NB: Doopsgezinden worden gedoopt, wanneer zij ca. 20 jaar zijn.
I. Jacob Targier, overleden voor 9 juli 1619, trouwde Lijntgen Bartholomeus, trouwde 2e Abraham Lambertsz.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 452v: op 9 juli 1619 verleent Catherijne Bartholomeusdr., weduwe van Abraham Lamberts, in zijn leven koopman te Haarlem, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Bartholomeus Tersier, haar zoon, procuratie aan Jochem Tersier, haar zoon, en Christiaen Coppens, koopman, beiden wonende te Haarlem, om voor haar te verhuren een half huis, staande op de Oude Gracht in het Zijlklooster te Haarlem, waar uithangt “de Oude Calomme”.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 453: op 9 juli 1619 verklaart Catharina Bartholomeusdr., weduwe van Abraham Lambrechtsz., wonende te Dordrecht, geassisteerd met Bartholomeus Tersier, haar zoon, dat zij ongeveer een half jaar eerder aan Joos van Linssen, haar schoonzoon, wonende te Haarlem, geleverd heeft 150 stuks gekeperd lint en 70 stuks ongekeperd lint, om die voor haar rekening te verkopen.
ONA Dordrecht inv. 12, f. 475v: op 11 sept. 1619 testeert Lijntgen Bartholomeus, weduwe van Abraham Lambertsz., haar laatste man. Zij prelegateert aan Joachum en Bartholomeus Targier, bij haar verwekt door Jacob Targier, haar eerste man, elk een bedrag van 350 gl. Zij legateert aan de kinderen van Bartholomeus Targier, haar zoon, onder hen allen een bedrag van 50 gl., aan Cathelijntgen, de dochter van Bartholemeus Targier, haar zoon, twee koperen potten, aan Susanna [NN], de vrouw van Bartholomeus Targier, haar zoon, haar bijbel, en aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente een bedrag van 100 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Joachim Targier en Bartholomeus Targier, en Sara Abrahamsdr., de dochter van haar en haar eerste man Abraham Lambertsz., of bij vooroverlijden hun kinderen, elk voor een derde part. Voorwaarde daarbij is, dat Sara van de door haar van testatrice te erven goederen alleen het vruchtgebruik zal hebben en dat de eigendom ervan na Sara’s overlijden zal komen aan haar kinderen. Die goederen zullen beheerd moeten worden door de weesmeesters van de plaats, waar het sterfhuis van de testatrice zal zijn.
Kinderen:
a. Bartholomeus Targier, volgt II
b. Joachim Targier, lakenbereider
II. Bartholomeus Targier, weduwnaar van Dordrecht (1625), twijnder, overleden tussen 24 mei 1635 en 5 sept. 1636, trouwde 1e Susanna Damasdr., overleden in 1625, 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 18 dec. 1625 (de bruidegom geassisteerd met Mels Gijsbertsz., de bruid met Anneken Dircx) Sara Henricksdr., jonge dochter van Leiden (1625), weduwe wonende te Dordrecht (1639), trouwde 2e Doopsgezind Dordrecht 10 april 1639 Cornelis Dirksz. van Oosterwijk, weduwnaar wonende te Dordrecht, trouwde 1e Trijntgen Cornelis, 2e Aelgen Israëls van Halmale
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 24 maart 1639 zijn aangetekend Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck weduwnaar geassisteerd met Jan Cornelisz. Vijgenboom zijn goede bekende wonende te Dordrecht en Sara Henricxdr. weduwe van Bartholomeus Tergier geassisteerd met Janneken Cornelis weduwe van Jaecques Terwe haar goede bekende.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 652: op 5 mrt. 1632 testeren Bartholomeus Tergier twijnder en zijn vrouw Sara Henricksdr., burgers van Dordrecht. Hij verklaart, dat in het begin van zijn huwelijk met Sara Henricksdr. “naer voorgaende overslach” hun gemeenschappelijke boedel bevonden is te “monteren”, met huisraad, meubels en huisraad, een somma van 9000 gl. als hij voor zijn vrouw komt te overlijden zonder kinderen, samen met zijn vrouw verwekt, na te laten, zijn voorkinderen, die hij heeft verwekt bij Susanna Damasdr., zijn eerste vrouw, uit dat bedrag van 9000 gl. zullen ontvangen hun moederlijke goederen en zijn huidige vrouw een bedrag van 1000 gl. Van het restant van die 9000 gl. zullen zijn voorkinderen twee derde parten krijgen en zijn vrouw een derde part. De overige goederen, die hij zal nalaten, zullen elk voor de helft komen aan zijn voorkinderen en zijn vrouw, mits laatstgenoemde bij de scheiding van zijn boedel zal mogen nemen zodanige meubels, huisraad en winkelwaren, als het haar gelieven zal. Als de testatrice voor haar man komt te overlijden zonder kinderen na te laten, laat zij haar goederen na aan haar man, op voorwaarde, dat hij aan haar erfgenamen ab intestato van haar moeders zijde samen zal uitkeren een somma van 1600 gl., waarvan haar moeder het jaarlijkse vruchtgebruik zal hebben. Na het overlijden van haar moeder zal de helft van dat bedrag komen aan Cornelis van Basseroij, haar stiefvader, tot aan zijn overlijden of totdat hij gaat hertrouwen, en de wederhelft aan Samuel van Basseroij en Susanna van Basseroij, haar halfbroer en halfzuster, of bij vooroverlijden hun kinderen. De helft van haar stiefvader zal bij zijn overlijden of wanneer hij gaat hertrouwen komen aan haar halfbroer en halfzuster. Als bij het overlijden van de testatrice er kinderen in leven zullen zijn, bij haar haar door haar voornoemde man verwekt, zal die gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot zij 20 jaar geworden zijn en hun, als zij mondig geworden zijn of gaan trouwen, een bedrag van 1200 gl. uit te keren. Als de testateur gaat hertrouwen en daarna komt te overlijden voordat hun kinderen 10 jaar oud zijn geworden, zullen zij een somma van 800 gl. krijgen, maar als zij dan tussen de 10 en 14 jaar oud zullen zijn slechts een somma van 500 gl. Als de testateur gaat hertrouwen en daarna komt te overlijden en hun kinderen dan tussen de 14 en 17 jaar oud zijn, zullen zij een bedrag van 1200 gl. krijgen bovenop de voornoemde somma van 1200 gl. Als hun kinderen na haar overlijden komen te sterven, zal de testateur gehouden zijn aan de erfgenamen van haar kinderen van moeders zijde een bedrag van 1200 gl. uit te keren, mits de moeder, stiefvader, halfbroer en halfzuster van de testatrice het vruchtgebruik ervan zullen behouden. De testateuren benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.
ONA Dordrecht inv. 98, f. 118: inventaris dd 5 sept. 1636 van de goederen, die Bartholomeus Tergier twijnder, in het laatst van zijn leven in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met zijn tweede vrouw Sara Henricx, op gemaakt ten overstaan van Jochem Tergier, voogd van de midnerjarige kinderen, Jan Cornelisz. Vijgeboom, Aerjaentgen Tergier Bartholomeusdr., Abram Tergier Bartholomeusz. en Sara Henricxdr.
Baten:
een huis omtrent de Botgensstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van Franchoijs de Grave en dat van Harman Harmansz. 1600 gl.
winkelgoederen (twijn, garen en linnenlaken)
roerende goederen, huisraad, inboedel, koperwerk, ijzerwerk, linnen, bedden met toebehoren en meubels, kleren, zilverwerk
Schilderijen:
een met Abraham en Hagar
drie “fruijtagien”
een lusthofje
een Salomons oordeel
een met scheepjes
een “winterken”
een “banketgen”
een bloempotje
een met Johannes’ predicatie in de woestijn
een met de doop van Christus
een met het vrouwtje van Meurs
een “lachentgen”
vijf “slechte” stukjes
12 keizers met loden lijsten
Een erf of tuin buiten de Vriesepoort, waarvan de eigendom toebehoort aan de stad Dordrecht
Inschulden, obligaties, contant geld.
Lasten:
De moederlijke goederen van de kinderen van Bartholomeus Tergier, door hem verwekt bij Susanneken Damasdr., volgens het testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris Hubrecht van Seventer op 3 okt. 1625, waarvan aan Aerjaentgen Tergier is betaald 200 gl. 1200 gl.
Volgens het genoemde testament moeten de kinderen nog hebben voor de ontbrekende alimentatie, aangezien het jongste kind over de 14 jaar oud was, toen Bartholomeus Tergier overleed 200 gl.
De kinderen moeten ook nog krijgen voor hun ontbrekende uitzet: Abram Tergier een paar kousen, Catelijnken Tergier een zondags lijfje, een paar kousen en wat kraagjes, Maeijken Tergier een onderrok en een borstrok en Anneken Tergier een rok.
De kinderen zullen uit de gemeenschappelijke boedel nog ontvangen een somma van 600 gl., die hun vader aan hen heeft gemaakt in zijn testament van 24 mei 1635, verleden voor notaris Simon Muijs.
Totaal van de baten 7052 gl. 15 st. [?] penn.
Totaal van de lasten 4102 2 st. 8 penn.
Resteert 2950 12 st. 9 penn.
Kinderen (ex 1):
a. Abraham Targier, volgt III
b. Aerjaentgen Targier
b. Catelijnken Targier
c. Maeijken Targier
d. Anneken Targier
III. Abraham Targier, geboren naar schatting ca. 1610, jongman wonende te Dordrecht (1640), twijnder, koopman, zeepzieder, trouwde Doopsgezind Dordrecht 26 dec. Dordrecht 1640 Elisabeth Jochums (van Gent), jonge dochter wonende te Dordrecht (1640), dochter van Jochum Aertsz. van Gent en Anneken (Tanneken) Jans
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 28 nov. 1640 zijn aangetekend Abraham Tersier jongman geboren van Dordrecht geassisteerd met Cornelis Dierxsz. van Oosterwijck en Elijsabeth Jochums jonge dochter mede van Dordrecht geassisteerd met Tanneken Jans haar moeder
ORA Dordrecht inv. 1625, f. 49 e.v.: op 11 sept. 1675 compareren voor schepenen van Dordrecht Jochem van Loon, leerkoper, Abraham van Loon, mr. schoenmaker, beiden burgers van Dordrecht, en Jochem Vremt, winkelier en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maeijcken Jochems, weduwe van Geerit Vremt, Willem Sijbertsz., als man Susanneken van Gent, Joachum van Gent en Bartholomeus van Gent, kinderen van wijlen Jan Jochumsz. van Gent, voor zichzelf en tevens vervangende Sara en Jan van Gent, hun zuster en broer, allen wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Loosdrecht te Amsterdam op 25 mrt. 1675, samen met Abraham Targier, als man van Elijsabeth Jochums, erfgenamen van Jacomina Jochums., hun zuster resp. tante, die is overleden te Dordrecht. Zij verklaren, dat bij de scheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Jacomina Jochums, aan Abraham Targier nomine uxoris is toegevallen een huis in de Oude Houttuin, waarin Jacomina is overleden, met de achterwoning daartoe behorende, van achteren uitkomende in de Wijngaardstraat. Het huis en achterwoning zijn belast met een kapitaal van 2800 gl., welke juffrouw Teruwe op het huis sprekende heeft. Abraham Targier belooft deze schuld te zijnen laste te nemen.
ONA Dordrecht inv. 188, f. 225: op 8 dec. 1681 passeert Elisabeth Jochemsdr., weduwe van Abraham Targier, burgeres van Dordrecht, Tot haar erfgenaam benoemt zij het kind van haar overleden dochter Susanna Tariger, bij haar verwekt door Joost Jansz. Prick, in hetgeen zij, testatrice, aan haar dochter meer ten huwelijk heeft gegeven dan haar wegens haar vaderlijke goederen is gelegateerd, bedragende boven haar vaderlijke goederen ongeveer een bedrag van 700 gl. Als het kind mondig wordt of gaat trouwen zal zij uit de nalatenschap van de testatrice een somma van 600 gl. ontvangen, op voorwaarde dat haar jongste dochter daarvan het vruchtgebruik zal krijgen. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar kinderen Bartholomeus, Abraham, Jochem, Tanneken, Sara, Elisabeth, Jacobmina en Catharijna Targier, of bij vooroverlijden hun kinderen, of bij ontbreken daarvan de langstlevende van haar kinderen. Haar ongehuwde en minderjarige kinderen zullen na het overlijden van de testatrice het huis, waarin zij tegenwoordig woont, mogen blijven bewonen en de “twijnnerige ende coopmanschappe” mogen voortzetten, totdat het jongste kind meerderjarig is geworden of gaat trouwen. Haar kinderen moeten ook zolang uit de gemeenschappelijke boedel “gealimenteert” worden. Haar oudste zoon Bartholomeus, en zijn vrouw en kinderen zullen in het huis moeten komen wonen om de “twijnnerirge en de coopmanschappe” voor te zetten en daarvoor hun alimentatie en onderhouden krijgen, alsmede jaarlijks een bedrag van 50 gl. Haar jongste zoon zal op kosten van de gemeenschappelijke boedel zijn studie in de medicijnen mogen voortzetten. De testatrice wenst, dat haar getrouwde en meerderjarige kinderen hun erfportie moeten missen zolang haar ongetrouwde kinderen ongehuwd blijven. Die ongetrouwde kinderen zullen als hun vaderlijke goederen zoveel krijgen als haar getrouwde kinderen gekregen hebben. Zij sluit haar schoonzoon Joost Jansz. Prick uit van haar nalatenschap en verbiedt, dat aan hem opening, staat of inventaris van haar boedel geleverd wordt. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en executeurs van haar testament stel zij aan haar zoon Bartholomeus Targier en haar neef Willem van Blijenberch.
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 96v: op 20 mei 1690 verkopen Cornelis Ouboter en Adriaen Kuijter, burgers van Dordrecht, voor 3900 gl. aan Abraham Tergier, zeepzieder en burger van Dordrecht, een huis, vanouds geweest zijnde de brouwerij “den Eenhoorn” en thans de zeepziederij “den Hamer”, staande in de Oude Houttuin [deel van de Voorstraat] bij de Nieuwkerkstraat, met de daarbij behorende woningen, loodsen etc., met een gang tot in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Pieter Gront ijzerkoper, de Nieuwkerkstraat en het pakhuis van de weduwe van Willem van Houten aan de ene zijde en het huis van Jan Gront bakker en dat van de weduwe van Willem van Houten aan de andere zijde. De koper is schuldig aan Elisabeth Boogers een bedrag van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1637, f. 70v: op 21 mei 1699 verkoopt notaris Samuel de Moraaz, als curator over de boedel van Abram Targier, gewezen zeepzieder te Dordrecht, voor 1700 gl. aan Bartholomeus Targier, Salomon Bosgagie, als man van Tanneke Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tielman van Terneij, Catarina Targier, “bejaarde ongehuwde dochter”, en dr. Joachim Targier, allen broeders en zusters, wonende te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “den Eenhoorn”, thans ingericht als zeepziederij, staande omtrent de Nieuwkerkstraat tussen het huis van Pieter Gront bakker en dat van Cornelis Huijsman. De kopers betalen middels het overnemen van een schepenenschuldbrief, die op 23 jan. 1691 door Abraham Targier is gepasseerd ten behoeve van Adriana Claas.
ONA Dordrecht inv. 638, akte 68: op 21 mei 1699 comp. Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd “de Zeeperij van den Hamer”, waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 25v: op 12 mei 1703 verkopen Abraham Targier en dr. Jochum Targier, burgers van Dordrecht, als executeurs van het testament van Elisabeth van Gent, weduwe van Abraham Targier, koopman te Dordrecht, dat zij heeft gepasseerd op 27 dec. 1692 ten overstaan van notaris F. Beudt te Dordrecht, voor 2200 gl. aan Gerrard Vremt, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Visbrug, genaamd “het Groene Wout”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Aarnout Duurcant en dat van Johan Wier.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 119v: op 29 juli 1704 verkopen Salomon Bosgasij, grutter, Angenita Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, en Sara Targier, laatst weduwe van Tielman van Ternij, tevens vervangende hun medebelanghebbenden, voor 1050 gl. aan Franchois Mutsert, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Nieuwkerkstraat, waar uithangt “de Seperij van den Hamer”, met de zeepziederij, die erachter staat, staande tussen het huis van Fredrik Gront, mr. bakker, en dat van Cornelis Huijsman. Dezelfde verkopers verkopen voor 100 gl. aan Fredrik Gront, mr. bakker en burger van Dordrecht, een erf, gelegen naast de “timmeragie” op de plaats van het huis “de Seperij van den Hamer”, gelegen omtrent de Nieuwkerkstraat en komende achter het erf van het huis van de koper, alsmede voor 280 gl. aan kapitein Damas Hoooglander, burger van Dordrecht, een huisje, staande naast het erf, dat is gekocht door Fredrik Gront, met een uitgang in de Wijngaardstraat.
Kinderen van dit echtpaar (volgorde onzeker:)
a. Bartholomeus Targier, volgt IVa
b. Tanneken Targier, overleden Dordrecht 14 mei 1729, trouwde Doopsgezind Dordrecht 5 mei 1671 Salomon Bosschasie, grutter te Dordrecht
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 5 mei 1671 (ondertrouw): Salomon Boschgagie geboortig van Utrecht jongman geassisteerd met zijn vader Sijmon Boschgagie en Tanneken Tersiers jonge dochter geassisteerd met haar vader Abraham Tersier burger van Dordrecht
c. Abraham Targier, volgt IVb
d. Susanneken Targier (Tresier), trouwde Doopsgezind Dordrecht 29 sept. 1680 Joost Jansz. Prick
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 11 sept. 1680 (ondertrouw): Joost Jansz. Prick jongman wonende te Dordrecht geassisteerd met zijn moeder Susanna de Bruijn en Susanneken Targier jonge dochter wonende te Dordrecht geassisteerd met haar moeder Elijsabeth Jochems van Gent
e. Sara Targier (Tresier), trouwde 1e Doopsgezind Dordrecht 21 febr. 1683 Bartholomeus van Gent, 2e Tieleman van Terneij
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 27 jan. 1683 (ondertrouw) Bartholomeus van Gent weduwnaar geboortig van Amsterdam en Sara Tresier jonge dochter geboortig van Dordrecht geassisteerd met haar moeder Lijsbeth Jochems van Gent en haar broer Bartholomeus Tresier
f. Elisabeth Targier (Tresier), trouwde Doopsgezind Dordrecht 10 okt. 1683 Dirck van Deijl
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 16 sept. 1683 (ondertrouw) Dirk van Dijk jongman geboren te Utrecht geassisteerd met zijn vader Johannes van Deijl en Lijsbeth Tresier jong dochter geboren en wonende te Dordrecht geassisteerd met haar moeder Lijsbeth Jochems van Gent weduwe van Abram Tresier
g. Catharina Targier, vermoedelijk ongehuwd overleden
h. dr. Joachim Targier, geboren ca. 1663, arts, trouwde Amsterdam 18 mrt. 1689 (ondertrouw) IJda Verduijff
Trouwboek Amsterdam (Intekeningen van de pui) 18 mrt. 1689: Joachum Tergier, van Dordrecht, arts, 26 jaar oud, heeft consent van zijn moeder, met IJda Verduijff, van Amsterdam, 31 jaar oud, wonende op de Looiersgracht, “de vader excuseert te coomen”.
i. Jacomijntgen Tersier, geboortig van Dordrecht (1692), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 24 dec. 1692 (ondertrouw, de bruid geassisteerd met haar broers Bartholomeus en Joachum Tersier) Niclaes van Elshout, weduwnaar van Haarlem (1692)
IVa. Bartholomeus Targier (Tersier), geboren naar schatting ca. 1640, gedoopt Doopsgezind Dordrecht 28 mei 1661, jongman geboortig van Dordrecht (1666), trouwde Doopsgezind Dordrecht 24 okt. 1666 Angeneesje Rijmen, jonge dochter geboortig van Giessen Nieuwkerk (1666)
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 25 sept. 1666 zijn aangetekend Bartholomeus Tersier twijnder geboortig van Dordrecht geassisteerd met Abraham Tersier zijn vader en Agneesken Reijmen jonge dochter geboortig van Giessen Nieuwkerk geassisteerd met Heijltgen Hamers vrouw van Aert Jochemsz. van Gent haar goede bekende
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 146: op 7 okt. 1702 verkopen Bartholomeus Targier, Abraham Targier en dr. Johan [sic] Targier, wonende te Dordrecht, voor 800 gl. aan Pieter Nolthenius, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Johannis van Santvoort en dat van Pieter van Beaumont.
ONA Dordrecht inv. 630, akte 89: op 22 nov. 1702 testeert Angenita Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar dochter Geertruijd Targier, wegens de diensten, die zij aan haar heeft bewezen, in het bijzonder “het waernemen der coopmanschap”, een bedrag van 1000 gl., een dozijn servetten en een tafellaken, een partij zilveren penningen, een bed met beddengoed, een Bijbel (“nieuwe oversettingh”), het martelaarsboek van Tielman van Bragt met de platen, een aantal andere boeken, al haar porselein, een notenhouten theerek, een theetafel, twee koperen theeketels en dito “confoorten”. Aan haar zoon Abraham Targier legateert zij al haar overige boeken. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen haar kinderen Geertruijd en Abraham Targier, ieder voor de helft. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan Abraham Targier en Leendert van der Roer.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 6: op 7 febr. 1703 verkopen Abraham Targier, dr. Joagum Targier en Angeneesie Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, als mede-erfgenamen van Willem van Blijenberg, voor 400 gl. aan Lijsbeth Schift, weduwe van Cornelis Neringh, burger van Dordrecht, een huis in de Pelserstraat, staande naast het huis van de koopster, vanouds genaamd “de Drie Lijtse Kasen”.
ORA Dordrecht inv. 1640, f. 6v: op 7 febr. 1703 verklaren Abraham Targier en dr. Joachum Targier, als legatarissen van Willem van Blijenbergh, dat bij de scheiding van de boedel van Blijenbergh aan Angeneesie Rijmen, weduwe van Bartholomeus Targier, is aanbedeeld een huis in de Voorstraat bij de Beurs aan de waterzijde recht tegenover “de Valck”, staande naast het huis van [NN] van der Made.
ONA Dordrecht inv. 505, f. 101 e.v., akte dd 20 mei 1712: Abram Targier, burger van Dordrecht en Geertruijt Targier, meerderjarige dochter, burgeres van Dordrecht, zijn overeengekomen, dat Geertruijt in het bezit zal blijven van alle goederen, die haar moeder Agneesje Rijnen, weduwe van Bartholomeus Tarsier [sic], heeft nagelaten, op voorwaarde, dat zij aan haar voornoemde broer of bij vooroverlijden diens kinderen al haar goederen zal nalaten.
Kinderen:
a. Abram Targier, volgt V
b. Geertruijt Targier, geboren naar schatting ca. 1666, gedoopt Doopsgezind 7 april 1686 (jonge dochter te Dordrecht), ongehuwd
IVb. Abraham Targier, grutter, leraar en diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, trouwde Doopsgezind Dordrecht 5 juni 1678 Geertruijt Terwen Anthonisdr.
Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 11 mei 1678 (ondertrouw): Abraham Targier grutter jongman geboortig van Dordrecht geassisteerd met zijn moeder Elijsabeth Jochems en Geertruijt Teruwe Anthonisdr. jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht geassisteerd met haar vader Anthonij Teruwe
Zoon:
a. Jacob Targier, geboren Dordrecht 21 mrt. 1688
TARGIER (Jacob), geb. te Dordrecht 21 Maart 1688, overl aldaar 10 Nov. 1735, was de zoon van Abraham Targier, leeraar der Doopsgezinde gemeente, overl. 1709, en Geertruid Terwen, overl. 1708. Hij toonde in zijn jeugd veel aanleg voor studie en letteren maar zijn reeds verzwakkend gezichtsvermogen belette hem zich daaraan te wijden. Reeds in 1712 werd hij geheel blind. In 1722 gaf hij den moed geheel op, zich verder met dichten bezig te houden, maar door de poëzie van Klara Ghijben werd hij er weer toe opgewekt. Zijn vriendschap met Johannes Badon, later gehuwd met Klara Ghijben, en Mr. Johannes Petraeus bewerkte, dat deze hem werken van smaak en geleerdheid voorlazen en zijn verzen opteekenden. Hij overleed ongehuwd aan een uitterende ziekte. In 1737 gaf zijn vriend Johannes Badon zijn Gedichten uit, voorafgegaan door een korte levensschets en met een opdrachtsvers aan den overleden dichter door Arnoldus Hoogvliet. De bundel bestaat uit zededichten, verjaardichten, bruiloftsdichten, lijkdichten en mengeldichten, waaronder ook erotische poëzie en een gedicht aan N.N., waaruit blijkt, dat hij ± 1712 verloofd is geweest. Achteraan volgt: Lijkcipressen gestrooit op het graf van Jacob Targier, door Klara Ghijben-Badon, Susanna Badon, J. Petraeus, A. van der Vliet en Johannes Badon. Oudere critici als Jeronimo de Vries en Witsen Geysbeek hebben zijn verzen zeer geprezen.
Zie: Gedichten van J. Targier (Delft 1737); de Vries, Gesch. Ned. Lett.; Witsen Geysbeek, B., A., C. Woordenboek.
(dbnl.org)
V. Abraham Targier (Tarsier), winkelier, trouwde Gerecht Dordrecht 27 april 1695 (ondertrouw) Adriana van Terneij, dochter van Tieleman Jorisz. van Terneij en Lijsbeth van der Sluijs
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten): op 27 april 1695 aangetekend de trouwbeloften tussen Abraham Targier jongman geassisteerd met Bartholomeus Targier zijn vader en Adriana van Terneij jonge dochter geassisteerd met haar voogden Reijnier Duijsser en Gerrit van Ringht
ONA Dordrecht inv. 591, f. 5 e.v.: op 12 jan. 1696 compareren Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij enerzijds en Abraham Targier, als echtgenoot van Adriana van Terneij, dochter van Tieleman van Terneij, anderzijds, beiden wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat er met betrekking tot de nalatenschap van Tieleman van Terneij tussen hen geschillen en mogelijk zelfs processen zouden kunnen ontstaan. Om die te voorkomen zijn zij overeengekomen eventuele geschillen te onderwerpen aan de arbitrale uitspraak van mr. Johan Hoynck van Papendrecht en mr. Gerard Francken, advocaten te Dordrecht. In het geval die beide arbiters niet tot overeenstemming kunnen komen hebben comparanten tot “superarbiter” gekozen Willem van Blijenburg, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 102v: op 4 febr. 1702 verkoopt Jan Nering, burger van Dordrecht, samen met Gerard Walen, koopman te Dordrecht, procuratie hebbende van Elisabet en Anna van der Boom, gezusters, meerderjarige personen en burgeressen van Dordrecht, Jan Nering tevens vervangende Gerard Walen, zijn zwager, en samen met Gerard Walen voogd over Geertruij van der Boom, minderjarige persoon, samen erfgenamen van hun nicht Jannetje de Haan, meerderjarige persoon en burgeres van Dordrecht, voor 435 gl. aan Abraham Targier, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van Adriaan van der Werf en dat van Rijnier Kastendijk.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 28v: op 18 mei 1713 verkoopt Dirk Verruijt, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Abraham Tarsier, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nijs de Raat, waar uithangt “Peijs en Vreede”, en de nieuwe gang.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 43v: op 20 juli 1715 verkopen “Govert Nierhare ende Adriaen vanden Branden, borgers deser Stad, als Executeurs vanden testamente van Adriana vanden Branden wed.e van Corn: Nierhare”, voor 880 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat tegenover de Latijnse School, staande tussen het huis van Adriaen Nievervaert en dat van Jan Klaasz. Schatthelijn.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 43v: op 27 mei 1717 verkoopt “Arent de Beveren, Rentmeester vant nieuwe Armhuijs [te Dordrecht], voor en van wegens de heeren vaders en Regenten van ’t gemelte Huijs”, voor 400 gl. aan Abram Targier, burger van Dordrecht, een huis met een gang ernaast in de Tolbrugstraat aan de waterzijde, laatst eigendom geweest van Hendrick Visser, die wordt “gealimenteert” in het genoemde Armhuis, staande tussen het huis van Servaas Coomans en dat van de weduwe Verop.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 24: op 15 april 1717 verkopen “Abraham Colster, in huwelijk hebbende Hendrikje Kop, en de voor sooveel des noods deselve Henderikje Kop, Maarten de Wint, wonende tot Rotterdam in huwelijk hebbende Elisabeth Kop, mitsgaders voor soo veel des noods den selven Elisabeth Kop, ende nogh denselve Abraham Colster, vervangende Abraham Baanwijk, Boekbinder alhier, als voogden over de minderjarige kintskinderen van wijlen Willem Janse Kop in sijn leven mr. metselaer binnen dese Stad, te samen kinderen kintskinderen en Erffgenamen ab intestato vande voorn: Willem Janse Kop, sijnde den voorn. Abaham Colster ten reguerde vande voorn. minderjarigen ten dese gequalificeert”, voor 100 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Stoofstraat, staande tussen het huis van Cornelia Boon en dat van Gerrit van Campen.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 24v: op 15 april 1717 verkopen “Abraham Colster, in huwelijk hebbende Hendrikje Kop, en de voor sooveel des noods deselve Henderikje Kop, Maarten de Wint, wonende tot Rotterdam in huwelijk hebbende Elisabeth Kop, mitsgaders voor soo veel des noods den selven Elisabeth Kop, ende nogh denselve Abraham Colster, vervangende Abraham Baanwijk, Boekbinder alhier, als voogden over de minderjarige kintskinderen van wijlen Willem Janse Kop in sijn leven mr. metselaer binnen dese Stad, te samen kinderen kintskinderen en Erffgenamen ab intestato vande voorn: Willem Janse Kop, sijnde den voorn. Abaham Colster ten reguerde vande voorn. minderjarigen ten dese gequalificeert”, voor 130 gl. aan Abraham Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Aert van Schreven en dat van Isack Prive.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 31: op 4 mei 1717 verkopen “Jan vander Maade, mr: Lootgieter binnen dese Stad, als in huwelijck hebbende Maria van Homburg, ende nogh als last en procuratie hebbende van Maria Stickers wed:e en geinstitueerde Erffgenaem van Philips van Homberg die een zoon en mede Erfgenaem was van Bastiaentje Spiering in haer leven wed:e van Hermanus van Homergh laast gewoont hebbende en de overleden tot Breda, in gevolge van de procuratie gepasseert voor den Nots: jacobus Beud en seekere get. in [Dordrecht] residerende in dato den 22 April 1717 daer van sijnde ons Schepenen vertoont, mitsgaders nog den selven Johannes vandr: Maade, vervangende d’heer Johannes Peerboom, als voogden over de nog minderjarige dogter naargelaten door Adriaen van Hombergh met name Catharina Bastiana van Hombergh te samen kindere kinds kind en Erffgenamen vande opgemelte Bastiaentje Spieringh”, voor 200 gl. aan Abraham Targier een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Nicolaes Claese en dat van [NN] de Bruijn.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 50v: op 1 juli 1717 verkoopt Jillis van der Elst, wonende te Dordrecht, voor 260 gl. aan Abram Targier een huis op de Hil, staande tussen het huis van Johannis van Kouwenhoven en dat van Jan Oosten.
ORA Dordrecht inv. 1647, f. 56v: op 27 juli 1717 verkopen “Dom: Johan Bovie, predicant in St: Anthonis Polder, ende Johannes Flamon als in huwelijk hebbende Elisabet Bovie, mitsgaders bij de (voor soo veel des noots) vervangende deselve Elisabet Boevie, te samen kinderen en Erfgenamen van Anna Battailje die wed.e was van Lambert Bovie gewoont hebbende” in Dordrecht, voor 120 gl. aan Abraham Targier een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van [NN] Vogels en dat van Corstiaen Slootmakers.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 19: op 19 mrt. 1718 verkopen “Abel de Vries, Lantmeeter in Huwelijck hebbende Cornelia van Stabroek, bevorens wed.e van Matthijs Peijjan, ende voor soo veel des noots, d’voors. Cornelia Stabroek”, voor 280 gl. aan Abram Targier, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande naast het huis van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1753, f. 61: op 13 april 1723 verkoopt Abram Targier, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jacob Mouthaan, schiptimmerman en burger van Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en gelegen buiten de St. Jorispoort in het Kromhout naast de ingang van de tuin van [NN] Raets.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 260v: op 10 okt. 1726 verkoopt Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier, voor 575 gl. aan Jan Kulck, wonende te Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat aan de waterzijde, staande tussen het huis van Jan Verhoep en dat van de erfgenamen van [NN] Coijmans.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 38: op 10 juni 1727 verkopen “Pieter van der Stoep, Notaris en Procr: tot Strijen in qualiteijt als Executeur vanden Testamente van wijle Hendrik Witting in sijn leeven Stadhouder van den Ed: Heer Hooft Officier deezer Stad, mitsgaders administreerende Voogt alsmeede De heer Nicolaas van Batenburgh en Adriaan Papegaaij, borgers deezer Stad als toesiende voogden over Adriana Alida Witting, eenige nagelate Dogter vanden voorn: Hendrik Witting”, voor 1486 gl. 5 st. aan Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier, een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Anthonij Broeders en dat van Fredrik Ciffrie.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 254: op 4 okt. 1729 verkoopt Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Tarsier, voor 300 gl. aan Jan van Helmont, koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “St. Laurentius”, staande op de Hil tussen het huis van Jan van Oosten en dat van de weduwe Kouwenhove.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 62v: op 13 juni 1730 verkoopt Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Tarsier, wonende te Dordrecht, voor 110 gl. aan Johannes Looff en Jurriaen Douw, wonende te Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Corstiaan Slootmakers en dat van Lambert Vogels.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 95v: op 26 febr. 1733 verkoopt Adriana van Ternij, weduwe van Abraham Tarsier, wonende te Dordrecht, voor 100 gl. aan Willem Mareloo, burger van Dordrecht, een huis in de Kromme Elleboog, het tweede huis van de dwarsgang, staande naast het huis van de weduwe van Abraham Backus.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 160v: op 12 jan. 1740 verkoopt Jan van Delwijne, koopman te Dordrecht, als man van Agneesje Targier en als procuratie hebbende van Abraham Targier, arts, Elisabeth Targier en Geertruij Targier, tevens vervangende hun zuster Adriana Targier, kinderen en erfgenamen van Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier, voor 250 gl. aan Jan van Es, burger van Dordrecht, een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van [NN] van Akeren en dat van [NN] van Trigt, alsmede voor 120 gl. aan Pieter Ouburgh, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nijs de Raad en dat van Barent de Visser.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 166v: op 2 febr. 1740 verkoopt Jan van Delwijnen, koopman te Dordrecht, als man van Agneesje Targier en tevens als procuratie hebbende van Elisabeth Targier en Geertrujd Targier, samen vervangende hun zuster Adriana Targier, allen kinderen en erfgenamen van Adriana van Ternij, weduwe van Abraham Targier, voor 885 gl. aan Nicolaas Slijp, mr. metselaar te Dordrecht, een huis op de Groenmarkt bij de Visbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Johan Baalen en dat van Urbanus Pirot, alsmede voor 760 gl. aan Hendrik Kuijters een huis met drie aparte woningen erachter, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Nicolaas Schatteling en de gang, die loopt naar de voornoemde achterwoningen, voor 87 gl. aan Aart Pel, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nicolaas van der Valk en dat van Teunis van der Eel, voor 102 gl. aan Johannes Looff en Jurriaan Douw, burgers van Dordrecht, een huis in de Stoofstraat, staande tussen de huizen van Arij de Bie aan weerszijden, voor 270 gl. aan Maarten van Eijgens, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van juffrouw Castendijk en dat van Fredrik Sifferie, en voor 190 gl. aan Gerrardus Bommius een huis, bestaande uit twaalf aparte woningen, staande op de Hil tegenover de trappen van de Vest tussen het huis van Laurens de Boeff en dat van Pieter Pell.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 145: op 16 febr. 1762 verkopen dr. Abraham Tersier en Adriaan Bos Baan, als man van Geertruij Tersier, beiden wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende hun zuster Agneesje Tersier, weduwe van Jan van Delwijnen, samen enige kinderen en erfgenamen van Adriana van Ternij, weduwe van Abraham Tersier, voor 500 gl. aan Gerrit Swartouw, mr. timmerman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tussen de Beurs en de Wijnbrug, staande tussen het huis van mevrouw Brus en dat van de weduwe van Egbert van Streefkerk.
Kinderen:
a. Angneesje Targier, jonge dochter van Dordrecht (1731), trouwde Doopsgezind Dordrecht 25 nov. 1731 Jan van Delwijnen, jongman van Dordrecht (1731), koopman
Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) 8 nov. 1731: de trouwbeloften aangetekend van Jan van Delwijnen jongman van Dordrecht geassisteerd met zijn vader Hendrick van Delwijnen wonende te Dordrecht en Angneesje Targier jonge dochter mede van Dordrecht geassisteerd met haar moeder Adriana van Terneij weduwe van Abraham Targier mede wonende te Dordrecht. (Hebben op 24 nov. 1731 een extract uit het klepboek gelicht om op 25 nov. 1731 in de Doopsgezinde kerk te kunnen trouwen.)
b. Abraham Targier, arts te Dordrecht, diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht
Hij kocht in 1750 het “Huis te Dubbeldam.”

Het Huis te Dubbeldam, ook het Blauwhuis genaamd, ca. 1730 (foto: RA Dordrecht)
c. Elisabeth Targier
d. Geertruijd Targier, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1739), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12/27 dec. 1739 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Helena Beut, weduwe van Jan Bosbaan) Adriaan Bosbaan (Bos Baan), jongman van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerkstraat (1739)
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 69v: op 31 okt. 1769 verkoopt Adriaan Bos Baan, als man van Geertruij Targier, burger van Dordrecht, voor 1200 gl. aan Adriaan Dingmans, wonende te Dordrecht, een huis in de Vriesestraat, het tweede huis van de Breestraat, staande tussen het huis van Hendrik Giltaij en dat van Pieter de Winter.
e. Adriana Targier