I. Matthijs Govertsz., schipper van Wessem (1596), trouwde NG Dordrecht 10 nov./3 dec. 1596 Pieterken Willem Adriaensdr., van Dordrecht (1596)
Kinderen:
a. Govert Matthijsz. van Wessem, geboren naar schatting ca. 1598, volgt IIa
b. Reijnier Matthijsz. van Wessem, gedoopt NG Dordrecht juni 1599, volgt IIb
c. Anna, gedoopt NG Dordrecht juli 1604
IIa. Govert Matthijsz. van Wessem, geboren naar schatting ca. 1598, jong gezel van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1625), kousenmaker, voorlezer in de Nieuwkerk, ziekenbezoeker, trouwde NG 7/21 dec. 1625 Maijken Cornelis Jacobsdr., van Dordrecht wonende achter in de Botgensstraat (1625)
ONA Dordrecht inv. 62, f. 463: verklaring dd 26 mei 1648 door o.a. Govert Van Wessem, voorlezer in de Nieuwkerk, 50 jaar oud.
ONA Dordrecht inv. 138, f. 468: verklaring dd 30 aug. 1659 door Maijken Cornelis, de vrouw van Govert Matthijsz. van Wessem, ziekbezoeker, 60 jaar oud.
Kinderen (allen NG gedoopt Dordrecht):
a. Mattijs, april 1626,
b. Aechtken van Wessem Govertsdr., nov. 1627, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Boom (1654), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 7/28 juni 1654 (proclamatie in Breda) Johannes Cornelisz. van Helmond, jongman van de Klundert wonende in Breda (1654), bakker
c. Cornelis van Wessem, febr. 1630, volgt IIIa
d. Sara, juli 1632
e. Hermanus van Wessem, febr. 1640, volgt IIIb
f. Petronella, 31 mrt. 1642
IIb. Reijnier Mathijsz. van Wessem, gedoopt NG Dordrecht juni 1599, van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat naast Albert de bakker (1624), bakker, pachter van het gemaal te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 78, f. 28, akte dd 8 febr. 1640), trouwde NG Dordrecht 27 okt. 1624 (ondertrouw) Adriaentgen Adriaen Cornelisdr., van Dordrecht wonende in de Kleine Spuistraat bij Cornelis Pietersz. “stebode” (1624), dochter van Adriaen Cornelisz. Beuijs en NN
ONA Dordrecht inv. 63, f. 52v: op 12 mrt. 1650 testeren Reijnier van Wessem bakker en zijn vrouw Adriaentje Adriaensdr., burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en dan aan elk van hen een bedrag van 6 gl. uit te keren. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, alsmede Govert van Wessem en Jan Hendricxsz. Herp, resp. hun broer en zwager.
ONA Dordrecht inv. 63, f. 461: op 6 mei 1651 verklaart Adriaentgen Adriaensz., weduwe van Reijnier van Wessem, burgeres van Dordrecht, een overeenkomst gesloten te hebben met Jean Soupart, knoopmaker en burger van Dordrecht, waarbij zij afstand heeft gedaan van een huis, staande tussen het huis van Soupart en de Heer Heijmansuijsstraat. Zij heeft met toestemming van Damas Dircxsz. van den Beeck, als man van Stijntgen van Wessem, Pieternellla van Wessem, “bejaerde” ongehuwde dochter, Matthijs Reijniersz. van Wessem, Cornelia van Wessem, de vrouw van Joris Jorisz. Harinck en Govert van Wessem, tevens vervangende Jan Hendricxsz., beiden als voogden over de minderjarigen, allen kinderen van Adriaentgen Adriaensdr., hun moeder resp. schoonmoeder, ontvangen van Jean Soupart een somma van 800 gl.
ONA Dordrecht inv. 60, f. 451: op 26 jan. 1642 verklaart Adriaen Cornelisz. Beuijs, schipper en burger van Dordrecht, dat hij op 25 jan. 1641 voor notaris D. Eelbo te Dordrecht, zijn testament gemaakt heeft , waarbij hij zijn dochter Ariaentge Arijens “geïnstitueert” heeft in het vruchtgebruik van zijn na te laten goederen en in het vruchtgebruik van de meubelen, inboedel en het zilverwerk, welke Reijnier van Wessem, de man van zijn dochter, aan hem getransporteerd heeft, en in de eigendom van beide haar kinderen. Hij verklaart voorts, dat hij wil, dat Govert van Wessem en Jan Hendriksz. Herp, die hij tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen heeft benoemd, indien het hun raadzaam dunkt, zijn dochter mogen “admitteren” tot de volkomen eigendom van zijn na te laten goederen, zodat zij daarmee kan doen naar haar believen.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Pieternella Reijniersdr. van Wessum, mei 1627, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat (1654), trouwde NG Dordrecht/De Lindt 26 april/10 mei 1654 Samuel Anthonisz. Vreun (Vreem), jongman van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat (1654), grofschilder
ONA Dordrecht inv. 239, f. 450: op 15 aug. 1668 testeren Samuel Anthonisz. Vreun, grofschilder, en zijn vrouw Pieternella van Wessem, burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. Die langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen en hun dan een somma van 20 gl. uit te reiken. Als de eerststervende van hen beiden komt te overlijden zonder kinderen na te laten of wanneer die kinderen zullen overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal dat bedrag van 20 gl. toekomen aan de langstlevende, die dan aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende een bedrag van 6 gl. moet uitkeren.
b. Mathijs Reiniers. van Wessem, mei 1629, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1651), bakker, trouwde NG Dordrecht 23 april/7 april 1651 Stijntgen Willemsdr. van Woensel, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1651)
Kinderen (o.a.):
b-1. Willemijntge, gedoopt NG Dordrecht 3 juni 1654, jonge dochter aan de Vismarkt (1684), trouwde NG Dordrecht 19 mrt./3 april 1684 Jan van Heerenthals, weduwnaar in de Stoofstraat (1684)
Dochter:
b-1-1. Christina, gedoopt NG Dordrecht 5 okt. 1693
b-2. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 16 jan. 1658
b-3. Reijnier, gedoopt NG Dordrecht 6 mei 1660
b-4. Ariaentje, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1662
c. Stijntje (Christina) Reijniersdr. van Wessem, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1651), trouwde NG Dordrecht 29 jan. 1651 Damas Dircxsz. van de Beeck, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1651), wijnkuiper
d. Cornelia van Wessem, mrt. 1631, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1650), trouwde NG Dordrecht 15 mei 1650 Joris Jorisz. Harinck (alias Joor in Graeff Jan: ONA Dordrecht inv. 328, f. 64, akte dd 29 mrt. 1664), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Houttuin (1650), herbergier
e. Cornelis, okt. 1635
f. Willemijntje, mei 1641
g. Aeltje, 25 nov. 1643
h. Anna, 23 sept. 1648
IIIa. Cornelis van Wessem, gedoopt febr. 1630, jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1655), twijnder, koopman, trouwde NG Dordrecht 21 mrt. 1655 (ondertrouw) Neesje (Nijsjen) Aertsdr. van ’t Zandt, jonge dochter van Gorinchem en daar wonende (1655)
ONA Dordrecht inv. 323, f. 442: op 22 okt. 1676 testeren Cornelis van Wessem, twijnder, en zijn vrouw Neesken Aertsdr. vant Sant, burgers van Dordrecht, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun kinderen, Arnoldus en Maria van Wessem, te onderhouden tot zij mondig zijn geworden of gaan trouwen en hun dan uit te keren een somma van 1000 gl. Als de langstlevende echter gaat hertrouwen moet hij of zij aan de kinderen een bedrag van 2000 gl. uitkeren en moet de boedel dan verdeeld worden, de helft voor de langstlevende en de helft voor de kinderen.
ORA Dordrecht inv. 1633, f. 65v: op 4 okt. 1691 verkoopt Adriaan van de Schepper, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Glaude de Lormier, pagadoor-generaal [betaalmeester] van ’s lands militie, wonende in ‘s-Gravenhage, voor 2600 gl. aan Cornelis van Wessem, koopman te Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] bij de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Catharina van den Steen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 9v: op 2 mrt. 1695 verkoopt Aarnout van Wessum, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nijsjen van Sant, weduwe van Cornelis van Wessum, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Martinus van Wessum, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, staande tussen het huis van voornoemde Nijsjen van Sant en dat van de erfgenamen van juffrouw Van den Steen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Arnoldus van Wessem, 10 okt. 1659, volgt IVa
b. Joannes Wilhelmus, 5 april 1662
c. Maria van Wessem, 18 febr. 1664
d. Lydia, 2 april 1666
IIIb. Hermanus van Wessem, gedoopt NG Dordrecht febr. 1640, jongman van Dordrecht wonende op de Boom (1665), boekbinder, boekverkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 sept. 1706 (Hermanus van Wesse, wonende aan de Pelserbrug, één koets extra), trouwde NG Dordrecht 8/24 mrt. 1665 Agatha Romeijn, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1665), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 nov. 1691 (een baar voor de vrouw van Hermanus van Wessem, boekbinder, bij de Pelserbrug)
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 19: op 12 mei 1683 verkopen Bartholomeus van de Grient, mr. huistimmerman, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessem, als man van Agatha Romeijn, beiden erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romeijn, voor 265 gl. aan Geerit Lares, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande naast het huis van Hendrick van Beeck.
ORA Dordrecht inv. 1629 f. 20: op 13 mei 1683 verkopen Bartholomeus van de Grient, mr. huistimmerman, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessem, als man van Agatha Romeijn, als erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, voor de helft, en Hendrick van Beeck, voor de wederhelft, voor 850 gl. aan Bastiaen Jansz., bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat , staande tussen het huis van Hendrick van Beeck en dat van Pieter Pieters bierdrager. De koper is schuldig aan Helena Deijlman, weduwe van Adriaen Mels een bedrag van 600 gl.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 20: op 13 mei 1683 verkopen voornoemde Van de Grient en Van Wessem voor 2000 gl. aan Hendrick van Hambeecq, bakker en burger van Dordrecht, een huis, staande tussen de Nieuwe Breestraat en het huis van de weduwe van Cornelis Staes. De koper is schuldig aan de Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, een somma van 1100 gl.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26: op 22 juli 1683 verkopen Hendrick van Beeck, voor de ene helft, en Bartholomeus van de Grient, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessem, als man van Agata Romeijn, als erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, bakker en burger van Dordrecht, samen voor de wederhelft, voor 2255 gl. aan Hendrick Lambertsz. de Bruijn, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Samuel Porlingh en dat van Pieter de Jongh.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 107: op 25 febr. 1696 verkopen Bartholomeus van de Grient en Hermanus van Wessem, burgers van Dordrecht, voor 570 gl. aan Christiaan Essebrugh, mr. smid en burger van Dordrecht, een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Johannes van der Linden en dat van Sara Ariensdr. De koper is schuldig aan Govert de Nijsse, viskoper en burger van Dordrecht, een bedrag van 400 gl.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 147: op 7 juni 1696 verkopen Bartholomeus van de Grient en Hermanus van Wessem, burgers van Dordrecht, als erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romijn, voor 790 gl. aan Daniël Baesjouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Riedijkstraat, staande tussen het huis van kapitein Walbeecq en dat van Hans Jurrien. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 525 gl.
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 77v: op 13 okt. 1710 verkopen Bartholomeus van de Grient, als weduwnaar van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessem, als weduwnaar van Agata Romijn, als erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romijn, burger van Dordrecht, voor 500 gl. aan Huijbert Tijsz. van der Zanden, burger van Dordrecht, een huis in de Grotekersbuurt, staande tussen het huis van ds. Van der Meer en dat van Van Gerven.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Govert van Wessem, 18 nov. 1667
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 5: op 1 febr. 1713 comp. “Jan De Bedts notaris en Proc.r binne deser Stad, als Last en procuratie hebbende van Elske Jans van Driel wed.e van Willem Verdonk, wonende tot Heusden en Geertruij Jans van Driel wed.e van Coenraad Heijberg, tot Speijk wonende, beijde kinderen van Metje Valken, Jan Claasse Hagen, wonende in Dalem soon van Hendrikje Valken, Pieter van Lexmont als last en procuratie hebbende van Maria Valken sijne moeder mede wonende tot Dalem, de voorsz. procuratie dato deser gepasseert voor Schepene der Vrijheerlijkheijt Dalem mitsgaders verder sterkmakende voor deselve sijne moeder, Jasper Werckhoven, Hendrik Werkhove, bijde wonende tot Delft ende Willem Werkhoven tot Rotterdam wonende alle drie kinderen van Jannetje Valken, Willem Valken, wonende tot Vuren, Leendert Steenevelt als in huwelijk hebbende Geertruijt Valken wonende tot Rotterdam, alle jegenwoordig binnen deser Stede ten Sterfhuijse van zal.r Govert van Wessem in sijn leven Coopman binnen dese Stad, dewelke respectivelijk in qualite boven gemelt [optreden] als erfgen: ex testamento van(de) voorsz. Govert van Wessem opde 11 Julij 1705 gepasseert voorde Notaris Albertus van Nievelt binnen deser Stede Dordregt residerende”. De comparanten verkopen voor 1200 gl. aan Dirk Kunsius, burger van Dordrecht, een huis in de Houttuin (belenders niet vermeld).
ORA Dordrecht inv. 1781, f. 150: op 1 febr. 1713 comp. “Jan de Bets nots. en procur. binnen dese Stad, als last en procuratie hebbende van Elske Jans van Driel wed. van Willem Verdonk, wonende tot Heusden, ende Geertruij Jans van Driel wed.e van Coenraad Heijbergh, tot Speijk wonende, beijde kinderen van Metje Valken, Jan Claessen Hagen, wonende in Dalem, Soon van Hendrickie Valken, Pieter van Lexmont, als last en procuratie hebbende van Marija Valken, sijne moeder mede woonende tot Dalem, d’voorz. procuratie dato deser gepass.t voor schepenen der vrije heerlijkhuijt Dalem mitsgrs sig verder sterkmaekende voor deselve sijne moeder, Jasper Werkhoven, Hendrik Verkhoven [sic], beijde woonende tot Delft, ende Willem Werkhoven tot Rotterdam wonende, alle den kinderen van Jannetje Valken, Willem Valken, wonende tot Vuren, Leendert Steenevelt, als in huwelijk hebbende Geertruij Valken, woonende tot Rotterdam, alle jegenwoordig binnen deser Stede, ten sterffhuijse van sal.r Govert van Wessem, in zijn leven Coopman binnen dese Stad, dewelke respectivelijk in qualite boven gemelt [optreden] als Erfgen. ex testamento vande voorz. Govert van Wessem op den 11 Julij 1705 gepass.t voor den nots. Albertus van Nievelt binnen deser Stede Dordregt residerende volgens de procuratie gepasseert voor den nots. Samuel de Moraaz en seekere getuijgen binnen dese Stad Dordt residerende in dato den 14′ Meij 1712”. De comparanten verkopen aan Arnoldus Heijnen en Dirk Kumsius, burgers van Dordrecht, voor 750 gl. ieder de helft van een windzaagmolen, staande op de Lijnbaan op grond van de Merwede.
b. Martinus van Wessem, 6 aug. 1670, volgt IVb.
c. Agatha, van Wessem, 5 april 1673, weduwe van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1708), trouwde 1e Teunis Spruijt, 2e Gerecht/NG Dordrecht 5 nov./2 dec. 1708 Jan van Holverda, jongman van Franeker wonende in de Vleeshouwersstraat (1708)
d. Abraham, 7 okt. 1675
e. Jacobus, 7 dec. 1679
f. Maria, 20 febr. 1689
IVa. Arnoldus (Aernout) van Wessem, gedoopt NG Dordrecht 10 okt. 1659, jongman van Dordrecht wonende bij de Kerkstraat (1686), koopman, trouwde NG Dordrecht 15 sept./1 okt. 1686 Elisabeth van Duijvelandt, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Kerkstraat (1686), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 juni 1700 (de vrouw van kapitein Aernolt van Wessem, bij de Boom), dochter van Crijn Marinusz. van Duivelandt en Anna Ranck
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 105: op 8 juni 1690 verkoopt Henderick Weeda, bleker en burger van Dordrecht, als man van Maria de Pater, eerder weduwe van Casper Joris, voor 450 gl. aan Aernout van Wessum, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat met een huisje erachter, uitkomende op het Nieuwkerkhof, staande tegenover het klokhuis [van het Nieuwkerkhof] tussen het huis van Jacob Hermans en dat van schipper Pieter Cop.
ORA Dordrecht inv. 1638, f. 37v: op 4 mei 1700 verkoopt Annigie Jansdr., weduwe van Arij van Leent, voor 605 gl. aan Arnold van Wessem, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat omtrent de Torenstraat, staande tussen de uitgangen van het huis van de koper aan weerszijden.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Agnes van Wessem, 16 juni 1687, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Nieuwkerkstraat (1710), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 sept. 1710 (ondertrouw, de bruid heeft mondeling consent van haar vader) Johannes de Raven, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1710), koopman
ORA Dordrecht 1655, f. 102: op 9 april 1739 verkopen Johan den Raven, koopman te Dordrecht, als man van Agnes van Wessem, en Anna van Wessem, enige nagelaten kinderen van Arnold van Wessem, koopman te Dordrecht, voor 2050 gl. aan Cornelia Maria Vastrik, weduwe van notaris Jan de Bedts, wonende te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, staande tussen het huis van Johan den Raven en dat van mr. Casper Balthasar Doll van Ourijk, alsmede voor 375 gl. aan Jacobus Subergondie, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen de twee uitgangen van het huis van Johan den Raven. De koper is schuldig aan Johan den Raven een somma van 375 gl.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 203: op 16 mrt. 1747 verkoopt notaris Pieter van Gelsdorp, als gemachtigde van de diakenen van de NG gemeente te Dordrecht, voor 200 gl. aan Agnes van Wessem, weduwe van Jan den Rave, wonende te Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Dirk Bouman en dat van [NN] Vermeulen.
ORA Dordrecht inv. 1663, f.. 1v: op 15 jan. 1760 verkoopt Isaacs Morjé, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnes van Wessem, weduwe van Johan de Raven, voor 1200 gl. aan Dirk Veen, burger van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen, “tot een woninge geapprorieert” op de Voorstraat omtrent de Boomstraat, strekkende met uitgangen tot in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Jan Heijblom en dat van [NN] de Haan.
b. Anna van Wessem, 15 dec. 1688, trouwde Jacob de Sterke
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 203: op 14 okt. 1734 verkoopt Willem Kluijt, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Thesonier, weduwe van Pieter Tulleken, voor 4300 gl. aan Anna van Wessem, weduwe van Jacob de Sterke, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Nicolaas Wels en dat van Pieter van Zeeberg.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 181v: op 29 nov. 1746 verkoopt Adriaan Onderdelinde, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnes van Wessem, weduwe van Jan den Rave, als enige erfgename van haar zuster Anna van Wessem, weduwe van Jacob de Sterke, voor 3560 gl. aan Hendrik Gabriel Certon, predikant van de Waalse gemeente te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van mr. Tieleman van Zeeberg, burgemeester van Gouda, en dat van Johannes van Breda.
c. Marija, 2 dec. 1692
d. Quirin Marinus, 29 mrt. 1694
e. Cornelis, 4 aug. 1696
f. Jacomina, 24 okt. 1699
IVb. Martinus van Wessem, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1670, jongman van Dordrecht (1692), twijnder, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 jan. 1692 (volgens attestatie van ondertrouw van Charlois) Maria Verschoor, jonge dochter van Charlois (1692)
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 9v: op 2 mrt. 1695 verkoopt Aarnout van Wessum, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Nijsjen van Sant, weduwe van Cornelis van Wessum, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Martinus van Wessum, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Boomstraat, staande tussen het huis van voornoemde Nijsjen van Sant en dat van de erfgenamen van juffrouw Van der Steen. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Aletta, 29 juni 1696
b. Jacob van Wessem, 3 jan. 1705, volgt V
c. Agatha, 25 jan. 1706
d. Harman, 14 febr. 1707
e. Agnes, 4 sept. 1711
V. Jacob van Wessem, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1705, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1749, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 mei 1771 (Jacob van Wessem, op de Hellingen, laat een kind na, met de gewone koetsen, voor de schutterij, drie kwart uur luiden), trouwde Gerecht/NG 8/23 febr. 1749 (de bruid heeft schriftelijk consent van haar ouders Frans van Maanen en Marijke van der Linden) Anna van Manen, jonge dochter van Geldermalsen wonende in de Vriesestraat (1749)
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 78v: op 31 jan. 1764 verkoopt Jacob van Wessem, burger van Dordrecht, voor 1660 gl. aan Wouter van Dam, fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jan van Cleeff en dat van kapitein Strik.
Kind:
a. Martinus van Wessem, gedoopt NG Dordrecht 22 mrt. 1755, volgt VI
VI. Martinus van Wessem, gedoopt NG Dordrecht 22 mrt. 1755, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Lombardstraat (1781), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 april/6 mei 1781 (de bruidegom geassisteerd met zijn vriend Hendrik Kraft, de bruid heeft schriftelijk consent van haar moeder Johanna Tierens, weduwe van Gerrit de Haan) Geertruij de Haan, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Doelstraat (1781), overleden Dordrecht 12 aug. 1811, begraven ald. 14 aug. 1811 (Geertruij de Haan, de vrouw van Martinus van Wessem, laat geen kinderen na, in de Augustijnenkamp C:1249)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jacob, 24 mrt. 1782
b. Gerrit, 2 mei 1784
c. Martinus, 6 nov. 1790