Van Eisden

I. Gerrit Houben van Eijsden, trouwde naar schatting ca. 1615 Margrita Jansdr. Verraeck, overleden jan. of febr. 1669

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 95v: op 11 mei 1644 verkoopt Jacob Gool, professor aan de universiteit te Leiden, als man van Reijnsburch van der Goes, voor 2000 gl. aan Margreta Jansdr., weduwe van Gerrit Houben van Eijsden, een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Jan Jansz. Schilthouwer zeilmaker en dat van Pieter Damasz. Korff.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 27: op 23 jan. 1669 benoemt Margarita Jansdr., weduwe van Geerid van Eijsden, burgeres van Dordrecht, tot voogden over haar minderjarige erfgenamen haar zoon Geerid van Eijsden en haar neef Jacob Florijn. Zij laat de notaris J. Hellu registeren het door haarzelf geschreven testament, waarvan zij wil, dat het niet eerder geopend wordt dan na het overlijden van kapitein Aernout Praem.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 65: op 28 febr. 1669 leggen Machtelt Philpsdr., ongeveer 35 jaar oud, Anneken Abrahamsdr., eveneens ongeveer 35 jaar oud, en Catarina Jacobsdr., ongeveer 21 jaar oud, op verzoek van kapitein Geerid van Eijsden, een verklaring af. Zij getuigen, dat zij Margarita Jans, weduwe van Geerid van Eijsden, die onlangs is overleden ” in haer sieckte soo bij nacht als bij daech hebben bewaert ende bijgestaen, ende dat [zij] … altijt bij haer volcomen verstant is geweest, … behalve als drie a vier dagen voor haer overlijden, als wanneer [zij] … dickwils seer ijdelhooffdich was, ende soodanich quam te praeten dat gansch geen slot ofte reden hadde, ende sulcx geen verstant en hadde”. De twee laatstgenoemde getuigen verklaren nog, dat zij in diezelfde tijd Margarita hebben horen zeggen, “dat haer soon de bruij van haer hadde om dat hij haer testament nae sijn sin hadde doen maecken ende schrijven maer dat sij dan alwederom aanstonts quam te seggen mijn silvere kint mijn goude kint ende diergelijcke malle propoosten meer, ende dan wel wederom hen attestanten voor verckens hoeren ende diergelijckx quam uijt te schelden”, hetgeen zij haar niet kwalijk namen, omdat zij wel zagen, dat Margarita niet bij haar verstand was. Catharina Jacobs verklaart nog, dat zij voor de ziekte van Margarita haar verscheidene malen heeft horen zeggen, dat zij haar zoon dikwijls had gevraagd, dat “hij sou willen versorgen dat zij haer testament mochte veranderen ende dat haer soon sulcx telckens heeft versuijmt”. Enige dagen voor haar ziekte heeft Margarita “haer soon soo verre gekregen dat dien dach aldaer een advocaat met procureur soude comen om haer testament te maecken”.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 76: op 7 mrt. 1669 heeft notaris Johannes Hellu op verzoek van Geerid van Eijsden, voor zichzelf en als voogd samen met Jacob Florijn over de weeskinderen van zijn overleden broer Johannes van Eijsden, en op verzoek van Aernout Praem, grootvader van moederszijde van voornoemde weeskinderen, het testament van Margarita Jans, weduwe van Geerid van Eijsden, geopend en het hun, comparanten, voorgelezen.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 89: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Margarita Jans, weduwe van Geerid van Eijsden, beschreven op 18 mrt. 1669 op verzoek van kapitein Geerid van Eijsden en Jacob Florijn, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Johannes van Eijsden:

een huis bij de Vuilpoort met de grutmolen daarbij behorende, staande tussen het huis van Nicolaas van Claveren en dat van de weduwe van Jan Jansz. van der Hoeven

huisraad

schilderijen, groot en klein, o.a. een schilderij van Cornelis Bisschop

boeken: een bijbel in folio, een medicijnboek van Dodeneus {Rembert Dodoens], een martelaarsboek in quarto, protochol van Franckendael , Lusthoff der Maechden [van Jehan Baptista Houwaert, uit 1582/1583], 7 kleine en grote boeken.

een paard, dat in de grutmolen wordt gebruikt.

ONA Dordrecht inv. 333, f. 102: op 25 mrt. 1669 komen kapitein Geerid van Eijsden en Jacob Florijn, als voogden over de weeskinderen van wijlen Johannes van Eijsden, mede-erfgenamen van Margarita Jans, weduwe van Geerid van Eijsden, met elkaar overeen, aangezien bij de openbare verkoop van het huis en de grutmolen bij de Vuilpoort niemand meer heeft willen bieden dan 4000 gl., dat Geerid van Eijsden beide zal aannemen voor 4000 gl.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Gerrit van Eijsden, april 1619, volgt IIa

b. Johannes van Eijsden, juni 1621, volgt IIb

c. Adrianus, april 1628

d. Maria, okt. 1629

IIa. Gerrit van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht april 1619, jongman van Dordrecht wonende aan de Vuilpoort (1648), weduwnaar van Dordrecht wonende omtrent de Botgensstraat (1676), koopman, grutter, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 febr. 1690 (een zwarte baar voor Geerit van Eijsden, bij de Vuilpoort), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 sept. 1648 Maria Aertsdr. Praem, jong dochter van Dordrecht wonende omtrent de Boom (1648), 2e NG Dordrecht/Heinenoord 6 sept. 1676/20 sept. 1677 [sic] Maria van Bracht, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1656), weduwe van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1676), trouwde 1e NG Dordrecht 14/30 mei 1656 Jan Goossens. Erkelens, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1656, verver

ONA Dordrecht inv. 336, f. 429: op 3 nov. 1672 leggen Rachel van Eijsden, ongehuwde persoon, ongeveer 19 jaar oud, en Anneken Thijssen, ongehuwde persoon, ongeveer 32 jaar oud, beiden wonende te Dordrecht, op verzoek van Geerid van Eijsden, een verklaring af. Rachel verklaart als eerste, dat op 15 okt. 1672 ten huize van Van Eijsden, waar zij inwoont, gekomen is de dienstmaagd van Cornelis van Goederheijde, die bij zich had een somma van 84 gl., die Van Goederheijde wegens huishuur schuldig was aan de rekwirant, “welck … gelt sij attestante door order vanden requirant heeft ontfangen … ende oock in presentie vande voorsz. dienstmaecht geteijckent in seker boeck … begerende de … dienstmaecht oock vant voorsz. gelt een quitantie dewelcke den requirant … versochte dat daermede mochte gewacht worden tot des anderen daechs”. Beide getuigen verklaren, dat Goederheijde, zijn vrouw en dienstmaagd enige tijd daarna bij haar ten huize van de rekwirant, die toen niet thuis was, zijn gekomen en “met seer hevigen ende opgesetten gemoede seer vaerden ende schreeuden als besten menschen, seggende Waer is van Eijsden … dien schelm het is een dubbelt schelm, is hij deaken [diaken] off dit hij inden kerckenraet, hij mocht ick weet niet waer liever sitten, de duijvel moet hem haelen, ende meer andere scheldwoorden”, waarop de eerste attestante zei, dat zij het geld had ontvangen en daarvan in het boek aantekening had gemaakt. Van Goederheijde zei vervolgens tegen Rachel “iou vercken hebt ghij het gelt ontfangen soo sult ghij het mijn wederom geven, ruckende ende pluckende haer bij haer mouw ende cleederen en dreijgende deselve met vuijsten te slaen, waerdoor de tweede attestante siende het voorsz. gewelt genootsaeckt was daer tusschen beijde te comen, als wanneer de huijsvrouwe van … Goederheijde oock begonde te roepen ende te tieren als een beseten mensch”. Niettegenstaande het feit, dat de attestanten de voornoemde personen smeekten, dat zij achter in de kamer komen zouden, “ende dat men haer contentement geven soude, sijn deselve echter tot geen bedaertheijt te crijgen geweest, op welck geroep ende gebaer des requirants twee sonen, namentlijck Geerid ende Johannes van Eijsden van achteren uijt de molen met seer groote vervaertheijt sijn comen loopen meenende dattet voor al vermoort wierde watter was, ende de voorsz. persoonen aldaer vindende ende met haer sprekende seijden dat haer vader uijt was ende dat sij geen quitantie conden geven dewijle sij geen gelt ontfangen hadden, voegende daerbij indien sij een quitantie wilden hebben dat sij bij [hun] … vader souden gaen”. Doch in plaats van dat te doen zei Goederheijde “dat hij daer de bruij van hadde ende dat hij niet nae huijs ende soude gaen al soude hij den gantschen nacht aldaer blijven sitten”. Rachel heeft “willen sorge dragen voor des requirants schultboeck om t selve wech te dragen twelck de meijt van … Goederheijde siende is nae [Rachel] … toegevlogen, ende heeft deselve het … schultboeck … uijt haer handen gewrongen, nam t’selve onder haer schortecleet ende meende daermede [het] huijse uijt te loopen, waerdoor [Rachel] genootdruckt was te roepen dat sij met haer schultboeck wechliepen, twelck des requirants outste soon vernemende heeft … de meijt het gemelte schultboeck wederom met groote force ontnomen … versoeckende tot verscheijde maelen met sachte woorden dat sij uijtten huis souden gaen ende dat hij geen kracht noch gewelt meerder in sijn vaders huijs wilde lijden noch begeerde gedaen te hebben”. De voornoemde personen zeiden daarop, dat zij niet uit huis wilden gaan. Goederheijde is vervolgens ” met groote boosheit nae den outsten soon vanden requirant … toegevlogen, ende hem achter over in een ledige gortkas werpende heeft denselven seer heftich geslagen met vuijsten, ende treckende bij sijn hair waernae des requirants soon wederom opcomende heeft door assistentie van desselfs broeder eijntelijk … Goederheijde met seer groote moeijten ende force ten huijse uijt gecregen het welcke sijn huijsvrouwe siende is tot verscheijde maelen de soon vanden requirant in sijn aengesicht gevlogen om waert mogelijck hem te beseeren”, en weigerde het huis uit te gaan, “maer begonde seer hart te roepen … en maeckte groot rumoer even als off haer groot leet wierde aengedaen”.

ONA Dordrecht inv. 336, f. 474: op [dagnummer en maand niet vermeld] 1672 verklaart kapitein Geerid van Eijsden, burger van Dordrecht, dat hij voor 170 gl. per jaar verhuurd heeft aan Johannes van Goederheijde, burger van Dordrecht, ingaande op 1 mei 1672, een huis omtrent de Vuilpoort, in welk huis de huurder reeds woont.

ONA Dordrecht inv. 323, f. 166: op 13 dec. 1673 leggen Lowijs Andriesz. van de Loo, zakkendrager, ongeveer 47 jaar oud, en Reijnier Reiniers, 36 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Geerard van Eijsden, burger van Dordrecht, een verklaring af. Zij getuigen, dat de rekwirant ongeveer zeven weken tevoren, achter uit zijn huis gaande, door de vrouw van Pieter Jansz. van Beest zeer werd “gescholden, als dat hij … een schelm, fielt, vagebont ende banckrotier was, ende niet waerdich was hij op een radt sittende de ravens sijne oogen soude uijtpicken, ende meer diergelijcke … schandelijcke ende vuijle woorden meer”, zonder dat de rekwirant haar daartoe aanleiding gegeven heeft.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 121v: op 27 aug. 1674 verkoopt mr. Johan de Witt, oud-magistraat van Dordrecht, voor 3000 gl. aan kapitein Geerart van Eijsden, koopman en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “den Ouden Ancker”, staande tussen het huis van Cornelis Beljaerts schepen in wette en dat van Bartholomeus van Bergen lakenkoper, strekkende van de straat tot achter aan de gracht, alsmede een pakhuis en woonhuis, staande naast elkaar in de Botgensstraat, toebehorende aan het huis “den Ancker”.

ONA Dordrecht inv. 339 f. 23: op 15 jan. 1675 verhuurt kapitein Geerid van Eijsden, koopman en burger van Dordrecht, voor 120 gl. per jaar aan Pieter Geeritsz. van Eijsden een huis omtrent de Vuilpoort, staande tussen het huis van Claes van Claveren en dat van de weduwe van Jan Jansz. van der Houven.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 98v: op 25 mei 1690 verkopen Anthonij Schaep, koopman te Rotterdam, en Johannes van Eijsden, doctor in de medicijnen te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Gerard van Eijsden, voor 3700 gl. aan Hendrick Koebergen, kuipersknecht en burger van Dordrecht, een huis en pakhuis, staande aan de Vuilpoort tussen het huis van Jan van der Hoeven en dat van de weduwe van Clavere. Het pakhuis komt uit in de Suikerstraat en staat tussen het pakhuis van de heer Van der Hoeven en het huis van kapitein Maes. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1900 gl.

ONA Dordrecht inv.. 243, f. 276: op 7 aug. 1694 verklaren Marija van Bracht, laatst weduwe van Geeraert van Eijsden, Adriaen van Beest, als weduwnaar en erfgenaam van Margrieta van Eijsden, en Arent van Eijbergen, als man van Adriana van Eijsden, samen kinderen en erfgenamen van Geeraert van Eijsden, dat Anthonij Schaep en Johannes van Eijsden, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Geeraert van Eijsden, “reeckeninge bewijs ende reliqua” hebben gedaan van de goederen, die Geeraert van Eijsden heeft nagelaten.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerrit van Eijsden de jonge, 19 sept. 1649, volgt III

b. dr. Johannes van Eijsden 28 nov. 1653, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat (1684), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Schrijversstraat (1697), doctor in de medicijnen, overlijden vermoedelijk aangegeven op 22 jan. 1707, trouwde NG Dordrecht/Charlois 9/23 juli 1684 Jacoba Helena van Blijenborch, jonge dochter van Breda wonende in de Wijnstraat (1684), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 juli 1696 (een zwarte baar voor de vrouw van Johan van Eijsden, in de Schrijversstraat, een maal luiden, de zerk 8 gl.), 2e Gerecht/NG Dordrecht 31 mrt./5 april 1697 Catharina Vingerhoet, weduwe van Dordrecht wonende bij de Kleine Vismarkt (1697), trouwde 1e Johan van Ghele

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 97: op 18 juni 1686 verkoopt Joseph Milner, koopman wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van zijn schoonvader Smart Goodenough, wonende in Engeland, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Porten Paul te Londen op 4 juli 1685, voor 5350 gl. aan Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen en burger van Dordrecht, een huis en pakhuis in de Wijnstraat, staande tussen de Schrijversstraat en het huis van burgemeester mr. Pieter Belaert, strekkende van de Wijnstraat tot aan het pakhuis van Jacob van de Brandelaer.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 208: op 28 aug. 1694 verleent Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen en burger van Dordrecht, als man van Jacoba Helena van Blijenborgh, procuratie aan Louise Christina Valckenhaen, weduwe Vrijberch, zijn aangetrouwde tante, om voor hem nomine uxoris te verkopen zekere landerijen, genaamd “de Ossencamp”, gemeen liggende in het kerspel van Bemmel in het ambt Over-Betuwe.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 212: op 14 febr. 1696 transporteert Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn vrouw Jacoba Helena van Blijenborch, aan Louise Christina van Falckenhaen, weduwe van Adriaen Vrijburch, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, een somma van 200 gl., welke door Helena, gravin van Holland Brederode, vrijvrouwe van Puttelis, als pillegift is gelegateerd aan Van Eijsdens overleden vrouw.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 75: op 6 juli 1696 testeert Johannes van Eijsden, doctor in de medicijnen te Dordrecht. Hij legateert aan Geertruijt Marija van Blijenborch, dochter van wijlen jonkheer Cornelis van Bleijenborch en Marija Guenau, de nicht van zijn overleden vrouw, een somma van 4000 gl. Als Geertruijt Marija komt te overlijden zonder kinderen na te laten, zal het legaat van 4000 gl. moeten komen aan Jacoba Amaranta Vrijburch, dochter van Adriaen Vrijburch, kapitein in het Nederlandse leger, en Louise Christina van Falckenhaen, de nicht van zijn overleden vrouw, of bij vooroverlijden haar kinderen. Hij legateert aan Jacoba Amaranta Vrijburch of bij vooroverlijden haar kinderen eveneens een bedrag van 4000 gl., aan de kinderen van zijn goede vriend Johan de Ridder 1500 gl. en aan de NG huisarmen te Dordrecht 250 gl. In alle overige na te laten goederen (inclusief de leengoederen, die hij en zijn vrouw volgens octrooi van de Raad en het Leenhof van Brabant op 29 april 1686 hebben verkregen, alsmede andere allodiale goederen) benoemt hij tot zijn erfgenamen de kinderen van zijn broer Geeraert van Eijsden. Tot voogd en executeur-testamentair benoemt hij zijn goede vriend Adriaen Baen, kamerbewaarder te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 192: op 18 mrt. 1697 verhuurt Johannes van Eijsden, doctor in de medicijnen te Dordrecht, voor 298 gl. per jaar aan Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Schrijversstraat en het huis van burgemeester Pieter Beelaerts. Voorwaarde hierbij is, dat de behangsels in de vier benedenvertrekken, het ledikant met behangsel, de tafel en de kleerstokken door de huurder gebruikt zullen mogen worden.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 337: op 28 okt. 1697 testeren Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen, en zijn vrouw Catharina Vingerhoet, burgers van Dordrecht. Als hij de eerststervende van hen beiden zal zijn, legateert hij aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 500 gl. en, als hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, aan de kinderen van zijn broer Geraert van Eijsden of bij vooroverlijden hun kinderen een somma van 10.000 gl. Tot erfgename van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn vrouw, op voorwaarde, dat zij hun eventuele kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en als zij mondig worden of gaan trouwen zal uitkeren een somma van 10.000 gl., als er maar één kind zal zijn, of 15.000 gl. als er twee of meer kinderen zullen zijn. Als de testatrice de eerststervende zal zijn, legateert zij aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 500 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar man, haar vier voorkinderen, bij haar verwekt door haar eerste man Johan van Ghele, alsmede de kinderen, die haar huidige man nog bij haar zal verwekken. Tot haar mans erfportie zal toegerekend worden de helft van haar aandeel in de suikerraffinaderij en suikernegotie en voorts hetgeen door haar aan haar man als “douarie” is beloofd bij het sluiten van hun huwelijkse voorwaarden. Als hij echter gaat hertrouwen, moet haar aandeel in de suikerraffinaderij komen aan haar kinderen, mits zij aan hem “restituerende sijn aenpart in de voorsz. negotie van suijcker”. Zij benoemen tot voogden over haar voorkinderen de langstlevende van hen beiden, alsmede haar broer Jacob Vingerhoet.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 150: op 3 juli 1698 verkoopt Johan van den Brandelaar, thesaurier van Dordrecht, als gemachtigde van de burgemeesters van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan de heren Vingerhoets, Van Eijsden en Mulhoff, in compagnie kooplieden te Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam, een huis, vanouds genaamd “het Westindisch Huijs”, staande in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd tussen het huis van Louies van der Putten en dat van de weduwe en kinderen van Kalraat.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 67v: op 21 juli 1700 verkoopt Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen en koopman te Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderen van Johan van Gelée en Catharina Vingerhoet, beiden overleden, en als procuratie hebbende van Elisabet en Johanna van Gelée, als mede-erfgenamen van genoemd echtpaar, tevens vervangende Jacob Vingerhoet, koopman te Rotterdam, als medevoogd over voornoemde kinderen, voor 3300 gl. aan Govert Denijs en Cornelis Ariensz. Dura, burgers van Dordrecht, een huis op de Riviervismarkt bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jacob Maertensz. en dat van Govert Denijsse. Dezelfde verkoper in voornoemde hoedanigheid verkoopt voor 580 gl. aan Lijsbet Munnickhoven, burgeres van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Andries Gijsius en dat van Jacob Peruljeux.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 68v: op 19 jan. 1708 verkopen “Jan de Ridder, Coopman binen dese Stad, als voogd o(ver) de minderjarige Erffgen. van wijlen de heer Johan van Eijsden in sijn leven, medicine doctor binnen dese Stad, ende nogh als last ende procuratie hebbende van de heer Jacob Vingerhoet, Coopman tot Rotterdam, Soo voor sig selven ende nog als voogd o(ver) de minderjarige Erffgenamen van wijlen de Heer Johan van Eijsden in sijn leven medicine doctor ende Coopman binnen dese stad, mitsgrs. Juffrn. Elisabeth ende Johanna van Gelle, meerderjarige erffgenamen vanden voorn. heer Johan van Eijsden zal.r volgens deselve procuratie gepasseert voor den nots. Bartholomeus van Gelsdorp ende seeckere getuijgen binnen dese stad residerende in date den 30en december 1707”, voor 7500 gl. aan de “geintresseerdens” van de suikerraffinaderij van “het West Indisch Huijs” een huis met grote wijnkelder eronder, alsmede een grote plaats en kuiphuis erachter, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven en staande naast het huis van de erfgenamen van Anna Sam.

c. Arnoult, 20 okt. 1655

d. Henricus, 11 juni 1657

e. Maria, 1 mrt. 1659

f. Margrieta van Eijsden, 10 april 1661, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Botgensstraat (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 okt. 1690 (twee maal luiden over de vrouw van Adriaan van Beest, grutter in “den Ancker”, is begraven in de Nieuwkerk), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 10/25 okt. 1688 Adriaen van Beest, jongman van Bommel wonende in de Gravenstraat (1688, grutter

g. Theodorus, 27 april 1664

h. Adriana van Eijsden, 5 juli 1665, trouwde 9 mei 1697 (ondertrouw) Arent van Eijbergen, notaris te Amsterdam, boekhouder van het Burgerweeshuis ald. (Nieuwezijds Voorburgwal), begraven Amsterdam 27 juli 1728 (Arent van Eijbergen, komt uit het Burgerweeshuis, komt in het graf van Arent van Eijbergen en Reijnier Couturier)

Arnold Boonen, de regenten van het Burgerweeshuis te Amsterdam, 1716. Uiterst rechts staat Arent van Eijbergen afgebeeld.


i. Jacobus, 25 nov. 1666

j. Justinus, 26 dec. 1667

k. Diederick, 25 sept. 1669

IIb. Johannes van Eijsden, juni 1621, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1648), weduwnaar wonende omtrent Mijnsherenherberg (1653), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 jan. 1665, trouwde 1e NG Dordrecht 8/23 mrt. 1648 Rachel Telmans, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Marktveld (1648), 2e NG Dordrecht 21 dec. 1653/6 jan. 1654 Dorothea Praem, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1653), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 2 juni 1714 (Dorete Praem, weduwe van Johan van Eijsden, in de Heer Heymansuysstraat)

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 7: op 17 febr. 1665 verkoopt Franchoijs van den Brandelaar, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende de weduwe en erfgenamen van Roelant Jacobsz. van den Brandelaer, voor 1200 gl. aan Dorothea Praem, weduwe van Johannes van Eijsden, een pakhuis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van mr. Jan van der Stappen en ’s herenstraat, strekkende van de straat tot achter aan het huis van Cornelis van Bijwaert, dat staat in de Steenstraat.

ONA Dordrecht inv. 340, f. 145: op 1 mei 1676 verklaart Willem van Bramen, apotheker en burger van Dordrecht, als man van Rachel van Eijsden, dochter van wijlen Johannes van Eijsden, dat Geerid van Eijsden en Abraham Maes, als gewezen voogden over zijn vrouw, aan hem en zijn vrouw hebben gedaan op 29 april 1676 “reeckeninge, bewijs en reliqua” van het beheer, dat zijn hebben gehad over de vaderlijke goederen van zijn vrouw. De comparant verklaart voorts, dat hij van Van Eijsden en Maes ontvangen heeft een rentebrief van 1500 gl. ten laste van het gemeneland van Holland, alsmede een onderhandse obligatie, verleden door Dorothea Praem, de stiefmoeder van zijn vrouw, gedateerd 5 juni 1665, waarvan de helft toekomt aan Herman van Bracht, weduwnaar [en erfgenaam] van Sara van Eijsden, de zuster van zijn vrouw, inhoudende 3406 gl. 14 st. 4 penn.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 28v: op 17 juni 1677 verkopen Johannes Hellu en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als curators van de boedel van Dorethea Praem, weduwe van Johannes van Eijsden, voor 1500 gl. aan Jan Stockman, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een pakhuis met een tuin, staande en liggende in de Kolfstraat tussen het huis van Jan Verstappen schoolmeester en de Steenstaat, strekkende van ’s herenstraat tot achter aan het huis, dat toebehoord heeft aan Cornelis van Bijwaert, staande in de Steenstraat. Dezelfde verkopers in hun voornoemde hoedanigheid verkopen voor 7900 gl. aan kapitein Abraham Maes een huis met grutterij, molen, een tuin erachter en een klein huis ernaast, uitkomende in de Steenstraat, staande in de Voorstraat bij de Kolfstraat, waar uithangt “de Groote Leeuw”. Belenders: het huis van de koper en dat van Herman Moelaert.

Kinderen (ex 1):

a.. Gerrit, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1649, vermoedelijk jong overleden

b. Sara van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 15 mei 1650, jonge dochter wonende omtrent de Lombardbrug (1675), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 febr. 1676 (een baar naast de St. Jorispoort voor Sara van Eisden, de vrouw van Thieleman [sic] van Bracht), trouwde NG Dordrecht 15/31 dec. 1675 Herman van Bracht, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1675)

ONA Dordrecht inv. 331, f. 215: op 16 sept. 1667 testeren Sara en Rachel van Eijsden, kinderen van wijlen Johannes van Eijsden en Rachel Telmans. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden. Voorwaarde daarbij is, dat die langstlevende aan hun halfzusters en halfbroers een somma van 600 gl zal uitkeren. Als zij, testatrices, voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, benoemen zij tot hun erfgenamen hun halfzusters en halfbroers of de langstlevende van hen. Tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij Abraham Maes, koopman en burger van Dordrecht.

c.. Margrita, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1652

d. Rachel Margareta van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 20 jan. 1653, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1675), weduwe van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1680), overleden ca. 1695, trouwde 1e NG Dordrecht 27 okt. 1675 (ondertrouw) Willem van Bramen (van Braem), jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1675), apotheker, 2e NG Dordrecht 14 juli 1680 (ondertrouw) Sijmon Onder de Linde, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1680), boekverkoper, trouwde 1e Johanna Kerckhoff

ONA Dordrecht inv. 277, f. 348: op 16 aug. 1679 testeren Willem van Braem, apotheker, ziek in bed liggende, en zijn vrouw Rachel van Eijsden, burgers van Dordrecht. Zij heroepen hun eerder testament, dat zij hebben gepasseerd ten overstaan van A. Hoogendijck, notaris te Rotterdam, op 15 nov. 1675, almede hun huwelijkse voorwaarden. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam, op voorwaarde, dat de langstlevende van hen beiden hun kinderen zal onderhouden tot zij mondig zijn geworden of gaan trouwen en hun, als zij gaan trouwen, hun onder hen allen een bedrag van 600 gl. zal uitkeren. Als de eerststervende van hen beiden komt te overlijden zonder kinderen na te laten of als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende onder hen allen een bedrag van 25 gl. uitreiken. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen en de langstlevende benoemt tot voogd Gillis Braem, oom van de testateur, en Johan van Eijsden, doctor in de medicijnen, de neef van de testatrice.

ONA Dordrecht inv. 277, f. 380: op 9 sept. 1679 verhuurt Rachel van Eijsden, weduwe van Willem van Braem, voor 180 gl. per jaar, aan Dirck Verbuijs, steenkoper te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zwager Theodorus Boon, apotheker te Maassluis, een huis omtrent de Vismarkt te Dordrecht, staande tussen het huis van Pieter van de Werff en dat van Ruth de Ridder.

ONA Dordrecht inv. 284, f. 120: op 2 sept. 1692 maken Simon Onder de Linde, boekverkoper, en zijn vrouw Rachel van Eijsden, burgers van Dordrecht, hun testament. Als hij de eerststervende van hen beiden zal zijn, benoemt hij tot erfgenamen zijn voorzoon Ghijsbert Onder de Linde, door hem verwekt bij Johanna Kerckhoff, of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, alsmede zijn kinderen, verwekt bij zijn vrouw Rachel van Eijsden, en Rachel voor een kindsdeel i.p.v. de “douarie”, die haar toekomt volgens hun huwelijkse voorwaarden. Voorwaarde daarbij is, dat zijn voorzoon of zijn nakomelingen bij het vooroverlijden van de testateur in diens boedel zullen inbrengen hetgeen hij of zij (boven de moederlijke goederen van zijn voorzoon) van hem hebben gekregen. Zijn vrouw zal bij de scheiding van haar mans goederen in eigendom mogen blijven houden zijn huis, drukkerij en boekwinkel. De testatrice benoemt, als zij de eerststervende is, tot erfgenamen haar voorzoon, Johannis van Braem of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, alsmede de kinderen, door haar man Simon Onder de Linde bij haar verwekt, alsmede haar man in een kindsdeel i.p.v de “douarie”, hem beloofd bij het aangaan van hun huwelijkse voorwaarden. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot zij mondig zijn geworden of totdat zij gaan trouwen. De testateuren benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen. Zij benoemt tevens tot voogd over haar voorzoon Johannis van Braem haar man Simon Onder de Linde en haar neef dr. Johannis van Eijsden.

ONA Dordrecht inv. 287, f. 137: op 25 sept. 1697 testeert Simon Onder de Linde, boekverkoper en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot erfgenamen zijn vier kinderen, door hem verwekt bij wijlen Rachel van Eijsden, genaamd Brechie, Gerrard, Adriaen en Willem Onder de Linde, alsmede zijn stiefzoon Johannis van Braem, voorzoon van Rachel van Eijsden, ieder voor een vijfde part. Voorwaarde is, dat zij kunnen blijven wonen in het huis, waarin hij, testateur, woonachtig is, en dat zijn oudste zoon Gerrard Onder de Linde en zijn stiefzoon Johannis van Braem in dat huis boeken blijven drukken en boeken blijven verkopen, tot het moment, waarop zijn vier kinderen gekomen zullen zijn tot hun mondigheid of huwelijk, op welk moment zijn boedel onder hen vijven verdeeld moet worden. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen en executeurs van zijn testament benoemt hij Gerrard van Eijsden, Arnoldus van Eijsden, Hermanus Erckelens en Pieter Blootelingh, resp. zijn zwagers en neef.

ONA Dordrecht inv. 288, f. 419: inventaris dd 19 mei 1700 van de goederen, die zijn nagelaten door Rachel van Eijsden [eerst weduwe van Willem van Braem en] laatst echtgenote van kapitein Simon Onder de Linden. Tot de boedel behoren;

een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt, genaamd “den Lindenboom”, welk huis door haar kinderen in gemeenschappelijk bezit wordt gehouden,

obligaties,

contant geld,

huisraad,

goud en zilverwerk,

samen bedragende 3382 gl. 6 st., waarvan moet afgetrokken worden een somma van 600 gl., die aan haar voorzoon Johannis van Braem toekomt wegens zijn vaderlijke goederen.

resteert: 2782 gl. 6 st., te verdelen over haar voorzoon Johannis van Braem, haar vier nakinderen en haar echtgenoot Simon Onder de Linden, ofwel ieders zesde part, nl. 463 gl. 14 st. 4 penn. Op 19 mei 1700 compareren Arnoldus van Eijsden en Hermanus Erckelens, voor zichzelf en als voogden ex testamento van wijlen Simon Onder de Linden, alsmede Pieter van Vianen, als voogd over Johannis van Braem, en verklaren de goederen, die Rachel van Eijsden heeft nagelaten, onderling verdeeld te hebben.

ORA Dordrecht inv. 1638, f. 50: op 19 mei 1700 verkopen Arnoldus van Eijsden en Hermanus Erkelens, burgers van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Gerard van Eijsden en Pieter Blotelingh, samen voogden ex testamento van Simon Onder de Linde, in zijn leven stadsdrukker en drukker van het “clijn zegel” te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Pieter Blootelingh, voor zichzelf en voor zijn medeconsorten, voor 960 gl. aan Hendrick Hendrickse, metselaarsknecht en burger van Dordrecht, en aan Helena Jans, weduwe van Arent van Veen, een huis met twee achterhuisjes, staande op de Riedijk tegenover het Riedijkstraatje, uitkomende op de stadsvest, genaamd “Sint Joris”, staande tussen het huis van Jan de Koningh en dat van de weduwe van Leendert Maartensz. Schouman. De kopers zijn schuldig aan de verkopers een somma van 450 gl. Dezelfde verkopers in hun genoemde hoedanigheid verkopen voor 3200 gl. aan Christoffel van Alsem, burger van Dordrecht, een huis bestaande uit twee gevels, staande in de Visstraat, vanouds genaamd “het Gulde Vlies” tussen het huis van Jan van de Flonck en dat van de weduwe van Jan van Helmond. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 11v: op 2 febr. 1701 verkopen Arnoldus van Eijsden, apotheker te Dordrecht, en Hermanus Erckelens, koopman te Dordrecht, als medevoogden ex testamento van kapitein Simon Onder de Linde, in zijn leven stadsdrukker en drukker van het “clijn zegel”, tevens als procuratie hebbende van Pieter Blootelingh, wonende in Den Haag, als hun medevoogd, voor 2400 gl. aan Johannis van Couwenhoven, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Adriaan Mels en dat van Pieter Schilmans. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1900 gl. Dezelfde verkopers ontvangen aan Jan Jansz. van Everdingen, mr. huistimmerman, een huis in de Lombardstraat, genaamd “de Gecroonde Lelie”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Smack en dat van Adriaan de Graaff. In de akte is de koopsom abusievelijk vermeld als 1615 gl. Dit moet zijn 615 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 141v: op 16 sept. 1702 verkopen Arnoldus van Eijsden, apotheker te Dordrecht, en Hermanus Erkelens, koopman te Dordrecht, als voogden over de kinderen van kapitein Simon Onder de Linde en Raegeltie van Eijsden, beiden overleden, en Johannes van Braam, stadsdrukker en drukker van het “clijn zegel” te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Adriaan Heckenhoeck, notaris te Dordrecht, een huis op de Voorstraat aan de landzijde tussen de Vriesestraat en de Grote Vismarkt, vanouds genaamd “de Lindeboom”, staande tussen het huis van Pieter van der Werff en dat van de koper.

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt in Dordrecht):

e. Johannes, 15 nov. 1654

f. Dirck (Theodorus) van Eijsden, 8 mei 1656, jongman van Dordrecht wonende bij de Beurs (1677), zeilmaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 jan. 1686 (een baar op de Riedijk voor Dirck van Eijsden zeilmaker), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 7/21 mrt. 1677 Anna van Bracht, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1677), weduwe van Dordrecht wonende tegenover het Nieuwpoortje (1686), trouwde 2e NG Dordrecht 17 nov. 1686 (ondertrouw) Pieter van Wingerden, jongman van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1686), zeilmaker

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 31: op 10 juli 1683 verkoopt kapitein Johan Boegert, koopman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Adriana en Elisabet Bogert, samen kinderen en erfgenamen van Maeijken Jans, weduwe van Nicolaes Bogert, voor 2000 gl. aan Theodorus van Eijsden, zeilmaker en burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk tegenover het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Job Lacroij. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

g. Gerrit van Eijsden, 20 febr. 1658

h. Maria van Eijsden, 13 aug. 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Schrijversstraat (1681), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 juli 1690 (een zwarte baar voor de vrouw van Hermanus Erckelens achter in het Steegoversloot), trouwde NG Dordrecht 20 juli/5 aug. 1681 Herman Erckelens, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1681), koopman

i. Justinus van Eijsden, 21 april 1661, jongman van Dordrecht (1684), trouwde NG Dordrecht 23 april 1684 (per schrijven van Gorinchem) Maria van Muijlwijck, jonge dochter van Gorinchem en daar wonende (1684)

j. Arnoudt (Arnoldus) van Eijsden, 2 april 1664, jongman van Dordrecht (1693), apotheker, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8 nov. 1693 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Sijmon Onder de Linde) Adriana van Dijck, jonge dochter van Dordrecht (1693)

Kinderen (allen Ng gedoopt in Dordrecht):

a. en b. Johanna en Theodora, 10 jan. 1695

c. Adriana, 3 juni 1697

d. Johannes, 4 jan. 1700

e. Anna Theodora, 11 aug. 1704

f. Hugo, 17 juni 1708

III. Gerard van Eijsden de jonge, gedoopt NG Dordrecht 19 sept. 1649, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1681), weduwnaar van Dordrecht wonende ald. (1704), koopman, trouwde 1e NG Dordrecht 27 april 1681 (ondertrouw, op 10 mei 1681 attestatie gegeven om te Zwijndrecht te trouwen) Margrita van Wetten, weduwe van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1681), trouwde 1e Cornelis ’t Hooft, houtkoper, 2e Gerecht/NG Dordrecht 1 juni 1704 (ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw te Rotterdam) Appollonia van der Steen, weduwe geboortig van Rotterdam (1704), trouwde 1e Jacob ten Hooff

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 86v: op 21 april 1678 verkopen “Anthonij Schaep, wonende tot Rotterdam in Echte hebbende Josina Praem, Soo voor sijn selven, als neffens de heer Hendrick Praem, out Borgemr. der Stadt Gorinchem alhier mede present, beijde aengestelde voochden over de minderjarige Erffgem. van de hr. Capn. Aernout Praem za.r mitsgaders Geerard van Eijsden de jonge meerderjarigen Soone van Maria Paem, t’samen Erffgenaemen vande gemelte Cap.n Aernout Praem za.r “, voor 1720 gl. aan Joris Roelants, Londenvaarder, een huis omtrent het Nieuwpoortje, genaamd “de Drie Coningen”, staande tussen het huis van kapitein Gijsbert van Botland en dat van Joris Roelants.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 93: op 18 mei 1686 verkopen Johan van Wetten pondgaarder en Hendrick Wens koopman, als man van Mondina van Wetten, burgers van Dordrecht, tevens vervangende Gerard van Eijsden, als man van Margarita van Wetten, allen kinderen en erfgenamen van Nicolaes van Wetten, in zijn leven commies ter recherche te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Johannes Cluijt mr. glasmaker en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] in de Kannenkopersbuurt met een klein huis erachter, uitkomende in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Michiel van Aensorgh en dat van kapitein Thibol.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 33v: op 7 mei 1697 verkopen Gerrit van Eijsden, voor zichzelf, Arnoldus ’t Hooft, voor zichzelf, en Jan van Wetten, samen voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Margarita van Wetten, bij haar verwekt door Cornelis ’t Hooft, haar eerste man, voor 2700 gl. aan Gosewinus Erkelens, koopman te Dordrecht, een mouterij en wasserij, staande in de Dolhuisstraat tussen het huis van Pieter de viskoper en dat van de weduwe Noteman.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

Ex 1:

a. Maria, 23 april 1682

b. Gerardt, 30 april 1683

c. Johannes, 13 mrt. 1697

d. Margareta, 24 april 1689

Ex 2:

e. Cornelis, 28 febr. 1706

f. Dionisius van Eijsden, 5 jan. 1708, volgt IV

IV. Dionisius van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 5 jan. 1708, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij de Munt (1738), “makelaar ter beurse”, trouwde Gerecht/Engelse kerk Dordrecht 31 mei/15 juni 1738 (de geboden gaan in de Engelse kerk, de bruid heeft mondeling consent van haar vader Jan Bootsman) Janna (Johanna) Bootsman, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1738)

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 190v: op 28 sept. 1762 verkoopt Engel Jacobsz. Blenkvliet, burger van Dordrecht, voor 1100 gl. aan Dionisius van Eijsden, ” makelaar ter beurse” te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het Weeshuisstraatje en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 197: op 18 juni 1765 verkoopt Nicolaas Nierhoff, koopman te Dordrecht, voor 2521 gl. en 10 st. aan Dionisius van Eijsden, koopman te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier korenzolders, staande in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Cornelis Rees, alsmede een kade ervoor met een pakhuis daarop, staande aldaar recht tegenover de haven.

ORA Dordrecht inv. 1665, f. 38v: op 8 juli 1766 verkoopt Dionisius van Eijsden, makelaar te Dordrecht, voor 4000 gl. aan Jan van der Linden Goverdsz., wonende te Dordrecht, een huis met een pakhuis ernaast, bestaande uit een kelder en vier korenzolders, staande in de Houttuinen tussen de Grote Kerkstraat en het huis van Cornelis Rees, alsmede een kade ervoor met een pakhuis daarop, staande aldaar recht tegenover de haven.

ORA Dordrecht inv. 1665, f. 61v: op 20 nov. 1766 verkoopt Nicolaas van den Hespel, mr. bakker en burger van Dordrecht, als man van Cornelia Johanna Lesier, voor 2000 gl. aan Dionisius van Eijsden, ” makelaar ter beurse”, een huis in de Voorstraat, staande tussen het Weeshuisstraatje en het huis van N. Hulstman.

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 245v: op 25 nov. 1777 verkoopt Jacob de Koning, burger van Dordrecht, voor 4450 gl. aan Janna Bootsman, weduwe van Dionisius van Eijsden, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, uitkomende in de Weeshuisstraat en staande tussen het huis van de koopster en dat van de wijnkoper Willem Kramers.

ORA Dordrecht inv. 1758, f. 211v: op 8 febr. 1785 verkoopt Janna Bootsman, weduwe van Dionisius van Eijsden, koopvrouw te Dordrecht, voor 800 gl. aan Gerrit Dooren, wonende op grond van de Merwede, een huis op de Noordendijk, staande op grond van de Merwede tussen het huis van Bart Vermeulen en dat van Hendrik Boonen.

ORA Dordrecht inv. 1676, f. 62v: op 8 juli 1790 verkopen “Jacob Staats van Hoogstraten als in huwelijk hebbende vrouwe Apolonia van Eijsden, ende … Arnoldus Noteman Jz als in huwelijk hebbende vrouwe Gerardina Maria van Eijsden, eenige nagelaten Kinderen en Erfgenamen van Juffrouw Johanna Bootsman, in leven weduwe en Boedelhouderesse van de Heer Dionisius van Eijsden, gewoond hebbende, en den 25 Maart 1790 overleden binnen dese Stad, wonende” te Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jan Papenhuizen, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat, staande tussen de Weeshuisstraat en het huis van Belia de Hart, weduwe Van Rietschoten.

Kinderen:

a. Apolonia van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 12 april 1739, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt (1757) trouwde Gerecht/Engelse kerk Dordrecht 11/26 juni 1757 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerrit van Hoogstraten, de bruid met haar vader Dionisius van Eijsden) Jacob Staats van Hoogstraten, jongman van Dordrecht wonende op de Vest (1757)

b. Jan, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1740

c. Mary, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 20 febr. 1743 (geboren 16 febr. 1743, “the said Dennis van Eijsden then Elder in service and Maaike Bootsman his mother in law sponsors”)

d. Mary, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 16 aug. 1744 (geboren 10 aug. 1744, getuigen: Dennis van Eijsden, Mary Bootsman)

e. Gerard, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 19 dec. 1745 (geboren 15 dec. 1745, getuigen: Dennis van Eijsden, Maaijke van der Elst)

f. Mary, gedoopt Engelse kerk Dordrecht 9 aug. 1750 (geboren 7 aug. 1750 (getuigen: Dennis van Eijsden, Catharina van Elst)

g. Gerardina Maria van Eijsden, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1752, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende [in de Voorstraat] in de Kannenkopersbuurt (1773), weduwe geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij het stadhuis (1797), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 aug. 1803 (Gerardina Maria van Eijsden, de vrouw van mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, 51 jaar oud, verval van krachten, van de buitenplaats, bijgezet, met de lijkkoets, laat geen kinderen na), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/23 mrt. 1773 (de geboden gaan te Amsterdam; de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria Meloen, de vrouw van Jan Noteman, de bruid met haar moeder Janna Bootsman, weduwe van Dionisius van Eijsden) Arnoldus Noteman Jansz., jongman geboren te Amsterdam (1773), raad en vroedschap en regerend schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 aug. 1793 (Arnoldus Noteman, laat geen kinderen na, met tien koetsen extra, de hoogste boete). Gerardina Maria trouwde 2e Gerecht Dordrecht 28 april/14 mei 1797 (de geboden gaan te Boxtel) mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, weduwnaar geboren te Dordrecht wonende te Boxtel (1797)

De Roo kocht in 1779 het landgoed “De Zegenwerp”, ten zuiden van St.Michielsgestel. (gelderlander.nl)

Zie ook de genealogie De Roo op deze website.

Hendrik de Roo van Wulverhorst (foto: Museum Van Gijn te Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1678, f. 107: op 2 mei 1797 verkoopt Gerarda Maria van Eijsden, weduwe van Arnoldus Noteman, wonende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan Nicolaas Rodenburgh, mede te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen op de stadsvest tussen de Vriesepoort en de St. Jorispoort, op of aan de lijnbaan, genaamd “de Ockense Baan”, welke huizen door de koper worden bewoond, staande tussen de loods en de stal van de lijnbaan, strekkende van de lijnbaan tot achter aan de Spuihaven.

ORA Dordrecht inv. 1679, f. 376: op 27 juli 1803 verkopen “Mattheus Gilles Rees, Secretaris dezer Stad en Jan Papenhuizen, beide wonende alhier, als ten dezen gevolmagtigd van Vrouwe Gerardina Maria van Eijsden, eerst weduwe en universeele Erfgename van wijlen den heere Arnoldus Noteman, thans Echtgenote van den Heere Mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, wonende binnen deze Stad, zijnde gemelde Vrouwe door den voorn: haren Man tot het passeren dier volmagt geauthoriseerd en geadsisteerd”, voor 20.000 gl. aan mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, een woonhuis op de Nieuwe Haven, staande tussen het Lamstraatje en het pakhuis van mr. Nicolaas Backus.

ORA Dordrecht inv. 1761, f. 48v: op 19 april 1804 verkopen “Mr. Hendrik de Roo van Wulverhorst, Mattheus Gilles Rees en Jan Papenhuijzen, alle drie wonende binnen de Stad Dordrecht, in qualiteit als Executeurs van den Testamente van van wijlen vrouwe Gerardina Maria van Eijsden, bevorens weduwe van wijlen de Heer Arnoldus Noteman en laatst huisvrouw van voornoemde Heer en Mr. Hendrik de Roo, gewoond hebbende en overleden binnen deze Stad” voor 16.300 gl. aan Johannes van der Elst Jacobsz., raad van Dordrecht en de Merwede, een Plaizier-Tuin of buijten verblijf, met desselvs beplanting, Bepoting en betimmering, als mede het daar op staande Heeren Huis en Tuinmanshuis, met al het gene daar in aard en Nagelvast is, voots de Loots, of Berging, Trekkassen, Katingen en verdere ab- en dependentien van dien, staande en gelegen even buijten de Stad Dordrecht, op Stadsgrond an den Zantweg of tweede Cingel, Tuin gequoteerd Letter E N. 658 en het Tuinmanshuis E N. 659″, staande en gelegen tussen het buitenverblijf van A.B. van den Brandeler en de molen van Frank van der Schoor en Zonen.