Lares

I. mogelijk: Pieter Lares:

Kinderen:

a. Gillis Pietersz. Lares, lakenwerker, geboren ca. 1645, trouwde 1e NN, 2e Berbera Huijbrechts trouwde 1e Balthen NN

ONA Dordrecht inv. 125, f. 271: op 2 okt. 1671 verkoopt Henrijck Balthensz., schipper wonende te Dordrecht, aan Anna Heijmans, de vrouw van Evert van den Boom, schipper en burger van Dordrecht, de helft van een damloperschuitje. Borg voor de verkoper: Berber Huijbertsz., oudekleerkoopster wonende in de Tolbrugstraat, zijn moeder.

ONA Dordrecht inv. 123, f. 347: op 20 okt. 1672 verklaren Aelbert Laurensz. van Evelingen, timmerman, 37 jaar oud, en Gillis Pietersz. Lares, huurvaarder, 27 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Henrijck Henrijcksz. Grondhout, dat zij gediend hebben als matroos op het schip van kapitein Jacob van Meeuwen, en dat Henrijck Henrijcksz. is geweest enige broer van Jan Henrijcksz., die als soldaat naar Oost-Indië is gevaren.

ONA Dordrecht inv. 85: op 21 april 1672 verklaren Berbera Huijberstdr., weduwe van Gillis Pietersz., burgeres van Dordrecht, enerzijds en Pieter Lares, huurvaarder, als oom en bloedvoogd van Pieter Gillisz. Lares, zoon van Gilllis Pietersz., anderzijds, dat zij zijn overeengekomen, dat in plaats van de vaderlijke goederen, die Pieter Gillisz. zou hebben moeten ontvangen na het overlijden van Berbera Huijbertsdr., zijn stiefmoeder, volgens het testament gepasseerd op 1 mei 1664 voor notaris J. Melanen te Dordrecht, hij nu in contant geld 300 gl. zal krijgen en wanneer hij gaat trouwen een bed met toebehoren.

Kind (ex 1):

a-1. Pieter Gillesz. Lares

a-2. Perpeet Lares, volgt II

b. Pieter Lares, huurvader

II. Perpeet (Pieter) Lares, geboren ca. 1650, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1676), droogscheerder, trouwde 22 nov./7 dec. 1676 Margriet van Groeningen, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1676)

ONA Dordrecht inv. 124, f. 268: op 1 nov. 1674 leggen Pieter Lares, 24 jaar oud, en Jan de Gelder, 22 jaar oud, beiden droogscheerders, op verzoek van Catarina Hannesee, weduwe van Jan van Bebber, lakenkoper en burger van Dordrecht, een verklaring af.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 173v: op 5 juli 1731 verkoopt “Gerrit Lares, borger deser Stadt, als last en procuratie hebbende van Pieter Lares, Margarita Lares, Jan van der Haert als in huwelijck hebbende IJda Lares, ende Anthonia Lares alle wonende binnen dese Stad volgens deselve procuratie gepasseert voorden notaris Justus de Caasteker en sekere getuijgen binnen dese Stad residerende in dato den 30 junij 1731 ons Schepenen vertoont, te same kindren en Erffgenamen van Margarita van Greuningen in haar leven wed. van Perpect Lares, ende nog als haar sterkmakende en de rato Caverende voor Abraham van Riemsdijck getrout met Anna Lares, alsmede voor haaren uijtlandigen Broeder Gillis Lares mede kindren en Erffgenamen van wijlen de voors. Margarita van Greuningen”, voor 215 gl. aan Jan van Chastelet, mr. smid te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Damas Voorstappen en het koetshuis van Petrus Franken.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Antonia Lares, 30 mei 1678, ongehuwd

b. Pieter Lares, 12 aug. 1680

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 149: op 16 jan. 1737 toont Pieter Lares ter secretarie van Dordrecht een akte van boedelscheiding, op 15 jan. 1737 gepasseerd voor notaris J. de Caasteker te Dordrecht door Gerrit Lares, Jan van der Haert, als man van Ida Lares, Jan Moll, als man van Margareta Lares en Anthonia Lares, allen wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Anna Lares, weduwe van Abraham van Riemsdijk, en Gillis Lares, die in het buitenland verblijft, allen kinderen van Margareta van Greuningen, weduwe van Perpeet Lares. Daarbij blijkt, dat aan hem, Pieter Lares, is aanbedeeld een lakenraam, staande op stadsgrond, alsmede een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het werkhuis van mr. Johan van Neurenbergh en het huis, dat bewoond wordt door ds. Jacobus van Meurs.

c. Anna Lares, 31 jan. 1682, trouwde Abraham van Riemsdijk

d. Gerrit Lares, geboren naar schatting ca. 1685, volgt III

e. Marie, 22 febr. 1689

f. Jillis Lares

g. Margarita Lares, trouwde Jan Moll

h. IJda Lares, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1713), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 juni 1713 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Frans van der Haart, de bruid met haar moeder) Johannes van der Haart, jongman van Lunen wonende op de Varkenmarkt (1713)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerrit, 18 mrt. 1716

b. Joris, 9 okt. 1717

c. Josina, 16 nov. 1718

d. Johanna, 17 april 1725

e. Pieter, 2 aug. 1727

f. Antonia, 9 jan. 1728

III. Gerrit Lares, geboren naar schatting ca. 1685, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1707), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 6/20 mrt. 1707 (de bruidegom geassisteerd door zijn vader, de bruid door haar moeder) Theuntje van der Tuijt, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Spuipoort), 2e Gerecht/NG Dordrecht 14 mei 1719 (ondertrouw, volgens attestatie van Eisden dd 8 mei 1719) IJda Morees, jonge dochter van Nijmegen (1719)

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 271v: op 2 dec. 1738 verkoopt Jan Mol, viskoper en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anthonia Lares, burgeres van Dordrecht, voor 200 gl. aan Gerret Lares, burger van Dordrecht, een lakenraam, staande buiten de Spuipoort in het St. Nicolaaspaadje tussen de tuin van de koper en de tuin van Johan van Helmont.

Kinderen:

Ex 1:

a. Pieter, gedoopt Dordrecht 29 febr. 1708

Ex 2:

(o.a.: allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Anna, 4 nov. 1725

b. Margrieta, 16 febr. 1729

c. Ida Lares, 13 dec. 1730, jonge dochter van Dordrecht woont voor het Bagijnhof (1753), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 nov. 1803 (weduwe van Johan Frans Baltz, bij de Roobrug, laat een kleinkind na, met de lijkkoets, 72 jaar, verval), trouwde Gerecht/NG 1/16 sept. 1753 (de geboden gaan in de Lutherse kerk) Johan Frantz Baltz, jongman van Framersheim onder Alzey wonende in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug (1753)

ORA Dordrecht 1680, f. 49v: op 17 mei 1804 verkopen “Adolph Stephanus Rueb en Ds. Nicolaas van Rhijn, beide wonende alhier te Dordrecht, zo bij Testamente van wijlen Ida Lares wed.e van Johan Frantz Baltz, gewoond hebbende en overleden, [gepasseerd] alhier den 22e Junij 1799 voor den Notaris Jan Hendrik Schultz van Haegen en getuigen opgevolgde Acte van bovengemelde Adolph Stephanus Rueb, den 2 December 1803 voor den Notaris Anthonij Bax en getuigen verleden, gestelden en verkozen Executeurs in en van de uitterste wil en Nalatenschap van voorgenoemde overledene Ida Lares weduwe Johan Frantz Baltz” voor 2990 gl. aan Govert IJpelaar, wonende te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven tegenover de Roobrug, getekend A:405 en staande tussen de Dwarskade voor de Wolwevershaven en het huis van de erfgenamen Van der Linden van Slingeland.

Kinderen:

c-1. Hendrik, gedoopt Ev.-Luthers Dordrecht 10 april 1755

c-2. Gerrit Pieter Baltz, gedoopt Ev.-Luthers Dordrecht, 26 sept. 1758, jongman geboren en wonende te Dordrecht (1778), wijnkoper, trouwde Gerecht/NG 17 sept. 1778 (volgens attestatie van Maastricht dd 18 sept. 1778, de geboden gaan in de Lutherse kerk, attestatie gegeven op 11 okt. 1778)Johanna Rouffaer, jonge dochter geboren en wonende te Maastricht (1778)

Kind:

c-2-1. Ida, gedoopt NG Dordrecht 21 juli 1779, jong overleden

d. Hermina, 10 aug. 1732

.