I. Willem Jansz. Wens, geboren ca. 1569, jong gezel van Breda (1593), weduwnaar (1632), trouwde 1e Gerecht (onderscheiden gezindten) 16 juli/1 aug. 1593 Cornelia (Neeltgen) Hendricxdr., jonge dochter van Dordrecht (1593), 2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 2/17 april 1632 Maria Ariensdr. van Ruijtevelt, weduwe (1632)
ONA Dordrecht inv. 21, f. 246: verklaring dd 15 juni 1615 door o.a. Willem Jansz. Wens, 46 jaar oud, wonende te Dordrecht.
1000e penning Dordrecht anno 1626, f. 20: Willem Jansz. Wens, bij de Tolbrug, is 4000 gl. gegoed.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 655: huwelijkse voorwaarden dd 5 mrt. 1632 tussen Willem Jansz. Wens, weduwnaar, geassisteerd met Cornelis en Hendrick Wens, zijn zoons, en Maria Adriaensz. van Rutevelt, weduwe van Guilliam van den Berghe, geassisteerd met Francois Craen en Simon Pouwelsz. van Granaten, haar zwagers. (In margine: herroepen op 1 april 1632.)
Kinderen (ex 1):
a. Cornelis Willemsz. Wens, geboren naar schatting ca. 1595, volgt II
b. Maria Wens Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1600, trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) 23 dec. 1627/17 jan. 1628 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pauwels Lucasz. van Carnakel, de bruid met haar ouders Willem Wens en Cornelia Hendricx) Sijmon Pauwels. van Carnakel (alias van Granaten), zoon van Pauwels Lucasz. van Granaten en Pieterken Andries, Simon trouwde 2e Wilhelmina van den Berghe
ONA Dordrecht inv. 67, f. 336: op 9 mrt. 1640 testeert Simon Pouwelsz. van Granaten, ziek te bed liggende. Hij prelegateert aan zijn Willem en Jopken Simons van Granaten, zijn nakinderen, verwekt bij zijn vrouw Wilhelmina van den Berghe, samen een bedrag van 600 gl. Tot erfgenamen van zijn overige goederen benoemt hij zijn voordochter Maijken Simonsdr., verwekt bij zijn vorige vrouw Maijken Wens Willemsdr., zijn twee nakinderen en zijn vrouw in een kindsgedeelte. Hij benoemt tot voogden over zijn voordochter Cornelis en Hendrick Willemsz. Wens en tot voogd over zijn nakinderen zijn vrouw.
Kind (ex 1):
b-1. Maijken Simonsdr. van Granaten, geboren naar schatting ca. 1628, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1647), trouwde NG Dordrecht 18 aug. 1647 (ondertrouw) Hendrick Gerritsz. Schut, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1647), wijnkuiper
ONA Dordrecht inv. 60, f. 681v: op 7 nov. 1642 verklaren Cornelis en Hendrick Willemsz. Wens, broers en burgers van Dordrecht, als ooms en voogden van Maijken Simonsdr., dochter van wijlen Simon Pouwelsz. van Granaten, door hem verwekt bij Maijken Wens Willemsdr., hun overleden zuster, ontvangen te hebben van Johan van der Heul een bedrag van 359 gl. 3 st. en 7 penn., die het weeskind is aanbestorven door overlijden van haar grootmoeder Pieterken Andries, weduwe van Pauwels Lucasz. van Granaten.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 250v: op 7 okt. 1647 verklaart Hendrick Gerritsz. Schut, wijnkuiper, als man van Maria Simonsdr. van Granaten, geassisteerd met zijn vader Gerrit Schut, ontvangen te hebben van Hendrick Willemsz. Wens, zijn aangetrouwde oom, alle goederen, die zijn vrouw zijn aanbestorven bij overlijden van haar vader, moeder, grootmoeder en anderen.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
b-1-1. Simon, 24 febr. 1649
b-1-2. Hendrick, 13 febr. 1651
b-1-3. Willem, 31 jan. 1653
c. Hendrijck Willemsz. Wens, geboren ca. 1602, van Dordrecht wonende [in de Wijnstraat] naast de kaaswaag (1623), wijnkuiper, trouwde 1e NG Dordrecht 2/18 april 1623 Maria Coenraet Willemsdr., van Dordrecht wonende bij Gillis Pietersz. (1623), 2e Margrieta van Boedonck
ONA Dordrecht inv. 34, f. 109: verklaring dd 18 april 1631 door o.a. Hendrijck Willemsz. Wens, burger van Dordrecht, 29 jaar oud.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 467: op 20 juli 1634 testeren Hendrick Wens Willemsz. en zijn vrouw Maria Coenendr., burgers van Dordrecht. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 25 gl. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn aan Maijken Simonsdr. van Granaten, de dochter van zijn overleden zuster Maijken Wens, en aan Janneken Coenen, de zuster van de testatrice, al de kleren, juwelen en het zilverwerk van de eerststervende van hen, testateuren, uit te reiken, uitgezonderd de beste rode “siele” en een diamanten “roosjes” ring, die de testatrice legateert aan Lijdia Willems, dochter van haar broer Willem Coenen. Als de eerststervende komt te overlijden zonder kinderen, bij elkaar verwekt, na te laten, moet de testateur, als hij de langstlevende zal zijn, aan Janneken Coenen en Maijken Simonsdr. van Granaten, of bij vooroverlijden hun kinderen, aan hen beiden een bedrag van 2000 gl. uitkeren. Als de testateur in voornoemd geval de eerststervende zal zijn, moeten de erfgenamen ab intestato van de testatrice aan Maijken Simonsdr. van Granaten en Willem Cornelisz. Wens, de kinderen van zijn zuster en broer, een somma van 2000 gl. uitkeren.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 247v: op 30 aug. 1636 testeren Hendrick Wens Willemsz. en zijn vrouw Maria Coenraetsdr., burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voor waarde, dat die aan Maijken Simonsdr. van Granaten, dochter van zijn overledens zuster Maria Wens, en aan Janneken Coenraetsdr., de zuster van de testatrice, samen of de langstlevende van hen beiden de kleren, juwelen en het zilverwerk van de eerstoverlijdende zal uitreiken, met uitzondering van de beste rode “siele” en diamanten “roosjes” ring van de testatrice, die zij wenst na te laten aan Lijdia Willems, dochter van haar broer Willem Coenraats. Als de langstlevende komt te overlijden zonder kinderen na te laten, moeten de erfgenamen van de testateur, als hij de langstlevende is, na zijn overlijden aan de broers en zuster van de testatrice of bij vooroverlijden aan hun nakomelingen en aan Maijken Simonsdr. samen een bedrag van 2000 gl. uitkeren, waarvan Janneken Coenraats en Marijken Simonsdr. of hun nakomelingen als prelegaat elk een somma van 300 gl. moeten krijgen. Als hij de eerststervende zal zijn, moeten de erfgenamen van de testatrice na haar overlijden aan zijn broer Cornelis Willemsz. Wens en Maijken Simonsdr. of hun nakomelingen een bedrag van 2000 gl. uitkeren, mits dat Maijken Simonsdr. daarvan als prelegaat zal krijgen een somma van 300 gl. Voorwaarde daarbij zal zijn, dat als Maijken voor haar mondigheid of huwelijk komt te overlijden haar aandeel in de 2000 gl. en voornoemde kleren weer zullen komen aan de zijde, door wie die 2000 gl. en kleren aan haar zijn gelegateerd.
ONA Dordrecht inv. 59, f. 306: op 13 okt. 1636 testeren Hendrick Wens Willemsz. en zijn vrouw Maria Coenraats. Zij herroepen hun eerdere testament, dat zij hebben gepasseerd voor notaris D. Eelbo te Dordrecht op 30 aug. 1636. Zij legateren aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Als hij de langstlevende zal zijn, zal hij aan Maijken Simonsdr. van Granaten, het weeskind van zijn overleden zuster Maijken Wens, uitreiken al de kleren, juwelen en het zilverwerk van zijn vrouw, met uitzondering van haar beste rode “siele” en een diamanten “rooskens” ring, die testatrice legateert aan Lijdia Willems, dochter van haar broer Willem Coenraats. Als de testatrice de langstlevende zal zijn, is zij gehouden aan zijn broer Cornelis Willemsz. Wens of bij vooroverlijden diens nakomelingen voor de helft en aan Maijken Simonsdr. van Granaten voor de wederhelft uit te reiken al de kleren en wapens van de testateur. Als zij zonder kinderen na te laten komen te overlijden, moet hij, testateur, aan de broer van de testatrice of diens nakomelingen en aan Maijken Simonsdr. van Granaten samen een bedrag van 2000 gl. uitkeren, mits laatstgenoemde daarvan vooraf 600 gl. zal krijgen. Voorwaarde daarbij is, dat de langstlevende van de testateuren van die 2000 gl. zijn of haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. Als Maijken Simonsdr. echter komt te overlijden voor haar mondigheid of huwelijk, moet haar aandeel in die twee maal [sic] 2000 gl. en de aan haar gelegateerde kleren komen aan de erfgenamen ab intestato van diegene, die dat aan haar heeft gelegateerd.
ONA Dordrecht inv. 68, f. 332: op 21 sept. 1646 testeren Hendrick Wens Willemsz. en zijn vrouw Maria Coenraetsdr., burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. Tot erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden. Als hij de eerststervende zal zijn, legateert hij aan zijn broer Cornelis Willemsz. Wens of diens nakomelingen en aan de dochter van zijn overleden zuster Maijken Wens, bij haar verwekt door Simon Pouwelsz. van Granaten, elk voor de helft, al zijn kleren en wapens. Aan zijn broer of zijn nakomelingen legateert hij een bedrag van 1000 gl. en aan de dochter van zijn zuster of haar nakomelingen een bedrag van 3000 gl., uit te keren na overlijden van zijn, testateurs, vrouw. Als [de dochter van] Maijken Wens, [genaamd Maijken Simonsdr.[ komt te overlijden voor haar mondigheid of huwelijk, moet die 3000 gl. komen aan zijn broer of diens nakomelingen. Als de testatrice voor haar man komt te overlijden, legateert zij aan Marguarita Boedonck Gillisdr. haar beste vlieger [kledingstuk] en haar beste rok, aan Maijken Boedonck Gillisdr., de vrouw van Pieter van Hardenberch, haar beste bonte mantel ? [moeilijk leesbaar], en aan Janneken Conincx, de vrouw van Pieter Gillisz. Boedonck, al haar “bandekens diemen onder de cape is dragende”. Al haar overige kleren van wol, linnen, zijde en andere stoffen, alsmede haar juwelen, kleinodiën en zilverwerk legateert zij aan voornoemde [Maijken Simonsdr., dochter van] Maijken Wens. Zij legateert nog aan haar broer Jan Coenraats, wonende te Schoonhoven, of zijn nakomelingen een bedrag van 1000 gl., maar indien haar broer zonder kinderen na te laten komt te overlijden, moet dat bedrag komen aan [de dochter van] Maijken Wens of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Zij legateert tevens aan de kinderen van Lijdia Willemsdr., dochter van haar overleden broer, onder hen allen een somma van 3000 gl., waarvan Lijdia het vruchtgebruik zal hebben. Als de kinderen van Lijdia komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, moet de 3000 gl. komen aan [de dochter van] Maijken Wens of haar nakomelingen.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 227v: op 14 sept. 1647 testeren Hendrick Willemsz. Wens en zijn vrouw Margrieta van Boedonck, burgers van Dordrecht. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun eventuele kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en als zij gaan trouwen aan hen uit te reiken onder hen allen een somma van 2000 gl. Als de eerststervende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt te overlijden of als die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, moet die 2000 gl. wederom komen aan de langstlevende. Voorwaarde daarbij is, dat, indien de testateur de langtlevende zal zijn, hij aan de broer van de testatrice, Pieter Gillisz. van Boedonck en diens vrouw Janneken Conincx of bij vooroverlijden hun nakomelingen zal uitreiken het lijnwaad en de helft van de kleren van de testatrice of in plaats daarvan een somma van 500 gl., aan Maria van Boedonck, haar zuster, de andere helft van haar kleren of een bedrag van 200 gl., alsmede aan de kinderen van haar overleden zuster Catharina van Boedonck, bij haar verwekt door doctor Dibbets, als haar goud, zilver en juwelen of een bedrag van 400 gl. De testatrice zal in het bovenstaande geval gehouden zijn aan de broer van de testateur Cornelis Willemsz. Wens of bij vooroverlijden diens nakomelingen een bedrag van 900 gl. uit te keren en aan Marijken Willemsdr., zijn halfzuster [sic] of haar nakomelingen een bedrag van 100 gl.
Kinderen ex 1 (allen NG gedoopt in Dordrecht, vermoedelijk allen jong overleden, aangezien hun ouders geen kinderen noemen in hun testamenten):
c-1. Lijdia, jan. 1624
c-2. Cornelia, juli 1625
c-3. Joannes, aug. 1627
II. Cornelis Willemsz. Wens, geboren naar schatting ca. 1595, weduwnaar van Dordrecht, wonende tegenover de Waag (1630), wonende bij het Marktveld (1662), koopman, wijnkoper, deken en boekhouder van de schutterij van de Kloveniersdoelen, pachter “van Staten wegen opten impost van dese Stadts wage” (ONA Dordrecht inv. 177, f. 287, akte dd 31 juli 1655), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 okt. 1670 (twee maal luiden over Cornelis Wens bij de Beurs), trouwde 1e Gerecht (onderscheiden gezindten) 20 jan./15 febr. 1615 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders Willem Jansz. Wens en Cornelia Hendricx, de bruid met haar ouders Pieter Willemsz. bakker en Neeltgen Jans) Maeijken Pieters, dochter van Pieter Willemsz. bakker en Neeltje Jansdr., 2e NG Dordrecht 18 aug./3 sept. 1630 Maria Cornelisdr. van der Hoop, van Dordrecht 3e NG Dordrecht 20 aug. 1656 Aeltken Joosten (van Thiel), weduwe van Dirck Joosten [zie ook hieronder bij III], 4e NG Dordrecht 9 april 1662 (bescheid gegeven op 22 april om elders te trouwen)/NG Cillaarshoek 23 april 1662 Cornelia (Neeltje) Pietersdr. van der Mast, gedoopt NG Heinenoord 28 juni 1637, van Heinenoord wonende te Dordrecht aan het Marktveld (1662), begraven Strijen 26 juni 1712, dochter van Pieter Pietersz. van der Mast en Dirkje Cornelisdr. Vogelaar, trouwde 2e 1674 Adriaen Huijgensz. Maesdam, schepen van Maasdam
(Genealogie Meeldijk in www.genealogieonline.nl)
1000e penning Dordrecht anno 1626, f. 24: Cornelis Willemsz. Wens, in de Wijnstraat, is 2000 gl. gegoed.
ONA Dordrecht inv. 56, f. 313: op 23 jan. 1628 comp. Jan Pietersz., Dingna Pieters, als procuratie hebbende van haar echtgenoot Pieter Pietersz. Both, Elbert Damen, als man van Janneken Pieters, Francois van de Graeff, als man van Willemtgen Pieters, voornoemde Jan Pietersz. en Francois van de Graeff nog als voogden van Neelken Pieters, Cornelis Willemsz. Wens, als man van Marijken Pieters, Willem Pieters, en Dirck Damen, als man van Aeltgen Pieters, allen wonende te Dordrecht en samen vervangende Cornelis Kijser, als man van Sara Pieters, wonende in Brielle, allen kinderen en kindskinderen van Pieter Willemsz., samen voor een derde part erfgenamen van Mariken Willems, de vrouw van Dirck Bastiaensz. De comparanten verklaren, dat Mariken Willems in haar testament heeft gelegateerd aan Willem Adriaensz. van der Burch, zoon van wijlen Neelken Willems, zijn leven lang een jaarlijkse uitkering van 200 gl., waarvan zij gehouden zijn te betalen een derde deel, oftewel 66 gl. 13 st. en 5 penn.
ONA Dordrecht inv. 57, f. 659: op 21 mrt. 1632 testeren Cornelis Willemsz. Wens en zijn vrouw Maria Cornelisdr., burgers van Dordrecht. De testateur verklaart, dat hij zijn voorzoon Willem Cornelisz. Wens, door hem verwekt bij zijn vorige vrouw Maijken Pieters, boven diens alimentatie en onderhoud nog “begroot” heeft , in plaats van de 100 gl., die hem toekwam wegens zijn moederlijke goederen, alsmede wegens de erfenis van zijn grootvader Pieter Willemsz., bedragende 300 gl. en wegens de erfenis van zijn tante Mariche Willemsdr., bedragende 390 gl., eenmalig een bedrag van 3000 gl., die zijn zoon zal ontvangen als hij mondig wordt of gaat trouwen. De testateur legateert aan de huisarmen van Dordrecht 25 gl. Tot zijn erfgenamen benoemt hij zijn zoon Willem, de kinderen, die hij nog zal verwekken bij zijn huidige vrouw, en zijn vrouw in een kindsgedeelte. De testatrice legateert aan de huisarmen van Dordrecht 25 gl. en benoemt tot haar erfgenaam haar man Cornelis Willemsz. Wens, op voorwaarde, dat hij hun eventuele kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en als zij gaan trouwen onder hen allen een bedrag van 2000 gl. zal uitreiken. Als zij, testatrice, komt te overlijden zonder kinderen na te laten of als hun kinderen zullen sterven voor hun mondigheid of huwelijk moet hij genoemde 2000 gl. uitkeren aan haar halfzusters Aeltgen en Anneken Lijdius of bij vooroverlijden hun kinderen, en dat met uitsluiting van al haar overige erfgenamen ab intestato. Tot voogden benoemen zij de langstlevende van hen beiden en hun broers Hendrick Willemsz. Wens en Jacobus Lijdius.
ONA Dordrecht inv. 58, f. 530v: op 14 okt. 1634 overeenkomst tussen Willemsen Fransdr., weduwe van Ghijsbert Back, enerzijds, en Willem Pietersz. voor zichzelf en Cornelis Willemsz. Wens, als vader en voogd van Willem Wens, door hem verwekt bij Maria Pietersdr., beiden tevens vervangende de overige erfgenamen van Dirck Jacobsz. zeilmaker, anderzijds, aangaande de goederen, die zijn nagelaten door Dirck Jacobsz.
ONA Dordrecht inv. 133, f. 247: op 25 april 1654 testeert Cornelis Willemsz. Wens, burger van Dordrecht. Hij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een somma van 100 gl. Hij prelegateert aan zijn enige voorzoon Willem Cornelisz. Wens of bij vooroverlijden diens nakomelingen al zijn kleren. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoon of bij vooroverlijden diens nakomelingen, voor een derde part, en zijn vrouw Maria Cornelisdr. [van der Hoop], voor twee derde parten. Zij zal daarvan het vruchtgebruik hebben en de eigendom ervan zal na haar overlijden komen aan zijn zoon of bij vooroverlijden diens nakomelingen.
ONA Dordrecht inv. 133, f. 249: op 25 april 1654 testeert Maria Cornelisdr. [van der Hoop], de vrouw van Cornelis Willemsz. Wens, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. en prelegateert aan haar hierna te noemen erfgenamen en Willem Cornelisz. Wens, de zoon van haar man, al haar kleren. zij legateert aan haar man het vruchtgebruik van al haar overige na te laten goederen. In de eigendom van die goederen benoemt zij tot haar erfgenamen Cornelis Matheusz. van der Hoop en Gillis Matheusz. van der Hoop, zoons van wijlen Matheus Cornelisz. van der Hoop, haar halfbroer, (1) elk voor een zesde part, ds. Jacobus Lydius, ds. Samuel Lydius en Aletta Lydius, de vrouw van ds. Cornelis Schalcken, predikant te Made, kinderen van wijlen Anna Milius, haar halfbroers en -zuster van moederszijde (2), elk voor een zesde part, en Willem Cornelisz. Wens, haar mans voorzoon, voor een zesde part. Als Cornelis en Gillis Matheusz. van der Hoop zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zal hun erfdeel moet komen aan de nakomelingen van Aletta Lydius. Als Jacobus Lydius of Samuel Lydius kinderloos zullen overlijden, moet het erfdeel van de eerststervende van hen beiden komen voor de helft op de langstlevende van hen beiden en voor de wederhelft op de nakomelingen van Aletta Lydius, maar als de langstlevende van Jacobus en Samuel Lydius zonder kinderen komt te overlijden, moet zijn erfdeel komen aan de nakomelingen van Aletta Lydius. Voorwaarde daarbij is, dat de weduwe van Jacobus of Samuel Lydius van diens erfdeel het vruchtgebruik zal hebben, totdat zij gaat hertrouwen of anders tot haar overlijden.
(1) Cornelis Matheusz. van der Hoop, weduwnaar van Dordrecht (1601), bakker, trouwde 1e NN trouwde 2e NG Dordrecht 4/25 febr. 1601 Anneke Jacobsdr. Mylius, van Elsbus (1601) [Elsbus: vermoedelijk gelegen in de Palts]
Kinderen:
Ex 1:
a. Mattheus Cornelisz. van der Hoop, geboren naar schatting ca. 1600, trouwde NG Dordrecht 18 jan. 1626 Maria van Boedonck
Kinderen (o.a.):
a-1. Cornelis Matthijsz. van der Hoop, gedoopt NG Dordrecht dec. 1627
a-2. Gillis Matthijsz. van der Hoop, gedoopt NG Dordrecht dec. 1628
Ex 2:
b. Maricken van der Hoop, gedoopt NG Dordrecht juni 1603, trouwde Cornelis Willemsz. Wens (zie hierboven)
– 5 jan. 1671: Jacobus Lidius en Samuel Lidius, predikanten in resp. Dordrecht en Dubbeldam, Cornelius Schalckius, als man van Alida Lidius, samen fideï-commissionaire erfgenamen van Maria Cornelisdr. van der Hoop, in haar leven echtgenote van Cornelis Wens, enerzijds en Cornelia van der Mast, als weduwe van genoemde Cornelis Wens en nog als moeder en voogdes van haar onmondige kinderen, bij haar verwekt door Cornelis Wens, Willem Wens, mondige zoon en mede-erfgenaam van Cornelis Wens, en Bastiaen van der Leeuw, als voogd van genoemde onmondige kinderen, burgeres en burgers van Dordrecht, anderzijds, verklaren met elkaar “geliquideert te hebben wegens soodanigen somme van [7500 gl.] … als … Maria Corn. van der Hoop za. onder titule van substitutie aen de voorn. eerste compten. gemaeckt … heeft gehadt”. Partijen verklaren voorts, dat zij in gemeenschappelijk bezit houden de landen, die gekomen zijn uit de boedel van wijlen Johannes Milius, gelegen in de Palts bij en in Dirmsteijn. (ONA Dordrecht inv. 232, f. 2)
c. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht mei 1605, vermoedelijk jong overleden
d. Jacob, gedoopt NG Dordrecht mei 1607, vermoedelijk jong overleden
(2) Balthasar Lydius, weduwnaar geboren in de Palts, predikant, trouwde NG Dordrecht 29 juni/15 juli 1608 Anna Milius Jacobsdr., weduwe van Cornelis Matthijsz. (van der Hoop), geboren in de Palts (1608)
Kinderen (o.a.):
a. ds. Jacobus Lydius, gedoopt NG Dordrecht mei 1610
b. Aelken (Aletta) Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1612, trouwde ds. Cornelius Schalcken, predikant te Made
c. ds. Samuel Lydius, gedoopt NG Dordrecht febr. 1617
ONA Dordrecht inv. 134, f. 310: op 9 sept. 1655 testeert Maria Cornelisdr. van der Hoop, de vrouw van Cornelis Willemsz. Wens koopman, burgeres van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot haar erfgenaam haar man. Voorwaarde daarbij is, dat hij aan de NG huisarmen te Dordrecht een bedrag van 100 gl. zal uitkeren, en dat hij aan Cornelis en Gillis Mattheusz. van der Hoop, zoons van haar overleden halfbroer Mattheus Cornelisz. van der Hoop, elk voor een vijfde part, en aan ds. Jacobus Lijdius, ds. Samuel Lijdius en Aletta Lijdius, de vrouw van Cornelis Schalcken, zoons en dochter van wijlen Anna Milius, haar halfbroers en -zuster van moeders zijde, elk voor een vijfde part, zal uitreiken al haar kleren, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Genoemde personen zullen na het overlijden van haar man, Cornelis Willemsz. Wens, onder hen allen een bedrag van 12.500 gl. krijgen, waarvan haar man het vruchtgebruik zal hebben.
ONA Dordrecht inv. 147, f. 414: op 11 juni 1668 testeert Cornelis Wens, burger van Dordrecht. Hij prelegateert aan zijn nakinderen de gouden braceletten en het halskettinkje, die zich in zijn boedel bevinden. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn voorzoon Willem Wens, of bij vooroverlijden diens nakomelingen, zijn nakinderen, die hij heeft verwekt bij zijn vrouw Neeltgen Pieters, en zijn vrouw Neeltgen Pieters in een kindsdeel. Hij wil, dat zijn vrouw in mindering van haar kindsdeel zal worden aangekaveld een twaalfde part in de visserij, die hij van de schutterijen en van stadswege [in pacht] heeft, alsmede zijn huisraad, meubelen en inboedel, door twee onpartijdige personen getaxeerd op 800 gl. Hij wenst ook, dat zijn zoon Willem zijn boedel zal “ontlasten” van de borgtochten, die hij voor hem heeft gepresteerd, i.h.b. van de 6000 gl., die gehypothekeerd staat op zijn zoons huis t.b.v. juffrouw Cools. Tot voogden over zijn minderjarige kinderen benoemt hij zijn voornoemde vrouw en Bastiaen van der Leeuw, burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 151, f. 162v: op 7 juli 1670 betaald aan Cornelis Wens, deken van de schutterij, voor het dragen van de overledene [Barent de Haen]: 15 gl.
Weeskamer inv. 26, f. 29: op 25 nov. 1670 gecollationeerd het testament van Cornelis Wens, gepasseerd ten overstaan van A. van Neten, notaris te Dordrecht, op 11 juni 1668.
ONA Dordrecht inv. 151, f. 500: overeenkomst dd 24 dec. 1670 tussen Cornelia Pietersdr. van der Mast, weduwe van Cornelis Wens, en Bastiaen van der Leeuw, als testamentaire voogd over de drie minderjarige kinderen van Cornelis Wens, door hem verwekt bij Cornelia Pietersdr. van der Mast, enerzijds en Willem Wens, voorzoon van Cornelis Wens, anderzijds. Zij komen overeen, dat hetgeen de boedel van Cornelis Wens te pretenderen heeft ten laste van Willem Wens gecompenseerd zal worden met hetgeen Willem Wens tegoed heeft van de boedel van zijn vader, o.a. de juwelen en “properheden”, die door diens gewezen vrouw Aeltgen Joosten zij gelegateerd aan haar dochter, [Cornelia Joosten] de vrouw van Willem. Laatstgenoemde heeft recht op 1325 gl., waarvan hij reeds 325 gl. heeft gekregen. Derhalve heeft hij nog tegoed een bedrag van 1000 gl., bovenop zijn kindsdeel in de nalatenschap van zijn vader.
Kinderen
Ex 1:
a. Willem Cornelisz. Wens, geboren naar schatting ca. 1615, volgt III
Ex 2:
b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht okt. 1644, jong overleden
Ex 4:
c. Cornelia Wens, gedoopt NG Dordrecht 10 aug. 1661 [sic], trouwde NG Oud-Beijerland 4 april 1681 (ondertrouw) Willem Jacobsz. Baen, zoon van Jacob Willemsz. Baen en Maria Gerritsdr. Swaenhil
d. Maria Wens, gedoopt NG Dordrecht 9 jan. 1664, trouwde ca. 1683 Jacobus Postelius, gedoopt NG Strijen 15 dec. 1658, zoon van Fabius Postelius en Jannichje Cornelisdr. Groeneveld.
e. Henrica Wens, gedoopt NG Dordrecht 17 juli 1666
III. Willem Cornelisz. Wens, geboren ca. 1618, jongman van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1640), koopman, kapitein van een compagnie burgers (ONA Dordrecht inv. 124, f. 482, akte dd 17 april 1676), trouwde NG Dordrecht 24 juni/10 juli 1640 Cornelia (Neeltken) Dirksdr. van Mennich (van Meeningen), gedoopt NG Dordrecht dec. 1622, van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), dochter van Dirck Joosten molensteenhouwer en Aeltken Joosten, koopvrouw van molenstenen
ONA Dordrecht inv. 58, f. 529: op 12 okt. 1634 testeert Willem Wens, zoon van Cornelis Willemsz. Wens en Maria Pietersdr., over de 16 jaar oud, wonende te Dordrecht. hij legateert aan de NG huisarmen te Dordrecht een somma van 50 gl. Van alle overige door hem na te laten goederen, inclusief die, welke hen zijn aanbestorven bij overlijden van zijn moeder, van zijn oudtante Mariken Willemsdr. en van zijn neef Dirck Jacobsz., maakt hij het vruchtgebruik aan zijn vader. De eigendom van die goederen zal na het overlijden van zijn vader komen aan diens overige kinderen en bij ontbreken daarvan voor de helft aan de erfgenamen ab intestato van zijn moeder en de wederhelft aan het weeskind van zijn overleden tante Maria Wens, bij haar verwekt door Simon Pouwelsz. van Granaten. Voorwaarde daarbij is, dat zijn erfgenamen aan zijn erfgenamen ab intestato van moederszijde zullen uitreiken een somma van 100 gl.
ORA Dordrecht inv. 59, f. 200v: op 8 aug. 1636 testeert Willem Wens, zoon van Cornelis Willemsz. Wens en Maria Pietersdr., ongeveer 18 jaar oud, verblijvende in Dordrecht. Hij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige goederen, inclusief de goederen, die hij geërfd heeft van zijn moeder, van zijn oudtante Mariken Willemsdr. en zijn neef Dirck Jacobsz., benoemt hij zijn vader of bij vooroverlijden diens nakinderen of verdere nakomelingen. Voorwaarde daarbij is dat zijn vader of diens nakomelingen aan zijn verwanten van moederszijde een bedrag van 150 gl. zal uitkeren.
ONA Dordrecht inv. 122, f. 248: op 27 okt. 1667 verleent Willem Wens, koopman en burger van Dordrecht, als man van Cornelia [van Mennich], dochter en enige erfgename van Dirk Joosten, in zijn leven steenhouwer in Nedermennig en later burger van Dordrecht, procuratie aan Johannes Struijs, wonende in Andernach, om namens zijn vrouw in te vorderen zodanige onroerende goederen als haar vader heeft nagelaten.
ONA Dordrecht inv. 123, f. 23: op 12 mrt. 1669 verleent Willem Wens, koopman en burger van Dordrecht, als man van Cornelia van Mennich, dochter en erfgename van Aeltien Joosten, in haar leven koopvrouw van molenstenen en burgeres van Dordrecht, procuratie aan Ludolff de Haen, procureur voor het Gerecht van Grave, om in ontvangst te nemen van de erfgenamen van Dirck Anthonisz. Backer, die gewoond heeft in Grave, een somma van 199 gl. 10 st., resterende van een bedrag van 858 gl. wegens de leverantie van vijf molenstenen.
ONA Dordrecht inv. 123, f. 49: op 20 mei 1669 testeert Geertruij Joosten, laatst weduwe van mr. Willem Beijer, wonende in Dordrecht. Zij legateert aan Gillis Joosten, zoonszoon van Dirck Joosten, haar broer, 100 gl., aan Caspar Dircksz. Rijnschipper, zoon van haar broer Dirck Joosten, 600 gl., aan Cornelia [NN], de vrouw van Jacob Dircksz., zoon van haar broer Dirck Joosten, haar “toursen” tabbaard en “toursen” rok, aan Aletta Wens, dochter van kapitein Willem Wens en van Cornelia Joosten [sic], de dochter van haar zuster [Aeltken Joosten], 100 gl., aan Maijken [NN], weduwe van Joost Henrijcksz., al hetgeen zij aan haar, testatrice, schuldig is en een bedrag van 100 gl., aan de vier kinderen van Joost Henrijcksz., haar neef, zoon van Henrijck Damen en van Aeltien Joosten, welke kinderen door Joost zijn verwekt bij Maijken [NN], onder hen allen 1600, aan Joost Henrijcksz., zoon van Henrijck Joosten, haar broer, 1000 gl. en een bed met beddengoed, aan Celiken [Jans], dochter van haar zuster Lijsbeth Joosten, 100 gl., en haar dienstbode, die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, 50 gl., een rode lakense onderrok en Turks gekleurd manteltje. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jacob Dirksz. zeilmaker, voor een derde part, Cornelia Joosten [sic], de vrouw van kapitein Willem Wens, voor een derde part, en Lijsbeth Joosten, de vrouw van Johannes Selis bestelschipper, voor een derde part, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Tot voogd over Gillis Joosten benoemt zij Jacob Dircksz. zeilmaker, over Aletta Wens, haar vader Willem Wens, over Celiken Jans haar vader Johannes Selis en over de vier kinderen van Joost Henrijcksz. hun moeder Maijken [NN].
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 78v: op 5 dec. 1679 verkoopt Cornelia van Meeningen, weduwe van Willem Wens, koopman en burger van Dordrecht, voor de helft erfgename van Geertruijt Joosten, weduwe van Willem Beijer, voor 750 gl. aan Lijsbeth Joosten, weduwe van Jan Selis, erfgename voor de wederhelft van Geertruijt Joosten, een huis omtrent het stadhuis, van welk huis Lijsbeth Joosten de helft toekomt, staande tussen het huis van Johan van Boedonck en dat van notaris Pieter Muijs.
ORA Dordrecht inv. 1628, f. 28v: op 20 mei 1681 verkoopt Cornelia van Meeningen, weduwe van Willem Wens, koopman te Dordrecht, voor 3150 gl. aan Catharina van Gendt, weduwe van Jasper ’t Hooft, koopvrouw te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen buiten de Vuilpoort, staande tussen het huis van Cornelis Daenen en dat van Engel Aertsz. Vaeck.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 55: op 11 dec. 1683 verkoopt Cornelia van Meningh, weduwe van Willem Wens, voor een vijfde part erfgename van Cornelis Wens, geassisteerd met haar zoon Hendrick Wens, voor 800 gl. aan Geerit van Veen, Franse kramer en burger van Dordrecht, een vijfde part in een huis, genaamd “Leeuwesteijn”, staande in de Wijnstraat tussen de Stadskaaswaag aan de ene zijde en de gang van het huis “Blijenborgh” en de brouwerij “de Orangieboom” aan de andere.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 10v: op 18 mrt. 1687 verkopen Adriaen Maesdam, schepen van Strijen, en zijn vrouw Cornelia van der Mast, voorheen weduwe van Cornelis Wens, voor zichzelf en als moeder en voogdes van haar kind Henrica Wens, bij haar verwekt door Cornelis Wens, voor twee vijfde parten, en nog als procuratie hebbende van Willem Baen, als man van Cornelia Wens, en Jacobus Postelius, als man van Maria Wens, beiden wonende te Strijen, samen voor twee vijfde parten, voor 3275 gl. aan Geerit van Ven, burger van Dordrecht, vier vijfde parten in een huis, vanouds genaamd “Leeuwensteijn”, staande in de Wijnstraat tegenover de Beurs tussen de Kaaswaag en het huis, genaamd “Bleijenberg”. De koper is schuldig aan Adriaen Maesdam en Cornelia van der Mast, voor zichzelf en als voogdes van haar kind, een somma van 1057 gl. en 10 st.

Het Marktveld (thans Scheffersplein) met op de achtergrond van links naar rechts het huis “Scharlaken” met daaronder de Waag, “Leeuwensteijn”, “de Asijnhoff” en “Blijenborgh” (het huis met de kantelen), door A. Schouman (1744).
ORA Dordrecht inv. 1636, f. 134v: op 19 mei 1698 verkopen Maria Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar man Anthonij Leenman, raad en vroedschap van Brielle, Alletta Wens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Willem Onias en diens vrouw Christina Wens, gepasseerd voor notaris J. Weststrate te Zierikzee op 24 sept. 1697, en Cornelia Wens, ongehuwde persoon, samen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Meningh, weduwe van Willem Wens, voor 4600 gl. aan Hendrick de Wacker, koopman te Dordrecht, een huis tegenover kraan Rodermond, staande op de hoek van de Molenstenen [pleintje aan het eind van de Houttuinen] tussen ’s herenstraat en het huis van Elisabeth Hulsthout.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Maria Wens, mrt. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1661), weduwe van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1667), trouwde 1e NG Dordrecht 20 nov./5 dec. 1661 mr. Cornelis Havershoeck, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Vleeshouwersstraat (1661), chirurgijn, 2e NG Dordrecht 20 febr./9 mrt. 1667 (proclamatie in Brielle) Govert du Bois, weduwnaar van Schiedam wonende in Brielle (1667), commissaris van de monstering van ’s lands oorlogsschepen op de Maas, zoon van Govert du Bois en Cornelia Adriaans. van der Elst (Stamboom van de familie Govert du Bois: in mijnstambomen.nl), trouwde 3e Anthonij Leenman (Leemans), raad en vroedschap van Brielle
ONA Dordrecht inv. 296, f. 166: op 15 aug. 1665 testeert Maria Wens, weduwe van mr. Cornelis Havershoek, chirurgijn en burger van Dordrecht. Zij legateert aan haar zusters en broers elk 1000 gl., uit te keren wanneer zij meerderjarig worden of gaan trouwen. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar ouders of de langstlevende van hen beiden. Tot voogd over haar minderjarige broers en zusters benoemt zij haar vader of bij vooroverlijden haar moeder.
Attestatie NG gemeente Dordrecht 7 april 1667: Maria Wens, de vrouw van Govert du Bois, gewoond hebbende bij de Grote Kerk, vertrokken naar Brielle.
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 152: op 14 okt. 1694 verkopen Anthonij Leemans, raad en vroedschap van Brielle, en zijn vrouw Maria Wens, eerder weduwe van en erfgename van Cornelis Havershoeck, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, volgens testament gepasseerd ten overstaan van notaris W. Waltherij te Dordrecht op 23 okt. 1664, voor 4600 gl. aan Abraham de Radt, koopman en burger van Dordrecht, een huis [aan de Groenmarkt] tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob Goudriaan bakker en dat van Hendrick van Rhijn. De koper is schuldig aan Maria Wens een somma van 4600 gl.
Kinderen (o.a.):
a-1. ds. Govert du Bois, gedoopt NG Brielle 11 nov. 1671 (gertuigen: Willem Wens, Agata du Bois, Maria van Bleijsweijck), predikant te Kruiningen, te Spijkenisse (1705-1711), te Schiedam, trouwde Leiden 1695 Maria Swalmius (Couwenberg Swalmius), gedoopt NG Maastricht 15 april 1671 dochter van Pieter Couwenburg Swalmius en Maria Weerden
NG trouwboek Leiden 17 nov. 1695: ds. Govert du Boijs, beroepen predikant te Kruiningen, jongman van Brielle en daar wonende, geassisteerd met zijn moeder Maria Wens, mede ald., moet attestatie van Brielle overbrengen, en Maria Swalmius, jong dochter van Maastricht wonende op de Breestraat, geassisteerd met haar stiefmoeder Maria van Bleijswijck, mede ald., en met ds. Theodorus van de Lee, bekende, op de Pieterskerkgracht.
Kinderen:
a-1-1. Govert (Godefridus) du Bois, gedoopt NG Kruiningen 30 mei 1700, jongman van Kruiningen wonende in de Zijlstraat te Haarlem (1729), studeerde in Leiden filosofie en geneeskunde, huisarts in Haarlem, hoogleraar filosofie, geneeskunde en botanie, arts te Franeker, overleden Franeker 18 jan. 1747, trouwde NG Haarlem 20 nov./6 dec. 1729 Antoinetta Werners, weduwe wonende in de Zoetestraat te Haarlem(1729) [DTB Haarlem, academiefraneker.nl], trouwde 3e 13 juni 1749 Tiberius Lambergen, geneesheer te Leeuwarden, 4e Delfzijl 8 mrt. 1767 Fredericus Johannes Cloeck van Berenclauw, luitenant, konvooimeester in Nederlandse dienst [kloek-genealogie.nl]
a-1-2. Petrus Couwenberg du Bois, gedoopt NG Kruiningen 11 nov. 1703
a-1-3. Wilhelmina Cornelia du Bois, geboren te Spijkenisse ca. 1711, overlijden aangegeven bij de gaarder te Alkmaar op 18 juli 1782 (Wilhelmina Cornelia du Bois, weduwe van Jan Frederik de Meij, 71 jaar oud, twee meerderjarige kinderen, in de Langestraat Noordzijde, impost 30 gl.), trouwde Leiden 1740 Jan Frederik de Meij
NG trouwboek Leiden 2 juni 1740 (ondertrouw) Jan Frederik de Meij weduwnaar van Anna Durand, wonende onder Zoeterwoude, doch gehorende onder de parochie van Leiderdorp, geassisteerd met zijn goede bekende Benjamin Sonmans, wonende te Rotterdam, moet attestatie van Leiderdorp overbrengen, en Wilhelmina Cornelia du Bois, jong dochter van Spijkenisse, wonende op de Hooigracht, geassisteerd met haar goede bekende Maria Christina Cornelia van Sijpesteijn.
a-2. Willem, gedoopt NG Brielle 8 mei 1675 (getuigen: Cornelia Mennich, de vrouw van Willem Wens, kapitein Elandt du Bois)
b. Aletta Wens, febr. 1643, vermoedelijk ongehuwd
c. Dirck, 4 dec. 1644
d. Cornelis, 30 juni 1647
e. Cornelia Wens, 1 jan. 1650, ongehuwd
f. Anna, 28 mrt. 1652
g. Hendrick Wens, april 1654, volgt IV
h. Christina Wens, 24 jan. 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1688), kinderloos, overlijden aangegeven bij de gaarder te Hoorn op 12 aug. 1722 (Egbert Rietberg, smidmeester in de Munt, heeft betaald wegens het lijk van Christina Wens, overleden te Hoorn in het St. Pietershoff, 3 gl.), trouwde NG Dordrecht 27 juni/18 juli 1688 Willem Onias, jongman van Coevorden wonende te Zierikzee (1688), notaris te Zierikzee en Hoorn, overlijden aangegeven te Hoorn op 17 aug. 1717 (Joannes Bronkhorst heeft betaald wegens het lijk van Willem Onias, overleden te Hoorn, “verkl. tot geen f 12000 gl. gegoedt te zijn”, 15 gl.)
Westfries Archief, Lidmatenregister NG gemeente Hoorn: op 15 juni 1712 op attestatie van Zierikzee aangenomen Christina Wens.
Westfries Archief, ONA Hoorn inv. 2360 (not. J. Velthuijsen): op 3 aug. 1722 testeert Christina Wens, weduwe van Willem Onias, notaris te Hoorn, in het St. Pietershoff, zwak van lichaam. De comparante wenst, dat Egbert Rietbergh, smidmeester in de Westfriese Munt te Hoorn, overleden mans neef, “van die goetheit sal sijn omme haar comparantes sterfhuis te regeren” en haar begrafenis te regelen. Zij wenst op dezelfde wijze begraven te worden als haar man. Zij verklaart aan haar voornoemde neef te maken al haar goederen, die zij bezit in Hoorn. Overige bezittingen in Zuid-Holland en elders laat zij na aan haar erfgenamen ab intestato.
i. Willem, 16 april 1659
j. Geertruijd, 16 jan. 1661
IV. Hendrick Wens, gedoopt NG Dordrecht april 1654, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1683), koopman, houtkoper, trouwde NG Dordrecht 4 april 1683 (ondertrouw) Mondina van Wetten, gedoopt NG Dordrecht 9 april 1659, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Engelenburgerkade (1683), dochter van Nicolaas van Wetten en Klara van Ravesteijn
ORA Dordrecht inv. 1630, f. 93: op 18 mei 1686 verkopen Johan van Wetten pondgaarder en Hendrick Wens koopman, als man van Mondina van Wetten, burgers van Dordrecht, tevens vervangende Gerard van Eijsden, koopman te Dordrecht, als man van Margrieta van Wetten, kinderen en erfgenamen van Nicolaas van Wetten, commies ter recherche te Dordrecht, voor 2800 gl. aan Johannes Cluijt, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kannenkopersbuurt [deel van de Voorstraat], alsmede een klein huis erachter, uitkomende of staande in de Weeshuisstraat, [het grote huis] belend door het huis van Michiel van Aensorgh aan de ene zijde en dat van kapitein Thibol aan de andere.
Kinderen:
a. Wilhelm, gedoopt NG Dordrecht 28 okt. 1683
b. Clara Wens, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1685
ORA Dordrecht inv. 1654, f. 210: op 3 okt. 1737 verkoopt Andries Cant, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Bartholomeus Pijll, schout en secretaris van Drimmelen en Stanthusen, wonende te Den Bosch, Sara Pijll, weduwe van kolonel Winsheijm, wonende te Geertruidenberg, Agneta Pijll wonende mede aldaar, Philippus Brahée, als man van Theodora Gerarda Pijll, wonende te Leiden, volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. van Opstall te Geertruidenberg op 26 mrt. 1737, en tevens als procuratie hebbende van Hendrik Steinhagen, majoor in het regiment garde dragonders van prins Willem van Hessen, garnizoen houdende te ‘s-Hertogenbosch, volgens procuratie gepasseerd voor notaris IJ. Bopp te ‘s-Hertogenbosch op 3 aug. 1737, allen broers resp. zusters en erfgenamen ab intestato van Anna Cornelia Pijll, weduwe van Hendrik van Sittert, arts, voor 2400 gl. aan Clara en Alida Wens een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Fredrik Schoonenburgh en dat van Steven Bordels.
c. Alida Wens, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1687, kinderloos overleden 16 juli 1744, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 23 juli 1744 (Alida Wens, ongehuwd, op de Hoge Nieuwstraat, met twee koetsen extra)
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 17v e.v.: op 21 april 1744 verkoopt Alida Wens, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 2250 gl. aan mr. Paulus Gevaarts, lid van de Oudraad en hoofdofficier van Dordrecht, als “commis stapelier” van de Generaliteit, een huis achter de Grote Kerk, uitkomende op de haven tegenover kraan Rodermond, aan weerszijden belend door ’s Landsmagazijnen.
Weeskamer inv. 35, f. 119: op 11 aug. 1744 ingeschreven een extract uit het testament van Alida Wens, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 20 mei 1744. Daarin heeft de testatrice tot voogden benoemd Govert du Bois, Petrus Couwenburg du Bois, Nicolaas van Wetten en Lodewijk van Loon.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 34v e.v.: op 24 sept. 1744 verkoopt Lodewijk van Loon, koopman te Dordrecht, als man van Clara van Eijsden, en tevens als procuratie hebbende van Govert du Bois, de eerwaarde heer Petrus Couwenberg du Bois, Jan Fredrik de Meij, als man van Wilhelmina Cornelia du Bois (1), Anna Clara van Wetten, weduwe van Johan den Bandt, en Nicolaas van Batenburgh, als man van Johanna Elisabeth van Wetten, samen erfgenamen van Alida Wensch, volgens haar testament, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 20 mei 1744 en door haar “metterdood” bevestigd op 16 juli 1744, voor 1050 gl. aan Nicolaas Slijp, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis met een kelder en een vrije gang naast die kelder, staande en gelegen in de Gravenstraat tussen het huis van Steven Bordels en dat van de weduwe van Willem de Bruijn.
(1) NG trouwboek Leiden 2 juni 1740 (ondertrouw) Jan Frederik de Meij weduwnaar van Anna Durand, wonende onder Zoeterwoude, doch gehorende onder de parochie van Leiderdorp, geassisteerd met zijn goede bekende Benjamin Sonmans, wonende te Rotterdam, moet attestatie van Leiderdorp overbrengen, en Wilhelmina Cornelia du Bois, jong dochter van Spijkenisse, wonende op de Hooigracht, geassisteerd met haar goede bekende Maria Christina Cornelia van Sijpesteijn.