op 20 febr. 1701

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 38v: op 9 mei 1705 verkoopt “Adriaen Burger, mr. silversmith, en borger deser Stad in Huwelijk hebbende Anna Remacke, mitsgrs. nog als last ende procuratie hebbende van Mattheus Remacke, Coopman woonende tot Amsterdam in qt. als oom paternell ende bij de Camere Judicieel deser Stad aengestelde voogt o(ver) Maria Remacke na gelate dogter van Sara Renson aen haar verwekt bij Daniel Remaker in sijn leven Coopman binnen deser Stede”, voor 4066 gl. aan Corstiaen Backus, koopman te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, strekkende vierkant van voren van de kade tot achter aan de rivier, staande tussen het huis, dat is nagelaten door de weduwe van Gerard Horret en dat van Gerardus Hubert.]

Gerrid Heurt [wijnkoper] 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1611, f. 153v: op 18 dec. 1646 verkoopt Cornelis van Someren, thesaurier van de reparaties van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van de stad Dordrecht, aan Jan Jansz. Pluijm, huistimmerman en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, zoals het door de koper is bebouwd, zijnde het achtste erf vanaf het West-Indisch Huis, staande tussen het zevende erf, dat is gekocht door Aert Gerritsz. van de Noot, en het negende erf, dat is gekocht door de koper. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 ponden.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 68v: op 19 nov. 1649 verkoopt Esaias Cornelisz. Mesian, als procuratie hebbende van Jan Jansz. Pluijm, aan Bartholomeus Ronaer, pondgaarder en burger van Dordrecht, twee huizen op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jan Tijck drapenier en dat van [NN].

1678: het huis wordt eigendom van Emma Willemsdr. van der Kemp, weduwe van Michael Nicasius, hertrouwd met Johannes Dibbetius. (Wolwevershaven, p. 44)

Op 21 april 1681 verzocht Emma van der Kemp aan de stad Dordrecht om aan een van haar huizen op de Drappierskade te mogen maken een wijnkelder en een bordes. (Wolwevershaven, p. 45)

NG trouwboek Dordrecht 28 april 1680 (ondertrouw): Gerard Heereth jongman wonende bij het Groothoofd en Agnieta Nicasius jonge dochter wonende aan de Grote Kerk

Agnietje, dochter van Michael Nicasius en Emma Willemsdr. van der Kemp, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1660

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 51: op 8 nov. 1689 verklaart Gerrit Hurret, wijnkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw, Agnita Nicasius, schuldig te zijn aan mr. Johan Hallingh, lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Emmerentia van der Kemp en dat van Renson Martijn, welk huis hem, comparant, en zijn vrouw bij hun huwelijk is geschonken door Emmerentia van der Kemp, weduwe ds. Michiel Nicasius, predikant te Hendrik-Ido-Ambacht, en nu echtgenote van Johannes Dibbetius, predikant te Dordrecht, volgens akte dd 29 juli 1689.

ORA Dordrecht inv. 1632, f . 83 e.v.: op 8 april 1690 verklaart Govert de Bondt, explotier voor de Hoven van Justitie in Holland en Brabant, dat Geerit Heurt, koopman in wijnen, en zijn vrouw Agnita Nicasius, burgers van Dordrecht, schuldig zijn aan Johan van Dorre, koopman te Dordrecht, een somma van 1300 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, waarin Heurt woont, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Nicasius en dat van Jacobus Renson.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 37: op 8 april 1699 verklaart Steven Pasman dat Angenita Nicasius, weduwe van Gerrit Heurt, koopman te Dordrecht, schuldig is aan Pieter de Vries, lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis met wijnkelder, staande en gelegen op de Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 4: op 20 jan. 1705 verkoopt Bartholomeus van Gelsdorp, die door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Agnita Nicasius, weduwe van Gerrit Horet, voor 4900 gl. aan Jacob Herpel, koopman te Dordrecht, die door Jacobus Kuijper tot koper is benoemd, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Emmerentia van der Kemp en het huis, dat wordt bewoond door Dirck Fiooll.]

Renson Martijn [drappier] 1-7

[ONA Dordrecht inv. 182, f. 269 e.v.: op 21 juni 1669 compareren voor notaris J. Melanen te Dordrecht Renson Martijn drappier, David Martijn en Jehanne Martijn, meerderjarige dochter, allen wonende te Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Martijn Renson en Jehanne Matthijsdr. Tijcquet, die zijn overleden in “Grand Rechen” in het Land van Limburg. Zij verlenen procuratie aan Daniël Martijn, hun broer, die eveneens in Dordrecht woont, om samen met Martijn Martijn, Margrieta Martijn en Marij Martijn, hun broer en zusters, te verzoeken of eisen van Pauwels Renson en Henrij Tijcquet, hun ooms en voogden, “convenable compte et satisfaction de telle administration, comme ils ont eu et faict de tous les biens venu hors du maison mortuaire de leurs parens”.

ONA Dordrecht inv. 192, akte 6 dd 12 febr. 1692: koopvoorwaarden, waarop Catharijna la Fordt, weduwe van Renson Martijn, Jacobus Renson, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de onmondige kinderen van Sara Renson, en ds. Samuel Potheuck en Matthijs Bacx, als procuratie hebbende van Daniël Remack de oude, eveneens testamentaire voogd over genoemde kinderen, willen verkopen een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van verkopers en dat van Arent . Catharijna la Fort neemt op 15 febr. 1692 het aan op haar erfdeel voor 2800 g].

denselven 1-8-8

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 21: op 2 april 1705 verkoopt Emmerentia van der Kemp, weduwe van Johannes Debititus, predikant te Dordrecht, voor 3020 gl. aan Hester van Bergen, weduwe van Abrahamus Leonardts, predikant te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Margarita Remak en dat van Jacob Herpel.]

Jacob Renson [drappier/lakenkoper] 1-10

1644: eigenaar wordt Bastiaan Jansz. van der Meer, die het nalaat aan zijn zoon Hugo Bastiaensz. van der Meer. (Wolwevershaven, p. 52)

Hugo Bastiaensz. van der Meer, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1651), twijnder, trouwde NG Dordrecht 30 nov./14 dec. 1631 Anna Verelst Willemsdr. ,van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1631)

Kind:

a. Willemina van der Meer, gedoopt NG Dordrecht sept. 1633, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1651), trouwde NG Dordrecht 11 juni/18 juli 1651 (procl. te Bleiswijk) Adrianus Cocqius, jongman van Rotterdam (1651), predikant te Bleiswijk (1642), Sluis (1652), Vlissingen (1662),

“Als geleerde werden [Cocqius’] verdiensten gehuldigd door zijne bevordering honoris causa in 1678 door de geldersche academie tot doct. theol. Huiselijke, omstandigheden gaven echter aanleiding, dat C. ontslag moest vragen, wat 30 Nov. 1680 door de Staten van Zeeland werd geweigerd. De ergernis werd evenwel zoo groot, dat de kerkeraad de zaak ter hand nam; weliswaar wenschte zij C. te behouden en beloofde hij de classis zich voortaan betamelijk te zullen gedragen, doch opnieuw zag hij zich tot verzoek om demissie genoodzaakt, wat vervolgens veel gehaspel teweegbracht tusschen classis en kerkeraad, waarin zelfs gecommitteerde raden en de Prins betrokken werden. Van het gebeurde zou meer kunnen blijken, indien niet de vlissingsche kerkeraadsakten van 1659-84 vermoedelijk opzettelijk waren verduisterd door ‘iemand, die er niet tot zijn eer in getekent stont’. Reeds was C. met zijn vrouw vertrokken naar Leiden (waar hij 2 Juni 1682 honoris ergo als student is ingeschreven), toen de classis 18 Febr. 1683 niet tot zijne deportatie doch tot demissie besloot. Een gedicht van zijn broeder Abraham C. komt voor in C.’s Philosophia coelestis of Hemelsche philosophie(Dordr. 1651), terwijl verder van hem het licht zag: Clavis Evangelii of Sleutel des Evangeliums (Amst. 1651); Commentarius in Psalmo 118; Theologiae praxisde ware practycque der godgeleerdheidmet een … toepassinge op de gevallen der concientie en des … levens (Utr. 1658); zijn als zeer geleerd geprezen en van verzen der Zierikzeeënaars Rochus Hofferus en Serv. Gallaeus voorzien de Plantisarboribus et herbis sacris (Vliss. 1664); voorts de Troetelzonde of Zielewagt der oprechten … voorgestelt uit Psalm 18:24 (1664, herdr. Rott. 1746); Gen. 3:15; Plagen des hartenEthica sacra sive observationes critico-sacrae in N.T. (L.B. 1678, herdr. 1691) en Exercitat. philologico-physiologicae ad V.T.” (dbnl.org)

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 49 e.v.: op 26 aug. 1670 verkoopt Hendrick van Aldenhoven, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van ds. Adrianus Cocqius, predikant te Vlissingen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Tobiassen ald. op 4 mei 1668, voor 1550 gl. aan Renson Martin, drappier en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven staande tussen het huis van Bartholomeus Ronaer en dat van Dirck Verbuijs steenkoper.

ONA Dordrecht inv. 192, akte 6 dd 12 febr. 1692: koopvoorwaarden, waarop Catharijna la Fordt, weduwe van Renson Martijn, Jacobus Renson, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de onmondige kinderen van Sara Renson, en ds. Samuel Potheuck en Matthijs Bacx, als procuratie hebbende van Daniël Remack de oude, eveneens testamentaire voogd over genoemde kinderen, willen verkopen een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van de erfgenamen van Bartholomeus Roonaer en het huis van de verkopers. Jacobus Renson neemt het op 15 febr. 1692 aan op zijn erfdeel voor een bedrag van 3800 gl.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 2 sept. 1693: een zwarte baar voor Jacob Renson koopman op de Nieuwe Haven, bij avond gezonken.

ONA Dordrecht inv. 193, akte 154: op 23 juli 1695 testeert Margrieta Remacke, weduwe van Jacobus Renson, drappier en lakenkoper, burger van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen Marij en Johanna Renson, haar dochters, bij haar verwekt door Jacobus Renson, en indien die dochters voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, haar broers Johan Remacke, Daniël Remacke en Matthijs Remacke, Maria Bartijn, dochter van wijlen Anna Remacke, haar zuster, en Henrij Le Plae, zoon van wijlen Marij Remacke, eveneens haar zuster. Aan Maria Bartijn legateert zij vijf procent van alle goederen, die zij of haar beide dochters zullen nalaten, alsmede al haar kleren, twee paar slaaplakens, twee paar fluwijnen en twee dozijn servetten. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Wijnant Pelsser, haar behuwd grootvader, en Boudewijn Erckelens en Matthijs Bacx, haar goede bekende vrienden.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 61: op 15 nov. 1703 verkoopt Adriaan Burger, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, als man van Johanna Remackle, mede-erfgename van Catarina Lefort, weduwe van Renson Martijn, koopman en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Margarita Remackle, de vrouw van Matthijs Toussijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jan in de Betuwe en dat van de koopster.]

Margarita Remackle, weduwe van Dordrecht wonende op de Drappierskade (1703), trouwde 1e Jacob Renson, lakenkoper, 2e Gerecht/NG Dordrecht 14/28 jan. 1703 Matthijs Toussain, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Drappierskade (1703), wolwever, trouwde 1e Elisabeth le Bleu

Kind (ex 1)

a. Maria Renson, gedoopt NG Dordrecht 18 juni 1688, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1707), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 mrt./7 april 1707 (attestatie te vertonen, de bruid geassisteerd met haar moeder en stiefvader) Hendrick Lepla, jongman geboren en wonende te Leiden (1707), drapenier

Kind:

a. Hendrik Lepla, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1718]

Mattijs Toussaint [drappier] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1612, f. 74: op 10 jan. 1648 verkoopt de stad Dordrecht aan Ida Andries, weduwe van Jacob Willemsz. van Ratingen, een erf op de Drappierskade, zijnde het vijfde erf van “het Westindisch Huijs”, staande tussen het huis van Jan de Bruijn en het erf van Aert Govertsz. van de Noot metselaar. De koopster verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op het erf en de “timmeragie” daarop gedaan. Zij is schuldig aan Neeltgen Corstiaensdr., weduwe van Jacob Dircxsz. Stoop timmerman, wegens de “timmeragie” op het voornoemde erf gedaan een somma van 900 gl.

Ida Andries, trouwde 1e Jacob Willemsz. van Ratingen, 2e Wolphert Hopmaer (Wolwevershaven, p. 56)

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 105v: op 24 mei 1669 verkoopt notaris Johannes Hellu, door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Wolphert Hopmaer en zijn vrouw Ida Andriesdr., voor 2225 gl.. aan Arent Romers, lakenkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande naast het huis van Paulus de Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 76, op 9 febr. 1694 verkoopt Haesjen Aerts, weduwe van Arent Roomers, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan in de Betouw Maasschipper een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van de weduwe van Paulus de Bruijn, nu echtgenote van Pieter Tame, en dat van de weduwe van Renson Martijn.]

Paulus de Bruijn [drappier] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1611, f, 154v: op 20 dec. 1646 verkoopt Cornelis van Someren, thesaurier van de reparaties te Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Jan de Bruijn, drapenier en burger van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, zijnde het vierde erf vanaf het West-Indisch Huis, gelegen tussen het vierde erf, gekocht door Philips op de Beeck en het vijfde erf gekocht door Jacob Willemsz. van Ratingen, zoals het erf is bebouwd door de koper. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 gl.

ONA Dordrecht inv. 181, f. 641 e.v.: op 9 juni 1667 verklaren Pauwels de Bruijn, lakendrappier en burger van Dordrecht, enerzijds, en Pieter de Bruijn, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Leiden, anderzijds, beiden zoons en erfgenamen van Jan de Bruijn en Janneken de Meij, die in Dordrecht zijn overleden, dat bij de boedelscheiding van hun ouders aan Pauwels is toebedeeld een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Wijnandt Pelser en dat van de erfgenamen van Jacob Willemsz., in welk huis hij, Pauwels de Bruijn, tot dan toe als huurder heeft gewoond, en aan Pieter de Bruijn een huis in de Baelstraat te Leiden. Pauwels zal aan Pieter een bedrag van 1400 gl. betalen, onder meer wegens hetgeen zij beiden hebben geërfd van Pieter de Meij de jonge en Jacobmijntgen de Meij.

NG trouwboek Dordrecht 17 nov. 1658: Paulus de Bruijn jongman van Leiden wonende op de Nieuwe Haven lakenkoper en Elisabeth van der Meulen jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat, proclamatie in de Waalse kerk, getrouwd op 3 dec. 1658

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 286: op 10 juli 1690 extract in de weesboek ingeschreven van het testament, dat Paulus de Bruijn, lakenkoper en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Elisabeth van der Meulen hebben gepasseerd ten overstaan van notaris J. Melanen op 26 mei 1659.

Zij trouwde 2e Pieter Tame (Wolwevershaven, p. 60)

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 75v e.v.: op 8 okt. 1701 verkoopt Elisabeth van der Meulen, de vrouw van Pieter Tame, koopman wonende in Den Haag, en eerder weduwe van Paulus de Bruijn, koopman te Dordrecht, als enige erfgename van Paulus de Bruijn, hebbende bij de huwelijkse voorwaarden de gemeenschap van goederen uitgesloten, voor 2600 gl. aan Matthijs Toussain, koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Wijnant Pelser en dat van Jan in de Betoe.

NG trouwboek Amsterdam 29 aug. 1682: Matthijs Toussain van Dordrecht wonende aldaar koopman 22 jaar oud geassisteerd met zijn broer Toussain Toussain en Elisabeth le Bleu van Amsterdam 28 jaar oud op de Nieuwedijk ouders overleden geassisteerd met juffr. Plenter, op 24 sept. 1682 akte verleend

NG trouwboek Dordrecht 6 sept. 1682: Matthijs Toussain jongman wonende op de Wolwevershaven en Elisabeth le Bleu jonge dochter van Amsterdam wonende aldaar, met attestatie van Amsterdam

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 14 jan. 1703 Matthijs Toussain weduwnaar van Dordrecht en Margrita Remacle weduwe van Jacob Renson, getrouwd op 28 jan. 1703]

ONA Dordrecht inv. 193, akte 147: op 30 april 1695 verleent Matthijs Toussain, koopman en lakendrappier te Dordrecht, als man van Elisabeth le Bleu, dochter en mede-erfgename van Elisabeth Fokkenburch, die dochter en mede-erfgename was van Pieter Fokkenburch de oude, procuratie aan Adriaen van den Steen, om voor notaris J. Commelin te Amsterdam te passeren de koopcedul van zeker huis op de Koningsgracht, anders genaamd de Singel, aldaar, voor de Jan Rhoonpoortstorensluis, waar “de Bloempodt” in de gevel staat, welk huis door de erfgenamen van Pieter Fokkenburch is verkocht aan Balthasar Sweers.]

f. 17

Wijnand Pelser [drapenier] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1611, f. 155: op 20 dec. 1646 verkoopt Cornelis van Someren, thesaurier van de reparaties te Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeester en de gecommitteerde ten beleide van Dordrecht, aan Philips op de Beeck een erf op de Drappierskade, zijnde het derde erf, gelegen tussen het tweede erf, dat is gekocht door Jan Eswiller, en het vierde erf, dat is gekocht door Jan de Bruijn, zoals het het erf door de koper is bebouwd. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 gl.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 27v: op 7 mei 1661 verkoopt Philips Op de Beeck, koopman en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Wijnant Pelsser, drappier en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jan Eswiller en dat van de erfgenamen van Jan de Bruijn, strekkende van de straat tot aan de muur van de rivier. De koper is schuldig aan Jan Eswiller een somma van 2000 gl.

ONA Dordrecht inv. 209, f. 11 e.v.: op 7 jan. 1669 verkoopt Abraham Matijsz. Schooff, bakker en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Wijnant Pelsser, lakendrappier, een tuin en beterschap van erf, gelegen buiten de Vriesepoort op stadsgrond in de laan komende achter het huis genaamd “IJerlant”, tussen de tuin van Spies en de tuin van Wijnant Jaspers.

NG trouwboek Dordrecht 20 aug. 1673: Wijnant Pelser drapier weduwnaar uit het Land van Limburg wonende op de Drappierskade en Geertruijd van den Branden weduwe van Lauwrens de Graaff wonende op de Lindengracht, getrouwd 5 sept. 1673

ONA Dordrecht inv. 185, f. 3 e.v.: op 19 jan. 1674 testeren Wijnant Pelsser, drappier en verver, en zijn vrouw Geertruijt van den Brande, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden. De goederen, die de langstlevende zal nalaten, zullen verdeeld moeten worden in twee gelijke porties onder de erfgenamen ab intestato van de testateur en die van de testatrice, of degenen, die zij, testateuren, als erfgenamen zullen benoemen.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 93v: op 1 mei 1708 verkopen Pieter van den Branden mr. chirurgijn en Adriaan Co, mr. kleermaker te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Wijnand Pelsert, koopman te Dordrecht, voor 1625 gl. aan Nicolaas Kool en Johannes Gront in comp. een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Matthijs Toussain en dat van de weduwe van Abraham van Ratingen.]

Abraham van Ratingen [drapenier] 1-10

[Eigenaren van het oostelijk deel:

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 8v: op 23 mrt. 1648 verkoopt de stad Dordrecht aan Jan Eswiller drappier een erf op de Drappierskade, zijnde het tweede erf van “het Westindisch Huijs”, liggende tussen het eerste erf, dat is verkocht aan Jacob Tona, en het derde erf, dat eigendom is van Philips Op de Beeck. De koper verkoopt de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op het voornoemde erf en de “timmeragie” daarop gedaan

NG trouwboek Dordrecht 15 mei 1672: Abraham van Ratingen drappier jongman van Leiden wonende op de Hoge Nieuwstraat en Elsje Courmans jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat, getrouwd 29 mei 1672

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 69v: op 8 jan. 1678 verkoopt Jan Pluijm, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, als man van Janneken Eswijlders, en Elisabeth Eswijlders, weduwe van Philip van Aken, kinderen en erfgenamen van Jan Eswijlder, voor 1500 gl. aan Abraham van Ratingen, drapenier en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Philips op de Beeck, veertigraad van Dordrecht, en dat van Wijnant Pelser.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 136v: op 29 jan. 1722 verkopen Jacob van Ratinge, Frans van der Elst, als man van IJda van Ratinge, Frans van der Lis, als man van Lidia van Ratinge, Lena van Ratinge, en voornoemde Frans van der Lis en Jacob van der Elst nog als voogden over de kinderen van Angenietje van Ratinge, bij haar verwekt door Jan van Groenewegen, en over de kinderen van Jacoba van Ratinge, bij haar verwekt door Adriaan van den Ent, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Elsje Koreaans, weduwe van Abraham van Ratinge, voor 2200 gl. aan Mattijs Dusaar, brouwer en koopman te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Jan de Rooij en dat van Nicolaas Cool.

Eigenaren van het westelijk deel:

[ORA Dordrecht inv. 1612, f. 71: op 12 febr. 1648 verkoopt dr. Cornelis van Someren, thesaurier, als gemachtige van de burgemeester en de “gecommitteerde ten beleijde” van Dordrecht, aan Maerten Gillisz. van der Pijpen, fabriekmeester van Dordrecht, een erf op de Drappierskade, zijnde het eerste erf vanaf het Westindisch Huijs, staande tussen het huis van Jan Eswiller drappier en het Westindisch Huijs, zoals hij, Van der Pijpen, het erf heeft bebouwd en afgeheind.

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 71v: op 12 febr. 1648 verkoopt Maarten Gillisz. van der Pijpen, fabriekmeester van Dordrecht, aan Jacob Tonna, drappier en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Jan Eswiller en “het Westindisch Huijs”. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.

7 mei 1661: Wijnant Pelsser, als man van Maria Theunis, weduwe van Jacob Thona, drappier en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3200 gl. aan Philips Op de Beeck, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck Schijvelberch, voorheen “het Westindisch Huijs”, en dat van Jan Eswiller, strekkende voor van de straat tot achter aan de muur van de rivier. (ORA Dordrecht inv.1619 ,f. 27)

10 sept. 1661: Philips Op de Beecq, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Josina Bercheijck, weduwe van Christiaen Coopmans, een jaarlijkse losrente van 144 gl., verzekerd op een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck Schijvelberch en dat van Jan Eswiller. (ORA Dordrecht inv. 1619, f. 60)].

Johan Op de Beek 1-10

het pakhuis van mevrouw Brandwijk 1-5.

Voorheen het pakhuis van de Westindische Compagnie, gebouwd naar schatting ca. 1630, en afgebroken in 1733. (Wolwevershaven, p. 71)

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 56: op 30 sept. 1649 verkopen Aelwijn Haelwijn, mr. Diederich Hoeuft en Gerrit Noeij, bewindhebbers van de WIC (kamer Dordrecht), voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-bewindhebber Anthonij Repelaer, aan Dirck Schijvelberch, koopman en burger van Dordrecht, een pakhuis met een kuiphuis ernaast, staande op de Nieuwe Haven [belenders niet vermeld].

 Dirck Schievelbergh (Schijvelberch), jong gezel van Wesel wonende te Rotterdam (1626), wijnkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 dec. 1662 (een baar voor Dirck Schijvelberg op de Nieuwe Haven, twee maal luiden), trouwde NG Dordrecht 13/29 sept. 1626 Maria Pieter Bartholomeusdr. (Pesen) gedoopt NG Dordrecht febr. 1609, van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1626), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 febr. 1684 (een zwarte baar voor de weduwe van Dirk Schijvelberg op de Nieuwe Haven bij de Wolweverskade), dochter van Pieter Bartolomeusz. wijnkoper en Mensken Willems Meulen

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 115v: op 17 juli 1710 verkoopt “Pieter van Zeebergen, woonende binnen dese Stadt, als in huwel: hebbende Juffr. Anna Cornelia Schijvelberg soo voor sijn selven ende nogh als Speciale Last en procuratie hebbende vande heer Johan van Zanten mede woonende alhier als getrout hebbende Juffr. Maria Schijvelberg, sijnde deselve procuratie gepasseert den 2en Julij 1710 voor den notaris Pieter Venlo en Seeckere getuijgen binnen dese Stadt residerende mitsgrs. nogh van de hr. Thieleman Becker, woonende tot Rees, als getrout hebbende Vrouwe Catarina Schijvelbergh, ende vande hr. Jan Adolff Baghman, woonende tot Kalcker, als getrout hebbende Vrouwe Geertruijt Schijvelbergh, sijnde deselve procuratie gepasseert den 15en Maart deses jaars 1710 voor Schepenen van alden Kalcker, beijde ons Schepenen vertoont, alle Erffgen: van wijlen Juffr. Maria Peese, die wed:e was vande hr. Dirck Schijvelbergh”, voor 2750 gl. aan Christiaen Logeman, koopman te Dordrecht, “Een packhuijs met de huijskens Ende het open Erff daar annecx genaamt Vosmeer staande ende gelegen op de Trappiers ofte Wollewevershaven binnen dese Stadt (welck open Erff den Cooper als een vrij en eijgen gront vermagh te betimmeren sonder becroon van Imand, niet tegenstaande het gemelde huijs vande heer Franchois Francken voor als nogh eenen uijtgangh op dit gecogte erff in desen heeft, edogh niet anders dan bij vergunning en tot wederseggens vanden eijgenaar van het gecogte in desen, volgens de Oude brieven en beschijden daar van sijnde,”, staande tussen het pakhuis, dat door de koper is gekocht van Isaacq Auxbrebis en daar achter langs de rivier “springende” aan de ene zijde en het huis van Franchois Francken aan de andere zijde.

de woningen van Johan van Dorren [muntmeester]  3-0

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 62 e.v.: op 10 jan. 1690 verkoopt notaris Jacob van Dijck, als procuratie hebbende van Herman Numminckhaven, raadsheer van Wesel, als man van Elisabeth van Santen, zich sterk makende voor zijn zwagers, Johan en Bernard van Santen, Dirck Terhell, raadsheer van Bremen, voor zichzelf en als voogd over de minderjarigen “in dese geïntresseert” en Daniël Willet, koopman te Bremen, gehuwd met Margareta Terhell, en Elisabeth en Maria Broemken, allen erfgenamen van Rudolph Broemken, volgens testament gepasseerd voor notaris Van Dijck op 28 sept. 1689, voor 4000 gl. aan Johan van Dorren een huis op de Drappierskade, staande tussen de huizen van wijlen Rudolph Broemken aan weerszijden.]

de woningen van de heer Roeloff Broemken [wijnkoper, schepen en burgemeester van Dordrecht] 3-15

[ORA Dordrecht inv. 1613, f. 56: op 30 sept. 1648 verkopen Aelwijn Haelwijn, Diederich Hoeufft, Gerrit Noeij en Anthonij Repelaer, bewindhebbers van de WIC (kamer Dordrecht), aan Roeloff Bremkens, koopman te Dordrecht, twee erven op de Nieuwe Haven, liggende tussen de gang van Dirck Schijvelberch en het kuiphuis, dat op diezelfde dag door verkopers is getransporteerd aan Dirck Schijvelberch.

ONA Dordrecht inv. 189, akte 120: op 26 april 1683 verhuurt Rodolff Bremquen, schepen in wette van Dordrecht, voor 300 gl. per jaar aan Samuel Bubwith, koopman in de Engelse Court te Dordrecht, een huis op de Drappierskade, staande naast het huis van de verhuurder.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 35 e.v.: op 28 juni 1691 verkoopt Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan van Santen, raadsheer van de stad Wesel, als executeur-testamentair van Rudolff Broemken, lid van de Oudraad van Dordrecht, volgens testament op 28 sept. 1689 gepasseerd voor notaris Jacob van Dijck, voor 8100 gl. aan Dirck Terhell, raadsheer van de stad Bremen, en Daniël Willet, koopman te Bremen, een huis, bestaand uit twee woningen, staande op de Drappierskade, strekkende vierkant van die kade tot achter op de stadswal, belend door de gang van de erfgenamen van Dirck Schijvelbergh aan de ene en het huis van Johan van Dorren aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 56v: op 21 nov. 1693 verkopen Dirck Terhell, raadsheer, en Daniël Willet, koopman te Bremen, voor 8000 gl. aan Francois Francken, koopman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, op de Drappierskade, strekkende vierkant van de kade tot achter aan de stadswal tegen de rivier, staande tussen de gang van de erfgenamen van Dirck Schijvelbergh en het huis van Johan van Dorre.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 101: op 31 juli 1716 verkoopt Otto van Munster, conrector van de Latijnse School te Dordrecht, als man van Wilhelmina Franken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Anna en Elisabeth Franken, meerderjarige personen, wonende te Dordrecht, en Johan Franken, koopman wonende in Delft, samen enige kinderen en erfgenamen van Elisabeth de Karnakel, in haar leven weduwe van Francois Franken, koopman te Dordrecht, voor 5200 gl. aan Johanna Cloens, de vrouw van Johan van den Santheuvel, een huis met een wijnkelder [nl. het huis aan de westzijde], staande en gelegen op de Wolwevershaven tussen de gang van Cristiaen Logeman en het huis, dat is verkocht aan Balthasar Repelaer. Dezelfde verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid verkoopt aan mr. Balthasar Repelaer, kwartierschout van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, een huis [nl. het huis in het midden], staande op de Wolwevershaven tussen het huis, dat is verkocht aan Johanna Cloens, en het huis van Johan van Dorren.]

de kinderen Schijvelberg 1-10

[Dirck Schijvelberch, jong gezel van Wesel, wonende te Rotterdam (1626), wijnkoper/koopman te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht Maria (Pieter Bartholomeeusdr.) Pesen, van Dordrecht, wonende in de Gravenstraat, wonende in de Gravenstraat(1626),

Weeskamer Dordrecht inv. 24, f. 255v, akte dd 22 mei 1663: extract van het testament van Dirck Schivelberch, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Maria van Pesen, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 20 dec. 1662. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden en tot voogden over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende en mr. Nicolaes Stoop, schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 115v: op 17 juli 1710 verkoopt “Pieter van Zeebergen, woonende binnen dese Stadt, als in huwel: hebbende Juffr. Anna Cornelia Schijvelberg soo voor sijn selven ende nogh als Speciale Last en procuratie hebbende vande heer Johan van Zanten mede woonende alhier als getrout hebbende Juffr. Maria Schijvelberg, sijnde deselve procuratie gepasseert den 2en Julij 1710 voor den notaris Pieter Venlo en Seeckere getuijgen binnen dese Stadt residerende mitsgrs. nogh van de hr. Thieleman Becker, woonende tot Rees, als getrout hebbende Vrouwe Catarina Schijvelbergh, ende vande hr. Jan Adolff Baghman, woonende tot Kalcker, als getrout hebbende Vrouwe Geertruijt Schijvelbergh, sijnde deselve procuratie gepasseert den 15en Maart deses jaars 1710 voor Schepenen van alden Kalcker, beijde ons Schepenen vertoont, alle Erffgen: van wijlen Juffr. Maria Peese, die wed:e was vande hr. Dirck Schijvelbergh”, voor 2750 gl. aan Christiaen Logeman, koopman te Dordrecht, “Een packhuijs met de huijskens Ende het open Erff daar annecx genaamt Vosmeer staande ende gelegen op de Trappiers ofte Wollewevershaven binnen dese Stadt (welck open Erff den Cooper als een vrij en eijgen gront vermagh te betimmeren sonder becroon van Imand, niet tegenstaande het gemelde huijs vande heer Franchois Francken voor als nogh eenen uijtgangh op dit gecogte erff in desen heeft, edogh niet anders dan bij vergunning en tot wederseggens vanden eijgenaar van het gecogte in desen, volgens de Oude brieven en beschijden daar van sijnde,”, staande tussen het pakhuis, dat door de koper is gekocht van Isaacq Auxbrebis en daar achter langs de rivier “springende” aan de ene zijde en het huis van Franchois Francken aan de andere zijde.

Kinderen (volgorde willekeurig):

a. Bartholomeus Schijvelberg, jongman van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1654), koopman, trouwde NG Dordrecht 30 aug./22 sept. 1654 (per schrijven van Amsterdam, bescheid gegeven om te Amsterdam te trouwen op 18 sept. 1654) Maria van Wisselt, jonge dochter van Amsterdam, wonende aldaar (1654)

b. Catharina Schijvelberg, gedoopt NG Dordrecht april 1641, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1661), trouwde NG Dordrecht 6/22 febr. 1661 (procl. te Amsterdam) Isaack Aux Brebies, jongman van Wesel, wonende teAmsterdam (1661)

c. Swana Maria Schijvelberg, gedoopt NG Dordrecht 11 nov. 1643, jonge dochter van Dordrecht (1666), trouwde NG Dordrecht 13/29 juni 1666 (procl. in de Franse kerk) mr. Gerard Brantwijck, weduwnaar van Dordrecht (1666)

Kind:

c-1. mr. Gerard Brantwijck, heer van Bleskensgraaf, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1673

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 112: op 7 nov. 1730 verkoopt Ludovicus de la Coste, predikant te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Gerard van Brandwijk, heer van Bleskensgraaf, raad en secretaris van Gouda, voor 2400 gl. aan Jan Hubert, koopman te Dordrecht, een pakhuis, vanouds genaamd “het West-Indisch Huijs”, staande tussen het huis van de weduwe van de heer Van Dorre en het huis van Johan de Roo, strekkende voor van de straat tot achter aan de rivier.

d. Geertruijd Schijvelberg, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634, jonge dochter van Dordrecht, wonende aldaar (1672), trouwde NG Rotterdam 31 jan. 1672 (ondertrouw mr. Johan van der Meer, weduwnaar van ‘s-Gravenhage, wonende op de Nieuwe Haven (1672), ontvanger-generaal van de admiraliteit op de Maas

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 145 e.v.: op 9 okt. 1702 verkoopt Johannis Hulsthout, oud-burgerkapitein te Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijd Schijvelberg, weduwe van mr. Johan van der Meer, ontvanger-generaal van de konvooien en licenten ter Admiraliteit van Rotterdam, voor 9200 gl. aan Cristiaan, Pieter en mr. Arnold Cloens, gebroeders en kooplieden te Dordrecht, een groot huis met pakhuis, korenzolders en wijnkelder, staande vooraan op de [Drappierskade] tussen het huis van mr. Johan d’Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Matthijs Paradijs. De kopers voldoen de koopsom gedeeltelijk contant en gedeeltelijk met het verlijden van een obligatie van 2700 gl.

Kind:

d-1. Maria van der Meer Johansdr., gedoopt NG Rotterdam 2 febr. 1674, van Dordrecht (1700), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/26 jan. 1700 (attestatie te vertonen, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Aarnoudina van Beaumont Herbertsdr., weduwe van Govert van Slingeland, secretaris van de Raad van State der Verenigde Nederlanden, en zijn broer mr. Barthout van Slingeland, lid van de Oudraad en burgemeester van Dordrecht, de bruid met haar moeder Geertruijd Scheijvelbergh, weduwe van Johan van der Meer, ontvanger-generaal ter admiraliteit op de Maas, en Isaac Auxbrebis, haar oom en voogd) mr. Govert Johan van Slingeland, jongman van Dordrecht, wonende te Den Haag (1700), raad in de Soevereine Raad en het Leenhof van Brabant ]

het pakhuis van Isaak Auxbrebis 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 31: op 11 april 1620 verkoopt Cornelis Back Jacobsz., als thesaurier van de reparaties van Dordrecht, met toestemming van het Gerecht te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Pieter Bartholomeus een erf voor de Nieuwe Haven, gelegen tussen het erf, dat is gekocht door Jan de With Jansz. en het erf van de stad Dordrecht. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 30 gl.

Eigenaar wordt in 1639 Marija Pieter Bartholomeus, de vrouw van Dirck Schijvelbergh, wijnkoper en reder. (Wolwevershaven, p. 92)

In 1684 gaat de eigendom ervan over op Anna Cornelia Schijvelbergh, de vrouw van Pieter van Zeebergen, en Catharijna Schijvelbergh, de vrouw van Isaaxq Auxbrebis, koopman. (ibidem)

Anna Cornelia Schijvelbergh, gedoopt 24 april 1658, dochter van Bartholomeus Schijvelbergh en Maria van Wisselt, trouwde NG Dordrecht 18 april 1683 Pieter van Zeebergen

Catharina Schijvelberg, gedoopt NG Dordrecht april 1641, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1661), dochter van Dirck Schijvelbergh en Maria Pieter Bartholomeusdr., trouwde NG Dordrecht 6/22 febr. 1661 (procl. te Amsterdam) Isaack Aux Brebies, jongman van Wesel, wonende teAmsterdam (1661)

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 90 e.v.: op 15 mrt. 1710 verkoopt Gosewijnus van Beest, wijnkoopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isacq Aux Brebis, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Schabaalje te Amsterdam op 4 dec. 1709, voor 1100 gl. aan Kristiaan Logeman, wijnkoopman te Dordrecht, een pakhuis of wijnkelder op de Wolwevershaven, staande naast het huis van Catarina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, oudraad van Dordrecht, en daarachter belend door het huis van Pieter van Zeeberg c.s, dat eerstdaags mede aan Logeman getransporteerd zal worden.].

mevrouw De Witt 2-10

de heer Arent Muijs van Holij 1-2

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 74v e.v.: op 28 sept. 1701 verkopen Jacob van der Waijen, grietman van Hemelummer Oldevaart en Noordwolde etc., als man van Herbertina de Witt, mr. Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, vervangende zijn kinderen, door hem verwekt bij Elisabeth Teljaarde, mr. Pieter Brandwijk van Blockland, vrijheer van Blokland, vervangende zijn moeder, samen erfgenamen van Maria de Witt, in haar leven echtgenote van Arent Muijs van Holij, in zijn leven oud-burgemeester van Dordrecht, voor 2500 gl. aan mr. Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, hun mede-erfgenaam, vijf zesde parten in een huis, waarvan de koper het resterende zesde part bezit, staande op de Drappierskade tussen het huis van Catarina van Beaumont en dat van mevrouw Van de Meer.]

f. 17v

mevrouw Van de Meer 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 145 e.v.: op 9 okt. 1702 verkoopt Johannis Hulsthout, oud-burgerkapitein te Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijd Schijvelberg, weduwe van mr. Johan van der Meer, ontvanger-generaal van de konvooien en licenten ter Admiraliteit van Rotterdam, voor 9200 gl. aan Cristiaan, Pieter en mr. Arnold Cloens, gebroeders en kooplieden te Dordrecht, een groot huis met pakhuis, korenzolders en wijnkelder, staande vooraan op de [Drappierskade] tussen het huis van mr. Johan d’Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Matthijs Paradijs. De kopers voldoen de koopsom gedeeltelijk contant en gedeeltelijk met het verlijden van een obligatie van 2700 gl.]

deselve 0-15

nog deselve 1-16

het pakhuis van deselve 1-5

de heer Mattijs Snoek 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1632 (nieuw), f. 66: op 1 febr. 1690 verkoopt mr. Matthijs Snouck, schepen in wette van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan Johan Sam, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck Aeldertsz. de Veer en dat van juffr. Schijvelberg. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 10.000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 113: op 2 april 1698 verkopen Jan Sam, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw, Maria Outlant, voor 12.000 gl. aan Martinus Paradijs, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Dirck de Veer en dat van mevrouw Van der Meer.]

het pakhuis van de heer Snoek

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 30v: op 11 april 1620 verkoopt Cornelis Back Jacobsz., thesaurier van Dordrecht, met toestemming van het Gerecht van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Jan Jansz. de With, burger van Dordrecht, een erf, liggende voor de nieuw gegraven haven tussen het erf, dat is gekocht door Dirck Theuft, en het erf, dat is gekocht door Pieter Bartholomeus. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 30 gl.

Genealogie:

I. Jan de Witt Willemsz., geboren 1567, thesaurier van Dordrecht 1611-1619, ontvanger van de Tol van Geervliet in Dordrecht 1613-1625, overleden 15 dec. 1625, trouwde 18 febr. 1590 Jacomina van Baresteijn Johansdr., geboren 13 juli 1572 (volgens Balen één van de eerste drie kinderen, die in de Augustijnenkerk werden gedoopt, nadat Dordrecht zich aangesloten had bij de opstand tegen Filips II van Spanje), overleden 11 jan. 1656, dochter van Jan Bartholomeusz. van Baresteijn (alias Jan Bartholomeusz. in’t Vosken) en Jacobmina Louff

Zoon:

II. Johan de Witt Jansz., geboren 15 dec. 1590, schepen van Dordrecht, ontvanger-generaal van de Tol van Geervliet, begraven Dordrecht (Grote Kerk)18 juni 1655 (een baar bij het Groothoofd voor Johan de Witt, ontvanger van de Grafelijkheidstol, twee maal luiden, het wapen 14 gl., de boete van 12 uur 12 gl.), trouwde 17 okt. 1617 Belia Stokmans Johansdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 febr. 1665 (een zwarte baar in de Wijnstraat voor Belija Stockmans, weduwe van Johan de Witt, vier maal luiden, “het blason”, 60 gl.)

Kinderen (o.a.):

a. mr. Johan de Witt Johansz., geboren 15 okt. 1618, volgt III

b. Maria de Witt Johansdr., geboren 28 okt. 1627, jonge dochter van Dordrecht (1675),trouwde NG Dordrecht 4/20 aug. 1675 Arend Muijs van Holij, geboren naar schattin gca. 1625,weduwnaar van Dordrecht (1675), burgemeester van Dordrecht (1675, 1676), baron van de Merwede (daarmee vanwege de stad Dordrecht “verlijd” op 20 mrt. 1676), bewindhebber van de W.I.C. (1676), overleden in 1700, trouwde 1e NG Dordrecht 20 okt. 1658 Elisabeth (Isabeau) de Carpentier, Arend was een zoon van Simon Muijs van Holij Anthonysz. en Janneken van Kortenhoeff

c. Elisabeth de Witt Johansdr., geboren 28 aug. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1653), trouwde NG Dordrecht 26 okt./11 nov. 1653 mr. Johan Talyarde (Teller) Johnsz., geboren 4 juli 1629, jongman van Amsterdam en daar wonende(1653), licentiaat in de rechten, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 juni 1657 (een baar bij de Mattensteiger voor mr. Johan Teller, twee maal luiden, “het blason met quartiere”)

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 24: op 28 mei 1665 verkoopt “d’heer Adriaen de With uijtte achte deser Stede, als last ende procuratie hebbende van Vrouw Agata de Backere wed. wijlen d’heer Veltdriel blijckende bijde selve procuratie op den xxiii Julij 1656 gepasseert voorden Nots. johan Schoormans ende seeckere getuijgen binnen deser Stede resideren(de) ons Schepenen verthoont, vendidit indier qualiteijt”, voor 2200 gl. aan Elisabeth de Witt, weduwe van Jan Tailler, een huis omtrent het Groothoofd aan de havenzijde, staande tussen het huis van Stoffel Spijckers bakker en het volgende huis. “Compareerde mede Helmich van Roodevelt kalckmeter, Jenneke van Roodervelt wed. van Jan de Satt, Lucretia van Roodervelt jonge dochter, Willemijntge van Roodervelt, wed. van Geerit Wouters ende Pieter van Roodervelt alle Borgers en Borgeresssen deser Stede kinderen en kintskint resp. ende sulcx erffgen. abintestato van Corstiaen van Roodervelt ende Maria Sijberts beijde za:”. Zij verkopen voor 800 gl. aan dezelfde koopster een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koopster en dat van Willem van Cronenburg. 

Dochter:

c-1. Elisabeth Talliarde, trouwde Matthijs Snouck (zie genealogie Berck op deze website)

d. Willem de Witt Johansz., geboren 31 okt. 1632, schepen van Dordrecht, ontvanger-generaal van de Tol van Geervliet, ongehuwd, overleden ca. 1683

-9 mrt. 1683: gecollationeerd door notaris J. Mugge te Dordrecht het testament van Wilhelmus de With, door hem zelf geschreven en ondertekend op 5 mei 1677, waarin hij tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen en executeurs-testamentair heeft benoemd zijn zwager Arend Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en zijn neef Johan de With, drost van Zuid-Holland. (Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 5v)

e. Anna de Witt Johansdr., geboren 27 jan. 1638, jonge dochter van Dordrecht (1671), trouwde NG Dordrecht 11/27 okt. 1671 mr.Willem Brandwijk van Blokland Pietersz., vrijheer van Blokland, jongman van Dordrecht (1671),burgemeester van Dordrecht (1674, 1675)

Zoon:

e-1. mr. Pieter Brandwijk van Blokland, vrijheer van Blokland, geboren 7 okt. 1672

III. mr. Johan de Witt Johansz., geboren 15 okt. 1618, wonende in Den Haag (1660), ambassadeur in Brandenburg, Denemarken, Noorwegen en Polen, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 okt. 1676 (een zwarte baar voor Johan de Wit, elf maal luiden, “voor het blason met de kast, de late boete”), trouwde 1e NG Dordrecht/’s-Gravenhage 14 nov./5 dec. 1660 (per schrijven van Den Haag, op 1 dec. 1660 bescheid gegeven om in Den Haag te trouwen) Petronella Gijsberta van Wouw, geboren 1642, wonende in Den Haag (1660), overleden dec. 1660, 2e 9 okt. 1667 Katharina van Beaumont Herbertsdr., geboren 23 okt. 1637, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1637, dochter van Herbert van Beaumont en Elisabeth de Jonge

ONA Dordrecht inv. 579, akte 23:op 26 dec. 1727 testeert Catharina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht. Zij legateert aan Cornelia van der Waijen een obligatie van 3000 gl. en aan de diaconie van de NG gemeente te Dordrecht een obligatie van 1000 gl. Tot erfgename van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar dochter Herbertina de Witt, de vrouw van Jacob van der Waeijen, op voorwaarde, dat haar dochter van haar te erven goederen niet zal disponeren t.b.v. haar man.

ONA Dordrecht inv. 579, akte 24: op 30 dec. 1727 comp. voor notarissen J. de Bedts en B. van Gelsdorp te Dordrecht, Catarina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, lid van de Oudraad te Dordrecht, erfgename “onder beneficie van inventaris” van haar zoon mr. Johan de Witt, burgemeester van Dordrecht, enerzijds, en Jacobus de Wit, kastelein in de St. Jorisdoelen, en zijn vrouw Anna Hoevenaar, geassisteerd voor zover nodig met haar man, samen erfgenamen van Maria de Witt, die erfgename is geweest “onder beneficie van inventaris” van haar broer Arnoldus de Wit. De comparanten verklaren “met elkanderen te sijn getreden in onderhandelingh omme over alle nogh uijt en openstaende actiën en pretensiën, die d’een tot lasten van den anderen, en dus over en weder nog soude vermeijnen te hebben, eens vooral te accorderen en transigeren”. Zij zijn overeengekomen, dat eerste comparante aan de tweede comparanten zal moeten uitkeren een somma van 10.425 gl.

Kinderen:

a. Johan de Witt, geboren 6 okt. 1668, burgemeester van Dordrecht

b. Herbertina de Witt, geboren 15 okt. 1670, trouwde Jacob van der Waijen, burgemeester van Franeker (1686)

(Balen, o.c., p. 1308 e.v.)]

de heer Dirk [Aeldertsz.] de Veer 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1597, f. 31: op 11 april 1620 verkoopt Cornelis Back Jacobsz., thesaurier van de reparaties te Dordrecht, met toestemming van het Gerecht te Dordrecht, voor 600 gl. aan Dirck Theuft een erf, liggende voor de nieuw gegraven haven tussen “het Koperhuis”, dat toebehoort aan de kopers en het erf, dat is gekocht door Jan Jansz. de With. De koper verkoopt aan de stad Dordrecht een jaarlijkse losrente van 15 gl.

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 144 e.v.: op 11 sept. 1694 verklaart Dirck Aeldertsz. de Veer, veertigraad van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Huijbert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, een bedrag van 3000 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Willem Neurenberg, nomine uxoris, en dat van Jan Sam, met nog een schuur, zoutpannen, tuin en boomgaard, staande en gelegen onder Hendrik-Ido-Ambacht aan de oostzijde van Zwijndrecht, achter de zoutketen van Jan Sam en naast de zoutketen en tuin van Adriaen Op de Kamp.]

de heer Willem van Neurenberg 2-18

[Op 20 nov. 1627 geven het Gerecht, de Oudraad en de Goede Lieden van Achten van Dordrecht, “ter bevordering van de nijverheid in de stad”, aan Dirck Heuft en zijn compagnons “omme sijne gietwercken, meulenwercken, draetwercken, slaen van ketels, Schotse pannen, ende alles wes daer van dependeert, daer toe gebruijckende hamers, blaesbakken, ende alles wes daer toe is gerequireert, als sijnde een hantwerck nieuw hier in de stad gepractiseert vrij, ongemolesteert, ende sonder contradictie van eenige gilden [te] mogen … exerceeren” en verlenen aan hun arbeiders vrijdom van alle tochten en wachten. (Wolwevershaven, p. 124)

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 64v: op 12 okt. 1632 verkopen Jan en IJsaack Houbraecken, erfgenamen van hun vader Joris Houbraecken, voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werck aan de vest tussen het ovenhuis van de koper en het huis van Jan Jansz. de Haen.

Dirk Hoeuft, anoniem (foto: wikipedia)

ORA Dordrecht inv. 1618, f. 142: op 10 nov. 1660 verkopen mr. Johan de Vallee, als man van Maria Hoeuft, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Mattheus en Diederich Hoeuft, Thomas Cletcher, als man van Anna Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris M. Beeckman te ‘s-Gravenhage op 10 mei 1659, en nog als procuratie hebbende van Johan Hoeuft, Andries Manuchet, als man van Elisabeth Hoeuft, en Catarina en Sara Hoeuft, voor zichzelf en tevens vervangende Gabriel de Paulmier van St. Andries, als man van Barbera Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Houtman te Utrecht op 7 aug. 1660 stilo curie, allen erfgenamen van Diederich Hoeuft, aan Dierick Allertsz. de Veer twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, vanouds genaamd “het Cooperhujs”, [belenders niet vermeld]. De koper is schuldig aan Johan de Vallee een somma van 3000 gl.

Genealogie:

Jan Aeldertsz. de Veer, trouwde NG Dordrecht 23 april 1623 Maijken Lenssen (Laurensdr.) van Elsloo

Kinderen:

a. Aeltien (Aletta) de Veer, gedoopt NG aug. 1625, trouwde Jan (Johan) Francken

b. Laurens Aeldersz. de Veer, gedoopt NG Dordrecht aug. 1629

c. Anna de Veer, trouwde Francois Francken

d. Maria de Veer, trouwde Hendrick Francken

e. Dirck Aeldersz. (Allertsz.) de Veer, trouwde Christina Bunne (Boonen, Bomer, Buenen)

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 118: op 30 juni 1662 verklaart Isaac van de Wal, als procuratie hebbende van Dirck Allertsz. de Veer, koopman en burger van Dordrecht, dat De Veer schuldig is aan Dirck de Sont ten behoeve van zijn kinderen een bedrag van 6000 gl., verbindende twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, in het grootste waarvan De Veer woont, het ander zijnde een pakhuis, staande tussen het huis van de weduwe van Johan de With en dat van Jan Gijsbertsz. wijnkoper.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 2v e.v. op 19 jan. 1683 verklaart Dirck Aeldersz. de Veer, veertigraad te Dordrecht, schuldig te zijn aan Samuel de Heijden van Zevender, thesaurier van Dordrecht, een somma van 2800 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van de thesaurier Van Zevender en dat van mevrouw Teljarde.

ONA Dordrecht inv. 263, f. 391: op 12 nov. 1692 comp. Dirck de Veer, veertigraad van Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, voor zichzelf en als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van zijn ouders, in die hoedanigheid vervangende Aletta Aeldertsdr. de Veer, weduwe van Jan Francken, alsmede het kind van Laurens Aeldertsz. de Veer en de kinderen van Anna Aeldertsdr. de Veer, bij haar verwekt door Francois Francken, koopman te Dordrecht, met Francois Francken als vader en voogd over zijn kinderen, allen erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, enerzijds en Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, die eerder gehuwd was met Maria Aeldertsdr. de Veer, die een dochter was van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo, Adriana van der Hulck, weduwe van Gerardt Francken, burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Gerard Sam, koopman te Amsterdam, Arent Schulder, als man van Belia Sam en Goossen Tips, als man van Elisabeth Sam, allen kinderen van Belia Francken, bij haar verwekt door Jacob Sam, Jan Francken, zoon van Jan Francken, Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige erfgenamen van Henricus Francken, Hendrik van Rijnen, koopman te Dordrecht, als man van Aletta Francken, ds. Theodorus van den Bosch, predikant te Heinenoord, als man van Elisabeth Francken, voor zichzelf en tevens vervangende Anthonij van Lith, als man van Maria Francken, en Hendrik Francken, allen kinderen van Jan Francken, anderzijds. De comparanten verklaren, dat tussen hen kwestie was ontstaan wegens het feit, dat Hendrick Francken en Maria Aeldertsdr. de Veer, zijn eerste vrouw, elkaar bij testament, gepasseerd voor de Dordtse notaris A. van Neten, elkaar tot erfgenaam hebben benoemd, op voorwaarde, dat, indien de eerststervende van hen beiden zou komen te overlijden zonder kinderen na te laten, de langstlevende gehouden zou zijn aan de ouders, indien dan nog in leven waren, uit te keren een bedrag van 1000 gl. Dat testament is door het overlijden van Maria Aeldertsdr. de Veer in 1658 bevestigd, nadat zij ongeveer 3 jaar en 8 maanden in de echtelijke staat met Hendrick Francken heeft geleefd zonder kinderen na te laten, terwijl haar ouders nog in leven waren, aan wie Hendrick Francken niet alleen voornoemde 1000 gl. heeft uitgekeerd, maar aan hen ook nog heeft overgedragen alle kleren van zijn overleden vrouw, welke door hem werden geschat minstens 1000 gl. waard te zijn, waarvan afgetrokken zouden moeten worden de doodschulden, waarvan haar erfgenamen een derde zouden bij te dragen hebben. Hendrick beweert daarmee de legitieme portie van zijn schoonouders te hebben voldaan. De comparanten ter ener zijde beweren daarentegen, dat de genoemde kleren nog geen 200 gl. waard zijn. Waarna zij, als erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo na hun overlijden in 1678 door een rekwest aan het Gerecht van Dordrecht hebben verzocht, dat Hendrick Francken ertoe zou worden veroordeeeld aan hen te leveren behoorlijke staat en inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door zijn vrouw zaliger, Maria Laurensdr. van Elsloo. Daardoor zij langdurige procedures ontstaan, waarna het Gerecht van Dordrecht bij hun vonnis van 23 dec. 1681 de tweede comparanten ertoe heeft veroordeeld tot leveren van genoemde staat en inventaris om daaruit aan de eerste comparanten hun erfportie te voldoen met 4 % interest sedert het overlijden van Maria Aeldertsdr. de Veer, alsmede tot het betalen van de kosten van het proces. De tweede comparanten beweren, dat zij overeenkomstig dat vonnis aan de eerste comparanten genoemde inventaris hebben geleverd en daarmee aan het genoemde vonnis hebben voldaan , te meer daar zij in 1692 ook aan hen hebben verleend inzicht in de boeken van de “gemene koopmanschap”, in het bijzonder van hetgeen Hendrick Francken aanging. Alzo partijen het niet eens konden worden over de begroting van de boedel van Hendrick Francken ten tijde van het overlijden van zijn vrouw en dat eerste comparanten beweerden, dat de inventaris onvolledig was en dat zij de bezittingen van Hendrick Francken begroten op 24.000 gl., afgezien van de huisraad, waartegen de tweede comparanten beweerden, dat de boedel, overeenkomstig de genoemde boeken op verre na niet 24.000 gl. kon bedragen en dat de huisraad van zeer geringe waarde was, waren zij niettemin bereid de kwestie aan de arbitrage van Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en Huijbert van de Graeff voor te leggen.

ONA Dordrecht inv. 263, f. 54: op 9 okt. 1693 hebben in voorgaande akte genoemde arbiters uitspraak gedaan over voornoemde kwestie en daarmee zijn Geertruijt van der Hulk, weduwe van Hendrick Francken en diens erfgenamen gehouden aan Dirck de Veer en Franchois Francken en degenen, die het verder zal mogen aangaan, te voldoen een somma van 4075 gl., welke laatstgenoemden totnogtoe in gebreke zijn gebleven in ontvangst te nemen.

ONA Dordrecht inv. 263, f. 56: op 19 nov. 1693 verlenen Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrik Francken, die eerder getrouwd is geweest met Maria Aeldertsdr. de Veer, Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, en ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als executeur-testateur en voogd over de mede-erfgenamen van Hendrick Francken, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen van Jan Francken, die van Jerefaes Francken en die van Belia Francken, verwekt door Jacob Sam, allen erfgenamen van Hendrick Francken, procuratie aan George Rosenboom, procureur van de Hoge Raad en het Provinciale Hof van Holland, om voor hen waar te nemen het proces, dat zij hebben tegen Dirck Aeldertsz. de Veer en Franchois Francken c.s., erfgenamen van Jan Aeldertsz. de Veer en Maria Laurensdr. van Elsloo en mede-erfgename van voornoeme Maria Aeldertsdr. de Veer, hun dochter.

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 144 e.v.: op 11 sept. 1694 verklaart Dirck Aeldertsz. de Veer, veertigraad van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Huijbert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, een bedrag van 3000 gl., verbindende een huis op de Drappierskade, staande tussen het huis van Willem Neurenberg, nomine uxoris, en dat van Jan Sam, met nog een schuur, zoutpannen, tuin en boomgaard, staande en gelegen onder Hendrik-Ido-Ambacht aan de oostzijde van Zwijndrecht, achter de zoutketen van Jan Sam en naast de zoutketen en tuin van Adriaen Op de Kamp.]

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 130v: op 5 okt. 1682 verkoopt Dirck Aeldertsz. de Veer, veertigraad en koopman van Dordrecht voor 18.000 gl. aan Samuel de Heijden van Zevender, thesaurier van Dordrecht, een huis voor het plein “daermen gaet naer de Drappiers kaeije”, door De Veer gebouwd en door hem bewoond, staande tussen het huis van Mattheeus van den Brouck, oud-burgemeester van Dordrecht en gecommitteerde ter vergadering van de Staten Generaal, aan de ene zijde en het pakhuis van de verkoper aan de andere.

Samuel de Heijde van Zevender (van Seventer), gedoopt NG Dordrecht 25 mei 1643, jongman van Dordrecht wonende op de Drappierskade (1687), thesaurier van Dordecht, zoon van Jan Samuels. van der Heijden en Janneken Dirksdr. van Seventer, trouwde NG Dordrecht 12/27 okt. 1687 Jacoba Catharina van der Staij a Colibrant, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1668, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende voor het Bagijnhof (1687), dochter van mr. Cornelis van der Staaij en Anna van der Haar

ONA Dordrecht inv. 191, f. 255: op 21 sept. 1688 testeren Samuel de Heijden van Seventer, thesaurier van het Groot Comptoir te Dordrecht, en zijn vrouw Jacoba Catharina van der Staeij a Colibrant, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, die zij op 8 okt. 1687 gepasseerd hebben. Als hij als eerste van hen beiden komt te overlijden, legateert hij aan Jacob van den Brande, zijn neef, een bedrag van 1000 gl., aan Cornelia van der Hoff, zijn gewezen dienstmaagd, 500 gl., aan de NG huisarmen van Dordrecht 2000 gl. en aan het Arme-Weeshuis van Dordrecht 1000 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam van al hun overige na te laten goederen. Voorwaarde daarbij is, dat de testatrice het kind, waarvan zij zwanger is, en al hun overige nog te verwekken kinderen, zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Als hij de eerstoverlijdende is, zal zij aan hun kinderen een bedrag van 60.000 gl. uitkeren. Als de eerstoverlijdende zonder kinderen na te laten komt te overlijden of als die kinderen zullen overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, moet zij aan de erfgenamen ab intestato van de testateur een bedrag van 15.000 gl. uitreiken en hij aan haar erfgenamen ab intestato een somma van van 4000 gl. Als de testatrice de eerstoverlijdende zal zijn, maakt zij aan haar moeder, als die dan nog in leven is, een bedrag van 4000 gl. Tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden.

NG trouwboek Dordrecht 21 mei 1690 (ondertrouw) mr. Willem van Neurenberg jongman geboren te Dordrecht en Jacoba Catharina van der Staij a Colibrant weduwe van Dordrecht

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 22 jan. 1702 (attestatie te vertonen) mr. Johan Troije raadsheer in de Raad en het Leenhof van Brabant en het Land van Overmaze jongman geassisteerd met zijn vader Hendrick Troije Philosophiae doctor en predikant in Den Haag en Jacoba Catharina van der Staaij weduwe van mr. Willem van Neurenburg geassisteerd met haar moeder Anna van der Haar weduwe van mr. Cornelis van der Staaij, getrouwd op 6 febr. 1702

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 114v e.v.: op 13 april 1702 verkoopt Johan Troije, raadsheer in de Soevereine Raad van Brabant, als man van Jacoba Catharina van der Staeij a Colibrant, voor 17.750 gl. aan Barthout van Slingerland Govertsz., oud-burgemeester van Dordrecht, gecommiteerde in de Staten Generaal, etc., een huis op de Drappierskade, dat van achteren uitkomt op de rivier de Maas, met twee zeer fraaie, grote wijnkelders, staande tussen het huis van mr. Mattheus van den Brouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, en dat van Dirck Aeldertsz. de Veer, alsmede voor 560 gl. een stal en koetshuis, eveneens op de Drappierskade, staande tussen het huis van de heer Van Santen en de teerstoof van Hoogstraten.]

Barthout van Slingeland, door Godfried Schalcken.

de heer Matteus van den Broeke 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1605, f. 128v: op 8 dec. 1633 verkoopt notaris Gijsbert de Jager, als curator van de boedel van Jan Jansz. de Haen pottenbakker, voor zichzelf en tevens vervangende zijn mede-curator Dirck Pijl, aan Arijen Staes., lijndraaier en burger van Dordrecht, een pottenbakkerij op het Nieuwe Werck, staande tussen de gang van ’s herenvest en het huis van Dirck Heuft, met nog een huisje, staande aan ’s herenvest achter de pottenbakkerij.

ORA Dordrecht inv. 1616, f. 150: op 1 nov. 1656 verkoopt Maeijken in de Beto, weduwe van Adriaen Staes. Hoochstraeten, geassisteerd met Arent Muijs van Holij, aan Jan Gijsbertsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, drie naast elkaar staande huizen, staande tussen het koperhuis van de weduwe van Dirck Heuft en het molenpad, alsmede een stoof op de ’s herenvest.

Het huis van Mattheus van den Broucke, Wolwevershaven 46/44 (okt. 2014)

Hetzelfde huis, zoals het er in 1912 uitzag. (Foto: Regionaal Archief Dordrecht)

Rechtover het Vlak bevond zich in de zestiende en zeventiende eeuw een bolwerk. Op het bolwerk werd in 1578 een windmolen gesticht. Die molen is in 1672 verdwenen, want in dat jaar koopt Mattheus van den Broucke een erf op de Nieuwe Haven “’t eynde de dwarskaeye [het Vlak] alwaer voor desen eenen wintmolen gestaen heeft”. Van den Broucke kocht ook de rest van het bolwerk en liet daarop en op het erf van de molen een huis bouwen “en zo ontstond het geweldige pand 44/46, dat thans in drieën gesplitst een duidelijk voorbeeld is van de wijze waarop men in één slag een oud patriciërshuis kan bederven. Mattheus van den Broucke, die naast zijn woonhuis een aantal pakhuizen had, waarvan er thans nog één over is, dreef een uitgebreide handel in Indische waren en geraakte tot grote rijkdom. Zijn huis was inwendig versierd onder meer met een rijk gesneden eikehouten schoorsteen en kamers met goudleer behang.” (Lips, o.c., p. 221-223)

“Begin 20ste eeuw werd het bordes gehalveerd en kreeg het linker gedeelte de functie van garage, later opslag van de Ornajeboom-brouwerij. In het rechtse gedeelte kwam een lunchroom en later een hotel/pension van A.J. Verloop. [Dat foutief door een drukfout in een krantenenartikel de naam  “Hotel van den Brancke” kreeg.] (Dordt Eigen-Aardig, in AD van 1 mrt. 2023] 

[Mattheus van den Broucke [van den Broecke] Mattheusz. (1620-1685), ordinaris raad in de Hoge Regering te Batavia (Oost-Indië), schepen, oudraad, burgemeester van Dordrecht, bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam), kocht ca. 1670 het erf van een korenmolen aan het einde van het Vlak en ook de rest van het Bolwerk. Hij liet de molen slopen en er een groot patriciërshuis bouwen (Wolwevershaven nr. 44/46). Hij overleed op 21 jan. 1685, ruim 64 jaar oud, zonder kinderen na te laten. Zijn grafzerk bevindt zich in het Hoogkoor vande Grote Kerk. Erfgenaam werd zijn enige broer, Elias van den Broucke, oud-gouverneur van Coromandel in India, schepen van Dordrecht. Elias overleed echter al in 1688 en de erfenis kwam toe aan diens zoon Mattheus van den Broucke Eliasz. (1652-1716), meester in de rechten. Deze tweede Mattheus van den Broucke trouwde in 1680 met Johannetta van den Burch, dochter van Johan van den Burch, heer van Niemantsvriend en burgemeester van Dordrecht. Mattheus was eigenaar van de buitenplaats “Dubbelsteyn” in Dubbeldam. (E. van Heiningen, Tweemaal Mattheus en dubbel Dubbelsteyn, in Oud-Dordrecht 2005, nr. 2, p. 5 e.v.; Lips, o.c. p. 223)

Genealogie:

I. Mattheeus van de Broucke Mattheeusz., jong gezel van Luik (1616), trouwde NG Dordrecht 29 mei/19 juni 1616 Catalina Hubrecht Claesdr. (Cruijdenier), van Dordrecht (1616), weduwe van Pieter Tacq, wonende op de Boom (1645), trouwde 2e Pieter Tak, 3e NG Dordrecht 13 aug./3 sept. 1645 Adriaen Coddeus Dirksz., van Delft, weduwnaar wonende te Rotterdam (1645)

Kinderen (ex 1; o.a.):

1. Elias van den Broucke,volgt II

2. Mattheus van den Broucke Mattheeusz., geboren Dordrecht 1620, overleden ald. 21 jan. 1685, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 jan. 1685 (een zwarte baar voor Mattheeus van den Brouck, regerende burgemeester en kerkmeester, 22 maal luiden, “het blason sijnde een kast, en late boete, d’heeren kerckmeesters van kercke wegen vrij sijnde alles memorie”)

Mattheus van den Broucke Mattheusz., door Samuel van Hoogstraten. Hij draagt hier de zware gouden ketting met medaille, die hem geschonken werd door de Heren Bewindhebbers van de VOC te Amsterdam in 1670, toen hij als commandeur-generaal van 19 “kloeke” schepen in Nederland aankwam, “met Rijker Ladinge, als oyt bevorens in eenig Jaar was overgekomen, ende welkers Verkoop wel op Vijftien Miljoenen guldens geschat [werd] ” (M. Balen, geciteerd in Van Heiningen, o.c., p. 6-7)

Mattheus van den Broucke, door Samuel van Hoogstraten (1676). Op de achtergrond de Grote Kerk van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 30: op 27 mei 1672 verkoopt mr. Hugo Baen, thesaurier van de reparatie te Dordrecht, voor 427 gl. 12 st. aan Mattheus van den Broeck, bewindhebber namens de stad Dordrecht van de VOC (kamer Amsterdam) een erf op de Nieuwe Haven aan het einde van de Dwarskade, waar voorheen een windmolen heeft gestaan, ten westen van het erf, dat op 13 mei 1664 door de stad is verkocht aan Matthijs van Alsem en thans van Van Alsem door Van den Broeck is gekocht, groot 4276 voeten. Voorwaarde is, dat Van den Broeck en latere eigenaars langs de muur van het bolwerk aldaar zoo veel ruimte leeg en onbebouwd zullen laten, zodat men daar gemakkelijk allerhande geschut kan plaatsen. Van den Broeck moet aan de burgemeester en gecommitteerde ten beleide een model leveren, van hetgeen hij voornemens is op het erf te laten bouwen, welke bebouwing hij binnen vier jaar moet laten verrichten. Als dat niet gebeurt binnen vier jaar, dan vervalt het erf weer aan de stad. De koper moet tevens de put, die er staat, laten weghalen, zodat er nooit enige as of “missie” zal worden gebracht. Hij moet ook “de straete voort selve erff gelegen alsdan doen opnemen ende effen leggen tot aenden opganck vande vest, ende sulcx tot gelijcx de stadts muijre”.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 30: op 27 mei 1672 verkoopt Adriaen Baen, gezworen klerk ter secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van Beata de Haen, laatst weduwe van Matthijs Helwigh van Alsem, koopman te Dordrecht, Pieter Cloens en Corstiaen Gijsen, samen met Willem van Alsem en Tobias Solleloffen, voogden over de minderjarige kinderen van Matthijs Helwigh van Alsem, voor 2600 gl. aan Matthijs van den Broek een erf met de daarop staande loods, een tuin etc., liggende en staande naast het erf, dat op diezelfde dag door de stad is verkocht aan Matthijs van den Broeck. Op dezelfde dag verkoopt mr. Johan de Witt voor 57 gl. aan Matthijs van den Broeck een erf, liggende naast het voorgaande erf, en verkoopt Jan Gijsbertsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Matthijs van den Broeck een huis, bestaande uit drie woninkjes, staande tussen het voornoemde erf en het huis van Dirck Aeldertsz. de Veer “metten gerechticheijt vande ganck daer toe behoorende”. Op dezelfde dag verkoopt Dirck Aeldertsz. de Veer, koopman en burger van Dordrecht, voor 751 gl. aan Matthijs van den Broeck drie woninkjes achter het huis van Jan Gijsbertsz., strekkende van de achtergevel van het huis van de verkoper rechtdoor tot aan de stadsmuur met een uitgang naast de drie woninkjes voor tot aan de straat.

II. Elias van den Broucke, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1617, overleden in 1688, trouwde Maria Sawijn Jansdr.

Kind:

a. mr. Mattheus van den Broucke Eliasz., geboren 1652, jongman van Dordrecht (1680), schepen, oudraad van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1680 (ondertrouw) Jannette van der Burch Johansdr., jonge dochter van Dordrecht (1680), dochter van Johan van der Burch Fransz. en Margarita Berck Matthijsdr.

Mattheus van den Broucke Eliasz., door J. Leveck, 1665.

(M. Balen, o.c., deel II, p. 1030-1031)]

deselve 0-15

f. 18

drie pakhuizen van de heer van de Broeke 1-7

De molens op het bolwerk:

“In 1577 kregen korenmolenaar en olieslager Jan Lupaert en de Dordtse schepen Adriaen Jansz. Brants van de stad toestemming om op het bolwerk bij het Vlak een windmolen te bouwen en een rosmolen, onder aan de stadswal. … Naast de [korenmolen] liep een pad, waarmee men op de stadsvest kon komen. … De weduwen van Jan Lupaert en Adriaen Jansz/. Brants verkochten de molen in 1594 aan de brouwers Francois Schouten en Willem Tack, die er een moutmolen van maakten. De molen is tot 1663 in gebruik geweest. [In dat jaar verkochten de eigenaren van de molen aan Hendrik van der Lee, rentmeester van het Oostkwartier van het Markiezaat van Bergen op Zoom, de windmoutmolen op de Nieuwe Werk. Voorwaarde daarbij was, dat de koper de molen liet afbreken en naar Brabant of elders vervoeren. In 1664 kocht Matthijs van Alsem van de stad een erf op de Nieuwe Haven aan het einde van de Dwarskade.](Wolwevershaven, p. 134-135)

[Onder aan de stadswal of het bolwerk werd door Jan Lupaert en Adriaen Brants in 1577 een rosmolen gebouwd, die aanvankelijk ook als korenmolen dienst deed. In 1588 werd de rosmolen omgebouwd tot papiermolen. De rosmolen heeft tot 1614 als zodanig dienst gedaan en werd daarna door Diederich Hoeuft en Joris Houbraeken omgebouwd tot een kopermolen als onderdeel van hun Koperhuis. (Wolwvershaven, p. 135-136)

Op de Walevest staan geen lantaarnen

In de transportregisters worden o.m. als eigenaars van huizen op de Walevest genoemd:

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 125v: op 10 sept. 1682 verkopen ds. Samuel Potheuck, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, Renson Martijn, Johannes Beijen en Ulrich Bongert, kooplieden te Dordrecht, als testamentaire voogden van de kinderen van Franchois de Want en Beatrix Louwa, in hun leven echtelieden te Dordrecht, voor 575 gl. aan Renson Martijn een huis op de Walevest, staande tussen het huis van Hendrick van den Santheuvel en dat van Geerit Lares.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 102v: op 2 juni 1682 verkoopt Hendrick Eselbrugge, hoefsmid en burger van Dordrecht, voor 225 gl. aan Jenneken de Want, weduwe van Huijbert de Saar, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woninkjes, staande op de Walevest tussen het huis van Hendrick van Sittert en dat van de koopster.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 19: op 12 mei 1683 verkopen Bartholomeus van de Griendt mr. huistimmerman, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessum, als man van Agatha Romeijn, erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, voor 265 gl. aan Geerit Lares, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande naast het huis van Hendrik van Beeck.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 30 e.v.: op 3 juli 1685 verkoopt Catharina Joris, als procuratie hebbende van haar man, Pieter Poulje, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. van der Pijl te ‘s-Gravenhage op 26 juni 1685, voor 110 gl. aan Maria Commijn, weduwe van Gerrit Crina, een huis op de Walevest “ofte Nieuwerck”, staande tussen het huis van Jan Spina en dat Hendrick van Sittert. Het huis is verkoopster aangekomen uit de nalatenschap van haar moeder, Maria Jans, weduwe van Joris Gregoir.

ORA Dordrecht inv. 1633, f 33: op 31 mei 1691 verkopen Johan van Bladegom van Woensel, achtraad van Dordrecht, voor de helft, en Ernest de Beveren, heer van West-IJsselmonde, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Michiel Pompe van Meerdervoort, heer van Meerdervoort, nomine uxoris, mr. Franchois de Casteecker, advocaat te Dordrecht, vervangende Anthonia Cools, weduwe van mr. Cornelis de Beveren, heer van De Lindt, samen voor de wederhelft, voor 100 gl. aan kapitein Franchois van Sittert, koopman te Dordrecht, een huisje op de Walevest, staande tussen het erf van Sara Hoeuft en het huis van ontvanger De Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 33: op 31 mei 1691 verkoopt kapitein Franchois van Sittert, koopman te Dordrecht, voor 400 gl. aan Janneken de Want, weduwe van Huijbert du Sair, koopvrouw en burgeres te Dordrecht, twee huisjes op de Walevest met het erachter gelegen erf, strekkende dwars tot aan de kookhuisjes van de twee huisjes van de erfgenamen van Hendrick Crina.

ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 9v e.v.: op 26 febr. 1693 verkoopt Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan van Santen, licentiaat in de rechten en raadsheer van de stad Wesel, als executeur-testamentair van wijlen Rudolff Broemken, oudraad van Dordrecht, volgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris J. van Dijck op 28 sept. 1689, voor 3000 gl. contant aan Barnard van Santen, koopman te Dordrecht, drie pakhuizen met de daarbij behorende woningen, op de Walevest, staande naast de pakhuizen van mr. Mattheus van den Broucke, oudraad van Dordrecht, alsmede de opstal en het erf, gekocht door Rudolff Broemken van Arijen van Hoogstaten, mr. baanmaker en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 88: op 11 mrt. 1693 verkoopt Gijsbert Hendricxsz. van Blommendael, burger van Dordrecht, voor 215 gl. aan Saartje Ariensdr. Rib, meerderjarige ongehuwde persoon, een huisje op de Walevest, staande tussen het huis van Hendrick van der Beeck en dat van Renson Martijn.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 59v: op 24 nov. 1693 verkopen Gerard Crena en Albartus van Dijck, als man van Catarina Crena, kinderen en erfgenamen van Gerard Crena, lakendrappier te Dordrecht, voor 580 gl. aan Adriaen van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, twee huisjes op de Walevest, staande achter de huizen van Dirck Manusz. Vrijbergen en Jacobus van der Straten en tussen de gang van Willem Dircx en het volgende huisje, alsmede een huisje op de Walevest, staande naast de voorgaande twee huisjes en achter het huis van Marinus Coelenhoet.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 60: op 24 nov. 1693 verkopen Gerard Crena en Albartus van Dijck, als man van Catarina Crena, kinderen en erfgenamen van Gerard Crena, lakendrappier te Dordrecht, voor 215 gl. aan Johannes van der Linden, ijzerkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van kapitein Hendrick van Sittert en dat van Jan Spina.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 3: op 18 jan. 1695 verkoopt Bartholomeus van der Hoeven, burger van Dordrecht, aan Claas Claasz. Neve, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, voor 80 gl. een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de ontvanger De Bruijn en het huisje van Andries Poulusse.

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 169v e.v.: op 12 sept. 1696 verklaren Marij Jans, weduwe van Gerrit Laresse, en haar kinderen Pieter Gerritsz. Laresse en Anna Laresse schuldig te zijn aan Adriaen van Hogeveen, schepen in wette van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., verbindende een huis op de Walevest achter het huis van de weduwe van Jan Bebber, genaamd “den Berm”, staande tussen het huis van Francois de Want en het erf van de weduwe van Jan Bebber, alsmede een huis op de Walevest, staande naast het huis van Hendrick van Beeck.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 68: op 17 juli 1697 verkopen Maghiell van der Schulp en Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Catarina Lefort, laatst weduwe van Renson Martijn, voor 405 gl. aan Sara Ariensdr. Rib, burgeres van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van de koopster en dat van Gerrit Lares.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 174v: op 9 nov. 1698 verkoopt Herman van Bragt, als man van Sara van Beeck, voor 200 gl. aan Maggiel Cornelisse, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, een huisje op de Walevest, staande tussen het huisje van Gerrit Lares en dat van Sara Kijck inde Kurff.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 89: op 29 juli 1699 verkoopt Catarina Gront, weduwe van Franchois van Sittert, voor 100 gl. aan Arij van Hoogstraten, burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het erf van Sara ’t Heuft en het huis van de ontvanger De Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 111: op 15 okt. 1699 verkoopt Claes Claesz. Neve, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, voor 50 gl. aan Arie van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, een huisje op de Walevest, staande tussen het huis van de ontvanger De Bruijn en het huisje van Andries Poulus.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 4v: op 13 jan. 1701 verkoopt Johan van Slingelant, als rentmeester van het Arme-Weeshuis, geassisteerd met Dirck d’Veer, als Vader van het Weeshuis, voor 520 gl. aan Hendrick van Wingerden, wonende te Oudewater, een lijnbaan op de Walevest met alle bijbehorende “timmeratie” en gereedschappen, zoals die eigendom zijn geweest van de weduwe van Jan Govertsz. van den Bergh.

ORA Dordrecht inv. 810 (oud), f. 27v: op 7 mei 1715 verkoopt Aart Pel, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Barent Climt, burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande tussen het huis van Claas Pioe en dat van Michiel Cornelis.

Op de Dwerskade [Dwarskade]

het koetshuis van mevrouw de Witt 0-8

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 143 e,v,: op 14 nov. 1671 verkoopt Geerit Cornelisz. Bonte, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 1025 gl. aan Johan de Witt, lid van de Oudraad, een huis op de Dwarskade aan de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Jacobus Hoogstraten en de stadsvest.

Catharina van Beaumont, weduwe van Johan de With:

NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1667: Johan de Witt lid van de Oudraad van Dordrecht weduwnaar wonende bij het Groothoofd en Catharina [Herbertsdr.] van Beaumont jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage beiden van Dordrecht, op 10 sept. 1667 bescheid gegeven om te Den Haag te trouwen, per schrijven van Den Haag, proclamatie in de Waalse Kerk]

Adriaan van Wageningen [koster van de Nieuwkerk] 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 71v: op 19 febr. 1686 verklaart Jacob van Hoochstraten, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina de Meijer een somma van 600 gl., verbindende een huis omtrent het Nieuwpoortje bij de Torenstraat, vanouds genaamd “het Groot Schaick” en staande tussen het huis van Franchois Meijs en dat van de erfgenamen van Jannetje Jacobs, alsmede een huis op de Dwarskade van de nieuw gegraven haven, staande tussen de stal van mevrouw De Witt en het huis van Jan Pluijm.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 108 e.v.: op 8 mei 1694 verkoopt Adriaen van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, voor 525 gl. aan Pieter Olifier, twijnder en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen het huis van de koper en de “stallinge” van Catharina van Beaumont, weduwe van Johan de With.]

Jan Pluijm [mr huistimmerman] 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1624 (nieuw), f. 97v e.v.: op 23 mei 1674 verkopen Cornelis de Vries Dingmansz., lid van de Oudraad, als Vader en Regent van het Weeshuis te Dordrecht, en Damas van Slingelant Jansz., als rentmeester van dat Weeshuis, voor 650 gl. aan Joris Matthijsz. de Jonge, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade,laatst eigendom geweest van Aeltjen Joris, die getrouwd was met Arijen Fransz., en staande naast het huis van Hooghstraten.

ORA Dordrecht inv. 793, f. 94: op 27 juni 1680 verkoopt Joris Matthijsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Jan Pluijm, mr. huistimmerman, een huis op de Dwarskade tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Theunis Adriaansz. de Bie en dat van Jacob van Hoochstraten touwslager.

ORA Dordrecht inv. 796, f. 59 e.v.: op 6 dec. 1689 verklaren Jan Pluijm, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Marijken Jansdr. van Zanbergen, schuldig te zijn aan Cornelis Cornelisz. Mes, beenhakker en burger van Dordrecht, een bedrag van 700 gl., verbindende 7 huisjes in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Roelant Teerlinck en dat van de weduwe van Packee Fransz., van welke huisjes er 4 naast elkaar staan en de andere 3 “door de gang” achter tegen de gracht. De huisjes zijn Jan Pluijm aanbedeeld uit de nalatenschap van zijn vader zaliger, Rochus Pluijm, volgens de akte van boedelscheiding gepasseerd voor notaris H. van Dijck op 3 nov. 1689. Pluijm verbindt bovendien een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Claes Monseur en dat van de weduwe van Gillis Reijniers.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 91v: op 18 mrt. 1696 verkopen Sijghje Pluijm, meerderjarige ongehuwde persoon, Johannes van der Horst, koopman, en Jordaen Damisz. Verstappen, beiden burgers van Dordrecht, als testamentaire voogden over de minderjarige erfgenamen van Jan Jansz. Pluijm, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 750 gl. aan Pieter van Casteel, tuinder en burger van Dordrecht, een huis op het Vlak, staande tussen het huis van Isaac Dircxsz. de Bas en dat van Adriaen van Wageninge.]

Sara de Bie 0-18

Nicolaas Kool 0-18

Pieter Kool [schipper] 0-18

[I. Pieter Gelijnsz. Cool, van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat naast de Waalse bakker (1614), schipper, trouwde NG Dordrecht 21 sept./19 okt.1614 Elisabeth Simon Jansdr., van Eisden bij Maastricht wonende op het Nieuwe Werck naast “Luijck” (1614)

ONA Dordrecht inv. 183, akte 90 dd 2 okt. 1670: Pieter Gleijnen Cool en Margrieta Staessen, geassisteerd met haar zoon Johannes van Wageningen, herroepen hun huwelijkse voorwaarden, gepasseerd voor notaris J. Melanen op 22 juni 1660 en hun testament, verleden voor voor notaris G. van Hemert op 14 april 1667. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Joost Joosten van Cappel en Adriana Braets, weduwe van Gleijn Pietersz. Cool, verklaren, dat zij hun toestemming aan deze overeenkomst verlenen.

Kinderen:

a. Trijnken Pietersdr. Cool, gedoopt NG Dordrecht sept. 1614, trouwde Willem de Valé

b. Simon Pietersz.. Cool, gedoopt NG Dordrecht dec. 1619

c. Geleijn Pietersz. Cool, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, volgt II

d. Ariaentge Pietersdr. Cool, geboren naar schatting ca. 1625, trouwde Joost Joosten van Cappel

ONA Dordrecht inv. 184, f. 260 e.v.: op 5 aug. 1673 testeert Ariaentgen Pietersdr. Cool, weduwe van Joost Joosten van Cappel, wonende te Dordrecht, ziek te bed liggende. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht 100 gl., aan Anneken Hendricx de Cock, “die haer in verscheijde sieckten gedient ende bijgestaen heeft”, 50 gl. en aan Grietgen Teunis, de vrouw van Geerit Pietersz.waag

knecht, de nicht van haar overleden man 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neef Pieter Sijmonsz. Cool of bij vooroverlijden diens kinderen, voor de helft, op voorwaarde, dat hij aan zijn broer Arijen Sijmonsz. Cool een bedrag van 6 gl. uitkeert, en voor de andere helft haar nicht Lijsbeth Willemsdr. de Valé, dochter van haar overleden zuster Trijntje Pietersdr. Cool, of bij vooroverlijden haar kinderen, op voorwaarde, dat zij aan Servaes Willemsz. de Valé, haar broer, die in Oost-Indië verblijft, en aan Pieter en Willem Servaesz. de Valé, als die uit het weeshuis komen, elk een bedrag van 6 gl. uitreikt. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar neef Pieter Sijmonsz. Kool en Jan Geeritsz. van Wageningen, haar goede bekende.

II. Geleijn Pietersz. Cool, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, jongman van Dordrecht wonende op de Hopkade (1650), schipper,trouwde NG Dordrecht 21 aug./6 sept. 1650 Ariaentge Claesdr. Braet, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1650)

III. Pieter Geleijnsz. Cool, jongman van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1675), schipper, trouwde NG Dordrecht 4/18 aug. 1675 Cornelia van Wageningen, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1675)

ORA Dordrecht inv. 797, f. 21v e.v.: op 21 april 1691 verkoopt Aletta Allevrunden, weduwe van Lucas [Stevensz.] de Rouw, voor 800 gl. aan Pieter Gelijnsz. Cool, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade, staande tussen het huis van kapitein Gerard Allevrunden en het huis van Nicolaes Cool. Waarborg: haar zoon Stephanus de Rouw, stadschirurgijn in Den Haag.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 22v: op 5 mei 1693 verkoopt Pieter Gelijnsz. Cool, schipper en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Johannes Pietersz. Gront, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade bij de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Claes Geleijnsz. Cool en dat van kapitein Allevrunden.

Kinderen (o.a.):

a. Christina, gedoopt NG Dordrecht 14 nov. 1684

b. Geleijn, gedoopt NG Dordrecht 18 okt. 1688]

kapitein [Gerrit Pietersz. van] Allevrunden 0-18

[ONA Dordrecht inv. 189, akte 5: op 14 jan. 1682 verhuurt Gerrit van Allevrunden voor 120 gl. per kwartaalaan Laurens Heijnen, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskaai van de Nieuwe Haven, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van de weduwe van Luijcas de Rouw, strekkende tot het achterhuis van de verhuurder. [In een akte dd 19 sept. 1684 (ONA Dordrecht inv. 190, f. 167 e.v. staat, dat dit huis van achteren strekt tot aan het kleine huis van Van Allevrunden, staande op de Hoge Nieuwstraat.]

id. inv. 189,akte 27: op 19 april 1682 verhuurt kapitein Gerrit van Allevrunden voor 37 gl. per jaar aan Pieter van de Velden, schoenlapper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen of achter [sic] het huis van verhuurder op de hoek van de Hoge Nieuwstraat en dat van de weduwe Paradijs.

id. inv. 190, f. 193 e.v.: op 22 dec. 1684 verhuurt kapitein Geerit van Allevrunden voor 108 gl. per jaar een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van de weduwe van Luijcas de Rouw.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 38: op 29 juni 1689 verklaart kapitein Gerard van Allevrunden, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina de Meijer een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en het huis van de weduwe van Lucas Stevensz. de Rouw.

ORA Dordrecht inv. 798: op 30 april 1694 verkoopt kapitein Gerard van Allevrunden, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Johannes Pietersz. Grondt,bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Dwarskade omtrent de Roobrug, staande op de hoekvan de Hoge Nieuwstraat tussen die straat en het huis van de koper, strekkende van achteren tot het huis van Pieter van Beaumont.]

Pieter Kloens 1-3

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 26 e.v.: op 14 juni 1685 verkopen Joris Matthijs, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over het onmondige weeskind van Anna Matthijs, bij haar verwekt door Louwijs du Chene, en nog als procuratie hebbende van Louwijs du Chesne zelf, als vader en oppervoogd van zijn dochtertje, Anna Catharina du Chesne, door hem verwekt bij Anna Matthijs, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Backe te Amsterdam op 22 mei 1685, en Hendrick de Visser, koopman te Dordrecht, als man van Jannetta Matthijs en als procuratie hebbende van Theodore Rohart, notaris te Amsterdam, als man van Johanna Louwa, die eerder weduwe was van Johan de Munick, allen erfgenamen van Susanna Ghijsen, weduwe van Matthijs Joris, voor 2700 gl. aan Pieter Cloens een huis op de Dwarskade, staande tussen de Hoge Nieuwstraat en huis van de kinderen van juffrouw De Want.]

f. 18v

de erfgenamen van de Want 0-15-8

[ORA Dordrecht inv. 1616, f. 10v e.v.: op 27 febr. 1655 verklaart Esaias Cornelisz. Mesian, dat Willem , koopman en burger van Dordrecht, schuldig is aan kapitein Maurice de Castilleios een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Dwarskade van de nieuw gegraven haven, staande tussen het huis van Matthijs Jorisz. en dat van Adriaen Kijck inden Corff.]

Arijen Arijensz. Kijk-inde-Korff 0-18

de weduwe Venlo 1-1-12

deselve 0-19-8

Op de haven naar de Blaupoort toe [Nieuwe Haven van Vlak tot Blauwpoortsplein]

Quirijn Hartman 0-4-8

[“Het Huis met de hoofden”.

“Het Huis met de hoofden” op de Nieuwe Haven bij het Vlak (mrt. 2014)

Het huis werd gebouwd tussen 1615 en 1619 (of wellicht ook later) doorde steenhouwer/beeldhouwer Gillis Huppe. Huppe heeft o.a. het beeldhouwwerk van de Groothoofdspoort van Dordrecht (de Dordtse Stedemaagd) vervaardigd. Hij werd in 1576 in Luik geboren en trouwde daar met Lijsbeth Claesdr. Om godsdienstige redenen verliet hij de ZuidelijkeNederlanden en vestigde zich ca. 1609 in Dordrecht. Hij werd op 21 sept. 1650 in Dordrecht begraven. (Balm/Boezeman, o.c., p. 4 e.v.)

Hij vervaardigde behalve de zandstenen koppen en versieringen aan zijn huis, de versieringen aan de Groothoofdspoort [de Dordtse stedenmaagd], ook de beide leeuwen boven de Nieuwpoort (Melkpoortje), benevens “de personen, die op de selve poorte staan”. (NNBW [internet])

De Dordtse Stedenmaagd in de Groothoofdspoort.

In de huidige Monumentenlijst wordt het huis als volgt beschreven: “Door hoog schilddak gedekt huis met aan de Nieuwe Haven bovendeel van een rijkversierde renaissance gevel … met speklagen, ontlastingsbogen met sluitstenen (in de meest linkse toog rijk gebeeldhouwde cartouche) en tussen de vensters maskerconsoles [“de hoofden”]. … In het begin dezer [20e] eeuw is de gehele onderpui vernieuwd waarbij het rijkste deel der decoratie (bustes en cartouches) van de beeldhouwer Gillis Huppe verloren ging”. (Geciteerd in Balm/Boezeman, o.c., p. 4)

19 mei 1650: Gillis Huppe, steenhouwer en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Gregoor een jaarlijkse losrente van 6 gl. op een huis op deNieuwe Haventegenover de Roobrug tussen Geurt van Tricht en … [sic]. In margine: Jan van Bebber, als procuratie hebbende van mr. Gillis Huppe, toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 21 mei 1655. (ORA 777, f. 115)

28 juli 1651: Samuel, Jacob en Palamedes Huppe en Jan Andriesz., als man van Sara Huppe, voor zichzelf en vervangende Bartholomeus van Loo, als man van Elisabeth Huppe, hun zwager, allenkinderen en erfgenamen van wijlen mr. Gillis Huppe, zijn schuldig aan Claertgen Henricxdr., 300 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande tegenover de Roobrug tussen Gerrit van Tricht en de weduwe van Sib Severins. (ORA 778, f. 59)

Het pand wordt in 1655 verkocht aan Olivier Franckot:

21 april 1655: Jan Jansz. van Bebber lakenkoper, als gemachtigde van Jacob en Daniël Huppe, steenhouwers, en Jan Andriesz. hoedenmaker wonende te Tholen als man van Sara Huppe, kinderen en erfgenamen van Gillis Huppe [steenhouwer], verkopen aan Olivier Franckot Maasschipper een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van Mattheus van Tricht koopman en dat van de kinderen van Marcus Sijp. (Balm/Boezeman, o.c. p. 12).

Olivier Franckot trouwde vóór 8 mei 1643 Anna Bartholomeusdr.Labeen. (Balm/Boezeman, o.c., p. 15)

Uit dit huwelijk o.a.:

a. Anna (Janneken) Franckot, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1659

b. Barbara Franckot, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1660, trouwde Roelant Teerlingh

12 juli 1680: voorwaarden, waarop de kinderen en erfgenamen van wijlen Anna Labeen, weduwe van Olivier Francot, overleden te Dordrecht, willen verkopen een huis tegenover de Roobrug aan de Dwarskaai, staande tussen het huis van Johannes van Keppel en dat van Elisabeth van Oolen, weduwe van Hendrick Willemsz. van Venlo.

(Balm/Boezeman, o.c. p. 15-16)

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 63v: op 4 mrt. 1684 verkoopt Roelant Teerlingh de jonge, burger van Dordrecht, voor 1236 gl. aan Anna Franckot, weduwe van Sent van Neurenbergh, de helft van een huis op het Nieuwe Werk of Dwarskaai tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van Jan van Keppel, die is gehuwd met de weduwe van Van Tricht, en dat van de erfgenamen van Jan Jansz. van Venlo. De wederhelft van het huis behoort toe aan de koopster.

Anna (Janneken) Franckot, gedoopt Dordrecht 23 juli 1659, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwkerkstraat (1682), weduwe wonende in het Steegoversloot (1684), trouwde 1e NG Dordrecht 15 febr. 1682 Cent (Vincent) Jorisz. van Neurenburg, van Dordrecht (1682), wijnkoper, 2e NG Dordrecht 18/25 juni 1684 Quirinus Hartman (Vergeel), jongman van Arnhem, houtkoper, wonende in het Steegoversloot (1684)

12 juli 1685: Quirinus Hartman koopman verhuurt voor twee achtereenvolgende jaren aan Pieter Armiger, Engels koopman, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, staande naast het huis van Johannes van Keppel, in welk huis de huurder tegenwoordig woont. De huursom bedraagt 150 gl. (Balm/Boezeman, o.c. p. 13, 16)

Uit het huwelijk Hartman/Franckot twee zonen:

a. Willem Hartman, gedoopt NG Dordrecht 25 mei 1685

b. Everhard (Evert Hartman), gedoopt NG Dordrecht 11 sept. 1685

Zie verder de pagina Huiseigenaren te Dordrecht ca. 1730 van deze website.]

Jan de Val[mr. steenhouwer] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 12: op 13 mrt. 1681 comp. Maria van de Poel, eerst weduwe van Mattheus van Tricht, koopman en burger van Dordrecht, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door haar eerste man, volgens het testament, dat zij heeft verleden voor notaris J. Schoormans te Dordrecht op 25 sept. 1663, geassisteerd met haar huidige man Johan van Keppel. Zij verklaart, dat in het voornoemde testament is bepaald, dat de langstlevende van hen beiden aan hun kinderen een somma van 1000 gl. zal uitkeren. Haar man heeft nagelaten vier kinderen, van wie één minderjarig kind reeds is overleden, en de twee oudste, zijnde dochters, zijn getrouwd, waarvan de jongste is gehuwd met Dirck van de Wal. Tot “securiteijt” van het uitkeren van hun vaderlijk erfdeel aan de kinderen, alsmede de alimentatie van het jongste kind, verbindt zij een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Johannes Weijers en dat van de erfgenamen van de weduwe van Olivier Franquot.

ORA Dordrecht inv. 795 (oud), f. 127v e.v.: op 4 nov. 1688 verkoopt Adriaen Hagoort, notaris en procureur te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht aldaar, voor 2300 gl. aan Jan de Val, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis,staande op de Nieuwe Haven bij de Roobrug tussen het huis van Johannes Weijers en dat van de erfgenamen van Olivier Francot. De koper is schuldig aan Maria des Tombe, weduwe van Francois Bruijn Anthonisz., een somma van 2200 gl., verbindende het voornoemde huis.]

Johannes Weijers 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 74 e.v.: op 26 mei 1699 verkoopt Hendrick Weijers, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als executeur-testamentair van Johan Weijers, koopman te Dordrecht, voor 4100 gl. aan Arent Cuijter, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Mattheus van Dijck en dat van Jan de Val.]

Matteus van Dijk [koopman] 0-9-4

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 2v: op 18 jan. 1661 verkoopt Dirck Allertsz. de Veer, koopman en burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Baltasar de la Tour, koopman en burger van Dordrecht, een leeg erf of schiptimmerwerf omtrent de Roobrug ophet Nieuwe Werck aan de haven met twee huisjes, bestaande uit drie woninkjes, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Johannes Weijers en het erf van Jan Aldertsz. de Veer.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 134v: op 27 nov. 1688 verkopen Jacob de Latour enJacob Jacobsz., als man van Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zwagersJean de Latour en mr. Jean Nicolaij de Bouschier, advocaat, als man van Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik, allen kinderen van wijlen Jean de Latour, koopman wonende te Luik, en Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, allen, samen met Jacobus Paradijs, kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, en Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, samen met hun broer Matthijs Paradijs voogden over de minderjarige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, allen erfgenamen van Balthasar de Latour de oude, koopman en burger van Dordrecht, resp. hun vader en grootvader, voor 3900 gl. aan Mattheeus van Dijck, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug, met het huis daarachter, “comende” op de Hoge Nieuwstraat, bestaande uit twee woningen, op de Nieuwe Haven belend door het huis van verkopers aan de ene zijde en het huis van Johan Weijers aan de andere, en op de Hoge Nieuwstraat belend door het huis van verkopers aan de ene zijde en dat van de erfgenamen van Franchois de Want aan de andere.]

de kinderen Paradijs 0-9-4

[27 nov. 1709: “Sommieren Staet van Scheijding vant gene deelbaer is” tussen Pieter Paradijs en Maria Paradijs, weduwe van Arnoldus Ingenool voor de ene helft en Jacobus Paradijs, mitsgaders Pieter en Maria Paradijs en Jacob Jacobsz., als voogd over de minderjarige belanghebbenden, erfgenamen ab intestato van Jenneken en Jan Paradijs voor de andere helft. Comparanten komt toe een bedrag van 2100 gl., zijnde de opbrengst door verkoop aan Jacob Jacobsz., koopman te Dordrecht, van een koopmanshuis en erf met pakhuis daaronder en woonhuis daarachter, staande op de Nieuwe Haven, strekkende voor van de haven tot achter op de Hoge Nieuwstraat, belend zowel op de Nieuwe Haven, als op de Hoge Nieuwstraat door het pakhuis van Anthonij en Pieter Bruijn aan de ene en de huizen van Mattheus van Dijck aan de andere zijde. Het voornoemde huis is in de staat van scheiding van de goederen, die zijnnagelaten door Balthasar de Latour, gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 27 sept. 1689, aanbedeeld aan Jenneke, Pieter, Maria en Jan Paradijs voor een bedrag van 3603 gl. 9 st. en 8 penn., daaronder begrepen een prelegaat van 500 gl. voor Jenneke Paradijs. Na aftrek van de lasten en het legaat blijft een bedrag van 1408 gl. 12 st. en 4 penn. over, te verdelen in zes gelijke porties over Jacobus Paradijs, Pieter Paradijs, Maria Paradijs, de nagelaten dochter van kapitein Matthijs Paradijs, de nagelaten zoon van Laurens Paradijs en de nagelaten kinderen van Anna Paradijs. (ONA Dordrecht inv. 533, akte 79)

Antonij en Pieter Bruijn 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 82v e.v.: op 14 febr. 1671 verkoopt notaris Johan van Bijwaert, als procuratie hebbende van Maria Laurensdr. van Elsloo, weduwe van Jan Aeldertsz. de Veer, voor 2500 gl. aan Matthijs Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, een pakhuis, erf,huis, loods en verdere toebehoren, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis, waarin de koper woont, en het huis van Joris van Hovorst, en strekkende van de haven tot achter op de Hoge Nieuwstraat. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2500 gl., die hij belooft te betalen, wanneer het weeskind van Laurens Aelderts de Veer, genaamd Christiaen Laurens, mondig wordt of gaat trouwen, of, indien het kind voordien komt te overlijden, aan de verkoopster of haar erfgenamen.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 61v: op 20 dec. 1689 verkoopt notaris Jacob van Dijck, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 2540 gl. aan Anthonij en Pieter Bruijn, kooplieden en burgers van Dordrecht, een pakhuis, erf, huis, loods en verdere toebehoren,laatst

eigendom geweest van wijlen Matthijs Paradijs, staande en gelegen op Nieuwe Haven tussen het huis of erf van de erfgenamen van Joris van Hovorst en het huis van de kinderen van Matthijs Paradijs.]

f. 19

juffrouw Hovorst 0-12-4

[ORA Dordrecht inv. 813, f. 127v: op 2 dec. 1721 verkoopt Adriana van Hovorst, weduwe van Gijsbert van der Hijden, wonende te Dordrecht, als enige erfgename ab intestato van haar tante, Anna van Hovorst, ongehuwde persoon, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Adolff van der Linden, koopman, en Ida Rijkenburg, weduwe van Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, een huis met een loods, die geschikt gemaakt is om te gebruiken als pakhuis, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen de pakhuizen van Anthonij en Pieter de Bruijn, strekkende voor van de straat tot op de Nieuwe Haven.]

twee pakhuizen van Jan Grond 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 27: op 23 mei 1670 verkoopt mr. Gerard Pauw, advocaat en administrateur van de Weeskamer te Dordrecht,als voogd van het minderjarige dochtertje van commandeur Huijbert de Laresse *[noot 1], voor 2700 gl. aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, twee pakhuizen op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Lodewijck Lambertsz. van der Heijden en dat van de erfgenamen van Roelant de Carpentier, alsmede een pakhuis of kelder daarachter, uitkomende op de stadsvest.

* Hubrecht, zoon van Matthijs de Laresse en Catharina Mibais (Mubais, Hibays), gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622

NG trouwboek Dordrecht Hubert de Laresse jongman van Dordrecht woont tegenover het Stadhuis en Elisabeth van den Hoven jonge dochter van Breda wonende in de Houttuin, per schrijven van de Waalse Kerk, getrouwd op 11 juli 1656

Catharina Maria de Lairesse, gedoopt NG Dordrecht 30 juni 1657, dochter van Huijbert de Lairesse en Elisabeth van der Hoeven (sic)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 105: op 1 okt. 1699 verkoopt Jan Jansz. Gront, burger van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan Hendrick Gras Walraven en mr. Adriaan van Nooij, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, kooplieden te Dordrecht, twee pakhuizen op de Nieuwe Haven met twee woonhuisjes erachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Johan Oobergh, koopman te Dordrecht, en dat van de erfgenamen Van Hovorst. De kopers zijn schuldig aan verkoper een somma van 5000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 62v: op 7 juli 1700 verkoopt mr. Adriaan van Nooij, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, voor 3333 gl. 6 st. 5 penn. aan Hendrick Gras Walraven, koopman te Dordrecht, een derde part in twee pakhuizen, staande op de Nieuwe Haven met twee woninkjes, staande achter de pakhuizen en uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, belend door het huis van Johannes Ooberg, koopman te Dordrecht, en dat van de erfgenamen van Hovorst aan de andere zijde. De resterende twee parten zijn eigendom van de koper.]

vier huisjes van Francois Franken 0-12

Francois Franken[koopman] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 46 e.v.: op 10 okt. 1685 verkoopt Dirck Aelderts de Veer, koopman en veertigraad van Dordrecht, voor zichzelf en als executeur-testamentair van zijn moeder, Maria Laurens van Elsloo, weduwe van Jan Aeldertsz. de Veer, en tevens als voogd over de onmondige erfgenamen van zijn moeder, voor 4000 gl. aan zijn zwager, Franchois Francken, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Barent den Backer en het pakhuis van Jan Grondt.

ORA Dordrecht inv. 16344, f. 5 e.v.: op21 nov. 1693 verkoopt Francois Francken, koopman te Dordrecht, voor 3300 gl. aan Johannes Obergh, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe van Barent den Backer en het pakhuis van Jan Gront.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 7v e.v.: op 24 jan. 1701 verkoopt Johannes Oobergh, koopman te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Hendrick Gras Walraven, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder op de Nieuwe Haven, staande tussen de raffinaderij van de koper en het huis van de weduwe van Barent Backers. De koper neemt te zijnen laste een somma van 2500 gl., die resteert van een somma van 4000 gl., welke Cornelis Knollaert te Breda, als erfgenaam van notaris Arent van Neten op het huis sprekende had volgens een schepenenschuldbrief van 13 jan. 1676.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 83v e.v.: op 12 febr. 1704 verkopen Adriaan Hagoort en Samuel de Moraaz, notarissen te Dordrecht, tevens vervangende notaris Albertus van Nievelt, als curators van de insolvente boedel van Henrij Gras Walraven, gewezen koopman en suikerraffinadeur te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Antonij en Pieter de Bruijn. kooplieden te Dordrecht, twee naast elkaar staande pakhuizen, geschikt gemaakt tot een raffinaderij, met een fraai “wel door timmert” woonhuis erachter, staande op de Nieuwe Haventussen het woonhuis, dat tot voornoemde boedel behoort, en de pakhuizen van [naam niet vermeld],welke pakhuizen en woning beginnen van de Nieuwe Haven en van achteren uitkomen op de Hoge Nieuwstraat.

I. Jan Aeldertsz. de Veer, jong gezel van Culemborg wonende in een beitelschip (1623), beitelschipper, trouwde NG Dordrecht 23 april/9 mei1623 Maijke Lens Hermansdr. (Laurensdr.) van Elsloo, van Bommel wonende in een Maasschip in de Nieuwe Haven(1623)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht:

a. Aeltken (Aletta) Aelderts de Veer, aug. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1649), trouwde NG Dordrecht 6/22 juni 1649Jan Francken, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1649), houtkoper

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 6: op 30 jan. 1672 verkoopt notaris Arent van Neten, als curator over de boedel van Cornelis Jorisz. van der Lip, voor 150 gl. aan Aletta Aelderts de Veer, weduwe van Jan Francken, een huisje in de Torenstraat.

b. Louwerens Aeldersen de Veer, aug. 1629, trouwde Christina Couberge (Goesbergen)

Kind:

b-1. Christina, gedoopt NG Dordrecht 15 aug. 1661

c. Ghijsbert, juni 1632

d. Dirck Aeldertsen de Veer, volgt II

e. Anna Aeldertsdr. de Veer, trouwde 16 nov. 1670 Francois Francken, weduwnaar van Steenbergen wonend bij de Roobrug (1676), koopman, trouwde 2e NG Dordrecht 30 aug./22 sept. 1676 Elisabeth Carnakel, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1676)

ONA Dordrecht inv. 577, akte 33: op 27 juli 1714 testeert Elisabet Carnaekel, weduwe van Francois Franken, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar dochters Anna en Elisabet Franken, boven en behalve hun kleren, en het zilver, goud en juwelen, dat zij bij het overlijden van haar, testatrice, zullen bezitten, aan elk van hen een somma van 3050 gl. en dat tot egalisatie van hetgeen haar twee getrouwde dochters gekregen hebben, t.w. van hun vader 1000 gl. en van haar, testatrice, 2050 gl. Zij legateert aan haar dochter Willemina Francken, getrouwd met ds. Otto van Munster, een bedrag van 100 gl. in plaats van een pillegift. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar gezamenlijke kinderen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zoon Johan Franken en Otto van Munster

II. Dirck Aeldertsen de Veer, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde ca. 1655 Christina Bonen (Boner, Bunne, Buener)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria, 5 nov. 1657

b. Catharina, 17 okt. 1659

c. Elisabeth, 19 okt. 1661

d. Johannis, 23 jan. 1664

e. Henricus, 5 sept. 1667

f. Christina, 28 okt. 1669

g. Aletta, 4 aug. 1672]

de weduwe van Barent Bakkers 0-8-8

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 142 e.v.: op 11 okt. 1704 verkoopt Adriaentie Ariensdr. van Beaumont, weduwe van Barent Backers, voor 600 gl. aan Cornelis Koole, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van juffrouw Schellebeecq en dat van Arent Kuijter.]

Jaques de Val [steenhouwer] 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 36v: op 28 juni 1691 verklaart Jacob de Val, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Emmerentia de Carpentier, weduwe van Herbert van der Mijde, een somma van 1500 gl., verbindende het huis, waarin hij woont, staande op het Nieuwe Werk of de Oude Kalkhaven omtrent de Roobrug, strekkende voor van de haven tot achterop de Hoge Nieuwstraat, aan één zijde belend door het huis van de erfgenamen van Jacques de Val,alsmede comparants andere huis, genaamd “de Drije Huijskens”, staande naastzijn voornoemde huis.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 nov. 1692: een baar voor de vrouw van Jakob de Val steenhouwer bij de Roobrug]

denselven 0-12-8

Pieter de Jager [blokmaker] 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 39v: op 15 juli 1687 verkoopt Jacob de Val, steenhouwer en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Pieter de Jager, blokmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Lambert Constant en dat van de verkoper.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 76v e.v.: op 16 febr. 1694 verkoopt Pieter de Jager, blokmaker en burger van Dordrecht, voor 1900 gl. aan Cornelis Koole, kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Hendrick Houtkamp en dat Jacques de Val.]

Hendrik Houtkam[p] 0-12-4

de weduwe van Lambert Bovi 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 50v e.v.: op 2 juni 1701 verkoopt Anna Maartens, weduwe van Lammert Bovie, geassisteerd met Johannes Bovie, proponent in de theologie, wonende te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Johannes Flaman, mr. steenhouwer, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, genaamd “de Geertruidenbergse Swaan”, staande tussen het huis van verkoopster en dat van Hendrick Houtcamp. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 800 gl.]

f. 19v

de weduwe van Lambert Bovi 0-18

Arent Melssen 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 21v e.v.: op 13 mei 1683 verkopenJenneken de Want, weduwe van Huijbert de Saer, dochter en mede-erfgename van Catharina Francot, weduwe van Matthijs de Want, tevens als procuratie hebbende van Geurt Servaes, als man van Catharina Fornaij, dochters dochter en mede-erfgename van Catharina Francot, volgens procuratie gepasseerd op 3 mei 1683 voor notaris Jan Isedoorn Baquet te Luik, en nog als voogd over de kinderen van Thomas London, verwekt bij Catharina de Want, kindskinderen en mede-erfgenamen van Catharina Francot, en Johannes Beijen, koopman te Dordrecht, als voogd over de weeskinderen van wijlen Beatris Louwa, weduwe van Franchois de Want, mede erfgename van Catharina Francot, voor 2700 gl. aan Aert Melchoir, koopman en schipper op de Maas, een huis met pakhuis daarnaast op de Nieuwe Haven, staande tussen het Vendeloostraatje en het huis van Dirck de Bas.]

de heer Corstiaan Gijsen voor en achter 2-2-8

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 15 aug. 1692: een zwarte baar voor Corsteijaen Geijse, uit de Oudraad, zerk.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 26v e.v.: op 13 mei 1693 verkoopt Dirk Munter, burgemeester van Oudewater, voor zichzelf en procuratie hebbende van Aernout van Leeuwen, koopman te Nijmegen, beiden als executeurs-testamentair van wijlen Corstiaen Gijsen, oudraad van Dordrecht, voor 6250 gl. aan Corstiaen Bachus, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven op de hoek van het Venlostraatje, staande tussen dat straatje en het huis van Johannes van der Linden.]

Johannes van der Lindenvoor en achter[ijzerkoopman] 1-19

[19 juni 1658: Dirck Jacobsz. Stoop en Jasper Tielmansz. Kels, als man van Machtelt Jacobsdr. Stoop, erfgenamen van wijlen Neeltgen Corstiaensdr., burgers van Dordrecht, verkopen aan Job Daniëlsz. [Pop]bakenmeester, een huis op het Nieuwe Werck aan de haven, belend door de huizen van Johan van Neurenberch, oudraad van Dordrecht, aan weerszijden. (ORA 781, f. 119)

ORA Dordrecht inv. 786, f. 28 e.v.: op 16 mei 1668 verkoopt Dirck Stoop, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 350 gl. contant aan Johannes van der Lijnde, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Coert Waleman droogscheerder en dat van Corstiaen Gijsen.

ONA Dordrecht inv. 182, akte 247, f. 381 e.v.: op 14 okt. 1669 verkoopt Johan van Neurenburg, oudraad van Dordrecht, aan Johannes van der Linde, ijzerkoper, een huis en pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Corst[iaen] Ghijssen en dat van Job Daniëls [Pop], bakenmeester. De koopvoorwaarden zijn: de verkoper behoudt het erf achter het pakhuis “ter lenghte van ontrent seventien voeten langh, omme het selve tot sijn believe tot allen tijden te mogen naer hem nemen, gebruijcken en betimmeren”; het genoemde erf, ter breedte van het pakhuis en ter lengte van ongeveer 17 voeten, zal toekomen aan de koper; hij zal op dat erf niets mogen laten bouwen, waardoor de verkoper “eenige de minste discomoditeijt soude mogen genieten, off dat sijne lichte daer door becommert souden mogen werden”; de bakoven of stoofoven van verkoper zal op dat erf blijven staan; bij zware sneeuwval zal de koper er zorg voor dragen dat de straat voor het huis van verkoper sneeuwvrij blijft, zodat de huurders van de verkoper er geen last van hebben.

ORA Dordrecht inv. 786, f. 114v: op 20 juli 1669 verkopen Johan van Neurenberch, oudraad van Dordrecht en Job Daniëlsz. Pop, bakenmeester, aan Johannes van der Lijnde, koopman en burger van Dordrecht, domum cum suis, bestaande uit twee woningen of pakhuis [sic], staande onder één dak, op de Nieuwe Haven, te weten voornoemde heer Van Neurenberch aan de oostzijde en voornoemde Pop aan de westzijde, belend aan de ene zijde door het huis van Corstiaen Gijsen en het huis van genoemde Van Neurenberch aan de andere zijde. Kopers verklaren hiervan betaald te zijn, te weten Van Neurenberch met 1000 gl. en Pop met 1200 gl.

ONA Dordrecht inv. 555, (geen folionrs.), 4 aug. 1694: testament van Johannes van der Linden, koopman te Dordrecht, gepasseerd voor notaris F. Beudt. Hij benoemt tot universele erfgenamen zijn kinderen Anna, Aechtgen [Agatha], Catharina, Johanna, Adolph en Grietgen van der Linden of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Aan zijn drie overige kinderen, Johannes, Coenraet en Cornelia van der Linden of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen legateert hij een somma van 2500 gl., boven hun 1/9 part in een somma van 20.000 gl, die hun bij testament is gelegateerd door hun moeder zaliger, Catharina Ruijtenberg. De testateur wenst, dat zijn zoon Adolph in mindering van zijn erfportie en voor een bedrag van 4000 gl. zal aannemen zijn vaders huis, pakhuis en achterhuis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Anthony de Sont en dat van Corstiaen Bacchus. Tot voogden benoemt hij zijn zoon Adolph van der Linden en Jacob van Slingelant, achtraad van Dordrecht. Hij secludeert de weeskamer.]

de heer Antonij de Sont voor en achter 1-14

denselven 0-14

de erfgenamen van burgemeester Neurenberg 2-2-4

de heer Dirk van Nooij 1-5-8

de heer Pieter Kloens [Cloens] 1-4

[Zie ook bij f. 20v.

Dit huis heette in de zeventiende eeuw “’t Huys te Hemert”. Tegenwoordig is het adres van dit pand Nieuwe Haven nr. 30. Het staat aan de westkant van het Museum Simon van Gijn. Simon van Gijn werd in 1913 eigenaar van het pand. Het is thans de publieksingang van het Museum. Pieter Kloens, een Maasschipperuit Eijsden, kocht hethuis in 1658 voor 5375 gl. (waarvan 1375 gl. contant en de rest met het verlijden van een schuldbrief) van Ida van de Camp, de weduwe van de Maasschipper Aert Hillen,welke laatstgenoemde (hij is overleden in 1637), vanaf tenminste 1619 eigenaar van het pand is geweest. De familie Kloens behield het vervolgens ruim 65 jaar in eigendom. Pieter Kloens woonde er met zijn vrouw Elisabeth van Oosten en na zijn overlijden in 1695 ging de eigendom ervan over op zijn kleindochter Johanna Kloens, dochter van zijn zoon, eveneens Pieter Kloens genaamd, en van Catharina Backus. Johanna woonde waarschijnlijk niet zelf in het huis. In ieder geval blijkt het in 1724 verhuurd te zijn aan de weduwe van dr. Kruyskerken. In 1724 verkocht zij het huis voor 1500 gl. aan Adriaan ten Schep en Hendrik Scholting, die halfbroers waren. Scholting was smid van beroep. Hij trouwde in 1722 met Aletta Adamijna van der Blooke. Zij verkochten het huis in 1736 voor 3000 gl. aan Adriaan van Loon, die koopman van beroep was. Van Loon liet in het achterhuis, dat uitkomt op de Hoge Nieuwstraat, een plafondschildering aanbrengen, die in de volksmond “de Dordtse Hemel” wordt genoemd. Het stelt Aurora voor, de Romeinse godin van de dageraad. Er onstonden al snel conflicten met Van Loons buurman aan de oostkant, Johan van Neurenberg, eigenaar van het in 1729 gebouwde huis, dat nu bekend staat als Museum Van Gijn. Al die conflicten gingen over bouwkundige zaken, o.a. over de scheidingsmuur, die Adriaan van Loon liet bouwen tussen zijn erf en dat van zijn buurman. Zijn weduwe verkocht het huis in 1800 voor 6125 gl. aan Hendrik Smith. Als belenders worden dan vermeld de weduwe van oud-burgemeester Neurenberg en de raffinaderij van Rens. (Werkgroep het Nieuwe Werck, ’t Huys te Hemert, in Oud-Dordrecht 2003, nr. 1, p. 40 e.v.)]

Joannes van der Linden [ijzerkoopman] 2-3

[Johannes Adolfsz. van der Linden, geboren naar schatting ca. 1630, jongman uit Bergsland [hertogdom Berg in Duitsland] wonende op de Nieuwe Haven (1658), ijzerkoopman te Dordrecht, overleden ald. 16 sept. 1695 (zerk in de Grote Kerk), trouwde NG Dordrecht 28 april/12 mei 1658 Catharijntje Ruitenburg, gedoopt NG Dordrecht febr. 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende “aan” de Grote Kerk (1658), overleden Dordrecht 9 okt. 1691, dochter van Jan van Ruitenberg en Aechien Hendriksdr. Verloef (Verlouw)

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 73v e.v.: op 2 okt. 1663 verkoopt Jacob Rogiers, kapitein luitenant van kolonel Noordwijck en gouverneur van Sluis in Vlaanderen, als man van Judith van Gernou, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Maria van Gernou, weduwe van kapitein Jacob Vinck, en als procuratie hebbende van Petronella Gernou, weduwe van Jacob Valck, welke laatste procuratie is verleden voor notaris C. Maes te Rotterdam op 28 sept. 1663, en nog als voogd over de kinderen van Belia van Gernou, bij haar verwekt door Michiel van Baerlant, allen kinderen en erfgenamen van Beatris van Brousterhousen, weduwe van kapitein Jan Jansz. Gernou, voor 8200 gl. aan Arnoult Loua, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, achter met een klein huis uitkomende op de Hoge Nieuwstraat en staande tussen het huis van Pieter Cloens en dat van Baltasar la Tour. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 4600 gl.

NG trouwboek Dordrecht 20 mei 1677: attestatie gegeven aan Maria Garnou, weduwe van kapitein Vinck, haar dochter Clara Geertruijt Vinck, jonge dochter, en Elisabet Valcx, allen gewoond hebbende op de Hoge Nieuwstraat, vertrokken naar Emmerich.

ORA Dordrecht inv. 792, f. 88 e.v.: op 30 april 1682 verkopen Johanna Louwa, weduwe van Johan de Munick, voor 1/3 part, ds. Samuel Potheuck, Frans predikant, Renson Martijn, Johannes Beijen en Ulderich Bongert, allen kooplieden, als testamentaire voogden van de minderjarige kinderen van Franchois de Want en diens vrouw Beatrix Louwa, beiden overleden, voor de overige 2/3 parten, voor 6150 gl. contant aan Johannes van der Linden, koopman te Dordrecht, zeker “groothuijs” op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug met een klein huis daarachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, het grote huis staande tussen het huis van Jacob Latour en dat van Pieter Cloens en het kleine huis tussen de erfgenamen van de kapitein van de ponten en dat van voornoemde Cloens.

Kinderen (o.a.):

a. Johanna van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1668, ongehuwd, begraven Dordrecht 27 nov. 1723 (Johanna van der Linden, op de Voorstraat tegenover de Distelsteiger, met zes koetsen extra, de eerste boete)

6 aug. 1696: Johanna van der Linden, “meerderjarige, ongehuwde dochter”, burgeres van Dordrecht, verhuurt voor 400 gl. per jaar, ingaande in 1697 en lopende tot 1704, aan Sara Hoeuft, “bejaarde, ongehuwde dochter”, wonende te Dordrecht een huis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van kapitein Martijnus Cloens en dat van Pieter de Bruijn. Getuigen: Adolf van der Linden, koopman te Dordrecht en Pieter Willemsz. Hoogendijck, burgers van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 520, akte 178)

17 jan. 1708: voorwaarden, waarop Johanna van der Linden, “meerderjarige dochter”, in het openbaar wil laten veilen een suikerraffinaderij en een huis, met de daarin staande “zietpannen” en kalkbak, een “verwulffde Brood -” en een dito “kandij-stoof”, benevens de kachels en al hetgeen verder in die raffinaderij en dat huis aard- en nagelvast is, uitgezonderd een koperen “klaarketel”. De raffinaderij en het huis staan op de Nieuwe Haven, ook genaamd de Oude Kalkhaven of het Nieuwe Werk, omtrent de Lange Houten Brug, strekkende van de Nieuwe Haven tot aan de Hoge Nieuwstraat, belend door het huis van de ontvanger Pieter de Bruijn aan de ene zijde en het huis van Johanna Kloens, de vrouw van Johan van de Santheuvel aan de andere zijde. Bij de verkoping op 17 jan. 1708 wordt ingezet door Pieter de Bruijn op 5400 gl., vervolgens wordt het opgehangen op een hoger bedrag en is daarna opgehouden op 10.000 gl. Het wordt opnieuw geveild op 31 jan. 1708, waarbij de meestbiedenden zijn geworden Albert Logeman [hij tekent met “Albert Lockerman”] en Henricus van der Vugt, die het willen kopen voor 5925 gl. Adolff van der Linden Jansz. verklaart namens zijn zuster Johanna van der Linden de suikerraffinaderij etc. “in koope te hebben gelaten” aan Logeman en Van der Vugt. (ONA Dordrecht inv. 713, akte 14)

b. Adolf van der Linden, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1670, ijzerkoopman

Zie ook de genealogie Van der Linden op deze website.]

f. 20

de heer Pieter de Bruijn 0-8-4

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 133v: op 27 nov. 1688 verkopen Jacob de Latour enJacob Jacobsz., als man van Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn zwagersJean de Latour en mr. Jean Nicolaij de Bouschier, advocaat, als man van Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik, allen kinderen van wijlen Jean de Latour, koopman wonende te Luik, en Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, allen, samen met Jacobus Paradijs, kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, en Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar Paradijs en Laurens Paradijs, samen met hun broer Matthijs Paradijs voogden over de minderjarige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, allen erfgenamen van Balthasar de Latour de oude, koopman en burger van Dordrecht, resp. hun vader en grootvader, voor 2850 gl. aan Pieter de Bruijn, ontvanger van de 200e penning en veertigraad van Dordrecht, een huis, waar uithangt “den Engel”, staande op Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug tussen het huis van de koper en dat van Johannes van der Linden.

I. Pieter de Bruijn, jongman van Dordrecht wonende te Bodegraven (1668), secretaris van Bodegraven, ontvanger van de 200e penning en veertigraad van Dordrecht,trouwde NG Dordrecht 15 jan. 1668 (ondertrouw, attestatie gegevenom te Rijsoord te trouwen) Elijsabeth Sonnemans, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1668)

Kind:

a. Jan de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1678, volgt II

II. Jan (Johan) de Bruijn, gedoopt NG Dordrecht 8 april 1678, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 jan./8 febr. 1708 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter de Bruijn ontvanger van de 100e penningen en veertigraad van Dordrecht, de bruid met haar vader Gerrard Vingerhoet veertigraad van Dordrecht) Maria Vingerhoet, geboren naar schatting ca. 1690, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1708), dochter van Gerard (Gerrit)Vingerhoet en Geertruijd van Slingeland

kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter, 14 dec. 1708

b. Elisabeth Maria, 13 okt. 1710

c. Gerard, 8 juni 1712

d. Geertruijd de Bruijn, 22 sept. 1713, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Schrijversstraat (1742), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 nov./20 dec. 1742 (de bruid geassisteerd met haar ouders Joan de Bruijn en Maria Vingerhoet, de geboden gaan te Maastricht) Abraham Christiaan Palm, jongman van Gorinchem (1742), kapitein van de dragonders in het regiment van kolonel Massou in garnizoen te Maastricht

e. Cornelia Philippina, 21 juli 1716

f. Pieternella Jacoba, 4 nov. 1717

g. Hermina, 5 dec. 1721]

denselven 2-3-8

Jan Kloens [koopman] 1-12

denselven 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 48: op 19 okt. 1683 verkopen Theodorus Roohart, notaris te Amsterdam, en zijn vrouw Johanna Louwa, voor 2000 gl. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de koper en dat van Samuel Senten. De verkopers verbinden als waarborg een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat, staande op de Dwarskade, welk huis wordt bewoond door Joris Matthijsz.]

Samuel Sente 0-12-8

Cornelis Rank 1-4

[Cornelis Rank, geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1686), mogelijk zoon van Huijbert Cornelisz. Ranck en Geertruijt Cornelis, trouwde NG Dordrecht 24 mrt./7 april 1686 Anneke Jansdr. (van den Ham), jonge dochter van Slijk-Ewijk wonende te Dordrecht op de Nieuwe Haven (1686)

Kinderen:

a. Huijbert Rank, gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1689, jongman van Dordrecht, wonende omtrent de Lange Houten Brug (1711), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mrt./12 april 1711 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder) Cornelia van Ravesteijn, jonge dochter van ‘s-Gravendeel (1711)

b. Jan Rank, gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1691, jongman van Dordrecht (1720), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mei 1720 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw van Culemborg) Maria Wamnis, jonge dochter van Culemborg (1720)

c. Cornelis. gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1693

d. Anna Rank, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1693, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Lange Houten Brug (1720), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mei/2 juni 1720 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Pieter Frackin, de bruid met haar broer Jan Rank) Jacob Frackin, jongman van Dordrecht, wonende buiten de Vuilpoort (1720)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 113 e.v.: op 30 okt. 1699 verklaart notaris Adriaan Hagoort de oude, als procuratie hebbende van Jan Francke, eerste luitenant onder de graaf van Nassau in dienst van de Admiraliteit te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris N. van Loosdregt te Amsterdam op 23 okt. 1699, dat Francke schuldig is aan Johannes Backer, notaris te Amsterdam, een somma van 1050 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven, staande omtrent de Lange Houten Brug tussen het huis van Daniël Senten en dat van de erfgenamen van Gerbrant Ranck. Het huis komt met zijn erf en andere toebehoren uit op de Hoge Nieuwstraat en wordt daar belend door het huis van de erfgenamen van juffrouw De Veer aan de ene zijde en het huis van de weduwe van Franchois van de Graeff.]

Geerbrant Rank [schipper] 0-19-8

[Gerbrandt Ranck, gedoopt NG Dordrecht sept. 1641, jongman van Dordrecht, schipper wonende bij de Kerkstraat (1677), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 sept. 1689 (een baar voor Gerbrandt Ranck schipper bij de Houten Brug op de Nieuwe Haven),zoon van Cornelis Gerbrantsz. Ranck en Lijsbet Maertens, trouwde NG Dordrecht 21 nov. 1677 (ondertrouw; per schrijven van Amsterdam) Dieuwertje Dircksdr., jonge dochter van Oossanen, wonende te Amsterdam (1677)

Kinderen:

a. Lijsbeth, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1678

b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 26 dec. 1680

c. Dirck Ranck, gedoopt NG Dordrecht 2 sept. 1683]

Bartholomeus Kooren [Kole, smid, spijkermaker] 0-19-8

[5 aug. 1630: Janneken Cornelisdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Slijp, geassisteerd met Dirck Cornelisz. timmerman als haar voogd, verkoopt voor 1950 gl. aan Franchoijs Mariet nagelmaker een huis op het Nieuwe Werck, staande tussen het huis van Arnoult de Moors en dat van de weduwe van Cornelis Centen.

Francois Mariet uit Luik trouwde Dordrecht 2 dec. 1635 Margriet Macke, uit Luik.

Uit dit huwelijk:

Marie, dochter van Frans Mariet en Margriet Macke, gedoopt NG Dordrecht aug. 1640.

Hij werd op 17 aug. 1642 begraven. Zijn weduwe trouwde op 1 aug. 1649 met Lambert Jade, weduwnaar uit Luik.

Het huis werd later geërfd door haar dochter Maria (de) Mariet, de vrouw van Bartolomeus Kole.

NG trouwboek Dordrecht 22 juni 1662: Bartholomeus Kole smid jongman van Den Bosch wonende aan de Dolhuisstraat aan de Vest [sic] en Maria de Mariet jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, getrouwd Dubbeldam 5 febr. 1662.

11 sept. 1687: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Aletta van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs. Aan Matthijs Bax, de man van haar dochter Maria Paradijs, is o.a. toebedeeld twee losrentebrieven, gehypothekeerd op het huis van Margriet Macke, weduwe van Franchois Mariette, en nu van Bartholomeus Cole spijkermaker, samen inhoudende 135 gl. Het huis staat op het Nieuwe Werck bij de Lange Houten Brug tussen het huis van de erfgenamen van Willem Cornelisz. Keijser en dat van Gerbrand Ranck. (Dordrecht Monumenteel, nr. 29, p. 18-19 [internet])

27 juli 1699: Bartholomeus Cool smid laat bij een Dordtse notaris koopvoorwaarden opmaken voor zijn huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van Jacobus van Driel en dat van de erfgenamen van Geerbrandt Ranck. In de akte wordt vermeld, dat het huis is “geapproprieert tot de smitsnering”. Het huis wordt geveild, maar niet verkocht. (ibid.)

12 nov. 1699: notaris J. van Dijk, als gemachtigde van Bartholomeus Cool, mr. smid, weduwnaar van Maria Mariet, alsmede Franchois en Arnoldus Cool, tevens zich sterk makende voor Margrita Cool, hun zuster, samen erfgenamen van Maria Mariet, verkoopt voor 1375 gl. aan Wouter van Dongen het huis op de Nieuwe Haven, dat door Maria Mariet is nagelaten. (ibid. en ORA Dordrecht inv. 1637, f. 116v e.v.)]

Nieuwe Haven nr. 38 (rechts)

Herman Koomans 0-19-8

[Nieuwe Haven nr. 38, het geboortehuis van Top Naeff.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 62v e.v.: op 11 okt. 1679 verkoopt notaris Govert de With, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 2910 gl. aan Willem Cornelisz. Keijser, Londenvaarder en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe Paradijs en dat van Meeuwis Kool spijkermaker.

NG trouwboek Dordrecht 11 jan. 1665: Willem Cornelisz. Keijser [alias Vereijck] schipper jongman wonende op de Nieuwe Haven en Grietge Cornelisdr. van den Bergh jonge dochter wonende bij de Beurs, beiden van Dordrecht, getrouwd 27 jan. 1665

1680: inventaris van de nalatenschap van Willem Cornelisz. de Keijser [Londenvaarder], overleden te Londen: tot zijn nagelaten goederen behoren o.a. een huis aan de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de weduwe Paradijs en dat van Bartholomeus Cooren, alsmede een huis in de Houttuinen. (Achter de Blauwpoort, nr. 12, p. 17 e.v. [internet])

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 107 e.v.: op 8 okt. 1699 verklaart Jacob van Driel, mr. koperslager te Dordrecht, schuldig te zijn aan Daniël de Jong, koopman te Rotterdam, een somma van 800 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, staande naast het huis van Bartholomeus Koole.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 3 febr. 1692 (ondertrouw): Jacobus van Driel weduwnaar en Willemijna Vereijck jonge dochter, beiden van Dordrecht.

Op 2 juni 1700 verkoopt Willemijna Vereijck, de vrouw van Jacobus van Driel koperslager, het huis aan Dirck Snel schipper voor een somma van 1910 gl. De koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 500 gl., die Jan van Slingeland op het huis sprekende heeft. (Achter de Blauwpoort, nr. 12, p. 21, en nr. 13, p. 12 [internet]).]

Jacob Klijkluijt [mr. mastmaker] 1-7-8

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 19v e.v.: op 1 mei 1687 verkopen Jan Cloens, als man van Berbera Paradijs, Matthijs Bacx koopman, als man van Maria Paradijs, Huijbertus Coninck, predikant te Delft, als man van Aletta Paradijs, en Martinus Paradijs, koopman te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Aletta van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs, voor 5850 gl. aan Jacob Aelbertsz. Cleijckluijt, mr. mastmaker en burger van Dordrecht, een huis bij de Lange Houten Brug op het Nieuwe Werk, staande tussen het huis van Matthijs Bacx en dat van de erfgenamen van Willem de Keijser, uitkomende tot achter op de Hoge Nieuwstraat, met daarbij inbegrepen het huis, dat wordt bewoond door Reijnier Nieuwekerck landsmid. De koper is schuldig aan Jan Cloens een somma van 3300 gl. In margine: op 5 april 1723 comp. in de secretarie van Dordrecht Wouter van Bavel en toont de kwitantie, die is getekend door Johanna Kloens, weduwe Santheuvel, op 8 mrt. 1723,waaruit blijkt, dat de schuld volledig is afbetaald.]

f. 20v

Mattijs Bax 0-7

[19 april 1684: Cornelia Burgers, weduwe van Johan Bacx, in zijn leven koopman en lid van de Oudraad te Dordrecht, verkoopt voor 5000 gl. aan Aeltjen (Aletta) van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs koopman, een huis aan de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van de koopster en dat van Gosewinus de Bruijn. (Werkgroep Het Nieuwe Werck, o.c., p. 18)

I. Martinus (Maerten) Paradijs, jongman, schipper van Luik (1630), trouwde NG Dordrecht 28 april/14 mei 1630 Aletta (Aeltgen) Guert Guertsz. (van Tricht), geboren naar schatting ca. 1605, van Maastricht, wonende op de Nieuwe Haven (1630)

Kinderen (volgorde willekeurig):

a. Barbara Paradijs, geboren naar schatting ca. 1630, trouwde vermoedelijk ca. 1655 Johan (Jan) Jansz. Cloens

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Maerten (Martinus) Cloens, 28 april 1655

a-2. Johannes (Jan) Cloens, 8 aug. 1658

a-3. Aeltje (Aletta) Cloens, 25 febr. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Lange Houten Brug (1681), trouwde 1e NG Dordrecht 28 sept./14 okt. 1681 Johannes van der Hoeven, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1681), 2e Gerecht/NG Dordrecht 30 aug./15 sept. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catharina Dibbets, weduwe van Johan Becius, lid van de Oudraad, de bruid met haar broers Martijnus, Govert en Jan Cloens)Carel Becius Johansz., jongman wonende te Dordrecht (1699), arts, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland

a-4. Johanna Cloens, 11 sept. 1664

a-5. Govert Cloens, geboren naar schatting ca. 1665, jongman van Dordrecht wonende bij de Lange Houten Brug (1705), trouwde Gerecht/NG 15/29 nov. 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Carel Becius, medicinae doctor en mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, de bruid met haar zuster Adriana Caris, de vrouw van Jan in de Betouw) Elisabeth Caris, weduwe van Dordrecht wonende bij de Roobrug (1705), trouwde 1e Balthen Paradijs

b. Maria Paradijs, volgt II

c. Aletta Paradijs, trouwde ds. Hubertus Coninck, predikant te Delft

d. Martinus Paradijs, trouwde NG Dordrecht 13 mrt. 1667 Catharina Hars

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 17: op 5 april 1681 verkoopt Martinus Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, als man van Catharina Hars, dochter en enige erfgename van Jacob Hars, koopman te Dordrecht, voor 1640 gl. aan Wijntie Thijse, weduwe van Adriaen Alewijns, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van oud-thesaurier Dionijs Ghijse en dat van de kinderen en erfgenamen van Jan Visser. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl.

e. Johannes, gedoopt NG Dordrecht april 1631

f. Govert, gedoopt NG Dordrecht aug. 1635

g. Anna, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1648

II. Maria Paradijs, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde 19 febr. 1662 Matthijs Bax, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 mei 1716: kapitein Mattijs Bax, op de Haven bij de Lange Houten Brug, 2 koetsen extra)

11 sept. 1687: Johan Cloens, als man van Barbara Paradijs, Mattijs Bax, als man van Maria Paradijs, ds. Hubertus Coninck, als man van Aletta Paradijs, en Martinus Paradijs, allen kinderen en erfgenamen van Aletta van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs, geven te kennen, dat hun moeder enige maanden tevoren is overleden en dat zij vervolgens haar nalatenschap onderling hebben verdeeld, waarbij, overeenkomstig het testament, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 15 aug. 1685, aan Mattijs Bax is toebedeeld een huis, waarin hij tegenwoordig woont, staande op het Nieuwe Werck bij de Lange Houten Brug tussen het huis, dat werd bewoond door Aletta van Tricht en het huis van Gosewinus de Bruijn. (Werkgroep Het Nieuwe Werck, o.c., p. 18)

Kinderen (o.a.):

a. Alida Bax, gedoopt NG Dordrecht 8 mei 1664

b. Matthijs Bax, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1679]

Jacob Klijkluijt 0-8

Jan van Leeuwen 1-1

Jan van Leeuwen 0-15

de weduwe van Jan Box 0-12

Arijen van Hoogstraten 0-16

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 58 e.v.: op 21 okt. 1687 verkopen Nicolaes van Hoochstraeten, lid van de Veertigraad te Dordrecht, en Philips van Hoochstraeten, koopman, alsexecuteurs-testamentair van wijlen Jan Staesz. van Hoochstraeten en voogden over de minderjarigen, die in zijn nalatenschap zijn gerechtigd,voor 2050 gl. aan Arijen van Hoochstraeten, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort, staande tussen het huis van Franchois van Sittert en dat van Jacobus van der Heijden en uitkomende op de Hoge Nieuwstraat.]

Laurens Paradijs [koopman] 1-5

[Nieuwe Haven 51-52.

(De geschiedenis van dit huis is beschreven in Achter De Blauwpoort, nrs. 6 en 7 [internet].)

29 jan. 1665: Arent Boijen uit Roermond en zijn vrouw Emmeken Claes, eerder weduwe van Gillis van der Hulck, verkopen voor 1200 gl. een deel van een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort aan Laurens Paradijs, man van Maria Boijen. Paradijs koopt op 13 okt. 1671 voor 2250 gl. de resterende helft van dit huis van de kinderen en erfgenamen van Herman Gijsen, koopman en burger van Dordrecht, van welk huis hij, koper, de wederhelft bezit. Als belenders worden vermeldt Jan de Weert en Lenaart van der Hulck. (Achter de Blauwpoort, nr. 6, p. 16-17 [internet])

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 135v e.v.: op 13 okt. 1671 verkopen Arent Boone koopman als man van Elijsabet Ghijsen,en Corstiaen Ghijsen en Johan Bachus, als voogden over Helena Ghijsen, beiden kinderen en erfgenamen van Herman Ghijsen, koopman en burger van Dordrecht, aan Laurens Paradijs koopman de helft van een huis omtrent de Blauwpoort, staande tussen het huis van Jan de Weert en het huis van Leonart van der Hulck, van welk huis de wederhelft aan de koper toebehoort. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1125 gl.

9 okt. 1687: Laurens Paradijs, koopman en burger van Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Maria Segers, meerderjarige ongehuwde persoon, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis omtrent de Blauwpoort, staande tussen het huis van Jan de Waart en dat van de weduwe van Pieter Frans. (ORA Dordrecht inv. 1631, f. 57v)

15 jan. 1699: Laurens Paradijs, als executeur-testamentair van zijn overleden vrouw Maria Boijen, verkoopt voor 3300 gl. aan Ruth Vermaase, t.b.v. diens moeder de weduwe van Hendrick Vermaase, een huis op de Nieuwe Haven, Het huis wordt pas op 12 mei 1707 aan Margrita Morees, weduwe van Hendrik Vermase, getransporteerd door de executeurs-testamentair van Laurens Paradijs, genaamd Corstiaen Backus en Corstiaen Cloens. Margrita Morees, gedoopt NG Dordrecht 31 juli 1648, dochter van Denijs Morees, Maasschipper, en Catharina Jansdr. Kempenaers, trouwde naar schatting ca. 1670 met Hendrik Vermase. Na haar overlijden in 1734 werd het huis geërfd door haar zoon Denijs Vermase. (Achter de Blauwpoort, nr. 6, p. 17, id. nr. 7, p. 6 [internet])

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 28v e.v.: op 12 mei 1707 verkopen Corstiaen Backus en Corstiaen Cloens, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Laurens Paradijs en zijn vrouw Marija Booije, volgens testament gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Dordrecht op 18 sept. 1698, voor 3300 gl. aan Margrita Morees, weduwe van Hendrik Vermasen, koopvrouw op de Maas, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Blauwpoort, strekkende voor van de haven tot achter op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Aart Pel en Cornelis de Koningh aan de ene zijde en dat van Jan Fransz. Groening aan de andere.

I. Pieter Boijen, Maasschipper, begraven Dordrecht 10 sept. 1641, trouwde NN

Kinderen (o.a.):

a. Pieterken Boijen, geboren naar schatting ca. 1595, volgt II

II. Pieterken Boijen, geboren naar schatting ca. 1595, trouwde naar schatting ca. 1620 Corstiaen Corstiaensz. van Oost, Maasschipper

Kinderen:

a. Pieter Boeijen van Oost, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, OSP, begraven Dordrecht 27 juni 1665, trouwde NG Dordrecht 29 sept./6 okt. 1654 Cornelia de Gelder, begraven Dordrecht 8 nov. 1665

b. Catrijn Corstiaensdr. van Oost, geboren naar schatting ca. 1621, jonge dochter van Oost, wonende op de Nieuwe Haven (1644), trouwde NG Dordrecht 18 sept./2 okt. 1644 Herman Gijsen, jongman van Elsloo, Maasschipper, wonende te scheep (1644)

c. Lijsbet Corstiaensdr. van Oost, gedoopt NG Dordrecht okt. 1623, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1646), trouwde NG Dordrecht 21 jan./4 febr. 1646 Pieter Cloens, jongman van Eijsden, Maasschipper, wonende te scheep (1646)

Pieter Kloens, een Maasschipper uit Eijsden, kocht in 1658 een huis aan de Nieuwe Haven [zie hierboven bij f.19v] voor 5375 gl. (waarvan 1375 gl. contant en de rest met het verlijden van een schuldbrief) van Ida van de Camp, de weduwe van de Maasschipper Aert Hillen,welke laatstgenoemde (hij is overleden in 1637), vanaf tenminste 1619 eigenaar van het pand is geweest. De familie Kloensbehield hetvervolgens ruim 65 jaar in eigendom. Pieter Kloens woonde er met zijn vrouw Elisabeth van Oosten en na zijn overlijden in 1695 ging de eigendom ervan over op zijn kleindochter Johanna Kloens, dochter van zijn zoon, eveneens Pieter Kloens genaamd, en van Catharina Backus. Johanna woonde waarschijnlijk niet zelf in het huis. In ieder geval blijkt het in 1724 verhuurd te zijn aan de weduwe van dr. Kruyskerken. In 1724 verkocht Johanna het huis voor 1500 gl. aan Adriaan ten Schep en Hendrik Scholting, die halfbroers waren. (Werkgroep het Nieuwe Werck, ’t Huys te Hemert, in Oud-Dordrecht 2003, nr. 1, p. 40 e.v.)

Kinderen:

c-1. Pieter Cloens, gedoopt NG Dordrecht 4 okt. 1653, jongman van … (1674), trouwde NG Dordrecht 20 mei 1674 Catharina Backus, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1674)

Kind:

c-1-1. Johanna Cloens, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1686

c-2. Corstiaen Cloens, gedoopt NG Dordrecht 28 april 1658

d. Jenneken Corstiaensdr. van Oost, jonge dochter van Weset [Visé], wonende aan de Blauwpoort (1643) trouwde 7/21 juni 1643 Jan Backus

NG trouwboek Dordrecht 7 juni 1643 : Jan [Willemsz.] Baccus jongman van Steijn Maasschipper wonende scheep en Janneken Corstiaensdr. van Oost jonge dochter van Weset wonende aan de Blauwpoort, getrouwd op 21 juni 1643

e. Maria Corstiaensz. van Oost (alias Maria Boijen?), geboren naar schatting ca. 1625, trouwde ca. 1650 Laurens (Lens) Paradijs]

den hoek omme

Jan A. Bakker 0-10-8

[1647: Adriaen en Jan Staessen van Hoochstraten, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en als voogden over de kinderen van hun broers, Jacob en Franchois Staessen van Hoochstraeten, verkopen aan Pieter Fransz. Patin, zeilmaker en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen aan de Blauwpoort, staande tussen het huis van Johannes van Stockum en ’s herenstraat. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 72)

Pieter Fransz. Patijn, van Maassluis, trouwde Dordrecht 29 mei 1645 Jacomijntje Pietersdr. Brous, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort

Hij wordt op 2 juni 1649 vanuit het huis bij de Blauwpoort begraven.

Zijn weduwe, Jacomijntje Brous, hertrouwde op 3 sept. 1650 met Barend Elmhorst, kleermaker, jongman van Wesel, en na diens overlijden voor de derde maal met Damis Claesz., droogscheerder, weduwnaar uit Aken

Haar stiefmoeder, Maijken Jansdr., koopt op 2 dec. 1656 het belendende huis, thans Blauwpoortsplein 15-16.

Jacomijntgen Pieters Brous wordt op 5 okt. 1666 uit het huis bij de Blauwpoort begraven. Het huis wordt eigendom van haar weduwnaar, Damis Claesz. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 71-74)

2 jan. 1668: Damis Claesz. droogscheerder verkoopt Jan Ariensz. Backereen huis op het plein omtrent de Blauwpoort, staande tussen het huis van Lens Paradijs en dat van de weduwe van Pieter Broes. Transport volgt op 1 mei 1669. De koopsom bedraagt 2100 gl.Het huis is geleverd bij “onwillig decreet”, d.w.z. dater sprake is van een gedwongen verkoop. Jan Ariensz.Backer, echtgenoot van Lijsbeth Joris Aldwen, wordt in 1668 vermeld als commissaris van de wagens.(A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 75)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 jan. 1694: een baar bij de Blauwpoort voor Jan Backer commissaris van de wagens, pondgraf.]

Cornelis de Koning 0-10-8

[13 mrt. 1656: Dammes Claesz., als eigenaar van een huis op het Nieuwe Werck bij de Blauwpoort, staande naast de straat van de Nieuwe Haven tegenover Kraan Rodermond, “vergunt” aan Pieter Broens viskoper en zijn vrouw Maijken Jansdr., een vrije waterloop voor zijn huis, “dat daer neffens sall werden getimmert tegen over de voorsegde poort door het gotijer.”

10 febr. 1657: Esaias Cornelisz. Messian, als gemachtigde van Maeijcken Jansdr., vrouw van Pieter Broes viskoper is schuldig aan Willem Willemsz. Oudeman een somma van 1300 gl., verbindende een huis tegenover de Blauwpoort, staande tussen de Hoge Nieuwstraat enhet huis van Damas Dircx. Borg: een vrije visstal op de Grote Vismarkt. In margine: de vrouw van Cornelis Cornelisz. [sic]Coninck toont de originele hypotheekbrief, waaropstaat aangetekend”T hypotheecq in desen geroert wert ’t eenemael ontslagen en behoudt alleen personeele actie nopende ’t gunt aende cooppenningen vant huijs bij Cornelis Cornelisz. gecocht come welck huijs hem opden 16 septemb. 1670 bij onwillich decreet is gelevert. W.g. Rosetta Beljaerts”.

Op 31 jan. 1662 wordt Pieter Broes vermeldt als opziener van de wagens en het veer aan de Blauwpoort.

(ORA Dordrecht inv. 1617, f. 8 e.v.; A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 16-17)

Cornelis Coninck verzoekt op 22 april 1671 aan de Camere Juditieel toestemming om “op de stoepe van sijne huijsinge staende op den hoeck van de Hooge Nieuwstraet te stellen een pothuijsken benevens den trap of inganck tot desselfs kelder”. Dat wordt hem toegestaan. Op 30 nov. 1677 verbiedt de Camere Juditieel op verzoek van de overige eigenaren van huizen bij de Blauwpoort aan de schuitenvoerders, kaaiwerkers en anderen, die bij slecht weer in het pothuisje schuilen, om daarin vuur aan te steken, omdat het pothuisje klein is en van hout en bovendien geen schoorsteen heeft. (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 18-19)

Cornelis Gerritsz. de Koningh, hordenmaker, weduwnaar van Sliedrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1677), trouwde NG Dordrecht 25 jan. 1677 Cornelia de Peutter, jonge dochter van Breda, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1677).

Hij overlijdt omstreeks 1700 enlaat het huis na aan zijn dochters Adriana (gedoopt NG Dordrecht 14 jan. 1678) en Digna (gedoopt NG Dordrecht 7 april 1680).

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 82v: op 5 dec. 1705 verkoopt Digna de Koningh, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende in Den Haag, voor 625 gl. aan Adriaen de Leeuw, als man van Adriana de Koning, de helft van een huis op de hoek van de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Aert Pel en ’s herenstraat, waarvan de wederhelft toebehoort aan Adriana de Koning.

Op 31 jan. 1714 laat Adriaen de Leeuw, schout van Vrijhoeve-Capelle, het huis, inclusief het pothuis,staande omtrent de Blauwpoort op de hoek van de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Jacobus Boet, bakker, en dat van Hendrik van Wingerde, touwslager, veilen. Het wordt gekocht voor 660 gl. door Jochem Buurkens, (A. Balm, J.W. Boezeman, Wonen en werken, p. 23-24)

Op de Hooge Nieustraat [Hoge Nieuwstraat]

Hoge Nieuwstraat (jan. 2013)

de weduwe van Pieter Fransz. 1-4

f. 21

Francois van Zittert 1-1-12

Jan A. Bakker 0-8

de weduwe van Aart Hagen 0-8

Jan van Leeuwen 0-8

de Mennonite [Doopsgezinde] gemeente 0-10-8

[13 juni 1669: Dirck Huijbertsz. verkoopt voor 800 gl. aan Abraham Tergier en Henrdrick de Vos, als armbezorgers van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Wijnant Jaspersz. Bletterswijck en dat van de weduwe Paradijs. (Werkgroep “Het Nieuwe Werck”, De geschiedenis van de huizen Nieuwehaven 38 en Hoge Nieuwstraat 130, Dordrecht 2005, p. 13.]

Lena Sente 0-10-8

burgemeester Nicolaas Stoop 0-8

Cornelis Rank 0-12

Samuel Sente[Vereijck, schipper] 0-4-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 48 e.v.: op 19 okt. 1683 verkopen Matthijs en Cornelis Bacx, voor zichzelf en tevens vervangende Gijsbert van de Kemp, samen als procuratie hebbende van Cornelia Borgers, weduwe Johan Bacx, in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 505 gl. aan Samuel Sente Vereijck schipper een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van burgemeester Nicolaes Stoop en dat van kapitein Jan Sijmonsz. Eijcken.]

de stal van juffrouw van de Graaff 0-4-8

f. 21v

Rijnier van Nieukerk [mr. smid] 1-1

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 14 e.v.: op 17 mrt. 1693 verkoopt Reijnier van Nieukerck, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1075 gl. aan Francois Lambinon, lakenbereider en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van oud-burgemeester Stoop en het pakhuis van Francois van de Graaff. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 400 gl., die Cornelis Hallingh, pastoor te Breda, op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 810, f. 33v: op 18 mei 1715 verkopen Wijnand Celis, als man van Lijdia Lambinon, en Selia Lambinon, voor zichzelf en tevens vervangende Ida van der Elst, weduwe van Lammert Lambinon, kinderen en erfgenamen van Franchois Lambinon, voor 500 gl. aan mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande recht tegenover het koffiehuis “de Goude Molen”, tussen het huis van de weduwe Stoop en de stal van postmeester Van de Graaf.]

burgemeester Nicl. Stoop 1-2-8

Jacob Rosiers 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 3 e.v.: op 8 jan. 1699 verkoopt Samuel de Moraaz, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Judic Gernou, weduwe van Jacob Rogier, kapitein in het Nederlandse leger, wonende in Tiel, voor 1700 gl. aan Pieter de Bruijn, veertigraad en ontvanger te Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande naast de pakhuizen van de koper en het huis van de erfgenamen van Johannes van der Linden, koopman te Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoopsters een somma van 850 gl.]

Joannes van der Linden 0-18

de heer Dirk van Nooij 1-4

de weduwe van ds. Hinse [Heijnsius] 0-11

[ORA Dordrecht inv. 1632 (nieuw), f. 69 e.v.: op 16 febr. 1690 verklaart Sara van Bellen, weduwe van ds. Henricus Heijnsius, predikant te Cillaarshoek, schuldig te zijn aan Catarina Pietersdr. van Es een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de heer Van der Linden en dat van de heer De Sondt.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 11, akte dd 28 febr. 1693: Sara van Bellen, weduwe van ds. Henricus Heijnsius, predikant te Cillaarshoek,is schuldig aan Maria de Bel, bejaarde ongehuwde vrouw, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Sr. Van der Linden en dat van Antonij de Sont.]

Joannes van der Linden 0-5

juffrouw Margarita van Neurenberg 0-12

Pieter Pietersz. Lares 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 4v: op 22 jan. 1675 verkopen Johannes Hellu en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht, voor 520 gl. aan Hendrick Anthonisz., lakenwerker en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Lambert Lambinon en dat van Pieter Lares, laatst eigendom geweest van Nicolaes Nicolaij.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 11 e.v.: op 26 jan. 1684 verkoopt Hendrick Anthonisz., baljuw van de Lakenhal en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Perpeet Lares, droogscheerder en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van burgemeester Johan van Neurenberch en dat van de weduwe van Pieter Lares.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 89 e.v.: op 22 april 1688 verklaart Perpeet Lares, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Abraham van Ratingen, burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van burgemeester Johan van Neurenberg en dat van de weduwe van Pieter Lares.]

de weduwe van Pieter Lares 0-13-8

f. 22

Fredrik Jansz. 0-11-4

mevrouw Hoogeveen 0-11-4

Jaques de Val 0-4-8

Pieter Regel 0-6

de weduwe van Jan Staasz. van Hoogstraten 0-6

het pakhuis van De Want 0-8

Pieter van Beaumont 0-18

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 19: op 1 mei 1687 verkopen Jan Cloens, als man van Berbera Paradijs, Matthijs Bacx koopman, als man van Maria Paradijs, Huijbertus Coninck, predikant te Delft, als man van Aletta Paradijs, en Martinus Paradijs, koopman te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Aletta van Tricht, weduwe van Martinus Paradijs, voor 1200 gl. aan Pieter van Beaumont, smid en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, uitkomende op de Walevest, belend door het huis van mevrouw Van der Meer aan de ene en het huis van kapitein Van Allevrunden aan de andere zijde.]

het pakhuis van mevrouw Van der Meer 0-18

Tielman Hagen [glasmaker] 0-18

Mels van de Griend 0-13-8

[22 juli 1684: Jacob Lambertsz. van der Tack, als voogd over de kinderen van Herman van der Tack, verwekt bij Heijltgen Cornelisdr. Verbrouck, Wouter Cornelisz. Verbrouck, Corstiaen Cornelisz. Verbrouck en Jacob van Breda, als man van Maeijken Cornelisdr. Verbrouck, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis, Cornelia en Mariken Verbrouck, samen kinderen en erfgenamen van Cornelis Maertensz. Verbrouck, verkopen voor 855 gl. aan Mels van de Grindt, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. van de Knijff schrijnwerker en dat van Tielman Hagens glasmaker. (ORA Dordrecht inv. 793, f. 99)

f. 22v

Pieter van der Knijff [schrijnwerker] 0-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 6 e.v.: op 19 jan. 1679 verklaren Pieter Pietersz. van de Knijff, mr. schrijnwerker, Emert Joosten, als man van Maeijcken Pietersdr. van de Knijff, Johannes Marcel, als man van Jacomijntje Pietersdr. van de Knijff en Gillis van den Brouck, als man van Cornelia Pietersdr. van de Knijff, tevens vervangende Ariaantje Pietersdr. van de Knijff, ongehuwde persoon, allen kinderen van Pieter Pietersz. van de Knijff, voormalige hellebaardier en burger van Dordrecht, dat het huis op de Hoge Nieuwstraat, waarin eerstgenoemde comparant woont, behoorde tot de nalatenschap van hun grootvader en dathun vader het vruchtgebruik van het huis heeft geërfd. Hun vader heeft daarvan afstand gedaan en het huis behoort nu in volle eigendom toe aan Pieter Pietersz. van de Knijff de jonge. Pieterneemt te zijnen laste een schuldbrief van 400 gl., die op het huis gehypothekeerd is.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 114v: op 10 nov. 1699 verkoopt Pieter van der Knijff, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Krijn de Mijer mr. huistimmerman een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jacobus Verstraten en dat van Mels van de Grient.]

Francois Lambinon 0-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 14v: op 3 febr. 1699 verklaart Jacobus Verstraten, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jenneken Kuijpers, weduwe van Jan Dirxsen, een somma van 600 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johannes van der Linden en dat van Pieter van der Knijff.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 64: op 16 juli 1711 verkoopt Jacob van der Straten, keurmeester van de turf te Dordrecht, voor 630 gl. aan Nicolaes Pauwe, huurvaarder en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Paulus de Meijer en dat juffrouw Van der Linden.]

Joannes van der Linden 0-13-4

Van de Griend en van Wessem 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 106v e.v.: op 9 mrt. 1702 verkoopt Corstiaen Esselbrug, mr. hoefsmid en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Sijmon Kool, burger van Dordrecht, een huisje op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Sara Rib en dat van Catrina van der Linden.]

Sara Arijens [Rib] 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 61v: op 16 juli 1701 verkoopt Michiel van der Schulp, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Sara Rib, ongehuwde persoon, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande naast de stal van Anthonij de Sond. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 100 gl.]

de stal van de heer de Sont 0-3

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 68v: op 22 april 1684 verkoopt Renson Martijn, koopman te Dordrecht, voor 650 gl. aan Jonas de Jongh en Anthonij de Sont, kooplieden te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat Hendrick van de Santheuvel, genaamd “het Hoeffijser”.]

Renson Martijn [koopman] 0-10

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 74v: op 24 nov. 1691 verkopen Elisabeth Ophal, weduwe van Matthijs Jansz. van Elslo, en Thielman Hagens, als man van Catharina Ophal, wonende te Dordrecht, erfgenamen ab intestato van Lijsbeth Corstiaens, hun moeder resp. schoonmoeder, voor 400 gl. aan Catharina Lefort, laatst weduwe van Renson Martijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Pieter Regel en dat van Jacob de Val.

ONA Dordrecht inv. 192, akte 5: koopvoorwaarden, waarop Catharijna la Fordt, weduwe van Renson Martijn, Jacobus Renson, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de onmondige kinderen van Sara Renson, en ds. Samuel Potheuck en Matthijs Bacx, als procuratie hebbende van Daniël Remack de oude, eveneens testamentaire voogd over genoemde kinderen, willen verkopen 1. een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis, genaamd “het Hoeffijser” en dat van Bartel de mosselman, 2. een huis op de Walevest, staande tussen het huis van Hendrick van den Santheuvel en dat van Geerit Lares. Beide huizen worden op 15 febr. 1692 op haar erfdeel aangenomen door Catharijna la Fort voor resp. 420 en 535 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 24: op 30 april 1695 verkoopt Maaijcke Claas, weduwe van Salomon Lodewijcksz. van Beest, voor 260 gl. aan Catarina Lefort, weduwe van Renson Martin, een huis in de Mariënbornstraat aan de Vest, staande tussen het huis van Willem Jansz. en het huisje van de koopster, en voor 300 gl. aan Leendert Jacobsz. Cloosterman, een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Lieven Jacobsz. en dat van Cornelis Timmeren.]

Bartel Willems 0-9

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 7 e.v.: op 15 febr. 1695 verkoopt Dirck Manisse Vrijbergen, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, voor 300 gl.aan Aaltje Fredericx van Hestra, weduwe van Pieter Hermansz., in zijn leven burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Renson Martin en dat van de vrouwe van De Lint.]

mevrouw van de Lind 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 87v e.v.: op 3 dec. 1701 verkopen Hugo Repelaar, regerend burgemeester van Dordrecht, en Barthout van Slingeland, lid van de Oudraad van Dordrecht, als voogden over jonkheer Cornelis de Beveren, heer van De Lind, voor 825 gl. aan Cornelis Esselbrugh, hoefsmid te Dordrecht,een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrick Meusel en dat van de weduwe van Pieter Hermense.]

Hendrik Meusel 0-10

[ORA Dordrecht inv. 800, f. 69v e.v.: op 30 juli 1697 verklaart Marijcke Rutte, weduwe van Hendrick Meusell, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lourens de Jongh een bedrag van 800 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, vanouds genaamd “den Luijcxen Barm”, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw van de Lind en dat van Matthijs Dusaer.]

f. 23

de weduwe van Gerrid Crena 0-6-12

[Waals Geref. trouwboek Dordrecht 2 febr. 1648: Gerard Crena, jongman, “drapier”, geboortig van Vervij en Marie le Prince, jonge dochter geboortig van de stad Luik, wonende te Dordrecht, getrouwd 23 febr. 1648.]

deselve 0-10

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 462: op 24 aug. 1686comp. Marija Crena, voor zichzelf, en Marija Commun, weduwe van Geeraert Crena en Wijnant Pelsser, als voogden over de onmondige nakinderen van Geeraert Crena. Zij verklaren, dat het huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de brouwerij van de weduwe van Huijbert du Sair, genaamd “het Witte Lam”, en het huis van de verkopers,bij de boedelscheiding voor 1260 gl. aan Marija Commun toebedeeld zal worden.]

Abraham van Ratingen 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 7: op 17 febr. 1705 verkoopt Elsie Koreman, weduwe van Abraham van Ratingen, voor 200 gl. aan Matthijs de Saer, koopman en brouwer te Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen de brouwerij van de koper en diens huis.]

de weduwe du Sair 1-3

[Begraafboek Grote Kerk 9 april 1694: een zwarte baar voor juffrouw De Saer brouwster in het Lam op de Hoge Nieuwstraat, pondgraf.

Jenneke de Want was de weduwe van de uit Maastricht afkomstige koopman Huijbert du Sair sr. (overleden in 1680). Zij kocht in 1682 panden aan de Hoge Nieuwstraat en de Walevest, waarin zij de brouwerij het Lam vestigde.Haar zoon Matthijs du Sair volgde haar op als brouwer, kocht in 1706 een belendend perceel aan de Hoge Nieuwstraat, liet vervolgens allepandenslopenen richtteop de vrijgekomen plaats een geheel nieuwe brouwerij op. In de gevelaan de Hoge Nieuwstraat bevinden zich twee gevelstenen,de linkse metdaarin een lamen de rechtse met het stichtingsjaar 1706. Een uitgebreide geschiedenis van deze brouwerij vindt men in H.A. van Duinen en C. Esseboom (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht z.j.), p. 117 e.v.

Stadsarchief Dordrecht nr. inv. 1974, akte dd 15 sept. 1674: Huijbert de Saer, brouwer en koopman in granen en andere waren in het gros, ontvangen als inheems poorter van Dordrecht, mits doende de daartoe vereiste eed ten overstaan van de burgemeester, “ende wert hem het recht tot het Borgerschap staende vereert mitsgaders geëxcuseert van alle Borgerlijcke tochten en wachten voor den tijt van tien jaren des hem in alles gedragende als grossier volgens den placcate daer van sijnde”.

28 sept. 1674: Leonart van Dongen, luitenant van een compagnie voetknechten in dienst van de Republiek, verhuurt aan Huijbert de Saer, brouwer en koopman te Dordrecht, zekere brouwerij, staande buiten de Vuilpoort, mitsgaders het achterste gedeelte van het volgende woonhuis daarnaast op de hoek van de Adriaenstraat, genaamd “de Posthoorn”, voor acht jaar voor 352 gl. 10 st. per jaar. Bij de huur is inbegrepen het gebruik van de mouterij, brouwketels, kuip en koelbakken. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 257 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 369: op 1 febr. 1678 verhuurt Huijbert du Sair, brouwer te Dordrecht, als administrateur van boedel, die is nagelaten door Catharina Franckot, weduwe van Matthijs de Want, voor 160 gl. per jaar aan Christiaen van Lom, wijnkuiper te Dordrecht, een huis met het daarnaast staande pakhuis, op de hoek van het Venlostraatje, waar uithangt “Luijck”, staande tussen genoemd straatje en het huis van Josijntgen Wouters.]

De voormalige brouwerij Het Lam in de Hoge Nieuwstraat (jan. 2013)

de weduwe van Gerrid Crena 1-3

ONA Dordrecht inv. 193, f. 330 e.v.: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Geeraert Crena, en die in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met zijn vrouw Marija Comun, zijn weduwe, beschreven op 17 juli 1674 en enige volgende dagen. Crena’s voorkinderen zijn Jean Crena (schoonzoon van Aelbert Pietersz. steenkoper), Daniël Crena en Marija Crena. Zijn nakinderen zijn CathelijnaCrena, Geera Crena en Mattheus Crena. Voogden van de onmondige kinderen zijn Wijnant Pelsser en Isaack Thomasz. van der Elst.

Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis op de Hoge Nieuwstraat, in welk huis Geeraert Crena is overleden en waarvan hij in een codicil dd 5 juni 1674 heeft bepaald, dat zijn vrouw, Marija Comun, na zijn overlijden voor 12 jaar het vruchtgebruik zal hebben “omme sijne naerkinderen des te beter te connen onderhouden”,

– een klein huis op de Hoge Nieuwstraat, dat aan het voorgaande huis is getrokken,

– een tuin met een zomerhuisje buiten de St. Jorispoort aan de straatweg, “reedende” op de moutmolen “Kijckoverdijck”, liggende tussen de tuin van de weduwe van Steven Schul en de tuin van procureur Johan van der Hoop,

– een negende part in een volmolen aan de Noordendijk op grond van de Merwede.

Na aftrek van de lasten resteert 5215 gl. 10 st., te verdelen onder de zes kinderen, zodat elk van hen recht heeft op 869 gl. 6 st. 5 penn

Cornelis Tollenaar [kuiper] 0-12-4

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 464: op 24 aug. 1686 verkopen Marija Commun, weduwe van Geeraert Crena lakendrappier voor de ene helft en Daniël Crena en Arent van Heel, als man van Marija Crena, voor zichzelf, en Wijnant Pelsser, die samen met Marija Commun voogd over de onmondige nakinderen van Geeraert Crena is, voor de ander helft, voor 385 gl. aan Willem van der Linden mr. metselaar een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Geeraert Crena en dat van de weduwe van Nicolaes Coenraetsz.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 24 e.v.: op 5 mei 1691 verkoopt Willem van der Linde, mr. metselaar en burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Cornelis Tollenaar, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Claes Coenraets en dat van de weduwe Crena.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 78 e.v.: op 5 okt. 1695 verklaart Cornelis Tollenaar, kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Antonij Verhelt, mr. bakker en burger van Dordrecht, een somma van 350 gl., verbindende een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Claas Conraet en dat van Abram Franse. In margine: op 4 april 1731 toont Lijsbet Coenraet, weduwe van Cornelis Tollenaar, de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.]

Klaas Koenraats 0-12

Francois van Zittert[koopman] 0-6-4

[NG trouwboek Dordrecht 19 sept. 1677 Francois van Sittert koopman jongman en Catharina Grond jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende op de Nieuwe Haven, getrouwd in Dubbeldam 3 okt. 1677, volgens gezegeld getuigenis

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 96 e.v.: op 7 jan. 1698 verkoopt Catarina Gront, weduwe van kapitein Franchois van Sittert, voor 500 gl. aan Willem van der Linden, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, achter uitkomende op de Walevest en bestaande uit twee woninkjes, belend aan de ene zijde door het huis van de weduwe van Claes Poen en aan de andere door het huis van de koper. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 500 gl.]

Willem van der Linden [mr. metselaar] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 12v e.v.: op 8 april 1687 verkoopt Willem Bosschaert, lid van de Oudraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van Walterus Rooman, als voogd van Steven van der Elst, en Cornelis Meeus, als man van Catharina van der Elst, beiden kinderen van wijlen Isaack Thomasz. van der Elst, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Elias Pieters te Middelburg op 20 nov. 1685, voor 1100 gl. aan Jan de Jager mr. kuiper een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van juffrouw De Vallé en dat van Franchois van Zittert. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1100 gl.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 63v: op 18 nov. 1687 verkoopt Maria de Coninck, weduwe van Jan de Jager, mr. kuiper en burger van Dordrecht, aan Willem van der Linde, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van juffrouw De Vallé en dat van Franchois van Sittert. De koopster neemt te haren laste een schuldbrief van 1100 gl., welke Walterus Rooman, als voogd van Steven van derElst, en Cornelis Meeusen, als man van Catharina van der Elst, beiden kinderen van wijlen Isaack Thomasz. van der Elst, op het huis sprekende hebben.]

mevrouw de Vallé 2-2

f. 23v

Cornelia van Gestel 0-18

de kinderen van Mattijs Paradijs 0-4-8

Jacob Jacobsz. 0-14-12

denselven 0-10-8

juffrouw Rottermond 2-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1616, f. 103v: op 6 mei 1656 verkoopt Willem de Groot,luitenant van de “Generaliteijts Scheeps brugge”, aan Govert Sonnemans, koopman en burger van Dordrecht, twee huizen op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Johan van Neurenbergh en dat van Balthasar de la Tour en strekkende van de straat tot achter op de stadsvest.

Govert Sonnemans, trouwde NG Dordrecht 16 mei 1638 Maria Ackerlaecken

Kind:

a. Theodora Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1670 (ondertrouw) Simon Rottermond

Sijmon Rottermond, gedoopt NG Den Haag 16 okt. 1620, weduwnaar wonende in de Munt (1670), muntmeester van Holland, assayeur-generaal der Verenigde Nederlanden, veertigraad, oudraad, en schepen van Dordrecht, overman van het Groot Schippersgilde, overleden Dordrecht 25 nov. 1678, trouwde 2e (?) NG Dordrecht 14 sept. 1670 (27 sept. 1670: bescheid ontvangen om te Den Haag of elders te trouwen, per schrijven van Bodegraven) Theodora Sonnemans, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1670), begraven Dordrecht 24 mei 1721, trouwde 2e Dordrecht 18 sept. 1690 Johan Hallincq, dochter van Govert Sonnemans en Maria van Ackerlaecken.

21 mrt. 1719: verklaring van Theodora Sonnemans, weduwe van Sijmon Rottermond. Aangezien zij aan haar dochter, Adriana Rottermond, bij haar verwekt door Sijmon Rottermond, in zijn leven raad en vroedschap van Dordrecht, “tot nog toe niets ter werelt hebbe gegeven in voldoening ofte in minderingh van hetgeene haar in de naarlatenschap van haar overleden vader is competerend ende deselve mijne dogter nu al eenige tijt is getrout geweest met Reijnier de Monchij, den welke mij ook om de voldoening van zijn gemelde huysvrouwe[vaders] …goederen heeft aangesprooken, soo verklare ik … aen den gemelden Reijnier de Monchij [te geven] … een huys en erve mitsgaders drie kamer behangsels in’t voorhuijs hangende staande en gelegen op de Hoge Nieuwstraat tegenwoordig bewoont werdende bij de kinderen van Hendrik Baltes met nogh een huysje daer annex bewoont werden[de] bij Jan van Dalem voor een somme” van 28 gl. jaarlijks. (Huys ‘den Rooden Molensteen’, p. 23)

Kind (ex 1):

a. Adriana Rottermond, gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1675, overleden Haastrecht 20 okt. 1733, trouwde Schoonhoven 19 juli 1715 Reijnier de Monchy, geboren Zoetermeer 22 april 1674

Kind:

a-1. Wilhelmina Geertruid de Monchy, geboren 1718, overleden 1781]

de heer Willem van Neurenburg 1-3

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 87 e.v.: op 29 nov. 1701 verkoopt Jacoba Catharina van der Staaij a Colibrant, weduwe van mr. Willem van Neurenberg, lid van de Oudraad en rentmeester van de domeinen van stadhouder-koning Willem III in de Hoge en Lage Zwaluwe, voor 900 gl. aan Perpeet Lares, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van mevrouw Hallincq en dat van Van der Hulst. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 700 gl. 

Pieter van der Hulst [kunstschilder] 1-12

[Pieter van der Hult (van der Hulst), gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1651, kunstschilder, hofschilder (1690-1699) van koning Christiaan V van Denemarken, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 4 mrt. 1727 (Pieter van der Hulst, met twee koetsen extra, op de Hoge Nieuwstraat bij het koffiehuis, laat één kind na), zoon van Godschalck van der Hult, cartograaf en landmeter, en Maria van Rommerswael, trouwde Catharina van Hesse. (Pieter en zijn zuster Maria van der Hult, weduwe van de arts Hendrick Outhovius (Oudenhoven), waren sedert het overlijden van hun moeder in de aanvang van 1674 elk voor de helft eigenaren van het huis aan de Hoge Nieuwstraat, dat in 1644 door hun vader, Godschalck van der Hult, was gekocht van de Maasschipper Matthijs de Want. Kort voor zij overleed in juli 1677 bepaalde Maria van der Hult bij testament, dat haar broer Pieter, of bij vooroverlijden diens kinderen, van haar helft in het huis slechts het vruchtgebruik zou hebben. Zo werd het huis voor Pieter in feite onverkoopbaar. Zijn dochter, Louisa Wilhelmina van der Hult, kreeg in 1729 echter toestemming om het huis te verkopen. Voor 2000 gl. werd de nieuwe eigenaar mr. Johan van Neurenburg, die in Dordrecht vooral bekendheid geniet als stichter van het grote huis aan de Nieuwe Haven, waarin nu het Museum Simon van Gijn is gevestigd. Pieter van der Hult werd in 1674, na enig juridisch getrouwtrek met zijn zuster als tegenpartij, eigenaar van de aanzienlijke collectie schilderijen, die was nagelaten door hun moeder. De verzameling bevatte werken van Rembrandt, Rubens, Cuyp, Breugel, Hals en vele anderen. Het huis in de Hoge Nieuwstraat werd in 1897 afgebroken en maakte plaats voor een huis, dat door aannemer J.C. Schotel werd gebouwd als kantoor voor de Belastingdienst (thans Hoge Nieuwstraat nr. 83). Het huis van Pieter van der Hult stond op de noordoostelijke hoek van de Hoge Nieuwstraat en de Lange IJzerenbrugstraat.

(A. Balm en J.W. Boezeman, Pieter van der Hult, kunstschilder en verzamelaar, in Oud-Dordrecht 2005 (3), p. 58 e.v. Op p. 63-64 van dit artikel een inventaris van de schilderijenverzameling, waarvan de auteurs één werk hebben kunnen identificeren, nl. “Cimon en Pero”, geschilderd ca. 1630 door Peter Pauls Rubens en tegenwoordig behorende tot de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.*Een meer uitgebreide versie van dit artikel publiceerden genoemde auteurs in 2006: A. Balm en J.W. Boezeman, Pieter van der Hult, kunstschilder en verzamelaar. [Dordrecht 2006], RA Dordrecht, bibliotheek cat. 33803.)

Zie de pagina ONA Dordrecht (voor 1700) op deze website, bij 2 april 1674.

Pieter van der Hult (zelfportret uit 1686)

Italiaans landschap met ruïnes, door Pieter van der Hult

NG trouwboek Dordrecht 15 april 1640: Godtschalck van der Huld jongman van Zevenbergen wonende bij de Tolbrug en Maria van Rommerswael jonge dochter van Utrecht wonende voor het Bagijnhof, procl. Zevenbergen, getrouwd op 1 mei 1640

NG trouwboek Dordrecht 27 dec. 1654 (ondertrouw) jonkheer Daniël van den Hout gezegd du Bois Daniëlsz. liggende onder de compagnie van de stadhouder van Friesland in garnizoen te Geertruidenberg en Maria van Rommerswael weduwe van Godschalck van der Hulst beiden van Utrecht, proclamatie te Geertruidenberg

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 30 jan. 1674: twee maal luiden over Marij van Rommerswael weduwe van Goodtschalck van der Hulst, is in de Augustijnenkerk begraven

Kinderen (o.a.):

a. Maria van der Hult, gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1642, OSP, overleden Dordrecht 30 juli 1677, trouwde 1668 Hendrickus Outhovius (Oudenhoven), doctor in de medicijnen, weduwnaar van Haarlem (1668)

b. Pieter van der Hult (van der Hulst), gedoopt NG Dordrecht 26 febr. 1651, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 14 febr. 1727 (Pitter van der Hulst, twee koetsen extra, op de Hoge Nieuwstraat bij het koffiehuis, laat een kind na), trouwde naar schatting ca. 1690 Elisabeth Catharina van Hesse, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 mrt. 1721 (Ellisebet Katerijna van Hesse, vrouw van Piter van de Hult, twee koetsen extra)

Kind:

b-1. Louise Wilhelmina van der Hult, geboren Kopenhagen naar schatting ca. 1695*, jonge dochter van Kopenhagen (1730), trouwde Luthers Dordrecht 19 okt. 1730 Rutgert Johannes Zegerquist, jongman van Gothenburg in Zweden (1730)

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 284 e.v.: op 24 nov. 1729 verkoopt Louise Wilhelmina van der Hult, wonende te Dordrecht, voor 2000 gl. aan mr. Johan van Neurenburgh, schepen in wette van Dordrecht, een huis met een tuintje erachter, in welk huis zij tot nog toe woont, staande in de Hoge Nieuwstraat tussen het koffiehuis “de Gouden Molen” en het huis van Pieter Lares. De verkoopster heeft op 7 juli 1729 toestemming van de Kamer Judicieel van Dordrecht gekregen om dit huis te verkopen.

* Zij werd geboren tussen 1690 en 1699, toen haar vader hofschilder in Kopenhagen was. In 1739 werd zij nog moeder van een zoon, Petrus, gedoopt Luthers Dordrecht op 2 nov. 1739.]

[De Lange Houten Brugstraat.]

[Herberg “de Gouden Molen”, op de noordwestelijke hoek van Hoge Nieuwstraat/Lange Houten Brugstraat.

30 mrt. 1669: de Oudraad van Dordrecht besluit, dat de stad zal huren of kopen een huis, staande “langhs ofte omtrent de Nieuwe Haven ofte deHooge Nieuwe straete alhier waarin de op Dordrecht varende kooplieden uit Schotland kunne verblijven”. Overeenkomstig dit besluit kocht de stad Dordrecht op 2 mei 1669 van Margarita Oem, weduwe van Johan Sijmonsz. Indervelde voor 9200 gl. een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van commandeur Willem Willemsz. de Veer en ’s herenstraat en strekkende voor van de Hoge Nieuwstraat tot achter op de stadsvest.

Dordrecht als stapelplaats van de handel met Schotland werd geen succes: de Schotten vertrokken al in 1675 terug naar Veere. De naam Schotse Courthuis bleef nog een tijd in zwang, maar al in 1689 duikt de naam “Gouden Molen” op, wanneer Matthijs Paradijs, waard in “de Gouden Molen”, een bedrag van 40 gl. aan executiekosten ontvangt. (Achter de Blauwpoort, nr. 3, p. 7 [internet])

Paradijs zal in 1689 de herberg van de stad gehuurd hebben, want hij werd er pas in 1700 eigenaar van:

25 mei 1700: Jan Cletcher, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeesters van Dordrecht, verkoopt voor 3900 gl. aan Matthijs Paradijs, burger van Dordrecht, de herberg, die vanouds wordt genoemd “de Goude Molen”, bestaande uit twee huizen en gevels, staande in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van Jan de Mulder en de stadsstraat [thans de Lange IJzeren Brugstraat]. De koper is schuldig aan verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid een somma van 2000 gl.]

burgemeester Nicl. Stoop 1-10

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 27v e.v.: op 8 mei 1691 verkoopt mr. Nicolaes Stoop, presiderende burgemeester van Dordrecht, voor 5000 gl. aan Marinus Koelenhoet, burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht, en een klein huis, dat toebehoort aan de verkoper. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 4500 gl.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 257 e.v.: op 4 juni 1697 verhuurt Marinus Coelenhoet aan Johan de Mulder, burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Nicolaes Stoop en een huis van de stad Dordrecht, waar uithangt “den Gouden Molen”, zodanig als het huis bewoond is door Coelenhoet en hij daarin de koffie- en chocolade nering gedaan heeft. De huursom bedraagt 325 gl. per jaar.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 17v: op 9 febr. 1699 verkoopt Marijnis Coelenhoet, makelaar te Rotterdam, voor 4000 gl. aan Johan de Mulder, koopman en burger van Dordrecht een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande naast de herberg “de Goude Molen”. ]

denselven 0-6

de weduwe van Gerrid Crena 0-5-8

f. 24

de weduwe van Gerrid Crena 0-8-4

Willem van de Graaff 0-14-4

de weduwe van de heer Roelant de Carpentier 1-10

het pakhuis van Van Zittert 0-13-8

het pakhuis van de heer Wessel de Ruijter 0-12

Arijen Jacobsz.[van Cappel, schipper] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 131v e.v.: op 9 nov. 1688 verkopen Abraham Sam, veertigraad te Dordrecht, en Cristiaen de Radt, beiden zich sterk makende voor Adriaen Meijnaert, veertigraad te Dordrecht, samen als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van mr. Hendrick Coopmans, voor 1225 gl. aan Arijen Jacobsz. van Cappel, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Johannes Melanen en het pakhuis van Wessel de Ruijter. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 700 gl.]

de heer Johan Melanen 1-16

het pakhuis van De Ruijter 1-2-12

het pakhuis van Jan Staasz. van Hoogstraten 0-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 67v e.v.: op 4 dec. 1687 verkopen Nicolaes van Hooghstraeten veertigraad en Philips van Hoogstraeten koopman, als executeurs-testamentair van Jan Staesz. van Hooghstraeten en voogden over diens minderjarige erfgenamen, voor 1310 gl. aan Magtelt Corstiaensdr. Cramerheijn, weduwe van Jan Staesz. van Hooghstraeten, een pakhuis met wijnkelder op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het pakhuis van Wessel de Ruijter en het huis van Jan Boenders en uitkomende op de Walevest.]

Jan Bastiaansz. Boenders 0-14-4

f. 24v

Engel Evertsz. [van Tiel] 0-14-4`

[Engel Evertsz. van Tiel, jongman van Venlo, wonende te Nijmegen, Maasschipper (1656), trouwde NG Dordrecht 10/26 dec. 1656 (proclamatie te Nijmegen) Teuntje Ariensdr. Boijen, geboren naar schatting ca. 1635,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hoge Nieuwstraat (1656), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 9 aug. 1719 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 aug. 1719 (Teuntje Boijen, weduwe van Engel Evertse, in “de Witte Leeuw” in de Verbrande Buurt), dochter van Ariaen Michielsz. en Teunken Ariaensdr.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1974, f. 39v, akte dd 20 okt. 1661: “opte requeste gepresenteerd bij Engel Everts schippersgast geboren op de stroom tusschen Dordrecht en Gorcum getrout met een borgersdochter, stont voor apostille: de camere ontfanckt den suppliant als inheems poorter onder den gewoonen eedt aen handen van heer borgemeester mits betaelende te deser stede behoef de somma van thien ponden te XL groote ’t pondt”.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 64: op 22 nov. 1687 verkoopt Pieter Ariensz. Sangers tuinman, als man van Dingena Pietersdr. de Vries, voor 300 gl. aan Engel Evertsz. van Thiel, schipper en burger van Dordrecht, een huisje buiten de Sluispoort op de Luiersdijk, “sijnde het leste huijsken van de Twintich huijskens aldaer”, staande tussen het huisje van de koper en de hoek van het Willigenbosch.

ÓNA Dordrecht inv. 561, akte dd 30 okt. 1688: verklaring ten overstaan van notaris J. de Bedts door o.a. Teuntje Boije, vrouw van Engel Evertsz., “voor ende in plaatse van haare [man] weder in dienst ende gevaaren zijnde”.

ONA Dordrecht, inv. 717, akte 52, dd 31 mrt. 1712 (testatrice staat niet in de 200e penning): Teuntie Arijensdr. de Booij, weduwe van Engel Evertsz. van Tiel, testeert ten overstaan van notaris C. van Aansurg. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een bedrag van 6 gl. Zij prelegateert aan haar dochter Angenietie Engelen van Tiel, vrouw van Sijmon Jansz. Schouten, mr. scheepstimmerman, en Teuntie Engelen van Tiel, echtgenote van Jacobus de Recht, schipper, al haar linnen en wollen kleren, in het bijzonder haar hemden, en “dat in consideratie en ten opsigte van dat de kleederen van haren overleden man … bij en onder haar … soonen sijn verdeeld”. De testatrice maakt, om redenen haar daartoe moverende, “voor de pretense legitime portie” tot haar erfgenamen de vier nagelaten kinderen van haar overleden zoon Evert Engelen van Tiel, t.w. Teuntie Evertsdr van Tiel, echtgenote van Jacob Korthals, en Aaltie en Catarina Everts van Tiel, ieder in een somma 250 gl., alsmede Stoffelijntie Evertsdr. van Tiel, die vooralsnog in het Weeshuis woont, in een somma van 500 gl., door haar te ontvangen, zodra zij mondig wordt of wanneer zij gaat trouwen, met de daarop verschenen interest, zonder dat de voornoemde 500 gl. met de interesten daarvan zullen mogen komen ten voordele van het Weeshuis. Haar schoonzoon, Sijmon Jansz. Schouten, en mr. Andries Papegaij, binnenvader van het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, zijn namelijkop 20 mrt. 1712 aangaande Stoffelijntie overeengekomen, dat na het overlijden van de testatrice, “bij’t opgemelde weeshuijs, uijt haar testatrices boedel eens sonder meer tot extinctie van alles sal werden genoten een somma van [150 gl.], met expresse begeerte van de testatrice dat de voorschreve [150 gl.], haar Stoffelijntie Everts van Tiel in’t alderminste niet en sal vermogen te werden geïmputeerd, maar dat sulcx … tot voldoeninge [van het weeshuis] … uijt haren gemeenen boedel voor aff aan’t … weeshujs sal werden voldaan”. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen, t.w. Arijen Engelen van Tiel voor een derde part, op voorwaarde, dat uit zijn part aan zijn twee kinderen, Teuntie en Lideweij Arijens van Tiel, samen zal worden uitgereikt een somma van 500 gl., welk bedrag zal worden belegd op het gemeneland of onder een vast hypotheek, dat verder Arijen op zijn erfportie zal moeten aannemen een huis, met de staande en liggende, zowel losse als vaste haardplaten, daarin aanwezig zijnde, en met al wat daarin aard- en nagelvast is, staande op de Hoge Nieuwstraat, waar uithangt “het Maaspontie”, voor een somma van 1000 gl., en indien dat bedrag “meerder dan het gene hij uijt kragte van desen testamente van de testatrice sal komen te erven, komende te bedragen, ’t ontbrekende met gelde [sal] … suppleren”. Voor het tweede derde part van haar nalatenschap benoemt de testatrice tot haar erfgenaam haar dochter Angenietie Engelen van Tiel, echtgenote van Sijmon Jansz. Schouten, op voorwaarde, dat zij en haar man bij de boedelscheiding als deel van haar erfportie zullen aannemen twee huizen, nl. het huis “de Witte Leeuw”, waarin de testatrice woont, staande aan het begin van de ‘s-Gravendeelse Weg, op de hoek van de eerste brug, even buiten de stad, voor een bedrag van 1800 gl., en een huis staande onder de Twintighuizen op de Luiersdijk , voor een bedrag van 600 gl., “ofte andersints ’t ontbrekende met gelde te suppleren”. Daarbij inbegrepen zijn de haardplaten, staande en liggende, losse en vaste, die in het huis aanwezig zijn. In het laatste derde part benoemt zij tot erfgenaam haar dochter Teuntie Engelen van Tiel, vrouw van Jacobus de Regt, op voorwaarde, dat zij en haar man bij de boedelscheiding als deel van haar erfportie zullen aanvaarden ten eerste de eigendom van de helft in een huis, staande binnen de stad Dordrecht, “dat men noemt buijten de Vuijlpoort”, op de hoek, omtrent “de Gouden Leeuw” aldaar, waarin Teuntie woont, voor een somma van 700 gl., en ten tweede het huis naast het voornoemde huis “de Witte Leeuw”, het tweede huis van de hoek, voor een bedrag van 800 gl., inclusief de daarin aanwezige haardplaten. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Arijen Engelen van Tiel, haar zoon, en haar schoonzoons Sijmon Schouten en Jacobus de Regt. De testatrice tekent met een merkje.

Kinderen (o.a):

a. Evert Engelen van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1657, jongman van Dordrecht, wonende buiten de Vriesepoort, schipper (1682), trouwde NG Dordrecht/’s-Gravendeel 12/26 juli 1682 Cornelia Jans, jonge dochter van Dordrechtwonende buiten de Vuilpoort (1682)

Kinderen:

a-1. Aeltje Evertsdr. van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 17 mei 1683, overlijden aangegeven bij gaarder te Dordrecht op 21 april 1749 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 april 1749 (Aaltie van Tiel, vrouw van Frederik van den Berg, in de Twintighuizen, laat kinderen na), trouwde 1e Aart van Groenewegen, 2e Gerecht/NG Dordrecht 20 mrt./6 april 1722 Fredrik (Ariensz.) van den Bergh, jongman van Vuren (1722)

a-2. Tuentje Evertsdr. van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 2 aug, 1685, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Oude Breestraat (1707),weduwevan Dordrecht, wonende bij het Groothoofd (1715),trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 16/30 jan. 1707 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar grootmoeder)Jacob Korthals, jongman van Dordrecht, wonende aan het Groothoofd (1707), 2e Gerecht/NG Dordrecht 15/29 dec. 1715 Huijbert van Kooten, weduwnaar van Dordrecht, wonende op de Riedijk (1715)

a-3. Engel, gedoopt NG Dordrecht 12 mrt. 1687

a-4. Cathrina Evertsdr. van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1691, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1714), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 mrt./18 april 1714 (de bruid geassisteerd met haar oom Sijmon Jansz. Schouten) Arie de Visscher, jongman van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1714)

a-5. Stoffelina Evertsdr. van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 23 okt. 1695

b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 22 dec. 1660, jong overleden

c. Arij Engelen van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 12 nov. 1662

d. Engel, 10 aug. 1667, jong overleden

e. Agnes (Angenitie) Engelen van Thiel, gedoopt NG Dordrecht 26 april 1670, trouwde Sijmon Jansz. Schouten, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1656, zoon van Jan Dircksz. Schoutenen Belichie Sijmons (zie Stamreeks Schouten op deze website [generatie III])

f. Teuntje Engelen van Tiel, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1672, trouwde Jacobus de Recht

g. Christina, gedoopt NG Dordrecht 8 juni 1675, jong overleden

h. Michiel, gedoopt NG Dordrecht22 april 1678, jong overleden

i. Catelijntje, gedoopt NG Dordrecht 12 mrt. 1681, jong overleden]

juffrouw van de Graaff 1-9

de weduwe van Pieter Fransz. van der Horst 0-12

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 28 febr. 1730: Frans van der Horst, op de Hoge Nieuwstraat, met één koets extra, ongehuwd]

deselve 0-12

de weduwe van burgemeester Gerard Franken 3-15

[Gerard Francken, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1659), koopman,trouwde NG Dordrecht 14/30 sept. 1659 Adriana van der Hulck, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Blauwpoort (1659), dochter van Gillis van der Hulck en Geertruijd van den Hatert

– 16 mei 1732: testeert voor notaris P. de Ruijter te Dordrecht Geertruijd van der Hulck, weduwe van Hendrik Franken, in zijn leven lid van het College van Mannen van Veertigenen koopman te Dordrecht.Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen, na aftrek van de legaten,stelt zij aan de kinderen en kindskinderen van haar overleden zuster Adriana van der Hulck, weduwe van burgemeester Gerard Franken, nl. Geertruijd Franken, vrouw van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, Adriana Franken, vrouw van mr. Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, en de kinderen van wijlen Elisabeth Franken, bij haar verwekt door haar eerste en tweede man, resp. Matthijs van der Burch, heer van Niemandsvriend en lid van de Oudraad te Dordrecht, en mr. Mattheus van den Broucke, burgemeester van Dordrecht. Voogden: haar neven mr. Pieter Brandwijk van Blokland, Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, en Johan van der Burch, heer van Niemandsvriend. (ONA Dordrecht inv. 1005, akte 57)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elisabeth Francken Gerardsdr., 11 febr. 1661, jonge dochter van Dordrecht (1680)trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 okt. 1680 Matthijs Abramvan der BurchJohannesz., van Dordrecht (1680), 2e Mattheus van den Broucke

ONA Dordrecht inv. 579, akte 33: op 11 dec. 1724testeert Elisabeth Francken,laatst weduwe van Mattheus van den Broucke. Zij herroept haar eerdere testamenten en codicillen, met uitzondering van het testament, dat zij heeft verleden voor notaris J. de Bedts te Dordrecht op 12 mei 1721, voor zover niet in strijd met het huidige. In plaats van de juwelen, die zij heeft gelegateerd in het vorige testament aan haar dochter Adriana van den Broucke, maakt zij nu aan haar een somme van 8000 gl. Zij wenst, dat haar woning, gekocht van Jacob Sam, de tuin, gekocht van Jeremias Terwen, en het land, gekocht van Johan van Neurenburgh, door haar zoon mr. Johan van den Burg na haar overlijden zal overgenomen worden voor een somma van 5000 gl.

b. Gielis, 21 juli 1662

c. Jerwis, 1 okt. 1664

d. Johannes, 7 mei 1666

e. Gerridt, 27 aug. 1670

f. Geertruijdt Francken, 19 aug. 1672, trouwde mr. Pieter Brandwijk van Blokland

g. Adriana Francken, 21 febr. 1676, trouwde mr. Cornelis Pompe van Meerdervoort.]

derselver stal 0-16

Hartloff van Schellebeek 1-16

Pieter de Wacker 2-10

Op Engelenburg

de heer Wessel de Ruijter [wijnkoper] 1-10

[NG trouwboek 18 aug. 1652: Wessel de Ruijter jongman van Wesel wijnverlater wonende op de Nieuwe Haven en Geertruijd van den Broeck jonge dochter van Bommel wonende aldaar, per schrijven van Bommel

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 40v e.v.: op 6 juni 1657 verklaart Wessel de Ruijter, wijnkoper en burger van Dordrecht, is schuldig een somma van 800 gl., verbindende een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van Jan Matthijsz. Bacx en het huis “Engelenburch”.

Kinderen (o.a):

a. Hillegont de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade (1680), trouwde NG Dordrecht 14 jan. 1680 (ondertrouw, attestatie gegeven op Wesel 24 jan. 1680) Andreas Havercamp koopman jongman van Wesel en daar wonende (1680)

b. Catharina de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 9 sept. 1663, trouwde Adolff Schram, predikant te Wesel

c. Andries de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 26 juni 1670, brouwer in “de Gekroonde P.” te Delft [in de Voorstraat aldaar: zie www.achterdegevelsvandelft.nl ]

d. Hendrik Wesselsz. de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 20 aug. 1671, jongman van Dordrecht (1698), trouwde NG Rotterdam 8 juni 1698 (ondertrouw)Adriana van der Haven, jonge dochter van Rotterdam, wonende ophet Wolfshoek(1698)]

De Lange Gelderse Kade bij de Korte Engelenburgerkade (febr. 2013)

juffrouw Coddeus 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 13: op 2 april 1665 verkoopt Jan Mathijsz. Bacx, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Coenraet van Schellebeeck, koopman en burger van Dordrecht, een derde part van een pakhuis, staande achter Engelenburch tussen het huis van Wessel de Ruijter en de twee derde parten van hetzelfde pakhuis, toebehorende aan Willem van Beveren, raad en rentmeester van Zuid-Holland.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 102: op 28 juni 1678 verkoopt Hartloff van Schellebeeck, koopman en burger van Dordrecht, voor 1675 gl. aan Catharina Codees, burgeres van Dordrecht, huis op deEngelenburger kade tussen het huis van Jan Ariensz. Verveer en dat van Wessel de Ruijter. Comp. mede Franchoijs de Vroede, koopman wonende te Bordeaux, en verklaart het huis te ontslaan van de hypotheek, aangezien de volle kooppenningen aan hem zijn voldaan in mindering van hetgeen Pieter van Schellebeeck hem schuldig is.

ORA Dordrecht, inv. 13, f. 26v e.v., akte dd 30 april 1681: Hubregt van de Graeff, schepen en oudraad van Dordrecht, geeft te kennen, dat mr. Willem de Bevere, in zijn leven raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, eigenaar geweest is van het “groot huijs”, dat tegenwoordig zijn, Van de Graeffs, eigendom is, alsmede van drie naast elkaar staande pakhuizen, welke alle, inclusief het woonhuis, staan op de Engelenburgerkade, en voorts, dat “Willem de Bevere naemaels eene vande voors. packhuijsen door d’hr. Wessel de Ruijter vercoopende aen Anthonij Struijs mr. chirurgijn alhier onder andere conditie van vercoopinge … bedongen heeft dat het voors. [pak]huijs soude moeten werden geapproprieert ende gebruijckt tot een woonhuijs sonder dat nochtans het selve naer date vande opdrachte soude mogen bewoont werden bij eenige smits, ketelboeters, backers, wijncoopers, caersmaeckers, peck ofte teervercoopers, ofte immers die het ambacht ofte den neringe vandien doen”, zoals beschreven is in de koopvoorwaarden, die op 22 dec. 1664 zijn gepasseerd voor de Dordtse notaris J. Cop. Van de Graeff verklaart verder, dat niettegenstaande hetgeen bepaald is in genoemde koopvoorwaarden, een zekere Anneke Daniëls, die beweert het huis gehuurd te hebben van Catarina Codeus, de eigenares van het huis, “daer inne heeft ondernomen te doen coopmanschappe van peck en teer”. Op verzoek van Van de Graeff geeft het Gerecht opdracht aan een kamerbewaarder om Anneke Daniëls, Catarina Codeus en alle anderen, die het eventueel aangaat, te verbieden in het huis pek en teer te verkopen.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 97: op 30 juli 1716 verkoopt Pieter van der Krab, schipper wonende te Rotterdam, voor 1450 gl. aan Lourens Boon, schout van Dubbeldam, een huis op de Engelenburgerkade achter “Engelenburgh”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Mattheus Coddeus en dat van Hendrick van Beest.]

f. 25

de weduwe van Jan A. van de Veer 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 5 e.v.: op 28 jan. 1672 verklaart mr. Geerart van Beveren, dat zijn vader, mr. Willem van Beveren, heer van Strevelshoek, aan hem heeft overgedragen als gedeeltelijke voldoening van zijn, comparants, moederlijke goederen, twee huizen op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van zijn vader en dat van Coenraet van Schellebeeck. Geerart van Beveren verkoopt de twee huizen vervolgens aan Jan Adriaensz. de Veer, die hem daarvoor een bedrag van 4600 gl. schuldig is.

ORA Dordrecht inv. 1631, f.58: op 11 okt. 1687 verklaart Appolonia Stickelman, weduwe van Jan Adriaensz. van der Veer, koopman in azijn, wegens leverantie van azijn schuldig te zijn aan Johan Selkart, brouwer te Rotterdam, een somma van 500 gl., verbindende een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis van Catharina Coddeus en dat van Huberd van de Graeff.

ORA Dordrecht inv. 1640. f. 32: op 5 juni 1703 verklaart notaris Petrus van Son, als procuratie hebbende van Elisabet van Hoof, weduwe van Johan Selkart, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van Bortel te Rotterdam op 15 mei 1703,dat Elisabet van Hoof de twee huizen van Appolonia Stickelmans, weduwe van Jan Adriaansz. van der Veer,staandeop de Engelenburgerkade naast het huis van Hubert van de Graaf, lid van de Oudraad te Dordrecht, [naam van de belender aan de andere zijde niet vermeld]te ontslaan van de in de voorgaande akte genoemde hypotheek.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 33v e.v.: op 5 juni 1703 verkoopt Appolonia Stickelmans, weduwe van Jan Adriaansz. van der Veer, voor 2400 gl. aan Hendrik van Beest, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van Hubert van de Graaf en het huis van verkoopster.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 183v: op 6 sept. 1725 verkoopt Adriaan van Dam makelaar, als last hebbende van Susanna Hartigh,laatst

weduwe van Hendrik van Beest, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. de Coster te Rotterdam op 3 sept. 1725, voor 1400 gl. aan Warnard Blankestijn, koopman te Dordrecht, een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Van Beverendat van Louwerens Boon.]

de heer Huijbert van de Graaff 3-15

[Zie pagina “Het huis Bever-Schaep” op deze website.

27 jan. 1676: mr. Geerardt de Beveren, heer van Strevelshoek, oudraad van Dordrecht en gecommitteerde raad in het College van de Raden ter Admiraliteit te Middelburg, verkoopt aan Huijbrecht van de Graeff, achtraad van Dordrecht, voor 8200 gl. contant een huis voor de Nieuwe Haven, staande op de Engelenburgse Kadetussen het huis van Jan Adriaensz. de Veer en dat van burgemeester Johan van Norenbergh. Bij de koop is inbegrepen een aantal roerende goederen, welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op 2000 gl. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 71v)

Huijbert (Huijbrecht) van de Graeff, weduwnaar van Dordrecht (1656), overleden Dordrecht 1703, trouwde NG Dordrecht 27 aug.1656 (ondertrouw; 11 sept. 1656 bescheid gegeven om te Bommel te mogen trouwen) Anna Bruijsteren (Johanna Buijs), jonge dochter van Bommel en wonende aldaar (1656), overleden Dordrecht 1700

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Elisabeth van de Graaff, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1658,jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade (1683), trouwde NG Dordrecht 19 sept. 1683 (ondertrouw) Johan van Wetten, jongman van Dordrecht pondgaarder wonende buiten de Vuilpoort (1683)

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 101: op 27 mei 1704 verkoopt Jan van Wetten, pondgaarder te Dordrecht, als man van Elisabeth van de Graaff, enige erfgename van Huijbert van de Graaff, lid van de Oudraad en postmeester van Dordrecht, voor 8000 gl. aan mr. Ernest de Beveren, heer van IJsselmonde, regerende burgemeester van Dordrecht, een huis met een wijnkelder, staande op de Engelenburgerkade tussen het huis van Hendrick van Beest en het pakhuis van de erfgenamen van burgemeester Norenburg.]

De Engelenburgerkade met de Catharijnepoort

het pakhuis van Margarita van Neurenberg 0-18

nog een van deselve 0-18

burgemeester Jacob Kommerstijn 0-18

het pakhuis van denselven 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1643, f. 42v: op 23 aug. 1709 verkopen Maria Bocardus, weduwe mr. Jacob Commersteijn, burgemeester van Brielle, Pieter van Hoogwerff, vroedschap van Brielle, en Paulus van Brakel, procureur van de Hoven van Justitie te Den Haag, als executeurs-testamentair van voornoemde Jacob Commersteijn, voor 2000 gl. aan Mattheeus Rees, koopman te Dordrecht, twee pakhuizen met korenzolders en twee wijnkelders, staande bij de Catarijnepoort tussen de pakhuizen van Margarita van Neurenberg en het huis van Jan Lievense, marktschipper van Dordrecht op Zierikzee.]

Korte Engelenburgerkade (2012)

Adriaan Swijger 0-18

het pakhuis van de weduwe van Rochus Rees 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 93, akte dd 14 aug. 1699: ingevolge de akte, die op 13 aug. 1699 is gepasseerd ten overstaan van notaris C. van Aansurgh te Dordrecht, blijkt, dat aan Mattheus Rees, koopman te Dordrecht,uit de boedel van zijn vader o.a. is toebedeeld een pakhuis en kade “daarvoor regt doorgaande” tot op de haven, staande en gelegen tussen de Catarijnepoort en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen, alsmede een derde part in een pakhuis, houttuin en kade, staande op de hoek van de Schuitenmakersstraat, in de wandeling “het Cromhout” genaamd.]

de weduwe van Hendrik van der Pijpen 0-12-8

[Sara van Wageningen, weduwe van Hendrik van der Pijpen: zie genealogie Van der Pijpen op deze website.]

f. 25v

Pacque van Gevenhuijsen 0-12

[Hij trouwde met Marijna van der Pijpen: zie genealogie Van der Pijpen op deze website.]

Aarnold Walraven 1-10

[I. Aernoudt Walraven, trouwde Catharina Gras

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 149v e.v.: op 16 dec. 1682 verkoopt Dirck van Nooij, koopman en burger van Dordrecht, voor 4500 gl. aan Aernout Walraven, koopman en burger van Dordrecht, de helft van een huis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van de weduwe van Cornelis Vogel en dat van Adriaen de Heus nomine uxoris. De koper is eigenaar van de andere helft van het door hem gekochte huis.

Kinderen (o.a.)

a. Hendrijck (Henrij)Gras Walraven, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1671, volgt II

II. Hendrijck (Henrij) Gras Walraven, gedoopt NG Dordrecht 17 april 1671,jongman van Dordrecht (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 febr./2 mrt. 1698 (volgens attestatie van ondertrouw te Amsterdam) Anna van Schellebeeck, jonge dochter wonende te Amsterdam (1698)

Kind:

a. Anna CatrijnaWalraven, gedoopt NG 18 sept. 1698, trouwde Gerecht/Waals Geref. Dordrecht 14 okt./21 nov. 1723 Bartholomeus van Schellebeek

Trouwboek Gerecht Dordrecht 14 okt. 1723: ondertrouwd Bartholomeus van Schellebeek medicinae doctor weduwnaar van Dordrecht woont bij het Groothoofd en Anna Catharina Walraven jonge dochter van Dordrecht woont op de Nieuwe Haven geassisteerd met Anna van Schellebeek vrouw van Henry Gras Walraven haar moeder. “Alvorens het gaen der geboden is dese aenteekening geïnsinueert aen Henry Gras Walraven als vader vande voorsz. Anna Catrina Walraven sijnde hij wonende tot Vianen. Den 4 November 1723 hebben mijn Ed. heeren vanden Geregten geresolveert dat dese geboden voortgangh souden hebben en is dienvolgende het eerste gebodt geproclameert den 7 [nov. 1723].” Op 21 nov. 1723 getrouwd in de Waalsekerkte Dordrecht. ]

de weduwe van Cornelis Vogel 2-8

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 131v e.v.: op 2 juli 1694 verkopen Nicolaas Vogel, Maria en Aletta Vogel, meerderjarig, en Johannes van Diest en Arent Coenen, burgers van Dordrecht, als voogden over Johannes Vogel, minderjarig, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Anna Colevelt, weduwe van Cornelis Vogel, voor 8000 gl. aan Warnardt van Blanckesteijn, koopman en burger van Dordrecht, een huis met twee houttuinen daarvoor, “comptoir” en verdere opstal, alsmede het pakhuis naast de voornoemde houttuinen, met de kadevoor het huis, “drie breet”, alle bij elkaar staande en gelegen op de Engelenburgerkade tussen het huis van Aernoult Walraven koopman en dat van Nicolaes Kleijcluijt.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 168 e.v.: op 8 sept. 1696 verklaren Warnard Blanckestijn, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Adriana Reijns, schuldig te zijn aan Sebastiaan van de Graaff, licentmeester van de convooien en licenten, een somma van 4000 gl., verbindende een huis, twee houttuinen voor het huis, een “comptoir” en verdere opstal, alsmede het pakhuis, staande naast voornoemde houttuinen, met de kade voor het huis, “drie breet”, staande en gelegen op de Engelenburgerkade tussen het huis van Arnolt Walraven en dat van Nicolaas Klijkluijt.

ORA Dordrecht inv. 802, f. 34v e.v.: op 4 mei 1700 verklaart Warnard Blanckestijn, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan de weduwe van Martinus Kloens een somma van 4000 gl., verbindende een huis en pakhuis op de Engelenburgerkade, staande tussen het huis van Aernout Walraven en dat van Nicolaes Cleijcluijt.]

N. Klijkluijt 0-15

Klaas Joosten van Tienen[timmerman] 0-15

[NG trouwboek Dordrecht 14 juli 1675 Claes Joosten van Thienen timmerman jongman wonende op de Noordendijk en Geertruijt Dole jonge dochter wonende in de Raamstraat beiden van Dordrecht, getrouwd 2 aug. 1675

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 104: op 29 sept. 1699 verklaart Claas Joosten van Thienen, huistimmerman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria Meurs, weduwe van Samuel van der Hijden, koopman te Dordrecht, een somma van 2000 gl., verbindende een huis op het Maartensgat, staande tussen het huis van Claas Clijkluijt en dat van Hendrick van der Pijpen. Waarborg: Arien Dura, mr. timmerman te Dordrecht.]

het pakhuis van Abram de Rad [koopman] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 127: op 22 juni 1680 verkoopt mr. Samuel Beijer, pensionaris van Rotterdam, als man van Anna Rees, enige dochter en erfgename van Franchoijs Rees, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 4525 gl. aan Abraham de Radt, koopman en burger van Dordrecht, een pakhuis, genaamd “den Noortsenboer”, staande op het 14e, 15e en 16e erf van de Engelenburgerkade, strekkende voor van de kade tot achter tegen de wal, belend door het huis vankapitein Francois Dole aan de ene zijdeen het huis van de koper aan de andere.]

denselven 0-16

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 40v e.v.: op 28 juni 1693 verkoopt mr. Hubert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, als executeur-testamentair van en voogd over de kinderen van Abraham de Rad, koopman en burger van Dordrecht, voor 3975 gl. aan Adriaan Dura mr. huistimmerman een huis met een loods ervoor en de kade “tot op het waterrecht doorgaende”, staandeop de Engelenburgerkadetussen het huis van Gerard van Eijsden en het pakhuis, vanouds genaamd “den Noortschen Boer”. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl.]

Gerard van Eijsden 1-10

Leendert Aartsz. Roos 0-18

de heer Willem van Neurenberg 1-10

f. 26

Laurens Teunisz. 0-8

de erfgenamen van de heer Govert van Eijssel 2-9

Samuel de Meij 1-1

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 144v: op 11 sept. 1694 verkoopt Johannes Phlippe, mazelaar en burger van Dordrecht, aan Adriaen Costerus, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. een huis aan de Gelderse Kade achter de Grote Kerk, staande tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van de weduwe van Govert van Eijssel.

Adriaan Kosterus [mr. zeilmaker] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 796, f. 70 e.v.: op 18 febr. 1690 verklaart Adriaen Costerus, mr. zeilmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina Bruijn, wonende te Dordrecht, een bedrag van 1200 gl., verbindende huis een op de Gelderse Kade, anders genaamd het Papenbolwerk, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Gijsbert van Asperen en dat van de weduwe van Samuel de Meij.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 8 e.v.: op 19 jan. 1700 verklaart Steven Pasman, makelaar “ter beurse”, als procuratie hebbende van Adriaan Costerus mr. zeilmaker en diens vrouw Maeijcken van de Kruijs, dat zijn principalen, die de huwelijkse voorwaarden, die zij hebbende gepasseerd voor notaris J. van Bijwaert op 10 okt. 1696, herroepen, schuldig zijn aan Roelant Roelantse, schipper op Londen, een somma van 2000 gl., verbindende een huis op het Papenbolwerk, staande tussen het huis van Anthonij van Asperen pondgaarder en dat van de schuldenaren.]

Antonij van Asperen [koopman, pondgaarder] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 12v e.v.: op 27 april 1677 verkoopt Jeremias van der Monden, gezworen reetrekker en burger van Dordrecht, voor3200 gl. aan Gijsbrecht van Asperen, pondgaarder en burger van Dordrecht, een huis op het Papenbolwerk, staande tussen de Leuvebrug en het huis van kapitein Matthijs Bax. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1700.

Oude Stadsarchief Menen – SAM OA B045, 14 juli 1709: “Compareerde s(ieu)r Michiel Pleinguer ende Antoine Laplace cooplieden binnen deser stede dewelcke onder eedt hebben verclaert dat de t’sestich last tarwe roge ende garste die s(ieu)r Antoine Van Haspere coopman tot Dhort voor de comparanten gecocht heeft sijn gedestineert om(m)e binnen deser stede ende de gone van Rijssel gelost ende vercoht te worden sonder dat direcktelyck oft indirecktelyck hun intentie is eenige van(de) voors(eyd)e graenen naer de vijanden te senden actum ter kennisse van d’heeren Jan Bap(tis)te Havet burghm(est)re ende Thomas Delvoye schepenen der stede van Meenen den 14 july 1709 (14-07-1709) ond(erteecken)t T. Delvoye” 

ORA Dordrecht inv. 809, f. 44: op 22 juli 1713 verkoopt Anthonij van Asperen, koopman te Dordrecht, voor 2868 gl. aan Fredrick Gront, koopman te Dordrecht, een huis achter de Grote Kerk, staande tussen de Leuvebrug en het huis van Hendrik Costerus, vanouds genaamd “Papenbolwerk”.]

Somma van het Eerste Kwartier 648 gl. 9 st. 4 p.

f. 27

Tweede Quartier

De Voorstraten [Wijnstraat] beginnende aan de Beurs bij den Waagstijger [bij het Scheffersplein aan de havenzijde]

“In 1590  werd de huizenrij aan de Wijnstraat gesloopt  om er een “merctvelt” te maken. Om Engelse kooplieden te plezieren en om inkomsten voor de stad te genereren, werd de Voorstraatshaven naast  de Tolbrug gedeeltelijk overwelfd, eerst (1659) door balken, later in 1667 door stenen bogen. Op die overbrugging werd een “bequame beurse” gemaakt, een plek waar de kooplieden konden onderhandelen. Het pleintje werd kortweg de Beurs genoemd, een naam die eeuwen later, toen het plein al lang niet meer zo heette, nog steeds werd gebruikt. De Beurs was aan weerszijden van een overdekte galerij voorzien, die op twintig houten pilaren rustt., Het gebouw had  een vierkante toren met uurwerk en slaande klok. Er stonden waterpompen bij, om te voorkomen dat het stinkende water uit de Voorstraatshaven werd gedronken. … [In 1829 werde de Beurs weggebroken] en een plein ontstond dat Beursplein werd genoemd. In 1862 werd de lantaarnpaal in het midden van het plein vervangen door een standbeeld van Ary Scheffer en kreeg het plein de naam Scheffersplein. (Dordt-Eigenaardig in AD/DE Dordtenaar van 12 april 2023)

het huis van Pieter van Kleverkerk, in 1689 afgebroken 1-17-8

het huis van Hend. Verheul, in 1689 afgebroken 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1631, f 22v e.v.: op 7 mei 1687 verkoopt Cornelis de Jongh, burger van Dordrecht, voor 2300 gl. aan Hendrick Verheul, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs aan de havenzijde, staande tussen het huis van Pieter van Kleverskercken en dat van Hermanus Raets. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2200 gl.]

Hermanus Raats 1-10

Samuel de Kuijser[winkelier, kaarsenmaker] 1-10

[ONA Dordrecht inv. 192, akte 159: op 27 nov. 1690 verkoopt Isaak van Bellen, koopman van twijn en burger van Dordrecht, als erfgenaam van zijn grootvader, Pieter van Bellen, voor 4000 gl. aan Samuel de Kuijsser, winkelier en kaarsenmaker, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs tussen het huis van Sijmon Claesz. Braet en dat van mr. Hermanus Raets.

id., akte 164: op 29 dec. 1690 verhuurt Samuel de Kuijsser voor 84 gl. per jaar aan Johannes Vogel, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van mr. Hermanus Raets en hethuis, dat wordt bewoond door Isaack van Bellen, welk huis hij, verhuurder, van Isaack van Bellen heeft gekocht.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 23 mrt. 1693: een baar voor de vrouw van Samuel de Kuijser bij de Beurs.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 126v: op 9 mei 1702 verkoopt Johan van Slingeland, rentmeester van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Dionisius van der Hel, vader van hetzelfde weeshuis, voor 3500 gl. aan Jacobus van Dijck, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van Herman Raats, mr. chirurgijn, en dat de erfgenamen van kapitein Sijmon Claasz. Braats.]

Simon Claasz. Braat 2-2

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 141: op 9 sept. 1702 verkoopt notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 1505 gl. aan Jacobus van den Blooke, mr. tingieter en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, genaamd “Rodenburgh”, staande tussen het huis van Arij Huijssert en dat van Jacob van Dijk. Het huis is nagelaten door Sijmon Claasz. Braat.]

Arijen A. Bieman 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 50v e.v.: op 21 mei 1711 verkoopt Jacobus Huijsers, burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan Moreel, als man van Lidia Huijsers, en Willem Alfonsz. Mijsbergh, als man van Berbera Huijsers, beiden wonende te Willemstad, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. van Hartell te Willemstad op 20 mei 1711, allen kinderen en erfgenamen van Arij Huijsers, korenmeter en “bieman” [imker] te Dordrecht, voor 1275 gl. aan Mattheus Renout, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, vanouds genaamd “den Bieman”, staande tussen het huis van Jan Joosten van Cappel en dat van de weduwe van Jacobus van den Bloocke.]

Jan Joosten van Cappel 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 12 juni 1672: Jan Joosten van Capel [sic] schipper jongman wonende op de Nieuwbrug en Lijsbeth Scheun jonge dochter wonende bij de Wijnbrug beiden van Dordrecht, getrouwd in De Lindt op 26 juni 1672]

f. 27v

Joannes Kok 1-4

Hendrik van Bemmel 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1636, f. 112 e.v.: op 19 mrt. 1698 verkoopt Hendrick van Bemmel, mr. goudsmid te Dordrecht, voor 1650 gl. aan Willem Gortsenius, apotheker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van Johannes Cocq en dat van Gerrit van der Burgh. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl.]

de weduwe van Cornelis Vogel 1-2

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 115v e.v.: op 13 mei 1694 verkopen Maria Vogel, Nicolaes Vogel en Aletta Vogel, meerderjarige dochter, en Johannes van Diest en Aert Coenen, burgers van Dordrecht, als voogden over Johannes Vogel, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Anna Coelevelt, weduwe van Cornelis Vogel, voor 1510 gl. aan Gerrit van der Burgh, halmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Boudewijn Volgraeff en dat van [Hendrik] van Bemmel. De koper is schuldig aan Jan Joosten van Elansbergen een somma van 1000 gl., verbindende het voornoemde huis.]

Boudewijn Volgraaff 1-4

[25 febr. 1662: Aert Boudewijnsz. Schoor, viskoper en burger van Dordrecht, als man van Susanneken de Groene, die eerder weduwe was van Willem Walen, verkoopt voor 2500 gl., met 2 gouden ducatons van elk 15 gl. en twee rosenobels van elk 11 gl. “tot een vereeringe voor de voorn. vercoopersse”, aan Sijmon Claesz. Braet, marktschipper van Dordrecht op Leiden, ten behoeve van degene, die hij als koper zal aanwijzen, een huis, genaamd “de Wildeman”, staande in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, tussen het huis van Lambert Jonckhout en dat van Cornelis Vogel. (ORA Dordrecht inv. 180, f. 43 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 7v: op 19 febr. 1665 verkopen Aert Schoor en zijn vrouw, Susanna de Groen, burgers van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Abraham de Wael, waagmeester en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, genaamd “den Wildeman”, staande tussen het huis van Lambert Jonckhout en dat van Gerrit Vogel.

4 mei 1694: Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Herman Volgraeff, wonende te Dordrecht, Jasper Volgraeff, wonende te Den Haag, en Cornelis Volgraeff, wonende te Leiden, kinderen en erfgenamen van wijlen Matthijs Volgraeff en Hester Dircxs, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Swanenburgh te Leiden en notaris Pieter Marijs te Dordrecht op resp. 28 en 29 april 1694, verkoopt voor 600 gl. contant aan Elisabeth Braet,laatst weduwe van Boudewijn Volgraeff en burgeres van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Jasper Outlandt. Koopster is schuldig aan Johan van der Burgh, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis in de Vleeshouwersstraat, staande achter het huis van Jasper Outlant, en een huis op de Groenmarkt, genaamd “den Wildeman”, staande tussen het huis van Johannes Diers en dat van de erfgenamen van juffrouw Vogel. (ORA Dordrecht inv. 798, f. 103 e.v.)]

Johan Dier [schoenmaker] 1-17

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 22v: op 3 mei 1661 verkoopt Dirck van Herwijnen, notaris en administrateur van de weeskamer van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Lambert Jonckholt, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, genaamd “de Bot”, staande tussen het huis van Johan van Woenssel en dat van Jan Schoon. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 3000 gl.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 184 e.v.: op 6 dec.1684 verkoopt Johan van Herwijnen, wonende te Bommel, zoon en mede-erfgenaam van Dirck van Herwijnen, voor 2600 gl. aan Johan Dier, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Both”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van mr. Johan Bladegom van Woensel en dat van Boudewijn Volgraeff, als man van de weduwe van Abraham de Wael.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 2 e.v.: op 9 jan. 1685 transporteert Dudlij Irisch, Engels koopman, als man van Elisabeth van Herwijnen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johannes van Herwijnen, aan Johan Dier, mr. schoenmaker, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Johan van Woensel en dat van Lijsbeth Braet, de vrouw van Boudewijn Volgraeff. De koopsom bedraagt 2000 gl. De koper is schuldig aan Johannes van Herwijnen een bedrag van 1000 gl. In margine: op 9 febr. 1693 is bij kwitantie gebleken, dat Dudlij Irisch voor rekening van zijn zwager een somma van 1000 gl. heeft ontvangen.]

Samuel Goris 1-17

Dirk Goris 2-2

[ONA Dordrecht inv. 192, akte 126: op 12 april 1690 verklaren ds. Johannes Goris, prorector te Amsterdam, Dirck Goris en Samuel Goris, burgers van Dordrecht, Marija Goris en Elisabeth Goris, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Jasper Goris, die in Leiden woont, allen kinderen en erfgenamen van Dircxken Hendricxdr., weduwe van Jasper Goris, dat bij de scheiding van haar nalatenschap aan Dirck Goris is toebedeeld een huis, genaamd “de Griffioen”, staandein de Wijnstraat bij de Wijnbrug, aan beide zijden belend door de huizen van mr. Johan Bladegom van Woensel, op voorwaarde, dat hij alle lasten en schulden van de boedel voor zijn rekening neemt.

Jasper Goris, trouwde NG Dordrecht 8 mei 1653 Dircxken Hendricx, begraven Dordrecht 19 jan. 1689 (een baar voor de weduwe van Jasper Goris bij de Wijnbrug, twee maal luiden)

Kinderen (o.a.: allen NGgedoopt te Dordrecht)

a. Hans Goris, mrt. 1634

b. Hendrick, febr. 1636

c. Marija Goris, geboren naar schatting ca. 1640

d. Jasper Goris, febr. 1641

e. Dirck Goris, juni 1642

f. Sibilla, 9 aug. 1643

g. Elisabeth Goris, 7 mrt. 1646

g. Samuel Goris, 17 febr. 1648]

de erfgenamen van juffrouw van Beaumont 2-2

juffrouw de Vries 2-5

[Het huis “Vinckenborch”: zie Ch. Weijts, Wijnstraat 166 – een pand met een rijke historie, Oud-Dordrecht, juni 2014, p. 85 e.v.

NG trouwboek Dordrecht 15 dec. 1652: Anthonij de Vries jongman van Dordrecht en Johanna van Feltrum heer Michielsdr. jonge dochter van Dordrecht beiden wonende in de Wijnstraat

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Feltrum de Vries, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1659

ORA Dordrecht inv. 799, f. 57v e.v.: op 13 juli 1695 verkoopt Adriaen Meijnaert, veertigraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Feltrum de Vries, raad ordinaris in de Raad en het Leenhof van Brabant, volgens procuratie gepasseerd op 27 april 1695 voor notaris L. Loeff te Den Haag, voor 1900 gl. aan Gijsbertus Schoen, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Wijnbrug, staande tussen die brug en het huis van mr. Johan Bladegem van Woensel, schepen in wette van Dordrecht.]

Wijnstraat 166 (aug. 2014)

de weduwe van Wouter Jansz. van de Nadort 0-6

[Barent Schuijnen, schoenmaker te Dordrecht, trouwde 1640 Trijntgen Floris Lambrechtsdr.

NG trouwboek Dordrecht 15 april 1640: Barent Schuijnen jongman van Bremen schoenmaker wonende in de Wijnstraat aan de Wijnbrug en Trijntgen Floris Lambrechtsdr. van Gouda wonende bij de Tolbrug

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Susanne Scheun (Schuen), gedoopt 1 febr. 1641, trouwde 1665 Wouter Jansz. van de Nadort

NG trouwboek Dordrecht 12 juli 1665: Wouter Jansz. van den Nadort jongman van Dordrecht schiptimmerman wonende bij de Wijnbrug en Susanneke Schuen jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 16 okt. 1679: een baar voor Wouter Jansz. ontvanger van de appelen bij de Wijnbrug

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 22 juli 1717: de weduwe van Wouter van de Nadort, met koetsen, één boven het getal

9 dec. 1673: Elijsabeth Jansdr. van Radesteijn, meerderjarige dochter, wonende te Dordrecht, verkoopt voor 900 gl. aan Jan Geeritsz. Cock, haar zwager, de helft van een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van de erfgenamen van Gillis de Heer en de erfgenamen van Barent Scheun, welk huis haar ouders, Jan Jacobsz. van Radesteijn en Anneken Barents, geprelegateerd hebben aan haar, verkoopster, voor de ene helft, en aan wijlen Cornelia van Radesteijn, vrouw van Jan Geeritsz. Cock, voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 788, f. 75 e.v.)

3 febr. 1707: voorwaarden, waarop Louis de Court, koopman te Dordrecht, wil laten veilen, ten eerste “een hecht, sterck, nieuw, weldoortimmert en extraordinaris wel te nering” staande huis met een wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Engelse kerk en het huis van Susanna Scheun, weduwe van Wouter van de Nadort, tegenwoordig bewoond door Louis de Court en tweedens een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen de Pelserbrug en het huis van Christiaen Loockerman wijnkoper, tegenwoordig bewoond door Johanna Catharina de Jongh. Bij de verkoping is het eerste object opgehouden op 7500 gl. Het tweede object is voor 1900 gl. verkocht aan Hermanus Groenendael. (ORA Dordrecht inv. 724, f. 33 e.v.)

b. Lucas Scheun, geboren naar schatting ca. 1645, schoenmaker, trouwde 1668 Neeltgen Jansdr. (van den Nadorst) (zie hieronder bij f. 102v)

c. Lijsbeth Scheun, geboren naar schatting ca. 1650, trouwde 1672 Jan Joosten van Cappel (zie hierboven bij f. 27)]

f. 28

Jacob Roscam 1-10

juffrouw Coxius 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1654, f. 57v e.v.: op 18 okt. 1735 verkopen mr. Hendrik Jan van Minnebeeke, Justus Theophilus van Minnebeeke en Jasper van Minnebeeke, wonende te Utrecht, kinderen en erfgenamen van Maria Coxius, echtgenote van mr. Cornelis van Minnebeeke, voor 500 gl. aan Pierre Samuel Calliachon, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug. De koper is schuldig aan mr. Jacob Stoop, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 550 gl., verbindende het gekochte huis in de Wijnstraat, alsmede een huis, staande tussen het Steegoversloot en het huis van Maria van Haarlem.]

burgemeester [Pompeus] de Roovere heer van Hardinxveld 2-15

[ORA Dordrecht inv. 814, f. 27 e.v.: op 27 mei 1723 compareert voor schepenen van Dordrecht mr. Samuel Everwijn, Oudraad, als executeur van het testament van mr. Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, als bij akte van kaveling en scheiding dd 23 april 1723, door de gezamenlijke erfgenamen daartoe geauthoriseerd en verkoopt aan Daniël de Meij, meester-twijnder te Dordrecht, een huis en erf in de Wijnstraat, staande tussen de Appelkelder en het huis van de heer Minnebeecq voor 600 gl. en 15 gl. rantsoen. [In de veilingakte beschreven als een groot “bekwaam” huis en erf in de Wijnstraat tegenover het andere huis, dat door De Rovere werd nagelaten, met achter een mooi uitzicht op de haven en op de Wijnbrug.] (ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)

Zie hieronder fol. 35v.]

de weduwe van Wouter Jansz. van de Nadort 2-8

[“De Appelkelder”.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 25 e.v.: op 12 juni 1683 verkoopt notaris Johan van der Hoop, als procuratie hebbende van Bejata [Beata] de Haen, weduwe van mr. Simon van Leeuwen, griffier in de Hoge Raad in Holland, volgens procuratie gepasseerd voor secretaris en schepenen van Zoeterwoude op 10 juni 1683, voor 2275 gl. aan Susanna Schuijn, weduwe van Wouter Jansz. van de Nadorst, een huis in de Wijnstraat bij de IJzeren Waag, staande tussen het huis van de erfgenamen van de vrouwe van Hardinxveld en dat van Jan Hutte. De koopster is schuldig aan verkoopster een somma van 1800 gl.]

Isaak Hutten[brandspuitmaker] 2-15

[15 mei 1657: Johan van Neurenbergh, oudraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaen en Jacobus Trip, Jean Coijmans, als man van Sophia Trip, Maria Trip, weduwe van Baltasar Coijman, en Josep Coijmans, als man van Jacoba Trip, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Elias Trip, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Benedict Vaddel te Amsterdam op 1 mrt. 1657, verkoopt aan Arnoult van der Goes een huis, staande omtrent de Wijnbrug tussen het huis van Dirck van Noij en de kerk van de Engelse Court. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 32v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1627 (nieuw), f. 9v e.v.: op 31 jan. 1679 compareren voor het Gerecht te Dordrecht notaris A. van Neten, als procuratie hebbende van mr. Franco van der Goes, oud-schepen van Delft, voor zichzelf en als voogd over de kinderen van zijn broer, wijlen mr. Andries van der Goes, heer van Naters en gewezen burgemeester van Delft, mr. Hendrick van Bleiswijk, oud-schepen van Delft en gecommitteerde raad ter admiraliteit van Rotterdam, als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Phillippina van der Goes, zijn overleden vrouw, en tevens als medevoogd over de kinderen van voornoemde Andries van der Goes, mr. Quirinus van Sonst, oud-schepen van Den Bosch, voor zichzelf en als voogd over de kinderen van Daniël van Wickelhuijsen, verwekt bij Maria van Sonst, en medeals voogd over de kinderen van ds. Arnout van Laren, predikant te Vlissingen, verwekt bij Alida van Sonst, allen kinderen resp. kleinkinderen van mr. Lasarus van Sonst, pensionaris van ‘s-Hertogenbosch, en van Maria van der Goes, voornoemde Franco van der Goes, Hendrick van Bleijswijck en Quirinus van Sonst samen tevens vervangende Catharina van Sonst, mr. Theodorus Gool, schout van Leiden, Mattheeus Gool, raadsheer in het Hof van Holland, en dr. Peter van der Wouw, als man van Alida van Gool, alle drie kinderen van prof. mr. Jacob Gool, verwekt bij Reijnburch van der Goes, samen erfgenamen van Aernout van der Goes. Comparanten verkopen voor 1600 gl. aan Isaack Hutten Jansz., brandspuitmaker en burger van Dordrecht, het huis, waarin Aernout van der Goes heeft gewoond en is overleden, staande in de Wijnstraat tussen de Wijnkoperskapel, “alsnu geapproprieert tot Engelse kerck”, en het huis van de kinderen van Jan Woutersz. van de Nadorst, genaamd “den Appelkelder”. De koper is schuldig aan de erfgenamen van Ida Brantwijck een somma van 1400 gl.]

[De Engelse Kerk, voorheen de Wijnkoperskapel.]

Adriaan Hekkenhoek [notaris] 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 18: op 10 april 1681 comp. Willem Raelhoff, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jasper van Wurtsenburgh, als man van Warnardina de Bel, en Warnard de Bel, beiden wonende te Den Haag, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. Terbeeck te Den Haag op 28 mrt. 1681, en tevens vervangende Hendrick en Maria de Bel, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Bartholomeus de Bel en Margarita Huttenus, echtelieden in hun leven wonende te Dordrecht. Zij verkopen voor 192

5 gl. aan Abraham de Melij, koopmansbode van Dordrecht op Den Haag, een huis in de Wijnstraat,  staande tussen het huis van Aelbert Cuijp en de Wijnkoperskapel.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 28v: op 29 juni 1683 verkoopt Abraham de Melij, koopmansbode van Dordrecht op Den Haag, voor 2500 gl. aan Adriaen Heckenhouck, notaris te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Aelbert Cuijp nomine uxoris en de Wijnkoperskapel. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1500 gl.]

ORA Dordrecht inv. 803, f. 38 e.v.: op 19 april 1701 verkoopt Adriaan Heckenhouck, notaris te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Meijer Salomons, wisselaar te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Pieter Onderwater en de Wijnkoperskapel, vanouds genaamd “den Wijngaart”. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.]

de heer Aalbert Kuijp [Albert Cuijp] 2-5

[Aelbert Jacobsz. Cuyp, geboren Dordrecht okt. 1620 (vermoedelijk in het huis “de Cleijne Nachtegael” aan de Nieuwe Haven [Oud-Dordrecht 2004, nr. 3, p. 20]), jongman van Dordrecht, wonende op de Nieuwbrug (1658), kunstschilder, diaken, ouderling, regent van het Heilig Geest- en Pesthuis ter Grooter Kerk, lid van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, woonde sinds 1663 in een huis in de Wijnstraat bij de Wijnkoperskapel, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 nov. 1691 (Aelbert Kuijp, gewezen mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, in de Augustijnenkerk begraven, eens “luijens”), trouwde NG Dordrecht 14/30 juli 1658 Cornelia Boschman, van Dordrecht, weduwe van Johan van den Corput, wonende in de Hofstraatm(1658), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 nov. 1689 (twee maal luiden over Cornelia Bosman, de vrouw van Aelbert Cuijp, begraven in de Augustijnenkerk)

(Cf. C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 64.) 

29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug [aan de zijde van de Voorstraat], staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 86: op 20 nov. 1663 verkoopt Johan Halling, lid van de Oudraad van Dordrecht, als testamentaire voogd over de kinderen van mr. Johan van de Corput en de kinderen van Emmerentia van de Corput, bij haar verwekt door Franchois van Bom, raad in de Hoge Raad van Holland, voor zichzelf en tevensvervangende Franchois van Bom, zijn medevoogd, voor 3800 gl. (boven op de 500 gl., waarop de roerende goederen, die in het huis staan, zijn getaxeerd) aan Aelbrecht Cuijp, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van Bartholomeus de Bel, stadhouder van de schout van Dordrecht, en het huis van Willem Pasman.

15 dec. 1691: mr. Adriaen van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, als man van Adriana van de Corput, en Pieter Onderwater, brouwer te Dordrecht, als man van Arendina Cuijp, beiden dochters van wijlen Cornelia Boschman, eerst weduwe van mr. Johan van de Corput, lid van de Oudraad te Dordrecht, en laatst echtgenote van wijlen Aelbert Cuijp, verkopen voor 525 gl. aan Adriaen van Wageningen, burger van Dordrecht, een tuin met tuinhuis, staande en gelegen op stadsgrond aan de westzijde van het Matena’s paadje tussen het huis van Van Malsen en de tuin van de weduwe Gelsdorp. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 400 gl. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 91 e.v.)]

Albert Cuijp, zelfportret

Aelbert Cuyp, drie kinderen in schaapherderskleding, Ferdinandeum Innsbruck

Kind:

a. Arendina Cuijp, gedoopt NG Dordrecht 10 dec. 1659, trouwde NG Dordrecht 11 nov. 1690 Pieter Onderwater

ONA Dordrecht inv. 203, f. 279: op 2 mrt. 1691 verleent Pieter Onderwater, brouwer te Dordrecht, als man van Arendina Cuijp, jongste dochter en mede-erfgename van Cornelia Boschman, die eerst gehuwd was met mr. Johan van de Corput, procuratie aan [naam niet vermeld] om voor de bewindhebbers van de WIC (kamer Rotterdam) over te boeken op naam van mr. Hendrick Onderwater, heer van Puttershoek, een aandeel van 600 gl. in de WIC, staande op naam van wijlen mr. Johan van de Corput. 

Jacob Failjart 2-2

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 34v: op 25 juli 1672 verkopen Cornelis Dermoeijen en Adriaen den Broeder, als voogden over de kinderen van Willem Pasman en Anneken Henricx, beiden overleden, voor 2600 gl. aan Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Aelbert Kuijp en de Hengstensteiger of de Kleine Kraan.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 303 e.v.: op 24 nov. 1685 verkopen Franchois Heijblom Abrahamsz. en Pieter Antonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, beiden voor zichzelf, en Dirck Spruijt en Johannes Melanen, als testamentaire voogden over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, voor 1725 gl. aan mr. Jacob Failjert een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Kleine Kraan, thans genaamd de Hengstensteiger, en het huis van Aelbert Cuijp.]

juffrouw van Leeuwen 2-5

de heer Pieter van Blokland 2-5

[mr. Pieter Brandwijk van Blokland, gedoopt NG Dordrecht 2 aug. 1665,jongman vanDordrecht en daar wonende (1693), dijkgraaf van Oud-Beijerland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1751 (mr. Pieter Brandwijk van Blokland, in de Wijnstraat, laat kinderen na, dijkgraaf van Oud-Beijerland, met een wapenbord, grote boete, 9 koetsen extra), zoon van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, burgemeester van Dordrecht, en Maria Stricken van Scharlaken (zie genealogie Brandwijk van Blokland op deze website). Hij trouwde Gerecht/NG Dordrecht/Overschie 19 april 1693 (de bruidegom geassisteerd met mr. Willem Brandwijk vrijheer van Blokland, oud-burgemeester van Dordrecht en dijkgraaf van de Alblasserwaard,zijn oom, ende bruid, met Adriana van der Hulck, weduwe van Gerard Francken, burgemeester van Dordrecht, haar moeder)Geertruijd Franken Gerardsdr., gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1672, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1693).]

f. 28v

de heer Nicolaas Staphorst 2-

Barent van der Net 2-15

de weduwe van ds. Theodorus Colvius 2-15

de heer Matteus Coddeus [apotheker] 2-15

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 46: op 26 jan. 1673 verkopen Steven Croon, kapitein in Nederlandse dienst, als man van Christina Hallingh, Geerard Croon, luitenant der cavalerie in Nederlandse dienst, en Adriaen van der Vecht, baljuw van Rhoon en Pendrecht, de twee laatstgenoemde comparanten als voogden over de zes onmondige kinderen van Franchois Hallincg, door hem verwekt bij Christina Dortmont, allen erfgenamen van Magdalena Vermasen, hun grootmoeder, die is overleden in Dordrecht, voor 6050 gl. aan Mattheeus Codees, apotheker en burger van Dordrecht een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van oud-burgemeester Johan van Meeuwen en dat van de erfgenamen van Jacob Geeritsz. van Ven. Bij de koopsom zijn inbegrepen goudleer en andere goederen, door schepenen van Dordrecht getaxeerd op een bedrag van 1700 gl. in totaal.]

Jacob Moliers [koopman] 1-5

[Het huis “Holland”.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 57v: op 3 dec. 1689 verklaart Jacob Moliers, koopman te Rotterdam, schuldig te zijn aan Hermanus van Meije, apotheker te Rotterdam, een somma van 5000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen het huis van Pieter van Cousten [sic] en dat van Mattheus Codeus, en nog twee huizen in de Oude Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van de erfgenamen van Hendrik van Esch en de Herman Huijstraet.]

Aarnout van Konsten [bakker] 1-17

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 3 e.v.: op 11 jan. 1679 verkopen Matthijs Bacx koopman en Arent van Neten notaris, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Belia Fennix, echtgenote van Aernout van Consten, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jacob Moliers, als man van de weduwe van Jacob Gerritsz. van Ven, en het huis van de kinderen en erfgenamen van ds. Isaack Lidius. Van Consten en zijn vrouw zijn schuldig aan kapitein Pieter van Slingelant een somma van 700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 77v : op 4 juni 1699 verkoopt Belia Fenix, weduwe van Aernout van Konsten, voor 1800 gl. aan Lijsbeth Schift, weduwe van Cornelis Neringh, een huis omtrent de Nieuwbrug tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van ds. Cansius en dat van de heer Van Ven.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 93 e.v.: op 23 mei 1716 verkoopt Johan Neringh, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis van Hombroek, als man van Magteltie Neringh, Pieter Vernimme, als man van Helena Neringh, Cornelis en Hendrik Neringh,en Pieter van Gelder, als man van Berbera Neringh, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Schift, weduwe van Cornelis Neringh, voor 1375 gl. aan Diderik van Stock, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van Jan Prinse en dat van Arij Plomp.]

ds. Joannes Kansius 2-10

[NG trouwboek Dordrecht 30 okt. 1667 (ondertrouw): ds. Joannes Canzius predikant te Piershil en Dina Liens jonge dochter wonende op de Nieuwe Kalkhaven

ORA Dordrecht 796, f. 34 e.v.: op 2 juni 1689 verkoopt Govert de Bont, “exploitier” van beide hoven van justitie, als procuratie hebbende van Sophia van Cleeff, weduwe van Rut de Ridder, in zijn leven pachter van diverse gemenelandsmiddelen, voor 4625 gl. aan Johannes Canzius, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de kinderen van ds. Isaack Lidius en dat van Aernout van Consten bakker.

ORA Dordrecht inv. 809, f. 96 e.v.: op 12 april 1714 verkoopt Dina Liens, weduwe van Johannes Cantius, predikant te Dordrecht, voor 3600 gl. aan Jan Prinse, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Dirck van Stock raffinadeur en het huis van de erfgenamen Neringh.]

juffrouw Lidius 2-10

[Isaac Lydius, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1604, predikant te Papendrecht (1632) en Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 nov. 1660, trouwde NG Haarlem 18 aug./10 sept. 1641 (met attestatie van Dordrecht) Johanna Joije, gedoopt NG Haarlem 29 aug. 1621, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 aug. 1677, dochter van Matheus Joije en Marie Tiebouts (Gens Nostra 209, p. 287)

– 16 febr. 1645: Johan Sijmonsz. in der Velde verkoopt voor 3400 gl. aan Isaac Lidius, predikant te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Matthijsz. Stoop en dat van de erfgenamen van Hendrick van Dilssen. Waarborg (voor de verkoper): Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 9v)

– 6 okt. 1645: Maria van Dilssen, echtgenote van mr. Willem de Bont, “hooch schout” van Leiden, verkoopt voor 2600 gl. aands. Isacus Lidius, predikant te Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staandeaan de havenzijde tussen het huis van de koper en dat van Pieter van Consen bakker. (ORA 775, f. 63v e.v.)

– 27 mei 1684: Mattheeus Lidius, predikant te Cillaarshoek, Josina Lidius, weduwe van ds. Thomas Baen, en Hendrick van Hoesen, als man van Maria Lidius, voor zichzelf en tevens vervangende Aletta en Jacoba Lidius, kinderen en erfgenamen van ds. Isaack Lidius en Johanna Joije, verkopen voor 1330 gl. aan Ruth de Ridder, pachter van verscheidene gemenelandsimposten, een huis in Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Aernout van Campen. (ORA Dordrecht inv. 793, f. 82 e.v.)

– 2 juni 1689: Hendrik van Hoesen, als man van Maria Lijdius, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Josina Lijdius, weduwe van ds. Tomas Baen, predikant te Heinenoord, ds. Thomas Chapman, predikant te Cillaarshoek, als man van Aletta Lijdius, en ds. Daniël Rolandus, predikant te Geervliet, als man van Jacoba Lijdius, volgens procuratie, gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijck te Dordrecht op 31 mrt. 1689, allen kinderen en erfgenamen van Johanna Joije, weduwe van ds. Isaacus Lijdius, predikant te Dordrecht, verkopen voor 2600 gl. aan Hermannus Neuspitzer, rector te Dordrecht, een huis [in de Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis, dat is nagelaten door Rut de Ridder en dat van de weduwe van Jacob Ouzeel. (ORA Dordrecht inv. 796, f. 30 e.v.)

– 23 mei 1703: Hendrick van Hoesden, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Barendina van Hoesden, weduwe van Hermanus Nuijtspitzer, rector van de Latijnse School te Dordrecht, voor de ene helft, en Marcelis de Raat, mr. bakker te Dordrecht, als man van Aletta Nuijspitser, en Barnardina Nuijspitser, meerderjarige ongehuwde persoon, samen voor een derde part in de wederhelft, en Johan Rijnier Kelderman, predikant te Zwijndrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer, Hermanus Kelderman, koopman te Amsterdam, samen voor een derde part in de wederhelft, en Johan Nuijspitzer, schepen van Emmerich, voor het resterende derde part in de wederhelft, waarvanlaatst

genoemde verkopers als fideïcommissaire erfgenamen van Hermanus Nuijspitser, resp. hun oom en broer, verkopen voor 2000 gl. aan Joachim van Stock, raffinadeur te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van ds. Johannes Cantius, predikant te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1640)]

Maria Ouzeel 2-10

Maaiken Stoop, vrouw van Jacob Ouzeel, portret door Samuel van Hoogstraten

[Maijken Stoop, geboren naar schatting ca. 1625 te Dordrecht, dochter van Cornelis Mathijsz. Stoop en Anneken Willemsdr. (Lobe)

NG trouwboek Dordrecht 8 dec. 1619 (ondertrouw): Cornelis Matthijsz. Stoop wijnkuiper jong gezel van Dordrecht woont tegenover den Toelast en Anneken Willemsdr. Lobe jonge dochter van Utrecht woont in de Pauw

NG trouwboek Dordrecht 7 juli 1647: Jacob Michielsz. Ouzeel wijnverlater jongman van Emden en Maijken Stoop Cornelisdr. jonge dochter van Dordrecht beiden wonende bij de Nieuwbrug, getrouwd op 23 juli 1647

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 11 jan. 1666: een baar tegenover de Nieuwbrug voor Jacob Ouzeel wijnkoper, twee maal luiden

ORA Dordrecht inv. 796, f. 10: op 15 mrt. 1689 verkoopt Maeijken Stoop, weduwe van Jacob Ouzeel, burgeres van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Maria Ouzeel, weduwe van Jan van Bercken, een huis in de Wijnstraat, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de erfgenamen van Fredrick Segersz. Blanckert en het huis van de erfgenamen van ds. Isaack Lijdius. Waarborg: Cornelis Ouzeel. Koopster is schuldig aan verkoopster een somma van 500 gl.]

Jacob Ouzeel, portret door Samuel van Hoogstraten (1661)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 42: op 23 april 1699 verkoopt Dirck Stoop, werkmeester, wonende te Dordrecht, als gemachtigde van de diakenen van de NG gemeente te Amsterdam, die geïnstitueerde erfgenamen zijn van wijlen Maria Ouzeel, weduwe van Jan van Bercken, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Backer te Amsterdam op 27 nov. 1698, voor 1200 gl. aan Joachum van Stock een huis in de Wijnstraat tussen de Nieuw- en de Wijnbrug, aan de ene zijde belend door het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van rector Neuspitser, en aan de andere zijde door het huis van Crijnis van der Heijs vleeshouwer, welk huis is nagelaten door voornoemde Maria Ouzeel.]

Fredrik Segertsz. Blankert 2-10

f. 29

Adriaan Moerbeek 1-4

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 174 e.v.: op 20 sept. 1696 verklaart Catarina Moerbeek schuldig te zijn aan Wessel de Ram een bedrag van 300 gl., verbindende een huis op de hoek van de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Crijnis van der Heijst en de Nieuwbrug. Op 4 dec. 1703 verklaart Sijmon van Wijk, als mede-erfgenaam van Wessel de Ram, dat de schuld volledig is afbetaald.]

Op de Nieubrugge

Lijntie van Loon 0-18

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 6, akte dd 5 febr. 1693: Lijntje van Loon, bejaarde dochter, is schuldig aan Mattheus van Nispen, landmeter en burger van Dordrecht, een somma van 100 gl., verbindende een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Adriaan Moerbeeck en dat van Jan van Orsou.

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 113: op 27 mrt. 1698 verkoopt Lijntje Jacobsdr. van Loo, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan Chrijnis van der Heijs, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan van Orsou en dat van de erfgenamen van Arijen Moerbeeck.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 april 1697: Kreijnis van der Heijst weduwnaar geboortig van Bergen op Zoom wonende bij de Nieuwbrug en Maeijcken Blanckert weduwe van Jan Segersz. van Dordrecht wonende bij de Visbrug, getrouwd op 12 mei 1697]

Jan van Orsou[schoenmaker] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 100v e.v.: op 23 juni 1678 verklaren Jan Pauwelsz. van Orsouw, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, en zijn behuwd zuster, Margrieta Wijndricx, meerderjarige, ongehuwde persoon, schuldig te zijn aan Cornelis van Ancker, medicinae doctor te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende eerstens een huis op de hoek van de Houtsteiger, strekkende voor van ’s herenstraat tot achter op de haven en staande tussen de Houtsteiger en het huis van de weduwe en erfgenamen van Leendert Geeritsz. van Vroeijesteijn, welk huis comparanten in gemeenschappelijke eigendom bezitten, en tweedens het huis, waarin de eerste comparant woont, staande op de Nieuwbrug tussen het huis van Andries Coster en dat van Lodewijck Lambertsz. van der Heijden, en tenslotte nog een achterhuis met tuin, gebruikt als vethuis of looijerij, staande omtrent het Nieuwkerkhof tussen de gracht en de tuin van Anthonij Molier.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 1 e.v.: op 11 jan. 1691 verklaart Jan Pauwelsz. van Orsouw, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Michiel van der Milt, korenmeter en burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende 1e een huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Houtsteiger tussen die steiger en het huis van de weduwe en erfgenamen van Leendert Gerritsz. Vroeijesteijn, 2e een huis op de Nieuwbrug, waarin hij, comparant, woont, staande tussen het huis van Andries Coster en dat van deweduwe vanLodewijck Lambertsz. van der Heijden, en 3e een achterhuis met tuin, thans gebruikt als vethuis of looierij, staande aan het Nieuwkerkhof tussen ’s herengracht en de tuin van Antonij Molier.]

Jan Buijs 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 87v: op 12 mei 1716 verkoopt Anna de Brevings, weduwe van Johannes Buijs, voor 325 gl. aan mr. Mattheus van den Broucke, presiderende burgemeester van Dordrecht, ten behoeve van diens echtgenote, Elisabet Franken, een huis op de Nieuwbrug aan de waterzijde, waar uithangt “den Beer”, staande tussen het huis van Willem van Hiesvelt en dat van de weduwe van Jan van Orsou.]

Willem van Hiesvelt 0-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 9: op 22 mrt. 1670 verklaart Hendrick Willemsz. Coster schuldig te zijn aan Willemijntgen Huijgen, weduwe van Jan Teunisz. van Deijl, een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Nieuwbrug, staande tussen de resp. huizen van Andries Willemsz. Coster]

Dirk Hend. Mutsert 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 123 e.v.: op 6 juni 1680 verkoopt notaris Hugo van Dijck, als curator van de boedel van wijlen Andries Willemsz. Coster, voor 1730 gl. aan Dirck Hendricxsz. Mutsaert, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, genaamd “de Pappegaeij”, staande tussen de afgebroken trap en het huis van Hendrick Willemsz. Coster.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 160: op 9 nov. 1694 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende kapitein Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, beiden geautoriseerd door het Gerecht van Dordrecht wegens de boedel van wijlen Dirck Hendricksz. Mutsert, voor 1900 gl. contant aan Thomas Jansz. Cane, ziekenbezoeker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande op de hoek van de haven, tussen de haven en het huis vanmeester Willem Hiesvelt, schoenmaker.]

Jan Koster 1-2

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 14: op 20 febr. 1675 verkoopt Andries Coster, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, aan zijn zoon Johannes Coster, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Steven Schul en ’s herensteiger. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 650 gl., die Adriana Aernouts op het huis sprekende heeft.]

De Nieuwbrug gezien vanuit de Voorstraat (jan. 2013).

Hend. Schul 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 35: op 25 juli 1672 verkopen Cornelis Dermoeijen en Adriaen de Broeder, als voogden van de weeskinderen van Willem Pasman en Anneken Hendricx, beiden overleden, voor 1350 gl. aan Hendrick Schul, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Andries Coster en dat van Thomas Hendriksz. Wittingh alias de Roobaert.]

Jan Buijs 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 85: op 17 mrt. 1688 verklaart Adriaen Cock, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Ludolff van Hattem, burger van Dordrecht, een bedrag van 300 gl., verbindende een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Schul de glazenmaker en dat van Jan Olinckhoff ” clockstelder”.]

Hend. de Vos [“fabriek”] 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 99v e.v.: op 30 april 1692

verkoopt Gerrit Olinckhoff, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Margarita Salomons, weduwe van Dirck van Doorn, zijn behuwd moeder, voor 755 gl. aan Hendrick Vos, “fabriek” en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug aan de Wijnstraatzijde, staande tussen het huis van Adriaen Cocq kleermaker en dat van Machteltje Jans.]

f. 29v

Magheltie Jans 0-14

[1 nov. 1679: Jacobus van der Wael, wonende te Heusden, zoon en mede-erfgenaam van Govert van der Wael en Geertruijt de Clauw, in hun leven gewoond hebbende te Dordrecht, verkoopt voor 710 gl. contant aan Ludolff van Hattem, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug aan de waterzijde, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Dirck van Dooren en het huis van Maria van Oosden. (ORA Dordrecht inv. 791, f. 68 e.v.)

4 mrt. 1688: Ludolff van Hattum, loodgieter en burger van Dordrecht, verkoopt aan Machtelt Jans, [meerderjarige ongehuwde persoon], burgeres van Dordrecht, voor 800 gl. een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van juffrouw Van Oosen en dat van Geerit Olinckhoff. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 244, f. 305 en ORA Dordrecht inv. 1631, f. 97v, akte dd 6 mei 1688)]

Maria van Oosen 1-2

Weer op de Wijnstraat

Tomas Jansz. van der Bliek 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 29: op 16 mei 1668 verkopen notaris Govert de With en Nicolaes Schelling, als executeurs-testamentair van Jan Fransz. van de Fijt, voor 1710 gl. aan Thomas Jansz. van der Bliek, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de kinderen van Adam van Kuijckhoven en de Nieuwbrug.]

juffrouw Kuijkhoven 3-0

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 143v: op 14 nov. 1671 verkoopt Adriaen Baen, klerk in de secretarie van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Pieter van Cuijckhoven, advocaat wonende te Dordrecht, voor 400 gl. aan zijn nichten, Anna, Maria, Agnes en Leonora van Cuijckhoven, dochters van wijlen Cornelis van Cuijckhoven, wonende te Dordrecht, een zesde part in een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Samuel Everwijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, en dat van Thomas Jansz. van der Blieck.]

Matteus van Nispen [landmeter] 2-2

juffrouw Roosboom 3-0

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 121 e.v.: op 26 april 1696 comp.Johanna Roosboom, meerderjarige, ongehuwde persoon, en Barent de Buck, koopman, als man van Anna Roosboom, beiden wonende te Rotterdam, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Huijbert Roosboom en Jacob Banheijningen, als man van Alida Roosboom, beiden wonende te Leiden, en tevensprocuratie hebbende van Cristoffel Roosboom, uitlandig zijnde, alsmede van Fredrik de Boer, als man van Henrica Roosboom, wonende te Hoorn, allen kinderen en erfgenamen, benevens Hendrick Roosboom, vanmr. Hendrick Roosboom, in zijn leven advocaat te Dordrecht, volgens de daarvan zijnde procuraties, resp. gepasseerd voor notaris H. van Aken te Leiden op 21 april 1696, voor notaris A. Cagvas te Hoorn op 21 dec. 1693 en voor notaris J. van Elslant te Hoorn op 14 febr. 1696, enzich tevens sterk makende voor Hendrik Roosboom, dieeveneens uitlandig is.De comparanten verkopen voor 2900 gl. aan Pieter Prinsen, koopman te Dordrecht, een huis in Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Samuel Everwijn, heer van Brandwijk, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, en dat van Adriaan Meijnaart, lid van de Raad van Veertigen te Dordrecht, welk huis hun vader resp. schoonvader is aangekomen”bij successie” dooroverlijden van zijn vader, Huijbert Roosboom. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1500 gl.

I. Huijbert Roosboom, geboren te Middelburg, o.a. substituut-secretaris van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 dec. 1669, trouwde 1e NG Dordrecht 7 nov. 1632 Johanna van Berendonck, 2e NG Dordrecht 12 febr. 1645 Dingna de Kock van Kerckwijck, weduwe van Adrianus Geisteranus

Ex 1:

II. mr. Hendrick Roosboom, gedoopt NG Dordrecht 1 mei 1634, advocaat voor het Hof van Holland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 mei 1670, trouwde NG Dordrecht/Nijmegen 15 juli 1657 Johanna Dufour, geboren te Nijmegen, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 13 dec. 1681

Kinderen (o.a.; allen NG gedooptin Dordrecht):

a. Dina, 29 dec. 1660

b. Huijbert Roosboom, 6 juni 1663

c. Anna Roosboom, geboren naar schatting ca. 1664, trouwde NG Rotterdam/Charlois 14/28 juli 1686 Barent de Buck, jongman van Rotterdam (1686)

d. Alida Roosboom, 15 juni 1665, jonge dochter van Dordrecht (1690),trouwde NG Rotterdam 8 mei 1690Jacob Banheijningen (van Banheijning), van Leiden (1690)

e. Christoffel Roosboom, 3 nov. 1666, opperstuurman bij de VOC, overleden 1718 in Azië, trouwde Hoorn/Grosthuizen 9 aug. 1699 Sofina (Jesijntje) Harlaeus

f. Henrick Roosboom, 13 mei 1669

g. Johanna Roosboom, geboren naar schatting ca. 1670, meerderjarig en ongehuwd in 1696

h. Hendrica Roosboom, 6 febr. 1671, trouwde Fredrik de Boer

Zie ook: http://www.kareldegrote.nl/Reeks108_Mostert.html]

de heer Adriaan Meijnaard 2-2

Maria van Oosen 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 68 e.v.: op 19 mei 1699 verkoopt Joost Hendricksz., koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Johan Cloens en Barent Hopman, kooplieden te Dordrecht, een huis, waar uithangt “Groot Valkenburgh”, staandeschuin tegenover de Gravenstraat tussen het huis, dat wordt bewoond door juffrouw Berck, en dat van de weduwe van Jan Verschuur.]

de weduwe van Joannes Verschuur 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 61v: op 17 sept. 1661 verkoopt Jacobmina Thibault, weduwe van Thomas de Wit, als procuratie hebbende van Gooswinus Hoeffslager, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris C. Hogeboom te Amsterdam op 3 sept. 1661, voor 2850 gl. aan Johannes van der Schuijre, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de kraan, genaamd “de Keijser”, en het huis van Claes Jansz. de Bree bakker. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.

I. Hendrijc Hoefsleger Corstiaensz., koopman van Dordrecht, wonende te Amsterdam (1612), trouwde NG Dordrecht 12/28 febr. 1612 (procl. Amsterdam en Utrecht)Anna van Veersen Goossensdr., van Venlo, wonende tegenover de Mattensteiger naast Repelaer (1612)

Kind:

a. Gooswijn Hoefslager, volgt II

II. Gooswijn Houffslager (Hoeffslager) Henriksz., jongman van Amsterdam wonendeomtrent de Nieuwbrug (1643), raad in Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 22 mrt./14 april 1643 Maria de Witt, geboren 20 nov. 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1643), dochter van Thomas de Witt Nicolaasz. en Jacomina Thibouts Francoijsdr.

Kind:

a. mr. Henrik Houffslager, gedoopt NG Dordrecht okt. 1644, jongman van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1678), luitenant van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, licentiaat in de rechten, advocaat voor het Hof van Holland, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 febr. 1702 (kapitein Hendrick Hoefsleger, wonende aan het Groothoofd), trouwde NG Dordrecht 30 okt. 1678 (ondertrouw) Elisabeth de Vries, jonge dochter van Dordrecht (1670), weduwe van Dordrecht wonende bij de Beurs (1678), trouwde 1e NG Dordrecht 28 sept./21 okt. 1670 Pieter van Neurenburch, jongman van Dordrecht (1670)

(Balen, o.c., p. 1303-1304)

– 6 jan. 1676: mr. Henricus Hoeffslager, advocaat voor het Hof van Holland, maakt zijn testament. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 150 gl. Tot erfgename van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn grootmoeder van moederszijde Jacobmina Thibouts, weduwe van Thomas de Witt. (ONA Dordrecht inv. 186 f. 1 e.v.)

– 30 juni 1677:Jacobmina Thibouts, weduwe van Thomas de Witt, burgeres van Dordrecht, ziek in een stoel zittende, testeert. Zij legateert aan Johanna Joijen, weduwe van ds. Isaack Lydius, haar nicht, en aan de kinderen van wijlen Josijna Joijen, eveneens haar nicht, al haar kleren. Legaat voor het Sacramentsgasthuis, waarvan zij buitenmoeder is: een bedrag van 200 gl.,legaat voorde NG huisarmen te Dordrecht: een bedrag van 300 gl. De testatrice wenst, dat ten behoeve van Henricus Hoefsleger, zoon van haar overleden dochter Marija de Witt, zal worden belegd een bedrag van 6000 gl., waarvan hij zijn leven lang het vruchtgebruik zal mogen genieten, en waarvan de eigendom na zijn overlijden zal komen op zijn wettige kinderen of bij ontbreken daarvan haar erfgenamen ab intestato. Tot erfgenaam van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kleinzoon Hendrick Hoefsleger. Als hij bij haar overlijden in het buitenland verblijft, moet zijn erfdeel beheerd worden door Arent Muijs van Holij, burgemeester van Dordrecht,en ds. Jacobus Lydius, haar aangetrouwde neef. Alleen zijn vader Gosuinus Hoeffsleger mag dan toegang hebben tot zijn te erven goederen. Voogd: Arent Muijs van Holij. (ONA Dordrecht inv. 186, akte 185)

– 30 nov. 1678: Jacobmina Thibouts, weduwe van Thomas de With, lid van de Oudraad te Dordrecht, geassisteerd met haar “neve” [kleinzoon] mr. Hendrick Hoeffsleger, licentiaat in de rechten, verklaart ontvangen te hebben van Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, een somma van 733 gl. 6 st. 8 penn. en dat als betaling van een derde en een dertigste part in vier obligaties ten laste van de ambachtsheer en – vrouwe van Dubbeldam. (ONA Dordrehct inv. 277, f. 138 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 58: op 14 nov. 1675 verklaart Johannes Verschuijren, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Helman van de Heuvel een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Grote Kraan en het huis van Maria van Oosden.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 157v: op 6 nov. 1694 verkoopt Pieter de Both, expoitier van de Hoge Raad van Holland, als gemachtigde van het Gerecht van Holland, voor 1150 gl. aan Cornelis Spijckers, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de plaats van de Grote Kraan en het huis van Maria van Oosen. Het huis islaatst

eigendom geweest van Ester Boulée, weduwe van Bartholomeus Verschuer, mr. kleermaker te Dordrecht.]

Gerard Selis 2-5

f. 30

Barent van Onna[mr. kleermaker] 1-0

[NG trouwboek Dordrecht 6 aug. 1684: Barent van Onna kleermaker jongman van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp en Stijntje Selis jonge dochter van Juchem wonende op de Boom, getrouwd 20 aug. 1684

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 47v: op 3 sept. 1675 verkoopt Maeijcken Aerts, weduwe van Joost Hendricxsz. Daemen, huurvaarder en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Claes Hendricsz., schipper wonende te Rotterdam, een huis in de Wijnstraat omtrent de Grote Kraan, staande tussen het huis van kapitein Coenraet van Ceulen en dat van Jan van Eijsden.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 114v: op 9 sept. 1688 verkoopt Claes Hendricsz. de Joncker, wonende te Rotterdam, voor 650 gl. aan Barent van Onna, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Geerit Selis en dat van Lambert van Bree.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 123v: op 4 mei 1702 verkoopt Barent van Onna, mr. kleermaker te Dordrecht, voor 760 gl. aan Cornelis Verveer, mr. bakker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Lambert van Bree en dat van Jan van Eijsden. De koper is schuldig aan Adriaan Cok, mr. kleermaker, een bedrag van 500 gl.]

Lambert van Bree 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 4: op 1 febr. 1661 verkoopt Coenraet van Ceulen, als man van Cornelia Jansdr. van Liesvelt, aan Johan Palm en dr. Johan de Jong, als voogden over de kinderen van Isaac Nachtegael, een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerd op de helft van een huis in de Wijnstraat, staande naast het huis van Jan Joosten bakker, en op de helft van een pakhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Pieter de Carpentier en de stal van burgemeester Abraham van Beveren, heer van Barendrecht.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 29v: op 2 juli 1683 verkopen Isaack van Hommerich, koopman te Amsterdam, en zijn vrouw, Elisabet van Lisvelt, als dochter en mede-erfgename van Cornelia Meijs, weduwe van Jan Willemsz. van Lisvelt, voor 855 gl. aan Franchois Francken, koopman te Dordrecht, de helft van een huis in de Wijnstraat omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Joosten Filleboort en dat van Maeijken Joosten.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 56v e.v.: op 1 dec. 1685 verkoopt Francois Francken, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Coenraet van Ceulen, voor 1800 gl. aan Lambert van Bree, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande recht tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van Maeijken Joosten en dat van Joost Jansz. Filleboort. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 450 gl.]

Cornelis Verveer [bakker] 1-17

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 106: op 21 mei 1658 verkoopt Cornelis Vaens, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jan Joosten Villeboort, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Willemsz. van Liesvelt en dat van Jacob Beeck.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 19 e.v.: op 5 mei 1689 verkoopt notaris Elias Venlo, als administrerend voogd over de minderjarige erfgenaam van Jan Joosten Villeboort, voor 2650 gl. aan Cornelis Verveer, bakker en burgers van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Godefridus Schalcken en dat van Lambert van Bree. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1650 gl. De koper is schuldig aan Huijbert van der Hoop, advocaat te Dordrecht, 1000 gl., verbindende het genoemde huis, alsmede 5 gemeten land in de Kortebloocken onder de jurisdictie van Zevenbergen.]

Godefridus Schalken [kunstschilder] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 792, f. 154v e.v.: op 31 dec. 1682 verkoopt Helman van de Heuvel, koopman te Rotterdam, enige zoon en erfgenaam van Geerit van de Heuvel, voor 2024 gl. aan Godefridus Schalcken, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Gijsbert van der Kemp en dat van de erfgenamen van Jan Joosten Filiboort.]

Godfried Schalcken (zelfportret, 1679)

de weduwe van Gijsbert van der Kemp 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 148: op 6 aug. 1664 verkoopt Arent van Neten, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van het huis, dat is nagelaten door Maria van der Wielen, de vrouw van Anthonij de Focker, voor 3600 gl. aan Arnoldus Beijen, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Maria van den Corput Johansdr. en dat van Geerit van den Heuvel.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 138v: op 29 okt. 1671 verkoopt Arnoldus Beijen, koopman wonende te Rotterdam, voor 3000 gl. aan Gijsbert van der Kemp, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Maria van den Corputh en het huis van het weeskind van Geeridt van den Heuvel.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 73 e.v.: op 20 jan. 1682 verklaart Gijsbert van der Kemp, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Clara de Vries een somma van 2000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat tegenover de Schrijversstraat, staande tussen het huis van Helmich van den Heuvel en dat van Maria van de Corput. In margine: op 12 jan. 1702 verklaart Samuel Lambinon, als man van Adriana Bax, eerder weduwe van Gijsbert van der Kemp, dat de schuld volledig is voldaan.]

juffrouw Beverwijk 1-16

Joost Hendrixe 3-4

[ONA Dordrecht inv. 180, f. 560 e.v.: testament dd 11 mrt. 1664 van Anna Hoefijsers, weduwe van Willem Beeck, gezond van lichaam en geest. Legaten: aan Tijmon Corte, oudste zoon van haar overleden zuster, 1000 gl.; aan haar neef Martinus Corte een obligatie van 1000 gl. te zijnen laste; aan haar neef Isaack Corte 1000 gl. Dat alles op voorwaarde, dat de legatarissen na haar overlijden niet meer uit de goederen, die zij van haar broer zaliger, Dirck Hoeffijsers, in vruchtgebruik heeft, zullen ontvangen dan een bedrag van 4600 gl. Nog een legaat voor Celichien Dircxdr., haar dienstmaagd: een bed met beddengoed en een somma van 600 gl. Tot erfgename van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar nicht Geertruijt Bacx, dochter van wijlen ritmeester Maurits Bacx, en tot executeur-testamentair en voogd Johan Schoormans, notaris te Dordrecht. Zij tekent met haar naam.

ONA Dordrecht inv. 181, f. 530 e.v.: op 13 jan. 1667 testeert Anna Hoeffijsers, weduwe van Willem Beeck, burgeres van Dordrecht, ziek van lichaam, gezond van geest. Legaten: aan Geertruij Bacx, haar nicht, die bij haar inwoont, 2700 gl., een groot nieuw bed met beddengoed, de grauw zijden behangsels in de middenkamer, al haar, testatrices, kleren, haar cymbaal “metten voet daaeronder staende”, een aantal meubels, een grote Bijbel, alle portretten, met uitzondering van het portret van haar oom Arnoldus Cornelius, dat aan haar neef Martinus Corte toebehoort; aan raadsheer Johan Moons de portretten van de ouders van haar overleden man, en “het Marija stuck daer het kindeken Jesus in staet” en dat achter in het salet hangt; aan ds. Henricus Dibbetius, predikant te Dordrecht, twee landschappen in het voorhuis; aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht 200 gl.; aan het Arme-Weeshuis te Dordrecht, waarvan zij Moeder is 150 gl. en 50 gl. voor het houden van een maaltijd voor de weeskinderen; aan Martinus Hoochcamer en Yda Hoochcamer, haar neef en nicht, elk 50 gl.; aan Jan en Carel Corten, zoons van Jacobus Corten, haar neef, elk 50 gl.; aan haar goede bekende, Adriana Cop, weduwe van Jan Jarde, 50 gl.; aan Selichien Dircx, haar dienstmaagd, 300 gl. en nog 70 gl. voor het maken van een rouwkleed, en een bed met beddengoed; en aan Catherijne de Crauw, de nicht van haar dienstmaagd, 30 gl. vooreen rouwkleed. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij de kinderen van Martinus Corte ende kinderen van Isaack Corte, haar neven, elk voor de helft, op voorwaarde, dat haar beide neven van die goederen hun leven lang het vruchtgebruik zullen hebben. Tot executeur-testamentair benoemt zij Johan Schoormans, achtraad van Dordrecht. Zij tekent met haar naam.

ONA Dordrecht inv. 197, f. 382 e.v.: inventaris van de boedel van wijlen Anna Hoeffijsers, weduwe van Willem Beeck, opgemaakt op 18 juli 1674 op verzoek van Isaack Corten, wonende te Amsterdam, vader van Catharijna en Sara Corten, enige erfgenamen van Anna Hoeffijsers. Tot de nalatenschap behoren o.a.:

– een huis in de Wijnstraat. genaamd “Groot Valckenburch”, staande tussen het huis van de weduwe van Jean Jarde en dat van de vrouw van W. van Beverwijck, in welk huis Anna Hoeffijsers gewoond heeft en overleden is. De wijnkelder eronder is verhuurd aan Gijsbert van de Kemp voor 5 gl. per maand,

– de helft van een huis in de Wijnstraat, waarin de Bank van Lening wordt gehouden, staande tussen het huis van jonkheer Johan Nicolaes van Malepert, heer van Craeijesteijn, en dat van de weduwe van burgemeester Johan van Meeuwen, verhuurd aan Thomas van der Merck, heer van de Leur, voor 330 gl. per jaar

-een schilderij van de Verloren Zoon door Lange Pier [bijnaam van de Amsterdamse schilder Pieter Aertsen, overleden in 1575].

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 17v e.v.: op 19 mrt. 1675 verklaren Johannes Melaenen en Johannes Hellu, notarissen te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Hoeffijsers, weduwe van Willem Beeck, koopman te Dordrecht, beidenaldaar overleden, dat Dirck Hoeffijsers, in zijn leven wonende te Amsterdam, bij testamentaire dispositie onder de hand en de superscriptie daarop gepasseerd voor notaris W. Creusen te Haarlem op 30 april 1627, tot universele erfgename benoemd heeft zijn zuster,voornoemde Anna Hoeffijsers, evenwel op voorwaarde, dat, indien zij komt te overlijden zonder wettige nakomelingen na te laten, zijn nalatenschap vervolgens zal toekomen aan de kinderen van zijn oudste zuster Baerten Maertensdr. Hoeffijsers. Nu Anna is kinderloos is gebleven en inmiddels is overleden, hebben de comparanten uit haarboedel aanbedeeld aan IsaacqCorten, koopman te Amsterdam, als zoon van Baertgen Martensdr. Hoeffijsers, een huis in de Wijnstraat, waarin Anna Hoeffijsers is overleden, staande tussen het huis van de echtgenote van Willem van Beverwijck en dat van de weduweJan Jarde. In ruil daarvoor zal Corten gehouden zijn aan Heijlwigh Elisabeth Moens,als legataris in de boedel van Willem Beeck en Anna Hoeffijsers, moeten voldoen een somma van 2000 gl., in minderingvan een legaat van 12.000 gl. aan haar, Heijlwigh, gemaakt door wijlen Willem Beeck volgenstestamentaire dispositieonder de hand en de superscriptie van notaris D. Eelbo te Dordrecht dd 29 dec. 1631. Corten verklaart, dat hij met die voorwaarde akkoord gaat.

ONA Dordrecht inv. 185, f. 306: op 20 mrt. 1675 verklaren Adriana Cop, weduwe van Johan Jarde, en Isaack Corten, wonende te Amsterdam, dat zij Anna Hoeffijser, weduwe van Willem Beeck, menigmaal hebben horen zeggen, dat Johan Moons, in zijn leven raadsheer in de Hoge Raad in Holland, en Heijlwich Elisabeth Moons, zijn zuster, zijn “naergelaten kinderen vande voorn. sr. Willem Beeck zaligers moeders susters zoon” en dat Heijlwich, nu zijde langstlevende van hen beiden is,alleen recht heeft op de helft van een legaat van 12.000 gl., hetwelk Willem Beeck aan zijn naaste verwanten en erfgenamen ab intestato gemaakt heeft en waarvan hij bepaald heeft,dat zij dat legaat zouden ontvangenwanneer zijn vrouw overleden is.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 122: op 25 mei 1680 verkoopt Isaack Corten, koopman te Amsterdam, voor 2950 gl. aan Joost Hendricxse, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan Jarde en dat van de vrouw van Willem van Beverwijck. De koper neemt te zijnen laste een kapitaal van 2000 gl., welke Heijlwich Elisabeth Moens op het huis sprekende heeft.]

de weduwe Welsenis 0-16

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 57v e.v.: op 26 aug. 1679 verklaart Jacobmijna Cop, weduwe van Jacobus van Welsenes, als enige erfgename van Adriana Cop, weduwe van Jan Jarde, schuldig te zijn aan Anna de Meijer een bedrag van 400 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de Schrijversstraat tussen het huis van de erfgenamen van Fredrick Roscam en het huis van Isaack Corten.]

Jacob Roskam 1-14

Willem Burgers[wijnkoper] 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 14: op 5 mei 1685 verkoopt Ursela van Nerum, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 1150 gl. aan Willem Borgers, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Schrijversstraat, vanouds genaamd “den Vogel Fenix” en staande tussen het huis van Geertruijt Brantwijck en dat van Jacob Roskam.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 83: op 8 dec. 1705 verkopen Dirck Marchall, koopman te Dordrecht, en Abraham Marchall, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, als voogden over de kinderen van Willem Borgers, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 965 gl. aan Karel van der Eijk, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Gravenstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe Arlebout en dat van Jacob Roscam.]

f. 30v

dr. Gijsbert Arlebout 2-12-8

[Gijsbertus Arlebout, trouwde Elisabet Lena (Sena)

Kinderen (o.a.):

a. Susanna Arlebout, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1688, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Schrijversstraat (1710), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/28 okt. 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder en stiefvader) Bartholomeus Forcade, jongman geboortig van Leiden, predikant in de Waalse kerk te Dordrecht (1710)]

juffrouw Franken 1-17-8

Geerard Walen[garentwijnder] 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 113: op 7 sept. 1688 verkopen Abraham de Heus azijnmaker en zijn vrouw, Anna van Gevenhuijsen, wonende te Gorinchem, voor 2000 gl. aan Gerard Walen, garentwijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Arijen Joppensteiger [Wijnsteiger] en het huis van de weduwe, kinderen en erfgenamen van Jenefaes Francken. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl.]

NG trouwboek Dordrecht 21 mei 1679: Gerard Waelen twijnder jongman wonende op de Lindengracht en Johanna Neringh jonge dochter wonende op de Tolbrug beiden van Dordrecht, getrouwd op 6 juni 1679

4 juli 1725: voorwaarden waarop Magtelt, Willemijna en Johanna Walen, gezusters wonende te Dordrecht, tezamen en elk afzonderlijk bij besluit van het Gerecht te Dordrecht dd 16 mei 1724 geautoriseerd zijnde tot het beheer en de administratie van de goederen van hun moeder Johanna Neering, weduwe van Geerard Walen, willen laten verkopen door B. van der Star, notaris in Dordrecht, een “hegt, sterk en extraordinaer welgelegen huijs”, staande in de Wijnstraat “om de hoek van” de Wijnsteiger tussen die steiger aan de ene zijde en het huis van de heer Hopman, commies ter recherche, aan de andere, welk huis wordt bewoond door de eigenaresse, voornoemde Johanna Nering. Op 7 juli 1725 wordt het huis “uijtter handt” verkocht aan de inzetter, Jan de Haan, voor 1300 gl. Koper tekent met “Jan de Haan makelaar voor sijn meester”. (ONA Dordrecht inv. 853, akte 44)]

[De Wijnsteiger]

de heer Adriaan Meijnaart [notaris] 3-5

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 47v e.v: op 14 aug. 1677 verkoopt Hartloff van Schellebeeck, op verzoek van zijn moeder en met toestemming van het Gerecht, voor 3000 gl. aan Adriaen Meijnaert, notaris te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Adriaen van Bleijenbergh, heer van Naaldwijk en oud-burgemeester van Dordrecht, en de Arien Hoppenbiersteiger {Wijnsteiger}]

de weduwe van de heer van Naaldwijk 3-5 

[“Mr. Adriaen van Blijenburg, heer van Naaldwijk, geboren Dordrecht 3 november 1616, aldaar overleden 10, begraven 16 september 1682i n de Grote Kerk. Hij huwde te Dordrecht 16 mei 1645 met Levina de Vrieze (geboren Dordrecht 14 april 1623, aldaar overleden 1 maart 1700; dochter van Mr. Dingeman Cornelisz de Vrieze, raad en schepen van Dordrecht). Hieruit 16 kinderen van wie er 12 jong stierven. Op 12 juni 1634 ingeschreven als student in de rechten te Leiden; vermoedelijk gepromoveerd (hij voerde de titel meester in de rechten) tijdens de grand tour naar Italië die hij in 1646 samen met de Dordtse jonker Matthijs van de Merwede en de Leidse hoogleraarszoon Nicolaes Heinsius ondernam. Hij was heer van Naaldwijk, waardijn van de Munt vanaf 1638 en ridder in de Orde van St.-Michiel. Schepen van Dordrecht in 1642-43 en 1651-52, burgemeester 1656-58, 1672, 1676-77 (gekozen door prins Willem III); lid van de Raad van State 1668-70, gecommitteerde raad van Holland 1673-75 en gedeputeerde te velde bij de slag van Seneffe in 1674. Op 15 april 1666 werd hij gecommitteerd tot de opvoeding van de prins van Oranje, Willem III (1650-1702). Het ambt van waardijn ging na zijn dood over op zijn oudste zoon Adriaen VII … Twee andere zoons Dingeman (geboren 21 april 1650), kapitein infanterie, en Jacob (geboren 8 april 1653, overleden 1679) stierven ongehuwd. Jacob legde op 12 juli 1667 de eerste steen van de nieuwe Beurs te Dordrecht. Adriaens dochter Charlotte Elisabeth (gedoopt Dordrecht 30 juni 1663, overleden 1729) huwde Mr. Johan Johansz van der Burch (1660-1732), veertigraad 1695, acht 1696, schepen van Dordrecht 1697, 1703, 1707 en 1711 en bij erfopvolging heer van Naaldwijk; zij stierf als laatste naamdrager Van Blijenburg.” (RA Dordrecht)

Het Serment van de Munt door Samuel van Hoogstraten (1657), middenvoor zit Adriaen van Blijenburch, waardijn.

de stal van de vrouwe van Naaldwijk 1-5

mevrouw Molenschot 1-0

deselve 2-19-8

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 47v e.v.: op 3 sept. 1675 verklaart Elijsabeth Clandt, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Marinus Corvincx., wonende te Tholen, als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Maria van der Loo, en als voogd van het kind van Elijsabeth Clandt, bij haar verwekt door Willem van der Loo, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Marinus van Rosevelt te Tholen op 27 juli 1675, dat haar principaal in zijn voornoemde hoedanigheid schuldig is aan Willem van Bleijenbergh, achtraad van Dordrecht, en Pieter Nolthenus, pondgaarder te Dordrecht, als voogden over Johannes Pietersz. van Wesel, een somma van 800 gl., welke geleende penningen zijn aangewend ter voldoening van de kapitale lening, de 100e en 200e penning en andere lasten over de goederen, die haar principaal in zijn genoemde hoedanigheid zijn aangekomen in de boedel van wijlen Cornelis van der Loo, geheven in de jaren 1673 en 1674, verbindende drie huizen in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, nagelaten door Cornelis van der Loo en staande tussen het huis van Adriaen van Blijenburgh, heer van Naaldwijk en oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van Alewijn van Halewijn. Mr. Meijnder van Segwaert, als ontvanger van de verponding en de”reëele lasten” over de huizente Dordrecht in het jaar 1673, en Pieter de Bruijn, ontvanger van de personele 200e penning te Dordrecht, verklaren, dat zij het voornoemde bedrag van 800 gl. ontvangen hebben.

ORA Dordrecht inv. 1626, f 97: op 7 juni 1678 verkopen mr. Franchois de Caasteker, advocaat te Dordrecht, als voogd over het kind van wijlen Willem van der Loo, tevens als procuratie hebbende van Jacob Dallens en Jaques van der Heijden, voogden over de kinderen van wijlen Maria van der Loo, verwekt door Marinis Corvincx, allen kindskinderen en erfgenamen van Soeta Musch, weduwe van Cornelis van der Loo, lid van de Oudraad te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. van Rosevelt te Tholen op 11 mrt. 1678, verkopen voor 6400 gl. aan Catharina Splinter, weduwe van mr. Rochus van Moleschoth, vroedschap en pensionaris van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd met een klein huisje daarnaast, staande tussen het huis van Adriaen van Bleijenborgh, heer van Naaldwijk en burgemeester van Dordrecht, en het huis van Arnoldina van Beaumont, weduwe van Alewijn van Halewijn, lid van de Oudraad te Dordrecht, en strekkende voor van de straat tot achter op de haven. Van de kooppenningen zullen “gedisponeert werden met het houden van preferentie, ende ’t selve huijs daermede van alle belastingen werden gesuijvert”. ]

mevrouw van Halewijn 2-5

[I. Alewijn NN, trouwde NN

Kinderen:

a. Francois van Halewijn (Franchois Alewijnsz.), volgt II

b. Alewijn Alewijnsz., trouwde Adriana Jansdr. van den Haege, dochter van Jan Govertsz. van den Haege en Digna Geeritsdr.

ORA Dordrecht inv. 1595, f. 48 e.v.: op 7 juni 1618 verkopen Dirck Pietersz. van den Honert, achtraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geerit Jansz. van den Haege, voor een vierde part, Franchois Alewijnsz., achtraad van Dordrecht,als de voogd van de kinderen van zijn broer, Alewijn Alewijnsz., verwekt bij Adriana Jansdr. van den Haege, voor een vierde part, Pieter van Gelre, secretaris van de stad Tholen, als man van Marijken Jansdr. van den Haege, voor een vierde part, en Jan Pietersz. Vekemans, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elias Schoock, als man vanGeertruijdt Jansdr. van den Haege, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Zaltbommel op 16 mei 1618, voor het laatste vierde part, allen kinderen resp. kleinkinderen en erfgenamen van Digna Geeritsdr. [weduwe van Jan Govertsz. van den Haege], voor 5700 gl. aan Servaes Helling een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Anthonis Schut kuiper en dat van Cornelis Sandersz. Geerit Helling, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Servaes Helling, zijn zoon, verklaart schuldig te zijn aan de vier verkopers elk een bedrag van 825 gl.

II. Francois van Halewijn, geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (1595), koopman, schepen van Dordrecht in 1631, trouwde NG Dordrecht 8/20 okt.1595 Neeltje Adriaen Jobsz. van Teresteijn, van Dordrecht (1599)

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 78v: 22 juni 1596 verklaart Quirijn van de Graeff wijnkoper, schuldig te zijn aan Franchoijs en Alewijn Alewijnsz., gebroeders een somma van 1665 gl., verbindende zijn huis aan de Poortzijde, staande tussen de Wijnkoperskapel en het huis van Aert de kuiper.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 9v: op 14 okt. 1598 verklaart Roelant Smith, koopman en burger van Dordrecht, dat hij tot “bevrijdinge” van de borgtocht van 324 gl., die Anthonij van Os voor hem gepresteerd heeft ten behoeve van Jacob en Frans Alewijnsz., als voogden van de weeskinderen van wijlen Pieter Alewijnsz., heeft verbonden een huis op het Groothoofd, staande het huis van Cornelis Adriaensz. Both en dat van Arien Cornelisz. Pecklap

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 179 e.v.: op 1 mei 1600 verkoopt Franchoijs Alewijnsz., koopman en burger van Dordrecht, voor 3700 gl. aan Matheus van der Goes, commies stapelier van het Generaliteits magazijn in Dordrecht, een huis, genaamd “den Tabernakel Davids”, staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Frans Cornelisz. van Beaumont en dat van Maerten Huijgen viskoper. Waarborg: Adriaen Jobsz. De koper is schuldig aan verkoper 2664 gl. Borg: Pompeus de Rovere.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 43v: op 4 juli 1601 verklaren Henrick Jacobsz. en Jan Jacobsz., als ooms en voogden van Jaepken Thonisdr. dat aan Jaepken gelegateerd isin hettestament van Soetken Alewijns,gepasseerd voor notaris F.de Buijlere te Dordrecht op 6 jan. 1592 een bedrag van 50 gl., boven een somma van 50 gl., diehaar is aangekomen bij overlijden van Neeltken Jansdr. volgens testament dd 31 jan. 1572, eneen somma van 200 gl., waarvan Soetken gewild heeft, dat Jaepken haar leven lang het vruchtgebruik zou hebben, en dat na Soetkens overlijden de voornoemde bedragen van 50 gl. “ondergehouden” waren door Mariken Alewijns, erfgename van Soetken en nicht van Jaepken. Mariken Alewijns heeft de interesten van de (in totaal) 300 gl. niet uitgekeerd, maar heeft Jaepken onderhouden, gealimenteerd en naar school laten gaan, waarbij zij meer heeft uitgegeven dan de opbrengsten uit de 300 gl. Compareert mede Mariken Alewijns, geassisteerd met Franchoijs Alewijnsz., haar neef, en verklaart, dat zij hetgeen zij tekort is gekomen aan de kosten voor het onderhoud van Jaepken Thonisdr. aan haar schenkt.

Zoon: Alewijn, volgt III

III. Alewijn van Halewijn, geboren naar schatting ca. 1599, schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 dec. 1676 (een zwarte baar aan het Bagijnhof voor Aelwijn van Haelwijn, acht maal luiden, blazoen met de kast, de late boete), trouwde NG Dordrecht 4 nov. 1635 (ondertrouw, per schrijven van Rotterdam) Arnoudina van Beaumont, geboren naar schatting ca. 1610, wonende te Dordrecht (1635), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 mei 1696 (een zwarte baar voor Aernolde van Beaumont, weduwe van de heer Halewijn, voor het Bagijnhof, drie maal daags geluid, met het blazoen met de kast), dochter van Simon van Beaumont en Arnoudina van Rosenburg.

Arnoudina van Beaumont, portret door Godfried Schalken

Weeskamer Dordrecht inv. 1583, f. 82v e.v.: op 26 jan. 1677 gecollationeerd de voogdijstelling van Aelewijn van Halewijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, gepasseerd voor notaris P. van Souteland, notaris te Den Haag op 11 jan. 1660. Van Haelewijn heeft zijn vrouw, Arnoldina van Beaumont, en zijn oudste zoon, mr. Cornelis Teresteijn van Haelewijn, tot voogden over zijn eventuele minderjarige kinderen benoemd.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 133: op 13 mei 1698 verkoopt mr. Wolphert van Cattenburgh, advocaat voor het Hof van Holland, als procuratie hebbende van Anna van Halewijn en Catarina van Halewijn, beiden wonende te Dordrecht, als universele [sic] erfgenamen van hun moeder Arnoudina van Beaumont, weduwe van Alewijn van Halewijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. van der Swalingen te ‘s-Gravenhage op 12 mei 1698, voor 1140 gl. aan Elisabeth Telder, weduwe van Cornelis van Asch, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Rochus van Moleschot en dat van de weduwe van Hendrik van Wessum.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Francoijs, jan. 1638

b. Simon, mrt. 1639

c. mr. Cornelis Teresteijn van Halewijn, febr. 1641, volgt IV

d. Arnoudina, 4 jan. 1645

e. Cornelia, 14 okt. 1646

f. Anna van Halewijn, 8 juni 1648

g. Catharina van Halewijn, 20 jan. 1651

h. mr. Simon van Halewijn, 4 jan. 1654, heer van Abbenbroek, advocaat, pensionaris van Middelburg, id. van Rotterdam, burgemeester van Dordrecht, bewindhebber van de WIC, overleden Suriname 1727 (herbegraven in Nederland 1731), OSP, trouwde 1e NG Amsterdam 17 mei 1681 (de bruidegom en bruid zijn van Dordrecht, de vader van de bruidegom is overleden, hij wordt geassisteerd  door zijn moeder Arnoudina Boomen [sic], de bruid woont op de Herengracht, haar ouders zijn overleden, zij wordt geassisteerd door Pieter van de Graef, heer van Polsbroek, haar oom en voogd) Agneta de Witt, dochter van raadpensionaris Johan de Witt en Wendela Bicker 2e (op de plantage “’t Eylant” aan de Pauluskreek in Suriname) Susanna van Kinckhuijsen.

“Evenals zijn broeder Mr. Cornelis deelde hij eerst in de gunst van prins Willem III en bevorderde hij diens belangen met al zijn vermogen. Nadat de prins koning van Engeland was geworden, verflauwde zijn ijver, en veroorloofde hij zich in 1693 geheime onderhandelingen met de Franse ministers.” Simon werd bij vonnis dd 31 juli 1693 schuldig bevonden aan landverraad en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf alsmede verbeurdverklaring van al zijn goederen. Hij ontsnapte in 1696 uit Slot Loevestein en ontkwam in 1700 naar Suriname, waar hij verscheidene plantages opkocht of aanlegde (o.a. “Beaumont” en “Peperpot”). [NNWB (internet)]

IV. Cornelis Teresteijn van Haelewijn, gedoopt NG Dordrecht febr. 1641, pensionaris van Brielle, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 mei 1701 (in zijn kapel), trouwde Rotterdam 29 dec. 1669/17 jan. 1670 Johanna van Hartichsvelt

Cornelis Teresteijn van Halewijn

Kind:

a. mr. Francois Teresteijn van Halewijn, geboren Den Haag 1676 (NNBW), pensionaris van Dordrecht (vanaf 1723), overleden Den Haag juni 1751, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 juni 1751 (mr. Francois Terestijn van Halewijn, vrijheer van Abbenbroek, raad en pensionaris van Dordrecht, in Den Haag overleden, ’s avondsin Dordrecht bijgezet, laat kinderen na [sic], 10 flambouwen extra, wapen voorgedragen), trouwde 1705 Agatha Johanna van Naerssen,begraven Dordrecht (Grote Kerk)2 juli 1756 (Agatha Johanna van Naaersen, weduwe van mr. Francoijs Teerestijn van Halewijn, laat kinderen na, ’s avonds om half tien in Dordrecht bijgezet, met wapenbord, met 10 flambouwen extra, in ‘s-Gravenhage overleden, stil begraven).

Hij was een fel tegenstander van het stadhouderschap en een van de leiders van de staatsgezinde “partij” in Holland. (Jagtenberg, o.c., p. 205)

Nadat het Franse leger in april 1747 Staats-Vlaanderen was binnengevallen en in Den Haag bekend werd, dat in Rotterdam de prins van Oranje, WillemIV, tot stadhouder was uitgeroepen, verzamelde zich op het Binnenhof een enorme menigte. “Het opgewonden volk eiste dat Oranje onmiddellijk tot stadhouder werd uitgeroepen en werd steeds onrustiger. Toen de Statenleden na afloop van de vergadering naar huis wilden gaan, werd Halewijn gemolesteerd en men kon ternauwernood voorkomen dat hij met een mes werd gestoken. … De baljuw van Den Haag … wist een groot deel van de menigte zover te krijgen dat men hem volgde naar het stadhuis, waar hij van de pui afkondigde dat de zaak van de verkiezing van de prins woensdag of uiterlijk donderdag zijn beslag zou krijgen.… Van de rust die op het Binnenhof was weergekeerd, maakten verschillende heren, onder wie Halewijn, gebruik om weg te glippen. (Jagtenberg, o.c., p. 544-545)}

de weduwe van Wessem 1-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 17: op 21 april 1668 verklaart Adriaen de Haen, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Sebastiaen Manternach, lid van de Oudraad, dat Manternach schuldig is aan Elias van de Broeck koopman een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Alewijn van Halewijn en dat van Baltasar de la Tour de oude.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 44: op 10 dec. 1672 verkoopt mr. Gerard Pauw, als administrateur van de Weeskamer te Dordrecht, met machtiging van de weesmeesters van Dordrecht, “als onder benefitie van inventaris geadieert hebbende de boedel” van wijlen Nicolaes Manternach, voor en namens diens minderjarige kinderen, voor 1750 gl. aan Anneken Lambertsdr. van Heijcoop, weduwe van Hendrick van Wessem, een huis [in de Wijnstraat] omtrent het Groothoofd, in welk huis Manternach is overleden, staande tussen het huis van Aelwijn van Haelwijn en dat van Balthasar de Latour. De koopster is schuldig aan Emmerentia Repelaer Jansdr. een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 807, f. 24 e.v.: op 28 mei 1709 verkoopt Willem Hartlé, burger van Dordrecht, als erfgenaam van Anna van Heijcoop, weduwe van Hendrik van Wessem, zijn grootmoeder, voor 800 gl. aan Wijnand Seles, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tegenover “het Ossehooft” tussen het huis van Jacob Jacobse en dat van de weduwe Van As. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 400 gl., volgens de schuldbrief daarvan zijnde, gedateerd 10 dec. 1672, die Emmerentia Repelaer, echtgenote van Joan Chercher, daarop sprekende heeft.]

f. 31

Jacob Jacobsz. 2-5

de weduwe van Klaas Pauwestijn 1-10

Willem Keij in de Steijgert [de Mattensteiger] 0-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 93: op 12 mei 1678 verkopen Frans Molemans, als man van Maeijcken Jansdr. Hooftman, Adriana van Teijlinge, als moeder en voogdes van haar kinderen, verwekt door Bastiaen Hooftman, en Maritje Pietersdr. Schoute, alsprocuratie hebbende van haar man Anthonij Hooftman, die in Oost-Indië verblijft, samen kinderen en erfgenamen van Grietje Lamberts, voor 550 gl. aan Willem Keij, huurvaarder van de Rijn, een huis staande in de Mattensteiger tussen het huis van de erfgenamen van Heijltge Stouten en dat van Hillegont Rootmerdingh.]

Jannegie de Haan 0-4-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 103v e.v.: op 23 juli 1686 verkopen Cornelis en Jan Neeringh, kooplieden en burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jannetien de Haen en als voogden over de minderjarige kinderen van Evert Verboom, voor 370 gl. aan Maria Wit, weduwe van Juriaen Natmans, een huisje omtrent het Groothoofd, staande achter in de Mattensteiger tussen het huis van Willem Keij en de stadshaven.]

de heer Mattijs Snoek 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 54v: op 27 nov. 1683 verkopen Johan van der Hoop en Adriaen Hagoort, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht te Dordrecht, voor 1700 gl. aan mr. Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van mevrouw Telders en dat van Willem van Houte.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 1v: op 9 jan. 1687 transporteert Johan van Ulft, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem Jansz. van Holt, Rijnschipper, aan mr. Matthijs Snouck, oudraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Mattensteiger, staande tussen die steiger en het huis van de koper, “ende off hier iets wes aen gebreecke soo is tvoorsz. huijs ende erve in plaetse van waerborge gelevert bij willich decreet deser stede”.

ONA Dordrecht, akte dd 3 dec. 1704: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, overleden op 26 nov. 1704, waarbij zijn inbegrepen de goederen, waarvan hij krachtens het testament van zijn overleden vrouw, Elisabeth Taljarde, het vruchtgebruik heeft gehad, beschreven op verzoek van Elisabeth Erkenraad Snouck, weduwe van mr. Gijsbert Hendrik Kasembrood en dochter van de overledene, en Simon Muijs van Holij, achtraad van Dordrecht en ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, welkelaatst

genoemde bij testament van de erflater is aangesteld tot executeur-testament en voogd over Adriaen Snouck, zoon van de overledene, De inventaris is opgemaakt door G. Beudt, notaris te Dordrecht, op 3 dec. 1704 en enkele daaraan volgende dagen. Tot de nalatenschap behoren o.a.:

– een huis, waarin Matthijs Snouck en zijn vrouw hebben gewoond, staande omtrent het Groothoofd aan de havenzijde,

– een huis, staande naast het voorgaande, dat wordt bewoond door juffr. De Vries, weduwe Melesdijk (huursom: 148 gl. per jaar),

– een huis naast het vorige, staande op de hoek van de Mattensteiger, bewoond door Frans Moolemans (huursom: 85 gl. per jaar),

– twee pakhuizen in de Schrijversstraat, verhuurd aan [naam niet vermeld],

– een tuin met stenen huis, staande en gelegen aan de Noordendijk buiten Dordrecht.]

denselven 3-5

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 65: op 26 nov. 1670 verkoopt Cornelis van Beverwijck, wonende te Antwerpen, als voogd van de kinderen en erfgenamen van Maria van Marienborgh, weduwe van Willem Cronenborgh, voor 2800 gl. aan Willem en Cornelis van Dijck, burgers van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat aan de havenzijde bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Elijsabeth de Witt, weduwe van Johan Telle, en dat van Claes Nuij aan de Mattensteiger. ]

denselven 2-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 24: op 28 mei 1665 verkoopt “d’heer Adriaen de With uijtte achte deser Stede, als last ende procuratie hebbende van Vrouw Agata de Backere wed. wijlen d’heer Veltdriel blijckende bijde selve procuratie op den xxiii Julij 1656 gepasseert voorden Nots. johan Schoormans ende seeckere getuijgen binnen deser Stede resideren(de) ons Schepenen verthoont, vendidit indier qualiteijt”, voor 2200 gl. aan Elisabeth de Witt, weduwe van Jan Tailler, een huis omtrent het Groothoofd aan de havenzijde, staande tussen het huis van Stoffel Spijckers bakker en het volgende huis. “Compareerde mede Helmich van Roodevelt kalckmeter, Jenneke van Roodervelt wed. van Jan de Satt, Lucretia van Roodervelt jonge dochter, Willemijntge van Roodervelt, wed. van Geerit Wouters ende Pieter van Roodervelt alle Borgers en Borgeresssen deser Stede kinderen en kintskint resp. ende sulcx erffgen. abintestato van Corstiaen van Roodervelt ende Maria Sijberts beijde za:”. Zij verkopen voor 800 gl. aan dezelfde koopster een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koopster en dat van Willem van Cronenburg.] 

Cornelis Spijkers 1-7-8

[ORA Dordrecht inv. ORA Dordrecht inv. 1621, f. 24: op 28 mei 1665 verkoopt “d’heer Adriaen de With uijtte achte deser Stede, als last ende procuratie hebbende van Vrouw Agata de Backere wed. wijlen d’heer Veltdriel blijckende bijde selve procuratie op den xxiii Julij 1656 gepasseert voorden Nots. Johan Schoormans ende seeckere getuijgen binnen deser Stede resideren(de) ons Schepenen verthoont, vendidit indier qualiteijt”, voor 2200 gl. aan Elisabeth de Witt, weduwe van Jan Tailler, een huis omtrent het Groothoofd aan de havenzijde, staande tussen het huis van Stoffel Spijckers bakker en het volgende huis. “Compareerde mede Helmich van Roodevelt kalckmeter, Jenneke van Roodervelt wed. van Jan de Satt, Lucretia van Roodervelt jonge dochter, Willemijntge van Roodervelt, wed. van Geerit Wouters ende Pieter van Roodervelt alle Borgers en Borgeresssen deser Stede kinderen en kintskint resp. ende sulcx erffgen. abintestato van Corstiaen van Roodervelt ende Maria Sijberts beijde za:”. Zij verkopen voor 800 gl. aan dezelfde koopster een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koopster en dat van Willem van Cronenburg.  

de heer Adriaan Meijnaart 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 58v e.v.: op 15 sept. 1668 verkoopt Cristiaen van Loon, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, aan Arent Huttenus een jaarlijkse losrente van 28 gl., verzekerd op een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Stoffel Spijckers en dat van de weduwe van Johan van Diemen.]

juffrouw van Diemen 1-10

[I. Cornelis van Diemen Jacobsz., burgemeester van Dordrecht in 1578, trouwde Liduwina Bezemer

Kinderen (o.a.)

a. Jacob van Diemen, burgemeester van Dordrecht in 1604, trouwde Margareta van Beaumont

b. Gijsbert van Diemen, volgt II

c. Petronella van Diemen, trouwde Anthonis Jordensz.

d. Anthonia van Diemen, OSP, trouwde Henrik van Slingelant Sijmonsz.

– 5 juni 1655: comp. voor notaris A. Muijs van Holij te Dordrecht mr. Cornelis Cauw, advocaat, zich sterk makende voor Jacob Gijsbertsz. van Diemen, zijn schoonvader, Johan van Diemen, en Barnardus Bisbinck, als man van Maria van Diemen, samen vervangende Jan Jansz. Geelgieter, als man van Catarina van Diemen, samen kinderen en erfgenamen van Johan Gijsbertsz. van Diemen, Arent Dichter, als man van Anthonetta van Haerlem, tevens zich sterk makende voor Cornelia van Haerlem, samen kinderen en erfgenamen van Liduwina Gijsbertsdr. van Diemen, alsmede vervangende Michiel de Bruijn van Berendrecht, als man van Anthonetta van Haerlem, dochter en mede-erfgename van Johanna Gijsbertsdr. van Diemen, Heijndrick Vrijmoet, als man van Catarijna Conincx en Johannes Schilthouwer, als man van Anthonia Conincx, beiden dochters van Clara Gijsbertsdr.van Diemen, beiden tevens zich sterk makende voor Cornelis, Aelbrecht en Jacob Conincx, eveneens kinderen van Clara van Diemen, samen kinderen en kindskinderen van Gijsbert Cornelisz. van Diemen en zulks fideï-commissaire erfgenamen van Anthonia Cornelisdr. van Diemen, in haar leven vrouw van Heijndrick Sijmonsz. van Slingelant. De comparanten verlenen procuratie aan Jacob van Bijemont om aan mr. Gualterus van der Poorte, secretaris van de weeskamer te Middelburg, te transporteren een stuk zaailand onder de jurisdictie van Oud-Beijerland, groot 3 morgen 291 roeden, liggende in Schaepsteede, dat gebruikt wordt door Arijen Cornelisz. Schaepsboer. De koopsom bedraagt 2265 gl. 5 st. (Afschrift van deze akte in ORA Oud-Beijerland inv. 10)

e. Maria van Diemen, trouwde Gerit de Bruijn van Berendrecht

II. Gijsbert van Diemen, trouwde Anthonia van Beaumont

Kinderen:

a. Johanna van Diemen, trouwde Niklaas van Haarlem

Dochter:

a-1. Anthonetta van Haarlem, trouwde Michiel de Bruijn van Berendrecht

b. Lidewij van Diemen, trouwde Gijsbert van Haarlem Rochusz., weduwnaar van Dordrecht (1627), trouwde 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten; de bruid geassisteerd met Alidt van Beverwijck, haar tante) 24/29 jan. 1627 Anna Pannij Pietersdr., weduwe van Dordrecht (1627)

Kinderen (ex 1):

b-1. Cornelia van Haarlem

b-2. Anthonetta van Haarlem, trouwde Arent Dichter

b-3. Rochus van Haarlem

c. Johan van Diemen, volgt III

d. Clara van Diemen Gijsbrechtsdr., weduwe van Dordrecht (1614),trouwde 1e Cornelis Ariaensz.Vink, 2e NG Dordrecht 30 nov./28 dec. 1614 Cornelis Melsen Koninck, weduwnaar van Dordrecht (1614)

e. Jacob van Diemen, trouwde Maria du Bois

III. Johan van Diemen Gijsbrechtsz., geboren naar schatting ca. 1585, “van Dordrecht”, commissaris ter recherche te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 8 april 1607 (ondertrouw, door schrijven van Willemstad, bescheid gegeven om te Willemstad te trouwen op 23 april 1607) Agneta Prikkers (Prockers) Jansdr., “van Willemstadt” (1607), 2e Belia Geij, 3eMaria Dannewaert Jansdr.

– 9 juni 1651: Damas van Slingelandt Baerthoutsz., geautoriseerd door het Gerecht van Dordrecht tot de verkoop van het huis van Lambert Arijensz. bakker, verkoopt aan Maria van Dannewaert, weduwe van Jan van Diemen, een huis aan het Groothoofd, staande aan de havenzijde, tegenover herberg “de Toelast” en tussen het huis van Thielman Hermans en dat van de erfgenamen van de weduwe van Willem Reijers koekenbakker. Koopster is schuldig aan Daniël Jansz. 900 gl. (ORA 778, f. 40 e.v.)

– 1 sept. 1679: testament van Maria van Dannewaert, weduwe van Johan van Diemen, commissaris ter recherche te Dordrecht. Zij benoemt haar zoon, Johan van Diemen, eveneens commissaris ter recherche te Dordrecht, of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen, tot erfgenamen van slechts de legitieme portie in haar nalatenschap. Tot erfgenaam van haar overige na te laten goederen benoemt zij Johan Bisbinck, de zoon van haar overleden dochter Maria van Diemen, bij haar verwekt door Barent Bisbinck, of bij vooroverlijden zijn wettige nakomelingen. Als Johan komt te overlijden voor zijn mondigheid of eerder huwelijk, zullen die goederen “devolveren” op de kinderen van de zoon van de testatrice, Johan van Diemen, die tot aan zijn overlijden het vruchtgebruik ervan zal genieten, op voorwaarde, dat zijn zoon, Johan van Diemen de Jonge, uit genoemde goederen als prelegaat een somma van 1000 gl. zal ontvangen, alsmede twee zilveren schalen, een grote en een kleine, en een zilveren schelpschotel. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar kleinzoon, Johan Bisbinck, benoemt zij haar zoon, Johan van Diemen, en mr. Herman Hallingh, secretaris van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 166, f. 422 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Johan van Diemen, volgt IV

b. Maria van Diemen, trouwde Barent Bisbinck, kunstschilder

Kind:

b-1. Johan Bisbinck

IV. Johan van Diemen, geboren naar schatting ca. 1630, commies ter recherche te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht (ondertrouw) 6 mrt. 1667 Anthonetta van Hees

4 april 1658: Gerrit Jacobsz. van Leent, burger van Dordrecht, verkoopt Abraham Rens, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Lanscroon”, staande tussen het huis van Evert Reijniersz. Raets schrijnwerker en dat van de kinderen van Willem Reijers. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 93 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 69: op 3 nov. 1661 verkoopt Pieterken Jans, weduwe van Abraham Rens, voor 1500 gl. aan Johan van Diemen, commies ter recherche te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Evert Raets schrijnwerker en dat van de kinderen van Willem Reijers koekenbakker.

NG trouwboek Dordrecht 6 mrt. 1667: Johan van Diemen jongman van Dordrecht, wonende aan het Groothoofd en Anthonetta van Hees [Matthijsdr.] jonge dochter van Den Bosch wonende aldaar, per schrijven van Den Bosch, hebben op 21 mrt. 1667 bescheid gekregen om in Den Bosch te mogen trouwen

ORA Dordrecht inv. 795, f. 80v: op 17 febr. 1688 verkoopt Johannes van Wageningen, als voogd van vaderszijde over de kinderen van Johan van Diemen, en procuratie hebbende van Anthonij Eeckhout, commissaris van de kraanslepers te Rotterdam, zijnde benevens Johan Brant, koopman in Den Bosch, voogd over de kinderen van Johan van Diemen, verwekt bij Anthonetta van Hees, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Duclou te Rotterdam op 31 jan. 1688, voor 1175 gl. aan Anthonij de Vos, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “de Croon”, staande tussen de weduwe van Evert Raets en het huis van Herman Celis.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 102 e.v.: op 28 april 1694 verkoopt Rageltie de Witt, de vrouw van Reijnier van Amerongen, commies van de Grafelijkheid te Rotterdam, als procuratie hebbende van haar echtgenoot, die door het Gerecht van Dordrecht is aangesteld tot voogd over de kinderen van wijlen Johan van Diemen en Antonetta van Hees, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris J. Brouwer te Gorinchem op 23 april 1694, voor 1360 gl. contant aan Cornelis van Malsen een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Adriaen Meijnaert en dat van Jan Claesz. Schattelingh.

(Zie Balen, o.c., p. 1042)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 75v: op 30 mei 1699 verkoopt Gillis van der Ooth, burger van Dordrecht, voor 1375 gl. aan Johan van Tongeren, commies ter recherche wonende in Dordrecht, een huis aan het Groothoofd in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Adriaan Meijnaart en dat van Jan Claasz. Schatlijn.]

f. 31v

Jan Claasz. Schatteling 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 19 jan. 1681: Jan Claesz. stuurman weduwnaar wonende op de Riedijk en Machdaleena Jans jonge dochter wonende aan het Groothoofd beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 febr. 1681]

Antonij Vos[schipper] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 80v: op 17 febr. 1688 verkoopt Johannes van Wageningen, als voogd van vaderszijde over de kinderen van Johan van Diemen, en procuratie hebbende van Anthonij Eeckhout, commissaris van de kraanslepers te Rotterdam,zijnde benevensJohan Brant, koopman in Den Bosch, voogd over de kinderen van Johan van Diemen, verwekt bij Anthonetta van Hees, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Duclou te Rotterdam op 31 jan. 1688, voor 1175 gl. aan Anthonij de Vos, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “de Croon”, staande tussen de weduwe van Evert Raets en het huis van Herman Celis.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 159 e.v.: op 6 nov. 1694 verkoopt Anthonij de Vos, schipper en burger van Dordrecht, voor 880 gl.aan Zegert Raets, tapper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “de Croon”, staande tussen het huis van voornoemde Raets en dat van Jan Claesz. Schattingh [sic]. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 480 gl.

ORA Dordrecht inv. 807, f. 22: op 4 mei 1709 kopen Poulus Kiewaart en Joghem Vermeulen, burgers van Dordrecht, elk voor de helft, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “de Kroon”, dat toebehoord heeft aan de weduwe van Zeger Raats, staande tussen het huis van Jan Claasz. Schatlijn en dat van de weduwe van Zeger Raats. De koopsom bedraagt 400 gl.

ORA Dordrecht inv. 809, f. 3v e.v.: op 26 jan. 1713 verkoopt Johan Vermeulen, garentwijnder en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Leendert Schouwman, burger van Dordrecht, de helft van een huis, waarvan de wederhelft toebehoort aan Paulus Ciwaart, burger van Dordrecht, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, tussen het huis van Jan Kool, en het huis, bewoond door Jan Claasz. Schatlijn, vanouds genaamd “de Groene Leersse” en thans bewoond door Jan van Leijden schoenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 89v: op 28 jan. 1719 verklaart Pieter Doogen, procureur voor de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige kinderen van Paulus Siwaert, burger van Dordrecht, dat hij en Leendert Schouwman, elk voor de helft, geveild hebben een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “de Kroon” of “de Groene Leeuw”, staande tussen het huis van Jan Claasz. Schatteling en dat van Jan Cool. Het huis wordt gekocht door Leendert Schouwmanzelf voor 340 gl., die de helft ervan zelf behoudt en de wederhelft voor 170 gl. verkoopt aan zijn zwager Aart de Vos.]

de weduwe van Evert Raats 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 2 april 1656: Evert Raedts schrijnwerker jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd en Maeijcke Segersdr. van Duijnen jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 102v e.v.: op 1 mei 1646 verkoopt Gijsbert van Bronsraet, wonende te ‘s-Gravenhage, aan Reijnier Raets, burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van kapitein Claes Adriaensz. en ’s herenstraat. “Kent betaelt, promittit quitare”. De koper is schuldig “met bewilliginge” van de verkoper aan Abraham Coopmans, lid van de Oudraad van Dordrecht, wegens de koop van voornoemd huis een somma van 4000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 33: op 25 mei 1689 verklaart Maeijcken van Duijnen, weduwe van Evert Raets, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia Crijnen een bedrag van 900 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen herberg “de Pau” en dat van schipper Vos, van achteren uitkomende opde steiger.]

Aarnold van Dollen 4-12-8

[Huis “de Paeuw”.

I. Jacob Denijsz. Bisschop, trouwde NG Dordrecht 14 aug./10 sept.1616 Anna van Beveren

NG trouwboek Dordrecht 14 aug. 1616: Jacob Dionijsiusz. kleermaker van Dordrecht wonende tegenover het huis van Dibbetius en Anna van Beveren jonge dochter van Utrecht, per schrijven van daar, 10 sept. 1616 bescheid gegeven om te Utrecht te trouwen

6 mei 1645: Christoffel van Slingelant, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jacob Bisschop, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “de Paeuw”, staande tussen het huis van Gerrit Hack en dat van Willem van Elmpt. Waarborg: Willem van den Broeck, wijnkoper te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 22v)

Kinderen:

a. Joannes Bisschop, gedoopt NG Dordrecht juni 1618, wijnkoper ald.

ONA Dordrecht inv. 315, f. 33: op 3 febr. 1663 verleent Johannes Bisschop, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, procuratie aan Cornelis Bisschop en Johanna Bisschop, zijn broer en zuster, om in ontvangst te nemen hetgeen hij heeft geërfd van zijn tante Jannigie van Beveren, die heeft gewoond en is overleden te Utrecht,

b. Janette (Johanna) Bisschop, geboren naar schatting ca. 1620, overleden vóór 7 juli 1683,trouwde Clement van Sorgen

ORA Dordrecht inv. 1629 (nieuw), f. 30: op 7 juli 1683 verkoopt notaris Arent van Neten, die door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Jannetta Bisschop,laatst

weduwe van Clement van Sorgen, voor 3225 gl. aan Aernoldus van Dollen, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Pauw”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Maeijken van Duijnen,weduwe van Evert Raets, en dat van de erfgenamen van Gerard Hack. De koper is schuldig aan Jan van Eijck een somma van 3225 gl.

c. Cornelis Bisschop, volgt II.

II. Cornelis Bisschop (Busschop), geboren Dordrecht febr.1630, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1653), kunstschilder,leerling van Ferdinand Bol, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 jan.1674 (een baar bij de Wijnbrug voor Cornelis Bisschop schilder),trouwde NG Dordrecht 5/21 okt. 1653Geertruijt van Botlant, gedoopt NG Dordrecht 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1653) [zie genealogie Van Botlant op deze website]

Cornelis Bisschop, zelfportret

ORA Dordrecht inv. 1621 (nieuw), f. 167v e.v.: op 5 dec. 1667 verklaren Jannette Bisschop, Cornelis Bisschop en Johannes Bisschop, kinderen en erfgenamen van wijlen Anna van Beveren, weduwe van Jacob Bisschop, dat zij de goederen, die door hun moeder zijn nagelaten, onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Jannette toebedeeld een huis in Wijnstraat, genaamd “de Paeuw”, staande tussen het huis van Evert Raets en dat van de erfgenamen van Gerrit Hack. Jannette Bisschop is schuldig aan Elisabeth Jansdr. een somma van 2500 gl., gehypothekeerd op het voornoemde huis.

Kinderen (o.a.):

a. Jacobus Busschop, gedoopt NG Dordrecht 1658

b. Anna (Joanna) Busschop, gedoopt NG Dordrecht 7 dec. 1661, trouwde NG Dordrecht 7 juli 1680 Abraham van Calraet

c.Abraham Busschop, gedoopt NG Dordrecht 9 april 1670, kunstschilder

ORA Dordrecht inv. 1629 (nieuw), f. 30: op 7 juli 1683 verkoopt notaris Arent van Neten, die door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Jannetta Bisschop,laatst

weduwe van Clement van Sorgen, voor 3225 gl. aan Aernoldus van Dollen, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Pauw”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Maeijken van Duijnen,weduwe van Evert Raets, en dat van de erfgenamen van Gerard Hack. De koper is schuldig aan Jan van Eijck een somma van 3225 gl.

ORA Dordrecht inv. 809, f. 82v e.v.: op 1 febr. 1714 verkoopt Anthonia de Jager, weduwe van Arnoldus van Dollen *, voor 3000 gl. contant aan Cornelis Rijcken en Johan van Wageningen kaaskoper, burgers van Dordrecht, elk voor de helft, een huis, genaamd “de Paeuw”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van de erfgenamen van Barent Hopman en het huis van schipper Jan Kool.

*NG trouwboek Dordrecht 13 sept. 1682: Arnoldus van Dollen tavernier weduwnaar van Nijmegen wonende op de Boom en Adriana Kolster van Dordrecht weduwe van Joost van Meeninge wonende in de Mariënbornstraat, getrouwd in Dubbeldam op 20 sept. 1682

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 60v: op 8 dec. 1689 verkopen Arnoldus van Dollen en Pieter Knoch, resp. echtgenoot van Teuntge en Pietertgen de Jager, voor zichzelf en tevens als voogden over Elisabeth de Jager, hun schoonzuster, allen kinderen en erfgenamen van Anthonij de Jager, burger van Dordrecht, voor 1670 gl. aan Cornelis Mes, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Goverd Denijsz. Visscher en een huis, dat toebehoort aan de Heilige Geest ter Nieuwerkerk.]

Barent Hopman 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 74v e.v.: op 20 nov. 1691 verkoopt Robbert Claesz. van de Wercken, witwerker en burger van Dordrecht, voor 1400 gl. aan Barent Hopman, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Arnoldus van Dolle en dat van Jacob Roskam.]

Jacob Roskam 1-10

Jan van Keulen 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 73v e.v.: op 31 juli 1700 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Sijmon van Wijck een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Roscam en dat van Aegie en Claesje Jans, welk huislaatst

eigendom geweest is van de weduwe van Jan Damisz. van Ceulen.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 87v: op 24 nov. 1712 verkoopt Catarina de Ram, vrouw van Sijmon van Wijck, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar man, gepasseerd voor notaris J.V. Vervooren te Piershil op 8 aug. 1712, voor 800 gl. aan Roelant Roelantse, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Roscam en dat van de erfgenamen van Jan Koenen.]

Jan Koenen 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1653, f. 160:op 12 jan. 1734 verkopen Magdalena de Reus, weduwe van Jan Claesz. Schatteling, en Huijbert van Meppelen, voor zichzelf en als erfgenamen van Aagje de Reus, voor 1200 gl. aan Huijbert van de Sanden, marktschipper van Dordrecht op Breda, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Willem Kouwens en dat van Ulke Sikkis.]

Jan Sneeu 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1641, f. 26v: op 30 april 1705 verkoopt Adriana Klaauw, weduwe van Frans Sneuw, Londenvaarder te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Hendrick van der Hoeven, beurtschipper op Amsterdam, een huis aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Barent Hopman en dat van Aagie Koene Reus. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 12v: op 23 april 1709 verkoopt Neeltje Hasevelt, als procuratie hebbende van haar man Hendrick van der Hoeven, voor 1200 gl. aan Ulcke Sikkes, een huis aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Barent Hopman en dat van de kinderen van Jan Koenen Rens.]

Barent Hopman 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 34 e.v.: op 21 juli 1683 verkoopt Gijsbert van Asperen, veertigraad van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Barent Hopman een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Sneeuw en het huis van Prins [sic] bakker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2100 gl.]

f. 32

Eemont Prins[bakker] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 60: op 21 nov. 1675 verklaart Sander Claesz. Eijck, bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maeijcken Claes, weduwe van Hendrick Jansz. Roomer, een somma van 900 gl., verbindende een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Gijsbert van Asperen en dat van de weduwe Rosch.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 3v: op 20 febr. 1677 verkoopt notaris Govert de With, als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Iemant Cornelisz. Prins, bakker en burger van Dordrecht, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Ros en dat Gijsbert van Asperen, welk huislaatst

eigendom is geweest van wijlen Sander Claesz. Eijck.]

Herman Selis 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 91v: op 18 mei 1690 verkopen Adriaen Meijnaert en Abraham Sam, beiden lid van de Veertiggraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan Hendricxsz. van Eijck en zijn vrouw Ermken Hoppers, voor 2400 gl. aan Herman Zeelis, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “’t Casteel van Heijdelbergh”, staande tussen het plankier van de haven aan het Groothoofd en het huis van Jan Tribellius.

Het kasteel van Heidelberg. Oorspronkelijk de residentie van de keurvorsten van de Palts, in 1689 door de Fransen zwaar beschadigd en in 1693 slechts gedeeltelijk hersteld. foto: http://www.josschmitz.eu/Zuid-Duitsland/heidelberg.htm]

Wessel de Ram[schipper] 1-3-12

[NG trouwboek Dordrecht 20 aug. 1656: Wessel Zachariasz. Ram schipper jongman wonende aan het Groothoofd en Neeltje Teunisdr. Ouboter jonge dochter wonende in het Torenstraatje, beiden van Dordrecht, getrouwd op 3 sept. 1656]

de weduwe van Aart van Malsen 1-8

Arijen Geerids 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 118v e.v.: op 12 nov. 1699 verkoopt notaris Jacob van Dijck, als procuratie hebbende van Johannes Korthals, als man van Aagje Kooijman, en Rosier de Koningh, als man van Maeijcken Kooijman, kinderen en erfgenamen van Arij Gerritsz. Kooijman, burger van Dordrecht, voor 1725 gl. aan Barent Hopman, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt “het Wapen van ‘s-Hertogenbosch”, staande aan het Groothoofd tussen het huis van Abram Piers en het Groothoofd.]

de weduwe van Klaas Mouthaan 0-12-8

D’ander sijde van de Voorstraat [Wijnstraat] begint aan’t Groothooft

Wijnstraat bij het Groothoofd gezien vanaf de Taankade (april 2013)

de weduwe van Evert Raats 2-5-8

[NG trouwboek Dordrecht 2 april 1656: Evert Raedts schrijnwerker jongman van Venlo wonende bij het Groothoofd en Maeijcke Segersdr. van Duijnen jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat, getrouwd 18 april 1656]

Arijen Claasz. Bor[s]t 2-2-8

[NG trouwboek Dordrecht 26 aug. 1646: Arien Claesz. Borst schippersgezel jongman wonende in de Wijngaardstraat en Lijntje Claes jonge dochter wonende aan het Groothoofd beiden van Dordrecht, getrouwd 11 sept. 1646

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 okt. 1690: een baar voor de weduwe van Arien Klasen Borst bij het Groothoofd in “den Munck”.]

Vaster de Ram[koopman] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 114: op 1 mei 1664 verkoopt Theunis Cornelisz. Oudeman, als man van Anna Barents, die eerder weduwe was van Claes Jansz. Smetser, voor 5100 gl. aan Isaac van den Brande, burger van Dordrecht, een huis aan het opgaan van de Boom, staande tussen het Groothoofd en het huis van Wessel Sachariaz. de Ram.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 104: op 11 juni 1676 verkoopt Isaack van den Brande, koopman en burger te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Johannes van Bergen, tavernier en burger van Dordrecht, een huis aan het Groothoofd in het opgaan van de Boom, genaamd “Enckhuijsen”, staande tussen het huis van Wessel de Ram en de woning naast de poort van het Groothoofd. Bij de koopprijs zijn inbegrepen drie bedden met beddengoed, een kast, vier tafels en banken, stoelen kussens, schilderijen, ongeveer100 tonnen turf, brandhout, wijn, bierkannen en glazen, alsmede andere roerende goederen, door schepenen van Dordrecht samen getaxeerd op 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 33: op 13 mei 1679 verkopen twee Dordtse notarissen,als daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, voor 5450 gl. aan Jan Hendricxsz. van Eijck, koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Enckhuijsen”, staandenaast de poort van het Groothoofd in het opgaan van de Boom tussen het huis van Wessel den Ram en de Groothoofdspoort. Het huis islaatst

eigendom geweest van Levina van Lith, weduwe van Johannes van Bergen.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 43: op 2 juli 1681 verkoopt Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, als curator over de boedels van Hendrik Otmeer en diens vrouw Catharina Geelkercken, voor 3075 gl. aan Vaster de Ram, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Hopsack”, staande omtrent het Groothoofd tussen het huis van de erfgenamen van Grietjen Coermans,laatst

weduwe van Jan Pietersz. van der Mast, en dat van Arijen Claesz. Borst. Het verkochte huis staat van achteren tegen het huis van Jan Hendriksz. van Eijck en komt uit op de Kleine Vismarkt.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 91v: op 18 mei 1690 verkopen Adriaen Meijnaert en Abraham Sam, beiden lid van de Veertigraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan Hendricxsz. van Eijck en zijn vrouw Ermken Hoppers, voor 4580 gl. aan Vaster de Ram, koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Enckhuijsen”, staande tussen de Groothoofdspoort en het huis van Wessel de Ram.

Vaster de Ram overlijdt ongehuwd en kinderloos in 1694. Zijn erfgenaam is zijn broer Wessel Zachariasz. de Ram, die is gehuwd met Neeltje Teunisdr.Ouboter. Na haar overlijden in dec. 1698 nemen de voogden van haar zoon Cornelis de Ram (gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1676) het huis “Enckhuijsen” op zijn erfportie aan voor een bedrag van 3800 gl. Het belendende pand, genaamd”het Oesterschip”, dat is gekomen uit de nalatenschap van Wessel de Ram, wordt in 1699 verkochtaan Gerrard Vermeulen. (Balm, Belle Vue, p. 49 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 67v e.v.: op 16 mei 1699 verkopen Anthonij de Ram en Paulus van Houten, koopman te Rotterdam, als executeurs-testamentair van Neeltgen Teunisdr. Ouboter, weduwe van Wessel de Ram, voor 4100 gl. aan Gerrard Vermeulen, tavernier te Dordrecht, een huis met kelder, keuken etc., waar uithangt “het Oesterschip”, staande op de Boom tussen het huis van verkopers en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl.

De volgende eigenaar van het huis “Enkhuijzen” is Wessel de Ram, op 21 okt. 1712 NG gedoopt in Dordrecht als zoon van Cornelis de Ram en Elisabeth Buijtenhoff. Wessel trouwde op 24 mei 1735 in Rotterdam met Elisabeth van der Meij. Na haar overlijden verkopen haar schoonzoons op 9 mei 1777 het huis voor 4000 gl., waarvan 1600 gl. contant, aan Jan Boudier. Als belenders worden dan vermeld: de Groothoofdspoort en het huis van Arij Buijtenhek. (Balm, Belle Vue, p. 50 e.v.)

Sacharias (Zacharias) Woutersz. Ram, trouwde 28 april 1630 Yda Wessels

Kinderen:

a. Vaster (Silvester) de Ram, gedoopt NG Dordrecht april 1631, schepen van Dordrecht (1691), begraven Dordrecht 25 sept. 1694 (een baar voor Vaster de Ram jongman op de hoek van het “Grothooftpoertien”)

b. Wessel de Ram, gedoopt NG Dordrecht febr. 1633, trouwde Neeltje Theunisdr. Ouboter

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 61: op 26 nov. 1693 verkoopt Jan Cletschert, als thesaurier van de reparatie te Dordrecht, voor 550 gl. aan Wessel de Ram, burger van Dordrecht, een kelder onder het huis, dat eigendom is van de stad Dordrecht en bewoond wordt door de boomsluiter, staande dichtbij de Boom en het Groothoofd naast het huis van de koper.

c. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht juli 1637

“ In 1607 werden hier aan het Groothoofd, na het instorten van een toren (de Puttoxtoren die bijna naast de Groothoofdspoort stond) aan beide zijden van de poort huizen gebouwd. Hendrick Gruijter kreeg in dat jaar van de gemeente toestemming om naast de poort een ‘timmeringe’ te maken. Gruijter was afkomstig uit Enkhuizen en hij noemde dat getimmerte (in 1617 een logement) ‘Enkhuysen’. In die tijd was er tussen Dordrecht en Enkhuizen een levendige handel gaande. Vooral de vissersschepen brachten ladingen vol met haring naar Dordrecht.

Groothoofdspoort met rechts logement Enkhuysen. Tekening P.C. Lafargue, ca. 1750.
Groothoofdspoort met rechts logement Enkhuysen. Tekening P.C. Lafargue, ca. 1750.© Stadsarchief Dordrecht

Groothoofdspoort met rechts ervan “Enkhuizen”.

Een horeca-etablissement uit 1607/1617 lijkt oud, en dat is het natuurlijk ook, maar Enkhuysen is toch niet het oudste in Dordrecht. Daarover in een latere Eigen-Aardig meer.

Het naastgelegen pand was ook een herberg, en beide huizen hadden aan de rivierzijde een soort overkapping waaronder de hopmarkt werd gehouden ten behoeve van de bierbrouwerijen in de stad. Enkhuysen veranderde nogal eens van eigenaar, maar bleef wel lang in de familie van de stichter. In 1777 werd het logement door de erven van de weduwe Wessel de Ram voor 4000 gulden verkocht aan Joannes Baptista (Jan) Boudier. Diens vader was afkomstig uit Trelly, een dorpje in Normandië. Jan Boudier werd in Dordrecht geboren en hier in 1755 in een katholieke kerk gedoopt. Hij had van zijn moeder een herberg aan de andere kant van de monding van de Wijnhaven geërfd, maar dat logement moest hij verkopen om Enkhuysen te kunnen kopen.

In eerste instantie zal Boudier de naam Enkhuysen voor zijn nieuwe logement hebben aangehouden. Die naam bestond al 170 jaar, sinds 1607, en waarom een goede naam veranderen? Maar in 1792

had hij verbouwd. Zowel in een Leidse als Rotterdamse krant liet hij in juni 1792

een advertentie plaatsen.

De eerste keer dat Bellevue als hotel in Dordrecht werd genoemd. Leydse Courant, 8 juni 1792.
De eerste keer dat Bellevue als hotel in Dordrecht werd genoemd. Leydse Courant, 8 juni 17 92.© Coll. Jaap Bouman

‘Jan Boudier heeft de eer het Publiek te berichten, dat hy thans woond in het geheel nieuw opgebouwd Logement genaamd BELLE VUE, aan het Groot Hooft te DORDRECHT, ‘t welk, behalven een zeer schoon Uitzigt, voorzien is met Commoditeiten, hy recommandeerd zich in ieders gunst.’ In Dordrecht kon Boudier nog niet adverteren, want er was op dat moment geen courant in de stad. Pas in 1795 werd een voorloper van de Dordrechtsche Courant opgericht.

Dat ‘belle vue’ in advertenties (mooi uitzicht) was de eerste keer dat de naam voor het Dordtse hotel werd gebruikt.

Nazaten van Jan Boudier breidden het logement steeds verder uit. In 1832 werd voor 2500 gulden de naastgelegen herberg erbij gekocht. Ook werd een pandje tegenover het hotel aan de Voorstraatshaven bij het complex gevoegd. Er werd een badhuis voor de hotelgasten in gemaakt. In 1874 kwam ook de brugwachterswoning erbij, zodat alle gebouwen tussen poort en havenmonding nu Bellevue was.

In 1892 mocht architect H.W. Veth met de gebouwen aan de slag en kreeg Bellevue ongeveer het uiterlijk zoals we tegenwoordig kennen. Het balkon aan de rivierzijde, in feite de voortzetting van de hopmarkt uit ca. 1700, werd groter gemaakt, om nog meer van het mooie uitzicht te kunnen genieten.In 1905 kocht de in Amsterdam wonende Fries Herre Teitsma het hotel en het badhuis voor 50.000 gulden. Daarna volgden achtereenvolgens Foeke Teitsma (ook eigenaar van lunchroom Americain), de legendarische Adrianus Abraham (Aad) Oversier, S.J. Geenemans (die na vier jaar al failliet ging), Piet en Jacky Bos, en Jan Monshouwer (failliet in 2004). Vanaf 2010 huurde Ad Jansen de gebouwen (voor 25.000 euro per maand) van de Rotterdamse makelaar Rob Puper.

Er was nog wel wat gedoe over de naam. Volgens de toenmalige curator zou Jansen 50.000 euro moeten betalen voor het gebruik van de naam Bellevue. Jansen weigerde en dreigde dat als hij het aangespannen kort geding zou verliezen om Hotel Bellevue hij het dan maar Hotel Zonder Naam te noemen. Het bleef gewoon Bellevue, omdat het hotel na het faillissement vijf jaar lang niet werd gebruikt en het merkrecht daardoor was vervallen.

Maar nu is na het recentste faillissement het interieur van het hotel én de naam voor 90.000 euro verkocht aan de Dudok Groep, de gebouwen zelf niet. En dus bestaat de zotte situatie dat de naam die al 228 jaar verbonden is aan dit stuk Dordrecht in de toekomst niet meer gebruikt kan worden. Om vadertje Cats, ooit pensionaris van Dordrecht, te citeren: Geld dat stom is, maalt recht wat krom is. Een tip: Bellevue heette in het begin Belle Vue. Zou die ene spatie de redding zijn voor de naam?”

(Dordt Eigen-aardig in AD/De Dordtenaar 28 okt. 2020)

Cornelis [Hermansz.]Monsieur 1-18-8

[Pieter Coopman, trouwde Grietge Coermans

Kinderen:

a. Aelbert Coopman, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1655

b. Cornelis Coopman

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 45: op 9 okt. 1683 verkopen Anthonij Leijten, achtraad van Dordrecht, en Pieter de Carpentier, lid van de Oudraad van Dordrecht, als testamentaire voogd over Cornelis Coopman, voor de ene helft en notaris Adriaen Meijnaert, als curator over de boedel van Aelbert Coopman, voor de andere helft, voor 2650 gl. aan Cornelis Hermansz. Monseur, burger van Dordrecht, een huis genaamd “het Veerhuijs”, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan Hendricksz. van Eijck en dat van Vaster de Ram, waar uithangt “den Hopsack”. Het huis isAelbert en Cornelis Coopman aanbestorven bij overlijden van Grietgen Coermans, hun moeder.

Genealogie.

I. Herman Cornelisz. Monseur, trouwde Dirckje Dircks

21 febr. 1651: Arijen Arijensz. Rib, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Herman Cornelisz. Monseur, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen Willem Dircxsz. appeltonder en het Pompstraatje. Herman Monseur verkoopt op dezelfde dagdit huis aanJan Jansz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 14r en 14v)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Helena Monseur, 20 jan. 1651, weduwe van Dordrecht, wonende op de Riedijk (1675), trouwde 1e Matthijs Langeloos, 2e NG Dordrecht 20 febr. 1675 (ondertrouw) Johannes Francken, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1675)

b. Cornelis Hermansz. Monseur, 15 dec. 1656, volgt IIa

c. Dirck Monseur, 2 dec. 1658, volgt IIb

IIa. Cornelis Hermansz. Monseur, gedoopt 15 dec. 1656, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1680), schipper,trouwde 16/30 juni 1680 Gloria Laurensdr. Karsseboom, gedoopt NG Dordrecht gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1680),dochter van Laurens Fransz. Karseboom en Dircksge Laurensdr. van Appeldoorn

Kind:

a. Dirksje Monseur, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1683,trouwde naar schatting ca. 1705 Hendrik van Ardenne

IIb. Dirck Monseur, 2 dec. 1658, jongman van Dordrecht wonende aan de Riedijk, trouwde 6 okt. 1680 Fransijntje (Francina)van Esch, geboren naar schatting ca. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Vismarkt (1680)

ONA Dordrecht inv. 798, f. 147, akte dd 18 sept. 1694: Maria Haguet, weduwe van Cornelis van der Spoor, in zijn leven burger van Dordrecht, verkoopt aan Francina van Esch, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, huisvrouw van Dirck Monsieur, “jegenwoordich sijn affaires doend in Oost-India”, een huis, erf en toebehoren op de Vogelmarkt [= Groenmarkt], tussen het huis van Antonij Repelaer en het huis van de weduwe en erfgenamen van schout Leendert Vinck, voor 1800 gl., zowel in contant geld als met het overnemen van een schepenenschuldbrief van 1700 gl. kapitaal, die Cornelia van Bergen op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 804, f. 124v: op 6 aug. 1704 verklaart Francina van Esch, “gequalificeert sijnde tot het administreren van haar eijgen goederen”, schuldig te zijn aan Adriaan van Hogeveen, lid van de Oudraad te Dordrecht, een somma van 250 gl. wegens leverantie van bieren, verbindende een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van mr. Barthout van Slingeland, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van Maria Roscam

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Dirckje Monseur, 4 april 1682,

b. Herman Monseur, 15 okt. 1683]

f. 32v

Hendrik Selis 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 153: op 6 okt. 1664 verkoopt Adriaen Rijsbergen, burger van Dordrecht, als man van Clementia van Angeren, dochter van Machtelt Cornelis, die een dochter was van Lijsbeth M…lens [gedeeltelijk onleesbaar], voor 3600 gl. aan Jan Hendricxsz. van Eijck, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Quijrijn Apersz. Saeijer en dat van de weduwe van Pieter Coopman. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1632, f.92

v e.v.: op 18 mei 1690 verkopen Adriaen Meijnaert en Abraham Sam, beiden lid van de Veertigraad van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan Hendricxsz. van Eijck en diens vrouw Ermken Hoppers, voor 3166 gl. 30 st. en 6 penn. aan Elisabeth Hoppers, weduwe van Wijnant Musschen, vijf zesde parten van een huis in de Wijnstraat, waarvan aan koopster als erfgename het resterende vijfde part toekomt,vroeger genaamd “de Drie Haringen” en thans “de Disteleerslangh”, strekkende tot in de Palingstraat en staande tussen het huis van de weduwe van Job Jansz. Cuijter, en nu van haar zoon Cornelis Ouboter, en het huis van Cornelis Hermansz. Monseur. De koopster is schuldig aan verkopers een somma van 2400 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 15v e.v.: op 12 febr. 1701 verkoopt Lijsbet Hoppers, weduwe van Wijnand Mussche, burgeres van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Johannes Heesbeen, burger van Dordrecht, een huis aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Cornelis Monseur en dat van Cornelis Ouboter. De koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 600 gl., die Jan Alof op het huis sprekende heeft. De koper is schuldig aan mr. Jacob van Mewen van Heijnsberg, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 2400 gl.]

Cornelis Ouboter[zeilmaker] 1-13-4

[ORA Dordrecht inv. 1622 (nieuw), f. 39v: op 19 juni 1668 verkoopt Quirijn Saeijer, burger van Dordrecht, voor 2700 gl. aan Job Jansz. Cuijter een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “den Witten Helm”, staande tussen het Grootschippershuis en het huis van Jan Henricxsz. van Eijck.

ORA Dordrecht inv. 1632 (nieuw), f. 101e.v.: op 31 mei 1690 verklaren Cornelis Ouboter en Adriaen Kuijter, burgers van Dordrecht, kinderen van wijlen Digna Adriaensdr.,laatst

weduwe van Jop Jansz. Cuijter, en uit dien hoofde erfgenamen van Hadewij Jansdr., weduwe van Bartholomeus Gillisz. van Oosterhout, bij de scheiding van haar goederen aangenomen te hebben een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende tot in de Palingstraat en staande tussen het huis van het Grootschippersgilde en dat van wijlenJan Hendricxsz. van Eijck, tegenwoordig toebehorende aan Elisabeth Hoppers.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 43v e.v.: op 26 mei 1695 verklaart Cornelis Ouboter, zeilmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Laurens de Jongh, zeilmaker en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende van de Wijnstraat tot in de Palingstraat, staande tussen het huis van het Grootschippersgilde en dat van wijlen Jan Hendricxsz. van Eijck, thans toebehorende aan Elisabeth Hoppers. Het huis is vanouds genaamd “den Witten Helm” en is niet meer belast dan met 1000 gl. kapitaal, welke Beatricx van Eijssel, de vrouw van Thomas Rijckers, op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 100v: op 22 sept. 1699 verklaart Cornelis Ouboters, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Kristina de Vries, weduwe [van Hendrick van]Melisdijck, een somma van 3000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “den Witten Helm”,strekkende tot in de Palingstraat en staande tussen het huis van het Grootschippersgilde enhet huisvan Jan Hendricxsz. van Eijcke, dat nu toebehoort aan Elisabeth Hoppers.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 30: op 15 mei 1703 verkoopt Cornelis Ouboter, burger van Dordrecht, “als in bedeelinge aangenomen hebbende het hier naar te noemen huijs”, volgens een schepenenbrief van 31 mei 1690, voor 4500 gl. aan David van Doeijenburg, commies ter recherche te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Helm”,in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de Wijnstraat tot achter in de Palingstraat, belend zo voor als achter door het Grootschippersgildehuis aan de ene zijde en het huis van Johannes Heesbeen aan de andere.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 150 e.v.: op 19 nov. 1704 verkoopt David van Doeijenburg, commissaris ter recherche, voor 2265 gl. aan Jan van Ophemert, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, het voorste deel van een huis, genaamd “den Helm”, staande omtrent het Groothoofd tussen het Grootschippershuis en het huis van Johannes Heesbeen, en voor 560 gl. het achterste deel van hetzelfde huis, dat van achteren uitkomt in de Palingstraat.]

Arijen Karelburn 1-5-12

het Schippershuis 1-10

Cornelis Willemsz. van de Graaff[blokmaker] 1-16

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 17 mrt. 1695: een baar aan het Groothoofd voor Kornelis van de Graef blokmaker, eens luidens en een kwartier]

de weduwe van Wijnant van Hoogstraten 1-10

mr. Gijsbert Douw[mr. chirurgijn] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 1v: op 25 jan. 1677 verkoopt Abraham van de Water, koopman wonende te Rotterdam, voor 400 gl. aan mr. Gijsbrecht Douw, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, waar uithangt “Gorcum”, met het achterhuis uitkomende omtrent de Kleine Vismarkt, waar tegenwoordig in woont Catharina Lansloot, staande tussen het huis van de weduwe van Wijnant van Hooghstraten en het huis van de weduwe van Claes Back.]

Jan [Jansz.] van der Schaar [viskoper] 1-6-8

[Jan Jansz. van der Schaer,gedoopt NG Dordrecht 18 mei 1651, jongman van Dordrecht, wonende op de Kleine Vismarkt [Palingstraat], viskoper (1674), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 nov. 1707 (Jan van der Schaar, aan het Groothoofd), trouwde NG Dordrecht 29 apr./24 mei 1674 Catharina Machielsdr. (Vaens), jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Kleine Vismarkt (1674), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 juni 1710 (Kaatie Gielle, weduwe van Jan van der Schaer, op de Kleine Vismarkt)

De Palingstraat (febr. 2014)

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 121: op 16 mei 1680 verkopen Adriaen Claesz. Back, Abraham Fransz. Terbrugge, als man van Anna Claesdr. Back, voor zichzelf en tevens vervangende Claes Claesz. Back, Adriaen Jansz. Overduijn, wonende in ‘s-Gravenhage, als man van Neeltge Claesdr. Back, en Marijken Claesdr. Back, samen kinderen en erfgenamen van Geertruijt Joppen, weduwe van Claes Back, verkopen voor 2300 gl. aan Jan Jansz. van der Schaer, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, uitkomende met een gang en een achterwoning daarnaast op de Kleine Vismarkt, belend van voren tot achteren door het huis van Willem de With aan de ene zijde en het huis van mr. Gerrit Douw aan de andere zijde.

ONA Dordrecht inv. 666, f. 96 e.v.: op 16 mei 1703 verkoopt Jan van der Schaar aan Jan Sprinckhuijsen een huis met een gang daarnaast in de Palingstraat, staande tussen het koetshuis van de erfgenamen van Pieter Brantwijck van Blocklant en het achterhuis van Gijsbert Douw. Het huis wordt bewoond door de verkoper, die nog een huis heeft, staande achter het voornoemde huis.

ONA Dordrecht inv. 813, f. 76 e.v., akte dd 23 juni 1710: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Catharina Faans, overleden te Dordrecht op 5 juni 1710. Tot de boedel behoren o.a.:

1. een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mr. Francois van Bochoven en het huis van Gijsbert Douw mr. chirurgijn, achter uitkomende in de Palingstraat, in welk huis Catharina Faans is overleden

2. een huis in de Palingstraat, staande tussen het huis van Hermen Raats mr. chirurgijn en het huis van Arie Cool, welk huis voor 10 jaar is verhuurd aan Jan Cool

3. een derde deel van een huis in de Palingstraat, staande tussen het huis van Pieter en Antonij Bruijn en het voorgaande pand, welk huis voorde overige 2/3 delen toebehoort aan Hermen Raats

4. de helft in twee huisjes met de bijbehorende kelders op de Riedijk aan de Stadsvest, in gemeenschappelijk bezit met Cornelis Coenen, staande tussen het huis van Pieter Cloosterman en dat van Cornelis Timmers.

Aan de boedel komt nog toe de erfportie van Abraham van der Schaar, overleden op de “Caap de Bon Esp[e]rance in Indiën” op 29 mrt. 1709, waarvan de bescheiden berusten bij de Kamer Zeeland van de VOC.

De akte is ondertekend door o.a. Berbera van der Schaar.

ORA inv. 1644A, f. 63: op 13 sept. 1712 verkopen Jan Kool, beurtschipper van Dordrecht op Veere, , namens zijn vrouw mede-erfgenaam van Catarina Vaans, weduwe van Jan van der Schaar, voor zichzelf en als executeur van de boedel van Catarina Vaans, en als voogd over haar minderjarige zoon, en nog als procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar en Jan van der Krab, als man van Trijntje van der Schaar, allen kinderen en erfgenamen van Catarina Vaans, en Cornelis Bax, als man van Berbera van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, voor zichzelf en als procuratie hebbende van hun broer resp. zwager Teunis van Drongelen, als man van Henrica van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, voor 1375 gl. aan Jan Sprinkhuijsen, commies van de Grafelijkheidstol, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van mr. F. van Bockhoven en het huis van mr. Douw chirurgijn.]

de heer Arent Muijs van Holij voor en achter 4-12

Govert Denijsz. Visser 1-12

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 22v: op 3 mei 1668 verkoopt “Andries Dircxs vander Halen als Last en procuratie hebbende van Jacob Claessen Boutkanne en(de) Jan Abrahamsz Trestier, te saemen Testamentaire Voochden over de naergelaten weeskinderen van za: Roelant Claessen Boutkanne en(de) Digna Cornelis van Putten, bleijckende bijde zelve procuratie gepasseert voor(de) Notaris Everard van Campen en(de) sekere getuijgen binnen der Stede Briel residerende in date den ii deser maent Meij”, voor 1700 gl. aan Huijbert Michielsz. Hentzager, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Michiel de Vries mandenmaker en dat van Corstiaen van Hattum, strekkende van voren van de straat tot achter op de Kleine Vismarkt.

NG trouwboek Dordrecht 25 okt. 1665 (ondertrouw): Huibert Michielsen viskoper jongman wonende bij het Groothoofd en Maijke Jans, weduwe van Daniël Claessen schipper, wonende op de Riedijk, beiden van Dordrecht

NG trouwboek Dordrecht 3 mei 1671 (ondertrouw) Govert Denissen, schippergast van Werkendam en Maijke Jans, van Dordrecht, weduwe van Hubert Michielsen viskoper, wonende aan de Kleine Vismarkt (Palingstraat).

ORA Dordrecht inv. 795, f. 80v e.v.: op 17 febr. 1688 verkoopt Johannes van Wageningen, als voogd van vaderszijde over de kinderen van Johan van Diemen, en procuratie hebbende van Anthonij Eeckhout, commissaris van de kraanslepers te Rotterdam, zijnde benevens Johan Brant, koopman in Den Bosch, voogd over de kinderen van Johan van Diemen, verwekt bij Anthonetta van Hees, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. Duclou te Rotterdam op 31 jan. 1688, aan voor 1884 gl. 9 st. aan Govert Denijs en Jan Jansz. van der Schaer, burgers van Dordrecht, een huis op de haven recht tegenover de Riviervismarkt, waar uithangt “het Hof van Holland”, strekkende voor uit de straat tot achter tegen het erf van het huis, genaamd “den Toelast”, staande tussen de gang van “den Toelast” en het huis van Geerit Vingerhoet. Kopers zijn schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl. ]

f. 33

Hendrik Penning [mandenmaker] 1-0

[Corstiaen van Hattum, geboren naar schatting ca. 1640, chirurgijn te Dordrecht, trouwde Catharina van Bonckelwaert, weduwe van Amsterdam, wonende bij het Groothoofd te Dordrecht (1677), trouwde 2e NG Dordrecht 19 sept. 1677 (ondertrouw; bescheid gegeven om op Papendrecht te mogen trouwen) Henrijck Pietersz. Penning, mandenmaker, weduwnaar van Gorinchem (1677)

1 nov. 1664: Mattijs Paus en Bartholomeus Roonaer, burgers van Dordrecht, verkopen voor 1800 gl. aan Corstiaen van Hattum, chirurgijn te Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Martinus van Sassen en de Grafelijkheidstol.(ORA Dordrecht inv. 784, f. 157v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 101v: op 23 juni 1678 verkoopt Hendrick Penningh, mandenmaker en burger van Dordrecht, als man van Catharina Bonckelwaert, eerder weduwe van Corstiaen van Hattum, dochter en enige erfgename van Anthonetta [de Wit], weduwe van Franchois van Bonckelwaert, voor 1100 gl. aan Willem de With, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Govert Matthijs riviervisverkoper.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 67 e.v., akte dd 31 aug. 1695: mr.Johan de Witt, oud-burgemeester van Dordrecht, Anthonij van Asperen en Hendrick van Keppel transporteren aan Hendrick Penningh, mr. mandenmaker, een huis bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Gerard Vingerhoet en dat van Govert Nijsse. De koopsom bedraagt 800 gl. De koper is schuldig aan kapitein Johan Lanckswaert, burger van Dordrecht, 800 gl., verbindende het voornoemde huis.]

Gerard Vingerhoet [koopman] 3-19-4

[NG trouwboek Dordrecht 14 jan. 1680: Gerard Vingerhoet koopman jongman van Keulen wonende bij het Groothoofd en Elysabeth de Hulter jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Schrijversstraat, getrouwd 30 jan. 1680

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 23v: op 4 mei 1668 verkoopt Anna van der Reijt, weduwe van Dionijs van der Poel, burgeres van Dordrecht, voor 9400 gl. aan Pauwels van der Velde, koopman te Dordrecht, drie huizen met een kelder, staande naast elkaar in de Wijnstraat tussen het huis, genaamd “de Toelast” en het huis van Michiel de Vries.

 ORA Dordrecht inv. 1622, f. 140: op 30 dec. 1669 verklaart “mr. Willem de Beveren heere van Stervelshoeck uijt den outraet deser Stede Rentmr. Generael van Zuijthollandt als last ende autorisatie hebbende vande heeren Raden ende meesters vande reeckeninge de Domeijnen vande heeren Staten van hollandt ende Westvrieslant, Blijckende bij deselve schriftelijcke autorisatie ons Schepenen verthoont gedaen ende gegeven ten Burele vande voors. reeckeninge van date den lsten sesten maent Decemb. …  indier qualiteijt volgens den accorde opden eersten der maent Octob. laetstleden tusschen de gemelte heeren Raden ende mrs. vande reeekningen der voors. Domeijnen ter eenre ende d’hr. Willem de With mede uijt den outraet alhier ter andre zijde, gemaeckt ende gesloten”, voor 5000 gl. aan Willlem de With verkocht te hebben “eengeheel huijs ende erfve met allen sijnen toebehooren ende t gunt daerinne aert ende nagelvast is, alsmede in sulcker voegen als het selve tot noch toe bij den voorn: heere de With als een Emoliment van sijn offitie als ontfanger principael van de Tolle van Geervliet beseten is mitsgaders soodanige vrijdomme servituijten ende gerechtigheden als den voors. huijse ende erfve is hebbende, staende ende gelegen aen het Grootehooft binnen deser Stede” tussen het huis van de erfgenamen van mr. Johan de With en dat van Corstiaen van Hattem winkelier.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 46v: op 6 aug. 1675 verklaart Clara Wieler, weduwe van Paulus van der Velden, koopman te Dordrecht, dat zij aan haar nicht Sara Norden, “iegenwoordigh in belofte van huwelijck” met Andries Sam ,koopman en burger van Dordrecht, ten huwelijk gegeven heeft een huis met de daarbij horende huisjes, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, aan één zijde belend door het huis van Johan van Diemen.

ORA Dordrecht inv. 793, f. 2v: op 13 jan. 1683 verkopen Abraham Sam, lid van de Veertigraad en koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis van den Ancker, koopman wonende te Londen, en diens vrouw Sara Norden, die eerder weduwe was van Andries Sam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Abraham de Smith te Londen op 29 sept. 1682, voor 9450 gl. aan Gerard Vingerhoet, koopman en burger van Dordrecht, een huis met een klein huis daarnaast, staande in de Wijnstraat, strekkende voor van de straat tot achter op de Kleine Vismarkt [Palingstraat], staande tussen het huis van Johan van Diemen en dat van Hendrick Penninck.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 107v e.v.: op 8 mei 1694 verkoopt Jan van der Schaer, visser en burger van Dordrecht, voor zichzelf en mede vervangende zijn zwager, Govert Dionijsz., visser en burger van Dordrecht, voor 280 gl. aan Gerard Vingerhoet, koopman te Dordrecht, een klein gedeelte van hun huis aan de kade van de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Vingerhoet en de gang, komende naast het pakhuis van Jan van Gelé, “bestaende dit verkofte alleenlijck van dat gedeelte t welck comt achter de huisinge” van de koper, genaamd “den Toelast”, en tevoren daaraan gebruikt geweest als keuken, tot tegen de muur van het achterste huis van de verkopers.]

denselven 0-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 32: op 9 mei 1663 verkoopt Franchois van Bredenhoff, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriana van der Berch,laatst

weduwe van Abraham Freris, voor 5300 gl. aan Johan van Diemen, commissaris ter recherche te Dordrecht, een huis, genaamd “de Toelast”, waar nu uithangt “het Heere Logement”, met het goudleer dat zich daarin bevindt, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Dionijs van der Poel en dat van de kinderen en erfgenamen van Bartholomeus Damasz.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 80v e.v.: op 17 febr. 1688 verkoopt Johannes van Wageningen, als voogd van vaderszijde over de kinderen van Johan van Diemen, en procuratie hebbende van Anthonij Eeckhout, commissaris van de kraanslepers te Rotterdam,zijnde benevensJohan Brant, koopman in Den Bosch, voogd over de kinderen van Johan van Diemen, verwekt bij Anthonetta van Hees, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. Duclou te Rotterdam op 31 jan. 1688, voor 2250 gl. aan Jacob Jacobsz., wijnkoper te Rotterdam, een huis, vanouds genaamd “den Toelast”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Samuel de Jager kuiper en het huis van Geerit Vingerhoet, strekkende voor uit de straat tot achter tegen het kookhuis van het huis, dat op dezelfde dag is verkocht aan Govert Denijs en Jan van der Schaer, van achter uitkomende met een vrije gang tot achter op de haven. Aert Teggers neemt namens de koper te zijnen laste een hypotheek van 1000 gl., die de weduwe van de ontvanger Van de Meer op het huis sprekende heeft. Johan Hellu, veertigraad te Dordrecht, verklaart namens de weduwe Van de Meer in het overnemen van deze hypotheek toe te stemmen.]

Aart Teggers 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 67v: op 19 okt. 1661 verkoopt Adriaentgen Joosten,laatst

weduwe van Bartholomeeus Damassen, aan Adriaen de Wit, achtraad van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 35 gl. op een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Lantscroon”, staande tussen het huis “den Toelast” en het huis van Cornelis van Oversteech.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 135v: op 13 juli 1667 verkopen Joost Bartholomeusz. schipper en Daniël Willemsz. Dolphijn, als man van Geertruijt Bartholomeusdr., burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Adriaentje Joosten, weduwe van Bartholomeus Damasz., voor 1500 gl. aan Samuel de Jager, wijnkuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis “den Toelast” en het huis van Willem van Dijck.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 16: op 7 jan. 1670 verklaart Samuel de Jager, kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Aernout van der Beeck een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Lantskroon”, staande tussen het huis van Johan van Diemen en dat van Cornelis van Dijck.

ORA Dordrecht inv. 796, f 7v e.v.: op 26 febr. 1689 verklaart Samuel de Jager, mr. kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jenneken van Wijngaerden, een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Jacobsz., wijnkoper te Rotterdam, en dat van de erfgenamen van Cornelis van Dijck.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 25 e.v.: op 7 mei 1693 verkopen Anna van den Abeele, weduwe van Aart Teggers, pachter van verscheidene gemenelandsmiddelen, en Jan de Bedts, notaris te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Aart Teggers, voor 1680 gl. aan Gerard Vingerhoet, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de koper en dat van Maria van Wingaerden.]

N. van Wingerden 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 153v: op 4 dec. 1704 verkoopt Maria van Wingerden, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 900 gl. aan Hendrick de Jager, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Abel Ouboter en het huis van Gerrard Vingerhoet, dat is ingericht als wijnkelder en pakhuis.]

Abel Ouboter 1-0

Vaster de Ram 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 66: op 2 dec. 1681 tonen Johannes van de Hatert, predikant te Papendrecht, en Cornelia van de Hatert, wonende te Papendrecht, aan schepenen van Dordrecht, een rekening, ondertekend door hun vader ds. Christianus van de Hatert, waaruit bleek, dat hun vader van Pieter Schellebeeck tegoed had een somma van 37.773 gl. De comparanten verkopen aan Vaster de Ram, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Herman Vingerhoet en dat van Abel Ouboter.

21 mei 1699: de erfgenamen van Neeltje Teunisdr. Ouboter, weduwe van Wessel de Ram verkopen voor 2140 gl. aan Jacob Maertensz. Veen [schipper/viskoper] een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Johan van Eijsden en het huis van Abel Ouboter, hebbende een vrije achteruitgang op de [Kuipers]haven aan de Kleine Riviervismarkt. (ORA Dordrecht inv. 801, f. 69v. Dit huis droeg vanaf het begin van de achttiende eeuw tot ca. 1822 de naam “den Theeboom”. (Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 15 aug. 1726: het kind van Maarten Veen bij het Groothoofd in den Theeboom.) Zie E. van Dooremalen, Den Theeboom (Wijnstraat 75/77) in Oud-Dordrecht 2004, nr. 3,p. 54 e.v.]

de heer Herman Vingerhoet voor en achter 4-6

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 155 e.v.: op 5 sept. 1667 verkoopt notaris Johan Cop, als procuratie hebbende van Gooswinus Hoeffslager, volgens procuratie gepasseerd voor notaris R. Noordingh te Wesep op 3 sept. 1667, voor 6600 gl. aan Herman Vingerhoet, Rijnschipper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, genaamd “Steenbergen”, strekkende voor van de straat tot achter op de Kleine Vismarkt enstaande tussen het huis van Johan Sam en dat van ds. Christiaen van de Hatert.

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 28 juli 1651: de trouwbeloften aangetekend tussen Herman Vingeroet [sic] jongman van Santen Rijnschipper geassisteerd met Gerrit Vingeroet Rijnschipper zijn vader en Elisabeth Hellegenhooft geboortig van Lents jonge dochter wonende te Dordrecht geassisteerd met Corstiaen Hellegenhooft haar vader

Herman Vingerhoedt en Lijsbeth Corstiaensdr. (Hellegers) laten dopen (NG Dordrecht):

a. Margareta, 22 juli 1652

b. Lijsbeth, 2 april 1654

c. Johannes, 1 april 1669]

Johan Gelsdorp 1-12-4

Johan van Gelé 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 67v e.v.: op 21 juli 1700 verkoopt Johan van Eijsden, arts en koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Johan van Gelée en Catarina Vingerhoet, beiden overleden, en als procuratie hebbende van Elizabet en Johanna van Gelée, dochters van voornoemd echtpaar, en tevens vervangende zijn medevoogd, Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, voor 1300 gl. aan Govert de Nijs en Cornelis Ariensz. Dura, burgers van Dordrecht, een huis op de Riviervismarkt bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Maertensz. en het huis van Govert Denijsse.]

f. 33v

Cristiaan Paff [koopman] 3-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1613, f. 52v: op 9 sept. 1649 verkopen Gerrit Noeij en mr.  Diederich Hoeufft, als bewindhebbers van de WIC (kamer Dordrecht), aan Hans Boor, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “den Hoorn”, staande tussen het huis van de WIC en dat van Jan Welder.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 58: op 20 sept. 1691 verklaart Christiaen Paff, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan ds. Henricus Franken, predikant te Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Adriaen Meijnaert en dat van de weduwe Calraet.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 117v e.v.: op 23 aug. 1692

verkoopt Christiaen Paff, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Catarijna van der Plas en Catarina Vingerhoet, beiden wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Adriaen Meijnaert en dat van de weduwe van de beeldsnijder Calraet, genaamd “het Ossehooft”, met een grote wijnkelder daaronder, van achteren uitkomende op de haven.]

de weduwe van [de beeldsnijder] Kalraat 2-5

[Pieter Jansz. van Calraet (van Calrade), jongman van Utrecht wonende in de Schrijversstraat (1640), trouwde NG Dordrecht 12 aug./9 sept.1640 Agnietje Abrahamsdr. (van Patro/van Padero), van Dordrecht, weduwe van Gerrit Michielsz. kleermaker, wonende in de Schrijversstraat (1640)

Uit dit huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Abraham van Calraet, 12 okt. 1642, kunstschilder en graveur, overleden Amsterdam 11 juni 1722, trouwde NG Dordrecht 7 juli 1680 Anna Bisschop (Busschop), gedoopt NG Dordrecht 7 dec. 1661, dochter van Cornelis Bisschop, kunstschilder, en Geertruyt van Botlant

Abraham van Calraet, Dordrecht (ca. 1665)

b. Jan van Kalraet, 1 dec. 1644

c. Hendrijck van Calraet, 27 april 1646, jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1679), beeldsnijder, trouwde NG Dordrecht/Puttershoek 7/21 mei 1679 Catharina Makasij, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1679)

Kind:

c-1. Michiel van Kalraet, gedoopt NG Dordrecht 8 okt. 1679, ontwierp het nieuwe koorhek van de Grote Kerk, dat werd voltooid in 1744 (H.A. van Duinen, Dordrecht, Dordtse Canon en het geslacht Diodati, Oud Dordrecht 2008, nr. 1, p. 18 e.v.)

d. Barent van Calraet, 16 aug. 1649, jongman van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1697), kunstschilder, overleden 9 febr. 1737, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 mei/10 juni1697 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Jan van Kalraet, de bruid met haar goede kennis Catharijna Kalraet) Hermina van der Sluijs, jonge dochter van Aardenburg, wonende bij de Beurs (1697)

– 7 juni 1703: Abram Mol, koopman te Dordrecht, en Johan van Bijwaert, notaris te Dordrecht, als executeurs-testamentair van wijlen kapitein Jacobus van der Velde, apotheker te Dordrecht, verkopen voor 3000 gl. aan Barent van Kalraat, mr. schilder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Pelserbrug en het huis van de weduwe Van Rijendam. De koper is schuldig aan Catarina van Mewen, weduwe van ds. Theodorus Colvius, predikant te Dordrecht, een somma van 3000 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: “Ik ondergeschrevene bekenne voldaan te wesen van de bovenstaande 500 gl. door de heer Johannes Wilh. van der Sluijs predicant te Cillershoek, cedere so mijn regt aan dien heer. Gedaan te Dordt. den 12jan. 1731 [w.g. Petrus Franken]”. Ik ondergeschrevene bekenne het regt op desen grontbrieff overgedaan te hebben aan mijn vader Korn. van der Sluijs voor gemelte sommavan vijff hondert gulden bij mij ontfangen den 11 Junij 1733. [w.g. JWvd Sluijs]”.”Ik ondergeschrevene Corn[elis] van der Sluijs woonende tot Amsterdam bekenne ontfangen te hebbe van Adriaan Onderdelinde de somme van 325 gl. sijnde 65 percento tot voldoeninge van mijnpretensie van 500 gls. wegens de hipotheekbrieff door mij overgenomen op ’t huijs van wijle mijn nigt Angenita Anna van Calraet a Dordt. sijnde door de heeren executeurs van hare nagelatene goederen overstaan vanHeeren Commissarissen van de Desolate Boedels niet anders bevonden over te schieten aan alle de crediteuren dan 65 percento … waarmede voldaan is den voorn. hipotheekbrieff die hier nevens terug sende om ter secretarie a Dordt. te werden geroyeert. Amsterdam den 25 mrt. 1743″. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 2 april 1743.(ORA Dordrecht inv. 804, f. 34v)

Kinderen (o.a.):

d-1. Agnita Anna van Calraet, gedoopt NG Dordrecht 23 april 1698

e. Catharina van Calraet, 9 sept. 1657]

de suikerraffinaderij 1-8

Het West-Indisch Huis in de Wijnstraat

Mercurius, de god van de handel, in de gevel van het West-Indisch Huis.

[In 1623 huurde de stad Dordrecht voor het opslaan van koopwaren van de in 1621 opgerichte West-Indische Compagnie een huis in de Wijnstraat (thans nr. 87), dat sedertdien het West-Indisch Huis heette.*Omdat de handel van de WIC vanaf het midden van de zeventiende eeuw (vooral na het verlies van Brazilië in 1661) achteruitging, moest er een verkleining toegepast worden en zo verkocht het stadsbestuur in 1698 het West-Indisch Huis aan de firma Vingerhoet, Van Eijsden en Mühlhoff, die in het pand en het ernaast staande huis “het Ossenhoofd”een suikerraffinaderij vestigde. De raffinaderij en de huizen (inclusief het naast het West-Indisch Huis” en “het Ossenhoofd” staande huis “den Hoorn”) waren in 1724 eigendom van Frederik Wilkens, die het bedrijf in 1735 verplaatst

e naar de achtergelegen panden op de Kuipershaven. Hij liet in dat jaar de panden aan de Wijnstraat afbreken en daarvoor in de plaats een herenhuis met een fraaie gevel neerzetten met als gevelsteen het hieronder afgebeelde, in blauw “papier” verpakte suikerbrood.(C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 34; J. Koonings, Dordrecht en de West-Indische Compagnie (1621-1791), Oud-Dordrecht 2006, nr. 3, p. 77 e.v.)

*De huizen “Calis” en “den Gulden Hoorn” met de daarachter gelegen mouterij werden in 1622/1623 door de erfgenamen van Reijnier Adriaensz. van Wel, hopkoper en later brouwer te Dordrecht, verkocht aan Michiel Pompe, lid van de Achtraad en “thesaurier van de reparatiën”, die het verhuurde aan de West-Indische Compagnie.

10 jan. 1640: Henrick Cock, boekhouder van de Bewindhebbers van de West-Indische Compagnie (kamer Dordrecht), verkoopt aan die Bewindhebbers een huis in de Wijnstraat tussen het huis van de kopers en het huis, genaamd “het Ossenhooft”. (ORA Dordrecht inv. 772, f. 75v)

23 sept. 1649: Alewijn Halewijn en mr. Diederich Hoeufft, als bewindhebbers van de WIC (kamer Dordrecht), voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-bewindhebber Anthonij Repelaer, verkopen aan Emmerentia de Regueer, weduwe van de griffier Franchois de Witt, een jaarlijkse losrente van 300 gl., verzkerd op een huis in de Wijnstraat, zijnde het “Westindisch Huis”, staande tussen het huis van Hans Boor en dat van Willem van de Broeck. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 54)

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 85: op 30 april 1686 verkoopt Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, aan Johan de Gelder, oud-achtraad en veertigraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, vanouds genaamd “het Westindiënhuijs”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Pieter Kalraet en dat van Louijs van der Putten. Het huis is betaald met een somma van 3100 gl., die “den cooper heeft gebracht inde consignatie deser stede ende waer van is gedisponeert bij sententie van preferentie”.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 94 e.v.: op 22 mei 1686 verkoopt Jan Aertsz. de Gelder, veertigraad en voormalig achtraad van Dordrecht, voor 4000 gl. aan de regeerders van Dordrecht ten behoeve van de stad een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, genaamd “het Westindisch Huijs”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Abram Calraedt en dat van Louis van der Putten.

Jan Aertsz. de Gelder, jongman van Dordrecht wonende in het Westindisch Huis (1640), trouwde NG Dordrecht 5/19 aug. 1640 Maria Lotterichs Jansdr., van Dordrecht wonende bij de Boom (1640)

Kind:

a. Arent (Aert) de Gelder, gedoopt NG Dordrecht 11 nov. 1645, kunstschilder, leerling van Rembrandt, overleden Dordrecht 27 aug. 1727

ORA Dordrecht inv. 797, f. 127v e.v.: op 23 aug. 1692

verkoopt Christiaen Paff, koopman te Dordrecht, voor 6000 gl. aan Catarijna van der Plas en Catarina Vingerhoet, beiden wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Adriaen Meijnaert en de weduwe van de beeldsnijder Calraet, genaamd “het Ossehooft”, met een grote wijnkelder daaronder, van achteren op de haven uitkomende.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 150: op 3 juli 1698 verkoopt Johan van den Brandelaar, thesaurier te Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeesters van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan de heren Vingerhoets, Van Eijsden en Mulhoff, kooplieden in compagnie te Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam, een huis, vanouds genaamd “het Westindisch Huijs”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Louies van der Putten en dat van de weduwe en kinderen van Kalraet.

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 9 febr. 1690 (ondertrouw): Laurens Willekens, jongman van Rotterdam, geassisteerd met Sebilla Verwers, weduwe Willekens, en Johannes Willekens, “haer resp. soon”, en Maria Meulenhoff, jonge dochter, wonende te Dordrecht, geassisteerd met haar vader Fredrik Meulenhoff.

Laurens, zoon van Joost Wilkens en Sijbilla Verwers, gedoopt Luthers Rotterdam 26 april 1665

Trouwboek Gerecht Dordrecht 8 dec. 1715: Fredrik Wilkens, jongman van Rotterdam, wonende bij het Groothoofd, volgens schriftelijk consent van Maria Meulhoff *, vrouw van Hendrik Kerker, zijn moeder, en Hendrina Rommelsom, jonge dochter van Nijmegen, wonende bij de Beurs, getrouwd [NG Dordrecht] op 22 dec. 1715

* Frederick, zoon van Laurens Wilkens en Maria Meulhof, gedoopt Luthers Rotterdam 14 nov. 1692

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 25 sept. 1716: Hendrica Rommelse, de vrouw van Fredrik Wiltke suikerbakker, bij het Groothoofd, één koets boven het getal

Trouwboek Gerecht Dordrecht 16 jan. 1718 (ondertrouw): Fredrik Wilkens, van Rotterdam, weduwnaar van Hendrina Rommelsom, wonende te Dordrecht, en Catharina Schalbruch, jonge dochter van Dordrecht, wonende te Amsterdam, volgens attestatie van ondertrouw aldaar dd 14 jan. 1718, attestatie gegeven op 30 jan. 1719

Trouwboek Gerecht Dordrecht 19 dec. 1727 (ondertrouw): Fredrik Wilkens, koopman te Dordrecht, weduwnaar, en Anna Margaretha Goll Johansdr., te Frankfort, volgens attestatie van daar dd 11 dec. 1727, op 4 jan. 1728 attestatie gegeven

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 4 mrt. 1745: Anna Margrita Gool, vrouw van Fredrik Wilkens, in de Wijnstraat, laat kinderen na, 6 koetsen boven het ordinaris getal

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 13 okt. 1745: Fredrik Wilkens, in de Wijnstraat, laat kinderen na, 6 koetsen boven het ordinaris getal]

Suikerbrood, gevelsteen in het pand Wijnstraat 87. (foto: www.gevelstenen.net)

Louis van der Putten[koopman] 4-0-8

[ONA Dordrecht inv. 302, f. 291: op 14 jan. 1671 verkopen Adriana Absou, weduwe van Johan de Haen, en Willem Absou, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Jacob Verschuijr, als man van Christina Absou, samen tevens vervangende Dirck Absouw, die in het buitenland verblijft, verkopen voor 6000 gl. aan Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis omtrent het Groothoofd, genaamd “de Ceulse Craen”, dat wordt bewoond door mr. Weijt, van achteren uitkomende op de Nieuwe Haven, “van voren tot achteren op de haven bij kolonel Charles Reijms” [sic], staande tussen het huis van de heer Bressij en het Westindisch Huis

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 17v: op 11 mei 1683 verkoopt Sebastiaen van de Graeff, ontvanger van de konvooien en licenten te Dordrecht, voor 5500 gl. aan Louis van der Putten, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, strekkende van de straat tot achter aan de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Adriana Reijnen en het Westindisch Huis. Waarborg: Jacob van de Graeff. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 75v e.v.: op 2 dec. 1707 schenkt Digna Maria van Slingelant, weduwe van Louis van der Putten, koopman te Dordrecht, aan Casparus van Bemmel, mr. goud- en zilversmid te Dordrecht, die is getrouwd met haar dochter, Catharina Maria van der Putten, een huis met achterhuis en kelder, thans bewoond door Lion Arons, joods koopman, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Gerrard van Bockum en het huis, dat wordt bewoond door Fredrick Mulhoff, alsmede een pakhuis in de Mariënbornstraat en een stal aan de Vest omtrent de St. Jorispoort.]

Joan Diodati [koopman] 3-5

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 139: op 24 mrt. 1667 toont mr. Raphel Bressij een decreetbrief en akte van preferentie van de Hoge Raad van Holland dd 4 april 1667, waarbij Michiel van Feltrum wordt “onterft ende ontlast” van een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de erfgenamen van dr. Johan van Beverwijck en dat van de erfgenamen van Willem van den Broeck, strekkende tot achter op de Kleine Vismarkt.  

Jean Diodati, geboren Leiden 28 juli 1658, koopman te Dordrecht, vertrok in mei 1697 met het schip “Oosterwijk” naar Batavia, overleden Suratte (India) 16 juni 1711, zoon van Philippe Diodati, predikant van de Waalse gemeente te Leiden, en Elizabeth Francken, Jean trouwde NG Dordrecht 17 mrt. 17 mrt. 1680 Aldegonda Trouwers (H.A. van Duinen, Dordrecht, Dordtse Canon en het geslacht Diodati, Oud Dordrecht 2008, nr. 1, p. 18-19)

NG trouwboek Dordrecht 8 mrt. 1654: ds. Philippus Deodatus predikant in de Franse kerk te Leiden jongman van Géneve en Elisabeth Francken heer Sebastiaensdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in ‘s-Gravenhage, procl. te Leiden en Den Haag, getr. Dordrecht 7 april 1654

NG trouwboek Dordrecht8 april 1668: Thomas Rijckers koopman jongman van Roeroort en Elysabeth Francken weduwe van ds. Philippus Diodati wonende bij de Gravenstraat, getrouwd op 1 mei 1668

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Jacomina, gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1669

b. Agatha, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1671

c. Anna, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1672

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 mei 1678: een zwarte baar voor de vrouw van de heer Rijkers bij de Gravenstraat

ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren o.a.:

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar

– de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de “camer vant voorsz. Groothuijs” en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar

– een derde part in een woning met 7 1/2 morgen land, zowel boomgaard, tuin, als moesland, gelegen tussen de “Geest- ende Thollebregge” in het ambacht Voorburg bij ‘s-Gravenhage, naast de vaart van Delft naar Den Haag en de hofstede van de heer Lodesteijn. Met Dirck Francken is overeengekomen, dat hij de tuin en boomgaard met het eerste stuk land van [grootte niet vermeld] zal onderhouden en de vruchten daarvan zal verkopen, voor een periode van twee jaar, ingaande op St.Petri ad Cathedram 1677, mits hij daarvan zal genieten een somma van 235 gl. jaarlijks en een derde van de opbrengst der verkochte vruchten. Het moesland is in gedeelten verhuurd aan resp. Geerit Halverhout, Jan Leenderts en Leendert Quirincx

– een vogelkooi, bestaande uit tien pijpen met een kooihuis in de heerlijkheid Craeijesteijn onder Sliedrecht, door verscheidene personen aan Thomas Rijckers verpacht

– Roeloff Francken is aan de boedel schuldig een somma van 4333 gl. 4 st. 3 penn. “over verschene montcosten van hem ende sijn dienaer” en wegens gedane reparatie aan de huizen in Dordrecht en de woningen tuinte Voorburg

– een groot aantal schilderijen [zie pagina ONA Dordrecht (tot 1700) op deze website]

– “De Beschrijvinge van Dordrecht” door Matthijs Balen, in quarto met Franse band.

NG trouwboek Dordrecht 17 mrt. 1680: Johan Diodati koopman jongman van Leiden en Aldegonda Trouwers jonge dochter van Middelburg wonende in de Nieuwstraat, procl. in de Franse kerk te Dordrecht en te ‘s-Gravenhage.

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 57 e.v.: op 16 okt. 1681 verkoopt Willem van Hill, kapitein en commandeur in Nederlandse dienst, als procuratie hebbende van Thomas Plot, agent van de koning van Groot-Brittannië, en van mr. Diederick Bressij, voor zichzelf en tevens als voogden over hun jongste broer, Rudolphus Bressij, en mede als executeurs-testamentair van hun moeder Adriana Reijms, weduwe van Raphael Bressij, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. Febri te Den Haag op 29 sept. 1681, voor 9500 gl. aan Adriana Reijms [de jonge] een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Sijmon de Vries Sijmonsz., brouwer in “de Swaen” en dat van Sebastiaen van de Graeff licentmeester.

ORA Dordrecht inv. 794, f. 104 e.v.: op 24 juli 1686 verkopen Johan Ward, luitenant militair in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden, als man van Adriana Reijms en Johan van der Hoop, als procuratie hebbende van Adriana Reijms, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. de Cretsert te ‘s-Gravenhage, voor 5700 gl. contant aan Johan Diodati, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij het Groothoofd, strekkende van de Wijnstraat tot op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] en staande tussen het huis van Simon de Vries, brouwer in “de Swaen” en dat van Lowijs van der Putten.

ORA Dordrecht inv. 796, f. 68 e.v.: op 14 febr. 1690 verklaren Johan Theodati en zijn vrouw Allegonde Trouwers, burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Mattheeus van de Broucke, oudraad te Dordrecht, een somma van 4000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achterop de [Kuipers]haven en staande tussen het huis van Simon de Vries en dat van Louijs van der Putten, alsmede een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van kapitein Thomas Rijckers en het huis of de poort van Jan de Ridder.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 107 e.v.: op 1 mrt. 1696 verkopen Johan Diodati, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Allegonda Trouwers, voor 8800 gl. aan Dirck Rijcken, koopman te Dordrecht, een huis met een kelder en een pakhuis achter het huis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Louies van der Putten en dat van Simon de Vries brouwer, van achteren uitkomende op de [Kuipers]haven.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 77 e.v.: op 13 okt. 1701 verkoopt Dirck Rijcke, koopman te Dordrecht, voor 3650 gl. aan Gerrit van Bockum, burger van Dordrecht, een huis met wijnkelder, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Simon de Vries, schepen in wette van Dordrecht, en dat van Louis van der Putten.

Kinderen van Jean Diodati en Aldegonda Trouwers (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Isabella Cornelia Didoati, 24 nov. 1684

b. Philippe Diodati, 21 okt. 1686, koopman te Batavia, overleden ald. jan. of febr. 1734, te Dordrecht zeer bekend wegens het legaat in zijn testament van 26 jan. 1733, waaruit het gouden avondmaalsservies (ca. 1735) en het koperen koorhek van de Grote Kerk werden bekostigd.

Philippe Diodati

Philippe Diodati. Hij werd geboren te Dordrecht in 1686 als zoon van de koopman Jean Didodati en Aldegonda Trouwers. Het gezin vertrok in 1697 naar Batavia, waar Philippe werd opgeleid tot koopman. Later werd hij eerste administrateur van het graanmagazijn aldaar. Zijn exacte overlijdensdatum is niet bekend, maar het zal in januari of februari van het jaar 1734 zijn geweest. Hij liet een aanzienlijk vermogen na, dat, aangezien hij geen kinderen had ,volgenstestamentaire wilsbeschikking dd 26 jan. 1733, behoudens een aantal legaten, o.a. ten behoeve van zijn broer Salomon Didodati, toekwam aan zijn zuster, Johanna Aldegonda Diodati, echtgenote van mr. Johan Francois de Witte van Schooten, raad van Nederlands-Indië. Van al die legaten is, vanuit cultuur-historisch oogpunt bezien, het belangrijkste het legaat van 15.000 Rijksdaalders aan de Grote Kerk te Dordrecht, waarbij hij “ootmoedig” aan het stadsbestuur van zijn geboortestad verzocht, dat daarvan gemaakt mochten worden gouden schotels en bekers, bestemd tot het uitdelen van des Heren Heilig Avondmaal in de Grote Kerk. Later, in december 1733, maakt Diodati, als erfgenaam van Isabella Cornelia Diodati, nog eens een bedrag van 400 Rijksdaalders over aan de kerk in Dordrecht. Het stads- en kerkbestuur willigde het verzoek in, en naar ontwerp van de kunstschilder Aart Schouman, werd door de goudsmid Dirk Wor een avondmaalsservies vervaardigd, bestaande uiteen aantal gouden bekers, één grote en een paar kleine schalen. Er schoot nog een flink bedrag over, waarvan twee zilveren serviezen werden gemaakt, het ene bestemd voor de Augustijnenkerk en het andere voor de Nieuwkerk. Inmiddels was er 22.340 gl. van het legaat besteed en dus was er nog ruim 15.000 gl. te besteden. Burgemeesters en kerkmeesters besloten toen, op 8 mrt. 1737, het resterende geld te gebruiken voor het vervangen van het oude koorhek in de Grote Kerk. Het moest een koperen hek worden, versierd “met ornamenten”. Men kwam ongeveer 2000 gl. tekort, dat werd aangevuld door mr. De Witte van Schoten, die in ruil daarvoor recht kreeg op een grafkelder in de kerk. Vóór het nieuwe koorhek ligt dan ook nu een grafsteen, w aarop vermeld staat dat daar in 1758 begraven is Johanna Aldegonda Didoati, weduwe De Witte van Schoten. Het koorhek, uitgevoerd in rococo-stijl, werd voltooid in 1744. Het ontwerp was van Michiel van Kalraet, het koper werd gegoten door Adriaan Crantsen, en het marmer voor de borstwering, waarop het hek rust, alsmede de twee pijlers, die de vorm van een obelisk hebben, werd geleverd door Jan Oosthout. Het familiewapen van Diodati prijkt in de stijl boven de deuren. (H.A. van Duinen, Dordrecht, Dordtse Canon en het geslacht Diodati, Oud Dordrecht 2008, nr. 1, p. 18 e.v.)].

c. Salomon Diodati

d. Johanna Alegonda Diodati, 1 nov. 1690, begraven inde Grote Kerk 1758, trouwde mr. Johan de Witte van Schoten, raad ordinaris van Nederlands-Indië.]

kapitein Simon de Vries Antonisz.[brouwer] 2-15

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 134 e.v.: op 14 nov. 1676 verklaart Maria van Beverwijck, weduwe van Blasius van Haerlem de jonge, dat zij tot “indemniteijt” van de borgtocht, die kapitein Pieter van Haerlem samen met mr. Gerard Pauw voor haar man zaliger op 10 mrt. 1672 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris G. de With ten behoeve van de vrouwe van Hardinxveld oftewel de dijkgraaf en hoogdijkheemraden van de Strijense polder, “ende omme de weduwe van … Pieter van Haerlem deswegen gerust te stellen”, verbonden heeft een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Raphel Bressij en dat van de kinderen en erfgenamen van Anthonij de Vries brouwer.]

denselven 4-0

[I. Anthonij de Vries, trouwde 1652 Johanna van Feltrum Michielsdr.

NG trouwboek Dordrecht 15 dec. 1652: Anthonij de Vries jongman van Dordrecht en Johanna van Feltrum heer Michielsdr. jonge dochter van Dordrecht beiden wonende in de Wijnstraat

ORA Dordrecht inv. 1614, f. 18: op 21 mrt. 1651 verkoopt Eeuwout Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan Sijmon en Anthonij Sijmonsz. de Vries, brouwers en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij en mouterij, vanouds genaamd “den Ouden Beer”, staande in de Wijnstraat en strekkende tot achter op de haven, staande tussen het huis van Pieter Jaspersz. Leijsten en het huis van Hendrick van Reet. Waarborgen: Aert Ewoutsz. Schut, wijnkoper te Rotterdam en Aert Hendricxsz. Schoutte, wijnkoper en burger van Dordrecht. 

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Simon de Vries, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1653, volgt II

b. Feltrum de Vries, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1659

ORA Dordrecht inv. 799, f. 57v e.v.: op 13 juli 1695 verkoopt Adriaen Meijnaert, veertigraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Feltrum de Vries, raad ordinaris in de Raad en het Leenhof van Brabant, volgens procuratie gepasseerd op 27 april 1695 voor notaris L. Loeff te Den Haag, voor 1900 gl. aan Gijsbertus Schoen, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat op de hoek van de Wijnbrug, staande tussen die brug en het huis van mr. Johan Bladegem van Woensel, schepen in wette van Dordrecht.

II. Simon de Vries, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1653, trouwde 1677 Anthonia van de Graef

NG trouwboek Dordrecht 20 juni 1677: Sijmon de Vries de jonge jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat en Antonia van de Graef jonge dochter wonende op de Hoge Nieuwstraat.

Hij was eigenaar van brouwerij “de Swaen” in de Wijnstraat (tussen Schrijversstraat en Palingstraat). (H.A. van Duinen en C. Esseboom (red.), Water wordt een feest zodra het bij de brouwer is geweest. Dordtse brouwerijen door de eeuwen heen. Jaarboek van de Historische Vereniging Oud-Dordrecht 2007 (Dordrecht z.j.), p. 80)

Kind:

a. Anthonij de Vries, gedoopt NG Dordrecht 8 febr. 1682, volgt III

III. Anthonij de Vries, gedoopt NG Dordrecht 8 febr. 1682, jongman van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1708), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 jan. 1708 (ondertrouw) Johanna van Gelé, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1708), dochter van Johan van Gelée en Catharina Vingerhoet

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 67v e.v.: op 21 juli 1700 verkoopt Johan van Eijsden, arts en koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Johan van Gelée en Catarina Vingerhoet, beiden overleden, en als procuratie hebbende van Elizabet en Johanna van Gelée, dochters van voornoemd echtpaar, en tevens vervangende zijn medevoogd, Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, voor 1300 gl. aan Govert de Nijs en Cornelis Ariensz. Dura, burgers van Dordrecht, een huis op de Riviervismarkt bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Maertensz. en het huis van Govert Denijsse.

5 nov. 1726: Ewout van Bosveld, als procureur van Johanna van Gele, weduwe van Anthonij de Vries, verkoopt voor 8000 gl. aan mr. Thomas van Volbergen en diens vrouw Elisabeth Maria Duricant de brouwerij”de Swaen” met woning en twee huizen aan weerszijden van de brouwerij, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnsteiger bij het Groothoofd tussen het huis van Francois de Vries, schepen van Rotterdam, en dat van Jordaan de Haan huistimmerman. (ORA Dordrecht inv. 814, f. 266v)]

denselven 5-14

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 24: op 6 mei 1649 verklaren Hendrick van Reet, Dionijs van de Poel, als man van Anna van Reet, en Geertruijt van Reet, “bejaerde”, ongehuwde persoon, kinderen en erfgenamen van Bitter van Reet, dat aan Hendrick van Reet is aanbedeeld een huis, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Eeuwout Schut en het huis van Arent Schoutette.]

juffrouw de Raven 1-12-8

[Cornelia Roonaert Gorisdr., gedoopt NG Dordrecht dec. 1628, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1646), trouwde NG Dordrecht 18 maart/3 april 1646 Willem Willemsz. de Raven (de Rouw) de jonge, jongman van Dordrecht, kapitein wacht houdende op de “’s Gravendeelse Kille” (1646), zoon van kapitein Willem Willemsz. de Rave en Maria Adriaens

ORA Dordrecht inv. 1624 (nieuw), f. 106: op 9 juni 1674 verklaart Constantia van Alenborgh, weduwe van Adriaen de Raven, kapitein op de wacht aan de ‘s-Gravendeelse Kil, en voogdes over haar minderjarige kinderen, schuldig te zijn aan Willem Borgemeester, Rijnschipper en burger van Dordrecht, als door het Hof van Holland aangestelde voogd over Geerit en Jan van Soest, kinderen van Margrieta Cranen, bij haar verwekt door Jan van Soest de oude, een somma van 1500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, vanouds genaamd “de Groene Poort”, staande tussen brouwerij “de Swaen” en het huis van Pieter Hellu wijnkoper.

ORA Dordrecht inv. 790, f. 115: op 12 nov. 1678 verkoopt notaris Hugo van Dijck, die samen met notaris Hans Smits curator is over de boedel van Constantia van Alenborgh, weduwe van kapitein Adriaen de Raven, voor 1460 gl. aan Cornelia Ronaer, weduwe van kapitein Willem de Raven een huis in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, staande tussen brouwerij “de Swaen” en het huis van Pieter Hellu. Het huis komt aan de achterzijde met een gang uit op de Nieuwe Haven [Kuipershaven].

ORA Dordrecht inv. 799, f. 45 e.v.: op 2 juni 1695 verkoopt Cornelia Ronaert, weduwe van kapitein Willem de Raven, voor 1100 gl. aan Robbert Deijers, mr. huistimmerman, een huis in de Wijnstraat naast brouwerij “de Swaen”, staande tussen het huis van Arent Schuller en brouwerij “de Swaen”. Het huis heeft een vrije doorgang, strekkende tot achter op de Nieuwe Haven. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 10 e.v.: op 16 jan. 1700 verklaren Robbert Dijers mr. timmerman en zijn vrouw Helena van Dijck schuldig te zijn aan Catarina Bruijn, wonende te Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen brouwerij “de Swaen” en het huis van Arent Schuller.]

{Huis “het Zeepaert”]

Arent Schulder [koopman] 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 99v e.v.: op 9 juli 1686 verkoopt Johannes Hellu, veertigraad en notaris te Dordrecht, als testamentaire voogd over de kinderen van zijn broer, Pieter Hellu, en diens vrouw, Anna Jacobsdr. Berm, beiden overleden, voor 2800 gl. aan Arent Schuller, koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Wijnbergh”, [voorheen “de Cleijne Groene Poorte”,  staande in de Wijnstraat tegenover de Arijen Joppensteiger tussen het huis van Aernout Duijrcant, achtraad van Dordrecht, en dat van de weduwe van Willem de Raven. De koper is schuldig aan verkoper ten behoeve van genoemde weeskinderen een somma van 1800 gl.

I. Staes Reijniersz., van Ameroijen bij Bommel (1594), wijnkuipersgezel, trouwde NG Dordrecht24 april/10 mei1594 Margriet Evert Heijndricxdr., van Dordrecht (1594)

Kinderen (o.a.:)

a. Reijnier Staesz. Hellu, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1595, volgt II

b. Evert Staesz. Hellu, geboren naar schatting ca. 1600, trouwde NG Dordrecht 15 febr. 1626 Maijken Willemsdr. Verelst

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 74v e.v.: op 25 febr. 1676 verkopen Staes Hellu, wonende te Amsterdam, en Isaacq van Bellen, enige zoon van Adriana van Bellen, samen erfgenamen van Maria Verelst, de vrouw van Pieter van Bellen, hun moeder resp. grootmoeder, voor 2500 gl. aan Dirck Verbuijs, steenkoper en burger van Dordrecht, een huis met bovenwoning, staande op de Nieuwe Haven tussen de huizen van de koper aan weerszijden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2400 gl

Kinderen:

b-1. en b-2. Staes Helluen Ariaentgen Hellu, gedoopt NG Dordrecht okt. 1628

II. Reijnier Staesz. Hellu, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1595, jong gezel van Dordrecht wonende op het hoekje van de Arien Joppensteiger in “de Pellicaen” (1622), wijnkuiper, trouwde NG Dordrecht6 nov. 1622 (ondertrouw) Margrietken Pieter MattHijsdr., van Dordrecht, woont bij haar ouders (1622)

Kinderen (o.a.):

a. Staes, gedoopt NG Dordrecht dec. 1628

b. Pieter Reijniersz.Hellu, gedoopt NG Dordrecht febr. 1633, volgt III

c. Johannes Hellu, geboren naar schatting ca. 1635, notaris te Dordrecht, trouwde 14 mei 1662 Elisabeth Roskam

III. Pieter Reijniersz. Hellu, geboren naar schatting ca. 1630, trouwde 10 mrt. 1658 Anna Jacobsdr. Sam]

f. 34

de weduwe van de heer Aarnold Duurkant [med. doctor] 4-10

[Arnoldus Duerkant, jongman uit ‘s-Gravenhage wonende bij de Wijnbrug (1675), doctor in de medicijnen, en Maria van Oversteegh, wonende in de Gravenstraat (1675), trouwde 1e Johan Snellen

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 50v e.v.: op 29 juni 1679 verkoopt Packe van Gevenhuijsen, koopman en burger van Dordrecht, voor 8500 gl. aan Arnoldus Duijrcant, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Hellu en dat van Adriaen van de Graeff, lid van de oudraad van Dordrecht en raad ter admiraliteit te Rotterdam, met de plaats erachter, alsmede een pakhuis en een woning, waarin Pieter van Bree kuiper woont, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Jacob Sam en de ernaast liggende gang. Waarborgen voor verkoper: Anna van Gevenhuijsen, weduwe van Johannes van der Pijpen, en Geertruijt van Gevenhuijsen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 6000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 96 e.v.: op 25 febr. 1712 verklaart notaris Elias Venlo, dat op 31 mei 1711 ten overstaan van hem is gepasseerd een akte van scheiding tussen Elisabeth van Overstege, voor de ene helft, en Elisabeth Maria Duurcant, echtgenote van mr. Thomas van Volbergen, mr. Aarnout Duurcant en Willem Duurcant, samen voor de andere helft, waarbij aan Elisabeth Maria Duurcant is aanbedeeld het grote huis, dat door haar ouders is nagelaten, met het pakhuis daarachter, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe Van de Graaf en dat van de heer Schuller.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Elisabeth Maria Duurcant Aernoutsdr., 20 aug. 1676, van Dordrecht wonende inde Wijnstraat (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 nov./15 dec. 1699 (de bruidegom geassisteerd met Theijman van Volbergen, kapitein in Nederlandse dienst, de bruid met haar tante Elisabeth van Oversteegh en haar neef Johan van Bijwaert, notaris te Dordrecht) mr. Thomas van Volbergen, jongman van ‘s-Gravenhage (1699), domheer van het domkapittel te Utrecht.

b. Aernout Duurcant, 3 sept. 1687

c. Willem Duurcant, 25 juli 1689]

de heer Adriaan van de Graaff 2-10

de heer Abraham Sam[wijnkoper] 3-10

Het gezin van Jan Sam, door Aelbert Cuyp

Jan Jacobsz. Sam, trouwde naar schatting ca. 1630 Catharina Wolfraets (Wulfraet)

Kinderen:

Abraham Sam, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1648, zoon van Jan Jacobsz. Sam en Catharina Wolfraets.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 28 juni 1692

: een zwarte baar voor Abraham Sam, Rijnsewijnkoper, bij de Schrijversstraat.

Sam was ook eigenaar van het achter zijn huis in de Wijnstraat staande pakhuis (thans Kuipershaven 17-18). Zie Dordrecht Monumenteel nr. 42, jan. 2012, p. 14 e.v.]

denselven 2-0

Leendert Schift 1-0

[Leendert (Lenardt) Schift, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven, koffermaker (1644), zoon van Pieter Jansz. Schif (Schijf) en Barbara (Beertgen) Leenaerts, trouwde NG Dordrecht 29 mei/4 juni 1644 Helena van Hingen (van Hengen), jonge dochter van Amsterdam, wonende in de Gravenstraat te Dordrecht (1644)

ONA Dordrecht inv. 182, f. 308: op 12 juli 1669 verklaren Pieter de Wacker en Pieter [van] Schellebeeck, kooplieden en burgers van Dordrecht, op verzoek van Leendert Schift, burger van Dordrecht, als man van Helena Leendertsdr. van Hingen, dat zij lange tijde gekend hebben Josijna van Hingen, de tante van moederszijde van Schifts vrouw, die in juni 1665 te Dordrecht is overleden en in de Grote Kerk is begraven, dat Schifts vrouw een broeders dochter is van Josijna van Hingen, zonder dat er van de broers en zusters van Josijna of van de kinderen van haar broers of zusters iemand in leven is, noch ten tijde van haar overlijden in leven was, zodat Schifts vrouw de enige erfgenamen ab intestato van Josijna van Hingen is.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Berbera Schift, 1 aug. 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1670), trouwde NG Dordrecht 20 april 1670 (ondertrouw) Jasper Oudlandt, jongman van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1670), kuiper

Kind:

a-1. Leonardus Oudland, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1674

b. Lijsbeth Schift, 26 dec. 1649, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1670), trouwde NG Dordrecht 20 april 1670 (ondertrouw) Cornelis Neeringh, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1670)

c. Margrieta Schift, 7 sept. 1651, trouwde 12 mrt. 1679 Cornelis van Gijbeland, koopman te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 3 e.v.: op 10 jan. 1705 verkopen Lijsbeth Schift, weduwe van Kornelis Nering, Cornelis van Gijbeland, koopman te Dordrecht, als man van Margrita Schift, Lenard Oudland, zoon van Jasper Oudland en Berbera Schift, kinderen en kindskinderen van Leendert Schift, voor zichzelf en tevens vervangende Helena van Hingen, weduwe van Leendert Schift, voor 1200 gl. aan Johan van Heijcoop, lid van de Oudraad te Dordrecht een huis in de Wijnstraat bij de Schrijversstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Gerrard Vingerhoet, veertigraad van Dordrecht.

d. Josijntje, 9 mei 1653

e. Pieter 8 dec. 1656

f. Maria, 18 febr. 1658]

mevrouw Belaard[s] 5-12

[I. Matthijs Pompe, heer van Slingelant, trouwde NG Dordrecht 3 aug. 1642 Mondina van Beveren

ORA Dordrecht inv. 1614, f. 24v: op 1 mei 1651 verkopen Crispijn van Outgaerden, als curator over de boedel van Cornelis van Hoogeveen, gewezen ontvanger van de gemene middelen over Dordrecht, voor de ene helft en Johan Schoormans, als curator over de boedel van Cornelis van de Graeff, voor de wederhelft, aan mr. Matthijs Pompe, heer van Slingeland, een huis met kelders, pakhuis, toren en andere toebehoren, staande in de Wijnstraat tussen het huis van thesaurier [Cornelis] Vaens en het huis van Servaes van Ingen, van achteren belend door het huis van de weduwe van Anthonij van Middelhoven en de Schrijversstraat.

ONA Dordrecht inv. 217, f. 213: op 28 juni 1677 verhuurt Matthijs Pompe, heer van Slingelant, aan Daniël van Bodegom, rentmeester van de domeinen van de Prins van Oranje in Hoge en Lage Zwaluwe, voor 400 gl. per jaar een huis en tuin in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Smart Goodenough, koopman te Dordrecht, en dat van Leendert Schiff, met een stal en koetshuis in de Schrijversstraat, met uitzondering van het “achterste quartier”, dat de verhuurder aan zichzelf behoudt.

Dochter:

a. Christina Pompe, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1647, volgt II

II. Christina Pompe, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1647, trouwde NG Dordrecht 13 sept. 1665 Pieter Belaerts, burgemeester van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 59: op 4 juni 1700 verkoopt mr. Matthijs Belaarts, commies stapelier van de Staten Generaal, als procuratie hebbende van Christina Pompe, weduwe van mr. Pieter Belaarts, burgemeester van Dordrecht, voor 16.000 gl. aan Johannes Hijcoop, wonende te Dordrecht, een “aensienelijck” huis met koetshuis en stal, staande in de Wijnstraat tussen het huis van dr. Johan van Eijsden, arts, en dat van Leendert Schift. Het koetshuis en de stal komen uit in de Schrijversstraat.]

dr. Johan van Eijsden [arts] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 123: op 5 juli 1658 verkoopt Cornelis Vaens, lid van de Oudraad, aan Hendrick Jansz. Coopman een pakhuis in de Wijnstraat, strekkende van de straat tot het tweede pakhuis, belend door het huis van Matthijs Pompe, heer van Slingeland aan de ene zijde en de Schrijversstraat aan de andere.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 97: op 18 juni 1686 verkoopt Joseph Milner, koopman te Rotterdam, als procuratie hebbende van zijn schoonvader, Smart Goodenough, wonende in Engeland, volgens procuratie gepasseerd voor Porten Paul te Londen op 4 juli 1685, voor 5350 gl. aan Johan van Eijsden, arts en burger van Dordrecht, een huis en pakhuis in de Wijnstraat, staande tussen de Schrijversstraat en het huis van burgemeester mr. Pieter Belaert, strekkende voor van de Wijnstraat tot aan het pakhuis van Jacob van de Brandeler.]

het werkhuis van de heer Willem van Blijenberg 1-10-12

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 106: op 21 mei 1658 verkoopt Cornelis Vaens, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jan Joosten Villeboort, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan Willemsz. van Liesvelt en dat van Jacob Beeck.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 122: op 16 nov. 1686 verkoopt notaris Elias Venloo, als procuratie hebbende van Cornelis van Goederheijden, koopman te Dordrecht, als man van Clara Vijleboort, dochter en erfgename van Jan Joosten Vijleboort, voor 1230 gl. aan Willem van Blijenburgh, schepen in wette van Dordrecht, een huis op de hoek van de Schrijversstraat, met nog een huisje, staande tussen het huis van de koper en ’s herenstraat.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 41v e.v.: op 26 juli 1703 verklaart Pieter Nolthenius, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Lingen, weduwe van de heer Zuitland, kolonel van een regiment voetknechten in Nederlandse dienst, een somma van 8000 gl., verbindende een huis, pakhuis en kelder in de Wijnstraat, staande tussen de Schrijversstraat en het huis van mr. Bartholomeus van Segwaart, schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 117 e.v.: op 8 juli 1704 verkoopt Jacob Pompe, heer van de Oostendam, als curator over de insolvente boedel van Pieter Nolthenius, als zodanig aangesteld door de Camere Judicieel van Dordrecht op 4 sept. 1703, voor 13.000 gl. aan Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, zijn mede-curator, een “weldoortimmert hegt en sterck” koopmanshuis met twee wijnkelders, pakzolders en een koetshuis, staande in de Wijnstraat tegenover de Kraan naast het huis van mr. Bartholomeus van Segwaart, lid van de Oudraad van Dordrecht, en strekkende aan de andere zijde langs de Schrijversstraat tot aan het huis van de weduwe van Warnart van den Branden. Dirck Spruijt neemt aan, “als mede rendant van reeckening”, de genoemde 13.000 gl. “in den ontfangh vande eerste te doene reeckening des gemene boedels in ontfangh te sullen brengen”.]

het woonhuis van de selve, voor en achter 4-1-4

[ORA Dordrecht inv. 1621 (nieuw), f. 162v: op 5 nov. 1667 verklaart Arnoldus Beijen, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Winandus Rutgers, een somma van 4000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten [Vijleboort].

ORA Dordrecht inv. 1624 (nieuw), f. 35 e.v.: op 20 aug. 1672 verklaart Jacobus Beijen, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johannes Beijen, zijn broer, koopman te Bacharach, schuldig te zijn aan Jacob Sam Jacobsz., burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe Steven Schul en dat van Jan Joosten Vijleboort.

ORA Dordrecht inv. 1624 (nieuw), f. 107 e.v.: op 2 juni 1674 verkopen Jacobus Beijen, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johannes Beijen, koopman wonende te Bacharach, dezelfde Jacobus Beijen samen met Rochus van Wesel, die hierbij mede present is, als testamentaire voogden over de kinderen van wijlen Geertruijt Beijen, bij haar verwekt door Evert Kelderman, en Jacobus Beijen tevens vervangende zijn broer Arnoldus Beijen, vaandrig “reforme” in Nederlandse dienst, die in het buitenland verblijft, en mr. Wijnant Rutgers, advocaat voor het Hof van Holland, namens zijn vader, Wijnant Rutgers, wonende te Utrecht, die procuratie heeft van zijn schoonzoon Arnoldus Beijen, de zwager vanlaatst

genoemde comparant, tevens procuratie hebbende van zijn vader, Wijnant Rutgers, “als gehipothequeerde op een derdepart vande voors. Arnoldus Beijen” in het hierna te noemen huis, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. Versteegh te Utrecht op 20 mei 1674, voor 9000 gl. aan Willem vanBlijenbergh, veertigraad te Dordrecht, en Wouter Bloncq, beidenkooplieden te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten Filleboort bakker, alsmede een huisje, tot het voornoemde huis behorende, staande in de Schrijversstraat tussen het huis van Warnard van den Brande, veertigraad te Dordrecht en het Stadsladderhuis, zoals beide huizen eigendom zijn geweest van wijlen Pieter Beijen en naderhand van diens kinderen en erfgenamen.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 12 e.v.: op 5 febr. 1675 verklaart Jacob Rutgerts, wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Arnoldus Beijen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris I. de Roij te Rotterdam op 29 dec. 1674, dat Arnoldus Beijen “ratificeert” de overdracht van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Steven Schul en dat van Jan Joosten Fileboort bakker, alsmede een huisje in de Schrijversstraat, gekomen uit de boedel van wijlen Pieter Beijen. Deze twee huizen zijn op 2 juni 1674 ten overstaan van schepenen van Dordrecht getransporteert aan Willem van Bleijenbergh en Wouter Blonck door Jacobus Beijen, broer van Pieter Beijen, en diens verdere erfgenamen. Aan Arnoldus Beijen kwam een derde part in beide huizen toe.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 6v: op 18 febr. 1687 verkoopt Johan Hellu, veertigraad te Dordrecht, als procuratie hebbende van Wouter Blonck, veertigraad te Dordrecht, voor 4500 gl. aan Willem van Blijenberg, schepen in wette van Dordrecht, de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe Schul en het huis van de koper, van welk verkocht huis de wederhelft toebehoort aan de koper, alsmede een de helft van een huisje daartoe behorende, staande in de Schrijversstraat naast het huis van de weduwe van Warnart van den Brande.]

Gerard Schul[koopman] 4-4

[2 juni 1623: mr. Gerardt van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, als vader en voogd van zijn minderjarige dochter, verkoopt aan Willemina van Meusienbrouck, weduwe van Pieter Aelwijnsz., de helft van een huis, genaamd “den Blauwen Gevel”, staande aan de noordzijde [van de Wijnstraat] tegenover de Costverlorenskraan, strekkende achter tot aan de Nieuwe Haven, belend aan de ene zijde door het huis, genaamd “Duijsburch”, eertijds toebehoord hebbende aan schout Johan van Drenckwaert, en aan de andere zijde door het huis “den Grooten David”, toebehorende aan schepen Roeloff Francken. (ORA Dordrecht inv. 1600, f. 39)

2 juni 1623: Wilmina van de Meusienbrouck, weduwe van Pieter Aelwijnsz., geassisteerd met haar zoon, mr. Cornelis Aelwijnsz., licentiaat in de rechten en advocaat voor het Hof van Holland, verklaart schuldig te zijn aan mr. Gerard van Buijtenwech, licentiaat in de rechten, wegens de koop van de helft van het huis “den Blauwen Gevel” een somma van 3033 gl. (ORA Dordrecht inv. 1600, f. 39v)

19 juli 1651: Gerrit Jansz. Cock, wonende te Vianen, als procuratie hebbende van mr. Cornelis Alewijn, raad ordinaris in de Camere van Justitie te Vianen, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Heijcop op 8 juli 1651, verkoopt aan Gooswinus van Westerhoven, wonende te Rotterdam, als administrateur van de goederen van de weeskinderen van wijlen Huijbert van de Meer, een losrente van 187 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis in de Wijnstraat, genaamd “de Blaeu-steenen Gevel”, staande tussen het huis van de erfgenamen van de heer Van de Hooch, burgemeester van Gorinchem, en dat van Abraham van Beveren, heer van Barendrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 56v)

Het huis “de Blauwe Gevel” in de Wijnstraat (april 2013).

I. Gerrit Schul, trouwde Belike Schul

Zoon:

II. Steven Gerritsz. Schul, gedoopt NG febr. 1620, Rijnse wijnkoopman te Dordrecht, overleden 5 mrt. 1660 (zerk), trouwde Willemken Albertsdr. van Buijtendijck

De grafzerk van Steven Schul in de Grote Kerk van Dordrecht.

2 april 1655: Arnoult Mathisius, raad in de Kamer van Justitie te Vianen, transporteert, als gemachtigd zijn de door die Kamer tot het transporteren van de goederen van wijlen Cornelis Alewijn, in zijn leven raad in genoemde Kamer, aan Steven Schul, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Kraan, genaamd “den Blaeuwen Steenen Gevel”, staande tussen het huis van de heer van Barendrecht en dat van Pieter Beijen. (ORA Dordrecht inv. 1616. f. 16)

20 sept. 1661: Coenraet Damisz. van der Linden, koopman en burger van Dordrecht, geeft te kennen, dat hij eigenaar is van een huis met twee pakhuizen daarnaast, staande op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] op de hoek van het Schrijversstraatje, tussen dat straatje en het erf van het huis van de weduwe van Steven Schul.Laatst

genoemde laat naast het huis van de suppliant op het lege erf van haar huis, genaamd”de Blauwe Stenen Gevel”, dat achter uitkomt op de Nieuwe Haven, een nieuw huis bouwen, met boven een woonhuis en onder een wijnkelder “ende werde het voorn. woonhuijs gemaeckt, omme met een trap van buijten op te gaen, ende is de deure of poorte daermede men inden voorsz. huijse gaen sal gestelt nevens ende aende … sijdelmuijre van sijns vertoonders [Van der Lindens] huijs ende nevens sijn vertoonders comptoir, ende is de voorsz. weduwe van Steven Schul alle haere timmeragie maeckende … omme den trap daermede men op de boven wooninge gaen sal , te doen maecken om van buijte op te gaen, ende soude dan het bordis ofte den opganck ende de plaetse daermede men inden voorsz. huijse soude gaen comen nevens sijns vertoonders comptoir, ’t welck seer grote onrusten hem vertoonder soude comen te geven. Soude oock de voorsz. trap benemen alle het vuijt en insichte van sijn vertoonders woonhuijs als mede sijne twee packhuijsen, die door gemelten trap seer verduijstert soude staen, ende vande voor bij gaende luijden comende vande Verckenmardt [Varkenmarkt] Gravenstraet Hooge Nieustraet etc. niet connen werden gesien, alsmede soude men als men soude staen op de stoep van des vertoonders huijs, jegens den voorn. trap sien, die het vorder vuijtsicht soude stuijten”,wattot gevolg zal hebben,dat zijn huis en pakhuizen aanzienlijk in waarde zullen dalen. Van der Linden verzoekt de regeerders van Dordrecht de weduwe Schul te verbieden de trap buiten de gevel van haar nieuwe huis te laten zetten en hem daarmee het uitzicht van zijn huis te benemen. Het gerecht van Dordrecht staan hem zijn verzoek toe. (ORA Dordrecht inv. 65, f. 1 e.v.)

1 mei 1701: Gerard Schul, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willemina van Buijtendijck, weduwe van Steven Schul, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Cretser in Den Haag op 10 jan. 1701, verkoopt voor 5000 gl. aan de erfgenamen van mr. Mijndert van Segwaart, in zijn leven regerende en presiderende burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de kraan, vanouds genaamd “de Blauwe Gevel”, staande tussen het huis van Cornelis de Bood, heer van Giessenburg, en dat van mr. Pieter Nolthenus. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 39v e.v.)

Zoon:

III. Gerhard Schul, gedoopt NG Dordrecht okt. 1647, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1675) koopman te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 3/19 nov.1675 Catharina Crul, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1675), dochter van Lambert Crul en Agnietjen Selderbeecx

1 mei 1701: Gerard Schul, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Willemina van Buijtendijck, weduwe van Steven Schul, koopman te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Cretser in Den Haag op 10 jan. 1701, verkoopt voor 5000 gl. aan de erfgenamen van mr. Mijndert van Segwaart, in zijn leven regerende en presiderende burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de kraan, vanouds genaamd “de Blauwe Gevel”, staande tussen het huis van Cornelis de Bood, heer van Giessenburg, en dat van mr. Pieter Nolthenus. (ORA Dordrecht inv. 803 (oud), f. 39v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 23v e.v.: op 18 mrt. 1738 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isack Naville en diens echtgenote, Agneta Schul, wonende te Crijvelt, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Crijvelt op 9 dec. 1737, en als procuratie hebbende van Johanna Catharijna Schul, weduwe Halfmans, gepasseerd voor burgemeester en raad van Hattnegen op 17 jan. 1738, en Jan de Visser en Obbe de Heer, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jan van Helmond, voor 192

0 gl. Gerrit Obbes, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het koetshuis van de vrouwe van Brandwijk en het huis van Van den Bergh.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johanna, 26 dec. 1676

b. Wilhelmina Schull, 11 april 1678, jonge dochter van Dordrecht wonende op de [Kuipers-]haven (1715), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 sept. 1715 (de bruid geassisteerd met haar vader Gerard Schull) Jan van Helmondt, weduwnaar van Doesbergh wonende op de Hil (1715)

c. Stephanus, 17 dec. 1679

d. Johanna Catharijna Schul, 29 sept. 1681, trouwde NN Halfmans

e. Lambertus, 22 nov. 1683

f. Agneta Schul, 3 mrt. 1687, trouwde Isack Naville]

f. 34v

mevrouw van Barendregt voor en achter 7-8

[Elisabeth Ruijsch, weduwe van Abraham van Beveren, heer van Oost- en West-Barendrecht, eigenares van het huis “de Onbeschaamde” (zie pagina “de Onbeschaamde” op deze website).

Abraham van Beveren, geboren 1604, heer van Oost- en West-Barendrecht, schout van Dordrecht 1631-1643, burgemeester van Dordrecht 1643, 1644, 1660, OSP, overleden Den Haag 25 aug. 1663, zoon van Cornelis van Beveren en Alida Arend Maertensdr. van Barendrecht.

Hij trouwde 1e 1629 Susanna de Velare, overleden ca. 1630, 2e Elisabeth Ruijsch (Ruijssen), dochter van Koenraad Ruijsch, Ridder, burgemeester van Dordrecht (1653- 1654), en Maria van Beveren Willemsdr. (M. Balen, De beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677], p. 974)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht, 25 aug. 1663: “’s middags is de Ed. heer Abraham Beveren heere van Oost en West Barendrecht oudt burgemeester, ende kerckmeester in Den Haege overleden, als Gecommitteerde Raede van de … Staten van Hollandt ende Westvrieslandt, den 26e heeft men hier beginnen te luijden. dien dach twee reijsen also het versuijmt was ende soo vorder driemael daeghs tot [16] reijsen segge achtien mael luijen – memorie; het blazon is veertien gulden – memorie; de boete van twaliff uren – memorie; de openingh vant gracht – memorie.

1663: na het overlijden van haar man erft Elisabeth Ruijsch het huis in de Wijnstraat. Zij overlijdt (kinderloos) in 1697. Begraafboek Grote Kerk 5 mrt. 1697: een zwarte baar voor mevrouw Elisabeth Ruijssen, weduwe, vrouwe van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, 24 maal luiden.

Op 30 nov. 1697 compareren voor schepenen van Dordrecht Nicolaas van der Dussen, heer van Zouteveen, als man van Lidia van Beveren, voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Alida van Beveren, samen “repesenterende de staack” van Jacob van Beveren, in zijn leven heer van Zwijndrecht, Jacob Paats, veertigraad te Leiden, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob Gool, baljuw van het Land van Blois etc., als man van Elisabeth Paats, Casper van Kinschot, raadsheer in de Raad van Brabant, als man van Catharina van Leijden van Leeuwen, en ook nog vervangende de verdere kinderen en erfgenamen van Alida Paats, samen “representerende de staack” van Rinsburgh de Beveren en tenslotte Pompeus de Rovere, heer van Hardinxveld en baljuw van Zuid-Holland, en Cornelis de Rovere, heer van West-Barendrecht en presiderende burgemeester van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende de kinderen en erfgenamen van wijlen Sophia de Beveren, vrouwe van Hardinxveld, allen erfgenamen van Abraham van Beveren, in zijn leven heer van Oost- en West-Barendrecht. Zij verkopen voor92

25 gl.aan Cornelis de Boot, heer van Bingerskercke, Lodijck, Cadzand, Giessenburg etc., de helft van een huis, tuin, koetshuis en stalling daarachter, staande in de Wijnstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door Johan Aartsz. de Gelder en het huis van Pieter Kant, en uitkomende op de Nieuwe Haven, in welk huis de heer en vrouwe van Barendrecht gewoond hebben en waarin de vrouwe van Barendrecht overleden is. De wederhelft behoort toe aan de erfgenamen van voornoemde vrouwe van Barendrecht, in wiens nalatenschap deze wederhelft is toekomende aan de koper nomine uxoris, als mede-erfgenaam van de vrouwe van Barendrecht. ORA Dordrecht inv. 800, f. 89v e.v.).

* NG trouwboek Dordrecht 4 juli 1677: jonkheer Cornelis de Boot, heer van Bingaertkercke, Lodijck en Casant oud-burgemeester van “’s Lants Vrije” geboren te Sluis in Vlaanderen en daar wonende en jonkvrouwe Cornelia Droste geboren te Heusden wonende te Dordrecht, procl. te Sluis, getr. IJsselmonde 1 aug. 1677]

Huis “de Onbeschaamde” (Wijnstraat 123-125)

juffrouw Huttenis 2-10

[Het huis “Beverenburch”. De eigenares (of bewoonster) is vermoedelijk identiek met Geertruyt Roerom, weduwe van Abraham Huttenis (of Huttenus), apotheker te Dordrecht. (Oud-Dordrecht 2007, p. 15)

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 13 ev.: op 11 mrt. 1645 verkoopt Johan de Namuijr, kwartiermeester van regiment van kolonel Puchler in Nederlandse dienst, voor 2400 gl. aan kapitein Willem Nijssen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, en dat van Arnoult van Ravesteijn. Als waarborg stelt de verkoper de helft in een huis [in de Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Diderich Dammert, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van mr. Abraham van Beveren, heer van Barendrecht en oud-burgemeester van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2400 gl.]

burgemeester [Samuel] Everwijn heer van Brandwijk etc. 7-6

[Mr. Samuel Everwijn, gedoopt NG Dordrecht aug. 1631, burgemeester van Dordrecht, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 mrt. 1694, zoon van de Nederduits-gereformeerde predikant Samuel Everwijn en Cornelia Dammert, trouwde NG Dordrecht 20 juli 1664 met Cornelia de Roovere, geboren naar schatting ca. 1643 (geen doop gevonden), overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 17 okt. 1727 (impost 30 gl.), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 18 okt. 1727 (vrouwe Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk, Gijbeland, etc., weduwe van burgemeester Samuel Everwijn, laat kinderen na, met negen koetsen boven het getal)

Trouwboek Waalse gemeente Dordrecht 30 sept./1 okt.  1629 : Johan van de Graeff schoomeester, [weduwnaar] en Maria Plattebeurs, jonge dochter van Dordrecht 

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 88v e.v.: op 2 mei 1641 verkoopt mr. Johan van de Graaff, Franse schoolmeester en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Damis Verlouff een achterhuis of “spijcker” met het daarbij behorende erf, strekkende van de eg van het kookhuis van het huis van de verkoper, vanouds genaamd “Drije Coningen”, staande omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Dirck Dammert en dat van Pieter Vos, tot achter aan het erf van het huis van Cornelis Theunisz. kuiper en voorts met een vrije uitgang tot op de Nieuwe Haven.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 136v: op 11 nov. 1644 verkopen Maria Platebeurse, weduwe van Johan van de Graeff, en David van Hoogerhuijse, wonende te Utrecht, als medevoogd van de onmondige kinderen van Johan van de Graeff, en als procuratie hebbende van Salomon Waterrijck, als man van Margrieta van de Graeff, volgens procuratie gepasseerd voor een Amsterdamse notaris op 29 okt. 1644, voor 2900 gl. aan Jan Fransz. van der Fijt, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis genaamd “de Drije Coningen”, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van Dirck Dammert en dat van Pieter Vos.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 139v: op 29 aug. 1650 verkoopt Jan Fransz. van der Fijt, kleermaker en burger van Dordrecht, aan Dirck Dammert en Cornelia Dammert, weduwe van ds. Samuel Everwijn, een huis omtrent de Nieuwbrug, genaamd “de Drije Coningen”, staande tussen het huis van de heer Dammert en dat van Pieter Vos. Waarborgen: Cornelis de Later, als procuratie hebbende van Willem Beijer, Franse schoolmeester te Mijnsheerenland, en Meijndert Willemsz., kleermaker en burger van Dordrecht.

29 febr. 1680: overeenkomst tussen Samuel Everwijn, oud-burgemeester van Dordrecht, als eigenaar van het huis, dat vanouds is genaamd “de Drie Coningen”, staande in de Wijnstraat omtrent de Nieuwbrug, en Elisabeth de With, weduwe van Johan Tellaerd, als eigenares van het huis, dat staat ten zuiden van “de Drie Coningen”, voorheen genaamd “den Clock”. Zij verklaren, dat vorige eigenaars van hun huizen door twee bijzondere schepenenbrieven, waarvan het ene is gedateerd 15 juli 1491 en het andere … [sic], verkregen hebben de eigendom van “een halve steen” en “den grondt vandien”. (ORA Dordrecht inv. 1627, f. 99v)

18 aug. 1756: mr. Pieter Hoeuft, oudraad van Dordrecht, Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, Bartholomeus van de Sandheuvel en Hugo Repelaer, tevens vervangende mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland etc., en Samuel Onderwater, beiden oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en geautoriseerd zijnde door de overige erfgenamen van Cornelia de Roovere, in haar leven weduwe van mr. Samuel Everwijn, vrouwe van Brandwijk en Gijbeland etc., verkopen voor 5300 gl. aan de stad Dordrecht een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van Cornelis de Witt en dat van de weduwe van Andries Cant. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 219v e.v.)]

de heer Mattijs Snoek 1-14

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 56 e.v.: op 28 juni 1701 verkoopt mr. Matthijs Snoeck, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 2100 gl. aan mr. Simon Muijs van Holij, ontvanger-generaal van de Tol van Geervliet en veertigraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Cornelia de Rovere, weduwe van mr. Samuel Everwijn, en dat van Josina de Carpentier.]

juffrouw Carpentier voor en achter 4-17-8

De Wijnstraat bij de Nieuwbrug (feb. 2014)

Joan van Slingeland[koopman] 3-12

[17 jan. 1652: Pieter Vos, burger van Dordrecht, is schuldig aan Christiaen Coopman, raad in wette van Dordrecht, als oom en voogd van de kinderen van wijlen Adriaen Pauwelsz. de Haen, 800 gl., verbindende zijn huis, staande omtrent de Nieuwbrug, genaamd “de Vijer Winden”, staande tussen het huis van Pieter de Carpentier, oudraad van Dordrecht, en het huis van Dirck Dammert en Cornelia Dammerts. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 81 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 124v e.v.: op 21 okt. 1688 verkoopt Maeijken Stoop, weduwe Jacob Ouzeel, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Geertruijt van de Hulck, weduwe van Hendrick Francken, veertigraad te Dordrecht, voor drie 1/5 parten en aan Jan en Jacob van Slingelant, voor twee 1/5 parten, een huis in Wijnstraat, staande tegenover de Nieuwbrug, vanouds genaamd “de Vogelsanck”, belend door het huis van de erfgenamen van Pieter de Carpentier en dat van Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Meeuwen. Het huis isniet meer belast dan met een jaarlijkse rente van 2 gl. 16 st. 4 p., die het Gasthuis van Dordrecht erop sprekende heeft en die de kopers te hunnen laste nemen. Waarborgen voor verkoopster: Dirck van de Kets, koopman te Delft, en Fredrick Outman en Cornelis Ouzeel, burgers van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 141: op 15 nov. 1692

verkopen Jacob van Slingelant, achtraad van Dordrecht, en Johan van Slingelant, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, veertigraad te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Jan Appels, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat recht tegenover de Nieuwbrug, genaamd “den Vogelsanck”, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van de heer Carpentier en de kinderen en erfgenamen van burgemeester Johan van Meeuwen.

NG trouwboek Dordrecht 18 febr. 1691: Jan Appels koopman jongman van Dordrecht wonende bij de Roobrug en Megtelina Hakken jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Sluispoort, getrouwd op 7 mrt. 1691

Jan Appels, geboren naar schatting ca. 1670, zoon van Herman Appels en Beliken Rijckers.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 40v e.v.: op 20 juli 1703 verkoopt Jan Appels, koopman te Dordrecht, voor 8000 gl. aan Hendrick Daalhuijsen, arts wonende te Frankfort, een huis in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Simon Muijs van Holij, achtraad te Dordrecht, en dat van de weduwe of de kinderen van de heer Van Mewen.]

Het huis “de Vier Winden” staat in de Wijnstraat tegenover de Nieuwbrug (febr. 2014)

mevrouw van Meeuwen en de heer Blokland, elk de helft 3-0

[Het huis “Almaengen”.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 2 e.v.: op 13 jan. 1693 verkoopt mr. Pieter Brantwijck van Blocklant voor 1300 gl. aan de kinderen en erfgenamen van kapitein Johan van Meeuwen de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van De Coninck en dat van Jan Appels.]

De Wijnstraat bij de Nieuwbrug, uiterst links, naast de “stoomdrukkerij”, het huis “Roodenburch en ’t Schaeck”, waarin ooit de drukkerij Holster(foto hieronder) gevestigd was. (febr. 2014)

Isaak de Koning[tafelhouder van de Bank van Lening] 4-5

de kelder van De Koning 2-0

[De twee voorgaande inschrijvingen betreffenhet huis “Roodenburch en ’t Schaeck” in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, dat sedert 1594 gebruikt werd als bank van lening (lommerd). Isaac de Coninck kocht het pand in 1679 voor 8000 gl. van Maria Pots, de weduwe van Thomas van der Marck, vrijheer van de Leur en burgemeester van Schoonhoven.* De Coninck was toen al tien jaar tafelhouder van de lommerd. Zijn weduwe, Margaretha Kiela, hertrouwde in 1699 met Cornelis Sam.Door hem in zijn testament tot enigeerfgenaambenoemd, verwierf zij het octrooi om, met uitsluiting van alle anderen, een bank van lening te houden. In 1727 verklaarde Margaretha, dat zij wegens haar hoge ouderdom (zij was toen ca. 83 jaar) het octrooi wilde overdragen aan haar zoon Willem de Coninck, op voorwaarde dat hij haar hiervoor zou vergoeden met een jaarlijkse uitkering van 3600 gl. Na het overlijden van zijn moeder werd Willem in 1732 de enige eigenaar van het pand en voerde daarna nog ruim 20 jaar de lommerd. In 1757 nam de stad Dordrecht de bank van lening in eigen hand en verplaatst

e die naar de huizen “Cleyn Jerusalem” en “De Drie Coningen”, die iets verder in de Wijnstraat stonden, naast het huis “Beverenburch”.(E. van Heiningen en K. Sigmond, De huizen Roodenburch en Henegouwen, in: Oud-Dordrecht 2006, nr. 1, p. 31 e.v.)

* ORA Dordrecht inv. 1627 (nieuw), f. 58: op 15 sept. 1679 verkoopt Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Pots, vrouwe van De Leur, weduwe van Thomas van der Marck, vrijheer van De Leur en oud-burgemeester van Schoonhoven, voor 8000 gl. aan Isaack de Coninck, bankhouder in de Bank van Lening, een huis in de Wijnstraat, waar de Bank van Lening gehouden wordt, staande tussen het huis van mr. Hendrick Onderwater, heer van Puttershoek, en het huis van mevrouw Van Mewen c.s., genaamd “Almaengen”. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 8000 gl.]

de heer van Puttershoeks huis [“Henegouwen”] en stal 5-3

Het huis “Henegouwen”

[Mr. Hendrik Onderwater, gedoopt NG Dordrecht 24 okt. 1642, jongman van Dordrecht wonende achter het stadhuis (1669), houthandelaar te Dordrecht, heer van Puttershoek, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 6 mei 1705 (mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, woonde in de Gravenstraat, het huis met rouw behangen, zes sleepmantels, een wapen voor de deur), zoon van Boudewijn Onderwater en Maria van de Graeff, trouwde NG Dordrecht 28 apil/14 mei 1669 Johanna Hallingh, jonge dochter van Dordrecht wonendeomtrent de Grote Kerk (1669)

Hendrik Onderwater kocht in 1676 het huis “Henegouwen”, staande op de hoek van Gravenstraat, met de erbij horende wijnkelders, erf, drie huisjes in de Gravenstraat, koetshuis en stal met uitgang in de Gravenstraat, voor 10.700 gl. contant, Het huis bleef generaties lang in het bezit van de familie Onderwater. *Susanna Abigaïl Onderwater verkocht het in 1805 voor 16.500 gl. aan ds. Ewaldus Kist, predikant van de NG gemeente te Dordrecht. (Heiningen/Sigmond, p. 39-40)

* Genealogie

I. Hendrik Onderwater, trouwde Johanna Hallincq

II. Boudewijn Onderwater, 1673-1742, trouwde Susanna Everwijn

III. Pompejus Onderwater, geboren Dordrecht 23 okt. 1713, heer van Craeijesteijn, ritmeester van een compagnie ruiterij, overleden 29 aug. 1783, trouwde 1e IJperen 13 dc. 1739 Abigael Catharina de Salis, geboren IJperen 29 april 1722, overleden Breda 3 dec. 1743, 2e ‘s-Gravenhage 5 febr. 1747Elisabeth Dierkens , geboren 28 sept. 1709, overleden 20 mei 1796, trouwde 1e mr. Willem van der Burch

Kinderen:

a. Susanna Abigael Onderwater

b. Boudewijn Onderwater Pompejusz.

c. Amaranthe Onderwater, vrouwe van Rijsoord, geboren Breda 17 nov. 1742, overleden 18 dec. 1813, trouwde 1e Numansdorp 12 mei 1767 Roeland Faassen Nolthenius, 2e ‘s-Gravenhage 3 juli 1787 (gescheiden ald. op 20 mrt. 1788) Arnould Louis Ronssin d’Oquerre

Kind:

c-1. Abigael Catharina Faassen Nolthenius, geboren naar schatting ca. 1768, trouwde Jean de Loriol

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 124v e.v.: op 25 aug. 1676 verkopen Johannes Melanen en Wouter de Gelder, als curatoren van de boedel van Johan Nicolaij van Malepart en Lidia van Craeijesteijn, voor 10.700 gl. aan mr. Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek en oud-magistraat van Dordrecht, vier naast en achter elkaar staande huizen met de wijnkelders daaronder, staande in de Wijnstraat tussen de Gravenstraat en het huis van Matthijs van der Merck, heer van de Leur, alsmede het koetshuis en de stal daarachter, met een uitgang in de Gravenstraat.

ORA Dordrecht 1680, f. 194v e.v.: op 17 okt. 1805 verkopen Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Abigael Onderwater, mr. Mattheus Onderwater Mattheusz., eveneens wonende te Dordrecht, als administrateur van de erfportie, die Boudewijn Onderwater Pompejusz. met last van fideïcommis is aanbestorven uit de nalatenschap van zijn vader, Pompejus Onderwater, en notaris Van der Star nog als procuratie hebbende van Abigael Catharina Faassen Nolthenius, weduwe van Jean de Loriol, volgens procuratie gepasseerd op 16 juli 1805 voor notaris Louis Fevot te Lausanne in Zwitserland, voor 16.500 gl. aan ds. Ewaldus Kist, predikant in de NG gemeente te Dordrecht, en diens vrouw, Johanna Christina Noteman, een huis om de hoek van de Gravenstraat, met twee kelders daronder, een tuin, stal en koetshuis en drie woonhuizen “daar annex”, staande naast elkaar in de Gravenstraat. Het grote of herenhuis wordt belend door de Wijnstraat, de stal en het koetshuis met de gang van het huis van D. Bosveld.

Ewaldus Kist, geboren Woerden 9 mrt. 1762, predikant, overleden Dordrecht 20 mrt. 1822 (overlijdensakte dd 22 mrt. 1822: Ewaldus Kist, 60 jaar oud, geboren te Woerden, overleden in het huis B:185 in de Gravenstraat, echtgenoot van Theodora Cornelia Woutera Brouwer [zijn derde vrouw], 46 jaar) zoon van Anthonij Kist en Anna Wolff.

Ewaldus Kist (1762-1822)

De grafzerk van Ewaldus Kist in de Grote Kerk van Dordrecht

Het huis “Henegouwen” bleef vervolgens nog 70 jaar eigendom van de erven Kist. Na het overlijden van Ewaldina Cornelia Kist, weduwe van ds. Daniël Pijzel, *ging het in 1893 naar haar oudste dochter Theodora Cornelia Woutera Pijzel, die ongehuwd bleef . Theodora verhuisde in 1896 naar de Johan de Wittstraat en schonk het huis, dat in dat jaar getaxeerd werd op een waarde van 13.000 gl., in ruil voor slechts een jaarlijkse uitkering van 125 gl., aan de stichting “Effatha”, Vereniging ter bevordering van Christelijke opvoeding en onderwijs van doofstomme en blinde kinderen en jongelieden. “Effatha” verhuisde in 192

6 naar buitenplaatsen bij Voorburg, waar de kinderen meer ruimte, meer licht, en meer buitenlucht zouden hebben, en verkocht het huis “Henegouwen” aan de metselaar (later huizenmakelaar) Arie Brand. (Van Heijningen en C. Sigmond, o.c.p. 39 e.v.)

* Burg. Stand Dordrecht, overlijdensakte dd 13 febr. 1891: overleden in het huis Gravenstraat nr 1. Ewaldina Cornelia Kist, 77 jaar, weduwe van Daniël Pijzel, dochter van Anthoni Kist en Maria Arnoudina Stoop]

f. 35

[De Gravenstraat]

Pieter Regel[draaier] 1-10

[ONA Dordrecht inv. 187, f. 189 e.v., inventaris dd 12 sept. 1678, opgemaakt door notaris J. Melanen te Dordrecht, van de goederen, die in gemeenschappelijk bezit zijn geweest van kapitein Thomas Rijckers en Elisabeth Francken, zijn vrouw zaliger, op verzoek en ten overstaan van kapitein Thomas Rijckers, mr. Philippus Diodathij, zoon van Elisabeth Francken, en Roeloff Francken, als testamentaire voogd over haar minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren o.a.:

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Allart van Rhijn en het hierna te noemen huis, in welke woning Elisabeth Francken is overleden en waarvan de wederhelft heeft toebehoord aan Roeloff Francken

– de helft van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het hierboven genoemde huis en de Gravenstraat, welk huis is verhuurd aan Johannes Dier schoenmaker voor 140 gl. per jaar

– de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen de “camer vant voorsz. Groothuijs” en het huis van Roeloff Francken, welk huis is verhuurd aan Marija van Wingerden voor 90 gl. per jaar

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 131v e.v.: op 10 juli 1680 verkopen Roeloff Francken en Thomas Rijckers, koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Pieter Regel, draaier en burger van Dordrecht, een huis tussen de Gravenstraat en het huis van Thomas Rijckers. De koper is schuldig aan Simon de Vries, veertigraad van Dordrecht, een somma van 1100 gl.]

de heer Tomas Rijkers 3-18

Jan de Ridder 5-0

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 87v e.v.: op 6 jan. 1680 verkopen Adrianus van Rijn, Johan van Rijn, Johan van der Steen, als man van Maria van Rijn, Catarijna Weijnia van Rijn, Lidewijna van Rijn, voor zichzelf en tevens vervangende Albertus van Rijn, samen kinderen en erfgenamen van Maria van Benscop, weduwe van Alard van Rijn, voor 8000 gl. aan Jan de Ridder, burger van Dordrecht, twee huizen, het ene staande in de Wijnstraat tussen het huis van Wessel de Ruijter en dat van de erfgenamen van Elisabeth Francken, in haar leven echtgenote van kapitein Thomas Rijckers, met de kelder daaronder, de tuin daarachter en de uitgangen tot in de Gravenstraat resp. tot aan de Varkenmarkt, en het andere huis komende in de Gravenstraat, strekkende tot het erf van het eerstgenoemde huis en staandetussen het huis van Herman van Pamburch en dat van de weduwe van Jan Regel. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 6000 gl.

NG trouwboek Dordrecht 18 okt. 1671: Johannes de Ridder jongman en Jeannette van Gelsdorp jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende in de Gravenstraat, getrouwd in Grote Lindt op 1 nov. 1671]

de heer Wessel de Ruijter 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 12v e.v.: op 12 febr. 1675 verklaart Fredrick van de Camp, luitenant van de compagnie van kapitein Haeften in het Nederlandse leger, schuldig te zijn aan Marija van Alsem een somma van 400 gl., verbindende twee huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van burgemeester Johan van der Burgh en dat van de weduwe van Allert van Rhijn, en nog een tuin met tuinhuisje buiten de St. Jorispoort. Aan zijn moeder, Cornelia Prins, weduwe van Jacob van de Camp is het vruchtgebruik van de twee panden in de Wijnstraatgelegateerd.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 56v: op 8 aug. 1679 verkoopt Vredenrijck van de Camp, burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van zijn moeder, Cornelia Prins,weduwe van Jacob van de Camp, voor 2511 gl. aan Wesselde Ruijter, een huis in de Wijnstraat, genaamd “Cleijn Middelburgh”, staande tussen het huis, datop diezelfdedag is verkocht aan mr. Johan van der Burgh, en het huis van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Allert van Rhijn.

NG trouwboek Dordrecht 14 ja. 1680: Andreas Havercamp koopman jongman van Wesel en daar wonende en Hillegond de Ruijter jonge dochter van Dordrecht wonende op de Engelenburgerkade, attestatie gegeven op Wesel 24 jan. 1680

Hillegont de Ruijter, gedoopt NG Dordrecht 19 okt. 1659, dochter van Wessel de Ruijter en Geertruijt van den Broeck

ORA Dordrecht inv. 810, f. 69 e.v.: op 28 jan. 1716 compareren voor schepenen van Dordrecht Johanna de Ruijter, weduwe van Steven van Malsen, wonende te Dordrecht, Abraham Joons, koopman te Amsterdam, als procuratie hebbende van Hillegonda de Ruijter, weduwe van Andries Havercamp, van Adolff Schram, predikant te Wesel, en van diens vrouw Catharina de Ruijter, alsmede Elisabeth de Ruijter, wonende te Dordrecht, en Andries de Ruijter, brouwer in “de Gecroonde P.” te Delft, voor zichzelf en als testamentaire voogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Hendrik de Ruijter, in zijn leven koopman te Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van Wessel de Ruijter, in zijn leven acht- en veertigraad van Dordrecht. De comparanten verkopen voor 1400 gl. aan Adriana Pompen van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, in zijn leven lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, genaamd “Klijn Middelburg”, met een “verwulfde” wijnkelder en een dwarskelder naast een open plaatsje “corresponderende agter het annexe huijs”, staande en gelegen in de Wijnstraat omtrent de Gravenstraat, schuin tegenover de Hengstesteiger, tussen het huis van de koopster en dat van Jan de Ridder.]

de heer Matteus van den Broek 1-10

denselven 2-15-8

[ORA Dordrecht inv. 1618, f. 1v: op 15 jan. 1659 verkoopt notaris A. Muijs van Holij, als gemachtigde van het Gerecht, aan mr. Johan van der Burch, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis, brouwerij en rosmolen, genaamd “den Hengst”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Maria van Beveren, weduwe van burgemeester Ruijsch, en dat van Jacob van de Camp.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 9v e.v.: op 1 febr. 1701 verkoopt mr. Mattheus van den Broucke, lid van de Oudraad van Dordrecht en bewindhebber van de VOC te Rotterdam, voor 9000 gl. aan Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van mevrouw Droste en dat van Wessel de Ruijter. Het grootste van beide huizen is genaamd “den Hengst” en wordt bewoond door mevrouw Piper. Het kleinste wordt bewoond door de zadelmaker Arent van Bommel.]

mevrouw Droste 3-2-8

[I. Niclaes Ruijsch, trouwde Lijsbeth van der Velde

Kind:

a. Coenraet Ruijsch, volgt II

II. mr. Coenraet Ruijsch Niclaesz., van Dordrecht (1608), licentiaat in de rechten, burgemeester van Dordrecht (1653-1654), trouwde NG Dordrecht4 mei/3 juni 1608 Maria van Beveren Willemsdr., geboren 1585, van Dordrecht (1608), dochter van Willem van Beveren Cornelisz. en Emerentia van den Eynde

ORA Dordrecht inv. 909, akte dd 12 sept. 1643: op verzoek vanJacob Trip, koopman te Dordrecht, verklaart mr. Coenraet Ruijsch, oudraad van Dordrecht, dat zijn ouders zaliger eigenaars zijn geweest van het huis, dat vanouds is genaamd “Cerboijen”, staande tegenover de Wijnkoperskapel, welk huis nu eigendom is vande rekwirant.Ruijsch heeft zijn ouders meermalen horen zeggen, dat er tussen hen en Herman Cleijn, inmiddels eveneens overleden, een overeenkomst is gesloten, die inhield, dat Cleijn achter door het erf van het huis “Cerboije” een vrije doorgang zou hebben naar het Cerborijstraatje [’s Heer Boeijenstraatje], in ruil waarvoor Nicolaes Ruijsch, deposants vader,water zou mogenhalen uitde put op het erf van Herman Cleijn.

Kind:

a. Emerentia Ruijsch,gedoopt NG Dordrecht okt. 1614, volgt III

III. Emerentia Ruijsch, gedoopt NG Dordrecht okt. 1614, van Dordrecht en daar wonende (1641),trouwde NG Dordrecht 15 sept./29 okt. 1641 (procl. te Philippine)jonker Matthijs Droste (Drost, Drossaert), kapitein in garnizoen te Philippine, weduwnaar (1641), kolonel van een regiment voetknechten in dienst van de Republiek, gouverneur van Heusden

Kind:

a. Emerentia Droste, volgt IV

IV. Emmerentia Droste,geboren naar schatting ca. 1650,wonende te Dordrecht (1681), “weduwe van Meeuwen” wonende te Dordrecht (1702), dochter van Mathijs Droste enEmerentia Ruijsch,trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 28 mei 1702 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Wijck) Godert Derick van Meeuwen baron van Keversbergh, jongmanwonende te Dordrecht (1702), overleden in 1715, trouwde NG Dordrecht 8/24 juli 1681 Johan van Meeuwen, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1654, jongman wonende te Dordrecht (1681),kapitein onder het regimentvan graaf Johan van Hoorn in garnizoen te Deventer (1681), kapitein van een compagnie voetknechten (1684), zoon van Johan van Meeuwen Jacobsz. en Catharina van Beverwijck

– 26 febr. 1684: testeren voor notaris J. Melanen te Dordrecht Johan van Meeuwen, kapitein van een compagnie voetknechten, in garnizoen liggende te Breda, en zijn vrouw Emmerentia Droste. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De testateur verklaart, dat indien hij de eerstoverlijdende is, hij aan zijn vrouw legateert al het zilverwerk, dat hij vóór hun huwelijk in bezit heeft gehad, en daarenboven nog uit de goederen, die hij van zijn oom zaliger, Cornelis van Meeuwen, heeft geërfd, een bedrag van 5000 gl.Tot voogden over hun minderjarige kinderen benoemende testatuerenJacob van Meeuwen, regerende burgemeester van Dordrecht, zijn broer, en kapitein Coenraet Droste, haar broer.(ONA Dordrecht inv. 190, f. 16 e.v.)

– 9 mrt. 1715: Emmerentia Drost, weduwe van Godert Derck van Meeuwen, baron van Keversberg, verklaart, dat haar man overleden is en zij niet genegen iszijn nalatenschap te aanvaarden, maar daar afstand van doet ten behoeve van zijn erfgenamen ab intestato. Aangezien niemand van hen zich schijnt te bekommeren om zijn begrafenis, neemt zij op zich de kosten daarvan voor te schieten, “behoudens dienaengaende haeren actie tot lasten vanden voorsz. boedel”. (ONA Dordrecht inv. 745)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johan van Meeuwen van Heijnsberg, 1682, volgt V

b. Ammarante Elisabethvan Mewen van Heinsbrigh, 1684, “tegenwoordig te Wijk”(1728), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 juli 1728 (volgens attestatie van ondertrouw van Wijk dd 29 juli 1728, op 15 aug. 1728 attestatie gegeven) Jacob Hardemee Palm, kolonel commandant van een regiment dragonders in dienst van de Verenigde Nederlanden, weduwnaar (1728)

c. Elisabeth, 1684

d. Catrina, 1686

e. Charlotte, 1686

V.Johan van Meeuwen van Heijnsberg, gedoopt NG Dordrecht 14 okt. 1682

– 7 mei 1716: Johan van Meuwen van Hinsberge, meerderjarig jongman wonende te Den Haag, is schuldig aan Katarina van Esch, weduwe van Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een somma van 2500 gl. wegens geleende penningen. Compareert mede Emmerentia van Mewen van Keversbergh, geboren Droste, weduwe van kapitein Johan van Mewen, wonende te Dordrecht, die zich verklaart borg te stellen voor haar voornoemde zoon. (ONA Dordrecht inv. 747, f. 245 e.v.)

– 16 dec. 1721: Jan van Meeuwen van Heijnsberg, op dat moment verblijvende te Dordrecht, verkoopt voor 11.500 gl., te weten 8500 gl. onmiddellijk en 3000 gl. binnentwee maanden, in gevolge het vonnis van de Kamer Judicieel te Dordrecht dd 15 nov. 1721, aan Adriaan Braats Jacobsz., als man van Catarina Johanna van den Santheuvel, beiden wonende te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tegenover de Visbrug, aan de achterzijde uitkomende op de Varkenmarkt, vanouds genaamd “den Grooten Os”, met het koetshuis en de woningen daarboven,staande op de Varkenmarkt naast het pakhuisje van Jan de Roovre, met alle vrijdommen, servituten en gerechtigheden, zoals het huis en koetshuis verkocht zijn aan mr. Pieter van der Dussen, schepen in wette van Dordrecht, volgens de koopcedul, die is gepasseerd voor notaris H. van Wetten op 3 mrt. 1721. (ORA Dordrecht inv. 813, f. 131 e.v.)

– 20 juli 1726: testament van Emmerentia Droste, douairière Van Mewen van Keversbergh, wonende te Dordrecht, ziekelijk zijnde. Zij herroept haar eerdere testamenten van 26 mei 1718 en 15 mrt. 1721. Zij legateert aan haar zoon jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrigh en haar dochter Ammaranta Elisabeth van Mewen van Hinsbrigh, aan beiden, of bij vooroverlijden hun kinderen, of bij ontbreken van kinderen aan de langstlevende van beiden, haar huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Hengstesteiger, al haar huisraad, kleren, juwelen, goud- en zilverwerk, haar buitenhuis, genaamd “Wijckestijn”, met alle landerijen daartoe behorende, staande en gelegen in het Land van Heusden, met alle zich daarin bevindende huisraad, juwelen, goud- en zilverwerk, contant geld en gouden en zilveren potpenningen, haar koets en andere rijtuigen, paarden en andere beesten. Aan Jacoba Rendels, wonende te Dordrecht, legateert zij “tot een gedachtenis” een bedrag van 200 gl., aan de diaconie-armen te Heusden een bedrag van 500 gl. en aan de diaconie-armen te Wijk een gelijk bedrag, beide te voldoenmet obligaties ten laste van het gemeneland. Aan Pieter Hugetanmoet na haar overlijden worden uitgereikt een bedrag van 4750 gl., welke haar zoon Jan van Mewen van Hinsbrigh aan hem schuldig is, tenzij die schuldtijdens haar leven reeds is voldaan. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar genoemde zoon Jan van Mewenen dochter Ammaranta Elisabeth van Mewen, elk voor een derde part, en de dochter van haar overleden dochter Johanna Jacoba van Mewen van Hinsbrigh, bij haar verwekt door Zeger Frans van Mewen van Hinsbrigh, genaamd Columbina Catharina van Mewen van Keversbergh, voor een derde part. Dielaatst

genoemde goederen zullen pas onder testatrices erfgenamen mogen worden verdeeldwanneer haar kleindochter mondig is geworden of gaat trouwen. Tot executeurs van haar testament benoemt zij haar zoon en dochter en haar zoon tevens tot voogd over haar minderjarige erfgenamen.(ONA Dordrecht inv. 759, f. 157 e.v.)

Begraafboek Grote Kerk 21 febr. 1727: Emerentia Droste douairiere van Mewen van Keverbergh, aan de Nieuwbrug in de Wijnstraat, laat kinderen na, met 11 koetsen boven het getal, een wapenbord en 5 slepen, de grote boete verbeurd

– 5 jan. 1729: jonkheer Jan van Mewen van Hinsbrigh verklaart, dat hij in het testament van zijn moeder, wijlen Emmerentia Droste, weduwe Van Mewen van Keversbergh, op 20 juli 1726 gepasseerd voor notaris H. van Wetten te Dordrecht, is aangesteld tot voogd over haar minderjarige erfgenamen met macht van assumptie en surrogatie. Krachtens die bepaling benoemt hij nu tot medevoogd overColumbina Catharina van Mewen van Keversbergh,enige nagelaten minderjarigedochter van zijn overleden zuster, zijn zwager Jacob Hardemee Palm, kolonel commandant van een regiment dragonders, echtgenoot van zijn zuster Ammarante Elisabeth van Mewen van Hinsbrigh. (ONA Dordrecht inv. 762, f. 18 e.v.)]

J. Staal-smit [mr. schoenmaker] 1-6-8

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 42: op 1 juli 1681 verkoopt Jan Geeritsz. Kock, burger van Dordrecht, als man van Angenietje Pelgrom, enige dochter en erfgename van Joris Pelgrom, schoenmaker en burger van Dordrecht voor 1300 gl. aan Johannes Staelsmith, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover deWijnkoperskapel, vanouds genaamd “den Engel”, staande tussen het huis van de erfgenamen van burgemeester Coenraet Ruijsch en dat van Beatricx de Haen.

ORA Dordrecht inv. 807, f. 27: op 4 juni 1709 verkoopt Appolonia de Bond, weduwe van Johannes Staalsmith, mr. schoenmaker te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Govert Staalsmith, “bussemaker” en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tegenover de Wijnkoperskapel tussen het huis van mevrouw Van Mewen en het huis van Jacobus Rendels kleermaker.]

Jacobus Rendels [kleermaker] 1-6-8

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 11: op 14 mrt. 1691 verklaart Jacobus Rendels, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catarina Hermans, bejaarde ongehuwde persoon, een somma van 600 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van mevrouw Drost en het Siboriestraatje (’s Heer Boeijenstraat)]

[’s Heer Boeijenstraat]

juffrouw Trip 4-10

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 143v e.v.: op 2 dec. 1692

: mr. Roeloff Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, en Johan van Neurenburgh, schepen in wette en thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en procuratie hebbende van Matthias Trip te Amsterdam, samen executeurs-testamentair van Johanna Trip en in die hoedangheid nog procuratie hebbende van Johan Munter, raadsheer in het Hof van Holland, als man van Margrieta Trip, Jacob en Louis Trip, Nicolaes Kalckoen, als man van Margrita Trip, en Louis en Trip en Nicolaes Kalckoen tevens vervangende Johanna en Cicilia Trip, alsmede Jacob Trip Samuelsz., Christina van Beveren, weduwe van Johan Reepmaker, Margrieta en Louis van Neurenburgh en Dirck van Nooij, als man van Johanna van Neurenburgh, Jonas de Jongh, vervangende de twee kinderen van Jacob van Neurenburgh zaliger, en Anthonij de Sondt, en dezelfde Jonas de Jongh, als man van Johanna de Sont, Johan van der Voort, als man Anna Jacoba Valckenier, tevens vervangende Nicolaes Six, als man van Emerentia Valckenier, en nog als nader procuratie hebbende van de weesmeesters te Amsterdam, als oppervoogden over de kinderen van wijlen Margrieta Trip, idem van Anna Maria Trip, en idem van Johan Reepmaker, volgens procuratie dd 7 okt. 1692

, verkopen voor 4700 gl. aan Johan Op de Beecq, koopman te Dordrecht, een huis met een woonhuis en een grote wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat tegenover de IJzeren Waag tussen het huis van de erfgenamen van juffrouw Roerom en het Siboriestraatje [’s Heer Boeijenstraat].

f. 35v

de weduwe van Jacob Sam 2-10

deselve 1-8

ds. Jacobus Coxius 1-10

[Ds. Jacobus Coxius, predikant te Molenaarsgraaf,begraven Dordrecht (Grote Kerk)19 okt. 1693 (een baar voor dominee Kocktijs bij de Wijnbrug), trouwde Agatha Michiels

ONA Dordrecht inv. 185, f. 413 e.v.: op 10 okt. 1675 verklaren Michaas Coxius, meerderjarige ongehuwde persoon, Govert de Bruijn, als man van Margrieta Coxius, wonende te Lexmond, en Anna Coxius, ongehuwde persoon, kinderen van ds. Jacobus Coxius, predikant te Molenaarsgraaf, dat zij met hun vader overeengekomen zijn, dat hij vrijelijk zal kunnen beschikken over de goederen, die zij van hun moeder hebben geërfd.

Kinderen:

a. Margrieta Jacobsdr. Coxius, trouwde NG Molenaarsgraaf 9 mei 1675 Govert de Bruijn

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 22v e.v.: op 5 juni 1683 verklaren Govert de Bruijn en zijn vrouw Margrieta Cocxius, wonende te Lexmond, schuldig te zijn aan Johanna de With, vrouwe van Zwijndrecht, als medevoogd van de kinderen van de vrouwe van Meerdervoort en Hendrik-Ido-Ambacht, een somma van 6000 gl. Ds. Jacobus Cocxius, oud-predikant wonende te Dordrecht, stelt zich borg voor Govert de Bruijn en Margrieta Cocxius, zijn schoonzoon en dochter. De Bruijn en zijn vrouw verbinden een huis achter in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Wouter van Hemert en dat van Hendrick Vos, een woning in Nanenhouck onder Sliedrecht, groot 11 morgen, belend oost de kinderen van Cornelis Baenen en west “daer Pauwels Jansz. placht te woonen”, de helft van een woning van vijftien en een halve morgen in Wijngaarden, belend oost Jan Crijnen en west “daer Geerit Jansz. placht te woonen”, de helft van 4 morgen land onder Papendrecht aan het veer bij Nanengat met de daartoe behorende erfrechten., en de helft van 3 morgen land bij Develstein onder Zwijndrecht, liggende tussen de landen van de vrouwe van Beveren en het land, dat voorheen eigendom was van Cornelis van Dalen. Ds. Jacobus Cocxius en Pieter van der Werff de jonge, koopman te Dordrecht, verklaren dat De Bruijn en zijn vrouw genoemde goederen in volle eigendom bezitten door overlijden van Agatha Michiels, resp. hun schoonmoeder en moeder.

ORA Dordrecht inv. 649, f. 25: op 2 mei 1720 verkoopt Jan van der Werff, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn broer Jacob van de Werff, wonende op de kolonie Suriname, als man van Johanna Maria de Bruijn, en van Jacob de Bruijn, wonende te Suriname, samen enige kidneren en erfgenamen van Margarita Coxius, weduwe van Govert de Bruijn, overleden in Suriname, welke Margrita Coxius samen met [Anna] Coxius, weduwe van Pieter van der Werff, kinderen en erfgenamen waren van ds. Jacobus Coxius, predikant te Molenaarsgraaf, zijnde Margarita Coxius, weduwe van Govert de Bruijn, o.a. aanbedeeld aan het na te noemen huis in de Vriesestraat, voor 580 gl. aaan Hendrick van Heck, koopman in wijnen en burger van Dordrecht, een huis in de Vriesestraat omtrent de Mennebrug, bewoond door Lambert van Konsten garendtwijnder, staande tussen het huis van Lodewijck Douw bakker en dat van Jan Madoij.

b. Michaas Coxius

c. Anna Coxius, jonge dochter wonende te Molenaarsgraaf (1677), trouwde NG Dordrecht 14 febr. 1677 (ondertrouw, per schrijven van Molenaarsgraaf) op 5 mrt. 1677 bescheid gegeven om in Molenaarsgraaf te trouwen) Pieter Pietersz. van der Werff, gedoopt NG Dordrecht 28 aug. 1656, jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1656), koopman, zoon van Pieter Adriaensz. van der Werff en Geertruijd Absouw .]

burgemeester [Pompeus] de Roovere heer van Hardinxveld 5-6-10

Portret van Pompejus de Rovere, detail van zijn epitaaf in de Grote Kerk van Dordrecht (foto: H.A. van Duinen).

[Mr.Pompejus de Rovere, heer van Hardinxveld, geboren Dordrecht 1 nov. 1645, schepen van Dordrecht (1671), baljuw van Zuid-Holland (1673-1721), provisioneel schout van Dordrecht (1685), burgemeester van Dordrecht in 1686, 1690, 1691, 1694, 1695, en 1699, gecommiteerde ter dagvaart naar de Staten van Holland, zoon van mr. Pieter de Rovere, heer van Hardinxveld, baljuw van Zuid-Holland en van Sophia van Beveren, vrouwe van West-Barendrecht [zie De Nederlandsche Leeuw 1944 kolom 132], ongehuwd, overleden Dordrecht 3 jan. 1723, overlijden aangegeven gaarder Dordrecht 9 jan. 1723 (impost 30 gl.).

ORA Dordrecht inv. 772, f. 51v e.v.: op 9 aug. 1638 verkopen Johan Boucquet, Maria Boucquet en de voogden van Arnoldus Boucquet aan Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland, voor 5000 gl. een huis bij de IJzerenWaag

[Wijnstraat tegenover de Wijnkoperskapel], staande tussen het huis van de erfgenamen van Jan van Slingelant en [andere belender niet vermeld].

ORA Dordrecht inv. 772, f. 94v e.v.: op 11 mei 1640 verkopen de voogden over de kinderen van Govert van der Leeu en Maeijken Rocusdr. aan Pieter de Rovere, baljuw van Zuid-Holland en lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis tegenover de Wijnkoperskapel, staande tussen het huis van de koper en het huis van Barent Jansz. Emont wijnkuiper. De koper is schuldig 950 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 200 gl.

ORA Dordrecht inv. 814, f. 37 e.v.: op 1 juli 1723 verkoopt mr. Samuel Everwijn, oudraad van Dordrecht, als executeur-testamentair van mr. Pompeus de Roovere, heer van Hardinxveld, aan Herman Boon, koopman te Dordrecht, een “extraordinaris groot huijs” en erf met koetshuis, tuin en “stallinge”, daarachter liggende en staande, in de Wijnstraat, recht tegenover de Wijnbrug , tussen de huizen van Antonij van Asperen en Abram Hordijck voor 5900 gl. contant, met een rantsoen van 147 gl. en 10 st. In de veilingakte wordt het pandbeschreven als “een extraordinaris groot huijs en erve, hebbende t selve menigvuldige schoone vertrecken, saletten, kamers en andere, met een koetshuijs daar onder, tuijn en stallinge daaragter” in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug met een mooi uitzicht over de brug, belend de tuin van Antonij van Asperen koopman aan de ene zijde en het huis van Abraham Hordijck meester-loodgieter aan de andere zijde, waarin de heer van Hardinxveld gewoond heeft en is overleden, te verkopen met alles, wat daarin aard- en nagelvast is, uitgezonderd goudleer, tapijt en schilderijen, welke evenwel kunnen overgenomen worden voor een “civile” prijs. De ene kelder is verhuurd aan Jan Kloens voor 54 gl., de andere aan de heer Boon voor 37 gl. en 10 st. (ONA Dordrecht inv. 658, akte 18 dd 15 mei 1723)]

Willem Raalhoff [wijnkuiper] 2-2

[Het huis “de Mannekens”.

ORA Dordrecht inv. 777 (oud), f. 22v: op 5 mei 1649 verkoopt Thijman van Slingelant Jansz. aan Frans Op de Camp een huis tegenover de Wijnbrug, genaamd “de Mannekens”, staande tussen het huis van Pieter de Rovere, heer van Hardinxveld, en het huis “Swartsenburg”.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 18: op 27 april 1672 verkopen”Abraham Heijblom, appoteecquer binnen deser Stadt Dordrecht als getrout hebbende Emmerentia opde Camp, Pieter Muijs, Notaris alhier als getrout hebbende Geertruijt opde Camp, soo voor sijn selven als last ende procuratie hebbende van Cornelis Cruijswech Coopman binnen de Stadt Breda als getrout hebbende Sara opde Camp, volgens de selve procuratie gepasseert voorden Notaris Johannes Hellu ende seeckere getuijgen binnen deser Stede residerende van date den vi Octob. 1671 ons Schepenen verthoont ende noch de voors. compte te samen als Testamentaire voochden van Mijnsken opde Camp achtergelatene minderjarige dochterken van Geurt opde Camp, geprocrieert bij Maeijke Pietersdr, ende Franchoijs opde Camp innocente alle kindren ende kints kint respective van za.r Franchoijs opde Camp de oude in sijn leven Coopman binnen deser Stede geprocrieert bij Elisabeth van Liesvelt ende Elisabeth Geerarts desselfts eerste ende tweede overledene huijsvrouwen als ten desen authorisatie ende approbatie ten reguarde vant voors. weeskint ende innocente van mijn Ed: heeren vanden Gerechte deser Stede becomen hebbende volgens de acte van authorisatie ende approbatie van date den xxi deser loopende maent April”, voor 2870 gl. aan Willem Raelhoff, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat recht tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Abraham Heijblom en dat van Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld.

NG trouwboek Dordrecht 24 aug. 1664: Willem Raelhof wijnkuiper jongman van Aken wonende tegenover de Nieuwbrug en Maria Huttenis jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzerwaag

, getrouwd op 8 sept. 1664]

de heer Abraham Heijblom 3-0

[Het huis “Swartsenburch”.

4 mrt. 1659: overeenkomst tussen Franchoijs Op de Camp, wijnkoper en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis “de Mannekens”, staande in deWijnstraat tegenover de Wijnbrug en Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis “Swarsenburch”, staande in de Wijnstraat naast “de Mannekens”. De overeenkomst betreft de ruiming en de eigendom van zeker stuk erf, van ongeveer 30 voeten bij 5 voeten, “waermede ’t voors. huijs de Mannekens gesprongen heeft in’t huijs genaemt Swarsenborch”. Op de Camp heeft het erf overgedaan aan Heijblom, waarvoor hij volledig betaald is met een in deze akte niet vermeld bedrag. (ONA 179, f. 49 e.v.)

NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1674: Abraham Heijblom apotheker veertigraad van Dordrecht weduwnaar en Anna Staphorst weduwe van ds. Franciscus Wijngaerts wonende bij de Munt, getrouwd op 3 april 1674

NG trouwboek Dordrecht 5 mei 1680: Pieter Anthonij Melanen notaris jongman en Elysabeth Heijblom jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende bij de Wijnbrug, getrouwd op 21 mei 1680

ONA Dordrecht inv. 190, f. 300 e.v.: op 21 sept. 1685 verklaren Franchois Heijblom Abrahamsz. en Pieter Antonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, beiden voor zichzelf, en Dirck Spruijt en Johannes Melanen, als testamentaire voogden over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, dat Franchois Heijblom voor 12.300 gl. op zijn erfdeel heeft aangenomen een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Balthasar Walen en dat van kapitein Willem Raelhoff, met een houten loods of stal erachter, uitkomende in het Cijboriestraatje [‘s-Heer Boeijenstraat], alsmede een apothekerswinkel.

Begraafboek Grote Kerk 26 juni 1692

: een zwarte baar tegenover de Wijnbrug voor Jacobus [sic] Heijblom apotheker.

ONA Dordrecht inv. 192

, akte 46: op 1 dec. 1692

verklaart Marija Coelemeij, weduwe van Franchoijs Heijblom Abrahamsz., apotheker en burger van Dordrecht, geassisteerd met haar vader, Cornelis Coelemeij, koopman te Den Haag, dat zij aan Jacobus de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, als man van Belia Heijblom, het huis overlaat, dat hun schoonvader, Abraham Heijblom nagelaten,met de houten loods daarachter, uitkomende in het ‘s-Heer Boeijenstraatje, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Balthasar Walen en dat van kapitein Willem Raalhoff. Jacobus de Vos neemt het huis aan voor een bedrag van 9000 gl.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 13 e.v.: op 16 mrt. 1693 verklaren Pieter Anthonij Melanen, notaris te Dordrecht, als man van Elijsabeth Heijblom, Maria Colemeij, weduwe en erfgename van Francois Heijblom, apotheker te Dordrecht, Jacobus de Vos apotheker, als man van Sibilla Heijblom, Abraham Heijblom en Willem Heijblom, burgers van Dordrecht, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Abraham Heijblom, veertigraad te Dordrecht, dat zij onderling de nalatenschap van Abraham Heijblom, resp. hun vader en schoonvader, hebben verdeeld en dat daarbij aan Jacobus de Vos is toebedeeld een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Balthasar Waelen en dat van Willem Raelhoff, daarbij inbegrepende “stallinge” of het achterhuis, dat uitkomt in het Rosemarijnstraatje [’s Heer Boeijenstraat], ende paardenstal.]

de heer Baltasar Walen 2-4

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 19 e.v.: op 14 april 1695 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, door het Gerecht gemachtigd tot de “reddinge” van de goederen, die zijn nagelaten door Balthasar Waelen, in zijn leven oudraad van Dordrecht, voor 4800 gl. aan Godefridus van der Kesel, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes Melanen en dat van de apotheker Jacobus de Vos.

Godefridus (Govert) van der Keessel, zoon van Dionisius van der Keessel en Johanna Crocius, trouwde 1694 met Adriana Mol

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 febr. 1694: Godefridus van der Kesel medicinae doctor jongman van Dordrecht geassisteerd met Dionijsius van der Kesel zijn vader en Adriana Mol jonge dochter geboren te Batavia in Oost-Indië geassisteerd met haar moeder Sara Heussen

Govert, zoon van Dionijsius van der Kesel en Joanna Krotius (Crocius), gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1660

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 19 mei 1715: Godefridus van der Kesel, bij de Wijnbrug, twee koetsen extra, de eerste boete te verbeuren

Adriana, dochter van Cornelis Mol en Sara Heussen, gedoopt NG Batavia 14 sept. 1676 (Gens Nostra 1992

, p. 192

)

Kinderen (o.a.):

a. Adriana van der Keessel, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1705, trouwde ds. Cornelis Meuls(t), predikant te Herwijnen en Boven-Hardinxveld, gedoopt NG Gorinchem 16 mrt. 1673, overleden Hardinxveld 3 sept. 1750, zoon van Jacobus Meuls, schepen van Gorinchem en Johanna van der Meulen (Gens Nostra 1992

, p. 192

)]

de heer Johan Melanen 1-10

denselven 2-5

Isaak van der Wall 1-15

f. 36

juffrouw de Man 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 74v e.v.: op 18 nov. 1679 verkoopt Barnhardus van de Neth, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Simon van Leeuwen, veertigraad te Leiden, als man van Beata de Haen, eerder weduwe van Matthijs van Aelsem, zijn, Van der Neths, moeder, voor 1700 gl. aan Adriana van Gesel, weduwe van ds. Franciscus Debetius, predikant te Arnhem, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van de koopster en dat van Isaack van der Wall. Het verkochte huis is aan Beata de Haen toebedeeld bij de boedelscheiding van Matthijs van Aelsemvolgens akte, verleden voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 14 febr. 1679.

ONA Dordrecht inv. 191, f. 84 e.v.: boedelscheiding dd 4 sept. 1687 van de goederen, die zijn nagelaten door Franchina Dibbets, tussen Lucretia de Man, voor zichzelf, Abraham Stoop, lid van de Oudraad van Dordrecht, en Jacob van Meeuwen, oud-burgemeester van Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over Catharijna en Eva Ab Eerst, nagelaten dochters van Elisabeth de Man, Ludovicus Suggeraet, predikant te ‘s-Gravenhage, als voogd over zijn minderjarige zoon Casparus Suggeraet, door hem verwekt bij Johanna de Man, samen erfgenamen van Franchijna Dibbets, nagelaten enige dochter van ds. Franciscus Dibbets en Adriana van Gesel, beiden overleden, overeenkomstig het testament van Franchijna Dibbets, gepasseerd voor notaris J. Melanen op 3 febr. 1685.

Bij blinde loting is o.a. aan Lucretia de Man toegevallen een huis achter de paardenstal op de Varkenmarkt, en een huis in de Wijnstraat omtrent de Kaaswaag , staande tussen het huis “Rosendael” en Isaack van de Wal.

ONA Dordrecht inv. 191, f. : op 20 sept. 1687 verhuurt Lucretia de Man, voor zichzelf en namens de overige erfgenamen van Franchijna Dibbets, voor 120 gl. per jaar aan Mattheeus Renau, Franse schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes Beijen wijnkoper en dat van Isaack van der Wal. Bij de huur zijn niet inbegrepen het kleine bovenkamertje, de voorkamer en de tuin achter het huis, welke de verhuurster voor zichzelf houdt.]

Joannes Beijen[wijnkoper] 3-0

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 506: op 20 dec. 1686 verkopen ds. Ludovicus Suggeraet, predikant in Den Haag, als voogd van zijn onmondig weeskind, verwekt bij Johanna de Man, voor zichzelf en tevens vervangende Lucretia de Man, zijn schoonzuster, alsmede Abraham Stoop en Jacob van Meeuwen, als executeurs-testamentair en voogden over de onmondige kinderen van wijlen Elisabeth de Man, samen erfgenamen van Franchina Dibbetz, enige nagelaten dochter van Adriana van Gesel, weduwe van ds. Franciscus Dibbetius, voor 5500 gl. aan Johannes Beijen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “Rosendael”, staande in de Wijnstraat bij de Kaaswaag tussen het huis “Blijenborch” en het huis van verkopers.

ONA Dordrecht inv. 191, f. 84 e.v.: boedelscheiding dd 4 sept. 1687 van de goederen, die zijn nagelaten door Franchina Dibbets, tussen Lucretia de Man, voor zichzelf, Abraham Stoop, lid van de Oudraad van Dordrecht, en Jacob van Meeuwen, oud-burgemeester van Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over Catharijna en Eva Ab Eerst, nagelaten dochters van Elisabeth de Man, Ludovicus Suggeraet, predikant te ‘s-Gravenhage, als voogd over zijn minderjarige zoon Casparus Suggeraet, door hem verwekt bij Johanna de Man, samen erfgenamen van Franchijna Dibbets, nagelaten enige dochter van ds. Franciscus Dibbets en Adriana van Gesel, beiden overleden, overeenkomstig het testament van Franchijna Dibbets, gepasseerd voor notaris J. Melanen op 3 febr. 1685.

Bij blinde loting is o.a. aan Catherijna en Eva Ab Eerst toebedeeld twee derde parten in drie vierde delen van het grote huis, genaamd “Rosendael”, enaan Casper Suggeraet de helft in een vierde part van dat huis, alsmede een derde in drie vierde parten van het huis.]

het huis Blijenborg 2-15

[Het oude, beroemde huis Blijenburg, aan de Wijnstraatzijde van het Scheffersplein, werd ook wel het Reuzenhuis genoemd, enwas het stamhuis van het Dordtse regeringsgeslacht Blijenburg. Het werd in 1744 afgebroken.(C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 65.)

ONA Dordrecht inv. 191,f. 126 e.v.: op 8 nov. 1687 verhuren Levina de Vries, weduwe van Adriaen van Blijenborch, heer van Naaldwijk en burgemeester van Dordrecht, mr. Adriaen van Blijenborch, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Catherijna Coomans, zijn nicht, wonende te Alkmaar en Johan van der Burch, als man van Charlotta Elisabeth van Blijenborch van Naaldwijk, samen eigenaars van het grote en kleine huis, genaamd “Blijenborch”, voor 150 gl. per jaar aan Charlotta Christina van Blijenborch, vrouwe van Maugarni, weduwe van Thomas van Sasburch, in zijn leven heer van Maugarni en resident van de Verenigde Nederlanden aan het hof te Brussel, de bovenwoning van genoemd huis, met het achterste deel van de tuin, staande en gelegen in de Wijnstraat bij de Kaaswaag tussen  het huis van Gerrit van Ven en dat van Johannes Beijen wijnkoper, zoals hetlaatst

elijk is gehuurd en bewoond door mevrouw Droste.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 113v e.v.: op 7 sept. 1688 toont Dames Sasburgh een akte van schenking, gepasseerd op 17 juni 1688 ten overstaan van notaris C. van der Meer te Alkmaar, waaruit blijkt, dat Catharina Comans, wonende te Alkmaar, als donatie inter vivos aan haar nicht Charlotte Christina van Blijenborgh, weduwe van Thomas Sasburgh, de moeder van de comparant, geschonken heeft een vierde deel in drie vierde delen van het huis “Blijenborgh”, welk aandeel door schepenen van Dordrecht is getaxeerd op 1162 gl. 10 st.]

de kelder van ’t selve 1-10

een huis van deselve 1-10

[ONA Dordrecht inv. 191,f. 325 e.v.:op 17 juni 1689 verhuren mr. Adriaen van Blijenborch, heer van Naaldwijk en lid van de Oudraad te Dordrecht, en luitenant-kolonel Damas van Sasburch voor 100 gl. per jaar aan Jacob Jansz. van der Heijden, burger van Dordrecht, de benedenwoning van een huis in de Wijnstraat, staande tussen grote huis “Blijenborch” en de gang aldaar.]

De Wijnstraat bij de Beurs (Scheffersplein), door Aart Schouman (ca. 1745). Van links naar rechts ziet men op de achtergrond de huizen “Scharlaecken”, waarin de stadswaag

gevestigd was (trapgevel met zijtorentjes), “Leeuwensteijn”, dat in de zeventiende eeuw bewoond werd door de postmeester, “den Asijnhoff”, met een houten gevel, dietoenin Dordrecht al zeldzaam was (in 1744 samen met “Blijenburg” afgebroken), en “Blijenburg”. 

Gerard van Ven[Geerit van Veen, Franse kramer, winkelier] 1-16

[Het huis “Leeuwesteijn”.

ONA Dordrecht inv. 189, akte 31: op 22 mei 1682 verhuurt Adriaen Maesdam, als man van Cornelia Pietersdr. van der Mast, eerder weduwe van Cornelis Wens, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Jacobsz. Baen, als man van Cornelia Wens, voor 198 gl. en 8 st. per jaar aan Geerit van Ven, Franse kramer en burger van Dordrecht, vier vijfde parten van een huis, waarvan de huurder het resterende vijfde part bezit, staandein de Wijnstraat bij de Beurs tussen de Stadskaaswaag en de gang van de erfgenamen van commissaris Arnoultde Pilgrim.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 55: op 11 dec. 1683 verkoopt Cornelia van Meeningh, weduwe van Willem Wens, voor een vijfde part erfgenaam van Cornelis Wens, geassisteerd met Hendrick Wens, haar zoon, voor 800 gl. aan Geerit van Veen, Franse kramer en burger van Dordrecht, een vijfde deel in het huis, genaamd “Leeuwesteijn”, staande in de Wijnstraat tussen de Stadskaaswaag en de gang van het huis “Blijenborgh” en brouwerij “de Oragnieboom”.

ORA Dordrecht inv. 795, f. 10v e.v.: op 18 mrt. 1687 comp. Adriaen Maesdam, schepen van Strijen, en zijn vrouw Cornelia van der Mast,eerder weduwe van Cornelis Wens, voor zichzelf en als moeder en voogden van haar onmondig kind, Henrica [Cornelisdr.] Wens, samen voor twee vijfde parten, en tevens als procuratie hebbende van Willem [Jacobsz. de]Baen, als man van Cornelia [Cornelisdr.]Wens, en Jacobus Postelius, als man van Maria [Cornelisdr.]Wens, beiden wonende te Strijen, samen eveneens voor twee vijfde parten, volgens procuratie gepasseerd op 8 okt. 1684 te overstaan van notaris Simon van Hessel in Strijen. De comparanten hebben verkocht voor 3275 gl. aan Gerrit van Ven [Franse kramer] vier vijfde parten van een huis, vanouds genaamd “Leeuwesteijn”, staande in de Wijnstraat tegenover de Beurs tussen de Kaaswaag aan  de ene zijde en [de gang van] het huis “Blijenburg” [en brouwerij “de Orangieboom”]aan de andere. De koper is schuldig aan Adriaen Maesdam enCornelia van der Mast, voor haarzelf en als moeder van Henrica Wens, verwekt bij Cornelis Wens, een somma van 1057 gl. 10 st.

De kaaswaag van Gouda.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 125v e.v.: op 1 aug. 1692

verklaart Geerit van Ven, winkelier en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Hermanus van Megen, koopman te Rotterdam, een bedrag van 2000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen de Kaaswaag en het huis van Blijenburgh.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 54v e.v.: op 27 okt. 1703 verkoopt Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Camere Juditieel van Dordrecht, voor 950 gl. aan mr. Hubert van der Hoop een huis in de Wijnstraat bij de Beurs, staande tussen de Stadswaag en het huis, genaamd “het Hof van Blijenborgh”.] De Waag       2-1 

[De naam Waag is ontleend aan de stadswaag die in de Middeleeuwen op de Groenmarkt stond, aan de havenzijde, en vanaf 1594 aan de overzijde, onderin de huizen Scharlaken en Leeuwenstein. (Van Baarsel, o.c., p. 126)

De Waag.

de heer Bartolomeus van den Zandheuvel[brouwer] 5-10

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 130v e.v.: op 14 okt. 1676 verkopen mr. Cornelis van der Staeij a Colibrant, advocaat, Arent van Neten, notaris te Dordrecht, en Johannes Melanen, notaris te Dordrecht, als curatoren van de boedel van Cornelis van den Hoogenboom, voor 17.000 gl. aan Hendrick van den Santheuvel, oud-magistraat te Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Oraengienboom” met een brandewijnbranderij daarachter en een azijnmakerij daarnaast, alsmede een huis voor aan de straat bij de Beurs, dat wordt bewoond door Gerit van Veen, “franse cramer”, staande tussen de kinderen en erfgenamen van Johan de Jongh en het hierna te noemen huis boven de Kaaswaag, alsmede een klein huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, waar uithangt “den Tamboer”, en nog een huis en woning boven de Kaaswaag,  staande tussen de brouwerij “den Oraengienboom” en het huis van de weduwe en erfgenamen van Cornelis Wens. Bij de koopsom zijn inbegrepen de losse en roerende goederen en het gereedschap, behorende bij de brouwerij en branderij, welke zijn getaxeerd op een waarde van 3850 gl.

15 sept. 1676: de crediteuren van Cornelis Pietersz. van den Hoogenboom, o.w. Cornelis Terwen sr., als meest geïnteresseerde crediteur, verkopen voor 17.000 gl. aan Hendrik van den Santheuvel de brouwerij “den Orangieboom” met een huis boven de Stadskaaswaag,  alsmede een azijnmakerij, brandewijnbranderij en een huisje in de Tolbrugstraat Waterzijde. (“Water wordt een feest”, p. 90-91)

Hendrik Bartholomeusz. van den Santheuvel, zoon van Bartholomeus Adriaensz. Ansems (van den Santheuvel) en Johanna Hendriksdr. Maes, was tevens eigenaar van brouwerij “de Schenckkan” in de Voorstraat.

Mr. Bartholomeus Hendriksz. van den Santheuvel, gedoopt NG Dordrecht 21 sept.1654, overleden 1718, sinds 1681 brouwer in “de Oranjeboom” in de Wijnstraat, getrouwd met Henriette (Hendrica) Stoop, zoon van Hendrik Bartholomeusz. van den Santheuvel en Johanna Repelaer.De kinderenvan het echtpaar Van den Santheuvel-Stoop verkochten de brouwerij op 20 juni 1741aan Willem ’t Hooft, oud-schepen en arts te Gorinchem, voor een bedrag van 10.050 gl. (“Water wordt een feest”, p. 90-91)

20 juli 1683: overeenkomst tussen Bartholomeus van den Santheuvel, veertigraad van Dordrecht, als eigenaar van het huis en de brouwerij “de Orangieboom”, staande in de Wijnstraat voor de Beurs, achter met een loods en gang uitkomende op de Varkenmarkt, enerzijds en Isaack van der Wal en Willem Faesz., burgers van Dordrecht, als eigenaars van een huis op de Varkenmarkt, staande naast voornoemde loods en gang van Van den Santheuvel. De overeenkomst betreft de reparatie van hun gemeenschappelijke “sijdelheininghmuer”. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 144)

4 sept. 1683: Bartholomeus van den Santheuvel, veertigraad van Dordrecht, verhuurt aan Marija Boenes, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 150 gl. per jaar een huis, zijnde een bovenwoning gelegen boven de Stadskaaswaag, belend door het huis van de verhuurder en dat van de erfgenamen van Cornelis Wens, tegenwoordig bewoond door de weduwe van mr. Cornelis van der Staeij. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 157)]

de heer Diderik Bressij 2-16-4

[I. Raphaël Bressij, trouwde Adriana Reims

Kind:

II. Diderik Bressij, schepen van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 12/28 febr. 1673 Walteria Cools, gedoopt NG Dordrecht 27 febr. 1654, dochter van Walterus Cools Johansz. en Lucia Repelaer Anthonisdr.

NG trouwboek Dordrecht 12 febr. 1673: Diderick Bressij, uit de Oudraad van Dordrecht, jongman en Walteria Cools, jonge dochter van Dordrecht, getrouwd 28 febr. 1673

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 15v: op 6 mrt. 1675 verklaart Diderick Bressij, schepen in wette van Dordrecht, als man van Waltheria Cools, dat hij eigenaar is van een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Benjamijn Swol bakker en dat van Willem Jansen tuinman, alsmede van een klein huisje achter in de Raamstraat in het straatje, genaamd het Kousken, gekomen uit de boedel van Margrieta Cools, [vrouw van Hugo Repelaer], de grootmoeder van zijn echtgenote.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 40: op 11 mei 1697 verkoopt Hugo Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, als voogd over de twee minderjarige kinderen en erfgenamen van mr. Diderick Bressij, kwartiersschout en dijkgraaf van Maasland in de Meijerij van ‘s-Hertogenbosch, voor 8700 gl. aan Samuel Lambinom een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Bartholomeus van de Zantheuvel, veertigraad van Dordrecht, en dat van de weduwe van Herman Appels de jonge.

Kinderen:

a. Raphael Bressij, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1673

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 juni 1724: Raphael Bressij, commandeur ter zee in Nederlandse dienst, met zes koetsen boven het ordinaris getal, dehalve boete, een wapenbord

b. Lucia en Adriana Bressij, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1678]

Aart Teggers 2-2

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 123v e.v.: op12 juni 1694 verkooptJohan de Bets, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht aangestelde voogd over de minderjarige kinderen van Aert Teggers, en tevens als procuratie hebbende van Anna van den Abeele, weduwe van Aert Teggers, voor 6350 gl. aan Herman Appels, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, vanouds genaamd “de Nachtegael”, staande tegenover de Beurs tussen het huis van Diederick Bressij en dat van Hendrick van de Banck. De koper is schuldig aan Dirck Hubert Nicolaesz. een bedrag van 4000 gl., verbindende het voornoemde huis.]

f. 36v

de heer Hendrik van der Bank 2-2

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 30v e.v.: op 7 mei 1675 verkoopt Maerten de Vos, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, als man van Maria Taijert, dochter en mede-erfgename van Boudewijn Zegertsz. Taeijert, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van Boudewijn Taeijert, voor 3800 gl. aan Hendrick van der Banck, veertigraad van Dordrecht, een huis op het Marktveld tegenover de Beurs, staande tussen het huis van Cornelia Gevers en dat van ds. Johannes Dibbetius, waar uithangt “het Nachtegaeltie”. De koper is schuldig aan Maerten de Vos en zijn vrouw 1000 gl. en aan de kinderen van Jacob de Vos en Susanna Taeijert 2000 gl.]

Aart Teggers 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 121v: op 14 dec. 1684 verkopen mr. Ocker Gevaerts en Adriaen de Lange, als executeurs-testamentair van hun tantes Cornelia Gevaerts, bejaarde ongehuwde persoon, en Pieternella Gevaerts, weduwe van mr. Johan van Gelder, tevens als voogden over de minderjarige erfgenamen, Pieter en Elisabeth Pompe, samen voor twee vijfde parten, dezelfde Ocker Gevaerts, Adriaen van Hoogeveen, als man van Magdalena Gevaerts, en Hugo Repelaer, als man van Maria Gevaerts, voor anderhalf vijfde part, Adriaen de Lange, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Elisabeth de Lange, weduwe van mr. Michiel Pompe, en Alida de Lange, weduwe van Johan Rammelman, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. de Coninck te Rotterdam op 12 dec. 1684, voor het resterende anderhalve vijfde part, voor 4400 aan Aert Teggers, burger van Dordrecht, een huis tegenover de Beurs, staande tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Hendrick van der Banck.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 64: op 30 juli 1695 verklaren Sijmon van Wel, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Hester Teggers, dochter en mede-erfgename van Aert Teggers, schuldig te zijn aan Jan van der Heijden, koopman te Rotterdam, een somma van 1860 gl. wegens geleverde koopmanschappen, verbindende een derde deel in een huis, staande tegenover de Beurs tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Henderick van der Banck, achtraad te Dordrecht, en een derde deel in een stal buiten de St. Jorispoort, beide Hester Teggers aangekomen bij overlijden van haar vader.

NG trouwboek Dordrecht 2 mei 1632 (ondertrouw) Adriaen Teggers kuiper jongman van Beringen wonende in de Mariënbornstraat en Jopken Thomas van Dordrecht weduwe van Henrick Romer kleermaker wonende in de Weeshuisstraat

Aert, zoon van Adriaen Teggers en Jobje Thomas, gedoopt NG Dordrecht juli 1637

NG trouwboek Dordrecht 30 sept. 1657 (ondertrouw): Aert Aertsz. Teggers twijnder jongman van Dordrecht en Maria Blanckers jonge dochter van Jaarsveld, beiden wonende bij het Marktveld

Hester, gedoopt NG Dordrecht 12 dec. 1671, dochter van Aert Teggers en Maeijke Jans (Kollars)

NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1669 (ondertrouw): Aert Teggers uitdrager weduwnaar van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde en Maeijcke Jans, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 102 e.v.: op 1 febr. 1698 verkoopt notaris Jan de Bets, als procuratie hebbende van Jan Teggers, Simon van Wel, als man van Hester Teggers, en Abraham Teggers, kinderen en erfgenamen van Aart Teggers, voor 4000 gl. aan Samuel Lambinon, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Beurs, genaamd “Groot Coffijhuijs”, staande tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van veertigraad Hendrick van der Banck. De koper is schuldig aan Jan de Bets een somma van 1500 gl.

“Te Dordrecht was er reeds vroeg, namelijk in 1684, een “Koffyhuis”. … Aert Teggers was een man van twaalf ambachten [twijnder, uitdrager, pachter van de belasting op bieren] en dertien ongelukken. … [In 1684 verzocht hij] aan het stadsbestuur vergunning … om met uitsluiting van anderen een “Koffyhuis”te mogen openen. De plaats waar deze nieuwe instelling werd gevestigd, getuigt wel van het goede inzicht van de stichter, want een betere plaats als Wijnstraat-hoek Tollebrugstraat is moeilijk te bedenken.” (Lips. o.c., p. 67)]

D’agterstraten van’t 2e Quartier Eerst de Tollebrug-straat [Tolbrugstraat Waterzijde]

Abraham van Spa 0-12

Pieter Cornelisz. Mes 0-13

Jan van Gaalen 0-5-8

de weduwe van Lambert Bovi 1-1-12

Aart Teggers 0-13

Johannes Hoogstraten 0-13

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 173v e.v.: op 18 sept. 1696 verkoopt mr. Johan de Witt voor 700 gl. aan Johannes van Hoogstraten, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Jan Francken en dat van Cornelis Mouthaan. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 700 gl.]

Jan Franken 0-10-8

Hendrik Scheij 0-6-8

f. 37

de weduwe van Michiel Pietersz. 0-6-12

de weduwe van Jan Tijsz. 0-7-8

Servaas Koomans 0-7-8

denselven 0-8-12

Tomas van Eijsden 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 25 e.v.: op 4 mei 1697 verklaart Samuel de Moraaz, eerste klerk ter secretarie van Dordrecht, dat Judith Evers, weduwe van Thomas van Eijsden, burgeres van Dordrecht, schuldig is aan Anna Maertens, weduwe van Lambert Bovije, burgeres van Dordrecht, een somma van 700 gl., verbindende een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Servaas Koijmans en dat van Guert van Dollen.]

Pieter Kempenaar 0-9

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 23v e.v.: op 10 mei 1703 verkoopt Pieter Knog, brandewijnbrander en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Barbara Blankers, weduwe van Gerrit van Dollen, slikwerker te Dordrecht, voor 700 gl. aan Jan de Bond, arbeider en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Balten Damen en dat van de weduwe Warnier.

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 27 april 1698: Jan de Bont jongman wonende voor het Bagijnhof geassisteerd met Abraham de Bont zijn vader en Maria Steen jonge dochter bij Spuistraat beiden van Dordrecht geassisteer met Geertruij Steen haar moeder, getr. 11 mei 1698

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 30: op 18 april 1752 verkopen Pieter Bonte, burger van Dordrecht, Jacob Bonte, mr. chirurgijn wonende in Klundert, en Geertruij Bonte, meerderjarige ongehuwde persoon, kinderen en erfgenamen van Marijke Steen, weduwe van Jan Bonten, gewoond hebben en overleden te Dordrecht, voor 400 gl. aan Louis Joseph Paqué, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Willem van Lijden en N. van der Krab.]

Jacobus Warnier 0-8-12

Op de Verkemarkt [Varkenmarkt]

[In de eerste helft van de 17de eeuw werd de varkenmarkt van het einde van de Vriesestraat verplaatst

naar een in 1590 gebouwde straat, die loopt van Vleeshouwersstraat naar Aardappelmarkt. Uit een vermelding van 1643 blijkt, dat er behalve varkens ook kalveren verhandeld werden. De officiële naam, Snellaert Duijkstraat, is bij de vox populi nooit populair geworden, en heeft het uiteindelijk af moeten leggen tegen de volksnaam Varkenmarkt. (Van Baarsel, p. 116-117)]

Pieter van der Werff[bakker] 0-17

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 28 e.v.: op 3 juni 1670 verkoopt Marcelis Anthoniz. van Gent, burger van Dordrecht, voor 2500 gl. aan Pieter Jacobsz. van der Werff, bakker en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven [Varkenmarkt], staande tussen de Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van verkoper, zijnde de derde gevel vanaf de Tolbrugstraat. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1800 gl.]

denselven 0-15

N. de Vlugt 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 81v: op 4 juli 1699 verkoopt Elisabeth de Vlugt, weduwe van Nicolaas van der Kest, wonende te Delft, en Marcelis de Vlugt, burger van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Adriana van Gent, weduwe van Cornelis de Vlugt, schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Cornelis de Vries, burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt tussen het huis van [Cornelis] Santheuvel en dat van Pieter van der Werff.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 85v e.v.: op 14 juli 1699 verklaart Cornelis de Vries, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Margrita van der Hijden, weduwe van Willem van Campen, stadhouder te Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende het in voorgaande akte genoemde huis.]

f. 37v

Willem Faasz. 1-7-8

de heer Bartolomeus van den Zandheuvel 1-0

Johannes Snep 1-16

zeven woningen van juffrouw van der Linden 1-15

juffrouw de Man 0-12

Dirk Tas 0-12-8

Krijn, in’t Ciborijstraatie [’s Heer Boeijenstraat] 0-2

Leendert Schift 0-2

Bartolomeus Labeen 0-2

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 14: op 4 mrt. 1679 verkopen Johannes van Duijnen kuiper, Johannes van Westerbrugge, als man van Neeltgen van Duijnen, en Lijsbeth Bourgonjon, weduwe van Cornelis van Duijnen, als moeder en voogdes van haar kinderen, verwekt bij Cornelis van Duijnen, samen kinderen en kindskinderen van wijlen Maeijcken Hendricx, weduwe van Abraham van Duijnen, voor 190 gl. aan Bartholomeeus Labeen, kuiper en burger van Dordrecht, een huisje in het Ciboriestraatje, staande tussen het huis van Leendert Schift en dat van Crijn Blanckert.]

Antonij Lambertsz. 0-12

[ONA Dordrecht inv. 191, f. 233: op 4 aug. 1688 verkoopt Anna van Domburch, weduwe van Anthonij Lambertsz., voor 1200 gl. aan Maerten Teunisz. van Molenschot, opperbrouwer in brouwerij “de Orangieboom”, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het Ciboriestraatje en het huis van Leendert Schiff.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 1: op 7 jan. 1693 verkoopt Jan de Mol, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Anna van Domburgh, weduwe van Anthonij Lambertsz. Rijckenburgh, en als voogd over haar minderjarige kinderen, voor 800 gl. aan Cornelia Crijnen, weduwe van Willem Pietersz. van Bergen, een huis op de Varkenmarkt op de hoek van het Ciboriestraatje, staande tussen dat straatje en het huis van Leendert Schift.

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 30: op 5 mei 1695 verkoopt Cornelia Crijnen, weduwe van Willem Pietersz. van Bergen, voor 800 gl. aan Jacob Boudewijnsz. schiptimmerman een huis op de Varkenmarkt, staande op de hoek van het Siboriestraatje, tussen dat straatje en het huis van … [sic].]

f. 38

twee huizen van Leendert Schift 1-14

de weduwe van Samuel ’t Hooft 0-10

Dionijs Smak [bode] 1-5-4

[NG trouwboek Dordrecht 16 febr. 1681: Dionijs Smack bode op Zeeland weduwnaar wonende op de Varkenmarkt en Neeltje van Gijblandt jonge dochter wonende bij het Steegoversloot beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 mrt. 1681

ONA Dordrecht inv. 189, akte 132: op 25 mei 1683 verklaren Andries van Enckele, wonende “int Suijthollant” [bedoeld is misschien “het Zuidland”], weduwnaar van Pieternella Schiff, Johannes Vernimmen, burger van Dordrecht, als man van Anna Schiff, en Dionijs Smack, weduwnaar Marija Schiff, allen erfgenamen van Pieter Schiff en Hester Joppen, de ouders van hun echtgenotes, dat zij de goederen, die door hun schoonouders zijn nagelaten onderling hebben verdeeld. Daarbij is aan Dionijs Smack toebedeeld het grote huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Lambrecht Crul, genaamd “het Moriaenshooft”, en het hierna te noemen huis, [in welk grote huis] de erflaters gewoond hebben en overleden zijn. Aan Johan Vernimmen is toegevallen het kleine huis op de Varkenmarkt, staande tussen het voornoemde grote huis en het huis van Samuel Thooft houtkoper. Andries van Enckele is daarvoor gecompenseerd met een in deze akte niet vermeld bedrag in contant geld en andere goederen.]

Gerard Schul 1-17-8

[ORA Dordrecht 1620, f. 151: op 24 sept. 1664 verkopen Barent, Josijntje, Michiel en Janneken Emont, kinderen en erfgenamen van Jan Barentsz. Eemont, Josijntje en Janneken Eemont geassisteerd met hun broer en Adriaen Marcelisz. Bacx, voor 3000 gl. aan Lambert Crul, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, genaamd “het Moriaenshooft”, staande tussen de Gravenstraat en het huis van Pieter Schift.]

D’ander sijde van de Varkenmarkt

Bastiaan Willemsz. 0-16-4

Dionijs Smak [koopmansbode] 1-8

[ORA  Dordrecht inv. 1626, f. 29v: op 17 juni 1677 verkopen Pieter de Wacker, Huijbert Melanen, als man van Machtelt de Wacker, en Geerit van Ven, als man van Hendricxken Struijs, allen kinderen en erfgenamen van Maria Schiff,laatst

weduwe van mr. Anthonij Struijs, voor 1825 gl. aan Dionijs Smack, bode van Dordrecht op Zeeland, een huis op de hoek van de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Geerit Goossens en ’s herenstraat .

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 89: op 11 nov. 1700 verkopen Neeltjen van Gijbelant, weduwe van Dionijs Smack, in zijn leven koopmansbode van Dordrecht op Middelburg, en Adriana Smack, meerderjarige dochter en erfgenamenvan Dionijs Smack, voor 1610 gl. aan Laurens Hijnen, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt tegenover de Gravenstraat, staande tussen de hoek van de Varkenmarkt en het huis van Stoffel van der Hijden.

NG trouwboek Dordrecht 16 febr. 1681: Dionijs Smack bode op Zeeland weduwnaar wonende op de Varkenmarkt en Neeltje van Gijblandt jonge dochter wonende bij het Steegoversloot beiden van Dordrecht, getrouwd op 2 mrt. 1681]

Cristoffel van der Heijden [kleermaker] 0-6-12

Pieter Loukens [mr. hoefsmid] 0-9-12

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 56v: op 7 juli 1695 verkoopt Hugo Knoop, binnenvader van het Arme-Weeshuis te Dordrecht, voor 1000 gl. aan Berber Heuses, weduwe van Pieter Loukens, mr. hoefsmid en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de koopster en dat van Cristoffel van der Heijden, mr. kleermaker. Koopster is schuldig aan verkoper 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 123: op 4 mei 1702 verkoopt Berbera Heuse, weduwe van Pieter Loukens, voor 1700 gl. aan Adriana Pompe van Meerdervoort, weduwe van mr. Jacob Stoop, ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, strekkende voor van de straat tot achter op de haven, staande tussen het huis van Lourens Heijnen en dat van verkoopster.]

Nicolaas Blauvoet 1-4-8

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 42v e.v.: op 8 sept. 1693 verkoopt Pieter de Both, “exploitier” van het Hof en de Hoge Raad in Holland, als procuratie hebbende van Matthijs Schuijffil, oud-burgemeester en president-schepen van Geertruidenberg, als man van Geertruijt van Son, Barent van Nes, schepen van Geertruidenberg, als weduwnaar van Catharina van Son, Augustinus van Son, schepen te Geertuidenberg, voor zichzelf en tevens als voogd over de nagelaten kinderen van Johan en Adriana van Son, Commera van Son en Matthijs van Son, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager Marinus van Hoecken, allen erfgenamen Matthijs van Son, burgemeester van Geertruidenberg, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Melchior Gerraerts te Geertruidenberg op 13 juli 1693, voor 1620 gl. aan Laurens Heijnen, burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, “geapproprieert tot een biersteeckerij”, strekkende van de Varkenmarkt tot achter op de haven en staande tussen het huis van Pieter Louckens mr. hoefsmid en dat van Gillis Huijbertsen viskoper. De koper is schuldig aan Berbera Verboom een somma van 1000 gl.]

Herman Kroes en Gillis Huijbertsz.viskoper 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 52v: op 27 mei 1711 verkoopt Hermanus Kroes, wonende te Gorinchem, voor 600 gl. aan Wijnant van der Merck, viskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Laurens Heijnen en dat van Pieternella Labeen.]

f. 38v

Bartolomeus Labeen 1-0

de weduwe van Lambert Bovi 0-18

[Lambert Bovij, jongman “serrurier”, geboren in het Land van Luik (1650),smid, slotenmaker,mr. horlogemaker te Dordrecht,trouwde 1eWaals Geref. Dordrecht 14/28 aug. 1650 Idelet Bahij, geboren in het Land van Luik (1650), weduwe van Raskin Jaques,wonende te Dordrecht, 2e naar schatting ca. 1675 Anneken Martin [Martijn, Maartens]Gerids

23 febr. 1661: Pieter Fransz. Kraest, passementwerker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1300 gl., deels contant betaald en deels met het overnemen van een hypotheek van 225 gl., aan Lambert Bovij, sloten- en horlogemaker, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Willem Theunisz. Burghniet bakker en het ledig erf, dat toekomt aan Marguareta Bordels. Waarborg: Thomas Sleij, schoolmeester en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 783,f. 8v)

Willem Claesz. Heda, Stilleven met horloge, 1629 (Mauritshuis, Den Haag)

Begraafboek Grote Kerk 13 april 1674: een baar op de Varkenmarkt voor de vrouw van Lambert Bovij smid.

Begraafboek Grote Kerk 21 jan. 1682: een baar op de Varkenmarkt voor Lambert Bovij smid, “eens luijens”.

Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 404v: op 24 febr. 1682 in het weesboek een extract ingeschreven van het testament van wijlen Lambert Bovij en zijn vrouw Anneken Martin Gerids, op 5 nov. 1681 gepasseerd voor notaris J. van de Hoop te Dordrecht. Zij hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen aangesteld.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 142v e.v.: op 2 juni 1696 verkoopt Anna Maartens, weduwe van Lammert Bovij mr. horlogemaker, voor 1425 gl. aan Joost Faas, stoeldraaier en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jan Lammertsz. de Bruijn en dat van de weduwe van Bartolomeeus Labeen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1100 gl.

Uit het tweede huwelijk:

a. Johan Bovie, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 2 juni 1677 (getuigen: Martin Gerard, Laurens Paradis, Alletta Paradis, Maria van Wingerden)

b. Elisabeth Bovij, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1680, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1717), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 mei/6 juni 1717 (de bruid geassisteerd met haar broer ds. Johan Bovie) Johannes Flamon, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1717)]

Johan de Bruijn 0-6-5

Simon Jansz. 0-11-4

Johan de Bruijn 0-18-12

de weduwe van Lambert Bovi 0-16

de weduwe van Hendrik Labeen 0-18

Joost Brouwer[kuiper] 0-18

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 140 e.v.: op 23 juli 1684 verkoopt Beata de Haen,laatst

weduwe van mr. Sijmon van Leeuwen, wonende te Leiden, voor 2700 gl. aan Joost Brouwer, kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, achter uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van verkoopster en dat van de erfgenamen van Sijmon Labeen.]

Antonij Nihot 0-16

In de Gravestraat [Gravenstraat]

Jan Schul 0-14

f. 39

burgemeester Meijndert van Segwaert 0-15-8

Epitaaf van Meijndert van Sewaert in de Augustijnenkerk van Dordrecht (foto: H.A. van Duijnen)

[Leendert van Hingen (van Hengen, van Ingen), jongman van Dordrecht wonende bij zijn moeder op het Nieuwe Werck naast “de Pelicaen” (1620), wijnverlater, overleden Dordrecht sept. 1658, trouwde NG Dordrecht/Amsterdam 18 okt./8 nov. 1620 (procl. te Amsterdam, op 1 nov. 1620 bescheid gegeven om in Amsterdam te mogen trouwen) Mariken Douwens, weduwe wonende te Amsterdam (1620), trouwde 1e Jan Jansz. Pot

ONA Dordrecht inv. 179, f. 482 e.v.: op 12 dec. 1660 leggen Leendert Servaesz. schoenmaker en Joost de Leeuw schrijnwerker, burgers van Dordrecht, op verzoek van Marijken Douwens, weduwe van Leendert van Hingen. Zij zijn in sept. 1658 door Leendert van Hingen, schoonzoon van Marijken Douwens, verzocht naar het huis van Jannetgen Willems, de weduwe van Jan Hoodt, staande op de Hoge Nieuwstraat, te komen, “ende het doode lichaem van … Leendert van Hingen zaliger, die aldaer in een hartvangh subijt gestorven was vuijt het voors. huijs, tsijnen huijse te draegen”. De attestanten hebben aan het lijk van Van Hingen of aan zijn kleren geen bloed, water of vuiligheid gevonden, “noch oock aen sijn lichaem niet connen bemercken dat hij vande pestientiaele sieckte gestorven soude sijn, also hij niet vuijtgeslagen was, maer alleenlijck van een subijte hartvanck, sulcx sijluijden vande chirurgijn alsdoen hoorden seggen”.

ONA Dordrecht inv. 195, f. 737 e.v.: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Maijcken Douwens,laatst

weduwe van Leendert van Hingen, beschreven op 26 nov. 1663 en enige volgende dagenop verzoek van Leendert Schiff, als man van Helena van Hingen, dochter van Leendert van Hingen en Maijcken Douwens, voor zichzelf en tevens als voogd, samen met Johannes Melanen, notaris te Dordrecht, van Aernoult Ubbingh, zoon van wijlen Geertruijt Jansdr. Poth, voordochter van Maijcken Douwens.

Tot de boedel behoren o.a. de helft van een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Willem Sandersz. papiermaker en dat van Jan Schul schoenmaker. Het huis heeft een vrije doorgang in de gang van Alard van Rhijn op de Nieuwe Haven. De wederhelft van dit huis behoort toe aan Josijna van Hingen. De wijnkelder eronder is verhuurd aan Pieter van Gelsdorp wijnkoper.

Hessel Ubbingh te Rotterdam, weduwnaar van Geertruijt Jansdr. Poth, voordochter van Maeijcken Douwens, is schuldig aan de boedel 163 gl. 1 st. 8 penn.

Maeijcken Douwens heeft in haar testament, dat zij op 20 aug. 1660 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht, geprelegateerd aan haar dochter Helena van Hingen, de vrouw van Leendert Schiff, een somma van 800 gl.

Doodschulden (o.a.):

betaald aan Frans Cornelisz. Mol, koster van de Grote Kerk, voor het pondgraf, waarin Maeijcken Douwens, is begraven, en voor twee maal luiden 35 gl. 12 st.

voor de huur en het gebruik van het doodkleed, dat over de kist gelegen heeft en voor het brengen van de baar 2 gl. 3 st.

betaald aan de buren van de Gravenstraat “van dat sij de overledene inden rouw ter aerden gedragen hebben” 15 gl. 15 st.

betaald “voor de gerechtigheid vant Tappersgilde van dat sij inden rouw mede ter begraeffnisse gegaen hebben” en aan de gildeknecht 8 gl. 2 st.]

Willem Sandersz. de Bont 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 94v e.v.: op 8 sept. 1699 verkoopt Alexander de Bond, burger van Dordrecht, als executeur-testamentair van Jannetje van Esch, weduwe van Willem de Bond, voor 2100 gl. aan Jan Jansz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Leendert Schift en dat van de erfgenamen van Francois de Bruijn.

I. Willem Sandersz. (de Bont), trouwde NG Dordrecht 20 juli 1642 (ondertrouw) Jannitgen Jansdr. van Esch

NG trouwboek Dordrecht 20 juli 1642 (ondertrouw): Willem Sanders jongman van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat en Jannitgen Jansdr. van Esch jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot.

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Sander, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1646, volgt II

b. Janneken de Bont, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1648

c. Maria de Bont, gedoopt NG Dordrecht 15 juni 1654

e. vermoedelijk: Anna de Bont, OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 juli 1720 (Anna de Bondt, weduwe van Jan van Crevel, op de Nieuwbrug, met koetsen), trouwde Jan van Crefel (van Krijffel)

– 23 mrt. 1720: testament van Anna de Bond, weduwe van Jan van Krijffel, wonende te Dordrecht, gepasseerd voor notaris A. van Nievelt. Zij legateert aan het Proveniershuis te Schiedam zodanige penningen als haar zuster, Johanna de Bond, de vrouw van Laurens de With, bij het overlijden van haar, testatrice, aan het Proveniershuis schuldig zal zijn en waarvoor zij, testatrice, borg gebleven is. Zij legateert aan genoemde Johanna de Bond en aan Anna Maria de Bond, haar nicht, al haar kleren van wol en linnen, uitgezonderd haar “tabbert” en rok, die zij vermaakt aan Hendrica van Driell, op voorwaarde, dat Hendrica aan de na te noemen erfgenamen een somma van 3 gl. 3st zal uitkeren, en tevens uitgezonderd haar linnen “schotecleens”, welke zij legateert aan haar na te noemen erfgenamen. Aan haar nicht Johanna de Bond, de vrouw van Evert Pliers, maakt zij haar bed, peluwen, oorkussens en een psalmboekje met zilveren slot, op voorwaarde, dat Johanna aan de na te noemen erfgenamen een somma van 25 gl. zal uitkeren. Aan Anna Maria de Bond legateert zij haar eiken blokkast, aan haar neef Willem de Bond het portret van zijn grootvader, en aan Cornelia Blocke een gouden hoepringetje. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt de testatrice Johanna de Bond, de vrouw Evert Pliers, en Evert Pliers zelf, samen voor één portie, Elisabeth de Bond, weduwe van Sijmon van Driell, of bij vooroverlijden haar dochter Hendrica van Driell, Anna Maria de Bond, de vrouw van Barent van Ulp, Magdalena de Bond, haar neef Willem de Bond, Hester de Bond, Nicolaes de Bond, of bij vooroverlijden zijn kinderen, en de twee nagelaten weeskinderen van Maria de Bond, bij haar verwekt door Jochem van Santschelt. Tot voogd over de twee minderjarige kinderen van Maria de Bond benoemt zij Evert Pliers. De testatrice tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 616, akte 19)

II. Sander de Bont, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1646, banketbakker, trouwde NG Dordrecht 8/24 april 1668 Hester Braat(s), gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1648, dochter van Simon Claasz. Braet en Elisabeth Simons

NG trouwboek Dordrecht 8 april 1668: Sander de Bont banketbakker jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat en Hester Braadt jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs, getrouwd 24 april 1668

Uit dit huwelijk (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joanna de Bont, 25 dec. 1669, trouwde Evert Pliers

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 123 e.v.: op 20 mrt. 1753 verkopen Hendrika van Driel, meerderjarige ongehuwde persoon, als procuratie hebbende van Willem de Bondt, die in het proveniershuis te Schiedam woont, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. Knappert te Schiedam op 30 jan. 1753, en tevens als procuratie hebbende van haar moeder Elisabeth de Bondt, weduwe van Simon van Driel, Alexander van Ulp, Adriana van Santschel, en Hester van Santschel, allen wonende te Dordrecht, samen erfgenamen van Johanna de Bondt, wedwue van Evert Pliers, overleden te Dordrecht, en Adriaan Verveer, kruidenier te Dordrecht, als man van Cornelia van Poeteren, en Catharina van Poeteren, weduwe van Jan van der Hent, wonende te Dordrecht, als erfgenamen ab intestato van vaderszijde van Evert Pliers, en de tweelaatst

genoemde comparanten zich tevens sterk makende voor de erfgenamen van Evert Pliers van moederszijde, verkopen voor 410 gl. aan Catharijna van den Brouck, ongehuwde persoon, een huis op de Nieuwbrug, staande naast het huis van de weduwe van Pieter Steenwijk.

b. Elisabeth de Bont, 11 april 1671, trouwde Sijmon van Driell

c. Anna Maria de Bont, 8 mei 1673, trouwde Barent van Ulp

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 10 okt. 1706: Barent van Ulp jongman geboren te Deventer wonende bij de Visbrug geassisteerd met zijn oom Barent van Lindregt en Anna Maria de Bont jonge dochter van Dordrecht wonende in de Gravenstraat geassisteerd met Elisabeth de Bont haar zuster, getrouwd op 31 okt. 1716. In margine: het verder proclameren der geboden van deze personen moet geen verdere voortgang hebben, “alsoo door inspraeck wert opgehouden”, op 24 oktober is echter weer overeengekomen, dat deproclamaties voortgang zullen hebben.

d. Magdalena de Bont, 18 mei 1676

e. Willem de Bont, 2 mei 1678

f. Hester de Bont, 21 april 1681

g. Nicolaes de Bont, 24 jan . 1685

h. Simon de Bont, 3 jan. 1687

g. Maria de Bont, 2 mei 1689, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1715), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/26 mei 1715 (de bruidegom geassisteerd met Johannes Gelsingh, zijn stiefvader, en de bruid met Elisabeth de Bondt, haar zuster) Joachim Santschel, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1715)]

de weduwe van de heer Frans Bruijn 1-4

Simon Claasz. Braat 0-18

[ORA Dordrecht inv. 800, f. 10: op 7 mrt. 1697 verkopen Elisabet Braat, weduwe van Boudewijn Volgraaf, en Sander de Bondt als man van Hester Braat, voor 1000 gl. aan Lammert Beeker [?], burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, vanouds genaamd “het Vlesje”, staandenaast het huis van Frans de Bruijn.]

Jacobmina van Bergen 1-0

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 93v e.v.: op 18 mei 1686 verklaart Herman Pamburgh, stadhouder van de baljuw van de Merwede en schout van acht dagen, schuldig te zijn aan Cornelia Crijnen, weduwe van Willem Pietersz. van Bergen, een somma van 1800 gl., verbindende een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Sijmon Claesz. Braets en dat van Jan de Ridder.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 13v: op 27 mrt. 1691 verkopen de notarissen Johan van der Hoop en Adriaen Haghoort, als curators van de boedel van Herman van Pamburgh, stadhouder van de Merwede, voor 1500 gl. aan Jacobmina van Bergen, meerderjarige ongehuwde persoon, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van kapitein Simon Claesz. Braets en de stal van Jan de Ridder.]

de stal van Jan de Ridder 0-14

de weduwe van Jan Regel 0-8-12

[ORA Dordrecht inv. 812, f. 10 e.v.: op 8 febr. 1718 verkopen Bastiaan van de Hek en Arie Hoevenaar, als executeurs-testamentair van Berbera ’t Hooft, weduwe van Dirck van Thiell, voor 525 gl. aan Pieter Regell, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Johannes Pop en dat van de weduwe van Hendrick van Troijen.]

Hendrik van Troijen [vleeshouwer] 0-6-8

Martijnis van Stockum 0-8-8

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 34v: op 21 juli 1683 verkopen Matthijs Bacx, Cornelis Bacx en Gijsbert van Kemp, kooplieden en burgers van Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Burgers, weduwe van Johan Bacx, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Martinus van Stockum, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Sander de Bont en dat van Hendrick van Troijen vleeshouwer. De koper is schuldig aan Johannes van Bergen, burger van Dordrecht, een somma van 700 gl.]

Sander de Bont[suikerbakker] 1-2-8

[ONA Dordrecht inv. 195, f. 610 e.v.: inventaris van de boedel van Cornelis Francken schoenmaker en zijn vrouw Geertruijt Hoogers, beiden gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, beschreven door notaris J. Melanen op verzoek van Catharina Jaegers, vrouw van Aert Dircxsz. Hoogers, grootmoeder van de kinderen van het overleden echtpaar, en Anthonij Lamberts, als voogd van die kinderen, op 7 juli 1663 en volgende dagen. Tot boedel behoort o.a. een huis met een pakhuis daarnaast, in welk huis Cornelis Francken en zijn vrouw overleden zijn, staande in de Gravenstraat tussen het huis van Arent Huttenis, koopmansbode op Amsterdam, endat van Jan Matthijsz. Bacx. Isaack Arijensz. Hoogers, oom van moederszijde van de kinderen, heeft uit de boedel overgenomenleer, zoolleer, afval etc. voor 66 gl.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 57 e.v.: op4 okt. 1687 verklaart Sander de Bont, suikerbakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johan van der Burgh, schepen van het watergerecht te Dordrecht, een somma van 1800 gl., verbindende een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe Huttenus en dat van Martinus van Stockum, alsmede een tuin, gelegen buiten Dordrecht op grond van de Merwede tussen de tuin van Dirck Spruijt en die van Godefridus Schalcken.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 9 e.v., akte dd 6 mrt. 1691: Sander de Bont, burger van Dordrecht, is schuldig aan Geertruijt van der Hulck, een somma van 2500 gl., welke door hem zijn aangewend ter aflossing van een hypotheek van 1800 gl., die Johan van der Burgh op zijn huis en tuin sprekende heeft, verbindende een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe Huttenus en dat van Martinus van Stockum, alsmede een tuin buiten de St. Jorispoort op grond van de Merwede, liggende in een paadje naast “het Wapen van Luijck” tussen de tuin van de heer Spruijt en die van Godefridus Schalcken.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 1v e.v.: op 6 jan. 1707 verklaart Johannes Pop, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Willem Bosch een bedrag van 400 gl., verbindende een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Catarina Sam en dat van Martinus van Stockum.]

f. 39v

juffrouw Huttenus 1-11-8

[I. Warnaer Arentsz. Huttenus, trouwde Maijken Jansdr. van der Plas, geboren naar schattingca. 1600, overleden vóór 27 nov. 1659

ONA Dordrecht inv. 195, f. 321 e.v.: inventaris dd 7 febr. 1660 van de goederen, die zijn nagelaten door Warnaerdt Adriaensz. [sic] Huttenis en zijn vrouw Maeijken Jansdr. van der Plas, opgemaakt uit de rekening, die de stadhouder Bartholomeus de Bel, als administrateur van de boedel en voogd van de minderjarige kinderen van genoemd echtpaar, t.w. Abraham en Marija Huttenis, heeft gedaan op 27 nov. 1659. Tot de nalatenschap behoren:

– een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen de Vrankenstraat en het huis van Frederick Cornelisz. Roscam

– een huis in de Vrankenstraat, staande achter het voorgaande huis

– een huis, genaamd “het Root Paert”, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van de erfgenamen van Warnaerdt Huttenis en zijn vrouw en het huis van Arijen de Munnick

– een huis in de Mariënbornstraat, genaamd “de Moll”, met 5 woninkjes erachter, staande tussen het voorgaande huis en dat van Cornelis Aelbertsz.

– twee nieuwe huisjes achter in de Mariënbornstraat bij de Vest

– twee huisjes onder één kap, staande aan de Vest achter in de Mariënbornstraat tussen die straat en het huis van Jacob Teunisz. bombazijnwerker

– een huisje op het Nieuwkerkhof, staande tussen de gracht en het huis van Willem Robbertsz. Vernock

– een huis en tuin aan de Langeweg onder Hendrik-Ido-Ambacht, groot 160 roeden

– een graf in de Augustijnenkerk, liggende aan de zuidzijde van de kerk naast het graf van Hendrik Sijmonsz. van Slingelandt, met aan het hoofdeinde de graven van burgemeester Wilhelm van Beveren en het voeteneinde het graf van Gillis Pietersz. kaaskoper, volgens de brieven daarvan zijnde dd 26 aug. 1631

De baten bedragen in totaal 14674gl. 17 st. 8 p. Na aftrek van de lasten resteert een bedrag van 14624-17-8, dat verdeeld moet worden onder Bartholomeus de Bel, als man van Margrieta Huttenis, Arent Huttenis, Johannes Huttenis, Pieter Huttenis, Abraham Huttenis en Marija Huttenis. Elk heeft recht op een zesde part, nl. 2437 gl. 16 st. 4 p.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Margrieta Huttenus Warnaertsdr,, geboren naar schatting ca. 1620, wonende bij de IJzerenWaag

(1639), trouwde NG Dordrecht 19 juni/5 juli 1639 Bartholomeus de Bel, jongman van Bergen op Zoom , wonende op de Nieuwe Haven (1639), stadhouder van de schout van Dordrecht

b. Arnoudt Huttenus, febr. 1626, volgt II

c. Johannes, dec. 1627, jong overleden

d. Ariaentgen, jan. 1630, jong overleden

e. Johannes Huttenus, mrt. 1632

f. Pieter Huttenus, juni 1634

g. Adriana, mei 1636, jong overleden

h. Abraham Huttenus, mrt. 1639

i. Isaack, jan. 1641, jong overleden

j. Marija Huttenus, 13 mei 1643, trouwde Willem Raelhoff

NG trouwboek Dordrecht 24 aug. 1664: Willem Raelhof wijnkuiper jongman van Aken wonende tegenover de Nieuwbrug en Maria Huttenis jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzerwaag

, getrouwd op 8 sept. 1664

II. Arent Huttenus, gedoopt NG Dordrecht febr. 1626, jongman van Dordrecht (1653), koopmansbode op Amsterdam, trouwdeNG Dordrecht 8/24 juni 1653 Catharina Sam jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653)

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 74v: op 16 febr. 1708 verkopen Adriana Huttenis, Pieter Kant, als man van Catarina Huttenis, Jan Huttenis en notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als procuratie hebbende van Steven Bordels, als man van Catarina Huttenis, en van Ida Huttenis, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Catarina Sam, weduwe van Arent Huttenis, voor 1475 gl. aan Michiel Schouhamer een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Tomas Rijkerts en dat van Jan Pop.

Kinderen:

a. Warnard Huttenis, geboren naar schatting ca. 1655, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1681), koopmansbode op Amsterdam, trouwde NG Dordrecht 13/28 juli 1681 Elisabeth van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 12 juli 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Roobrug (1681), dochter van Pieter van Gelsdorp en Leonora Bartholomeus

b. Catrina Huttenus, gedoopt NG Dordrecht 3 dec. 1655,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1686),trouwde NG Dordrecht/Grote Lindt3/17 febr. 1686 Pieter Kant, jongman van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1686), koopman]

Joan Diodatij 0-13

[ORA Dordrecht inv. 796, f. 68 e.v.: op 14 febr. 1690 verklaren Johan Theodati en zijn vrouw Allegonde Trouwers, burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Mattheeus van de Broucke, oudraad te Dordrecht, een somma van 4000 gl., verbindende een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achterop de [Kuipers]haven en staande tussen het huis van Simon de Vries en dat van Louijs van der Putten, alsmede een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van kapitein Thomas Rijckers en het huis of de poort van Jan de Ridder.

ORA Dordrecht inv. 800, f. 71v: op 16 aug. 1697 verkoopt de Dordtse notaris Samuel de Moraaz, als procuratie hebbende van Johan Diodathi, burger van Dordrecht en fiscaal van de Kust van Suratte, voor 750 gl. aan Thomas Reijckerts, koopman te Dordrecht, en diens vrouw Beatricx van Eijssel, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Arent Huttenis, zijnde het voornoemde huis Diodati aangekomen bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door zijn tantes, Elisabeth en Agatha Francken.]

de heer van Puttershoeks woningen 3-6-4

een, van deselven 0-19

nog een dito 0-19

Jan Schul 0-17

Hendrik Schul 0-19-4

de weduwe van Jan van Stabroek 0-10

[ORA Dordrecht inv. 800, f. 88v e.v.: op 26 nov. 1697 verkoopt Wouter van Bavell, burger van Dordrecht, als man van Catarina van Stabroeck, voor 490 gl. aan Wouter Cornelisz., burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van het weeskind van Hendrick Schul en dat van de weduwe Van der Linden.

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 27v: op 30 april 1705 verkoopt Wouter Cornelisz. Hoffwegen, viskoper en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Staas van Hooghstraten een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Hendrik Schul en dat van Adolff van der Linde.]

de weduwe van Adolff van der Linden 0-16-8

[Adolf van der Linden Adolfsz., geboren naar schatting ca. 1635, jongman uit “Bergslandt” [hertogdom Berg in Duitsland], “meestersknecht” van Maria Beunen, weduwe Sluijters, te Dordrecht (1666), wijnkoper wonende in de Gravenstraat te Dordrecht (1666), wijnkoper en kuiper te Dordrecht (1667), koopman van wijn en brandewijn te Dordrecht (1676), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1682, trouwde NG Dordrecht 26 okt. 1666 Maria Beune (Beumer), gedoopt NG Dordrecht sept. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1652), weduwe van Willem Sluijter wonende in de Gravenstraat (1666), begraven Dordrecht 19 okt. 1699, dochter van Hendrick Sijmonsz. [Beunen, Beuner, Scouten] en Jenneken Gerritsdr. Walburgh trouwde 1e NG Dordrecht 28 april/14 mei 1652 Willem Sluijter, wijnkoper, jongman van Duisburg wonende aan de Nieuwe Haven te Dordrecht (1652), overleden ca. 1665

Uit Maria’s eerste huwelijk o.a. een dochter Sophia Sluijter(s), gedoopt NG Dordrecht 5 juli 1656. Zij trouwde met Gosuinis van Beest, koopman te Dordrecht.

12 aug. 1677: Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelbergh, verkoopt voor 3500 gl. contant aan Adolph van der Linden, koopman en burger van Dordrecht een huis in de Gravenstraat met een klein huisje daarnaast, staande tussen het huis van Pieter Gelsdorp en dat van de weduwe van Lodewijck Lambertsz. van der Heijden. (ORA Dordrecht inv. 790, f. 46v)

21 dec. 1678: Isaack de Coninck, bankhouder van de Bank van Lening te Dordrecht, als gemachtigde van Maria Paets, weduwe van Thomas van der Marck, in zijn leven heer van Leur en oud-burgemeester van Schoonhoven, verkoopt voor 640 gl. en 12 st. contant geld aan Adolph van der Linden zeker erf [bij de Gravenstraat], volgens de meting van landmeter Van Nispen groot zijnde 1286 en een halve voet, strekkende van achteren van het huis van Van der Linden tot aan de heining van het huis, dat toekomt aan de weduwe van burgemeester Van Mewen en burgemeester Pieter van Blocklant, genaamd “Groot Almaenjen”, en beginnende van de scheiding van het erf, dat op diezelfde dag is gekocht door Jan Schul, tot aan het erf van de weduwe van Pieter van Gelsdorp. (ORA Dordrecht inv. 790, f. 121 e.v.)

4 aug. 1684: Maria Beunen, weduwe van Adolphus van der Linden, verhuurt aan Cesar Verhagen, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van verhuurster en dat van de weduwe van Johannes van Stabroeck, voor 72 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 375)]

deselve 2-5-8

De Gravenstraat (mrt. 2016)

f. 40

de weduwe Gelsdorp 1-10

[Genealogie:

I. Pieter van Gelsdorp, jongman van Dinslaken wonende op de Nieuwe Haven (1653), wijnverlater te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 9/23 mrt. 1653 Leonora Bartholomeus, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1653)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Jannetta van Gelsdorp, 28 dec. 1653, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1671), trouwde NG Dordrecht/Grote Lindt18 okt./1 nov. 1671 Johannes de Ridder, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1671)

b. Ida van Gelsdorp, 24 mrt. 1655

c. Lijsbeth (Elizabeth) van Gelsdorp, 12 juli 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Roobrug (1681) trouwde NG Dordrecht 13/28 juli 1681 Warnard Huttenus, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1681), koopmansbode van Dordrecht op Amsterdam

d. Joannes van Gelsdorp, 21 aug. 1658, volgt IIa

e. Cornelia van Gelsdorp, 10 jan. 1661

f. Hendrick van Gelsdorp, 1 dec. 1662

g. Bartholomeus van Gelsdorp, 17 dec. 1666, volgt IIb

IIa. Johan van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1658, jongman van Dordrecht (1683), trouwde NG Dordrecht 7/22 febr. 1683 Digna de Haan, gedoopt NG Dordrecht 25 okt. 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1683), dochter van Joannes de Haen en Adriana Absou

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Leonora van Gelsdorp, 8 sept. 1684

b. Hendrijcka van Gelsdorp, 3 dec. 1688

c. Digna van Gelsdorp, 6 sept. 1690

d. Pieter van Gelsdorp, 11 aug. 1692

e. Joannis van Gelsdorp, 7 mrt. 1695

f. Adriana van Gelsdorp, 18 mrt. 1697

IIb. Bartolomeus van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 17 dec. 1666, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1713), notaris te Dordrecht, trouwde Gerecht Dordrecht4 juni 1713 (volgens attestatie van ondertrouw van Dubbeldam) Adriana van Haften, jonge dochter van Gorinchem wonende in Dubbeldam

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 197: op 6 nov. 1725 verkoopt Pieter van der Kemp, makelaar te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Johan van Stockum, raad en schepen van Wesel, voor zichzelf en als”generale” procuratie hebbende van zijn broers, Hendrick en Mattheus van Stockum, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Wesel op 4 okt. 1725, voor 2677 gl. 10 st. aan Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt omtrent de Beurs, staande tussen het huis van mr. Hugo Eelbo, regerende burgemeester van Dordrecht, en dat mr. Johan Diderick Pompe van Meerdervoort, achtraad van Dordrecht.

a. Pieter van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1715, notaris te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 102 e.v.: op 15 mei 1755 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris en procureur te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Gerard de Haan, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis aan de Groenmarkt, staande tussen het huis van oud-burgemeester Hugo Eelbo en dat van burgemeester Philip van Brandeler. De koper betaalt deels methet verlijden van een custingbrief van 1400 gl.]

Jan Gront 2-5

[ORA Dordrecht inv. 782, f. 49v: op 1 aug. 1659 verkopen Maria Bergeijck, weduwe van Aert Michielsz. de Hultre [de Hulter] en Barent Barentsz. Emont, burger van Dordrecht, met toestemming van het Gerecht van Dordrecht, blijkens akte gepasseerd op 17 mei 1659, aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, een huis, dat toebehoord heeft aan wijlen Jan Barentsz. Emont. Het huis is genaamd “de Blauwe Leeuw” en staat in de Gravenstraat tussen het huis van Pieter van Gelsdorp en dat van Anthonij Struijs. Koper betaalt 3550 gl., deels contant en gedeeltelijk met het verlijden van een schuldbrief. 

2 juli 1689: besluit van het Gerecht van Dordrecht betreffende een waterloop, komende van de huizen “Roodenburch” en “het Schaeck”, thans eigendom van Isaacq de Coninck, en lopende door de gang van het huis “den Blauwen Leeuw”, thans eigendom van Jan Pietersz. Gront. De Coninck heeft het erf, liggende achter zijn huis en tussen de gang van Jan Pietersz. Gront, in diverse gedeelten verkocht, nl. aan Jan Schul, Adolff van der Linden en Leonora Bartholomeus, weduwe van Pieter van Gelsdorp, welke kopers “sustineerden”, dat zij het water, uit hun huizen en erven komende, zouden mogen laten uitlopen in diezelfde waterloop. Het Gerecht, gehoord hebbende het rapport van de schepenen Roeloff Eelbo en Hugo Repelaer, besluit na examinatie van de betreffende koopbrieven, en mede in overweging nemende het feit, dat Isaac de Coningh een overeenkomst heeft gesloten aangaande het vewijderen van genoemde waterloop, dat de kopers van genoemde erven hun eigen water en vuil op hun eigen grond moeten houden en een “perticuliere losinge daer voor versorgen”. (ORA Dordrecht inv. 14, f. 92]

“In 1659 kocht ijzerhandelaar Jan Pietersz. Groot … een pand in de Gravenstraat, één huis vanaf de Aardappelmarkt … [dat] toen al “den Blaeuwen Leeu” heette. In 1671 laat Gront het oude huis afbreken en er een nieuw pand optrekken, met grote klokgeveltop. De bouw van het nieuwe pand werd door de gemeente gestimuleerd door vrijstelling van belasting te geven voor een periode van veertien jaar. Het pand werd later, in 1900, genoemd in het boekje Oude Gebouwen te Dordrecht … : Gravenstraat. Trapgevel met 3 trappen, met barokke versieringen . de top gekroond door een leeuw met wapenschild. Jaartal op de barokke slapers. Naast den top aan den gevel nog de haken van de luifel. Eenvoudig bordes met dito hek.” Op het schild het wapen van de familie Gront. (Dordt Eigen-Aardig in AD Drechtsteden van 2 febr. 2024)

Het pand “de Blauwe Leeuw” in de Gravenstraat. (Foto: RA Dordrecht)

[Varkenmarkt]

Roeland Lambertsz. Rijckenburg [bakker] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 792 f. 93v e.v.: op 12 mei 1682 verkopen Rochus Jansz. Groening, Sijbertus Bacx, en IJsaack Brouwer, burgers van Dordrecht, door het Gerecht van Dordrecht aangesteld tot “reddinge van de boedel” van Govert Aertsz. Maes, voor 1400 gl. aan Roelant Lambertsz. Rijckenburgh, bakker en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, vanouds genaamd “het Wittebrootskint”, staande tussen het huis van Jan Grondt en dat van Mattheus Bordels.]

Matteus Bordels[kuiper, wijnroeier] 1-2-8

[NG trouwboek Dordrecht 27 juli 1670 (ondertrouw): Mattheus Bordels kuiper jongman wonende in de Kolfstraat en Anna Oudlandt jonge dochter wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde beiden van Dordrecht.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 sept. 1689: een baar voor de vrouw van Mattheus Bordels wijnroeier op de Varkenmarkt.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 67v e.v.: op 13 okt. 1691 verklaart Mattheus Bordels, wijnroeier en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Rosetta Beljaert, weduwe van Willem Oudeman, een somma van 2500 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, dat tegenwoordig door hem wordt bewoond, staande tussen het huis van Leendert van Dijl en dat van Roelant Rijckenburg bakker, en tevens een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde tussen het huis van de weduwe van Lambert Bovie en dat van Jan Jansse.]

Leendert van Dijll [koopman] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 21v e.v.: op 26 april 1695 verklaart Leendert van Deijll, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Adriana de Vries, weduwe van Samuel Kinne, koopman te Amsterdam, een bedrag van300 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Johannes Tromp en dat van Mattheus Bordels,alsmede een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, “geproportioneert tot drie separate wooninge annex den anderen”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem de Graeff en dat van kapitein Martinus Plucque.]

Jan Tromp 0-10

Jan Grond 0-16-8

de weduwe Gelsdorp 2-2-8

Klaas van Ameldonk 0-12-8

denselven 0-15

f. 40v

Martin van Leeuwen [koopman] 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 51v e.v.: 12 nov. 1689 verklaart Martinus van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johannes Philips, burger van Dordrecht, een somma van 2500 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Herman Appels en dat van de erfgenamen van Lambert van Bree.]

Herman Appels 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 39v e.v.: op 25 mei 1679 verkoopt Margareta Boonen, weduwe van Willem van Beeck de jonge, wonende te Utrecht, als procuratie hebbende van Gerardus Noest, wonende te Rhenen, weduwnaar en erfgenaam van Margareta Dorrestuin, enige dochter van wijlen Metgen Boonen, dochter en mede-erfgename van Jenneken Hillen, weduwe van Dirck Boonen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris W. van der Houve te Utrecht op 15/25 april 1679, voor 6200 gl. aan Herman Appels, koopman en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de Varkenmarkt tegenover de kraan bij de Roobrug, het ene genaamd “de Ceulsen Dom”, thans bewoond door Arent Boonen, en het andere bewoond door Franchois Francken, staande tussen het huis van Philips Cramer en dat van Arent Pietersz. van Beaumont. Beide huizen zijn Noest nomine uxoris toebedeeld uit de boedel van Jenneken Hillen, de grootmoeder van zijn vrouw, volgens de akte van scheiding, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 17 sept. 1675. De koper neemt te zijnen laste een somma van 1000 gl., zijnde het restant van een kapitaal van 2000 gl., welke aan Maria Boonen, weduwe van Abraham van Lae. bij voornoemde boedelscheiding toebedeeld is.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 138 e.v.: op 7 okt. 1704 verkopen Dirck Rijcken, koopman te Dordrecht, als man van Belia Appels, vervangende Jan Appels, Thomas Appels, Gijsbert Schoen, koopman te Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Herman Appels de jonge, en tevens vervangende zijn medevoogd, Thomas Appels, wonende te Utrecht, en Gijsbert Schoen nog als procuratie hebbende van Willem Daalhuijsen, wonende te Düsseldorf, en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrick Daalhuijsen, raad en resident van de koning van Pruisen te Frankfort, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Belia Rijckerts, in haar leven laatst weduwe van Herman Appels, voor 3400 gl. aan Jan Huttenus, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder op de Varkenmarkt tegenover de kraan, staande tussen het huis van de weduwe van Maarten van Leeuwen en het huis van verkopers.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 79v e.v.: op 10 dec. 1718 verkopen Bartholomeus van Gelsdorp en Andries Cant, notarissen te Dordrecht, als curators over de boedel van wijlen kapitein Johan Huttenus, koopman te Dordrecht, voor 2130 gl. aan ds. Samuël Potheuck, emeritus predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, een huis met een grote wijnkelder en een vrije uitgang op de haven, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van Gabriël de Bellevue, koopman te Dordrecht en het huis, dat wordt bewoond door Hendrik van Santen.]

denselven 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 139v e.v.e.v.: op 7 okt. 1704 verkopen Dirck Rijcken, koopman te Dordrecht, als man van Belia Appels, vervangende Jan Appels, Thomas Appels, Gijsbert Schoen, koopman te Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Herman Appels de jonge, en tevens vervangende zijn medevoogd, Thomas Appels, wonende te Utrecht, en Gijsbert Schoen nog als procuratie hebbende van Willem Daalhuijsen, wonende te Düsseldorf, en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrick Daalhuijsen, raad en resident van de koning van Pruisen te Frankfort, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Belia Rijckerts, in haar leven laatst weduwe van Herman Appels, voor 1700 gl. aan Gabriël de Bellevue, koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt tegenover de kraan, staande tussen het huis van Jan Huttenus en dat van Pieter van Beaumont.]

Pieter A. van Beaumond 1-10-4

mr. [Leendert] Kilsdonk[chirurgijn] 0-14-8

[17 juni 1654: Wilhelmus van der Weij, wonende te IJsselstein, als getrouwd hebbende Ariaentgen Jacobsdr., weduwe van Pieter de Hooch, verkoopt aan Leendert Willemsz. Kilsdonck, chirurgijn te Dordrecht, een huis staande op Sint Joost [Aardappelmarkt] bij de Rode Brug te Dordrecht, voor welk huis (inclusief de winkel en enkele geschrijnwerkte kasten) koper belooft aan verkoper te betalen een somma van 1200 gl. contant. Comparant verleent procuratie aan zijn schoonvader Jacob Arijensz. van den Brande, burger van Dordrecht, om voor schepenen van Dordrecht te compareren en daar het huis etc. te transporteren. (ONA Dordrecht inv. 91, f. 618 e.v.)

17 jan. 1657: Jacob Arijensz. van de Brande, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Wilhelmus van der Weij, wonende te IJsselstein, als getrouwd hebbende Adriaentie Jacobsdr., weduwe van mr. Pieter de Hooch, blijkens procuratie verleden voor notaris Johan Schoormans op 17 juni 1654, verkoopt aan Leendert Willemsz. Kilsdonck, chirurgijn en burger van Dordrecht een huis, staande op Sint Joost bij de Roobrug tussen het huis van Jan Pietersz. Gront en dat van Arent Pietersz. van Beaumont. Kent betaald. Promittit quitare. Waarborg: Jacob Arijensz. van de Brande. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 5)

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 22 e.v.: op 30 april 1697 verkoopt Leendert Kilsdonck, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacobus Raats, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis op St. Joost op de Varkenmarkt bij de Roobrug, staande tussen het huis van Pieter van Beaumont en dat van Pieter Gront.]

Het huis “Sint Joost” op de hoek van de Aardappelmarkt met daarnaast (rechts) het huis van Leendert Kilsdonck. (tekening van J. Rutten, 19e eeuw, bron: SA Dordrecht 551-36025)

Jan [Pietersz.] Grond [ijzerhandelaar] 1-8-8

[Jan Pietersz. Gront, ijzerhandelaar, trouwde NG Dordrecht 7 april 1641 (ondertrouw) Lijsbeth Sam Jacobsdr.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 59v: op 12 sept. 1645 verkoopt Jan Sam Jacobsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van St. Joris, staande tussen de straat en het huis van Gerrit Abrahamsz.

Sint-Joostkapel: Gravenstraat, hoek Aardappelmarkt-Kuipershaven: “De Sint Jodocus- of Sint Joostkapel wordt voor het eerst vermeld in het klepboek van 1472. De kapel lag in de tuinen van ’s graven herberg Henegouwen … De graven van Holland hadden een grafelijke herberg op de hoek Gravenstraat/Wijnstraat. De Gravenstraat was destijds vermoedelijk meer een steeg die naar de houten palissade bij de Merwede liep, achter de erven van de huizen van de Wijnstraat. De locatie ‘Hoek van Sint Joost’ komt overeen met de oudste stenen omwalling van de stad, ter plaatse van de huizen van de huidige Kuipershaven. Die eerste stenen stadsmuur werd aangelegd 1282-1307. De kapel werd [ca. 1580] afgebroken om plaats te maken voor woningen, [maar de locatie bleef bekend als “de Hoek van Sint Joost”.] In 1625 werd daar een huis met die naam gebouwd, waarvan de gevelsteen een voorstelling geeft van het heiligenverhaal van de Bretonse koningszoon die na een pelgrimstocht naar Rome kluizenaar werd: Sint Joost zittende met bijbel en pelgrimsstaf tussen twee bomen met vogels, zijn koningskroon hangend in de linkerboom. De gevelsteen bevond zich sinds 1882 in het Dordrechts Museum en is nu weer ter plaatse [aan de zijkant van het huis] ingemetseld. (Van Lieburg, o.c., p. 111)

“Na zijn dood in 669 werd [Sint Joost] … vereerd als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten ….Naast Huis Sint joost stond nog een kleiner huisje met een tuitgevel. In 1869 werden de twee huizen gedeeltelijk afgebroken en herbouwd en in 1955 en 1974 waren er nog twee verbouwingen.” (Indebuurt Dordrecht, 24 nov. 2020)]

Op de haven [Kuipershaven van de Roobrug tot aan de Palingstraat]

Jan Constant 0-19-8

het pakhuis van [Herman] Appels 1-12

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 138 e.v.: op 7 okt. 1704 verkopen Dirck Rijcken, koopman te Dordrecht, als man van Belia Appels, vervangende Jan Appels, Thomas Appels, Gijsbert Schoen, koopman te Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Herman Appels de jonge, en tevensvervangende zijn medevoogd, Thomas Appels, wonende te Utrecht, en Gijsbert Schoen nog als procuratie hebbende van Willem Daalhuijsen, wonende te Düsseldorf, en Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrick Daalhuijsen, raad en resident van de koning van Pruisen te Frankfort, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Belia Rijckerts, in haar leven laatst weduwe van Herman Appels, voor 900 gl. aan Jan Claase, Rijnschipper, een huis op de [Kuipers]haven omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Catarina van Gent, weduwe van Jasper ’t Hooft en dat van Jan Constant.]

de weduwe van Samuel ’t Hooft 2-3-4

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 146v e.v.: op 18 dec. 1692 verkoopt Maria van Wesel, weduwe en erfgename van Samuel Thooft, koopman en burger van Dordrecht, voor 11.000 gl. aan Adriaen Thooft Jaspersz. een huis, met de woning, loods en houttuinen daarnaast, staande en gelegen op de Nieuwe Haven omtrent de Roobrug tussen het huis van Herman Appels en het erf van de kinderen en erfgenamen van Pieter Carpentier. De koper, als veniam aetatis verkregen hebbende van de Hoge Overheid op 11 sept. 1692, is schuldig aan verkoopster een bedrag van 11.000 gl. Zijn moeder, Catarina van Gent, weduwe van Jasper Thooft, houtkoper, stelt zich hiervoor borg.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 82 e.v: op 3 nov. 1695 verkoopt Catharina van Gendt, weduwe van Jasper ’t Hooft, houtkoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van haar zoon, Adriaan Jaspersz. ’t Hooft, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeester, schepenen en raad van de stad Kalkar op 14 sept. 1695, voor 3000 gl. aan Johan Appels, koopman en burger van Dordrecht, een huis met loodsen en een houttuin, staande en gelegen op de Nieuwe Haven aan de kade tussen de Roobrug en de Schrijversstraat naast het huis genaamd “Clijn Almangie”, dat toebehoort aan de verkoper, en het erf van de erfgenamen van wijlen Pieter de Carpentier, strekkende tot het erf van de koper,inclusie de helft van de muur en de goot van het huis “Clijn Almangie”, alsmede een huis met tuin, staande en gelegen achter het huis “Clijn Almangie”, strekkende tot het erf van de weduwe van kapitein Johan van Mewen.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 75 e.v.: op 6 okt. 1701 verkoopt Johan Appels, koopman en burger van Dordrecht, voor 2750 gl. aan Aelbert Loockermans, Fredrik Schoonenburgh stadsfabriek en Willem de Bruijn een huis met loodsen, houttuin en andere toebehoren, staande op de Nieuwe Haven aan de kade tussen de Roobrug en de Schrijversstraat, belend door het huis “Clijn Almangie” aan de ene zijde en het erf van Pieter de Carpentier aan de andere, met nog een huis achter “Clijn Almangie”, strekkende tot aan het erf van de weduwe van kapitein Johan van Mewen.]

deselve 0-13

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 109 e.v.: op 10 okt. 1699 verklaart Adriaen Jaspersz. ’t Hooft, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Margrita van Slingerland, weduwe van Cornelis Boon, houtkoper te Delft, een somma van 2000 gl., verbindende een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het erf van Jan Appels, koopman te Dordrecht, en het pakhuis van de weduwe van Herman Appels. Borg: Catarina van Gend, weduwe van Jasper ’t Hooft, koopman te Dordrecht.]

f. 41

het pakhuis van de weduwe Karis 1-4

deselve weduwe 1-10-4

[ORA Dordrecht inv. 1673, f. 128v: op 26 sept. 1671 verkoopt kapitein Jacobus van der Velden, apotheker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Christianus Melder, professeur mathematicus aan de Universiteit van Leiden, als man van Lidia Langlo, en nog als voogd over Catharina en Maria Langlo, samen kinderen en erfgenamen van dr. Willem Langlo, voor 5500 gl. aan Hester Backus, weduwe van Pieter Caris, koopvrouw op de Maas, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis “’t Napolitaens Paert” en de gang van het huis van Samuel Everwijn.]

Maria van Trigt 0-12

het pakhuis van Vaster de Ram 0-16-8

[ORA Dordrecht inv. 1637, 67: op 16 mei 1699 verkopen Anhonij de Ram en Paulus van Houten, koopman te Rotterdam, als executeurs-testamentair van Neeltgen Teunisdr. Ouboter, weduwe van Wessel de Ram [broer van Vaster de Ram], voor 2175 gl. aan Geurt Servaessen, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, staande tussen de stal van de heer van Bingerskercke en het pakhuis van de verkopers.]

nog een dito 0-16-8

Gerard Schul 1-10

J. van der Linden 0-9-8

denselven 0-9-8

nog denselven 0-7-12

Aart Jaspersen de Vissers 0-7-8

f. 41v

Jacob Maartensz. 0-8

Arijen Huijgen 0-15

twee pakhuizen van de heer Snoek 1-4

het pakhuis van de weduwe van den Brande 0-12-8

de weduwe van den Brande 1-14

deselve 1-0-4

Abraham Sam een deel van Pompenstoren 1-4

[ONA Dordrecht inv. 189, akte 30: op 21 mei 1682 verhuurt Elisabeth Jacoba Pompe van Carnisse, wonende in Den Haag, voor 200 gl. per jaar aan Samuel Bubwith, koopman in de Engelse Court te Dordrecht, een pakhuis, genaamd “den Thooren”, staande op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Sam, waar uithangt “den Druijff”, en het pakhuis van Pieter Beelaerts.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 102v: op 12 aug. 1684 verkoopt Elisabeth Pompe, dochter en mede-erfgename van mr. Matthijs Pompe, heer van Slingeland, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 2250 gl. aan Abraham Sam, veertigraad van Dordrecht, een pakhuis, staande op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, belend door het huis van de erfgenamen van Jacob Sam Jacobsz. aan de ene en het pakhuis van Pieter Belaert, lid van de Oudraad, aan de andere zijde.]

mevrouw Belaard ’t ander deel 1-16

[De stadsmuur stond ter plaatse, waar nu de huizen op de Kuipershaven staan. Bij het bouwen van de nieuwe rooms-katholieke pastorie op de Kuipershaven vond men in 1903 de overblijfselen van de oude Drenckwaertstoren. Deze toren werd naar vroegere eigenaars ook wel Alaerd van Wijngaerden-, Kolster- of Pompentoren genoemd. Hij stond met de voet in het water. In 1609 werd er de kaai voor gelegd. (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 232 e.v.)]

De Kuipershaven bij de Schrijversstraat (dec. 2012). Links van de Schrijversstraat het huis “het Meevat” (ca. 1699 gebouwd door Hubert Borret), met daarnaast de voormalige pastorie van de rooms-katholieke kerk in de Wijnstraat (gebouwd in 1903), de plaats waar vroeger de Pompentoren stond.

Hubert Boret [koopman] 1-13

[17 okt. 1681: Lambert van Bree kuiper verklaart namens Belia Sam, weduwe van Willem Marckusse, koopvrouw te Keulen, verhuurd te hebben aan Huijbert Borret koopman een huis, vanouds genaamd “de Druijff”, staande op de Nieuwe Haven [Kuipershaven]tussen het huis van de erfgenamen van Matthijs Pompe, heer van Slingeland, van achter uitkomende op de Nieuwe Haven en het huis van de heer Duercant, gedurende vier achtereenvolgende jaren, aanvangende in mei 1682 en voor 230 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 314, f. 75)

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 44 e.v.: op 6 okt. 1685 verkopen Arent Schuller, Rijnschipper en burger van Dordrecht, als man van Belia Sam, die eerder weduwe was van Dirck Vingerhoet, en Belia Sam, als moeder en voogdes van haar onmondige kinderen, bij haar verwekt door Dirck Vingerhoet, * voor 5000 gl. aan Huijbert Borret, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande achter de brouwerij “de Swaen”, vanouds genaamd “de Druijff” en staande tussen het huis of de toren van Abraham Sam en het huis van dr. Aernout Duircant. De koper is schuldig aan Belia Sam een somma van4000 gl.

* NG trouwboek Dordrecht 24 dec. 1662: Dirck Vingerhoedt beitelschipper op de Rijn jongman van Xanten en Sijbilla Sam Jacobsdr. jonge dochter van Dordrecht beiden wonende ’t scheep, bescheid gegeven om te Mühlheim bij Keulen te trouwen op 8 jan. 1663

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 sept. 1692

: een kind van Huijbrecht Boredt koopman in de Druijf bij de brouwerij van de Swaen bij de Schrijversstraat op de Nieuwe Haven “ofte op de kaeij”.]

de heer Antonij Lijsten 1-15-8

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 8 juni 1693: een zwarte baar voor Antonij Leijsten bij de Boerenvismarkt.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 20v: op 14 mei 1677 verkopen Sijmon de Vries Cornelisz., veertigraad van Dordrecht, en Adriaen Meijnaert, als testamentaire voogden over de weeskinderen van wijlen Johanna van Feltrum, verwekt door Anthonij de Vries en voorn. Meijnaert, voor 5800 gl. aan Agata Leijsten, weduwe van Johan van Beaumont, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor de ene helft en aan Anthonij Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, voor de andere helft, een huis op de Nieuwe Haven, thans genaamd de Engelse kade, staande tussen brouwerij “de Swaen” en het huis van Raphael Bressij, strekkende van de Engelse kade tot aan het huis van Johan van Beverwijck.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 155 e.v.: op 21 okt. 1694 verkopen Hugo van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Boor, en Dirck Laeckeman, als man van Catarina Boor, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Johan Boor, wonende in Stokholm in Zweden, en nog als voogden over de kinderen van Louijs en Abraham Boor, als erfgenamen van wijlen Antonij Leijsten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. van Brinkestijn te Amersfoort op 26 april 1694 ,voor 3800 gl. aan Dirck Reijcken, koopman te Dordrecht, een huis staande op de Nieuwe Haven, nu genaamd de Engelse Kade [Kuipershaven tussen Schrijversstraat en Palingstraat], staande tussen het huis of de brouwerij [de Swaen] van Simon de Vries Antonisz. en het huis van Jan Theodatij [Diodati], strekkende van de haven of kade af tot aan het huis, “gecomen van Beverwijck”.]

f. 42

het pakhuis van Abraham Sam 1-12

[Dit pakhuis stond achter het huis van Sam in de Wijnstraat. Het werd later “Oldenborgh” genoemd (Kuipershaven 17-18). Zie Dordrecht Monumenteel nr. 42, jan. 2012, p. 14 e.v.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 104: op 22 aug. 1716 verkopen “Johan van Veenvelt, apothecaris alhier, als Last en procuratie hebbende van Jacob Spanseerder, Coopman tot Amsterdam in huwelijk hebbende Sara Sam, mitsgaders vervangende hem sterkmakende en rato Caverende voor Catharina Sam, wed.e Pieter vander Meulen mede wonende tot Amsterdam voorsz. volgens deselve procuratie gepasseert voor den Notaris Andries Kant en getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 14en Aug: 1716 mitsgaders Pieter Kant, mede Coopman alhier als procuratie hebbende van Maria Oudland wed.e Jan Sam, ingevolge de procuratie gepasseert voor den voorn: notaris Andries Kant en getuijgen in dato 20 Aug: 1716 voorsz. te samen kinderen van zal.r Jacob Sam en sulx voor een staak alsmede Jan Huttenus Coopman alhier, Jan van Helmont als Erfgen. van sijnen huijsv. Ida Huttenus, Steven Bordels in huwelijk hebbende Catharina Huttenus, den voorn. Pieter Kant getrouwt hebbende Catharina Huttenus, vervangende en hem sterkmakende voor Adriana Huttenis te samen kinderen en kints kinderen van wijlen Catharina Sam, wed.e Arent Huttenus voorde tweede staak, ende nog den voorn: Johan van Veenvelt als in huwelijk hebbende Anna Sam, ende Francois van Wageningen als Erfgen: van Sijne gewesene huijsvrouw Catharina Sam, kinderen van wijlen Jan Sam voor de derde staak, sijnde ook alle de Comparanten Erfgenamen vande heer Abraham Sam zal.r in sijn leven in ’t Collegie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad voor den vierde staack Erfgenamen Ab intestato van Juffr. Anna Sam, in haer leven huijsvrouw vand’heer Adriaen Meijwaart, in sijn leven mede in ’t Collegie van Mannen van Veertigen binnen dese Stad”, voor 400 gl. aan Hendrik Josselet, koopman te Dordrecht, een pakhuis op de Kuipershaven bij de draaibrug aan de Kleine Vismarkt, staande tussen het pakhuis van Johan van Veenevelt en de raffinaderij van Fredrik Wilkes en Pieter van Malsen in Compagnie.]

Johan van Gelee 0-10

Aart Simonsz. van Hegge 0-12

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 55: op 18 nov. 1693 verkoopt Gelijn Cloot, koopman en burger van Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen Catharina Barents, weduwe van Aert Sijmonsz. van der Hegge, voor 1850 gl. aan Jacob Maertensz. Veen, rivierviskoper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Kleine Riviervismarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Herman Vingerhoet en dat van Wessel Willemsz.]

Jan van der Schaar en Govert Denijsz. [viskoper] 0-10

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 107v e.v.: op 8 mei 1694 verkoopt Jan van der Schaer, visser en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager Govert Dionijsz., visser en burger van Dordrecht, voor 280 gl. aan Gerard Vingerhoet, koopman te Dordrecht, een klein gedeelte van hun huis op de kade van de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Gerard Vingerhoet en de gang naast het pakhuis van Jan van Gelé, bestaande alleen uit het gedeelte, dat staat achter het huis van de koper, vanouds genaamd “den Toelast” en voorheen gebruikt geweest als keuken, strekkende tot achter tegen de muur van het achterste huis van de verkopers.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 112: op 5 nov. 1716 verkoopt Govert Denijsz. van Roo, burger van Dordrecht, voor 1310 gl. aan Jan Pietersxz. van der Sluijs, burger van Dordrecht, een huis op de Kleine Vismarkt omtrent het Groothoofd, vanouds genaamd “‘ t Hoff van Hollant”, staande tussen het pakhuis van Vingerhoet en het huis van Hendrik de Jager.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 158: op 12 dec. 1719 verkoopt Govert de Nijsse, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jan Cornelisz. Dura, viskoper en burger van Dordrecht, de helft van een huis op de Kleine Vismarkt op de Nieuwe Opslag, van welk huis de wederhelft aan de vader van de koper, Cornelis Dura, toebehoort, staande tussen het huis van Jacob Maartensz. Veen en dat van de kuiper De Jager.]

Johannes de Schoone [mr. blokmaker]0 -6

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 67: op 19 okt. 1679 verkoopt Willem de Witt, ontvanger van de Grafelijkheidstol, voor 800 gl. aan Johannes de Schoonen, boomsluiter en burger van Dordrecht, een huis op de Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van Andries Sam en dat van Govert Denijs.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 47: op 18 mei 1700 verklaart Catarina Kuijpers, weduwe van Johannes de Schoone, mr. blokmaker te Dordrecht, schuldig te zijn aan Willem Aerssen, een somma van 800 gl., verbindende een huis op de Kleine Vismarkt omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Gerrard Vingerhoet en dat van Govert de Nijssen viskoper, alsmede een tuin buiten de St. Jorispoort in het Matena’spaadje, liggende tussen de tuin van Jan van Slingeland en die van de weduwe Van der Hoog.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 133: op 9 okt. 1710 verkoopt Catarina Kuijpers, weduwe van Johannis de Schoone, mr. blokmaker te Dordrecht, voor 1250 gl. aan Jasper Aertsz. Visser, visser en burger van Dordrecht, een huis op de Kleine Vismarkt omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van Gerard Vingerhoet koopman en het huis van Govert de Neijsen.]

Gerard Vingerhoet 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 32: op 13 april 1701 verkopen mr. Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, en mr. Pieter Brandwijk van Blokland, als erfgenamen van Maria de Witt,, echtgenote van burgemeester Muijs van Holij, tevens vervangende de overige erfgenamen, voor 1500 gl. aan Cornelis Jansz. Baars, viskoper en burger van Dordrecht, twee bovenwoningen met een kelder erachter, staande in de Palingstraat en boven of naast de Grafelijkheidstoltoren en het huis van Baarthout Sterk aan de andere zijde.]

Baarthout Sterk 0-6-4 

[ORA Dordrecht inv. 1649, f. 102v: op 10 juni 1721 verkopen Arnoldus van Wel, als man van Metje de Stercke, tevens vervangende Matthijs, Dirk en Barthout de Stercke, Jan Vogels, als man van Maeijke de Sterke, Huijbert Obbens, als man van Ardijna de Stercke, en Thijs Thijsse, als man van Pieternella de Stercke, samen kinderen en erfgenamen van de weduwe van Baarthout de Stercke, voor 700 gl. aan Willem de Haan, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Palingstraat, staande tussen het huis van Arij Kool en de Grafelijkheidstol.]

Arijen Kool 0-6-4

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 152: op 10 juli 1696 verklaart Arij Sijmonsz. Cool, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Johannes Langswaart, burger van Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis in de Palingstraat aan het Groothoofd, staande tussen het huis van Baarthout de Sterck en dat van Jan van der Schaar, en een tuin buiten de Vriesepoort, gelegen naast de tuin van Adriaan van Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht.]

Hendrik de Lor 0-6-4

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 108 e.v.: op 14 mei 1692

verkoopt Jacob van Dijck, notaris in Dordrecht, als gemachtigde van de Kamer Judicieel, voor 550 gl. aan Govert Denisz. en Jan van der Schaar, burgers van Dordrecht, een huis op de stadsvest omtrent het Groothoofd in de Palingstraat, staande tussen het huis van Arijen Cool en dat van de erfgenamen van Reijnier Raets.

ORA Dordrecht inv. 63v: op 13 sept. 1712 verkopen Jan Kool, beurtschipper van Dordrecht op Veer, nomine uxoris mede-erfgenaam van Catarina Vaans, weduwe van Jan van der Schaar, voor zichzelf en nog als executeur-testamentair en voogd over de minderjarige zoon van Catarina Vaans, en als procuratie hebbende van Jan van der Schaar, Michiel van der Schaar en Jan van der Krab, als man van Trijntje van der Schaar, kinderen en erfgenamen van Catarina Vaans, voor zichzelf en als mede-executeurs en medevoogden over de minderjarige zoon van Catarina Vaans, alsmede Cornelis Bax, getrouwd met Berbera van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, samen voor zichzelf en als procuratie van hun absente broer en zwager Teunis van Drongelen, als man van Henrica van der Schaar, mede een dochter en erfgename van Catarina Vaans, voor 1250 gl. aan Cornelis Jansz. Baars, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Palingstraat op de stadsvest, bewoond wordende door Jan Kool, staande tussen het huis van Arij Kool, oud-deken van het Grootschippersgilde, en dat van Hermen Raats voor 5/9 parten en de erfgenamen van Catarina Raats voor 4/9 parten.]

Hermanus Raats 0-8

f. 42v

Somma van het tweede quartier 524-10-6, waarvan afgetrokken het lantaarngeld van de twee eerstgenoemde huizen tegenover de Stadswaag, die zijn afgebroken, het huis van Reijnier Raats, en het gewezen West-Indisch Huis, resteert 519-5

f. 43

Derde Quartier

De Voorstraaten, beginnende aan de Beurs [Voorstraat aan de havenzijdevan het Scheffersplein tot aan de Boomstraat]

Johannes Bos 1-5

de weduwe van mr. Trevier 1-0-4

Dionisius van der Kesel[ lakenkoopman] 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 26 mrt. 1656 (ondertrouw): Dionijsius van der Kesel koopman weduwnaar van Dordrecht wonende bij Mijnsherenherberg en Johanna Crocius jonge dochter van Amsterdam en daar wonende. Dionijsius, zoon van Govert Jacobsz. van der Keessel en Isabella Schellincx, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1620, lakenkoopman te Dordrecht, vader van het Weeshuis ald. Hij trouwde 2e 1675 Lijsbeth van de Burghgraeff 

Kinderen (ex 1; o.a.):

 a. Sophia van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 16 nov. 1657, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1675) trouwde NG Dordrecht 5/21 mei 1675 (proclamatie te Gorinchem) Arnoldus (Aert) van den Burghgraeff, weduwnaar van Gorinchem, koopman, wonende te Gorinchem (1675) 

b. Govert (Godefridus) van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1660(zie f. 35v) 

c. Isabella van der Kesel, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1663,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1687), trouwde NG Dordrecht 14 sept. 1687 ds. Johannes Janssonius, jongman van Ouwerkerk (1687), predikant te Willige-Langerak en Moordrecht (NNBW [internet]) 

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 34: op 26 mei 1707 verkoopt Godefridus van der Kesell, arts te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Sophia van der Kesell, weduwe van Arnoldus van den Burggraaff, en van Johannis Jansonius, predikant te Moordrecht, als man van Isabella van der Kesell, kinderen en erfgnamen van Dionisius van der Kesell, voor 1350 gl. aan Johannis de Geer, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Kolfstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Anna van de Sleutel en het huis van [naam niet vermeld].] 

Aletta van de Sleutel 1-4-12

[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 96v: op 2 mrt. 1712 verkopen Casper Dirxsz. van Rhijn, mede legataris en erfgenaam van Anna van den Sleutell, die in Breda is overleden, enAnna en Baarthout van de Sleutell, mede legatarissen en erfgenamen van Anna van den Sleutell, voor 830 gl. aan Johannis de Geer, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, vanouds genaamd “de Bonte Kat”, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Frans Haasterlee.]

Frans Sandersz. Haasterlee [draaier] 0-19-8

[29 sept. 1683: Hendrick Taeffelmaecker de jonge bontwerker, Jacobus van Hees twijnder, als man van Marija Taeffelmaker, en mr. Gijsbert Beij chirurgijn, als man van Jannetta Taeffelmaecker, kinderen en erfgenamen van Hendrick Taeffelmaecker, in zijn leven bontwerker en burger van Dordrecht, verkopen voor 700 gl. aan Frans Haasterlee, draaier en burger van Dordrecht een huis in de Voorstraat tussen Wijnbrug en Tolbrug, tegenover de Kolfstraat, staande tussen het huis van mr. Dionijs Du Ponchirurgijn en dat van de weduwe van Willem Pietersz. van Bergen (ONA Dordrecht inv. 189, akte 164)]

Pieter Madoij 1-4-12

Maria van Gewas 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 61 e.v.: op 20 dec. 1685 verkoopt Lidia van Heel, weduwe van Johannes van Stabrouck, koopmansbode van Dordrecht op Zeeland, voor 1600 gl. aan Maria van Gewas, weduwe van Govert Blencke, en aan Catharina van Gewas, meerderjarige ongehuwde persoon, een huis in de Voorstraat tegenover Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Dionijsius Dupon chirurgijn en dat van Matthijs Laban. De koopsters zijn schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl.]

Michiel la Ban 1-10

f. 43v

Francois Storm 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 91: op 11 mrt. 1692 verkoopt notaris Adriaen Hagoort, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Michiel Labeen en dat van de weduwe van Adam van Tiel]

de weduwe Van Tiel 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 19v e.v.: op 25 febr. 1700 verkoopt Cristina Hamer, weduwe van Adam van Tiell, voor 2100 gl. aan ds. Petrus Hamerus, predikant te Numansdorp, een huis in de Voorstraat tegenover Mijnsherenherberg, waar uithangt “’t Casteel van Breda”.]

Jacob Lambertsz. van der Tak 1-11

[7 jan. 1681: Cornelis van Biesum de oude, Cornelis van Biesum de jonge en Jacobus van Biesum, gebroeders wonende te Rotterdam, als erfgenamen van Grietge Jacobsdr. van Biesum, weduwe van Geerit van Leuven, hun tante zaliger, voor zichzelf en als procuratie hebbende van hun mede-erfgenamen, verkopen voor 905 gl. aan Jacob Lambertsz. van der Tack, als voogd over de weeskinderen van Herman Jacobsz. van der Tack, ten behoeve van die kinderen een huis [in de Voorstraat] aan de havenzijde tegenover Mijnsherenherberg, staande tussen het huis van Lambert Hulsthoudt en dat van Alexander van Erffrenten. (ORA Dordrecht in. 792, f. 1)

– 3 mei 1695: Jacob Hermansz. van der Tack, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, en Willem Weda, sledenaar, als echtgenoot van Maeijcke Hermansdr. van der Tack, alsmede Lambert van der Tack en Jacob van Broeckhuijsen, mr. schoenmakers en burgers van Dordrecht, samen voogden van Hendrica van der Tack, allen kinderen en erfgenamen van Herman Jacobsz. van der Tack, verkopen voor 1010 gl. aan Aalbert Nuij, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Adam van Tiel en dat van Sander van Erffrenten. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 24v e.v.)

Bergraafregister Grote Kerk, inv. nr. 43: “Int jaar 1678 den 19 Septemb. heb ick Cornelis Mol het voorste gilde graft van de Neuwe Schoenmaeckers daer hoornens op staen na de ververs cappel gereuijmt waer voor Ick hebbe ontfange nege gulde nege [stuivers] van Sr. Schul als boeckhouder van het selde gildt. Den leste doode daer in geleijt daer het graftstede vol was was den soon van Jacob Lambertsz. van der Tack op den 28 december 1679 [sic].]

Gillis van den Broek[twijnder] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 24 e.v.: op 26 april 1679 verklaart Alexander van Erffrenten, binnenvader en schoolmeester in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, schuldig te zijn aan Marcelis Anthonisz. van Gent, executeur-testamentair en voogd over de minderjarige zoon van Dirck de Both een somma van 400 gl., verbindende een huis omtrent de Kolfstraat schuin tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het huis van Geerit van Leuven en dat van de weduwe en kinderen van Jan Ros.

ONA Dordrecht inv. 189, akte 92: op 12 jan. 1683 verhuurt mr. Sander van Erfrenten, binnenvader in het Heilige-Geesthuis te Dordrecht, voor 98 gl. per jaar aan Gillis van de Broeck, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover het Sint Jans-Gasthuis, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Lambertsz. van der Tack en dat van Willem Grison.]

Willem Greson [hoedenmaker] 1-10

Hendrik Tafelmaker [bontwerker] 1-11

[NG trouwboek Dordrecht 3 sept. 1679: Hendrijck Taefelmaecker peltier [bontwerker]jongman wonende bij de Wijnbrug en Maria Henkelius jonge dochter wonende in het Steegoversloot beiden van Dordrecht, getrouwd te Elden op 26 sept. 1679

29 sept. 1683: Hendrick Taeffelmaecker de jonge bontwerker, Jacobus van Hees twijnder, als man van Marija Taeffelmaker, en mr. Gijsbert Beij chirurgijn, als man van Jannetta Taeffelmaecker, kinderen en erfgenamen van Hendrick Taeffelmaecker, in zijn leven bontwerker en burger van Dordrecht, zijn overeengekomen, dat aan Hendrick Taeffelmaeker de jonge op zijn erfdeel wordt aanbedeeld voor een somma van 3325 gl. een huis, genaamd “den Witten Vos”, staande in de Voorstraat tegenover het St. Jans-Gasthuis tussen het huis van Willem Grison hoedenmaker en dat van de weduwe van Hendrick Beuckers. (ONA Dordrecht inv. 189, akte 163 (aangevuld met gegevens uit akte 164)]

Seger Blankert [beenhakker, vleeshouwer] 1-18

[NG trouwboek Dordrecht 18 april 1677: Seger Aldertsz. Blanckert beenhakker jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs en Cornelia Meeuwesdr. de Hartoch jonge dochter van ‘s-Gravendeel, wonende bij het stadhuis, getr. op 2 mei 1677

ONA Dordrecht inv. 191, f. 300 e.v.: op 5 febr. 1689 verleent Helena Hamers, weduwe van Hendrick Beuckers, aangezien zij niet in staat is twee schuldbrieven van resp. 300 en 1000 gl. af te lossen,toestemmingvoor de verkoop en de overdracht aan Seger Aeldertsz. Blanckert vleeshouwer van een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat] omtrent de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Hendrick Taeffelmaecker bontwerker en dat van Reijnier van der Sluijs. Het huis is gekocht door verkoopsters overleden man van Willem Claesz. Stock. De koopprijs bedraagt 1300 gl.]

Reijnier van der Sluijs [grutter] 2-2

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 106: op 29 juni 1688 verklaren Reijnier van der Sluijs en zijn vrouw Anna Spruijt, inwoners van Dordrecht, dat zij als onderpand van een rentebrief, gepasseerd voor weesmeesters van Leiden op 6 nov. 1686 ten behoeve van de minderjarige erfgenamen van Pieter Arcxhoeck van Schrapenbrant, stellen een huis op de hoek van de Bolle- of St. Janssteiger te Dordrecht, strekkende van achteren tot aan de haven enstaande tussen genoemde steiger en het huis van Seger Blanckert,

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 113v e.v.: op 17 mrt. 1696 Petrus van Son en Elias Venlo, notarissen te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht aangestelde curatoren van de insolvente boedel van Reijnier van der Sluijs, grutter en burger van Dordrecht, volgens “appointement” van 3 dec. 1695, verkopen voor 1650 gl. aan Damas Hooglander, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande op de hoek van de Bollesteiger tussen het huis van Segert Blanckert vleeshouwer en dat van de weduwe Van Claveren, strekkende voor uit de straat tot achter op de haven. De koper neemt te zijnen laste een rente van in totaal 160 gl. 1 st. 4 p., die Johan de Roover, achtraad van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 32 e.v.: op 7 mei 1697 verkoopt Damas Hooglander, burger van Dordrecht, voor 1650 gl. aan Abraham Hordijck, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussende Bollesteiger en het huis van Zeger Blanckert.]

juffrouw van Klaveren 2-10

Jasper van der Velde[ Franse kramer] 1-13

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 19v: op 8 mei 1677 verkoopt mr. Gerard Pauw, als administrateur van de Weeskamer te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jasper van der Velde, Franse kramer en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug tegenover de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Aert Schutz en het huis van Dirck de Leeuw koekenbakker.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 27v: op 4 juni 1709 verkoopt Elisabeth van der Velde, weduwe van Johannis Laurentius, voor 750 gl. aan Willem Verschuijr, burger van Dordrecht, een huis , vanouds genaamd “den Romeijn”, staande tussen het huis van Adriana Koene, weduwe van Adriaan van Klaveren en dat van de weduwe van Hendrik Kortdijck.]

f. 44

Jacob de Leeu 2-2

Jacob van Dalen 1-14-8

[de Wijnbrug]

Abraham Maas[zeepzieder] 2-2

[I. Dirck Dircksz. van Clootwijck, van Dordrecht (1616), zijdenlakenkoper, trouwde NG Dordrecht 8 mei 1616 (ondertrouw, per schrijven van IJsselmonde, bescheid gegeven om daar te trouwen op 27 mei 1616) Mariken Adriaensdr. (Hacken), geboren naar schatting ca. 1595,van IJsselmonde (1616)

ONA Dordrecht inv. 179, f. 591 e.v.: op 9 mei 1661 verkoopt Marija Hacken, weduwe van kapitein Dirck van Clootwijck, aan haar zoon, Adriaen van Clootwijck, wiijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Wijnbrug tegenover de Nieuwstraat en het huis daarachter, staande op de Wijnbrug, waar uithangt “het Belegh van Alckmaer”. De koopsom bedraagt 7075 gl. Het huis is gekocht door verkoopsters man zaliger van Jan de Louter. De koper betaalt nog 725 gl. voor de reparatie en de verbetering.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Dirck, nov. 1617

b. Ariaenken, aug. 1618

c. Margareta, juni 1625

d. Maeijken, juli 1628

e. Adriaen van Clootwijck, okt. 1630, volgt II

f. Jannette, juli 1635

II. Adriaen van Clootwijck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1630, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1657), trouwde NG Dordrecht 6 mei 1657 (ondertrouw, proclamatie te Sommelsdijk, 25 mei 1657 bescheid gegeven om te Sommelsdijk te trouwen) Paulina Bane, jonge dochter van Sommelsdijk en daar wonende (1657)

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 23v e.v.: op 7 mei 1693 verkoopt Dirck Clootwijck, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Stephanus de la Tombe, als man van Catarina van Clootwijck, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van St. Michiel in Putten (Middelharnis) op 4 mei 1693, en Aart Bane van Clootwijck, samen kinderen van en erfgenamen van Adriaan van Clootwijck en Pauline Bane, verkopen voor 825 gl. aan Johannes Gijsbregtsz. van Rossum, wonende in Amsterdam, een huis en kelder daarnaast onder de Wijnbrug, waar uithangt “het Belegh van Alckmaer”. Koopvoorwaarde is onder meer, dat de gevel van het voorste huis, vanouds genaamd “Schiedam”, komende tussen het voornoemde huis en het huis “Alckmaer”, zal dienentot gebruik van beide huizen.

Kinderen:

a. Dirck Clootwijck

b. Catarina Clootwijck, trouwde Stephanus de la Tombe

c. Aart Bane van Clootwijck

Trouwboek Doopsgezinde gemeente Dordrecht: Seger Dirckse de Pot jongman en Jannicke Terwen Antonisse jonge dochter beiden van Dordrecht, trouwen hier op 23 maart 1681

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op21 febr. 1681zijn aangetekend Zegert Dircxsz. de Pot twijnder jongman en Janneke Terwen Anthonijsdr. jonge dochter geassisteerd met Antonij Terwe en Sara van der Poel haar vader en moeder beiden wonende te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 117v: op 16 okt. 1686 verkoopt Hendrick Terwe, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Janette Terwe, weduwe van Seger de Poth, koopman te Dordrecht, voor 2900 gl. aan Abraham Maes, koopman te Dordrecht, een huis [in de Voorstraat], staande tussen de Wijnbrug en het huis van Lammert van der Tack. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1600 gl.

NG trouwboek Dordrecht 14 febr. 1655 (ondertrouw): Abraham Maes zeepzieder jongman van Dordrecht wonende bij de Kolfstraat en Anna Pisset weduwe van Willem de With wonende te Rotterdam, per schrijven van daar

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 121v e.v.: op 30 juli 1704 verkopen Johannes Bijen en Hendrick Kuntzius, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Pisset, weduwe van Abraham Maes, voor 2600 gl. aan Abram Vos, winkelier en burger van Dordrecht, een huis, staande tussen het huis van Lammert van der Tack en de Wijnbrug, komende met een onderwoning of pakhuis tot op de kade aan de Appelhaven. De koper is schuldig aan mr. Adriaan van de Graaf, veertigraad van Dordrecht, een somma van 2000 gl.]

Lambert van der Tak 1-4-12

de weduwe van Adriaan Hordijk 1-16-12

de weduwe van ds. Antonius van Oostrum 2-3-8

Gillis Claasz. [van den Berg] 1-11

[ORA Dordrecht inv. 800 (oud), f. 15v e.v.: op 16 april 1697 verklaren Christoffel Bitter, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, zijn vrouw Aeltjen van den Bergh, en Gillis van den Bergh, burger van Dordrecht, wegens geleende penningen schuldig te zijn aan notaris Johan van der Hoop een bedrag van 1500 gl., verbindende een huis tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Oostrum en dat van Pieter Quijntijn mr. kleermaker, en een huis op de Vogelmarkt, waarin de comparanten wonen, staande tussen het huis van notaris Jacob de Jongh en dat van Jan Sterck mr. kleermaker, alsmede vier naast elkaar staande huizen in de Tolbrugstraat Landzijde.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 28v: op 23 mei 1713 verkoopt Gillis Klaasz. van den Bergh, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Franchois de Clercq, blikslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Anthonij van Oostrum en het huis van de koper.]

Pieter Quinting [mr. kleermaker] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 11v: op 16 april 1670 verkoopt kapitein Willem Nicolaesz. Kilsdonck, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Pieter Quintijn, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Johannes Meerwijck en dat van Maeijcken Aernouts.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 41: op 24 mei 1712 verkoopt Anna Valentijn, weduwe van Pieter Quinting, voor 1400 gl. aan Franchois de Clercq, mr. blikslager, een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Gillis van de Berg en dat van Maria Duijm.]

Maijken Aarnouds 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 63: op 15 jan. 1686 comp. voor het Gerecht van Dordrecht Henrij Lempreur, wonende te Leiden, als procuratie hebbende van Theunis van Augustijn en Maijcken Ariensdr., echtelieden wonende te Leiden, welke Maijcken Ariensdr., mede-erfgename is van Maijke Aernouts, overleden te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. de Vries te Leiden op 31 dec. 1685. De comparant verklaart, dat hij “tot meerder … verseeckertheijt” van de borgtocht, die Jonathan Pique, wijnkoper te Leiden, samen met Theunis van Augustijn, heeft gepasseerd ten behoeve van Cornelis van Leeuwen, brouwer in “de Roscam” te Leiden, bedragende een somma van 400 gl., die is verstrekt aan Theunis’ zoon, Arijen Theunisz. van Augustijn, heeft verbonden een huis in de Voorstraat tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Josina Sonnemans, weduwe van mr. Roelant de Carpentier en dat van Pieter Qui[n]tingh kleermaker.]

de weduwe van de heer Roeland de Carpentier 1-3

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 27: op 5 mei 1663 verkopen Susanna Ruijsch, voor zichzelf en als tante van het weeskind van Pieter Ruijsch, tevens als procuratie hebbende van Pieter van Esse, oud-kapitein en ontvanger van het Gasthuis, als testamentaire van het genoemde weeskind, alsmede Jan Cop, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Ruijsch, mede voro zichzelf en als tante van het genoemde weeskind, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Cant te Sluis in Vlaanderen op 30 april 1663, voor 1000 gl. aan Jacobmina Thibault, weduwe van Thomas de Wit, een huis op het Geweth of de Appelsteiger, staande tussen het huis van de koopster en het huis van mr. Roelant de Carpentier, lid van de Oudraad te Dordrecht.]

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 79v: op 7 mrt. 1676 verkoopt notaris Arent van Neten, als daartoe door het Gerecht gemachtigd, voor 1200 gl. aan Josina Sonnemaen, weduwe van mr. Roelant Carpentier, een huis tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van de koopster en dat van Maijken Aernouts. Het huis is eerder eigendom geweest van de weduwe van Pieter Blusse, koopmansbode van Dordrecht op Haarlem.]

f. 44v

de weduwe van de heer Roeland de Carpentier 2-4-4

[21 mrt. 1652: Pieter Jaspersz. Leijsten, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Roelant de Carpentier, raad in wette van Dordrecht, 3 huizen of woningen, staande naast elkaar tegenover de Hofpoort tussen de steiger van het Couvet [de Grote Appelsteiger tegenover het Steegoversloot, ook: Cauvet of Kawet] en het huis van Dirck Jansz. Tegelberch. Eén van de panden, “zijnde den principalen huise”, komt uit op het Couvet. (ORA Dordrecht inv. 778 (oud), f. 94v)]

deselve 1-17-8

deselve 1-2

de heer Jacob Turk [Londenvaarder] 2-0

[NG trouwboek Dordrecht 14 jan. 1652: Jacob Adriaensz. Turck Londenvaarder weduwnaar van Delft wonende in de Wijngaardstraat en Lijsbeth van Dilsen jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover het Steegoversloot, getrouwd op 30 jan. 1652

ORA Dordrecht inv. 1615, f. 101v e.v.: op 9 mei 1654 verkoopt Jan Daniëlsz. du Blas, lakenkoper en burger van Dordrecht, aan Jacob Arijensz. Turck, koopman en burger van Dordrecht, een huis tegenover het Steegoversloot, genaamd “den Tinnen Poth”, staande tussen het huis van Leendert Schaep en de Quavetsteiger [Grote Appelsteiger]. Waarborg: Coenraet Damasz. van der Linde, koopman en burger vanDordrecht.]

Tomas Oulrie 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 56v: op 4 sept. 1668 verkoopt Thomas Oulrij, burger van Dordrecht, aan Catarina Franckot, weduwe van Matthijs de Want, een jaarlijkse losrente van 103 gl. 10 st., verzekerd op een huis omtrent de Munt, waar uithangt “Altena”, staande tussen het huis van Jacob Arijensz. Turck en dat van Adriaen Coenen cum socio.]

de weduwe van Jacob Stoop [bakker] 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 68v: op 20 dec. 1670 verkopen Corstiaen Gijsen en Johan Aertsz. de Gelder, als procuratie hebbende van Maria de Sont, weduwe van Adriaen Coenen, lid van de Oudraad te Dordrecht, alsmede van Elisabeth, Lidia en Adriana Coenen, meerderjarige voordochters, en als voogden van Jacobus en Anthonij Coenen, minderjarige nakinderen, verwekt bij Maria de Sont, vervangende hun medevoogd Johan de Witt, Nederlandse ambassadeur bij de kronen van Denemarken en Polen, voor een vierde part, enCorstiaen Gijssen, als procuratie hebbende van ds. Cornelis van Vlieth, predikant te Utrecht,als weduwnaar van Geertruijt Coenen, voor het tweede vierde part, en nog als voogd over de voornoemde twee onmondigeweeskinderen van Adriaen Coenen, volgens procuratie gepasseerd voor notaris E. van Rhee te Utrecht op 2 dec. 1670, en Maerten van Leeuwen, koopman te Dordrecht, als man van Maria van Clootwijck, en nog als procuratie hebbende van Catharina Rottermond, weduwe van Adriaen van Clootwijck, samen voor de resterende twee vierde parten, voor 3150 gl. aan Jacob Stoop, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Thomas Oulrij en dat van Thomas Wittinghs.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 114: op 15 sept. 1690 verklaart Berbera van Cleeff, weduwe van Jacob Stoop, bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johan Daelman, burger van Dordrecht, een somma van 2300 gl., verbindende een huis in de Voorstraat, staande tegenover de Munt tussen het huis van Ludolff van Hattum em dat van Thomas Olreij.]

Ludolff van Hattem 1-10

[2 okt. 1684: Thomas Hendrixsz. Wittingh, meester-kuiper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Ludolff van Hattem, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis aan de Voorstraat, staande tegenover de Munt tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van de weduwe Stoop. De koopsom bedraagt 1400 gl. van 40 groten Vlaams het stuk. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv 260 [notaris A. Meijnaert], f. 131)]

ds. Henricus Franken 2-13

Paulus Marchel [zilversmid] 1-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 135v e.v.: op 26 nov. 1676 verkoopt notaris Samuel van der Heijden, als procuratie hebbende van Paulus van der Heijden, wonende te Amsterdam, voor 2100 gl. aan Willem Willemsz. Dermoeijen, schippersgezel en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Pieter Cras en dat van Pieter Gonné. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1400 gl.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 77: op 16 mei 1684 verkoopt Fijcken Theunis, weduwe van Willem Willemsz. Dermoeijen, burger van Dordrecht, voor 1625 gl. aan Pauwels Marchel, zilversmid en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Munt, staande tussen het huis van ds. Henricus Francken en dat van de weduwe van Pieter Gonnee. Waarborgen: Gijsbert Ariensz. Poth en Maeijken Adriaensdr. Pot, vrouw van Theunis van Augustijn, krachtens procuratie gepasseerd voor notaris D. de Fries te Leiden op 16 mei 1684.

Genealogie.

I. Johannes Swalmius, jong gezel (1630), predikant te Valkenburg (1621-1666),trouwde NG Delft 23 mrt./10 april 1630 Margriete Vuijtenbrouck, jonge dochter wonende aan de Oude Langendijk te Delft (1630)

Kinderen (o.a.)

a. Cornelia Swalmius, gedoopt NG Pijnacker 9 april 1634, jonge dochter van Delft (1671), begraven Delft 6 jan. 1694, trouwde NG Pijnacker 25 jan. 1671 Anthonie van Leeuwenhoek, geboren Delft 24 okt. 1632, weduwnaar van Delft (1671), natuurkundige, vervaardiger van microscopen, lid van de Royal Society te Londen (1680), Delft 26 aug. 1723, begraven in deOude Kerk Delft, trouwde 1e Delft 29 juli 1654 Barbara de Meij (1629-1666), dochter van Elias de Meij en Maria Verlin, hij was een zoon van Philips Thonisz. (van Leeuwenhoek) mandenmaker en Grietje Jacobsdr. van den Berch (Kronieken 1995, nr. 3, p. 140)

Anthonie van Leeuwenhoek, door Jan Verkolje

ONA Delft inv. 2244, f. 73: op 15 okt. 1671 testeert Cornelia Swalmius. Zij bevestigt de huwelijkse voorwaarden, die zij met haar man gemaakt heeft op 8 jan. 1671. Zij benoemt tot erfgenamen haar kinderen. Wanneer zij kinderloos komt te overlijden, legateert zij aan Johannes en Adrianus Swalmius, zoons van haar overleden broer, 1000 gl. Voogden: haar man, Anthonie van Leeuwenhoek, Johan van Bleiswijck, oud-burgemeester van Delft, en mr. Johan Duijst van Voorhout, veertigraad van Delft. (Kronieken 1995, nr. 3, p. 144)

b. Elisabeth Swalmius, geboren naar schatting ca. 1640, volgt II

II. Elisabeth Swalmius, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter aan de Oude Delft (1671), trouwde trouwde NG Delft/’s-Gravenhage 19 dec. 1671/12 jan. 1672 (11 jan. 1672 attestatie gegeven naar ‘s-Gravenhage, 12 jan. 1672 daar getrouwd) Pouwels Marsel, jongman van Dordrecht (1671), zilversmid, trouwde 2e ca. 1680 Maijken Ewoutsdr. van den Heuvel

Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 192: extract ingeschreven van het testament van Paulus Marcel, zilversmid en burger van Dordrecht, en zijn overleden vrouw Elisabeth Swalmius, gecollationeerd op 6 febr. 1674.

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 254v: op 21 nov. 1689 extract ingeschreven van het testament van Paulus Marcel, gepasseerd voor notaris J. Vinck te Steenbergen op 5 okt. 1689, hij heeft tot voogdes over zijn drie nakinderen gesteld zijn vrouw Maijken Ewouts.

ONA Dordrecht inv. 129, f. 8: op 6 april 1690 verlenen Maeijken Eeuwoutsdr. van den Heuvel, weduwe van Paulus Marsel, zilversmid te Dordrecht, als moeder en voogdes van haar drie minderjarige kinderen, en Aernout Marsel, zilversmid en burger van Dordrecht, samen met Pieter Braem testamentaire voogd over de minderjarige voorzoon van Paulus Marsel, procuratie aan Francoijs Beudt, notaris te Dordrecht, om te compareren voor het gerecht van Ooltgensplaat en daar te transporteren aan Jacob van Dalen, tavernier te Dordrecht, het aandeel van de kinderen in een vierde part in een woning met 81 gemeten en 121 roeden wei- en zaailand, gelegen op Den Bommel in het Oude Block onder Ooltgensplaat, gemeen liggende met Anthonij Leeuwenhoek en de heer {NN] Swalmius.

Kinderen:

a. Arnold Marcel, geboren 5 nov. 1672, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1672, jongman wonende tegenover de Munt (1692), mr. zilversmid, beoefende de wijsbegeerte, wiskunde en natuurkunde, maakte naam met het slijpen en polijsten van vergrootglazen, overleden 15 mrt. 1748, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 21 mrt. 1748 (Arnoldus Marchel in de Steenstraat, met de gewone koetsen, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/27 april 1692 Cornelia de Moraes, jonge dochter van Langerak wonende in de Hofstraat(1692)

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Paullus, 12 febr. 1693

a-2. Johanna, 29 sept. 1694

a-3. Elisabet, 5 jan. 1699

a-4. Cornelia, 21 nov. 1701

Aart Schouman, portret van Arnold Marcel, met 6-regelig vers van Frans Greenwood

b. Johannes Marcel, gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1673]

de weduwe van Paulus Gonné 1-10

[NG trouwboek Dordrecht 10 aug. 1670 (ondertrouw): Pieter Gonné weduwnaar van Armentiers in Vlaanderen wonende bij de Munt en Ariaentie Jansdr. van den Nadort jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat

ORA Dordrecht inv. 799, f. 55 e.v.: op 5 juli 1695 verkoopt Bartholomeus Targier, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Adriaantje Jansdr. van de Nadorst,laatst weduwe van Pieter Gonne, burgeres van Dordrecht, voor 2050 gl.aan Pieter Bluse, koopmansbode van Dordrecht op Haarlem, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Paulus Marcel en dat van Dirck Alsem. De koper is schuldig aan de verkoopster een bedrag van 2000 gl. In margine: op 6 juni 1726 comp. Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes van der Burger, als man van Berbera van Bree, en van Maria van Bree, beiden kinderen en mede-erfgenamen van [Lammert van Bree] en Sebastiaan van der Eijke, “duijts” hofprediker van de koning van Engeland, als man van Henrica van Bree, mede een dochter en erfgename van Lammert van Bree, en verklaart, dat de schuld volledig is afbetaald.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 239 e.v.: op 26 juni 1726 verkopenJohannes van der Burger, muzikant te Dordrecht, als man van Berbera van Bree, Maria van Bree, meerderjarige ongehuwde persoon, beiden kinderen en erfgenamen van Anna Passchiers, weduwe van Lammert van Bree, ends. Sebastiaen van der Eijcke, “Nederduits” kapelaan van de koning van Groot-Brittannië aan het hof van St. Jamesin het graafschap Middlesex, als man van Henrietta van Bree, bij vonnis van de Kamer Juditieel op 18 sept. 1725 mede gerechtigd in de nalatenschap van Lammert van Bree en Anna Passchiers enverder “bij overgifte acceptatie en opgevolgde condemnatie” van de Kamer Juditieel dd 14 juni 1726 van Johanna van Saan, weduwe van Pieter Blusse, wonende te Dordrecht, als eigenares van het na te noemen huis, waarop de boedel van Lammert van Bree en Anna Passchiers “actie en transport” bekomen heeft van de erfgenamen van Ariaantje van de Nadort op 7 mrt. 1699, voor 900 gl. aan Barent van Asperen, mr. huistimmerman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, dat verhuurd is aan Pieter Aarsse en staat tussen het huis van Johannes Marcel zilversmid en dat van Arijen Kool. De koper en zijn vrouw, Maaijke Vogels,zijn schuldig aan verkopers aan Jacob Stoop, burgemeester van Dordrecht, een somma van 800 gl.

Lammert Dirksz.van Bree, trouwde Anna Paschiers

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 23 juni 1661: Lambert Dijrx jongman van Bree in het Land van Luik geassisteerd met Claes Gerritsz. sledenaar en burger van Dordrecht, zijn neef, en Anneken Hendricxdr. de Heer jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Aert Jacobsz. kuiper en burger van Dordrecht, haar halfbroer, getrowd op 9 juli 1661

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 133: op 18 sept. 1704 verkoopt Anna Pasgiers, de vrouw van Lammert Dircxsz. van Bree, burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man,voor 575 gl. aan Govert Thomasz. Gravendijk, spekslager en viskoper, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk bij het Nieuwpoortje aan de waterzijde, staande tussen de grutterij en het huis van Maes van Kaen en dat van Pieter Koster.

Weeskamer Dordrecht inv. 30, f. 239: extract ingeschreven in het weesboek van het testament van Lambert Dircksz. van Bree mr. kuiper, blind zijnde, en van zijn vrouw Anna Passchiers, ziek op een stoel zittende, gepasseerd voor notaris C. van Aansurgh op 8 dec. 1704. Zij hebben de langstlevende van hen beiden benoemd tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Anna van Bree, jonge dochter van Dordrecht (1692

), trouwde Gerecht Dordrecht(onderscheiden gezindten)/Oud-Kath. (Voorstraat) 18/26 febr. 1692 (de bruid geassisteerd met haar moeder Anna Pasgiers, de vrouw van Lambregt van Bree) Coenraet Gonne, jongman van Dordrecht (1692)

b. Berbera van Bree, trouwde Johannes van der Burger, muzikant te Dordrecht

c. Maria van Bree, ongehuwd

d. Hendrica van Bree, trouwde ds. Sebastiaen van der Eijcke, hofprediker van de Koning van Engeland]

f. 45

de heer Johannes Melanen 2-0

[ONA Dordrecht inv. 191, f. 56 e.v.: op 24 mei 1687 verhuren Corstiaen Ghijsen en Pieter Cloens, als voogden van Johannes Helwich van Aelssem, voor 150 gl. per jaar aan Hendrick Geerling, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe van Adam van Thiel en het huis van de weduwe van Pieter Gonné.]

Jan Rens 2-13-4

[I. Abraham Rens (Reijns), jongman van Amsterdam wonende te Dordrecht, kleermaker (1633), trouwde NG Dordrecht 1/17 mei 1633 (per schrijven van Leiden) Pietertgen Jansdr. van Maerlandt, jonge dochter wonende te Leiden (1633)

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 44v e.v.: op 28 juni 1639 verkopen Jacob de Leeuw, als man van Jenneken Arijensz., en Michiel Macalij, als man van Barber Arijensdr., kinderen en erfgenamen van Adriaen Goossensz. tingieter, voor 1760 gl. aan Abraham Rens, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis tegenover het St. Jansgasthuis, staande tussen het huis van Dirck van Clootwijck en dat Michiel van der Beeck. Waarborgen: Adriaen Jansz. en Willem Pietersz. Schaep, beiden burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 1000 gl. Borgen: Adriaen Barentsz. Storm en Lodewijck Lamberts, burgers van Dordrecht.]

Kinderen (o.a.):

a. Johannes Rens, volgt II

II. Johannes Rens (Renst), gedoopt NG Dordrecht mei 1636, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Munt (1659), factoor, wonende tegenover de Munt (1685),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mrt. 1710 (Johannis Rens tegenover de Munt, tot de 30e voor het Weeshuis), trouwde 1e NG Dordrecht 27 april 1659 (ondertrouw) Cornelia Jongtijs, jonge dochter van Dordrecht wonendebij de Visbrug (1659), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 okt. 1683 (een baar in “de Kelck” tegenover de Munt voor de vrouw van Johannis Rens, “eens luijens”), 2e NG Dordrecht 2/19 dec. 1685Ida Bordels, weduwe van Aert Heimansz. wonende in de Visstraat (1685)

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 25v e.v.: op 12 mei 1689 verkoopt Christina Hamers, weduwe van Adam van Thiel, voor 2200 gl. aan Ida Bordels [zie pagina “de Crimpert Salm” op deze website] een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het huis van Adriaen Mortier en dat van juffrouw Van Alsem. De koopster is schuldig aan verkoopster een bedrag van 1800 gl.

– 29 mrt. 1710: is overleden Johannes Rens, tegenover de Munt, zonder wezen volgens verklaring van zijn schoondochter Metje van Oudheusden. (Weeskamer Dordrecht inv. 112)]

Adriaan Mortier[bakker, appeltonder] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 25v: op 27 april 1679 verkopen Pieter Spijckers en Jacob Willemsz. Goudriaen, als testamentaire voogden over de kinderen van wijlen Jan Leendertsz. de Laet, voor 2800 gl. aan Adriaen Mortier, bakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, staande tussen het huis van Adam van Thiel en het huis van de koper. Mortier is schuldig aan de kinderen van De Laet een somma van 1200 gl.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 60v e.v.: op 26 nov. 1693 verkoopt Adriaen Mortier, appeltonder en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Arijen van Asperen, burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt, staande tussen het huis van Johannes Rens en dat van Hendrick van Oort. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1200 gl.]

Hendrik van Oort 1-5-8

[3 mei 1679: Adriaen Mortier, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Hendrick van Oort, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Munt, staande tussen het huis van verkoper, waar uithangt “de Roode Fontain”, en het huis van Jacob Lievensz. van der Mande. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 127 e.v.)]

Abraham van Calraet, De Voorstraatshaven bij de Appelmarkt (vóór 1694)

Jan van Slingeland 1-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 96: op 5 mei 1688 verkoopt Jacob Livensz. van der Manden, burger van Dordrecht, aan Jan van der Heijde, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Munt, staande tussen het Klein Gewet [Cawet of Appelsteiger]en het huis van Hendrick van Noort. De koper betaalt met 1200 gl. contant en het overnemen van een hypotheek van 1100 gl.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 122 e.v.: op 9 juni 1694 verkoopt kapitein Johan van Slingelant, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Jacob van Slingelant, achtraad van Dordrecht, en Cornelis Bon, koopman te Delft, als man van Margarita van Slingelant, samen kinderen en erfgenamen van Pieter van Slingelant, in die hoedanigheid procuratie hebbende van Jan van der Heijden, timmerman te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. d’Olijslager te Rotterdam op 29 okt. 1693, voor 975 gl. aan Pieter Jansz. Copp, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Grafelijkheidsmunt, staande op de hoek van het Klein Geweth [Cawet of Appelsteiger]tussen het Geweth aan de ene zijde en het huis van Hendrik van Noort aan de andere zijde. De koper neemt te zijnen laste een somma van 400 gl., die voornoemde erfgenamen op het huis sprekende hebben.]

Maarten van Leeuwen [koopman] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 188 e.v.: op 2 nov. 1696 verkoopt Maarten van Leeuwen, koopman en burger van Dordrecht, voor1600 gl. aan Coenraet Gonne, mr. wijnkuiper en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Grafelijkheidsmunt, staande naast de Appelsteiger. De koper neemt te zijnen laste een schepenenschuldbrief van 800 gl., die de erfgenamen van Margrita Dircxs op het huis sprekende hebben.

ORA Dordrecht inv. 812, f. 1v: op 4 jan. 1718 verkoopt Petrus van Son, notaris te Dordrecht, door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de huizen en effecten van Coenraat Gonne, aan Aart van Engelen, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraatbij de Kruiskapel, genaamd “de Goude Fortuijn”, staande aan de havenzijde, belend ten oosten door het huis van mevrouw Hogeveen en ten westen door de Appelsteiger. De koopsom bedraagt 1200 gl.]

de erfgenamen van N. Hoogeveen 1-17-8

[ORA Dordecht inv. 1621, f. 164: op 15 nov. 1667 verkoopt Grietgen Jansdr., weduwe van Geerit Engelen Bommelaer, burger van Dordrecht, voor 4000 gl. aan Aelbert van Hoogeveen, brouwer te Dordrecht, een huis omtrent de Munt aan de havenzijde, genaamd “de Clock”, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen van Clootwijck en dat van Elsken Jans, weduwe van Thomas Woutersz. Oulrij.]

Laurens Waalpot 1-7-8

[NG trouwboek Dordrecht 15 okt. 1662: Laurens Laurensz. [Waalpot] jongman geboren te Eisden opperbrouwersgast wonende in brouwerij “het Kruijs” en Dircxje Toegoet geboortig van Nijmegen wonende ald., procl. Nijmegen, getrouwd Papendrecht 12 nov. 1662

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 7: op 5 febr. 1681 verkoopt Geertruijt Olrij, weduwe van Pieter Penneman, burgeres van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Laurens Laurensz., burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, waar uithangt “de Groote Visserije”, staande tussen het huis van Aelbert van Hoogeveen en dat van Thomas Olrij.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 66: op 7 dec. 1709 verkopen “Nicolaas Westerhoven als in Huwelijk hebbende Elisabeth Waalpot, ende nog als voogd van d’minderjarige kinds kinderen van Lourens Waalpot en Dirckie Toegoet, Willem Waalpot, Joost Barrebiers als in Huwelijk hebbende Catarina Waalpot, vervangende haar sterkmakende en rato Caverende voor Mattheus Goedenhoeck, als in Huwelijk hebbende Hendrica Waalpot, Soo voor sijn selve en als mede Voogd over de voorsz. kinds kinderen van den gem.e Lourens Waalpot en Dirckie Toegoet, te samen kinderen ende Erfgen: van den voornoemde Lourens Waalpot en Dirckie Toegoet”, voor 1500 gl. aan Johannis den Harder, die tot koper is benoemd door Johannes Gijsbertsz., een huis in de Voorstraat bij de Munt, staande naast het huis van Adriaan van Hogeveen, regerend burgemeester van Dordrecht.]

Tomas Oulrie 1-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 66v e.v.: op 10 dec. 1693 verkoopt Thomas Oulrij, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Pieter Dorethon, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Jan Gijsbertz. en dat van Laurens Waelpot.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 172v e.v.: op 18 sept. 1696 verklaart Grietje Dole, weduwe van Pieter Doreton, schuldig te zijn aan Abraham Verlove, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis tegenover de Grafelijkheidsmunt, staande tussen het huis van Lourens Waalpot en Johannes … [sic]. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 172v e.v.)]

Joannes Gijsberts [tavernier] 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 110: op 2 juli 1669 verkoopt Cornelis Mattheus van Schoonhoven, burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Jacob Mom, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Johannes van de Linde en dat van de weduwe van Thomas Woutersz. Oulrij.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 44v: op 8 juni 1679 verkopen Willemtje Willems, weduwe van Jacob Mom, kleermaker en burger van Dordrecht, en Jacob Mom de jonge, voor zichzelf en als, samen met Josias de Leeuw, voogd over zijn minderjarige broer Pieter Mom, voor 1760 gl. aan Johannes Gijsbrechts, tavernier en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde, waar tegenwoordig uithangt “den Bommelerwaert”, staande tussen het huis van Arent Muijs van Holij, regerende burgemeester van Dordrecht, en dat van Thomas Oulrij.]

f. 45v

burgemeester Arent Muijs van Holij 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 28: op 25 juni 1683 verkopen Lijsbeth Rutgers, weduwe van Johannes van de Linde, viskoper en burger van Dordrecht, en Joost van Sevenom, viskoper en burger van Dordrecht, als voogd van de weeskinderen van Johannes van de Linde, voor 1300 gl. aan Arent Muijs van Holij, burgemeester van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Munt, staande tussen het huis van mr. Johan Bol chirurgijn en dat van Jan [sic].]

de weduwe van Jan Bol 1-18-12

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 100v e.v.: 9 febr. 1696 verkopen Anna Boll, weduwe van Joris van Castielje, Willem van Oort, als man van Lijsbet Boll, Balte Bol, Jacobus van Dijck, als man van Marij Boll, Meltsart Walraven, als man van Trijntje Boll en Hendrick Vos, als man van Engeltje Boll, allen kinderen en erfgenamen van Lijsbet Kievits, weduwe van Jan Boll, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Pieter Wilmart, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Arent van Zeventer.

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 34v e.v.: op 2 april 1699 verklaart Pieter Wilmart, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catarina Bruijn een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug aan de havenzijde, staande tussen het huis van Arent Muijs van Holij, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van Hendrick van Bemmel.]

de weduwe van Govert de Witt [notaris] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 8 e.v.: op 25 febr. 1693 verkoopt Arnold de With, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria van Ravesteijn, weduwe van Govert de With, notaris te Dordrecht,voor 2000 gl. aan Arent van Zeventer, winkelier en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Jan Bol en de weduwe van Willem van Burick. Waarborg: mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht. De koper is schuldig aan Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht.

de weduwe van Willem van Buuren [van Burick, roklijfmaker] 1-8

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 102v: op 21 mei 1671 verklaart Willem van Burick, roklijfmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Wouter Jacobsz., burger van Dordrecht, een bedrag van 700 gl., verbindende een huis bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Cornelis van Slingelant, achtraad van Dordrecht, en dat van Dirck Bierkens.]

de weduwe van Antonij Terwen 2-1

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 17v: op 21 mrt. 1657 verkoopt mr. Johan van Someren, raad en syndicus van de stad Nijmegen, aan Cornelis van Slingelant, postmeester en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, genaamd “de Swaen”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Herman Oom en dat van ds. Debetius.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 30v e.v.: op 10 juli 1683 verkopen mr. Thomas de Vries, advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in Holland, als man van Maria van Slingelandt, tevens als procuratie hebbende van Treurniet Loijmans en Cornelis Turckens, als man van Maria Loijmans, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. van der Does in Bergen op Zoom op 22 april 1682, en als gemachtigde van Maria Treurniet, weduwe van Blasius van Haerlem de oude en van Willem van Slingelandt, zoon van de postmeester Cornelis van Slingelandt, volgens procuratie gepasseerd voor notaris H. van der Hoop te Dordrecht, op 26 juni 1683, alsmede Jacobus Casteleijn, als voogd over het weeskind van wijlen Adriaen van Slingelandt, samen erfgenamen van Cornelis Adriaensz. Treurniet, voor 2160 gl. aan Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe, een huis [in de Voorstraat]bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Willem van Burick en dat van de weduwe van Frans Matthijsz.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 20v e.v.: op 22 april 1711 verkoopt Bartholomeus Targier, inwoner van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Terwen, koopman te Middelburg, en Johan Kopijn, wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe, voor 1150 gl. aan Jacob Smith, winkelier te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Adolph Hordijck verver en dat van Willem van Buere [van Burick].De koper is schuldig aan Anna Terwe, dochter en mede-erfgename van Sara van der Poel, een somma van 600 gl.

Anthonij Terwen, geboren naar schatting ca. 1630, zoon van Jaques Terwen en Jannetje Cornelisdr., overleden Dordrecht 6 okt. 1681 (overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht), trouwde Utrecht (schepenen) 10 mrt. 1661 Sara van de Poel (Kwartierstaat Schothorst [internet], kwartieren 1386 en 1387).]

Abraham Maas 1-17-8

de weduwe de Ras 1-11-8

deselve 2-0

Jacobus van Straten 1-0

denselven 1-10

f. 46

[De Houtsteiger]

Cornelis Gorissen[van der Tuijt, huistimmerman] 1-15

[De kunstschilder Jacob Gerritsz. Cuijp woonde sedert 1622/1623 in het huisgenaamd “’t Lant van Belofte” (later”Samson”) aan de Nieuwbrug. (Oud-Dordrecht, 2004, nr. 3, p. 21)

29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug [aan de zijde van de Voorstraat], staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)

De huizen “’t Cruijs” en “Samson” (rechts van de brug) in de Voorstraat bij de Nieuwbrug ca. 1834 (foto: Regionaal Archief Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 16v e.v.: op 9 mrt. 1675 verkoopt notaris Govert de With, als executeur-testamentair van Grietjen Hendricxsdr. van der Dussen,laatst

echtgenote van Jacob Jansz. Ridder, en tevens als curator over de persoon en goederen van Jacob Jansz. Ridder, voor 2950 gl. aan Cornelis Gorisz. van der Tuijt, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Goosuwinus de Bruijn en de trap of gang van de Houtsteiger. De koper neemt te zijnen laste een hypotheek van 400 gl. ten behoeve van Lijsbeth Houbraken en één van 500 gl. ten behoeve van Aelbert Cuijp.

ORA Dordrecht inv.1636, f. 89: op 28 nov. 1697 verklaart Cornelis Gorisz. van der Tuijt, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jan Moets, burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Gooswinus de Bruijn en de gang van de Houtsteiger.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 27: op 15 mei 1703 verkoopt Cornelis Gorisz. van der Tuijt, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Johannes van Loon, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis en een woninkje daarnaast, staande op de Nieuwbrug aan de Landzijde tussen het huis van kapitein Philip van Hooghstraten en de trap of de ingang van de Nieuwbrug naar de [Hout]steiger.]

Het huis werd in verband met de aanleg van een nieuwe, bredere Nieuwbrug in 1851 gesloopt. (Dordt Eigen-Aardig in AD De Drechtsteden 1 sept. 2021)

Samson, gevelsteen in Nieuwstraat 54 te Dordrecht, oorspronkelijk bevond deze zich in het huis “Samson” in de Voorstraat. (www.gevelstenen.net)

Gosuinus de Bruijn 1-10

Jan Gardenier[tingieter] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 1v: op 4 jan. 1657 verkoopt Hendrick Saeijer, burger van Dordrecht, aan Arent van Neten, notaris te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Adriaen van Beaumont en dat Gooswinus de Bruijn. Waarborg: Lambert Cambij, bleker en burger van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 118 e.v.: op 27 sept. 1690 verkopen Cornelis Knolaert, burger en kapitein te Breda, als procuratie hebbende van Perina van Neten, weduwe van Anthonij Knolaert, schepen van Breda, en Andries van Neten, ingezetene van Breda, zuster en broer en erfgenamen van Arent van Neten, notaris te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. van Heusden te Breda op 12 aug. 1690, voor 2500 gl. aan Johannes Gardenier, mr. tingieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Gosewinus de Bruijn en het huis van de koper.]

denselven 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 11 e.v: op 27 mrt. 1685 verkoopt kapitein Dirck van Nooij, koopman te Dordrecht, voor 3700 gl. aan Johannes Gardenier, tingieter en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Arent van Neten en dat van Pieter Vervel. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 6v e.v.: op 27 febr. 1697 verkoopt Johannes Gardenier, mr. tingieter en burger van Dordrecht, als man van Geertruij Verhagen, die erfgename was van Johannes Verhagen, blauwverver en burger van Dordrecht, voor 900 gl. aan Adriaan van Rijendam, kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Distelsteiger en het huis van Hendricus van Besoijen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 300 gl.

28 nov. 1727: Jan Gardenier, tingieter, koopman en burger van Dordrecht, testeert ten overstaan van notaris P. de Ruijter te Dordrecht. Hij herroept al zijn eerdere testamenten, codicillen e.d. Hij legateert aan het kind van zijn overleden zoon Samuel Gardenier, verwekt bij Willemina Gront, een bedrag van 2400 gl., te voldoen met obligaties of rentebrieven ten laste van de provincie Holland en aan de kinderen van zijn dochter Maria Gardenier, verwekt bij Hendrik Jongeling, een bedrag van 7000 gl., eveneens te voldoen met obligaties of rentebrieven ten laste van de provincie Holland. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen benoemt hij zijn zoon Bastiaan Gardenier en zijn dochter Agata Gardenier of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen. Hij wenst, dat zijn zoon op diens erfportie zal aannemen een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwbrug, waar uithangt “het Ovaal Lampet”, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Vervel en het huis van de testateur zelf, benevens alle gereedschappen, die tot de tingieterswinkel behoren, alsmede een tuin, gelegen buiten de St. Jorispoort in het Kasperspad, voor een somma van 3000 gl. Zijn dochter Agata Gardenier, weduwe van Boudewijn de Haen, zal gehouden zijn op haar erfportie aan te nemen een huis op de Kalkhaven, waar uithangt “de Stad Amsterdam”, staande tussen het huis van Jan Bosman en het pakhuis van mr. Gerard Franken, voor een somma van 2400 gl. Zijn zoon Bastiaan zal ingevolge de onderhandse overeenkomst, die op 1 jan. 1717 tussen hen is gesloten, een jaarlijkse uitkering van 200 gl. ontvangen, ingaande op genoemde datum en lopende tot aan het overlijden van de testateur. Tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zoon Bastiaan Gardenier. Akte door testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 1000, akte 62)]

De Nieuwbrug gezien vanuit de Wijnstraat

Pieter Vervel[apotheker] 1-14

[ORA Dordrecht inv. 1627 (nieuw), f. 23: op 26 april 1679 verkopen Angnietje Eduarts, weduwe van Leendert Geeritsz. Vroeijesteijn, in zijn leven marktschipper van Dordrecht op Gouda, en haar zoon, Gheerit Leendertsz. Vroeijesteijn, aan Pieter Vervel, apotheker en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. een huis omtrent de Nieuwbrug met een achterhuis, uitkomende op de kade, staande tussen het huis van de kinderen van Adriana van Beaumont, bij haar verwekt door Sijmon Crom, en het huis van Johannes van Orsouw.]

Jan van Orsou[schoenmaker] 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 797 (oud), f. 1 e.v.: op 11 jan. 1691 verklaart Jan Pauwelsz. van Orsouw, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Michiel van der Milt, korenmeter en burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende 1e een huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Houtsteiger tussen die steiger en het huis van de weduwe en erfgenamen van Leendert Gerritsz. Vroeijesteijn, 2e een huis op de Nieuwbrug, waarin hij, comparant, woont, staande tussen het huis van Andries Coster en dat van de weduwe van Lodewijck Lambertsz. van der Heijden, en 3e een achterhuis met tuin, thans gebruikt als vethuis of looierij, staande aan het Nieuwkerkhof tussen ’s herengracht en de tuin van Antonij Molier.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 18: op 1 mrt. 1701 verkoopt Jan van Orsou, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Johannes Obergh, koopman te Dordrecht, een huis [in de Voorstraat], staande tussen de Houtsteiger en het huis van Pieter Vervel.]

Jacobmina van Bergen 1-12-8

Joris Roelands 1-12-8

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 49v e.v.: op 14 juli 1661 verkopen Hendrick Vos, burger van Dordrecht, als man van Dina van Hoochstraten, voor zichzelf en teven vervangende Gillis Jacobsz. Neering, als man van Susanna van Hoochstraten, volgens procuratie gepasseerd voor notaris N. Antonides te Amsterdam op 22 april 1661, en als procuratie hebbende van Franchois van Hoochstraten, boekverkoper te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Winckelmanste Rotterdam op 24 april 1661, Aert de Vos, als man van Cornelia van Hoochstraten, meerderjarige ongehuwde persoon, geassisteerd met Hendrick en Aert de Vos, haar zwagers, samen kinderen en erfgenamen van Dirck van Hoochstraten en Maeijken de Koninck, aan Lambert Schol, Rijnschipper en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan Hendricxsz. Karnakel en dat van Jan van Halteren. De koper is schuldig aan Willem Jansz. van Broeckhuisen ten behoeve van de “gemeene dienaren” van de Doopsgezinde gemeente 800 gl. en ten behoeve van de weeskinderen van Pieter Gerritsz. Hulstman 700 gl., verbindende het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 41v: op 27 mei 1679 verkopen Johannes Blencke, als man van Anneken Schol, en Magdalena Schol, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Lambert Schol, voor 950 gl. aan Joris Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Jan Hendricxsz. Carnakel en dat van Jacob Spina.]

Govert van der Burg [koopman] 2-10

[NG trouwboek Dordrecht 30 dec. 1663: Govert van der Burch koopman jongman wonende aan de Boom en Anna Karnakel jonge dochter wonende in de Kannenkopersbuurt, beiden van Dordrecht, getrouwd op 15 jan. 1664.

ORA Dordrecht inv. 877: op 21 mei 1689 verkopen Franchois Francken, koopman te Dordrecht, als man van Elisabeth Carnakel, Govert van der Burch, als man van Anna Karnakel, en Jasper Outlant, als man van Hendrica Karnakel, voor zichzelf en tevens vervangende ds. Abrahamus Veckhoven, predikant te Ottoland, als man van Maria Karnakel, allen erfgenamen ab intestato van Sara Karnakel, weduwe van Willem Holaert, voor 420 gl. aan Daniël Cambeij, bleker en burger van Dordrecht, een huis, staande op stadsgrond buiten de Spuipoort tussen het huis, dat gekocht is door Janneken Pieters, weduwe van Dirck Woutersz. van Sevenhuijse, en de blekerij van de koper.]

Michiel van Aansurg 1-17-8

[NG trouwboek Dordrecht 7 april 1658: Michiel Christiaensz. van Aensorgh wielmaker jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerkstraat en Anna Cornelisdr. Valckenier jonge dochter van Rotterdam wonende bij de Visbrug, getrouwd op 22 april 1658]

f. 46v

Joris van de Graaff [schipper] 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 5 e.v.: op 24 jan. 1693 verkopen Johan van Naeltwijck, notaris te Dordrecht, en Petrus van Son, notaris te Dordrecht, samen curators over de insolvente boedel van Joris van de Graeff, schipper en burger van Dordrecht, voor 1450 gl. aan Adriana Maurus, weduwe van Abraham Nuijssenborgh, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Michiel van Aansorgh en dat van Willem Coster schoenmaker.]

Willem Koster [schoenmaker] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 128v e.v.: op 4 sept. 1692 verklaart Willem Coster, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacobus de Toulemonde, zoon van wijlen Bartholomeus de Toulemonde en Elisabeth Verploegh, burger van Dordrecht, een somma van 1200 gl., welke hij, Coster, zal gebruiken ter aflossing van twee schepenenschuldbrieven ten name van de weduwe van Zixtus van Rheenen en Louis van der Putten, verbindende een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van schipper Joris en dat van (naam niet vermeld).]

Roeland de Glede [smid, slotenmaker] 1-6

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 73v e.v.: op mei 1684 verkoopt Pieter de Bodt, “exploitier” van het Hof van Holland, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van zijn broer Dirck de Bodt, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. van Asperen te Haarlem op 4 mei 1684,voor 2625 gl.aan Roelant de Gelede slotenmaker een huis in de Kannenkopersbuurt aan de havenzijde, staande tussen het huis van Jan Schot tabakverkoper en dat van Willen Coster schoenmaker.

ORA Dordrecht inv. 796 (oud), f. : op 1 mrt. 1689 verklaart Roelant de Gelede, slotenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Hans Hendricxsz. van Eijck, burger van Dordrecht, een somma van 1700 gl., verbindende het huis, waarin hij, De Gelede, woont, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Willem Coster schoenmakeren dat van Jan Schot.

ORA Dordrecht inv. 797 (oud), f. 114v e.v.: op 7 juni 1692 verkoopt Roelant de Gelede, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 1625 gl.aan Dirck van der Laen, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Willem Coster schoenmaker en dat van Jan Schot.]

Jan A. Schot [tabakverkoper] 1-10

Rijnier van Rosmaar 1-17

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 14v e.v.: op 15 mrt. 1695 verkoopt Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Blommert, brouwer te Delft, en Poulus Verheij, wonende in Den Haag, als man van Cornelia Blommert, voor zichzelf en tevens vervangende Cunira Blommert, hun zuster, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Aletta van Bergen, alsmede procuratie hebbende van Reijnier van Rosmaal, weduwnaar van Aletta van Bergen, en van Louies van der Putten, koopmanin Dordrecht, als voogden over het minderjarige zoontje van Reijnier van Rosmaal, verwekt bij Aletta van Bergen en genaamd Lambertus Rosmaal, voor 1900 gl. aan Barent Hopman, burger te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Jacobus van der Straten en dat van Jan Schot.]

Jacobus van der Straten [kruidenier] 1-10

[26 mei 1651: mr. Johan van Someren, als procuratie hebbende van Anna Blocke, weduwe van dr. Cornelis van Someren, in zijn leven thesaurier van Dordrecht, verkoopt Pieter Kijkenpoost, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt tussen Pieter Fransz. Schouttet en Philips Daelman. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 35)

2 mei 1675: Pieter Kijkenpost, koopman te Rotterdam, verkoopt voor 2800 gl. aan Jacobus van der Straeten, kruidenier en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Philips Daelman en dat van Coenraet Blommerts. Waarborg: Johannes Celosse, apotheker wonende te Rotterdam. (ORA Dordrecht inv. 1625, f. 27 e.v.)]

Flip Daalman 1-17

[Philips Jansz.Daelman, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1634), twijnder, trouwde NG Dordrecht 23 april/9 mei1634 Bastiaentje Gillis Gillisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuin (1634)

dochter:

a. Pieternelle Daelman, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1651, trouwde Johan van Haerlem

Johannes van Haerlem, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1650, jongman van Dordrecht wonende in de [Oude] Houttuin (1677),apotheker, trouwde NG Dordrecht/Bleskensgraaf 5/19 sept. 1677 Petronella Daelmans, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1651, jonge dochter van Dordrecht wonende in de [Oude] Houttuin (1677)]

Gerrid Olinkhoff[mr. schoenmaker] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 100: op 30 april 1692 verkoopt Gerrit Olinckhoff, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Geerit Jansz. van Ree bierdrager een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van erfgenamen van Philip Daelmans ende Mariënbornstraatsteiger.]

Adriaan Jansz. 1-15

Hendrik van Bezoijen 1-0

f. 47

de heer Adriaen Hoogeveen 5-15

[Hier stond in de zestiende en zeventiende eeuw de brouwerij “de Dissel”. In 1740 gaf de familie Van Hoogeveen opdracht de brouwerij en de bijbehorende opstallen te slopen. Op dezelfde locatie werd een fraai patriciërshuis gebouwd, thans Voorstraat 125. De woning werd door Aert Schouman gedecoreerd met kamerbehang, dat scenes uit het destijds populaire toneelstuk “Il Pastor Fido” van B. Guarani voorstelt.(http://augustijnenhof.nl/qr/148/) Het kamerbehang bevindt zich sinds 2017 in het Dordrechts Museum.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 4: op 28 jan. 1637 verkoopt Aerent Schut, brouwer en burger van Dordrecht, aan David Decker, burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van de verkoper en dat van de kinderen en erfgenamen van Barent Marcusz., alsmede zijn,verkopers, aandeel in een windkorenmolen, staandeop het Nieuwe Werck.Waarborgen: Eeuwout Aertsz. Schut brouwer en Johannes Prins koopman, burgers van Dordrecht.De koper is schuldig aan verkoper een somma van 8700 gl. Borgen: Mels Gijsbertsz. korenkoper en Adriaen Jansz. Ooms brouwer, burgers van Dordrecht. In margine: op 30 nov. 1648 toont Aelbert van Hoogeveen de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 72: op 21 dec. 1643 verkoopt David de Decker, brouwer en burger van Dordrecht, voor 20.000 gl. aan Aelbrecht van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, genaamd “den Gecroonden Dissel”, staande in de Houttuin tussen het huis van Aert Schuth en het huis, waar uithangt “den Peerlingrinck” en dat wordt bewoond door Gillis van Hemert. Waarborgen: Mels Gijsbert en Pieter Baenen, burgers van Dordrecht. Gijsbert van Dalen en Elisabeth de Vale, weduwe van Adriaen van Hoogeveen, stellen zich borg voor de betaling van eventuele pandponden, die de koper te zijnen laste neemt. De koper is schuldig aan Aert Schuth 9000 gl. en aan Sara Decker 1000 gl. In margine: op 25 jan. 1696 toont Adriaan van Hogeveen, schepen in wette van Dordrecht, de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuldig volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd.]

denselven 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 3v: op 6 febr. 1685 verkoopt Theunis Oudeman, burger van Dordrecht, voor 1600 gl. aan Adriaen Hoogeveen, brouwer te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis en de brouwerijvan de koper en het huis van Aelbert van Hoogeveen.]

denselven 0-18

[ORA Dordrecht inv. 1616, f. 46v: op 29 juni 1655 verkopen Pieter Gillisz. de Coning en Pieter Eduarts, als procuratie hebbende van Matthijs Holtwiller, mr. schrijnwerker, gewoond hebbende te Dordrecht, aan Aelbert van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de koper en dat van Joost Boon wijnkoper.]

kapitein Joost Boon 1-10

Arijen van Appeldoorn 0-18

[18 mei 1648: Neeltgen Arijensdr. de Post, Hendrick Jansz. Bommelaer, als man van Adriaentgen Arijensdr. de Post, voor zichzelf en samen met Herman Cornelisz. Monseur voogd over de kinderen van wijlen Geertruijt Arijensdr. de Post, tevens vervangende de weduwe van Andries Arijensz. de Post en Jan Arijensz. de Post, die in Brazilië verblijft, Arijen Arijensz. de Post en Lambert Pietersz., als man van Anneken Arijensdr. de Post, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Arijen Cornelisz. de Post, verkopen aan Aelbrecht van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin, genaamd “Heijsterbach”, staande tussen het huis van Joost Boone wijnkoper en Anthonij Molier metselaar. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 89)

Joachem van Loon[Doopsgezind leraar] 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 72v: op 20 febr. 1686 verkoopt Willem Molier, arts wonende te Schiedam, voor 3100 gl. aan Joachem van Loon, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, vanouds genaamd “den Verlooren Arbeijt”, staande tussen het huis van de weduwe van Zixtus van Rheenen en dat van Jan van der Sluijs.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 76v: op 2 april 1686 verklaart Jochem van Loon, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Adriaen de Meijer, burger van Rotterdam,een somma van 1200 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jan van der Sluijs en dat van Arijen Appeldoorn.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 29: op 5 mei 1695 verkoopt Elias Venlo, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot de verkoop van het huis, dat eigendom is geweest van Joachim van Loo, leraar van de Doopsgezinde gemeente te Rinsveen, voor 2450 gl. aan Jop Claasz. Poordijck, zoon van Claes Joppe,een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Arie Appeldoorn en dat van Jan van der Sluijs.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 11v e.v.: op 27 jan. 1699 verkoopt Job Poordijck, koopman te Amsterdam, voor 3000 gl. aan Anthonij Swijgers, koopman te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van kapitein Adriaan Appeldoorn en dat van Jan van der Sluijs. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 68v e.v.: op 21 mei 1699 verklaart Teunis Swijgers, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Roeland Taerling de jonge een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis kapitein Van Appeldoorn en dat van Jan van der Sluijs.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 113v: op 28 mrt. 1702 verkoopt Petrus van Son, notaris te Dordrecht, als curator van de insolvente boedel van Antonij Swijger, garentwijnder en burger van Dordrecht, voor 2450 gl. aan kapitein Adriaan Appeldoorn een huis op de Voorstraat omtrent de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Jan van der Sluijs en dat van de koper, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven.]

Jan van der Sluijs 0-15

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 46v: op 9 okt. 1683 verklaart Willem Moliers, arts te Dordrecht, die van de Staten van Holland veniam aetatis heeft verkregen, schuldig te zijn aan Johannes Philips, wonende te Dordrecht, een somma van 2600 gl., verbindende twee naast elke staande huizen in de Oude Houttuin, het ene genaamd “den Verlooren Arbeijt”, staande tussen de huizen van de weduwe van Sixtus van Reenen

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 72v e.v.: op 20 febr. 1686 verkoopt Willem Molier, arts te Schiedam, voor 2050 gl. aan Jan van der Sluijs, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jochem van Loon en dat van de weduwe van Zixtus van Rheenen. De koper is schuldig aan Johannes Philips, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.]

de weduwe van Sixtus van Rijn[van Rheenen, steenkoper] 1-10-8

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 april 1679: een baar voor Sicxstij van Reen steenkoper, bij de Mariënbornstraat, 1 maal luiden.]

de weduwe van Simon Cornelisz. de Vries 2-13

de kelder van Van Capel in de stijgert [Turfsteiger] 0-13

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 3v: op 18 jan. 1695 verkoopt Willem van Cappell, luitenant van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, als mede-erfgenaam van Matthijs van Cappell, in zijn leven oudraad van Dordrecht, voor 200 gl. aan Teunis Cornelisz. Vremt, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Turfsteiger [Voorstraat tegenover de Heer Heymansuysstraat], komende achter het huis van Andries Cint.]

f. 47v

Andries [Pietersz.] Kind [mr. timmerman] 1-19

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 7v e.v.: op 11 febr. 1681 verkoopt Sendt Jorisz. van Neurenberch, wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Andries Pietersz. Kint, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis staande tussen de Turfsteiger en het huis van Bartholomeus Vervel. De koper is schuldig aan Marinus Braber, als man van Elisabet Teerlingh, eerder weduwe van Wierick Bouff, een somma van 1200 gl., verbindende het voornoemde huis, “soo t selve jegenwoordich is ende bij hem comparant nieuw getimmert sal werden”.]

de weduwe van Bartholomeus Vervel 1-8

Johannes Nijsz. Heuts [houtkoper] 1-15

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 5v e.v.: op 3 febr. 1663 verkoopt Guilliam de Coene, koopman en burger van Dordrecht, aan Johannes Denijsz. Heuts, schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, tussen het huis van verkoper en dat van Jan Vogel.]

denselven 2-5

[ORA Dordrecht inv. 1627: op 20 dec. 1680 verkoopt Jacob Jansz. Cuijter, marktschipper van Dordrecht op Haarlem, voor 1800 gl. aan kapitein Johannes Heuts, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, genaamd “den Berch Tabor”, staand tussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Fredrick Roscam.]

Jacob Roskam 1-4

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 178v: op 23 dec. 1694 verkoopt Jacob Ros, mr. munter en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Adriaen de Bruijn, mr. france kramer en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin tegenover “den Block”, staande tussen het huis van de koper en dat van Johannes Heuts.]

Willem Pietersz. de Bruijn 1-17

Johannes Nijsz. Heuts 1-4

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 34 e.v.: op 16 juni 1691 verkoopt mr. Johan Halling, uit de Oudraad van Dordrecht, als administrateur van de boedel van Cornelia Repelaer, weduwe van mr. Ocker Baen *, voor 1100 gl. aan Johannes Huedts en Pieter van Boom, burgers van Dordrecht,ieder de helft van een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van oud-burgemeester Johan van der Mast en het huis van eerstgenoemde koper.

* NG trouwboek Dordrecht 1 juli 1618 [ondertrouw]: Ocker Baen Cornelisz. en Cornelia Repelaers Huijgensdr., beiden van Dordrecht]

burgemeester Johan van der Mast 1-0

het woonhuis van denselven 3-12

[Adriaen Johannesz. van der Mast, trouwde Elisabeth Halling

Kinderen (o.a.):

a. Johan Adriaensz. van der Mast, gedoopt NG Dordrecht 8 juli 1650, burgemeester van Dordrecht 1690-1691, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 juli 1695 (een zwarte baar voor Johan van der Mast, oud-burgemeester van Dordrecht, bij de Nieuwkerkstraat, 2 maal luiden), zoon van Adriaen Johannesz. van der Mast en Elisabeth Hallincq, trouwde Catharina Snoeck, gedoopt NG Dordrecht13 sept. 1656,dochter van Adriaen Snoeck en Erckenraet Berck

b. Johanna van der Mast Adriaensdr., gedoopt NG Dordrecht 16 juli 1655, trouwde Herman Halling

NG trouwboek Dordrecht 21 jan. 1680: mr. Herman Halling oudraad en secretaris van Dordrecht jongman en Johanna van der Mast Adriaensdr. wonende in de Houttuin beiden van Dordrecht, getr. op 6 febr. 1680]

Cornelis Hendricxsz. Veltman 2-0

f. 48

Aart Korthals 1-0

Bartholomeus van der Star 0-18-12

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 6v e.v.: op 26 jan. 1675 verklaart Maeijcken Leendertsdr. de Laet, weduwe van Jan Adriaensz. de Bruijn, mr. huistimmerman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Johanna Aertsdr., burgeres van Dordrecht, een somma van 1200 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin, waar uithangt “den Bandelier”, staande tussen het huis van Aert Willemsz. Corthals en het huis, waarin de weduwe van Maeljaert van Bellen woont.]

Paulus van Hoven [hoedenmaker] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1618, f. 6v: op 29 febr. 1659 verklaart Mailliaert van Belle, hoedenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Franchois de Bruijn, verbindende een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Hans Woutersz. bandeliermaker en dat van Pieter van Dijck schoenmaker.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 109v: op 17 juli 1688 verklaart Isaack van Bellen, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Sara Vermeulen, weduwe van Malijaert van Bellen, dat Sara Vermeulen schuldig is aan Anna Willemsdr. Quintijn een somma van 800 gl., verbindende een huis omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Jacob Korthals en dat van Bartholomeus van der Star.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 23 mrt. 1689: de weduwe van Maeliaert van Belle hoedenmaker is in de Augustijnenkerk begraven, twee maal luiden.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 23: op 25 april 1691 verkoopt Isaac van Bellen, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Clara van Bellen, weduwe van Bartholomeus van Bracht, en Sara van Bellen, weduwe van ds. Henricus Heijnsius, predikant te Cillaarshoek, voor 1625 gl. aan Paulus van Hoven, hoedenmaker, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Bartholomeus Verstar en dat van de weduwe van Jacob Corthals.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 173: “den 25 Septemb. 1722 heeft den nots. Pieter Dooge geexhibeert Extract uijt de schijding en verdeeling [dd 16 sept. 1722] van sodanige goederen” als nog onverdeeld waren tussen de kinderen en erfgenamen van Magdalena Justina van der Hagen, weduwe van Poulus van Hoven, waarbij bleek, dat het huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Bartholomeus van der Star en dat van Hermanus van Mourik nomine uxoris, is toebedeeld aan Ruben van Hoven en Constantina van Hoven, kinderen van genoemde weduwe.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 116: op 5 sept. 1724 verkoopt Pieter Doogen, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Ruben van Hoven en Jan Tandon, als man van Constantia van Hoven, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Booth te Amsterdam op 30 aug. 1724, voor 1450 gl. aan Jan van Kamen, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus van der Star en dat van Maria en Cornelia van Mourik.]

Jacob Korthals [schipper] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 15v e.v.: op 8 mrt. 1679 verkoopt Pieter van Dijck, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 2300 gl. aan Jacob Willemsz.Corthals, schipper en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwkerksteiger aan de havenzijde, staande tussenhet huis van de weduwe en kinderen van Geerit Vermeij bakster [sic] en het huis van de kinderen van Maeljaert van Bellen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 102 e.v.: op 28 mei 1688 verklaart Anna Hendricxdr. Carnaeckel, weduwe van Jacob Willemsz. Corthals, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia Gerritsdr., een somma van 300 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin, zijnde het tweede huis van de Nieuwkerksteiger naar de Nieuwbrug toe, staande tussen het huis van Cornelis Coomans schoenmaker en dat van de weduwe van Maeljaert van Bellen.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 3 april 1693: een baar voor de weduwe van Jakob Korthals bij de Nieuwkerkstraat.

ORA Dordrecht inv. 800, f. 78 e.v.: op 1 okt. 1697 verklaart Hendrick Korthals schipper schuldig te zijn aan Jonas Roelantsz. de Jonge een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat in de Kannekopersbuurt omtrent de Nieuwkerksteiger, staande tussen het huis van Poulus van Hove en dat van Cornelis Koomans. In margine: op 4 okt. 1715 toont Maria Korthals, vrouw van Adriaan Spijkers, de originele brief met op de rug daarvan de kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schulbrief derhalve geroyeerd.]

Cornelis Kooman[mr. schoenmaker] 1-14-8

[ORA Drodrecht inv. 1629, f. 65v e.v.: op 24 mrt. 1684 verkopen Jan den Back en zijn vrouw Sijghien Vermeij, wonende te “Vlaederinge”, aan Cornelis Coolman, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat], staande tussen de Nieuwkerksteiger en de weduwe van Jacob Corthals. Waarborg: Pieter van Wijngaerden, burger vanDordrecht.]

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 55 e.v.: op 4 juni 1711 verklaart Cornelis Koolman [sic], burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cristiaan Boon een somma van 300 gl., verbindende een huis op de Voorstraat, staande tussen de Nieuwkerksteiger en het huis van Hendrick Korthals.]

Inde Nieukerk-stijgert

Jan Pouwelsz. van de Griend 0-8

Vaster de Ram 0-8

Jan Pattelton 0-8

Maarten de Raad 0-7

Krijn Marijnusz. 0-6

f. 48v

Weer op de Voorstraat

De Voorstraat bij de Nieuwkerksteiger (april 2013)

de weduwe van Pieter van Elsden 1-0

Cornelis de Vos [beurtschipper] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 11 e.v.: op 3 april 1670 verklaart Cornelis de Vos, beurtschipper van Dordrecht op Veere, schuldig te zijn aan Adriana Maurits een somma van 400 gl., verbindende een huis tegenover de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Jan Adriaensz. Bos en dat van Pieter Stevensz. van Elsden.]

Gillis Beut 1-16

denselven 1-5

Hendrik van Beeck 0-17

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 103v: op 19 febr. 1702 verklaart Jan Bonte, zwaardveger en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johan van Convent, kapitein ter zee, een somma van 650 gl., verbindende een huis tegenover de Nieuwkerkstraat, staande tussen het kapitein Gillis Beud en het H. Geest- en Pesthuis ter Nieuwkerk.]

’t Heilig-Geesthuijs ter Nieuwerkerk 1-11

de weduwe van Laurens Davidsz. van Convent 3-0

[Laurens Davidsz. van Convent, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat tegenover de Nieuwkerkstraat (1649), schipper (1649), kapitein op een oorlogsschip (in 1672 op het schip “de Maecht van Gelder”), “diende als kapitein 1665 onder de Ruijter en Tromp, 1665/1667 in de toen geleverde slagen en op de bekende zeetochten”(NNBW, deel VIII), begraven Dordrecht 2 aug. 1672 in de Augustijnenkerk, trouwde NG Dordrecht 19 sept./5 okt. 1649 Stijntje (Christina) Pietersdr. Bus, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Bremen, wonende in de Voorstraat tegenover de Nieuwkerkstraat (1649), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 22 april 1711 (Cristijna Bos, weduwe van Lauwerens Davidtsz. van Kouent, bij de Nieuwkerkstraat, begraven met 4 koetsen boven het getal, het huis met rouw behangen, de eerste boete verbeurd)]

de weduwe van Aart Pietersz. de Jager 1-2

[ONA Dordrecht inv. 186, akte 16 dd 24 febr. 1676: voorwaarden, waarop Anthonij de Jager, Geerit de Jager en Elisabeth de Jager, voor zichzelf, en Geerit de Jager en ds. Johannes van den Hatert, als voogden over de weeskinderen van wijlen Aert de Jager, willen verkopen:

1. een huis in de Voorstraat tegenvoer de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de weduwe van kapitein Laurens Davitsz. Convent en dat van Pieter de Bruijn, strekkende tot de plaats of het achterste deel of woning “gelijcx het achtergevelken vant keuckentgen van desen huijse alwaer de houte deur staet”. Op 26 febr. 1676 komen de voornoemde kinderen en erfgenamen overeen met Marija [Jacobsdr.] Cappendijck, weduwe van Aert de Jager, dat zij het huis zal mogen aannemen en op de erfportie van haar kinderen aanvaarden voor een bedrag van 1100 gl.

2. het achterhuis van het voornoemde huis, bestaande uit een bovenwoning en een taanderijmet een koperen taanketel daaronder, strekkende tot het achtergeveltje en de houten deur van het voorste huis. Op 26 febr. 1676 komen de verkopers overeen met Anthonij de Jager, dat het huis op zijn erfdeel zal aanvaarden voor een somma van 910 gl.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 81v: op 24 jan. 1692 verkopen Arnoldus van Dollen, als man van Teuntge de Jaeger, en Pieter Knogh, als man vanPietertje de Jaeger, voor zichzelf en als voogden van hun schoonzuster Elisabet de Jaeger, allen kinderen en erfgenamen van Antonij de Jaeger, voor 750 gl. aan ds. Johannes van den Hatert, predikant te Papendrecht, een huis tegenover de Boom, staande op de Nieuwe Kade, vanouds genaamd “het Taanhuijs”, belend door het huis van de weduwe van kapitein Laurens van Convent aan de ene zijde en dat van Elisabet de Jaeger aan de andere zijde. ]

Lijsbeth de Jager 0-18

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 292

e.v.: op 3 aug. 1685 verkoopt Willem de Bruijn, schipper en burger van Dordrecht, voor 1575 gl. aan Elisabeth de Jager, burgeres van Dordrecht, een huis, waar uithangt “het Vergulde Comptoir”, staande bij de Boom omtrent de Nieuwkerkstraat, van achteren uitkomende op de haven en staande tussen het huis van Anthonij de Jager en dat van juffr. Van Eijsden. (ORA Dordrecht inv. 1630, f. 80: op 18 april 1686 transporteert Willem de Bruijn het genoemde huis aan Elisabeth de Jager, meerderjarige ongehuwde persoon. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 2 e.v.: op 7 jan. 1700 verkoopt notarisJohan van Bijwaert, als curator over de insolvente boedel van wijlen Elisabeth de Jager, meerderjarige ongehuwde persoon en burgeres van Dordrecht, voor 1380 gl. aan Aarnout van der Beeck mr. timmerman en Tielman Treckdam, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Maria van Bragt, weduwe van Johannes van Eijsden, koopman en burger van Dordrecht, en het huis van Maria Cappendijck, weduwe van Aert Pietersz. de Jager, blokmaker en burger van Dordrecht, strekkende voor van de Voorstraat tot achter op de haven. Het pand bestaat uit twee woningen en wordt aan de achterzijde belend door het huis van Maria van Bragt aan de ene zijde en het taanhuis vands. Johannes van den Hatert, predikant te Papendrecht. Het voorste huis wordt eigendom van Aarnout van der Beeck en het achterste huis, dat op de kade staat, wordt eigendom van Tielman Treckdam.]

de weduwe van Gerard van Eijsden 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 45: op 9 okt. 1683 verkoopt Adriaen Meijnaerts, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van Aelbert Coopman, voor 800 gl. aan Maria van Braght, vrouw van Geerit van Eijsden, een huis, genaamd “den Blauwen Voet”, staande in de Kannekopersbuurt, uitkomende op de Oude Haven of kade enstaande tussen het huis van Pieter de Bruijn en dat van Hendrick Jansz. Mets.]

f. 49

Jan de Ruijter 1-0

Sasbout Souburg 1-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 61 e.v.: op 15 dec. 1689 verkoopt Sasbout Souburgh, burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacob Souburgh, “operateur” en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussenhet huis van Jacobus Steenwijck en dat van Jan de Ruijter.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 108 e.v.: op 9 okt. 1699 verklaart Emmerentia van Velsen, weduwe van Jacob Souburgh, “operateur” te Dordrecht, schuldig te zijn aan Jan Cornelisse een somma van 1000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Boom, staande tussen het huis van Jan den Ruijter schipper en Jacobus Steenwijck.]

Jacob Sasbout Souburg

SOUBURG (Jacob Sasbout), geb. te Middelburg, overl. te Dordrecht 26 Dec. 1694, was de zoon van Mr. Sasbout Souburg en Sara Cornelisdr. de Heusde. Sedert Nov. 1661 was hij stadsoperateur te Dordrecht in plaats van Barend Schrader op een jaarwedde van f 100. Tevens stond hij bekend als een vermaard steensnijder. Hij was gehuwd met Emmerentia van Velzen. Zijn zoon Sasbout was evenals zijn vader chirurgijn; zijn dochter Sara, geb. 26 Mei 1662, huwde met den beroemden schilder Arnoldus Houbraken.

Van Mr. Jacob moet bestaan hebben een portret in olieverf door J. de Baen, waarnaar Arnoldus Houbraken een ets maakte, met 6-regelig lat. vers door J. Targier en dito holl. vers door D. van Hoogstraten. Een schilderij, geheel met dit zeldzame blad overeenkomende, staat op naam van Nicolaes Maes, en bevindt zich in het Augusteum (het Groot-Hert. Museum te Oldenburg). (NNBW [internet])

Kinderen:

Jacobus van Steenwijk 1-2-8

de weduwe van Jan Baas 1-4-8

[ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 120: op 1 mei 1698 verkoopt Anthonij Walbeeck, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Clara Ariens, weduwe van Jan Huijbertsz. de Baas, beurtschipper van Dordrecht op Veere, voor 810 gl. aan Teunis van Dosser, mr. schiptimmerman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Boom, staande tussen het huis van Jacob van Steenwijck en dat van Herman Pelckman.]

Cornelis Ouboter 1-11

[10 juni 1695: Herman Pelckman, bierdrager en burger van Dordrecht, als man van Marija Ouboter, enerzijds, en Cornelia Ouboter, vrouw van Frans de Riedt, tegenwoordig op zee zijnde, en Arijen van den Bergh, mr.-kleermaker, beiden als procuratie hebbende van Frans van Riedt, gepasseerd voor notaris F. Beudt op 11 okt. 1694, allen mede-erfgenamen van wijlen Tanneken Canin, weduwe van Adriaan Jaspersz. van den Bergh, hun grootmoeder van moederszijde, samen anderzijds, hebben een overeenkomst gesloten aangaande de goederen, die zij hebben geërfd van Tanneken Canin en die hun moeder zaliger, Cornelia van den Bergh, in vruchtgebruik heeft gehad, t.w. dat Herman Pelckman, als man van Marija Ouboter, in eigendom zal behouden, voor een bedrag van 1270 gl.,een huis tegenover het Torenstraatje op de hoek van de straat naar de opgang van de Boom, staande tussen die straat en het huis van kapitein Walbeeck, met het huisje en twee kamers daarachter, strekkende tot de grutmolen van kapitein Walbeeck. Cornelia Ouboter is daarvoor gecompenseerd met andere goederen, effecten en contante gelden. Herman Pelckman is schuldig aan Corstiaan van de Graaff een bedrag van 800 gl. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 49v e.v.)]

den hoek omme, naar den Boom toe

den grutmolen van kapitein Walbeek 1-17-8

een huis van dito 0-17-12

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 11v: op 5 febr. 1675 verkopen de notarissen Hellu en Van der Hoop, als gemachtigden van het Gerecht van Dordrecht, voor 650 gl. aan Steven Michielsz. van Oosterwijck een huis “in het afgaan van de Boom”, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Snel en dat van de weduwe van Jan Reijniersz. van Meulevelt. Het huis is laatst eigendom geweest van Jan Fransz. van der Boeff.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 32v e.v.: op 10 mei 1679 verkoopt Steven Michielsz. brouwersknecht voor 600 gl. aan Anthonij Walbeeck, grutter en burger van Dordrecht, een huis in het opgaan van de Boom, genaamd “den Hollantschen Tuijn”, staande tussen het huis van de koper en het huis van de weduwe van Jan Reijniersz. van Meulevelt.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 130 e.v.: op 9 juli 1680 verkopen Laurens de Jongh zeilmaker en Elisabeth de Jongh, burgers van Dordrecht, als erfgenamen van Judick Wiltens, weduwe van Pieter Jansz. zeilmaker, hun grootmoeder, voor 900 gl. aan Anthonij Walbeeck, grutter en burger van Dordrecht, een huis, staande aan het “wipken” bij de Boom, vanouds genaamd “den Sampson”, belend door het huis van de koper aan de ene en het huis van de weduwe van Jan Huijbertsz. den Baes aan de andere zijde.]

de weduwe van Jan Huibertsz. Baas 0-17

de weduwe van Jacob Snel 0-14

[ORA Dordrecht inv. 1631, f.92v e.v.: op 27 april 1688 verkoopt Claessie Claesdr. Borst, weduwe van Jan Jacobsz. Snel, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan de neef van haar man, Jacob Theunisz. Snel, een huis op de kade bij het Blauwe Bolwerk, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Huijbertsz. de Baes en dat van de vrouw van Gerard van Eijsden.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 2 e.v.: op 16 jan. 1697 verkoopt Jacob Jansz. Snell, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Claasje Claasdr. Borst, weduwe van Jan Jacobsz. Snell, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de kade bij het Blauwe Bolwerk, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Huijbertsz. Baes en dat van de vrouw van Gerard van Eijsden. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 400 gl.]

Hendrik Schul 0-12

f. 49v

Arijen Kool 0-12

Krijn Koremans 0-13-8

Jan de Harder 0-19-8

Vaster de Ram 0-13-12

de weduwe van Jan Baas 0-14

Steven Madekker 0-13-8

Huijbert Joosten van Cappel 0-18

Jan de Harder 0-16-8

de weduwe Sam 1-10

Cornelis Sam 1-10

f. 50

Seger Voorhoff 1-7

Roeland Jorisz. Milt 1-5

[9 mrt. 1671: Elizabeth Hendericx, de vrouw van Joris Roelantsz., schipper en burger van Dordrecht, verhuurt voor 140 gl. per jaar aanRuben Elias, Joods koopman, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Aelbert Hoogeveen en dat van Teunis Oudeman. (ONA Dordrecht inv. 319, f. 261)

ONA Dordrecht inv. 216, f. 24: op 31 jan. 1676 verhuurt Joris Roelantsz., Londenvaarder en burger van Dordrecht, voor 136 gl. per jaar aan Johan Mosterdijck, commies ter recherche van de konvooien en licenten te Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis van Aelbrecht van Hoogeveen en dat van Thonis Oudeman.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 111v: op 25 juli 1690 verkoopt Joris Roelantsz. Millaer, burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Roelant Jorisz. Millaer, burger te Londen, een huis op de Boom, vanouds genaamd “den Tooren”, staande tussen het huis van Theunis Oudeman en dat van de erfgenamen van Van Hoogeveen.]

Cornelis Teunisz. Oudeman 1-7

de erfgenamen van Jacob Jansz. Kuijter 1-7

[I. Jacob Jansz. (Kuijter), trouwde Maeijken Aerentsdr.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 8: op 22 febr. 1691 verkopen Arent Kuijter en Bartholomeus van der Star, als echtgenoot van Elsje Kuijter, beiden burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Jacob Jansz. Kuijter, voor 350 gl. aan Matthijs van Wangh, meester kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande voor bij het Hoefijzerpoortje tussen het huis van Thomas Hendriksz. Wittingh en dat van Herman Coomans.

Kinderen (o.a.):

a. Arent Kuijter, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1656, volgt II

b. Elske Kuijter, gedoopt NG Dordrecht 12 dec. 1661, trouwde NG Dordrecht Bartholomeus van der Star (cf. f.48)

II.Arent Kuijter, gedoopt NG Dordrecht 20 mrt. 1656, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1678), koperslager, trouwde NG Dordrecht 6/20 nov. 1678 Ida Rijckenborgh, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1678)

ORA Dordrecht inv. 815, f. 72: op 4 nov. 1727 verkoopt Lambert Kuijter, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en vervangende zijn broer, Roeland Kuijter, en tevens als procuratie hebbende van zijn zusters en broer, Maaijke, Dirkje, Anna en Arend Kuijter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen IJda Reijkenburgh, weduwe van Arent Kuijter, koopman te Dordrecht, voor 610 gl. aan Govert van Herbergen, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Clock en dat van Bartholomeus van Aarde.]

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maeijcken Kuijter, 19 juni 1679

b. Roeland Kuijter, 5 mrt. 1681, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1709), koopman te Dordrecht,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 nov. 1731 (Roelant Kuijter, bij de Lange Houten Brug, met drie koetsen extra, laat een kind na, eerste boete),trouwde Gerecht/NG Dordrecht15/29 sept. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader) Margarita Staelsmit, gedoopt NG Dordrecht 4 okt. 1683, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Nieuwpoortje (1709), overleden Dordrecht 7 april 1752, dochter van Govert Staelsmith en Metje van Rijnen, trouwde 2e 2 mrt. 1738 Gijsbert de Lengh, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1678, stichter van de Lenghenhof te Dordrecht, overleden Dordrecht 7 dec. 1755, begraven 11 dec. 1755, zoon van Matthijs de Lengh en Elisabeth Gijsbertsdr. Boon.

Kinderen:

b-1. Maria Metta, gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1712

b-2. Ida, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1715

c. Lambert Kuijter, 9 juni 1683, volgt III

d. Arent Kuijter, geboren naar schatting ca. 1685

e. Dirksje Kuijter, 11 juli 1689

f. Jacob, 18 okt. 1692

g. Anna Kuijter, 3 nov. 1693

h. Johannes, 27 juli 1696

i. Ida, 27 juli 1699

III. Lambert Kuijter, gedoopt NG Dordrecht 9 juni 1683, jongman koopman te Dordrecht (1718), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 nov. 1718 (ondertrouw, volgensattestatie van ondertrouw van predikant Mulheijm uit Keulen dd 21 nov. 1718, op 11 dec. 1718 attestatie gegeven) Catharina Judith Claessen, geboren naar schatting ca. 1690, jonge dochter te Keulen (1718):

Kinderen (allen NG gedooptte Dordrecht):

a. Arent, 27 nov. 1719

b. Anna, 1 nov. 1720

c. Johannes Kuijter, 10 sept. 1723, OSP, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 febr. 1743 (Johannis Kuijter, minderjarige zoon van Lambert Kuijter, bij de Roobrug, de ouders leven, met twee koetsen extra)

d. Barbara, 20 febr. 1726

e. Johanna, 21 aug. 1727

f. Roeland, 28 dec. 1728

g. Jacobus, 20 okt. 1731]

de weduwe van de heer Alexander de Hoog [chirurgijn] 1-7

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 sept. 1692: een zwarte baar voor kapitein Alexander de Hoogh, chirurgijn, uit de Veertigen, op de Boom.]

deselve 1-10

De Regenten en Regentessen van het Sacraments Gasthuis te Dordrecht, door C. Bisschop (1671). Alexander de Hooch staat geheel rechts. Hij leidt een zieke man binnen.

Willem van der Lip[beenhakker] 0-18

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 34v e.v.: op 16 juni 1691 verkoopt mr. Johan Halling, uit de Oudraad van Dordrecht, als administrateur van de boedel van Cornelia Repelaer, weduwe van mr. Ocker Baen, voor 1425 gl. aan Willem van der Lip, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen de uitgang en poort van het grote huis van voornoemde boedel en het Vlaems Bolwerck. Koper is schuldig aan Johannes van der Horst een somma van 1400 gl.]

de erfgenamen van de heer Abraham Sam 0-13-8

[ORA Dordrecht inv. 1644, f. 27 e.v.: op 9 mei 1711 verkoopt Abraham Sam, houtkoper te Rotterdam, voor 3600 gl. aan Jan Engelen van Tiel, tapper te Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis, dat heeft toebehoord aan Jan den Bont, en het huis van Johannis Boonen, mr. zeilmaker.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 34 e.v.: op 9 mei 1711 verklaart Jan Engelen, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catarina van Esch, weduwe van Henricus Franken, predikant te Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis op de Boom, staande tussen het huis van Jan Boonen en “de ingang van de boom”, alsmede een visstal op de Grote Vismarkt.]

deselve 0-13-8

’t agterhuijs van kapitein Walbeek 1-4

f. 50v

Weer op de Voorstraat [Riedijk]

Pieter Knog [wijnkoper] 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 39 e.v.: op 9 juli 1689 verkoopt Jan van der Meer, grutter en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Aernout Lacroij, voor 2600 gl. aan Pieter Knogh, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis [op de Riedijk], staande tussen de Boomstraat en het huis van Anthonij Walbeeck. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1800 gl.]

kapitein Antonij Walbeek 2-0

[NG trouwboek Dordrecht 28 okt. 1691: Anthonij Walbeeck koopman weduwnaar wonende omtrent de Boom en Henrica Dibbetz jonge dochter van ‘s-Gravendeel wonende in het Steegoversloot]

Govert Leniers[ zeilmaker] 1-13

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 107v: op 3 juli 1688 verkopen Isaack Canijn en Willem van Housen, kooplieden te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Govert Leijniers, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Boom naar het Nieuwpoortje, vanouds genaamd “den Wildeman”, staande tussen het huis van thesaurier Hugo Baen en dat van Anthonij Walbeeck. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1200 gl.]

Jannetta Baan 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 87 e.v.: op 4 mrt. 1692

verkoopt mr. Johan Hallingh, lid van de Oudraad van Dordrecht, als administrateur van de boedel van Cornelia Repelaer, weduwe van mr. Ocker Baen, aan voor 2000 gl. Jannetta Baen, meerderjarige ongehuwde persoon, huis op de Riedijk omtrent het Melkpoortje, tussen het huis, dat laatst bewoond werd door Adriaen Baen kamerbewaarder, en het huis van Govert Leijniers.]

Govert van Leusden 2-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 87v e.v.: op 4 mrt. 1692

verkopen Adriaen Baen, kamerbewaarder te Dordrecht, Jannetta Baen, meerderjarige ongehuwde persoon, Josin Lydius, weduwe van Thomas Baen, predikant te Heinenoord, als moeder en voogdes van haar minderjarige zoon, bij haar verwekt door Thomas Baen, Johan Bos, bakker en burger van Dordrecht, als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Commerijna Baen, en Adriaen Bos, meerderjarige zoon van Commerijna Baen, voor 2950 gl.aan Gijsbert Otten van Leusden, grutter en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwpoort, staande tussen het huis van Jannetta Baen dat van Joris Roelantsz. Melaert, op voorwaarde, dat “gemortificeert” en teniet gedaan zal worden het recht en de vrijdom, die het huis heeft over de plaats van het huis van wijlen Hugo Baen, op diezelfde dag overgedragen aan Jannetta Baen, alsmede het recht, dat het huis van wijlen Hugo Baen heeft op het erf van het verkochte huis wegens het omkeren van een paard. Koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl.]

Joris Roelandsz. Milt [Millaer, Miller, Londenvaarder] 1-7-8

De grafzerk van Joris Roelantsz. Millar Londenvaarder in de Nieuwkerk te Dordrecht

de heer Gijsbert van Botland 2-2-8

[Gijsbrecht (Gijsbert) Abrahamsz. van Botland, gedoopt NG Dordrecht nov. 1609, jongman van Dordrecht, huidenvetter wonende bij het Nieuwpoortje (1633), trouwde NG Dordrecht 11 dec. 1633/4 jan. 1634 Catelina van Tegelberg, geboren naar schatting ca. 1610, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1633), dochter van Jan Dirksz. Tegelbergen en Sara de Bruijn]

David Hoffman 2-2-8

Joris Roelandsz. Mild 1-10

[ORA Dordrecht inv 1633, f. 84: op 12 febr. 1692

verklaart Joris Roelantsz. Millaer, Londenvaarder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Abram de Rat, koopman en burger van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende twee huizen, naast elkaar staande omtrenthet Nieuwpoortje tussen het huis van Jan Bos en dat van de erfgenamen van Gijsbert van Botlant.

Jan Bos bakker 2-3-4

f. 51

Het Melkpoortje.

Pieter Knog 1-7

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 71 e.v.: op 6 nov. 1691 verkoopt Adriaen Hagoort, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van de Camere Juditiële van Dordrecht, namens Jan Francken, oud-burgerkapitein te Dordrecht, voor 3750 gl. aan Pieter Knogh, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis, staande “op de cant van de reviere” naast het Nieuwpoortje, waar uithangt “de Drie Spaense Koopmans”, staande tussen de gang van het Nieuwpoortje en het huis van Arien Hoijman. De koper neemt te zijnen laste twee schuldbrieven van elk 1000 gl., die zijn gehypothekeerd op het voornoemde huis en daarna getransporteerd aan ds. Henricus Francken, predikant te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van voornoemde kapitein Jan Francken, voor zoveel aangaat de goederen, die de kinderen zijn aanbestorven uit de nalatenschap van Henderick Francken, veertigraad te Dordrecht.]

de weduwe [van Hendrick den] Hooijman 1-11

deselve 1-10

Maas van Kaan [grutter] 1-13-4

[NG trouwboek Dordrecht 14 mrt. 1683: Maas van Kaam jongman van Tiel wonende op de Boom en Janneke Wiggers jonge dochter van Bommel, getrouwd Puttershoek april 1683

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 27 e.v.: op 24 mei 1687 verkoopt Dingena Arijens, weduwe van Jop Jansz. Cuijter, burgeres van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Maes van Caem, grutter en burger van Dordrecht, een huis aan het Nieuwpoortje, waar uithangt “de Drije Zonnen”, staande tussen het huis van de weduwe van Hendrik den Hoijman en dat van Lambert van Bree.]

Lambert van Bree 1-10

[18 sept. 1704: Anna Pasgiers, vrouw van Lammert Dirxsz. van Bree, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man, verkoopt voor 575 gl. contant aan Govert Thomasz. Gravendijk, spekslager en viskoper te Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Nieuwpoortje, staande aan de waterzijde tussen de grutterij en het huis van Maes van Kaam en het huis van Pieter Koster. (ORA Dordrecht inv. 804, f. 133 e.v.)]

Pieter Koster [zwaardveger] 0-15

Joris Verleng [kuiper] 0-18-12

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 45: op 31 mei 1695 verkoopt Joris Verlengh, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 600 gl. contant aan Govert Gravendijck, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Melkpoortje, staande tussen het huis van de zwaardveger Coster en dat van Coen Caspersz.]

Koenraat Kaspersz. [glasmaker] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 31: op 11 juli 1685 verkopen Abraham van Gelinckhuijsen, burger van Dordrecht, voor de ene helft, en Damas van Slingelandt, rentmeester van het Arme-weeshuis te Dordrecht, geassisteerd met Arent van Neten, vader van het Arme-weeshuis, voor de andere helft, voor 950 gl. aan Coenraet Caspers, glasmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Thomas Hendricxsz. Wittingh en dat van Matthijs van Wangh. Het huis is eigendom geweest van Anneken Abrahams, laatst weduwe van Clement Wolffers.]

Arijen Cornelisz. 1-4

Hendrik de Ruijter 1-8-8

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 1 e.v.: op 11 jan. 1695 verkopen Adriaan Baan en Daniël van Veen, kamerbewaarder van het Gerecht te Dordrecht, als procuratie hebbende van Henderick de Ruijter, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Hans Smits te Rotterdam op 25 febr. 1694, voor 1100 gl. aan Dina Frans, weduwe van Henderick Pietersz. Smits, een huis op de Riedijk aan de rivierzijde, staande tussen het huis van Dirck van Doorn huistimmerman en dat van Matthijs van Wangh kleermaker. Het huis is belast met een hypotheek van 1000 gl. t.b.v. Adriaen Meijnaart, veertigraad te Dordrecht, waarvande koopster belooft800 gl. te haren laste te nemen.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 77v: op 4 okt. 1695 verkoopt Dijna Fransdr., weduwe van Henderick Pietersz. Smit, linnenwever, voor 900 gl. aan Joris Roelantsz. Miller, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk tegenover het huis van het Kleinschippersgilde, staande tussen het huis van Jacobus Caspersz. en dat van Matthijs van Wangen. Koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 800 gl. die Adriaan Mijnaart, veertigraad van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.]

f. 51v

Dirk van Doren 1-5

Herman Koomans 1-15

de tuin etc. van Job la Croij 1-7

Tomas Hend. Witting 0-10-8

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 110: op 20 mei 1692 verkoopt Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door de Kamer Judicieel tot het “beneficieren” van de goederen van Thomas Hendricksz. Wittingh, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Hendrick Tomasz. Wittingh, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Job Lacroij en dat van Arijen Sterck.]

denselven 0-18-8

Cornelis Willemsz.[schipper] 1-6-4

[ONA Dordrecht inv. 368: op 8 juni 1677 verleent Dirck Jansz., timmerman te Leiden, zoon en erfgenaam vanJan Dircxsz., in zijn leven arbeider en burger van Dordrecht, procuratie aan Ludolff van Hattem, loodgieter en burger van Dordrecht, om ten overstaan van schepenen van Dordrecht aan Cornelis Willemsz., schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, genaamd “de Sterre”, staande tussen de huizen van Thomas Hendricxsz. Wittingh.]

Steven Wolffertsz. 1-6-4

de weduwe Langloo 1-2-8

Marcus Pietersz. 1-1

f. 52

Mattijs van Wang [kleermaker] 1-1

[NG trouwboek Dordrecht 20 juni 1621: Lambrecht Mathijsz. drapenier jong gezel uit het Land van Luik wonende in de Mariënbornstraat en Susanneken Jan Albrechtsdr., van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat bij de rosmolen, getrouwd 11 juli 1621, sponsus testimonium de consens matris per fratrem.

(Susanna, dochter van Hans Albrechtsz., spellemacker, en Neelken Cornelisdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1596)

NG trouwboek Dordrecht 6 april 1636: Lambrecht Maththijsz. arbeider aan de straat [zakkendrager] weduwnaar uit het Land van Luik wonende in de Kolfstraat en Lijsbeth Jacobs weduwe van Hendrick Jansen wonende in de Stoofstraat, getrouwd 20 april 1636

Uit het eerste huwelijk (o.a.):

a. Mathijs van Wang, gedoopt NG Dordrecht nov. 1629

b. Janneke, gedoopt NG Dordrecht febr. 1635

NG trouwboek Dordrecht 8 mei 1650: Matthijs Lambrechtsz. van Wang kleermaker jongman van Dordrecht en Janneken Jans jonge dochter van Dordrecht beiden wonende bij de Boom, getrouwd 24 mei 1650.

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 17 okt. 1702: de vrouw van Matthijs van Wang op de Riedijk

Weeskamer Dordrecht inv. 110 (dodenregister), f. 93v, 17 okt. 1702: de vrouw van Matthijs van Wang op de Riedijk, sine bonis volgens verklaring van haar man

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 6 febr. 1703: Mattijs van Wangh op de Riedijk

Weeskamer Dordrecht inv. 110 (dodenregister), f. 95, 6 febr. 1703: Mattijs van Wang op de Riedijk, geen wezen [d.w.z. geen minderjarige erfgenamen]volgens verklaring van Anneken en Pieternella van Wangh, dochters van de overledene

Kinderen (o.a.):

a. Anneken van Wang, gedoopt NG Dordrecht 16 juni 1653, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1678), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 juni 1734 (Anna Matthijsdr. van Wangh, weduwe van Cornelis Timmers, in het Riedijkstraatje, laat kinderen na), trouwde NG Dordrecht 16 jan./4 febr. 1678Cornelis Anthonisz. Timmers, geboren ca. 1657,jongman van Cappel, schippersgast (1678), schipper (1687), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 13 nov. 1732 (Cornelis Timmers, in het Riedijkstraatje, laat kinderen na)

– 21 juli 1687: verklaring door o.a. Cornelis Anthonisz. Timmer, 30 jaar oud, gildebroeder van het Kleinschippersgilde te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 548)

-9 sept. 1700: Leendert Jacobsz. Cloosterman en Cornelis Timmeren, burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Poulus de Ruijter, wonende te Rotterdam, dat zij “geen andere functie bij de hand hebbe om haar kost te winnen als het vervoeren (jaar uijt, jaar in) van de houtvloten komende van Koblens, Wesel en andere plaatsen”. Timmeren tekent met “Cornelis Timmer”. (ONA Dordrecht inv. 639, akte 116, f. 333 e.v.)

– 2 nov. 1733: testeert voor notaris A. Cant Anneken Matijsdr. van Wang, weduwe van Cornelis Anthonisz. Timmer. Zij herroept haar eerdere testament, gepaseerd voor notaris J. de Caesteker te Dordrecht, en prelegateert aan haar dochter, Catrijntje Timmer,haar huisje in het Riedijkstraatje, zijnde het eerste huisje aan het bruggetje, staande naast het huisje, dat zij, testatrice, bewoont, alsmede haar bed, beddegoed, hemden en enige meubels. Aan haar andere dochter, Cornelia Timmer, prelegateert zij al haar kleren. Aan de kinderen van haar overleden zoon, Antonij Timmer, vermaakt zij de “blote” legitieme portie. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen Cornelia, Neeltje, Matthijs en Catrijntje Timmer, en de kinderen van haar overleden dochter Pieternelletje Timmer. Zij stelt Huijbert Kuijper, koopman, en Willem Booms, mr. zeilmaker te Dordrecht, aan tot voogden over haar minderjarige erfgenamen. De testratrice tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 806, akte 65, f. 280 e.v.)

b. Lambert van Wang, gedoopt NG Dordrecht 15 dec. 1655, kleermaker jongman van Dordrecht, wonende bij het Nieuwpoortje, trouwde NG Dordrecht 14/28 juli 1680 Lijsbeth van Dalen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat.

c. Pieternel van Wang, gedoopt NG Dordrecht 24 dec. 1666

ONA Dordrecht inv. 251, f. 49 e.v.: op 20 mrt. 1669 verkoopt Dirck Snep, burger van Dordrecht, als man van Maria van Dijck, dochter en erfgename van Bartholomeus van Dijck, voor 800 gl. aan Mathijs Lambrechtsz. van Wangh, mr. kleermaker, een huis op de Riedijk tegenover het Kleinschippersgildehuis, staande tussen het huis van Mathijs Staelsmith en dat van de weduwe van Clement de Boschmaecker. Van Wang tekent met een merkje.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 8: op 22 febr. 1691 verkopen Arent Kuijter en Bartholomeus van der Star, als echtgenoot van Elsje Kuijter, beiden burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Jacob Jansz. Kuijter, voor 350 gl. aan Matthijs van Wangh, meester kleermaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande voor bij het Hoefijzerpoortje tussen het huis van Thomas Hendriksz. Wittingh en dat van Herman Coomans.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 77v: op 4 okt. 1695 verkoopt Dijna Fransdr., weduwe van Henderick Pietersz. Smit, linnenwever, voor 900 gl. aan Joris Roelantsz. Miller, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk tegenover het huis van het Kleinschippersgilde, staande tussen het huis van Jacobus Caspersz. en dat van Matthijs van Wangen. Koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 800 gl. die Adriaan Mijnaart veertigraad van Dordrecht, op het huis sprekende heeft.

ORA Dordrecht inv. 800, f. 79 e.v.: op 5 okt. 1697 verkoopt Matthijs van Wangh, kleermaker en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan zijn schoonzoon, Cornelis Timmeren, schipper en burger van Dordrecht, een huisje op de Riedijk, staande tussen het huis van Herman Comans en dat van Jan Jansz. Jongbloet.]

Herman Koomans 0-18

[NG trouwboek Dordrecht 29 jan. 1645: Herman Coomans kleermaker jongman uit het Land van Gulik wonende bij de Munt en Marighen Pauwels van Bergambacht weduwe van Lubbert Cornelisz. wonende bij de Tolbrug, getrouwd 14 febr. 1645

NG trouwboek Dordrecht 10 sept. 1656: Herman Komans kaaskoper weduwnaar van Zittert wonende bij de Tolbrug en Martijntje Izaaks, van Dordrecht, weduwe van Cornelis Maertensz. lakenbereider wonende bij het Nieuwpoortje]

Willemde Bruijn 1-8

Maijken Claas 0-15

Hendrik Hosmaar 1-5

de weduwe Bourgenjon1-2-8

Catrina Jonas 1-5

Jacob Engelen 1-10

Frans van der Schaar 1-8

de weduwe van Jan A. Buurt 0-12

f. 52v

Simon Onder de Linde 1-10

de weduwe van Leendert Maartensz. 0-17

het huis de Swaan 3-12

de weduwe van Kasper Jacobsz. 1-12

de weduwe van Engel Hermansz. 1-8

N. Notemans 3-15-8

tweehuisjes van de commissaris Mouthaen 0-4

Jacob Engelen buiten de Riedijkspoort 1-10

De Riedijkspoort met rechts de Stadsherberg (ca. 1832; foto: Erfgoedcentrum DiEP).

het huis en de stal van Hend. van Baken 1-4

Volgt d’andere sijde vande Voorstraat [Riedijk] beginnende bij de Riedijcxe Poort

f. 53

Sr. [Johannes] Beijen [koopman] 1-16

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 37: op 4 sept. 1685 verkoopt Jan Jacobsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, als man van Adriaentgen Ariensdr. Honinck, voor 2500 gl. aan Johannes Bijen, koopman en burger van Dordrecht, een huis en stal op de Riedijk, genaamd “de Prins”, staande tussen het huis van Hendrick Rechters en ’s herenstraat.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 28 e.v.: op 3 mei 1695 verkoopt Johannes Beije, koopman en burger van Dordrecht, voor 50 gl. aan Cornelis Fransz. van der Kevie, een loodsje of opslag op de Riedijkse Vest, staande achter de stadsherberg.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 61v e.v.: op 27 juli 1695 verkoopt Johannes Beijen, koopman en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Henderick Welingh, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Riedijkspoort, genaamd “Prins Willem”, staande tussen het huis van de weduwe van Reijnier … [sic] en ’s herenstraat. Koper is schuldig aan verkoper 1400 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: op 17 febr. 1714 verklaart Jacobus Beijen, koopman te Dordrecht, als voogd van de kinderen, die zijn nagelaten doorJoh. Beijen, dat hij het huis ontslaat van het verband in deze brief vermeld, “behoudens sijn regres ten laste van d’wede. Hendrik Welingh omme ’t selve te repeteren als te rade werden sall”.]

Hendrik Regters 1-16

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 65v: op 2 aug. 1695 verkopen Pieter Derven, mr. landssmid, en zijn vrouw, Jenneke Constant, eerder weduwe van Reijnier van Nieuwerkerck, voor 1400 gl. aan Leendert Baesjouw mr. bakker en Dirck van Beaumont, beiden burgers van Dordrecht, een huis aan de Riedijk, staande tussen het huis van Henderick Weling en dat van de weduwe van Van Dorre.

ORA Dordrecht inv. 800, f. 70v e.v.: op 19 aug. 1697 verklaart Leendert Baesjouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Gilles Herrewijer, pondgaarder te Dordrecht, een bedrag van 400 gl., verbindende de helft van een huis aan de Riedijk, waarvan de wederhelft toekomt aan Dirck van Beaumont, staande tussen het huis van de weduwe Van Dorre en dat van Hendrick Welingh.]

de weduwe van Cornelis van Dorren 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1617, f. 134 e.v.: op 28 sept. 1658 verkoopt notaris Arent van Neten, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 600 gl. aan Cornelis Dircxsz. van Dorren een huis op de Riedijk, genaamd “de Hoop”, waar tegenwoordig uithangt “Antwerpen”, staande tussen het huis van Pieterken Arijensdr. en dat van de weduwe van Cornelis Thijssen.]

Jan Baas 1-4

Grietie Maartens 1-14

Jonas Lambertsz.[Heijcoop] 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 43 e.v.: op 11 okt. 1685 verkopen Arien Ariensz. Huijser en Berbera Jacobs *, echtelieden en burgers van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jonas Lambertsz. Heijcoop een huis op de Riedijk, waar uithangt “de stad Thiel”, staande tussen het huis “de Drie Musquetiers” en het huis “de Goude Kavel”. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 600 gl.

* 12 okt. 1655 (ondertrouw): Ariaen Adriaensz. Huijser, jongman van Zwijndrecht wonende aldaer, en Barbara Jacobs, van Aken, weduwe van Arent Arentsz. Borstel, wonende aan de Riedijk, procl. te Zwijndrecht, bescheid gegeven om op Zwijndrecht te trouwen (NG trouwboek Dordrecht)]

Ludolf Ludolfsz. van Hattum, gedoopt NG Dordrecht febr. 1641,viskoper en loodgieter, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 1 sept. 1701 (Ludolff van Hatthem, bij het Steegoversloot), trouwde NG Dordrecht 25 mei 1676 Margriet (Grietie) Ariensdr. Borstel (Bootsman), geboren naar schatting ca. 1650, dochter van Arent Arentsz. Borstel en Barbara Jacobs (Ruigendrager/Rouwendrager) [Zie De Ned. Leeuw1963, kol. 392]

9 woningen in de gang van Welsenes 2-0-8

Cristoffel Weijts 1-5-8

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 22v e.v.: op 21 mei 1670 verkoopt Laurens Pietersz. van Oosterhout, als man van Susanna Jansdr. Hul, enige dochter en erfgename van Jan Hul, voor 500 gl. aan Cristoffel Weijts, “distelateur” en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen Maerten Abramsz. Romeijn en de weduwe van Arent Borstelmaker. De koper is schuldig aan Maria Silverveer, weduwe van Jan Jacobsz. Reijn drager een somma van 300 gl.

ORA Dordrecht inv. 1627, f.: op 6 mei 1679 verklaren Christoffel Weijts en Anneken Stoffels, echtelieden en burgers van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Wijngaerden, ongehuwde persoon, een somma van 200 gl., verbindende een huis op de Riedijk, waar uithangt “de Drie Musquettiers”, staande tussen het huis van Maerten[Abrahamsz.] Romeijn en dat van Berber … [sic]

Van de Griend en Van Wessem 1-15

[22 mei 1674: Maerten Abrahamsz. Romeijn, burger van Dordrecht, verhuurt voor 120 gl. perjaaraan Leendert Baesjou, bakker te Dordrecht, een huis op de Riedijk, waarin de huurder al woont. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 168)

7 juni 1696: Bartholomeus van de Grient en Hermanus van Wessum, als erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romeijn, burgers van Dordrecht, verkopen aan Daniël Baasjouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 790 gl. een huis in de Voorstraat omtrent de Riedijkstraat, staande tussen het huis van kapitein Walbeecq en dat van Hans Jurrien. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 525 gl. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 147 e.v.)]

Anneken Teunis 1-11

f. 53v

Leendert Baasjou 1-10

Pieter Snel 0-14

Arijen Roelandsz. Milt 1-0

ORA Dordrecht inv. 1636, 166v e.v.: op 14 okt. 1697 verklaart schipper Joris Roelantsz., wonende te Dordrecht, dat hij aan zijn zoon Arij Jorisse, schipper van Dordrecht op Londen, geschonken heeft een huis met een kookhuis of vertrek daarachter, dat voordien apart is bewoond, waar uitgehangen heeft “het Huijs de Merwe”, “springende” in het Riedijkstraatje, staande op de Riedijk omtrent het Riedijkstraatje tussen het huis, waar uithangt “de Swarten Arent” en het huis, waar uithangt “den Stadhouder van’t Vaderland”.]

Joris Roelandsz. Milt 2-0

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 112: op 11 mei 1694 verkoopt Joris Roelantsz. Millaer, Londenvaarder en burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Hendrick van Noorden, koperenknoopmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Jan Pietersz. van de Lind cum socioen dat van verkoper.]

Tomas Hend. Witting 1-17-8

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 103 e.v.; op 23 juli 1686 verklaart Thomas Hendricxsz. Witting, mr. kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina Hermans een somma van 400 gl., verbindende een huis op de Riedijk, vanouds genaamd “de Oijevaer”, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. en dat van Hendrick Korthals.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 86v: op 4 mrt. 1692

verkoopt notaris Johan van der Hoop, die is gemachtigd tot het verkopen van de goederen van Thomas Hendricxsz. Wittingh, burger van Dordrecht, voor 800 gl.aan Jan Teunisz. Schipper, herbergier en burger van Dordrecht, en Jan Pietersz. van de Lind, wonende op Zwijndrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. en dat van Frans Teunisz.]

Frans Teunisz. Schipper 0-17-8

Matteus Warijn 2-8

Maarten Cornelisz. 0-17-8

de weduwe Langloo 1-16

Hend. Koebergen 1-13-12

Riedijk (febr. 2013)

f. 54

Abraham van Ratingen 2-4

Jan Halleman 1-2-8

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 145 e.v.: op 11 dec. 1692

verklaart Francina Cent, weduwe van Johannes Halleman de oude, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Johannes Langhswaert, zilversmid en burger van Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Abraham van Rattinge en dat van Matthijs van Cooten. Ds. Johannes Halleman de jonge, predikant te Berchum en Nistekooij [sic; = Nistelrode ?] in de Meierij van Den Bosch, verklaart in deze hypotheek te consenteren.]

Mattijs van Koten 1-8-8

denselven 1-8-8

Herman Brouwer 1-5

Mattijs van Koten 1-3-12

Jacob Caspersz. 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 52v: op 13 nov. 1683 verkoopt Theunis Caspersz., glasmaker en burger van Dordrecht, voor 290 gl. aan Trijntgen Coenen, weduwe van Casper Jacobsz., een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Jan Bellaert en dat van Barbara Jonas.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 47 e.v.: op 4 juni 1695 verkoopt Trijntje Coenen, weduwe van Casper Jacobsz., glasmaker en burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Adriaan Aertsz. Geus, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Jan Bellart en dat van de erfgenamen van Huijbert Bacx.]

Jan Bellaard 0-18-12

[Het gildehuis van het Kleinschippersgilde]

Gevelsteen van het Kleinschippersgildehuis (Riedijk)

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 68v e.v.: op 12 dec. 1687 verklaren Crijn Abrahamsz. Cop, Matthijs Pieters, Cornelis de Coninck en Aert Pietersz. Danser, burgers van Dordrecht, als dekens van het Kleinschippersgilde schuldig te zijn aan de stad Dordrecht een somma van 200 gl., die is aangewend er bekostiging van de materialen en het arbeidsloon wegens het repareren van het ingevallen dak van hun gildehuis, hetgeen is veroorzaakt door de harde winden, het omvallen van een zware schoorsteen, alsmede voor andere reparaties, die in verband daarmee moesten worden verricht. Zij verbinden voor de aflossing van deze schuld het genoemde gildehuis, dat staat op de Riedijk tegenover het Hoefijzerpoortje tussen het huis van Jan Bellaert en dat van Nicolaes Hechters, en alle overige goederen, die aan het Kleinschippersgilde toebehoren.]

Claas Hegters 1-5-12

f. 54v

Cornelis A. Dura [mr. kuiper] 1-0-8

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 48v: op 20 okt. 1689 verkopen Arij Fransz. van der Fuijck en Cornelis Hermansz. Monseur, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieter Baerthoutsz. de Sterck, voor 900 gl. aan Cornelis Dura, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Nicolaes Hegters en dat van Dirck Mutsert.]

Dirk Hendricxe Mutsert 0-11-4

Cornelis Jansz. Koene 0-17

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 1v: op 12 jan. 1683 verkoopt Johan Boogaert, koopman en burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Adriana en Elisabeth Boogaert, kinderen en erfgenamen van Maijken Jans, weduwe van Nivolaes Boogaert, voor 400 gl. aan Cornelis Jansz. Koen, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk omtrent het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Dirck Mutsaert en het huis van de koper.]

Jan Moes 0-12-4

Cornelis Jacobsz. 0-13-8

denselven 0-15

Maas van Kaan 1-11

Pieter van Wingerden 1-8

Job la Croij 2-8

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 73 e.v.: op 28 sept. 1701 verkopen mr. Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, Jacob van der Waijen, grietman van Hemelummer Oldevaart en Noordwolde etc., als man van Hebertina de Witt, mr. Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, vervangende zijn kinderen, door hem verwekt bij Elisabeth Teljaarde, mr. Pieter Brandwijk van Blockland, vrijheer van Blokland, vervangende zijn moeder, samen erfgenamen van Maria de Witt, in haar leven echtgenote van Arent Muijs van Holij, in zijn leven oud-burgmeester van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Job Lacrooij, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat [Riedijk] omtrent het Nieuwpoortje, genaamd “den Hoorn”, staande tussen het huis van Pieter van Wingerden en dat van Staas van Hoogstraten. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3000 gl.]

Staas van Hoogstraten 1-4

[NG trouwboek Dordrecht jan. 1669: Staats Ariensz. van Hooghstraten jongman van Dordrecht en Catharina Dirks weduwe van Ambrosius Cortoys wonende te Rotterdam, per schrijven van Rotterdam, 22 jan. 1669 bescheid gegeven om te Rotterdam te mogen trouwen]

f. 55

Claas Notemans 1-7

[Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 17 okt. 1709: Nicolaes Notemans bij het Nieuwpoortje

I. Jan Aartsz. Notemans, trouwde Grietje Cornelis

– 30 april 1652: Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, en Neeltje Cornelisdr., bejaarde, ongehuwde dochter, erfgenamen van Digna Claesz. Morlet, weduwe van Anthonij Hendricxsz. van Staebroeck, hun moeder, verkopen aan Pieter Jansz. Schram, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Boom, genaamd “Delfshaven”, staande tussen Govert van der Staf en Govert van Wessem. Waarborg: Cornelis Notemans, burger van Dordrecht. Koper verkoopt aan Steven Blonck een jaarlijkse losrente van 75 gl. op voornoemd huis. (ORA 778, f. 101)

ORA Dordrecht inv. 799, f. 145 e.v.: op 7 juni 1696 verklaren Maeijcke Claas, weduwe van Cornelis Notemans, Claas Notemans, Hendrick Notemans, Crijn de Meijer, als man van Antonia Notemans, en Hendrick Notemans en Crijn de Meijer nog als voogden van de kinderen van Johannes Notemans, resp. schoondochter en kleinkinderen van Grietje Cornelis, die weduwe was van Jan Aartsz. Notemans, tevens vervangende Neeltje Claas, weduwe van Claas Jansz. Notemans, schuldig te zijn aan Cornelis Noteman [sic] de Jonge een bedrag van 200 gl., verbindende een huis tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, staande tussen het huis van Staas van Hoogstraten en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Adriaan de Haan, en voorts een huis, bestaande uit vier woningen, staande in deWijngaardstraat tussen het huis van Marinus Marinusz.en dat van de weduwe van Jan Willemsz., een huisje in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van de weduwe Van Nuijssenburgh en de weduwe van Johannes van Stabroeck, en tenslotte nog een huisje in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Claas Bont en de mouterij van Gerrit van Eijsden.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 51 e.v.: op 21 mei 1711 verklaart Cornelis Swartwater, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Cornelia Danen, weduwe van Johannes Bonten, een somma van 200 gl., verbindende een huis bij het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Staas van Hoogstraten en dat van Adriaen de Haen.

Kinderen (o.a.):

a. Cornelis Jansz. Notemans, geboren naar schatting ca. 1620, volgt IIa

b. Claas Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht dec. 1623, volgt IIb

IIa. Cornelis Jansz. Notemans, geborennaar schatting ca. 1620, jongman van Dordrecht, twijnder, wonende bij de Boom (1644),trouwde NG Dordrecht 24 jan. 1644 (ondertrouw)Maeijke Claes, jonge dochter van Klaaswaal, wonende in het Dolhuisstraatje (1644)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jannette, sept. 1644

b. Theuntje, juli 1647

c. Johannes, 12 okt. 1648

d. Digna, 3 okt. 1653

e. Margrietge, 28 jan. 1656

f. Antonia, 9 mei 1657

g. Nicolaas, 12 juni 1661

h. Cornelis, 17 sept. 1663

IIb. Claas Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht dec. 1623, jongman van Dordrecht, schrijnwerker, wonende bij de Boom (1647), trouwde NG Dordrecht 19 mei 1647 (ondertrouw) Neeltje Claas, jonge dochter van Klaaswaal, wonende bij de Boom (1647)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Teunken, 15 dec. 1649

b. Johannes, 12 dec. 1650

c. Tonia, 3 febr. 1653

d. Nicolaas, 19 febr. 1655

e. Henrick Noteman, 16 april 1657, beeldhouwer, houtsnijder (zie de pagina Huiseigenaren te Dordrecht ca. 1730 op deze website)

f. Margrietge, 6 juli 1659]

Cornelis Notemans 1-2

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 146 e.v.: op 7 juni 1696 verkoopt Marijcke Claas, weduwe van Cornelis Noteman, mr. twijnder te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Adriaan de Haan, mr. twijnder te Dordrecht, het huis, waarin zij woont, staande op de Riedijk tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, belend door het huis van juffrouw Schijvelbergh aan de ene zijde en dat van Grietje Cornelis aan de andere. Waarborg: Cornelis Noteman de Jonge. De koper is schuldig aan Cornelis Notemans, blokmaker en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.]

mevr. Brandwijk 1-5-8

Govert Staal-smit [spoormaker] 1-8

[NG trouwboek Dordrecht 4 febr. 1680: Govert Stael-smidt spoormaker jongman wonende aan de Riedijk en Metje van Rijnen jonge dochter wonende in de Kannenkopersbuurt, beiden van Dordrecht, getrouwd 20 febr. 1680

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 22 mei 1717: Govert Stael Smidt bij het Nieuwpoortje, 2 koetsen boven het getal]

de weduwe van Jan Bos 1-11

Dirk Smits 1-8

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 35: op 10 mei 1695 verkoopt Jan van Botlant, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirck Hendricksz. Smits, hoedenverkoper en burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Pieter van den Burgh, een huis omtrent Torenstraat bij de Boomstraat, staande tussen het huis van Jan Adriaensz. Bos en dat van Hendrick Verlou.]

Hendrik Verlou 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 90 e.v.: op 24 april 1688 verkoopt Claudius Lormier, als man van Yda Blonck, enige erfgename van Wouter Blonck, haar broer, in zijn leven veertigraad van Dordrecht, voor 1480 gl. een huis in de Voorstraat, staande tussen de Torenstraat en het huis van Dirck Hendricxsz. Smith. De koper is schuldig aan Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een somma van 1000 gl.]

[De Torenstraat.]

Frans Meijs 0-8

Adriaan van Wageningen 1-11-8

Laurens Denijsz. Mutsart [mr. timmerman] 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 98 e.v.: op 11 mei 1688 verkopen Pieter Baerthoutsz. de Sterck en ArijenFransz. Fuijck, als executeurs-testamentair van Janneken Jacobsdr. Bosschaert, voor 1550 gl. aan Laurens Mutsaert, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “het Vergult Comptoir”, staande in de Oude Houttuin omtrent de Torenstraat tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus van Bracht en dat van Adriaen van Wageningen, met nog een huisje, dat staat op het erf van het grote huis naast het huis van Adriaen van Wageningen, alsmede een huisje in de Wijngaardstraat, staande achter de uitgang van het huis “het Vergult Comptoir”. De koper is schuldig aan Johanna de Vries een somma van 1200 gl.]

f. 55v

kapitein Gerard Castendijk [koopman] 2-8-12

[I. Aelbert Castendijck, jongman van Bree wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1639), glasmaker,trouwde NG Dordrecht17/31 juli 1637(debet test. parentum) Elizabeth Tielmans, uit het Land van Gulik wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde, weduwe van Mels Verhagen (1641)

Kinderen:

a. Rebecca Castendijk, gedoopt NG Dordrecht febr. 1641, trouwde NG Dordrecht 19 jan. 1676 Martinus Vermeulen

b. Reinier Castendijk, gedoopt NG Dordrecht juni 1642

c. Gerrit (Gerard) Castendijk, geboren Dordrecht naar schatting ca. 1645, volgt II

II. Gerrit (Gerard) Castendijk, geboren Dordrecht naar schatting ca. 1645,jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1667), twijnder, trouwde NG Dordrecht 15/28 mei 1667 Jannichie Wiltens, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Visstraat (1667)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht)

a. Elisabeth, 7 mrt. 1668

b. Aelbrecht, 17 april 1669

c. Isaac Castendijk, 27 juli 1671

d. Lucia Elisabeth Castendijk, 13 aug. 1677

e. Johannes Castendijk, 16 aug. 1679

f. Gerhard Castendijk, 19 sept. 1681

f. Margrita Castendijk, 19 aug. 1686

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 74v e.v.: op 28 jan. 1688 verklaart Clara van Belle, weduwe van Bartholomeus van Bracht lakenkoper, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina de Meijer een bedrag van 700 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Torenstraat, genaamd “Pauwesteijn”, staande tussen het huis van Claes de Haen bakker en dat van Pieter de Stercke.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 103v e.v.: op 30 april 1692 verkoopt Clara van Bellen, weduwe van Bartholomeus van Bracht, burgeres van Dordrecht, voor 1950 gl. aan kapitein Gerard Castendijck, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Abraham Claesz. de Haen en dat van Aert Mutsaert timmerman.

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 122 e.v.: op 15 mrt. 1753 verkopen Johan en Gerard Castendijk, kooplieden te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun zusters Lucia en Margarita Castendijk, samen erfgenamen ab intestato van hun broer Isaacq Castendijk, die in Dordrecht is overleden, voor 2200 gl. aan Jan de Haan, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, vanouds genaamd “Paauwesteijn”, staande tussen het pakhuis van Agnes van Wessem, weduwe van Jan de Rave, en het huis genaamd “het Gulden Comptoir”, met het achterhuis daarnaast, staande in de Wijngaardstraat.]

Klaas de Haan [bakker] 1-8-12

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 70v e.v.: op 10 sept. 1695 verklaart Nicolaas de Haan, mr. bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anthonia Cools, vrouwe van de Lindt, weduwe van mr. Cornelis de Bevere, heer van De Lindt, een somma van 800 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Van Wessum en dat van de weduwe Carstendijck.]

De Voorstraat bij de Nieuwkerkstraat (april 2013)

Cornelis van Wessem [koopman] 2-8

[NG trouwboek Dordrecht 21 mrt. 1655 (ondertrouw): Cornelis van Wessum [van Wessem] jongman van Dordrecht wonende bij de Boom en Neesje Aertsdr. van Op Sand [van Sant] jonge dochter van Gorinchem wonende aldaar

ORA Dordrecht inv. 1628, f. 61v e.v.: op 12 nov. 1681 verkoopt Anneken de Hulter, weduwe van Crijn Ariensz. Buijrt, burgeres van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Cornelis van Wessem, koopman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwkerkstraat, waar uithangt “deDrie Orange Appelen”, staande tussen het huis van Wouter Blonck en dat van Claes de Haen bakker. De koper is schuldig aan de verkoopster een bedrag van 2000 gl.

Aarnold van Wessem [koopman] 2-2

[2 juni 1671: Johan Aertsz. de Gelder, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter, Cornelis en Sijmon de Ras, mondige zoons van wijlen Huijbrecht de Ras en Adriana de Lotteringh, beiden overleden te Dordrecht, verkopen voor 2500 gl.aan Steven Blonck, koopman en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen de weduwe van Crijn Ariensz. Buijr en de kinderen en erfgenamen van Herman Oom. (ORA Dordrecht inv. 1623, f. 104v)

Steven Blonck, trouwde NG Dordrecht 25 okt. 1654 Rachel Leijners

Kind:

a. Ida Blonck, gedoopt NG Dordrecht 28 dec. 1657, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1678), trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 18 dec.1678/1 jan.1679 Claude Lormier, jongman van Leiden wonende in ‘s-Gravenhage (1678)

4 okt. 1691: Adriaen van de Schepper, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Glaude de Lormier pagadoor [betaalmeester] generaal van ’s lands militie, volgens akte gepasseerd ten overstaan van notaris G. Beeckman in Den Haag op 19 sept. 1691, verkoopt voor 2600 gl. aan kapitein Cornelis van Wessem, koopman te Dordrecht, een huis [in de Voorstraat]bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van juffrouw Catarina van den Steen. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1800 gl. (ORA Dordrecht inv. 1633, f. 65v e.v.)

ORA Dordrecht inv. 799, f. 9 e.v.: op 2 mrt. 1695 verkoopt Aarnout van Wessum, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nijsjen van Sant, weduwe van Cornelis van Wessum, voor 1600 gl. aan Martinus van Wessum, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, staande tussen het huis van Nijsjen van Sant en dat van de erfgenamen van juffrouw Van den Steen. De koopvoorwaarden, die zijn gepasseerd voor notaris E. Venlo te Dordrecht op 12 febr. 1695, houden onder meer in, dat de comparant een heining zal moeten laten maken, “gelijcx de goot, agter de galderij” van het huis van Nijsjen van Sant, en dat het erf achter het huis van de koper, alsmede het “someren koockhuijs” met de gang, die uitkomt in de Wijngaardstraat, eigendom zullen blijven van de verkoopster. De koper is schuldig aan Aarnout van Wessum een bedrag van 1000 gl. In margine: Martinus van Wessum toont op 22 dec. 1717 de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is afbetaald.

ORA Dordrecht inv. 812, f. 26: op 7 april 1718 verkoopt Martin van Wessum, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Aarnold van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de heer Van Wesel.]

Catarijna van den Steen 2-12

[ORA Dordrecht inv. 1645, f. 52 e.v.: op 23 sept. 1713 transporteert Johan van Herf, “makelaar ter beurse”, als procuratie hebbende van Maria Johanna van den Steen, weduwe van Pieter Jacques van Heijdenrijck, raadsheer in de Grote Raad te Mechelen, aan Damas van Wesell, ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Bergen op Zoom, een huis met voor- en achterhuis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, zijnde het tweede huis vanlaatst

genoemde straat, vanouds genaamd “de Gulden Hoorn” [namen van belenders niet vermeld], strekkende voor van de Voorstraat tot achter met eenvrije uitgang inde Wijngaardstraat. De koopsom bedraagt 1300 gl.]

de erfgenamen van juffr. Van Slingeland 2-2-8

deselve 2-19

de weduwe van Frans Beut 1-0

Cornelis de Zantman 2-1-8

Abraham Targier 2-12-8

[28 aug. 1657: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Isaack Nachtegael en zijn vrouw Anna Palm, gewoond hebbende te Dordrecht, beiden overleden. Tot de nalatenschap behoort o.a. een huis met brouwerij, genaamd “den Eenhoorn”, staande [bij] de Nieuwkerkstraat tussen Marinus van der Lisse en Jan Mattheeusz. van Beverwijck. (ONA 195, f. 94 e.v.)

7 sept. 1657: voorwaarden, waarop Johan Palm en dr. Johan de Jongh, als voogden over de weeskinderen van Isaack Nachtegaal en Anna Palms, beiden overleden, willen verkopen een huis met een brouwerij, genaamd “den Eenhoorn”, staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen Marinus van der Lisse en Jan Mattheusz. van Beverwijck. Het huis en de brouwerij worden op een openbare verkoping voor 12.620 gl. verkocht aan kapitein Gillis van Hemert en Geerit van Beaumont. (ONA 178, f. 181 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 49 e.v.: op 11 sept. 1675 compareren voor schepenen van Dordrecht Jochem van Loon, leerkoper, Abraham van Loon, mr. schoenmaker, beiden burgers van Dordrecht, en Jochem Vremt, winkelier en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maeijcken Jochems, weduwe van Geerit Vremt, Willem Sijbertsz., als man Susanneken van Gent, Joachum van Gent en Bartholomeus van Gent, kinderen van wijlen Jan Jochumsz. van Gent, voor zichzelf en tevens vervangende Sara en Jan van Gent, hun zuster en broer, allen wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Loosdrecht te Amsterdam op 25 mrt. 1675, samen met Abraham Targier, als man van Elijsabeth Jochums, erfgenamen van Jacomina Jochums., hun zuster resp. tante,die is overleden te Dordrecht.Zij verklaren, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Jacomina Jochums, aan Abraham Targier nomine uxoris is toegevallen een huis in de Oude Houttuin, waarin Jacomina is oeverleden, met de achterwoning daartoe behorende, van achteren uitkomende in de Wijngaardstraat. Het huis en achterwoning zijn belast met een kapitaal van 2800 gl., welke juffrouw Teruwe op het huis sprekende heeft. Abraham Targier belooft deze schuld te zijnen laste te nemen.

ORA Dordrecht inv. 1632 (nieuw), f. 96v e.v.: op 20 mei 1690 verkopen Cornelis Ouboter en Adriaen Kuijter, burgers van Dordrecht, voor 3900 gl. aan Abraham Tergier, zeepzieder en burger van Dordrecht, een huis, vanouds geweest brouwerij “den Eenhoorn” en thans zeepziederij “den Hamer”, staande in de Oude Houttuin bij de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Pieter Gront ijzerkoper, de Nieuwkerkstraat en het pakhuis van de weduwe van Willem van Housen aan de ene zijde en het huis van Jan Gront bakker en dat van de weduwe van Willem van Housen aan de andere zijde. Het huis komt van achteren uit in Wijngaardstraat. De koper is schuldig aan Elisabeth Boogers een somma van 1000 gl.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 5: op 25 jan. 1691 verklaart Abraham Tergier, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Ariaentje Claes, bejaarde ongehuwde dochter, een somma van 2000 gl., verbindende een huis bij de Nieuwkerkstraat, vanouds genaamd “den Eenhoorn”, thans gebruikt als zeepziederij, staande tussen het huis van Pieter Gront bakker en dat van Pieter Gront ijzerkoper. Compareert mede Elisabeth van Gent, weduwe van Abraham Tergier, die zich borg stelt voor deze schuld.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 70v: op 21 mei 1699 verkoopt notaris Samuel de Moraaz, als curator over de boedel van Abram Targier, gewezen zeepzieder te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Bartholomeus Targier, Salomon Bosgagie, als man van Tanneke Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tielman van Terneij, en Catarina Targier, “bejaarde ongehuwde dochter”, allen broeders en zusters, wonende te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Eenhoorn”, thans ingericht als zeepziederij, staande omtrent de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Pieter Gront bakker en dat van Cornelis Huijsman. De kopers betalen middels het overnemen van een schepenenschuldbrief, die op 23 jan. 1691 door Abraham Targier is gepasseerd ten behoeve van Adriana Claas.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 119v e.v.: op 29 juli 1704 verkopen Salomon Bosgasij grutter, Angenita Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, en Sara Targier,laatst

weduwe van Tielman van Ternij, tevens zich sterk makende voor de overige belanghebbenden, voor 1050 gl. aan Francois Mutsert, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwkerkstraat, waar uithangt “de Seeperij van den Hamer”, met de zeepziederij erachter staande en liggende, staande tussen het huis van Fredrick Gront mr. bakker en dat van Cornelis Huijsman. De koper is schuldig aan Anna Ranck, weduwe van Krijn Marijnisz. van Duijffland, een somma van 1000 gl.]

f. 56

Joannes Grond 1-4

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 95v e.v.: op 4 mei 1688 verkoopt Catharina van Beverwijck, weduwe van burgemeester Johan van Mewen, als erfgename van Jan Mattheeusz. van Beverwijck, voor 1790 gl. aan Jan Pietersz. Gront, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Job Jansz. Cuijter en dat van Huijbert Joosten van Cappel. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1500 gl.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 138 e.v.: op 17 aug. 1694 verkoopt Johannes Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, voor 1790 gl. aan Fredrick Gront, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Huijbert Joosten van Cappel en het huis en de zeepziederij van Abram Targier. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1790 gl. In margine: Jacobus de Vos, zilversmid, toont de orginele brief met de kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuldig volledig is voldaan aan Magdalena Kool, weduwe van Johannes Gront. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 6 jan. 1723.]

Niclaas van Cappel 0-18

Krijn Marijnisz. [schipper] 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 70v e.v., akte dd 6 nov. 1679: Vaserius de Vasmar van Elckinghuijsen en zijn vrouw Christina van Eemont, inwoners van Heusden, verkopen voor 1250 gl. aan Crijn Marinusz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, genaamd “Nantis”, staande tussen het huis van Leendert van Orten en dat van de weduwe van Claes Jansz. brouwer.]

de weduwe van Willem van Housen 2-14

[Genealogie:

I. Leendert van Orten Thomasz., jongman van Dordrecht wonende bij het Nieuwpoortje (1631), trouwde NG Dordrecht 23 nov. 1631 (ondertrouw) Hester Verhouteren, jonge dochter van Heusden en ald. wonende (1631)

Kind:

a. Anna van Orten, geboren naar schatting ca. 1645, volgt II

II. Anna van Orten, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuin (1673),trouwde NG Dordrecht 7/23 mei 1673 Willem van Housen, jongman van Emmerich wonende in de Houttuin (1673), koopman

Kind:

III. Hester van Hoesden, gedoopt NG Dordrecht 16 jan 1675, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/19 dec. 1694 (de bruidegom volgens consent van zijn broer en voogd Martijnus van der Pijpen, de bruid volgens consent van haar moeder Anna van Orten, “bij hanteijkeningh”) Hendrick van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 16 nov. 1672, jongman van Dordrecht, koopman wonende bij de Catrijnepoort (1694)

Kinderen:

a. Anna van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 12 febr. 1696, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1725),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/27 mei 1725 (degebodengaan te Raamsdonk, de bruidegom geassisteerd metElisabeth Marchand, weduwe van Matthijs van Son,de bruidmet haar vader Hendrik van der Pijpen)Simon van Son,ambachtsheer van Raamsdonk, jongman wonende te Raamsdonk (1725)

b. Ida Berendina van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 13 febr. 1698, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1743) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/26 nov. 1743 Govert van Boven, koopman te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 77v e.v.: op 29 april 1745 verkoopt Goverd van Boven, als man van Ida Bernardina van der Pijpen, en tevens als procuratie hebbende van zijn zwager Simon van Son, heer van Raamsdonk, als voogd over zijn minderjarige dochter, Anna Elisabeth Geertruijdvan Son, door hem verwekt bij Anna van der Pijpen, voor 3260 gl. aan James John Melvill, kapitein in het regiment van generaal-majoor Gadalliére, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Michiel Versteeg en dat van Thomas van Hoogstraten, van achteren uitkomende met een vrije gang in de Wijngaardstraat, alsmede twee huizen in die straat, die bij het voornoemde huis horen.]

Antonij Smits 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 21: op 15 mei 1685 verkoopt Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht, voor 1310 gl. aan Anthonij Smits, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Willem van Houssen en dat van de kinderen van Willem Keijser.]

Herman Koomans 1-5

Arent Roomers [koopman] 1-5

[ORA Dordrecht inv. 1633 (nieuw), f. 110 e.v.: op 20 mei 1692

verkoopt Arent Roomers, koopman en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. aan Jacobus van der Heijde, wieldraaier en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van de erfgenamen van De Keijser en dat van de weduwe van Abraham Tergier. De koper is schuldig aan Antonij Hesselsz. een somma van 400 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 32v e.v.: op 7 mei 1695 verkoopt Jacobus van der Weijde, wonende op Alblas, aan Leendert de Laat, mr. twijnder en burger van Dordrecht, voor 1000 gl. een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier en het huis van de erfgenamen van [NN] Keijser. Koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 1000 gl., die de erfgenamen van Vaster de Ram op het huis sprekende hebben.]

Salomon Bosgagie [grutter] 2-5

[Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten [doopsgezind]): op 5 mei 1671 zijn aangetekend Salomon Boschgagie jongman geboortig van Utrecht geassisteerd met Sijmon Boschgagie zijn vader en Tanneken Tersiers jonge dochter geassisteerd met Abraham Tersier haar vader burger van Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 599, f. 175: verklaring dd 14 juli 1699 door Salomon Bosgasie, Ghijsbert van Leusde, en IJsaack Karssendijck, allen grutters te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 630, akte 86: op 17 nov. 1702 verklaren Salomon Bosschasi, grutter te Dordrecht en zijn vrouw Tanneken Targier, dat zij hun mutueel testament, op 28 mei 1677 gepasseerd voor notaris Samuel van der Heijden, waarin zij elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen hebben aangesteld, ratificeren. Zij benoemen naast de langstlevende van hen beiden tot medevoogd hun zoon, Abraham Bosschasi.

ONA Dordrecht inv. 574, akte 46, f. 111 e.v.: op 2 juli 1706 compareren Lodewijk Verduijff, koopman te Amsterdam, enerzijds en Salomon Bosschasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, voor haarzelf en als erfgenaam ex testamento van haar zuster Catharina Targier, [Angeneese Rijmen], de weduwe van Bartholomeus Targier en Abraham Targier, anderzijds. Tweede comparanten verklaren door eerste comparant vergenoegd en betaald te zijn wegens hetgeen hun toekwam uit de boedel van wijlen dr. Joachum Targier en nu diens weduwe IJda Verduijff,en afstand te doen van alle verdere aanspraken dienaangaande.]

Isaac Kanijn [koopman] 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 24: op 21 mei 1670 verkopen Arent Muijs van Holij, secretaris van Dordrecht, Cornelis en Hendrick Teruwen, en Pieter van Outgaerden, als executeurs-testamentair van Crispijn van Outgaerden, achtraad van Dordrecht, voor 6600gl. aan Isaack Canin, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jacomijntgen Jochemsdr. van Gent en dat van de ontvanger Slingelant.

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 8 e.v.: op 26 febr. 1711 verkoopt Samuel Kanin, predikant te Hendrik-Ido-Ambacht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan van Nimwegen, koopman te Rotterdam, als man van Hester Kanin, en Adriana Kanin, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. Waarts te Rotterdam op 25 nov. 1710, voor 2400 gl. aan Willem de Bruijn, koopman te Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Barthout van Slingeland en dat van Salomon Bosgasie, met achter een vrije uitgang in de Wijngaardstraat. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2400 gl.]

juffr. Slingeland 2-2

f. 56v

Isaak van Bellen [koopman] 2-10

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 56: op 5 sept. 1691 verkoopt Anthonius Vrechemius, predikant te Haastrecht, zoon en mede-erfgenaam van ds. Johannes Vrechemius, predikant te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Isaack van Bellen, koopman te Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, strekkende van achteren tot aan de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van kapitein Gillis Gossij en dat van de erfgenamen van Damas van Slingelandt.]

Gillis Gossij 2-14

[ORA Dordrecht inv. 1640, f. 87v: op 27 febr. 1704 verkoopt mr. Gerard Francken, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van kapitein Gillis Gossij, voor 2500 gl. aan Catarina van Esch, weduwe van Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, waar uithangt “den Block”, van achter uitkomende in de Wijngaardstraat en staande tussen het huis van de weduwe Hacke en dat van Johan Daalman.]

Hendrik Hakke 1-10

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 35v e.v.: op 16 juni 1693verklaart Catharina van Halen, weduwe van Hendrick Hacke, schuldig te zijn aan Johan van der Hoff een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van kapitein Gillis Gossijn en dat van de weduwe van Ocker Baen.]

de weduwe van de heer Gerrid Baan 3-0

[I. Ocker Baen, van Dordrecht (1618), trouwde NG Dordrecht 1 juli 1618 (ondertrouw)Cornelia Repelaer Huijgensdr., van Dordrecht (1618)

zoon:

a. Gerridt Baen, volgt II

II. Gerridt Baen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1629, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1654), trouwde NG Dordrecht 21 juni 1654 ondertrouw) Agatha van Wesel, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1654)

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 2 e.v.: op 9 jan. 1657 verkoopt Huijbert de Laresse, als procuratie hebbende van de erfgenamen van Roeloff Bacx, aan Gerard Baen, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Pieter Vinck en dat van de weduwe van Cornelis Fransz. van Breedenhoff, alsmede twee huisjes in de Heer Heijmansuijsstraat. De koper is schuldig aan mr. Nicolaes Stoop een somma van 4330 gl.

zoon:

a. mr. Ocker Baen, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1655, trouwde Johanna Paret, trouwde 2e Pieter Fannius

ONA Dordrecht inv. 193, akte 59: op 30 jan. 1694 verkoopt Johanna Paret, weduwe en erfgename van mr. Ocker Baen, in zijn leven advocaat voor het Hof van Holland, voor 4800 gl. aan secretaris mr. Johan de Witt een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jacob van Botlant, als man van de weduwe van Wierick Boeff, en dat van Hendrick Hacken.

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 97v e.v.: op 30 dec. 1695 transporteert Johan Melanen, veertigraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Pieter Fannius, heer van Oud-Haarlem, als man van Johanna Paret, eerder weduwe en erfgename van mr. Ocker Baen, in zijn leven advocaat voor het Hof van Holland, volgens procuratie gepassseerd voor notaris J. Oudaan te Den Haag op 19 okt. 1695, aan mr. Johan de Witt, heer van Hekendorp etc., secretaris van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Jacob van Botlant, als man van de weduwe van Wierick Boeff, en het huis van de weduwe van Hendrick Hacken.]

Jacob van Botland 2-5

Jacob Moliers 1-6

denselven 0-16-8

Joannes van Esch 1-5-8

Voorstraat (hoek Heer Heijmansuijsstraat (jan. 2013).

de erfgenamen van de heer Mattijs van Cappel 7-3

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 7v e.v.: op 16 febr. 1661 verkoopt Servaes van Hoogeveen, burger van Dordrecht, voor 11.500 gl. aan Govert van Aldenhoven, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, met een brouwerij, mouterij en verdere toebehoren, genaamd “’t Groot en Cleijn Cruijs”, staande in de Oude Houttuin tussen het huis van Hendrick van Esch boekdrukkeren dat van de weduwe van Willem Pietersz. Schaep. Waarborg: Aelbert van Hoogeveen, brouwer en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 10.000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 93 e.v.: op 19 april 1674 verkopen Balthasar Waelen, schepen in wette, en Arent van Neten, notaris te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht van Dordrecht, voor 11.500 gl aan Matthijs van Cappelle, veertigraad van Dordrecht, een huis met brouwerij, genaamd “het Vergulde Cruijs”, staande in de Oude Houttuin tussen het huis van Hendrik van Esch en dat van Peternella Westenappel.

Mattijs van Cappel, gedoopt NG Dordrecht sept. 1634, zoon van Jan Gemansz. van Cappel,president van het College van de Mannen van Veertigen in 1676, en Maria Matthijsdr. Meester (Balen, o.c., II, p. 1207)

NG trouwboek Dordrecht 3 dec. 1656: Matthijs van Capelle jongman van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort en Maria de Ridder jonge dochter van Utrecht wonende tegenover het stadhuis, getrouwd op 19 dec. 1656

Uit dit huwelijk (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jan van Cappel, 1659, brouwer in “Vergulde Kruis” te Dordrecht

b. Elizabeth van Cappel, 1660, trouwde Johannes de Haas

c. Maria van Cappel 1662, trouwde Cornelis Spruijt

ORA Dordrecht inv. 797, f. 2 e.v.: op 11 jan. 1691 verkoopt Johan van Cappel, brouwer en burger van Dordrecht, voor 285 gl. aan Adriaen Moreels, grutter en brouwer van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmanssuijsstraat, staande tussen het huis kapitein Van Botlant en dat van Abraham Moreel.

ORA Dordrecht inv. 798, f. 148e.v.: op 28 sept. 1694 verklaart Jan van Cappel, brouwer en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan zijn zwager Cornelis Spruijt, als echtgenoot van Maria van Cappel, dochter van wijlen Matthijs van Cappel, ten eerste een somma van 3721 gl. 13 st. 9 3/4 p., tot egalisatie van hetgeen de comparant meer heeft gekregenbij de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door hun vader resp. schoonvader, op 27 okt. 1690, waarbij de comparant is toebedeeld een huis en brouwerij, genaamd “het Vergulde Cruijs”, metalle granen op de zolders, het vaatwerk en anderetoebehoren, staande en gelegen in de Oude Houttuin [de brouwerij stond in de Voorstraat bij de Heer Heijmansuijsstraat] tussen het huis van Laurens van der Wiel en dat van Petronella Westenappel. Tevens is Jan van Cappel wegens geleende penningen aan zijn zwager schuldig een bedrag van 278 gl. 6 st. 6 1/4 p., waarmee het totaal van de schuld komt op 4000 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 79 e.v.: op 25 okt. 1695 verkoopt Johan van Cappell voor 9000 gl. aan Johan de Haas, brouwer te Dordrecht, de helft van eenbrouwerij en huis, genaamd “het Kruijs”, welke Van Cappell en de De Haas in gemeenschappelijke eigendom bezitten, staande in de Kannekopersbuurt tussen het huis van Laurens van der Wiell en dat van Pieternella Westenappel.

ORA Dordrecht inv. 800, f.92v e.v.: op 12 dec. 1697 verkoopt Cornelis Spruijt, lid van de Veertigen te Dordrecht, als man van Maria van Cappel en uit dien hoofde erfgenaam van wijlen Matthijs van Cappell, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 1325 gl. aan Johan van Kuijckhoven de jonge, koopman te Dordrecht, drie naast elkaar staande huisjes, komende van voren uit in de Wijngaardstraat en van achteren strekkende tot aan de brouwerij “het Kruijs”, staande tussen het huis van Catarina de Jongh en dat van Michiell van Aensorgh.

26 juli 1702: mr. Pieter Brandwijk van Blokland, veertigraad van Dordrecht, voor zichzelf en als voogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Johan d’ Haas, in zijn leven brouwer in brouwerij “het Kruijs” te Dordrecht, tevens vervangende mr. Gerrard Francken Gerrardsz., mede voogd over die kinderen, verkoopt aan Franchois de Coert, koopman te Dordrecht, een brouwerij, huis en mouterij, genaamd “het Kruijs”, staande in de Voorstraat in de Kannekopersbuurt tussen het huis van Lourens van der Wiel, raad en vroedschap van Schiedam, en het huis van juffrouw Petronella Westenappel, met nog een pakhuis in de Heer Heymansuysstraat, staande naast de voornoemde brouwerij tussen het huis van wijlen mr. Johan de Witt, secretaris van Dordrecht en dat van Lijsbet Lammerts. De totale koopsom bedraagt 16.000 gl., waarbij inbegrepen is een bedrag van 3362 gl., waarop de losse en roerende goederen, die zich in het huis en de brouwerij bevinden, door schepenen getaxeerd zijn. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 8000 gl. De schuld is op 15 jan. 1711 afgelost en de schuldbrief is derhalve op die datum geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 803, f. 138v e.v.)

De koop van de brouwerij met huis, mouterij en pakhuis wordt op 29 mrt. 1702 aanvaard door Decourts zwager Adolf van der Linden Johansz. voor een bedrag van 16.000 gl., op voorwaarde, dat daarbij inbegrepen is het goudleer in de tweede kamer, genaamd de goudleerkamer. (ONA Dordrecht inv. 572, akte 9) 

4 sept. 1753: comp. Johan de Court, koopman en brouwer te Dordrecht, zoon en mede-erfgenaam van Francois de Court, in zijn leven brouwer te Dordrecht en aldaar overleden in het jaar 1751, enerzijds en Anna Catharina de Court, meerderjarige ongehuwde juffrouw, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van haar schoonzuster Madelon de Court, weduwe van Jacob de Court, koopvrouw wonende te Bordeaux, dochter en mede-erfgename van voornoemde Francois de Court, volgens procuratie op 9 aug. 1753 gepasseerd voor de heren Pallotte en Guij, koninklijke notarissen te Bordeaux. Comparanten verklaren genegen te zijn om de nalatenschap van hun vader onderling te verdelen. Aan Johan de Court wordt toebedeeld de brouwerij “het Kruijs”, met het woonhuis, pakhuis en andere toebehoren, staande zowel in de Voorstraat als in de Heer Heymansuysstraat, welke volgens de taxatie gedaan door Hermanus Boet meester-metselaar en Cornelis van Asperen en Jan van der Linden Govertsz. meester-timmerlieden, 4300 gl. waard zijn. Tevens krijgt Johan een huis op de Riedijkse Vest, staande tussen het huis van Jasper van der Sluijs en dat van de weduwe van Maarten Veen, getaxeerd op 100 gl. en een schepenenschuldbrief van 1000 gl. ten laste van Johannes van Lochem, verzekerd op een huis, dat staat naast de brouwerij “het Kruijs”. Aan Madelon de Court zijn toebedeeld goederen en uitstaande boekschulden ter waarde van in totaal 22.077 gl. 10 st. 3 penn. (ONA Dordrecht inv. 876, akte 78)] 

de heer van Gestel 2-10 

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 54: op 3 aug. 1661 verkoopt Catharina Bor, weduwe van Willem Pietersz. Schaep, geassisteerd met ds. Henricus van Rheenen, predikant te Jutphaas, haar zoon, voor 3000 gl. aan Nicolaes van Wetten, commissaris ter recherche en burger van Dordrecht, een huis in de [Oude] Houttuin, staande tussen brouwerij “t Cruijs”, eigendom van Govert van Aldenhoven, en het huis van de erfgenamen van Herman Oom Hermansz. 

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 16: op 6 mei 1670 verkopen Nicolaes van Herff, koopman te Dordrecht, ds. Franciscus Turck, predikant te Bergen op Zoom, als man van Anna van Herff, en Johannes Mugge, als man van Henrica van Herff, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis van Herff, die buiten de stad verblijft, en de twee eerstgenoemde comparanten nog als voogden over de nog minderjarige Maria van Herff, allen kinderen en erfgenamen van Sijmon van Herff, koopman te Dordrecht, voor 5325 gl. aan Peternella de Jongh, weduwe van Hugo Westenappel, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Govert van Aldenhoven en dat van Coenraet Blommert, met het achterhuis tot het gekochte huis behorende, dat uitkomt in de Wijngaardstraat. Bij de koop zijn inbegrepen de behangsels, die zijn getaxeerd op 525 gl.]

 f. 57 

de weduwe van Willem van Bergen 3-10 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 88v e.v.: op 22 nov. 1695 verkoopt Cornelia Crijnen, weduwe van Willem Pietersz. van Bergen, voor 1500 gl. aan mr. Johan Hoijnck, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, het achterste deel van het huis, waarin zij woont, staande in de [Oude] Houttuin [Voorstraat bij Heer Heijmansuijsstraat] tussen het huis van Petronella van Westenappel en dat van de heer Van Someren, met de tuin daarachter liggende, alsmede het huisje, dat daarin staat, en het huisje, dat daarachter staat en uitkomt met zijn voorgevel in de Wijngaardstraat.]

kapitein Cornelis van Someren 3-10 

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 107v e.v.: op 18 mrt. 1702 verkopen Elias Venlo, notaris te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter de Both, deurwaarder van het Hof van Holland, als gemachtigden van het Gerecht van Dordrecht volgens akte dd 19 juli 1701, voor 2150 gl. aan Rutger Heghhuijsen, burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin [Voorstraat] tussen het huis van professor Salomon van Til, predikant te Dordrecht, en de weduwe van Willem van Bergen, van achteren uitkomende met een grote poort in de dwarsgang tussen de Mariënbornstraat en de Heer Heymansuysstraat tussen het huis van Adriaan van Hogeveen, schepen in wette van Dordrecht, en dat van mr. Johan Hoijnck, advocaat van het Hof van Holland, laatst eigendom geweest van Cornelis van Someren.]

de erfgenamen van de heer Aalbert van Hoogeveen 3-5 

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 18v e.v.: op 24 april 1687 verkopen Louis du Chene, koopman te Amsterdam, en zijn vrouw, Elisabeth van Hoogeveen, voor 6000 gl. aan Salomon van Til, predikant te Dordrecht, een huis en “verdere getimmerte” in de Kannenkopersbuurt, uitkomende in de Mariënbornstraat en staande tussen het huis van Cornelis van Someren en dat van Aernoldus van Houwelingen. 

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 26v e.v.: op 11 mei 1707 verkoopt Salomon van Till, professor in de godgeleerdheid aan de Universiteit van Leiden, voor 3000 gl. aan Pieter Abberdaan, koopman te Dordrecht, een huis en erf met het “verdere getimmerte” daarop, staande in de Kannenkopersbuurt enuitkomende in de Mariënbornstraat, belend door het huis van Cornelis van Someren aan de ene en het huis van Arnoldus van Houwelingen aan de andere zijde. 

Salomon van Til, geboren Weesp 26 dec. 1643, werd vooral onder de invloed van Frans Burman (hoogleraar theologie in Utrecht)”Coccejaan” tegen de zin van zijn vader, predikant te Dordrecht vanaf 1683, hoogleraar aan de Latijnse School ald., beroepen als hoogleraar aan de Universiteit van Leiden in 1702, overleden te Leiden op 31 okt. 1713, zoon van Johannes van Til en Barbara Sandersdr. le Grand, hij trouwde 1e Maria van Tetrode, 2e Catharina van Molenschot. [NNWB (internet)] 

Salomon van Til (1643-1713), predikant te Dordrecht 1683-1702

Aarnoldus van Houwelingen 2-0 

de erfgenamen van de heer Aalbert van Hoogeveen 1-12-12 

Gerrid Olinckhoff 1-5 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 59 e.v.: op 14 juli 1695 verkoopt Gerrit Olinckhoff, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Barent Voscamp, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Mariënbornstraat, staande tussen die straat en het huis van Pieter Braems. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 600 gl. t.b.v. Aalbert van Hogeveen, gedateerd 10 april 1686, en een dito van 200 gl. t.b.v. dr. Aernout Duercant of diens weduwe, gedateerd 22 febr. 1687. 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 75: op 23 sept. 1695 verklaart Barent Voscamp, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan kapitein Johannes Langswaart, burger van Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende een huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Mariënbornstraat.] 

de erfgenamen van Aarnold Praam 0-16-8 

kapitein Johan van Haarlem [apotheker] 2-4 

de weduwe van ds. Jacobus Rolandus 1-15 

[ORA Dordrecht inv. 1626, f. 112 e.v.: op 8 nov. 1679 verkopen Beatris, Johannes, Abraham, Sara en Helena van Dijck, allen meerderjarige, ongehuwde kinderen en erfgenamen Leonard van Dijck, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kinderen en erfgenamen van hun overleden vader, voor 5200 gl. aan ds. Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van Philips Daelman en dat van Maerten Sandertsz. [de Bont], alsmede een woninkje achter het verkochte huis, staande in de Mariënbornstraat. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 4000 gl. 

de heer Van den Broeke 1-0 

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 53: op 12 juli 1679 verkoopt Maerten Sandersz. de Bont, marktschipper van Dordrecht op Den Bosch, voor 4000 gl. aan Mattheeus van den Brouck, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de koper en dat van ds. Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht.] 

f. 57v 

de heer Matteus van den Broeke 6-15-8 [

8 okt. 1653: Jan Aelbertsz. Temminckhoff, glaesmaker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Thielman Jansz. van Bracht een jaarlijkse losrente van 60 gl. op een huis, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Anthonij Jansz. Putter en dat van de erfgenamen van de weduwe van de thesaurier Van de Hatert. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 60)

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 117v: op 27 juli 1676 verkoopt Jan Aelbertsz. Temminckhoff, glasmaker en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Mattheeus van den Brouck, lid van de Oudraad, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Elias van den Brouck en dat van de erfgenamen van de weduwe van Hans Verhagen.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 10v e.v.: op 13 april 1677 verkopen Johannes Verhagen verver en Franchois Dole, houtkoper en burger van Dordrecht, als man van Janneken Verhagen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jacomijntgen Verhagen, meerderjarige, ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Hans Verhagen, voor 1870 gl. aan Mattheeus van den Brouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van Maerten Sandersz. en dat van de koper.

“Dordtenaren kennen dit grote herenhuis in een flauwe bocht van de Voorstraat als ‘De Blije Hoek’, het oudste kinderdagverblijf van Nederland (1877-2014). De geschiedenis van dit pand gaat echter veel verder terug. In de zeventiende eeuw was het een zogeheten kinderbewaarhuis, waar ook al kinderen werden opgevangen van werkende vrouwen, maar ook van weduwnaars en weduwen.

Op de gevel staat het bedrieglijke jaartal 1651, het pand daarachter is echter ruim 200 jaar ouder. In de zestiende eeuw stonden hier drie kleinere huisjes met een trapgevel. In de zeventiende eeuw kocht een vooraanstaande Dordtenaar het rechter huis: Elias van den Broucke, lid van de Oud-Raad van Dordrecht. De trapgevel was in deze tijd hopeloos ouderwets en dus liet hij er een classicistische lijstgevel voorzetten.

In 1679 kocht zijn broer [Mattheus van den Broucke] de twee andere pandjes. Hij verving deze grotendeels door nieuwbouw en liet er een gevel voor zetten die bijna naadloos aansloot bij die van zijn broer. Binnen bevat het pand een gewelfde kelder, oude kappen, beschilderde balken, marmeren vloeren en schouwen en nog fraai gesneden trappen.”( https://centrumdordrecht.nl/locatie/voorstraat-142-144/)]

Het huis “de Blije Hoek” in de Voorstraat

 Dirk Tiboel 2-10 

[Dirck, zoon van Nicolaes Tieboel en Christina Sam, gedoopt NG Dordrecht 19 mei 1646 NG trouwboek Dordrecht 15 jan. 1679: Dirck Tieboel koopman jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam en Elisabeth Misserou van Arnhem weduwe van Nicolaes Sam wonende in de Kannenkopersbuurt,  procl. Amsterdam, getrouwd in Dordrecht op 1 febr. 1679. 

NG trouwboek Amsterdam 14 jan. 1679: Dirck Tiboel van Dordrecht koopman 33 jaar oud woont op de Oudezijds Achterburgwal en Elisabeth Misserou van Arnhem weduwe van Nicolaes Sam.] 

Johannes Kluijt [mr. glazenmaker] 2-5 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 93 e.v.: op 8 mei 1686 verkopen Johan van Wetten pondgaarder en Hendrick Wens koopman, als man van Mondina van Wetten, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Gerard van Eijssde, koopman te Dordrecht, als man van Margarita van Wetten, allen kinderen en erfgenamen Nicolaesvan Wetten, commies ter recherche te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Johannes Cluijt, mr. glazenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt met een klein huisje daarachter, uitkomende in het Weeshuisstraatje en staande tussen het huis van Michiel van Aensorgh en dat van kapitein Thiboel.] 

Michiel van Aansurg 1-4 

[ORA Dordrecht inv. 1621 (nieuw), f. 142v e.v.: op 7 juni 1667 verkoopt Gijsbert Blonck, burger van Dordrecht, voor 1150 gl. aan Michiel van Aensorch, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Nicolaes van Wetten en dat van Nicolaes Lesier. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1000 gl. 

ORA Dordrecht inv. 798, f. 171 e.v.: op 28 dec. 1694 verkoopt Michiell van Aansorgh, burger van Dordrecht, voor 2200 gl.aan Abram de Heer, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van Govert van der Burgh en dat van kapitein Dirck Tiboel. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl.] 

Dirk Lezier [kaarsenmaker] 2-1 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 42 e.v.: op 2 okt. 1685 verklaart Dirck Lezier, burgervan Dordrecht, schuldig te zijn aan Jan van Slingelant, koopman en burger van Dordrecht, een somma van 1400 gl., verbindende een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Weeshuisstraat en het huis van Michiel van Ansorge. 

Dirck Lesier, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1645, jongman van Dordrecht (1682), kaarsenmaker, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 april 1693 (Dirck Lesier kaarsenmaker bij het Weeshuisstraatje), trouwde NG Dordrecht 16 aug. 1682 Cornelia van Eck, jonge dochter van Schoonhoven (1682), dochter van Johannes van Eck, meester-hoefsmid te Schoonhoven en NN, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 6 aug. 1727 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (graf 37 in de Nieuwkerk) 7 aug. 1727 (Cornelia van Eck op de hoek van het Weeshuisstraatje, laat kinderen na, met de “ordinare” koetsen [A. Nelemans, Hic conditur, De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht (Amsterdam 2006), p. 107]). Zij trouwde 2e Gerecht Dordrecht 21 mrt./11 april 1694 Cornelis van Castel, jongman van ‘s-Gravenhage (1694), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht 8 sept. 1731. Zij leefden gescheiden sinds ca. 1708.] 

[De Weeshuisstraat]

Johannes Verheul [bakker] 1-2-8 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 23v e.v.: op 11 mei 1689 verkoopt Philips Beijs, burger van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Johannes Verheule, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Weeshuisstraat en het huis van Govert van der Burgh. 

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 99 e.v.: op 30 april 1692 verkoopt notaris Jan de Bedts, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 2275 gl. aan Matthijs Engelbrecht, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, staande tussen de Weeshuissstraat en het huis van Govert van der Burgh. Het huis is eigendom geweest van Johannes Verheul.]

Govert van den Burg 1-10 

Johannes Verhagen [verver] 2-5 

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 112v: op 22 okt. 1699 verkoopt Johannes Gardenier, mr. tingieter en burger van Dordrecht, als man van Geertruij Verhagen, dochter en mede-erfgename van Johannes Verhagen, verver en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Leendert de Koningh, burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt omtrent de Weeshuisstraat, staande tusssen het huis van kapitein Philip van Hoogstraten en dat van Govert van der Burgh, burger van Dordrecht.] 

Phlip van Hoogstraten [koopman] 2-0 

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 7: op 29 jan. 1701 verkoopt Philip van Hoogstraten, koopman te Dordrecht, voor 3000 gl. aan Johannes Oobergh, koopman te Dordrecht, een huis met wijnkelder in de Voorstraat omtrent de Weeshuisstraat, vanouds genaamd “de Silveren Haring”, waar uithangt “Gecroont Bordaux”, staande tussen het huis van Adriaan de Koningh en dat van Jacob de Rooij.] 

Jacobus van Rooij[mr. kleermaker] 1-4 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 5v: op 20 febr. 1685 verkopen Willem van der Thuijnen, veertigraad te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Geeredijna van der Thuijnen, Johannes Ghijsbers “factoor”, als man van Magdalena van der Thuijnen, Johannes van Waert, als man van Geertruijt van der Thuijnen, samen vervangende Gerrit en Maria van der Thuijnen, resp. kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Maeijken Goverts, weduwe van mr. Gerard van der Thuijnen, voor 750 gl. aan Jacob de Roij mr. kleermaker een huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Gooswinus de Bruijn en dat van Govert de Witt.] 

f. 58

Gijsbert van Diepenbeek 2-0 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 124: op 26 nov. 1686 verkoopt Govert de With, notaris te Dordrecht, voor 1800 gl. aan Gijsbert van Diepenbeeck een huis tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het Mazelaarsstraatje en het huis van … [sic]. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1600 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 54 e.v.: op 4 juni 1711 verklaren Maaijcken van Bilderbeecq, weduwe van Gijsbert van Diepenbeecq, Johannes en Beatricx van Diepenbeecq, wonende te Dordrecht, zich tevens sterk makende voor Johannes Kramer, als man van Anna van Diepenbeecq, mede dochter van Gijsbert van Diepenbeecq, schuldig te zijn aan Ann Terwe, dochter en erfgename van Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe, een somma van 500 gl., verbindende een huis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het Mazelaarsstraatje en het huis van Jacob de Rooij, mr. kleermaker.] 

Abel Ouboter [marktschipper] 1-12-8 

Jan van der Meer 1-17-8 

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 55 e.v.: op 16 okt. 1675 verkopen Abel Ouboter, marktschipper van Dordrecht op Leiden, als man van Catharina Verweijde, voordochter van Jan Hendricxsz. Verweijde, beenhakker en burger van Dordrecht, voor een vierde part, en Arent van Neten, notaris te Dordrecht, namens Elijsabeth de Backer, weduwe van Jan Hendricxsz. Verweijde, als moeder en voogdes van haar drie minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Jan Hendricxsz. Verweijde, voor drie vierde parten, voor 2650 gl. aan Leendert de Voocht, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis inde Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Geertruijt van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, en dat van Abel Ouboter. 

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 59v e.v.: op 2 juli 1697 verkoopt Leendert de Voogd, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan van der Meer, grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van mr. Roeloff Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Abel Ouboter. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 62: op 7 juli 1700 verklaart Jan van der Meer, grutter en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Leendert de Voogt, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van mr. Roeloff Eelbo, burgemeester van Dordrecht, en dat van Abel Ouboter. 

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 84v e.v.: op 16 nov. 1701 verklaart Jan van der Meer, grutter en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Antonij van Asperen, pondgaarder te Dordrecht, een somma van 550 gl., verbindende een huis en de daarnaast staande grutmolen, staande in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van burgemeester Roelof Eelbo en dat van Abel Ouboter.] 

burgemeester Roeloff Eelbo 4-6 

twee huizen van burgemeester Johan van Neurenberg 3-17-8 

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 387 e.v.: op 28 febr. 1686 verhuurt Johan van Neurenborch, koopman en burger van Dordrecht, voor 150 gl. per jaar aan Cornelia Schoormans, weduwe van ds. Theodorus Dibbetius, predikant te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van verhuurder en dat van Roeloff Eelbo. 

ORA Dordrecht inv. 800, f. 14v e.v.: op 11 april 1697 verkoopt Johan van Neurenbergh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 3000 gl. contant aan mr. Roeloff Eelbo, burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam) een huis in de Voorstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van de koper en dat van de verkoper.] 

Willem van Oort [beenhakker] 1-17-8 

[NG trouwboek Dordrecht 22 juni 1670 (ondertrouw): Willem van Oort beenhakker jongman van Bommel en Elizabeth Bol jonge dochter van Dordrecht, beiden wonende bij de Nieuwbrug

 ORA Dordrecht inv. 1633, f. 148v e.v.: op 24 dec. 1692 verkopen Francois Dole en zijn vrouw Jannighje Verhaegen voor 2500 gl. aan Willem van Oort, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van thesaurier Johan van Neurenburgh en dat van Pieter van Regenmorter. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2500 gl.]

Pieter van Regenmorter 4-10 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 20v e.v.: op 5 mei 1689 verkopen Johan Focanis en zijn vrouw, Johanna Regenmorter, voor 4200 gl. aan Pieter van Regenmorter, heer van Ouddorp, de helft van een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, waarvan de wederhelft toebehoort aan de koper, en datstaat tussen het huis van Johannes Plucque en dat van Willem van Oort. 

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 22: op 7 mei 1689 verklaart Pieter van Regenmorter, heer van Ouddorp, veertigraad van Dordrecht, geschonken te hebben aan zijn schoonzoon, Eduwaert Dispontijn, secretaris van Vlissingen, de helft van een huis [in de Voorstraat] omtrent de Munt, staande tussen het huis van Willem van Oort en dat van de erfgenamen van Johannes Plucke, welke helft van een huis op 5 mei 1689 is getransporteerd door Regenmorters zwager en zuster, “sijnde op reeckening vant houwelijcx goet t’geene hij heere comparant voor ’t aengaen vant houwelijck aen desselfs schoonzoon heeft belooft”. 

ORA Dordrecht inv. 1633, f. , op 24 juli 1691 heeft Pieter van Regenmorter ter secretarie aangebracht de helft van een huis in de Voorstraat bij de Munt, belend ten zuiden door het huis van de weduwe Plocke en ten noorden door het huis van Willem van Noort, “competerende den naergelaten boedel van Maria van der Heijde gewesene huisvrouw van de hr. Pieter van Regenmorter zaliger hare [sic] moeder waervan de mede erffgenamen als dheer Pieter Blanckert op haere portie int voors. huijs ende erve tegens andere genooten effecten hebben overgedaen aende voorn. heer Pieter van Regenmorter mede erffgenaem inde selve boedel”.] 

juffrouw Plucque 2-15 

de weduwe van de heer Jacob van den Brandeler 4-1 

Adriaan Hegters 1-10 

f. 58v 

Willem van der Lis [wijnkoper] 2-17-8 

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 101 e.v.: op 30 april 1692 verkopen Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als man van Magdalena Hulsthout, Johannes Hulsthout, meerderjarig ongehuwde persoon, en Dirck van Nooij, koopman te Dordrecht, en Elias Venlo, als voogden van Helena en Pieter Hulsthout, kinderen en erfgenamen wijlen Pieter Hulsthout, voor 4205 gl. aan Willem van der Lis, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Munt en het huis van Adriaen Hechters. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 3000 gl. Sebastiaen van der Lisse apotheker en zijn vrouw Cornelia van Bergen, burgers van Dordrecht, stellen zich borg voor de “laatste” 1000 gl., die de koper, hun zoon, schuldig is.]

[De Munt van Holland]

De Munt van Holland in 1749, door Aert Schouman

Jan Kloens [koopman] 4-2-8 

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 16 e.v.: op 2 april 1681 verkopen Cornelis Schalcken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Abraham Leonardis en Henric Lijdius, predikanten resp. te Dordrecht en Maasdam, als testamentaire voogden over het weeskind van wijlen ds. Balthasar Schalcken, tevens procuratie hebbende van ds. Johannes Schalcken, predikant te Charlois, en Godefridus Schalcken, en van Berbera, Maria en Aletta Schalcken, zijn broers en zusters, allen, samen met wijlen Anna Schalcken, erfgenamen van ds. Jacobus Lydius, predikant te Dordrecht, en tevens erfgenamen ab intestato van voornoemde Anna Schalcken, voor 6149 gl. 10 st. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, als man van Jacoba de Marees, en aan Elisabeth en Josinade Marees, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, de helft van een huis met daaronder twee grote wijnkelders en erachter een tuin, alsmede een huisje daarachter in de Doelstraat, welk grote huis is genaamd “Oostenrijck” en staat in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, strekkende voor van de Voorstraat tot achter in de Doelstraat, belend doorde Munt aan de ene zijde en het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad, aan de andere zijde. De wederhelft van het huis etc. is eigendom van verkopers. 

NG trouwboek Dordrecht 15 mrt. 1676: Johan Cloens jongman van Dordrecht koopman wonende op de Nieuwe Haven en Jacoba van Marees jonge dochter van Haarlem wonende op de Drapierskade, getr. 17 april 1676] 

de heer dr. Johan Besius [Becius] 2-0

 [ORA Dordrecht inv. 1622, f. 32v e.v.: op 19 mei 1668 verkoopt mr. Gerard Paeuw, administrateur van de weeskamer te Dordrecht, als beheerder over de goederen van wijlen Wouter Boucquet en Margreta Levesque, voor 2000 gl. aan Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Munt, genaamd “den Ring”, staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Roeland Teerling. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1622, f, 33: op 19 mei 1668 verkoopt Vincent Caeijmacx aan ds. Jacobus Lidius en diens vrouw Josina Joije voor 550 gl. een erf met een daarop staande huisje, gelegen achter het huis “den Ring”. 

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 52: op 30 juli 1668 verkoopt Vincent Caeijmacx, boekverkoper en burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan dr. Johannes Becius een huis [in de Voorstraat] omtrent de Munt, staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Roelant Teerling. 

Dr. Johan Becius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1662), doctor in de medicijnen, “Genees-meester” (gaf anatomische lessen in de gildekamer van de chirurgijns in de Wijnkoperskapel) vanaf 1664 (Balen, o.c., p. 658), oudraad en schepen van Dordrecht, zoon van Carel Becius en Adriana Meijs, trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662 Catharina Dibbetz Adamsdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1662) 

Kinderen (o.a.): 

a. Carel Becius Johansz., gedoopt NG Dordrecht 22 nov. 1662, jongman wonende te Dordrecht (1699), arts, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 aug./15 sept. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Catharina Dibbets, weduwe van Johan Becius, lid van de Oudraad, de bruid met haar broers Martijnus, Govert en Jan Cloens) Aeltje (Aletta) Cloens, gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Lange Houten Brug (1681), trouwde 1e NG Dordrecht 28 sept./14 okt. 1681 Johannes van der Hoeven, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1681)]

Roeland Teerling [Taarling, loodgieter] 2-0 

[Roelandt Teerlingh Roelantsz., gedoopt NG Dordrecht febr. 1637, jongman van Dordrecht, loodgieter, wonende bij de Munt (1659),zoon van Roelant Teerling (Teerlinck)en Beatris Wijmans, trouwde NG Dordrecht 17 aug. 1659 (ondertrouw) Ariaentge Jansdr. Tack, jonge dochter van Middelburg, wonende bij de Sluispoort van Dordrecht (1659) 

Kinderen: 

a. Anna, gedoopt NG Dordrecht 12 mrt. 1666 

b. Roelandt, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1670 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 36: op 13 mei 1695 verkoopt Roelant Roelantsz. Taarlingh, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 7000 gl. aan Johannes Taarlingh, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van Johan Becius, oudraad van Dordrecht, en dat van Poul Eelbo, voormalig achtraad van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 6500 gl. In margine: op 31 juli 1721 compareren Jan Kluijt, voor zichzelf en samen met Jan Gijben voogd over Roelant Taarling, zoon van wijlen Abram Taarling, alsmede Hendrick Taarling, voor zichzelf en vervangende de overige erfgenamen van wijlen Roeland Taarling de oude, en verklaren, dat deze schuld al menige jaren geleden is afgelost.De comparanten stellen zich tevens borg voor burgemeester Daniël Eelbo, die het huis, dat in de schuldbrief wordt vermeld, heeft gekocht en aan wie het op 31 juli 1721 is getransporteerd. 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 120: op 18 april 1696 verkoopt Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijck van Blocklandt, burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Roelant Taarling Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van dr. Lourens de Jongh en dat van Daniël van Veen.] 

denselven 1-12-8 

de heer Paul Eelbo 2-10 

[ORA Dordrecht inv. 1623, f. 19: op 12 mei 1670 verkoopt Hendricus Francken, predikant te Dordrecht, als man van Catharina van Esch, eerder weduwe van Paulus de Moor, voor 4200 gl. aan Geertruijt van Deuren, weduwe van Daniël Eelbo, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van Roelant Teerlingh en dat van de erfgenamen van Cornelis Fransz. van Carkisant.]

 Antonij Vos 1-7 

Anna Boll 0-17-8 

Abel van der Tuijnen[mr. chirurgijn] 1-9-8 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 6v: op 27 febr. 1685 verklaart Abel van der Thuijne, mr. chirurgijn te Dordrecht, schuldig te zijn aan Geertruijd Roeloffs, burgeres van Dordrecht, een somma van 900 gl., verbindende een huis op de hoek van het Steegoversloot, van achteren strekkende tot aan het huis van Carel Jacob Pareljence. (Cf. f. 82v.)] 

de weduwe van Aarijen Aartsz. 0-10 

f. 59 

de weduwe van Jacob le Blom 1-7 [

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 11 mrt. 1691: een zwarte baar voor kapitein Jacop Blom Franse kramer bij de Augustijnenkerk Begraafboek Grote Kerk 27 april 1695: Jacobus de Blom op de hoek van de Augustijnenkerk, vier maal luiden] 

deselve 1-7-12 

de Schutterij voor’t Hoff 2-1-8 [de Heelhaaksdoelen in het Hof] 

de erfgenamen van de heer burgemeester Berck [Berckepoort] 0-11-4

[Pompeus Berck, gedoopt NG Dordrecht juli 1626, burgemeester van Dordrecht 1676, overleden 25 aug. 1691, begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht 29 aug. 1691, trouwde NG Dordrecht 14 mei 1656 Margarita de Rovere, gedoopt NG Dordrecht 8 juli 1637, begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht 16 juni 1688 (begraafboek Grote Kerk Dordrecht 12 juni 1688: dertien mael luiens over mevrou Margrieta de Roover [sic], huisvrou van de Heer Pompeus Berck Heeren Mattijsz. heer van Goodtschalckoort Regerende Borgemr. en in die qualiteit vant kercke recht vrij, is in de Augustine [kerk] begraven, dus in plaetse van gelt memorie)

5 febr. 1679: de erfgenamen van Alidt de Roovre, t.w. Pompejus Berck, oud-burgemeester van Dordrecht, Johan van den Burgh, eveneens oud-burgemeester van Dordrecht, als vader en voogd van zijn kinderen (en kleinkinderen), door hem verwekt bij Margareta Berck, zijn inmiddels overleden vrouw, en Hugo van Arckel, heer van Craijesteijn, als echtgenoot van Erckenraet Berck, zijn overeengekomen, dat “het groot huijs ende de bijstaende ende annexe huijsingen en wooningen”, die Alidt de Roovre heeft nagelaten, onder hen zullen worden te gelde gemaakt en aan degene, “die dselve huijsingen hoochst in prijs sal aenstaen, toegevoecht” zullen worden, namelijk:

1. het grote huis, waarin Alidt de Roovre heeft gewoond, met het achterste gedeelte, dat nu bewoond wordt door de heer Geij, met de kelder en andere toebehoren, staande bij de Augustijnenkerk,

2. het huis in de Voorstraat naast de Augustijnenkerk, en

3. het huis daarnaast, nevens voorplaats van het grote huis en de achterwoning, komende op die plaats,

4. twee huizen in de Nieuwstraat, “aan de zijde of na de Voorstraat”, staande naast het voornoemde grote huis, alsmede

5. het huis “Salomons Tempel”, bestaande uit vier woningen, staande in de Nieuwstraat aan de andere zijde van het grote huis en voorts in de Hofstraat “onder het ene gedeelte van het grote huis”,

[Het huis “de Salomons Tempel” stond ongeveer op dezelfde plaats als de huidige Statenschool: zie Dordrecht Monumenteel nr. 77 (jan. 2021), p. 50 e.v.]

en tenslotte

6. het huis, staande in de Hofstraat naast de poort en voorplaats van het huis van de heer Van den Burgh.

Voorwaarde is, dat in het huis in de Hofstraat (vermeld onder 6) nooit lichten, ruiten of vensters zullen worden gezet, die uitzien op de plaats van de heer Van den Burgh. Degene, die eigenaar wordt, zal de koopsom aan de gemeenschappelijke boedel moeten voldoen in contant geld of in obligaties ten laste van de provincie Holland.

Het hoogste bod wordt gedaan door Margareta de Roovre, die daartoe procuratie heeft gekregen van haar echtgenoot, Pompejus Berck. Hij wordt voor 26.800 gl. eigenaar van de Berckepoort en de bijbehorende gebouwen. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 41 e.v.)]

deselve 1-3-8 

deselve 3-15 

Joannes Santefoort 1-13 

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 94v: op 7 mei 1676 verkoopt Damas Everaerts bakker, als man van Maria van Staebroeck, Pieter van Hambeeck bakker, als man van Lijsbeth van Staebroeck, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter van Staebroeck, hun zwager, die in Amsterdam woont, allen kinderen en erfgenamen van Roelant van Staebroeck, voor 1700 gl. aan Johannes Sandifoort, bakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis van Laurens Michielsz. koperslager en het erf of de ingang van het huis van de vrouwe van Godschalksoord.] 

Antonij van Sevenom 1-13-4

[NG trouwboek Dordrecht 9 juli 1679: Antoni van Sevenom koperslager jongman wonende in de Wijnstraat en Anna Corff jonge dochter wonende bij het Groothoofd beiden van Dordrecht, getrouwd op 23 juli 1679] 

de heer Willem van Blijenberg 1-2-8 

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 146: op 7 okt. 1702 verkopen Bartholomeus Targier, Abraham Targier doctor Johan Targier, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Pieter Nolthenius, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Johannis van Santvoort en dat van Pieter van Beaumont.]

Johannes Santefoort 1-18-12 

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 80 e.v.: op 18 sept. 1700 verklaart Johannis Sandifort, wonende te Rotterdam, schuldig te zijn aan Catarina Bruijn, ongehuwde persoon wonende te Dordrecht, een somma van 2000 gl., verbindende een huis in de Voorstraat op de hoek van de Nieuwstraat, alsmede een daarnaast staand huis, dat wordt bewoond door de kleermaker Pieter Bres en aan één zijde wordt belend door het huis van De Leeuw knoopmaker. 

ORA Dordrecht inv. 1644, f. 45v e.v.: op 21 mei 1711 verkopen Pieter Spijkers, burger van Dordrecht, en Gijsbert van der Meer, bleker buiten Dordrecht, als procuratie hebbende van Eduard Sandifort, wonende te Goeree, voor 1400 gl. aan Jan Maarseveen, mr. bakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van Adriaan van Hal, met nog een huis in de Nieuwstraat, komende achter het voornoemde huis en naast het huis van Jan Moria.] 

f. 59v 

Phlips Hardra 1-11

 [ORA Dordrecht inv. 799, f. 180v: op 10 nov. 1696 verkopen Jan de Ridder, koopman te Dordrecht, en Hermanus van Megen, apotheker wonende [doorgehaald: te Rotterdam], als executeurs-testamentair van Catharina Boom, in haar leven laatst weduwe en erfgename van Philip Herdra, volgens akte gepasseerd ten overstaan van notaris J. van Dijck te Dordrecht op 9 sept. 1696, voor 1300 gl. aan Barent de Vries, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Nieuwstraat tussen die straat en het huis van Johannes van Limburg.]

Joannes van Limburg [loodgieter] 1-10 

[Bastiaen Jansz. van der Meer, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1631), schrijnwerker, trouwde NG Dordrecht 7/30 sept. 1631 Maeijken van Hoof Arentsdr., jonge dochter van Haarlem wonende in de Nieuwstraat (1631) 

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 27v: op 3 mei 1675 verkopen Cornelis van der Meer molenmaker, Gijsbert van der Meer bleker, Anthonij Rover, weduwnaar van Peternella van der Meer, als voogd, samen met Cornelis van der Meer, over de minderjarige erfgenamen van Bastiaen van der Meer en als diens executeur-testamentair, Jacob van Dalen, als man van Susanna van der Meer, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van der Meer, en Hugo van Driel, als man van Maria van der Meer, allen kinderen en erfgenamen van Bastiaen van der Meer, voor 3000 gl. aan Johannes van Limburgh, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is verkocht aan kapitein Pieter van Outgaerden, en het huis van Philips Hardra. 

Kinderen: 

a. Pieternelleken van der Meer, gedoopt NG Dordrecht juli 1632,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1654), trouwde NG Dordrecht 25 jan./10 febr. 1654Anthonij Rover (Teunis de Roovere), jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1654), draaier 

b. Cornelis van der Meer

 c. Gijsbert van der Meer, geboren naar schatting ca. 1640, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1667), tingieter, bleker, trouwde NG Dordrecht 17 april/3 mei 1667 Heijltje Jorisdr. van Neurenberg, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1667) 

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 34v e.v.: op 9 juni 1693 verkoopt Gijsbert van der Meer, als erfgenaam van Heijltje Jorisdr., zijn overleden vrouw, voor zichzelf en tevens vervangende Quirinus Houtman, als man van Anna van Frankot, weduwe en erfgename van Cent Jorisz., Hendrick Cambeij, als man van Marijke Jorisdr., en Hendrick Weda, als man van Marijke de Pater, enige erfgename van Casper Jorisz. de jonge, allen kinderen van wijlen Joris Caspersz., die enig kind was van Casper Jorisz. de oude, in zijn leven bleker en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Aert Jochemsz., mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Augustijnenkamp [belenders niet vermeld]. 

d. Maria van der Meer, geboren naar schatting ca. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1666), trouwde NG Dordrecht/Hendrik-Ido-Ambacht 21 nov. 1666 Hugo Jansz. van Driel, jongman van Bommel wonende in de Wijngaardstraat (1666) 

e. Susanna van der Meer, gedoopt NG Dordrecht sept. 1647, trouwde Jacob van Dalen 

f. Arnout, gedoopt NG Dordrecht 4 mrt. 1650 

g. Jan van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 7 nov. 1653] 

de heer Pieter van Oudgaarden 2-15 

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 28 e.v.: op 3 mei 1675 verkopen Cornelis van der Meer molenmaker, Gijsbert van der Meer bleker, Anthonij Rover, weduwnaar van Peternella van der Meer, als voogd, samen met Cornelis van der Meer, over de minderjarige erfgenamen van Bastiaen van der Meer en als diens executeur-testamentair, Jacob van Dalen, als man van Susanna van der Meer, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van der Meer, enHugo van Driel, als man van Maria van der Meer, allen kinderen en erfgenamen van Bastiaen van der Meer, voor 5000 gl. aan kapitein Pieter van Outgaerden, veertigraad van Dordrecht, een huis en grutterij, genaamd “Oosterwant”, staande tegenover de Bollensteiger omtrent de Wijnbrug tussen het huis, dat is gekocht door Johannes van Limburgh, en het huis van de Heren van St. Jan. Pieter van Outgaerden, trouwde 22 mrt. 1665 Maria Debits 

Kinderen: 

a. Cornelia, 16 mrt. 1666 

b. Maria van Outgaerden, 30 sept. 1667 

c. Pieternella van Outgaerden, 4 sept. 1671 

d. Crispijn van Outgaerden, 19 febr. 1674 

e. Francina van Outgaerden, 1 jan. 1676 

ONA Dordrecht inv. 577, akte 52: op 18 okt. 1714 testeert Francijna van Outgaerden, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar zuster Maria van Outgaerden al haar linnen en wollen kleding en het porselein op de kast, aan haar broer Crispijn van Outgaerden het schilderijtje, waarin zij en haar broer staan afgebeeld, en haar grote theetafel, de spiegel met de zwarte lijst en de zilveren vergulde kelk, aan Petronella van Outgaerden, haar zuster, de acht rode leren stoelen en de tafel op de kelderkamer, en aan haar broer Adam van Outgaerden de marmeren tafel in het voorhuis, de zilveren penningen en het doosje met diamantjes. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar broers en zusters, alsmede het nagelaten kind van haar overleden zuster, verwekt door Cornelis Vermeulen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar beide broers. 

f. Adam van Outgaerden, 10 mei 1679]

 St. Jans Gild’huijs [Kleermakers- of St. Jansgasthuis] 2-5 

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 61v e.v.: op 30 sept. 1679 verklaren Pieter Hervendoncq, als leenman, Hendrick Jansz. van Pluren, als deken en boekhouder, en Jan Pietersz. van Venroij, Pieter van de Graeff en Pieter Bres, allen dienende dekens van het St. Jans- of Kleermakersgilde te Dordrecht, voor zichzelf in genoemde hoedanigheid en tevens vervangende de overige gildebroeders, dat het St. Jansgilde schuldig is aan Jan Jansz., burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl., voor welke schuld zij verbinden het huis, genaamd St. Jansgasthuis, strekkende voor van de Voorstraat omtrent de Wijnbrug tegenover de Bollensteiger tot achter in de Steenstraat, in de Voorstraatbelend door het huis van Pieter van Oudgaerden, achtraad van Dordrecht, aan de ene zijde en het huis van de kinderen van Jacob Saverij aan de andere zijde.]

 Pieter Arent [koekenbakker] 1-16-12

[ONA Dordrecht inv. 248, f. 329: 23 sept. 1665 verhuren Jan Boenes, koopman te Rotterdam, en Anna Savrij, samen vervangende de overige verwanten van Jacob Savrij, voor 160 gl. per jaar aan Agatha Teruwe, weduwe van Bastiaen van de Roer, een huis genaamd “het Casteel van Gent”, staande in de Voorstraat tussen de gang van het St. Jansgasthuis en het huis van Magdaleentgen Jans.

ORA Dordrecht inv. 792, f. 2v e.v.: op 28 jan. 1681 compareren voor schepenen van Dordrecht Pieter Arentsz., als man van Alletta Saverij, en Gelijn Kloot, als man van Maria Saverij, samen erfgenamen van Jacob Saverij, in zijn leven burger van Dordrecht. Zij verklaren, dat zij de goederen van Jacob Saverij, hun schoonvader, onderling verdeeld hebben, waarbij aan Pieter Arentsz. is toebedeeld een huis omtrent Mijnsherenherberg, [genaamd “het Casteel van Gent”], staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Janssen en het Kleermakers- of St. Jansgasthuis.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 84v e.v., akte dd 16 febr. 1692: Pieter Arents, koekenbakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem van Blijenbergh, uit de Oudraad van Dordrecht, een bedrag van 800 gl., verbindende een huis [in de Voorstraat] omtrent de Nieuwstraat, vanouds genaamd “het Casteel van Gend”, staande tussen het huis van het St. Jansgilde en het huis van Magdaleentje Snoeck.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 26 e.v.: op 20 april 1700 verklaren Adriaan Hordijck en zijn vrouw Aletta Savrij schuldig te zijn aan de erfgenamen van Angelica van Meeuwen, weduwe van de raadsheer Van Leeuwen, een somma van 1200 gl., verbindende een huis in de Voorstraat, genaamd “’t Casteel van Gendt”, staande tussen het St. Jansgasthuis en het huis van Van Hattem.]

de weduwe van Jan Jacobsz. [Snoeck, glasmaker] 0-18

[2 okt. 1696: Johannes Melanen, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Maddaleentje Jansdr., laatst weduwe van Jan Jacobsz. Snoeck glasmaker, verkoopt voor 500 gl. aan Ludolf van Hattum, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent het St. Jans-gasthuis, staande tussen het huis van Pieter Arent kruidenier, waar uithangt “het Kasteel van Gent” en het huis van Hendrik van Bemmel goudsmid. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 174v e.v.)]

Jasper van der Velde 1-8-4 

kapitein Pieter Muijs 2-18 

de heer Van der Steen 3-5-8 

[Emanuel van den Steen Johansz., jong gezel te Dordrecht (1595),trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten: kath.; beiden wonende te Dordrecht, de bruid geassisteerd met haar ouders Jacob van Driel en Cornelia Screvelsdr.) 24 april/21 mei 1595 Elisabeth van Driel Jacobsdr., kleindochter van Cornelis van Driel en Grietgen Wenssen. Cornelis van Driel Nicolaasz., schepen van Dordrecht, overleden in 1555, werd op 28 mrt. 1539 door Karel V beleend met “het Huys Leeuwenburg”, in Dordrecht beter bekend als Mijnsherenherberg. (Balen, o.c., deel II, p. 1045). De graaf van Holland verkocht in 1389 het huis Henegouwen in de Wijnstraat aan particulieren en nam na die tijd zijn intrek in een gebouw aan de Voorstraat. Dit huis had uitgangen aan de Nieuwstraat en Kolfstraat. Het wordt voor het eerst vermeld in 1385, toen het werd bewoond door Reijnout Sarisz. Onderwater, die het vermoedelijk hield als leengoed van de graaf van Holland. “In latere tijd werd het huis steeds Mijnsherenherberg, dat wil zeggen “de herberg van mijn heere de graaf van Holland” genoemd … [Het gebouw] bleef in leenverband en werd als zodanig in 1538 [Balenschrijft 18 mrt. 1538,”vóór Pasen”. In Dordrecht werd tot 1577 in hetalgemeen de Paasstijl gebruikt en dus is het jaartal niet 1538 maar 1539.] verleden of op naam gesteld van Cornelis van Driel, wiens kleindochter Elisabeth van Driel [dochter van zijn zoon Jakob van Driel] trouwde met Emanuel van der Steen, die in 1613 opheffing van het leenverband kreeg, waardoor het gebouw gewoon particulier eigendom werd. In 1616 werd op het achtergelegen terrein de Steenstraat gebouwd.” (Lips, o.c., deel II, p. 324-325) “Het Huys, en Erve van Myns- Heeren-Herberg … is by de Heeren Staten van Holland, en West-Vriesland, den 13 Maart 1613. weer veranderd in Vry-Allodiaal Goed, werdende toen Bezeten by Emanuel van den Steen, en Joffr. Elisabeth van Driel voorsz, door welkers Erff gemaakt is een Straat, by Hemluyden voor’t meerendeel Betimmerd, en genoemd de Steen-Straat.” (Balen o.c., deel II, p. 1046-1047) De Mijnsherenherberg stond in de Voorstraat tussen de Kolfstraat en Nieuwstraat en kwam achter uit in de Steenstraat. Het huis staat afgebeeld op de plattegrond van Braun en Hogenberg uit ca. 1575 (zie de uitsnede hieronder: het grote huis onder de rode M): 

ORA Dordrecht inv. 820, f. 51 e.v.: op 3 okt. 1741 verkoopt Jan Matthe, tuinman wonende onder Puttershoek, als procuratie hebbende van Johan de Witt, raadsheer van de Raad van State en president van de beide Rekenkamers van de Oostenrijkse Nederlanden, als aangestelde voogd van zijn minderjarige kinderen, Johan en Maria Wilhelmina de Witt, verwekt bij Maria Catharina van Heijdenrijck, volgens testament van Johan Ferdinand van Heijdenrijck, [halfbroer van Maria Catharina van Heijdenrijck], in zijn leven thesaurier van de stad Mechelen, gepasseerd voor notaris Gasper Mars te Brussel op 8 juni 1740, volgens procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris op 25 sept. 1741, voor 2400 gl. aan Jan Eusebius Voet, medicinae doctor te Dordrecht, een geheel huis, genaamd “Mijnsherenherberg”, staande op de Voorstraat, strekkende voor van de straat tot achter tegen de Steenstraat, met een gang uitkomende in de Steenstraat, belend aan de ene zijde door het huis van de erfgenamen van Gerard Muijs en aan de andere door het huis van Pieter de Vos. De koper betaalt deels contant en deels met het verlijden van een schuldbrief van 1300 gl. 

Jan Eusebius Voet (geboren Dordrecht 24 jan. 1706, arts en dichter van stichtelijke gezangen, overleden Dordrecht 28 sept. 1778)

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 20 juli 1725: Jan Eusebius Voet, jongman van Zwolle, medicinae doctor, wonende te Dordrecht, en Sara van Outshoorn, jonge dochter van Leiden, volgens attestatie van ondertrouw aldaar van 19 juli 1725, attestatie gegeven op 5 aug. 1725

 Uit dit huwelijk (o.a.): 

a. Carel Burchart Voet, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1726]

Herman Moelaert 1-7-12 

[1633: de weduwe van Willem Jacobsz. koordenwerker betaalt in de verponding voor haar huis in de Voorstraat 13 ponden 17 sch. 6 d. Belenders: Emanuel van den Steen en Claertken Jansdr.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 117v) 

Genealogie: I. Jacob NN, trouwde NN 

Kinderen (volgorde onzeker): 

a. CatharinaJacobsdr. Moulers (Moelaerts), jonge dochter uit het Land van Gulik wonende bij de Kolfstraat (1655), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 21 febr./7 mrt. 1655 Joost Teunisz. van Sevenum jongman van Dordrecht wonende op de Lindegracht (1655), twijnder (1655), viskoper (1676) 

2 dec. 1676: testament van Joost Teunisz. van Sevenom viskoper en zijn vrouw Catherijne Moelaerts, wonende te Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Voogden: de langstlevende en haar broer Hermen Moelaerts. (ONA Dordrecht inv. 186, akte 102) 

Kinderen:

a-1. Jacobus van Sevenom, gedoopt NG Dordrecht 13 dec. 1656, weduwnaar wonende in de Steenstraat (1680), twijnder, trouwde 1e Sijtje Conincx, 2e NG Dordrecht 17 mei/3 juni 1680 Beatris van Dijck, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Nieuwbrug (1680) 

Kinderen: 

a-1-1. Catharina van Sevenom, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1682, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1708), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 mrt./9 april 1708 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder en met mondeling consent van haar vader) Willem Spruijt, gedoopt NG Dordrecht 26 mrt. 1687, jongman van Dordrecht wonende in de Heerheymansuysstraat (1708), zoon van Pieter Leendertsz. Spruijt en Janneken Willemsz. Gate 

a-1-2. Jacoba van Zevenom, gedoopt NG Dordrecht 4 jan. 1696, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1726), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/29 jan. 1726 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Elizabet Poltsius, weduwe van Adriaen de Vos, de bruid met haar moeder Beatrix van Dijk, weduwe van Jacob van Sevenom) Pieter de Vos, jongman van Dordrecht wonende buiten de St. Jorispoort (1726) 

a-2. Antonij van Sevenom, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1659, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1679), koperslager, trouwde NG Dordrecht 9/23 juli 1679 Anna Korf, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1679) 

b. Hermen Jacobsz. Moulaerts, volgt II c. Lijsbeth Moelaerts, trouwde Pieter Conincx, trouwde 2e Goetgen Quast 

II. Hermen Jacobsz. Moulaerts, jongman uit het Land van Gulik wonende in de Tolbrugstraat Landzijde (1649),”maeldenier”, naaldenmaker, trouwde NG Dordrecht 24 dec. 1645/19 jan. 1646 Catrijntje Hermensdr. van den Steenwech, jonge dochter van Dordrecht wonende bij Mijnsherenherberg (1645) 

15 mei 1649: Gerrit Maes, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johannes van Eijsden een huis bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Herman Moulaert “maeldenier” en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 28 e.v.) 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 jan. 1695: twee maal luiden in de Grote Kerkover Herman Moelaert, begraven in de Augustijnenkerk 

Kinderen: a. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1647

 b. Jacob Moelaert, gedoopt NG Dordrecht 21 sept.1649, kunstschilder, overleden Dordrecht 1727 Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 9 aug. 1727: Jacobus Moelaert naast Mijnsherenherberg, met één koets extra, laat geen kinderen na 

 Portret van Jacob Moelaert, door Nicolaas Verkolje( naar Arnold Houbraken) 

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 126v e.v.: op 4 mei 1728 compareren voor het Gerecht van Dordrecht Anthonij van Sevenom en Joost van Sevenom, burgers van Dordrecht, die verklaren, dat Jacob Moelaert, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, inzijn testament, dat hij heeft verleden voor notaris Jan de Bedts te Dordrecht op 4 nov. 1725, tot executeur-testamentair benoemd heeft Jan Visser, dat Jan Visser op 12 aug. 1727 tot mede-executeur benoemd heeft Anthonij van Sevenom, en dat Jan Visser en Anthonij van Sevenom op 21 aug. 1727 tot mede-executeur hebben benoemd Joost van Sevenom. Aangezien Jan Visser inmiddels overleden is, zijn de comparanten nu executeurs-testamentair van Jacob Moelaert geworden en verkopen in die hoedanigheid aan Pieter de Vos, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat, waar uithangt “de Brabantsche El”, staande tussen Mijnsherenherberg en de zeepziederij van Lambert Vermaesen. De koopprijs bedraagt 1450 gl., waarvan afgetrokken wordt een bedrag van 300 gl., zijnde de erfportie van de koper in de nalatenschap van Jacob Moelaert.] 

f. 60 

kapitein Abraham Maas [zeepzieder] 1-15 

[1633: Olof Jansz. zeepzieder *betaalt voor zijn huis in de Voorstraat 18 ponden in de verponding van Dordrecht, belenders: Claertken Jansdr. en Pieter Baenen korenkoper, die huurt van Willem Pietersz. twijnder. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 117v) 

* NG trouwboek Dordrecht 20 mei 1629: Olof Jansz. van der Meijden ziepzieder wonende in de Voorstraat in “de Drie Leeukens” en Janneken Hermansdr. van Elderen #van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort, getrouwd op 5 juni 1629 

# NG trouwboek Dordrecht 15 mrt. 1637: Isaac de Graef weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vismarkt en Janneken Hermansdr. weduwe van Olof Jansz. van Dordrecht wonende bij Mijnsherenherberg, getrouwd op 31 mrt. 1637 

27 okt. 1646: Johan van Norenburch, achtraad van Dordrecht, en Cornelis van de Graeff, koopman, beiden burgers van Dordrecht, als crediteuren van Janneken Hermansdr., weduwe van Isaac de Graeff, tevens als procuratie hebbende van hun mede-crediteuren, verkopen aan Gerrit Maes, burger van Dordrecht, een huis omtrent Mijnsherenherberg, genaamd “de Drije Leeuwen”, staande tussen het huis van de koper en dat van Dionijs van der Kiesel, met alle tot de zeepmakerij behorende gereedschappen. Het huis heeft van de “middelplaets” zijn vrije waterloop over de plaats van het huis van Van der Kiesel in en door het “gotier” van het Kramersgildehuis, genaamd “de Colff”, uitlopende in de Kolfstraat. Waarborg: Cornelis van der Meulen, burger van Dordrecht. Gerrit Maes verkoopt aan Jacobmintgen Oloffsdr., weeskind van wijlen Oloff Jansz. een jaarlijkse losrente van 20 gl., aan Jannette van de Graeff, weeskind van wijlen Isaac van de Graeff, verwekt bij Adriaentgen van Plaem [van Polanen], een dito van 45 gl., aan Aletta van de Graeff, weeskind van Isaac van de Graeff, verwekt bij Janneken Hermansdr., een dito van 5 gl., aan ds. Johannes Cocxius een dito van 40 gl. en aan voornoemde Johan van Norenburch een dito van 30 gl., alle verzekerd op het voornoemde huis. 

15 mei 1649: Gerrit Maes, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Johannes van Eijsden, burger van Dordrecht, een huis bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Herman Moulaert “maeldenier” en het huis van de verkoper, strekkende voor van de straat tot aan de muur van de grote achterkeuken tegen het pakhuis van de verkoper. Waarborgen: Jan Ros naaldenmaker en Andries Willemsz. van Dinslaecken, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1613, f. 28 e.v.) 

7 april 1655: Geerit Willemsz. Maes, zeepzieder en burger van Dordrecht, als man van Ida Herman Claesdr., samen erfgenamen van Aeltgen Fijnemans, weduwe van Claes Jansz. van Bollenbeeck, volgens Aeltgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht op 10 sept. 1654, verklaart schuldig te zijn aan Reijnier de Fijneman een somma van 700 gl. en aan de kinderen van Govert de Fijneman een somma van 1100 gl., aan hen gelegateerd in het genoemde testament. Maes verbindt hiervoor zijn huis en zeepmakerij, genaamd “de Drie Witte Leeukens”staande bij Mijnsherenherberg. Borg: zijn zoon Abraham Maes, burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 225 e.v.) 

Abraham Maes, gedoopt NG Dordrecht juni 1631, jongman van Dordrecht, zeepzieder wonende bij de Kolfstraat (1655), zoon van Gerrit Willemsz. Maes en Ida Herman Claesdr., trouwde NG Dordrecht 14 febr. 1655 (ondertrouw; per schrijven van Rotterdam) Anna Pisseth, weduwe van Willem de With, wonende te Rotterdam (1655) 

ONA Dordrecht inv. 177, f. 267 e.v.: op 22 juni 1655 testeert Anna Pisset, echtgenote van Abraham Maes, wonende te Dordrecht. Zij benoemt haar man tot erfgenaam en voogd, op voorwaarde, dat hij de eventueel bij elkaar te verwekken kinderen zal onderhouden etc. tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een bedrag van 1000 gl. zal uitkeren. Als die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, of indien er geen kinderen zullen zijn, moet hij aan haar moeder, Marija Beijen, of bij vooroverlijden haar erfgenamen ab intestato, een bedrag van 700 gl. uitreiken en aan haar twee zusters al haar kleren overdragen, uitgezonderd haar laken Amsterdamse huik en zwarte Toerse rok. Hij moet in dat geval al haar na laten goud- en zilverwerk, juwelen en huisraad delen met haar moeder, zusters of erfgenamen ab intestato. 

Kinderen (o.a.): 

a. Wilhelmina Maes, gedoopt NG Dordrecht 12 juni 1661, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Beurs (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6/20 april 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar vader Abraham Maes) Hendrick Kuntsius (Kunsius), jongman van Dordrecht, wonende aan de Noordendijk (1698) 

ORA Dordrecht inv. 809, f. 86v e.v.: op 12 febr. 1714 compareert voor schepenen van Dordrecht Hendrick Kuntsius, weduwnaar van Willemijna Maas, die een dochter was van Abraham Maas, in zijn leven zeepzieder te Dordrecht. De comparant geeft te kennen, dat zijn schoonvader een weduwe heeft nagelaten, genaamd Anna Pisseth, die bij codicil, gepasseerd voor notaris A. Hagoort sr. te Dordrecht op 2 juni 1702, heeft bepaald, dat één van haar kinderen na haar overlijden de na te noemen zeepziederij mocht overnemen voor een bedrag van 12.000 gl., en dat hij, comparant die zeepziederij voor die prijs heeft aanvaard volgens akte op 5 juni 1704 gepasseerd voor dezelfde notaris. Hij verkoopt nu voor 8000 gl. aan Lambrecht Vermaze, koopman te Dordrecht, een huis, plaats en huisje daarachter, “geapproprieert tot een seepmakerij”, waar uithangt “de Seperij van de Klock”, staande en gelegen in de Voorstraat omtrent Mijnsherenherberg, strekkende voor van de straat met een vrije uitgang tot in de Steenstraat, tussen het huis van Huijbert Kollaart en dat van Moelaert [sic]. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 6000 gl.] 

Johannes Marchal 1-16 

[21 mei 1636: Jan Leendertsz. van Munster verkoopt aan Pieter Pietersz. van Consen, bakker en burger van Dordrecht, een huis, staande omtrent Mijnsherenherberg tussen het huis “de Drije Leeuwkens” en het huis van Willem Jacobsz. koordenmaker. De koper is schuldig aan Jan Goovertsz. een somma van 1400 gl. Borgen: Jan Ros naaldenmaker en Govert Meeusz. bakker, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1606, f. 132 e.v.) 

15 aug. 1643: Pieter van Consen, bakker en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3500 gl. aan Gerrit Willemsz. Maes, solliciteur en burger van Dordrecht, een huis in de Buistelbuurt [Voorstraat], waarin hij, koper thans woont, staande tussen het huis van Jan Ros naaldenmaker en dat van Isaac van de Graeff. Waarborg: Jan Ros, naaldenmaker en burger van Dordrecht. De koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 62 gl. Borg: Coenraet Hars, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 1400 gl. Borg: idem. (ORA Dordrecht inv. 1610, f. 50v e.v.) 

NG trouwboek Dordrecht 9 mrt. 1664: Johan Marchal korenmeter jongman van Dordrecht wonende in de Spuistraat en Hilla [Hilligje] van Zevenum [van Sevenom] jonge dochter van Dordrecht wonende in de Pelserstraat, getrouwd op 25 mrt. 1664

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 133v e.v.: op 18 sept. 1704 verkopen Johannes Beijen en Hendrik Kuntsius, kooplieden in Dordrecht, als executeurs-testamentair van Anna Pisset, weduwe van Abraham Maes, voor 1120 gl. aan Huijbert Collaert, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, waar nu uithangt “het Nieuw Fransmodise Rocklijff”, staande tussen het huis en de zeepziederij, waarin Anna Pisset heeft gewoond, en het huis van Dionijsius van der Kesel.] 

kapitein Dionijs van der Kesel 2-6-4 

[ORA Dordrecht inv. 1610, f. 97 e.v.: op 12 mei 1644 verkoopt Jan Staesz. van Hoochstraten, wijnkoper en burger van Dordrecht,, voor 4000 gl. aan Dionijs Govertsz. van der Keessel een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Isaack de Graeff en dat van de weduwe van Cornelis van Dijck. Waarborgen: Staes Jacobsz. van Hoochstraten en Franchois Staesz. van Hoochstraten, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Matheus van der Mijl een somma van 1000 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 62v: op 4 sept. 1732 verkoopt Hubert van den Burggraeff, koopman te Dordrecht, alsprocuratie hebbende van Johanna en Justus van den Burggraeff, beiden wonende te Gorinchem, kinderen en erfgenamen van Sophia van der Kesel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Gorinchem op 19 sept. 1731, voor 1400 gl. aan Thomas Waalpot, mr. koperslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Kolfstraat, staande tussen het huis van Huijbert Collaert en dat van N. de Krijter.] 

Joannes van Ardonnen 1-2-8 

[ORA Dordrecht inv. 1646, f. 15: op 5 mrt. 1715 verkoopt Maria van Dijck, weduwe van Johannes van Ardonne, burgeres van Dordrecht, aan Johannes Mentingh, luitenant ter zee, wonende te Rijswijk, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van Govert van der Keesel en dat van Jannitie Nelsin, weduwe van Frans Haesterlee.] 

Jasper van de Velde 1-2-8 

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 12: op 21 mrt. 1665 verkoopt Isaac Huttenus verkoopt voor 1425 gl. aan Jasper van der Velde, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Abraham Moelaert en dat van Abraham Temminckhoff. ORA Dordrecht inv. 1634, f. 97 e.v.: op 20 april 1694 verkopen Hendrick van Bemmel, mr. goudsmid en burger van Dordrecht, als man van Anna van der Velde, en Johannes Laurentius, goudslager en burger van Dordrecht, als man van Elisabeth van der Velde, kinderen en erfgenamen van Jasper van der Velde, burger van Dordrecht, verkopen voor 1400 gl. aan Francois Hasterlee, mr. wieldraaier en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van Damas Hoochlander en dat van Jan Ardogne. De koper is schuldig aan kapitein Johan van Lanckswaert, zilversmid en burger van Dordrecht, een somma van 800 gl., verbindende het gekochte huis, alsmede een ander huis aan de overkant, staande aan de havenzijde van de Voorstraat omtrent de Kolfstraat tussen het huis van Anna [sic] en dat van Anna van der Sleutel.] 

Damas Hooglander [grutter] 1-18-12 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 87 e.v.: op 3 juni 1684 verkoopt Johannes Ossevoort, als daartoe toestemming hebbende van het Gerecht van Dordrecht, aan Damis Hooghlander, grutter en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat], staande tussen de Kolfstraat en het huis van Jasper van der Velde. De koopsom bedraagt 1225 gl., “welcke cooppeningen bij sijn comparants moeder al overlangh sijn ontfangen”. De koper neemt te zijnen laste een somma van 1000 gl., welke Anna Maria van Bergen op het huis te pretenderen heeft. 

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 48 e.v.: op 4 mei 1699 verkoopt Damas Hooglander, burger van Dordrecht, voor 1750 gl. aan Marinus van der Lisse, grutter en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Kolfstraat, strekkende voor van de Voorstraat tot achter aan het huis “de Kolff”, alsmede een pakhuis in de Kolfstraat, staande naast het pakhuis van Abraham Maas. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1750 gl.] 

juffrouw Van Helmont 2-10 

[ORA Dordrecht inv. 1650, f. 143v: op 25 jan. 1725 verkopen Gillis van der Beeck, pondgaarden te Dordrecht, en Maria van der Beeck, samen erfgenamen van Maria de Graaff, weduwe van Gillis van Helmond, voor 2000 gl. aan Jacob Quinting, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Kolfstraat en het huis van burgemeester mr. Johan van de Brandeler.] 

de erfgenamen van de heer Brandelaar 2-11 

deselve 3-17 

de erfgenamen van Jan Huijgen van den Ent 3-0 

[Jan Huijgen van der Ent, gedoopt NG Dordrecht jan. 1611, jongman van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1635), twijnder te Dordrecht, zoon van Huijg Cornelisz. van der Ent, kleermaker te Dordrecht, en Katalina Pietersdr. de Hooch, trouwde NG Dordrecht 25 mrt./10 april 1635 Jannitgen Adriaen Claesdr. van Leeuwen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat (1635) 

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 65: op 11 nov. 1723 verkoopt Martinus Bosschaert, predikant te Dordrecht, als executeur-testamentair van Adriana van der Ent, voor 8000 gl. aan Johan Trouillart en Helena Smunnix, burgers van Dordrecht, een huis in de Voorstraat met twee woninkjes erachter, staande tussen het huis van mr. Johan van de Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van mr. Matthijs Beelaerts, lid van de Oudraad te Dordrecht. 

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht): 

a. Anna, 1640 

b. Cornelia, 1644 

c. Adriaen van der Ent, 1649, jongman van Dordrecht wonende op het Marktveld (1681), trouwde NG Dordrecht 20 april/6 mei 1681 Magteltie Neering, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1681) d. Johannes, 1652 e. Johanna, 1654] 

f. 60v 

kapitein Pieter van Zeebergen [koopman] 2-5 

twee huizen van mevrouw Belaard 4-18 

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 15v e.v.: op 22 april 1672 verkopen Christianus Meller, professor mathematicus te Leiden, als man van Lidia Langleij,Catharina Langleij, meerderjarige ongehuwde persoon, en kapitein Jacobus van der Velde, wonende te Dordrecht, als testamentaire voogd van Maria Langleij, voor 16000 gl. aan mr. Pieter Belaerts, ontvanger van de 200e penning te Dordrecht, drie naast elkaar staande huizen op het Marktveld bij de Beurs, staande tussen het huis van kapitein Thielman Zeebergen en dat van de weduwe van Jan Barentsz. Smient. Bij de koopprijs zijn inbegrepen het goudleer, schilderijen en andere roerende goederen, door schepenen van Dordrecht getaxeerd op 2800 gl.] 

de weduwe van Jan Barentsz. Smient 2-4 

[ORA Dordrecht inv. 1642, d. 102v: op 26 mei 1708 verkopen Johannes de Geer, boekverkoper te Dordrecht, weduwnaar van Sara Smient, Michiel van Tilburgh, notaris te Geertruidenberg, als man van Margrita Smient, Albert van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Sagharias Smient, boekverkoper te Gorinchem, Aart Roos, als man van Maria van den Kieboom, Johannes en Laurens van den Kieboom, goud- en zilverleermakers, en dezelfde Johannes van den Kieboom, vervangende Johannes van Braam, als voogden over Catarina van den Kieboom, allen kinderen van wijlen Johannes van den Kieboom de oude, door hem verwekt bij Jacomina Smient, allen kinderen, kleinkind en erfgenamen van Catarina Tilman, weduwe van Jan Barentsz. Smient, voor 2340 gl. aan Jan den Roije, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis aan de zuidzijde van de Beurs, vanouds genaamd “den Vergulden Boom”, strekkende van de straat tot achter tegen de kaatsbaan en staande tussen het huis van mevrouw Pompe, de weduwe van Pieter Beelaerts, burgemeester van Dordrecht en dat van de weduwe van kapitein Adriaen van den End, met een vrije uitgang in de Tolbrugstraat.]

Joannes van Dijl 2-8 

[ORA Dordrecht inv. 139, f. 40v: op 7 mei 1701 verkoopt Leendert van Dijll, burger van Dordrecht, voor 3000 gl. aan Adriaan Borgers. zilversmid te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, vanouds genaamd “de Drie Grote Moren”, staande tussen het huis van Adriaan Groen en dat van Adriaan van den End.] 

Adriaan Groen 1-17 

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 37v: op 7 juli 1691 verkoopt Christina La Bouwerij, weduwe van kapitein Johan Hinckelius, winkelier en burger van Dordrecht, voor 4030 gl. aan Adriaen Groen, winkelier en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Tolbrug, staande tussen de Tolbrugstraat Landzijde en het huis van Cornelis van Deijl.] 

d’agterstraten van’t 3e Quartier begint aan de Vest op den Riedijk

Maaijke Claas 0-13 

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 170v: op 20 nov. 1694 verkoopt Maaijcken Claes, weduwe van Salomon Lodewijcks, schipper en burger van Dordrecht, voor 750 gl. aan Leendert Leendertsz. de Koningh, knaap van het Kleinschippersgilde en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwendijk, waar uithangt “de Gou”, staande tussen het huis van Aart Pietersz. Dansser en dat van Johannes Beije.] 

Aart Pietersz.[Danser, schipper] 0-15 

[ORA Dordrecht inv. 791 (oud), f. 91 e.v.: op 24 jan. 1680 compareren Aert Pietersz. Danser, Neeltgen Pietersdr. Danser, bejaarde ongehuwde dochter, Arijen Pietersz. Verdu, getrouwd met Sijchien Pietersdr. Danser en Servaes Aernoutsz. van Groenewegen, getrouwd met Machtelt Pietersdr. Danser, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Aertsz. Danser, voor henzelf en als voogden over Dionijs en Pieter Arijensz., kinderen van Arijen Denisz. van Dongen enMaeijke Pietersdr. Danser, mitsgaders Damas van Slingelandt, als rentmeester van het Weeshuis te Dordrecht en van wege de Vaders en Regenten van het Weeshuis, waar Adriaentge Ariensdr., mede een dochter van Arijen Denisz. van Dongen en Maeijke Pietersdr. Danser, wordt onderhouden. Comparanten verklaren, dat na boedelscheiding aan Aert Pietersz. Danser is toebedeeld de eigendom van een huis, waar uithangt “de Veerschuit van Rotterdam”, staande op de Nieuwendijk omtrent de Riedijk, tussen het huis van de weduwe van Salomo Lodewijcxs en het huis van hun vader en dat aan Servaes Aernoutsz. van Groenwegen is toebedeeld het andere huis, dat door hun vader is nagelaten, eveneens staande op de Nieuwendijk naast het voornoemde huis en het huis van Laurens Pieters, waarvoor zij en de overige erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit de nalatenschap van hun vader. 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 86v: op 9 nov. 1695 verkoopt Neeltje Ariens, weduwe van Aart Pietersz., schipper en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Leendert Jacobsz. schipper een huis op de Riedijk of Nieuwendijk, staande tussen het huis van Leendert de Coningh en dat van Servaas Aarnoutsz. 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 156 e.v.: op 17 juli 1696 verklaart Neeltje Ariens, weduwe van Aart Pietersz. Danser, schipper en burger van Dordrecht,schuldig te zijn aan Govert de Nijsse, viskoper wonende te Dordrecht, een somma van 400 gl., verbindende een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Lieven Jacobsz. en dat van Cornelis …] 

Servaas Aarnoutsz. [van Groenewegen, schipper] 0-15 

[Servaes Aernoudsz. (van Groenewegen), gedoopt NG Delft 14 aug. 1642, jongman van Delft wonende ald., schippersgast (1669), begraven Dordrecht(Nieuwkerk) 18 mrt. 1718 (Servaes van Groenewegen in de Augustijnenkamp), zoon van Arnout Servaesz. en Agnietge Jansdr., trouwde NG Dordrecht/Grote Lindt 26 mei/4 aug. 1669 (procl. Delft) Machteld (Margrietje) Pietersdr. (Danser), jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1669) 

ONA Dordrecht inv. 554: verklaring dd 21 sept. 1693 door Servaes Aernoutse en Aert Servaesz., burgers van Dordrecht en gildebroeders van het Kleinschippersgilde aldaar. Zij hebben in opdracht van Zaanse kooplieden houtvlotten gevoerd via Gouda naar Amsterdam. Beiden tekenen met een merkje. 

ONA Dordrecht inv. 468, akte 6 dd 7 febr. 1714: Servaas van Groenewegen, burger van Dordrecht, verklaart toe te stemmen in het huwelijk van zijn zoon Jan van Groenewegen, meerderjarig jongman, met Catarina van der Schans, weduwe van Engelbrecht Matthijsz., wonende te Den Haag. Hij tekent met een merkje.] 

Johannes Aartsz. Hoffman 0-8 

f. 61 

Johannes Aartsz. Hoffman 0-9 

Maaijken Claas 0-18 

de weduwe van Cornelis Goudriaan 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 141v e.v.: op 1696 verkoopt Adriaan Hagoort, notaris te Dordrecht, daartoe gemachtigd door de Kamer Judicieel te Dordrecht, voor 350 gl. aan Hendrick van Houwelingen een huisje in de Voorstraat op de Nieuwendijk (anders genaamd de Bleijenhoek),laatstelijk eigendom geweest van de weduwe van Cornelis Claesz. Goudriaan, staande tussen het huis van de weduwe van Salomon Lodewijcksz. en dat van Jan Lammertsz.]

Jan van der Schaar 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 44: op 19 juli 1691 verkoopt Jan van der Schaar, schipper en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan Lambertsz., schipper en burger van Dordrecht, een huisje op de Nieuwendijk, staande tussen het huis van Jacob Janse en dat van de weduwe van Cornelis Goudriaen.] 

Hendrik A. Back 0-9 

Jan Lambertsz. 0-18-12 

denselven 0-15 

denselven 0-16 

Adam Bak 0-10 

[NG trouwboek Dordrecht 30 dec. 1668: Adam Ariensz. [Baks] varend gezel jongman van Dordrecht en Heijltie Ariens jonge dochter van Dordrecht, beiden wonende op de Nieuwendijk, getrouwd te Dubbeldam 13 jan. 1669] 

denselven 0-5-12 

f. 61v 

Adam Bak 0-6-8 

denselven 0-9 denselven 0-8-4 

Lukas Pouwelsz. 0-9 

Adam Bak 0-9 

Willem Jansz. 0-5-4 

Agter de Nieukerk 

twee woningen van Joost Kraasbeek 0-8-4 

Adam Bak 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 6v: op 16 febr. 1683 verkoopt Thomas Hendriksz. Wittingh, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 425 gl. aan Adam Ariensz. Back, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van het Nieuwkerkhof omtrent de Riedijk aan de Vest, staande tussen het huis van Joost van Kraakbeeck en dat van Rijck Dircxsz.] 

denselven 0-4-8

Rijk Dircxe timmerman 0-4-8 

f. 62 

Joost Jooste Kraasbeek 0-6 

denselven 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 20v e.v.: op 19 april 1695 verklaart Willem Jansz., houtwerker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijsbeth Jans, weduwe van Mels Willemsz. van der Velde, een somma van 800 gl., verbindende een huis aan de zijde van de Nieuwkerk omtrent de Vest, staande tussen het huis van Jan Jansz. Bos en dat van Joost Jooste,alsmede een huis op de hoek van het Riedijkstraatje, staande tussen het Nieuwkerkhof en het huis van Teunis Ariensz.] 

Jan Jansz.Bos [houtwerker] 0-5-12 

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 91: op 10 jan. 1702 verkoopt Wouter Bos, poorter en schouman wonende te Rotterdam, als enige zoon en erfgenaam van Jan Jansz. Bos, houtwerker en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Lammert Jonasz. Hijcoop, burger van Dordrecht, een huis achter de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Adam Bax en dat van Hendrick Korthals.] 

Hendrik Korthals 0-4-8 

Joris Roelandsz. Milt 0-4-8 L

Leendert Pietersz. van de Krab [schipper] 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 1624, f. 105: op 2 juni 1674 verkoopt Govert de With, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Theunis Jansz. van der Vlieth en diens echtgenote Agnietje Jansdr. van der Tijt, overleden te Dordrecht, voor 378 gl. aan Leendert Pietersz. van de Crab, schipper en burger van Dordrecht, een huis achter de Nieuwkerk bij de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. Milt en dat van Huijbert Hendricksz. Back. 

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 81: op 31 jan. 1703 verkoopt Leendert Pietersz. van de Crab voor 50 gl. aan zijn zoon Jan Leendertsz. van de Krab, schipper en burger van Dordrecht, een huis achter de Nieuwkerk bij de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. Millaart en dat van Huibert Backs.] 

Hendrik Huijbertsz. Back [schipper] 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 110: op 25 juni 1669 verkoopt Matthijs Marschael, burger van Dordrecht, voor 690 gl. aan Huijbert Hendriksz. Back een huis achter de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Lucas Haan en dat van de weduwe van Reijer Reijersz.] 

Pieter van Lier [viskoper] 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 14 e.v.: op 20 jan. 1691 verkoopt David Robberts, als enige erfgenaam van Maeijcke Pieters, zijn moeder, aan Pieter van Lier, viskoper en burger van Dordrecht, voor 200 gl. een huis aan het Nieuwkerkhof op de hoek van de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Hendrick Huijbertsz. Bacx en dat van de verkoper, en voor eveneens 200 gl. een huis, staande tussen het eerder genoemde en dat van Sijmon Cornelisz. 

NG trouwboek Dordrecht 13 dec. 1626: Robbert Davidsz. volder wonende in de Raamstraat en Maijken Pieter Cornelisdr. wonende in de Raamstraat beiden van Dordrecht, getr. 3 jan. 1627 

Uit dit huwelijk: 

a. David Robbertsz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1635 

NG trouwboek 19 juli 1654 David Robrechtsz. schiptimmerman jongman en Janneken Sijmons weduwe van Jan Jacobsz. de Vos kleermaker beiden van Dordrecht en wonende aan het Nieuwkerkhof, getr. ‘s-Gravendeel 2 aug. 1654 

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 43: op 11 mei 1697 verkoopt Pieter van Lier aan Pieter van Dongen, schipper en burger van Dordrecht, voor 325 gl. een huis achter het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Hendrik Back en dat van de verkoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 300 gl. 

In de Riedijkstraat 

Pieter van Lier 0-3 

Dirk Willemsz. 0-3 

f. 62v 

Simon Cornelisz. 0-3 

Seger Voorhoff 0-3 

Govert Denijsz. 0-3 

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 70 e.v.: op 8 sept. 1695 verkoopt Govert de Nijsse, viskoper en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Eeuwout Barentsz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Pieter van Lier en dat van Seger Voorhoff. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 200 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1636 (nieuw), f. 28 e.v.: op 7 mei 1697 verklaart Samuel de Moraaz, klerk ter secretarie van Dordrecht, dat Eeuwout Barentsz., schipper en burger van Dordrecht, schuldig is aan Johannes van Lier, zoon van Pieter van Lier, viskoper en burger van Dordrecht, een somma van 150 gl., verbindende een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Aaltje van Lier en dat van Zegher Voorhoff. 

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 18v: op 13 febr. 1700 verkoopt Eeuwout Barentsz., schipper en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Sophia van Beaumond, ongehuwde persoon, een huis in de Riedijkstraat, staande naast het huis van Voorhof, mr. bakker.] 

Cornelis Claasz. 0-3 

Maaijke Claas 0-6 

Jan Jansz. houtvletter 0-7 

Mattijs van Koten 0-6 

Jacob Moliers 0-10 

Denijs Arijensz. [van Dongen, schipper] 0-8 

[ORA Dordrecht inv. 1633, f. 4: op 20 jan. 1691 verkoopt Sijmon Warnier, zakkendrager en burger van Dordrecht, als enige universele erfgenaam van zijn moeder Lijsbet Willems, voor 200 gl.aan Denijs Ariensz., schipper en burger van Dordrecht, een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. en dat van Jacob Molier.] 

Joris Roelandsz. Milt 0-10 

f. 63 

Joris Roelandsz. Milt 0-5 

Maarten Leendertsz. Schouman [schipper] 0-6-12 

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 87: op 20 nov. 1667 verklaart Maerten Leendertsz. Schouman, als man van Adriaentgen [sic] Willems, dochteren mede-erfgename van Willemken Jansdr., schuldig te zijn aan Jan Claesz. Bogaert, burger van Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Arijen Jansz. Honinck en dat van Roelant Jorisz. 

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 110: op 29 juli 1688 verklaart Maerten Leendertsz. Schouman, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Lijsbeth Boogert,meerderjarige persoon, een somma van 350 gl., verbindende een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Joris van der Milt en dat van Anneken Theunis, de weduwe van Jan Snel.] 

Joris Roelandsz. Milt 0-5-8 

denselven 0-3-12 

denselven 0-6 

de weduwe van Isaak Pietersz. Wijtmans 0-6-12 

Joris Roelandsz. Milt 0-2-4 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 63v: op 22 jan. 1686 verkoopt Johannes Ralle, bontwerker en burger van Dordrecht, voor 125 gl. aan Joris Roelantsz., burger van Dordrecht, een huisje in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van de koperen dat van Maeijken Isaacxs weduwe.]

denselven 0-2 

Teunis Engelen [schiptimmerman] 0-5-12 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 37v e.v.: op 29 juni 1689 verkoopt Govert Staelsmith, “mr. bosmaker” en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Theunis Engelen schiptimmerman een huis in de Riedijkstraat, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. en dat van CornelisGeltelder. 

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 171 e.v.: op 23 nov. 1694 verkoopt Marija Claasdr., weduwe van Teunis Engelen, schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor 260 gl.aan Cornelis Timmers, loodsman van schepen en burger van Dordrecht, een huis in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Joris Roelantsz. en dat van Maeijke Claes.]

 Maaijke Claas 0-11

f. 63v 

Jannegie Baks 0-5 

de weduwe van Jan A. Buurt 0-4-8 

de weduwe Hooijman 0-4-12 

Jannegie Baks 0-7-4 

twee huisjes van Matteus van Nispen en Jan van Evelingen 0-6-12 

Joost Jooste Kraasbeek 0-10

 De Toornstraat [Torenstraat] 

Teunis A. Baks 0-4-8 

de weduwe Hooijman 0-9 

denselven 0-9 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 9v: op 17 mrt. 1685 verkoopt notaris Francois Beut, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 400 gl. aan Stijntie Pieters, weduwe van Hendrick Hoijman,een huis in de Torenstraat, genaamd “de Pellentoorn”,staande tussen het huis van Hendrick Hoijman en dat van Huijbert Pietersz. Taas.] 

Huijbert Pieterse timmerman 0-5-4 

f. 64 

Jurrien Rijken 0-7-8 

Jacob Moliers 0-10-8 

Jacob van Dalen 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 159v e.v.: op 21 juli 1696 verkopen Pieter Muijs en Adriaan Hagoort, notarissen te Dordrecht, als curatoren van de insolvente boedel van Jacob van Dalen, burger van Dordrecht, tevens vervangende hun mede-curator Johan van der Hoop, voor 295 gl. aan Pieter Muijs, “in zijn privé”, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Jan Pietersz. van de Lindt metselaar en dat van Jacob Molier.] 

Jacob Jansz. oudschoenmaker 0-7 

Pieter Aartsz. Mouthaan 0-7 

de weduwe Langloo 0-5 

Jan Jansz. Pluijm[schipper] 0-5-8 

[Jan Jansz. Pluijm, jongman van Dordrecht, wonende op de Riedijk, schippersgast (1669), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 27 okt./10 nov. 1669 (bescheid gegeven om op Papendrecht te trouwen) Marijke Cornelis (Claes, Schelis), jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Torenstraatje (1669) 

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht): 

a. Maeijcken Pluijm, 27 juni 1671 

b. Johannes, 22 aug. 1674 

c. Jannichie Pluijm, 19 okt. 1676 

d. Cornelia Pluijm, 4 febr. 1682 

ORA Dordrecht inv. 791, f. 28v: op 3 mei 1679 verkoopt Jacob Jansz. van der Burgh, oudschoenmaker en burger van Dordrecht, voor 230 gl.aan Jan Jansz. Pluijm, schippersgezel en burger van Dordrecht, een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Grietgen Aertsdr. en dat van Isaack de Coninck. Koper is schuldig aan Arijen Pietersz. van Swijndrecht, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: op 4 febr. 1737 compareert Arij van den Bergh, als eigenaar van dit huis, en toont de originele transportbrief dd 7 mei 1701, waarbijhet huis is overgedragen aan Cornelis en Cornelia Hoevenaar, op welke brief stond: ontvangen 200 gl. uit handen van Jacob ’t Hooft [w.g.:] Arij Pietersz. van Swijndregt. Schuldbrief derhalve geroyeerd. 

ORA Dordrecht inv. 803, f. 40: op 7 mei 1701 verkopen Maeijcken, Jannige en Neeltje Pluijm, kinderen en erfgenamen van Jan Pluijm, in zijn leven schipper en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Cornelis en Cornelia Hoevenaar, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Aalbert Putte en dat van juffrouw De Koningh. De kopers nemen te hunnen laste een schepenenschuldbrief van 200 gl., die Arien Pietersz. op het huis sprekende heeft.] 

f. 65 

Jacob Roscam 0-12 

Jacob Jansz. oudschoenmaker 0-10-8 

Arijen van Appeldoorn 0-6 

[ORA Dordrecht inv. 1631, f. 90v: op 24 april 1688 verkoopt Claudius Lormier, als man van Yda Blonck, enige erfgename van haar broer Wouter Blonck, veertigraad van Dordrecht, voor 500 gl. aan Adrijen van Appeldoornen een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Dirck Hendricxsz. Smith en dat van Jacob van der Burgh.] 

Arjaantie Kool 0-12-8 

Hendrik Schul [glazenmaker] 0-8-12 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 27 e.v.: op 17 mei 1689 verkopen Cornelis de Veer en Adriaen de Veer, Cornelis Breevoort, zoon van Marijken Ariensdr. de Veer, en Jan Jansz. Kelck, zoon van Cornelis de Veer, allen kinderenresp. kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, voor 630 gl. aan Hendrick Schul glazenmaker een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Daniël Rijcke en Pieter Pietersz. Kop. Borg t.b.v. de koper is mr. Pompejus Berck, burgemeester van Dordrecht.] 

Cornelis van Aansurg 0-12 

de weduwe van Kasper Jacobsz. 0-11 

de weduwe van Cornelis van Bergen 0-6 

de weduwe van Corstiaan Huijbertsz. 0-6-12 Pieter Helmig 0-8-4 

f. 65v 

Leendert Schift 0-6 

Pieter Govertsz.van der Schom 0-4-8 

Teunis Engelen 0-6 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 126v: op 7 nov. 1690 verkoopt Jan Jansz. van der Schaer, schipper en burger van Dordrecht, voor 250 gl. aan Teunis Engelen, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Mes en de gang van Joris Roelantsz. “ofte de Hoeffijsers”. 

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 63v e.v.: op 30 juli 1695 verklaart Maria Claasdr. van Loffere, weduwe van Teunis Engelen, schuldig te zijn aan Jan Jansz. van der Schaar, schipper en burger van Dordrecht, een bedrag van 400 gl., verbindende een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Cornelis Cornelisz. en dat van de comparante.] 

de weduwe van Jan A. Buurt 0-14 

de weduwe van Johannes van Wageningen 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 812, f. 2 e.v.: op 11 jan. 1718 verklaart Pieter de Haas, inwoner van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Hillekes schipper en diens vrouw Adriana van Wageningen, wonende te Dordrecht, dat zijn constituanten schuldig zijn aan Johan van Wageningen, impostmeester van Dordrecht, een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Braams en dat van Hendrick Kortman.] 

Johannes Braams 0-11-8 

Cornelis de Muijs 0-7-8 

Pieter van Beaumont 0-11-8 

Arijen Claasz. van der Giessen 0-6-8 

de weduwe van Francois Tielemans 0-6-12 

f. 66 

de weduwe van Jan Sneeu 0-8 

Francois van Zittert 0-8 

Hendrik Kok 0-8 

Antonij Walbeek 0-5 

Marij Moelaart 0-2-8 

Salomon de Kock 0-3-12 

De Wijngaardstraat 

Pieter Kop 0-3 

Laurens Denijsen Mutsert 0-9-8 

Jan Hendericxsz. Schuurmans [mr. kleermaker] 0-8-8 

Lijsbet Claasz 0-8-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 171v e.v.: op 13 sept. 1696 verkopen Lijsbeth Gerritsdr. en Angenietjen Gerritsdr., beiden meerderjarige, ongehuwde personen, en Johannes van Hemert, als man van Magdaleentje Gerritsdr., samen kleinkinderen van Elisabeth Claasz, weduwe van Pieter Pietersz. de Bruijn, met toestemming van het Gerecht van Dordrecht volgens besluit van 30 aug. 1695, voor 245 gl. aan Carel van der Eijck, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johan van der Mast, burgemeester van Dordrecht, en dat van Jan Hendricksz., mr. kleermaker.] 

f. 66v 

burgemeester Johan van der Mast 0-12

 Arijen Hendr. Wever 0-7-8 

juffrouw Van der Steen 0-14 

Jan Bastiaansz. Houweling 0-6 

de heer Jacob Turk 0-10-8 

Willem van der Kievit 0-10-8 

Aart Fransz. Romijn 0-10 

Pieter Hendrixe opperbrouwer 0-15 

Dirk Hendricxsz. Mutsert 0-10 

deselve 0-7-8 f. 67 

Abraham van der Kip [oudschoenmaker] 0-10-8 

[NG trouwboek Dordrecht 13 juli 1696 (ondertrouw): Abraham van der Kip weduwnaar oudschoenmaker wonende in de Wijngaardstraat en Claertge Cornelis weduwe van Aerdt Coenen wonende in de Botgensstraat, beiden van Dordrecht] 

Frans van der Schaar 0-9 

de weduwe van Florus de Rou 0-6-4 

[10 sept. 1687: Cornelis Adriaensz. de Veer, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, is schuldig aan Maria van Wijngaerden een bedrag van 200 gl., verbindende een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Frans van der Schaer en dat van Jacob Hermans. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 49v e.v.) 

ORA Dordrecht inv. 796, f. 27v: op 17 mei 1689 verkopen Cornelis en Adriaen de Veer, Cornelis Breevoort, zoon van Marijken Ariensdr. de Veer, en Jan Jansz. de Kelck, zoon van Cornelia de Veer, kinderen en kindskinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, voor 380 gl. aan Aeltie Vinck, weduwe van Florus de Rauw, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Frans van der Schaer en dat van Jacobus Hermensz.] 

Jacob Hermansz. 0-5-12 

Cornelis van Wessem 0-12-8 

Pieter Kop 0-4-8 

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 147v e.v.: op 28 sept. 1694 verkopen Willem Hoeck, als man van Aaltje Cop, Matheus Cop en Jacob Cop, als voogden over Pieter Pietersz. Cop, samen erfgenamen van Pieter Cop, hun vader, voor 700 gl. aan Willem Hendricxsz. Corthals, schipper en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Teunisz. Koopman en dat van Hendrik Schul, glasemaecker, en voor 125 gl. aan Jacob Jansz. Cop, burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Johannes van Wageninge en dat van … (sic)] 

De Nieuwkerkstraat 

de weduwe van Johannes van Wageningen 0-9-8 

de weduwe van Fredrik van Esen 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 61v: op 24 febr. 1684 verklaart Catharina Mattheeus, weduwe van Fredrick van Esen, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Machteltie van Weda, een bedrag van 132 gl., verbindende een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Geerit van Hall en dat van Johannes van Wageningen.] 

Gerrid van Allen 0-7-8 

de weduwe van Lazarus Bartolomeusz. 0-8-8 

f. 67v 

de weduwe van Johannes van Wageningen 0-5 

’t Heilig Geesthuijs ter Nieukerk 0-7-8 

Cornelis van der Proeff 0-7 

Op of wel rondzomme ’t Nieukerk-hof staan geen lantaarnen

 Als eigenaars van huizen rondom het Nieuwkerkhof worden in deze periode o.a. genoemd: 

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 6v e.v.: op 16 febr. 1683 verkoopt Thomas Henricxsz. Wittingh, mr. kuiper en burger van Dordrecht, voor 125 gl. aan Adam Ariensz. Back, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van het Nieuwkerkhof omtrent de Riedijk aan de vest, staande tussen het huis van Joost van Kraaxbeeck en dat van Rijck Dircxsz. 

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 9v e.v.: op 27 mrt. 1683 verkoopt Claes Dircxsz. Stoop, schipper en burger van Dordrecht, voor 150 gl. aan Meesken Cornelis, weduwe van Jan Leendertsz., een huisje aan het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van Abraham Luijcken en Joost Jansz. Craesbeeck. 

ORA Dordrecht inv. 799, f. 188v: op 27 nov. 1696 verkoopt Rijck Dircxsz., timmerman en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Adam Bacx, schipper en burger van Dordrecht, een huisje op het Nieuwkerkhof, staande tussen het huis van de koper en het huisje van Joost Craesbeeck. 

Den dwarsgang bij den Oijevaer 

Huijbert Jacobsz. Keijser 0-5 

Cornelis van der Proeff 0-11-8 

de weduwe Stabroek 0-7-8 

deselve 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 798, f. 146: op 14 sept. 1694 verkoopt Abraham van Duiren, beurtschipper op Haarlem, voor 750 gl.aan Lidia [Jansdr.] van Heel, weduwe van Johannes [Isaaksz.] van Stabrouck, een huis in de dwarsgang bij “de Oijevaer” omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koopster en dat van Maarten van der Burgh.] 

Maarten van der Burg [schoenmaker] 0-15-12 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 181: op 10 nov. 1696 verkoopt Maarten van der Burgh, schoenmaker en burger van Dordrecht, voor 315 gl. aan Bastiaan Soethout, kleermaker en burger van Dordrecht, een huis aan de Nieuwkerkstraat, staande op de hoek van de Wijngaardstraat tussen het huis van de weduwe van Adriaan Hegters en de “gemeene strate”.] 

Pieter Broeders 0-16-4 

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 13 juli 1690: een baar voor Pieter Broeders bakker in de Wijngaardstraat.] 

Marinus Marinusz. 0-11 

f. 68 

de weduwe van Cornelis Notemans 0-11 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 145 e.v.: op 7 juni 1696 verklaren Maeijcke Claas, weduwe van Cornelis Notemans, Claas Notemans, Hendrick Notemans, Crijn de Meijer, als man van Antonia Notemans, en Hendrick Notemans en Crijn de Meijer nog als voogden van de kinderen van Johannes Notemans, resp. schoondochter en kleinkinderen van Grietje Cornelis, die weduwe was van Jan Aartsz. Notemans, tevens vervangende Neeltje Claas, weduwe van Claas Jansz. Notemans, schuldig te zijn aan Cornelis Noteman [sic] de Jonge een bedrag van 200 gl., verbindende een huis tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, staande tussen het huis van Staas van Hoogstraten en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Adriaan de Haan, en voorts een huis, bestaande uit vier woningen, staande in deWijngaardstraat tussen het huis van Marinus Marinusz.en dat van de weduwe van Jan Willemsz., een huisje in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van de weduwe Van Nuijssenburgh en de weduwe van Johannes van Stabroeck, en tenslotte nog een huisje in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Claas Bont en de mouterij van Gerrit van Eijsden.] 

Jan Willemsz. bierdrager 0-8-4 

de weduwe van Wouter Snellen 0-7-8 

Adriaan Wijnen 0-13-8

 De Hermanhuijstraat [Heer Heijmansuijsstraat]

Maijken Maartens 0-12 

de weduwe van Johannes van Wageningen 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 804, f. 132: op 9 sept. 1704 verkopen kapiteins Adriaen en Francois van Wageningen, voor henzelf en als executeurs van het testament van wijlen Helena Bouff, weduwe van Johannes van Wageningen, mede als procuratie hebbende van Johan van Wageningen en de echtgenoten van Christina en Adriana van Wageningen, voor 305 gl. aan Ida Bordels, de echtgenote van Jan Rens, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis, dat op diezelfde dag is overgedragen aan Jan Nieuburg, en het huis van Jan den Romijn.] 

de kinderen van Adriaan Moerbeek 0-10-8 

Pirijntie Pieters 0-8 

Jan Cornelisz. [twijnder] 0-9 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 151v e.v.: op 7 juli 1696 verkoopt Jan Cornelisse, twijnder en burger van Dordrecht, voor 470 gl. aan Ariaantje Tomasdr. Beijs, weduwe van Adriaan Hegters, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Dionijs Hendricx en dat van Perientje Pieters.] 

Denijs Kasking [bakker] 0-16-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 33v e.v.: op 20 juli 1683 verkoopt Janneken Lucas, weduwe van Willem Pietersz. Graeff, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan Dionijs Hendricxsz. Kasking, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen een huis van de Doopsgezinde gemeente en het huis van Pieter van Beaumont. ORA Dordrecht inv. 799, f. 60: op 23 juli 1695 verklaart Dionijs Hendericxsz. Kaskijn, bakker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Adriaan van de Graaff, achtraad van Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van de Doopsgezinde gemeente en dat van Pieter van Beaumont.] 

f. 68v 

Pieter van Beaumont 0-12-8 

Maarten de Vos 0-8-8 

Klaas Hegters 0-10-8 

juffrouw Nuijssenburg 0-7-8 

Hugo Knoop 0-11 

de erfgenamen van Jacob Jansz. Kuijter 0-10-8 

Cristoffel Kemp [kuiper] 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 86: op 5 nov. 1695 verkopen Maeijcke Machiels, weduwe van Christoffel Kemp, kuiper en burger van Dordrecht, Marijcke Kemp, Caatje Kemp, en Lijsbet Kemp, meerderjarige dochters van Christoffel Kemp, voor 600 gl. aan Dirck de Vries, mr. twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Bel en dat van Jacob Kuijt.]

 Niclaas Bel 0-12 

de erfgenamen van de heer Mattijs van Capel 0-12-8 

kapitein Dirk Tibout 0-12 

f. 69 

Cornelis Pleunen [de Gelder] 0-12 

[ONA Dordrecht inv. 190, f. 246 e.v.: op 12 april 1685 verkoopt Claes Claesz. Back, schipper en burger van Dordrecht, als man van Jannichien Thielemansdr., eerder weduwe van Pleun Jacobsz. Treckdam, voor 950 gl. aan de dochter van zijn vrouw, Neeltgen Pleunen Treckdam, die procuratie heeft van haar man, Cornelis Pleunen de Gelder, die in Oost-Indië verblijft, een huis in de Heer Heymansuysstraat omtrent de brug, staande tussen het huis van Pieter Poortermans metselaar en dat van de weduwe van Abraham van Muijssenborch.] 

Pieter Poortermans [metselaar] 0-12 

Jan Vermeren 0-13-8 

denselven 0-12 

Jan Kemp 0-11-8 

[ORA Dordrecht inv 1636, f. 7v: op 5 mrt. 1697 verklaart Jan Kemp, kuiper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Jan van Dalom, mr. twijnder en burger van Dordrecht, een somma van 150 gl., verbindende een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Jan Vermeer en dat van Jan Volmaar.] 

Pieter Volmaar 0-12 

Pieter van der Klok [mr. metselaar] 0-9 

de weduwe Olinkhof 0-7 

twee woningen van deselve 0-11 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 58: op 14 juli 1695 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als gemachtigde van het Gerecht, voor 150 gl. aan Leendert Pottij, lakenwerker en burger van Dordrecht, een huisje in de Heer Heymanssuysstraat, met twee woningen in het poortje tegenover de Vrankenstraat, staande tussen het huis van Pieter Jansz. van der Clock mr. metselaar en dat van Thomas Gerritse. De koper is schuldig aan Jan Vermere, bakker en burger van Dordrecht, een somma van 150 gl. In margine: op 10 dec. 1715 toont Otto Botti [sic], zoon van Leendert Botti, de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.] 

twee woningen van Tomas Geeridsz. Burgloon 0-15 

f. 69v 

Johannes Wor 0-12 

Jan Vermeren 0-7-8 

Maarten Dircsxz.van der Kroon 0-7-8 

de weduwe van Hend. van der Pijpen 0-12 

de weduwe van Jan Lucas 0-12 

Nicolaas Hegters 0-9 

Corstiaan Cornelisz. 0-7-8 

deselve 0-7-8 

Pieter Spruijt 0-12 

f. 70 

Herman de Bruijn [mr. bakker] 0-8-4 

Jan Beukelaar 0-6-12 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 170v e.v.: op 12 sept. 1696 verkoopt Jan Beuckelaer, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Martinus Pijll, burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Herman de Bruijn mr. bakker en dat van Jacob Hoffman.] 

denselven 0-6-4 

Aan de Vest bij ’t Sluijsie [“Waar tussen de Nieuwkerk en de Heer Heymansuysstraat de binnengracht [Spuihaven] in de Riedijkshaven uitkwam, lag in de binnengracht een sluis, die naar een sluiswachter in de 17e eeuw, Snel Aertsz., de Snellesluis genoemd werd. In trouw- of begraafboeken wordt meestal van [het Sluisje] gesproken …. (Van Baarsel, o.c., p. 103)]

 Mattijs Jansz. Smit 0-10-8 

denselven 0-6 

Magdalena van Angsten 0-6 

Niclaas Hegters 0-11 

denselven 0-12 

D’ander sijde van de Hermanshuijstraat 

’t Heilig Geesthuijs ter Nieukerk 0-8-4 

Alexander Jansz. 0-10 

f. 70v 

Niclaas Maartensz. 0-11 

de tuin van Ott[o] de Bruijn 0-7 

twee huisjes van dito 0-6 

mevrouw De Vries 0-6 

deselve 0-7-8 

Pieter van Bree 0-9 

Otto de Bruijn 0-10 

Herman de Bruijn 0-7-4 

vier woningen van dito 0-8-8 

de weduwe van Jan Jansz. Verval 0-7-8 

f. 71 

Cornelis Jansz. Timmerman 0-7-8 

Jacob Roskam 0-7-8 

Geertruijd Pieters 0-7 

De Vranckenstraat

 juffrouw Roerom 0-5 

Adriaan Wijnen 0-6 

denselven 0-5 denselven 0-5 

de weduwe van Jan Jansz. Verval 0-6 

Pieter Volmaar 0-6 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 51 e.v.: op 12 nov. 1683 verkopen Arijen Claesz. van Asch, wonende te Lexmond, als man van Heijltgen Dircxdr. Appel, en Govert de With, als gemachtigde van Claes Bastiaensz. Langerack, Jan Leendertsz. Visscher, Neeltge Cornelis en Theuntgen Pieters, allen wonende in Papendrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris W. Evenblij aldaar op 23 mei 1683, allen verwanten en legatarissen van Maeijken Leendertsdr. de Heer, die in Dordrecht is overleden, voor 122 gl. 10 st. aan Jan Ariensz. Volmaer, burger van Dordrecht, een huis in de Vrankenstraat, staande tussen het huis van Willem Robbertsz. en dat van Jan van de Graeff.] 

Hendrik Huijbertsz. 0-6 

f. 71v 

Pieter van der Valk 0-6 

Pieter de Waaij 0-6 

Jan Willemsz. 0-6 

Jan de Kuijper 0-5 

de weduwe van Jan Sneeu 0-9 

twee huizen van Dirk Mutsert resp. 0-7-8 en 0-6-8 

de weduwe van Corstiaan Cornelisz. 0-6 

Sara Tomas 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 7v e.v.: op 17 febr. 1695 verkoopt Sara Tomis, bejaarde ongehuwde dochter, vervangende Frans de Vos, varend gezel en burger van Dordrecht, enige erfgenaam van Susanna Tomas, weduwe van Gerrit Griesz., in zijn leven wonende te Dordrecht, voor 270 gl. aan Servaas Der Nede, korenmeter en burger van Dordrecht, een huis in de Vrankestraat, staande tussen het huis van Jan Thomassen en dat van Corstiaan Cornelissen.] 

Jacob Maartensz. 0-6-8 

f. 72 

Willem Jacobsz. van Heemstee 0-6 

Jacob Roskam 0-6 

Pieter Volmaar 0-6 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 51 e.v.: op 12 nov. 1683 verkopen Arijen Claesz. van Asch, wonende te Lexmond, als man van Heijltgen Dircxdr. Appel, en Govert de With, als gemachtigde van Claes Bastiaensz. Langerack, Jan Leendertsz. Visscher, Neeltge Cornelis en Theuntgen Pieters, allen wonende in Papendrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris W. Evenblij aldaar op 23 mei 1683, allen verwanten en legatarissen van Maeijken Leendertsdr. de Heer, die in Dordrecht is overleden, voor 1052 gl. 10 st. aan Jan Ariensz. Volmaer, burger van Dordrecht, een huis in de Vrankenstraat, staande tussen het huis van Jacob Roscam en dat van Gerrit Bornput.] 

Weer inde Hermanshuijstraat 

Geerid Jansz. Bornput 0-7 

Korstiaan Klaasz. 0-7-8 

Pieter Govertsz. van der Schom 0-5 

de weduwe van Jan Jansz. Verval 0-12-12 

deselve 0-6-8 

deselve 0-6-8 

Aarnout Renson [hoedenmaker] 0-13-12 

[ORA Dordrecht inv. 1630, f. 4 e.v.: op 13 febr. 1685 verkoopt Hendrixken Matthijs, weduwe van Jan Jansz. Verval, burgeres van Dordrecht, voor 600 gl. aan Aernout Renson, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Thomas Geeritsz. en dat van verkoopster.] 

f. 72v 

Tomas Geeridsz.Burgloon 0-13-12 

denselven 0-11 

denselven 0-10 

Govert Denijsz. 0-12-8 

Daniël van Veen als voogd 0-7-8 

Korstiaan van Dalen 0-8-4 

Pieter Michielsz. 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 59v: op 25 jan. 1684 verklaart Pieter Michielsz., twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Catharina Jans een somma van 100 gl., verbindende een huis in de Heer Heymansuysstraat tussen het huis van de weduwe Van Daelen en dat van Adriaen de brandewijnbrander.] 

Adriaan Hegters 0-10 

Maria Proone 0-10 

Arijen Wijken 0-15 

f. 73 

Johan Wiers 0-12 

Johannes Mortier 0-12 

Cornelis Verleng 0-7-8 

Tanneken Muijshont 0-10 

Bij den Houthaak 

Gerrid Bornput [kleermaker] 0-7-8 

[NG trouwboek Dordrecht 21 dec. 1664: Gerrit Jansz. Bornput [Borreput] kleermaker jongman en Lijsbeth Jans weduwe van Jan Engelen twijnder beiden van Dordrecht en wonende in de Heer Heymansuysstraat, getrouwd 11 jan. 1665] 

Jan Roelandsz. de Glede [smid] 0-13-12 

[ORA Dordrecht inv. 797, f. 116v e.v.: op 18 juni 1692 verkoopt Cristiaen Snep, mr. smid en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Roelantsz. de Gelede, mr. smid en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Hendrick Koemans, burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, vanouds genaamd “den Houthaeck” en thans “de Vulcaen”, staande tussen het huis van Jan Maes en de hoek van de stadsgracht. De koper neemt te zijnen laste een schuldbrief van 1000 gl., die Hendrick Onderwater op het huis sprekende heeft.] 

Alexander van Piterzon 0-12 

Adriaan Hegters 0-18 

de heer Jan Aartsz. de Gelder 0-9-12 

Pieter Gillisz. arbeider 0-7 

f. 73v

Mariënbornstraat 

Pieter Gillisz. arbeider 0-9-8 

de weduwe van Frans Cornelisz. Mol 0-11-8 

Dirk Stoop 0-15

Adriaan Hegters 0-7-8 

Hendrik Hellegers 0-7-8 

de heer Dirk van Nooij 0-7-8 

Dionisius van der Kesel 0-11 

Aart Aartsz. de Leng 0-15 

Jan Roelandsz. de Glede 0-8-4 

Jasper van der Velde 0-8-4 

f. 74 

de weduwe van Jaques Abrahamsz. 0-7-8 

Tomas Geeridsz. Burgloon 0-7-8 

Jannetie Geerids 0-6-4 

Tomas Geeridsz. Burgloon 0-12-8 

vijf woningen van dito 0-15-8 

Leendert Schift 0-9 

Tomas Geeridsz. Burgloon 0-6 

twee woningen van de weduwe van Cornelis Kouwater 0-10-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 2: op 13 jan. 1683 verklaren Cornelis Ockersz. Kouwater en zijn vrouw Aeltien Jansdr. Schattelingh, dat zij tot “meerder securiteijt” van een kapitaal van 9600 gl. verbinden vier woningen onder één dak, staande in de Mariënbornstraat tussen de gracht en het huis van Thomas Geeritsz. Berghloon.]

twee woningen van deselve 0-10 

vier woningen in de gang van deselve 0-16 

f. 74v 

een woning in de gang van Geerid Jansz. Bornput 0-4 

Leendert Schift 0-8-8 

Michiel van Aansurg 0-7 

de weduwe van Cornelis Schoormans 0-7 

de weduwe van Hendrik van der Pijpen 0-9 

Hendrik Huijbertsz. 0-8 

Daniël de Meij 0-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 148v e.v.: op 23 juni 1696 verklaren Samuel de Meij, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Magdalena Verstege schuldig te zijn aan Arnoldus van Dollen, burger van Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Daniël de Meij en dat van Jacobus (sic)]

N. van Trigt 0-10 

Leendert Schift 0-6 

Daniël de Meij 0-12 

f. 75 

Dominicus le Kok 0-10-8 

Maijken Cornelis 0-6-8 

de weduwe Stabroek 0-6-8 

deselve 0-6 

Maijken Sanders 0-6 

Cornelis Krom 0-6 

Hendrik Schul 0-6 

de weduwe van Cornelis Kouwater 0-6-8

f. 75 v 

de tuin en woning van Dominicus le Cock 0-6-8 

twee woningen van de weduwe van Andries Fredrixsz. 0-6-8 

twee woningen van ’t Clijn Pesthuijs 0-12 

Lucas Hooglander 0-14 

Jan Teunisz. 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 71v e.v.: op 10 sept. 1695 verkopen Servaas Jansz, burger van Dordrecht, Jan Jansz., wonende te Dordrecht, Teunis Jansz. sledenaar, burger van Dordrecht, en Jan Alleman, burger van Dordrecht, als man van Lucretia Jansdr., allen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Teunisz., voor 275 gl. aan Aart Pell, koolweger en burger van Dordrecht, een huis op de Vest achter de Mariënbornstraat, vanouds genaamd “den Toorn”, staande tussen het huis van Joost Pell en dat van Herman Pleunen.] 

Maarten Maartensz. 0-10 

Jeremias Aartsz. Pell 0-15 

Maaijken Claas 0-7-8 

Weer in de Mariënbornstraat aan de andere zijde 

Pelgrom Pelgromsz. [bakker] 0-4-8 

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 5 juni 1689: een baar in de Mariënbornstraat voor de vrouw van Pelgrom Pelgromsse bakker] 

Jaques Teunisz. 0-4-8 

f. 76 

Bastiaan Maartensz. 0-9 

Cornelis Krom 0-9 

Leendert Schift 0-9 

denselven 0-9 

denselven 0-8 

ds. Joannes Kanssius 0-9 

Gijsbert A. Pott 0-8 

Daniel de Meij 0-12 

Tomas Jansz. Kanne 0-12 

Joannes van Aardenbroek [servetwerker] 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 53: op 13 nov. 1683 verkoopt Robbert Claesz. van de Wercke, witwerker en burger van Dordrecht, voor 475 gl. aan Jan van Aerdenbrouck, servetwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen de ”laatste gracht” en het huis van Thomas Kanne.] 

f. 76v 

Jacob A. Visser 0-8 

de weduwe van Willem Nagtegaal 0-7-8 

Jan Pankras 0-12 

juffrouw van Klaveren 0-15-8 

Wijntie Alewijns 0-7 

N. Dijlman 0-8-8 

Hendrik van Beek 0-5-4 

Tomas Geeridsz. Burgloon 0-6-12 

drie woningen van dito 0-7-8 

Jan Vermeeren 0-9 

f. 77 

3 woningen van Jan Vermeren 0-7-8 

Adriaantie van Beaumont 0-11 

Van de Griend en Van Wessem 0-10-8 

de erfgenamen van Gillis Sandersz. 0-18-8 

Gerrid Vermeulen 0-10 

Cornelis Geeridsz. Voet 0-12 

Cornelis Krom 0-4 

de weduwe van Cornelis Kouwater 0-15 

deselve 0-10 

Michiel Bitrimond 0-7-8 

f. 77v 

Jacob Willemsz. van der Plas 0-8-8 

Adriaan Vonk 0-7-8 

Jan Gillisz. 0-7-8 

Adriaan Hegters 0-5-12 

Pieter van Boedonk 0-7-8 

Jan Hardeman 0-12-12 

de erfgenamen van Jan Aalbertsz. Temminkhoff 0-12-12 

Teunis Hanssen van der Streng 0-9 

denselven 0-9 Cornelis Gillisz. 0-14 

f. 78

twee woninkjes van Jan Pouwelsz. 0-6-8 

Joannes van Wageningen 0-15 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 12v e.v.: op 3 mrt. 1695 verkopen Pieter Gleijnsz. Cooll, schipper en burger van Dordrecht, en Helena Boeff, weduwe van Johannes van Wageningen, als erfgenamen van Margareta Staessen van Kipt, weduwe van Pieter Gelijnsz. Cool, voor 440 gl. aan Jacobus Engelen, schoolmeester te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Adriaen Wijnen en dat van Jan Foppen. De koper is schuldig aan Engeltje Eijmers, weduwe van Arien Jansz. Knipschaer, schipper op de Rijn, een bedrag van 200 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: comp. Aelbertje van Maenen, weduwe van Mouris Willemse, als procuratie hebbende van Gijsbert Knipscheer, Johannes Knipscheer en Adriaen van Maenen, als man van Anna Knipscheer, allen erfgenamen van Engeltje van Maenen, weduwe van Adriaen Knipschaer, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Hubertus Col te Nijmegen op 17 sept. 1710, en toont de originele brief met kwitantie, waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 20 sept. 1710.] 

Adriaan Wijnen 0-15   

Achter het Weeshuis [Doelstraat] 

de erfgenamen van Jan Pouwelsz. 0-10 

Pieter Cornelisz. Mes 0-12-8 

de erfgenamen van Jan Aalbertsz. Temminkhoff 0-9 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 61: op 15 febr. 1684 verkooptCornelis Jonghste, schipper en burger van Dordrecht, als man van Susanna Isaacxdr. van Flittert, voor 700 gl. aan Jan Aelbertsz. Temminckhoff, burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat achter het weeshuis, staande tussen het huis van Barent van Radesteijn en dat van de erfgenamen van Anthonij Moliers.] 

Jacob Moliers 0-9 

Paulus Eemond 0-9 

Jan Willemsz. 0-9 

Steven Jansz. Modder 0-9 

f. 78v 

de stal van ds. Dibbits 0-9 

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 140 e.v.: op 2 okt. 1680 verkoopt Cornelis Maertensz. van de Kuijp, mr. kuiper te Dordrecht, voor 685 gl. aan Johannes Dibbetz, predikant te Dordrecht, een huis in de Doelstraat, staande tussen het huis van Steven Modder en dat van Dider Jansz.] 

de weduwe van Dijtert Jansz. 0-19-8 

Cornelis Maartensz.[van de Kuijp] kuiper 0-17-8 

De Cloveniers Doel 2-1-8 

De Kloveniersdoelen, waar in 1618/1619 de Nationale Synode werd gehouden. Het gebouw werd in 1857 afgebroken. Het was behalve een vergaderplaats voor de schutters ook een herberg. Boven het dak verhief zich een achtkantig torentje. Daarin bevond zich een op een ijzeren spil staande ronddraaiende tafel met banken, de Draaiom genaamd. Aan de tafel gezeten had de bezoeker al draaiende door de grote ramen van de Draaiom een fraai uitzicht over de stad. (André den Haan, De Draaiom in de Kloveniersdoelen. [Oud-Dordrecht 2003, nr. 2, p. 4 e.v.]) 

[ONA Dordrecht inv. 215, f. 76: op 2 mrt. 1675 verhuren mr. Jacob van Mewen Johansz., Johan van der Hulck, beiden schutmeesters, Gerard Francken, Paulus van Helmont, Mattijs van Cappel en Anthonij Repelaer, dekens van de Kloveniersdoelen, “bij continuatie” voor 13 jaar voor 250 gl. per jaar aan Dionijs van der Dack de Kloveniersdoelen, zoals die worden gebruikt en bewoond door Johannes Rens, concierge van de Kloveniersdoelen.] 

Pieter Helmig 0-13-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 7v: op 9 mrt. 1683 verkoopt Isaack van Bellen, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens procuratie hebbende van Staes Hellu, wonende te Amsterdam, voor 550 gl. aan Pieter Helmig, burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat, staande tussen het huis van Cornelis van der Mast en de Kloveniersdoelen.] 

N. van der Mast 0-13-8 

juffrouw Hoogstraten 0-13-8 

deselve 0-10-4 

Jan Kloens Pietersz. 0-10 

f. 79 

Doelstraa

Jan A. Schot 0-11-4 

denselven 0-11-4 

Geertruijd Pijl 0-6 

Pieter Helmig 0-4 

Kasper van Beek 0-4 

de andere zijde van de Doelstraat 

Hendrik van Aansurg 0-6-8 

[ORA Dordrecht inv. 1634, f. 16v e.v.: op 21 mrt. 1693 verkoopt Agatha van Hoogeveen, weduwe van ds. Jacobus Feij, predikant te Willemstad, voor 2300 gl. aan Adriaan Cleijn, stadhouder van de schout van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Doelstraat en het huis van de verkoopster. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 2300 gl.] de erfgenamen van de heer Aalbert Hoogeveen 0-6 [ORA Dordrecht inv. 1636, f. 106 e.v.: op 14 febr. 1698 verkoopt Agata van Hoogeveen, weduwe van ds. Jacobus Feij, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Margrieta van der Heijde, weduwe van stadhouder Willem van Campen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van stadhouder Adriaen Cleijn en dat van Pieter de Jongh, alsmede een huisje daarachter staande, uitkomende in de Doelstraat, “geproprieert” tot twee woningen, staande tussen het huis van Jan Cloens en dat van Miggiel van Aansorgen, welke panden haar, verkoopster, zijn aanbedeeld bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door haar vader, Albertus van Hoogeveen, op 26 juli 1686.] Jan Kloens Pietersz. 0-7-8 [ORA Dordrecht inv. 1628, f. 16 e.v.: op 2 april 1681 verkopen Cornelis Schalcken, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Abraham Leonardis en Henric Lijdius, predikanten resp. te Dordrecht en Maasdam, als testamentaire voogden over het weeskind van wijlen ds. BalthasarSchalcken, tevens procuratie hebbende van ds. Johannes Schalcken, predikant te Charlois, en Godefridus Schalcken, en van Berbera, Maria en Aletta Schalcken, zijn broers en zusters, allen, samen met wijlen Anna Schalcken, erfgenamen van ds. Jacobus Lydius, predikant te Dordrecht, en tevens erfgenamen ab intestato van voornoemde Anna Schalcken,, voor 6149 gl. 10 st. aan Johan Cloens, koopman te Dordrecht, als man van Jacoba de Marees, en aan Elisabeth en Josinade Marees, meerderjarige, ongehuwde personen, wonende te Dordrecht, de helft van een huis met daaronder twee grote wijnkelders en erachter een tuin, alsmede een huisje daarachter in de Doelstraat, welk grote huis is genaamd “Oostenrijck” en staat in de Voorstraat omtrent het Steegoversloot, strekkende voor van de Voorstraat tot achter in de Doelstraat, belend doorde Munt aan de ene zijde en het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad, aan de andere zijde. De wederhelft van het huis etc. is eigendom van verkopers.] Jacob van Botland 1-0 [ORA Dordrecht inv. 1631, f. 97: op 6 mei 1688 verkopen Geertruijt de Bruijn, Ruth Onder de Wijngaert, als man van Agnees de Bruijn, en Steven van Esch, als man van Henrica de Bruijn, allen kinderen en erfgenamen van Hendrick Lambertsz. de Bruijn, voor 1550 gl. aan Elisabeth Taerling, vrouw van Marinus Braber, een huis in de Doelstraat, staande tegenover de Doelen tussen de Munt en de gang of poort van Pieter Regenmorter. De koopster is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl. In margine: op 6 mei 1692 toont Jacob van Botlant, als man van Elisabeth Teerlinck, de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.] 

de heer burgemeester Roeloff Eelbo 0-10-8 

f. 79v 

de heer burgemeester Roeloff Eelbo 0-10-8 

denselven 0-10-8 

In’t Mazelaars-straatie staan alsnog geen lantaarnen 

Agter den Doel

Jacob van Driel [lijstenmaker] 0-12 

[ONA Dordrecht inv. 183, f. 83 e.v.: op 7 juni 1670 verkopen ds. Theodorus Dibbetius, predikant in Barendrecht, als man van Cornelia Schoormans, en Pauwels van Esch, als man van Elisabeth Schoormans, beiden mede-erfgenamen van Margrieta Roonga, weduwe van Johan Schoormans, achtraad van Dordrecht, voor 900 gl. aan Jacob Sijmonsz. van Driel, lijstenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat achter de Doelen, staande tussen het Zakkendragersstraatje en het huis van Israël Covijn schilder. 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 17 juni 1693: een baar in de Doelstraat voor Jacobus van Driel lijstenmaker.] 

Adriaan Wijnen 0-10 

[ONA Dordrecht inv. 294, f. 173: op 22 juni 1663 legt Judith van Hulsdonck, weduwe van Alexander op de Laij, op verzoek van Jan Adriaensz. Messian, wonende te Amsterdam, een verklaring af. Zij getuigt, dat omstreeks zestien of zeventien jaar tevoren, toen zij als dienstmaagd diende bij Messian in de herberg “de Colff” in Dordrecht, daar ook woonde de fijnschilder Israel Covijn, die bij Messian in de kost was, en dat hij gedurende zijn ziekte werd verzorgd door de rekwirant en en zijn vrouw, van medicamenten en anderszins, die door de rekwirant werden betaald. Zij verklaart voorts, dat in de voorgaande winter Covijn bij haar in huis is gekomen en heeft gezegd, dat hij de rekwirant had gedagvaard “omme weegens sijn pretentie van ’t gene hij Covijn bij hem hadde verteert ende noch schuldich was te accorderen”. Messian is daarop ook bij haar thuis gekomen, “als wanneer … Covijn telkens hem absenteerde ende niet te voorschijn quam”. 

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 4: op 28 jan. 1683 verkoopt Israël Covijn, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Adriaen Wijnen, burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat, staande tussen het huis van Fop Vergilius en dat van Jacobus van Driel. 

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 3 sept. 1704: Iserel Couijn in de Doelstraat.] 

Fop Vergilius 0-9 

de erfgenamen van Cornelis Vogel 0-6 

In’t Weeshuijs-straatie 

de weduwe van Corstiaan Verbroek 0-6-8 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 1 e.v.: op 7 jan. 1683 Marighen Sieren, weduwe van Cornelis Fransz. de Graeff, kuiper en burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Corstiaen Maertensz. Verbroeck, binnenvader in het Krankzinnigengesticht, een huis in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Buijs en dat van Cornelis Vogel.]

 de weduwe van Antonij Buijs 0-7-12 

Maaijken Roomers 0-6 

f. 80

Vogels weduwe 0-6 

Phlip van Hoogstraten 0-8-12 

de weduwe van Willem Dermoeij 0-9[Willem Dermoeij, gedoopt NG Dordrecht april 1617, jongman van Dordrecht, wonende in de Vistraat,schiptimmerman (1642, 1647), viskoper (1652/1653),azijnmaker (1660),overleden ca. 1661, zoon van Fransois Fransz. Dermoeij,”glaesemaker”, deurwaarder van de gemenelandsmiddelente Dordrecht, en Neelken Cornelis Pauwelsdr., trouwde NG Dordrecht 18 mei 1642 (ondertrouw) Burgje Teunis Jansdr., geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Weeshuisstraatje (1642), overleden na 13 jan. 1701 (vermoedelijk vóór 24 juli 1713), dochter van Teunis Jansz. (Leutering), zeilmaker te Dordrecht, en Marike Adriaen Leenaertsdr. 

ORA Dordrecht inv. 779, f. 103v e.v.: op 16 mei 1654 verkoopt Dirck van Herwijnen, door de weesmeesters van Dordrecht gemachtigd tot de verkoop van het hierna beschreven huis van Gijsbert van Dalen, voor 700 gl. (te betalen alle jaren met 100 gl.) aan Willem Fransz. Dermoeijen viskoper een huis in de Willem Oskensstraat [Weeshuisstraat], staande naast het huis van Herman Govertsz. kleermaker, en een wijnkelder met erf en toebehoren in het Mazelaarsstraatje [Zakkendragersstraat] naast het huis van Anneken Reijniers, uitkomende met een gang onder het huis van Herman Govertsz. kleermaker in de Willem Oskensstraat. In margine: compareert Burghjen Teunis, weduwe van Willem Fransz. Dermoeijen en toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 20 juni 1675. 

ORA Dordrecht inv. 782, f. 132v e.v.: op 14 sept. 1660 bekent Willem Fransz. Der Moeijen, azijnmaker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anneken Jansdr. een somma van 600 gl. wegens geleende penningen, af te lossen met 200 gl. per jaar, daarvoor verbindende zijn huis in de Weeshuisstraat, genaamd “de Mosterpot”, staande tussen het huis van Jan Abrahamsz. kuiperen dat van de erfgenamen van Marijken Rommers. 

ORA Dordrecht inv. 789, f. 39 e.v.: op 20 juni 1675 bekent Burghje Teunis, weduwe en erfgename van Willem Fransz. Dermoeijen viskoper, schuldig te zijn aan Anna de Meijer, weduwe van Isaack Crassen, een bedrag van 400 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in het Weeshuisstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Herman Goverts en dat van de kinderen van Hans Verhagen. (Cf. f. 80v)

ONA Dordrecht inv. 675, f. 194 e.v.: op 24 juli 1713 verkopen Willem Dermoeij, Frans Dermoeij, Christofffel Dermoeij en Jacob Quinting, man van Johanna Margareta Dermoeij, kinderen en erfgenamen van wijlen Metje van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeij, aan Aernout Wijnties, mr.-bakker te Dordrecht, drie naast elkaar staande huisjes, met een stuk erf achter één van die huisjes, ter breedte van 6 1/2 voet “en diepte volgens afteeckeninge op de gront gemaeckt”, staande en gelegen in het Weeshuisstraatje tussen het huis van de erfgenamen van Michiel van Aensorgh en het huis van Jan Gardenier. De koopsom bedraagt 1000 gl., waarvan de koper zes maanden na de overdracht 200 gl. zal betalen. 

ONA Dordrecht inv. 675, f. 196 e.v.: op16 dec.1713 verkopen bovengenoemde verkopers voor 140 gl. aan Jan Bossi een pakhuis, staande in het Mazelaarsstraatje tussen het huis van de erfgenamen van Michiel van Aensorgh en het huis van Catharina de Roo. ORA Dordrecht inv. 809, f. 78v: op 11 jan. 1714 transporteren bovengenoemde erfgenamen aan Johannes Bossij, kuiper en burger van Dordrecht, een pakhuis in het Mazelaarsstraatje, hebbende een vrije uitgang in het Weeshuisstraatje en staande tussen het huis van Jan Schuttel en dat van Catarina de Roo.] 

Mattijs Paijant 0-6 

[Zie hieronder bij f. 87.] 

Zeger Voorhoff 0-7-8 

de weduwe van Jacob van Dalen 0-9 

Phlip van Hoogstraten 0-7-8 

Michiel van Aansurg 0-13-4 

denselven 0-7-8 

de weduwe van Willem Dermoeij 0-6-8 

f. 80v

de weduwe van Willem Dermoeij 0-3 

Johannes Verhagen 0-10 

Johannes Kluijt 0-10 

De Mariënbornstraat 

Herman Jenefaasz. [van der Kloet] 1-0 

de stal van de heer Van den Broek 1-10 

Johan van Haarlem 0-7-8 

het pakhuis van Louis van der Putten 0-10 

het pakhuis van Govert van der Burg 0-3-12 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 164v e.v.: op 4 sept. 1696 verkoopt Govert van der Burgh, burger van Dordrecht, voor 570 gl. aan Adriaan van Hogeveen, schepen in wette van Dordrecht, een pakhuis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Louies van der Putten en het huis, waar uithangt “den Romer”.] 

Joris Aalbertsz. [Lanslot, bezemmaker en tapper] 0-3-12 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 182v e.v.: op 10 nov. 1696 verklaart Gerrit van Vegt, tapper en burger van Dordrecht, als man van Elsje Lanslot, enige dochter en erfgename van Joris Aelbertsz. Lantslot, bezemmaker en tapper te Dordrecht, schuldig te zijn aan Hendrick Terwe, koopman te Dordrecht, een somma van 1000 gl., en aan Louies van der Putten, eveneens koopman te Dordrecht,een bedrag van 600 gl., verbindende een huis in de Mariënbornstraat, waar uithangt “den Roomer onder de Wijser”, staande tussen het pakhuis van Adriaen Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, en het huis van de erfgenamen van Van der Pijpen.] 

de weduwe van Hendrik van der Pijpen 0-9-8 

f. 81 

Gosuinus de Bruijn 0-4 

Joannes Santefoort 0-6 

De dwarsgang bij de Houthaak 

Isaak Houbraken 0-6 

Adriaan Wijnen 0-13-8 

Adriaan Hegters 0-15 

Cornelis van Zomeren 1-0 

de weduwe van Willem van Bergen 0-7-8 

2 woningen van Cornelis Spruijt 0-7-8 

denselven 0-12 

Michiel van Aansurg 0-12 

f. 81v 

De Hermanshuijstraat [Heer Heymansuysstraat] 

de weduwe van Hendrik van de Krab 0-12-8 

de erfgenamen van de heer Aalbert van Hoogeveen 0-10-8 

deselve 0-10-8 

deselve 0-9 

Anneken Gijsberts 0-8-8 

3 woningen van de heer Mattijs van Cappel in de brouwerij [“het Kruijs”] betimmert 0-17 

J. van Botland 0-6 

Jacob Moliers 0-7-8 

Jacob van Botland 0-5-8 

2 huisjes van de weduwe van de heer Gerard Baan 0-14-8 

f. 82 

het pakhuis van de weduwe van Gerard Baan 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 72v e.v.: op 15 sept. 1695 verkoopt Daniël van Veen, kamerbewaarder en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agatha van Wesell, weduwe van Gerard Baan, koopman te Dordrecht, voor 1200 gl. aan Johan de Haas, brouwer en burger van Dordrecht, een pakhuis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van mr. Johan de Witt, secretaris van Dordrecht, en dat van Lijsbet Lammerts.]

 Daniël van Veen als voogd 0-12-8 

Adriaan Moreels 0-9 

denselven 0-9 

Jacob van Botland 0-12 

Harings weduwe 0-10-8 

de weduwe van Lambert Bovij 0-10-8 

De dwarsgang bij de Oijevaar 

Anna Gijsberts 0-12-8 

Isaak van Bellen 0-9 

Salomon Bosgagie 1-4 

f. 82v 

de weduwe van Willem van Hoesen 0-11 

Jan Cornelisz. 0-12 

de weduwe van Gerrid de klompmaker 0-7-8 

Joannes Warijn 0-13-8 

[ORA Dordrecht inv. 799, f. 162 e.v.: op 16 aug. 1696 verkoopt Samuel de Moraaz, klerk ter secretarie, als procuratie hebbende van Poulus Warijn, enige nagelaten zoon van Johannes Warijn, mr. kleermaker te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris F. Beudt op 22 sept. 1695, voor 200 gl.aan dezelfde Frans Beudt een huis in de Nieuwkerkstraat op de hoek van de Wijngaardstraat, tussen die straat en het pakhuis van de weduwe van Willem van Hoesden.] 

het pakhuis van de weduwe van Willem van Hoesen 0-15

het Steegoversloot [noordzijde] 

Jacob Pereljeu [orgelmaker] 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 39v: op 21 juni 1681 verkoopt Jan Jansz. de Wael, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, voor 551 gl. aan Carle Jacobus Perellieu, orgelmaker te Dordrecht, een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van mr. Thomas van der Thuijnen en dat van Jan van Ghele houtkoper.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 18: op 16 april 1697 verklaart Margrita Elvervelts, weduwe van Carel Jacobus Pereljen, schuldig te zijn aan Petronella Jans een bedrag van 400 gl., verbindende een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Abel van Tuijnen en dat van de weduwe en erfgenamen van Jan van Ghele.] 

Jan van Gelee [houtkoper] 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 1638, f. 68 e.v.: op 21 juli 1700 verkoopt Johan van Eijsden, medicinae doctor en koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Johan van Gelee en Catharina Vingerhoet, beiden overleden, tevens als procuratie hebbende van hun dochters, Elisabeth en Johanna van Gelee, en vervangende Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, zijn medevoogd, voor 580 gl. aan Lijsbet Munnickhoven, burgeres van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Gijsius en dat van Jacob Peruljeux.]

 Andries Gijsius [passementwerker] 0-10 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 105: op 13 sept. 1684 verkoopt Johan van Geele, koopman en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Andries Gisius, passementwerker en burger van Dordrecht, een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Jan Jansz. Verboogh. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 650 gl.

NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1674; Andries Ghijsius koordenwerker jongman van Utrecht wonende in de Augustijnenkamp en Aeltjen Abrams jonge dochter van Breda wonende in het Steegoversloot, getrouwd op 15 april 1674] 

Jan Jansz. Boog 0-10-8 

[ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 16: op 5 april 1712 verkopen ” Johannes Kluijt, mr. glasemaker borger deser Stad, als Last en procuratie hebbende Ingevolge vande selve procuratie opden 14 feb. 1712 gepasseert voorden Notaris Corn. van Aensurg hier ter Stede residerende ons Schepenen vertoont van Willem Servaese Egens, maselaer borger deser Stede als in huwelijk hebbende Emmigje van Evelingen ende van Pieter van Swol, Sledenaer mede borger alhier, als in Huwelijk gehad hebbende Johanna van Evelingen en eenige geinstitueerde Erfgenaem van deselve sijn overleden huijsv: zal.r welke voorn: Emmigje en Johanna van Evelingen geweest sijn de eenigste naergelaten kinderen en Erfgenaemen van haer moeder Neeltje Boog die in haer leven wed.e en boedelhouster was van Aelbert van Evelingen mitsgaders [erfgenamen] van Jan Boog haren grootvader”, voor 410 gl. een huis vooraan in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Gisius en dat van Willempje Barentsdr.]

f. 83 

Cornelis Geldtelder [deurwaarder] 0-9 

[ORA Dordrecht inv. 1639, f. 46: op 19 mei 1701 verkoopt Catharina Huijbertsz. Vaens, weduwe van Cornelis Geltelder, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Hendrick Hellemans, mr. twijnder, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Verboog en de gang van Poulus Eelbo.

I. Cornelis Cornelisz. Gelttelder, jongman van Poortugaal, wonende in het Steegoversloot (1663), deurwaarder van de gemenelandsmiddelen te Dordrecht,trouwde NG Dordrecht 25 febr. 1663 (ondertrouw) Hester Jansdr.Heijbuijck, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Sluispoort (1663) 

ONA Dordrecht inv. 185, f. 70: verklaring dd 16 juni 1674 door Herman Pamburch, Cornelis Gelttelder, Sijmon Jacobsz. en Hendrick Schoormans, deurwaarders van de gemenelandsmiddelen, en Willem Robbertsz., gezworen “zeepeijlder” te Dordrecht, op verzoek van de pachters van het gemaal over Dordrecht en de drie omliggende eilanden. 

Kind: 

a. Cornelis Geldtelder, gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1664, volgt II 

II. Cornelis Geldtelder, gedoopt NG Dordrecht 13 jan. 1664, jongman van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1688), mr. glasmaker, trouwde NG Dordrecht 23 mei/7 juni 1688 Catharijna Vaens, jonge dochtervan Dordrecht, wonende aan het Groothoofd (1688)] 

de heer Hugo Repelaer 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 138: op 23 mei 1667 verkoopt Pieter Hendriksz. Bunne, slotenmaker en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Johannes Perck, chirurgijn en burger van Dordrecht, een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Govertsz. Heijmans en dat van Van der Wal.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 11v e.v.: op 5 febr. 1675 verkoopt mr. Johan Perck, chirurgijn en burger van Dordrecht, voor 1500 gl. aan Margrieta Cools, weduwe van Hugo Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Govertsz. Heijmans en de uitgang van het huis van Paul Eelbo. De koopster voldoet de koopsom met het casseren van een schuldbrief van 1200 gl. en met het betalen van de verponding en de rechterlijke kosten.] 

Jan Govertsz. Heijmans 0-16 

Cornelis de Jong 1-17-8 

[NG trouwboek Dordrecht 8 sept. 1675 (ondertrouw): mr. Gerhard Pauw advocaat en administrateur van de weeskamer weduwnaar wonende in het Steegoversloot en Elisabeth Sophia Brakonier jonge dochter wonende in Den Haag, per schrijven van daar. 

NG trouwboek Dordrecht 5 mrt. 1684 (ondertrouw): mr. Gerard Paauw weduwnaar advocaat en administrateur van de weeskamer van Dordrecht en Johanna van Beverwijck jonge dochter van Vlissingen beiden wonende te Dordrecht. 

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 18v: op 4 mei 1689 verkoopt mr. Gerard Pauw, advocaat te Dordrecht, voor 5600 gl. aan Cornelis de Jongh, burger van Dordrecht, een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Wilhelm Brantwijck van Blocklant, vrijheer van Blocklant, en dat van Jan Govertsz. Heijmans, alsmede een stal. staande bij de St. Jorispoort naast het Geesthuis en het magazijn van de stad Dordrecht. Bij de koop zijn o.a. inbegrepen het goudleer in twee kamers, koperen ringen etc., welke door schepenen van Dordrecht zijn getaxeerd op een totaal bedrag van 500 gl.] 

Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijck van Blocklandt 

[ORA Dordrecht inv. 1635, f. 120: op 18 april 1696 verkoopt Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijck van Blocklandt, heer van Blokland en burgermeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Roelant Taarlingh Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van dr. Laurens de Jongh en dat van Daniël van Veen.] 

Daniël van Veen 1-5 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 32 e.v.: op 16 juli 1683 verkopen Johan Moijweer, voor zichzelf en tevens vervangende Niclaes de Both, commissaris ter recherche te Haarlem, als man van [NN] Moijweer, samen kinderen en erfgenamen van Geerit Gillisz. Moijweer, voor 1600 gl. aan Daniël van Veen, burger van Dordrecht, een huis voor in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Wilhelm Brantwijck van Blokland, burgemeester van Dordrecht, en dat van Hendrick Deckers. De koper is schuldig aan Pieter Muijs, burger van Dordrecht, een somma van 700 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 106v: op 28 febr. 1696 verkoopt Daniël van Veen, kamerbewaarder te Dordrecht, voor 1200 gl. aan zijn broer, Adriaen van Veen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de heer van Blocklant, oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Hendrick Deckers mr. kleermaker. In margine: op 24 juni 1727 verklaart Francois Bongers, dat in het testament van wijlen Adriaan van Veen, gepasseerd op 13 april 1713, de goederen, die hij heeft nagelaten, waren “subject fideïcommis”. Op 28 juni 1782 verklaart F. Pistorius, notaris te Dordrecht, dat het fideï-commis, in het hierboven genoemde testament vervat, is vervallen, aangezien Francois Bongers is overleden, nalatende drie kinderen, t.w. Maria, Jacob en Cornelia Bongers, Pieter van Veen is overleden zonder nakomelingen na te laten, en Helena van Veen, weduwe van Francois Bongers, is overleden, nalatende twee kinderen, t.w. Francois en Pieter Bongers, welke laatstgenoemde eveneens is overleden zonder kinderen na te laten.] 

Hendrik Dekkers [mr. kleermaker] 1-7-8 

[ORA Dordrecht inv. 1625, f. 128v: op 19 sept. 1676 verkopen “Janneken Jans wed. van Jan Gillis Backer voor eene helfte en(de) Adriaen Baen geswoore Camerbewaerder als last en(de) procuratie hebbende van de hr. Dirck van Haerlem Secretaris vande weescamer binnen deser Stede voorde ander helft, t’Samen Erffgen. van wijlen Pieter van(de) Honert”, voor 1040 gl. aan Hendrik Deckers, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Gerrit Moijweer en dat van Samuel Oosterlingh.]

Dirck van der Wall [wijnkoper, koopmansbode] 1-11-8

[I. Gerrit Dircksz. Oosterlingh, jongman van Leiden wonende [in de Voorstraat] achter het stadhuis (1639), trouwde NG Dordrecht 1/30 okt. 1639 Margareta van der Heijden Samuelsdr., van Dordrecht wonende achter het stadhuis (1639) 

Kind: 

a. Samuel Oosterlingh, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1648, volgt II II. Samuel Oosterlingh, wijnkoper wonende in het Steegoversloot (1673), trouwde NG Dordrecht 1/27 okt. 1673 (per schrijven van Haarlem) Catrina Baes, wonende te Haarlem (1673) 

ONA Dordrecht inv. 255, f. 49 e.v.: overeenkomst dd 31 mrt. 1674 tussen Ariaentgen Remmelen, meerderjarige ongehuwde persoon, geassisteerd met haar stiefvader Cornelis Willemsz. Holleman, wonende buiten de Vriesepoort, enerzijds en Samuel Oosterlingh wijnkoper, anderzijds. Samuel heeft bij Ariaentgen een zoon verwekt, die is geboren op 27 jan. 1674. Samuel zal haar voor de alimentatie van zijn buitenechtelijke kind jaarlijks een bedrag van 50 gl. betalen. Die verplichting komt te vervallen, wanneer het kind 14 jaar wordt of wanneer hij komt te overlijden. Ariaentgen verklaart, dat Oosterlingh haar een niet nader beschreven bedrag heeft betaald “voor haere gepretendeerde kraemcosten” en als vergoeding voor haar “defloratie” [het verlies van haar maagdelijkheid]. Deze overeenkomst wordt vernietigd op 11 jan. 1679: Oosterlingh zal Ariaentgen nu i.p.v. 50 gl. per jaar een somma van 200 gl. eens betalen. Ariaentgen belooft in het vervolg niets meer van Oosterlingh te eisen. Borgen: haar stiefvader Cornelis Willemsz. Holleman en diens vrouw Aeltgen Cornelisdr. (ONA Dordrecht inv. 257, f. 175 e.v.) 

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 52 e.v.: op 12 nov. 1685 verkopen Samuel Oosterlingh en zijn vrouw Catharina Baes voor 2175 gl. aan Dirck van de Wal wijnkoper een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrick Deckers en dat van Hendrick Lambertsz. de Bruijn. 

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 50 e.v.: op 5 mei 1699 verkoopt kapitein Dirck van der Wall, koopmansbode van Dordrecht op Amsterdam, voor 2800 gl. aan Paulus Herres, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis, dat wordt bewoond door de weduwe van Steven Claasz. van Esch, en het huis van Hendrick Dekker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2000 gl.] 

Steven [Claasz.] van Esch 1-11-8 

[Herri (Hendrick) Lodge, (Looge, Lots),Engels koopman, weduwnaar van Londen (1603), overleden tussen 23 mei 1623 en 22 mei 1625, trouwde 2e NG Dordrecht 6/20 april 1603 Sara Heussaert Balthasar Fransdr., van Dordrecht (1603) 

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 29v e.v.: op 22 mei 1625 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Hendrick Looge, Engels koopman, en zijn vrouw, Sara Balthasarsdr. Huijsaert, gepasseerd voor notaris P. Eelbo op 23 mei 1623. 

1633: de weduwe van Herrij Lodge betaalt in de verponding 15 gl. 15 st. voor haar huis in het Steegoversloot, belenders: Arnolt van der Goes, die huurt van juffrouw Meusienbrouck, en Arnoldus Coils. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 167v) 

Kinderen (ex 2): 

a. Cornelia Lodge Henricksdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1613, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1647), trouwde NG Dordrecht 7/22 april 1647 Caspar van Beeck, jongman van Duisburg, wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1647), weduwnaar van Duisburg wonende in het Steegoversloot (1667), schoenmaker, trouwde 2e NG Dordrecht 11/25 sept. 1667 Anneke Swaen, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1667) 

ONA Dordrecht inv. 268, f. 350 e.v.: op 15 sept. 1662 verkoopt Johannes van Besoijen, twijnder en burger van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Caspar van Beeck, meester-schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johan de Vries en dat van de erfgenamen van Willem Baltensz. de Best. Het huis heeft een vrije doorgang naar de Doelstraat. 

b. Sara Loge, gedoopt NG Dordrecht dec. 1615, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1653), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./15 april 1653 (procl. te Emmerich en Heusden) Hendrick van Beeck, jongman van Duisburg, wonende te Duisburg (1653), chirurgijn 

200e penning Dordrecht 1674: Hendrick van Beeck, in het Steegoversloot, aangeslagen voor een vermogen van 3500 gl., zijnde de helft van de erfenis van de weduwe van Herrij Lodi, betaalt 20 gl. 

c. Aechtgen Loodsi, geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), trouwde NG Dordrecht 16 mei/1 juni 1638 Maerten Abrahamsz. Romeijn, aug. 1604, jongman van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp (1628), weduwnaar van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1638), varend gezel, bakker, trouwde 1e NG Dordrecht 9/24april 1628 Pieterken Hendrick Cornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Doelstraat (1628) 

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26: op 22 juni 1683 verkopen Hendrick van Beeck, voor de ene helft, en Bartholomeus van de Grient, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessum, als man van Agata Romeijn, beiden erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, bakker en burger van Dordrecht, samen voor de andere helft, voor 2255 gl. aan Hendrick Lambertsz. de Bruijn, koopman en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Samuel Oo[ste]rlingh en dat van Pieter de Jongh. 

Hendrick Lambertsz. de Bruijn, trouwde Marija Damisdr. Claptas, dochter van Damis Dircxsz. Claptas 

ONA Dordrecht inv. 177, f. 75 e.v., akte dd 22 mei 1656: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Damis Dircxsz. Claptas, door zijn weduwe Hendricxken Mattheusdr., en zijn kinderen, t.w. Melis Damisz. Claptas, Jan Damisz. Claptas, Dirck Damisz. Claptas, Marija Damisdr. Claptas, echtgenote van Hendrick Lambertsz. de Bruijn, Pieter Adamsz. van Spijck, als man van Neeltgen Damisdr. Claptas, en Jacob Aertsz. Binck, als man van Trijntgen Damisdr. De comparanten verklaren, dat zij elk hun zevende deel in de overschietende baten van hun vaders boedel hebben ontvangen. In gemeenschappelijkzullen blijven de helft van een huis, schuur, werf, tuin of boomgaard, staande en gelegen op grond van de heerlijkheid de Merwede buiten de Vriesepoort, waarvan Jacob Aertsz. Binck de wederhelft bezit, enige uitstaande schulden, zowel “goede als kwade”, samen bedragende een somma van ongeveer 175 gl., alsmede een sledenaarswagen. 

Kind: 

a. Hendrickje de Bruijn, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde Dordrecht 20 okt. 1669 (ondertrouw Steven Claesz. van Esch 

NG trouwboek Dordrecht 20 okt. 1669 (ondertrouw) Steven van Esch glasmaker jongman wonende achter het stadhuis en Hendrickje de Bruijn jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot. 

ONA Dordrecht inv. 239, f. 21 e.v.: op 31 jan. 1678 machtigt Hendrick de Bruijn, agent van de Maashandelaren en burger van Dordrecht, zijn schoonzoon Steven van Esch, burger van Dordrecht, om uit handen van Herman van der Geest, koopman en burger van Dordrecht, te ontvangen zodanige somma gelds als Johan van Leuwen heeft overgedragen aan Van der Geest. 

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 42v e.v.: op 23 april 1699 verklaart Hendrica de Bruijn, weduwe van Steven van Esch, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Maria van Berckel, echtgenote van Jacob van Meeuwen, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 1500 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Pieter de Jong en dat van Dirck van der Wal. 

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 27v e.v.: op 24 april 1732 verkopen Pieter van Esch, meerderjarige ongehuwde persoon, Lodewijk Faassen mr. draaier, als man van Maria van Esch, Willem van der Linden mr. bakker, als man van Geertruijd van Esch, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Hendrika de Bruijn, weduwe van Stephanus van Esch, voor 2000 gl. aan Joseph van Oirschoot, koopman van wijnen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notaris Andries Candt en dat van de weduwe van Jacobus van Lier.]

 Pieter de Jong [pasteibakker] 1-12-8 

[ORA Dordrecht inv. 1628, f. 95: op 14 mei 1682 verkoopt Johan Milanen, veertigraad van Dordrecht, als procuratie hebbende van Clara de Boufkens, weduwe van Waltherus Cools, Arnoldus Cools en Johanna Cools, meerderjarige kinderen van Waltherus Cools, en nog als voogd van de minderjarige kinderen van Waltherus Cools, voor 3000 gl. aan Pieter de Jongh, pasteibakker en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrick van Beeck en dat van de erfgenamen van Aernout van Ravesteijn.]

f. 83v 

Pieter de Jong 1-0 

Maria en Catarina van Hensboom 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 1621, f. 57v: op 7 nov. 1665 verkopen “Govert de Man ende Hugo van Dijck beijde Notarissen binnen deser Stadt Dordrecht als bij mijn Ed: heeren vande Gerechte ende Camere Juditieel derselver Stede, geauthoriseert sijnde tot reddinge ende benificieringe vande Boedel ende naergelaten goederen van wijlen Petronella Wor”, voor 2010 gl. aan Aernoult [Jansz.] van Ravestein, [stadsschoolmeester te Geertruidenberg, commies van de gemene agenten te Dordrecht, commies van het “comptoir” van de raad en rentmeester-generaal van de Grafelijkheidsdomeinen], een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Wouterus Cools en dat van Cornelis van Hoogeveen.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 107: op 19 sept. 1684 verkopen notaris Govert de With, daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, geassisteerd met Arnoldus Gevaerts en Cornelis de Raven, als man van Mondina Gevaerts, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Jacobus Gevaerts, en Fredrick Leembrugge, als man van Adrina Gevaerts, voor 1400 gl. aan Maria en Catharina van Hensboom, “bejaerde”, ongehuwde personen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Aelbertus Hoogeveen en dat van Pieter de Jongh, welke verkochte huis laatst eigendom was van Elisabeth van Ravesteijn, weduwe van Johannes Gevaerts.] 

deselve 1-0-8 

juffrouw Feij 1-19 

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 140v: op 21 okt. 1669 verkopen “Aelbert van Hoogeveen voor d’eene helfte, d’heer Jacobus Stuaert, als getrout hebbende Jouffr. Elisabeth van Hoogeveen ende d’heer Livius Lamminga als getrout hebbende Jouffr Geertruijt van Hoogeveen, mitsgaders noch de voorn: Aelbert van Hoogeveen als voocht over Jouffr. Catarina van Hoogeveen alle drie kinderen van Cap.n Gerard van Hoogeveen Erfgen. van Jouffr. Cornelia van Hoogeveen haerluijder suster, moeije en(de) behoutmoeije respective”, voor 2400 gl. aan Hugo van Dijck, notaris te Dordrecht, “den Eijgendom van een geheel huijs ende erve met allen sijnen toebehooren, staende en(de) gelegen int’Steegoversloot binnen deser voors. Stede [tussen het huis van de commies Aernoult van Ravesteijn en het huis, dat is nagelaten door Cornelia van Hoogeveen, op de hoek van de Doelstraat], mitsgaders noch en huijsken daer achter staende uijtkomende inde Doelstraet [staande tussen het huis van ds. Jacobus Lijdius en dat van Jan Goverts] geapproprieert tot twee woningen (hebbende het voorn. huijs van vooren tot achteren aen wedersijde sijne halve mueren moetende oock het secreet van desen huijse geruijmt ende gelost werden inde huijse opden hoeck van de Doelstraet alwaer den gemeene put is staende hebbende oock den voors: huijse mitsgaders het huijs opden hoeck vande Doelstrate eenen gemeene waterput”.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 137: op 7 dec. 1669 verkoopt Hugo van Dijck voor 3350 gl. aan Alebrecht van Hoogeveen, brouwer [in de “Gecroonde Dissel] te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de ingang van het Hof, staande tussen het huis van de koper op de hoek van de Doelstraat en dat van de commies Aernout van Hoogeveen.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 106 e.v.: op 14 febr. 1698 verkoopt Agata van Hoogeveen, weduwe van ds. Jacobus Feij, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Margrieta van der Heijde, weduwe van stadhouder Willem van Campen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van stadhouder Adriaen Cleijn en dat van Pieter de Jongh, alsmede een huisje daarachter staande, uitkomende in de Doelstraat, “geproprieert” tot twee woningen, staande tussen het huis van Jan Cloens en dat van Miggiel van Aansorgen, welke panden haar, verkoopster, zijn aanbedeeld bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door haar vader, Albertus van Hoogeveen, op 26 juli 1686.]

 deselve 0-18 

[ORA Dordrecht inv, 1634, f. 16v e.v.: op 21 mrt. 1693 verkoopt Agatha van Hoogeveen, weduwe van ds. Jacobus Feij, predikant te Willemstad,voor 2300 gl. aan Adriaen Cleijn, stadhouder van de schout van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Doelstraat en het huis van verkoopster. De koper is aan haar schuldig een somma van 2300 gl.] 

[de Doelstraat]

Pieter Helmig [mr. loodgieter] 0-17-12 

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 124: op 8 nov. 1690 verkopen Johannes van der Straten, als executeur-testamentair van Susanna van Bollenbeeck, weduwe van Dionisius van der Dack, en Pieter Muijs, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van kapitein Nicolaes van der Dack, voor 850 gl. aan Pieter Helmich [mr. loodgieter en] burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de Doelstraat en het huis van de koper.]

denselven 0-17-8 

Kasper van Beek [mr. schoenmaker] 0-17-8 

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 105: op 14 mrt. 1664 verkoopt Clara van der Beeck, de vrouw van Johannes van Besoijen, als procuratie hebbende van haar man, voor 2200 gl. aan Casper van Beeck, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johan de Vries en dat van Cornelis de Vries. Het verkochte huis heeft een vrije uitgang in de Doelstraat.]

de weduwe van de heer Jacob van Hoogstraten [schepen in wette] 0-7-8

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 129: op 7 okt. 1669 verkoopt Roelant de Carpentier, als curator van de desolate boedel van Johan de Vries, luitenant van een compagnie voetknechten, voor 7500 gl. aan Arent Muijs van Holij, secretaris van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrik Lambertsz. de Bruijn, agent van de Maze, en dat van Casper van Beeck, schoenmaker, alsmede een huis in de Doelstraat, staande tussen het huis van ds. Jacobus Lidius en dat van Adriana Maurits.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 82: op 16 mrt. 1676 verkoopt Arent Muijs van Holij, president-burgemeester van Dordrecht, voor 8500 gl. aan Jacob van Hooghstraten, schepen in wette van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Hendrick Lamberts. de Bruijn en dat van de schoenmaker Capser van Beeck, alsmede een huisje in de Doelstraat, staande tussen de gang van een van de voornoemde huizen en het huis van ds. Jacobus Lidius.]

deselve 1-15-12 

f. 84 

de erfgenamen van Hendrik Lambertsz. de Bruijn  [agent van de Maze] 1-14-8 

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 26v: op 2 mei 1663 verkoopt Herman Claesz. Laeijgie, droogscheerder en burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Maria Samueldr., weduwe van Hendrick Lambertsz. de Bruijn, agent van de Maze, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van mr. Johan de Vries, thesaurier van Dordrecht, en de St. Jorisdoelen.]

St. Joris Doelen 2-1-8 

[Hier was sinds de late middeleeuwen de schutterij van St. Joris (ook: Edele Kruis- of Voetboog) gevestigd. Het gebouw is van vóór 1485. In dat jaar wordt in een akte vermeld: het huis, genaamd “de Koevoet”, waar het schuttershuis op staat. (Lips, o.c., p. 528). Het komt voor op de plattegrond van Jacob van Deventer uit 1545. “Eeuwenlang was het gebied, begrensd door Doelstraat, Mariënbornstraat, Vest en Steegoversloot, het domein van de Dordtse schutters. De Doelen van St. Joris en St. Christoffel stonden aan het Steegoversloot, die van St. Sebastiaan aan de Doelstraat. Op het binnenterrein oefenden de schutters zich met hand- en voetboog, later ook met een vuurwapen als de haakbus, waarnaar de schutters van St. Christoffel ook wel Heelhaakschutters genoemd werden. De schutters van St. Sebastiaan heetten ook wel Kloveniers of Kolveniers.” “Matthijs Balen schenkt in zijn Beschrijvinge van Dordrecht (1677) op zijn manier aandacht aan de St. Jorisdoelen. Hij noemt de belendingen: zuidwaarts het huis Doelesteyn van burgemeester Nicolaas Stoop Jacobszoon, noordwaarts het huis van Henrik Lambertszoon de Bruyn, kamerbewaarder van de Chambre Mi-partie, en oostwaarts de Kloveniersdoelen. …” Op 5 aug. 1800 werd schutterij van St. Joris opgeheven. De schutters deden toen ten behoeve van de Bataafse Republiek afstand van de St. Jorisdoelen, het daarbij behorende erf, alsmede van alle inkomsten en bezittingen, met uitzondering van de roerende goederen. Tussen 1803 en 1810 is het gebouw ingericht tot tapijtfabriek. De onderneming werd geen succes en in 1810 werd opdracht gegeven de inventaris af te breken: alle weefgetouwen, wolbakken, kapstokken, verf- en wasketels enz. werden verwijderd. Op 4 sept. 1810 werd het gebouw voor 10.700 gl. ten behoevevan de stad Dordrechtgekocht door de heer Tets van Goudriaan. Vanaf 1811 zetelden in de voormalige St. Jorisdoelen de rechterlijke colleges (vanaf 1838 de Arrondissementsrechtbank en het Kantongerecht) en het wordt daarom ook wel het Tribunaal genoemd. In 1825 werd besloten tot eeningrijpende verbouwing van het gebouw. Het bestek vermeldt: “het vernieuwen van den gevel met een borst in’t midden, gedekt met een kroonlijst en frontespice naar de Romeinsche orde, en een attiek daar boven, een principaal ingang, twaalf licht -en een glasdeur – in dezelve. Voor dezelve een stoep en peristyle van vier kolommen na de Ionische orde. Een verandering aan het dak en het afbreken van het torentje.” Met 8490 gl. was de Dordtse timmerman Francois Lambinon de laagste inschrijver en aan hem werd derhalve het werk gegund. Aangenomen wordt dat de gevel een ontwerp is van stadsarchitect Pieter Plukhooy Bzn. (1772-1831). De nieuwe gevel van het Tribunaal heeft de breedte van het oorspronkelijke schuttershuis (ruim 16 m) pluseen bijgetrokken pandje (bijna 6 m) (Mieke Jansen, Sint Jorisdoelen en omgeving, in Kwartaal & Teken van Dordrecht, 1984, nr. 2/3, p. 49 e.v.).

In de jaren 1650 huurde Abraham van Nuijssenburch de Doelen van het St. Jorisgilde:

RA Dordrecht, archief 27 inv. 6 (Acta van de NG kerkenraad van Dordrecht, f. 178v, acta van 4 juli 1652: “De huijsvrou van Nuijssenburg, de waerdt inde Doelen, versoeckt haere belijdenis te doen en ten H. Avondmael te gaen. Ds. praeses Staphorstius hier in beswaert sijnde, heeft gevraeght wat hij daarin doen sal. Is goedgevonden haar aen te seggen, datse magh aengenomen werden, mits sij soo veel in haer is alle insolentiën tegengae, ende sabatschendinge, suijperije, spelen etc. niet en voede.”

ONA Dordrecht inv. 133, f. 258 e.v.: op 28 april 1654 testeren ten overstaan van notaris Arent van Neten Abraham van Nuijssenborch, tavernier in de Sint Jorisdoelen en zijn vrouw Adriana Mauritsdr. Legaten voor zijn broers van helen bedde Gabriël, (Isaack is doorgehaald), Jacob, (Hendrick is doorgehaald) en Adriaen van Nuijssenborch en de kinderen van wijlen Isaack van Nuijssenborch, eveneenseen broer van helen bedde van de testateur.

De St. Jorisdoelen (aan de zijde van het Stek) in 1736 (foto: RA Dordrecht)

De gevel van de Rechtbank in het Steegoversloot (aug. 2015) 

ONA Dordrecht inv. 194, f. 186 e.v.: op 8 mrt. 1697 verklaren mr. Mattheus van den Broecke, Johan Hallingh en Anthonij de Sondt, dekens van de Schutterij van de Kruisboog, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Adriaen van Blijenborch, heer van Naaldwijk, hun mede-deken, dat zij, “bij continuatie in huere gelaten … hebben aan kapitein Willem Raelhoff *, kastelein of concierge van de Doelen, voor een periode van zeven jaar het huis van de St. Jorisdoelen voor 260 gl. per jaar en een bedrag van 12 gl., welke betaald wordt door het College van de Alblasserwaard voor het kamertje of kantoor aan de grote bovenzaal,”waer vooren [hij] … verbonden blijft tot sijnen costen de kamers alomme schoon te maecken ende doen reijnnigen als behoort”.De schutterij behoudtvoor eigen gebruik het schiethuis en het erf van de Doelen.De huurder zal van ieder nieuw lid van deschutterij een stoop Rijnse wijn krijgen, “alsmede aen hem behouden het staen ende stallen vande hoorenbeesten inde Beestenmarckt mette proffijten vandien; mitsgaders de proffijten van alle vercoopingen van landen ende huijsen. Item het houden vande classen, buerten ende andere vergaderingen”, die in de Doelen gehouden zullen worden. Hij zal gehouden zijn “alle opheven van dooden der schutters waer te nemen naer ouden hercomen, ofte soodanich een persoon te stellen, daer de heeren verhuerders contentement mede nemen, mits treckende van ijder dooden dertich stuijvers eens.” De huurder is ook verplicht “tot allen tijden, soo wanneer iemant vande Ed. heeren schutmeesters, deeckens ofte vendrich met een geselschap inden … Doele quamen, voor deselve tot haer contentement te bestellen de Grooten Bovensaele ende hebben oock aen haer selven behouden de camer boven de keucken omme soo meenichmael alst haer Ed. belieft daer op te mogen comen ende vergaederen, sonder dienaengaende geincommodeert te werden, ofte dat oock [de huerder] … daerover eenige cortinge sal vermogen te doen. Gelijck haer Ed. aen haer selven sijn behoudende de huere die bedongen soude mogen werden voort gebruijck vane beneden sael genaempt de Collonels Camer, sonder dat [de huurder] … daer tegens ijet te pretenderen sal hebben, oft ijetwes vermogen corten. Eijntlijck is geconditioneert, dat alsoo Abraham van Nuijssenburch gewesene conchergie vanden … Doele op sijn costen heeft laten maecken de nieuwe camerkens oft plaets van den selven Doel, onder toesegginge van dat de Ed. heeren schutmeesteren ende deeckenen aenden selven daertoe souden … betaelen de somme van seshondert gul. welcke … bij Cap. Dirck Vrooman des … huermans predecesseur aende weduwe van … Abraham Nuijssenburch sijn uijtgereijckt moeten werden, ende bij hem huerman aende weduwe van Dirck Vrooman sijn goetgedaen sonder dat bij de heeren verhuerders daertoe ijets was gedraegen, dat den voorn. conchergie de voors. ses hondert gul. wederomme vande gemelte heeren deeckenen sal moeten trecken, waer van haer Ed. den selven alreede aen sijn voorgaende belooffde huerpenningen hebben goetgedaen ende laten valideren de somme van vijer hondert guldens ende beloven de resterende somme van twee hondert gl. den voors. conchergie inden voors. tijt van seven jaeren oock noch te sullen goetdoen ende betalen off wel aen sijne huerpenningen tot haer Ed. beste commoditeijt te sullen laten valideren”. De huurder heeft verzocht, dat men in de grote benedenzaal in plaats van de stenen vloer een houten vloer zal leggen, hetgeen de verhuurders toestaan, “soo wanneer tselve mette cassa vande schutterije ende haer Ed. best commoditeijt over een sal comen”. * NG trouwboek Dordrecht 24 aug. 1664: Willem Raelhof wijnkuiper jongman van Aken wonende tegenover de Nieuwbrug en Maria Huttenis jonge dochter van Dordrecht wonende bij de IJzerwaag, getrouwd op 8 sept. 1664] 

burgemeester Nicolaas Stoop 11-5 

[Het huis “Doelesteijn”. 

Cornelis Vaens, gedoopt NG Dordrecht jan. 1601, thesaurier van Dordrecht, overleden tussen 4 jan. 1666 en 7 mrt.. 1666, zoon van Hans (Jan) Vaens, bakker, en Lijsbeth Cornelisdr., trouwde NG Dordrecht 23 mrt. 1631 Agatha Pauwelsdr. Driesman 

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 1v e.v.: op 15 aug. 1631 verkopen mr. Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, Gerrit de Pelgrum, schout van Breda, Pompeus de Rovre, heer van Hardinxveld, mr. Pieter de Rovre, baljuw van Zuid-Holland, en mr. Matthijs Berck, secretaris van Dordrecht, allen testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen Adriaen van Blijenburch, schout van Dordrecht, voor 6800 gl. aan Cornelis Vaens, korenkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis, dat is gekocht door Maximiliaen Milaen, en het huis van Theunis Schut. 

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 57v e.v.: op 23 sept. 1643 verkoopt Cornelis Vaens, koopman en burger van Dordrecht, aan Johannes Herdi, burger van Dordrecht, een huis op de Hil, staande tussen het huis van Stoffel Robbertsz. en dat van mr. Willem scherprechter. 

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 87v e.v.: op 7 april 1654 verkopen Stijntgen Jans, weduwe van Oth Willemsz. van der Valck speldenmaker, voor de helft, en Lambert Otten van der Valck, burger van Dordrecht, en Trijntgen Otten van der Valck, Catarina Otten van der Valck en Geertruijt Otten van der Valck, “bejaerde ongehoude dochters”, burgeressen van Dordrecht, geassisteerd met voornoemde Lambert van der Valck, hun broer, voor de wederhelft, allen kinderen van Stijntgen Jansdr., aan Cornelis Vaens, lid van de Oudraad en thesaurier van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Arent Cock. 

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 120v e.v.: op 29 juni 1658 verklaart Cornelis Vaens, lid van de Oudraad van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johannes de Lannoij, predikant in de Waals kerk, een bedrag van 10.000 gl., verbindende zijn huis in het Steegoversloot, zowel hetgeen daarvan aan anderen verhuurd is, als hetgeen door hemzelf bewoond wordt, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Arent Cock. Witte Cornelisz. Wittenssen, baljuw van Dirksland, stelt zich borg voor Cornelis Vaens, zijn zwager. 

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 121v e.v.: op 29 juni 1658 verklaart Cornelis Vaens schuldig te zijn aan Nicolaes Stoop een somma van 12.000 gl., verbindende het in voorgaande akte vermelde huis. Borg: als boven. 

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 143: op 16 nov. 1658 verklaart Cornelis Vaens, schepen in wette van Dordrecht, schuldig te zijn aan Alida Huijbertsdr. een somma van 2000 gl., verbindende een pakhuis of mouterie in de Schrijversstraat, staande tussen het huis of pakhuis van Sara Hem en het huis van mr. Matthijs Pompe, heer van Slingeland.  ONA Dordrecht inv. 227, f. 233: op 12 okt. 1661 verhuurt Cornelis Vaens aan Matthieu Bulder, koopman van de Engelse Court te Dordrecht, zijn “groot huijs” zijnde het grootste deel van zijn huis in het Steegoversloot, staande naast de St. Jorisdoelen, met de daarbij behorende stal, voor 830 gl. per jaar. Voorwaarde daarbij is, dat, als de Engelse Court uit Dordrecht zal vertrekken, de huur zal ophouden te bestaan en dat in het huis zullen blijven het goudleren behangsel in de voorzaal met de achttien stoelen, die met goudleer zijn bekleed en die in de voorzaal staan, de twee koperen brandijzers en de koperen ringen in de haard en aan de schoorsteenmantel, alsmede in het kleine salet een schilderij voor de schoorsteen van de schilder Maes, in de grote achterzaal drie grote schilderijen, een van Lesier, een van de oude Vroom, en een, waarin de kinderen van wijlen de heer Struijs staan afgebeeld, een stuk voor de schoorsteen, eveneens van Maes, twee bedsteden op de beide kamers boven de grote achterzaal met de kasten, daarnaast staande, een bedstede op de bovenkamer boven het voorsalet, “daer het goude leder hangt”, aan het voeteneinde met gedraaide pilaren. 

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 10 e.v.: op 24 febr. 1663 verklaart Cornelis Vaens, lid van de Oudraad en oud-thesaurier van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anna Willemsdr. een somma van 950 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Arent Cocq en de St. Jorisdoelen. 

ONA Dordrecht inv. 269, f. 228: op 15 febr. 1664 verhuurt Cornelis Vaens aan Govert van Slingelant, raadpensionaris van Dordrecht, voor 570 gl. per jaar het eerste deel van zijn huis, staande in het Steegoversloot tussen de Doelen en het huis van Arent Cock, alsmede de paardenstal en het koetshuis, staande “inden … doel” achter het voornoemde huis, zoals die bewoond en gebruikt worden door de huurder.  

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 2 e.v.: op 14 jan. 1665 verklaart Huijbert Roosboom, dat Cornelis Vaens, lid van de Oudraad van Dordrecht, schuldig is aan Adriana Maurits, weduwe van kapitein Abraham van Nuijssenberch voor de helft en diens erfgenamen voor de andere helft, een somma van 1089 gl.,en aan Adriana Maurits alleen een bedrag van 410 gl., verbindende een hnuis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Gerrit en Hendrick Francken. 

ONA Dordrecht inv. 329, f. 210: op 12 sept. 1665 verklaart Cornelis Vaens, dat hij zijn zoon Johannes Vaens voor een aantal jaren heeft besteed ten huize van Pieter van der Aer te Delft om daar “gealimenteert” te worden. Daarvoor is hij aan Van der Aer schuldig geweest “per reste van meerdere somme” 1150 gl. “Ende gemerckt hij … comparant niet genegen is om sijne … soone langer ten huijse van … Van der Aer te laten, maer van sins om hem ’t huijs te doen halen”, heeft hij verzocht aan notaris Henrijck Goris om zich met twee assistenten in een schip, dat hij, comparant, heeft gehuurd, te begeven naar Delft om daar zijn zoon op te halen en naar Dordrecht te brengen.   

ONA Dordrecht inv. 330, f. 3: op 4 jan. 1666 testeert Cornelis Vaens, ziek in bed liggende. Hij verklaart tot administrateurs van zijn na te laten boedel te benoemen mr. Johan van der Burch en zijn zoon Paulus Vaens. Overwegende, dat zijn dochter Jacobmina Vaens, weduwe van Sijmon van Slingelant, “soo met ’t gene sij ten huwelijck heeft gehadt van haer grootvader Paulus Melsz. Driesman als ’t gene sij van hem comparant over uijtsettinge als andersints heeft genoten wel gekost heeft verre over de [6000] gl.”, wil hij, dat na zijn overlijden zijn overige drie kinderen elk 6000 gl. zullen krijgen. Hij is aan zijn schoonzoon Jacob Hoochlander wegens een lening schuldig een somma van 3000 gl., die na zijn overlijden aan Hoochlander terugbetaald moet worden. Hij wenst, dat een van zijn kinderen na zijn overlijden in  het huis, waarin hij thans woont, komt wonen en zijn vrouw en zoon Johannes tot aan hun dood zal onderhouden. 

Weeskamer Dordrecht inv, 25, f. 264: op 26 okt. 1667 verklaren Johan van Neurenburg, Adriaen van der Mast, Arent Muijs van Holij en Adriaen van de Graeff, weesmeesters van Dordrecht, dat zij als administrateurs van de boedel van wijlen Cornelis Vaens en Agata Driesmans, diens “innocente” weduwe, schuldig zijn aan ds. Johannes de Lannoij, predikant van de Waalse gemeente in Dordrecht, een somma van 10.000 gl., “spruitende uit” een schepenenschuldbrief van 29 juni 1658, verzekerd op een huis in het Steegoversloot.   

200e penning Dordrecht 1674: de boedel van Cornelis Vaens “met de overschrijvinge uijt Dircxlandt Ooltgensplaet etc., bij doleantie en appointemente vande Gecommitteerde Raden in date den 21 Julij 1668 gestelt op 350 gl.”, aangeslagen voor een vermogen van 70.000 gl. “Nota, tzedert de voorsz. doleantie den boedel merckelijck terugh gegaen en vermindert”. 

Kinderen: 

a. Johannes Vaens (“innocent”) en Jacomijntie Vaens, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1632, weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1670). Jacomijntie Vaens trouwde 1e NG Dordrecht 21 juni 1654 Simon van Slingelandt, 2e NG Dordrecht 18 mei/5 juni 1670 Johan van Lith, jongman van Venlo wonende op de Nieuwe Haven (1670) 

ORA Dordrecht inv. 1623 (nieuw), f. 10 e.v., akte dd 4 april 1670 Jacomijna Vaens, weduwe van Sijmon van Slingelant, koopman te Londen, verbindt 1/9 part in een huis met de daarachter gelegen houttuin, staande in de Grotekerksbuurt tegenover de Pelserbrug naast het huis “de Vlassack”, welk huis haar overleden man is aangekomen uit de nalatenschap van ds. Thomas Boudixtius, en zulks “tot versekeringe” van een somma van 2200 gl., welke haar inmiddels overleden zwager, Damas van Slingelant, haar ter hand gesteld heeft wegens haar aandeel in de nalatenschap van ds. Boudixtius, alsmede van het legaat van 2000 gl., dat haar kinderen is gemaakt door hun oudtante, Cornelia van Slingelant, weduwe van Pieter Dorpman. 

ORA Dordrecht inv. 787, f. 62: op 20 nov. 1670 verkoopt Damas van Slingeland Jansz., voor zichzelf voor 1/9 part, en tevens als procuratie hebbende van mr. Govert van Slingelandt Baerthoutsz., secretaris van de Raad van State, Jacobmina Vaens, eerder weduwe en erfgename van Sijmon van Slingelant en thans echtgenote van Johan van Lith, koopman te Dordrecht, voor 1/9 part, en Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, oudraad te Dordrecht, voor 6/9 parten, allen erfgenamen van wijlen ds. Tomas Bodicius [Thomas Boudicxius], predikant te Grote Lindt, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met de houttuin, daartoe behorende, uitkomende op de Nieuwe Haven, en de kade en overige toebehoren.

ONA Dordrecht inv. 326, f. 286: op 22 juli 1684 verklaart Johannes van der Veer, wonende te Delft, dat hij van de burgemeesters van Dordrecht, ontvangen heeft een somma van 2400 gl. en een van 80 gl., die hem door de burgemeesters beloofd waren voor het onderhoud van de “innocente” zoon van Cornelis Vaens en Agatha Driesmans.b. Elisabeth Vaens, gedoopt NG Dordrecht febr. 1634 

c. Paulus Vaens, gedoopt NG Dordrecht okt. 1638, trouwde NG Dordrecht 29 jan. 1662 Anna Ottley ONA Dordrecht inv. 270, f. 170: op 9 dec. 1665 testeert Paulus Vaens. Hij herroept een eerder testament, dat hij samen met zijn vrouw Anna Ottleij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris H. van Dijk te Dordrecht op 17 febr. 1662. Tot erfgenamen benoemt hij zijn kinderen. Als die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk en als hij zonder kinderen na te laten zal overlijden zullen zijn goederen komen aan zijn erfgenamen ab intestato. Tot executeurs van zijn testament en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn vader Cornelis Vaens, Nicolaes Stoop en Jacob Aertsz. Baene, wonende te Sommelsdijk.  

d. Catalina Vaens, gedoopt NG Dordrecht mei 1641, trouwde NG Dordrecht 2 mei 1660 mr. Jacob Hoochlander 

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 264: op 26 okt. 1667 compareren Johan van Neurenburg, Adriaen van der Mast, Arent Muijs van Holy en Adriaen van de Graeff, weesmeesters van Dordrecht, als administrateurs van de boedel van wijlen Cornelis Vaens en diens “innocente” weduwe, Agata Driesmans, en verklaren, dat de boedel schuldig is aan ds. Johannes de Lannoij, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, een bedrag van 10.000 gl. krachtens een schepenenschuldbrief dd 29 juni 1658, gehypothekeerd op een huis in het Steegoversloot. 

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 264v e.v.: voorwaarden, waarop notaris Hans Smits wil laten veilen op 18 en 24 dec. 1666 en 7 mei 1667 een huis met een tuin en een stal daarachter, behorende tot de boedel van Cornelis Vaens, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Gerard Francken. Het wordt verkocht aan Nicolaes Stoop voor 20.000 gl. Aldus overeengekomen op 18 aug. 1667 tussen Hans Smits, Johan van Neurenburgh, Arent Muijs van Holij en Adriaen van de Graeff, weesmeesters van Dordrecht, enerzijds en mr. Jacob Hooghlander namens zijn vrouw Catherijna Vaens en Damas van Slingelandt Baerthoutsz. namens zijn schoonzuster, Jacobmijna Vaens en Paulus Vaens, anderzijds.  

ONA Dordrecht inv. 230, f. 109: op 4 juni 1667 verklaart mr. Jacob Hoochlander, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan mr. Alexander de Hooch, chirurgijn en burger van Dordrecht, een bedrag van 100 gl., welke door De Hooch is aangenomen voor hem te betalen als borg aan de officier van Dordrecht, “daerinne den comparant op [2 juni 1667] is gecondemneert ende noch de somme van [84 gl.] … voor hem comparant verstrect tot betalinge vande gijselinge ende detentie daerinne hij comparant wegens den voorn. heere Officier onlanghs is gebracht geweest mitsgaders de rechtelijke costen in sijn reguardt gemaeckt ende gevallen”. Hij belooft tot “meerder versekertheijt van … de Hooch … den selven bij desen te assigneren ende bewijsen op alle ’t gene hij comparant nomine uxoris ofte privatelijk te pretenderen ende ontfangen heeft” uit de boedel van zijn overleden schoonvader Cornelis Vaens.   

200e penning Dordrecht 1689 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3987), f. 178: de innocente weduwe van Cornelis Vaens, insolvent “ende bij preferentie van de goederen gedisponeert, dus alhier geroijeert met ’t consent van den 21e junij 1687”. Jan van Lith nomine uxoris, “om redenen als vooren alhier geroijeert”. Idem, f. 178v: de weesmeesters, als administrerende de goederen van Johannes Vaens, geen goederen volgens akte van de weesmeesters. 

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 1 e.v.: op 3 jan. 1668 verkoopt notaris Hans Smits, door het Gerecht en de weesmeesters van Dordrecht gemachtigd tot “reddinge” van de boedel van wijlen Cornelis Vaens, aan mr. Nicolaas Stoop, burgemeester van ’s herenwege, een huis in het Steegoversloot, staande tussen de St. Jorisdoelen en het huis van Gerrit Francken, met de beterschap van een tuin en stal, waarvan de grond toebehoort aan de schutterij. De koper betaalt met een schuldbrief van 12.000 gl. en de daarop verlopen interest a 1460 gl., een aantal andere schuldbrieven en eensomma van 2099 gl. 8 st., in totaal bedragende 20.000 gl., waarbij inbegrepen is een bedrag van 2000 gl., waarop een aantal roerende goederen en de beterschap door schepenen getaxeerd zijn.   

mr. Nicolaes Stoop Jacobsz., geboren 1620, jongman van Dordrecht,licentiaatin de rechten, wonende in het Steegoversloot (1649),burgemeester van Dordrecht 1674-1675, 1679-1681, 1688, 1694, overleden Dordrecht 1694, zoon van Jacob Stoop Dirksz. en Henrica Heijmans Nicolaasdr., trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1649 (ondertrouw) Margareta de Veer, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1649), dochter van Willem Willemsz. de Veer en Maria Huijbertsdr. van Gernou. 

200e penning Dordrecht 1674: mr. Nicolaes Stoop, regerende burgemeester van Dordrecht, aangeslagen voor een vermogen van 46.000 gl., “met sijn portie inde erffenis van sijne heere vader ende erffenis van desselfs suster juffr. Catharina Stoop”, betaalt 280 gl. 

200e penning Dordrecht 1689 (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3987), f. 178v: burgemeester Nicolaes Stoop ennog als erfgenaam van Anna de Veer: 380 plus 235 gl. = 615 gl. 

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 dec. 1694: een zwarte baar voor burgemeester en kerkmeester Nicolaas Stoop in het Steegoversloot.] 

Doelesteyn in het Steegoversloot. (sept. 2015)

de weduwe van de heer Hendrik Franken 2-12-8 

[ORA Dordrecht inv. 1596, f. 6 e.v.: op 10 jan. 1618 verkoopt Sara Verhaegen, weduwe van Jacob Canijn boekdrukker, voor 2850 gl. aan Sophia Cornelisdr., weduwe van Elijas van Walscappel, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis Otto Willemsz. en dat van Thonis Geeritsz. Waarborgen: Susanna Verhaegen, weduwe van Anthonij de Lengiers, en Thonis Jansz. wijnkoper. 

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 61v e.v.: op 29 sept. 1632 verkopen Jan Geeritsz. van Eck, als man van Jenneken Eliasdr. van Walscappel, Francina van Walscappel Eliasdr., weduwe van Huijbert Claesz., Adriaen Vinck, als vader van zijn kinderen, verwekt bij Aeltgen van Walscappel Eliasdr., en Adriaen Adriaensz. Vinck de jonge, allen erfgenamen van Sophia Cornelisdr., weduwe van Elias van Walscappel, aan ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “Rosbeijert”, staande tussen het huis van Theunis Geeritsz. speldenmaker en dat van Oth Willemsz. speldenmaker. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2350 gl. Borgen: Pieter Cornelisz. Swanenburch en Pieter Gillisz. Boedoncq, burgers van Dordrecht.

1633: Nicolaes Cruijtius, predikant, betaalt in de verponding voor zijn huis in het Steegoversloot 15 ponden. Belenders: Ott Willemsz. speldenmaker en Thonis Geeritsz. speldenmaker.(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 169v) 

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 31 e.v.: op 29 juni 1647 verkopen Philips Terwen en Hugo Bastiaensz. van der Meer, als voogden over de kinderen van wijlen ds. Nicolaes Cruijsius en Maria de Haes, aan Arent Cock, koopman en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “Rosbeijaert”, staande in het Steegoversloot tussen het huis van Oth Willemsz. speldenmaker en dat van Helman van den Heuvel. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 4500 gl. Borgen: Henrick Cock en Jan du Moleth. 

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 149 e.v.: op 5 sept. 1664 verkopen kapitein Johan de Gelder en Dionisius van der Poel, in hun hoedanigheid als testamentaire voogden over de kinderen van Arent Cock en tevens vervangende hun medevoogden, t.w. Anna Bosch, weduwe van Arent Cock, Hendrick Cock, Cornelis Bosch en Wijnandus Nieustadt, voor 5400 gl. aan Gerrit en Hendrick Francken, kooplieden en burgers van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, genaamd “Rosbeijert”, staande tussen het huis van Cornelis Vaens, lid van de Oudraad, en dat van voornoemde Hendrick Francken. 

200e penning Dordrecht 1674, f. 78: Gerard Francken, koopman in hout, aangeslagen voor een vermogen van 36.000 gl., betaalt 250 gl., idem: Hendrick Francken, koopman in hout, aangeslagen voor een vermogen van 34.000 gl., betaalt 245 gl. 

16 mei 1732: testeert voor notaris P. de Ruijter te Dordrecht Geertruijd van der Hulck, weduwe van Hendrik Franken, in zijn leven lid van het College van Mannen van Veertigen en koopman te Dordrecht. Zij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht 4000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, aan de nakomelingen van haar zuster wijlen Margarita van der Hulck, weduwe van Francois van de Graaff, 112.000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, te weten aan haar nicht Clara van de Graaff, weduwe van Govert van Wesel, 27.000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, aan Margarita van de Graaff, dochter van haar neef Gillis van de Graaff, 13.500 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, op voorwaarde, dat Margarita daarvan alleen het vruchtgebruik zal hebben en de eigendom ervan zal overgaan op haar wettige nakomelingen of bij ontbreken daarvan op Gillis Francoijs van de Graaff, nagelaten zoon van mr. Louis van der Graaff, die broer was van Margarita van de Graaff, op voorwaarde dat Gillis Francoijs daarvan alleen het vruchtgebruik zal hebben tot zijn 25e jaar en daarna de volledige beschikking over genoemd legaat zal krijgen. Indien hij voordien komt te overlijden, zal het legaat vererven op zijn wettige nakomelingen of bij ontbreken daarvan voor een derde part op de nicht van de testatrice, Clara van de Graaff, weduwe van Govert van Wesel, en voor een derde part op de kinderen van haar nicht Agnita van de Graaff, weduwe van Cornelis van Helmond, daarbij inbegrepen het kind van Elisabeth van Helmond, op voorwaarde, dat Gillis van Helmond van zijn aandeel alleen de opbrengsten zal genieten en dat de eigendom ervan zal overgaan na zijn overlijden op zijn wettige nakomelingen. Tot administrateurs van het legaat van Margarita van de Graaff stelt de testatrice aan Gillis Rees, achtraad te Dordrecht, en Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht. Het laatste derde part van dit legaat zal toekomen aan de kinderen van de nicht van de testatrice, wijlen Anthonia van de Graaff, echtgenote van Simon de Vries, genaamd Margarita, Simon Adriaan en Francoijs de Vries, alsmede de nagelaten kinderen van Anthonij de Vries, over welke zij aanstelt als voogden Francoijs de Vries, schepen te Rotterdam, en Simon Adriaan de Vries, drossaard van de vrijheid Oosterhout.  Zij legateert voorts aan Gillis van de Graaff, zoon van mr. Louis van de Graaff, een bedrag van 13.500 gl., te voldoen met obligaties op de provincie Holland, op voorwaarde, dat hij van zijn aandeel in het legaat alleen het vruchtgebruik zal hebben tot zijn 25e jaar en daarna de volledige beschikking erover zal krijgen. Indien hij daarvoor komt te overlijden zal zijn legaat vererven op zijn wettige nakomelingen of bij ontbreken daarvan op zijn tante Margarita van de Graaff. Margarita zal evenwel daarvan alleen het vruchtgebruik genieten en de eigendom zal na haar overlijden toekomen aan haar wettige nakomelingen of indien zij zonder nakomelingen komt te overlijden voor een derde part aan de nicht van de testatrice, Clara van de Graaff, weduwe van Govert van Wesel, en voor een derde part aan de kinderen van haar nicht Agneta van de Graaff, weduwe van Cornelis van Helmond. Tot administrateurs van dit deel van het legaat stelt zij aan Gillis Rees en Anthonij Repelaer. Het laatste derde part zal in bovengenoemd geval vererven op de kinderen van haar nicht Anthonia van de Graaff, in haar leven vrouw van Simon de Vries en de kinderen van wijlen Anthonij de Vries. Tot voogden over de kinderen van Anthonij de Vries stelt zij aan Francoijs de Vries, schepen van Rotterdam, en Simon Adriaan de Vries, drossaard van de vrijheid Oosterhout. Zij legateert voorts aan haar haar nicht Anthonia van Wesel, echtgenote van mr. Caspar Balthazar Doll van Ourijk, nagelaten dochter van Johanna de Vries, dochter van Anthonia van de Graaff, 4000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, en aan de “staak” van haar “susters dogter van halven bedde” Digna Blok, in haar leven vrouw van Hendrik van Dortmont, 24.000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, namelijk aan de kinderen van haar nicht Geertruijd Justina van Dortmont, bij haar verwekt door Albertus Alberthoma, in zijn leven predikant te Leiden, daarbij inbegrepen de kinderen van Hendrietta Geertruijd Alberthoma, 12.000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, en aan de kinderen van Baldina Cornelia van Dortmont, weduwe van Johannes Keuchenius, predikant te Ferwert in Friesland, 12.000 gl., te voldoen met obligaties ten laste van de provincie Holland, waarvan Baldina alleen het vruchtgebruik zal hebben en de eigendom zal toekomen aan de kinderen van de nicht van de testatrice, Geertruijd Justina van Dortmont, daarbij inbegrepen de kinderen van Hendrietta Geertruijd Alberthoma. Tot voogden over Maria en Digna Alberthoma stelt zij aan de drie schoonzoons van Albertus Alberthoma, namelijk Petrus Sandra, arts te Leiden, Sicco Alberthoma, predikant te Lettelbert [in Groningen], en Robbertus Alberthoma, predikant te Groningen. Tenslotte legateert zij nog aan Agnita van Oldenburch, indien zij bij het overlijden van testatrice nog in haar dienst zal zijn, een geconverteerde lijfrente in een obligatie van 1000 gl. ten laste van de provincie Holland en een dito obligatie van 1000 gl. ten laste van Francoijs van den Brandeler. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen stelt zij aan de kinderen en kindskinderen van haar overleden zuster Adriana van der Hulck, weduwe van burgemeester Gerard Franken, nl. Geertruijd Franken, vrouw van mr. Pieter Brandwijk van Blokland, Adriana Franken, vrouw van mr. Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, en de kinderen van wijlen Elisabeth Franken, bij haar verwekt door haar eerste en tweede man, resp. Matthijs van der Burch, heer van Niemandsvriend en lid van de Oudraad te Dordrecht, en mr. Mattheus van den Broucke, burgemeester van Dordrecht. Voogden: haar neven mr. Pieter Brandwijk van Blokland, Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Zwijndrecht, en Johan van der Burch, heer van Niemandsvriend. (ONA Dordrecht inv. 1005, akte 57) 

* Gillis Jansz. van der Hulck, trouwde 2e NG Dordrecht 28 juli/11 aug. 1624 Geertruijd Leendert Sijbertsdr. van de Hatert, trouwde 1e Wouter Martensz. de Boefkens

NG trouwboek Dordrecht 28 juli 1624: Gillis Jansz. [van der Hulck] weduwnaar houtkoper en Geertruijd Lenaerd Sibertsdr. weduwe van Wouter Martensz. de Boefkens beiden wonende op het Nieuwe Werck bij de Blauwpoort beiden van Dordrecht, getrouwd op 11 aug. 1624

Kinderen:

Kind van Wouter de Boefkens en Geertruij van de Hatert

a. Clara de Boefkens, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621, trouwde 5 juli 1637 Cornelis Blok

Kind :

a-1. Digna Blok, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1643, trouwde Hendrik van Dortmont

Kinderen:

a-1-1. Johanna Clara van Dortmont

a-1-2. Geertruijd Justina van Dortmont

a-1-3. Baldina Cornelia van Dortmont

Kinderen van Gillis van der Hulck en Geertruijd van de Hatert:

a. Adriana van der Hulck, geboren naar schatting ca. 1630, trouwde Gerard Franken

b. Margreta van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631, trouwde François van de Graaff

c. Geertruij van der Hulck, gedoopt NG Dordrecht 1 juni 1642,jonge dochterwonende bij de Blauwpoort (1667), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1732 (Geertruij van der Hulck, weduwe van Hendrk Franke, met 9 koetsen extra, laat geen kinderen na, de hoogste boete), trouwde NG Dordrecht 25 dec. 1667/8 jan. 1668 Hendrick Francken, weduwnaar wonende in het Steegoversloot (1667), koopman

Het Ros Beiaard en de vier Heemskinderen (gevelsteen in Amsterdam)

Johan van Slingeland [houtkoper] 1-7 

[ORA Dordrecht inv. 1609, f. 14: op 6 mei 1641 verkoopt Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, als curator over de boedel van Anthonis Gerritsz. speldenmaker, voor 1800 gl. aan Johan de Nameur een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Nicolaes Crucius en dat van Arnoult van Ravesteijn. 

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 13 ev.: op 11 mrt. 1645 verkoopt Johan de Namuijr, kwartiermeester van regiment van kolonel Puchler in Nederlandse dienst, voor 2400 gl. aan kapitein Willem Nijssen een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van ds. Nicolaes Cruijsius, predikant te Dordrecht, en dat van Arnoult van Ravesteijn. Als waarborg stelt de verkoper de helft in een huis [in de Wijnstraat] bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Diderich Dammert, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van mr. Abraham van Beveren, heer van Barendrecht en oud-burgemeester van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2400 gl. 

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 94 e.v.: op 28 febr. 1646 verkoopt notaris Johan Schoormans Henricxsz., als procuratie hebbende van Elisabeth, Daniël en Neeltgen Nijssen, erfgenamen van wijlen kapitein Jan Willem Nijssen, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris Johan van Nuijssenburch te Dordrecht op 2 juni 1645, voor 3000 gl. aan Helman van den Heuvel, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Nicolaes Cruijsius en dat van Arnoult van Ravesteijn. 

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 91: op 18 mrt. 1650 verkopen Gerrit van de Heuvel, Jacob Adriaensz. Schilman, als man van Agneta van den Heuvel, Matthijs Schilman, als man van Geertruijt van de Heuvel, Cornelis van Esch, namens Gijsberta van de Heuvel, weduwe van Thomas de Vries, en Cornelis van Esch en Jacob Schilman nog als voogden van het weeskind van wijlen Dirck Minnesang en Maeijken van de Heuvel, allen erfgenamen van Helmich van de Heuvel, resp. hun vader, schoonvader en grootvader, aan Johannes Ramphius, rector van de Latijnse School, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Arnoult van Ravesteijn en dat van Arent Cock. 

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 100v e.v.: op 4 mei 1658 verkoopt Jacob Rogiers, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Johannes Ramphius, wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris W. van Vredenburch te Leiden op 6 nov. 1657, aan Hendrick Francken, [houtkoper] burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Arnoult van Ravesteijn commies en dat van Arent Cock. Waarborgen: Jacob Rogiers en Adam Hartman, burgers van Dordrecht.]

Jan van Slingelant [houtkoper]

[ORA Dordrecht inv. 1632, f. 21v: op 24 mei 1689 verkoopt mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat voor de Hoven van Justitie, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan kapitein Jan van Slingelant, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, en dat van Johannes Melanen.] 

de heer Johan Melanen 1-7 

[ORA Dordrecht inv. 1637, f. 22v e.v.: op 21 febr. 1699 verklaren Johannes Romijn, mr. twijnder en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Sija Baane, schuldig te zijn aan Poulus van Esch, veertigraad en burger van Dordrecht, een somma van 2400 gl., verbindende een huis in het Steegoversloot tegenover de Augustijnenkamp met een vrije uitgang in het Stek, staande tussen het huis van Johannes van Slingeland en dat van Lucas Bilderbeecq.] 

Nicolaas Maas [kunstschilder] 1-15 

[Nicolaes Maes, gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, schilder, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij Mijnsherenherberg (1653), begraven Amsterdam (Oude Kerk) 24 dec. 1693 (Nicolaas Maas in de Barnesteegh), zoon van Gerrit (Geraerdt) Willemsz. Maes en Ida Hermansz., trouwde NG Dordrecht 28 dec. 1653/13 jan. 1654 Adriana Joostendr. Brouwers, van Dordrecht, weduwe van ds. Arnoldus de Gelder, predikant te Wijngaarden, wonende in de Gravenstraat (1653). Uit haar eerste huwelijk een zoon, genaamd Justus de Gelder. 

ONA Dordrecht inv. 180, f. 642 e.v.: op 19 juli 1664 testeren Johannes Toebast en zijn vrouw Johanna Straselius, wonende te Dordrecht. Zij bepalen o.m., dat, indien hij als eerste komt te overlijden zonder kinderen na te laten, zijn vrouw gehouden is aan de kinderen van zijn neef Nicolaes Maes, verwekt bij Adriana Brouwers, een bedrag van 500 gl. uit te keren. Tot voogden over hun onmondige erfgenamen benoemen de testateuren de langstlevende van hen beiden en Nicolaes Maes, zijn neef, en Johannes Plucque, zijn vriend, zijnerzijds en dr. Franciscus Straselius, haar broer, harerzijds. 

ONA Dordrecht inv. 180, f. 670 e.v.: op 3 sept. 1664 testeert Justus de Gelder, ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, die tot zijn universele erfgenamen benoemt zijn halfbroers en halfzuster en de halfbroers en – zusters, die hij nog eventueel krijgen zal, of bij vooroverlijden van die kinderen zijn stiefvader Nicolaes Maes en zijn moeder Adriana Brouwers. Tot voogden over zijn onmondige erfgenamen benoemt hij zijn stiefvader en Johannes Toebast, zijn goede bekende “vrunt”. 

ONA Dordrecht inv. 180, 705 e.v.: op 13 okt. 1664 testeren Nicolaes Maes schilder en zijn vrouw Adriana Brouwers, burgers van Dordrecht, beiden gezond van lichaam en geest. Zij wensen, dat Justus de Gelder, voorzoon van de testatrice, uit haar na te laten goederen een bedrag van 1300 gl. zal krijgen, boven hetgeen zij reeds aan hem heeft beloofd volgens een akte, gepasseerd op 14 febr. 1653 ten overstaan van notaris J. Vekemans. Tot erfgenamen van al hun overige na te laten goederen benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Als zij de eerstoverlijdende is, vermaakt zij aan hun gezamenlijke kinderen een somma van 2000 gl., en, als haar man de eerstoverlijdende is, aan haar voorzoon en nakinderen samen een bedrag van 6000 gl. Als de testatrice de eerstoverlijdende is, legateert zij aan Henrica Maes, haar mans zuster, het haar leven lang durende vruchtgebruik van een somma van 1000 gl., welk bedrag eigendom van Henrica Maes zal worden als haar broer, de testateur, voor haar komt te overlijden. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden en tot medevoogden testateurs vader, Geerit Willemsz. Maes, Abraham Maes, broer van de testateur, Steven Blonck, zwager van de testatrice, en Johannes Toebast, haar neef. 

ONA Dordrecht inv. 229, f. 15: op 16 jan. 1665 testeren Abraham Maes koopman en zijn vrouw Anna Pisset, burger van Dordrecht. Zij benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, alsmede zijn vader Gerrit Maes, zijn broer Nicolaes Maes en hun vriend Jacobus van Hooghstraten, burgers van Dordrecht. 

ONA Dordrecht inv. 181, f. 141 e.v.: op 24 juli 1665 verkoopt Claertge Arijens, weduwe van Jan Huijbertsz. Baes, voor 325 gl. aan Nicolaes Maes schilder een tuin met huisje daarop staande, gelegen buiten de St. Jorispoort in het eerste paadje aan de rechterhand tussen de tuin of het raam van Pauwels van Helmont en het raam en de tuin van Bartholomeeus van Bracht. De tuin is van het achterste deel ervan, dat toebehoort aan Anneken Willems, weduwe van Huijbert den Baes, gescheiden met een rieten heining. 

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 23v: op 5 mei 1672 verkopen Giel Jansz. van Buijl, Emmeken Jansdr. van Buijl, Janneken Coenraetsdr. van Buijl, Cornelis Jaspersz. Outlant, als man van Geertruijt Govertsdr. van Buijl, allen erfgenamen ab intestato van kapitein Johan van Buijl, in zijn leven koopman en burger van Dordrecht, voor 1800 gl. aan Nicolaes Maes, schilder en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de weduwe van Maximiliaen Melanen. Maes is schuldig aan de erfgenamen van Johan van Buel een bedrag van 1600 gl. (ONA Dordrecht inv. 184, f. 120, akte dd 30 juni 1672) 

Nicolaes Maes, zelfportret (Dordrechts Museum)

ONA Dordrecht inv. 185, f. 192e.v.: op 15 jan. 1675 verhuurt Nicolaes Maes, inwoner van Amsterdam, voor 132 gl. per jaar aan Cornelia Schoormans, weduwe van ds. Theodorus Dibbetius, in zijn leven predikant te Barendrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de verhuurder en dat van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Macximiliaen Melanen. 

ONA Dordrecht inv. 185, f. 403 e.v.: op 28 sept. 1675 verhuurt Cornelia Schoormans, weduwe van ds. Theodorus Dibbetius, voor 90 gl. per jaar aan Thielman van Bracht, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van Maximiliaen Melanen en dat van Nicolaes Maes.

ONA Dordrecht inv 190, f. 444: testament van Jacobus Roelandus, predikant te Dordrecht dd 12 juni 1686. Hij prelegateert aan zijn vrouw, Everdina van Wesel,de portretten, die hij door Nicolaes Maes van hemzelf en zijn vrouw heeft laten maken. 

25 mei 1694: Justus de Gelder, [stiefzoon van Nicolaes Maes], wonende te Vianen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francois Bauge, alsechtgenoot van Johanna Maes, Hendrick Crollius, als man van Arnoldina Maes en Ida Margareta Maes, meerderjarige, ongehuwde dochter, samen kinderen en erfgenamen van Nicolaes Maes, volgens procuratie gepasseerd voor notaris D. de Groe te Amsterdam op 29 april 1694, verkopen voor 540 gl. contant aan Dirck Manisz. Vrijbergen, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan van Leeuwen en het huis van de weduwe van Carel Tijsz. (ORA Dordrecht inv. 798 (oud), f. 119v e.v.) 

ORA Dordrecht inv. 1636, d. 41v e.v.: op 11 mei 1697 verkoopt Justus de Gelder, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Francois Bouge, als man van Johanna Maas, Hendrik Krollius, als man van Arnoldina Maas, en Ida Margreta Maas, meerderjarige ongehuwde persoon, allen erfgenamen van Nicolaas Maas, mr. schilder te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris D. van der Groe te Amsterdam op 19 april 1694, voor 1800 gl. aan Lucas Bilderbeecq, “exploitier” van de domeinen van de Staten van Holland, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johan Melanen en dat vanjuffrouw Van Dijck. 

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 22: op 2 mei 1713 verkoopt Lucas Bilderbeecq, koopman te Dordrecht, voor 3200 gl. aan Margareta Labeen, weduwe van Jan Sprinckhuijsen, een huis in het Steegoversloot aan de noordzijde, genaamd “de Gekroonde Blijkerij”, staande tussen het huis van Jan Romijn en dat van Pieter Knok.] 

denselven 1-7 

[2 dec. 1692: Nicolaes Maes, wonende te Amsterdam, verkoopt voor 2200 gl. aan Beatrix, Sara en Helena van Dijck, bejaarde ongehuwde dochters, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de kinderen van Jacob Holaert en het huis van de verkoper. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 142v)] 

kapitein Holaart [koopman] 1-7 

[ORA Dordrecht inv. 1622, f. 138v: op 18 dec. 1669 verkopen “Isaack vande Biesheuvel als getrout hebbende Juffr. Geertruijt Herincx ende Sr. Hendrick Herincx beijde Coopluijden borgers deser Stede soo voor hen selven als vervangende ende hen sterckmaeckende voor Srs. Roeloff ende Willem herincx Coopluijden tot Amsterdam alle vier kinderen ende Erffgen. van Juffr. Elisabeth van Deuren wed. was van Gijsbrecht Herincx”, voor 2000 gl. aan Jacob Holaert, koopman en burger van Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Nicolaes Maes schilder.]

de weduwe van de heer Biesheuvel 1-7 

[Hendrik Herincx, overleden 1677, trouwde 1e Adriana de Haen, 2e NG Dordrecht 26 sept. 1677 (ondertrouw) Sara Maria de Cocq 

Kinderen (ex 1): 

a. Catharina Herincx, gedoopt NG Dordrecht 22 mei 1664

 b. Helena Herincx, gedoopt NG Dordrecht 4 aug. 1670, trouwde Pieter Eelbo

c. Elisabeth Herincx, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter wonende in het Steegoversloot (1700), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 okt./14 nov. 1700 (de bruidegom geassisteerd met zijn neef Paul Eelbo, de bruid met haar zuster Catharina Herincx en haar neef mr. Roelof Eelbo, burgemeester van Dordrecht en bewindhebber van de VOC (kamer Amsterdam) Roelof van den Biesheuvel, jongman wonende bij de Grote Kerk (1700) 

200e penning Dordrecht 1674: Hendrick Herincx, met de erfenis van zijn moeder “ende tgunt uijtten Haegh is overgeschreven is”, aangeslagen voor een vermogen van 20.750 gl., betaalt 130 gl. 

NG trouwboek Dordrecht 26 sept. 1677: Hendrijck Herincx weduwnaar van Dordrecht oud-schepen en raad van Dordrecht wonende in het Steegoversloot en Sara Maria de Cocq jonge dochter van Gent wonende te Dordrecht, op 12 okt. 1677 bescheid gegeven om te trouwen, doch de bruidegom is voordien overleden. 

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 99v e.v.: op 31 jan. 1702 verkopen Catharina en Helena Heerincx, meerderjarige, ongehuwde personen wonende te Dordrecht, voor zichzelf en Catharina Heerincx tevens als procuratie hebbende van Roeloff van de Biesheuvel en diens vrouw Elisabeth Heerincx, wonende te Brussel, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. van Dammen aldaar op 29 dec. 1701, voor 4425 gl. aan Johan Borchart Metscher, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot met twee behangels in de eetplaats en het zomerkamertje,staande tussen het huis van kapitein Herman van Bragt en dat van kapitein Adriaan Hoolaert. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2200 gl. 

ONA Dordrecht inv. 459, akte 18: op 16 mrt. 1704 testeren Johan Bourghar Metzger, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Emmerentia de Carpentier. De eerststervende van hen beiden legateert aan de armen van de NG gemeente te Dordrecht een somma van 200 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun kinderen bij hun mondigheid of huwelijk een bedrag van 1000 gl. uit te keren. Als de testateur voor de testatrice komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moet de testatrice aan zijn ouders de legitieme portie uitkeren. In dat geval legateert hij ook aan Josijna Verschuur, dochter van Cornelis Verschuur, oppercommies van Walcheren, en kleinkind van Justus Verschuure, ontvanger van Walcheren en kiezer van Middelburg, een somma van tweehonderd zilveren ducatons. Als de testatrice als eerste komt te overlijden zonder kinderen na te laten, legateert zij aan haar tante Maria Sonnemans, weduwe van Hendrik van Tongeren, koopman te Rotterdam, een somma van 500 gl. aan Roeland Nolthenius, zoon van Pieter Nolthenius, koopman te Dordrecht, verwekt bij haar zuster Maria de Carpentier, een somma van 500 gl., aan Cornelia Nolthenius, het oudste dochtertje van haar zuster, haar grote diamanten borststrik met omtrent zestig diamanten, aan Maria Ysabella Nolthenius, het jongste kind van haar zuster, haar “tourpaarlen” met de diamanten boot daaraan, alsmede een zilveren lampet, bestaande uit een lampetkan en schotel, waarop gesneden staat het wapen van de Carpentieren, en aan Joost Reijnvaan, zoon van Ewaldus Reijnvaan en Maria Verschuure, dochter van Justus Verschuure, een somma van tweehonderd zilveren ducatons. De testatrice legateert, als zij de eerststervende is, aan haar zuster Maria de Carpentier, of bij vooroverlijden aan haar kinderen, een somma van 6000 gl., die uitgekeerd moet worden niet eerder dan na de dood van haar, testatrice’s, man. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. De testateur benoemt, als hij de eerststervende is zonder kinderen na te laten, tot voogd over Josina Verschuure haar grootvader Justus Verschuure, terwijl de testatrice, als zij de eerststervende is zonder kinderen na te laten, tot voogd over Joost Reijnvaan zijn grootvader Justus Verschuure benoemt en tot voogd overde kinderen van Maria de Carpentier, haar zuster, mr. Matthijs Snoek, regerende schepen van Dordrecht, of bij zijn overlijden zijn zoon … [sic] Snoek, indien hij dan meerderjarig is.] 

f. 84v 

Jan van Bergen 0-14 

Hendrik van Beek 0-14 

Hermanus Erckelens 2-5 

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 juli 1690: een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot] 

de weduwe van Jan Damasz. Klaptas 0-8 

Jan de Gier 1-0 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 111: op 5 okt. 1684 verkopen mr. Robert Gaij en Adriaen Besemer, als executeurs-testamentair van Robertus Pagetius, predikant van de Engelse gemeente te Dordrecht, voor 1350 gl. aan Jan de Gier, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Francois Dole en dat van de weduwe van Jan Klaptas.]

de weduwe van de heer Francois Dolé 1-0 

[ORA Dordrecht inv. 1629, f. 3 e.v.: op 19 jan. 1683 verkopen Aletta de Veer, weduwe van Johan Francken [houtkoper], en Dirck Aeldersz. de Veer, veertigraad en koopman te Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria Laurens, weduwe van Aeldert de Veer, zijn moeder, voor 1900 gl. aan Franchois Dole, veertigraad en koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot over de brug, staande tussen het huis van de weduwe van Geerit Berghloon en dat van ds. Pagetius.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 18v: op 31 mrt. 1693 verkopen Janneken Verhagen, weduwe van Francois Doel, veertigraad van Dordrecht, voor de ene helft, en Jacob Dole, voor zichzelf, Pieter Dorenthon, als man van Grietje Dole, voor zichzelf, Arijen Dura, als man van Maria Dole, voor zichzelf, en samen als voogden over de minderjarige kinderen van Francois Dole, alsmede Lambert van Bree, als man van Cornelia Dole, allen kinderen en erfgenamen van Francois Dole, samen voor de wederhelft, voor 2600 gl. aan Hendrick van Sinderen, koopman te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot over de brug, staande tussen het huis van Adriaen van de Schepper en dat van Jan de Gier.] 

Adriaan van de Schepper [koster van de Augustijnenkerk] 0-12 

[ORA Dordrecht inv. 1619, f. 2: op 7 jan. 1661 verkoopt Cornelis van Slingelant, postmeester en koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van ds. Laurentius Laurentii, predikant te Amsterdam, voor 4000 gl. aan Arnoult van Ravesteijn, commies van de gemene middelen te Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Francken en dat van Willem Jacobsz. timmerman. 

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 136ve.v.: op 24 aug. 1680: verkopen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, Elisabeth van Ravesteijn, de vrouw van schout Cornelis van de Graeff, Govert de Witt, als man van Maria van Ravesteijn, ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, als man van Jannetta van Ravesteijn, notaris Hugo van Dijck, als man van Adriana van Ravesteijn, Catharina van Ravesteijn, weduwe van Pieter Hackius, wonende te Leiden, en voornoemde mr. Jacob van Ravesteijn en Govert de Witt, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Clara van Ravesteijn, samen tevens vervangende Margarita van Wetten, dochter van Clara van Ravesteijn, allen erfgenamen van Aernout van Ravesteijn, resp. hun vader, behuwd vader en grootvader, voor 4375 gl. aan Yda Aertsdr., weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis binnen Dordrecht [sic: in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, en dat van kapitein Johannes Boogaert, met de tuin daarachter liggende “over de gracht”, en de huur ervan voor twintig jaar a 25 gl. per jaar, welke tuin eigendom is van de schutterij. 

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 131v e.v.: op 28 juli 1714 verkoopt Gerard van de Schepper, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, voor zichzelf en als door het Gerecht van Dordrecht aangesteld voogd over IJda van de Schepper, zijn minderjarige zuster, erfgenaam ab intestato van Jan van de Schepper, zijn overleden broer, en nog als procuratie hebbende van zijn broer Govert van de Schepper, allen kinderen en erfgenamen van Adriaan van de Schepper, voor 5000 gl. aan Adriaan op de Camp, koopman te Dordrecht, een huis en “het regt van besit” van een tuin achter het huis, staande en gelegen in het Steegoversloot omtrent de St. Jorispoort tussen het huis van Jan Boogert, koopman te Dordrecht, en de weduwe Van Sunderen.

Genealogie: 

I. Johannes Andriesz. van de Schepper, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1648), schoenmaker, [koster van de Augustijnenkerk], trouwde NG Dordrecht 11/25 okt. 1648 (procl. te Gorinchem) Ida Aertsdr. van ’t Sandt, jonge dochter van Gorinchem, wonende bij de Grote Kerk (1648) 

Kinderen (o.a.): 

a. Adriaen van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1649, volgt II 

b. Elisabeth van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1651, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1671), trouwde NG Dordrecht 10/26 mei 1671 Gerhard van Berghloon, jongman van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat (1671), twijnder 

ORA Dordrecht inv. 1631 (nieuw), f. 28v: op 27 mei 1687 verkoopt Adriaen van de Schepper, burger van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van zijn overleden zuster, Elisabeth van de Schepper [vrouw van Gerhard van Berghloon], voor 4000 gl. aan Adrijaen de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt], staande tussende Tolbrugstraat Waterzijde en het huis van Dudleij Jeris. 

II. Adriaen van de Schepper, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1649, jongman van Dordrecht (1672), koster van de Augustijnenkerk, trouwde NG Dordrecht 24 april/10 mei 1672 Maria van Tricht, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1672) Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 18 mei 1689: twee maal luiden over de dochter van Adriaen van de Schepper koster van de Augustijnenkerk, in die kwaliteit vrijgesteld van het kerkengeld, betaalt alleen aan de Armen en de luiders 4 gl. 8 st. 

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht: 

a. Johannes van de Schepper, 14 juli 1676 

b. Govert van de Schepper, 2 okt. 1679 

c. Gerhard (Gerard) van de Schepper,  8 sept. 1683, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, trouwde 1707 Catharina Lucea Halkett. In 1735 vertrok hij met zijn gezin vanuit Bergen op Zoom naar Suriname, waar hij tot commandeur was benoemd. In 1738 werd hij gouverneur-genraal van Suriname. Van de Schepper was tevens administrateur van de diverse plantages van Stephanus Laurentius Neale (1688-1762), een van de rijkste kolonisten van Suriname, die al in 1728 naar Amsterdam was vertrokken, waarna hij zijn plantages liet beheren door diverse zaakwaarnemers. In 1757 werkten op zijn plantages 457 slaven.  

Kinderen: 

c-1. Elisabeth van de Schepper, geboren Bergen op Zoom 1713, trouwde Gerrit Pater jr. 

c-2. Maria Cornelia van de Schepper, geboren Bergen op Zoom 1725, overleden Suriname 5 nov. 1743 (vergiftigd door een slavin), trouwde Cornelis Pater (Dordrecht Monumenteel nr. 87, juli 2023, p. 24-25) 

d. Rachel, 8 jan. 1697, jong overleden 

e. Ida van de Schepper, 8 jan. 1697] 

Jan Claasz. Boogaard [houtkoper] 0-10-8 

[ORA Dordrecht inv. 1618, .f 97: op 14 april 1660 verkoopt Willem Jacobsz. van Ommeren, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor 2200 gl. aan Jan Claesz. Bogaert, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Laurens Laurentius en dat van Martinus Ooms.

200e penning Dordrecht 1674: Johannes Claesz. Boogaert, koopman in hout, aangeslagen voor een vermogen van 7000 gl., betaalt 42 gl.] 

juffrouw Plucque 1-17-8 

[ORA Dordrecht inv. 1620, f. 27v: op 7 mei 1663 verkoopt “Gerart van Mehen getrout hebbende Jouffr. Margreta Boucquet wed.e was van d’heer mr. Martinus Ooms, indijer qual.t voor hem selve en als last en(de) procuratie hebbende vande selve sijne huijsv. voor soo veel des noot soude mogen wesen blijcken(de) bijde zelve procuratie gepasseert voor(de) Notaris Cornelis van Hechte en sekere getuijgen tot Utrecht”, voor 4400 gl. aan mr. Willem Rovers, advocaat voor het Hof van Holland, twee huizen, het ene staande aan de Vest tussen het erf van de schutterij en zekere armenhuisjes in het Steegoversloot, en het andere staande in het Steegoversloot tussen de voornoemde armenhuisjes en het huis van Jan Claesz. Bogaert.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 21v: op 3 mei 1672 verkoopt mr. Willem Roovers, wonende te Dordrecht, voor 7240 gl. aan Johannes Plucke, burgerkapitein en koopman te Dordrecht, een huis op de hoek van het Steegoversloot langs ’s herenvest, vanouds genaamd “het Huijs te Groenevelt”, met een klein huis, dat uitkomt voor in het Steegoversloot. Bij de koopprijs zijn inbegrepen behangels en zekere roerende goederen. 

ONA Dordrecht inv. 184, f. 272: op 21 aug. 1673 verklaart Johannes Plucque, koopman en burger van Dordrecht, weduwnaar van Johanna van Nasch, dochter van wijlen Abraham van Nasch, dat zijn vrouw vóór haar vader is overleden en dat zijn schoonvader derhalve erfgenaam is geweest van Josijna Vinck, laatst weduwe van Daniël van Nasch, zijn moeder, die is overleden te Rotterdam. Plucque heeft van Josijna Vinck, voor zover hij zich kan herinneren, niets meer geërfd dan een somma van 600 gl., welke door haar is gelegateerd aan zijn vrouw. 

200e penning Dordrecht 1674: de weduwe van Johannes Plucke, aangeslagen voor een vermogen van 19.000 gl., “mettet gunt van Rotterdam is aengeschreven ende de erffenis van de weduwe van Daniël van Nasch ende Adriaen Baelde”, betaalt 114 gl.] 

juffrouw Erckelens 1-4 

f. 85 

Pieter Geerin 0-3 

Samuel Hoekwater 1-1 

de heer Jacob van Slingeland 1-1 

Evert Hartman 1-1 

de weduwe van Lodewijk Nijsz. van Aarssen [bakker] 0-19-8 

[ONA Dordrecht inv. 341, akte dd 27 juli 1677: verklaring door Lodewijck Denijsz. van Aerssen, bakker te Dordrecht.] 

Op de Lindengracht 

Adriaan Hooijman 0-12-8 

Josina Pijll 0-12-8 

de weduwe van Jan Sneeu 0-12-8 

Hendrik de Vos 0-12-8 

f. 85v 

de weduwe van Francois van Hoogstraten 0-12-8 

Rijnier Cornelisz. Lieffhebber 0-6 

denselven 0-12-8 

Wijnand Pelser 1-1 

de erfgenamen van Jasper van Bergen 0-13-8 

Jeremias van der Monden 0-13-8 denselven 0-10-8 

de zuster van Samuel Hoekwater 0-12 

Jacob Meesters 0-16-8 Jacobus van Driel 0-16-8 

f. 86 

Aart Corstiaansz. van Aansurg 0-15 

Jacobus van der Werff 0-15 

het huis van het Heilige Geesthuis ter Groter Kerk 0-7-8 

een dito 0-15 

nog een dito 0-16-8 

Joannes Parijn 0-15 

Joannes van Aardenbroek 0-15 

[NG trouwboek Dordrecht 2 okt. 1633: Jan Mels jongman van “Beke in Westfale” linnenwever en Grietgen Jan Jansdr. van Dordrecht, beiden wonende in de Vriesestraat, getrouwd 18 okt. 1633 

21 nov. 1633: Jan Melsz., linnenwever en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende, benoemt zijn vrouw Grietgen Jansdr. tot universeel erfgenaam. Hij legateert aan zijn erfgenamen ab intestato zijn zondagse mantel en zondagse kleren, met hoed, kousen en schoenen. (ONA Dordrecht inv. 72, f. 193v e.v.)

28 mei 1649: Janneken Slachmulder, vrouw van Joos Jansz. linnenwever, burgeres van Dordrecht, benoemt tot erfgenamen de twee weeskinderen van haar overleden zoon, Denijs Cornelissen, verwekt bij Maria Jeronimus. Tot voogden stelt zij aan Salomon Fransz. bakker en Jan Melssen, linnenwever en burger van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 62, f. 802v e.v.)

26 aug. 1650: Jan Melsz. van Arlenbroeck, linnenwever en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Woutersz. van der Neth een jaarlijkse losrente van 12 gl. op een huis op de Lindengracht, staandetussen het huis van Adriaentgen Arijensdr. en dat van Joost Arijensz. drappenier. In margine: comp. Johannes van Aerdenbroeck [sic] entoont de originele brief, waarbij blijkt dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief geroyeerd op 13 febr. 1692. (ORA 777, f. 139)

12 febr. 1692: Johannes van Aerdenbroeck, meester-servetwerker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Grietje Jansdr., weduwe van Jan Melsz. van Aerdenbroeck, zijn moeder, verkoopt aan Aert Jaspersz. Visser, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht [thans Museumstraat], staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Jan van der Linde zaliger en het huis van de kinderen en erfgenamen van Willem Pietersz. Nieukerck, voor 560 gl. contant. Johannes van Aerdenbroeck, Jacobus van den Brande, getrouwd met Pieternella van Aerdenbroeck, Mels van Aerdenbroeck en Maria van Aerdenbroeck, bejaarde ongehuwde dochter, verklaren zich te stellen als waarborgen voor de levering van dit huis. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 83v) 

Zoon: 

a. Johannes van Aerdenbroeck, mr. servetwerker, trouwde NG Dordrecht 11/27 mrt. 1663 Weijntje Dirksdr. de Veer 

NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1663: Johannes van Aerdenbroek servetwerker jongman wonende op de Lindengracht en Weijntge Dircksdr. de Veer jonge dochter wonende in de Kolfstraat, beiden van Dordrecht, getrouwd 27 mrt. 1663 

Dochter: 

a-1. Margrietje van Aerdenbroeck, gedoopt NG Dordrecht 10 mrt. 1681, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 mrt./12 april 1700 Cornelis van der Klock Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 mrt. 1700: Cornelis van der Klock jongman geassisteerd met zijn vader Cornelis van der Klock en Margrieta van Aerdenbroeck jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende op de Lindengracht geassisteerd met haar moeder Wijntje de Veer de vrouw van Jan van Aerdenbroeck, getr. op 12 april 1700] 

Jacobmina van der Linden 0-13-8 

Aart Jansz. Peijs 0-12-12 

Cornelis van der Klok 0-15 

f. 86v 

Pieter Nieukerk 0-12 

Jan Melsz. 0-9 

Joannes van der Linden 0-12 

Wouter Bornwater [huistimmerman] 0-14-4 

[NG trouwboek Dordrecht 4 mei 1670: Wouter Boudewijnsz. huistimmerman jongman wonende in de Vriesestraat en Sara Jans [Mes] jonge dochter wonende buiten de Vuilpoort beiden van Dordrecht] 

Joannes van Aardenbroek 0-15 

Pieter van der Schom 0-15 

Magdalena van der Schom 1-1 

Gerrid A. Vermeulen [twijnder] 0-11-4 

[ORA Dordrecht inv. 1627, f. 95 e.v.: op 3 jan. 1680 verkoopt Jordaen de Haen, huistimmerman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Janneken, Claes, Pieter en Johannes de Haen, zijn onmondige zuster en broers, kleinkinderen en erfgenamen van Janneken Huijberts Geutemans, weduwe van Jordaen de Haen, voor 800 gl. aan Geerit Ariensz. Vermeule, twijnder en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Pieter Govertsz. van der Schom en dat van de kinderen van Pieter Walen.] 

Robert d’Eijer 0-15 

Tomas Jansz. Kanne 0-13-8 

f. 87

 de weduwe Paijant 0-13-8 

[Op 26 nov. 1658 verkoopt Samuel Carelsz. vander Eijck, burger van Dordrecht, aan Jan Paijen [Paijan], schilder, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. bierdrager en dat van Floris Pietersz. provoost. (ORA Dordrecht inv. 1617, f. 146v e.v.) Jean Paijan was getrouwd met Elisabeth van Marel. Zijn broer, Matthijs Paijan, eveneens kunstschilder, kocht in sept. 1681* uit de nalatenschap van zijn schoonzuster het huis aan de Lindengracht (thans Museumstraat nr. 48). Matthijs werd begraven op 19 aug. 1690 (begraafboek Grote Kerk Dordrecht: een baar op de Lindengracht voor Matthijs Pian, schilder in ‘s-Gravenhage) en liet het huis na aan zijn vrouw, Cornelia van Stabroeck, die in 1693 hertrouwde met de landmeter Abel de Vries, weduwnaar van Sara van Nispen. Cornelia overleed kinderloos, 80 jaar oud, op 28 mrt. 1725. Haar erfgenamen waren haar nichtjes Sara van Stabroeck, echtgenote van de landmeter Mattheus de Vries, en Catharina van Stabroeck. Van geen van beide broers zijn werken bewaard gebleven. (A. Balm-Kok, Het geboortehuis van Reinier Goudsbergen, in Oud-Dordrecht 2008, nr. 1, p. 76 e.v.) 

* ORA Dordrecht inv. 792, f. 53v e.v.: op 11 sept. 1681 verkopen Arijen Bossij, mr.-huistimmerman wonende in Den Haag, Catharina Bossij, weduwe van Johannes Knars, Geertruijd de Ruijt, weduwe van Johannes Bossij, allen kinderen van Dievertje van de Maerel, die een volle zuster was van Elisabeth van de Maerel, en Abraham Klampert, als man van Maria van de Maerel, samen erfgenamen van voornoemde Elisabeth van de Maerel, in haar leven weduwe van Jan Paijen, fijnschilder en burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Matthijs Paijen, fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Lambert Jacobsz. Cuijper en dat van Thomas Jansz. Kannee.

Genealogie:

I. Isaac Hendrixsz. (Stabroek), geboren naar schatting ca. 1585, naaldenmaker van Dordrecht, wonende in “de Maersman” op de hoek van de Karnemelksteiger (1610), trouwde NG Dordrecht 4/20 april 1610 Baijke Evert Lubbertsdr., van Tiel bij Bommel, wonende bij Leenaert Sterckels (1610)

23 mei 1650: Judith Jansdr., weduwe van Abraham Arijensz. huistimmerman en Eeuwout Abrahamsz., haar zoon, verkopen een jaarlijkse losrente van 16 gl. 10 st. op drie naast elkaar staande huisjes omtrent de Spuipoort, belend door het huis van Abraham van de Wercke en dat van Arijen Walvisch waagknecht. In margine: comp. Isaack Hendriksz. Stabroeck, als eigenaar van twee van die huisjes en toont de originele schuldbrief, die hij verklaarde afgelost te hebben aan Jan Aertsz. de Gelder. Hypotheekbrief derhalve geroyeerd op 2 april 1660. (ORA 777, f. 115v)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Roelant Isaacksz. van Stabroek, mei 1612

21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als manvan Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen enMaeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat]omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heervan Godschalksoord, raadpensionaris en secretarisvan Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 57 e.v.)

b. Johannes Isaacksz. van Stabroek, juli 1615, volgt II

c. Adriaentje Isaaksdr. van Stabroek, april 1617, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Sarisgang (1642), trouwde NG Dordrecht 3 aug. 1642 (ondertrouw) Joost Dircksz. van den Broeck, jongman van Dordrecht, schoenmaker wonende in de Sarisgang (1642)

II. Johannes Isaacksz. van Stabroek, gedoopt NG Dordrecht juli 1615, jongman van Dordrecht, wonende in de Sarisgang (1643), weduwnaar van Dordrecht (1656),bode van Dordrecht op Zeeland (1643, 1656), trouwde 1e NG Dordrecht26 april/12 mei 1643Trijntje (Catrina) Cornelisdr. Wor, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1643), 2e NG Dordrecht 10 sept./3 okt.1656 Lijdia Jansdr. van Heel, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1656)

ORA Dordrecht inv. 798, f. 146: op 14 sept. 1694 verkoopt Abraham van Duiren, beurtschipper op Haarlem, voor 750 gl.aan Lidia [Jansdr.] van Heel, weduwe van Johannes [Isaaksz.] van Stabrouck, een huis in de dwarsgang bij “de Oijevaer” omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koopster en dat van Maarten van der Burgh.

Kinderen (ex 1; o.a.):

a. Cornelia van Stabroek, gedoopt NG Dordrecht 8 mrt. 1645, trouwde 1e Matthijs Paijan, kunstschilder, 2e Abel de Vries, jongman van Dordrecht, wonende in de Nieuwstraat (1680), landmeter, trouwde 1e NG Dordrecht 6/20 febr. 1680 Sara van Nispen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1680)

ORA Dordrecht inv. 812, f. 17 e.v.: op 19 mrt. 1718 verkopen Abel de Vries landmeter, en zijn vrouw Cornelia van Stabroek, eerder weduwe van Matthijs Paijan:

1. voor 114 gl. aan Pieter Fracquin en Jan Immerseel, burgers van Dordrecht, een huis op de Hil [Bethlehemplein], staande naast het huis van Jan Geleijnse

2. voor 140 gl. aan Willem van der Lee een huis bestaande uit twee woningen, staande op de hoek van de Raamstraat tussen het huis van Claas Jansz. op de Hille en dat van Cornelis Jansz.

3. voor 90 gl. aan Willem van der Lee een huis in de Raamstraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. en dat van de erfgenamen van juffrouw Erkelens

4. voor 800 gl. aan Willem van der Lee een huis in de Kromme Elleboog aan de brug, bestaande uit drie achter elkaar staande woningen, met een huisje daarnaast, staande tussen de gracht en het huis van de verkopers

5. aan Pieter Franquin en Jan Immerseel, burgers van Dordrecht, een huis in het Weeshuisstraatje, staande tussen het huis van Cornelis Huijbertse en dat van Segert Voorhoff

6. aan Pieter Franquin en Jan Immerseel een huis in het Zakkendragersstraatje, komende recht achter het onder 5. genoemde huis, beide huizen samen voor 154 gl.

7. voor 120 gl. aan Jacobus van der Hoeven, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Geertruij van Loon en dat van Cornelis Jansz.

8. voor 435 gl. aan Abraham Stevense, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Dwarsgang in de Kromme Elleboog, met een achterwoning daaraan, staande tussen het huis van de verkopers en het huis van Egbert van de Leij, en

9. voor 82 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande naast het huis van de verkopers.

ORA Dordrecht inv. 812, f. 22v e.v.: op 5 april 1718 verkopen Abel de Vries landmeter en zijn vrouw Cornelia van Stabroeck, eerder weduwe van Matthijs Paijan, voor 175 gl. aan Maria Altaaij, jonge dochter, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Bastiaan Buijs en dat van Jan Bernards. De koopster is schuldig aan Mattheus Renaut, burger van Dordrecht, een somma van 175 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: op 5 jan. 1730 toont Maria Altaaij de originele brief, die op de rug is ondertekend door Elizabeth Renaut, weduwe Vianen, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is afgelost.

ORA Dordrecht inv. 812, f. 23 e.v.: op 5 april 1718 verkopen dezelfde verkopers, samen met Johannes Boone, als man van Catarina van Loo, voor 1265 gl. aan Willem Spruijt mr. smid een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Dirk Pietersz. en dat van Govert van Herreberg.

b. Hendrijck van Stabroek, gedoopt 23 mei 1649, volgt III

Kind (ex 2; o.a.):

c. Catharina (Trijntje) van Stabroek, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1657, trouwde Wouter van Bavel, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1656, trouwde 1e NG Dordrecht 27 okt. 1675 Johanna (Jacomina) van Bollebeeck, zoon van Cornelis van Bavel en Maijken Andries

ORA Dordrecht inv. 800, f. 88v e.v.: op 26 nov. 1697 verkoopt Wouter van Bavell, burger van Dordrecht, als man van Catarina van Stabroeck, voor 490 gl. aan Wouter Cornelisz., burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van het weeskind van Hendrick Schul en dat van de weduwe Van der Linden.

ORA Dordrecht inv. 817, f. 24: op 3 april 1732 verkopen Jan en Sijbrecht van Bavel, voor zichzelf en als procuratie hebbende van hun broer Cornelis van Bavel en hun zusters Elisabeth van Bavel, Lidia van Bavel, weduwe van Dirk van der Horst, en Catharina van Bavel, allen kinderen en erfgenamen van Wouter van Bavel, die te Dordrecht overleden is, voor 930 gl .aan Jan Slegt, mr. timmerman te Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van rector Bax en dat van Arij Kemp de jonge, strekkende voor van de straat tot achter op de haven.

III. Hendrijck van Stabroek, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1649, jongman van Dordrecht, wijnkuiper wonende in de Vriesestraat (1676),trouwde NG Dordrecht 29 febr. 1676 Magdalena (Magtelijnna) Hartmans (ook: Machtelt Heutman), jongdochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1676)

Kinderen (o.a.):

a. Sara van Stabroek, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1678, trouwde Dordrecht 17 dec. 1702 Mattheus de Vries, landmeter] Lambert Jacobsz. Kuijper 0-12-2  Leendert Schift 0-10-8 

denselven 0-10-8 

denselven: den hoek omme 0-7-8 

de weduwe Stabroek 0-10-8 

de weduwe van Jan Boon 0-10-8 

Jan Fredriksz. van Zon 0-10-8 

Kasper Rens 0-10-8 

Wouter Daniëlsz. 0-12 

f. 87v 

Wouter Daniëlsz. 0-10-8 

Barent de Bruijn 0-11 

jufrouw Helena van der Pijpen 0-10-8 

de erfgenamen van Johan Hellu 0-10-8 

Jan de Raat 0-10-8 

Noten. 

Noot 1.

“In the spring of 1662, the directors in the Netherlands had once again decided to make an extra effort against the Portuguese in Asia by sending out an extra fleet, equipped with an unusual number of soldiers. On the 17th of April 1662, Huibert de Lairesse set sail from the Republic, commanding a fleet of six ships manned with some 1400 souls. His mission was first to drive the Portuguese from their port of call Mozambique. From there, two ships would continue to Batavia; the rest would set sail to the Indian coast to aid the Company war effort there.

Had the expedition of last year been slightly late to the taste of Van Goens; the expedition of this year never actually made it to the Indian Coast, or to Mozambique for that matter. The first port east of the Cape in which it would arrive was Batavia, after a trip which had lasted for almost a year. A small dossier on the expedition in the Overgekomen Brieven en Papieren tells what actually happened, and why the Mozambique attack never took place.[1]

The head of the fleet, Huibert de Lairesse, had set sail from Texel with three ships on the 16th of April: the Kennemerland, which he commanded, the Rijnland and the Waterhoen. The other three ships, the Kogge, the Oranje, and the Wapen van Zeeland, set sail from the Wielingen on the 23rd.

After leaving the Republic, the three ships sailing with de Lairesse had immediately run into delays. Adverse winds had forced it to sail ‘along the backway’ (i.e. around Scotland instead of through the Channel). Sailing in convoy even with this small fleet soon proved difficult: the flute Waterhoen, fresh off the yards, proved to be a crank ship, and kept on lagging behind. As the fleet approached the equator, more and more people on the Kennemerland fell ill, and being forced to wait for the Waterhoen thus became increasingly frustrating. On the 29th of June, five degrees above the equator, Lairesse finally decided that it would just have to be every ship for itself. They would just have to meet up at the Cape.[2]

Leaving the Waterhoenbehind sped up things somewhat, and the Kennemerland ran into Table Bayon the 3rd of September, finding four ships there: the yachts Kogge and Vlaardingen, and the flutes Veldhoen and Zeeridder. Of these ships, the Kogge was in a very bad state. Not only had it lost a lot of sail in storms, its foremast was also broken. The Veldhoen and the Zeeridde rwere not even part of the expedition fleet. The former of these had left the Netherlands in January and was simply still at the Cape; the latter had not been in the Republic since 1656, its year of commissioning, and had arrived at the Cape from the East. The various larger ships of the fleet had not arrived yet. Lairesse was particularly unhappy to be missing the Oranje, one of the larger ships of the fleet. This ship had the bulk of the timber with it, and its arrival would greatly speed up the repairs of the Kogge.

Four days later, the Wapen van Zeeland arrived. This ship had sailed in convoy with the Oranje, but had left it behind as its skipper “had just left his sails flutter” and was not making an effort to get to the Cape as quickly as possible. The skipper of the Wapen van Zeeland also suspected that the Oranje was not planning to stop at the Cape at all. The Oranje was in fact one of the two ships that would continue to Batavia after the battle at Mozambique, and as Lairesse had not given out orders yet, it would seem that it did not know of the plans against Mozambique and simply supposed it would have to go to Batavia. This would be disastrous to the expedition: not only did this ship have much of the timber; it was also one of the larger vessels in the fleet, carrying 344 souls. Having to miss it in the attack would be detrimental. At any rate, Lairesse now sent the crew of the Kogge into the woods to make a new foremast; “a bloody task, I can assure Your Honours, as I was there myself.”

Although the crews of the ships were apparently not yet aware of the exact goal of the expedition, it did become clear at the Cape that they were up for a fight. Lairesse divided his soldiers into companies, and had crews work around the clock to produce storming ladders and other siege equipment. The muskets were tested and the troops were drilled. Lairesse was also looking for pilots to Mozambique, or at least skippers who could tell him how best to sail. As the Company had very little experience sailing northward from the Cape (last year’s fleet to Ceylon had been the first since the days of the Voorcompagnieën, and the fact that one ship bound for Ceylon had accidentally sailed to Batavia by reflex is telling), he did not actually find anyone who knew anything about sailing to Ceylon. He would just have to make use of the “old documents and printed books” brought from the Republic, which was far from ideal.[5]

Meanwhile, Lairesse was haggling with the commander of the Cape Colony, Zacharias Wagenaar, for more ships. It had already been decided that the Veldhoen would go with the expedition fleet; now Lairesse was also trying to get his hands on the Zeeridder. Wagenaar had planned to send out the Zeeridder to look for the missing vessels of the return fleet from Batavia, which had been hit by a severe storm. Only three out of the seven ships had come in, and Wagenaar was planning to send out a search party to see if the ships, or any survivors, had ended up on Madagascar or Mauritius. Lairesse, however, managed to convince Wagenaar otherwise, promising that during his expedition he would also do his utmost to find the missing ships. This brought the fleet to seven ships, with a total crew of 581 sailors and 660 soldiers.[7] By the 20th of September, the fleet was ready to sail, and a day of prayer was held in the Cape Colony. The next day, Lairesse sealed his letter to the directors, concluding it in a very war-eager spirit, and on the 22nd, the fleet was to lift anchor.[8]

The day of prayer, however, had apparently not helped an awful lot. Just as the fleet was preparing to depart, a strong adverse wind came up, trapping the fleet in the Table Bay for another four days. Then, just when the wind had turned and the fleet had left the bay, the wind completely died down and the fleet was adrift for two days. By the 28th of September, the fleet was still within sight of Table Mountain.

After this rather slow start from the Cape, things went better, but only slightly. Only on the last day of October did the fleet gain sight of the southernmost point of Cape Corinth (the area around Inhambane in present-day Mozambique.) After more than five weeks of struggling, they had covered only two thirds of what should have been an easy and quick sailing trip. And things were about to get worse: the next day the wind turned and became stronger. As the current was also coming from the northeast, the ships were mercilessly blown back to where they had come from. Five days later, the ships were still near Cape Corinth, and back on the wrong side of it. Supplies had not been prepared for this great amount of ill luck, and water was put on ration by the 9th of November.

Of course it was not only bad luck which caused the fleet trouble: the combination of the earlier delays before the Cape and inexperience sailing this route were taking their revenge. As Lairesse was at least partly aware, the fleet had entirely missed the summer monsoon. Whereas, two months ago, it would have been blown right to Mozambique, the fleet was now facing adverse winds and calms. In addition, the onset of the Northeastern Monsoon also hailed the start of the cyclone season on the East African Coast, and the fleet was now stuck right in the area where the bulk of these cyclones hit the African mainland.

The first storm hit the fleet in the night of the 17th of November. As Lairesse visually describes, “the dense rain, combined with the complete darkness and the incessant lightning, made everyone blind as a bat.” Collisions were only avoided because each of the ships was carrying a big lantern on the stern. When the sky cleared by dawn, damage turned out to have been limited to several sails torn to rags. And the wind was now finally blowing in the right direction!

Nonetheless, Lairesse was getting quite fed up. On the 20th of November he once again called thebrede raadtogether, as “this continuous sailing back and forth without making any advancement, or even the appearance of advancement, was making us all rather sad.” In addition, supplies weren’t getting any bigger, and disease had struck several of the ships. Slowly but steadily, various council members started wondering whether it was at all sensible to still try and attack Mozambique. With so much of the crew lying sick, the attack might well become a complete disaster, even if the fleet actually reached its destination. Then again, what were the other options? Waiting it out on the African Coast or the Cape was madness, as the monsoon would only turn around again by March. On the other hand, just giving up on the whole project and continuing to the Indian coast or Bataviawas also undesirable. Not only was this a humiliation after struggling for so long; it was also insensible, as the ships bound for the Indian coast would still have to wait until March anyway.

It was finally decided to keep on trying to head north for another five days. If there was no improvement within that time, the fleet would find a suitable place along the Coast to take in fresh water and supplies. The wind did not turn around, so after five days the fleet did. The next day, it was once again at the southern point of Cape Corinth, which by now must have looked awfully familiar to the crews of the ships.

To de Lairesse’s great amazement, the fleet had not spotted a single other sail since its departure from the Cape. Near Cape Corinth, however, a ship appeared ahead of the fleet. As it approached, it turned out to be the Oranje, the arrival of which De Lairesse had so fervently been hoping for at the Cape. The ship had not passed by the Cape, but had just been extremely delayed and after a ten day stay at the Cape, had tried to catch up with the fleet. The crew must have been somewhat surprised to see the fleet coming towards it.

After a failed attempt to anchor on the 27th of November, the fleet found a river the next day, and anchored in the open sea “near what was called Bazzaratto on the maps.”[9]The river turned out to be brackish, but by digging wells one could obtain fresh water. The local “blacks” were very friendly, and more than willing to sell animals and fruits in exchange for cloth and simple ship’s blankets. The fleet, however, was two miles out on the open sea, and therefore completely unprotected. The fear of another storm immediately prompted de Lairesse to send off the Veldhoen to look for a bay.

For four days, the various chaloops rushed back and forth between the coast and the fleet. Then, the weather once again got in the way of plans. A strong seawind trapped the little flotilla of chaloops on the coast for three days; then the wind just died off completely, making traffic between the fleet and the coast extremely troublesome. All in all, the replenishment of supplies didn’t make as much headway as had been hoped. De Lairesse had also expected that fresh fruit would hem the diseases that ran rampant among the crews somewhat, but mortality just kept on increasing. The Wapen van Zeeland was now so low on sailors that operating the ship became troublesome. But the Veldhoen, which was supposed to be back within eight days, was also trapped by the calm and only appeared after twenty seven days, during which the fleet was just lying there and the crew just kept on dying off.

The Veldhoen finally arrived back on a rather strong wind blowing towards the coast, which was dangerous to the fleet and made the trade on the coast virtually impossible. It was decided to bring all personnel back to the ship as soon as possible, and set sail. However, just a few hours after the ships had set sail on the 1st of January 1663, another storm hit the fleet, threatening to throw it against the beach. The Zeeridder and the Oranje actually stranded and were in grave danger for two days, but ultimately managed to get afloat again. In the end, all the ships survived the storm, but several anchors and many of the chaloops were lost.

Before the fleet had lifted anchor, de Lairesse had informed with the council members “whether anyone still felt inclined to tend to our goal.” No-one did. The only question that still needed to be resolved was whether an attempt to reach the Indian Coast was still viable. Reaching Batavia was no problem, but the bulk of the fleet was supposed to go to Ceylon. Crossing the Indian Ocean would still be impossible for another two months, and the fleet would have to sail all the way to the coast of Sumatra to circumvent the adverse winds. Under these circumstances, sailing to Batavia in convoy was the most sensible thing to do.

De Lairesse sealed his letter on the 6th of January 1663, after a disaster journey of three-and-ahalf months since the Cape. On the same day, on the other side of the Indian Ocean, Van Goens stormed Cochin and thus finished the campaign in which the fleet had been supposed to participate. The letter bound for patria was sent to the Cape with the Veldhoen. De Lairesse concluded it by telling the directors how sorry he was to see that the good designs of the Company had had so bad an outcome, and that, if the war with the Portuguese should continue, he would request of the Governor-General and Council to be sent to Mozambique once again. The battered fleet finally arrived before Batavia on the 30th of March, after a fruitless journey of almost a year. News of the peace reached Batavia only two-and-a-half months later,[10]and Mozambique would never be captured by the VOC. De Lairesse’s fleet had not fired a single shot at the Portuguese, but the East African monsoon had proven itself an adversary not to be messed with.”

(http://vocwarfare.net/thesis/4/mozambique-expedition)