I. Jan Aertsz. Notemans, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Noordse zoutkeet (1616), bakker, overleden voor 6 sept. 1660, trouwde NG Dordrecht 1/15 mei 1616 Grietgen Cornelis Adriaensdr., van Dordrecht wonende op de Pelserbrug (1616), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 nov. 1679 (een baar voor de weduwe van Jan Aartsz. Notemans, bij de Nieuwpoort)
ONA Dordrecht inv. 139, f. 480: op 6 sept. 1660 verkopen Cornelis Notemans twijnder en zijn broer Claes Notemans schrijnwerker, burgers van Dordrecht, voor 400 gl. aan hun moeder Grietgen Cornelis, weduwe van Jan Aertsz. Notemans, een huis in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van Adriaen Clauwaert en de mouterij [sic].
ORA Dordrecht inv. 1619, f. 116v: op 22 juni 1662 verkoopt Cornelis Notemans, twijnder en burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz., burgeres van Dordrecht, een huis in de Dolhuisstraat, staande naast het huis van Claerbout.
ONA Dordrecht inv. 249, f. 185: op 7 okt. 1666 verkoopt Claes Jansz. Notemans, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, een huis op de Riedijk bij de Nieuwpoort met een werkhuis of schuur erachter, staande tussen het huis van Jacob van Hoochstraten en dat van koopster, welk laatstgenoemde huis wordt bewoond door Cornelis Jansz. Notemans.
ONA Dordrecht inv. 231, f. 169: op 9 juli 1669 testeert Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Notemans, burgeres van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Notemans, haar beste bed met twee beste oorkussens en dekens, en aan haar zoons Cornelis en Claes Notemans al haar lijnwaad, op voorwaarde, dat de oudste dochters van Cornelis en Claes na het overlijden van hun vaders en moeders daaruit zullen krijgen een paar van de beste slaaplakens en twee paar fluwijnen. De testatrice legateert aan Neeltgen Claes, de vrouw van Claes Notemans een paar groene gordijnen, het rabat daartoe behorende, het rabat voor de schoorsteen en twee oorkussens. Zij legateert aan haar zoon Aert Notemans haar beste huik en rouwvlieger. De testatrice wenst, dat haar drie zoon, Cornelis, Aert en Claes Notemans van haar na te laten goederen slechts het vruchtgebruik zullen hebben en dat de eigendom ervan aan hun kinderen zal komen. Zij wenst ook, dat haar schoondochters na het overlijden van haar zoons tot onderhoud van hun kinderen insgelijks het vruchtgebruik van die goederen zullen hebben. Haar zoon Claes Notemans moet aan zijn broer Cornelis in vrije eigendom overdragen het werkhuis, dat staat achter de huizen, waarin zij beiden wonen, staande bij het Nieuwpoortje. Voorwaarde daarbij zal zijn, dat Cornelis te zijnen laste zal nemen de somma van 300 gl., die hij daarop nog schuldig is. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt de testatrice Hugo Baen, thesaurier van Dordrecht, en kapitein Gijsbert van Bodtlandt.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 145: op 7 juni 1696 verklaren Maeijcke Claas, weduwe van Cornelis Notemans, Hendrick Notemans, Creijn de Meijer, als man van Antonia Notemans, voornoemde Hendrick Notemans en Creijn de Meijer nog als voogden over de kinderen van Johannes Notemans, resp. schoondochter en kindskinderen van Grietje Cornelis, weduwe van Jan Aertsz. Notemans, samen vervangende Neeltje Claas, weduwe van Claas Jansz. Notemans, schuldig te zijn aan Cornelis Notemans de jonge een somma van 200 gl., verbindende een huis tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, staande tussen het huis van Staas van Hoogstraten en dat van Adriaan de Haan, een huis, bestaande uit vier woningen in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Marinus Marinusz. en dat van de weduwe van Jan Willemsz., een huisje in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van de weduwe Muijssenburgh en dat van de weduwe van Johannes van Stabroeck, en een huisje in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Claarbout en de mouterij van Gerrit van Eijsden.
Kinderen:
a. Maijken, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617
b. Cornelis Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht sept. 1618, volgt IIa
c. Josijntken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1622
d. Claes Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht dec. 1623, volgt IIb
e. Aert Jansz. Notemans, geboren naar schatting ca. 1625, volgt IIc
f. Hendrick Notemans, gedoopt NG Dordrecht april 1626, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1652), wijnverlater, wijnkuiper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 aug. 1653 (een baar in de Wijngaardstraat voor Henderick Notmans, wijnkuiper, in de Wijngaardstraat, pondgraf), trouwde NG Dordrecht 4 aug. 1652 (bescheid gegeven om in Delft te trouwen op 22 aug. 1652) Maria Jansz. van Sevenhoven, jonge dochter van Delft en wonende ald. (1652)
ONA Dordrecht inv. 118, f. 232: op 8 nov. 1653 verklaren Maria Sevenhoven, weduwe Henrijck Notemans, wijnkuiper te Dordrecht, enerzijds en Cornelis Notemans, Aert Notemans en Claas Notemans, erfgenamen ab intestato en broers van Henrijck Notemans, anderzijds, dat zij de boedel van Henrijck verdeeld hebben. De broers hebben uit het sterfhuis ontvangen al zijn kleren en al het kuipersgereedschap. Zij hebben te hunnen laste genomen alle doodschulden van hun broer, t.w. een bedrag van 90 gl. De weduwe heeft gekregen al hetgeen zijn ten huwelijk heeft ingebracht, al hetgeen tijdens het huwelijk verworven is en hetgeen haar “behout moeder” en voornoemde erfgenamen bij het aangaan van hun huwelijk aan haar man en haarzelf is gegeven.
IIa. Cornelis Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht sept. 1618, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1644), twijnder, trouwde NG Dordrecht 24 jan./9 febr. 1644 Maeijken Claes, jonge dochter van Klaaswaal wonende in de Dolhuisstraat (1644), dochter van Claes Claesz. schipper en Theuntgen Adamsdr.
ONA Dordrecht inv. 68, f. 254: op 27 sept. 1645 testeert Theuntgen Adamsdr., weduwe van Claes Claesz. schipper, thans echtgenote van Pieter Gerritsz. Cranendonck, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar jongste ongehuwde dochter, Neeltgen Claesdr., boven de 1000 gl., die haar toekomt wegens haar vaderlijke goederen, een somma van 400 gl. en een bed met toebehoren en dat in plaats van hetgeen haar getrouwde dochter van haar heeft gekregen bij het aangaan van haar huwelijk. Tot erfgenamen benoemt zij haar beide dochters, Maijken en Neeltgen Claesdr., of bij overlijden hun nakomelingen. Tot voogden stelt zij aan haar schoonzoon Cornelis Notemans en haar neef Samuel Berckenbosch.
ONA Dordrecht inv. 61, f. 757v: op 25 juni 1648 testeren Cornelis Jansz. Notemans twijnder en zijn vrouw Maijken Nicolaesdr., burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden hun mondigheid of huwelijk en hun dan een uitzet te geven en onder hen allen een somma van 400 gl.
ONA Dordrecht inv. 63, f. 273: op 1 okt. 1650 verklaart Cornelis Jansz. Notemans, twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan de weeskinderen van Adriaentgen Cornelisdr., bij haar verwekt door Cornelis Staesz. Kennip, een somma van 1000 gl. Grietgen Cornelisdr., weduwe van Jan Aertsz. Notemans, burgeres van Dordrecht, stelt zich borg voor haar zoon.
ONA Dordrecht inv. 256, f. 317: op 9 juni 1677 testeren Cornelis Jansz. Notemans en zijn vrouw Maeijken Claesdr., burgers van Dordrecht, hij ziek zijnde. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid en huwelijk en hun dan onder hen allen een somma van 100 gl. uit te keren.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 146: op 7 juni 1696 verkoopt Maeijcke Claas, weduwe van Cornelis Noteman, mr. twijnder te Dordrecht, voor 1750 gl. aan Adriaan de Haan, mr. twijnder te Dordrecht, een huis op de Riedijk tussen het Nieuwpoortje en de Torenstraat, staande tussen het huis van juffr. Schijvelbergh en dat van Grietje Cornelis. De koper is schuldig aan Cornelis Notemans, blokmaker en burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jannette, 1 sept. 1644
b. Teuntje, 1 juli 1647
c. Johannes, 12 okt. 1648
d. Digna, 3 okt. 1653
e. Margietje, 20 jan. 1656
f. Antonia, 9 mei 1657
g. Ariaentge, 11 okt. 1659
h. Nicolaes, 12 juni 1661
i. Cornelis Notemans, 17 sept. 1663, volgt IIIa
IIb. Claes (Niclaes) Jansz. Notemans, gedoopt NG Dordrecht dec. 1623, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1644), schrijnwerker, korporaal van het vierde vendel van de burgerwacht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 dec. 1681 (een baar op de Riedijk voor Claes Jansz. Notemans schrijnwerker), trouwde NG Dordrecht 19 mei/4 juni 1647 Neeltje Claes, jonge dochter van Klaaswaal wonende bij de Boom (1647), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 nov. 1708 (Neeltie Klaes, weduwe van Nicolaes Noteman, op de Riedijk in “den Engel”)
ONA Dordrecht inv. 68, f. 397: op 19 okt. 1647 testeren Nicolaes Notemans schrijnwerker en zijn vrouw Neeltgen Claesdr., beiden ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen, op voorwaarde, dat die langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een uitzet te geven alsmede een onder hen allen een somma van 400 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Teunken, 15 dec. 1649, jong overleden
b. Johannes Noteman, 12 dec. 1650, volgt IIIb
c. Tonia Notemans, 23 febr. 1653, trouwde Creijn de Meijer
d. Nicolaes, 19 febr. 1655
e. Henrik Notemans, 16 april 1657, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1714), beeldhouwer en houtsnijder, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 mei 1734 (Hendrik Noteman, in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, laat geen kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/19 juni 1714 Angenita Pelgrom, weduwe van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug (1714), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 15 okt. 1722 (Angenita Pelgrom, de vrouw van Hendrik Nooteman, bij de Beurs, met twee koetsen extra), trouwde 1e Johannis Koek
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 83: op 25 febr. 1710 verkopen Johan d’Bruijn, als administrateur van de Weeskamer van Dordrecht, Hendrick Noteman, meerderjarige jongman, burger en beeldsnijder te Dordrecht, Neeltie Noteman, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, Samuell Crina, als man van Anna Noteman, Adolph Mendius en Poulus de Meijer, als voogden van Anna de Meijer, dochter van wijlen Antonia Notemans, en Hendrick Noteman, als voogd over Nicolaas en Poulus Noteman, kinderen van wijlen [NN] Noteman, samen erfgenamen van Nicolaas Noteman, winkelier en burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Cornelis Swartwater een huis bij het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Staas van Hoogstrate en dat van de weduwe van Adriaan de Haan.
Weeskamer Dordrecht inv. 32, f. 227v: extract van testament van Angnita Pelgrum, gepasseerd voor notaris A. van Nievelt op 25 mei 1715. Zij heeft tot voogden over haar minderjarige legatarissen benoemd haar man Hendrik Noteman, Jacob Olenbrink en Adolff Mendius. De twee eerstgenoemden aanvaarden de voogdij op 30 nov. 1722.
Weeskamer Dordrecht inv. 34, f. 183: extract van het testament van Hendrick Noteman, gepasseerd voor notaris A. van Nievelt op 15 okt. 1722, waarin tot voogden zijn aangesteld Nicolaas Noteman en Dirck van Eten.

Hendrik Noteman, door Arent de Gelder (1698, Dordrechts Museum)
Hendrik Noteman (ook gespeld als Hendrick Nootemans; gedoopt Dordrecht, 16 april1657 – overleden aldaar, 4 mei 1734) was een Nederlands beeldhouwer en houtsnijder.
Noteman, gedoopt als Henrik, was de zoon van Nicolaas (Klaas) Noteman en Neeltje Klaesdochter, en afkomstig uit een voornaam burgergeslacht. Hij had een oudere zus Tonia en een oudere broer die ook Nicolaas heette. Rond 1700 woonde Hendrik in Amsterdam, waar hij bevriend was met verschillende kunstschilders.
Hij maakte vooral wapenborden, waarvan een aantal in kerken in Dordrecht gehangen heeft. Daarnaast vervaadigde hij bustes en beeldjes. Ook boetseerde hij, met name kinderen en dieren. Verder maakte hij snijwerk voor meubels. Een bekend ontwerp is een wandtafel die zich in een museum in Haarlem bevindt, het ontwerp van dit meubel is te zien in het Dordrechts Museum. Het is mogelijk dat hij ook houten schilderijlijsten gesneden heeft.
Noteman is geportretteerd door Arent de Gelder in 1698, door Adriaan van der Burg in 1731. Er is nog een klein portretje, waarschijnlijk van de hand van Arnold Houbraken. Van het portret door De Gelder is later een print gemaakt door Jacob Gole. Een van deze prints bevindt zich in het British Museum. (wikipedia)

Ontwerp van een wandtafel door Hendrik Noteman (Dordrechts Museum)
f. Margrietje, 6 juli 1659
IIc. Aert Jansz. Notemans, geboren naar schatting ca. 1625, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1650), twijnder, trouwde NG Dordrecht 15/31 mei 1650 Anna Radeus, jonge dochter van Oosterhout, wonende in de Wijngaardstraat (1650)
ONA Dordrecht inv. 177, f. 130: op 13 sept. 1656 testeren Arent Notemans, twijnder, en zijn vrouw Anna Radeus, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 25 gl. uit te keren. Als de eerststervende van hen beiden komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende een bedrag van 25 gl. uitreiken.
Kinderen:
a. Adrianus Noteman gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1651, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1679), garentwijnder, trouwde NG Dordrecht 19 mrt./3 april 1679 Catharina Blandeau (Blondel), weduwe van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1679), trouwde 1e Andries Beaumont
ONA Dordrecht inv. 244, f. 221: op 20 aug. 1686 testeren Adriaen Noteman garentwijnder en zijn vrouw Catharina Blandeau, burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Als hij de langstlevende is, moet hij aan haar zuster een bedrag van 25 st. uitkeren. Als zij de langstlevende is, moet zij aan zijn broer Johannes Notemans één gulden uitreiken.
b. Dina Notemans, gedoopt NG Dordrecht 11 juli 1653, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1685), trouwde NG Dordrecht 29 april/13 mei 1685 Willem van de Ruijt, jongman van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1685)
Kinderen (o.a.):
b-1. Rijck, gedoopt NG Dordrecht 11 febr. 1686
b-2. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht 23 juni 1688
b-3. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1690
c. Johannes Notemans, gedoopt NG Dordrecht 31 mrt. 1655, volgt IIIc
IIIa. Cornelis Notemans. gedoopt NG Dordrecht 17 sept. 1663, jongman van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1686), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Boom (1716), blokmaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 febr. 1725 (Kornelis Noteman, in de Boomstraat, met extra koetsen, laat kinderen na), trouwde 1e NG Dordrecht 11/27 aug. 1686 Willemina de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 18 dec. 1652, jonge dochter van Dordrecht wonende aan het Groothoofd (1686), begraven Dordrecht 20 april 1713 (Willemijna de Graaf, de vrouw van Knelis Nootemans blokmaker, in de Boomstraat, één koets extra), dochter van Cornelis Willemsz. de Graeff en Lijsbeth Jaspers, 2e Gerecht/NG Dordrecht 6/23 dec. 1716 Agatha Simonides, weduwe van Roosendaal (1716), trouwde 1e Govert van Oort
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 39: op 14 mei 1695 verkopen Deonijs de Graeff, Johannes van Limborgh, als man van Adriana de Graeff, Cornelis Coolman, als man van Lijsbeth de Graeff, en Cornelis Notemans, als man van Willemina de Graeff, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Willemsz. de Graaff, voor 465 gl. aan Annigje Pietersdr. van der Hoeve een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Leendert van Deijl en dat van Hendrick de Visser.
ORA Dordrecht inv. 1781, f. 30v: op 19 mei 1695 verkopen “Deonijs de Graeff, Johannes van Limburg als in Huwelijck hebbende Adriana de Graaff, Corn. Coolman als getrout hebbende Lijsbeth de Graaff ende Corn. Notemans als ten egte hebbende Willemijna de Graaff alle kinderen en erffgen. van Sr. Corn. Willemsz de Graaff”, voor 340 gl. aan Herman Brouwer, spoormaker en burger van Dordrecht, een tuin met een tuinhuisje, gelegen in de Hallincqlaan op Merwedegrond tussen de tuin van Adriaan Meijnaart en de tuin van Gosewijnus de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 177V: op 4 nov. 1698 verkoopt Gerrard Vingerhoet, koopman te Dordrecht, als voogd over zijn twee voordochters Maria en Elisabeth Vingerhoet voor 2500 gl. aan Cornelis Noteman, blokmaker en burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in het opgaan van de Boom aan de landzijde, staande naast het huis van kapitein Anthonij Walbeeck. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 2500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 67v: op 7 okt. 1738 verkopen Agatha Simonides, laatst weduwe van Cornelis Noteman de oude, wonende te Dordrecht, voor een derde part, Maria Noteman, wonende te Dordrecht, dochter van Cornelis Noteman de oude, voor een derde part, en Johannes van Vegt en Cornelis Vos, wonende te Dordrecht, als voogden over de drie minderjarige kinderen van wijlen Cornelis Noteman de jonge, voor een derde part, samen erfgenamen van Cornelis Noteman de oude, voor 750 gl. aan Arij Scheij, mr. blokmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen de raffinaderij van Adriaan Onderdelinde en het huis van Barent Keeman, aan Barent Keeman, burger van Dordrecht, voor 725 gl. een huis in de Boomstraat, staande tussen het huis van Arij Scheij en dat van de weduwe De Ram, aan Teunis Ariensz. Croost, burger van Dordrecht, voor 220 gl. een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Gerrit van Lier en dat van Arij de Bije, aan Govert Maas, bakker en burger van Dordrecht, voor 125 gl. een huis, bestaande uit twee aparte woninkjes, staande in de gang in de hoek van het Nieuwkerkhof, aan Govert Maas, mr. bakker te Dordrecht, voor 210 gl. een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Joris Verleng, en aan Govert Maas, bakker en burger van Dordrecht, voor 230 gl. een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Arij van Eijsbergen.
Kinderen:
a. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1687, jong overleden
b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 28 mrt. 1691, jong overleden
c. Cornelis Noteman, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1692, volgt IVa
d. Maria Noteman, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1695, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1722), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 mrt. 1761 (de vrouw van Mattijs Moria, Marija Noteman, achter in de Nieuwstraat, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 sept./13 okt. 1722 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Moria, de bruid met haar vader Cornelis Noteman) Mattijs Moria, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1722)
Kinderen:
d-1. Willemina Adriana, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1724
d-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 22 Jan. 1726
IIIb. Johannes Noteman, gedoopt NG Dordrecht 12 dec. 1650, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1681), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 nov. 1694 (een baar voor Johannes Notemans, herbergier, op de Riedijk, in “de Witte Engel”), trouwde NG Dordrecht 19 jan./2 febr. 1681 Geertruijd de Meijer, weduwe van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1681), weduwe wonende aan Riedijk (1695), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 jan. 1729 (Geertruij de Mijer, de vrouw van Adolf Mendius, op de Riedijk, laat kind na, met twee koetsen extra), trouwde 1e Gerrit Bouff, 3e Gerecht/NG Dordrecht 25 dec./11 jan. 1696 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Crijn de Meijer) Adolff Mendius, jongman geboren te Gotha wonende in Wesel (1695), koopman te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 83: op 25 febr. [is doorgehaald] 1710 verkopen “d’Heer Johan d’Bruijn administrateur van(de) Weeskamer deser Stad in qt. als administrerende de goederen van(de) minderj: hier bij geintresseert, Hendrick Noteman, meerderjarig j:m: borger en beeldsnijder hier ter Stede, Item Neeltie Noteman meerderjarige ongehuwde dogter, wonende mede binnen dese Stad, en Samuell Crina in Huwelijk hebbende Anna Noteman, mitsgrs. Adolph Mendius en Poulus de Meijer, in q.te als voogde o(ver) Anna de Meijer, die een dogter is van wijlen Antonia Notemans, voor welkers kints portie en aandeell deselve haar in derselver prive sijn sterkmakende en de rato Caverende bij desen ende eijndelijk nogh den voorsz. Hendrick Noteman, in q.te als voogd o(ver) Nicolaas en Poulus Noteman kinderen van wijle [Johannes] Noteman, te Samen Erfgenamen van wijlen Nicolaas Noteman, in sijn leven mede borger en winkelier binnen dese Stad” voor 1200 gl. aan Cornelis Swartwater, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk bij het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Staas van Hoogstrate en dat van Adriaan de Haan.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 98v: op 26 mrt. 1733 verkopen Hendrik van de Wall, koopman te Amsterdam, en Jacobus van de Wall, predikant te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Adolph Mendius, in zijn leven koopman te Dordrecht, aan Nicolaas Noteman, koopman te Dordrecht, een pakhuis met een wijnkelder, staande op de Nieuwendijk aan de Bleijenhoek tussen het huis van Jan Donk en dat van de weduwe van Rochus van Noordwijk, alsmede twee loodsen, staande naast elkaar op de Riedijkse Vest naast de opgang van de Riedijkspoort. De kopers betaalt voor het pakhuis 420 gl. en voor de loodsen 510 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Neeltje Noteman, 5 nov. 1681, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1719), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 sept. 1753 (Neeltie Noteman, de vrouw van kapitein Dirk van Eeten, op de Varkenmarkt, laat kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 febr./12 mrt. 1719 (de geboden gaan te Sliedrecht, de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Magdalina van Waalwijk, weduwe van Jan van Eeten, de bruid geassisteerd met haar moeder Geertruijt de Meijer, de vrouw van Adolph Mendius, en haar oom Hendrik Noteman) Dirk van Eeten, jongman van Gorinchem wonende te Sliedrecht (1719)
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a-1. Meghlina, 31 jan. 1720
a-2. Geertruijd, 11 okt. 1722
a-3. Johannes, 21 mei 1724
a-4. Johanna, 26 dec. 1725
b. Anna Noteman 12 mei 1683, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1705), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 juli 1767 (Anna Noteman, laatst weduwe van Nicolaes de Vrij, burgemeester van Hoorn, begraven uit het huis van Daniël de Jong, laat kinderen na uit het eerste huwelijk, met acht koetsen extra, de eerste boete), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 22 mrt./5 april 1705 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid geassisteerd met haar moeder en met toestemming van haar stiefvader) Samuel Crena, jongman van Dordrecht wonende bij de Visbrug), 2e Gerecht/Dordrecht 29 okt./21 nov. 1725 Nicolaas de Vrije, burgemeester van Hoorn, overlijden aangeven te Hoorn op 20 nov. 1751 (impost 30 gl.)
(zie ook de genealogie Crena op deze website)
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 115: op 8 mei 1749 verkoopt David Crena, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nicolaas de Vrij, burgemeester van Hoorn, als man van Anna Noteman, voor 3000 gl. aan Cornelis Papegaaij, inmeester te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt aan de havenzijde tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de weduwe Spruijt en dat van de apotheker Becius.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 185v: op 23 dec. 1751 verkoopt Henrij Gabriel Certon, predikant van de Waalse gemeente in Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Des Reaux, weduwe van Samuel Jaij, predikant van de Engelse gemeente te Dordrecht, voor 1990 gl. aan Anna Noteman, weduwe van Nicolaas de Vrije, burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de IJzeren Waag, staande tussen het huis van Gerrard Teijssen en dat van Johannes Decker.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 103v: op 1 mei 1770 verkoopt David Crena, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Daniël de Jongh, als echtgenoot van Philippina Crena, wonende te Dordrecht, enige erfgenamen van Anna Noteman, laatst weduwe van Nicolaas de Vrij, burgemeester van Hoorn, voor 8600 gl. aan Christina van Attenhoven, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat met een kelder en pakhuis, staande tussen het huis van mr. Matthijs Beelaerts, heer van Emmikhoven, en dat van Johannes Dekker.
c. Antonia Notemans, 16 febr. 1685
d. Nicolaes Noteman, 23 mrt. 1687, winkelier te Dordrecht
e. Paulus Noteman, 28 jan. 1689, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 dec. 1716 (Paulus Noteman, in “den Engel”, met één koets extra)
IIIc. Johannes Noteman, gedoopt NG Dordrecht 31 mrt. 1655, jongman van Dordrecht wonende in de Torenstraat (1677), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1678), bakker, trouwde 1e NG Dordrecht 27 juni/11 juli 1677 Geertruijd Grondhout, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1677), trouwde 2e NG Dordrecht 18 mrt./3 okt. 1678 Marijke Jansdr. Haring, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1678), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mrt. 1736 (Maeijcke Harings, weduwe van Jan Noteman, in de Heer Heymansuysstraat, laat kinderen na, met “ordinaris” koetsen)
Kinderen:
Ex 1:
a. Margrietje, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1678
Ex 2:
b. Geertruij, gedoopt NG Dordrecht 28 aug. 1679
c. Jan, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1681
d. Dorothea, gedoopt NG Dordrecht 19 febr. 1685
e. Arnoldus Noteman, geboren naar schatting ca. 1686, volgt IVb
f. Adriaan, gedoopt NG Dordrecht 3 nov. 1688
IVa. Cornelis Noteman, gedoopt NG Dordrecht 9 nov. 1692, jongman van Dordrecht wonende op de Boom (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 mrt./5 april 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis Noteman, de bruid met haar moeder Cornelia de Vries en met mondeling consent van haar vader Jan van Vegh [sic]) Sophia van Vecht, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1716), weduwe van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1729), dochter van Jan van Veght en Cornelia de Vries, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 27 aug./11 sept. 1729 Dirk Gremon, weduwnaar van Utrecht wonende bij de Botgensstraat (1729), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 mei 1762 (Dirk Gremon, begraven uit het huis van Gerrit van Heck in de Kolfstraat, laat geen kinderen na)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Willemina, 9 dec. 1716
b. Cornelia Notemans, 1 jan. 1718, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1739), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 febr. 1777 (Cornelia Nooteman, weduwe van Gerrit van Hek, op de Voorstraat naast te Augustijnenkerk, laat kinderen na, met de “ordinaare” koetsen trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 jan./8 febr. 1739 (de bruidegom is meerderjarig door het verkrijgen van venia aetatis, de bruid geassisteerd door Dirk Gremon, haar halfbroer) Gerrit van Heck, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1715, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1739), zoon van Jan van Heck en Cornelia van Duijnen
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
b-1. Johannes, 25 nov. 1740
b-2. Sophia, 7 aug. 1743
b-3. Cornelia, 16 nov. 1745
b-4. Anna Willemina, 6 mrt. 1748
b-5. Goverdijna, 17 mrt. 1751
b-6. Cornelis, 28 okt. 1752
b-7. Maria, 9 nov. 1754
b-8. Gerrit, 5 mrt. 1758
c. Johannes Noteman, 16 aug. 1719, volgt Va
d. Catrina, 8 aug. 1721
e. Cornelis Noteman, 16 sept. 1722, knaap in de Munt van Holland te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 jan. 1756 (Cornelis Noteman, in de Kannenkopersbuurt, laat geen kinderen na, met “ordenare” koetsen).
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 61: op 19 nov. 1748 verkopen Arij Dura, visser en burger van Dordrecht, als man van Elisabeth van Hoogstraten, voor zichzelf en tevens vervangende Jan van Hoogstraten, beurtschipper van Delft op Antwerpen, voor zichzelf en als voogden over Jan en Caatje Hoek, kinderen van Anthonij Hoek en Cornelia van Hoogstraten, Marija van Hoogstraten, weduwe van Cornelis van den Bosch, Willem van den Bergh, schipper en burger van Dordrecht, als man van Tanneke van Hoogstraten en Jan Noteman, als man van Goverijna van Hoogstraten, dochter van Govert van Hoogstraten, samen vervangende Jacobus van Hoogstraten, wonende in Medemblik, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Johannes van Hoogstraten, overleden te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Cornelis Noteman, knaap in de Munt van Holland te Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “de Halve Maan”, staande tussen het huis van Frans van der Straten en dat van dr. Gijsbert Gips.
IVb. Arnoldus Noteman, geboren naar schatting ca. 1686, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1709), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 sept. 1757 (Arnoldus Noteman, op de Voorstraat bij de Nieuwbrug, laat kinderen na, met “ordenare koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/15 dec. 1709 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar moeder) Maria van Kastiliën, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1709), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 febr. 1752 (Marija van Castielije, de vrouw van Arnoldus Noteman, op de Voorstraat bij de Nieuwbrug, laat kinderen na, met “ordenare” koetsen)
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Dirk, 26 sept. 1714
b. Gregorius, 5 mei 1716
c. Maria, 22 sept. 1717
d. Elisabeth, 13 dec. 1718
e. Nicolaes (Klaas) Noteman, 5 juni 1720, volgt Vb
f. Jan Noteman, 15 okt. 1721, jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam (1750), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 mei 1775 (Jan Nooteman, van Amsterdam, in Dordrecht stil bijgezet, met een zwarte baar, laat kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10 april 1750 (de geboden gaan te Amsterdam, de bruidegom heeft consent van zijn vader Arnoldus Noteman, de bruid van haar moeder IJda Bootsman, weduwe van Christiaan Meloen) Maria Meloen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Prinsenstraat (1750), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 aug. 1791 (Maijke Meloen, weduwe van Jan Noteman, in de Prinsenstraat, laat kinderen na, de eerste boete, met 6 koetsen extra)
Kinderen (allen NG gedoopt in Amsterdam):
f-1. Arnoldus Noteman, 23 aug. 1752 (getuigen: Arnoldus Noteman, Ida Bootsman), jongman geboren en wonende te Amsterdam (1773), schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 okt. 1793 (Arnoldus Noteman Jansz., raad in de vroedschap en regerende schepen van Dordrecht, laat geen kinderen na, de hoogste boete, met tien koetsen extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/23 mrt. 1773 (de geboden gaan te Amsterdam, de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria Meloen, de vrouw van Jan Noteman, de bruid met haar moeder Janna [sic] Bootsman, weduwe van Dionisius van Eijsden, getrouwd op 23 mrt. 1773 door ds. Breur, predikant te Alblasserdam) Gerardina Maria van Eijsden, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1773)
f-2. Ida, 7 jan. 1756 (getuigen: Christiaan Meloen, Ida Bootsman)
f-3. Christiaan, 24 sept. 1758 (getuigen: Nicolaas Nierhoff, Johanna Meloen)
f-4. Maria, 23 jan. 1760 (getuigen: Nicolaas Nierhoff, Anna Meloen)
f-5. Johanna Christina Noteman, 9 juni 1762 (getuigen: Nicolaas Nierhoff, Johanna Meloen), van Amsterdam (1805), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 juni 1811 (Johanna Christina Noteman, de vrouw van Ewaldus Kistt, in de Gravenstraat B:185, laat geen kinderen na, met de lijkkoets, stil begraven), trouwde Amsterdam 1/26 febr. 1805 (de ouders van de bruid zijn overleden, zij woont op de Herengracht bij de Warmoessluis) ds. Ewaldus Kist, weduwnaar van Woerden (1805), predikant te Dordrecht (1797-1822)
ORA Dordrecht 1680, f. 194v e.v.: op 17 okt. 1805 verkopen Bartholomeus van der Star, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Abigael Onderwater, mr. Mattheus Onderwater Mattheusz., eveneens wonende te Dordrecht, als administrateur van de erfportie, die Boudewijn Onderwater Pompejusz. met last van fideïcommis is aanbestorven uit de nalatenschap van zijn vader, Pompejus Onderwater, en notaris Van der Star nog als procuratie hebbende van Abigael Catharina Faassen Nolthenius, weduwe van Jean de Loriol, volgens procuratie gepasseerd op 16 juli 1805 voor notaris Louis Fevot te Lausanne in Zwitserland, voor 16.500 gl. aan ds. Ewaldus Kist, predikant in de NG gemeente te Dordrecht, en diens vrouw, Johanna Christina Noteman, een huis om de hoek van de Gravenstraat, met twee kelders daaronder, een tuin, stal en koetshuis en drie woonhuizen “daar annex”, staande naast elkaar in de Gravenstraat. Het grote of herenhuis wordt belend door de Wijnstraat, de stal en het koetshuis met de gang van het huis van D. Bosveld.
Het huis “Henegouwen” (hoek Wijnstraat-Gravenstraat) [foto: A.B. den Haan, 2008)

Ewaldus Kist, door H.W. Caspari, 1822 (foto: RA Dordrecht)
“Ewaldus Kist werd 9 maart 1762 in Woerden geboren en overleed 20 maart 1822 te Dordrecht. Hij was de zoon van Anthonie Kist (1722-1794) predikant te Maarssen en Woerden, en Johanna Wolf(f) (1722-1808).
Ewaldus trouwde driemaal: Rhenoy 3 april 1785 met Cornelia Bos (Rhenoy 1754-Dordrecht 1802); Amsterdam 26 februari 1805 met Johanna Christina Noteman (Amsterdam 1762-Dordrecht 1811); Dordrecht 30 juli 1812 met Theodora Cornelia Woutera Brouwer (Dordrecht 1776-Dordrecht 1829). Kinderen uit het eerste huwelijk:
– Anthonie (Beesd 1786, arts)
– Florentius Cornelis (Arnhem 1796, predikant)
– Johannes Ewaldus (*Dordrecht 1799, procureur).
Uit het derde huwelijk: Anna Geertruida (Dordrecht 1814, trouwde ds. Daniël Pijzel).
Kist was als predikant rechtzinnig en wierp zich op als een felle verdediger van het ware geloof. Daarnaast was hij een voorbeeld van verdraagzaamheid, want hij streefde naar onderlinge samenwerking van de christelijke kerkgenootschappen. Hij ontwikkelde zich tot een moralist van naam waar het de beleving van het christendom betrof. Voor de ‘Roomsgezinden’ hoopte hij dat zij hun dwalingen zouden inzien. Zijn kanselwelsprekendheid en de vorm van zijn preken werden alom geprezen. Dominee Kist diende vanaf 1797 zijn Dordtse gemeente 25 jaar.
Ewaldus was de jongste van vijf kinderen, drie zoons en twee dochters. Zijn broers studeerden in Leiden, de oudste werd predikant, de ander jurist. Via moederskant hadden de kinderen de schrijfster Betje Wolff tot tante en Ewaldus Hollebeek, hoogleraar in Leiden, tot oom. Vooral Hollebeek zou grote invloed hebben op Ewalds vorming tot predikant. Het lager onderwijs volgde hij in Woerden, maar hij leerde de moderne talen door zelfstudie. Op de Woerdense Latijnse school onder rector Boekelman blonk Ewaldus uit in Latijn en Grieks. In 1778 verliet hij met lof dit instituut met een redevoering in het Latijn over de ware theoloog (De theologo veri nominis).
Datzelfde jaar werd hij als student in de theologie ingeschreven aan de Leidse universiteit. Door bemiddeling van zijn oom Hollebeek werd hij gehuisvest in het Staten College, het instituut voor talentvolle, maar minderdraagkrachtige studenten. Daar woonde ook Jan Hendrik van der Palm (1763-1840), de latere predikant, dichter en hoogleraar. Hun kennismaking zou uitmonden in een permanente vriendschap. Ewald volgde Latijn, Romeinse oudheden en algemene geschiedenis bij Lodewijk Caspar Valckenaer, oosterse talen bij Hendrik Albert Schultens en filosofie bij Dionysius van de Wijnperse. Hollebeek doceerde onder meer de gewijde welsprekendheid, de leer over het preken. Hij hield zijn studenten een synthetische preekmethode voor: een populaire verhalende prediking over een bepaald thema in een combinatie van kerkelijke rechtzinnigheid en een oproep tot een ware christelijke levensstijl.
Na ruim vijf jaar sloot Ewald zijn studie af en meldde zich bij de Classis Leiden om geëxamineerd te worden in de talen en de theologie. Op 2 februari 1784 werd Kist met lof toegelaten tot het predikambt. Datzelfde jaar werd hij beroepen door de gemeente Gellicum en Rhenoy in de Tielerwaard, waar zijn vader hem op 3 oktober bevestigde als predikant. Na twee jaar nam hij het beroep aan uit Thamen, een dorp aan de Amstel, later deel van Uithoorn. In juli 1789 sloeg Kist een beroep uit Delfshaven af, maar in oktober accepteerde hij het beroep uit Arnhem. Daar kon hij zich ontplooien als schrijver en letterkundige. Belangrijke contacten deed hij er op in het mede door hem in 1792 opgerichte Natuur- en Letterkundig Genootschap Prodesse Conamur.
Kist reageerde in 1796 op uitspraken van de doopsgezinde predikant Jacob Hendrik Floh (1758-1830) uit Enschede, vertegenwoordiger van het verlichte christendom en pur sang patriot in politieke zaken. In zijn geschriften richtte die zich vooral tegen gereformeerde predikanten. Hij ageerde onder meer tegen de Heidelbergse catechismus, met name tegen het leerstuk over de natuurlijke verdorvenheid van de mens. Kist pareerde de aanval met zijn Aanmerkingen over de stelling van den Heidelbergschen catechismus. Dit geschrift werd meerdere malen herdrukt. Floh reageerde niet op Kist, de doopsgezinde predikant Jan Brouwer (1760-1838) uit Leeuwarden wel. Op diens brief schreef Kist een Vervolg van aanmerkingen, waarna hij de aanval als afgeslagen beschouwde.
De polemiek met Floh en Brouwer had Kist landelijke bekendheid opgeleverd. Beroepingen uit Middelburg in september 1796 en uit Amsterdam in oktober sloeg hij af. Toen Dordrecht in juni 1797 een beroep op hem uitbracht, weigerde Kist niet. Dordrecht was nog altijd een belangrijke stad op kerkelijk gebied ondanks de scheiding van Kerk en Staat die in 1796 was doorgevoerd. Ewaldus werd 30 juli 1797 tegelijk met ds. Simon van Someren Brand (1752-1800) in Dordrecht als predikant bevestigd. Kist werd meteen lid van Concordia, het ‘vriendelijk gezelschap van predikanten’ waar onderwerpen voor de classis en de kerkenraad werden besproken. In Dordrecht werden zijn kanselwelsprekendheid en synthetische preekmethode gewaardeerd. De preek in de Nieuwkerk, waar Kist vaste predikant was, trok dan ook vele gelovigen.
Kist kwam als verdediger van het geloof in 1798 opnieuw in actie, nu tegen een werk van de Engelse deïst Thomas Paine (1737-1809). Diens publicatie De eeuw der rede(The age of reason) was een felle aanval op de christelijke godsdienst. Het boek vond gretig aftrek in de Republiek. Kist reageerde tegen dit ‘schandelijk en gevaarlijk geschrift’ met Vijftien gemeenzame brieven aan Aristus over de eeuw der rede. De brieven waren een waarschuwing aan het adres van de jeugd tegen de geloofsondermijnende denkbeelden van Paine.
In maart 1800 werd Kist een professoraat in de christelijke zedenkunde (ethiek) aan de Leidse universiteit aangeboden. Hij wees dit af, evenals een beroep in 1802 uit Utrecht voor het predikambt met uitzicht op een professoraat. Kist wees erop dat er bij een professoraat geen preekbeurten zijn en dat een relatie met een kerkelijke gemeente ontbreekt. Zijn uitspraak ‘Het preken is mijn hoofdliefhebberij. Dat is mijn eigenlijk vak, waarop ik mij opzettelijk heb toegelegd’ was duidelijk. In 1803 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde in Leiden. Toen het Dordtse Diversa Sed Una, het lees- en letterkundig genootschap, in 1816 werd opgericht, trad Kist ook daar als lid toe, een jaar later was hij voorzitter.
Als lid van de Classis Dordrecht was Kist onder meer belast met het afnemen van het proponentsexamen. Hij beoordeelde ook religieuze verhandelingen die de Classis of de Synode ter publicatie werden voorgelegd. Hij was de bewaker van de zuivere christelijke leer. Dat kwam tot uitdrukking in 1803 toen hij als ‘visitator librorum’ de kerkelijke goedkeurig weigerde voor een publicatie van de Dordtse predikant Paulus Bosveld (1732-1809). Het betrof diens Verklaring der brieven van Paulus aan de Thessalonicensen waarin de liberale Bosveld bedenkingen had over ‘de ware Godheid onzes Heeren’. Bosveld had een grote naam waar het Bijbelexegese betrof en had de goedkeuring niet afgewacht indachtig de vrijheidsleuze die sinds 1795 werd verkondigd. Dat was ‘een vertrapping van kerkelijk toezicht’. Kist reageerde met Proeve eener eenvoudige en duidelijke verklaring der voornaamste waarheden van den christelijken godsdienst.
In 1819 volgde de benoeming tot lid van het provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland. In 1821 was hij lid van de Algemene Synode in Den Haag. Kist diende de belangen van de Kerk in het gehele gewest Holland. Bij de opening van de Synodale vergadering in 1821 legde hij in zijn rede de nadruk op een noodzakelijke samenwerking tussen de diverse christelijke kerkgenootschappen om de Christelijke Kerk tot volmaaktheid te brengen. Hij streefde naar handhaving van de leer van het evangelie en het uitdragen ervan. In dat verband was hij ook sinds 1811 mededirecteur van het Haagsch Genootschap ter verdediging van den Christelijken Godsdienst. Daarnaast was hij directeur van zendeling- en Bijbelgenootschappen. Tijdgenoten meenden dat Kist allerlei bestuurlijk werk accepteerde, omdat het hem de mogelijkheid bood het ware geloof te bewaken.
Ewald Kist voelde zich aangetrokken tot de ‘nadere reformatie’, de stroming binnen de hervormde Kerk die de nadruk legde op de toepassing van de christelijke leer in het dagelijkse leven. In dat verband past zijn Beoefeningsleer die in de periode 1804-1809 in twee delen verscheen. In de teksten staat de praktijk van het christen zijn, de ascetica, centraal. De lezer vindt er de middelen om een godvruchtig en sober leven te leiden. De publicatie past in de periode waarin zij werd uitgegeven, want de verwerping van het geloof door de invloed van verlichte schrijvers groeide. Met deze geschriften en zijn andere publicaties over christelijke zedenkunde bezorgde Kist ‘zich eenen grooten naam als moralist en praktikalist’. Zijn gedrukte preken vonden een groot lezerspubliek, ook in de Nederlandse kolonies.
Vanaf 1805 leed Kist aan ernstige aanvallen aan longen en luchtwegen, waardoor het werken hem wekenlang onmogelijk was. Op 20 maart 1822 bezweek hij aan deze ziekte. Hij werd door velen betreurd. Ewaldus Kist werd vanuit zijn huis Henegouwen op de noordelijke hoek Wijnstraat/Gravenstraat begraven in het koor van de Grote Kerk.” (RA Dordrecht, auteur: C. Esseboom)
Va. Johannes Noteman, gedoopt NG Dordrecht 16 aug. 1719, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 nov. 1797 (Johannes Noteman, op de Voorstraat bij de Distelsteiger, laat kinderen na, met één koets extra, verval van krachten), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 april/5 mei 1743 (de bruidegom geassisteerd met Dirk Gremon, zijn stiefvader en voogd, de bruid met Elisabeth van Dorpen, weduwe van Govert van Hoogstraten) Goverdijna van Hoogstraten, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 jan. 1806 (Goverdina van Hoogstraten, weduwe van Johannis Noteman, tussen de Hout- en Turfsteiger, C:82, laat kinderen na, met één koets extra, om 11 uur begraven, verval van krachten), dochter van Govert van Hoogstraten en Elisabeth van Dorpen.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 35: op 15 juni 1754 verkoopt Metje van Dorpen, wonende te Dordrecht, aan Goverijna van Hoogstraten, de vrouw van Johannes Noteman, wonende te Dordrecht, de helft van een huis op de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt, staande tussen het huis van de weduwe van Willem Kouwens en dat van Pieter Dame, alsmede de helft van een schepenenschuldbrief, gepasseerd voor schepenen van Dordrecht op 15 mrt. 1742 door Jacobus Lelievelt ten behoeve van haar overleden zuster Elisabeth van Dorpen, weduwe van Govert van Hoogstraten, groot 300 gl., waarvan de wederhelften toebehoren aan Goverijna van Hoogstraten, als enige erfgename ab intestato van haar moeder Elisabeth van Dorpen, weduwe van Hoogstraten. Voor de helft van het huis betaalt de koper 600 gl. en voor de helft van de schuldbrief 150 gl.
ORA Dordrecht inv. 1667, f. 160: op 29 april 1773 verkoopt Hermanus Meesters, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria van Mourik, weduwe van Jacob Meesters, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Johannes Noteman, wonende te Dordrecht, een huis en grutterij in de Voorstraat tussen het Nieuwpoortje en de Boomstraat, staande tussen het huis van Anthonij der Moeij en dat van Pieter Ketting. De koper is schuldig aan de verkoper een bedrag van 4000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1670, f. 61v: op 30 juni 1778 verkoopt Johannes Noteman, wonende te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Cornelis Noteman, grutter te Dordrecht, een huis en grutterij in de Voorstraat tussen het Nieuwpoortje en de Boomstraat, staande tussen het huis van Anthonij der Moeij en dat van Pieter Ketting.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Sophia Noteman, 8 jan. 1744, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Distelsteiger (1765), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 jan. 1796 (Sophia Noteman, de vrouw van Jan de Koning, naast de Heer Heymansuysstraat, laat kinderen na, met twee koetsen extra, slijmziekte), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13/28 juli 1765 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jacob de Koning, de bruid met haar vader Johannes Notemans) Jan de Koning, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat in de Kannenkopersbuurt (1765)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a-1. Jacob, 28 febr. 1766
a-2. Goverdina, 24 juli 1767
a-3. Cornelis, 9 mei 1770
a-4. Joannes, 7 dec. 1774
a-5. Leendert, 18 april 1777
a-6. Adriana Susanna, 28 mei 1780
b. Elisabeth Noteman, 16 nov. 1748, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1778), overleden Dordrecht 21 sept. 1817 (Voorstraat C:575 en 489), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/19 juli 1778 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter Ketting, de bruid met haar vader Johannes Notemans) Arie Kettingh, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1778)
Kinderen:
b-1. Antonia, gedoopt NG Dordrecht 25 okt. 1780
b-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 4 febr. 1785
b-3. Pieternella Goverdina, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1788
c. Cornelis Noteman, 15 april 1750, volgt VI
d. Govert Noteman, 21 dec. 1753, ongehuwd, overleden Dordrecht 21 febr. 1831 (Voorstraat C:74)
e. Johannes, 14 dec. 1759
f. Daniël, 9 sept. 1761, jong overleden
Vb. Nicolaes (Klaas) Noteman, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1720, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 10 mrt. 1792 (Nicoaas Notemans, in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, laat kinderen na, met één koets extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/17 mrt. 1743 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Arnoldus Noteman, de bruid met haar vader Jan de Haan) Anna de Haan, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1723, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1743), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 aug. 1783 (Anna de Haan, de vrouw van Nieklaas Nooteman, laat kinderen na, met één koets extra), dochter van Jan de Haan en Margrieta van der Burg
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 298v: op 24 dec. 1771 verkoopt Nicolaas Noteman, wonende te Dordrecht, voor zichzelf voor de helft, en tevens als procuratie hebben van Jan Noteman, zijn broer, die in Amsterdam woont, voor de wederhelft, voor 1600 gl. aan Adrianus van Werkhoven, broodbakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat schuin tegenover de Munt, staande tussen het huis van de weduwe Van den Berg en dat van Jeremias van Laar.
ORA Dordrecht inv. 1673, f. 162v: op 20 jan. 1784 verkoopt Nicolaas Noteman, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan zijn zoon Johannes Noteman Nicolaasz., bakker te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen de stal van Anthonij Meloen en het woonhuis van Anthonij Meloen.
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 79v: op 28 okt. 1800 verkoopt Bastiaan Boets, metselaarsbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Noteman, wonende te Schoonhoven, volgens procuratie gepasseerd op 30 dec. 1798 ten overstaan van notaris Th. de Moor te Schoonhoven, voor 1300 gl. aan Nicolaas Noteman, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen het huis van M. Westerouen van Meeteren en dat van Pieter Gabriel.

De Wijnstraat tegenover de Gravenstraat met (bij de bushalte) het “’t Huys genaemt Hollant” (foto A.B. den Haan, april 2014).
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Arnoldus, 10 jan. 1744
b. Jan Noteman, 4 dec. 1748, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat (1784), woonde in 1814 in Aalst, trouwde Gerecht/Dordrecht 17 mrt./4 april 1784 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Nicolaas Noteman, de bruid met haar vader Arnoldus Boet) Josina Boet, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Grote Spuistraat (1784), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 juli 1796 (Josina Boet, de vrouw van Johannes Noteman, laat kinderen na, met één koet extra, uit het huis van Arnoldus Boet in de Grote Spuistraat, [overleden aan] de gevolgen van kanker)
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 79v: op 28 okt. 1800 verkoopt Bastiaan Boets, metselaarsbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Noteman, wonende te Schoonhoven, volgens procuratie gepasseerd op 30 dec. 1798 ten overstaan van notaris Th. de Moor te Schoonhoven, voor 1300 gl. aan Nicolaas Noteman, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen het huis van M. Westerouen van Meeteren en dat van Pieter Gabriel.
Kinderen:
b-1. Nikolaas, gedoopt NG Dordrecht 29 juni 1785
b-2. Arnoldus, gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1788
b-3. Anna Noteman, gedoopt NG Dordrecht 17 mei 1793, ongehuwd, overleden Dordrecht 6 mrt. 1814 (Groenmarkt A:208)
c. Margrieta Noteman, 3 juli 1754, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat (1783), overleden Dordrecht 28 mei 1829 (Schuitenmakersstraat A:274), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/25 mei 1783 (de bruid geassisteerd met haar vader Nicolaas Noteman) Jan Balgoijen (van Ballegoijen), weduwnaar geboren te Varik (Gld.) wonende op het Bagijnhof (1783), viskoper, overleden Dordrecht 21 mei 1814 (Bagijnhof D:914 en 851)
Kinderen:
c-1. Johanna Henrica, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1784
c-2. Anna, gedoopt NG Dordrecht 17 sept. 1786
d. Maria Noteman, 22 dec. 1756, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat (1781), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 24 mrt./8 april 1781 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Arnoldus Boet, de bruid met haar vader Nicolaas Noteman) Bastiaan Boet, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Grote Spuistraat (1781)
(zie ook de genealogie Boet op deze website)
e. Nicolaas Noteman, 8 juni 1759, jongman van Dordrecht wonende in de Spuistraat (1788), zilversmid, kaarsenmaker, winkelier, overleden Dordrecht 8 mrt. 1833 (Voorstraat D:90), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/20 april 1788 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Nicolaas Noteman, de bruid met haar oom Jan van Dam) Jannetta Tierens, geboren ca. 1760, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Vuilpoort (1788), winkelierster, kaarsenmaakster, natuurlijke dochter van Adriana Thierens, overleden Dordrecht 27 nov. 1840 (Voorstraat D:90)
ORA Dordrecht inv. 1679, f. 79v: op 28 okt. 1800 verkoopt Bastiaan Boets, metselaarsbaas te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Noteman, wonende te Schoonhoven, volgens procuratie gepasseerd op 30 dec. 1798 ten overstaan van notaris Th. de Moor te Schoonhoven, voor 1300 gl. aan Nicolaas Noteman, zilversmid te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Gravenstraat, vanouds genaamd “Holland”, staande tussen het huis van M. Westerouen van Meeteren en dat van Pieter Gabriel.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
e-1. Adriana Susanna Noteman, 25 jan. 1791, overleden Dordrecht 19 sept. 1830 (Voorstraat C:884), trouwde Dordrecht 26 juli 1815 Pieter Krafft, winkelier
e-2. Anna Arnoldina Noteman, 4 okt. 1793, ongehuwd, overleden Dordrecht 28 mei 1837 (Voorstraat D:90)
e-3. Janetta Clasina Noteman, 11 aug. 1795, trouwde Dordrecht 14 febr. 1838 Cornelis Longepree, geboren te Leiden, winkelier te Dordrecht, zoon van Louwerens Longepree en Hendrina Geertruij van der Burg, trouwde 1e Anne Marie Bakker
e-4. Nicolaas Noteman, 27 febr. 1798, kantoorbediende, trouwde Alblasserdam 16 sept. 1838 Metje de Vos, geboren te Nieuw-Lekkerland en wonende te Alblasserdam, dochter van Cornelis de Vos, meester-smid, en Cornelia Bos
e-5. Willem Jacobus Noteman, 5 dec. 1800, winkelier, overleden Dordrecht 16 april 1884 (Voorstraat D:67), trouwde Rotterdam 15 april 1835 Catharina Adriana Pickee
f. Dirk, 10 mrt. 1762, jong overleden
VI. Cornelis Noteman, gedoopt NG Dordrecht 15 april 1750, grutter, overleden Dordrecht 26 dec. 1823 (Voorstraat bij het Melkpoortje C:180), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 juli 1778 Wijnandia Maaskant, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1751, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 mrt. 1788 (Wijnandia Maaskant, de vrouw van Cornelis Noteman, bij het Melkpoortje, laat kinderen na, met één koets extra), dochter van Aart Maaskant en Antonia van de Quart
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Goverdina Noteman, 22 april 1780, overleden Dordrecht 31 dec. 1862 (Houttuin A:160) trouwde Gerecht Dordrecht 7 april 1804 Cornelis van Rietschoten
Kind:
a-1. Belia Elselina, gedoopt NG Dordrecht 2 okt. 1806
b. Anthonia Noteman, 6 febr. 1782, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende in de Voorstraat bij het Melkpoortje (1805), overleden Dordrecht 2 dec. 1826 (Gravenstraat B:264), trouwde Gerecht Dordrecht 2/16 febr. 1805 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader Gillis Schotel, de bruid van haar vader Cornelis Noteman) Jacob Schotel, jongman geboren te Dordrecht en wonende in de Wijnstraat bij de Gravenstraat (1805), koopman, overleden Dordrecht 20 april 1828 (Gravenstraat B:265), zoon van Gillis Schotel en Cornelia Herfst
c. Johannes, 26 juli 1783
d. Adriana Margrita Noteman, 29 april 1786, jonge dochter wonende op de Voorstraat bij het Melkpoortje (1807), trouwde Gerecht Dordrecht 19 sept./3 okt. 1807 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn vader Andries Sels, de bruid van haar vader Cornelis Noteman, gescheiden 28 april 1819) Adrianus Sels, gedoopt NG Dordrecht 9 mrt. 1784, jongman wonende op de Nieuwe Haven (1807), zoon van Andries Sels en Adriana Vos
Kinderen (o.a.):
d-1. Adriana Maria, gedoopt NG Dordrecht 21 febr. 1808
d-2. Cornelis Johannes, gedoopt NG Dordrecht 21 juli 1809
d-3. Wijnandia Goverdina, geboren Dordrecht 13 sept. 1814
d-4. Andriesetta Adriana, geboren Dordrecht 27 dec. 1816