Strikken van Scharlaken

I. Reijnier Stricken, jongman van IJsselstein wonende te Amsterdam (1636), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 april 1663 (twee maal luiden over Reijnier Stricken), trouwde NG Dordrecht 16 mrt./8 april 1636 Aletta van Scharlaken, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1636), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 april 1663 (vier maal luiden over de vrouw van Reijnier Stricken), dochter van Pieter Scharlaken en Maria Rijser

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Johan Stricken van Scharlaken, febr. 1637, volgt II

b. Petrus, juni 1638

c. Cornelis, aug. 1642

d. Adrianus, 14 okt. 1646

e. Maria Stricken, 14 okt. 1646, trouwde 15 juni 1664 Pieter Brandwijk van Blokland

f. Quirijn Stricken

g. Anna Stricken, trouwde Johan van Schalckwijck

h. Elisabeth Stricken, trouwde Nicolaes van Roeijen

II. Johan Stricken van Scharlacken, gedoopt NG Dordrecht febr. 1637, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1660), koopman, trouwde NG Dordrecht 29 febr./16 mrt. 1660 (proclamatie in de Waalse Kerk) Margrieta van den Honaert Pietersdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1660)

ONA Dordrecht inv. 97, f. 161: testament dd 12 nov. 1665 van Johan Stricken van Scharlaecken, koopman te Dordrecht, ziek zijnde. Als hij komt te overlijden en kinderen nalaat, legateert hij aan Josijna van Meeuwen Johansdr. een bedrag van 600 gl. Als hij zonder kinderen na te laten zal sterven of, indien die kinderen zullen overlijden voor hun mondigheid of huwelijk legateert hij aan mr. Jacob van Meeuwen Johansz. een bedrag van 2000 gl., aan Josijna van Meeuwen een bedrag van 2000 gl., en aan Cornelis Rijser Cornelisz. een bedrag van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen benoemt hij zijn kinderen, die hij heeft verwekt bij zijn vrouw Margareta van den Honaert, op voorwaarde dat zij het vruchtgebruik ervan zal krijgen, zolang die kinderen minderjarig zijn. Zijn vrouw zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een kindsgedeelte uit te keren. Als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, maakt hij aan zijn vrouw het vruchtgebruik van zijn na te laten goederen, en als zij komt te overlijden de eigendom van die goederen aan de nakomelingen van zijn zuster Maria Stricken. Indien echter de kinderen van zijn zuster komen te overlijden voor hun 25e jaar, moeten de goederen, die zij van hem of van zijn kinderen hebben geërfd komen voor een achtste part aan de nakomelingen van zijn oom Quirijn Stricken, voor een achtste part aan de nakomelingen van zijn tante Anna Stricken, de vrouw van Johan van Schalckwijck, voor een achtste aan de nakomelingen van zijn tante Elisabeth Stricken, de vrouw van Nicolaes van Rooijen, voor een achtste part aan burgemeester Johan van Meeuwen of zijn nakomelingen, voor een achtste part aan de nakomelingen van Johanna van Scharlaken, weduwe van ds. Cornelis van Gesel, voor een zestiende part aan Clara Rijser, de vrouw van Govert Smits, voor een zestiende part aan Herman en Cornelis Rijser, samen voor een achtste part in plaats van hun vader, voor een achtste part aan de kinderen van dr. Sijmon Perduijn, en het laatste achtste part aan de kinderen van Adam en Cornelis van Kuijckhoven of hun kinderen. Tot executeurs van zijn testament en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn vrouw Margareta van den Honaert, en burgemeester Johan van Meeuwen en mr. Jacob van Meeuwen, zijn neven. Voorwaarde daarbij is, dat zijn vrouw, als zij niet gaat hertrouwen, het beheer van zijn na te laten goederen zal hebben.

Kinderen:

a. mr. Pieter Stricken, 26 okt. 1660m jongman van Dordrecht (1682), trouwde NG Rotterdam 24 mei/8 juni 1682 Maria Biscop, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Wijnstraat (1682)

ONA Dordrecht inv. 326, f. 278: op 5 juni 1684 comp. mr. Herman Halling, vroedschap van Dordrecht, zoon van Margarita Berck, dochter van Johanna van Diemen, dochter van Jacob van Diemen, burgemeester van ’s heren wege en vroedschap van Dordrecht, mr. Petrus Stricken, enige zoon van Margarita van den Honaert, dochter van Margarita Bordels, dochter van Rochia van Diemen, die mede een dochter van Jacob van Diemen was, alsmede op 15 juni daaraanvolgende nog mr. Pompejus Berck, zoon van Dirck Berck, mede een zoon van Johanna van Diemen. De comparanten verklaren, dat tussen hen geschil is ontstaan aangaande een erfmuntersplaats, die eigendom is geweest van Jacob. van Diemen, hun overgrootvader. Zij zijn nu overeengekomen, dat de erfmuntersplaats eigendom zal zijn van Herman Halling.

b. Alijda Stricken, 12 nov. 1661

c. Reijnier, 24 okt. 1664, jong overleden