Roerom

“Het kind in de wieg, dobberend op de woeste baren van de in een barre zee herschapen Grote ZuidHollandse Waard [na de St. Elisabethsvloed], de wankele wieg, in evenwicht gehouden door een trouwe kat, te Dordrecht aan land gespoelden daar liefderijk opgenomen en gelukkig opgegroeid: … Volgens de overlevering die men bij Balen op pagina 769 en 1205 kan naslaan, zou het kind, Beatrix, (dat is: de gelukkige), later getrouwd zijn met Jacob Roerom, en vele nakomelingen hebben gehad. Het enige wat op het verhaal van Balen aan te merken valt is dat hij haar zoon, Cornelis Jacobsz. Roerom, in 1468, dus toen ze al zevenenveertig of achtenveertig jaar oud was, geboren laat worden.” (Lips. o.c., p. 399).

In akten in het ORA van Dordrecht wordt Cornelis de zoon van Adriaan Roerom genoemd:

 – 16 aug. 1546: arrest gedaan door Heijnrick Lukenaer op verzoek van Cornelis Jan Wijnesz. en Jan Ariensz. Buth op de persoon van de weduwe van Gleijn Jacopsz. van Brouwershaven, die heeft beloofd, dat zij binnen een maand of zes weken de rekwiranten “te recht comen sal nergent elders dan hijer voerde camere van Dordrecht”. Borg voor de weduwe: Cornelis Ariensz. Roerom. Gedaan ten huize van Heijnrick Govertsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 1531 (nieuw), akte 123)

– 28 febr. 1547: Cornelis Adriaensz. Roerom, Jan Zijbrechtsz., en Claertge Jacobsdr., de weduwe van Cornelis Bogaert, verlenen aan mr. Tielman Scoeck procuratie ad lites contra Jan Gheritsz. de Heer. (ORA Dordrecht inv.695, akte 419)

– 3 okt. 1551: is arrest gedaan door [kamerbewaarder] Pauwels Jansz. namens Marijken Zijberts, weduwe van Cornelis Adriaensz. Roerom, op zeker draaghout, staande in de houttuin, toebehorende aan Goert Pijl, koopman van Roermond. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 424)

I. Cornelis Jacobsz. (of Adriaansz.) Roerom, geboren in 1468, overleden vermoedelijk ca. 1550, trouwde 1e Volkje van Barendrecht, OSP, 2e Maria Sijbertsdr. van den Hatert

Kinderen (ex 2)

a. Jacob Cornelisz. Roerom, trouwde Hildegond Andriesdr.

b. Volkje Roerom, trouwde Dirk Donker Jansz.

c. Klara Roerom, OSP, trouwde Jan de Both

d. Baaltje Roerom, trouwde Jan Leendertsz.

e. Sijbert Cornelisz. Roerom, volgt II

f. Maria Roerom, ongehuwd

g. Elisabeth Roerom, trouwde Wouter van Houweling Cornelisz.

h. Cornelia Roerom, trouwde Balthen van Goch

i. Adriaan Cornelisz. Roerom, geboren ca. 1543, vermoedelijk hopkoper, overman van het Viskopersgilde, raad 1596, 1597, acht 1593, veertig 1596 van Dordrecht, kapitein van een burgervendel, trouwde Maria van Gameren

16 jan. 1576: op verzoek van Jacob Willemsz. en Steven Cornelisz. legt Adriaen Cornelisz. Roerom, achtraad van Dordrecht, 33 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 1568, f. 68)

19 mei 1576: op verzoek van Adriaen Cornelisz. Roerom verklaren Adriaen Jansz., 43 jaar oud, en Barent Hermansz. inde Wilde Zee, 54 jaar oud, beiden “cherchers” te Dordrecht, dat op 14 mei 1574 Roerom in Dordrecht heeft laten laden in het schip van Willem IJemensz. Engelsman, 22 zakken hop om die te vervoeren naar Londen. (ORA Dordrecht inv. 1568, f. 130)

15 juli 1577: Jan Lenertsz. haringkoper stelt zich borg voor Adriaen Cornelisz. Roerom, zijn zwager, voor de lichting van 25 Vlaamse ponden, die door Jan Cornelisz. Wor zijn geconsigneerd onder Cornelis Evertsz., waterschepen in Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 1569, f. 84v)

28 okt. 1577: Adriaen Cornelisz. Roerom, poorter van Dordrecht, heeft verkocht aan Herber Jansz. en Marijcken Jansdr., brouwers te Dordrecht, vijf lange zakken hop. (ORA Dordrecht inv. 1569, f. 130)

4 okt. 1593: Adriaen Cornelisz. Roerom verkoopt aan Egbert Dircxsz. bakker een huis, staande omtrent het stadhuis recht tegenover de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Willem Foppen en dat van Jan Dircxsz. huistimmerman. Waarborg: Lenert Sijbertsz. kuiper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1850 gl. Borgen: kapitein Goetschalck Wor Cornelisz. en Jacob Thonisz. arbeider aan de straat. (ORA Dordrecht inv. 1579, f. 97v)

8 april 1595: Arien Cornelisz. Roerom voor de ene helft en Jan Govertsz. van Beaumont olieslager, vervangende Aert Thonisz. van Gameren, zijn zwager, voor de andere helft, verkopen aan Evert Schrevelsz. viskoper een huis op de Grote Vismarkt, genaamd “de Steur”, staande tussen de Visstraat en het huis van Thonis Laeuwerensz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 4500 gl. Borgen: Mon Schrevelsz. viskoper voor de ene helft en Gijsbert Willemsz. pasteibakker voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 1579, f. 292)

Kind:

i-1. Anthonia Roerom, trouwde Lenard van den Hatert Sijbertsz., schepen van Dordrecht

II. Sijbert Cornelisz. Roerom, trouwde Elisabeth Jansdr.

Kind:

a. Cornelis Sijbertsz Roerom, volgt III

III. Cornelis Sijbertsz. Roerom, overleden voor 19 febr. 1609, trouwde NG Dordrecht 24 febr./10 mrt. Elisabeth Cornelisdr. Wor

19 febr. 1609: Cornelis Cornelis inden Pulje brouwer is schuldig aan Jan Govertsz. van Beaumont, als voogd van de weeskinderen van wijlen Johan Stockman brouwe, en als het beheer hebbende van de goederen van het weeskind van Cornelis Zijbertsz. Roerom, een somma van 2400 Rijnse gl. (ORA Dordrecht inv. 1586, f. 74v)

Kinderen:

a. Margrieta Roerom

b. Elisabeth Roerom, overleden aan de pest in 1603

c. Sijbert Roerom, volgt IV

d. Cornelis Roerom, overleden aan de pest in 1603

IV. Sijbert Cornelisz. Roerom, van Dordrecht (1614), wijnkuiper, koopman, weduwnaar van Dordrecht, wonende bij de Nieuwe Kraan (1620), trouwde 1e Maria Seraets Nicolaesdr., van Dordrecht (1614), 2e NG Dordrecht 2/18 aug. 1620 Geertruijd van Liesvelt Willemsdr., weduwe van Dordrecht, wonende bij de Nieuwbrug (1620), dochter van Willem van Liesvelt en NN, overleden 10 dec. 1658, trouwde 1e Jan van Houthorst wijnkoper

27 mei 1618: Roelandt Eecholt, als medevoogd van de weeskinderen van Nicolaes Seraets, verkoopt aan Sijbert Cornelisz. Roerom, burger van Dordrecht, een huis, staande schuin tegenover de Gravenstraat tussen het huis van Steven Geeritsz. en het huis, waar uithangt “den Arent”. De koper is schuldig aan de voornoemde weeskinderen een bedrag van 2800 gl. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 51v)

27 mei 1618: Roelant Eckholt en Sijbert Cornelisz. Roerom, als voogden van de kinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, verkopen aan Johan van Oldenborch, verver en burger van Dordrecht, een huis, ververij en alle gereedschappen, staande voor het Begijnhof tussen het huis van mr. Jasper van Hartsvelt en dat van Bastiaan van Soelen. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2000 gl. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 51v)

24 sept. 1617 [sic]: Roelandt Eeckholt. als medevoogd van de kinderen van wijlen Nicolaes Tseraets, is schuldig aan Marijgen Cornelisdr. een somma van 2800 gl. Borg: Sijbert Cornelisz. Roerom, die tot borg stelt zijn huis tegenover de Wijnkoperskapel, genaamd “Groot Vranckrijk”, staande tussen het huis van Sijmon Wael en dat van Jacob Trip koopman. (ORA Dordrecht inv. 1594, f. 83)

21 nov. 1622: Sibrecht Cornelisz. Roerom, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt vor 4800 gl. aaan Franchoijs de Meijer, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Frans Willemsz. en dat van Jan Jacobsz. van Ravesteijn. Waarborgen: Cornelis Evertsz. huidenvetter en Guilliaem Wagenaer, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2800 gl. (ORA Dordrecht inv. 1599, f. 91v)

13 okt. 1626: Isaac Pietersz. schrijnwerker en Frans Pietersz. harnasmaker, als man van Mariken Pietersdr., voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Pietersz., wonende te Utrecht, en Cornelis en Jan Pietersz., die beiden in het buitenland verblijven, hun broer en zwager, Henrick van Bladegom apotheker, als testamentaire voogd van de kinderen van vaderszijde van Claes Pietersz., voor zichzelf en tevens vervangende Sijbert Cornelisz. Roerom, zijn medevoogd, samen vervangende Pieter Willemsz. Schooneman, wonende te Geertruidenberg, wettige voogd van moederszijde van genoemde kinderen, samen erfgenamen van Pieter Lenaertsz. Wijtemans en Marijken Hagers, resp. hun ouders en grootouders, verkopen Steven Aertsz. van Doorn, burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, genaamd “den Gulden Ketting”, staande tussen het huis van de erfgenamen van Willem Jaspersz. en dat van Jan Blandeau. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 48)

13 okt. 1626: Pieter Beijen, koopman van wijnen te Dordrecht, en Jaecques Levesque koopman, als weduwnaar van Janneken Beijer, voor zichzelf en als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Janneken Beijen, samen vervangende Jan Pisset, koopman te Rotterdam, als man van Maria Beijen, en voor Sara Beijen, genoemde Levesque nog voor zichzelf en tevens vervangende Sijbert Roerom Cornelisz., samen voogden van Susanna Eeckholt, dochter van Cornelia Beijen, allen erfgenamen van Arent Beijen, koopman te Dordrecht, verkopen Willem van de Broek, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een huis, genaamd “de Ceulse Craen”, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Abraham Beijen en een huis, dat toebehoort aan de stad Dordrecht, strekkende van de straat tot achter aan de haven. (ORA Dordrecht inv. 1602, f. 49)

12 mei 1656: Bathasar Walen, voor zichzelf en tevens vervangende Abraham Walen, Cornelis van Cruijskercken predikant, als man van Elisabeth Walen en Arent Poolman, als man van Maddelena Walen, kinderen en erfgenamen van Arent Walen en Maria de Bramaecker, verkopen aan Geertruijt van Liesvelt, weduwe van Sijbert Roerom, een huis bij de IJzerwaag [Wijnstraat], staande tussen het huis van de koopster en dat van ds. Johannis Cocxius. (ORA Dordrecht inv. 1616, 105v)

6 jan. 1660: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Geertruij van Liesvelt, weduwe van Sijbert Roerom, overleden op 10 dec. 1658.

Baten:

Tot de boedel behoren o.a.:

een huis in de Wijnstraat tegenover de Wijnkoperskapel, vanouds genaamd “Groot Vranckrijck”, getaxeerd op 4800 gl.,

een huis ernaast, getaxeerd op 2800 gl.,

een tuin, getaxeerd op 550 g.,

een 1/12 part in een fluitschip genaamd “de Lieffde”, door de erfgenamen in gemeenschappelijk bezit gehouden, derhalve memorie

een 3/32 part in een fluitschip, genaamd “St. Jacob”, idem, memorie,

rentebrieven, obligaties etc.,

goud en zilverwerk 659-2-12

contant geld 1253-2

Willem Roerom, een van de kinderen, is schuldig aan de boedel 3003-19-8, waartegen hem als zijn vaderlijk goed zou moeten toekomen 2013 gl., zodat hij aan de boedel schuldig blijft 990-19-8.

Totaal van de baten: 23895-13-4

Lasten (o.a.):

de boedel is schuldig aan Johan Marienburgh, koopman te Bordeaux, 1812-10-3 Frans geld wegens de koop van 8 stukken brandewijn en 4 1/4 vaten wijn, verscheept in de galjoot “den Eendracht”, alsmede een vat wijn in het schip “St. Lucas”, waarvan in Hollands geld bedraagt 1564- 16,

aan Hendrik Loffstadt voor het behandelen van een gat in het hoofd van Willem Roerom 2-10

aan Maria Roerom 400 gl.,

aan Gouda Roerom 60 gl.

aan Maria, Gouda, Elisabeth en Geertruij Roerom komt toe wegens hun vaderlijke goederen 8052 gl.,

aan Cornelia Roerom, getrouwd met Matthijs van Nieuvelt komt als restant van haar vaderlijke goederen toe 213 gl

aan Willem Roerom wegens zijn vaderlijk goederen. 300 gl.

zeker proces, aangespannen door de erfgenamen van Jan van Houthorst, de eerste man van de overledene, is nog onbeslist hangende voor het Hof van Utrecht memorie.

Totaal van de lasten: 11237-1-14.

Resteert: 12658-11-16.

Derhalve bedraagt elke portie van de erfgenamen 2019-15-3 2/3.

Op 29 nov. 1659 comp. Crispijn van Outgaerden, achtraad van Dordrecht, en Johannes Everse, koopman te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Geertruij van Liesvelt, en Maria Roerom, Matthijs van Nieuvelt, als man van Cornelis van Liesvelt, voor zichzelf en tevens vervangende Gouda, Elisabeth en Geertruij Roerom, resp. hun zusters en schoonzuster, en Johan Vekemans, klerk van de weeskamer, voor Willem Roerom, samen kinderen van Geertruij van Liesvelt, die verklaren haar boedel verdeeld te hebben, met uitzondering van de goederen, die zij in gemeenschappelijk bezit houden.

(Weeskamer Dordrecht inv. 24, f. 56)

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

ex 1:

a. Margrita Roerom, jan. 1615, trouwde Jan Speyer

ex 2:

b. Maria Roerom, mei 1621, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1671), trouwde NG Dordrecht 23 aug./7 sept. 1671 Jacob Sam Jacobsz., weduwnaar van Dordrecht , wonende op de Nieuwe Haven (1671), koopman

22 aug. 1671: huwelijkse voorwaarden van Jacob Sam, koopman te Dordrecht, weduwnaar, en Maria Roerom, jonge dochter, geassisteerd met Mathijs van Nieuvelt, haar zwager. (ONA Dordrecht inv. 253, f. 148)

3 mei 1687: Maria Roerom, weduwnaar van Jacob Sam Jacobsz., koopman te Dordrecht, en Geerit Sam, koopman te Amsterdam, beiden erfgenamen van Jacob Sam, verkopen aan Hendrick Sam, koopman te Dordrecht, een huis, genaamd “den Swarten Arent”, staande in Schuitenmakersstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Job Jansz. Kuijter en dat van de erfgenamen van Matthijs van Alsem, komende aan de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van mr. Herman Oem en het huis, genaamd “het Visschip”. De koper is schuldig aan de verkopers elk 1000 gl. (ORA Dordrecht inv. 1631, f. 20v)

c. Cornelis, juni 1624

d. Gouda (Gonda) Roerom, vermoedelijk gedoopt NG mrt. 1628, ongehuwd

e. Lijsbeth Roerom, mei 1630, ongehuwd

f. Willem Roerom, volgt V

g. Geertruijd Roerom, nov. 1633, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1657), trouwde NG Dordrecht 24 april/10 mei 1661 Abraham Huttenus Warnardsz., jongman van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat (1661), apotheker

21 nov. 1665: testeren Abraham Huttenis apotheker en zijn vrouw Geertruijt Roerom, wonende te Dordrecht. Hij benoemt tot erfgenaam zijn vrouw, mits zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, wanneer zij aan hen zal moeten uitkeren een bedrag van 1600 gl. onder hen allen. Indien hij zonder kinderen na te laten komt te overlijden of dat zij zullen overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal de verplichting tot genoemde alimentatie of uitkering ophouden te bestaan. In dat geval zal zijn vrouw gehouden zijn aan zijn verwanten een somma van 600 gl. uit te reiken, nl. aan de kinderen van Pieter Huttenis 400 gl. en aan de kinderen van zijn zuster Maria Huttenis 200 gl., zonder dat zijn overige broers en zusters daarvan iets zullen erven. Geertruijt Roerom maakt aan haar man het vruchtgebruik van de goederen, die zijn nalaten zal en de eigendom ervan aan haar kinderen of verdere nakomelingen. Voorwaarde daarbij zal zijn, dat haar man hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, wanneer hij gehouden zal zijn aan hen onder hen allen een bedrag van 2000 gl uit te keren. Als zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal de verplichting hen te onderhouden en genoemd bedrag uit te keren komen te vervallen, en zal haar man het vruchtgebruik van die 2000 gl. hebben. In dat geval zal hij gehouden zijn aan haar zusters haar kleren en juwelen uit te reiken. Zij wil, dat haar broer Willem Roerom of zijn kinderen en de nakomelingen van haar halfzuster Margrieta Roerom niets van haar zullen erven. Zij benoemen elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. (ONA Dordrecht inv. 248, f. 258)

22 nov. 1665: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Johanna Wagenaers, opgemaakt op verzoek van Cornelis Wagenaers, en Philps de Graeff, als man van Johanna Wagenaers, voor zichzelf en namens de verdere erfgenamen van vaderszijde van Johanna Wagenaers, en van Abraham Huttenis, als man van Geertruijt Roerom, Matthijs van Nieuvelt, als man van Cornelia Roerom, en Coenraet van Keulen, als man van Cornelia van Liesvelt, voor zichzelf en namens de verdere erfgenamen van moederszijde van Johanna Wagenaers. Aan Maria Roerom komt toe een bedrag van 183 gl. 11 st., die zij aan wijlen Gouken Ariens, moeder van Anneken Wagenaers heeft geleend en die zij voor haar doodschulden heeft betaald. Op 28 nov. 1665 comp. Cornelis Wagenaers, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Marija Wagenaers, Philps de Graeff, als man van Anneken Wagenaers, voor zichzelf en namens Guilliam Wagenaers, zijn in het buitenland verblijvende zwager, Marija van de Poel, weduwe van Mattheus van Tricht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Damis van de Poel, en Jannetta Wagenaers, samen erfgenamen ab intestato van vaderszijde van Johanna Wagenaers, hun tante, en Coenraet van Ceulen, als man van Cornelia van Liesvelt, voor zichzelf en namens Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Heijblom, als man van Ermken Op de Camp, dochter van Lijsbeth van Liesvelt, Abraham Huttenis, als man van Geertruij Roerom, Mathijs van Nieuvelt, als man van Cornelia van Liesvelt [sic] en namens Willem, Marija, Gouda en Lijsbeth Roerom, kinderen van wijlen Geertruijt van Liesvelt, en Abraham Huttenis nog als procuratie hebbende van doctor Willem Pieso en Marija Pieso, kinderen van wijlen Cornelia van Liesvelt, Johannes Everts en Gerrit Ruwel, als man van Adriana Everts, kinderen van Maeijken van Liesvelt, samen erfgenamen ab intestato van moederszijde van Janneken Wagenaers. * De comparanten verklaren hun aandeel in de erfenis van Janneken Wagenaers, resp. hun tante en nicht, ontvangen te hebben. (ONA Dordrecht inv. 196, f. 536)

* NG trouwboek Dordrecht 7 juni 1620: Guillaem Wagenaers, jongman van Antwerpen en Maria van Lijsvelt, jonge dochter van Dordrecht, beiden wonende te Dordrecht, getrouwd 30 juni 1620

h. Cornelia Roerom, nov. 1633, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Wijnbrug (1657), trouwde NG Dordrecht 22 juli/7 aug. 1657 Matthijs van Nieuwveld, jongman van Leerdam, wonende ald. (1657), koopman, schout en secretaris van Ackoij

21 okt. 1665: Mathijs van Nieuvelt koopman en zijn vrouw Cornelia Roerom, hij gezond, zij ziek, wonende te Dordrecht, maken hun testament. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen, op voorwaarde, dat hij of zij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. De testateur zal daarenboven gehouden zijn, als hij de langstlevende zal zijn, aan hun kinderen een bedrag van 2000 gl. uit te reiken. Als zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal de voornoemde alimentatie en uitkering ophouden, en zal de testateur mogen volstaan met het uitkeren aan haar zusters “van helen bedde” of hun nakomelingen een somma van 2000 gl., waarvan hij tot aan zijn overlijden het vruchtgebruik zal hebben. De broer van de testatrice, Willem Roerom, en de nakomelingen van haar halfzuster, Margareta Roerom, zullen niets van haar erven. Als hij al eerste kom te overlijden, zal de testatrice gehouden zijn aan hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 300 gl. uitkeren. Als hij echter zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of als die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, zullen genoemde alimentatie en uitkering ophouden en zal de testatrice aan zijn erfgenamen ab intestato een somma van 300 gl. uitreiken. (ONA Dordrecht inv. 248, f. 335)

V. Willem Roerom, wijnkuiper te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 179, f. 72, akte dd 22 april 1659), trouwde ca. 1660 Aeltje Jans

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Geertruijd, 8 dec. 1660

b. Sijbert Willemsz. Roerom, 22 jan. 1662, volgt VI

VI. Sijbert Wiillemsz. Roerom, gedoopt NG Dordrecht 22 jan. 1662, jongman van Dordrecht, wonende op het Begijnhof (1698), weduwnaar van Dordrecht, wonende op het Bagijnhof (1707), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 16 mei 1708 (Sijbert Roerom,, op het Begijnhof), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 23 nov./8 dec. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Johannes Jansen) Maijken Willemsdr. van de Wielen, weduwe van Dordrecht, wonende op de Elfhuizen (1698) trouwde 1e Arij Pieterse, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 dec. 1706 (Maaike van der Wiele, weduwe van Sijbert Roerom, op het Begijnhof), 2e Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/12 juni 1707 (de bruid geassisteerd met haar goede bekende Geertruij Joppen Jongh) Martijntie Thomas, weduwe van Dordrecht, wonende op het Bagijnhof (1707), trouwde 1e Johannes Boon, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 sept. 1722 (Martijntie Tomis, weduwe van Zijbert Roerom, in de Kolfstraat)

Kinderen (ex 1; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Aeltje, 16 okt. 1699

b. Willem, 19 juni 1701

c. Maria Roerom, 24 juni 1703, jonge dochter van Dordrecht,, wonende in de Breestraat (1740), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/22 mei 1740 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Jenneke Vogels) Pieter van Vijfwijk, jongman van Dordrecht, wonende bij het Begijnhof (1740)

d. Johannes, 16 okt. 1705