I. Anthonis Adriaensz., leefde in de tweede helft van de zestiende eeuw, vermoedelijk in Hamburg, trouwde NN
Kinderen:
a. Neeltjen Anthonisdr. (Thonis Adriaensdr.), van Hamburg (1615), trouwde NG Dordrecht 25 jan./17 febr. 1615 Aelbert Hillbrantsz. van Swol, van Zwolle wonende in het Steegoversloot naast “den Houthaeck” (1615), kleermaker
ONA Dordrecht inv. 229, f. 289: op 16 dec. 1665 maken Aelbrecht van Swol en zijn vrouw Neeltgen Anthonisdr., beiden gezond, hun testament. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de goederen, die die langstlevende zal nalaten zullen komen aan Anthonij Geeritsz. van Swoll, zoon van wijlen hun zoon Geerit Aelbrechtsz. van Swol. Indien Anthonij voor zijn 20e jaar zal komen te overlijden zonder nakomelingen na te laten, zullen genoemde goederen komen elk voor de helft aan de erfgenamen ab intestato van de testateuren. De langstlevende van hen beiden legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij Arent Rechters vendumeester en Anthonij van Steenwijck, burgers van Dordrecht, “hare goede bekende vrunden”.
ONA Dordrecht inv. 230, f. 50: op 6 mrt. 1667 testeren Aelbrecht Hillebrantsz. van Swol en zijn vrouw Neeltjen Anthonisdr., burgers van Dordrecht, hij door zwakheid des lichaams, veroorzaakt door zijn hoge ouderdom, te bed liggende, zij gezond. Zij legateren aan de NG huisarmen te Dordrecht een somma van 100 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat de goederen, die de langstlevende zal nalaten, na zijn of haar overlijden zullen komen aan de Lijsbeth Theunis, weduwe van Pieter Aertsz. [Arijensz. de] Jager, burgeres van Dordrecht, de zuster van de testarice, of bij vooroverlijden haar kinderen, voor de helft, en aan Anthonij Pietersz. Steenwijck, burger van Dordrecht, of bij vooroverlijden diens kinderen, de neef van de testatrice, voor de wederhelft. Hun erfgenamen zullen na het overlijden van de langstlevende van de testateuren gehouden zijn aan Geerit Theunisz. Breda, de neef van de testateur, die thans [in Oost-Indië] verblijft, een somma van 1000 gl. uit te reiken. Zo lang men geen zekerheid heeft omtrent Geerits overlijden, moet het legaat van 1000 gl. verbonden blijven op het huis van de testateuren, staande omtrent de Beurs tegenover brouwerij “de Valck”, [waar uithangt “het Wapen van Swol”]. Als Geerit zal komen te overlijden, voordat hij in Nederland terugkeert, zal het genoemde legaat elk voor de helft moeten komen aan de eerder genoemde erfgenamen. (Aangevuld met gegevens uit ONA Dordrecht inv. 230, f. 35, akte dd 21 febr. 1667).
ONA Dordrecht inv. 231, f. 223: op 3 okt. 1669 verklaart Neeltje Anthonisdr., weduwe van Aelbert van Swol, burgeres van Dordrecht, gezond van geest, doch wegens haar hoge ouderdom en de daardoor veroorzaakte zwakte van lichaam te bed liggende, te legateren aan Abigail Gillisdr. Storm, laatst weduwe van Johannes Sijs en eerder van Geerit Aelbertsz. van Swol, haar zoon, een bedrag van 200 gl. Comp. mede Lijsbeth Anthonisdr., weduwe van Pieter Ariensz. de Jager, en Elisabeth Borremans, weduwe van Anthonij Pietersz. Steenwijck, resp. haar zuster en nicht, die verklaren hieraan hun toestemming te verlenen.
ONA Dordecht inv. 231, f. 225: op 3 okt. 1669 verklaart Neeltjen Anthonisdr., weduwe van Aelbert van Swol, burgeres van Dordrecht, bij donatie inter vivos geschonken te hebben aan Lijsbeth Anthonisdr., weduwe van Pieter Arijensz. de Jager, haar zuster, en aan Elisabeth Borremans, weduwe van Anthonij Pietersz. Steenwijck, haar nicht, elk een somma van 600 gl. Voorwaarde daarbij is, dat zij beiden aan haar jaarlijks een interest van 4 procent zullen betalen.
ONA Dordrecht inv. 1625, f. 112: op 30 juni 1676 verkopen Anthonij en Geerit de Jager, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Elijsabeth de Jager en Maria Cappendijck, weduwe van Aert de Jager, hun broer, voor de ene helft en Joost Jansz. Fileboort, als man van Anneken Anthonisdr. Steenwijck, voor zichzelf en tevens vervangende haar overige zusters en broers, samen erfgenamen van Aelbert Hillebrantsz. van Swol en Neeltgen Anthonisdr., beiden te Dordrecht, overleden, voor 1600 gl. aan Cornelis van Slooth, mr. roklijfmaker en burger van Dordrecht, een huis in [de Voorstraat] aan de havenzijde omtrent de Vriesestraat tegenover brouwerij “de Valck”, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Jansz. Everaerts en dat van Aernout Marcel zilversmid.
Kinderen:
a-1. Antoni, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616
a-2. Geerit Aelbrechtsz. van Swol, trouwde Abigail Gillis, trouwde 2e Johannes Sijs (Chijs)
Kinderen (o.a.):
a-2-1. Anthonij Geeritsz. van Swol, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1649
a-2-2. Maeijcke, gedoopt NG Dordrecht 8 dec. 1651
a-3. NN, gedoopt NG Dordrecht juli 1618
a-4. NN, gedoopt NG Dordrecht juli 1621
a-5. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht aug. 1622
b. Elijsabeth Anthonisdr. (Theunis Ariaensdr.) jonge dochter van Amsterdam wonende voor in het Steegoversloot (1624), trouwde NG Dordrecht 8 dec. 1624 (ondertrouw) Pieter Arijensz. de Jager, van Dordrecht wonende tegenover “de Oraenjeappelen” (1624), taander/taanmaker
ONA Dordrecht inv. 179, f. 548: op 13 mrt. 1661 testeren Pieter Arijensz. Jaeger taander en zijn vrouw Lijsbeth Anthonisdr., burgers van Dordrecht. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn binnen zes weken na het overlijden van de eersttstervende van hen beiden aan hun kinderen of bij vooroverlijden hun kinderen uit te reiken al de kleren en juwelen van goud- en zilverwerk van de eerstoverlijdende. De langstlevende zal ook gehouden zijn aan Lijsbeth Pietersdr. de Jaeger, hun dochter, die bij hen inwoont, als zij gaat trouwen, een somma van 250 gl. uit te keren. Hun overige erfgenamen zullen zijn Aert, Anthonij, Geerit en Pieterken de Jager, hun getrouwde kinderen, in hetgeen zij van hen, testateuren, bij het aangaan van huwelijk als uitzet gekregen hebben. Als de testateur de eerstoverlijdende zal zijn, wenst hij dat zijn zoon Anthonij Pietersz. de Jager zijn taanketel en de daarbij behorende gereedschappen zal overnemen, mits hij daarvoor in de boedel een bedrag van 100 gl. inbrengt. Als de langstlevende gaat hertrouwen, moet hij of zij aan hun kinderen of bij vooroverlijden hun kinderen een somma van 1000 gl. uitkeren. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden, haar neef Anthonij Pietersz. Steenwijck en Johannes Chijs, hun “goede bekende vrunt”.
ONA Dordrecht inv. 180, f. 628: op 2 juli 1664 bevestigen Pieter Arijensz. Jager taander en zijn vrouw Lijsbeth Anthonisdr., burgers van Dordrecht, het testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris J. Melanen te Dordrecht op 12 mrt. 1661. Zij ontslaan Anthonij Pietersz. Steenwijck en Johannes Chijs van de voogdij, waartoe zij hen in dat testament hebben aangesteld en benoemen in hun plaats Tielman Seeberghe en Jan Huijgen van den Endt, hun “goede bekende vrinden”.
ONA Dordrecht inv. 197, f. 425: inventaris dd 24 juni 1675 van de boedel, die is nagelaten door Elisabeth Anthonisdr., weduwe van Pieter Arijensz. de Jager, en de scheiding ervan door haar erfgenamen op 29 juni 1676. Voogden van de twee kinderen van haar overleden zoon Aert de Jager zijn ds. Johannes van de Hatert en Geerit de Jager.
Baten:
een huis [in de Voorstraat] omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de weduwe van kapitein Laurens Davitsz. Convent en dat van Pieter de Bruijn, verkocht op 24 febr. 1676 aan Maria Cappendijk, weduwe van Aert de Jager voor 1100 gl.
het achtergedeelte van het voornoemde huis, dat is aangenomen door Anthonij de Jager voor 932 gl. 15 st.
een huis in de Torenstraat, dat is aangenomen door Anthonij de Jager voor 717 gl. 10 st.
een losrentebrief, obligaties, contant geld, goud- en zilverwerk, een zilveren onderriem met twee zilveren kettinkjes, een hoofdijzertje, zeven lepels, een zilveren pannendeksel, huisraad en meubelen
Totaal van de baten: 9681 gl. 5 st. 8 penn.
Lasten (o.a.):
Aan Anthonij, Geerit en Elisabeth de Jager komt toe aan rouwkleren, “bij de kinderen van Aert de Jager zaliger uijt desen boedel mede genoten”, elk 100 gl. ofwel samen 300 gl.
Doodschulden en andere lasten: 129 gl.
Wegens rechtelijke kosten in de zaak tegen Anthonij de Jager: 53 gl. 2 st.
Totaal van de lasten: 742 gl. 12 st. 8 penn.
Resteert: 8938 gl. 13 st.
Welk bedrag verdeeld moet worden onder Anthonij de Jager en zijn kinderen, ieder voor een achtste part, of samen een vierde part, Geerit de Jager voor een vierde part, Elisabeth de Jager voor een vierde part en de kinderen van wijlen Aert de Jager, samen voor een vierde part, t.w. voor ieder 2234 gl. 12 st. 12 penn.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
b-1. Aart de Jager, mrt. 1626, trouwde Maria Cappendijk
b-2. Pieterken de Jager, aug. 1627
b-3. Anthonij de Jager, geboren naar schatting ca. 1630
b-4. Lijsbeth de Jager, aug. 1631
b-5. Gerrit de Jager, okt. 1634
c. Pieter Anthonisz., volgt II
II. Pieter Anthonisz. Steenwijck, geboren te Hamburg naar schatting ca. 1590, van Hamburg wonende in het Steegoversloot naast “den Houthaeck” (1617), steenhouwer, trouwde NG Dordrecht 21 mei/11 juni 1617 Marike Cornelis Fransdr., van Dordrecht wonende op de hoek van de Mariënbornstraat (1617)
Kinderen (o.a.):
a. Anthonij Pietersz. Steenwijck, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1618, volgt III
b. Grietghen, gedoopt NG Dordrecht april 1624
c. Lijnken, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631
III. Anthonij Pietersz. Steenwijck, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1618, jong gezel van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1637), trouwde NG Dordrecht 20 dec. 1637/3 jan. 1638 Elisabeth Hermansdr. Borremans (Bormans), van Maaseik wonende bij de Grote Kerk (1637)
ONA Dordrecht inv. 178, f. 335: op 6 juni 1658 testeren Anthonij Pietersz. Steenwijck en zijn vrouw Lijsbeth Borremans, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden en hun dan onder hen allen een somma van 2500 gl. uit te keren, doch indien de langstlevende gaat hertrouwen een somma van 5000 gl. Zij legateren aan “eenige van haere vrunden die behouftich sijn” een bedrag van 50 gl., na het overlijden van de eerststervende van hen beiden door de langstlevende van hen beiden naar diens goeddunken onder hen te verdelen.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 82v: op 26 febr. 1688 verkoopt Lijsbet Pietersdr. Borremans, weduwe van Anthonij Pietersz. Steenwijck, burgeres van Dordrecht, voor 100 gl. aan Aert van Beijeren, burger van Dordrecht, een huisje in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van juffrouw Nuijsseborch en dat van Dirck Stoop.
ORA Dordrecht inv. 1633, f. 102v: op 3 mei 1692 verkoopt Elisabeth Borreman, weduwe van Anthonij Pietersz. van Steenwijck, burgeres van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Willem van der Linden mr. metselaar een huis, staande op de hoek van de Augustijnenkamp tussen de Augustijnenkamp en het huis van de weduwe van drost Abram van Nuijssenburch, alsmede een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het voorgaande huis en het huis van Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht.
Kinderen (o.a; allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Maeijcken Anthonisdr. Steenwijk, juli 1638, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1661), trouwde NG Dordrecht 18 dec. 1661 (ondertrouw; proclamatie in De Lindt) Jacob Jansz. van de Lindt, jongman van De Lindt wonende aan de Grote Kerk (1661), huistimmerman
Kinderen (o.a.):
a-1. Antonij, gedoopt NG Dordrecht 26 dec. 1664
a-2. Theuntje, gedoopt NG Dordrecht 11 jan. 1672
a-3. Aelbert, gedoopt NG Dordrecht 3 april 1673
b. Anneken Anthonisdr. van Steenwijck, febr. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1667), trouwde NG Dordrecht 27 nov./13 dec. 1667 Joost Jansz. Vijleboort (Fileboort), jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1667), bakker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 april 1681 (een baar voor Joost Vijlleboort, bakker, tegenover de Schrijversstraat)
Kinderen:
b-1. Jan, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1668
b-2. Catharina, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1671
c. Herman Anthonisz. Steenwijck, 24 juli 1645, volgt III
d. Catelijntgen, 2 sept. 1648
e. Lijsbet, 20 nov. 1650
f. Pieter, 18 juli 1657
III. Herman Anthonisz. Steenwijck, gedoopt NG Dordrecht 24 juli 1645, van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1669, wetsteenhouwer, huistimmerman, trouwde NG Dordrecht 1/15 sept. 1669 Grietje Fransdr. Terbrugge, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1669)
ONA Dordrecht inv. 322, f. 90, verklaring dd 20 april 1668 op verzoek van Cornelis Pompe van Meerdervoort, heer van Hendrik-Ido-Ambacht, schout van Dordrecht, door o.a. Herman Steenwijck huistimmerman, ongeveer 23 jaar oud, adelborst onder de compagnie van het zesde vaandel en burger van Dordrecht. De getuigen verklaren, dat circa 10 weken eerder, toen zij wacht liepen en “voorde tweede ronde aff gecommandeert”, zij gekomen zijn in de Vriesestraat, waar zij ontmoet hebben verscheidene soldaten van de compagnie van luitenant Palm, van wie zij kenden kapitein De Charmes, “comende op hen attestanten met uitgetrocken houwers aen hackende soo geweldich op haer attestanten dat sij gedrongen waren te retireeren”.
ONA Dordrecht inv. 338, f. 313: op 22 nov. 1674 comp. Cornelis de Graeff en kapitein Adriaen Thooft, voor zichzelf en als voogden van de kinderen van Claes Jaspersz. Verbrugge, Herman Steenwijck, voor zichzelf en tevens vervangende Jasper en Abraham Fransz. [Terbrugge], zijn zwagers, en Laurens de Jongh, als man van Jacobmijntgen Terbrugge, samen erfgenamen van Jasper Claesz. Terbrugge. De comparanten verklaren, dat zij de goederen, die Jasper Claesz. Terbrugge heeft nagelaten, verdeeld hebben, waarbij aan Cornelis de Graeff is toebedeeld een huisje in de Tolbrugstraat aan de waterzijde, staande naast het huis van Leendert van Deijl huistimmerman.
ONA Dordrecht inv. 236, f. 277: op 30 aug. 1675 verklaren Jasper Fransz. Terbrugge schiptimmerman, Abraham Fransz. Verbrugge schipper en Herman Steenwijck, als man van Grietje Fransdr. Terbrugge, burgers van Dordrecht, erfgenamen ab intestato van Claes Fransz. Terbrugge, die in Oost-Indië is overleden, ontvangen te hebben van hun oom Cornelis Willemsz. de Graeff, burger van Dordrecht, een somma van 325 gl. met de daarop verlopen interest ten bedrage van 78 gl., die hun oom voor hen ontvangen heeft.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Klaasje (Clasijna) Steenwijk, 29 febr. 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Noordendijk (1711), weduwe van Dordrecht wonende op de Noordendijk (1721), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 febr. 1753 (Clasijn Steenwijk, de vrouw van Corstiaen Nieveen, op de Hoge Nieuwstraat, laat geen kinderen na), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 12/26 april 1711 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar vader) Hendrik Woutersz., jongman van Mechelen wonende op de Noordendijk (1711), 2e Gerecht/NG Dordrecht 31 jan./16 febr. 1721 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Lijntie van Herweijnen, de vrouw van Jan van Dalen, de bruid met haar zuster Marijke Steenwijk, de vrouw van Willem Bosch) Corstiaen Nieuveen, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1721)
b. Marijken Steenwijk, 17 jan. 1676, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Noordendijk (1711), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mrt. 1737 (Maria Steenwijck, weduwe van Willem Bos, in het paadje bij Jan van der Weijde, bij de Noordendijk, laat geen kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/21 jan. 1716 (de bruid geassisteerd met haar zuster Clasina Steenwijk, de vrouw van Hendrik Wouterse) Willem Bosch, weduwnaar van Giessendam wonende aan de Noordendijk (1716)
c. Anthonij, 21 okt. 1678
d. Margrietje Steenwijk, 26 jan. 1684, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp (1708), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 febr. 1741 (Margrita Steenwijk, weduwe van Bartel Vermeulen, op de Noordendijk, eerste werf, laat kinderen na, bijzonder graf), trouwde NG Dordrecht 15/29 april 1708 (de bruidegom geassisteerd met Willem Vogel, zijn goede kennis, de bruid met haar vader) Bartholomeus Vermeulen, jongman van Papendrecht wonende aan de Noordendijk (1708)
Kinderen:
d-1. Arij, gedoopt NG Dordrecht 18 mrt. 1709
d-2. Neeltje, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1714
d-3. Grietje, gedoopt NG Dordrecht 3 febr. 1714
e. Fransina Steenwijck, 1 juli 1686, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1723), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 mrt. 1768 (Francina van Steenwijck, de vrouw van Jan van der Weijde, in het paadje bij de Noordendijk, laat geen kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 april/16 mei 1723 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Lena Jansdr. van den Broek, weduwe van Gijsbert van der Weijden, de bruid met haar zuster Clasina Steenwijck, de vrouw van Corstiaen Nieuveen) Jan Gijsbertsz. van der Weijden, jongman van Dordrecht wonende buiten de St. Jorispoort (1723)